Page 1

SecJure Jaargang 27 | Februari 2013 nr. 3 | SecJure is een uitgave van Magister JFT

Juridisch Faculteitsblad

Strafrecht en le crime passionnel  Seriemoordenaars: nature or nurture?  Apologizing and the reconciliation of victims and offenders  Van bruidsschat tot bloedbad  Den Haag, wil je met me trouwen?


Je bent derde- of vierdejaars rechtenstudent en je hebt ambitie. Dan schrijf je je in voor de vijfdaagse Masterclass van 7 tot en met 13 mei 2013 op ons kantoor in

STBB2NY

New York. Want daar pak je tijdens workshops samen met ons zaken aan binnen een

breed scala van rechtsgebieden en leer je onze internationale rechtspraktijk beter kennen. En natuurlijk laat je de stad zelf ook niet links liggen. Kortom, net als vorig jaar, vijf dagen ‘work hard, play hard’ in New York. Je kunt je tot en met 10 maart 2013 aanmelden via onze website www.werkenbijstibbe.nl


Inhoudsopgave

Cover 10 Van bruidsschat tot bloedbad: wet versus traditie in India | Marijke Kooijman 16 Apologizing and the reconciliation of victims and offenders | Merel de Boer 22 De weg naar het huwelijk met de politiek | Freek Haarmans 37 Seriemoordenaars: nature or nurture? | Sylvia Kuijsten

Vast 19 Meesterlijke recepten: Spaanse aardbeien | Anne de Vries 28 Dit was het recht | Edin Husagic 32 Pro/contra: Wapenbezit burgers | Aïcha Peutz & Christian de Lange 36 Column Vrijspraak: Opleidingscommissie | Naomi Misseyer 41 Het Stageverslag: Advocatenkantoor | Wiekash Ramnun 42 Interview met… Lex Michiels | Christian de Lange 50 Studeren in het buitenland: Rome | Stefan Veelenturf 54 Column Magister JFT: Algemeen Leden Weekend | Sylvia Kuijsten

Verdieping 6  Recht op latten?! | Edin Husagic 8  ‘Jansen en zoons’; Van je familie moet je het hebben! | Simone Dirven 13 A lovers’ quarrel | Nina Dorenbosch 24 Liefde en lust binnen de CIA | Demis Iossifidis 30 Fiscaal boeterecht | Naomi Misseyer 44 Fusie in de bestuursrechtspraak | Christian de Lange 46 CSI praktijken: feiten & fabels | Naomi Misseyer 48 Boekbespreking: Recht uit het hart | Sonja Ortmans 52 Annotatie | Esra van der Wolk

Magister JFT 4  Foto’s van de week November - December 2012 26 Activiteitenkalender Magister JFT

16 Apologizing and the reconciliation of victims and offenders 3 | SecJure Februari 2013


Foto’s van de week November - December 2012


Colofon Redactieadres

Redactioneel

Kamer E221 Postbus 90153 5000 LE Tilburg Tel. (013) 466 80 73 Mail: secjure@magisterjft.nl

Hoofdredacteur Esra van der Wolk

Redactie Merel de Boer Simone Dirven Nina Dorenbosch Rolf Everhardus Freek Haarmans Edin Husagic Marijke Kooijman Sylvia Kuijsten Christian de Lange Demis Iossifidis Naomi Misseyer Aïcha Peutz Esra van der Wolk

Met dank aan Anne de Vries Lex Michiels Stefan Veelenturf Wiekash Ramnun

Productie Wolf Legal Publishers Oplage 4.000 SecJure jaargang 27 nr. 3 De redactie behoudt zich het recht voor ingeleverde stukken niet te plaatsen of te wijzigen. De inhoud van de artikelen vertegenwoordigt niet noodzakelijkerwijs de mening van de redactie. © Niets uit deze uitgave mag op welke wijze dan ook gereproduceerd worden zonder voorafgaande toestemming van de redactie.

Beste lezer, Tijdens onze SecJure brainstormsessie kwam de redactie al snel met het idee om van editie 3 een Valentijn-nummer te maken met daarin de mogelijkheid om een oproep te plaatsen voor je grote liefde. Een soort klankbord voor wanhopig verliefde einzelgangers die maar niet op hun crush durven af te stappen dus. Erg leuk natuurlijk, maar bij het bekijken van de verschijningsdatum moest ik de redactie toch teleurstellen. Deze SecJure valt pas op 21 februari bij jullie op de deurmat en dan is Valentijnsdag al lang achterhaald. Gelukkig konden jullie de afgelopen tijd met al je liefdesperikelen terecht bij de razend populaire facebookpagina Gespot: UB UVT en laat SecJure de rol van Cupido dit jaar aan zich voorbij gaan. Maar wat dan? Een (leuk!) juridisch onderwerp bedenken blijkt iedere keer weer een uitdaging. Met het onderwerp liefde nog in het achterhoofd, sprak de lugubere kant in mij en besloten we te kiezen voor het onderwerp ‘strafrecht & le crime passionnel’. Oftewel: een nummer vol met de keerzijde van de liefde. Over seriemoordenaars, bruidsschatten, affaires en CSI praktijken. Voor iedereen die afgelopen Valentijnsdag gedumpt, teleurgesteld of in de steek gelaten werd. En voor degenen die met Valentijnsdag wel succes hadden, heeft Anne weer een meesterlijk recept gevonden. Deze keer met de vrucht van de liefde: aardbeien. Echter, voor een succesvolle bereiding ervan, parler un peu français est recommandé. Voor sommige artikelen in deze editie zul je misschien in contact moeten treden met de donkere kant van jezelf, maar als dat lukt wens ik je veel leesplezier! Ook namens de redactie, Esra van der Wolk Hoofdredacteur 2012-2013

5 | SecJure Februari 2013


Verdieping

Recht op latten?! Edin Husagic

Nu de wintermaanden weer zijn aangebroken en de toppen en dalen van de glorieuze Alpen al een tijdje met sneeuw bezaaid zijn, begint het bij velen toch weer te kriebelen. De sneeuwpret kan beginnen! Hoewel wij Brabanders graag genieten van het carnaval, zijn er ook altijd velen die rond deze periode een bestemming in het hooggebergte prefereren. De randen van de skilatten moeten allereerst goed geslepen worden, de onderkanten moeten goed ingevet worden en dan kunnen de zorgvuldig geprepareerde

beschadiging aan het zogenaamde linker AC gewricht; de verbinding tussen het sleutelbeen en het schouderblad. Deze broer is aan zijn schouder geopereerd, maar is vanaf de datum van het ongeval (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt. Omdat hij een eigen bedrijf heeft, lijdt hij verlies in zijn inkomsten en daarom wil hij de financiële gevolgen van het ongeluk, bestaande uit de geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade, op zijn eigen broer die hem onderuit skiede, verhalen op grond van artikel 6:162 BW, de onrechtmatige daad.

pistes in de besneeuwde bergen bedwongen worden. Een uitermate ontspannend, maar ook een o zo gezond tijdverdrijf, mits je natuurlijk jezelf goed insmeert met zonnebrandcrème. De frisse berglucht en de fysieke inspanning hebben een helend effect op zowel lichaam als geest. Toch zal niemand er verbaasd van opkijken als ik zeg dat het afdelen op ski’s ook de nodige risico’s met zich meebrengt. Zoals bij eigenlijk elke sport of fysieke activiteit kunnen er ongelukken of blessures optreden. Dit ondervonden ook twee broers die, totdat het noodlot toesloeg, in Frankrijk aan het genieten waren van een welverdiende skivakantie. Slechts één klein moment van onoplettendheid leidde tot een ware Abel en Kaïn strijd binnen de Nederlandse rechtbanken, tot aan het Gerechtshof toe!1 De casus Twee broers, alle twee (redelijk) ervaren skiërs, skieden gedurende een week, samen met hun neef in de Franse Alpen. Dit deden zij in steeds wisselende formaties. Eens ging de ene broer voorop, dan de andere en soms de neef, en dit met variërende afstanden tussen elkaar. Soms wachtten ze elkaar op bij de lift en soms gingen ze echt samen, bij wijze van spreken in een colonne met een (te) korte afstand tot elkaar, de pistes af. Dit ging een hele tijd goed, totdat op een gegeven moment een van de broers, degene die achterop skiede, plotseling moest uitwijken voor een klein kind op één ski dat zijn spoor kruiste. Door deze uitwijkmanoeuvre verloor hij de controle over zijn ski’s en kwam met een ski tegen de skischoen van zijn broer voor hem waardoor een pijnlijke val onvermijdbaar werd. De broer die voorop skiede heeft door deze val ernstig letsel opgelopen, bestaande uit een gescheurde linker schouderband en een SecJure Februari 2013 | 6

De rechtsgang Er zijn een aantal omstandigheden die een belangrijke rol spelen bij het vonnis van zowel de rechtbank als het Hof, maar er is een ook significant verschil. Volgens het Hof was er namelijk sprake van een sport- en spelsituatie. Dit neemt met zich mee dat in deze situaties andere regels gelden voor aansprakelijkheid dan wanneer er bijvoorbeeld twee anonieme skiërs tegen elkaar botsen. Dit is vaste jurisprudentie van de Hoge Raad.2 Omdat de twee broers en de neef zich in een duidelijk onderling verband op de pistes bevonden en in afwisselende formaties de pistes afgingen ontstond dit spelkarakter. Deze sport- en spelsituatie neemt met zich mee dat de twee broers en de neef volgens de Hoge Raad ‘’tot op zekere hoogte gevaarlijke, slecht gecoördineerde, verkeerd getimede of onvoldoende doordachte handelingen van elkaar konden verwachten’’.3 Hier tegenover kan ingebracht worden dat er op de pistes internationaal erkende regels gelden die door de FIS (Fédération International de Ski) zijn opgesteld. Een van die regels is bijvoorbeeld dat een skiër ten alle tijden op de piste moet kunnen stoppen of uitwijken zonder dat hij hierbij een ander raakt of in gevaar brengt. Een andere belangrijke regel is dat de achteropkomende skiërs hun spoor zo moeten kiezen dat ze anderen voor zich niet in gevaar brengen.4 Het Hof is echter van mening dat een overtreding van deze regels niet direct met zich meebrengt dat de broer die achterop skiede daarom ook onrechtmatig heeft gehandeld jegens de ander. Een eventuele schending van de FIS-regels is niet van beslissend belang, maar moet worden bezien in het grotere geheel. Het is één van de factoren die in de overweging omtrent de onrechtmatigheid meegenomen dient te worden. Andere factoren


zijn bijvoorbeeld de inherente risico’s van de skisport, de weersomstandigheden, de staat van de piste, de skivaardigheid van de skiërs, de snelheid, de afstand tot elkaar en de drukte op de piste en de andere omstandigheden van het geval. Omdat, zoals al aangegeven, het Hof van mening is dat het hier om een sport- en spelsituatie gaat, zijn de regels hier dan ook minder van belang. Juist door op deze manier te skiën, dus in de wisselende volgorde en een variërende (korte) afstand tot elkaar, moest ook de voorste skiër in redelijkheid verwachten dat degene achter hem op korte afstand zou kunnen volgen en kon daarmee dus ook de mogelijke gevolgen van zulke gedragingen verwachten. Een van de gevolgen is dus een ongeluk, wat jammer genoeg voor de voorste broer geschiede. Het Hof vernietigde dan ook het appel en veroordeelde de verwonde broer in de proceskosten.

Redelijk en billijk? Door de situatie onder een sport- en spelsituatie te scharen, handelt het Hof in een zin begrijpelijk maar ook onbegrijpelijk. Begrijpelijk, omdat de manier waarop deze drie familieleden de pistes af gingen als een spelsituatie gedefinieerd zou kunnen worden, zeker omdat er geen vaste volgorde was en dus de gewonde broer ook op sommige momenten, wanneer hij niet voorop skiede, de regels overtrad en de anderen in gevaar bracht. Ze hebben dit echter van elkaar aangenomen door op deze voet verder te gaan en hadden dan ook redelijkerwijs onverwachte gedragingen van elkaar moeten verwachten. Toch kan er ook gezegd worden dat het onbegrijpelijk is, omdat het hier wel ging om een sportbeoefening binnen recreatieve sfeer. Binnen zo’n recreatieve sfeer kan gesteld worden dat er misschien hogere zorgvuldigheidsnormen voor de beoefenaars gelden omdat ‘er niets op het spel staat’. Ze zouden dus moeten verwachten dat hetgeen ze doen ook daadwerkelijk gevaarlijk is. Een ander tegenargument is dat de regels van de FIS hier te licht zijn meegewogen. Die regels zijn er namelijk niet voor niets. De voorste skiër heeft geen ogen in zijn achterhoofd en wordt daarom ook beschermd door deze regels. Wat deze regels vooral dus pogen te zeggen is dat

de voorste skiër bij een eventuele botsing, juist omdat hij het niet ziet aankomen, een veel en veel hogere kans heeft op verwondingen. Daar degene die achter skiet nog op de een of andere manier voorzorgsmaatregelen voor zijn val kan nemen, wordt de voorste compleet overrompeld. Het is juist deze verrassing die tot de ergste blessures en verwondingen leidt. Maar bezien vanuit de manier waarop alle deelnemers met de geldende skiregels omgingen, is het oordeel van zowel de rechtbank als het Hof niet onbegrijpelijk te noemen.

Conclusie Een eventuele oplossing voor de kritiekpuntjes zou kunnen zijn om, net als in het gemotoriseerde verkeer, niet de schuld, maar het risico beslissend te laten zijn. In dat geval is het risico van degene die voorop skiet altijd hoger dan van degene achter hem en zal hij alsnog enige schade toebedeeld krijgen. Weliswaar minder dan wanneer hij niet op de manier zou skiën zoals de twee broers deden, maar alsnog zou hem wel iets toekomen omdat zijn risico op letsel gewoonweg hoger is. Maar zolang er geen verplichte ski- dan wel reisverzekering is die ook deze schade dekt is het lastig, sterker nog, onmogelijk om deze schade op de verzekeraar van de veroorzaker te verhalen. Een andere, en zeker veel simpelere en veiligere, oplossing is om je gewoon aan de regels op de piste te houden, de eigen en andermans veiligheid in acht te nemen en dus geen rare capriolen uit te halen. Hopelijk kunnen deze moderne Abel en Kaïn zich met elkaar verzoenen want broeders zijn inderdaad, zoals de Bijbel zegt, elkaars hoeders.5 Dit hadden ze op de piste dus ook moeten zijn.

(Endnotes) 1 Hof Leeuwarden 26 juni 2012, LJN: BW9768. 2 Zie onder meer HR 28 mei 2003, LJN: AF2679, HR 20 februari 2004, LJN: AO1239, maar ook het befaamde Tennisbal-arrest HR 19 oktober 1990, NJ 1992, 621. 3 HR 28 mei 2003, LJN: AF2679 4 Regel 1, 2 en 3 van de ‘10 FIS Rules for Conduct 2002’ <www.fis-ski.com>. 5 Genesis 4:9.

7 | SecJure Februari 2013


Verdieping

‘Jansen en zoons’; Van je familie moet je het hebben! Over familiebanden in het ondernemingsrecht Simone Dirven

Bedrijven die van vader op zoon gaan, waren vroeger vooral in de agrarische sector schering en inslag. Als zoon nam je vanzelfsprekend het bedrijf van je vader over. Tegenwoordig, in tegenstelling tot wat ‘Boer zoekt vrouw’ misschien doet vermoeden, is de trend toch dat kinderen de baas zijn over hun eigen toekomst. Het lijkt wellicht idyllisch om over te nemen wat je ouder heeft opgebouwd, om samen met een broer of zus een bedrijf te starten of een nicht in dienst te nemen als werknemer in je bedrijf. Een gezamenlijke droom kan zo werkelijkheid worden. Toch schuilen er grote gevaren in deze samenwerking en in geval van conflicten of een slechte afhandeling daarvan kunnen de familiebanden weleens flink onder druk komen te staan. De structuur van familiebedrijven verschilt van geval tot geval. Familieleden kunnen aandeelhouders zijn in een besloten vennootschap of vennoten in een VOF. Beursgenoteerde vennootschappen zoals Heineken zijn ook veelal ontstaan vanuit de familiaire sfeer. In de jurisprudentie is de rol van de speciale familieband als besloten verhouding al in extenso behandeld. Een bekend voorbeeld is het Zwagerman arrest1. Hierin heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de redelijkheid en billijkheid in de organisatie en de zorgplicht van artikel 2:8 BW mede afhankelijk zijn van de omstandigheden van het geval waarbij familieverhoudingen met zich mee kunnen brengen dat een redelijke zorgvuldigheid dient te worden betracht om te voorkomen dat ontoelaatbare belangenverstrengeling ontstaat.

In besloten verhoudingen is het daarnaast van belang dat als aan alle wettelijke vereisten is voldaan, de rechter toch kan oordelen dat de redelijkheid en billijkheid met zich kunnen brengen dat een besluit ten onrechte is genomen. De zaak Reynders/McKinney is een voorbeeld waarbij de maatstaf van de redelijkheid en billijkheid met zich mee bracht dat Reynders de bijeengeroepen buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders had dienen uit te stellen. Dit aangezien er twijfel bestond of de (oproep)brief McKinney had bereikt. Reynders verweerde zich door te stellen dat er sprake was van onbestuurbaarheid van de vennootschap en wanbeleid van McKinney. Dit rechtvaardigde echter niet het besluit om alleen te beslissen om tot uitgifte van extra aandelen over te gaan. Een ander voorbeeld is Cromwilld/Versatel waarin door de Ondernemingskamer is bepaald dat de aard van de samenwerking van doorslaggevend belang is in besloten verhoudingen. De wijze waarop de bij de vennootschap betrokkenen met elkaar omgaan dient mede te worden beoordeeld tegen de achtergrond van de oorspronkelijke verhoudingen binnen de vennootschap en de wijze waarop de samenwerking tussen de betrokkenen tot stand is gebracht en vorm is gegeven. Het miskennen van die achtergrond en de daarmee samenhangende gerechtvaardigde belangen van een betrokkene door de (organen van de) vennootschap kan grond zijn tot het bevelen van een onderzoek. Onder vermelding naar onder meer de aandeelhoudersovereenkomst kan verzoekster aanspraak maken op een andere gedragslijn van de vennootschap jegens haar dan in het algemeen van een vennootschap jegens minderheidsaandeelhouders en zelfs aandeelhouders in het algemeen gevergd kan worden.2 Het is duidelijk dat familiebanden een bijzondere zorgvuldigheidsplicht met zich meebrengen in een onderneming. Dat is mijns inziens ook niet meer dan logisch. Het is mogelijk dat geschillen in de onderneming doorwerken in de familieverhoudingen buiten de onderneming om, maar andersom is ook denkbaar. Onenigheid aan de dinertafel kan als gevolg hebben dat de onderneming onbestuurbaar wordt.

SecJure Februari 2013 | 8


Een aparte categorie is de situatie waarin man en vrouw een BV hebben. Deze situatie kan tot veel problemen leiden, ongeacht of de echtlieden in gemeenschap van goederen of op huwelijkse voorwaarden zijn gehuwd en of sprake is van duurzame ontwrichting van het huwelijk of niet. In het BV-recht gold tot 1 oktober 2012 de verplichte blokkeringsregeling van artikel 2:195 BW. Deze is komen te vervallen en vervangen door een vrijwillige blokkeringsregeling. In de statuten kan worden voorzien in de mogelijkheid om aandelen vrij over te dragen aan onder andere echtgenoot of geregistreerd partner. De lijn gaat nog verder en in de statuten kan de mogelijkheid worden uitgebreid tot de vierde graad. De statuten kunnen echter ook bepalen dat geen enkele beperking wordt gesteld aan de overdracht van aandelen. Dit biedt een grotere mate van vrijheid. Het is mijns inziens echter goed denkbaar dat aandeelhouders alsnog veelal zullen kiezen voor het opnemen van een blokkeringsregeling in de statuten. Het besloten karakter van de vennootschap kan op die wijze gewaarborgd blijven. Een andere belangrijke wijziging in de flex-BV is de mogelijkheid om winstrechtloze aandelen uit te geven ex artikel 2:216 lid 7BW. Dit biedt perspectief voor de familievennootschap waarin bijvoorbeeld de vader tevens oprichter is en de mogelijkheid wil behouden om te kunnen stemmen in de algemene vergadering, maar de winst aan zijn kinderen wil doen toekomen.3 Artikel 2:242 BW biedt daarnaast perspectief voor ondernemingen die bestaan uit aandeelhouders van twee families. Op grond van het artikel kan in de statuten worden voorzien in de mogelijkheid om het bestuur te laten benoemen door een algemene vergadering van houders van een bepaald soort aandelen, zoals winstrechtloze aandelen. Op deze manier kunnen beide families een bestuurder aanwijzen. Hierbij dient wel in het achterhoofd gehouden te wor-

den dat bestuurders veelal ook in een contractuele, zoals arbeidsrechtelijke relatie staan tot de vennootschap. Dit kan complicaties met zich meebrengen op het moment dat onenigheid ontstaat. In het geval van een echtscheiding waarbij een onderneming in het spel is, willen partijen vaak ook niet meer samen verder als aandeelhouders in een onderneming. Het familierecht en het ondernemingsrecht kruisen hier elkaars pad. Wanneer een onderneming onderdeel uitmaakt van de scheiding, kan de afwikkeling ervan veel gecompliceerder worden. Het is vooral in mediation zaken belangrijk om alle belangen mee te laten wegen. Immers, lites finiri oportent. Een duurzame relatie is in iedere familieverhouding, maar in het bijzonder wanneer er minderjarige kinderen in het spel zijn, belangrijk. Mediators en advocaten dienen dit goed voor ogen te houden. Het is wat mij betreft laakbaar wanneer alleen naar de korte termijn oplossing wordt gekeken en het voortbestaan van de onderneming daarmee in gevaar komt. Dit verenigt zich ook niet goed met de bijzondere zorgvuldigheidsplicht die familieleden over en weer hebben. Deze brengt wat mij betreft ook mee dat in geval van een conflict buiten de onderneming om, de zorgvuldigheid in acht moet worden genomen om zo het voortbestaan en goed functioneren van de onderneming niet in het geding te laten komen.

(Endnotes) 1 HR 1 maart 2002, JOL 2002, 179 (Zwagerman). 2 Hof Amsterdam (OK) 20 mei 1999, JOR 2000/72 (Cromwilld/ Versatel). Zie ook Hof Amsterdam (OK) 8 mei 2002, JOR 2002/112 (Broadnet j.v.). 3 Wetsvoorstel 31 058, nr. 3, p. 75.

9 | SecJure Februari 2013


Cover

Van bruidsschat tot bloedbad: wet versus traditie in India Marijke Kooijman

Het huwelijk is van alle tijden. De plechtige verklaring van man en vrouw om elkaar altijd trouw te blijven heeft echter wel wat meer voeten in de aarde dan je op het eerste gezicht zou denken. In Nederland is de bruidsjurk misschien de grootste kostenpost, maar elders op de wereld moeten de ouders van bruid of bruidegom diep in de buidel tasten.

een aantal feministen opnieuw een felle campagne om het toenemende geweld tegen de bruiden tegen te gaan. Men eiste aanpassingen in de wet om het tot dan toe nog symbolische verbod ook daadwerkelijk uitvoerbaar te maken. Dit leidde tot het inrichten van speciale ‘bruidsschatcellen’ bij politieposten en enkele aanpassingen in de Indiase strafwet, waardoor slachtoffers van bruidsschatintimidatie vervolging konden instellen.4

In sommige Afrikaanse culturen betaalt de man een ‘bruidsprijs’ voor zijn toekomstige echtgenote. Hiermee compenseert hij het verlies van een arbeidskracht in haar familie en betaalt hij als het ware voor de voordelen die zijn kinderen hem en zijn familie zullen brengen.1 Een bekender fenomeen is de bruidsschat. Dit geschenk wordt door de familie van de bruid aan haar meegegeven ten behoeve van het nieuwe gezin. Wanneer het huwelijk wordt ontbonden (bijvoorbeeld door overlijden van de man), behoudt de vrouw haar rechten op de bruidsschat.

In 1983 werd intimidatie vanwege de bruidsschat strafbaar gesteld in §498A van de Indian Penal Code (IPC) met een maximum van drie jaar gevangenisstraf.5 Drie jaar later volgde een omschrijving van de ‘bruidsschatdood’ in §304B IPC als dood met een onnatuurlijke oorzaak van een vrouw binnen de eerste zeven jaar van haar huwelijk. Bovendien werd er een uitzondering gemaakt op de onschuldpresumptie in de Indiase bewijswet, zodat de man en zijn familieleden vermoed werden schuldig te zijn aan een dergelijke bruidsschatdood.6

Situatie in India

Een ineffectieve wet?

