Page 1

uitgave 14 - december 2012

“Nothing escapes his eagle eye...”

AG R O N I E U WSB R I E F VA N S C H U I T E M A N AC C O U N TA N T S & A DV I SE U R S

AgriView OverView Eindejaars- en nieuw jaarstips

Nieuws Nieuw BV-recht per 1 oktober

Fiscaal advies

Biedt de Wet Platteland swoning nieuwe kans en?


OverView

Belangrijke data 15 november t/m 31 december 2012 Aanvraagperiode Subsidie Natuur- en Landschapsbeheer (SNL) 3 t/m 28 december 2012 Aanvraagperiode subsidie milieuvriendelijke maatregelen (mestsilo’’s en energie) 31 december 2012 Einddatum aanmeldperiode fosfaatverrekening 15 januari 2013 Einddatum periode indiening permanente overdracht melkquotum met en zonder grond melkjaar 2012-2013 31 januari 2013 Einddatum aanmelding derogatie 2013 en opgave aanvullende gegevens mest 2012 31 januari 2013 Mestboekhouding 2012 en bemestingsplan 2013 moeten gereed zijn 15 februari 2013 Einddatum periode indiening tijdelijke overdracht melkquotum (lease) melkjaar 2012-2013

Inhoudsopgave Betaalschema bedrijfstoeslag 2012

3

Uw bouwplan en het toekomstig GLB-beleid

3

Regelgeving rode diesel

4

Asbestdaken vanaf 2024 verboden

4

Nieuw BV-recht per 1 oktober

5

Zijn de grondmonsters nog actueel?

5

Geen reden voor verdere matiging mestboete

5

Aanscherping voorschriften aanwenden drijfmest in 2014

6

Verplichte monitoring luchtwassers 7 Discussie erfbelasting bedreiging voor familiebedrijf? 7 Beperkte openstelling SNL-subsidies in 2013 8 Voorstel verlenging pacht is geen redelijk aanbod 9 Eindejaars- en nieuwjaarstips mestwetgeving

9

Eindejaars- en nieuwjaarstips fiscaal

11

Eindejaars- en nieuwjaarstips overig

12

Biedt de Wet Plattelandswoning nieuwe kansen?

14


Nieuws

Betaalschema bedrijfstoeslag 2012 Onlangs is het betaalschema van de Bedrijfstoeslagregeling 2012 en een aantal andere subsidieregelingen bekendgemaakt. Bedrijfstoeslagregeling 2012 De betalingen starten op 1 december 2012: • Voor 31 december ontvangt ten minste 82% van de landbouwers hun bedrijfstoeslag. • Voor 28 februari 2013 ontvangt ten minste 95% van de landbouwers hun bedrijfstoeslag. • Voor 1 mei 2013 hebben vrijwel alle landbouwers hun bedrijfstoeslag ontvangen. Overige regelingen Het subsidiebedrag voor de brede weersverzekering (artikel 68) wordt naar verwachting in december bijna volledig uitbetaald. De uitbetaling van de overige artikel 68-regelingen (tegemoetkomingen ongunstige weersomstandigheden) zal vanaf 1 januari 2013 starten. De betalingen van de vergoeding voor agrarisch natuurbeheer 2012 en de probleemgebiedenvergoeding 2012 starten vanaf 1 januari 2013 en moeten half mei 2013 zijn afgerond. Extra korting bedrijfstoeslag Om overschrijding van het budget te voorkomen, wordt dit jaar een extra korting toegepast op de bedrijfstoeslag en de artikel 68 maatregelen. Deze korting bedraagt 0,6% voor betalingen boven de € 5.000 en komt bovenop de modulatiekorting.

Uw bouwplan en het toekomstig GLB-beleid In de voorstellen voor het toekomstige landbouwbeleid van de EG (GLB-beleid) vervallen in 2014 de huidige toeslagrechten en worden deze vervangen door nieuwe toeslagrechten. De premie zal dan bestaan uit een basispremie (€ 275 tot € 300 per hectare) en een zogenaamde vergroeningstoeslag (circa € 125 per hectare). Om in aanmerking te komen voor zowel de basispremie als de vergroeningstoeslag, gelden een aantal vergroeningsvoorwaarden. Deze voorwaarden, die direct van invloed zijn op het bouwplan, zijn: • Het areaal blijvend grasland moet in stand worden gehouden. De definitie van ‘blijvend’ is nog onderdeel van discussie. • Op bouwland zullen minstens drie verschillende gewassen moeten worden geteeld (gewasdiversificatie). Een gewas mag maximaal 70% van het bouwland oppervlak beslaan en geen van deze drie gewassen mag minder dan 5% beslaan. Tijdelijk grasland lijkt te gaan meetellen als een teelt in het kader van gewas diversificatie. • Op het bouwland zal 7% van het oppervlak bestemd moeten zijn voor ecologisch aandachtsgebied, waarop geen agrarische productie plaatsvindt. Het is nog niet duidelijk welke eisen hieraan worden gesteld. Mogelijk tellen sommige landschapselementen of bufferstroken hierin mee. Dit zou grond kunnen zijn die op dit moment in het geheel niet wordt opgegeven.

