Page 1

Goese Inventarissen nr. 4.

INVENTARISSEN van kleinere ARCHIEVEN berustend in het GEMEENTEARCHIEF VAN GOES

door A.J. Barth, F.H. de Klerk, J. van Tiggelen, H. Uil 1984. Gedigitaliseerd door: I. Kepil


INHOUDSOPGAVE blz. Voorwoord

1.

Inventaris van het archief van het Fonds voor Kazernering te Goes, 1803-1958

2.

Inventaris van de archieven van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen, departement Goes, van de Volksbibliotheek en van de Tekenschool, 1816-1905

3.

Inventaris van het archief van de Plaatselijke Schoolcommissie te Goes, 1823-1936

10.

Inventaris van het archief van de Tekenschool te Goes, 1828-1853

13.

Inventaris van het archief van de Algemeen Armenwerkinrichting, 1844-1846 (1876)

17.

Inventaris van het archief van de N.V. Maatschappij van verbeterde meekrapbereiding in Zeeland te Goes, 1852-1854

19.

Inventaris van het archief van de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Goes, 1853-1861

21.

Inventaris van het archief van de A.R. Kiesvereniging “ Voor Nederland en Oranje, te Goes, 1865-1980

23

Inventaris van het archief van de Vereniging tot het regelen en bevorderen van volksvermaken te Goes, 1867-1897

25

Inventaris van het archief van de sociëteit “Eensgezindheid” te Goes, 1875-1891

29

Inventaris van het archief van de Vereniging voor Volksbelangen te Goes, 1876-1882

30

Inventaris van het archief van het Fonds tot Ondersteuning van weduwen van gemeenteambtenaren te Goes, 1887-1954

33

Inventaris van het archief van het Pensioenfonds van gemeenteambtenaren en bedienden in de gemeente Goes, 1900-1919

35

Inventaris van het archief van de gemeentelijke centrale keuken, 1917-1920

36

Inventaris van het archief van de huurcommissie te Goes, 1918-1923

38

Inventaris van het archief van de Vereniging De Goessche Burgerwacht, te Goes, 1919-1940

39

Inventaris van het archief van de Stichting Goessche Sportbelangen, 1933-1959

41

Inventaris van het archief van de Stichting Sportbelangen Goes, 1961-1971

42

Inventaris van het archief van het Leesgezelschap “Lust tot Onderzoek” te Kloetinge, 1864-1980

46

Inventaris van het archief van het Comité tot verlening van steun aan hulpbehoevenden te Kloetinge, 1914-1920

48

Inventaris van de A.R. Kiesvereniging “Voor Nederland en Oranje” te Kloetinge, 1913-1970

49

Inventaris van het archief van de Eigenaren van de Meestoof De Eendracht te Wolphaartsdijk, 1870-1878

50

Inventaris van het archief van de Sociëteit “Nut en Genoegen” te Wolphaartsdijk, 1885-1910

52

Inventaris van het archief van de A.R. Kiesvereniging “Voor Nederland en Oranje” te Wolphaartsdijk, 1904-1971

53

Inventaris van het archief van de Stichting Sportveld te Wolphaartsdijk, 1948-1973

54

Inventaris van het archief van de Bibliotheek van Wolphaartsdijk, 1949-1975

56


Voorwoord In dit deel vier van de reeks Goese Inventarissen wordt voor de eerste maal een voorwoord opgenomen. De samenstelling van dit deel maakte dat noodzakelijk; afwijkend van de eerste drie delen, waarin telkens één archief beschreven werd, ligt nu een verzameling inventarissen van kleinere archieven voor u. De reden hiervoor is eensdeels van praktische aard; continuïteit in publicatie. Uiteraard wachten andere grote archieven op hun definitieve inventaris, zoals die van de Weeskamer, de Godshuizen, gemeenten, gilden, etc. Geen daarvan is echter gereed om nu reeds het licht te zien. Een tweede grond voor deze uitgaven is meer van principiële aard het relatief grote belang dat gehecht kan worden aan de hierna beschreven archieven. In een tijd waarin de bestudering van sociale geschiedenis steeds toeneemt kan het publiceren van de navolgende archiefinventarissen aan alle geïnteresseerden goede diensten bewijzen. Zonder veel overdrijving kan gesteld worden dat deze inventarissen een dwarsdoorsnede geven van onder meer het maatschappelijke en culturele leven op ZuidBeveland in de 19de en 20ste eeuw. Al lijkt de keuze dan willekeurig, de wetenschap dat in de toekomst vervolgbundels op dit deel vier zullen verschijnen heeft tot publicatie doen besluiten. De archiefvormende instanties waarvan de inventaris is opgenomen vormen een bonte collectie: verenigingen, fondsen, commissies en stichtingen. Algemeen kenmerk is dat ze alle opgeheven zijn, kortelings of al een hele tijd. Sommige zijn onlangs verworven, andere berusten sinds mensenheugenis in het Goese gemeentearchief. De inventarissen zijn per plaats en naar chronologie gerangschikt. Elke inventaris wordt voorafgegaan door een korte inleiding, die een beeld geeft van de instantie, en een verslag van de inventarisatie. In een aantal gevallen zijn bijlagen opgenomen na de inventarissen, zoals naamlijsten van bestuursleden, ledenaantallen, enz. Naar ik hoop zal ook deel vier van de Goese Inventarissen beantwoorden aan de doelstellingen. Gemeentearchivaris van Goes L.J. Abelmann


INVENTARIS VAN HET ARCHIEF VAN HET FONDS VOOR KAZERNERING TE GOES, 1803-1958. door F.H. de Klerk, 1983. Inleiding Ten gevolge van veranderingen op politiek gebied dienden er aan het begin van de Bataafse Vrijheid op veel plaatsen soldaten ingekwartierd te worden. Het begin van het kazerneringsfonds ligt in deze tijd. In 1795, het eerste jaar van de nieuwe orde, vorderden de provinciale representanten van het Zeeuwse volk overal gebouwen voor kazernes, zoals kerken, scholen en schuttershoven. Deze gebouwen werden overigens niet slechts tot kazernes ingericht, maar ook tot hospitalen en stallen. Te Goes werd het vorderingsbevel voor kennisgeving aangenomen. Eerst toen een afgevaardigde gestuurd werd door de provinciale overheid, werd werk gemaakt van de inrichting van kazernes. Naast de hoofdwacht werden de Latijnse School, de schuttersdoelen van het St. Sebastiaansgilde en de Waalse kerk, alsmede ook eigendommen van particulieren gevorderd en tot kazernes ingericht. De stad droeg zorg voor de leverantie van 72 kribben, 150 matrassen, 150 dekens en 300 lakens. Na de aftocht der Fransen in 1813 bleef de behoefte aan kazernes bestaan. Er diende echter gezocht te worden naar middelen die minder op de stadskas drukten. Aan de hand van het bevolkingsregister vond een omslag plaats van 1, 2 of 3 stuivers per burger, afhankelijk van de gegoedheid. Overigens was men in 1803 al begonnen met het aanleggen van een dergelijk kohier. De burgerij werd bij die gelegenheid in 4 klassen verdeeld, waarvan de rijkste een halve rijksdaalder, en de minste een achtste rijksdaalder had bij te dragen. Voor het ophalen dit geld werd in 1803 een collecteur aangesteld. In 1803 werd het doel van de omslag als volgt omschreven: "Dat het provenue dezer contributie geheel zal worden geimpendeerd tot huur van fournitures en het aanschaffen van het nodige voor de kazernering der Troupes, desnoods mede tot verzorging van het logement van officieren en generalijk tot al het geen strekken kan om de last der inkwartiering voor de Burgerij te verminderen en zo mogelijk geheel weg te nemen". Zeer vermoedelijk hebben de inkomsten de uitgaven voor kazernering ruim overschreden, zodat van de overschietende gelden een fonds gevormd kon worden. Reeds in 1806 is sprake van een "fonds der contributie voor de kosten der kazernering". De baten werden belegd, zodat het kapitaal van het fonds bleef toenemen, af en toe verminderd door uitgaven voor kazernering. Een commissie bestaande uit drie leden bestuurde het fonds, bijgestaan door een agent van kazernering, die zich met de praktijk bezighield. Na de Franse tijd zorgde het fonds voor logies voor doortrekkende militairen, in logementen en bij particulieren. De logementen kregen daartoe in bewaring ijzeren kribben, haren matrassen, kussens, wollen dekens, lakens en ketels, tafels en stoelen. Verder betaalde het fonds mee in de levensmiddelen. In 1856 werden een nieuwe instructie voor de werkkring der commissie, en één voor de agent door de gemeenteraad vastgesteld. De drie commissieleden werden benoemd uit de gemeenteraad, aan wie ze ook rekening en verantwoording aflegden. In 1942 trof de toenmalig gemeentesecretaris. Van Ballegooijen de Jong, nog rekeningen uit de jaren vijftig van de vorige eeuw aan in het archief, die inmiddels verdwenen zijn. Daaruit bleek dat vrijwel elke maand onderdak verschaft moest worden aan alleen reizende, of in detachement doortrekkende militairen. Na het ingebruik nemen van de spoorlijn in 1868 kwam het steeds minder voor dat militairen nog van het fonds gebruik hoefden te maken. In 1880, toen de functie van agent van kazernering vacant was, en na ampele overwegingen, besloot de gemeenteraad over te gaan tot opheffing van de commissie en de functie van agent. Het fonds bleef als afzonderlijke administratie bestaan en werd beheerd door de gemeenteontvanger. In de jaren na 1880 is uit het fonds af en toe een bijslag aan de burgers uitgekeerd, die soldaten kwartier verleenden; deze bijslag diende als toelage op de lage vergoedingen die het rijk uitkeerde. In de Eerste en Tweede Wereldoorlog werd nu en dan een beroep gedaan op de fondsgelden, vanwege doortrekkende troepen, of alhier gelegerde militairen van de bezettende krijgsmacht ( in ‘40-’44). Ook betaalde het fonds nu en dan mee aan de huur van het Schuttershof, wanneer daar manschappen gekeurd moesten worden. Na de laatste oorlog werd verder geen beroep meer gedaan op het fonds. In 1983 besloot de gemeenteraad van Goes, vanwege bezuinigingen, tot opheffing van het fonds. Inventaris. 1.

Notulen van de vergaderingen van de commissie. 1865-1880. 1 deel. N.B.

2.

Hierin tevens: memorie betreffende het ontstaan van het fonds, 1870.

Staten van namen van burgers van Goes, verdeeld naar wijk en kapitaalbezit, die opgenomen worden in het kohier. Z.j. (c. 1803). 1 katern.

3.

Kohier van de wekelijkse omslag voor het fonds. 1816. 1 katern.


4.

Rekening van ontvangsten en uitgaven. 1814, 1815, afgehoord 16 maart 1816. 1 katern.

5,6.

Bijlagen bij de rekeningen. 1814, 1815, 1930, 1947-1958. 1 lias en 1 omslag. 5. 1814, 1815 (1 lias). 6. 1930, 1947-1958.

7.

Afschriften uit het Grootboek der Nationale Schuld ten behoeve van het fonds. 1847, 1851, 1854, 1856, 1859, 1865-1868, 1928, 1929. 1 omslag.

INVENTARIS VAN DE ARCHIEVEN VAN DE MAATSCHAPPIJ TOT NUT VAN’T ALGEMEEN DEPARTEMENTEN GOES, VAN DE VOLKSBIBLIOTHEEK EN VAN DE TEKENSCHOOL, 1816-1905. door H. Uil, 1977. Inleiding. Oprichting Op 16 november 1784 werd de Maatschappij tot Nut van’t Algemeen opgericht door de doopsgezinde predikant Jan Nieuwenhuizen. “Door zucht en ijver voor het belang van Algemeen Maatschappelijk nut gedreven” wendden enkele personen in Goes zich tot hun “waarde stad- en landgenoten” waarbij zij de oprichting van een departement van deze Maatschappij tot Nut van’t Algemeen in Goes aankondigden. “Elk van wat rang in de burgerlijke en van welke gezinte in de christelijke maatschappij, in de Stad of het land van Goes woonachtig, zal in dit Departement als lid kunnen worden aangenomen tegens de geringe jaarlijksche contributie van zes Hollandsche guldens”. 25 personen gaven zich op als lid: M. Slabber, T. Stook, A. Heymolen, J. Hemerijk Tak, L. Lankhorst, C. Winkelman, S. van Gemert, P.I. Buteaux, A. Steendijk, D. Dominicus Qz., A. Toutenhoofd, K. Langguth, F. Kleeuwen, J. Risseeuw, J. Pilaar, P. Nortier, Ph. Vervenne Nz., J. Dominicus Jz., J.B. Thielen, Joh. Harinck Hz., J. van Rentergem de Fouw, J. de Joode, C. van Erlach la Motte, H.C. Pilaar en G.G. van de Ven. (1) Op 19 februari 1816 werd bij J. de Joode (thans “Prins van Oranje”) in de Nieuwstraat de oprichtingsvergadering gehouden. In het eerste bestuur werden gekozen: M. Slabber (1ste voorzitter), T. Stook (2de voorzitter), J. Hemerijk Tak (3de voorzitter) en A. Steendijk (secretaris-penningmeester). (2) Werkzaamheden De vergaderingen werden op de derde dinsdag van elke maand gehouden om zes uur ’s avonds. Was men niet aanwezig dan moest er een boete van 10 stuivers betaald worden, met uitzondering voor buitenleden. Was een bestuurslid niet aanwezig, dan kostte hem dit 1 gulden. Ook in Goes ging het “Nut” zich dadelijk inzetten voor het onderwijs. Een werk- en leerschool werd opgericht die in 1817 een waarderingssubsidie van f 345,- ontving van het stadsbestuur. In 1818 werd een leesbibliotheek opgericht en in 1819 werd een Tekenschool tot stand gebracht. Plannen in 1824 voor de oprichting van een departementsschool voor lager onderwijs gingen niet door, omdat de raad zijn medewerking niet verleende. (2) In 1841 begon men met het subsidiëren van zangonderwijs op de Algemene Armen- en Wezenschool. In 1848 werd een Normaalzangklas opgericht voor onderwijzers. In datzelfde jaar begon men met het subsidiëren van gymnastiekonderwijs. Plannen voor de oprichting van een bewaarschool, onder andere in 1842 en 1883, bleken niet te realiseren bij gebrek aan geld. (3 en 4) Voor huldebetoon wegens betoonde dapperheid zorgde ook het Goese departement. Het spande zich in voor de op het Goese Sas woonachtige Frans Naerebout, de uit Vlissingen afkomstige redder van schipbreukelingen. Hij werd in 1816 op grootse wijze gehuldigd en na zijn overlijden in 1818 besloot men dadelijk een graf voor hem aan te kopen in de Maria Magdalenakerk te Goes. (2) In de eerste helft van de 19de eeuw werden er regelmatig eremedailles uitgereikt aan redders van drenkelingen. Ook de bestrijding van armoede ging het Departement tot zijn taak rekenen. Op zijn initiatief werd, in samenwerking met het Algemeen Armbestuur en de Diaconie van de Hervormde Gemeente, in 1844 de Algemene Armenwerkinrichting opgericht die zich onder meer tot taak stelde het verschaffen van werk aan de Armen. Deze instelling werd overigens al weer in 1846 ontbonden bij gebrek aan financiën. In 1848 werd een Spaarkas opgericht. (3)


Op het eind van de vijftiger en in de zestiger jaren van de 19de eeuw komen de eerste tekenen van achteruitgang aan het licht. De slechte financiële toestand gaf het Departement weinig armslag en de leden toonden steeds minder belangstelling. In 1868 en 1872 werden plannen beraamd voor het aanleggen van een zwembad. Merkwaardig is de poging om in 1868 een vereniging op te richten die zich tot doel moest stellen het verbeteren van het gehalte der dienstboden. In beide gevallen bleef het echter bij plannen. Wel slaagde in 1869 een plan om een leeszaal in te richten, in samenwerking met de vereniging “Volkbelangen”. In de tweede helft van de 19de eeuw zien we pogingen om te komen tot een verbetering van de sociale wetgeving. Eén van de voorvechters, mr. M.J. de Witt Hamer, advocaat te Goes, diende hiervoor in 1869 en 1870 een aantal voorstellen in (4). Een verzoek in 1883 van het Departement aan de Gemeenteraad van Goes tot het verbieden van veldarbeid door kinderen beneden de 12 jaar werd afgewezen. (1) Bestuur en leden. In de in 1816 vastgestelde “wetten” werd onder meer bepaald dat het bestuur uit vier leden zou bestaan; 3 bestuurders en 1 secretaris-penningmeester. De bestuurders werden voor drie jaar gekozen en waren niet herkiesbaar, dan na één jaar. Het oudste zittende lid van de bestuurders was steeds één jaar voorzitter. Op 17 december 1816 werd een 2de secretaris aangesteld. De functies van secretaris en penningmeester werden in 1817 gescheiden. (2) In 1870 werd besloten dat men voortaan een voorzitter zou kiezen uit de bestuursleden. (4) De leden werden steeds bij ballotage benoemd. Het departement kon bovendien honoraire leden benoemen, die geen contributie hoefden te betalen. Onderwijzers waren hier meestal de uitverkorenen. Voor de verschillende werkzaamheden en plannen werden regelmatig commissies ingesteld. Opheffing. De belangstelling van de leden in de activiteiten daalde rond de eeuwwisseling tot een dieptepunt. Het ledenaantal bedroeg in 1901:13. In dat jaar werd nog een vergeefse poging gedaan in de vergadering van de maatschappij om districten te vormen en zo de departementen Goes, Noord-Beveland (17 leden), Kruiningen (2 leden) en Westelijk ZuidBeveland (6 leden) samen te voegen. De belangstelling was zelfs zover gedaald dat op de jaarvergaderingen in 1902 en 1903 alleen de voorzitter, secretaris en penningmeester aanwezig waren. Op 18 juli 1905 werd tenslotte besloten het departement op te heffen. De bibliotheek en het kapitaal (f 1.100,-) was aangeboden aan de afdeling Goes van de “Volksbond, Vereniging tegen Drankmisbruik”. Deze vereniging kon zich echter niet verenigen met de gestelde voorwaarden. Om de bibliotheek in stand te houden werd besloten de vereniging “de Volksbibliotheek te Goes” op te richten, waaraan alle eigendommen werden afgestaan. De zeven overgebleven leden: J. Fransen van de Putte, H.J. van Lis, J. Mulder, G.H. Kakebeeke, J.M. Kakebeeke, J.J. Ochtman en J.A. van Heel vormden het bestuur van de nieuwe vereniging. (1) Leesbibliotheek Op de vergadering van 18 februari 1817 van het departement werd in principe besloten tot oprichting van een leesbibliotheek. In de vergadering van 17 maart 1818 werden de eerste bestuurders benoemd: P.I. Buteaux, M.G. Mulder, J. van Rentergem de Fouw, J.B. Tielens, J.J. Wagenaer en I.G.J. van den Bosch. (2) De eerste vergadering van de bestuurders vond plaats op 14 december 1818. Aanvankelijk bestond het bestuur uit 6 leden, welk aantal in 1820 uitgebreid werd tot 9 leden, aangewezen uit en door het Departement, waarvan er 3 als president, secretaris en thesaurier werden benoemd. Steeds trad elk jaar één derde af. De tegelijk in 1817 ingestelde Commissie van toezicht werd in 1847 opgeheven. De directie van het Departement nam de taak van de Commissie over. (3) In 1866 ging ook het beheer van de biliotheek, door een wijziging in het huishoudelijk reglement, over op de directie van het Departement. (4) Tekenschool In 1819 richtte D. Koning Bz. een verzoek tot het Departement waarin hij de suggestie deed een Tekenschool te Goes op te richten en waarbij hij tevens zijn diensten aanbood. Het Departement verenigde zich met zijn voorstel en richtte een Tekenschool op. Als lokaal werd de schutterij de Edele Handboog in de Wijngaardstraat aangewezen. Op 15 november 1819 werd de school geopend. (2) De directie bestond uit 4 leden, uit en aangewezen door het Departement, aangevuld met leraren. De Tekenschool kende bovendien honoraire leden, die de school door middel van een jaarlijkse bijdrage steunden. Eén bestuurslid was aangewezen als archivaris en belast met het beheer van de tekeningen. In 1826 werd een vice-voorzitter aangewezen. In 1828 ging de school over in handen van de stad Goes. (5) Archieven De archieven van het Departement en van de Leesbibliotheek werden in 1908 door J. Fransen van de Putte geschonken aan de Gemeente Goes.