In India is de overdracht van een bruidsschat een diepgewortelde traditie. Het meegeven van geld of (onroerende) goederen tegelijk met de dochter (Kanyadanam, letterlijk ‘dochtergift’) maakt onderdeel uit van de Hindoestaanse bruiloftsrituelen.2 Als de familie van de bruid niet in staat is de (volledige) bruidsschat te voldoen, kan dit de pasgetrouwde vrouw in grote problemen brengen. Geweld of zelfs moord door het in brand steken van de bruid zijn niet ongewoon in India. Ook in een eerder stadium heeft de bruidsschat negatieve effecten: vanwege de zware economische last die een meisje met zich meebrengt, kiezen veel arme families ervoor hun meisjesbaby’s te verwaarlozen (met dodelijke afloop) of de zwangerschap voortijdig af te breken.3

Ondanks de goede bedoelingen van de regering is de nieuwe wetgeving weinig effectief gebleken. De nieuwe mogelijkheid tot strafvervolging wordt wel aangegrepen door de bruid of haar familie, maar de meeste zaken komen niet voor de rechter. Het overgrote deel van de ingediende klachten wordt voortijdig weer ingetrokken.7

Protesten en wetswijzigingen In 1961 werd onder invloed van protesten van de feministische elite het geven van een bruidsschat officieel verboden (de Dowry Prohibition Act). In de praktijk bleek deze wet weinig effect te hebben. Indiase families bleven vasthouden aan hun traditie, waardoor moord, intimidatie en abortus van vrouwelijke foetussen als negatieve bijwerkingen bleven bestaan. Twintig jaar later begon SecJure Februari 2013 | 10

Ook bruidsschatmoord leidt slechts in uitzonderlijke gevallen tot veroordeling. De oorzaken hiervan liggen zowel in de wettekst als in de opsporings- en vervolgingsfa-


se van deze misdaad.8 De anti-bruidsschatwetten hebben namelijk slechts een beperkte reikwijdte. Twee van de armste staten van India, Jammu en Kashmir, worden van de werking ervan uitgezonderd. Juist in de armere bevolkingslagen is de bruiddsschatdood een veelvoorkomend verschijnsel, wat deze beperking nog kwalijker maakt. Het grootste probleem is echter de lakse houding van de uitvoerende macht. In de zeldzame gevallen dat de politie onderzoek doet naar een bruidsschatdood, moet zij heel wat moeite doen om achter de waarheid te komen. Getuigen ontbreken doorgaans en de familie van de bruid (die dus niet in staat was een bruidsschat te betalen) laat meestal uit schaamte niets los. Bovendien heerst er veel corruptie binnen de Indiase overheid, waardoor de politie vaak wordt omgekocht om sterfgevallen te presenteren als zelfmoord of een toevallige keukenbrand.9 Tot slot toont de rechterlijke macht, die gedomineerd wordt door mannen, weinig interesse voor gevallen van huiselijk geweld. Zelfs als het tot een veroordeling komt, kunnen de familieleden van het slachtoffer geen geldelijke compensatie verwachten, zo oordeelde de Indiase rechter in 2004.10

Mogelijke oplossingen Het is duidelijk dat wetgeving alleen niet het hoofd kan bieden aan het sociale probleem van bruidsschatmoorden en –intimidatie in India. De bruidsschat is onderdeel van de Indiase cultuur en een cultuur laat zich niet zomaar aanpassen. Onderwijs en voorlichting zijn wellicht sterkere middelen voor de overheid om de mentaliteit van haar bevolking te veranderen. Door vrouwen te onderwijzen worden zij onafhankelijker, waardoor zij niet meer hoeven in te stemmen met gearrangeerde huwelijken die gepaard gaan met een bruidsschat. Ook voorlichting aan burgers, ambtenaren en rechters kan het besef doen groeien dat deze praktijk niet geaccepteerd hoeft te worden.11 Er zijn voorstanders van een verdere aanpassing van de wet. Door invoering van een tort law wordt privaatrechtelijke aansprakelijkheid mogelijk gemaakt die leidt tot financiële compensatie van (de familie van) het slachtoffer. Dit zou de bruidegom en zijn familie ontmoedigen om nog langer een bruidsschat af te dwingen: het vooruitzicht van een hoge schadevergoeding na intimidatie zorgt er dan voor dat de kosten niet opwegen tegen de baten.12 Het is echter de vraag of dit een reële oplossing is voor het probleem. Zolang de Indiërs de traditie van de bruidsschat accepteren, zal schaamte de bruid en haar familie ervan blijven weerhouden om naar de rechter te stappen.

Conclusie Het probleem van de bruidsschat in India illustreert iets wat juristen en politici niet graag onder ogen zien: so­cia­ le problemen kunnen niet altijd door wetgeving worden aangepakt. Al is de wet de hoeksteen van de samenleving, uiteindelijk bepaalt het volk hoe er samen in een land geleefd wordt. De Indiase politieke elite heeft redelijk vooruitstrevend getracht de bruidsschatproblematiek aan te pakken, maar zij stond machteloos tegenover haar traditiegetrouwe bevolking. Zal er dan nooit iets veranderen? Misschien toch wel, want een volk kan in opstand komen en dat kwam het ook in december 2012, toen een drieëntwintigjarige studente overleed aan de gevolgen van een brute groepsverkrachting.13 Ook thans klinkt de roep om wetshervormingen, maar nu vanuit de bevolking zelf. Zal dit keer de Indiase cultuur wel veranderen? De tijd zal het leren.

(Endnotes) 1 P. Kloos, Culturele antropologie: een inleiding, Assen: Koninklijke Van Gorcum BV 2002, p. 63. 2 Baig, Reshma Ahamed, ‘Dowry as a Socio-Legal Perspective’, International Journal of Scientific and Engineering Research, 2012. 3 V. Oldenburg, Dowry Murder: The Imperial Origins of a Cultural Crime, New York: Oxford University Press 2002, p. 3. 4 B. Sitaraman, ‘Law as Ideology: Women, Courts and ‘Dowry Deaths’ in India’, International Journal of the Sociology of Law 1999, 27, p. 288. 5 S. Bhave, ‘Deterring Dowry Deaths in India: Applying Tort Law to Reverse the Economic Incentives That Fuel the Dowry Market’, Suffolk University Law Review 2007, p. 300. 6 Sitaraman 1999, p. 297. 7 Sitaraman 1999, p. 299. 8 Bhave 2007, p. 301-302. 9 Bhave 2007, p. 302. 10 Arun Garg v. State of Punjab and Another, (2004) 8 S.C.C. 251. 11 Bhave 2007, p. 307-311. 12 Bhave 2007, p. 311-312. 13 P. van den Dool, ‘Protesten in India tegen verkrachting studente houden aan’, NRC Handelsblad 25 december 2012, www.nrc.nl.

11 | SecJure Februari 2013


Wat neem jij mee?

Wat je elke dag bij je hebt, zegt veel over wie je bent. Over wat je bezighoudt, de dingen die je meemaakt en wat je motiveert. Bij AKD zijn we benieuwd naar wat mensen â&#x20AC;&#x2DC;meenemenâ&#x20AC;&#x2122;. Naar hun interesses en ambitie. Wat deed jou besluiten rechten te gaan studeren? En wat wil je bereiken? AKD bestaat uit een hecht team van bevlogen advocaten en notarissen. Professionals met een eigen stijl. Vastbesloten alles eruit te halen wat erin zit. We investeren dan ook veel in de ontwikkeling van jong talent. Spreekt onze werkwijze jou aan? Laat het ons weten. We zijn benieuwd naar wat jij meeneemt. Kijk op watneemjijmee.nl.


English

A Lovers’ Quarrel Nina Dorenbosch

Every year on Valentine’s Day many couples rejoice in the love they share. Blissfully unaware – as they should be – of the fact that love can also go wrong. I do not merely allude to the ‘everyday’ miseries of a date not showing up, a love which remains unrequited or couples that simply grow apart, however unfortunate these situations may be. Instead, I refer to the murderous rage incited by jealousy, around which many episodes of detective series have set their scene. Crime passionnel is a theme which has played a part in literature as early as the ancient Greek play Medea, Dante’s La Divina Comedia, and Shakespeare’s Othello. Yet, how has this crime been judged through the years and what pushes people to perform such vengeful acts?

Crime Passionnel In the past crime passionnel, also known as crime of passion, has been defined according to the motives of the killer, the affectionate relationship between victim and perpetrator and the level of loss of self-control.1 S.H. Philips described it as a crime ‘committed out of hatred, generated by disappointed love’ [transl. ed.].2 Tannemons Bakker held it to include ‘those crimes committed out of passion where there is a clear bond of affection between culprit and victim’ [transl. ed.].3 Nowadays how­ever, the term is robbed of its inappropriate idealising and romantic ring and simply called murder. Indeed, French articles state that crime passionnel is more an interpretation of the sensation-seeking media, than one fit to be used in legal or psychological research.4 Instead, French researchers focus on the marital relationship in which the homicide takes place. The only differentiation that is still sometimes made is that between impulsive or expressive and instrumental conjugal homicide. In the latter case the murder is used simply as a non-passionate instrument to get the partner, who has become some form of nuisance, out of the way.5

Research Throughout the Years Before the Dutch Criminal Code was introduced in 1886, the Zamenstellingscommissie of the Code wrote extensively on physical violence in intimate relationships.6 It proposed to insert a detailed system of aggravating and mitigating circumstances. The chairman of the committee held that matrimony justified a higher sentence when violence was concerned. However, only in the case that a husband killed his wife, due to the duty of protection that he owed her and because of his strength which warranted more self-control. The other members of the committee were less discriminatory, using the argument that women could well inflict a death of poisoning upon their poor unknowing husbands. Seeing matrimony as an aggravating circumstance, punishment should on the other hand be mitigated in case the violence was brought on by the rage of catching their adulterous partner in a compromising situation (in flagrante delicto). The committee apparently felt that loss of control was reasonable in such a situation. In the end however, neither of these complicated proposals were taken up into the Criminal Code, and the appraisal of the sentence was left to the courts. In the research following the introduction of the Dutch Criminal Code, the focus was more and more psychiatric, looking at the personal characteristics and also forensic psychiatry of the murderers.7 It was only in the 1990’s that female perpetrators were also discussed. Previously, women had been seen as too dependent upon men to be allowed any feelings of jealousy or dislike of the husband’s behaviour. Unfaithfulness of men was quietly tolerated and the wife would have to learn to live with it. When a woman was convicted in that time, she was only given a custodial sentence. No psychiatric treatment was necessary, because there simply were no overly-jealous feelings to be addressed.

French passion It is said to be common knowledge that the country that gave rise to the term ‘crime passionnel’ treats this particular offence with a fair amount of allowance. Anecdotal of this is the 1906 acquittal of Albert Lemaître, who murdered his wife after she had filed for divorce fol­low­ ing a reunion with a former lover.8 The jury apparently 13 | SecJure Februari 2013


related to the desperation that Albert felt when he knew his wife would not return to him and deemed his sense of sorrow and unfortunate failed suicide enough to acquit him. While the French themselves admit that their society is relatively forgiving of crimes of passion,9 some say French leniency is merely a myth, and Italy should be looked to for a really favourable outlook on that type of crime.10 Indeed Lombroso, known for the theory that criminals can be detected by way of their outward appearance, has said that the passionate murderer does not look like a murderer and even has an honourable soul. Of course, this says nothing of the current thoughts on such criminal behaviour. In any case, the temperate Dutch have never really allowed any leniency towards murderous spouses.

Causes According to Bonger, the cause of crime passionnel could be found in the rights over one’s partner, which marriage was supposed to provide.11 The jealousy and revenge that a violation of these rights excited would be all the more present in an unequal relationship between men and women, where women were seen as the property of the man. He said that ‘true love can only exist between free and equal people’ [transl. ed.]; a progressive point of view for a man around 1900.12 Bonger turned out to be perceptive in other parts of his analysis as well. The cause for crimes of passion today, especially when committed by men, is still found in jealousy. Jealousy can in fact be described as a fear that the partner will leave, even disregarding the fact whether there is a new lover in play.13 The partner he seeks to possess and gain the exclusive right to, thus withdraws him or herself from his grasp. Jealousy becomes pathological when the reaction to the situation does not match reality and the subject may suffer from depletion-anxiety; a fear of total emptiness.14 This fear may in turn incite a state of so-called narcissistic rage, in which the subject will do anything to prevent his or her partner from leaving. Other research has concurred that it is not so much the fact that the man loses control over himself which makes him kill his wife, but the fact that he seeks to control his wife.15 This can be illustrated by the fact that women run the most risk immediately following their departure from the marital home. Bonger not only saw a connection with jealousy and unequal relationships, but also with what he called civility.16 He tried to prove this himself by showing a parallelism between illiteracy and the amount of murders in European countries and Dutch provinces. However politically incorrect, the ancient societal patterns that oppress women are more common in the lower classes and this inequality between men and women has even now been proven to lead to more marital murders.17 Crime passionSecJure Februari 2013 | 14

nel is least likely to occur in an area of average economic state, that promotes sexual equality and where refuge for battered women is well-arranged. Equality here should entail both economic, political, legal, and social equality.

The Darkest Side of the Crime of Passion The real horror of the crime passionnel is that it is often not just a one-off act of lethal violence, but it is preceded by years of domestic violence. In France for example, a study mentioned the culture that exists in the country, in which it is normal and which to a certain extent legitimises the use of violence against women in a conjugal relationship.18 This study also mentioned the example of a triple nose fracture noted in a police report simply as a “severe correction”. Figures from France from 2007 show that over 47,500 acts of violence against women by their (ex) husband were reported. Together with the fact that only ten per cent of women report their injuries, this makes a shocking number of 470,000 victims of conjugal violence in just one year. There may thus be truth after all in the tradition that France is more lenient towards crimes of passion and indeed all domestic violence. As a consequence of this, studies have shown that when the murder is committed by a woman, it is often in reaction to the violence that her husband has inflicted upon her.19 Over half of the women who kill their husband admit to being attacked by him prior to the homicide and concede that they felt in danger. Many feminists and other researchers hold that battered women, who take their partner’s life, do so out of legitimate self-defence, even if the husband is not currently being aggressive or in a very serious case even when he is asleep. They substantiate this with the argument that lawful defence is based on a fight between two men and not a chronic situation of violence where flight is of no avail. An unequal marriage that is dominated by a tyrannous husband is thus not only a cause of many so-called crimes passionnels committed by men who purport to own their wife and control her activities, but also a cause of the crimes carried out by women. Effective recourse for victims of domestic violence may thus prevent both forms of murders in the domestic sphere.


Conclusion The pathological jealousy and fear of abandonment that lead to the horrific dramas known as crimes of passion, have through the years brought about a more psychiatric view of partner homicides. The necessity of psychiatric and sociological observation and measurements to deal with this, is also apparent from the fact that a situation of grave domestic violence often precedes a fatal attack. While literature and films may have doted upon the crime passionnel as a romantic notion to centre their stories around, reality hardly appears to be caused by love.

(Endnotes) 1 E. Lissenberg, ‘Geweld en liefde. Over ‘crimes passionnels’ en partnerdodingen’, in: C.W. Maris et al. (eds.), Recht en Liefde, Nijmegen: Ars Aequi Libri 1996, p. 41. 2 S.H. Philips, Het Passionneele Misdrijf in Nederland, Amsterdam: L.J. Veen’s Uitgevers 1938, p. 6. 3 S.P. Tannemons Bakker, ‘Het Passionele Misdrijf’, in: Psychiatrisch Juridisch Gezelschap, Vergadering gehouden op 27 October 1951 te Amsterdam, p. 5. 4 P. Mercader et al., ‘L’asymetrie des comportements amoureux : violences et passions dans le crime dit passionnel’, Sociétés contemporaines 2004/3 no. 55, p. 92. 5 Lissenberg 1996, p. 39. 6 Idem, p. 36-38. 7 Idem, p. 36, 40-42. 8 ‘Un Crime Passionnel’, Le Petit Journal 7 September 1906, available at <gallica.bnf.fr>. 9 A. Houel & J. Laporte, ‘Violences conjugales et criminels dits «passionnels»’, Psychiatrie et violence 2009, vol. 9-1. 10 Lissenberg 1996, p. 38. 11 W.A. Bonger, Criminalité et conditions économiques, Amsterdam: G.P. Tierie 1905, p. 680-682. 12 Idem, p. 365. 13 J.A. Groen, ‘Jaloezie en narcisme’, Tijdschrift voor psychiatrie 23, 1981/3, p. 176. 14 Idem, p. 182. 15 Mercader et al. 2004, p. 97. 16 Bonger 1905, p. 690. 17 Mercader et al. 2004, p. 99-100. 18 Houel & Laporte 2009. 19 Mercader et al. 2004, p. 97-98.

15 | SecJure Februari 2013


Cover

Apologizing and the reconciliation of victims and offenders Merel de Boer

It seems very common in our Western society that organizations or governments should apologize for wrongs they have not directly committed themselves. It is assumed that a public apology contributes to the reconciliation of victims and their offenders. The goal of this article is to discuss this presumption in the light of the ‘social identity theory’. This article hypothesizes that a public apology of an organization has consequences and that it does not necessarily contribute to the reconciliation of the offenders and the victims.

Sexual abuse scandal On October 8, 2012, the Commission-Samson presented the rapport about a sexual abuse scandal that has been discovered in the Netherlands.1 The sexual abuse took place in several institutions where handicapped children and adults were placed under the responsibility of the child welfare agency; ’Bureau Jeugdzorg’. Most of them were mentally and/or physically handicapped children. It seems that the handicapped children living in the institutions were systematically abused. Sometimes the abu­ ser was someone of the staff, but not in every case. Most sexual abuse was committed by inmates and by external parties, for instance taxi drivers or people who took care of the day activities et cetera. Immediately the media and the community demanded Bureau Jeugdzorg to apologize for what happened to the victims, even when the sexual abuse was committed by others than employees of Bureau Jeugdzorg. Bureau Jeugdzorg was held responsible for a lack of supervision and not paying enough attention to the institutions. The director of Bureau Jeugdzorg responded by making a public apology to the victims. It seems very common in our Western society that organizations (you can also think of governments) should apologize for wrongs they have not directly committed themselves. An apology is seen as a contribution to the reconciliation of victims and their offenders and in cases like this, the community. The question is whether, in the light of existing psychological and social theories on group reconciliation, this is actually true. Does a public apology contribute to reconciliation of the victims, community and their offenders? SecJure Februari 2013 | 16

A psychiatrist stated in the NRC, that we apparently live in a society where we shall apologize for wrongs even when we are not directly responsible for the wrongdoing. In his point of view, the excuse of an organization, in this case Bureau Jeugdzorg, does not contribute to the goal of reconciliation in the sense that the victim and the offender could not come closer to each other. In this article I am not trying to answer the question if organizations should apologize for an injustice or take responsibility for past wrongs. Instead, I will discuss some psychological and social theories on group reconciliation and discuss to what extent a public apology contributes to reconciliation in the light of those theories. The theories and sources I used are about group conciliation in far more extensive conflicts, mostly conflicts between states after a conflict situation. Of course this could make a difference in outcomes on national level but I think that those theories can be useful and can also be applied to smaller group conflicts. The goal is to discuss the presumption that a public apology always contributes to the reconciliation of victims and their offenders.

Who are the offenders? Bureau Jeugdzorg takes its responsibility through making a public apology. With doing so they define themselves in a sense, as the ‘offenders’. They do so especially in this case, where there are a lot of perpetrators and not all of the offenders can be identified. Thus, the organizations and governments apologize on behalf of the offen­ ders and in doing so they become the embodiment of all individual offenders. This article hypothesizes that this practice creates groups in the view of the victims and society. The ‘offender‘ group and on the opposite side the ‘victim’ group. As a result the conflict changes into a conflict between groups. This might have consequences for the reconciliation. I will explicate this hypothesis further on the basis of ‘the social identity’.

The social identity theory The ‘social identity theory’ is a theory that states that individuals base part of their self-esteem on their group identity.2 As a consequence people are more motivated to benefit other in-group members (in-group favoritism) at the cost of outcomes of out-group members


(out-group derogation). The in-group is superior to the out-group. So, when people feel that they belong to a certain group they think that their group is better than other groups. Victims collectively feel themselves to be a victim of sexual abuse and the perpetrators are seen as a group not similar to their group. The in-group is viewed as coherent and homogeneous. People become stereotyped as an in-group member. Individuals belonging to the same category are assumed to be similar to each other, and different from their own group. For instance, the ascription of negative stereotypes to members of the out- group, and indeed to the group as a whole. Generally, a set of traits is attributed to all members of the category.3 As a result they view each other not as human beings anymore but as generic enemies. Stereotyping does not stop when the wrong or the conflict is ended. Apparently, people have an inability to see former enemies (perpetrators) as real people and individuals. The ‘other’ has been dehumanized.

Reconciliation and the importance of empathy The aim of reconciliation is to increase understanding between groups and individuals caused by, and connected to, conflict between them. The question is then how the victim group and the offender group can re­con­ cile if they see each other as a generic group and not as individual human beings anymore. Furthermore, it is recognized that empathy plays an important role in the process of reconciliation. Empathy involves the capacity to imagine the particular perspective of another person. The aim of empathy is to see the world from the perspective of the another person. A consequence of the processes subsumed under the social identity theory, individuals categorize themselves within a social framework. A consequence of this is then that people who do not share an identity together are less willing to reconcile.4 When victims perceive a shared group membership with the offender, people will endorse a more restorative response than when they do not perceive a shared group membership with the offender.5 Those consequences make it more difficult to reconcile a group of victims with the group of offenders. Victims see offenders as the ’other’ and the enemy, who do not have

anything in common with them. The other way around is also true and problematic. Offenders see the victims as ‘the other’ and think of them as a group and not as individual human beings. People have less trust in members of the other group and are less willing to cooperate with members of the other group. In the light of this research it is not so self-evident that apologizing through governments and organizations contributes to reconciliation. The question is then, if the desired outcome of apologizing is reconciliation, how the two groups can atone with each other when an organization is apologizing for the wrongs of the offenders. Reconciliation requires a fundamental change in psychological identities. This process must include a changed psychological orientation towards ‘the other’.6 It is argued that the development of empathy is one of the fundamental components of the reconciliation between former enemies. Empathy as described before involves the ability to individualize the view of another person. When the desired outcome is reconciliation and not only settlement, there must occur a process of rehumanization. This brings the question what is involved in the process of rehumanization.

Changing negative stereotypes Before someone is capable of expressing empathy, he or she has to see the other as an individual human being. Human within the meaning of a person who is more or less similar to yourself. There has to be a change in the way of thinking of both the groups. The negative stereotypes should be changed. This can be done through reducing the existing social categories. Finding commonality with the other is a first step. The other must be invested with qualities that are familiar and accepted.7 This is possible through the process of decategorization, which seeks to eliminate categorization. Two other options to do so are recategorization and crossed categorization. Those processes seek to alter the categorizations that are used.8 The goal of decategorization is to replace the category identity as the most useful basis for classifying each other for a more interpersonal view of the members. Personalization can achieve decategorization. Individualization of out-group members results in the category being seen as less useful and as a result it will be used less often.9 This suggests that decategorization can contribute to the aim of finding commonality with the other. Thus, this intervention of decategorization may also succeed in encouraging a more complex and differentiated perception of the out-group members. This will reduce stereotyping of the individual members. Recategorization and crossed categorization are interventions inspired by the already discussed social identity theory and self-categorization theory.10 The proposed 17 | SecJure Februari 2013


view of in-group members can be reduced by factors that transform members’ perceptions of group boundaries from the view ‘us and them’ to a more inclusive ‘we’.11 Whereas decategorization aims to reduce ingroup favoritism and to achieve a more similar view of the out-group members, recategorization aims to reduce the proposition of in-group members by increasing the attractiveness of former out-group members. The common in-group identity should be replaced by changing the group boundaries and creating, at a superordinate level, a more common in- group identity.

