Issuu on Google+

uitgave 15 - april 2013

“Nothing escapes his eagle eye...”

AG R O N I E U WSB R I E F VA N S C H U I T E M A N AC C O U N TA N T S & A DV I SE U R S

AgriView Over view G ecombineerde O pgave 2013

Nieuws Fi s cale en f inanciële stimuler ing bij het ver vangen van asbestdaken door z onnepanelen

InterView

Bij G. van B eek & Zn. zijn z e tu ss en de kalveren geboren


OverView

Belangrijke data

Inhoudsopgave Kom van dat dak af!

3

Wijzigingen Gecombineerde opgave

4

Attentiepunten Gecombineerde opgave

4

Geef fosfaattoestand op bij Gecombineerde opgave

4

Geen bedrijfstoeslag vanwege herhaaldelijk foute opgave

5

1 april t/m 15 mei 2013 Aanvraagperiode subsidie investeringen in technieken ter vermindering van fijn stof

Geen uitbetaling toeslagrechten op niet begraasd natuurlijk grasland

6

Boete voor de fout van een ander

6

1 mei t/m 14 juni 2013 Aanvraagperiode subsidie Marktintroductie energieinnovaties (glastuinders)

Overschrijden gebruiksnormen leidt tot intrekking derogatie

7

Nieuwe mestwet loopt vertraging op

7

Gehuurde grond op afstand telt wel mee, mestboetes herroepen

8

Regels spuiwater luchtwassers

8

Ingezaaid gras is nog geen grasland

9

Stand van zaken wijziging GLB-beleid

9

1 april t/m 15 mei 2013 Gecombineerde opgave 2013 1 april t/m 15 mei 2013 Aanvraagperiode toeslagrechten uit nationale reserve (overheidsingrijpen)

15 mei 2013 Uiterste datum aanmelding stikstofdifferentiatie suikerbieten en fritesaardappelen op kleigrond 15 mei 2013 Uiterste datum melding overdragen beheereenheid (SNL-subsidie)

Afdekplicht oude mestsilo’s

10

Nieuwe emissienormen voor melkveestallen 10 Strengere eisen brandveiligheid stallen

11

Let op gevolgen nieuw bestemmingsplan

11

Melding of omgevingsvergunning milieu

12

Versnelde afschrijving in 2013

13

Wel recht op teruggave omzetbelasting bij aanbouw stal 13 Interview 14


Kom van dat dak af! Fiscale en financiële stimulering bij het vervangen van asbestdaken door zonnepanelen. De overheid wil uiterlijk in 2024 af van asbesthoudende daken. Veel van deze asbestdaken bevinden zich op agrarische bedrijfsgebouwen. Vanwege de hoge kosten is vervanging van deze daken voor veel agrariërs niet zo aantrekkelijk. De overheid komt echter met een tegemoetkoming voor de kosten die samenhangen met de asbestsanering. Het Rijk heeft 20 miljoen euro aan de provincies beschikbaar gesteld om de sanering in de agrarische sector te stimuleren. De komende tijd zullen de subsidieregelingen per provincie worden bekendgemaakt en opengesteld. Bovendien wordt ook met een aantal mooie fiscale voordelen de vervanging van asbestdaken door zonnepanelen gestimuleerd. Het mes snijdt daarbij aan twee kanten. Het voor de gezondheid mogelijk risicovolle asbest wordt gesaneerd én de agrarisch ondernemer investeert in een nieuwe duurzame inkomstenbron: zonne-energie. Om welke fiscale stimuleringsregelingen het daarbij gaat, zet ik in dit stuk op een rij. Er is er een heel aantal. En het mooie is dat je ze zelfs kunt stapelen. Als eerste de Milieu Investeringsaftrek (MIA). De MIA geeft een extra aftrek van de winst van 27% van de kosten voor het verwijderen van asbesthoudende daken, gevels en dakgoten én het aanschaffen en monteren van nieuwe dakplaten. Let trouwens op dat voor de MIA een maximumbedrag van € 40 per m2 dakoppervlak, € 20 per m2 netto geveloppervlak en € 40 per strekkende meter dakgoot geldt. De kosten voor het afvoeren en storten van de asbesthoudende dakplaten komen niet in aanmerking voor MIA. Ook de asbestsanering van woningen kwalificeert niet. Daarnaast is ook de zogenaamde VAMIL-regeling van toepassing. Deze regeling geeft de mogelijkheid om 75% van de kosten voor het vervangen van asbestdaken en/of de aanschaf van zonnepanelen af te schrijven in het jaar waarin dat fiscaal het beste past. Uiteraard valt er in andere

jaren dan minder af te schrijven. Voor de resterende 25% van de investering gelden de reguliere afschrijvingsregels. Met behulp van de Energie Investeringaftrek (EIA) kan bovendien ook nog eens 41,5% van de kosten voor aanschaf en montage van zonnepanelen extra op uw fiscale winst in mindering worden gebracht. Als laatste in dit rijtje, kan ook de Kleinschaligheidsinvesteringaftrek (KIA) van toepassing zijn. Hoewel dit geen specifiek groene regeling is, kan op basis van deze faciliteit toch maximaal 28% van de investeringskosten van een bedrijfsmiddel extra op de winst in mindering worden gebracht. De precieze omvang van de KIA is afhankelijk van de omvang van de investeringen van de onderneming. Voor het aanvragen van de verschillende regelingen geldt wel een aantal voorwaarden. Zo moeten de EIA, MIA en VAMIL uiterlijk binnen drie maanden na datum van orderbevestiging worden aangevraagd en kan bij een nog niet in gebruikgenomen investering niet méér worden afgetrokken dan dat op de investering is betaald. Voor de VAMIL is verder van belang, dat het aanschaffen en plaatsen van zonnepanelen plaatsvindt op een locatie waar tegelijk asbesthoudende daken worden vervangen. Tot slot geldt dat het zelf opwekken van energie een besparing van energiebelasting kan opleveren en er ook andere subsidies van toepassing kunnen zijn, zoals bijvoorbeeld de SE+. De voordelen van de regelingen zijn per ondernemer verschillend. Toepassing is maatwerk en overleg met uw fiscalist of bedrijfsadviseur daarom zeer wenselijk! Mr. Bram Faber, fiscaal adviseur (T: 0342-411200) bfaber@schuiteman.com

3


Nieuws

Wijzigingen Gecombineerde opgave

--

De belangrijkste wijzigingen in de Gecombineerde opgave 2013 zijn: -- De vragen over huisvesting van dieren en over drainage zijn verwijderd; -- Er zijn vragen toegevoegd over verbrede landbouw, hernieuwbare energie, beregening en werktuigen en machines; -- Op de opgave gewaspercelen moet de oppervlakte aangegeven worden, waarop een probleemgebiedenvergoeding wordt aangevraagd.

