Issuu on Google+

1 INVENTARIS van het ARCHIEF van de VRIJE EVANGELISCHE GEMEENTE te GOES 1841-1982

Goes, november 1982 A.J. Barth

Gedigitaliseerd door: J.J. Kloos


2

Inhoudsopgave Inleiding

blz. 3

Inventaris

blz. 7

Stukken van algemene aard 1. OfficiĂŤle aantekeningen en notulen 2. Correspondentie

blz. 7 blz. 8

Stukken betreffende bijzondere onderwerpen 1. Reglementering 2. Ambtsdragers 3. Registratie van lidmaten 4. Kerkelijk leven en pastorale zorg 5. Betrekkingen met zustergemeenten 6. Eigendommen 7. FinanciĂŤn a. algemeen b. kasboeken c. rekeningen van inkomsten en uitgaven, met bijlagen

blz. 8 blz. 8 blz. 9 blz. 10 blz. 11 blz. 12 blz. 13

Archief van de zondagsschoolvereniging " Bidt en Werkt."

blz. 14

Bijlage: Lijst van predikanten, die de gemeente gediend hebben

blz. 15


3

INLEIDING Geschiedenis. De ontstaansgeschiedenis van de Vrije Evangelische Gemeente te Goes in interessant en uniek in de nederlandse kerkgeschiedenis. Zij is uitvoerig beschrevenin : prof. dr. C. Dekker, Gereformeerd en evangelisch. Het ontstaan en de geschiedenis van de Buddinggemeente te Goes en haar plaats in het nederlandse protestantisme in de periode 1839-1881, Kampen 1992. Aan dit belangrijke werk ontlenen wij onze meeste gegevens. De Afscheiding, in Zeeland te dateren op 1836, gaf het ontstaan te zien van een aantal kerkelijke gemeenten van gereformeerde signatuur, los van de Nederlandse Hervormde Kerk. In Zeeland hadden die gemeenten sinds 1837 als hun predikant ds H.J. Budding, die ook de stoot tot hun ontstaan hadden gegeven. Van de meningsverschillen over bijzaken, die de afgescheidenen verdeelden, speelden er twee in het bijzonder in Zeeland: de kwestie welke psalmberijming men zou zingen en de vraag of men bij de overheid autorisatie mocht aanvragen om als gemeente te kunnen functioneren en aldus de vervolging, die de afgescheidenen moesten ondergaan, te ontlopen. Een verzoek om autorisatie hield omder meer in, dat men afzag van de naam: gereformeerd. Van de gemeenten, die daartoe bereid bleken en die de psalmberijming van 1773 wilden zingen, nam ds. Budding in januari 1839 ontslag - dat hem overigens pas in oktober werd verleend - en vanaf dat jaar zien wij in Zeeland twee groepen van afgescheidenen optreden, die snel uit elkaar groeiden. Aan de ene kant christelijke afgescheiden gemeenten die de lijn volgden van de landelijke synode, aan de andere kant een aantal, dat weigerde autorisatie van de overheid te vragen, dat de zestiende-eeuwse psalmberijming van Pieter Datheen in ere hield en zich nauw verbonden wist met de aloude gereformeerde kerk van de Synode van Dordrecht 1618/1619, maar ook met de Nadere Reformatie. Tot de eerste categorie behoorde de gemeente te Goes, tot de tweede konden op Zuid-Beveland de gemeenten te Heinkenszand, Kapelle en Krabbendijke worden gerekend. Ds. Budding, die predikant was gebleven van de Zeeuwse gemeenten van de tweede categorie, die door Dekker "oudgereformeerd" zijn genoemd, vestigde zich in 1840 in Goes, halverwege tussen de gemeenten te Kapelle en Heinkenszand. Hoewel hij in Goes geen gemeente had, begon hij daar in een schuur kerkdiensten te houden en te evangeliseren onder een grote toeloop. Hij hield dit vol, met een onderbreking vanwege gevangenschap in het kader van de vervolging, tot hij in het voorjaar van 1843 voor langer in de gevangenis verdween. De zondagse en doordeweekse diensten waren aanvankelijk bestemd voor en werden gedragen door de gemeenteleden van Heinkenszand en Kapelle, maar al gauw, in februari of begin maart 1842, werd een zelfstandige oud-gereformeerde gemeente te Goes geïnstitueerd, waarschijnlijk met Gijsbrecht Sterk als ouderling en Johannes de Jonge Johsz. als diaken. Toen de gevierde ds. Budding tijdens zijn gevangenschap in 1843 afweek van de door hemzelf uitgezette oud-gereformeerde lijn en overging naar de christelijke afgescheiden gemeenten, was dat voor de oud-gereformeerden gemeenten in Zeeland en voor de jonge gemeente te Goes in het bijzonder, een teleurstellende gewaarwording, Zij voelden zich verweesd. Ds. L.G.C. Ledeboer, die sinds 1841 Buddings medestander was en in Zuid-Holland gemeenten had gesticht, die evenals de Zeeuwse zwoeren bij de oud-gereformeerde leer en een subjectieve geloofsbeleving in parktijk brachten, aarzelde lange tijd om de leegte in Zeeland op te vullen en pas in 1851 ondernam hij daaroe stappen. Niet alleenbediende hij de scramenten, die door de nood gedwongen in onbruik waren geraakt, maar ook stichtte hij enkele nieuwe gemeenten, waaronder één te 'sGravenpolder, organiseerde hij een provinciale vergadering van alle Zeeuwse oud-gereformeerde gemeenten en herstelde hij de classicale indeling. Als gezamenlijke predikant van de Zeeuwse gemeenten en dus als opvolger van ds. Budding bevestigde hij ds. P. van Dijke, voorheen diaken en oefenaar in Sint-Philipsland. Ds. Budding zelf was, ndat hij enkele jaren christelijk afgescheiden predikant in Groningen was geweest, naar NoordAmerika geëmigreerd, maar kon daar niet aarden. In 1851 was hij terug in


