Issuu on Google+

010

ELINGSSAMENWERKING jaargang 10 / 12-2

KWARTAALBLAD OVER SPORT & ONTWIKK

JAAR

SUPPORTER et m T S E E F VIERT ! rs // jou!

de n e o k / / k ajice r k / / f f j crui

een uitgave van


// // INHOUD SUPPORTER 40 // SUPPORTER 40 / COLOFON Het kwartaalblad Supporter wordt uitgegeven door het programma Sport & Ontwikkelings­samenwerking van NCDO (Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling). Meningen die in artikelen worden weergegeven zijn niet per definitie de meningen van het programma Sport & Ontwikkelings­samenwerking. Hoofdredactie: NCDO-programma Sport & OS (www.sportdevelopment.org), Tessa Kocken Eindredactie en coördinatie: Schrijf-Schrijf, Utrecht (www.schrijf-schrijf.nl), Jens Middel Redactieraad: Frank van Eekeren, Helga van Kampen, Judith Kilsdonk en Willem Vissers Medewerkers: ANP, Theo Buiting, Ghislaine van Drunen, Frank van Eekeren, Eric de Frel, Wester van Gaal, Peter Jeneson, Talita Kalloe, Helga van Kampen, Ilona Kamps, Peter Paul van Kempen, Michel van Keulen, Simon Kuper, Haico Kuut, Sébastien Löffler, Christel Medema, Jens Middel, Michiel van Oosterhout, Willem Vissers. Redactieadres: NCDO, Tessa Kocken Mauritskade 63 1092 AD Amsterdam T: (020) 568 87 88 E: t.kocken@ncdo.nl SSN 1562-7726 Ontwerp: Piraña grafisch ontwerp (www.pirana.nl) Druk: Quantes / Artoos (www.quantesartoos.nl) © NCDO 2010. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook, zonder voor­afgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

JAAR 2

Supporter 10 Jaar

23 Merchandise................ 6

Pioniers .................. 28

De Wissel..................... 7

Veld ........................ 32

Sportprojecten .......... 12

Vechten in Vietnam... 34

Vera Pauw.................. 15

Sport & OS 2.0 ........ 43

Opmars sport & OS.... 16

De Libero ................ 51


// SUPPORTER 40 // SUPPORTER 40 // SUPPOR

31 20 8 Richard Krajicek ‘Als ik dan toch een week in Suriname ben, laat ik dan ook wat nuttigs doen’, dacht de oud-Wimbledonkampioen. Hij opende er een playground van zijn organisatie.

Oegandees wielrennen Vaak zijn het boda boda-rijders (fietstaxichauffers) die hun taxi ombouwen tot racefiets. En die degenen met professioneel materiaal voorbij stuiven.

10 x 1: Johans courts Zoveel mensen, zoveel meningen. In deze Supporter tien uitspraken over Johan Cruijff en de Cruyff Courts van zijn stichting. ‘Alleen een veldje is niet genoeg.’

2 x 5: Ministerpraat Jan Pronk en Erica Terpstra. Gevolgd door Bert Koenders en Jet Bussemaker. Ze beantwoorden per persoon vijf vragen. Over verleden en toekomst van sport & ontwikkeling.

8 23 31 44 20 &

38

Jubileumwedstrijd Van juichende voetballers zonder benen tot een jongetje dat opbloeit door hard te lopen. De inzendingen voor de schrijf- en fotografeerwedstrijd waren indrukwekkend.

44

Supporter 10 Jaar

3


/ SUPPORTER 40 // SUPPORTER 40 // SUPPORTE JAAR

Nieuwsbrief

over sport en ont wikkelingssam enwerking

4

Het trainingscentrum van Lornah Kiplagat Een groeiende markt voor sportontwikkelingswerkers?

Nieuwsbrief

Koss en Gebrselassie ontmoeten elkaar op studiedag pagina 2

Studiedag brengt sport- en ontwikkelingswereld bijeen

2 Supporter

4

December 2001

6

enwerking over sport en ont wikkelingssam

7

2 4 6 10

Supporter September 2002

Afrika Cup: volksfeest in Mali Wouter van Beek: “Richten op regionale en lokale sportorganisaties.” Nederlandse ondersteuning voor Olympic Aid Sport als stimulans voor verstandelijk gehandicapte kinderen

Nieuwsbrief

2 4 6

Supporter Maart 2002

11

over sport en ont wikkelingssam enwerking

8

Nieuwsbrief

enwerking over sport en ont wikkelingssam

9

Bewegen onmisbaar

voor zeenomaden

De andere finale B H U TA N – M O N T S E R R AT

elkaar gevonden pagina 12 Jan Vullings: tegenpolen hebben

Supporter 10 Jaar

Sport als alternatief voor drugsmaffia Jos Hermens: “Breedtesport geen prioriteit voor Afrika.” Gehandicaptensport op Zanzibar Ambassades en sportontwikkeling

De kracht van sport

Aad van den Heuvel over sport en saamhorigheid pagina 12

4

Sport zorg t voor teamspirit 12 voor Marokkaanse meisjes pagina Politicus Naima Azough: sporten

Supporter viert zijn 10e verjaardag. 40 nummers vol verhalen en foto’s die de rol van sport in ontwikkelings­ landen tonen. Reden voor een feestje, in de vorm van deze jubileumuitgave. Die is extra dik en heeft grootse gasten. Van levende legendes Richard Krajicek en Johan Cruijff, tot oud-ministers Bert Koenders en Jan Pronk. Van een sport­ liefhebber die Braziliaanse jongeren bij drugsbazen vandaan houdt, tot een surfer die straatkinderen in ZuidAfrika steunt. En van de Volkskrant-journalist Willem Vissers tot lezers als jij, die meededen aan een speciale schrijf- en fotografeerwed­ strijd. Kijk achterin dit nummer welk artikel en beeld hebben gewonnen. Zie méér verhalen over sport & ontwikkeling op www.sportdevelopment.org. En laat je in deze 40e Supporter verrassen door de sociale impact van sport.

enwerking over sport en ont wikkelingssam

5 a 12 Afrika ? pagin Spaan met Wat heeft Henk

Kansen voor meisjes

Nieuwsbrief

Riau Archipel: sport zorgt voor sociale cohesie Aidsvoorlichting en voetbal in Zambia Prins van Oranje: sport heeft ontwikkelingslanden op wereldkaart gezet Sports for All congres

2 4 6 10

Supporter December 2002

Bhutan en Montserrat spelen hun wedstrijd van de eeuw De meest omstreden man van het laatste WK voetbal Dagboek internationale conferentie ng sport en ontwikkelingssamenwerki Congres sportontwikkeling Suriname

2 4 6 10

Supporter Maart 2003


ER 40 // SUPPORTER 40 // SUPPORTER 40 // ISSN 1572-7726

Sup p rte r NR 17

|

JAARGANG 5

|

APRIL 2005

|

NEEM EEN GRATIS ABONNEMENT OP SUPPORTER ZIE ACHTERZIJDE

E E N U I T G AV E VA N D E N C D O

WERKING EN ONTWIKKEL INGSSAMEN KWARTAAL BLAD OVER SPORT

Marokko scoort!

in Casablanca Bayti vecht voor straatkinderen speelt op sociaal Marocprof Mohammed Allach nale rolmodellen Moslimsporters als internatio stevig op de mat Elco van der Geest staat weer

Supporter 10 Jaar

5


// MERCHANDISE licht Spelen voor Het lijkt een gewone voetbal. Maar schijn bedriegt. In de sOccket zit een energiegenerator. Door een potje te voetballen met de sOccket laadt die generator de batterij in de bal op. Na afloop van het partijtje kan er een LED-lampje in de sOccket gestoken worden. Dat lampje brandt al als je pas een kwartier gespeeld hebt. Deze speciale bal is nu nog alleen beschikbaar in ontwikkelingsgebieden zonder energievoorziening. Maar binnenkort komt hij ook naar Nederland. Interesse? Ga naar www.soccket.com!

Zijdezacht Ballen door de woonkamer gooien, is vaak geen goed idee. Vooral niet als er breekbare spullen in de ruimte staan. Maar met de Nyemobal – gemaakt van zijde – zal geen porseleinkast te lijden hebben. Bovendien red je meer dan alleen je inboedel. Alleenstaande vrouwen in Cambodja kunnen door het breien van de balletjes weer een nieuw bestaan opbouwen. Zo voorzien ze hun gezin van een goede toekomst. Prijs: € 10,95 per stuk via www.webwinkel.oxfamnovib.nl

Cool warm Lange wandel-, ski- of snowboardtochten in de planning? Trotseer de elementen in stijl! Een modebewuste stijl, natuurlijk, maar ook een sociale en milieuvriendelijke. Met deze winterjassen van Falcon Sportswear, bijvoorbeeld. Die dragen het onafhankelijke MADE BY-label: een garantie voor consumenten dat de kleding met respect voor mens en milieu gemaakt is. Dát is pas cool warm blijven. Prijs: v.a. € 99,95 per stuk via www.falconsportswear.nl Kijk voor meer over MADE BY op: www.made-by.nl

6

Supporter 10 Jaar


// DE WISSEL

WAARDE Het klinkt zo mooi: ‘Sport ontwikkelt’. Het is een mantra van de ontwikkelingsindustrie geworden. En daarom dansen ontwikkelingswerkers verkleed als condooms voor Afrikaanse voetbalwedstrijden, of worden Palestijnse en Israelische kinderen opgetrommeld om samen te gaan basketballen. Van sport leer je toch regels, respect en samenwerking? Dat zie je aan, eh, Diego Maradona, Mike Tyson, en al die Amerikaanse college-atleten die vrouwelijke medestudentes lastig vallen.

Simon Kuper (1969) is een Brits journalist en auteur op het gebied van sport en geschiedenis. Hij schrijft voor onder andere de Financial Times, Hard Gras en Vrij Nederland.

‘Sport voor ontwikkeling en vrede is inmiddels breed erkend als effectief middel’, concludeerde dan ook de conferentie More than Child’s Play van het Institute for Social Studies in Den Haag vorig jaar. De VN wil zelfs dat sport bijdraagt aan het halen van de millenniumdoelstellingen. Ook ik vind sport leuk, en ben erg voor sportwoordgrappen als ‘Kick AIDS Out’, maar toch wil ik in de tegenaanval. Ten eerste wéten we simpelweg niet of sport ontwikkelt. De sport-voor-ontwikkelingsindustrie wordt vooral door gelovigen bevolkt, want pas als je zegt dat sport ontwikkeling stimuleert, krijg je geld voor je sportontwikkelingsproject. Helaas ontbreekt het bewijs. Dergelijke projecten worden zoals bekend amper door onafhankelijke buitenstaanders beoordeeld. Daarom geeft zelfs het eindrapport over More than Child’s Play toe: ‘Empirisch bewijs voor effectieve strategieën en methodes ontbreekt nog altijd.’ Dat vindt ook de Noorse Centre for Health and Social Development, in zijn beoordeling van een Noors voetbal-tegen-AIDS-project in Zambia in 2006: ‘Systematisch onderzoek naar de samenhang tussen sport en ontwikkeling is zwak… Het sterke geloof lijkt gebaseerd te zijn op intuïtieve zekerheid en ervaring dat er een positief verband bestaat tussen sport en ontwikkeling.’ Bovendien zijn er goede redenen te twijfelen aan

het grote idee dat sport vrede kan stichten. Adolf Ogi, destijds sportadviseur bij de VN, vertelde me in 2005 dat de Indiase en Pakistaanse cricketploegen vrede tussen de twee landen naderbij hadden gebracht. Even dacht ik dat hij een grap maakte. Net als zoveel gelovigen in deze sector lijkt Ogi niet te willen weten waarom conflicten ontstaan. Het gebeurt zelden omdat gewone mensen een hekel hebben aan het naburige volk. Het initiatief tot conflict komt bijna nooit van gewone mensen, maar van leiders – regeringen of guerillaleiders. Daarom is er nooit een oorlog tussen twee democratieën geweest. Leiders die conflicten ontketenen geven doorgaans weinig om de stem des volks. Ze vechten voor belangen: macht, olie, territorium. Ogi toonde mij een krantenknipsel over de (nooit verwezenlijkte) plannen van de twee Korea’s om samen één Olympische ploeg naar de Spelen van 2008 te sturen. ‘Hier heeft sport wezenlijk bijgedragen’, vertelde hij. Maar als de NoordKoreaanse leider Kim Jong-il echt het type was geweest dat uit liefde voor de sport een kernoorlog afzweert, dan was het Koreaanse conflict inmiddels wel opgelost. Of neem de Joegoslaven: decennialang speelden ze in verenigde sportploegen, en vervolgens slachtte men elkaar af. Je kunt kinderen in oorlogsgebieden best een bal geven; verwacht er alleen geen vrede van. En toch heeft die bal nut. Mensen worden er namelijk gelukkiger van. In 1996 bezocht ik met de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie SCORE de Zuid-Afrikaanse township Khayelitsha. Ongeveer tweehonderd kinderen hadden zich in een weide verzameld. Daar kregen ze van Adidas 98 voetballen. De kinderen wierpen zich met z’n allen tegelijk op de mandjes met ballen, dribbelden door de weide, werden helemaal gek. Een voetbal (wellicht door een kind in Pakistan genaaid) kost zo’n 5 euro. Het kan tientallen kinderen wekenlang gelukkig maken voordat het kapot gaat. Wereldvrede is het niet, maar geluk is ook iets waard.