---

--

--

Attentiepunten Gecombineerde opgave Let bij het invullen van de Gecombineerde Opgave op de volgende punten: -- Ga zorgvuldig na of de door Dienst Regelingen doorgevoerde perceelcorrecties juist zijn; -- Denk aan de bemestingsvrije zones; -- Percelen met een hoofdzakelijk recreatieve, verkeerskundige, infrastructurele of industriële functie (bijv. parken, sportvelden, onverharde landingsbanen en hobbyweides) komen niet in aanmerking voor uitbetaling van toeslagen. Geef bij twijfel deze percelen wel op bij de Gecombineerde Opgave, maar vraag er geen uitbetaling van toeslagrechten op aan; -- Voorkom herhaalde fouten, bijvoorbeeld het herhaaldelijk te groot opgeven van een perceel. Deze kunnen leiden tot forse kortingen of uitsluitingen; -- Denk aan het tijdelijk uit gebruik nemen van grond als landbouwgrond (bijvoorbeeld opslag zand bij bouw stal); -- Ingediende correcties tijdens de controle door Dienst Regelingen kunnen leiden tot kortingen;

4

--

--

--

Denk aan de voorwaarden voor de benutting van toeslagrechten met speciale voorwaarden; Toeslagrechten moeten één keer per twee jaar benut worden, anders komen ze te vervallen; Het niet naleven van randvoorwaarden op het gebied van milieu, gezondheid, dierenwelzijn en eisen aan de goede landbouw- en milieuconditie kan leiden tot kortingen op de bedrijfstoeslag; Als een subsidie is aangevraagd voor agrarisch natuurbeheer (SNL-a), moet via de Gecombineerde Opgave een betaalverzoek ingediend worden; Draagt u een perceel met een beheersubsidie over of krijgt u een perceel met een dergelijke subsidie overgedragen, dien dan voor 15 mei een meldingsformulier tot het overdragen van de beheersubsidie in bij Dienst Regelingen; De fosfaattoestand van de bodem (PAL- of Pwwaarde) moet per perceel worden opgegeven, wanneer men gebruik wil maken van een hogere fosfaatgebruiksnorm (fosfaatdifferentiatie); Bedrijfstoeslagen lager dan € 500 worden niet uitbetaald. Voor de probleemgebiedenvergoeding en de SNL geldt een ondergrens van € 200; Stem de gegevens met betrekking tot bemesting en beweiding goed af op uw mestboekhouding. Deze worden gebruikt bij de controle op de naleving van de mestgebruiksnormen.

Geef fosfaattoestand op bij Gecombineerde opgave Op een perceel met een lage fosfaattoestand mag meer fosfaat gebruikt worden dan op een perceel met een hoge fosfaattoestand (fosfaatdifferentiatie). Als u hiervan gebruik wilt maken, is het noodzakelijk dat u via de Gecombineerde opgave doorgeeft dat u gebruik maakt


van een hogere fosfaatgebruiksnorm voor een bepaald perceel. Dit doet u door de PAL-waarde (grasland) of de Pw-waarde (bouwland) van het perceel op te geven. Als u geen PAL- of Pw-waarde invult, wordt gerekend met de laagste fosfaatgebruiksnorm, zoals geldt voor percelen met een hoge fosfaattoestand. Het belang van fosfaatdifferentiatie is groot. Het verschil in norm tussen percelen met een hoge en percelen met een lage fosfaattoestand bedraagt 15 kg op grasland en 30 kg op bouwland. De fosfaattoestand moet aangetoond worden door grondmonsters, welke genomen zijn door een geaccrediteerd laboratorium. Voor het jaar 2013 zijn alleen grondmonsters geldig die genomen zijn na 15 mei 2009. Zorg dat u, waar nodig, tijdig nieuwe grondmonsters laat nemen, zodat u de uitslag binnen hebt op het moment dat de Gecombineerde opgave ingediend moet worden. Bij een PAL-waarde lager dan 16 of een Pw-waarde lager dan 25, is er sprake van fosfaatarme of fosfaatfixerende grond. Hiervoor geldt een fosfaatgebruiksnorm van 120 kg per hectare. Voor bouwland mag de extra hoeveelheid alleen in de vorm van kunstmest worden gegeven.

Geen bedrijfstoeslag vanwege herhaaldelijk foute opgave Een landbouwer vroeg in 2010 uitbetaling van de bedrijfstoeslag aan, maar deze werd geheel afgewezen door Dienst Regelingen. In zijn Gecombineerde opgave had hij zes gewaspercelen opgegeven met een totale oppervlakte van 7,97 ha, waaronder gewasperceel 1 met een oppervlakte van 0,62 ha. Volgens Dienst Regelingen was dit perceel echter slechts 0,35 ha groot. In 2008 en 2009 had