4

Nederland en na enige aarzelingen begon hij weer op te treden in de oud-gereformeerde gemeente van Goes, maar zonder zicht te verenigen met de beide andere predikanten van zijn richting, ds. Ledeboer en ds. Van Dijke. De toestand, die zijn terugkomst creeërde, was uit kerkrechterlijk oogpunt chaotisch, want ds. Van Dijke was als predikant van de gezamenlijke gemeenten ook predikant van de gemeente te Goes. Vele lidmaten van de gemeenten te Goes, Heinkenszand en Kapelle en zelfs van de nieuwe gemeente te 's-Gravenpolder wilden echter dat ds. Budding bleef en deze deed dat, maar eiste van de gemeenteleden een zogenaamde verbintenis. In het voorjaar en de zomer van 1852 verbond een groot aantal lidmaten van de oud-gereformeerde gemeenten, maar ook anderen die tot dusver christelijk afgescheiden of hervormd waren geweest, zich aan elkaar en aan ds. Budding als hun voorganger en deze verbond zich aan hen om gezamenlijk als gemeente voort te gaan "op de oude paden." In de praktijk betekende dit, dat de gemeente te Goes, waarin de gemeenten te Heinkenszand en Kapelle en een deel van de gemeente te 's-Gravenpolder opgingen, zich afzonderlijk van de andere oud-gereformeerde gemeenten opstelde. De nieuw gestructureerde gemeente floreerde en hoewel er geen verschillen waren in de leer, werd er toch in de loop van de jaren vijftig een mentaliteitsverschil, een verschil in geestelijke ligging zichtbaar tussen de Goese gemeente met haar voorgangers en de andere gemeenten. Ds. Budding bleek geëvolueerd en niet meer geheel dezelfde te zijn als voor zijn vertrek in 1843. Een aantal lidmaten, waaronder de ouderlingen Gerard Otte en Dingenis Stroosnijder, verliet in de loop der jaren de gemeente om zich aan te sluiten bij de oud-gereformeerd gemeente van 's-Gravenpolder, die door de oefenaar Daniël Bakker tot nieuw leven was gebracht. In 1860 voltrok zich bij ds. Budding een veel radicalere verandering onder invloed van een bezoek aan George Müller, een vooraanstaand predikant en filantroop te Bristol. Müller was darbist en hoewel ds. Budding hem niet in alles navolgde, begon hij toch een opwekkingsgeloof in methodistische zin te verkondigen, dat uitging van de vrije wil van de mens en niet meer van de calvinistische predestinatieleer. Een aanzienlijk deel van de lidmaten keerde zich van hem en de gemeente af, bleef "op de oude weg", maar het grootste deel volgde hem "op de nieuwe weg." Ds. A. Mooij van de Zendingsgemeente te Middelburg, die een leerling was van ds. H.W. Witteveen ter Ermelo, bekend om zijn evangelische zendingsijver, en allerlei evangelisten legden op de gemeente een evangelisch stempel. Spoedig was het oud-gereformeerde element niet meer te herkennen, al bleef het subjectief geloofsleven, zij het nu anders opgevat, in ere. De gemeente noemde zich nu christelijke evangelische gemeente, maar al direct werd de in 1856 door ds. J. de Liefde te Amsterdam ingevoerd en landelijk meer bekende benaming " Vrije Evangelische Gemeente" op haar toegepast. Institutioneel veranderde de gemeente niet. Zij kwam opnieuw tot bloei, had een florerend verenigingsleven en gedurende een aantal jaren zelfs een eigen lagere school die de grootste was in Goes. De Vrije Evangelische Gemeente te Goes was een streekgemeente, die haar lidmaten telde op vele dorpen van Zuid-Beveland en daarbuiten. In sommige plaatsen ontstonden aparte kringen, waarvan die in Rilland in 1863 en die in Zaamslag in 1866 nog voor ds. Buddings dood uitgroeiden tot vrije evangelische gemeenten. Toen ds. Budding in 1870 overleed, was er geen geschikte opvolger. De ouderlingen Koert Loggers en Adriaan de Schipper namen de diensten waar en ds. P. van Paassen, een leerling van Budding zowel als van Witteveen en sinds 1866 predikant van de gemeente te Zaamslag, bediende de sacramenten. In 1871 ontstond er een verwijdering tussen de gemeente en ds. Van Paassen, waarbij een deel van de lidmaten, met name in Kapelle en Wemeldinge, Van Paassen als hun voorganger erkende. In 1874 echter werd ouderling Loggers te Ermelo door ds. Witteveen tot predikant van Goes geordend en kwam de gemeente de opvolgingscrisis te boven. Sinds 1877 werd zij één van de Nederlandse centra van de in 1875 ontstane Brightonbeweging, die heiliging en verdieping van het geestelijk leven in evangelische zin voorstond. Doordat ook predikanten in de Hervormde kerk deze idealen voorstonden, kon men in Goes van een sterke evangelische beweging in oecumenische zni spreken, die tot diep in de twintigste eeuw merkbaar zou blijven. In het kader van de Brightonbeweging kwam de Goese Vrije Evangelische Gemeente nauw in contact met de


