Page 1

uitgave 13 - september 2012

“Nothing escapes his eagle eye...”

AG R O N I E U WSB R I E F VA N S C H U I T E M A N AC C O U N TA N T S & A DV I SE U R S

AgriView OverView Subsidieregelingen

Nieuws Hoofdlijnen nieuw meststel s el

InterView

G erard en Margé ter Maaten Fr i ss e star t met pluimvee op droomlocatie.


OverView

Belangrijke data 30 september 2012 Uiterste datum indiening verzoek afkoop compensatieregeling VAMIL 24 september t/m 29 oktober 2012 Tweede openstelling subsidieregeling Marktintroductie energie-innovaties 1 oktober t/m 26 oktober 2012 Openstelling subsidieregeling Jonge landbouwers 1 november t/m 30 november 2012 Openstelling subsidieregeling Investeringen in milieuvriendelijke maatregelen Categorie 3: Mestsilo’s Categorie 4: Energie-efficiëntie Categorie 5: Hernieuwbare energie

Inhoudsopgave Hoofdlijnen nieuw meststelser

3

Subsidie mestsilo’s, energie-efficiëntie en hernieuwbare energie

4

Subsidie jonge landbouwers

5

Wijziging hoge btw-tarief

5

Opteren voor de omzetbelasting wordt aantrekkelijker Recht op nieuwe toeslagrechten

6

Huur grond en toeslagrechten

6

Wijziging pachtnormen

6

Afkopen VAMIL-compensatie mogelijk Inwerkingtreding activiteitenbesluit landbouw opnieuw uitgesteld

7

Begrotingsnormen veehouderij Het feitelijk gebruik van grond

8

6

8

9

Geen kwijtschelding korting

10

Burger mag niet in bedrijfswoning

10

Geen bedrijfstoeslag na weigeren bedrijfscontrole

10

Verzonden of ontvangen?

11

Dubbelclaim loopt met sisser af

11

Boetebedragen Meststoffenwet

12

Afrekenen met fiscus bij emigratie?

12

Wat heeft de AID geconstateerd bij de controle?

13

Gebruik onjuiste mestcode leidt tot mestboete

13

Interview 14


Nieuws

Hoofdlijnen nieuw meststelsel De staatssecretaris van EL&I heeft het wetsvoorstel tot invoering van een stelsel van verantwoorde mestafzet en verplichte mestverwerking naar de Tweede Kamer gestuurd. Het streven is om het wetsvoorstel per 1 januari 2013 te laten ingaan. Dit stelsel gaat gelden naast het huidige stelsel van gebruiksnormen. Basis van de nieuwe mestwet is een verbod op de productie van dierlijke mest, tenzij er voor de productie uiterlijk op 16 mei van het jaar afzetruimte is vastgelegd. Bedrijven die meer dierlijke meststoffen produceren dan ze volgens de gebruiksnormen op eigen grond mogen aanwenden, moeten een percentage van het productieoverschot laten verwerken. Voor de rest van het overschot moet uiterlijk op 15 mei van het productiejaar mestplaatsing geregeld worden. Dit kan door feitelijke mestafzet tussen 1 januari en 15 mei, te verantwoorden via het Vervoersbewijs Dierlijke Meststoffen, en door het sluiten van mestplaatsingsovereenkomsten. Mestplaatsingsruimte De mestplaatsingsruimte wordt gevormd door de tot het bedrijf behorende grond, waarop dierlijke meststoffen kunnen worden aangewend en de contractueel verzekerde afzetruimte bij andere landbouwbedrijven of bij verwerkers van dierlijke meststoffen. De jaarlijkse mestproductie en mestplaatsingsruimte worden uitgedrukt in kilogrammen fosfaat.

Mestverwerking Een bepalend element van het stelsel van verantwoorde mestafzet is de verplichte mestverwerking. Onder verwerken wordt verstaan: het zodanig behandelen van dierlijke meststoffen, dat het eindproduct niet langer aangemerkt wordt als dierlijke mest of de dierlijke meststoffen worden verantwoord geĂŤxporteerd. De mestverwerkingsovereenkomsten moeten uiterlijk op 31 december voorafgaand aan het productiejaar gesloten zijn. Voor het jaar 2013 geldt een uitzondering: de mestverwerkingsovereenkomsten dienen uiterlijk 15 mei 2013 afgesloten te worden. Het wetsvoorstel biedt de mogelijkheid voor veehouders de verwerkingsplicht onderling over te dragen. Ook kan een veehouder met een klein mestoverschot vrijgesteld worden van de verplichting tot mestverwerking. Of van deze mogelijkheden gebruik wordt gemaakt bij een ministeriĂŤle regeling, is nog niet bekend. Mestverwerkingspercentages De mestverwerkingspercentages worden naar regio gedifferentieerd. Voor de regio-indeling wordt aangesloten bij de onder het stelsel van dierrechten geldende verdeling.

3


Nieuws

In samenspraak met het bedrijfsleven zijn de volgende indicatieve verwerkingspercentages vastgesteld: Regio 2013 2014 2015 Zuid 10% 30% 50% Oost 5% 15% 30% Overig 0% 5% 10% Het is de verwachting dat de percentages in 2013 resulteren in een verplichte verwerking van ruim 5 miljoen kilogram fosfaat, oplopend tot ca. 28 miljoen kilogram in 2015. Tip Heeft u een mestoverschot? Probeer dan nu al plaatsingsruimte voor mest vast te leggen.