de landbouwer voor dit perceel een oppervlakte van 0,84 ha opgegeven, maar in beide jaren werd de oppervlakte door Dienst Regelingen gecorrigeerd naar 0,25 ha resp. 0,42 ha. In maart 2010 waarschuwde Dienst Regelingen middels een brief voor het herhaaldelijk doen van een te hoge aangifte. Nu de landbouwer in 2010 het perceel opnieuw te groot had opgegeven, was er volgens Dienst Regelingen sprake van opzet en moest de gehele aanvraag worden afgewezen. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) stelde vast dat de afgekeurde oppervlakte hoofdzakelijk was terug te voeren op de aanwezigheid van een vangkooi voor het vleesvee en een boomgaard. Volgens het CBB werd een vangkooi weliswaar gebruikt voor landbouwactiviteiten, maar was er geen sprake van landbouwgrond die werd gebruikt als bouwland, blijvend grasland of voor de teelt van blijvende gewassen. De boomgaard was niet subsidiabel, omdat er zoveel bomen op stonden dat het op deze grond niet mogelijk was landbouwactiviteiten te beoefenen op soortgelijke wijze als op percelen zonder bomen. Wat betreft de vangkooi was er volgens het CBB in ieder geval sprake van opzet. Het moest een professioneel landbouwer duidelijk zijn dat een vangkooi niet wordt beschouwd als landbouwgrond. Het kon hem ook niet ontgaan zijn dat in 2008 en 2009 voor het perceel aanzienlijk lagere oppervlaktes waren geconstateerd. Daar kwam bij dat hij in 2010 bij het intekenen van het perceel door het systeem was gewaarschuwd dat de topografische grenzen van het perceel werden overschreden. Hij had daarmee ten minste ernstige twijfels omtrent de subsidiabiliteit van de vangkooi gehad moeten hebben. Er was daarom sprake van een opzettelijk te hoge aangifte.

5


Nieuws

De vangkooi was groter dan 0,04 ha, zijnde 0,5% van de goedgekeurde oppervlakte. Dienst Regelingen had daarom volgens het CBB terecht geen bedrijfstoeslag over het jaar 2010 toegekend. Er was geen ruimte voor een minder ingrijpende sanctie.

Geen uitbetaling toeslagrechten op niet begraasd natuurlijk grasland Een landbouwer gaf in zijn Gecombineerde opgave 2010 negen percelen met gewascode 2302 (natuurlijk grasland met beperkte landbouwactiviteit) op en verzocht op deze percelen om uitbetaling van zijn gewone toeslagrechten. Dienst Regelingen wees de percelen af, omdat de landbouwer onvoldoende dieren had aangehouden om te kunnen voldoen aan de begrazingseis. Deze houdt in dat de percelen per hectare gemiddeld over het gehele jaar met minimaal 0,15 GVE runderen, schapen of geiten begraasd worden. De landbouwer stelde beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB). Hij overlegde verklaringen waaruit zou moeten blijken dat een viertal percelen waren begraasd met voldoende vee. Weliswaar was de inscharing abusievelijk niet bij het I&R gemeld, maar het melden van verplaatsingen was volgens hem geen voorwaarde om een perceel te kunnen aanmerken als subsidiabel. De andere percelen waren niet beweid, omdat het land na half juli vanwege de vele regen te nat was. Hierover had Dienst Regelingen in de bezwaarfase geoordeeld dat de gestelde overmacht niet binnen 10 werkdagen na de dag waarop dit voor de landbouwer mogelijk was, aan haar was gemeld. Dienst Regelingen had de vaststelling dat niet aan de begrazingseis was voldaan uitsluitend gebaseerd op het I&R-register. Volgens het CBB was dit terecht. Nu er geen

6

dieren stonden geregistreerd in het I&R-register, waren de percelen daarmee niet begraasd. Ook het beroep van de landbouwer op overmacht, als gevolg van weersomstandigheden, slaagde niet. De landbouwer kon niet bewijzen dat er sprake was van een dermate abnormale en onvoorzienbare situatie, dat hij daarmee bij de planning van de bedrijfsvoering in redelijkheid geen rekening had hoeven houden. Het CBB liet daarbij in het midden of de vermeende overmacht tijdig was gemeld.

Boete voor de fout van een ander Een akkerbouwer kreeg in 2009 een randvoorwaardenkorting van 20% opgelegd, omdat op een gepacht perceel medio februari 2009 dierlijke meststoffen op niet-emissiearme wijze waren aangewend. Hij pachtte het betreffende perceel echter pas vanaf 1 maart 2009. De overtreding was nog gepleegd door de vorige gebruiker, de eigenaar van het perceel. Volgens Dienst Regelingen moest de overtreding toegerekend worden aan de ondernemer die de grond op de peildatum voor de bedrijfstoeslag (15 mei) in gebruik had. De akkerbouwer was het hiermee niet eens en stelde beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB). Het was het CBB niet duidelijk hoe de EG-regels in dergelijke gevallen uitgelegd moesten worden. Zij verzocht daarom om duidelijkheid bij het Europese Hof van Justitie. Het hof heeft eind vorig jaar geoordeeld dat nietnalevingen van de randvoorwaarden door de persoon aan of door wie de landbouwgrond is overgedragen, volledig moeten worden toegerekend aan de landbouwer die de steunaanvraag heeft ingediend.


Vanaf 2010 zijn de regels enigszins aangepast door Dienst Regelingen: de korting wordt wel toegerekend aan de overtreder, als deze GLB-subsidies of bedrijfstoeslag heeft aangevraagd. Als de overtreder geen steunaanvrager is, blijft de gebruiker van de grond op 15 mei wel verantwoordelijk. Wij gaan er op dit moment van uit dat de EG akkoord gaat met de wijziging van deze regels. Tip:

Neemt u in de loop van het jaar een perceel grond in gebruik van een ander of draagt u het gebruik over? Bepaal dan in de overeenkomst dat de gevolgen van een eventuele overtreding van de randvoorwaarden in de periode voor de ingebruikname geheel voor rekening komen van de vorige of opvolgende gebruiker.

