Page 1

Theo Meereboer en Simone Stoltz Š 2012 VSC / Stichting E30

SCCS! Sociale media

beleid en communicatie strategie voor Science centra en wetenschaps musea bij educatie en participatie online, offline en mobiel


Inhoud Introductie H1 H2 H3 H4 H5 H6 H7 H8 H9 H10 H11 “This paper was the first initiative to try to define Web 2.0 and understand its implications for the next generation of software, looking at both design patterns and business modes. Web 2.0 is the network as platform, spanning all connected devices; Web 2.0 applications are those that make the most of the intrinsic advantages of that platform: delivering software as a continually-updated service that gets better the more people use it, consuming and remixing data from multiple sources, including individual users, while providing their own data and services in a form that allows remixing by others, creating network effects through an architecture of participation, and going beyond the page metaphor of Web 1.0 to deliver rich user experiences.” Tim O’Reilly, Communications & Strategies, No. 1, p. 17, First Quarter 2007

Voor wie is de organisatie? Strategie en Fingerspitzengefühl Doendenken en communities Onbezorgd bloggen Schitteren met Twitter Video on the movex Gelaagde visies met Augmented Reality De horizon is mobiel Succesvol aan de slag Tips voor bloggen Aan de slag met twitter

4 6 12 17 28 32 36 39 43 45 58 62

“It’s not the strongest of the species that survive, nor the most intelligent, but the one most responsive to change”

Met dank aan

65

Over de auteurs

65

Clarence Darrow, Improving the Quality of Life for

Links

66

the Black Elderly: Challenges and Opportunities : Hearing before the Select Committee on Aging, House of Representatives, One Hundredth Congress, first session, September 25, 1987 (1988) (commonly misattributed to Charles Darwin)


Inhoud Introductie H1 H2 H3 H4 H5 H6 H7 H8 H9 H10 H11 “This paper was the first initiative to try to define Web 2.0 and understand its implications for the next generation of software, looking at both design patterns and business modes. Web 2.0 is the network as platform, spanning all connected devices; Web 2.0 applications are those that make the most of the intrinsic advantages of that platform: delivering software as a continually-updated service that gets better the more people use it, consuming and remixing data from multiple sources, including individual users, while providing their own data and services in a form that allows remixing by others, creating network effects through an architecture of participation, and going beyond the page metaphor of Web 1.0 to deliver rich user experiences.” Tim O’Reilly, Communications & Strategies, No. 1, p. 17, First Quarter 2007

Voor wie is de organisatie? Strategie en Fingerspitzengefühl Doendenken en communities Onbezorgd bloggen Schitteren met Twitter Video on the movex Gelaagde visies met Augmented Reality De horizon is mobiel Succesvol aan de slag Tips voor bloggen Aan de slag met twitter

4 6 12 17 28 32 36 39 43 45 58 62

“It’s not the strongest of the species that survive, nor the most intelligent, but the one most responsive to change”

Met dank aan

65

Over de auteurs

65

Clarence Darrow, Improving the Quality of Life for

Links

66

the Black Elderly: Challenges and Opportunities : Hearing before the Select Committee on Aging, House of Representatives, One Hundredth Congress, first session, September 25, 1987 (1988) (commonly misattributed to Charles Darwin)


4  Voor wie is de organisatie | sccs!

5  Voor wie is de organisatie | sccs!

Introductie Deze publicatie is een slotakkoord van het project “digitale educatie” van de VSC, Vereniging voor Samenwerkende Centra en musea in wetenschap en techniek. Dit project ging -anders dan de naam doet vermoeden- niet zozeer om digitalisering. Wel om de betrekkelijk nieuwe en soms nog nauwelijks benutte mogelijkheden van web 2.0 en sociale media. We mikten daarmee op een andere manier van informatie overdracht en vooral op interactie met en participatie van bezoekers. Daarbij dachten we eerder in termen van communicatie en participatie dan in technische oplossingen. Intussen zijn de ontwikkelingen op internet (en daarbuiten) onverminderd snel doorgegaan en tuimelen nieuwe mogelijkheden nog steeds over elkaar heen. Als het goed is, staan we nu met z’n allen niet meer perplex van die ontwikkelingen. We hebben niet alleen meer kennis over die nieuwe media opgedaan, maar weten die media ook beter in te schatten en aan te wenden, binnen de contouren van onze eigen organisatie. We zijn ook gewoon aan de slag gegaan en proefondervindelijk de media gaan aanwenden; zowel in de rol van aanbieder/producent als in de rol van gebruiker/consument. Bij de leden van de VSC is inmiddels al veel expertise opgedaan... en gedeeld. Daarbij hebben we elkaar ook wat beter leren kennen en zijn we ‘connected’. Het is deze netwerkbenadering, in combinatie met die nieuwe media, die ons binnen en buiten de eigen organisatie plezieriger en betekenisvoller zal laten samenwerken, die onze band met de bezoekers kan intensiveren, die kennisuitwisseling tussen de leden van de VSC bevordert en die ons innovatiever zal maken; niet alleen op het gebied van educatie, maar ook als organisatie als geheel.

Deze publicatie heeft tot doel een strategische grondslag te bieden, maar wil ook een aantal toepassingen via een andere invalshoek duiden en biedt tot slot een stappenplan met praktische tips. In het eerste deel wordt ingegaan op het vertrekpunt voor een organisatie die zich wil bedienen van nieuwe media. Daarna volgt een deel waarin meer op de toepasbaarheid van specifieke media wordt ingegaan, zoals deze aan bod kwamen tijdens de netwerkbijeenkomsten. Meer dan 95 % van alle sociale media toepassingen zal niet aan de orde komen en zelfs Facebook wordt niet of nauwelijks genoemd. Aan Facebook (en Google+) zouden we een aparte publicatie kunnen wijden. Dat geldt eveneens voor gaming. We hebben er voor gekozen vooral de strategische uitgangspunten, de attitude en de algemene werkwijze als het gaat om sociale media, te beschrijven. Vanuit de gegeven aanpak kan ook Facebook uitstekend toegepast worden. En we hebben het wel over sociale media, maar eigenlijk hebben we het over mensen, de mensen in onze organisatie en de mensen die we daarbij willen betrekken. Er wordt afgesloten met een stappenplan. Daar worden de filosofie, de motivatie en de “trias communica” toepasbaar gemaakt: visie - missie - relatie, ofwel de wenkende - werkende - wervende vermogens van een organisatie. En tot slot tips & tricks voor de ‘hubs’ die veel sociale media kunnen verbinden: weblog en twitter. Succes!


4  Voor wie is de organisatie | sccs!

5  Voor wie is de organisatie | sccs!

Introductie Deze publicatie is een slotakkoord van het project “digitale educatie” van de VSC, Vereniging voor Samenwerkende Centra en musea in wetenschap en techniek. Dit project ging -anders dan de naam doet vermoeden- niet zozeer om digitalisering. Wel om de betrekkelijk nieuwe en soms nog nauwelijks benutte mogelijkheden van web 2.0 en sociale media. We mikten daarmee op een andere manier van informatie overdracht en vooral op interactie met en participatie van bezoekers. Daarbij dachten we eerder in termen van communicatie en participatie dan in technische oplossingen. Intussen zijn de ontwikkelingen op internet (en daarbuiten) onverminderd snel doorgegaan en tuimelen nieuwe mogelijkheden nog steeds over elkaar heen. Als het goed is, staan we nu met z’n allen niet meer perplex van die ontwikkelingen. We hebben niet alleen meer kennis over die nieuwe media opgedaan, maar weten die media ook beter in te schatten en aan te wenden, binnen de contouren van onze eigen organisatie. We zijn ook gewoon aan de slag gegaan en proefondervindelijk de media gaan aanwenden; zowel in de rol van aanbieder/producent als in de rol van gebruiker/consument. Bij de leden van de VSC is inmiddels al veel expertise opgedaan... en gedeeld. Daarbij hebben we elkaar ook wat beter leren kennen en zijn we ‘connected’. Het is deze netwerkbenadering, in combinatie met die nieuwe media, die ons binnen en buiten de eigen organisatie plezieriger en betekenisvoller zal laten samenwerken, die onze band met de bezoekers kan intensiveren, die kennisuitwisseling tussen de leden van de VSC bevordert en die ons innovatiever zal maken; niet alleen op het gebied van educatie, maar ook als organisatie als geheel.

Deze publicatie heeft tot doel een strategische grondslag te bieden, maar wil ook een aantal toepassingen via een andere invalshoek duiden en biedt tot slot een stappenplan met praktische tips. In het eerste deel wordt ingegaan op het vertrekpunt voor een organisatie die zich wil bedienen van nieuwe media. Daarna volgt een deel waarin meer op de toepasbaarheid van specifieke media wordt ingegaan, zoals deze aan bod kwamen tijdens de netwerkbijeenkomsten. Meer dan 95 % van alle sociale media toepassingen zal niet aan de orde komen en zelfs Facebook wordt niet of nauwelijks genoemd. Aan Facebook (en Google+) zouden we een aparte publicatie kunnen wijden. Dat geldt eveneens voor gaming. We hebben er voor gekozen vooral de strategische uitgangspunten, de attitude en de algemene werkwijze als het gaat om sociale media, te beschrijven. Vanuit de gegeven aanpak kan ook Facebook uitstekend toegepast worden. En we hebben het wel over sociale media, maar eigenlijk hebben we het over mensen, de mensen in onze organisatie en de mensen die we daarbij willen betrekken. Er wordt afgesloten met een stappenplan. Daar worden de filosofie, de motivatie en de “trias communica” toepasbaar gemaakt: visie - missie - relatie, ofwel de wenkende - werkende - wervende vermogens van een organisatie. En tot slot tips & tricks voor de ‘hubs’ die veel sociale media kunnen verbinden: weblog en twitter. Succes!


6  Voor wie is de organisatie | sccs!

7  Voor wie is de organisatie | sccs!

7

? e i t a s i n a g r o e d s i voor wie Wie met sociale media aan de slag gaat, merkt al snel dat het minder met media of digitalisering te maken heeft dan met de sociale component. Sociale media veronderstellen samenwerking, maken van contacten, onderhouden van relaties; anders waren die media immers weinig sociaal. Daarbij spelen ook factoren als vertrouwen, loyaliteit en ‘gunnen’ een grote rol. Voor een organisatie die zich daarmee inlaat, betekent dit dat zowel de identiteit als de visie van de organisatie duidelijk moet zijn. Zowel naar buiten toe, als binnen de organisatie; is het jouw organisatie, jouw instelling of bedrijf, kun jij je ermee vereenzelvigen? En waar ligt de scheidslijn tussen jouw eigen mening en het standpunt van de organisatie? Dat vraagt om intern beleid en gedeelde ‘sociale vaardigheden. Maak er om te beginnen een gespreksonderwerp van dat vaker ter sprake kan komen.

1

Wie via sociale media in gesprek wil raken met bezoekers, ontdekt daarbij dat de ‘toon en persoon’ bij zo’n gesprek bepalend zijn. Maar hoe definieer je dat voor de organisatie, als die bijvoorbeeld gaat tweeten, of zich op Facebook begeeft? Kun je dan de identiteit, zoals die bij de afdeling communicatie bekend mag wezen, één op één overzetten naar sociale media? Maakt de organisatie dan meteen deel uit van de populatie op die sociale media, of klinken de updates daarvoor nog te ‘corporate’? Dat is een retorische vraag. In het stappenplan achterin deze publicatie is het definiëren van de identiteit en die toepasbaar maken de eerste stap. Hier vragen we ons af wie de identiteit bepaalt.

Als er geen afdeling communicatie in de organisatie is, omdat slechts enkele mensen -met behulp van een aantal vrijwilligers- al het werk voor de organisatie moeten verrichten, biedt dat geen oplossing. Ook niet voor de vraag wie zich met sociale media bezig dient te houden. Bovendien wil het management vaak eerst nog even (en nog even en nog even) de kat uit de boom kijken. Niet omdat ze twijfelen aan de noodzaak of mogelijke opbrengst, maar omdat meestal niet duidelijk is hoe het moet, welke stappen te nemen zijn, wat de gevolgen zijn. Doorgaans wordt dan het nut en de noodzaak van sociale media aan de orde gesteld, wordt verondersteld dat de organisatie er nog niet klaar voor is, of dat het resultaat niet of onvoldoende meetbaar is. Dan is het de vraag of degene die het initiatief nam om sociale media te introduceren zomaar even tien relevante, onweerlegbare en toch onschadelijke succesverhalen uit zijn of haar mouw weet te schudden. Samenvattend: de meeste directies voelen zich tamelijk ongemakkelijk als het om sociale media gaat. Begrijpelijk, want de veranderingen zijn nauwelijks bij te benen en de impact op de organisatie en verdienmodellen is groot. Er zijn ook organisaties die, als de directie er nog niet klaar voor is, tijdelijk één van de medewerkers het woord laten doen. Iemand die al wel bekend is met sociale media, een stagiaire bijvoorbeeld. Wordt op zo’n manier de organisatie een verlengstuk van diens persoonlijke aanpak en toonzetting? De uitverkoren persoon spreekt immers grotendeels namens de organisatie, maar ook deels namens zichzelf. Is de stagiaire wel de aangewezen persoon om de gehele organisatie te vertegenwoordigen via sociale media? Dat is namelijk wel wat gebeurt, ten overstaan van alle mensen die de sociale media bevolken. Wil de directie daarmee misschien het signaal afgeven dat ze sociale media serieus nemen en zelfs omarmen? Eerder heeft het er de schijn van dat ze het niet helemaal serieus nemen; onbekend maakt onbegrepen.


6  Voor wie is de organisatie | sccs!

7  Voor wie is de organisatie | sccs!

? e i t a s i n a g r o e d s i voor wie Wie met sociale media aan de slag gaat, merkt al snel dat het minder met media of digitalisering te maken heeft dan met de sociale component. Sociale media veronderstellen samenwerking, maken van contacten, onderhouden van relaties; anders waren die media immers weinig sociaal. Daarbij spelen ook factoren als vertrouwen, loyaliteit en ‘gunnen’ een grote rol. Voor een organisatie die zich daarmee inlaat, betekent dit dat zowel de identiteit als de visie van de organisatie duidelijk moet zijn. Zowel naar buiten toe, als binnen de organisatie; is het jouw organisatie, jouw instelling of bedrijf, kun jij je ermee vereenzelvigen? En waar ligt de scheidslijn tussen jouw eigen mening en het standpunt van de organisatie? Dat vraagt om intern beleid en gedeelde ‘sociale vaardigheden. Maak er om te beginnen een gespreksonderwerp van dat vaker ter sprake kan komen.

1

Wie via sociale media in gesprek wil raken met bezoekers, ontdekt daarbij dat de ‘toon en persoon’ bij zo’n gesprek bepalend zijn. Maar hoe definieer je dat voor de organisatie, als die bijvoorbeeld gaat tweeten, of zich op Facebook begeeft? Kun je dan de identiteit, zoals die bij de afdeling communicatie bekend mag wezen, één op één overzetten naar sociale media? Maakt de organisatie dan meteen deel uit van de populatie op die sociale media, of klinken de updates daarvoor nog te ‘corporate’? Dat is een retorische vraag. In het stappenplan achterin deze publicatie is het definiëren van de identiteit en die toepasbaar maken de eerste stap. Hier vragen we ons af wie de identiteit bepaalt.

Als er geen afdeling communicatie in de organisatie is, omdat slechts enkele mensen -met behulp van een aantal vrijwilligers- al het werk voor de organisatie moeten verrichten, biedt dat geen oplossing. Ook niet voor de vraag wie zich met sociale media bezig dient te houden. Bovendien wil het management vaak eerst nog even (en nog even en nog even) de kat uit de boom kijken. Niet omdat ze twijfelen aan de noodzaak of mogelijke opbrengst, maar omdat meestal niet duidelijk is hoe het moet, welke stappen te nemen zijn, wat de gevolgen zijn. Doorgaans wordt dan het nut en de noodzaak van sociale media aan de orde gesteld, wordt verondersteld dat de organisatie er nog niet klaar voor is, of dat het resultaat niet of onvoldoende meetbaar is. Dan is het de vraag of degene die het initiatief nam om sociale media te introduceren zomaar even tien relevante, onweerlegbare en toch onschadelijke succesverhalen uit zijn of haar mouw weet te schudden. Samenvattend: de meeste directies voelen zich tamelijk ongemakkelijk als het om sociale media gaat. Begrijpelijk, want de veranderingen zijn nauwelijks bij te benen en de impact op de organisatie en verdienmodellen is groot. Er zijn ook organisaties die, als de directie er nog niet klaar voor is, tijdelijk één van de medewerkers het woord laten doen. Iemand die al wel bekend is met sociale media, een stagiaire bijvoorbeeld. Wordt op zo’n manier de organisatie een verlengstuk van diens persoonlijke aanpak en toonzetting? De uitverkoren persoon spreekt immers grotendeels namens de organisatie, maar ook deels namens zichzelf. Is de stagiaire wel de aangewezen persoon om de gehele organisatie te vertegenwoordigen via sociale media? Dat is namelijk wel wat gebeurt, ten overstaan van alle mensen die de sociale media bevolken. Wil de directie daarmee misschien het signaal afgeven dat ze sociale media serieus nemen en zelfs omarmen? Eerder heeft het er de schijn van dat ze het niet helemaal serieus nemen; onbekend maakt onbegrepen.


8  Voor wie is de organisatie | sccs!

Onbedoeld kantelt de directie zo in één klap de hele organisatie omver, waarmee de verticaal georiënteerde, hiërarchische organisatiestructuur plaatsmaakt voor een horizontale, genetwerkte structuur. In het spanningsveld dat daar ontstaat, is het echter niet makkelijk om sociale media of web 2.0 weloverwogen in te zetten. Sommige organisaties willen juist veel meer regie op sociale media en laten de afdeling communicatie een beetje tot veel controle uitoefenen op de gevoerde conversaties. Als die afdeling nog weinig tot geen ervaring heeft met sociale media (dat komt voor!), merk je dat de conversaties vaak een ‘corporate’ imago krijgen: “we vertellen wat we doen en op gezette tijden hoe goed en uniek we zijn.” Deze dagelijkse plichtmatigheid wordt soms nog verzwaard met de angstvalligheid van een ict-afdeling die voortdurend op de hoede moet zijn voor hacks en inbraken en identiteitsdiefstal. Soms is de ervaring net groot genoeg om een programma het werk te laten doen, zoals Social Oomph, Social Bro of Conversocial. Dan worden tweets automatisch gegenereerd en gescheduled, worden volgers automatisch teruggevolgd (spamvolgers en bots zijn daar dol op) en krijgt elke nieuwe Twitter-volgers automatisch een Direct Message. Maar handwerk blijft het beste. Het argument daar daarvoor geen tijd beschikbaar is, heeft vooral te maken met prioriteit, het onderkennen van het belang van sociale media en er daarom tijd aan toebedelen. En ja, dan krijgen andere taken minder tijd, aangezien ze in verhouding tot sociale media ook minder belangrijk worden. Anderen passen sociale media met name toe als marketing kanaal, een extra kanaal voor bestaande, dikwijls aanbod gerichte marketing. De nieuwsbrief, de tweets en Facebook updates vertellen dan allemaal precies hetzelfde. Meestal gebeurt dat geautomatiseerd, want sociale media kosten toch al teveel tijd. Dat betekent dus, dat met sociale media met name meer bereik bij de doelgroep gezocht wordt; het zijn de bekende kwantitatieve bezoekcijfers. Terwijl sociale media minder gaan over doelgroepen en veel meer over volgers; meer over kwaliteit en aandacht dan over aantallen en impressies; hoe belangrijk die ook mogen zijn.

9  Voor wie is de organisatie | sccs!

De bekende voorbeelden van (commerciële) merken c.q. organisaties die het goed doen met sociale media zijn Starbucks, KLM en Nike. Voor een non-profit organisatie is daarvan veel te leren. Maar er is ook iets heel anders te doen. Musea en science centra vertegenwoordigen een ander gedachtengoed, hebben doorgaans een andere herkomst en visie en zullen ook een dienovereenkomstige identiteit moeten ontwikkelen en uitdragen. Marketing, communicatie, kennisuitwisseling, educatie, participatie behoren allemaal tot de mogelijkheden. De keuze is afhankelijk van de doelstelling, type organisatie, beschikbare fte e.d.. Van tevoren moet besloten worden welke koers wordt gevaren. Bezoekers, publiek, consumenten, hoe je ze ook noemen wilt, bedienen zich met evenveel gemak van die media als jouw organisatie en verwachten, zodra de organisatie aanwezig is, vaak een ‘open’ gesprek, toegankelijkheid, authenticiteit. Voor oudere, meer hiërarchisch georganiseerde instellingen kan dat bedreigend lijken. Het is niet altijd duidelijk wat dat publiek dan wil, vraagt, eist. Kan de organisatie daar wel aan voldoen? Welke verwachtingen worden gewekt? Wat nu als dat publiek zich overal mee gaat bemoeien, dingen beweert die niet waar zijn, gaat morren... De organisatie die dat serieus neemt, kan er ook serieus mee omgaan. Precies zoals dat in het gewone ‘analoge’ leven gaat tussen mensen van vlees en bloed. Wie niet aan gesprekken durft deel te nemen, wie angstvallig ontmoetingen vermijdt, kan zich (deels) terugtrekken uit het sociale leven. Dat is met opzet stellig gezegd. Voor organisaties die sociale media aan hun communicatieve, educatieve en/of innovatie bevorderende gereedschappen willen toevoegen, geldt dat net zo. En straks, binnen een paar jaar, vinden we dat geen heikel punt meer, zoals dat eerder met telefonie en e-mail ging. Iedereen in de organisatie gebruikt het en iedereen weet het te gebruiken, als zichzelf én namens de organisatie. Sinds die sociale media, het hele internet eigenlijk, gecombineerd met telefonie via mobieltjes mogelijk is, is er helemaal geen ontkomen meer aan. Mobieltjes zijn heel dicht bij de eigenaar, individueel dus, maar ook sociaal, handig om te netwerken en te delen.


8  Voor wie is de organisatie | sccs!

Onbedoeld kantelt de directie zo in één klap de hele organisatie omver, waarmee de verticaal georiënteerde, hiërarchische organisatiestructuur plaatsmaakt voor een horizontale, genetwerkte structuur. In het spanningsveld dat daar ontstaat, is het echter niet makkelijk om sociale media of web 2.0 weloverwogen in te zetten. Sommige organisaties willen juist veel meer regie op sociale media en laten de afdeling communicatie een beetje tot veel controle uitoefenen op de gevoerde conversaties. Als die afdeling nog weinig tot geen ervaring heeft met sociale media (dat komt voor!), merk je dat de conversaties vaak een ‘corporate’ imago krijgen: “we vertellen wat we doen en op gezette tijden hoe goed en uniek we zijn.” Deze dagelijkse plichtmatigheid wordt soms nog verzwaard met de angstvalligheid van een ict-afdeling die voortdurend op de hoede moet zijn voor hacks en inbraken en identiteitsdiefstal. Soms is de ervaring net groot genoeg om een programma het werk te laten doen, zoals Social Oomph, Social Bro of Conversocial. Dan worden tweets automatisch gegenereerd en gescheduled, worden volgers automatisch teruggevolgd (spamvolgers en bots zijn daar dol op) en krijgt elke nieuwe Twitter-volgers automatisch een Direct Message. Maar handwerk blijft het beste. Het argument daar daarvoor geen tijd beschikbaar is, heeft vooral te maken met prioriteit, het onderkennen van het belang van sociale media en er daarom tijd aan toebedelen. En ja, dan krijgen andere taken minder tijd, aangezien ze in verhouding tot sociale media ook minder belangrijk worden. Anderen passen sociale media met name toe als marketing kanaal, een extra kanaal voor bestaande, dikwijls aanbod gerichte marketing. De nieuwsbrief, de tweets en Facebook updates vertellen dan allemaal precies hetzelfde. Meestal gebeurt dat geautomatiseerd, want sociale media kosten toch al teveel tijd. Dat betekent dus, dat met sociale media met name meer bereik bij de doelgroep gezocht wordt; het zijn de bekende kwantitatieve bezoekcijfers. Terwijl sociale media minder gaan over doelgroepen en veel meer over volgers; meer over kwaliteit en aandacht dan over aantallen en impressies; hoe belangrijk die ook mogen zijn.

9  Voor wie is de organisatie | sccs!

De bekende voorbeelden van (commerciële) merken c.q. organisaties die het goed doen met sociale media zijn Starbucks, KLM en Nike. Voor een non-profit organisatie is daarvan veel te leren. Maar er is ook iets heel anders te doen. Musea en science centra vertegenwoordigen een ander gedachtengoed, hebben doorgaans een andere herkomst en visie en zullen ook een dienovereenkomstige identiteit moeten ontwikkelen en uitdragen. Marketing, communicatie, kennisuitwisseling, educatie, participatie behoren allemaal tot de mogelijkheden. De keuze is afhankelijk van de doelstelling, type organisatie, beschikbare fte e.d.. Van tevoren moet besloten worden welke koers wordt gevaren. Bezoekers, publiek, consumenten, hoe je ze ook noemen wilt, bedienen zich met evenveel gemak van die media als jouw organisatie en verwachten, zodra de organisatie aanwezig is, vaak een ‘open’ gesprek, toegankelijkheid, authenticiteit. Voor oudere, meer hiërarchisch georganiseerde instellingen kan dat bedreigend lijken. Het is niet altijd duidelijk wat dat publiek dan wil, vraagt, eist. Kan de organisatie daar wel aan voldoen? Welke verwachtingen worden gewekt? Wat nu als dat publiek zich overal mee gaat bemoeien, dingen beweert die niet waar zijn, gaat morren... De organisatie die dat serieus neemt, kan er ook serieus mee omgaan. Precies zoals dat in het gewone ‘analoge’ leven gaat tussen mensen van vlees en bloed. Wie niet aan gesprekken durft deel te nemen, wie angstvallig ontmoetingen vermijdt, kan zich (deels) terugtrekken uit het sociale leven. Dat is met opzet stellig gezegd. Voor organisaties die sociale media aan hun communicatieve, educatieve en/of innovatie bevorderende gereedschappen willen toevoegen, geldt dat net zo. En straks, binnen een paar jaar, vinden we dat geen heikel punt meer, zoals dat eerder met telefonie en e-mail ging. Iedereen in de organisatie gebruikt het en iedereen weet het te gebruiken, als zichzelf én namens de organisatie. Sinds die sociale media, het hele internet eigenlijk, gecombineerd met telefonie via mobieltjes mogelijk is, is er helemaal geen ontkomen meer aan. Mobieltjes zijn heel dicht bij de eigenaar, individueel dus, maar ook sociaal, handig om te netwerken en te delen.


10  Voor wie is de organisatie | sccs!

De scheidslijn tussen sociale media en ons persoonlijke privé leven wordt daardoor steeds vager. Er ontstaat een grijs gebied waarin wel eens wat onduidelijkheid kan bestaan over wat wel en niet geschikt, toepasselijk of verstandig is. Daarom is het belangrijk dat iedereen in een organisatie weet en ervaart wat de visie en missie van de organisatie is, dat de identiteit gedeeld wordt en deelbaar is. De organisatie als de verpersoonlijking van een levend en vitaal ‘idee’ is dan een activerend gegeven. De meeste organisaties hebben wel zo’n identiteit en die identiteit wordt ook beleefd door de mensen binnen de organisatie. Nu sociale media het ‘analoge’ leven nog directer in contact brengen met de digitale omgeving en mogelijk­heden, is het voor organisaties nog belangrijker om te weten wie ze zijn, met wie ze relaties aangaan en op welke ‘toon’ dat gebeurt. Daarnaast heeft eenieder de verantwoordelijkheid, of dat nu in de analoge of in de digitale wereld is, om ten aanzien van werk en privé de gebruikelijke zaken te behartigen. Dus je valt je organisatie niet publiekelijk af, je bent voorzichtig met wie je welke gevoelige informatie vertelt, of dat nu op een feestje, in de wandelgangen, in de kroeg of op Facebook is. Wij moeten ons liever richten op de motivatie, om het waarom van je organisatie, van je project of van jouw passie te delen met anderen en waarom dat eigenlijk zo belangrijk is. Wil je immers weten hoe je als organisatie zorgvuldig omgaat met sociale media, welk protocol je volgt, dan zijn er inmiddels bronnen op internet te over, die allemaal te maken hebben met (web) 2.0 en sociale media. Deze drempel is zodoende makkelijk te nemen. Overigens past hier een toelichting op de termen sociale media en web 2.0. Ze worden dikwijls door elkaar genoemd. En terecht, het gaat om een mengeling van gereedschappen, kanalen, (nieuwe) content, contacten, attitude, verdienmodellen, relaties. Ze hebben vrijwel allemaal een (sterke) sociale component, omdat meerdere mensen eraan kunnen bijdragen, omdat men anderen kan volgen, waarderen, informeren, omdat het mensen en meningen samenbrengt of juist opdeelt in kleinere genootschappen van liefhebbers. Sociale media brengen de (digitale) media weer dichter bij ons analoge leven. Daarmee horen sociale media eigenlijk niet in het digitale domein, maar eerder op het terrein van organisatie, human resource, public relations en reputatie-management, communicatie, educatie...

11  Voor wie is de organisatie | sccs!

Web 2.0 veronderstelt niet alleen toepassingen die op of via internet te gebruiken zijn, maar ook een bijbehorende werk- en denkwijze. Openheid, transparantie, delen, vragen stellen, luisteren, samenwerken, enzovoorts, maken deel uit van een soort ‘geloofsbelijdenis’. Gerechtvaardigd, omdat het hier over een ingrijpende vernieuwing gaat, die zonder het optimisme en de overtuiging van de voorstanders snel gesmoord zou worden door de mensen en organisaties die menen er nog niet klaar voor te zijn. Onder het motto van de kat uit de boom kijken, kunnen ze zich ofwel heel langdurig ‘voorbereiden’ of verschansen. In beide gevallen kan er iets mis zijn met de organisatie en wordt dat blijkbaar wel gevoeld, maar is het nog te moeilijk om ook meteen het roer om te gooien. Anders dan een nieuwe ict oplossing, wat soms al ingewikkeld genoeg is, brengen sociale media en web 2.0 op alle fronten de organisatie in beweging. Zo bieden ze ook mogelijkheden voor duurzame contacten, voor samenwerking. Het grijze gebied tussen organisatie en persoon is een nieuw speelveld voor innovatie, communicatie en educatie. We kunnen daar optimistisch over zijn want inmiddels is gebleken dat veel organisaties én de mensen die daar werken zowel het vermogen als de wens hebben om daar kennis over op te doen, ermee te experimenteren en de kennis te delen. Dat geeft al met al een positief beeld van de identiteit van deze organisaties!