Subsidie mestsilo’s, energie-efficiëntie en hernieuwbare energie De subsidieregeling voor investeringen in milieuvriendelijke maatregelen wordt in de periode 1 tot en met 30 november opengesteld voor de volgende investeringscategorieën: • mestsilo’s; • energie-efficiëntie; • hernieuwbare energie. Mestsilo’s Subsidie voor mestsilo’s wordt uitsluitend verstrekt indien: • de opslagcapaciteit wordt vergroot naar minimaal 12 maanden; • de bestaande opslagcapaciteit groter is dan 7 maanden. Er wordt geen subsidie verstrekt voor mestkelders, mestzakken of foliebassins.

4

Energie-efficiëntie In deze categorie komen de volgende investeringen in aanmerking: • warmtepomp; • warmtepompboiler; • combiwaterpomp in combinatie met een bodemsysteem; • een klimaatcomputer voor bewaarruimten van agrarische producten; • een debietregeling ventilatoren voor bewaarruimten van agrarische producten; • geluid- en emissiearm mobiel aggregaat, compressor of pomp. Subsidie wordt verstrekt indien de energie of warmte uitsluitend wordt gebruikt door het landbouwbedrijf dat de subsidie heeft aangevraagd. Hernieuwbare energie In deze categorie komen de volgende investeringen in aanmerking: • biomassaketel; • zonneboiler; • kleine windturbine. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien: • de energie of warmte die wordt opgewekt uitsluitend wordt gebruikt door de landbouwonderneming, die de subsidie heeft aangevraagd; • de apparatuur, installaties of machines niet meer energie genereren dan vermeld staat op de laatste jaarafrekening van het energieverbruik van de landbouwonderneming.


Hoogte subsidie De subsidie bedraagt 25% voor de categorieën mestsilo’s en energie-efficiëntie en 35% voor de categorie hernieuwbare energie. De subsidie per categorie bedraagt ten minste € 5.000 en ten hoogste € 100.000. Overige voorwaarden • het bedrijf moet een omvang van 25.000 Standaard Output of meer hebben. Dit komt overeen met 10 melkkoeien, 24 fokzeugen, 114 vleesvarkens, 2.070 leghennen of 2.360 vleeskuikens; • glastuinbouwbedrijven komen niet in aanmerking; • er mogen pas investeringsverplichtingen worden aangegaan na de toewijzing van de subsidie; • de investering moet voor 1 juli 2015 zijn afgerond.

Subsidie jonge landbouwers De subsidieregeling voor jonge landbouwers wordt opengesteld in de periode 1 t/m 26 oktober 2012. Voor deze regeling komen agrariërs in aanmerking die op het moment van aanvragen jonger zijn dan 40 jaar en minder dan drie jaar geleden een landbouwbedrijf hebben overgenomen of zijn gestart. De overname moet geheel zijn afgerond. Dit moet blijken uit een notariële akte of een door de Grondkamer goedgekeurde pachtovereenkomst. De subsidie bedraagt 25% over maximaal € 80.000. Investeringen die voor een andere subsidieregeling in aanmerking komen, worden van de investeringsregeling jonge landbouwers uitgesloten (bijvoorbeeld duurzame stallen, energiebesparing). De volgende voorwaarden gelden: • er mogen pas investeringsverplichtingen worden aangegaan na ontvangst van de toewijzing;

• er wordt een lening afgesloten bij een kredietverstrekker voor ten minste drie jaar. De lening moet minimaal de hoogte hebben van de kosten die onder de subsidie vallen; • de investering (bijvoorbeeld een trekker) moet minstens vijf jaar op het bedrijf gehouden worden. Wanneer binnen vijf jaar de trekker wordt verkocht, dan moet het bedrag uit de verkoop worden besteed aan een vervangend bedrijfsmiddel, in dit geval een nieuwe trekker; • de investeringen moeten voor 1 juli 2015 zijn afgerond.

Wijziging hoge btw-tarief Per 1 oktober 2012 wijzigt het hoge btw-tarief van 19 naar 21%. Voor de vraag welk btw-tarief van toepassing is, geldt als hoofdregel dat het moment van levering van een goed of het verrichten van een dienst bepalend is. Het moment waarop de factuur wordt opgemaakt of de betaling plaatsvindt, is niet van belang. Alleen als de levering van een goed of het verrichten van een dienst voor 1 oktober 2012 heeft plaatsgevonden, geldt het btw-tarief van 19%. Voor ondernemers die in de btw-regeling vallen, zal de verhoging van het btw-tarief weinig gevolgen hebben. Deze kunnen de extra in rekening gebrachte btw via hun btw-aangifte terugkrijgen van de belastingdienst. Voor particulieren en ondernemers die onder de landbouwregeling vallen, is de verhoging van het btw-tarief uiteraard wel nadelig. Let op Valt u onder de landbouwregeling? Probeer een goed of dienst dan nog vóór 1 oktober 2012 geleverd te krijgen.

5


Nieuws

Opteren voor de omzetbelasting wordt aantrekkelijker De opbrengsten van een landbouwbedrijf vallen meestal onder het btw-tarief van 6% (melk, vlees en gewassen). De kosten vallen deels onder het 6%-tarief, bijvoorbeeld voer en loonwerk, maar voor een aanzienlijk deel geldt het 19%-tarief, waaronder kunstmest, gewasbeschermingsmiddelen, onderhoud en investeringen in machines of gebouwen. In het recente begrotingsakkoord is onder meer afgesproken dat het hoge btw-tarief per 1 oktober 2012 wordt verhoogd van 19% naar 21%. Voor ondernemers die onder de normale btw-regeling vallen, heeft dit geen gevolgen, omdat ze de in rekening gebrachte btw terug kunnen krijgen. Voor agrarische ondernemers die meedoen aan de landbouwregeling betekent de btwverhoging wel een extra kostenpost. Het advies aan ondernemers in de landbouwregeling is na te gaan of het voordelig is om over te gaan naar de normale btw-regeling (opteren).