3


Nieuws

Als men niet voldoet aan de vergroeningsvoorwaarden, wordt men volgens de huidige voorstellen ook gekort op de basispremie. Volgens de eerste voorstellen komen bedrijven met alleen blijvend grasland en biologische boeren en tuinders automatisch in aanmerking voor de basispremie en de vergroeningstoeslag. Dit is echter nog onderdeel van discussie.

over de voorraad rode diesel per 1 januari. Dit is het geval als men over een opslagcapaciteit van meer dan 5.000 liter beschikt én hier per 1 januari 2013 meer dan 1.380 liter brandstof in zit. In dergelijke gevallen moet er uiterlijk 8 januari 2013 een aangifte ingediend worden bij de Belastingdienst Douane. Het verschil in accijns bedraagt € 181,42 per 1.000 liter.

Hoewel de voorstellen nog niet definitief zijn, kan het van belang zijn nu al op de voorstellen in te spelen. Door het toepassen van vruchtwisseling voor of in 2014 kunt u mogelijk – afhankelijk van de nog vast te stellen definitie – bewerkstelligen dat een kleiner areaal als blijvend grasland wordt gezien. Dit kan in de toekomst meer mogelijkheden bieden tot vruchtwisseling.

Opslag- en brandstoftanks, zoals op agrarische bedrijven en loonbedrijven, zijn natuurlijk niet direct leeg op 1 januari 2013. Tot 1 juli 2013 mag daarom rode diesel nog bewaard worden in deze tanks. Handelaren mogen de rode diesel nog tot 1 juli 2013 afleveren. Als er diesel besteld wordt, moet men er rekening mee houden dat met ingang van 1 juli 2013 geen voorraad meer aanwezig mag zijn.

Maar: een groter areaal tijdelijk grasland – wat dus als bouwland wordt beschouwd – betekent dat u vanaf 2014 een grotere oppervlakte zult moeten bestemmen voor ecologisch aandachtsgebied. Daarop mag dus geen agrarische productie plaatsvinden. Tevens is de kans aanwezig dat deze grond niet meegeteld mag worden als mestplaatsingsruimte. Indien het grasland volledig uit tijdelijk grasland bestaat, leidt dit er zelfs toe dat niet meer voldaan wordt aan de (huidige) voorwaarden voor toepassing van derogatie. Immers op bouwland mag het grootste gewas maximaal 70% van de oppervlakte bedragen, terwijl men voor derogatie juist over minimaal 70% grasland moet beschikken.

Regelgeving rode diesel Rode diesel verdwijnt vanaf 1 januari 2013. In sommige gevallen moet het verschil in accijns bijbetaald worden

4

Asbestdaken vanaf 2024 verboden De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu heeft in een brief aan de Tweede Kamer aangekondigd dat het vanaf 2024 verboden is om asbestdaken of asbestgolfplaten te bezitten. Het vervroegd vervangen van asbestdaken brengt extra kosten met zich mee. Anderzijds biedt vervanging de mogelijkheid energie op te wekken door zonnepanelen op het nieuwe dak te plaatsen. De staatssecretaris heeft daarom een bedrag van 20 miljoen euro beschikbaar gesteld, dat verdeeld wordt via de provincies naar rato van het aantal agrarische ondernemingen per provincie. Enkele provincies (bijv. Overijssel, Gelderland) hebben al een eigen subsidieregeling (gehad) voor “asbest eraf, zonnepanelen erop”.


Daarnaast komen de kosten van vervanging van asbesthoudende daken, gevels en dakgoten tot bepaalde maximumbedragen in aanmerking voor MIA (Milieuinvesteringsaftrek) en VAMIL (Vrije Afschrijving Milieu-investeringen). De MIA is een extra aftrek op de fiscale winst van 27% van de in aanmerking komende investeringskosten. De VAMIL houdt in dat 75% van de in aanmerking komende investeringskosten willekeurig mogen worden afgeschreven. Op het investeringsbedrag van zonnepanelen kan EIA (Energie-investeringsaftrek) worden toegepast, de extra aftrek op de fiscale winst is dan 41,5% van de investeringskosten.

Alle BV’s gaan van rechtswege over naar het nieuwe regime, waarbij de inhoud van de statuten bepalend blijft.

Tip Houdt de berichtgeving van uw provincie in de gaten wanneer en onder welke voorwaarden er een regeling opengaat.

Tip Heeft u een BV? Bekijk dan of de statuten aangepast moeten worden om gebruik te kunnen maken van de voordelen van de nieuwe BV-wetgeving.

Nieuw BV-recht per 1 oktober

Zijn de grondmonsters nog actueel?

De Eerste Kamer is afgelopen zomer akkoord gegaan met het wetsvoorstel tot flexibilisering van de BV. Hierdoor wordt het eenvoudiger een BV op te richten of de statuten van een BV aan te passen. Het wetsvoorstel is op 1 oktober 2012 ingegaan. Deze wetswijziging is relevant voor zowel bestaande als nieuwe BV’s.

Grondmonsters voor derogatie voor het jaar 2013 mogen op 1 februari 2013 niet ouder zijn dan vier jaar. Alleen grondmonsters met een analysedatum van na 1 februari 2009 kunnen gebruikt worden voor het bemestingsplan 2013. Controleer daarom of uw grondmonsters nog geschikt zijn en laat zo nodig nieuwe monsters nemen. Daarmee voorkomt u dat uw bemestingsplan niet tijdig kan worden opgesteld.

Onder andere de volgende zaken veranderen: • er is geen minimum(start)kapitaal van € 18.000 meer nodig; • de verplichte bankverklaring en de verplichte accountantsverklaring vervallen; • besluiten mogen buiten de algemene vergadering om genomen worden; • men mag zelf kiezen om de overdracht van aandelen wel of niet te beperken.

