Page 1

SecJure Jaargang 26 | Februari 2012 nr. 3 | SecJure is een uitgave van Magister JFT

Juridisch Faculteitsblad

De media: machtige manipulator?  Social media and stereotyping  Hoe om te gaan met bronnen  Interview met Susanne Terporten, Persofficier van Justitie  Misleidende berichtgeving (op de beurs) en reclames


Je bent derde- of vierdejaars rechtenstudent en je hebt ambitie. Dan schrijf je je bentdederdeof vierdejaars rechtenstudent je hebt ambitie. Danons schrijf je je in inJevoor vijfdaagse Masterclass van 8 tot enenmet 14 mei 2012 op kantoor

STBB2NY STBB2NY

in voor deWant vijfdaagse Masterclass 8 tot en met 14 mei 2012 ons kantoor in New York. daar pak je tijdensvan workshops samen met onsopzaken aan binnen

New York. Want daarkennen. pak je tijdens workshops metzelf onsook zaken binnen een breed scala van rechtsgebieden en leer je onze internationale rechtspraktijk beter En natuurlijk laat jesamen de stad nietaan links liggen. eennet breed scala jaar, van vijf rechtsgebieden en leer je hard’ onze internationale rechtspraktijk beter kennen. natuurlijk laat je de stad zelf ook niet links liggen. www.werkenbijstibbe.nl Kortom, als vorig dagen ‘work hard, play in New York. Schrijf je voor 12 maart 2012 En in via onze website Kortom, net als vorig jaar, vijf dagen ‘work hard, play hard’ in New York. Schrijf je voor 12 maart 2012 in via onze website www.werkenbijstibbe.nl


Can social media help us to get rid of stereotypes which are exposed in ‘normal media’? | 7

Social media and stereotyping | Janneke van der Heijden | 7 De invloed van social media op de stereotypen gebruikt in traditionele media.

Media: Beeldvervorming of voorbeeldig? | Feye van Westing | 10 Een kritische blik op de uitvoerig behandelde these ‘De media hebben het gedaan!’.

Het rijdende puberbrein | Rolf Everhardus en Noortje Muselaers | 12 Een juridische en neuropsychologische kijk op het feit dat jongeren op hun 17e hun rijbewijs mogen halen.

Tegenspraak in strafzaken | Aïcha Peutz | 16 Tegenspraak, de interne toetsing of het opsporingsonderzoek op correcte wijze plaatsvindt, wordt onder de loep genomen.

“Het moet natuurlijk geen OM-promotieshow worden.” een interview met Susanne Terporten | Loes van Puijenbroek | 18 Susanne Terporten, de Persofficier van Justitie die regelmatig aanschuift bij RTL Boulevard, vertelt over de relatie tussen de media en het OM.

Een bron van informatie: over wie, wat, wanneer en waarom | Therris Burgers | 21 Keizer Caligula, Berlusconi en Joseph Goebbels vertegenwoordigen allen een belangrijke les over hoe om te gaan met bronnen in tijden van media.

Brieven uit Boedapest | Janneke van der Heijden | 25 Janneke studeert in Boedapest, Hongarije. Lees hier over al haar doldwaze avonturen!

The UNHCR and Statelessness | Esra van der Wolk | 26 What is the United Nations High Commissioner for Refugees (UNHCR) and how does it work?

Dit was het recht | Rolf Everhardus | 28 De krantenbezorger slaat je brievenbus altijd over? Het internet faalt continue? Geen probleem! Hier worden de belangrijkste (juridische) nieuwtjes op een rijtje gezet.

Magistraat met een missie: de Opleidingscommissie | Femke de Kort | 31 Femke zit dit jaar in de Opleidingscommissie.

Pro/Contra: Het Buitenland | Michiel Peters en Robbert Coenmans | 32 Het buitenland: eng, gevaarlijk en vol met primaten of een magische plek vol met kokoksnotenbikini’s, palmbomen en mooi weer?

Activiteitenkalender Magister JFT | 36 Welke activiteiten staan allemaal op de agenda?

Nieuw Kapitalisme: de bij een onderdeel van de korf | Tim Adriaansen | 39 De mankementen van het kapitalisme worden langzaam zichtbaar. Over de perverse elementen van het kapitalisme, het kapitalistisch gedachtegoed en goed bestuur.

Verscherpt toezicht op financiële instellingen in onomkeerbare problemen | Milad Sheidai | 42 De Interventiewet: het instrument voor De Nederlandsche Bank en de overheid om financiële instellingen te behoeden van een ondergang?

Misleidende informatie in juridisch perspectief | Melanie Hermes | 46 Wat houdt misleidende berichtgeving op de beurs in en wat zijn de gevolgen?

De googlende rechter: een afbreuk aan zijn lijdelijke positie? | Sylvia Kuijsten | 49 Wordt lijdelijkheid van de rechter in gevaar gebracht als hij op onderzoek uitgaat door bijvoorbeeld Google te gebruiken?

Overdrijving of misleiding? Oneerlijke handelspraktijken in reclames | Nina Dorenbosch| 53 Wanneer is er sprake van oneerlijke handelspraktijken en wanneer moet je als consument snappen dat de reclame een illusie weergeeft?

Het Kruisverhoor: Marcus Groenhuijsen | Esra van der Wolk | 56 Marc Groenhuijsen vertelt over zijn studententijd, zijn Koninklijke onderscheiding en studenten die kranten gaan lezen tijdens zijn colleges.

Going Abroad: Exchange in Zuid Amerika: Completos y terremotos! | Martin Slaats | 60 Martin studeerde zes maanden in het verre Chili.

Meesterlijke Recepten: De Hoornse Taart | Anne de Vries | 62 Een nieuwe rubriek: Meesterlijke Recepten. Vandaag staat de Hoornse Taart op het menu!

3 | SecJure Februari 2012

Inhoudsopgave

Social media and stereotyping


Wat neem jij mee?

Wat je elke dag bij je hebt, zegt veel over wie je bent. Over wat je bezighoudt, de dingen die je meemaakt en wat je motiveert. Bij AKD zijn we benieuwd naar wat mensen ‘meenemen’. Naar hun interesses en ambitie. Wat deed jou besluiten rechten te gaan studeren? En wat wil je bereiken? AKD bestaat uit een hecht team van bevlogen advocaten en notarissen. Professionals met een eigen stijl. Vastbesloten alles eruit te halen wat erin zit. We investeren dan ook veel in de ontwik­ keling van jong talent. Spreekt onze werkwijze jou aan? Laat het ons weten. We zijn benieuwd naar wat jij meeneemt. Kijk op watneemjijmee.nl.


Colofon Redactieadres

Redactioneel

Kamer E221 Postbus 90153 5000 LE Tilburg Tel. (013) 466 80 73 Mail: secjure@magisterjft.nl

Hoofdredacteur Loes van Puijenbroek

Redactie Tim Adriaansen Therris Burgers Nina Dorenbosch Rolf Everhardus Janneke van der Heijden Melanie Hermes Sylvia Kuijsten Michiel Peters Aïcha Peutz Milad Sheidai Anne de Vries Feye van Westing Esra van der Wolk

Met dank aan Tessa Barten Robbert Coenmans Femke de Kort Noortje Muselaers Martin Slaats Susanne Terporten

Productie Wolf Legal Publishers Oplage 4100 SecJure jaargang 26 nr. 3 De redactie behoudt zich het recht voor ingeleverde stukken niet te plaatsen of te wijzigen. De inhoud van de artikelen vertegenwoordigt niet noodzakelijkerwijs de mening van de redactie. © Niets uit deze uitgave mag op welke wijze dan ook gereproduceerd worden zonder voorafgaande toestemming van de redactie.

Ik schrijf dit tijdens Kerst, een tijd waar het nieuws slechts gaat over eventuele sneeuw en dronken kerstmannen. Na een lange tijd weer eens thuis bij de familie: een vreemde ervaring. Vooral omdat de tv het hier doet. In mijn studentenhuis heeft iemand een tijd geleden de kabel uit zo’n wit kasje gerukt (er is nog een onderzoek gaande naar de dader) waardoor ik wekenlang zonder de tv moet leven. Het kwam eigenlijk wel goed uit: minder SOG-materiaal tijdens de tentamens. Hoe dan ook mis ik het niet echt. Ik voelde mijn hersenactiviteit toch al spontaan afnemen als ik naar een hersenloos programma staarde. En: ik had toch internet, waar ik alles op kon zien. Het nieuws, films, series, columns, alles flitste voorbij tijdens mijn eh, ‘leertijd’. Totdat het internet genoeg had van al dat surfen en ik plots geen webpagina meer kon bereiken. Ik voelde me teruggaan in de tijd. De tijd waarin men slechts de radio en de krant tot zijn beschikking had. (Nog erger, want mijn huis ontvangt alleen de Tilburgse Koerier.) Alleen nog een paar kaarsen en het feest was compleet. (Wat in mijn geval ironisch genoeg bijna waarheid werd: mijn lamp ging kapot. Gelukkig had ik nog een gave lavalamp liggen.) Mijn mobiele telefoon zorgde ervoor dat ik toegang had tot oefententamens en het nieuws (en Angry Birds, maar dat terzijde) – maar dat was het dan ook echt. En stiekem, stiekem vind ik het wel fijn. De media zijn een vreemd fenomeen. Ze beïnvloeden en informeren. Waar de een begint en de ander eindigt, is onzeker. Dictators maken er niet voor niets gretig gebruik van. Tegelijkertijd is de weerstand van het volk tegen de gevestigde orde ook grotendeels afhankelijk van (moderne) media. De Arabische lente, waar je deze editie in Dit Was Het Recht wat over kan vinden, werd immers niet alleen op straat, maar ook op Twitter uitgevochten. De media zijn vergelijkbaar met een mes dat snijdt aan twee kanten. Media zijn gevaarlijk, maar tegelijkertijd de zuurstof in het levensbloed van de democratie. Des te meer reden om deze editie de media in de spotlight te zetten. Heel veel plezier met het lezen van alweer de derde editie van de SecJure! Ook namens de redactie, Loes van Puijenbroek Hoofdredacteur 2011-2012 5 | SecJure Februari 2012


Ben jij rechtenstudent en denk je na over je toekomst? Zoek je naar mogelijkheden om je CV uit te breiden en wil je op de hoogte worden gehouden van masterclasses, stages, (sollicitatie)trainingen en meer? Schrijf je dan nu gratis in op www.youngtalentgroup.nl


Beschouwing

Social media and stereotyping Janneke van der Heijden

Social media becomes increasingly important in our lives. For example, the last six months the total number of Facebook users in the Netherlands grew by more than one million to almost six million.1 Social media has overtaken porn as the number one activity on the web.2 Besides individuals, also companies and public institutions use social media more often. Municipalities increasingly turn to social media to communicate with residents. Enterprises can monitor and hire specialists to improve their performing status on different social media websites.3 Also, social media can be used to collect money in emergency situations. An excellent example is the Giro 555 campaign for the famine in the Horn of Africa. The use of social media ensured that the hunger crisis was a trending topic in the Netherlands during the campaign period. This means that approximately 15 tweets per minute mentioned #giro555. An even more striking appearance of social media is the influence it had on the events of the Arab Spring. Nevertheless, experts disagree about the extent to which the use of social media affected the Arab Awakening. Above examples demonstrate that social media has many advantages over conventional media. One of these alleged benefits, which will be discussed in this article, is the theorem that social media can help us to get rid of stereotypes which are exposed in ‘normal media’. Stereotypes include different kinds of characteristics and can be positive or negative. Some stereotypes accurately reflect actual differences between groups,

though in exaggerated form, but other stereotypes are completely inaccurate. Stereotyping can take place on different grounds: for example by race, gender, age, religion, ethnicity, geography, sexual orientation, disability, physical appearance or social status. Some examples of stereotypes: Arab women are beaten and oppressed, illiterate have to stay at home; Dutch people are tulipeaters, coffeeshop-addicts, abortionists, tolerant, liberal

7 | SecJure Februari 2012


and stingy; men in general are aggressive, independent, strong and dominant; African-Americans are violent, criminal, drug-addicted and on welfare; and last but not least, a truck driver includes a middle-aged male who is tired, dirty, hasn’t showered in a week and is searching for prostitutes. Everyone can consider for himself whether these descriptions are accurate.4 Rather than only funny, stereotypes can be problematic. Stereotypes possibly reduce a wide range of differences in people to simplistic categorizations. Moreover, stereotypes can transform assumptions about particular groups of people into ‘realities’. Besides that, stereotypes can be used to justify the position of those in power and furthermore, stereotypes can perpetuate social prejudice and inequality. Just a few examples are the stereotypes about Jews

and the behavioral problems among immigrant children in the Netherlands, which are strengthened by perceived discrimination (stereotypes).5 Paul Martin Lester and Susan Dente Ross state that for visual communicators, like photographers, videographers, filmmakers, cartoonists et cetera, stereotypes are useful devices because they are easily understood and make a clear point. 6 Now most media companies use very rigid segmentation methods in order to understand their audiences. When you are a student, you probably drink a lot of beer, wear expensive clothes and have Apple gadgets, your room is not very clean and you eat a lot of pizza. It’s old-school demographics. The companies come up with restrictive labels, like the one about the students, to define us. Lester and Ross list five reasons why media stereotype. First of all, advertisers demand quickly interpreted shortcut pictures. In advertisements for cleaning products more often women than men are portrayed, while sports cars are primarily a market to men. The commercial connects the product with the audience. Besides that, lazy or highly pressured reporters do not take or have no time to see things in a new way or SecJure Februari 2012 | 8

to explore issues within their multifaceted and complex contexts. When the profile of a defendant in a criminal case seems to fit, the person may suffer from a so-called trial by media: the public and press condemn someone who was arrested on suspicion of committing a crime. This seems to happen more and more. It is generally lost sight of, that someone is innocent until proven guilty. Another example is the little focus on the role of women in the Arab Spring last year in the daily news. Videos showed particularly masculine protesters. Furthermore Lester and Ross state that too few members of diverse cultural groups work as photographers, reporters, editors or publishers in media organizations. The fourth reason is that media professionals assume that readers and viewers are conditioned to accept only certain images of diverse members. And finally culturalism may explain why mainstream media are slow to cover human catastrophes in remote sections of the world such as Rwanda and Somalia.7 This results in a media climate which generally provides a distorted mirror of the real society. Media researcher Johanna Blakley studies the impact of mass media and entertainment on our world. She believes that social media help free us from some of the absurd assumptions that we have as a society. In her research, which is mainly focused on gender stereotypes, she states that the old psychological profiles of consumers (student, working mother, businessman, et cetera) have less and less impact on the media business. One of the causes for this development is the use of online networking tools with which it is easier to escape from the demographic boxes created by media companies. People are able to connect online quite freely and can redefine themselves online. It is pretty easy to lie about our age or to connect only with people with the same specific interests. Blakely states that if you look online at the way people aggregate, they don’t aggregate around age, gender and income. ‘They aggregate around the things they love, the things that they like, and if you think about it, shared interests and values are a far more powerful aggregator of human beings than demographic categories.’ If you are interested in finding a partner or a new laptop you will have a look on webpages about these topics. 8 Another case that is quite surprising is that women actually outnumber men in their use of social networking technologies. And then if you look at the amount of time that they spend on these sites, they truly dominate the social media space, which is a space that’s having a huge impact on old media. For example, 55 % of the 157.418.920 Facebook users in the United States is female and only 45 % is male.9 Jonanna Blakley thinks that the use of social media can help women to get more emancipated. Also Carmelita Serkei and Susan Bink think online media can help various social groups to get


<www.twelvehorses.com>

emancipated. We note that especially young people, between 15 and 25 years, with a culturally diverse background are becoming more assertive and critical towards the media and they increasingly require their own place in the public domain. Through the internet, minorities can exchange experiences, opinions and knowledge, for example through their own online communities. Also, these communities provide an opportunity for young Muslims to express themselves and to expose certain (controversial) topics outside the influence of family and the mosques. In addition, the web plays an important role in the dispel of prevailing prejudices. Through community sites, discussion forums, blogs, social networking et cetera minority groups can express different opinions.10 It can be said that one of the problems of stereotyping, that the groups which are stereotyped have little to say about how they are represented, occurs less in social media because everyone can respond to everyone and give opinions about subjects. On the other side, social media are a good foundation for the emergence of gossip and rumors. Vindictive people, frustrated consumers, bullies, psychopaths and annoying students abreact their problems through social media anonymously. This can also be specifically directed towards a person. By the use of social media gossip can be spread quickly in a large circle of people. This means that a rumor spread by social media can have a much greater impact than a rumor spread by word of mouth. This applies not only to gossip about work, friends and family but also social media stereotypes quickly find their way.11 It turns out that also profiles and the way we use social media can contribute to the forming of stereotypes. There are many differences between men

and women in the way they use social media. Although both genders equally use social media to stay in contact with friends and family, college women update their profiles and post pictures more frequently than do their male counterparts. They are also more likely than men to comment on someone elseâ&#x20AC;&#x2122;s blog.12 So, also on the internet role patterns arise, and it seems that social media canâ&#x20AC;&#x2122;t eliminate stereotyping totally. Even, the other way around, people say that social media contributes to stereotyping: with just a look on a Facebook profile one can form an opinion. (Endnotes) 1 http://www.socialbakers.com/facebook-statistics/netherlands 2 Is Social Media Just A Fad? http://www.huffingtonpost. com/2010/05/10/social-media-statistics-s_n_569816.html 3 http://analytics.socialbakers.com/?ref=country-detail-text 4 Smith, E.R. & Mackie, D.M. (2007). Social Psychology. Hove and New York: Psychology Press, Taylor & Francis Group. 5 Vollebergh, W. (2002). Gemiste kansen: Culturele diversiteit en de jeugdzorg. http://igitur-archive.library.uu.nl/fss/2008-0911200957/volleberg_02_gemiste.pdf 6 Lester, P.M. & Ross, S.D. (ed.) (2003). Images that injure: Pictorial stereotypes in the media. Westport: Preager Publishers. 7 Lester, P.M. & Ross, S.D. (ed.) (2003). Images that injure: Pictorial stereotypes in the media. Westport: Preager Publishers. 8 Blakley, J. (Year unknown). Social media and the end of gender. http://www.ted.com/talks/johanna_blakley_social_media_and_ the_end_of_gender.html 9 http://www.socialbakers.com/facebook-statistics/united-states 10 Serkei, C. & Bink, S. (Year unknown). De emanciperende werking van online media: Over de functie van online media in het publieke debat. http://uitdeweghijkomteraan.nl/media/files/Artikel%20 Bink%20en%20Serkei.pdf 11 Mulder, E. (2011). Internetroddels soms levensgevaarlijk. http://www.trouw.nl/tr/nl/5009/Archief/archief/article/detail/2934561/2011/09/29/Internetroddels-soms-levensgevaarlijk.dhtml 12 Hoy, M.G. & Milne, G. (2010). Gender Differences in PrivacyRelated Measures for Young Adult Facebook Users. Journal of Interactive Advertising. Vol. 10 No. 2.

9 | SecJure Februari 2012


Beschouwing

Media: Beeldvervorming of voorbeeldig? Feye van Westing

“De media heeft het gedaan”. Dit moet natuurlijk allereerst zijn: “De media hebben het gedaan”. De media hebben dan ook doorgaans van alles op hun geweten. Zo zouden ze paniek, angst en onbehagen zaaien door zaken uit te vergroten, te mis interpreteren en eenzijdig en louter negatief te berichten. Volgens sommige geluiden veroorzaken ze zelfs crimineel gedrag, depressies, hetzes en mogelijk ook hooikoorts, diabetes en hartfalen. Onze hoogleraren bestuurskunde reageren op vragen van de studenten of ‘deze ontwikkeling’ (vul hier een willekeurige verzameling feiten in) onder meer veroorzaakt wordt ‘door de media’, voortaan dan ook met: de media hebben het altijd gedaan. Wat je er ook voor zet. De these van de media als oorzaak van allerlei maatschappelijke problemen wordt dan ook vaak en uitvoerig behandeld. Natuurlijk zijn de eerste voorbeelden van journalisten die kritisch onderzoekend optreden en daarvoor berecht en buiten werking zijn gesteld al te vinden in de antieke tijd: Socrates die de gifbeker moest leegdrinken voor het bederven van de jeugd maar eigenlijk gewoon een ontzettend vervelend sujet was. Hij stelde namelijk voortdurend de onkunde en onwetendheid van autoriteiten op de proef. Eén van de eerste negatieve waarderingen van beeldvorming, in de letterlijke betekenis van het woord, hebben we nota bene te danken aan leerling, vriend en misschien wel bedenker van het karakter Socrates, namelijk: Plato. In het verlengde van zijn grotgedachte stelde Plato dat de empirische werkelijkheden om ons heen al imperfecte afbeeldingen van de zuivere ideeën waren. Een schildering, beeld of tekst waren alweer afbeeldingen van afbeeldingen waren en stonden dus nog verder af van de pure ideeën. Natuurlijk vinden we een diametraal andere positie ook binnen de ideeëngeschiedenis, bijvoorbeeld bij Gadamer, namelijk dat afbeeldingen en teksten juist een sublimering van de alledaagse en niet direct kenbare werkelijkheid zijn. De tekst als vehikel waarmee we op afstand een (belevings)wereld kenbaar kunnen maken. De verSecJure Februari 2012 | 10

schillende media spelen dan een bemiddelende rol tussen volk en elite, praktijk en theorie, naakte feiten en begrijpelijke beelden. Het niet direct kenbare behoeft representatie. Deze discussie speelt zich natuurlijk op ieder instituut en vlak van menselijke onderwerpen af zoals Waarheid en Kennis, Politiek en Bestuur en Esthetiek en Kunst. Denk aan stromingen als empirisme en rationalisme, directe en representatieve democratiemodellen en realisme en abstracte kunstuitingen. Deze abstracte discussie concretiseert zich ook in de bespreking van de taak, het belang en het daadwerkelijke functioneren van traditionele media als krant, televisie en radio en hun verslaggevers. Enkele voorbeelden waar media schuldig aan zouden zijn, is het creëren van een gevoel van onveiligheid (door veel te berichten over misdaden), terwijl de feiten zouden wijzen op een steeds veiliger Nederland. Ook zouden media en politici samen als in een innige dans te veel aandacht schenken aan ‘individuele’ gevallen. Dit laatste werd vaak benadrukt rondom de zaak ‘Mauro’, zeker in relatie tot de eurocrisis die zich als een gestage maar krachtig voortgaande rivier aan het voltrekken was. De andere kant van het verhaal, bijvoorbeeld in de zaak van Mauro, is dat een individuele zaak gaat staan voor allerlei waarden en zo een beeld wordt gecreëerd waaromheen wij onze waarden kunnen aanhalen, (her) definiëren en bekrachtigen. Het beeld wordt dan een technisch apparaat waarmee wij onze culturele regendans kunnen uitvoeren en heeft op die manier een heel belangrijke functie. Het andere voorbeeld, van de veiligheid, zou juist weer een schaduwzijde laten zien van het gebruiken van eenvoudige beelden en modellen. Beelden en informatie zijn dan een belangrijk instrument in een bredere disciplineringstechniek waarbij angstgevoelens vervolgens kunnen worden uitgebuit door de meest handige politieke entrepreneur. In dit geval is dat bijvoorbeeld Wilders. Het kwalijke is dus niet alleen dat het hier een verdekte disciplineringstechniek betreft, maar het beeld bovenal niet wordt ondersteund door de ‘naakte feiten’ en er dus een beeldvervorming optreedt. Op één representatie (bijvoorbeeld Marokkaanse jongeren als straatterroristen) wordt een breed scala aan micro interventies


ontworpen die variëren van ‘stadsmariniers’, preventief fouilleren tot uitzendbureaus die graag discriminerende werkgevers van dienst zijn door geen Marokkaanse Nederlanders te selecteren. Als de bovenstaande voorbeelden in ogenschouw worden genomen, moet ik opmerken dat het gebruiken van beelden en representaties even onvermijdelijk als krachtig en even noodzakelijk als gevaarlijk kan zijn. Hierdoor is het belangrijk dat media niet alleen, zoals in de tijden van de verzuiling, een doorgeefluik zijn die in dienst staan van de bestuurlijke elite, maar ook de brug vormen van burgers naar machthebbers. Deze laatste beweging heeft zich de laatste decennia al voltrokken. De kritische houding hebben media zich dan ook al aangemeten. Binnen de journalistiek is dan ook een zelfkritische houding in het bijzonder van belang (want, zoals iedere inspecteur te horen krijgt: wie controleert de controleurs?). Zo is er een Raad voor de Journalistiek waar iedereen terecht kan met klachten over individuele verslaggevers alsook hele instituten. Ook politici zijn in zekere zin weer ‘journalisten’ of ‘bemiddelaars’ in de zin dat ze grotere waarden dienen te vertalen in maatregelen, standpunten en concrete teksten. Hierbij moet men dus altijd zodanig balanceren dat ze niet vervallen in demagogie aan de ene kant en aan de andere kant niet hun standpunten gaan destilleren

uit een monolithisch niet bestaand geheel als ‘het volk’. Of media ‘beeldvervormers’ zijn of ‘voorbeeldig’ zijn is een normatieve vraag die al voorbij gaat aan de onvermijdelijkheid en noodzakelijkheid van het ‘bemiddelen en representeren’ en de rol van media daarin. Per casus moet kritisch nagedacht worden over de rol van media en politici. Zo vind ik het te kortzichtig om een zaak als Mauro slechts een individueel geval te noemen en het daarmee onzin te vinden om dit breed uit te meten. Aan de andere kant zie je bij berichtgeving over criminele handelingen weer een concrete schaduwzijde van ‘mediaoptredens’. De media hebben het dus altijd gedaan. Maar wat precies is onduidelijk en hoe we dit moeten beoordelen nog minder.

