Page 1

uitgave 5 - december 2009

“Nothing escapes his eagle eye...”

AG R O N I E U WSB R I E F VA N S C H U I T E M A N AC C O U N TA N T S & A DV I SE U R S

AgriView OverView Tot en met 31 december 2009: aanmelden fosfaatver rekening

Nieuws Eindejaars- en nieuw jaarstips

InterView Tax aties voor bedr ijfs overdracht, bedr ijfsbeëindig ing en f unc tie w ijzig ing


OverView

Belangrijke data

Inhoudsopgave

2 november t/m 31 december 2009 Openstelling Subsidieregeling Beroepsopleiding en voorlichting, onderdeel landbouwbedrijven met liquiditeitsproblemen

Bedrijfsmatige pacht

3

Uitstel Actieplan ammoniak

3

Subsidie voor ontwikkeling natuur en natuurbeheer 3 Tot en met 31 december 2009 Aanmelden fosfaatverrekening

Bemonstering van landbouwgrond

4

15 januari 2010 Laatste dag indiening melding permanente quotumoverdracht met en zonder grond

Subsidie voor bedrijfsconsult bij liquiditeitstekort

4

Aanpassingen toeslagrechten

4

31 januari 2010 Laatste dag inzenden formulier aanvullende gegevens (mestboekhouding)

Sancties uit het verleden

5

Eindejaars- en nieuwjaarstips Mestwetgeving

5

31 januari 2010 Mestboekhouding gereed

Eindejaars- en nieuwjaarstips Fiscaal

6

Eindejaars- en nieuwjaarstips Toeslagrechten

8

Overige eindejaars- en nieuwjaarstips

8

InterView

9

15 februari 2010 Laatste dag indiening melding tijdelijke quotumoverdracht (lease)


Nieuws

Bedrijfsmatige pacht

Verpachters kunnen ontbinding van een reguliere pacht vragen als er geen sprake meer is van bedrijfsmatig gebruik van de grond. Aan de andere kant kunnen pachters er zelf voor zorgen dat aangetoond kan worden dat hun grondgebruik juist wel bedrijfsmatig is. Dat blijkt uit een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem. Om met succes de pacht van grond voort te kunnen zetten, moet de gebruiker aantonen dat het gebruik bedrijfsmatig is. Dat is een gevolg van de opname van pacht in het Burgerlijk Wetboek. Om te beoordelen of er sprake is van bedrijfsmatige pacht, kijkt de pachtrechter naar vier zaken: - De omvang van het bedrijf en de bedrijfsactiviteiten - Vinden er investeringen plaats? - Is er een positief rendement? - Heeft de pachter een hoofdfunctie buiten de landbouw? Gericht sturen in de bedrijfsvoering, kan ervoor zorgen dat er bij afloop van de pachttermijn voor de verpachter geen gronden zijn om de pacht te beĂŤindigen. Het Pachthof heeft onlangs bepaald dat een baan van 24 uur per week buitenshuis geen belemmering is voor een bedrijfsmatige exploitatie van pachtgrond.

Uitstel Actieplan ammoniak

Bedrijven die op 1 januari 2010 hadden moeten voldoen aan het Besluit huisvesting, krijgen tot 1 april 2010 de tijd om in een plan van aanpak aan te geven hoe zij op 1 januari 2013 gaan voldoen aan het Besluit huisvesting. Vanaf 1 januari 2010 moeten de meeste veehouderijen voldoen aan de maximale emissiewaarden zoals opgenomen in het Besluit huisvesting. Uitstel is mogelijk tot

uiterlijk 1 januari 2013 voor kleinere bedrijven en voor de bedrijven die een plan van aanpak hebben. Een goedgekeurd Actieplan ammoniak geeft ondernemers de mogelijkheid om investeringen voor ammoniak (Besluit huisvesting), fijnstof en welzijn (Varkensbesluit) gelijk op te laten gaan. Voor de agrarische ondernemer betekent dit onder meer dat er een bedrijfsontwikkelingsplan opgesteld moet worden waarin inzichtelijk wordt gemaakt welke maatregelen getroffen moeten worden en wanneer deze worden uitgevoerd, zodat op 1 januari 2013 voldaan wordt aan alle wettelijke normen. Gemeentes zullen toezien op de aanwezigheid van een plan van aanpak en de naleving daarvan. De doelen die in het plan van aanpak worden opgenomen moeten haalbaar zijn. De gemeentes hebben de mogelijkheid om het bedrijf stil te leggen als de tijdslijn uit het plan van aanpak niet wordt gehaald. Ook bedrijven die de tijd tot 1 januari 2013 willen benutten om te staken, moeten dit in een plan van aanpak vastleggen en indienen bij de gemeente.