Supporter 10 Jaar

7


// INTERVIEW Richard Krajicek Ooit maakte Richard Krajicek wereldwijd furore op tennisbanen. Vandaag de dag doet de oud-Wimbledonwinnaar dat in achterstandswijken. Niet meer door zelf tegen een bal te slaan, maar door kinderen uit die buurten de kans te geven om te sporten. In Nederland. En sinds kort in Suriname. Tekst: Jens Middel. Foto's: ANP / RKF

S I M A A N N J I 'M ER STEEDS MIND BELANGRIJK '

NIEUWE GAME ‘We wisten het niet. Wanneer was de laatste keer dat we zo samen gezeten hadden? Het moest halverwege de jaren 90 geweest zijn, de tijd waarin wij het Davis Cup-team voor Nederland vormden: Jan Siemerink, Paul Haarhuis, Jacco Eltingh en ik, onder leiding van onze captain Stan Franker. Nu was het 2010 en waren we voor het eerst weer samen. Met z'n vijven aan één tafel. Waarom we daar zaten? Omdat we een oude belofte hadden ingelost. Wij, de spelers, waren na al die jaren eindelijk op bezoek gekomen bij Stan. In zijn land: Suriname. We aten, dronken en lachten om elkaars verhalen, elkaars herinneringen. Het was een heel speciaal moment. Een avond die ik koester; nu al, ook al is het pas een maand geleden dat we daar waren. Het aanvankelijke plan was om alleen onze oude captain te bezoeken. Maar naarmate de reisdatum naderde, begonnen we dat wat suf te vinden. “Als we er dan toch een week zijn”, zeiden we tegen elkaar, “laten we dan ook wat nuttigs doen. Tennis promoten, bijvoorbeeld.” Stan kwam vervolgens met het idee om ons een Richard Krajicek Playground te laten openen. Ik moest daar even over nadenken. Normaal gesproken liggen de playgrounds van mijn stichting, de Richard Krajicek Foundation, in Nederland. En dat is niet voor niets. Wij willen als stichting het reilen en zeilen op onze speelpleinen goed in de gaten kunnen houden, minstens twee keer per jaar controleren. Dat wordt moeilijk als zo'n plein helemaal in Latijns Amerika ligt. Maar Stan beloofde dat híj de controle op zich zou nemen.’ Nu is er dus een playground in Suriname. Althans: die is in aanbouw. Ik ben benieuwd of het een succes wordt, al heb ik goede hoop – met Stan aan het roer. Of we gaan meehelpen aan de aanleg van sportpleinen in andere ontwikkelingslanden, hangt onder andere af van hoe het in Suriname gaat. De problemen die we in Nederland met de playgrounds aanpakken, zullen ook in die landen bestaan. Dus een

8

Supporter 10 Jaar

HELLO MY NAME IS

internationale focus is geen heel gek idee. Maar voorlopig is het echt een stap te ver. We richten ons in de eerste plaats op Nederland. Daar is ook nog genoeg te doen. We zouden wel al advies kunnen geven aan organisaties die speelpleintjes willen aanleggen in ontwikkelingslanden. Maar die organisaties kloppen nog niet bij ons aan.’ GEWONNEN SET ‘De Richard Krajicek Foundation heeft 13 jaar ervaring om te delen. In 1996 werd ik in Den Haag gehuldigd. Ik had net Wimbledon gewonnen, de stemming was feestelijk en mensen vertelden me van alles over de stad. Maar wat het meest bleef hangen, was verre van vrolijk. Kinderen in Haagse aandachtswijken bleken niet of nauwelijks te sporten. Ze wilden wel, maar woonden te ver weg van een sportvereniging. Of ze hadden ouders die niet genoeg verdienden om hen lid te maken van zo'n club. Ik besloot te helpen. Dat jaar nog richtte ik een stichting op: de Richard Krajicek Foundation. Die


Richard Krajicek, directeur van het ABN Amro-tennistoernooi, werkt tegenwoordig vaker in pak dan in tenniskleren. Maar zelfs met een pak aan slaat hij nog wel eens een balletje. Zeker als het voor zijn foundation is.

betaalt tot op de dag van vandaag mee aan de aanleg van speciale speelpleinen in aandachtswijken. Eerst alleen in Den Haag. Maar later ook in andere steden van Nederland, want daar bleek de situatie vergelijkbaar. Veel mensen vergelijken ons met de Johan Cruyff Foundation. Niet raar, want allebei leggen we overal in Nederland speelplekken aan. Met hetzelfde doel, bovendien: de jeugd aan het sporten krijgen. Eerlijk is eerlijk, hun veldjes zijn mooier – van kunstgras. Onze pleinen zijn van asfalt. Anderzijds heeft de Cruyff Foundation alleen voetbalveldjes, terwijl wij eveneens ruimte bieden aan tennis en basketbal. Overigens zijn er nu ook Richard Krajicek Playgrounds waarvan de Johan Cruyff Foundation het voetbalveldje aanlegt. En zijn er andersom Cruyff Courts waar wij de sportactiviteiten begeleiden. Want begeleiding ontbreekt vaak op deze veldjes, terwijl die volgens

ons heel belangrijk is. Als onze eigen playgrounds er eenmaal liggen, zetten we er altijd beheerders, sportleiders en talentvolle buurtjongeren aan het werk. Dankzij hun aanwezigheid wordt zo'n pleintje dan een veilige omgeving. Een plek waar jongens en meisjes niet alleen kunnen spelen, maar via begeleide sportactiviteiten ook sociale vaardigheden leren. Zoals: respect voor elkaar hebben, je aan de regels houden, samenwerken, je voor een doel inzetten en sportief omgaan met winst en verlies. Wie rotzooi wil trappen, komt onze pleintjes niet op. Die moet eerst zijn houding aanpassen. Jongeren die zich op de playgrounds onderscheiden – bijvoorbeeld door enthousiasme of hulpvaardigheid – maken kans op een beurs voor een sportopleiding. De stichting heeft in 2010 aan ruim tachtig jongens en meisjes zo’n scholarship gegeven. >>>

‘Eerlijk is eerlijk: Cruyff Courts zijn mooier’

Supporter 10 Jaar

9


// SOORT chapeau

Zij zetten hun nieuwe kennis direct in op de speelpleinen. De “scholarshippers” staan dichter bij de spelende jongeren dan sportleiders. Zij zijn één van hen, komen uit dezelfde buurt. En: ze zijn rolmodellen. Als je 10 bent wil je de nieuwe Seedorf of Sneijder worden. Als je 16 bent, weet je vaak al dat dat er niet in zit – en zoek je je voorbeelden dichterbij. Wie krijgt respect in je wijk? De scholarshippers zijn positieve rolmodellen voor de jeugd: zij zijn leeftijdsgenoten die iets opbouwen voor zichzelf en de buurt. In tegenstelling tot degenen die op straat hangen en vervelend doen.’ SPANNENDE MATCH ‘Je moet alert blijven, maar vooralsnog loopt ons werk voortvarend. We hebben zeventig playgrounds en een aantal die nog in aanbouw zijn. De twee controles die we per jaar op elk pleintje uitvoeren, stemmen tevreden. En ook de leerstoel die we op Universiteit Utrecht financieren, leidt tot onderzoeksresultaten die onze effectiviteit onderstrepen. De stichting begon als een poging om meer kinderen te laten sporten. Maar inmiddels is onze insteek breder en socialer. We zijn nu specialisten op het kruispunt tussen sport, jongeren en aandachtswijken. Natuurlijk: er valt altijd iets te verbeteren. Daar hebben we door de jaren heen ook voor open gestaan. Zo was er in Hilversum ooit een plein waar zich 's nachts jongeren verzamelden – en niet om te sporten of huiswerk te maken. Nu weten we dat er in sommige wijken onze playgrounds ’s nachts moeten afsluiten. Zo voorkom je overlast. Wijken moeten echt iets aan onze playgrounds hebben. Het moet ze iets opleveren. Dat is alleen goed mogelijk als buurtbewoners achter de aanleg ervan staan. Zij moeten via hun gemeente aangeven dat ze een speelplein willen. En die gemeente moet dan naar ons toekomen. Pas als dat gebeurd is, gaan wij aan de slag. Althans, als gemeentes aan een aantal voorwaarden voldoen. Wij betalen, met hulp van onze

‘We gaan niet als een gek voor de honderd playgrounds’

10

Supporter 10 Jaar


// INTERVIEW Richard Krajicek

sponsors, de helft van de aanleg van playgrounds en het salaris van pleinmedewerkers. Gemeentes dienen de andere helft te betalen. Ze zijn bovendien eigenaar en trekker van het project. Zonder deze verantwoordelijkheid en financiële betrokkenheid, zou er bij hen een minder grote prikkel zijn om de playgrounds serieus te nemen. Dan zouden gemeentes, en via hen lokale welzijnsinstanties, waarschijnlijk niet zo enthousiast met ons samenwerken als ze nu doen. Het aantal playgrounds groeit nog steeds, maar niet te snel. We zijn voorzichtig, mede door de crisis. We hebben goede vaste partners in onder andere de Sponsor Bingo Loterij en ABN Amro. Bovendien krijgen we extra ondersteuning van andere organisaties; voor de playground in Suriname bijvoorbeeld van de Nederlandse Sport Alliantie en De Telegraaf. Maar iedereen, zeker ook gemeentes, zal de komende tijd bezuinigingen voelen. En dat is best spannend; het kan er zomaar voor zorgen dat we straks minder geld te besteden hebben. Dus beperken we onze groei. We willen niet als een gek voor de honderd playgrounds gaan, en dan uiteindelijk de kwaliteit niet kunnen garanderen. Dit is overigens een wijsheid die niet van mij komt, al ben ik het ermee eens. Het zijn mijn medebestuursleden die me dat voorhielden. Mede dankzij hun inzicht is de Richard Krajicek Foundation nu een professionele stichting. Een organisatie die vooral bekend is vanwege haar goede werk. Mijn naam wordt steeds minder belangrijk. We gebruiken die ook steeds minder: we noemen onszelf vaak RKF. Veel kinderen voor wie we werken, waren trouwens nog niet eens geboren toen ik Wimbledon won. Als de naam “Richard Krajicek” hen al iets zegt, dan zullen ze vooral denken aan hun speelplein. En dat is eigenlijk alleen maar mooi.’ ••••••••••••••••••••••••••••••••

Richard Krajicek hurkt in november 2010 bij de eerste steen va n de playground die zijn stichting laat aanle ggen in Surinam e.

Supporter 10 Jaar

11


2:

SP O

RT E

N

X 2 // 5 X 2 // 5 X 2 // 5 X 2 // 5 X 2// dan 10 jaar internationaal

ingezet voor ontwikkeling. Talloze projecten zien het

X 5

Sport wordt al meer

levenslicht, op allerlei sportgebieden. Supporter belicht vijf van die gebieden.