11 | SecJure Februari 2012


Beschouwing

Het rijdende puberbrein Rolf Everhardus1 & Noortje Muselaers2

Interdisciplinariteit rukt op. Ook de relatie tussen de rechtswetenschap en andere wetenschappelijke disciplines wordt steeds belangrijker. De psychologie, economie of sociologie kunnen van grote waarde zijn voor de rechtswetenschap (en de rechtspraktijk) en bieden de jurist nieuwe inzichten in de maatschappij en het individu. Om dit te illustreren daarom een korte bijdrage waarin een recente wetswijziging wordt voorzien van neuropsychologische inzichten.

onder het invloed zijn van drugs, alcohol of medicijnen zijn tijdens het begeleiden van de jongere. De coach heeft niet dezelfde taak als een rijinstructeur; hij of zij zou advies moeten geven en de jongere helpen bij het inschatten van moeilijke situaties. Auto’s worden niet aangepast en zullen ook niet herkenbaar zijn als “2toDrive”. De wetswijziging creëert voorts geen nieuw soort rijbewijs, doch verlaagt enkel de toegestane leeftijd, waarbij een speciale voorwaarde wordt gesteld.

Toezicht 2toDrive Per 1 november 2011 is het “Tijdelijk Besluit Begeleid Rijden”3 in werking getreden. Dit experiment, in de voorlichting van het Ministerie I&M4 aangeduid als “2toDrive” stelt jongeren in staat op hun zeventiende een rijbewijs te behalen onder de voorwaarde dat voor de achttiende verjaardag niet zonder begeleider gereden mag worden. In andere landen, zoals Duitsland, lijkt dit een positieve invloed te hebben op de verkeersveiligheid.5 Succesverhalen uit andere landen zijn voor het Ministerie van I&M de voornaamste reden geweest om dit in Nederland bij wijze van experiment ook te proberen. Vanuit rechtsvergelijkend perspectief te verantwoorden, doch vanuit neuropsychologisch6 oogpunt zijn echter vraagtekens te plaatsen bij het toelaten van pubers achter het stuur. Alvorens op dit punt uit te wijden, zullen eerst de hoofdlijnen van dit experiment kort uiteengezet worden. Met als doel7 de verkeersveiligheid te verhogen door jongeren meer rijervaring op te laten doen onder begeleiding, staat het Ministerie I&M jongeren van 16,5 jaar toe de rijopleiding te beginnen om zodoende bij het bereiken van de zeventienjarige leeftijd het reguliere theorie en praktijkexamen te kunnen afleggen en hun rijbewijs te verkrijgen. Elke jongere mag 5 coaches ter registratie opgeven. Aan coaches worden echter wel een aantal eisen8 gesteld, waaronder het minimaal 5 jaar bezitten van het rijbewijs, minimaal 28 jaar oud zijn en ook moeten zij een onberispelijke staat van (rij)dienst hebben, hetgeen allemaal door het RDW9 gecontroleerd wordt. Om te voorkomen dat de jongeren door volwassenen gebruikt worden als BOB10 mag de coach ook niet SecJure Februari 2012 | 12

Uiteraard hangt er aan al deze “vrijheid” ook een vorm van overheidshandhaving; naast de eerder genoemde controle van de vereisten aan de coaches door het RDW. Mocht de jongere betrapt worden op het rijden zonder begeleider tussen zijn zeventiende en achttiende dan wordt per direct het rijbewijs ingenomen, wordt een boete van honderd euro uitgeschreven en kan de jongere pas na de achttiende verjaardag opnieuw het theorie en praktijk examen afleggen.11

Neuropsychologisch perspectief12 De pubertijd is de periode tussen kindertijd en volwassenheid en wordt beschouwd als een periode waarin de hersenen aan veel veranderingen onderworpen worden. Volwassenheid in de psychologie is iets anders dan de wettelijke meerderjarigheid.13 De leeftijdgrenzen van beide definities hoeven niet synchroon te lopen en kunnen zelfs per individu verschillen. De ontwikkelingstrajecten van verschillende gebieden in de hersenen lopen niet parallel gedurende de pubertijd, waardoor er een disbalans in het brein ontstaat. Zo is onder andere gebleken dat het voorste deel van het brein, de prefrontale cortex, zich relatief laat ontwikkelt in vergelijking met omliggende gebieden. Dit deel van het brein maakt het onder andere mogelijk om gedachten en gedrag te controleren, te ordenen en te plannen alsmede beslissingen te maken en impulsen te onderdrukken. Het beloningsgebied in het brein, met een moeilijk woord de nucleus accumbens, ontwikkelt zich daarentegen erg snel gedurende deze periode.14 15 Aangetoond is dat jongeren meer gedreven worden door instinctieve verlangens om het beloningscentrum


tevreden te stellen, terwijl het ‘verantwoordelijke’ deel van het brein, de prefrontale cortex, nog niet in staat is om de mogelijke risico’s te overzien. De disbalans in de hersenen ligt ten grondslag aan risicovol gedrag dat regelmatig wordt vertoond in deze leeftijdscategorie. Jongeren begrijpen sommige situaties misschien wel, maar zij voelen nog niet aan wat in die gegeven situatie de juiste keuze is. Naarmate jongeren ouder worden, wordt de hersenactiviteit in de prefrontale cortex relatief steeds groter. Tijdens de pubertijd vindt dus een verschuiving plaats van concreet operationeel denken, dat gericht is op het hier en nu, naar abstract beredeneren.16 Door jongeren vroeger achter het stuur te laten plaatsnemen, wordt dus voorbij gegaan aan het gegeven dat de hersenen van jongeren halverwege de tienerjaren nog niet in staat zijn situaties goed te doorgronden en risicovol gedrag op de loer ligt. Daartegenover staat dat voorts is gebleken dat ervaring, herhaling en stimulatie vanuit de omgeving een positieve invloed uitoefent op de ontwikkeling van de hersenen.17 Hiervan uitgaande lijken er mogelijkheden te bestaan om in te grijpen op de ontwikkeling van het puberbrein. Dit gegeven maakt het mogelijk om gedurende deze levensfase, waarin de hersenen een grote ontwikkeling doormaken, een goede basis te leggen voor de toekomst waarin het positieve gedrag bekrachtigd wordt en het negatieve gedrag ingeperkt wordt. Begeleidend rijden zou dus een bijdrage kunnen geven in het, zowel letterlijk als figuurlijk, in de juiste richting sturen van jongeren voor wat betreft hun ontwikkeling.

Conclusie Gebleken is dat er tijdens de tienerjaren een disbalans in de ontwikkeling van het puberbrein bestaat, waarmee ondermeer risicovol gedrag door deze leeftijdscategorie verklaard kan worden; simpelweg omdat zij de gevolgen en gevaren van hun handelen niet juist kunnen waarderen en niet kunnen overzien. Het is daarom dat een experiment als begeleid rijden “an sich” vanuit neuropsychologisch opzicht positief moet worden ontvangen. Een grote kanttekening moet echter worden geplaatst bij het verlagen van de leeftijd, daar het brein dan nog volop in ontwikkeling is. Het invoeren van begeleid autorijden vanaf achttien jaar, in plaats van het verlagen van de leeftijd, zou daarom vanuit de besproken inzichten een beter alternatief zijn. De wetswijziging is enkel met rechtsvergelijking verantwoord, de Nota van Toelichting geeft in elk geval van andere afwegingen geen blijk, hetgeen een gemiste kans is. Het is de lezer hopelijk duidelijk geworden dat de neuropsychologie (en andere disciplines) nieuwe inzichten kunnen bieden aan juristen, waardoor onder andere de kwaliteit van wetgeving verbeterd kan worden. Begeef je dus eens buiten je comfort-zone van de juristerij en be-

spreek jouw zienswijzen eens met economen of psychologen; ook deze vind je op de brug en in het Montesquie gebouw. (Endnotes) 1 J.R. (Rolf) Everhardus LLB is master student Internationaal& Europees (accent Human Rights) Recht en Nederlands recht (accent Privaatrecht) aan Tilburg University en als redactielid verbonden aan SecJure. 2 N. (Noortje) Muselaers MSc is recentelijk afgestudeerd in de Medische (Neuro) Psychologie aan Tilburg University. In het kader van haar studie heeft ze onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van het puberbrein. 3 Tijdelijk Besluit Tijdelijk Rijden, 7 oktober 2011. 4 Ministerie van Infrastructuur en Milieu. 5 Nota van Toelichting, Besluit van 7 oktober 2011, Tijdelijk besluit begeleid rijden 6 Voor de niet-buiten-zijn/haar-vakgebied-denkende jurist; neuropsychologie is het deelgebied van de psychologie dat zich bezighoudt met de functies van het brein en de relatie daarvan met gedrag. 7 Nota van Toelichting, Besluit van 7 oktober 2011, Tijdelijk besluit begeleid rijden. 8 Nota van Toelichting, Besluit van 7 oktober 2011, Tijdelijk besluit begeleid rijden. 9 Rijksdienst wegverkeer. 10 Een ander bekend overheidsinitiatief ten behoeve van de verkeersveiligheid “Bewust Onbeschonken Bestuurder”. 11 Nota van Toelichting, Besluit van 7 oktober 2011, Tijdelijk besluit begeleid rijden. 12 De neuropsychologische uiteenzetting is een geselecteerde, vereenvoudigde weergave van de ontwikkeling van het brein. 13 Artikel 1:233 Burgerlijk Wetboek. “Minderjarig is iemand die de leeftijd van 18 jaren nog niet bereikt heeft.. “ 14 Blakemore, S.J., & Choudhury, S. Development of the adolescent brain: implications for executive function and social cognition. Journal of child Psychology and Psychiatry,  2006-47(3-4), p.296312. 15 Galvan, A., Hare, A.H., Parra, C., Penn, J., Voss, H., Glover, G. & Casey B.J. Earlier development of the accumbens relative to orbitofrontal cortex might  underlie risk-taking behavior in adolescents. The journal of neuroscience, 2006-26(25), p.6885-6892. 16 L.P. Spear, The adolescent brain and age-related behavioral manifestations, Neuroscience and biobehavioral reviews, 2000-24, p.417-463. 17 H.B.M. Uylings, Development of the human cortex and the concept of ‘critical’ or ‘sensitive’ periods, Language learning, 56(nS1),5990.

13 | SecJure Februari 2012


De verf op de muren van het nieuwe kantoor van Van Benthem en Keulen is amper droog of SecJure staat al op de stoep om de sfeer te proeven. Hier en daar hangt er nog een bouwtekening zodat iedereen de weg weet te vinden. Waar de medewerkers geen routebeschrijving voor nodig hebben is de plek van de nieuwe koffie-automaat, nu al een van de betere aanwinsten van het nieuwe kantoor. SecJure had het genoegen te spreken met Carla van de Wiel en Mirjam van Barneveld. Carla studeerde in Tilburg en is sinds haar afstuderen werkzaam als advocaat-stagiair bij de

genoot gecontroleerd, maar voor sommige cliënten

praktijkgroep Vastgoed & Overheid. Mirjam is werkzaam als recrui-

ben ik de behandelend advocaat. Bij Van Benthem

ter. De dames vertellen ons het een en ander over werken bij dit

krijg ik de laagdrempeligheid en de nuchterheid van

gerenommeerde advocatenkantoor .

een kleiner kantoor en de mogelijkheden van een groot kantoor.

Waarom Van Benthem en Keulen?

Welke zaken doen jullie zoal?

„Toen ik in Tilburg afstudeerde vierde de crisis hoog-

,,Ons kantoor bedient voornamelijk de zakelijke

tij. Maar toch wil je niet zómaar een baan. Ik wilde

markt. (Dat ligt natuurlijk anders bij de groep Per-

graag werken bij een kantoor waar ik de kans zou

sonen-en Familierecht: Van Benthem & Keulen is een

krijgen mezelf te ontwikkelen en daarnaast ook echt

van de weinige middelgrote kantoren die zo’n grote

verantwoordelijkheden zou krijgen. Korte lijntjes

praktijkgroep Personen- en Familierecht heeft). Ik zelf

maar toch ook een breed netwerk.” vertelt Carla: „Ik

zit bij de praktijkgroep Vastgoed & Overheid en dan

wilde niet alleen maar met hele kleine onderdelen

meer specifiek Huurrecht. Wij doen zaken voor zowel

van een zaak bezig zijn, terwijl ik het juist zo leuk

huurders als verhuurders, maar zoals gezegd treden

vind zelf contact te hebben met cliënten, naar de

we weinig op voor particulieren. De cliënten waar ik

rechtbank te gaan en processtukken te schrijven. Be-

momenteel voornamelijk voor werk zijn gemeenten,

grijp me niet verkeerd: alles wat ik doe wordt door

woningcorporaties,

mijn patroon of een andere, meer ervaren kantoor-

marktketens en andere bedrijven..

SecJure Februari 2012 | 14

onderwijsinstellingen,

super-


Advertorial

Waarin onderscheid Van Benthem en Keulen zich

neer dit gesprek goed uitpakt volgt een tweede ge-

van andere kantoren?

sprek. Tijdens deze twee gesprekken maakt de kan-

Wij onderscheiden ons doordat we goede kwaliteit

didaat kennis met de partner(s) en medewerkers van

leveren, maar dan zonder alle opsmuk er omheen.

de praktijkgroep waar hij of zij voor solliciteert. Als

We hebben veel kennis in huis op veel verschillende

laatste volgt een assesment.” Maar wat kan je dan

rechtsgebieden en omdat we allemaal op dezelfde

verwachten van zo’n sollicitatie? „Ik was een beetje

vestiging zitten, weet iedereen elkaar te vinden, wat

zenuwachtig maar ik vond het sollicitatiegesprek ab-

de kwaliteit ten goede komt. Verder zijn we ook een

soluut niet vervelend.” Vertelt Carla: „Het gaat er na-

heel sociaal kantoor. Er worden veel dingen georgani-

tuurlijk allereerst om dat je capabel bent, maar ook

seerd buiten werktijd, zoals een groot openingsfeest

of er vanuit beide kanten ‘een klik’ is. Tenslotte zijn

vanwege het nieuwe pand, in januari het jaarlijkse

dit wel de mensen waar je vijf dagen per week mee

skiweekend en in juni het medewerkers & stagiaire

moet samenwerken. Onze werksfeer is voor mij echt

weekend. Ook is Van Benthem & Keulen altijd goed

ideaal. Ik houd ervan dat de lijntjes op kantoor zo

vertegenwoordigd bij de Jonge Balie activiteiten en

kort zijn. Het klinkt ontzettend cliché, ik weet het,

worden de stagiaires vanuit kantoor gestimuleerd

maar het is echt een voordeel dat alle medewerkers

om hieraan deel te nemen.

in hetzelfde pand zitten.” Wil jij ook kennismaken met ons kantoor? Dat kan

Wat zoeken jullie in een student?

op verschillende manieren. We zijn dit jaar aanwe-

„We zoeken niet één type student, maar we vinden

zig tijdens de NSPW en de JBT. In april vinden jaar-

het wel belangrijk dat je ook naast je studie ervaring

lijks De Meesterdagen bij ons op kantoor plaats. Een

op hebt gedaan. In de advocatuur moet je kunnen

groep van ongeveer 20 studenten kunnen tijdens De

plannen, samenwerken, stukken schrijven, met cli-

Meesterdagen twee dagen kennis maken met ons

ënten omgaan. Dit zijn vaardigheden die je niet per

kantoor en de advocatuur. Verder bieden wij een

se op doet in de collegebanken. De ervaring die ik

studentstage aan voor de duur van 6 weken. De stu-

zelf heb opgedaan bij Magister JFT| Ad-R&M en TSC

dentstage is een algemene stage. Je werkt dan met

St. Olof, vind ik nog steeds erg waardevol.” Vertelt

advocaten uit alle praktijkgroepen. Hierdoor krijg je

Carla. Mirjam bevestigt dat het belangrijk is om ook

in korte tijd een goed beeld van de advocatuur en

naast je studie actief te zijn. “Omdat je als advocaat

van ons kantoor. Ook kun je zo zelf ontdekken welke

over veel vaardigheden moet beschikken, vinden wij

rechtsgebieden jou het meest aanspreken. Tijdens de

het belangrijk dat studenten zich tijdens hun studie

stage werk je inhoudelijk mee aan zaken. Zo stel je

niet alleen maar ‘juridisch inhoudelijk’ hebben ont-

notities, adviezen en concept processtukken op en

wikkeld, maar juist door actief naast de studie te zijn

doe je literatuur en jurisprudentie onderzoek. Ook ga

geweest ook andere kwaliteiten hebben ontwikkeld

je mee naar besprekingen met cliënten en nemen de

en ervaringen hebben opgedaan.”

advocaten je mee naar zittingen. Verder word je betrokken bij de kantooractiviteiten en de maandelijkse

Hoe werkt de sollicitatieprocedure?

Jonge Balie activiteiten.

„De sollicitatieprocedure bestaat uit vier rondes.”:

Ben je nieuwsgierig naar jouw mogelijkheden bij Van

„Je begint natuurlijk met het schrijven van een sol-

Benthem & Keulen? Neem dan contact op met Mirjam

licitatiebrief. Open sollicitaties zijn ook altijd wel-

van Barneveld via telefoonnummer 030-2595959 of

kom. Op basis van je brief en C.V. wordt besloten of

per e-mail mirjamvanbarneveld@vbk.nl. Voor meer

je wordt uitgenodigd voor een eerste gesprek. Wan-

informatie zie ook onze website www.vbk.nl

15 | SecJure Februari 2012


Beschouwing

Tegenspraak in strafzaken Aïcha Peutz

In 2005 werd het Programma Versterking Opsporing en Vervolging1 gestart. Hierbij was het doel de waarheidsvinding in strafza-

later werd hij door de Hoge Raad definitief vrijgesproken van de moord op Nienke.2

ken te optimaliseren, één van de middelen die daaraan bij moeten

Politieverhoren

dragen is de tegenspraak. Bij tegenspraak wordt er intern getoetst of

Het begint bij politieverhoren, hierin is niet tot nauwelijks ruimte voor tegenspraak. Zo ontkende Kees Bosboom tijdens de videoverhoren, terwijl hij in de verhoren zonder camera, onder druk, bekend had. Dit leidde tot een tunnelvisie bij de verbalisanten, voor hen was Bosboom de dader. Verraderlijk is dat de verbalisanten bepaalden wat wel en niet relevant was en de vrijheid hadden om niet alles uit te werken. Het mag nimmer de bedoeling zijn dat verhoorders de verklaring van een verdachte anders op schrift zetten dan de verdachte het verwoord heeft. Het OM zou de verhoren meer moeten aansturen en vooraf voldoende instructies moeten geven.

het onderzoek op correcte wijze plaatsvindt. De aanleiding voor dit programma was de Schiedammer Parkmoord, waarbij aanvankelijk Kees Bosboom jarenlang onschuldig vast heeft gezeten. De Schiedammer Parkmoord is helaas niet de enige zaak waarin verdachten op basis van beperkt materiaal werden veroordeeld, soms zelfs tot aan de Hoge Raad toe.

Schiedammer Parkmoord in het kort Op 22 juni 2010 worden twee kinderen, Nienke en Maikel, in het Beatrixpark in Schiedam aangevallen door een man. Hij trekt deze twee kinderen de bosjes in, Nienke wordt door de man gewurgd, Maikel weet te ontsnappen door te doen alsof hij dood is. In september 2000 wordt Kees Bosboom aangehouden. Hij was op het moment van het misdrijf aanwezig in het park en werd als verdachte aangemerkt vanwege een seksuele voorkeur voor kinderen en het ontbreken van een goed alibi. Op 29 mei 2001 wordt Kees Bosboom tot achttien jaar cel en tbs veroordeeld. Dit ondanks het ontbreken van een bewijsmiddel dat op zichzelf voldoende overtuigend is. Ook in hoger beroep, in maart 2002, krijgt Kees Bosboom dezelfde straf als in eerste instantie. Zijn verzoek om cassatie wordt door de Hoge Raad in april 2003 verworpen. In september 2004 gebeurt iets onverwachts. Wik H., die voor twee zedenmisdrijven opgepakt is, vertelt tijdens een verhoor dat hij Nienke vermoord heeft. Hierdoor wordt de zaak heropend. Op een voorwerp op de plaats van het misdrijf wordt een DNA-spoor gevonden, dat ook in de richting van Wik H. wijst. Naar aanleiding van deze ontwikkeling dienden de advocaten van Kees Bosboom een herzieningsverzoek in bij de Hoge Raad. Op 10 december 2004 werd Kees Bosboom vrijgelaten, hij had toen ruim 4 jaar onschuldig vastgezeten, terwijl de dader gewoon vrij rondliep. Een paar maanden SecJure Februari 2012 | 16

Tegenspraak binnen de politie Wanneer er binnen de politie gebruik gemaakt wordt van het instrument van de tegenspraak hoort dit volgens protocol plaats te vinden. Er bestaat een pool van gekwalificeerde politiemensen en één of enkele uit die pool zullen de tegenspraak uitvoeren. Zij bekijken het onderzoek met een frisse, kritische blik. Belangrijk is dat zij geen onderdeel van het onderzoeksteam uitmaken. Daarmee wordt voorkomen dat zij makkelijk meegaan met het groepsdenken binnen het onderzoeksteam en misschien ook in de tunnelvisie gaan geloven. Het verslag dat bij de tegenspraak van de politie wordt opgesteld is ook beschikbaar voor de tegenspreker van het OM.

Relatie OvJ-politie In de zaak van de Schiedammer Parkmoord was niet alleen de politie overtuigd van de schuld van Bosboom. Ook de zaaksofficier deelde deze mening. De zaaksofficier zat te dicht op het onderzoek dat door de politie uitgevoerd werd. Wanneer je als zaaksofficier dicht op de zaak zit wordt daarmee de kans op tunnelvisie vergroot, zoals bij de Schiedammer Parkmoord ook gebeurde. Er wordt dan niet of onvoldoende naar alternatieve scenario’s gekeken. Het is lastig om als Officier van Justitie een balans te vinden tussen enerzijds het voldoende


afstand houden van het politieonderzoek om kritisch naar de zaak te blijven kijken, en anderzijds niet te veel afstand te houden waardoor goede aansturing van het onderzoek niet meer mogelijk is. Vooral in zaken waarin de politie en het OM het in veel gevallen met elkaar eens zijn, is het van groot belang om een eigen orgaan te hebben wat voor tegenspraak zorgt en op zijn tijd met kritische vragen komt om tunnelvisie te voorkomen.

Tegenspraak bij het OM Ook bij tegenspraak blijft de zaaksofficier verantwoordelijk voor de beslissingen die genomen worden. Binnen het OM wordt de tegenspraak uitgevoerd door een rechercheofficier die door de Hoofdofficier aangewezen wordt. Deze zogenoemde tegenspraakofficier verricht de tegenspraak zelf, of doet een beroep op gekwalificeerde, ervaren officieren binnen het parket. Alle parketten hebben in principe een tegenspraakofficier. Deze dient te beschikken over een actueel en goed bijgewerkt document waarin alle beslissingen en ontwikkelingen van de strafzaak bijgehouden worden. De tegenspraakofficier dient, net als bij de tegenspraak bij de politie, in tegenspraakprocedures niet meer teambesprekingen bij te wonen dan noodzakelijk. Dit om ervoor te zorgen dat hij objectief naar de zaak kan blijven kijken, en te voorkomen dat hij mee gaat in de tunnelvisie.

Wanneer tegenspraak? Het is niet haalbaar, en ook niet wenselijk, om in iedere zaak met tegenspraak te werken. Wanneer er ondubbel-

zinnig vastgesteld kan worden wie de dader is, is tegenspraak overbodig. In geval van zware misdrijven die voor maatschappelijke onrust zorgen, dient tegenspraak wel ingesteld te worden. In zulke gevallen is de kans op het ontstaan van een tunnelvisie, door de maatschappelijke onrust, relatief groter. Het OM is dan meer bezig om de zaak rond te krijgen dan met de materiĂŤle waarheidsvinding. Bovendien is tegenspraak in zware zaken ook goed voor het vertrouwen van de samenleving in ons stelsel van rechtspraak. Fouten maken is menselijk, door het instellen van tegenspraak in een zaak wordt een sein afgegeven dat er fouten gemaakt kunnen worden, en dat men bereid is er zo veel mogelijk aan te doen om die fouten te voorkomen. Waar mensen een jarenlange gevangenisstraf boven het hoofd hangt, dient men zeker te zijn van de schuld. Het is onwenselijk om een onschuldige jaren in een gevangenis te plaatsen terwijl de werkelijke dader op vrije voeten is.

(Endnotes) 1 Dit programma is in 2010 afgerond. Uit de evaluatie blijkt dat de investering die de afgelopen jaren gedaan is, voor kwalitatieve verbetering gezorgd heeft. Het is de bedoeling dat ook na afronding van dit programma verder gegaan wordt met de ingeslagen weg. 2 Zie <http://nos.nl/artikel/121494-chronologie-schiedammerparkmoord.html >

17 | SecJure Februari 2012


Interview

“Het moet natuurlijk geen OM-promotieshow worden” Interview met Susanne Terporten, persofficier van Justitie Loes van Puijenbroek

Naam: Susanne Terporten Studie: Rechten, civielrechtelijke richting, en later RAIO. Carrière: Begonnen als parketsecretaris bij Parket Amsterdam. Vervolgens RAIO in Utrecht. Sinds 2004 Officier van Justitie in Utrecht en daarnaast Pers-officier van Justitie. Momenteel op afdeling Beleid & Strategie. Is veel bij Driehoeksoverleggen te vinden. Motto: “Tegen samenwerking is niets bestand.”