Subsidie voor ontwikkeling natuur en natuurbeheer

Van 16 november tot en met 15 januari kunnen landbouwers subsidie aanvragen voor agrarisch natuurbeheer. Deze subsidie is mogelijk voor bijvoorbeeld weidevogelbeheer en weide- en akkerranden. Voorwaarde is wel dat deze vorm van agrarisch natuurbeheer past binnen het gebiedsplan van de provincie. Doordat elke provincie met een eigen gebiedsplan en eigen doelen werkt, verschillen de mogelijkheden per provincie en per gebied binnen die provincie.

3


Nieuws

Bemonstering van landbouwgrond

Zowel voor derogatie als voor de toepassing van hogere fosfaatgebruiksnormen is het bemonsteren van landbouwgronden noodzakelijk. Nieuwe eisen aan bemonstering Voor het nemen van grondmonsters gelden nieuwe voorwaarden. Bemonstering dient nu per perceel uitgevoerd te worden. Het is nog wel toegestaan om aan elkaar grenzende percelen, die wat betreft kenmerken van het bouwplan (bouwland of grasland) homogeen zijn, samen te voegen tot een maximale omvang van 5 hectare. Voorwaarde is dat de omvang van de individuele topografische percelen die worden samengevoegd niet groter is dan 2,5 hectare. Percelen die niet meer aaneengesloten liggen, mogen niet meer worden samengevoegd in het bemonsteringsprotocol. Grondmonsters voor derogatie Grondmonsters voor derogatie mogen op 1 februari 2010 niet ouder zijn dan 4 jaar. De monsters die nog volgens het oude bemonsteringsprotocol zijn genomen en op 1 februari 2010 nog niet ouder zijn dan 4 jaar kunnen gebruikt worden binnen het bemestingsplan 2010. Grondmonsters voor fosfaatdifferentiatie Een grondmonster voor het mogen toepassen van een hogere fosfaatnorm in 2010 (bij een lage of gemiddelde fosfaattoestand van de grond) mag op 15 mei 2010 niet ouder zijn dan 4 jaar. Oude grondmonsters die op 15 mei 2010 nog geen 4 jaar oud zijn, mogen ook gebruikt worden voor het toepassen van een hogere fosfaatgebruiksnorm. Voor deze grondmonsters geldt een overgangsregime. Als deze grondmonsters aan de oude voorwaarden voldoen, hoeft de bodem niet opnieuw te worden bemonsterd en blijven de oude uitslagen gelden. Deze vrijstelling geldt alleen voor monsters die zijn genomen voor 1 november 2009 en op 15 mei 2010 niet ouder zijn dan 4 jaar. Voorwaarden overgangsregime Analyseresultaten van bodemmonsters uit het verleden mogen worden gebruikt in het kader van de fosfaatdiffe-

4

rentiatie als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: - Het bodemmonster mag op 15 mei van het betreffende jaar niet ouder zijn dan 4 jaar. - Het bodemmonster moet onder toezicht van een geaccrediteerd laboratorium zijn genomen. - De analyse moet door een geaccrediteerd laboratorium zijn uitgevoerd. Vanaf 1 november 2009 moeten de monsters voor fosfaatdifferentiatie en derogatie worden genomen volgens het voorlopige bemonsteringsprotocol.

Subsidie voor bedrijfsconsult bij liquiditeitstekort

Voor landbouwers met liquiditeitstekorten is subsidie beschikbaar voor een bedrijfsconsult. Dit bedrijfsconsult moet voor voldoende inzicht in de financiële bedrijfssituatie zorgen. Hiervoor stelt het Ministerie van LNV € 500.000 beschikbaar. Doelstelling is inzicht te krijgen in de financiële problemen en oplossingen voor deze problemen te vinden. Het aanvragen van de subsidie is mogelijk van 2 november tot en met 31 december 2009. De subsidie bedraagt maximaal 50% van de totale kosten met een maximum van € 1.500. Wanneer de totale kosten lager zijn dan € 250 is geen subsidie mogelijk. Het bedrijfsconsult moet worden uitgevoerd door een adviesorganisatie die is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Het is niet noodzakelijk dat aansluitend aan het bedrijfsconsult ook gebruik gemaakt wordt van de garantieregeling van het Ministerie van LNV.

Aanpassingen toeslagrechten

In 2010 worden de slachtpremies voor volwassen runderen en kalveren, de subsidie voor noten en de subsidie voor eiwithoudende gewassen opgenomen in de toeslagrechten. De waardes worden opgenomen in het bestaande toeslagrecht of in nieuwe toeslagrechten op het bedrijf. Waarde De waardes die aan toeslagrechten worden toegevoegd, worden bepaald door de referentieperiode. De referentieperiode voor volwassen runderen, noten en eiwithoudende gewassen bestaat uit de jaren 2007 en 2008. De referentieperiode voor slachtpremie voor kalveren bestaat uit de


