Issuu on Google+

duurzaamheid

daadkracht kwaliteit

Jaarverslag 2011

vooruitstrevend


1

Inhoudsopgave 1. 2. 3. 4.

5.

6.

7. 8. 9.

10.

2 4 6 8 9 9 9 11 12 12 13 13 16 17 17 17 19 20 22 23 24 24 24 24 24 25

KwaliTIJD Afdeling Onderwijs Toekomstbestendige organisatie 1 Huishoudboekje moet in evenwicht zijn Baten Lasten De exploitatierekening De meerjarenbegroting 2 Inzet van extra beschikbare middelen Thema Talentontwikkeling Thema Frisse scholen Thema Levensbeschouwelijke identiteit Lijst met afkortingen Colofon

25 25 27 27 28 38 44 46 47 50 52 55 57 59

Jaarverslag Stichting Flore 2011

11. 12. 13. 14.

Leeswijzer Missie en visie Organisatiestructuur Vooruitstrevend Verslag van het College van Bestuur Algemeen Vooruitstrevend Kwaliteit Verslag van de Raad van Toezicht Verantwoording Commissies Kwaliteit Daadkracht Verslag van het Dagelijks Bestuur van de GMR Samenstelling en werkwijze van de GMR Flore, GMR en kernwaarden Duurzaamheid Verslag van de agendacommissie van het Directieberaad Samen zijn we Flore Vervangingsmanager Groeiend en bloeiend onderwijs Verandering Passend onderwijs ICT Toekomst katholiek onderwijs Opbrengstgericht werken


2

1 Leeswijzer Het jaar 2011 stond bij Stichting Flore in het teken van drie projecten: het nieuwe strategisch beleidsplan, het communicatiebeleidsplan en het project levensbeschouwelijke identiteit. De aftrap voor het project Communicatie was al in 2010 gegeven omdat we merkten dat na de succesvolle start van Stichting Flore en twee jaar van goed functioneren, er kritiek de kop opstak – zowel vanuit de scholen, vanuit de gemeenten als vanuit de andere Noord-Hollandse besturen. In de woorden van Peter Claessen “Stichting Flore heeft een imagoprobleem”. Het ontbeerde de stichting een goed communicatiebeleid. Een goede interne en externe communicatie is voor een stichting als Flore onontbeerlijk en de aftrap van het traject Communicatiebeleidsplan werd in september 2010 gegeven. Al snel haakten de projecten ‘Strategisch beleidsplan’ en ‘Levensbeschouwelijke identiteit’ aan, omdat bleek dat er veel overeenkomsten in deze projecten waren en er samenwerkingsvoordeel te behalen viel. Na een jaar van intensieve samenwerking tussen de drie projectgroepen, waarin alle personeelsleden zijn geënquêteerd, diepte-interviews zijn afgenomen bij sleutelfiguren, inloopcafés zijn georganiseerd, is in september het Communicatietraject succesvol afgerond. Een duidelijk uitvloeisel hiervan zijn de wekelijkse ‘directie-update’ en ‘Flore Flits’. Twee media waarmee geledingen en personeel elke week op de hoogte worden gesteld van de laatste ontwikkelingen binnen onze stichting. Media waar de twee andere projecten in de afrondingsfase dankbaar gebruik van hebben gemaakt. Een van de interne communicatiedoelen uit het beleidsplan is dat medewerkers de verbondenheid tussen de 32 scholen en het servicekantoor ervaren: ‘Samen zijn we Flore’. Het geheel is meer dan de som der delen dankzij kennisuitwisseling en het delen van ervaringen. Het blijkt dat deze slogan al behoorlijk is ingeburgerd; ontmoetingsdagen worden georganiseerd en collega’s zoeken elkaar op naar aanleiding van berichtjes in de Flore Flits. Stichting Flore is op 1 januari 2007 ontstaan uit een fusie van Stichting Kaprion en Stichting Valete en bestaat nu vijf jaar. Een nieuwe kernboodschap voor Stichting Flore is geformuleerd.

Stichting Flore is vooruitstrevend en staat voor kwaliteit, daadkracht en duurzaamheid. Ook het jaarverslag en de jaarrekening is een medium waarin wordt gecommuniceerd met de stakeholders van Stichting Flore. Met het jaarverslag en de jaarrekening legt de stichting verantwoording af aan de overheid over de wijze waarop zij de publieke gelden besteedt. Het verslag biedt Stichting Flore echter ook de mogelijkheid verantwoording af te leggen aan verschillende belanghebbenden zoals personeel, ouders, toezichthouders etc.

Jaarverslag Stichting Flore 2011

Bij Stichting Flore bereiden wij de leerlingen voor op de toekomst, hun rol daarin en hun verantwoordelijkheid daarvoor. Wij helpen de leerling uit te groeien tot een evenwichtig en volwaardig lid van de maatschappij. Wij beschikken over de deskundigheid van 32 scholen en versterken elkaar door kennisuitwisseling en het delen van ervaringen. Het College van Bestuur ziet er op toe dat de onderwijskwaliteit hoog blijft. Het servicekantoor neemt veel werk uit de handen van de scholen, zodat zij zich vol overgave kunnen richten op hun kerntaak: iedere leerling de mogelijkheid bieden het maximale uit zichzelf te halen.


3

Dit jaarverslag geeft een toelichting op de organisatie, het beleid en de financiën van Stichting Flore. Nadere informatie per school vindt u niet in dit jaarverslag maar in de 32 afzonderlijke jaarverslagen die de scholen over het schooljaar 2010-2011 hebben opgesteld. Het verslag is als volgt opgebouwd: de eerste twee hoofdstukken geven inzicht in de organisatiestructuur en de missie en visie van Stichting Flore. In het hoofdstuk ‘Samen zijn we Flore’ krijgt u een beeld van hetgeen het servicekantoor voor de scholen betekent. Zo is bijvoorbeeld sinds september 2011 de Vervangingsmanager actief. Dit betekent een behoorlijke lastenverlichting voor de directeuren. In de hoofdstukken daarna doen verschillende betrokkenen, het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad, de voorzitter van het Directieberaad, de leden van het College van Bestuur en diverse leden van de Raad van Toezicht verslag over het jaar 2011 aan de hand van de kernwaarden van Stichting Flore. Dit betekent natuurlijk niet dat de andere kernwaarden niet van toepassing zijn op dat gremium. De kernwaarden zijn doortrokken in de hele organisatie. Immers: ‘Samen zijn we Flore’. In het hoofdstuk ‘Toekomstbestendige organisatie’ worden de financiële processen en financiën nader toegelicht. Als laatste hebben we gemeend nog een aantal thema hoofdstukken toe te voegen. Hierin wordt een aantal specifieke thema’s waar we binnen Flore in 2011 aan gewerkt hebben, uitgebreid aan de orde gesteld. In het hoofdstuk Talentontwikkeling vertellen onze schoolopleiders over wat er in tien jaar ‘Opleiden in de School’ is bereikt. Cor Altena, beleidsmedewerker Huisvesting is in het hoofdstuk ‘Frisse Scholen’ aan het woord over het unieke ‘Frisse scholen project’ van Stichting Flore. Dit heeft zelfs navolging gekregen in een heuse ‘Frisse scholen trofee’! We sluiten af met het thema ‘Levensbeschouwelijke identiteit’, een thema dat blijft verwonderen. Kortom, een jaarverslag dat zeer de moeite waard is om te lezen. Een jaarverslag dat niet alleen in de papieren versie wordt uitgegeven maar ook als e-magazine is door te bladeren op onze website. We zullen niet het eerste schoolbestuur zijn dat zich via dit medium presenteert, maar toch behoorlijk bij-de-tijd. Wellicht volgend jaar een Flore-app? We gaan zien wat 2012 ons gaat brengen. Voor nu veel leesplezier.

Jaarverslag Stichting Flore 2011


4

2 Missie en visie Stichting Flore biedt 8.000 leerlingen kwalitatief hoogstaand onderwijs. Met ruim 800 medewerkers - verdeeld over 32 basisscholen en een servicekantoor - richten wij ons vol overgave op onze kerntaak: het beste uit kinderen halen. Wij bereiden onze leerlingen voor op de toekomst, hun rol daarin en hun verantwoordelijkheid daarvoor. Wij helpen de leerling uit te groeien tot een evenwichtig en volwaardig lid van de maatschappij.

Interconfessioneel Onder Stichting Flore ressorteren scholen met een katholieke, protestants-christelijke en interconfessionele identiteit. Stichting Flore biedt ruimte voor levensvragen en zingeving voor leerlingen, leerkrachten en andere medewerkers. Door met de ander deze ruimte in te vullen kun je worden wie je bent. Daarbij wordt uitgegaan van een verbondenheid tussen authentieke scholen op basis van christelijke waarden. Stichting Flore gaat ervan uit dat mensen met hun verschillende levensbeschouwingen elkaar inspireren, aanvullen en elkaar laten groeien.

Flore-scholen De 32 Flore-scholen zijn ĂŠĂŠn in verscheidenheid. Iedere school heeft zijn eigen gezicht, onderwijsstijl en werkwijze. De ene school is groot, de andere klein. Er zijn dorpsscholen en stadsscholen. Er zijn traditionele scholen, brede scholen, een Dalton- en een Jenaplanschool en een school voor speciaal basisonderwijs. Kortom, voor iedere leerling is er een school die bij hem past.

College van Bestuur en servicekantoor Het College van Bestuur ziet er op toe dat de onderwijskwaliteit van de Flore-scholen hoog blijft. Op het servicekantoor wordt op een creatieve en op samenwerking gerichte manier de ontwikkeling van het onderwijsbeleid ondersteund. Scholen, maar ook ouders, kunnen er terecht met vragen over de meest uiteenlopende onderwerpen. Het servicekantoor adviseert, ondersteunt en neemt veel werk uit handen van de schooldirecteuren/scholen, zodat zij zich kunnen richten op hun kerntaak: het beste uit kinderen halen.

Jaarverslag Stichting Flore 2011

De belangrijkste beleidsvelden zijn: Onderwijsinhoudelijke zaken: kwaliteitsbeleid, Passend Onderwijs, ICT-toepassing in de klas, taal- en rekenpilots, opbrengstgericht werken. Personeelsbeleid: vervanging, mobiliteit, arbo, werving en selectie, begeleiden nieuwe leerkrachten, opleiden en begeleiden nieuwe directeuren, bijscholing, cursussen, verzuimpreventie en begeleiding, salarisadministratie, loopbaanontwikkeling. Financieel en huisvestingsbeleid: toedeling van middelen over de scholen, het maken van financiĂŤle afwegingen, beleid ten aanzien van beheer, onderhoud en nieuwbouw. Algemene Zaken: communicatie en PR, informatieverstrekking, ontwikkelen van draaiboeken en protocollen, ouderbetrokkenheid, klachtenbehandeling, ICT-hardware, contractmanagement.


5

Missie Stichting Flore is een vooruitstrevende en interconfessionele primair onderwijsorganisatie die met persoonlijke aandacht een bijdrage levert aan de ontwikkeling van kinderen vanuit de waarden kwaliteit, daadkracht en duurzaamheid.

Visie Stichting Flore signaleert, selecteert en motiveert om aan te sluiten bij maatschappelijke ontwikkelingen. Stichting Flore stimuleert op alle niveaus professioneel handelen dat wordt gekenmerkt door aantoonbare verbetering. Op het niveau van de klas gaat deze aantoonbare verbetering verder dan de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling alleen. Stichting Flore heeft lef om ontwikkelingen aan te gaan waarvan zowel het verloop van het proces als het eindresultaat nog niet van te voren tot in detail geheel duidelijk is. Stichting Flore bouwt aan duurzame relaties en duurzame resultaten. De duurzame relaties worden gekenmerkt door vertrouwen en transparantie. Vanuit deze kenmerken wordt de voortgang van de initiatieven en ontwikkelingen die worden ingezet gemonitord, zodat deze duurzaam van aard zijn. Een goede bedrijfsvoering maakt onderdeel uit van dit handelen.

Kernwaarden Kernwaarden verwoorden de identiteit van een organisatie. Zij bepalen het karakter van de organisatie en geven richting bij keuzes in de beleidsontwikkeling, strategie en activiteiten. Daarnaast vormen zij de leidraad voor medewerkers hoe zij zich in hun werk gedragen en met elkaar omgaan. Dankzij gedeelde kernwaarden ontstaat er saamhorigheid die leidt tot betrokkenheid en trots. Stichting Flore is vooruitstrevend en staat voor kwaliteit, daadkracht en duurzaamheid.

Vooruitstrevend Bij Stichting Flore wegen wij de maatschappelijke ontwikkelingen. Wij pakken kansen en durven op zoek te gaan naar ‘out of the box’-oplossingen. Dit komt terug in de manier waarop wij onze leerlingen voorbereiden op hun actieve rol in de (toekomstige) maatschappij.

Kwaliteit Bij Stichting Flore ontwikkelen leerlingen hun talenten optimaal. Kwaliteit staat of valt met de leerkracht voor de klas. Daarom investeren wij bij Stichting Flore in de ontwikkeling van alle medewerkers. Wij beschikken over veel deskundigheid in de 32 scholen en versterken elkaar door kennisuitwisseling en het delen van ervaringen. Deze samenwerking levert onderwijskundige, organisatorische en financiële voordelen op.

Daadkracht

Duurzaamheid Duurzaamheid vormt het hart van ons onderwijs. Bij Stichting Flore bereiden we de leerlingen voor op de toekomst, hun rol daarin en hun verantwoordelijkheid daarvoor. Wij helpen de leerling uit te groeien tot een evenwichtig en volwaardig lid van de maatschappij. Wij investeren in duurzame relaties, met vertrouwen en transparantie als uitgangspunt. Duurzame resultaten behalen we door het efficiënt inzetten van middelen en het uitvoeren, evalueren en borgen van plannen.

Jaarverslag Stichting Flore 2011

Vol overgave richten wij ons op onze kerntaak: het beste uit kinderen halen. Om resultaten neer te zetten is daadkracht nodig. We pakken door en maken af waar we aan zijn begonnen. En wij durven keuzes te maken. Dat betekent soms ook dat we dingen niet doen. Dit alles in het belang van de leerling.


6

3 Organisatiestructuur

Raad van Toezicht Dhr drs. P.H.M. Roemer Mevr H.C. Schipperus Dhr J.F.T. Quick Dhr C.P.A. Mosch Dhr J.G. Min Dhr H.A. Schinning Dhr W.P Gispen

Voorzitter Lid Lid Lid, RC Lid, RC Lid, AC Lid, AC

De Raad van Toezicht bestaat uit minimaal vijf en maximaal zeven leden. De Raad vergadert ongeveer vijf maal per schooljaar, of meer indien nodig. De RvT kent een Auditcommissie (AC) die zich bezig houdt met financiĂŤle vraagstukken en een Remuneratiecommissie (RC) die zich buigt over het bezoldigingsbeleid voor de leden van het CvB en de RvT.

College van Bestuur Voorzitter Lid

Het College van Bestuur is verantwoordelijk voor het bestuur van de stichting en legt hiertoe verantwoording af aan de Raad van Toezicht.

Jaarverslag Stichting Flore 2011

Dhr A.J.M. Groot Dhr P.H.F. Claessen


Dhr J.P. de Goede Mevr C.M.B. Wieland Mevr M. Fygi

7

Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad Voorzitter Vice vz/secretaris Lid

De Gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) vertegenwoordigt ouders en leerkrachten van de Flore scholen.