10  Voor wie is de organisatie | sccs!

De scheidslijn tussen sociale media en ons persoonlijke privé leven wordt daardoor steeds vager. Er ontstaat een grijs gebied waarin wel eens wat onduidelijkheid kan bestaan over wat wel en niet geschikt, toepasselijk of verstandig is. Daarom is het belangrijk dat iedereen in een organisatie weet en ervaart wat de visie en missie van de organisatie is, dat de identiteit gedeeld wordt en deelbaar is. De organisatie als de verpersoonlijking van een levend en vitaal ‘idee’ is dan een activerend gegeven. De meeste organisaties hebben wel zo’n identiteit en die identiteit wordt ook beleefd door de mensen binnen de organisatie. Nu sociale media het ‘analoge’ leven nog directer in contact brengen met de digitale omgeving en mogelijk­heden, is het voor organisaties nog belangrijker om te weten wie ze zijn, met wie ze relaties aangaan en op welke ‘toon’ dat gebeurt. Daarnaast heeft eenieder de verantwoordelijkheid, of dat nu in de analoge of in de digitale wereld is, om ten aanzien van werk en privé de gebruikelijke zaken te behartigen. Dus je valt je organisatie niet publiekelijk af, je bent voorzichtig met wie je welke gevoelige informatie vertelt, of dat nu op een feestje, in de wandelgangen, in de kroeg of op Facebook is. Wij moeten ons liever richten op de motivatie, om het waarom van je organisatie, van je project of van jouw passie te delen met anderen en waarom dat eigenlijk zo belangrijk is. Wil je immers weten hoe je als organisatie zorgvuldig omgaat met sociale media, welk protocol je volgt, dan zijn er inmiddels bronnen op internet te over, die allemaal te maken hebben met (web) 2.0 en sociale media. Deze drempel is zodoende makkelijk te nemen. Overigens past hier een toelichting op de termen sociale media en web 2.0. Ze worden dikwijls door elkaar genoemd. En terecht, het gaat om een mengeling van gereedschappen, kanalen, (nieuwe) content, contacten, attitude, verdienmodellen, relaties. Ze hebben vrijwel allemaal een (sterke) sociale component, omdat meerdere mensen eraan kunnen bijdragen, omdat men anderen kan volgen, waarderen, informeren, omdat het mensen en meningen samenbrengt of juist opdeelt in kleinere genootschappen van liefhebbers. Sociale media brengen de (digitale) media weer dichter bij ons analoge leven. Daarmee horen sociale media eigenlijk niet in het digitale domein, maar eerder op het terrein van organisatie, human resource, public relations en reputatie-management, communicatie, educatie...

11  Voor wie is de organisatie | sccs!

Web 2.0 veronderstelt niet alleen toepassingen die op of via internet te gebruiken zijn, maar ook een bijbehorende werk- en denkwijze. Openheid, transparantie, delen, vragen stellen, luisteren, samenwerken, enzovoorts, maken deel uit van een soort ‘geloofsbelijdenis’. Gerechtvaardigd, omdat het hier over een ingrijpende vernieuwing gaat, die zonder het optimisme en de overtuiging van de voorstanders snel gesmoord zou worden door de mensen en organisaties die menen er nog niet klaar voor te zijn. Onder het motto van de kat uit de boom kijken, kunnen ze zich ofwel heel langdurig ‘voorbereiden’ of verschansen. In beide gevallen kan er iets mis zijn met de organisatie en wordt dat blijkbaar wel gevoeld, maar is het nog te moeilijk om ook meteen het roer om te gooien. Anders dan een nieuwe ict oplossing, wat soms al ingewikkeld genoeg is, brengen sociale media en web 2.0 op alle fronten de organisatie in beweging. Zo bieden ze ook mogelijkheden voor duurzame contacten, voor samenwerking. Het grijze gebied tussen organisatie en persoon is een nieuw speelveld voor innovatie, communicatie en educatie. We kunnen daar optimistisch over zijn want inmiddels is gebleken dat veel organisaties én de mensen die daar werken zowel het vermogen als de wens hebben om daar kennis over op te doen, ermee te experimenteren en de kennis te delen. Dat geeft al met al een positief beeld van de identiteit van deze organisaties!


12  Strategie en Fingerspitzengefühl | sccs!

13  Strategie en Fingerspitzengefühl | sccs!

. l u f e g n e z t i p s r e g n i f STRAtegie en

2

Social media strategie en management werkt net als tuinieren. Je maakt een plan, bewerkt de grond, onderhoudt de tuin en doet je best voor een goede oogst. Ook tuinieren is mensenwerk; tijdrovend soms, al gebeuren er doorgaans geen calamiteiten als je een dag of twee overslaat. Terwijl de tuin zichzelf laat groeien, hoop je op gunstig weer en het wegblijven van ongedierte en ziektes. Een ervaren tuinier kan dan vaak met enkele kleine handelingen al heel veel bereiken. Er is dus wel degelijk sprake van een soort strategie. Het is een strategie die voortkomt uit motiverende doelstellingen en daarbij gebaseerd is op expertise. Je kunt een plant weliswaar niet dwingen te groeien, maar wel de voorwaarden scheppen en de plant waar nodig leiden of snoeien. Op het weer, vraat en ziektes heb je echter weinig invloed. Als je tenminste van organisch tuinieren uitgaat. Meestal komt het neer op intuïtie, wat eigenlijk gevoelsmatig maar vooral razendsnel denken en combineren van ervaring en context is, en het vermogen een beslissing te nemen en die samen zo goed mogelijk uit te voeren.

De analogie met sociale media is dat je ook daarbij een plan maakt, doelstellingen bepaalt, de voorwaarden schept en veel onderhoud pleegt. Daarbij moet je dikwijls ad-hoc beslissingen nemen, voortdurend reageren op veranderende omstandigheden en zo de bakens vaak (een beetje) verzetten. Van projectmatig werken stap je dan over op procesmatig werken. Naast een projectplan, vraagt dat om een inspirerend concept, een tot de verbeelding sprekend gedachtengoed, uitgewerkt in een uitvoerbaar plan, de bereidheid onderweg bij te leren en nu en dan te vertrouwen op wederom intuïtie. Dat is niet voor iedereen even gemakkelijk. Bovendien gaat het hier om verregaande samenwerking, zowel binnen de organisatie als met mensen van buiten de organisatie; situaties en belangen waar je minder invloed op hebt. Zoals een tuin gebaat is bij ‘groene vingers’ is social media gebaat bij Fingerspitzengefühl. Wat is dat dan? Het is misschien te omschrijven als de capaciteit om snel een situatie in te schatten, daar met gevoel en tact en visie op te reageren, het vermogen om empathisch te zijn wanneer iemand reageert, om intussen ook te bedenken welke kant de (technische) ontwikkeling het komende jaar op gaat, waaraan behoefte zou kunnen zijn en hoe je daaraan tegemoet kunt komen. De social media manager, ook wel community manager, dient dus voelhorens te hebben voor zowel vragen als trends.


12  Strategie en Fingerspitzengefühl | sccs!

13  Strategie en Fingerspitzengefühl | sccs!

. l u f e g n e z t i p s r e g n i f STRAtegie en

2

Social media strategie en management werkt net als tuinieren. Je maakt een plan, bewerkt de grond, onderhoudt de tuin en doet je best voor een goede oogst. Ook tuinieren is mensenwerk; tijdrovend soms, al gebeuren er doorgaans geen calamiteiten als je een dag of twee overslaat. Terwijl de tuin zichzelf laat groeien, hoop je op gunstig weer en het wegblijven van ongedierte en ziektes. Een ervaren tuinier kan dan vaak met enkele kleine handelingen al heel veel bereiken. Er is dus wel degelijk sprake van een soort strategie. Het is een strategie die voortkomt uit motiverende doelstellingen en daarbij gebaseerd is op expertise. Je kunt een plant weliswaar niet dwingen te groeien, maar wel de voorwaarden scheppen en de plant waar nodig leiden of snoeien. Op het weer, vraat en ziektes heb je echter weinig invloed. Als je tenminste van organisch tuinieren uitgaat. Meestal komt het neer op intuïtie, wat eigenlijk gevoelsmatig maar vooral razendsnel denken en combineren van ervaring en context is, en het vermogen een beslissing te nemen en die samen zo goed mogelijk uit te voeren.

De analogie met sociale media is dat je ook daarbij een plan maakt, doelstellingen bepaalt, de voorwaarden schept en veel onderhoud pleegt. Daarbij moet je dikwijls ad-hoc beslissingen nemen, voortdurend reageren op veranderende omstandigheden en zo de bakens vaak (een beetje) verzetten. Van projectmatig werken stap je dan over op procesmatig werken. Naast een projectplan, vraagt dat om een inspirerend concept, een tot de verbeelding sprekend gedachtengoed, uitgewerkt in een uitvoerbaar plan, de bereidheid onderweg bij te leren en nu en dan te vertrouwen op wederom intuïtie. Dat is niet voor iedereen even gemakkelijk. Bovendien gaat het hier om verregaande samenwerking, zowel binnen de organisatie als met mensen van buiten de organisatie; situaties en belangen waar je minder invloed op hebt. Zoals een tuin gebaat is bij ‘groene vingers’ is social media gebaat bij Fingerspitzengefühl. Wat is dat dan? Het is misschien te omschrijven als de capaciteit om snel een situatie in te schatten, daar met gevoel en tact en visie op te reageren, het vermogen om empathisch te zijn wanneer iemand reageert, om intussen ook te bedenken welke kant de (technische) ontwikkeling het komende jaar op gaat, waaraan behoefte zou kunnen zijn en hoe je daaraan tegemoet kunt komen. De social media manager, ook wel community manager, dient dus voelhorens te hebben voor zowel vragen als trends.


14  Strategie en Fingerspitzengefühl | sccs!

15  Strategie en Fingerspitzengefühl | sccs!

ontmoetingsplekken en gesprekken Moet je, als je aan de slag gaat met sociale media en communities eerst een beleidsplan of -strategie opstellen voordat je kunt beginnen? Is het eerst denken en dan doen, of andersom? Wat altijd houvast zou moeten bieden is het hanteren van twee simpele criteria: ontmoetingsplekken en gesprekken. Biedt de community of sociale media een ontmoetingsplek waar je je publiek kunt tegenkomen? Is het een plek waar men elkaar graag tegenkomt en ervaring of kennis uitwisselt of een andere zinvolle beleving heeft? Is de community of sociale media te koppelen aan een live ontmoetingsplek (tentoonstelling, debat, seminar)? Misschien kunnen ze elkaar versterken. Kun je er in gesprek raken met de mensen voor wie je er als organisatie wilt zijn? Kun je er inhaken op de gesprekken die zij voeren en heb je er -op die bewuste plek- iets aan toe te voegen? Dit zijn de twee criteria die de uitgangspunten zouden moeten zijn van al je communicatie en educatie wanneer je met nieuwe (sociale) media aan de slag gaat. je kunt nooit alles tegelijk doen, maar wel veel Slimmer werken, beter tijdsmanagement, meer gedaan krijgen in meer tijd en ook meer samenwerken, samen doen, daarvoor worden sociale media ook ingezet. Ons werk zal in de toekomst steeds vaker na kantoortijd doorgaan, minder vaak gesitueerd op één bepaalde locatie en aldus verbonden raken met ons persoonlijke leven. In dit Nieuwe Werken wordt ons privé leven misschien professioneler, maar ons professionele leven in ieder geval socialer. Na de digitalisering helpen sociale media ons zodoende de aloude analoge criteria zoals mensenkennis, loyaliteit, gunnen, betrouwbaarheid opnieuw toe te passen. Dat zal ons werk veranderen. Schieten dan de concentratie, de toewijding, de rust en betrouwbaarheid erbij in; wordt alles een uitdaging? Joseph Pine, auteur van boeken over de belevingseconomie, beschrijft in een recent boek (Infinite Possibilities) over de oneindige mogelijkheden van nieuwe, digitale media. Hoe tijd, ruimte en materie een tegenhanger hebben (gekregen) in de vorm van non-ruimte (virtualiteit), on-materie (bits en bytes) en niet-tijd (autonome tijd of gewarpte tijd, denk aan re-enactment). Een complexe gedachte die evenwel tal van mogelijkheden biedt voor nieuwe belevenissen en ook betekenisvormen. Aardig van de sociale media is dat die hand over hand bezig zijn een brug te slaan tussen de digitale en analoge wereld. Tussen wat we nu anders kunnen doen en wat we altijd al deden. Sociale media maken de digitale wereld van internet en databases socialer; en gaandeweg ook steeds meer analoog. Daarmee nemen we en-passant de stap van beleving naar uitdaging, naar de challenge-economy. Maar we moeten daarbij blijven beseffen dat niet iedereen op een uitdaging zit te wachten, dat de realiteit een stuk pragmatischer en weerbarstiger is dan we zouden willen; en soms ook met een goede reden.

De rol van de sociale media manager daarin is cruciaal om mensen en ook denk­beelden met elkaar en met nieuwe mogelijkheden en nieuwe vraagstukken in contact te brengen. Als het om wetenschap en techniek gaat, bedrijft de sociale media manager wetenschapscommunicatie, of stelt anderen daartoe in staat. Aandacht vestigen en aandacht geven, interesse wekken en zowel mensen als bedrijven betrekken in de conversatie maken daar deel van uit. Maar ook bijtijds nieuwe ontmoetingsplekken (lees: platforms, fora, applicaties) ontdekken en toegankelijk maken, de brug vormen tussen lezingen, seminars, debatten en de online conversaties vragen om een strategische blik en gevoel voor interactie. De strategie zal altijd een voortvloeisel zijn van het gedachtengoed van de organisatie of, afgeleid daarvan, van een tentoonstelling of andere publieksgerichte activiteit. In dat gedachtengoed zijn de identiteit, de visie en de missie van de organisatie verwoord en verbonden aan overstijgende waarden. Waarom doen we wat we doen? Waarom vinden we dat belangrijk? Voor wie is dat belangrijk? Met wie willen we dat delen? Als het antwoord op deze vragen de kern vormt van waar we mee bezig zijn en de randvoorwaarden bepalen van de strategie waarmee we onze doelstelling willen behalen, zullen sociale media daarbij van onschatbare waarde zijn. Het blijft echter mensenwerk.


14  Strategie en Fingerspitzengefühl | sccs!

15  Strategie en Fingerspitzengefühl | sccs!

ontmoetingsplekken en gesprekken Moet je, als je aan de slag gaat met sociale media en communities eerst een beleidsplan of -strategie opstellen voordat je kunt beginnen? Is het eerst denken en dan doen, of andersom? Wat altijd houvast zou moeten bieden is het hanteren van twee simpele criteria: ontmoetingsplekken en gesprekken. Biedt de community of sociale media een ontmoetingsplek waar je je publiek kunt tegenkomen? Is het een plek waar men elkaar graag tegenkomt en ervaring of kennis uitwisselt of een andere zinvolle beleving heeft? Is de community of sociale media te koppelen aan een live ontmoetingsplek (tentoonstelling, debat, seminar)? Misschien kunnen ze elkaar versterken. Kun je er in gesprek raken met de mensen voor wie je er als organisatie wilt zijn? Kun je er inhaken op de gesprekken die zij voeren en heb je er -op die bewuste plek- iets aan toe te voegen? Dit zijn de twee criteria die de uitgangspunten zouden moeten zijn van al je communicatie en educatie wanneer je met nieuwe (sociale) media aan de slag gaat. je kunt nooit alles tegelijk doen, maar wel veel Slimmer werken, beter tijdsmanagement, meer gedaan krijgen in meer tijd en ook meer samenwerken, samen doen, daarvoor worden sociale media ook ingezet. Ons werk zal in de toekomst steeds vaker na kantoortijd doorgaan, minder vaak gesitueerd op één bepaalde locatie en aldus verbonden raken met ons persoonlijke leven. In dit Nieuwe Werken wordt ons privé leven misschien professioneler, maar ons professionele leven in ieder geval socialer. Na de digitalisering helpen sociale media ons zodoende de aloude analoge criteria zoals mensenkennis, loyaliteit, gunnen, betrouwbaarheid opnieuw toe te passen. Dat zal ons werk veranderen. Schieten dan de concentratie, de toewijding, de rust en betrouwbaarheid erbij in; wordt alles een uitdaging? Joseph Pine, auteur van boeken over de belevingseconomie, beschrijft in een recent boek (Infinite Possibilities) over de oneindige mogelijkheden van nieuwe, digitale media. Hoe tijd, ruimte en materie een tegenhanger hebben (gekregen) in de vorm van non-ruimte (virtualiteit), on-materie (bits en bytes) en niet-tijd (autonome tijd of gewarpte tijd, denk aan re-enactment). Een complexe gedachte die evenwel tal van mogelijkheden biedt voor nieuwe belevenissen en ook betekenisvormen. Aardig van de sociale media is dat die hand over hand bezig zijn een brug te slaan tussen de digitale en analoge wereld. Tussen wat we nu anders kunnen doen en wat we altijd al deden. Sociale media maken de digitale wereld van internet en databases socialer; en gaandeweg ook steeds meer analoog. Daarmee nemen we en-passant de stap van beleving naar uitdaging, naar de challenge-economy. Maar we moeten daarbij blijven beseffen dat niet iedereen op een uitdaging zit te wachten, dat de realiteit een stuk pragmatischer en weerbarstiger is dan we zouden willen; en soms ook met een goede reden.

De rol van de sociale media manager daarin is cruciaal om mensen en ook denk­beelden met elkaar en met nieuwe mogelijkheden en nieuwe vraagstukken in contact te brengen. Als het om wetenschap en techniek gaat, bedrijft de sociale media manager wetenschapscommunicatie, of stelt anderen daartoe in staat. Aandacht vestigen en aandacht geven, interesse wekken en zowel mensen als bedrijven betrekken in de conversatie maken daar deel van uit. Maar ook bijtijds nieuwe ontmoetingsplekken (lees: platforms, fora, applicaties) ontdekken en toegankelijk maken, de brug vormen tussen lezingen, seminars, debatten en de online conversaties vragen om een strategische blik en gevoel voor interactie. De strategie zal altijd een voortvloeisel zijn van het gedachtengoed van de organisatie of, afgeleid daarvan, van een tentoonstelling of andere publieksgerichte activiteit. In dat gedachtengoed zijn de identiteit, de visie en de missie van de organisatie verwoord en verbonden aan overstijgende waarden. Waarom doen we wat we doen? Waarom vinden we dat belangrijk? Voor wie is dat belangrijk? Met wie willen we dat delen? Als het antwoord op deze vragen de kern vormt van waar we mee bezig zijn en de randvoorwaarden bepalen van de strategie waarmee we onze doelstelling willen behalen, zullen sociale media daarbij van onschatbare waarde zijn. Het blijft echter mensenwerk.


16  Strategie en Fingerspitzengefühl | sccs!

17  Doendenken en communities | sccs!

s e i t i n u m m o c n e n e Doendenk Werken met communities

postduif, trekschuit, postbode, e-mail, whatsapp... Als je voor het eerst geconfronteerd wordt met sociale media, lijken ze absurd, asociaal, digitaal, wartaal, kortom volstrekt overbodig. Eraan beginnen lijkt ondoenlijk, teveel tegelijk, net als de eerste keer autorijden. Toch went ook dat, net zoals je snel gewend raakt aan de voordelen. Veel innovaties schelen tijd, als je de nieuwe manier van doen eenmaal beheerst. Wil je zulke innovaties in je organisatie inbrengen, moet je wel eerst keuzes maken, zowel binnen een grotere organisatie met duidelijke taakverdeling als binnen een heel kleine organisatie waarbinnen de aangewezen personen bijna alle voorkomende taken op zich nemen; maar prioriteit scheelt tijd. Thuis raken in sociale media en netwerken en ermee leren werken vergt zodoende wel een tijdsinvestering over een langere periode, hoe steil je de leercurve ook maakt. Het maakt je als organisatie en als persoon, soms kwetsbaarder dan je zou willen en kan zelfs contraproductief werken als de teleurstellingen te groot zijn. Bijvoorbeeld door gebrek aan respons, gebrek aan volgers, aan interactie of door het opdrogen van bronnen. Of juist door een overweldigend succes, dat je je verplicht voelt er steeds meer tijd in te steken… In enkele gevallen zijn de wensen en toekomstsituatie die de instelling voor ogen heeft zo complex dat een gedegen (communicatie)strategie onontbeerlijk is voor het welslagen van de activiteiten. In de meeste gevallen is het verstandig om te starten met het bepalen van de uitgangspunten voor jouw organisatie of project. Begin zoveel mogelijk met het waarom (en pas daarna het hoe, om te eindigen bij wat dat voor product of dienst oplevert), het gedachtengoed, wat je belangrijk vindt. Nog geen compleet beleidsplan of communicatiestrategie maar wel de eerste outlines, die de kern van wat je wilt bereiken (het idee) beschrijven. De eerste stap in het proces is daarmee gezet. Vervolgens kun je het beleid verder vormgeven. Bijvoorbeeld aan de hand van de resultaten uit de praktijk die je gaandeweg het nodige inzicht én het nodige Fingerspitzengefühl zullen verschaffen.

is voor veel instellingen nog geen uitgekristalliseerd proces. De te nemen stappen zijn bovendien voor elke organisatie weer anders, afhankelijk van -bijvoorbeeldde structuur en cultuur binnen de organisatie, de interne en externe communicatie of hoe de relaties met de stakeholders en doelgroep tot dan toe worden onderhouden. Community management is maatwerk en vraagt om ervaring en inschattingsvermogen, intuïtie, eerder dan om methodiek; een combinatie van doen en intussen blijven denken, vergelijkbaar met de plan-do-check-act cyclus. “Ik wil graag aan de slag met een community, maar hoe pak ik dat eigenlijk aan? Waar begin ik; moet ik meteen de juiste media kiezen? Welke dan? Hoe krijg ik mijn collega’s zover, hoeveel tijd kost het eigenlijk? Wat betekent het voor het beleid van de organisatie?” Dat zijn veel en vaak gehoorde vragen. Er bestaat geen toverformule voor; helaas. Bedenk dat het een (leer)proces is en het leren gaat deels proefondervindelijk. Een stappenplan, met een toelichting, is te vinden aan het eind van deze publicatie. Ga er van uit dat je begint met de organisatie zelf, met waarom en (met/voor) wie je iets wilt betekenen. Dat is meteen het lastigste onderdeel, maar wel belangrijk omdat het de basis is van waaruit alles wat je doet en zegt en vraagt ontstaat en te herleiden is. Bij sociale media draait immers alles om volgen en gevolgd worden, we spreken minder van doelgroepen en meer van volggroepen. Waarom zou iemand jou willen volgen? Waarom zou je zelf (namens je organisatie) iemand willen volgen? Waar hebben jullie het dan over? Hoe kun je bijdragen leveren aan waar die ander mee bezig of naar op zoek is? Hoe gaan jullie samen betekenis creëren?

3


16  Strategie en Fingerspitzengefühl | sccs!

17  Doendenken en communities | sccs!

s e i t i n u m m o c n e n e Doendenk Werken met communities

postduif, trekschuit, postbode, e-mail, whatsapp... Als je voor het eerst geconfronteerd wordt met sociale media, lijken ze absurd, asociaal, digitaal, wartaal, kortom volstrekt overbodig. Eraan beginnen lijkt ondoenlijk, teveel tegelijk, net als de eerste keer autorijden. Toch went ook dat, net zoals je snel gewend raakt aan de voordelen. Veel innovaties schelen tijd, als je de nieuwe manier van doen eenmaal beheerst. Wil je zulke innovaties in je organisatie inbrengen, moet je wel eerst keuzes maken, zowel binnen een grotere organisatie met duidelijke taakverdeling als binnen een heel kleine organisatie waarbinnen de aangewezen personen bijna alle voorkomende taken op zich nemen; maar prioriteit scheelt tijd. Thuis raken in sociale media en netwerken en ermee leren werken vergt zodoende wel een tijdsinvestering over een langere periode, hoe steil je de leercurve ook maakt. Het maakt je als organisatie en als persoon, soms kwetsbaarder dan je zou willen en kan zelfs contraproductief werken als de teleurstellingen te groot zijn. Bijvoorbeeld door gebrek aan respons, gebrek aan volgers, aan interactie of door het opdrogen van bronnen. Of juist door een overweldigend succes, dat je je verplicht voelt er steeds meer tijd in te steken… In enkele gevallen zijn de wensen en toekomstsituatie die de instelling voor ogen heeft zo complex dat een gedegen (communicatie)strategie onontbeerlijk is voor het welslagen van de activiteiten. In de meeste gevallen is het verstandig om te starten met het bepalen van de uitgangspunten voor jouw organisatie of project. Begin zoveel mogelijk met het waarom (en pas daarna het hoe, om te eindigen bij wat dat voor product of dienst oplevert), het gedachtengoed, wat je belangrijk vindt. Nog geen compleet beleidsplan of communicatiestrategie maar wel de eerste outlines, die de kern van wat je wilt bereiken (het idee) beschrijven. De eerste stap in het proces is daarmee gezet. Vervolgens kun je het beleid verder vormgeven. Bijvoorbeeld aan de hand van de resultaten uit de praktijk die je gaandeweg het nodige inzicht én het nodige Fingerspitzengefühl zullen verschaffen.

is voor veel instellingen nog geen uitgekristalliseerd proces. De te nemen stappen zijn bovendien voor elke organisatie weer anders, afhankelijk van -bijvoorbeeldde structuur en cultuur binnen de organisatie, de interne en externe communicatie of hoe de relaties met de stakeholders en doelgroep tot dan toe worden onderhouden. Community management is maatwerk en vraagt om ervaring en inschattingsvermogen, intuïtie, eerder dan om methodiek; een combinatie van doen en intussen blijven denken, vergelijkbaar met de plan-do-check-act cyclus. “Ik wil graag aan de slag met een community, maar hoe pak ik dat eigenlijk aan? Waar begin ik; moet ik meteen de juiste media kiezen? Welke dan? Hoe krijg ik mijn collega’s zover, hoeveel tijd kost het eigenlijk? Wat betekent het voor het beleid van de organisatie?” Dat zijn veel en vaak gehoorde vragen. Er bestaat geen toverformule voor; helaas. Bedenk dat het een (leer)proces is en het leren gaat deels proefondervindelijk. Een stappenplan, met een toelichting, is te vinden aan het eind van deze publicatie. Ga er van uit dat je begint met de organisatie zelf, met waarom en (met/voor) wie je iets wilt betekenen. Dat is meteen het lastigste onderdeel, maar wel belangrijk omdat het de basis is van waaruit alles wat je doet en zegt en vraagt ontstaat en te herleiden is. Bij sociale media draait immers alles om volgen en gevolgd worden, we spreken minder van doelgroepen en meer van volggroepen. Waarom zou iemand jou willen volgen? Waarom zou je zelf (namens je organisatie) iemand willen volgen? Waar hebben jullie het dan over? Hoe kun je bijdragen leveren aan waar die ander mee bezig of naar op zoek is? Hoe gaan jullie samen betekenis creëren?

3


18  Doendenken en communities | sccs!

Het laat zich raden dat dit bij een (tijdelijke) tentoonstelling over ‘het alsmaar wassende water’ of ‘nanotechnologie’ anders gaat zijn dan bij een platform waarin de rol van keramiek in onze samenleving centraal staat. Bedenk ook dat het weinig zin heeft om tweets en links naar Facebook slechts automatisch te genereren. Je zult met mensen afzonderlijk in gesprek moeten gaan, ze engageren en zelf geëngageerd moeten zijn.

innoveren met beleid Eenieder die blogt, tweet, vanuit de organisatie in communities actief is, reageert, vragen opwerpt of beantwoordt, is min of meer met community management bezig. Daarmee wordt eigenlijk de last voor het management, of voor de afdeling communicatie verlicht. Het betekent vaak ook dat er opnieuw afstemming nodig is tussen verschillende afdelingen en functies. Wat eveneens een positieve verandering kan betekenen. Belangrijk is wel, dat deze verandering zo snel mogelijk serieus moet worden opgevat en begeleid en niet als een tijdelijk proces wordt gezien. Want in veel organisaties is de secundaire reactie deze: “Zo, we hebben gedurende 4 maanden met sociale media geëxperimenteerd, de bezoekersaantallen en omzet zijn niet significant gestegen, dus nu weer over tot de orde van de dag.”

19  Doendenken en communities | sccs!

denken en doen vanuit een motiverend idee Ook de ‘merkwaarde’ van de organisatie kan door de inzet van sociale media aanzienlijk verbeteren; bekend maakt bemind en sociale media kunnen enorm helpen bij dit bekend maken. De manier waarop dit gebeurt, lijkt erg op wat Jan Rijkenberg ‘concepting’ noemt. In zijn gelijknamige boek beschrijft Rijkenberg van bureau BSUR (“be as you are”) een nieuwe manier van marketing, die niet a priori productgericht is, maar op de motivatie van een merk en de intrinsieke waarde en met name de identiteit van een organisatie. Het boek is al wat ouder en raakte al weer bijna vergeten als nu niet sociale media in onze genetwerkte samenleving de benaderingswijze opnieuw relevant zou maken. Te werk gaan volgens ‘concepting’, dus vanuit het Grote Idee achter de organisatie en de motivatie die daaruit voorkomt, zorgt voor een hogere merkwaarde, een sterkere beleving en de uitdaging om aan de doelen van de organisatie bij te dragen. En dat zorgt weer voor meer betrokkenheid bij de organisatie, betere waardering van de ‘producten’ (lees: collectie, tentoonstelling, educatie, etc.) en creëert betrokken gebruikers (lees: bezoekers) die als ambassadeur kunnen optreden. Door de enorm toegenomen connectiviteit van deze gebruikers gaan juist dit soort aanbevelingen, gedeeld gedachtengoed en overstijgende waarden een steeds grotere rol spelen, ook in het maatschappelijk debat. Concepting scheelt zodoende niet alleen op het marketing en communicatie budget. Het leidt uiteindelijk tot meer draagvlak in de samenleving. De vraag is daarom niet ‘hoe start je een community’ maar hoe kun je zinvol inspelen op bestaande communities, hoe kun je een overstijgend gedachtegoed met de mensen in een community delen, hoe kun je daar waarde aan toevoegen en hoe begeleid je zo’n proces. Daarbij is het zaak niet alleen in de richting van je eigen website, eigen forum, eigen community of eigen tentoonstelling te denken. Probeer juist excentrisch te denken, met het onderwerp, de thematiek, de missie of het opbouwen van relaties als hoogste doel. Dan kan het zijn dat je niet zelf een wiki begint, maar beschrijvingen toevoegt aan wikipedia, of foto’s aan wikimedia. Dan begin je niet zelf een forum, maar doe je mee aan een LinkedIn groep en reageer je daar op discussies, beantwoord of stel je vragen of complimenteer je anderen met hun bijdragen. Natuurlijk is het ook zaak om te monitoren wat er zoal over jouw organisatie, jullie tentoonstelling of jouw onderwerp gezegd wordt. Ben je aanwezig op Twitter? Zorg ervoor dat je nu en dan in gesprek bent, dus niet alleen een aankondiging doet. Blijf nieuwsgierig, blijf converseren, reageren, vragen stellen en doe af en toe ook een zoekactie. Of zet daarvoor bestemde tools in, die jou helpen met zoeken naar conversaties en losse maar relevante uitlatingen.