Recht op nieuwe toeslagrechten Het is de bedoeling dat per 1 januari 2014 een nieuw stelsel van toeslagrechten zal worden ingevoerd. Daarbij ziet het er naar uit dat alleen bedrijven die in 2011 toeslagrechten hebben benut, voor nieuwe toeslagrechten in aanmerking komen. De Europese Commissie lijkt hiermee te willen voorkomen dat er veel nieuwe aanvragers komen. Het recht op nieuwe toeslagrechten is overdraagbaar. Bij volledige bedrijfsoverdrachten zal daarom het opvol-

6

gende bedrijf dit recht overnemen en daarmee nieuwe toeslagrechten toegekend krijgen. Het recht is echter niet splitsbaar. Daarmee vormt het splitsen van een bedrijf tussen 15 mei 2011 en de datum van de invoering van het nieuwe stelsel wel een probleem. Slechts één van de afgesplitste bedrijven kan het recht op toeslagrechten overnemen. Het is nog niet bekend of voor dergelijke situaties een uitzonderingsregel wordt opgenomen. Tip Hebt u in 2011 geen uitbetaling van toeslagrechten aangevraagd? Overweeg dan om het recht op nieuwe toeslagrechten over te nemen van een ander (stoppend) bedrijf.

Huur grond en toeslagrechten Het aantal toeslagrechten dat een bedrijf in 2014 krijgt toegekend, is gelijk aan het aantal hectares subsidiabele grond dat het bedrijf in 2014 in gebruik heeft. Op gehuurde grond worden dus ook toeslagrechten toegekend, op verhuurde grond niet. Daarom is het belangrijk om, als u de komende tijd afspraken maakt over huur of verhuur van grond, ook afspraken te maken over wat er moet gebeuren met de toeslagrechten bij beëindiging van de huur.

Wijziging pachtnormen Het Landbouw Economisch Instituut (LEI) heeft de hoogst toelaatbare pachtprijzen voor 2012 berekend, die op 1 juli 2012 van kracht zijn geworden. De pachtnormen zijn gebaseerd op de bedrijfsresultaten van akkerbouw- en melkveebedrijven in de afgelopen vijf jaar (2006 tot en met 2010). De goede bedrijfsresultaten in


met name de akkerbouw in 2010 zijn aan de berekening toegevoegd, terwijl het magere jaar 2005 komt te vervallen. Dit betekent dat in de akkerbouwgebieden de pachtnorm is gestegen. Pachtprijsgebied Norm Norm Verander 2012 2011 percentage (€ / ha) (€ / ha) Los bouw- en grasland Bouwhoek en Hogeland 712 697 2 Veenkoloniën en Oldambt 477 431 11 Noordelijk weidegebied 603 619 -3 Oostelijk veehouderijgebied 548 613 -11 Centraal veehouderijgebied 623 635 -2 IJsselmeerpolders 1.086 1.041 4 Westelijk Holland 515 396 30 Waterland en Droogmakerijen 387 429 -10 Hollands/Utrechts weidegebied 582 542 7 Rivierengebied 739 769 -4 Zuidwestelijk akkerbouwgebied 742 660 12 Zuidwest-Brabant 619 631 -2 Zuidelijk veehouderijgebied 634 679 -7 Zuid-Limburg 715 670 7 Los tuinland Westelijk Holland *) Rest van Nederland

1.533 944

1.247 1.235

23 -24

*) excl. boomkwekerij in het landbouwgebied Boskoop en Rijneveld Agrarische bedrijfsgebouwen Het pachtsysteem voor agrarische bedrijfsgebouwen is gemoderniseerd. Het nieuwe systeem werkt ook met hectarenormen, maar deze wijken op de volgende punten af van het oude systeem:

• de hectarenormen zijn gebaseerd op de gemiddelde kosten van gebouwen in eigendom; • de staffeling, waarbij de hectarenorm afneemt naarmate het aantal hectares toeneemt, is komen te vervallen; • het aantal doelmatigheidsklassen is uitgebreid van 3 naar 6; • er wordt een nieuwe indeling in bedrijfstypen gehanteerd, te weten: akkerbouw-, melkvee- en overige bedrijven; • de hectarenormen worden jaarlijks aangepast met behulp van de bouwkostenindex in plaats van het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie.

Afkopen VAMIL-compensatie mogelijk De VAMIL-regeling maakt het mogelijk om investeringen in duurzame stallen en kassen tot maximaal de restwaarde willekeurig af te schrijven. Ondernemers die in 2007 of 2008 geïnvesteerd hebben in duurzame kassen en stallen kunnen slechts afschrijven tot de bodemwaarde (50% van de WOZ-waarde). Om die reden is voor deze ondernemers een compensatieregeling ingevoerd. De compensatie heeft de grootte van het misgelopen rentevoordeel. Omdat deze compensatieregeling een aantal nadelen kent, is eind vorig jaar besloten de mogelijkheid te bieden de VAMIL-compensatie af te kopen. Een verzoek tot afkoop moet uiterlijk 30 september 2012 via Mijn Dossier ingediend worden bij Dienst Regelingen. Dienst Regelingen maakt vervolgens een afkoopovereenkomst op. Na ondertekening hiervan wordt de afkoopsom uitgekeerd. Ondernemers mogen kiezen of ze gebruik maken van de afkoopregeling of vasthouden aan de overeenkomst die

7


Nieuws

ze hebben ondertekend. Voorwaarde is dat men zich in 2010 aangemeld heeft voor compensatie. Het maakt niet uit of de oude overeenkomst wel of niet ondertekend is en of men al heeft kunnen afschrijven op de stal of kas. Er hoeft ook niet gewacht te worden tot de bodemwaarde is bereikt.