Conclusion In conclusion, in this article I hypothesized that a public apology of an organization not necessary contributes to the reconciliation of the offenders and the victims. This article does not say that a public apology is a bad thing. It describes the problem of reconciliation in the light of the ‘social identity theory’ and its consequences. By making an apology on behalf of the offenders, an organization changes the conflict from a conflict between a lot of individual offenders and individual victims to a conflict between groups. The offenders and victims come to see each other as the ‘other’ , which makes reconciliation more difficult. It is important that people come to see each other as individual humans and not as a generic enemy. This can reduce the salience of the existing social categories. After this, people are able to express empathy

SecJure Februari 2013 | 18

and with this expression of empathy to reconcile. Organizations should be aware of this before they apologize. Being aware of this, an organization could contribute to the processes of reducing the social groups, so that offenders and victims really are able to atone with each other. (Endnotes) 1 ‘Jeugdzorg Nederland: Excuses voor misbruik’, RTL Nieuws 8 oktober 2012, www.rtl.nl (keyword Jeugdzorg). 2 H. Tajfel & J. Turner, ‘An integrative Theory of Intergroup Conflict’, in: W.G. Austin & S. Worchel (eds.), The Social Psychology of Intergroup Relations 33, Belmont: Brooks Cole Publishers 1979. 3 M. Hewstone & K. Greenland, ‘Intergroup conflict’, International journal of psychology 2000, p.136-144. 4 M. Wenzel et al.,’Retributive and restorative justice’, Law and Human Behavior 2008,p. 375-389. 5 DM Gromet & JM Darley, ‘Retributive and restorative justice: Importance of crime severity and shared identity in people’s justice responses’, Australian Journal of Psychology 2009, p. 50-57. 6 E. Staub et al., ‘Healing, reconciliation, forgiving and the prevention of violence after genocide or mass killing: An intervention and its experimental evaluation in Rwanda’, Journal of Social and Clinical Psychology 2005, p. 297-334. 7 J.Halpern & HM. Weistein,’Rehumanizing the Other: Empathy and Reconciliation’, Human Rights Quarterly2004, p. 561-583. 8 M. Hewstone & K. Greenland, ‘Intergroup conflict’, International journal of psychology 2000, p.136-144. 9 M. Hewstone & K. Greenland, ‘Intergroup conflict’, International journal of psychology 2000, p.136-144. 10 M. Hewstone & K. Greenland, ‘Intergroup conflict’, International journal of psychology 2000, p.136-144. 11 S.L. Gaertner et al.,’The common in-group identity model: Recategorization and the reduction of intergroup bias’, European review of social psychology 1993, p. 1-26.


Anne de Vries Frankrijk. Een land van stokbrood, cordon blue en wijn. Het knapperigste stokbrood, de beste cordon blue en de smaakvolste wijn. In de tijd dat ik in Nice woonde is me dat vaak duidelijk gemaakt: “Beh1 oui! Le fromage hollandais a un goût de plastique”. Als je tegen dit culinair chauvinisme ingaat zal de Fransman in kwestie zijn schouders ophalen en zich tot belangrijkere dingen des levens wenden, zoals het eten van een croissant. Maar laten we eerlijk zijn, de Nederlandse kaas smaakt ook naar plastic. Voor de Fransen is er simpelweg geen reden om inferieure buitenlandse troep te importeren. Beh non. Dat dachten ook de Franse landbouwers die tussen 1985 en 1997 regelmatig gewelddadige acties ondernamen tegen de invoer van buitenlandse landbouwproducten. Bij dit soort acties werden vrachtwagens onderschept, de lading vernietigd, chauffeurs en supermarkten met geweld bedreigd en buitenlandse producten in Franse winkels vernietigd. Zo waren in 1993 en 1994 Spaanse aardbeien het doelwit.2 Na tien jaar had de Europese Commissie genoeg van de passieve houding van de Franse overheid tegenover dit geweld en begon zij een infractieprocedure. Frankrijk herkende zich hier niet in: ze had het vandalisme van de landbouwers steeds ten

sterkste afgekeurd. Ingrijpen was lastig, omdat het ging om onvoorzienbare acties.3 Wel was er een actieplan opgesteld, werden politie-eenheden paraat gehouden en was de ontstane schade vergoed.4 De houding van de Franse landbouwers was volgens Frankrijk te verklaren vanuit ontevredenheid over de sterke prijsda­ lingen als gevolg van de Spaanse toetreding tot de EG. Dit had de Franse markt van groenten en fruit ernstig verstoord.5 Het Hof van Justitie was niet overtuigd. Mogelijk kwam dit doordat de Franse minister van Landbouw in 1995 nog had verklaard niet van plan te zijn de politie in te schakelen.6 Verder speelde een rol dat de Franse politie soms niet ter plaatse was, terwijl de acties vooraf bekend waren, of niet ingreep als zij wel aanwezig was. Ook hielp het niet dat de daders nauwelijks vervolgd werden, terwijl zij door aanwezige cameraploegen op film waren vastgelegd.7 Kortom, Frankrijk maakte zich schuldig aan belemmering van het vrije verkeer van goederen (art. 36 VWEU - ex art 30 EG). Het is de vraag of het Hof anders had geoordeeld als het had geweten waarom de Franse landbouwers de Spaanse aardbeien in beslag namen. Wat mij betreft is deze superieure gateau aux fraises zeker een rechtvaardigingsgrond.

Recette Gateau aux fraises8 Ingrédients (pour 4 personnes)

Préparation

• • • • • • • • •

Préchauffez votre four à 200°C. Beurrez et farinez un moule à manqué. Dans un récipient, mélangez la farine, le sucre, la levure, les œufs entiers, le lait, le beurre fondu et le rhum. Allez-y progressivement pour obtenir une pâte lisse et sans grumeaux. Si vos fraises sont déjà bien sucrées naturellement, vous pouvez diminuer la quantité de sucre. Versez la préparation dans le moule, ajoutez les fraises entières au préalablement lavées. Enfournez pendant 30 minutes au moins. Utilisez des fraises congelées pour un meilleur résultat.

1 barquette de fraises 150 g de farine 125 g de sucre en poudre 100 g de beurre fondu 2 œufs un demi sachet de levure chimique un demi verre de lait une pincée de sel  un peu de rhum 

(Endnotes) 1 Beh, of eigenlijk ‘ben’, wordt vaak toegevoegd om te benadrukken dat iets overduidelijk zo is. Het zou vertaald kunnen worden als “Maar natuurlijk (idioot)”. 2 Zie voor een uitgebreide beschrijving van deze gewelddadige acties: HvJ van 9 december 1997, Zaak C-265/95 (Commissie van de Europese Gemeenschappen t. Franse Republiek), Jur 1997 p. I-06959.

3 4 5 6 7 8

Idem, par. 8. Idem, par. 10. Idem, par 23. Idem, par. 12. Idem, par 48-50. Bron: http://gateau.com/gateau-aux-fraises-rapide.htm. Si tu ne parles pas français: casse-toi.

19 | SecJure Februari 2013

Column

Meesterlijke recepten: HvJ Spaanse aardbeien


Tim Backx is in 2010 privaatrechtelijk afgestudeerd aan de Universiteit Utrecht. Tijdens zijn studie liep Tim een studentstage bij BANNING en sindsdien is hij bij BANNING werkzaam. Eerst als juridisch medewerker en na het afronden van zijn master privaatrecht als advocaatstagiair. Sinds oktober 2012 is Tim tevens recruiter van BANNING.

Interview met Tim Backx Waarom heb je voor BANNING gekozen?

Hoe ziet de sollicitatieprocedure er uit?

Ik heb in het 3 jaar van mijn bachelor het vak relatie- en vermogensrecht gevolgd. Dit werd gedoceerd door mr. Zonnenberg. Dit vak en de docent spraken mij erg aan. Na afloop van een college heb ik geïnformeerd of het mogelijk was om bij hem op kantoor stage te lopen. Gedurende mijn master heb ik deze stage volbracht en ben sindsdien bij BANNING blijven werken. De sfeer en enthousiaste collega’s spraken me erg aan. Studenten hebben vaak het idee dat je naar de Zuidas moet, omdat het daar allemaal gebeurt. Dat is niet waar. Het is hier niet gemakkelijker dan op de Zuidas, maar de sfeer en de omgeving waarin je werkt is wel anders. Wij zijn met 75 advocaten een relatief groot kantoor, maar toch kent iedereen elkaar persoonlijk. Het is een hecht kantoor. Bij BANNING kom je als het ware terecht in een warm bad en dat sprak mij erg aan, maar ook de organisatie van het kantoor. We hebben hier ontzettend veel ‘in-house kennis’ en ook een wetenschappelijk bureau.

De meeste mensen die solliciteren doen dat via de website: www.werkenbijBANNING.nl. Studenten kunnen hun CV en sollicitatiebrief uploaden naar de site en deze wordt dan door een sollicitatiecommissie bekeken. Zij beoordelen of je op gesprek mag komen. Vaak volgen er drie sollicitatiegesprekken als het om een advocaatstagiairfunctie gaat. Als beide partijen daarna nog steeds positief zijn, dan volgt er een assessment. Nadien wordt besloten of je wordt aangenomen of niet. Het gehele traject duurt over het algemeen maximaal 6 weken.

de

Hoe ben je juridisch medewerker geworden? Na mijn studentstage is aan mij gevraagd of ik juridisch medewerker wilde worden. Ik heb dat een jaar lang, 1 à 2 dagen per week gedaan totdat ik afstudeerde. Na mijn afstuderen ben ik aan de slag gegaan als advocaatstagiair op de sectie personen- en familierecht. Het is allemaal begonnen met mijn studentstage. Je wordt als student bij ons ook direct bij alle zaken betrokken. Je doet jurisprudentie- en literatuuronderzoek, maar helpt ook bij het opstellen van processtukken. Als juridisch medewerker doe je hetzelfde werk. Bij BANNING wordt een (student)stagiair meteen bij de procedure betrokken.

SecJure Februari 2013 | 20

Heb je tips voor toekomstige sollicitanten? Ja, dat is mij wel vaker gevraagd. Je CV moet niet te uitgebreid zijn, maar puntsgewijs en chronologisch zijn opgebouwd. Vaak staan oude bijbaantjes van 10 jaar geleden er nog op, maar dat doet niet ter zake. Als je langer over je studie hebt gedaan, licht dan toe waarom. Ben je naar het buitenland geweest voor studie of andere doeleinden beschrijf dat dan ook en zet dit vooral op je CV. Een ander punt zijn de sollicitatiegesprekken. Mensen hebben vaak in een sollicitatiegesprek het gevoel dat ze zich anders voor moeten doen dan ze zijn, maar dat moet je juist net niet doen. Dat komt erg geforceerd over en de mensen die tegenover jou zitten merken dat ook. Daarnaast vinden wij het belangrijk wanneer iemand al een studentstage heeft volbracht. Want, hoe weet je anders of de advocatuur en specifiek een bepaald rechtsgebied je bevalt en dus of je advocaat wilt worden? Het is belangrijk dat je voor jezelf al besloten hebt dat je die kant op wil. Ik merkte door mijn studentstage ook het verschil tussen de universiteit en de praktijk en ik denk dat het voor iedere rechtenstudent heel erg goed is om dat te ervaren.


Advertorial

Wat zijn de opleidingsmogelijkheden bij BANNING? Tijdens je periode als advocaatstagiair volg je, naast je opleiding vanuit de landelijke Orde van Advocaten, binnen kantoor nog meer cursussen. Die eerste drie jaar staan in het kader van opleiding en daar helpt ons interne opleidingsprogramma Draakenstein ontzettend goed bij. Veel cursussen worden intern aangeboden, zoals actualiteiten- of verdiepingscursussen, maar ook presentatietechnieken komen bijvoorbeeld aan bod. Zeker in de eerste drie jaar, maar ook daarna staat opleiding hoog in het vaandel. In die eerste drie jaar word je gevormd en het kantoor heeft er alle belang bij als dat goed en degelijk gebeurt.

Wat is kenmerkend voor BANNING? Kenmerkend voor BANNING vind ik de professionaliteit en het belang van de cliënten centraal stellen. Daarnaast vind ik de omgangsvormen binnen het kantoor zeer plezierig. Onze verstandhouding met de cliënten is erg belangrijk en wij bouwen daarom vaak langdurige relaties op met onze cliënten. Één van de manieren waarop wij dat doen is bijvoorbeeld het organiseren van seminars. Zo hebben we vorig jaar voor onze cliënten 35 verschillende seminars georganiseerd. Ik denk ook dat een kenmerk van BANNING is dat we midden in de markt staan en dus precies weten wat er speelt en wat de wensen zijn van onze cliënten. Daarnaast zorgt de goede sfeer op kantoor voor een prettige werkomgeving.

Nadere kennismakingsmogelijkheden Wij organiseren twee kennismakingsmiddagen per jaar. Je krijgt op een kennismakingsmiddag echt een goede indruk van het kantoor. Er worden meerdere presentaties gehouden, er wordt een rondleiding gegeven en afsluitend is er natuurlijk een informele borrel. Hiervoor worden 20 studenten geselecteerd uit de aanmeldingen. Aanmelden kan via www.werkenbijBANNING.nl. Naast deze mogelijkheid kun je ons ook aanspreken op de komende Juridische bedrijvendagen in Tilburg (JBT). Daar staan wij op de banenmarkt en hopen hier veel studenten te spreken. Het afgelopen half jaar zijn we ook nog hoofdsponsor geweest van ‘Top advocaat gezocht’ en vond er een workshop ondernemings- en insolventierecht bij ons plaats. Bij dit soort activiteiten is er ook de mogelijkheid om met ons kennis te maken. Bij ‘Top advocaat gezocht’ was de eerste prijs zelfs een studentstage bij ons op kantoor op een sectie naar keuze. Wij bieden daar overigens altijd mogelijkheden voor. Verder kun je je via de website aanmelden voor ons studentenbulletin met daarin allerlei leuke thema’s en actuele onderwerpen. Die versturen we een paar keer per jaar. Geïnteresseerd in een nadere kennismaking, studentstage of toekomstige werkplek? Kijk dan op www.werkenbijBANNING.nl. Hier kun je meer vinden over de mogelijkheden die BANNING biedt om kennis te maken, de sollicitatieprocedure en openstaande vacatures.

Afsluitend: Waar ben jij over 5 jaar? Ik hoop dat ik over vijf jaar nog steeds bij BANNING werk. Over driekwart jaar, na mij periode als advocaatstagiair, heb ik een gesprek om te kijken of ik blijf als advocaat. Ik heb geen aanleiding om er vanuit te gaan dat dit niet zo is en ik voel me hier prima op mijn plek. 21 | SecJure Februari 2013


Cover

De weg naar het huwelijk met de politiek Den Haag, wil je met me trouwen? Freek Haarmans

De charmes van Den Haag. Meestal begint het met een vlugge blik, een knipoog, of wederzijdse vrienden. Na een tijdje beginnen de gevoelens steeds heviger te worden. Voorzichtige fantasiën, een speciaal aangemeten pak, het eerste ongemakkelijke gesprek en de vlugge aanraking. Je voelt de aantrekkingskracht. De vlinders komen op in je buik. En plots weet je het: je hebt je hart verloren. Aan Den Haag. In je studententijd begint het te prikkelen. Je vindt dat de overheid maar wanbeleid uitvoert en raakt steeds beter op de hoogte van de Haagse perikelen. Politiek blijkt ineens toch best interessant te zijn. Van huis uit groei je op in een bepaalde politieke sfeer. Maar rond je 18e krijg je steeds vaker eigen ideeën, eigen inzichten en een eigen politieke voorkeur. Je woont inmiddels op kamers en je eigen denkbeelden en idealen beginnen steeds meer vorm te krijgen. Je hebt een mening over van alles en nog wat en zoekt de partij die daar het best bij aansluit.

Vlinders Veel politici kregen voor het eerst vlinders in hun buik tijdens hun studententijd. Ze stonden op en werden actief bij de jongerenafdeling van een politieke partij. Zo was Mark Rutte een zeer actief lid van de jongerenafdeling van de VVD¹ en was voormalig D66-Kamerlid Boris van der Ham bijvoorbeeld al sinds zijn 15e lid bij de jongerenorganisatie gelieerd aan de D66.² Anderzijds zijn ook veel politici pas later echt actief geworden. Neem bijvoorbeeld Diederik Samson van de PvdA. Jarenlang werkte hij als campagneleider en activist bij Greenpeace, waarna hij op 29-jarige leeftijd zich pas echt actief op de politiek ging storten.³ Hoe dan ook komt er in ieders leven een speciaal moment. Het moment dat je wakker wordt en denkt: ik word politicus. Je ziet het helemaal voor je. Een leven vol spannende verhalen, machtige functies, slinkse trucjes, vol intriges en riante wachtgeldregelingen. Wanneer dit moment komt is voor iedereen anders, maar één ding is zeker: waar je vroeger tot de echte elite moest behoren kan tegenwoordig ook de boerenknecht uit ZeeuwsVlaanderen hét pad naar Den Haag bewandelen.

SecJure Februari 2013 | 22

De eerste move Je hebt je hart verloren aan de politiek. Ze spookt door je hoofd; laat je niet meer los. Je hebt je ingeschreven bij een politieke partij en flirt je langzaam maar zeker een weg omhoog, naar je echte liefde. Deze weg begint voor de meeste politici lokaal. Je klopt aan bij de lokale afdeling van je politieke partij en draagt jezelf voor als kandidaat in jouw gemeente.⁴ Je trekt een net overhemd aan, koopt een chique das en zoekt je woorden zorgvuldig uit. Je probeert een zo hoog mogelijke plek op de kieslijst te bemachtigen. Gemeenteraadslid, dat wil je worden. Het is dé kans om voor het eerst echt van je te laten horen en ook dé kans om een stapje dichter bij háár te komen. Zij waar je hart zo van vol is.

Vertrouwen wekken Natuurlijk is het van belang dat je laat zien dat ze op je kan bouwen. Je moet aan háár denken en aan niemand anders. Er is niemand zo jaloers als zij en dat weet je. Ga er dan ook vol voor. Luister naar de mensen in je gemeente. Overtuig je mederaadsleden en laat zien wat je waard bent. Bel haar af en toe op, hou veel contact en blijf op de hoogte van alles wat er gebeurt. Het is belangrijk dat je gezien wordt als een solide basis, vertrouwen uitstralend, vol passie en overgave. Na verloop van tijd begin je op te vallen. Je bent anders. Je houdt van je vak, legt er al je ziel en zaligheid in. De lof stroomt binnen, van zowel binnen als buiten de partij. Je werkt je een paar jaar helemaal naar de knoppen in de hoop dat ze belt. Want zo werkt het. Jij belt haar niet, zij belt jou…

Het eerste telefoongesprek Dan eindelijk gaat de telefoon. Vertwijfeld neem je op. Is zij het echt? Zal het dan eindelijk zo ver zijn? Ze laat het hoofd van de partijafdeling een belletje doen, om te kijken of je hetzelfde over haar denkt als zij over jou. Je hart slaat een slag over, een brok komt op in je keel. Wanneer je gevraagd wordt om binnenkort eens af te spreken krijg je het nog net uit je mond: ‘ja, ik wil’.

De date Daar zit je dan, in een rustig eettentje, quasi nonchalant gekleed, je wilt immers een zo relaxed mogelijke indruk maken. Ze moet voelen dat je rustig kan blijven, dat je


jezelf onder controle hebt. Jij moet het straks waar gaan maken. Ze test je. Laat een afgevaardigde van de nationale fractie je bestoken met vragen om er zeker van te zijn dat jij de ware bent. Dat jij het in je hebt om het te maken. Je ziet haar niet, maar je weet dat ze over je schouder meekijkt. Dit gesprek gaat niet tussen jou en een van de hoge piefen van de partij. Dit gesprek is geen gesprek. Het is de eerste echte kennismaking. De eerste date. Vaak gaat het hierna snel. Ze weet wat ze wil, houdt niet van gedoe en al helemaal niet van tegenspraak. Ze heeft je nu een tijdje gevolgd. Ze heeft anderen over je horen praten en heeft je zien zitten in het restaurant. De liefde voor haar straalt van je af en dat ziet ze. Steeds warmer worden haar gevoelens voor jou. Dan weet ze het: jij moet het worden. Het partijhoofd is het met haar eens. Jij mag naar haar toe. Jij bent gekozen en hebt een plek bemachtigt op de kieslijst. Jij mag met haar trouwen, op één voorwaarde: je moet haar vader eerst om de hand van zijn dochter vragen.

Haar vader Haar vader dat zijn wij, het volk. Hij is zeker niet de makkelijkste. Het is aan jou om hem te overtuigen dat jij het waard bent om zijn dochter te huwen. Hij moet achter je gaan staan, moet je onvoorwaardelijk steunen en zijn stem aan jou toevertrouwen. Hij zorgt er immers

voor dat jij zijn dochter uiteindelijk het ja-woord mag geven. Zorg dat je altijd voor hem klaarstaat. Dat je belooft altijd voor hem op te komen en dat je zijn belangen altijd zult behartigen. Heb je dit allemaal gedaan, dan vraag je om haar hand. Het huwelijk En dan sta je daar, in de Tweede Kamer. Eindelijk heb je toestemming gekregen. Het was een lange weg, maar daar sta je dan, voor de voorzitter. Je tuurt om je heen, je liefje in de ogen aankijkend. Je voelt de ogen van haar familie in je rug prikken. Dit is het dan, het moment waar je al die tijd naar uit hebt gekeken, waar je zo veel moeite voor hebt gedaan. De voorzitter kijkt jullie aan en leest rustig de eden voor. Je hoort haar niet. Je gedachten dwalen af. Het is je gelukt, eindelijk. Zal je haar trouw blijven? Je kan het nog net uitbrengen: ‘Dat verklaar en beloof ik’. (Endnotes) 1. ‘CV Mark Rutte’, Rijksoverheid, 5 november 2012, www.rijksoverheid.nl. 2. ‘Boris en Jonge Democraten’, Boris van der Ham, www.borisvanderham.nl. 3. ‘Overzicht leven en loopbaan Samson’, De Stenton, www.destentor.nl. 4. ‘Raadslid worden’, Nederlandse Vereniging voor raadsleden, www.raadslid.nl.

23 | SecJure Februari 2013


Verdieping

Liefde en lust binnen de CIA Demis Iossifidis

Het is in Nederland wellicht een beetje overgewaaid zonder dat iemand er wakker van heeft gelegen, maar in Amerika was het een groot schandaal dat dagelijks in de media was. Afgelopen november stapte David Petraeus, directeur van de CIA, op nadat bleek dat hij er een buitenechtelijke affaire op nahield. De zaak kwam per toeval aan het licht en wat eerst leek op een simpele affaire tussen persoon x en y, breidde zich uit tot een schandaal met verschillende betrokkenen die direct of indirect in relatie stonden tot elkaar. De affaire kende ook politieke implicaties die er zelfs toe leidden dat president Obama openlijk moest geruststellen dat de nationale veiligheid niet in gevaar was.1 Hoe zat het precies? Het Petraeus-schandaal begint met de affaire tussen David Petraeus en journaliste Paula Broadwell. De twee leren elkaar kennen in de tijd dat Petraeus opperbevelhebber in Afghanistan is, rondom 2010.2 Beiden zijn op dat moment getrouwd en hebben een gezin. Maandenlang trekken ze met elkaar op, wat een boek over Petraeus oplevert, geschreven door Broadwell.3 De affaire die zij in die periode bleken te hebben komt medio 2012 per toeval aan het licht wanneer een zekere mevrouw Jill Kelley de FBI inschakelt. Jill Kelley is een socialite (lees: iemand die bekend is zonder dat men eigenlijk weet waarom) en heeft allerlei kennissen in de wat hogere kringen. Ze schakelt een bekende van haar bij de FBI in, omdat ze lastiggevallen wordt met anonieme emails. Deze anonieme e-mails blijken afkomstig te zijn van de eerder genoemde Paula Broadwell. De reden voor de emails was dat Broadwell dacht dat Jill Kelley óók een geheime relatie had met Petraeus, ze was –hoe hypocriet ook- bang voor een affaire binnen haar affaire.4 De FBI verklaart dat in de e-mails, gericht naar Kelley, teksten werden gestuurd in de trent van ‘’stay away from my guy’’.5 In dit onderzoek van de FBI naar de anonieme e-mails, wordt dus al snel duidelijk dat Broadwell en Petraeus een affaire hebben. Zoals gezegd kende Kelley iemand binnen de FBI en op die manier kreeg ze het voor elkaar om dit onderzoek naar de e-mails op te starten. De zaak krijgt een nog absurdere wending wanneer blijkt dat deze kennis dit onderzoek niet bepaald uit goedheid doet. Het SecJure Februari 2013 | 24

wordt duidelijk dat hij zelf zo zijn zwakheden voor deze Jill Kelley heeft, hij begint foto’s van zijn ontblote bovenlijf te sturen naar haar.6 Naar aanleiding hiervan wordt deze persoon van de zaak afgehaald. Hij stapt vervolgens naar een Congreslid toe om zijn ongenoegen te uiten over de gang van zaken met betrekking tot dit onderzoek en op deze manier krijgt de nationale politiek lucht van deze zaak.7 Ondertussen duurt het FBI-onderzoek voort en blijkt dat er nog een hoge functionaris betrokken is. Er worden twintig- tot dertigduizend ‘’intieme’’ e-mails gevonden die werden uitgewisseld tussen Jill Kelley en John Allen en het schandaal is compleet.8 John Allen was de opvolger van Petraeus als hoogste Amerikaanse militair in Afghanistan en hij zou de nieuwe opperbevelhebber van de NAVO-strijdkrachten in Europa worden.9 Deze benoeming is voorlopig van de baan. Petraeus nam ontslag als directeur van de CIA.