18  Doendenken en communities | sccs!

Het laat zich raden dat dit bij een (tijdelijke) tentoonstelling over ‘het alsmaar wassende water’ of ‘nanotechnologie’ anders gaat zijn dan bij een platform waarin de rol van keramiek in onze samenleving centraal staat. Bedenk ook dat het weinig zin heeft om tweets en links naar Facebook slechts automatisch te genereren. Je zult met mensen afzonderlijk in gesprek moeten gaan, ze engageren en zelf geëngageerd moeten zijn.

innoveren met beleid Eenieder die blogt, tweet, vanuit de organisatie in communities actief is, reageert, vragen opwerpt of beantwoordt, is min of meer met community management bezig. Daarmee wordt eigenlijk de last voor het management, of voor de afdeling communicatie verlicht. Het betekent vaak ook dat er opnieuw afstemming nodig is tussen verschillende afdelingen en functies. Wat eveneens een positieve verandering kan betekenen. Belangrijk is wel, dat deze verandering zo snel mogelijk serieus moet worden opgevat en begeleid en niet als een tijdelijk proces wordt gezien. Want in veel organisaties is de secundaire reactie deze: “Zo, we hebben gedurende 4 maanden met sociale media geëxperimenteerd, de bezoekersaantallen en omzet zijn niet significant gestegen, dus nu weer over tot de orde van de dag.”

19  Doendenken en communities | sccs!

denken en doen vanuit een motiverend idee Ook de ‘merkwaarde’ van de organisatie kan door de inzet van sociale media aanzienlijk verbeteren; bekend maakt bemind en sociale media kunnen enorm helpen bij dit bekend maken. De manier waarop dit gebeurt, lijkt erg op wat Jan Rijkenberg ‘concepting’ noemt. In zijn gelijknamige boek beschrijft Rijkenberg van bureau BSUR (“be as you are”) een nieuwe manier van marketing, die niet a priori productgericht is, maar op de motivatie van een merk en de intrinsieke waarde en met name de identiteit van een organisatie. Het boek is al wat ouder en raakte al weer bijna vergeten als nu niet sociale media in onze genetwerkte samenleving de benaderingswijze opnieuw relevant zou maken. Te werk gaan volgens ‘concepting’, dus vanuit het Grote Idee achter de organisatie en de motivatie die daaruit voorkomt, zorgt voor een hogere merkwaarde, een sterkere beleving en de uitdaging om aan de doelen van de organisatie bij te dragen. En dat zorgt weer voor meer betrokkenheid bij de organisatie, betere waardering van de ‘producten’ (lees: collectie, tentoonstelling, educatie, etc.) en creëert betrokken gebruikers (lees: bezoekers) die als ambassadeur kunnen optreden. Door de enorm toegenomen connectiviteit van deze gebruikers gaan juist dit soort aanbevelingen, gedeeld gedachtengoed en overstijgende waarden een steeds grotere rol spelen, ook in het maatschappelijk debat. Concepting scheelt zodoende niet alleen op het marketing en communicatie budget. Het leidt uiteindelijk tot meer draagvlak in de samenleving. De vraag is daarom niet ‘hoe start je een community’ maar hoe kun je zinvol inspelen op bestaande communities, hoe kun je een overstijgend gedachtegoed met de mensen in een community delen, hoe kun je daar waarde aan toevoegen en hoe begeleid je zo’n proces. Daarbij is het zaak niet alleen in de richting van je eigen website, eigen forum, eigen community of eigen tentoonstelling te denken. Probeer juist excentrisch te denken, met het onderwerp, de thematiek, de missie of het opbouwen van relaties als hoogste doel. Dan kan het zijn dat je niet zelf een wiki begint, maar beschrijvingen toevoegt aan wikipedia, of foto’s aan wikimedia. Dan begin je niet zelf een forum, maar doe je mee aan een LinkedIn groep en reageer je daar op discussies, beantwoord of stel je vragen of complimenteer je anderen met hun bijdragen. Natuurlijk is het ook zaak om te monitoren wat er zoal over jouw organisatie, jullie tentoonstelling of jouw onderwerp gezegd wordt. Ben je aanwezig op Twitter? Zorg ervoor dat je nu en dan in gesprek bent, dus niet alleen een aankondiging doet. Blijf nieuwsgierig, blijf converseren, reageren, vragen stellen en doe af en toe ook een zoekactie. Of zet daarvoor bestemde tools in, die jou helpen met zoeken naar conversaties en losse maar relevante uitlatingen.


20  Doendenken en communities | sccs!

Ook dit lijkt, net als bij het uitzetten en blijven aanpassen van de strategie, op tuinieren. Door dagelijks even langs te gaan, onkruid en ongewilde insecten te ‘ontmoedigen’, soms wat te snoeien, maar vooral door mest, water, zon of beschutting te bieden, kun je zorgen dat de natuur optimaal z’n gang kan gaan. Als community manager bekijk je dagelijks, soms alleen wekelijks hoe de diverse percelen erbij staan. Waar nodig vraag je anderen je te helpen, betrek je er experts bij en telkens als er wat te oogsten valt, kun je dit (enthousiasme) delen met eenieder die bijgedragen heeft. Dat klinkt bijna als een commercial voor een al te blije en onbedorven vakantie. Toch is het bij vlagen best hard werken, vaak ook buiten de reguliere werktijden om, maar het gaat wel voortdurend om een intrinsieke motivatie, zowel van je contacten als van jezelf. Die bereik je door heel dicht bij je oorspronkelijke passie te blijven, door je eigen sterkte te benutten, door aandacht te besteden en daardoor aandacht te oogsten. En als het goed is, is daarin de passie en motivatie van je organisatie vertegenwoordigd; de reden waarom je daar werkt, de mate waarin je doordrongen bent van de visie en missie van de organisatie.

21  Doendenken en communities | sccs!

zorg dat de organisatie zichzelf kan zijn De reden waarom jij daar als community manager tijd aan mag en moet besteden is omdat het op eerder genoemde fronten een besparing levert, maar vooral ook nieuwe wegen, ideeën en ‘doelgroepen’ aanboort. Wie wordt er niet blij van een app waarmee je kunt achterhalen naar welk gedeelte van de sterrenhemel je kijkt, simpelweg door de camera van je mobieltje erop te richten? En het is gewoon leuk om dit te delen met de mensen waarvan jij verwacht dat ze er interesse in hebben, zowel met vrienden als met onbekenden. Het is bovendien leerzaam erachter te komen dat de mensen die net als jij de app hebben gedownload ook apps downloaden die te maken hebben met bergbeklimmen en zeezeilen. Zo boor je met een beetje geluk een nieuwe doelgroep aan. Of in termen van sociale media: je betrekt een groep volgers bij jouw onderwerp. Ook bij Concepting wordt gesproken van volggroepen in plaats van doelgroepen. Segmentatie van die groepen volgt dan uit de identiteit en waarden van jouw organisatie. Wanneer je die volop laat bloeien, zal er op natuurlijke wijze een vraag ontstaan. Wanneer je daar vervolgens oplossingen of mooier nog: verrassingen voor bedenkt, zullen die gewaardeerd worden, doorverteld en aanbevolen. Ook zul je suggesties en vragen krijgen. Waarmee je weer verder kunt ontwikkelen. Let wel: alles vanuit de waarden en uitgangspunten van jouw organisatie. De rol van de community manager is hierbij om te luisteren, te vertellen (niet roepen), te reageren en zowel de verbindende als de faciliterende rol te vervullen. Daarmee helpt de community manager de organisatie zichzelf te zijn en verder te ontwikkelen.


20  Doendenken en communities | sccs!

Ook dit lijkt, net als bij het uitzetten en blijven aanpassen van de strategie, op tuinieren. Door dagelijks even langs te gaan, onkruid en ongewilde insecten te ‘ontmoedigen’, soms wat te snoeien, maar vooral door mest, water, zon of beschutting te bieden, kun je zorgen dat de natuur optimaal z’n gang kan gaan. Als community manager bekijk je dagelijks, soms alleen wekelijks hoe de diverse percelen erbij staan. Waar nodig vraag je anderen je te helpen, betrek je er experts bij en telkens als er wat te oogsten valt, kun je dit (enthousiasme) delen met eenieder die bijgedragen heeft. Dat klinkt bijna als een commercial voor een al te blije en onbedorven vakantie. Toch is het bij vlagen best hard werken, vaak ook buiten de reguliere werktijden om, maar het gaat wel voortdurend om een intrinsieke motivatie, zowel van je contacten als van jezelf. Die bereik je door heel dicht bij je oorspronkelijke passie te blijven, door je eigen sterkte te benutten, door aandacht te besteden en daardoor aandacht te oogsten. En als het goed is, is daarin de passie en motivatie van je organisatie vertegenwoordigd; de reden waarom je daar werkt, de mate waarin je doordrongen bent van de visie en missie van de organisatie.

21  Doendenken en communities | sccs!

zorg dat de organisatie zichzelf kan zijn De reden waarom jij daar als community manager tijd aan mag en moet besteden is omdat het op eerder genoemde fronten een besparing levert, maar vooral ook nieuwe wegen, ideeën en ‘doelgroepen’ aanboort. Wie wordt er niet blij van een app waarmee je kunt achterhalen naar welk gedeelte van de sterrenhemel je kijkt, simpelweg door de camera van je mobieltje erop te richten? En het is gewoon leuk om dit te delen met de mensen waarvan jij verwacht dat ze er interesse in hebben, zowel met vrienden als met onbekenden. Het is bovendien leerzaam erachter te komen dat de mensen die net als jij de app hebben gedownload ook apps downloaden die te maken hebben met bergbeklimmen en zeezeilen. Zo boor je met een beetje geluk een nieuwe doelgroep aan. Of in termen van sociale media: je betrekt een groep volgers bij jouw onderwerp. Ook bij Concepting wordt gesproken van volggroepen in plaats van doelgroepen. Segmentatie van die groepen volgt dan uit de identiteit en waarden van jouw organisatie. Wanneer je die volop laat bloeien, zal er op natuurlijke wijze een vraag ontstaan. Wanneer je daar vervolgens oplossingen of mooier nog: verrassingen voor bedenkt, zullen die gewaardeerd worden, doorverteld en aanbevolen. Ook zul je suggesties en vragen krijgen. Waarmee je weer verder kunt ontwikkelen. Let wel: alles vanuit de waarden en uitgangspunten van jouw organisatie. De rol van de community manager is hierbij om te luisteren, te vertellen (niet roepen), te reageren en zowel de verbindende als de faciliterende rol te vervullen. Daarmee helpt de community manager de organisatie zichzelf te zijn en verder te ontwikkelen.


22  Doendenken en communities | sccs!

van leiderschap naar volgerschap, van waarheid naar betekenis? Netwerken, PR, sociale media, (open) data… alles draait om verbinden en volgen. Door te volgen, bouwen we aan relaties. De term ‘relaties’ is hier breed op te vatten, zo breed als denkbaar is. Door volgers te omarmen als gelijken c.q. gelijkgestemden, laten we aan anderen zien hoezeer we het op prijs stellen gevolgd te worden, samen te werken. We laten daarmee ook zien dat we flexibel willen zijn, bereid te leren. We dicteren immers geen boodschap die volgens een exacte formule uitgevoerd dient te worden. Volgen heeft met aanpassingsvermogen te maken. Zowel van degene die volgt, als van degene die initiatief neemt en het initiatief zichzelf durft te laten ontwikkelen, door de invloed die volgers erop uitoefenen. Wie volgt, doet dit liefst vanuit een eigen motivatie, omdat hij of zij het belangrijk vindt, interessant, nodig, leuk... Daarbij kun je je als initiatiefnemer onderscheiden door nog hipper, multimedialer of ‘groter’ te zijn dan de rest, maar dan zit je al gauw vast in een tijd- en kosten verslindende concurrentieslag. Het is dan zaak om je statement om te zetten in een beweging, een beweging met een visie, een missie en met aantrekkingskracht; een beweging waar mensen bij willen horen, waaraan ze bijdragen willen leveren, waarvoor ze ambassadeur willen zijn. Hoe doe je dat? Wanneer je als organisatie (en dat kan ook via een tentoonstelling zijn) duidelijk maakt wat je belangrijk vindt, waarin je gelooft, welke overstijgende waarden je aanhangt, kunnen bezoekers veranderen in volgers omdat zij het eveneens belangrijk vinden, er ook in geloven. Voor een museum of centrum dat gericht is op wetenschap, op leren en onderzoeken, zijn er overstijgende waarden te vinden die zowel een appel doen op ons geweten als op onze nieuwsgierigheid en dadendrang. Denk aan duurzaamheid, bestrijden van armoede en honger, schoon drinkwater, emancipatie van bevolkingsgroepen... Door daar gezamenlijk bezig te zijn, dus samen te streven naar een hoger doel dan alleen het eigen projectdoel (“zelfverwezenlijking” volgens de piramide van Maslow), creëren we met elkaar een overstijgende context, met blijvend waardevolle betekenis.

23  Doendenken en communities | sccs!

Contextualiseren door verschillende dingen of onderwerpen met elkaar in (zin­ ledig) verband te zetten, betekenis genereren o.a. door (social) tagging, verbinden van bronnen, (nieuwe) commentaren en praktijkervaring, dat heeft allemaal met relaties te maken. En ook met de waarden van een organisatie, voor wie de organisatie er wil zijn en met wie de organisatie daarom een relatie wil opbouwen en onderhouden. Dit relationele onderdeel van de missie kunnen we binnen die context aandacht geven en definiëren. Daarmee ontstaat met visie + missie + relatie een ‘drietakt’ impuls voor de daaruit volgende strategie van een organisatie. De relaties niet als gevolg, maar als richtinggevend voor de strategie. In haar afstudeerscriptie schrijft Nathalie Bulsing over de invloed van sociale media op CRM. Aangezien sociale media jou en je organisatie helpen om het imago en de reputatie te verbeteren, zijn ze als vanzelf ook van invloed op (het managen van) de relatie met je bezoekers c.q. afnemers c.q. gebruikers. “However the true value of using Social CRM lies in the interaction part of your communication strategy. This interaction will sacrifice some of your company safety, but the customers will happily accept you being more transparent about your views and goals. This will give them the feeling you accept them as serious and worthy customers.” Hier hanteert ze nog wel de gedachte dat bedrijf en klant in aparte werelden leven, die echter wel interacteren. Er is meer dan een gevoel van veiligheid, een comfortabele controle, die de organisatie opgeeft, althans ten dele. Het is een besef dat de organisatie ‘connected’ is en zich ook in de netwerken van de bezoekers bevindt, op vrijwel gelijke voet.


22  Doendenken en communities | sccs!

van leiderschap naar volgerschap, van waarheid naar betekenis? Netwerken, PR, sociale media, (open) data… alles draait om verbinden en volgen. Door te volgen, bouwen we aan relaties. De term ‘relaties’ is hier breed op te vatten, zo breed als denkbaar is. Door volgers te omarmen als gelijken c.q. gelijkgestemden, laten we aan anderen zien hoezeer we het op prijs stellen gevolgd te worden, samen te werken. We laten daarmee ook zien dat we flexibel willen zijn, bereid te leren. We dicteren immers geen boodschap die volgens een exacte formule uitgevoerd dient te worden. Volgen heeft met aanpassingsvermogen te maken. Zowel van degene die volgt, als van degene die initiatief neemt en het initiatief zichzelf durft te laten ontwikkelen, door de invloed die volgers erop uitoefenen. Wie volgt, doet dit liefst vanuit een eigen motivatie, omdat hij of zij het belangrijk vindt, interessant, nodig, leuk... Daarbij kun je je als initiatiefnemer onderscheiden door nog hipper, multimedialer of ‘groter’ te zijn dan de rest, maar dan zit je al gauw vast in een tijd- en kosten verslindende concurrentieslag. Het is dan zaak om je statement om te zetten in een beweging, een beweging met een visie, een missie en met aantrekkingskracht; een beweging waar mensen bij willen horen, waaraan ze bijdragen willen leveren, waarvoor ze ambassadeur willen zijn. Hoe doe je dat? Wanneer je als organisatie (en dat kan ook via een tentoonstelling zijn) duidelijk maakt wat je belangrijk vindt, waarin je gelooft, welke overstijgende waarden je aanhangt, kunnen bezoekers veranderen in volgers omdat zij het eveneens belangrijk vinden, er ook in geloven. Voor een museum of centrum dat gericht is op wetenschap, op leren en onderzoeken, zijn er overstijgende waarden te vinden die zowel een appel doen op ons geweten als op onze nieuwsgierigheid en dadendrang. Denk aan duurzaamheid, bestrijden van armoede en honger, schoon drinkwater, emancipatie van bevolkingsgroepen... Door daar gezamenlijk bezig te zijn, dus samen te streven naar een hoger doel dan alleen het eigen projectdoel (“zelfverwezenlijking” volgens de piramide van Maslow), creëren we met elkaar een overstijgende context, met blijvend waardevolle betekenis.

23  Doendenken en communities | sccs!

Contextualiseren door verschillende dingen of onderwerpen met elkaar in (zin­ ledig) verband te zetten, betekenis genereren o.a. door (social) tagging, verbinden van bronnen, (nieuwe) commentaren en praktijkervaring, dat heeft allemaal met relaties te maken. En ook met de waarden van een organisatie, voor wie de organisatie er wil zijn en met wie de organisatie daarom een relatie wil opbouwen en onderhouden. Dit relationele onderdeel van de missie kunnen we binnen die context aandacht geven en definiëren. Daarmee ontstaat met visie + missie + relatie een ‘drietakt’ impuls voor de daaruit volgende strategie van een organisatie. De relaties niet als gevolg, maar als richtinggevend voor de strategie. In haar afstudeerscriptie schrijft Nathalie Bulsing over de invloed van sociale media op CRM. Aangezien sociale media jou en je organisatie helpen om het imago en de reputatie te verbeteren, zijn ze als vanzelf ook van invloed op (het managen van) de relatie met je bezoekers c.q. afnemers c.q. gebruikers. “However the true value of using Social CRM lies in the interaction part of your communication strategy. This interaction will sacrifice some of your company safety, but the customers will happily accept you being more transparent about your views and goals. This will give them the feeling you accept them as serious and worthy customers.” Hier hanteert ze nog wel de gedachte dat bedrijf en klant in aparte werelden leven, die echter wel interacteren. Er is meer dan een gevoel van veiligheid, een comfortabele controle, die de organisatie opgeeft, althans ten dele. Het is een besef dat de organisatie ‘connected’ is en zich ook in de netwerken van de bezoekers bevindt, op vrijwel gelijke voet.


24  Doendenken en communities | sccs!

25  Doendenken en communities | sccs!

1. sociale media en de bijbehorende netwerken lenen zich met name voor het opbouwen en onderhouden van relaties met bezoekers en andere stakeholders, zoals (inhoudelijke, organisatorische en financiële) partners; denk daarbij o.m. aan universiteiten, onderzoekscentra, industrie, overheden, sponsors, maar ook aan (toekomstige) werknemers en vrijwilligers. Die relaties kunnen inhoudelijk zijn, formeel, zakelijk, maar ook persoonlijk en informeel. Vaak zullen ze een mengeling daarvan bevatten.

van business model naar ondernemerschap naar permanente betrokkenheid Ondernemerschap en sociale media zullen elkaar in toenemende mate versterken, met niet alleen nieuwe verdienmodellen, maar ook nieuwe organisatievormen als gevolg. Vooralsnog is het wel pionieren. Toch heeft het zin om bij elk project, elke tentoonstelling elke publieksgerichte actie meteen te denken ‘welke mogelijkheden zijn er om hiermee geld te verdienen?’ Niet omdat we met z’n allen commerciëler moeten worden, maar omdat het ons dwingt goed na te denken over ons publiek. We kunnen in plaats van geld over ‘waarde’ spreken, dat klinkt al meteen minder commercieel en ligt dichter bij het denken vanuit motivatie en passie. Welke waarde voegen we toe met ons nieuwe project, of met de inzet van sociale media, en welke waarde kan ons publiek daarbij inbrengen? En voor wie doen we het nou precies, welke vragen leven er, welke kwesties kunnen we misschien oplossen of tenminste vergemakkelijken en met wie werken we daarin samen? Het businessmodel canvas van Osterwalder en Pigneur, omvat o.a. de segmenten klanten, klant-relaties en partners. Alle drie zijn ze te beïnvloeden vanuit de wens, wil en werkwijze om met relaties om te gaan. Bedenk daarbij dat klanten en partners ook de (toekomstige) vrijwilligers of mecenassen voor jouw organisatie kunnen zijn. Er zijn drie overwegingen om het business model canvas vanuit het oogpunt van relaties te benaderen:

2. tijdens de interactie met deze bezoekers kan veel informatieoverdracht plaatsvinden. Dat geeft een nieuwe dimensie aan educatie in de zin dat het minder aanbodgericht is. In dit proces kan ook de bezoeker, die al dan niet fysiek aanwezig is in het gebouw, een bijdrage leveren aan het maken, verdiepen en overdragen van kennis en inzicht. 3. de mogelijkheden van de nieuwe media plaatsen het museum of science center zelf minder in het middelpunt van de belangstelling. Het is eerder de samenleving en de daarin aanwezige media die de plekken bepalen waar ‘ontmoetingen’ plaatsvinden, waar context en betekenis gegenereerd wordt. We kunnen dan spreken van een excentriek of ubiquitous museum/science center. Welke rollen passen daarbij? Als relaties dusdanig belangrijk zijn, heeft aandacht ‘kopen’ of voorwenden geen zin. Het gaat om relaties tussen echte mensen met vele sociale vaardigheden. Wie interesse veinst, wordt snel ontmaskert. Het komt er op neer dat we ons meestal afvragen wat we te vertellen hebben en hoe we dat het best kunnen doen. De vervolgstap is te bedenken wat we kunnen vragen. Wat willen we eigenlijk weten en van wie willen we dit weten? Zijn dat ‘amateurs’ of ‘peers’? Willen we meer informatie, meer deskundigheid, of vinden we die elders wel; in een bibliotheek bijvoorbeeld? Dat klinkt waarschijnlijk bekend. De vervolgvraag is dan: waarom doen we het desondanks nog maar zo zelden?


24  Doendenken en communities | sccs!

25  Doendenken en communities | sccs!

1. sociale media en de bijbehorende netwerken lenen zich met name voor het opbouwen en onderhouden van relaties met bezoekers en andere stakeholders, zoals (inhoudelijke, organisatorische en financiële) partners; denk daarbij o.m. aan universiteiten, onderzoekscentra, industrie, overheden, sponsors, maar ook aan (toekomstige) werknemers en vrijwilligers. Die relaties kunnen inhoudelijk zijn, formeel, zakelijk, maar ook persoonlijk en informeel. Vaak zullen ze een mengeling daarvan bevatten.

van business model naar ondernemerschap naar permanente betrokkenheid Ondernemerschap en sociale media zullen elkaar in toenemende mate versterken, met niet alleen nieuwe verdienmodellen, maar ook nieuwe organisatievormen als gevolg. Vooralsnog is het wel pionieren. Toch heeft het zin om bij elk project, elke tentoonstelling elke publieksgerichte actie meteen te denken ‘welke mogelijkheden zijn er om hiermee geld te verdienen?’ Niet omdat we met z’n allen commerciëler moeten worden, maar omdat het ons dwingt goed na te denken over ons publiek. We kunnen in plaats van geld over ‘waarde’ spreken, dat klinkt al meteen minder commercieel en ligt dichter bij het denken vanuit motivatie en passie. Welke waarde voegen we toe met ons nieuwe project, of met de inzet van sociale media, en welke waarde kan ons publiek daarbij inbrengen? En voor wie doen we het nou precies, welke vragen leven er, welke kwesties kunnen we misschien oplossen of tenminste vergemakkelijken en met wie werken we daarin samen? Het businessmodel canvas van Osterwalder en Pigneur, omvat o.a. de segmenten klanten, klant-relaties en partners. Alle drie zijn ze te beïnvloeden vanuit de wens, wil en werkwijze om met relaties om te gaan. Bedenk daarbij dat klanten en partners ook de (toekomstige) vrijwilligers of mecenassen voor jouw organisatie kunnen zijn. Er zijn drie overwegingen om het business model canvas vanuit het oogpunt van relaties te benaderen:

2. tijdens de interactie met deze bezoekers kan veel informatieoverdracht plaatsvinden. Dat geeft een nieuwe dimensie aan educatie in de zin dat het minder aanbodgericht is. In dit proces kan ook de bezoeker, die al dan niet fysiek aanwezig is in het gebouw, een bijdrage leveren aan het maken, verdiepen en overdragen van kennis en inzicht. 3. de mogelijkheden van de nieuwe media plaatsen het museum of science center zelf minder in het middelpunt van de belangstelling. Het is eerder de samenleving en de daarin aanwezige media die de plekken bepalen waar ‘ontmoetingen’ plaatsvinden, waar context en betekenis gegenereerd wordt. We kunnen dan spreken van een excentriek of ubiquitous museum/science center. Welke rollen passen daarbij? Als relaties dusdanig belangrijk zijn, heeft aandacht ‘kopen’ of voorwenden geen zin. Het gaat om relaties tussen echte mensen met vele sociale vaardigheden. Wie interesse veinst, wordt snel ontmaskert. Het komt er op neer dat we ons meestal afvragen wat we te vertellen hebben en hoe we dat het best kunnen doen. De vervolgstap is te bedenken wat we kunnen vragen. Wat willen we eigenlijk weten en van wie willen we dit weten? Zijn dat ‘amateurs’ of ‘peers’? Willen we meer informatie, meer deskundigheid, of vinden we die elders wel; in een bibliotheek bijvoorbeeld? Dat klinkt waarschijnlijk bekend. De vervolgvraag is dan: waarom doen we het desondanks nog maar zo zelden?


26  Doendenken en communities | sccs!

27  Doendenken en communities | sccs!

Als we mogen concluderen dat sociale media niet per se tot het digitale domein veroordeeld hoeven te blijven, gekluisterd aan (open) databases, digitale infrastructuur en internet techniek, maar ons daarentegen zullen helpen met samenwerken, slimmer organiseren en innoveren, duurzaam leren, (laten) participeren en emanciperen, solidair en geëngageerd zijn en het bereiken van meer van zulke ‘hoger’ gelegen doelen, dan kunnen we andere criteria opstellen voor het optimaal functioneren van sociale media. De strategie is dan niet allereerst gericht op marketing communicatie of informatie technologie, maar -kort gezegd- op met z’n allen gelukkiger worden. Hoe doen we dat? PERMA is een acroniem voor de “vijf pijlers van welzijn” die Martin Seligman, psycholoog en professor aan de universiteit van Pennsylvania, heeft geïdentificeerd: positieve emoties (Positive emotion), betrokkenheid (Engagement), relaties (positive Relations), betekenis en doel (Meaning and purpose) en verwezenlijking/vervulling (Accomplishment). Volgens deze graadmeters, een combinatie van objectieve en subjectieve indicatoren, kan ons welzijn beter worden geïndexeerd, waarna er ook op gestuurd kan worden. In het Verenigd Koninkrijk is men begonnen het welzijn van het land, naast het bruto binnenlands product, als criterium te gebruiken voor het succes van het overheidsbeleid.

permanente bèta We stellen wel vragen, maar willen we echt iets te weten komen? Hebben we voldoende tijd en aandacht om in gesprek te raken? Welke criteria zijn dan van belang? Relevantie, passie en betrokkenheid dien zich aan, maar hoe pas je ze het beste toe? Misschien wel in omgekeerde volgorde. Ze leveren dan onze drijfveren om van andere geïnteresseerden iets te willen weten. Hoe bouwen we dan dat contact op? En wie gaat dat doen? Hoeveel tijd kost dat? Hebben de instellingen behoefte aan een communitymanager? En wat doet zij/hij dan, welke competenties heeft zij/hij nodig? Standaard antwoorden op dergelijke vragen zijn er niet. Elke situatie is uniek en we hebben er baat bij om het, voortdurend, met elkaar te bespreken. Dat verhoogt weliswaar de druk op onze toch al schaarse tijd, maar stel jezelf dan de vraag welke bezigheden je daarvoor opzij zou willen zetten; welke bezigheden je graag aan een ander zou uitbesteden (omdat die er wellicht beter in is). Waar zou je zelf het liefst tijd aan willen besteden? Met wie zou je zelf graag in gesprek raken en gaan samenwerken?

Wanneer we deze vijf pijlers van PERMA als criteria voor (het inzetten van) sociale media hanteren, krijgen we een heel andere benadering dan vanuit techniek of informatie. De vraag wordt dan bijvoorbeeld niet of de nieuwe app meer traffic naar onze collectiedatabase gaat opleveren, maar of het de gebruikers in staat stelt om op een zinvolle wijze betekenis te geven aan “een behoefte om met wetenschap en cultuur bezig te zijn” om wezenlijke vragen op te lossen, of het helpt om waardevolle relaties met elkaar aan te knopen. Als we vanuit deze benaderingswijze weer terugkeren bij onze de doelstellingen op gebied van ondernemerschap zien we dat social marketing gebruik maakt van een soortgelijke attitude. Een organisatie die zichzelf in dienst stelt van betekenisvolle doelen, door duidelijk te maken wat zij werkelijk belangrijk vindt, weet op die manier meer mensen aan zich te binden. Er is dan een gezamenlijk streven, waarin de organisatie desgewenst het voortouw kan nemen. Sociale media helpen dan om de relaties aan te knopen en te onderhouden, om plezier, verwondering en succes met elkaar te delen en om samen doelen te formuleren en te bereiken. Op de vraag of we, met gebruik van sociale media, mensen gelukkiger kunnen maken, is het antwoord dan: ja, uiteindelijk wel.


26  Doendenken en communities | sccs!

27  Doendenken en communities | sccs!

Als we mogen concluderen dat sociale media niet per se tot het digitale domein veroordeeld hoeven te blijven, gekluisterd aan (open) databases, digitale infrastructuur en internet techniek, maar ons daarentegen zullen helpen met samenwerken, slimmer organiseren en innoveren, duurzaam leren, (laten) participeren en emanciperen, solidair en geëngageerd zijn en het bereiken van meer van zulke ‘hoger’ gelegen doelen, dan kunnen we andere criteria opstellen voor het optimaal functioneren van sociale media. De strategie is dan niet allereerst gericht op marketing communicatie of informatie technologie, maar -kort gezegd- op met z’n allen gelukkiger worden. Hoe doen we dat? PERMA is een acroniem voor de “vijf pijlers van welzijn” die Martin Seligman, psycholoog en professor aan de universiteit van Pennsylvania, heeft geïdentificeerd: positieve emoties (Positive emotion), betrokkenheid (Engagement), relaties (positive Relations), betekenis en doel (Meaning and purpose) en verwezenlijking/vervulling (Accomplishment). Volgens deze graadmeters, een combinatie van objectieve en subjectieve indicatoren, kan ons welzijn beter worden geïndexeerd, waarna er ook op gestuurd kan worden. In het Verenigd Koninkrijk is men begonnen het welzijn van het land, naast het bruto binnenlands product, als criterium te gebruiken voor het succes van het overheidsbeleid.

permanente bèta We stellen wel vragen, maar willen we echt iets te weten komen? Hebben we voldoende tijd en aandacht om in gesprek te raken? Welke criteria zijn dan van belang? Relevantie, passie en betrokkenheid dien zich aan, maar hoe pas je ze het beste toe? Misschien wel in omgekeerde volgorde. Ze leveren dan onze drijfveren om van andere geïnteresseerden iets te willen weten. Hoe bouwen we dan dat contact op? En wie gaat dat doen? Hoeveel tijd kost dat? Hebben de instellingen behoefte aan een communitymanager? En wat doet zij/hij dan, welke competenties heeft zij/hij nodig? Standaard antwoorden op dergelijke vragen zijn er niet. Elke situatie is uniek en we hebben er baat bij om het, voortdurend, met elkaar te bespreken. Dat verhoogt weliswaar de druk op onze toch al schaarse tijd, maar stel jezelf dan de vraag welke bezigheden je daarvoor opzij zou willen zetten; welke bezigheden je graag aan een ander zou uitbesteden (omdat die er wellicht beter in is). Waar zou je zelf het liefst tijd aan willen besteden? Met wie zou je zelf graag in gesprek raken en gaan samenwerken?

