Page 1

B&B Brand&Brandweer

vakblad voor brandweer, hulpverlening en rampenbestrijding

B&B Brand&Brandweer

www.brandenbrandweer.nl

JULI / augustus 2016

• Redgereedschap: sterker, lichter en kleiner • Robots, het materieel van de toekomst? • Bluspakken afgestemd op de klus

7/8 jaargang 40


85% van de CEO’s weet niet welke chemische stoffen aanwezig zijn in hun bedrijf Dat levert een groot gevaar op voor de gezondheid van uw medewerkers. En is bovendien zeer schadelijk voor de continuïteit van de onderneming. Temeer omdat ondernemingen en hun leveranciers die niet voldoen aan een deugdelijke administratie van chemische producten door de komende gewijzigde Aanbestedingswet uitgesloten worden van deelname aan tenders. En dat terwijl een goede administratie niet veel tijd en geld hoeft te kosten. Tenminste, wanneer u werkt met Toxic. DOWNLOAD DE WHITEPAPER VAN TOXIC OVER DE NIEUWE AANBESTEDINGSWET OP TOXIC.NL

ALLES ONDER CONTROLE


INHOUD

6

nummer 7/8 - juli/augustus 2016

Zonder materieel geen brandweer

20

Een brandweer zonder materieel is tegenwoordig niet meer in te denken. Maar waar komt het materieel vandaan? Hoe was het vroeger? En welke rol speelt arbeidsveiligheid tegenwoordig? 8

10

Staat de brandweer met robots aan de vooravond van een nieuwe grote ontwikkeling? In hoeverre kunnen robots effectief verkennen en blussen? En in hoeverre blijft de mens daarvoor nodig?

Van haken en bijlen tot de brandspuit en de TS Het brandweermaterieel is in de loop der eeuwen steeds efficiënter en effectiever geworden. Brandweerhistoricus Gerard Koppers neemt ons mee in de ontwikkelingen door de eeuwen heen.

27

‘Nederland loopt voorop met de meeste innovaties op de TS’

Ontwikkeling bij ademluchttoestellen gaat niet zo snel De principes waarmee de eerste ademluchttoestellen zijn gemaakt, voldoen nog steeds. De verbeteringen zitten vooral in de ergonomie, de communicatie en de gebruikte materialen.

14

31

Redgereedschap: sterker, lichter en kleiner

32

Het eerste redgereedschap ontstaat in de jaren zeventig, het is groot en zwaar. In de loop der jaren is dit kleiner geworden, lichter en sterker. Wat zijn de huidige ontwikkelingen? En heeft hydraulisch redgereedschap de toekomst? 18

Modernisering 112 meldproces: bellen we over tien jaar nog? Welke nieuwe manieren van melden zijn er al en welke ontstaan in de toekomst? TNO deed onderzoek en stelt dat de meldkamer over twintig jaar vrijwel overbodig is geworden.

B&B volgt én gidst brandweerveld Al veertig jaar volgt Brand&Brandweer de ontwikkelingen in het brandweerveld op de voet. Senior uitgever Roel Roos vertelt over de ontwikkeling van dit onafhankelijke vakblad.

Rubrieken 5 23 36 40 42 45

Brand&Brandweer

Kennemerland introduceert de arbeidshygiënecontainer Met de arbeidshygiënecontainer wil Veiligheidsregio Kennemerland alle ingezette brandweerlieden kunnen voorzien van schone bluskleding.

De portofoon: complex en tegelijk eenvoudig De eerste radiozendontvanger ontstond in 1940. Hoe heeft de portofoon zich sindsdien ontwikkeld? En hoe ziet de toekomst eruit?

16

Bluspakken niet altijd optimaal afgestemd op taken Bluspakken hebben sinds de jaren zestig een flinke ontwikkeling doorgemaakt, maar zijn tegenwoordig niet altijd optimaal afgestemd op de taken van de brandweer. Hittestress ligt op de loer. En hoe zit het met arbeidshygiëne?

In iedere regio is de TS net weer even anders. Door het maatwerk worden op het Nederlandse voertuig meer innovaties toegepast dan in omliggende landen waar de TS min of meer is gestandaardiseerd. 12

Robots: het materieel van de toekomst?

Van de redactie Brandweer Nederland Actueel Brandweer Buitenland Ingezonden Gespot in de markt

Sdu Uitgevers - nummer 7/8 - juli/augustus 2016

3


GEvAArLiJKE Hét vakinhoudelijk platform voor vervoer gevaarlijke lading; transport, op- en overslag van gevaarlijke stoffen in Nederland en België.

JA

www.gevaarlijkelading.nl

AdinG

ik wil graag een abonnement op Gevaarlijke Lading en ontvang: Een proefabonnement op Gevaarlijke lading! [GVLDPRF] en ontvang geheel vrijblijvend 3 nummers voor maar € 35,Een abonnement op Gevaarlijke lading! [GVLD] en ontvang het magazine 6 keer per jaar voor € 136,-* * excl btw en incl verzend- en administratiekosten

Vul de bon in en stuur deze op naar: Sdu Klantenservice, Postbus 20014, 2500 EA Den Haag. . Naam organisatie Adres Postcode en plaats Telefoon

Fax

Naam en voorletters Functie E-mail Wij verwerken uw gegevens, zoals uw (e-mail)adres, voor de uitvoering van de (abonnements)overeenkomst. Wilt u ook op de hoogte gehouden worden van voor u relevante producten en diensten van Sdu? Wilt u op de hoogte gehouden worden van, voor u relevante producten en diensten van derden op het gebied van arbo, veiligheid en vervoer gevaarlijke stoffen?

Ja

Nee

Ja

Nee

Meer informatie over onze uitgaven vindt u op www.sdu.nl.

f n e a t e i s v s d a h w h n d d d c e w o i a n c n r l d n a a r a u r e e r u e l B m AAgUitg Bde ieantd&ctue c N a A r a B V Speciaal voor abonnees: · Nieuws en achtergronden · Brand&Brandweer-online (24/7 te raadplegen op iPad en tablet) · Brand&Brandweer-archief (2008 – heden) · Agenda en alertering

www.brandenbrandweer.nl


VAN DE REDACTI E

Wie is de kampioen? Brandweervaardigheidstoetsen

D

e periodes van ‘net voor’ en ‘net na’ de zomer zijn belangrijk voor onze wedstrijdploegen bij de brandweer. Kwartfinales, halve finales en dan na de zomer in september naar de finales. De prijzen worden aan het eind van het seizoen verdeeld, nu is de tijd om te pieken. Als ik dit schrijf zitten we midden in het EK voetbal in Frankrijk. De poulewedstrijden zijn in volle gang en het toernooi moet zich nog ontwikkelen. Elk land hoopt op het juiste moment te pieken. Of het nu voetbal, rugby of darts is, we houden van wedstrijden. Sinds mensenheugenis vinden we het leuk om ons onderling te meten op kracht of vaardigheid. De eerste vorm van dit soort krachtmetingen (776 v.Chr.) zijn natuurlijk de Olympische Spelen. Doel van die Olympische Spelen was om jonge mannen hun fysieke kwaliteiten te laten tonen en om de relatie tussen de verschillende Griekse steden te bevorderen. Het ging dus om prestatie en verbinding. Door de eeuwen heen zijn wedstrijden natuurlijk ook het toneel geweest van vernieuwingen en van het streven naar een hoger niveau. Je wilt je tegenstanders aftroeven en om dat te bereiken moet je telkens op zoek naar technische verbeteringen en je eigen vaardigheden op een hoger niveau brengen. Kortom, wedstrijden zijn goed voor vernieuwing en ontwikkeling van ons beroep. En ja, ook in ons vak hebben we wedstrijden. Deze worden georganiseerd door het Algemeen Brandweer Wedstrijd Comité (ABWC). De site van het ABWC geeft aan welke koers deze club vaart. De focus ligt op het realistisch bevorderen van onze vaardigheden waarbij de onderlinge relatie natuurlijk belangrijk is. Ik heb in het voorjaar een aantal keren wedstrijden bezocht en ben altijd weer onder de indruk van het niveau en de grote belangstelling. Zo heb ik bijvoorbeeld wedstrijden gezien van de jeugdbrandweer, zo’n vierhonderd junioren in de leeftijd van twaalf tot zestien jaar en aspiranten tussen de zestien en achttien jaar zorgen voor een volle bak. Helden van de toekomst noem ik ze vaak. Het is een ideale kweekvijver voor de volwassen brandweer. Ze hebben als ze overstappen al hun vlieguren gemaakt bij de instructieavonden en oefeningen. Ze kennen de procedures en voor hen geldt zeker het spreekwoord jong geleerd is oud gedaan. Daarnaast beheersen zij het omgaan met sociale media en computers en daar kunnen we als organisatie gebruik van maken. Mooi om te zien dat deze 150 jeugdkorpsen zich treffen in onderlinge wedstrijden en hoe fanatiek ze zijn om hun verbeterpunten te zien.

sche moeilijke scenario’s en je moet een goede en ingespeelde ploeg hebben om met de prijzen mee te doen. Dit soort wedstrijden zou voor menig korps dat hier traditioneel niet aan mee doet een uitdaging zijn om eens te proberen. De tijd van ‘dit is leuk voor korpsen met weinig inzetten’ is al lang voorbij: ‘it’s serious business’ en het gaat om kennis en vaardigheden. Wat ik ook mooi vind om te zien is de doorontwikkeling die de wedstrijden de laatste jaren hebben gemaakt; de kanteling naar vaardigheid, het toevoegen van nieuwe klassen (112, oppervlakteredding), het moderniseren van de beoordelingen, de AAR’s bij de jeugd, etc. In tegenstelling tot de UEFA (voetbal) waar al jaren gediscussieerd wordt over doellijntechnologie en een videoscheidsrechter heeft de ABWC zich opengesteld voor vernieuwingen. Ik denk ook dat het de juiste koers is, blijven ontwikkelen en vernieuwen. Het zou mooi zijn om ook voor de komende jaren eens te kijken wat voor technieken en methoden er ingevoerd kunnen worden om ons werk te verbeteren. Ik zie het al voor me dat we vernieuwingen een keer andersom laten gaan: bij de wedstrijden ontwikkeld en later ingevoerd bij de korpsen. Interessant is het zeker om te onderzoeken hoe informatiesystemen als LiveOpp en warmtebeeldcamera’s toegepast kunnen worden bij de wedstrijden. En ik zie aan de horizon al een nieuwe klasse: 112 - Flexibele Inzet! En waarom geen innovatiewedstrijden op thema’s, internationale wedstrijden om te leren van buitenlandse collega’s, brandweerwedstrijden waarbij ‘leren van’ het thema is, wedstrijden waarbij je ook kunt kijken, kunt leren en kunt debatteren met je tegenstanders. Genoeg mooie gedachten en toekomst voor onze vaardigheidstoetsen, maar er kan er natuurlijk maar één de beste zijn, want daar gaan wedstrijden natuurlijk ook om: het winnen! Let the games begin! Stephan Wevers Voorzitter Redactieraad

Maar ook de volwassenenwedstrijden zijn indrukwekkend. Ze heten tegenwoordig vaardigheidstoetsen en zijn in verschillende categorieën onderverdeeld; TS-HD, 112, Hoofdklasse en oppervlakteredding. Per jaar zijn er meer dan duizend vaardigheidstoetsen voor de zeshonderd deelnemende ploegen, immens. De kracht van Vakbekwaamheid is de nieuwe slogan en dat is ook de koers voor de toekomst. Ik ben bij wedstrijden van zowel TS-HD als 112 geweest en ik moet zeggen dat er de afgelopen jaren grote stappen gezet zijn. Realisti-

Brand&Brandweer

Sdu Uitgevers - nummer 7/8 - juli/augustus 2016

5


Special Mens & Materi eel

Zonder materieel geen brandweer

Een brandweer zonder materieel is tegenwoordig niet meer in te denken, want hoe zou je zonder een TS met alle bijbehorende blusmiddelen een brand moeten blussen? En hoe moet je een slachtoffer van een verkeersongeval dan uit zijn of haar auto bevrijden? In de dagelijkse praktijk sta je er vaak niet bij stil waar het materieel vandaan komt, hoe het ooit is ontstaan en hoe het zich sindsdien ontwikkeld heeft. Alles wordt tegenwoordig onderworpen aan strenge normen. Werkt dat belemmerend voor de productontwikkelaars? En speelt arbeidsveiligheid een rol bij de huidige generatie producten? Daar gaat deze zomerspecial Mens & Materieel van Brand&Brandweer over.

6

nummer 7/8 - juli/augustus 2016 - Sdu Uitgevers

Brand&Brandweer


Special Mens & Materi eel

Door JILDOU VISSER Fotografie Ginopress

I

n de middeleeuwen was er slechts sprake van bidden en breken, zo vertelt brandweerhistoricus Gerard Koppers. Materieel om water op het vuur te gooien was er nog niet. Pas later onstonden leren brandemmers en de brandspuit van Jan van der Heyden, gevolgd door brandslangen en een waterpomp waarmee het water vanaf de walkant in de brandspuit kon worden gepompt. ‘Een revolutie’, zo noemt Koppers het. In 1874 wordt er voor het eerst nagedacht over bluskleding als de beroepsbrandweer in Amsterdam wordt opgericht. Zuiver wol werd ervoor gebruikt. Andere korpsen maakten gebruik van waterwerende oliejassen. Over veiligheid, laat staan arbeidshygiëne, werd toen nog niet nagedacht. En andere middelen, zoals de portofoon en redgereedschap ontstonden pas veel later. Arbeidshygiëne In hoeverre wordt er bij de ontwikkeling van de nieuwe generatie producten al rekening gehouden met arbeidshygiëne? In grote mate, zo kunnen we concluderen. Maar nog niet voor ieder middel is een oplossing. Neem de bluskleding. Het Kenniscentrum Arbeidsveiligheid van het IFV werkt aan een opzet voor een onderzoek naar de vervuiling van bluspakken. Hierbij gaat het om vragen als welke stoffen er zitten in de vervuiling, of er een verschil is tussen soorten bluspakken en hoe de bluspakken het meest effectief kunnen worden gereinigd? ‘Verschillende lagen in pakken zouden kunnen zorgen voor verschillende typen van verontreiniging’, aldus Maurice Kemmeren van het Kenniscentrum Arbeidsveiligheid. Volgens producenten van bluskleding en de stoffen van bluskleding is er nog geen oplossing om de bluspakken zo te fabriceren dat geen enkel deeltje rook of roet meer door het pak heen kan. De oplossing moet voorlopig worden gezocht in de reiniging van de bluspakken. ‘Wassen alleen is niet genoeg om pakken goed schoon te maken’, vertelt Angelo Van den Biggelaar van Hobrand Algebra. Zij zoeken de oplossing in CO2-reiniging. Ook bij onder andere de ontwikkeling van ademluchttoestellen staat arbeidshygiëne hoog op de agenda. Er worden toestellen gefabriceerd en ontwikkeld waarbij het harnas volledig stofvrij is en die al dan niet met elektronica van de communicatieset in de speciaal ervoor ontwikkelde wasmachine kunnen. Bij de nieuwe generatie TS’en zijn stoffen volledig verbannen uit de manschappencabine. Deze worden zo vormgegeven dat ze goed reinigbaar zijn. Onlangs besteedde Veiligheidsregio Utrecht een nieuwe TS aan, waarin een grote volledig afsluitbare lade is gemaakt voor het vervoer van vervuilde bluspakken naar de kazerne.

de norm staat dat de nieuwe eisen moeten uitgaan van de brandweerpraktijk en de drager van het bluspak. Er wordt gekeken naar of gewerkt kan worden met beschermingsmiddelen die beter zijn afgestemd op de taken van de brandweer. Kemmeren: ‘Normen zijn technische en kwaliteitsafspraken die dienen als toetsingskader. Wil men daarvan afwijken, dan dient dit gemotiveerd te worden en in het nieuwe toetsingskader te worden omschreven. Soms verwijst de wetgever in de wet naar een norm. Een norm die samen met beïnvloeders en betrokkenen in een branche tot stand is gekomen, biedt houvast voor zekerheid en veiligheid. Stevige kost waar de gebruikers van op aan moeten kunnen.’ Dat de brandweer niet altijd voldoende weet heeft van wat er in de Europese normen beschreven staat, blijkt soms uit de aanbestedingen van voertuigen. ‘Vaak wordt dat in een latere uitvraag gecorrigeerd. Zo waren bij de aanbesteding naar bosbrandbestrijdingsvoertuigen de dakluiken een heikel punt, licht Remco Niks van Rosenbauer toe. ‘Volgens de Europese normen mogen er bijvoorbeeld geen gaten in het dak van de cabine worden gemaakt. Aan uitvragen die haaks staan op de geldende normen willen wij niet voldoen.’ Toekomst Hoe de toekomst er voor veel producten uit gaat zien, durven nog niet alle fabrikanten te voorspellen. Duidelijk is wel dat op veel fronten wordt gewerkt aan vernieuwingen, zoals vloeibare zuurstof voor in de ademluchttoestellen, elektronica geïntegreerd in het ademluchtmasker waarmee door rook heen gekeken kan worden, integratie van data-applicaties in de portofoon en wellicht wordt over 25 jaar meer gewerkt met zowel blus- als verkenningsrobots. ■

Normen Alle producten die op de markt komen, moeten voldoen aan vastgestelde normen. Volgens Maurice Kemmeren, die vanuit het Kenniscentrum Arbeidsveiligheid deelneemt in de Europese normcommissie, hebben Europese brandweerkorpsen baat bij concrete branchebrede afspraken. ‘Het is van belang dat het product en de dienstverlening voldoen aan een zekere kwaliteit. De invloed van gebruikers is essentieel voor het verkrijgen van functionele producten. Het is naïef om te denken dat de markt hier automatisch op anticipeert.’ Sinds mei is Kemmeren voorzitter van een Europese projectgroep die moet zorgen voor een nieuwe EN469, de norm voor bluspakken. Centraal in de ontwikkeling van

Brand&Brandweer

Sdu Uitgevers - nummer 7/8 - juli/augustus 2016

7


Special Mens & Materi eel

Van haken en bijlen tot de brandspuit en de TS

Fotografie: Collectie NBDC

Het brandweermaterieel is in de loop der eeuwen steeds efficiënter en effectiever geworden. In de middeleeuwen was bij brand vooral sprake van bidden en breken, zo vertelt brandweerhistoricus Gerard Koppers. Huizen werden neergehaald om stoplijnen te creëren en zo de brand te stoppen. Pas later kwamen er leren brandemmers, de brandspuit, brandslangen en een TS. Er ontstond bluskleding, ademlucht en communicatieapparatuur en toen de technische hulpverleningstaak erbij kwam is het redgereedschap geïntroduceerd.