Inwerkingtreding activiteitenbesluit landbouw opnieuw uitgesteld De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu is voornemens het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (invoeging algemene regels voor agrarische activiteiten) op 1 januari 2013 in werking te laten treden. Eerder is volgens de staatssecretaris niet realistisch, met het oog op de tijd die de verdere procedure nog vergt. Dit heeft ook gevolgen voor de uitvoering van het Actieplan Ammoniak Veehouderij. De staatssecretaris had al aangegeven dat varkens- en pluimveebedrijven die vanwege het Actieplan milieumaatregelen moeten treffen en straks onder het gewijzigde Activiteitenbesluit vallen, in de gelegenheid worden gesteld op de inwerkingtreding daarvan te wachten. Dit betekent dat de realisatietermijn van het Actieplan tot ten minste 1 januari 2014 wordt verlengd. De termijnen voor bedrijven die niet onder het Activiteitenbesluit zullen vallen en daar voor 1 juli 2011 een vergunning voor moesten aanvragen (en dit merendeels hebben gedaan) blijven ongewijzigd. Ook voor bedrijven die hebben aangegeven te gaan stoppen, blijft de realisatietermijn van het Actieplan ongewijzigd. Deze bedrijven zullen kunnen volstaan met

8

eenvoudige tijdelijke maatregelen, die echter wel binnen de oorspronkelijke termijn van het Actieplan dienen te zijn gerealiseerd.

Begrotingsnormen veehouderij Bij het opstellen van begrotingen voor de lange termijn (bijv. bij investeringsplannen) zal voor toekomstige prijsontwikkelingen uitgegaan moeten worden van objectieve gegevens. Daartoe worden jaarlijks begrotingsnormen voor de diverse veehouderijsectoren opgesteld door vertegenwoordigers uit de sector. De hieronder genoemde prijzen zijn steeds exclusief omzetbelasting. Zeugenhouderij De voerwinst voor de lange termijn is ongewijzigd vastgesteld op € 484 per gemiddeld aanwezige zeug per jaar. De overige toegerekende kosten zijn begroot op € 177, waardoor een saldo van € 307 resulteert. Vleesvarkenshouderij De voerwinst is begroot op € 75 per jaar en het saldo € 62 per gemiddeld aanwezig vleesvarken. Leghennen Het saldo voor de lange termijn per hen, inclusief berekende rente, is voor witte hennen in koloniehuisvesting vastgesteld op € 2,86, voor bruine scharrelhennen op € 3,45, voor bruine hennen met vrije uitloop op € 4,85 en voor biologische hennen op € 8,71. Het gaat hierbij om de saldo’s per geplaatste hen per ronde. Vleeskuikens Het saldo inclusief berekende rente is voor de lange termijn vastgesteld op € 132,- per jaar per 100 opgezette kuikens of € 28,50 per m2 per jaar.


Vleeskuikenouderdieren Voor vleeskuikenouderdieren is het saldo vastgesteld op € 5,93 per geplaatste hen per jaar. Melkveehouderij De gemiddelde melkprijs tot en met 2022 wordt ingeschat op € 32,50 per 100 kg melk bij 4,40% vet en 3,50% eiwit. Bij afwijkende gehalten wordt de volgende formule gehanteerd: (€ 3,40 x %vet) + (€ 6,30 x %eiwit) - € 3,65. Mestafzetkosten De kosten van de afzet van mest zijn niet in de saldo’s opgenomen. Deze kosten zijn onder meer afhankelijk van de regio en de periode waarin mest afgezet moet worden. Verwachte kosten mestafzet: Pluimveemest Rundvee- en varkensmest - lange afstand - korte afstand

€ 18,00 per ton € 18,00 per ton € 12,00 per ton

Let op Bovengenoemde normen zijn vastgesteld voor de lange termijn. Ze kunnen daarom niet gebruikt worden voor een liquiditeitsbegroting voor de korte termijn. Let op Bij het opstellen van begrotingen zijn de gerealiseerde technische resultaten veelal leidend.

Het feitelijk gebruik van grond

van toeslagrechten. Dit hebben verschillende landbouwers ervaren, met grote kortingen op de uitbetaling van toeslagrechten en mestboetes als gevolg, omdat zij zo de gebruiksnormen hadden overschreden. Als u grond met een grondgebruikverklaring gebruikt voor het verzilveren van toeslagrechten en mestafzet, zorg er dan voor dat u de grond ook feitelijk beheert. Vaak begint het met de vraag van een grondeigenaar of er wat mest op het land gebracht kan worden. Omdat mestafzet of gebruik van grond bij veel bedrijven welkom zijn, is een ‘ja’ vaak gemakkelijk gegeven. Vaak zijn het maar kleine stukjes, waardoor beheer lastig is en er soms ook nog eigen dieren als schapen, geiten of paarden op lopen. Deze grond is niet geschikt om op te geven, maar eventueel wel om via het zogenaamde boer-boer-transport mest af te zetten. Een landbouwer ervoer aan den lijve wat de gevolgen kunnen zijn. Hij gaf gronden op voor de mestafzet en stond de eigenaren van de grond toe schapen en paarden op deze grond te weiden. Dienst Regelingen zette een streep door deze grond, waardoor hij gekort werd op zijn bedrijfstoeslag en een deel van de mestgebruiksruimte verviel. Dit laatste betekende een overschrijding van de gebruiksnormen, waar een mestboete voor werd opgelegd. Daarnaast kreeg hij nog een waarschuwing voor het onjuist invullen van zijn Gecombineerde opgave. Feitelijk gebruiken betekent zelf bemesten, zelf exploiteren en zelf de beslissingen nemen over de grond. Alleen opgeven en er een keer mest naartoe rijden is onvoldoende.