Wanneer we deze vijf pijlers van PERMA als criteria voor (het inzetten van) sociale media hanteren, krijgen we een heel andere benadering dan vanuit techniek of informatie. De vraag wordt dan bijvoorbeeld niet of de nieuwe app meer traffic naar onze collectiedatabase gaat opleveren, maar of het de gebruikers in staat stelt om op een zinvolle wijze betekenis te geven aan “een behoefte om met wetenschap en cultuur bezig te zijn” om wezenlijke vragen op te lossen, of het helpt om waardevolle relaties met elkaar aan te knopen. Als we vanuit deze benaderingswijze weer terugkeren bij onze de doelstellingen op gebied van ondernemerschap zien we dat social marketing gebruik maakt van een soortgelijke attitude. Een organisatie die zichzelf in dienst stelt van betekenisvolle doelen, door duidelijk te maken wat zij werkelijk belangrijk vindt, weet op die manier meer mensen aan zich te binden. Er is dan een gezamenlijk streven, waarin de organisatie desgewenst het voortouw kan nemen. Sociale media helpen dan om de relaties aan te knopen en te onderhouden, om plezier, verwondering en succes met elkaar te delen en om samen doelen te formuleren en te bereiken. Op de vraag of we, met gebruik van sociale media, mensen gelukkiger kunnen maken, is het antwoord dan: ja, uiteindelijk wel.


28  Onbezorgd bloggen | sccs!

29  Onbezorgd bloggen | sccs!

no bezorgd bloggen

4

Hoe zorg je ervoor

dat je expertise, en daarmee die van je organisatie, erkend wordt door vakgenoten? Hoe voorkom je dat je verstoken blijft van de relevante kennis die anderen wel hebben en jij (nog) niet? Als een kip op je eieren zitten broeden en slechts na lang wikken en wegen het meest goudkleurige ei naar buiten brengen, zal je weinig verder helpen. De houdbaarheid van zulke eieren is de laatste twee decennia astronomisch kort geworden. Publiceren in een papieren vaktijdschrift is mooi. Publiceren op een webblog, in combinatie met andere vormen van online publiceren, kan door het directe linken naar externe bronnen en beeldmateriaal een enorme meerwaarde betekenen voor het onderwerp; vooral ook omdat je doorgaans direct kunt publiceren en zodoende snel inspelen op de actualiteit. Het is vaak leuk om te doen, levert meer feedback op en is bovendien de beste manier om je autoriteit te vestigen. Onder andere vormen van online publiceren verstaan we dan bijvoorbeeld pdf’s, presentaties, video’s of foto’s, die je kunt embedden in je weblog. Daarmee maak je jouw weblog voor even het knooppunt van het universum, jouw online universum, dat je kunt delen met je vakgenoten.

Wanneer de vakgenoten bovendien met aanvullingen of kritiek komen, stijgt de waarde van wat je gepubliceerd hebt. Weblogs leveren standaard ook een RSSfeed, een simpele manier om de inhoud, los van de opmaak, ook elders te publiceren. Desnoods op een ander platform (bijvoorbeeld een smartphone), zonder dat er iets aan de tekst en beeld gewijzigd hoeft te worden. Wanneer je verstandig en ruimhartig beschrijvende termen (tags) aan je publicaties toevoegt, kun je ook makkelijk aan dossier-vorming doen op je eigen weblog, waardoor inhoudelijk overeenkomstige teksten direct met elkaar in verband gebracht worden en terug te vinden zijn. Wat zowel voor de lezer als voor de auteur van belang is. Tenslotte worden weblogs goed geïndexeerd door zoekmachines, waardoor iemand die op zoek is naar een bepaald onderwerp zomaar op je weblog terecht kan komen. Door de combinatie van al deze mogelijkheden zal je weblog na verloop van tijd stijgen in waarde. Daardoor krijg je waarschijnlijk meer bezoek en vervolgens meer en diverse respons. Gaandeweg komen jij en je lezers daardoor weer op nieuwe inzichten en als je die verwerkt, zal de waardering voor je weblog eens te meer toenemen. Zo ontstaat een cirkelgang, die je expertise positief beïnvloedt en van je weblog een autoriteit kan maken op jouw vakgebied. Je profiteert daarbij weliswaar niet van de naam en faam van een vaktijdschrift, niet van de deskundigheid van de redactie en niet van het bijbehorende verspreidingsgebied. Dat kan een zwaarwegend nadeel zijn. Het één hoeft het ander niet uit te sluiten. Daarentegen ben je ook niet afhankelijk van de luim en loyaliteit van de redactie van een vaktijdschrift. Je creëert je eigen verspreidingsgebied, dat in theorie oneindig veel groter is dan dat van een vaktijdschrift, met doorgaans meer peers dan een tijdschrift je levert. Als je volhoudt om van je weblog een ontmoetingsplek te maken, waar je de conversatie niet schuwt, zal een ter zake kundige redactie jouw weblog vinden en jou vragen bij hen te publiceren. Dan heb je je bronnen allang op orde (immers verwerkt in je blogpost) en is een bloemlezing snel gemaakt. Een verwijzing naar je weblog vanuit het tijdschrift, zal de stijgende cirkelgang andermaal naar een hoger niveau opstuwen.


28  Onbezorgd bloggen | sccs!

29  Onbezorgd bloggen | sccs!

no bezorgd bloggen

4

Hoe zorg je ervoor

dat je expertise, en daarmee die van je organisatie, erkend wordt door vakgenoten? Hoe voorkom je dat je verstoken blijft van de relevante kennis die anderen wel hebben en jij (nog) niet? Als een kip op je eieren zitten broeden en slechts na lang wikken en wegen het meest goudkleurige ei naar buiten brengen, zal je weinig verder helpen. De houdbaarheid van zulke eieren is de laatste twee decennia astronomisch kort geworden. Publiceren in een papieren vaktijdschrift is mooi. Publiceren op een webblog, in combinatie met andere vormen van online publiceren, kan door het directe linken naar externe bronnen en beeldmateriaal een enorme meerwaarde betekenen voor het onderwerp; vooral ook omdat je doorgaans direct kunt publiceren en zodoende snel inspelen op de actualiteit. Het is vaak leuk om te doen, levert meer feedback op en is bovendien de beste manier om je autoriteit te vestigen. Onder andere vormen van online publiceren verstaan we dan bijvoorbeeld pdf’s, presentaties, video’s of foto’s, die je kunt embedden in je weblog. Daarmee maak je jouw weblog voor even het knooppunt van het universum, jouw online universum, dat je kunt delen met je vakgenoten.

Wanneer de vakgenoten bovendien met aanvullingen of kritiek komen, stijgt de waarde van wat je gepubliceerd hebt. Weblogs leveren standaard ook een RSSfeed, een simpele manier om de inhoud, los van de opmaak, ook elders te publiceren. Desnoods op een ander platform (bijvoorbeeld een smartphone), zonder dat er iets aan de tekst en beeld gewijzigd hoeft te worden. Wanneer je verstandig en ruimhartig beschrijvende termen (tags) aan je publicaties toevoegt, kun je ook makkelijk aan dossier-vorming doen op je eigen weblog, waardoor inhoudelijk overeenkomstige teksten direct met elkaar in verband gebracht worden en terug te vinden zijn. Wat zowel voor de lezer als voor de auteur van belang is. Tenslotte worden weblogs goed geïndexeerd door zoekmachines, waardoor iemand die op zoek is naar een bepaald onderwerp zomaar op je weblog terecht kan komen. Door de combinatie van al deze mogelijkheden zal je weblog na verloop van tijd stijgen in waarde. Daardoor krijg je waarschijnlijk meer bezoek en vervolgens meer en diverse respons. Gaandeweg komen jij en je lezers daardoor weer op nieuwe inzichten en als je die verwerkt, zal de waardering voor je weblog eens te meer toenemen. Zo ontstaat een cirkelgang, die je expertise positief beïnvloedt en van je weblog een autoriteit kan maken op jouw vakgebied. Je profiteert daarbij weliswaar niet van de naam en faam van een vaktijdschrift, niet van de deskundigheid van de redactie en niet van het bijbehorende verspreidingsgebied. Dat kan een zwaarwegend nadeel zijn. Het één hoeft het ander niet uit te sluiten. Daarentegen ben je ook niet afhankelijk van de luim en loyaliteit van de redactie van een vaktijdschrift. Je creëert je eigen verspreidingsgebied, dat in theorie oneindig veel groter is dan dat van een vaktijdschrift, met doorgaans meer peers dan een tijdschrift je levert. Als je volhoudt om van je weblog een ontmoetingsplek te maken, waar je de conversatie niet schuwt, zal een ter zake kundige redactie jouw weblog vinden en jou vragen bij hen te publiceren. Dan heb je je bronnen allang op orde (immers verwerkt in je blogpost) en is een bloemlezing snel gemaakt. Een verwijzing naar je weblog vanuit het tijdschrift, zal de stijgende cirkelgang andermaal naar een hoger niveau opstuwen.


30  Onbezorgd bloggen | sccs!

Is het dan allemaal zo glorieus als hierboven beschreven? Jazeker, je snapt niet dat niet iedereen een weblog heeft. En nee, je hoeft geen sterrenkundige te zijn om te berekenen hoeveel weblogs zullen floppen, door gebrek aan tijd, gebrek aan inspiratie, aan commitment vanuit de organisatie, door onhandige timing, door de hoeveelheid weblogs over soortgelijke onderwerpen, of simpelweg door onvoldoende in te spelen op de crossmediale kwaliteiten van een blog als hub voor al je online én offline activiteiten. Een blog beginnen is eigenlijk best makkelijk. Vooral als je bestaande software hanteert. Je maakt in een paar stappen een account aan, kiest een titel en begint maar te schrijven. Een goed (veelgelezen, veelgeprezen) weblog zet je echter niet zomaar op en al helemaal niet binnen een mum van tijd. Vraag jezelf van tevoren af of je de tijd, het geduld en voldoende eelt hebt om dit te doen, vol te (mogen) houden en intussen kritiek en onbegrip te verduren. Of om het hoofd te bieden aan het tijdelijk uitblijven van respons, wat soms ondraaglijker is dan kritiek. Wil je een volggroep van vakgenoten en andere geïnteresseerden aan je binden en blijven interesseren dan is een weblog een goed en vaak bijna gratis instrument. En met de meest voorkomende software kan een website meteen ook het aanzien en de functionaliteit van een website vol dynamische inhoud krijgen; met bijbehorend -super-de-luxe- content management systeem. Daar zijn zodoende geen kostbare uren van een webbureau mee gemoeid. Natuurlijk is de website daarmee niet op maat gemaakt, maar daar kunnen de talloze (gratis) plugins veel aan verhelpen.

31  Onbezorgd bloggen | sccs!

Het helpt om je weblog te beschouwen als je eigen vaktijdschrift, waarin afwisseling van langere en kortere stukken, afwisseling van tekst en beeld, van luchtigheid en diepgravende stukken, nieuws en achtergronden, persoonlijke en officiëler toonzetting, columns en interviews, etc. het karakter van het weblog bepalen. Sommige weblogs bestaan uitsluitend uit een wekelijkse column. Andere bevatten vooral verslagen van lezingen, seminars en conferenties, of boekbesprekingen. Ook dat zijn allemaal herkenbare en te waarderen vormen. Neem de tijd om je eigen vorm te ontwikkelen en durf ook nu en dan ‘uit vorm’ te raken om zo te kunnen verfrissen. Zorg echter vooral dat je weblog niet alleen op ‘zenden’ staat, dat je juist het gesprek aangaat. Daarbij helpt het om niet zolang te schaven en slijpen aan een tekst totdat die hermetisch voltooid is. Daar valt immers niets aan toe te voegen, in ieder geval niet zomaar. Het helpt om te werken met halffabrikaten, teksten die nog niet perfect zijn en door een ander aangevuld kunnen worden. Koppel feiten aan vragen en vergeet daarbij je eigen motivatie niet, de redenen waarom je met je werk, je wetenschap, je twijfel en je passie bezig bent. Dat motiveert een ander ook. Weblogs en Twitter, bloggen en microbloggen, hebben met elkaar gemeen dat ze uitstekend als linking pin kunnen fungeren, als verzamelplek van bronnen en meningen, van mensen en organisaties en zo een ontmoetingsplek vormen. Een weblog stelt je in staat met anderen in contact te komen, vooral als je niet alleen op je eigen weblog publiceert, maar ook elders en als je ook een bijdrage levert bij de weblogs van vakgenoten. Zorg voor zo’n ontmoetingsplek van mensen en meningen, of dat nu op jouw weblog is, of vanuit jouw weblog bij een ander. En bedenk dat je met een weblog niet alleen bouwt aan méér kennis, maar ook aan relaties. Je bevordert niet alleen het verstand, maar ook de verstandhoudingen.


30  Onbezorgd bloggen | sccs!

Is het dan allemaal zo glorieus als hierboven beschreven? Jazeker, je snapt niet dat niet iedereen een weblog heeft. En nee, je hoeft geen sterrenkundige te zijn om te berekenen hoeveel weblogs zullen floppen, door gebrek aan tijd, gebrek aan inspiratie, aan commitment vanuit de organisatie, door onhandige timing, door de hoeveelheid weblogs over soortgelijke onderwerpen, of simpelweg door onvoldoende in te spelen op de crossmediale kwaliteiten van een blog als hub voor al je online én offline activiteiten. Een blog beginnen is eigenlijk best makkelijk. Vooral als je bestaande software hanteert. Je maakt in een paar stappen een account aan, kiest een titel en begint maar te schrijven. Een goed (veelgelezen, veelgeprezen) weblog zet je echter niet zomaar op en al helemaal niet binnen een mum van tijd. Vraag jezelf van tevoren af of je de tijd, het geduld en voldoende eelt hebt om dit te doen, vol te (mogen) houden en intussen kritiek en onbegrip te verduren. Of om het hoofd te bieden aan het tijdelijk uitblijven van respons, wat soms ondraaglijker is dan kritiek. Wil je een volggroep van vakgenoten en andere geïnteresseerden aan je binden en blijven interesseren dan is een weblog een goed en vaak bijna gratis instrument. En met de meest voorkomende software kan een website meteen ook het aanzien en de functionaliteit van een website vol dynamische inhoud krijgen; met bijbehorend -super-de-luxe- content management systeem. Daar zijn zodoende geen kostbare uren van een webbureau mee gemoeid. Natuurlijk is de website daarmee niet op maat gemaakt, maar daar kunnen de talloze (gratis) plugins veel aan verhelpen.

31  Onbezorgd bloggen | sccs!

Het helpt om je weblog te beschouwen als je eigen vaktijdschrift, waarin afwisseling van langere en kortere stukken, afwisseling van tekst en beeld, van luchtigheid en diepgravende stukken, nieuws en achtergronden, persoonlijke en officiëler toonzetting, columns en interviews, etc. het karakter van het weblog bepalen. Sommige weblogs bestaan uitsluitend uit een wekelijkse column. Andere bevatten vooral verslagen van lezingen, seminars en conferenties, of boekbesprekingen. Ook dat zijn allemaal herkenbare en te waarderen vormen. Neem de tijd om je eigen vorm te ontwikkelen en durf ook nu en dan ‘uit vorm’ te raken om zo te kunnen verfrissen. Zorg echter vooral dat je weblog niet alleen op ‘zenden’ staat, dat je juist het gesprek aangaat. Daarbij helpt het om niet zolang te schaven en slijpen aan een tekst totdat die hermetisch voltooid is. Daar valt immers niets aan toe te voegen, in ieder geval niet zomaar. Het helpt om te werken met halffabrikaten, teksten die nog niet perfect zijn en door een ander aangevuld kunnen worden. Koppel feiten aan vragen en vergeet daarbij je eigen motivatie niet, de redenen waarom je met je werk, je wetenschap, je twijfel en je passie bezig bent. Dat motiveert een ander ook. Weblogs en Twitter, bloggen en microbloggen, hebben met elkaar gemeen dat ze uitstekend als linking pin kunnen fungeren, als verzamelplek van bronnen en meningen, van mensen en organisaties en zo een ontmoetingsplek vormen. Een weblog stelt je in staat met anderen in contact te komen, vooral als je niet alleen op je eigen weblog publiceert, maar ook elders en als je ook een bijdrage levert bij de weblogs van vakgenoten. Zorg voor zo’n ontmoetingsplek van mensen en meningen, of dat nu op jouw weblog is, of vanuit jouw weblog bij een ander. En bedenk dat je met een weblog niet alleen bouwt aan méér kennis, maar ook aan relaties. Je bevordert niet alleen het verstand, maar ook de verstandhoudingen.


32  Schitteren met Twitter | sccs!

5 schitteren met twitter Nog steeds zijn er mensen

die denken dat Twitter over koffie drinken en andere trivialiteiten gaat. Anderen zweren erbij omdat het voor hen een onmisbare en razendsnelle informatiebron is. Twitter is hype gevoelig en daardoor tevens een aardige barometer voor wat er leeft. Intussen doet Twitter onverminderd dienst als plek om relaties en reputaties te bouwen en te onderhouden; door waardevolle tips te geven, door aandacht te schenken en interesse te delen, door meningen te peilen en zo veel actuele maar ook tijdlozer onderwerpen op waarde te schatten. Kortom: Twitter is een ontmoetingsplek waar mensen niet al te lang achter elkaar aan het woord zijn. Tweets vormen vaak de verbindende link tussen waardevolle informatie en tussen nieuwsgierige mensen.

33  Schitteren met Twitter | sccs!

Voor wie nog onbekend is met dit fenomeen: Twitter, ofwel microbloggen, is het uitwisselen van allerhande informatie in berichten (tweets) van maximaal 140 karakters per keer. Daarin kunnen ook links (url’s), foto’s en video gedeeld worden. Net als bij de meeste sociale media kun je er mensen volgen, door andere gevolgd worden en kun je berichten niet alleen beantwoorden (reply) maar ook doorsturen (retweeten). In principe zijn alle tweets van iedereen door iedereen te zien, tenzij je jouw account afschermt. Maar dan ondermijn je in feite de werking van Twitter. Zowel bij het antwoorden als het doorsturen is de naamsvermelding (mention) belangrijk. Ander belangrijk element in Twitter is het zoeken naar bepaalde termen en/of het toepassen van hashtags (#onderwerp). Op die manier kunnen meerdere mensen aan een conversatie over een bepaald onderwerp (bijvoorbeeld tijdens een conferentie of tentoonstelling) deelnemen, kan nieuws snel verspreid raken en kunnen ook trends ontstaan. Op basis van Twitter zijn (heel) erg veel applicaties gemaakt, bijvoorbeeld om te weten wie je zou moeten volgen, om te zien wie er over jou of je tentoonstelling spreekt of om Twitter te koppelen aan locaties en andere applicaties (zoals Foursquare en Facebook), zodat je kunt zien wie op welke plek over welk onderwerp iets gezegd heeft. Daarmee spelen tweets en retweets in veel gevallen een verbindende en engagerende rol. Dat is wellicht het belangrijkste kenmerk van het microbloggen, dat daardoor als linking pin fungeert. De meeste organisaties gebruiken Twitter dan ook in combinatie met andere media (website, weblog, Facebook, linkedin, etc.). En voor wie er nog wat dieper in wil duiken, of de gereedschapskist wil uitbreiden, is er een fantastisch artikel op de weblog van SocialMediaToday met een uitgebreid overzicht van allerhande tools, in diverse categorieën. Of het nu gaat om integratie van foto’s, of tweets op je website, polls en zoekacties in Twitter, back-ups, noem maar op, je kunt het er allemaal vinden.


32  Schitteren met Twitter | sccs!

5 schitteren met twitter Nog steeds zijn er mensen

die denken dat Twitter over koffie drinken en andere trivialiteiten gaat. Anderen zweren erbij omdat het voor hen een onmisbare en razendsnelle informatiebron is. Twitter is hype gevoelig en daardoor tevens een aardige barometer voor wat er leeft. Intussen doet Twitter onverminderd dienst als plek om relaties en reputaties te bouwen en te onderhouden; door waardevolle tips te geven, door aandacht te schenken en interesse te delen, door meningen te peilen en zo veel actuele maar ook tijdlozer onderwerpen op waarde te schatten. Kortom: Twitter is een ontmoetingsplek waar mensen niet al te lang achter elkaar aan het woord zijn. Tweets vormen vaak de verbindende link tussen waardevolle informatie en tussen nieuwsgierige mensen.

33  Schitteren met Twitter | sccs!

Voor wie nog onbekend is met dit fenomeen: Twitter, ofwel microbloggen, is het uitwisselen van allerhande informatie in berichten (tweets) van maximaal 140 karakters per keer. Daarin kunnen ook links (url’s), foto’s en video gedeeld worden. Net als bij de meeste sociale media kun je er mensen volgen, door andere gevolgd worden en kun je berichten niet alleen beantwoorden (reply) maar ook doorsturen (retweeten). In principe zijn alle tweets van iedereen door iedereen te zien, tenzij je jouw account afschermt. Maar dan ondermijn je in feite de werking van Twitter. Zowel bij het antwoorden als het doorsturen is de naamsvermelding (mention) belangrijk. Ander belangrijk element in Twitter is het zoeken naar bepaalde termen en/of het toepassen van hashtags (#onderwerp). Op die manier kunnen meerdere mensen aan een conversatie over een bepaald onderwerp (bijvoorbeeld tijdens een conferentie of tentoonstelling) deelnemen, kan nieuws snel verspreid raken en kunnen ook trends ontstaan. Op basis van Twitter zijn (heel) erg veel applicaties gemaakt, bijvoorbeeld om te weten wie je zou moeten volgen, om te zien wie er over jou of je tentoonstelling spreekt of om Twitter te koppelen aan locaties en andere applicaties (zoals Foursquare en Facebook), zodat je kunt zien wie op welke plek over welk onderwerp iets gezegd heeft. Daarmee spelen tweets en retweets in veel gevallen een verbindende en engagerende rol. Dat is wellicht het belangrijkste kenmerk van het microbloggen, dat daardoor als linking pin fungeert. De meeste organisaties gebruiken Twitter dan ook in combinatie met andere media (website, weblog, Facebook, linkedin, etc.). En voor wie er nog wat dieper in wil duiken, of de gereedschapskist wil uitbreiden, is er een fantastisch artikel op de weblog van SocialMediaToday met een uitgebreid overzicht van allerhande tools, in diverse categorieën. Of het nu gaat om integratie van foto’s, of tweets op je website, polls en zoekacties in Twitter, back-ups, noem maar op, je kunt het er allemaal vinden.


34  Schitteren met Twitter | sccs!

Op zijn weblog Oscillatory Thoughts noemt neurowetenschapper Bradly Voytek de impact van o.a. Twitter op citaten en het evolueren van ideeën. Eigenlijk gaat het om een simpele conclusie: “Tweet more, you get more followers.” Dat spreekt voor zich, zou je zeggen; ‘wie nooit iemand spreekt, komt zelden in gesprek’. En dat is waar het hier om draait. Je krijgt weinig aandacht als je geen aandacht schenkt. Wanneer je al wat langer tweet, weet dat de geloofwaardigheid, het vertrouwen en de gun-factor de meest bepalende factoren zijn. Door slechts elke dag één aankondiging te plaatsen, bijvoorbeeld “opening nieuwe expositie op 10 maart a.s.”, nemen die factoren niet erg toe in waarde. Overigens ook niet als je tien van dat soort aankondigingen doet. Twitter kun je beschouwen als een mix tussen privé en werk, tussen vergaderzaal en wandelgang, formeel en informeel. Juist dat maakt het een geschikt medium om niet alleen kennis te delen, maar ook toe te lichten en gaandeweg relaties op te bouwen met mensen die er toe doen, voor jou en jouw organisatie. Je kunt het ook inzetten bij crisis management, door snel te reageren en de juiste mensen ter plekke te krijgen. Ook dat kan bijdragen aan de uitstraling en waardering van je organisatie. Anderen gebruiken het voor PR, voor consumentenrelaties, voor evenementen management. Daarmee maak je gebruik van de connectiviteit van twitter, wat een sterke eigenschap van dit medium is. Wie gevarieerd tweet, zal merken dat de volgers gaandeweg diverser worden en dat een aantal volgers zich ook steeds loyaler zal tonen. Toch raak je ook altijd volgers kwijt, hoe goed je het ook bedoelt en doet.

35  Schitteren met Twitter | sccs!

je bent wat je (t)weet Er kan een lang lijst met do’s en don’ts opgesteld worden. We beperken het hier tot enkele opmerkingen. Het is allereerst verstandig om te bedenken dat ‘microbloggen’ niet verschilt van de wandelgangen in de politiek, de gesprekken tijdens en na een conferentie, een brainstorm of borrelpraat in een buurtcafé, waar dezelfde sociale vaardigheden en aardigheden vereist zijn. Het lijkt allemaal te traceren wat je meldt (en dat is het ook), anders dan bij een gesprek, dat nog vluchtiger is dan een ‘conversatie’ met tweets. Toch valt het in de hoeveelheid wel mee en Twitter lijkt je updates niet heel erg lang te bewaren. De angst voor misbruik, misverstanden en ‘missers’ die reputaties kunnen schaden, kan vooral weggenomen worden door heel ervaren te worden, weten wat je doet, bewust zijn van de ‘gevaren’ die zich ook hier in een klein hoekje verstopt houden. De voordelen overheersen: het leidt uiteindelijk tot een opener en transparanter manier van werken, tot eerder en slimmer samenwerken (bijvoorbeeld met derden; je stelt je vraag aan andere deskundigen voordat je tijdrovend onderzoek gaat doen) en zo tot innovatie en tot een groter draagvlak (bekend maakt bemind). Doe je niet anders voor dan je bent, maar wees behulpzaam, erudiet, direct, relevant, kortom sociaal. Aangezien je de organisatie representeert waarvoor je werkt (en tweet) heb je de verantwoordelijkheid die goed te vertegenwoordigen, maar ook om anderen te helpen. Bijvoorbeeld door een bericht, wanneer dit interessant is, door te sturen. Of door vriendelijk en met begrip te reageren, zelfs op een domme of onaardige reactie. Met je reacties zet je de toon voor wie een besluit moet nemen jou te volgen of niet, jouw berichten door te sturen (te verspreiden) of niet, jouw ambassadeur te zijn of niet. Op die manier heeft twitter veel te maken met reputatie management. Maar ook met vriendschappen, met collegialiteit, competitie (ander dan concurrentie), met win-win. Heb je weinig tijd voor twitter, zorg dan evengoed dat je niet alleen die paar noodzakelijke berichten de wereld instuurt, bij wijze van ‘social media folder’. Zorg dat je ook iets weggeeft dat niet direct leidt naar jouw website of actie, draag bij aan het succes van anderen door te reageren, mee te helpen een antwoord te zoeken op een vraag, een bericht door te sturen. Wie goed doet goed ontmoet, gaat ook op bij Twitter. Denk vanuit je volgers en de mensen die volger van jouw volger zijn. Wanneer is jouw bericht voor hen interessant en waarom zouden ze het willen doorvertellen? Welke waarde voeg je toe aan hun behoefte aan informatie, waardering?


34  Schitteren met Twitter | sccs!

Op zijn weblog Oscillatory Thoughts noemt neurowetenschapper Bradly Voytek de impact van o.a. Twitter op citaten en het evolueren van ideeën. Eigenlijk gaat het om een simpele conclusie: “Tweet more, you get more followers.” Dat spreekt voor zich, zou je zeggen; ‘wie nooit iemand spreekt, komt zelden in gesprek’. En dat is waar het hier om draait. Je krijgt weinig aandacht als je geen aandacht schenkt. Wanneer je al wat langer tweet, weet dat de geloofwaardigheid, het vertrouwen en de gun-factor de meest bepalende factoren zijn. Door slechts elke dag één aankondiging te plaatsen, bijvoorbeeld “opening nieuwe expositie op 10 maart a.s.”, nemen die factoren niet erg toe in waarde. Overigens ook niet als je tien van dat soort aankondigingen doet. Twitter kun je beschouwen als een mix tussen privé en werk, tussen vergaderzaal en wandelgang, formeel en informeel. Juist dat maakt het een geschikt medium om niet alleen kennis te delen, maar ook toe te lichten en gaandeweg relaties op te bouwen met mensen die er toe doen, voor jou en jouw organisatie. Je kunt het ook inzetten bij crisis management, door snel te reageren en de juiste mensen ter plekke te krijgen. Ook dat kan bijdragen aan de uitstraling en waardering van je organisatie. Anderen gebruiken het voor PR, voor consumentenrelaties, voor evenementen management. Daarmee maak je gebruik van de connectiviteit van twitter, wat een sterke eigenschap van dit medium is. Wie gevarieerd tweet, zal merken dat de volgers gaandeweg diverser worden en dat een aantal volgers zich ook steeds loyaler zal tonen. Toch raak je ook altijd volgers kwijt, hoe goed je het ook bedoelt en doet.