Foto: Hans Veltmeijer

Tekst: Talita Kalloe

SURFSPORT ARCA EN TODOS

PALAMA METSI

De kust van de Atlantische Oceaan in Brazilië leent zich uitstekend voor de surfsport. De Braziliaanse stichting ARCA zet al tien jaar sport en spel in voor youth empowerment. Een onderdeel daarvan is het opleiden van straatjongeren tot erkende surfleraren. Op andere plekken in de wereld zijn er organisaties die straatjongeren óók via sport willen opleiden, bijvoorbeeld tot jeugdleider. ‘Zij kunnen veel hebben aan de kennis en ervaring van ARCA – en andersom kan de Braziliaanse stichting hún kennis goed gebruiken’, zegt Hanneke Velthuijsen, directeur van de Nederlandse Stichting Todos. Haar organisatie legt het contact dat voor dit wederzijdse leren nodig is. Tussen ARCA en lokale initiatieven in Guatemalteekse krottenwijken, bijvoorbeeld. Todos voegt daar communicatielijnen met Nederlandse maatschappelijke organisaties aan toe. Het resultaat: een internationaal samenwerkingsverband dat jongeren in meerdere landen de kans geeft om via sport aan hun armoede te ontsnappen.

‘Ik ben hier niet om de wereld te veranderen’, zegt surfer Shafiek Kahn. ‘Ik ben hier alleen om degenen te helpen die wíllen veranderen. Oók de kinderen die nu nog met een drugsverslaving kampen.’ Kahn doet dat met zijn Palama Metsi Surfing Development Academy. Die geeft in de Zuid-Afrikaanse kustplaats Muizenberg surfles aan meer dan 45 lokale straatkinderen. ‘Palama Metsi’ (‘Waterrijders’ in het Sesotho, één van de elf officiële talen van Zuid-Afrika) zoekt ook een veilige woonplek voor hen. Bovendien stimuleert de academy de jongeren om een opleiding te volgen die hen in staat stelt typisch kustwerk te doen – van boten bouwen tot reddingswerk. Palama Metsi zoekt nog naar financiers. ‘Tot nog toe is het meeste geld gekomen van de verkoop van tweedehands surfspullen’, zegt Kahn. ‘Die heb ik gekregen van surfvrienden en privé-studenten.’

Check: www.todos.nl

12

Supporter 10 Jaar

Check: Palama Metsi op www.facebook.com


/ 5 X 2 // 5 X 2 // 5 X 2 // SUPPORTER 40 VOETBAL IBISS EN S.V. LYCURGUS ‘Ontwikkelingsorganisatie IBISS doet er alles aan om Braziliaanse jongeren uit de criminaliteit te houden. Ook al moeten ze hen eigenhandig bij drugsbaronnen weghalen.’ Dat vertelt Koos Veenhoff, al 47 jaar lid van het Groningse S.V. Lycurgus. ‘In 2003 heb ik zelf een bezoek aan Brazilië gebracht en met eigen ogen gezien wat daar speelt. Het geeft me voldoening om vanuit Nederland iets voor hen te kunnen betekenen.’ Lycurgus zamelt sinds 15 jaar geld in voor IBISS. Ook stuurt de club trainingspakken en voetbalspullen naar de kinderen die de organisatie steunt. De jarenlange vriendschap tussen IBISS en Lycurgus oogst alom lof. Zo wordt hun relatie als ‘goed voorbeeld’ gebruikt door het NCDO-initiatief Clublinking, dat sportverenigingen in Nederland in contact brengt met sportprojecten in ontwikkelingslanden.

WORLDCOACHES ‘Voetbal heeft een enorme aantrekkingskracht op kinderen. . Zij leren door deze sport om te gaan met regels en zichzelf te ontwikkelen. Zowel binnen als buiten het veld.’ Zo geeft Michael van der Star – coördinator Internationale MVO Projecten bij de KNVB – een aantal redenen waarom de KNVB in 2009 het project WorldCoaches startte. ‘In dit project leiden we lokale voetbalcoaches op, zodat zij op hun beurt jongeren kunnen trainen. Daarbij gaat het om voetbaltechnische kennis en om life skills: vaardigheden omtrent hygiëne en respect opbrengen voor jezelf . en anderen. Bovendien vervullen de coaches een voorbeeldrol en kunnen zij thema’s aankaarten als aids, girl empowerment en criminaliteit. Daarmee werken we aan een beter toekomstperspectief. Niet alleen van het kind, maar van de hele gemeenschap.’ Check: www.worldcoaches.nl

Check: www.ibiss.info, www.svlycurgus.nl en www.clublinking.nl

AANGEPASTE SPORT RESPO INTERNATIONAL Respo International zet zich wereldwijd in om de positie van mensen . met een handicap te versterken. Dit doet zij door het ontwikkelen van beweeg- en sportprogramma’s. ‘In Bandung (Indonesië) werkt Respo International samen met de lokale sportacademie en de sportopleidingen van Hogeschool Windesheim om een trainingsprogramma op te zetten voor speciaal onderwijs’, . legt Respo International-projectmanager Bas Schutte uit. . ‘Het belangrijkste doel is om sportactiviteiten zó aan te passen, . dat alle kinderen kunnen deelnemen. Daarom organiseren we samen met lokale sport- en gehandicaptenorganisaties sportfestivals. . Te veel kinderen staan nu nog aan de kant, terwijl voor hen beweging nou juist zo belangrijk is. Sporten doe je samen.’

PLAYABLE In Oeganda gelooft de bevolking dat er een vloek rust op families die een kind hebben met een beperking. Deze kinderen krijgen zelden een eerlijke kans om een toekomst op te bouwen. Stichting PlayAble leidt – in samenwerking met lokale organisaties – plaatselijke coaches op om door middel van sport de levenskwaliteit van kinderen met een beperking te verbeteren. PlayAble-oprichtster Steffi de Jong: ‘We hebben ook een A-league opgezet – in samenwerking met de bekende Kampala Kids League, die kinderen met verschillende achtergronden op het sportveld bijeen brengt. In de A-league sporten kinderen met een beperking samen met kinderen zonder beperking. Het resultaat is dat degenen mét een beperking zich niet langer geïsoleerd voelen. En dat degenen zonder beperking ineens zien dat er niets engs is aan een jongetje of meisje dat geen benen heeft. Dat zo’n leeftijdsgenootje net zo graag wil spelen als ieder ander, en dit met kleine aanpassingen ook prima kan.’

Check: www.respo.org en www.windesheim.org Check: www.play-able.org

Supporter 10 Jaar

13


X 2 // 5 X 2 // 5 X 2 // 5 X 2 // 5 X 2/

BASKETBAL

BHUTAN+PARTNERS

AROS DE ESPERANZA De heersende machocultuur, armoede, de vele interne gewapende conflicten en het grote drugsprobleem in Medellín, Colombia. Het is voor een meisje niet makkelijk om te midden van dit alles op te groeien. ‘Zeker niet tot iemand met gepaste normen en waarden’, zegt Guido Broekhuizen, oprichter van Aros de Esperanza. Deze organisatie steunt meisjes van 8 tot en met 14 jaar in hun dagelijkse strijd tegen . al het gevaar dat op de loer ligt. Denk hierbij aan tienerzwangerschap, drugsgebruik, toetreding tot bendes en het vroegtijdig verlaten van school. ‘Bijna alle meisjes in ons project hebben een grote verandering in hun gedrag ondergaan’, vertelt Broekhuizen. ‘Tijdens de eerste trainingen wilden ze geen basketbal delen met andere speelsters. . Nu zijn ze rustig, communicatief vaardig, gedisciplineerd en tolerant. Basketbal als teamsport leert de meisjes om op een sociale manier met anderen om te gaan. Op het veld én in hun dagelijks leven.’

‘In Bhutan dringt de verwestersing langzaam door: de samenleving wordt sneller en de mentaliteit verandert. Sommige jongeren vinden moeilijk hun plek in de maatschappij en stoppen met school of hebben geen werk. Met verleidingen als drugs en alcohol op de loer, hebben steeds meer van hen moeite om de juiste keuzes te maken en raken verslaafd.’ Zo beschrijft Mark Blankwater van Bhutan+Partners de situatie in het koninkrijk tussen India en China. Bhutan+Partners bundelt de krachten van sportbonden, ngo’s en overheden – met name in Bhutan – om die situatie te verbeteren. ‘Gelukkig bevindt dit proces zich in een redelijk vroeg stadium. We kennen het probleem en kunnen er nog wat aan doen. Samen met lokale stakeholders helpen wij jongeren met het programma Sport Coalitions in Action om hun weg te vinden in de maatschappij. Met sporten als basketbal proberen we hen te bereiken. Zodra we een relatie opbouwen met de jongeren en hun vertrouwen gewonnen hebben, kunnen de door ons opgeleide sportjongerenwerkers hen sociale ondersteuning bieden.’

Check: www.aros-de-esperanza.org

Check: www.bhutanandpartners.org

TENNIS

CO-FOUNDATION

RICHARD KRAJICEK FOUNDATION Wat bedacht was als een ontspannen vakantie, werd uiteindelijk een uiterst actieve week. Het bezoek van Richard Krajicek, Jacco Eltingh, Paul Haarhuis en Jan Siemerink aan hun voormalige Davis Cup-coach Stan Franker in Suriname, stond bomvol activiteiten om het tennis in dat land te stimuleren. ‘We hebben inmiddels al flink wat tennisclinics met (school)kinderen achter de rug’, schreef Krajicek op 4 november in De Telegraaf. ‘Ook hebben een bezoek gebracht aan voormalig topatlete Letitia Vriesde. Die heeft na een succesvolle atletiekcarrière in haar geboorteland de Stichting Letitia Vriesde Sport Promotie Suriname opgericht en in dat kader hebben wij met een groep Surinaamse kinderen een spetterende sportmiddag afgewerkt.’ . In Paramaribo sloeg de oud-tennisser bovendien de eerste paal voor een Richard Krajicek Playground; het eerste speelplein dat de Richard Krajicek Foundation buiten Nederland aanlegt.

Nog even en het toptennis zal genieten van rally’s met Nigeriaanse spelers. Althans, als het aan de CO-Foundation ligt. Deze stichting, opgericht door een Nederlands echtpaar, beheert een tennisschool voor kansarme jongeren in het Noord-Nigeriaanse Kaduna. De CO-Foundation stelt de meest talentvolle spelers al 10 jaar in staat om naar Nederland te komen en hier keihard te werken aan een proftennisbestaan. De natuurtalenten krijgen daarbij hulp van Tennis Academy Henk van Hulst, waar onder andere ook Jacco Eltingh, . Paul Haarhuis en Sjeng Schalken werden opgeleid. De eerste Nigeriaan die via de CO-Foundation naar Nederland kwam, Candy (zie foto), behaalde niet de wereldtop. Maar hij verdient inmiddels wel zijn geld met tennis, door trainingen te geven. Met zijn baan heeft hij in Nigeria een huis kunnen kopen, zijn familie uit de sloppenwijk gehaald en vele straatkinderen het geloof gegeven . dat een betere toekomst mogelijk is. Met Candy als rolmodel kloppen ze in groten getale aan bij de tennisschool in Kaduna.

Check: www.krajicek.nl en pagina 9

Check: www.co-foundation.org

14

Supporter 10 Jaar


1 X 10 // 1 X 10 // 1 X 10 // SUPPORTER 40 Vera Pauw was tot mei 2010 bondscoach van het Nederlands vrouwenteam. Nu werkt ze bij de Russische voetbalbond.

samen met jongens. Allerlei onderzoeken wijzen uit dat gemengd sporten beter is voor meisjes dan afzonderlijk sporten. Het maakt hen weerbaarder, geeft hen meer zelfrespect en leert hen sneller om “nee” te zeggen als ze iets niet willen.’

auw P era V

6 Dankzij u voetballen pupillen in Nederland sinds kort in gemengde teams. ‘Ja, daar heb ik hard voor gewerkt. Maar het zal niet de tijd krijgen om te beklijven.’

1 Bent u een wereldverbeteraar? ‘Zo zou ik mijzelf niet meteen noemen. Daar is de wereld erg groot voor, en de problemen talrijk. Maar ik zet me wel graag in voor een betere positie van meisjes en vrouwen.’

7 Waarom niet? ‘Na het EK 2009 is het meisjesvoetbal zó populair geworden, dat er grote sponsors geïnteresseerd raakten. De marketingmensen van de KNVB geven nu aan hoe lucratief het is gemengde teams weer op te splitsen. En het bestuur luistert hiernaar. Voor mij was dat de hoofdreden om dit jaar op te stappen. Het inperken van de ontwikkeling van meisjes steekt me in het hart.’

2 Hoe doet u dat?

8 En wat doet u nu?

‘Via sport. Dat is ook het doel van Women Win, waarvan ik bestuurslid ben. Women Win steunt wereldwijd sportactiviteiten waarmee meisjes zich ontwikkelen tot sterke, zelfbewuste personen; geëmancipeerde leidersfiguren voor hun gemeenschap.’