Door JILDOU VISSER

‘V

an een echte brandweer konden we in de middeleeuwen nog niet spreken’, zo begint Koppers. ‘Het was meer een burenhulp. Bij brand kon men in die tijd niets anders dan omliggende bebouwing neerhalen om de brand te stoppen. Haken en bijlen waren het enige materieel dat men voorhanden had. Je kon toen al spreken van een soort van defensieve buiteninzet. En dat zonder blusmiddelen. Pas later zijn de leren brandemmers uitgevonden. Hiermee kon voor het eerst water op het vuur worden gegooid.’ Brandspuit Halverwege de zeventiende eeuw wordt de allereerste brandspuit uitgevonden. Hiermee kan het water op het vuur worden gespoten. ‘Die eerste variant bestond uit een grote koperen of houten bak met water die met behulp van paarden naar het incident moest worden gesleept. Met emmers kon men de waterbak vullen. Met een zwengel kon het worden opgepompt en zo op de brand worden gespoten. Die eerste versie was lood en loodzwaar’, aldus Koppers. In 1673 zorgt uitvinder Jan van der Heyden voor een grote doorbraak. Hij weet een compactere en lichtere brandspuit te maken die door sterke mannen op locatie kan worden gebracht. Deze brandspuit is bovendien effectiever doordat deze het water geconcentreerder omhoog spuit. ‘Een enorme verbetering. Deze brandspuit kon sneller ter plaatse zijn, doordat er geen paarden meer aan te pas kwamen.’ Als in 1677 ook de brandslang wordt uitgevonden, kan het water nog gerichter naar boven worden gebracht. Bovendien ontstaat in die tijd een slim systeem, met een pomp kan vanaf de walkant water in de bak van de brandspuit worden gepompt. ‘Een revolutie’, vertelt Koppers. ‘De eerste brandslangen bestonden uit stukken leer die aan elkaar vast werden genaaid. Ze gingen vrij snel kapot, daarom stonden er bij elk stuk slang mensen die ze snel konden repareren. Pas later werden de slangen aan elkaar geklonken. Vanaf dat moment waren ze luchtdichter en lekten ze minder snel. Met de brandslangen konden de brandweerlieden ook voor het eerst een binnenaanval doen.’ Tot halverwege de negentiende eeuw is de handbrandspuit het leidende blusmaterieel. In 1865 wordt in Rotterdam de stoomspuit geïntroduceerd. De 8

nummer 7/8 - juli/augustus 2016 - Sdu Uitgevers

Uit het brandspuitenboek van Jan van der Heyden: links staat de oude logge brandspuit en rechts het door hemzelf ontworpen handzamer model mét persslang voor de binnenaanval.

bluspomp wordt aangedreven door een stoommachine. ‘Alleen grote gemeenten waren in de gelegenheid deze aan te schaffen, want ze waren een stuk duurder’, legt Koppers uit. ‘In de loop der jaren werden ze steeds efficiënter en vanaf 1905 kon de stoomspuit ook door de stoommachine worden voortbewogen.

Brand&Brandweer


Fotografie: Collectie Brandweer Amsterdam

Special Mens & Materi eel

Fotografie: Collectie Brandweer Amsterdam

net. Hiermee kon je van toestel naar toestel berichten sturen. De boodschap werd in punten en streepjes doorgezonden. Tegenwoordig gaat dat met nullen en enen’, vertelt de brandweerhistoricus. ‘De eerste echte radioverbindingen werden pas gebruikt vanaf de Tweede Wereldoorlog. Sinds 1924 was er wel de mogelijkheid om via radiotelefonie te communiceren, maar dat werd niet vaak gebruikt. Het was onbetrouwbaar. Vanaf de jaren zestig ontstonden de eerste mobilofoons. Deze konden op de TS worden ingebouwd. Het waren grote kasten die in de loop der jaren steeds verder zijn verfijnd.’ Sinds 2004 wordt gebruik gemaakt van het digitale netwerk C2000. ■

Halverwege de 19e eeuw werd de stoombrandspuit ontwikkeld. De Cerberus van Amsterdam gaf 3400 liter per minuut en is nog bewaard gebleven.

BLUSKLEDING Als in 1874 in Amsterdam een beroepsbrandweer wordt opgericht, wordt er voor het eerst ook gebruik gemaakt van speciale kleding. Koppers: ‘De bluskleding was volledig van wol gemaakt. Wol isoleert goed en beschermt tegen hitte en water. De helmen waren gemaakt van geperst leer met daarbovenop een houten kam. In die tijd gaf dat het beste veiligheidseffect. Toen zes jaar later ook de eerste adembescherming werd geïntroduceerd kon voor het eerst ook binnen een brand worden geblust. Vrijwillige korpsen hadden wel een helm, maar geen echte bluskleding. Zij droegen een waterwerende oliejas, maar die beschermde niet tegen de hitte. De binnenaanval was voor hen nog lange tijd onmogelijk.’ In de Tweede Wereldoorlog stapt ook Rotterdam over op uniforme kleding, bestaande uit helmen, laarzen en leren jassen. Pas later zijn ook zij overgestapt op de wollen bluskleding. Koppers: ‘Tot 2003 hebben we in Amsterdam gebruik gemaakt van bluskleding gemaakt van zuiver wol. De blushelmen zijn ook pas na honderd jaar vervangen door kunststof exemplaren. Die waren sterker en betrouwbaarder. Daarnaast zijn in de oorlog veel stalen helmen gebruikt, maar die waren erg warm en zwaar.’ COMMUNICATIE Het eerste communicatiemiddel dat de Amsterdamse brandweer tot haar beschikking heeft, is de telegraaf. ‘In de stad werden brandmelders geïnstalleerd en aangesloten op het telegraaf-

Brand&Brandweer

Fotografie: Collectie Brandweer Amsterdam

Dat betekende wel dat de stoommachine altijd op een laag pitje moest blijven draaien, anders duurde het zeker tien minuten voordat hij vooruit kon komen.’ In die jaren ontstaat ook het eerste elektrische voertuig. ‘Met name Amsterdam experimenteerde hiermee, maar voor de meeste steden en dorpen bood de T-Ford een uitkomst. De verbrandingsmotoren waren toen verder doorontwikkeld en een stuk betrouwbaarder. Bij de eerste varianten moest je de benzine erin gooien als de motor draaide, dat leidde vaak tot brand. Voor de brandweer was dat natuurlijk geen optie. De T-Ford was een stuk betrouwbaarder en veiliger. Je kon de centrifugaalpomp erop aansluiten en er lange afstanden mee overbruggen. Dit voertuig was relatief goedkoop. Overal in het land zag je door deze ontwikkeling vrijwillige brandweren ontstaan. Eigenlijk is er sindsdien niets wezenlijks meer veranderd. We werken nog steeds met een TS met een verbrandingsmotor en een pomp. Natuurlijk is het huidige materieel krachtiger, maar het principe is hetzelfde’, aldus Koppers.

Op 130 plaatsen in het Amsterdam van 1874 kon brand gemeld worden via deze brandschellen, die aangesloten waren op het telegraafnet.

De beroepsbrandweer van Amsterdam met de wollen bluskleding en martiale helm met koperbeslag. De duffelse kleding bleef in de hoofdstad ruim 130 jaar in gebruik.

Sdu Uitgevers - nummer 7/8 - juli/augustus 2016

9


Special Mens & Materi eel

‘Nederland loopt voorop met de meeste innovaties op de TS’

Fotografie: Rosenbauer

In iedere regio is de TS net weer even anders. Waar de ene regio kiest voor een TS met hoge druk en lage druk, kiest een andere regio voor middel druk of drukluchtschuim. Uit een belronde blijkt dat ook de bediening van de pomp, de zwaarte van het chassis en de indeling kunnen compleet verschillend kunnen zijn. ‘Iedere nieuwe TS is maatwerk’, zijn Koen Langenkamp van Ziegler en Remco Niks van Rosenbauwer het eens. Juist door het maatwerk, zien beide bedrijven op de Nederlandse TS meer innovaties toegepast worden dan in de omliggende landen waar het voertuig min of meer is gestandaardiseerd.

Fotografie: Rosenbauer

ook meer van de leverancier verwachten. De Nederlandse markt is nog lang niet toe aan standaardisatie, zoals ze dat in omliggende landen wel kennen.’ In de aanbestedingen komen beide leveranciers echter ook weleens vragen tegen die volgens de Europese normen niet mogen. Vaak wordt dat in een latere uitvraag gecorrigeerd. Zo waren bij de aanbesteding naar bosbrandbestrijdingsvoertuigen de dakluiken een heikel punt, licht Niks toe. ‘Volgens de veiligheidsnorm ECE r29 mogen er niet zomaar gaten in het dak van de cabine worden gemaakt, omdat dit de constructie van de gekeurde, originele cabine veranderd. Van dat soort eisen wordt ons hoofdkantoor in Oostenrijk niet vrolijk . Aan uitvragen die haaks staan op de geldende normen willen en kunnen wij niet voldoen.’ Eén van de eerste brandweervoertuigen van Rosenbauer.

Door JILDOU VISSER

D

e TS is in de basis nog steeds hetzelfde voertuig als ongeveer 25 jaar geleden. Het grootste verschil zit in de toegepaste elektronica, zo laat Langenkamp weten. ‘De laatste jaren zit het winstpunt met name in de betrouwbaarheid van elektronica van bijvoorbeeld automatische pompbediening en On Board Diagnose systemen (OBD).’ Maar, zo vertelt hij er bij ‘dat heeft ook te maken met de gebruiker. Brandweerlieden hebben zich in de loop der jaren ook verder ontwikkeld.’ Eisen Uniek zo noemen Langenkamp en Niks de situatie in Nederland. Iedere regio stelt volgens hen andere eisen aan de TS, terwijl ze allemaal branden moeten kunnen blussen. Voorheen stelde volgens Niks zelfs iedere gemeente andere eisen. Het maatwerk is voortgekomen uit de geschiedenis. ‘Vroeger kochten gemeenten zelf een chassis en verzorgden wij de opbouw naar wens. Vrijwilligers hadden toen veel inspraak in hoe hun TS er precies uit kwam te zien.’ Met de vorming van de veiligheidsregio’s zijn de belangen groter geworden, de organisaties professioneler en volgens Langenkamp is de klant bovendien beter op de hoogte van de mogelijkheden. ‘Als de belangen groot worden, mag je als klant 10

nummer 7/8 - juli/augustus 2016 - Sdu Uitgevers

Eén van de nieuwste manschappencabines van Rosenbauer. Hierin zijn geen enkele stoffen meer toegepast.

Brand&Brandweer


Fotografie: Ziegler

Special Mens & Materi eel

nieuwe ontwikkelingen. Er zijn prototypes die echt anders dan wat we tot nu toe gewend zijn. Voor de ontwikkeling kijken we breder naar de ontwikkelingen in de hele automatisering. Zo onderzoeken we onder andere de mogelijkheden om internet meer te integreren in het voertuig.’

Een van de eerste tekeningen van de nieuwe TS voor Veiligheidsregio Utrecht.

Innovaties Juist de hoeveelheid eisen van veiligheidsregio’s leiden ertoe dat op de Nederlandse TS meer innovaties worden toegepast dan in andere landen, zoals Duitsland, Frankrijk en Oostenrijk. ‘In Nederland ligt op het voertuig bijvoorbeeld altijd redgereedschap en eigenlijk iedere TS is uitgerust met een hoge druk blussysteem. Dat zie je in bijvoorbeeld Duitsland niet. Daarnaast ligt op enkele TS’en de Cobra Coldcutter en wordt tegenwoordig weleens plaatsgemaakt voor o-bundels. Het ladderrek is ook typisch Nederlands’, vertelt Niks. ‘In andere landen lopen ze met een trap het dak op om de ladder eraf te halen.’ Ook bij de nieuwste generatie voertuigen worden veranderingen doorgevoerd die voorheen ondenkbaar waren. Onlangs besteedde Veiligheidsregio Utrecht een serie TS’en aan waarbij afscheid is genomen van de hoge druk blussystemen. Het is een van de eerste regio’s die van dit blussysteem afstapt. Langenkamp: ‘Zij constateren dat branden veranderen en heter zijn, zich sneller ontwikkelen en onvoorspelbaarder zijn geworden. Dat constaterende vragen zij dus ook andere blussystemen die meer water geven. Om het water ook snel paraat te hebben, wordt gebruik gemaakt van nieuwe aflegtechnieken. Deze TS krijgt een snelle aanvalshaspel met een slangdiameter van 32 mm. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van o-bundels.’

‘Utrecht neemt op de nieuwe TS afscheid van het hoge druk blussysteem’ Wat volgens Niks ook meespeelt in het voorop lopen ten opzichte van andere landen is dat de TS’en in Nederland al na vijftien jaar worden afgeschreven. ‘In andere landen is dat vaak na 25 jaar. Dat heeft denk ik ook te maken met hoe vaak de TS wordt gebruikt. In Oostenrijk zijn ongeveer driehonderd duizend vrijwilligers. Ieder klein dorp heeft een brandweerkazerne. Sommige rukken niet vaker dan twee keer per jaar uit. Je kunt je voorstellen dat een TS dan een stuk langer meegaat. Ook Duitsland heeft relatief gezien veel meer korpsen en voertuigen.’ Hoe de allernieuwste generatie TS’en eruit gaat zien, durft Niks nog niet te zeggen. ‘We zijn continu bezig met onderzoek en

Brand&Brandweer

Arbeidshygiëne In de nieuwe generatie voertuigen is veel aandacht voor arbeidshygiëne. Stoffen worden uit de manschappencabines verbannen en de cabines worden zo vormgegeven dat ze goed reinigbaar zijn. Daarnaast zien zowel Ziegler als Rosenbauer dat de korpsen vervuilde kleding willen achterlaten of in een afgesloten ruimte willen meenemen. Hoewel de ruimte op het voertuig zeer beperkt is, is er in de nieuwe TS van Veiligheidsregio Utrecht een plaats voor gevonden. ‘We hebben een grote volledig afsluitbare lade gemaakt waar de vervuilde bluskleding in zou kunnen.’ Hybride Waar steeds meer personenvoertuigen elektrisch of hybride worden uitgevoerd, is deze trend nog niet zichtbaar bij de nieuwste generatie TS’en. Langenkamp: ‘We wachten nog even af tot de techniek beter beproefd is. Zeker voor de brandweer moet het betrouwbaar zijn. Daardoor zie je ook vaak dat de brandweer in alle ontwikkelingen de trend in de automotive industrie volgt. Pas wanneer dergelijke technieken zijn uitontwikkeld, is het geschikt voor de brandweer.’

‘als we de bluspomp kunnen laten draaien op accu’s scheelt dat veel herrie’ Om het wagenpark toch iets duurzamer te kunnen maken wil René Rieken uit Veiligheidsregio Gelderland-Zuid de mogelijkheden onderzoeken de TS uit te rusten met een traditionele aandrijving en een accu voor de energielevering ter plaatse. Met dit idee is hij genomineerd voor de Jan van der Heydenprijs. ‘Ik kwam deze techniek tegen bij een betonmolen op een vrachtwagen en ben toen in contact gekomen met een bedrijf dat accu’s installeert op vrachtwagens voor de energielevering ter plaatse. Dat lijkt me voor de TS ook een goed idee. Voor het vervoer kun je dan de traditionele aandrijving gebruiken. Ter plaatse schakel je over op de accu om bijvoorbeeld de blus- en hydrauliekpomp te bedienen. Het grootste voordeel is dat het ter plaatse veel herrie scheelt, je verbruikt minder brandstof en veroorzaakt dus minder fijnstof’, aldus Rieken. Er hoeft volgens hem niet gevreesd te worden dat de pomp uitvalt zodra de accu leeg is. ‘De TS zou acht tot twaalf uren kunnen draaien als de accu’s vol is. Daarnaast kan de traditionele motor het overnemen op het moment dat de accu te weinig spanning heeft.’ Voordat de accu’s daadwerkelijk worden ingebouwd zijn er volgens Rieken nog wel wat stappen te zetten. ‘We willen een afstudeerproject opzetten waarin wordt onderzocht hoe groot het accupakket precies moet zijn, hoe we dat weg kunnen bouwen en wat de totale kosten zijn. Als alles volgens plan verloopt, kunnen we deze resultaten meenemen in de aanbesteding voor de nieuwe voertuigen. Die start in 2019.’ ■

Sdu Uitgevers - nummer 7/8 - juli/augustus 2016

11


Special Mens & Materi eel

Ontwikkeling bij ademluchttoestellen gaat niet zo snel Waar de ontwikkeling van de TS grote sprongen heeft gemaakt, gaat die bij de ademluchttoestellen niet zo snel, erkennen Marc Ettema van Dräger en Roland Tschöp van Interspiro. ‘De eerste ademluchttoestellen waren zo’n oeruitvinding, die basisprincipes gebruiken we nog steeds’, aldus Ettema. De verbeteringen zitten vooral in de ergonomie, de communicatie en de gebruikte materialen.

Door JILDOU VISSER

H

Fotografie: Interspiro

et eerste ademluchttoestel is ongeveer in 1904 ontstaan, zo laat Ettema weten. ‘Dat was een kringlooptoestel. De uitgeademde lucht werd opgevangen, de CO2 eruit gefilterd en het tekort aangevuld met zuurstof. Dergelijke toestellen bestaan nog steeds, maar worden in Nederland niet meer gebruikt. Deze toestellen worden vooral gebruikt door mijnreddingsteams en bij specifiek daarvoor ontwikkelde duiktoestellen. Doordat je lucht hergebruikt, kun je met een kleine zuurstoffles tot vier uur langer toe. Bij de brandweer kunnen we door de kortere inzetduur gebruik maken van goedkopere samengeperste lucht.’ De eerste ademluchttoestellen die specifiek voor de brandweer

Een ademluchttoestel met drie kleine drukhouders in de vorm van bollen die op de heup kunnen worden gedragen. Het toestel is ergonomischer, maar ook kostbaarder.

12

nummer 7/8 - juli/augustus 2016 - Sdu Uitgevers

Eén van de eerste ademluchttoestellen van Dräger. In het toestel wordt de uitgeademde lucht opgevangen, gefilterd en aangevuld met nieuw zuurstof. (Fotografie: Dräger)

zijn bedoeld, ontstonden in de jaren zestig. ‘In de eerste stalen cilinders werd tweehonderd bar lucht geperst. De cilinders werden op stalen platen op de rug geklemd. Van enige ergonomie was totaal geen sprake’, aldus Ettema. ‘In de loop der jaren is de stalen plaat een beetje meegevormd met de rug, maar comfortabel was het niet. De ontwikkeling die het ademluchttoestel sindsdien heeft doorgemaakt heeft met name te maken met het gebruik van steeds lichtere materialen en meer ergonomie. De stalen cilinder is vervangen door aluminium met een koolstofvezel eromheen. Dat was een sprong voorwaarts in de jaren negentig. Het toestel werd hiermee kilo’s lichter. In de loop der jaren is het materiaal bovendien waterafstotend geworden, zodat het minder snel kapot gaat en beter te reinigen is.’ Ook de maskers zijn enorm veranderd. Ettema: ‘De allereerste ademluchttoestellen waren nog uitgerust met zogenaamde bijtstukken en losse brillen. Pas veel later veranderde dat in rubber. Dit is een stuk soepeler en dicht goed af.’ Verstaanbaarheid Bij de eerste ademluchttoestellen waren brandweerlieden slecht te verstaan. ‘Je moest als een gek tegen elkaar schreeuwen. Slachtoffers hadden al helemaal geen idee wat je zei als je ze wilde helpen’, aldus Ettema. ‘Met spreekmembranen hebben we dat in eerste instantie behoorlijk verbeterd. Deze zorgen ervoor dat de spraak naar buiten wordt gebracht. Die membranen zijn in de loop der jaren wat verbeterd, maar ideaal werken ze nog lang niet.’ De verstaanbaarheid heeft volgens Marc Ettema van Dräger en Roland Tschöp van Interspiro een vlucht genomen toen elektronica in de toestellen kon worden geïntegreerd. Tegenwoordig wordt gewerkt met microfoontjes in het masker en versterkers aan de buitenkant. Op deze manier is iedereen beter te verstaan. ‘Daarnaast zijn er mogelijkheden om het microfoontje te verbinden met de portofoon en bieden we sinds kort fullduplex communicatie, waardoor brandweerlieden tijdens de inzet ook in teamverband met elkaar kunnen spreken. Een grote stap voorwaarts’, aldus Ettema.