5 andere vrije evangelische gemeenten in het land. Ouderling De Schipper hielp in 1878 in Ermelo zelfs de beginselen opstellen voor een bond van deze gemeenten. Toen in 1881 inderdaad de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten in Nederland opgericht, trad Goes echter vooralsnog niet toe. Hoewel de Bondsvergaderingen enkele malen in Goes plaatsvonden, werd de Goese gemeente pas ion 1896 volwaardig lid van de bond. Haar toenmalige predikant, ds. C.J. Siebenhar, was er een vurig voorstander van. De uit Goes voortgekomen vrije evangelische gemeenten in Bruinisse, Wemeldinge, Kapelle, Rilland, Bath en Nieuwvliet traden vroeger of later eveneens toe tot de bond. Sinds de jaren negentig van de negentiende eeuw voer de gemeente in rustig vaarwater en leken de woelige tijden voorbij. Zij verschilde maar weinig van andere protestantse gemeenten, behalve dat zij nog eenmaal, in 1905 en volgende jaren, een grote geestelijke impuls ontving door de zogenaamde Opwekking van Wales, een methodistisch revival, dat evangelisch Nederland beroerde vanuit Goes. Ds. G.W. van Leussen en ouderling J.M. Straub reisden stad en land af om op "conferenties tot verdieping van het geestelijk leven" de toehoorders op te roepen tot bekering. Het methodistisch stempel op de gemeente was nu volkomen. UIt de weerzin om autorisatie bij de overheid aan te vragen, was de oud-gereformeerde/vrije evangelische gemeente aanvankelijke niet bij de overheid bekend, had zij geen officiĂŤle naam en was zij geen rechtspersoon. De eigendommen stonden op naam van leden van de kerkeraad persoonlijk of van vroegere schenkers of hun erfgenamen. Een precaire situatie ontstond toen na 1860 de gemeente andere geloofsopvattingen huldigde dan de personen op wier naam de eigendom van kerkelijke gebouwen stond of toen in 1865 een ouderling het schoolgebouw ook werkelijk als zijn eigendom ging beschouwen. Bij KB van 15 september 1872 kreeg de gemeente onder de naam "Christelijke Evangelische Gemeente" rechtspersoonlijkheid en konden de eigendommen op haar naam worden gesteld. Dat waren de schuurkerk in de Zevenkoten (later Cornelis Eversdijkstraat), deels van hout en deels van steen, in gebruik sinds 1852; het zogenaamde klein kerkje aan de Stoofstraat, oorspronkelijk een pakhuis, waarin de gemeente gekerkt had van 1845 tot 1852 en dat later als vergadergebouw dienst deed; het weduwenhuis Rehoboth, in de volksmond Rachabshuis, en de bewaarschool Eben Haezer, beide aan de Westwal. In de tijd van ds. Loggers werd de bewaarschool pastorie en verrees er achter een verenigingsgebouw. De schuurkerk, die sinds 1876 geheel van steen was en later nog een aantal verbouwingen onderging, bleef in gebruik