Overschrijden gebruiksnormen leidt tot intrekking derogatie Op dit moment loopt er een aantal rechtsprocedures over de vraag of derogatie nog toegepast mag worden bij overschrijding van de gebruiksnormen. De EG heeft Nederland onder voorwaarden toestemming verleend om derogatie te mogen toepassen. Een voorwaarde is dat de landbouwer die derogatie toepast, de gebruiksnormen niet mag overschrijden. Deze voorwaarde stond echter niet of niet duidelijk in de Nederlandse wetgeving. Desondanks stelt Dienst Regelingen consequent dat derogatie niet toegepast mag worden bij een overschrijding van de gebruiksnormen. Dit leidt in veel gevallen tot een forse mestboete. In enkele gevallen heeft de rechter geoordeeld dat de werkwijze van Dienst Regelingen correct is. In andere gevallen hebben rechters geoor-

deeld dat de genoemde voorwaarde niet duidelijk in de Nederlandse wetgeving is vastgelegd, zodat intrekking van derogatie niet terecht is. De staatssecretaris heeft in deze zaken hoger beroep aangetekend bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Naar verwachting komt het college binnen enkele maanden met een uitspraak. De onduidelijkheid heeft ertoe geleid dat de staatssecretaris onlangs de mestwetgeving heeft aangepast. Met ingang van 1 januari 2013 komt derogatie automatisch te vervallen op het moment dat ĂŠĂŠn van de gebruiksnormen (dierlijke mest, stikstof of fosfaat) is overschreden.

Nieuwe mestwet loopt vertraging op Begin maart zijn de plannen van het kabinet voor een aanpassing van de mestwetgeving besproken in de Tweede Kamer. Het kabinet blijft inzetten op mestverwerking, dat in principe voor alle bedrijven met een mestoverschot gaat gelden. Er komt geen vrijstelling voor bedrijven die het mestoverschot in de directe omgeving afzetten. Wel komt er de mogelijkheid om de mestverwerkingsplicht over te dragen aan een andere veehouder. Het kabinet wil wel een aantal aanpassingen doorvoeren ten opzichte van het wetsvoorstel van het vorige kabinet. Daarvoor moet de Raad van State een nieuw advies uitbrengen, met als gevolg dat het wetsvoorstel op zijn vroegst in juli naar de Tweede Kamer kan worden gezonden. De behandeling in de Tweede en Eerste Kamer zal daarmee waarschijnlijk naar het najaar schuiven. De planning is dat de wet ingaat op 1 januari 2014, waardoor de periode tussen de besluitvorming en de inwerkingtreding erg kort is.

7


Nieuws

Gehuurde grond op afstand telt wel mee, mestboetes herroepen Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) heeft de bestuurlijke boetes geschrapt die door de staatssecretaris van Economische Zaken waren opgelegd aan zeven veehouders uit de provincie Utrecht. De veehouders hadden in 2007 via een bemiddelaar een aantal percelen grasland gehuurd in de provincies Friesland en Noord-Holland. Deze percelen hadden de veehouders opgegeven in hun Gecombineerde opgave. Naar aanleiding van een AID-onderzoek concludeerde Dienst Regelingen dat het feitelijk gebruik van de percelen niet bij de veehouders lag en de grond daarom niet meetelde voor de gebruiksnormen. Daardoor was er teveel mest aangewend op de overige percelen. Tevens kwam bij meerdere veehouders de derogatie te vervallen, omdat na het schrappen van de gehuurde percelen niet aan de 70% graslandeis werd voldaan. De mestboetes varieerden van bijna € 15.000 tot ruim € 173.000. De Rechtbank Arnhem concludeerde in 2011 dat Dienst Regelingen zich terecht op het standpunt had gesteld dat de landbouwgronden niet daadwerkelijk bij de veehouderijbedrijven in gebruik waren. De werkzaamheden op de percelen werden uitgevoerd door een loonwerker, die daarvoor als tegenprestatie de gewasopbrengst kreeg. Er was niet gebleken dat de veehouders bepaalden wanneer en op welke wijze de werkzaamheden werden uitgevoerd. De rechtbank vond dat er wel reden was voor matiging van de mestboete. Zowel de veehouders als Dienst Regelingen gingen vervolgens tegen de uitspraken van de rechtbank in beroep bij het CBB.

8

Volgens het CBB wordt in de mestwetgeving niet vermeld dat de gronden daadwerkelijk bij het bedrijf in gebruik moeten zijn. Wel moet het bedrijf de feitelijke beschikkingsmacht over de grond uitoefenen. Een dergelijke beschikkingsmacht veronderstelt de aanwezigheid van een geldige juridische titel, die in deze gevallen aanwezig was. De veehouders hadden een gebruiksovereenkomst afgesloten, betaalden huur voor de grond en beschikten over een factuur waarop onder andere stond vermeld: “Saldo gemaakte kosten en gewasopbrengsten voor u: 0,00 Euro”. Voor zover de staatssecretaris betoogde dat de veehouders niet het economisch risico van de percelen droegen, ging deze eraan voorbij dat de veehouders onbestreden hadden aangevoerd dat, gelet op de kosten van transport en het prijsniveau van ruwvoer in het betreffende jaar, het economisch de meest verantwoorde beslissing was om met de loonwerker overeen te komen dat de gewasopbrengsten zouden worden verrekend met de verrichte werkzaamheden. Het CBB merkte verder nog op dat artikel 2, eerste lid, van de Meststoffenwet bepaalt dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels kunnen worden gesteld waaraan landbouwgrond moet voldoen om te worden aangemerkt als tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond. Van deze mogelijkheid heeft de wetgever geen gebruik gemaakt. De uitspraken zijn definitief: hoger beroep is niet mogelijk, het CBB is de eindrechter in deze zaken.

Regels spuiwater luchtwassers Vanaf 1 januari 2013 gelden nieuwe regels ten aanzien van het gebruik en afvoer van spuiwater van luchtwassers.


Chemische luchtwasser Spuiwater uit chemische luchtwassers mag volgens bijlage Aa van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet als meststof gebruikt en verhandeld worden. Als het spuiwater wordt gebruikt als meststof, wordt het gezien als stikstofkunstmest. Het gebruikte spuiwater telt mee voor de gebruiksnormenberekening, waarbij een werkingscoëfficiënt van 100% geldt.

op de grond werd gebracht. Omdat het perceel volgens hem grasland was, hoefde de mest niet direct in de grond (zoals op bouwland) te worden gebracht. Volgens de AID-controleur was er echter geen sprake van grasland. De grond was weliswaar her en der bedekt met gras, maar was grotendeels met gehakseld stro en tarwestoppels bedekt.