Brand&Brandweer


Special Mens & Materi eel

Arbeidshygiëne Zowel bij Dräger als bij Interspiro is, aldus de geïnterviewden, de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in toestellen die makkelijk te reinigen zijn. Beide bedrijven produceren toestellen die gemaakt zijn van waterafstotend materiaal en gladde oppervlakten die makkelijk te reinigen zijn. Zo zijn de nieuwste harnassen van Interspiro volledig vrij van textiel. ‘In het begin dachten we dat we het complete toestel van kunststof konden maken maar alleen plastic bleek niet comfortabel, daarom hebben we in het nieuwe masker ook gebruik gemaakt van rubber. Op dit moment zijn we bezig met elektronica voor de spraak, die ook volledig mee kan de wasmachine in. We zijn al ver en hopen dit aan het einde van het jaar te kunnen lanceren’, aldus Tschöp.

Europese normen Eén van de onderwerpen waar de Europese normcommissie momenteel naar kijkt is het probleem met de hogedruk snelkoppeling van ademluchttoestellen. ‘Er waren geen eisen voor deze koppelingen in de norm vastgelegd’, vertelt Maurice Kemmeren van het Kenniscentrum Arbeidsveiligheid, onderdeel van het IFV. ‘In de commissie zijn we bezig met een impacttest waarmee we de toestellen kunnen toetsen aan het gebruik in de praktijk. Van oorsprong was het zo dat losse onderdelen van een toestel werden getest en gekeurd. Maar niet als samenstel. De Europese normcommissie wil toe naar tests op praktijksituaties. Wat zijn de zwakke punten? Omdat een gevalideerde test ontbreekt, zijn we gestart met het ontwikkelen hiervan.’ Een ander onderwerp dat hoog op de agenda staat is de normering op het gebied van de verstaanbaarheid. Kemmeren: ‘De verstaanbaarheid bij het gebruik van gelaatstukken wordt ingedeeld in verschillende categorieën. Het blijkt dat brandweerlieden bij nieuwere toestellen steeds lastiger zijn te verstaan. De grote luchtstroming die het moderne ademluchttoestel veroorzaakt, drukt op het spreekmembraam en dat komt de verstaanbaarheid niet ten goede. Soms wordt dat deels opgevangen door ingebouwde elektronica.’ Om de toestellen objectief te kunnen toetsen is een test ontwikkeld waarmee de emotie van personen die spreken wordt uitgeschakeld, maar waarmee wel rekening wordt gehouden met

Brand&Brandweer

de geluiden van het in- en uitademen middels een continue luchtstroom. Samen met producenten bekijkt de commissie hoe ze die testen kunnen verwerken tot een nieuwe norm.’ In de commissie ziet Kemmeren dat de Europese norm voor adembescherming en de wereldwijde ISO-norm toegroeien naar een wereldwijde norm. ‘Dit heeft te maken met de afmetingen van de maskers. Europees werkt de brandweer met één standaard en twee uitzonderingsmogelijkheden. Straks worden dit vijf verschillende maten met ook nog eens verschillende binnenmaskers. Aan de voorkant willen wij Brandweer Nederland informeren over deze mogelijke verandering.’ Hiervoor nemen enkele vertegenwoordigers van diverse vakgroepen deel aan de Nederlandse commissie vergaderingen. Kemmeren: ‘Daarnaast willen wij de brandweer bewust maken van het gebruik van combinaties van verschillende producten zoals de verschillende typen maskerhelmcombinaties. Je moet altijd nagaan of er goedkeuringen zijn afgegeven voor de combinaties van producten van twee verschillende leveranciers. Niet voor alle combinaties zijn conformiteitsverklaringen afgegeven. Het is belangrijk om te weten dat in de kleine letters kan staan dat jij zelf verantwoordelijk bent voor de gevolgen van ongevallen als gevolg van combinaties die niet zijn goedgekeurd. Niet iedereen weet dat.’ ■ Fotografie: Interspiro

Toekomst Hoe de ademluchttoestellen van de toekomst eruit gaan zien weet Ettema niet. ‘Ik heb in het verleden weleens mensen horen zeggen dat we ongeveer nu gebruik zouden maken van vloeibaar zuurstof in kleinere flesjes, maar zover zijn we nog lang niet. Wellicht is dat iets dat over 25 jaar zou kunnen. Maar daarbij moeten we wel rekening houden met de wensen uit de markt. In het verleden hebben we een ergonomischer ademluchttoestel ontwikkeld dat bestond uit drie kleine drukhouders in de vorm van bollen die op de heup gedragen konden worden. Fysiek veel minder belastend voor de brandweerman. Waar we ons op verkeken hadden was dat de kosten veel hoger uitkwamen, niet alleen voor de aanschaf, maar ook voor het onderhoud en de logistiek. Daardoor is dat geen succes geworden.’ Tschöp verwacht dat er over 25 jaar meer elektronica in de toestellen zit. ‘Wellicht kunnen we elektronica in het masker integreren waarmee brandweerlieden door de rook heen kunnen kijken. En misschien zijn we dan zelfs zover dat we brandweerlieden op een volledig andere manier van lucht kunnen voorzien. De huidige toestellen zijn eigenlijk nog zoals ze in de jaren vijftig en zestig waren. Er zijn wel wat ontwikkelingen geweest, maar geen drastische. ’

Het huidige ademluchtmasker van Dräger. (Foto: Dräger)

Het huidige ademluchtmasker van Interspiro.

Sdu Uitgevers - nummer 7/8 - juli/augustus 2016

13


Special Mens & Materi eel

De portofoon: complex en tegelijk eenvoudig Onmisbaar voor snelle, doelgerichte communicatie tijdens inzetten: de portofoon. Goed werkende communicatieapparatuur is al bij veel calamiteiten van levensbelang gebleken. Het maakt deze tot een cruciaal onderdeel van de uitrusting, maar dit is niet altijd zo geweest. De eerste radiozendontvanger ontstond in 1940. Hoe heeft de portofoon zich sindsdien ontwikkeld? En hoe ziet de toekomst eruit?

Door Casper Ferwerda

W

ie de portofoon ooit heeft bedacht, daarover loopt de geschiedschrijving uiteen. Oorspronkelijk was hij bedoeld voor communicatie in het leger, maar al snel maakten ook hulpdiensten er gebruik van. Na de uitvinding van de radio eind negentiende eeuw was het ontwikkelen van een draagbare variant de volgende stap. De eerste radiozendontvanger die als bijnaam walkie-talkie kreeg, was de SCR-300 van Motorola (toen nog de Galvin Manufacturing Company) in 1940. Dit model en andere ontwerpen speelden een

14

nummer 7/8 - juli/augustus 2016 - Sdu Uitgevers

belangrijke rol bij de onderlinge communicatie tussen soldaten in de Tweede Wereldoorlog. ‘In de late jaren dertig werden bij de brandweer in Amerika voor het eerst radiozendsystemen in voertuigen gebruikt waarmee onderling kon worden gecommuniceerd’, vertelt David Parry, hoofd marketing van Motorola in Europa. Na de oorlog ontwikkelde dit zich verder. De naam portofoon deed zijn intrede. De oorsprong hiervan ligt bij Philips, waar twee ingenieurs hem bedachten. De portofoon werd gaandeweg kleiner en handzamer, mede door de opkomst van de transistor en micro-elektronica. ‘De portofoons zijn in de jaren zestig in Amerika geïntroduceerd’, aldus Parry. ‘In de jaren zeventig ging men

Brand&Brandweer


ze op grote schaal gebruiken. Het ging om simpele groepsgesprekken tussen de controlekamer en de commandanten op dezelfde frequentie. Sindsdien is het snel gegaan met de functionaliteit van de portofoon.’ Analoog en digitaal Met analoge portofoons konden hulpdiensten de daaropvolgende jaren tot soms tientallen kilometers communiceren. Een nadeel was dat de kwaliteit van de berichtgeving achteruit ging naarmate de afstand tussen sprekers toenam. Bovendien kon er worden meegeluisterd via een scanner. In 2005 stapten de brandweer en andere hulpdiensten in Nederland daarom over op C2000, een nieuw digitaal communicatiesysteem. In tegenstelling tot analoge missiekritische communicatiesystemen is C2000 niet af te luisteren dankzij een versleutelprotocol. Andere voordelen zijn een landelijke dekking en het kunnen gebruiken van meerdere gespreksgroepen per frequentie. C2000 is gebaseerd op TETRA (Terrestrial Trunked Radio), een digitale standaard voor radiocommunicatie. De mobiele netwerken 3G en het snellere 4G (LTE) zijn niet geschikt omdat hun beschikbaarheid niet kan worden gegarandeerd door operators. Ook zijn PMR (Professional Mobile Radio)-functies, waaronder push-to-talk en groepscommunicatie, niet mogelijk. ‘TETRA is daarmee nog steeds de absolute standaard bij missiekritische communicatie’, aldus Bas de Grood, eigenaar en oprichter van Abiom. Abiom is partner van en distributeur voor onder meer portofoonfabrikant Sepura in de Benelux. ‘Maar we zitten in een transmissiefase. LTE-netwerken zijn nog niet volwassen als het bijvoorbeeld gaat om missiekritische communicatie. Een werkgroep van de International Telecom Union, de organisatie die de communicatiestandaarden wereldwijd bepaalt, is bezig standaarden voor LTE op te stellen. Ik verwacht dat pas over twee of drie jaar LTE-apparatuur op de markt verschijnt waarin alle functionaliteiten zijn opgenomen die voor missiekritische communicatie vereist zijn.’ Sepura heeft echter al op de ontwikkeling ingespeeld, vertelt De Grood. ‘Wij leveren nu reeds een portofoon die zowel TETRA als breedbandfaciliteiten aan kan en functies als programmeren op afstand in een TETRAportofoon ondersteunt. Een hybride toestel dus.’

delen en brandbare stoffen. Ook de ergonomie van het toestel is belangrijk. Een portofoon moet daarnaast makkelijk te gebruiken zijn wanneer je beschermende kleding draagt. Toekomst Parry stelt dat de kwaliteit van het geluid en het gebruik van verschillende technologieën en netwerken als LTE momenteel de voornaamste aandachtspunten zijn bij de verdere ontwikkeling van de portofoon. ‘Daarnaast ligt er een focus op de integratie met allerlei data-applicaties.’ In de verre toekomst denkt Parry aan een systeem van radio-, stem- en datacomponenten over het hele lichaam van brandweerlieden die met elkaar communiceren. ‘Dit zou deel kunnen gaan uitmaken van wat ‘The Internet of Things’ wordt genoemd.’ Volgens De Grood is het maar de vraag of manschappen daadwerkelijk behoefte hebben aan zeer geavanceerde portofoons met allerlei functies. ‘Terwijl men al bezig is met het ontwikkelen van 5G, gebruiken brandweerlieden en andere hulpdiensten in de basis nog steeds apparatuur zoals die in de Tweede Wereldoorlog gebruikt werd, met een eenvoudige aan-/uitknop. Touchscreens zijn erg mooi, maar het is maar de vraag of die goed te bedienen zijn met dikke handschoenen. We moeten ook goed blijven kijken naar de behoefte van de gebruiker.’ ■ Fotografie: Peter Hofman

Fotografie: Jeffrey Koper

Special Mens & Materi eel

Vergelijkende test Een aantal brandweerkorpsen, vooral in stedelijk gebied, is nog een tijd analoge systemen blijven gebruiken. Dit omdat de ontvangst van digitale portofoons in het verleden ineens weg zou vallen en vanwege de kleinere bedienknoppen. Om te bekijken welke objectportofoon het beste aansluit bij de wensen van de brandweer, voerde de stuurgroep Verbeteringen C2000 Brandweer in 2010 en 2012 een vergelijkend onderzoek uit tussen portofoons van diverse merken, digitaal en analoog. Naast Motorola en Sepura deden ook fabrikanten Icom, Hytera, Vertex, Kenwood en Cassidian mee. Operationele medewerkers keken naar de geluidskwaliteit en het gebruiksgemak, terwijl technische specialisten de technische kwaliteiten onder de loep namen. Uit het onderzoek bleek dat de geluidskwaliteit van digitale portofoons onder extreme omstandigheden beter is dan die van analoge en er minder ruis is bij grotere afstanden. Ook qua look & feel scoorde de digitale portofoon hoger. Er wordt veel geïnvesteerd in de ontwikkeling van deze aspecten. De portofoon moet optimale veiligheid voor brandweerlieden garanderen, betrouwbaar zijn en efficiënte communicatie mogelijk maken in alle mogelijke omstandigheden, zoals bij explosiegevaar, de aanwezigheid van chemische mid-

Brand&Brandweer

Sdu Uitgevers - nummer 7/8 - juli/augustus 2016

15


Special Mens & Materi eel

Redgereedschap: sterker, lichter en kleiner

Fotografie: RESQTEC

Met de komst van steeds meer auto’s op de wegen ontstaan in de jaren zeventig ook meer kettingbotsingen en daarmee een steeds grotere noodzaak voor goed materieel waarmee mensen uit auto’s kunnen worden geknipt. Het eerste materieel is groot en zwaar. In de loop der jaren is dit kleiner geworden, lichter en sterker. Wat zijn de huidige ontwikkelingen? En hoe ziet het materieel van de toekomst eruit?

Maarschalk is in een Duits brandweerpak gehesen om de burgemeester te overtuigen van de kwaliteiten van de eerste spreider.

Door JILDOU VISSER

E

én van de eerste spreiders is in 1972 in Amerika ontwikkeld voor de racerij. Het eerste prototype van Hurst Performance is zo zwaar dat deze alleen met een kraan vervoerd kan worden. ‘Bij mijn vader ontstond het idee om een exemplaar te maken dat gedragen kon worden door een persoon, zodat deze ook op normale autowegen gebruikt kon worden’, zo begint Jan Pieter Maarschalk van RESQTEC. ‘Samen met Hurst Performance is hij aan de slag gegaan en heeft een spreider ontwikkeld en op de Europese markt gebracht. Het eerste exemplaar is toen verkocht aan de brandweer in Duitsland. Maar de burgemeester wilde alleen betalen als hij kon zien dat het korps ermee kon werken. Dat konden ze nog niet, dus daarom hebben ze mijn vader in een brandweerpak gehesen, zodat hij kon laten zien wat het gereedschap kon.’ In Frankrijk wordt in die tijd gezocht naar een oplossing voor treinongevallen. ‘De overheid wilde ons 16

nummer 7/8 - juli/augustus 2016 - Sdu Uitgevers

materieel wel kopen, maar mijn vader moest kunnen aantonen dat hij ermee uit een helikopter kon springen en er kilometers mee kon rennen. Dat heeft hij gedaan. Een flinke klus, want de hele set woog toen gemiddeld vijftig kilo.’ Hoe meer Maarschalk met de brandweer traint, hoe meer hij zich realiseert dat er ook een schaar en ram nodig zijn. Deze ontwikkelt hij in 1975 en 1978 samen met Hurst Performance. ‘En eigenlijk is er sindsdien niet zoveel meer veranderd. Het gereedschap is vooral lichter geworden, handzamer, sneller en betrouwbaarder.’ ‘Aan de buitenkant kun je de veranderingen niet eens altijd zien, maar de technologie erachter heeft een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Het materieel van nu is vele malen lichter, sterker, reageert sneller en geeft meer controle op de actie die je uitvoert’, vult Ian Dunbar van Holmatro aan. ‘De technologische ontwikkeling gaat snel.’ Sterkere voertuigen Als in de loop der jaren de voertuigen steeds sterker worden,

Brand&Brandweer


Fotografie: Holmatro

Zonder gebruik van hydrauliek kan in het redgereedschap eenzelfde kracht worden gerealiseerd.

1975: één van de eerste hydraulische redgereedschappen met een werkdruk hoger dan 500 bar.

gereedschap en het krachtenprofiel in de tool. Wij kunnen zonder gebruik te maken van hydrauliek dezelfde krachten realiseren. Het voordeel daarvan is dat je geen risico’s meer hebt op lekkage en daardoor geen contaminatierisico’s meer bij de patiënt. Bovendien vergroot het de betrouwbaarheid.’

veranderen de krachten van het redgereedschap mee. De hydraulische krachten van het gereedschap nemen toe en de snijbladen worden speciaal toegespitst op de huidige voertuigen. ‘Een moderne auto heeft een verstevigde constructie en bestaat uit meerdere lagen hoogwaardig staal. Dit vereist technologisch hoogwaardige kniptechniek wat tot uiting komt in New Car Technology gereedschappen met een unieke constructie, mesvorm en snijvlak. De A- en B-stijlen van een auto waren 25 jaar geleden nog vrij smal, deze zijn een stuk breder geworden. Dat maakt dat je in je materieel ook een grotere opening nodig hebt’, aldus Dunbar. Beide bedrijven doen veel onderzoek naar de nieuwste materialen die in voertuigen worden gebruikt en hoe de krachtprofielen in het gereedschap lopen. ‘Snijbladen moeten natuurlijk sterker zijn dan de nieuwste materialen en we willen meer in het gereedschap een groter krachtprofiel dan vroeger’, vertelt Maarschalk. Bij incidenten met zwaardere voertuigen, zoals vrachtwagens, is volgens beide heren vooral de gebruikte techniek van belang. ‘Het is een specialisatie waarbij je op een andere manier moet omgaan met het gereedschap dat je hebt’, aldus Maarschalk. ‘Bovendien werk je vaak in een andere positie, met het gereedschap boven je hoofd en in kleinere ruimtes’, vult Dunbar aan. ‘Dat maakt dat je juist lichtgewicht gereedschap nodig hebt. Tijdens oefeningen moet je al na gaan denken hoe je het materieel in benarde situaties zou kunnen gebruiken.’ Hydrauliek Over de vraag of de gereedschappen van de toekomst nog steeds hydraulisch zijn, verschillen Dunbar en Maarschalk van mening. ‘Met gebruik van hydrauliek kun je niet alleen kracht, maar ook snelheid optimaal en gecontroleerd inzetten. Redgereedschappen, die gebruikt worden om levens te redden, moeten in alle omstandigheden betrouwbaar zijn en een maximale performance bieden. Dit bereik je alleen door te investeren in hoogwaardige technologie en materialen. Onze R&D-afdeling zoekt continu naar vernieuwende oplossingen om hulpverleners wereldwijd ook in de toekomst te voorzien van nog lichtere en krachtigere redgereedschappen’, aldus Dunbar. Maarschalk heeft een andere mening. ‘De kracht van je tool hangt niet af van de hydrauliek. Het heeft vooral te maken met het druk- en zuigeroppervlakte in je

Brand&Brandweer

Toekomst Hoe het materieel van de toekomst eruit gaat zien weet Dunbar nog niet. ‘Als we zouden weten wat over 25 jaar nodig is, kunnen we het nu ook al produceren. Hoe ons materieel zich ontwikkelt heeft ook te maken met ons begrip van medische reddingen. Als die inzetplannen wijzigen, zal ons materieel zich daar wellicht op aan moeten passen’, legt Dunbar uit. ‘Bovendien veranderen voertuigen. Ook dat heeft effect op het materieel. De voertuigindustrie verandert snel en wij veranderen mee. De ontwikkelingen van de zelfrijdende voertuigen volgen we op de voet, maar ik denk dat het nog wel generaties duurt voordat we overal ter wereld in een zelfrijdende auto zitten. Naast dat we de ontwikkelingen in de markt volgen, kijken we ook naar de behoefte van de gebruiker. Alles wat wij ontwikkelen moet ervoor zorgen dat zij hun levensreddende taak als hulpverlener betrouwbaar, veilig en snel kunnen uitvoeren.’ Over 25 jaar bestaan volgens Maarschalk de producten die nu gebruikt worden nog steeds. ‘Maar ze zullen wel verder doorontwikkeld zijn. En als het aan ons ligt gebruiken we dan redgereedschap zonder hydrauliek. Bovendien denk ik dat het gereedschap dan nog veel meer dan nu modulair opgebouwd kan worden. De TS zit vol, maar er blijven behoeftes ontstaan. Je moet er dus voor zorgen dat apparatuur goed met elkaar kan samenwerken en onderdelen uitwisselbaar zijn.’ ■ Fotografie: Holmatro

Fotografie: RESQTEC

Special Mens & Materi eel

De Inclined Cutter is één van de nieuwste innovaties van Holmatro. De hydraulische schaar heeft een gebogen schaarbek voor extra ergonomie.