3 Steunt u ook andere goede doelen? ‘Toen ik in 2009 met het Nederlands vrouwenelftal de halve finale van het EK bereikte, vroegen veel ontwikkelingsorganisaties of ik ambassadeur voor ze wilde worden. Ik besloot er één te kiezen. Zo zou ik in de weinige tijd die ik buiten mijn dagelijkse werk om heb ook echt iets voor zo’n doel kunnen doen. Ik wilde meer zijn dan een naam op een website.’ 4 Waarom koos u voor de empowerment van vrouwen?

‘De drijfveer daarvoor komt van vroeger. Ik groeide op met twee broers. We zijn een drieling en samen stoeiden, voetbalden en renden we. Tot de middelbare school. Daar tikten medescholieren en leraren mij op de vingers. Meisjes moesten kalm en rustig zijn. Ik gun niemand dat beklemmende keurslijf. En ik gun iedereen het gevoel dat ik later op de Academie voor Lichamelijke Opvoeding had. Toen ik weer mocht rennen en springen, bloeide ik op.’

5 Die ervaring wilt u nu anderen bieden? ‘Ik weet dat veel vrouwen graag zouden bewegen, maar het niet doen. Simpelweg omdat hun omgeving dat niet accepteert. Ik denk dat het goed is als vrouwen van kinds af aan sporten, het liefst

‘Nu werk ik bij de Russische nationale voetbalbond. Ik krijg hier alle ruimte om het meisjes- en vrouwenvoetbal op te bouwen. En ik merk dat hier meer respect is voor de kennis, kunde en ervaring van vrouwen dan in Nederland. Rusland staat natuurlijk niet voor niets tweede op de lijst van landen met de meeste vrouwen op topposities.’

9 Aan welk moment denkt u als het over ‘de kracht van

sport’ gaat? ‘Onder andere de wedstrijd Palestina-Jordanië. Daar was ik bij als vervanger van FIFA-voorzitter Blatter. Toen het Palestijnse vrouwenelftal het veld op kwam, barstte het publiek uit in gejuich. Niet alleen in het bomvolle stadion, maar ook vanaf de hekken en de daken eromheen. De energie die daar vrijkwam overdonderde me totaal. De tranen sprongen me in de ogen.’

10 En aan welk persoon denkt u?

‘Bijvoorbeeld aan Honey, de aanvoerster van het Palestijnse team. Zij zette het vrouwenvoetbal in de Palestijnse gebieden op, terwijl vrouwen er absoluut niet openbaar mochten sporten. Ik zet me in voor empowerment, maar doe dat zonder risico. Zij liep levensgevaar en ging toch door. Om nu zó populair te zijn dat ze nauwelijks meer over straat kan. Daar is maar één woord voor: inspirerend.’

Tekst: Jens Middel. Foto: ANP.

Supporter 10 Jaar

15


VAN

VOORLOPERS

TOT

DOORLOPERS Sport zou een luxe zijn. Puur vermaak. Of sport ook kon meehelpen aan het oplossen van sociale problemen in ontwikkelingslanden? Die vraag kwam niet eens op bij de meeste politici en goede doelen in de wereld. Tot de jaren 90. Sindsdien is sport als ontwikkelingsmiddel bezig aan een opmars. Zeker in de afgelopen tien jaar. En mede dankzij Nederland.

Tekst: Helga van Kampen, Tessa Kocken en Jens Middel. Foto's: iStockphoto

16

Supporter 10 Jaar


// ACHTERGROND De opmars van sport & ontwikkeling VOORLOPERS (1994-2002) Met het publiceren van de beleidsbrief Samenspel scoort, ontstond er in Nederland iets dat tot op de dag van vandaag geen ander land gehad heeft. Er kwam staatsbeleid rond sport & ontwikkelings­ samenwerking. De schrijvers van dit politieke novum: Jan Pronk, destijds minister voor Ontwikkelingssamenwerking (zie pagina 21), en Erica Terpstra, de toenmalige staatssecretaris Sport (zie pagina 20). Hun sport & ontwikkelingsbeleid startte in 1998 en sloot aan bij een groeiende tendens in de samenleving. Steeds meer Nederlandse organisaties gebruikten sport namelijk om ontwikkelingslanden een duw in de juiste richting te geven. Enthousiaste goede doelen, maar ook sportorganisaties. De nationale sportkoepel NOC*NSF had in 1994 bijvoorbeeld al de krachten gebundeld met de Nederlandse ambassade in Zuid-Afrika en enkele Scandinavische sponsors. Samen richtten zij in de aanloop naar de eerste vrije verkiezingen van Zuid-Afrika SCORE op: een lokale organisatie die ook nu nog sportlessen geeft in townships. Het doel van SCORE is om mensen via sport nuttige life skills bij te brengen, zoals samenwerken, doelgericht handelen en leiding geven. Naast NOC*NSF stimuleerde onder andere ook de KNVB sport in Afrika. De voetbalbond begon in 1997 met de technische workshops die zij nog altijd geeft aan voetbalcoaches in ontwikkelingslanden. De Nederlandse regering kreeg steeds vaker de vraag om een financiële bijdrage te leveren aan dit soort initiatieven. Onder Pronk en Terpstra kwam er subsidie voor. Daardoor konden Nederlandse organisaties als NOC*NSF, NSA/NKS, Stedenband Haarlem-Mutare en Todos hun huidige expertise in sport & ontwikkeling opbouwen. Bovendien ging er ook geld naar NCDO, de organisatie die het politiek mandaat had om draagvlak te creëren voor ontwikkelingssamenwerking. Zij kreeg van minister Pronk de taak om een ‘kennis- en expertisepunt voor sport & ontwikkelingssamenwerking’ op te zetten. Zo werd Nederland in de jaren 90 voorloper op het gebied van sport & ontwikkeling. Een positie die vervolgens onder druk kwam te staan.

NCDO ALS KENNISCENTRUM De opdracht van minister Jan Pronk aan NCDO om een ‘kennis- en expertisepunt voor sport & ontwikkelingssamenwerking’ op te zetten, leidde tot de start van het NCDO-programma Sport. Sinds 1999 faciliteert dit programma een netwerk van organisaties die zich bezighouden met sport & ontwikkelingssamenwerking. . Het ontwikkelt en beheert ook het online kennispunt op dat gebied: . sportdevelopment.org. Bovendien publiceert ze het publieksblad Supporter en spoort het Nederlandse sportverenigingen aan om een vriendschapsband aan te gaan met sportprojecten in ontwikkelingslanden (clublinking.nl).

MEELOPERS (2002-2008) De ministers na Pronk perkten de subsidie voor sport als ontwikkelingsmiddel in. Sport werd in Nederland weer meer en meer gezien als een luxe waar ontwikkelingslanden weinig aan hebben. Desondanks bleven veel organisaties wel actief, ook zonder beleidsondersteuning. Bovendien groeide de populariteit van sport & ontwikkeling in het buitenland. Zo werd in 2002 een UN Task Force on Sports for Peace and Development ingesteld. Ook nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in 2003 de eerste sportresolutie aan. VN-hoofd Kofi Annan kreeg daarnaast een speciale adviseur rond het thema sport & ontwikkeling: Adolf Ogi. Die lanceerde in 2004 het internationale online kennisplatform sportanddev.org. Een jaar later riep de VN 2005 uit tot het International Year of Sports and Physical Education. Daarbij nam ze opnieuw een resolutie aan waarin ze sport als middel voor onderwijs, gezondheid, ontwikkeling en vrede erkent. Eind dat jaar deed het Europese Parlement hetzelfde. Het belang van sport voor samenlevingen werd nog nooit op zo'n grote schaal erkend. En onlangs, op 18 oktober, kwam de VN wederom met een Sport for Social Change-resolutie. Twee grote internationale bijeenkomsten onderstreepten de wereldwijde interesse voor het onderwerp nog eens extra. Zowel de politieke Magglingen-conferentie als expert meeting The Next Step werden in 2003 druk bezocht. Er was veel vraag naar kennis over sport & ontwikkeling en voorbeelden van succesvolle projecten. Zóveel vraag dat NCDO samen met het ministerie van VWS, NOC*NSF en twintig buitenlandse partners een internationale Toolkit Sport & Development samenstelde. Grote organisaties als wereldvoetbalbond FIFA en de IOC zetten ondertussen hun eigen ontwikkelingsprogramma's op. En onder andere de Noorse Sport Federatie, UK Sports en de Commonwealth Games Canada hadden bij de aanvang van het nieuwe millennium al tal van projecten in vooral Afrika op hun naam staan. Dankzij ondersteuning uit meerdere landen werden ‘zuidelijke’ organisaties als de Keniaanse Mathare Youth Sports Association (MYSA) toonaangevend. MYSA zet sport vooral in voor een leefbare samenleving, bijvoorbeeld door mensen aan te sporen hun wijk op te ruimen. Alleen dan mogen die mannen, vrouwen, jongens en meisjes meedoen aan goed georganiseerde sportactiviteiten. De steun voor sociale sportprojecten in ontwikkelingslanden komt inmiddels niet alleen meer uit het Westen. MYSA versterkt bijvoorbeeld zelf weer andere Afrikaanse organisaties. En de Zambiaanse Edusport Foundation zette het netwerk Kicking Aids Out op. Daarin wisselen organisaties uit Zambia, Zimbabwe, Namibië, Kenia en Zuid-Afrika kennis uit over de manieren waarop er via sport hiv/aidsvoorlichting en -preventie mogelijk is. >>>

Supporter 10 Jaar

17


// ACHTERGROND De opmars van sport & ontwikkeling SPORTERS ALS AMBASSADEURS Beroemde sporthelden trekken de aandacht. Als zij een boodschap uitdragen, luisteren er talloze mensen. Inclusief bedrijven en beleidsmakers, nationaal en internationaal. Bekende atleten zijn dan ook gewilde ambassadeurs voor organisaties die het belang van sport voor maatschappelijke ontwikkeling willen onderstrepen – en geld zoeken voor sportinitiatieven. De Laureus Foundation (opgericht in 2000) zet bijvoorbeeld tal van beroemde sporters in, van Michael Johnson tot Edwin Moses. En zo zijn er ook honderden atleten die zich inzetten voor Right To Play, een wereldwijde sport & ontwikkelingsorganisatie die in 2003 voortkwam uit Olympic Aid. Onder leiding van oud-schaatser Johan Olav Koss voert Right To Play veel projecten uit in onder andere vluchtelingenkampen en doet onderzoek naar de impact van sport op de maatschappij. De organisatie slaagt erin sport & ontwikkeling hoog op politieke agenda's te krijgen. Onder andere door rondetafelbijeenkomsten tijdens de Olympische Spelen te organiseren, waarbij mensen als aartsbisschop Desmond Tutu aanschuiven.

