Issuu on Google+

Transcriptie (m.u.v. Franse tekst)

Door: Mevr. M. Torbijn-Reijnhout Mevr. S.J.P. Oostdijk-de Kraker


ONDERWERPEN: Blz.: -

-

-

-

-

-

-

-

Rapport over annotatien van den rente, 100sten penninck, verhoogynge van den impost Furneren penningen Uitnodiging een gedeputeerde af te vaardigen Brief aan de Graaf van Nassau over fortificatie Goes Poincten ende articulen te stipuleren bij de Gedeputeerde der stadt Vlissyngen van de Staten van Zeelandt Brief aan de heren Gecommitteerde Raden van de Staten ’s landts ende Graeffelicheyts van Zeelandt over de forten op het eiland Tholen Extract uyttet resolutiebouck van de gemeene Magistraten van van den Eylande van der Tholen over de grote lasten in verband met de garnizoenen Stuk over het verpachten van de Zeeuwschen Thol ende het Bailluischap ten watere Brief van Jacob Valcke dat Burghemeesters en Regierders der stadt Delft zich beklagen dat geen bier in het land van Goes tegen een prijs hoger dan 12 schelling de ton verkocht mag worden Inventaris van aan de orde komende onderwerpen in de Staten van Zeeland op 2 maart 1586 (impost laken) Brief van Parduyn aan de Staten van Zeelandt over achterstand in de betaling van renten Extract uit de rekening van wijlen de tresorier-generaal Adriaen Manmacker en andere stukken betreffende betalingen Notulen van de verpachtinge van de twee stuvers op de tonne biers Kopie voor Burgemeester, schepenen en de raad van Goes van brief aan de Graaf van Leycester tot instelling van een biddag op 10 april 1586 Brief van de graaf van Solms aan de burgemeesters en raad van Goes met verzoek de kosten van zijn “dienars tot Cruningen” te betalen Brief van de graaf van Leycester over heffingen op zout,zeep en bier ter dekking van de kosten van oorlog Stukken over heffingen en het fourneren van geld i.v.m. oorlog Extract notulen van 10 dec 1586 de Ged. Staten van Zeeland over het verkrijgen van geldelijke middelen voor de oorlogsvoering Extract uit het register van de resoluties van de Generale Staten der geunieerde Nederlandse provincies van 12 mei 1586 over het maken van een veldleger Stuk van de Landraad behandeld in de vergadering van de Generale Staten van 17 mei 1586 i.v.m afdoening en sluiting van rekeningen, incl. inventaris van de stukken van Zeeland Opsomming van nodige reparaties die te doen zijn aan de versterkingen van de stad Vlissingen Brief van Christiaen Roels over “processen en questien”in Zeeland waarvan de besluiten te lang uitblijven Aanvulling bij de Hoge Raad van Appel – die op het punt stonden behandeld te worden – naar de editie van de instructie van de Hoge Raad

1 2 3 4,5 8-10

11,12

13,14 15

16 17-36 39 40-45 46-51

52-54

55,56 60,61 62-71 72-77

78-84

85-87 88 89,90

91-96


-

-

-

-

-

-

Bepalingen van de Hoge Raad, leveringen van soldaten en declaraties Stuk van Leycester over premie op het buitmaken van oorlogsschepen van Duinkerken en andere vijandelijke havens Brief van Jacob Valcke aan burgemeester en schepenen van Goes waarin melding gemaakt wordt dat f. 400.000 benodigd is voor een veldleger Kopie van de brieven van de koning van Spanje aan de koning van Denemarken over de bescherming van de katholieke leer Brief van de Staten van Zeeland over bovengenoemde stukken, waarin aan de orde komt het bijeenbrengen van f.40.000 Ingekomen stukken voor de vergadering van de Staten van Zeeland van 17 september 1586. De handel met Frankrijk wordt door de Staten van Holland en Zeeland niet belemmerd. Uittreksel uit de notulen van 10 aug. 1586 over het 15e artikel van de Unie van Utrecht over interpretatieverschillen Turf en kaarsen ten behoeve van de wachten in de stad Brielle worden gedaan uit de inkomsten van de verponding over het land van Voorne.Het onderhoud van zieke soldaten daar wordt betaald uit de maandelijkse bezoldiging van de compagnien. Goedkeuring gevraagd om aan Koningin Elisabeth I enkele leningen te vragen Brief van Robbert graaf van Leycester, waarin hij bovenstaande goedkeuring aanbeveelt. Stuk aan schepenen en de raad van Goes betreffende betaling en aanmonstering van ruiters Specificatie van de geestelijke renten op het Markiezaat van Veere en Vlissingen Stuk over erven en alimentatie van burgers en religieuzen Brief van de Gecommitteerde Raeden van Staten van Zeeland over het afrekenen van de ruiters en het voetvolk in dienst van hare majesteit met de tresorier van Elisabeth I Brief aan burgemeesters, schepenen en raad van de stad Goes van Jan Arnoldie, openbaar notaris over plunderingen, geweld en bedreigingen door soldaten Brief van Robert, graaf van Leycester over het in “handen stellen van de middelen van de vyftich gulden, op ’t hondert wit pondts sonder eenige restitutie aen den vischers oft andere te doen�. Verzoek van Leycester aan de Generale Staten om de landen te mogen belasten met 100.000 karolus guldens

97-100 101,102

103,104 105-111 112-114 115,116 117,118 119-121

122 123-125 126-128 129,130 131-135 136

137

138-152

153,154 155


-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Vertoog van kolonel Jan Piron aan de gecommitteerde Raeden van Staten ’s lands en de Graeflicheyt van Zeeland om zijn tractement te verhogen en maandelijks uit te betalen Schout en schepenen van Kruiningen verklaren dat de hoeve gelegen binnen de voorschreven Heerlijkheid op Sperdam behoort aan Christoffel Joris, de vader van de huisvrouw van Guillame Baten. Instructie voor de Raad van State en Graaf Maurits van Nassau, anno 1584 Brief van de baljuw, burgemeesters, schepenen en de raad van de stad Arnemuiden over de sobere staat van de fortificatie De gecommitteerde Raden van de Staten ’s lands en de Grafelijkheid van Zeeland verzoeken kwijtschelding van belastingen voor de stad Arnemuiden De gecommitteerde Raden van de Staten ’s lands ende Grafelijkheid van Zeeland maken bekend dat de 100e penning gedeeltelijk oninbaar is Brief van Lieven de Calaart aan de Staten van Zeeland over zijn vrouw en voogd van jonkvrouw Josyne de Heurne. Zij is gehuwd geweest met Jonkheer Charles de Gruutheere, heer van Croevelde. Betreft erfenis van jonkheer Chaerles de Gruutheere Verzoekschrift aan de Gecommitteerde Raden van de Staten van Zeeland voor weduwe en erfgenamen van de rentmeester of ontvanger van de gemene middelen van het kwartier van Beoosterschelde Pieter van der Velde Verzoekschrift van Vrouwe Maria van Brimeu Princesse van Chyma aan de Staten ’s lands van Zeeland over de betaling van vier duizend gulden per jaar om haar schulden teniet te doen Brief aan de Gecommitteerde Raden van de Staten van Zeeland door Willem van Berendrecht, Rentmeester Generael van Zeelandt Bewesterschelt over het uitlenen van gelden aan schamelijke landlieden onder slechte voorwaarden Brief aan Gecommitteerde Raden van Zeeland van Cornelis Adriaen Luycx over gevorderde grond ten behoeve van fort Haeck Brief aan burgemeesters, schepenen en de raad van Goes om aan Rentmeester Coene de opdracht te geven de rekening 1985 toe te zenden Bevindingen van Rentmeester Parduyn van 14 jan. 1586 medegegedeeld aan de Staten van Zeeland over de uitleg bij de belastingen van renten en anderszins Stuk van 14 jan. 1586 over de verpachting van de belastingen en over de belasting die Holland en Zeeland moeten opbrengen Uittreksel van 18 jan. 1586 door de Gecommitteerde Raden van de Staten van Zeelandt op de Generaliteit in Holland. De Staten van Zeeland zullen maandelijks een zeker aandeel uit haar middelen betalen

156,157

159 160-162 163,164

165,166

167-171

174-176

180-182

183,184

185-188 189-191

192-202

203,204 205

206-208


-

-

-

-

Uittreksel uit de brief van Mr. Casper van Vosbergen, c.a. over het egaliseren van de belastingdruk tussen Holland en Zeeland Uittreksel uit de brief van de Gedeputeerde zan Zeeland op de Generaliteit in Holland van 12 jan. 1986 aan de Staten van Zeeland over het verhogen van de belastingen Uittreksel uit de brief van de Gedeputeerde van Zeeland van 11 jan. 1586 over de bijdragen van de provincies ten behoeve van de oorlogsvoering Verzoek om advies en daartoe een gedeputeerde af te vaardigen Extract uit de instructie voor de Rentmeester van de Domeinen van Zeeland Bewesterschelde Jacques de Gheerdt, rentmeester over het kwartier van Zeeland Bewesterschelde, heeft bezwaar tegen zijn te lage wedde Johan Hane en Jan Cannoye doen als executeurs van het testament en codicil van de Rentmeester van de Domeinen Bewesterschelde wijlen Jacques de Gentdt aan de Staten van Zeeland verslag Jacob Boreel, muntmeester, doet verslag over het slaan van munten aan de Staten van Zeeland De Gasthuismeesteren van Middelburg beklagen zich bij de Staten van Zeeland over de vele zieke soldaten die er zijn en waarvoor weinig middelen voorhanden zijn

209

210,211

212 213 214 215-219

220-224 225

226


Persoonsnamen Adriaenssen, Ancelmus 96 Adriaenssen, Wilhelm Criep 96 Adriaenszoon, Hubrecht 145,146 Adriaenszoon, Wouter 148,151 Anthoniszoon, Laureys 147 Arenberge, Vrouw Gravinne van 135 Armuyden, Gillis van 175 Arnoldie, Johannis (Jan) 139, 145,146,152 Avonthuere, Jan 98,99 Baerse, Pieter van de 209 Bardesius, 61 Baten, Guillame, 159 Beke, Jan van der 209 Berendrecht, Willem van 185,188 Berge, Arent van den 82,83 Blaeszoon, Marinus 145,146 Bodighem, Cornelis Francois van 96 Boreel, Jaques 220,225 Brakel, van 81 Brandenburch, vrouw Catharina van 134 Bras, Jan 12 Brimeu, vrouwe Maria van 183 Brunninck, Lodens 81 Calaart, Lieven de 174 Campen, Silvester van 99 Cannoye, Jan 220 Cartssen, Padriaen van 88 Ceron, 78 Cleitynck, Arent 96 Coene, Andries 39,44 Coene, Cornelis 39,193,196-198 Coorne, P. 12,13,41 Cornelis, rentmeester 203 Corneliszoon, Foort 143,144 Corneliszoon, Luenis 141 Corneliszoon, Marinus 142 Corneliszoon, Willem 141 Cressioviere, Jan de Witte 41 Cristiaenszoon, Bartelmeus 139 Deventer, 83 Deyn, Symon 96 Dierck van Couwenhove, Jan van den 96 Domburch, Cornelis van 96 Dominicus, Cornelis 143 Duenuszoon, Hubrecht 139 Eewout, Pieter Pieterszoon 141 Elisabeth I (Majesteit) 8,9,10,65-67,69-72,77,124,127,137,153,154,161,208


-2Faeszoon, Cornelis 99 Farnuz (Farnese), Alexander 110 Faussart, Dennis de 135 Frans, Cornelis 96 Frederick, koning van Denemarken 105,112 Gaultier, Signeur Jan 134 Geertszoon, Jan 148 Gendt, Jacques de 220 Gheerdt, Jacques de 215-217 Gillet, rentmeester 196 Goriszoon, Jan 141,143 Graefve, Jan de 96 Grebbe, Gerrit de 96 Gruutheer, Joncheer Philips de 174 Gruutheere, Joncheer Anthuenis de 174 Gruutheere, Joncheer Charles de, heer van Croevelde 174,175 Gruutheere, Joncvrauwe Eleonora 174 Gruutheere, Joncvrauwe Jaquelyne 174 Hane, Johan 220 Haultanis, 15 Hayman, Jacques 226 Hemert, 104 Hendrik II, koninklijke majesteit van Frankrijk 175 Hessevelt, Pieter van 81 Heurne, Joncvrauwe Joosyne de 174 Heyndericxen, Marinus 141 Hogenloo, Graeff van 41 Houte, Thomas van den, 11 Hubrechts, Balten 40,41 Hugenszoon, Marinus 141,142 Huygens, Christiaen 52,53,61,102 Jacobssen, Cleenwert 100 Jacobssen, Cornelis 99 Jacobssen, David 99 Jacobssen, Hubrecht 96 Janssen, Adriaen 99 Janszoon, Cornelis 141 Janszoon, Cryn 139 Janszoon, Ingel 141 Janszoon, Jacob 152 Janszoon, Pieter 143,145 Jolyt, Jacob 226 Joris, Christoffel 159 Kempe, Marinus Cornelissen 88 Lambrechszoon, Joos 143 Langemaere, Cornelis Janszoon 141 Langhen, J. van 128 Leleon, Elias 129


-3Lenaertszoon, Cornelis 147 Lenaertszoon, Lenaert 139,140 Lenaertszoon, Wolfaert 141 Leycester, Robert Grave van 17,52,53,60,102,126,128,153,155,161,209 Lionius, 155 Loock, Antheunis van 96 Luycx, Adriaen 189 Luycx, Cornelis Adriaen 189,191 Maenszoon, Pieter Janszoon 141 Manmaker Adriaen, 13,40,113,168,180,220 Manuszoon, Eewout 141 Marinussen, Cornelis 147 Marinuszoon, Marinus 152 Maurits (Grave van Nassau) 1,4,5,8,86,160,205,209 Meerlandt, van 81 Meetkercke, Adolff van 102 Meuleman, Cornelis Jacobszoon 148,150 Molenuser, Francois 96 Montfoort, Heer van 135 Naerssen, Guillaum van 82 Nassau, Graeff Fredericq van 48 Nassau, Joncvrouwe Elisabeth de 48,201 Nassau, prins van Oranje 215,220 Navarre, Ambassadeur van de Coninck 86 Nez, Cornelis van 96 Nyenrode, Cornelis van 81 Oliphant, E. 12 Olislagher, Marcelis Jansse 180 Paere, Philips 96 Pallant, 99 Pape, Jan der 96 Parduyn, Symon Jasperse 39,193,203 Parisis, Guilliam 226 Philips II (Majesteit, koning van Spanje) 67,71,105,111,112 Pierszoon, Dignus 140 Pierszoon, Harrent 143 Pierszoon, Heyndrick 148,150 Pieterssen, 197 Pieterszoon, Jan 143 Pieterszoon, Legier 146 Piron, Collonel Jan 98,156 Plouvier, Franchois 226 Poelgeest, Heer van 134 Potsty, 98 Pyl, Dierick 81 Rechtere, C. de 118 Reyngoult, 130 Reynoutszoon, Francois 96


-4Roels, 197,198,213,215 Roels, Christiaen 2,3,12-15,54,90,113,114,125,170,197,198,213,215 Roose, Gillis Janszoon 139 Roux, t’floris de 135 Rycke, Dignus Pierszoon 139 Rycke, Floris de 96 Rycke, P. 12,13,54,216 Ryckert, P.2, 113,114,125,137 Schenck, 104 Schooff, Joncheer Jan 134 Schouten, Claes 96 Sidney, Philips 8 Snouck, Jacob 96 Solms, Georg Everhardt Grave tho 55,56,100,156 Spanje, koning van 175 Starck, Isbrant 96 Sterck, Vrouw Anna, Douagiere van Grimberge 134 Storm, J., 159 Sytnoy, 99 Teelink, raetsheer 208,210,211 Thuene, Jan 98 Thyszoon, Pieter 143,144 Trefves, 226 Triest, Joncheer N., heer van Anwegen 134 Valcke, Jacob 16,61,104,128,190,208,210,211 Velde, Jacob van den 181 Velde, Pieter van den 180,182 Vensers, Jouffvrouw Marie 134 Vere, Marquis van der 189 Verstelle, Dirrick 139 Vooght, Inghelbrecht 96 Vos, Barent de, 96 Vosbergen, meester Casper van 209 Vries, Jaecques de 96 Waeranen van den Braemsloot, 201 Waert, Coornelis de 96 Waigfeld, Thomas Maria 130 Walraven, rentmeester 48 Weelman, Adriaen Jacobszoon 141 Wensse, Wilhelm van der 105 Willeman, Jan Pierszoon 139 Willems, J. 122 Willemszoon, Willem 139 Winckelt, Ritmeester 129 Wisse, Bouwen 143 Wissekercke, Jonckheer Huybrecht 116 Wulp, 81 Wynrich, 15 Zuylen, G. van 130


AARDRIJKSKUNDIGE- EN ZAAKNAMEN Admiraliteyt, 5,116,160 Aelst, 134 Antwerpen, 219 Arnemuyden, 46,50,163,165,167,171,172,175 Axel, 156 Baerlant, 88 Baersdorp, parochie van, 147,148 Beoostercheldt,180,188,216 Berghen op Zoom,130,220 Bewesterschelt, 185,214,215,217,220 Beyerlandt, 82 Bich,153 Brabandt,11,69 Briele,122 Brouwershaven, 46,50 Cattendycke, parochie van, 148 Chymay, 183 Cloetinghen,143,144,175 Collecteur Generael, 219,220 Croevelde, 174,175 Cruningen, 55,56 Cruyningen, 159 Delft, 16 Domeynen, 195,197,198,214,216,217,220 Dreyschere, 46,50 Duvelant, 46,50 Eendrecht, 11 Engelandt, 66,72,78,124,127,161 Exaerde, 174 Gasthuysmeesters, 226 Gecommitteerde Raden van den Staten van Zeeland, 2,3,1115,40,52,53,61,88,125,128,137,155,156,163,165,167,174,180,185,189,193,206,209 ,210,212,213,214,215-218,220,225,226 Gelderland, 69,75,78,84,212 Generale Staten (zie Staten Generaal) Gendt(Ghent), 45,47,49,174 Generaliteyt, 12,80,117,206,210 Geunieerde (Vereenichde) Provincien,74,78,153,175,206 Goes, 1,4,16,50-53,55,56,68,86,89,129,130,138,139,143,145-148,152,192,199 Goesambacht, 175 Goeykens Nyenlandt, 180 Gouvernement Generael, 17 Gouverneur Generael, 9 Graeffelicheden (Graeffelichheyt) van Zeelandt, 2,11,39,68,88,125,128,155,163,165,167,174,175,180,185,189,203, 217,220,225 Gravenhage ‘s, 16,52,53,133,155,204 Grimbergen, 134 Haeck, 189 Heer Arendskerke ‘s,139 -2-


Heynkenssant, parochie en heerlijkheid van, 141 Hoedekinskercke, 152 Holland,18,23,41, 71,73-78,83,84,86,89,122,123,136, 205,206,209,211,212,222,223,225 Hooghen Raedt, 1,89,91,92,93,94,95,96,97 Hulst, 156 Huyge Claessen block, 189 Kempshoffstede, 51 Kerckwerffve, 180 Leyden, 132 Maes, 85 Mechelen, 134 Meenstricht, 81 Meerlandt, 81 Megen, 183 Middelburch, 1,2,3,12-15,18,46,50,54,68,88,89,125,137,170,213,215,216,226 Muntmeester, 220 Naerder Unie, 85 Navarre, 86 Niemeghen, 83 Nyenstryen, 50,51 Oistende, 156 Overysel, 77,84,224,225 Ovesandt, heerlijkheid, 146 Ovezande, 145-147 Pacificatie van Gendt, 120,202 Picardie, 135 Poortvliet, 50,51 Raden (Raede) van State, 34,52,53,62,63,113,114,127,160,161,208 Raedt van Goes,52,53,129,138 Rentmeestergenerael, 217 Sandyck, 132 Schakerloo, 50,51 Scherpenisse, 50,51 Schouwen, 46,50,199,206,210,211 Serooskercke, 39 Sint Annelant, 50,51 Sinte Mertensdyck, 50,51 Sommeldyck,46,50 Spa(i)gnen, 67,71,175 Sperdam, 159 Staten Generael (Generale Staten), 9,11,43,62,73,77,78,80,81,85,117,119,126,127,137,153155,161,204,205,209,212,213 Staten ‘s lants van Zeelant (Provinciale Staten),39,155,156,163,165,174,180,183,189,203,217,220,225 Staten van Hollandt, 67,86,95,115,117,118,122,123 Staten van Zeelandt, 8,9,17,46,48,49,54,61,68,72,86,112,115118,128,130,133,137,203,206,209,210,212,213 Suytbevelant, 50,51,68,146,148-152,199,219 Thiel, 82 -3Thol, 218,219,220


Tholen, 11,12,13,41,50,51,89,199 Unie van Utrecht, 120,162,174,208 Utrecht, 18,61,69,73-77,81,83,84,128-130,212,225 Vere, 5,46,50,89,132,134,189 Vereenichde Provincien (zie Geunieerde Provincien) Verenigde Rade, 160 Vlaenderen, 67-69,74,77,78,134,174,212 Vlissingen, 1,8-10,46,50,88,89,132-134 Voorne, 122 Vossemaer, 50,51 Vranckryck,5,78,175 Vrieslandt, 18,69,73-77,84,212 Vrouwenpolder, 189 Walcheren, 39,59,190,203,218 Westkerke, 50,51 Westlant, 50 Yerseckerort, 44 Zeeburch, 87 Zeeland, 2,3,9,11,14,15,17,18,39,40,43,52-54,61,63,65,68,72,74-77, 83,84,86,88,89,125,128,130,133,136,137,163,164,183,190, 205,206,209,210,212-215,220,223-225 Zierichzee Poortambacht, 180 Zierickzee, 1,14,17,46,50,89,199 Zuytbevelandt, (zie Suytbevelandt) Zuytvoort, 81

NB:Een iets andere schrijfwijze van dezelfde naam is mogelijk


-1A.S.G. 204. 1585 januari 5. Rapport inne te brenghen teghen den vyffden january 1585. Op de annotatien van den renten, Zierickzee. Op den lOOsten penninck, Zierickzee ende Goes. Op de verhoogynge van den impost vande malerye, Zierickzee , Vlissynge. Op de verhoogynge van den impost op de grove bieren, Zierickzee, Goes,Vlissyngen . Op de Justicie ende uuyterste resort,alle die steden, uuytgenomen Middelburch die in den Hooghen Raedt nyet en consenteren. Op de commissie ende instructie van Graeff Maurits, allegader raport inne te brenghen. Op de different van de muntmeesters.


-2A.S.G. 204. Eersame , wijse, voorsienige ende zeer byzunderen. Alzoo midts die aencompste uuter zee vande Scellinckboots die comen om betalinge huyden vervallen nu voor de zevenste maendt noodich is in aller haest hunlieder eenige sommen van penningen te furneren. Daer toe wij voor raetsaemste gevonden hebben yeder quote van leeninge nu inde leste dachvaert geconsenteert te doen innen ende op te bringen. Soo is ons ernstich verzoeck ordonnerende nyetemin van wegen den Staten bij desen ten eynde uwe Edele siens deselve ordre stelle tottet het opbrengen vande vier duusent guldens bij uwe Edele gelost, oft zoo bij gebreke vandyen eenich inconvenient ontstaet, d'welck God verhoede) willen voor God ende die werelt ontschuldicht zijn. Hiermede

Eersame, wyse voorsienige ende zeer bijzunderlijk zijt Gode bevolen, uut Middelburch den 17den january 1586, P. Ryckert Ter ordonnantie van de Gecommitteerde Raeden van de Staten 's landts ende Graeffelicheden van Zeelandt. By mij Christiaen RoĂŤls.


-3– A.S.G. 204. Eersame, wijse, voorsienige ende zeer besundere. Alzoo op de leste vergaderinge van den Staten dach genomen is van andere vergaderinge jegens den 2den february naestcommende 's avonds in de herberge om des anderen daechs generaelick te besoingnieren op de zaecke van justicie ende uuyterste resort Instructie van de radresse van der Admiraeliteyt.Soe sal uwe Edele gelieven hunne gedeputeerde jegens den voerschreven bestemden dage preciselick aff te veerdigen met volle macht, om op de voorschreven poincten, mitsgaders op 't geproponeerde van die van Middelburch ende anderssins finalick geresolveert te worden als men bevinden sal tot dienste van den lande te behooren. hiermede, zijt den Heere bevolen. uuyt Middelborch den 17den january 1586. Ter ordonnantie van de Gecommitteerde Raeden van den Staten 's lants van Zeelandt, bij mij Christiaen RoÍls.


-4A.S.G. 204. 1586 Aen den Excellentie van den Grave van Nassauw Welgeboren etc. Wij hebben ontfangen uwe excellentie besloten missyve in date den 12den augusti lestleden uuyte welcke wij verstaen dat uwe voorschreven Excellentie ondericht is vande stilstandt van de fortificatie der stede van der Goes ons belasten d'selve te vorderen bij verhuyeringe van de wercken oft andersins soe wij bevinden souden raetsaem te zijn. Waerop uwe Excellentie zal gelieven te dienen voir antwoorde dat wij seer onbaerlick ende nootlick bevinden dat deselve fortificatie op gemaeckt ende ten eynde gebracht worde waer dat onder reverentien van uwe Excellentie 't selve qualick can te wege gebracht ende geeffecteert worden op desen tyt van den jare. Want gemerckt dye vorderingen van de voorschreven fortificatie deur die diversche bevelen van het opnemen van de arbeyders daeraen gewrocht hebbende ende elders in dienste van de landen geemployeert zijnde sulcx geinterrumpeert es geweest dat alle dye arbeyders deur vreese van andermael opgenomen te worden verloopen zijn geweest ende onmogelick es geweest ende alsnoch es de selve oft andere in hun plaetsse als nu te kennen. Principalick overmits d'ougst tegenwoordich daer alle dye werelt mede becommert noch oock te becommert en zullen zijn voor ende aleer den ougst in gedaen ende dye meerdere alhier gebleven zal zijn 't welck wel aenloipen zal tottet eynde toe van de maent van october dattet dye daechelicken in dese saisoene overmits dye den ougst ende delfven van meede soe groot zijn dat men in de maenden van september ende october yeder arbeyder wel moet betaelen twintich oft 24 schellingen daechs daer men in maenden juni ende julio nyet meer en betaelt dan thyen oft twaelff schelling daechs, behalve dat dye wateren nu alle daeghen


-5A.S.G. 204. sulcx uuyt gronde sullen verhoogen dat verstaende onmogelick zal zijn eenige aerdewercken uuyte gront op te maken, dat oick onmogelick is deselve wercken voorden aenstaenden winter in perfectie oft reste defentie te brengen ende op den uuytcoempt oft deselve voor een deel oft geheel open leggen. Soo dunct ons onder reverentie van uwe Excellentie zijn deselve wercken ende fortificatie te vorderen op desen jegenwoordigen tyt van den jare ,maer uuyterlick ende anderssins prouffwercken te zijn, daer mede op te houden supersederen maent van meerte eerstkomende, gemerct al dan het eertryck begint te droogen ende bequame wort bij gewrocht te worden, die daghen beginnen te langhen,die somer ende gaet weder ogenstaet. die voor gevalle geenen gemerct als van alle inconvenienten costen ende als indyen contrye, den arbeider wel ende den besten coop te crygen es ende de voorschreven wercken continuelick sonder eenige stilstant oft interuptie volmaect ende in perfec- tie gebracht mogen worden. Ende om nyet geheel stil te staen desen aenstaenden herfst ende winter dat men soude mogen wercken aen drooge wercken als affcassen van dycken die nootelick weggenomen moeten worden ende voorschreven wercken tegens den maent van meerte sulcx gepasseert dat de selve alsdan met aller yel ende bequaemheyt opgemaect mogen worden waertoe wij gheren de hant sullen houden ende nyet twyfelen oft zal sulcx geeffecteert worden. Wel geven die ons hier mede gedienstelick uwe Excellentie, heere Grave allen deselve voorschreven antwoorden ten besten ons aff te gelieven te menen es. 't bequaemste van't munussie ende soldaten reyse van Vranckryck, Admiraliteyt van de gouverneur van ter Vere uuyterste restant.


- 8 – (6,7 Franse tekst) A.S.G. 204. Copia. Poincten ende articulen te stipuleren bij de Gedeputeerde der stadt Vlissyngen van de Staten van Zeelandt. 1. Alvooren dat de voorschreven Staten den Hoohgebooren Heere Grave Maurits, sullen contentement gheven voor zijn interest. 2. Van gelycken sullen die voorschreven Staten besorgen dat den garnisoenen van Vlissyngen volcommen betalinghe sal wordden gedaen van alle haere t'achterheden, immers soo met hem gehandelt,dat zij nyet en claghen. 3. Item dat de voorschreven Staten sullen bezorgen dat de borgers ende inwoonders der voorschreven stede gheen moeyenissen oft ongerieff en wordde gedaen, zoo vele angaet de logieringhe van de Gouverneur Capiteynen ende andere Officiers, midtsgaders den gemeene soldaten van haere Majesteyt, maer dat de zelve haere huysen sullen hueren ende betaelen, 't zij tot coste van den lande oft andersins, als den heeren staten best zullen connen te weghe brenghen, waer op dient goets tyts gheleth ende ordre gestelt. 4. Dat van gelycken d'heeren Staten sullen besorgen dat de poorters ende inwoonders der voorschreven stede haere kercke vryelyck zullen gebruycken, ende bij eeniche ander middel besorgen, dat den articule, angaende de kercke, voor de garnisoenen sal wordden voldaen. 5. Dat de Staten sullen doen versoecken, haere Majesteyt dat haer gelyeve Signor Philips Sidney Ridder, tot Gouverneur van de stadt Vlissyngen te committeren, ende hem tot dyen eynde oock scryven, biddende daertoe te willen verstaen. 6. Dat den voorschreven Gouverneur sal gheduerlyck woonachtich verso


-9A.S.G. 204. zijn binnen der stadt Vlissyngen/ sonder eenichssins elders een woonplaetssen te mogen hebben,ende dat 't zelve geinserreert zij inden tractate, ende dat daer over goets tyts versien worde op eenich bequamen huys, binnen der voorschreven stede. 7. Ingevalle de oorloghe gheeyndicht zijnde, eenigen Conninck, Prince Potentaet republicque, stadt ofte steden, de Staten Generael ofte oock van Zeelandt presenteerde de penningen te leveren, om haere Majesteyt te moghen rembourseren van alle haere verschoten penningen op brieven van verbande, ende op redelycke payementen ende conditien, zoo zullen de voorschreven Staten gehouden zijn 't zelve aen te nemen, ende alzoo de stadt Vlissyngen van de Ingelsche garnisoenen te ontledighen. 8. Dat haere Majesteyt sal gehouden sijn, als zij sal worden gerembourseert de voorschreven stadt te ruymen, als waert oock binnen den eersten jaere naerde oorloghe,ende dat men 't zelve in de articulen sal stipuleren, ende daer omme oock nauwe toesicht nemen, dat de steden nyet verbonden en wordden, dan tot versekerheyt van haere Majesteyts penningen. 9. Dat de voorschreven Staten de goede handt sullen aenhouden, dat alle de articulen van den tractate met haere Majesteyt die voorschreven van Vlissyngen eenichssins raeckende, directelyck ofte indirectelyck sullen gehouden wordden onverbrekelijck. zoo wel in't particulier als in 't generael, ende dat jegens de zelve noch directelijck, noch indirectelijck yet zal wordden geattenteert,dat oock alle sollicitatien die tot dyen eynde zullen mogen worden gedaen, 't zij aen haere Majesteyt, Staten Generael Gouverneur Generael, Staten van Zeelandt ofte elders bij de voorschreven Staten sullen gedregen wordden. 10. Ende oft geviele dat haere Majesteyt de betalinghe van de garnisoenen t'haeren laste nemende, nochtans daerinne gebreckelijck bevonden wierde, soo zullen de Staten van Zeelandt zelve op de voorschreven betalinghe voorsien, ten fyne de stadt bij gebreke van betalinge in gheene inconvenienten en comme te vallen.


- 10 – A.S.G. 204. dat de Staten voorschreven, haer domeynen imposten ende convoyen in 't generael, ende elcke stadt haere domeynen ende innecommen in 't particulier midtsgaders haere poorters ende inwoonders, ende alle haere goederen roerende ende onroerende sullen verbinden tot indempniteyt van de voorschreven stadt Vlissyngen sijnen burgeren ende inwoonderen der zelver voorde costen, schaden ende interesten die de voorschreven stadt Vlissyngen in haere domeynen incomsten ende anderssins,ende de poorters ende inwoonders in haere persoonen ofte goederen soude mogen lyden bij non betaelinghe van de Ingelsche garnisoenen, ofte uuyt oorsacke dat poincten ende articulen haere Majesteyt toegestelt nyet en zouden gehouden worden, mistsgaders oock voor de particuliere belofte, die de Staten de voorschreven van Vlissyngen sijn doende. Welcke verbintenissen sal gemaect wordden op den voet gelyck 't concept van de verbintenissen voorde ruyteren is gemaeckt. Dat haere Majesteyt sal ratificeren ende approberen alle al sulcke belooften ende verbintenissen als de provincien ende steden d'een den ander hebben gedaen, ende noch zullen commen te doene tot contre verzekertheyt van de ghene haere Majesteyt verzekerheyt ghevende ende laten de contracten ende verdragen tusschen den selven onderlynghe gemaeckt ter caussen voorschreven haer volcommen effect ghenyeten,jae de handt daer aen houden, ende haere authoriteyt ende macht daertoe te employeren, d'welck articulen sal wordden geinserreert in 't tractaet.