Politieke gevolgen De smeuïge affaire zou bij een smeuïge affaire blijven ware het niet dat het twee topfunctionarissen betrof. David Petraeus en John Allen waren kopstukken in het Amerikaanse veiligheidsapparaat en de vraag rees meteen of in al dit overspel de nationale veiligheid in gevaar was gekomen. Vreemdgaan is één ding, maar wanneer vertrouwelijke informatie gedeeld wordt met derden is het een zaak van nationaal landsbelang met eventuele strafrechtelijke gevolgen. Lange tijd heerste de vraag of geheime informatie terecht was gekomen bij onbevoegden, vooral toen bleek dat Paula Broadwell over wel heel gedetailleerde informatie beschikte over de aanslag op het Amerikaanse consulaat in Benghazi, op 11 september 2012.� Zij suggereerde bij een speech op de universiteit van Denver, eind oktober 2012, dat de aanval op het Amerikaanse consulaat mogelijk het gevolg was van het feit dat de VS Libische gevangenen vasthield op het consulaat.11 Als deze informatie bleek te kloppen en als bleek dat zij deze informatie van David Petraeus ontving, zou een nieuw groot politiek schandaal onafwendbaar zijn. Het verhaal dat Broadwell op deze universiteit heeft verteld is altijd ontkend door de Amerikaanse instanties en na onderzoek van de FBI is ook niet gebleken dat Broadwell deze informatie van Petraeus heeft gekregen (het is überhaupt niet duidelijk geworden wat haar bron hiervoor was).12


Opvallend, en ook enigszins tegenstrijdig, is dat onderzoekers van de FBI wel verklaard hebben dat ze vertrouwelijke informatie hebben gevonden op een computer van Broadwell. Ze verklaarden echter ook dat het onwaarschijnlijk is dat ze zou worden vervolgd voor het onrechtmatig publiceren van vertrouwelijke informatie. Ondertussen was het Amerikaanse Congres verontwaardigd dat het niet eerder was ingelicht over de affaire, zeker toen bleek dat naast Petraeus ook John Allen er deel van uitmaakte. Hoe kon het zo zijn dat alles via de media gespeeld werd, terwijl de veiligheid van de Verenigde Staten mogelijk in gevaar was?13 Toen president Obama uiteindelijk publiekelijk naar buiten kwam met de melding dat er geen bewijs was dat de nationale veiligheid in gevaar was gekomen door de Petraeus-affaire, ging de storm liggen.14

een gevangenisstraf, omdat hij regels met betrekking tot het gebruik van campagnegelden overtreden had, om zijn buitenechtelijke relatie te verdoezelen.� Hij riskeerde 30 jaar, maar werd uiteindelijk vrijgesproken omdat de jury niet tot een overeenkomstige beslissing kwam. In het Petraeus-schandaal is ook niemand vervolgd en is het überhaupt niet tot een rechtszaak gekomen. Deze affaire leek in eerste instantie op een pijnlijke uitglijder van de directeur van de CIA, maar mondde uit tot een serieuze politieke kwestie waarbij de president de gemoederen moest doen bedaren. Hoewel het nog altijd niet helemaal uitgesloten is dat er geen gevoelige informatie is gedeeld tussen de betrokkenen, lijkt de Amerikaanse politiek dit hoofdstuk gesloten te hebben.

Een stapje terug De spraakmakende affaire heeft uiteindelijk de kop gekost van David Petraeus en niet die van John Allen. Laatstgenoemde heeft namelijk verklaard dat het bij deze e-mails is gebleven en het niet tot fysiek contact is gekomen. Het aftreden van Petraeus lijkt voor velen wat meer voor de hand te liggen. Hoewel het zeker niet bij voorbaat vaststaat dat een functionaris of ambtenaar moet afstappen na een seksaffaire. Iemands liefdesleven is immers een persoonlijke aangelegenheid en een functionaris kan moeilijk afgestraft worden voor keuzes die hij in zijn privéleven maakt (mits deze keuzes uite­raard niet tegen de wet ingaan). Petraeus is bepaald niet de eerste Amerikaanse politicus van wie een seksaffaire naar buiten komt. Voor de ene politicus betekent het het einde van zijn carrière, de ander komt ermee weg. Het bekendste voorbeeld is natuurlijk Bill Clinton die na zijn affaire met Monica Lewinsky gewoon aan kon blijven.15 In zijn geval beweren sommigen zelfs dat zijn affaire een populariteitsboost betekende. Vaak lijkt de keuze om op te stappen of aan te blijven (of om ontslagen te worden/ bespaard te blijven) te liggen aan gevoelsfactoren. De publieke opinie (mede gevormd door de media), de grootte van het schandaal en de manier waarop de boosdoener ermee omgaat (gaat hij door het stof of niet?); het zijn allemaal factoren die kunnen bepalen of iemand aan mag blijven of niet. Soms zijn er ook specifieke factoren die doorslaggevend zijn, zoals in het geval van voormalig senator John Edwards. Hij kwam in 2008 naar buiten over een buitenechtelijke affaire die hij was aangegaan, waarbij hij zelfs een kind had verwekt bij de vrouw in kwestie. Dit nadat hij de affaire lange tijd ontkend had.16 Wat in deze case grote invloed had op de publieke opinie, was dat zijn vrouw terminaal ziek was. Het feit dat hij zijn stervende vrouw zoveel pijn toebracht met deze affaire zorgde ervoor dat zijn positie onhoudbaar was. Overigens dreigde er in het geval van John Edwards wél bijna

(Endnotes) 1 “The Petraeus Scandal: What we know”, CNN 17 november 2012, http://edition.cnn.com (zoek op ‘’Petraeus what we know’’). 2 ‘’The Petraeus Scandal: What we know’’, CNN 17 november 2012, http://edition.cnn.com (zoek op ‘’Petraeus what we know’’). 3 ’The Petraeus Scandal: What we know’’, CNN 17 november 2012, http://edition.cnn.com (zoek op ‘’Petraeus what we know’’). 4 ‘’FBI doet inval bij ex-minnares Petraeus’’, BNR, 13 november 2012, http://www.bnr.nl/programma/juridischezaken/ (zoek op ‘’Petraeus’’). 5 ‘’The Petraeus Scandal: What we know’’, CNN 17 november 2012, http://edition.cnn.com (zoek op ‘’Petraeus what we know’’). 6 ‘’Zaak Petraeus steeds absurder’’ NOS, 14 november 2012, http://nos.nl/audio (zoek op ‘’Petraeus’’). 7 ‘’The Petraeus Scandal: What we know’’, CNN 17 november 2012, http://edition.cnn.com (zoek op ‘’Petraeus what we know’’). 8 ‘’The Petraeus Scandal: What we know’’, CNN 17 november 2012, http://edition.cnn.com (zoek op ‘’Petraeus what we know’’). 9 ‘’Schandaal rond Petraeus breidt zich uit’’ RTL 13 november 2012, http://www.rtl.nl/ (zoek op ‘’Schandaal petraeus’’). 10 ‘’The Petraeus Scandal: What we know’’, CNN 17 november 2012, http://edition.cnn.com (zoek op ‘’Petraeus what we know’’). 11 ‘’Zaak Petraeus steeds absurder’’ NOS 14 november 2012, http:// nos.nl/audio (zoek op: ‘’Petraeus’’). 12 ‘’The Petraeus Scandal: What we know’’, CNN 17 november 2012, http://edition.cnn.com/ (zoek op ‘’Petraeus what we know’’). 13 ‘’David Petraeus scandal widens to include Barack Obamas cabinet’’ Telegraph 12 november 2012, http://www.telegraph.co.uk/ news/ (zoek op ‘’Petraeus scandal’’). 14 ‘’David Petraeus scandal widens to include Barack Obamas cabinet’’ Telegraph 12 november 2012, http://www.telegraph.co.uk/ news/ (zoek op ‘’Petraeus scandal’’). 15 ‘’De vrouw door wie CIA baas viel’’ NOS 10 november 2012, http://nos.nl/op3/ (zoek op ‘’CIA affaire’’). 16 ‘’Petraeus case: when should sex cost public officials their jobs?’’ LA Times, 9 november 2012 http://www.latimes.com/ news/opinion/ (zoek op ‘’Petraeus case’’). 17 ‘’Edwards admits to extramarital affair’’ CNN 9 augustus 2008, http://edition.cnn.com/ (zoek op ‘’Edwards extramariatl’’).

25 | SecJure Februari 2013


Activiteiten Maart 2013 Bezoek Stg. Internet Domeinregistratie NL (SIDN) / E-Law + IJshockeywedstrijd / Sport-cie 1

2

Magister JFT | JBT Borrel / Magister JFT + Cycling Dinner / Vrijspraak

5

6

3 Inter Facultair Symposium / Magister jFT

7

4 Bezoek National Cyber Security Center / E-Law

8

JBT dag 1 / Magister jFT

9 JBT dag 2 / JBT dag 3 / Magister JFT + Open Magister jFT Fractievergadering / Vrijspraak

13

10

11

12

14

15

16 Bierestafette / Magister jFT

17

19

20

Symposium Kantoorbezoek Studiereizen / on Racial Stibbe / Livius Juribes Discrimination / InterAct 21 22 23

24

Dispuutsavond IV / DiCiT

Studiereis Porto en Lissabon / Reis-cie SecJure Februari 2013 | 26

18

JurImpro / Livius

Studiereis Hong Kong / Reis-cie

25

26

27

29

30

31

28


Magister JFT April 2013

1

2

3

KNVB Tuchtcommissie / Livius

4

Pleitavond III / DiCiT

5

6

Magisterborrel / Open Fractie­ Magister JFT Bachelor-Master- vergadering / Vrijspraak Buddy avond / 9 10 Vrijspraak ALW dag 2 / Magister JFT

8

11

Algemeen Leden Weekend (ALW) dag 1 / Magister JFT + Kantoorbezoek Deloitte / E-Law12

14

15

16

18

19

20

ALW dag 3 / Magister JFT

13 Stapavond / Juribes

17

Gala / Magister JFT i.s.m. TFV de Smeetskring

Rellen tegen de ME / Livius

21

Perspectieven­ dag / Juribes Bezoek CERN Genève / E-Law Informatie­ bijeenkomst Opleidings­ commissies / Vrijspraak

7

22

Bezoek CERN Genève / E-Law

25

26

29

30

Dagje Brussel / Juribes / Beste Docent Verkiezing / 23 Vrijspraak Bezoek CERN Genève / E-Law + Batavierenrace 2013 / Sport-cie

27

24

28

27 | SecJure Februari 2013


Vast

Dit was het recht Edin Husagic

De wereld blijkt op 21 december 2012 niet vergaan te zijn. Dat betekent dat er een nieuwe SecJure moet verschijnen en daarmee dus ook een nieuwe Dit was het recht. Het hellevuur is ons dus (gelukkig) bespaard gebleven en in plaats daarvan hebben we een normale, saaie winter gekregen. Omdat het recht dus ook niet stilgestaan heeft, ondanks de voorspelling van het einde der tijden door de Maya’s, geven we jullie, zoals gewoonlijk, een overzicht van de ontwikkelingen en discussies binnen de juridische wereld. De dagen na carnaval zijn bij uitstek geschikt als een moment van bezinning en reflectie en daar komt deze rubriek dan ook goed voor van pas.

Voetbalgeweld Dat binnen de voetbalwereld een heleboel mis is, mag al een lange tijd duidelijk zijn. Waar op de profvelden zowel spelers als supporters bij ongunstige uitslagen of verkeerde – overigens soms zelfs haast verdachte – beslissingen van de scheidsrechter over de rooie gaan, daar vinden we op de amateurvelden spelers met markante, doch treffende, bijnamen als ‘De Slager van Kruisstraat’, ‘Mo de Tornado’ of ‘Hennie de Hakker’, en supporters, bestaande uit schreeuwende en ophitsende ouders, die bij het minste of geringste hun toevlucht zoeken tot het nodige verbale en fysieke geweld jegens eenieder die niet de eigen clubkleuren draagt. Helaas werd een grensrechter het slachtoffer van zo’n geweldsuitbarsting langs de amateurvelden en zitten nu zeven spelers en een vader vast op verdenking van betrokkenheid bij de fatale gebeurtenis. Uiteraard sprak iedereen er schande van en werd er in alle praatprogramma’s en kranten aandacht aan besteed. Volkomen terecht natuurlijk. Er werd een minuut van stilte op de voetbalvelden gehouden, zelfs internationaal. Ondanks al deze aandacht werden de oplossingen nog steeds niet helemaal concreet, afgezien van een paar halfzachte maatregelen zoals lessen in zelfverdediging voor en betere opleidingen van de scheidsrechters.1 2 Ook kon de uitgekauwde drogreden van ‘het goede voorbeeld geven’ door de professionals natuurlijk niet achterwege blijven, bij ‘protest’ zouden SecJure Februari 2013 | 28

ook zij nu direct gestraft worden. Verder is het aan de media om terughoudend te zijn met haar bespreking van overduidelijk scheidsrechtelijk falen, omdat dit zou bijdragen tot agressie.3 De wereld op zijn kop natuurlijk. De voetbalwereld schreeuwt al jaren om een effectievere voetbalwet waardoor bestrijding en handhaving van dit soort onwenselijkheden sneller en effectiever zou kunnen plaatsvinden, want de problemen zijn structureel en wijdverspreid over de Nederlandse amateurvelden.

Wapenwetgeving De wapendiscussie is in de VS weer in volle sterkte opgelaaid. Helaas was er wederom eerst een bloederige aanleiding voor nodig, want na het drama van juli 2012 is er weer een enorm dieptepunt te betreuren waarin het geliberaliseerde particuliere wapenbezit een rol lijkt te spelen. Een jongeman ging met een semiautomatisch aanvalsgeweer 4 een basisschool binnen en richtte daar een bloedbad aan met voor het overgrote deel jonge basisscholieren als slachtoffers. Als reactie werd kort daarop vicepresident Joe Biden namens het Witte Huis belast met de strijd tegen wapengeweld in de VS.5 Er gaat gekeken worden hoe deze problematiek aangepakt kan worden. Obama heeft al aangegeven een wetsvoorstel van een senator van zijn eigen partij te steunen dat toeziet op het aan banden leggen van het bezit van semiautomatische wapens.6 De gebruikelijke reacties van de machtige wapenlobby en andere voorstanders van het 2e amendement waarin het wapenbezit grondwettelijk is vastgesteld, lieten niet lang op zich wachten. Wapens zouden niet de boosdoeners zijn, maar mensen. Als oplossing stelde de voorzitter van de NRA (National Rifle Association) voor om voorts gewapende bewakers in scholen te plaatsen onder het credo dat wapens alleen met meer wapens bestreden moeten en kunnen worden. Van een afschaffing of regulering wilde de NRA namelijk niets weten.7 Toch lijken zelfs een aantal Republikeinse politici bereid om te kijken hoe zulke gevallen, die zich inmiddels al te vaak hebben voorgedaan, opgelost kunnen worden. Dit met regulering of zelfs een verbod, hoewel ze daar nog sceptisch over zijn. Een evaluatie van het grondwettelijke recht op wapenbezit en de betekenis daarvan in de 21ste eeuw moet wel plaats-


Ethisch hacken: Minister Opstelten zal richtlijnen opstellen waardoor het voor de goedwillende hacker mogelijk wordt om op ‘verantwoorde wijze’ in computersystemen binnen te dringen en op die manier ICT-problemen en slechte beveiligingen van bedrijven bloot te leggen.11 Lieve boefjes mogen dus met hun digitale koevoet ondeugdelijke digitale deuren openen, zolang ze dit maar netjes melden.

dit zelf nota bene wereldkundig. Door het grootschalige DNA-onderzoek voelde Jasper S. dat het spel uit was en besloot daarom om er aan mee te doen, waarna hij als verdachte aangemerkt werd.13 Politiechef stapt op: De politiechef die de leiding had tijdens het uit de hand gelopen Project X-feest in Haren is opgestapt. Binnen het korps was er veel kritiek op het optreden van de politiechef vanwege een gebrek aan ervaring, maar uit eigen zeggen stapt ze op omdat ze zich meer thuis voelt bij de brandweer.14

KORT! Aanpassing paspoortwet: Staatssecretaris Teeven gaat de paspoortwet aanpassen om te voorkomen dat verdachten en veroordeelde criminelen een Nederlands paspoort kunnen krijgen dan wel verlengen. Dit allemaal met als doel om onttrekking aan het strafproces of zelfs aan de onherroepelijk veroordeling te voorkomen.12

Jasper S. bekent: Na jaren van zwijgen heeft Jasper S., de verdachte in de Vaatstra-zaak, de stilte doorbroken. Hij bekende de moord aan zijn advocaat en deze maakte

vinden.8 Dat is in het licht van de vele schietpartijen en de onschuldige slachtoffers die daardoor vallen wel het minste wat ze kunnen doen. Aangezien het officiële startschot van de tweede ambtsperiode van Obama op 21 januari van 2013 plaatsvond, worden concrete maatregelen dan ook pas in het voorjaar van 2013 verwacht.

Dr. Evil-database Een Europese zwarte lijst met daarop de namen van uitgeschreven of veroordeelde artsen zou ons in de toekomst moeten beschermen van morbide praktijken als die van neuroloog Ernst Jansen Steur.9 Tegen Jansen Steur loopt vanaf november 2012 in Nederland een strafzaak, die in april 2013 zal worden hervat, vanwege het opzettelijk verkeerd diagnosticeren van ziektes als alzheimer en parkinson in het Medisch Spectrum Twente. Deze diagnoses hebben natuurlijk grote invloeden gehad op de levens van zijn patiënten die dachten in veilige handen te zijn bij deze arts. Naast de verkeerde diagnoses wordt Jansen Steur er ook van verdacht onnodige hersenoperaties te hebben uitgevoerd op basis van zijn verkeerde diagnoses. In totaal wordt hij van eenentwintig strafbare feiten verdacht. Dit weerhield de in Nederland geschorste arts er niet van om zijn heil elders te zoeken en in Duitsland kon hij gewoon zijn beroep praktiseren. Nadat dit alle-

Saban B: Het Openbaar Ministerie wil ongeveer 2,5 miljoen zien van de beruchte vrouwenhandelaar Saban B., die nu in Turkije is nadat hij in 2009 tijdens een verlof de benen had genomen. Hoewel hij korte tijd in Turkije vastzat voor een ander misdrijf is hij niet aan Nederland uitgeleverd omdat Turkije dit niet doet met eigen staatsburgers.15

maal was uitgekomen, is hij ook in Duitsland ontslagen en volgt er een onderzoek om te kijken of hij zich ook daar schuldig heeft gemaakt aan opzettelijke medische ‘fouten’. Met een Nederlandse Verklaring Omtrent het Gedrag uit 2006, toen er nog geen strafzaak tegen hem liep, kon Jansen Steur makkelijk binnen zijn vak in het buitenland aan het werk komen. Een zwarte lijst en een goede samenwerking tussen de EU-lidstaten moet dit in de toekomst voorkomen en deze lijst moet er volgens het Europese Parlement dan ook zo snel mogelijk komen.10 (Endnotes) 1 ‘Zelfverdedigingsles voor scheidsrechters’ <www.ad.nl>, 6 december 2012. 2 ‘Clubscheidsrechters beter opleiden’ <www.ad.nl>, 4 december 2012. 3 ‘VVD en PVDA: agressie profvoetballers tegen de scheids moet afgeschaft’ <www.nrc.nl>, 17 december 2012. 4 Bij een semiautomatisch geweer hoeft na ieder schot slechts de trekker overgehaald te worden voor het volgende schot. 5 ‘Biden namens Witte Huis belast met wapens’ <www.ad.nl>, 18 december 2012. 6 ‘Obama wil bezit semi-automatische wapens beperken’ <www.ad.nl>, 19 december 2012. 7 ‘Het is juist gek om niet op elke school gewapende beveiliging te hebben’ <www.nrc.nl>, 23 december 2012. 8 ‘Republikeinen bereid om te praten over wapenbezit’ <www.ad.nl>, 19 december 2012. 9 ‘Europese Unie wil een zwarte lijst van geschorste artsen’ <www.nrc.nl>, 7 januari 2013. 10 ‘Europarlement wil zwarte lijst voor blunderende artsen’ <www.elsevier.nl>, 7 januari 2013. 11 ‘Richtlijn Opstelten voor ethische hackers’ <www.nu.nl>, 3 januari 2013. 12 ‘Teeven past paspoortwet aan’ <www.nu.nl.nl>, 23 december 2012. 13 ‘Jasper S. bekende al na 10 minuten moord op Marianne’ <www.volkskrant.nl>, 6 december 2012. 14 ‘Politiechef Project X haren stapt op’ <www.nrc.nl>, 8 januari 2013. 15 ‘Justitie wil ruim 2,5 miljoen zien van vrouwenhandelaar Saban B.’ <www.nrc.nl>, 7 januari 2013.

29 | SecJure Februari 2013


Verdieping

Fiscale boetes Rechten en plichten Naomi Misseyer

Wanneer het gaat om het fiscale recht zijn er veel juristen die er niets van moeten hebben. Toch heeft het fiscale recht veel overeenkomsten met andere takken van het recht. De bestuurlijke boete die opgelegd kan worden in het fiscale recht is er hier een van. Daarnaast kan iemand in het geval van belastingfraude vervolgd worden via het strafrecht. Het fiscale recht kent naast zijn overeenkomsten echter ook een aantal andere beginselen. Hieronder volgt een korte uiteenzetting van de mogelijkheden om iemand te beboeten in het fiscale recht en wanneer er wordt gekozen voor het strafrecht. Hierna zal gekeken worden welke rechten en plichten gelden wanneer een bestuurlijke boete wordt opgelegd. De vergrijp- en verzuimboete In het strafrecht is er verschil tussen overtredingen en misdrijven. Het fiscale recht kent een vergelijkbaar verschil in de boeteoplegging. Er kunnen namelijk verzuimboetes en vergrijpboetes opgelegd worden. Een verzuimboete valt te vergelijken met een overtreding. Een enkele constatering van het strafbare feit is genoeg om een verzuimboete op te leggen. Een verzuimboete kan

echter niet opgelegd worden als er sprake is van afwezigheid van alle schuld.1 De vergrijpboete is te vergelijken met een misdrijf. Om een vergrijpboete op te leggen moet ook sprake zijn van opzet of grove schuld.2 Er is ook verschil in de hoogte van de boete die opgelegd kan worden. Voor de verzuimboete zijn in de wet maxima vastgelegd, maar voor de vergrijpboete is dit niet het geval. Bij vergrijpboetes wordt gewerkt met percentages, tot soms wel 300%.

Het strafrecht Wanneer er gesjoemeld wordt met de belastingen kan in plaats van een bestuurlijke boete ook het strafrecht gekozen worden. Op grond van het ‘una via’ beginsel kan iemand bestraft worden via een bestuurlijke boete of het strafrecht. Zo kan iemand niet een vergrijpboete opgelegd worden én via het strafrecht vervolgd worden.3 Wanneer gekozen moet worden voor het strafrecht en het bestuurlijke boeterecht is vastgelegd in de Aanmelding Afhandeling Fiscale Delicten (AAFD) richtlijn. In hoofdstuk 1 van deze richtlijn staat dat de keuze wordt bepaald door te kijken welk instrument het meest efficiënt en effectief is. Zo weegt ondermeer de hoogte van het belastingnadeel mee, maar wordt ook gekeken of iemand een voorbeeldfunctie bekleed en of dat er sprake is van recidive. Wanneer na overleg een zaak in aanmerking komt voor het strafrecht zal het opsporingsonderzoek beginnen en kan het OM een mogelijke vervolging starten.