Je bent maandelijks te zien op RTL Boulevard. Hoe ben je daar beland? Ik ben bij RTL terecht gekomen via het College van procureurs-generaal, onze hoofdafdeling. RTL Boulevard wilde al langer een Officier van Justitie als deskundige aan de desk. Ik had in een overmoedige bui op een borrel tegen het hoofd Voorlichting van het College gezegd dat “Ik daar wel ging zitten”, niet wetende dat zij al in serieuze gesprekken waren met RTL over de plaatsing van een Officier van Justitie daar. Een paar weken later kreeg ik een telefoontje of het serieus bedoeld was, die opmerking. Na mijn positieve antwoord moest ik na een interne selectieronde proefopnames doen in de studio van RTL Boulevard en werd ik uitgekozen. Toen dacht ik wel van: ‘Wauw, ik zit nu echt bij RTL Boulevard.’ Vanuit welk oogpunt geef jij je standpunten weer? Weet je al van te voren wat er gevraagd wordt? Ik geef altijd het standpunt van het Openbaar Ministerie weer. Bij RTL Boulevard bereidt een crime-redactie de onderwerpen voor. Zij nemen daarover contact met ons op. Wij kunnen ook onderwerpen aandragen en we leveren zelf ook input voor het draaiboek. Het is niet zo dat we tot drie cijfers achter de komma de vragen doorspreken, maar we leveren informatie aan over wat we kunnen en willen vertellen. Waar je natuurlijk voor moet waken is dat je een soort promopraatje houdt. Daarom vind ik het juist wel leuk om een onvoorzienbare kritiSecJure Februari 2012 | 18

sche of gekke vraag te moeten beantwoorden. Dit zijn immers ook de vragen die bij de kijkers leven. Je hebt zelf vaak het idee dat mensen wel snappen wat het OM doet, maar dat is gewoon niet zo. Zoals? Basisdingen. Bijvoorbeeld laatst over kraken. Dit is toch vaak in het nieuws dus ik verwachtte dat mensen de feiten daarover wel kennen: over dat krakers een kort geding kunnen aanspannen en kunnen aangeven wat hun belang is et cetera. Maar toen vroeg Winston Gerschtanowitz ineens: “Maar waarom mag ik niet mijn muis in een van m’n huizen laten wonen?” Een absurde vraag misschien, maar dat geeft wel aan dat ik het nogmaals moet uitleggen. Dingen die voor mij logisch lijken zijn dat voor anderen niet. Een ander voorbeeld is dat wij foto’s van onvindbare verdachten toonden. We gaven aan dat dit vrij uitzonderlijk was vanwege de privacy van de personen. Jeroen Kijk in de Vegte vroeg waarom dit zo bijzonder was. Bij Opsporing Verzocht gebeurde het toch ook? Toen realiseerde ik me dat ik een stap had overgeslagen. Ik had erbij moeten vertellen dat er bij Opsporing Verzocht een opsporingsbelang is en dat de identiteit van een verdachte dan onbekend is. Ik ging er van uit dat iedereen dat wel begreep. Dat soort dingen vind ik leuk aan de samenwerking met RTL Boulevard. We geven zelf input, maar krijgen ook input over wat het publiek niet weet.


Waarom RTL Boulevard en niet bijvoorbeeld De Wereld Draait Door? RTL Boulevard heeft gewoon een heel goede informatieve format om je verhaal in kwijt te kunnen. We krijgen veel spreektijd voor ons verhaal. Daarnaast heeft Boulevard rond de miljoen kijkers per avond en bereiken we andere mensen dan bijvoorbeeld via Buitenhof of Nieuwsuur. De kijkers van Boulevard zijn heel divers. Een van de eerste mailtjes die ik kreeg na de eerste uitzending was van mijn oude baas, die is al jaren raadsheer in Amsterdam. Zo zie je maar weer!

Hoe kun je via de media jouw kant van het verhaal dan laten horen? Via RTL Boulevard bijvoorbeeld, want daar kunnen we ook zelf items aanbrengen. Verder moeten we niet bang zijn om goed voorbereid aan te schuiven bij andere programma’s. Via social media kunnen we ook veel mensen bereiken – zo zit ik bijvoorbeeld op Twitter – want daarmee bereik je een andere doelgroep dan de van oudsher krantenlezende burger. Je kan bijvoorbeeld twitteren over een zaak waar je mee bezig bent, of de strafeis. Ook

Moszkowicz en John van de Heuvel zijn ook bij RTL Boulevard aanwezig. Wat voeg je toe ten opzichte van hen? Ik belicht de onderwerpen vanuit de OM-kant, terwijl Moszkovic vanuit de advocatuur spreekt en John van de Heuvel als journalist. Je ziet ook dat John vrij makkelijk zijn visie kan geven over een bepaald onderwerp. Ik kan dat veel minder doen. Soms zijn er namelijk onderwerpen die je vanuit de OM-kant nog niet op tv wil bespreken. RTL Boulevard heeft wel aangegeven dat we als OM heel gedegen zijn. Dat snap ik wel: als we iets zeggen voor de tv moet het kloppen. Dit geeft een meerwaarde. Je krijgt soms ook dingen naar je hoofd geslingerd, waar impliciet in wordt gezegd dat het OM zijn werk niet zo goed doet. Het fascineert me al jaren hoe het werkt met beeldvorming en nieuws. Wat pakken media wel en niet op? Uiteindelijk blijkt dat de media niet altijd op een genuanceerd verhaal zit te wachten, want nuance is geen nieuws. Ik heb een tijd geleden bijvoorbeeld een uitgebreid interview gegeven voor een documentaire. Er was door een geografische profiler gezegd dat ons profiel van de “Serieverkrachter van Utrecht” niet klopte. Wij hebben toen uitgelegd dat de geografische profilering toentertijd is meegenomen, maar dat dit maar één onderdeel was van het onderzoek. Maar dát haalt het nieuws niet. Wat wel het nieuws haalt, is dat het OM weigert het onderzoek te heropenen terwijl iemand een fout heeft aangetoond. Aan het eind van de dag roepen Kamerleden dat ze Kamervragen gaan stellen over het functioneren van het OM. Dan vraag ik me wel eens af of je die dynamiek kan voorkomen. Tegengeluid is op zich ook positief, toch? Het is helemaal niet zo dat ik denk dat we fouten van het OM met de mantel der liefde moeten bedekken. Je moet het erkennen als je iets niet goed doet. Echter, er zijn ook veel zaken waarbij de media maar één kant van het verhaal belicht en geen aandacht besteed aan het tegengeluid omdat het nieuws dan minder spectaculair is.

De leden van de Utrechtse driehoek: Susanne Terporten, burgemeester Aleid Wolfsen en politiechef Johan van Renswoude. Foto: Ramon Mosterd. moeten we bij grote zaken van te voren een mediastrategie bedenken. Wat willen we en kunnen we naar voren brengen? Maar ja,als de media het niet wil horen, wat kunnen we dan nog doen? Op het moment dat we een fout maken staat het met grote letters in de krant. De media blaast het erg op. Dit vind ik kwalijk: ze schetsen een beeld dat niet altijd de realiteit weergeeft. Dat maakt mensen onnodig ongerust. Dus het OM moet transparant zijn voor de burger? Ja, en proberen het initiatief te nemen. We zijn vaak reactief in de media: we reageren op het moment dat er iets speelt. Zo worden we in de verdediging gedwongen. Elke vorm van nuance wordt teruggebracht tot een oneliner en zo blijven we in het negatieve hangen. Als je de beeldvorming wil beïnvloeden moet je zelf initiatief nemen. Via Twitter dus, maar ook door bijvoorbeeld zelf actualiteitenprogramma’s te bellen met de vraag: “Mag ik vanavond komen?”. Brengen jullie dan niet alleen dingen naar voren die het OM in positief daglicht zetten? Het hoeft geen OM-promotieshow te worden, maar er is meer te vertellen dan negatief nieuws. De les die ik bij RTL Boulevard heb geleerd is dat we er teveel vanuit gaan dat mensen een bepaald kader hebben en bijvoorbeeld weten dat er minstens twee bewijsmiddelen nodig 19 | SecJure Februari 2012


zijn om in een zaak een veroordeling te krijgen. Dit is voor ons dagelijkse kost, maar andere mensen weten dit gewoon niet. Daarom is het belangrijk dat we de basics uitleggen op tv of Twitter. Dus communiceren naar het publiek over wat jullie doen? Precies. Als het publiek beter geïnformeerd is, kan zij zelf ook een genuanceerder beeld vormen. We kunnen immers niet alle boeven vangen. Dat begrijpen ze dan beter.

Susanne Terporten Doen jullie iets met de kritiek vanuit de samenleving? We kijken altijd kritisch naar wat we doen. Bij het gebruik van dwangmiddelen is er een wettelijk kader, maar we moeten ook een afweging maken over enerzijds het belang van de verdachte en anderzijds het belang van vervolging. In je achterhoofd speelt de maatschappij dan mee bij die afweging. We kijken dus naar wat er speelt in de samenleving en luisteren naar de geluiden om ons heen. Wij zijn immers ook deelnemers aan de maatschappij. Intern wordt er veel gediscussieerd en iedere Officier heeft dan toch weer een andere mening, net als in de samenleving. En dan bedenken we: hoe pakken we een onderzoek aan? Wat is een passende straf? En hoe kunnen we burgers bereiken met de vraag om mee te helpen bij de aanpak van criminaliteit? Dus de burger moet meehelpen, bijvoorbeeld door het opnemen van misdrijven? Het is goed om mensen te laten weten dat ze zelf ook dingen kunnen doen. Hoe vaak is immers de politie ter plekke om bij heterdaad aan te houden? We hebben burgers nodig om tips te geven, verklaringen te geven en tja, dan maken we ook gebruik van het feit dat iedereen een mobiele telefoon heeft met een camera. Als filmen de pakkans doet stijgen, is het alleen maar positief. Mijn persoonlijke mening is dat er wel veel wordt verwacht van de overheid. We moeten duidelijk maken dat het OM ook de burger nodig heeft. We kunnen niet alles alleen oplossen.

SecJure Februari 2012 | 20

En als er wordt geroepen om zwaardere straffen? Er wordt al zwaar gestraft als je het vergelijkt met omringende landen. In Utrecht is er een tijdje (in samenwerking met een krant) een zogenaamde lezersrechtbank geweest. Daarbij keken een aantal mensen mee bij de strafzitting, nadat ze het dossier hadden gelezen. Daarna moesten zij dan ook hun oordeel geven over de zaak. Gek genoeg kwamen de deelnemers vaak op een lagere straf uit dan de straf die de rechtbank uiteindelijk oplegde. Als mensen het hele verhaal kennen zien ze pas de nuances. Advocaten geven een heel ander standpunt weer in de media. Wat vinden jullie daarvan? Een advocaat maakt een andere afweging. Het is voor het OM leidend dat er nog een rechterlijk oordeel geveld moet worden. We moeten afwegen wat we wel en niet over een zaak kunnen vertellen, zeker in verband met de onschuldpresumptie. Terughoudendheid is dus op zijn plaats. Dit terwijl advocaten alleen het belang van hun cliënt in het oog moeten houden. Zij zitten dan soms al bij Nieuwsuur, terwijl wij dan nog niet veel kunnen zeggen aangezien er een onderzoek loopt. Heeft de OM daardoor geen “media-achterstand”? Ja, misschien wel. Daarom moeten we het slimmer doen. Het is goed om wat breder, via Twitter of RTL Boulevard, de beeldvorming te beïnvloeden door achtergrondinformatie te geven en deze te koppelen aan een actuele zaak, zonder veel te zeggen over de daadwerkelijke inhoud. Je hoopt dat mensen dan gaan denken van “Tja, die verdachte zit wel vast, dus het is niet zo zwart-wit als de advocaat het aangeeft…” Eigenlijk ben je dus heel afhankelijk van de kritische houding van het publiek. Inderdaad. Door achtergrondinformatie wordt het publiek goed geïnformeerd en kunnen zij een genuanceerd beeld vormen. We moeten dat niet vergeten. Wat zijn de feiten, wat kunnen we er over zeggen, hoe moeten we het zeggen, en op welk moment? Om de kloof tussen de samenleving en de juridische wereld te beslechten? Dat hoop ik wel. Dat het publiek geïnformeerd wordt en snapt wat het OM doet en waarom we het zo doen. De Officier van Justitie zit immers niet in een ivoren toren, maar wil zichtbaar, merkbaar en herkenbaar in de samenleving aanwezig zijn.


Over wie, wat, wanneer en waarom Therris Burgers1

Bronnen maken het recht. De wet, doctrine, jurisprudentie. Allen bieden de informatie op basis waarvan een juridische mening wordt gevormd. Ook het recht ontkomt echter niet aan de gevolgen van de ‘nieuwe’ media. Showprocessen en spindoctors zijn aan de orde van de dag. Zelfs de lijdelijke rechter blijkt – zoals elders in deze editie aan de orde komt - zich steeds minder lijdelijk op te stellen, met alle gevolgen van dien.2 Want hoewel de betrouwbaarheid van wet, doctrine en jurisprudentie grotendeels wordt gewaarborgd door het totstandkomingsproces, is dit voor veel media niet het geval. In dit artikel worden drie staatsmannen besproken die allen een belangrijke les vertegenwoordigen over hoe om te gaan met bronnen in tijden van media.

Les 1: De schrijver kleurt de bron.3 Degene die de bron schrijft kleurt de informatie. Vraag je bij het beoordelen van een bron dus altijd af wie deze geschreven heeft. In sommige gevallen kan de schrijver namelijk zo ver gaan dat hij de bron manipuleert om zijn eigen denkbeelden tot waarheid te verheffen. Een regime dat hier dankbaar gebruik van maakte waren de Nazi’s. Zij wisten hun aanhang zo te manipuleren dat het volk hun fascistische boodschap niet alleen als de ultieme waarheid accepteerde, maar deze boodschap ook tot hún realiteit maakte. Om dit propaganda-apparaat draaiende te houden werd het ministerie van Volksaufklärung und Propaganda in het leven geroepen. De grote man bij dit ministerie was Joseph Goebbels. Goebbels ging grondig te werk. Binnen korte tijd waren alle vormen van media die het tijdperk bood onder zijn verstikkende toezicht gebracht. Vrijwel geen enkele film ging bijvoorbeeld zonder toestemming van de propagandaminister in première. Desalniettemin was de kracht van Goebbels’ propaganda dat de boodschap redelijk

subtiel werd verkondigd. Hij verpakte de idealen van de NSDAP in “gezellig amusement”.4 Ook werd regelmatig teruggegrepen op klassieke taferelen uit de oudheid, vertaalt naar de eigen tijd en omgeving. Nazi-kunst bestaat dan ook grotendeels uit idyllische schilderijen, beeldhouwwerken en films van blonde mannen, vrouwen en kinderen die al speerwerpend of picknickend het Derde Rijk moesten verheerlijken. “Blut und Boden” stonden centraal met als ideaalbeeld Der Fürher. Om maximale verspreiding van het Nazistisch ideaal te bewerkstelligen trof Goebbels praktische maatregelen. Er werden honderdduizenden goedkope radio’s gemaakt zodat iedere Duitser over dit medium kon beschikken en er werden radio’s met luidsprekers op plaatsen geïnstalleerd waar veel burgers samenkwamen. Daarnaast verloor hij nooit uit het oog wat er speelde onder de massa. Hij realiseerde zich dat een boodschap puur “top-down” verspreiden niet de wijze was om het volk te bereiken en begreep wat de massa wilde horen. Het toenmalige Duitsland was door het verlies van de Eerste Wereldoor21 | SecJure Februari 2012

Beschouwing

Een Bron van Informatie


log en de gevolgen daarvan, diep in zijn trots gekrenkt. Het ging slecht met de economie en de Duitsers hadden behoefte aan een zondebok. De Nazi’s bouwden het nationalisme weer op en voorzagen in die zondebok. De Joden werden aangewezen als bron van alle kwaad. In prenten, films en boeken werd de “eeuwige Jood” beschreven als een monster met als enig doel het vernietigen van de Duits-Arische cultuur. De uiterlijke kenmerken van het stereotype werden in deze propaganda uitvergroot en geridiculiseerd. Dit was het beeld dat de Duitse bevolking van de Joodse medemens had, maar ook móest hebben. Nazi-propaganda is voor ons duidelijk te herkennen aan een antisemitische ondertoon en het sterk Duitse nationalisme. Goebbels creëerde met zijn tactiek de blauwdruk voor de huidige politicus. Door de jaren heen werd het gemeengoed om de verschillende media voor het campagnekarretje te spannen, zoals in de volgende paragraaf nader zal worden besproken. Les 2: Don’t judge a book by its cover.5 Zeker in het hedendaagse mediaklimaat is het belangrijk kritisch te kijken naar wat er eigenlijk gezegd wordt. Bij schriftelijke bronnen is dat gemakkelijker dan bij bronnen die via televisie of radio worden verspreid. Soms wordt het verhaal met zoveel theater gebracht dat het lastig wordt om de daadwerkelijke boodschap te ontcijferen. Een markant politicus die de kracht van radio en televisie als geen ander begrijpt is Silvio Berlusconi. Toen Berlusconi zich in de jaren negentig voor het eerst op het politieke toneel begaf was hij al een publiek figuur. Hij was de rijkste man van Italië, bezat vrijwel alle commerciële televisiezenders van het land en was daarnaast ook eigenaar van verschillende andere bedrijven waaronder kranten, een verzekeringsmaatschappij en voetbalclub AC Milan. Hij realiseerde zich – evenals Goebbels jaren daarvoor – dat hij de tanende trots van zijn land weer nieuw leven in moest blazen, wilde hij de kiezer aan zijn kant krijgen.6 Berlusconi besloot zijn partijstrategie op te hangen aan het enige onderdeel van het Italiaanse nationalisme dat op dat moment nog overeind leek te staan: voetbal. De partij zou “Forza, Italia!” gaan heten, waarvan het Nederlandse equivalent “Hup, Holland, Hup” luidt. De partijkleur werd blauw, net als die van het nationale voetbalelftal. Dit had als bijkomstig voordeel dat bij iedere winst van de ‘Azurri’, de naam van Berlusconi’s partij door de straten werd gescandeerd. Om zijn naamsbekendheid nog verder te vergroten liet hij aan alle Italiaanse huishoudens een sprookjesachtige biografie over zichzelf bezorgen en organiseerde een bijna presidentieel adres aan de natie via zijn televisiestations. Onder het motto “als het niet waar is, is het in ieder geval goed gevonden” creëerde hij een beeld van zichzelf als een godvrezende en ambitieuze man van het SecJure Februari 2012 | 22

volk, die zich had opgewerkt uit de onderste lagen van de maatschappij. Feitelijk was hij de zoon van een bankdirecteur en geschoold aan enkele van de betere instituten van Rome, maar dat terzijde. Zijn partijgenoten werden vakkundig getraind en geschoold over het partijprogramma. Dit ging zelfs zo ver dat er een hotline werd opgezet waarmee partijgenoten naar speeches van Berlusconi konden luisteren (50 ct per minuut). Daarnaast kreeg ieder beoogd parlementslid verplicht - en tegen betaling - een informatiepakket mee, bestaande uit een boek en elf videobanden over Berlusconi en Forza Italia. Hij organiseerde partijbijeenkomsten, feesten, televisieen radio programma’s. Toen Berlusconi enkele maanden later daadwerkelijk het presidentschap veroverde, kreeg hij ook de staatstelevisie in handen. Hierdoor werd zijn mediamonopolie vrijwel compleet. Desalniettemin bleek de negentig procent mediacontrole die Berlusconi had, niet genoeg om zijn machtspositie onomstotelijk te waarborgen. Na drie kabinetten Berlusconi7 hadden de Italianen er eindelijk genoeg van. Zijn populariteit had verschillende deuken opgelopen door onder andere de Irak-oorlog en de aanpak van de economische crisis. Hoewel hij zijn boodschap nog steeds met verve verdedigde schortte het op verschillende gebieden aan de inhoud. Over zijn persoonlijke escapades werd binnenslands echter nauwelijks bericht door de serieuze kranten en omroepen, die overigens grotendeels onder Berlusconi’s media-imperium vallen.8 Desgevraagd antwoordden deze bedrijven dat serieuze media niet over roddels berichten.9 Of het media-offensief van Berlusconi een succes is geweest blijft een discussiepunt. Door middel van media wist hij zichzelf in het politieke zadel te helpen en gedurende zeventien jaar speelde hij een grote rol in de Italiaanse politiek. Uiteindelijk kon zijn show en charme niet verhullen dat hij de politieke capaciteiten miste om grote internationale vraagstukken het hoofd te bieden. Hoe mooi de kaft ook mag zijn, het verhaal moet wel deugen. Les 3: De tijd zal het leren. Het leven van een Romeinse keizer ging niet over rozen. Moordcomplotten waren aan de orde van de dag, het volk roerde zich en af en toe diende de Alpen overgestoken te worden ter meerdere glorie van het keizerrijk. Het grootste gevaar voor de keizer lag echter in de Senaat. Meer dan eens kwam het voor dat de primus enige moeite had zijn pares onder controle te houden en vice versa. Ook in het oude Rome was roddel en achterklap aan de orde van de dag en ook dit werd vaak aan het papier toevertrouwd. Dit kan tot gevolg hebben dat er wellicht een vertekend beeld is ontstaan van bepaalde heersers. Een van de bekendste voorbeelden van het stereotype gestoorde caesar is Caligula. Caligula was slechts vier jaar aan de macht maar wist in deze tijd een onuitwisbare


indruk achter te laten. Of deze indruk historisch juist is blijft echter de vraag. Ten eerste zijn lang niet alle bronnen geschreven ten tijde van Caligula’s leven of ambtsperiode. Veel van de verhalen zijn later gereconstrueerd aan de hand van andere bronnen, waarbij het aandikken van de feiten niet werd geschuwd. Daarnaast is het mogelijk dat sommige uitspraken en daden van Caligula uit hun context zijn gerukt. Deze keizer is waarschijnlijk het meest bekend van het verhaal dat hij zijn paard Incitatus tot consul benoemd zou hebben. Het lijkt meer voor de hand te liggen dat Caligula dit als schertsend voorbeeld heeft bedoeld om de Senaat op zijn plek te zetten.10 Als laatste moet men altijd de vertaalslag naar het tijdperk in kwestie kunnen maken. Ongetwijfeld dat Caligula naar huidige maatstaven verschrikkelijke maatregelen heeft getroffen om zijn macht te waarborgen. Of deze maatregelen ten tijde van zijn ambtsperiode op dezelfde wijze geduid werden, blijft een punt van discussie. De les die wij leren van Caligula is dat tijd een belangrijke factor is bij de beoordeling van een bron. Als het om oudere bronnen gaat, rijst de vraag of je wel een compleet beeld krijgt van de gebeurtenissen. Misschien ontbreken er stukken of zijn ze onvolledig. Daarnaast is het natuurlijk altijd van belang om vast te stellen of de bron ten tijde van het onderwerp is geschreven of juist later. Hoewel een latere bron waarschijnlijk objectiever naar de feiten zal kijken, heeft de actuele bron waarschijnlijk betere toegang tot de informatie gehad. Daarnaast zal men altijd in het oog moeten houden dat de huidige moraal misschien niet dezelfde is als die van weleer. Probeer de bron dus in de juiste (historische) context te plaatsen.

(Endnotes) 1 In dit artikel worden enkele vergelijkingen getrokken met betrekking tot (het gebruik van) media. De vergelijking moet echter ook beperkt worden tot dit onderwerp. Op geen enkele wijze dienen de politieke of filosofische overtuigingen van de besproken personen op elkaar te worden betrokken. 2 Zie hiervoor het artikel van Sylvia Kuijsten, De googlende rechter, pg. 49 3 Deze paragraaf is grotendeels gebaseerd op het werk van Melching & Stuivenga: Joseph Goebbels, Hitlers Spindoctor, Uitgeverij Bert Bakker Amsterdam 2011. 4 Melching/Stuivenga, pg. 21 5 Deze paragraaf is grotendeels gebaseerd op het het werk van Alexander Stille, Silvio Berlusconi, De inname van Rome, Uitgeverij Atlas Amsterdam/Antwerpen 2006 en Gomez e.a., Papi, een politiek schandaal, Lebowksi Amsterdam 2010 6 Uit een interview met Alexander Stille in 1996 blijkt overigens dat Berlusconi zich ook bewust was van Goebbels media strategieën. Hij ontkende echter “te liegen totdat het waar werd” zoals Goebbels had gedaan. 7 27 april 1994 tot 17 januari 1995, van 11 juni 2001 tot 17 mei 2006 en van 8 mei 2008 tot 16 november 2011. 8 Daarvan getuige het eerder aangehaalde boek ‘Papi, een politiek schandaal’. 9 Overigens staat Italië nog steeds op de 77ste plaats van de door Freedom House gepubliceerde lijst van persvrije landen. Het gaat om een gedeelde plaats met eiland Tongo. 10 Voor wie meer wil weten over het leven van Caligula wordt verwezen naar drie verschillende biografieën die de verschillende mogelijkheden rond Caligula’s persoon belichten. Arther Ferrills, Caligula: Emperor of Rome Londen, 1991, Anthony A. Barrett, Caligula: The Corruption of Power, Londen - New York, 1989, Aloys Winterling, Caligula. Een biografie, Brussel 2005, Zie voor een korter overzicht van het leven van Caligula diens wikipedia pagina op http://nl.wikipedia.org/wiki/Caligula#cite_ ref-100 11 En ik zit al over m’n woordenaantal heen.

Les 4: Elk waarom heeft een daarom. Voor de laatste les wordt geen apart voorbeeld gebruikt. Alle bovenstaande voorbeelden gaan hier namelijk voor op.11 Misschien wel de belangrijkste vraag die gesteld moet worden is waarom de bron geschreven of gemaakt is. Goebbels wilde zieltjes winnen, Berlusconi stemmen. De bedoelingen van Caligula’s biografen lopen uiteen van karaktermoord tot geschiedschrijving of een mengeling beiden. Het waarom hangt altijd samen met de eerdere vragen naar wie, wat en wanneer. Het heeft dus geen nut om slechts één van de vragen te beantwoorden en de rest te laten voor wat het is. Onthoud dat vrijwel alle bronnen bruikbaar zijn ongeacht hun afkomst. Waar het om gaat is dat je de informatie in de juiste context plaatst. Zolang je de context begrijpt, is alle informatie bruikbaar.