Biologische luchtwasser Het spuiwater uit een biologische luchtwasser wordt beschouwd als afvalstof en mag niet gebruikt en verhandeld worden als meststof. Het spuiwater mag alleen via een erkende afvalinzamelaar afgevoerd worden. Of het spuiwater als afvalstof op eigen grond mag worden uitgereden, hangt af van lokale regelgeving.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) was het eens met Dienst Regelingen. In het Besluit gebruik meststoffen staat dat grond als grasland wordt beschouwd als de grond voor tenminste 50% is beteeld met gras. De 50%-eis moet volgens het CBB bij grote percelen niet op perceelsniveau worden bekeken, maar op oppervlakten grond binnen dit perceel. Dat het perceel in september en oktober begraasd werd door schapen baatte de landbouwer niet. Het ging om de situatie op het moment van de mestaanwending. Het beroep van de landbouwer werd ongegrond verklaard.

Spuiwater mag bij beide soorten luchtwassers niet gemengd worden met dierlijke mest. Het mag dus ook niet worden geloosd op de mestkelder. In de administratie dient goed vastgelegd te worden waar het geproduceerde spuiwater is gebleven (afvoer of eigen gebruik).

Ingezaaid gras is nog geen grasland Voor grasland en bouwland gelden nog steeds verschillende uitrijdperioden en -regels voor mest. Het is belangrijk hier goed op te letten om overtredingen en kortingen op de bedrijfstoeslag te voorkomen. Een landbouwer kreeg in 2009 door Dienst Regelingen een randvoorwaardenkorting op de bedrijfstoeslag opgelegd. Na de tarweoogst had hij een perceel van 25 ha ingezaaid met gras. Medio augustus 2009 reed hij drijfmest uit op dit perceel, waarbij de mest in strookjes

Stand van zaken wijziging GLB-beleid Er wordt nog steeds gediscussieerd over het totale EUbudget, het landbouwbudget en de vergroeningsvoorstellen. Mogelijk komt er meer flexibiliteit in de drie oorspronkelijke voorstellen tot vergroening: -- Het voorgestelde percentage (7%) ecologische aandachtsgebieden (EFA) zal mogelijk worden verlaagd. Akkerranden, bomen, slootranden en dergelijke lijken te mogen meetellen, als deze op of naast het bedrijf liggen. Wellicht komt er ook de mogelijkheid de EFA’s als groep boeren geheel of gedeeltelijk in te vullen (bijv. via een agrarische natuurvereniging); -- Er lijkt de mogelijkheid te komen om het areaal blijvend grasland op nationaal niveau te blijven bekijken.

9


Nieuws

--

Dit is nu al het geval in Nederland, waarbij 2003 als peiljaar wordt gehanteerd. Het peiljaar schuift mogelijk op naar 2011; Telen van drie gewassen. Deze verplichting gaat mogelijk niet gelden als het bouwplan uit meer dan 75% grasland bestaat of als het totale bouwplan minder dan 10 hectare beslaat. Bij minder dan 75% grasland en een bouwplan van 10 tot 30 hectare hoeven er mogelijk maar twee verschillende gewassen geteeld te worden.

De hoogte van de toekomstige hectaresteun is mede afhankelijk van het bedrag dat Nederland wil overhevelen naar het plattelandsbeleid. Waarschijnlijk mag hiervoor maximaal 15% van het budget gebruikt worden. Akkoord Europese regeringsleiders Op 8 februari 2013 hebben de Europese regeringsleiders een akkoord bereikt over het EU-budget voor de periode 2014 tot en met 2020. Gevolg van dit akkoord zal waarschijnlijk zijn dat het Nederlandse budget voor toeslagrechten ten opzichte van eerdere voorstellen lager zal worden, omgerekend enkele tientjes per hectare. Europese Parlement Op 13 maart 2013 heeft het Europese Parlement echter de nieuwe meerjarenbegroting, zoals begin februari vastgesteld door de regeringsleiders, verworpen. Ook heeft zij aangegeven niet akkoord te gaan met de alternatieven voor de drie vergroeningseisen en vindt zij dat de verschillen in hectaresteun tussen de lidstaten sneller kleiner moeten worden. Het Europese Parlement wil de suikerquotering nog niet afschaffen. Landbouwraad Tijdens de landbouwraad op 18 en 19 maart hebben de ministers van landbouw een akkoord bereikt over de vergroening, waarin bovengenoemde vormen van flexibilisering zijn

10

opgenomen. Tevens hebben zij afgesproken dat de suikerquotering niet in 2015, maar pas in 2017 wordt afgeschaft. Definitieve besluitvorming De definitieve vorm van het EU-landbouwbeleid moet nu tot stand komen via onderhandelingen tussen het Europees Parlement, de ministers van Landbouw en de Europese Commissie. Deze onderhandelingen zijn eind maart begonnen. Het is de bedoeling dat het definitieve besluit in juni wordt genomen.

Afdekplicht oude mestsilo’s Er gold geen verplichting tot het afdekken van mestsilo’s welke gebouwd waren voor 1 juni 1987. Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten echter ondergebracht in het Activiteitenbesluit. In dit besluit is geen vrijstelling meer voor de afdekplicht opgenomen. Alle mestsilo’s dienen in principe afgedekt te zijn. Er is wel een overgangsperiode voor oude mestsilo’s opgenomen. Deze moeten voor 1 januari 2014 alsnog afgedekt worden. Een uitzondering geldt voor silo’s waarvan de referentieperiode (de resterende periode dat de silo nog is goedgekeurd) korter is dan vijf jaar. Deze silo’s moeten waarschijnlijk alsnog afgedekt worden als na herkeuring de referentieperiode wordt verlengd.