Alleen een grondgebruikverklaring is niet voldoende om grond mee te tellen voor de mest en voor het verzilveren

9


Nieuws

Geen kwijtschelding korting Een landbouwer kreeg voor één foutje bij zijn runderen een korting van 1% op de uitbetaling van zijn bedrijfstoeslag. Omdat dit de tweede keer was in een periode van 3 jaar, werd deze verhoogd naar 3% (factor 3). Alle bijna 1.100 dieren stonden juist geregistreerd op één na. Na ontdekking door de AID had hij dit direct hersteld. Omdat fouten maken menselijk is, beriep de landbouwer zich op het zogenaamde evenredigheidsbeginsel. Dit is geregeld in lid 2 van artikel 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht: “2. De voor één of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.’’ Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dat de belangenafweging die in dit verband dient plaats te vinden, wordt beperkt voor zover dit voortvloeit uit een wettelijk voorschrift. In dit geval, waarin vaststaat dat sprake was van de overtreding van een voor de toekenning van landbouwsteun geldende randvoorwaarde, volgt uit artikel 71, vijfde lid van Verordening (EG) nr. 1122/2009 dwingend dat een randvoorwaardenkorting van 3% moest worden opgelegd. Hoe klein de overtreding en hoe redelijk het verzoek van de landbouwer om kwijtschelding ook was, de Europese Verordening verbiedt dit.

Burger mag niet in bedrijfswoning Een landbouwer zocht voor zijn agrarische bedrijfswoning een nieuwe eigenaar. Omdat de verkoop niet wilde vlotten, verzocht hij de gemeente de agrarische bestemming te laten vervallen en toestemming te verlenen om deze als burger te gebruiken. Hij stelde dat het agrarisch bedrijf dusdanig klein was, dat van een rendabele exploitatie geen

10

sprake meer kon zijn. Op grond van de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan verzocht hij om een wijziging van de bestemming naar wonen. De op het perceel aanwezige woning was bestemd als bedrijfswoning en het beoogde gebruik daarvan als burgerwoning was in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Het bestemmingsplan biedt in de planvoorschriften middels de zogeheten ‘toverformule’ de mogelijkheid een ontheffing te verlenen, teneinde het gebruik van de woning als burgerwoning toe te staan. Aan deze toverformule kan geen toepassing worden gegeven als een zinvol gebruik van het perceel overeenkomstig het bestemmingsplan objectief bezien nog mogelijk is. De gemeente voerde aan dat de woning gesloopt kon worden en er daarvoor elders een agrarische bedrijfswoning gerealiseerd kon worden. Ook voerde de gemeente de mogelijkheid aan dat het bedrijf nog kon uitbreiden of verbreden, waardoor er wel een lonende exploitatie mogelijk werd. Dit leidde dan ook tot de conclusie dat het college zich terecht op het standpunt had gesteld dat zinvol gebruik overeenkomstig het bestemmingsplan objectief bezien nog mogelijk was. In de volgende Agriview zal nader worden ingegaan op de mogelijkheden en gevolgen van de recent ingevoerde Wet Plattelandswoning.

Geen bedrijfstoeslag na weigeren bedrijfscontrole Regelmatig vinden er bedrijfscontroles plaats door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), voorheen de Algemene Inspectiedienst. Deze controles hoeven niet te worden aangekondigd. Dit kan tot gevolg


hebben dat een controle ongelegen komt. Het weigeren van een dergelijke controle kan echter grote gevolgen hebben. Onlangs werd de bedrijfstoeslag van een melkveehouder geheel afgewezen, omdat hij een onaangekondigde bedrijfscontrole van het naleven van de I.&R.-verplichtingen had geweigerd. Vanwege bouwwerkzaamheden aan de ligboxenstal kwam de controle ongelegen en kleefden er volgens de melkveehouder teveel risico’s (onrust in de stal) aan de controle door de NVWA-controleurs van de individuele koeien op het dragen van oormerken. Hij weigerde daarom de controle en verzocht de controleurs op een ander moment terug te komen. Echter, EG-regelgeving schrijft dwingend voor dat steunaanvragen moeten worden afgewezen als de landbouwer de controle ter plaatse verhindert. Soms kan een beroep op overmacht soelaas bieden. Een dergelijk beroep moet dan wel binnen tien werkdagen schriftelijk bij Dienst Regelingen ingediend worden. Komt een onaangekondigde controle u niet gelegen, weiger deze dan niet. Laat u echter niet weerhouden om duidelijk te maken dat de controle ongelegen komt en vermeld daarbij de reden. Het is dan aan de controleurs om te beoordelen of controle op een ander tijdstip mogelijk is.

Verzonden of ontvangen? Niet elke brief wordt keurig bezorgd. Naast het gemopper op de postbezorging, heeft dat soms ook gevolgen voor uitbetalingen. Een landbouwer die een brief met daarin een aankondiging van een korting op zijn uitbetaling niet ontving, verloor daarmee zijn recht op bezwaar en beroep. Wat speelde er?