Het EVRM In het EVRM zijn een aantal waarborgen vastgelegd waarop een belastingplichtige zich kan beroepen als er sprake is van een ‘criminal charge’. Voordat een vergrijpboete wordt opgelegd krijgt de belastingplichtige altijd eerst bericht van de inspecteur. De belastingplichtige heeft dan de mogelijkheid om zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete opgelegd wordt. Op het moment dat hij bericht krijgt van de inspecteur dat deze een vergrijpboete wil gaan opleggen kan een belastingplichtige zich beroepen op deze waarborgen, zoals het zwijgrecht. In tegenstelling tot wanneer een verzuimboete wordt opgelegd. Dan laat de inspecteur dit niet van tevoren weten. Een belastingplichtige kan zich dan SecJure Februari 2013 | 30


pas beroepen op zijn rechten op het moment dat de verzuimboete is opgelegd. Verzuimboetes zijn echter vaak lager dan vergrijpboetes. In het Jussila-arrest is besloten dat hoe lager de boete, hoe meer er van de waarborgen ‘afgesnoept’ mag worden.4

Schriftelijke bescheiden en het zwijgrecht Over het zwijgrecht is altijd veel ophef. Het is niet geheel duidelijk wat nu wel en niet onder het zwijgrecht valt. Hier zijn in het verleden al veel verschillende arresten over gewezen. De drie meest bekende arresten zijn EHRM Funke, EHRM Saunders en EHRM J.B. vs. Zwitserland. In EHRM Funke werd Funke gevraagd allerlei bankbescheiden te overhandigen waarvan ze niet zeker wisten of deze bestonden. Er was echter sprake van een criminal charge en in het kader van zijn zwijgrecht hoefde hij deze stukken niet te overhandigen.5 De volgende zaak was EHRM Saunders. Hierin moest Saunders wel alle bescheiden overleggen, omdat er geen sprake was van een criminal charge. Het EHRM zei in deze zaak wel dat afgedwongen materiaal dat van de wil van de verdachte afhankelijk is niet later gebruikt mag worden in een boeteprocedure.6 In EHRM J.B. vs. Zwitserland ging het nogmaals om bankbescheiden. Hier was sprake van een criminal charge. Hij hoefde deze stukken echter niet te overhandigen, omdat het bestaan van de rekening van de wil afhankelijk is en hij deze stukken niet hoeft te verstrekken als het bestaan daarvan onzeker is.7 De regel die uit deze arresten af te leiden valt is dat het zwijgrecht geldt voor stukken waarvan niet zeker is dat ze (onafhankelijk van de wil) bestaan en mochten ze al bestaan dan is het voor de overheid niet mogelijk om zonder hulp van de verdachte de stukken te bemachtigen.8 Er mag niet gedwongen worden om dit soort stukken te overhandigen, dit is in strijd met het verbod op zelfincriminatie.9 In alle andere gevallen moeten schriftelijke bescheiden wel overhandigd worden.

vies gegeven wordt. Dit is een belangrijk beginsel, omdat dit voorkomt dat de belastingdienst alle eventuele argumenten om een boete op te leggen of een strafprocedure te beginnen zomaar in handen kan krijgen.11

Onrechtmatig verkregen bewijs Bewijs dat in het strafrecht als onrechtmatig verkregen moet worden beschouwd en niet gebruikt mag worden, kan in het fiscale recht vaak wel gebruikt worden. In het algemeen geldt de regel dat het bewijs rechtmatig is als het ook op grond van artikel 47 AWR verkregen had kunnen worden, tenzij het zozeer indruist tegen wat van een behoorlijk handelende overheid verwacht mag worden.12 Hier is onder meer sprake van in het geval van misleiding door een bestuursorgaan.13

Overwaaien Tussen het strafrecht en het fiscale recht zijn nog steeds verschillen. Geconcludeerd kan echter worden dat in de loop der tijd steeds meer bepalingen van het strafrecht naar het fiscale recht over zijn komen waaien. Zo kunnen belastingplichtigen in het geval van een ‘criminal charge’ zich beroepen op de waarbogen die zijn vastgelegd in het EVRM.

Equality of arms en het fair play beginsel De belastingdienst bouwt in de loop der jaren vaak een dossier van iemand op. Wanneer ze een boete opleggen baseren ze dit ook op bepaalde stukken die zij in hun bezit hebben. Op grond van het equality of arms beginsel moet de belastingdienst inzage geven in deze stukken.10 Als de belastingplichtige zijn stukken niet in kan zien kan hij zich immers ook niet verdedigen, omdat hij dan niet weet waar de beschuldigingen op gebaseerd zijn. Totdat sprake is van een verdenking van een strafbaar feit kan de belastingdienst al haar bevoegdheden gebruiken. Zo kan zij op grond van artikel 47 Algemene wet inzake Rijksbelastingen (AWR) verschillende bescheiden opvragen. In 2005 heeft de Hoge Raad echter besloten dat er een aantal stukken zijn die niet opgevraagd mogen worden, waaronder bescheiden waarin belastingad-

(Endnotes) 1 F. Haas & R. den Ouden, Conflicten met de fiscus, Deventer: Kluwer 2009, p. 178. 2 F. J. P. M. Haas, bestuurlijke boeten in het belastingrecht, Deventer: Kluwer 2009, p. 65. 3 P. de Haan, Th. G. Drupsteen & R. Fernhout, Bestuursrecht in de sociale rechtsstaat, deel 2: bestuurshandelingen en waarborgen, Deventer: Kluwer 1998, p. 516. 4 EHRM 23 november 2006, BNB 2007/150. 5 EHRM 25 februari 1993, BNB 1993/350. 6 EHRM 7 december 1996, BNB 1997/254. 7 EHRM 3 mei 2001,BNB 2002/26. 8 F.C.M.A. Michiels & E.R. Muller, Handhaving: bestuurlijk handhaven in Nederland, Deventer: Kluwer 2006, p. 105. 9 EHRM 5 april 2012, NJB 2012/1306. 10 EHRM 5 april 2012, NJB 2012/1306. 11 HR 23 september 2005, BNB 2006/21. 12 Hoge Raad 1 juli 1992, BNB 1992/306. 13 Hoge Raad 9 september 1992, BNB 1992/366.

31 | SecJure Februari 2013


Opinie

Wapenbezit burgers

Geen enkele discussie is onderhand zo vaak gevoerd in een land als de discussie rondom wapenbezit in de Verenigde Staten. Na ieder incident lopen de gemoederen weer hoog op en wordt de noodzaak van een anti-wapenwet pijnlijk duidelijk, waarop de lobbyisten van de wapenhandel vervolgens de inmiddels fameuze zin “guns don’t kill people, people kill people” uitspreken. Lees hier de pro’s en con’s van wapenbezit door burgers en kies zelf een kant.

SecJure Februari 2013 | 32


Met wapens veiliger Aïcha Peutz Dat een ieder in Nederland het recht heeft een noodzakelijke verdediging toe te passen om zijn eigen of anders lijf, eerbaarheid of goed te mogen beschermen tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding zal de meeste lezers van de SecJure niet onbekend zijn. Noodweer is echter aan strenge voorwaarden gebonden, maar geeft ons wel een recht op zelfbescherming. Echter, wat is een geschikte manier van zelfbescherming tegen een gewapende crimineel? Ik denk niet je een gewapende inbreker of overvaller met enkel woorden of een goedgebalde vuist snel op andere gedachten zult krijgen. Tenzij je toevallig nét een kogelvrije ME-outfit draagt en Vladimir Klytschko, Dennis van der Geest of Chuck Norris heet. Helaas is deze kans ongeveer gelijk aan 0. Tel hier bij op dat de pakkans van een gewapende overvaller of inbreker niet erg hoog is en er weinig is dat afschrikt, dan is het afschrikwekkender wanneer er een aannemelijke kans is dat je als boef een slachtoffer met vuurwapen tegenkomt. Waarschijnlijk zal mijn opponent aandragen dat het legaliseren van vuurwapenbezit er voor zal zorgen dat de criminaliteit toe zal nemen. Nu ben ik niet van mening dat dit zo is. Ik denk dat dit er voor zou kunnen zorgen dat het aantal (gewapende) woninginbraken af zal kunnen nemen, de kans is namelijk groter dat de bewoner een vuurwapen bezit en deze ook daadwerkelijk kan gebruiken. Wel ben ik van mening dat een ieder die een wapen zou kopen of bezitten moet kunnen schieten. Het zou buiten de noodzakelijke verdediging zijn wanneer Barend Boef bij Henk en Ingrid inbreekt en Henk hem, bij wijze van verdediging, direct doodschiet. Het zou meer dan voldoende zijn wanneer Barend Boef in een been of arm geschoten wordt waardoor hij in het eerste geval niet zo makkelijk meer vlucht en gelijk meegenomen kan worden door de politie. In het tweede geval kan hij natuurlijk nog altijd weg sprinten, maar laat hij wellicht toch wel een bloedspoor achter. Legalisatie van vuurwapens zou er voor zorgen dat het beroepsrisico voor inbrekers en overvallers significant toe zal nemen, al is het zijn van inbreker ook zonder vrij wapenbezit van burgers niet vrij van risico’s. Zo is in januari 2011 een inbreker overleden toen hij via een balkon aan de politie dacht te ontkomen en overleed afgelopen september een inbreker na een vechtpartij met de bewoners.1 Los van het vermoeden dat ik zelf heb, dat vrij wapenbezit afschrikkend kan werken voor criminelen, zijn er ook cijfers van andere Westerse landen met een bijna

vrije toegang tot wapens voor burgers die bewijzen dat wapenbezit juist niet voor een toename van criminaliteit leidt. Vincent de Roeck maakt in een van zijn artikelen een vergelijking tussen België en Zwitserland, twee landen die qua bevolking en oppervlakte vergelijkbaar zijn en beide westers zijn. Tussen 1995 en 2005 kwamen er in België bijna drie keer zoveel mensen om dan in Zwitserland ten gevolge van vuurwapengebruik.2 Als tegenstander zou je je nu af kunnen vragen of het in Zwitserland vele malen lastiger is om aan een wapen te komen dan in België. Verrassend is echter dat Zwitserland een bijna vrije toegang heeft tot het bezitten en dragen van een wapen, in tegenstelling tot onze zuiderburen. Dit is niet het enige voorbeeld. Nadat Engeland het wapenbezit aan banden legde is het aantal gevallen van geweldpleging met een vuurwapen met 40% gestegen.3 Vrij(er) wapenbezit kan dus juist de onveiligheid doen verminderen. Wanneer mensen vrije(re) toegang hebben tot vuurwapens betekent dit niet dat er een toename zal zijn in het aantal gevallen waarin een vuurwapen gebruikt om een misdrijf te kunnen plegen of dat er significant meer mensen vermoord zullen woorden. Een vuurwapen staat niet gelijk aan moord en verderf, net als een slagersmes of balpen dat niet staan. In 2011 stak Joshua Monson zijn derde (!) advocaat neer met een balpen, nadat hij al eerder twee andere advocaten had neergestoken met een potlood .4 Ook in Nederland is er een zaak waarin een vrouw om het leven is gekomen door een balpen.5 Het is zo klaar als een klontje dat mensen met kwade 33 | SecJure Februari 2013


bedoelingen ook aan vuurwapens komen wanneer dit niet toegestaan is door de overheid. Legaliseren van het vuurwapenbezit zal er dus in feite eigenlijk alleen voor zorgen dat ook de brave burgers de keuze krijgen om een vuurwapen aan te schaffen. De kans dat zij hierdoor het

criminele pad op gaan lijkt me vrij klein, dat je een wapen màg bezitten betekent niet dat je er daadwerkelijk één in bezit hebt of er ook gebruik van maakt. Wel is dan de keuze aan de mensen zelf en niet een keuze die door de overheid voor hen gemaakt wordt.

Geweld lost niets op Christian de Lange Ik zal u niet lastigvallen met allerlei statistieken, zoals dat het aantal doden door vuurwapens in het Verenigd Koninkrijk op 39 ligt en in de Verenigde Staten op 12.000, terwijl de Verenigde Staten een bevolking heeft die slechts zes keer groter is dan die van het Verenigd Koninkrijk.6 In plaats daarvan wil ik u op een andere manier van het feit overtuigen dat we in Nederland niet naar legalisatie van vuurwapenbezit toe moeten.

maanlicht reflecteert op zijn opgeschoren schedel, nepdiamanten oorbelletje en lakschoenen. Kenmerken die te herleiden zijn tot een berucht daderprofiel zijn overigens puur toeval. Ik zal nadere daderkenmerken die te herleiden zijn tot een bepaalde etniciteit hier achterwege laten, om de redactieleden en mijzelf te beschermen tegen de torn van bachelorstudenten liberal arts die een 10 voor hun scriptie willen halen.

Stelt u zich eens voor. U ligt ’s nachts rond een uur of 2:00 alleen, naast uw partner of – voor die lezers die er bijzondere hygiënische standaarden op nahouden – naast uw huisdier in bed. U bedenkt zich wat u de dag daarna zult gaan doen. Als drukke student kunnen dat allerlei stressvolle zaken zijn die zelfs menig wereldleider ’s nachts wakker zullen houden. Een commissievergadering voor de jaarlijkse sportdag van uw studie- of studentenvereniging, waar de ene na de andere student met atletisch lichaam bijzondere sportprestaties neerzet. Een bijeenkomst van uw dispuut, waar u als voorzitter van de bitterbalcommissie de taak heeft ervoor te zorgen dat de fabrikant van Slim Fast, of andere bedrijven die producten maken die helpen met afvallen zonder dat de consument er zelf daadwerkelijk ‘moeite’ voor hoeft te doen, voor de zomer weer goede zaken zullen doen. Het kan uiteraard ook gaan om een minder relevante zaak, zoals een tentamen.

Er zal nu een keus gemaakt moeten worden. U kunt de deur zachtjes achter u dichttrekken en de politie bellen. U kunt hem van achter fysiek het inmiddels beruchte inbrekersrisico bezorgen. U zou ook, mits mijn opponent inmiddels haar zin zou hebben gekregen, de dader in Quentin Tarantino stijl onderdeel kunnen laten uitmaken van het wandtapijt. U beseft zich dat in de laatste twee scenario’s uw porseleinen serviesset het waarschijnlijk niet zal overleven, laat staan nog gebruikt zal kunnen worden. Hooguit als uw schoonmoeder op de koffie komt. Plots draait de boef zich om en kijkt u verschrikt aan. Als de boef uw niet al te gespierde lichaam getaxeerd heeft, verandert zijn blik van verschrikt naar duivelse blijdschap. Voortaan toch maar naar de sportschool gaan in plaats van Slim Fast gebruiken. Zou u nu nog uw magnum trekken en afschieten dan zou de boef, gewend dat hij is aan gevaarlijke omstandigheden door zijn natuurlijke habitat (waarschijnlijk Tilburg-Noord), de kogels kunnen ontwijken en u overmeesteren. U ziet zichzelf – als donor zijnde – al in onderdelen vervoerd worden naar diverse ziekenhuizen. Het hierboven geschetste realistische scenario is exact de reden waarom ik van mening verschil met mijn opponent. Wapenbezit kan voor meer geweld zorgen dan dat het voorkomt. Een vriendelijk woord kan dan meer helpen.

Net wanneer u zich heeft bedacht welk probleem als eerst uw aandacht krijgt ’s ochtends, hoort u wat gekraak vanuit de kamer naast of onder u. U weet toch zeker dat uw huisgenoot op deze dag tot minimaal 4:00 weinig christelijk gedrag vertoont in de kroeg? Toch maar eens een kijkje nemen. U graaft zich stilletjes een weg door de chaos die uw kamer heet (daar zijn moeders in het weekend immers voor). U doet de deur van uw kamer open en daar staat hij dan, met de rug schuin naar u toe en met de spreekwoordelijke hand in de koektrommel, die in casu dan uw porseleinen serviesset betreft. Het SecJure Februari 2013 | 34

Hoe zou dat dan moeten gaan, zult u nu denken. Het is in de eerste plaats belangrijk de juiste gemoedstoestand te bereiken. Een eufemisme gebruiken kan daarbij soms wonderen doen. Zie ‘prachtwijken’, ‘arbeidsvreugde’ en


‘feminisme’ voor goede voorbeelden. De dader in kwestie dient dus geen kwalificaties te krijgen als ‘boef’, ‘tuig’ of ‘schorriemorrie’. Wanneer we als maatschappij inzien dat deze daders zich vaak onbegrepen voelen door hun omgeving, kunnen we het probleem pas echt oplossen. Het gaat de daders dus niet zo zeer om porseleinen serviessets of andere kostbare objecten, maar om erkenning en aandacht van hun omgeving. Veel beter is het dus om termen als ‘kansjongere’ en, ja, zelfs ‘ideale schoonzoon’ te gebruiken. Zie meisjes van 16 jaar en jonger uit bepaalde milieus voor een succesvolle toepassing van deze houding. Nu u de juiste state of mind heeft bereikt bij het benaderen van deze kansjongere, kan het daadwerkelijke gesprek met hem van start gaan. “Wat doet u hier?”, alsof er daadwerkelijk potentieel een scenario bestaat waarbij de kansjongere een legitieme reden heeft om 2:00 ’s nachts uw porseileinen serviesset te ontvreemden, is een uitstekende openingszet. Terwijl de kansjongere overweldigd wordt door uw vriendelijkheid kunt u alvast de waterkoker aanzetten voor een kopje thee. “Blueberry of Minty Morocco?”. De kansjongere mag kiezen. Daar heeft hij niet van terug. Nu kan het onderhandelingsproces beginnen. Er is niets mis mee in elk geval een deel van uw porseleinen serviesset af te staan. “Neem het theekopje maar”, kunt u zeggen terwijl u Minty Marocco voor hem inschenkt. Scheelt ook weer wat afwas. Nadat u de serviesset opgedeeld heeft zult u zien dat de kansjongere een vriendelijkere houding zal aannemen. Terwijl hij weer op zijn scooter stapt kunt u heelhuids en met een voldaan gevoel weer uw bed in om morgen fris

en fruitig het ene na het andere probleem te tackelen. Het bitterbaltekort van het dispuutshuis gaat immers niet vanzelf weg. Het is goed wanneer wij ons allemaal beseffen dat zinloos geweld niet bestaat. Alleen geweld, en dat is altijd zinloos.

(Endnotes) 1 ‘Dode inbreker in Diessen en nog zeven inbraken met foute afloop’, Omroep Brabant 25 september 2011, www.omroepbrabant.nl. 2 ‘Wapens en democratie’, Vincent de Roeck 9 april 2008, www.meervrijheid.nl. 3 ‘Wapens en democratie’, Vincent de Roeck 9 april 2008, www.meervrijheid.nl. 4 ‘Moordverdachte steekt derde advocaat neer’, Algemeen Dagblad 4 november 2011, www.ad.nl. 5 ‘De Leidse balpenmoord’ Panorama 8 augustus 2001, www.peterrdevries.nl. 6 ‘The gun control that works: no guns’, The Economist 15 december 2012, www.Economist.com (zoek op Gun control)

35 | SecJure Februari 2013


Column

Vrijspraak: Opleidingscommissie Naomi Misseyer De opleidingscommissie van Vrijspraak, fractie van Magister JFT, heeft het allemaal. Tenminste als je het aan mij vraagt. Ik zal mezelf kort voorstelen. Ik ben Naomi Misseyer, 22 jaar en zit op dit moment in het derde jaar van mijn bachelor fiscaal recht en rechtsgeleerdheid. Sinds het begin van dit studiejaar neem ik plaats in de opleidingscommissie (OC) namens de opleiding fiscaal recht. Tot op heden doe ik dit met veel plezier. Het is voor veel mensen een raadsel wat de opleidingscommissie eigenlijk doet. Vaak hoor ik dan ook dat het verschil tussen de opleidingscommissie en de faculteitsraad onduidelijk is. Het verschil zal ik proberen duidelijk te maken. De faculteitsraad houdt zich bezig met alles wat er zich op de faculteit afspeelt, van de aanstelling van hoogleraren, begrotingen tot de heraccreditatie. De opleidingscommissie is echter specifiek gericht op het onderwijs. Logischerwijs worden veel stukken die bij de opleidingscommissie langskomen ook later door de faculteitsraad besproken, zoals de nieuwe bachelor Global Law. Doordat regelmatig dezelfde onderwerpen worden besproken, vindt er tussen de opleidingscommissie en de faculteitsraad nauw overleg plaats. Zo bespreken de coör­dinatoren de actuele stand van zaken met elkaar door en is er elke maand een openbare fractievergadering (ofv) waar om elkaars mening gevraagd kan worden. Bij deze openbare fractievergadering mag overigens iedereen aanwezig zijn. Het is dan ook een echte aanrader om er eens een te bezoeken als je dat nog niet gedaan hebt. Je hoort dan de laatste ontwikkelingen die spelen binnen de universiteit en jij kan ook jouw mening geven als je dat wil. Na afloop wordt natuurlijk altijd nog gezellig even geborreld en is er de mogelijkheid om na te praten over wat er besproken is. Eerlijk is eerlijk, toen ik net begon met studeren moest ik niets van medezeggenschap hebben. Ik was er van overtuigd dat het waarschijnlijk toch nutteloos was. Vaak merk je immers dat medezeggenschap er feitelijk is, maar er niks mee gedaan wordt. Vorig jaar merkte ik echter dat dit op de Universiteit van Tilburg niet zo was. Ik heb toen meerdere ofv’s bijgewoond en moest daardoor mijn SecJure Februari 2013 | 36

inzichten bijstellen. Niet alleen merkte ik dat er op de universiteit wel degelijk geluisterd werd naar de studenten, maar ook mijn enthousiasme voor de medezeggenschap werd aangewakkerd. Ik stelde mij eind vorig jaar dan ook verkiesbaar voor de opleidingscommissie. Ondertussen heb ik al heel wat onderwerpen de revue zien passeren. Er zijn altijd een aantal onderwerpen die elk jaar weer terugkomen, zoals de cursusevaluaties. Bij het bespreken van de cursusevaluaties krijgen we te zien wat de uitkomst van de cursusevaluaties is, hoe de vakken scoren en of er geen problemen zijn. Het is mooi om te zien wat er met de cursusevaluaties gebeurt. Toen wist ik zeker dat ik ze de afgelopen drie jaar niet voor niets had ingevuld. Natuurlijk draait het om veel meer dan enkel de cursus­ evaluaties. Het afgelopen halfjaar waren veelbesproken onderwerpen: Global Law, de numerus fixus en de Nederlandse taaltoets. Hiermee doe ik slechts een kleine greep uit het assortiment. Zoals al gezegd beleef ik zelf veel plezier aan het deelnemen aan de opleidingscommissie. Het is mooi om de faculteit eens vanuit een hele andere invalshoek te bekijken en mee te denken op dit niveau. Hoe dan ook, ik kan het iedereen aanraden. Woon eens een openbare fractievergadering bij en kijk waar jouw interesses liggen. Wil je zelf iets kwijt over bijvoorbeeld je tentamens, het collegerooster of andere zaken die verband houden met de faculteit, kom dan naar de eerstvolgende open fractievergadering op woensdag 13 maart om 19:30 in Cz186 en laat je horen!


Sylvia Kuijsten

Wat drijft iemand om een misdrijf te plegen? Waarom zou je een slachtoffer leed toe willen brengen? Bestaat er zoiets als het ‘misdadigers gen’? Mijn fascinatie voor strafrecht is grotendeels terug te voeren op deze vragen. In deze SecJure-editie zoek ik dan ook maar gelijk het extreme op: seriemoordenaars. Hoe denken deze mensen? Wat brengt hen tot dergelijke gruweldaden? Is er bij deze personen sprake van een aangeboren ‘afwijking’ of spelen met name opvoeding, sociale contacten en andere externe factoren een rol? Ofwel, seriemoordenaars: nature or nurture?

Voor dit artikel heb ik de nodige research gedaan. Ik heb me vaak verbaasd, was regelmatig geschokt en een enkele keer misselijk door de informatie die ik tegenkwam. Naarmate ik me meer in de materie verdiepte, merkte ik dat de seriemoordenaars een aantal dingen gemeen hadden. Deze bevindingen zullen in dit artikel worden besproken. Daarnaast komen enkele bekende seriemoordenaars aan bod. Lees en huiver.

Fascinatie voor de psyche Op forums en in krantenartikelen doen de meest wilde verhalen en bizarre theorieën over de psyche van seriemoordenaars de ronde. Haast onnodig om op te merken is dat deze theorieën met een flinke korrel zout genomen moeten worden. Sommige mensen weten echter wél waar ze over praten, zoals forensisch psychiater Helen Morrison uit Chicago. ‘Ik ben wat men noemt een ‘profiler’. De afgelopen dertig jaar werd ik geconfronteerd met de meest bizarre drijfveren van seriemoordenaars. Ik heb de hele wereld rondgereisd om erachter te komen wie ze zijn, waar ze zich verbergen en wanneer ze doden.’1 Bovenstaande quote doet misschien wat Sherlock Holmes-achtig aan, maar haar werk kan verrijkende inzichten bieden. Kunnen we bijvoorbeeld door de informatie die op deze wijze wordt vergaard een algemeen beeld schetsen van de seriemoordenaar?

Seriemoordenaars in hokjes Profilers maken vaak gebruik van typologieën, die sterk uiteen lopen. Ze zijn dan ook niet gebaseerd op empirisch onderzoek, maar worden desondanks gewoon toegepast. Een veelgebruikte typologie is die van – hoe kan het ook anders – Holmes & Holmes uit 1996.2 Volgens hen konden seriemoordenaars worden ingedeeld in vier categorieën: de visionair (stemmen in het hoofd geven opdracht om de moord te plegen), de mission seriemoordenaar (een bepaald soort mensen van de aardbodem willen laten verdwijnen), de hedonist (beleeft plezier aan het moorden, seksueel of anderszins) en de power/control seriemoordenaar (seksueel opgewonden raken van het uitoefenen van macht over het slachtoffer).