In 1910 werden de archieven geordend en deed gemeentearchivaris L. van Burggen een opgave over de inhoud in zijn jaarverslag. (6) Het archief van de Tekenschool werd tesamen met de stukken gevormd door het bestuur van de Tekenschool, nadat deze in handen van de stad was overgegaan, waarschijnlijk direct na de opheffing in 1853 naar het Gemeentearchief overgebracht. Noten:

1. Inv. nr. 4; 2. Inv. nr. 1; 3. Inv. nr. 3; 5. zie voor het archief van de Tekenschool, 1828-1853, bladzijde 13. 6. Verslagen van de Gemeentearchivaris van Goes, opgenomen in de Verslagen van de Gemeente Goes over 1908 en 1910.

Inventaris I. Algemeen. 1-4

Notulen van de vergaderingen. 1816-1905. 4 delen. 1. 1816 februari 19 – 1833 februari 5. 2. 1833 februari 19 – 1859 maart 17. N.B. Achtering: Lijst van in te zenden stukken aan het hoofdbestuur. 1844. 3. 1859 mei 5 – 1881 februari 17. 4. 1881 maart 28 – 1905 juli 18. N.B.

Hierin: Circulaire waarbij de oprichting van het Departement Goes wordt bekendgemaakt en waarin men opgeroepen wordt om lid te worden, met lijst van personen die zich aanmelden als lid. z.j. (1816). Circulaire betreffende de regeling van de liquidatie, ter vaststelling ondertekend door de zeven overgebleven leden. 1905 oktober 3.

5. Reglementen. 1819. 1 katern. 6-35.

Ingekomen stukken en concepten en minuten van uitgegane stukken. 1827-1848, 1850, 1851, 1854, 1855, 1856-1879, 1881-1892, 1897, 1905. 30 omslagen. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20.

36.

1827, 1828. 1829, 1830. 1831, 1832. 1833, 1834. 1835, 1836. 1837, 1838. 1839, 1840. 1841, 1842. 1843, 1844. 1845, 1846. 1847, 1848. 1850, 1851. 1854, 1855, 1857, 1858. 1859, 1860. 1861, 1862.

21. 22. 23. 24. 25. 26. 27. 28. 29. 30. 31. 32. 33. 34. 35.

1863, 1864. 1865, 1866. 1867, 1868. 1869, 1870. 1871, 1872. 1873, 1874. 1875, 1876. 1877, 1878. 1879. 1881, 1882. 1883, 1884. 1885, 1886. 1887, 1888. 1889, 1890. 1891, 1892, 1897, 1905.

Verslag van het Departement, van de Nutsbibliotheek en van de Volksspaarbank over 1881/1882 (in viervoud). 1882. 4 stukken.


II. Bijzonder. A. FinanciĂŤn. 37-39.

Rekeningen van ontvangsten en uitgaven, met bijlagen en met lijsten van leden en van donateurs voor de volksbibliotheek. 1827-1829, 1832-1850, 1853, 1854, 1856-1902. 3 omslagen. 37. 1827-1829, 1832-1850. 38. 1853, 1854, 1856-1880. 39. 1881-1902.

40.

Begrotingen van ontvangsten en uitgaven. 1858, 1859, 1864, 1867-1872, 1875, 1878, 1880-1883, 1889, 1890. 1 omslag.

41.

Rekeningen van ontvangsten en uitgaven van de Departementale inrichting tot verbetering van het Volksgezang op de Algemene Wezen- en Armenschool, met bijlage. 1842-1850. 1 omslag.

42.

Kasboek van ontvangsten en uitgaven. 1865-1885. 1 deel.

43.

Circulaire waarbij opgeroepen wordt giften te schenken ten behoeve van de volksbibliotheek, met lijst van schenkers. 1873. 1 stuk.

44.

Akte waarbij mr. P.J.A. van Dam, mede namens N.J.F. Verschoor, D. de Jonge Mulock Houwer en J.C. Dominicus van den Bussche, bestuurders van de opgeheven Spaarkas verklaren dat door hen de saldi van de Spaarkas en de voormalige Werkinrichting te Goes zijn afgestaan aan het Departement onder de voorwaarden vermeld in hun brief van 14 juni 1876. 1876. 1 stuk.

45.

Rekeningen van ontvangsten en uitgaven wegens het beheer van de fondsen, behoord hebbend tot de Spaarkas, met bijlagen. 1876, 1900. 1 omslag.

46.

Staten van de ontvangsten en uitgaven ten behoeve van het Departement en van de Leesbibliotheek over de jaren 1877-1881 en ten behoeve van de schoolspaarbank over de jaren 1880 en 1881. 1882. 3 stukken.

47.

Akte waarbij C. Risseeuw en Z.D. van der Bilt la Motthe, leden van de ontbonden vereniging tot bevordering van het Volksonderwijs en het Schoolbezoek in Nederland, afdeling Goes, verklaren dat zij de penningmeester van de afdeling. Z.D. van der Bilt La Motthe, machtigen om het in kas zijnde bedrag (f 133,79 ½) uit te betalen aan het Departement, ten behoeve van de Volksbibliotheek. 1892. 1 stuk.

B. Feesten. 48.

Tekst van de rede door de voorzitter uitgesproken bij het 1-jarig bestaan van het Departement. 1817. 1 katern.

49.

Staat van personen die medailles bestellen, vervaaardigd bij het 50-jarig bestaan van de Maatschappij. Z.j. (1834). 1 stuk.

50.

Teksten van feestliederen bij de viering van het 50-jarig bestaan van de Maatschappij (in zevenvoud). 1834. 7 katernen.

51.

Stukken betreffende de viering van het 50-jarig bestaan van het Departement. 1865, 1866. 1 omslag.


C. Voordrachten. 52.

Lijst van gehouden spreekbeurten en voordrachten in de vergaderingen. 1833-1836. 2 stukken.

D. Leeszaal. 53.

Lijst van aanwezige boeken op de leeszaal. Z.j. (c. 1870). 1 stuk.

LEESBIBLIOTHEEK 1. Algemeen. 54-56.

Notulen van de vergadering van het bestuur en van het bestuur met de commissie van toezicht. 1818-1852. Afschriften van uitgegane brieven. 1820-1852. 3 delen. 54. 1818-1825. 55. 1825-1845. 56. 1845-1852.

57.

Reglementen, met wijzigingen. 1823-1825, 1827-1830, 1840, 1845. 4 katernen.

58.

Ingekomen stukken en concepten van uitgegane stukken. 1829, 1834-1839. 1 omslag.

II. Bijzonder. A. Boeken. 59.

Lijst van ten geschenke ontvangen boeken, van aangekochte boeken en van de Maatschappij ontvangen boeken. 1829-1834. 1 stuk.

60.

Lijst van aan te schaffen boeken. 1835. 1 stuk.

61.

Circulaire waarbij opgeroepen wordt om boeken te schenken, met staat van schenkers. 1846. 1 katern.

62.

Stukken betreffende de verkoop van boeken. 1848, 1849. 4 stukken en 2 katernen.

63.

Catalogus van de boeken. 1850-1857. 1 deel.

64.

Staat van ingekomen boeken. Z.j. (1ste helft 19de eeuw). 1 stuk.


B. FinanciĂŤn 65.

Rekeningen van ontvangsten en uitgaven. 1819-1847, 1850-1855, 1864-1866. 1 omslag.

66.

Lijsten van stukken betreffende de financien opgemaakt bij de overdracht van het penningmeesterschap van J.G. Risseeuw aan J.C. Kakebeeke en van J.C. Kakebeeke aan G. Buijze. 1833, 1837. 2 stukken

67.

Aantekeningen betreffende de oprichting en geschiedenis van de Leesbibliotheek, samengesteld voor het opstellen van een verzoek om subsidie door (J.) Risseeuw. Z.j. (c. 1850). 1 stuk.

TEKENSCHOOL I. Algemeen. 68.

Notulen van de vergaderingen van de directie. 1819, 1820, 1822-1828. Reglement. 1819. N.B.

69.

1 deel. Hierin: Inventaris van de eigendommen. 1819-1821.

Reglement. 1819. 1 katern.

70,71.

Ingekomen stukken. 1823-1828. 2 omslagen. 70. 1823-1825. 71. 1826-1828.

II. Bijzonder. A. Eigendommen. --.

72.

Inventaris van de eigendommen. 1819-1821. N.B.

Bevindt zich in nr. 68.

Proces-verbaal van overdracht van de eigendommen aan de Stad Goes, met inventaris van de eigendommen. 1828. 1 stuk en katern.

B. Financien. 73-80.

Rekeningen van ontvangsten en uitgaven. 1819-1827. 8 katernen. 73. 74. 75. 76. 77. 78. 79. 80.

1819-1820. 1820-1821. 1821-1822. 1822-1823. 1823-1824. 1824-1825. 1825-1826. 1826-1827.


81.

Kwitantie, afgegeven door B. Koning Bz., secretaris-thesausier, betreffende de ontvangst van f 110,- van burgemeesters en raden van de Stad Goes voor de aankoop van het tekenkundig werk van Math. van Bree. 1820. 1 stuk.

C. Honoraire leden. 82.

Intekenlijsten voor het verkrijgen van het honorair lidmaatschap, met aantekeningen betreffende overlijden en vertrek van de honoraire leden. 1828, z.j. 2 katernen en 1 stuk.

D. Tekeningen. 83-93.

Tekeningen, vervaardigd door leerlingen. 1819-1822, 1824-1826. 1 omslag. N.B. Bouwkundige fantasieen. 83. Willem den Boer. 1819-1821, z.j. 3 stukken. 84. L. Glerum. 1821. 1 stuk. 85. Willem Klem. 1824. 1 stuk. 86. Pieter Meyler. 1825, 1826. 1 stuk. 87. F. de Ruiter. z.j. 1 stuk. 88. Jacobus Sloover. 1824, 1825. 1 stuk. 89. Johannes Sloover Ez. 1822. 1 stuk. 90. Adriaan van de Velde. 1824, 1825. 1 stuk. 91. Antony van de Velde. z.j. 1 stuk. 92. Jacob van ’t Westeinde. z.j. 2 stukken. 93. C. van Zoom Sz. 1822. 1 stuk.

94.

“Verzameling van verschillende gekleede Mans- en Vrouwenstanden, ter oefening van jonge schilders en liefhebbers naar ’t leven geteekend door de kunstteekenaars Perkois en Prins en in ’t koper gebragt door den kunstgraveur M. de Sallieth”, Rotterdam 1818, als ereprijs gegeven aan Geerard Braam. 1825 augustus 24. 1 deel.


BIJLAGE. DIRECTIE. Voorzitters:

F. van Deinse J.W. van Kerkwijk mr. M.P. Blaaubeen

1819-1825 1825 1825-1828

Secretarissen, tevens thesauriers:

D. Koning Bz. mr. M.P. Blaaubeen J.H. Ferrand A. Kakebeeke Jz.

1819-1822 1822-1824 1824, 1825 1825-1828

Vice-voorzitters:

J.W. van Kerkwijk

1826-1828

Archivist:

Willem Braam

1819-1828

Directeuren:

M. Slabber A. Brandt H.O. Muller C. Dekker J.H. Ferrand H. Lenshoek van Zwake J.W. van Kerkwijk A. Kakebeeke Jz. J. de Jongh mr. M.P. Blaaubeen

1819-1823 1819-1827 1819 1822-1828 1823-1824 1824, 1825 1825 1825 1825-1828 1825

INVENTARIS VAN HET ARCHIEF VAN DE PLAATSELIJKE SCHOOLCOMMISSIE TE GOES, 1823-1936 door H. Uil en A.J. Barth, 1981 Inleiding. Bij besluit van 4 oktober 1823 stelde de raad van de Stad Goes het Reglement voor het lager schoolwezen en onderwijs binnen de stad Goes vast. (1) In de considerans van het besluit overwoog de raad, dat het noodzakelijk was het besluit van de raad van 15 april 1807 te herzien, omdat de schoolwet Van den Ende van 1806 in 1814 weer in werking was gebracht en omdat er in 1821 een gecombineerde Wezen- en Armenschool was opgericht. (2) De plaatselijke schoolcommissie zou bestaan uit 4 leden, waarvan er twee uit het gecombineerd wezen- en armbestuur door het stadsbestuur zouden worden benoemd. De districts-schoolopziener zou qualitate qua lid zijn van de commissie. (3) De commissie fungeerde als advies-orgaan in onderwijsaangelegendheden aan het stadsbestuur, later het gemeentebestuur en bracht gevraagde en ongevraagde adviezen uit. Jaarlijks werd er een verslag van werkzaamheden aan het gemeentebestuur ingezonden. Voorts bracht men, vooral in de vorige eeuw, vaak bezoeken aan scholen en was men aanwezig bij prijsuitreikingen op de scholen. Naderhand, in deze eeuw, hield men daarmede op, omdat men het nut er niet meer van in zag. (4) Met de inwerkingtreding van de Lager-onderwijswet 1920 verviel eigenlijk de basis van de commissie. Het bijzonder onderwijs werd in feite volslagen onafhankelijk, terwijl het gemeentebestuur zich voor onderwijsaangelegenheden bediende van commissies van advies en bijstand, ingesteld krachtens de bepalingen van de gemeentewet. De plaatselijke schoolcommissie werd daarom meer en meer een soort van overlegorgaan, waarin gemeentebestuur en openbare scholen elkaar konden ontmoeten.


De wijze waarop de commissie werd ontbonden is tekenend voor het belang dat het gemeentebestuur aan de commissie hechtte. Per 1 mei 1936 werd de commissie opgeheven uit bezuiningsoverwegingen zonder de commissie te kennen in de plannen tot opheffing. (5) Het archief van de commissie 窶電e commissie besloot in haar laatste vergadering het bij de gemeente te deponeren- is vrij compleet, al is er vooral uit het begin van deze eeuw het nodige verdwenen. Vanaf 1823 tot 1854 hanteert men het relatievenstelsel. Daarna bundelt men de ingekomen stukken en concepten en minuten van uitgegane stukken per jaar, chronologisch. De voorlopige ordening werd verzorgd door de heer H. Uil, tot medio 1979 werkzaam bij het gemeentearchief. De definitieve ordening en beschrijving werd door de heer A.J. Barth verzorgd. Noten: 1. Archief Stad Goes, invent. nr. 59. 2. invent. nr. 71. 3. idem. 4. invent. nr. 6, notulen 27-10-1921. 5. invent, nr. 6, notulen 28-4-1936. A. STUKKEN VAN ALGEMENE AARD. 1. Notulen. 1-6.

Notulen van de vergaderingen van de commissie. 1824-1936. 6 delen. 1. 2. 3. 4. 5.

1824 januari 6-1831 april 18 1831 mei 16-1835 december 23 1836 februari 14-1858 maart 2 1858 maart 2-1880 november 15 1881 februari 26-1896 november 10 N.B. Voorin rooster van aftreden van de leden. 6. 1897 januari 21-1936 april 28 N.B. Voorin rooster van aftreden van de leden. 2. Correspondentie. 7-31.

Relatieven tot de notulen. 1823-1854. 25 omslagen. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25. 26. 27. 28. 29. 30. 31.

1823-1827, nrs. 1-52 1828, nrs. 53-78 1829, nrs. 79-92 1830, nrs. 93-104 1831, nrs. 105-122 1832, nrs. 123-137 1833, nrs. 138-159 1834, nrs. 160-194 1835, nrs. 195-217 1836, nrs. 218-226 1837, nrs. 227-242 1838, nrs. 243-255 1839, nrs. 256-270 1840, nrs. 271-282 1841, nrs. 283-292 1842, nrs. 293-307 1843, nrs. 308-322 1844, nrs. 323-350 1845, nrs. 351-359 1846, nrs. 360-370 1847, nrs. 371-379 1848, 1849,nrs. 380-394 1850, 1851, nrs. 395, 196-209 1852, 1853, nrs. 210-227 1854, nrs. 228-263


32-69.

Ingekomen stukken en concepten en minuten van uitgegane stukken. 1855-1890, 1900-1909, 1911-1920, 1924-1936. 38 omslagen. 32. 33. 34. 35. 36. 37. 38. 39. 40. 41. 42. 43. 44. 45. 46. 47. 48. 49. 50.