Vanwege een vermeende niet-naleving van de randvoorwaarden stuurde Dienst Regelingen (DR) een brief, met daarin een aankondiging van een korting op de uitbetaling van zijn bedrijfstoeslag over het jaar 2010. Deze brief had de landbouwer niet ontvangen. Veertien dagen later volgde het besluit over de uitbetaling van het jaar 2010, met daarin een korting op de uitbetaling. De landbouwer maakte hier binnen de termijn van zes weken bezwaar tegen. In de bezwaarfase stelde DR dat al eerder een kortingenbesluit was verzonden en stuurde een kopie. Dezelfde dag maakte de landbouwer ook daar bezwaar tegen. DR stelde dat het bezwaar tegen dit besluit na de termijn van zes weken was ontvangen en dat daar geen bezwaar meer tegen mogelijk was. Ook de rechter deelde dit standpunt. Volgens de rechter toonde DR met haar werkwijze van verzenden en de daaraan gekoppelde administratie genoegzaam aan, dat het kortingenbesluit verzonden was. Het was niet de verantwoordelijkheid van DR om na te gaan of deze brief ook daadwerkelijk bij de landbouwer was aangekomen. DR hoeft dergelijke besluiten dus niet aangetekend te versturen.

Dubbelclaim loopt met sisser af Aanvragen voor uitbetaling van toeslagrechten in 2010 waarbij sprake was van een zogenaamde dubbelclaim, worden alsnog soepeler behandeld. In eerste instantie paste DR bij deze aanvragen vaak de traditionele kortingsregels toe. Zo werd bij een afwijking tot 3% alleen de afwijking gecorrigeerd. Een afwijking tussen de 3 en 20% werd twee keer in mindering gebracht op de geconstateerde oppervlakte. Deze beschikking werd in een latere fase herzien,

11


Nieuws

waarbij DR het standpunt innam dat er sprake was van het opzettelijk opgeven van grond die niet bij de landbouwer in gebruik was. Als de afwijking kleiner was dan 0,5% en minder dan één hectare, dan bestempelde DR deze afwijking niet als opzet. Afwijkingen die groter waren, werden wel als opzet gezien. Opzet betekent uitsluiting van uitbetaling. Nadat DR eerst in de bezwaarfase volhardde in dit standpunt, is er toch een kentering opgetreden. DR bestempelt deze afwijkingen niet direct als opzet en past voor het jaar 2010 de normale kortingsregels weer toe.

Boetebedragen Meststoffenwet De wetgever heeft bij de invoering van het stelsel van gebruiksnormen gekozen voor zeer hoge boetes bij het overschrijden van de gebruiksnormen. Uitgangspunt bij deze boetebedragen is, dat de boete voor een deel bestaat uit het wegnemen van het onterecht genoten economische voordeel. Het andere deel is het bestraffende element. Het tarief met betrekking tot het genoten economische voordeel is gebaseerd op de kosten van mestafzet op langere afstand. Onlangs bepaalde de hoogste rechter in een zaak dat de wettelijke boetebedragen in deze specifieke situatie veel te hoog waren. Het volgende was er aan de hand. Een landbouwer op leeftijd voerde in 2008 dierlijke meststoffen aan op zijn landbouwbedrijf, waar hij ook paarden hield. Hij overschreed de gebruiksnormen, wat leidde tot een boete van € 35.000. Hij voerde daarvoor een inzichtelijke administratie. Kort daarna stopte hij zijn bedrijf en leefde alleen nog van een AOW-uitkering. De rechter matigde de boete naar € 15.000, omdat er geen kans was op herhaling, er sprake

12

was van een gering economisch voordeel en het feit dat de landbouwer van een AOW-uitkering leefde.

Afrekenen met fiscus bij emigratie? In de AgriView van september 2011 (na te lezen op website www.schuiteman.com) hebben wij u geïnformeerd over een uitspraak van het Gerechtshof over de fiscale gevolgen van de emigratie van een melkveehouder naar Denemarken. In de betreffende zaak was cassatie bij de Hoge Raad ingesteld door de Staatssecretaris van Financiën. De Hoge Raad kwam onlangs met haar oordeel. Bij staking van een bedrijf moet er afgerekend worden over de stille reserves. Dit is niet het geval als het bedrijf wordt verplaatst naar een andere locatie. In deze zaak had de melkveehouder in Nederland naast de onroerende zaken en het melkquotum ook al zijn vee en machines verkocht. Daarna had hij een groter melkveebedrijf gekocht in Denemarken. Het Gerechtshof achtte van belang dat de melkveehouder in Denemarken was blijven werken met Holstein-Frisian koeien. De identiteit van de onderneming was daarmee gelijk gebleven. Volgens het Gerechtshof was de onderneming niet geliquideerd, maar slechts verplaatst. De Hoge Raad oordeelde echter anders. Volgens haar waren alleen de leidinggevenden gelijk gebleven en waren er geen voor de bedrijfsuitoefening wezenlijke bestanddelen overgebracht van Nederland naar Denemarken. De onderneming was daarom gestaakt en er moest volledig afgerekend worden over de stille reserves. Tip


Pleeg in voorkomende gevallen vooroverleg met de belastingdienst. Neem in ieder geval het vee en de machines mee naar het nieuwe bedrijf.