periode 2006 tot en met 2008. Het gemiddeld aantal dieren en de steun voor noten en eiwithoudende gewassen waarvoor men in de referentieperiode premie heeft gehad, bepaalt de omvang van het steunbedrag. Aantal toeslagrechten Het steunbedrag wordt verdeeld over het aantal toeslagrechten dat de landbouwer op 15 mei 2010 in eigendom heeft. Wanneer de landbouwer geen toeslagrechten of geen financiële ruimte in zijn toeslagrechten meer heeft, wordt het steunbedrag verdeeld over het aantal hectares dat deze landbouwer op 15 mei 2010 in gebruik heeft. Wanneer er geen grond in gebruik is en er geen toeslagrechten zijn, wordt het steunbedrag omgezet in een toeslagrecht met speciale voorwaarden (niet grondgebonden toeslagrechten). Aanvragen Landbouwers die op 15 mei 2010 nog geen toeslagrecht hebben, moeten hun toeslagrecht aanvragen. De overige landbouwers krijgen de waarde toegevoegd aan hun toeslagrecht. Controleren Dienst Regelingen stelt dat de landbouwer op 31 december 2009 automatisch de gegevens als juist accepteert en stimuleert de gegevens te controleren via ‘Mijn dossier’. Zo werkt dat niet. Opname van premies in een toeslagrecht is een op rechtsgevolg gericht besluit. Tegen een dergelijk besluit, en dus ook tegen de door Dienst Regelingen gebruikte aantallen, is bezwaar en vervolgens beroep mogelijk. Toch is het advies de gegevens nu al zorgvuldig te controleren. Let vooral ook op kortingen uit het verleden en bedrijfsoverdrachten. Sturen in toeslagrechten Landbouwers die deze toeslagrechten niet over alle grond verdeeld willen hebben, kunnen met de aankoop van toeslagrechten sturen in het aantal toeslagrechten waarop de waarde komt te rusten. Hiermee kunt u voorkomen dat er veel toeslagrechten met een heel lage waarde ontstaan. Laat u hierover zorgvuldig voorlichten.

Sancties uit het verleden

Dienst Regelingen laat sancties uit de referentieperiode ten onrechte doorwerken in de toeslagrechten. Hierdoor krijgen eenmalige sancties uit het verleden een permanent karakter. Bij runderen van een rundveehouder wordt in 2000 een verboden stof gevonden. Na bezwaar tegen intrekking van zijn premies besluit de veehouder in 2001 af te zien van beroep. Bij de vaststelling van het toeslagrecht laat Dienst Regelingen de geconstateerde runderen van het jaar 2000 buiten beschouwing. De veehouder maakt bezwaar en gaat vervolgens in beroep tegen deze te lage vaststelling van het toeslagrecht. Door de werkwijze van Dienst Regelingen dreigde de eenmalige uitsluiting voor het jaar 2000 een permanent karakter te krijgen. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven vraagt hierover uitleg aan het Europese Hof. Het Europese hof beveelt dat de geconstateerde dieren uit 2000 gewoon meetellen in de opbouw van het toeslagrecht. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven beslist vervolgens dat Dienst Regelingen ten onrechte de betalingen over het jaar 2000 buiten de berekening van het toeslagrecht heeft gelaten. Dienst Regelingen moet opnieuw de waarde van het toeslagrecht vaststellen en nu op de juiste wijze. Deze uitspraak is nu weer actueel doordat slachtpremie uit de referentieperiode opgenomen gaat worden in de toeslagrechten.

Eindejaars- en nieuwjaarstips Mestwetgeving

Voorraad per 31 december Meet niet alleen uw voorraad meststoffen om deze vast te leggen in uw administratie, maar bereken ook de voorraad zoals deze hoort te zijn bij het gebruik van meststoffen gebaseerd op de wettelijke gebruiksnormen. De marge van 5%, zoals die in 2006 gold, is niet meer van toepassing. Voorkom hiermee dat u door een foutieve schatting van de voorraden een boete voor overschrijding van de gebruiksnormen moet betalen. Gebruikte hoeveelheid meststoffen in 2009 Met de bepaling van de eindvoorraad kunt u ook de gebruikte meststoffen berekenen. De gebruikte meststoffen zijn te berekenen uit beginvoorraad + aanvoer + mestproductie -/- afvoer -/-eindbalans. Doe dit voor fosfaat,