23 | SecJure Februari 2012


TOPMOMENT #8

Mijn stukken naar de cliĂŤnt

Al tijdens je studie ervaring opdoen in de rechtspraktijk? Maak kennis met de duale master en

Fortuijn, Philips International, Rechtbank en

onderzoeksmaster Onderneming & Recht

Gerechtshof Arnhem, Simmons & Simmons, Stibbe,

Hier doe je werkervaring op bij: AKD Prinsen Van

Van Doorne. Vraag de brochure aan.

Wijmen, Clifford Chance, De Brauw Blackstone Westbroek, Nauta Dutilh, Onderzoekscentrum

Kijk op www.ru.nl/topmomenten of bel (024) 361 20 79.

Onderneming & Recht, Pels Rijcken & Droogleever

Bereid je voor op topniveau


Column

Brieven uit Boedapest

Het onmisbare Janneke van der Heijden Er zijn een aantal zaken die je als exchangestudent echt niet wilt of kunt missen. Bijvoorbeeld Nederlandse kaas en drop, die door alle bezoekers massaal naar het buitenland verscheept worden. Of de foto’s en kaartjes van vrienden aan de muur. Maar in mijn geval zijn het vooral facebook en skype. En ik ben niet de enige die er zo over denkt. Vaak als ik de kamer van een van mijn huisgenootjes binnenloop zijn ze niet aan het studeren maar onderhouden ze contact met het thuisfront of gaan ze nieuwe virtuele relaties aan met andere Erasmus-studenten om af te spreken welke kroeg die avond bezocht zal worden. Het is maar goed dat hier in Europa dat soort faciliteiten redelijk goed zijn. Want hoe anders was het vorig jaar zomer, toen ik een kleine twee maanden in Togo was. De toegang tot internet was daar veel minder en ik heb dan ook vooral met mijn vriendje gebeld. Als arme student zijnde is dat niet zo slim, want toen ik weer in Nederland was, bleek dat de belkosten waren opgelopen tot enkele honderden euro’s. Toen ik vorig jaar besloot nogmaals voor twee semesters naar het buitenland te gaan heb ik dus besloten skype te installeren. Net als facebook werkt het fantastisch: Als ik niet om me heen kijk in mijn toch wel veel schralere studentenkamer dan die ik in Nederland heb, heb ik voor eventjes het gevoel alsof ik gewoon thuis op de bank gezellig aan het kletsen ben. Helaas duurt de illusie maar even en word ik me vaak weer snel bewust van de realiteit. Vooral als ik met mijn moeder skype en zij om de twee minuten zegt dat de verbinding weer is weggevallen. Mam, dat is niet echt bevorderlijk voor een fijn gesprek! Of wanneer ik ga ophangen en dan toch iemand niet even kan omhelzen. Of gewoon omdat skype toch nooit Kandinsky wordt waar ik met een Trippel Karmeliet en wat vrienden in een gezellige omgeving de beste gesprekken heb. In je eentje achter je laptop bierdrinken is dan toch wel echt heel zielig. Dat heb ik dan ook niet gedaan. Dingen die ik ook heb nagelaten zijn het afgelopen semester 600 foto’s uploaden op facebook om aan iedereen te laten zien dat ik het zo naar mijn zin heb. En gedetailleerde reisverhalen schrijven op waarbenjij.nu van meer dan 2000 woorden per week, waarin ondere andere staat vermeld hoe laat ik ben gaan slapen, lukt me ook niet. Iedere keer dat iemand een reisblog start neem ik me

voor om de verhalen bij te houden. Maar na drie weken stop ik er vaak weer mee. En ik hoor dat van meer mensen. Ik denk dan ook dat die website zijn beste tijd wel gehad heeft en zich in het rijtje van voormaligpopulaire websites als hyves.nl kan scharen. Gelukkig kunnen jullie, de thuisblijvers, als jullie even geen zin hebben om te studeren of te werken, tegenwoordig terecht bij een nieuw social medium: De flirt-website biddys.nl. Ik kan niet wachten om het in de UB van Tilburg uit te proberen. Eigenlijk hoop ik dat het me niet bevalt. Dan hoef ik het ook niet te missen als ik komend semester in Buenos Aires ben.

25 | SecJure Februari 2012


Beschouwing

The UNHCR and Statelessness Esra van der Wolk

This year, the United Nations High Commissioner for Refugees (UNHCR) celebrates its 60 year anniversary. The organisation was set up in 1950 by the United Nations General Assembly for the purpose of protecting the rights of refugees worldwide. In 1951 the United Nations Convention relating to the Status of Refugees was adopted, which was the legal foundation of helping refugees and the basic statute guiding UNHCR’s work.1 A few years later, in 1954, they adopted the Convention concerning the Status of Stateless Persons. After these two conventions, many more were adopted on the two subjects of refugees and statelessness. But what is this organisation and how does it work? On the official site of the UNHCR it says that it ‘strives to ensure that everyone can exercise the right to seek asylum and find safe refugee in another State, with the option to return home voluntarily, integrate locally or to resettle in a third country. It also has a mandate to help stateless people.’ So, the UNHCR has two mandates: a mandate concerning the protection of the rights of refugees and a mandate to help stateless people. The name of the organisation only refers to the refugee mandate and most people who know the UNHCR do not even know that the organisation also helps stateless people around the world. However, things are changing and the UNHCR is putting the problem of statelessness back on the political agenda. But how is it possible that this problem has existed for so long without much attention being paid to it? Maybe it has been because states just did not feel the urge to address the problem because the people concerned were stateless and did not belong to their community. As they also did not belong to any other State or community, no one felt the obligation to really do something about it, as it was not their problem to solve. On top of that, the reason that so much people are stateless is exactly because of the actions undertaken by their governments. Most statelessness problems arise when certain groups of people are not wanted and because of that discriminated against. Other occasions when statelessness may arise are when a state becomes SecJure Februari 2012 | 26

independent or when there is a conflict of laws between states (think of states that use the ius soli principle to determine someone’s nationality and states that use the ius sanguinus principle). Nowadays as much as 12 to 15 million people are stateless worldwide, with no sight of ending the situation they are in. But what does it mean to be stateless? Is the only difference that you do not have a passport to proof your nationality as opposed to your neighbour who does? No, that is wrong! Persons who are stateless do not have a state that acknowledges them as their national. Who does not have a nationality, does not only miss a passport, because not having a passport also means that you cannot be registered, you cannot travel, you cannot work legally, you cannot be an heir, you cannot marry legally and you do not have access to social security or health care. That are a lot of do nots and cannots. In short, stateless people are deprived of the most basic human rights. The worst of all for most stateless people, is the feeling of not belonging and not having a place to call their home. It seems that human rights are protected only of those who are nationals of a state, so we might call it ‘national rights’ instead of ‘human rights’. Does not the word human indicate that whoever, wherever, under what circumstances, should be granted these rights? Is closing your eyes to this problem not the same


as closing your eyes to any other major problem concerning the gross violation of human rights? The activities of the UNHCR are divided into four categories. The first is identification of the problem by gathering information on statelessness, its scope, causes and consequences. They want to understand the problem of statelessness in order to combat it. The second category is prevention which takes the form of addressing the causes of statelessness and promote accession to the 1961 Convention on the Reduction of Statelessness. The third category is reduction which is achieved through supporting legislative changes and improvements to procedures allowing stateless people to acquire a nationality and help individuals take advantage of these changes. Fourth and last is the category of protection, which they want to accomplish through helping stateless people to exercise their rights and promote accession of states to the 1954 Convention relating to the Status of Stateless Persons. The best solution to the problem of statelessness is trying to push states around the world to accede to the 1954 and 1961 Conventions and to promote the right to a nationality as laid down in the Universal Declaration of Human Rights. International cooperation is needed to prevent and reduce statelessness around the world. The UNHCR helps states to implement the rules as laid down in the Conventions and gives them legal advice on how to adjust their legislation in order to fill the gaps that are the cause of statelessness. Luckily, the problem is being acknowledged and addressed more and more by different states worldwide. Initiatives are being taken to prevent more people from becoming stateless and to create awareness among the world, such as the Statelessness Programme at Tilburg University and the photography project â&#x20AC;&#x2DC;Citizens of Nowhereâ&#x20AC;&#x2122; by Greg Constantine.2

Also, the UNHCR has made a rapport of recommendation to the Dutch government in which it states that, in order to comply with the obligations under the UN Convention concerning the Status of Stateless Persons, they should adopt a statelessness procedure to acknowledge stateless people in the Netherlands and grant them certain rights. It is shocking to me that even the Netherlands, which is regarded as a highly civilized country, does not even have a statelessness procedure and people who are stateless here are being detained for years because they are seen as illegal residents. On top of that, with their release they get an exit warrant which states that they must leave the country within 24 hours. But where do you go when you are stateless? Stateless people do not have a home country to go to, nor are they able to travel legally. In short, they live in a vicious circle of illegality with no hope for a happy ending. It is about time that the Dutch government takes its responsibility and follows the recommendations of the UNHCR in order to comply with the provisions of the UN Convention concerning the Status of Stateless Persons. The problem of statelessness should not be underestimated and it is of great importance that the problem is being addressed and solutions are being put forward because stateless people are simply robbed of every opportunity to build up a decent and dignified life and no one in the world deserves to have to live like that. (Endnotes) 1 http://www.unhcr.org/pages/49c3646cbc.html 2 See for more information on the Statelessness Programme http://www.tilburguniversity.edu/research/institutes-and-research-groups/statelessness/ And for the work of Greg Constantine have a look at http://www.gregconstantine.com.

27 | SecJure Februari 2012


Reportage

Dit was het recht Rolf Everhardus

Bij het schrijven van deze editie hebben Sinterklaas en zijn (ook dit jaar gelukkig nog steeds zwart zijnde) pieten het land weer verlaten en maakt de Kerstman zijn opwachting tijdens de heilige dagen. Helaas voor de werkenden onder ons valt al deze heiligheid in het weekend, waardoor die extra vrije dagen, evenals sneeuw of een welvarend Griekenland er niet in zitten dit jaar. En ondanks dat juridische onderwerpen ongetwijfeld de conversaties tijdens het kerstdiner, de afdalingen tijdens wintersport en de oud/nieuwjaarborrels hebben beheerst, tóch wederom een selectie van juridische onderwerpen om er weer een beetje in te komen na alle vrije dagen. Arabische lente De Arabische lente, de romantische benaming die gegeven is aan de volksopstanden in de Arabische landen, “viert” zijn eerste verjaardag. Medio december 2010 stak 26-jarige fruitverkoper Mohamed Bouazizi zichzelf in brand in Tunesië als protest tegen corrupte politieagenten en de overheid. Dit vormde de aanleiding tot een Tunesische volksopstand om Ben Ali, sinds 1987 aan de macht, te verdrijven. Op 14 januari koos deze leider eieren voor zijn geld, waarna er op 23 oktober 2011 vrije verkiezingen plaatsvonden. Ook in Egypte ontstonden massademonstraties en een bloedige strijd tussen burgers en regeringsaanhangers van Mubarak. Het volk had ook hier de langste adem. Mubarak werd vervangen door een militair bestuur, waartegen de burgers op dit moment ook nog protesteren. In Jemen braken gelijktijdig met Egypte ook protesten uit tegen de leider aldaar, Ali Abdullah Saleh. Deze zette het leger en zelfs sluipschutters in om zijn volk onder controle te krijgen. Met steun

SecJure Februari 2012 | 28

van enkele generaals, wisten de burgers ook hier de sinds 1990 regerende leider uit het zadel te wippen. In Libië brak eveneens een ware burgeroorlog uit, waarbij de opstandelingen openlijk gesteund werden door de VN. Middels een door de NAVO afgedwongen vliegverbod en bombardementen op troepen van leider Kaddaffi wisten de opstandelingen na een jaar leider Kaddaffi op te pakken. Kaddaffi, die 42 jaar Libië had geregeerd, kwam hierbij om. In Syrië blijft president Assad stevig de teugels in handen houden, ondanks aanhoudende demonstraties, waartegen hij het leger op bloedige wijze inzet. Voorts vonden ook in andere Arabische landen protestacties plaats; waaronder Bahrein, Oman, Irak, Koeweit en Jordanië. Een grove schatting raamt dat tijdens de Arabische lente tot december 2011 tussen de 30 en 40 duizend mensen zijn omgekomen. 1 Beperking aansprakelijkheid toezichthouders Op 1 november 2011 is er een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer om de Wet op het Financieel Toezicht (Wft) aan te passen teneinde de aansprakelijkheid van de Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) te beperken. Daarnaast behelst deze wijziging ook het stellen van regels met betrekking tot beloning van bestuurders van bedrijven die met staatsteun overeind gehouden worden. Nederland is een van de weinige Europese landen die niet een aparte bepaling in haar wetten heeft opgetekend die specifiek ziet op de aansprakelijkheid van toezichthouders. Derhalve wordt de aansprakelijkheid van dergelijke toezichthouders op dit moment via het reguliere aansprakelijkheidsregime van artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek beoordeeld. In de jurisprudentie is


• Taliban-kantoor: De Taliban zou bereid zijn een kantoor te openen in een Islamitisch land om bereikbaar te zijn voor vredesonderhandelingen met de Afghaanse regering.5 • Nederland “deloyaal”: Polen, afzwaaiend EU-voorzitter, beweert dat drugs en prostitutie legaal zijn in Nederland omdat de politie niet in staat is het aan te pakken, terwijl de Rotterdamse haven een draaischijf van drugs en wapenhandel is, in een reactie op Nederlands blokkering van toetreding tot Schengengebied van Roemenië en Polen.6 • 114: Nederland gaat dierenmishandeling/verwaarlozing harder straffen en heeft ter handhaving een dierenpolitie opgericht. Dier in nood? Bel 144.7 • Lekkende soldaat: Het militaire proces tegen Bradley Manning, de Amerikaanse soldaat die geheime informatie aan Wikileaks gelekt zou hebben, is begonnen. Zijn verdediging voert o.a. aan dat hij onder grote druk stond vanwege het homo-zijn in het leger.8

• Verhuisplicht bijstand: Minister Kamp is van mening dat mensen in de bijstand ook bereid moeten zijn te verhuizen om een baan aan te kunnen nemen, iets dat veel stof doet opwaaien in de Tweede Kamer.9 • Thuiskopievergoeding: De vergoeding die producenten en importeurs betalen en doorberekenen aan de consument om deze in staat te stellen kopieën voor eigen gebruik te maken wordt geleidelijk afgeschaft.10 • Seksvergunning: Seksbedrijven moeten verplicht een vergunning voor hun bedrijf aanvragen in de gemeente waar ze zich willen vestigen. Een gemeente kan een vergunning weigeren op grond van de openbare orde, veiligheid of gezondheid. Prostituees moeten zich registreren bij de gemeente.11 • EU-belastinginning: Vluchten voor de fiscus wordt lastiger. Europese landen gaan beter samenwerken en elkaar helpen bij het invorderen van belastingschulden.12

KORT! het handelen van de toezichthouders beoordeeld aan de norm van “een behoorlijk en zorgvuldig handelend toezichthouder”. 2 Een van de argumenten om de aansprakelijkheid van de toezichthouders te beperken is het feit dat bij een aanname van aansprakelijkheid aan de zijde van de toezichthouders, deze niet de feitelijk benadeelde is, maar de samenleving als geheel. Zo lust deze schrijver er nog wel een paar. Voorts zou beperking van de aansprakelijkheid van de toezichthouder wenselijk zijn voor de uitvoering van haar toezichttaken, daar in het huidige regime de toezichthouders zowel bij ingrijpen, als bij niet ingrijpen voor aansprakelijkheidsclaims kunnen komen te staan. Op deze manier wordt zij geconfronteerd met een dilemma, die het houden van toezicht belemmerd. De voorgestelde beperking houdt kort gezegd in dat de toezichthouders enkel bij grove schuld of opzet nog aansprakelijk gehouden kunnen worden.3 Stilzwijgende verlenging abonnementen Ben je het ook zo zat om in je agenda te moeten schrijven wanneer je je abonnement moet opzeggen van je sportschool, je tijdschrift of je gsm-abonnement? Of vergeet jij ze juist op te zeggen zodat je nóg een jaar aan dat abonnement vast zit? Geen probleem (meer)! Met ingang van 11 december 2011 wordt het verboden om abonnementen stilzwijgend te verlengen, wanneer de gebruiker niet de gelegenheid heeft om het abonnement daarna op elk moment op te zeggen, met inachtneming van een maximale opzegtermijn van 1 maand. Voor tijdschriften en kranten geldt er een soepeler regime, waarbij een opzegtermijn van maximaal 3 maanden geldt na afloop van de overeengekomen contractperiode. Dit geldt voor alle overeenkomsten inhoudende “het geregeld afleveren van zaken of verrichten van diensten”. Daarnaast is vastge-

legd dat opzeggen moet kunnen geschieden via dezelfde weg als het abonnement is aangegaan. Bedrijven mogen het dus niet moeilijker voor je maken om op te zeggen, door bijvoorbeeld te vereisen dat je telefonisch (vaak 0900 nummer) opzegt, met alle verkooptrucs die daarbij horen, terwijl je je via een e-mailtje of brief opgegeven hebt. Contracten die op of na 11 december 2011 zijn afgesloten vallen direct onder deze niet regeling, bedrijven zullen dus ook hun algemene voorwaarden moeten aanpassen. Voor overeenkomsten van vóór 11 december 2011 geldt een overgangsregeling van 1 jaar, alhoewel er tevens nog een reparatiewet is ingediend (maar aangehouden) om overgangsrecht te kunnen toepassen.4

(Endnotes) 1 Precies een jaar geleden begon de Arabische lente, 17 december 2011, <www.volkskrant.nl>. 2 HR 13 oktober 2006, NJ 2008,529,( DNB/Stichting Vie d’Or,) 3 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht en de Wet financiële markten BES in verband met het invoeren van een aansprakelijkheidsbeperking voor de toezichthouders op de financiële markten (Wet aansprakelijkheidsbeperking DNB en AFM) (MvT), <www.rijksoverheid.nl> . 4 Rijksoverheid, Stilzwijgende verlenging abonnement niet meer mogelijk, <www.antwoordvoorbedrijven.nl>. 5 Taliban bereid kantoor te openen zodat ze bereikbaar zijn, 18 december 2011, <www.volkskrant.nl>. 6 Nederland maakt Polen en Roemenië woedend, 17 december 2011, <www.volkskrant.nl> 7 Rijksoverheid, Dierenpolitie, <www.rijksoverheid.nl>. 8 Homoseksualiteit zat Wikileaks verdachte Manning dwars, 18 december 2011, <www.nu.nl>. 9 Kamer twijfelt over verhuisplicht bijstand, 15 december 2011, <www.volkskrant.nl>. 10 Rijksoverheid, Wat is de thuiskopievergoeding?, <www.rijksoverheid.nl>. 11 Rijksoverheid, Landelijke vergunningplicht seksbedrijven, <www. antwoordvoorbedrijven.nl>. 12 Rijksoverheid, Europese landen ondersteunen elkaar bij invordering van belastingschulden, <www.rijksoverheid.nl>.

29 | SecJure Februari 2012


KIES NU VOOR HET GRATIS STUDENTEN PAKKET VAN ABN AMRO Wil je al je aandacht aan je studie en het studentenleven besteden? Dan is het Studenten Pakket van ABN AMRO iets voor jou. Hiermee heb je al je financiële zaken in één keer goed geregeld/. Zit je bij een andere bank? Met de gratis overstapservice zetten we automatisch de betaling van je collegegeld, je studiefinanciering en je machtigingen in één keer om naar je nieuwe rekening.


Column

Magistraat met een missie:

de Opleidingscommissie Femke de Kort

Aan mij de eer deze uitgave van SecJure een stuk te schrijven voor de Magistraat. Mijn naam is Femke de Kort en ik vervul dit jaar een plaats in de Opleidingscommissie van Fractie Vrijspraak. Drie jaar geleden ben ik betrokken geraakt bij Vrijspraak. Vanaf het moment dat ik de vergaderingen en activiteiten van Vrijspraak ging bijwonen, merkte ik dat Vrijspraak bestaat uit een betrokken en gezellige groep studenten die zich hard maken voor de belangen van studenten. In deze column wil ik graag gebruik maken van de mogelijkheid jullie wat te vertellen over de Opleidingscommissies (hierna: OC). De OC bestaat uit twaalf studenten en twaalf docenten van Tilburg Law School. De studenten worden ieder jaar rond mei gekozen en daarbij zijn er voor de verschillende opleidingen plaatsen beschikbaar, zodat iedere opleiding vertegenwoordigd wordt. De OC vergadert drie keer in de maand; een voorvergadering met alleen de studenten, een Open Fractie Vergadering met Fractie Vrijspraak en tenslotte de OC vergadering met de docentgeleding. Het is de taak van de OC om gevraagd en ongevraagd advies te geven over onderwijsaangelegenheden. Er zijn een aantal punten die jaarlijks terugkeren op de agenda zoals de cursusevaluaties, masterpanelgesprekken en de OER-wijzigingen. Ook worden binnen de OC nieuwe bachelor- en masteropleidingen besproken en is bijvoorbeeld de redesign van de bachelor door de OC geweest.

betere roostering en er is gepleit voor meer beschikbare tentamentijd, welke bij veel vakken onvoldoende bleek te zijn.

Het leuke aan de OC is dat de onderwerpen die besproken worden dicht bij je staan als student zijnde. Iedere student loopt gedurende zijn studie wel tegen problemen aan op het gebied van onderwijs. Met deze klachten gebeurt helaas niet altijd iets. Het mooie aan het zijn van OC lid is dat je daar verschil in kan maken en er echt wat mee/aan kunt doen. Problemen binnen het onderwijs van de bachelor komen vaak naar voren in de cursusevaluaties. Het is jammer dat niet alle studenten het belang van deze cursusevaluaties inzien en ze dan ook niet (allemaal) invullen. Toch zijn deze evaluaties voor studenten van groot belang. Deze maand zijn de evaluaties weer besproken en naar aanleiding van deze evaluaties heeft de OC een aantal punten kunnen aanstippen. Waar de OC onder andere voor gepleit heeft zijn minder grote werkcolleges bij bepaalde vakken, een

Naast de punten die door het bestuur op de agenda gezet worden kan de OC zelf punten aandragen. Het gaat hierbij om klachten die de commissieleden opvangen bij studiegenoten of die ze zelf ondervinden. Ook klachten uit de klachtenbus op het gebied van onderwijs worden meegenomen. Het is daarom belangrijk dat je je als rechtenstudent laat horen wanneer je klachten hebt of problemen ondervindt op het gebied van onderwijs. Dit kan door een e-mail naar de klachtenbus van Vrijspraak te sturen (klachtenbus@magisterjft.nl). Geheel anoniem wordt jouw klacht meegenomen in de OC. Ook als je als student zelf interesse hebt in de OC ben je van harte welkom om een vergadering bij te wonen of onder het genot van een kopje koffie meer informatie te verkrijgen. Wie weet behartig jij volgend jaar de belangen van studenten in de OC!

Een ander punt waar de OC zich momenteel mee bezig houdt is de numerus fixus. Bekend is dat er vanaf het studiejaar 2013-2014 landelijk een numerus fixus ingevoerd wordt voor de Rechtenopleidingen. De wijze waarop studenten geselecteerd gaan worden staat nog niet vast. De OC gaat deze ontwikkeling komend jaar goed in de gaten houden en zal het bestuur vanuit het oogpunt van de studenten adviseren over de voorgestelde selectie-instrumentaria. Ook zal de OC waken voor goede en tijdige communicatie hierover richting (aankomende) studenten door de Universiteit.

31 | SecJure Februari 2012


Opinie

Het buitenland

De onomstreden auteurs van het huzarenstuk dat voor u ligt nemen hun taak uiterst serieus. Dat weet u, beste lezer, en wij ook. Zo ook dit keer dus. Tijdens de zorgvuldige afwegingen die uiteraard aan ieder stuk ten grondslag liggen, zijn vele onderwerpen de revue gepasseerd. En passant hebben wij dan ook dit keer de hongersnood in de Grote Meren regio in Afrika opgelost, bediscussieerd of het Europese staatsbestel meer succes zou hebben als het gemodeleerd is op het Indiase model en of Gordon eigenlijk nog wel op TV zou moeten komen. Uiteindelijk hebben wij, een dag voor de deadline en nog altijd zonder onderwerp, voor een andere route gekozen. Kwade stemmen zullen beweren dat we deze pro/contra enkel hebben geschreven omdat een van ons beiden toevalligerwijs in het buitenland was, maar dat is apert onjuist en leugenachtig. Geniet u dan ook van onderstaande discussie waarin wij het nut en de noodzaak van het buitenland bespreken. Moet Nederland meer over de dijken heenkijken, of juist niet? (Ondanks dat over deze dijken alleen de Noordzee te zien is.) Leest u het vooral in deze zinderende pro/contra!