- 11 A.S.G. 204. Copia copie. 1586 february 10. Aen mijn Edele Heeren die Gecommitteerde Raden van de Staten 's landts ende Graeffelicheyts van Zeelandt. Verthoonen reverentelick die gemeene Magistraten vanden eylande van der Tholen ten platten lande, hoe dat zij luyden 't zedert eenige jaren herwaerts moeten besorgen die forten gelegen aende oostzijde van der rieviere van Eendrecht, van brant ende licht op de wachten,legerstroo,ende andere diergelycke noodtsaeckelicheden staende tot laste van de Generale Staten, als wesende buyten den districte van Zeelandt,ende op den bodem van Brabandt gelegen. Ende hoewel de supplianten wel genegen zijn al te doene wes zijluyden tot dienste van de gemeene zaecke vermogen,het is nochtans zulcx dat zijluyden in desen nyet connen langher continueren, overmits den last van gelijcke saecken, binnen den voorschreven eylande gerequireert, ende meer andere dagelicxssche occurrentien, als bij specificatie uwer Edele es gebleken 'tzelve nyet langer en connen vervallen. Tot welcke inlantssen lasten die vier schellingen op elcke tonne groot biers die bij den tappers ten platten lande gegolden, ende bij uwer Edele daertoe gedestineert, nyet bastant en zijn. Al waert oock zoo dat zijlieden van de voorschreven uuytlandsse forten waren geexcuseert, zoo dat zijluyden remonstranten bij de lestgedaen rekeninge van Thomas van den Houte ontfanger van de voorschreven vier schellingen te cort comen, bedt dan ÂŁ 200 grooten vlaems. Ende midsdien de voorschreven 4 schellingen jaerlicx min ende min zijn geldende, ende dat de luyden meer ende meer verarmen, is te duchten dat die remonstranten jaerlicx oock meer ende


- 12 A.S.G. 204. meer ten achteren sullen commen, bidden daeromme dat uwer Edele believe ,om henlieden te soulageren van 't gene daermede zij luyden (onder correctie) buyten redene worden belast, sulcke ordre te stellen dat zijluyden supplianten daervan blyven mogen ongemolesteert, 't zij met te committeren eenich persoon die daervan hebbe particulierlick het opsicht ende directie,off anderssins sulcx als uwer Edele zullen bevinden te behooren. d'welck doende ect., in de marge stondt geappostileert aldus. Die van den Rade verstaen dat de supplianten voortaen hiervan zullen ontlast blijven, ordonnerende den commis Jan Bras, dat hij daervan noticie apart zal houden ende daer aff besondere rekenen ende verantwoorden om daernaer gebracht te worden tot laste van de Generaliteyt, actum ten bureele van den voorschreven Rade in 't Hoff van Zeelandt tot Middelburch den 28sten octobris 1595, Ende was geparagrapheert P.Rycke. videt onder stondt alnoch mij present Christiaen Roels, onder dese voorschreven copie stondt als volcht, Gecollationneert jegen d'originale requeste ende appostille, is dese copie daermede bevonden te accorderen desen 2den novembris 1595,quod attestor als Secretaris der stede ende lande van der Tholen ende was onderteeckent E.Oliphant. Concordat collatione facta

P. Coorne.


- 13 A.S.G. 204. Extract uuyttet resolutiebouck van de gemeene Magistraten van den Eylande van der Tholen. Op de remonstrantie bij de Magistraten der stede ende eylande van der Tholen, aen den Rade overgegeven,hun beclagende van de groote lasten ende oncosten, die zijluyden dagelicx moeten supporteren, ende dragen, zoo ter cause van de menichte van de garnisoenen, brandt ende lichten op te corps te garden, die zeer excessivelick zijn bedragende, daerinne hun onmogelick es te mogen continueren, versoeckende van de costen van den voorschreven brandt midsgaders de vracht van dier te mogen worden ontlast. Is geresolveert dat in consideratie van de groote costen ende lasten van den eylande van nu voortaen de costen van den brandt ende licht, midsgaders de oncosten van de vrachten ende mennen zullen betaelt worden ende staen halff tot laste van den eylande ende halff tot laste van de gemeen saecke. Ingaende lsten deser ordonnerende den Tresorier Manmaker die zelve sulcx te betalene, die hem midts brengende behoorlicke quictantie sullen passeren in rekeninge daer ende zoo behooren zal. Aldus gedaen in 't Hoff van Zeelandt tot Middelburch op de vergaderinge van de Gecommitteerde Raden van de Staten 's landts voornoempt, den lOden february 1586 ende was geparapheert P. Rycke videt. onder stont mij present, ende was onderteeckent Christiaen Roels noch stont onder requeste in 't ordonnancieboeck van den Tresorier folio 104 verso. Concordat collatione facta P. Coorne


- 14 -

A.S.G. 204. Eersame wijse ,discrete ende seer besundere. Alzoo die van Zierickzee zijn gearriveert op de leste beschyvinge, is ons ernstich begeeren nyet te willen naer laten uwe Edele Gedeputeerde metten eersten getyde te veerdighen. hier mede. Eersame wijse ,discrete ende seer besundere ,uwe Edele den Heere bevelende. Uuyt Middelburch desen 30sten january 1586. Ter ordonnantie van de Gecommitteerde Raden van den Staten van Zeelandt, bij mij, Christiaen Roels.


- 15 A.S.G. 204. Eersame wijse discrete ende zeer busundere. Alzoe uwe Edele versocht sijn te commen geresolveert op 't stuck van de quote ende cessie van de middelen tegens den 27sten de-ser.Soe es ons ernstich versoeck nyet te willen naer laeten metten eersten ende quanto ocius hunne Gedeputeerde aff te vaer-digen daer op volcommelick gelast. Ende tegens den 3den der toecommenden maent oick op de poincte tegens den zelven dagh gereserveert, als op 't uuyterste resort, Admiraliteyt ect. Eensamelick om al dan het besluyt op de saecke van den Rentmeester Wynrich te uuyten, item om te resolveren, off nyet dienstelick en sij te verpachten den Zeeuwschen Thol ende het Bailluischap ten watere. Item alzoe die gemeente qualick gerieff es van payemente oft nyet oorboir en sij bij zelven goeden middel (die voer handen es ter oorsaecke van 't verbot op de munte bij de malcontenten gedaen) hier payementen sien te cryghen daer groote winste aen es voerde gemeente. Ten lesten om te resolveren op 't versoeck van mijn Vrauwe Haultanis om te hebben huyshuure oft eenich pensioen voerde diensten van wylen haeren man. hier mede Eersame wijse, discrete, ende zeer busundere, zijt Gode bevolen, uuyt Middelborch,den 27sten january 1586. Ter ordonnantie Gecommitteerde Raed van den Staten ‘s lants van Zeelandt. bij mij Christiaen RoĂŤls.


- 16 A.S.G. 204. Mijn Heeren. Burghmeesters ende Regierders der stadt van Delft hebben op mij versocht uwer Edele te vermanen behoorlick regardt te willen nemen op de doleantie die zij uwer Edele hebben bij missive in 't breede overghezonden, met de redenen daer thoe dyenende die (onder correctie) schynen wel considerabel te zijn boven dyen dat het oock schynt dat de oorzaecke die veroorzaect hebben d'ordonnantie in questie van gheen bier in 't landt van der Goes te moghen vercoopen oft brenghen van hoogher prys dan van 12 schelling de tonne, es ghecommen te cesseren mits vertreck van de peerdevolcke aldaer ende anders, wezende oock wel te noteren dat de brouwers te vreden zijn,ende verclaren zulcx gheobserveert te werden dat then minsten een vierde deel cleyn biers daer werdt ghebracht, ende andere mexckelick redenen in consideratie van den welcken uwer Edele zal believen sulcx inne te doen dat alle goede intelligentie ende onderlinghe vruntschap gheconserveert,ende oorsaeck van voorder claghens gheweert mach werden. Hier mede ect. Mijn Heeren, den Almoghenden bevelende, gheschreven in 's Graven haghe den 12den february 1586. Uwer Edele dienst willighe

Jacob Valcke.


- 17 – A.S.G. 204. Inventaris van den stucken dienende tot ende beneffens de poincten van bescryvinghe van de Staten van Zeelandt jegens den 2den marty 1586. Ierst de zelve poincten gequoteert A.A Item 't placaet nopende 't Gouvernement Generael an zijnen Excellentie van Leycester om te publiceren. A ‘t quohier van den ordonnantien van verpachtinghe B Van de wolle lakenen apart C De propose van zijne Excellentie D Item drye excacten oft copien rakende die van Zierickzee d'eene gequitteert E d'ander F Ende 't derde G Midsgaders desen inventaris H


- 18 – A.S.G. 204. Wolle laeckenen. Ordonnantie volgende de welcke over de vier contribuerende provintien , als naementlijck Hollandt, Zeelandt, Uuytrecht ende Vrieslandt binnen der stadt Middelburch, ten overstaen van de Ghedeputeerde, van zijne Excellentie verpacht zal worden, den impost van de wolle laeckenen. In den eersten zal voor desen impost betaelt worden, bij den ghenen die de laeckenen, eersten coopers van den inbringher in dese landen, ende van de drapiers coopen, ten behouve van de voorschreven vier contribuerende provintien,sulcx als hier naer volght. marge: notula, dat mits betaelende desen impost alle lakenen daermede zullen worden ghehouden vry van den innecommende ende uuytvaerende convoyen. Als van alle Enghelsche laeckenen, 't zij paecklakenen ofte andere, die zij voor thien ponden vlems, ofte daer beneden innegecocht zullen hebben, twee guldenen van den stucke, ende vande Enghelsche laeckenen, die zij boven die thien ghelijcke ponden, inneghecocht zullen hebben, drye gulden van 't stuck, welverstaende dat van alle laecken, buyten 'tslants ghecocht,de verwe in de pryse, vande zelve laecken zal zijn begrepen, welcke innecoop zij schuldich zullen


- 19 A.S.G. 204. wesen, ten versoucke van den Collecteur, ofte pachter bij eede te verclaeren, mitsgaders dat de zelve, zulcx ter goeder trouwe, sonder eenighe simulatie ofte collusie, tot verminderinghe der voorschreven impost gheschiet is, op pene van 25 ponden van 40 grooten te verbeuren. Soo dick ende menichmael als yemant hier inne breukich bevonden zal worden 't appliceren een derden deel tot behove van den officier, ofte deurwaerder, die d'executie doen zal, een derdedeel tot prouffyte van den aenbrenger ende 't derde derdedeel ten behouve van de ghemeene zaecke ende den aermen half ende half. Van alle Lidtloosen corte Wosessers Susopen ende Cnoopwitten, indifferentelick 't stuck twee gulden Dubbelde Hulsten 't stuck 12 schellingen ende de halve naer advenant. Item van de Bredaesche Cromlysten Andrieschen Thuymen, Meensche ende andere Vlaemsche laeckenen van dierghelijcke zijnde omtrent


- 20 A.S.G. 204. dertich ellen, als oock van de puycken die hier te lande ghereet worden dertich stuyvers van elck laecken,welverstaende dat van de Kempsche laeckenen van 80 ende 90 ghekandt,ende Tilburchsche van de zelve valeur, betaelt zal worden, dertich stuyvers van 't stuck. Alle cleyne Vlaemsche laeckenen ,te wetene koopers, Ennekens h.k. Bellen, Wolffkens ende diergelijcke smalle Vlaemsche laeckenen, lanck zijnde 32 ellen oft daer omtrent, 't stuck 15 stuyvers de halve naer advenant. Item van Kempensche,Lumburchsche,Weselsche, Munstersche, Dulsche, ende andere diergelijcken laecken, van ghelijcke waerde 20 stuyvers van 't stuck. Van de breede Hoornkens, Maestrichtsche ende Maeseyckse 20 stuyvers. Maar van de lappen oft die beneden de 20 stuyvers d'elle ghecocht worden, zal niet meer betaelt worden dan thien stuyvers.


- 21 – A.S.G. 204. Item van de Enghelsche karsayen, van wat coleur die zijn, lanck zijnde ontrent 15 ellen, sal men betaelen thien stuvers. Ende alle Schotsche ende Noortsche carsayen ende Osenburchsche Granpylaecken sullen betaelen van 't stuck vier stuvers. Van de Oostersche Vierlooy, ende Noortsche carsayen, zal men betaelen acht stuvers. Van de Dubbele Douzynkens, van wat coleur die zijn, lanck zijnde ontrent 32 ellen zal men betaelen 15 stuyvers, de halve naer advenant. Item van de breede bayen Ennicken ende dier ghelijcke laeckenen, sal men betaelen thien stuyvers. Van de Blau lysten voerlaecken vier stuyvers.


- 22 A.S.G. 204. Van de Uuytrechtsche puycken ende Noortsche lanck zijnde 15 ellen oft daerontrent vier stuvers, Middelbaere laeckens lanck zijnde, als boven ende de Naertsche Roose twee stuyvers ende een halve, de slechte laeckens lanck zijnde als boven,twee stuyvers. Ende van Amersfoortsche, ende dierghelijcke voerlaecken twee stuvers, Item zoo zal men betaelen van alle gemaecte cleederen, oude ende nyeuwe, als mantels, galeybocxen, mandelens, wanbaysen, neerhosen ende van alle andere cleederen, die van buyten den lande van Hollandt, ghemaect zijnde alhier binnen den lande, gebrocht wordden, den 20sten penninck van dat de selve ghecost zullen hebben. Van ghelijcken zal oock den 20sten penninck betaelt worden, van alle lappen laeckens van buyten den lande commende. Den selven impost sal oock betaelt


- 23 A.S.G. 204. worden, bij allen anderen gheen wansnyders nochte laeckencoopers zijnde, die eenighe der voorschreven laecken, in 't gheheel ofte deel van buyten den lande van Hollandt, doen commen ofte van eenige grossiers, ofte drapeniers die bijder ellen niet uuyt en slyten, noch vercoopen voor haer eyghen slete cooppen, die mede schuldich zullen wesen, des versocht zijnde den innecoop bij eede te verclaeren, op ghelijcke boete t'appliceren als vooren. Voorts zullen alle andere laecken,die hier vooren nyet uuytghedruckt en staen, (zoo de zelve nyet alle zijn te specificeren) betaelen naer advenant de weerde, van den laeckenen alhier ghestelt. Ende zullen van ghelijcke oock betaelen desen impost, die ghene die tot hun eyghen gherieff, ofte sluytinghe eenighe laeckenen binnen 'slants beeden. Ende op dat alle fraude ende bedroch


- 24 A.S.G. 204. hier inne ghepleecht te beter verhoedt, ende voercommen zouden moghen wordden,sullen alle coopluyden, facteurs, schippers ofte waeghenluyden, die eenighe laeckenen van over see, over de soute waeteren, of te te lande inde vier contribuerende provintien sullen willen innebringhen, ghehouden zijn ten eersten innecommen, den pachter van den impost ofte zijnen commis aen te gheven hoe veel ende wat soorten van de zelve laeckenen, zij ghelaeden hebben. Ende zullen nyet vermoghen, de zelve laecken, op te doen, ofte aen landt te slaen, voor ende alhier, dat zij den pachter ofte collecteur daer van zullen hebben gheinsinueert, ende een billet van den selven vercreghen, op te verbeurte van de zelve laeckenen. Ten waere de faulte gheschiet waere, deur den schipper ofte waeghenman, die in zulcken ghevalle verbeuren zal, zijn schip, waeghen, karren ende peerden respective, ende voorts op arbitrale correctie, naer gheleghentheyt van der zaecken. Voorts en zal niemant vermoghen eenighe


- 25 A.S.G. 204. laeckenen aen landt te legghen oft draeghen dan in besloten steden, ende dat met wete van den pachter, van den voorschreven impost, omme bij hem met goede kennisse aengheteeckent te worden ende t' zijnder tyt den impost daer van te doen responderen, als hier naer breeder zal worden verhaelt, op ghelijcke verbeurte. Die met haere scepen gheladen zijnde met laeckenen deur tempeest oft anders aen de zeestranghen, ofte in eenighe havenen geen besloten steden zijnde, commen te arriveren, en zullen de zelve laecken niet moghen verbeuren, doen vervoeren ofte huysen, voor ende alheer zij den pachter ofte commis van de naeste stede ofte plaetse aengegeven sullen hebben omme hem aldaer te vinden soot hem goetdunckt ende de laeckenen als voorschreven is, aen te teeckenen ende doen responderen, als hier naer zal worden gheordonneert. Van ghelijcken zal ghedaen worden bij die deur schipbrecke commen te stranghen, t’en


- 26 A.S.G. 204. waere 't zelve op eenich eylandt gheschiede daer gheen pachter ofte commis en is, in welcken ghevalle, den coopman facteur ofte schipper, ontstaen sullen, mits haere laeckenen aengevende aen den officier, ende Scepenen van de naeste bequaeme plaetsse in 't voorscreven eylandt, die daer aff zullen ghehouden zijn note te houden, ende den pachter daer van te verwittighen, mits ghevende den voorschreven coopman facteur ofte schipper, een certificatie van zijn debvoir. Tot welcken eynde,zullen de voorschreven coopman facteur ofte schipper ghehouden zijn, den voorschreven pachter oft zijnen commis te verwittighen wanneer zij zullen meenen te lossen. Ende voorts en sullen niet vermoghen eenighe laeckenen te vervoeren, van d'eene solder ofte packhuys in 't ander, ten zij binnen sonneschyn, ende met voorweten van den pachter. Welverstaende dat d'Enghelsche coopluyden wesende van de Court hier onder niet begrepen, noch in der betalinghe noch in de vervoeringhe waer sonneschyn gehouden en sullen zijn. Indien zij eenighe overdracht ofte vercoopinghe van laecken onder den anderen doen, doch altyt ghehouden zijn pachter hier van te verwittighen.


- 27 A.S.G. 204. Ende zal de voorschreven coopman ofte facteur, van de voorschreven laeckenen ghehouden wesende te responderen,van den impost van alle de laeckenen bij hem respective op gedaen, nae de quantiteyt ende qualiteyt der zelver, ten sij bij opschruyvinghe aen die van den Court, vercost zijnde alsvooren. Den pachter zal vermoghen in't aencommen van zijnen pacht, te gaen opschryven ende aenteeckenen, in alle huysen ende packhuysen zoe wel die laeckenen, die bij vrempden naetien van buyten inde landen sijn ghebracht, als de ghene die alhier te lande ghemaeckt worden, omme de selve in sijn register pertinentelick, te moghen aenteeckenen, ende volghende de ordonantie, den impost daer van t'ontfanghen. marge: de maede et tempore, opschryvinghe van de laeckynen in den lande gemaeckt naerder te caveren. Ende alsoo men wel voor desen tyt versekert is, dat de laeckencoopers grossiers, ende uuytsnyders, nyet betaelt hebben den impost van den loopenden pacht, ende op dat


- 28 A.S.G. 204. 't landt zijn gherechticheyt, daer van zoude consequeren. Soo is dat zijne Excellentie 't selve gheleyt hebbende in deliberatie, verclaert ende gheordonneert heeft, dat alle die eenighe laeckenen vercoopen, ghehouden zullen zijn hem zelven bij eede te purgieren,dat zij den impost volghende de voorgaende ordonnantie, ten vollen hebben betaelt. Ende inghevalle yemandt daervan onwillich, ofte weygherich wilde zijn, zal ghehouden wesen den impost te betaelen volghende dese ordonnantie, aen handen van den jeghenwoordighen pachter, van 't ghene dat te vooren nyet betaelt en is. Ende dat de pachter ofte commis te beter alle frauden soude moghen voorcommen, sullen 't eynde alle acht daeghen, oft soe dickmaels, hen het ghelieft, inde packhuysen moghen gaen ende besien, ofter niet meer laeckenen uuytghelevert en zijn, dan hemluyden aengebracht ende gherespondeert is. Ende indien daer min bevonden worde, dan daer behoort te wesen, in conformiteyt van den registratie daer van bij den pachter ghehouden, zal den coopman


- 29 A.S.G. 204. ghehouden wesen, den impost van 't zelve cort, terstont ghereet te betaelen, ende daerenboven noch verbeuren, voor elck stuck dat daer minder bevonden wordt, volghende 't register van den pachter, van elck laecken zes guldenen. Sonder dat de coopman ofte facteur zal vermoghen, de laeckenen te vercoopen metten impost, om den zelven aen den pachter te responderen, maer zal de cooper daermede moeten laeten begaen. Ende nochtans voor den impost aen den pachter verbonden zijn, des zal hem 't billet van den pachter dienen tot affcortynghe van den impost, van alzulcke laeckenen, als hij vercost ende aengegeven zal hebben op pene van zes gulden voor elcke laecken te verbeuren, dat contrarie van dien vercost zal worden . Den pachter zal zijn comtoir moeten


- 30 A.S.G. 204. houden, 'tzij in persoone ofte bij zijne commisen in alle steden daer opslach van laeckenen is, oft merckelicke quantiteyt inne gebracht wordt, ende hem aldaer vinden laeten van den sonneopganck, totter sonne nederganck, alleene van den elleff heuren, totten een uren uuyt gesondert, omme een yeder te gherieven, op dat deur sijne absentie, den coopman in zijne traffique, ende negotie niet verklyndert en worde, op de verbeurte van thien gulden t'elcke reyse, bij hem te betaelen als hij daervan in ghebreke bevonden zal worden,te gheven tot behouff van den armen. Den pachter ende zijne commisen sullen bij solemnele eede moeten zweeren, dat zij hun in 't ontfanghen, van dese impost zullen reguleren, achtervolghende den taux daer op ghestelt, zonder directelick ofte indirectelick,compositie met yemant te maecken nyet meer op te eene soorte van laeckenen, dan op d'ander minder voor desen


- 31 A.S.G. 204. impost te ontfanghen, dan de voorschreven tax bedraecht, op pene van duysent angelotten ende voorts criminelick ghestraft te worden, als perturbateur van de ghemeene ruste. Ende zullen in ghelycke pene vervallen, die metten pachter composeert, ende zal mede tot zijne commisen moeten stellen goede ende wel ghequalificeerde persoonen van goeden naeme ende fame, ten contentemente van zijne Excellentie. Ende en zal den ghestelden taux van desen impost, bij den pachter niet gheexcudeert nochte verhoocht worden. Ende zal oock nyet vermoghen voorts te verpachten eenighe partyen ofte deelen van zijnnen pachte,maer ghehouden zijn de plaetsen daer hij niet resideren en can, bij commisen te doen bedienen. Den pachter en zal nyet vermoghen hem


- 32 A.S.G. 204. metten handel van de laeckenen te generen nochte oock eenighe compaignie, in den voorschreven handel, met yemandt hebben, gheduerende den tyt van zijnen pacht, ende 't zelve bij eede te beloven, in't aenvanghen van zijnen pachte. De voorschreven pachter ofte zijnen commis sullen ghehouden zijn, registre te houden om alle 't ghene hem zal aengegeven worden, zoo wel in 't innecommen van de laeckenen, als de betaelynghe ende affschryven aengaende, pertinentelick ende bij goede ordre op te teeckenen, met verclaeringe van de naemen van de aengeveren, specificatie van de schepen, daer de laeckenen ingelaeden commen, sorte van de laeckenen,op dat door d'affschryvinghe gheen confusie en werdde gecauseert, op pene zoo zij anders deden, van haer registers ende boecken gheen gheloove ghegeven te worden, daer 't oock van noode zoude zijn. Sullen van ghelycken ghehouden zijn alle den ghenen, die yet sullen commen aengeven als


- 33 A.S.G. 204. voorseyt is, terstont te verlenen passepoorten, ofte ander billetten inhoudende ende verclaeringe van de debvoiren, bij den aengeveren ghedaen sonder daer vooren yet te moghen nemen, in eenigher manieren, ofte den coopman ofte schipper te retarderen, op pene van thien gulden te bekeeren als in't 23ste articule. Den pachter zal ghehouden zijn te betaelen van zijn beloofde pachte, alle maent oft binnen drye daeghen daer nae, een gherechte seste deel, ende dat in goeden ganckbaren ghelde, ten comptoire ende contentemeate van den ontfangher generael,op pene van zoe hij des in ghebreke blyft, op hem ende zijne borghen gheprocedeert te worden, met parate ende reĂŤle executie, soomen ghewoonlick is van andere 's lants middelel ende penningen te doen. Den pachter zal ghehouden zijn op ten lesten dach van zijnen pachte over te leveren, in


- 34 A.S.G. 204. handen van den Raede van Staete neffens zijne Excellentie oft den ghenen die bij de zelve daer toe zal worden gheordonneert pertinente verclaeringhe van de qualiteyt, ende quantiteyt van alle de laeckenen, die hem bij eenighe schippers, coopluyden ofte andere gheduerende zijne pachte sullen aengegeven zijn, zoo wel ter eerster instantie, als bij affschryvynghe ende daer van hem den impost nyet en zal gheboren zijn, met aenwysinghe van de coopluyden, grossiers ofte facteurs, die se zullen in handen hebben, ende de plaetse haerlieder woonstede. Welcke verclaerynghe hij zal moeten met eede stercken ende bevestighen op pene indien hij daer van in ghebreke zij, ofte min in zijn verclaeringe overgeve dan hij zal opgheteeckent worden hebben, ende daer van den impost, ten uuytgaen zijnder pacht aen hem niet en zal vervallen zijn, van ses duysent guldens. Alle de commisen daer mede den pachter, hem totten collecte ende opheve van den voorschreven pacht zal willen behelpen,zullen ghehouden zijn in 't aenvanghen, van haere collecte te zweeren


- 35 A.S.G. 204. in handen van den officier, ende in presencie van den Magistraet van den plaetse, dat sij dese jegenwoordighe ordonnantie ende instructie stricktelick ende van poinct tot poinct sullen onderhouden ende doen onderhouden, zoo veele hem eenichssins mach aengaen, zonder yemant 't waer oyck den pachter zelve, eenich respect te draeghen , in 't gheene hij hem, conterarie ghebode. Alle boeten ende breucken in desen begrepen zullen verdeelt worden een derdendeel, tot prouffyte van den aenbrengher, een 3de deel tot proffyte van den officier, die d'executie doen zal ende 't leste derdendeel tot proffyte van de gemeene zaecke. Ende daer gheen officier ghebruyct en zal worden, die twee deelen tot proffyte van de ghemeene zaecke, ende het derde van den aenbrengher, daervan de kennesse ghenomen zal worden, bij de ghene die bij zijne Excellentie daertoe zullen worden gheordonneert. Op de conditien ende voorwaerden, zoo inde


- 36 A.S.G. 204. generaele, als in dese particuliere ordonnantien begrepen is pachter ghebleven van desen impost, voor den tyt van zesse maenden als vooren voor de somme van Des t'oorconden is desen gheteeckent bij den ghecommitteerde.


- 39 A.S.G. 204. Aen mijne Edele Heeren, Mijne Heeren die Staten 's lants ende der Graeffelicheyts van Zeelant. Remonstreert in alder reverencie Simon Jasparssen Parduyn, Rentmeester van uwe Edele over Walcheren ende appendentien, hoe dat hij zedert sijn eerste overgeven van den 14den january 1586 naer nauwe ondersoeckinge in de rekeningen ende registers van de betaelinge van renten,zoo van de Rentmeesters Andries ende Cornelis Coene, de Wethouder van Serooskercke als anderssins sijnen ontfanck (begunnende metten jaere 1586 tich) belast ende bezwaert vint, mette somme van vyffduysent tweendertich ponden zesthien schellingen twee grooten vyff myten vlaems, ende dat tot voldoeninge van alle het achterstel van uwe Edele renten totten jaere 85, incluys breeder blijckende bij de uuytgetogen sommen inde voorschreven Remonstrantie als nu gedaen. Ende alzoo hem Rentmeester tot betaelinge zoo van het voorschreven achterwesen als van den jaere 1586.


- 40 – A.S.G. 204. 1586, maart 6 Extract uuytte 5de rekeninge van den Wylen Tresorier generael van Zeelandt d'Heer Adriaen Manmacker, over den tyt ingegaen prima aprilis 1583 ende geexpireert ultima septembris 1584,gesloten ten bureele bij de Gecommitteerde Raden van Zeelandt den 6den marty 1586. Alwaer onder andere articulen in 't capittel vande uuytgeeff ende betalingen gedaen aen Balten Hubrechts staen de navolgende, folio 246° verso Aenden selven twee hondert vyffentzeventich ponden vier schellingen eene groote vyffthien myten vlems, over het gene bij hem betaelt is,te weten £ 182-0-10-1, over de helft van den turff ende keerssen gecocht tot behouve van den brandt inde wachthuysen ende corps de garden voor den soldaten ten plattenlande binnen den tyt van 18 maenden,ingegaen den eersten octobris '82, totten lesten marty 1584, waeraff d'ander helft staet tot laste van de landtsaten, £ 89-15-1 bij hem betaelt, zoo voor bier, broodt, caes ende anders voor den onbetaelden soldaten verso


- 41 A.S.G. 204. van het vendel van de Capiteynen Jan de Witte Cressioviere ende andere gecomen uuyt Hollandt ten bevele van den Heer Graeff van Hogenloo tot bescherminge van den voorschreven lande ende £ 3-8-2 over diverssche oncosten, alles breeder blyckende bij de rekeninge van den voorschreven Balten gesloten den 28sten meye 1584 dus hier £ 275-4-1-15 vlaems folio 247° verso Aenden selven achtentzestich ponden twee schellingen elff grooten twaelff myten bij hem betaelt in den tyt van zes maenden beginnende den eersten aprilis '84 tich ende geeynt den lesten septembris daer aene '84tich over de helft vanden turff, keerssen ende andere nootlicheden tot behouve van den brant ende licht voorden soldaten in de corps de garden ende wachthuysen ten platte lande ende dijcken in den lande van der Tholen voorschreven, waervan als voorschreven es d'ander helft betaelt wort bij de ingesetenen van den lande voor schreven blijcct bij de voorschreven rekeninge, dus hier £ 68-2-11-12 Concordat collatione facta P.Coorne.


- 42 A.S.G. 204. egeen andere middelen in handen en zijn gestelt, of te in een goede lange wyle en zijn geschapen te vallen,dan den incommen van den dobben stuver op elcke tonne biers begunnende met prima january desselver jaers 86. d'welcke behoort verstrect te worden tot vervallinge van de belastinge van dyen jaere,als daertoe alleenlick bastant sijnde. Zulcx uwe Edele lichtelick sullen connen speuren uuyten voorige verpachtinge volgens de notulen hier bij gevoeght ende dat hij Remonstrant van dage te dage meer ende meer wordt angelopen, ende gemolesteert om betaelinge. Soo versoeckt hij zeer reverentelick, dat uwe Edele op den voorderen inhoudt van sijn voorschreven overgeven sulcx gelieven te letten, ten eynde hem Remonstrant eenige voordere middelen mogen worden geconsenteert, of te in handen gestelt, daerbij hij de betaelinge der voorschreven renten op eenen gelycken ende eenparigen voet moch toe bringen Item alzoo hij Remonstrant


- 43 A.S.G. 204. Verstaet dat door dyen mijn heeren die Generaele Staten geconsenteert hebben totte amonitien over stuvers op elcke tonne biers, de zelve bieren daermede zoo zeere sullen sijn belast als die eenichssins sullen connen verdragen zulcx dat de verhooghinge van twee tot vier stuvers bij hem verzocht totte voorschreven eenparige betaelinge daerdoor wel zoude mogen infructuenlicx vallen. Sullen daertoe uwe Edele gelieven in deliberatie te leggen, oft nyet beter waere in plaetse van dyen te consenteren een oortken op elcke tonne turffs over geheel Zeelandt te betaelen bij den eersten vercooper innegaende mette anstaende verpachtinge. Ofte anderssins zoo uwe Edele sulcx nyet geraden en vonden ende om met eenen consente de voorschreven t'achterheyt te connen voldoen ende vervolgens een belastinge metten ordinaris innecommen te bringen op gelijcken jaere. Dat uwe Edele gelieve te consenteren over geheel Zeelandt eenen stuver op elck gemet lants halff tot laste van den eygenaer ende halff tot laste van baanders ende dat tot laste van de anstaenden ougst 1586.


- 44 A.S.G. 204. Item dat uwe Edele gelieven te suspenderen de betaelinge van de malcontente renten, ten eynde de rentieren over dese zijde gezeten te beter hunne betaelinge mogen bejegenen alzoo 't remboursement van den ÂŁ 600 grooten 't sjaers uuytte domeynen als nu faulleert mits 't ongebruick van den grooten Thol van Yerseckerort, doende nyetemin alle jaere daervan maecken een affrekeninghe metten Rentmeester van de confiscatien, Om ter gelegener tyt van den eersten innecommen tot proffyte van den fiscq daeraff te mogen worden betaelt. Ten lesten zullen mijnen Edele Heeren oock believen den Remonstrant te ordonneren wat betaelinge hij sal begunnen te doen, ende oft hij den incommen van den jaere '86 zal employeren totte betaelinge van den jaere '85. Dat ende de voorige verloopen verschenen zedert den jaere '76 totten jaere '84 incluys jegens het achterwesen zoo van de Rentmeester Coene als 't achterstel aende domeynen. Eensamentlick


- 45 -

A.S.G. 204. het achterstel voor de pacificatien van Gent ende 't jaer '86 tegens 't gene uwe Edele als nu daertoe sullen gelieven te consenteren.


- 46 – A.S.G. 204. Notulen van de verpachtinge van de twee stuvers op de tonne biers tot betaelinge van de rentieren van de staten van Zeelandt ingaende prima aprilis 1584 ende expirerende den lesten marty 1585. Walcheren Binnen Middelburch bedraecht Den voorschreven impost over de voorschreven tyt ter somme van £ 469-2 Binnen Vlissingen £ 379-17 Binnen der Vere £ 167-5 Binnen Arnemuyden £ 62-19

gr. gr, grooten gr.

1 a. somma

gr.

£ 1079-3

Schouwen Den voorschreven impost binnen Zierickzee ’t lant van Schouwen ende Westlant over Dreyschere Over Brouwershaven Over Duvelant Over Sommelsdijck 2 a somma

£ 268 £ 9-10 £ 102-10 £ 26 £ 33- 6-8

gr. gr. gr. gr. gr.


- 47 A.S.G. 204. van den jaren 82tich, 83tich ende 84 tich, midsgaders van eenige der zelver renten, naer affcortynge van twee jaren, het volle achterwesen verschenen voor de pasificatie van Gendt,die welcke inde voorgaende somme nyet en zijn begrepen die somme van ÂŁ 448-17-4 gr, Somma sommarium van het achterwesen der voorschreven renten totten jare 1585, incluys bedraecht ÂŁ 5032-16-2-5 stuvers, vlaems


- 48 A.S.G. 204.