Bij de oprichting van de BV blijft een notariële akte, met onder meer de statuten van de BV, nog wel nodig. Ondanks dat het oprichten van een BV eenvoudiger wordt, zal het uit fiscaal oogpunt voor veel ondernemers aantrekkelijker zijn om het bedrijf te blijven uitoefenen als eenmanszaak, maatschap of vennootschap onder firma.

Geen reden voor verdere matiging mestboete Een landbouwer kocht in april 2008 drie percelen landbouwgrond en nam deze direct in gebruik. Hij gaf de percelen op bij de Gecombineerde opgave 2008, maar

5


Nieuws

vergat om grondmonsters in het kader van derogatie te nemen. Pas in november 2009 werden de percelen bemonsterd. Na controle op basis van een AID-rapport legde Dienst Regelingen mestboetes op over 2008 en 2009, omdat de gebruiksnorm dierlijke meststoffen vanwege het niet voldoen aan de derogatievoorwaarden - in beide jaren was overschreden. Er gold volgens Dienst Regelingen voor dierlijke mest een gebruiksnorm van 170 kg stikstof per hectare. De geconstateerde overschrijdingen zouden leiden tot een boete van ruim € 28.000, respectievelijk € 24.000. Gezien de aard en omvang van de overtredingen besloot Dienst Regelingen conform het bepaalde in het “document handhavingsbeleid derogatie” de boete over beide jaren te matigen tot € 2.000. De landbouwer stelde beroep in bij de rechtbank. Hij betoogde dat hij slechts had vergeten van de aangekochte percelen tijdig een grondmonster te nemen. De opgelegde mestboetes stonden daarom niet in verhouding tot de ernst van de overtreding. De rechtbank was het echter niet eens met de landbouwer. Bij bijzondere omstandigheden kan een lagere boete opgelegd worden. Vergeten de grond tijdig te bemonsteren, was echter geen bijzondere omstandigheid. Dienst Regelingen had bij de bepaling van de hoogte van de boete terecht in aanmerking genomen dat het om derogatie ging, die onder strikte voorwaarden wordt toegestaan door de Europese Commissie. De hoogte van de mestboetes was daarom in overeenstemming met de ernst van de overtreding. Tip Heeft u derogatie aangevraagd en neemt u een nieuw perceel grond in gebruik? Neem dan het grondmonster over van de

6

vorige gebruiker of laat tijdig (binnen 7 dagen) een nieuw grondmonster nemen.

Aanscherping voorschriften aanwenden drijfmest in 2014 Met ingang van 1 januari 2014 worden de voorschriften voor de aanwending van drijfmest aangescherpt. Dit is één van de generieke maatregelen in het kader van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) om de emissie van ammoniak terug te dringen. Op dit moment zijn er verschillende voorschriften voor grasland en bouwland, alsmede voor de grondsoorten zand, klei en veen. Het belangrijkste verschil is dat op zand- en lössgronden drijfmest op grasland in de bodem moet worden toegediend, terwijl dat op grasland op klei en veen ook op de bodem is toegestaan. Vanaf 1 januari 2014 moet drijfmest op grasland op klei en veen ook in de bodem worden gebracht. Daarmee wordt het gebruik van de sleepvoetmethode verboden. Gezien het grote areaal grasland op klei en veen en de aanmerkelijk geringere vervluchtiging die optreedt bij aanwending in de bodem, levert dit volgens de staatssecretaris een aanzienlijke extra bijdrage aan de nationale opgave ter vermindering van de ammoniakuitstoot op. In sommige situaties is aanwending in de bodem praktisch gezien minder goed mogelijk, bijvoorbeeld omdat de gesteldheid van de bodem dat bemoeilijkt. In die gevallen bestaat onder bepaalde voorwaarden de mogelijkheid drijfmest op de bodem aan te brengen. De toegestane methoden zijn: • Aanvoer van mest uit een depot via slangen, waarbij de mest moet worden verdund. • Tegelijk met de mest wordt eenzelfde volume water over


de uitgebrachte mest gesproeid. Deze methode is nu niet toegestaan, maar zal reeds in 2013 onder nader t e stellen voorwaarden bij wijze van proef worden toegestaan. • Aanzuren van mest voor de aanwending. Daarnaast worden er nadere eisen gesteld aan de toepassing van dierlijke mest op onbeteeld bouwland. Vanaf 1 januari 2014 zal ook hiervoor gelden dat drijfmest in alle gevallen direct vanuit een spruitstuk in de bodem wordt gebracht.

Verplichte monitoring luchtwassers In het Activiteitenbesluit is de verplichting opgenomen om de werking van luchtwassers elektronisch te monitoren. Deze verplichting treedt op 1 januari 2013 in werking en gaat direct gelden voor nieuwe luchtwassers. Voor bestaande luchtwassers geldt een overgangstermijn van 3 jaar. Reden voor de verplichting is dat uit onderzoek is gebleken dat er sprake is van naleving- en handhavingtekorten bij luchtwassers. Nieuwe luchtwassers Nieuwe luchtwassers moeten zijn voorzien van een elektronisch monitoringssysteem. Deze moet bestaan uit een pH-sensor, een geleidbaarheidssensor, een elektriciteitsmeter, een drukverschilmeter en een meter voor het spuiwaterdebiet. De besturingssoftware moet geschikt zijn voor automatische dataopslag. Bestaande luchtwassers Voor een luchtwassysteem dat is geïnstalleerd voor 1 januari 2013 en niet is voorzien van een elektronisch monitoringssysteem geldt een overgangstermijn van drie jaar. Tijdens deze overgangstermijn moeten ten minste eenmaal per week de volgende gegevens worden