SecJure Februari 2012 | 32


Dat buitenland, daar zou de overheid iets aan moeten doen Michiel Peters Ergens hier ver vandaan, ongeveer 180.000 jaar geleden liep een aap, ongewis over het effect dat hij op de toekomst van de wereld zou hebben, in alle rust naar eten te scharrelen. Opgeschrikt door een geluid zette hij zich overeind, strekte zijn achterbenen en voila, de eerste stappen in de richting van computers, Coca Cola en de iPhone zijn gezet. Tienduizenden jaren later is de wereld een onoverzichtelijke, chaotische, overvolle bol vol onzekere en ongelukkige mensen geworden. Mensen zeggen weleens dat vroeger alles beter was en hoewel ik daar niet in geloof, is er inderdaad wel een tijd geweest waarin de wereld overzichtelijker en beter georganiseerd was. Sterker nog: er was een tijd dat bijna al goede dingen uit Nederland kwamen. In 1602, niet geheel toevallig het oprichtingsjaar van de VOC, begon Nederland aan een ongekende bloeiperiode. In ons koninkrijk scheen altijd ergens de zon, alle mooie dingen die we wilden hebben kregen we ook gewoon en met alles wat we deden gaven we zowel Enge-

land als Spanje een schop tegen het zere been. We kunnen dus eigenlijk stellen dat er een tijd is geweest dat het buitenland niet bestond, omdat het van ons was. Specerijen kwamen in die tijd dus gewoon uit Nederland, net als uitgedroogde sinaasappels, goud en diamanten. In 2011, het jaar waarin in Henk en Ingrid eindelijk hun zin krijgen, is het in Nederland minder goed toeven. In grote delen van het land is het koud, er is een economische crisis omdat men in het buitenland de zaken niet op orde heeft en specerijen komen ineens uit verre landen. Ik snap heel goed dat Henk en Ingrid daar niet gelukkig van worden, de wereld is veranderd, Nederland gekrompen en vakantie naar Turkije een verwarrende ervaring.1 Het buitenland is dus veranderd. Eerst was het er, eng, gevaarlijk en vol met primaten. In onze bloeiperiode verdween het buitenland, wij waren overal te vinden en onze welvaart groeide. Vandaag de dag is er meer buitenland dan ooit tevoren en tegelijkertijd zijn we er ongelukkiger mee dan ooit tevoren. Om die reden hieronder een drietal oplossingen.

33 | SecJure Februari 2012


De eerste oplossing waar vooral de Telegraaflezer aan denkt is het verhogen van de dijken, want als je dat buitenland niet kunt zien: dan is het er eigenlijk ook niet. Vervelend is dat er dan twee dingen gebeuren: we krijgen heel veel goederen niet meer binnen en Robbert krijgt een klein beetje gelijk.2 De tweede oplossing, waar vooral Eurofielen3 aan denken, is die van een Verenigd Europa. Dat we daar geen problemen mee oplossen zal u niet verbazen. Niemand is blij met Europa, het kost ons veel geld, levert ons weinig meer op dan zinloze regels en geeft ons het gevoel dat we niet langer zelf bepalen hoe de toekomst eruit ziet. De derde oplossing voor dit probleem is de meest ingrijpende: we moeten terug naar de hoogtijdagen van het imperialisme, terug naar de tijd waarin mijn voornaamgenoot de zeven zeeën bevoer4, terug naar de tijd waarin discussie over Zwarte Piet en Sinterklaas niet bestond.

De enige oplossing voor het probleem van het buitenland is annexatie. Door het buitenland deel uit te laten maken van Nederland lossen we bijna alle problemen in de wereld op. Henk en Ingrid hoeven niet bang meer te zijn voor het buitenland, want er is geen armoede meer in het buitenland, er is geen oorlog meer in het buitenland en er komen geen vluchtelingen meer uit het buitenland. Kortom, als we het buitenland annexeren genieten we van de voordelen in eigen land en schrappen we de nadelen van het buitenland. (Endnotes) 1 Vakantie naar een land waar de Euro niet geldig is en in iedere straat een Hollands Café? Verwarring lijkt me onvermijdelijk. 2 Met het eerste kan ik leven, met het tweede heb ik veel meer moeite. 3 Een ernstige aandoening waarbij mensen blinde adoratie voor het Europese experiment tonen. 4 Michiel Adriaenszoon de Ruyter

Het buitenland: een reisgids door iemand met pleinvrees Robbert Coenmans

Misschien bent u, de lezer, bekend met het buitenland. Het ligt niet ver van het noorden, zuiden, westen en oosten van Nederland verwijderd. Sterker nog, het grenst er aan! Het is een magische plek, vol met kokosnotenbikini’s, palmbomen en mooi weer. Allemaal dingen die wij niet kennen in Nederland. Dichter bij huis is er overigens ook meer dan voldoende te zien. Een korte treintrip in overwegend zuidelijke richting brengt u in België. Daar kunt u de prachtige instortende infrastructuur bewonderen evenals een matig functionerend overheidssysteem. Een stevige wandeling in oostelijke richting brengt u in Duitsland. Alwaar u vrolijk hossend Duits manvolk in lederhosen jolijtige liederen kan horen scanderen en het bier enkel in decaliters wordt geserveerd. Tenminste, daar ga ik dan maar vanuit. Ik ben nooit in Duitsland geweest, maar vertrouw er op dat de Duitsers een dezer dagen wel weer binnenvallen en wacht gemakshalve daarop. Ten noorden is de toepasselijk genaamde Noordzee, dat koud, vervuild en leeggevist is. Dat is dus weer een minder deel van het buitenland.1 Aan westelijke zijde ligt een eiland waar je bonen kan eten als ontbijt (juk) en ze azijn over hun friet gooien (dubbeljuk). Wat een diversiteit! Wat een schoonheid brengt dit ‘het buitenland’ ons! SecJure Februari 2012 | 34

Dat brengt mij op slinkse wijze naar mijn volgende punt: zonder het buitenland zou Nederland maar een schrale bedoeling zijn. Ten tijde van de late Romeinse Republiek stond Nederland niet bekend als een toffe vakantiebestemming. Julius Caesar merkte in zijn commentarii de bello gallico al het volgende op (over de uitlopers van de rivier de Maas): “als hij den Oceaan is genaderd, in verscheiden armen en vormt vele zeer groote eilanden, die grootendeels door wilde en barbaarsche volken worden bewoond, waarvan er eenige slechts van visschen en vogeleieren zullen leven. Eindelijk stroomt hij met vele mondingen in den Oceaan.”2 Dit was Nederland in haar neutrale staat en het klinkt niet echt als een plek waar ik graag mijn dagen zou slijten. Zonder dit mythische buitenland is er niet echt veel reden om aan te nemen dat Nederland er nu beter voor zou staan dan toen. Ik weet niet hoe het met u zit, beste lezer, maar een dieet van ‘visschen en vogeleieren’ maakt mij nu niet bepaald blij.3 Te meer denk ik dat de kwaliteit van draadloos breedband internet in een dergelijke situatie zeer onder de maat zou zijn. Zouden wij in lendendoeken gehulde barbaren zijn zonder het buitenland? Laten we eens kijken naar den Typisch Nederlandsche Kultuur en onderzoeken in hoe-


verre dit daadwerkelijk Nederlands is. Marco Borsato is een Italiaan (daar ga je al) en Anne Frank is Duits. Twee – nul voor het buitenland.

lende wetenschappelijke uitvindingen afkomstig van Nederlanders zijn dat vrijwel altijd verfijningen van al bestaande buitenlandse concepten.

Wat is er nu Nederlandser dan aardappelen, zo zult u zeggen. Redelijk wat dingen, hoewel die ook niet Nederlands zijn. De aardappel is een knol afkomstig uit ZuidAmerika, geïntroduceerd op het Europese vasteland ergens in de zestiende eeuw. Niet alleen was de wortel aanvankelijk geroemd om haar voedingswaarde. Franse koningin en natuurgekkie Marie-Antoinette heeft zelfs op enig moment een hoed gedragen die van aardappelen gemaakt was. Hoewel historici allerhande redenen aanwijzen voor de Franse Revolutie, kan ik me voorstellen dat het onthoofden van Marie-Antoinette uiteindelijk als doel had te voorkomen dat ze dat onding ooit nog zou dragen.

Wat is dan wel typisch Nederlands? Schijnbaar op een eiland wonen en rauwe vogeleieren en vis snaaien. Misschien is dat voor een aantal van u nog een substantiële verbetering van het studentendieet. Ik kan echter niet zonder mijn pizza (Italiaans). Alleen al daarom heb ik – wederom – gelijk. Nederland is niet een land dat gekenmerkt wordt door creatieve ingevingen die onze beschaving vooruit helpen. Dus laten we maar gewoon het buitenland op de koop toe nemen, ook al is het misschien (zoals Michiel ongetwijfeld gaat aanvoeren) eng, gevuld met rare mensen en voorzien van een rare geur.

Tulpen zijn ook niet afkomstig uit Nederland. Ze zijn geïntroduceerd via Turkije. De gevolgen daarvan waren zodanig dat we ook meteen vraagtekens kunnen zetten bij ‘Nederlandse nuchterheid’. De tulpenbol was onderhavig aan hyperinflatie; uiteindelijk was een tulp zelfs meer waard dan een huis. Met als gevolg het eerste bekende failliet van een Nederlandse regering. Het aantal woorden begint op te raken, dus ik zal er even wat sneller doorheen vliegen. Cannabis is Chinees. Ons koningshuis is Duits. (Overigens was de meest doortastende koning die Nederland heeft gekend Lodewijk Napoleon; een fransoos). Watermanagement is zo oud als beschaving zelf en kan geplaatst worden in OudSumerie. De frikadel is wel Nederlands, maar zonder domesticatie van vee zouden we daar ook niet ver mee komen en dat is wederom afkomstig uit Sumerie. Het Nederlands is tenslotte een West-Germaanse taal met Frankische invloeden. Ook als je kijkt naar de verschil-

(Endnotes) 1 In het kader van de objectiviteit dien ik u overigens mede te delen dat een overwegend deel van het buitenland uit koude watermassa’s bestaat. Dit is geen aanrader. 2 Boek IV, Hoofdstuk X; Commentarii de Bello Gallico 3 De Romeinen overigens ook niet. Die vonden het eten van eieren ongeveer even smerig als wij het eten van testikels vandaag de dag vinden. Iets dat de Romeinen typisch genoeg dan weer aanzienlijk beter konden waardeerden.

35 | SecJure Februari 2012


Activiteitenkalender

23 februari 8 maart Informatiebijeenkomst Faculteitsraad Gala 28 februari Kantoorbezoek Bousie Advocaten

12 maart Dispuutsavond IV DiCiT

29 februari Raadsverkiezingen Vrijspraak

13 maart Magisterborrel

29 februari Pleittraining Rassers Advocaten

13 maart Cycling diner Vrijspraak

1 maart Dag naar Brussel

14 maart Open Fractievergadering Vrijspraak

SecJure Februari 2012 | 36


16 maart Bezoek Benelux Office of Intellectual Property 20-22 maart Juridische Bedrijvendagen Tilburg 26 maart Recht&film: â&#x20AC;&#x2DC;De Domineeâ&#x20AC;&#x2122; 27 maart Bierestafette

20 april Cybersecurity Masterclass 25 april Beste Docent Verkiezing 26 april Eerstejaarsfeest Juribes 28 april Batavierenrace

28 maart Stedendag Magister JFT I Juribes

7 mei Infobijeenkomst Opleidingscommissies Vrijspraak

30 maart Algemene Leden Weekend

8 mei Magisterborrel

3 april Rellen tegen de ME

8 mei JuriBBQ

11 april Open Fractievergadering Vrijspraak

8 mei Landelijk Congres der Bestuurskunde

16 april Pleitavond III DiCiT

9 mei Open Fractievergadering Vrijspraak

17 april Magisterborrel

16 mei Vrijspraak Biercantus 37 | SecJure Februari 2012


Maak kennis met je nieuwe carrière Dirkzwager is altijd op zoek naar ambitieuze professionals. Juristen die een stap verder willen gaan, die hun kennis willen verbreden en delen. Om dat laatste draait het bij ons. We delen onze juridische kennis met onze cliënten en elkaar, zodat we samen sterker staan. Kennis ontwikkelen staat daarom hoog in het vaandel. We bieden dan ook uitstekende opleidingsmogelijkheden binnen en buiten onze Dirkzwager Academy. Maar ook door te werken aan uitdagende (internationale) projecten voor mooie cliënten. Daarnaast heb je altijd toegang tot brede juridische kennis die jij en je collega’s delen via onder andere onze eigen kennispagina’s, juridische (digitale) bibliotheken en de Dirkzwager KennisApp. Dirkzwager is een veelzijdig, landelijk top-20 kantoor. We werken voor grote en middelgrote bedrijven, overheden, instellingen en particulieren, op de meest uiteenlopende rechtsgebieden. Ons kantoor heeft vestigingen in Arnhem en Nijmegen en telt ca. 260 medewerkers, waarvan 110 juristen die zich thuis voelen in een professionele en collegiale werkomgeving.

Kom kennis maken en kennis delen bij Dirkzwager. Kijk op www.dirkzwager.nl voor de actuele vacatures en studentenstages.


de bij een onderdeel van de korf Tim Adriaansen

Op dit moment leeft Europa in een zeer onzekere tijd. In 2008 sloeg de economische crisis toe. Een crisis waarvan het eind nog lang niet in zicht lijkt te zijn. Vooraanstaande banken kwamen in de problemen doordat zij te veel risico namen bij de kredietverstrekking van hypothecaire leningen. Om deze banken te redden schoten verschillende overheden te hulp. Echter op moment van schrijven blijkt dat zelfs overheden er financieel slecht voor staan. Griekenland dreigt failliet verklaard te worden en binnen de Europese Unie en het IMF onderhandelt men over mogelijke oplossingen. De crisis lijkt een ommekeer voor het kapitalistisch gedachtegoed te betekenen. Hoewel men voorheen vooral met lof over het kapitalistisch systeem sprak worden nu de mankementen van het kapitalisme zichtbaar. In dit artikel wordt er dieper ingegaan op perverse elementen van het kapitalisme, het kapitalistisch gedachtegoed en goed bestuur. De bij is vrij en versterkt de korf Wanneer men het kapitalistisch gedachtegoed tracht te beschrijven, grijpt men vaak terug op de filosofie van Mandeville. Mandeville schreef in 1723 de fabel van de bijen1. Hierin beschreef hij dat wanneer iedere bij goed voor zichzelf zorgt dit vanuit theoretisch perspectief tot meer bedrijvigheid en vervolgens tot meer welvaart voor de bijenkorf (lees: samenleving) zou leiden1. In dit verhaal beschrijft hij verschillende zonden die de bijen begaan. “De wortel van het kwaad is gierigheid, terwijl luxe een miljoen armen werk gaf”, zo zegt hij1. “Maar toen wilde men eerlijk worden en ging alle welvaart en roem verloren.1” Het moraal van dit verhaal is voornamelijk te vinden in het idee dat de grootste zonden van de mens tot een optimale collectieve welvaartpositie leiden. Ieder mens zou dus goed voor zichzelf moeten zorgen1. Een dergelijk gedachtegoed kan alleen gedijen onder bepaalde sociale omstandigheden. Volgens Benjamin Barber, een vooraanstaand politiek filosoof uit de huidige tijd, bestaat er een causale relatie tussen een vrije markt en democratie2. Alleen binnen een vrije democratie kan een vrije markt ontstaan2. Dit betekent dat Mandeville’s filosofie vooral kan gedijen onder condities waarin ‘vrijheid’ de boventoon voert. Vrijheid is dan ook een sleutelbegrip voor het kapitalisme. Immers zonder vrijheid kan de filosofie van Mandeville waarschijnlijk niet of niet voldoende verder binnen een samenleving doordringen. En zonder vrijheid kan een persoon niet optimaal voor zichzelf zorgen. Een opvallend filosoof binnen de economische filosofie die veel over dit begrip nadacht was Hayek3. Hayek hanteert zelf liever het concept ‘individuele vrijheid’3.

Dit is in zijn ogen een toestand waarin een persoon niet het subject is van arbitraire dwang uitgeoefend door een ander persoon3. Volgens Hayek bestaan er verschillende ideeën over het concept ‘vrijheid’. Deze ideeën zijn zeer verschillend van aard en conflicteren soms met elkaar. Volgens Hayek kunnen naast individuele vrijheid, de concepten politieke vrijheid, subjectieve vrijheid en vrijheid in de zin van macht gehanteerd worden.3 Vooral subjectieve vrijheid en vrijheid in de zin van macht zijn belangrijk wanneer men mankementen binnen het kapitalisme wil verduidelijken. Subjectieve vrijheid is volgens Hayek dichter gerelateerd aan individuele vrijheid3. Subjectieve vrijheid verwijst naar de cognitieve en rationele wil van een persoon3. Het gevaar wordt niet gevonden in dwang uitgeoefend door een col-

39 | SecJure Februari 2012

Beschouwing

Nieuw Kapitalisme:


lectief, maar in irrationele emoties of moreel en intellectueel zwakke momenten. Het individu wordt dan een slaaf van zijn behoeften en is genoodzaakt zijn doel te behalen, ongeacht de consequenties3. Vrijheid gevoed door macht gaat nog een stapje verder3. Hierin ligt de gedachte opgenomen dat men volledig kan doen wat een persoon zelf wil. Het individu is dan van mening dat zij de gehele omgeving naar haar wil kan wijzigen, zodat zij aan haar eigen behoeften kan voldoen3. Wanneer men de vrijheid van macht met werkelijke individuele vrijheid verwart, leidt dat er uiteindelijk toe dat men het concept vrijheid met welvaart verbindt3. Dit maakt het mogelijk dat vrijheid gezien wordt als de vrijheid om zodanig te handelen dat er voor het individu een bepaalde gewenste welvaartspositie bereikt wordt. Dit gaat mogelijk ten kosten van de collectieve welvaartspositie3.

Een pervers geworden systeem? Perverse uitingen vindt men in het kapitalisme op vrijwel iedere schaal terug. Het varieert van een overmatig en onrechtvaardig beloningsstelsel tot onrechtvaardig gedrag jegens individuen. Mandeville’s gedachtegoed lijkt afhankelijk te zijn van arbitraire dwang door derden. De individuele vrijheid kan niet gegarandeerd worden

Een zuivere vrije markt zal er volgens Barber toe leiden dat er verschillende problemen, zoals werkloosheid en arbeidsonrust, ontstaan. wanneer verschillende mensen verschillende concepten van vrijheid hanteren3. Subjectieve vrijheid en vrijheid in de zin van macht voeden de individuele behoeften en beperken vrijheden van anderen3. Een persoon kan bijvoorbeeld bepalen dat hij of zij een bepaald salaris wil behalen en hoeft zich daarbij niet langer te beroepen op normen en waarden. De mate waarin een persoon vervolgens dit doel kan behalen is niet alleen afhankelijk van de afwezigheid van dwang door een derde persoon, organisatie of collectief, maar ook van de vraag in hoeverre het mogelijk is rationeel gebruik te maken van bestaande mogelijkheden3. Niet alleen individuen maar ook landen of bedrijven vertonen individualistisch pervers gedrag. Dit gedrag wordt voornamelijk gevoed door verschillende sociale ontwikkelingen waaronder globalisering en individualisering. Globalisering en individualisering kunnen negatieve effecten op een kapitalistisch systeem hebben2. DankSecJure Februari 2012 | 40

zij globalisering wordt het steeds moeilijker controle op organisaties, landen en instituties te houden. Daarmee wordt het ook steeds lastiger de collectieve voorzieningen in het oog te houden met behulp van marktregulering2. Wanneer men mondiaal naar dit fenomeen kijkt zou men kunnen zeggen dat een marktsysteem het initiëren van volledig individuele vrijheid bemoeilijkt. Volgens Benjamin Barber bestaat er geen volledig mondiale vrije markt2. Wanneer men een volledig vrije markt wil generen heeft men volgens Barber democratieën nodig. Mondiaal gezien leven de meeste mensen niet in democratieën en het promoten van een vrije markt maakt het ontstaan van democratieën, controle op collectieve voorzieningen en indirect het ontstaan van individuele vrijheid lastiger2. “Want markten zijn geen ideale instrumenten voor de regulering en controle van publieke voorzieningen”. 2 De economie van kapitalistische landen is afhankelijk van actief moreel optreden van een democratische regering2. Democratische regeringen zijn noodzakelijk om de nadelen en onrechtvaardigheden van de vrije markt in bedwang te houden2. Een zuivere vrije markt zal er volgens Barber toe leiden dat er verschillende problemen, zoals werkloosheid en arbeidsonrust, ontstaan2. Noreena Hertz trekt het bestuur van democratische landen en het bedrijfsleven in twijfel4. Juist om problemen als werkloosheid te voorkomen verschuift de overheid zijn taken van het beschermen van individuele burgers naar het beschermen en aantrekken van bedrijfsleven en bedrijvigheid4. Globalisering maakt het volgens Hertz mogelijk dat bedrijven gemakkelijker naar andere landen trekken. Op deze manier verzwakt de nationale welvaartspositie doordat niet alleen het bedrijf maar ook de bedrijvigheid en het kapitaal naar een ander land verdwijnen4. Om deze reden is de overheid geneigd commerciële dwang ten aanzien van individuen vanuit het bedrijfsleven toe te staan4. Ook George Soros beschrijft dat een vrije markt op een goede manier gereguleerd dient te worden5. Wetgeving en goed bestuur scheppen de condities waarin een rechtvaardig kapitalistisch systeem kan gedijen5. Globalisering leidt echter ook op andere manieren tot een pervers systeem. Volgens Soros kregen verschillende landen in het verleden de kans niet zich tot een democratie en uiteindelijk tot een kapitalistisch land te ontwikkelen5. Gedeeltelijk is de oorzaak hiervan te vinden in de Sovjet Unie, maar ook westerse landen hebben vanwege individualistisch eigen belang nooit getracht deze landen te helpen. Volgens hem is meer internationale samenwerking noodzakelijk om mondiaal een vrije markt te creëren5. Iedere gebeurtenis op de wereld heeft invloed op de economie van een land. Arme landen pikken het niet langer arm te zijn. En verkeerde beslissingen gemaakt door de elite kunnen het vertrouwen in het systeem ontwrichten5. Wanneer een goede regulering van de wereld-


economie ontbreekt of de welvaart oneerlijk verdeeld wordt is een economische crisis onvermijdbaar.

Het moraal wordt gerelativeerd Dit individualistische en perverse gedrag van individuen, landen of bedrijven kan verklaard worden aan de hand van het moreel relativisme6. Het moreel relativisme maakt het mogelijk dat de mens zich toleranter opstelt ten aanzien van niet traditionele levenswijzen en een ondogmatische benadering van sociale wenselijkheid hanteert6. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat een samenleving zich toleranter opstelt ten aanzien van homoseksualiteit. Hoewel dit moreel relativisme voordelen met zich meebrengt zijn er ook verschillende nadelen te bespeuren. Gedeelde normen en waarden lijken nauwelijks meer vindbaar6. Hierdoor wordt het steeds moeilijker om in een samenleving met elkaar te leven. Ieder mens gaat zijn eigen weg en voor wie zich overbodig voelt, leven we in een onveilige samenleving waarin geen ‘hogere’ doelen mogelijk zijn7. Voor deze mensen lijkt het soms makkelijker om alles wantrouwig te benaderen7. Het is nu de vraag in hoeverre de korf als het collectief kan overleven zonder de eerlijke betrokkenheid van individuele bijen? Immers, wanneer men het gedachtegoed van Mandeville aan het moreel relativisme koppelt, is het waarschijnlijk gemakkelijker goed voor jezelf te zorgen als men niet stilstaat bij de sociale impact van bepaald gedrag voor het individu, de groep, organisatie, het land of zelfs de gehele mondiale maatschappij.

Goed bestuur betekent een versterking van moraliteit Zorgen voor je naasten werd voorheen als vanzelfsprekend beschouwd. Religie bracht mensen nader tot elkaar. Dit zorgde voor de creatie van gedeelde normen en waarden6. In de huidige tijd relativeert men moraliteit en verzint men op individuele basis normen en waarden6. Onbewust kiezen individuen uit de verschillende vormen van vrijheid en beperkt men de individuele vrijheid van anderen. Vanuit normatieve overweging is het ieders verantwoordelijkheid niet alleen goed voor jezelf te zorgen maar ook voor je naasten. Op bestuurlijk niveau, van zowel publieke als private organisaties, betekent dit dat beslissingen weloverwogen en niet op basis van eigen belang genomen dienen te worden. Bestuurders zijn zich er misschien niet altijd van bewust, maar zij dragen een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid. De beslissingen die zij nemen hebben vaak veel effect op de samenleving doordat zij het leven van veel mensen raken. Na de economische crisis kunnen we ons afvragen of de moraal van bestuurders wel voldoende op peil is. In het verleden is er via het staats- en bestuursrecht middels de algemene normen van goed bestuur getracht richting aan het handelen van bestuurders te geven. Het is echter niet

altijd even helder wat goed bestuur is, omdat deze normen te ondoorzichtig ingekleed zijn. Bestuurders bepalen voor een groot deel zelf wat wenselijk is. Hoe we goede bestuurders kunnen herkennen is niet helemaal duidelijk. Jim Collins deed een poging8. Hij deed onderzoek naar de capaciteiten van bestuurders die ervoor zorgde dat de prestaties van hun bedrijf op een uitzonderlijke wijze stegen. Uit dit onderzoek bleek onder andere dat goede bestuurders zich niet richten op een beloning, maar op hun werk8. Vaak zijn het timide persoonlijkheden met een sterk moraal en maatschappelijke betrokkenheid. In tijden van crisis richten deze bestuurders zich op overlevingskansen en in goeden tijden richten zij zich op een brede maatschappelijke verantwoordelijkheid8. Goed inzicht in maatschappelijke effecten van beleid, de bepaalde context waarin men opereert en een hoog gevoel voor moraliteit lijkt voor “de bestuurder” noodzakelijk. Niet de bestuurders verdienen bonussen, maar juist de arbeiders die echt het werk doen. Dergelijke maatschappelijke betrokkenheid is niet alleen de sleutel voor succes, maar kan ook tot een sterkere balans tussen maatschappij en individu leiden8.