5


Nieuws

stikstof en mest. Wanneer dit verschillende uitkomsten geeft, moet u hiervoor een verklaring zoeken. Dit is vaak een gevolg van fouten in de vastlegging. BEX en uw rantsoenen Bedrijven die gekozen hebben voor de bedrijfsspecifieke excretie (BEX) doen er goed aan de gebruikte hoeveelheden voedermiddelen in de rantsoenen af te stemmen met de hoeveelheden voedermiddelen verantwoord in de berekening van de mestproductie. Wanneer hierin verschillen optreden zitten er of fouten in de rantsoenen of in de mestboekhouding. De AID gebruikt de rantsoenen als hulpmiddel bij de controle. Uw dieradministratie Voor varkens, rund- en pluimvee moet u een dagelijkse veeadministratie voeren. Houd deze op orde en bereken uiterlijk 31 januari het gemiddeld aantal stuks vee in het afgelopen jaar. Voor de andere diersoorten kunt u gebruikmaken van de mogelijkheid van de maandelijkse telling. Deze moet ook uiterlijk 31 januari 2010 zijn afgesloten en het gemiddelde moet zijn bepaald. Afronden administratie Het vierde jaar met gebruiksnormen zit er bijna op. Het is tijd voor het opmaken van de eindbalans voor 2009. Welke handelingen moet u uitvoeren? - De gemiddelde veebezetting van graasdieren berekenen en vastleggen in uw administratie. - De gemiddelde veebezetting van staldieren berekenen. - Alle aan- en afvoergegevens van stal- en graasdieren vastleggen in uw mestboekhouding. - Alle voorraden, aanvoer en afvoer van meststoffen vastleggen in de administratie (per mutatie). - De mestproductie van graasdieren berekenen. - De mestproductie van staldieren berekenen. - De mestproductie volgens BEX berekenen. - De gegevens van grond vastleggen in de administratie (kopie van de gecombineerde opgave). - Gebruiksnormen berekenen op basis van het werkelijke grondgebruik en afstemmen met het gebruik van meststoffen.

6

- Tijdig de aanvullende gegevens doorgeven aan Dienst Regelingen. Dit geldt met name voor bedrijven met staldieren en/of derogatie. Deze bedrijven moeten aanvullende gegevens verstrekken aan Dienst Regelingen. Bemestingsplan controleren Het bemestingsplan van 2009 kunt u controleren en daar waar nodig bijstellen. Aan de hand van dit bemestingsplan kunt u voor 2010 eenvoudig een plan opstellen. Doe dit wel voor 1 februari 2010. Houd hierbij rekening met de gewijzigde gebruiksnormen. Fosfaatverrekening Wanneer u in het afgelopen jaar te veel fosfaat hebt aangevoerd, dan kunt u tot 31 december 2009 een fosfaatverrekening aanvragen. U maakt hierbij kenbaar dat u in het afgelopen jaar maximaal 20 kg fosfaat per hectare bouwland meer hebt aangewend dan de toegestane norm. Een voorwaarde voor deze fosfaatverrekening is dat u de extra hoeveelheid in het volgende jaar in mindering brengt op uw fosfaat-gebruiksnorm. U moet dit kunnen aantonen met uw eigen administratie. U mag een hoeveelheid fosfaat die u van 2008 naar 2009 hebt doorgeschoven, niet nogmaals doorschuiven. Het formulier voor fosfaatverrekening kunt u opvragen bij het LNV-loket, telefoon 0800-22 333 22. Nieuwe oppervlakten Dienst Regelingen laat de oppervlakten in de verschillende gebieden opnieuw vaststellen. Dit als gevolg van een aanwijzing van de Europese Commissie. Met name in de veenweidegebieden nemen de oppervlaktes van de percelen gemiddeld af tot wel 10%. Houd hiermee ook rekening bij de afronding van uw mestboekhouding over 2009. Maak zo nodig tijdig bezwaar tegen deze nieuwe vaststelling.

Eindejaars- en nieuwjaarstips Fiscaal

Uw urenadministratie Wanneer u in aanmerking wilt komen voor de ondernemersaftrek (onder meer zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling) moet u in 2009 minimaal 1.225 uren besteden aan werkzaamheden in uw onderneming. U kunt in 2009 alleen gebruik maken van de MKB-winst-


vrijstelling als u voldoet aan het urencriterium. Een ondeugdelijke urenstaat kan ertoe leiden dat de inspecteur uw zelfstandigenaftrek (en daarmee ook de MKB-winstvrijstelling) en andere ondernemersfaciliteiten weigert. Leg de gewerkte uren, zeker als u een kleinere onderneming hebt en/of ook een andere baan hebt, daarom nauwkeurig vast. Bovendien moet van uw totale werkzaamheden meer dan 50% aan uw onderneming zijn besteed. Houd dus een agenda bij om dit aan te tonen. De 50%-eis geldt niet voor starters. Investeringsaftrek Als u voor meer dan € 2.200 investeert in bedrijfsmiddelen die u binnen uw onderneming gebruikt, dan hebt u recht op kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Dit geldt wanneer het totale bedrag van de investeringen in 2009 minder dan € 240.000 bedraagt. De aftrek is een percentage van het investeringsbedrag. Het percentage van de investering varieert van 25 tot 1, afhankelijk van de omvang van de investeringen. Voor kleinere investeringen geldt een hoger aftrekpercentage. Het kan daarom verstandig zijn om investeringen uit te stellen tot na 31 december 2009 of te splitsen. Indien een kleine investering leidt tot een lager aftrekpercentage of als het totale investeringsbedrag hierdoor boven de € 240.000 uitkomt, kan uitstel van (een deel van) investeringen per saldo een hogere investeringsaftrek opleveren. Laat uw herinvesteringsreserve niet verlopen Hebt u een herinvesteringsreserve omdat u de afgelopen 3 jaren een bedrijfsmiddel voor meer dan de boekwaarde hebt verkocht? Zorg er dan voor dat u deze benut voor nieuwe investeringen. Doet u dit niet binnen 3 jaar, dan valt de reserve verplicht vrij ten gunste van het resultaat. VAMIL-compensatie Landbouwers die in 2007 of 2008 VAMIL-investeringen hebben gedaan kunnen van 4 januari tot en met 28 februari 2010 compensatie aanvragen. Minister Verburg van LNV heeft begin dit jaar een compensatie toegezegd aan diegenen die in 2007 en 2008 hebben geïnvesteerd in duurzame kassen en stallen en daarop niet willekeurig kunnen afschrijven. Door een fout van het ministerie kunnen