DOORLOPERS (2008-2011) De Nederlandse overheid was tussen 2003 en 2008 de grote afwezige op het gebied van sport & ontwikkeling. Tijdens het tweede kabinet-Kok viel het thema zelfs helemaal van de agenda. Pas toen in 2008 PvdA'er Bert Koenders (zie pagina 38) minister voor Ontwikkelingssamenwerking werd, was de politieke aandacht terug. Samen met staatssecretaris Jet Bussemaker van VWS schreef hij Kans voor open doel – De Kracht van Sport in Ontwikkelingssamenwerking. Het idee achter deze beleidsnota voor de periode 2008-2011 is dat sport weliswaar geen tovermiddel is voor ontwikkelingsproblemen, maar wel een goede katalysator kan zijn voor de oplossingen daarvan. Zeker als monitoring, evaluatie en metingen beter worden. Bovendien zouden Nederlandse organisatie meer moeten samenwerken; onderling, maar ook met partners uit de ‘doellanden’ zelf. Koenders en Bussemaker stelden 4 miljoen euro per jaar beschikbaar voor activiteiten in tien ontwikkelingslanden: Zuid-Afrika, Burkina Faso, Zambia, Mozambique, Guatemala, Suriname, Senegal, Kenia, Bhutan en Indonesië. In elk van deze landen loopt nu een sportontwikkelingsprogramma, waar meerdere projecten onder vallen. Losse projecten krijgen geen geld. Het streven is een structurele verbetering van sportbeleid; de Nederlandse steun aan sportactiviteiten moet beklijven. Het zou de duurzaamheid en impact van die activiteiten ten goede komen, als Kans voor open doel een vervolg krijgt na 2011. Maar het is niet moeilijk voor te stellen dat het nieuwe kabinet daar anders over denkt. Als de stekker uit de beleidsondersteuning van sport & ontwikkelingssamenwerking wordt getrokken, loopt Nederland het risico van een beschadigde reputatie. Want hoe kan het beweren een betrouwbare partner te zijn, als het al na twee jaar alle intenties om duurzaam beleid te voeren aan de wilgen hangt. Voor organisaties

18

Supporter 10 Jaar

op het gebied van sport & ontwikkeling is het nu zaak om snel de totale opbrengsten en impact van Koenders beleid in kaart te brengen. Als die resultaten goed zijn, dan ziet de regering wellicht in dat sport een goedkoop middel is om een grote bijdrage te leveren aan ontwikkeling. En allesbehalve een overbodige luxe in bezuinigingstijd. •••••••••••••••••••••••••••••••••••

BEDRIJVEN ALS INVESTEERDERS Sport is sexy. En ontwikkelingssamenwerking straalt goedheid uit. De combinatie van beide leidt tot enorme aantrekkingskracht op bedrijven. Dat verklaart mede waarom grote merken als MercedesBenz en Vodafone zich graag verbinden aan een sport & ontwikkelingsorganisatie als Laureus. Of waarom Jaguar, Barclays en Times een door onder andere Tony Blair gesteund initiatief als Beyond Sport sponsoren. Het verklaart ook deels de sociale inzet van Nike. Ontwikkelingsorganisaties bekeken die inzet eerst wat argwanend. Maar al snel groeide het geloof in de oprechtheid van Nike's betrokkenheid, dat zich vooral richt op het wereldwijd versterken van de positie van vrouwen (‘drivers of social change’, aldus het sportmerk). Zo staat Nike als sponsor aan de wieg van de Cours de Féminin: een jaarlijkse hardloopwedstrijd, dwars door Casablanca. Sinds 1993 doen hier vrouwen uit alle rangen en standen, van alle leeftijden, en zowel in trainingspakken als burka’s aan mee. Aanvankelijk onder verzet van mannen. Maar inmiddels onder hun gejuich. Nike organiseerde samen met de Marokkaanse sportontwikkelingsbond en NCDO ook de conferentie over vrouwenrechten en ‘empowerment door sport’ die bij de cours hoort. Daarnaast initieerde het bedrijf samen met ontwikkelingsorganisatie Care het Sport for Social Change-netwerk. Hierin werken organisaties uit Engeland, Brazilië, Oost- en zuidelijk Afrika aan manieren om sport in te zetten voor ontwikkeling. Nike wil haar resultaatgerichte houding en marketingexpertise delen met lokale organisaties. Zo focust daarom op het overdragen van kennis, het adviseren over mediagebruik en het aansporen tot innovatie.


HORDEN IN HET VELD De ‘sector’ sport & ontwikkelingssamenwerking stuit de laatste jaren op een aantal moeilijke kwesties. Het zijn horden die genomen moeten worden om de duurzaamheid te garanderen van het vakgebied en de projecten. Drie voorbeelden: • Internet Dankzij internet zijn lokale sportprojecten steeds beter in staat zichzelf zichtbaar te maken aan mogelijke sponsors en andere geïnteresseerden. Bijvoorbeeld via online podia als Global Giving en de 1% CLUB. Informatie is via het web gemakkelijker voor handen en het is eenvoudig mee te doen aan global competitions. Internet maakt het mogelijk dat plaatselijke organisaties mondiger zijn en meer controle houden over fondsenwerving. Maar goed gebruik van online middelen vergt wel een bepaalde organisatorische inrichting. En die ontbreekt nu nog vaak. Behalve een internetverbinding . dient er menskracht te zijn voor het onderhouden van de online mogelijkheden en contacten. Dit is een flinke investering. Zeker aangezien niemand weet of deze investering zich uiteindelijk terugbetaalt in extra fondsen en duurzame projecten. Daarover is . nog weinig bekend. • Onderbouwing Er zijn veel ‘Hoera!’-verhalen over de impact van sport op sociale ontwikkeling. Maar dit zijn vrijwel alleen anekdotes. Er is nauwelijks wetenschappelijke onderbouwing van die impact. Dat is niet zo heel gek: sport & ontwikkelingssamenwerking is pas sinds 2005 een academisch aandachtsgebied. Bijvoorbeeld aan de universiteiten . van Leuven, Utrecht, Keulen en Boston, en bij organisaties als de International Council of Sport Science and Physical Education.

Ondanks de onderzoeken die lopen, moet er nog hard gewerkt worden aan een betere onderbouwing voor financiering – zowel op wetenschappelijk als op projectniveau. Zo vallen sponsors warm te krijgen en houden voor die financiering. • Samenwerking Ook al is er niet een algemeen gebruikt evaluatie-instrument, projecten wórden wel geëvalueerd. Organisaties ontwikkelen daar alleen vaak een eigen methode voor, zoals ze ook bij het opzetten van projecten en hun organisatie geneigd zijn zelf het wiel uit te vinden. Op grote bijeenkomsten wordt altijd wel hard geroepen dat het uitwisselen van kennis en ervaringen belangrijk is. Net als het bundelen van krachten en gezamenlijk impactonderzoek. Maar in de praktijk blijkt die wens van samenwerking moeilijk te vervullen. Niet omdat er geen bereidheid is, maar omdat organisaties hun kostbare tijd voor dit thema vooral gebruiken om projecten uit te voeren en daar geld voor te vinden. Er zijn maar weinig financieringspotjes voor sport & ontwikkelingsorganisaties. Daardoor komen zij als concurrenten tegenover elkaar te staan, in plaats van naast elkaar als samenwerkingspartners. In sommige landen voeren verschillende partijen in dezelfde regio zelfs zonder afstemming soortgelijke projecten uit. Gezamenlijk optrekken gebeurt dus nauwelijks. Investeringen en competenties worden zo allesbehalve optimaal benut. En dat beperkt niet alleen de lokale impact, maar mogelijk . ook de duurzame inbedding van het thema ‘sport & ontwikkelingssamenwerking’.

Supporter 10 Jaar

19


X 5 // 2 X 5 // 2 X 5 // 2 X 5 // 2 X 5//

‘ZET IN OP

BEDRIJVEN!' Erica Terpstra Zij waren de eerste bewindslieden ter wereld die het belang zagen van sport voor ontwikkelingssamenwerking. Of beter gezegd, die er een beleidsbrief over schreven: Samenspel scoort. Erica Terpstra (VVD) en Jan Pronk (PvdA) – toen respectievelijk staatssecretaris voor Sport en minister voor Ontwikkelingssamenwerking – blikken terug en vooruit. Elk via vijf vragen.

Tekst: Jens Middel, Eric de Frel. Foto: ANP

20

Supporter 10 Jaar

1 Wie kwam met het idee voor de beleidsbrief: Jan Pronk of u? ‘Het plan ontwikkelde zich in onze gesprekken. Die kwamen weer voort uit de ervaringen die we allebei hadden met de impact van sport. Als oud-zwemster wist ik natuurlijk hoe je je door te sporten sterker en zelfverzekerder voelt. Maar vóór mijn staats­ secretarisschap had ik ook ooit een bezoek gebracht aan SCORE: een Nederlands-Scandinavisch initiatief dat sportactiviteiten organiseerde voor gemeenschappen in Zuid-Afrika. Zij wilde zo onder andere de gezondheid van mensen verbeteren en hen op één plek krijgen voor voorlichting over hiv/aids. SCORE wordt inmiddels gerund door lokale sportleiders. Zoals het hoort. Ik vond – en vind – het een prachtige organisatie.’ 2 Hoe werd er op Samenspel scoort gereageerd? ‘Collega-politici keken aanvankelijk vreemd op. Geen bewindspersoon had ooit een link gelegd tussen sport en ontwikkelingssamenwerking. Maar zodra we voorbeelden gaven van de manier waarop sport mensen kan verbinden – hoe het hen kan stimuleren zichzelf en hun gemeenschap vooruit te helpen – werden ook zij enthousiast. Dat geldt trouwens niet voor>>> de media. Die pakten het nauwelijks op.’ Lees verder op pagina 22


/ 2 X 5 // 2 X 5 // 2 X 5 // SUPPORTER 40

‘GA DE

DISCUSSIE AAN!' Jan pronk

1 Was Samenspel scoort een mijlpaal?

‘Nee, voor mij was die nota een kwestie van voortschrijdend beleid. In 1990 bracht ik de nota Wereld van Verschil uit, over de toekomst van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid. Daarin stond een belangrijke cultuurparagraaf. Uit die paragraaf kwamen subnota’s voort, waaronder Samenspel scoort. Al sinds de jaren 70, toen ik voor het eerst minister was, zijn voor mij cultuur en sport vanzelfsprekende onderdelen van ontwikkeling. Hoewel velen toen nog meenden dat ontwikkeling alleen draaide om economische groei. Ik heb zelf altijd goed geluisterd naar cultureel antropologen en naar mensen uit de ontwikkelingslanden zelf.’

SAM

ENS

SCO

PEL

ORT

2 Welke rol zag u weggelegd voor sport in uw beleid? ‘Sport kun je inzetten vanuit twee invalshoeken. In de eerste plaats als vorm van maatschappijontwikkeling. Want sport en spel zijn in mijn optiek onlosmakelijk verbonden met onderwijs en opvoeding. De andere invalshoek is dat topsport een functie kan hebben in gemeenschapsopbouw en natievorming. Een mooi voorbeeld daarvan is de rol die sportheld Clarence Seedorf in Suriname speelt. Hij is daar een groot voorbeeld, de nationale trots. En hij zet zich met allerlei sport & ontwikkelingsprojecten in voor de lokale bevolking. Dat vind ik echt fantastisch.’ Lees verder op pagina 22 >>> Supporter 10 Jaar

21


X 5 // 2 X 5 // 2 X 5 // 2 X 5 // 2 X 5// Erica Terpstra 3 De beleidsbrief straalde veel ambitie uit. Wat is daarvan terechtgekomen? ‘Niet zoveel, helaas. De inzet van sport in ontwikkelingssamenwerking is in elk geval lang niet zo snel op gang gekomen als ik voor ogen had. Veel ontwikkelingsorganisaties lijken te star om sport een structurele plek te geven in hun projecten. Sinds de regering waarvan ik deel uitmaakte, zijn ze daar ook niet in gestimuleerd door de overheid. Pas in 2008 is het thema weer serieus opgepakt door de minister voor Ontwikkelings­ samenwerking en de staatssecretaris Sport [respectievelijk Bert Koenders en Jet Bussemaker, zie pagina 38, red.].’ 4 Lag het tot die tijd dan helemaal stil? ‘Dat ook weer niet. Steeds meer ambassades zijn gaan beseffen dat investeren in sportactiviteiten hen dichtbij de lokale bevolking brengt. Dat dit voor hen dus een goede en relatief goedkope manier is om de band met hun gastland te versterken. Bovendien zijn bijvoorbeeld de NOC*NSF-sportbonden en de KNVB heel actief. Zij hebben mensen in ontwikkelingslanden onder andere trainersopleidingen gegeven, waarmee zij uit de armoede kunnen ontsnappen.’ 5 Wat is uw boodschap aan het huidige kabinet?

‘Zet het huidige beleid in elk geval voort. Dat is niet duur, wel effectief en bovendien uitstekend voor het internationale imago van Nederland. Natuurlijk: het kan nog beter. Bijvoorbeeld door professionals en gepensioneerden uit de Nederlandse sportwereld in staat te stellen naar ontwikkelingslanden te reizen, zodat zij daar hun kennis overbrengen aan collega's. Of door als overheid sportbonden, ontwikkelingsorganisaties en het bedrijfsleven bijeen te brengen. Als leidster van handelsmissies naar Zuid-Afrika heb ik gezien hoe enthousiast ondernemers worden van sociale sportprojecten. Ze willen daar maar al te graag in investeren, maar weten niet hoe. Dat is een kans die zeker een regering in bezuinigingstijd zou moeten inkoppen. Wijs ondernemers de weg!’ •••••••••••••••••••••••

Erica Terpstra (1943) was onder andere VVD-parlementslid van 1977 tot 2003, staatssecretaris voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 1994 tot en met 1998 en voorzitter van NOC*NSF van 2003 tot en met 2010. Inmiddels bekleedt ze tal van bestuursfuncties.