Sdu Uitgevers - nummer 7/8 - juli/augustus 2016

17


Special Mens & Materi eel

B&B volgt én gidst brandweerveld Al veertig jaar volgt Brand&Brandweer de ontwikkelingen in het brandweerveld op de voet. Tegelijk heeft het onafhankelijke vakblad een gidsfunctie voor de ongeveer 28.000 brandweerlieden die Nederland telt. Zij waarderen met name de vakinhoudelijke kennis. Senior uitgever Roel Roos is trots op het blad, de makers en de lezers. ‘Sommige exemplaren worden letterlijk stukgelezen.’

Door Ellen Schat

D

it jaar staat er ‘veertigste’ jaargang’ op het omslag, maar volgend jaar is het pas precies veertig jaar geleden dat het eerste nummer van hét brandweervakblad verscheen. Dit allereerste exemplaar van Brand&Brandweer werd in januari 1977 gedrukt. ‘Het had één kleur: rood op de omslag, en was verder zwart-wit. Hier en daar stond een foto, ook in zwart-wit’, vertelt uitgever Roel Roos van Sdu Uitgevers, die het tijdschrift begin 2000 in zijn portefeuille kreeg met de overname van Koninklijke Vermande. Volgend jaar, het jubileumjaar, krijgt dan ook een feestelijk karakter. Brand en De Brandweer De oprichting van het vakblad was het gevolg van het samengaan van twee officiële brandweerverenigingen die beide tot dan toe hun eigen orgaan hadden. De Brandweer was het blad van de Nederlandse Vereniging voor Brandweercommandanten (NVBC), opgericht in 1945. Brand was het blad van de Koninklijke Nederlandse Brandweer Vereniging (KNBV) opgericht in 1916. Uitgeverij Vermande wist als onafhankelijke partij de beide verenigingen te bewegen tot het samen neerzetten van één landelijk vakblad: Brand&Brandweer.’ Deze onafhankelijke positie als uitgever was toen en is nu nog steeds een belangrijk woord in de bladformule’, vertelt Roos.

Het allereerste nummer van Brand&Brandweer had één kleur: brandweerrood op het omslag. Het was gevuld met gedegen vakinhoudelijke informatie, enkele zwart-wit foto’s, personeelsadvertenties, maar ook een enkele advertentie van een bedrijf als Heineken.

18

nummer 7/8 - juli/augustus 2016 - Sdu Uitgevers

Veertig redactieraadleden Het vakblad wordt gemaakt door Sdu Uitgevers, ervaren vakredacteuren en de redactieraad, die bestaat uit een kleine kerngroep van beroepsvertegenwoordigers van de brandweer. De redactieraad bestond lange tijd uit een representatie van alle stakeholders bij de brandweer, weet Roos. Hij en bladmanager Karel Frijters zijn al meer dan vijftien jaar betrokken bij Brand&Brandweer, maar weten uit verhalen ook over de geschiedenis daaraan voorafgaand. ‘Omdat de brandweer onder andere een rol had in de burgerbescherming, zat er in de begintijd bijvoorbeeld ook iemand van Defensie in de redactieraad. De brandweer was toen nog gemeentelijk georganiseerd en dus waren er ook heel wat gemeentebestuurders vertegenwoordigd. Op een bepaald moment zaten er ruim veertig mensen in deze redactieraad. Dat

Brand&Brandweer


Special Mens & Materi eel

het aantal abonnementen als gevolg van de regionalisering, de economische crisis en de bezuinigingen bij de brandweer. We hebben een aantal moeilijke jaren doorgemaakt, maar zowel de abonnementsaantallen als de advertentiemarkt groeien weer licht.’ Een andere grote verandering is de digitalisering. Die zorgde er onder andere voor dat de drukmogelijkheden enorm vergrootten. Qua lay-out werd van alles mogelijk en full-colour is standaard geworden. Daarnaast is de snelheid van het drukproces verhoogd.

Senior Uitgever Roel Roos van Sdu uitgevers: ‘Het is iedere keer weer een voorrecht om dit vakblad voor ruim 30.000 zeer betrokken professionals te mogen maken en digitaal te ondersteunen met www.brandenbrandweer.nl.’

werkte natuurlijk niet optimaal en de vergaderingen werden wel gekscherend de ‘Poolse landdagen’ genoemd. Uiteindelijk is gekozen voor de kleine, werkbare vakredactieraad die er nu nog is.’ Hoog waarderingscijfer In de veertig jaar was en bleef Brand&Brandweer hét vakblad voor de brandweer. Het steunt de brandweermensen met vakinhoudelijke informatie, opinie en duiding. ‘Het geeft een actueel beeld van de brandweerwereld en de wereld waarin de brandweer zich begeeft. Daarbij volgt het blad de ontwikkelingen, maar is het zelf ook een gids’, vindt Roos. ‘In de loop der jaren zijn er heel wat onderwerpen voor het voetlicht gebracht waar aandacht voor moest komen. De ontwikkelingen gaan snel, de inhoud van het vak veranderde in de loop van tijd enorm. Denk alleen al aan woningen of bedrijfspanden, vroeger was het hout en steen, tegenwoordig worden er allerlei materialen gebruikt, wat de brandbestrijding een stuk complexer maakt. In het blad wordt altijd veel aandacht besteed aan de inhoudelijke kant en dat willen de lezers ook graag. Zo wordt een rubriek als Brand van de maand hoog gewaardeerd, omdat daarin herkenning en leereffect zit.’ Ook human interest artikelen, oftewel persoonlijke verhalen, worden veel gelezen. Brand&Brandweer krijgt volgens Roos bij enquêtes altijd een goed waarderingscijfer. ‘Bijna een 8, dat is echt hoog. De (mee)leesfactor van het blad is daarnaast zeer groot, dat betekent in uitgeverstermen dat alle exemplaren zeer goed gelezen worden. Veel B&B’s worden bovendien door meerdere mensen gelezen, op kazernes bijvoorbeeld. Eén abonnement staat dan al gauw voor vijf tot acht meelezers. Sommige exemplaren worden letterlijk stukgelezen.’

Papier en digitaal vullen elkaar aan Digitalisering biedt daarnaast de mogelijkheid om nieuws te delen via www.brandenbrandweer.nl. Lezers kunnen online abonnementen nemen en e-nieuwsbrieven krijgen. Ook is distributie via internet mogelijk. De komende jaren zal nog meer focus komen op digitale nieuwsbrieven en e-nieuwsberichten. Papier en digitaal vullen elkaar aan en versterken elkaar, stelt Roos. ‘De papieren versie zorgt meer voor achtergrond en duiding, terwijl de website nieuws brengt en ook vooruit kan lopen op een artikel of later nog updates kan toevoegen.’ Of de papieren editie over 25 jaar nog wordt uitgegeven, vindt Roos moeilijk te voorspellen. ‘De tijd zal het leren. Uit recent onderzoek onder B&B-lezers blijkt wel dat de behoefte aan een papieren Brand&Brandweer groot is. In de jaren negentig werd al gesproken over een toekomstig papierloos kantoor. Maar je moet mijn bureau hier eens zien. Duidelijk is voor ons in ieder geval: zolang de lezer een papieren vakblad wil, blijven wij het maken.’ Want de lezer, daar is het de uitgever om te doen. Die lezer is volgens Roos een gepassioneerde professional. ‘Het is de meest betrokken doelgroep die ik ken. Meer dan tweederde van de brandweermensen is vrijwilliger, dat tref je in geen enkele andere beroepsgroep aan. Het zijn zeer leergierige en leesgierige mensen die alles over hun vakgebied willen weten. Zij houden van hun vak, dat voortdurend in beweging is. Ik beschouw het dan ook als een voorrecht om dit vakblad tien keer per jaar te mogen maken.’ ■

Nieuwe ontwikkelingen De regionalisering, komst van internet en economische crisis hebben een grote invloed op het vakblad gehad. Zo verdwenen de personeelsadvertenties vrij abrupt toen door internet een directe lijn kwam tussen werkgevers en werkzoekenden. ‘De advertentieverkoop daalde door de crisis en het advertentievolume werd nogmaals verkleind als gevolg van de regionalisering, doordat de inkoop meer centraal werd en wordt geregeld. Tegelijk daalde ook

Brand&Brandweer

Sdu Uitgevers - nummer 7/8 - juli/augustus 2016

19


Special Mens & Materi eel

Robots: het materieel van de toekomst? Het brandweermaterieel heeft in de afgelopen eeuwen een flinke ontwikkeling doorgemaakt. Staat de brandweer met robots nu aan de vooravond van een nieuwe grote ontwikkeling? In hoeverre kunnen robots effectief verkennen en blussen? En in hoeverre blijft de mens daarvoor nodig? Tijdens het symposium Robotica van de afdeling brandweerkunde van Brandweer Amsterdam-Amstelland op oefencentrum BOCAS, krijgen de aanwezigen kans om kennis te maken met verschillende typen robots. Wat kunnen ze en wat moet nog verder ontwikkeld worden?

Defensie heeft vier types robots aangeschaft om de mogelijkheden ervan te ontdekken, waaronder ook de Nerva.

Door JILDOU VISSER Fotografie Jeffrey Koper

D

agvoorzitter Ricardo Weewer opent de dag met de vraag: ‘Waarom kunnen we wel naar Mars, maar weten we niet altijd of we een brandend pand in kunnen? Kunnen robots daarbij uitkomst bieden?’ Het symposium is bedoeld om vast te stellen wat de behoeftes zijn bij de operationele diensten en om vraag en aanbod aan elkaar te kunnen koppelen. Maar voordat iedereen kan kennismaken met de nieuwe technologie, worden eerst twee casussen behandeld waarin robots mogelijk uitkomst hadden kunnen bieden. Officier 20

nummer 7/8 - juli/augustus 2016 - Sdu Uitgevers

van Dienst (OvD) Paul Jetten trapt af met de casus van de brand bij Diergaarde Chemical Storage begin 2011. ‘De brand woedde in een loods waar rubber lag opgeslagen. Bij aankomst zagen we al een flinke rookwolk, waarop we direct vaststelden dat we de loods zouden inpakken en gecontroleerd laten afbranden. Naar binnen gaan was geen optie meer’, vertelt Jetten. ‘We hebben ingezet tussen de brandende loods en een naastliggende loods met gevaarlijke stoffen en daarbij veel risico genomen. Had een robot in een eerder stadium de brand in de loods kunnen blussen? Of had het uitkomst kunnen bieden bij het afschermen van de loods met gevaarlijke stoffen?’ De tweede casus is die van een brand in parkeergarage Yburg in

Brand&Brandweer


Special Mens & Materi eel

december 2010. Bij deze brand heeft OvD Alex van Schaik moeite met de beeldvorming. Wat brandt er en waar brandt het precies? ‘Nadat we alle bovenliggende gebouwen ontruimd hadden, hebben we ventilatoren ingezet en zijn vanaf de achterkant met twee ploegen naar binnen gegaan. We wisten de precieze brandlocatie niet en in een garage met rook kun je te maken krijgen met desoriëntatie en hitte. Uiteindelijk hebben we met deze binnenaanval de brand weten te blussen, maar je neemt risico. Hadden we bij deze brand een robot naar binnen kunnen sturen voor een verkenning en misschien zelfs blussing?’ Demonstraties In de middag zijn er diverse demonstraties van onder andere een blussing van een tunnelbrand met de SCARAB robot van Brandweer Amsterdam-Amstelland, Defensie demonstreert de mogelijkheden van onder andere de Nerva robot en de mogelijkheden van de blusrobot worden getoond. Daarnaast zijn ook de kenniscentra van Saxion Hogeschool en de TU Delft aanwezig. Defensie heeft onlangs vier types robots aangeschaft waarmee

Met de blusrobot kunnen milieubranden, tunnelbranden en branden in grote fabriekshallen worden geblust.

De SCARAB van Brandweer Amsterdam-Amstelland kan dichterbij gevaarlijke situaties komen dan de mens en daardoor van dichterbij brand blussen.

Brand&Brandweer

ze gaan testen of deze onbemande systemen uitkomst kunnen bieden voor situaties waar ze in de praktijk voor kunnen komen te staan. ‘Hoe betrouwbaar zijn ze? Wat kunnen ze als het aankomt op de capaciteit? En wat wil je er precies mee? Dat zijn vragen die we de komende jaren hopen te kunnen beantwoorden’, vertelt een van de aanwezige Defensiemedewerkers. ‘Kunnen we er bijvoorbeeld huizenblokken mee in kaart brengen? Of kunnen we er een knalsysteem opzetten dat kan dienen als afleidingsmanouvre? En welke types robots zijn er geschikt voor? We zijn er al wel achter dat er geen ideaal model robot bestaat. Hoe kleiner je ze maakt, hoe minder hij kan. Je moet dus goed bedenken wat je ermee wilt en de functionaliteiten daar precies op afstemmen. Daarnaast vinden we het belangrijk dat de robot simpel te besturen is, iedereen moet ermee kunnen werken. De Nerva is een relatief klein modulair systeem. Naar behoefte kun je er toepassingen op plaatsen, zoals een infraroodlamp of een mapping device. Ook de politie en brandweer zijn de mogelijkheden aan het ontdekken. Onderling hebben we al een klein netwerkje opgezet waarin we de kennis die we opdoen, kunnen delen.’ Robert Breedveld van BSS Holland, de fabrikant van de Nerva, vult aan dat de brandweer in Parijs al een stuk verder is met de Nerva en de SCARAB. Zij gebruiken de robots bijvoorbeeld voor het vervoer van slachtoffers uit een noodsituatie. Bovendien maken zij gebruik van drones. ‘Samen met de brandweerlieden in Parijs zijn we aan het onderzoeken of we één interface kunnen maken waarmee alle robots kunnen worden bestuurd.’ Een andere robot die, onder andere vanwege de geluidsproductie, de nodige aandacht trekt, is de blusrobot van MTCR-Geoborn. ‘Deze robot hebben we na de brand in Moerdijk in samenwerking met Brandweer Nederland gebouwd en is geschikt voor het blussen van milieubranden, tunnelbranden en branden in grote fabriekshallen. Hij is ontworpen om met zo weinig mogelijk blusmiddel, zo effectief mogelijk te koelen en blussen. Dat kan met water of schuim’, zo laat een van de ontwerpers weten. ‘Ook bij asbestbranden kun je de robot goed inzetten om het asbest neer te slaan. Het enige nadeel van deze robot is dat het de nodige geluidsoverlast met zich meebrengt. Maar als veiligheid in het geding is, is de herrie bijzaak.’ Ook de SCARAB robot van Brandweer Amsterdam-Amstelland laat tijdens de demonstraties op het symposium de mogelijkheden zien. De robot kan onder andere ingezet worden bij brandende tankwagens met gevaarlijke stoffen. De robot kan dichterbij gevaarlijke situaties komen dan de mens en daardoor van dichterbij de brand blussen. ‘Met deze robot gaan wij de komende jaren experimenteren doen. We hopen dat we daarbij ook input krijgen vanuit het veld. Waar liggen de precieze behoeftes? En kunnen kennisinstituten zoals Saxion Hogeschool en de TU Delft ons helpen om de inzet van robotica bij de brandweer verder te ontwikkelen’, vraagt Peter Butter, innovatiemanager bij Brandweer Amsterdam-Amstelland en samen met Maarten Kemper organisator van het symposium, zich af. Met een workshop waarin die vragen centraal staan, wordt de dag afgesloten. Daaruit blijkt al snel dat veel mogelijk is. Zowel Saxion Hogeschool als de TU Delft geven aan dat als de brandweer concrete vragen heeft, zij hiermee aan de slag kunnen. Maar beide waarschuwen wel: robots kunnen niet alles tegelijk. Verkennen en blussen zijn twee verschillende pakketten. Houd de vraag zo klein mogelijk, des te groter is de kans op succes. Eén van de aanwezigen vult aan: ‘En zorg voor goede communicatie naar het veld, zodat het ook breder gedragen wordt dan alleen onder deze aanwezigen.’ ■

Sdu Uitgevers - nummer 7/8 - juli/augustus 2016

21


Veilig werken ligt in uw handen

Bestel nu de 31ste editie Chemiekaarten® Werken met chemische stoffen brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee. De veiligheid van u en uw collega’s ligt letterlijk in uw handen. Met de nieuwste versie van Chemiekaarten® beschikt u over de meest complete en actuele informatie om veilig te kunnen werken met chemische stoffen en heeft u geactualiseerde kaarten met de meest recente etiketteringsgegevens bij de hand. Ook zijn de voor Reach noodzakelijke veilige grenzen (DNELs en PNECs) toegevoegd aan de nieuwste editie.

Meer informatie of bestellen? www.sdu.nl/chemiekaarten


BRANDWEER NEDERLAND Brandweer Nederland is het samenwerkingsverband van alle brandweerkorpsen. Wij staan voor 30.000 brandweermensen die zich met hart en ziel inzetten voor hun medemens. Die 24 uur per dag en 7 dagen per week werken aan een brandveilige samenleving. Wij treden eensgezind en slagvaardig op, met als doel: minder branden, minder slachtoffers, minder schade.

Brandweer Nederland: samen sterk, samen veilig

Zaterdag 18 juni 2016, 14.00 uur

In Arnhem kwamen nabestaanden en brandweercollega’s voor de vijfde keer bijeen tijdens de nationale herdenking bij het brandweermonument. Daar lazen brandweercollega’s de namen van de omgekomen brandweermannen op. Door hen jaarlijks op de derde zaterdag van juni te eren uiten wij onze verbondenheid met elkaar en tonen wij in gezamenlijkheid het respect dat onze omgekomen collega’s toekomt. Een dag om te herdenken, maar ook om te overdenken en te beseffen dat wij een mooi maar gevaarlijk beroep uitoefenen.

Sdu uitgevers - nummer 7/8 - juli/augustus 2016

Dit katern is tot stand gekomen onder redactie van Brandweer Nederland

Foto: Jeffrey Koper

In heel het land stond de brandweer stil bij de moed en daadkracht van de brandweercollega’s die sinds 5 mei 1945 zijn omgekomen tijdens de uitoefening van ons vak. Op veel plekken in het land maakten brandweerkorpsen als eerbetoon het ereteken. Op social media werden profielfoto’s massaal vervangen door het zwarte brandweerlogo.