Item de anno ’79. gelijck £ 8- 10 - grooten Item de anno ’80. bedraecht £ 11-10 grooten Item de anno ’81. bedraecht £ 39 grooten Item de anno ’82. bedraecht £ 51-17-9-8 grooten Item de anno ’83. bedraecht £ 185-1-1-8 grooten Item de anno ’84. bedraecht £ 494-10-6 grooten Item de geheele betaelinge der voorschreven rente Over den jare 85 bedraecht £1507-6-5 grooten Item de rente van £ 83-6-8 's jaers bij mijnen heeren de Staten van Zeelandt voor pilleghiste gegeven, aen Joncvrouwe Elisabeth van Nassau, is over den voorschreven jare '85 betaelt dus hier alleenlijck pro memorie Item de rente van £100 grooten vlaems 't sjaers bij den voor schreven Staten gegeven als vooren aen Graeff Fredericq Henrick van Nassau bedraecht over den jare voorschreven als onbetaelt £ 100 grooten vlaems Item alnoch zoo compt den Rentmeester Walraven van den Braemsloot over de volle betaelinge van de leste affrekeninge met hem gedaen den 20sten augusty 1585, inhoudende £ 582-3-1 ter causse van betaelinge van renten ancommende persoonen hun onthoudende bij den viandt. verso


- 49 A.S.G. 204. Specificatie van het achterstel der Staten renten verschenen voor de pacificatie van Gendt, zoo daeraff noch egeen accoord en is gemaect, als daer van alreede accord gemaect is, ende eenige betaelingen op zijn gedaen, midts cortyngen ende quyctscheldingen van twee jaren, behalvens van de renten ancommende den armen, gasthuysen ende leproosen. Midts oock particulierlick specificatie van jare te jare van het achterstel der zelver renten, zedert den jare 76tich totten jare 85tich incluys. Eerst het voorschreven achterstel verschenen voor de pacificatie van Gendt, daervan noch egeen accord en is gemaect, affgetrocken twee jaren, behalven van de renten ancommende den armen, gasthuysen ende leproosen, bedraecht ter somme van £ 1058-4-5-8 Item gelyck achterwesen daeraff accord gemaect is, ende daer van alreede eenige termynen bij halven jare mette verschenen jaren betaelt zijn, bedraecht alnoch ter somme van £ 1115½-9-3-4 Item het achterstel de anno '76 £ 2 grooten Item de anno '77 gelijck £ 2 grooten Item de anno '78 bedraecht £ 8- 10 grooten


- 50 – A.S.G. 204. Walcheren. Over Middelburch Over Vlissingen Over der Vere Over Arnemuyden

£ 561-17 grooten £ 397-2 grooten £ 202-4 grooten £ 79-19 grooten

1a summa

£ 1241-2 grooten

Schouwen Den voorschreven impost over Zierickzee Schouwen ende Westlant £ 328 grooten Over Dreyschere per £ 8-15 grooten Over Brouwershaven £ 117 grooten Over Duvelant £ 33-15 grooten Over Sommelsdyck £ 33- 6 grooten 2a summa

£ 520-16-8 grooten

Suytbevelant Over der Goes ende ’t geheele lant van Zuytbevelant

£ 267

grooten

£ £

82 38

grooten grooten

£

19

grooten

£

15-5 grooten

3a summa perse Tholen ende ’t platte lant aldaer Over Tholen ende Schakerloo Over Vossemaer Over Poortvliet metten polder van Nyenstryen Over Sinte Mertensdyck Over Scherpenisse ende Westkerke Over Sint Annelant 4a summa zonder Sinte Mertensdyck Scherpenisse ende Westkerke

£ 154-5 grooten

Summa Somarium van den voorschreven impost over een jaer tot ultima marty 1586 behalvens Sinte Mertensdyck, Scherpenisse ende Westkercke £ 2183-3-8 grooten vlaems.


- 51 A.S.G. 204. Suytbevelandt Den voorschreven impost over Goes ende ’t platte landt van Zuytbevelant bedraecht. 5a summa perse

£ 277

grooten

£ £

81 35

grooten grooten

£ £ £

21 29 31-10

grooten grooten grooten

£

19

grooten

£ 216-10

grooten

Tholen ende ’t platte landt aldaer Den voorschreven impost over Tholen ende Schakerloo Over Vossemaer Over Poortvliet met den polder Van Nyeustryen Over Sinte Mertensdyck Over Scherpenisse ende Westkercke Over Sint Annelant metten polder van Kempshoffstede

6a summa

Summa sommarium van den voorschreven geheelen jaere £ 2011-19-8 grooten vlaems Andere verpachtinge van den voorschreven 2 stuvers innegaende Prima aprilis 1585 ende expirerende ultima 1586


- 52,53 A.S.G. 204. Eersame discrete,wyse seer voorsienige Heeren. Burgemeesters, Schepenen ende Raedt der stede Goes . copien. Robert Grave van Leycester etc. Gouverneur ende Capiteyn Generael etc. Edele erntfeste, wyse hoochgeleerde lieve besunderen, Alzoo wy eenen algemeynen vast ende biddach geraempt ende geleght hebben, preciselijck op den vrydach wesende den lOden der toecommende maendt aprilis stilo novo, om samentlick met vasten ende bereyder herten in desen ellendigen tyts gelegentheyt God te loven ende te dancken, ende voorts te bidden om zijnen gratie ende genade, hebben wij nyet willen nalaten u lieden daer van te verstendigen. Begeerende ende over zulcx u lieden ernstelick ontbiedende bij desen den zelven biddach allomme anden kercken steden ende dorpen in u lieder provintien, tegen den lOden aprilis stylo novo, te willen uuytscryven, op dat zulcx gelijckelick ende behoorlick in der gemeynten Gods op den zelven dach mach geschieden, ende desen nyet dienende tot anderen eynde, willen uwe lieden hier mede. Edelen erntfesten wyse, hoochgeleerde lieve bezunderen God bevolen, in 's Gravenhage den 28sten marty 1587. geparapheert Leonardus videt. onder stont, ter ordonnantie van zijnen Excellentie in den Raede van State, onderteeckent Christiaen Huygens. die superscriptie, den Edelen, erntfesten, wyse, hoochgeleerden onsen lieven bezunderen, die Staten van Zeelandt oft haere gecommitteerde Raeden.


- 54 A.S.G. 204.

Eersame, wyse, ende zeer voorsienige Heeren. Volgende die bijgevoeghde copie van de brieven van sijne Excellentie ende Raede van State van den 28sten der voorleder maent. Sullen uwe Edele gelieven te benerstigen dat binnen uwen bedryve gevoordert worde, vrydach den thienden deser, eenen vasten biddach conform den inhouden van dyen zonder des te willen wesen eenichssins in gebreke, hiermede. Eersame, wyse ende zeer voorsienige Heeren, zyt Gode bevolen, uuyt Middelborch den lsten aprilis 1586, P.Rycke. ter ordonnantie van den Staten van Zeelandt, bij mij Christiaen RoĂŤls.


- 55,56 – A.S.G. 204.

Ersamen voerzenigen zeer discreten ende wysen Burgemeisteren Raedt der stede van der onsen goeden vrinden, der Goes. Georg Everhardt Grave tho Solms Heer tho Mynseberg ende Sonnewalt etc. Lyve ende zeer bemynde, wij konnen ons niet genochsam verwonderen na dien gij lieden ins ons vertrecken, belofft haddet die verterde costen so wij met onse dienars thot Cruningen wesende vertert hebben te verhelpen dat zij mochten betalt worde dieweil wij so well als andere Capiteinen eer tyts dar liggende behorten onderhouden te wesen. Ende nu die arme schamele leuden, so goedwillicklicken alle not, turfft gelevert tot hare betalinge niet koemen en mogen ons dagelix naer lopende. Iss derhalven ons begeren dat gij lieden wilt die handt helpen daran houden, dat die schamele leuden mogen betaelt worden Ende die weilrelicht die schulden den dorpe van Cruningen mochte te swaren vallen, dat sulcke schult mochte van gemeine landt betalt worden, wandt onredenen waren dat wij sulcx betalen sollen. Seindt gij lieden oick sulcker discretie, dat gij van ons het selvige niet begeren en seult. Ende doent u lieden hiermede Gott den Almechtige bevelen Uut Uttrecht den 15 den aprillis anno ’86. uwe lieden goede vrindt Georg Eberhardt, Grave tu Solms.


ASG. inv.nr. 204. - 60 - ( in 2 bladen) Corresp. 1586 juni 15. Robert Grave van Leycester, etcetera Gouverneur ende Capiteyn generael, etcetera.

Edele eersame, discrete lieve besundere. Naerdyen ons openinge es gedaen van der heeren generaele Staten deliberatien ende resolutien op de twee poincten die wij den zelven in februarye lestleden hadden doen voorhouden te weten om te hebben die cessie van de drye middelen van zout, zeepe ende twee stuvers op de tonne biers extraordinairlick om tot extraordinairisse oncosten van der oorloge geemployeert te mogen worden als tot vivres*, ammonitie van oorloge eenige noodelicke fortificatien, schip, schuut ende waghen vrachten, bodenloon, secrete saecken ende andere diergelijck. Ende ten tweeden de verzochte vierhondert duusent guldens te betaelen in vier aeneen volgende maenden van meerte, april, mey ende junius, tot oprechtingen van een leger te velde, 't welck ons zoo van de Staten generael als van uwen wege te hooghsten es gerecommandeert ende bij ons oock noodich es gevonden geweest. Ende hebben daerom ons vertrouwende op 't effect van dyen nyet naergelaeten alles te dien wat tot oprechtinge des legers voorschreven in dese tijt nootelick es geweest, soo commen wij buyten alle toeverlaet te verstaen dat van uwen 't wegen geen consent in de voorschreven 400.000 guldens en zoude sijn gedragen als bij d'andere provintien wel gedaen es. Maer want wij ulieden alles goets toebetrouwen als die den genen nyet en sullen wesen die een zoo goeden nootlick ende onverbijganckelicken- saecke zouden willen. verhinderen

*vivres = levensmiddelen.


ASG. inv. nr. 204. corresp. 1586, juni 15.

- 61 -

verhinderen, oft emmers nyet meer als aen den huere bontgenooten hen daervan excuseren. Ende mytsdyen de consentien van de andere beletten dan dat de voorschreven uw lieder irresolutie door faulte van goede berichte van de gelegentheyt der saecken wordt gecauseert. Hebben wij goetgevonden aen ulieden te schicken een van onsen raede Jacob Valcke den welcken ulieden onse meeninge met 't gunt daeraen cleeft breder sal verclaren, vermogens den last die wij hebben hem daertoe gegeven. Is daerom ons ernstelick begeeren dat ghijlieden op 't inhouden van desen met alle spoet u wel delibereren ende tot een goede resolutie staetsgewijs , vergaderen oft den staten bescrijven tegens maendach den 23 deser tegens welcken dach de voorschreven Valcke aldaer sal vinden ten fijne voorschreven. Van des te doen wilt in geenen gebreke wesen. Ende hen een goede cortte ende vruchtbaere resolutie te laeten gemoeten. Zoo tot conservatie van uwen vaderlande noodich es . Hier mede. Edele eersame discrete lieve besundere blijfft den Almogenden bevolen. Gescreven tot Uuytrecht den 15den juni 1586. Geparapheert Bardesius etcetera. Onderstondt : ter ordonnantie van sijne Exellentie. Onderteeckent Chr. Huygens . De superscriptie; Edelen eersamen discreten onsen lieven besunderen die Staten van Zeelant oft heure gecommitteerde Raden,


- 62 A.S.G. 204. maent van januario, is op 't wel behagen van de provinciĂŤn goedt gevonden extra ordinaire over de vier provintien te furnieren den 2OO.OOO guldens boven de quote ordinaris van de zelve maent zulcx dat daer mede de saecken voort connen geholpen ende gerecht worden, Sijn oock daer inne zekere conditien vervat gelijck uwe Edele bij de zelve ende brieven van den Staten Generael tot dyen eynde hier mede gaende breeder sullen connen verstaen ende oock als wij achten goet genoegen van hebben. Den Raedt van State bij ons van te dage tot dage om eenige antwoorde bij gescrifte op onse doliantien te hebben, twee mael geimportuneert heeft, ons op huuden toe geseght ende goede hope gegeven dat den Tresorier daer van onbelast sal blyven, ende zoo wij d'originele bescheeden hier toe dienende hadden gehadt en twyffelen oft zelve en zoude overlange gepasseert wesen.


- 63 A.S.G. 204. maent soldts den soldaten overal te doene als om de cassatien van de onnoodige vendelen ende de reductie van de zwacke te wegen te brengen, d'welck voor den lande zoo noodich gedaen verdient dat zonder het zelve onmogelijck es tot eenigen ordre te commen ende het landt zoo lange te conserveren tot dat wij van elders mochten geholpen worden. Ende alzoo daertoe groote merckelicken van gelts sullen behouven, ende dat er gheen expedienter remedie en es in desen hooghen noodt bij den provintien alle langheyt van raporten aff te snyden, en es gevonden dan de consenten van de provintien te doen anticiperen, alzoo anderssins den Raedt van State uuyter Camere sal moeten gescheyden, d'Welck ons noch meerdere confusie zoude causeren. Ende sijn tot desen alhier twee acten gearresteert d'eene van den 2den decembris, inhoudende het consent van drye principaele poincten, ten eersten van de repartitie van het remboursement van 100.000 guldens bij sijne Excellentie op de middelen gelicht over de vier contribuerende provintien te doene ende dat de zelve promtelick mochten opgebracht worden.Ten tweeden dat een yegelick van de voorschreven vier provintien 't gene hij noch op haere ordinaris quote tot den 10 den decembris schuldich mach wesen oock gereet opbrenge .waeraen (d'welck voor die van Zeelandt wel te noteren es) nyet en sal mogen cortten dan bij ende van wegen sijne daer op es verso


- 64 A.S.G. 204. geordonneert genoten oft genegocieert met alsulcke voorder bespreken ende conditien die wij achten den lande tot geenen ondienst en zullen strecken,als de voorschreven acte dat breeder inhoudt. Ten derden dat bij authoriteyt van den Raede van State al 't gene dat van de drye specien van zout , zeepe, ende twee stuvers op een tonne biers zedert den lOden january lestleden tot den lOden january eerstcommende anno 1587. Is oft behoort geprosedeert te weesen, sal eenpaerlick over de provintien geexecuteert worden, ende in affcortingen een yeders quote proportionelen laten strecken. Ende overmits men bevondt dat met den zelven consente den staet van den lande nyet en conde geredresseert worden, bedraeghende de t'achterheyt meer als 450.OOO guldens, is men genootsaect geweest in de tweede acte hen voorder te deslargieren, ende boven den inhouden van de voorschreven eerste acte in desen oock vervat 't gene een yder te cort betaelt mach hebben ende 400.000 guldens tot den veltleger gedestioneert mede op te doen brengen, mitsgaders bij anticipatie te furneren elck sijne quote in de 200.000 guldens die sij den thienden january gehouden waeren op te brengen, te willen furneren binnen drye weken ten langhsten daerinne wij om des Vorst wille nyet en wilden begrepen wesen. Ende voorts om de saecke stande te houden oock voor de Verso


- 65 – A.S.G. 204.

wegh bereet es in te loopen. Sullen uwe Edele gelieven hier op de Staten in alder yel ende haest te versamelen, ende ons van haere resolutie eerstsdaechs verwittigen, anders zoo de gelegentheyt van het Parlement compt te cesseren alvoeren die Gedeputeerde haer daer met desen last sullen connen binden, ende zonder den welcken als nu ongeraeden wordt gevonden die aff te laten gaen, mocht wel het eene ende het andere den lande onvruchtbaer vallen tot onverwinnelicke schade ende nadeel van dese geunieerde provintien ende dat het den lande van Zeelandt gheen voordeel en zoude causeren, dat alle andere provintien sulcx stonden bereet wesen te volvoeren ende sij alleen zouden erselen, Velen doch sulcke saecken altyts vernomen oft over gedragen worden, het sij nu dat haere Majesteyt sulcx sal anveerden oft refuseren ende dat wij hier mede allen haet van d'andere provintien zoo verre eenich ongeluck henlieden bij faulte van desen overcommen op onsen haels zouden laden. Oock es haere Majesteyt ten eenen oft ten anderen geresolveert oft de Souveranite te anveerden ofte te refuseren ende weygeren. Te anveerden( al oft het schoon haer nyet gepresenteert en wierde) staet in haer macht verso


- 66 A.S.G. 204. 't zelve alle vre te doen, ende can ons tot der presentatie wel bringen, nyet te anveerden en geresolveert sijnde, en sal oock om onsen presentatie daerom nyet veranderen ende uuytte groote offencie ende het verworpen inde eerste presentatie ande zelve gedaen con men haere Majesteyts gesintheyt genoech affnemen, te meer dat tot verscheyden reysen van den schoten tot sulcx mede angesocht te sijnde noeyt sulcx en heeft willen anveerden, oft den nabueren princen bij haer een sulck voorbeelt naerlaeten om der consequentie wille. Van alle 't welcke wij uwe Edele wel hebben willen verwittigen ende wat wytloopiger dan mogelick ons wel betaemt discaireren op dat sij in desen groote gesintheyt van d'andere sulck regard ende insien mochten nemen als den gemeene lande ende den staet van Zeelandt (die doch nu geheel haer wel oft qualick wieren in haer Majesteyts van Ingelandts handen hebben gestelt) sal mogen alder proffytelick wesen. Het andere poinct is daer van, wij oock in onsen voorgaende hebben vermaent om die groote t'achterheyt ende confusie met apparentie groote dangieren daer de landen haer tegenwoordelick in vinden ende geschapen te vallen zoo daer inne nyet promtelick voorsien en worde zoo om een verso


- 67 A.S.G. 204.

Boven desen zoo men wil considereren wat het van ons wil worden zoo den pais eens bij sijnen Majesteyt van Spaignien voorts gewent bij haere Majesteyt goedt ende redelick gevonden worden geven uwe Edele als die verstandige te bedencken daertoe mogelick oock de factien van de vremdelingen ende andere in het zuiverste van den lande wesende met eenige Ministers gelijck hier voorts in Vlaenderen es geschiet. Ons zeer haest zouden dryven ende ongelijck ergere conditie doen anveerden, hier beneffens dat meer als oirboir es om gheen scheuringe onder de provintien te maecken daer alreede de warregeesten zoo veel te wege hebben gebraeght datter eenige schynen zonder conditie aen haere Majesteyt de Souveranite te willen overdragen, den sulcken hier door den brydel in den mont te leggen ende met ghemeender handt ende op redelicke conditien het tractaet met haere Majesteyt in desen aen te gaen oft teffens gerefuseert te worden, hebben de voorschreven Staten van Hollandt om dese ende andere gewichtige consideratien een solempnele bescryvinge in alder haest gedaen,ende is bij den zelven goedt gevonden te persisteren bij de voorige gelegentheyt ende de zelve haere Majesteyt immers narratinal te doen anbieden om van haer ver-staende haer meeninge zoo onse Gedeputeerde gevraeght mochten worden oft sij daer op last hadden met haere Majesteyt in communicatie te treden verso.


- 68 -

A.S.G. 204.

Die Staten 's lants ende Graefelichyt van Zeelandt,alsoe diversche dachten daghelicx gedaen worden,dat binnen den eylanden van Zuytbevelandt dickmael comen diversche vagabonden ende soldaten,binnen andere steden ende plaetssen garnisoenen houdende,onder dexel van passport vercregen te hebben of te trecken naer Vlaenderen op vrybuyt oft anders ende onder 't selve dexel aldaer sepereren dickels drye oft vier daghen ende maenden tot groot ongelyck den huysman onder diversche dagelix resorterende Ende wij luyden nyet liever en saghen dan dat alsulcke faulen ende commissen met behoorlick remedie geweert werden. # # Soe eest dat wij hebben geauthorizeert ende authorizeren mits desen nyet alleen den Capiteynen ende Officieren van 't garnisoen leggende binnen desen van der Goes maer oock den Superintendent Stadthouder ende alle particuliere lant luyden binnen den selven eylanden voornoemt t'allen tyden wanneer zij eenige vagabonden oft crychsluyden sullen connen bevinden oft kennen, de selve te mogen aentasten ende approhenderen met alle ongelyck henluyden te infereren te weren ende resisteren ende de selve gevangen zijnde te leven onder den Capiteyn leggende binnen der stede van der Goes oft anders behoorlick juge om over de selven sulcken recht ende punitie gedaen te worden als men bevinden zal in redene ende equityt te besien. Aldus gedaen tot Middelburch in 't Hoff van Zeelandt den 29 january 1587. marge: Authorizatie te desen ins inschryve, fine te gheven den Capiteyn leggende binnen der Goes,superintendent van Zuytbevelandt


- 69 A.S.G. 204. mochten vryelick seggen dat jae; ende op de oude conditien jusisteren, ende zoo daer eenige zwaricheyt in viele overscry-ven anonicerende nyettemin het verzochte secours ondertuschen dat men op de principaele saecke sal affhandelen het welcke wij des te lichtelick als daer van haere Majesteyt sullen becommen, involgen dat zoo wij nu ons zelffs welvaeren bechertigen met eenen ofte den anderen weg door Godes hulpe in desen ge-legentheyt ende gestaltenisse van onsen vianden benautheyt ende armoede, ons gereet vindende zeer haest tot eenen beteren ende geweynsten stant van saecken ontwyffelicken wel mochten geraecken. Ende alzoo die van Gelderlandt tot desen oock expressen last hebben, gelijck oock doen ende verclaert hebben die van Uuytrecht die doch nullis conditionibus derwaerts willen loopen, zoo men met desen nyet en besuyt, ende die van Vrieslandt daer toe oock nyet qualick genegen en sijn, ende eer thien dagen met desen vorst haere resolutie meenen van haeren principalen, die wyle het doch eens gearresteert es geweest te becommen. Dat oock Vlaenderen Brabant zoo veel als 't in desen vermach eest verso


- 70 A.S.G. 204. ongelegen zoude zijn. Ende zoo men de sake soo sij seggen te rechte wil insien zoude het den lande veel geraeder wesen dat haere Majesteyt op de voorige conditien, oft naerder met haer te stipuleren de Souveranite der zelven anname dan aldus tuschen tween te sitten ende dagelicx in onuuytsprekelicken schulden ende die buyten alle betaelinge in 't eynde sullen wesen te verloopen, zoo wij noch eenen tyt inder oorloge moeten blyven, ende middeler tyt zonder conditien zouden ordre geregeert oft geincorporeert te worden. d'Welck haer wanneer sij zoude begeeren (als wij nemmermeer en achten) zeer lichtelick omdoene zouden wesen want boven dyen dat sij alreede de principaele slutelen van den lande in handen heeft, zoo vermach sij noch in een yegelicken van d'andere provintien een stadt met haer garnisoen te besetten ende voor haer verzekertheyt van het remboursement van haere verschoten penningen behouden, boven oock dat sij de andere plaetsen door haeren Lieutenant ( die in het stuck van der oorloge) nootwendich het opperste gesach moet hebben) met sulck crychsvolck can besetten als den zelven gelust ende daer toe zoo veel volcx Compaignie van den sijnen bringen als tot zelve te effectueren genoech zoude wesen. Soo dat onse conditie ( de wyle doch het commanderende zonder eenich ansien genoech absolut es geweest) ongelyck beter met den overgegeven ende bezworen Souveranite op de voorige conditien zoude wesen dan het wel es nu verso


- 71 A.S.G. 204. noch te willen betooghen in de presentatie van de Souveranite ande zelve te doen. d'Welck hen oock tot een zonderlinge eer zoude strecken ,daer zoo het anders geschiede, zonder sijne groote oneer nyet en conde wesen,al oft sijne Excellentie sulcx bij den lande gehandelt hadde,ende zoo qualick geregeert dat de landen daer door eenen afftreck van haere Majesteyt zoude schynen genomen te hebben. Al hoe wel zijne Excellentie gelijck oock meest alle van dyen gevoelegen sijn dat haere Majesteyt nemmermeer die Souveranite desr landen en sal annemen, haer laten de genoegen mette eer bij de presentatie haer geschiet ende dat sij haer des bij den Coninck van Spaignen ende allen anderen potentaten ende Coninckrycken haer naegebueren berouwen mach sulcx haer te meermael gepresenteert ende geverght te sijne, ende nyet angenomen te hebben.Alle het welcke bij die van Hollandt in rype deliberatie gelecht ende in zunderheyt dat de landen nyet ledich en connen staen verthoonende haeren noot en van haer meer secours verzoeckende, te verhaelen, dat sij noch volherden in de goede genegentheyt die sij van allen tyden tot haere Majesteyt hebben gehadt ende geerne gesien hadden dat haere Majesteyt dese landen hadde willen annemen onder redelijcken conditie ende die als haer eygen beschermen, ende voor staen om nyet te betooghen in onse oude affectie te willen ceseren oft reculeren, d'welck haer oock mogelick veroorsaecken zouden achterwaerts te trecken. Een saecke die voor desen tyt den lande gansch verso


- 72 A.S.G. 204 1586. Extract uuyt 't scryven van de Gedeputeerde van den Staten van Zeelandt wesende op de vergaderinge van den Generale Staten van den lOden decembris 1586 addresserende aen den Staten van Zeelandt oft haere Gedeputeerde. Het eerste ende principaelste poinct es daerop uwe Edele wel rypelick hebben te letten ende eerstdaechs de bescryvinge der Staten van Zeelandt te voorder, hoe wel het bij sommige alhier voor een gedaene saecke, ende eenmaels geresolveert wordt gehouden dat sijne Excellentie voor sijn vertreck ('twelck bij sommige alsdoen onzekere wordt gehouden) den Staten heeft doen voortdragen dat de gelegentheyt van der vergaderinge der Staten oft parlement in Engelandt alwaer op de voordere ende pepetuele deffensie ende bescherminge deser ende haerer landen welstant volcommen besluyt apparentelick zouden genomen worden, wel sulcx mede brachte dat de provintien die geconcipeerde instructie voor haere gezanten naer Ingelandt te schicken, die hen doch te veel mager ende zoberen scheen te wesen, wat zouden uuyt breeden, ende dat sij oock om haere Majesteyt bat te bewegen tot voorder ende meerder secours den landen te doen, nyet min en conden gedaen als persisterende ende volherdende in de goede ende oude genegentheyt die sij t'anderen tyden de zelve haere Majesteyt hebben gehadt ende gedraghen verso


- 73 A.S.G. 204. Die van Utrecht persisteren bij de antwoorde bij de Generaele Staten desen angaende sijne Excellentie gegeven inden Hage op sijne eerste propositie ende conformeren hen voorts mette opinie van die van Hollandt. Die van Vrieslant consenteren dat sijne Excellentie de voorschreven drye middelen sullen volgen ende worden gegeven boven de twee hondert duysent guldens hem maentelicx geaccordeert, behoudelick dat de twee stuvers op elcke tonne biers sullen worden geheven op het gemael.


- 74 A.S.G. 204. lantschap reysende om die middelen aldaer in treyn te brengene daer op aldaer aen te houden. Vlaenderen conformeren hen met hunne voorgaende opinie ende resolutie op de 400.000 gulden . Die van Hollant adviseren dat de voorschreven drie middelen als vyftich guldens van elck hondert soudts dat inde geunieerde landen gesoden wordt, twaelff styuvers op elcke tonne zeepe ,die aldaer gesoden wordt,ende twee stuyvers op elcke tonne biers die aldaer gebrouwen wordt, ende oock uuyt andere landen in dese landen gebrocht allomme in de geunieerde provinciĂŤn behooren in treyn gebracht in handen van sijne Excellentie gestelt,ende op eenen eenparigen voet gepacht oft gecollecteert te worden, ende dat 't gene van de voorschreven drie middelen bij collectatie oft verpachtinge sal worden geconsequeert, de provinciĂŤn van Hollandt, Zeelant, Utrecht ende Vrieslant strecken sal in minder-inge van de twee hondert duysent ponden ter maent aen sijne Excellentie bij henluyden belooft alsoo sij anders egeenen raet oft middel en weten om de voorschreven quote van twee hondert duysent gulden ter maent te furneren. Die van Zeelandt persisteren bij heure opinie desen angaende bij hem op heden gegeven.


- 75 A.S.G. 204. Die van Vrieslant verclaren ten fyne voorschreven 't accorderen sijne Excellentie op te brengen voor hen quote in de vier hondert duysent guldens het dobbel van die van Utrecht op termynen met sijne Excellentie bij hem t ' overcommen, mits dat sij in betaelinge van dyen sijne Excellentie sullen mogen ter handen stellen op ten eersten termyn twee liquide ordonnantien oft assignatien hoedende op te verhooginge van de convoyen van Hollandt ende Zeelandt ter sommen van ontrent 27.000 guldens, ende dit zoo verre de andere provinciën daerinne van gelycken accorderen. Gedelibereert oft de provinciën sijne Excellentie sullen laten volgen het innecommen van de drie speciën, soudt,zeepe ende twee stuvers op elcke tonne biers in affcortinge van de quote van van twee hondert duysent guldens ter maent oft boven de voorschreven quote van de somme. Die van Gelderlant resoluteren dat sij consenteren dat sijne Excellentie sullen volgen de middelen van de vyftich guldens op elck hondert souts ende twaalff stuyvers op elcke tonne zeepe, boven de voorschreven twee hondert duysent guldens ter maent ende angaende de twee stuvers op elcke tonne biers verderen dat deselve in heure provincie alnoch nyet en sijn geaccordeert, maer dat heuren principalen daer mede doende sijn.# versien zoo verre de andere provinciën de zelve consenteren dat hunne principaelen ooc zullen bewilligen.Vindende goet dat sijne Excellentie sal belasten den gedexcuteerden in hen


- 76 A.S.G. 204. nyet en cunnen vervallen worden, hebben allen middelen ende wegen gesocht ende over geleet om sijne Excellentie te mogen geven contentement op sijn versoeck van de vier hondert duysent guldens eens over vier maenden van meerte, april, meye ende junius, dan hebben bevonden hen 't selve gansch onmogelick te sijne nochtans om te bewysen de goede genegentheyt die sij hebben tot het welvaeren, ende dienst van den lande, ende om sijne Excellentie te secunderen in sijn heerlick voornemen van het oprichten van eenen velt leger, sijn te vreden dat die drie middelen van soudt, zeepe ende twee stuvers op elcke tonne biers sijne Excellentie in handen gestelt, bij haer sullen genoten worden, voor den tyt van eenen jaere, extraordinaris boven de twee hondert duysent guldens ter maent, sijne Excellentie geconsenteert ,mits conditie # dat de andere provinciën, de zelve drye middelen van gelijcken cedeeren ende dat de penningen daer van in Zeelant procederende nyet en sullen worden gediverteert, ten sij al vooren d'oncosten van de equippaige ende andere oorlochs lasten in Zeelant vallende daer uuyt betaelt sijnde, ende mits dat den ompost van den soute sal geheven worden sonder excemptie ende rembourssement van de vischerie Waer mede de voorschreven vier hondert duysent guldens over de vier maenden cesseren zullen. Ende de provinciën met geen voorder lasten dit loopende jaer zullen worden bezwaert. Die van Utrecht verclaren gelast te sijne te consenteren in de vier hondert duysent guldensover de provinciën van Hollant, Zeelant, Utrecht ende Vrieslant, mits dat sij sullen daer inne gelden naer advenant van het thiende paert tegen Hollandt, ende dat sijne Excellentie 100.000 der zelver guldens zal vinden op den impost van de lakenen, op den voet als die van Hollandt hebben verclaert, wel verstaende dat de lakens van £ 10 ende daer onder tot £ 5 zullen betalen van 't stuck eenen gulden, van £ 5 ende daer onder tot £ 2-10 zullen betalen thien stuvers, ende die van onder de £ 2-10 zullen betalen vyff stuvers. Ende angaende de resterende 300.000 guldens, dat sij zullen vermogen met sijne Excellentie voor hare quote te handelen, op al zulcke garacelen termynen als zij met den zelven zullen connen verdragen op zekere middelen bij henlieden alreede beraempt ende noch te beramen, ende dat alles voor den tyt van een jaer extraordinarlick tot het oprechten van eenen veltleger ende anders nyet, mits dat zij oock nyet voorder binnen den zelven jaere zullen worden bezwaert.


- 77 A.S.G. 204. In gevalle haere Majesteyt belieft den court van de Ingelschen laeckenen te doen houden binnen dese landen, oft anders in gevalle 't selver van haere Majesteyt nyet en soude wesen t'impetreren , als sij verhopen, jae. dat sijne Excellentie die voorschreven hondert duysent guldens sal doen negocieren ende lichten op den impost van de laeckenen op ten voet van die van Hollandt op de leste vergaderinge van de Generale Staten geproponeert, mits dat van de laeckenen van de weerde van thien ponden Vlems, ende daer en boven in sulcken gevalle twee guldens voor impost sal worden betaelt. Ende sijn tevreden in de voorderen drie hondert duysent ponden jegens die van Zeelant, Utrecht, ende Vrieslant te dragen haere quote, mits dat sij met sijne Excellentie verstaen te handelen om de selve uuyt seecken contributien sijnen Excellentie in handen te stellen op seecken gracelicke dagen ende termynen te mogen betaelen, welverstaende dat d'anderen drie provinciĂŤn haere quote van gelijcken sullen op brengen, ende dat die van Vlaenderen ende Overysel oock tot discretie van sijne Excellentie sullen contribueren naer heuren staet ende gelegentheyt ende nae dat sij bij het veltleger voorschreven sullen wesen gedient. d'welcke den andere provincien te goede commen zal in de voorschreven 400.000 guldens. Die van Zeelant aenmerckende de swaere ende groote lasten die sijne Excellentie genootsaeckt wordt te dragen tot deffentie van den lande ende crenckinge van den viandt, ende dat de selve uuyte twee hondert duysent guldens ter maent verso


- 78 A.S.G. 204. Recepta, 20ste may 1586. Copie. Extract uuyt 't registre van de resolutien van mijne Heeren de Generale Staten der geunieerde Nederlantsche provincien. Den 12den may 1586. Gedelibereert op de propositie bij sijne Excellentie gedaen om te hebben vier hondert duysent guldens, te wetene binnen elcke maent van meerte, april, meye ende junius, hondert duysent guldens, om daer mede te lichtene ruyteren ende knechten tot eenen veltleger, ende te maecken meester van den velde. marge; Die van Gelderlant verclaren in de voorschreven 400.000 guldens nyet te connen gelden, overmidts haer landt geheel bedorven es ende alles contribuerende wes sij vermogen, persisterende bij den accoorde bij henlieden gemaect, met de Generale Staten. Die van Gelderlant ende Vlaenderen adviseren gelijck sij respective gedaen hebben op de voorgaende hondert duysent guldens. marge; Die van Vlaenderen zeggen dat sijne Excellentie proffycteert 't gene binnen hare provincie voornoemd drye specien als van gemeene middelen es procederende nen 't welcke zij nyet en vermogen wes meer te contribueren, geraerct hunne tegenwoordige gesteltenisse, behoudelick dat de Heere Ceron uut de middelen in de voorschreven provincie vallende zal werden geremboursseert in 1500 guldens bij hem verschoten in den voyagen naer Vranckryck ende Engelandt ten dienste van den lande. Die van Hollant verclaren gelast te sijne bij de Ridderschap, Edelen, ende meesten deel van de steden tot oprichtinge ende onderhoudinge van eenen veltleger om de viandt 't hooft te bieden, ende meester van de campaigne te worden, ende anders nyet te consenteren extraordinaris in de versochte vier hondert duysent guldens eens over het loopende jaer van '86, mits dat hondert duysent der selver guldens sijne Excellentie sal mogen doen negocieren ende lichten op den impost van de laeckenen sulcx die in den landen op gestelt sal worden verso


- 79 A.S.G. 402. Poincten ende articulen bij den Lantsraede verzocht dient op 't 14de poinct. C (100). - 80 A.S.G. 204. gebracht worden, willende de voerschreven Gecommitteerden Heeren Generalen Staten wel voor ooghen leggen, bij al zoo verre 't gene voorschreven nyet en worde eenmael ter herte genomen ende met desen gelegentheyt ten eynde gebrocht, dat die suveringe van rekeningen ende affrekeningen duer versuymenisse onderblijvende den Generaliteyt een ongeloffelicken schade vallen sal, gelyck men wel sal connen bethoonen, dat over zoo geringe besoingne de zelve geproffyteert heeft, over de hondert duysent guldens, ende ettelicken hondert duysenden sal proffyteren, wanneer 't geenige voorschreven behertiget ende geeffecteert worde.

- 81 A.S.G. 204.