22

Supporter 10 Jaar

Jan pronk 3 Maar sport is geen wondermiddel, waarschuwde u eens. ‘Klopt. Sport verbroedert, maar zeker niet altijd. Regeringen kunnen topsport ook aanwenden voor politieke doeleinden. Om de spanningen tussen etnische groepen te versterken, bijvoorbeeld. Of om de aandacht af te leiden van onderliggende conflicten. Daarom moet de steun aan sport ingebed zijn in algemeen cultuurbeleid.’ 4 Wat is er van Samenspel scoort terechtgekomen?

‘Ik heb het Nederlandse beleid op dit vlak na mijn vertrek niet meer goed in de gaten gehouden. Ik heb vooral op het buitenland gelet. Daar zie ik veel moois gebeuren, zoals de projecten van Right To Play, onder leiding van oud-schaatser Johan Olav Koss. Ook de volleybalprojecten van trainer Jaap Akkerhuis zijn een lichtend voorbeeld. Die liet in 1997 al Hutu’s en Tutsi’s in Rwanda met elkaar volleyballen, om elkaar niet als vijand te zien. Dat was pionierswerk. Hij organiseert nog steeds soortgelijke projecten in Burkino Faso en Burundi.’

5 Wat verwacht u van het nieuwe kabinet?

‘Ik houd mijn hart vast. En dat geldt voor álle beleidsterreinen. Wat betreft ontwikkelingssamenwerking: het vele goede werk van ngo’s op dit vlak zal zeker lijden onder de stevige bezuinigingen. Aan de andere kant is het wel eens goed om te discussiëren over wat er wel en niet wezenlijk is aan hun werk. Want ngo’s hebben geen recht op subsidie, ze zijn er alleen maar het kanaal voor. Laat ze maar eens opnieuw bewijzen dat waar ze voor staan ook écht belangrijk is.’ ••••••••••••••••••••••••••••

Jan Pronk (1940) was onder andere PvdA-minister voor Ontwikkelingssamenwerking (1973-1977 en 1989-1998) en bijzonder VN-gezant voor Soedan (2004-2007). Inmiddels is hij hoogleraar Theory and Practice of International Development aan de Institute for Social Studies.


/

// REPORTAGE Fietssport in Oeganda

OLYMPISCHE HOOP Een rits zwoegende mountainbikers komt langzaam aanrijden. Het pad is modderig op deze regenachtige dag in Lugala, een buitenwijk van de Oegandese hoofdstad Kampala. De fiets rechthouden is allesbehalve makkelijk. De groep is er echter duidelijk op getraind. Alle vijftien fietsers blijven in het zadel. Tekst: Michiel van Oosterhout. Foto’s: Ilona Kamps

Met zijn horloge als stopwatch in de hand staat Yusufu Mbaziira, hoofdcoach van fietssportclub Kampala Cycling, zijn jonge pupillen aan te sporen er nog een tandje bovenop te doen. Dat doen ze gelijk, de vijftien jongens en meisjes. Af en toe wisselen ze van fiets. Dat is nodig, omdat iedereen graag een deel van het trainingsparcours op echte mountainbikes rijdt. En daar heeft Kampala Cycling er maar zes van, op een totaal van ruim vijftig leden. Elke fietser krijgt aandacht van Mbaziira, maar twee meisjes worden extra aangevuurd: Ayebale Marion en Najjuko Hadijah. ‘Zij hebben afgelopen oktober mee­ gedaan aan de Commonwealth Games in India’, verklaart de hoofdcoach. ‘Daar was ik trots op. Maar ze waren geen partij voor de andere rijders. Ze moeten beter hun best doen als ze zich binnenkort willen kwalificeren voor de Olympische Spelen. Dus zit ik hen nu meer op de huid.’ Lachende Boogerd Als de training voorbij is, schuiven de bemodderde renners aan tafel in het kantoor van Kampala Cycling. Ze verorberen er een dampend bord posho (maïspap) >>>

Supporter 10 Jaar

23


met bruine bonen. De zes mountainbikes staan inmiddels achter slot en grendel, in een ruimte waar ook de drie wielrenfietsen staan die de club rijk is. Vanaf een foto aan de muur kijkt een glimlachende Michael Boogerd de etende sporters toe. De Nederlandse wielercultuur is bekend bij Kampala Cycling. Sinds 2006 krijgt de club steun uit Nederland. Sportief, in de vorm van lessen aan coaches, over trainingsmethodes. En organisatorisch, in de vorm van ondersteuning bij het opzetten van een jaarplan, de ontwikkeling van een logo en het bouwen van de website. De Stichting Kampala Cycling Nederland zorgde er dit jaar onder meer voor dat coach Yusufu Mbaziira een cursus in Nederland kon volgen. Ook zamelde ze racefietsen in voor de wielerclub. Omgebouwde fietstaxi’s De sportieve fietscultuur in Oeganda loopt internationaal achter. Zo is er minder kennis over goede trainingen, zijn ouders nauwelijks betrokken bij de sport van hun kinderen en is er een tekort aan materiaal, dat bovendien niet op maat is gemaakt. Commonwealth Games-deelneemster Ayebale Marion: ‘Ik had in India een prachtige sportfiets bij me. Maar die was te groot voor me. Een ander probleem was dat ik opeens veel bochten moest rijden. Daar was ik niet aan gewend en dus verloor ik veel tijd. In Oeganda zijn de meeste wegen buiten Kampala kaarsrecht.’ Een ander groot verschil met een land als Nederland: een helm dragen is niet vanzelfsprekend. Ook zet de politie de wegen in Oeganda niet af als er een race is. Coach Mbaziira: ‘De politie denkt dat wij geen bescherming nodig hebben. Zij ziet ons als wegobstructies. Pas als we met geld over de brug komen, helpt ze ons. Maar dat geld hebben we niet.’ Een fietsrace is kortom een risicovolle onderneming: helmloze renners rijden in sneltreintempo tussen het toeterende verkeer op smalle provinciale wegen. Toch gebeuren er weinig ongelukken. De meeste renners verdienen namelijk hun brood als ‘boda boda’-rijders (fietstaxichauffeurs). Zij kennen de gevaren van de weg; het is hun dagelijkse realiteit. Sam Muwonge, voorzitter van de Oegandese Wielrennersbond, sprak onlangs lyrisch over ‘boda boda’-rijders. >>>

24

Supporter 10 Jaar


AYEBALE MARION:

‘IK WAS DE EERSTE VROUW DIE AAN WIELRENNEN DEED’

‘Halverwege de middelbare school kon mijn vader mijn lesgeld niet meer betalen. Ik kwam thuis te zitten en voerde niets uit. Totdat een vriend me vertelde over Kampala Cycling. “Je kunt daar sporten”, zei hij. “En als vrijwilliger met kinderen werken.” Ik herinnerde me hoe mijn oudere broer en ik vroeger op zijn fiets water haalden. En hoe ik daar altijd van genoot. Ik werd nieuwsgierig naar Kampala Cycling, maar was ook wat afhoudend. Fietsen wordt hier nog steeds gezien als iets dat meisjes niet behoren te doen – en toen helemaal. Uiteindelijk besloot ik het toch te proberen. Ik was de eerste vrouw in mijn gemeenschap die aan wielrennen deed. In het begin was ik verlegen, durfde ik bijvoorbeeld niet in strak wielrennerstenue te rijden. Maar langzaam verdween die angst. Ik besefte dat er niets raars zou moeten zijn aan een wielrennend meisje. Die houding werkte wellicht aanstekelijk. In elk geval werden er al snel ook andere meisjes lid. Natuurlijk waren er ook veel mensen die ons argwanend gadesloegen. Ze roddelden over ons. Zeiden dat we door alle hobbels in de weg geen kinderen meer zouden kunnen krijgen, van het zadel onze maagdelijkheid zouden verliezen en van al dat zitten maar lui zouden worden. Onze coach Yusufu Mbaziira drukte ons op het hart die mensen te negeren, ons vrij te voelen en rolmodellen te zijn voor andere meisjes. Sinds ik bij Kampala Cycling fiets, kan ik beter voor mezelf opkomen, laat ik me minder snel imponeren en weet ik mezelf goed uit te drukken. Mijn leven zit in de lift omhoog. In oktober nam ik deel aan de Commonwealth Games in India, daarna mocht ik samen met andere Oegandese deelnemers dineren met onze president, en nu ben ik aan het voorbereiden op de Olympische Spelen van 2012. Ondertussen volg ik via Kampala Cycling een docentenopleiding aan het YMCA. Zodat ik ook na het fietsen een goede toekomst heb.’

Supporter 10 Jaar

25


‘Er zijn jongens die hun taxi speciaal voor onze wedstrijden ombouwen tot sportfiets. Zij zijn de ware helden van het Oegandese wielrennen. Het komt zelfs voor dat ze zo gemotiveerd zijn dat ze deelnemers met echte sportfietsen verslaan.’ Levend bewijs Muwonge juicht niet alleen de deelname van fietstaxichauffeurs toe. Er zouden wat hem betreft ook meer meisjes mogen meedoen. ‘We moeten ons nog meer inspannen om de gemeenschap te overtuigen dat er niets immoreels is aan meisjes die wielrennen.’ Muwonge’s eigen dochter beoefent de sport ook. Voor haar is Kampala Cycling-renner Ayebale Marion een voorbeeld, zoals Marion zelf weer opkijkt naar collega-atletes die ze op de Commonwealth Games zag rijden. ‘Ik heb daar in India zoveel geleerd’, zegt de renster. ‘Over hoe je bochten moet nemen en snel kunt starten. Maar ook over hoe belangrijk het is je fiets goed te kennen en het juiste dieet aan te houden. Marion is het levende bewijs dat Kampala Cyclings pogingen om meisjes op de fiets te krijgen, vruchten afwerpt. Coach Mbaziira: ‘We ondernemen die pogingen al sinds onze oprichting in 2001. Tot dan toe was het in Oeganda echt een mannensport. Inmiddels zie je steeds meer vrouwen op de weg.’ De meisjes die bij Kampala Cycling op het zadel klimmen, krijgen er ook de kans hoger op de maatschappelijke ladder te komen. ‘Veel van hen hebben nauwelijks scholing’, zegt Mbaziira. ‘We bieden hen de mogelijkheid toch een opleiding te krijgen. Zo hebben we goed contact met de lokale jongerenorganisatie YMCA, waar zij cursussen kunnen volgen. Inmiddels hebben 234 meisjes dankzij onze tussenkomst een opleiding afgerond. Zij zijn nu op weg naar een betere toekomst.’ Lees meer over Kampala Cycling op . www.kampalacycling.nl. Als je hier een T-shirt koopt, sponsor je daarmee een tweede shirt voor een lid van Kampala Cycling. Op één zijde van het T-shirt . komt dan jouw naam te staan. Op de andere zijde de naam van de Oegandese sporter. •••••••••••••••••••••

26

Supporter 10 Jaar


Supporter 10 Jaar

27


2:

PI

ON IE

RS

X 2 // 5 X 2 // 5 X 2 // 5 X 2 // 5 X 2//

voor ontwikkeling. Aan de basis van die populariteit

X 5

Sport wordt al meer dan 10 jaar internationaal ingezet

staan talloze pioniers en hun prestaties. Supporter belicht vijf van deze baanbrekende personen.

Tekst: Talita Kalloe

Ruben Houkes – Judo for Children Programma De Prestatie De Pionier Judoka Ruben Houkes hing in januari zijn topsportcarrière aan de wilgen. Toch is de wereldkampioen nog elke dag met judo bezig. Hij is ervan overtuigd dat de kernwaarden van zijn sport bijdragen aan een betere maatschappij. Daarom is hij ambassadeur van zowel Schooljudo en het Jeugdsportfonds als Right To Play. Bovendien is hij initiatiefnemer van het Schooljudo in Nederland en ontwikkelt hij het Judo for Children-programma voor de Internationale Judo Federatie (IJF). Houkes’ missie: kinderen in aanraking brengen met judo en de sport verankeren in het onderwijs. Niet alleen in Nederland, maar wereldwijd.