De seriemoordenaar in feiten Eerst wil ik nog even terugkomen op de definitie van de seriemoordenaar. Over het algemeen wordt hiervoor de in 2005 tijdens een symposium van de FBI vastgelegde omschrijving gebruikt: The unlawful killing of two or more victims by the same offender(s), in separate events.3 Een belangrijk onderscheid is de seriemoordenaar van de massamoordenaar en de ‘spree killer’. Bij een massamoordenaar gaat het om vier of meer vermoorde slachtoffers die omgebracht worden rond dezelfde tijd op dezelfde locatie. Denk bijvoorbeeld aan de schietpartij op de Virginia Polytechnic Institute and State University in Blacksburg in 2007 waar 30 doden in hetzelfde gebouw vielen, waaronder de 23-jarige Zuid-Koreaanse schutter Cho Seung-Hui. De spree killer is een moordenaar die een of meerdere moorden pleegt door lukraak op willekeurige mensen te schieten. Als algemene definitie wordt aangenomen dat er bij spreekilling sprake is van moorden op een of meerdere locaties met vrijwel geen tussentijd tussen de moorden. Het verschil met seriemoordenaars is dat hun daden gewoonlijk met tussenpozen worden gepleegd en dat er bovendien vaak sprake is van een gerichter patroon. De spreekiller met de meeste slachtoffers op zijn naam is Anders Behring Breivik, die in 2011 in Noorwegen 69 dodelijke slachtoffers maakte.

37 | SecJure Februari 2013

Cover

Seriemoordenaars: nature or nurture?


Bekende seriemoordenaars

In elk mens schuilt een potentiële moordenaar. Moordenaars zijn en blijven mensen, hoe monsterachtig hun daden ook zijn. Ze komen uit alle rangen en standen. – Jef Vermassen, Vlaams auteur. Een algemeen profiel Over het algemeen is de seriemoordenaar een blanke man tussen de twintig en veertig jaar. Hij komt uit de lagere sociale klassen van de maatschappij, maar is daarentegen bovengemiddeld intelligent. Toch presteert hij op school vaak minder goed door onzekerheid, is hij sociaal onvaardig en is er sprake van seksuele frustratie. Vaak komt hij uit een disfunctionele familie, waarbij de ouders zijn gescheiden of een van de ouders het gezin heeft verlaten. In het geval dat de ouders nog bij elkaar zijn, is een van hen erg dominant. In veel gevallen is er sprake van seksueel misbruik of geweld. Regelmatige voorkomende factoren zijn verder dat de seriemoordenaar als kind veel last had van nachtmerries en bedplassen. Het criminele pad wordt meestal voor het eerst bewandeld door vernieling, diefstal, brandstichting of dierenmishandeling. Daarnaast doet zich in veel gevallen het ‘kameleon-effect’ voor; hoewel er vaak sprake is van antisociaal gedrag, weet de seriemoordenaar zich gemakkelijk aan zijn omgeving aan te passen. Hoewel er veel overeenkomende factoren zijn, verschillen de doelen van de seriemoordenaars behoorlijk. Macht, wraak, haat, geld en lust zijn enkele voorbeelden. Ik wil nogmaals benadrukken dat het hier gaat om een algemeen beeld, er zijn genoeg uitzonderingen op de regel.

Interne factoren Hoewel er nog geen onomstotelijke biologische kenmerken zijn gevonden die het gedrag van de seriemoordenaar kunnen verklaren, zijn er wel een aantal kenmerken aangetroffen in de hersenpan. Allereerst is vaak de amygdala (emotiegebied van de hersenen) wat kleiner, waardoor de betreffende persoon minder goed reageert op emotionele reacties bij anderen en ook sancties minder goed aanslaan. Ten tweede kan er sprake zijn van een afwijking bij de prefrontale cortex, die belangrijk is voor het onderdrukken van impulsiviteit en het inzien van de gevolgen van bepaald gedrag. SecJure Februari 2013 | 38

Elizabeth Bathory – Bloed Gravin Volgens het Guinness Book of Records heeft de Slowaakse gravin Elizabeth Bathory de meeste moorden als seriemoordenaar op haar naam staan met het duizelingwekkende aantal van 650 slachtoffers in ongeveer tien jaar tijd, vrijwel allemaal jonge meisjes. Haar bijnaam ‘Bloed Gravin’ dankt ze aan het feit dat ze dacht dat het bloed van jonge vrouwen haar de eeuwige jeugd zou schenken. Ze werd geboren in 1560 in een rijke en ˇ achtice bij Trencˇín in prominente familie in het kasteel C het huidige Slowakije. Opvallend feit is dat ze een van de hoogst opgeleide vrouwen van haar tijd was. Op elfjarige leeftijd verloofde ze zich met de zestienjarige Ferenc Nadasdy, een krijgsheer uit een vooraanstaande familie. Hij bracht haar de nodige martelmethodes bij en liet haar deze uitvoeren tijdens zijn periodes op de strijdvelden. Om het bloed van de jonge meisjes te verkrijgen gebruikte ze verschillende martelmethoden. Een voorbeeld hiervan is de kooi, waarbij slachtoffers in te kleine stalen kooien werden gestopt en doorboord werden met spiesen. Elizabeth zou naar verluid dan onder de kooien gaan staan en zo een regen van bloed over zich heen krijgen. Bij een andere methode werd er een stuk vlees uit het slachtoffer gesneden en werd die vervolgens gedwongen om het eigen vlees te eten. De andere martelmethoden zal ik de lezer besparen. Uiteindelijk werd Elizabeth opgesloten in een van de torens van haar eigen kasteel, waarna de ramen en deur werden dichtgemetseld en er enkel een luikje overbleef om eten doorheen te schuiven. Vier jaar later, in 1614, stierf ze op 54-jarige leeftijd in haar dichtgemetselde cel.4

Jack the Ripper – het openrijten van prostituees Een bij het grote publiek meer bekende seriemoordenaar is natuurlijk Jack the Ripper. In 1888 vermoordde en verminkte hij vijf prostituees (een in augustus, drie in september en een in november). Allen waren toegetakeld met een mes, bij sommigen waren ingewanden verwijderd en de meesten hadden een doorgesneden keel. Van nog een vijftal anderen wordt ook gedacht dat ze door toedoen van Jack van het leven zijn beroofd, maar dit is nooit officieel aangetoond. Daarnaast is nooit achterhaald wie Jack the Ripper nu eigenlijk was. Een van de theorieën is dat Jack een vrouw was. Bij brieven die bij de slachtoffers waren gevonden zat namelijk speeksel met vrouwelijk DNA op de postzegels. In totaal zijn er zo’n dertig verdachten aan wie de beroemde bijnaam zou kunnen worden toegeschreven, waaronder vier vrouwen.

Ted Bundy – de charismatische hulpzoeker Wellicht de meest ‘charismatische’ in dit rijtje is de Amerikaan Ted Bundy. Hij wordt over het algemeen


omschreven als ‘(…) attractive, smart, and had a future in politics. He was also one of the most prolific serial killers in U.S. history. Ted Bundy screamed his innocence until his death in the electric chair became imminent, then he tried to use his victims one more time - to keep himself alive. His plan failed and the world got a glimpse of the true evil inside him’.5 Hoewel hij uiteindelijk dertig moorden op vrouwen beken­de, kunnen er naar schatting zo’n honderd moorden op zijn naam worden geschreven. Bundy werd geboren in een tehuis voor ongehuwde vrouwen in de staat Vermont in 1946. Toen zijn moeder in 1951 trouwde, verwierf hij zijn beruchte achternaam. Zijn criminele daden begonnen in zijn puberteit: hij begluurde vrouwen en was een winkeldief. Zijn slachtoffers hadden een aantal overeenkomstige kenmerken: single, blank, mager en lang haar met een scheiding in het midden. Dit is waarschijnlijk te wijten aan het feit dat hij werd afgewezen door een medestudente met deze kenmerken. Bundy ging altijd op dezelfde wijze te werk: hij vroeg de slachtoffers om hulp voor zijn auto of zeilboot, waarna hij ze meelokte. Ze verdwenen allen in de avonduren en werden neergeknuppeld met een stomp voorwerp. Hierna werden ze verkracht, zowel nog levend als al dood.

nipulatieve wijze een indrukwekkende hoeveelheid volgers om zich heen te verzamelen. De sekte met Manson als leider noemde zichzelf ‘The Manson Family’. Manson dacht een ‘bijdrage’ te kunnen leveren aan deze oorlog door de ‘zwarten’ te laten zien hoe ze moesten handelen. Hij liet enkele leden van de Manson Family negen mensen vermoorden. Hoewel hij altijd heeft ontkend bij de moorden aanwezig te zijn geweest, werd hij in 1974 veroordeeld tot de doodstraf, die later werd omgezet in een levenslange gevangenisstraf in California’s Corcoran Prison. Geen enkele andere gevangene heeft ooit zoveel (fan)mail ontvangen als hij.6

Pedro Alonso López – Monster van het Andesgebergte Wellicht de voor ons momenteel meest belangrijke seriemoordenaar is de nog steeds voortvluchtige 64-jarige Pedro Alonso López, alias ‘het Monster van het Andesgebergte’. Zijn moeder was een prostituee met dertien kinderen die hem op achtjarige leeftijd op straat schopte toen ze hem betrapte op seksuele handelingen met een van zijn jongere zusjes. Schijnbaar nam zijn vrouwenhaat toe door zijn pornocollectie in de gevangenis, waardoor hij alle vrouwen als hoeren zag. Naar schatting heeft hij tussen de 300 en 350 vrouwen en meisjes omgebracht in Peru, Colombia en Ecuador door middel van verkrachting en vervolgens wurging.7

Charles Manson – muzikale sekteleider Hij wordt gezien als het symbool van het kwaad; de inmiddels 77-jarige Charles Manson. Hij spendeerde het grootste deel van zijn leven in de gevangenis vanwege diefstal, maar werd een aantal keer eerder vrijgelaten wegens goed gedrag. Verder hoopte hij op een muzikale carrière en legde hij contacten met onder andere The Beach Boys en de zoon van Doris Day. Het nummer ‘Helter Skelter’ van The Beatles in 1968 deed hem geloven dat er sprake was van een opkomende rassenoorlog. In de jaren dat hij wel vrij over straat liep, wist hij op ma-

Nurture or nature? Hoewel je persoonlijkheid wel degelijk een rol speelt, lijkt er bij het ontstaan van een seriemoordenaar uiteindelijk meer sprake te zijn van nurture dan nature. Een miserabele thuissituatie, verkeerde vrienden en invloeden van bekende personen hebben grote invloed. Alleen in een enkel geval lijkt de oorzaak van het gedrag van de betreffende seriemoordenaar echt te wijten te zijn aan biologische kenmerken. Een voorbeeld hiervan is Charles Whitman (overigens geen seriemoordenaar, maar een massamoordenaar) die in 1966 als 25-jarige veertien mensen vermoordde bij de Universiteit van Austin, Texas. Uit de autopsie bleek dat Whitman een tumor had in de hersenen.

(Endnotes) 1 In 2005 schreef ze het boek My Life Among the Serial Killers: Inside the Minds of the World’s Most Notorious Murderers. 2 Holmes, R.M. & Holmes, S.T. Profiling violent crimes, an investigative tool, Thousand Oaks: CA Sage 1996, p. 305. 3 ‘Serial murder: Multi-Disciplinary Perspectives for Investigators’, FBI 21 mei 2005, www.fbi.gov (zoek op ‘serial murder’). 4 ‘Elizabeth Bathory’, Kunst en Cultuur 11 april 2008, www.kunsten-cultuur.infonu.nl (zoek op ‘Elizabeth Bathory’). 5 ‘Serial Killer Ted Bundy’, Famous crimes, www.crime.about.com (zoek op ‘Ted Bundy’). 6 ‘Charles Manson’, People, www.history1900s.about.com (zoek op ‘Charles Manson’). 7 ‘Pedro Lopez: The Monster of the Andes’, Crime Library 5 januari 2012, www.trutv.com (zoek op ‘Pedro Lopez’).

39 | SecJure Februari 2013


TOPMOMENT #6

DĂŠ tip voor de juiste aanpak

Al tijdens je studie ervaring opdoen in de rechtspraktijk? Maak kennis met de duale master en

Rechtbank en Gerechtshof Arnhem, Van Doorne,

onderzoeksmaster Onderneming & Recht

Simmons & Simmons en Stibbe. Vraag de brochure aan.

Hier doe je werkervaring op bij: AKD, Clifford Chance, De Brauw Blackstone Westbroek, NautaDutilh,

Kijk op www.ru.nl/topmomenten of bel (024) 361 20 79.

Onderzoekcentrum Onderneming & Recht,

Bereid je voor op topniveau


Vast

Het Stageverslag Wiekash Ramnun Naam: Wiekash Ramnun Leeftijd: 25 Opleiding: Master Rechtsgeleerdheid accent Strafrecht Stage: Loevendie Neijndorff Advocaten vanaf december 2012 tot heden

Waar bestonden je werkzaamheden uit? De werkzaamheden bestaan uit élk aspect dat om de hoek komt kijken bij de uitvoering van het beroep advocaat. Denk hierbij aan het juridisch administratieve werk zoals het opstellen van brieven, maar ook het meewerken aan zaken en het opzoeken van jurisprudentie.

Hoe ben je aan de stage gekomen? Na de afronding van de Bachelor Rechtsgeleerdheid aan de UvT ben ik begonnen aan de Master Rechtsgeleerdheid, accent Strafrecht. Veel mensen die ik gesproken heb gaven mij het advies om echt ervaring op te doen in de rechtspraktijk. Het is namelijk nogal moeilijk om aan een baan te komen binnen de strafrechtspraktijk. Dit gaf mij de motivatie om op zoek te gaan naar een stageplaats. Na nogal wat uren doorgebracht te hebben op internet op zoek naar een geschikte stageplaats ging er een lampje branden. Ik dacht, laat ik eens een kijkje nemen op de Career Portal van de UvT. Zo gezegd zo gedaan. Na het aanmaken van een account kwam ik terecht bij een vacature van Loevendie Neijndorff Advocaten. Nadat ik mijn sollicitatiebrief en video CV had verstuurd, kreeg ik reactie. Een kennismakingsgesprek was een feit!

Was het moeilijk? Tot op heden ben ik nog geen moeilijkheden tegen gekomen. Ik loop pas sinds kort stage bij Loevendie Neijn­ dorff Advocaten. Elke stagedag leer ik weer wat bij. Hierin word ik goed begeleid. Daarnaast kan en mag ik mijn begeleider altijd benaderen indien er onduidelijkheden zijn.

Wat had je niet verwacht? Een informele werksfeer had ik niet verwacht. Verhalen die vaak de ronde doen is dat je als stagiair de hele dag klusjes mag uitvoeren die misschien niet eens wat te maken hebben met het recht. Dat is bij dit kantoor totaal niet het geval. Je voelt je echt gewaardeerd. Ook had ik niet verwacht dat ik op mijn eerste stagedag mee mocht naar de Hoge Raad.

Beschrijf je eerste werkdag: Loevendie Neijndorff advocaten behartigt de belangen van 3 v/d 6 verdachten in mogelijk één van de grootste herzieningszaken van de Nederlandse geschiedenis ook wel ‘de zes van Breda’ genoemd. Op mijn eerste stagedag mocht ik mee naar de Hoge Raad in Den Haag.

Heb je tijdens je stage weleens een blunder gemaakt? Tot op heden gelukkig niet, alhoewel ik een blunder in de toekomst niet uitsluit ;-)!

Moment om niet meer te vergeten: Wat vond je leuk en wat vond je minder leuk? Het leukst tot nu toe vind ik de manier waarop ik welkom ben geheten binnen het kantoor. Er heerst een informele, maar een professionele werksfeer. Er is tijd en ruimte voor een gezellig praatje. Ook wordt een dolletje op zijn tijd gewaardeerd. Naast het eerder genoemde voordeel vind ik het een pluspunt dat er mag worden meegewerkt aan de strafzaken. Indien je eigen inzichten of ideeën hebt, ben je vrij om ze op tafel te gooien. Tot op heden ben ik nog geen nadelen tegengekomen, en ik verwacht deze ook niet tegen te komen.

Tot op heden de gehele stage!

Belangrijkste wat ik hier heb geleerd: Praktijkervaring is niet te vergelijken met de kennis en kunde die je hebt opgedaan tijdens je studie!

Dit wil ik studenten meegeven die twijfelen over een stage: Praktijkervaring is een absolute must! Probeer niet gelijk te solliciteren naar een stageplaats bij (grotere) kantoren met een bekende naam. Het zijn juist de kleinere kantoren waar je het meeste leert.

41 | SecJure Februari 2013


Interview

Interview met…

Lex Michiels Christian de Lange

Naam: Woonplaats: Geboortedatum/leeftijd: Burgerlijke staat: Werkzaam als:

Opleiding: Hobby’s:

1. Wat voor student was u vroeger? Ik studeerde tamelijk economisch (hard werken alleen wanneer het moest, maar het moest wel vaak, met die twee studies) en ging veel (en tot zeer laat) uit. Ik was geen lid van een studentenvereniging, maar in die tijd was dat (in Nijmegen, waar ik studeerde) ook niet zo gebruikelijk. Ik zou dat als ik nu studeerde waarschijnlijk wel zijn geworden. 2. Hoe bent u bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State terechtgekomen? Mij is begin 2010 namens de toenmalige voorzitter van de Afdeling verzocht lid van de Afdeling te worden. Ik heb daar niet erg lang over hoeven nadenken. Overigens was ik een van de laatsten, zo niet de laatste, die op deze wijze en dus zonder te solliciteren lid is geworden, want vanaf 1 september 2010 moet iedereen solliciteren. 3. Waar bestaan uw werkzaamheden daar uit? Ten eerste alles wat met het doen van uitspraken te maken heeft: het lezen van het dossier voor een zitting, het ‘zitten’ zelf, inclusief het raadkameren – tot nu toe heb ik alleen aan zittingen van de meervoudige kamer meegedaan, maar binnenkort ga ik ook ‘enkelvoudig zitten’ – en het lezen en bewerken van conceptuitspraken (die de SecJure Februari 2013 | 42

Lex Michiels Tilburg 58 jaar gehuwd, twee kinderen staatsraad bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en hoogleraar Bestuursrecht Nederlands recht en Psychologie (Radboud Universiteit Nijmegen) luisteren naar (vooral klassieke) muziek, lezen (vooral van romans), met vrienden/ vriendinnen uit eten en naar het café gaan

ondersteunende juristen hebben gemaakt). Verder ben ik lid van het Wabo-beraad (een interne afstemmingscommissie die er o.a. voor probeert te zorgen dat alle uitspraken op het gebied van het omgevingsrecht onderling op elkaar worden afgestemd). Ook adviseer ik collega’s als die met vragen komen, vooral op het gebied van het handhavingsrecht. Ten slotte geef ik af en toe een cursus voor de staatsraden en ‘de juristen’ (dat zijn degenen die de zittingen voorbereiden en de conceptuitspraken maken) en werk ik incidenteel mee aan in-house-dagen voor studenten. 4. Had u vroeger al de ambitie ooit rechter te worden? Neen. Het leek me saai. 5. Wat vindt u het leukste aan uw werk als staatsraad? De zittingen en het contact met de juristen, zowel in de zakelijke als de persoonlijke sfeer. 6. Kunt u een leuke anekdote vertellen uit uw loopbaan aan de universiteit? Ik had in mijn tijd als medewerker bij de Radboud Universiteit Nijmegen met een collega eens de afspraak dat wij op 5 december tijdens onze werkgroepen bij elkaar pepernoten zouden strooien. Het ging daarbij om een


forse hoeveelheid pepernoten en ander snoepgoed. De meeste studenten konden die actie wel waarderen en zaten al snel onder de tafels op zoek naar strooigoed. Er was echter één student, die nog nooit hoger dan een drie voor zijn tentamens had gehaald, die erover klaagde dat onze actie ten koste van de onderwijstijd ging. Tsja, het is ook niet gauw goed! 7. Is er een bepaalde zaak bij de Afdeling die u is bijgebleven? Ja, meerdere; bijvoorbeeld de zaak die ook op TV is geweest bij ‘Kafka in de polder’, over een boerenbedrijf dat de gemeente om handhaving verzocht jegens de buren die illegaal een pand waren gaan bewonen op 25 m afstand van het bedrijf, dat daardoor niet kon uitbreiden. De zaak sleept al 10 jaar voort en heeft tot veel procedures (ook bij de Afdeling ) geleid. Bij de laatste procedure zat ik zelf in de zittingskamer. De last tot het staken van de bewoning is door de Afdeling in stand gelaten, de last tot het terugbrengen van het pand in de oorspronkelijke staat niet, omdat het naastgelegen bedrijf daarbij geen enkel belang had. 8. Wie is een voorbeeld voor u en waarom? Mijn moeder (van 94). Zij is sterk van geest en lichaam, heeft zo ongeveer alles meegemaakt wat een mens kan overkomen, woont nog op zichzelf, houdt de verjaardagen van alle (achter)kleinkinderen bij (dat zijn er vele tientallen), is sociaal en gezellig, maar ook assertief en gaat bij alles zeer doelmatig te werk. Waar zij tekortkomingen bij anderen ziet, is zij altijd mild in haar oordeel, laat nooit iemand vallen en is immer tot hulp bereid. 9. Hoe wilt u gezien worden door studenten? Als een docent die uiterst benaderbaar is, de stof goed kan uitleggen, hen kan enthousiasmeren en altijd bereid is te helpen waar dat nodig is. Zo zou ik graag gezien worden; ik zeg niet dat ik zo (altijd) ben; dat moeten anderen beoordelen. Het zijn in elk geval eigenschappen die het verdienen elke dag te worden nagestreefd.

bestuursrechter vermag. Dat is eigenlijk niet veel meer dan een besluit op rechtmatigheid toetsen; niet dus problemen van mensen oplossen. Het zou ook goed zijn iets te schrijven over het hoe en waarom van het belanghebbendevereiste: waarom mag lang niet iedere burger zich tot de bestuursrechter wenden om een besluit aan te vechten? Ik zou in dit boek graag willen uitleggen wat deze (en andere) leerstukken inhouden en waarom ze er zijn. Nee, ik wil geen minister worden. Dat leek me vroeger echt het einde, maar over dat misverstand ben ik heen. Als je ziet wat voor impact die baan kan hebben op iemands privéleven… Ik ben teveel gehecht aan een leven buiten het werk. 11. Wat zou u studenten nog willen meegeven? Werk niet alleen tentamengericht. Wees blij dat je een studie mag doen, waarin je je kunt ontplooien, jezelf kunt verrijken. De verplichte stof volstaat niet om een goed jurist te worden. De rechtenstudie is bij uitstek een maatschappelijk georiënteerde studie. Lees veel goede boeken (romans, maar ook biografieën en andere nonfictie) en beperk je niet tot het bekijken van de film die over een boek is gemaakt. Lezen scherpt je geest. 12. Stellingen: a. Universiteit van Tilburg of Raad van State? Beide; daarom heb ik twee banen… maar in dit stadium van mijn loopbaan zou ik, als ik met het mes op de keel zou moeten kiezen, voor de Raad van State kiezen. b. Onderzoeken of college geven? College geven (maar niet uitsluitend!) c. Vakantie in eigen land of het buitenland? Meestal in eigen land (thuis namelijk) d. Auto of openbaar vervoer? Openbaar vervoer (heerlijk zo’n OV-jaarkaart!) e. Universiteit van Tilburg of Tilburg University? UvT, want onze universiteit is nog altijd voor het overgrote deel Nederlands, met Nederlandse studenten.

10. U bent al staatsraad en hoogleraar, welke ambities heeft u nog? Een goed mens worden. Dat is al moeilijk genoeg. Maar ik wil toch ook nog wel graag groeien in mijn rechtersrol én twee boeken schrijven: een (wetenschappelijk) boek over handhavingsrecht en een (niet-wetenschappelijk) boek over ‘bestuursrecht voor gewone mensen’. In dat laatste boek zou ik graag een aantal bestuursrechtelijke onderwerpen op een voor leken begrijpelijke manier willen uitleggen. Een burger kan zich bijvoorbeeld afvragen waarom hij ter zitting niet nog met een goede, maar volstrekt nieuwe beroepsgrond mag komen aanzetten. Burgers zijn zich ook vaak niet bewust van wat een 43 | SecJure Februari 2013


Verdieping

Fusie in de bestuursrechtspraak Christian de Lange

In het regeerakkoord van het kabinet Rutte-2 is opgenomen dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de Centrale Raad van Beroep (hierna: CRvB) en het College van Beroep voor het bedrijfsleven (hierna: CBb), drie van de vijf hoogste bestuursrechters, tot één rechtsprekende instantie in het bestuursrecht worden samengevoegd. De Afdeling advisering van de Raad van State wordt verder losgekoppeld van de Afdeling bestuursrechtspraak.1 Het voornemen van het kabinet komt voor een deel tegemoet aan de kritiek die op het huidige stelsel van diffuse bestuursrechtspraak bestaat. Voorgeschiedenis De Raad van State (hierna: de Raad) is van oudsher het belangrijkste adviesorgaan van de wetgever.2 In de negentiende eeuw werd de adviserende taak van de Raad uitgebreid door de invoering van het zogeheten Kroonberoep.3 De Raad had de taak advies uit te brengen aan de Kroon (ministers en Koning) over de beslechting van geschillen die door een bestuursorgaan (in geschillen tussen bestuursorganen onderling) of een burger (in geschillen tussen een bestuursorgaan en een burger) aan de Kroon werden voorgelegd. Deze adviezen werden voorbereid door de Afdeling Geschillen van Bestuur van de Raad en werden vrijwel altijd gevolgd door de Kroon. In 1976 kreeg de Raad er een rechtsprekende taak bij door middel van de Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen, die leidde tot de oprichting van de Afdeling Rechtspraak.4 De Afdeling Rechtspraak func­ tio­neerde naast de Afdeling Geschillen van Bestuur. Een arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM)5, waarin werd bepaald dat het beroep op de Kroon niet voldeed aan de eisen van onpartijdigheid en onafhankelijkheid ex art. 6 EVRM, leidde ertoe dat de Afdeling Geschillen van Bestuur voortaan zelf recht zou spreken in plaats van louter advies uit zou brengen over de beslissing van een geschil dat voorheen aan de Kroon werd voorgelegd.6 In 1993 werden de Afdeling Geschillen van Bestuur en Rechtspraak samengevoegd tot de huidige Afdeling bestuursrechtspraak.