Ten derden alzoo eenige comptablen noch hebben over te leveren haere rekeningen metten behoefften daertoe dienende, andere te voldoen 't gene sij bij slote der zelver sijn schuldich gebleven Ende te meermaelen geinsinueert ende verscreven sijnde sich onwillich houden te compareren ende haer schuldich debvoir weygerich sijn naer te commen als namentlick d' erffgenamen van den Heere van Wulp zaliger in sijnen leven Generael van de ammonitie, Dierick Pyl sijn Adjoinct d'erffgenamen van Lodens Brunnick in sijnen leven Commis van de Ammonitie die te doen heeft rekeninge van groote quantiteyt ontfangen, ende uuytgelevert den tyt van drye jaeren, d'erffgenamen van Cornelis van Nyenrode zaliger in sijnene leven Controller van de artellerie, zoo van de administratie sijn ampts als ontfanck van den verdinghen der Omlanden. Van Meerlandt gehadt hebbende eenigen ontfanck der generaele middelen Meenstricht, Utrecht welckens halven de tweede rekeninge van de Heere van Brakel ende des Borghmeesters Zuytvoort verblijven ongesloten, item Pieter van Hesevelt over 't gene hij bij slote sijner rekeninge schuldich es, dat de Heeren Generaele Staten believen te verleenen sulcke provisie daer mede desen onwilighen tot redenen


- 82 A.S.G. 204. Staten in 't bij wesen van de Gecommitteerde voornoemt 't zedert den 22sten february 1583, totten eersten february 1500 vyffentachtich bedragende desselven ontfanck over den voorschreven tyt een hondert sevenentwintich duusent vier honder sevenentsestich ponden 15 schellingen 8 grooten van veertich grooten vlaems 't pont, dat den selven van den Berge ( tegenwoordelick woonende tot Thiel) verscreven worde te doen rekeninge bewys ende reliqua sijnder administratie, als van gelycken den gewesen Controlleur Guillaum van Naerssen sich houdende in Beyerlandt. Ten eynde hij overbringende de controllen ende daer beneffens nae comme de belasten hem bij de Gecommitteerde voornoemt gedaen . Welcker staende dat dese verscryvinge hoognoodich es tot onderneminge der beloefften om eyntlicken te liquideren met eenige die op generaele ordonnantie ende andersins onder haer recepissen betaelingen hebben ontfangen. Ende daer van schynen geen kennisse te draghen ten sij men haer sulcx doen blycken bij haere recepissen, 't zelve mede dienende ten ansien eenigher Oversten, Ritmeesteren, Hopluuden ende crychsofficieren betaelinge van de voorscreven persoonen ontfanghen hebbende.

- 83 A.S.G. 204. daer mede gesuvert werden naer behooren, ende andere rekeningen als alleene des gewesen ontfangers generael Deventer bij tyden van den Lantraede in sulcker voeghen tot noch gesuvert sijnde, datse van gelijcken overseynden de betaelingen bij ofte van haeren tweeden gedaen den Oversten, Ritmeesteren, Hopluyden, ende andere Officieren, zoo aen gelde, lakenen, wapenen, als proviande buyten haere repartitie gewesen 't zedert den eersten january 1579 tot prima septenbris 1584. Als insunderheyt de betaelingen gedaen den crychsvolcke bij sijne Excellentie hoogher memorie genomen op te reptitie van Hollandt, Zeelandt ende Utrecht zedert prima decembris 1583 tot prima septembris 1584. Den welcken d'heeren Staten Generael belieft heeft dat d' affrekeningen bij de voornoemde gecommitteerden zoo hier voerens geseght is zouden gemaect ende gegeven worden onder speciale belastinge ende authorisatie. Ten tweeden alzoo Arent van den Berghe bij die van Niemeghen gestelt ontfanger der convoyen aldaer sijne rekeninge heeft te doene voor de Gedeputeerde der heeren Generael verso


- 84 A.S.G. 204.

andere Officieren gestaen 't zedert prima decerabris 1583 tot prima septembris 1584 op de repartitie van Hollandt ende Zeelandt ende Uuytrecht haere affrekeningen te doen hebben, waertoe nochtans hun de behoefften ende memorie der betaelinge, maer stucxgewys sijn toe gesonden, in ansien der geenigen dyen haer affrekeningen alreede gegeven es. Om de begonnen saecke op't spoedichste te moghen eyndighen ende van den voerscreven handel eens ontlast te sijn, hebben den Heeren Generaele Staten met eerbiedinge wel willen versoecken. Eerstelick dat haere Edele believe te doen scryven aen die van Gelderlandt, Hollandt, Zeelandt, Uuytrecht, Vrieslandt ende Overissel, eenige van de welcke sij Gecommitteerden menichwerven (doch tevergeefz) gescreven ende verzocht hebben datse oversenden staet van de penningen die sij hebben doen verstrecken ande respective ontfangers Generaels, item de vuires ende anmonitien die bij de zelve sijn gelevert den Generaele Commissarissen ofte Commisen vandyen, ten eynde haere overgeleverde oft noch over te leveren rekeningen.

- 85 A.S.G. 204. Overgebracht bij die van den Lantraede in de vergaderinge van de Generaele Staten den 17den mey 1586. Die Gecommitteerde van den Lantraedt aenden Oostsijde van de Maese verordenth tot hooringe ende sluytinge aller comptablen resterende rekeningen, affdoeninge der Oversten, Ritmeesteren, Hopluyden ende andere Officieren affrekeningen, belangende haere administratien ende diensten, inninghe der restante van den brantschaten tot behoeff der geenigen daer op bewesen, gevallen 't zedert beginne der Naerder Unie totten affscheyt van den Landraedt als mede suneringe der voorscreven rekeningen ende affrekeningen. Om 't zelve geeffectueert sommierlick in te stellen eene generaele rekeninge relatiff tot alle stucken ende behoefften daertoe dienende, ende die selve over te leveren, tot noch toe op 's geens voorscreven haeres vermogens gebesoigneert hebbende ende bevonden zwaricheden, waerdoor sij nyet zoo veel en hebben connen affgedaen, als zij van herten wel gemeent hadden. Vermits sij eensdeels bij dagelicxe onverdrachelicke moeyenissen der creditueren eensdeels bij weygeringe van eenige particuliere comptablen allen insumaende nyettegenstaende verhindert worden, dat oock henluyden voorderen last opgelecht es. Om den Oversten,Ritmeesteren, Hopluyden ende verso


- 86 A.S.G. 204. Inventaris van de stucken den steden van Zeelandt toe gezonden dienende tot ende beneffens de poincten van bescryvingen jegens den 22sten juny 1586. Ierst copie van twee extracten uute resolutien van de Generaele Staten van de consenten d'eene gequoten a. primum ende d'ander a secundum mitsgaders den missyve a tertium.

A.

Item copie van de acte vande Staten van Hollant op de tractaten van Graeff Maurits.

B.

Item copie vande remonstrantie ende brieven van de Ambassadeur van de Coninck van Navarre.

C.

Item twee extracten uute poincten ende resolutien van den Staten van Zeelandt op te preferentie van de inboorlingen. D. Item copie vande Commissie ende aggreatie van de Bailliu van der Goes.

E.

Item de poincten van bescryvingen.

F.

Ende desen inventaris gequotteert.

G.

- 87 A.S.G. 204. bij de Middelburchsche poorte aen weder zijden van den beer ofte dondaene want men daer uuyt ende in mach tot sijnen wille. Item dient oock wel nootelick een pallisade gemaeckt voor 't voetvolck bij het Gasthuys uuyt dyen de oude gansch wech es ende was oud van jaeren. Alle welcke voorschreven wercken bij estimaetie wel souden mogen costen duysent carolus guldens oft uuyterlick twee hondert ponden vlaems. Ander raminge van de metswercken. Dient ende es seer noodich de oostsijde van het bolwerck te altenae jegens den zeedyck van Zeeburch in volcommen ende behoorlicken staet te bringen, ende om 't selve te doene souden gemaeckt ende gemest moeten worden 23 roeden metswerck waervan elcke roede bij estimaetie wel costen sal de somme van vyftich ponden grooten vlaems bedragende de voorschreven 23 roeden de somme van ÂŁ 1150 grooten vlaems


- 88 A.S.G.

204.

Exhibitium

Padriaen van Cartssen den 5den may 1586,

Copie. Damange van de nootelicke reparatien van de fortificatien der stede van Vlissingen aen mijnen Edelen Heeren de Gecommitteerde Raden 's lants ende Graeffelicheyts van Zeelandt over gegeven bij Marinus Cornelissen Kempe. Al vooren es geheel vervallen de borstweringe van de Gevangen Poorte tot aen het Gasthuys lanck ontrent 20 roeden. Item van 't Bolwerck tot aen de Middelburchsche Poorte es groote schade van het affvallen van de wal ende borstweringe. Item van de Middelburchsche Poorte tot het Bolwerck van Baerlant dicht aen de Poorte moet den wal affgenomen worden leege ontrent thien voeten. Ende van daer voorder dient hier ende daer wat versyen te wesen, Item dient wel alder nootelicht gediept de Veste.


- 89 –

ASG 204. 1586 february 5. Alsoo deur gebreck van uuyterste resort in ‘t faict van justicie, de processen ende questien binnen den lande van Zeelant vallende blyven ongewydeert hangende zonder totte eyntelycke decisie van dyen te connen geraken, tot grooten nadeeele van alle goede luyden rechtveerdige saecke dryvende, onderhout ende voordeel van alle quereleuse ende voedinge van vele processen. Om jegens welcke inconvenrenten te voorsien, bij den Staten van den selven lande voorgeslagen waeren geweest diversche ende verscheyden middelen, uuyte welcke het apparentste ende gereetste bij de hant gevonden es te kennen den Hoogen Raet bij die van Hollant geergeert. Ende dat die van Middelburch, omme seeckeren redenen hen moverende daer toe nyet en begeerden te verstaen, soo hebben die Gedeputeerde van den eersten verdele, mitsgaders van den steden Zierickzee, Ghoes, Tholen, Vlissingen ende Vere tot grooten schade, ende ongereede van den ghenen daer vooren zij respective verantwoorden ( nyet willende sulcken inconvenienten laten ongeremedieert) goet gevonden ende geresolveert allen processen, saecken, questien ende differenten, die binnen de voorschreven steden ofte quartieren, die sij representeren, soo die gene die alreede gepronunchieert ende gewesen sijn. ende bij appel gemaeckt sijn suspens. Nyet tegenstaende eenige forme van executie daer op gevolcht, als die gene die binnen drye naestcommende jaeren alnoch binnen die voorschreven quartieren gewesen ende gepronunchieert sullen worden te onderwerpen der kennisse ende indicature van den Hoogen Raet in Hollant voorschreven. Welcke saecken, hoe wel die binnen den voorschreven tyt nyet en sullen connen worden getermineert, sullen noch tans die selve binnen den tyt van de voorschreven drye jaeren voorden voorschreven Raet betogen ende litigeux gemaeckt sijnde, bij den selven oock nae de drye jaeren getermineert ende geuutet

- 90 A.S.G. 204. mogen worden ende sorteren hunne behoorlicke executie, niet tegenstaende exceptie van prolongatie van jurisdictie voor de drie jaeren alleene. Uuytgesondert die differenten ende questien geresen oft noch te rysen tusschen eenige van de voorschreven steden, ende andere steden ofte provincien, oft den voorschreven steden onderlinge. De welcke nyet en sullen staen totte kennisse ofte decisie van den voorschreven Rade, op de conditie dat de sententien van de voorschreven steden executie sullen hebben respective tot sulcke sommen als yder van de voorschreven steden gepriviligeert oft in 't gebruyck es. Sonder dat den provincialen Raet in Hollandt daer tegens sal vermoghen te verleenen eenige provisie, anders dat bij de selve steden die nyettegenstaende de sententien gewesen oft noch te wysen ter executie geleyt sullen mogen worden totte gepremiligeerde sommen respective toe. Aldus gedaen in 't Hoff van Zeelant tot Middelburch op de vergaderinge van den Staten van Zeelant, den vyffden dach february 1500 sessentachtich. mij present Christiaen Roels.


- 91 -

A.S.G. 204.

Amplicaetie bij den Hooghen Raede van Appel tot verscheyden stonden ghemaeckt naer de editie van de instructie de voorschreven Hooghen Raet

- 92 -

A.S.G. 204.

de Camere van den zelven Raede bij de twee eerste deurweerders wel ghedient ende partyen nyettemin welgerieft moghen worden hebben geordonneert dat de selve twee eerste deurweeerders hen sulx zullen voughen, dat sij altyts beyde sullen sijn bewaerende de deure van de Camere zoo langhe als den Raet vergadert sal wesen, ende dat bij weken den eenen ghehouden sal sijn den president goets tyts te gaen haelen ende wederomme leyden voor ende naer noene ende den anderen evenwel goets tyts voor de vergaderinge van de Raede hem zelven aldaer zal laeten vinden ende die deure waernemen. Dat voorts zijluyden bij weeken alle exploicten ende andere besoignen tot hemluyden dienst staen ende inde selve weke vallende ghehouden zullen wesen te doen binnen den Haghe ende Haechambacht ende de proffyten van dyen gelyckelick deylen, ten waere bij zulcke ofte nootelycke absentie van een van hun beyden, in welcken ghevalle die teghenwoordig alles alleen sal hebben te doen ende even wel de proffyten met sijn mede broeder deylen als vooren sonder dat sijluyden ghehouden sullen sijn in 't ghemeen te brenghen de proffyten van 't exploicten die sijluyden buyten den Haeghe ende Haechambacht bij oorlooff van den president sullen commen te doen. Ende en sullen oock roerende de bedieninynge van hemluyden officie gheen andere commen maecken dan bij consent van den Raede. Gedaen in den Haeghe den lsten may 1586.


- 93 A.S.G. 204.

ofte te repeteren't ghene in de voorgaende instantie gheposeert es gheweest, daer teghens partye adversen de selve nyeuwe feyten zal moghen debaterren met contrarye feyten ofte bij denegaetie ende impertinentie zoo hij gheraeden worden sal, sonder dat zelve debat partye zal worden ghecommuniceert nochte oock eenighe stucken te wedersyden daer beneffens overgheleyt sullen moghen worden voor ende alleer 't proces bij den Hove ghesien ende ghedaen zal wesen ofte die nyeuwe positien gheprobeert zijn totte decisie van de zaecke zoude moghen releveren. Dat men oock gheene rectificaetien noch attestaetien in eenichen processen zal ontfanghen die na date van de litiscontestaetie ghepasseert zullen sijn ten sij deselve valetudmairelijcke partye daer op ghehoort zulx als naer rechte zullen sijn beleyt ten waere uuyt zaecke van subyt vertreck der ghetuyghen uuyten lande ofte dierghelycke oorsaecken men de ghetuyghen zulx als voorschreven nyet en hadde connen beleyden. Dat oock d'advocaeten in 't maecken van de advertissementen ofte motyven van rechten en sullen hebben te wachten van eenighe prolixe repetitie te doene van 't ghuent in den processe is ghededuceert gheweest, maer alleenlijck metten cortsten naer gheleghentheyt van de zaecke bevestighen de poincten daer op sij sustineren zullen haere meesters goede recht te berusten ende voorts in alles hun te reguleren volghende in 127 articul van de instructie van den voorschreven Raede ghepubliceert in de audientie van den voorschreven Hooghen Raede den laetsten july 1585. Die van den Hooghen Raede in Hollant willende versien dat


- 94 A.S.G. 204. presiderende ende anders nyet, midtsgaders dat beyde de voorschreven deurweerders binnen den Haeghe ende Haegambacht alle exploicten ende executien van den voorschreven Hooghen Raede alleene sullen doen sonder dat eenighe andere hun dies sullen moghen onderwinden, soo eest dat Hoff allen anderen deurweerders bij desen interdiceert eenighe citaetien, insinuatien, intinaetien, sommaetjen, zoeckynghen van ghyselynqhen ende andere exploicten ofte executien den Hooghen Raede concerverende binnen den Haeghe ende Haeghambacht hem te onderwinden. Maer de selve twee eerste deurweerders te laeten doen op peyne van millitie ende dat sij boven 't interest van partyen arbitralycken bij den Hove gemilliteert zullen worden. Ghepubliceert in de mededelynghen van den Hooghen Raede den vierden septembris 1500 vier ende tachtentich. Alsoo den ontfanck van der justitie in den Hooghen Rade grootelycx wort geretardeert, deur dat partyen toeghelaten sijn omme eenighe nyewe feyten t'eposeren onder 't dexel van dyen de saecken van nyeuws volschryvinghe bij eysch antwoorde, replicque ende duplicque in alle schyne oft die saecke rouwelyck worde gheintenteert daer bij voughen verscheyden minimenten, certificatyen ende attestaetien oock naer litiscontestatie beleyt die welcke dickwils bevonden worden nyet te releveren ende nerghens toe te dienen dan omme dien van de Raede mette lecture van dyen ende van veel advertissementen in effectie anders nyet inhoudende dan repetitie van 't ghuent inde processe ghededicceert is, den tyt onnuttelyck doen verliesen. Soo ist dat omme hier inne te reneveren gheordonneert wort dat een ieghelyck zyne conclusie pertinentelyck sal nemen apud acta. Ende dat de ghene die omme nyeuwe feyten te poseren van nu voortaen toe ghelaeten zullen sijn alle die selve feyten naertelyck ende effective zullen poseren bij artyculen in sulcker voughen als sij hem vermeten zullen de selve inden processe te verifieren zonder eenighe nyeuwe deductie van de zaecke te doen.


- 95 A.S.G. 204. Aldus gepubliceert in de audientie van den voorschreven Hooghen Raede den voorlesen july anno 1583. Men laet weten eenen ieghelijck dat niemande inden Hooghen Raede in Hollant ontfanghen en sal worden in revisie van eenighe taxatie van costen bij commissarissen van den zelven Raede ghetaxeert, ten sij de selve revisie binnen thien daeghen na de pronunciatie van de sententie van taxatie van costen werde versocht ende den procureur van partye adverse eerst ende alvooren daer van zij gheinsinueert ten eynde deselve binnen ghelycke thien daeghen na de insinuatie hem mede over de voorschreven taxatie sal moghen beclaeghen indyen 't hem goetdunckt, dat oock de requirant van revisie boven de costen ende specyeghelt gecondemneert sal worden in een amende van twee en veertich guldens, indyen hij bevonden wort bij de taxatie nyet beswaert te wesen, zonder dat nochtans onder 't dexel van eenighe versochte revisie d'executie van de sententie van costen sal worden gesarcheert. Ende omme den Hove te ontlasten van diversche requestien ende onnutte sollicitatien wort bij den selven Hove geordonneert dat die procureurs hen sullen hebben te reguleren achtervolghende 169 articule van de ordonnancie ende instructie van den zelven Hove zonder dat anderssins de Greffier de zaecke sal moghen expedieren. Ghepronuncieert den 19 juny 1584. Alsoo de twee eerste deurweerders van den Hooghen Raede bij de heeren Staeten 's landts van Hollant gheaucthoriseert sijn omme binnen den selven lande te moghen exployteren ende executeren van weghen de Hooghe Overicheyt den Hooghen Raede aengaende alle 't ghunt henlieden belast ende dies versocht sal wesen gheduerende de vacantie ende oock buyten de vacantie al bij consent ende believen van de president ofte andere in sijne plaetse


- 96 A.S.G. 204.

expresselijck ordonneert, beveelt bij desen alle alle den deurweerders den eedt in den HooghenRaet ghedaen hebbende henlieder cautie te stellen tuschen dit ende pinxteren eerstcommende op peyne van millite van heurlieder exploicten ende arbitralijck ghecorrigeert te worden. Ghepubliceert inde audientie van de voorschreven Hooghen Raede, den 26sten april 1583. Men laet weten eenen yeghelijcken dat die van den Hooghen Rade in Hollant gheen placcaeten voortaen van weerden houden sullen, dan deghenen die bij de deurwaerders hier naer genomineert ghedaen sullen wesen ten sij dat d'andere deurweerders hier nyet verhaelt ,eerst ende alvooren doen den behoorlijcken eedt indyen sij den selven nyet ghedaen en hebben. Ende daer boven stellen behoorlijcke ende sufficante cautie tot appaisemente van den Hove. Ende dit al tuschen dit ende ad priman nade aenstaende vacantie regst op peyne van millite van de selve exploicten der partye te betaelen, hen lieder interest ende daer en boven ghecorrigiert te worden na behooren. Hier naer volghen de deurweerders wyens exploicten men houden sal van waerden. Floris de Rycke, Cornelis van Domburch, Barent de Vos, Isbrant Starck, Jan de Graefve, Antheunis van Loock, Jan der Pape, Inghelbrecht Vooght, Hubrecht Jacobssen, Gerrit de Grebbe, Jacob Snouck, Jan van den Dierck van Couwenhove, Coornelis de Waert, Ancelmus Adriaenssen, Francois Molenuser, Claes Schouten, Philips Paere, Cornelis Francois van Bodighem, Francois Reynoutszoon, Arent Cleitynck, Cornelis van Nez, Symon Deyn, Cornelis Frans, Jaecques de Vries, Wilhem Criep Adriaenssen.


- 97 A.S.G. 204. 1 mei 1586. Copie. 't Hof f heeft gheordonneert dat van nu voortaen alle procureuren occuperende in zaecken van appel ofte reformatie gedevoldeert in den Hooghen Raede ghehouden sullen wesen over te legghen nyeuwe procuratie inhoudende last omme te moghen appelleren en de prosequeren ten waere haere oude procuratie de selve civile expresselijck mede brochten. Dat voorts gheen nyeuwe feyten ofte nyeuwe stucken ontfanghen en sullen worden van gheene der partyen ten waere sij luyden daertoe gheadmitteert waeren bij requeste civile ofte civile van requeste civile in heurluyder mandement gheinsereert. Ghedaen in den Hooghen Raede den 23sten decembris anno 1582 ende ghepubliceert ten selven daghe voor den noene inde audientie van den zelven Raede ter presentie vanden vollen Raede. 't Hoff adverteert den supposten ende eenen yeghelijcken dat, dat voorschreven Hoff gheen requeste civile en sal internieren dan met kennisse van saecken al conformelijck 216de articule van de instructie ende ordonnancie van desen Hove. Aldus ghepubliceert op den rolle den eersten marty anno 1500 dry ende tachtentich. Alsoo bij den Hooghen Raede belast is alle deurwaerders voor den selven eedt ghedaen hebbende eenighe exploicten hen vervoorderen soude te doene dan eerst ende al vooren te stellen inde Greffie van den voorschreven Hooghen Raede behoorlijcke cautie, 't schynt nochtans dat eenighe deurweerders hen vervoorderen contrarye te doen. Soo is't dat het Hoff wel


- 98 -

A.S.G. 204. Gelevert van den 26sten meerte tot 6 april 1586tich de soldaten van den Coronel Piron te wyle sij aen 't Hoofft ter Goes lagen verwachtende ordonnancie van de zijne Edele, waer sij trecken souden aen broot, bier ende kaes mitsgaders op haer vertreck naer Bergen haer gedaen provisie voer twee daghen bedragende de voorschreven provisie met vyff ponden de Officieren in gelde gegeven volgende de recepisse van de Lieutenant van de Coronel voirschreven t'samen ÂŁ 29-5-10 Op den voirschreven tyt gelevert de soldaten van Capiteyn Potsty onder 't voirschreven Coronelschap sorterende aen bier, broot ende kaes met vyff ponden in gelde als voren gegeven volgende de recepisse van de Capiteyn ende Lieutenant voirschreven bedragende t'samen ÂŁ 25-15-10 marge: Blycken bij de specificatie ende declaratie betalinge aen de hant van Capiteyn ende Lieutenant als inden text metten ingetogen partye. Jan Avonthuere ende Jan Thuene schippers van der Goes betaelt dat sij 16 dagen de voirschreven soldaten binnen haere schepen hebben geladen soe ter Goes voir 't Hoofft als voir Bergen op den Zoom tot 2 gulden daechs volgende haere quitantie bedraecht ÂŁ 10-13-4. marge: bij quitantie van de schippers als in den text met de naergetogen partye.


- 99 A.S.G. 204.

Declaratie van penninghen bij, bij Burgemeesters der stede Goes ende de vier Gecommitteerde des eylandts van Zuytbevelant verschoten ende betaelt voir de gemeene saecke aen diversche extraordinaris costen als hier volcht, gemaect in ponden, schellingen, grooten ende miten, vlaems. marge: Gepresenteert bij David Jacobssen Burgemeester ende Silvester van Campen, secretaris van der stede van der Goes ten burelen van den camere Zeelant den 28sten aprilis 158 Adriaen Janssen schipper van der Luere betaelt van een drommelaer met hoy ende stroo den 4den meerte 1586tich tot Bergen op den Zoom te voeren voir de peerden van Heere Sytnoy, Gouverneur van Zeelant volgende sijne quitantie £ 2-10 grooten marge: bij quitantie van Adriaen Janssen. Jan Avonthuere, Cornelis Faeszoon ende Cornelis Jacobssen schippers van der Goes betaelen dat sij in 't laetste van der martio 86tich de soldaten van de Capiteyn van de ende van der Goes naer Lieffkenshoeck hebbende gevoert ende de compaignie van de Capiteyn Pallant weder van daer ter Goes gebracht daer over Cornelis Jacobssen twee reysen heeft gedaen ende d'andere elx een reyse tot £ 2-13-4 de reyse bedraecht volgende haere quitantie £ 10-13-4. marge: bij quitantie van de schippers als in den text.

- 100 A.S.G. 204.

Cleenwert Jacobssen betaelt dat hij den lOden april '86 de peerden van den Grave Solms van der Goes op Delffhaven heeft gevoert volgende sijne quitantie £ 26-8 grooten. somma t'samen

£ 80-5 vlaems

aldus gedaen ende gesloten in 't college van de Grave van Zeelant desen 26sten aprilis 1586.


- 101 -

A.S.G. 204. 1586 april 11 Copie. Om te voorsien tegens d'excursien plunderingen ende roverien van de schepen van oorloge van Duynkercke ende andere havenen van de vianden, ende de zee daervan ganschelijck te bevryden. Sijne Excellentie heeft goetgevonden ende geaccordeert, soo hij goet vindt ende accordeert bij dese. Allen den capiteynen van schepen van oorloge, soo wel ten dienste vanden lande sijnde, als andere dienende op vrijbuyte dat men hen lieden van sijne Excellentie wegen promptelijck sal doen betaelen, de somme van seshondert ponden van 40 grooten 't pont 't stuck van elck schip van oorloge dat sij opden viandt nemen. Ende inde havenen van herwaerts overe brengen sullen. Ende bovendyen sullen voor hem lieden als prys ende buijt behouden het selve genomen schip met de artillerie ammunitie proviande ende andere gereetschap ende goederen daer op gevonden sonder daervan tot proffijt vande gemeene saecke eenich deel te genieten. Behalven alleene dat het crijchsvolck ende scheepsvolck vande selve genomen schepen die levende aen lant gebracht sullen worden. In landen van sijne Excellentie sullen worden gelevert om daervan straffe, recht ende justicie, of anders gedaen te worden soo sijne Excellentie sal bevinden te behooren. Dit alles bij manieren van provisie ende tot wederroupen. Doch reserveert sijne Excellentie ’t sijne waerts den Capiteynen Officieren soldaten bootsgesellen ende andere bovendijen noch te verschoonen ende vereeren, soo hij nae elcx vromicheyt ende cloecheyt, sal bevinden te behooren Gedaen te Utrecht den 11den aprilis

verto

-102 A.S.G. 204.

1586 Geparapheert Adolff van Meetkercke Onderteeckent R.Leycester onder stont alnoch Ter ordonnantie van sijne Excellentie Onderteeckent Christiaen Huygens. Ende was gesegelt met eenen Opgedruckten zegele van Rooden wasse.


- 103 A.S.G. 204. Eersame wijze zeer Voerzyenige Heeren Heeren Burgemeesteren Schepenen der stede van der Goes. Den Boode zijn Loen. - 104 A.S.G. 204. Eersame wijze zeer voirzyenige Heeren Heeren Burchmeester ende Schepenen der stede van der Goes. Den boode zijn loon. Mijn Heeren dese zall alleenlick dyenen om uwer Edele te adverteren als dat ick desen morgenstondt alhyer tot Middelburch gearriveert ben, ten fyne als uwer Edele (hyer ick nyet en twyffelen) uuyt 't schryven van zijn Excellentie ende den Raede van de Staete, mitsgaders 't mijne voirgaende zullen hebben verstaen, ende en heb nyet connen laeten uwer Edele te vermaenen ende bidden aenschou nemende op de tegenwoirdige gelegentheyt van zaecken, Haere Gedeputeerde alhyer ter dachvaert (tegens morgen zoe ick meene geleyt) zulcx te authoriseren, dat aen uwer Edele nyet en schyne, dat zijne Excellentie zoude ongedyent blyven van de 400.000 guldens tot den veltleger versocht, waer op alreede groote merckelicke lichtingen van dier ende peerdt volck es gedaen, om in dese gelegentheyt yet goedts ende ten land voirderlick te mogen uuytachten, welck volck in 't landt zijnde, den landen anderssins in plaetse van dyenst, tot onverdrachelicke foule zoude strecken, zoe uwer Edele connen dencken ende ick uwer Edele Gedeputeerde alhyer off binnen ettelicke daegen zelfs daer commende, breeder zal van alles connen informeren, ende mach uwer Edele versekeren dat alle d'andere geunieerde provinciĂŤn inde voirschreven petitie, ende 't hen respecte van 't gundt voirschreven es, gepresenteert hebben. Ick heb voirts wel enige saecken met uwer Edele te communiceren, daer ulyeden aengelegen es, ende oick haest verheyschende. Zoe uwer Edele Gedeputeerde daerom herwerts comen metten aller eersten, zal ick het den zelven voorhouden om uwer Edele daer van voirts te mogen adverteren. De saecken in Hollandt, Gelderlandt, Utrecht ect. zijn noch (Gode Loff) 't zedert het al te onverdacht verlyes van de Grave in taemelicken doen, zijne Excellentie is met zijn leger in Bommelreweert ende zijn persoen compt voirts over Gorcum ordre stellende, d'Heer van Hemert is noch gevangen met ettelicke Capiteynen, ende zullen loon naer hun wercken ontfangen. Schenck is opgetogen naer Venlo hebbende onder wegen vyer Cornetten Spaensche ruyteren geslegen, de steden van Venlo Gelre Wachtendonck, Nuysberck zijn tamelick voirsien, den vyandt schynt naer Venlo te trecken, hebbende zoe men secht de huysen van Blyenbeeck ende Well belecht, hyer mede mij t'uwer Edele dyenstelick gebyedende bide ick den Almogende mijn Heeren te nemen in zijn zalige hoede, uuyt Middelburch den 22sten juny 1586, uwer Edele dyenstwillige Jacob Valcke.


- 105 A.S.G. 204. Copie Brieven van den Coninck van Spaignen ande Coninck van Dennermarcq. 22 july 1586. Translaet uuyten Hoochduytssche van woordt tot woordt. Wij Philips van Godes genade Coninck van Hispainien bij de Cicdien etc., Eertshertoge van Oostenryck, Hertoge van Bourgoignen, Brabant, Mylaen, Lutsenborch, Gelderlandt etc. Grave van Habsburch,Vlaendren ende Tirol etc. Ontbieden den Dorluchtichste Vorsten ende Heeren Frederick Coninck van Dennemarcken, Noorwegen, Wenden ende Gรถtten etc. Hertoge van Schreswegh, Holstein, Stormain ende der Dithmaerschen, Graven van Oldenburch ende Delmenhorst etc. Onsen bezunderlicken vriendelicken gelieffden oom ende broeder, onse broederlicke genegenen goede wille vriendschap ende alles goeds, Doorluchtichste Vorst bezunderen vriendelicken gelieffde oom ende broeder, wij hebben uwer Lieve scryvens zonder date uuyt Cronenburch den iersten der maendt aprilis, door der zelver Hoffjoncker ende dienaer onsen lieven bezunderen Wilhelm van der Wensse, ontfangen, daer uuyt uwer Lieve verzekert goedhertich gemoet ende genegenen wille, van de welcke sich de zelve tegens ons erclaren gans broederlick vernomen ende is ons nyet angenaemer noch vruchdelicker dan met uwer Lieve in gelijck formige correspondentie lieffde ende vriendtschappen in alle voorvallende gelegentheden bestaendelick te continueren,

- 106 A.S.G. 204.

dat sich nu uwer Lieve uuyt zunderlingen vertrouwen ende broederlick compassie annemen ende ter herte laten gaen, de groote periclen, moyte ende arbeyt die in onse nederburgmidissen erfflanden gepasseert ende voorgevallen, oock noch dagelicx in zwange gaen van wegen die lanckdurige hoochbezwaerlicke oorloigen ende oproer des gemeenen mans aldaer, daer van doen uwer Lieve 't gene der zelver ende alle anderen Coningen ende Potentaten roemlick ende wel betamelick. Te meer 'tzelve es een rebellie ende oproer vande ongehoorsame ondersaten tegens huere natuurlicke Heere. Waeraff eenygelicken van wegen des boosen exempels consequentie ende inganck billich en affsicht behoorde te hebben, naerdyen wij hun tot zulcke wederspannicheden oproer geenige billichke oft gerechte oorzake gegeven hebben, gelijck 't zelve zoo claer ende louter voor oogen, dat het diesangaende wyders geens disputerens behouft. Ende off schoon inden begin eenige verkeerde ongeruste, vredehatige, ende oproerige luyden, om haer eygen bate, nut ende proffytwille den armen gemeenen man, onder valsschen schyn bedrogen ende de zelve tot twist ende onruste


- 107 A.S.G.204. verweckt heeft hunluyden nochtans den tyt tot noch toe genouchsaem geopenbaert, haer valssche erchlistige practycken waermede zij ommegaen. De vaderlicke genade, liberaliteyt ende zachmoedicheyt met de welcke wij de gene zoo sich tot den rechten wech bekeert ende weder tot schuldige gehoorsaemheyt an ons begeven, ontfangen ende angenomen hebben, betuyght genoeghsaem de affectie, genentheyt ende lieffde die wij hunluyden zijn dragende, als een pandt ende verzekering voor andere die sich insgelicx onder onse gehoorsaemheyt zullen willen begeven, zonder dat zijlieden voorders van ons behooren te begeeren. Want de liberteyt van conscientie van de welcke uwer Lieve in zijn scryven vermaent, omme de onse weder tot ruste, eenicheyt behoorlicke ende schuldige obedientie ende onderdanicheyt te brengen, behoort men in egeender manieren verzoucken oft om ons begeeren, naerdyen het oock onder ander Potentaten zonder eenige contradictie gebruycklijck es, dat zij egeen ander vrempde Religie haren onderdanen consenteren oft toelaten dan alleen de

- 108 -

A.S.G. 204.

hare, in regard ende consideratie, zoo wel van Religie als goede Regieringe ende ordonnantie. Waeromme zoude ons 't zelve dan min als anderen dan toegelaten worden, naerdien wij in onsen conscientie anders nyet bevinden, dan dat wij gehouden ende verbonden zijn de oude waerachtige Catholicxssen Christelicke Religie in onsen landen te beschutten, beschermen ende voorstaen, de wyle andere in haren landen 't zelve an nyeuw dwalende ende verleydende opinionues doen, want boven dat wij nyets willen toelaten contrarie die Heylige Catholicxssche Religie ende verbondene gehoorzaemheyt, die wij ende onse ondersaten geconsenteert, belooft ende eenwellicke t' onderhouden geresolveert hebben der Heyligen ende Algemeynen Christelicken Kercke, als onsen Alerheylichsten vader die als Christi onses Heeren vicary op aerden regiert, te obedieren, zullen onse voorschreven onderzaten aengaende de zelve oock nyet al ons begeeren, 't welck wij tot haerlieden reconciliatie, nut ende welvaert (buyten de zelven) nyet gewillichlick zouden toelaten in consideratie als boven, bij zoo verre men ons met egeen ander maet en begeert te meten dan met


- 109 A.S.G. 204.

zulcke als eenygelick in zijn eygen huys gebruyckt ende zonder twyfel uwer Lieve bij sich zelffs wel connen considereren ende affnemen. Inden die zelve als naer behooren wil bekennen dat de rechte die ware billicheyt (gelyck eenygelick weet op onse zijde es) zulcxen jammer ende miserie zoo uuyt de zelve oorloige gevolght, ons met egeen andere redenen mogen geatribueert werden. Gelijck oock onse schuit gans nyet en is dat 't zelven nyet voorcomen oft geprecaneert es, want wanneer sich onsen verleyden ende bedrogene ondersaten, als voorschreven wederom tot schuldige obedientie bekeren, zullen zij (als tot noch meer andere) alle genade vergevinge ende sachnoedicheyt bevinden. Soo veel als nu angaet de boose nabuyrschap ons uuyt Engelandt toegevoeght, is eenygelick kennelick ende openbaer, dat men dier wegen wel oorzaeck hadde, als oock volgens de plicht sich anders met ons te houden, want uwer Lieden door zijn van God gegevene verstant wel can considereren wat geringh ende cleyn fundament zij hebben haerluyden disimulatien mette welcke zij haer proceduren zoucken te excuseren, nadien de oude ende lanckdurige continuelle tractaten.