tot 1979, toen de gemeente de Bethelkerk aankocht van de Gereformeerde Gemeente, In 1934 werd de naam Christelijke Evangelische Gemeente officieel gewijzigd in Vrije Evangelische Gemeente. Het archief. Men mag als zeker aannemen dat ds. Budding in de gemeenten te Heinkenszand en Kapelle, toen deze nog christelijk afgescheiden waren een register van lidmaten, gedoopten en gehuwden heeft aangelegd, dat in gebruik gebleven is, toen de gemeenten na 1839 oud-gereformeerd waren geworden. Thans zijn deze registers niet meer aanwezig. In 1841 begon ds Budding de registratie van personen, die in Goes belijdenis deden op gedoopt werden, zonder dat zij, die reeds langer lidmaat waren, werden ingeschreven. Dit registertje, dat tot het voorjaar 1843 is bijgehouden, is bewaard en vormt het oudste stuk in het archief. Het is zo goed als zeker, dat in de periode vands. Buddings afwezigheid, van 1843 tot 1851, geen registratie is gehouden en geen archief gevormd. Sinds de terugkomst van ds. Budding in 1851 werden door hem Aanteekeningen gehouden van voorvallen in de gemeente, die ook na zijn dood zijn voortgezet door ds. Loggers en daarna het karakter aannemen van notulen van lidmatenvergaderingen. Van de kerkeraadsvergaderingen werden geen notulen gemaakt tot ds. Siebenhar dat in 1889 invoerde. De registratie van dopen en lidmaten geschiedde tot 1921 achter in de registers van aantekeningen. Zijn de registers in het archief goed bewaard, anders is het gesteld met de losse stukken. De oudste akten van eigendom, koop, verkoop, hypotheek, waardepapieren ontbreken geheel en de correspon-


6 dente voor 1947 bijna geheel. Of ds. Budding zijn persoonlijke correspondentie en die van de gemeente afgescheiden heeft, weten wij niet, omdat ook zijn persoonlijke stukken verloren, of althans nergens te vinden zijn. Wel is bekend, dat ouderling Johannes de Jonge in de jaren zestig van de negentiende eeuw een brievenboek bijhield. De registers berustten in de twintigste eeuw bij de predikant, de correspondentie bij de secretaris van de kerkeraad, de financiĂŤle bescheiden bij de penningmeester. Het secretariaat was van 1928 tot 1962 opgedragen aan de ouderling L. Duvekot Cz en diens zoon C. Duvekot Lz. Wellicht heeft zich daar een nevenarchief gevormd, doch zeker is dat niet. Wel is ons meegedeeld, dat ten tijde van de verhuizing van de kerk, in 1979, zeer veel archivalia vernietigd zij en dat zich sindsdien het ĂŠĂŠn en ander in particuliere handen zou bevinden. Wij vestigen de aandacht van de gebruiker op het feit, dat de openbaarheid van de beschreven bescheiden voor een deel is beperkt. Men raadplege daartoe de chef van de studiezaal. Goes, november 1992 A.J. Barth.