Het nieuwe kapitalisme: een balans tussen moraliteit, betrokkenheid en het individu Het kapitalisme lijkt als systeem niet pervers te zijn, maar wordt pervers gemaakt door de individuen die zich op de marktplaats bevinden. Hoewel burgers dankzij individueel gedrag ook voor perverse leefomstandigheden zorgen hebben bestuurders dankzij hun verantwoordelijkheid meer invloed op het systeem. Bestuurders zijn namelijk ook individuen, echter raken de beslissingen die zij nemen het kapitalisme op een directe en grootschalige manier, hierdoor kunnen zij het systeem maken of breken. In tijden van crisis wordt duidelijk dat men voor elkaar zorg moet dragen. Willekeurig handelen lijkt dan ook uit den boze en verkeerde beslissingen zijn zo gemaakt. Goed bestuur en een sterk moraal lijken de nieuwe uitgangspunten voor de toekomstige generaties te zijn. Toch komt individueel pervers gedrag in onze samenleving helaas nog te vaak voor. “With great power comes great responsibility.”

Literatuur 1. Mandeville, B., (1723) De fabel van de bijen: private ondeugden, publieke voordelen 2. Barber, B. (2001) Jihad versus Mcworld 3. Hayek, F.A., (1960) The Constitution of Liberty 4. Hertz, N. (2001) De Stille Overname 5. Soros, G., (2002) Globalisering 6. De Keere, K. (2010) Wantrouwen in de wetenschap 7. Derks, A. (2000) Individualisme zonder verhaal 8. Collins, J., (2001) Good to Great: voor meer informatie over de praktijk van goed bestuur zou ik graag verwijzen naar dit boek. 41 | SecJure Februari 2012


Beschouwing

Verscherpt toezicht op financiële instellingen in onomkeerbare problemen: Een verruimd instrument voor de Nederlandsche Bank Milad Sheidai

Inleiding De financiële crisis heeft het internationale bankensysteem in een economische depressie gestort en diepe sporen getrokken in de financiële sector. In de politiek was het pakket aan noodmaatregelen en reddingsoperaties een heet hangijzer. Situaties als deze gaan vaak gepaard met berichtgeving in de media waardoor een ‘bank­ run’ ontstaat op rekeningen.1 Rekeninghouders halen massaal spaargeld weg om te voorkomen dat zij in een eventueel volgend faillissement als concurrent crediteur behandeld worden. Het logische gevolg hiervan: een negatieve kapitaalbalans en acute liquiditeitsproblemen bij de bank. De ontwikkelingen in de financiële sector hebben dan ook laten zien dat de overheid niet beschikt

Het creëren van stabiliteit in het financiële stelsel vergt verdergaande bevoegdheden voor de overheid om in te grijpen

over afdoende maatregelen om problemen bij financiële instellingen het hoofd te bieden. Om die reden kondigde recentelijk het ministerie van Financiën een nieuw wetsvoorstel af: ‘Wet bijzondere maatregelen financiële ondernemingen’, oftewel de Interventiewet. Met deze wet zou de Nederlandsche Bank de bevoegdheid krijgen om te interveniëren bij noodlijdende banken en andere financiële instellingen.

Huidige instrumenten en toekomstige maatregelen De huidige wetgeving heeft met name betrekking op het voorkomen dat een financiële onderneming in de problemen raakt. De preventiemaatregelen bestaan uit het geven van een aanwijzing of het benoemen van een stille curator.2 Deze instrumenten zijn echter niet toereikend SecJure Februari 2012 | 42

indien een financiële instelling in onomkeerbare problemen is geraakt en een faillissement in het verschiet ligt. De nadruk ligt op dat moment voornamelijk op de financiële instelling en de individuele belangen van betrokkenen. Om dit te ondervangen introduceert het wetsvoorstel twee maatregelen waarbij de Engelse Banking Act 2009 een belangrijke inspiratiebron is geweest.3 Ten eerste maatregelen die erin voorzien om tot een tijdige en ordentelijke afwikkeling van ondernemingen te komen die in onomkeerbare problemen verkeren. Ten tweede maatregelen voor de borging en stabiliteit van het financiële stelsel in het geheel.

Financiële instellingen in onomkeerbare problemen Om tot een tijdige en ordentelijke afwikkeling van een onderneming in onomkeerbare problemen te komen, wordt aan de Nederlandsche Bank de mogelijkheid gegeven om de aandelen, activa en passiva van een financiële instelling over te dragen. Ook zijn er mogelijkheden om essentiële bedrijfsonderdelen bij een derde voort te zetten, terwijl de financiële instelling of betrokkene daar geen inspraak in heeft. Voor een efficiënte afwikkeling is het van belang dat voldaan is aan ‘doorzettingsmacht’. Dit houdt in dat de financiële instelling en alle betrokkenen medewerking moeten verlenen aan de overdracht. De afwikkeling moet daarbij afdwingbaar zijn door de Nederlandsche Bank. Om uitvoering te geven aan de overdrachtsregeling dient de Nederlandsche Bank daartoe een verzoek te doen bij de rechtbank en een overdrachtsplan op te maken.4 Deze wordt ter goedkeuring overlegd en tegelijkertijd met het uitspreken van het faillissement wordt ook een beslissing gegeven omtrent de overdrachtsregeling. De curator – die optreedt namens de financiële instelling die in onomkeerbare problemen verkeert – zal belast zijn met de afwikkeling en uitvoering van het overdrachtsplan. Opvallend is dat het wetsvoorstel voorziet in rechtsmiddelen voor diverse stakeholders. Zo kunnen aandeelhouders die worden geconfronteerd met een noodregeling ernstig geschaad worden in hun belangen. Om die reden moet de rechtbank op basis van ‘full jurisdiction’ deze belangen meenemen in zijn afweging.5 Om de belangen te beschermen hebben aandeelhouders met een belang dat de 10% passeert, de


mogelijkheid om gehoord te worden door de rechtbank. Andere aandeelhouders worden niet gehoord, maar hebben de mogelijkheid om in verzet te gaan.

Borging en stabiliteit van het financiële stelsel Het creëren van stabiliteit in het financiële stelsel vergt verdergaande bevoegdheden voor de overheid om in te grijpen. Volgens de toelichting bij het wetsvoorstel ligt de rechtvaardiging hiervoor in het grote algemene belang dat gemoeid is met het financiële stelsel. Het ministerie van Financiën krijgt twee kernbevoegdheden die hun grondslag vinden in de Wet financieel toezicht (hierna: ‘Wft’).6 Ingevolge art. 6:1 Wft is er een bevoegdheid gecreëerd om in te grijpen in de interne bevoegdheden van een financiële instelling. Voorts kent art. 6:2 Wft een zeer ingrijpende bevoegdheid waarbij de financiële instelling wordt onteigend. Deze bevoegdheden mogen louter worden aangewend indien sprake is van onmiddellijk, concreet en ernstig gevaar voor het financiële stelsel. Tevens moet er sprake zijn van een rechtstreeks verband tussen de financiële situatie van de instelling en het financiële stelsel in het geheel. De bedoelde bevoegdheden mogen niet worden ingezet uit voorzorg of wanneer de situatie van de instelling zorgelijk is. Er moet dus steeds sprake zijn van een voldoende en concreet dreigend gevaar voor de stabiliteit van het financiële stelsel. De bevoegdheden die de Minister ten dienste staan houden onder meer in dat hij op grond van art. 6:1 Wft kan overgaan tot het treffen van een onmiddellijke voorziening. Men kan daarbij denken aan het ontnemen van het stemrecht van aandeelhouders en het schorsen van bestuurders of commissarissen. Zoals in het voorgaande al werd gesteld, kent art. 6:2 Wft een nog verder ingrijpende bevoegdheid voor de overheid. Als ultimum remedium geldt dat indien de onmiddellijke voorzieningen geen soelaas bieden, de overheid kan overgaan tot

onteigening van de financiële instelling. Gezien het feit dat beide grondslagen ingrijpende maatregelen behelzen, moeten deze met grote terughoudendheid worden toegepast. Slechts in uitzonderlijke omstandigheden moet naar deze bevoegdheden gegrepen worden. Voor de overheid moet ten tijde van het gebruik van deze bevoegdheden in redelijkheid geen bruikbare alternatieven meer ten dienste staan.

Conclusie Al met al wordt met de Interventiewet getracht om de Nederlandsche Bank en de overheid ingrijpende bevoegdheden te bieden om financiële instellingen te behoeden voor een ondergang. Met het nieuwe wettelijke instrumentarium wordt geprobeerd om tijdig en adequaat te reageren. Ook is de regering voornemens om meer stabiliteit te creëren in de financiële sector. Dit vergt bevoegdheden die zeer ingrijpend kunnen zijn. Deze bevoegdheden mogen echter enkel worden aangewend indien alle relevante belangen afgewogen zijn en mede gelet op de financiële gevolgen die voor de Staat aan alternatieven verbonden zijn, geen geschikte alternatieven bestaan. (Endnotes) 1 Vergelijk daarvoor het faillissement van de DSB Bank en diverse noodmaatregelen die genomen zijn bij ING, Fortis en ABN AMRO. 2 R.P. Vrolijk, De interventiewet: een uitgebreider toezichtsinstrumentarium, V&O 2011/6, p. 127. 3 V.P.G. de Serière, Het voorstel voor een interventiewet nader beschouwd, ook in vergelijking met wetgeving in ons omringende landen, Ondernemingsrecht 2011/65, p. 332. 4 R.M. Wibier, Zachte heelmeesters, stinkende wonden! De voorgestelde Interventiewet voor financiële ondernemingen, NJB Vol. 86, Nr. 24 (2011), p. 1551. 5 EHRM 22 september 1994, Hentrich/Frankrijk, application no. 13616/88. 6 J. Lastochkina, De Interventiewet: Uitbreiding van de bevoegdheden van DNB en het Ministerie van Financiën, B&E Vol. 61, Nr. 10 (2011), p. 16.

43 | SecJure Februari 2012


HOUTHOFF BURUMA PROUDLY PRESENTS:

DO YOU HAVE WHAT IT TAKES TO CLOSE THE DEAL?

WWW.EXPERIENCEHOUTHOFF.COM CONTACT FLORINE KEIJZER, RECRUITER HOUTHOFF BURUMA F.KEIJZERHOUTHOFF.COM 020 605 62 60


Advertorial

Werken aan de top

& M&A, Litigation, Real Estate en Banking &

Houthoff Buruma is een organisatie die maat-

Finance. Kijk voor een volledig overzicht op

werk levert en streeft naar excellente presta-

www.houthoff.com.

ties. Wij werken voor het topsegment van het bedrijfsleven: grote, beursgenoteerde bedrij-

Een uitdagende carrière

ven en financiële instellingen. Ondernemingen

Als startende jurist heb je bij Houthoff Buruma

die hoge eisen stellen aan onze dienstverle-

veel mogelijkheden om een uitdagende car-

ning.

rière op te bouwen die bij jou past. Hoe ver je

Houthoff Buruma heeft altijd plaats voor talent-

loopbaan reikt, heb je zelf in de hand. Beschik

volle juristen. Niet de mensen, maar de juiste

je over het talent, de ambitie en de werklust

mensen zijn ons belangrijkste kapitaal. We zijn

om de top te bereiken? Dan ondersteunen

op zoek naar advocaten, notarissen en fisca-

wij je op alle mogelijke manieren. Er is volop

listen die in staat zijn juridische excellentie te

ruimte voor eigen initia­tieven en persoonlijke

combineren met nuchterheid, visie en creati-

ontwikkeling.

viteit. Ben jij dat juridische talent, dat ‘matcht’ met onze kantoorcultuur?

Kennismaken Laten we wel zijn: er zijn zo’n 150 topstudenten.

Intelligente oplossingen

En wij zijn niet het enige topkantoor. De ver-

Onze aanpak kenmerkt zich door een gedegen,

schillen zitten in jullie persoonlijkheden. En in

praktische benadering. Onze juristen combine-

de kantoorculturen. Er is maar één manier om

ren juridische expertise met ondernemerschap

erachter te komen of Houthoff Buruma voor

en diepgaande kennis van economische secto-

jou het beste kantoor is: kom kennismaken.

ren. We zoeken naar intelligente oplossingen

Dat kan onder andere via een studentstage of

voor onze cliënten. Dat houdt onze praktijk uit-

als studerend juridisch medewerker, door het

dagend en doet tegelijkertijd recht aan de con-

bezoeken van een (STEP) In-housedag of deel-

crete doelstellingen van onze cliënten.

name aan één van onze Experience The Gamedagen of tijdens een kennismakingslunch.

Internationale oriëntatie

Een studentstage kun je bij al onze vestigingen

Wij zijn een onafhankelijk Neder­lands kantoor,

lopen.

dat ook internationaal in het topsegment van de markt opereert. Wij hebben eigen kantoren in Londen en Brussel en we zijn vertegenwoor-

Contact

digd in Luxemburg. Deze kantoren geven ons

Wil je graag nader kennismaken met Houthoff

directe toegang tot de internationale financiële

Buruma? Neem dan contact op met Florine of

wereld en Europese instellingen.

Eline. W www.werkenbijhouthoff.com

Praktijkgroepen Binnen Houthoff Buruma onderscheiden we o.a. de volgende praktijkgroepen: Corporate

T Florine Keijzer / Eline van de Kreeke 020 6056260 / 6262 M recruitment@houthoff.com 45 | SecJure Februari 2012


Beschouwing

Misleidende informatie in juridisch perspectief Melanie Hermes

Beursbedrijven hebben er vaak heel veel voor over om een goede beurskoers te genereren. Sommige uitgevende instellingen brengen daartoe bewust misleidende informatie in de markt. World Online is hier een sprekend voorbeeld van. Wanneer misleidende informatie wordt verspreid, kan men spreken van een onzuivere koersvorming. Door een onzuivere koersvorming worden de beleggers benadeeld en lijden zij mogelijk schade. Deze schade kan enkel worden vastgesteld

niet meer tegen een gunstige prijs van de hand kunnen doen. Kortom, er is sprake van informatieasymmetrie. Ten slotte kan de uitgevende instelling een positieve mededeling doen, terwijl deze later onjuist of misleidend blijkt te zijn. Dit voorbeeld spreekt uiteraard voor zich. Aandeelhouders kopen naar aanleiding van deze mededeling (extra) aandelen, waardoor de beurskoers stijgt. Bij het uitkomen van de waarheid zal de beurskoers echter even zo snel weer kelderen, wellicht zelfs tot onder het oorspronkelijke niveau.

indien er causaliteit bestaat tussen de misleidende informatie en het koersverlies. Wat houdt misleidende berichtgeving op de beurs nu eigenlijk in en wat zijn de gevolgen? Vormen van misleidende informatie Er kunnen vier vormen van misleidende informatie worden onderscheiden. Allereerst kan de uitgevende instelling een misleidend of onjuist prospectus uitgeven. Het prospectus dient potentiĂŤle beleggers een goed beeld te geven van de onderneming en het te verwachten koersverloop. Uiteraard biedt een dergelijk prospectus geen garanties, maar dit betekent niet dat het prospectus naar willekeur opgesteld mag worden. Een tweede vorm van misleidende berichtgeving betreft het publiceren van misleidende cijfers door de uitgevende instelling, de zogenaamde periodieke of doorlopende informatieverplichtingen. Onder deze informatieverplichtingen worden onder andere de (half)jaarcijfers en het kwartaalbericht verstaan. Met de informatieverplichting wordt transparantie in de markt beoogd. Naast doorlopende informatieverplichtingen kent een uitgevende instelling ook incidentele informatieverplichtingen. Hierbij kan het gaan om een ophanden zijnde overname of het vertrek van een bestuurder. Wordt dergelijke informatie niet gepubliceerd, dan kan er sprake zijn van misbruik van voorwetenschap; personen binnen of dicht bij de onderneming kunnen wetenschap hebben van deze informatie en besluiten nog voor het nieuws naar buiten komt hun aandelen te verkopen. Aandeelhouders zonder deze informatie worden benadeeld doordat de beurskoers vanuit het niets drastisch kan dalen. Zij zullen hun aandelen SecJure Februari 2012 | 46

Geleden schade Waaruit kan nu de geleden schade bestaan? Allereerst is de kans groot dat de belegger een te hoge prijs heeft betaald voor zijn aandelen. Door met behulp van misleidende informatie de stand van zaken binnen de uitgevende instelling rooskleuriger te schetsen, kan een stijgende beurskoers worden gerealiseerd. Meer beleggers willen aandelen van de betreffende uitgevende instelling aankopen, waardoor de vraag het aanbod overtreft. Bij het uitkomen van de misleiding blijkt echter dat met de juiste informatie de prijs per aandeel niet was gestegen of juist zou zijn gedaald. Een ieder die aandelen heeft aangekocht in de periode tussen de misleiding en het aan het licht komen van deze misleiding, zal claimen een te hoge prijs te hebben betaald voor zijn of haar aandelen. Het verbod op het geven van misleidende informatie is onder andere in art. 5:20 Wft gelegen. Een andere vorm van schade is het feit dat aandeelhouders in het geheel geen aandelen van betreffende instelling zouden hebben aangekocht bij juiste en volledige informatie. Zij zijn van mening dat zij een ongewenste beleggingsbeslissing hebben genomen. De vraag die in dit geval gesteld moet worden, is of de beleggers inderdaad bij afwezigheid van de misleidende informatie deze aandelen niet zouden hebben aangekocht. Is dit namelijk het geval, dan bestaat er een causaal verband tussen de misleidende informatie en de schade. Meer over causaal verband zal hieronder volgen. Causaal verband en toerekening als kernbegrippen In de vorige alineaâ&#x20AC;&#x2122;s is reeds vermeld dat voor vaststelling van de schade causaal verband dient te bestaan tus-


sen de misleidende informatie en de geleden schade. De benadeelde dient, om dit causaal verband aan te tonen, de toets van het conditio sine qua non-verband te doorlopen en vervolgens de redelijke toerekenbaarheid vast te stellen. Vervolgens is het aan de uitgevende instelling, gedaagde in dat geval, om aan te tonen dat toerekening niet mogelijk is. Hoe dient deze toets te worden doorlopen? Om causaal verband aan te tonen, is het onvoldoende om te stellen dat de benadeelde kennis heeft genomen van de informatie die door de uitgevende instelling in de markt is gebracht. Aangetoond dient te worden dat naar aanleiding van deze informatie bepaalde beslissingen zijn genomen. Het is vervolgens aan de gedaagde om te beargumenteren dat dit causaal verband niet kan worden geaccepteerd. Dit zal in het licht van art. 6:98 BW dienen te gebeuren. Gedaagde kan uiteraard tegenwerpen dat van de informatie geen kennis is genomen door de eiser, behoudens het geval geen (tijdige) informatieverschaffing heeft plaatsgevonden, waar dit wel had moeten gebeuren. Voor het vaststellen van het feit dat beleggers bepaalde aandelen niet hadden gekocht indien de werkelijke stand van zaken bekend was, kunnen drie argumenten worden genoemd. Het eerste argument is dat zij bij de aankoop werkelijk van deze informatie zijn uitgegaan. Hier wordt dus gesteld dat zij zelf kennis hebben genomen van de informatie en naar aanleiding daarvan een beslissing hebben genomen. Een tweede argument is dat zij na raadpleging van een deskundige tot de aankoop zijn overgaan. Wanneer aandeelhouders dit aanvoeren, dienen zij aan te tonen dat de adviseur van de misleidende informatie is uitgegaan om tot zijn advies te komen. Als laatste kunnen de beleggers aanvoeren dat zij tot aankoop zijn

overgegaan door de positieve marktstemming die door de misleidende informatie teweeg is gebracht. Hierbij wordt niet direct kennis genomen van de misleidende informatie, maar wordt de informatie verwerkt door de markt. In dit geval zal aangetoond moeten worden dat de markt positief is beĂŻnvloed door de informatie. Laatst genoemde argument zal in het bijzonder worden gehanteerd in het geval een misleidend prospectus door de uitgevende instelling is uitgegeven. Wanneer het causaal verband is aangetoond, moet de toerekenbaarheid worden vastgesteld. Er kan immers wel een causaal verband bestaan, maar wanneer de toerekenbaarheid ontbreekt, zal de uitgevende instelling alsnog niet aangesproken kunnen worden. Het is aan de uitgevende instelling als gedaagde om te beargumenteren dat toerekening onredelijk is. Het meest gehoorde argument is dat de wijziging in de koers niet te wijten is aan de misleidende informatie van de uitgevende instelling, maar dat deze te wijten is aan een complete dalende trend, bijvoorbeeld door een financiĂŤle crisis. In dat geval wordt het causale verband wankel en zal ook toerekening niet mogelijk zijn. Een tweede verweer kan inhouden dat doordat de eiser niet zelf kennis heeft genomen van de misleidende informatie, de schade in een te ver verwijderd verband komt te staan, waardoor de schade niet meer (in het geheel) aan de uitgevende instelling te wijten is. Dit verweer dient door de rechter wederom te worden getoetst aan art. 6:98 BW. Een derde verweer raakt het conditio sine qua non-verband en wel door zich het standpunt aan te meten dat indien beleggers van de juiste informatie uit waren gegaan, zij in een ander beursfonds zouden hebben geĂŻnvesteerd. Dit had echter ook tegenvallende resultaten op kunnen leveren. Dit verweer treft 47 | SecJure Februari 2012


het argument van de aandeelhouder dat hij bij een juiste voorstelling van zaken niet in deze aandelen zou hebben gedeeld. Het staat echter geenszins vast dat een andere investering wel rendabel zou zijn geweest. De uitgevende instelling zou in dat geval kunnen beargumenteren dat door wereldwijde tegenvallende beursresultaten de belegger toch schade zou hebben geleden. Dit is echter zeer lastig aan te tonen. Zouden de aandeelhouders immers wel hebben geïnvesteerd? En daarnaast bestaan er immer bedrijven die toch winst maken, ondanks dat het andere ondernemingen slechter vergaat. Er is dus een zekere tweedeling in de argumentatie zichtbaar: indien het uitgangspunt de misleidende informatie van de uitgevende instelling betreft, dan dient aangetoond te worden dat de belegger schade heeft geleden. Is het startpunt de schade, dan dient aangetoond te worden dat dit verlies door de misleidende informatie is veroorzaakt. Vangt de argumentatie ten slotte aan met het argument dat het aandeel nooit zou zijn aangekocht indien de werkelijke stand van zaken bekend was, dan zal de toerekening aan de uitgevende instelling moeten worden vastgesteld.

Schadevaststelling praktisch belicht Hierboven is uiteengezet wat de eisen en wat de verweren kunnen zijn in een procedure. Om deze argumenten kracht bij te zetten, is enige vorm van bewijsvoering noodzakelijk. Hoe kan dit worden aangepakt? Allereerst is het raadzaam om een onafhankelijke deskundige in de procedure te betrekken. Door een deskundige te raadplegen, kan het ‘welles-nietes’ gesteggel tussen de benadeelde en de uitgevende instelling worden doorbroken. Aanbevolen wordt om de rechter een deskundige aan te laten wijzen, zodat de onafhankelijkheid gewaarborgd wordt. De deskundige kan enerzijds zijn mening over het al dan niet bestaande conditio sine qua non-verband ventileren en anderzijds kan hij een verwachting uitbrengen over het koersverloop zoals dit zou volgen indien de misleidende informatie niet in de markt zou zijn gebracht. Een andere mogelijkheid is de vermogensvergelijking. Bij de vermogensvergelijking wordt de werkelijke situatie vergeleken met de hypothetische situatie. Hierbij is het raadzaam om bovengenoemde verwachting van een deskundige te hanteren. Neemt de koers een gelijke wending, dan kan niet worden gesteld dat er sprake is van schade. Zijn de koerslijnen echter afwijkend, dan kan worden aangenomen dat de misleidende informatie invloed heeft gehad op de koers en dat er schade is geleden. Dit betekent niet dat alle beleggers schade hebben geleden; slechts de aandeelhouders die op het moment dat de misleidende informatie de koers heeft doen wijzigen zijn ingestapt, zullen schade hebben. Zij hebben immers de aandelen tegen een te hoge prijs gekocht. MoSecJure Februari 2012 | 48

gelijk hebben anderen hun aandelen tegen een te lage prijs verkocht in deze periode, maar dat is een tweede discussie. Het koersverloop is vervolgens van belang voor de vaststelling van de hoogte van de schade. Dit is met een goed model slechts een kwestie van rekenen: het verschil tussen het koersverloop met de misleidende informatie en het koersverloop naar aanleiding van de werkelijke gegevens geeft weer wat teveel is betaald per aandeel. Wie kan nu aansprakelijk worden gehouden? Uiteraard is allereerst de uitgevende instelling aan te spreken, maar mogelijk is ook de Autoriteit Financiële Markten (AFM) als toezichthouder aansprakelijk voor geleden schade. De AFM heeft tot doel beleggers als zodanig te beschermen door toezicht te houden op de markt en uitgevende instellingen. De AFM is niet in het leven geroepen om beleggers individueel te beschermen. Ook de banken die hun naam hebben verbonden aan het emissiesyndicaat kunnen mogelijk aansprakelijk zijn, wat met name interessant is indien bij de onderneming niets meer te halen valt. Er is aldus sprake van een publiekrechtelijke rechtsgang indien de AFM wordt aangesproken. Wil men de privaatrechtelijke weg bewandelen, dan dient men zich te richten tot de uitgevende instelling. Er is echter wetgeving in de maak om de aansprakelijkheid van financieel toezichthouders in te perken.