- 110 A.S.G. 204.

tusschen den Coninckrycken van Engelandt ende onse Nederburgundissche erflanden gestabilliseert (bij zoo verre men de zelve rechten ende grontelick verstant wil geven) sich nyet voorder extenderen dan op de Heeren van beyde zijden, ende nyet dat onder zulck pretext oft schyn, die ondersaten sich tegens hare van God geordonneerde overicheyt zullen opwerpen ende rebelleren. Dies al nyettegenstaende anmerckende het getrou, goethertich, ende broederlick gemoet, 't welcken uwer Lieve (als wij gelooven ) beweeght en accoord te begeren, willen wij den zelven nyet weygeren ofte beletten zunderlingen nadien sich een zoo goede middelaer ende getrouw tusschenspreker, daerinne wel laten gebruycken. Ende tot dien eynde zoo scryven ende belasten wij den Hoochgeboren Vorsten onsen bezunderen vrundelicken lieven Cousin, Heeren Axelander Farnuz (Alexander Farnese) Prince van Parme ende Plaisance etc. Onsen Stadthouder ende Capiteyn Generael onser voorschreven landen, den zelven ordonnerende, bij zoo verre sich de andere partie tot goedelicke ende rechtelicke billicheyt wilde laten bewegen, dat zijner Lieve 't zelven nyet zullen entegens zijn, maer willichlicken


- 111 -

A.S.G. 204.

daertoe verstaen, want uwer Lieve connen bij sich zelffs wel considereren, dat naerdien ons die selve haers deels zonder eenige oorzake geoffendeert ende viantelick beschadicht ende angegrepen heeft, dat zij ons oock billich met satisficatie ende afflatinge van offensie zullen voorgaen. Ende ingevalle zij 't zelve refuseren connen uwer Lieve lichtelick bemercken, dat zij uwer Lieve nyet zoo hoogh estomeren, nochte zoo goede affectie toedragen als wij, d'welcke zulcx es dat uwer Lieve ins in allen voorvallende zaken der zelver oprechten goeden vriendt ende broeder zullen erkennen ende bevinden.De welcke wij lycke wel t'allen tyden toegedaen zijn ende blyven willen, zulcx uwer Lieve, inde beschuttinge ende bescherminge des Almogenden bevelende, datum verscuriat den22sten july 1586. was onderteeckent, uwer Lieve vriendelicken oom ende broeder Philippus.

- 112 A.S.G. 204. 1586 augustus 19. Copie, Brieven van de Coninck van Spaignen ende Coninck van Dennermarcq. Omme in minderinge van de quote van de Staten van Zeelandt in de vier hondert duysent guldens sijne Excellentie geconsenteert tot oprechtinge van eenen veltleger prompt te connen vinden de somme van een en veertich duysent guldens. Naer lange communicatie ende rype deliberatie van de voorschreven Staten, in aensienninge van de hoochdringenden noot, soo hebben die van Middelburch gelooft ende geloven bij desen gereet op te brengen, ende te leenen de somme van twaelff duysent guldens, die van Zierickzee gelooven inne te brengen binnen drie dagen consent van leeninge van vier duysent guldens. Gelyck ook die van der Goes gelooven te doen van gelijcke vier duysent guldens, die van der Tholen beloven promptelijck te furneren ende te leenen een duysent guldens, die van Vlissingen acht duysent gulden. Ende die van der Vere vier duysent gulden. Waer vooren ende tot restitutie van yders voorschreven leeninge metten interesten van twaelff ten hondert een yegelijcken den voorschereven steden verbonden worden bij desen, den hondertsten penninck, settinge ende incommen van den voorschreven Staten tot laste van den tegenwoordighen jaere ende ougst ses ende tachtich als nu gecouseert ende ingewillicht te doen innen ende lichten op den voet van den voorgaenden hondertsten penninck, settinge ende incommen van den voorschreven Staten van den jaere vyffentachtich. Gelijck oock hun in handen gestelt sullen worden, ende aen hun verbonden blyven ten voorschreven fijne naer den thyenden january van den jaere sevenentachtich die gemeene middelen van consumptien ende andere middelen van de voorschreven verte.


- 113 A.S.G. 204.

Staten als dan loop hebbende, die men als nu voor als dan hun in handen es stellende. En de die resterende acht duysent gulden, zal die Tresorier Manmaker lichten op sijn credyt tot laste ende ten minsten quetse van den lande in Zeeusche munte, ende sal d'een met den anderen eerstdaechs doen antellen ende leveren in handen van sijne Excellentie ende Rade van State onder behoorlijcke decharge, daertoe men hem bij brieven sal belasten. Ende sijn de voorschreven Staten te vreden dat de voorgaende leeningen bij den voorschreven steden respective nu onlancx gedaen opden voorgaenden hondertsten penninck die noch nyet gequeten en sijn, geprolongeert sullen worden, gelijck sij die prolongeren voor den tyt van ses maanden. Voor al 't welck hem Tresorier voornoemd in handen gestelt ende verbonden worden als vooren bij desen den voorschreven hondertsten penninck, settinge ende incommen van den Staten over geheel Zeelandt, tot laste van den jaere ende ougst sessentachtich. Mitsgaders de voorschreven middelen van consumptien ende andere middelen over geheel Zeelandt als vooren. Aldus gedaen in 't Hoff van Zeelant tot Middelburch op de vergaderinge van de Staten slans voornoemt den negentiensten augusty 1500 sesentachtig P. Ryckert mij present Christiaen RoĂŤls De post den eenentwintichsten augusty daer aen is

- 114 – A.S.G. 204.

geresolveert dat die voorschreven Tresorier die leeningen bij den voorschreven steden op den voorgaenden hondertsten penninck gedaen sal lossen ende quyten metten interesten hem mogelyck sijnde alwaert oock voor het expireren van drie maenden, dus sal de voorschreven Tresorier de resterende somme die bij den voorschreven Staten noch gefunneert moet worden tot voldoeninge van de quote van Zeelandt in de voorschreven vier hondert duysent gulden op sijnen behoorlijcken tyt syne te furneren aen sijne Excellentie ende Rade van State.Ten welcken fyne hij behoorlijck debvoir doen sal dat die penningen van allen particulieren onfangers sijne Commisen over geheel Zeelandt tydelijck in borse commen op dat die voorschreven Staten bij gebrecke van tydelijcke betalinge van hunne voorschreven quote gheen dachten en commen te hooren. P, Ryckert.

mij present Christiaen Roelse.


- 115 A.S.G. 204. Inventaris van de stucken ende munimenten gesonden beneffens de poincten van beschrivinge van de Staten van Zeelant geleyt jegens den 17den septembris 1586. Inden eersten de poincten van beschrivinge van de voorschreven Staten geteyckent

A

Item copie van de tweede Remonstrantie van de Staten van Hollant ende Zeelant aen sijne Excellentie gedaen geteyckent

B

Item copie van den poincten bij den Lantraet over gegeven geteycken

C

Item seckeren gedructe liste van convoyen van den lsten july 1586 geteyckent

D

marge; dient op 't 17 de poinct ende men es de 2de verwachtende men verstaat noch eenen onder handen te zijn. Item copie van de Kerckordeninge laetstmael inden Hage geconcipiert, geteyckent

E

Item copie van seckeren resolutie van den Staten van Hollandt ende Zeelandt nopende de represallien, geteyckent

F

Item copie van seckeren attestatie van den boeckhouder van de Staten van Hollandt in den Briele, geteyckent

G

Item copie van de poincten van accorde gemaeckt tusschen den Staten van Hollandt verto.


- 116 -

A.S.G. 204. ende Zeelandt, nopende 't buytenste resort met copie van seckere ampliatie op 't faict van de deurwaerders 't samen gebonden ende geteyckent met

H

Item copie van de nyeuwe instructie van der Admiraliteyt geteyckent

I

Item tweede extracten uuyte resolutien vande Staten Van Zeelandt nopende de prefereren van de inboorlingen Ende die van buyten geboren, geteyckent

K

Item copie van 't sommier overgegeven bij Jonckheer Huybrecht van Wissekercke geteyckent

L

ende dese inventaris geteyckent

M

- 117 –

A.S.G. 204. 1585 augustus 9. Copie.

De Staten van Hollandt, en de Gedeputeerde van Zeelandt aenmerckende dat den voorschreven landen ende d’ingesetenen vandyen ten hoochste daer aen is gelegen dat de navigatie handelinge ende traffycque tusschen den ingesetenen van den voorschreven landen ende de ingesetenen van de Coninck van Vranckryck mach worden onderhouden en in behoorlycke ende gewoonelycke vryheyt sonder swaricheyt van arresten, represalien ofte andere becommernissen die te bevreesen staen soo uuyte oude als nyeuwe beschadingen den ingesetenen van Vranckryck van de schepen van oorloge deser landen gedaen, hebben op 't raport ende behagen van heure respective principalen goet gevonden dat van wege den Staten van Hollandt ende Zeelant aen de Staten Generael instantie sal worden gedaen omme alle 't gene de landen ter oorsaecke van de pretentien van de ingesetenen van Vranckryck uuyt sacke van der oorloge souden moeten betaelen tot laste van de Generaliteyt mach worden gedragen uuyt alsulcken bequamen middel als bij den Staten daertoe sal worden geaccordeerd ten minsten queste van den lande. Ende dat de Staten van Hollandt ende Zeelandt (almeest daer bij geinteresseert synde)


- 118 – A.S.G. 204 .

bij provisie het affdoen van de voorschreven swaricheden sullen nemen tot haren laste, omme bij quote oft anderssins uuyt een quaelick middel 't selve te vinden. Ende omme inde voorschreven saecke eyntelyck te resolveren hebben de Gedeputeerde van den Steten van Hollandt ende de Gedeputeerde van den Staten van Zeelandt genomen rapport, ende belooft metten eersten van haere resolutie malcanderen 't adverteren, omme daerop voorder gedaen te mogen worden ten meesten dienste van den lande. Onder stont geextratheert uuytte resolutien van den Staten van Hollant ende Gedeputeerde van den Staten van Zeelandt genomen inden Hage op haerlieder vergaderinge begonnen den 22en july ende geeyndt den 9 den augusty 1586 ende bij mij ondergeteeckent C. de Rechtere.

- 119 A.S.G. 204. Copie, aengaende de Represaillien , dient op 't 25ste poinct

F.

F. 1586, augusty 10. Extract uuyt affscheyt van de Generaele Staten genomen tot Utrecht,ende gesloten in 's Gravenhage den lOden augusty anno 1586. 15 articul. De voorschreven Gedeputeerde zullen huere principalen verthoonen, dat dese vergaderingen zijn voorgecommen verscheyden Remonstrantien van questien ende processen die inde provincien zijn geresen tusschen broeders ende zusters op 't verstant ende interpretatie van het 15de article van de naerder Unie van Utrecht, ende dat goet gevonden es, ten eynde de Richters respective mogen weten, hoe zij in zulcke zaken zullen hebben te sententieren ende om alle donckerheden ende contrarieteyten van vonnissen dienangaende te weeren ende vermeyden, die strecken zouden tot groote confusie ende naersprake van den lande, dat het voorschreven 15de article eenmael vermogens d'acte van ampliatie daer na gevolght generaelick ende met gemeyne resolutie zal worden geinterpreteert ende 't verstant van 't zelven uuytgedruckt gelijck alreede eenige provinciale Raden is angescreven, dat ter anstaende vergaderinge zal geschieden ende voorts anhouden dat huere principalen de consequentien ende hoochwichtichheden van de zaken betreffende hen goet advis ter naester vergaderinge willen innezeynden, ende huere


- 120 A.S.G. 204. Gedeputeerde lasten ende authoriseren, om beneffens de Gedeputeerde van den anderen provinciĂŤn daer op te nemen een eyntelijcke resolutie daerna allen Rechters hen gehouden zullen zijn te reguleren, ende zullen de provincien in desen believen goed acht te nemen op de diversiteyt van de tyden dat de Geestelijcke persoonen (zoo men die noempt) uuyt de communiteiten ende cloosters getrocken zijn .midsgaders op diverschen circustantien die den menichfuldicheden vande questien zouden mogen medebringen, als te weten oft zij daer weder zijn ingetrocken ende meugelijck noch eenmael daer uuyt gescheyden ende die verlaten hebben. Item opden tyt dat de ouders ende andere bloetverwanten van wyens goeden questie zoude mogen zijn, deser werelt zijn gepasseert, oft de erffscheydingen dadelick zijn geschiet, wat voor persoonen zijn die 't goet in questie gedeylt hebben, ende wat hun vermogen es, ende daertegen de behoefticheden van de impetranten, oft zij wyff ende kyndren hebben, ende in zunderheden letten op den distinctien die men zoude mogen maken tusschen de successien voorde troublen, pacificatie van Gendt oft d'Unie van Utrecht gevallen, ende de gene die daer naer gevallen zijn, oft ten minsten als doen onverdeelt waren, niet ongemerckt latende de consideratie die zouden mogen genomen worden op den diversiteyt van de provincien ende

-121 den tyt van de veranderinge inde zelve respectivelick geschiet.

- 122 -

A.S.G. 204. 1586,14 augustus Copie. lck ondergeschreven attestere bij desen dat de betaelinge den turff ende caersen ten behouve van de wachten binnen der stede van den Briele, jegenwoordelijck wordt gedaen uuyt d'incompste van de verpondinge over den lande van Voorne, daer vooren dien van den Briele es geaccordeert ende toegevoucht drye hondert ponden van 40 grooten ter maent, ingegeven den eersten octobris 1584. Ende belangende 't onderhout van de crancke soldaten aldaer, wordt de betaelinge uuyte maentelijcke besoldinge van de Compaignien daer onder de selve dienen, gedaen bij den Capiteynen, t' oirconde mij hantschluft hier onder gestelt desen 14den augusty 1586 onder stont bij mij als boeckhouder van den Staten van Hollandt, onderteyckent J. Willems.


- 123 A.S.G.

204.

Copie Attestatie van den boeckhouder van den Staten van Hollant. dient op 't 26ste poinct. G.

-124 – Eersame, wyse, voorsienige ende zeer byzunderlijck. Hier beneffens gaat copie van ’t scryven van zijne Excellentie van den lesten augusty, ontfangen den 10 den deser. Om authorisatie te hebben, om hare Majesteyt van Engelandt voor eenige leeninge den landen ten besten te doen, te mogen verzekertheyt geven t'haren contentement. Item om 't hebben continuatie van de generaele middelen tot onderhoudt der oorloge. Ende voorts om die ordinaris contributie van twee hondert duisent guldens ter maendt ten minsten te verto

- 125 -

A.S.G. 204.

hoogen ende vermeerderen tot vyftich duusent guldens ter maendt. Uwe Edele zal gelieven tegens den gestemden ende angescreven dage hunne Gedeputeerde mede op den voorschreven drye articlen te volmachtigen, hiermede Eersame, wyse voorsienige ende zeer byzundere blijft Gode bevolen uuyt Middelburch, den lOden septembris 1586. P. Ryckert. Ter ordonnantie van de Gecommitteerde Raeden van Staten 's landts ende Graeffelijcheyts van Zeelandt, bij mij Ch.RoĂŤls


- 126 A.S.G 204. 31 augugustus 1586. Robbert Graeve van Leycester etc. Gouverneur ende Capitain Generael etc. Edele Eersaeme lieve besundere, naer dyen die penningen gedestineert tot onderhout ende vervolgh van d'oirloghe zoo wel die ordinarise als extraordinarise, mits die groote menichte vanden volcke van oirloghe van nyeuws opgenommen, ende 't gene noch daggelijcks es aencommende, tot weder stant des vyandts ( d' welck meer als hoochnoodich was te geschieden; zoo men die landen in gheente voordere miserie ende verderff en wilde laaten commen) al vast beginnen te minderen jae bij nae 't eenenmael uuyt sijn, Ende dat wij met het crygsvolck voirnoemt, zeer haest tegens den vyandt yet goedts verhopen tot voordeele van de lande te exploicteren, maer sonder middel van gheldt sulcx nyet en zien te volbrenghen. Ende ghemerct wij alhier oock gheene voirdere penningen en sijn verwachtende overmidts die Generale Staten op de leste vergaderinghe opentelijck verclaert hebben, voir dit jaer in haere macht nyet te wesen eenige extraordinarise somme meer te moegen oft connen opbrenghen, ende dat nochtans omme alle confusie, ende voirdere ruine die nu overmidts wij een goet deel volcx bij den anderen hebben om den vyandt met die hulpe des Heeren 't hooft te moegen bieden, gemerct bij hem zonder twyffel daer tegen oock sal toerusten grooter, (d'welck Godt verhoeden wille soude wesen, dan oit geweest es als ghyluiden bij u'selven wel hebt te overdencken) voer te commen ende te verhoeden, grootelycx van noode zij eenige


- 127 -

A.S.G. 204. andere middel te zoecken om eene merckelijcke somme gheldts bij den anderen te brenghen, soo hebben wij goet ende noodich gevonden met rype deliberatie ende advys van die van de Rade van State neffens ons wesende tot dyen eynde eenighe van den selven Raede beneffens andere in legaetie te schicken naer haere Majesteyt van Engelandt, verhoepende dat de selve ( om d' werck der lieffden bij haer aen desen lande bewesen, te volbrenghen, ende om Godts eere voorts soo vele moegelijck te vermeerderen, ende den vyandt des Goddelijcken woordts te wederstaen ende resisteren in al sulck versouck genaedelijck sal condescenderen ende ons met een somme van penningen promptelijck assisteren. Ende overmidts haere Majesteyt zonder twyffel daer voeren sal begheren te hebben eenige versekerheyt zoo het oock meer dan reden es hebben ulieden midts desen 't selffde wel ernstelijck willen voerhouden ende gebeden hebben, dat ghyluiden die groote gewichticheyt van desen overleggende onderulieden advyseert, dat uwe Gedeputeerde op de aenstaende vergaderinghe der Generale Staten te compareren volcommelijcken geauthoriseert zijn sulcke asseurantien aen haeren Majesteyt te gheven 't zij bij eenige provincien oft particuliere stede, dat die selve ons versouck mach accorderen, Ende sult van gelijcken uwe Gedeputeerde volcommen last gheven op de continuatie van de generaele middelen tot onderhoudt der oirloghe ende midts dyen die tweemael hondert duysent guldens ter maendt tot dyen eynde ons nyet bastandt en zijn dat ons eene grootere somme ofte extraordinarise middelen gheaccordeert worden, ten minsten vande somme van twee hondert vyftich duysent guldens ter maendt, ende die wyle sulcx nyet en strect tot

- 128 -

A.S.G. 204.

onsen particulieren proffyte maer tot u lieder eygen conservatiev ende welvaert, en willen wij nyet twyffelen oft ghy lieden en sult hier inne een goede vruchtbaere resolutie nemen waerop wij ons volcomelijck betrouwende, willen u hiermede Edele Eersame besundere in de hoede des Heeren bevelen. Tot Utrecht den lesten augusty 1586, geparapheert J. Valcke, videt ende ondertyckent R.Leycester nederwaerts was noch ghetyckent J. van Langhen, die superscriptie was, Edelen eersame onsen lieven besunderen, die Staten 's landts ende Graeffelicheyts van Zeelandt oft heure ghecommitteerde Raeden.


- 129 -

A.S.G. 204.

Eerentfeeste, weyse discrete voirsinighe Heeren. Aen den Schepenen ende Raedt der stede van de Goes Tergoes.

- 129 A.S.G. 204. 1586 september 19. Eerentfeeste weyse discrete seer voirsinighe Heeren. Mey is op huyden alhier verthoent een ordinantie, de welke den Ritmeester Winckelt op uwe Edele is hebbende ende alsoe ick bevinde gecommitteert te seyn oem aen uw Edele onder te senden certificatie van het getal perden de welke hey oender seyne vaene is hebbende, oem volgens diens seyne betalinghe te oentfanghen sal het selfde binnen senden ofte acht daeghen doen alsoe ick hope daer en tuschen thuys te seyn oem de compaignie te monsteren sullen daier en tuschen uwe Edele gelieve de goede hant aen te hauden dat den voirgenoemde Ritmeester conform seyn ordinantie betalt mach worden oem tot di(e)nste van de lande gebruyct te worden luyts seyns commissie, hiermede Eerenfeeste, weyse discrete seer voirsinighe goede Heere ende frunden, bidde Godt Almachtich uwe Edele willen bewaeren in lang uw gesontheyt mits mey gebiedende seer hertelick uwe Edele uuyt Uytrecht desen 19 september 1586. Uwe Edele dinstwilligher goede frunt, Elias Leleon.

- 130 A.S.G. 204. copie. Zijne Excellentie ordonnert dye van de Magistraet van der Goes te verstrecken aen Capiteyn Thomas Maria Waigfeld voor elck van zijne ruyteren behoirlijck gemontert veerthien stuvers 's daeghs ende overbrenghende neffens dese behoirlijcken quitantieen met certificatie van den Drossart van Berghen op Soem, angaende tgetal van de gemonterde ruyteren van de voorschreven catiteyn tghene hij den zelven ter causen voorscreven sullen hebben sal gene myen affslach strecken in minderinghe van haur lieder quote ende den Staten van Zeelandt daervan behoirlijck decharge verleent werden. Gedaen tot Utrecht den 16den septembris 86, geparafeert Reyngoult videt onder stondt ter ordonnantie van zijne Excellentie G. van Zuylen, ter zijde stondt , capita folio 34 verso


-131 A.S.G. 204. L. opt 42,43, ende 43(4) ste poincten

- 132 –

A.S.G. 204. copie,

Specificatie van de Geestelicke renten bij den sententien van preferentien gerecht op den Marquisaet van der Vere ende van Vlissingen. Eerst op 't voorschreven Marquisaet. 't Capittel van der Vere een rente van £ 12 den penning 1500 is capitael £ 180 van 40 grooten Ende negen jaer en acht maenden twaelff dagen verloops verschenen den 27sten juny 81 't voorschreven Capittel ter causen van een andere rente van ses gulden den penning als vooren

£ 116-8 s £ 90

Ende van gelijcken verloop als vooren

£ 58-4 s.

't Gemeen Convent was van Sinte Cecilie binnen Leyden ter causen van een rente van 39 gulden 't sjaers concurreert tegens 7schellingen 3 ½ dinaren uuyten gulden ende compt van 't capitael ende achterstel

£ 329-16-9 d,

't Voorschreven Capittel van der Vere van een rente van £ 15-16 concurreert als vooren ende compt van capitael ende achterstel

£ 148-3-lld.

Item noch op Sandyck ter


- 133 -

A.S.G. 204.

causen van twee renten d'eene van 12 gulden ende d'andere van 19 gulden 11 schellingen concurreert ende compt als vooren

£ 295-12-4½ d,

Ende mynen Heeren Staten van Zeelant sijn angewesen als actie hebbende van den Heer van Fromont van 8000 gulden ende compt hier over de concurentie als vooren

£ 2916-13-4 d.

Op Vlissinge. 't Clooster was van de Predicaren in 's Gravenhage ter causen van den erffelijcke rente van £ 60 't sjaers, compt van capitael ende verloop

£ 2220-6-6 d.

- 134 A.S.G. 204. Specificatie van renthefferen die men meent de partye metten vyandt houden. Eerst op Vlissingen. D’Heer van Anwegen Joncheer N. Triest Vrouw Anna Sterck, Douagiere van Grimberge tensij dat d’Heere van Poelgeest haer schoonsoone ’t recht heeft

£ 240 articul ’t sjaers £ 125

Signeur Jan Gaultier als man van Jouffvrouw Marie Vensers

£ 55-2-s.

Ende Vrouw Catharina van Brandenburch woonende Aelst in Vlaenderen

£ 371 articul ___________ £ 791.

Op ’t Marquisaet vander Vere. geprefereerde Eerste voorschreven vrouw van Grimbergen ten sij dat d’Heer van Poelgeest haer recht heeft als schoonsoone Joncheer Jan Schooff tot Mechelen Den voornoemden Jan Gaultiers

£ 100 £ 125


- 135 A.S.G. 204 concurrentien d' Erffgenamen van de Heere van Montfort van £ 48 't sjaers blijft hen ontrent

£

De Vrouw Gravinne van Arenberge van £ 750 't sjaers blijft ontrent

£ 456

Denis de Faussart woonende in Picardie van de helft van £ 156 't sjaers blijft

£

46

T’floris de Roux ter causen van d'andere helft gelijck

£

46

85

______ £ 1063 't sjaers


- 136 A.S.G. 204. 1586 novembris 6. Copie. Jovis sexta novembris(15)86. Op 15de articul van den Recesse. Die van Hollandt en Zeelandt hebben goet gevonden voor advis dat alle erffenissen ende besterffenissen dye gevallen sijn inde respective provincien voor date vande publicque vrydom ende toelatinge van de exercitie van de religie inde selve provinciÍn sullen geerft ende genoten worden 't sij offer divisie gedaen es oft nyet, bij den genen dye ten tyde als de selve erffenisse ende besterffenissen sijn gevallen, capabel ende gequalificeert waren om daer inne te succederen ende aen anders nymant Item dat d' erffenissen van de assendenten gevallen naer date van den publiquen vrydom ende toelatinge van de exercitie van de religie inde respective provincien, onder allen decendenten, soo wel dye religieuse geweest sijn als anderen, naer den rechten van de respective provintien sullen worden gedeelt. Wel verstaende dat de gene die religieusen geweest sijn, gehouden sullen wezen haere alimentatie in te brengen, ende haere mede erffgenamen daer inne mede te laten deelen, ofte de zelve in minderinge van haere erffenisse aen te nemen, ende dat de gene die hen beswaart vinden int confereren van haer alimitatien, in’t de selve sullen mogen behouden, sonder in de erffenissen te deelen. Ende aengaende de successien collaterale die naer de voorschreven publicquen vrydom, ende toelatinge van de exercitie van de religie gevallen sijn sullen daer inne naer den coustume ende rechten van de respective provincien erffven, soo wel de gene die religieuse geweest sijn als andere sonder eenige conferentie van haere alimentatie ende dat hier nae alle hooger legui ende subalterne hoven, rechten ende officieren hen sullen schuldich sijn te reguleren.


- 137 A.S.G. 204. Eersame wyse zeer voorsienige Heeren. Alzoo d' Heeren Staten Generael ons lasten om metten iersten te mogen treden in affrekeninge metten Tresorier van hare Majesteyt vande Ingelsschen soldaten zoo te peerde als te voete, staende tot laste van hare Majesteyt, dat wij tot dyen eynde hun Edelen zouden overzeynden pertinente declaratie ende staet van alle vuires ende leeningen aen de zelve gedaen 't zedert hunne aencompste. Item pertinente berechtinge hoe vele Ingelssche soldaten zedert hunne voorschreven aencompste in de gasthuysen van de steden ende anderssins onderhouden zijn ende noch worden met declaratie van de namen van de zelve ende onder wat Capiteynen zij dienen. Soo is ons ernstich verzoeck dat uwe Edele terstonts ende ansiens deser zoo vele gelieve te doen zoo bij hen zelven als daer des noodich werdt, dat zij die voorschreven declaratie van de zelve becomen, ende ons terstont overzeynden metten bewysen daertoe dienende op dat de zelve die voorschreven soldaten oft den Capiteynen gecort "ende uwe Edele in tyden ende wylen daervan gerembourseert" mach worden naer behooren. Des en wilt nyet wesen in gebrecke, alzoo den dienst van den lande zunderlingen daeran gelegen es. Hiermede Eersame wyse, zeer voorsienige Heeren zyt Gode bevolen, uuyt Middelburch, den lesten decembris 1586 P.Ryckert. Ter ordonnantie van de Gecommitteerde Raeden van den Staten 's landts van Zeelandt, bij mij in absentie van den Pensionaris.

-138 –

A.S.G. 204.

Eersamen wysen seer voorsienige discrete Heeren. Burgemeesters, Schepenen ende Raet der stede van der Goes. 1586 augusty 30.


- 139 – A.S.G. 204.