Wat heeft de AID geconstateerd bij de controle? Uit meerdere rechtszaken is gebleken dat het erg belangrijk is na te gaan wat de bevindingen zijn van de AID-controleur bij een bedrijfscontrole. Van de controle maakt de AID veelal een verslag, dat bij Dienst Regelingen terechtkomt. Dienst Regelingen heeft de neiging achteraf strenger te oordelen dan de AID. Als de AID een overtreding of tekortkoming afdoet met een waarschuwing, mag Dienst Regelingen niet zomaar overgaan tot het alsnog opleggen van een korting of een boete. In een zaak voor het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) ging het om een aan een melkveehouder opgelegde randvoorwaardenkorting van 20% op de bedrijfstoeslag vanwege het niet emissie-arm uitrijden van mest. Bij een controle in maart 2010 constateerde de AID dat het resultaat van de uitrijdwerkzaamheden met een zodenbemester onvoldoende was. De AID-controleur gaf de melkveehouder een officiĂŤle waarschuwing. De veehouder zegde toe direct te stoppen met het uitrijden en een loonwerker te zullen inschakelen. Naderhand legde Dienst Regelingen een korting van 20% op de bedrijfstoeslag op. In de procedure voor het CBB besloot Dienst Regelingen uiteindelijk om de korting te laten vervallen. Dit waarschijnlijk naar aanleiding van een eerdere uitspraak van het CBB, waarin deze bepaalde dat het geven van een waarschuwing door de AID behelsde dat er nog geen sprake was

van een niet-naleving. Aangezien de betreffende landbouwer niet in kennis was gesteld van een nietnaleving, bestond er volgens het CBB geen grondslag om een randvoorwaardenkorting op te leggen.

Gebruik onjuiste mestcode leidt tot mestboete Dienst Regelingen stelt zich tegenwoordig op het standpunt dat een negatief overschot aan fosfaat en/of stikstof in de ene tak niet verrekend mag worden met een overschot in de andere tak. Daarmee is het belang van het invullen van de juiste mestcode op het vervoersbewijs dierlijke meststoffen en bij de voorraadopgave groot. Dit blijkt wel uit de volgende zaak. Een veehouder met zowel varkens als vleeskalveren kreeg onlangs een boete opgelegd vanwege een overschrijding van de gebruiksnormen. Op bedrijfsniveau was er geen sprake van een overschrijding, aangezien hij voldoende mest had afgevoerd. Abusievelijk had de veehouder echter bij een aantal vrachten afgevoerde varkensmest de mestcode gebruikt die hoorde bij de vleeskalveren. Dit leidde ertoe dat er op papier sprake was van een negatief overschot aan fosfaat en stikstof bij de vleeskalveren, terwijl bij de varkens een overschot resulteerde, met als gevolg een forse mestboete. Op de veehouder rust nu de zware taak om aan te tonen dat bij een deel van de vrachten afgevoerde mest de onjuiste mestcode is gehanteerd. Tip Zorg dat u steeds de juiste mestcode gebruikt. Voert u mest af uit een opslag met mest van verschillende diersoorten, probeer de verhoudingen dan zo goed mogelijk in te schatten.

13


I n t e r Vi e w

Margé en Gerard ter Maaten

Gerard en Margé ter Maaten

Frisse start met pluimvee op droomlocatie

Ze kwamen er in het verleden geregeld langs. En elke keer hadden Gerard en Margé ter Maaten het gevoel dat het wel een heel mooie spot zou zijn om hun pluimveebedrijf voort te zetten. Zo zie je maar weer: gevoel laat je maar zelden in de steek. Vandaag de dag wonen en werken ze met hun vier kinderen op deze droomlocatie: de Scherpenzeelseweg in Barneveld. Een proces waarbij ze bepaald niet over één nacht ijs gingen. Gerard en Margé vormen geen standaard boerenechtpaar. Gerard is gepokt en gemazeld in de pluimveebranche en liep als kleine jongen al tussen de kippen. Margé had van huis uit niks met het boerenleven, maar wilde de laatste zijn die de ambities van haar man in de weg zou zitten. ,,Ik heb hem altijd gesteund en spring bij waar het kan’’, vertelt ze in het kantoor van hun nieuwe pluimveeschuur. Margé doet tevens de complete administratie van het bedrijf. ,,Ik geniet er echt van dat we dit samen doen.” Geboren boer Dat genieten is de laatste periode overigens een beetje twijfelachtig, lacht ze. ,,In de afgelopen twee jaar zijn we enorm druk geweest, terwijl we nog in Leusden wonen.’’,,Tja, je moet er wat voor over hebben’’, vult Gerard aan. ,,Ik ben steeds op de nieuwe locatie bezig en heb daardoor onze jongste nog maar erg weinig gezien. Margé

14

heeft me af en toe moeten afremmen.’’ Die schade gaan ze de komende tijd inhalen. Hun prachtige nieuwe stallen staan achter een minstens zo mooie woning, waar straks het boerenleven weer zijn normale gang kan vinden. Gerard is een geboren boer, vertelt hij. ,,Thuis hadden we een echt Veluws gemengd boerenbedrijf met varkens, koeien en kippen. In 1990 kocht mijn vader het bedrijf van de buurman erbij. De twee bedrijven werden afzonderlijk gerund door mijn broer en mij. Totdat de provincie op de proppen kwam met het bericht dat het gebied waarop beide bedrijven stonden, gebruikt ging worden voor natuurontwikkeling.’’ Prachtige plek Stoppen was voor Gerard geen optie. ,,Bloed kruipt immers waar het niet gaan kan. Gerard wilde sowieso verder met zijn boerenbedrijf. Toen we zagen dat deze locatie beschikbaar kwam, waren we er vrij snel zeker van dat we hier een nieuwe start zouden maken. Het is een prachtige plek en ook nog dichtbij alle voorzieningen, zodat we ons sociale leven in school en kerk niet los hoefden te laten. Eigenlijk een heel mooie kans.’’ Het was al snel duidelijk dat de bestaande stallen aan de Scherpenzeelseweg niet bruikbaar waren. ,,Zestig jaar oud. Dan kan je wel gaan renoveren, maar dat heeft geen enkele zin. Bovendien krijgen stallen per 2013 nieuwe eisen. Als