70.

1855-857 1858 1859 1860 1861 1862 1863 1864 1865 1866 1867 1868 1869 1870 1871 1872 1873 1874 1875

51. 52. 53. 54. 55. 56. 57. 58. 59. 60. 61. 62. 63. 64. 65. 66. 67. 68. 69.

1876 1877 1878 1879 1880 1881 1882 1883 1884 1885 1886 1887 1888 1889 1890 1900-1909 1911-1917 1918-1920 1924-1936

Agenda van ingekomen en uitgegane stukken. 1858, 1859. 1 katern.

B. STUKKEN BETREFFENDE BIJZONDERE ONDERWERPEN. 1. Reglementering. 71.

Reglement voor het lager schoolwezen en onderwijs binnen de stad Goes. 1823. 1 katern. N.B.

Gedrukt; bevat ook publikaties van het reglement en uitvoeringsbepaling van de schoolwet Van den Ende.

72.

Reglement van orde voor de vergaderingen van de plaatselijke schoolcommissie. 1824. 1 katern.

73.

Verordening voor de plaatselijke schoolcommissie in de gemeente Goes. 1858. 1 stuk

74.

Verordening regelende inrichting en samenstelling van de commissie van plaatselijk toezicht op het lager onderwijs in de gemeente Goes, met aanvulling. 1921. 2 stukken.

2. Aangelegenheden betreffende scholen, onderwijzers en leerlingen. 75,76.

Opgaven van de staat van de scholen, met vermelding van de namen van de onderwijzers, de aantallen leerlingen en de staat van het onderwijs. 1824-1857. 2 omslagen. 75. 1824-1849 76. 1850-1857

77.

Lijst van de in Goes aanwezige scholen. 1824. 1 katern.

78-80.

Lijsten van leerlingen, die de in Goes gevestigde scholen bezoeken. 1839-1841, 1843-1850, 1853. 3 omslagen.


78. 1839-1841 79. 1843-1847 80. 1848-1850, 1853 81.

Staten van de in Goes gevestigde scholen, met vermelding van de aantallen leerlingen, die de scholen bezoeken. 1858-1865. 1 omslag.

82.

Staten van leerlingen, voor wie toelating wordt verzocht tot de in Goes gevestigde scholen. 1862-1864, 1867, 1868, z.j. 1 omslag.

83,84.

Staten van onderwijzend personeel en aantallen leerlingen van de in Goes gevestigde scholen. 1925-1935. 2 omslagen. 83. 1925-1929 84. 1930-1935

INVENTARIS VAN HET ARCHIEF VAN DE TEKENSCHOOL TE GOES, 1828-1853. door H. Uil, F.H. de Klerk, 1974-1984. Inleiding In 1819 richtte het Departement Goes van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen een tekenschool op. Deze school ging in 1828 over naar de stad Goes. (1) Deze stedelijke school werd in 1853 opgeheven. Na de overname van de Tekenschool door de stad Goes bestond de directie uit 4 leden: 2 leden uit de stedelijke Raad en 2 uit de ingezetenen van de stad, die door het stadsbestuur werden aangewezen. De voorzitter werd aangewezen door het stadsbestuur en dat benoemde tevens de toegevoegde secretaris. Van de leerlingen kan in het bijzonder Geerard Braam genoemd worden, die te Antwerpen verder ging studeren en later leraar aan de Tekenschool werd. Van de leraren kan onder meer Louis Philippe Lannée de Betrancourt genoemd worden, de stadsarchitect van Goes. Elk jaar vond een prijsuitreiking plaats aan de leerlingen. Deze bijeenkomsten werden gehouden in een van de kerkgebouwen in Goes. De tekeningen van de leerlingen werden beoordeeld door o.a. professor M.J. van Bree te Antwerpen, en later J.C. Schotel te Dordrecht. De tekeningen zijn slechts voor een klein gedeelte bewaard gebleven. De tekening van J. van de Visse werd bij toeval ontdekt in het archief van de Hervormde gemeente te ’s-Heer Hendrikskinderen. Dit archief werd in 1925 geordend door de heer J. de Kruyter, gemeente-archivaris van Goes. Goes, augustus 1974.

H. Uil

In maart 1977 zijn uit de aanvankelijke inventaris van 1974 van het archief van de tekenschool een aantal stukken overgebracht en beschreven bij het archief van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen, Departement Goes, onder hoofdstuk Tekenschool. Dit betrof stukken van vóór 1828. Dit maakte herziening en nummering van de inventaris van het archief van de stedelijke tekenschool noodzakelijk, hetgeen onlangs zijn beslag kreeg. Goes, februari 1984. 1.

F.H. de Klerk

Zie voor het archief van de “Departementsschool” de inventaris van het archief van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen, Departement Goes, inv. nrs. 68-94.

Inventaris Algemeen. 1.

Notulen van de vergaderingen van de directie. 1828 oktober 3 – 1853 september 23. 1 deel.


2-22. Ingekomen stukken. 1828-1853. 21 omslagen. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

1828. 1829. 1830. 1831. 1832. 1833. 1834.

9. 10. 11. 12. 13. 14. 15.

1835. 1836. 1837. 1838. 1839. 1840. 1841.

16. 17. 18. 19. 20. 21. 22.

1842. 1843. 1844. 1845. 1846. 1847. 1848-1853.

23. Agenda van ingekomen stukken. 1828-1853. 1 deel. N.B.

Niet alle ingekomen stukken zijn ingeschreven.

24. Afschriften van uitgegane brieven. 1828 oktober 3 – 1853 december 1. 1 deel. 25. Jaarverslagen. 1829-1852. 1 omslag. 26. Reglement. 1828. 1 katern. 27. Huishoudelijk reglement. 1828. 1 katern. Bijzonder. 28. Staat van leden van de directie, eerst van de “Departementsschool”, vanaf 1828 van de stedelijke school. 1819-1844. 1 stuk. 29. Inventarissen van de eigendommen. 1828, 1844 z.j. 1 deel en 1 band. 30-53. Begrotingen, met toelichtingen. 1829-1853. 24 omslagen. 30. 31. 32. 33. 34. 35. 36. 37. 38.

1829/1830 1830/1831 1831/1832 1832/1833 1833/1834 1834/1835 1835/1836 1836/1837 1837/1838

39. 40. 41. 42. 43. 44. 45. 46. 47.

1838/1939 1839/1840 1840/1841 1841/1842 1842/1843 1843/1844 1844/1845 1845/1846 1846/1847

48. 49. 50. 51. 52. 53.

1847/1848 1848/1849 1849/1850 1850/1851 1851/1852 1852/1853 N.B. Begroting in tweevoud.

64. 65. 66. 67. 68. 69. 70. 71. 72. 73.

1838/1839 1839/1840 1840/1841 1841/1842 1842/1843 1843/1844 1844/1845 1845/1846 1846/1847 1847/1848

74. 75. 76. 77. 78.

1848/1849 1849/1850 1850/1851 1851/1852 1852/1853 N.B. Begroting in tweevoud.

54-78. Rekeningen. 1828-1853. katernen. 54. 55. 56. 57. 58. 59. 60. 61. 62. 63.

1828/1829 1829/1830 1830/1831 1831/1832 1832/1833 1833/1834 1834/1835 1835/1836 1836/1837 1837/1838


79. Rekeningen over de maanden november 1828 tot en met maart 1829. 1828, 1829. 5 stukken. 80. Kasboek van inkomsten en uitgaven. 1828 oktober 25 – 1854 januari 11. 1 deel. 81. Lijsten van leerlingen aan wie prijzen zijn uitgereikt. 1830-1853. 1 katern. 82. Lijsten van modellen voor het prijstekenen. 1831-1852. 1 katern. 83. Lijsten van ontvangen schoolgelden en kwitanties van de leraren en van de conciÍrge. 1832. 1 stuk. 84. Bekendmaking van de directie betreffende het lesgeven in tekenen. 1832. 1 stuk. 85. Staten van leerlingen. 1833-1852. 1 omslag. 86. Intekenlijst van kinderen voor het bezoeken van de Tekenschool. 1833, z.j. 2 stukken. 87. Lijsten van leerlingen die hun schoolgeld hebben voldaan en van de honoraire leden die hun contributie hebben voldaan. 1834-1853. 1 katern. 88. Afschriften van afgegeven getuigschriften aan leerlingen en leraren. 1836-1838, 1840, 1846. 1 katern. 89. Uittreksel uit het verslag van het Provinciaal Bestuur van Zeeland over 1836 betreffende de tekenscholen. Z.j. (c. 1837). 1 stuk. 90. Lijsten van leerlingen, die hebben deelgenomen aan het prijstekenen. 1843, 1844, 1846-1850, 1852, 1853. 1 omslag. 91. Opgaven voor het theoretisch examen. 1844, 1845. 1 omslag. 92. Gedrukt model van een ornament, getekend door Rousseau, ten behoeve van het prijstekenen. Z.j. (1ste helft 19de eeuw). 1 stuk. N.B. Uit het archief van de stad Goes, voorl. inv. nr. 2238. 93-111. Tekeningen. 1843, 1845-1853, z.j. 1 pak. 93. Amerlaan, J. 1853. 3 stukken. 94. Beste, A. de 1843, 1845, z.j. 8 stukken. 95. Beste, W. de. 1845-1848. 9 stukken.


96. Bruin, Job de. 1845, z.j. 5 stukken. 97. Callenfels, J.E. 1845. 2 stukken. 98. Dronkers, M. 1853. 3 stukken. 99. Engelblik, Joh. 1843, 1845-1848, 1853. 18 stukken. 100. Heyblom, F. Z.j. 5 stukken. 101. Hoogesteger, M. 1845-1848, 1852, 1853. 16 stukken. 102. Klemkerk, D. 1852, z.j. 7 stukken. 103. LannÊe, L.P. de. 1852. 3 stukken. 104. Leeuw, P. de. 1845. 3 stukken. 105. Mark, G. van der. 1852, 1853. 3 stukken. 106. Molhoek, J. 1847, 1848. 2 stukken. 107. Riet, W.F. van. 1845, 1846. 5 stukken. 108. Visse, J. van de. 1849. 1 stuk. N.B. Overgebracht uit het archief van de kerkeraad van de Hervormde gemeente te ’s-Heer Hendrikskinderen. 109. Weert, W.J. van de. 1843, 1845, 1846. 8 stukken. 110. Witters, L. Z.j. 3 stukken. 111. N.N. 1850, 1851, z.j. 27 stukken. N.B. Twee stukken zijn overgebracht uit het archief van het Burgerlijk Armbestuur te Goes. BIJLAGE I. Directie. Voorzitters:

A.W. Mirandolle J.W. van Kerkwijk dr. N.J.F. Verschoor

1828-1834. 1834-1852. 1852, 1853.


Secretarissen, tevens thesausiers:

J.M. Baron van Boecop J. van Rentergem de Fouw

1828, 1829. 1832-1853.

Directeuren:

H. Lenshoek van Zwake mr. M.P. Blaaubeen J.W. van Kerkwijk J. de Jongh dr. L.C. de Peval dr. N.J.F. Verschoor C.P. Soutendam

1828-1831. 1828-1852. 1828-1834. 1832-1843. 1834-1852. 1844-1852. 1852, 1853.

1837:95 1838:93 1839:84 1840:77 1841:65 1842:57 1843:48 1844:73

1845:61 1846:63 1847:61 1848:48 1849:44 1850:42 1851:45 1852:40

BIJLAGE II. Lijst van aantallen leerlingen. 1829:74 1830:60 1831:59 1832:50 1833:45 1834:66 1835:80 1836:92

INVENTARIS VAN HET ARCHIEF VAN DE ALGEMEENE ARMENWERKINRICHTING TE GOES, 1844-1846 (1876) door H. Uil, 1976.

Inleiding. Door de stuwende kracht van J. Fransen van de Putte werd op 18 december 1844 de Algemeene Armenwerkinrigting geïnstalleerd. In de op 14 maart 1845 vastgestelde notulen werd het doel als volgt omschreven: “om de behartiging der zedelijke en stoffelijke belangen zoo van behoeftigen als van bedeelde Armen binnen deze Stad en haar grondgebied onderstandsdomicilie verkregen hebbende –en van het opkomend geslacht onder dezelven, naar vermogen derzelver toestand te ledigen of te verbeteren, en het toenemen van armlastig worden trachtten te stuiten, zoo niet te verminderen”. De “inrichting” was samengesteld uit 10 leden: twee leden uit de Stedelijke raad (mr. P.H. Saaymans Vader en Ph. Vervenne), twee leden uit het Algemeen Armbestuur (P.A. Hochart en T. Pieterse), twee leden uit de Economische Spijsuitdeling (mr. M.P. Blaaubeen en J. de Fouw Wz.), twee leden uit de Diaconie van de Hervormde gemeente (R.B. van den Bosch en mr. P.J.A. van Dam) en tenslotte twee leden uit het Departement Goes van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen (J. Fransen van de Putte en ds. L. van Haaften). Na opheffing bleef de Spaarkas voortbestaan. In de jaarverslagen van de Gemeente Goes blijkt dat het aantal deelnemers niet hoog was (1852:26, 1853:31, 1854:9, 1855: niet meer werkzaam). In het jaarverslag over 1853 concludeerde het Gemeentebestuur: “de laatste voldoet geenszins aan het oogmerk; het is te vergeefs dat men den arbeidersstand opzoekt om in den zomer iets te sparen ten einde dit in den winter met rente terug te ontvangen. De directie van deze, tot voorkoming van armoede, anders zoo uitmuntend geschikte inrichting, zal dus, bij gemis van deelneming in medewerking, eindelijk hare taak moeten opgeven”.


INVENTARIS. I. Algemeen 1. 2. 3,4.

Stukken betreffende de oprichting. 1844, 1845.

1 omslag.

Statuten. 1845.

1 katern.

Klad-notulen. 1846.

2 katernen.

3. 1846 januari 12 – maart 12. 4. 1846 oktober 15 – november 5. 5.

Tekst van de rede gehouden door J. Fransen van de Putte voorzitter, op 30 juli 1846 tijdens een openbare vergadering. 1846. 1 katern.

6.

Ingekomen stukken en afschriften van uitgegane stukken. 1845, 1846.

1 omslag.

Verslag over de periode 1 december 1844 – 1 juli 1846 (in drievoud). 1846.

3 katernen.

7. 8.

Proefnummer van de “Goesche Courant” van 19 januari 1846 met daarin o.m. een artikel over de resultaten van de vereniging in 1845. 1846. 1 stuk.

9.

Stukken betreffende de liquidatie. 1846, 1848, 1854, 1860, 1876.

1 omslag.

II. Bijzonder. A. Spaarkas. 10.

“Een nieuwtje uit de krant” van Pieterbaas en zijn vrouw Saartje, waarin de voordelen van de Spaarkas uiteengezet worden. Z.j. (c. 1844). 1 katern.

11.

Reglement voor de Spaarkas (in drievoud). 1845. 3 katernen.

12.

Blanco-spaarboekje, met voorin de belangrijkste bepalingen uit het reglement voor de Spaarkas. Z.j. (c. 1845). 1 katern.

13.

Cirkulaire waarbij opgewekt wordt tot deelneming in de Spaarkas. Z.j. (1846). 1 stuk.

B. Werkverschaffing. 14.

Stukken betreffende de werkverschaffing, bestaande uit het egaliseren van grond aan de noordzijde van de haven. 1845, 1846. 1 omslag.

C. Financiën. 15.

Reglement voor het aangaan van een geldlening, met lijst van deelnemende personen. 1845. 1 katern

16.

Cirkulaires waarbij opgewekt wordt giften te schenken, met één ondertekend exemplaar van J. Fransen van de Putte. 1846. 2 stukken.

17.

Staat van gedane en nog te doene ontvangsten en uitgaven over 1846. 1846. 1 stuk.


INVENTARIS VAN HET ARCHIEF VAN DE N.V. MAATSCHAPPIJ VAN VERBETERDE MEEKRAPBEREIDING IN ZEELAND TE GOES, 1852-1854. door H. Uil, 1974. Inleiding. In 1852 was een boek verschenen: “Beschouwingen over de meekrapbereiding” door O. Verhagen en S. Bleekrode. Hierin pleitten zij voor een nieuwe zuiveringsmethode. (1) Naar deze inzichten werd in 1852 onder de naam “Maatschappij van verbeterde meekrapbereiding in Zeeland” een Naamloze Vennootschap opgericht en gevestigd te Goes. De N.V. stelde zich tot doel “den meekrapwortel op de meest doelmatige wijze tot handelsartikel te bewerken, met den daaraan verbonden handel”. Een fabriek werd te Goes gebouwd en kreeg de naam “Zuid-Beveland”. Het bestuur werd opgedragen aan de Hoofd-direkteur en de administrateur. Hoofd-direkteur werd O. Verhagen en adminstrateur werd J. Fransen van de Putte. Bovendien was aan het bestuur een adviseur toegevoegd, dit werd dr. S. Bleekrode, hoogleraar te Delft. Als vertegenwoordigers van de vennoten bij het bestuur traden 5 commissarissen op. Hoofd-direkteur, administrateur, adviseur en commissarisen vormden de Algemene Raad. De bouwkosten van de fabriek werden door O. Verhagen op f 100.000 begroot, het benodigde vlottende kapitaal op f 200.000. De bouwkosten liepen echter reeds op tot meer dan f 300.000. (1) De machines werden bovendien in 1854 niet deugdelijk bevonden en tot overmaat van ramp brak op 17 februari 1854 brand uit in de fabriek. Door al deze moeilijkheden ontstonden onenigheden in het bestuur en werd in 1857 de N.V. ontbonden. De fabriek werd op een openbare verkoop verkocht aan O. Verhagen in 1858, die de fabriek verder exploiteerde met een Compagnon. Een opmerkelijke bijzonderheid is nog het feit dat krachtens artikel 35 van de Statuten een fonds opgericht werd uit de winsten “bestemd tot bevordering van den zedelijken en stoffelijken toestand der bij de Maatschappij arbeidende klasse”. De hierna beschreven stukken zijn, bijna geheel, afkomstig van de administrateur J. Fransen van de Putte. Op welke wijze deze stukken terecht zijn gekomen in het Gemeente-Archief van Goes is onbekend.

Noot: 1.