Informatie gehouden ten versoucke van de Edele Heeren Burgemeesters ende Magistraet der stede van der Goes,bij mij Jan Arnoldie Openbaer geadmitteert Notaris ter presentie van de getuygen zoe hier naer volcht. Op den 30sten augusty 1500 ende zessentachtentich comparerende voor mij Notario ende den onder geschreven getuygen, Dignus Pierszoon Rycke, schout, Bartelmeus Cristiaenszoon, Jan Pierszoon Willeman, Cryn Janszoon, Willem Willemszoon, schepenen, Lenaert Lenaertszoon, Gillis Janszoon Roose, Hubrecht Duenuszoon, inwooneren der parochie van Serarenskercke, ende Dirrick Verstelle inwoonderen der stadt Goes. Lantwinninge houdende binnen der Heerlijckheyt van Serarenskercke voirschreven. Attesteren ende verclaren op hunne manne waerheyden in plaetse van eede waerachtich te wesen ende hulieden wel kennelijck dat die soldaten in garnisoen wesende binnen der voirschreven stede van der Goes binnen der voirschreven Prochie ende Heerlijcheyt van Serarenskercke geloopen hebben van de eene hoffstede tot de andere zoe in de weke voorleden als oock wel zeven oft acht weken daer te vooren ende tot diversche daghen gecomen zijn geweest zoe met hun thienen, twelffen, twintich, vyffentwintich, dertich ende oock 34 te gaedere over ander dach ende meer, den huyslieden inwoonderen der voirschreven prochie fortselijcken ende met drygementen ende oock met slagen gelt affgenomen hebben ende haerlieder hoenderen met honden gevangen ende oock met menichte dootgeslaghen ende ontweldicht, ende dat de voirschreven soldaten over de voirschreven huyslieden alsulcken foortsche ende gewelt bedreven hebben gehadt ten tyde als de zelve huyslieden in 't velt met den ougst doende ende besich zyn geweest. In vougen dat zij huerlieder huysen sonder


- 140 -

A.S.G. 204. volck en hebben d'erven laeten om 't gewelt ende foortse der voirschreven soldaten te mogen met lieffelijckheyt te gemoeten, hebbende oock de selve soldaten tot diverschen plaetsen binnen der zelver Prochie die hoenderhuysen fortsselijck opengebrocken ende in sunderheyt zoe verclaert, attesteert de voirschreven Dignus Pierszoon dat vrydage lestleden acht dagen naer zijn hoffstede gecomen zijn geweest wel tot vyffentwintich soldaten de welcks eenen schellinck van hem ontfangen hebben zijn voirts gegaen naer de hoffstede van Lenaert Lenaertszoon. Ende voirts zoe attesteerde ende verclaerde de voirschreven Lenaert Lenaertszoon dat zijn huysvrouwe aen hem geclaecht heeft, dat zij ten zelven dage voirschreven meynende de voirschreven soldaten met eenen schellinck te vreden te stellen dat zij niet willende daer mede te vreden wesen ende dreygende die deure op den vloer te loopen, zulcx dat de zelve zijn huysvrouwe hulieden in als hadde moeten geven om huerlieden te vreden te stellen hadden moeten geven twee schellingen grooten vlaems. Ende dat oock dicwels daer te vooren de soldaten t' veele ende groote fortse ende gewelt op zijn hofstede ende binnen zijnen huyse bedreven hebben gehadt van hem gelt extorquerende ende uuyt zijnen huyse wech dragende al 't gene hun beliefde. Verclaerende oock de voirschreven attestanten met gesamender hant dat bij den soldaten aen hemlieden sulcken extorsie van gelde ende ontweldigen van hunlieden goeden bedreven zijn geweest dat niet mogelijck en


- 141 -

A.S.G. 204.

waere dat zij souden mogen blyven huyshouden ende haerlieden agriculture bedryven ten waere dat bij de Overicheyt daer tegens versien en worde. Aldus geattesteert binnen der voirschreven stadt Goes ten dage, maende ende jaere als boven ter presentie van de eersame Cornelis Janszoon ende Eewout Manuszoon inwoonders der Prochie van Heynkensand als getuygen hier toe geroupen ende versocht. Den zelven voirschreven dage compareerden voor mij Notario ende den getuygen ondergeschreven de eersame persoonen, Cornelis Janszoon Langemaere, Schout,Pieter Pieterszoon Eewout, Maenszoon Pieter Janszoon Schepenen der Prochie van Heynkenssant, Jan Goriszoon, Luenis Corneliszoon, Adriaen Jacobszoon Weelman, Marinus Heyndericxen, Wolfaert Lenaertszoon, Willem Corneliszoon, Marinus Hugenszoon, Ingel Janszoon inwoonderen der voorschreven Prochie ende Heelijckheyt van Heynkenssant ende attesteren ende verclaeren op hunne manne waerheyden warachtich te zijn ende ende huerlieden wel kennelijck dat de voirschreven soldaten over ander dach ende oock altemet meer geduerende den tyt van drie weken herwaerts met compaingie van hun 16, achtien zoe 20en als achten twintich ende dertich gecomen zijn geweest binnen der voirschreven Prochie ende Heerlijckheyt van Heynkenssant ende hebben zulcx over al gegaen ende geloopen op te hofsteden van de huyslieden den welcken zij met dreygementen, slaen ende smiten gelt affgenomen hebben ende doen geven ende de huyslieden slaende uuyt haerlieden huysen gejaecht ende de zelfde oock berooft van hunne cleederen, lynwaet, hemden, bocxen, coussen


- 142 A.S.G. 204.

ende schoenen ende oock speck, vleysch ende andere goeden ende oock haerlieder kisten, kassen ende tresoeren open gebroken ende dat de zelve soldaten de huyslieden binnen der voirschreven Prochie oock berooft hebben gehadt van huerlieder geweer daer mede zij op te wachten van de lande moesten gaen, ende in besundert zoe attesteerde ende verclaerde de voirschreven Marinus Corneliszoon dat geleden ontrent een maent binnen zijnen huyse zijn geweest zes soldaten fortselijcken open doende een tresoer ende dat alzoe hij attestant wilde voorstaen dat zij 't zelve tresoer niet en souden beroven, zoe dreygden de zelve soldaten sulcx wech gaende met grammen ende evelen moede des attestants huys in brande te steken, secht ende verclaert voirts gebuert te zijne dat eenige van de zelven soldaten met andere compangie in getalle van thien persoonen acht oft thien daghen daer naer wederom gecomen zijn geweest met hun nemende uuyt zijnen huysen drie oft vier sacken uuyten welcken zij saet hadden gestort ende noch een saye vrouwe schortecleet midtsgaders noch hoenders ende kieckens, dreygende oock zijn huysvrouwe die daer tegens wilde seggen te deurstecken. Attesteert ende verclaert oock Marinus Hugenszoon voirnoemd dat nu vrydage lestleden achtdagen, hij vande ougst uuyt den velde thuys comende zelve bevonden heeft ende oock verstaen uuyt den monde van zijn naeste gebueren woonende op zijn hofstede dat de soldaten die als doen daer geweest hadden de achterdeure van zijnen huyse met haer cosyne op den vloer geloopen hebben gehadt ende oock bevonden die deure van de kuecken binnen zijnen huyse


- 143 -

A.S.G. 204.

geopent ende het slot van tresoer open gebroken, daer uuyt genomen waeren een schortecleet van zeven schellingen, een paternoster geestimeert tot twee ponden grooten vlaems ende een nieuwe vrouwen hooftcleet. Item een stuck lyne lakens van negen ellen ende noch vooren van de schoorsteen genomen een hamme ende een hespe, noch een scheyde van een rappier metten henxsel, vindende oock zijn booter uuyten kelder gerooft. Verclaert oock ende attesteert den voirnoemden Jan Goriszoon dat de soldaten op eender tyt 't zynen huyse wesende ende niet willende te vreden wesen met den cost ende hem dreygende in zijn huys te slaene ende gelt ontfangen hebbende ende eenige hoenderen den hals affgetrocken zijn daer mede wech gegaen. Verclaerende voirts meer alle de voirschreven comparanten onmogelijck te zijnde de dagelycxe crachte, rooverie ende gewelt van de soldaten langer te verdragen ten zij dat daer tegens bij de overicheyt versien en worde. Aldus geattesteert bij de voirschreven comparanten binnen der voirschreven stadt Goes ter presentie van de eersame Pieter Janszoon ende Jan Pieterszoon, inwoonders der Prochie van Cloetingen als getuygen hier toe versocht. Ten zelven daghe als boven comparerende Pieter Janszoon, Jan Pieterszoon, Bouwen Wisse, Harrent Pierszoon, Cornelis Dominicus, Pieter Thyszoon, Foort Corneliszoon ende Joos Lambrechszoon, alle inwoonders der Prochie van Cloetingen, attesteren ende verclaeren ten versoucke als boven dat de voirschreven soldaten besundert binnen drye


- 144 -

A.S.G. 204.

weken herwaerts dagelicx ever al geloopen ende gegaen hebben binnen de voirschreven Prochie van Cloetingen in getalle van thien, 15 en twintich, 25 ende meer te gader den huyslieden met dreygementen ende slagen, gelt affnemende ende de huyslieden hun goeden uuyt hueren huysen met gewelt nemende ende specialijck soe verclaert de voirnoemde Foort Corneliszoon dat huyden acht dagen geleden de soldaeten wesende 26 in getalle geweest zijn op zijn hoffstede de welcke niet en wouden te vreden wesen met eenen schellinck maer en wilden niet min hebben dan eenen daelder. Ende alsoe hij attestant zoe veele weygerde te geven, zoe hebben de zelve soldaeten uuyt zijnen huyse met gewelt genomen zijns joncwyffs hoofdouck, eenen brant spiegel ende een hoen. Secht noch eens daer te vooren op zijn hoffsede gevonden te hebben thien soldaeten de welcke dreychden zijn huysinge in brant te stecken ende hem oock dreygden te smiten zoe dat hij benoodicht was zijn zelven mette vlucht te salueren ende de voirschreven soldaeten hem niet connende achterhaelen hebben metten voeten op te deuren van zijn huys geloopen. Verclaert oock de voirnoemde Pie Thyszoon dat ontrent een maent geleden t' zijnen huyse geweest zijn twintich soldaeten hem ontvreemdende een poingaert ende een stick vleysch ende daer naer noch eens voor zijn huys commende, hebben met een hout tot vyff oft zes mael op zijn deure geloopen, ende dat nu maendaghe lestleden acht dagen vyff soldaeten de deure van zijnen huyse op ten vloer geloopen hebben ende dat huyden acht dagen voor zijn huys commende sestien soldaeten dreychden de deure

- 145 A.S.G. 204. op den vloer te loopen ofte wilden drie schellingen hebben. Pieter Janszoon voirnoemt verclaert dat nu dinsendage lestleden veerthien dagen vier soldaeten op zijn deur met foortse geloopen hebben ende dat de soldaeten sedert drie weken herwaerts op hem dagelicx zulcken gewelt gedaen hebben dat zij hem op elcke weke wel negen oft thien schellingen gecost hebben boven 't gene zij hem ontnoemen hebben. Verclaerende voirts alle de voirschreven attestanten hunlieden wel kennelijck te zijn dat dagelicx zijluyden ende andere gemeene inwoonders der voirschreven Prochie sulcken last ende gewelt dagelicx zijn lydende sulcx dat niet muegelick en is sulcx langer te verdragen. Aldus geattesteert binnen der voirschreven stadt Goes ten dage maende ende jaere als boven, ter presentie van Hubrecht Adriaenszoon ende Marinus Blaeszoon beyde woonende in Ovenzand als getuygen hier over geroupen ende versocht. t' Oirconden de gewoonlijke Signature van mij Notario onder geschreven, hier mede gestelt Johannis Arnoldie Notaris publicus admissus


- 146 -

A.S.G. 204

Informatie ghehouden ten versoucke van der Heeren Burgemeesters ende Magistraet der stede van der Goes, bij mij Jan Arnoldie,openbaer geadmitteert Notarius, ter presentie van ghetuyge soo hier naer volcht. Op den 30sten auqusty 1500 ende sessentachtig compareerende voor mij Notario ende den onderschreven ghetuygen; Hubrecht Adriaenszoon, Marinus Blaeszoon, Legier Pieterszoon, inwoonders der Prochie ende Heerlijckheyt van Ovesandt in Suytbevelandt, hebben ten versoucke van den Edele Heer Burgmeester ende Magistraet der voirschreven stede Goes des gevraecht zijnde geattesteert ende verclaert op hunne manne waerheyd, dat in de weke nu voorleden de soldaten in garnisoene wesende binnen de voirschreven stede van der Goes, met hun sessendetwintich oft dertich gegaen ende geloopen hebben deur de Prochie van Ovesandt voirschreven, van d'eene hofstede tot op de andere, den huyslieden met overlast ende gewelt, gelt aff nemende, alsoo wel den armen als den rycken, ende oyck heurluyder geweer daer mede zij daghelycx ter wachten moeten gaen, het welcke zij attestanten verclaren oock bij heurlyder

- 147 –

A.S.G. 204.

wetenschap gebeurt te zijn eenen Cornelis Marinussen, wesende een man van sobere fortune, wonende in Ovesandt, den welcken de selve soldaten sijn flesschen met den poeder aff ghenomen ende ontvreemt hebben, ende aen heurlyden attestanten oyck verclaert heeft dat sij hem op eenen dach wel drye ofte vier gulden ghecost hadden. Aldus geattesteert in de voirschreven stede van der Goes, ter presentie vande eersame mannen Cornelis Lenartszoon ende Laureys Anthoniszoon inwoonders der Prochie van Baersdorp als getuygen hier toe versocht. Ten selven voirschreven daghe compareerende voor mij Notario ende getuygen ondergeschreven, Cornelis Lenaertszoon ende Laureys Anthoniszoon inwoonders der Prochien ende Heerlijckheyt van Baersdorp ende hebben ten versoucke als boven geattesteert ende verclaert waerachtich te zijne ende hunlyden wel kennelijck dat de voirschreven soldaten dicmaels ende vele geloopen hebben op den huysman binnen de Heerlijckheyt van Baersdorp soo met haer sessen, acht thien, twaalff te gader ende de huysluyden gedreycht hebben om gelt te mogen hebben ende heurluyder hammen, speek ende vleessch, hoenderen aff genomen hebben ende anders en wisten nyet verder


- 148 -

A.S.G. 204.

noch breeder van 't ghene binnen de voirschreven Heerlijckheyt bij den voirschreven soldaten geperpetreert was te deposeren. Aldus geattesteert binnen der voirschreven stadt Goes ter presentie van d' eersame Cornelis Jacobszoon Meuleman ende Heyndrick Pierszoon inwoonderen ter Prochie van Cattendyck als getuygen hier toe versocht. Ten selven voirschreven dage anno als boven compareren voor mij Notario en de getuygen ondergeschreven de eersame mannen Jan Geertszoon, Schout in Cattendyck binnen den voirschreven eylande van Suytbevelandt oudt ontrent 51 jaeren, Cornelis Jacobszoon Meuleman oudt ontrent 60 jaeren, ende Hendrick Pieterszoon oudt ontrent 52 jaeren, schepenen in Cattendycke voirschreven ende Wouter Adriaenszoon inwoonder der selver Prochie van Cattendyck oudt ontrent 36 jaeren ende hebben ten versoucke als boven respectivelijck geattesteert ende getuycht op haerlyden manne waerheyden soo hier naer volcht, Ende inden iersten soo attesteerde ende verclaerde de voirschreven Jan Geertszoon warachtich te zijn, dat vier oft vyff van de voirschreven soldaten tot een reyse tot sijnen huyse geweest hebben de welcke niet willende te vreden zijn met eten ende drincken ende deur den overlast

- 149 –

A.S.G. 204.

die zij binnen den huyse van hen attestant waren doende om gelt te hebben, soo heeft hij attestant benoodicht geweest tot zijnen behulpe ende assistentie sijn arbeyders uuyt den wercke te roepen, ende de voirschreven soldaten de arbeyders gesien hebbende, seyden tot hem attestant, wacht u gy boer soo ghy wilt, wy sullen u huys in brande steken, ende zijn soo voorts voor die reyse van daen gepasseert. Segt ende attesteert oick dat eenige vande selve soldaten daer naer wederom gecommen zijn geweest t'sijnen huyse met meer andere compaingie, seggende tot den selven huer mede gesellen, dat is den boer die de arbeyders ontboot om ons te slaen, maer wij sullen noch ons handen in zijn bloet wasschen, deur welck dreygement hij ende zijn huysvrouwe de selve soldaten met gelt gepayt hebben, segt oick daer naer t' sijnen huyse geweest te hebben een compaingie van zeventhien soldaten, de welcke niet willende te vreden wesende met een stick gelts welck zijn huysvrouwe hunlyden was gevende, hebben ettelijcke hoenderen doot ghesmeten ende wech ghedraghen. Segt ende attesteert voorts dat nu geduerende drye weken lanck in desen tarwe ougst de soldaten met hun acht oft negen altemets gecomen zijn gheweest tot vier oft vyff reysen 's daechs, sulcx dat deur vreese van de selve soldaten sijn huysvrouwe met heur kinderen ende boden niet thuys en heeft derven


- 150 -

A.S.G. 204.

blyven, maer de attestant sijn huys selve bewarende soo vele als hij vermochte, heeft de voirschreven soldaten te gemoet moeten gaen op den wech om heurluyden met gelde te contenteeren ende heurluyden met gelde ghepayt soo hij best mochte. Cornelis Jacobuszoon Mueleman voirschreven attesteerde ende verclaerde dat hij tot diversche reysen bij fortsen ende gewelt ende deur vreese de soldaten op zijn hofstede gecomen zijnde tot diversche ende menighe reysen met gelde heeft moeten contenteeren om zijn huys coren ende zijn lyff uyt den slagen te houden. Hendrick Pieterszoon voirnoemt attesteerde ende verclaerde dat ontrent veerthien dagen nu geleden negen soldaten gecomen zijnde tot zijnen huyse heurluyden heeft moeten geven negen stuyvers ende hebben hem daer en boven een hamme gestolen. Item dat noch op een ander tyt t' sijnen huyse geweest zijn zes oft seven soldaten de welcke niet willende met een stuck gelts tevreden zijn hebben zijn schuere open ghebroken ende ettelijcke handeren ontnomen.Segt ende attesteert voorts noch daer naer gebuert te zijne dat eenige van de voirschreven soldaten die te voren sijn schuere open gebroken ende hoenderen genomen hadden gecomen zijn in gheselschappe ende getale van twalff oft derthien soldaten de welcke hem attestant op zijn hoffstede vindende hebben naer hem attestant

- 151 A.S.G. 204.

met steenen gheworpen ende hen met blooten rappieren van sijn hofstede ghejaecht ende noch daer en boven zijn glasen met steenen uut geworpen, Ende voorts soo verclaert hij attestant dat hij benoodicht heeft geweest deur vreese van alle 't gene hem te voren gheschiet was als boven verhaelt es, tot diversche reysen met gelde van sijn hofstede te houden. Wouter Adriaensse voirschreven attesteerde ende verclaerde waerachtich te zijn dat nu thien oft twalff daghen gheleden gecomen sijn gheweest acht oft negen soldaten ende hebben zijn huys met gewelt van achteren ende van voren, open ghebroken ende daer uuyt ghenomen ende met hun gedragen alle 't gene heurluyden aenstont ende beliefde ende noch daer en boven een corte lasse die hem attestant niet toe en behoirde die hij daer naer met gelde heeft moeten lossen. Segt ende attesteert voorts noch daer t' sijnen huyse gecomen geweest te zijne de selve soldaten vergeselschapt met meer andere soldaten in compainge van hun zeventhiene uuyt sijnen huyse met ghewelt nemende ende wechdragende alle 't ghene hun beliefde ende hebben noch daer en boven seven ofte acht eyndt voghelen doot ghesmeten ende met hun gedraghen. Ende alsoo hij attestant voor sijn goet wilde spreken ende 't voirschreven gewelt tegen staen, soo hebben de selve soldaten heurluyden rappieren op hem attestant getoghen ende een rappier op sijn lyff in sticken


- 152 –

A.S.G. 204.

gheslagen. Ende hij attestant hun vragende oft haerluyden sulcx geoorloft was ende seyde hoe dat hij van sinne was over haerlyden te claghen, soo seyden de selve soldaten tot hem attestant, soudet ghy gaen claghen soo sullen wy 't altemael doot smyten het sal met eenen bilslach doorgaen. Verclaert oock hij die spreeckt dat hij tot diversche reysen deur vreese van dreygementen de soldaten heeft moeten met gelde contenteeren om overlast ende voirder peryculen te mogen ontgaen. Aldus geattesteert binnen de voirschreven stadt Goes ten daghe maende ende jaere als boven, ter presentie van de Eersame, Jacob Janszoon poorter der selver stede ende Marinus Marinuszoon woonachtich tot Hoedekinskercke als ghetuygen hier over geroepen ende gebeden. Johannes Arnoldie, Notaris adpermisa requisitus.


1586.

- 153 -

A.S.G. 204.

Robert Grave van Leycester Baenderheere van den Bich etc. Stadthouder ende Capiteyn Generael voor haere Majesteyt ende Gouverneur der Vereenichde ProvinciĂŤn. Edele eersame discrete lieve besundere, wij en twyffelen nyet oft ghylieden en sult uuyt de raporten van Ulieder Gedeputeerde alhier ter dachvaert van de Generaele Staten geweest sijnde, onder andere saecken bij de selve met ons verhandelt, genouchsaem hebben verstaen, ‘ t gundt wij den Heeren Staten Generael den zevenden deser maent hebben doen voorhouden, ende versoecken te willen bewillighen tot onderstandt van der oorloghe, alsoo wij bevonden hebben de voorige consenten tot voldoeninge van dyen op veel naer nyet te connen strecken, sunderling in dese beginselen, daer wij alle saecken boven maten seer verachtert ende verloopen vinden. Ende soo men eenich leger in desen anstaenden saisoene soude willen te velde brenghen 't welck oock sonderlinge dienstelijck ende van noode wert. Ghylieden sult mede wel hebben verstaen wat antwoorde van weghen den Staten Generael ons daer op rechts voor hun vertreck es bejegent "buyten alle onse meeninge ende 't oversicht" . Waeromme wij angemerckt den last van der oorloge die hem lancx soo swaerder openbaert nyet hebben moghen laeten U lieden dese te schryven, ende U seer ernstelijck te versoecken ende vermanen soo wij aen andere mede sijn doende, ten eynde uw lieden overwegende de redenen van ons versoeck voorschreven ende 't gevolch van dyen believe hun naerder te bedencken, ende ons te contenteren, ende in onsen handen te stellen, de middelen van de vyftich gulden, op 't hondert wit pondts sonder eenige restitutie aen den yischers oft andere te doen, mits dat op het uuytvoeren in de convoyen daer op behoorlijck innesien genomen sal werden. Ende van gelijcken de twaelff stuyvers op de tonne zeepe ende twee stuyvers op de tonne biers bij u lieden aende voorgaende regeeringe boven de quote in 't generael geconsenteert ende cedecideert geweest sijnde, soo wij verstaen, Ende dese voorschreven middelen te willen laeten commen volgende onse voorgaende propositie boven de maentelijcksche


- 154 A.S.G. 204.

twee hondert duysent gulden, ende andere ons belooft, sonder d’welcke oft andere middelen uw lieden wel connen verstaen dat de lasten van de oorloghe als voorschreven es nyet en sullen connen vervallen, oft de saecken in eenighe ordre gebracht worden naer ons hoochste begeeren sunderlinge in aensien van de excessive costen van extraordinare saecken als van minutie van oorloghe, viures, kontschappen ende dyer gelijcken meer andere verdachte ende onverdachte oncosten, die de oorloghe vereyscht. Wy en twyffelen nyet oft uwe Lieden sullen in desen doen alle 't gundt mogelijck sal wesen, volgende de toesegginghe ons bij de schriftelijcken antwoorde van uwe Gedeputeerde gedaen, ende hunne vruchtbarige antwoorde ons te laten weten metten aldereersten mogelijck sijnde op d'aenstaende vergaderinge van de Staten Generael. Wy sullen oock seer geerne bij haere Majesteyt de goede hant houden om in 't respect van den impost op de landheren in de voorschreven antwoorde gementienueert, gedaen te mogen worden alles wat redelijck ende doenlijck sal sijn vuer haere Majesteyts onderdanen vermogens der selver goede genegentheyt tot uwe lieden conservaetie. Dan alsoo 't selve apparentelijck nyet soo haest en sal connen geeffectueert sijn als den noot van den lande vereyscht, sullen uwe lieden midlertyt wel doen nyet onderlaetende den voort ganck van de middelen in voeghen boven geroert. De schepen die wij versocht hebben gemaeckt ende toegerust te worden, volgende onse voorschreven propositie, verstaen wij te sullen moeten wesen van middelbaere groote om op de binnen stroomen gebruyckt te mogen worden de welcke geestimeert worden te sullen costen ontrent drye duysent gulden d'een deur d'andere Ende angemerct daer aende lande sunderlinge veel gelegen es als nyet voorsien wesende van behoorlijcken equippage, zult ghy lieden nyet naelaeten 't selve te behertighen nae behooren, hier mede Edele, eersame, discrete


- 155.A.S.G. 204. Lieve bysundere zijt Gode bevolen, geschreven in 's Gravenhage den 17den february 1586, geparapheert Lionius videt. onder stondt,uwe Lieve goede vriendt, ende onderteyckent R. Leycester, wat leeger stont ter ordonnantie van sijne Excellentie onderteyckent van Langen, ter merge stont noch bij forme van post data, alsoo oock bij de instructie op de leste regieringhe bij de Heeren Generale Staten geaccordeert es in den hoochdringenden noot de landen te mogen belasten mette somme van 100.000 karolus guldens eens ende dat bij dese onse angevanghene regieringhe deur eenich onversienlijck accident oft subite alteratie, oft anderssins van gelijcken van noode soude moghen worden eenighe merckelijcke oncosten in der haest te supporteren die merckelijcken souden moghen excederen de middelen ende consenten ons in handen gestelt, bij gebreke van welcke het landt oft een deel van dyen soude mogen vallen in groot gevaer. Soo es ons ernstich versoeck, ende begeeren dat ghy lieden ons 't selve oock alsoo volcommelijck accorden wilt, mits nochtans dat de selve somme van 100.000 guldens eens pro rata proportielijck sal worden verdeelt, over de con toiren vande respective provinciĂŤn gelijck sulcx bij den 10den article naerder verclaert wordt. Ende was geparapheert Lionius videt, de superscriptie was, Edele, eersame, discrete onsen Lieven besunderen, den Staten 's lants ende Graeffelicheyts van Zeelant oft heure Gecommitteerde Raden.


- 156 A.S.G. 204. Copie. Remonstrantie ghedaen bij den Collonel Jan Piron super intendent der stede Axel, aen uwe Edele Heeren die ghecommitteerde Raeden van Staten 's lands ende Graeflicheyt van Zeelandt. Ierst dat uwe Edele gelieve te resolveren nopende de extensien van des remonstrantes ghedaen diensten ende gedebourseerde penningen over d' incorporeren der stadt Hulst, daer sijnen voorgaende overgeleverde requesten ende documenten onder uwer Edele berustende breeder aff mentionerende sijn. Ende alsoo uwe Edele belieft ende goedt gevonden hebben den remonstrant nu omlancx bij advise van sijnen Excellentie te senden binnen der stadt Oistende omme aldaer te commanderen over de Nederlantsche compaignien aldaer in garnisoen wesende totter tyt dat uwe Edele hen daer uuyt treckende ghesonden hebben naer de stadt Hulst ter assistentie, van sijnen Ghenade den Grave van Solms, alwaer hij remonstrant in beyde de respective plaetsen groote ende excessive oncosten heeft moeten sustenteren mies de grootte ende stercte van de

Remonstrantie van den Collonel Piron

-157 – A.S.G. 204. garnisoenen uuyt diversche quartieren (die daer inne ongelijck meer verteert heeft dan het tractement van de twee hondert gulden hem beneffens sijne compaignie betaelt mach verstrecken) Versoeckende over zulcx dat uwe Edele gelieve ten aensiene 't gunt voorschreven is hem remonstrant daer van te recompenseren sulcx uwer Edele in goeder equiteyt sullen bevinden te behooren. Ende des halven soo versoect de voorschreven Remonstrant ten respecte van sijn voornoemde gedaen diensten over de 28 jaren sijnen Excellentie hooghlovelicker memorien ende verenighde provintien ghedaen dat hem gelieve des remonstrants tractement van nu voort aen te augmenteren. ende hem daer van maentelick te doen betaelen. Aenschouv nemende op de groote lasten ende oncosten die hij noch daghelicx sal moeten sustenteren wesende de remonstrant in alles ende over al bereet uwer Edele ende den lande goeden ende ghetrauwen dienst te doen


- 159 A.S.G. 204 juni 19,1586. Copie. Wy Schouth ende Schepenen der Prochie ende Heerlijckheyt van Cruyningen, attesteren voor de gerechte waerheyt dat de houve gelegen binnen de voorschreven Heerlickheyt op Sperdam gecomen is van eenen Christoffel Joris den vader was vande huisvrouwe van Guillame Baten, die de selve houve ob jegenwoordich noch is toecommende sonder dat de selve aen iemandt anders verbonden oft verobligeert is. Actum desen negentienden juni 1500 zessen tachentich bij mij als Secretaris onderteyckent, J. Storm.


- 160 -

Bag folio 7 A.S.G. 204.

Instructie voor den Raet van State ende syn Excellentie Graeff Maurits van Nassau etc. anno 1584. 3 artyckel Souden niet mogen yet doen off attenteren tot prejuditie van de privilegiën gerechtichden costuyinen, usantien,politien off justitie met het ghene daeraen cleeff de voorschreven landen in 't generael off eenighe steden off leden van dyen in ’t particulier, souden kennisse ende judicature hebben over alle haerlieder officiers, ontfangers, collecteurs metsgaders over Colonellen, cappiteynen ende crychsvolck te water ende te lande. 4. Indyen eenighe nieuwe geschillen off disidentien tuschen de provinciën moghen rysen die souden werden beslicht ende ter neder geleyt bij de neutrale provincien die de questie niet verstaet off bij haer gedaen. 12 Sijn Genade ende die van de Verenigde Rade souden mede die super intendentie hebben te water ende ter zee bij provisie sonder prejuditie yemants gerecht off namaels getoghen te werden in consequentie, ende werden over sulcx geauthoriseert secht te menen die de landen gheen schade ende lyden te water off ter zee,ende tot dyen eynde stellen collegie van Raden ter Admiraliteyt daer de van mede wesen sal te doen equiperen off toerusten schepen van oorloghe ende daer op te stellen off committeren Admiralen, Capiteynen ende ander Officieren Bevelhebberen ende scheepsvolck etc.


- 161 B. 21 folio 6 A.S.G. 204.

Instructie van den Rade van State ingestelt bij den Graeff van Leycester anno 1586 op den naem van den Staten Generael die daer in hebben bewillicht. Twee Raden bij haere Majesteyt van Engelandt te stellen ende vorts mitte provincien oock de particuliere Gouverneurs van de Provincien daer de Raet vergaderen sal als sij daer sullen wesen. Den voorschreven Raet en sal niet moghen aenrichten off ter hant nemen 't welck de privieplegen, vryheden, rechten, tractaten contracten, ordonantien, statuten, deceren ende geweeren de voorschreven landen in 't generael off van eenige provincie, stadt off leden van dyen in het particulier prejudicien off naedeel sij

- 162 B . 13 folio 85 A.S.G. 204. Unie van Utrecht anno 1579 ghemaeckt. Te vereenighen ende bij den anderen blyven souden als off sij maer provincien waeren etc. .Onvermindert nochtans een ygelick provintie ende de particuliere steden leden ende ingesetenen vandyen haerlieden speciale ende particuliere privilegen vryheden exemptien rechten, statuyten lasten, ende wel herge bracht, costumen usantien ende allen anderen niet alleen gheen prejuditie hinder off letsel doen sullen, maer sullen den anderen daer inne met alle behoorlijcke en mogelijcke middelen,jae met lyff goet etc. 16. Ende off gebeurde dat Godt verhoede dat, dat tussen de provincien eenich onverstant, twist off tweedracht geviele daer sij den anderen niet en konden verstaen dat selver soo verre het eenich van de provincien en het particulier aengaet ter neder geleyt en beslecht sal werden bij den anderen provincien off den ghenen die sij daertoe deputeren sullen, ende soo verre de saecke alle die provincien aen gaet bij de heeren Stadthouders van de Provincien in manieren bij


- 163 – A.S.G.204.

Edele moghende, wyse; discrete seer voersienighe Heeren. Die Staten 's landts ende Graeffelicheyts van Zeelandt. Verthonen reverentelic, Bailiu, Burchmeesters,Schepenen ende Raden der stadt Arnemuyden, hoe dat sijlieden uwe Edel Moghende verscheydentlic aengedient hebben, den soberen staet van de fortificatie der voirnoemde stadt, met de consequentie van dier, daerover uwe Edel moghende opte ernstighe recommandatie van sijn Excellentie tot meer malen gelaest hebben die goede hant te houden, dat die in behoorlike staet gebrocht mochte worden, ten minsten om tegen die subite mogelike invasie van den vyant, bevryt te wesen alsoe den geheelen eylande ende consequentelic ooc geheel Zeelandt, daeraen veel is gelegen, sulcx hebben ooc de selve uwe Edel Moghende die by de Ghecommitteerde Raden ende den fortificatiemeester over jaer ende dach doen visiteren, dan en hebben die verthoonders tot nochtoe gheen behulp tot redres van dyen gevoelt, soe dat die dagelicx noch vercranckt. Ende overmits uwe Edel Moghende genouch bekent is dat die verthoonders ( nyettegenstaende sijlieden van den vyandt tenemael vernielt ende gedestrueert sijn geweest, ende nyeuwelic weder opgecomen) nochtans tot optimmeringe ende redres der huysen ende ooc fortificatie goet devoir hebben gedaen, ende noch dagelicx doen, soo dat die gemeene saecke van de middelen aldaer, oic goet proffyt trect, ende meerder trecken soude bij aldyen die zeevaert soe seer nyet en failgeerde ende bij verscheyden practyken uyt Zeelandt gediverteert worden, die sijlieden nochtans verhoepen dat wederom deur goede ordre ende remedie verbeteren sal. Soe keeren nu wederom aende selve uwe Edele Moghende, biddende seer instantelic, die believe de voirnoemde fortificatie eenmael metter daet ter herten te nemen, ende die tot beschermenisse van de geheelen eylande, ende Zeelandt, in 't generael, ende der burgeren ende inwoonderen der stadt in 't particulier, te doen bringen in behoorlicken staet ende defentie als waernae die supplianten verhoepen die soe t' onderhouden ende beschermen, dat daer gheen voerder

- 164 -

A.S.G. 204. swaricheyt aff verheyst en sal worden ende henlieden alsdan in respecte van de selve fortificatie te conformeren met al d'ander steden van Zeelandt d’welc sijlieden, voor die selve eenmael in behoorlike state gebrocht sal sijn, nyet en vermoghen te doene als daertoe; tot kennisse van uwe Edel Moghende gheen middelen nochte macht hebbende dit doende.


- 165 –

Vermogende, Edele, hoochgeleerde, wyse, vrome, discrete, seer, voersienige Heeren. De Gecommitteerde Raden van de Staten 's lants ende Graeffelicheyts van Zeelandt. Verthonen reverentelic met alder oitmoet te kennen gevende die Burghmeesters ende Regierders der stadt Arnemuyden, hoe dat in den beginne van den jaere '86, alle die burgers van Arnemuyden, over heurlieder huysen ten achteren waren den enckelen hondersten penninck de anno ‘83, ende twee dobbele 100ste penninck de annis '84 ende '85, maeckende 't samen vyff honderste penninck, die de voerschreven burgers seffens nyet en souden hebben connen opbringen, sonder ten uuytersten ende in den gront bedorven te wesen, d’welck sulcx wesende alsoe die supplianten als doen van des Tresoriers wegen tot betalinge ende opbringinghe van de voerschreven 100ste penningen geinterpelleert wierden, soe hadden zijlieden 't selve uwe Edele bij requeste te kennen gegeven, ende daerbij ootmoedelic versocht ende gebeden, om eenighe quytscheldinge ende voorts atterminatie voor heurlieder burgers te hebben, daerop uwe Edele belieft heeft gehadt henlieden sekere atterminatie van vier jaren tot obbringhinge van de drie 100ste penningen te vergunnen, mits eenen dobbelen lOOsten penninck promptelic opbringende, gelvck alle 't selve bij de voerschreven requeste ende uwer Edele appostille hier bijgaende mach blyken. Ende hebben sijlieden dien volgende nyet sonder groote moeyte, den heereTresorier voldaen sonder het cohier off somme daer inne begrepen, (nyet tegenstaende de declinatie der huysen) ten opsien van soedanige geasseerde, maer alleenlic toecommende termynen, te verminderen. Ende alsoe loopende den voirnoemden tyt van atterminatie noch alle jare eenen nyeuwen dobbelen lOOsten penninck geschoten is, den welcken van nyemanden is gecollecteert, sulcx dat sijlieden verstaen opte nyeuwe cohiers ten achteren te wesen volle ses jaren, soe vinden hen selven ende alle burgers in gelijck ende meerdere perplexiteyt dan oyt te voeren, nyet alleen om die redenen bij de voergaende


- 166 A.S.G. 204

bygevouchde remonstrantie verhaelt, maer mede dat 't sedert den jare'86 henlieden ende allen burgers ende inwoonders conditie deur cesserende neringe meerder vercleynt ende geergert is, ende noch dagelicx (Godt betert) vercleynt ende in andere plaetsen diverteert. Sulcx dat sijlieden om de gantsche gemeynte nyet tenemale in den gront te bederven, anders nyet en weten te doene, dan hun toevlucht tot uwe Edele te nemen, ende de selve seer oitmoedelic te bidden, die gelieve op alles ende insonderheyt op den soberen standt ende crancke neringe van den voerschreven stadt ende burgers (daer onder mede veele schamele weduwen ende weesen begrepen sijn) goet regardt te nemen, ende die uuyt soe swaren last verlichtende, die voorgeroerde geschoten voor dese reyse quyt te schelden. Daertoe boven de voergeroerde redenen ooc singulierlic lettende, dat naerdyen alle die burgers ende inwoonders om d'eerst aengrypen ende hanthouden der gemeender vrydicheyt ende verlossinge van de voergaende tirannie tenenmale geplundert, verjaecht, hen huysen in den gront affgebroecken, ende veel van d’ouders dood gebleven sijn geweest, Ende bij de genade Godts wederom gekeert sijnde, ende die huysen metten gevolge van dien opgetimmert hebbende, noyt eenige vrydicheyt off exemptie van de gemeene lasten genoten, dan daer in van den begin tot betooch van hennen grooten yver om d'aengenomen saecke te helpen hanthouden ende uuytvoeren, neffens andere steden gecontribueert hebben. Sulcx dat die boven versochte quitscheldinge in alle rechten redenen ende conscientien gefundeert is, des sullen die supplianten die (soe sij verhoepen) geobtineert hebbende, buyten alle faulten die toecommende 100ste penninck t ‘sij dan enkele oft dobbele preciselic selffs doen collecteren, ende ten behoorliken tyde aen den Heere Tresorier verantwoorden, neffens ende in conformiteyt van andere steden, soe dat sijlieden verhoepen uwe Edele, dien aengaende nyet meer moyelic te vallen. Biddende daerom alsnoch seer instantelic in desen grooten noot ende desolatie naer redene


- 167 A.S.G. 204. Vermogende, Edele,Hoochgeleerde, wyse, discrete seer voersienige Heeren. De Gecommitteerde Raden van den Staten 's landts ende Graeffelicheyt van Zeelandt. Gheven reverentelic in alder oitmoet te kennen, die Burchmeesters der stadt Armuyden, dat sijlieden met groot leed wesen verstaen hebben dat de contributie van de 100ste penninck binnen selver stadt ten respecterende huysen aldaer, voor sekre gepasseerde jaeren ongecollecteert ende onbetaelt souden wesen, merckelijken van de jare 1583 eenen enkelen ende van de jaren '84 ende '85 twee dobbele 100ste penninck maekende t' samen vyff hondertste penningen. Daer op sijlieden overmits gheen ineterpellatie off collectatie luttel regard genomen ende veel min rekeninge daerop gemaect hebben soe mede nyet en doen die gemeyne burgers die anderssins ende yeder van de saken op zijnen tyt ende termynen vermaent sijn, soe veel swaricheyden nyet gehadt en souden hebben, alsins naderhant ende dat deur verscheyden respecten hier naer eensdeels gespecif iceert. Eerst in 't generael deur cesseren van alle trafficque ende neringen die (Godt betert) binnen die voerschreven stadt soe verre gedeclineert is dat den meesten hoep luttel hebbende ende nyet weten te winnen, grooten honger commer ende meer andere gebreken moeten lyden, soe dat in heurlieder respect beter ware wat toe te geven dan te heyschen. Ten tweede deur dien dat binnen den voirnoemden tyde ooc seer vuel huysen veralieneert sijn, soe deur rechtelycke uuytwinninge ende leveringhe met decrete, als ooc onderlinghe vercoopinghe, soe dat d'eygenaers van de selve huysen ten tyde die contributie geconsenteert was, nu te soucken souden sijn, ende dat die tegenwoirdighe eygenaers bij sententie off interpositie van decrete ende leverantie van de huysen, van alle voergaende ongespecificeerde lasten bevrydt sijnde, naer rechte daer voer nyet geexecuteert en souden mogen worden. Ten derde dat veele huirders (dien achtervolgende) die placaten, die penningen stonden te verschieten ende selver deel daer aff te dragen) nyet alleen uuyt die huysen dan mede uuyt den landen vertrocken sijn. - 168 – A.S.G. 204. ende conscientie verhoort te worden, ende sulcx den testamenteur van wylen den Heere Adriaen Manmaker, voor soevuel belanct die jaeren duerende desselffs tresorierschap ende den tegenwoordigen Tresorier voor den jare van tweeentnegentich lestleden respective geschoten t' ordonneren de voornoemde borgers daeraff ongemolesteert te laeten, d' welc doende, etcetera


`- 169 A.S.G.