Agendacommissie Directieberaad 2011-2012 Dhr W.J. Schölzel Dhr S.M.J. de Wit Dhr C.J. Dane Dhr P.H.L. Rokebrand Dhr H.J.M. Lamers Dhr S.J.C. Konst Dhr W.G. Heijne Dhr R.W.J. Zaal

Voorzitter (directeur) Lid (directeur) Lid (directeur) Lid (directeur) Lid (afdeling Onderwijs) Lid (afdeling Onderwijs) Lid (afdeling Onderwijs) Lid (afd. Financiën &Organisatie)

Het directieberaad is het overleg van, voor en door de directeuren. De agenda, het voorzitterschap, de voorbereiding ligt in handen van de agendacommissie die bestaat uit directeuren en medewerkers van het servicekantoor.

Directeur Onder de verantwoordelijkheid van Stichting Flore ressorteren 31 scholen voor bijzonder basisonderwijs en één school voor speciaal basisonderwijs. De schooldirecteur is belast met de algehele leiding van de school en geeft direct leiding aan de medewerkers. De schooldirecteuren leggen verantwoording af aan het College van Bestuur en de MR.

Medezeggenschapsraad Elke school heeft een medezeggenschapsraad (MR). Deze bestaat uit ouders en leerkrachten van de school.

Servicekantoor De Raad van Toezicht, het College van Bestuur en directeuren laten zich ondersteunen door een servicekantoor. Op het servicekantoor wordt, zoals al eerder genoemd, op een creatieve manier, op samenwerking gericht de ontwikkeling van het onderwijsbeleid ondersteund. Scholen, maar ook ouders, kunnen er terecht met vragen over de meest uiteenlopende onderwerpen. Het servicekantoor adviseert, ondersteunt en neemt veel werk uit handen van de schooldirecteuren/scholen, zodat zij zich kunnen richten op hun kerntaak: het beste uit kinderen halen. Jaarverslag Stichting Flore 2011


8

Vooruitstrevend

Jaarverslag Stichting Flore 2011


9

4 Vooruitstrevend Verslag van het College van Bestuur In deze tijd van krimp, bezuinigingen en ontslagen is het noodzakelijk dat binnen de organisatie de zaken goed op orde zijn. De juiste instrumenten zijn in huis en de juiste mensen om daarmee om te gaan en zo pro-actief te kunnen anticiperen op, te verwachten, ontwikkelingen. Iedereen weet wat er van hem/haar verwacht wordt en we hebben daar samen ook ervaring mee opgedaan. Ondanks dat de huidige negatieve ontwikkelingen een enorme weerslag hebben op onze organisatie en alle mensen die daarin keihard werken, lukt het toch om de meeste tijd en energie te stoppen in het onderwijs aan kinderen. Op deze manier draagt vooruitstrevendheid actief bij aan rust en onderwijskwaliteit.

Algemeen

“Stichting Flore is vooruitstrevend en staat voor kwaliteit, daadkracht en duurzaamheid”.

Vooruitstrevend Bij de totstandkoming van het Communicatiebeleid is zowel aan interne- als externe betrokkenen van Stichting Flore gevraagd om uit de voorgelegde 75 waarden vijf waarden te omcirkelen die in hun beleving bij de stichting passen. Een van de waarden die bijna alle betrokkenen noemden was ‘vooruitstrevend’. Vooruitstrevend was en is een kernwaarde van Stichting Flore. Vooruitstrevend wordt omschreven als ‘het nieuwere en betere zoeken, het streven naar vooruitgang’. Het streven naar vooruitgang en verbetering is iets dat wij hoog in het vaandel hebben.

Jaarverslag Stichting Flore 2011

Het afgelopen jaar is evenals 2010 geen gemakkelijk jaar geweest. Naast de reeds bekende krimp van het aantal leerlingen en de dreigende bezuiniging op Passend Onderwijs is het ook duidelijk geworden dat Stichting Flore door de omvorming van zo’n 280 samenwerkingsverbanden Weer Samen Naar School naar circa 75 samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs, met haar scholen deel gaat uitmaken van vier samenwerkingsverbanden. Dit houdt een grote bestuurlijke druk in. Naast deze bestuurlijke druk worden de samenwerkingsverbanden geconfronteerd met een verevening. Deze verevening valt voor drie van de vier samenwerkingsverbanden negatief uit en dit zullen de scholen merken in de schoolknip. De uitdaging voor Stichting Flore is om hier het juiste antwoord op te vinden. Maar laten we ons niet verliezen in somberheid want in 2011 zijn er ook mooie ontwikkelingen geweest. Drie belangrijke ontwikkelingen springen eruit. Dat zijn ‘Levensbeschouwelijke identiteit’, ‘Communicatie’ en het ‘Koersplan 2012-2016’. Ieder thema heeft een apart spoor gevolgd maar al snel bleek dat er een grote samenhang was tussen deze onderwerpen. Met een bepaalde regelmaat is de ontwikkeling en de samenhang van deze onderwerpen naar diverse geledingen gecommuniceerd en gepresenteerd. Bijzonder is wel de aanpak van de totstandkoming van het Communicatiebeleid en het Koersplan 2012-2016. De ouders, leerkrachten, onderwijsondersteunend personeel, leden van het College van Bestuur en Raad van Toezicht zijn hierbij uitgebreid betrokken. Deze inbreng heeft veel losgemaakt en gelijktijdig ook heel veel input opgeleverd. Met trots kunnen we stellen dat het Communicatiebeleid en het Koersplan 2012-2016 van ons allen is en een maximaal draagvlak heeft. Het fundament is goed en nu komt het op uitvoering aan. De ontwikkeling van de drie genoemde trajecten heeft geleid tot een hernieuwde formulering van de missie en visie van Stichting Flore en zijn de kernwaarden uitdrukkelijk benoemd.


10

Onlangs publiceerde de Onderwijsraad het rapport ‘Ruim baan voor stapsgewijze verbetering’. In dit rapport pleit de Onderwijsraad onder andere voor het versterken van de verbinding tussen onderzoek en praktijk. Een samenwerking tussen de scholen, de opleiding en de universiteit. Op een tweetal terreinen hebben wij voor een belangrijk deel invulling gegeven aan het begrip vooruitstrevend: ‘Opleiden in de School’ en ‘Wetenschap, Techniek en Excellentie’. Opleiden in de School houdt in dat er inzake het begeleiden en beoordelen van studenten van de Pabo een belangrijke samenwerking is. Er wordt sterk ingezet op de scholing van de groepsleerkrachten tot mentoren+. Dit zijn de groepsleerkrachten bij wie de studenten stage lopen. De mentoren+ worden geschoold om de studenten goed te begeleiden en te coachen. Een belangrijke taak bij het Opleiden in de School is in handen van onze schoolopleiders. Stichting Flore heeft twee schoolopleiders in dienst, Cees Baart en Marie-José Jongerius, die een belangrijke schakel vormen tussen de Pabo, de scholen (mentoren+) en de studenten. Zij onderhouden het contact en bewaken het nakomen van de afspraken en de begeleiding. Het moge duidelijk zijn dat hier sprake is van een verbinding tussen de theorie en de praktijk waar zowel de scholen als de studenten tevreden over zijn. Stichting Flore is betrokken bij het landelijke platform Bèta Techniek en hieruit komt het project Wetenschap, Techniek en Excellentie voort. Een aantal scholen heeft dit project omarmd en met name de Benedictusschool heeft sterk ingezet op Wetenschap en Techniek. Het hele team heeft in samenwerking met de Ipabo en de Universiteit van Groningen inhoud gegeven aan de verbinding tussen de praktijk en onderzoek. Dit schooljaar is de Benedictus vindplaatsschool en krijgt Wetenschap en Techniek een vervolg; nu in samenwerking met het Centrum Brein en Leren van de Vrije Universiteit van Amsterdam. De school heeft met deze ontwikkeling zowel regionale als landelijke bekendheid gekregen en wordt veelvuldig als ‘good practice’ genoemd en naar voren gehaald. Ook binnen Stichting Flore heeft dit zijn uitwerking gehad. Meerdere scholen zijn betrokken geraakt bij Wetenschap, Techniek en Excellentie. In vervolg op deze ontwikkeling worden er besprekingen gevoerd met het Centrum Brein en Leren en zijn we de mogelijkheden van een intensieve samenwerking aan het verkennen. Een opzet van onderzoek binnen een academische werkplaats, waarin wetenschap en onderwijspraktijk elkaar kunnen versterken, is in de maak.

Jaarverslag Stichting Flore 2011


11

Kwaliteit

Jaarverslag Stichting Flore 2011


12

5 Kwaliteit Verslag van de Raad van Toezicht De Raad van Toezicht heeft tot taak om toezicht te houden op het beleid van het College van Bestuur en de algemene gang van zaken bij Stichting Flore. De RvT ziet er op toe dat het gevoerde beleid overeenkomt met wettelijke, statutaire en andere voorschriften en dat de continuïteit wordt gewaarborgd. De RvT hanteert de uitgangspunten van de Code Goed Bestuur Primair Onderwijs (in 2004 vastgesteld door de werkgroep Code Bestuurlijk Handelen Primair Onderwijs). De Raad is lid van de VTOI (Vereniging van Toezichthouders in Onderwijsinstellingen) en heeft zo contact met andere toezichthouders.

Verantwoording In 2011 werden, in aanwezigheid van het CvB, zes reguliere vergaderingen van de RvT gehouden. Ter voorbereiding op deze bijeenkomsten vond overleg plaats tussen de voorzitter van de RvT en het CvB. Tijdens dit overleg werd de algemene gang van zaken in de organisatie besproken, werd de agenda voor de vergaderingen van de RvT opgesteld en kwamen personele (waaronder arbeidsrechtelijke) zaken aan de orde. Een terugkerend en belangrijk thema tijdens de vergaderingen van de RvT vormde het opstellen van het nieuwe strategisch beleidsplan. Begeleid door een extern adviesbureau heeft het CvB het plan opgesteld. De voorzitter en een lid van de RvT hebben met de leden van het CvB gesprekken gevoerd over hun doelstellingen voor het schooljaar 2010-2011. Deze zijn ook geëvalueerd.

Rondrit Op vrijdag 23 september heeft de Raad van Toezicht een bezoek aan een viertal Flore-scholen gebracht. Deze dag startte op de Paperclip in Heerhugowaard. Daar was het onderwerp van gesprek de brede school. Vervolgens werd een bezoek gebracht aan d’Oosterkim in Schoorl en St. Petrus in Groet waar gesproken werd over respectievelijk krimp en hoogbegaafdheid. De wethouder Onderwijs van de Gemeente Bergen was hierbij aanwezig. Als laatste werd Reflector aangedaan, waar directeur Cees Dane de RvT informeerde over de organisatie van de school in een snel groeiende wijk als Stad van de Zon in Heerhugowaard.

Overleg met de GMR

Samenstelling De raad bestaat uit zeven onafhankelijke leden, die voor een periode van vier jaar worden benoemd, met de mogelijkheid deze termijn één keer te verlengen. Bij de start van Stichting Flore is voor de samenstelling van de RvT rekening gehouden met de verschillende aandachtsgebieden binnen de organisatie.

Jaarverslag Stichting Flore 2011

Tweemaal per jaar heeft de voorzitter van de RvT samen met de voorzitter van het CvB een informeel gesprek met het dagelijks bestuur van de GMR. In 2011 is onder andere gesproken over het functioneren van de GMR, de ontwikkelingen binnen de stichting en onze financiële positie. Daarnaast is ook uitgebreid stilgestaan bij de opstelling van het strategisch beleidsplan en de invulling van de vacature lid van de Raad van Toezicht, waartoe de GMR een voordracht mocht doen.


13

Hieronder volgt een overzicht van de leden van de RvT van Stichting Flore in 2011: Naam Drs P.H.M. Roemer W.P. Gispen J.G. Min C.P.A. Mosch J.F.T. Quick H.A. Schinning Mevr. H.C. Schipperus

Functie Voorzitter Lid Lid Lid Lid Lid Lid

Benoemd 1-1-2007 1-1-2007 1-1-2007 1-1-2007 1-1-2007 1-1-2007 1-1-2007

Aftredend 1-1-2015 (aftredend) 1-1-2012 (aftredend) 1-1-2013 (aftredend) 1-1-2014 (aftredend) 1-1-2014 (aftredend) 1-1-2012 (aftredend) 1-1-2013 (aftredend)

Met ingang van 1-1-2012 zijn W.P. Gispen en H.A Schinning afgetreden als RvT Lid. Zij zijn opgevolgd door M.M.M. Castricum en H. van der Weijden.

Commissies De RvT heeft twee commissies ingesteld, de Auditcommissie en de Remuneratiecommissie. Voor deze commissies zijn reglementen opgesteld, waarin werkzaamheden en bevoegdheden zijn opgenomen.

Auditcommissie In de Auditcommissie hebben de heren W.P. Gispen en H.A. Schinning zitting. In 2012 worden hun werkzaamheden overgenomen door de heren J.F.T. Quick en M.M.M. Castricum. Hun gesprekspartners vanuit de stichting zijn de heren A.J.M. Groot en R.W.J. Zaal. Deze commissie houdt zich bezig met financiële vraagstukken. De Auditcommissie heeft als taak om de RvT te adviseren over met name bedrijfseconomische aspecten, om zo de besluitvorming te optimaliseren. Voor de Auditcommissie is een reglement vastgesteld, met daarin een uitgebreide taakomschrijving.

Remuneratiecommissie De Remuneratiecommissie is een vaste commissie van de Raad van Toezicht en heeft tot taak het doen van voorstellen aan de RvT betreffende het te voeren bezoldigingsbeleid voor de leden van het CvB, alsmede elke materiële wijziging daarvan en het doen van voorstellen aan de RvT inzake de eventuele bezoldiging c.q. vergoeding van de leden van de RvT. In de Remuneratiecommissie hebben de heren C.P.A. Mosch en J.G. Min zitting.

Kwaliteit

Jaarverslag Stichting Flore 2011

Als rode draad door de Flore organisatie loopt het begrip kwaliteit. In het nieuwe strategisch beleidsplan (koersplan) staat dit centraal. In het jaar 2011 heeft de raad kritisch gekeken naar de invulling van het koersplan, op een zodanige wijze dat de RvT haar toezichthoudende rol professioneel kan blijven vervullen. Daarnaast heeft de raad via een zelfevaluatie de eigen professionaliteit tegen het licht gehouden. Veel tijd en energie is gestoken in de continuïteit binnen de RvT, omdat in de komende jaren de voltallige raad aftreedt en nieuwe toezichthouders met deskundigheid op de verschillende beleidsterreinen binnen Stichting Flore moeten worden aangetrokken. Een ander aandachtspunt vormt de samenstelling van het College van Bestuur (CvB). Per 1 augustus 2012 neemt Peter Claessen afscheid van Stichting Flore. De RvT is verantwoordelijk voor samenstelling en benoeming van het CvB. Stichting Flore heeft behoefte aan een daadkrachtig CvB, dat in de context van allerlei maatschappelijke ontwikkelingen bestuurlijk en strategisch sterk opereert. Al met al ziet de RvT het als een uitdaging om bij te dragen aan verdere kwaliteitsverhoging van de organisatie.