De geschiedenis van het meekrapbedrijf in Nederland, door dr. C. Wiskerke in Economisch-Historisch Jaarboek, 25e deel, ’s Gravenhage, 1952, blz. 59, 61-63. Op plaat VI is een afbeelding opgenomen van de fabriek.


INVENTARIS. Algemeen. 1.

Uittreksel uit de notulen van de vergaderingen van de Algemene Raad. 1852 mei 20 – 1853 mei 6. 1 katern.

2.

Statuten. 1852. 1 katern.

Bijzonder. 3.

“Beschouwingen over de meekrap-bereiding” door O. Verhagen en S. Bleekrode. 1852. 1 katern.

4.

Oorkonde, ondertekend door de Algemene Raad, ter gelegenheid van het plaatsen van de eerste ijzeren kolom voor de fabriek “Zuid-Beveland”. 1852. 1 stuk.

5.

Stukken betreffende financiële zaken, het verbruik van steenkolen en voorraden. 1852, 1854, z.j. 6 stukken.

6.

Protest van Mr. Ph. van den Broecke behorend bij de notulen van de vergadering van de Algemene Raad van 31 oktober 1853, met aantekeningen bij dit protest door J. Fransen van de Putte, administrateur. 1853. 2 katernen en 1 stuk.

7.

Stukken betreffende de brand in de fabriek “Zuid-Beveland” op 17 februari 1854 en de vergoeding van de schade. 1854. 1 omslag.

8.

Afschrift van een brief van J.C. van den Broecke aan zijn mederaadsleden betreffende een voordracht van twee personen, ter uitvoering van een besluit van de Algemene Raad. 1854. 1 stuk.

9.

Nota van mr. Ph. van den Broecke, Jhr. P.D. van Citters en C. Pilaar betreffende het gevoerde beleid, ingediend op de vergadering van de Algemene Raad op 27 maart 1854. 1854. 1 katern.

10.

Toespraak door de administrateur J. Fransen van de Putte betreffende de redenen van de moeilijke situatie van de Naamloze Vennootschap, gehouden in de vergadering van de Algemene Raad op 27 maart 1854. 1854. 1 katern.

11.

Voorstellen tot reorganisatie, ingediend door J. Fransen van de Putte in de vergadering van de Algemene Raad op 28 april 1854. 1854. 4 katernen.

12.

Toespraak door de administrateur J. Fransen van de Putte, ter weerlegging van beschuldigingen tegen hem ingebracht gehouden in de vergadering van de Algemene Raad op 28 april 1854. 1854. 1 katern.

13.

Nota van de administrateur J. Fransen van de Putte betreffende de molens, het niet uitzenden van monsters Alizari door de adviseur, de reden van het opvragen van verklaringen van Davidson en Nierstrasz. en de beschuldigingen van de directeur, ingebracht op de vergadering van de Algemene Raad op 8 mei 1854. 1854. 2 katernen.

14.

Correspondentie van de administrateur J. Fransen van de Putte met James Davidson en J.L. Nierstrasz en met een Commissie van onderzoek uit de vennoten, betreffende de toestand van de machines in de fabriek “Zuid-Beveland”. 1854. 1 omslag.


INVENTARIS VAN HET ARCHIEF VAN DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE GOES, 1853-1861. door H. Uil, 1874. Inleiding. Eind 1851, begin 1852 werden pogingen in het werk gesteld om de Gemeente Goes zitting te laten verkrijgen in de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Middelburg, op grond van het Koninklijk besluit van 9 november 1851 (Staatsblad 142). Hiertegen rezen bezwaren van de kant van de Commissaris des Konings. Hij suggeerde dat Goes wellicht met andere gemeenten in Zuid-Beveland een Kamer van Koophandel en Fabrieken kon oprichten. De gemeenten ’s-Heer Arendskerke, Kattendijke en Kruiningen bleken bereid, met Goes, een Kamer op te richten. Goes nam met 6 leden ziting, de andere gemeenten met elk 1 lid. Bij Koninklijk Besluit van 13 september 1852 werd de Kamer te Goes gevestigd. Op 3 januari 1853 werd de Kamer door burgemeester mr. M.P. Blaaubeen op het stadhuis te Goes geïnstalleerd. In 1857 trokken de gemeenten ’s-Heer Arendskerke, Kattendijke en Kruiningen zich terug. Deze gemeenten zagen het nut van verder deelnemen niet in. Ook Goes deelde dit standpunt en bij Koninklijk Besluit van 29 oktober 1857 werd de kamer te Goes per 31 december 1857 opgeheven. Na enige aandrang besloot men in 1858 echter weer tot de oprichting van een nieuwe Kamer over te gaan, nu uitsluitend voor de Gemeente Goes. Bij Koninklijk Besluit van 11 januari 1858 werd te Goes een nieuwe Kamer gevestigd. Een groot probleem voor de Kamer bleef de geringe toelage van het Gemeentebestuur van Goes. Toen de secretaris in 1860 vertrok en men een verzoek om verhoging van de toelage afgewezen zag traden de overgebleven leden van de Kamer af, waarna de Gemeenteraad op 29 juli 1861 tot opheffing besloot. Bij Koninklijk Besluit van 5 maart 1861 werd de Kamer te Goes opgeheven. Op 28 april 1862 vond de overdracht plaats van het archief van de Kamer aan het Gemeentebestuur van Goes. Burgemeester en Wethouders besloten op 3 mei 1862 het archief te plaatsen in het Gemeentearchief. In de bijlage, achter de inventaris, volgt een lijst van de voorzitters, plaatsvervangend voorzitters, leden en secretarissen. Bij de inventarisatie is geen onderscheid gemaakt tussen de twee verschillende kamers. De opheffing en de heroprichting waren zuiver formele besluiten. Terecht vond men geen aanleiding een nieuw archief aan te leggen voor de heropgerichte Kamer. Na de opheffing van de Kamer zijn nog enkele stukken ingekomen (inv. nr. 12). Deze horen formeel niet in het archief thuis, doch zijn daar, bij wijze van uitzondering, wel in opgenomen.

INVENTARIS Algemeen. 1-3.

Notulen. 1853-1861. 1 band en 2 omslagen. 1. 1853-1859. (1 band). 2. 1860. 3. 1861.

4-12.

Ingekomen stukken. 1853-1862, 1864, 1866. 9 omslagen. 4. 1853 (genummerd 1-53). 5. 1854 (genummerd 54-110). 6. 1855 (genummerd 111-158). 7. 1856 (genummerd 1-53). 8. 1857 (genummerd 55-91). 9. 1858 (genummerd 1-30). 10. 1859 (genummerd 1-38). 11. 1860 (genummerd 1-54). 12. 1861 (genummerd 1-21), 1862, 1864, 1866.

13.

Staten van ingekomen stukken. 1852-1861. 1 deel.


14.

Afschriften van uitgegane stukken. 1853-1861. 1 deel.

15.

Staten van uitgegane stukken. 1856-1861. 1 deel.

16.

Afschriften van uitgegane rekesten, jaarverslagen en staten 1853-1861. 1 deel.

17.

Jaarverslagen van de Kamers van Koophandel en Fabrieken te Goes (1853-1856), te Middelburg (1853-1857) en te Vlissingen (1853-1856). 1854-1858. 1 band en 1 omslag.

18.

Reglementen van orde, met reglementen van orde van andere Kamers van Koophandel in Nederland. 1852, 1853, 1858. 1 omslag.

Bijzonder. 19.

Stukken betreffende de installatie en inwerkingtreding van de Kamer en betreffende de verkiezing van de leden. 1852-1856. 1 omslag.

20.

Staten van de leden. 1853-1855. 2 stukken en 1 katern.

21.

Begrotingen en rekeningen. 1852-1859. 1 omslag.

22.

Stukken betreffende te verzenden rekesten. 1853, 1855, 1856, 1860. 1 omslag.

23.

Stukken betreffende het archief en de bibliotheek. 1853-1855, 1858, 1860, 1861. 1 omslag.

BIJLAGE. Lijst van de voorzitters, plaatsvervangend voorzitters, leden en secretarissen. Voorzitters. J. Fransen van de Putte O. Verhagen J. Fransen van de Putte C. Pilaar

1853, 1854 1855 1856, 1857 1857-1861

Plaatsvervangend voorzitters. O. Verhagen C. Pilaar

1853, 1854, 1857-1861 1855, 1856


Leden. J. Fransen van de Putte (namens Goes) O. Verhagen (namens Goes) J.P. Burger 1853-1857 (namens Goes) C. Pilaar (namens Goes) A. Nortier (namens Goes) M.J. Harinck (namens Goes) J. Smijtegeld Bedet (namens ’s-Heer Arendskerke) F.C. Baarens (namens Kruiningen) J.C. Kakebeeke (namens Kattendijke) dr. C.A. van Renterghem (namens ’s-Heer Arendskerke, later namens Goes) J.H.C. Kakebeeke (namens Goes)

1853-1857 1853-1857

1853-1861 1853-1857 1853-1861 1853, 1854 1853-1857 1853-1857 1855-1861 1858-1861

Secretarissen. mr. J.G. ab Utrecht Dresselhuis H.K. Dominicus van den Bussche A. Schraver Kz. C.H. Schetsberg

1853 1853, 1854 1855-1857 1858-1860

INVENTARIS VAN HET ARCHIEF VAN DE A.R. KIESVERENIGING “VOOR NEDERLAND EN ORANJE” TE GOES, 1865-1980. door A.J. Barth, 1982. Inleiding. Op 3 mei 1865 werd er een bijeenkomst gehouden van vrienden, ter bespreking van de wenselijkheid en mogelijkheid om een christelijke kiezersvereniging te vormen. Veertien personen waren aanwezig. De leiding berustte bij C.C. van den Bosch, die een conceptreglement ter bespreking aanbod. Op 14 mei 1865 vond wederom een vergadering plaats. Opgericht werd de vereniging “Eendragt maakt macht”. Grondslag van de vereniging was: de vreeze des Heeren is het begin van alle wijsheid. Het doel was de bevordering van de verkiezing van mensen in de Tweede Kamer, de Provinciale Staten en de gemeenteraad die van harte het beginsel waren toegedaan. De zinspreuk werd: steunende op den Bijbel verdedigen wij onze vrijheid. Als bestuursleden werden naderhand gekozen C.C. van den Bosch, L. Brouwer, B. van Asperen Vervenne en J. de Jonge. In 1869 werd er in Goes een algemene kiesverening opgericht. In de vereniging werd er gediscussieerd over aansluiting bij deze vereniging. Een beslissing daaromtrent werd niet genomen. In 1879 trad men toe tot de Antirevolutionaire Partij. De naam was intussen veranderd in “Voor Nederland en Oranje”. Dat zal waarschijnlijk gebeurd zijn in de periode, dat de notulen van de vergaderingen ontbreken. Hoe het in de vereniging in de oorlogsjaren 1940-1945 is vergaan kan door het ontbreken van archivalia niet worden onderzocht. Omdat vanaf 1935 zowel notulen als correspondentie ontbreken kan worden aangenomen, dat men deze bescheiden heeft ingeleverd toen men op last van de Duitse bezetter de politieke activiteiten moest staken. In 1969 vond er overleg plaats met de zusterverenigingen van de dorpen die per 1 januari 1970 bij de gemeente Goes werden gevoegd. De vereniging te ’s-Heer Hendrikskinderen voegde zich bij die van Goes. De vereniging ging in 1980 op in de plaatselijke afdeling van het CDA. Datgene wat er van het archief restte werd aan de dienst in bewaring gegeven.


1. Notulen. 1-12. Notulen van de vergaderingen van het bestuur, met notulen van de ledenvergaderingen. 1865-1873, 1878-1919, 1924-1935, 1944-1970. 11 delen en 1 omslag. 1. 1865 mei 3 – 1873 juli 4.

2. 1878 januari 30 – 1889 maart 8. 3. 1889 april 18 – 1918 maart 11. 4. 1897 maart 19 – 1914 december 21. N.B. Alleen bestuursvergaderingen. 5. 1918 april 4 – 1924 december 19. 6. 1919 januari 13 – april 11. 7. 1924 december 22 – 1935 april 29. 8. 1944 november 11 – 1945 februari 16. 9. 1945 februari 27 – 1948 oktober 29. 10. 1948 december 13 – 1958 april 25. 11. 1958 oktober 10 – 1962 maart 9. 12. 1962 maart 16 – 1970 september 30 (1 omslag). 13. Notulen van de vergaderingen van de wijkhoofden. 1966-1968, 1970. 1 omslag. 14. Notulen van de vergaderingen van afgevaardigden van de kiesverenigingen te Goes, ’s Heer Hendrikskinderen, Kloetinge en Wolphaartsdijk. 1969. 1 omslag. 2. Correspondentie. 15-17. Ingekomen stukken en doorslagen van verzonden stukken. 1919, 1925, 1928, 1929, 1933-1935, 1953-1956, 1965, 1966, 1968, 1969, 1971, 1974, 1975, 1979, 1980. 3 omslagen. 15. 1919, 1925, 1928, 1929, 1933-1935. 16. 1953-1956. 17. 1965, 1966, 1968, 1969, 1971, 1974, 1975, 1979, 1980. 3. Jaarverslagen. 18. Verslagen omtrent de toestand van de vereniging. 1921, 1953-1955. 4 stukken. 4. Stukken betreffende de leden. 19. Stukken betreffende de leden van de vereniging. 1964-1969, z.j. 1 omslag. 5. Stukken betreffende de financiën. 20. Kasboek van inkomsten en uitgaven. 1892-1922. 1 deel.


INVENTARIS VAN HET ARCHIEF VAN DE VERENIGING TOT HET REGELEN EN BEVORDEREN VAN VOLKSVERMAKEN TE GOES, 1867-1897. door H. Uil, 1976. Inleiding. Oprichting. Op 31 januari 1867 werd door de heren O. Verhagen, dr. A.P. Fokker en mr. M.J. de Witt Hamer een bijeenkomst belegd waarbij onder andere aanwezig waren mr. M.P. Blaaubeen, burgemeester van Goes, J.A.A. Fransen van de Putte, Z.D. van der Bilt la Motthe, J.H.C. Kakebeeke, C.E. Massee, mr. W.G. de Knokke van der Meulen en mr. J.G. de Witt Hamer. Uit het Comité van Volkslezingen was de wens naar voren gekomen om een commissie in te stellen voor het regelen en bevorderen van volksvermaken. Tot oprichting van het “Comité voor Volksvermaken” werd besloten en als erevoorzitter werd burgemeester M.P. Blaaubeen benoemd. Tot voorzitter werd de fabrikant O. Verhagen gekozen, tot 1ste secretaris gemeenteontvanger Z.D. van der Bilt la Motthe, tot 2de secretaris de koopman C.L. de Meulemeester en tot penningmeester de arts dr. A.P. Fokker (1). Door middel van een circulaire wendde men zich tot de bevolking. De Goesche Courant van 8 februari 1867 schreef: “Verdient deze zaak ondersteuning reeds daarom, dat zij de gelegenheid zal openen tot eenige ontspanning voor die standen der maatschappij, voor wie schier alles ontoegankelijk is, wat voor de meer bevoorregten genot oplevert. Wij wenschen de algemeene medewerking vooral, omdat wij daarin het middel zien, om tegemoet te komen aan de vaak geuite klagt, dat ons volk meestal aan die vermakelijkheden zich overgeeft, die of ongepast of voor de zedelijkheid verderfelijk zijn”. Werkzaamheden. De eerste festiviteit vond op 19 februari 1867 plaats ter gelegenheid van de verjaardag van Koning Willem III. Dit betekende het begin van een lange reeks van festiviteiten. Een bijzonder hoogtepunt waren de feesten ter gelegenheid van het 25-jarig ambtsjubileum van mr. M.P. Blaaubeen als burgemeester van Goes van 17 tot en met 19 september 1877. Trouw aan het Oranjehuis bewees Goes verschillende malen op vaak uitbundige wijze. Niet alleen verjaardagen en jubilea waren aanleiding voor feesten. Ook de opening van de spoorweg Bergen op Zoom – Goes in 1868 gaf aanleiding tot de organisatie van een feest. Het einde van de kermis was een dankbaar aangegrepen moment voor een feest. Maar ook harddraverijen, ringsteken en “hard- en mooirijderij” op schaatsen werden georganiseerd. Reeds spoedig na de oprichting werden tentoonstellingen georganiseerd. Niet altijd met evenveel succes. Zo werd van de tentoonstelling van foto‘s uit Egypte in 1879 “zeer weinig gebruik gemaakt”. (2) Nog het meest succesvol was de “Floralia”, een tentoonstelling van zelfgekweekte bloemen. Voorzitter W.F. Busing meende in de bestuursvergadering van 10 november 1876 dat het doel moest zijn: “Enige poëzie te brengen waar het levenslot weinig aanleiding geeft tot waren levenslust om in de woningen van hen die ‘t meest behoeven eene vriendelijke bode binnen te leiden, die eenige afleiding brengt en eenige versiering die het oog streelt en het gemoed verkwikt”. (1) Bestuur. Het bestuur bestond uit minimaal 12 leden. In het reglement van 1884 werd bepaald dat het bestuur voor een vacature een voordracht op moest maken van 10 personen. Wilde men bestuurslid worden dan moest men 8 volle dagen lid zijn en tenminste 18 jaar oud zijn. Deze laatste bepaling werd niet meteen door de ledenvergadering aanvaard. De heer C.E. Massee verklaarde op 28 november 1878 “dat jongelui van 18 zelfs van 19 jaar wel eens misbruik hebben gemaakt van de stemming, en die geheel als eene aardigheid hebben behandeld, maar ook dat diezelfde jongelui; volgens zijn wensch in ‘t vervolg bescheiden genoeg zouden zijn, om hunne belangen aan het bestuur over te laten”. (3) Het organiseren van bepaalde activiteiten werd in vele gevallen gedelegeerd aan commissies of afdelingen. Als bijlage volgt na de inventarisatie een lijst van de voorzitters, vice-voorzitters, 1ste en 2de secretarissen en penningmeesters. Opheffing. De reden van opheffing is terug te voeren tot twee oorzaken. In de eerste plaats beantwoordde de vereniging weinig aan haar doel. In het verslag over 1883/1884 trok men terecht deze conclusie: “Leest men art. 1 van het reglement, dan zal men moeten erkennen, dat de handwerksman en de dienstbare stand, welke categorieën men zich in dat artikel voornamelijk stelde tot een beter en nuttig vermaak op te leiden en op te wekken onder de leden der vereeniging al zeer schraal vertegenwoordigd zijn. ‘t Is niet wat men in den regel “het volk” noemt, dat van de feesten gebruik maakt”.