204.

Ten 4de dat veel payen ende renten staende opte huysen (daer op mede cortinge staet) middeler tyt betaelt ende geconsumeert sijn ende dat in sonderheyt, ten respecte van de geheel betaelde payementen gheen verhael off inhouden soude cunnen vallen. In sulcken vuegen dat ooc ten opsiene van suffisante burgers (die Godt betert luttel in getale zijn) seer groote schade swaricheyt ende confusie soude slaen tot verwachten. Tot alle welcke geconsidereert dient dat ' t sedert die taxatie van de huysen alleen tot den voirnoemden jare van '83, die qualiteyt an sommige eygenaers ende inwoonders soe verandert was, dat sijlieden ooc alsdoen nyet en souden hebben connen gheven, ende veelen nu anders dan eenig hoop arme jonge hongerige kynderen. Alle welcke saecken overeen commende sulcke perplexiteyt ende swaricheyt sonderlinghe in dese benauden tyt sonder neringe soe wel vande varende man als anderssins dese supplianten maecken ende inbringen dat sij nyet anders en weten te doen noch beghinnen dan heurlieden toevlucht te weten tot uwe Edele biddende ende seer oitmoedelic jae om Godts wille, die believe in desen bermhertich opsien te nemen, ende die schamele arme ende nochtans seer getrauwe burgers desolate weduwen ende weesen te verlichten in den hoochen noot ende voorts op alle voor gespecificeerde oorsaecken ende consideratien ende ten opsiene van al dyen te verleenen quytscheldinghe vande lange gepasseerde jaren '83,'84 mits dat die voordere contributie van de dobbele 100ste penninck van de jare '85 bij den supplianten daer d' alder bequaemste middel sal opgebracht worden binnen desen tegenwoirdighen jare. Ende generaelic met dese supplianten ende die voirnoemde burgers in 't generael soe te handelen off laten handelen, als die in conscientie ende naer verheysschen van den soberen tyt bevinden sullen te behooren. Biddende andermael om die bequaemste gratie ende consideratien, dit doende. d'Appostille op de marge vande voerschreven requeste gestelt is als volght.


- 170 – 173.

A.S.G. 204.

De voirschreven Raiden consideratie genomen hebbende op de doleantie van de remonstrantie hebben den selven vergunt ende vergunnen bij desen atterminatie van de 100ste penninck over de jaren '83 ende '84 den tyt van vier jaren, alle jaere een gerecht vierde part daer van den eersten termyn vervallen sal van heden een jaer ende soo voorts van jare tot jare Onder expres verclaeren dat sij gehouden sullen sijn den lOOsten penninck van den jare '85 te betalen Bamisse naestkommende op pene van te verliesen 't effect off gunste van de voorschreven atterminatie ende dit alles in handen van den Tresorier off den ghenen die bij hem daer toe sal worden gecommitteert. Actum ten bureele van de voorschreven Raden in 't Hof vanZeelandt tot Middelburch den 18den aprilis 1586. Onder stont gescreven, mij present onderteeckent Christiaen Roels

- 171 A.S.G. 204.

Requeste voor die van Arnemuyden tot quytscheldinge van de 100ste penninck.

- 172 -

A.S.G. 204. Requeste Van die Regierders van Arnemuyden belangende de pasificatie der selve stede.


- 174 A.S.G. 204.

Edele vermoeghende Heeren, myn Heeren de Staeten 'slants ende Graeffelicheyts van Zeelant ende haere Ghecommitteerde Raeden. Gheeft reverentelick te kennen Lieven de Calaart als man, ende voocht van Joncvrauwe Joosyne de Heurne, hoe dat sijn voorschreven huusvrouwe, gheheylicht gheweest zijnde aen Joncheer Charles de Gruutheere. In sijn leven Heere van Croevelde in Vlaenderen, bij huwelicke voorwaerden metten voorschreven Heere van Croevelde ghemaeckt. In date den lesten augusty 15 hondert 't zeventich, bedonghen heeft, ingevalle sij lancx levende bleef ( als gebuert is) dat sij ten laste van sijn naeghelaeten goeden hebben soude eene rente van vyf hondert guldenen 't sjaers. Ingaende ten date sijnder overlyden.'t is nu soe, dat die voorschreven Joncheer Chaerles de Gruutheere ghestorven sijnde sonder kinderen, of te andere descendenten, achterghelaeten heeft tot sijn erfghenaemen den drie kinderen van wylen Joncheer Anthuenis de Gruutheere, Heere van Exaerde, sijn vooraflivighen broeder te weten Joncheer Philips de Gruutheere, teghenwordighe Heere van Exaerde mitsgaders Joncvrauwen, Eleonora, ende Jaquelyne de Gruutheere, dat ooc die voorschreven Joncvrauwe Eleonora deser werelt insgelycks overleden es, achterlaetende tot haer erfghenaemen huere voorschreven broeder, ende suster die welcke over sulcx ghehouden sijn met hen twee inde jaerlicsche betaelinghe van de voorschreven donnacie van vyf hondert guldenen 't sjaers. Dan ghemerckt huerlieder goeden in den jaere 1583 mits den orloghe aldoen in Vlaenderen sijnde, luttel uuytbrochten, ende bijnna onvruchtbaer waeren. ende die stadt van Ghent, mitsgaders het gheheel graefscap van Vlaenderen daernae van de Unie ghedistraheert worden. Soe heeft des suppliants huusvrouwe niet connen gheraeken ’t ghuendt ter causse van heure voorseyde donnacie verschenen is gheweest den 21sten july 1584 ende soe voorts tot desen daeghe toe, niet tegenstaende die groote moyten daeromme ghedaen, sonder dat sij aldaer oock heeft moeghen recht spreken, overmits


- 175 A.S.G. 204.

de voorschreven Heere van Croevelde haer eerste man de ghemeene saecke soe seer ghevordert hadde tot sijn overlijden tou, ghelijk sij teghenwordelick noch veel min doen magh, niet alleen ten opsicht, dat sij haere onthoudende es aen dese zyde, maer principaelicken om dat sij gheheylicht is aen den suppliant, die alreede drie jaeren tyts als agent ende Ghedeputeerde van de gheunieerde provincien, die saeken van de selve provincien ghedeligeert heeft bij de Conincklicke Majesteyt van Vranckryke. Sulcx dat hij suppliant gheen ander middel heeft omme te becommen 't voorschreven achterwesen van sijn voorschreven huysvrouwe als te procederen bij arrest, ende anders op zekere thienden gheleghen binnen Cloetinghen, Goesambacht ende omligghende plaetsen eertyts gegeven voor vry, eygen goedt bij den Grave van Zeelandt aen eenen Gillis van Armuyden, ende lest toe behoort hebbende den voorschreven twee erfghenaemen van de voorschreven Heere van Croevelde, ende over sulcx voor 't zelfde achterwesen executabel sijnde. Dan ghemerckt uwe Edele de voorschreven thienden aengheslaeghen hebben bij titule van confiscatie, uuyt saeke dat die voorschreven erfghenaemen sijn woenachtig onder 't ghebiedt des Conincx van Spagnen, soe heeft des suppliants voorschreven huysvrouwe in sijn absentie versocht ghehadt bij requeste dat uwe Edele ghelieven soude haer te accorderen uuyte voorseyde thienden, die betaelynghe van twaeleff verschenen ende onbetaelde jaeren der voorschreven donacie, off soe daer vooren als voor alle voordere toecommende verloop, mitsgaders voor het capitael van dien haer te gunnen die selve thienden in solutum, waer inne schynt dat uwe Edele swaericheyt ghemaeckt hebben, meenende naedemael alle die goeden van de voorschreven erfghenaemen in gheen confiscatie staen. Dat die graeffelickheyt van Zeelant uut saeke voirschreven niet convenibel soude wesen ende sou verre des suppliants huysvrauwe 't voirschreven versouck gheaccordeert


- 176 – A.S.G. 204.

werde, dat 't zelfde soude moghen in consequentie ghetrocken worden, ende veroirsaecken meer andere ghelycke versoucken van andere persoenen tot verminderynghe van de confiscatie. Waer teghens soe sal uwe Edele ghelieven inne te sien ingevalle de voorschreven confiscatie der voorschreven thiende cesseerde, dat die voorschreven erfghenaemen soude moeten betaelen, of ghedoghen daerop ende anders rechtelick gheprocedeert te worden tot inninghe van t'voorschreven achterwesen, ende nae dien den suppliant, ende sijn huysvrauwe gheen middel hebben omme andere goeden van de selve erfghenaemen te becommen, noch oock omme elders recht te spreken, om redenen hier voiren verhaelt, dat die saeke in huerlieder regard behoort sulcx ghenoemen te worden, off die voorschreven erfghenaemen fictieve juris, doot, ende gheen andere goeden naeghelaeten hadden, ende consequentelick dat die voorschreven confiscatie huerlieder personen in 't gheheel representeerde. Behalvens dat des suppliants diensten 't ghemeyne lant ghedaen (daer inne hij als noch continueerende is) wel meriteren dat hij buyten het ordinaris werdt gheaccommodeert, ende dat in alle ghevalle bij niemant ghetrocken can worden, in consequentie 't ghuendt bij uwe Edele uut particuliere consideratien gratientelicken soude moghen ghedaen sijn. Waeromme soe heeft die suppeliant niet connen laeten uwe Edele dese sijne requeste selfs te presenteren, biddende dat uwe Edele ghelieven in 't ghuendt voorschreven es te ende uut sonderlinghe gratie hem te vergunnen betaelinghe van de voorschreven twaelef jaeren rentens mits gaders van de ghene die noch jaerlicx voorder verschynen sullen, off hem sou daervooren als voor het capitael van dien die voorschreven tienden in solutum te geven,.Doende van als expedieren briefven in behoirlicke forme, dit doende


-180 –

A.S.G. 204.

Aen mijn Edele Heeren,mijn Heeren de Gecommitteerde Raden van den Staten 's lants ende Graeffelijckeyts van Zeelandt.

Geven reverentelijcken te kennen de weduwe ende erffgenaemen van wylen Pieter van den Velde in sijnen leven Rentmeester ofte ontfangher van de gemeene middelen over 't quarthyer van Boisterschelt hoe dat eenen Marcelis Jansse Olislagher in ’t jaer van 1586 gepacht gehadt hebbende den impost van de hoorne beesten ende besaeyde gemeten over de stadt van Zierichzee Poortambacht ’t vierendeel van Kerckwerffve ende Goeykens Nyenlandt voor den tyt van zes maenden geexpireert den lesten september 1586. Ende 't zelve verborcht naer de Generale ordonnancie daer op gemaict.Dien aengaende aen henlieden ten achteren gebleven es de somme van £ 80 grooten vlaems, volgende den Schepenen schultbrieff hier annecxs de welcke zij hebben moeten responderen ten comptoire van wylen den Tresorier Manmaker ende nochtans verzekert sijn nemmer meer eenige penningen daer aff te verkryghen, gemerct den principalen es cessionandt ende de borghen eensdeels verloopen ende anders geheel insolvent.Ende alsoo 't missen van alsulken merckelycken somme hen supplianten zeer grootelycken zouden ledeeren ende crencken haere familie die ample ende nombrens van persoonen es. Ende ter contrarie de gemeensake zulcxs beter mach draghen sonder groote quetsse, soo nemen zijluiden supplianten haere refugie tot uwer Edele oitmoedelycken biddende

- 181 -

A.S.G. 204.

dat de zelve weesen gelieve henlieden gelycke somme van £ 80 grooten vlaems te laten inhouden aende penningen van recepte van Jacob van den Velde tegenwoordighen ontfangher in een der zelver supplianten om de lasten van 't voorschreven sterffhuys te subleneren ende te bet moghen treden gemerct bij den voornoemden Rentmeester goet devoir daer toe gedaen es d'welck doende ect.

- 182 -

Requeste voor weduwe ende erffenamen Pieter van der Velde


- 183 – A.S.G. 204.

Aen mijn Heeren, mijn Heeren de Staten 's lands van Zeelanlandt. Verthoont reverentelick Vrouwe Maria van Brimeu Princesse van Chymay, Gravinne van Megen ect., dat naer diversche onderhandelingen tusschen uwer Edele ende haer remonstrante gecommitteerde uwer Edele eyndelicken in Januario lestleden gelieft heeft haer remonstrante te accorderen de somme van vier duysent guldenen 't sjaers totten eynde van de volle betalinge van meerdere somme bij uwer Edele als doen gelequideert maer alsoo sij remonstrante haer metten jaerlixen vervallen van de voorschreven vier duysent guldenen seer qualick can behelpen ja geschapen es geconsemeert te werden met interesten spruytende uuyt de schulden diesij binnen den tyt van seven jaren dat sij van alle hare goeden beroofft es, genootsaect es geweest tot makene ten ware sij deur eenich goet amancement van penningen geassisteert mochte worden.Soo en weet sij remonstrante omme haer voorschreven ruyne te te precaveren sommige van hare meest presserende costelichste ende importunste schuldenaren te contenterene, ende in sonderheyt omme sekere hare juweelen ende baguen bij diversche persoonen tot seer hoogen ende excesseuren intereste als namelick meer als 15e pourcent versedt (boven noch 't perikel van de verwisselinge van de costelicke steenen daer inne staende te lossene egeen bequamer ende expedienter middel dan een merckelicke somme van penningen emmers tot thyen duysent guldens thoe op interest te lichten, d' welck alsoo zij remonstrante geensins en soude connen doen ten ware yemant daer thoe gequalificeert sijn credit voor haer quame te streckene, ende dat uwer Edele deur 't middel van den accoorde voorschreven met haer remonstrante in januario lestleden gemaect bij hen selven hebben ende behouden de versekertheyt van de voorschreven somme mitsgaders der indempniteyt van de interpositie van den voorschreven noodighen credite. Soo eyst dat sij remonstrante uwer Edele reverentelick ende vriendelick es biddende dat de selve uwer Edele gelieve haer lieder credit onder den name van mijn Heere den Tresorier generael van Zeelant in 't oplichten van de voorschreven somme van thien


- 184 –

A.S .G.. 204.

thyen duysent guldens voor haer remonstrante te laten emploieren waer inne uwer Edele des te min eenige swaricheyt hebben te makene dat boven de voorschreven versekertheyt die sij an haer selven hebben ende behouden eeniche personen alreede gevonden sijn die de voorschreven somme van thien duysent guldens te vreden souden wesen op redelicke interest te laten loopen; ende dat de selve somme met den interest vandyen deur de voorschreven jaerlicxe verscheynende vier duysent guldens, ten proffyte van haer remonstrante alleynskens afgeleyt ende sonder schade van uwer Edele gesuneert sullen moge worden presenterende de voorschreven vrouwe remonstrante den intereste die middelertyt vervallen sal t' haren laste tot nemen ende voorts uwer Edele al sulcke brieven van imdemniteyt te leveren als uwer Edele tot versekertheyt van den voorschreven accoorde ende anderssins oock noodich ende redelick sullen bevinden te wesen, ende sullen uwer Edele dit doende de voorschreven vrouwe remonstrante sonder eenige hare beswaernisse ofte achterdeel grootelicx in hare affaire accommoderen ende van alle voordere verloop ende apperentie ruyne verhoeden 't welck sij oock t'allentyden met dancbaerheyt tegen uwer Edele bereed es te erkennen.


- 185 –

A.S.G. 204.

Edel moghende wyse voorsienighe zeer discrete Heeren. Myne Heeren Gecommitteerde Raden van de Staten ’s lands ende Graeffschap van Zeelandt Verthoont met alder reverentie Willem van Berendrecht uwer Edele Rentmeester Generael van Zeelandt Bewesterschelt.hoe dat hij suppliant in 't bedienen van sijn offitie daegelicxt bevindt datter veel persoonen sijn de welcke de oorsake capterende van den dieren tyt ende groote benoutheyt van de schamele lantluyden (dien te grote hope des aenstaende gewasch doet aengaen, ende dickwils bedriecht) practiseren de selve lantluyden tot betalinge van heure pacht contributien ende andere nootelycheden eenich gelt onder te doen bedingende daer vooren quansuys bij tytule van coopleveringe van saet greynen ende gewasch op sulcke tyden te doen als sij weten ofte gissen connen dattet aldaer dierste ende noch qualick gedorst sal connen wesen ende gelevert worden. Alsdan daer bij noch stipulerende alsulcke peynen ende andere conditien, als voor heurlieden interest, dattet bij sonder nu in dese dagelycx geresen dierte van 't cooren alle giricheyt ende woucker te boven gaet, daer sylieden in 't verschieten van haeren gelde den armen lantman facit hebben helpen maecken op een aenstaende dubbelt vruchtbaer jaer ende niet meer voort goet aengetelt dan 't op eenen goeden tyt ende zeer slappe maerckt gelden soude mogen, jae daer noch beneden omme alsoo het interest hoogh genouch gerekent daer aen te vinden voor den tyt dat zij heure verschooten penningen te buyten staen. Ende dat noch doen sijluyden den armen bouman zijn huys, sijn lant, sijn have, sijn neringe ende alle sijn goederen daer vooren verbinden, dickfwils oock die siel nyet sparende met beloften ondertrouwe eere, eedt ende vroomicheyt gedaen, tot ghyselrecht ende alle andere rigoureuse executien de welcke siluyden in ' t werck stellende de proeye daer sij naesnaeken


-186 – A.S.G. 204.

voor henlieden blyft, ende den armen bouwer daeruyt moet, waer voor de lantluyden veel meerder vreese hebben dan voor de executien die men tot innynge van des Graven domeynen ex fisei privilegio doet als 't nu genouch gebleecken is in't vercoopen van de thienden in desen jaeren seven ende ’t negentych, dat de gene van de lantluyden die met soo daenighe voorcoopen waeren beladen 't meeste voor de thienden geboden ende (het coste wat het mochte) de grooste partyen van thienden gecost hebben omme 't gene dat aen heur eygen ghewasch zoude mogen ontbreeken uuyte voorschreven thienden te mogen volleveren aen de genen die mette voorschreven voorcoopen heuren duym soo diepe in den mont hebben, soo sij dat seggen, 't welcke aenmerckende is hij suppliant beducht dat hij naemaels qualicken oock tot betalinge van de penningen voorde thienden belooft sal weten te geraecken ende seer luttel sal connen becommen ten sij de arme luyden op ten dyck geseth ende het restgen hem mede benomen werde. Indien bij de gierige voorcoopers henlieden slechs noch yet gelaten is, doch alsoo 't anderen tydenall, tegens desdanige contracten es voorsien in de bescreven rechten als dat onder sulck pretext der bouluyden, lantpaerden, coeyen, schaepen ende ander goet niet verbonden en mach gehouden worden, maer dat de contracten 't sij bij monde oft bij geschrifte gemaeckt werden te nyette gedaen ende gestatueert dat den bouwman soude volstaen mitsgaders restitueerende de penningen bij hem ontfangen ende daervan betaelende gracelick interest, als s quam pro solido, dat is tegens den pennimck vier ende twintich in 't jaer, in noulssa const :32. Ende dat oock soo hij suppliant verstaet t' anderen tyde bij placate in dese landen tegens soo danige voorvercoopen ende usiraire contracten es voorsien geweest, d'executie van de welcke Godt betert, nyet en wort gepratiseert, soo en heeft hij suppliant niet connen naerlaeten 't gene voorschreven is, uwer Edele te kennen te geven ende te doen bedencken


- 187 -

A.S.G. 204. ende daer voren sorch draegende dat hij suppliant van thienden soo die vercost sijn soude mogen voldaen werden.ende dat de bouluyden soo qualick getracteert ende veel verjaecht sijnde, 't lant niet en werden verbistert tot verminderinge van des Graven Domeynen, daer van d'administratie ende ontfanck hem bevolen is, versoeckt hij suppliant dat uwe Edele gelieve daer in bij placaete ofte ordonnantie sulcx te voorsien dat de voorschreven voorcoopers hen contenterende mette restitutie van heure penningen die sij luyden bethoonen sullen warachtelijck verschoten te hebben ende daer toe met gracelijcken interest immers onder correctie nyet hooger dan jegens den penninck sesthien. De voorschreven contracten werden te niete gedaen ende d'voorschreven lantluyden ende heure goederen ontslagen ende gequeten van de verbanden, hypotequen ende obligatien bij henlieden voor alsulcke voorcoopen verleden bevelende alle officieren ende justicieren hen daer naer te reguleren in communi forma, 't welck doende ect.

- 188 -

A.S.G. 204.

Registratie van Willem van Berendrecht Rentmeester van de Domeynen Beoosterscheldt op 't afdoen van het groenen.


- 189 – A.S.G. 204.

Aen Edele wyse discrete ende zeer voirsienige Heeren, myne Edele Heeren de Gecommitteerde Raeden 's lants ende Graeffelïcheyt van Zeelants. Verthoont met reverentien Cornelis Adriaen Luycx hoe warachtich is dat hij beërft heeft van Wylen zijnen vader Adriaen Luycx een block lants groot vyf ende een half gemeten zestien roeden, met ten vruchtienden der selver, gelegen in onser Vrouwen polder in 't noirder ende meeste Nyeuwlant, genaempt Huyge Claessen block benoirde der stadt Vere omtrent den dyck bij den Haeck eertyts gecomen van Wylen de Marquis van der Vere daer van een partye zoo een spit als twee afgekarret ende gevoirt is inde dyckaige der selver polder in den jare 15 hondert viere ende vyfventzeventich als daer naer, ende de afgeroofde partye redelijck goede wey geworde was, hebben mijne Edele Heeren de Staten slants van Zeelants, belieft tot dienste van de gemeene beste in den jare 15 hondert achtentachtentich, wel twee gemeten den grond van dyen afgenomen ende begrepen in de fortificatie van 't fort van den Haeck ende de reste geheel uutgerooft ende gekarret in ende tot opmakinge van den selven forte zulcx dat ’t overschot van de grond niet daen een poel ende gansch niet waerdich en is gelyck dat eenyegelijcken notoir ende blycken mach, ende alzoo den suppliant noyt eenige recompensie daer van genooten heeft, zoo wel van 't gene bij die van

- 190- .

A.S.G. 204.

Walcheren inde dyckaige gevoert is als van de geheele reste tot behouft van 't voorschreven fort ende daer mede oock altyts gefrustreert zijnde van de tienden der selver. over zulcx den suppliant aen mynen voirschreven Edele Heeren versouckende zeer ernstelijck betalinge van de waerde der voirschreven afgenomen ende beroofde landen ende dienden ale meer dan billich ende recht is een yder contentement te doen van sijne beschadinge alles tot discretie van mijne voirschreven Heeren ofte tot tauxatie zoo vele als raect den lande van Zeelant ende ordonnantie der selver betalinge te verleenen op d'Heer Tresorier Valcke, biddende dat mijne voirschreven Heeren mede regard willen nemen 't lange verbeyden ende ontderfven des suppliants incomptste der selver landen ende tienden, dit doende.


-191 – A.S.G. 204. Requeste van Cornelis Adriaen Luycxssen.

- 192 A.S.G. 204. Eersame wyse discrete ende seer besundere Burgemeesters, Schepenen ende Raet der stede van der Goes.

A.S.G. 204.

Ten lesten dat uwe Edele Gecommitteerde Raeden gelieven ordre tellen om den voorschreven Rentmeester Coene eerstdaechs te doen overgeven ende afnemen sijnen rekeninge totten lesten decembris 1585 ten eynde hij suppliant daer bij mochte weten wat betalinge bij den selven ende aen wyen die gedaen sijn. Op dat hij volgens sijne instructie van dan voortaen die voorschreven betalinge mach bringen op eenen egalen voet ende die voorts onderhouden. Ende dit alles bij advuyse gelijck den voorschreven Rentmeester Parduyn naer ondersoeckinge tot noch toe uuyten rauwen heeft connen bevinden, onderteeckent S.J. Parduyn.


- 194 -

A.S.G. 204.

hij den rentieren op een egale betalinge mochte bringen ende daer inne blyven continueren, alzoo hij alreede dagelijcx zeer wordt angeloopen. Maer zoo daer toe egeenen middelen voorhanden en waere, dat uwe Edele gelieve hem remonstrant te contenteren voor eenen cortten tyt, de lichtinge op interest van eenige goede merckelijcke somme ten fyne als boven, daer voren hem verbindende een innecommen van de jegenwoordige ende anstaende verpachtinge tot vollen furnissementen. Oft ingevalle dat uwe Edele 't zelve oock nyet geraden en zouden vinden dat die zelve gelieven te bewilligen de belastinge van vier stuvers op elcke tonne biers in plaetse van de twee stuvers, ofte zoo vele uwe Edele noodich sal dencken te wesen totte eenparige betaelinge van de voorschreven hunne rentieren.

- 195 -

A.S.G. 204.

zouden moeten gezuvert worden metten incommen van den imposten van de voorschreven twee stuvers op de tonne biers. die welcke zeer tragelijck betaelt worden ende oock nyet souffisent genoech en sijn omdie betalinge van de vorige t'achterheyt op een egaliteyt metten 't innecommen te connen brengen op gelijcken jaere. Ende alzoo uwe Edele meer es gelegen aende betalinge van hunne rentieren dan van de Domeynen, daer men hunne borgheren ende ingesetenen nyet voor en can belasten ofte becommeren als staende tot laste van den Heere van den lande, daer ter contrarie door nonbetalinge van de renten op den staten men dickmaels compt te vallen in zwaricheyt van arresten, al tot groote schade ende opsprake van den lande d'welck nu mits de voorschreven middelen achterheyt can worden voorgecommen. Ende daer omme uwe Edele gelieven ordere te stellen ten eynde hem remonstrant uuyten voorschreven Domeynen op rekeninge eenige penningen in promptis moghen worden angetelt, daer door


- 196 -

A.S.G. 204.

Van den Rentmeester Coene over 't slot van sijnen rekeninge van sijne administratie van de voorschreven Staten middelen tot ultima decembris 1585 die somme van

Ende hoe wel alle de voorschreven partyen van incommen ende middelen den Staten goet commende bedragende sijn een grootelijcke, merckelijcke somme van penningen daermede men de voorschreven belastingen wel zouden connen redresseren ende de betalinge van den rentieren op een egaliteyt bringen metten jaerlijcksen innecommen. Soo es nochtans sulcx dat van den zelve middelen egeen penningen in een lange wyle geschapen en sijn in borssen te commen, zoo overmits den Rentmeester den Gillet seght egeenen middel te hebben tot betaelinghe van sijne lasten als oock mitsdyen den voorschreven Coene bij uwe Edele een halff jaer dach gegeven es tot furnissement van sijne t' achterheyt. Sulcx dat alle de voorschreven belastingen

- 197 A.S.G. 204. Andere middelen den voorschreven Staten goet commende uuyten Domeynen. Den voorschreven Staten compt noch goet uuyten voorschreven Domeynen over den 12den ende 100sten penninck van den renten de anno '78 ende '79 opgestelt tot betaelinge van hunne rentieren bij den voorschreven Rentmeester Coene in rekeninge voor ontfanck gebracht, ende nochtans nyet ontfanghen, die hun over sulcx in souffrance sullen moeten worden geleden op sijn slot van rekeninge breeder bleyckende bij zekere cortte deductie doorde neersticheyt van den Raedt Pieterssen, die somme van ontrent £ 500 guldens. Item als noch zekere pretentien bij den voorschreven pensionaris Roels in 't licht gebracht bedragende ter somme van £ 5932-11-5 ½ grooten andere middelen uuytte t'achterheyt van de Rentmeester Cornelis Coene. Den voorschreven Staten compt alnoch goet


- 198 -

A.S.G. 204.

Remboursement uuyten Domeynen bedraegende jaerlicx £ 1513-17-9 ½ grooten vlaems. Den voorschreven Staten compt goet uuytten Domeynen over reste van het voorschreven remboursement de anno 1583. Daer van bij den Rentmeester Cornelis Coene op sijne quitantien maer en es ontfangen £ 331-12-6 grooten, die somme van £ 282-5-3 ½ grooten Item het voorschreven remboursement over de jaeren verschenen decembris 1584 ende ' 85 bedragende ter somme van £ 1227-15-7 grooten Item conform 't verclaers vande actien bij den Pensionaris Roels over gegeven compt den voorschreven Staten goet ’t voorschreven remboursement over de jaeren ' 73,' 74 ende ‘'75 alzoo sij over de zelve jaeren betaelinge doen aenden rentieren, bij accoorde ende transactie mits quictscheldinge, dus hier voorde drye jaeren, die somme van £ 1812-13-4 ½ grooten

- 199 -

A.S.G. 204.

Desnyetemin, want tot noch toe de betaelingen dus verre verloopen sijn, soo bringht den voorschreven Rentmeester den voorschreven impost van den jaere 1585 beginnende met prima january 1586 over Walcheren, die bedragen sie ter somme van ontrent. Item over Ziericzee ende den lande van Schouwen. Item over der stede van der Goes enden platten lande van Suut Bevelandt ter somme van. . Item over der stede van de Tholen ende platten lande alhier. Andere middelen van het jaerlicx verto


- 200 -

A.S.G. 204.

Item de wedden van den Rentmeester mitsgaders het auditie gelt voorde Rekenmeesters ,hier oock voor memorie. Incommen jegens de voorschreven belastinge ende eerst van de verpachte imposten van de twee stuvers op elcke tonne biers tot laste van den brouwers.

Mynen Heeren sal gelieven te letten ende indachtich te sijn dat elck jaer incommens behoort te draghen sijne lasten, daer omme ter wylen de middelen van 't jaer ' 85 eensdeels in borssen sijn ofte behooren te sijn. Emmers ultra marty naestcommende al verschenen sullen sijn, dat oock wel behoorde geemployeert te worden tot betaelinge van de achterstellen van den zelven jaere ' 85. Blyvene insgelijcx de naestcommende verpachtingen van den jaere 1586 totte lasten van den zelven jaere ‘86 dus hier per memorie

- 201 -

A.S.G. 204.

Item d' achterstel van den geheelen jaere '80, behalvens de rente van Joncvrouwe Elisabeth de Nassaue die over den voorschreven jaere betaelt is bedraght ter somme van £ 1607-6-5 grooten vlaems Item alnoch zoo compt den Rentmeester Waeranen van den Braemsloot over de volle betaelinge van zekere affrekeningen met hem gedaen den 20sten augusty 1585 beroerende eenige renten aencommende persoonen die hun onthouden bij den viandt,die somme van £ 498-17-4 gr Item het jaerlicx pensioen van den drucker van den voorschreven Staten bedraegende £ 10- grooten vlaems. Item den jaerlichschen uuytgeven van den vacatien ende reysgelden tot voorderingen, van dese administratie hier voor memorie


- 202 -

A.S.G. 204.

Belastingen. De betalinge van eenige der voorschreven renten verschreven voorde pacivicatie van Gendt dyer noch resteert te doene affgetrocken de twee jaeren cortinge mits het bederff vanden lande behalven van de renten aencommende den armen Gasthuys ende leproosen bedraegt ten somme van £ 2173-13-8-12m. Item d'achterstellen der voorschreven renten de anno '76, '77 '78 ende 79 bedraegende de somme van £ 21 grooten Item gelycke achterstellen der voorschreven renten over de jaeren. '80,'81,'82 ende '83 bedraegen ter somme van £ 287-8-10 grooten 16 m. Item 't gene noch resteert te betalen van den renten van den jaere '84 bedraegen ter somme van £ 4-14 ½- -10-6 grooten

- 203 – A.S.G. 204. Exhibitum bij den Rentmeester Parduyn den 14den january 1586. Aen Edele ende mogende Heeren. Mijne Heeren die Staten 's lants ende Graeffelicheyts van Zeelandt. Cortte deductie van de belastinge van renten ende andersins daermede mijn Heeren die Staten van Zeelandt jaerlycks belast ende verbonden sijn. Eensamentlijck den incommen van de middelen bij den voorschreven Staten opgestelt tot betalingen der zelver belastinge mitsgaders oock andere middelen,die den voorschreven Staten sijn competerende,zoo van het remboursement uuyte domeynen, achterwesen van den Rentmeester Cornelis als anderssins, d' welcke doende es Symon Jaspersse Perduyn als Rentmeester van de voorschreven Staten over Walcheren ende appendentien alzoo hij hen daer mede belast vindt in 't aencommen van sijne administratie beginnende met den jaere 1500 ende zessentachentich. Ende wordt genomen in ponden, schellingen vlaems.


- 204 -

A.S.G. 204.

over te brengen binnen den tyt van een maent naer date van desen acte van compromis van haere principale respectivelyck, omme ter decisie van sijne voorschreven Excellentie te stellen hoe sij hun respetivelyck sullen hebben te draghen in 't opbringen van hun contingent inde voorschreven twee hondert duysent guldens, mitsgaders den voorderen consenten hier naer inne te willighen 't sij bij gemeene middelen van consumptyen ofte anderssins. Actum in den Haghe in de camer van de Generale Staten den 14den january 1500 sessentachtich.