Nieuwe emissienormen voor melkveestallen De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu is van plan de emissiefactoren voor melkveestallen te actualiseren. Vorig jaar werd duidelijk dat metingen van verschillende stalsystemen en vloeren hogere emissiewaarden opleverden dan aanvankelijk was berekend. Uit onderzoek van Wageningen UR bleek dat de emissie uit traditionele ligboxenstallen hoger is dan de huidige norm van 11


kg ammoniak per dierplaats, namelijk 13 tot 14 kg. Een verklaring moet gezocht worden in ruimere stallen en een grotere oppervlakte roostervloer per koe. De actualisatie houdt in dat bij de beoordeling van emissiearme vloersystemen waarschijnlijk een vergelijking wordt gemaakt met de geactualiseerde emissiewaarde van 13 tot 14 kg. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2014. Wanneer emissiearme stalvloeren, die in februari 2011 met een voorlopige emissiefactor in de bijlage bij de Regeling ammoniak en veehouderij zijn opgenomen, niet bemeten worden, zullen deze in 2014 uit de bijlage worden verwijderd en derhalve niet meer gebruikt kunnen worden. Het meten van proefstallen is een voorwaarde om voor een voorlopige emissiefactor in aanmerking te komen.

Strengere eisen brandveiligheid stallen De Staatssecretaris van Economische Zaken heeft aangekondigd dat veestallen voortaan brandveiliger gebouwd moeten worden. Eisen Het is de bedoeling om in het Bouwbesluit onder de categorie lichte industrie een aparte subcategorie voor het bedrijfsmatig houden van dieren te introduceren en de regelgeving voor deze categorie op de volgende onderdelen aan te scherpen: -- Bij nieuwbouw moet de technische ruimte minimaal 60 minuten brandwerend zijn. Een brand ontstaat vaak in deze ruimte door kortsluiting. -- Bij nieuw- en verbouw moeten constructieonderdelen van en aankleding in stallen tenminste voldoen aan brandklasse B. Een brand kan zich in een stal vaak snel uitbreiden via deze onderdelen of aankleding.

Ingangsdatum De maatregelen zullen worden ingevoerd door een wijziging van het Bouwbesluit 2012. Vaststelling en publicatie van deze wijziging is voorzien per oktober 2013. Om de bouwers en ontwerpers van veestallen de gelegenheid te geven om hun bouw- en ontwerpwijze aan te passen, zal de wijziging niet direct in werking treden, maar in principe op 1 januari 2014.

Let op gevolgen nieuw bestemmingsplan Diverse gemeenten zijn bezig met het actualiseren van het bestemmingsplan. In de fase van ontwerp- of voorontwerp heeft men de mogelijkheid wensen in te brengen of fouten te laten herstellen. Indien het bestemmingsplan is vastgesteld, kan er nog beroep in worden gesteld bij de Raad van State. Beroep is alleen mogelijk als men tijdig een zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan heeft ingediend. Een bestemmingsplan geldt meestal voor een periode van tien jaar. Het is daarom belangrijk te beoordelen of uw toekomstige plannen binnen het bestemmingsplan vallen. In het algemeen kunnen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten worden ontleend. Een gemeente kan op basis van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen, andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen. Deze kunnen een ernstige beperking voor de bedrijfsvoering inhouden. Een veel voorkomend voorbeeld is dat gemeenten in nieuwe bestemmingsplannen het uitoefenen van een boomkwekerij uitsluitend toestaan op gronden met een agrarische bestemming die zijn voorzien van de aanduiding “intensieve kwekerij�. Als reden wordt hiervoor

11


Nieuws

dan aangevoerd dat de boomteelt het open landschap aantast en daarom moet worden beperkt. Een ander punt dat in veel bestemmingsplannen wordt opgenomen, is de bescherming van gronden met een archeologische waarde. Zonder een omgevingsvergunning (aanlegvergunning) is het dan niet meer mogelijk om diepe grondbewerkingen (woelen, diepploegen etc.) uit te voeren. Verder is het belangrijk om de omvang en vorm van het bouwblok te beoordelen en te kijken of deze passen bij uw bouwplannen.

Melding of omgevingsvergunning milieu Per 1 januari 2013 vallen agrarische activiteiten onder het Activiteitenbesluit. Dit heeft gevolgen voor het doorgeven van wijzigingen in het bedrijf aan de gemeente, bijvoorbeeld bij aanpassingen in het kader van het Actieplan Ammoniak Veehouderij. Vanaf 1 januari 2013 is in veel gevallen geen ‘“omgevingsvergunning milieu’” meer nodig. Bij een aanpassing van het bedrijf kan dan met een melding worden volstaan. Meestal moet daarbij wel een milieutoets ingediend worden. Of met een melding kan worden volstaan, is afhankelijk van het aantal dieren dat maximaal op de locatie kan worden gehouden (zie onderstaande tabel). Tabel:

Maximaal aantal dieren waarvoor een melding van toepassing kan zijn.

Diercategorie

Max. aantal

Melkrundvee Vrouwelijk jongvee Vleesrundvee

200 340 1.200

12

Schapen 2.000 Geiten 2.000 Gespeende biggen 3.750 Zeugen 750 Vleesvarkens 2.000 Pluimvee 40.000 Pelsdieren 1 Konijnen 50 Paarden en pony’s 100 Struisvogels 50 Bij minder dieren dan de genoemde aantallen in de tabel kan meestal met een melding worden volstaan. In de meeste gevallen moet de melding wel vergezeld gaan van een milieutoets, een zogenaamde ‘“omgevingsvergunning beperkte milieutoets’” (OBM). Er bestaat een OBM voor fijn stof en een OBM voor milieueffectrapportage. Een OBM is verplicht voor bedrijven met meer dan 50 stuks vleesvee, schapen, geiten, paarden of varkens, of meer dan 2.500 stuks pluimvee. Een OBM is niet nodig voor bedrijven met alleen melkvee of jongvee. Doel van de OBM is dat het bevoegd gezag vooraf instemt met het starten van een specifieke activiteit op een specifieke locatie. Het bevoegd gezag kan geen voorschriften aan de OBM verbinden. Bij een melding moet aan alle regels worden voldaan, zoals voor geur en ammoniak. Daarvoor zullen ook berekeningen gemaakt moeten worden. Het voordeel van een melding met OBM is een snellere en eenvoudiger procedure. De aanvrager is zelf volledig verantwoordelijk voor het voldoen aan alle regels. De gemeente geeft geen vergunning af voor de activiteiten. Wel zal zij controleren of het bedrijf zich houdt aan de voorwaarden. Als dit niet het geval is, kan de gemeente tot handhaving overgaan.