14

Verslag van de werkzaamheden van de Auditcommissie In 2011 heeft de commissie drie keer vergaderd. In de vergaderingen is, naast de reguliere zaken zoals het overleg met de accountant over de jaarrekening 2010 , de voortgangsrapportage 2011 en de begroting 2012, aandacht geschonken aan Flore KwaliTIJD. Over de reguliere producten van Stichting Flore is de auditcommissie tevreden. De bedrijfsvoering en de beheersing daarvan staat bij Flore op een bovengemiddeld niveau. Dat betekent dat er meer ruimte in tijd en middelen ontstaat om aan andere aspecten van de bedrijfsvoering te besteden. Een belangrijk aspect is de kwaliteit van het onderwijs. Met Flore KwaliTIJD wordt invulling gegeven aan de verdere ontwikkeling van de professionaliteit van de organisatie. De adviezen van de auditcommissie zijn in 2011 door de Raad van Toezicht integraal overgenomen. Met tevredenheid kijkt de auditcommissie terug op de ontwikkeling van de afgelopen jaren. De sturing van de financiën en de verantwoording door Flore staan op een hoog niveau. Met een gerust hart dragen wij onze taak over aan onze opvolgers.

Verslag van de werkzaamheden van de Remuneratiecommissie Bestuursreglement Als eerste heeft de Remuneratiecommissie een voorstel tot aanpassing van het bestuursreglement gedaan. Het bestuursreglement bevat een nadere omschrijving van de verhouding tussen de Raad van Toezicht en het College van Bestuur, de werkwijze van beide organen en de benoeming, schorsing en het ontslag van de leden van beide organen. In de vergadering van de Raad van Toezicht, d.d. 17 februari 2011, is dit herziene bestuursreglement vastgesteld.

Beloning leden Raad van Toezicht Het tweede onderwerp betreft de jaarlijkse aanpassing van de beloning van de leden van de Raad van Toezicht. De leden van de RvT hebben een fictief dienstverband bij Stichting Flore en de beloning voor haar werkzaamheden is gerelateerd aan het advies dat de Vereniging van Toezichthouders in Onderwijsinstellingen (VTOI) jaarlijks voor de beloning van toezichthouders opstelt. De RvT van Flore heeft er bewust voor gekozen om de geadviseerde beloning niet te volgen, maar daar gelet op de financiële situatie van de stichting, substantieel onder te blijven. Voor het jaar 2011 is door de RvT besloten om geen aanpassing van de beloning door te voeren. Wel is het besluit genomen om vanaf 2012 het jaarpercentage van de Consumenten PrijsIndex (CPI; periode 1 januari – 31 december) als maatstaf te nemen voor de indexatie van de beloning van de leden van de RvT. Met ingang van 1 januari 2011 is de volgende beloningsstructuur voor de leden van de RvT vastgesteld: Voorzitter Raad van Toezicht Stichting Flore: Bezoldiging per jaar: € 3.300 bruto Vergoeding onkosten per jaar: € 750 netto

Werving nieuw lid Raad van Toezicht Het derde onderwerp betreft de werving van een nieuw lid voor de RvT. Door het vertrek van de leden H.A. Schinning en W.P. Gispen op basis van het vastgestelde rooster van aftreden ontstaan per 1 januari 2012 twee vacatures. Eén

Jaarverslag Stichting Flore 2011

Lid Raad van Toezicht Stichting Flore: Bezoldiging per jaar: € 2.200 bruto Vergoeding onkosten per jaar: € 500 netto


15

vacature is opgevuld op voordracht door de Gemeenschappelijke MedezeggenschapsRaad (GMR) en betreft een kandidaat met een onderwijsinhoudelijk profiel. De tweede kandidaat is door de Remuneratiecommissie, samen met de voorzitter van de RvT, geworven en heeft een financieel-economische achtergrond. De werving van beide kandidaten heeft in goede onderlinge samenwerking tussen de RvT en de GMR plaatsgevonden en heeft in november geleid tot de voordracht aan de RvT van de heren dr H. van der Weijden (onderwijsinhoudelijk profiel) en M.M.M. Castricum QC (financieel-economisch profiel). Beide heren zijn formeel per 1 januari 2012 toegetreden tot de RvT.

Beloning leden College van Bestuur In 2009 heeft een functiewaardering plaatsgevonden van de functies van het College van Bestuur (CvB). De beloning van de leden van het CvB zijn op deze functiewaardering gebaseerd. De beloning 2011 was:

Zowel de voorzitter als het lid van de CvB zijn ingeschaald in salarisschaal 15 van de CAO PO. De voorzitter ontvangt een toelage. Daarnaast heeft hij de beschikking over een dienstauto, waar een eigen bijdrage tegenover staat. De vermelde bedragen zijn gangbaar voor het niveau van deze functies.

Jaarverslag Stichting Flore 2011


16

Daadkracht

Jaarverslag Stichting Flore 2011


17

6 Daadkracht Verslag van het Dagelijks Bestuur van de GMR De Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) is een bij wet geregeld orgaan, waarin ouders en personeelsleden zijn vertegenwoordigd. De primaire taak van de GMR is het toetsen van voorgenomen beleid, opgesteld door het College van Bestuur (CvB) en, conform het GMR reglement, advies geven over of instemmen met voorgenomen beleidsbesluiten. De GMR werkt met een dagelijks bestuur (DB). Het DB bestaat uit drie leden, in 2011 allen afkomstig uit de personeelsgeleding. De leden van het DB worden voor één dag per week gefaciliteerd en werken met een omschreven takenpakket. Het DB wordt tweemaandelijks ondersteund door een juridisch medewerker van de CNVO. Doel van de ondersteuning is de vergroting van de juridische kennis aangaande medezeggenschap en concrete advisering in praktische aangelegenheden die de GMR betreffen.

Samenstelling en werkwijze van de GMR De GMR had in 2011 24 zetels, 12 voor de oudergeleding (OGMR) en 12 voor het personeel (PGMR). In 2011 waren 12 zetels bezet voor de PGMR en 9 voor de OGMR. Alle leden nemen zitting in één van de drie werkgroepen (Middelen, Onderwijs en Personele Zaken). In deze werkgroepen worden de aangeboden beleidsdocumenten besproken en zij stellen desgewenst stemadviezen en adviezen op, die in de eerstvolgende plenaire vergadering worden behandeld.

Flore, GMR en kernwaarden In 2011 zijn de kernwaarden van onze stichting vastgesteld. “Stichting Flore is vooruitstrevend en staat voor kwaliteit, daadkracht en duurzaamheid”

GMR en daadkracht Waarin was de GMR in 2011 daadkrachtig?

2. Vacature Raad van Toezicht In 2011 ontstonden er twee vacatures bij de Raad van Toezicht. De Raad van Toezicht heeft samen met de GMR twee competentieprofielen opgesteld. Voor de kandidaat met de onderwijsinhoudelijke achtergrond heeft de GMR de selectie uitgevoerd en een voordracht gedaan. De GMR sollicitatiecommissie heeft de heer dr H. van der Weijden voorgedragen aan de Raad van Toezicht. De Raad van Toezicht heeft de heer Van der Weijden benoemd per 1 januari 2012.

Jaarverslag Stichting Flore 2011

1. Projecten Actief en direct betrokken bij enkele grote projecten, zoals het Communicatieplan en het Koersplan 20122016.


18

3. Jaarprogramma Sinds 2008 werkt de GMR met een jaarprogramma. In dit plan zijn alle documenten opgenomen die aan de GMR aangeboden worden. Het jaarprogramma komt tot stand in samenwerking met de hoofden Financiën en Onderwijs, met ondersteuning van het bestuurssecretariaat. Door het werken met een jaarprogramma kan de GMR daadkrachtig anticiperen op ontwikkelingen en zo haar toetsende rol beter realiseren. Het jaarprogramma is een werkmodel en wordt continu aangepast. 4. Het organiseren van cursussen voor GMR en MR De GMR wil een professioneel orgaan zijn. Dit wordt onder andere bereikt door het volgen van cursussen. Ieder jaar organiseert de GMR een GMR- en een MR-cursus in samenwerking met de Christelijke Nationale Vakorganisatie voor het Onderwijs (CNVO) Tijdens deze avonden worden de bevoegdheden van de MR-en besproken. Daarnaast komen de Wet Medezeggenschap Scholen, het MR-reglement, het Medezeggenschapsstatuut en de CAO primair onderwijs aan de orde. Ook worden er concrete onderwerpen aangaande medezeggenschap besproken en wordt de toepassing van de reglementen in de praktijk belicht. Voor de MR-en is op 12 januari een cursusavond gegeven. Na peiling onder de GMR-leden bleek er dit schooljaar te weinig animo te zijn voor een GMR cursus. 5. Het organiseren van een jaarlijkse contactavond van het DB GMR met alle MR-en Op 14 april 2011 waren 15 MR-leden aanwezig. Op deze avond waren ook het College van Bestuur en de hoofden Financiën & Organisatie en Onderwijs aanwezig. Zij verzorgden ieder een korte presentatie. Tijdens het tweede gedeelte werd er rond een aantal thema’s met verschillende medezeggenschapsraden van gedachten gewisseld, informele contacten gelegd en succeservaringen gedeeld. De avond werd als inspirerend en zinnig ervaren. 6. Het actief volgen van relevante ontwikkelingen Eén van de ontwikkelingen die relevant zijn voor de GMR is teruglopend aantal leerlingen binnen Flore en de personele gevolgen. Hierover wordt Decentraal Georganiseerd Overleg gevoerd tussen het College van Bestuur en de vakbonden. Dit is conform het Sociaal Statuut. Formeel gezien heeft de GMR geen rol bij het DGO. De GMR is vanaf 2009 betrokken bij dit proces. 7. Intern overleg Er vindt regelmatig overleg plaats tussen het DB van de GMR met het College van Bestuur, met de hoofden van de afdelingen en met de voorzitter van de Raad van Toezicht.

We hopen in 2012 vanuit onze toetsende rol met een positiefkritische houding en vanuit een actieve betrokkenheid een meerwaarde te kunnen zijn voor onze stichting.

Jaarverslag Stichting Flore 2011

De GMR kan terugzien op een daadkrachtig jaar


19

Duurzaamheid

Jaarverslag Stichting Flore 2011


20

7 Duurzaamheid Verslag van de agendacommissie van het Directieberaad Het jaarverslag vanuit het directeurenberaad is onmogelijk op te stellen met een "knip" middenin het schooljaar 2011-2012. Dit verslag is de beschrijving van een dynamisch proces geworden dat pas eindigt op het moment van inleveren. En dat is in dit geval medio februari 2012. In het directeurenberaad (DiB) heeft duurzaamheid grote aandacht. Immers, juist op deze plaats dient de vertaalslag van Florebeleid naar de werkvloer plaats te vinden. In een duidelijke wisselwerking tussen energieke, motiverende en soms ook noodzakelijk opgelegde stromen van de scholen naar de stichting en vice versa moet kwaliteit worden vormgegeven. De agendacommissie bestaat uit een drietal, per twee schooljaren roulerende, directeuren die met RenĂŠ Zaal en Siebrand Konst, als verantwoordelijken vanuit de stichting en het servicekantoor, maandelijks overleggen ter voorbereiding van het directeurenberaad enerzijds en het bewaken van de afstemming met het Florebeleid anderzijds. Het schooljaar 2010-2011 heeft geheel in het teken gestaan van een zoektocht naar de invulling van het directieberaad. Immers, het beleid van Stichting Flore was in een fase gekomen waarin geen nieuw beleid meer hoefde te worden gemaakt. Dan komt automatisch evaluatie, borging en ontwikkeling van bestaand beleid aan de orde. En dat vraagt om een andere invulling. Sinds de start van het schooljaar 2011-2012 is de koers dan ook aangepast. Vanuit het College van Bestuur is het koersplan opgesteld, dat dient te worden ingepast in de schoolontwikkelplannen van de 32 individuele scholen.

Flore maakt beleid, dat op de scholen moet worden vertaald. Deze vertaalslag kan alleen maar worden gemaakt als de scholen eigenaar zijn van die uitgangspunten. En daarmee ook de medewerkers. De duurzaamheid moet dus op schoolniveau worden vormgegeven: op die plaats waar ook de belangrijke link ligt met de basis van al onze inspanningen: de opdracht om een optimale ontwikkeling voor alle aan onze zorg toevertrouwde kinderen te bewerkstelligen. Waarbij geen enkel kind tussen wal en schip mag vallen.

Jaarverslag Stichting Flore 2011

De opdracht voor het DiB werd daarmee duidelijk: vertaal de genoemde aspecten vanuit het koersplan naar de individuele school. Daarmee kan de school bepalen welke doelen al behaald zijn, welke doelen in de komende tijd nog moeten worden behaald en wat de speerpunten zijn. De overeenkomst tussen school- en stichtingsbelang wordt zo duidelijk gemaakt. Het geeft ook de mogelijkheid zaken gezamenlijk aan te pakken. En tegelijk wordt de ruimte voor autonomie van de school zichtbaar. Scholen worden zo in staat gesteld verantwoorde en haalbare keuzes te maken. De tijdsplanning in de toekomst is een leerpunt gebleken: het koersplan van Flore dient beschikbaar te zijn voordat de invulling van de vierjarige schoolplannen worden uitgevoerd.


21

Daarom zijn alle aspecten vanuit het koersplan in eerste instantie door het Directieberaad van Flore opgepakt en middels de volgende vragen aan de orde geweest: - Wat betekent dit voor mij als individuele Floreschool? - Welk tijdpad moet ik daarvoor volgen? - Welke concrete stappen moet ik nemen? - Kan ik deze stap zelfstandig maken of doe ik dat met anderen? En natuurlijk: - Welke stappen heb ik al genomen? Deze verkenning en de antwoorden op de vragen zijn teruggebracht in het eerder genoemde overleg tussen de agendacommissie en de operationeel verantwoordelijken vanuit de stichting. Van daaruit wordt de koers bepaald voor de eerstkomende jaren, concreet vertaald in onderwerpen ter behandeling in het DiB, met daaraan gekoppeld een tijdpad. Naast al het bovenstaande is er een aantal allianties en werkgroepen aan het werk: - Communicatie - ICT - Opbrengstgericht werken - Leerlingenadministratie - Special Education Needs De bewaking en coรถrdinatie ligt dus in handen van de coรถrdinerende commissie. Die heeft daarmee een hele taak op zich, maar wel met een prachtig doel: duurzaamheid bewerkstelligen die zoveel mogelijk evenwicht brengt tussen wat moet, wat mag en wat kan.

Jaarverslag Stichting Flore 2011


22

8 Samen zijn we Flore De identiteitstructuur van Stichting Flore is de afzenderidentiteit. Bij een afzenderidentiteit hebben de dochterondernemingen wel een eigen identiteit en imago, maar blijft de identiteit van de moeder zichtbaar. De moeder geeft als het ware een aanbeveling en bouwt zo een krachtige identiteit op die vertrouwen wekt. Het voordeel van deze identiteitsstructuur is dat dochtersondernemingen van de gevestigde naam van de moeder profiteren en tegelijkertijd een eigen gezicht kunnen voeren. Vertalen we dit naar Stichting Flore, dan vormen het College van Bestuur en het servicekantoor samen de moeder en zijn de scholen de dochters. De ouders (en leerlingen) kunnen gezien worden als de klanten.

Het geheel is meer dan de som der delen De kracht van de stichting wordt binnen de afzenderidentiteit volledig benut. In deze tijd van secularisatie en krimp wordt het voor (bijzondere) scholen steeds lastiger om kinderen te werven. Scholen onderscheiden zich positief door het zichtbaar maken van hun verbondenheid met een professioneel schoolbestuur. Uitgangspunt voor het bestuurlijk handelen is de meerwaarde van de samenwerking tussen het bestuur en (directeuren van) de scholen. Samenwerking levert onderwijskundige, organisatorische en financiële voordelen op.