SecJure Februari 2013 | 44

Adviseur en rechter Met de wijziging van de Wet op de Raad van State in 2010 is op grond van art. 73 Grondwet naast de (reeds bestaande) Afdeling bestuursrechtspraak, een aparte Afdeling advisering in het leven geroepen, die belast is met wetgevingsadvisering.7 Qua ruimte leent dit artikel zich niet om zowel de afscheiding van de Afdeling advisering te bespreken als het samenvoegen van de drie hoogste bestuursrechters.8 In plaats daarvan richt ik mij hier op de samenvoeging van de Afdeling bestuursrechtspraak met de CRvB en het CBb, al besef ik mij dat het kabinetsvoornemen waarschijnlijk deels is ingegeven door de in de ogen van het kabinet en een groot deel van de Tweede Kamer9 binnen de Raad onwenselijke combinatie van advisering en rechtspraak.

Diffuse bestuursrechtspraak Nederland kent op dit moment vijf hoogste bestuursrechters, die ieder op hun eigen terrein de hoogste rechtsprekende instantie zijn.10 Nederland kent geen be-

Het spreekt voor zich dat de bestaande indeling vanuit de rechtsgelijkheid en rechtseenheid bekeken niet de meest gunstige situatie is.

stuursrechtelijk hooggerechtshof. De CRvB is de hoogste rechter op het gebied van sociaal zekerheidsrecht en ambtenarenrecht, het CBb is de hoogste rechter op het gebied van economisch bestuursrecht (zoals mededingingsrecht), de belastingkamer van de Hoge Raad is de hoogste rechter op het gebied van belastingrecht en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad (hierna: de Afdeling) is de hoogste algemene bestuursrechter ex art. 8:105 Awb. Tot slot is er nog het gerechtshof ArnhemLeeuwarden, dat hoogste rechter is op het gebied van


verkeersboetes (zie art. 14 lid 1 Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften of ‘Wet Mulder’). De rol van het hof Arnhem-Leeuwarden is echter van ondergeschikt belang gezien de kleine omvang van het materiële bestuursrecht waarover dit hof in laatste instantie rechtspreekt. Het spreekt voor zich dat de bestaande indeling vanuit de rechtsgelijkheid en rechtseenheid bekeken niet de meest gunstige situatie is. De oorzaak van de huidige indeling ligt primair bij het feit dat de Nederlandse bestuursrechtspraak geleidelijk is ingevoerd.11 Het bestaan van meerdere hoogste bestuursrechters maakt het noodzakelijk dat extra inspanningen geleverd moeten worden om de beantwoording van rechtsvragen af te stemmen die niet gebonden zijn aan het specifieke bestuursrechtelijk gebied waarover de betreffende hoogste bestuursrechter rechtspreekt.12 Daarover dient dan coördinatie plaats te vinden tussen de verschillende hoogste bestuursrechters. Een goed voorbeeld van deze onderlinge afstemming over een grensoverschrijdende rechtsvraag kan gevonden worden in de schadevergoeding bij schending van de redelijke termijn ex art. 6 EVRM door een bestuursorgaan of de rechter.13 Het voornemen van het kabinet om de drie hoogste bestuursrechtelijke rechtscolleges samen te voegen zal de behoefte aan coördinatie in elk geval verminderen, al zal nog steeds coördinatie moeten plaatsvinden tussen het nieuw te vormen rechtscollege en de Hoge Raad. Uiteraard verandert het kabinetsvoornemen niets aan de coördinatie die standaard binnen ieder rechtscollege tussen de verschillende rechters zal moeten plaatsvinden.

Wet aanpassing bestuursprocesrecht De hoogste bestuursrechters zien de noodzaak tot het onderling afstemmen van de oordelen over grensoverschrijdende rechtsvragen uiteraard zelf ook in.14 Naast de verschillende vormen van overleg tussen de hoogste bestuursrechtelijke rechtscolleges15 is ter bevordering van de rechtseenheid de Wet aanpassing bestuursprocesrecht per 1 januari 2013 ingevoerd.16 Deze wet heeft de mogelijkheid geschapen van een zogeheten grote kamer en een conclusie voor sommige bestuursrechtelijke zaken die aan de Afdeling, de CRvB en het CBb zijn voorgelegd. Dit betekent dat in zaken waar rechtsvragen aan de orde zijn die alle drie de rechtscolleges aangaan, aan een advocaat-generaal een conclusie gevraagd kan worden ex art. 8:12a lid 1 Awb. Deze zaken zullen in principe ex 8:10a lid 4 Awb worden afgedaan door een grote kamer van vijf leden afkomstig van alle drie de rechtscolleges, in plaats van de enkelvoudige of meervoudige kamer van drie leden afkomstig van louter het rechtscollege waar de zaak aan voorgelegd is. De invoering van de conclusie en de grote kamer betekent dat de coördinatie tussen de

hoogste bestuursrechters voor een deel geïnstitutionaliseerd wordt.

Conclusie Het bestuursrecht heeft zich altijd gekenmerkt door de verscheidenheid aan rechtscolleges. Met dit voornemen komt hier in elk geval ten dele – de Hoge Raad blijft hoogste bestuursrechter in het belastingrecht – een einde aan.17 Het kabinetsvoornemen is niet alleen vanuit de rechtseenheid en –gelijkheid belangrijk, maar ook vanuit de legitimatie van de positie van de bestuursrechter in Nederland. Daarmee bedoel ik dat de legitimatie en acceptatie van instituten onder burgers niet alleen afhankelijk is van de kwaliteit van het werk dat instituten afleveren. Het hangt ook af van de mate van bekendheid van de positie die het betreffende instituut onder burgers geniet.18 Een centraal bestuursrechtelijk college is herkenbaarder voor de burger dan een verscheidenheid aan rechtscolleges. In een tijd waarin instituten – vaak op basis van onjuistheden – al meer bekritiseerd worden is dat geen overbodige luxe. (Endnotes) 1 Regeerakkoord VVD-PvdA (Rutte-2) 29 oktober 2012, p. 28. 2 D.J. Elzinga, R. de Lange & H.G. Hoogers, Handboek van het Nederlandse staatsrecht, Deventer: Kluwer 2006, p. 580 e.v.. 3 Van der Pot/Elzinga, De Lange & Hoogers 2006, p. 585. 4 Idem. 5 EHRM 23 oktober 1985, AB 1986, 1, m.nt. Hirsch Ballin (Benthem). 6 Een met ‘Benthem’ vergelijkbare zaak speelde in 1994, toen het EHRM oordeelde dat een artikel in de Arbeidsomstandighedenwet, op basis waarvan een oordeel van de Kroon in de plaats kon treden van een uitspraak van het CBb, in strijd was met art. 6 EVRM. Zie EHRM 19 april 1994, NJ 1995, 462 m.nt. Alkema (Van de Hurk). 7 De overkoepelende ‘grondwettelijke Raad’ laat ik voor het gemak buiten beschouwing. Zie verder artikel 1 lid 1 Wet op de Raad van State en Raad van State Jaarverslag 2010, p. 43. 8 Voor een beknopt overzicht omtrent de problematiek van de combinatie van advisering en bestuursrechtspraak bij de Raad van State zie Damen e.a. 2012, p. 53-56. 9 Kamerstukken II, 2011-2012, 33 000-VII, nr. 54. 10 P.P.T. Bovend’Eert e.a., Constitutioneel recht, Deventer: Kluwer 2012, p. 253-254; L.J.A. Damen e.a., Bestuursrecht 2, Den Haag: Boom 2012, p. 110-113. 11 Kortmann/Bovend’Eert e.a. 2012, p. 253. 12 A.T. Marseille, K.J. de Graaf & A.J.H. Smit, ´Een advocaatgeneraal voor de hoogste bestuursrechters. Over de noodzaak en vormgeving’, NTB 2008 nr. 3, p. 69. 13 ABRvS 4 juni 2008, AB 2008, 229 m.nt. Widdershoven (Gedupeerde Betuwelijn); CRvB 11 juli 2008, AB 2008, 241 m.nt. Widdershoven (Slepende hogerberoepszaak); HR 10 juni 2011, BNB 2011, 233. 14 Jaarverslag Raad van State 2010, p. 150-151; Jaarverslag Centrale Raad van Beroep 2011, p. 3; Jaarverslag College van Beroep voor het bedrijfsleven p. 1; Jaarverslag Hoge Raad 2011, p. 46. 15 Zie voor de verschillende vormen van overleg Marseille, De Graaf en Smit 2008, p. 69. 16 Stb. 2012, 682. 17 Alhoewel sommigen er voor zullen blijven pleiten de bestuursrechtspraak in laatste instantie als geheel bij de Hoge Raad onder te brengen. 18 Een goed voorbeeld hiervan is de Europese Unie, waarvan de onoverzichtelijkheid van de wetgevingsprocedure en de debatten in het Europees Parlement heeft geleid tot het beeld van een almachtig ondemocratisch instituut in de publieke opinie.

45 | SecJure Februari 2013


Verdieping

CSI praktijken: feiten & fabels Naomi Misseyer

Wanneer aan opsporing wordt gedacht denken veel mensen al gelijk aan CSI. Het programma waarin we te zien krijgen hoe een aantal briljante rechercheurs elke zaak die zij voorgeschoteld krijgen oplossen. Hiervoor maken ze vaak gebruik van de laatste technieken. Door dit soort programma’s is het voor veel mensen echter onduidelijk geworden wat nu wel en niet in het echt kan.

DNA Een van de meest besproken onderwerpen in het nieuws de laatste tijd is DNA. Zo werd recent nog de moord op Marianne Vaatstra opgelost aan de hand van een grootschalig DNA-onderzoek. Hierdoor lijken de mogelijkheden met DNA wel eindeloos. Des te meer omdat vlak na de doorbraak in de zaak Marianne Vaatstra ook een DNA-match was in de Meppelse moordzaak. DNA levert echter niet altijd voldoende bewijs op. Alhoewel een rechtbank wel tot een veroordeling kan komen op basis van DNA-bewijs wordt toch vaak om steunbewijs gevraagd.1 Een klein beetje DNA op een plaats delict is vaak al voldoende om DNA te kunnen matchen. Zo kan het speeksel dat achterblijft op een sigaret of een blikje al genoeg zijn om iemand te identificeren.2 Soms kan het echter lang duren voordat iemands lichaam teruggevonden wordt en de plaats delict onderzocht kan worden. Na verloop van tijd gaat het DNA langzaam verloren. Het breekt zichzelf af waardoor slechts kleine hoeveelheden DNA overblijven.3 Aan de hand van een Polly-

SecJure Februari 2013 | 46

merase kettingreactie (PCR) kan het aanwezige DNA vermenigvuldigd worden. Voor scheikundigen is dit een vrij gemakkelijke techniek waarmee zij door gebruik te maken van een speciaal enzym een specifiek gebied van het DNA meerdere malen kunnen vermenigvuldigen.4 Met DNA kan dus heel veel bereikt worden, vooral als een plaats delict ‘vers’ is. Het grootste fabeltje over DNA is misschien wel de tijd die het duurt om het te analyseren. In CSI zien we vaak iemand die binnen een paar minuten een DNA-match heeft. Met de meest snelle techniek (elektroforese) duurt dit echter minimaal een paar uur, maar om dit te kunnen doen is relatief veel DNA nodig. Het DNA zal dus vaak eerst doormiddel van PCR vermenigvuldigd moeten worden. Hierdoor kan het nog langer duren voordat er een DNA-match gevonden wordt.

Je hebt het recht om te zwijgen Wie ooit naar Law & Order heeft gekeken zal zijn opgevallen dat bij het arresteren daar altijd een ‘Miranda Warning’ wordt gegeven. Deze worden ook wel de ‘Miranda Rights’ genoemd, omdat het een 4-tal rechten inhoudt. De ‘Miranda Warning’ gaat als volgt ‘You have the constitutional right to remain silent, anything you say can and will be used against you in court, you have the right to talk to a lawyer now and have him present now or at any time during questioning and if you cannot afford a lawyer, one will be appointed for you without cost.’5 De Nederlandse versie gaat echter anders. Hier wordt eerst gezegd ‘Je bent niet tot antwoorden verplicht’. Hierna wordt een verdachte gewezen op zijn recht om voor aanvang van het verhoor een advocaat te raadplegen. Een aangehouden verdachte heeft wanneer hij in verzekering wordt gesteld recht op kosteloze rechtsbijstand door een piketadvocaat. Hij mag zelf een voorkeur doorgeven voor een piketadvocaat als hij dat wil.6 De advocaat mag er tijdens het politieverhoor niet bijzitten, tenzij de verdachte minderjarig is. Een minderjarige verdachte kan er namelijk voor kiezen om een vertrouwenspersoon bij het verhoor aanwezig te hebben. Wanneer de minderjarige verdachte 16 jaar of ouder is kan hij of zij daar ook van af zien. De vertrouwenspersoon kan bijvoorbeeld de advocaat of ouder zijn van de verdachte.7 Voor lichtere misdrijven of misdrijven waarvoor geen aanhouding buiten


heterdaad kan plaatsvinden wordt een verdachte vaak ontboden door middel van een ontbiedingsbrief of gebeld om langs te komen voor verhoor. Wanneer de verdachte niet in verzekering is gesteld heeft hij geen recht op kosteloze rechtsbijstand. Wel kan zo een verdachte gebruik maken van de wet op de rechtsbijstand.

Progris In Nederland wordt het programma Progris gebruikt om verdachten te identificeren in de strafrechtelijke keten. Dit programma is ontwikkeld omdat uit onderzoek bleek dat maar liefst 3,5% van de personen die in de gevangenis zaten voor een ander persoon een straf uitzaten. Het programma kent aan elke verdachte een Strafrechtsketennummer (SKN) toe waaraan alle feit- en zaakgegevens gekoppeld worden.8 Het papier wat uiteindelijk uit de printer komt rollen na het succesvol doorlopen van Progris wordt ook wel een identiteitsstaat (ID-staat) genoemd. Hierop staat iemands document en eventueel foto. Het opmaken van een ID-staat is voor elke verdachte verplicht. Voor lichte feiten hoeft echter alleen een identiteitsdocument overhandigd te worden. Voor voorlopige hechtenis feiten moeten ook foto’s en (digitale) vingerafdrukken genomen worden. Dit laatste gebeurt ook wanneer een verdachte een licht feit heeft begaan, maar er getwijfeld wordt aan de identiteit van de verdachte.9 Progris controleert ook of de verdachte al voorkomt in het systeem. Als het om een voorlopige hechtenis feit gaat, kijkt hij ook of het nodig is om ge­ rol­de vingerafdrukken af te nemen. Dit houdt in het afnemen van vingerafdrukken op de ouderwetse manier met inkt, dit wordt ook wel ‘natte vingerafdrukken’ genoemd. Of dit nodig is verschijnt op de ID-staat van de verdachte onder het kopje melding registers.10 Als er staat dat er nog geen gerolde vingerafdrukken zijn dan worden er naast de digitale vingerafdrukken, die er met het programma Progris zijn gemaakt, ook ‘natte vingerafdrukken’ afgenomen.

Het verhoor In veel programma’s op de televisie zien we de verhoor­ kamer als volgt: een lege ruimte met in het midden een tafel met stoelen eraan. Daarnaast zien we ook altijd een glazen wand waarachter de rest meekijkt met het verhoor. Wie echter ooit goed heeft opgelet bij het NOS journaal zal weten dat de gemiddelde verhoorkamer in Nederland er anders uitziet. Geen glazen wand en op elke tafel staat een computer en in sommige kamers is apparatuur aanwezig om het verhoor op te nemen. Elk verhoor wordt uitgetypt en daarna voorgelezen aan of doorgelezen door de verdachte, waarna hij de verklaring mag ondertekenen. Het ondertekenen van de verkla­ring door de verdachte is geen verplichting. Voor het uitwerken van het proces verbaal van verhoor bestaan ver-

schillende technieken. Zo bestaat er de ‘verhaaltjesvorm’ en de ‘vraag en antwoord stijl’. Bij de ‘verhaaltjesvorm’ wordt wat de verdachte verklaart uitgewerkt in een verhaal waarbij niet alle vragen van de verbalisant terugkomen. Bij de ‘vraag en antwoord stijl’ wordt getracht zo correct mogelijk de vragen van de verbalisant en de ant­ woorden van de verdachte weer te geven. Deze laatste vorm wordt vaak als de meest wenselijke beschouwd als het om het verdachtenverhoor gaat.11

En zo gaat het door In dit artikel zijn slechts een paar punten aangestipt. Er zijn echter nog veel meer voorbeelden te noemen. Van technieken omtrent het opsporen van telefoons tot het uitkijken van beeldmateriaal. Hoe dan ook, in het echt gaat het vaak net iets anders dan op tv.

(Endnotes) 1 M.G.M. Hoekendijk, strafvordering voor de opsporingsambtenaar, Deventer: Kluwer 2009, p.111. 2 L. Thunder & H. Miles, Forensic science, Oxford: Harcourt Education Ltd/Heinemann 2005, p. 51. 3 W. Hoekstra, De blauwdruk: feiten en ficties over DNA, Amsterdam: Amsterdam University Press 2004, p. 130. 4 T.A. Brown, Gene clonings & DNA analysis,Oxford: WileyBlackwell2010, p. 147. 5 J. S. Harr, K.M. Hess & C.H. Orthmann, constitutional law and the criminal justice system, Wadsworth: Cengage Learning 2012, p. 360. 6 M.J. Kronenberg & B. de Wilde, Grondtrekken van het Nederlands strafrecht, Deventer: Kluwer 2010, p. 160. 7 M.G.M. Hoekendijk, strafvordering voor de opsporingsambtenaar, Deventer: Kluwer 2009, p. 24. 8 W. Bruggeman, R. van Eert & A. van Veldhoven, Whats in a name? Identiteitsfraude en - diefstal,Antwerpen-Apeldoorn: Maklu 2012, p. 13. 9 Ministerie van veiligheid en justitie, WIVVG en Protocol brochure, Den Haag: Rijksoverheid 2010, p. 16. 10 Minesterie van veiligheid en justitie, Factsheet ID op basis van identificatie met biometrie, Den Haag: Rijksoverheid 2011. 11 L. Smets, J. de Kinder & L.G. Moor, proces verbaal, aangifte en forensisch onderzoek, Antwerpen-Apeldoorn: Maklu 2011, p. 106.

47 | SecJure Februari 2013


Verdieping

Boekbespreking: Recht uit het hart Sonja Ortmans

Het moet een kleine twintig jaar geleden geweest zijn. Ik was scheidsrechter in een juniorenwedstrijd bij hockeyclub de Kraaien. Mijn ervaring als scheidsrechter was non-existent en bestond uit wat theoretische kennis. Jemig, wat ging alles snel, daar was geen slow-motion bij. Ja, bal tegen voet, shoot, in de strafcirkel. Prrrrrt, ik floot. Maar, shit, van wie was die voet? Een, twee, drie in godsnaam dan maar. Mijn twee armen gingen naar voren, strafcorner. Een zwaar gepikeerd meisjesteam als gevolg. Oeps, verkeerd gegokt. ‘Mond houden’, zei de coach van het gepikeerde team tegen zijn meiden. Hij zag mij en zag dat ik eehm, niet zo veel ervaring had. Ik hoorde geen woord meer van de meiden en de strafcorner werd genomen. Gelukkig geen doelpunt. Er waren geen boze ouders, geen boze spelers, geen boze wie dan ook. Er werd gewoon verder gespeeld. Een spelletje, toch??? Ben die coach met tegenwoordigheid van geest wel dankbaar!

Als coach wil je natuurlijk winnen, maar wat is winnen? En ga je voor de korte termijn, of voor de lange termijn winst? Deze coach had zich bij mij kunnen beklagen en deze wedstrijd naar zijn hand kunnen zetten, vol voor de korte termijn winst. In mijn ogen deed hij iets veel waardevollers voor zijn spelers. Hij leerde ze om een tegenslag te incasseren, boven hun emotionele reactie uit te stijgen en waardig verder te knokken voor de winst. Hij werkte aan de vaardigheden van zijn spelers, waar zij op de lange termijn profijt van zouden hebben. Ook in het leven, dat vaak geen spelletje is. Er ís onrechtvaardigheid en er zíjn conflicten. In de toekomst zullen jullie, de studenten van nu, mensen bijstaan bij deze conflicten, of dit nu als advocaat, rechter, mediator of in het bedrijfsleven is. Hoe je dit doet, daarin heb je een keuze. Ga je voor de korte termijn winst of ga je dit doen met behulp van menselijke vaardigheden? Communicatie, empathie, rust, wijsheid etc.. In het bedrijfsleven wordt er veel aandacht besteed aan het aanleren van deze vaardigheden aan medewerkers, met alle voor de hand liggende voordelen van dien. Tijdens mijn rechtenstudie van 1994 tot 2000 op de Universiteit van Amsterdam, heb ik veel geleerd. Over SecJure Februari 2013 | 48

erfdienstbaarheid, eenvoudige vrijwaring in burgerlijke zaken, conversie en goeder trouw. Over akte van splitsing, depot van merken, heling, hoger beroep en natuurlijk constitutum possesorium! En nog zo veel meer. Maar vaardigheden? Na mijn studie en diverse banen, waaronder advocaat, pakte ik mijn knapzak en toog naar de Verenigde Staten. En wel naar de advocaat Bill van Zyverden, grondlegger van de holistische advocatuur en oprichter van de International Alliance of Holistic Lawyers. Op zoek naar een nieuwe manier van geschillenbeslechting. Ik vond van alles! Van eekhoorntjes die op mijn raam tikten, tot advocaten die spraken over ‘restorative justice’ (herstelrecht). Een echte bruine beer op de weg en het inzicht dat ik geen denkbeeldige beren meer op de weg wilde zien. Een labyrint, Eckhart Tolle, piraten en zelfs Hugh Grant had er iets mee te maken. Hoe zal ik het uitleggen….niet te doen in één artikeltje, maar heus je kunt er alles over lezen in mijn boek ‘Recht uit het hart. Een zoektocht naar holisme en compassie in het recht.’ Kort gezegd vond ik magie, die ik een beetje was kwijtgeraakt tijdens mijn studie en in mijn juridische banen. Een magie die je in kabouters en de goede fee doet geloven. Als sterrenstof op een donkere nacht. Of een hofnar die je lid wilt maken van ‘the twinkling eyes club’. Iets waar je zo’n onmiskenbaar Joepie-gevoel van krijgt. Ik neem even pauze en klik facebook open. Ik zie een foto van twee jongens die naast elkaar zitten en elkaars hand vasthouden. Hun gezicht verbergen ze in hun andere hand / arm. Huilen ze? Schamen ze zich? Er staan allemaal jonge mensen omheen. Dit staat erbij: ‘these guys were found fighting inside the school. As a punishment for fighting, they were given a choice. The options? Suspension or holding hands for an hour.’ Ja, precies, dat bedoel ik!!! Ik krijg er kippenvel van. Het gebeurde deze week op een high school in Arizona en op het nieuws wordt er kennelijk nog steeds over gepraat. Blijkbaar was de directeur van de school door het bestuur van de school op deze gang van zaken aangesproken. Als reactie daarop zijn alle leerlingen, in hun vrije tijd, hand in hand om de school heen gaan staan om de directeur te ondersteunen.


Deze directeur was als die hockeycoach. En het heeft een naam. Het heet creatieve geschillenbeslechting en wordt zelfs onderwezen op de universiteit. En wel op de California Western School of Law. Deze universiteit heeft een centrum voor creatieve geschillenbeslechting (Center for Creative Problem Solving). Dit centrum ontwikkelt een curriculum, onderzoek en projecten om studenten en advocaten op te leiden in methodes om conflicten, waar mogelijk, te voorkomen en creatief de conflicten op te lossen waar deze zijn ontstaan. Er wordt aandacht besteed aan mogelijke oorzaken van conflicten en studenten worden geschoold in vaardigheden zoals: empatisch luisteren, communicatie, creativiteit en het ontwerpen van systemen om conflicten te voorkomen. Mooi toch? En zo zijn er nog veel meer initiatieven en vernieuwingen, die samen een frisse wind vormen door het juridische landschap. Start je eigen magische zoektocht en laat deze wind ook jouw zeilen opbollen. Come aboard!