Casuïstiek uit brandonderzoek voor repressie

Zonnepa

Leren van incidenten Het tweede casuïstiekenboek uit brandonderzoek is bestemd voor de collega's van repressie. De brandonderzoekers van Oost 5S hebben casussen verzameld met kenmerken die ook op soortgelijke incidenten in de toekomst van toepassing kunnen zijn. Elke casus omvat het verhaal van de brand, de brandoorzaak, foto's en enkele aandachtspunten. Dit samen geeft een beeld van de oorzaak van de brand, maar ook van veiligheidsaspecten en aandachtspunten voor de bestrijding van het incident. Download het boek op www.brandweernederland.nl/brandonderzoek

Extra gevaar

slot

“Als het gas en elektra van een woning zijn afgesloten, houd er dan rekening mee dat er andere middelen aanwezig kunnen zijn om te koken, licht te maken of om te verwarmen. Dit was een bijzondere ontdekking. De bewoner probeerde te overleven, verklaarbaar en bijzonder. Is het nalatig, is het verstandig? De bewoner heeft wel (onbewust) zichzelf en anderen in gevaar gebracht.” Joop Wessels, Officier van Dienst

Blikseminslag De kracht van een spuitbus(je)

“Voorafgaande aan de reconstructie denk je nog dat een verfbusje nooit zulke schade kan hebben veroorzaakt. Als je na de klap ziet dat de container flink beschadigd is, dan ben je overtuigd. Nooit geweten dat een enkel spuitbusje dit kan veroorzaken.” Folkert van der Ploeg, Brandonderzoeker

Dit katern is tot stand gekomen onder redactie van Brandweer Nederland

“Wees voorzichtig stroom van de wo spanning op (een zonnepanelen sta Probeer de plaats en de kabelloop v naar de omvorme Officier van Dienst


anelen

“We zijn goed weggekomen tijdens die vrachtwagen­ brand. De vrachtwagen had een grijpkraan tussen de cabine en laadbak zitten. Geen van ons wist dat zo’n ingevouwen grijparm ineens kon uitklappen als de hydraulische druk wegvalt. De collega’s van de andere post stonden aan de bewuste zijde te blussen toen dit met een grote klap gebeurde, zonder waarschuwing vooraf. De kraan miste deze manschappen maar net. Voor ons reden genoeg om dit met iedereen te delen.”

Vallende hydraulische kraan

René Spijker, Bevelvoerder

g bij zonnepanelen. Ook als de oning is gehaald, blijft er nog steeds deel van) de bekabeling van de aan. Met alle bijbehorende gevolgen. van de omvormer te achterhalen van de gelijkstroom van de panelen er.”

Vallende constructieonderdelen “Het is dat ik al eerder bijzondere situaties heb gehad na bliksem­ inslag, zoals een gescheurde gasleiding in een aangrenzende woning. Daardoor wist ik dat er meer aan de hand kon zijn dan dat je in een oogopslag ziet.”

“Wanneer je iets door de rook niet kan zien, wil niet zeggen dat het er niet is. Bij het verkennen van de aangrenzende hal naast de brandruimte stuitten we als ploeg op de betonnen dak­ elementen op de grond. We hebben wel het (intortings)geluid waargenomen, maar niet direct een link gelegd met het falen van de constructie. Dit had tijdens de verkenning kunnen gebeuren.” Johan Bosch, Bevelvoerder

Daniëlle Aalders, Officier van Dienst

Sdu uitgevers - Brand & Brandweer - nummer 7/8 - juli/augustus 2016


BRANDWEERP RELS “Het isHastman Ferry begonnen met het project Vakmanschap voorop! Dorpsbrandwacht. In het dorp waar Ferry ik woon, Hastman wilde ‘rolde’ de brandweer in het brandweer­ een vak en volgt inmiddels laagdrempelig aanspreekpunt dagelijks opalle het ontwikkelingen gebied van brandveiligheid. in het vak. Hij Maar praat met maak hoe zo veeljeenergie mensenen duidelijk enthousiasme dat jij overaanspreekpunt dat het werk van de bent? brandweer Ik moestdat hij zelfpubliciteit de vast veel meer gaan mensen opzoeken warm en gaat maken onder mezelf voor ons de beroep! aandacht brengen. Inmiddels weet iedereen in het dorp me te vinden” Greet Knol vertelt hoe Brandveilig leven haar missie is geworden. “Ik ben niet alleen brandweervrouw, ik ben ook brandveilig gaan denken.”

Vier jaar geleden startte bij brandweer Haaglanden de pilot Motorondersteuning Brandweer (MOB). Sindsdien rijden Arno van Kins en Kour van der Laan vijf dagen per week op de brandweermotor als een soort verkenner vooruit. ‘Wij zijn na een melding snel ter plaatse en kunnen dan een goed beeld vormen van de situatie. Of het nou om een brand gaat, een aanrijding of een melding van een vreemde lucht. Bij een onduidelijke melding kunnen wij de juiste hulp inroepen en ook de juiste hoeveelheid hulp. En vaak handelen we het ook gewoon zelf af’.

Rob Pommerel is 68 jaar en werk al twintig jaar als vrijwilliger bij de brandweer: “Dat werk pakt je en laat je niet meer los. Ik zie een brandweerman als een positief gestoord mens: waar een ander wegloopt, gaat hij juist naar binnen. Ik vind het werk nog steeds vreselijk leuk. Ik heb een bouwkundige achtergrond en door mijn werk kon ik met twee ogen naar een pand kijken: als bouwkundige en als brandweerman. Ik kon goed uitleggen waar de gevaren zaten tijdens de bouw.”

Wil je 24/7 op de hoogte blijven? facebook.com/NLBrandweer

linkedin.com/groups?gid=3225709

twitter.com/Brandweer_NL

instagram.com/BrandweerNL

pinterest.com/BrandweerNL

brandweernederland.nl

Sdu uitgevers - nummer 7/8 - juli/augustus 2016

Lees de complete verhalen op www.brandweernederland.nl/parels

Naast branden blussen en hulp verlenen, krijgt Brandveilig leven bij de brandweer steeds meer aandacht. Want minder brand betekent minder leed, minder slachtoffers en minder schade. Brandweermensen die zich hiervoor op uitzonderlijke wijze inzetten, krijgen een ‘parel van de brandweer’ cadeau.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief van Brandweer Nederland op www.brandweernederland.nl/nieuwsbrief Dit katern is tot stand gekomen onder redactie van Brandweer Nederland


Special Mens & Materi eel

Bluspakken niet altijd optimaal afgestemd op taken

De huidige generatie bluspakken is gemaakt van vezels met vlamwerende eigenschappen. Foto: Ginopress

De huidige generatie bluspakken biedt voor veel brandweertaken een te hoog beschermingsniveau. Met name bij fysiek zwaardere klussen zoals technische hulpverlening biedt het pak te veel bescherming. Het zorgt ervoor dat het te warm is en kan zorgen voor hittestress. Dat moet veranderen, vinden zowel leveranciers als Maurice Kemmeren van het Kenniscentrum Arbeidsveiligheid, onderdeel van het IFV. Hij vertegenwoordigt de Nederlandse brandweer in de Europese normcommissies. Ondertussen hebben fabrikanten lichtere oplossingen ontwikkeld die bovendien voldoen aan de eisen die op het gebied van arbeidshygiëne worden gesteld. Door JILDOU VISSER

B

luspakken hebben sinds de jaren zestig een flinke ontwikkeling doorgemaakt. Waar voorheen lange leren jassen of pakken volledig van wol werden gedragen, worden ze tegenwoordig gemaakt van andere materialen. ‘Maar nog niet altijd. Ook de lange leren jassen zien we af en toe bij bedrijfsbrandweren nog voorbij komen’, waarschuwt Angelo van den Biggelaar van Hobrand Algebra. ‘Het zijn dan vaak bedrijfsbrandweerkorpsen die door de overheid een verplichting opgelegd hebben gekregen, maar zij zijn in de praktijk soms onvoldoende bezig met de ontwikkelingen in het vak. Gelukkig zijn de leren jassen bij de overheidsbrandweer uitgebannen.’ ‘Vanaf 1969 zijn wij beschermende weefsels gaan ontwikkelen op basis van Nomex vezels. Deze vezels zijn vlamwerend. Tot die tijd kende men deze vezel nog niet en droeg men wol, rubber en leer voor bescherming’, vertelt Pavla Krizman van TenCate. Bluspakken worden vanaf die periode uitgevoerd met een drie lagensysteem. In de jaren die volgen heeft het bedrijf ontwikkelingen gerealiseerd om niet alleen de buitenstof te ontwik-

Brand&Brandweer

kelen, maar ook de andere twee lagen van het brandweerpak. ‘Alle lagen zijn tegenwoordig hitte- en vlamwerend. De buitenste laag is daarnaast bestand tegen scheuren, schuren en slijten. De middelste laag is de vochtregulerende barrière. Water en bloed wordt gestopt en transpiratievocht vindt hier de doorgang naar buiten. De binnenlaag noemen we ook wel de voering, deze laag zorgt voor extra isolatie in het pak. Bij voorkeur heeft deze laag een glad oppervlak, zodat je het pak makkelijk aan en uit kunt trekken. De lagen moet als een geïntegreerd systeem met elkaar samenwerken voor optimaal comfort, bescherming en een lange levensduur van het brandweerpak.’ Als in de late jaren negentig andere, sterkere stoffen worden ontwikkeld, start TenCate met nieuwe vezels die verkrijgbaar zijn in de markt: PBI en PBO. Krizman: ‘Dit zijn de sterkste stoffen die tot nu toe zijn gemaakt. PBO is ontwikkeld voor de NASA, zij hebben de samenstelling van het materiaal van een spinnenweb bestudeerd en zijn met die resultaten het weefsel PBO gaan ontwikkelen. Een spinnenweb is gemaakt van de sterkste structuur die de natuur kan bieden. Deze stof is vlamwerend, sterker, comfortabeler en lichter.’ Hoewel de nieuwe stoffen lichter zijn, wordt volgens Van den Biggelaar

Sdu Uitgevers - nummer 7/8 - juli/augustus 2016

27


Fotografie: TenCate

Special Mens & Materi eel

De drie lagen waaruit het brandweerpak bestaat.

ook Nomex nog veel gebruikt in bluskleding. ‘Deze stof heeft een lagere treksterkte, maar voldoet aan de norm. De high end stoffen voldoen soms aan tien keer de norm, dat is overbodig. Bovendien kent Nomex een hoge schuurweerstand, waardoor de pakken in de wasmachine minder snel slijten. Nu brandweerkorpsen vanuit het oogpunt van arbeidshygiëne de pakken vaker willen wassen, is dat een belangrijke eigenschap.’ Ook de PBO en PBI weefsels kennen volgens TenCate een hoge schuurweerstand. Daarnaast is er een verschil in de hittedoorslag.

‘Schuurweerstand is een belangrijke eigenschap als je pakken vaak wilt wassen’ Van den Biggelaar: ‘Met een Nomex pak, heb je te maken met een trage hittedoorslag. Het pak houdt veel tegen, maar als het te heet wordt, voel je dat langzaam aankomen. Bij de nieuwe, dunnere stoffen kun je overvallen worden door een snelle hittedoorslag. Alles wordt continu innovatiever, maar we moeten uitkijken dat brandweerlieden door innovaties niet de grenzen gaan opzoeken. Dan kan een nieuw pak dat misschien lang veilig is, ineens minder veilig worden.’ ‘Andersom kun je ook stellen dat de snellere hittedoorslag brandweerlieden alerter maakt en ze niet te laat naar buiten gaan voor een cool down. Bij een systeem met hoge isolatiewaarde gaat de warmteopbouw langzamer, maar gaat men soms te laat naar buiten’, aldus Krizman. ‘De lichte systemen hebben aangetoond dat brandweerlieden na een inzet de warmte sneller kwijt zijn uit het pak en het werk kunnen hervatten. Er is dus met nieuwe technologieën goed gekeken naar de hoeveelheid hitte die het systeem tegenhoudt, maar daarnaast ook naar hoe ademend het systeem is. Dit moet in balans zijn.’ Arbeidshygiëne ‘Wassen alleen is niet genoeg om pakken goed schoon te maken’, vertelt Van den Biggelaar. Hij legt uit dat doordat alle pakken tegenwoordig uit drie lagen bestaan, de roetdeeltjes ook in het pak gaan zitten. ‘Met alleen het wassen in een wasmachine bestaat de 28

nummer 7/8 - juli/augustus 2016 - Sdu Uitgevers

kans dat roet in één van de tussenlagen blijft kleven. De middelste waterliner laag is waterdicht, het water bereikt die poriën dus niet. Wij denken dat het goed is dat de pakken daarom eens in de zoveel tijd worden gedecontamineerd. Door middel van CO2reiniging, kun je een pak voor 99% schoon krijgen. Het voordeel van deze manier van reinigen is bovendien dat de pakken er niet van slijten. Sinds kort bieden we deze reiniging als dienst aan.’ Ook TenCate is bezig om, samen met Initial, onderzoek te doen naar hoe de pakken zo goed mogelijk gereinigd kunnen worden. ‘Het is nog niet bewezen dat je met CO2-reiniging de pakken voor 99% schoon kunt krijgen. Initial heeft deze ontwikkeling gestart en dit is een future trend. Maar het is nog niet klaar voor markt’, aldus Krizman. Ook op Europees niveau is er aandacht voor arbeidshygiëne. Het Kenniscentrum Arbeidsveiligheid werkt aan een onderzoeksplan voor onderzoek naar de vervuiling van bluspakken. Hierbij gaat het om vragen als welke stoffen zitten er in de vervuiling, is er een verschil tussen soorten bluspakken en hoe kunnen de bluspakken het meest effectief gereinigd worden? ‘Verschillende lagen in pakken zouden kunnen zorgen voor verschillende typen van verontreiniging. We zijn daarnaast nog bezig met een internationale verkenning naar dit onderwerp. We kijken onder andere naar wat Amerika en Finland op dit onderwerp doen en of we daarbij aan kunnen haken’, aldus Maurice Kemmeren van het Kenniscentrum Arbeidsveiligheid. Het kenniscentrum werkt hierbij nauw samen met een vertegenwoordiger van de vakgroep Arbeidsveiligheid van Brandweer Nederland. Hittestress Naast de vervuiling door rook en roet ligt volgens zowel Krizman als Van den Biggelaar bij de huidige generatie pakken ook hittestress op de loer. Van den Biggelaar: ‘Doordat de pakken zo goed geïsoleerd zijn, kan de warmte die je lichaam opbouwt niet naar buiten. Bij binnenbrandbestrijding heb je die isolatie nodig, maar bij andere taken zoals natuurbrandbestrijding of technische hulpverlening niet. Je zou daarvoor dus eigenlijk een dunner, minder geïsoleerd pak moeten hebben, zodat de lichaamswarmte weg kan.’ ‘De bluspakken hebben een te hoge mate van bescherming voor veel taken’, beaamt ook Krizman. ‘Eigenlijk zou je voor iedere taak een ander pak moeten hebben. Dat dit momenteel nog niet kan, heeft te maken met de huidige normen. Samen met onder andere Maurice Kemmeren werken we op Europees niveau aan verandering van deze normen, zodat brandweerlieden verschillende soorten pakken mogen dragen.’

‘De bluspakken hebben een te hoge mate van bescherming voor veel taken’ Kemmeren vertegenwoordigt samen met zijn collega Ronald Heus de Nederlandse brandweer in de normcommissies van de Europese Unie op het gebied van bluskleding. Hittestuwing staat daar al enkele jaren op de agenda. ‘De isolatie van bluspakken wordt steeds beter, maar dat heeft als nadeel dat de warmte van het lichaam bijna niet meer weg kan. Dat heeft voor een groot deel te maken met de doorontwikkeling van de textiele materialen die worden gebruikt. De eisen daarvoor liggen vastgelegd in een Euro-

Brand&Brandweer


Special Mens & Materi eel

pese norm’, zo begint Kemmeren. ‘Leveranciers hebben een grote invloed in die normcommissies. Zij denken vanuit de technische mogelijkheden. Het Kenniscentrum Arbeidsveiligheid wil juist toe naar een benadering vanuit de gebruikers. Hittestuwing speelt al een paar jaar en het onderwerp is nog steeds actueel. Het vraagt veel inzet om overeenstemming te krijgen voor aanpassingen. Het duurt lang voordat normen daadwerkelijk veranderen.’

‘We willen het beschermingsniveau beter afstemmen op de klus’

aanschaf kleding In de Europese normcommissie is ook gewerkt aan een zogenoemd SUCAM-document (selection, use, care and maintenance) waarin aan de hand van vijf hoofdstukken wordt beschreven waarmee bij de aanschaf van nieuwe kleding rekening gehouden moet worden. Het document ligt nu ter goedkeuring bij de Europese Commissie. ‘Dit is een enorme stap voorwaarts. Hierin worden alle aspecten beschreven waarmee de brandweer rekening moet houden bij de aanschaf van kleding. Denk hierbij aan onderhoud, gebruik, reiniging en logistiek, maar ook aan bijvoorbeeld het afvoeren van afgeschreven kleding.’ ■

Fotografie: TenCate

Sinds mei is Kemmeren voorzitter van een Europese projectgroep die moet zorgen voor een nieuwe EN469, de norm voor bluspakken. ‘We willen het beschermingsniveau dat nodig is, beter afstemmen op de klus. De huidige norm is productgedreven, als projectgroep willen we toe naar een norm die uitgaat van de brandweerpraktijk en de drager van het bluspak. Ook streven we naar meer flexibiliteit in de bluspakken. De brandweer gebruikt nu voor alle klussen hetzelfde brandweerpak. Het beschermingsniveau van het bluspak is vooral geschikt voor binnenbrandbestrijding. Bij andere klussen waar geen hitte is door vuur, loopt door intensief fysiek werk de temperatuur in het pak op en kan hittestress ontstaan. Ook gaat de projectgroep kijken naar de kleding. Kan de brandweer bijvoorbeeld werken met een basis uitrukbroek en een dunnere uitrukjas die bij brand uit te breiden is met een overjas, zodat het samenstel geschikt wordt voor binnenbrandbestrijding. Een lagensysteem.’

zichtbaarheid Daarnaast is de projectgroep bezig met een nieuwe norm voor de zichtbaarheid van het bluspak op openbare wegen. ‘Je moet daar nu voldoen aan klasse drie, wat betekent dat het bluspak een groot fluorescerend oppervlak moet hebben om te voorkomen dat je een verkeersvest aan moet aantrekken dat aan alle eisen voldoet. In combinatie met het bluspak is dat ondoenlijk. Daarnaast kun je het bluspak niet volzetten met striping. Dat komt de hittestuwing niet ten goede en zorgt bovendien voor meer reparaties. Op dit onderwerp krijgen we als projectgroep veel bijval van buitenlandse collega’s.’ Ook wordt bekeken of het bluspak een unieke uitstraling meegegeven kan worden, zodat de brandweer bij verkeersongevallen echt onderscheidend is ten opzichte van andere diensten.

Krizman: ‘De bluspakken die gemaakt zijn van PBO en PBI weefsels hebben een snellere hittedoorslag. Dit maakt brandweerlieden alert, zodat ze niet te laat naar buiten gaan voor een cool down.’