World Online Het meest bekende voorbeeld van misleidende informatie is waarschijnlijk de World Online zaak uit 2000. In maart 2000 ging World Online naar de beurs. De uitgiftekoers bedroeg op dat moment 43 euro. Binnen twee weken verloor het meer dan 50 procent aan waarde. Al snel werd duidelijk dat Nina Brink, de oprichter van World Online, twee derde van haar aandelen nog voor de beursgang tegen een zeer lage prijs (€6,50) ‘had transferred’. Hieruit kan worden opgemerkt dat de aandelen tegen een te hoge prijs zijn uitgegeven, nu zelfs Nina Brink weinig vertrouwen in de beurskoers bleek te hebben. Zoals eerder weergegeven, dient het prospectus een goed beeld te geven van de onderneming en het te verwachten koersverloop. Dit was bij World Online dus niet het geval, wat de Hoge Raad in november 2009 heeft bevestigd, zie HR 27 november 2009, LJN: BH2162. Of de gedupeerde beleggers recht op schadevergoeding hebben, hangt volgens de Hoge Raad af van het feit of zij zich daadwerkelijk door de misleidende informatie hebben laten leiden. Van belang is dus om altijd in het achterhoofd te houden wanneer aandelen zijn aangekocht en op basis van welke informatie dit is gebeurd.1 (Endnotes) 1 Bovenstaande tekst is gebaseerd op: A.C.W. Pijls, ‘Misleidende berichtgeving op de beurs’, Tijdschrift voor Ondernemingsbestuur 2009-5, p. 131 – 142.


Sylvia Kuijsten

De rechter (volgens de puzzelwoordenboeken een ‘getabberd persoon’) is de figuur die staat voor wijsheid, vertrouwen en rechtvaardigheid. Van oudsher kennen we hem als de zwijgende man, die met een gewichtige pruik op en een zwarte toga aan vanaf zijn hoge stoel over zijn halfronde brilletje naar beide partijen staart en in al zijn wijsheid moet beslissen over de arme (en minder arme) sloebers die voor hem zitten. Hij kan beslissingen maken die de levens van partijen totaal veranderen. Hij heeft de mogelijkheid mensen hun vrijheid te ontnemen en fikse geldboetes op te leggen, maar hij is ook in staat om personen een tweede kans te geven en partijen weer dichter naar elkaar te brengen. Al met al een zeer gewichtige functie dus. Des te meer reden om zijn positie eens aan een nader onderzoek te onderwerpen. Taken en kernbegrippen Uit de literatuur valt op te maken dat de functie van rechter positiefrechtelijk gezien enigszins lastig te omschrijven valt. De Grondwet biedt in hoofdstuk 6 (‘Rechtspraak’) enige aanknopingspunten.1 Allereerst blijkt dat de rechtspraak een overheidsfunctie is, naast wetgeving en bestuur.2 Volgens art. 112 Gw heeft de rechter de bevoegdheid geschillen te beslechten en daarnaast volgens art. 113 Gw strafbare feiten te berechten. De Wet Algemene Bepalingen (Wet AB) bevat voorts enkele nadere voorschriften omtrent de aard en inhoud van de rechterlijke functie. De rechter moet volgens de wet rechtspreken: hij mag de innerlijke waarde of billijkheid der wet niet beoordelen (art. 11 Wet AB).3

Kernbegrip; neutraliteit Allereerst wil ik voor u – trouwe lezer – duidelijk maken wat de functie van rechter inhoudt. Het eerste deel van dit artikel zal hier dan ook aan gewijd worden, waarbij uitgebreid stil zal worden gestaan bij twee zeer belangrijke waarden die ook nog eens nauw samenhangen: onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Vervolgens worden de ontwikkelingen rondom zijn positie besproken. Het recht is tenslotte altijd in beweging en we kijken nu eenmaal niet meer exact hetzelfde tegen zijn functie aan als pakweg tweehonderd jaar geleden. Hierbij komt met name de lijdelijkheid van de rechter aan bod. Daarnaast heeft deze SecJure-editie niet voor niets het thema ‘Media & Beeldvorming’. De rechter zoekt namelijk steeds vaker zijn toevlucht tot het medium World Wide Web. Is dit een goede ontwikkeling? Al met al genoeg interessante deelonderwerpen om de komende drie pagina’s aandachtig te lezen.

Het kernbegrip dat bij de rechter hoort is neutraliteit. Deze neutraliteit is opgesplitst in onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Ook deze twee begrippen kunnen weer verder gecategoriseerd worden. De onafhankelijkheid is verder onder te verdelen in constitutioneel, functioneel, rechtspositioneel en feitelijk. Bij de onpartijdigheid onderscheiden we een subjectieve en objectieve component. •

De constitutionele onafhankelijkheid houdt in dat de rechtsprekende macht onafhankelijk is van de uitvoerende en wetgevende macht. Een mooi voorbeeld hierbij is het arrest Procola.4 Hier kwam het erop neer dat verschillende rechters die over zaak moesten oordelen, hier al in een eerder stadium een adviserende stem hadden gehad. De functionele onafhankelijkheid heeft betrekking op de ‘wettelijke ruimte die de rechter heeft om te kun49 | SecJure Februari 2012

Beschouwing

De googlende rechter: een afbreuk aan zijn lijdelijke positie?


nen beslissen’. Deze ruimte wordt begrensd door de wetten, regelgeving en besluiten en de rechterlijke uitspraken.5 Volgens de Europese Commissie van de Rechten van de Mens moet de rechter volgens de wet spreken, maar in het geval hij hier niet uitkomt, gebruik moet maken van bestaande rechtsbeginselen. Wat deze rechtsbeginselen dan precies zijn, blijft vaag.6 Onder de rechtspositionele onafhankelijkheid scharen we de formele waarborgen voor het vrij functioneren van de individuele rechter. Hierbij valt te denken aan de benoeming en het ontslag van rechters. Deze waarborgen zien we ook terug in uitspraken

Het hof had na afsluiting van het processuele debat tussen partijen uit eigen beweging via internet feitelijke gegevens over de betreffende wijk en beschikbare woonruimtes bekeken.

van het EHRM: ‘In order to establish whether a body can be considered ‘’independent’’, regard must be had, inter alia, to the manner of appointment of its members and their term of office, to the existence of guarantees against outside pressures and the the question whether or not the body presents an appearance of independence’.7 Ten slotte hebben we nog de feitelijke onafhankelijkheid. De rechter moet zich bij het nemen van zijn beslissing enkel laten leiden door zijn ‘juridisch geweten’. Deze onafhankelijkheid kent weer drie deelaspecten: onafhankelijkheid tegenover collegarechters, maatschappelijke opvattingen en partijen.8

SecJure Februari 2012 | 50

Dan wil ik nog kort terugkomen op de partijdigheid.9 Bij de subjectieve aspecten moet men denken aan de persoonlijke instelling van de rechter. Hier geldt als criterium dat een rechter moet worden vermoed uit hoofde van zijn aanstelling onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert. Deze bij de rechtzoekende bestaande vrees moet echter wel gerechtvaardigd zijn.10 De vrees voor subjectieve partijdigheid van de rechter moet bovendien objectief gerechtvaardigd zijn.11 Bij de objectieve aspecten gaat het om feiten of omstandigheden die, ongeacht de persoonlijke instelling van de rechter, grond geven te vrezen dat een rechter niet onpartijdig is, waarbij ook de (te vermijden) schijn van partijdigheid van belang is.

Daarnaast een belangrijk begrip: de lijdelijkheid Als men de ontwikkeling van de positie van de rechter bekijkt vanaf de tijd van Montesquieu tot nu, ziet men dat de rechter reeds langere tijd niet meer alleen belast is met het beslechten van geschillen en het opleggen van sancties. Tegenwoordig vervult de onafhankelijke rechter ook een controlefunctie tegenover het bestuur en de wetgever. Ook de mogelijkheden van rechterlijke toetsing ten aanzien van het handelen en nalaten van de wetgever zijn in de huidige tijd aanzienlijk. De toetsing van de (toepassing van de) wet aan een ieder verbindende verdragsbepalingen in de zin van art. 94 Gw en aan normen van Europees recht stelt de rechter in het bijzonder in staat ten aanzien van de wetgever een rechtmatigheidscontrole uit te voeren.12 Naast deze ontwikkelingen is er nog een belangrijke merkbare verschuiving: de rechter gaat steeds vaker zelf actief aan de slag. Duidelijk moge zijn dat in het merendeel van de zaken de te trekken conclusie niet klip en klaar is. Vaak moet de rechter via vragen meer informatie uit de partijen zien te trekken om tot een oordeel te kunnen komen. Hierbij loopt hij tegen wettelijke grenzen aan, die we onder andere terugvinden in art. 24 Rv (de beslissing mag niet gebaseerd zijn op een rechtsfeit waar ten onrechte geen beroep op is gedaan) en art. 149 Rv (verbod om bij de beslissing rekening te houden met feiten, die niet door


partijen zijn aangevoerd, anders dan feiten van algemene bekendheid). In de rechtszaal is de rechterlijke vrijheid met betrekking tot het stellen van vragen nog vrij groot, al zitten hier natuurlijk ook grenzen aan. Buiten de uitlegproblematiek lijkt de Hoge Raad echter strenger en passeert de feitenrechter sneller een grens, waarbij met name van belang is dat het recht op verdediging niet geschonden mag worden en/of geen verrassingsbeslissing mag worden gegeven.13 Een mooi voorbeeld over hoe een actievere rol van de rechter kan leiden tot een opheldering van feiten kan men vinden in het ‘googlende rechter’-arrest.14 Hierbij rekende een bewindvoerder kosten door aan zijn cliënt voor het zogenaamde ‘Smart FMS’-administratiesysteem. Aangezien de bewindvoerder geen nadere informatie over dit systeem had overlegd, nam het hof zelf een kijkje op internet. Hierbij werd ontdekt dat de kosten die de bewindvoerder had doorberekend, veel te hoog lagen. Het hof gaf de bewindvoerder echter geen kans om te reageren op deze bevindingen. De Hoge Raad overwoog hierbij dat het hof zijn beslissing kennelijk had doen steunen op feitelijke gegevens die niet in het procesdossier voorkwamen, maar die het uit eigen beweging op internet had gevonden. Door deze gegevens ten nadele van de bewindvoerder ten grondslag te leggen en deze niet de kans te geven zich hiertegen te verdedigen, handelde het hof in strijd met het beginsel van hoor en wederhoor.15 Daarnaast kan niet zonder meer van de juistheid van de gevonden gegevens uit worden gegaan, nu de bewindvoerder hierop niet heeft mogen reageren. Een vergelijkbaar geval vinden we in de volgende zaak: X, die een woonruimte verhuurde aan Y, wilde zelf van die woonruimte gebruik maken wegens ‘dringend eigen gebruik’. Het hof had na afsluiting van het processuele debat tussen partijen uit eigen beweging via internet feitelijke gegevens over de betreffende wijk en beschikbare woonruimtes bekeken. Ook hier ging het hof volgens de Hoge Raad te ver.16 Ten slotte nog een arrest dat betrekking heeft op de feiten van algemene bekendheid van art. 149 Rv, beter bekend als de ‘A.C.A.B.’-zaak.17 Volgens het hof was de afkorting, die staat voor ‘All Cops Are Bastards’ een feit van algemene bekendheid in Nederland, ook al was de betekenis hiervan voor het hof zelf in eerste instantie niet duidelijk, gezien het feit dat op internet gekeken moest worden voor nadere informatie. Extra opmerking verdient dat het aantal treffers dat bij het zoeken in alle (ook anderstalige) internetsites werd gegeven, niet zonder meer redengevend was. De HR stelde voorop dat indien niet zonder meer duidelijk is of het gaat om een algemeen bekend gegeven, de rechter dat gegeven aan

de orde had behoren te stellen bij de behandeling van de zaak op de terechtzitting.

To do or not to do? De vraag is nu: is het wenselijk dat een rechter zich op dergelijke wijze met het bewijs gaat bemoeien? Kan de rechter nog wel als onafhankelijk en onpartijdig worden gezien als hij zich (te veel) gaat mengen in het proces? Persoonlijk vind ik deze actievere rol van de rechter enigszins verontrustend. Toegegeven, dat er feiten aan het licht komen zoals in de eerste zaak die ik in het voorgaande heb beschreven, is natuurlijk mooi meegenomen. We willen tenslotte graag de waarheid boven tafel krijgen en een rechter die zelf op onderzoek uitgaat, is daar een extra hulpmiddel bij. Waar echter naar mijn idee het knelpunt ligt, is de bronnen waar de rechter zijn informatie vandaan haalt. Zo blijkt uit een artikel van UvT-professor Maurice Schellekens dat de rechter er niet voor terugdeinst om Wikipedia te raadplegen.18 Studenten worden afgerekend op het feit dat ze Wikipedia als bron in scripties gebruiken (het is tenslotte een feit van algemene bekendheid dat Wikipedia niet als betrouwbaar kan worden beschouwd), de Hoge Raad zou hierin dus zeker het goede voorbeeld moeten geven! Het lijkt me dan ook duidelijk dat dit geen situatie is waar we naartoe zouden moeten willen. Een googlende rechter? Nee, geef mij dan maar zo’n ouderwetse rechter met pruik en toga.

(Endnotes) 1 Prof. Mr. P.P.T. Bovend’Eert m.m.v. Prof. Mr.C.J.A.M. Kortmann, ‘Rechterlijke organisatie, rechters en rechtspraak’, 2008, p. 1. 2 Voor de oplettende lezer: ik doel hier op de machtenscheiding van de Trias Politica. 3 Hiermee hangt het codificatiebeginsel van art. 107 Gw samen, dit beginsel had van oudsher het doel om de belangrijkste beginselen van het recht vast te leggen in algemene wetboeken, om zo duidelijkheid te geven aan de burger omtrent het rechtsverkeer. 4 EHRM 28 september 1995, NJ 1995, 667 5 H. Franken, Onafhankelijk en verantwoordelijk, oratie Leiden, Deventer: Gouda Quint 1997, p. 13. 6 Mr. Drs. M.L. Hendrikse en Prof. Mr. A.W. Jongbloed, Burgerlijk Procesrecht praktisch belicht, Deventer: Kluwer, 2007, p. 13. 7 EHRM 28 juni 1984, serie A, 80, par. 78 (Campbell & Fell). 8 P. Smits, Artikel 6 EVRM en de civiele procedure (diss. EUR), Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1996, p. 278. 9 Via www.rechtspraak.nl 10 HR 18 april 1995, NJ 1996, 73 11 EHRM 26 oktober 1984, NJ 1988, 744 12 Prof. Mr. P.P.T. Bovend’Eert m.m.v. Prof. Mr.C.J.A.M. Kortmann, ‘Rechterlijke organisatie, rechters en rechtspraak’, 2008, p. 6. 13 Coen Drion, De ondernemende en/of googlende rechter, NJB 13/2009. 14 HR 9 september 2011, LJN BR1653, 11/01905 15 vgl. HR 15 april 2011, LJN BP5612, NJ 2011/180 16 HR 15 april 2011, LJN BP5612, 09/04354, r.o. 3.6.1 en 3.6.2. 17 HR 11 januari 2011, LJN BP0291,  09/00921 18 Maurice Schellekens, ‘Conviction by Wiki’, 23 maart 2009: http://vortex.uvt.nl/TILTblog/?p=42

51 | SecJure Februari 2012


AC A D E M Y


Oneerlijke handelspraktijken in reclames Nina Dorenbosch

Het is alom bekend dat er in reclame overdreven wordt. Krijg je als gepensioneerde echt weer dezelfde huid als het 25-jarige model in de reclame als je anti-rimpelcrème gebruikt? Kunnen kinderen na het eten van Danoontje 6 kratten bier optillen? Zou het doorverbinden bij de verzekering zo slecht gaan dat de explosievenopruimingsdienst wordt gestuurd om een eend uit de weg te ruimen? Ook scheert een scheermesje niet ineens gladder omdat er in de reclame vijf bekende voetballers voorbij komen en is koffie niet lekker alleen omdat George Clooney het drinkt. Reclame heeft uiteraard ook een komisch element, het hoeft niet altijd enkel de absolute waarheid te vertellen. Het gaat om het idee dat je bij het product krijgt, waardoor er ergens in je hersenen het dat-moet-ik-hebben-gevoel ontstaat. Echter, wanneer is er sprake van oneerlijke handelspraktijken en wanneer wordt de gemiddelde consument geacht door de illusie heen te kunnen prikken?

een geïnformeerd besluit te nemen merkbaar kan beperken. Belangrijk hierbij is het begrip van de ‘gemiddelde consument’. Het gaat hier niet om een poll die door heel Nederland wordt ingevuld, van waaruit de gemiddelde kennis wordt vastgesteld.2 Het is een abstract concept waarbij het gaat om de specifieke doelgroep die de handelaar benadert. Een verkoper van rollators bijvoorbeeld zal zijn reclame dus moeten afstemmen op bejaarden, een verkoper van kinderspeelgoed zal in zijn overwegingen mee moeten nemen dat kinderen over het algemeen makkelijker te beïnvloeden zijn dan volwassenen.

Oneerlijke handelspraktijken Sinds de inwerkingtreding van de richtlijn van de Europese Unie betreffende oneerlijke handelspraktijken, en de implementatie daarvan, geldt in heel Europa dezelfde regelgeving aangaande oneerlijke handelspraktijken.1 In Nederland is de regeling ingepast in de systematiek van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 6:193b lid 2 BW geeft twee algemene gevallen waarin sprake is van oneerlijke handelspraktijken. Allereerst wanneer de handelaar handelt in strijd met de vereisten van professionele toewijding: hij betracht niet de redelijkerwijs van hem, binnen zijn vakgebied, te eisen vakkundigheid en zorgvuldigheid. Ten tweede indien het handelen van de handelaar het vermogen van de gemiddelde consument om

Handelspraktijken zijn met name oneerlijk als sprake is van misleiding. Dit is het geval wanneer informatie wordt verstrekt die onjuist is of die de gemiddelde consument kan misleiden, wat wordt vastgesteld aan de hand van de criteria uit artikel 6:193c BW. Ook een omissie kan misleiding opleveren wanneer het om essentiële informatie gaat. Onder essentiële informatie wordt onder meer verstaan de voornaamste kenmerken van het product, de identiteit van de handelaar, de prijs, de wijze van levering en uitvoering. Op basis van deze artikelen zal dus een afweging gemaakt moeten worden, maar er zijn ook handelspraktijken die onder alle omstandigheden misleidend zijn. Deze staan op de zwarte lijst van artikel 6:193g BW. Hier gaat het bijvoorbeeld om het aanbrengen van een kwaliteitslabel zonder toestemming te hebben verkregen of aan de voorwaarden te voldoen, producten tegen een prijs te koop aanbieden terwijl ze daar niet voor geleverd kunnen worden, of bedrieglijk beweren dat producten ziekten kunnen genezen. 53 | SecJure Februari 2012

Beschouwing

Overdrijving of misleiding?


handelaar automatisch aansprakelijk voor de schade die ontstaan is als gevolg van zijn onrechtmatig handelen. Wil hij hieronder uitkomen dan zal hij zelf moeten bewijzen dat dit niet aan zijn schuld te wijten is en ook niet op andere grond voor zijn rekening komt.

Reclame Code Commissie

Aansprakelijkheid Volgens artikel 6:193b lid 1 BW is het verrichten van een oneerlijke handelspraktijk onrechtmatig. Omdat het een species is van de reguliere onrechtmatige daad, kan de consument voor een oneerlijke handelspraktijk onder meer schadevergoeding vorderen.3 In andere landen is men echter wat vrijgeviger met het onderzoeken van dergelijke claims. In India verzocht Vaibhav Bedi enige tijd geleden schadevergoeding van Unilever voor het uitblijven van het Axe-effect.4 Na een gebruik van deze deodorant, wat zeven jaar beliep, was het hem nog steeds niet gelukt een vriendin aan de haak te slaan. De rechtbank van New Delhi hield de zaak aan in afwachting van forensisch onderzoek naar de bestanddelen van Axe. In Nederland zou zo’n claim hoogstwaarschijnlijk direct afgeschoten worden. Naast aansprakelijkstelling is het bijvoorbeeld ook mogelijk om een contract te laten vernietigen op grond van dwaling of zelfs bedrog. De consument wordt in zijn positie versterkt door de uit artikel 6:193j BW blijkende omkering van de bewijslast. Dient de consument een verzoekschrift in dan zal niet hij, maar de handelaar de materiële juistheid en volledigheid van de door hem verstrekte informatie moeten bewijzen. Bovendien is de SecJure Februari 2012 | 54

Naast aansprakelijk stellen kan de consument over reclames ook een klacht indienen bij de Reclame Code Commissie (RCC).5 Deze commissie houdt toezicht op het algemeen belang, de openbare orde en de goede zeden in reclames, de vraag of de reclame niet nodeloos kwetsend is of het vertrouwen in de reclame schaadt, niet appelleert aan angstgevoelens of bijgeloof, en of deze niet oneerlijk is. In de Reclame Code wordt ten behoeve hiervan dezelfde definitie van oneerlijke handelspraktijken gebruikt als in het Burgerlijk Wetboek en ook dezelfde criteria. Ook zijn er enkele bijzondere reclamecodes, bijvoorbeeld voor financiële producten, telemarketing, tabaksproducten (hier mag behalve in tabakszaken geen reclame voor gemaakt worden) en alcoholhoudende dranken. Wanneer men een klacht indient bij de RCC wordt deze behandeld door de voorzitter of de voltallige commissie, welke verklaart of de reclame-uiting in strijd is met de Reclame Code. Hiertegen is beroep mogelijk bij het College van Beroep. Is sprake van een overtreding, dan vraagt de onafhankelijke afdeling Monitoring & Compliance (M&C) de adverteerder om een compliance formulier te ondertekenen, waarna M&C zal controleren of het ook daadwerkelijk voldoet. Geeft de adverteerder geen gevolg aan de uitspraak dan zal M&C de adverteerder op een non-compliance lijst zetten. Het is voor een adverteerder echter ook mogelijk om voorafgaand aan publicatie een check te laten uitvoeren door M&C om te zien of het in strijd is met de Reclame Code; een zogenaamd pre-copy advies. Of dit wenselijk is voor adverteerders is echter de vraag.

Autobranche Een bedrijfstak waar qua reclame blijkbaar redelijk wat fout gaat is de autobranche. Eind november 2011 deed de RCC uitspraak over reclame voor de Kia Rio.6 Op de internetsite werd de nieuwe 5-deurs Rio getoond met een voordelige vanaf-prijs, althans zo vond een toekomstige koper. Bij de dealer bleek echter dat de prijs ging om de 3-deurs, voor de 5-deurs moest een kleine duizend euro extra betaald worden. Bijkomend probleem was echter dat de 3-deurs de komende maanden niet geleverd kon worden. De RCC was van mening dat hier sprake was van zowel een omissie van essentiële informatie door niet te vermelden dat de 3-deurs uitvoering nog enkele maanden niet leverbaar was, en de verstrekking van onjuiste informatie over een belangrijk kenmerk van de


auto, door een 5-deurs Rio af te beelden terwijl de prijs ging over een 3-deurs. De reclame was dus misleidend. Ook Peugeot ging de mist in met zijn televisiereclame voor de 107 met een vanaf-prijs, welk voor het gemak naliet te vermelden dat deze prijs alleen gold bij inruil van een auto gekocht vóór 1995.7 In de reclame werd verwezen naar de website, maar ook hier was het enige tijd zoeken voordat in zeer kleine lettertjes deze specifieke voorwaarde gevonden kon worden. De RCC was van mening dat sprake was van misleiding, doordat in de televisiereclame essentiële informatie werd verzwegen en de website er een onduidelijke manier van informeren op na hield. Het was voor de gemiddelde consument niet vanzelfsprekend dat een vanaf-prijs alleen geldig was in combinatie met de inruil van een auto, en dan om mysterieuze redenen ook nog een van vóór 1995.

loze, voedende oliën’ niet misleidend.11 De gemiddelde consument zou moeten begrijpen dat er hier bedoeld wordt dat de shampoo het haar niet verzwaard, niet dat de oliën letterlijk gewichtloos zijn. Daarvoor zou de shampoo en de gebruiker ervan zich immers in de ruimte moeten bevinden. Ook een klacht over een Telsell-product werd ongegrond bevonden.12 Het ging hierbij om de Ahh Bra, waarvan het door de vele reclames soms lijkt alsof deze altijd op de televisie te zien is. In de reclame wordt het aangeprezen als geweldig ogend en altijd passend. Los van het feit dat dit zoals wel meer dingen aantoont dat smaak subjectief is, vond de commissie de klacht niet overtuigend. Aan reclame is altijd enige overdrijving verbonden, het feit dat klaagster niet tevreden was met het product betekende niet dat ‘altijd passend’ als misleidend zal worden ervaren.

Telecommunicatiebedrijven Ook telecommunicatiebedrijven houden soms de regeltjes niet helemaal in het oog. Toen Simpel een belplafond introduceerde waarmee ouders een deel van hun opvoeding kunnen vervangen door controle van buitenaf, waren uiteraard verscheidene ouders zeer enthou­siast; €2,50 per maand is een bedrag dat zeker te overzien is. Dan is het toch vervelend wanneer het belplafond pas geldt vanaf 15 euro en dat de kosten bovendien door ‘verschillende oorzaken’ toch boven het belplafond uit kunnen komen.8 Ondanks dat dit wel op te maken is aan de hand van de op de website vermelde informatie, vond de RCC toch dat dit in de televisiereclame vermeld had moeten worden. Er was dan ook sprake van misleiding. Een geheel ander probleem dan het overschrijden van je bundel is het vervallen van je beltegoed. KPN vermeldde op zijn site dat het beltegoed onbeperkt houdbaar is.9 Het wordt echter verwijderd als er 6 maanden niet wordt gebeld of opgewaardeerd. De vraag wie tegenwoordig zijn mobiel nog zo weinig gebruikt daargelaten, dit is niet van belang, is de informatie onjuist en volgens de RCC ook misleidend.

Het feit dat gewichtloze oliën technisch gezien niet bestaan, maakt de reclame van Dove shampoo die spreekt ‘gewichtloze, voedende oliën’ niet misleidend.

Tenslotte hoeft de formule ‘5% korting op nieuwe studieboeken + 50% voordeel op 2e hands studieboeken = goedkoper2’, die Bol.com gebruikt in zijn reclames ook niet wiskundig kloppend te zijn, voor het geval iemand zich dat afvroeg.13 De gemiddelde student, waarop de reclame zich richt, wordt geacht dit te begrijpen.