Sneak Preview: Mission possible I’m on a secret mission Don’t want them to know To follow my intuition Please, I need to grow I’m in my office cubical Figuring out a way I sense, I’m getting ludical But they want me to stay My heart is almost bursting Don’t want them to know I need to quench my thirsting Oh please, let me go The angels are yet coming I see them everywhere In my ears they’re humming Know you’re free, so dare But I’m afraid they’ll stop me In every way they can The angels sing, now don’t flee They are your fellow man So then, take them with you Someone needs to start You can guide them threw How to follow the heart So in this secret mission I want you all to know I have this joyous vision All ‘f our eyes will glow Imagination has arrived People share their land This is why we all have strived So please now take my hand Sonja Ortmans

Boek: Recht uit het hart. Een zoektocht naar holisme en compassie in het recht. Te bestellen bij elke boekhandel en o.a. www.bol.com. ISBN: 9789077770702 49 | SecJure Februari 2013


TLS

Studeren in het buitenland:

Rome Stefan Veelenturf

Een tijd geleden ben ik benaderd door de SecJure met het verzoek een artikel te schrijven over mijn buitenlandse studieperiode in Rome aan LUISS Guido Carli. Gezien de fantastische tijd die ik heb gehad, wil ik daar graag over schrijven.

Op 3 september 2011 was het dan eindelijk zover en begon mijn avontuur in de Eeuwige Stad. Toen ik aankwam, ervoer ik voor het eerst wat het betekent om totaal onafhankelijk en op jezelf te zijn en dat was een onbeschrijfelijk gevoel. Ik wendde heel snel en realiseerde al snel dat alle verwachtingen en voorbereidingen de prullenbak in konden. Want het leven ging heel anders worden dan ik me ooit had kunnen voorstellen. Voordat ik naar Rome ging, had ik een kamer geregeld en wat Italiaans geleerd. Bij aankomst kon ik me alleen absoluut niet verstaanbaar maken en mijn kamer bleek een smerig hok te zijn in een flat. Daarnaast moest ik mijn kamer ook nog eens delen met een oud vrouwtje, die behoorlijk kierewiet was. Vandaar dat ik meteen op zoek ben gegaan naar een nieuwe kamer en uiteindelijk heb ik een kamer gedeeld met een vriend uit Chili die ik daar had ontmoet. En het Italiaans? Het duurde wel een paar maanden voordat het meer was dan gebarentaal.

Leven in Rome Hoe dan ook, het was fantastisch om in Rome te wonen en studeren. Het is een stad die werkelijk alles te bieden

De campus van LUISS SecJure Februari 2013 | 50

heeft en waar je geen seconde hoeft te vervelen. Juist de vele gezichten die Rome heeft, maakt het moeilijk samen te vatten in een enkele omschrijving. Enerzijds merk je dat Rome de culturele en historische bakermat van Europa en de wereld is. Nergens anders staan kerken en musea zo vol met meesterwerken. Elke plek is doordrongen met historische significantie. Anderzijds is het een moderne metropool en bruisende hoofdstad van een knotsgek land. En juist dat laatste facet waardeer je pas echt wanneer je een tijdje leeft als een moderne Romein. Dat is ook mijn belangrijkste advies dat ik wil geven aan eenieder die ook een dergelijke onderneming op de planning heeft staan. Probeer jezelf niet als bezoeker te beschouwen maar ga op in het oord dat je bezoekt. Het allerleukste van de hele ervaring waren de momenten waarop ik mij het meest Romeins voelde. Bijvoorbeeld wanneer ik voor college nog even vlug in een koffiebar een espresso en een broodje bestelde, gevolgd door een praatje over het weer of voetbal met de barman. Ik heb niet alleen een sterke band ontwikkeld met Rome als stad, maar ook met de wijken waarin ik heb gewoond. Overal waar ik heb gewoond – ik ben nogal eens verhuisd – had ik mijn eigen koffiebarretje, pizzeria, ijssalon, bakker, of delicatessenzaak. En dat geeft echt een meerwaarde, want de beleving is daardoor veel groter. Reken maar dat de caffè e cornetto, spianata Romagna of pizza al taglio bij de tentjes waar ik altijd kwam stukken beter zijn dan op andere plekken. En vrienden van mij ervoeren dat ook. Iedereen had zijn eigen plek of ontwikkelde een zekere routine. De een ging ’s ochtends steevast een cappuccino drinken bij een koffiebar, de ander wandelde vijf keer per week een bepaalde route en de derde was weer helemaal verknocht aan een pleintje in de buurt van zijn huis. Hoe goed ik heb het gehad in Rome wordt het beste weergegeven door het feit dat ik eigenlijk maar 1 semester zou gaan. Echter, na amper twee maanden had ik al door dat ik echt op mijn plek zat en dat een half jaar in Rome veel te kort is. Vandaar dat ik bij zowel LUISS Guido Carli als de UvT heb gevraagd of het mogelijk was een tweede semester te blijven. Na de nodige e-mails gaven uiteindelijk beide universiteiten groen licht en kon ik ineens nog zes maanden verblijven in Rome.


Het Foro Romano in de sneeuw

Het Colosseo

Studeren aan LUISS Guido Carli

Erasmus Student Network

En daarmee komen we aan bij het thema van het hele verhaal: het studeren in Rome. Zoals gezegd, deed ik mijn Erasmus aan LUISS Guido Carli, een van de duurste en beste universiteiten van Italië. Dat was te merken aan de voorzieningen. De campus is gelegen in een van de duurste wijken van Rome en is ronduit luxueus. Zeker de eerste dagen voelde het als een vakantieresort. Dat gevoel werd versterkt door de fantastische mensa, het enorme terras met bijbehorende koffiebar en de vele tafeltennis- en voetbaltafels die buiten staan. Zodoende kan je niet alleen studeren op de campus, maar ook een middag lang genieten van het lekkere weer. Het onderwijs aan LUISS daarentegen, is van een heel ander niveau dan in Tilburg. De Italiaanse mentaliteit werkt ook door in het onderwijssysteem en daardoor is het onderwijs anders dan wij gewend zijn. In Italië geldt over het algemeen: ‘goed genoeg is goed genoeg’. Dus wanneer een Italiaanse student een paper heeft geschreven wat voldoet aan alle voorwaarden, dan is het goed. En dat betekent vaak de maximale score. Vandaar dat hoge cijfers eerder regel dan uitzondering waren; je moet echt een flinke steek laten vallen, wil je niet 8 van de 10 punten krijgen. Het beste wordt dit weergegeven door het volgende verhaal. Aan het eind van het tweede semester had ik een bepaald mondeling met succes afgerond. Later bleek dat ik ook een essay had moeten schrijven en dus helemaal niet aan alle voorwaarden had voldaan. Mijn docent mailde daarover, maar begreep ook wel dat het inmiddels te laat was om er nog iets aan te doen. Hij schreef dat ik een free lunch had gekregen en dat deze keer een Nederlander profiteerde van het niet navolgen van de regels. Hoe hij de zaak afsloot, is voor mij legendarisch: “Having said that, man, it doesn’t matter. The world has other problems.”

Rome kent veel meer universiteiten dan alleen LUISS en al deze universiteiten hebben hun eigen afdeling van het Erasmus Student Network (ESN). Ieder van deze afdelingen organiseert zijn eigen activiteiten en daardoor werd ik elke week overladen met uitnodigingen voor feesten, trips, vakanties, excursies, cocktailparty’s, diners en nog veel meer. Er was letterlijk een overvloed aan evenementen, bijvoorbeeld op maandag – dé uitgaansavond voor internationale studenten in Rome – werden er standaard vier verschillende feesten georganiseerd voor ESN-leden. Dat was ontzettend leuk, want daardoor was er altijd wat te doen en leerde je ook mensen kennen buiten je eigen universiteit. Daarnaast ben ik meegegaan met een aantal vakanties onder leiding van ESN. Dat was altijd een groot succes, want het was relatief goedkoop en werd georganiseerd door Italiaanse studenten, dus je kwam op plekjes waar je anders geen weet van hebt. Al met al heb ik een fantastisch jaar gehad in Rome. Het is sowieso heerlijk om in het buitenland te studeren, maar als je de kans krijgt om dat een jaar lang in La Città Eterna te doen, dan mag je jezelf heel gelukkig prijzen. De periode in Rome heeft me echt geraakt en ik kan met trots zeggen dat ik een beetje Romein ben geworden.

51 | SecJure Februari 2013


Verdieping

Annotatie A. Spaans tegen Iran-United States Claims Tribunal (Hoge Raad, 20 december 1985) Esra van der Wolk

1. In deze uitspraak staat een geding centraal tussen een werknemer van een internationale organisatie en de internationale organisatie zelf. De casus heeft betrekking op het arbeidsverband dat tussen bovengenoemde procespartijen bestond. De heer A. Spaans is in 1981 in dienst getreden bij het Iran-United States Claims Tribunal als tolk/vertaler op grond van een mondelinge overeenkomst tussen beide. Aangezien een interna­tio­ nale organisatie op grond van het gewoonterecht immuniteit van jurisdictie geniet, is het normaal gesproken gebruikelijk dat bij arbeidscontracten een clausule wordt opgenomen waarin staat dat eventueel rijzende geschillen tussen de organisatie en zijn werknemers door het Tribunaal behandeld en beslist zullen worden. In 1982 heeft het Tribunaal de heer Spaans een contract aangeboden met daarin zo’n clausule, alleen heeft Spaans deze niet geaccepteerd. Uiteindelijk wordt Spaans op 20 september 1982 ontslagen. Verder is van belang in deze zaak dat er nooit een verdrag is gesloten tussen Nederland en het Tribunaal waarbij de immuniteiten van het Tribunaal zijn vastgelegd, maar dat wel uit gedragingen van de Nederlandse regering bleek dat het Tribunaal immuniteit bezat. 2. De juridische kwestie die in deze zaak aan de orde is bestaat uit de vraag wanneer en of internationale organisaties immuniteit van jurisdictie bezitten ten opzichte van het gastland waar ze gevestigd zijn. De relevantie hiervan is dat er duidelijkheid geschept wordt over het bestaan van ongeschreven regels van gewoonterecht met betrekking tot immuniteit van internationale organisaties. Tevens is het belangrijk voor justitiabelen om te weten bij wie zij een claim aanhangig kunnen maken indien zij een geschil met een internationale organisatie willen oplossen. 3. Het idee dat internationale organisaties rechtspersoonlijkheid en gevolgtrekkend dus immuniteit kunnen bezitten, stamt al uit de jaren 30 van de vorige eeuw.1 Toen er na de Tweede Wereldoorlog steeds meer internationale organisaties werden opgericht was er behoefte aan meer duidelijkheid omtrent deze doctrine, wat resulteerde in een advies van het Hof van Justitie in 1949 (‘Reparation for Injuries Suffered in the Service of the United Nations’) waarin twee criteria werden genoemd waaraan een internationale organisatie moest voldoen om internationale rechtspersoonlijkheid te kunnen bezitten. Het eerste criteria is dat de lidstaten die de orSecJure Februari 2013 | 52

ganisatie hebben opgezet de intentie hadden om een autonome organisatie op te zetten die in zekere zin onafhankelijk is van de lidstaten. Het tweede criteria bestaat uit de vraag of de organisatie deze autonomie ook daadwerkelijk uit kan oefenen.2 In de uitspraak is de rechtspersoonlijkheid van het Tribunaal een gegeven. 4. In zijn uitspraak lijkt de Hoge Raad een eerdere uitspraak van de rechtbank te Maastricht te volgen, welke is gedaan op 12 januari 1984 en waarin tevens een geschil centraal stond tussen een werknemer (A.P.F. Eckhardt) en de internationale organisatie waarbij deze werkzaam was (Eurocontrol).3 In de uitspraak werd bepaald dat “Eurocontrol, op grond van het internationaal gewoonterecht, immuniteit van rechtspraak toekomt, in zoverre deze voor het uitoefenen van haar publiekrechtelijke dienst noodzakelijk is.” De rechtbank Maastricht doelt hier op de functionele noodzakelijkheid van het recht op immuniteit, namelijk dat internationale organisaties het recht op immuniteit van jurisdictie nodig hebben om op onafhankelijke wijze hun functies uit te oefenen.4 Het volgt uit deze noodzakelijkheid dat de immuniteit van internationale organisaties niet zomaar ingeperkt mag worden, behalve als er fundamentele rechten van de mens geschonden worden bij het handhaven van de immuniteit. Men moet hierbij bijvoorbeeld denken aan het recht op een gang naar de rechter en een eerlijk proces, dat is neergelegd in artikel 6 EVRM. 5. In de zaak A. Spaans tegen Iran-United States Claims Tribunal introduceert de Hoge Raad de rechtsregel dat ‘aan internationale organisaties, optredend binnen de grenzen van haar taakuitoefening, in beginsel het privilege van immuniteit van jurisdictie wordt toegekend’ en dat ‘tot de geschillen welke onmiddellijk verband houden met de vervulling van de taken van de internationale organisatie, behoren in elk geval die arbeidsgeschillen welke kunnen rijzen tussen de organisatie en diegenen die in haar dienst bij het vervullen van die taken een essentiële rol spelen’. Internationale organisaties genieten dus immuniteit en deze immuniteit geldt ook voor geschillen die betrekking hebben op de arbeidsrelatie met haar werknemers. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat A. Spaans werkzaamheden verrichte die tot de essentiële werkzaamheden van het Tribunaal behoorden, daar hij de functie van tolk/vertaler vervulde en dus een belangrijke spil was in de communicatie tussen derden en het Tribunaal.


De Hoge Raad gaat er in r.o. 3.3.4 van uit dat er een ongeschreven regel van gewoonterecht bestaat, welke inhoudt dat internationale organisaties immuniteit van jurisdictie genieten, indien er geen verdrag is gesloten tussen het gastland en de internationale organisatie betreffende de immuniteit van laatstgenoemde. Aangezien er in het internationale recht geen hiërarchie van rechtsbronnen bestaat, is het geen enkel probleem dat de Hoge Raad zich op het gewoonterecht baseert, maar het zwakke punt in dit arrest is dat de Hoge Raad geen gefundeerde argumentatie geeft hoe deze regel van gewoonterecht tot stand is gekomen en ook niet refereert naar een eerdere of andere uitspraak waaruit deze rechtsregel blijkt.

te waken voor onrecht als het beginsel te streng wordt toegepast. Dit is een redelijke oplossing, omdat er zo in iedere zaak gekeken kan worden naar de omstandigheden van het geval om zo tot een rechtvaardig oordeel te komen. Het lijkt misschien zuur voor de werknemer in dit geval, maar men moet niet vergeten met welk doel immuniteiten zijn ingesteld; namelijk om de soevereiniteit van Staten (en diens afgezanten) en internationale organisaties niet aan te tasten en hen de mogelijkheid te bieden om in een gastland onafhankelijk en dus effectief hun taken te vervullen. Daarbij heeft A. Spaans in dit geding de mogelijkheid om zijn geschil voor te leggen bij het Tribunaal, hetgeen zijn recht op een gang naar de rechter niet frustreert.

Voor het ontstaan van een gewoonterechtelijke regel moet er voldaan worden aan twee vereisten, er moet namelijk sprake zijn van een gevestigde Statenpraktijk en een opinio iuris (een gevoel dat grenst aan juridisch moeten). Deze vereisten werden voor het eerst geformuleerd in de North Sea Continental Shelf Cases, gewezen door het Hof van Justitie. Het criterium Statenpraktijk houdt in dat het merendeel van de Staten in de internationale gemeenschap op een bepaalde manier handelt en het criterium opinio iuris houdt in dat Staten op die manier handelen omdat zij ervan overtuigd zijn dat zij juridisch zo moeten handelen. Aangezien het gebruikelijk was (Statenpraktijk!) om een verdrag te sluiten met een internationale organisatie waarin het recht op immuniteit uitdrukkelijk wordt toegekend, mag er worden aangenomen dat ook bij het ontbreken van zo’n verdrag er een regel van gewoonterecht tot stand is gekomen. Naar mijn mening had de Hoge Raad dit wel iets sterker kunnen benadrukken en beargumenteren, of had zij moeten verwijzen naar een eerder arrest waarin de gewoonteregel werd vastgesteld of uitgelegd.

7. Samenvattend kan worden gezegd dat de Hoge Raad in dit arrest de gewoonterechtelijke regel bevestigd dat internationale organisaties immuniteit bezitten en dat deze immuniteit van jurisdictie ook geldt in arbeidsconflicten met haar werknemers. Het niet ondertekenen van een arbeidscontract staat niet in de weg van deze immuniteit als de mogelijkheid nog openstaat om het conflict bij de internationale organisatie zelf te laten behandelen. Er mag alleen een uitzondering op de immuniteit worden gemaakt in gevallen van buiten-contractuele aansprakelijkheid van de organisatie.

6. De Hoge Raad maakt in r.o. 3.3.2 terecht een belangenafweging tussen enerzijds het belang van de internationale organisatie om onder alle omstandigheden haar taken onafhankelijk en ongehinderd te vervullen en anderzijds het belang van de wederpartij om haar geschil met een internationale organisatie door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie te laten behandelen. Deze belangenafweging heeft ertoe geleid dat aan internationale organisaties immuniteit wordt toegekend, maar dat op dit beginsel een uitzondering kan worden gemaakt in gevallen van buiten-contractuele aansprakelijkheid. Tevens worden internationale organisaties verplicht om in contracten in beginsel te voorzien in arbitrage. Zoals bij iedere belangenafweging in het recht wordt hier een keuze gemaakt om zwaarder gewicht toe te kennen aan één van de belangen, namelijk het recht van internationale organisaties op immuniteit van jurisdictie, maar worden er uitzonderingen toegelaten om

8. De Hoge Raad formuleert in dit arrest een sterke rechtsregel ten gunste van de internationale organisaties. Gezien het doel waarmee immuniteiten in het leven zijn geroepen, is dit naar mijn mening een goede ontwikkeling. Internationale organisaties moeten ten slotte vrij en onafhankelijk kunnen opereren van het gastland om hun functies te kunnen vervullen. Ik ben echter ook van mening dat de Hoge Raad in dit arrest, ondanks de sterke formulering van de rechtsregel, een zwakke argumentatie heeft gebruikt voor de vorming van deze regel. Ik denk dat zij de rechtsregel in dit arrest meer kracht had kunnen bijzetten als zij beredeneerd had aangegeven waarom er een regel van gewoonterecht is ontstaan, of als zij had verwezen naar een eerder of ander arrest waarin dit wel gedaan was.

(Endnotes) 1 In 1931 deed het Italiaanse Court of Cassation al uitspraak in de zaak Istituto internazionale di Agricoltura v. Profili en besliste dat de eerstgenoemde rechtspersoonlijkheid bezat, omdat de Staten die de organisatie hadden opgezet, de intentie hadden gehad om de organisatie absolute autonomie te geven, zodat het gevolg was dat de organisatie de macht had om zijn eigen structuur en juridische positie te bepalen zonder inmenging van de Staten. Hieruit volgde dat de Italiaanse Court of Cassation geen jurisdictie had met betrekking tot de arbeidsrelaties van de organisatie. 2 A. Cassese, Internatonal Law, Oxford: Oxford University Press 2005. 3 Rb. Maastricht 12 januari 1984. 4 P.H. Kooijmans, Internationaal publiekrecht in vogelvlucht, Amsterdam: Uitgeverij Kluwer 2008.

53 | SecJure Februari 2013


Column

Weekend der Magistraten Sylvia Kuijsten Kamp. O God, wat een verschrikking. Elk jaar was er weer dat gevreesde scoutingkamp, waar ik een week lang op brute wijze van mijn liefhebbende ouders werd gescheiden. Overdag ging het prima, maar zodra bedtijd onvermijdelijk dichterbij kwam, verschenen de tranen. Ik heb heel wat ‘heimweepilletjes’ geslikt (ofwel gekleurde tictacs, wist ik veel) en ben plat geknuffeld door de begeleiding. Ik weet niet precies wanneer het over was. Het kan het groep acht kamp zijn geweest, het reisje naar Duitsland met mijn geliefde theatergroep of de schoolreis naar Praag. Hoe dan ook, opeens had ik geen heimwee meer. Tegenwoordig vind ik het heerlijk om er zo af en toe een paar dagen tussenuit te zijn. Het algemeen ledenweekend van Magister JFT is daar zo’n mooi voorbeeld van. Drie dagen lang in een hutje op de hei bier drinken en de boel op stelten zetten. Natuurlijk wel binnen het kader van de gestelde regels, we zijn uiteindelijk niet voor niets rechtenstudenten. Na twee jaar zelf het betreffende weekend met de activiteitencommissie georganiseerd te hebben, kon ik afgelopen jaar een keer mee als deelnemer. Heerlijk, dit jaar voor mij geen vieze toiletten schrobben op zondagochtend, deelnemers die ’s nachts in de bosjes verdwenen bij hun nekvel weer naar binnen sleuren en ’s ochtends als eerste het warme bed uitkruipen om het ontbijt voor de enkele tientallen deelnemers te verzorgen. Het is bij zo’n weekend altijd weer een beetje de vraag waar je terecht komt, want uit ervaring kan ik zeggen dat het vinden van een geschikte kampeerboerderij niet altijd gemakkelijk is. Toch kwamen we ook afgelopen jaar weer op een prima locatie terecht. Bij het verkennen van de betreffende boerderij was het toch een aparte gewaarwording om een groep twintigers blij te zien juichen bij het opmerken van de aanwezigheid van SecJure Februari 2013 | 54

een paar schommels, glijbaan en een wipkip. Al snel worden we naar binnen geroepen voor de eerste activiteit. In de extremere variant van de brave Tupperware-party worden we ondergedompeld in de wereld van de glijmiddelen, massageoliën, vibrators en dildo’s. De belangrijkste regel van de middag: rechts is ruiken, links is likken. ’s Avonds worden de frituurpannen aangezet en de goodies uitgedeeld. Dit jaar zijn dat toffe rode badjassen met het Magisterlogo erop. Sommigen van ons hebben hun exemplaar het hele weekend niet meer uitgedaan. Ook niet tijdens de eerste feestavond, waar de teams voor de rest van het weekend bekend worden gemaakt, er spontaan een bierestafette wordt georganiseerd en wordt gefeest tot in de late uurtjes. Zaterdag worden in alle vroegte de Wipe Out-spellen afgeleverd. Ik ben met name fan van het mega twisterspel. Na een barbecue is het ’s avonds tijd voor de spellenronde, waarvoor we door een groot weiland via verschillende opdrachten de finish moeten zien te halen. Stiekem moet ik wel lachen om al die bewegende rode badjassen in het groene veld. Ons team gaat er uiteindelijk met de overwinning vandoor, wat ons een niet nader te noemen prijs van de tupperware-party oplevert. Daarna volgt de gebruikelijke biercantus, waar iedereen uit volle borst meebrult en natuurlijk de tweede feestavond. En dan is het zondagochtend. De laatste boterhammen worden gesmeerd, de laatste koffiebekers ingeschonken. De activiteitencommissie is druk bezig met schrobben en dweilen, terwijl de rest buiten van het zonnetje geniet. Eenmaal thuis besluit ik wat bij te slapen. In gedachten zie ik mezelf alweer naar de volgende kampeerboerderij fietsen, klaar voor het volgende ledenweekend. Dit jaar zal het Algemeen Ledenweekend worden gehouden op 12, 13 en 14 april, dus noteer die dagen alvast in je agenda!


Winnaar Gouden Zandloper: snelste groeier 2008 – 2012

Link up. Vind je het een spannende uitdaging om hechte relaties op te bouwen met gerenommeerde, internationale cliënten? Wil je de grenzen van je praktijkgebied verleggen naar een breed spectrum van sectoren? Heb je het talent, inzicht én de energie om de meest complexe transacties succesvol af te ronden? Link dan met Linklaters! Wij zijn een wereldwijd, toonaangevend kantoor met advocaten, notarissen en fiscalisten. We zijn altijd op zoek naar jong toptalent. Dus als jij carrière wilt maken in een open en toegankelijke omgeving, waarin pragmatisme en vernieuwend denken centraal staan, bekijk dan onze stagemogelijkheden en vacatures op www.linklatersgraduates.nl Delicious

Flickr

Twitter

Retweet

Facebook

MySpace

StumbleUpon

Digg

Slash Dot

Mixx

Skype

Technorati


Jaargang 27, nr. 3  

SecJure is het onafhankelijk faculteitsblad van de Faculteit Rechtswetenschappen van de Universiteit van Tilburg

Jaargang 27, nr. 3  

SecJure is het onafhankelijk faculteitsblad van de Faculteit Rechtswetenschappen van de Universiteit van Tilburg

Advertisement