35  Schitteren met Twitter | sccs!

je bent wat je (t)weet Er kan een lang lijst met do’s en don’ts opgesteld worden. We beperken het hier tot enkele opmerkingen. Het is allereerst verstandig om te bedenken dat ‘microbloggen’ niet verschilt van de wandelgangen in de politiek, de gesprekken tijdens en na een conferentie, een brainstorm of borrelpraat in een buurtcafé, waar dezelfde sociale vaardigheden en aardigheden vereist zijn. Het lijkt allemaal te traceren wat je meldt (en dat is het ook), anders dan bij een gesprek, dat nog vluchtiger is dan een ‘conversatie’ met tweets. Toch valt het in de hoeveelheid wel mee en Twitter lijkt je updates niet heel erg lang te bewaren. De angst voor misbruik, misverstanden en ‘missers’ die reputaties kunnen schaden, kan vooral weggenomen worden door heel ervaren te worden, weten wat je doet, bewust zijn van de ‘gevaren’ die zich ook hier in een klein hoekje verstopt houden. De voordelen overheersen: het leidt uiteindelijk tot een opener en transparanter manier van werken, tot eerder en slimmer samenwerken (bijvoorbeeld met derden; je stelt je vraag aan andere deskundigen voordat je tijdrovend onderzoek gaat doen) en zo tot innovatie en tot een groter draagvlak (bekend maakt bemind). Doe je niet anders voor dan je bent, maar wees behulpzaam, erudiet, direct, relevant, kortom sociaal. Aangezien je de organisatie representeert waarvoor je werkt (en tweet) heb je de verantwoordelijkheid die goed te vertegenwoordigen, maar ook om anderen te helpen. Bijvoorbeeld door een bericht, wanneer dit interessant is, door te sturen. Of door vriendelijk en met begrip te reageren, zelfs op een domme of onaardige reactie. Met je reacties zet je de toon voor wie een besluit moet nemen jou te volgen of niet, jouw berichten door te sturen (te verspreiden) of niet, jouw ambassadeur te zijn of niet. Op die manier heeft twitter veel te maken met reputatie management. Maar ook met vriendschappen, met collegialiteit, competitie (ander dan concurrentie), met win-win. Heb je weinig tijd voor twitter, zorg dan evengoed dat je niet alleen die paar noodzakelijke berichten de wereld instuurt, bij wijze van ‘social media folder’. Zorg dat je ook iets weggeeft dat niet direct leidt naar jouw website of actie, draag bij aan het succes van anderen door te reageren, mee te helpen een antwoord te zoeken op een vraag, een bericht door te sturen. Wie goed doet goed ontmoet, gaat ook op bij Twitter. Denk vanuit je volgers en de mensen die volger van jouw volger zijn. Wanneer is jouw bericht voor hen interessant en waarom zouden ze het willen doorvertellen? Welke waarde voeg je toe aan hun behoefte aan informatie, waardering?


36  Video on the move | sccs!

37  Video on the move | sccs!

video on the move Dat een beeld meer zegt

6

dan 1000 woorden gaat in het geval van video al helemaal op; video bevat immers heel veel beelden achter elkaar. Het leent zich buitengewoon goed voor overbrengen van een verhaal, van emotie en biedt voor veel mensen meer beleving dan welk ander medium. Het is daarbij erg geschikt voor het weergeven van interviews, verslag van een evenement, een sneak preview, voor praktische instructies en, aan de hand van een storyline, verbanden leggen tussen verschillende beelden, betekenissen en gebeurtenissen. Video kan, net als andere media, eveneens worden ingezet voor interactie met bezoekers, publiek, doelgroep en zet daarmee mensen in beweging. Video, of eigenlijk een videoplatform, werkt vooral goed als het gecombineerd met andere media wordt ingezet; zoals dat bij alle sociale media het geval is. Op die manier kan iemand vaker en op verschillende manieren een thema of verhaal tegenkomen, waarbij telkens een nieuwe (betekenis)laag wordt toegevoegd. Dat is een vorm van storytelling, waarbij het verhaal zich als het ware vermengt met je dagelijkse leven: de momenten waarop je even je smartphone bekijkt, je Facebook pagina checkt, over straat loopt, een krantje leest, tv kijkt (en intussen de iPad op schoot hebt), wanneer je de tijdlijn op twitter bekijkt. In deze hoeveelheid media en gebruiksmomenten neemt video een unieke en prominente plek in en bij video is YouTube het belangrijkste platform.

Waar video tot 2 decennia terug nog voorbehouden was aan professionals of een enkeling met de juiste apparatuur, kan nu iedereen met een mobiele telefoon al een video maken én op internet publiceren. Niet in het minst vanwege de ‘sociale’ video platforms als YouTube of Vimeo. Ook Flickr, Picasa, Instagram, Foursquare, Facebook en talloze aan Twitter gelinkte platforms, stellen de makers van de video in staat deze makkelijk en kosteloos te delen met -in principe- de hele wereld. Iedere gebruiker op YouTube of Vimeo kan bovendien een eigen ‘kanaal’ beginnen waarop zelfgemaakte video’s en die van anderen (favorieten) te zien zijn. Daarmee is ‘video’ een heel direct communicatiemiddel geworden en is iedereen ‘zendgemachtigd’. Ander belangrijk pluspunt van een aantal van zulke platforms, YouTube voorop, is de mogelijkheid om de video met bijbehorende functionaliteit naadloos op te nemen in een weblog, website, Facebook pagina of tweet. Veel video’s op YouTube zijn o.a. populair geworden omdat men erop kon reageren, zowel in tekst commentaar als met een video-respons en omdat de video’s makkelijk te verspreiden en/of te embedden zijn door andere gebruikers, waarmee het een effect krijgt van een zichzelf verspreidend virus dat zich moeiteloos nestelt in het gastlichaam. Veel organisaties zetten het daarom ook op die manier in. Inmiddels is YouTube onder jongeren de meest gehanteerde zoekmachine. Dat heeft natuurlijk ook te maken met de onderwerpen waarnaar veel jongeren (pubers) zoeken, die logischerwijs veelal op YouTube te vinden zijn, zoals popmuziek, bloopers en andere film(fragmenten en -trailers). Daarbij spelen platforms die de videocapaciteit van YouTube benutten ook een grote rol. Nu is het 9Gag, straks weer een ander platform. De omgeving waar de jongeren graag vertoeven is de omgeving waar je als organisatie thuis moet raken, wil je met deze doelgroep in contact raken.


36  Video on the move | sccs!

37  Video on the move | sccs!

video on the move Dat een beeld meer zegt

6

dan 1000 woorden gaat in het geval van video al helemaal op; video bevat immers heel veel beelden achter elkaar. Het leent zich buitengewoon goed voor overbrengen van een verhaal, van emotie en biedt voor veel mensen meer beleving dan welk ander medium. Het is daarbij erg geschikt voor het weergeven van interviews, verslag van een evenement, een sneak preview, voor praktische instructies en, aan de hand van een storyline, verbanden leggen tussen verschillende beelden, betekenissen en gebeurtenissen. Video kan, net als andere media, eveneens worden ingezet voor interactie met bezoekers, publiek, doelgroep en zet daarmee mensen in beweging. Video, of eigenlijk een videoplatform, werkt vooral goed als het gecombineerd met andere media wordt ingezet; zoals dat bij alle sociale media het geval is. Op die manier kan iemand vaker en op verschillende manieren een thema of verhaal tegenkomen, waarbij telkens een nieuwe (betekenis)laag wordt toegevoegd. Dat is een vorm van storytelling, waarbij het verhaal zich als het ware vermengt met je dagelijkse leven: de momenten waarop je even je smartphone bekijkt, je Facebook pagina checkt, over straat loopt, een krantje leest, tv kijkt (en intussen de iPad op schoot hebt), wanneer je de tijdlijn op twitter bekijkt. In deze hoeveelheid media en gebruiksmomenten neemt video een unieke en prominente plek in en bij video is YouTube het belangrijkste platform.

Waar video tot 2 decennia terug nog voorbehouden was aan professionals of een enkeling met de juiste apparatuur, kan nu iedereen met een mobiele telefoon al een video maken én op internet publiceren. Niet in het minst vanwege de ‘sociale’ video platforms als YouTube of Vimeo. Ook Flickr, Picasa, Instagram, Foursquare, Facebook en talloze aan Twitter gelinkte platforms, stellen de makers van de video in staat deze makkelijk en kosteloos te delen met -in principe- de hele wereld. Iedere gebruiker op YouTube of Vimeo kan bovendien een eigen ‘kanaal’ beginnen waarop zelfgemaakte video’s en die van anderen (favorieten) te zien zijn. Daarmee is ‘video’ een heel direct communicatiemiddel geworden en is iedereen ‘zendgemachtigd’. Ander belangrijk pluspunt van een aantal van zulke platforms, YouTube voorop, is de mogelijkheid om de video met bijbehorende functionaliteit naadloos op te nemen in een weblog, website, Facebook pagina of tweet. Veel video’s op YouTube zijn o.a. populair geworden omdat men erop kon reageren, zowel in tekst commentaar als met een video-respons en omdat de video’s makkelijk te verspreiden en/of te embedden zijn door andere gebruikers, waarmee het een effect krijgt van een zichzelf verspreidend virus dat zich moeiteloos nestelt in het gastlichaam. Veel organisaties zetten het daarom ook op die manier in. Inmiddels is YouTube onder jongeren de meest gehanteerde zoekmachine. Dat heeft natuurlijk ook te maken met de onderwerpen waarnaar veel jongeren (pubers) zoeken, die logischerwijs veelal op YouTube te vinden zijn, zoals popmuziek, bloopers en andere film(fragmenten en -trailers). Daarbij spelen platforms die de videocapaciteit van YouTube benutten ook een grote rol. Nu is het 9Gag, straks weer een ander platform. De omgeving waar de jongeren graag vertoeven is de omgeving waar je als organisatie thuis moet raken, wil je met deze doelgroep in contact raken.


38  Video on the move | sccs!

39  Geslaagde visies met augmented reality | sccs!

geslaagde visies y t i l a e r d e t n e m g met Au Er is wel veel niveau verschil. Met een eenvoudige telefoon kun je weliswaar een filmpje maken, maar een zichzelf respecterende organisatie zet in op aanzienlijk betere kwaliteit. En dan lopen de investeringen al snel op. Wat kost het niet aan tijd en geld om tien kwalitatief voldoende video’s te produceren? Hoe komen we dan aan voldoende video materiaal voor een interessant kanaal? Vraag is of we het zo moeten aanpakken. Misschien moeten we niet zoveel zelf willen produceren, en niet op professionele filmkwaliteit, maar meer aan bezoekers of vrijwilligers overlaten. Dan zit de tijd vooral in het begeleiden en redigeren. Daar krijgen we dan wel aansprekend materiaal en betrokkenheid voor terug. Het is slim om op YouTube te zoeken naar interessant materiaal en dit te verzamelen in ons eigen kanaal. Ook daarmee bewijzen we een bezoeker een dienst en contextualiseren we bestaande content. Volgens web 2.0 uitgangspunten is YouTube niet bedoeld als kanaal waarmee je uitsluitend zou moeten zenden. Het volgen en gevolgd worden is ook hier uiterst belangrijk, net als taggen, beschrijven, mensen uitnodigen en zo gerelateerd raken. Niettemin is video op internet, met inbegrip van alle interactieve mogelijkheden, ook goed bruikbaar als een ‘tv-kanaal’, waarmee de instelling effectief kan ‘broadcasten’ en betrokkenheid onder het publiek kan genereren. Het Mütter Museum in Philadelphia heeft bewezen met deze aanpak duizenden mensen te bereiken én te betrekken bij de organisatie. Cruciaal in hun succes is het bedenken en consequent uitvoeren van een herkenbaar format, dat voor terugkerende bezoekers zorgt. In dit geval is het dus mogelijk een ‘tv-kanaal’ te combineren met een sociaal medium dat als ontmoetingsplek dienst kan doen. Uitdaging is ook dan om een levendig debat op gang te brengen en al met al bij te dragen aan het geven van betekenis. We zijn ons ook niet altijd bewust van het materiaal dat wij allang hebben, of dat bij één van onze inhoudelijke partners aanwezig is. We kunnen dit betrekkelijk eenvoudig (her)publiceren. Organiseer je een video wedstrijd in samenwerking met een regionale krant, dan krijg je waarschijnlijk veel respons. En van een belangrijke doelgroep, die veel kan betekenen voor de maatschappelijke relevantie van jouw organisatie. Baseer je een tentoonstelling op deze respons en nodig je iedereen uit via dezelfde regionale krant, krijg je wederom veel respons. Je zou in het verlengde hiervan kunnen denken aan herhaalde video competities, video avonden, maar ook instructievideo’s of bewegend beeld dat gebruikt wordt voor een toegevoegde laag op objecten in een tentoonstelling. Zo kun je een prachtig gelaagd verhaal vertellen.

7

Augmented Reality (AR) betekent het toevoegen van een extra laag aan de bestaande en/of zichtbare werkelijkheid. Dat kan een toegevoegde fysieke laag zijn, zoals een uitvouwbare landkaart, maar meestal hebben we het bij AR over een extra virtuele laag. Een digitaal navigatie systeem als Tomtom komt dicht in de buurt van wat we momenteel onder AR verstaan. Ook de reclameborden naast het doel bij voetbalwedstrijden op tv, of een meebewegende pole position lijn bij schaatsen zwemwedstrijden zijn tot de verbeelding sprekende voorbeelden. AR kun je zien als een manier om (virtuele) gegevens (digitaal) op te slaan en weer terug te vinden als aanvullende informatie laag. Volgens Ronald Azuma (Research Leader Nokia Research Center, Santa Monica) is er daarbij altijd sprake van een combinatie van reëel en virtueel, is AR realtime interactief en functioneert het in 3 dimensies.


38  Video on the move | sccs!

39  Geslaagde visies met augmented reality | sccs!

geslaagde visies y t i l a e r d e t n e m g met Au Er is wel veel niveau verschil. Met een eenvoudige telefoon kun je weliswaar een filmpje maken, maar een zichzelf respecterende organisatie zet in op aanzienlijk betere kwaliteit. En dan lopen de investeringen al snel op. Wat kost het niet aan tijd en geld om tien kwalitatief voldoende video’s te produceren? Hoe komen we dan aan voldoende video materiaal voor een interessant kanaal? Vraag is of we het zo moeten aanpakken. Misschien moeten we niet zoveel zelf willen produceren, en niet op professionele filmkwaliteit, maar meer aan bezoekers of vrijwilligers overlaten. Dan zit de tijd vooral in het begeleiden en redigeren. Daar krijgen we dan wel aansprekend materiaal en betrokkenheid voor terug. Het is slim om op YouTube te zoeken naar interessant materiaal en dit te verzamelen in ons eigen kanaal. Ook daarmee bewijzen we een bezoeker een dienst en contextualiseren we bestaande content. Volgens web 2.0 uitgangspunten is YouTube niet bedoeld als kanaal waarmee je uitsluitend zou moeten zenden. Het volgen en gevolgd worden is ook hier uiterst belangrijk, net als taggen, beschrijven, mensen uitnodigen en zo gerelateerd raken. Niettemin is video op internet, met inbegrip van alle interactieve mogelijkheden, ook goed bruikbaar als een ‘tv-kanaal’, waarmee de instelling effectief kan ‘broadcasten’ en betrokkenheid onder het publiek kan genereren. Het Mütter Museum in Philadelphia heeft bewezen met deze aanpak duizenden mensen te bereiken én te betrekken bij de organisatie. Cruciaal in hun succes is het bedenken en consequent uitvoeren van een herkenbaar format, dat voor terugkerende bezoekers zorgt. In dit geval is het dus mogelijk een ‘tv-kanaal’ te combineren met een sociaal medium dat als ontmoetingsplek dienst kan doen. Uitdaging is ook dan om een levendig debat op gang te brengen en al met al bij te dragen aan het geven van betekenis. We zijn ons ook niet altijd bewust van het materiaal dat wij allang hebben, of dat bij één van onze inhoudelijke partners aanwezig is. We kunnen dit betrekkelijk eenvoudig (her)publiceren. Organiseer je een video wedstrijd in samenwerking met een regionale krant, dan krijg je waarschijnlijk veel respons. En van een belangrijke doelgroep, die veel kan betekenen voor de maatschappelijke relevantie van jouw organisatie. Baseer je een tentoonstelling op deze respons en nodig je iedereen uit via dezelfde regionale krant, krijg je wederom veel respons. Je zou in het verlengde hiervan kunnen denken aan herhaalde video competities, video avonden, maar ook instructievideo’s of bewegend beeld dat gebruikt wordt voor een toegevoegde laag op objecten in een tentoonstelling. Zo kun je een prachtig gelaagd verhaal vertellen.

7

Augmented Reality (AR) betekent het toevoegen van een extra laag aan de bestaande en/of zichtbare werkelijkheid. Dat kan een toegevoegde fysieke laag zijn, zoals een uitvouwbare landkaart, maar meestal hebben we het bij AR over een extra virtuele laag. Een digitaal navigatie systeem als Tomtom komt dicht in de buurt van wat we momenteel onder AR verstaan. Ook de reclameborden naast het doel bij voetbalwedstrijden op tv, of een meebewegende pole position lijn bij schaatsen zwemwedstrijden zijn tot de verbeelding sprekende voorbeelden. AR kun je zien als een manier om (virtuele) gegevens (digitaal) op te slaan en weer terug te vinden als aanvullende informatie laag. Volgens Ronald Azuma (Research Leader Nokia Research Center, Santa Monica) is er daarbij altijd sprake van een combinatie van reëel en virtueel, is AR realtime interactief en functioneert het in 3 dimensies.


40  Geslaagde visies met augmented reality | sccs!

Layar is eigenlijk een soort browser (en protocol) waarbinnen AR mogelijk is. Die browser kun je op verschillende manieren en via verschillende tools laten functioneren, maar bij uitstek op een smartphone. Goed voorbeeld van de toepassing van Layar is de Urban Augmented Reality App (UAR) van het NAi, of de Street­ museum App van Oneindig Noord-Holland. Deze app’s maken gebruik van de camera van de smartphone voor beeldherkenning, koppelen daar een bijbehorend beeld (en/of tekst) aan die via een server beschikbaar zijn en creëren op die manier een combinatie van een bestaande realiteit aan een digitale component. Op die manier kun je in een (toenemend) aantal steden en dorpen in Nederland de gebouwen die er ooit waren bekijken, of toekomstige gebouwen en ook de gebouwen die er hadden kunnen staan. Dat biedt zodoende mogelijkheden voor contextualisering, het huidige straatbeeld in de setting van wat was, wat had kunnen zijn en eventueel de historische feiten en verhalen van bewoners daarbij. Daarmee krijgt het wandelen door een straat en bekijken van gebouwen een extra historische sensatie. Op die manier wordt de mogelijkheid geboden om op meerdere plekken met bezoekers in contact te zijn, of het moment dat die daarvoor kiezen, zoals ze er in een optimale setting ook voor kunnen kiezen welke informatie ze willen ontvangen. Het is dan ook op te vatten als een vorm van (interactieve) belevingscommunicatie.

41  Geslaagde visies met augmented reality | sccs!

Alle bestaande AV-voorbeelden zijn onder te verdelen in een tweetal hoofdgroepen: de vaste opstellingen en de draagbare vorm. Bij draagbaar moet je denken aan een handheld (smartphone), een helm of bril, zoals de AR bril van het Google Glass Project of eerder al de Mixed Reality bril van Nokia (2009) en in de (nabije) toekomst misschien zelfs contactlenzen. De positie van een virtueel element wordt hierbij meestal bepaald door middel van een met camera te herkennen QR-code, door een ingebouwd kompas met GPS-coördinaten, of in combinatie met beeld- en gezichtsherkenning, zoals bij UAR en de Streetmuseum App. Bij de vaste vorm kun je denken aan een beeldscherm of projectie. Bij de laatste worden, naast interactieve toepassingen die we in populaire vorm kennen van de Wii en XBox Kinect, tegenwoordig ook al lang bestaande projecties op een glasplaat of doek (Pepper’s Ghost, zoals bij de Efteling, Spoorwegmuseum of Beeld en Geluid) ondergebracht, terwijl het eerste voorbeeld daarvan al uit 1862 stamt; meer dan een eeuw voordat de term Augmented Reality opkwam! Augmented Reality is veel interactiever, het resultaat kan vaak gedeeld worden met anderen en daarmee hoort AR bij de sociale media. De gebruiker kan de beelden vaak manipuleren, of dat nu via een smartphone gebeurt, een pc in combinatie met print (QR code) of via een andere (vaste) opstelling die de bewegingen (gebaren) van gebruikers signaleert. In de toekomst zullen we steeds meer tot de verbeelding sprekende mengvormen zien waarbij bezoekers met hun smartphone en/of gebaren holografische projecties beïnvloeden en daar hun eigen beelden aan kunnen toevoegen.


40  Geslaagde visies met augmented reality | sccs!

Layar is eigenlijk een soort browser (en protocol) waarbinnen AR mogelijk is. Die browser kun je op verschillende manieren en via verschillende tools laten functioneren, maar bij uitstek op een smartphone. Goed voorbeeld van de toepassing van Layar is de Urban Augmented Reality App (UAR) van het NAi, of de Street­ museum App van Oneindig Noord-Holland. Deze app’s maken gebruik van de camera van de smartphone voor beeldherkenning, koppelen daar een bijbehorend beeld (en/of tekst) aan die via een server beschikbaar zijn en creëren op die manier een combinatie van een bestaande realiteit aan een digitale component. Op die manier kun je in een (toenemend) aantal steden en dorpen in Nederland de gebouwen die er ooit waren bekijken, of toekomstige gebouwen en ook de gebouwen die er hadden kunnen staan. Dat biedt zodoende mogelijkheden voor contextualisering, het huidige straatbeeld in de setting van wat was, wat had kunnen zijn en eventueel de historische feiten en verhalen van bewoners daarbij. Daarmee krijgt het wandelen door een straat en bekijken van gebouwen een extra historische sensatie. Op die manier wordt de mogelijkheid geboden om op meerdere plekken met bezoekers in contact te zijn, of het moment dat die daarvoor kiezen, zoals ze er in een optimale setting ook voor kunnen kiezen welke informatie ze willen ontvangen. Het is dan ook op te vatten als een vorm van (interactieve) belevingscommunicatie.

41  Geslaagde visies met augmented reality | sccs!

Alle bestaande AV-voorbeelden zijn onder te verdelen in een tweetal hoofdgroepen: de vaste opstellingen en de draagbare vorm. Bij draagbaar moet je denken aan een handheld (smartphone), een helm of bril, zoals de AR bril van het Google Glass Project of eerder al de Mixed Reality bril van Nokia (2009) en in de (nabije) toekomst misschien zelfs contactlenzen. De positie van een virtueel element wordt hierbij meestal bepaald door middel van een met camera te herkennen QR-code, door een ingebouwd kompas met GPS-coördinaten, of in combinatie met beeld- en gezichtsherkenning, zoals bij UAR en de Streetmuseum App. Bij de vaste vorm kun je denken aan een beeldscherm of projectie. Bij de laatste worden, naast interactieve toepassingen die we in populaire vorm kennen van de Wii en XBox Kinect, tegenwoordig ook al lang bestaande projecties op een glasplaat of doek (Pepper’s Ghost, zoals bij de Efteling, Spoorwegmuseum of Beeld en Geluid) ondergebracht, terwijl het eerste voorbeeld daarvan al uit 1862 stamt; meer dan een eeuw voordat de term Augmented Reality opkwam! Augmented Reality is veel interactiever, het resultaat kan vaak gedeeld worden met anderen en daarmee hoort AR bij de sociale media. De gebruiker kan de beelden vaak manipuleren, of dat nu via een smartphone gebeurt, een pc in combinatie met print (QR code) of via een andere (vaste) opstelling die de bewegingen (gebaren) van gebruikers signaleert. In de toekomst zullen we steeds meer tot de verbeelding sprekende mengvormen zien waarbij bezoekers met hun smartphone en/of gebaren holografische projecties beïnvloeden en daar hun eigen beelden aan kunnen toevoegen.


42  Geslaagde visies met augmented reality | sccs!

43  De horizon is mobiel | sccs!

l e i b o m s i n o z i r o h De In toenemende mate zijn we niet alleen fysiek

Een interessante toepassing is ook te zien op TED.com, een lezing uit 2010 van Blaise Aquera, ontwerper van Bing Maps bij Microsoft, die augmented reality live met searchable maps combineert. In een andere TED-talk laat Pattie Maes van het MIT een demo zien van Pranav Mistry die een draagbaar toestel met projector heeft waarmee hij, via z’n smartphone, foto’s kan nemen, video, en dit projecteren op een random wand om er vervolgens weer mee te interacteren, louter door gebaren; daarmee de weg bereidend voor een verdergaande interactie. Bij dit draagbare prototype wordt AR geprojecteerd op objecten waar je als drager op gericht bent, zodat statische zaken zoals bijvoorbeeld een boek, een meetinstrument, gereedschap of industrieel voorwerp opeens dynamische inhoud kunnen bevatten, die naar believen opgeroepen kan worden, erop ingezoomd en/of verdiept kan worden met vervolgstappen. Ook culturele en wetenschappelijke instellingen krijgen zo middelen in handen waarmee ze niet alleen op weer een andere manier informatie kunnen verzenden. Door de interactie ter plaatse kunnen ze hun bezoekers beter leren kennen en zo een duurzame relatie verder uitbouwen. Hierdoor worden de organisaties dynamisch qua inhoud, vorm, tijd en plaats. Daarnaast krijg je door nieuwe samenwerkingsvormen tussen organisaties onderling een nog waardevoller kennisnetwerk.

mobiel, maar ook onze ideeën verspreiden zich telkens sneller en zijn minder persoonof plaatsgebonden (zoek bij wikipedia naar ‘Meme’). Veel van de interactie op internet, en in toenemende mate ook bij ‘live bijeenkomsten’ zoals tentoonstellingen, verplaatst zich naar mobiele telefoons c.q. smartphones. Daarmee doemt niet alleen een toekomst voor mobiele devices op aan de horizon, maar zal de horizon zich -voor ons gevoel althans­sneller verplaatsen naar de toekomst dan wij kunnen bijbenen. Alle trendwatchers ten spijt, kunnen we niet goed voorspellen waar de horizon over pakweg 5 jaar zal liggen. Niemand had begin 2006 kunnen denken dat microbloggen (lees: Twitter) zoveel impact zou hebben, of dat smartphones, tablet computers en bijvoorbeeld Augmented Reality zo’n vlucht zouden nemen. Hoewel Chriet Titulaer in 1985 al veel voorspelde van wat wij nu meemaken aan techniek... Wat we gewend zijn op internet te doen of te vinden, kunnen we nu bereiken op onze smartphone, waar we ook zijn, wanneer we maar willen. Doorgaans via voor mobiel geschikt gemaakte websites. Als je nu staat voor de opgave iets met internet te doen, zorg dan allereerst dat de mobiele website werkt en dat de mogelijkheden van de website daarop zijn afgestemd.

8


42  Geslaagde visies met augmented reality | sccs!

43  De horizon is mobiel | sccs!

l e i b o m s i n o z i r o h De In toenemende mate zijn we niet alleen fysiek

Een interessante toepassing is ook te zien op TED.com, een lezing uit 2010 van Blaise Aquera, ontwerper van Bing Maps bij Microsoft, die augmented reality live met searchable maps combineert. In een andere TED-talk laat Pattie Maes van het MIT een demo zien van Pranav Mistry die een draagbaar toestel met projector heeft waarmee hij, via z’n smartphone, foto’s kan nemen, video, en dit projecteren op een random wand om er vervolgens weer mee te interacteren, louter door gebaren; daarmee de weg bereidend voor een verdergaande interactie. Bij dit draagbare prototype wordt AR geprojecteerd op objecten waar je als drager op gericht bent, zodat statische zaken zoals bijvoorbeeld een boek, een meetinstrument, gereedschap of industrieel voorwerp opeens dynamische inhoud kunnen bevatten, die naar believen opgeroepen kan worden, erop ingezoomd en/of verdiept kan worden met vervolgstappen. Ook culturele en wetenschappelijke instellingen krijgen zo middelen in handen waarmee ze niet alleen op weer een andere manier informatie kunnen verzenden. Door de interactie ter plaatse kunnen ze hun bezoekers beter leren kennen en zo een duurzame relatie verder uitbouwen. Hierdoor worden de organisaties dynamisch qua inhoud, vorm, tijd en plaats. Daarnaast krijg je door nieuwe samenwerkingsvormen tussen organisaties onderling een nog waardevoller kennisnetwerk.

mobiel, maar ook onze ideeën verspreiden zich telkens sneller en zijn minder persoonof plaatsgebonden (zoek bij wikipedia naar ‘Meme’). Veel van de interactie op internet, en in toenemende mate ook bij ‘live bijeenkomsten’ zoals tentoonstellingen, verplaatst zich naar mobiele telefoons c.q. smartphones. Daarmee doemt niet alleen een toekomst voor mobiele devices op aan de horizon, maar zal de horizon zich -voor ons gevoel althans­sneller verplaatsen naar de toekomst dan wij kunnen bijbenen. Alle trendwatchers ten spijt, kunnen we niet goed voorspellen waar de horizon over pakweg 5 jaar zal liggen. Niemand had begin 2006 kunnen denken dat microbloggen (lees: Twitter) zoveel impact zou hebben, of dat smartphones, tablet computers en bijvoorbeeld Augmented Reality zo’n vlucht zouden nemen. Hoewel Chriet Titulaer in 1985 al veel voorspelde van wat wij nu meemaken aan techniek... Wat we gewend zijn op internet te doen of te vinden, kunnen we nu bereiken op onze smartphone, waar we ook zijn, wanneer we maar willen. Doorgaans via voor mobiel geschikt gemaakte websites. Als je nu staat voor de opgave iets met internet te doen, zorg dan allereerst dat de mobiele website werkt en dat de mogelijkheden van de website daarop zijn afgestemd.

8


44  De horizon is mobiel | sccs!

45  Succesvol aan de slag | sccs!

! g a l s e d n a a l o v s e c suc Stappenplan

De beste toepassingen voor de smartphone/tablet zijn vaak diegene die de specifieke mogelijkheden van een mobiel toestel benutten, zoals de camera, gps, bluetooth en de telefoon functie. Er zijn apps die je ter plekke voorzien van wat je maar wilt weten, of je nu wilt zien hoe iets (achter de schermen) werkt, waarom dat zo is (HowStuffWorks), wie dat bedacht heeft (Inventors), wie er woonde, welk gebouw er ook had kunnen staan (UAR), wat er plaats viel... Bijzonder aan mobiele media is dus dat ze altijd ter plekke zijn, individueel en toch ook steeds socialer. Mobiele media (vnl. smartphones en tablets) combineren fotografie, tekst, berichten, gesprekken, betalingsverkeer (spoedig) en informatie. Wil je mensen engageren, om hun mening vragen, bijdragen laten leveren? Er komt een steeds nauwere integratie van sociale en locatieve media. Gebruikers krijgen zo de gereedschappen en content in handen waarmee ze kunnen bepalen of de informatie die ter plekke en tezelfdertijd aangeboden wordt juist is (valideren), waardevol en relevant (ook al is dit vaak persoonsgebonden), om het te linken en eventueel aan te vullen; met tags, beschrijvingen, foto’s, verhalen. Op die manier kunnen ze het gebodene contextualiseren en eens te meer onderdeel maken van onze samenleving. Effect van deze ontwikkeling is dat een museum of wetenschappelijke instelling zich niet meer tussen de muren van een gebouw kan verschansen om daar naar beste eer en geweten mensen te ontvangen. Ook buiten het gebouw zal men volop aanwezig moeten zijn, als een alomtegenwoordig (ubiquitous) museum. We zijn er om anderen wegwijs te maken, maar vooral om zelf te participeren, ontmoetingsplekken op te zoeken en gesprekken aan te knopen. Dat weten we al wel. Toch zullen we nog versteld staan van de mobiele ontwikkelingen die ons te wachten staan en ons uitdagen om deel te nemen, ons geluk te zoeken, die ons uitdagen onze rol en positie te heroverwegen.