Tip:

Het kabinet wil de kans op economisch herstel onder meer vergroten door een flinke eenmalige impuls op bedrijfsinvesteringen. Bedrijven kunnen in 2013 direct 50% van hun investering afschrijven, terwijl dat normaal maximaal 20% is. Deze regeling is onderdeel van het pakket aan maatregelen dat binnenkort door het kabinet aan de Tweede Kamer wordt gestuurd.

In de beroepsprocedure oordeelde de rechtbank dat de landbouwer voldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van een nieuw vervaardigde stal. Hij had daarom wel recht op teruggave van de omzetbelasting. De oude en de nieuwe stal hadden eigen in- en uitgangen, een afzonderlijke mestafvoer, afzonderlijke voedermogelijkheden en een eigen aansluiting op water en elektriciteit. Verder was volgens de rechtbank van belang dat de oude en de nieuwe stal geen geheel open verbinding hadden, de stallen eenvoudig van elkaar gescheiden konden worden door het plaatsen van een tussenwand, de nieuwe stal grotendeels op een nieuwe fundering was geplaatst en dat het dak op de nieuwe stal grotendeels rustte op nieuwe spanten.

De nadere voorwaarden zijn op dit moment nog niet bekend. Het is echter waarschijnlijk dat de regeling hetzelfde zal zijn als die van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2011. De maatregel geldt waarschijnlijk voor investeringen in bedrijfsmiddelen, maar niet voor gebouwen, goodwill en auto’s.

Dat de verbinding tussen de oude en nieuwe stal grotendeels open was en er doorgangen tussen beide gedeelten waren gecreĂŤerd, leidde niet tot een ander oordeel. Het beroep van de landbouwer werd daarom gegrond verklaard.

Wel recht op teruggave omzetbelasting bij aanbouw stal

Uit deze zaak blijkt eens te meer dat u bij toepassing van de herzieningsregeling niet zonder meer recht heeft op teruggave van omzetbelasting. Zo zal de verlenging van een bestaande stal in veel gevallen leiden tot de conclusie dat er geen sprake is van een nieuw vervaardigd goed, zodat er geen teruggave van omzetbelasting mogelijk is.

Op de website http://aim.vrom.nl is door het invullen van de Activiteitenbesluit Internet Module (AIM) na te gaan of een OBM dan wel een omgevingsvergunning milieu nodig is.

Versnelde afschrijving in 2013

Een landbouwer exploiteerde een melkveebedrijf en paste daarop voor de omzetbelasting de landbouwregeling toe. In 2006 vroeg hij een bouwvergunning aan voor de vergroting van de rundveestal. Bij de bouwwerkzaamheden werd een wand van de bestaande stal afgebroken en een nieuw gedeelte aangebouwd. Pas na ingebruikname van de stal verzocht de landbouwer aan de Belastingdienst om de landbouwregeling niet langer van toepassing te laten zijn en in de normale regeling voor de omzetbelasting te worden betrokken. Hij diende vervolgens een zogeheten herzieningslijst in, waarbij hij verzocht om teruggave van omzetbelasting over de kosten van de aanbouw. De belastinginspecteur weigerde de teruggave, omdat de aanbouw niet had geleid tot de vervaardiging van een nieuw goed.

Tip: Heeft u bouwplannen, zorg dan dat u tijdig verzoekt om toepassing van de normale regeling voor de omzetbelasting. Bij voorkeur voor de aanvang van de bouwwerkzaamheden, maar in ieder geval voor de ingebruikname van het bedrijfsmiddel.

13


I n t e r Vi e w

Gert van Beek

Bij G. van Beek & Zn. zijn ze tussen de kalveren geboren Kijk rondom de wereld naar de sector kalverhouderij en je komt Nederlanders tegen. Kijk rondom de wereld naar de kalverstalinrichting en grote kans dat je daar G. van Beek & Zn. uit Barneveld aantreft. Hun expertise is bekend in landen als Canada, Amerika, Estland, Ierland en zelfs in China. Hoe dat zo is gekomen? Eigenlijk is er maar één belangrijke sleutel voor dit succes: ,,We zijn tussen de kalveren geboren.’’ Directeur Gert van Beek is gepast trots op zijn mooie bedrijf, maar zeker ook op de circa zeventig medewerkers van G. van Beek & Zn. Een echt en hecht familiebedrijf waarin broer Adri adjunct-directeur is en een andere broer, twee zoons, een dochter en een reeks neven op de personeelslijst staan. ,,Dit is een familiebedrijf met mensen die exact weten waar ze over praten’’, vertelt Van Beek. ,,Die kennis van de kalverstal en van de kalverhouderij heeft ons groot en bekend gemaakt. Tot ver over de grenzen.’’ Bekendheid Van Beek & Zn. is van alle markten thuis waar het om kalveren gaat. Als kalverstalinrichter geniet het bedrijf bekendheid over de hele wereld. Daarnaast is het ook totaalbouwer van complete stallen. Verder heeft Van Beek zelf een aantal kalverstallen. Tevens heeft hij een complete betonfabriek die prefab betonelementen levert aan eigen

14

bouw, maar ook aan derden in de woning-, utiliteits-, wegen waterbouw. De kalverhouderij in Nederland heeft belangrijke ontwikkelingen doorgemaakt. ,,Ook wij zijn begonnen met eenlingboxen, maar vandaag de dag is de huisvesting voor kalveren modern, duurzaam en uitermate diervriendelijk. Binnen onze onderneming doen we voortdurend onderzoek naar innovatieve systemen zoals welzijnsvriendelijke vloeren, diverse mestsystemen en systemen voor aan- en afvoer van zuurstof. We kijken continu hoe we het nog beter kunnen doen voor de agrariër, maar zeker ook voor het dier.’’ Talen Deze innovatiedrang heeft Van Beek & Zn. op de plek gebracht waar ze nu is. Een belangrijke speler over de hele wereld waar het om de inrichting van kalverstallen gaat. ,,Agrariërs weten ons te vinden omdat we een kwalitatief goed product leveren. Dat kunnen we bieden omdat we precies weten waar we over praten. We komen dagelijks bij kalverhouders over de vloer, we houden zelf kalveren en je kunt gerust zeggen dat we tussen de kalveren geboren zijn. Daarnaast spreken we hier alle talen. Niet alleen vloeiend Italiaans, Frans en Engels, maar ook de taal van de boer zelf. Ook dat is een belangrijke reden waarom mensen graag zaken met ons doen.’’