28

Supporter 10 Jaar

‘Respect, discipline, samenwerking, weerbaarheid en beweging. Daar draait het om in judo; niet om het vechten. Die kern vormt de kracht van deze sport – en achter alle medailles die ik ooit gewonnen heb. Het is een kracht die ik wil overbrengen op kinderen. Daarom stimuleer ik ze te judoën, of in elk geval te sporten. Bijvoorbeeld met het Schooljudo, dat nu actief is op 250 scholen. . We bereiken daarmee in Nederland al 17.000 kinderen per jaar. . Maar we zijn er nog lang niet. Ik wil dat judo wereldwijd een vast onderdeel wordt in het onderwijs. Samen met de IJF werken wij . daar nu aan, van Rwanda tot en met Brazilie. Ieder kind heeft recht op sport en spel. Op het plezier dat daarbij hoort. En op de lessen . die ermee vallen te leren. De pedagogische rol van judo zit in het DNA van de sport. Daar ben ik van overtuigd.’


/ 5 X 2 // 5 X 2 // 5 X 2 // SUPPORTER 40

Lornah Kiplagat – Lornah Kiplagat Foundation De Pionier

De Prestatie

De Nederlandse Lornah Kiplagat is één van de beste hardloopsters ter wereld. Ze werd geboren in Kenia, een land waar meisjes worden achtergesteld en weinig kans hebben op middelbaar onderwijs. In 1999 zette ze daar het High Altitude Training Centre op. Dit centrum geeft jonge meisjes een kans zich te ontwikkelen als hardloopster en daarnaast te studeren. Inmiddels heeft de atlete haar eigen Lornah Kiplagat Foundation. Vanuit deze stichting zet zij – als eerste topsporter uit haar regio – een sportacademie op voor meisjes: de Lornah Kiplagat Sports Academy.

‘Het concept is simpel: stuur geen vis naar ontwikkelingslanden, maar geef ze netten om zelf vis te vangen. Onderwijs is het beste gereedschap dat je mensen in ontwikkelingslanden kunt geven. Daarom wil ik de Lornah Kiplagat Sports Academy oprichten: een kostschool voor zo’n 300 tot 600 meisjes. Degenen die uit kansarme gezinnen komen, kunnen hier gratis een goede middelbareschoolopleiding volgen – met speciale aandacht voor sport. Het bijzondere aan onze stichting is dat alles door vrijwilligers wordt gedaan. Elke cent die we ontvangen, gaat naar de meisjes.’

Nanko van Buuren – IBISS De Prestatie

De Pionier Nanko van Buuren is een begrip in de beruchte krottenwijken (favelas) van Brazilië. Favelabewoners die zoeken naar een beter leven, vinden houvast bij de Groninger. Toen Van Buuren in 1989 startte met IBISS, was hij de eerste in Brazilië die sport gebruikte als middel om straatkinderen te bereiken. Na ruim twintig jaar ervaring, met voor- en tegenslagen, heeft Van Buuren het respect gewonnen van de drugsbazen. Iets wat de Braziliaanse overheid en politie tot op de dag van vandaag niet is gelukt.

‘Toen ik in 1988 kennismaakte met Brazilië werd ik verliefd op het land. En zag ik de schokkende levenssituatie van de favelabewoners. Ik ontmoette acht straatwerkers die met goede ideeën kwamen om die bewoners te helpen. Helaas stonden zij met z’n achten niet sterk genoeg om de benodigde invloed uit te oefenen op de overheid. Een officieel geregistreerde ontwikkelingsorganisatie zou dat wel kunnen. Dus richtte ik met hen IBISS op. We besloten sport toe te passen om jongeren van de straat te houden. Om hen te bereiken zocht ik hen op in de krottenwijken. Soms met gevaar voor eigen leven. Maar het was de moeite waard; straatjongeren vertrouwen . mij nu. En langzaam maar zeker tolereren ook de drugsbazen mijn welzijnswerk in de favelas.’

Supporter 10 Jaar

29


X 2 // 5 X 2 // 5 X 2 // 5 X 2 // 5 X 2/

Willem Vriend – Sondela De Pionier

De Prestatie

Een pionier noemt hij zichzelf liever niet. Maar Willem Vriend was wel één van de eersten die in ontwikkelingslanden sporttrainers opleidde, sportprogramma’s ontwikkelde en sportmanagement stimuleerde. Vriend doet dat met Sondela, een consultancybureau dat hij in 2003 oprichtte. Het gaat Sondela erom de kwaliteit van sporten te verbeteren, vooral in Afrika onder de Sahara.

‘Voor mij is het belangrijk om mijn waarden centraal te stellen bij alles wat ik doe. En daarbij een doel voor ogen te hebben. Mijn missie is om met sport en spel een verschil te maken in de levens van kinderen, jongeren en volwassenen. Ik ben tevreden wanneer ik zie dat zij zich mede dankzij Sondela ontwikkelen. Dat ze zich geïnspireerd, gemotiveerd en gehoord voelen dankzij de sportleiders die wij hebben getraind. En dat ze weer structuur krijgen in hun leven. Dat is tot dusver het geval.’

Claudia Makumbe – Hogeschool van Amsterdam De Prestatie

De Pionier Ze was de eerste in Nederland die sport & ontwikkelingssamenwerking een plekje gaf op het hbo. Claudia Makumbe ontwikkelde de minor Sport & Community Development binnen de opleiding Sport, Management & Ondernemen in Amsterdam. In die verdiepende onderwijsmodule leren studenten in een halfjaar hoe ze goed beslagen ten ijs kunnen komen in het werkveld van de community development. Want daar komt meer bij kijken dan veel studenten denken.

30

Supporter 10 Jaar

‘Community development is een complex werkveld. Want bij het werken met gemeenschappen krijg je te maken met verschillende culturen, mensenrechten en internationaal beleid. Daarnaast moet je als 20-jarige student leren dat je niet alles zelf moet willen doen; de bevolking moet juist leren hoe ze uiteindelijk op hun eigen benen kunnen staan. Dankzij mijn jarenlange ervaring met sport & ontwikkelingsorganisatie bij SCORE, wist ik hoe ik die kennis kon overbrengen op studenten die dit echt wilden leren. Zo kwam ik tot deze minor. Het praktijkgedeelte daarvan bestaat uit een stage bij bijvoorbeeld Todos, NSA, Right To Play of SCORE. In hun stage ontwikkelen de studenten sportevenementen, doen ze onderzoek of worden ze ingezet als vrijwilliger in de lokale community zelf. Ik vind het heerlijk om te zien dat studenten zich op hun plek voelen als ze in het werkveld worden geplaatst. Daar doe ik het voor. En natuurlijk ben ik erg trots op het feit dat deze minor al vijf jaar lang met succes draait.’


1 X 10 // 1 X 10 // 1 X 10 // SUPPORTER 40 Oud-voetballer Johan Cruijff richtte in 1997 de Johan Cruyff Foundation op. De stichting staat mede bekend om de Cruyff Courts die ze vooral in aandachtswijken aanlegt. In Nederland, maar ook in ontwikkelingslanden. Sinds de aanleg van het eerste Cruyff Court in 2003 is het aantal velden opgelopen tot 122.

F F J I U R C JOHAN en de Cruyff

Courts

5 ‘De Cruyff Courts zijn zeker een goed idee. Ze hebben een geweldige aantrekkingskracht op de omgeving. Maar het is wel belangrijk om naast het plaatsen van het veldje ook goede programma’s en activiteiten te hebben om op die veldjes uit te voeren. Alleen op die manier wordt het optimale uit de Cruyff Courts gehaald.’ - Bas Schutte, projectmanager bij sport & ontwikkelingsorganisatie Respo International /

1 ‘Hij is de ideale persoon om de maatschappelijke rol van sport

voor het voetlicht te brengen. Niet alleen omdat zijn grootsheid buiten kijf staat en iedereen weet wie hij is. Maar ook omdat hij de taal van iedereen spreekt, bij wie of waar hij ook is. In Johannesburg of in de westelijke tuinsteden van Nederland, mensen luisteren graag naar Johan Cruijff.’ - Bert Koenders, oud-minister voor Ontwikkelingssamenwerking

2 ‘Sport is een goed middel om de sociale cohesie te versterken. Alleen moet het niet blijven bij de aanleg van veldjes. Ook niet als die Cruyff Courts heten. Er moet beheer zijn. Zowel in Nederland als in Colombia zie je dat het recht van de sterkste geldt: haast altijd zijn dit soort veldjes in gebruik door opgeschoten jongeren, die anderen niet de kans geven om ook te sporten of spelen.’ - Guido Broekhuizen, oprichter van sport & ontwikkelingsorganisatie Aros de Esperanza

3 ‘De conclusie is, dat het een hangplek is voor allochtone

jongeren. Geen integratieverhaal dat beantwoordt aan de wensen van de gemeente. Bovendien zijn de decibellen die geproduceerd worden als de bal tegen het hek komt nog steeds te hoog. Dat hek zou geluidsdempend werken, maar dat is totaal niet het geval. Veel en lang gevoetbald wordt er daarnaast niet. Na een kwartiertje tegen een balletje trappen krijgen ze ruzie en gaan ze met de bal tegen het hek staan trappen.’ - Een bewoner aan het Cruyff Court in het Van

College Windesheim

6 ‘We willen graag een overkapping voor het veldje. In de tropen is die noodzakelijk; anders valt er tijdens ochtend- en middaguren niet te sporten en recreëren. Wij werken aan zo’n overkapping, maar de fondsenwerving is een groot probleem. De Johan Cruyff Foundation heeft regels die het een beetje moeilijk maken om andere, aanvullende “sponsors” te zoeken.’ - Beheerder van Cruyff Court op Curaçao 7 ‘We hebben [met dit Cruyff Court] eindelijk een plek waar we de kinderen heen kunnen sturen om te sporten of een beetje te dollen met vriendjes en vriendinnetjes. Vandalisme is niet over, maar wel afgenomen. Ook is er minder criminaliteit.’ - Necati Akcahüseyin, woningcorporatie Woonbron in Schiemond

8 ‘De Cruyff Courts zijn een mooi initiatief. Maar ik vind wel dat de veiligheid en de visie achter die veldjes gewaarborgd moet blijven. Met andere woorden: het moet niet alleen maar blijven bij het plaatsen van een veldje.’ coördinator Internationale MVO Projecten bij de KNVB, in het bijzonder WorldCoaches

Beethovenpark te Maassluis. Het veldje werd dit jaar geopend. Deze bewoner liet zijn

9 ‘Onze samenwerking met de Johan Cruyff Foundation is goed. Er zijn bijvoorbeeld Richard Krajicek Playgrounds waarvan zij het voetbalveldje aanlegt. En andersom zijn er Cruyff Courts waar wij de sportactiviteiten begeleiden. Want begeleiding ontbreekt vaak op deze veldjes, terwijl die volgens ons heel belangrijk is.’ - Richard

tirade optekenen in de Maassluise Courant van 18 augustus 2010.

Krajicek, oprichter en bestuurslid van de Richard Krajicek Foundation

4 ‘Johan Cruijff is buitengewoon inspirerend. Hij heeft in zijn eentje een groep mensen om zich heen verzameld en met hen zijn foundation opgezet. Samen trekken zij er nu geweldig hard aan om jongens en meisjes aan het sporten te krijgen. Niet alleen in Nederland, maar ook in ontwikkelingslanden. Heel bijzonder.’ - Erica

10 ‘Als je de mogelijkheid hebt iets voor een ander te doen, moet je dat doen.’ - Johan Cruijff bij de oprichting van zijn foundation Tekst: Jens Middel. Foto: ANP

Terpstra, oud-voorzitter van NOC*NSF en voormalig staatssecretaris voor Sport

Supporter 10 Jaar

31


// veld Kort nieuws LEZEN De familie van Awista Ayub vluchtte in 1979 uit Afghanistan naar Amerika. Daar groeide Awista op tot een sportieve jonge vrouw, die ervan droomde ooit iets belangrijks te doen voor haar geboorteland. Kort na de val van de Taliban zag ze haar kans schoon. Ze richtte een organisatie op die Afghaanse meisjes uit hun isolement haalt door ze te leren voetballen. Wat begon met acht jonge vrouwen is inmiddels uitgegroeid tot een competitie van vijftien voetbalteams en honderden voetbalsters. Aan de hand van eigen herinneringen en interviews met de meisjes, hun familie en de coaches, vertelt Ayub haar ongelooflijke, maar waargebeurde verhaal. In De Meisjes van Kabul bespreekt zij haar twijfels en die van de meisjes, tegen de achtergrond van de Afghaanse cultuur. Het vlot geschreven boek schetst een knap portret van dappere jonge vrouwen die bereid zijn om door alle vijandigheid heen hun kansen te grijpen. De Meisjes van Kabul (304 pagina’s, uitgeverij Arena) is nu te verkrijgen in de (online) boekhandels. ISBN: 9789089901187. Lees ook het interview met Awista Ayub op de Vlaamse wereldnieuwssite MO: www.mo.be > zoekterm: Awista Ayub.