Verbondenheid Iedereen binnen de organisatie is er bij gebaat dat zowel de individuele scholen als Stichting Flore een goede naam en imago hebben. Successen, maar ook eventuele missers stralen immers af op de gehele organisatie. Deze verbondenheid werkt onderlinge saamhorigheid, betrokkenheid en kwaliteit in de hand. Voor de buitenwereld is zichtbaar dat Stichting Flore vooruitstrevend is en staat voor kwaliteit, daadkracht en duurzaamheid. Om dit waar te maken stelt het College van Bestuur concrete en meetbare normen en eisen. De medewerkers van de scholen dragen, naast de identiteit van de eigen school, de identiteit van Stichting Flore uit. Zij voelen zich niet alleen met de eigen school verbonden, maar met de hele organisatie.

Communicatie

Communicatie van het College van Bestuur en servicekantoor naar scholen De communicatie naar de scholen is voor een deel praktisch en operationeel, bedoeld om de scholen te ondersteunen bij het uitvoeren van hun taak. Het betreft bijvoorbeeld informatie over wet- en regelgeving, huisvestingszaken, personeelsinformatie, financiële informatie en taakgerichte informatie. Daarnaast ontvangen scholen informatie over de Flore-identiteit en -kwaliteit, bedoeld om van elkaar te leren en een ‘wij-gevoel’ te creëren.

Jaarverslag Stichting Flore 2011

Stichting Flore is vooruitstrevend en staat voor kwaliteit, daadkracht en duurzaamheid. Deze identiteit straalt Stichting Flore uit door de kernwaarden consequent een plek te geven in de communicatie. Op die manier wordt met eenduidige communicatie een sterk imago gevormd.


23

Communicatie vanuit Stichting Flore naar ouders Voor ouders is het duidelijk dat hun school onderdeel uitmaakt van Stichting Flore en waar de stichting voor staat. De communicatie vanuit de stichting naar de ouders is gericht op de meerwaarde van een professioneel bestuur en de samenwerking van 32 basisscholen. Samenwerking levert onderwijskundige, organisatorische en financiële voordelen op. Medewerkers ervaren de verbondenheid tussen de 32 scholen en het servicekantoor: “Samen zijn wij Flore.” Het geheel is meer dan de som der delen dankzij kennisuitwisseling en het delen van ervaringen. Stichting Flore treedt hierin op als kennismakelaar; het servicekantoor heeft een faciliterende rol.

Vervangingsmanager Vanuit het servicekantoor is er in 2011 een start gemaakt met de Vervangingsmanager. Een werkgroep bestaande uit medewerkers van het servicekantoor en directeuren hebben onderzocht welk softwareprogramma het beste kan ondersteunen bij de dagelijkse beslommeringen die het vinden van invallers met zich meebrengt. Vanaf september 2011 worden verzoeken om invallers voor met name kortdurend (ziekte-)verlof ingediend bij de coördinator voor vervangingen: Wim Heijne. Daarnaast kunnen scholen ook altijd nog zelf hun invallers regelen. Met de werkgroep zijn de eerste drie maanden van het werken met de Vervangingsmanager geëvalueerd. Hiertoe zijn de directeuren, invallers en coördinator bevraagd over hun bevindingen. De werkgroep vindt het een belangrijke zaak dat de kwaliteit van de invallers goed wordt bewaakt. Daarbij speelt de coördinator een cruciale rol. Beter dan voorheen is er nu een loket waar men de bevindingen kwijt kan en waar men kan verwachten dat er iets mee gebeurt. Wat al goed werkt is, dat de goede invallers echt doorstromen naar de langdurige invalwerkzaamheden. Daarmee maken we waar wat we beloven aan invallers: wie komt bovendrijven door goede kwaliteit wordt ingezet in aantrekkelijke invalwerkzaamheden. Wat nog beter kan is de input vanuit de directeuren over de indruk die een invaller heeft achtergelaten in de school, zowel bij directeuren als leerlingen en collega leerkrachten. Dat gebeurt te weinig, waardoor op een vraag om bijvoorbeeld een heel goede bovenbouwleerkracht met gevoel voor gedragsproblematiek niet bij de coördinator neergelegd kan worden. Maar ook een vraag of al bekend is dat een invaller niet zo goed is kan niet worden beantwoord. Hoewel veelal geconstateerd wordt dat er minder administratieve druk is, zijn er nog steeds veel kansen op verbetering. Het traject van ziekmelding, vervanging en administratieve afhandeling zou in één systeem verwerkt moeten kunnen worden.

Jaarverslag Stichting Flore 2011

Over het algemeen wordt het systeem als zeer prettig ervaren en werkelijk een enorme verlichting voor de directeuren. Ook invallers zijn dik tevreden. De Vervangingsmanager is een mooi staaltje service vanuit het servicekantoor. Ondanks dat sommige directeuren nog moeite hebben het regelen van de vervanging los te laten, zijn de geluiden zeer positief en kan de directeur weer met een gerust hart Studio Sport kijken op zondagavond, zonder dat hij bang hoeft te zijn de uitslagen te missen omdat er een vervanger voor de maandagochtend moet worden geregeld voor de onwel geworden leerkracht.


24

9 Groeiend en bloeiend onderwijs Verandering Het jaar 2011 stond in het teken van verandering. De scholen hebben allemaal werk gemaakt van het opstellen van een nieuw schoolplan, waarin men heeft aangegeven wat de plannen zijn voor de komende vier jaren. Basis voor die nieuwe plannen is gevonden in het terugkijken naar de afgelopen periode. Wat gaat er goed binnen onze school en wat kunnen we verder versterken? Maar ook waar hebben we zorgen over en moeten we verbeteren? Voor iedere school een verschillende afweging. Iedereen heeft eigen keuzes moeten en kunnen maken. Toch hebben we in 2011 gezien dat we meer en meer tot de conclusie komen, dat we veel van elkaar kunnen leren en dat we elkaar kunnen helpen, feedback kunnen geven en elkaar kunnen bemoedigen. Met elkaar lief en leed kunnen delen. ‘Samen zijn we Flore’. Een goed voorbeeld in 2011 was het traject Zelfevaluatie en visitatie waarin acht Florescholen van elkaar en met elkaar hebben geleerd en elkaar hebben versterkt.

Passend onderwijs Het samen vorm geven aan ontwikkelingen was in 2011 ook goed zichtbaar binnen het directieberaad. Op basis van belangstelling sloten scholen zich aan bij zogenaamde allianties waarbinnen men niet alleen in gesprek ging over onderwijsvernieuwingen, maar waar ook de daad bij het woord werd gevoegd en innovaties werden opgestart. Zo is een aantal scholen in het kader van de route naar Passend Onderwijs gestart met het inrichten van groepen voor kinderen die extra aandacht nodig hebben. Deze groepen kregen de naam Special Educational Needs groepen, kortweg SEN groepen. Directies en leerkrachten keken bij elkaar en hielpen elkaar. Een hoogtepunt voor deze alliantie was de studiereis naar Canada, waar in Toronto gekeken is naar het Canadese onderwijs en de oplossingen die men daar heeft voor de problemen waar onderwijsgevenden mee te maken hebben. Problemen die blijkbaar overal voorkomen. Overal in de wereld zijn onderwijsgevenden op zoek naar oplossingen, naar mogelijkheden om het werk nog beter te doen. Wat leerkrachten bindt is het oerinstinct dat ieder kind recht heeft op het beste onderwijs en dat je moet proberen dat te realiseren voor ieder kind.

ICT

Toekomst katholiek onderwijs 2011 stond ook in het teken van kijken naar de toekomst. Voor vier scholen betekende dit in 2011 het einde van de zelfstandigheid en het opgaan, na een fusietraject, in een nieuwe organisatie. In Warmenhuizen verdwenen de St. Vincentius en de St. Theresia en ontstond de katholieke basisschool De Doorbraak. In Schermerhorn kwam de in-

Jaarverslag Stichting Flore 2011

De alliantie, die zich richt op de zoektocht naar het effectief inzetten van de mogelijkheden die ICT het onderwijs biedt, ging ook op reis. Naar Finland, een land waar men op basis van vertrouwen met de inzet van goed geschoolde leerkrachten een enorm hoog onderwijsniveau heeft weten te bereiken. Deze groep kwam niet terug met veel nieuwe ideeën ten aanzien van de inzet van ICT, maar de omgeving was zo inspirerend, dat er heel veel over onderwijs gesproken is en natuurlijk wel over de mogelijkheden van de computer. Na afloop is men begonnen met het onderzoeken of een draadloos internet een meerwaarde kan hebben voor scholen. Bij beide studiereizen bestond het reisgezelschap uit een gemêleerde groep met leerkrachten, directieleden en medewerkers van het servicekantoor. Dit bleek een schot in de roos te zijn. Van elkaar leren en met elkaar in gesprek gaan.


25

terconfessionele basisschool De Bonte Mol boven de grond uit en kwam een einde aan het bestaan van de basisscholen St. Josephschool en Het Kompas. In twee andere dorpen werd juist een begin gemaakt met een fusietraject. De krimp van het aantal leerlingen maakte het noodzakelijk dat we zijn gaan kijken in Graft-de Rijp en in Akersloot of het mogelijk is om de krachten ook daar te bundelen. Om te kijken of we het goede van de afzonderlijke scholen in zowel Akersloot alsook in Graft-de Rijp kunnen bundelen. Een bundeling die in de toekomst garant moet staan voor groeiend en bloeiend onderwijs in deze dorpen.

Opbrengstgericht werken Goed onderwijs dat is toch waar het om draait. Daar hoort vanzelfsprekend goed taal- en rekenonderwijs bij. Alle Florescholen hebben extra middelen ingezet om dit onderwijs verder te versterken. Twaalf scholen hebben dit gedaan in een driejarig traject met het CPS, waarvan 2011 het tweede jaar was. Langzaam maar zeker zien we de resultaten van dit proces van verbetering van het taal- en leesonderwijs. Leerkrachten en directieleden leren om de nieuwste inzichten ten aanzien van pedagogisch en didactisch handelen toe te passen in de klas en leren om opbrengsten te analyseren en om te zetten in juiste vervolgstappen voor het onderwijs aan de kinderen. Niet opbrengsten inzetten om af te rekenen, maar opbrengsten inzetten om je aanbod te verbeteren. Wanneer opbrengstgericht werken zo vorm krijgt, is er geen leerkracht die hier op tegen is. Over opbrengsten gesproken. Alle reguliere basisscholen van Stichting Flore hadden in 2011 een basisarrangement. Bommelstein, de Floreschool voor speciaal basisonderwijs, kreeg te maken met verscherpte normen en kreeg een aangepast arrangement. Op die school wordt hard gewerkt om te voldoen aan die verscherpte normen. Samen de schouders eronder zetten. In een klimaat wat niet altijd even makkelijk is. We werken in een regio waar het aantal leerlingen afneemt, met name in de kernen buiten Heerhugowaard. We zien de inkomsten teruglopen en de kosten oplopen. Groeien en bloeien vraagt juist in deze tijd het durven maken van de juiste keuzes.

KwaliTIJD Gelukkig kunnen en willen we ook in deze tijd investeren in goed onderwijs. We hebben financieel de zaken goed onder controle. We kijken goed naar het personeelsbestand en weten tot nu toe de krimp goed op te vangen. We hebben de scholen dan ook in 2011 een extra budget kunnen geven. Niet om meer materiaal te kunnen kopen, maar om meer tijd te hebben. We horen immers regelmatig dat leerkrachten te weinig tijd hebben voor extra taken. Daarom heeft het College van Bestuur van de Raad van Toezicht toestemming gekregen om een financiële impuls te geven aan de scholen. In totaal € 350.000 werd beschikbaar gesteld aan het project Flore KwaliTIJD. Tijd voor extra zaken, tijd voor extra scholing, tijd voor extra ondersteuning. In 2012 geven de scholen aan wat ze doen met hun extra middelen en wat de effecten zijn.

Afdeling Onderwijs Jaarverslag Stichting Flore 2011

Binnen het servicekantoor zien we ook een verandering binnen de afdeling Onderwijs. Het onderwijs is weer terug bij de directies, het is immers hun taak om als onderwijskundig schoolleider vorm en inhoud te geven aan het onderwijs. Zij mogen en moeten keuzes maken, ze zijn verantwoordelijk en moeten verantwoording afleggen. Dit is ook in 2011 weer gebeurd. In het jaarverslag, in de monitoring van de opbrengsten en in de gesprekkencyclus met het College van Bestuur. De mensen van het servicekantoor zijn beschikbaar om te ondersteunen, maar dit gebeurt nu vraaggestuurd. Er is tijd beschikbaar om in te zetten bij het versterken van het onderwijs. Om leerkrachten te helpen en te begeleiden. Om scholing aan te bieden. Om te zorgen voor een goed systeem voor het regelen van vervanging. Om de mobiliteit, die noodzakelijk is door de krimp, in goede banen te leiden. Om fusies te begeleiden en er zorg voor te dragen dat bij problemen mensen geholpen worden. Belangrijk werk dat nodig is om de groei en vooral de bloei van Flore te koesteren.


26

Stichting Flore wil zich richten en blijft zich richten op goed onderwijs. Wij onderscheiden ons niet door uiterlijke schijn, nee we zijn wie we zijn omdat we op iedere school maximaal inzetten op onderwijskwaliteit. Kwaliteit, daadkrachtig kunnen en durven zijn, duurzaam werken aan onderwijsinnovatie en altijd naar morgen willen kijken, altijd op zoek zijn naar meer; niet tevreden zijn met het nu, nee op weg gaan naar morgen, waarin het nog beter gaat. Kansen zien en durven pakken en op die manier vooruitstrevend zijn. Dat kenmerkte de kwaliteit van Flore in 2011 en zal ook in 2012 en de jaren daarna leidend zijn.

Het leesverbetertraject Jeannette Vuur-Orij, leerkracht RKBS d’Oosterkim: “Het tweede jaar van het leesverbetertraject startte met een terugblik naar en evaluatie van het eerste jaar. Er werd herhaald wat in het eerste jaar aan bod was gekomen; de zes elementen van het geven van goed leesonderwijs, het IGDI-model met daarbij het werken met de datamuur en de groepsplannen, het werken volgens de toetskalender. Deze onderwerpen werden gedurende het tweede jaar meerdere malen besproken en herhaald. De nieuwe onderwerpen die tijdens het tweede cursusjaar aan bod kwamen gingen met name over * de leesmotivatie; hoe zorgen we dat kinderen gemotiveerd blijven lezen; * het uitbreiden van de woordenschat (een goede woordenschat en goed technisch kunnen lezen zijn voorwaarden om goed begrijpend te kunnen lezen). We hebben geleerd dat we woorden kunnen verdelen in drie groepen: basiswoorden (dagelijks gebruik); woorden in boeken, kranten en volwassen taalgebruik; weinig voorkomende woorden. Vervolgens hebben we methodieken geleerd om woorden aan te bieden. Al met al een mooi traject met als waardevolle afsluiting een certificaat voor alle deelnemers”. Tijdens het directieberaad in juni werden alle taalspecialisten in het zonnetje gezet bij de overhandiging van hun certificaat.