- 205 A.S.G. 204. 1586 januari 14.

Copie. Alsoo de Gedeputeerde van den Staten van Hollant ende Zeelant niet meer in recommandatie en hebben, als dat de voorschreven landen als oude getrouwe bontgenooten, inalle goede eenicheyt ende verstant werden gehouden bijsondere in dese comnucture, soo sijn de Gedeputeerde van de Staten voornoemd ten eynde voorschreven,ende omme de gemeene welvaert te voorderen, te vreden dat voor de maenden van january, february ende marty eerst commende de quote van Hollant ende Zeelant in de twee hondert duysent ponden ter maent over de vier contribuerende provincien inde vergaderinge van de Staten Generael tot gemeene defensie bewillicht sal worden begroot. Ende dat tot decisie van sijne Excellentie ende Grave Maurits mitsgaders der Heeren daer toe respectivelick kiesen gheen Hollanders noch Zeelanders wesende gestelt sal worden, oft tot betaelinge van de voorschreven quote van Hollant ende Zeelant geemployeert sal worden het incommen van de generale middelen in de voorschreven provincien in tram ende verpacht wesende. Ende wat een yegelijck van de voorschreven provincien voor de selve drie maenden in 't cort sal hebben te gelden, dan oft die voorschreven geheele quote van Hollant ende Zeelant bij quositatie sal worden bij den provincien opgebracht, ende wat een yegelijck van de voorschreven provincien daer inne sal hebben te contribueren. Ende soo vele angaet den tyt naer de voorschreven drie maenden sullen de voorschreven Gedeputeerde van Hollant ende Zeelant gehouden sijn.


- 206 -

A.S.G. 204. 1586 january 18.

Extract uuyt zekere missive van wegen den Gecommitteerde Raeden van den Staten van Zeelandt,gescreven aen de Gedeputeerde der zelver Staten op de Generaeliteyt in Hollandt in date van den 18den january 1586.

Wat belanct 't furnissement ter oorloge bij den geunieerde provintien in handen van de Regieringe te doene; hebben geleth op uwe Edele scryvens, ende denct ons (onder correctie) raedsaem te persisteren bijde resolutie hier bevoerens bij den Staten van Zeelandt genomen, ende uwe Edele niet gegeven. Te wetene dat van wegen van die van Zeelandt in houden van de voerscreven Regieringe maentelicx sal betaelt worden zekere quote bij den voerscreven Staten te vinden uuyt haere middelen van consumptien ende andere bij hen te ramen, stellende hen voerts in handen, de licenten, convoyen, ende wes van de buyten ende prinsen in zee sal provenieren, met conditie dat daeruuyt eerst ende voeral de garnisoenen in dese provintie liggende ,ende d’equipage van d' oorloghschepen betaelt sal worden. Ende hoewel wij nyet en twyffelen oft die van Hollandt sullen insisteren, dat die van Zeelandt in respecte van de middelen van Schauwen tot hoogher quote tegens hen gestelt sullen worden. Denct ons des nyet tegenstaende een redelicke verhooghinge van een halff oft twee in 't hondert raetsamer, dan de middelen van Schauwen met hen gemeen te maecken. Sullen nyetmin hierop ter eerster vergaderinge van den Staten (die zeer corts sal vallen) der zelver naerder meeninge vernemen.

- 207 -

A.S.G. 204.

die van Hollant het woordt hadden gegeven wat swaricheyt in de selve heeft gemaeckt.


- 208 -

A.S.G. 204. bij de acte hier mede gaende, 't welck wij uwe Edele wel hebben willen inder haest adviseren, dat uwe Edele ons souden mogen assisteren met uwe Edele raet ende advis om te beter gewapent te sijne op avonture oft in tyts mochte commen mits dat wij tot de electie nyet en sullen procederen, voor dat den Raet van State zal gestabliseert sijn, maer ' t selve gedaen sijnde sullen wij daer mede moeten voort vaeren. Wij sullen met alle mogelycke middelen daer nae trachten dat wij bij de uuytspraecke nyet en worden gepreindiceert, maer het sekerste es het beste, te weten dat wij volcommelick bereet sijn moghen middelertyt sullen uwe Edele van den Staten besorgen de acte van compromis voor den naer volgenden ty t, op dat se in tyts hier mach, gereet sijn, ende in ons geen faulte bevonden es worde, uwe Edele sullen oock leveren alsulcke daer toe te deputeren die hun desen saecken grondelick verstaen, dat de Raetsheeren Teelinck ende Valcke daer toe nyet en sullen connen vaceren, ' t zelve in den Raet sijnde. Wij hebben dese submissie met seer groote. swaricheyt geconsenteert, maer en hebben de selve nyet cunnen ledichstaen ten hadde geweest dat wij 's lants welvaren hadden willen verhinderen, ende alle goede resolutien verachteren, ' t welck wij in desen benouden tyt nyet en hebben geacht van ons devoir te sijn. maer veel eer het contrarie vereescht. Wij hebben ons oock laten bewegen deur de stipulatien in de Unie van Utrecht gedaen mitsgaders den tractate met haere Majesteyt angegaen, ende dat men in allen gevalle van dese differenten eens een eynde moet maecken, ondertuschen en hebben wij in desen nyet gedaen dan nae voorgaende communicatie mitten Heeren Teelinck ende Valck, die de acte hier mede gaende hebben goet gevonden hoe wel de Heere Teelinck naer dat wij


- 209 -

A.S.G. 204.

1586 22 january.

Extract uuyt zeeckere missive geschreven bij ende van wegen Meesters Casper van Vosbergen,Pieter van de Baerse,ende Jan van der Beke,als Gedeputeerde van den Staten van Zeelant op de vergaderinge van de Generale Staten in Hollant in date den 22sten january 1586, aen den Staten van Zeelant oft haere gecommitteerde Raden.

Myne Heeren, Uwe Edele heeft uuyt onse voorgaende cunnen affnemen de varieteyt van de besongien alhier voorvallende, ende in sunderheyt de difficulteyten ende swaricheden die daer hebben gepresenteert op t’different van de gemeenmakinge van de middelen van consumptien van Hollant ende Zeelant, deur de welcke wij nyet en hebben cunnen geraecken sonder eyndelinghe der decisie van sijne Excellentie den Graeff van Licestre, mitsgaders van Graeff Maurits, ende vier heeren bij ons respectivelick te kiesen te onderworpen ofte de middelen van consumptien van Hollant ende Zeelant, sullen werden gemeene gemaeckt in minderinge van de quote van de selve twee provincien conguntien in de twee hondert duysent gulden, ende wat elck daer nae in 't cort sal hebben te dragen oft anderssins oft die van Hollant ende Zeelant elck sijn geheel contingent in de voorschreven twee hondert duysent guldens bij cotisatie sal opbrenghen , ende al dit voor de maenden van januarius , februarius ende martius met voorder bespreck dat de Gedeputeerde van de voorschreven twee provincien sullen binnen den tyt van eender maent acte van compromis over brengen, daer bij de Staten van de voorschreven provincien sullen submitteren aen sijne Excellentie voornompt , hoe elcke provincie haer nae de voorschreven drie maenden dyen angaende sal hebben te draghen, breeder blyckende


- 210 – A.S.G. 204.

Extract uut zeker missyve van de Gedeputeerde van Zeelandt op de Generaliteyt in Hollandt van de 12 den january ' 86. An den Staten van Zeelandt oft hare Edele gecommitteerde Raeden daer inne onder bij forme van post data staet 't naer volgende. Soo veel belanght de differenten van de middelen, de zake schynt haer daer toe te strecken dat wij zullen moeten commen tot vermeerderinge van de quote in 't respect van de middelen van Scouwen nyet gerach zijnde de middelen van Zeelandt te splyten, maer de zelve in een corpus ende massa te laten, ende alzoo wij myet precys en connen weten hoe verre wij behooren te commen, zal goet zijn, dat uwe Edele ons naerder informere van 't gene wij hier inne te doene hebben, wel verstaende dat wij met het advis van de Raedsheeren Teelinck ende Valcke ons midler tyt zullen behelpen, om tot nadeele van den lande de resolutien nyet te verachteren ende zullen dien volgende, ' t zij bij submissie oft anderssins de zake eyndigen, zoo zij nyet langer vertrocken oft uuytgestelt en can werden.


- 211 -

A.S.G. 204.

met Mijnheer Valcke geconverseert, diet oock ontraden heeft, wat resolutie hieruut noch zal gemaect werden zal de tyt leeren. Die van Hollandt hebben verzwegen de middelen van zout, zeepe ende twee stuuvers op elcke tonne biers, dan verclaren dat zij verstaen dat de zelve middelen over de vier contribueerende provintien zullen in minderinge van hare quote strecken, het welcke van geen zeer goeder trouwen en is, ende boven dien oorzake zal zijn dat de lasten ter oorloige uut zulcke resolutien zeer qualick zullen connen gevonden worden, nochtans en hebben wij nyet goet gevonden hooger quote te proponeren, op dat het nyet schynen en zoude dat wij beter middel hebben dan andere, ende daer deur meer pacqueteringen crygen op 't different van de quote, ' t welck nootzakeliick zal moeten volgen. Ende daer zijn alreede zommige propoosten op gevallen als van de middelen van Scouwen. Ende dat wij hier te vooren altyts begeert hebben de middelen in een masse te bringen ende anders. Wij zyen wel dat wij de middelen in een masse zullen moeten bringen, oft anderssins die middelen van Scouwen gemeene maken, maer het eerste is periculeucx, eensdeels dattet te beduchten is, dat daer duere de middelen in Hollandt onder den voet zullen commen, ende ten anderen dattet eenen gebaenden wech zal zijn om naer advenant van onse middelen onse quote te verhoogen waer op ontwyffelick die van Hollandt laeren. Ende is nochtans tegens redene. Alzoo onse geheele quote uut de middelen van consumptien nyet en can gevonden werden. Wij zullen ons debvoir in alles doen ende ons beraden metten heeren Valcke ende Teelinck die ghister avont eerst alhier aencommen is.


- 212 –

A.S.G. 204.

Extract uut zeker missyve van de Gedeputeerde van Zeelandt op de generaeliteyt in Hollandt van den 11den january ' 86 an den Staten van Zeelandt ofte hare Gecommitteerde Raeden ,waer inne onder andere staet ' t naer volgende,

Van dit poinct zijn wij gecomen op de middelen, die de Gelderssche hebben gepresenteert zulcx als zij hier te vooren zijn verdragen met den Staten Generael daer van uwe Edele copie hebben ende rateren de zelve tot ontrent de dryentwintich duysent gulden ter maent,Vlaenderen heeft al 't zijne gecodeert ende geconsenteert, alzulcke brandtschattyngen als men aldaer zal meugen heffen. Die van Hollandt ende Zeelandt hebben gedeputeert met de andere twee contribuerende provintien twee hondert duysent gulden ter maent ende daer toe in handen te stellen de middelen over de zelve provincien loop hebbende zijnde in 't vijfde articul van de naerder Unie begrepen, maer die van Hollandt in die meeninge dat se zullen over alle de provincien geheven werden ende in een generaele masse commen ende ' t cort over de provintien bij ander eenpariche gemeene middelen gevonden worden. Ende die van Zeelandt midts dat de middelen van elcke provincie haer zal strecken in affcortingen van hare quote ende 't surplus gevonden werden bij middelen, bij elcke provincie tot hare minste quetse op te stellen. Die van Utrecht ende Vrieslandt cederen hare loopende middelen in minderynge van hare quote het cort te vinden bij andere middelen zoo zij te rade vinden. Dan die van Vrieslandt gelyck zij in zake van politie zijne Exellentie zoo grooten authoriteyt nyet en defereren, zoo hebben zij hier oock wat singuliers in geweest, ' t welck is dat zij bespreken dat hare garnisoenen zullen alvooren betaelt werden, d' welck ganschelick bevonden ongeacht es geweest bij alle de gene die over dese resolutie gestaen hebben, Wij hebben oock dit poinct verso


- 213 – A.S.G. 204.

Eersame wyse discrete ende seer besundere, Wij senden uwe Edele hier beneffens seeckere extracten van de missiven van de Gedeputeerde van Zeelant op de vergaderinge van de Generale Staten van den 11den ende 12 den deser, ende daer beneffens extract van onse antwoorde aen de selve geschreven, ' t sedert hebben wij ontfangen hunne brieven daer aff hier extract mede gaet van den 17den deser mette acte van de Generale Staten van den 14den deser. Ende want wij ons in de saecke perplex vinden, sulcx dat wij nyet en begeeren voorder in desen te doen sonder al vooren te hebben uwe Edele advis, is ons ernstich begeeren nyet te willen failleren hier op uwe Gedeputeerden aff te veerdigen, volcommelick gemachticht sondaghe naestcommende in de Herberge, om des anderen daechs te besonigeren, hier mede.

Eersame wyse discrete ende seer besundere, uwe Edele den Heere bevelende, uuyt Middelburch desen 21sten january 1586. Ter ordonnantie van de Gecommitteerde Raden van den Staten van Zeelant, bij mij C.Roels.

- 214 A.S.G. 204.

Extract uuyt de instructie voor den Rentmeester van den Domeynen van Zeelandt Bewesterschelt. copie

ma

Item alzo den ontfang van 't ordinaris zo veel als van 't extraordinaris vermits d'oorloghe is verandert mids welcken men nyet versekert en can wesen van de tegenwoordighe gesteltenissen van dien, so worden de Gecommitteerde Raden bij desen geaucthoriseert om van als naerder informatie te nemen ende oock omde Rentmeesters respectivelyk eerst daechs te doen verandwoorden van alle ’t gene dat bij hen ontfangen ofte genooten mach zijn, hoe oft uuyt wat zake dattet zoude moghen wesen nyet uuytgesondert,mits hunlieden zo voor den voorgaenden als voor den toecommenden ontfang toe voeghende ende passerende zulcken sallaris als zij in concentie ende equityt bevinden zullen te behooren,


- 215 –

A.S.G. 204.

Aen mijne Edele Heeren de Gecommitteerde Raden van den Staten 's landts van Zeelandt. Verthoont reverentelick Jacques de Gheerdt, hoe dat ten aenvange zijns ampts als Rentmeester over ' t quartier van Zeelandt Bewesterschelt, de domeynen aldaer zeer verduystert ende vercort waren, zo overmits de tegenwoordige ende voorgaende oorloghe, als oick dat inde voorgaende administratie dat zelve groote faulten gedaen waeren, om d' welck te redresseren. Alzo wylen hoochloofslicker memorien mynen Conincklicke Heeren den Prince van Orangien onderecht was dat groote moeyte cost ende arbeyt geleghen waere wesende mede daer benevens dat eenen getrauwen Rentmeester op dees tyt nyet en zoude connen ontdragen op de wedden die men van oudts voir den ordinarissen ontfang plach te passeren, so hevet zyner Excellentie belieft gehadt bij dees suppliants instructie uwer Edele te aucthoriseren om hem toe te legghen alzulck weddens als te renditie van zijnen rekeninge bevonden zoude worden te behooren. De wyle dan uwer Edele zijne eerste rekeninge als van den jaere ' 82 bij der handt hebben genomen ende dattet de zelve te deele bekent is, welck moeyte ende aerbeyt den suppliant heeft gedaen om 't verduysterde an den dach te bringhen, so hij oick in alles van getrauwe debvoir heeft gedaen blycken, ende dat hij anders van t’extraordinaris binnen drie jaer weynich heeft geprofficteer t hebbende voir de montcosten aen hem ende zijnen clerck bijde vyfhondert guldens ' t sjaers moeten gelden, dervende middelertyt om meerder cost te schuwen de liberteyt dye men in eyghen huyshoudinghe mach genyeten, so bidt den suppliant 't believe uwer Edele op alles met aendachte te letten ende angesien zijne getrauwicheyt metgaders de dierte des tyts, hem toe te legghen ende inde voorschreven zijne rekenynge te passeren alzulcke weddens als waerup hij hem eerlick zal moghen ontdraghen, ende geoorsaect zijn om zijne getrauwicheyt in 's landts dienst zo langs zo meer doen blycken d' welck is. marge: Die Gecommitteerde Raden van den Staeten van Zeelandt zullen ter naeste rekeninge van den suppliant letten ende disponeren op zijn versoeck naer behoiren, aldus gedaen in 't Hof van Zeelandt tot Middelburgh op de vergaderinge van de Gecommitteerde Raeden voornoemt den 14 juny 1585, mij present ende geteeckent Roëls.


- 216 -

A.S.G. 204. Copie

'T zal mijne Edele Heeren van den Rade believen (conformo d’ appostile marginale op de Requeste hier annex gestelt) alsoe t'adviseren op de ordinaris wedden ende gaigen van den Rentmeester generael van de Domeynen Bewesterschelt Jacques de Gheerdt, wesende zijne tweede rekenynge van de zelve Domeynen de anno '83 geproponeert tot sluytens toe, ende hem toelegghen zulcken eerlicken traictement ende gaigen als zijne gedaen diensten, ende den goeden wille die hij bewyst, om de zelve in alle getrouwicheyt te consumeren, naer dierte des tyts verheysschen ende

marge: Alzo bijde nyeuwe instructie bijden Staeten van Zeelandt den Gecommitteerde Raden gegen den zelven Rade nyet toe en staet op enigerstatie van de versochten sallaris van suppliant te disponeren zal hem den suppliant ten dien fyne addresseren an de voorschreven Staeten ende zal bij die van de voorschreven Rade die goede handt gehouden worden op dat op zijn versoeck een goet insien ende regard genomen worde. Actum ten burele vander Gecommitteerde Raden van den Staeten van Zeelandt in 't Hof aldaer tot Middelburgh den 27 novembris 1585 P. Rycke ende geteeckent , mij present RoĂŤls.


- 217 A.S.G. 204.

Aen mijne Edele Heeren die Staeten 's landts ende Gravelicheyts van Zeelandt. Verthoont zere reverentelick Jacques Gheerdt Rentmeestergenerael van de Gravelicke domeynen van Zeelandt Bewesterschelt, hoe dat hij ' t zelve offitie nu bedient heef t gehadt den tyt van vyf jaeren dyerontrent conforme d ' instructiie ende commissie hem deszelven gegeven, ende alzo in’ t aennemen van dien den remonstrant bij mijnen Heeren die Gecommitteerde Raden van uwe Excellentie toegeseyt ende belooft was alzulke redelicke gaigen, onderhoudt ende traictement als men in reden ende equiteyt naer den tyt ende overheysschen zijnere offitie zoude bevinden te behooren, gelijckdat oock zedert beijde zelve Heeren Raden op zeker Requeste hier annex bij appostile in date 14den juny ' 85, de voorschreven beloftenisse andermael geconfimeert is geweest, dese nochtans nyet jegenstaende zo heeft hare Edele belieft in ' t hooren ende sluyten zijnre tweede rekeninge van den domeynen Bewesterschelt de anno ' 83, ’t voorschreven poinct wederomme uuyt te stellen ende de Remonstrant remoyeren aen uwe Edele overmits dat bij de nyeuwe instructie de voorschreven van den Rade gegeven, hem nyet toe en staet op de gaigen van den remonstrant te disponeren zonder advis van we Edele gelijck dat bij appostile in date 27 novembris ' 86 hier beneffens gaende blycken mach. So ist dat hij thoonder deses gemerct hem es keerende aen uwe Edele de zelve zere reverentelick biddende ende versoeckende dat ' t believe op zijnen versochte ordinaris gaigen ende wedden te willen ordoneren, zo wel van zijnen gedaenen rekeningen handelinge ende administratie als oock vande gene noch openstaende oft anders die van den Rade voorschreven aucthoriseren, omme den Remonstrant haer de kennisse die zij van der zake hebben, zulcken eerlicken traictement ende gaigen toe te legghen als in consentien ende equiteyt zal behooren, ende zijne gedaene diensten, ende den goeden wille die hij bewyst ende de zelve met alle getrauwicheyt te construeren naer dierte des tyts verheysschen ende meriteren d' welck

marge: Copie van den requeste bij d' eygenhandt van den Rentmeester geschreven voor zijn doot de wetene tusschen den 25sten novembris' 86 date van de appostile


- 218 –

A.S.G. 204.

benomen zijn nyet alleenlyck van de handelinge die zij van buyten van Staten wege plochten te hebben, die veel bedraecht maer de notabelste accidenten ' t voorschreven offitie eygentelick competerende als schot vermaecken van wetten de jurisdictie over Walcheren, de opperdyckgraefschappen, compositien van adulterien, de voorschreven af fsunderinghe van ander provincien bij der oorlooge, gelyck oock gecesseert hebben ende cesseerden (overmits die gelaste egaliteyt van de betalinge van de renten ) alle gratuyteyten van de rentieren. Soe bidden de voorschreven remonstranten dat uwe Edele op ' t gene voorseyt is, ende wes zij daerop meer weten te dienen behoirlick regard nemende ende bysundere op des voorschreven afflivighe getrouwe diensten, groote moyeten, ondanck ende arbeyt, d' welcke uwe Edele Raeden alderbest bekent is, gelieve in aensyen van ' tzelve favorabelick op die augmentatie van de voorschreven jaerlicxe gaigen te disponeren, soo wel van de gedaen als noch te doen rekeninge, te wetene van den dienst soo wel als simpel Rentmeester volgende zijne Prince last ende uwe Edele Raden beloften, zoe wel mondelinge als schriftelick qedaen totte welcke beloften ende de kennisse die de zelve Raeden daer van hebben zij thoonders henlieden refereren, zoewel in ' t gene als simpel Rentmeester, als oock mede als Generael van den Thol, waer toe hij specialyck bij de Gecommitteerde Raden (boven allen ouden gebruycke) gecommitteert zijnde, ende van alle ordinaris ende extraordinaris consideratien die naer conscientie nyet en vermoghen in den wint geslagen te werden, ' t zij dan bij jaerlicxe vermeerderinge van dyen ofte anderssyns bij extraordinaris toelegh, die mach strecken voor behoorlicke vergeldinge van zoe swaeren ende langhen dienst daer of hij Rentmeester het spitste ende swaerste affgedaen heeft, hebbende ten dyen fyne den voorschreven Rentmeester voor zijn afflivicheyt gemaeckt een requeste aen uwe Edele waer van de copie hier annex gaet. Waerop mitsgaders d'andere bij gevouchde copien uwe Edele gelieven zal goet regard te nemen, d' welck doende et c.t.


- 219 -

A.S.G. 204.

voorschreven verpachtinghe, de betalinge van alle rentieren die bij den Collecteur Generael van de voorschreven Thol tot Antwerpen plach te geschieden, daer vooren den voorschreven Generael plach te genieten jaerlicxe huyshuyre tot Antwerpen, ende acht hondert guldens 'tsjaers zekers. Item daer en boven is hem noch bejegent de jaerlicxe afrekeninghe van de malcontenten renten de welcke een zeer groote moyete geweest heeft.. Indyen men wil segghen dat dit al des Rentmeesters officie ende last raeckt soo weten de gene die van oudts kennelick zijn de lasten ende proffyten van ' t officie wel beter, ende soude ' t zelve (onder correctie) bij affgunsticheyt voorgewent moeten werden. Voor alle ' t welcke uwe Edele ende die voorschreven Raeden respective achtervolgende zijne Prince last begrepen in des Rentmeesters instructie toe geseyt hebben behoirlick tractement, als zulcken officie ende lasten toestaet, ende zijn hem daeraff boven den voorschreven last van den Princesaliger gegeven twee scriftelicke geloften, daer aff hier copie medegaet, boven alle hun mondelinge toesegghen, hem gedaen (soo de remonstranten verstaen ter cause van zijne goede debvoiren ende neersticheyt gelijck zij remonstranten wel metter daet bevinden bij den voorschreven Rentmeester gedaen te zijne, daer mede de Remonstranten als nu in ' t coucheren van de voorschreven Rentmeesters openstaende rekeningen hun hebben moeten behelpen waer inne grooten arbeyt ende moyete gedaen hebben, deur dien de zelve de Remonstranten nieu ende onbekent zijn. Ende want de ordinaris gaigen van 't voorschreven officie soo cleyn zijn ende sijnen Stadthouder van Zuytbevelant, oock alleen ten respecte van de soberheyt van zijn ordinaris vervallen, meer dan ' t dobbel vandyen bijden voorschreven Rade (boven allen oude gebruicken die hij niet en plach te genyeten) toegeleyt is, ende de welcke den Rentmeester in zijne wedde van den extraordinaris gecort werden. Ende dat de voorseyde extraordinaris vervallen, boven de onsekerheyt van dyen oock zij zeer gediminueert zijn mits het sluyten ende affscheyden bij den oorlooge van d’ander provincien, dat onmogelyck is dat het een eerlick man op den voorschreven staet indien voughen eerlick soude connen onthouden. Terwyle men alleene daeraff zijn werck te maecken ten waere dat bij discretie naer de concientie ende aller equiteyt een insien daerop genomen worde, conform de reserve van de voorschreven instructie daer aff hier copie mede gaet principalick gemerct, dat alle oude vervallen, den voorschreven off


- 220 A.S.G. 204. 1586 Aen mijnen Edele Heeren den Staten ' s lants ende der Gravelicheyt van Zeelant ende haere Edele Gecommitteerde Raeden. Verthoonen reverentelick Johan Hane ende Jan Cannoye executeurs van den testamente ende codicille van den Rentmeester van de Domeynen Bewesterscelt wylen Jacques de Gendt, hoe dat den voorschreven wylen Rentmeester bij wylen hoochloffelicker memorien den Prince van Orangien bij medegeven van uwe Edele ende Raeden gecommitteert is geweest den 30sten van meye 1582 tot het bedienen van ' t voorschreven offitie op de instructie daer op gemaect ende noch te maecken. Volgens welcke commisie ende instructie hij getreden es in de administratie van ' t voorschreven offitie. Hebbende van den aenweghen tot zijnder afflyvicheyt grooten arbeyt ende moyete gedaen om te vercrygen ende bevinden der specifficatie ende betalinghe van de rentieren mette continuatie van de jaerlicxe betalinghe om die te bringhen ende houden op behoorlicke egaliteyt, mitsgaders oock af frekeninghe mette voorschreven rentieren van de verloopen van de voorgaende jaeren gemaeckt. Item mette betalinghe van de 12de;100ste ende 200 penninghen tot proffyte van de gemeene saecke aen de Tresorier Manmaker ende de zelve particulierlijck te corten aende rentieren, daer inne groote moyete gelegen is ende oock dickwils vergeten wert tot zijne groote schaede. Item hoe hij hem in zijnen voorderen dienst van te beneerstighen de inninghe van de penninghen van den Zeeuschen Thol van de Collecteur Generael, ende van den pachter van dyen ,gediligenteert heeft. Item van de lossinghe ende verheffen van leenen ende diergelycke mitsgaders in 't exerceren van justitie ende anderssins blyckt bij zijne rekeninghe. Naer d ' expiratie van de verpachtinghe van de voorschreven Thol is den voorseyden Rentmeester bij die van den Rade ten laste geleyt generalick de geheele administratie op sich ende conduictie van de voorschreven Thol ende inninghe vandyes op alle de wachten van Zeelant ende tot Berghen op Zoom, met welcken last noyt andere Rentmeesters te vooren beswaert zijn geweest. Item van gelycken is hem op den hals gecommen van 't beginsel vande Copie. Requeste voor Jaques Boreel Muntmeester van Zeelandt


- 222 -

A.S.G. 204.

ordere te stellen op dat de gerechticheyt van uwe Edele munte nyet en worde verachtert, immers ten minsten dat de penningen worden getollereert neffens ende op den voet van die van Hollandt want het voorden suppliant een verdrietige saecke is, dat hij dagelicx sien moet dat de matrialen soo van goude als van silver van hier naer Hollandt worden vervoert, ende alsoo die eere ende prouffyt die uwe Edele daeraene zoude mogen behalen andere toegeschict, d’welck hem dunct.(onder correctie) uwe Edele haest zullen mogen hebben geremedieert midts by publicatie ordonnerende ende de comptabel officiers ende ontfangers oft rentmeesters van steden ende plaetssen belastende, de voorgeroerde penningen soo hooge te ontfangen ende uuytgegeven als die in Hollandt ontfangen ende uuytgegeven worden soo voorschreven is te weten den ducaet tot 70 stuvers den rycxdaelder tot 46 stuvers en den zeeuschen daelder die hier nu wordt geslegen tot 37 stuvers, d' welck doen e.c.t.


- 223 –

A.S.G. 204.

gewaer worden wat solisitatie bij die van Hollandt is gedaen geweest, om paticulierlick den hollandtssen daelder wederomme te mogen slaen, ende hoewel 't selve eyndelick schynt hemlieden geconsenteert geweest te sijne, midts conditien dat de andere provintien oock gelycke daelders soude mogen doen slaen, 't zelve is wel alsoo in papiere gescreven geweest, maer en is in effecte daer anders nyet nagevolcht. Want nyettegenstaende uwe Edele begeert ende mijne ernstige solicitatie, soo hebben die van Hollant twee maenden lanck wel met 25 oft 30 gesellen op den voorschreven daelder gearbeyt, eer men ons die ysers om daer op te munten heeft willen laten behandigen. Ten is voorwaer maer een blauwe excuse oft voirslach dat die van Hollandt uuyt geven ende pretexeren als dat den sleslach oft seigneurie gelycke wel al in een borse commen zal, oft schoon die voorschreven daelders daer oft hier worden geslagen, want alsulck een groot werck met soo vele gesellen en geschiet nyet dan met grooten arbeyt, ende consequentelijck en wordt bij den eenen voor den anderen nyet gedaen sonder bate ende voordeel. De munte van Zeelandt wordt wel bekendt inde repartitie van de betalinge der officieren, alwaer heurlieden contingent nyet wordt vermindert, maer daer eere oft prouffyt zoude mogen vallen soo voor uwe Edele ende den lande als oock voor d'officiers van der munte daer en wordt bij die van Hollandt nyet vele op geacht. Bidt daeromme zeer ootmoedelyck dat mijn Edele Heeren beliefve op allen desen wel rypelyck te letten ende


- 224 – A.S.G. 204.

Al 't welck nyet en can geschieden sonder wete ende communicatie van de Overicheyt, gemerct de selve penningen daer alsoo publickelyck ende sonder wederseggen van yemanden worden uuytgegeven ende ontfangen, ende wordt daermede alsoo betalinge gedaen, soowel aenden soldaten ende volcke van oorlogen als oock den eenen coopman den anderen, sulcx dat daerdeure alle soodanige goede gewichtige penningen van hier uuyten lande worden gevoert in plaetsse van coopmanschappen ende met tonnen vol wederomme hier te lande gebrocht oude versleten drye grooten, blancken, braspenningen ende halve ende diergelycke andere cleyne snoode penningen, die meest het derdendeel van de weerde zijn versleten, af gesneden oft anderssins gecorrumpeert, inder vougen dat de cooplieden hen ververende van alsulcken snoode munte te ontfangen daer zij sonder schade nyet van en connen geraken aende malcanderen betalen bij assignatie. Voorts soo is mijne Edele Heeren oock genoech kennelyck dat het landt van Zeelandt noch de inwoonders van dyen noeyt eenige schade en hebben geleden, over de penningen in uwe Edele munte geslegen maer wel over andere valsche geschroeyde penningen die van buyten quamen, Blyckende bij den dobbelen Zeeusschen ducaat ende den Zeeussen nobel daer nae gevolcht, d' welcke over al noch wel worden begeert ten pryse daer die op werden gestelt ende uuytgegeven. Ende gemerct die van Overyssel den selven wederomme bij de handt hebben genomen, indien ' t uwe Edele beliefde men zoude de selve hier in Zeelant oock wel weder omme connen te wege brengen. Ten anderen soo hebben uwe Edele genoech connen verstaen ende


- 225 -

A.S.G. 204.

Copie.

Edele ende mogende Heeren mijnen Heeren de Staten ‘s landts ende Graeffelicheden van Zeelandt, oft haere Gecommitteerde Raeden. Verthoont reverentelick Jacob Boreel uwe Edele willige dienaar ende Muntmeester over de munte der selver, hoe dat den goeden yver ende affectie die hij heeft tot vorderinge ende onderhoudinge van de zelve munte ter eeren ende meesten oirboire ende proffyte van uwe Edele ende oock tot gerieve van den gemeenen coopman ende andere gemeenten hem heeft veroorsaect te begrypen eenige poincten ende articulen te desen effecte sonderlinge dienende, ende sonder inde welcke, ierst bij uwe Edele behoorlycken ordre gestelt ende versien te zijne, hem onmogelick waere den voorschreven zijnen goeden wille ende intentie in desen respecte te wege te brengen naer ' t behooren. Ierst soo staet te considereren dat in ' t macken van den muntslach van den jaere 1586 alleenlick schynt geleth geweest te zynen ten voordeele van die van Hollandt als totte Oistersche navigatie geheelick dienende. Ende hoewel 't placaet der selver munten soo wel in Hollandt als hier in Zeelandt is gepubliceert geweest, soo hebben nochtans die van Hollandt ende Uuytrecht den nyeuwen muntslach hooger laten loopen dan dien bij den selven placcate was gestelt, te weten den ducaat tot 70 stuvers, den rycxdaelder tot 46 stuvers ende somwylen als die gesocht worden, wel eenen stuver oft halven hooger ende den Hollandt schen tot 37 stuvers, die ook noch in sommige plaetssen in Hollandt wel 38 stuvers wort uuytgegeven.


- 226 -

A.S.G. 204.

Edele Mogende Heeren

De Heeren Gecommitteerde Raden vande Heeren Staten van Zeelandt. Verthoonen in alder reverentie de Gasthuysmeesters binnen deser stadt Middelburch te kennen gevende hoe dat nu in corten tyt herwaerts vele ende menichfuldige siecke soldaten uuytte quartieren van Vlaenderen alhier binnen Middelburch noch inder selven Gasthuyse sijn commende ten getale van 179 tich toe ende apparent van dage oft morgen noch meer sullen commen volgens het seggen van de sergeanten die de leste gebracht hebben het welcke tot seer grooten laste van den selven Gasthuyse is, De welcke het selve mits hunne weynige middelen nyet en connen de lasten dragen. Mitsdien versoucken zij supplianten aen mijne Edel Mogende Heeren dat zij gelieven willen ordre te stellen dat de toecommende siecke soldaten souden mogen verdeylt worden inde Gasthuysen van d'andere steden, ende oock mede dat de vier stuvers daegs de welcke bij de Heeren Staten toe geleyt sijn aende selven Gasthuyse van yder soldaet gedurende Trefves versoucken zij supplianten mede dat de selve overmits den soberen tyt dat aen den selven Gasthuyse bij mijne Edel Mogende Heeren vergunt souden worden eenen schellinck van yder persoon gelijck ten tyde van oorloge pleecht te wesen. Ende oock mede dat de medicamenten daertoe dienende oock tot laste van den lande plegen betaelt te worden, 't welck doende etc.

was onderteyckent Jacques Hayman, Jacob Jolyt, Guilliam Parisis, Franchois Plouvier.


ASG_204