Op veel weblogs (bijv. Marketingfacts), platforms en in tal van pdf’s verschijnt om de zoveel tijd weer een stappenplan. En ze zijn er ook voor het inzetten van sociale media, want hoewel we van onszelf heel sociaal zijn, lijkt er iets anders te moeten gebeuren wanneer het om (digitale) media gaat. Zo’n verkorte weergave van een proces (want dat is het meestal) geeft een gevoel van houvast en controle. In het optimale geval kan met zo’n stappenplan gestructureerd bepaald worden welke social media ideaal zijn voor een gekozen activiteit. Toch komt het vaak ook op een dosis gezond analoog verstand en levenservaring aan, liefst aangevuld met Fingerspitzengefühl. Wanneer we een stappenplan niet als dwingend stramien, maar als een checklist toepassen, om ervoor te waken dat we geen cruciale zaken overslaan, kunnen we met gerust hart naar een stappenplan kijken en zien hoe het ons helpt. Op Frankwatching verscheen enige tijd geleden een stappenplan van Gert Goossens en Jan Bouwkamp onder de titel ‘Social media stappenplan voor gemeenten’. Onderstaand plan is een variatie daarop, waarin aan het begin plek is gemaakt voor de identiteit van de organisatie, voor ‘concepting’, waar in plaats van mikken op een doelgroep gericht wordt op het ‘werven’ van een volggroep. Onderstaande stappenplan veronderstelt dat er een doorgaande lijn in zit. Eigenlijk zou een cyclisch stappenplan, dat zich spiraalsgewijs ontrolt, dichter bij de realiteit staan. Dat is echter wat moeilijker te visualiseren. In dit plan staan bijvoorbeeld als laatste stap de kosten genoemd. Terwijl je eigenlijk in een eerder stadium al eens zou moeten nadenken over het budget en je ambities, hoe die zich tot elkaar verhouden. Dat wijst zich waarschijnlijk vanzelf. In het hierna volgende gedeelte worden de stappen toegelicht.

9


44  De horizon is mobiel | sccs!

45  Succesvol aan de slag | sccs!

! g a l s e d n a a l o v s e c suc Stappenplan

De beste toepassingen voor de smartphone/tablet zijn vaak diegene die de specifieke mogelijkheden van een mobiel toestel benutten, zoals de camera, gps, bluetooth en de telefoon functie. Er zijn apps die je ter plekke voorzien van wat je maar wilt weten, of je nu wilt zien hoe iets (achter de schermen) werkt, waarom dat zo is (HowStuffWorks), wie dat bedacht heeft (Inventors), wie er woonde, welk gebouw er ook had kunnen staan (UAR), wat er plaats viel... Bijzonder aan mobiele media is dus dat ze altijd ter plekke zijn, individueel en toch ook steeds socialer. Mobiele media (vnl. smartphones en tablets) combineren fotografie, tekst, berichten, gesprekken, betalingsverkeer (spoedig) en informatie. Wil je mensen engageren, om hun mening vragen, bijdragen laten leveren? Er komt een steeds nauwere integratie van sociale en locatieve media. Gebruikers krijgen zo de gereedschappen en content in handen waarmee ze kunnen bepalen of de informatie die ter plekke en tezelfdertijd aangeboden wordt juist is (valideren), waardevol en relevant (ook al is dit vaak persoonsgebonden), om het te linken en eventueel aan te vullen; met tags, beschrijvingen, foto’s, verhalen. Op die manier kunnen ze het gebodene contextualiseren en eens te meer onderdeel maken van onze samenleving. Effect van deze ontwikkeling is dat een museum of wetenschappelijke instelling zich niet meer tussen de muren van een gebouw kan verschansen om daar naar beste eer en geweten mensen te ontvangen. Ook buiten het gebouw zal men volop aanwezig moeten zijn, als een alomtegenwoordig (ubiquitous) museum. We zijn er om anderen wegwijs te maken, maar vooral om zelf te participeren, ontmoetingsplekken op te zoeken en gesprekken aan te knopen. Dat weten we al wel. Toch zullen we nog versteld staan van de mobiele ontwikkelingen die ons te wachten staan en ons uitdagen om deel te nemen, ons geluk te zoeken, die ons uitdagen onze rol en positie te heroverwegen.

Op veel weblogs (bijv. Marketingfacts), platforms en in tal van pdf’s verschijnt om de zoveel tijd weer een stappenplan. En ze zijn er ook voor het inzetten van sociale media, want hoewel we van onszelf heel sociaal zijn, lijkt er iets anders te moeten gebeuren wanneer het om (digitale) media gaat. Zo’n verkorte weergave van een proces (want dat is het meestal) geeft een gevoel van houvast en controle. In het optimale geval kan met zo’n stappenplan gestructureerd bepaald worden welke social media ideaal zijn voor een gekozen activiteit. Toch komt het vaak ook op een dosis gezond analoog verstand en levenservaring aan, liefst aangevuld met Fingerspitzengefühl. Wanneer we een stappenplan niet als dwingend stramien, maar als een checklist toepassen, om ervoor te waken dat we geen cruciale zaken overslaan, kunnen we met gerust hart naar een stappenplan kijken en zien hoe het ons helpt. Op Frankwatching verscheen enige tijd geleden een stappenplan van Gert Goossens en Jan Bouwkamp onder de titel ‘Social media stappenplan voor gemeenten’. Onderstaand plan is een variatie daarop, waarin aan het begin plek is gemaakt voor de identiteit van de organisatie, voor ‘concepting’, waar in plaats van mikken op een doelgroep gericht wordt op het ‘werven’ van een volggroep. Onderstaande stappenplan veronderstelt dat er een doorgaande lijn in zit. Eigenlijk zou een cyclisch stappenplan, dat zich spiraalsgewijs ontrolt, dichter bij de realiteit staan. Dat is echter wat moeilijker te visualiseren. In dit plan staan bijvoorbeeld als laatste stap de kosten genoemd. Terwijl je eigenlijk in een eerder stadium al eens zou moeten nadenken over het budget en je ambities, hoe die zich tot elkaar verhouden. Dat wijst zich waarschijnlijk vanzelf. In het hierna volgende gedeelte worden de stappen toegelicht.

9


46  Succesvol aan de slag | sccs!

47  Succesvol aan de slag | sccs!

stappenpla

n

bepaal de id

entiteit en ke

rnboodscha

formuleer h

p

et commun

icatiedoel (s

welke volggro

trategie)

ep wil je erb

vorm van de

ij betrekken?

boodschap:

dialoog, cro

wdsourcing

waar, wanne

er, hoeveel,

crossmedia

le middelen

monitoren,

n voor sociale

media

(+ & – / kop

elk resultaat

ga je meten

wie doet wa

t (afstemmin

planning: w

anneer, hoe

piramide van 2. Zesde trap in ing /altruïsme Maslow: zingev waarden. en overstijgende

supra

pelingen

managen: w

organisatie: 1: Stappenpla

hoe lang

...

g)

lang, duurza

amheid

kosten/verd

iensten

zelfontplooiing erkenning waardering en ) (van omgeving t

sociaal contac

rheid herming, zeke veiligheid, besc n) (wonen, werke

1. identiteit en kernboodschap De eerste stap is het langst. Het gaat om de bestaansgrond van de organisatie. Eigenlijk zou de eerste stap moeten zijn dat je om je heen kijkt, om te ervaren wat er zoal gebeurt in jouw sector of jouw vakgebied of thematiek. Wat bespreken ze, op welke manier en welke toon doen ze dat, waar doen ze dat? Dat is je nulmeting. Zodra je gaat reageren, wil men weten wie je bent; voorzover ze je nog niet kenden. Je raakt in gesprek, raakt betrokken bij het specifieke onderwerp en uiteindelijk misschien langdurig verbonden met de persoon in kwestie en de kwestie in persoon. Dat is precies waar deze eerste stap over gaat. Voor de meeste organisaties of campagnes is het belangrijk om te bedenken wat de identiteit van de organisatie is. “Waarom is de organisatie er en voor wie? Verwoord in deze stap waarom je doet wat je doet, waarom dat nodig en goed is (meer dan waarom het nuttig is), wat je motivatie is. Dat geldt zowel voor jezelf als voor je organisatie. Wie is de organisatie als het een persoon zou zijn? Welke overstijgende waarden vertegenwoordigt de organisatie; waar staat de organisatie voor? En wat is de toekomstvisie? Het in de antwoorden vervatte gedachtegoed dient consistent gecommuniceerd te worden, ook via sociale media. Juist met dit gedachtegoed spreek je mensen buiten jouw organisatie aan op waarden waartoe zij zich aangetrokken voelen, die ze zinvol achten, die ze inspireren. Met wie willen we graag in contact zijn en blijven? Daarbij gaat het om partners, sponsors, afnemers, toeleveranciers, publiek / bezoekers (zowel online als offline); voor wie wil de organisatie er zijn? Vergelijk het met de identiteit van de mensen die je waardeert, van je vrienden, mensen waar je mee te maken wilt hebben. Wat spreekt je daarin aan?

hoeften fysiologische be voortplanting) (honger, slaap, orziet n Maslow vo va e id m ra pi e geving) 6e trede in d ltruïsme/zin (a en rd aa w e d in overstijgen

Sociale media helpen een organisatie om op dat intermenselijke, zingevende niveau te opereren. Op die manier kan het helpen om mensen binnen en buiten de organisatie met elkaar te verbinden, te interesseren en betrokken te maken. En wat zijn dan de overstijgende waarden? Een bedrijf dat composteerbare vuilniszakken maakt, doet dat niet alleen omdat ze er goed in zijn of omdat ze er veel geld mee kunnen verdienen. Dat speelt zeker mee, maar er zit ook een filosofie achter, een overtuiging die groter is dan het bedrijf alleen. Dat maakt zo’n bedrijf anders dan de meeste product-gedreven organisaties. Ook veel musea zijn product-gedreven, waarbij de collectie, de tentoonstellingen en de educatie de focus hebben. Terwijl ze veel beter zouden presteren als ze mens-gedreven organisaties zouden zijn. Dan staat het publiek centraal, maar ook de eigen mensen, de achtergronden, de expertise en motivatie. Wanneer je deze motivatie, persoonlijkheid, gedachtegoed en visie kernachtig kunt verwoorden, heb je de eerste stap gezet. Vanuit deze kernachtige boodschap kunnen alle verdere communicatie uitingen opgezet worden. Zorg dat de kernboodschap de volgende ingrediënten bevat:


46  Succesvol aan de slag | sccs!

47  Succesvol aan de slag | sccs!

stappenpla

n

bepaal de id

entiteit en ke

rnboodscha

formuleer h

p

et commun

icatiedoel (s

welke volggro

trategie)

ep wil je erb

vorm van de

ij betrekken?

boodschap:

dialoog, cro

wdsourcing

waar, wanne

er, hoeveel,

crossmedia

le middelen

monitoren,

n voor sociale

media

(+ & – / kop

elk resultaat

ga je meten

wie doet wa

t (afstemmin

planning: w

anneer, hoe

piramide van 2. Zesde trap in ing /altruïsme Maslow: zingev waarden. en overstijgende

supra

pelingen

managen: w

organisatie: 1: Stappenpla

hoe lang

...

g)

lang, duurza

amheid

kosten/verd

iensten

zelfontplooiing erkenning waardering en ) (van omgeving t

sociaal contac

rheid herming, zeke veiligheid, besc n) (wonen, werke

1. identiteit en kernboodschap De eerste stap is het langst. Het gaat om de bestaansgrond van de organisatie. Eigenlijk zou de eerste stap moeten zijn dat je om je heen kijkt, om te ervaren wat er zoal gebeurt in jouw sector of jouw vakgebied of thematiek. Wat bespreken ze, op welke manier en welke toon doen ze dat, waar doen ze dat? Dat is je nulmeting. Zodra je gaat reageren, wil men weten wie je bent; voorzover ze je nog niet kenden. Je raakt in gesprek, raakt betrokken bij het specifieke onderwerp en uiteindelijk misschien langdurig verbonden met de persoon in kwestie en de kwestie in persoon. Dat is precies waar deze eerste stap over gaat. Voor de meeste organisaties of campagnes is het belangrijk om te bedenken wat de identiteit van de organisatie is. “Waarom is de organisatie er en voor wie? Verwoord in deze stap waarom je doet wat je doet, waarom dat nodig en goed is (meer dan waarom het nuttig is), wat je motivatie is. Dat geldt zowel voor jezelf als voor je organisatie. Wie is de organisatie als het een persoon zou zijn? Welke overstijgende waarden vertegenwoordigt de organisatie; waar staat de organisatie voor? En wat is de toekomstvisie? Het in de antwoorden vervatte gedachtegoed dient consistent gecommuniceerd te worden, ook via sociale media. Juist met dit gedachtegoed spreek je mensen buiten jouw organisatie aan op waarden waartoe zij zich aangetrokken voelen, die ze zinvol achten, die ze inspireren. Met wie willen we graag in contact zijn en blijven? Daarbij gaat het om partners, sponsors, afnemers, toeleveranciers, publiek / bezoekers (zowel online als offline); voor wie wil de organisatie er zijn? Vergelijk het met de identiteit van de mensen die je waardeert, van je vrienden, mensen waar je mee te maken wilt hebben. Wat spreekt je daarin aan?

hoeften fysiologische be voortplanting) (honger, slaap, orziet n Maslow vo va e id m ra pi e geving) 6e trede in d ltruïsme/zin (a en rd aa w e d in overstijgen

Sociale media helpen een organisatie om op dat intermenselijke, zingevende niveau te opereren. Op die manier kan het helpen om mensen binnen en buiten de organisatie met elkaar te verbinden, te interesseren en betrokken te maken. En wat zijn dan de overstijgende waarden? Een bedrijf dat composteerbare vuilniszakken maakt, doet dat niet alleen omdat ze er goed in zijn of omdat ze er veel geld mee kunnen verdienen. Dat speelt zeker mee, maar er zit ook een filosofie achter, een overtuiging die groter is dan het bedrijf alleen. Dat maakt zo’n bedrijf anders dan de meeste product-gedreven organisaties. Ook veel musea zijn product-gedreven, waarbij de collectie, de tentoonstellingen en de educatie de focus hebben. Terwijl ze veel beter zouden presteren als ze mens-gedreven organisaties zouden zijn. Dan staat het publiek centraal, maar ook de eigen mensen, de achtergronden, de expertise en motivatie. Wanneer je deze motivatie, persoonlijkheid, gedachtegoed en visie kernachtig kunt verwoorden, heb je de eerste stap gezet. Vanuit deze kernachtige boodschap kunnen alle verdere communicatie uitingen opgezet worden. Zorg dat de kernboodschap de volgende ingrediënten bevat:


48  Succesvol aan de slag | sccs!

49  Succesvol aan de slag | sccs!

3. De waarde

or effect

mot een kantel

1. visie, het wenkende vermogen. 2.  Waar gaan we naartoe in de (nabije) toekomst, wat is het visioen dat we willen delen, of op alledaagser toon: waarmee trekken we de aandacht. Door een gemeenschappelijk beeld te communiceren, volg je samen met anderen dezelfde richting. Kort gezegd: Kijk! 3. missie, het werkende vermogen. 4.  Hoe wil je aan de slag gaan, welke problemen los je op welke manier op? Wat is je doelstelling, wat wil je veranderen, of waarvan wil je anderen bewust maken? Kort gezegd: want: 5. relatie, het wervende vermogen. 6.  Wat maakt het aantrekkelijk voor anderen om mee te doen, hoe kunnen ze meedoen, volgen, gevolgd worden en waarom zouden ze dat willen? Hoe kunnen anderen bijdragen leveren. Als je het soort relatie kunt definiëren, kun je ook bedenken wat ervoor nodig is om deze langdurig in stand te houden. Kort gezegd: en dus... 7.  Als je alledrie de onderdelen kort kunt verwoorden voor jouw organisatie, project of thematiek, heb je de kern van je boodschap bepaald en daarmee meteen ook de dynamiek van de organisatie door de 3 vermogens in werking te zetten. Het helpt daarbij als je eerst goed om je heen gekeken hebt en een analyse kunt maken van wat er speelt: dit is waar het om gaat, wat er gaat of moet veranderen en hoe je daaraan mee kunt doen. Samen met de identiteit heb je dan de basis voor het werken met sociale media.

2. communicatiedoel Met sociale media worden meerdere zaken in gang gezet. Naast het vereenvoudigen van werkprocessen (‘slimmer werken’), werven en stimuleren van talent (HR management) en het delen van kennis is dat vaak ook van communicatieve aard. Zoals het verbeteren van een reputatie, bewust maken van een urgentie, verspreiden van nieuws of doen van aankondigingen, opstarten van een conversatie, bouwen aan relaties. We beperken ons hier tot de communicatie; dat is breed genoeg. Bedenk in deze stap wat je wilt bereiken met je communicatie en formuleer waaraan de (sociale) media moeten voldoen om je uitgangspunten (stap 1) en communicatiedoelen te verwezenlijken. Heel vaak wordt deze essentiële stap nog overgeslagen, met als resultaat ‘iets’ wat er misschien leuk uitziet, maar niet bijdraagt aan de organisatiedoelen. “Having a Twitteraccount isn’t a strategy.”

visie rmogen vloedend ve ïn e b + d n e verbeeld g geven agen/richtin aandacht vr KIJK... strategie

relatie vermogen verbindend icipatie ndering/part gedragsvera EN DUS

missie n nd vermoge waarde geve plossend e )/proble mo it te ti n e d (i ing bewustword WANT...

3. volggroep Bedenk welke waarden je met de organisatie vertegenwoordigt. Je hebt het bij stap 1 al overdacht; hier pas je het toe. Voor wie is jouw gedachtengoed, aanpak en uiting interessant? Vast voor veel mensen. En waar komen ze samen, waar ontmoeten ze elkaar (zowel online als offline)? Met wie wil je eigenlijk graag contact? Wie zou je graag bij je cursus willen hebben, wie kan de cursus meerwaarde geven? En met sommige mensen heb je (vooralsnog) alleen online contact. Dat geeft niks. Jullie conversatie zorgt ervoor dat anderen dat willen volgen. Daarbij is het thema, het gespreksonderwerp (en de achterliggende, overstijgende waarde) en wat jullie er samen aan bijdragen van meer belang dan het winnen van zieltjes of het verspreiden van een aankondiging. Dat laatste is hier een effect, niet een doel. Onderzoek welke sociale media deze mensen het meest gebruiken. Een logische stap, maar wel één die makkelijk overgeslagen wordt, of ingevuld met “brede doelgroep”, “gezinnen” of “55+ers”. Bedenk daarbij dat het er niet alleen om gaat gevolgd te worden, maar dat zelf actief volgen daarbij onontbeerlijk is. Volg met interesse, met aandacht en maak het waard om zelf gevolgd te worden. Baseer je daarbij op de kernwaarden van de organisatie, de dingen waarvan de organisatie zegt “dit vinden we belangrijk.” Dat is wat de volggroep kan onderstrepen.

van relaties


48  Succesvol aan de slag | sccs!

49  Succesvol aan de slag | sccs!

3. De waarde

or effect

mot een kantel

1. visie, het wenkende vermogen. 2.  Waar gaan we naartoe in de (nabije) toekomst, wat is het visioen dat we willen delen, of op alledaagser toon: waarmee trekken we de aandacht. Door een gemeenschappelijk beeld te communiceren, volg je samen met anderen dezelfde richting. Kort gezegd: Kijk! 3. missie, het werkende vermogen. 4.  Hoe wil je aan de slag gaan, welke problemen los je op welke manier op? Wat is je doelstelling, wat wil je veranderen, of waarvan wil je anderen bewust maken? Kort gezegd: want: 5. relatie, het wervende vermogen. 6.  Wat maakt het aantrekkelijk voor anderen om mee te doen, hoe kunnen ze meedoen, volgen, gevolgd worden en waarom zouden ze dat willen? Hoe kunnen anderen bijdragen leveren. Als je het soort relatie kunt definiëren, kun je ook bedenken wat ervoor nodig is om deze langdurig in stand te houden. Kort gezegd: en dus... 7.  Als je alledrie de onderdelen kort kunt verwoorden voor jouw organisatie, project of thematiek, heb je de kern van je boodschap bepaald en daarmee meteen ook de dynamiek van de organisatie door de 3 vermogens in werking te zetten. Het helpt daarbij als je eerst goed om je heen gekeken hebt en een analyse kunt maken van wat er speelt: dit is waar het om gaat, wat er gaat of moet veranderen en hoe je daaraan mee kunt doen. Samen met de identiteit heb je dan de basis voor het werken met sociale media.

2. communicatiedoel Met sociale media worden meerdere zaken in gang gezet. Naast het vereenvoudigen van werkprocessen (‘slimmer werken’), werven en stimuleren van talent (HR management) en het delen van kennis is dat vaak ook van communicatieve aard. Zoals het verbeteren van een reputatie, bewust maken van een urgentie, verspreiden van nieuws of doen van aankondigingen, opstarten van een conversatie, bouwen aan relaties. We beperken ons hier tot de communicatie; dat is breed genoeg. Bedenk in deze stap wat je wilt bereiken met je communicatie en formuleer waaraan de (sociale) media moeten voldoen om je uitgangspunten (stap 1) en communicatiedoelen te verwezenlijken. Heel vaak wordt deze essentiële stap nog overgeslagen, met als resultaat ‘iets’ wat er misschien leuk uitziet, maar niet bijdraagt aan de organisatiedoelen. “Having a Twitteraccount isn’t a strategy.”

visie rmogen vloedend ve ïn e b + d n e verbeeld g geven agen/richtin aandacht vr KIJK... strategie

relatie vermogen verbindend icipatie ndering/part gedragsvera EN DUS

missie n nd vermoge waarde geve plossend e )/proble mo it te ti n e d (i ing bewustword WANT...

3. volggroep Bedenk welke waarden je met de organisatie vertegenwoordigt. Je hebt het bij stap 1 al overdacht; hier pas je het toe. Voor wie is jouw gedachtengoed, aanpak en uiting interessant? Vast voor veel mensen. En waar komen ze samen, waar ontmoeten ze elkaar (zowel online als offline)? Met wie wil je eigenlijk graag contact? Wie zou je graag bij je cursus willen hebben, wie kan de cursus meerwaarde geven? En met sommige mensen heb je (vooralsnog) alleen online contact. Dat geeft niks. Jullie conversatie zorgt ervoor dat anderen dat willen volgen. Daarbij is het thema, het gespreksonderwerp (en de achterliggende, overstijgende waarde) en wat jullie er samen aan bijdragen van meer belang dan het winnen van zieltjes of het verspreiden van een aankondiging. Dat laatste is hier een effect, niet een doel. Onderzoek welke sociale media deze mensen het meest gebruiken. Een logische stap, maar wel één die makkelijk overgeslagen wordt, of ingevuld met “brede doelgroep”, “gezinnen” of “55+ers”. Bedenk daarbij dat het er niet alleen om gaat gevolgd te worden, maar dat zelf actief volgen daarbij onontbeerlijk is. Volg met interesse, met aandacht en maak het waard om zelf gevolgd te worden. Baseer je daarbij op de kernwaarden van de organisatie, de dingen waarvan de organisatie zegt “dit vinden we belangrijk.” Dat is wat de volggroep kan onderstrepen.

van relaties


50  Succesvol aan de slag | sccs!

4. vorm van de boodschap Op welke manier leg je het contact? Hoe gaat jullie conversatie klinken? En wat voor soort conversatie wil je? Als je de dialoog zoekt, zet je social media centraal in je aanpak. Wil je alleen een gesprek, of wil je kennis delen? Wil je iets wereldkundig maken, of juist vragen stellen? Wil je dat veel mensen instemmen of wil je juist veel verschillende meningen? Bepaal dat van tevoren, opdat je de juiste toon zet, een bijpassend medium kiest (doe onderzoek, ervaar het eerst zelf!) en geen valse verwachtingen wekt; ook niet bij jezelf. Wil je alleen zenden, wees dan heel spaarzaam met sociale media. Iets wereldkundig maken is daar geen probleem, maar veel zenden wordt al snel als ‘spam’ ervaren. Het verveelt en dan haken veel mensen af. Bedenk ook dat je met het inzetten van sociale media interactiviteit oproept. Wees dus voorbereid dat je ook luistert, dat je antwoorden kan geven, aandacht kan schenken, mensen bedankt voor hun respons en dus: dat er iemand is die dit op zich kan nemen.

51  Succesvol aan de slag | sccs!

5. waar, wanneer, hoeveel, hoe lang? Als gevolg van punt 2 t/m 4 bedenk je bij deze stap nog eens goed voor welk doel je de media inricht. Gaat het om een campagne (bijvoorbeeld ledenwerven), of om het verspreiden van kennis? Ga je er voortaan mee aan de slag, of het komende jaar? Wil je in een paar maanden aandacht voor een onderwerp vestigen of bouwen aan structurele relaties? Wees daarin eerlijk; het bepaalt de keuze van de social media en vooral hoe je deze inricht. Het bepaalt ook je verwachtingen, wat je streefgetallen zijn en wat je dan eigenlijk gaat meten. Wil je over een jaar duizend volgers? Is dat reëel? Hoe ga je dat bereiken? Wil je dat anderen vaak jouw berichten verder verspreiden? Hoe richt je dat in en wat is vaak? Onderzoek ook vanuit deze optiek het sociale mediagebruik van je volggroep: waar ontmoeten ze elkaar? Onderzoek recente onderzoekscijfers (vooral ook lokaal, dat geeft een referentiekader). Zijn er andere media populair bij je volggroep of in de omgeving? Kun je ermee aan de slag? Denk bijvoorbeeld ook aan Dichtbij.nl met een regionale variant. Zoek zoveel mogelijk aansluiting, maar wees altijd en eeuwig oprecht en authentiek in je bedoelingen. In je enthousiasme (en daarna verbetenheid als het niet meteen lukt) kun je makkelijk uit de bocht vliegen. Dus wees reëel. Sociale media zijn nagenoeg onontbeerlijk bij participatietrajecten. Sociale media zijn evenwel niet per se overal goed voor. Er is een 100-10-1% vuistregel, die aangeeft dat van de 100% volgers of bezoekers slechts 10% actief volgt en af en toe reageert. En slechts 1% zal actief willen bijdragen door zelf iets in te brengen. Als de reële inschatting is dat je 50 mensen gaat bereiken, ben je zelf altijd degene die het initiatief neemt en zijn er circa 5 mensen (usual suspects) die af en toe reageren. Voor een forumachtig medium is dat bitter weinig. Misschien moet je dan een ander medium zoeken, of er genoegen mee nemen dat je af en toe een gesprekje hebt. Daarbij is het nog steeds zinvol om diverse media te koppelen en vooral ook offline en online te combineren. Zo wordt de groep, en dus de participatie, al snel wat groter.


50  Succesvol aan de slag | sccs!

4. vorm van de boodschap Op welke manier leg je het contact? Hoe gaat jullie conversatie klinken? En wat voor soort conversatie wil je? Als je de dialoog zoekt, zet je social media centraal in je aanpak. Wil je alleen een gesprek, of wil je kennis delen? Wil je iets wereldkundig maken, of juist vragen stellen? Wil je dat veel mensen instemmen of wil je juist veel verschillende meningen? Bepaal dat van tevoren, opdat je de juiste toon zet, een bijpassend medium kiest (doe onderzoek, ervaar het eerst zelf!) en geen valse verwachtingen wekt; ook niet bij jezelf. Wil je alleen zenden, wees dan heel spaarzaam met sociale media. Iets wereldkundig maken is daar geen probleem, maar veel zenden wordt al snel als ‘spam’ ervaren. Het verveelt en dan haken veel mensen af. Bedenk ook dat je met het inzetten van sociale media interactiviteit oproept. Wees dus voorbereid dat je ook luistert, dat je antwoorden kan geven, aandacht kan schenken, mensen bedankt voor hun respons en dus: dat er iemand is die dit op zich kan nemen.

51  Succesvol aan de slag | sccs!

5. waar, wanneer, hoeveel, hoe lang? Als gevolg van punt 2 t/m 4 bedenk je bij deze stap nog eens goed voor welk doel je de media inricht. Gaat het om een campagne (bijvoorbeeld ledenwerven), of om het verspreiden van kennis? Ga je er voortaan mee aan de slag, of het komende jaar? Wil je in een paar maanden aandacht voor een onderwerp vestigen of bouwen aan structurele relaties? Wees daarin eerlijk; het bepaalt de keuze van de social media en vooral hoe je deze inricht. Het bepaalt ook je verwachtingen, wat je streefgetallen zijn en wat je dan eigenlijk gaat meten. Wil je over een jaar duizend volgers? Is dat reëel? Hoe ga je dat bereiken? Wil je dat anderen vaak jouw berichten verder verspreiden? Hoe richt je dat in en wat is vaak? Onderzoek ook vanuit deze optiek het sociale mediagebruik van je volggroep: waar ontmoeten ze elkaar? Onderzoek recente onderzoekscijfers (vooral ook lokaal, dat geeft een referentiekader). Zijn er andere media populair bij je volggroep of in de omgeving? Kun je ermee aan de slag? Denk bijvoorbeeld ook aan Dichtbij.nl met een regionale variant. Zoek zoveel mogelijk aansluiting, maar wees altijd en eeuwig oprecht en authentiek in je bedoelingen. In je enthousiasme (en daarna verbetenheid als het niet meteen lukt) kun je makkelijk uit de bocht vliegen. Dus wees reëel. Sociale media zijn nagenoeg onontbeerlijk bij participatietrajecten. Sociale media zijn evenwel niet per se overal goed voor. Er is een 100-10-1% vuistregel, die aangeeft dat van de 100% volgers of bezoekers slechts 10% actief volgt en af en toe reageert. En slechts 1% zal actief willen bijdragen door zelf iets in te brengen. Als de reële inschatting is dat je 50 mensen gaat bereiken, ben je zelf altijd degene die het initiatief neemt en zijn er circa 5 mensen (usual suspects) die af en toe reageren. Voor een forumachtig medium is dat bitter weinig. Misschien moet je dan een ander medium zoeken, of er genoegen mee nemen dat je af en toe een gesprekje hebt. Daarbij is het nog steeds zinvol om diverse media te koppelen en vooral ook offline en online te combineren. Zo wordt de groep, en dus de participatie, al snel wat groter.