Jaarverslag Stichting Flore 2011


27

10 Toekomstbestendige organisatie Leerlingen vormen de toekomst van de organisatie De basis van Flore en haar scholen wordt gevormd door de leerlingen aan wie onderwijs wordt gegeven. Het aantal leerlingen is bepalend voor het aantal leerkrachten, het aantal en de grootte van de schoolgebouwen en het scala aan benodigde lesmaterialen. Al is de onderwijskwaliteit nog zo goed, zonder leerlingen geen Flore scholen… Om alle leerlingen les te kunnen geven ontvangt Flore geld van het Ministerie van OCW. Per leerling worden bedragen ontvangen en hiervan kunnen leerkrachten worden aangesteld, boeken worden aangeschaft, scholen worden schoongemaakt en onderhouden etc. Bij de Flore scholen staat onderwijskwaliteit natuurlijk voorop. Dit goede onderwijs moet echter wel gegeven kunnen worden binnen de beschikbare financiële middelen. Hierbij zijn twee zaken van belang: Het jaarlijkse financiële huishoudboekje moet in evenwicht zijn. Inzet van extra beschikbare middelen moet een duurzame bijdrage leveren aan de onderwijskwaliteit.

1 Huishoudboekje moet in evenwicht zijn De inkomsten van Flore zijn grotendeels gebaseerd op het aantal leerlingen vermenigvuldigd met een bedrag per leerling dat van het Rijk wordt ontvangen. De grootste uitgavenposten van Flore betreffen de personele lasten en vervolgens de huisvestingslasten. Voor een bestendige toekomst dienen de inkomsten en uitgaven in het huishoudboekje in evenwicht te zijn In een jaarverslag/jaarrekening wordt niet gesproken over inkomsten en uitgaven maar over baten en lasten. Het huishoudboekje heet in boekhoud termen “de exploitatierekening”. In het vervolg worden daarom deze begrippen gehanteerd.

Het evenwicht tussen de baten en lasten in de exploitatierekening staat onder druk. Dat wordt met name veroorzaakt omdat de baten afnemen als gevolg van leerlingenkrimp en bezuinigingen. Om evenwicht te behouden dienen ook de lasten af te nemen. De lasten bestaan grotendeels uit personele lasten, gevolgd door huisvestingslasten. Deze lasten hebben een redelijk vast karakter en dalen niet vanzelf. Als de baten sneller dalen dan de lasten dan raakt de exploitatierekening uit balans. Flore is een financieel gezonde organisatie en kan tegenvallers opvangen, echter de onbalans kan niet blijven voortbestaan. Hierna worden eerst de ontwikkelingen beschreven die van invloed zijn op de baten. Vervolgens worden de lasten en met name personele en huisvestingslasten toegelicht.

Jaarverslag Stichting Flore 2011

Evenwicht exploitatierekening onder druk


28

Baten De jaarlijkse baten dalen. Dit kent een aantal oorzaken A Er is sprake van leerlingenkrimp B Als gevolg van leerlingenkrimp wordt de leerlingenmix (verhouding leerlingen onderbouw – bovenbouw) financieel nadeliger C De overheid heeft reeds bezuinigingen doorgevoerd D Er is sprake van stille of sluipende bezuinigingen E De overheid gaat bezuinigen op passend onderwijs F Er zullen meer stille en sluipende bezuinigen ontstaan

Jaarverslag Stichting Flore 2011


29

A. Leerlingenkrimp De afgelopen jaren is het aantal leerlingen op de Flore scholen gedaald. De verwachting voor de toekomst is dat het aantal leerlingen verder zal dalen. Om zicht te krijgen op deze daling stellen de Flore scholen jaarlijks een leerlingen prognose op. Het officiĂŤle, door het Rijk vastgestelde meetmoment voor leerlingentellingen is 1 oktober. Basis voor de leerlingenprognose vormt het aantal aanwezige leerlingen op 1 oktober van het jaar. Bekend is wanneer deze leerlingen zullen uitstromen uit groep 8. Instroom in groep 1 is deels bekend op basis van inschrijving en kan verder worden ingeschat op basis van gemeentelijke geboortecijfers en ervaringscijfers. Zij-instroom en zij-uitstroom (bijvoorbeeld verhuizing) is lastiger in te schatten. In maart 2011 hebben de schooldirecteuren een leerlingenprognose opgesteld voor de oktobertelling in 2011, 2012, 2013 en 2014. In januari 2012 is deze prognose opnieuw opgesteld. De gerealiseerde oktobertelling 2011 kon worden vergeleken met de prognose voor 2011. Tevens is nu ook de prognose voor 2015 opgenomen. De grafiek geeft een overzicht van het getelde aantal leerlingen en de prognose voor de komende jaren.

Jaarverslag Stichting Flore 2011


30

De grafiek laat zien dat vanaf 2008 het aantal leerlingen is gaan dalen. In 2011 ligt het aantal leerlingen iets onder de 8.000. De prognoses van maart 2011 en januari 2012 laten een vergelijkbare dalende trend zien. Het aantal leerlingen zal snel verder afnemen. De inkomsten zullen dus ook snel afnemen. Per school is het beeld als volgt:

Leerlingenkrimp is een tendens waar regio’s als Groningen, Limburg en Zeeland al eerder mee te maken hadden. Ook in onze regio is de krimp dus duidelijk zichtbaar.

Jaarverslag Stichting Flore 2011


31

Prognoses gemeenten De leerlingenprognoses die Flore scholen zelf maken bestrijken een periode van vier jaar. Via de PO Raad is een overzicht ontvangen waarin per gemeente de totale gemeentelijke leerlingenprognose tot en met 2025 wordt weergegeven. Voor de gemeentes waar Flore ĂŠĂŠn of meerdere scholen heeft ziet de ontwikkeling er als volgt uit: Het betreft de totale leerlingenprognose van alle scholen in die gemeenten. De trend is dat na jaren van groei het

aantal leerlingen de komende jaren daalt. Vanaf 2016 stabiliseert het aantal leerlingen zich. Dan komt er naar verwachting een einde aan de krimp en zal de jaren daarop het aantal leerlingen weer iets gaan stijgen.

Jaarverslag Stichting Flore 2011


32

B. Financieel nadelige leerlingenmix Voor de vaststelling van de bekostiging vanuit het Rijk zijn diverse variabelen van belang. De belangrijkste is het aantal leerlingen. Hierbij is, voor de personele bekostiging, niet alleen het totaal aantal leerlingen van belang maar ook het onderscheid tussen 4-7 jarigen en leerlingen met de leeftijd 8+. Voor 8-plussers wordt een aanmerkelijk lager bedrag ontvangen. Per leerling is dit verschil:

In de personele bekostiging van het Rijk wordt uitgegaan van kleinere groepen in de onderbouw en grotere in de bovenbouw. Om kleinere groepen in de onderbouw te kunnen bekostigen wordt daarom een hoger bedrag per leerling ontvangen. Ook vormt de gewogen gemiddelde leeftijd (GGL) van leerkrachten per school onderdeel van de berekening. Oudere leerkrachten ontvangen veelal een hoger salaris, vanwege de jarenlange doorgroei in salarisschalen. Scholen met een ouder personeelsbestand ontvangen, op basis van de school GGL, een hoger bedrag per leerling. De prognose van het aantal leerlingen laat zien dat niet alleen het aantal leerlingen zal dalen, maar dat ook de verhouding 8-plussers zal toenemen. Minder leerlingen ĂŠn een groter aandeel leerlingen waarvoor minder geld wordt ontvangen. De verhouding 4-7 jarigen versus 8-plusser ontwikkelt zich als volgt:

Jaarverslag Stichting Flore 2011

Waar de verhouding 4-7 jarigen versus 8 plussers in 2008 nog 50%-50% is dat in 2011 46%-54%.


33

Aanzienlijk lagere baten… In 2008 werd voor 8.326 leerlingen in de verhouding 50%-50%, op basis van de huidige tarieven, ongeveer een basisbedrag personele bekostiging per leerling ontvangen van € 24 mln. In 2011 wordt voor 7.973 leerlingen in de verhouding 46%-54% op basis van de huidige tarieven, ongeveer een basisbedrag personele bekostiging per leerling ontvangen van € 22,7 mln. Dat is 1,3 mln minder aan baten. Circa 1 mln heeft betrekking op de daling van het aantal leerlingen, € 300 dzd heeft betrekking op de verandering van de leerlingenmix. Daling van het aantal leerlingen werkt echter door in allerlei bekostigingscomponenten dus het nadelige effect op de totale baten is nog veel groter.

Jaarverslag Stichting Flore 2011


34

C. Reeds doorgevoerde overheidbezuinigingen Bezuiniging budget Versterking Bestuur & Management (VBM) De stichting ontving een budget ten behoeve van de versterking van het bestuur & management. Met ingang van schooljaar 2010-2011 heeft de overheid dit budget weg bezuinigd. Nadelig financieel effect voor Stichting Flore circa € 458 dzd.

Bezuiniging groeiregeling personele bekostiging Scholen worden bekostigd op basis van het aantal leerlingen op 1 oktober van het jaar daarvoor (de zogenaamde T-1 systematiek). Scholen waarbij het aantal leerlingen gedurende het schooljaar gegroeid was, hadden, onder voorwaarden, recht op aanvullende bekostiging vanuit het Rijk. De overheid heeft besloten dat deze groeiregeling op schoolniveau komt te vervallen en er alleen nog sprake is van een groeiregeling als het aantal leerlingen op stichtingniveau groeit. Als geheel heeft Stichting Flore te maken met krimp, echter individuele scholen groeien. Om de groei op deze scholen mogelijk te maken heeft Stichting Flore de oude groeiregeling gecontinueerd maar deze moet nu wel uit de eigen middelen van de stichting worden betaald. De groeiregeling is afhankelijk van specifieke groei op scholen maar globaal geschat heeft het afschaffen van de groeiregeling per school een negatief effect van circa € 220 dzd.

Bezuiniging op rugzak financiering speciaal basisonderwijs Een bezuiniging op de rugzak financiering in het SBO is in schooljaar 2010-2011 al door de overheid doorgevoerd. Per rugzakleerling zo’n € 4.000. Voor de SBO van Stichting Flore een negatief effect van circa € 56.000.

Jaarverslag Stichting Flore 2011


35

D. Stille bezuinigingen doorgevoerd De hiervoor beschreven voorbeelden van bezuinigingen betreffen budgetten die aanwijsbaar zijn stopgezet of verlaagd. Er is echter ook sprake van “stille” of “sluipende” bezuinigingen. Dit zijn bezuinigingen waarbij de prijsindexering van de budgetten niet in de pas loopt met de stijging van de uit die budgetten te betalen kosten.

Niet dekkende materiële vergoeding In 2009 heeft de PO Raad, een belangenorganisatie voor het primair onderwijs, een presentatie opgesteld waarin zij aantoont dat de vergoeding die scholen krijgen voor materiële zaken sterk achterblijft bij de gestegen kosten. Daarin wordt aangegeven dat elke school een tekort op de jaarlijkse exploitatie heeft van gemiddeld € 24.000. Dit betekent voor de Flore organisatie met totaal 32 scholen een bedrag van € 768 dzd.

Jaarverslag Stichting Flore 2011


36

E. De overheid gaat bezuinigen op passend onderwijs De overheid zal landelijk € 300 miljoen gaan bezuinigen op Passend Onderwijs. Dit heeft naar verwachting de volgende gevolgen: • Er veel meer klassen met toenemende diversiteit zonder oog voor individuele (ondersteunings) vragen van kinderen zijn; • Leerkrachten zonder extra begeleiding er alleen voor staan in de klas om kinderen met een specifieke hulpvraag net die extra aandacht te geven; • Het speciaal onderwijs, mede door de klassenvergroting, zijn functie als veilige haven verliest: het fundament van betrokkenheid, kennis, kwaliteit, specifieke expertise en veiligheid is immers wegbezuinigd. Het exacte effect van deze bezuiniging voor Flore is op dit moment nog lastig te duiden. Dat er een nadelig effect zal zijn moge duidelijk zijn.

Jaarverslag Stichting Flore 2011


37

F. Er zullen meer stille bezuinigen ontstaan De loonkosten van een personeelslid bestaan uit 1. salariskosten op basis van de CAO schalen. 2. vakantie- en eindejaarsuitkeringen en diverse toeslagen en premies. Deze premies betreffen onder andere de premie voor het Participatiefonds en het Vervangingsfonds. Het Vervangingsfonds is het fonds waaruit de vervangingskosten van leerkrachten worden betaald als een leerkracht door ziekte of bijzonder verlof afwezig is. Eind december 2011 zijn de premies 2012 voor het Participatiefonds en het Vervangingsfonds bekend gemaakt. De premies stijgen met ±11,5% . Een globale inschatting is dat dit voor Flore een nadelig effect op de loonkosten heeft van circa € 200 dzd. Naar verwachting zullen deze hogere loonkosten niet, of niet geheel, worden gecompenseerd door een hoger bedrag aan inkomsten per leerling. Een volgend potentieel risico vormt de ontwikkeling van de pensioenpremies. De effecten hiervan zullen in 2012 zichtbaar worden.

Evenwicht behouden: baten dalen dus lasten moeten dalen De baten dalen als gevolg van krimp en bezuinigingen. Dat betekent dat ook de lasten zullen moeten gaan dalen om niet blijvend in onbalans te geraken.

Jaarverslag Stichting Flore 2011


38

Lasten Personele lasten De personele lasten vormen circa 82% van de totale lasten

Daling van de personele bezetting Daling van de inkomsten als gevolg van krimp en bezuinigingen is geen nieuw fenomeen voor Flore. Al in april 2009 is de noodklok geluid en zijn acties in gang gezet om de personele bezetting te laten dalen. Middels een groots mobiliteitsproject is hieraan vanuit alle geledingen hard gewerkt. Het effect daarvan werd zichtbaar in de daling van de personele bezetting, uitgedrukt in totale werktijdfactor (WTF), in de schooljaren 2009-2010 en met name in 20102011. Gezien de leerlingenprognose zal de personele bezetting de komende jaren verder moeten dalen. In juni 2011 zijn de formatiebegroting van de scholen voor de komende vier schooljaren vastgesteld. Dit geeft het volgende beeld van de werktijdfactor voor totaal Flore.

ďżź

De gemiddelde kosten per personeelslid stijgen Het aantal leerlingen daalt, de leerlingmix verandert, met als gevolg dat het bedrag dat gemiddeld per leerling wordt ontvangen daalt. De personele bezetting daalt maar de gemiddelde kosten per personeelslid laten een stijging zien. Dit is zichtbaar in de onderstaande grafiek. Jaarverslag Stichting Flore 2011


39

De stijging is het gevolg van CAO afspraken zoals de jaarlijkse groei in schaaltrede, schaalverkorting, extra toeslagen, toelagen, functiemix, premiestijgingen etc. Dit alles leidt tot een toename van de gemiddelde loonkosten per WTF. Ook voor de komende jaren wordt een verdere stijging begroot.

De aanpak Daling van de personele bezetting gaat niet vanzelf. Iedere school heeft voor de komende jaren in beeld wat de personele krimpdoelstelling voor de school is. Het realiseren van deze krimpdoelstelling wordt een nieuwe uitdaging. Ten opzichte van de afgelopen twee jaar zijn onder andere de volgende veranderingen merkbaar: • Natuurlijk verloop in verband met pensioen zal als gevolg van pensioenmaatregelen van de overheid en onzekerheden over de hoogte van het pensioen waarschijnlijk vertragen. • De Flore pre-FPU regeling kan niet meer worden aangeboden. • Het aantal Flore groeischolen daalt, dus ook het aantal vacatures. • Diverse scholen zullen de komende jaren naar verwachting fuseren/samenwerken. Deze ontwikkelingen maken het lastiger om de personele daling te realiseren. In het schooljaar 2012-2013 zal de personele bezetting moeten dalen met circa 30 fte. Op dit moment worden voorbereidingen getroffen om de ontwikkelingen en mogelijkheden goed in kaart te brengen en te coördineren. In april 2012 zal de bezetting voor de komende vier schooljaren weer in beeld zijn gebracht. Op basis van dit nieuwe beeld zullen dan naar verwachting maatregelen moeten worden getroffen.