geregistreerd: • De zuurgraad van het waswater. • De meterstand van de urenteller van de waswaterpomp. • De meterstand van de watermeter van de spuiwater productie in kubieke meters. Deze gegevens moeten gedurende ten minste drie jaar in de inrichting worden bewaard. Tevens moet voor 1 juli 2014 een meting naar de emissiereductie van ammoniak worden uitgevoerd. Indien blijkt dat niet wordt voldaan aan de eisen voor emissiereductie van ammoniak, moeten maatregelen worden getroffen om daar alsnog aan te voldoen en wordt binnen een jaar na het uitvoeren van de meting een herhalingsmeting uitgevoerd.

Discussie erfbelasting bedreiging voor familiebedrijf? Als iemand een erfenis of schenking krijgt, moet daarover erf- of schenkbelasting betaald worden. Als de erfenis of schenking uit ondernemingsvermogen bestaat, moet erf- of schenkbelasting over de waarde van de onderneming betaald worden. Indien de onderneming wordt voortgezet, kan gebruik gemaakt worden van de bedrijfsopvolgingsregeling. Er hoeft dan minder of geen erf- of schenkbelasting betaald te worden om te voorkomen dat de continuïteit van de onderneming gevaar loopt. Hieraan is de eis verbonden dat de onderneming tenminste vijf jaar wordt voortgezet. In de landbouw wordt bij bedrijfsovernames veel gebruik gemaakt van deze regeling. Er gaat vaak een aanzienlijk vermogen over, maar een overname zou niet haalbaar zijn als voor het bedrijf de werkelijke waarde betaald zou moeten worden.

7


Nieuws

Onlangs heeft de Rechtbank Breda geoordeeld dat de vrijstelling voor ondernemingsvermogen ook zou moeten gelden voor privévermogen. Door de invoering van de bedrijfsopvolgingsregeling is de wetgever onderscheid gaan maken tussen het verkrijgen van ondernemingsvermogen en het verkrijgen van privévermogen. Vooral na de verruiming van de regeling in 2005 leidt dit volgens de rechtbank tot een ongelijke behandeling, waarvoor geen redelijke rechtvaardiging bestaat. De fiscus heeft inmiddels besloten in beroep te gaan tegen de uitspraak van de rechtbank. Andere rechters hebben namelijk geoordeeld dat de vrijstelling voor ondernemers niet kon worden toegepast in andere situaties. Mocht de uitspraak echter in hoger beroep standhouden, dan is het waarschijnlijk dat er aanpassingen in de Successiewet plaatsvinden. De kans is dan aanwezig dat de ondernemingsvrijstelling zal worden ingeperkt. Dat is een grote bedreiging voor met name familiebedrijven.

Beperkte openstelling SNL-subsidies in 2013 In Nederland zijn veel landbouwgebieden en natuurterreinen die waardevol zijn voor natuur en landschap. Voor het beheer daarvan kan subsidie verleend worden via het Subsidiestelsel Natuur- en Landschapsbeheer (SNL). Vanwege een beperking van het budget wordt voor 2013 een beperkte openstelling van deze subsidieregeling gehanteerd. Er wordt prioriteit gegeven aan de verlenging van aflopende beheersubsidies in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en aan het collectief agrarisch natuurbeheer voor weidevogels, akkervogels en hamsters.

8

Nieuwe SNL-aanvragen en uitbreidingen van bestaande SNL-beheersubsidies zijn door de beperkte middelen niet mogelijk. Ook tussentijds overstappen van de regelingen PSAN en PSN naar het SNL is voor het beheerjaar 2013 niet mogelijk. De subsidietarieven voor natuurbeheer blijven gehandhaafd op 75% van de standaardkostprijs en de tarieven voor agrarisch natuurbeheer blijven op het niveau van 2011. Concreet betekent dit: - Voor het natuurbeheer komen terreinen in aanmerking die binnen de EHS liggen en nu al beheersubsidie krijgen. Alleen voor nieuwe percelen en terreinen die net ingericht zijn en percelen die onlangs een natuur functie hebben gekregen is een nieuwe beheersubsidie mogelijk. - Voor het agrarisch natuurbeheer komen alleen aflopende subsidies binnen de EHS opnieuw in aanmerking voor subsidie. Voor het collectief weide vogel- en akkervogelbeheer binnen en buiten de EHS kunnen ook de jaarlijkse aanpassingen die nodig zijn in het collectief beheerplan worden doorgevoerd. - Continuïteit in landschapsbeheer van natuur binnen de EHS is mogelijk, voor nieuw landschapsbeheer niet. Het landschapsbeheer buiten de EHS wordt niet uitgebreid. Continuering van landschapsbeheer buiten de EHS kan wel. - Agrarisch landschapsbeheer wordt zowel binnen als buiten de EHS gecontinueerd. Nieuw agrarisch landschapsbeheer is binnen en buiten de EHS alleen mogelijk na eerdere provinciale vergoeding of subsidie voor inrichting. Let op: Dit is een landelijke lijn, waar op provinciaal niveau invulling aan wordt gegeven. De openstellingsbesluiten van de provincies zijn bepalend.