degenen die in 2007 en 2008 hebben geïnvesteerd in duurzame stallen en kassen niet volledig willekeurig afschrijven, maar worden zij beperkt door de afschrijving tot de zogenaamde bodemwaarde, meestal 50% van de WOZ-waarde. Dit leidt tot een fiscaal nadeel. Gedupeerden kunnen zich van 4 januari tot en met 28 februari 2010 aanmelden voor compensatie op de website van het Ministerie van LNV (via ‘Mijn dossier’). Om in aanmerking te komen voor compensatie moet de investering in 2007 of 2008 zijn gemeld voor de VAMIL-regeling. Als dit is aangetoond en de investering is gemeld bij SenterNovem, ontvangt men een vaststellingsovereenkomst. In die overeenkomst staan de voorwaarden voor rentecompensatie. Alleen het misgelopen rentevoordeel wordt gecompenseerd, niet het verschil in belasting. Omzetbelasting en verhuur van quotum Als u het afgelopen jaar quotum hebt verhuurd, moet u rekening houden met de afdracht van omzetbelasting over deze verhuur. Dit geldt ook als u met uw bedrijf in de landbouwregeling zit. Omzetbelasting Jaarlijks moet bij de aangifte omzetbelasting ook rekening worden gehouden met bijzondere omstandigheden, zoals omzetbelasting over privégebruik auto en herzieningen op voorbelasting. Houd bij de berekening van de af te dragen omzetbelasting over de laatste aangifteperiode (maand of kwartaal) van het boekjaar rekening met correcties vanwege privégebruik en met een eventuele herziening van voorbelasting op bedrijfsmiddelen die zowel voor belaste als voor onbelaste prestaties worden gebruikt. Voor roerende zaken bedraagt de herzieningsperiode 5 jaar; voor onroerende zaken 10 jaar. Auto van de zaak of privé? De maximale belastingvrije vergoeding per zakelijk gereden kilometer bedraagt € 0,19. Dat geldt ook voor het woonwerkverkeer. De bijtelling met betrekking tot een (bestel) auto van de zaak bedraagt 25% van de cataloguswaarde van de auto. Bij privégebruik van minder dan 500 kilometer geldt geen bijtelling. Afhankelijk van de situatie, is het

7


Nieuws

soms voordeliger om een privĂŠauto te rijden in plaats van een auto van de zaak. Met name bij een oudere auto met een hoge oorspronkelijke cataloguswaarde of bij een hoog aantal zakelijke kilometers kan het interessant zijn de auto privĂŠ te rijden.

Eindejaars- en nieuwjaarstips Toeslagrechten

(Ver)huur van toeslagrechten U kunt toeslagrechten huren of verhuren samen met grond. Een huurovereenkomst is bijvoorbeeld ook een grondgebruikverklaring, waarmee toeslagrechten tijdelijk kunnen worden overgedragen. De overdracht van toeslagrechten (om voor uitbetaling in aanmerking te komen) moet minimaal zes weken voor 15 mei worden gemeld bij Dienst Regelingen. Kaarten bij de gecombineerde opgave Een jaarlijks terugkerend probleem is het verstrekken van onjuiste kaarten. Door nu kaarten voor een grondgebruikverklaring op te vragen voor al uw nieuwe percelen, verkleint u dit risico. De kaarten die u aanvraagt worden door Dienst Regelingen als voor uw situatie relevant geregistreerd. Dit kan het tijdig en volledig indienen van de gecombineerde opgave bespoedigen. Einde bedrijf voor toeslagrechten Met het aanvragen van toeslagrechten hebt u verklaard dat u een bedrijf voert van minimaal 0,3 ha. Zodra uw toeslagrecht definitief is vastgesteld en overgedragen, kunt u het bedrijf (minimaal 0,3 ha) staken. Wanneer u toeslagrechten

8

verhuurt, moet u het bedrijf met minimaal 0,3 ha in stand houden. Een gecombineerde opgave is niet verplicht. U moet wel kunnen aantonen dat dit bedrijf blijft bestaan.