Risico van mobiliteitsvertraging De personele bezetting zal mee moeten dalen met de daling van de baten. Flore heeft laten zien dat zij tussen de schooljaren 2009-2010 en 2010-2011 in staat is geweest een grote krimp in werktijdfactor te realiseren. Echter de omstandigheden om krimp te realiseren worden steeds lastiger. Gemiddeld kost 1 fulltime baan (1 wtf) ± € 58 dzd. Stel dat als gevolg van mobiliteitsvertraging de gemiddelde werktijdfactor in een jaar 10 WTF hoger uitkomt dan verwacht in de formatiebegroting dan heeft dit een negatief effect op de lasten begroting van € 580 dzd. In dat geval raakt de exploitatierekening uit evenwicht. Ontwikkeling rondom de formatie en begroting worden daarom steeds nauwlettend gevolgd en gerapporteerd. Daarom heeft Flore de volgende Planning & Control cyclus ontwikkeld.

Planning & Control Cyclus Stichting Flore Een stichting voor primair onderwijs als Stichting Flore moet zich jaarlijks verantwoorden middels een jaarverslag en een jaarrekening. Deze jaarrekening dient te worden opgesteld per kalenderjaar, ook de begroting moet daarom worden opgesteld per kalenderjaar. Een school werkt echter in schooljaren. Personeels-formatieplannen worden per schooljaar gemaakt en ook de meeste bekostigingen worden per schooljaar vastgesteld.

1 Een begrotings- en rapportageproces op totaal stichting niveau per kalenderjaar ten behoeve van de externe verantwoording in de jaarrekening. Volgens de principes die de landelijke Raad voor de Jaarverslaglegging stelt aan een jaarrekening. 2 Een begrotingsproces en rapportage proces per school en kantoor per schooljaar ten behoeve van de interne besturing op een manier die directeur begrijpt zonder boekhouder te worden.

Jaarverslag Stichting Flore 2011

Stichting Flore heeft er daarom enkele jaren geleden voor gekozen om voor de begroting en de voortgangsrapportage te werken met twee parallelle processen:


40

Voor het interne begrotings- en rapportageproces wordt gebruikt gemaakt van door Stichting Flore ontwikkelde “knips”. Het proces ziet er als volgt uit:

Horizontale verantwoording Naast de hiervoor beschreven cyclus is de horizontale verantwoording veel breder. Horizontale verantwoording betekent verslag doen van de dialoog die Stichting Flore heeft met belanghebbenden. Intern zijn dit onder andere het directeurenberaad, de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad en de Raad van Toezicht. Daarnaast zijn er ook diverse andere belanghebbenden waar veelvuldig contact mee is, bijvoorbeeld gemeenten. Voor huisvestingsaangelegenheden maar ook voor onderwijsachterstandenbeleid, cultuur, verkeersveiligheid etc. vindt afstemming plaats met gemeenten. Tevens vindt in het kader van horizontale verantwoording overleg plaats met voorgezet onderwijs. Vanaf 2010 is de relatie met de GMR verder versterkt door maandelijks overleg met het dagelijks bestuur van de GMR en de hoofden van de afdelingen Onderwijs en Financiën & Organisatie. In gezamenlijkheid is gewerkt aan het opstellen van een jaarprogramma waaruit blijkt wanneer wat van elkaar verwacht kan worden. Tevens zijn in het kader van de horizontale verantwoording gesprekken gevoerd met de Belastingdienst en is recent een convenant gesloten met de Belastingdienst.

Aanpak ziekteverzuim Al sinds jaar en dag neemt Flore, net als de meeste andere besturen voor primair onderwijs, deel aan het Vervangingsfonds. Via een premie op de loonkosten wordt een vergoeding betaald aan het Vervangingsfonds. Uit deze vergoeding worden de personele lasten betaald van vervangers in geval van ziekte of verlof van personeel. Te betalen premie en ontvangen gelden zijn veelal in balans. Wordt er teveel vervanging gedeclareerd dan volgt een malus/naheffing. Wordt er minder gedeclareerd dan is er, onder voorwaarden, de mogelijkheid van een premierestitutie/bonus. Deelname aan het Vervangingsfonds is op dit moment financieel nog enigszins positief voor Flore. De verwachting is echter dat het Vervangingsfonds in de toekomst in haar huidige vorm zal verdwijnen. Er is onderzoek uitgevoerd naar het effect hiervan op Flore. De verwachting is dat dit een negatief financieel effect heeft op de personele lasten van enkele tonnen. Omdat vervanging als gevolg van ziekte de grootse component vormt binnen het Vervangingsfonds is terugdringen van het verzuimpercentage noodzakelijk. Op dit moment wordt een plan van aanpak voorbereid. In 2012 zal dit plan verder worden uitgewerkt en geconcretiseerd. Jaarverslag Stichting Flore 2011


41

Huisvestingslasten De huisvestingslasten bestaan met name uit lasten voor meerjaren onderhoud, energiekosten en schoonmaak. De huisvestingslasten vormen circa 8,5% van de totale lasten

Meerjarenonderhoudplan Stichting Flore heeft een kleine 50.000 m² aan gebouwen. Om het onderhoud hiervan planmatig aan te pakken wordt per school door de afdeling Huisvesting een meerjarenonderhoudsplan (MOP) opgesteld. Hierbij wordt uitgegaan van de diverse onderhoudscycli en de werkelijke staat van het gebouw. Op basis van dit MOP kan het zijn dat in een jaar veel aan onderhoud wordt gedaan, het jaar daarna minder, dit kan van jaar tot jaar, van school tot school verschillen. Om te voorkomen dat in de exploitatierekening in het ene jaar een grote onderhoudslast staat en de stichting verlies draait en het jaar daarna een lage onderhoudslast heeft en geld overhoudt, wordt gewerkt met een onderhoudsvoorziening. Dit is als het ware een spaarpot op de balans. Jaarlijks wordt een spaarbedrag in die spaarpot gedaan (= dotatie onderhoudsvoorziening in de exploitatie rekening). Het daadwerkelijk onderhoud wordt vervolgens uit die spaarpot op de balans betaald.

Ambitie Frisse Scholen Goed onderwijs vraagt ook om goede randvoorwaarden één daarvan is een goed binnenklimaat in de school. Stichting Flore heeft zich ten doel gesteld dat al haar scholen binnen 10 jaar fris, energiezuinig en aangenaam zijn. De deskundigen van de afdeling Huisvesting van Stichting Flore hebben enige jaren geleden, in opdracht van het College van Bestuur, onderzocht welke systemen er op de markt aanwezig zijn om de luchtkwaliteit en daar waar nodig het thermische binnenklimaat op de scholen (met name de lokalen) te verbeteren. Een belangrijk aandachtspunt daarbij was dat het energieverbruik van de systemen in de gaten gehouden dient te worden, aangezien mechanisch ventileren immers altijd geld kost (lees: een verhoging van het energieverbruik betekent). Het gekozen systeem is vervolgens als pilot toegepast in een nieuwbouwproject (RKBS Benedictus in Heiloo) en een renovatieproject (RKBS Theresia in Warmenhuizen) Beide met groot succes. Inmiddels zijn de lokalen van een diverse Flore scholen geheel of gedeeltelijk voorzien van voornoemd systeem. Stichting Flore heeft de ambitie uitgesproken om de komende jaren meer lokalen te voorzien van voornoemd of een soortgelijk verwarmings-, koel- en ventilatiesysteem. Om de Flore frisse scholen ambitie te kunnen realiseren is financiële dekking nodig. Flore doteert daarom jaarlijks stichtingsbreed een extra bedrag aan haar onderhoudsvoorziening. Uit efficiency overweging wordt uitvoering van het frisse scholen concept gekoppeld aan geplande nieuwbouw, verbouw of onderhoudsprojecten op scholen. Verderop in dit jaarverslag leest u het uitgebreide verslag van het frisse scholen systeem.

Ambitie draadloos netwerk op scholen

In een viertal scholen draait een pilot rondom de inrichting van een draadloos netwerk; in twee scholen zal in 2012 een draadloos netwerk zijn geïnstalleerd en daarmee proefdraaien. In de loop van 2013 zullen nog vier scholen volgen. Bij succes volgen de overige scholen. De ambitie Frisse scholen vormde reeds onderdeel van de meerjaren huisvesting/onderhoudsplanning. De ambitie draadloos netwerk is hier nu aan toegevoegd.

Jaarverslag Stichting Flore 2011

Een kind dat nu op de basisschool zit, zal in zijn levensloop(baan) te maken krijgen met een grote mate van digitalisering van leven, leren en werken. Smartphones, laptops, ipads, tablets zijn niet meer weg te denken uit onze samenleving. Via wifi en 3G staan mensen continu op veel verschillende manieren met elkaar in contact en wordt kennis gedeeld. In de scholen wordt op dit moment voornamelijk nog met een beperkt aantal desktop pc’s gewerkt die zijn gekoppeld aan een vast netwerk. Ook de ICT-ontwikkelingen in het onderwijs staan niet stil. Om en beeld te krijgen van de mogelijkheden van draadloze netwerken heeft Flore in haar strategisch koersplan 2012-2016 de volgende ambitie neergezet:


42

Toch bezuiniging op huisvestingslasten Daling van het aantal leerlingen betekent daling van inkomsten. Daling van leerlingen betekent ook dat de inkomsten voor materiële zaken zullen dalen, dus ook de inkomsten voor het betalen van huisvestingslasten zoals: onderhoud, schoonmaak en energie. Dit betekent, zonder de hiervoor beschreven ambities teniet te doen, dat ook de huisvestingslasten zullen moeten dalen. In feite betekent dat een daling van het aantal vierkante meters schoolgebouw. minder leerlingen – minder vierkante meters – minder scholen/lokalen Voor leegstaande inefficiënt gebruikte ruimtes wordt geen geld ontvangen maar de exploitatie daarvan kost jaarlijks wel geld. Deze exploitatiekosten stijgen jaarlijks ook als gevolg van prijsindexering etc. Het afstoten van lokalen of samenvoegen van scholen is een complex proces. Als gevolg van leerlingenkrimp vinden diverse gesprekken/onderzoeken plaats met betrekking tot de toekomst van scholen; onder andere: • Fusie/samenwerking SBO scholen van Flore en Blauwe Loper in Heerhugowaard • Toekomst scholen Akersloot • Toekomst scholen Graft - De Rijp • Toekomst scholen Limmen • Toekomst scholen Groet en Schoorl • Gesprekken met gemeenten en besturen over IHP (Integraal HuisvestingsPlan) Het precieze resultaat van deze en mogelijk nieuwe ontwikkelingen is op dit moment nog niet te bepalen. Feit is wel dat de huisvestingskosten omlaag moeten. Daarom is in de meerjarenbegroting 2012-2015 een bezuinigingsdoelstelling doorgevoerd.

Jaarverslag Stichting Flore 2011


43

Financiële baten & treasury Naast de hiervoor genoemde baten en lasten heeft Flore ook financiële, rente-, baten. Hiervoor beschikt Flore over een treasurystatuut. Treasury is het sturen en het beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's. In dit treasurystatuut wordt het treasurybeleid uiteengezet en wordt een beschrijving gegeven van de bevoegdheden en verantwoordelijkheden in het kader van de treasuryfunctie. Het treasurystatuut heeft tot doel sturing te geven aan de treasuryfunctie en risico's te beperken. Het uitgangspunt van de stichting is dat zij een zodanig financieel beleid en beheer voert, dat haar voortbestaan in financieel opzicht is gewaarborgd. Het treasurybeleid van Stichting Flore vindt plaats binnen de kaders van de “Regeling beleggen en belenen door instellingen voor onderwijs en onderzoek” van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Bij het aantrekken respectievelijk uitzetten van alle benodigde respectievelijk overtollige middelen wordt gehandeld overeenkomstig de in deze regeling gestelde verplichtingen.

Rente, geen beleggingen De stichting houdt haar liquide middelen aan op een rekening courant. Tijdelijk niet gebruikte middelen worden op verschillende spaar- of depositorekeningen gezet. Stichting Flore belegt op dit moment geen gelden. De rentebaten zijn zichtbaar in de exploitatierekening bij het onderdeel “financiële baten”.

Jaarverslag Stichting Flore 2011


44

De exploitatierekening Hiervoor zijn allerlei ontwikkelingen beschreven die van invloed zijn op de exploitatierekening van de stichting. In onderstaande tabel is zichtbaar hoe de exploitatierekening is opgebouwd en wat het resultaat 2011 is.

Baten Rijksbijdragen OCW 2011 (+€ 442 dzd, +1,3%) De indexering van de bedragen per leerling kwam lager uit dan begroot maar Flore heeft gebruik kunnen maken van een tussentijds groeitelling op stichtingniveau. Tevens kwamen de bedragen verlofsubsidie en leerling-gebonden financiering hoger uit dan begroot. Overige overheidsbijdragen (+€ 86 dzd, +3,6%). In verband met een hoger bedrag aan projectsubsidies komende overige overheidsbijdragen hoger uit dan begroot. Overige baten (+€ 324 dzd, + 20%) De overige baten 2011 komen hoger uit dan begroot, onder andere: • meer baten uit verhuur dan begroot circa +€ 40 dzd; • te lage begroting van projectsubsidie baten circa + € 111 dzd. Hier staan echter ook hogere projectsubsidie lasten tegenover; • te voorzichtige begroting overige baten circa + € 150 dzd; • lager bedrag aan detachering circa – 30 dzd; • hogere bijdrage vanuit de samenwerkingsverbanden + € 30 dzd.

Lasten

Huisvestingslasten (+ 235 dzd, + 7,5%). De huisvestingslasten 2011 zijn hoger dan begroot. Dit betreft de verhoging van de dotatie aan de voorzieningonderhoud op basis van de inzichten uit jaarrekening 2010 die in april 2011 is vastgesteld. Afschrijvingen (+ € 64 dzd, +6,4%). Het verschil met de begroting betreft een versnelde afschrijving op meubilair. Dit naar aanleiding van analyse van de activastaat meubilair en globale inventarisatie van oud meubilair op betreffende scholen.

Jaarverslag Stichting Flore 2011

Personele lasten (+ € 482 dzd, + 1,5%). De lonen en salarissen komen 420 dzd (1,2%) hoger uit. Als gevolg van hogere inkomsten (onder andere LGF) was de personele bezetting iets hoger. Tevens lagen de loonkosten per fte iets hoger. De overige personele lasten (onder andere inzet extern personeel, scholing, arbo) komt € 62 dzd hoger uit dan begroot, onder andere het gevolg van een naheffing van het Vervangingsfonds .


45

Leermiddelen (- € 10 dzd, -0,8%). De leermiddelen 2011 liggen in lijn met de begroting. Het onderwijsleerpakket komt € - 50 lager uit en Projecten € 40 dzd hoger. Overige instellingslasten (+ 144 dzd, + 12,7%). De overige instellingslasten bestaan uit een diversiteit van kosten. Belangrijke verschillen met de begroting zijn: • te lage begroting ICT exploitatie kosten (beheer, licenties etc) + € 95 dzd; • hogere overige en projectkosten + 36 dzd. De afgelopen jaren heeft het exploitatieresultaat zich als volgt ontwikkeld

Na jaren van een dalend exploitatie resultaat en in 2010 zelfs een negatief exploitatieresultaat is het resultaat 2011 weer in balans en gestabiliseerd rond de nullijn.