In het reglement van 1884 werd het doel anders geformuleerd: “Het doel der vereeniging is: feesten te geven aan de leden en volksfeesten te organiseeren, voor welke laatste het bestuur, zoo noodig, van de ingezetenen bijdragen kan verzoeken”. (2) Een andere meer ingrijpender reden voor het achteruitgaan van de vereniging was de bijzonder moeilijke financiële positie, die remmend bleek te werken op de activiteiten. Verminderde activiteiten betekende tenslotte een groot ledenverlies. De laatste ledenvergadering werd op 19 juni 1897 in Slot Ostende gehouden, op welke vergadering de vereniging werd geliquideerd. Archief. Het hierachter beschreven archief is onvolledig. In het bijzonder ontbreekt veel correspondentie en het merendeel van de financiële administratie. Op de laatste ledenvergadering van 19 juni 1897 werd besloten: “De boeken en bescheiden der Vereeniging zullen met goedvinden van het daaglijksch bestuur der gemeente, eene plaats vinden in het archief der gemeente”. (4) Noten: 1. Inv. nr. 1 2. Inv. nr. 5 3. Inv. nr. 2 4. Inv. nr. 3 Inventaris. I. Algemeen. 1-3. Notulen van de leden- en bestuursvergaderingen. 1867-1897. 3 delen. 1. 1867 januari 31 – 1879 januari 21. 2. 1878 november 28 – 1886 juni 8. 3. 1886 mei 29 – 1897 juni 12. N.B. Voorin een lijst van lokaliteiten waar algemene ledenvergaderingen zijn gehouden, 1884-1892; en een lijst van eigendommen, z.j. 4. Exemplaren van de “Goesche Courant” en het “Volksblad”, met daarin onder andere verslagen van de algemene ledenvergaderingen. 1889, 1890, 1893, 1895, 1896. 6 stukken. 5. Jaarverslagen. 1877-1884, 1886, 1887, 1889. 1 omslag. 6. Reglementen. 1884, 1888. 6 katernen. II. Bijzonder. A. Festiviteiten. 7. Reglement voor de harddraverij op 31 juli 1872. 1872. 1 katern. 8. Notulen van de feestcommissie met de besturen van verenigingen betreffende de feesten ter gelegenheid van het 25-jarig ambtsjubileum van mr. M.P. Blaaubeen als burgemeester van Goes. 1877. 1 katern.


9. Programma voor de festiviteiten ter gelegenheid van het 25-jarig ambtsjubileum van mr. M.P. Blaaubeen als burgemeester van Goes. 1877. 1 katern. 10. Aanplakbiljetten betreffende de ringrijderij en de harddraverij op 29 augustus 1878 op de weg tussen Goes en Wilhelminadorp. 1878. 2 stukken. 11. Stukken betreffende de St. Nicolaasfeesten. 1883-1885, 1888, 1891, 1892, z.j. 1 omslag. 12. Stukken betreffende de festiviteiten op 19 februari 1887 ter gelegenheid van de 70ste verjaardag van Koning Willem III. 1887. 1 omslag. 13. Stukken betreffende het festival van fanfaregezelschappen op 30 mei 1887 ter gelegenheid van het 20-jarig bestaan van de vereeniging en op 15 juni 1888 bij gelegenheid van de landbouwtentoonstelling van de Maatschappij tot bevordering van landbouw en veeteelt in Zeeland, afdeling Heinkenszand. 1887, 1888. 1 omslag. 14. Stukken betreffende de turnfeesten op 21 juli en 15 augustus 1888. 1888. 1 omslag. 15. Stukken betreffende de viering van het 40-jarig regeringsjubileum van Koning Willem III. 1889. 2 stukken. 16. Stukken betreffende de viering van de 10de verjaardag van Prinses Wilhelmina. 1890. 1 omslag. 17. Stukken betreffende de viering van de 15de verjaardag van Prinses Wilhelmina. 1895. 1 omslag. 18. Aankondiging van een optreden van mej. Alb. Heyblom. 1895. 1 stuk. B. Tentoonstellingen. 19. Aankondiging van een tentoonstelling bestaande uit 86 foto ‘s uit Egypte, afgestaan door mr. J.H. de Stoppelaar. 1879. 1 stuk. 20. Stukken betreffende de expositie van aquarellen van het schilderkundig Genootschap “Pulchri Studio” te ‘s- Gravenhage op 3-6 februari 1894 in de trouwzaal van het stadhuis. 1893, 1894. 1 omslag. 21. Stukken betreffende de expositie van aquarellen van de Koninklijke Maatschappij “Arti et Amicitiae” te Amsterdam op 2-6 maart 1894 in de trouwzaal van het stadhuis. 1893, 1894. 1 omslag. 22. Stukken betreffende de tentoonstellingen van planten. 1894-1896. 1 omslag. C. Muziektent. 23. Bestek voor het bouwen van een muziektent. 1888. 1 stuk.


24. Vergunning van burgemeester en wethouders van Goes om de muziektent op de Grote Markt te plaatsen. 1895. 1 stuk. D. Financiën. 25-27. Rekeningen van inkomsten en uitgaven. 1888, 1889, 1896, 1897. 2 stukken en 1 katern. 25. 1888, 1889 26. 1888 27. 1896 mei 1 – 1897 juni 19 (1 katern) 28-33. Alfabetische lijsten van de leden, met aantekeningen van door hen betaalde contributie. 1876-1897. 6 delen. 28. 1876-1879 31. 1882-1885 29. 1876-1879 32. 1883-1890 30. 1879-1883 33. 1889-1897 E. Loterij. 34. Staten van personen aan wie loten zijn afgegeven met vermelding van de op de loten gevallen prijzen. z.j. 1 deel. BIJLAGE. Voorzitters. O. Verhagen Z.D. van der Bilt La Motthe W.F. Busing Joh. L. van der Pauwert A. van Schelven M.C.J. de Visser A.R. Breetvelt J.P.S. Jonquiére H.J. van Noppen A.P.L. Spuybroek

1867, 1868 1869-1874 1874-1878 1878-1883 1883 1884-1886 1886, 1887 1887-1891 1891-1893 1893, 1894

H.K. Dominicus van den Bussche dr. Z. Th. Diehl L.M. van Campen J.J. Ramondt A.R. Breetveldt J.P.S. Jonquiére A.R. Breetvelt

1878, 1879 1879-1882 1882, 1883 1883, 1884 1885, 1886 1886, 1887 1887-1897

Z.D. van der Bilt La Motthe W.D.J. Koentz Jac. G. Dobbelaere E. van den Bosch L.M. van Campen J.J. Ramondt G.J. van der Poll A.P.L. Spuybroek F. Sturm A. Neter

1867-1869 1869 1870-1877 1877, 1878 1878-1882 1882, 1883 1883-1890 1890, 1891 1891, 1892 1892-1897

Vice-voorzitters.

1ste secretarissen.


2de secretarissen. C.L. de Meulmeester J. Larsen H.K. Dominicus van den Bussche A. van Schelven G.J. van der Poll W. Pelle A.R. Breetveldt S.J.J. de Jonge Mulock Houwer F.Q.C. den Hollander

1867-1871 1871-1876 1876-1878 1878-1882 1882, 1883 1883 1883-1885 1885-1891 1891-1896

dr. A.P. Fokker mr. J.G. de Witt Hamer J.J. Ramondt Z.D. van der Bilt La Motthe P.C.N. Eichholtz W. Pelle

1867, 1868 1868-1874 1874-1876 1876-1878 1878-1883 1883-1897

Penningmeesters.

INVENTARIS VAN HET ARCHIEF VAN DE SOCIETEIT “EENSGEZINDHEID” TE GOES, 1875-1891. door H. Uil, 1974 Inleiding. Op 1 april 1875 werd de Sociëteit "Eensgezindheid" te Goes opgericht. Initiatiefnemers waren de heren W.A. Anemaet, J. Linse, H.J. van Noppen, G.A. de Thouars, A.J. Vellekoop, P. Ross, P.A. Hubregtse en J.C. Dominicus van den Bussche. De Sociëteit was volgens het Reglement: "eene vereeniging tot bevordering van gezellig verkeer". Op iedere eerste donderdag van elke drie maanden werden ledenvergaderingen gehouden. Men kwam bijeen in Café Hartman aan de Grote Markt. Het bestuur bestond uit vijf leden. Van de vele bestuursleden kan in het bijzonder H.G. Hartman (Gemeente-Secretaris van Goes) genoemd worden die ondermeer voorzitter van de Sociëteit was. Erelid van de Sociëteit was mr. M.P. Blaaubeen, burgemeester van Goes. Eind 1891, begin 1892 werd de Sociëteit opgeheven. Door koop werd W.J. Hartman eigenaar van het archief. Hij schonk dit archief bij brief d.d. 27 april 1892 aan de Gemeente Goes.

Inventaris. 1,2. Notulen van de ledenvergaderingen. 1875 april 1 - 1885 december 28. 2 delen. 1. 1875 april 1 - 1877 februari 1 N.B. Met lijst van de leden, 1875-1877. 2. 1877 maart 1 – 1885 december 28. 3. Notulen van de bestuursvergaderingen. 1875, 1877-1883. 1 deel.


4.

Reglement. 1888. 1 stuk.

5.

Afschriften van de koninklijke goedkeuringen van de statuten. 1877, 1878, 1888. 3 stukken.

6-9.

Lijsten van geïntroduceerden. 1877 februari 6 - 1879 maart 25, 1881 september 13 - 1891 november 24. 4 delen. 6. 1877 februari 6 - 1879 maart 25, 1890 januari 2. 7. 1881 september 13 – 1885 oktober 12. 8. 1885 oktober 20 – 1889 oktober 6. 9. 1888 januari 2 – 1891 november 24.

INVENTARIS VAN HET ARCHIEF VAN DE VEREENIGING VOOR VOLKSBELANGEN TE GOES, 1876-1882. door H. Uil, 1974. Inleiding. De Vereeniging voor Volksbelangen werd op 2 februari 1867 te Goes opgericht. Als doel stelde de vereniging zich, op de oprichtingsvergadering: “Het verspreiden der liberale beginselen op elk gebied”. De vereniging heeft zich niet direct op politiek terrein begeven. Op velerlei gebied was de vereniging werkzaam. Voor deze werkzaamheden werden comité ’s ingesteld. Zo kende de vereniging comité ’s voor de leeszaal, voor volksvoorlezingen, voor de volkszangvereniging, voor het verspreiden van geschriften, tot wering van schoolverzuim, voor voorlezingen vor het beschaafd publiek en voor gymnastiekonderwijs. In 1869 nam de vereiging het initiatief tot het oprichten van het “Volksblad”. Een comité van redactie werd ingesteld waarin zitting namen dr. A.W. van Campen, dr. R.A. Soetbrood Piccardt en mr. M.J. de Witt Hamer. In 1870 verscheen het eerste nummer. Vanaf 1 januari 1874 tot januari 1878 werd het Volksblad het orgaan van de “Commissie voor de Cooperatie”. Na 1878 ging het blad in particuliere handen over. In de krantenverzameling van het GemeenteArchief Goes berusten van het “Volksblad” de jaargangen 1881-1923. De vereniging kende gewone en werkende leden. Werkend lid kon iedereen worden die als zodanig benoemd was in een ledenvergadering. Het hoofdbestuur bestond uit een voorzitter, een vice-voorzitter, een secretaris en een penningmeester. Na de inventaris volgt een lijst van de leden van het hoofdbestuur. Het bestuur van de vereniging werd gevormd door leden van het hoofdbestuur en door afgevaardigden van de verschillende comité ‘s. Op 17 augustus 1882 werd besloten de vereniging te ontbinden. Bij brief d.d. 12 december 1883 bood het voormalige bestuur het archief van de vereniging aan het Gemeentebestuur van Goes aan, met verzoek dit in het Gemeente-Archief te willen deponeren. Dit verzoek werd door Burgemeester en Wethouders bij besluit van 15 december 1883 ingewilligd.


INVENTARIS. Algemeen. 1.

Notulen van de algemene leden- en bestuursvergaderingen. 1867 februari 2 – 1882 augustus 17. Lijsten van de bestuursleden en van de leden van de comité ’s en de commissies. 1870-1873, 1878. Lijsten van de ereleden, de werkende en de gewone leden. 1867-1874, 1878. 1 deel.

2.

Aantekeningen voor het opmaken van notulen van de vergadering op 10 juni 1879. 1879. Lijst van de leden. Z.j. (c. 1879). 1 stuk.

3.

Blanco uitnodiging voor het bijwonen van een vergadering. z.j. 1 stuk.

4.

Statuten. 1869. 6 katernen.

5.

Stukken betreffende de koninklijke goedkeuring van de statuten. 1870. 4 stukken.

6.

Bijvoegsels van het “Volksblad”, houdende jaarverslagen van de vereniging en de comité’s. 1871, 1872, 1874, 1875. 4 stukken.

Bijzonder. 7.

Concepten van uitgegane stukken betreffende voorstellen tot samenwerking met de Vereniging voor Volksvermaken te Goes. z.j. (c. 1867). 2 stukken.

8.

Lijst van de leden. c. 1867-1877. 1 katern.

9.

Lijst van nieuwe leden. 1870. 1 stuk.

10.

Rekeningen van ontvangsten en uitgaven, met bijlagen. 1867-1877. 1 omslag.

11.

Stukken betreffende het lidmaatschap en de contributie. 1877, 1878, 1880. 1 omslag.

12.

Stukken betreffende de volksleeszaal. 1867, 1868, 1870-1874, 1876. 1 omslag.

13.

Stukken betreffende het Comité tot wering van Schoolverzuim, 1867, 1870, 1879 (te Goes). 1 omslag.

14.

Stukken betreffende de plannen tot het oprichten van een volksgaarkeuken. 1869, 1870. 2 stukken en 2 katernen.


15.

Lijsten van gehouden lezingen met aantekeningen van de sprekers, aantal aanwezigen en ontvangen gelden. 1870-1873. 3 stukken.

16.

Lijst van onderwerpen voor lezingen. z.j. 1 stuk.

17.

Stukken betreffende de plannen tot het oprichten van een Vennootschap voor het bouwen van arbeidsers woningen. 1871, 1872. 8 stukken.

18.

Jaarverslag van de Volkszangvereniging over 1872, 1873. 1 stuk.

19.

Jaaverslagen van de redactie van het “Voksblad” over 1872 en 1873. 2 stukken.

20.

Verzoek van Jhr. M.J. de Marees van Zwinderen hem ontslag te verlenen als secretaris-penningmeester van het “Volksblad”. 1874. 1 stuk.

21.

Kasboek van het “Volksblad”. 1877. 1 deel.

22.

Stukken betreffende het gymnastiekonderwijs. 1874-1878. 1 omslag.

23.

Brief van G.A. Fokker te Middelburg betreffende school-Spaarbanken, met een exemplaar van de Middelburgsche Courant van 15 januari 1877. 1877. 2 stukken.

BIJLAGE. Lijst van de leden van het hoofdbestuur. Voorzitters.

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

J.A.A. Fransen van de Putte Mr. J.H. de Laat de Kanter Mr. A.J. van Hoek Mr. J.H. de Laat de Kanter Mr. J.G. de Witt Hamer Mr. A.J. van Hoek Jhr. M.J. de Marees van Swinderen Jhr. L.C. van der Feltz

1867, 1868 1868, 1869 1869-1871 1871, 1872 1872-1875 1875 1875-1877 1877-1883

Vice-voorzitters.

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Mr. J.H. de Laat de Kanter Mr. A.J. van Hoek Mr. J.G. de Witt Hamer Mr. J.H. de Laat de Kanter Jhr. M.J. de Marees van Swinderen Mr. M.J. de Witt Hamer J.J. Ochtman

1867, 1868 1868, 1869 1869-1872 1872-1875 1875 1875-1877 1877-1883

Secretarissen.

1. 2. 3. 4. 5.

Mr. M.J. de Witt Hamer Mr. C. de Witt Hamer Czn. Dr. P. Conradi J.G. Ringeling Mr. J.W.C. de Jonge van Ellemeet

1867-1870 1870-1873 1873-1876 1876-1878 1878-1883

Penningmeesters.

1. J.M. Kakebeeke 2. Dr. A.P. Fokker 3. Dr. J. Kooman Az.

1867-1876 1876, 1877 1877-1883


INVENTARIS VAN HET ARCHIEF VAN HET FONDS TOT ONDERSTEUNING VAN WEDUWEN VAN GEMEENTEAMTENAREN TE GOES, 1887-1954. door F.H. de Klerk, 1983. Inleiding. Bij de opheffing in 1983 door de gemeenteraad bestond van verschillende zijden belangstelling voor de herkomst van dit fonds. Het archief van het fonds berust in het archiefdepot van de gemeente, doch er bestond nog geen inventaris van dit archief. Om in deze belangstelling te voorzien werd de hiernavolgende inventaris vervaardigd. Het initiatief voor de oprichting was afkomstig van burgemeester J.G. de Witt Hamer. “De moeilijke omstandigheden, waarin weduwen van gemeente-ambtenaren of bedienden kunnen achterblijven, terwijl de gemeentekas niet voor toelagen of pensioenen aan dergelijke weduwen mag worden aangesproken, heeft ons genoopt in overweging te nemen, of, en zoo ja op welke wijze, een fonds tot ondersteuning van weduwen van gemeenteambtenaren kan worden opgericht”. (1) Het college van b. en w. werkte het voorstel verder uit, en in mei 1887 konden geïnteresseerde ambtenaren zich voor het fonds opgeven. Door 31 personen werd het aanmeldingsformulier ingevuld. (2) De ambtenaren werden naar aanleiding van hun salariëring ingedeeld in vier klassen; hiermee bepaalde men de hoogte van hun contributie. Door de totstandkoming van diverse pensioenwetten traden verschillende wijzigingen op in de reglementering. Middels vergaderingen van deelhebbers kwamen deze wijzigingen tot stand. Het beheer over het fonds werd gevoerd door de gemeente-ontvanger, die de door b. en w. geïnstalleerde commissie van beheer assisteerde. In de laatste jaren van haar bestaan leidde het fonds een sluimerend bestaan; de haar toebehorende gelden werden belegd. Noten: 1. Inv. nr. 1 2. Inv. nr. 28 A. Stukken van algemene aard. 1. Oprichting. 1. Stukken betreffende de oprichting van het fonds. 1887, 1888. 1 omslag. 2. Notulen. 2. Notulen van de vergaderingen van de commissie van beheer over het fonds. 1888-1914. 1 deel. N.B. Hierin tevens: notulen van de vergaderingen van deelhebbers in het fonds, 1899-1914; afschriften van uitgegane brieven van de commissie van beheer, 1889-1914; naamlijsten van deelnemende ambtenaren, ingedeeld naar loonklasse, 1888. 3. Kladnotulen van vergaderingen van deelhebbers in het fonds. 1890, 1913. 1 omslag. 3. Correspondentie. 4-6.