Overige eindejaars- en nieuwjaarstips

Uw bedrijfsregistratie Elk jaar verliezen landbouwers een deel van hun rechten (ook recht op uitbetaling) omdat de registraties van bijvoorbeeld UBN-nummers niet overeenstemmen met de tenaamstelling van het bedrijf. Controleer of uw tenaamstelling bij alle regelingen overeenstemt met de tenaamstelling van uw relatienummer. Grondgebruik en (P)SAN Geef geen grond in gebruik aan derden waarop u een (P)SAN-vergoeding ontvangt. Bij de aanvraag van de (P)SAN-subsidie verklaart de aanvrager dat hij de grond zelf zal gebruiken volgens de subsidievoorwaarden. Door deze grond uit gebruik te geven, handelt u in strijd met deze afspraak en trekt de provincie de subsidie over de gehele periode van 6 jaar in. Eventueel kunt u de verplichtingen overdragen. Registratie gewasbeschermingsmiddelen Uw registratie van gebruikte gewasbeschermingsmiddelen moet u gedurende 5 jaar bewaren. Als u gewasbeschermingsmiddelen in 2010 gebruikt of laat gebruiken moet u weer een gewasbeschermingsplan opstellen. Het ontbreken hiervan leidt tot een boete en een korting op toeslagrechten.


InterView “D e voorkeur gaat uit naar een minnelij ke tax atie”

Van links naar rechts: Johan van der Waaij, Ar iën van D r ie, Hennij Holtu s, Jaap Ridderhof, Gij s Snoe i

In het kader van bedrijfsoverdracht is een taxatie nodig voor financiering, overnamesom of voor fiscaliteiten zoals inkomstenbelasting, successierecht en overdrachtsbelasting. Ook bij bedrijfsbeëindiging of functiewijziging zijn taxaties noodzakelijk. Waar lopen makelaars en fiscalisten daarbij tegenaan? Hennij Holtus, fiscaal adviseur van de Agrarische afdeling van Schuiteman, ging in gesprek met Ariën van Drie en Johan van der Waaij van Drieklomp Makelaars en Rentmeesters en met Jaap Ridderhof en Gijs Snoei van Midden Nederland Makelaars.

Bedrijfsovername

Bij een bedrijfsovername, bijvoorbeeld van vader op zoon of dochter, wordt een makelaar ingeschakeld om een taxatie uit te voeren. Ridderhof geeft aan dat er nog regelmatig eenzijdige taxatie wordt uitgevoerd. Hierbij geeft één van de twee partijen opdracht tot taxatie en accepteert de andere partij de waarde die hieruit voortvloeit. In deze situatie is het van groot belang dat er openheid wordt gegeven naar eventuele andere familieleden, zodat die niet het idee hebben dat een en ander in een achterkamertje is beklonken. “Om discussie en problemen te voorkomen, gaat de voorkeur uit naar een minnelijke taxatie”, geeft Van Drie aan. “Zeker als er verschillende belangen zijn tussen de partijen of als het in de familie een beetje rommelt”, aldus Ridderhof. De bedrijfsoverdrager en de bedrijfsopvolger wijzen dan ieder een eigen taxateur aan, zij voeren de taxatie gezamenlijk uit. De taxatie vormt de basis voor het vaststellen van de belastingclaim als het gaat om de inkomstenbelasting

en het successie- en schenkingsrecht. Voor de inkomstenbelasting wordt veelal gebruik gemaakt van de zogenaamde geruisloze doorschuiving. Het bedrijf kan via deze regeling zonder heffing van inkomstenbelasting worden doorgeschoven naar de bedrijfsopvolger. Ook bestaat er in het kader van het successie- en schenkingsrecht een bedrijfsopvolgingsregeling. Deze regeling is zo ruim dat er op dit gebied over het algemeen geen problemen meer ontstaan. Vaak wordt gebruik gemaakt van de uitstelregeling voor het successie- en schenkingsrecht. Indien de bedrijfsopvolger de onderneming gedurende een periode van vijf jaar voortzet, kan het verleende uitstel namelijk omgezet worden naar een kwijtschelding van het successie- en schenkingsrecht. Voor de financiering van de overname eisen banken een taxatie voor het vaststellen van de executiewaarde. Daarbij is de deskundigheid van de makelaars noodzakelijk. “Vervolgens komt de deskundigheid van de fiscalist en accountant om de hoek kijken”, zegt Holtus. “Hoe krijgen we een overname financieringstechnisch rond?” Ook de uitkoopsom voor de bedrijfsoverdrager speelt daarbij vaak een rol. Hij of zij moet immers ook nog kunnen leven na de overdracht. Voor de financiering die hiervoor nodig is, is uiteraard ook de executiewaarde van belang. De taxatie voor financieringen lijkt op dit moment wat moeilijk te liggen. Van Drie: “Dit blijft een lastig thema waarover behoorlijk wat discussies kunnen ontstaan.” Ook de andere makelaars bevestigen dat. Omdat er veel onderhands wordt verkocht, blijkt het lastig de executiewaarde van een bedrijf vast te stellen. Snoei: “Weinig bedrijven worden geveild, dus er is weinig referentiemateriaal.” Daarbij is