7 INVENTARIS Stukken van algemene aard. 1. OfficiĂŤle aantekeningen en notulen 1.

Aantekeningen van voorvallen in de gemeente en van vergaderingen van de lidmaten, 1851-1865, tevens lidmatenregister, 1852-1862, 1862-1865, en doopregister, 1852-1865. 1 deel.

2.

Aantekeningen van voorvallen in de gemeente en van vergaderingen van lidmaten, 1866-1884, tevens lidmatenregister, 1866-1880, en doopregister, 1866-1884. 1 deel. NB.

Bevat tevens: -lijstje van door ds. H.J. Budding en ouderling K. Loggers in Gelderland gedoopte kinderen, 1866-1873; -statuten van de gemeente, vastgesteld 27 december 1875, goedgekeurd bij KB. van 17 februari 1876.

3.

Aantekeningen van voorvallen in de gemeente en van vergaderingen van lidmaten, 1884-1891, tevens lidmatenregister, 1187-1921, en doopregister, 1855-1920. 1 deel.

4-6.

Notulen van vergaderingen en lidmaten. 1891-1970. 3 delen. -. 1891-1892. NB. Bevinden zich in invent.nr. 7. 4. 1892-1907 5. 1907-1941. 6. 1941-1970

7-16.

Notulen van vergaderingen van de kerkeraad. 1889-1980. 10 delen. 7. 1889-1893 NB. Hierin ook notulen van vergaderingen van lidmaten, 1891-1892. 8. 1893-1896 9. 1896-1903 10. 1903-1912 11. 1913-1925 12. 1925-1942 13. 1943-1954


8 14. 1954-1965 15. 1965-1973 16. 1973-1980 2. Correspondentie 17-37. Ingekomen stukken en afschriften en doorslagen van uitgegane stukken. 1870-1887, 1947-1982 (met hiaten) 21 omslagen en pakken. 17. 1870-1887 18. 1947-1951 19. 1952-1957 20. 1963, 1964 21. 1965 22. 1966 23. 1967 24. 1968 25. 1969 26. 1970 27. 1971 28. 1972 29. 1973 30. 1974 31. 1975 32. 1976 33. 1978 34. 1979 35. 1980 36. 1981 37. 1982 Stukken betreffende bijzondere onderwerpen 1. Reglementering 38.

Statuten en huishoudelijk reglement van de vereniging Christelijke Evangelische Gemeente. 1872, 1875, 1905, 1934, 1966. 1 omslag. NB. Bevat ook afschrift van het verzoek aan de Minister van Justitie tot wijziging van de tenaamstelling van een perceel grond aan de Westwal, 1872, en een lijst van leden, 1887.

2. Ambtsdragers 39.

Stukken betreffende het afscheid van ds. J. Karelse. 1968. 1 omslag.


9 40.

Stukken betreffende het beroepen van de predikanten Buurman, Seijl en Raven. 1969. 1 omslag.

41.

Stukken betreffende het beroepen van ds. Q. van de Vrie. 1977. 8 stukken.

42.

Stukken betreffende het beroepen van ds. J. van Veen. 1980, 1981. 1 omslag.

3. Registratie 43.

Register van toegetreden lidmaten, van gedoopte kinderen en van ingezegende huwelijken. 1841-1843. 1 deel. NB. Met toevoeging van de namen van enkele in 1840 gedoopte kinderen.

44.

Doopregisters. 1852-1920. 1 deel. -. 44.

1852-1921. NB. Zie de nrs. 1-3 1885-1981 NB. Voor de periode 1885-1920 afschrift van het register vermeld onder nr. 3

45.