Brand&Brandweer

Sdu Uitgevers - nummer 7/8 - juli/augustus 2016

29


Lees het in het boek ‘Brandverloop’

Fire dynamics: technical approach, tactical application

N 978-90-12-39661-5

Weet u alles over een brand?

• Wat is een brand eigenlijk? • In welke fase bevindt een brand zich? Fire dynamics technical approach, tactical application

• Hoe kan deze brand het best bestreden worden • In het Nederlands, Engels en Frans te verkrijgen

Karel Lambert Siemco Baaij

Kijk voor meer informatie op www.sdu.nl/brandverloop


Special Mens & Materi eel

Kennemerland introduceert de arbeidshygiënecontainer Arbeidshygiëne staat ruim een jaar in veel veiligheidsregio’s hoog op de agenda. Om invulling te geven aan het principe schoon werken en ook echt schoon terug te keren naar de kazerne, heeft Veiligheidsregio Kennemerland een arbeidshygiënecontainer laten ontwikkelen. De container kan bij grotere branden ter plaatse komen. Erin hangen honderd schone blusjassen en -broeken in verschillende maten, tien reservehelmen, handschoenen, nekflappen en ademluchttoestellen.

De container faciliteert met schoon materieel.

In deze afgesloten container kunnen de vuile bluspakken worden opgeborgen.

Door JILDOU VISSER

vijf procent zit op het menselijk lichaam en kan in de kazerne met een douche worden schoongemaakt. We werken nu eerst met één container. De praktijk gaat uitwijzen of dat voldoende is.’

Fotografie Jeffrey Koper

‘I

n het afgelopen jaar zijn wij gaan nadenken hoe wij onze brandweerlieden zoveel mogelijk kunnen faciliteren in het schoon werken’, zo begint projectleider Theo Schippers van Veiligheidsregio Kennemerland. ‘Er zijn regio’s die standaard iedereen een tweede bluspak verstrekken. Die optie hebben wij ook onderzocht, maar wij zien in onze regio grote verschillen in het aantal uitrukken. De ene post rukt vaak uit, de andere bijna nooit. In het laatste geval is een tweede bluspak zonde van de investering. In het eerste geval heb je aan een tweede bluspak misschien niet altijd genoeg. Wij willen ons personeel te allen tijde kunnen faciliteren met schoon materieel.’

In de zoektocht naar een oplossing is de regio uitgekomen bij het laten maken van een arbeidshygiënecontainer waarin schone spullen liggen opgeslagen. Bij incidenten kan deze container door zowel de bevelvoerder als een Officier van Dienst worden gealarmeerd. ‘Hiervoor hebben we een procedure ontwikkeld. Ter plaatse staat de container bovenwinds geplaatst. Iedereen die behoefte heeft aan een schoon bluspak of andere schone beschermingsmiddelen kan zijn of haar spullen in de container omruilen. Het vieze pak gaat in de container met vies wasgoed. Schoon materieel kan mee terug naar de kazerne’, legt Schippers uit. ‘Zo kan iedereen altijd beschikken over schone kleding. Met deze manier van werken willen we 95% van het vuil ter plaatse achterlaten. De laatste

Brand&Brandweer

Logistiek Voor dit project heeft Kennemerland 280 extra bluspakken besteld waarvan er honderd in de container liggen. Ook zijn nieuwe helmen, handschoenen, nekflappen en ademluchttoestellen aangeschaft. De bedoeling is volgens Schippers dat de bluspakken, handschoenen, nekflappen en ademluchttoestel altijd worden gereinigd. Brandweerlieden kunnen zelf beoordelen of ook de helm gewisseld moet worden. ‘De buitenkant kan iedereen zelf simpel reinigen met een doekje. Als ook de binnenkant van de helm vervuild is, kan een schoon exemplaar worden gehaald.’ De komst van de arbeidshygiënecontainer heeft grote invloed op het logistieke proces in de regio. ‘Het warme logistieke proces is verantwoordelijk geworden voor de verplaatsing van de container. Zij nemen de verontreinigde kleding in een afvalbak in de container mee terug naar het magazijn op de post Haarlem-West. Zodra de arbeidshygiënecontainer na een inzet terug is in het magazijn, neemt het koude logistieke proces het over. Zij zorgen ervoor dat de vervuilde kleding naar de wasserij gaat en de vervuilde ademlucht naar de ademluchtwerkplaats’, aldus Schippers. ‘Daarnaast wordt in het magazijn de container weer aangevuld met schoon materieel. We zijn pas net gestart met deze werkwijze, dus het moet zich nog uitwijzen. Dat dit een enorme stap is in het echt schoon werken is ons al wel duidelijk.’ ■

Sdu Uitgevers - nummer 7/8 - juli/augustus 2016

31


Special Mens & Materi eel

Modernisering 112 meldproces: bellen we over tien jaar nog? Anno 2016 is het alleen mogelijk om te bellen met de meldkamer. Dat gaat de komende jaren veranderen.

Welke nieuwe manieren van melden zijn er al en welke ontstaan in de toekomst? TNO deed onderzoek naar de modernisering van het 112-meldproces en schreef de roadmap Het nieuwe melden op basis van onderzoek, trends en ontwikkelingen. Bellen we over tien jaar nog met de meldkamer? Ja en nee. Tegelijkertijd stelt Arnout de Vries van TNO dat de meldkamer over twintig jaar vrijwel overbodig is geworden. Door Jolanda Haven Fotografie TNO

W

e Whatsappen en gebruiken Skype of FaceTime om met elkaar te videobellen. Instagram zetten we vol met foto’s en als we op een festival zijn, delen we de locatie. Op tal van manieren kun je met elkaar in contact komen. Toch kun je in geval van nood nog niet via een app melding maken van een spoedeisend incident, chatten met de meldkamer of foto’s sturen van de situatie waarin je je bevindt of je locatie doorgeven. We bellen. En dat zal over een aantal jaar nog steeds zo zijn. Bellen is een krachtig middel, volgens De Vries van TNO, maar dan wel aangevuld of deels vervangen door andere middelen. ‘Er zijn ook situaties waarin het niet mogelijk is om te bellen. Ook voor doven en slechthorenden moet er een alternatief zijn voor het bellen met de meldkamer.’

32

nummer 7/8 - juli/augustus 2016 - Sdu Uitgevers

Toekomstverkenning TNO stelde de roadmap Het nieuwe melden op met daarin de te nemen stappen om vernieuwende manieren van interactie tussen burger en overheid bij incidenten mogelijk te maken. Het ministerie van Veiligheid en Justitie, de Landelijke Meldkamer Organisatie (LMO) en politie hebben TNO gevraagd waar zij rekening mee moeten houden bij het moderniseren van het meldproces. Welke nieuwe manieren van melden zijn er al en welke ontstaan in de toekomst? Welke kansen biedt dat? Hoe integreer je dat in toekomstbestendig beleid? De Vries: ‘Om deze vragen te beantwoorden heeft een team experts een roadmap 2025 voor het meldkamer- en politiedomein ontwikkeld.’ Aan de hand van toekomstverkenningen beschrijven zij welke stappen gezet moeten worden om vernieuwende manieren van melden mogelijk te maken. Wie wil je zijn in 2025 en in welke wereld leven we dan? Welke keuzes maak je? Om tot een visie te komen heeft TNO trends en ontwikkelingen geanalyseerd.

Brand&Brandweer


Special Mens & Materi eel

112-app Burgers gaan er volgens De Vries vanuit dat de meldkamers beschikken over alle relevante informatie rondom een incident. ‘Zover is het nog niet. De ICT-systemen, processen en organisatie zijn daar onvoldoende op ingericht. Daarom kun je de meldkamer ook nog niet bereiken via een 112-app. De technologie is er. Nederland is koploper als het gaat om goede telecommunicatie en internet. We hebben een robuuste infrastructuur en je kunt een app en belfunctie prima met elkaar combineren, maar organisatorisch zijn we nog niet zover. Er zijn zoveel mogelijkheden en opties. Daar moet eerst over worden nagedacht voordat je dat kunt toepassen. Ook in de wetgeving.’ Andere landen zoals Spanje zijn iets verder op dat gebied. Zij hebben een app, daarmee kun je al videobellen en chatten met de meldkamer. Leefwerelden Aan de hand van vier toekomstige leefwerelden verkent de roadmap welke stappen op korte en lange termijn nodig zijn om het nieuwe melden mogelijk te maken en te laten aansluiten op de beleving en verwachtingen van de burger. De eerste leefwereld is budget. De Vries: ‘Dat is de wereld waar we ons nu in bevinden. De burger volgt de overheid. Die zorgt op haar beurt dat er in de basisbehoefte kan worden voorzien. Je belt de meldkamer en die zorgt dat de juiste hulpdiensten op pad worden gestuurd.’ Betrouwbaar, robuust en efficiënt. Niks meer, niks minder.

‘de meldkamer zoals we hem nu kennen verdwijnt’ De tweede leefwereld is avontuur. Dat is de wereld met innovatieve burgers. Ze hebben lef, zijn continu op zoek naar vernieuwing, uitdaging en fun. ‘Zij gebruiken de nieuwste gadgets en kunnen tijdens een incident bijvoorbeeld live streamen’, aldus De Vries. ‘Processen en systemen moeten worden afgestemd op de voorkeuren.’ De derde wereld is comfort. Gemak dient de mens. Burgers worden in de watten gelegd met uitstekende dienstverlening. KLM is volgens De Vries een goed voorbeeld van comfort. ‘Zij bieden allerlei handvaten om het de burger zo comfortabel mogelijk te maken. Bij comfort draait het om slimme technieken die problemen signaleren en zelf melding maken. Vergelijk het met automatische meldingen naar de meldkamer na bijvoorbeeld een auto-ongeval. Of dat technieken onvolkomenheden signaleren zoals hartfalen en de burger daarop wordt geattendeerd. Het gaat om slimme, snelle en efficiënte dienstverlening op maat.’ Bij de leefwereld comfort moet samengewerkt worden met externe, private partijen om dit mogelijk te maken. Duurzaam is de vierde leefwereld. ‘Interactie met burgers staat centraal’, vervolgt De Vries. ‘Het zijn geen individuen, maar groepen. Burgers willen eerst zelf problemen oplossen. Ofwel samenredzaamheid. Ze zijn betrokken en de sociale cohesie is groot. Pas wanneer ze het probleem niet kunnen oplossen zullen hulpdiensten worden ingeschakeld. Ze willen dan niet aan de kant worden geschoven, maar het liefst ook een rol spelen in de dienstverlening.’ De samenleving beslaat al deze vier leefwerelden. Er zal een verschuiving plaatsvinden van budget naar de andere drie werelden. Hoe ver ga je daarin? Kijkend naar de leefwereld comfort zou dat kunnen betekenen dat wanneer je betrokken bent bij een aanrijding, je van de meldkamer wordt doorgeschakeld naar je verze-

Brand&Brandweer

Burgers denken vaak dat de meldkamer weet waar je bent als je belt. Dat is lang niet altijd zo. Een innovatieslag is nodig om dit mogelijk te maken.

keringsmaatschappij om de schade te melden en af te handelen. Bij comfort is er meer aandacht voor de omgeving die indirect ook slachtoffer zijn van een incident. Innovatieslag Om de roadmap te realiseren is het nodig om te experimenteren, te innoveren, te verbinden en samen te werken met burgers en bedrijfsleven. De Vries: ‘Burgers denken namelijk dat de meldkamer weet waar je bent als je belt. Dat is lang niet altijd zo. Laat meldkamers experimenteren met deze nieuwe techniek. Door de ontwikkeling van de LMO is er weinig ruimte voor innovatie en lokale experimenten. Er verandert al veel in de huidige situatie. Er wordt gebouwd aan een groot robuust ‘huis’, maar meldkamers willen er graag een paar ‘schuurtjes’ bij. Maatwerk. Je zou speerpunten voor de modernisering prima onderling kunnen verdelen en de LMO de samenhang daarvan laten bewaken. Ieder gebied heeft haar eigen wensen. Je moet ergens beginnen.’ Meldkamer overbodig In de toekomst zal de meldkamer volgens De Vries grotendeels overbodig worden. ‘Dan spreken we over een termijn van twintig jaar. Er zullen altijd mensen nodig zijn om een incident goed te duiden, maar de meldkamer zoals we hem nu kennen, verdwijnt. Door slimme technologische ontwikkelingen kunnen we burgers via systemen direct aan hulpverleners koppelen. Je kunt het vergelijken met het Uber-model. Daarmee is de taxicentrale eigenlijk overbodig geworden want via de Uber-app kun je eenvoudig een taxi bestellen.’

‘Laat meldkamers experimenteren met nieuwe techniek’ TNO heeft bij het opstellen van de roadmap nauw samengewerkt met het ministerie van Veiligheid en Justitie, de politie en de LMO. De visie is aangeboden aan de Tweede Kamer. De Vries: ‘Het document wordt breed gedragen, dus ik verwacht dat op korte termijn actie wordt ondernomen om de meldkamerprocessen te moderniseren.’ ■

Sdu Uitgevers - nummer 7/8 - juli/augustus 2016

33


Voor iedereen die betrokken is bij het vervoer van gevaarlijke stoffen

NIEUWE EDITIE 2015 ADN – Vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren ADR – Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg Met ADN en ADR heeft u de meest actuele versie in handen van de internationale wetgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. ADN en ADR zijn apart te bestellen.

Ga naar sdu.nl en zoek op ADN of ADR


VAKANTI EFOTO’s

Stuur uw vakantiefoto’s in

Brand&Brandweer

Piet Evers n ouwma Robert B

Martin Groot Roessink

Peter Heere

Jan Roo

Cees Miedema

De zomer komt er weer aan. Voor iedereen die op reis gaat, de tip: neem uw fototoestel mee. Ook dit jaar publiceren we in het septembernummer weer de leukste brandweer vakantiefoto’s uit het buitenland. Dus ziet u een brandweerauto, brengt u een bezoek aan een kazerne of bent u toeschouwer bij een inzet of oefening, vergeet vooral geen foto’s te maken. Foto’s van minimaal 500 kb kunt u tot 15 augustus sturen naar b&b@sdu.nl. Vermeld er wel bij waar de foto’s zijn gemaakt. Fijne vakantie!

Sdu Uitgevers - nummer 7/8 - juli/augustus 2016

35


Fotografie: Veiligheidsregio Drenthe

ACTU E EL

Veiligheidsregio Drenthe neemt afscheid van de brandkraan Na jaren van onderzoek en het gefaseerd invoeren van tankwagens, is Veiligheidsregio Drenthe volledig overgestapt op een nieuw bluswatersysteem. 29 watertanks met 15.000 liter water moeten de brandweer bij incidenten voorzien van voldoende bluswater. Met het invoeren van het nieuwe bluswatersysteem neemt Drenthe volledig afscheid van de brandkraan. Het idee voor een nieuw bluswatersysteem speelt al jaren in Veiligheidsregio Drenthe, zo laat projectleider Jurjen Timmerman weten. ‘Toen in 2003 een nieuw contract met de beheerders van het waterleidingnet werd afgesloten, is daar al een clausule ingebouwd dat dit kon worden opgezegd. In 2008 zijn we gestart met een onderzoek naar alternatieve bluswatersystemen. Het waterleidingnet levert ons lang niet overal de hoeveelheid water die wij willen. Het leidingnet is bovendien vrij oud en heeft relatief veel breuken.’ Uit het onderzoek blijkt dat het nieuwe bluswatersysteem het beste opgezet kan worden met watertanks die bij grote incidenten pendelen naar vulpunten. In 2010 wordt het besluit genomen dat 29 watertanks worden aangeschaft en dat op den duur afscheid wordt genomen van de brandkraan. ‘Twee jaar geleden zijn de eerste elf posten overgestapt op het werken met de watertanks’, vertelt Timmerman. ‘Zeker bij kleine incidenten werkt het erg goed. Bij grote incidenten merkten we dat het een enorme veran36

nummer 7/8 - juli/augustus 2016 - Sdu Uitgevers

dering is in de manier waarop je werkt. Vooral het pendelen is nieuw, daar komt een heel logistiek proces achter weg. We hebben goede ervaringen, maar ook een paar incidenten waar het niet helemaal goed is gegaan. Gelukkig zijn die met creatieve ideeën vanuit de posten altijd opgelost In uiterste nood mochten we ook nog gebruik maken van de brandkranen.’ Er is veel tijd nodig om de nieuwe werkwijze bij iedereen goed tussen de oren te krijgen, weet Timmerman. ‘Vanaf het begin hebben we ook geprobeerd om iedereen bij dit proces te betrekken. De brandweerposten had zelf inspraak in het vaststellen van de nieuwe werkwijze. Zij konden uitvinden wat goed werkt en waarin we hen moesten faciliteren.’ Nu de hele regio is overgestapt op de watertanks, gaat bij iedere brandmelding naast een TS ook een tankwagen rijden. Daarnaast wordt bij opschaling voor elke TS een aanvullende watertank gealarmeerd. Bij echt grote incidenten maakt de regio gebruik van het groot watertransport. ‘Indien er meer nodig zijn, kunnen we extra water-

tanks alarmeren zodat er gependeld kan worden. Op iedere willekeurige locatie in de regio kunnen we binnen vijf minuten bij een vulpunt zijn. Die vulpunten zijn geregistreerd in het navigatiesysteem, in de MDT en het GiS-systeem op de meldkamer. De vulpunten bestaan uit open water, geboorde putten of bluswaterriolen. Ieder vulpunt kan minimaal negentig kuub water per uur leveren.’ Hoewel de nieuwe werkwijze erg wennen is, raadt de projectleider het werken met watertanks alle regio’s die kampen met problemen met het leidingnet aan. ‘We hebben nu op elke bereikbare plek de beschikking over voldoende bluswater. Maar er zijn ook andere manieren waarop je als regio je bluswatervoorziening op orde kunt brengen. Voor ons werkt het pendelen met tankwagens alleen het beste. Welke manier je ook kiest, houd rekening met de veranderingen die het in de hele organisatie met zich meebrengt’, waarschuwt Timmerman. ‘Van het opleiden van je personeel tot de aanpassingen van de kazernes, het slaan van punten en de financiering. Overstappen op dit nieuwe bluswatersysteem raakt alle afdelingen. Wij hebben er de tijd voor genomen en hebben ook echt alle jaren nodig gehad.’

Brand&Brandweer


Actueel

CBS: minder brandweerpersoneel Uit cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) blijkt dat het personeelsbestand van de brandweer vorig jaar met een procent is gekrompen. De daling komt doordat er minder vrijwillige brandweerlieden zijn en ook aantal ondersteunend personeel is gekrompen. Wel zijn er voor het eerst in acht jaar meer beroepskrachten bijgekomen. Op 1 januari 2016 waren bij de Nederlandse brandweer bijna 28 duizend mensen in dienst. Een kleine 24 duizend mensen behoren tot het operationeel personeel en is brandweerman of -vrouw. Meer dan vijfduizend van de brandweerlieden (ruim twintig procent) is beroeps, zo blijkt uit de cijfers van het CBS.