Voorstel verlenging pacht is geen redelijk aanbod Een landbouwer pachtte sinds 1980 een tweetal percelen landbouwgrond. In 2002 ging hij een maatschap aan met zijn zoon, waarbij het gebruik en genot van het gepachte werd ingebracht. In 2003 werd een verzoek tot medepacht van de zoon door de verpachters afgewezen. Medio 2008 stelden de verpachters voor de reguliere pachtovereenkomst in onderling overleg te beëindigen per 1 november 2010 en eventueel een zogenaamde geliberaliseerde pachtovereenkomst af te sluiten. De landbouwer ging hiermee niet akkoord, waarna de verpachters de pachtovereenkomst bij exploot opzegden tegen het einde van de lopende pachttermijn (1 november 2010). Volgens de Pachtkamer was de opzegging terecht. De pachter had namelijk niet toegestemd in een redelijk aanbod tot het aangaan van een nieuwe pachtovereenkomst. Het Gerechtshof Arnhem was het echter in hoger beroep niet eens met de Pachtkamer. Volgens het hof kon het aanbod van de verpachters tot het aangaan van een geliberaliseerde pachtovereenkomst niet beschouwd worden als een redelijk aanbod. Dit betekende immers een aanzienlijke verslechtering van de rechtspositie van de pachter. Het was juist de bedoeling van de wetgever om de pachter te beschermen bij het opzeggen/beëindigen van de pachtovereenkomst. Gelet op het belang van de pachter bij voortzetting van de pacht samen met zijn zoon was het aanbod van de verpachters niet redelijk. De overige aangevoerde opzeggingsgronden werden ook niet toegewezen. Zo stelden de verpachters dat het in strijd was met de Pachtwet dat op het gepachte maïs

werd geteeld, waarbij de pachter de werkzaamheden volledig door derden liet uitvoeren. Volgens het hof was dit algemeen gangbaar bij de teelt van maïs. De maïs werd op het bedrijf van de pachter gevoerd aan de rosékalveren en de percelen werden gebruikt voor de afzet van mest. Er was daarom geen reden voor opzegging van de reguliere pachtovereenkomst. Het gerechtshof wees vervolgens wel de vordering van de pachter toe om zijn zoon aan te merken als medepachter. De zoon bood voldoende waarborgen voor een goede bedrijfsvoering.

Eindejaars- en nieuwjaarstips mestwetgeving Afronden administratie Na afloop van het jaar moet de mestboekhouding over het jaar 2012 afgerond worden. Welke handelingen moet u uitvoeren? • De gemiddelde veebezetting van graas- en staldieren berekenen en vastleggen in uw administratie. • Alle aan- en afvoergegevens van stal- en graasdieren vastleggen in uw mestboekhouding. • Alle voorraden en aan- en afvoer van meststoffen vastleggen in de administratie (per mutatie). Leg ook de onderbouwing van voorraden vast. • Alle voervoorraden vastleggen bij deelname aan de Bedrijfs Specifieke Excretie (BEX). Dit geldt ook voor  bedrijven met staldieren. Het BEX-protocol vereist dat aan het einde van elk kalenderjaar een overzichtsschets wordt gemaakt, waarop alle aanwezige voeropslagen worden weergegeven. Het overzicht moet worden voorzien van de datum en handtekening van de veehouder. Zorg dat de voervoorraden overeenkomen met uw financiële administratie.

9


Nieuws

• De mestproductie van graasdieren berekenen. • De mestproductie van staldieren berekenen. • De mestproductie volgens BEX berekenen. • De gegevens van grond vastleggen in de administratie (kopie Gecombineerde opgave). • Gebruiksnormen berekenen op basis van het werke lijke grondgebruik en afstemmen met het gebruik van meststoffen. • Aanvullende gegevens voor 1 februari 2013 doorgeven aan Dienst Regelingen. Dit geldt met name voor bedrijven met staldieren en/of derogatie. Indien u een uitnodiging tot het indienen van een opgave heeft ontvangen van Dienst Regelingen, bent u altijd verplicht deze opgave tijdig in te sturen. Het niet tijdig indienen van deze gegevens kan zonder aanmaning leiden tot een boete of het opleggen van een dwangsom. Fosfaatverrekening Wanneer u in 2012 te veel fosfaat hebt aangewend, kunt u tot 31 december 2012 een fosfaatverrekening aanvragen. U maakt hierbij kenbaar dat u in het afgelopen jaar maximaal 20 kg fosfaat per hectare bouwland meer hebt aangewend dan de toegestane norm. Een voorwaarde voor deze fosfaatverrekening is dat u de extra hoeveelheid in het volgende jaar in mindering brengt op uw fosfaatgebruiksnorm. U mag een hoeveelheid fosfaat die u van 2011 naar 2012 hebt doorgeschoven niet opnieuw doorschuiven. De aanmelding moet via Mijn Dossier ingediend worden. Bemestingsplan controleren Het bemestingsplan van 2012 kunt u controleren en waar nodig bijstellen. Aan de hand hiervan kunt u eenvoudig een plan voor 2013 opstellen. Doe dit voor 1 februari 2013. Houd hierbij rekening met de wijzigingen in de fosfaatgebruiksnormen voor bouwland.