9


“Een f unc tie w ij z ig ing bre ng t f linke koste n met z ich mee” het zo dat als een bedrijf al wordt geveild, er vaak een verhaal aan vast zit. Bovendien zijn er risico’s voor de koper: met welke erfenis van de vorige eigenaar krijgt de nieuwe eigenaar te maken? Dit alles vertaalt zich in de uiteindelijke prijs. Bij het vaststellen van de executiewaarde blijken er landelijk veel verschillen. Een rode draad is hierin lastig te herkennen. Van der Waaij merkt op dat het gemakkelijker is een prijs vast te stellen als er veel grond bij een verkoop zit. “Maar praat je bijvoorbeeld over een verouderd intensief bedrijf op een of twee hectare grond zonder alternatieve bestemmingsmogelijkheden, dan is de waardebepaling heel lastig”, aldus Van der Waaij. Ook de marktsituatie is van grote invloed bij het vaststellen van de waarde. In slechte tijden kan er bij een goed draaiend bedrijf een groot verschil zijn tussen de vrije marktwaarde en de executiewaarde. Als laatste kunnen ook de Haagse politieke wandelgangen een rol spelen. Van Drie: “Soms wil de politiek branches een bepaalde kant op sturen, terwijl je weet dat het in die sector op dat moment best goed gaat. Dat levert veel onrust op. Hoe vertaal je alleen al de dreiging daarvan in de executiewaarde?” Ook wettelijke maatregelen hebben invloed. Snoei: “Neem bijvoorbeeld de kippen- en varkenshouderij. Die sector krijgt in 2013 met strengere eisen te maken. Hoe vertaal je die in de prijs?”

Bedrijfsbeëindiging

Beëindigt een agrarisch ondernemer zijn bedrijf, dan is het volgens de aanwezige makelaars en Hennij Holtus

10

verstandig om een minnelijke taxatieregeling te treffen. Hierbij taxeert de makelaar samen met de taxateur van de belastingdienst het bedrijf en worden er duidelijke afspraken gemaakt over de waarde. Deze waarde is dan bindend voor zowel de belastingdienst als de ondernemer. Bij een eenzijdige taxatie loopt de ondernemer het risico van een fikse naheffing. Omdat het traject van afwikkeling van een aangifte over het beëindigingsjaar zo lang duurt, kan het zijn dat de inspecteur pas na jaren de waarde komt controleren. Het is dan niet ondenkbeeldig dat er zich nadien omstandigheden hebben voorgedaan die op het moment van de taxatie niet voorzienbaar waren. Deze omstandigheden mogen bij de controle van de taxatie door de belastingdienst geen rol spelen, maar het is maar de vraag of een taxateur van de belastingdienst zich daar niet onwillekeurig door laat leiden.

Functiewijziging/Ruimte voor ruimte

Er zijn gebieden waar natuurontwikkeling de voorkeur krijgt boven agrarische ontwikkeling. Een agrarisch ondernemer op zo’n locatie die kiest voor bedrijfsbeëindiging kan gecompenseerd worden door de regeling voor functiewijziging toe te passen. Deze regeling wordt ook wel rood voor rood-regeling of ruimte voor ruimteregeling genoemd. Met deze regeling wordt het onder meer mogelijk om de sloop van agrarische bedrijfsgebouwen te compenseren door de bouw van één of meer burgerwoningen. Compensatie kan zowel ter plekke als in de kern of buurtschap plaatsvinden. Voorwaarde is wel dat er voor het voormalige agrarische gebouw geen passende vervolgfunctie is en het geen waardevol


InterView

karakteristiek of monumentaal pand betreft. “De functiewijziging blijkt in de praktijk alleen interessant voor stoppende bedrijven met echt oude bedrijfsgebouwen, in bepaalde gebieden”, geeft Van der Waaij aan. Daarvoor zijn verschillende redenen te noemen. Allereerst duurt het traject van functiewijziging veel te lang, geven de makelaars aan. Vaak zo’n drie tot vier jaar. Van Drie: “Kijk bijvoorbeeld naar Gelderland. Ze zijn hier al twee jaar bezig geweest met het omzetten van het provinciaal beleid naar gemeentelijk lokaal beleid. De ingediende verzoeken worden momenteel behandeld. Daar gaat ook zo een tot anderhalf jaar overheen.” Van der Waaij haakt aan: “Een boer wil snel schakelen. Hij heeft vandaag iets in zijn hoofd en wil dat morgen gerealiseerd hebben. Over een paar jaar is de situatie immers waarschijnlijk al weer helemaal anders.” “Als je het proces versnelt, krijg je mensen best zo ver. Natuurlijk kunnen we onze relaties adviseren om de procedure in gang te zetten, maar wat doet de waarde van die bouwkavels tegen de tijd dat alles zover is? Er kan zoveel veranderen in een paar jaar tijd”, aldus Van Drie. Ridderhof voegt toe: “Vergeet bovendien niet dat het voor een boer een heel emotionele stap is om zijn bedrijf letterlijk af te breken. Als hij daar dan ook nog jaren mee moet worstelen, valt dat niet mee.” Naast de traagheid van het traject, spelen ook de kosten die de procedure met zich meebrengt een belangrijke rol. Holtus: “Denk aan planologische kosten, de bijdrage aan het vereveningsfonds, kosten voor bodemonderzoek en archeologisch onderzoek, sloopkosten, rente, noem