Ingekomen stukken. 1888-1947. 3 omslagen. 4. 1888-1900. 5. 1901-1920. 6. 1922-1947.


7. Ingekomen en minuten en afschriften van uitgegane stukken van de voorzitter. 1887-1914. 1 omslag. 8. Brievenboek. 1907-1947. `

1 deel.

B. STUKKEN VAN BIJZONDERE AARD. 1. Reglementering. 9. Ontwerpreglementen, ontworpen door b. en w. 1887 juni 25. 2 katernen. 10. Reglementen, vastgesteld door de gemeenteraad. 1887 december 22. 1 omslag. 11. Stukken betreffende wijzigingen in de reglementen. 1900, 1904, 1905, 1914. 1 omslag. 2. Commissieleden. 12. Uittreksels uit de notulen van de vergaderingen van b. en w. waarbij commissieleden benoemd worden. 1890, 1896, 1904. 3 stukken. 3. FinanciĂŤn. a. Kasboeken. 13-16. Kasboeken van ontvangsten en uitgaven. 1888-1936. 4 delen. 13. 1888-1900. 14. 1900-1907. 15. 1908-1922. 16. 1923-1936. b. Grootboeken. 17-20. Grootboeken van ontvangsten en uitgaven, gespecificeerd naar de deelhebbers in het fonds. 1888-1944. 4 delen. 17. 1888-1900. 18. 1896-1914. 19. 1900-1918. 20. 1914-1944. c. Rekeningen. 21-25. Rekeningen van ontvangsten en uitgaven. 1888-1921, 1930, 1940-1954. 5 omslagen. 21. 1888-1903. 22. 1904-1912. 23. 1913-1918. 24. 1919-1921. 25. 1930, 1940-1954. N.B.

Met bijlagen, 1889-1900, 1902-1921, 1930, 1940-1954; met afschriften, 1889-1892, 1901, 1902, 1909, 1910, 1918.


26.

Bijlagen bij de rekeningen van ontvangsten en uitgaven. 1922, 1932, z.j. (1ste helft 20ste eeuw). 1 omslag.

27.

Spaarbankboekjes van de Coรถperatieve Voorschotvereeniging en Spaarbank te Goes. 1890-1905. 10 deeltjes.

4. Deelhebbers in het fonds. 28.

Formulieren waarbij gemeenteambtenaren van Goes zich aanmelden als leden van het op te richten fonds. 1887 mei. 1 omslag.

29.

Kohieren van deelhebbers, ingedeeld naar hun salarisgroep. 1888-1893, 1895-1908, 1910, 1911, 1913. N.B.

1 omslag. Met afschriften, 1888, 1889, 1891, 1892, 1902, 1904.

30.

Naamlijsten van weduwen die een uitkering uit het fonds genieten. 1895-1909, 1911-1913. 1 omslag. N.B. Met afschriften, 1903, 1904, 1911.

31.

Naamlijsten van deelhebbers. 1918-1922. 5 stukken.

INVENTARIS VAN HET ARCHIEF VAN HET PENSIOENFONDS VAN GEMEENTEAMBTENAREN EN BEDIENDEN IN DE GEMEENTE GOES, 1900-1919. door F.H. de Klerk, 1983. Inleiding. Bij raadsbesluit van 8 december 1899 werd in de gemeente Goes een pensioenfonds van gemeenteambtenaren en bedienden opgericht. In de werking van dit fonds trad een wijziging op na de vaststelling van de Pensioenwet voor gemeenteambtenaren van 1913. De gemeentelijke verordening werd in 1915 hieraan aangepast. Tot het fonds bleven uitsluitend die ambtenaren nog behoren, die van genoemde pensioenwet geen gebruik konden maken; in de praktijk waren dit de ambtenaren verbonden aan het Burgerlijk Armbestuur en het Gasthuis. Bij wet van 17 juni 1918, staatsblad 413, gingen deze ambtenaren ook onder de wettelijk pensioenbepalingen vallen. Hierdoor hielden de bijdragen van het fonds op, en werd het kapitaal ingeteerd. Bij raadsbesluit van 23 maart 1920 werd de verordening op het pensioenfonds van gemeenteambtenaren en bedienden in de gemeente Goes, en het fonds zelf opgeheven. Het archief van het fonds bevond zich tussen stukken van het archief van het fonds tot ondersteuning van weduwen van gemeenteambtenaren te Goes. Inventaris. A. STUKKEN VAN ALGEMENE AARD. 1. Correspondentie. 1.

Ingekomen stukken. 1900-1919. 1 omslag.


B. STUKKEN VAN BIJZONDERE AARD. 1. Reglementering. 2.

Reglement. Z.j. (c. 1900). 1 katern. N.B.

Onvolledig.

2. Financiën. 3-4.

Kasboeken. 1900-1919. 2 delen. 3. 1900-1908. 4. 1908-1919.

5-6.

Grootboeken. 1900-1918. 2 delen.

7-9.

Rekeningen van ontvangsten en uitgaven. 1900-1919. 3 omslagen. 7. 1900-1908. 8. 1909-1914. 9. 1915-1919.

10.

Spaarbankboekjes van de Coöperatieve Voorschotvereeniging te Goes. 1902-1904. 3 deeltjes.

3. Ambtenaren. 11.

Staten van ambtenaren aangesloten bij het pensioenfonds, met vemelding van salarissen, premies en dergelijke. Z.j. (c. 1900, c. 1918). 3 katernen.

12.

Afschriften van pensioenberekeningen van ambtenaren. 1900-1911. 1 omslag.

INVENTARIS VAN HET ARCHIEF VAN DE GEMEENTELIJKE CENTRALE KEUKEN TE GOES, 1917-1920. door H. Uil, 1974. Inleiding. Op initiatief van enkele Goes dames werden plannen ontwikkeld om te komen tot de oprichting van een Centrale Keuken in Goes. Op 10 augustus 1917 werd een oprichtingsvergadering gehouden. Men wilde trachten de bezwaren, die het gebrek aan levensmiddelen en brandstoffen met zich meebrachten, te ondervangen door een Centrale Keuken. Tegen kostprijs stelde men middagmaaltijden beschikbaar. Het damescomité richtte zich met een verzoekschrift tot de Gemeenteraad van Goes. De raad besloot op 11 oktober 1917 een krediet van f 500,- ter beschikking te stellen. Het Koninklijk Nationaal Steuncomité nam ¾ gedeelte van de tekorten voor zijn rekening. Op 7 januari 1918 werd Gemeentelijke Centrale Keuken officieel geopend. De keuken was gevestigd in de Blekerstraat.


De commissie van toezicht werd gevormd door de dames M.L.J. Hajenius-Smit, A. van der Have-Bakker, C.J. van Heel-de Bruijne, C. van der Riet, J.J.A. Verbeem-Dingens, H. Visser-Koekkoek, J. Behage-Pieper en later ook C. van Paassen-Jobse. Op 24 april 1919 besloot de Gemeenteraad de Centrale Keuken per 3 mei 1919 voorlopig op te heffen. De levensmiddelenvoorziening was dermate verbeterd dat het voortbestaan niet nodig werd geoordeeld.

Zie verder ook: Verslag van den toestand en de werking der Gemeentelijke Centrale Keuken te Goes als Bijlage XXVI opgenomen bij het Jaarverslag van de Gemeente Goes over 1918.

INVENTARIS. 1.

Ingekomen stukken bij en concepten van uitgegane stukken van het Bestuur en de Commissie van toezicht. 1917-1920. 1 omslag.

2.

Ingekomen stukken bij en uitgegane stukken van de Bedrijfsleider. 1917, 1918. 1 omslag.

3.

Krantenknipsels. 1917-1919. 1 omslag.

4.

Lijsten van sollicitanten naar de betrekking van bedrijfsleider en van kok. 1917. 1 omslag.

5.

Begroting voor de inrichting van de Centrale Keuken door F.G.C. Rothuizen, Directeur Gemeentewerken Goes, met tekening. 1917. 2 stukken.

6.

Ingekomen rekeningen en kwitanties. 1917, 1918. 1 omslag.


INVENTARIS VAN HET ARCHIEF VAN DE HUURCOMMISSIE TE GOES, 1918-1923. door H. Uil, 1974. Inleiding. Op grond van de Huurcommissiewet van 26 mei 1917 stelden Burgemeester en Wethouders van Goes bij besluit van 4 januari 1918 een Huurcommissie per 7 januari 1918 in, nadat hierop reeds door de S.D.A.P., afdeling Goes, was aangedrongen. De overheid had door middel van deze huurcommissie de mogelijkheid om onredelijke opdrijving van de huurprijzen van woningen van lagere huurwaarde te voorkomen. De Huurcommissie besliste in geschillen tussen huurders en verhuurders, stelde huren vast, verrichtte schattingen en kon later op grond van de Huuraanzeggingswet eigenaren aanmanen hun panden te verhuren wanneer deze leeg stonden, of deze in het uiterste geval zelf verhuren. De huurcommissie moest voor het nemen van besluiten uit vijf leden bestaan: één voorzitter, één plaatsvervangend voorzitter, één vertegenwoordiger van de belangen van de huurders, één vertegenwoordiger van de belangen van de verhuurders en één lid. Aanwijzing of ontslag van de Commissieleden geschiedde door Burgemeester en Wethouders. Tevens werden een aantal plaatsvervangende leden aangewezen. Zie voor de samenstelling van de Huurcommissie te Goes: bijlage 1. Wegens de aanmerkelijke vermindering van de werkzaamheden werd in 1923 gezocht naar mogelijkheden om de Huurcommissie te laten voortbestaan. In augustus 1923 werd door Burgemeester en Wethouders van Goes en door Burgemeester en Wethouders van Rilland-Bath overeengekomen dat de Huurcommissie te Goes eveneens ingesteld zou zijn voor Rilland-Bath. Maar ook dit mocht niet baten. Op 29 oktober 1923 besloten Burgemeester en Wethouders van Goes, naar aanleiding van een schrijven van Gedeputeerde Staten van Zeeland, de Huurcommissie per 1 januari 1924 op te heffen. Opgemerkt dient te worden dat aan de Huurcommissie te Goes veel gevallen werden voorgelegd uit andere gemeenten op Zuid- en Noord-Beveland waar geen huurcommissie was ingesteld. Ten aanzien van het archief kan nog worden opgemerkt dat de secretaris het papier waarop reeds een doorslag van een uitgegane brief was getypt in vele gevallen aan de andere kant nog een keer gebruikte voor een doorslag. In vele gevallen hebben deze twee doorslagen op één blad papier niet betrekking op dezelfde onderwerpen.

INVENTARIS 1.

Ingekomen stukken en doorslagen van uitgegane stukken van algemene aard. 1918-1923. 1 omslag.

2.

Presentielijsten. 1918-1923. 1 omslag.

3-8. Ingekomen verzoeken tot vernietiging van huuropzeggingen, tot goedkeuring van huurprijsverhogingen en tot het doen van schattingen met daarop genomen beslissingen en bijbehorende correspondentie. 1918-1923. 6 omslagen. 3. 1918. 4. 1919. 5. 1920. 6. 1921. 7. 1922. 8. 1923. 9.

Ingekomen stukken en doorslagen van uitgegane stukken betreffende de Huuraanzeggingswet. 1921-1923. 1 omslag.


BIJLAGE 1. Lijst van de commissieleden. Voorzitters, tevens lid. ir. J. van Poelgeest. dr. J.C. de Ruyter de Wildt F.G.C. Rothuizen

1918-1920 1921, 1922 1922, 1923

Plaatsvervangend voorzitters, tevens lid. dr. J.C. de Ruyter de Wildt J. de Die mr. J.H.M. Stieger

1918-1921 1922, 1923 1922, 1923

F.G.C. Rothuizen

1918-1922

Lid.

Lid, vertegenwoordiger van de belangen van de huurders. M. Pols

1918-1923

Lid, vertegenwoordiger van de belangen van de verhuurders. J.K. Verhoek C. van Zweeden

1918-1921 1921-1923

Plaatsvervangende leden. C. Stok mr. J.H.N. Stieger C. van Zweeden L.M. van Buitendijk

1918-1923 1918-1922 1918-1921 1922, 1923

mr. C.M. Kegge

1918-1923

J. Lodder

1918-1923

Secretaris. Plaatsvervangend Secretaris.

INVENTARIS VAN HET ARCHIEF VAN DE VERENIGING DE GOESCHE BURGERWACHT TE GOES, 1919-1940. door H. Uil, 1974. Inleiding. De vereniging “De Goesche Burgerwacht” werd op 27 februari 1919 opgericht. De vereniging stelde zich ten doel: “het wettig gezag, -na daartoe door het gezag te zijn opgeroepen- in het bestrijden van revolutionaire aanrandingen. en bedreigingen van de openbare of de maatschappelijke orde daadwerkelijk te steunen of tegen gewelddadig verzet te verdedigen”. Volgens de statuen (1919) trachtte zij dit doel te bereiken door “tegen de bedrijvers (van verzet, aanrandingen en bedreigingen) gewapender hand op te treden” en “burgerlijke diensten te verlenen”. In de statuten van 1940 werd het doel als volgt omschreven: “Zij stelt zich ten doel het wettig gezag –en geen ander-, na daartoe door dat gezag te zijn opgeroepen, in het bestrijden van aanrandingen en bedreigingen van de openbare (hieronder mede begrepen de maatschappelijke) orde en rust daadwerkelijk te steunen en tegen verzet te verdedigen, zoomede, na oproeping als bovenbedoeld, dat gezag te steunen bij de bestrijding van de gevolgen van natuurrampen en andere daarmede gelijk te stellen buitengewone gebeurlijkheden”. Een van de redenen van de oprichting werd weergegeven door de eerste commandant, notaris Joh. Pilaar, die op een ledenvergadering op 17 april 1919 verklaarde: “Het blijft zaak, dat allen die prijs stellen op rust en orde, gezien hebbende hetgeen in Rusland, Hongarije en Duitsland plaats grijpt zich aaneen te sluiten, ten einde bolsjewistische ongerechtigheden te weren”.


Het bestuur bestond uit vijf leden. De commandant werd benoemd door de Burgemeester en had ambtshalve zitting in het bestuur. In de “Goesche Burgerwacht” zijn de commandanten tevens voorzitters geweest. Als commandanten hebben gefungeerd Joh. Pilaar, L. Smit, M.C. van den Bout, G.M. den herder en mr. C.M. Kegge en A.A. Nederhand. In 1940 na de bezetting door de Duitsers, werd de burgerwacht opgeheven en geliquideerd. Aan de oorloghandelingen in mei 1940 heeft de Burgerwacht niet deelgenomen, zij beschikte slechts voer twee pistolen en één buks. Het archief werd krachtens besluit van het bestuur van 26 juli 1940 aan de Gemeente Goes overgedragen. Inventaris. ALGEMEEN. 1.

Notulen van de ledenvergaderingen. 1919-1930, 1932-1934, 1936-1940. 1 deel.

2.

Agenda’s voor de ledenvergaderingen. 1920, 1929, 1930, 1932-1934, 1936-1940, z.j. 1 omslag.

3.

Presentielijsten van de ledenvergaderingen. 1920-1923, 1926-1930, 1932-1934, 1936-1940, z.j. 1 omslag.

4.

Notulen van de bestuursvergaderingen. 1919-1930, 1932-1934, 1936-1940. 1 deel.

5.

Agenda’s voor de bestuursvergaderingen. 1920, 1934, 1936, z.j. 5 stukken.

6.

Statuten en Huishoudelijk Reglement, met stukken daarop betrekking hebbend. 1919, 1920, 1939, 1940. 1 omslag.

7.

Jaarverslagen over 1919, 1920, 1922-1938. 1920, 1921, 1923-1938, 1940. 1 omslag.

8.

Rooster van aftreding van het bestuur. z.j. (c. 1928) 1 stuk.

9.

Ingekomen stukken, doorslagen en concepten van uitgegane stukken van algemene aard. 1918-1930, 1932-1934, 1936-1940. 1 omslag.

10.

“Aanwijzingen betreffende Burgerwachten”, met wijzigingen. 1919. 1 katern en 1 stuk.

11.

“De Burgerwacht”, handleiding voor Commandanten en Leden der Vrijwillige Burgerwachten door G.J.H. Pelt. 1919. 1 katern.

BIJZONDER. 12.

Stukken betreffende de leden en lidmaatschappen. 1919, 1920, 1926, 1928, 1932-1938, 1940. 1 omslag.


13.

Stukken betreffende donateurs. 1920-1925, 1927, 1928, 1932, 1940. 1 omslag.

14-35. Jaarrekeningen van inkomsten en uitgaven, met bijlagen. 1919-1940. 22 omslagen. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 36.

1919. 1920. 1921. 1922. 1923. 1924. 1925. 1926. 1927. 1938. 1929.

25. 26. 27. 28. 29. 30. 31. 32. 33. 34. 35.

1930. 1931. 1932. 1933. 1934. 1935. 1936. 1937. 1938. 1939. 1940.

Stukken betreffende wapens en munitie. 1919, 1920, 1922, 1924, 1928, 1932, 1938, 1939. 1 omslag.

37.

Stukken betreffende uniformen en armbanden. 1919, 1937, 1940. 1 omslag.

38.

Stukken betreffende de schietbaan. 1920, 1923, 1925-1927, 1929, 1930, 1932, 1933. 1 omslag.

39.

Stukken betreffende wedstrijden en oefeningen. 1920-1930, 1932, 1933, 1935-1940. 1 omslag.

40.