10

Grondmonsters Alleen grondmonsters met een analysedatum van na 1 februari 2009 kunnen gebruikt worden voor het bemestingsplan 2013. Controleer daarom of uw grondmonsters nog geschikt zijn en laat zo nodig nieuwe monsters nemen. Daarmee voorkomt u dat het bemestingsplan niet tijdig kan worden opgesteld, waardoor u de voorwaarden voor derogatie overtreedt. Let erop dat uw percelen op de juiste wijze worden bemonsterd, bijvoorbeeld: • Het grondmonster mag betrekking hebben op maximaal 5 hectare, tenzij gebruik wordt gemaakt van de gestratificeerde methode. • Aan elkaar grenzende percelen mogen worden samengevoegd tot een totale omvang van ten hoogste 5 hectare, waarbij geen van de percelen groter mag zijn dan 2,5 hectare. • De bemonstering moet minimaal twee maanden na bekalking plaatsvinden. Wijzigingen gebruiksnormen in 2013 In 2013 wordt de fosfaatgebruiksnorm voor bouwland op percelen met een neutrale of hoge fosfaattoestand verlaagd. De overige gebruiksnormen wijzigen niet. Tabel: fosfaatgebruiksnormen bouwland Pw-waarde Categorie 2012 < 36 Laag 85 36-55 Neutraal 70 > 55 Hoog 65

2013 85 65 55

Als de fosfaattoestand van een perceel niet bekend is, geldt de laagste gebruiksnorm. Een grondmonster is vier jaar geldig. Gezien het oplopende verschil in gebruiksnorm tussen percelen met een lage fosfaattoestand en percelen met een hoge fosfaattoestand, zijn de bemonsteringskosten snel terugverdiend.


Let op: Vergeet niet bij de Gecombineerde opgave aan te geven dat u gebruik wilt maken van een hogere fosfaatgebruiksnorm voor een bepaald perceel!

Eindejaars- en nieuwjaarstips fiscaal Uw urenadministratie Wanneer u in aanmerking wilt komen voor de zelfstandigenaftrek moet u in 2012 minimaal 1.225 uren besteden aan werkzaamheden in uw onderneming. De uren die u als gevolg van ziekte niet hebt kunnen werken, tellen niet mee bij de beoordeling of u aan het urencriterium hebt voldaan. Een ondeugdelijke urenstaat kan ertoe leiden dat de inspecteur u de zelfstandigenaftrek en andere ondernemersfaciliteiten weigert. Leg de gewerkte uren daarom nauwkeurig vast. Bovendien moet van uw totale werkzaamheden meer dan 50% aan uw onderneming zijn besteed. De 50%-eis geldt niet voor starters. Ook voor de meewerkaftrek en de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid is een urenadministratie van belang. Investeringsaftrek Als u in 2012 een bedrag tussen € 2.300 en € 306.931 investeert in bedrijfsmiddelen voor uw onderneming, kunt u in aanmerking komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Uitgesloten zijn onder meer: grond, personenauto’s, quota, bedrijfsmiddelen minder dan € 450 en bedrijfsmiddelen die voor meer dan 70% worden verhuurd aan derden. De hoogte van de aftrek is afhankelijk van de totale investeringen.

Tabel: hoogte investeringsaftrek Investeringsbedrag Meer dan Niet meer dan Aftrek - € 2.300 Nihil € 2.300 € 55.248 28% € 55.248 € 102.311 € 15.470 € 102.311 € 306.931 € 15.470, minus 7,56% van het investeringsbedrag boven € 102.311 € 306.931 Nihil Voor de hoogte van de investeringsaftrek is het jaar van aangaan van de investeringsverplichtingen bepalend. Daadwerkelijke aftrek in het jaar van investeren kan alleen plaatsvinden indien het bedrijfsmiddel in gebruik is genomen of is betaald. Een goede planning van de investeringen kan leiden tot een hogere investeringsaftrek. Zet daarom de al verrichte en de geplande investeringen op een rij om een optimale planning te maken. Let op de desinvesteringsbijtelling Indien u een bedrijfsmiddel waarvoor u investeringsaftrek heeft ontvangen binnen vijf jaar na aanvang van het investeringsjaar verkoopt, kunt u te maken krijgen met een desinvesteringsbijtelling. Dit is ook het geval als het bedrijfsmiddel wordt overgebracht naar privé of als de investering door een andere aanwending het karakter krijgt van een uitgesloten investering. De bijtelling bedraagt het feitelijk genoten percentage investeringsaftrek over de overdrachtsprijs. Deze bijtelling kan nooit hoger zijn dan de genoten investeringsaftrek.

11


Nieuws

Laat uw herinvesteringreserve niet verlopen Hebt u een herinvesteringreserve gevormd, omdat u de afgelopen drie jaren een bedrijfsmiddel voor meer dan de boekwaarde hebt verkocht? Zorg er dan voor dat u deze benut voor nieuwe investeringen. Doet u dit niet binnen drie jaar, dan valt de reserve verplicht vrij ten gunste van het resultaat en zal hierover alsnog belasting betaald moeten worden.

Eindejaars- en nieuwjaarstips overig

Schenkingen Ouders mogen in 2012 € 5.030 belastingvrij schenken aan hun kinderen of pleegkinderen. Eenmalig mag er aan kinderen tussen de 18 en 35 jaar maximaal € 24.144 (jaar 2012) belastingvrij worden geschonken. Deze vrijstelling kan onder voorwaarden verhoogd worden naar € 50.300 als het kind het geld gebruikt voor een buitengewoon dure studie of voor de financiering van een woning. Voor overige verkrijgers (bijvoorbeeld grootouders aan kleinkinderen) is in 2012 maximaal € 2.012 vrijgesteld. Het is raadzaam na te gaan of het wenselijk is om in 2012 nog een schenking te doen.