maar op. Tel je al die kosten op bij alle risico’s die je loopt, dan is functiewijziging al gauw minder aantrekkelijk.” “Wanneer er een functie voor wonen wordt gecreëerd, loop je tegen nog een probleem aan”, stipt Van Drie aan. “De ontsluiting van meerdere kavels moet vaak via één dam lopen. Maar mensen die in het buitengebied een stuk grond kopen om een woning te bouwen, willen hun eigen oprit.” “Verder mag je in de gemeente Barneveld bijvoorbeeld niet meer dan 600 kubieke meter bouwen. Voor bijgebouwen ligt de grens op 80 vierkante meter”, vervolgt Snoei. “Vooral de oppervlakte aan bijgebouwen valt nogal eens tegen.” In de praktijk blijkt het ook lastig functies voor andere activiteiten voor een kavel aan te vragen. Denk aan opslagruimtes of een caravanstalling. Veel gemeentes gaan hier niet flexibel mee om en dat is jammer vinden de makelaars. Tegen alle bezwaren van de functiewijziging brengt Holtus tot slot nog in dat de herinvesteringmogelijkheden waarmee je elders een agrarisch bedrijf kunt voortzetten, het wellicht toch interessant zouden kunnen maken voor de agrarisch ondernemer. Dit lijkt volgens de makelaars niet altijd doorslaggevend. Van der Waaij: “Bij een succesvol bedrijf is het vaak net zo interessant om het gewoon onderhands te verkopen. Het aanbod van bedrijven waar nog mogelijkheden liggen, is niet zo enorm groot. Daardoor is verkoop aan een agrarisch ondernemer momenteel makkelijker en sneller geregeld.” De makelaars verwachten dan ook dat het aantal bouwkavels dat te koop zal komen via functiewijziging gering is. Verkopen en elders eventueel opnieuw beginnen lijkt het credo. Boeren blijft toch een way of life.

11


SCHUITEMAN1001 - 09/09 © Schuiteman / Reclamebureau DplusM BV

VO ORTHUIZEN Kerkstraat 29 - Voorthuizen Postbus 146 - 3780 BC Voorthuizen T: (0342) 473444 - F: (0342) 474841 E: voorthuizen@schuiteman.com BA R N EV EL D Thorbeckelaan 95 - Barneveld Postbus 480 - 3770 AL Barneveld T: (0342) 411200 - F: (0342) 420022 E: info@schuiteman.com HUIZEN Huizermaatweg 360 - Huizen Postbus 391 - 1270 AJ Huizen T: (035) 6473471 - F: (035) 6473472 E: huizen@schuiteman.com V EEN EN DA A L Vendelier 4 - Veenendaal Postbus 622 - 3900 AP Veenendaal T: (0318) 618666 - F: (0318) 610147 E: veenendaal@schuiteman.com HAR DERW IJK Stephensonstraat 29-A - Harderwijk Postbus 1164 - 3840 BD Harderwijk T: (0341) 455597 - F: (0341) 495090 E: harderwijk@schuiteman.com E de Keesomstraat 44 - Ede Postbus 276 - 6710 BG Ede T: (0318) 644000 - F: (0318) 644010 E: ede@schuiteman.com

COLOFON AgriView is een uitgave van Schuiteman Accountants & Adviseurs en verschijnt zo’n drie keer per jaar. Hoewel wij de grootst mogelijke zorg hebben besteed aan de samenstelling van AgriView, aanvaarden wij geen enkele aansprakelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens. Wilt u op basis van de informatie in deze nieuwsbrief actie ondernemen, dan is nader advies noodzakelijk. Hiervoor kunt u een afspraak maken met één van onze deskundigen van de agrarische afdeling, gevestigd op het kantoor in Barneveld. Redactie Schuiteman Accountants & Adviseurs Reclamebureau DplusM Redactie-adres Schuiteman Accountants & Adviseurs Saskia Sol-Vreeburg T: 0342-473444 E: ssol@schuiteman.com Concept, vormgeving en productie Reclamebureau DplusM © 2009 Schuiteman Accountants & Adviseurs

w w w. s c h u i t e m a n . c o m w w w. w e r k e n b i j s c h u i t e m a n . c o m

“Nothing escapes his eagle eye...”

AgriView december 2009  

Schuiteman Accountants en Adviseurs agrarisch nieuws, uitgave december 2009

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you