Stukken betreffende de Nederlandsche Bond van Vrijwillige Burgerwachten en de Kring der Burgerwachten “Zuid-Beveland�. 1919-1921, 1923-1927, 1932, 1933, 1937-1940. 1 omslag.

INVENTARIS VAN HET ARCHIEF VAN DE STICHTING GOESSCHE SPORTBELANGEN, 1933-1959. door A.J. Barth, 1982. Inleiding. Bij raadsbesluit van 17 februari 1933 werd de stichting Goessche Sportbelangen door de gemeente Goes in het leven geroepen. De stichting had ten doel het voeren van het beheer over en de technische verzorging van de aan de gemeente Goes in eigendom toebehorende sport- en speelterreinen. Het bestuur bestond uit een lid van de gemeenteraad, een vertegenwoordiger van de dienst Gemeentewerken en personen afkomstig uit de sportverenigingen. Het aantal moest tenminste vijf bedragen. De leden werden benoemd door het college van burgemeester en wethouders. Ze werden benoemd voor een periode van 3 jaar. De stichting stond onder de voortdurende controle van burgemeester en wethouders. Begroting en rekening moesten door dat college worden goedgekeurd. De stichting kon personeel in dienst nemen. Bezoldigingsregelen en andere personele voorwaarden werden door het bestuur, onder goedkeuring van burgemeester en wethouders, vastgesteld.


In de oorlogsjaren heeft de stichting vrij normaal gefunctioneerd. Slechts in het jaar 1944 werden er geen vergaderingen gehouden. De laatste notulen uit 1943 konden niet worden ingeschreven. Deze waren, in concept, in het bezit van J.C. Dekker, die op zeker moment gevlucht is. Het kan niet anders dan dat het archief van de stichting zeer incompleet is. Het werd aangetroffen bij de opvolgster van de stichting, nl. de Stichting Sportbelangen. De stichting Goessche Sportbelangen werd in 1961 opgeheven. De laatste jaren van haar bestaan waren hoofdzakelijk slapend. Inventaris. A. ALGEMEEN. 1.

Notulen van de vergaderingen van het bestuur. 1933 april 25-1943 juli, 1945 maart 29-1957 april 17. 1 deel.

B. BIJZONDER. 2.

Statuten van de stichting. 1933 februari 17. 1 katern.

3.

Stukken betreffende de verhuur van sportterreinen. 1942, z.j. 4 stukken.

4.

Instructie voor de terreinknecht. 1956. 2 stukken.

5.

Stukken betreffende het aanleggen van een lichtinstallatie door de G.V. en A.V. Goes. 1956. 3 stukken.

6.

Arbeidsovereenkomst, aangegaan met P.J. Slabbekoorn. 1957. 2 stukken.

7.

Begrotingen van inkomsten en uitgaven. 1958, 1959. 6 stukken.

8.

Voorwaarden tot verpachting van het recht van verkoop van consumptieartikelen op het gemeentelijk sportterrein. 1959. 3 stukken.

INVENTARIS VAN HET ARCHIEF VAN DE STICHTING SPORTBELANGEN GOES, 1961-1971. door A.J. Barth, 1982. Inleiding. In 1961 werd de Stichting Goessche Sportbelangen, die reeds jaren een slapend bestaan had geleid, opgeheven. De gemeenteraad van de voormalige gemeente Goes stelde bij besluit van 19 augustus 1961 de statuten van de stichting Sportbelangen Goes vast. De stichting had ten doel het verzekeren van een zo groot mogelijke samenwerking tussen gemeentebestuur en privaatrechterlijke organisatie en tussen laatstgenoemden onderling bij de bevordering van de beoefening van sport en spel.


Deze doelstelling diende bereikt te worden door middel van propageren van een juiste sportbeoefening, het bevorderen van medische sportkeuringen, het geven van advies aan burgemeester en wethouders over sportzaken en de vervulling van andere wettige taken, die bevorderlijk waren voor de verwezenlijking van het doel der stichting. De stichting kende een Algemeen Bestuur, dat ten hoogste 35 leden mocht tellen en een Dagelijks Bestuur van tenminste 7 leden. In het Algemeen Bestuur waren vertegenwoordigers van de plaatselijke sportverenigingen aanwezig, met een lid van het college van burgemeester en wethouders, ten hoogste drie gemeenteraadsleden en een door het college aan te wijzen ambtenaar. De leden werd benoemd door burgemeester en wethouders. De zittingsduur bedroeg 3 jaar. Het Dagelijks Bestuur werd gekozen door het Algemeen Bestuur. Het was belast met het dagelijks toezicht, het beheer en de exploitatie van de bij de stichting ingebrachte terreinen en inrichtingen. Voorts bereidde het de zaken voor, die in het Algemeen Bestuur behandeld moesten worden, terwijl het ook burgemeester en wethouders van advies moest dienen. De geldmiddelen van de stichting bestonden uit het stichtingskapitaal, bijdragen van organisaties, bijdragen van donateurs, baten verkregen door exploitatie van terreinen en gebouwen, subsidies van de gemeente Goes en van andere publiekrechtelijke of privaatrechtelijke instellingen, alsmede schenkingen, erfstellingen en legaten. De boekhouding werd verzorgd door een ambtenaar van de gemeente Goes. De stichting had het openluchtzwembad, de gemeentelijke gymnastieklokalen, het sportpark aan het Schenge en het sportterrein bij de melkfabriek in exploitatie. Ook de in 1969 gereed gekomen sporthal werd door de stichting geĂŤxploiteerd. In 1971, toen de Goese sportraad ging functioneren en die toen het sportgebeuren in de nieuwe gemeente Goes ging overkoepelen, was er voor de stichting geen plaats meer. Ze werd opgeheven. Exploitatie van de sportaccommodaties geschiedde door het Bedrijf Sportaccommodaties. Het in dienst van de stichting zijnde personeel kwam in dienst van de gemeente Goes. Het archief van de stichting berustte reeds bij de gemeente Goes. De secretaris-penningmeester was een ambtenaar in dienst van de gemeente. Het is nimmer bij de afdeling Interne Zaken van de secretarie in bewaring geweest noch verzorgd. Bij de overbrenging naar de gemeentelijke archiefdienst zijn de bijlagen tot de rekeningen van inkomsten en uitgaven achtergebleven op het stadskantoor en aldaar vernietigd. Inventaris. A. STUKKEN VAN ALGEMENE AARD. 1. Notulen. 1-8.

Notulen van de vergaderingen van het dagelijks bestuur. 1964-1971. 8 omslagen. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

9.

10.

1964. 1965. 1966. 1967. 1968. 1969. 1970. 1971.

Presentielijsten van de vergaderingen van het dagelijks bestuur. 1964-1970. 1 omslag. Notulen van de vergaderingen van het algemeen bestuur. 1964-1970. 1 omslag.

11.

Presentielijsten van de vergaderingen van het algemeen bestuur. 1965-1971. 1 omslag.


2. Correspondentie. 12-14. Ingekomen stukken en doorslagen van uitgegane stukken, alfabetisch op naam van de afzender of geadresseerde geordend. 1962-1964. 3 pakken. 12. 1962. 13. 1963, 1964, letters A-K. 14. 1963, 1964, letters L-Z. 15.

Ingekomen stukken en doorslagen van uitgegane stukken, chronologisch geordend. 1965-1969. 5 pakken. 15. 1965. 16. 1966. 17. 1967. 18. 1968. 19. 1969.

20-24. Staten van ingekomen en uitgegane stukken. 1966-1971. 5 deeltjes. 20. 21. 22. 23. 24.

1966. 1966. 1967, 1968. 1968, 1969. 1969-1971.

3. Jaarverslagen. 25.

Verslagen omtrent de toestand van de stichting en de door haar beheerde sportaccommodaties. 1964-1968. 1 omslag.

B. STUKKEN BETREFFENDE BIJZONDERE ONDERWERPEN. 1. Reglementen en bestuur. 26.

Stukken betreffende het benoemen van en het geven van ontslag aan leden van het bestuur. 1961-1971. 1 omslag.

27.

Statuten van de stichting, met stukken betreffende de vaststelling en wijziging. 1961, 1963-1965. 1 omslag. Concept van het huishoudelijk reglement. c. 1965. 1 stuk. Stukken betreffende de opheffing van de stichting. 1971. 2 stukken.

28. 29.

2. Aangelegenheden betreffende het personeel. 30-39. “Persoonsdossiers�, stukken betreffende het personeel in dienst van de stichting. 1962, 1965-1971. 22 stukken en 1 pak. 30. J. Bal-Nooteboom 1970, 2 stukken 31. A. Imanse 1962, 1 stuk 32. W.A. de Jager 1967, 1968, 2 stukken 33. C.P. Koster 1966, 3 stukken


34. J. de Lange 1970, 4 stukken 35. J.H. de Ridder 1969, 1971, 5 stukken 36. P.J. Slabbekoorn 1966, 1968, 2 stukken 37. P. Tilroe 1968, 1 stuk 38. A.P.G. van Voorst van Beest 1965-1971, 1 pak 39. P. Wijs 1966, 1968, 2 stukken 40.

Stukken betreffende de bezoldiging van het personeel. 1966-1969. 6 stukken.

41.

Instructie voor de chef-badmeester. 1966. 2 stukken.

3. Aangelegenheden betreffende de financien. a. Begrotingen. 42-50. Begrotingen van ontvangsten en uitgaven, met stukken betreffende de wijzigingen. 1962-1970. 9 omslagen. 42. 1962 43. 1963 44. 1964 45. 1965 46. 1966 47. 1967 48. 1968 49. 1969 50. 1970 b. Rekeningen. 51-55. Rekeningen van ontvangsten en uitgaven. 1964-1968. 4 omslagen en 2 stukken. 51. 52. 53. 54. 55.

1964 (2 stukken) 1965 1966 1967 1968

4. Aangelegenheden betreffende sportaccommodaties. a. Sportvelden. 56.

Algemene regeling voor het beheer en de exploitatie van sportterreinen. 1961. 2 stukken.

57.

Rapport betreffende de behoefte aan accommodatie voor buitensporten 1964. 1 omslag.

58.

Stukken betreffende de vaststelling van de tarieven voor het gebruik van de sportvelden. 1968, z.j. 4 stukken.

59.

Reglement voor het gebruik van de sintelbaan op het sportterrein aan de Westhavendijk. c. 1970. 1 stuk.


b. Zwembad. 60.

Bestek, met tekeningen, voor de bouw van het zwembad. 1962. 1 omslag.

61.

Stukken betreffende de tarieven voor het gebruik van het zwembad. 1965, 1967, 1968. 3 stukken.

62.

Stukken betreffende het beteugelen van de waterverontreiniging in het zwembad. 1968, 1969. 1 omslag.

63.

Verordening regelende het gebruik van de gemeentelijke openlucht zweminrichting. c. 1968. 3 stukken.

64.

Lijst van goederen, aanwezig in het zwembad. 1969. 5 stukken.

c. Sporthal en gymnastieklokalen. 65.

Stukken betreffende de stichting van de sporthal. 1967-1969. 1 omslag.

66.

Stukken betreffende de tarieven voor het gebruik van de gymnastieklokalen. 1968, z.j. 4 stukken.

67.

Stukken betreffende de inrichting van de sporthal. 1968, 1969. 1omslag.

68.

Stukken betreffende de exploitatie van het restaurant van de sporthal. 1969. 1 omslag.

69.

Verordening regelende de vaststelling van het tarief voor het gebruik van de sporthal. c. 1969. 1 stuk.

INVENTARIS VAN HET ARCHIEF VAN HET LEESGEZELSCHAP “LUST TOT ONDERZOEK”, TE KLOETINGE, 1864-1980. door A.J. Barth, 1982. Inleiding. In december 1864 werd te Kloetinge het leesgezelschap “Lust tot Onderzoek” opgericht. J.C. Witte werd voorzitter, J.A. van Maaren secretaris. Het doel van de vereniging werd als volgt omschreven: “het doel dezer vereeniging is, om door het lezen van geschikte werken en het houden van vergaderingen, waarin vrijwillige lezingen en bijdragen gedaan worden, den lust tot onderzoek op te wekken, daardoor de kennis uit te breiden en tevens den leden aangename en nuttige ontspanning te verschaffen”. Eenmaal per jaar werden de tijdschriften en boeken bij opbod verkocht. Van de opbrengst konden dan weer nieuwe aangeschaft worden. Het gezelschap vergaderde meestal in de consistorie van de Geerteskerk, totdat van de zijde van de Hervormde Gemeente bezwaar gemaakt werd. De vergaderingen werden toen in de gemeenteherberg gehouden en naderhand in gebouw Amicitia. De leesportefeuilles werden bij de leden bezorgd door een bode. Van de bode Leys zijn twee brieven bewaard gebleven waarin deze verzoekt om een hoger salaris.


Het 100-jarig bestaan werd feestelijk herdacht op 13 januari 1965. De laatste vergadering werd gehouden op 28 februari 1980. Men besloot toen tot opheffing van de vereniging, aangezien het niet meer mogelijk bleek de doelstelling van de vereniging naar behoren te vervullen. De vergrijzing van de vereniging zal overigens ook een rol hebben gespeeld. In diezelfde vergadering werd besloten het archiefje van de vereniging in bewaring te geven aan de archiefdienst. De voorzitter, B.M. van Nieuwenhuijze werd gemachtigd ter zake de nodige stappen te ondernemen. In mei 1982 werd het archiefje gedepondeerd. Inventaris. 1-5.

Notulen van de vergadering van het leesgezelschap. 1964-1882, 1896-1980. 1. 2. 3. 4. 5.

5 delen. 1864 januari 6 – 1873 januari 10 1873 januari 23 – 1882 december 12 1896 februari 6 – 1911 maart 14 1911 maart 28 – 1941 januari 9 1941 februari 6 – 1980 februari 28 N.B. Invent. nr. 1 bevat een ledenlijst, inventaris nr. 4 bevat een Reglement voor het leesgezelschap en invent. nr. 5. bevat een lijst van gekozen bestuursleden.

6.

“Feestlied” gezongen op het feest ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan. 1891 januari 28. 1 stuk.

7.

Brieven van W. Leijs betreffende verhoging van diens tractement voor het rondbrengen van portefeuilles. 1916, z.j. 2 stukken.

8.

Reglement voor het leesgezelschap. 1927. 1 deeltje.

9.

“Programma” voor de viering van het 100-jarig bestaan 1 stuk.


INVENTARIS VAN HET ARCHIEF VAN HET COMITE TOT VERLENING VAN STEUN AAN HULPBEHOEVENDEN TE KLOETINGE, 1914-1920. door A.J. Barth, 1975. Inleiding. Op 11 september 1914 werd, naar aanleiding van de circulaire van de Verplegingscommissie voor het district Noorden Zuid-Beveland, het Comité tot verlening van steun aan hulpbehoevenden Kloetinge in het leven geroepen. Als voorzitter fungeerde de burgemeester van Kloetinge, W.F.J. Waghto, die in 1917 werd opgevolgd door A. Th. A. Waghto, die in 1916 tot burgemeester van Kloetinge was benoemd. Als secretaris fungeerde E. Hoek. De taak van het Comité betrof het hulpverlenen zowel aan Belgische vluchtelingen als aan landgenoten, die ten gevolge van de Eerste Wereldoorlog in kommervolle omstandigheden verkeerden. De laatste vergadering van het Comité werd gehouden op 23 maart 1920, waarin blijkens de notulen, werd besloten het archief ten gemeentehuize te deponeren. In de inventaris van het Archief der gemeente Kloetinge (1569-1929) door G. Statermann werd het archief van het Comité beschreven onder nummer 465, 466 en 467.


ALGEMEEN. 1.

Notulen van de vergaderingen. 1914 september 11 – 1920 maart 23. 1 katern.

2-7.

Ingekomen stukken. 1914-1919, z.j. 6 omslagen. 2. 3. 4. 6. 7.

1914 1915 1916 1917 1919, z.j.

BIJZONDER. 8. Staat van vluchtelingen uit België verblijvend in de gemeente Kloetinge en aldaar ondersteund. 1914, 1915. 1 katern. 9. Afschrift van een bericht uit de Nieuwe Rotterdamsche Courant betreffende het in dienst nemen van Belgische spoorwegarbeiders door het Engelse spoorwegbestuur. 1914 december 12. 1 stuk. 10. Rekeningen en kwitanties. 1918, 1919. 1 omslag. 11. Staat van beschikbaarstelling van kleding en schoeisel aan diverse personen. z.j. 1 stuk. 12. Bonnen waarop klompen zijn te verkrijgen, met lijst van handelaren in klompen. z.j. 1 omslag. 13. Concept van een brief aan de diaconie van de Ned. Herv. kerk, het Burgerlijk Armbestuur en het college van Kerkvoogden van de Ned. Herv. kerk te Kloetinge met het verzoek om geld beschikbaar te stellen voor het verlenen van ondersteuning aan werklozen. z.j. 1 stuk. 14. Lijst van Belgische uitgewekenen die verblijf houden of hielden te Goes. z.j. 1 stuk.

INVENTARIS VAN HET ARCHIEF VAN DE A.R. KIESVERENIGING “VOOR NEDERLAND EN ORANJE” TE KLOETINGE, 1931-1970. door A.J. Barth, 1982. Inleiding. Op 1 mei 1931 werd te Kloetinge de Anto-Revolutionaire kiesvereniging “Voor Nederland en Oranje” opgericht. Grondslag van de vereniging was het Program van Beginselen van de ARP van 1 januari 1878. Doel van de vereniging was het verspreiden van de kennis omtrent de antirevolutionaire beginselen, hen die deze beginselen reeds beleden tot eendrachtige samenwerking te brengen en bij verkiezingen als anderszins leiding te geven aan staatkundige handelingen en de behartiging van gemeentelijke belangen.