Jaarverslag Stichting Flore 2011


46

De meerjarenbegroting De begroting voor de komende jaren laat de volgende ontwikkeling zien:

Onderzoek en Ontwikkeling In het kader van BW2 titel 9 artikel 391.2 moet in het jaarverslag melding worden gemaakt van onderzoek en ontwikkeling: Bij Stichting Flore worden geen werkzaamheden gedaan op het gebied van onderzoek en ontwikkeling.

Jaarverslag Stichting Flore 2011


47

2 Inzet van extra beschikbare middelen Naast het huishoudboekje in de vorm van de exploitatierekening is de financiële balans van de stichting een belangrijk gegeven. Jaarlijks wordt op 31 december de balans opgemaakt. De balans geeft inzicht in de bezittingen en de wijze waarop deze bezittingen zijn gefinancierd door eigen vermogen dan wel vreemd vermogen.

Eigen vermogen Een belangrijke post op de balans van Stichting Flore is het eigen vermogen. Het eigen vermogen neemt af als de organisatie in haar exploitatierekening verlies lijdt. Het neemt toe als de exploitatierekening een positief resultaat laat zien. Flore is een financieel gezonde organisatie en beschikt over een aanzienlijk eigen vermogen. Om te bepalen hoe hoog het eigen vermogen van Flore zou moeten zijn is op basis van een risico-inventarisatie het Flore norm vermogen vastgesteld.

Risico Management & Inventarisatie Jaarverslag Stichting Flore 2011

Onder leiding van Deloitte is in 2009 een proces van risico-inventarisatie gestart. Eerst met directeuren en adjunct-directeuren en later ook met de Raad van Toezicht en het College van Bestuur zijn risico’s in kaart gebracht. Risico’s voor de volgende clusters zijn in kaart gebracht: • Leerlingen • Onderwijs en leerlingenzorg • Personeel • Middelen • Besturing en beheer • Externe contacten


48

Elk cluster bestond uit ongeveer 10 risico onderwerpen in totaal dus 60 risico onderwerpen. Per onderwerp is een score gegeven aan het risico: 1 is laag, 5 is hoog risico. Deze risico-inventarisatie score is vervolgens ingevoerd in een berekeningsmodel van Deloitte. Op basis van dit model wordt dan berekend hoe hoog het eigen vermogen van Stichting Flore moet zijn. Het resultaat op basis van dit proces is: noodzakelijke hoogte van het eigen vermogen = € 10 mln.

Duurzaam investeren in onderwijs Het eigen vermogen op 31-12-2011 bestaat uit een algemene reserve van € 11.851dzd, een bestemmingsreserve privaat van € 811 dzd en een bestemmingsreserve op basis van voormalige BAPO-voorziening van € 772 dzd. De beschikbare reserve ligt boven het vastgestelde norm vermogen van € 10 miljoen en biedt dus de ruimte om duurzaam te investeren in het onderwijs. Duurzaam investeren klinkt makkelijker gezegd dan gedaan. Indien extra vermogen wordt ingezet in personeel en materialen dan geeft dat op korte termijn ruimte in de steeds krapper wordende budgetten. Als het extra geld daarna op is en deze investering heeft geen langdurig effect, dan heeft de inzet van deze middelen geen duurzaam karakter. Daarom is Stichting Flore gestart met het gefaseerd inzetten van dit extra vermogen middels het Flore KwaliTIJD budget.

Flore KwaliTIJD budget (Fase 1) Stichting Flore is een financieel gezonde organisatie. Binnen het vermogen is ruimte om te investeren in onderwijskwaliteit. De continue focus op het verbeteren van onderwijskwaliteit krijgt bestuurlijk binnen Flore onder ander vorm via: de kwaliteitsknip, resultaatsontwikkeling per kind via de leerling-ontwikkeling viewer, scholing etc. Doelstelling is echter om die kwaliteitsfocus nog meer te krijgen op de plek waar de kwaliteit wordt gemaakt namelijk op de scholen en in de klassen. Het verbeteren van kwaliteit kost tijd. Binnen de reguliere bezetting en de, door overheidsbezuinigingen, steeds krappere financiering van de scholen is het niet eenvoudig om tijd, lees geld, vrij te maken. Tijd om samen met het team van leerkrachten eens stil te staan en samen nog meer invulling te geven aan die focus op onderwijskwaliteit.

Twee vliegen in één klap 1 Zowel landelijk als binnen de stichting zal kwaliteitsfocus de komende jaren centraal staan. Kwaliteit wordt gemaakt op de scholen die hierbij ondersteund worden door het servicekantoor. Met ons basisonderwijs bereiden we kinderen zo goed mogelijk voor op de toekomst. Hoe de toekomst er uit zal zien zullen we gaan ervaren. De weg naar de toekomst toe is een zoektocht waarin het basisonderwijs en het begrip onderwijskwaliteit zich zal bewegen. Onderwijskwaliteit is meer dan alleen concrete normen en resultaten voor Cito-toetsen. Dit “meer” is echter niet altijd in meetbare doelen en kaders te vervatten, maar vormt wel onderdeel van de brede ontwikkeling van onze kinderen op de Flore scholen.

Stimuleringsbijdrage: Flore KwaliTIJD budget (Fase 1)

DOEL: Kwaliteitsfocus in brede zin Het verbeteren van de onderwijskwaliteit is een continu proces. Om dit proces te stimuleren heeft het CvB voorgesteld om een bedrag van € 350 dzd uit het vermogen toe te voegen aan de budgetten van de scholen. Dit voorstel is in september 2011 besproken in de Auditcommissie (AC). De AC heeft hierover positief geadviseerd waarna de Raad van Toezicht het voorstel heeft goedgekeurd.

Jaarverslag Stichting Flore 2011

2 De exploitatie ontwikkelt zich vooralsnog conform begroting. Flore beschikt over geld in de vorm van een goede vermogenspositie met daarin financiële ruimte om een stimulans te geven aan deze kwaliteitsfocus.


49

Het bedrag is als volgt opgebouwd: Vast bedrag € 6.900 Bedrag per leerling € 15 Totaal KwaliTIJD budget (Fase 1): € 350.000

Kaders Het KwaliTIJD budget is bedoeld om tijd vrij te maken voor kwaliteitsfocus. Het mag niet worden gebruikt om gaten in de formatieve begroting te dekken. Het is eenmalig geld dus mag niet leiden tot structurele personele verplichtingen.

Verantwoording School: Verantwoording van de middelen vindt plaats in reguliere planning, doelstellingen- en beoordelingscyclus tussen school directeur en het CvB. Scholen brengen verslag uit in het schooljaarverslag. CvB: Verantwoording van de middelen vindt plaats in de reguliere planning, doelstellingen- en beoordelingscyclus tussen het CvB en de RvT. Het CvB verantwoordt zich in het Flore Jaarverslag met een samenvatting van de resultaten. Vervolg: Indien het proces tot positieve resultaten leidt zal het CvB een verzoek bij de RvT indienen om ook een budget vrij te maken voor een volgende fase. Eind 2011, begin 2012 hebben diverse scholen plannen opgesteld voor de inzet van het KwaliTIJD budget. De plannen en de resultaten zullen worden gerapporteerd in de rapportages en Jaarverslag 2012.

Jaarverslag Stichting Flore 2011


50

11 Thema Talentontwikkeling 10 Jaar “Opleiden in School” bij Stichting Flore Tien jaar ‘Opleiden in School’ bij Stichting Flore. Een mooi moment om de balans op te maken. Harry Lamers, Marie José Jongerius en Cees Baart reflecteren hieronder op vragen als: Wat heeft het Opleiden in School ons gebracht? Bij welke ontwikkelingen in de school heeft het bijgedragen? Hoe ziet de toekomst eruit? Kortom, wat zijn we er met zijn allen wijzer van geworden? Laten we op de eerste plaats beginnen met te zeggen dat we trots zijn op de manier waarop het Opleiden in School binnen Flore vorm en inhoud heeft gekregen en hoe hier op de beide pabo’s in Alkmaar en verder in Noord-Holland over gesproken wordt. Trots zijn we ook op onze mentorenopleiding, want opleiden van toekomstige leerkrachten doe je samen.

Mentoren Inmiddels zijn er zelfs al zo’n 60 gecertificeerde mentoren en even zo veel mentoren-plus in opleiding. De studiedagen van deze opleiding worden deels verzorgd wordt door docenten van de iPabo en deels door Inholland. Terwijl de intervisiebijeenkomsten door de schoolopleiders van Flore geleid worden. Voor al deze onderdelen van de opleiding zijn de leerlijnen inmiddels gedefinieerd. Ons doel is nog steeds om in de toekomst alle studenten bij gecertificeerde mentoren stage te laten lopen. We zijn hard op weg om dit ook te gaan waarmaken.

Studenten

Duaal leren We durven met een gerust hart te zeggen dat de theorie van de opleiding en de praktijk van het werkveld dichter bij elkaar gebracht zijn voor de toekomstige leerkrachten die momenteel op de Florescholen op hun baan in het onderwijs voorbereid worden. Dankzij het Opleiden in School is er sprake van duaal leren in de laatste twee jaren van de opleiding. De studenten lopen tegenwoordig twee dagen per week stage en kunnen zo meer van de praktijk leren. Omgekeerd dragen met name deze derde- en vierdejaars studenten bij aan de ontwikkeling van de school. De op-

Jaarverslag Stichting Flore 2011

Ruim 120 studenten lopen op onze scholen stage. Hen wordt door de mentoren een rijke leeromgeving geboden. Daarnaast krijgen zij feedback op hun ontwikkeling. Bij dit laatste wordt aangesloten bij het persoonlijk ontwikkelingsplan van de student waarin eigen leerdoelen van de opleiding en de stage samenkomen. Dat de mentoren tijdens dit proces zowel ongemerkt als bewust op de competenties van het vak van leerkracht reflecteren en tevens via de student de laatste ontwikkelingen vanuit de opleiding meekrijgen is een grote meerwaarde. De mentoren liften hierbij in hun eigen ontwikkeling als vakvrouw of vakman dus mee. De schoolopleiders kunnen tijdens hun beoordelingsbezoeken aan de studenten aan dit voornoemde proces nog meer inhoud geven door enerzijds de student te bevragen en anderzijds de mentoren te laten meebeleven hoe zo’n gesprek verloopt. Zo komen zowel de indicatoren van de competenties van het vak van leerkracht als de begeleidingsvaardigheden met betrekking tot de student voorbij. De schoolopleiders hebben goed zicht hebben op zowel de talentvolle als op de ongeschikte studenten. De directeuren informeren bij de schoolopleiders voordat zij een 4de jaars student ofwel lio-student aannemen over zijn of haar geschiktheid voor het vak van leerkracht.


51

drachten die zij van de opleiding meekrijgen hebben steeds meer een onderzoeksmatig karakter en sluiten bovendien aan bij wat de school zelf aan het ontwikkelen is of van plan is te ontwikkelen. Doordat zij via een stappenplan met hun onderzoek bezig zijn, ontwikkelen zij een onderzoeksmatige houding. Deze aanpak van een probleem is op haar beurt uitermate waardevol voor de leerkrachten op de school die hierbij betrokken zijn. Er is zo met recht sprake van een win-win situatie.

Een leven lang leren Omdat we spreken van een leven lang leren is het goed om te zien hoe vertrouwd de toekomstige leerkracht met zijn of haar persoonlijk ontwikkelingsplan omgaat. Wanneer de schoolopleiders van Flore deze afgestudeerde leerkrachten na hun opleiding vervolgens als beginnende leerkracht op één van de Florescholen begeleiden, kunnen zij de draad van hun ontwikkeling zo weer oppakken. Op die manier wordt er samen aan een goede basis en aan succeservaring in het onderwijs gewerkt. Onder die goede basis wordt dus verstaan de vierjarige opleiding en de eerste twee jaar dat een leerkracht na het behalen van zijn of haar diploma werkt. Al met al een dusdanig traject dat de schoolopleiders de talenten onder de toekomstige leerkrachten er zeker uit kunnen pikken.

Tot slot Toch valt er na 10 jaar Opleiden in School ook in negatieve zin iets te vermelden. Zo moeten wij helaas constateren dat de huidige recessie een bedreiging voor het Opleiden in School vormt. De financiële positie van de Pabo’s en ons eigen bestuur zorgen daarvoor. Met de Pabo’s moet stevig onderhandeld worden om een acceptabele financiële vergoeding voor onze inspanning voor de begeleiding van de studenten te ontvangen. Omdat deze vergoeding deels onvoldoende is, heeft dit consequenties. Het betekent dat de schoolopleiders van Flore zich momenteel in tijd minder met de studenten bezighouden. De schoolopleiders zien een verschuiving van het werkterrein; een verschuiving van het begeleiden van minder studenten naar het begeleiden en coachen van zittend personeel. Zo wordt er van hun expertise met betrekking tot begeleiden en coachen dankbaar gebruik gemaakt. En voor wat betreft het Opleiden in School: hier zullen we voor alsnog even pas op de plaats moeten maken.

Jaarverslag Stichting Flore 2011


52

12 Thema Frisse scholen Interview met Cor Altena, beleidsmedewerker afdeling huisvesting bij Stichting Flore “Hoe breng ik de energiekosten voor de organisatie omlaag?” Deze vraag was voor Cor Altena, beleidsmedewerker afdeling Huisvesting, de insteek om met het Frisse Scholen Project te starten. De eerste stap was het optimaliseren van de meet- en regeltechniek van de cv-installaties in enkele scholen. Vervolgens werd Cor betrokken bij het ver gevorderde ontwerp van de nieuw te bouwen Benedictusschool in Heiloo. Omdat de bestaande, traditionele systemen elk hun eigen specifieke voor- en nadelen hebben en veelal niet konden voldoen aan de huidige en in de nabije toekomst (door de wet- en regelgeving) te stellen eisen, is hij in samenwerking met een leverancier tot een speciaal verwarmings- ventilatiesysteem-/verkoelsysteem gekomen, dat echt is toegesneden op het gebruik in scholen en met name in leslokalen, speellokalen en aula’s. Uitgangspunt was: elk van de voornoemde ruimten moet kunnen beschikken over een naar eigen wens instelbaar klimaat, waarbij het ventilatievoud, afhankelijk van de vervuilingsgraad in de desbetreffende ruimte, automatisch wordt geregeld. Vervolgens is door de afdeling Huisvesting besteksmatig omschreven aan welke voorwaarden de technische installaties dienden te voldoen en heeft de aanbesteding plaats gevonden. Tegenvaller was dat geen enkele installateur in Noord-Holland de installatie wilde realiseren, omdat niemand de illusie had dat het op de juiste wijze zou kunnen functioneren. Overtuigd van het feit dat de gemaakte keuze wel tot het gewenste resultaat zou leiden, heeft Cor de technische verantwoordelijkheid op zich genomen en de installatie door een loodgietersbedrijf, dat het materiaal en de mankracht leverde, laten installeren. Achteraf bekeken blijft het merkwaardig, dat een zo essentiële installatie op deze wijze is gerealiseerd.