V.l.n.r.: Henk Morren en Hennij Holtus van Schuiteman, Gerard en Margé ter Maaten.

we op de oude plek waren gebleven, hadden we ook moeten aanpassen. Nu kregen we de kans om het direct toekomstbestendig te maken. Daarom hebben we gekozen voor het volièresysteem.” Toekomstbestendig Als je Gerard vraagt hoe toekomstbestendig deze tak van sport überhaupt is, neemt hij positief stelling. ,,Kijk, er is veel negativiteit over de landbouw en ik kan me voorstellen dat mensen zich afvragen hoe een ondernemer er bij komt om dit neer te zetten. Maar aan de andere kant groeit de wereldbevolking flink en zijn er steeds meer eieren nodig. Wat dat betreft zie ik het niet somber in. Al is en blijft het weerbarstige materie. De prijs van de eieren wordt elke week opnieuw vastgesteld en het is iedere keer maar afwachten wat er voor een ei gegeven wordt. Dat geeft een bepaalde mate van onzekerheid.’’ De keuze voor een volièresysteem is heel bewust. ,,Hier is de uitval heel minimaal. Het is maar zeer de vraag of kippen beter af zijn in een weiland of in een grote scharrelstal. De kans op een uitbraak van een ziekte, zoals vogelpest, is beduidend minder als de kippen binnen lopen. Bovendien is het bekend dat overmatig daglicht tot gevolg heeft dat ze agressiever worden en de kans op uitval groter wordt. Daarbij willen de meeste consumenten goedkope eieren en op deze manier kunnen wij de prijs laag houden.’’

Uitdagingen De pluimveehouderij blijft een sector met de nodige uitdagingen. De belangrijkste focus voor Gerard en Margé is om alles er uit te halen wat er in zit. Gerard: ,,Ik ben een echte ondernemer en opereer steeds op het scherpst van de snede. Als ik merk dat ik twee gram per kip minder kan voeren, dan doe ik dat. Op een heel jaar scheelt dat vrachten vol. Ik zorg dat ik onder de scherpste condities inkoop; ik onderhandel graag over de toeslagen op de eierprijzen. Voor mij is het de sport dat mijn kippen maximaal presteren met minimale uitval. Want ik weet dat het resultaat van een boer met 60.000 kippen beter kan zijn, dan die van een boer met 80.000 kippen.” Wat dat betreft hebben de ter Maaten’s in Schuiteman Accountants en Adviseurs een goede partner. ,,Ook zij zoeken steeds weer naar de meest gunstige en scherpe opties. Hoe je zo’n bedrijfsverplaatsing fiscaal zo gunstig mogelijk regelt, kun je aan hen overlaten. Maar ook zaken als herinvestering, subsidies, overleg met de makelaar en de bank en ga zo maar door. Zelf heb je vaak geen idee wat de beste opties zijn. Je hebt dan iemand nodig met kennis van de sector én die jou persoonlijk als klant goed kent.’’

15


SCHUITEMAN1008 - 12/04 © Schuiteman / De Kleuver bedrijfscommunicatie b.v.

VO ORTHUIZEN Kerkstraat 29 - Voorthuizen Postbus 146 - 3780 BC Voorthuizen T: (0342) 473444 - F: (0342) 474841 E: voorthuizen@schuiteman.com BA R N EV EL D Thorbeckelaan 95 - Barneveld Postbus 480 - 3770 AL Barneveld T: (0342) 411200 - F: (0342) 420022 E: info@schuiteman.com HUIZEN Huizermaatweg 360 - Huizen Postbus 391 - 1270 AJ Huizen T: (035) 6473471 - F: (035) 6473472 E: huizen@schuiteman.com V EEN EN DA A L Vendelier 4 - Veenendaal Postbus 622 - 3900 AP Veenendaal T: (0318) 618666 - F: (0318) 610147 E: veenendaal@schuiteman.com HAR DERW IJK Stephensonstraat 29 - Harderwijk Postbus 1164 - 3840 BD Harderwijk T: (0341) 455597 - F: (0341) 495090 E: harderwijk@schuiteman.com E de Keesomstraat 44 - Ede Postbus 276 - 6710 BG Ede T: (0318) 644000 - F: (0318) 644010 E: ede@schuiteman.com

COLOFON AgriView is een uitgave van Schuiteman Accountants & Adviseurs en verschijnt zo’n drie keer per jaar. Hoewel wij de grootst mogelijke zorg hebben besteed aan de samenstelling van AgriView, aanvaarden wij geen enkele aansprakelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens. Wilt u op basis van de informatie in deze nieuwsbrief actie ondernemen, dan is nader advies noodzakelijk. Hiervoor kunt u een afspraak maken met één van onze deskundigen van de agrarische afdeling, gevestigd op het kantoor in Barneveld. Redactie Schuiteman Accountants & Adviseurs De Kleuver bedrijfscommunicatie b.v. Redactie-adres Schuiteman Accountants & Adviseurs Saskia Sol-Vreeburg T: (0342) 473444 E: ssol@schuiteman.com Concept, vormgeving en productie De Kleuver bedrijfscommunicatie b.v. © 2012 Schuiteman Accountants & Adviseurs

w w w. s c h u i t e m a n . c o m w w w. w e r k e n b i j s c h u i t e m a n . c o m w w w. d g a t o o l b o x . n l

“Nothing escapes his eagle eye...”

AgriView September 2012  

AgriView September 2012