Aantekeningen door ds. H.J. Budding van verrichte doopsbedieningen. 1867-1870. 1 stuk. NB. Bij de inschrijving in het register zijn enkele van de hier opgetekende dopen vergeten.

46.

Aantekeningen door ds. H.J. Budding van verrichte doopsbedieningen te Nijmegen en te Winschoten. 1862, 1870. 2 stukken. NB. Zie ook inv.nr. 2


10 47, 48. Lidmatenregisters. 1852-1981. 2 delen. --. 47. 48.

1852-1920 NB. Zie inv.nrs. 1-3 1921-1944 NB. Bevat de namen van hen, die in 1921 lidmaat waren met later toegevoegde aantekeningen, en de vervolgens toegetreden lidmaten. 1946-1981 NB. Bevat de namen van hen, die in 1944 lidmaat waren met later toegevoegde aantekeningen, en de vervolgens toegetreden lidmaten.

49.

Aantekening van persoonlijke gegevens van Jacobus Karelse en zijn gezin, vermoedelijk in verband met zijn aansluiting aan de gemeente. z.j., (1857) 1 stuk.

50.

Ingekomen verklaringen van ambtenaren van de burgerlijke stand betreffende voltrokken huwelijken. 1876, 1878, 1907. 3 stukken.

51.

Formulier van verklaring van attestatie. c. 1910. 1 stuk.

52.

Ingekomen attestaties en doopbewijzen. 1950-1972. 1 omslag.

53.

Lijst van lidmaten, alfabetisch op gezinshoofd. 1977. 1 omslag.

4. Kerkelijk leven en pastorale zorg. 54.

Lijsten van personen van buiten de gemeente, toegelaten tot de broodbreking. 1859-1872. 9 stukken.

55.

Officieuse aantekeningen van ouderling K. Loggers betreffende moeilijkheden in de gemeente na het overlijden van ds. H.J. Budding. 1871. 1 omslag.

56.

Lijst met vragen voor het afleggen van openbare geloofsbelijdenis. c. 1910. 1 stuk.


11 57.

Stukken betreffende de viering van het honderdjarig bestaan van de gemeente. 1952. 1 omslag.

58.

Stukken betreffende het uitnodigen van predikanten om voor te gaan in de kerkdiensten. 1969. 1 omslag.

59.

Stukken betreffende de uitoefening van het ziekenpastoraat in ziekenhuis Bergzicht. 1977. 1 omslag.

60.

Stukken betreffende de behandeling van de beleidsnota van de stichting voor zending en evangelisatie. 1980. 1 omslag.

61.

"Predikbeurtenboek", lijst van predikanten die zijn voorgegaan in de wekelijkse kerkdiensten, met vermelding van de Bijbelteksten, waarover ze hebben gepreekt. 1980-1983. 1 deel.

5. Betrekkingen met zustergemeenten. 62-92. Agenda's en notulen van de jaarvergaderingen van de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten. 1907-1979 (met hiaten). 30 banden en katernen en 1 stuk. 62. 1907 (1 stuk) 63. 1926 64. 1928 65. 1929 66. 1931 67. 1932 68. 1933 69. 1934 70. 1935 71. 1937 72. 1939 73. 1941 74. 1943 75. 1946 76. 1957 77. 1960 78. 1961 79. 1962 80. 1963 81. 1964 82. 1965


12 83. 1966 84. 1967 85. 1968 86. 1969 87. 1970 88. 1972 89. 1973 90. 1976 91. 1977 92. 1979 93.

Stukken betreffende het plaatsen van een kerkorgel in de kerk van de Vrije Evangelische Gemeente te Bath. 1953. 1 omslag.

94-99. Stukken betreffende de door de Bond van Vrije Evangelische Gemeenten ontwikkelde activiteiten. 1964-1968, 1973, 1974. 5 omslagen en 1 pak. 94. 1964 95. 1965 96. 1966 97. 1967 98. 1968 99. 1973, 1974 (1 pak) 100.

Stukken betreffend de deelneming in de Stichting Pensioenfonds van de Vrije Evangelische Gemeenten. 1979. 1 omslag..

6. Eigendommen 101.

Stukken betreffende het onderhoud van het orgel. 1951, 1952, 1965, 1970, 1972. 1 omslag.