Hoe werkt het systeem? De unit is een rechthoekige “doos”, die bij voorkeur boven het verlaagd plafond in de desbetreffende ruimte wordt aangebracht. De unit blaast lucht in het ruimte en haalt vervolgens lucht terug uit de ruimte. De frisse buitenlucht wordt gemengd met een deel van de lucht die in de ruimte circuleert, waarbij het overtollige deel van de lucht in de ruimte naar buiten wordt afgevoerd. In elke ruimte wordt een bedieningspaneel met ingebouwde CO²-sensor. Middels deze sensor wordt het CO²-gehalte gemeten en de mate van de benodigde hoeveelheid ventilatielucht berekend.

Bloktijden De bloktijden kunnen op het bedieningspaneel van elke unit afzonderlijk worden ingesteld. Wanneer de ruimte verlaten is, bijvoorbeeld tijdens het speelkwartier en tussen de middag, wordt dit door een aanwezigheidssensor gedetecteerd en wordt de ingestelde ruimtetemperatuur naar een lager ingestelde temperatuur geregeld. Doordat er een vertraging is ingebouwd, reageert het systeem niet wanneer een persoon de ruimte betreedt om iets te pakken en vervolgens weer weggaat. Wordt de ruimte gedurende een langere tijd door één of meerdere personen betreden dan wordt de temperatuur automatisch naar het hogere niveau geregeld. Als de school rond 17.00 uur helemaal verlaten is zakt de temperatuur automatisch naar de ingestelde nachttemperatuur. Het voornoemde geldt ook voor de verlichting; deze wordt automatisch uitgeschakeld als de ruimte langere tijd leeg is.

Jaarverslag Stichting Flore 2011

Wat kan het systeem?


53

Vakanties en BSO Tijdens de vakantieperiodes wordt de temperatuur in de school automatisch naar de nachttemperatuur geregeld. Een eventueel in het object aanwezige ruimte, die in gebruik is door de BSO blijft op zijn ingestelde temperatuur. Toiletventilatie wordt met uitzondering van toiletten, die worden gebruikt door kinderen en verzorgers van de BSO, in de vakantieperiode uitgeschakeld. Om het fris te houden worden de schakelklokken zodanig geprogrammeerd, dat deze een half uur per week draaien. Zonwering Het zonwering wordt automatisch naar beneden gestuurd als de zon gaat schijnen. Echter, schijnt de zon op een mooie winterdag, dan bepaalt het systeem dat het scherm in eerste instantie niet naar beneden wordt gestuurd. Op deze wijze wordt optimaal van de zonnewarmte geprofiteerd. Uiteraard kan de leerkracht het scherm ook handmatig bedienen, bijvoorbeeld als de zon in het gezicht van een leerling schijnt of dat er een hinderlijke reflectie op het digibord ontstaat. Bij regen en teveel wind wordt de zonwering ter voorkoming van schade automatisch omhoog gestuurd en bij het verlaten van het object kan de alle zonwering in één keer omhoog worden gestuurd. Dataverbinding Alle in het object aangebrachte verwarming-/ventilatie-units zijn onderling middels een databusverbinding gekoppeld en verbonden met een interface. Op deze wijze is het mogelijk om de gehele installatie op afstand te besturen (bijvoorbeeld temperatuurinstellingen en bloktijden wijzigen) en te bewaken. In het laatste geval wordt in geval van een storing in één of meerdere units een melding verzonden naar een storingsmonteur en naar de afdeling Huisvesting van Stichting Flore. Door in te loggen in het systeem kan worden nagegaan waar of het euvel zich bevindt en worden nagegaan of er actie moet worden genomen (afweging van een niet-urgente tegen een urgente storing) en zo ja (urgente storing) welke maatregelen getroffen moeten worden. Radiator vrij Dankzij het systeem zijn er geen radiatoren meer nodig in de klaslokalen. Dit is hygiënischer, er is meer ruimte beschikbaar en het is veiliger. Wel zijn er radiatoren geplaatst bij kapstokken, zodat de jassen kunnen drogen en er geen vocht blijft hangen. Lage temperatuurverwarming De installaties draaien op een lage temperatuurverwarming; op deze wijze wordt gebruik gemaakt van het maximale rendement van de ketel(s). Bij Stichting Flore worden de ketels (waar mogelijk) standaard in cascade geschakeld en worden deze geregeld met de modernste meet- en regel-apparatuur. Afhankelijk van de warmtevraag worden achtereenvolgens één of meerdere ketels ingeschakeld resp. uitgeschakeld. Dankzij deze installaties gaat het energiegebruik gemiddeld minimaal 20% naar beneden. Doordat de meet- en regelapparatuur standaard ook wordt voorzien van een optimalisering gaat het energieverbruik nog verder naar beneden.

Leerprestaties en ziekte verzuim Uit nationale een internationale onderzoeken blijkt dat Frisse-Scholen een positief effect hebben op de leerprestaties van de kinderen. TNO heeft het effect van frisse lucht getest op reken- en taal-vaardigheid.

Jaarverslag Stichting Flore 2011

Geluidsarm Het gerenommeerde bureau Peutz heeft metingen uitgevoerd, waarbij men versteld stond van het zeer lage geluidsniveau van de verwarmings-/ventilatie-unit. In combinatie met de standaard door Stichting Flore aangebrachte extra geluiddempende plafonds ter plaatse van de voornoemde units wordt een zeer laag geluidsniveau gerealiseerd en behoort het systeem tot het meest geluidsarme systeem van Nederland.


54

Toekomst Op dit moment is de helft van de onder Stichting Flore ressorterende scholen geheel of gedeeltelijk fris. De verwachting is, dat alle scholen over 10 jaar fris zijn.

Wat is nog meer uniek op de Flore scholen? Witte dakbedekking De dakbedekking van de daken van de school De Tweemaster in Heerhugowaard zijn in de kleur wit uitgevoerd om de door de zonbelasting hoge daktemperatuur, indien zwarte dakbedekking wordt toegepast, te verlagen. Doordat de dakbedekking wit is in plaats van zwart gaat de temperatuur van het dak minimaal 30 graden naar beneden, wat tot gevolg heeft dat de uitstraling naar de onderliggende ruimte sterk wordt verminderd. Het prijsverschil tussen de witte en zwarte dakbedekking is verwaarloosbaar; wel moet de dakbedekking regelmatig goed schoongemaakt worden. Audiovisuele presentaties en hefbaar podium In de aula van sommige scholen is in het plafond een projectiescherm met bijbehorende beamer aangebracht. Dit scherm en de beamer komen met een simpele handeling uit het plafond tevoorschijn. De Benedictusschool heeft een hefbaar podium. Dankzij dit systeem is het sjouwen met zware podiumdelen verleden tijd. Het is een uniek systeem, ontworpen door Cor Altena, die ook verantwoordelijk is voor het ontwerp van de behuizing van de geluidsapparatuur, de lichtregeling en de regelbare toneelverlichting incl. bijbehorende bekabeling/bedrading. Sluitsysteem Wanneer een vluchtdeur met behulp van de nachtschoot op slot is gezet, is het wel de bedoeling dat deze bij het indrukken van de aangebrachte paniekbalk wel opengaat. Het is hierbij niet de bedoeling dat het slot inwendig door deze handeling defect raakt. Dit is kapitaalvernietiging. Het vreemde is dat er op de markt geen deuren waren die aan deze – logische – eis voldeden. De medewerkers van de afdeling huisvesting van Stichting Flore hebben zelf uitgezocht op welke wijze een afgesloten vluchtdeur bij nood geopend kan worden zonder dat het slot kapot gaat. Dit scheelt weer enorm in de kosten. Besparing Het doel van Cor is om minimaal 30%, wellicht nog meer, aan energiekosten te besparen. Op jaarbasis bedragen de aan het energieverbruik gerelateerde kosten voor Stichting Flore tussen de € 500.000 en € 540.000.

Jaarverslag Stichting Flore 2011

Om ons frisse scholen concept onder de aandacht te brengen van de (potentiële) ouders en overige belanghebbenden en belangstellenden in de regio hebben we een pr-activiteit bedacht. Leerlingen van enkele ‘frisse flore scholen’ hebben een ‘frisse scholen trofee’ overhandigd aan de burgemeester en wethouder van de gemeente waarin de school gevestigd is. Om deze manier bedanken de leerlingen de gemeente voor het beschikbaar stellen van gelden om hun school fris en gezond te maken. In februari 2012 hebben de leerlingen van de Tweemaster en Zeppelin in Heerhugowaard en St. Barbara in Tuitjenhorn een frisse scholen trofee gemaakt en op een feestelijk moment overhandigd. In diverse media is hier melding van gemaakt.


55

13 Thema Levensbeschouwelijke identiteit In 2011 zijn we binnen het Directieberaad van Stichting Flore begonnen met een traject rondom de levensbeschouwelijke identiteit van Stichting en van de scholen, die vallen onder de Stichting Flore. We hebben gewerkt met het projectplan met de titel ‘Identiteit op de kaart’. Dit project zijn we in 2011 begonnen op het niveau van de Stichting Flore en het is de bedoeling om in de komende twee schooljaren (2011-2012 en 2012-2013) werk te maken van het realiseren van de doelstellingen met name op schoolniveau. In 2014 ronden we dan het project weer op Floreniveau af. Wat willen we in deze periode 2011-2014 dan bereiken? Voor het project zijn de volgende doelstellingen vastgesteld: 1 directies en teams hebben actief aandacht besteed aan de levensbeschouwelijke identiteit van de Stichting Flore en van de eigen school; 2 Stichting Flore heeft een hernieuwde en herijkte identiteitstekst voor Stichting vastgesteld; 3 De scholen van Stichting Flore kunnen in woord en/of beeld een helder antwoord geven op vragen naar hun levensbeschouwelijke identiteit; 4 Stichting Flore heeft in woorden en/of beelden verzameld hoe de identiteit van haar scholen tot uiting komt.

Voor de zomervakantie hebben alle scholen hun spoor aangegeven en daar is een poster van gemaakt. Als laatste activiteit is gewerkt aan de herijking van de identiteitstekst van de Stichting Flore. Dit onderdeel is gedaan in samenhang met het communicatietraject en met het traject om te komen tot een nieuw strategisch beleidsplan voor de periode 2012-2016. Deze doelstelling is dan ook afgerond.

Jaarverslag Stichting Flore 2011

In november van 2010 zijn we het project begonnen met een studieochtend voor de directies. Tijdens deze ochtend waren er twee inleiders te weten pastor Paul Vlaar uit Obdam en Manuela Kalsky, een godsdienstsocioloog uit Amsterdam. Zij hebben de directies aan het denken gezet over de identiteit van zichzelf, de eigen school en de Stichting Flore. Tijdens deze boeiende ochtend is er heel wat losgekomen. Horen we nog bij de traditionele gemeenschappen, waar we van oudsher zo mee verbonden waren. Of zijn we in de huidige tijd meer ongebonden spiritueel? Vragen waar een ieder de komende jaren antwoorden op moet zien te vinden, individueel, voor de school en voor Stichting Flore. Na de studieochtend zijn de scholen begonnen met het kijken naar de levensbeschouwelijke identiteit van de eigen school. In het schoolplan 2011-2015 is aangegeven welke activiteiten men gaat uitvoeren en wanneer men dat wil gaan doen. Daarbij kan gekozen worden uit een vijftal ontwikkelsporen: • een onderzoekend spoor (we willen weten hoe het er in de praktijk voorstaat) • een bezinnend spoor (we willen open en goede met elkaar over identiteit in gesprek gaan) • een profilerend spoor (we willen meer zichtbaar maken wat we allemaal al doen) • een kwaliteit spoor (we willen de kwaliteit van levensbeschouwelijk onderwijs meten, weten en verhogen) • een eigen spoor (we kiezen uit de sporen die elementen waar wij als school iets mee kunnen)


56

De nieuwe tekst is: Stichting Flore is een vooruitstrevende interconfessionele onderwijsorganisatie die vanuit persoonlijke aandacht een bijdrage wil leveren aan de ontwikkeling van kinderen vanuit de waarden kwaliteit, daadkracht en duurzaamheid. Stichting Flore biedt ruimte voor levensvragen en zingeving aan leerlingen, leerkrachten en andere medewerkers. Door met de ander deze ruimte in te vullen kun je worden wie je bent. Daarbij wordt uitgegaan van een verbondenheid tussen authentieke scholen op basis van christelijke waarden. Stichting Flore gaat ervan uit dat mensen met verschillende levensbeschouwingen elkaar inspireren, aanvullen en elkaar laten groeien. Het project Identiteit op de kaart wordt aangestuurd door een werkgroep bestaande uit directeuren (Willen Veldt en Regina Ybema) en medewerkers van het servicekantoor (Siebrand Konst en Peter Claessen). De werkgroep wordt ondersteund door Arcade-Cilon, een bureau voor advies en begeleiding bij identiteit en levensbeschouwing.

Jaarverslag Stichting Flore 2011


57

14 Lijst met afkortingen Auditcommissie Arbeidsduurverkorting Administratieve Organisatie/Interne Beheersing Algemene WerkgeversVereniging Nederland

BAPO BSO

Bevordering Arbeidsparticipatie Ouderen Buiten Schoolse Opvang

CAO CFI CPI CPS CvB CNVO

Collectieve Arbeidsovereenkomst Centrale FinanciĂŤn Instellingen (uitvoeringsorgaan van het Ministerie van OCW), heet nu DUO Consumenten Prijs Index Christelijk Pedagogisch Studiecentrum College van Bestuur Christelijk Nationaal Vakverbond Onderwijs

DB DiB DGO DUO DZD

Dagelijks Bestuur Directieberaad Decentraal Georganiseerd Overleg Decentraal Uitvoerings Orgaan (uitvoeringsorgaan van het Ministerie van OCW), voorheen CFI Duizend

F&O FPU FTE

FinanciĂŤn & Organisatie Flexibele Pensioen Uittreding Full-time equivalent

GGL GMR

Gemiddelde Gewogen Leeftijd Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad

IB ICT IGDI

Intern Begeleider Informatie en Communicatie Technologie Interactieve Gedifferentieerde Directe Instructie

LB LGF

Leerkracht salarisschaalniveau B Leerling Gebonden Financiering

MLN MOP MR

Miljoen Meerjaren Onderhouds Plan Medezeggenschapsraad

Jaarverslag Stichting Flore 2011

AC ADV AO/IB AWVN


58

NKO

Nederlandse Katholieke Vereniging van Ouders

OCW OCW/LNV OGMR

Onderwijs Cultuur en Wetenschappen Onderwijs Cultuur en Wetenschappen/Landbouw Natuurbeheer en Visserij Oudergeleding van de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad

PGMR PO PR

Personeelsgeleding van de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad Primair Onderwijs Public Relations

RC RKBS RvT RT

Remuneratiecommissie Rooms Katholieke Basisschool Raad van Toezicht Remedial Teaching

SBO SEN SWV AMR SWV HHW

Speciaal Basis Onderwijs Special Educational Needs Samenwerkingsverband Alkmaar Samenwerkingsverband Heerhugowaard

VBM VF VTOI WTF

Versterking Bestuur en Management Vervangingsfonds Vereniging van Toezichthouders in Onderwijsinstellingen Werktijdfactor

Jaarverslag Stichting Flore 2011


59

Colofon Bestuursnummer: 73919 Stichting Flore W.M. Dudokweg 47 Postbus 279 1700 AG Heerhugowaard Contactpersoon: De heer R.W.J. Zaal Hoofd Financiën & Organisatie 072 – 566 0214 www.stichtingflore.nl flore@stichtingflore.nl

Ontwerp en opmaak SdH Vormgeving Stroet

Jaarverslag Stichting Flore 2011


Flore Jaarverslag 2011