Bijna 19 duizend brandweerlieden (ongeveer tachtig procent van het operationeel personeel) worden gerekend tot de vrijwillige brandweer. Het aantal vrijwilligers neemt al een aantal jaar af. In 2015 was de afname met 1,5 procent minder groot dan in het jaar daarvoor toen vier procent van de vrijwilligers afzwaaiden. Bij de korpsen in de veiligheidsregio’s Drenthe, Noord- en Oost-Gelderland, Noord-Holland Noord en Brabant-Noord behoort meer dan negentig procent tot de vrijwillige brandweer. Het korps van Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond kent bijna evenveel vrijwilligers als beroepskrachten. Alleen in de regio’s Amsterdam-Amstelland en Haaglanden zijn de beroepsbrandweerlieden in de meerderheid. Daar is twee op de drie beroeps.

Bouwregelgeving bij seniorencomplexen strookt niet met praktijk De scenario’s waarvan de bouwregelgeving uitgaat, stroken niet met de praktijk in seniorencomplexen. Dat blijkt uit onderzoek van de Brandweeracademie naar recente branden in seniorencomplexen. In maar achttien gevallen van de 77 onderzochte incidenten is het incident volgens het verwachte scenario verlopen. Zo gaat het Bouwbesluit er onder andere van uit dat bewoners die zelfstandig wonen, zonder 24-uurs zorg, een redelijke mate van zelfredzaamheid hebben zodat zij bij brand zichzelf in veiligheid kunnen brengen. De praktijk wijst anders uit. Daarnaast blijkt uit het onderzoek van de

Brandweeracademie dat de regelgeving ervan uitgaat dat de brand in het appartement en dus in een brandcompartiment ontstaat. Zestien van de 74 onderzochte branden zijn echter buiten het appartement ontstaan. Indien brand buiten het appartement ontstaat is het uitgangs-

Brandweer Nederland publiceert handreiking opvang en nazorg De vakgroep Nazorg eigen personeel van Brandweer Nederland heeft begin juni de Handreiking Opvang en nazorg brandweer gepubliceerd. Aanvullend wordt in 2016 een landelijk steunpunt ingericht. De handreiking is afgeleid van de Richtlijn psychosociale ondersteuning geüniformeerden. Het beschrijft de optimale opvang, ondersteuning en nazorg op grond van de laatste inzichten. Met de handreiking wil de vakgroep het welzijn na het meemaken van ingrijpende gebeurtenissen bevorderen en stress-gerelateerde gezondheidsklachten en werkuitval zoveel mogelijk te voorkomen. De handreiking bevat aanwijzingen voor brandweerlieden, de georganiseerde collegiale ondersteuning, leidinggevenden en voor het management. Het document moet de eenduidige invulling van opvang en nazorg bevorderen.

Brand&Brandweer

punt dat de brand en rook tenminste dertig minuten in het appartement blijven, niet meer relevant. Daarbij wordt opgemerkt dat ook indien de brand in het appartement ontstaat, de rook zich sneller dan dertig minuten door het gebouw kan verspreiden. In meer dan de helft van de 26 gevallen waarbij informatie over de vluchtmogelijkheden van de overige bewoners bekend is, zorgt de rook ervoor dat bewoners niet meer binnen dertig minuten veilig kunnen vluchten. Het volledige rapport is te downloaden via www.ifv.nl.

Sdu Uitgevers - nummer 7/8 - juli/augustus 2016

37


ACTU E EL

Fotografie: Ginopress

Rapport reddingen: brandweer redt om de dag een persoon bij woningbrand De brandweer heeft in 2014 en 2015 in totaal 343 personen bij 152 incidenten gered. De meeste reddingen gebeurden ‘s avonds en ‘s nachts en veel reddingen waren in portiekflats. Een door rook belemmerde vluchtweg was de belangrijkste reden om een redding uit te voeren. Rook was ook, meer dan brand, de oorzaak van letsel bij slachtoffers. Dit zijn de belangrijkste conclusies uit het onderzoek van de Brandweeracademie naar reddingen bij brand. Bij een derde van de reddingen was er sprake van een directe levensbedreiging en bij ongeveer de helft ging het om een minder acute dreiging. Daarnaast vonden er reddingen uit voorzorg plaats. Het redden gebeurde vaak met een redvoertuig, maar ook andere hulpmiddelen zoals vluchtmaskers, revitox (aansluiting op de ademlucht van een manschap) of een handladder werden gebruikt. Het volledige rapport is te downloaden via www.ifv.nl.

Zeeland start met pilot Geen Nood Bij Brand Veiligheidsregio Zeeland is gestart met een pilot van het project Geen Nood Bij Brand. Dit is een landelijke methode om het (brand)veiligheidsbewustzijn en de zelfredzaamheid in zorginstellingen te vergroten. De formele veiligheidsinspecties worden daarbij vervangen door een veiligheidsexpeditie. De eerste veiligheidsexpeditie begin juni gedaan in woonzorgcentrum Hooge Platen in Breskens.

Fotografie: Veiligheidsregio Zeeland

In de eerste expeditie hebben bewoners, personeelsleden, een bhv’er en directiele-

38

nummer 7/8 - juli/augustus 2016 - Sdu Uitgevers

den van de organisatie onder begeleiding van de brandweer in een rondgang door

het gebouw zelf kunnen ontdekken hoe het staat met de brandveiligheid. Aan het einde is geconcludeerd dat de expeditie voor iedereen leerzaam was. ‘De expeditie houdt veel meer in dan de ouderwetse controles’, aldus Fred Moens, medewerker Risicobeheersing van Veiligheidsregio Zeeland. ‘Vanuit een brede invalshoek wordt nu naar de veiligheid in het gebouw gekeken.’ Een personeelslid van de zorginstelling vulde aan: ‘Er was een brede betrokkenheid. Iedereen dacht mee en oplossingen werden samen bedacht.’ Er wordt nog een expeditieverslag opgesteld, waarin de inbreng van een ieder wordt meegenomen. Dit verslag is een startdocument voor de verdere stappen die worden besproken en gezet om in de zorginstelling gezamenlijk tot een hoger veiligheidsniveau te komen.

Brand&Brandweer


[Fotografie: Jeffrey Koper]

Actueel

Brandweer herdenkt collega’s bij vijfde nationale herdenking Brandweerlieden hebben op 18 juni de collega’s die sinds 5 mei 1945 zijn omgekomen tijdens de uitoefening van hun vak herdacht tijdens de vijfde nationale herdenking in Arnhem. Bij de herdenking waren ook Geke Faber van het Veiligheidsberaad en minister Van der Steur aanwezig.

Van der Steur benoemde onder andere het grote belang om brandweerlieden veilig te kunnen laten werken en het nieuw opgerichte Steunpunt Brandweer als aanvulling op de bestaande collegiale nazorg. ‘Brandweerlieden maken vaak schokkende gebeurtenissen mee. Deze situaties kunnen een grote impact hebben. Het lukt niet altijd om dit zelf te verwerken. Aanvullend op de collegiale opvang

bieden de maatschappelijk werkers van het landelijke Steunpunt Brandweer een luisterend oor, beantwoorden ze vragen en bekijken wat er nodig is om van klachten af te komen. Zo kunnen zij geholpen worden goed en gemotiveerd aan de slag te blijven in dit zware, moeilijke werk. Maar ook hun familie kan hier terecht voor hulp. Want bij de brandweer zit je samen, met je hele gezin.’.

Samenwerking Twente en VEBON-NOVB in kennisontwikkeling sprinklerinstallaties Veiligheidsregio Twente heeft een overeenkomst met VEBON-NOVB ondertekend om samen te werken aan onderzoek en kennisuitwisseling omtrent sprinklerinstallaties. In deze samenwerkingsovereenkomst is onder andere opgenomen dat bedrijven, instellingen en de overheid elkaar ondersteunen op het gebied van brandveiligheid. De ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst gebeurde tijdens het seminar Bouwen met Staal waar het

Brand&Brandweer

thema sprinklers centraal stond. Tijdens dit seminar is onder andere een toelichting gegeven op de concept richtlijn waarin sprinklers mogelijk gewaardeerd kunnen worden voor vermindering van de brandwerendheid van de draagconstructie. Daarnaast vond er een toelichting plaats op de ontwikkelingen in de sprinklertechniek en werden er repressieve ervaringen gedeeld van enkele branden in complexe gebouwen. De intentie is uitgesproken om in een coproductie tussen de brandweer en de sprinklerbranche samen te komen tot een adequate invulling van brandveiligheid.

Sdu Uitgevers - nummer 7/8 - juli/augustus 2016

39


bran dweer bu iten lan d

Joanett van Breemen vertelt de aanwezigen over de Nederlandse aanpak van de bijscholing voor instructeurs en docenten bij de introductie van e-learning.

‘We kunnen veel leren van andere landen’ Een delegatie van de Brandweeracademie van het IFV heeft van 7 tot en met 10 juni de conferentie van de European Fire Service Colleges Association (EFSCA) in Boekarest bezocht. Het uitwisselen van kennis en delen van onderzoeksresultaten staan tijdens de conferentie centraal. ‘We hebben veel interessante dingen gehoord’, vertelt Ricardo Weewer, lector Brandweerkunde van de Brandweeracademie. ‘Vooral naar de onderzoeken van Barcelona en Oekraïne ben ik erg benieuwd.’

Door JILDOU VISSER Fotografie EFSCA

E

FSCA is een breed internationaal gezelschap van brandweeracademies en andere onderzoeksinstituten van de brandweer en crisisbeheersing. In totaal zijn er ongeveer dertig landen bij aangesloten. Eens per jaar wordt een conferentie georganiseerd waarin kennisdeling op het gebied van vakbekwaam worden en blijven en het delen van onderzoeksresultaten centraal staat. Daarnaast werken verschillende werkgroepen het hele jaar door aan bepaalde thema’s. ‘Het gaat echt over het vak. We bespreken de problemen waar de landen afzonderlijk tegenaan lopen en proberen dat samen op te lossen’, vertelt Wim Beckmann, president van de EFSCA en manager van de Brandweeracademie. ‘Normaal gesproken is het erg lastig om onderzoeksresultaten uit het buitenland bij ons te krijgen. De meeste landen publiceren namelijk niet in het Engels. Deze conferenties maken het delen van de opgedane kennis een stuk makke40

nummer 7/8 - juli/augustus 2016 - Sdu Uitgevers

lijker. Bovendien is het belangrijk om te weten wie wat doet, zodat we zo weinig mogelijk dingen dubbel doen’, vult Weewer aan. E-learning en commandovoering Tijdens de conferentie krijgt een aantal sprekers uit verschillende landen de mogelijkheid om te vertellen waar zij mee bezig zijn. ‘Landen kunnen vooraf onderwerpen aandragen die zij met de rest van de EFSCA-leden willen delen. Het bestuur maakt uit dat aanbod een selectie’, legt Beckmann uit. De Brandweeracademie is met twee onderwerpen goed vertegenwoordigd in de lijst met sprekers. Joannett van Breemen presenteert de Nederlandse aanpak van e-learning. Beckmann: ‘E-learning is internationaal een speerpunt. We willen ruimte creëren voor de vernieuwing van het internationale brandweeronderwijs.’ ‘Een aantal landen moet nog beginnen met e-learning. Er was grote interesse voor de manier waarop we in Nederland voor de e-learning de bijscholing van de instructeurs en docenten hebben opgepakt. E-learning draait niet alleen om het aanpassen van lesmateriaal, maar ook om een

Brand&Brandweer


bran dweer bu iten lan d

Ricardo Weewer: ‘Weinig landen doen onderzoek naar de human factors in de commandovoering.’

andere aanpak van het lesgeven. Voor veel landen was dat een eyeopener. Bij zo’n presentatie zie je ook direct de verschillen tussen de landen. Er zijn landen waar brandweerlieden een universitaire opleiding van vier jaar moeten volgen, maar dat is lang niet overal zo.’ Weewer presenteert tijdens de conferentie de resultaten uit het onderzoek naar de commandovoering. ‘De human factors is ook internationaal een interessant onderwerp, maar ik heb de indruk dat er in andere landen niet veel onderzoek naar wordt gedaan. De meeste onderzoeken zijn gericht op het brandweeroptreden. Tijdens de presentatie kwamen we wel tot de ontdekking dat Barcelona er al een tijdje mee bezig is. Met hen gaan we contact leggen om te kijken hoever zij zijn en of onze resultaten overeenkomen met die van hen.’ Fire Safety Engineering en brandverloop Met name de presentaties van Barcelona en Oekraïne vallen Weewer tijdens de conferentie op. ‘Oekraïne werkt internationeel veel samen met Wit-Rusland en Polen. Met experimentele opstellingen doen ze onderzoek naar het brandgedrag van bouwconstructies. Ze zijn daar op het gebied van Fire Safety Engineering erg ver. Daarnaast doen ze interessante dingen op het gebied van het effect van watermist en druppelgroottes op het koelend vermogen. Wij zijn bezig met literatuuronderzoek hiernaar. Na deze conferentie gaan we eerst contact opnemen met de Oekraïnse onderzoekers, om precies te ontdekken wat zij doen. Wellicht kunnen we samen optrekken’, vertelt Weewer. Daarnaast is hij erg geïnteresseerd in het onderzoek van de brandweer in Barcelona naar het brandverloop in woningen. ‘Net zoals wij in Zutphen hebben gedaan, koppelen ook zij simulaties aan het onderzoek. Ik zou graag onze simulaties met die van hen willen vergelijken. Daarnaast sturen zij brandweerlieden bij woningbranden met helmcamera’s op pad om zo te zien hoe de branden er in het echt uitzien en in kaart te brengen hoe deze zich ontwikkelen. Interessant. In november komen ze er op het Fire Safety & Science congres over vertellen.’ De collega’s uit Barcelona zijn ook Beckmann opgevallen, maar dan op een ander onderwerp. ‘Het is opmerkelijk hoe snel zij een enorme inhaalslag hebben gemaakt op het gebied van e-learning en blended learning. Daarnaast ben ook ik enthousiast over

Brand&Brandweer

Oekraïne. Vorig jaar hebben zij onderzoek gedaan naar natuurbranden. Het zijn grote experimenten met veel meetpunten. De voormalige Oostbloklanden zijn meer gefocust op de geldpotjes van de Europese Unie. Zij kijken bijvoorbeeld eerst waar ze middelen vandaan kunnen halen om vervolgens het onderzoek op dat onderwerp toe te spitsen. Wij doen het andersom en dat is toch minder succesvol in het vinden van Europese financiering.’ Werkgroepen Na alle presentaties van de sprekers is het tijd voor de werkgroepsessies. Weewer is voorzitter van de werkgroep Research and Development. Hierin wordt onder andere gesproken over het uitwisselen van experts om op die manier van elkaar te leren. ‘Met het uitwisselen van mensen kun je bij een ander land even in de keuken kijken. Dat willen we op een paar onderwerpen gaan doen, waaronder op het gebied van Fire Safety Engineering en drones. Daarnaast gaan we kijken of we ook studenten kunnen uitwisselen. We zijn gekomen tot concrete afspraken en gaan later dit jaar opnieuw met elkaar om tafel om te kijken wat de stand van zaken is en hoe we het dan verder kunnen uitrollen.’ Beckmann zit bij de werkgroep vrijwilligers. ‘In deze werkgroep zijn we aan het kijken hoe we hen kunnen blijven binden en motiveren. Op allerlei manieren worden er momenteel campagnes ontwikkeld voor het werven van vrijwilligers. De resultaten van elf campagnes gaan we dit jaar vergelijken. Als blijkt dat ze effectief zijn, kunnen we die verder ontwikkelen. Daarnaast zijn we bezig met e-learning. Voor vrijwilligers werkt dat vaak motiverend, doordat ze de opleiding in hun eigen tijd en op iedere willekeurige locatie kunnen doen. Die ontwikkeling willen we intensiever inzetten en daarbij ook leren van elkaar.’ Zowel Beckmann als Weewer zijn tevreden over de resultaten die de conferentie heeft opgeleverd. ‘Ik merk dat ik nu ik er een paar keer bij ben geweest, ik veel makkelijker contact leg met de andere landen. Je komt tot diepere gesprekken. Na deze conferentie zoeken we contact met Barcelona en Oekraïne over de onderzoeken die zij doen’, besluit Weewer. ‘Deze conferentie heeft eens te meer bewezen dat we als Nederland veel kunnen leren van andere landen en zij van ons.’ ■

Sdu Uitgevers - nummer 7/8 - juli/augustus 2016

41


i ngezon den

Mentale Veerkracht Brandweer: van nazorg naar voorzorg

Lieke Sievers: ‘We moeten proberen uitval van onze mensen als gevolg van de psychosociale impact van hun werk te voorkomen.’

Wat heftige ervaringen kunnen doen met de psyche van brandweerlieden, blijkt tijdens het congres Mentale Veerkracht Brandweer onder andere uit een korte maar indrukwekkende film. Een felle binnenbrand aan de Marnixstraat in Amsterdam escaleert snel tot een gevaarlijke brand waarbij brandweerlieden de dood in de ogen zien. Het congres wil de psychische impact van heftige incidenten verminderen. De rode draad: mentale veerkracht is meer dan nazorg, we moeten naar vóórzorg. Door Rob Jastrzebski Fotografie Rudolf van de Nieuwenhof

‘H

et is tijd om de mens achter de brandweerman en -vrouw centraal te stellen’, sprak Lieke Sievers, voorzitter van de Programmaraad Mens & Bedrijfsvoering van Brandweer Nederland en regionaal commandant bij Veiligheidsregio IJsselland, bij de opening van het congres. ‘Traditioneel lag de focus van de brandweer sterk op de techniek van het vak. De afgelopen jaren zijn we bezig geweest met organisatievraagstukken. We hebben aan de menskant stappen gezet, met programma’s op het gebied van arbeidsveiligheid, omgaan met agressie, persoonlijk leiderschap en diversiteit. Nu moeten we ons nog meer richten op de totale 42

nummer 7/8 - juli/augustus 2016 - Sdu Uitgevers

mens achter de brandweerfunctionaris. Wat brandweerlieden in de inzetpraktijk meemaken, raakt hun hele wezen. Er is in het brandweerveld weliswaar tevredenheid over de opvang en nazorg na schokkende gebeurtenissen via bedrijfsopvangteams, maar gezond, vitaal en psychisch fit blijven is meer dan dat. We moeten proberen uitval van onze mensen als gevolg van de psychosociale impact van hun werk te voorkomen. Dat is waarop het programma Mentale Veerkracht Brandweer zich richt.’ De impact van de praktijk Tijdens het congres deelt onder andere een Amsterdamse brandweerploeg de heftige ervaringen die zij opdeden bij een brand in de Marnixstraat begin vorig jaar. Het incident had volgens Ben Miedema en Win Brouwer van Brandweer Amsterdam-