Misleiding? In bovengenoemde gevallen is de misleiding duidelijk, maar er zijn ook grensgevallen. Verdient een drankje met 0,01% cranberrysap en vlierbloesem nog wel de naam ‘Cranberry Vlierbloesem’? De RCC vond van wel: het ging erom dat het er in enige vorm in verwerkt was.10 De consument zou zelf kunnen zien op de ingrediëntenlijst dat het maar om een miniem percentage gaat. De gemiddelde consument wordt dus wel geacht redelijk oplettend te zijn. Er zijn ook klachten waarbij het duidelijker is dat men de reclame niet geheel letterlijk moet nemen. Het feit dat gewichtloze oliën technisch gezien niet bestaan, maakt de reclame van Dove shampoo die spreekt van ‘gewicht-

(Endnotes) 1 Richtlijn 2005/29/EU. 2 D.W.F. Verkade, Mon. BW B-49a, Kluwer: Deventer 2009, p. 32. 3 J. Spier e.a., Verbintenissen uit de wet en schadevergoeding, Kluwer: Deventer 2009, p. 175. 4 <http://www.nu.nl/opmerkelijk/2112740/aanklacht-zevenjaar-vruchteloos-axe-gebruik.html> 5 <www.reclamecode.nl> 6 RCC 30 november 2011, dossiernr. 2011/00965; uitspraken zijn te vinden op <www.reclamecode.nl>. 7 RCC 17 november 2011, dossiernr. 2011/00918B. 8 RCC 18 april 2011, dossiernr. 2011/00164. 9 RCC 4 november 2011, dossiernr. 2011/00910. 10 RCC 13 oktober 2011, dossiernr. 2011/00546. 11 RCC 15 november 2011, dossiernr. 2011/00738. 12 RCC 5 oktober 2011, dossiernr. 2011/00834. 13 RCC 5 oktober 2011, dossiernr. 2011/00824.

55 | SecJure Februari 2012


Interview

Het Kruisverhoor

Marcus Silvester Groenhuijsen Esra van der Wolk

Voor deze editie besloten we hoogleraar strafen strafprocesrecht Marc Groenhuijsen het hemd van zijn lijf te vragen. Lees snel verder als je wil weten waarom hij ooit een Koninklijke onderscheiding heeft gekregen!

1. Welk type student was u? Dat is makkelijk: ik was een hele gedisciplineerde student. Ik had een vast ritme, besteedde vier uur per dag aan mijn studie, inclusief contacturen. Dat werkte eigenlijk fantastisch, ik haalde alles en hield zo ook nog veel tijd over voor andere activiteiten.

Naam: Marcus Silvester Groenhuijsen Woonplaats: Goirle Geboortedatum/leeftijd: 10 maart 1956, dus 55 jaar oud. Huwelijkse staat: 30 jaar getrouwd, 2 zonen van 25 en 22 jaar oud. Werkzaam als: Hoogleraar straf- en strafprocesrecht en victimologie, tevens directeur InterVict. Afgestudeerd: Nederlands recht aan de Rijksuniversiteit Utrecht, afstudeerrichting rechtstheorie (1980). Hobbyâ&#x20AC;&#x2122;s: Golf (met mijn vrouw) en ik probeer zoveel mogelijk te sporten, alhoewel ik dat laatste meer doe voor mijn gezondheid dan voor het plezier.. SecJure Februari 2012 | 56

2. Wie was of is uw voorbeeld? Vroeger trok ik me erg op aan de beste drie hoogleraren van onze Universiteit. Ik kan me nog een professor herinneren die uitgebreid de problemen van transseksuelen besprak, die kon daar in geuren en kleuren over vertellen en tegelijkertijd ging er het gerucht rond dat hij zelf als travestiet in het weekend door het leven ging. Daardoor krijg je de inspiratie, niet van de boeken, maar van die paar hele bijzondere docenten. Nu kijk ik op tegen de rolmodellen van deze wereld. Ik ben lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en daar kom ik mensen tegen die zo ontzettend slim zijn, zoals bijvoorbeeld de president van de KNAW. Maar vooral de laatste jaren heb ik ook steeds meer bewondering gekregen voor de anonieme Nederlander. Ik ken mensen die boven de 60 zijn en hun leven lang dakdekker zijn geweest. Dan voel je pas hoe een bevoorrechte positie wij hier op de universiteit eigenlijk hebben. Natuurlijk werken wij op onze manier ook hard, maar dat is niet te vergelijken. En die mensen krijgen nooit prijzen of onderscheidingen en staan nooit in de krant, maar uiteindelijk leveren zij wel een bijdrage aan BV Nederland die onmisbaar is.


3. Wat wilde u vroeger worden en wat is er mis gegaan? Het oude verhaal: toen ik op de middelbare school zat wilde ik sportleraar worden maar ik heb toen een ernstig ongeluk gehad en ben daarvoor afgekeurd. Toen wilde ik wiskunde gaan studeren, maar daar was ik niet slim genoeg voor dus dat kon ook niet. Uiteindelijk ben ik rechten gaan doen met de traditionele motivering dat je daar zoveel kanten mee op kunt. 4. Wat is uw slechtste gewoonte? Ik heb een hele verkeerde manier van omgaan met deadlines. In onderzoek wordt je vaak gevraagd om stukken te schrijven en daar hangt uiteraard een deadline aan. Ik begin altijd te laat en dan dreigt die deadline steeds dichterbij te komen en ontstaat er een soort van panieksituatie, maar misschien heb ik dat ook wel weer nodig om het beste uit mezelf te halen. 5. Wat is uw leukste (uni-gerelateerde) anekdote? Ik heb ooit eens een student in de collegezaal gehad die binnenkwam, pontificaal op de eerste rij ging zitten en vanaf de eerste minuut de krant ging lezen. Dit verontruste mij hevig, aangezien ik er toch wel bekend om sta dat ik interessante colleges geef. Nu heb ik geleerd om geen ruzie met studenten te maken, zeker niet in het bijzijn van 300 andere studenten, maar in de pauze heb ik die jongen er wel op aangesproken. Toen bleek dat hij met een voice recorder alleen maar mijn college kwam opnemen om het later voor 5 gulden door te verkopen aan zijn medestudenten. Hij volgde het vak niet eens! Toen heb ik hem dringend verzocht dit niet langer te doen, omdat het toch een vervelende indruk maakt op de andere studenten als er op de voorste rij iemand de krant zit te lezen.. 6. Wat wilt u de studenten meegeven? Punt 1: dat strafrecht een heel erg leuk vak is, maar punt 2: ook dat het vooral een heel erg moeilijk vak is. Een vak waarin je oog moet leren krijgen voor de menselijke kanten van een abstract juridisch systeem. In het strafrecht speelt dit volgens mij veel meer dan bijvoorbeeld in het fiscale recht, waar het vooral draait om geld. In het strafrecht gaat het om hele nare situaties die goed moeten worden beoordeeld vanuit het gezichtspunt van de samenleving, maar ook vanuit de verdachte. Iedere verdachte blijft ten slotte ook een mens. Je moet geen nare dingen goedpraten, maar je moet altijd onder ogen zien dat er aan ieder mens meerdere kanten zitten en dat er ook rekening moet worden gehouden met de belangen van slachtoffers. Dat het dus eigenlijk helemaal niet gaat om de regeltjes en alle arresten kennen, maar dat er meer in het strafrecht aan de hand is dan alleen je tentamen halen.

7. Wat was de reden van uw Koninklijke onderscheiding? Goh dat is al lang geleden! Maar die heb ik gekregen voor mijn werk in de slachtofferhulp. Ik ben jarenlang voorzitter geweest van Slachtofferhulp Nederland en ik heb veel gedaan in het bestuur van de Europese koepelorganisatie voor slachtofferhulp en dat is opgevallen. 8. U heeft dus veel gedaan voor slachtofferhulp. Is dit puur uit interesse of meer een maatschappelijke ‘roeping’? Hier zie je weer dat toeval een grote rol kan spelen in het leven. Toen ik in Leiden begon met werken in 1980 kreeg ik op de tweede dag na mijn aanstelling namelijk te horen dat ik een proefschrift moest gaan schrijven over slachtofferhulp bij misdrijven. Zo ging dat toen, dat werd opgedragen en ik was daar helemaal niet gelukkig mee. Na een tijdje, nadat ik me in het onderwerp had verdiept, bleek het een machtig interessant en omvangrijk onderwerp te zijn waar ik eigenlijk de rest van mijn carrière mee bezig ben gebleven. Stelling 1: Preventie of straffen? Mijn leefregel is: hoe minder strafrecht, hoe beter. Dat betekent dat strafrecht alleen gebruikt moet worden als het echt niet anders kan. Dus zo laag mogelijke straffen en zoveel mogelijk alternatieve sancties. Niet omdat ik zo’n vergevingsgezind persoon ben, maar vooral omdat blijkt dat die botte bijl niet werkt. Stelling 2: Euro of gulden? Euro. Ik denk dat de Euro veel goeds voor Nederland gebracht heeft. Ik ben niet iemand die gelooft dat vroeger alles beter was, Nederland heeft veel aan Europa en de Euro te danken. Als we blijven investeren in deze relatie denk ik dat we er het beste uit kunnen halen. Stelling 3: Victimologie of strafrecht? Allebei, mijn hart ligt bij beide terreinen. Voor mij is het één niet goed te beoefenen zonder het ander. Strafrecht zonder empirische kennis van slachtoffers daarbij te betrekken mist een dimensie en omgekeerd zou ik nooit gekwalificeerd zijn om zuiver victomologie te beoefenen als het strafrechtelijk systeem daarin niet zou worden betrokken. Stelling 4: Decaan of docent? Docent. Het leuke van besturen is dat je snel succes kunt boeken en je kunt strategische lijnen uitzetten, maar het is onvermijdelijk dat je ook belandt in conflictsituaties, omdat de belangen groot zijn en vaak tegengesteld. Het gaat daarbij vaak om geld en dan laten mensen zich niet altijd van hun beste kant zien. Daarom vind ik het onderwijs aantrekkelijker en uitdagender. 57 | SecJure Februari 2012


Gevonden: Ekram Belhadj ( /v)

Advocate Mededingingsrecht. Specialiteit: intuïtie. De oriëntatietocht langs advocatenkantoren bleek helemaal geen tocht te worden. Haar intuïtie fungeerde prima als kompas. “Ik zat gelijk goed”, lacht Ekram Belhadj. Na haar studie rechten werkte ze als docent aan de Universiteit Utrecht. Dat ze diezelfde open cultuur bij een advocatenkantoor kon vinden, had ze niet echt verwacht. “Ik wilde mijn theoretische kennis tot bloei laten komen in de praktijk. Mijn gevoel en verhalen van vakgenoten brachten me bij Nysingh. Een bron van talent en inspiratie en een hardwerkende club met menselijke mensen. Mensen met oog voor elkaar. Iedere klus wordt gebouwd op bundeling van krachten. Dat werpt zijn vruchten af; zowel voor de cliënt als voor ons. Je wéét dat je bij Nysingh kwaliteit krijgt. En zelf raak ik maar niet uitgegroeid.” Nysingh is een bedrijf van karaktervolle specialisten. Alleen de wet is bij ons standaard. Voor de rest krijg je alle ruimte om buitengewoon te zijn. Klinkt dit goed en kennen wij elkaar nog niet? Laat je dan vinden via werkenbijnysingh.nl

Nysingh. De juiste jurist op de juiste plek.

Beste advieskantoor van Nederland, nr. 1 in Incompany


Advertorial

Prettig werken én leven. Nysingh weet er meer van. Je bent ambitieus. Wilt groeien. Als jurist én als mens. Daar krijg je bij Nysingh alle ruimte voor. We ondersteunen je carrière met goede begeleiding en opleiding, zodat je talenten optimaal tot bloei komen. Je kunt je daarbij in alle gewenste richtingen ontwikkelen. Als een van de grotere kantoren in Nederland zijn we immers actief op alle rechtsgebieden. Dus volop kansen om je loopbaan in te vullen op een manier die recht doet aan jouw interesses. Maar hopelijk gaan je interesses verder dan zakelijk succes alleen. Wij hechten namelijk veel waarde aan persoonlijke ontwikkeling en een goede balans tussen werk en privé. Want alleen als je prettig leeft, kun je prettig werken. En andersom.

Scherp blijven Als een van de weinige grote kantoren is Nysingh niet gevestigd in de Randstad. Juist niet. Met locaties in Apeldoorn, Arnhem en Zwolle kunnen we je namelijk ook letterlijk ruimte bieden. En hoewel we van oudsher een sterke positie in de regio hebben, zijn we zeker geen regionaal kantoor. We zijn landelijk actief, thuis in Europa en wereldwijd vertegenwoordigd dankzij het TAGLaw-netwerk (zie www.taglaw.com). Dat biedt je de dynamiek en uitdaging waardoor je scherp blijft. Overigens mag je er ook op rekenen dat je collega’s je scherp houden: zo’n 135 (top)juristen en circa 125 ondersteunende krachten die gewend zijn om intensief samen te werken, over de grenzen van hun rechtsgebied, en die samen zoeken naar de beste oplossingen voor onze cliënten.

Interessante breedte De brede expertise van Nysingh blijkt uit de diversiteit aan secties binnen ons kantoor: 1. Aansprakelijkheid Verzekering & Vervoer 2. Gezondheidszorg 3. Ondernemingsrecht 4. (Europees) mededingings-en aanbestedingsrecht 5. Arbeidsrecht 6. IE & ICT 7. Vastgoed en Overheid 8. Familiezaken Strafrecht Deze breedte is niet alleen interessant voor onze cliënten, maar óók voor jou als jurist. Het biedt je immers tal van ontwikkelingsmogelijkheden. Belangrijk is na te gaan welk rechtsgebied bij jou past.

Een goed gesprek We doen geen wilde beloftes over je carrière. Wel beloven we je een goed gesprek, zodat we in alle rust samen kunnen bespreken hoe jouw talent past bij de kansen die wij bieden. Hoe we die kansen zó kunnen vormgeven dat je talent optimaal tot bloei komt. Maak daarom eens een afspraak met onze recruiter Loesje Klaasen-Frankfort: l.g.p.klaasen@nysingh.nl of (055) 527 13 42. Wil je eerst meer informatie over ons kantoor, of over openstaande vacatures of studentstages, kijk dan op www.werkenbijnysingh.nl.

59 | SecJure Februari 2012


TLS

Exchange in Zuid-Amerika: Completos y terremotos! Martin Slaats

Al sinds de eerste keer dat we informatie kregen over de mogelijkheden om naar het buitenland te gaan, wist ik dat ik dat ik dat zou gaan doen. Hoe vet is het om een half jaar naar een ander land te kunnen, daar te kunnen studeren en daarnaast nog een hoop te reizen? Na een hoop gezoek op de website van de UvT lokte Zuid-Amerika toch wel erg. Het continent is prachtig en de landen die mogelijk waren, Chili en Colombia, klonken beiden nogal goed in de oren. De keuze viel toch op Chili, omdat dit land betere reismogelijkheden had en de faculteit één van de beste in Zuid-Amerika is. En dan ruim een jaar nadat je te horen kreeg dat je mag gaan, sta je in hartje Santiago en moet je jezelf maar zien te redden. Toen ik aankwam had ik eigenlijk nog niets geregeld, maar als je twee weken in een hostel woont, leer je de stad wel kennen. Er lopen in zo’n hostel een hoop mensen rond die al een hele tijd in de stad wonen of veel gereisd hebben en zij kunnen je heel wat nuttigs vertellen. Er waren ook enkele andere exchange-studenten die allemaal een kamer zochten en dus help je elkaar een beetje en vind je sneller websites etc. Na ongeveer

anderhalve week vond ik gelukkig een kamer in een mooi huis in het midden van het centrum. Er woonden met mij nog tien andere studenten die allemaal exchange-studenten waren. Het was perfect, want deze mensen moesten grotendeels ook nog het Spaans meester gaan maken en dan kan je elkaar helpen en: als je het beu was kon je gewoon Engels blijven spreken. Dat was dan ook het grootste obstakel van de eerste weken: Spaans. Het is erg leuk om een nieuwe taal te leren, maar het begin is moeilijk en je bent er veel tijd mee kwijt. Gelukkig kregen we op mijn universiteit een cursus van twee weken en dat hielp enorm. Je merkt al snel dat je op straat zelf je eten kan bestellen en mensen kan verstaan wanneer ze uitleggen dat je ergens moet doorlopen of wanneer je geen foto’s mag maken. Chili als land is kort samengevat: gek. Het lijkt in sommige opzichten op Europa – het is duur en de mensen hebben t.o.v. de rest van Zuid-Amerika een minder donkere huid- maar er zijn ook regels in Chili die niemand snapt. Zo is de supermarkt soms wel, soms niet open: er is geen pijl op te trekken. Zo’n supermarkt is vaak open tot 11 uur ‘s avonds, maar je kan doordeweeks maar tot 10 uur alcohol kopen. Sta je om één over 10 met een 6-pack eindelijk (want het duurt daar eeuwen aan de kassa) bij de caissière: “nee sorry, dit kunt u niet meer kopen.” Ze hebben - je hoort al dat ik niet bepaald fan was van de supermarkten in Chili - ook een zeer grote voorliefde om alles in een miljoen plastic tasjes te verpakken en de bedoeling is dan eigenlijk dat je de mensen die voor je inpakken daar wat geld voor geeft. Genoeg over supermarkten en iets meer over het studeren in Chili en wat daar bij komt kijken. Mijn faculteit was klein en alle studenten rechten zaten bij elkaar. Het gebouw zelf was open en dat had in de winter (die daar pas in juni een beetje koud wordt omdat de seizoenen precies het tegenovergestelde zijn dan in Nederland) het nadeel dat het er nogal koud was. Een college volg je niet met 500 man, maar met een maximum van 40 mensen en het is heel normaal dat Jan en alleman het klaslokaal in- en uitloopt. Nog een opmerkelijk feit: de professor die gebeld wordt neemt zijn telefoon gewoon op en gaat vervolgens rustig een minuut bellen. Hij pikt daarna de draad weer op en gaat door met het college.

SecJure Februari 2012 | 60


Het niveau van de leerstof was wat minder hoog dan bij ons, maar het Spaans zorgt er toch voor dat je genoeg tijd kwijt bent met het lezen van de stof. Een ander groot verschil met Nederland is de verplichting om naar de colleges te komen. Sommige vakken hanteren een 70% aanwezigheidsplicht en andere laten maar vier absenties toe. Gelukkig heb je als buitenlandse student wel een redelijke voorkeurspositie en kan je heel wat sjoemelen met dit systeem om bijvoorbeeld een lang weekend op reis te gaan. Naast al het studeren is het land zien en Chili ontdekken enorm leuk. Toen jullie in ons kikkerlandje aan het hossen en alaaven waren, zat ik over de grens in Mendoza, Argentinië waar op dat moment een groot wijnfestival aan de gang was. Daarnaast zijn we met een groep van verschillende nationaliteiten ook nog een keer naar Valparaiso (strand) gegaan, hebben we gebarbecued boven op een berg naast Santiago en hebben we ook een surftrip gemaakt. Ook ben ik nog naar Buenos Aires gereisd toen Magister JFT daar was met de studiereis en ben ik met een huisgenoot naar het zuiden van Chili getrokken, waar ik boven op een vulkaan een andere zag uitbarsten. De liefde van de man gaat door de maag en zo ook in Zuid-Amerika. Het continent staat bekend om het goede vlees dat dan ook meer dan regelmatig op de “asado” gegooid wordt. De eerste weken heb ik toch zeker twee keer in de week een bbq gehad en daarop lagen altijd chorizos, wat in combinatie met een broodje “choripan” genoemd werd en daarnaast lag er ook regelmatig een stuk vlees op waar je u tegen zegt. Op de straat is ook heel wat te verkrijgen voor de hongerige maag. Zo kon

je op de meeste plaatsen een zogenaamde completo krijgen, wat een hotdog is met daarop mayonaise, ketchup, advocado en tomaatjes. Dit maakt het broodje ook meteen oneetbaar en een pakje servetten was ook echt wel nodig. Precies zes maanden na mijn vertrek stond ik ineens weer op Nederlandse bodem na nog een maand gereisd te hebben door Zuid-Amerika. Het blijft dan toch raar om op Schiphol weer een kroket te eten en een echt Nederlands biertje te drinken. Als je terugkijkt op de onvergetelijke tijd die je gehad hebt, zou je zo graag weer terugwillen en weer precies hetzelfde doen. Zuid-Amerika is echt prachtig. De cultuur, natuur en de mensen zijn het meer dan waard om hier een half jaar van je studie door te brengen en dat zou ik ook echt iedereen kunnen aanraden.

Feel up for the challenge? But you still have questions? Contact: Drs. Tessa Barten Coordinator Mobility Email: law-exchange@uvt.nl Tel: 013-466 2502 http://www.tilburguniversity.nl/students/study/ abroad/ Consultation hours Tuesday or Thursday: 11.00 - 12.00 am 61 | SecJure Februari 2012


Column

Meesterlijke recepten De Hoornse Taart Anne de Vries Het thema “media en recht” vraagt om een kritische blik op ons eigen tijdschrift, want de kloof tussen SecJure en student wordt elk jaar groter. Al die inhoudelijke artikelen, dat interesseert geen hond meer. Secjure is een linkse hobby: saai, elitair, met te veel letters en te weinig bloot. Dat past niet meer in het huidige klimaat, Secjure moet aan de lezer worden teruggegeven. Met de tijd mee: spannend, recht voor z’n raap en in een kleiner formaat. Uiteraard met een real-life fotoverhaal (“Oh oh Plato”), een modespecial (“lekker in toga”) en niet te vergeten: een kookrubriek. In deze eerste editie van ‘Meesterlijke recepten’ herbeleven we het bekende arrest HR Hoornse taart.1 In dit arrest had iemand een met rattenkruit vergiftigde taart naar het huis van het beoogde slachtoffer gestuurd. De vrouw van het beoogde slachtoffer had van de taart gegeten en was hieraan overleden. De dader betoogde dat hij niet het oogmerk had om de vrouw te doden en dat er dus

geen sprake was van moord. Dit betoog mocht niet baten. De Hoge Raad overwoog dat: “al was des requirants beweegreden tot zijne daad alleen zijne begeerte om [W.]M. uit den weg te ruimen,– toch zijn (...) plan mede omvatte het dooden van die personen, die van de (...) taart mochten eten.” Kortom, er was sprake van voorwaardelijk opzet: de dader had welbewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat niet alleen het beoogde slachtoffer maar ook anderen van de taart zouden eten en zouden overlijden. Omdat ik geen expert ben in het bakken van giftige taarten heb ik mijn meest criminele vriendin moeten inschakelen: Ellen van G. Hoewel we vanwege aansprakelijkheidskwesties niet gaan uitleggen hoe je een giftige taart bakt, wist zij wel een erg ongezonde (en lekkere) taart. Het vergt wat meer geduld, maar: maak een paar van deze taarten en de aanmerkelijke kans op hart- en vaatziekten is voorzienbaar gestegen.

Recept voor een Hoornse cheesecake brownie Ingrediënten voor het browniegedeelte 380g suiker 250g chocolade 70%  250g boter 150g bloem 6 eieren 1 lepeltje vanille extract  1 snuifje zout voor het cheesecakegedeelte  125g ricotta 100g mascarpone  50g philadelphia  1 ei 2 eetlepels suiker 1 eetlepel bloem 1 eetlepel vanille extract 

Bereiding Meng voor de cheesecakecrème de mascarpone, philadelphia en ricotta met de suiker, vanille, het ei en de bloem. Roer tot een glad mengsel en zet even aan de kant. Laat de chocolade samen met de boter smelten (au bain marie), roer tot een egaal mengsel. Klop de eieren samen met de suiker en het vanille extract in een mengkom. Voeg er de gesmolten chocolade-boter aan toe en vervolgens de bloem en het snufje zout. Giet het browniemengsel in een (met bakpapier bekleedde) bakvorm van ongeveer 20×28 cm. Verdeel met een lepel de cheesecakecrème boven het browniemengsel. Maak een paar tekeningen, krullen zodat de cheesecake en de brownie zich wat kunnen mengen. Ga niet te grondig te werk anders verlies je het gemarmerd effect. Plaats de brownie in een voorverwarmde oven op 180 ˚C voor ongeveer 25 minuten. De brownie moet nog een beetje vochtig zijn in het midden. Laat afkoelen voordat je het aansnijdt. 

Volgende keer in meesterlijke recepten: het Azewijnse Paard (zuurvlees)3 SecJure Februari 2012 | 62

2

(Endnotes) 1 HR 19 november 1911, W 9203 2 Bron: www.kookjij.nl/recept-cheesecake-brownie. 3 HR 6 april 1915, NJ 1915, 427.


e

26 JAARGANG NOG STUDENT WAT IS-IE EN NU AL EEN TOCH SNEL GROOT MEESTERLIJK STUK GEWORDEN

de redactie van DE OMA VAN

      Discussiëren met de redactie? Check onze gloednieuwe facebookpagina op www.facebook.com/SecJure. Wil je zelf in de redactie? Kijk dan op www.magisterjft.nl/secjure of stuur een email naar secjure@magisterjft.nl.


Een initiatief van

JURIDISCHE

BEDRIJVENDAGEN TILBURG 2012 DATUM: 20, 21 & 22 MAART LOCATIE: WILLEM II STADION TILBURG UNIVERSITY

Spice upyour your future! Spice up future! Spreker: mr. Geert-Jan Knoops Meer info? www.jbtilburg.nl Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen

Jaargang 26, nr. 3  

SecJure is het onafhankelijke faculteitsblad van de Faculteit Rechtswetenschappen van de Universiteit van Tilburg

Jaargang 26, nr. 3  

SecJure is het onafhankelijke faculteitsblad van de Faculteit Rechtswetenschappen van de Universiteit van Tilburg