v.l.n.r Gert van Beek, Klaas Bouwman, Henk Cysouw

Proefboerderij Innovatiedrang heeft Van Beek & Zn. er toe gebracht om een splinternieuwe proefboerderij te bouwen in Barneveld. Deze demonstratiestal is zo ingericht dat het grote publiek er laagdrempelig de verschillende systemen voor kalverhouderij kan bekijken. In vier verschillende afdelingen zijn diverse technieken en systemen toegepast die niet alleen fungeren als demonstratiestallen, maar ook als proefboerderij voor techniek en innovatie. ,,De kalverhouderij is een prachtige bedrijfstak en kalfsvlees is een heerlijk stukje vlees dat eigenlijk nog veel te weinig waardering krijgt’’, legt Gert uit. ,,Met deze demostal willen we er een bijdrage aan leveren dat Nederlanders kalfsvlees nog beter gaan waarderen. Vanaf medio september kan iedereen hier zes dagen in de week binnen lopen om een indruk te krijgen van deze mooie bedrijfstak.’’ Uniek ,,Een unieke stal op een unieke plek’’, noemt Van Beek ‘Kalverhouderij Beekzicht’ zoals het innovatieve complex genoemd wordt. ,,Dit is een stal die voor de hele sector als trekker fungeert, maar ook voor de gemeente Barneveld. In Het Rondeel, iets verderop, kan het publiek kennismaken met de pluimveehouderij, aan de andere kant van het dorp kunnen ze een bezoekje brengen aan het pluimveemuseum en bij ons kunnen ze terecht om kennis te

maken met de kalverhouderij. Dan heb je een geweldig dagje uit, waar je ook nog eens heel veel wijzer van wordt. Het is niet voor niets dat de gemeente Barneveld prima meewerkte toen we met de plannen voor deze stal op de proppen kwamen.’’ Voorop lopen Altijd voorop lopen. Innoveren. Nieuwe markten aanboren. Elementen die Van Beek & Zn. groot hebben gemaakt. En wat Gert van Beek betreft is die groei nog niet ten einde. ,,In 2006 zijn we met Schuiteman en de Rabobank naar China geweest. ‘Van Beek gaat de Chinezen aan het kalfsvlees zetten’, werd er toen gegrapt. Maar inmiddels hebben we daar goede contacten gelegd en ook al diverse stallen ingericht. Niet dat de Chinezen al massaal kalfsvlees eten, maar de eerste zaadjes zijn wel gezaaid. En zoals je weet, komt van het een het ander. Dit is een sector met een mooi product en dat biedt volop kansen voor de toekomst.’’ G. van Beek & Zn. Internationaal opererende onderneming voor kalverstalinrichting, totaalbouw, kalverhouderij en betonproductie. Aantal medewerkers: 70 Werkzaamheden Schuiteman: samenstellen jaarrekeningen; controle jaarrekeningen; salarisadministratie; fiscale en bedrijfseconomische advisering.

15


SCHUITEMAN1008 - 13/01 © Schuiteman / De Kleuver bedrijfscommunicatie b.v.

VO ORTHUIZEN Kerkstraat 29 - Voorthuizen Postbus 146 - 3780 BC Voorthuizen T: (0342) 473444 - F: (0342) 474841 E: voorthuizen@schuiteman.com BA R N EV EL D Thorbeckelaan 95 - Barneveld Postbus 480 - 3770 AL Barneveld T: (0342) 411200 - F: (0342) 420022 E: info@schuiteman.com HUIZEN Huizermaatweg 360 - Huizen Postbus 391 - 1270 AJ Huizen T: (035) 6473471 - F: (035) 6473472 E: huizen@schuiteman.com V EEN EN DA A L Vendelier 4 - Veenendaal Postbus 622 - 3900 AP Veenendaal T: (0318) 618666 - F: (0318) 610147 E: veenendaal@schuiteman.com HAR DERW IJK Stephensonstraat 29 - Harderwijk Postbus 1164 - 3840 BD Harderwijk T: (0341) 455597 - F: (0341) 495090 E: harderwijk@schuiteman.com E de Keesomstraat 44 - Ede Postbus 276 - 6710 BG Ede T: (0318) 644000 - F: (0318) 644010 E: ede@schuiteman.com

COLOFON AgriView is een uitgave van Schuiteman Accountants & Adviseurs en verschijnt zo’n drie keer per jaar. Hoewel wij de grootst mogelijke zorg hebben besteed aan de samenstelling van AgriView, aanvaarden wij geen enkele aansprakelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de verstrekte gegevens. Wilt u op basis van de informatie in deze nieuwsbrief actie ondernemen, dan is nader advies noodzakelijk. Hiervoor kunt u een afspraak maken met één van onze deskundigen van de agrarische afdeling, gevestigd op het kantoor in Barneveld. Redactie Schuiteman Accountants & Adviseurs De Kleuver bedrijfscommunicatie b.v. Redactie-adres Schuiteman Accountants & Adviseurs Saskia Sol-Vreeburg T: (0342) 473444 E: ssol@schuiteman.com Concept, vormgeving en productie De Kleuver bedrijfscommunicatie b.v. © 2013 Schuiteman Accountants & Adviseurs

w w w. s c h u i t e m a n . c o m w w w. w e r k e n b i j s c h u i t e m a n . c o m w w w. d g a t o o l b o x . n l

“Nothing escapes his eagle eye...”


Agriview april 2013