Brand&Brandweer


i ngezon den

Amstelland grote impact op de ploeg. Maar het is een incident uit vele. Iedere brandweerman of -vrouw herinnert zich wel een straatnaam die nog na vele jaren emoties oproept. Dat de praktijk intenser kan zijn dan de Amsterdamse casus, bleek uit de inleiding door Eric de Soir, crisispsycholoog bij de Belgische Brandweerzone Limburg Noord. Hij gaf een korte doorkijk in de extreme omstandigheden waaronder hulpverleners moesten optreden tijdens de aanslagen op vliegveld Zaventem en metrostation Maalbeek in Brussel. De confrontatie met talloze doden en zwaargewonden, afgerukte ledematen, ontstellend menselijk leed en het dreigende gevaar van nog meer aanslagen, had een grote impact op het psychisch gestel van de hulpverleners. Sinds de Brusselse aanslagen zit één op de drie betrokken politiemensen ziek thuis. De Soir beschreef het mechanisme in het brein dat ervoor zorgt dat hulpverleners door hun werk kwetsbaar zijn voor psychische schade. Hij wees op het verschijnsel van medelevenstress, emotionele besmetting door grote betrokkenheid met de slachtoffers. Hierdoor bestaat het risico dat hulpverleners hun leed deels overnemen. Voortdurende alertheid van de leiding is nodig om tijdig te signaleren of hulpverleners er met steun van hun directe omgeving zelf uitkomen of dat opschaling naar professionele psychologische zorg nodig is. Hulpbronnen benutten De wetenschappelijke noot op het congres kwam van Wim Kamphuis van TNO. Het instituut onderzoekt hoe medewerkers van hoogrisicoberoepen weerbaarder kunnen worden gemaakt voor de impact van traumatiserende ervaringen. Als bekend is welke factoren een rol spelen in het ontstaan van psychische stress, kun je daarop sturen via bewustwording, opleiding en training. Kamphuis: ‘Stress is onvermijdelijk bij risicoberoepen als de brandweer, politie en ambulancezorg. Wie na een incident langere tijd in een stressfase blijft, loopt een grotere kans om op lange termijn gezondheidsklachten te ontwikkelen, zoals uitputting, een burn-out of PTSS. Door hulpbronnen in te schakelen kunnen we de negatieve effecten van psychische belasting voorkomen of beperken, zodat mensen sterker staan als ze met schokkende gebeurtenissen worden geconfronteerd. Dat kunnen interne hulpbronnen zijn, persoonskenmerken die kunnen worden versterkt, of externe hulpbronnen in de organisatie of de sociale omgeving van de hulpverlener. Ondersteuning door mensgericht leiderschap, dat medewerkers stimuleert en in staat stelt zichzelf te ontwikkelen, is ook een belangrijke externe hulpbron.’ Kamphuis vertelde hoe de inzichten over stress en mentale verkracht zijn toegepast in twee praktijkonderzoeken bij Defensie en de politie. Voor Defensie ontwikkelde TNO een model mentale veerkracht op basis van een impactanalyse van stressfactoren en het versterken van hulpbronnen in verschillende fasen van een militaire uitzendmissie naar Afghanistan. Voor de politie ontwikkelt het instituut een weerbaarheidsdashboard, waarmee de mentale fitheid van individuele medewerkers en teams beter kan worden gemonitord en signalen van dreigende psychosociale problematiek vroegtijdig kunnen worden herkend. Opleiding en training Het congres markeert het begin van een ontwikkeltraject, stellen Jo van Hoef en Martijn Dame van de Academie voor Talent en Leiderschap Veiligheidsregio’s van het IFV. Het traject willen ze samen met het brandweerveld oppakken. Van Hoef en Dame doen een oproep om met ideeën te komen voor een brede aanpak en

Brand&Brandweer

Wim Kamphuis: ‘Door hulpbronnen in te schakelen kunnen we de negatieve effecten van psychische belasting voorkomen of beperken.’

kennis en ervaringen met betrekking tot mentale veerkracht te delen. Ook in de brandweeropleidingen komt meer ruimte voor het thema, om brandweerlieden beter voor te bereiden op de impact van schokkende gebeurtenissen en hun emotionele fitheid en vitaliteit beter te waarborgen. Martijn Dame: ‘In de nieuwe leerstof voor de opleiding manschap in ELO komt mentale veerkracht ook aan bod. Een bescheiden begin, maar het is een stap in de goede richting. We willen samen met het veld in kaart brengen hoe we opleiding en training inzake weerbaarheid nog beter kunnen afstemmen op de behoefte.’ Inmiddels zijn her en der al regionale initiatieven, die werden besproken in het workshopprogramma van het congres. Zo heeft Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond een opleidingsprogramma mentale veerkracht geïmplementeerd in de manschapopleidingen. Hollands Midden is, ondersteund door de Politieacademie, bezig met een trainingsprogramma voor bevelvoerders en Officieren van Dienst. Die leren via scenariotrainingen rust en overzicht te bewaren in stressvolle incidentsituaties en zo de psychische belasting te verminderen. Ook Veiligheidsregio Twente investeert met een tweedaags introductieprogramma voor aankomend bevelvoerders in mentale veerkracht. In dat programma leren cursisten eigenschappen en vaardigheden herkennen waarin zij moeten investeren om sterker te staan in zware praktijkomstandigheden. Jo van Hoef kijkt tevreden terug op een geslaagd congres: ‘Met dit project willen we onze brandweercollega’s beter ondersteunen met tools om ze gezond en mentaal fit hun vak te laten uitoefenen. Daarbij kunnen we dankbaar gebruik maken van de kennis van de politie en Defensie.’ ■ Voor meer informatie: www.ifv.nl/mentaleveerkracht

Sdu Uitgevers - nummer 7/8 - juli/augustus 2016

43


gespot i n de markt

Holmatro Rescue Experience

Holmatro heeft speciaal voor de beurs eRIC begin juni het South Wales Extrication Team naar Twente gehaald voor een driedaagse Rescue Experience. Het team demonstreerde tijdens een uitdagend ongevalsscenario hoe zij met behulp van Holmatro redgereedschappen een bekneld slachtoffer bevrijden uit een modern voertuig. Holmatro’s eigen Rescue Consultant, Ian Dunbar, tevens schrijver van het trainingsmateriaal Reddings-

technieken bij Voertuigongevallen, was verantwoordelijk voor de opzet van het scenario. South Wales Extrication Team Het South Wales Team, dat onder leiding van teamleider Shaun Moody regelmatig deelneemt aan Rescue Challenges, is één van de meest succesvolle extrication teams ter wereld. Zij hebben meerdere malen de kampioenstitel behaald op regi-

onaal, nationaal en zelfs wereldniveau. Ook dit jaar zijn zij gekwalificeerd om deel te nemen aan de World Rescue Challenge 2016 in Brazilië, waar zij worden beoordeeld op leidinggeven, medische en technische vaardigheden. Virtual Reality, innovaties en nog veel meer Op de stand van Holmatro, naast het Rescue Experience terrein, konden bezoekers de laatste productinnovaties ontdekken. De primeur op de eRIC: Holmatro’s nieuwe generatie accu-aangedreven redgereedschappen Greenline EVO! Ook konden bezoekers bij de stand deelnemen aan de 360° Virtual Reality Experience, waar ervaren kon worden hoe het is om na een voertuigongeval bevrijd te worden.

Nieuwe Greenline EVO serie van Holmatro De volgende evolutie in accu-aangedreven redgereedschap Holmatro introduceert een nieuwe generatie accu-aangedreven redgereedschap die sneller werkt dan ooit, zonder concessies te doen aan de prestatie. Deze Greenline EVO serie bestaat uit drie

scharen, drie spreiders, vier combitools en twee rammen. Van alle Greenline EVO gereedschappen is de snelheid tot 33% hoger. Zij leveren dus dezelfde prestatie in minder tijd. Greenline kenmerken & voordelen behouden Naast een hogere werksnelheid, biedt de nieuwe EVO serie nog steeds alle voordelen van het bestaande Greenline concept, waaronder optimale bewegingsvrijheid, de nieuwste lithium-ion accutechnologie, accu bovenop het gereedschap, uitstootvrij, weerbestendig en de bediening in een centrale positie op de achterkant van het gereedschap.

44

nummer 7/8 - juli/augustus 2016 - Sdu Uitgevers

Axios introduceert flexibele indeling zwaailichten Het revolutionaire systeem van de Axios modulaire LED zwaailichtbalk tilt de veiligheid en de prestaties van optische signalering naar een nieuw niveau. Met de exclusieve DropLock technologie kunnen met een simpele draaisluiting op iedere gewenste plaats in de zwaailichtbalk zeven high-performance LED-lampen worden geplaatst. Zonder gereedschappen zijn er ontelbaar veel mogelijkheden. Voor meer informatie: www.axios.nu.

Deze pagina is tot stand gekomen met bijdragen uit de markt


B&B REGISTER

B&B Brand&Brandweer

vakblad voor brandweer, hulpverlening en rampenbestrijding

Vaste adverteerders (contract­ houders) worden gratis in één rubriek opgenomen voor een heel jaar. Heeft u ook interesse, stuur dan uw gegevens naar het aangegeven adres, zie bon.

Waar kunt u terecht voor producten en diensten? Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Advertentieverkoop: I.S.-acquisitie, tel. 06-23700323, www.is-acquisitie.com

Adviesbureau

Brandveiligheid

Geboorde brandputten

Stickers

Nieman Raadgevende Ingenieurs Postbus 40217 3504 AA Utrecht Tel. 030 2413427 Postbus 40147 8004 DC Zwolle Tel. 038 4670030 info@nieman.nl www.nieman.nl

P&G Safety     Burgerstraat 26 5311 CX Gameren Tel. 0418 561761 info@pengsafety.nl   www.PenGsafety.nl

Raaijmakers Bronbemaling Erfstraat 8 5408 SJ Volkel-Uden Tel. 0413 273065 Fax 0413 274190 info@raaijmakersbronbemaling.nl www.raaijmakersbronbemaling.nl

Letas Stickerservice Postbus 32016 6370 JA Landgraaf Tel. 045 5312580 Fax 045 5691700

Hulpverlenings­gereedschappen

Nooduitgang.nl     Doezastraat 37 2311 HA Leiden Tel. 071 3611628   Fax 071 3611869 info@nooduitgang.nl www.nooduitgang.nl

Adviesbureau brandpreventie Floriaan B.V. Postbus 220 5300 AE Zaltbommel Tel. 0418 573800 Fax 0418 573801 info@floriaan.nl www.floriaan.nl

Droogkasten & reinigingsmachines Laundry b.v. Industrieweg 10 Postbus 7015 3286 ZG Klaaswaal  Tel. 0186 572900 Fax 0186 573210 laundry@laundry.nl www.laundry.nl

Holmatro Rescue Equipment Postbus 33 4940 AA Raamsdonkveer Tel. 0162 589200 Fax 0162 522482 www.holmatro.com

Vluchtdeurbeveiliging

Ook wij willen opgenomen worden als bedrijf! Stuurt u mij vrijblijvend informatie over hoe mijn product of dienstverlening vermeld kan worden in deze rubriek. Bedrijf/organisatie Postadres Postcode/woonplaats Telefoonnummer Faxnummer Gewenste rubrieken

o per rubriek, per uitgave € 45,o per rubriek heel jaar (10 uitgaven) € 355,Prijzen exclusief BTW Datum

Handtekening

B&B Brand&Brandweer

U kunt deze bon inscannen en mailen naar: info@is-acquisitie.com. Voor deze en andere advertentiemogelijkheden in B&B, Ambulancezorg, Brandweer-, GHOR- en Veiligheidsregio-almanak e.a.: I.S.-Acquisitie, tel. 06-23700323, www.is-acquisitie.com

Brand&Brandweer

Sdu Uitgevers - nummer 7/8 - juli/augustus 2016

45


Nieuwe TS past niet in kazerne De brandweer in het Gelderse Almen heeft naast een nieuwe TS ook enkele kopzorgen gekregen. Het nieuwe voertuig past namelijk niet in de oude kazerne.

BRAND&BRANDWEER Brand&Brandweer is het vakblad voor brandweer, hulpverlening en rampenbestrijding, en het communicatiemagazine van Brandweer Nederland. Juli/auhustus 2016 - nummer 7/8 jaargang 40 REDACTIE-ADRES

De nieuwe TS is vijftien centimeter hoger en een meter langer dan het huidige exemplaar. De ouderwetse houten kanteldeur en de schuine achtergevel zorgen ervoor dat de TS niet in de kazerne past. Bij de veertig jaar oude kazerne was het met het oude voertuig ook al passen en meten. Brandweer en de gemeente Lochem zoeken nog naar een oplossing. Bron: ad.nl

Brandweer alarmeert boer Een koe in de sloot langs de A2 bij Abcoude zorgde ervoor dat de brandweer begin juni vroeg in de ochtend werden gealarmeerd. Ter plaatse liet het rund zich niet zomaar vangen. Een brandweerman ging te water om het dier tegen te houden, maar moest zelf aan de kant springen om niet overlopen te worden. De brandweer stopte de reddingspoging en alarmeerde de boer om zelf de klus te gaan klaren. Bron: raarmaarwaar.nl

Brand&Brandweer t.a.v. redactiesecretariaat Brand&Brandweer, Postbus 20025, 2500 EA Den Haag, tel. (058) 2160862, e-mail: brand&brandweer@sdu.nl REDACTIE

Ing. Stephan J.M. Wevers, commandant brandweer Twente (voorzitter redactie) Drs. Albert-Jan van Maren, brandweer Gelderland-Midden Frans van der Veen, brandweer Gooi en Vechtstreek Marcel van Galen, hoofd risicobeheersing Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland Frank Huizinga, woordvoerder Brandweer Nederland Lucas de Lange, Vernieuwde repressie Veiligheidsregio Haaglanden Gerard Bouwmeester, vrijwilliger Veiligheidsregio Utrecht EINDREDACTIE

Wij van PS: Ingrid Spijkers, Jildou Visser e-mail: info@wijvanps.nl AAN DIT NUMMER WERKTEN MEE

Stephan Wevers, GinoPress, NBDC, Brandweer Amsterdam, Rosenbauer, Ziegler, Dräger, Interspiro, Casper Ferwerda, Peter Hofman, Jeffrey Koper, RESQTEC, Holmatro, Ellen Schat, TenCate, Jolanda Haven, TNO, Veiligheidsregio Drenthe, Veiligheidsregio Zeeland, EFSCA, Rob Jastrzebski en Rudolf van de Nieuwenhof. ONTWERP EN OPMAAK

SD Communicatie, Rotterdam DRUK

Wilco BV - Amersfoort UITGEVER

Sdu Uitgevers: Roel W. Roos Postbus 20025, 2500 EA Den Haag, e-mail: r.roos@sdu.nl BLADMANAGEMENT

drs. Karel Frijters Postbus 20025, 2500 EA Den Haag, e-mail: k.frijters@sdu.nl

Lijst van adverteerders Letas Stickerservice 4 Raaijmakers en Zn 4 SDU C2, 4, 22, 30, 34, C3, C4

ADVERTENTIE-ACQUISITIE

Tarieven, reserverings- en sluitingsdata voor (combinatie)advertenties in B&B, Ambulancezorg, Brandweer-, GHOR- en Veiligheidsregio-almanak e.a. op aanvraag beschikbaar bij: I.S.-Acquisitie, tel. 06-23700323, e-mail: info@is-acquisistie.com www. is-acquisistie.com Aanlevering van advertentiemateriaal bij loap@sdu.nl SLUITINGSDATA ADVERTENTIES EN BIJSLUITERS 2016

nummer Nr. 9 Nr. 10 Nr. 11 Nr. 12

verschijning sluiting 03-09 09-08 02-10 06-09 05-11 11-10 03-12 08-11

Termijn van inzending:

3 weken voor verschijningsdatum ABONNEMENTEN

Opgave van abonnementen en adres-wijzigingen: Sdu Klantenservice, Postbus 20014, 2500 EA Den Haag, tel. (070) 378 98 80, fax (070) 378 97 83, e-mail: sdu@sdu.nl, www.sdu.nl/brandweer Vanwege de aard van de uitgave, gaat Sdu uit van een zakelijke overeenkomst; deze overeenkomst valt onder het algemene verbintenissenrecht. Het abonnement op Brand&Brandweer (10 nummers) kost 89 euro excl. BTW (94,34 euro incl. BTW). Deze prijs is inclusief verzendkosten. Prijs los nummer: 10 euro (incl. BTW). Een abonnement op B&B geeft tevens toegang tot B&B-digitaal, nieuwsdossiers, forum en het archief van B&B via www. brandenbrandweer.nl. Inlogcodes worden schriftelijk aan abonnees verstrekt. Prijs online-abonnement los: 74 euro excl. BTW (89,54 euro incl. BTW). Een abonnement geldt voor een jaar en wordt automatisch met een jaar verlengd, tenzij uiterlijk twee maanden voor het verstrijken van het abonnementsjaar schriftelijk wordt opgezegd bij Sdu Klantenservice (zie adres hierboven). Wilt u reageren op een artikel, of een onderwerp/artikel aandragen voor publicatie in B&B, neem dan contact op met de redactie via brand&brandweer@sdu.nl. De redactie houdt zich het recht voor artikelen in te korten dan wel journalistiek aan te passen. © Sdu Uitgevers 2016 Alle rechten voorbehouden. Alle auteurs­ rechten en databankrechten ten aanzien van deze uitgave worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers bv. Behoudens de in of krachtens de Auteurswet gestelde uitzonderingen, mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Op al onze producten zijn onze leveringsvoorwaarden van toepassing. Zie hiervoor onze website www.sdu.nl Persoonsgegevens worden bewerkt voor de uitvoering van de (abonnements)overeenkomst en om u van informatie te voorzien over Sdu Uitgevers bv en andere zorgvuldig geselecteerde bedrijven. Indien u geen prijs stelt op deze informatie, kunt u dit schriftelijk melden bij Sdu Klantenservice. Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden auteurs, redac­teuren en uitgever geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten of onvol­komenheden. ISSN 01656-4675

TERMIJN VAN ANNULERING:

6 weken voor verschijningsdatum

46

nummer 7/8 - juli/augustus 2016 - Sdu Uitgevers

Brand&Brandweer


VAKBLAD

AMBULANCEZORG Ruim 5.300 mensen zijn werkzaam in de ambulancezorg, waarvan er bijna 4.600 tot het rijdend personeel en de meldkamer ambulancezorg gerekend kunnen worden. Jaarlijks verwerken de Meldkamers Ambulancezorg (MKA) in Nederland ruim een miljoen meldingen resulterend in de inzet van een ambulance. 67 procent van deze ritten is spoedeisend. In iedere regio heeft één rechtspersoon, de Regionale ambulancevoorziening, van de minister van VWS een aanwijzing gekregen om ambulancezorg te verlenen.

Deze sector binnen de acute zorg is uw belangrijkste buur in de veiligheidsketen. Deze sector heeft een vakblad: het Vakblad V&VN Ambulancezorg. In dit vakblad leest u artikelen en nieuws over aspecten van de ambulancezorg en over aspecten die daar raakvlakken mee hebben, zoals de samenwerking met andere partijen als Brandweer.Het vakblad V&VN Ambulancezorg heeft als doelstelling een belangrijke bijdrage te leveren aan de professionalisering van het beroep ambulanceverpleegkundige en ambulancechauffeur.

Het Vakblad V&VN Ambulancezorg is het officieel orgaan van V&VN Ambulancezorg. Het abonnement is ook los van het lidmaatschap van V&VN te verkrijgen. Geïnteresseerd? Kijk op de site van Sdu Uitgevers voor de abonnementsvoorwaarden: www.sdu.nl, zoekwoord Ambulance


Weet u hoe u een binnenbrand effectief en veilig kunt bestrijden?

Brandbestrijding: → Wanneer kies je voor HD, en wanneer vooral niet? → Ventilatie: wanneer is het zinvol, wanneer gevaarlijk? → Waarom is verkennen zo belangrijk? → Wat is nog veilig en gezond, waar liggen grenzen, hoe verloopt herstel?

Bestel direct op sdu.nl/brandbestrijding

Profile for Sdu Brand & Brandweer

Bb2016 0708  

Bb2016 0708