52  Succesvol aan de slag | sccs!

53  Succesvol aan de slag | sccs!

omgekeerd

e pirmamid

e van betro

kkenheid

toekijken raadplegen,

delen/doors

turen

reageren/ad

6. middelen keuze Uit 5 volgt de crossmediale strategie. Hoe zorg je dat de verschillende media gekoppeld zijn en naar elkaar verwijzen? Zijn er gelegenheden (momenten, activiteiten, gebeurtenissen, actualiteit) die je kunt aangrijpen om een soort hink-stap-sprong langs de diverse media te maken? Zijn de media (en de mensen die ermee werken) daarop ingericht? En hoe kan de volggroep daaraan bijdragen? Kunnen zij het verhaal volgen langs die verschillende kanalen en geeft dat telkens een nieuwe dimensie, een volgende laag? Kunnen zij er zelf aan bijdragen door het door te vertellen? Is jouw boodschap daarvoor geschikt, nodigt die daartoe uit? Denk daarbij aan het aanpassingsvermogen van een virus. Het is zinvol een overzichtje te maken van de voors en tegens bij elk medium en elke ‘overstap’ die gemaakt gaat worden. Bedenk dat mensen niet zomaar een link aanklikken in een krantenpagina om bij je weblog te komen en dat ze ook niet altijd de moeite nemen eerst hun laptop te pakken. Waarom zouden ze dat wel doen? Staat ze iets leuks te wachten? Een sociaal medium moet je dus nooit als enige communicatie-instrument inzetten. Zorg voor een crossmediale aanpak, waarbij online en offline middelen goed op elkaar aansluiten; dat zal het communicatie-effect aanzienlijk versterken.

viseren

(co)produce

ren

3. Participati

eladder

verzorgen/ beheer

7. monitoren en managen Een groot voordeel bij de inzet van social media is dat resultaten tamelijk gemakkelijk en goedkoop te meten zijn. De meeste weblogs worden geleverd met statistieken. Bij Twitter kun je zien hoeveel tweets, volgers en retweets je hebt. Maar er zijn ook andere tools (zoals Klout, Traackr, SocialBro), die een indicatie geven van de mate waarin je succesvol bent in je sociale media inzet, die aangeven welke invloed je uitoefent, hoe vaak jouw naam (organisatie) besproken wordt op welke sociale media.


52  Succesvol aan de slag | sccs!

53  Succesvol aan de slag | sccs!

omgekeerd

e pirmamid

e van betro

kkenheid

toekijken raadplegen,

delen/doors

turen

reageren/ad

6. middelen keuze Uit 5 volgt de crossmediale strategie. Hoe zorg je dat de verschillende media gekoppeld zijn en naar elkaar verwijzen? Zijn er gelegenheden (momenten, activiteiten, gebeurtenissen, actualiteit) die je kunt aangrijpen om een soort hink-stap-sprong langs de diverse media te maken? Zijn de media (en de mensen die ermee werken) daarop ingericht? En hoe kan de volggroep daaraan bijdragen? Kunnen zij het verhaal volgen langs die verschillende kanalen en geeft dat telkens een nieuwe dimensie, een volgende laag? Kunnen zij er zelf aan bijdragen door het door te vertellen? Is jouw boodschap daarvoor geschikt, nodigt die daartoe uit? Denk daarbij aan het aanpassingsvermogen van een virus. Het is zinvol een overzichtje te maken van de voors en tegens bij elk medium en elke ‘overstap’ die gemaakt gaat worden. Bedenk dat mensen niet zomaar een link aanklikken in een krantenpagina om bij je weblog te komen en dat ze ook niet altijd de moeite nemen eerst hun laptop te pakken. Waarom zouden ze dat wel doen? Staat ze iets leuks te wachten? Een sociaal medium moet je dus nooit als enige communicatie-instrument inzetten. Zorg voor een crossmediale aanpak, waarbij online en offline middelen goed op elkaar aansluiten; dat zal het communicatie-effect aanzienlijk versterken.

viseren

(co)produce

ren

3. Participati

eladder

verzorgen/ beheer

7. monitoren en managen Een groot voordeel bij de inzet van social media is dat resultaten tamelijk gemakkelijk en goedkoop te meten zijn. De meeste weblogs worden geleverd met statistieken. Bij Twitter kun je zien hoeveel tweets, volgers en retweets je hebt. Maar er zijn ook andere tools (zoals Klout, Traackr, SocialBro), die een indicatie geven van de mate waarin je succesvol bent in je sociale media inzet, die aangeven welke invloed je uitoefent, hoe vaak jouw naam (organisatie) besproken wordt op welke sociale media.


54  Succesvol aan de slag | sccs!

Je kunt ook stelselmatig alle belangrijke links in je berichten (naar een aanmeld formulier, naar een aankondiging, naar een discussie, naar een specifiek onderwerp) inkorten met bijvoorbeeld Bit.ly. Dan heb je een korte link voor Twitter (zodat je niet te snel door de 140 karakters heen bent), maar je kunt meteen ook zien hoe vaak erop geklikt is. Bovendien kun je bij Bit.ly deze ingekorte links (of url’s) bundelen en daarmee een overzichtspagina (met preview) samenstellen; om die natuurlijk weer ter beschikking te stellen. Bepaal wel van tevoren wat je wilt meten, wat je streefgetallen zijn en wees niet bang dat onderweg bij te stellen. Sociale media vragen om Fingerspitzengefühl en dat is iets wat je gaandeweg krijgt. Hieronder staat een aantal indicatoren. Bedenk dat het daarbij niet alleen om ‘bezoekcijfers’ gaat, maar ook om respons. • aantal ‘views’ op blogposts • aantal kliks op links (per keer en/of in totaal) • aantal reacties op blogs • aantal ratings en retweets (‘vind ik leuk’ en doorsturen via Twitter) • aantal deelnemers/volgers/contacten (percentage van doelgroep) • aantal actieve deelnemers • aantal forumtopics en aantal reacties daarop • aantal reacties op andere discussiefora, blogs etc. • aantal individuele contacten en contactmomenten (conversaties) • aantal nieuwsbrief-abonnees (koppel de nieuwsbrief en de links aan je andere media!) • aantal downloads • aantal (aan)vragen • aantal berichten/recensies (schenk zelf ook aandacht, zet mensen in het zonnetje, stuur hun aankondigingen door, ook van de ‘concurrentie’) verhouding tussen de relevante positieve/neutrale/negatieve reacties op het internet Maak van de monitoring geen eenmalige actie. Blijf actief en blijf meten (dan weet je zeker dat je actief bent). Te vaak zien we aanvankelijk veelbelovende cijfers, waar een paar maanden later het communicatie-effect nihil is geworden. Heb je een afgebakend project (campagne)? Plan dan een nul- en een eindmeting in. Schroom niet je aanpak of je doelen bij te stellen als de doelen niet gehaald worden. Maar schroom ook niet de aanpak dan enigszins te wijzigen of in ieder geval op te voeren. Vraag je wel telkens af of je zelf genoeg aandacht aan je volgers schenkt, of je ze genoeg in handen geeft om jou te volgen. Alleen meer ‘zenden’ helpt dan niet.

55  Succesvol aan de slag | sccs!

8. organisatie Wie gaat wat doen en hoe houden jullie contact? Wie coördineert en wat doe je als het niet direct jouw medium is, maar je signaleert wel iets? Naar wie verwijs je door, of reageer je zelf? Hoe kun je elkaar stimuleren? Dat is allemaal belangrijk om op tijd te reageren, om voldoende aandacht te schenken, om bijtijds misv­ erstanden recht te zetten. Niks zo erg als een ‘dood’ account, een plek waar al maanden niemand iets gemeld heeft. Iedereen verwacht dat er gereageerd wordt op een vraag. Als we het reageren, modereren, entameren, initiëren allemaal mogen samenvatten met de term ‘redactie, dan geldt de leuze: interactie = redactie. Heel veel tijd hoeft het niet in beslag te nemen, als het maar vlot en consequent gebeurt. Hetzelfde geldt voor ‘webcare’, waarbij actief gevolgd wordt wat er op internet zoal over je organisatie/project gezegd wordt. Indien nodig reageer je daarop. Denk daarbij ook aan de avonden, de weekenden en de vakanties! Dat kost tijd, maar kan ook tijd besparen. Veel arbeidsintensieve producten kunnen vervangen of tenminste geminimaliseerd worden door een online variant. Veel research naar nieuwe onderwerpen, naar aanvullingen of updates kan bijvoorbeeld samen met je volgers gedaan worden. Voordeel is dat dit tevens betrokkenheid genereert. Maar ook hier geldt dat het wel georganiseerd moet worden. Een stille plek nodigt niet uit tot ontmoetingen of gesprekken en is daarom slecht voor je reputatie (er gebeurt niks, dat is niet interessant). Veel mensen haken graag aan bij een lek waar het gezellig is, die (blijkbaar) gewaardeerd wordt. Als dat niet lukt, vraag je dan af of je wel aan sociale media moet beginnen. En als geen sociale media geen optie is, blijf dan zoeken naar een organisatievorm die wel werkt. Schakel daarbij vooral ook vrijwilligers en andere belangstellenden in, maar blijf zelf ook nauw betrokken.


54  Succesvol aan de slag | sccs!

Je kunt ook stelselmatig alle belangrijke links in je berichten (naar een aanmeld formulier, naar een aankondiging, naar een discussie, naar een specifiek onderwerp) inkorten met bijvoorbeeld Bit.ly. Dan heb je een korte link voor Twitter (zodat je niet te snel door de 140 karakters heen bent), maar je kunt meteen ook zien hoe vaak erop geklikt is. Bovendien kun je bij Bit.ly deze ingekorte links (of url’s) bundelen en daarmee een overzichtspagina (met preview) samenstellen; om die natuurlijk weer ter beschikking te stellen. Bepaal wel van tevoren wat je wilt meten, wat je streefgetallen zijn en wees niet bang dat onderweg bij te stellen. Sociale media vragen om Fingerspitzengefühl en dat is iets wat je gaandeweg krijgt. Hieronder staat een aantal indicatoren. Bedenk dat het daarbij niet alleen om ‘bezoekcijfers’ gaat, maar ook om respons. • aantal ‘views’ op blogposts • aantal kliks op links (per keer en/of in totaal) • aantal reacties op blogs • aantal ratings en retweets (‘vind ik leuk’ en doorsturen via Twitter) • aantal deelnemers/volgers/contacten (percentage van doelgroep) • aantal actieve deelnemers • aantal forumtopics en aantal reacties daarop • aantal reacties op andere discussiefora, blogs etc. • aantal individuele contacten en contactmomenten (conversaties) • aantal nieuwsbrief-abonnees (koppel de nieuwsbrief en de links aan je andere media!) • aantal downloads • aantal (aan)vragen • aantal berichten/recensies (schenk zelf ook aandacht, zet mensen in het zonnetje, stuur hun aankondigingen door, ook van de ‘concurrentie’) verhouding tussen de relevante positieve/neutrale/negatieve reacties op het internet Maak van de monitoring geen eenmalige actie. Blijf actief en blijf meten (dan weet je zeker dat je actief bent). Te vaak zien we aanvankelijk veelbelovende cijfers, waar een paar maanden later het communicatie-effect nihil is geworden. Heb je een afgebakend project (campagne)? Plan dan een nul- en een eindmeting in. Schroom niet je aanpak of je doelen bij te stellen als de doelen niet gehaald worden. Maar schroom ook niet de aanpak dan enigszins te wijzigen of in ieder geval op te voeren. Vraag je wel telkens af of je zelf genoeg aandacht aan je volgers schenkt, of je ze genoeg in handen geeft om jou te volgen. Alleen meer ‘zenden’ helpt dan niet.

55  Succesvol aan de slag | sccs!

8. organisatie Wie gaat wat doen en hoe houden jullie contact? Wie coördineert en wat doe je als het niet direct jouw medium is, maar je signaleert wel iets? Naar wie verwijs je door, of reageer je zelf? Hoe kun je elkaar stimuleren? Dat is allemaal belangrijk om op tijd te reageren, om voldoende aandacht te schenken, om bijtijds misv­ erstanden recht te zetten. Niks zo erg als een ‘dood’ account, een plek waar al maanden niemand iets gemeld heeft. Iedereen verwacht dat er gereageerd wordt op een vraag. Als we het reageren, modereren, entameren, initiëren allemaal mogen samenvatten met de term ‘redactie, dan geldt de leuze: interactie = redactie. Heel veel tijd hoeft het niet in beslag te nemen, als het maar vlot en consequent gebeurt. Hetzelfde geldt voor ‘webcare’, waarbij actief gevolgd wordt wat er op internet zoal over je organisatie/project gezegd wordt. Indien nodig reageer je daarop. Denk daarbij ook aan de avonden, de weekenden en de vakanties! Dat kost tijd, maar kan ook tijd besparen. Veel arbeidsintensieve producten kunnen vervangen of tenminste geminimaliseerd worden door een online variant. Veel research naar nieuwe onderwerpen, naar aanvullingen of updates kan bijvoorbeeld samen met je volgers gedaan worden. Voordeel is dat dit tevens betrokkenheid genereert. Maar ook hier geldt dat het wel georganiseerd moet worden. Een stille plek nodigt niet uit tot ontmoetingen of gesprekken en is daarom slecht voor je reputatie (er gebeurt niks, dat is niet interessant). Veel mensen haken graag aan bij een lek waar het gezellig is, die (blijkbaar) gewaardeerd wordt. Als dat niet lukt, vraag je dan af of je wel aan sociale media moet beginnen. En als geen sociale media geen optie is, blijf dan zoeken naar een organisatievorm die wel werkt. Schakel daarbij vooral ook vrijwilligers en andere belangstellenden in, maar blijf zelf ook nauw betrokken.


56  Succesvol aan de slag | sccs!

9. planning Er is steevast tijd nodig voor ofwel een technische/inhoudelijke realisatie (er moet een foto komen, er moet een domeinnaam aangevraagd worden, er moet een weblog geïnstalleerd worden, er moet gekeken worden naar een indeling, hoe werkt het nou precies, er moet een tekst geschreven worden...) ofwel tijd om bekend te raken met het medium en volgers te krijgen. De eerste week gebeurt er vrijwel niks. De meeste volgers komen uit zichzelf pas na een paar maanden. Een account aanmaken kost in de meeste gevallen niet veel tijd; de rest wel. Wil je dus volgende week iedereen bereikt hebben, moet je een paar maanden geleden begonnen zijn. Als je eenmaal een goed bezochte, levendige ontmoetingsplek gecreëerd hebt, kan je wel sneller gaan schakelen. Dan kun je soms in een dag al voldoende respons hebben. Maar dat laatste vergt een voorbereidingstijd van al gauw een jaar... Plan dus van tevoren en reken jezelf niet te snel rijk. Plan daarbij ook anderen in, want zelf een paar maanden de kar trekken, valt uiteindelijk behoorlijk zwaar. 10. kosten/verdiensten Eigenlijk zou je tussen stap 3 en 4 ongeveer al moeten nadenken over je budget in combinatie met je ambitie. Dat opent mogelijkheden of sluit ze bij voorbaat uit. Dat zet dan meteen de toon voor de daarop volgende stappen. Veel sociale media zijn voor de meeste mensen kosteloos, maar wil je bijvoorbeeld een speciale pagina, uitgebreide rechten of extra dataverkeer, dan kunnen er gauw kosten bijkomen. Bedenk, ook bij een samenwerking met vrijwilligers, dat de inzet in tijd in feite ook kosten betekent. Je kunt iedereen maar 1 keer tegelijk inzetten. Bedenk daarbij ook dat wat jij gratis gebruikt, jou ook gratis gebruikt. Soms is een betaalde of premium dienst dan te verkiezen. Voor degene die jou volgt kan het aanmaken van een extra account ook kosten met zich meebrengen. Doorgaans gaat het daarbij om een tijdsinvestering of de keuze om een bestaand account aan iets nieuws te koppelen. Wees daarin spaarzaam.

57  Succesvol aan de slag | sccs!

tot slot: continuïteit 1.  Formuleer, namens de gehele organisatie, waaraan de (sociale) media moet voldoen om bovenstaande stappen te verwezenlijken, opdat het een succes wordt. 2.  Zorg dat wat is er nodig is binnen de organisatie om de gewenste gesprekken te kunnen faciliteren ook daadwerkelijk aanwezig is en wees daar niet zuinig in. 3.  Zorg er voor dat er vanuit de diverse afdelingen meegedacht kan (blijven) worden én input wordt gegeven. Een combinatie tussen communicatie, collectie, educatie en marketing, bijvoorbeeld, kan verrassende en vernieuwende ideeën opleveren. 4.  Zorg ook na het formuleren van een beleid en de stappen voortdurend dat de gehele organisatie zich als netwerk binnen netwerken begeeft. Dat de gehele organisatie relaties aangaat met bezoekers of stakeholders én dat de gehele organisatie durft te leren van deze ‘derden’, zorg dat iedereen de kennis kan en wil delen met anderen. 5.  Laat de werkzaamheden voor je community/netwerk liever niet op één persoon rusten en koester daarmee de continuïteit. 6.  Bekijk de statistieken ook vanuit nieuwsgierigheid: wie volgt ons, waarom op bepaalde tijdstippen, met welke zoektermen bereikt men ons: waarnaar is de volggroep op zoek? Daar kun je veel nieuwe ideeën uit opdoen. 7.  Blijf je afvragen hoe je kunt vernieuwen 8.  Blijf je ervan bewust dat de focus niet ligt op de techniek, maar op communicatie en informatieoverdracht; het mogelijk maken van ‘ontmoetingen’ en ‘gesprekken’. Zo ga je als erfgoedinstelling nieuwe relaties aan, waarbij onder andere authenticiteit, openheid en kennisdelen centraal staan. Dit vraagt van de organisatie als geheel een aangepaste denkwijze en aanpak.


56  Succesvol aan de slag | sccs!

9. planning Er is steevast tijd nodig voor ofwel een technische/inhoudelijke realisatie (er moet een foto komen, er moet een domeinnaam aangevraagd worden, er moet een weblog geïnstalleerd worden, er moet gekeken worden naar een indeling, hoe werkt het nou precies, er moet een tekst geschreven worden...) ofwel tijd om bekend te raken met het medium en volgers te krijgen. De eerste week gebeurt er vrijwel niks. De meeste volgers komen uit zichzelf pas na een paar maanden. Een account aanmaken kost in de meeste gevallen niet veel tijd; de rest wel. Wil je dus volgende week iedereen bereikt hebben, moet je een paar maanden geleden begonnen zijn. Als je eenmaal een goed bezochte, levendige ontmoetingsplek gecreëerd hebt, kan je wel sneller gaan schakelen. Dan kun je soms in een dag al voldoende respons hebben. Maar dat laatste vergt een voorbereidingstijd van al gauw een jaar... Plan dus van tevoren en reken jezelf niet te snel rijk. Plan daarbij ook anderen in, want zelf een paar maanden de kar trekken, valt uiteindelijk behoorlijk zwaar. 10. kosten/verdiensten Eigenlijk zou je tussen stap 3 en 4 ongeveer al moeten nadenken over je budget in combinatie met je ambitie. Dat opent mogelijkheden of sluit ze bij voorbaat uit. Dat zet dan meteen de toon voor de daarop volgende stappen. Veel sociale media zijn voor de meeste mensen kosteloos, maar wil je bijvoorbeeld een speciale pagina, uitgebreide rechten of extra dataverkeer, dan kunnen er gauw kosten bijkomen. Bedenk, ook bij een samenwerking met vrijwilligers, dat de inzet in tijd in feite ook kosten betekent. Je kunt iedereen maar 1 keer tegelijk inzetten. Bedenk daarbij ook dat wat jij gratis gebruikt, jou ook gratis gebruikt. Soms is een betaalde of premium dienst dan te verkiezen. Voor degene die jou volgt kan het aanmaken van een extra account ook kosten met zich meebrengen. Doorgaans gaat het daarbij om een tijdsinvestering of de keuze om een bestaand account aan iets nieuws te koppelen. Wees daarin spaarzaam.

57  Succesvol aan de slag | sccs!

tot slot: continuïteit 1.  Formuleer, namens de gehele organisatie, waaraan de (sociale) media moet voldoen om bovenstaande stappen te verwezenlijken, opdat het een succes wordt. 2.  Zorg dat wat is er nodig is binnen de organisatie om de gewenste gesprekken te kunnen faciliteren ook daadwerkelijk aanwezig is en wees daar niet zuinig in. 3.  Zorg er voor dat er vanuit de diverse afdelingen meegedacht kan (blijven) worden én input wordt gegeven. Een combinatie tussen communicatie, collectie, educatie en marketing, bijvoorbeeld, kan verrassende en vernieuwende ideeën opleveren. 4.  Zorg ook na het formuleren van een beleid en de stappen voortdurend dat de gehele organisatie zich als netwerk binnen netwerken begeeft. Dat de gehele organisatie relaties aangaat met bezoekers of stakeholders én dat de gehele organisatie durft te leren van deze ‘derden’, zorg dat iedereen de kennis kan en wil delen met anderen. 5.  Laat de werkzaamheden voor je community/netwerk liever niet op één persoon rusten en koester daarmee de continuïteit. 6.  Bekijk de statistieken ook vanuit nieuwsgierigheid: wie volgt ons, waarom op bepaalde tijdstippen, met welke zoektermen bereikt men ons: waarnaar is de volggroep op zoek? Daar kun je veel nieuwe ideeën uit opdoen. 7.  Blijf je afvragen hoe je kunt vernieuwen 8.  Blijf je ervan bewust dat de focus niet ligt op de techniek, maar op communicatie en informatieoverdracht; het mogelijk maken van ‘ontmoetingen’ en ‘gesprekken’. Zo ga je als erfgoedinstelling nieuwe relaties aan, waarbij onder andere authenticiteit, openheid en kennisdelen centraal staan. Dit vraagt van de organisatie als geheel een aangepaste denkwijze en aanpak.


58  Tips voor het bloggen | sccs!

59  Tips voor het bloggen | sccs!

1. maak het jezelf makkelijk

n e g g o l b t e h r o o v s p ti

10

Hoe kom je elke dag weer aan blog onderwerpen zonder dat je uren kwijt bent aan nieuwsgaring? Besteed éénmalig een paar uur aan het verzamelen van RSS-feeds die voor je blog relevant zijn. Neem tools zoals Lazyfeed waarmee je ook heel eenvoudig ‘RSS in the cloud’ kunt afstruinen. Of verzamel RSS feeds via Netvibes en creëer zo je digitale ‘krantenbak’. Ga via Twitter op zoek naar mensen, organisaties of lijsten die ook over jouw blog onderwerp schrijven. Zet die zelf in een lijst zodat je ze snel kunt scannen op nieuws. Of verzorg een dagelijks nieuwsbulletin op basis van je eigen lijst om zelf een dagelijks overzicht van het belangrijkste nieuws te hebben; een overzicht dat je meteen als service kunt delen met anderen. Bookmark relevante sites en blogs en koppel (de updates van) deze bookmarks meteen ook aan je blog als extra service.

2. zoek een partner Geen tijd om dagelijks je blog bij te houden? Ben je een maand op vakantie? Denk dan eens aan een blog partner. Ga op zoek naar iemand die jouw interesse deelt en wil bijdragen aan je blog. Doe dit ook in organisatieverband om meer contact te hebben met een andere afdeling. Je kunt iemand als gastblogger introduceren of het blog als gelijkwaardige partners onderhouden. Maak in dat laatste geval wel afspraken over de tone of voice én over de eigenheid, zodat je blog een uniform en ook gevarieerd geheel uitstraalt, met voor de lezers iets om naar uit te zien. Met een blog partner zorg je voor continuïteit in de helft van de tijd.

3. maak van niets iets

Eerst maar eens beginnen. Een weblog opstarten is niet het moeilijkste deel. Natuurlijk maak je beginners fouten en moet je de weg nog vinden in je eigen weblog. Voordat je een weblog begint, kun je natuurlijk eerst eens wat informatie opzoeken. Op Problogger.net bijvoorbeeld heeft Darren Rowse 29 tips verzameld die je kunnen helpen tijdens het proces van het opstarten van je weblog. Er is een gids voor de beginnende blogger op thoushallblog.com: “10 steps to better blogging.” Kijk voor nog meer tips onder andere op Daily Blogtips of op Frankwatching. Bij de laatste meldt Guido van den Anker in het bericht “5 tips voor een weblog met uithoudingsvermogen” dat 95% van de weblogs binnen niet al te lange tijd voor dood worden achtergelaten. Dat is te voorkomen door een aantal tips ter harte te nemen.

Na-apen, kopiëren en jatten is geen kunst. Over jezelf of je eigen project vertellen, kan ook gaan vervelen, of een uitgehold gevoel geven. Daar is de lol voor jezelf en je bezoekers snel vanaf. Maar je hoeft lang niet altijd unieke content online te zetten, waar je dan een dagtaak aan hebt. Slim combineren van verschillende bronnen is de kunst. Luister naar wat anderen zeggen, elders, of via je statistieken, via een Linkedin groep of op Slideshare. Haal je informatie van website A, zoek er extra informatie via Google of Wikipedia bij, stel een vraag via Twitter of Quora en regel beeld via Flickr, Tumblr, Picasa… Die mix maakt jouw bericht onderscheidend van anderen en kan een welkome afwisseling betekenen met de scope van je eigen project of thematiek; de verbreding kan bovendien nieuwe bezoekers trekken.

4. betrek je lezers bij je blog Mensen delen graag hun kennis, ervaringen of tips met de rest van de wereld. Dat komt goed van pas. Komt er een onderwerp voorbij over bijvoorbeeld zeldzame oldtimers, moedig je bezoekers dan aan om foto’s, beschrijvingen en verhalen van hun klassieke auto in te sturen; of links naar verzamelingen en beschrijvingen elders. Van elke nieuwe ‘lezersauto’ maak je zonder veel moeite een blog bericht. Verzamel al die auto’s op één pagina en je hebt een nieuwe rubriek (‘De auto van...’). Kwestie van user generated content. In een blog bericht over een lezersreactie kun je ook mooi een citaat van die persoon opnemen. Zo creëer je aantrekkelijke en unieke content met weinig moeite en kan bovendien jouw project een extra impuls krijgen.


58  Tips voor het bloggen | sccs!

59  Tips voor het bloggen | sccs!

1. maak het jezelf makkelijk

n e g g o l b t e h r o o v s p ti

10

Hoe kom je elke dag weer aan blog onderwerpen zonder dat je uren kwijt bent aan nieuwsgaring? Besteed éénmalig een paar uur aan het verzamelen van RSS-feeds die voor je blog relevant zijn. Neem tools zoals Lazyfeed waarmee je ook heel eenvoudig ‘RSS in the cloud’ kunt afstruinen. Of verzamel RSS feeds via Netvibes en creëer zo je digitale ‘krantenbak’. Ga via Twitter op zoek naar mensen, organisaties of lijsten die ook over jouw blog onderwerp schrijven. Zet die zelf in een lijst zodat je ze snel kunt scannen op nieuws. Of verzorg een dagelijks nieuwsbulletin op basis van je eigen lijst om zelf een dagelijks overzicht van het belangrijkste nieuws te hebben; een overzicht dat je meteen als service kunt delen met anderen. Bookmark relevante sites en blogs en koppel (de updates van) deze bookmarks meteen ook aan je blog als extra service.

2. zoek een partner Geen tijd om dagelijks je blog bij te houden? Ben je een maand op vakantie? Denk dan eens aan een blog partner. Ga op zoek naar iemand die jouw interesse deelt en wil bijdragen aan je blog. Doe dit ook in organisatieverband om meer contact te hebben met een andere afdeling. Je kunt iemand als gastblogger introduceren of het blog als gelijkwaardige partners onderhouden. Maak in dat laatste geval wel afspraken over de tone of voice én over de eigenheid, zodat je blog een uniform en ook gevarieerd geheel uitstraalt, met voor de lezers iets om naar uit te zien. Met een blog partner zorg je voor continuïteit in de helft van de tijd.

3. maak van niets iets

Eerst maar eens beginnen. Een weblog opstarten is niet het moeilijkste deel. Natuurlijk maak je beginners fouten en moet je de weg nog vinden in je eigen weblog. Voordat je een weblog begint, kun je natuurlijk eerst eens wat informatie opzoeken. Op Problogger.net bijvoorbeeld heeft Darren Rowse 29 tips verzameld die je kunnen helpen tijdens het proces van het opstarten van je weblog. Er is een gids voor de beginnende blogger op thoushallblog.com: “10 steps to better blogging.” Kijk voor nog meer tips onder andere op Daily Blogtips of op Frankwatching. Bij de laatste meldt Guido van den Anker in het bericht “5 tips voor een weblog met uithoudingsvermogen” dat 95% van de weblogs binnen niet al te lange tijd voor dood worden achtergelaten. Dat is te voorkomen door een aantal tips ter harte te nemen.

Na-apen, kopiëren en jatten is geen kunst. Over jezelf of je eigen project vertellen, kan ook gaan vervelen, of een uitgehold gevoel geven. Daar is de lol voor jezelf en je bezoekers snel vanaf. Maar je hoeft lang niet altijd unieke content online te zetten, waar je dan een dagtaak aan hebt. Slim combineren van verschillende bronnen is de kunst. Luister naar wat anderen zeggen, elders, of via je statistieken, via een Linkedin groep of op Slideshare. Haal je informatie van website A, zoek er extra informatie via Google of Wikipedia bij, stel een vraag via Twitter of Quora en regel beeld via Flickr, Tumblr, Picasa… Die mix maakt jouw bericht onderscheidend van anderen en kan een welkome afwisseling betekenen met de scope van je eigen project of thematiek; de verbreding kan bovendien nieuwe bezoekers trekken.

4. betrek je lezers bij je blog Mensen delen graag hun kennis, ervaringen of tips met de rest van de wereld. Dat komt goed van pas. Komt er een onderwerp voorbij over bijvoorbeeld zeldzame oldtimers, moedig je bezoekers dan aan om foto’s, beschrijvingen en verhalen van hun klassieke auto in te sturen; of links naar verzamelingen en beschrijvingen elders. Van elke nieuwe ‘lezersauto’ maak je zonder veel moeite een blog bericht. Verzamel al die auto’s op één pagina en je hebt een nieuwe rubriek (‘De auto van...’). Kwestie van user generated content. In een blog bericht over een lezersreactie kun je ook mooi een citaat van die persoon opnemen. Zo creëer je aantrekkelijke en unieke content met weinig moeite en kan bovendien jouw project een extra impuls krijgen.


60  Tips voor het bloggen | sccs!

61  Tips voor het bloggen | sccs!

5. zorg voor variatie Aanvullende content pagina’s geven je blog een extra dimensie. Denk aan een rubriekspagina waar je alleen maar video’s plaatst. Of pagina’s met puur praktische informatie. Als toevoeging op je oldtimer-post plaats je een lijst met dealer adressen of links naar ingescande brochures of constructietekeningen. Roep je lezers op om samen die informatie zo compleet mogelijk te maken. Die bijdragen en reacties leveren ook weer stof op voor je blog. Het zorgt er bovendien voor dat het bloggen voor jezelf interessant blijft.