102.

Stukken betreffende de verzekering tegen brandschade van de eigendommen van de kerk. 1954-1972. 1 omslag.

103.

Stukken betreffende de aankoop van het kerkgebouw van de Gereformeerde Gemeente aan de Beatrixlaan. 1976, 1978, 1979. 1 omslag.

104.

FotokopiĂŤn van de notulen van de beheerscommissie der gebouwen. 1978-1981. 1 omslag.


13 105.

Stukken betreffende de officiĂŤle ingebruikneming van het kerkgebouw aan de Beatrixlaan. 1979. 1 omslag.

106.

Fotokopie van de voorlopige koopakte van de woning Klaasputhoek 16 te Kloetinge. bestemd tot woning van de predikant. 1980. 2 stukken.

7. FinanciĂŤn a. algemeen 107.

Stukken betreffende het aanvragen van een girorekening. 1947. 7 stukken.

108.

Afschriften van akten van schuldbekentenis wegens van derden geleende bedragen. 1948. 6 stukken.

109.

Stukken betreffende de uitgifte van obligaties van fl. 500,- en fl. 1000,- voor de restauratie van de kerkelijke opstallen. 1957. 1 omslag.

b. kasboeken 110.

111-115.

` 116-122.

Kasboek van inkomsten en uitgaven van de bewaarschool. 1873-1876. 1 deeltje. Kasboeken van inkomsten en uitgaven van " kerk en dienst". 1893-1971 (met hiaten). 5 delen en deeltjes. 111. 1893-1897. 112. 1901, 1902. 113. 1928-1943. 114. 1953-1960. 115. 1963-1971. Kasboeken van inkomsten uit collecten ten behoeve van kerk en dienst, de diaconie en bijzondere doeleinden. 1938-1971. 7 deeltjes. 116. 1938-1946. 117. 1938-1947 118. 1947-1954 119. 1948-1958


14

120. 1954-1969 121. 1959-1969 122. 1969-1971 c. rekeningen van inkomsten en uitgaven, met bijlagen. 123.

124-134.

Rekeningen van inkomsten en uitgaven. 1185, 1924, 1935, 1937, 1956, 1963-1970. 1 omslag. Bijlagen tot de rekeningen van inkomsten en uitgaven betreffende kerk en dienst. 1871, 1895, 1959-1967, 1970. 10 omslagen en 2 stukken. 124. 1971, 1895 (2 stukken) 125. 1959 126. 1960 127. 1961 128. 1962 129. 1963 130. 1965 131. 1965 132. 1966 133. 1967 134. 1970

135-145.

Bijlagen tot de rekeningen van inkomsten en uitgaven betreffende diakonale zaken. 1964, 1967-1976. 11 omslagen. 135. 1964 136. 1967 137. 1968 138. 1969 139. 1970 140. 1971 141. 1972 142. 1973 143. 1974 144. 1975 145. 1976

Archief van de zondagsschoolvereniging "Bidt en werkt." 146, 147.

Notulen van de vergaderingen van het bestuur. 1910-1964. 2 delen. 146. 1910 september 8-1924 mei 16 147. 1924 oktober 3-1964 november 23


15

Bijlage. Lijst van predikanten, die de gemeente gediend hebben. ds. H.J. Budding

1842-1843

ds. P. van Dijke

1851

ds. H.J. Budding

1852-1870

ds. K. Loggers

1874-1888

ds. C.J. Siebenhar

1889-1896

ds. G.W. van Leussen

1897-1922

ds. M. van de Vis

1923-1946

ds. J. Karelse

1946-1968

ds. H. Raven

1970-1977

ds. J. van Veen

1980-1988

ds. N.M. van Dijk

1990-heden

Colofon: Goese inventarissen, nr. 12 Inventaris van het archief van de Vrije Evangelische Gemeente te Goes, 1841-1982 door A.J. Barth [c} Gemeentearchief van Goes, Wijngaardstraat 3 4461 DA Goes tel. 0110-21212, tst. 606 Druk: Pitman Junior te Goes Oplaag: 150 ex., november 1992 Alle rechten voorbehouden


16


inventaris_nr_12_vrije_evangelische_gemeente_van_goes