Aanpassingen Maatlat Duurzame Veehouderij Stallen die voldoen aan de eisen voor de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV) kunnen in aanmerking komen voor de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL). Deze MDVeisen worden jaarlijks aangepast. Het tijdstip waarop u de investeringsverplichtingen bent aangegaan, bepaalt aan welke MDV-eisen u moet voldoen. Dit betekent dat voor lopende projecten, waarvoor reeds een ontwerpcertificaat is afgegeven, alleen investeringsverplichtingen die nog dit jaar worden aangegaan onder deze subsidieregelingen vallen. Verplichtingen die na 31 december 2012 worden aangegaan, komen alleen voor subsidie in aanmerking als deze voldoen aan de MDV-eisen 2013 en als hiervoor een nieuw ontwerpcertificaat is afgegeven.

Indien dit jaar meer geschonken wordt dan het vrijgestelde bedrag of als de verhoogde vrijstelling wordt toegepast, moet voor 1 maart 2013 een schenkingsaangifte worden ingediend bij de Belastingdienst. Betaling belastingschulden Belastingschulden kunnen in principe niet in mindering gebracht worden op het box 3-vermogen. Overweeg daarom om belastingaanslagen nog dit jaar te betalen, als de betaling wordt gedaan van een rekening die deel uitmaakt van het box 3-vermogen.

12

Registratie gewasbeschermingsmiddelen Uw registratie van gebruikte gewasbeschermingsmiddelen moet u gedurende vijf jaar bewaren. Als u in 2013 middelen gebruikt of laat gebruiken moet u een gewasbeschermingsplan opstellen. Het ontbreken hiervan kan leiden tot een boete en een korting op de bedrijfstoeslag.

Nieuwe factuurvereisten vanaf 2013 Vanaf 1 januari 2013 gelden voor de hele Europese Unie nieuwe factureringsregels voor de btw. Met de nieuwe regelgeving wordt vooral beoogd de facturering voor de btw-heffing te vereenvoudigen, te moderniseren en verder te harmoniseren. In beginsel moeten facturen steeds volledig zijn en bijvoorbeeld de datum van uitreiking van de factuur, een opeenvolgend nummer, de volledige naam en het volledige adres van de ondernemer en zijn afnemer, het btw-identificatienummer van de ondernemer, de


hoeveelheid en aard van de geleverde goederen, de vergoeding voor geleverde prestaties, het toegepaste btw-tarief en het te betalen BTW-bedrag bevatten. Als het bedrijf is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel moet tevens het inschrijvingsnummer op de factuur vermeld worden.

Tip 1: Beschikt u op dit moment wel over speciale toeslagrechten, maar heeft u geen grond in gebruik? Zorg er dan voor dat u in 2014 wel grond in gebruik hebt en opgeeft bij de Gecombineerde opgave. Anders komt u mogelijk in het geheel niet in aanmerking voor toeslagrechten!

In bepaalde gevallen wordt het ondernemers wettelijk toegestaan een zogenoemde vereenvoudigde factuur uit te reiken. Dit is toegestaan als het bedrag van de factuur niet hoger is dan â&#x201A;Ź 100 of als het om een document gaat dat betrekking heeft op de oorspronkelijke factuur en dat daarnaar ook duidelijk verwijst (bijvoorbeeld een creditnota). In dat geval zijn alleen de volgende vermeldingen verplicht: factuurdatum, naam en adres van de leverancier, aard van de geleverde goederen of verrichte diensten en het te betalen btw-bedrag.

Tip 2: Mogelijk alternatief is dat het recht op toeslagrechten wordt gekoppeld aan de inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Heeft u een landbouwbedrijf, maar staat u nog niet ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, regel dit dan alsnog.

Heeft u recht op nieuwe toeslagrechten? Het is de bedoeling dat per 1 januari 2014 een nieuw stelsel van toeslagrechten zal worden ingevoerd. Alleen bedrijven die in 2011 toeslagrechten hebben benut, zouden daarbij voor nieuwe toeslagrechten in aanmerking komen. Een uitzondering geldt voor bedrijven met alleen groente of fruit, aangezien deze in het verleden geen inkomensondersteuning ontvingen. Als u in 2011 geen uitbetaling van toeslagrechten heeft aangevraagd, overweeg dan om het recht op nieuwe toeslagrechten over te nemen van een ander (stoppend) bedrijf door de rechten van dit bedrijf geheel over te nemen middels een bedrijfsoverdracht.

13


F i s c a a l Ad v i e s o p m a a t

Biedt de Wet Plattelandswoning Bij agrarisch ondernemers komt het regelmatig voor dat op de bedrijfslocatie meerdere bedrijfswoningen aanwezig zijn. Indien in zo’n situatie de tweede bedrijfswoning niet meer direct noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering, zal daar een oplossing voor gevonden moeten worden. Deze woning kan dan van het bedrijf worden afgesplitst en worden verkocht aan een derde, die geen binding heeft met de onderneming.

ook voor agrarische bedrijven in de (directe) omgeving. Voor de gemeente kunnen hier situaties ontstaan, waarbij zij verplicht wordt om handhavend op te treden, met allerlei vervelende gevolgen voor de betrokkenen.

Ook komt het voor dat de agrarisch ondernemer zijn bedrijfsopstallen, eventueel inclusief de eerste bedrijfswoning, verkoopt aan een jonge agrariër en zelf in de (tweede) bedrijfswoning blijft wonen.