6. continuïteit Naast de inhoudelijke 3-eenheid “content-context-contact”, is de continuïteit een belangrijk criterium voor een succesvol weblog. Dat is evenwel één van de dingen die je dient te ondervangen voordat je eraan begint: zorg dat je bronnen niet hoeven op te drogen. Dat doe je o.a. als volgt:

• k ijk nog eens naar bovenstaande tips en bedenk wat je van te voren kunt regelen en vastleggen in een redactioneel plan. Kies thematiek en categorieën (waarover schrijf je wel en waarover niet, waarover valt vaker nieuws te maken) en beperk de keuze. • werk vooruit: je kunt tijdlozere berichten alvast klaarzetten voor een dag dat je weinig tijd hebt, je kunt ook anticiperen op bijeenkomsten die komen gaan • maak een vervolgverhaal, in de aanloop naar een evenement of na afloop. Werk dus ook achteruit: kom terug op eerdere posts, maak overzichten (dossiers) van de afgelopen tijd • Als je een recente bijeenkomst noemt, graag de datum noemen. Een term als ‘vorige week’ of ‘gister’ is natuurlijk snel verouderd... • beschouw je weblog als een tijdschrift met een bladformule: maak een mix van content (nodig, nuttig, uitdagend, verrassend, entertainend, fun, enquête…) en denk daarbij aan de lezers, aan tone of voice en tone of visual, aan ritme (afwisseling beeld en tekst, langere en kortere artikelen, oppervlakkiger en diepgravender, persoonlijk en algemeen, artikelen, tips & tools, zoals een archief, een map, tags, etc.)

• h  eb je een zg. vakweblog met informatie voor vakgenoten, beleg om de zoveel tijd een korte bijeenkomst waarin gesproken wordt over het onderwerp en de thematiek: vraag naar de problematiek die je vakgenoten ondervinden • wees jezelf: zorg dat je een intuïtieve mix brengt van relevant nieuws, een persoonlijke kijk/passie en eigen ervaringen • maak direct contact met andere (overeenkomstige) weblogs en bloggers (“zien eten, doet eten”; en zo kom je ook weer aan nieuws) • begin het weblog niet alleen, schakel experts en ‘aankomende experts’ in, die nu en dan als gastblogger kunnen fungeren. Daarmee verbindt je je ook meteen met andere organisaties. Hoe meer connecties, hoe meer interactie en uiteindelijk ook autoriteit • probeer een blogpost ook te voorzien van voldoende links naar ‘buiten’. Naar andere bronnen, naar websites van betrokkenen, wiki-pagina’s, publicaties etc. etc. Dat zorgt er enerzijds voor dat een blogpost meteen de springplank is naar meer informatie (en daardoor meerwaarde krijgt bovenop de informatie uit de tekst) en anderzijds dat de gelinkte partij daarvan op de hoogte is; en uit wederkerigheid een bezoekje kan brengen aan je weblog en er eventueel nog iets aan kan bijdragen of ernaar gaat linken. Is het niet meteen, dan misschien wel in de toekomst. Ook door zo’n link of trackback stijgt de weblog in waarde. • maak (handmatig) een tweet bij een nieuwe blogpost. Als je niet zelf in staat bent te tweeten, vraag het dan aan iemand die het wel kan. • maak een combinatie met andere applicaties waar je publiceert en kondig nieuwe blogposts aan via Twitter. Via die interactie krijg je weer nieuwe voeding. • reageer vooral op commentaren en vraag om meer input • Zoek beeld bij een blogpost; liefst ook bewegend beeld of een boeiende presentatie of publicatie. Plaats bij een verslag een foto (en een link naar een verzameling foto’s), dat is voor de aanwezigen ook meestal leuk, bij een informatief onderwerp bijvoorbeeld een verhelderende afbeelding of een commentaar in beeld.


60  Tips voor het bloggen | sccs!

61  Tips voor het bloggen | sccs!

5. zorg voor variatie Aanvullende content pagina’s geven je blog een extra dimensie. Denk aan een rubriekspagina waar je alleen maar video’s plaatst. Of pagina’s met puur praktische informatie. Als toevoeging op je oldtimer-post plaats je een lijst met dealer adressen of links naar ingescande brochures of constructietekeningen. Roep je lezers op om samen die informatie zo compleet mogelijk te maken. Die bijdragen en reacties leveren ook weer stof op voor je blog. Het zorgt er bovendien voor dat het bloggen voor jezelf interessant blijft.

6. continuïteit Naast de inhoudelijke 3-eenheid “content-context-contact”, is de continuïteit een belangrijk criterium voor een succesvol weblog. Dat is evenwel één van de dingen die je dient te ondervangen voordat je eraan begint: zorg dat je bronnen niet hoeven op te drogen. Dat doe je o.a. als volgt:

• k ijk nog eens naar bovenstaande tips en bedenk wat je van te voren kunt regelen en vastleggen in een redactioneel plan. Kies thematiek en categorieën (waarover schrijf je wel en waarover niet, waarover valt vaker nieuws te maken) en beperk de keuze. • werk vooruit: je kunt tijdlozere berichten alvast klaarzetten voor een dag dat je weinig tijd hebt, je kunt ook anticiperen op bijeenkomsten die komen gaan • maak een vervolgverhaal, in de aanloop naar een evenement of na afloop. Werk dus ook achteruit: kom terug op eerdere posts, maak overzichten (dossiers) van de afgelopen tijd • Als je een recente bijeenkomst noemt, graag de datum noemen. Een term als ‘vorige week’ of ‘gister’ is natuurlijk snel verouderd... • beschouw je weblog als een tijdschrift met een bladformule: maak een mix van content (nodig, nuttig, uitdagend, verrassend, entertainend, fun, enquête…) en denk daarbij aan de lezers, aan tone of voice en tone of visual, aan ritme (afwisseling beeld en tekst, langere en kortere artikelen, oppervlakkiger en diepgravender, persoonlijk en algemeen, artikelen, tips & tools, zoals een archief, een map, tags, etc.)

• h  eb je een zg. vakweblog met informatie voor vakgenoten, beleg om de zoveel tijd een korte bijeenkomst waarin gesproken wordt over het onderwerp en de thematiek: vraag naar de problematiek die je vakgenoten ondervinden • wees jezelf: zorg dat je een intuïtieve mix brengt van relevant nieuws, een persoonlijke kijk/passie en eigen ervaringen • maak direct contact met andere (overeenkomstige) weblogs en bloggers (“zien eten, doet eten”; en zo kom je ook weer aan nieuws) • begin het weblog niet alleen, schakel experts en ‘aankomende experts’ in, die nu en dan als gastblogger kunnen fungeren. Daarmee verbindt je je ook meteen met andere organisaties. Hoe meer connecties, hoe meer interactie en uiteindelijk ook autoriteit • probeer een blogpost ook te voorzien van voldoende links naar ‘buiten’. Naar andere bronnen, naar websites van betrokkenen, wiki-pagina’s, publicaties etc. etc. Dat zorgt er enerzijds voor dat een blogpost meteen de springplank is naar meer informatie (en daardoor meerwaarde krijgt bovenop de informatie uit de tekst) en anderzijds dat de gelinkte partij daarvan op de hoogte is; en uit wederkerigheid een bezoekje kan brengen aan je weblog en er eventueel nog iets aan kan bijdragen of ernaar gaat linken. Is het niet meteen, dan misschien wel in de toekomst. Ook door zo’n link of trackback stijgt de weblog in waarde. • maak (handmatig) een tweet bij een nieuwe blogpost. Als je niet zelf in staat bent te tweeten, vraag het dan aan iemand die het wel kan. • maak een combinatie met andere applicaties waar je publiceert en kondig nieuwe blogposts aan via Twitter. Via die interactie krijg je weer nieuwe voeding. • reageer vooral op commentaren en vraag om meer input • Zoek beeld bij een blogpost; liefst ook bewegend beeld of een boeiende presentatie of publicatie. Plaats bij een verslag een foto (en een link naar een verzameling foto’s), dat is voor de aanwezigen ook meestal leuk, bij een informatief onderwerp bijvoorbeeld een verhelderende afbeelding of een commentaar in beeld.


62  Aan de slag met twitter | sccs!

63  Aan de slag met twitter | sccs!

Hier alvast 7 x een toelichting bij de te nemen stappen.

r e t t i w t t e m g a l s e aan d

11

1.  Welke eigen naam (persoon) geef je eraan mee (Name)? Bij meerdere personen die tweeten is het verstandig om de naam van de organisatie te geven en in de Bio (zie hieronder) te noemen wie er namens de organisatie tweet (evt. met eigen @twitternamen). 2.  Je e-mailadres. Zorg dat je daarop goed bereikbaar bent en kies een mailadres dat je regelmatig bekijkt. Op die manier word je bijtijds op de hoogte gehouden van het feit of iemand je een privé-bericht (DM) stuurt, of jou noemt in een tweet. Goed om te weten, want dan kun je snel reageren. Zo voorkom je ook dat je ieder moment op Twitter aanwezig zou moeten zijn. 3.  Kies een wachtwoord dat je makkelijk onthoudt. De kans is groot dat je vaak zult moeten inloggen, vooral als je meerdere accounts hebt. 4.  Wat wordt je gebruikersnaam (Username)? Kies een naam die niet te lang is. Eigenlijk liefst zo kort mogelijk. Wanneer namelijk iemand een bericht (tweet) van jou doorstuurt (retweeten) of jou wil noemen in een bericht (mention), wordt ook jouw naam genoemd. Aangezien er maar 140 karakters te gebruiken zijn per bericht (inclusief spaties en interpunctie) is een lange naam nadelig t.o.v. de ruimte voor de rest van het bericht. Kort dus, maar toch duidelijk, wees niet te cryptisch. Het gaat immers ook om jouw reputatie (of die van jouw organisatie).

De meeste mensen

beginnen er gewoon maar mee en dat is ook aan te raden. Ze starten een account en passen dit gaandeweg nogal eens aan; ‘al doende leert men’. Wie meteen meer beslagen ten ijs wil komen, bekijkt eerst eens wat er zoal gevraagd wordt bij het aanmaken van een account, overlegt dat eventueel met anderen binnen de organisatie (bijvoorbeeld de afdeling communicatie) en bekijkt ter inspiratie een aantal profielen van vergelijkbare personen / organisaties. Er is namelijk van alles te bedenken en te bepalen voordat je begint. Dat begint al meteen bij het eerste registreren: wie ga je zijn, welke trefwoorden voeg je toe aan je biografie? Wees echter niet te krampachtig, je gebruikersnaam (twitternaam), email-adres en wachtwoord zijn nadien allemaal nog te wijzigen.

5.  Hoe klinkt de beschrijving bij je profiel (Bio)? Welke toon zet je? Wanneer iemand overweegt je te gaan volgen, neemt die de beslissing vaak mede op basis van de korte profielomschrijving. Bovendien word je gevonden of aanbevolen op basis van dit profiel. Koppel het liefst aan een website of weblog. 6.  Welke afbeelding kies je (Picture)? Voor een organisatie heeft het de voorkeur, vanzelfsprekend, om het logo c.q. het eigen beeldmerk te hanteren. Bedenk daarbij wel dat het ook een herkenbaar fragment kan zijn van het logo. De afbeelding wordt vaak heel klein weergegeven, doorgaans in een Twitterclient of tijdslijn. Daarom is een eenvoudige vorm met een duidelijke kleurstelling te verkiezen. Tweet je namens jezelf? Zorg dat je herkenbaar bent. Dat is ook handig wanneer je een conferentie bezoekt. 7.  Mettertijd kun je besluiten welke toepassingen (Applications) je wilt koppelen aan (toegang geven tot) je account, zoals een Twitter client (bijv. Tweetdeck, People Browser, HootSuite, Nambu), url-inkorter (o.a. Bit.ly, Tinyurl), RSS feed (reader), Foursquare, weblog, Facebook, etc. etc. Je kunt ook je (huidige) locatie koppelen aan je tweets. Op die manier kun je ook zien wie er in de buurt is of wat er in de buurt gebeurt. Ook hier geldt: vraag je af of je het werkelijk wilt, maar het is altijd weer terug te draaien.


62  Aan de slag met twitter | sccs!

63  Aan de slag met twitter | sccs!

Hier alvast 7 x een toelichting bij de te nemen stappen.

r e t t i w t t e m g a l s e aan d

11

1.  Welke eigen naam (persoon) geef je eraan mee (Name)? Bij meerdere personen die tweeten is het verstandig om de naam van de organisatie te geven en in de Bio (zie hieronder) te noemen wie er namens de organisatie tweet (evt. met eigen @twitternamen). 2.  Je e-mailadres. Zorg dat je daarop goed bereikbaar bent en kies een mailadres dat je regelmatig bekijkt. Op die manier word je bijtijds op de hoogte gehouden van het feit of iemand je een privé-bericht (DM) stuurt, of jou noemt in een tweet. Goed om te weten, want dan kun je snel reageren. Zo voorkom je ook dat je ieder moment op Twitter aanwezig zou moeten zijn. 3.  Kies een wachtwoord dat je makkelijk onthoudt. De kans is groot dat je vaak zult moeten inloggen, vooral als je meerdere accounts hebt. 4.  Wat wordt je gebruikersnaam (Username)? Kies een naam die niet te lang is. Eigenlijk liefst zo kort mogelijk. Wanneer namelijk iemand een bericht (tweet) van jou doorstuurt (retweeten) of jou wil noemen in een bericht (mention), wordt ook jouw naam genoemd. Aangezien er maar 140 karakters te gebruiken zijn per bericht (inclusief spaties en interpunctie) is een lange naam nadelig t.o.v. de ruimte voor de rest van het bericht. Kort dus, maar toch duidelijk, wees niet te cryptisch. Het gaat immers ook om jouw reputatie (of die van jouw organisatie).

De meeste mensen

beginnen er gewoon maar mee en dat is ook aan te raden. Ze starten een account en passen dit gaandeweg nogal eens aan; ‘al doende leert men’. Wie meteen meer beslagen ten ijs wil komen, bekijkt eerst eens wat er zoal gevraagd wordt bij het aanmaken van een account, overlegt dat eventueel met anderen binnen de organisatie (bijvoorbeeld de afdeling communicatie) en bekijkt ter inspiratie een aantal profielen van vergelijkbare personen / organisaties. Er is namelijk van alles te bedenken en te bepalen voordat je begint. Dat begint al meteen bij het eerste registreren: wie ga je zijn, welke trefwoorden voeg je toe aan je biografie? Wees echter niet te krampachtig, je gebruikersnaam (twitternaam), email-adres en wachtwoord zijn nadien allemaal nog te wijzigen.

5.  Hoe klinkt de beschrijving bij je profiel (Bio)? Welke toon zet je? Wanneer iemand overweegt je te gaan volgen, neemt die de beslissing vaak mede op basis van de korte profielomschrijving. Bovendien word je gevonden of aanbevolen op basis van dit profiel. Koppel het liefst aan een website of weblog. 6.  Welke afbeelding kies je (Picture)? Voor een organisatie heeft het de voorkeur, vanzelfsprekend, om het logo c.q. het eigen beeldmerk te hanteren. Bedenk daarbij wel dat het ook een herkenbaar fragment kan zijn van het logo. De afbeelding wordt vaak heel klein weergegeven, doorgaans in een Twitterclient of tijdslijn. Daarom is een eenvoudige vorm met een duidelijke kleurstelling te verkiezen. Tweet je namens jezelf? Zorg dat je herkenbaar bent. Dat is ook handig wanneer je een conferentie bezoekt. 7.  Mettertijd kun je besluiten welke toepassingen (Applications) je wilt koppelen aan (toegang geven tot) je account, zoals een Twitter client (bijv. Tweetdeck, People Browser, HootSuite, Nambu), url-inkorter (o.a. Bit.ly, Tinyurl), RSS feed (reader), Foursquare, weblog, Facebook, etc. etc. Je kunt ook je (huidige) locatie koppelen aan je tweets. Op die manier kun je ook zien wie er in de buurt is of wat er in de buurt gebeurt. Ook hier geldt: vraag je af of je het werkelijk wilt, maar het is altijd weer terug te draaien.


64  Aan de slag met twitter | sccs!

65 

Met dank aan Deze publicatie kon alleen tot stand komen dankzij sociale media, zoals veel weblogs, veel tweets en updates via Facebook en Google+. Ook zijn er, ­anachronistisch genoeg, boeken die inspireerden of bevestigden in de intuïtie. Hieronder staan enkele vermeld en bij voorbaat moge duidelijk zijn dat dit allerminst een volledig lijst gaat zijn. De keuze is zelfs tamelijk willekeurig, wetende dat er -als het om sociale media gaat- maar enkele toevallige ingangen nodig zijn om vervolgens via een paar stappen te komen waar je maar wilt. Daarbij zijn nieuws- en leergierigheid het belangrijkst. Niet in het minst gaat dank uit naar alle aanwezigen bij de netwerkbijeenkomsten en bij de gesprekken op locatie voor het delen van ideeën, praktijkervaring, expertise, plannen en vragen. Duidelijk moge zijn dat een aantal VSC leden op bepaalde terreinen (bijvoorbeeld Augmented Reality) heel erg veel ervaring hebben en dit al geruime tijd succesvol delen met de rest van de wereld. Met dank ook aan alle via sociale media gedeelde bronnen, beschouwingen, links en connecties. En met dank aan de VSC in de persoon van Marjelle van Hoorn, die dit hele proces mogelijk heeft gemaakt en voortdurend gevoed met vele suggesties en wijze raad.

cross -social- media Gebruik Twitter in combinatie met andere media, zoals een weblog, Facebook, LinkedIn(groep) en vooral ook om gemakkelijk, snel en toegankelijk foto’s en video te delen. Daarmee kun je diverse mensen (en hun volgers) op diverse plekken en tijdstippen bereiken en ze ooggetuige maken van wat actueel gebeurt. Dat verhoogt het gevoel van ‘erbij’ zijn en dus de betrokkenheid. Pas het ook in omgekeerde richting toe: om respons en feedback van anderen te krijgen, of te volgen wat de mensen in wie je geïnteresseerd bent zoal doen en zelf interessant vinden. Extra informatie over Twitter Meer weten over de werking van Twitter? Er is een enorme hoeveelheid informatie over te vinden. Neem vooral de tijd om het allemaal te lezen, te proberen en voor jezelf te verbeteren. Bekijk bij de leestips de links naar handleidingen en voorbeelden. Zie allereerst de handleiding bij Twitter zelf: https://support.twitter.com/groups/31-twitter-basics#. Bekijk bijvoorbeeld ook de video op YouTube “How to Use Twitter”: http://bit.ly/w6pZzi (uit 2009, dus enigszins verouderd). Lees ook: http://twittermania.nl/2010/11/het-belang-van-je-bio/) Of lees: http://www.wikihow.com/Use-Twitter.

Over de auteurs Theo Meereboer is ideeontwikkelaar / strateeg voor organisaties die zich richten op maatschappelijke onderwerpen zoals duurzaamheid en erfgoed. Als specialist op gebied van (ondernemende) musea, organisatie strategie, innovatie & nieuwe media en participatie verzorgt hij ook trainingen, seminars en clinics. Hij wordt vaak gevraagd als dagvoorzitter en verzorgt lezingen en workshop op internationale conferenties. Daarnaast is hij voorzitter a.i. Stichting E30, oprichter Erfgoed 2.0 / Ondernemend Erfgoed, bestuurslid stichting Onterfd Goed, gastdocent aan de Reinwardt Academie en creative consultant via COMMiDEA. Simone Stoltz is museoloog en informatie- en mediaspecialist. Zij is trainer, begeleider en spreker op het gebied van erfgoedinformatie en mediacommunicatie. Naast haar inzet als hoofdredacteur bij Erfgoed 2.0 en bestuurslid bij Stichting E30 is zij met veel enthousiasme docent aan de Reinwardt Academie. De onderwerpen waar Simone zich het liefst in mengt liggen op het snijvlak van nieuwe mediatoepassingen voor het ontsluiten van erfgoed en de daaruit voortkomende communicatiemogelijkheden voor het toegankelijk maken voor publiek.


64  Aan de slag met twitter | sccs!

65 

Met dank aan Deze publicatie kon alleen tot stand komen dankzij sociale media, zoals veel weblogs, veel tweets en updates via Facebook en Google+. Ook zijn er, ­anachronistisch genoeg, boeken die inspireerden of bevestigden in de intuïtie. Hieronder staan enkele vermeld en bij voorbaat moge duidelijk zijn dat dit allerminst een volledig lijst gaat zijn. De keuze is zelfs tamelijk willekeurig, wetende dat er -als het om sociale media gaat- maar enkele toevallige ingangen nodig zijn om vervolgens via een paar stappen te komen waar je maar wilt. Daarbij zijn nieuws- en leergierigheid het belangrijkst. Niet in het minst gaat dank uit naar alle aanwezigen bij de netwerkbijeenkomsten en bij de gesprekken op locatie voor het delen van ideeën, praktijkervaring, expertise, plannen en vragen. Duidelijk moge zijn dat een aantal VSC leden op bepaalde terreinen (bijvoorbeeld Augmented Reality) heel erg veel ervaring hebben en dit al geruime tijd succesvol delen met de rest van de wereld. Met dank ook aan alle via sociale media gedeelde bronnen, beschouwingen, links en connecties. En met dank aan de VSC in de persoon van Marjelle van Hoorn, die dit hele proces mogelijk heeft gemaakt en voortdurend gevoed met vele suggesties en wijze raad.

cross -social- media Gebruik Twitter in combinatie met andere media, zoals een weblog, Facebook, LinkedIn(groep) en vooral ook om gemakkelijk, snel en toegankelijk foto’s en video te delen. Daarmee kun je diverse mensen (en hun volgers) op diverse plekken en tijdstippen bereiken en ze ooggetuige maken van wat actueel gebeurt. Dat verhoogt het gevoel van ‘erbij’ zijn en dus de betrokkenheid. Pas het ook in omgekeerde richting toe: om respons en feedback van anderen te krijgen, of te volgen wat de mensen in wie je geïnteresseerd bent zoal doen en zelf interessant vinden. Extra informatie over Twitter Meer weten over de werking van Twitter? Er is een enorme hoeveelheid informatie over te vinden. Neem vooral de tijd om het allemaal te lezen, te proberen en voor jezelf te verbeteren. Bekijk bij de leestips de links naar handleidingen en voorbeelden. Zie allereerst de handleiding bij Twitter zelf: https://support.twitter.com/groups/31-twitter-basics#. Bekijk bijvoorbeeld ook de video op YouTube “How to Use Twitter”: http://bit.ly/w6pZzi (uit 2009, dus enigszins verouderd). Lees ook: http://twittermania.nl/2010/11/het-belang-van-je-bio/) Of lees: http://www.wikihow.com/Use-Twitter.

Over de auteurs Theo Meereboer is ideeontwikkelaar / strateeg voor organisaties die zich richten op maatschappelijke onderwerpen zoals duurzaamheid en erfgoed. Als specialist op gebied van (ondernemende) musea, organisatie strategie, innovatie & nieuwe media en participatie verzorgt hij ook trainingen, seminars en clinics. Hij wordt vaak gevraagd als dagvoorzitter en verzorgt lezingen en workshop op internationale conferenties. Daarnaast is hij voorzitter a.i. Stichting E30, oprichter Erfgoed 2.0 / Ondernemend Erfgoed, bestuurslid stichting Onterfd Goed, gastdocent aan de Reinwardt Academie en creative consultant via COMMiDEA. Simone Stoltz is museoloog en informatie- en mediaspecialist. Zij is trainer, begeleider en spreker op het gebied van erfgoedinformatie en mediacommunicatie. Naast haar inzet als hoofdredacteur bij Erfgoed 2.0 en bestuurslid bij Stichting E30 is zij met veel enthousiasme docent aan de Reinwardt Academie. De onderwerpen waar Simone zich het liefst in mengt liggen op het snijvlak van nieuwe mediatoepassingen voor het ontsluiten van erfgoed en de daaruit voortkomende communicatiemogelijkheden voor het toegankelijk maken voor publiek.


66 

67 

links p2: No. 1, p. 17 http://oreil.ly/og7CcQ p8: Social Oomph https://www.socialoomph.com/ Social Bro http://www.socialbro.com/ Conversocial http://www.conversocial.com/ p14: Infinite Possibilities http://www.amazon.com/Infinite-PossibilityCreating-Customer-Frontier/dp/160509563X p17: plan-do-check-act http://www.mindtools.com/pages/article/ newPPM_89.htm p19: concepting http://bit.ly/Nf0Fe3 p23: de invloed van sociale media op CRM http://erfgoed20.nl/how-do-social-media-influence-crm/ p24: businessmodel canvas http://erfgoed20.nl/wp-content/uploads/2011/07/ BMICE-toelichting-businessmodel-canvas.pdf p27: Martin Seligman http://bit.ly/QXiGIL p34: Oscillatory Thoughts http://bit.ly/NF6EnZ p38: Mütter Museum http://www.youtube.com/Themuttermuseum p41: Google Glass Project http://bit.ly/PDenW9 p42: een demo http://bit.ly/SiSY5x p43: in 1985 http://bit.ly/TSF4qD

p44: HowStuffWorks http://www.howstuffworks.com/ Inventors http://bit.ly/O2Qyah p45: Marketingfacts http://www.marketingfacts.nl/berichten/20110830_ een_social_media_aanpak_in_12_stappen%23 Social media stappenplan voor gemeenten http://bit.ly/Nf6MyQ p64: https://support.twitter.com/groups/31-twitter-basics#. http://bit.ly/w6pZzi http://twittermania.nl/2010/11/het-belang-van-je-bio/ http://www.wikihow.com/Use-Twitter http://www.wikihow.com/Use-Twitter p66: Onterfd Goed www.onterfdgoed.nl COMMiDEA http://commidea.nl/blog Erfgoed 2.0 http://Erfgoed20.nl p67: Freshandnew.org Museumtwo.blogspot.com Participatorymuseum.org Usingdata.typepad.com Erfgoed20.nl Engadget.com Wired.com Frankwatching.com Mindtools.com p67: Ted.com http://oreil.ly/og7CcQ VSC http://www.sciencecentra.nl/

Onvolledige lijst met geraadpleegde boeken, weblogs en meer mooie voorbeelden Handboek Communities - De Kracht Van Sociale Netwerken; Erwin Blom (2009, A.W. Bruna) Connect! Menno Lanting Get Social; Jeanet Bathoorn Wat zou Google doen? Jeff Jarvis FREE - Hoe Het Nieuwe Gratis De Markt Radicaal Verandert: Chris Anderson Easycratie - De Toekomst Van Werken En Organiseren; Martijn Aslander & E. Witteveen Hier word je slimmer van; diverse auteurs - Maven Publishing / Edge.org Freshandnew.org (Seb Chan) Museumtwo.blogspot.com (Nina Simon) Participatorymuseum.org Usingdata.typepad.com (Michael Edson) Erfgoed20.nl Engadget.com Wired.com Frankwatching.com Mindtools.com Ted.com VSC - Vereniging van samenwerkende centra en musea in wetenschap en techniek

Copyright Deze publicatie is gelicenseerd onder een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieelGeenAfgeleideWerken 3.0 Unported licentie De gebruiker mag het werk kopiëren, verspreiden en doorgeven; onder de volgende voorwaarden: Naamsvermelding — De gebruiker dient bij het werk de door de maker of de licentiegever aangegeven naam te vermelden (maar niet zodanig dat de indruk gewekt wordt dat zij daarmee instemmen met je werk of je gebruik van het werk). Niet-commercieel — De gebruiker mag het werk niet voor commerciële doeleinden gebruiken. Geen Afgeleide werken — De gebruiker mag het werk niet bewerken.


66 

67 

links p2: No. 1, p. 17 http://oreil.ly/og7CcQ p8: Social Oomph https://www.socialoomph.com/ Social Bro http://www.socialbro.com/ Conversocial http://www.conversocial.com/ p14: Infinite Possibilities http://www.amazon.com/Infinite-PossibilityCreating-Customer-Frontier/dp/160509563X p17: plan-do-check-act http://www.mindtools.com/pages/article/ newPPM_89.htm p19: concepting http://bit.ly/Nf0Fe3 p23: de invloed van sociale media op CRM http://erfgoed20.nl/how-do-social-media-influence-crm/ p24: businessmodel canvas http://erfgoed20.nl/wp-content/uploads/2011/07/ BMICE-toelichting-businessmodel-canvas.pdf p27: Martin Seligman http://bit.ly/QXiGIL p34: Oscillatory Thoughts http://bit.ly/NF6EnZ p38: Mütter Museum http://www.youtube.com/Themuttermuseum p41: Google Glass Project http://bit.ly/PDenW9 p42: een demo http://bit.ly/SiSY5x p43: in 1985 http://bit.ly/TSF4qD

p44: HowStuffWorks http://www.howstuffworks.com/ Inventors http://bit.ly/O2Qyah p45: Marketingfacts http://www.marketingfacts.nl/berichten/20110830_ een_social_media_aanpak_in_12_stappen%23 Social media stappenplan voor gemeenten http://bit.ly/Nf6MyQ p64: https://support.twitter.com/groups/31-twitter-basics#. http://bit.ly/w6pZzi http://twittermania.nl/2010/11/het-belang-van-je-bio/ http://www.wikihow.com/Use-Twitter http://www.wikihow.com/Use-Twitter p66: Onterfd Goed www.onterfdgoed.nl COMMiDEA http://commidea.nl/blog Erfgoed 2.0 http://Erfgoed20.nl p67: Freshandnew.org Museumtwo.blogspot.com Participatorymuseum.org Usingdata.typepad.com Erfgoed20.nl Engadget.com Wired.com Frankwatching.com Mindtools.com p67: Ted.com http://oreil.ly/og7CcQ VSC http://www.sciencecentra.nl/

Onvolledige lijst met geraadpleegde boeken, weblogs en meer mooie voorbeelden Handboek Communities - De Kracht Van Sociale Netwerken; Erwin Blom (2009, A.W. Bruna) Connect! Menno Lanting Get Social; Jeanet Bathoorn Wat zou Google doen? Jeff Jarvis FREE - Hoe Het Nieuwe Gratis De Markt Radicaal Verandert: Chris Anderson Easycratie - De Toekomst Van Werken En Organiseren; Martijn Aslander & E. Witteveen Hier word je slimmer van; diverse auteurs - Maven Publishing / Edge.org Freshandnew.org (Seb Chan) Museumtwo.blogspot.com (Nina Simon) Participatorymuseum.org Usingdata.typepad.com (Michael Edson) Erfgoed20.nl Engadget.com Wired.com Frankwatching.com Mindtools.com Ted.com VSC - Vereniging van samenwerkende centra en musea in wetenschap en techniek

Copyright Deze publicatie is gelicenseerd onder een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieelGeenAfgeleideWerken 3.0 Unported licentie De gebruiker mag het werk kopiëren, verspreiden en doorgeven; onder de volgende voorwaarden: Naamsvermelding — De gebruiker dient bij het werk de door de maker of de licentiegever aangegeven naam te vermelden (maar niet zodanig dat de indruk gewekt wordt dat zij daarmee instemmen met je werk of je gebruik van het werk). Niet-commercieel — De gebruiker mag het werk niet voor commerciële doeleinden gebruiken. Geen Afgeleide werken — De gebruiker mag het werk niet bewerken.


SCCS_aan de slag met social media  

Deze publicatie is een weergave van het project digitale educatie van de VSC, Vereniging voor Samenwerkende Centra en musea in wetenschap en...

SCCS_aan de slag met social media  

Deze publicatie is een weergave van het project digitale educatie van de VSC, Vereniging voor Samenwerkende Centra en musea in wetenschap en...

Advertisement