Het bestuur bestond uit 7 leden. Volgens rooster traden elk jaar twee leden af, het derde jaar drie leden. Het eerste bestuur bestond uit R. Buitenhuis, voorzitter, J. Meeuwse, G. de Dreu, secretaris, W. Nieuwdorp, penningmeester en P.J. Herdink. Van het wel en wee van de vereniging voor de Tweede Wereldoorlog is niets bekend. Aangenomen moet worden dat de bescheiden van de vereniging als gevolg van de Duitste bezetting verloren zijn gegaan. Bij brief van 17 juli 1941 berichtte de burgemeester van Kloetinge een notulenboek, exemplaar van de statuten en circulaires van dr. H. Colijn in ontvangst te hebben genomen. In 1969, ten tijde van het proces van de herindeling, vond er een samenspreking plaats tussen de AR-kiesverenigingen van Goes, Kloetinge Wolphaartsdijk en ’s Heer Hendrikskinderen. Tot een fusie werd er niet besloten. Het notulenboek eindigt met een verslag van de vergadering van 6 november 1970. In hoeverre de vereniging tot de totstandkoming van het CDA een slapend bestaan valt niet te beoordelen. Het archief van de kiesvereniging werd door de CDA-afdeling Goes aan de archiefdienst ultimo 1981 in bewaring gegeven. Inleiding. 1. Notulen. 1.

Notulen van de vergaderingen van het bestuur en van het bestuur met de leden. 1945 april – 1970 november 6. 1 deel. N.B. Achterin rooster van aftreden van bestuursleden.

2. Correspondentie. 2.

Ingekomen stukken en doorslagen van uitgegane stukken. 1941, 1945, 1946, z.j. 1 omslag.

3. Jaarverslagen. 3.

Verslagen omtrent de toestand van de vereniging uitgebracht door het bestuur aan de ledenvergadering. 1946, 1951-1956, 1960. 9 stukken.

4. Statuten. 4.

Afschrift van de statuten. 1931. 1 deeltje.

INVENTARIS VAN HET ARCHIEF VAN DE EIGENAREN VAN DE MEESTOOF DE EENDRACHT TE WOLPHAARTSDIJK, 1870-1878. door F.H. de Klerk, 1980 Inleiding. De oprichting van de meestof De Eendracht te Wolphaartsdijk vond plaats in 1870. Een veertiental kapitaalkrachtigen die direct of indirect bij de landbouw betrokken waren, werden gezamenlijk eigenaar. Ieder van hen stortte een beginkapitaal van f 1500,- waarna begonnen kon worden met verwerving van grond en de bouw van de stoof. Het bestuur van de onderneming berustte bij twee eigenaren, die om het andere jaar aftraden doch meteen herkiesbaar waren. De eerste steen werd gelegd op 17 juli 1871.


Als personeel waren een boekhouder, droger, stamper, knecht en onderlui, drijvers, op- en afdoeners, mandenladers en overdorsers aangezocht. Het aantal arbeiders in een stoof tijdens het arbeidsseizoen kon varieĂŤren van 9 tot 40 man. De Eendracht was een van de grotere ondernemingen in Zeeland en had ongetwijfeld een aanzienlijk aantal werklieden in dienst. Na 1876 werd geen meekrap meer in de stoof verwerkt. Het op de markt brengen van kunstmatig verkregen rode verfstof deed de vraag naar meekrap snel dalen. In 1878 verkochten de eigenaren de meestoof. Ieder van hen had een verlies geleden van f 754,70. Archief. Tijdens het korte bestaan van de meestoof werd een bescheiden archief gevormd. In 1878 werd dit archief overgebracht naar het gemeentehuis van Wolphaartsdijk, waar het tot 1970 bleef berusten. In dat jaar vond een gemeentelijke herindeling plaats, waarbij de gemeente Wolphaartsdijk opging in de nieuwe gemeente Goes. Bij de herinventarisatie van het archief van de gemeente Wolphaartsdijk tot 1933 in 1976 kwamen de stukken van de meestoof tevoorschijn. In de oude inventaris van het gemeentearchief, in de jaren 1950 door G. Stadermann vervaardigd, waren onder inventarisnummers 708-710 de bescheiden van de meestoof opgenomen. Met deze nieuwe inventaris vervalt die registratie. Concordantie. Oude nummering volgens Inventaris van het oud-archief van de gemeente Wolphaartsdijk, 1700-1932, door G. Stadermann. Z.p. en j. (getypt). 708 wordt nieuwe nummer 2. 709 wordt nieuwe nummer 4, 5, 8, 9. 710 wordt nieuwe nummer 1, 3, 6, 7, 10, 11, 12, 13, 14.

Inventaris. I. ALGEMEEN. 1.

Akte waarbij I.G.J. van den Bosch, C. van Damme, J. van Damme, D. Goetheer, G. de Jager, J.M. Kakebeeke, W.L. Kakebeeke, mr. C.P. Lenshoek, A. Remijnse, A. Schipper, A. van Strien, H. van Strien, J. van Strien en J.J. van Weel verklaren deel te nemen in een op te richten meestoof te Wolphaartsdijk. 1871 mei 6. 1 stuk.

2.

Notulen van vergaderingen van de eigenaren van de meestoof. 1871-1878. 1 deel.

3.

Reglement voor de eigenaren van de meestoof, in viervoud. 1871 juli 17. 4 stukken.

4.

Ingekomen stukken. 1871-1878. 1 omslag.

5.

Afschriften van uitgegane brieven. 1871-1876. 1 katern.

II. BIJZONDER. a. Personeel. 6.

Sollicitatiebrieven. 1870, 1871, 1875, 1877. 1 omslag.

7.

Getuigschrift voor Christiaan van den Berge, droger in de meestoof. 1872 augustus 7. 1 stuk.


b. Financiën. 8.

Rekening van ontvangsten en uitgaven van de bouw van de meestoof. 1872 augustus, 7. Met bijlagen. 1871, 1872. 1 omslag.

9.

Rekening van ontvangsten en uitgaven van de exploitatie van de meestoof. 1871-1878. Met bijlagen. 1872-1876. 1 omslag.

c. Eigendommen. 10.

Akte waarbij aan Leonardus Dignus van de Linde en Leonardus Witters, timmerlieden te Kortgene, de bouw van de meestoof gegund wordt voor de som van f 17.500,-. 1 stuk.

11.

Uittreksel uit het kadastrale plan van de gemeente Wolphaartsdijk, sectie A. 1871 mei. 1 stuk.

12.

Polissen van brandverzekering bij de Onderlinge Brandwaarborg Maatschappij te Middelburg en de Assurantie-Maatschappij tegen brandschade te Zutphen. 1871, 1877. 4 stukken.

13.

Inventaris van goederen en materialen in de meestoof. 1872 januari. 1 stuk.

14.

Begroting van inkomsten uit de sloop van de meestoof. 1878 april 27. 1 katern.

INVENTARIS VAN HET ARCHIEF VAN DE SOCIETEIT “NUT EN GENOEGEN” TE WOLPHAARTSDIJK, 1885-1910. door J. van Tiggelen, 1975. Inleiding. Bij bijeenkomsten van een 20-tal ingezetenen van Wolphaartsdijk werd op 9 en 15 december een sociëteit opgericht met de welsprekende naam “Nut en Genoegen”. De initiatiefnemer was D.C. la Porte. De doelstelling van de sociëteit was erop gericht “de uiterlijk welsprekendheid te beoefenen, het gezellig samenzijn te bevorderen. In de zomermaanden kwam men eens in de maand en in de wintermaanden eens in de veertien dagen samen op de woensdagavond. Er werd onderscheid gemaakt tussen werkende en niet-werkende leden. Werkende leden waren verplicht voordrachten te houden. Bij gebrek aan belangstelling is de sociëteit in 1910 opgeheven. Tijdens de laatste bijeenkomst werd het voorstel om de notulenboeken op het gemeentehuis te deponeren, zonder stemming aangenomen.


INVENTARIS. 1.

Notulen van de bijeenkomsten. 1885 december 2 – 1910 januari 25. 1 band.

2.

Aantekeningen voor het opmaken van notulen. z.j. 1 stuk.

3.

Reglementen. 1885, 1897. 2 katernen.

--.

--.

--.

Lijst van de oprichters. 1885. N.B.

Bevindt zich in nr. 1.

Lijst van de bestuursleden. z.j. (ca. 1885). N.B.

Bevindt zich in nr. 1.

Lijst van sprekers. z.j. (ca. 1885). N.B.

--.

Bevindt zich in nr. 1.

Staat van werkende leden met aantekeningen betreffende het beëindigen van het lidmaatschap. 1885-1897. N.B. Bevindt zich in nr. 1.

INVENTARIS VAN HET ARCHIEF VAN DE A.R. KIESVERENIGING “VOOR NEDERLAND EN ORANJE” TE WOLPHAARTSDIJK, 1904-1971. door A.J. Barth, 1892. Inleiding. Op 30 maart 1904 werd te Wolphaartsdijk de Anti-Revolutionaire Kiesvereniging “Voor Nederland en Oranje” opgericht. Tot voorzitter werd gekozen A. Nagelkerke, tot secretaris J. Kooiman. De grondslag van de vereniging was het Program van Beginselen van de A.R.P. van 1 januari 1878. Doel van de vereniging was het verspreiden van de kennis van de anti-revolutionaire beginselen, hen die deze beginselen reeds aanhingen tot eendrachtige samenwerking te brengen en bij verkiezingen leiding te geven aan de staatkundige handelingen en behartiging der gemeentelijke belangen, aldus artikel 2 van de statuten van de vereniging. Het bestuur van de vereniging bestond uit 7 leden. Volgens rooster traden er elk jaar twee leden af. Het derde jaar drie leden. Het archief van de kiesvereniging is verre van compleet. De correspondentie is verloren gegaan, ook ontbreken er notulen van de vergaderingen. In hoeverre zulks een gevolg is van de Duitse bezetting, toen politieke partijen hun aktiviteiten moesten beëindigen, valt niet meer te achterhalen. Ten tijde van de herindeling van gemeenten op Zuid-Beveland is er in 1969 tussen de A.R. Kiesverenigingen werkzaam op het grondgebied van de thans bestaand gemeente Goes sprake geweest van een samengaan van de verenigingen te Goes, Kloetinge, ’s Heer-Henrdikskinderen en Wolphaartsdijk. Slechts de vereniging te ’s Heer Hendrikskinderen verenigde zich met die te Goes. De vereniging Wolphaartsdijk bleef zelfstandig, doch zegde toe loyaal mee te werken aan het kandidaatstellen ten behoeve van de nieuwe gemeenteraad. In 1974 werd te Goes de Christelijke Groepering Goes opgericht, waarin ARP, KVP en CHU gingen samenwerken. Of in dat jaar reeds besloten werd tot een samengaan van de onderscheidene kiesverenigingen is niet zeker. Toen echter het CDA een feit werd, werden de bestaande kiesverenigingen opgeheven. Het archief van de kiesvereniging werd door het plaatselijke CDA-bestuur aan de archiefdienst in bewaring gegeven. Dat geschiedde ultimo 1981.


Inventaris. 1. NOTULEN. 1-4.

Notulen van de vergaderingen van de leden van de vergaderingen van het bestuur. 1904-1916, 1945-1971. 4 delen. 1. 1904 april 13 – 1916 juni 24. N.B. Bevat ook lijst van leden. 2. 1945 febr. 21 – 1952 febr. 21. N.B. Bevat ook rooster van aftreden van bestuursleden. 3. 1952 maart 20 – 1962 november 21. N.B. Bevat ook rooster van aftreden van bestuursleden. 4. 1963 december 3 – 1971 januari 29. N.B. Bevat rooster van aftreden van bestuursleden en lijst van leden, 1971.

5.

Notulen van de vergaderingen van het bestuur met het bestuur van de Chr. Historische Kiesvereniging. 1911 juni 7 – 1913 juni 7. 1 deeltje.

2. JAARVERSLAGEN. N.B.

De jaarverslagen, voor zover aanwezig, zijn opgenomen in de inventarisnummers 1-4.

3. STATUTEN. 6.

Afschrift van de statuten en het huishoudelijk reglement. 1904. 1 deeltje.

4. POLITIEKE AKTIVITEITEN. 7.

Programma voor het bestuur van de gemeente. z.j. (c. 1935). N.B.

1 deeltje. Bevat ook leidraad voor te houden gemeenteraadsverkiezingen en een inleiding over “Overheid en Maatschappij”.

INVENTARIS VAN HET ARCHIEF VAN DE STICHTING SPORTVELD TE WOLPHAARTSDIJK 1948-1973. door A.J. Barth, 1982. Inleiding. Bij besluit van de raad van de voormalige gemeente Wolphaartsdijk van 27 november 1947 werd de Stichting Sportveld opgericht. Deze stichting kreeg tot taak het voeren van beheer over en technische verzorging van de in Wolphaartsdijk aangelegde sportterreinen, dit in de ruimste zin des woords. Het bestuur van de stichting werd benoemd door het college van burgemeester en wethouders. Het bestond uit tenminste vijf leden, waarvan er één lid van de raad moest zijn. Voorzitters van de stichting zijn geweest P. Kik en A. Schout. De voormalige gemeentesecretaris J.P.J. Ruisaard was secretaris-penningmeester. Na de herindeling per 1 januari 1970 werd de stichting onder de hoede van het gemeentebestuur van de nieuwe gemeente Goes opgenomen. Door het instellen van de Goese Sportraad moest de stichting worden opheven, hetgeen bij raadsbesluit van 16 november 1972 geschiedde. De sportterreinen werden sedertdien beheerd door de Goese Sportraad. Onderhoud en beplanting werden vanaf 1972 verzorgd door de Dienst Openbare Werken. Het archiefje van de stichting werd door de secretaris-penningmeester overgedragen aan het gemeentebestuur van Goes. Bij de inventarisatie zijn daarvoor in aanmerking komende bescheiden, zoals de bijlagen tot de rekeningen van ontvangsten en uitgaven vernietigd.


Inventaris. ALGEMEEN. 1.

Notulen van de vergaderingen van het bestuur. 1948 februari 23 – 1972 december 28. 1 deeltje.

2.

Jaarverslagen betreffende de werkzaamheden van de stichting. 1948-1957. 1 omslag.

STUKKEN BETREFFENDE BIJZONDERE ONDERWERPEN. 1. Bestuur en reglementering. 3.

Statuten met stukken betreffende de wijzigingen. 1947, 1964, 1966, 1967. 1 omslag.

4.

Stukken betreffende de benoeming van bestuursleden. 1953, 1962, 1966, 1969.

5.

Stukken betreffende de opheffing van de stichting. 1972, 1973. 7 stukken.

2. Stukken betreffende financiĂŤle aangelegenheden. 6.

Begrotingen van inkomsten en uitgaven. 1948-1973. 1 omslag.

7.

Kasboek van inkomsten en uitgaven. 1948-1972. 1 deeltje.

8.

Rekeningen van inkomsten en uitgaven. 1948-1971. 1 omslag.

3. Stukken betreffende gebruik en onderhoud van terreinen. 9.

Stukken betreffende het reglement op het gebruik van het gemeentelijk sportterrein. 1947, 1950, 1971. 6 stukken.

10.

Stukken betreffende het gebruik van het sportterrein door V.V. Wolphaartsdijk. 1948-1950, 1965, 1971. 6 stukken.

11.

Stukken betreffende het gebruik van het sportterrein door korfbalvereniging Vitesse. 1948, 1950, 1964. 4 stukken.

12.

Stukken betreffende de verleende vergunningen tot het verkopen van consumptieartikelen op het sportterrein. 1948-1950, 1956, 1967. 7 stukken.

13.

Stukken betreffende het gebruik van het sportterrein door gymnastiekvereniging UDI. 1948. 2 stukken.

14.

Stukken betreffende verbetering en onderhoud van het sportterrein. 1949, 1956, 1957, 1960-1963, 1971, 1972. 1omslag.

15.

Akten betreffende de huur van een perceel grond in de Zuiderlandpolder. 1952, 1957. 2 stukken.


INVENTARIS VAN HET ARCHIEF VAN DE BIBLIOTHEEK VAN WOLPHAARTSDIJK, 1949-1975. door H. Uil, 1975. Inleiding. De bibliotheek te Wolphaartsdijk ontstond in de twintiger jaren als leesgezelschap van het Christelijk Jongeren Verbond. Uit de boekenvoorrad ontstond de bibliotheek. Rond 1940 beschikte de bibliotheek over c. 700 boeken. In de oorlogsjaren werd clandestien uitgeleend. Na de oorlog steeg de belangstelling voor de bibliotheek. Er werden boeken uitgeleend voor 2 cent per boek per week. Door de februariramp van 1953 gingen enkele honderden boeken verloren. Dankzij de hulp van Vlaardingen en van het Rampenfonds kon de bibliotheek opnieuw aangevuld worden (1). In 1954 kon de secretaris van de Stichting C.J.M.V. Lectuurvoorziening aan de heer Joh. Kaboord schrijven dat de bibliotheek “de grootste of althans een der grootste C.J.M.V. Bibliotheken van Zeeland” was. Na de opheffing van de afdeling Wolphaartsdijk van de C.J.V. werd de bibliotheek voortgezet door een commissie bestaande uit: J. Kaboord, voorzitter; mevr. K. Eggebeen-Verhage, secretaresse; E.J. Reinhoudt, penningmeester; mevr. M. de Visser-Branderhorst en J. Katsman. De bibliotheek was tot de opheffing van de C.J.V. in de Leerkamer van de afdeling Wolphaartsdijk gevestigd, daarna in de Kleuterschool aan de Prinses julianaweg en tenslotte (vanaf 1970) in het voormalige gemeentehuis van Wolphaartsdijk. Per 1 september 1975 werd de Bibliotheek opgeheven. De boeken werden overgedragen aan de Openbare Bibliotheek te Goes. Als bibliothecarissen hebben onder andere gefungeerd: C. Verheule, D.L. Travenier, J. Kaboord en C.M. Reinhoudt. (2) Door bemiddeling van de heer J. Kaboord werd het archiefje op 30 oktober 1975 overgedragen aan de Gemeente Goes. Noten: 1. 2.

Aantekeningen van de heer J. Kaboord over de Bibliotheek te Wolphaartsdijk, 1975. Dossierverz. Gemeentelijke archiefdienst Goes nr. 543. Inventarisnummer 1.

Inventaris. 1.

Ingekomen stukken en doorslagen van uitgegane stukken. 1954-1975. 1 omslag.

2.

Op rijm gezet verslag van de bibliothecaris. z.j. 2 stukken.

3.

Katalogi van de bibliotheek, met aanvullingen. 1949, 1950, 1952, 1954, 1963, 1964, z.j. 1 omslag.

4.

Ingekomen nota’s en rekeningen en stukken betreffende de rekening bij de post-, cheque- en girodienst. 1954-1956, 1961-1968. 1 omslag.

inventaris_nr_04_kleine_archieven  

inventaris_nr_04_kleine_archieven

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you