Ook in de politiek is geworsteld met deze problematiek. In 2009 is men gestart met nieuwe wetgeving aangaande “de plattelandswoning”. In de loop van dit jaar is deze wetgeving uiteindelijk goedgekeurd door zowel de Eerste als Tweede Kamer. Een Koninklijk Besluit van 22 november 2012 heeft bepaald dat deze wetgeving per 1 januari 2013 van kracht wordt.

In deze beide situaties blijft de planologische status van de woning veelal nog steeds “een agrarische bedrijfswoning”. Voor de milieuregels wordt echter gekeken naar het feitelijk gebruik. De woning zal voor deze regelgeving daarom worden aangemerkt als “burgerwoning”. Dit heeft tot gevolg dat deze woning een belemmerende factor kan zijn voor het agrarische bedrijf zelf, maar

In deze nieuwe wetgeving komt de term “plattelandswoning” eigenlijk niet voor. Er wordt steeds gesproken over de bedrijfswoning, die tot de landbouwinrichting behoort of heeft behoord en middels bestemmingsplan of vergunning door een derde mag worden bewoond. In deze bepaling valt dus op, dat de agrarische onderneming nog actief dient te zijn. Een woning bij een

14


Hennij Holtus, fiscaal adviseur

nieuwe kansen? gestaakte agrarische onderneming zal dus niet onder deze regelgeving vallen. Een grote groep voormalige agrarische ondernemers zal dus geen profijt hebben van deze regelgeving. Verder valt op dat er voor de verruiming van de bewoningsmogelijkheden een ruimtelijk besluit van de gemeente nodig is. De gemeente heeft in deze de nodige beleidsvrijheid en mag dus ook een verzoek tot verruiming van de bewoningsmogelijkheden weigeren. Hoe de gemeenten hier mee omgaan, zal in de praktijk moeten blijken. Wat zijn nu de gevolgen indien een burgerwoning door bijvoorbeeld een bestemmingsplanwijziging onder de agrarische bestemming van de inrichting/onderneming komt te vallen? Voor de agrariër, die de bedrijfsgebouwen blijft gebruiken, vormt de burgerwoning geen belemmerende factor meer, omdat de woning onderdeel blijft uitmaken van de agrarische inrichting/onderneming. Ook voor agrarische ondernemers in de (directe) omgeving blijft de situatie

gelijk aan de situatie, dat de agrarische onderneming en woning(en) nog bij elkaar hoorden. De bewoner/ eigenaar van de woning zal echter eventuele milieuoverlast moeten dulden. Hij wordt wat betreft de milieuwetgeving niet meer beschermd dan een bewoner van een agrarische bedrijfswoning. Alles overziend zal deze wetgeving voor een aantal “burgerwoningen” in het buitengebied een nieuwe kans bieden. Laat u bij de keuze om de woning wel of niet te laten aanmerken als “plattelandswoning” goed voorlichten, omdat deze keuze verstrekkende gevolgen kan hebben. Henny Holtus, fiscaal adviseur

15


SCHUITEMAN1008 - 12/04 © Schuiteman / De Kleuver bedrijfscommunicatie b.v.

VO ORTHUIZEN Kerkstraat 29 - Voorthuizen Postbus 146 - 3780 BC Voorthuizen T: (0342) 473444 - F: (0342) 474841 E: voorthuizen@schuiteman.com BA R N EV EL D Thorbeckelaan 95 - Barneveld Postbus 480 - 3770 AL Barneveld T: (0342) 411200 - F: (0342) 420022 E: info@schuiteman.com HUIZEN Huizermaatweg 360 - Huizen Postbus 391 - 1270 AJ Huizen T: (035) 6473471 - F: (035) 6473472 E: huizen@schuiteman.com V EEN EN DA A L Vendelier 4 - Veenendaal Postbus 622 - 3900 AP Veenendaal T: (0318) 618666 - F: (0318) 610147 E: veenendaal@schuiteman.com HAR DERW IJK Stephensonstraat 29 - Harderwijk Postbus 1164 - 3840 BD Harderwijk T: (0341) 455597 - F: (0341) 495090 E: harderwijk@schuiteman.com E de Keesomstraat 44 - Ede Postbus 276 - 6710 BG Ede T: (0318) 644000 - F: (0318) 644010 E: ede@schuiteman.com

COLOFON AgriView is een uitgave van Schuiteman Accountants & Adviseurs en verschijnt zo’n drie keer per jaar. Hoewel wij de grootst mogelijke zorg hebben besteed aan de samenstelling van AgriView, aanvaarden wij geen enkele aansprakelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens. Wilt u op basis van de informatie in deze nieuwsbrief actie ondernemen, dan is nader advies noodzakelijk. Hiervoor kunt u een afspraak maken met één van onze deskundigen van de agrarische afdeling, gevestigd op het kantoor in Barneveld. Redactie Schuiteman Accountants & Adviseurs De Kleuver bedrijfscommunicatie b.v. Redactie-adres Schuiteman Accountants & Adviseurs Saskia Sol-Vreeburg T: (0342) 473444 E: ssol@schuiteman.com Concept, vormgeving en productie De Kleuver bedrijfscommunicatie b.v. © 2012 Schuiteman Accountants & Adviseurs

w w w. s c h u i t e m a n . c o m w w w. w e r k e n b i j s c h u i t e m a n . c o m w w w. d g a t o o l b o x . n l

“Nothing escapes his eagle eye...”

Agrivew december 2012  

Agriview december2012

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you