32

Nederlands project wint

Beyond Sport Award Sport 4 Socialisation (S4S) won eind september in Chicago de prestigieuze International Beyond Sport Award voor beste nieuwe project. S4S laat gehandicapte kinderen in ontwikkelingslanden meedoen aan de samenleving. De juryleden prezen in het bijzonder het gebruik dat het project van sport maakt. ‘We waren blij verrast dat we uit zoveel goede projecten gekozen waren als winnaar’, zegt Isabel de Vugt, initiatiefneemster van S4S. ‘Dankzij deze prijs kunnen we nog meer kinderen bereiken.' In Zimbabwe begeleidt S4S op dit moment vijfhonderd kinderen en hun families. Het gaat daarbij om aangepaste sportactiviteiten, maar onder andere ook om onderwijs en medische zorg. Ouders worden nauw betrokken bij de S4S-aanpak. De Beyond Sport Award bestaat, naast erkenning voor deze aanpak, uit een bedrag van 15.000 euro. Daarvan zet S4S projecten op die niet alleen een duurzaam inkomen moeten genereren voor de organisatie, maar ook werkgelegenheid bieden aan gehandicapte jongeren. S4S kreeg ook een jaar lang gratis De Vugt met haar award in handen. marketing- en communicatieadvies van PWC. De internationale jury bestond onder andere uit de Britse oudpremier Blair en ex-sprinter Michael Johnson.

Lees meer! Ga naar www.beyondsport.org en www.sport4socialisation.com.

Nieuwe VN-resolutie bevestigt belang sport Sport is een belangrijk middel voor sociale verandering. Dat stelden de Verenigde Naties al in eerdere resoluties uit 2003 en 2005. Onlangs onderstreepten ze dit in een nieuwe resolutie, die op 18 oktober werd aangenomen tijdens de Algemene Vergadering. Vooral op grass-root niveau kan sport goed ingezet worden om de positie van gemarginaliseerde groepen te versterken, stelt de VN in de laatste resolutie. Volgens Wilfried Lemke, adviseur van de Secretaris-Generaal, is ook nationale en internationale vrede gebaat bij goed sport & ontwikkelingsbeleid.

Meer informatie: www.un.org > themes > sport.

Supporter 10 Jaar


Nieuw fotoboek over kinderen en sport

Docu gemaakt over vrouwengidsen Nepal Lucky, Dicky en Nicky. Drie zussen uit het Nepalese Himalayagebergte. In 1994 begonnen ze met het project Empowering Women of Nepal. Ze besloten berggids te worden, tot dan toe puur een mannenberoep. Een video van dit – door sport & ontwikkelingsorganisatie Women Win gesteunde – project staat nu online. De beroepskeuze van Lucky, Dicky en Nicky was een symbolisch verzet tegen traditionele rolpatronen. In het bijzonder tegen de lokale overtuiging dat vrouwen thuis moeten blijven of hoogstens op het veld mogen werken. Destijds was een vrouwelijke berggids nog ondenkbaar. Dankzij de zussen komen ze steeds vaker voor, want Lucky, Dicky en Nicky leiden andere vrouwen er inmiddels toe op. Zo kunnen die vrouwen hun eigen geld verdienen. Namens Women Win, die het project ondersteunt, is nu een filmpje gemaakt. Die spreekt vrouwelijke gidsen over hun training en hun dromen voor de toekomst, terwijl ze op weg zijn naar Annapurna Base Camp.

Bekijk de video op www.sportdevelopment.org > Media Gallery > Three Sisters Trekking. Ga ook naar de site van het project: www.3sistersadventure.com

Children of the future. Zo heet het nieuwe fotoboek van Sabina van Stralen. Het laat in prachtige beelden zien hoe het leven van talloze kinderen is veranderd dankzij de projecten van sport & ontwikkelingsorganisatie SCORE. Een deel van de opbrengst van het boek komt ten goede aan het werk van dit goede doel. SCORE is een Zuid-Afrikaanse organisatie die kinderen via sport een kans op een beter leven geeft. Ze is werkzaam in 64 gemeenschappen en heeft sporten mogelijk gemaakt voor meer dan 900.000 kinderen. Tijdens haar reizen in zuidelijk Afrika zag Sabina van Stralen dat sport kansarme kinderen perspectief bood. ‘Kinderen waren weer vol leven, vreugde en hoop’, zegt ze. ‘Die wilde ik vastleggen.’ Erica Terpstra, een bewonderaarster van SCORE, nam het eerste exemplaar van Children of the future op 23 november in ontvangst. Zij verwoordt het belang van SCORE’s werk met een citaat van Nelson Mandela: ‘Children are the most vulnerable citizens in any society and also the greatest of our treasures.’

Lees meer over SCORE: www.score.org.za.

Koss krijgt eredoctoraat Het boegbeeld van sport & ontwikkelingsorganisatie Right To Play, Johan Olav Koss, heeft sinds kort een eredoctoraat. Die kreeg de ex-schaatskampioen en arts op 1 december van de Vrije Universiteit Brussel. Met de eretitel wil deze universiteit ‘het maatschappelijk engagement van Johann Koss honoreren en de meerwaarde van sport als middel voor het bereiken van sociale doelstellingen onder de aandacht brengen’. Koss’ organisatie Right To Play wil alle kinderen ter wereld laten sporten en spelen. Met de vaardigheden die ze leren, kunnen ze later een positieve bijdrage leveren aan hun gemeenschap. Right To Play werkt voornamelijk in gemeenschappen die door oorlog, armoede of ziekte zijn getroffen.

Lees meer over Right To Play: www.righttoplay.nl

Supporter 10 Jaar

33


// SOORT chapeau

D

34

Supporter 10 Jaar


EN ZIE :

DE

// REPORTAGE Vovinam Viet Vo Dao

K E I N H C E T R A CHA De gymzaal van Ha Dong, een buitenwijk van Hanoi, heeft betere tijden gekend. De okergele verf bladdert van de muren af en de plastic stoelen van de tribunes zijn al in geen tijden afgestoft. Toch worden hier vandaag, in het tweede weekend van november, de kampioenschappen Vovinam Viet Vo Dao van Hanoi gehouden. Tekst: Ghislaine van Drunen. Foto’s: Sébastien Löffler

De ‘schaartechniek’ is één van de meest spectaculaire bewegingen in Vovinam Viet Vo Dao. De mannen die deze vrouw in haar ‘beenschaar’ gevat heeft, liggen over enkele seconden op de grond.

LICHAAM & GEEST ‘Vovinam’ werd in 1938 geïntroduceerd door de uit Hanoi afkomstige Nguyen Loc (1912-1960). Hij had jarenlang verschillende traditionele Vietnamese verdedigingssporten en Oosterse filosofieën bestudeerd. In Vovinam combineerde Nguyen de onderdelen die hij het beste vond passen bij het Vietnamese volk. Zo zijn Vietnamezen over het algemeen klein en tenger. Snelheid en het gebruik van de kracht van de tegenstander werden daarom essentiële elementen van Vovinam. Alle delen van het lichaam worden getraind en er wordt zowel met als zonder wapens gevochten. Belangrijker nog dan de lichaamstraining is die van de geest. De basis van Vovinam ligt in de Yin-en-yang-theorie (‘Am-Duong’ in het Vietnamees). Volgens deze in Azië wijdverbreide filosofie ontstaat alles uit de interactie tussen yin (negatieve energie) en yang (positieve energie). Vovinambeoefenaars claimen controle te krijgen over deze energiestromen: in hun lichaam én hun geest. Het is meer dan een sport, het is een levensstijl, aldus degenen die zich er in bekwamen. >>>

Supporter 10 Jaar

35

>>>


Zo ook Bui Tuan Dat, een 26-jarige IT’er die Vovinam Viet Vo Dao twaalf jaar geleden ontdekte. Tijdens de kampioenschappen van Hanoi is hij scheidsrechter, herkenbaar aan zijn lichtblauwe bloes en rode stropdas. ‘Van Vovinam word ik een beter mens. Ik leer de vijand in mijzelf te bestrijden, mijn slechte eigenschappen. Ik vergeet er mijn zorgen mee en word sterker. Zowel geestelijk als lichamelijk.’ Bui noemt zichzelf professioneel Vovinambeoefenaar, al kan hij er niet van leven. Met zijn werk in de IT verdient hij zijn brood, maar zijn hart staat geheel in dienst van de vechtsport. Hij geeft als coach gratis les. ‘Eén van de beginselen van Vovinam is kennis doorgeven. Daar hoor je geen geld voor te vragen.’ GEVECHT & PERFORMANCE In de beschimmelde hal van Ha Dong hebben zich inmiddels negentien teams verzameld, uit de verschillende districten van Hanoi en dorpen rondom de stad. Allemaal dragen ze het karakteristieke, koningsblauwe uniform. De kleur van hun band laat zien welk niveau deelnemers hebben. Lichtblauw hoort bij het laagste niveau, wit bij het hoogste. In ieder team zijn er ervaren en minder ervaren vechters. Sommigen zijn bovendien gespecialiseerd in gevechten, anderen in performance. Het eerste onderdeel van het toernooi bestaat uit één-op-ééngevechten, in meerdere gewichtscategorieën, zowel voor mannen als voor vrouwen. Het tweede deel

36

Supporter 10 Jaar

bestaat uit het zo goed mogelijk uitbeelden van de talloze technieken die Vovinam rijk is. Deze demonstraties worden door gemengde teams gegeven, van gemiddeld vier mensen. Onder de deelnemers van de kampioenschappen van Hanoi worden de beste gekozen. Zij mogen in het stadsteam, dat in december zal meedoen aan de regionale kampioenschappen. Daaruit worden weer de sporters gekozen die naar de nationale kampioenschappen gaan. En dááruit komen uiteindelijk de atleten voort die volgend jaar naar de Southeast Asian Games in Indonesië worden gestuurd, waar Vovinam Viet Vo Dao voor het eerst een officiële sport in de competitie zal zijn. Van deze hoge inzet is nog weinig te merken onder de aanwezigen in Hanoi. De sfeer is ontspannen. Tijdens alle aankondigingen en de presentatie van de teams wordt volop gekletst, en niet alleen door het publiek. Pas als het Vietnamese volkslied krakend door de luidsprekers schalt, gaat iedereen staan en wordt het stil in de hal. Zodra de muziek voorbij is, worden de gesprekken hervat. SOLIDARITEIT & PATRIOTTISME De meeste deelnemers aan de competitie zijn studenten. Onder deze groep is de sport erg populair. Bijna iedere universiteit heeft een club, die meestal ook toegankelijk is voor niet-studenten. Eén van de grootste in Hanoi is die van de Vietnamese Academie voor Diplomatie. Le Hai Binh (37), zelf oud-student van de academie en


// SOORT chapeau inmiddels werkzaam bij het ministerie voor Buitenlandse Zaken, is er coach. Drie avonden per week geeft hij trainingen. Daarnaast is hij medeorganisator van de kampioenschappen van Hanoi en voorzitter van de jury in het performance-onderdeel. Volgens hem is Vovinam zo populair in Vietnam omdat het bij de Vietnamese volksaard past. ‘Solidariteit en patriotisme zijn belangrijke waarden voor Vietnamezen’, zegt hij. Die vind je terug in deze sport.’ Le wijst op de manier waarop beoefenaars elkaar groeten: een buiging met de rechterhand op het hart, waar het logo van Vovinam op het uniform staat. Dit bestaat uit een afbeelding van Vietnam in het Yin-en-yangteken. ‘We dragen ons land in ons hart’, zegt Le. ‘We hebben Vietnam altijd met ijzeren hand verdedigd, maar we zijn ook barmhartig. De blauwe kleur van het Vovinamuniform symboliseert onze vredeswens.’ SPRINGEN & VLIEGEN Alle symboliek ten spijt, blijft Vovinam een vechtsport en gaat het er tijdens die gevechten soms hard aan toe. Deelnemers dragen dan ook beschermende kleding over hun blauwe uniform – en een bitje. Menigeen moet de mat tijdelijk verlaten om een bloedneus te laten stelpen door de trainer die aan de zijlijn staat. De aanmoedigingen van de supporters op de tribune – uitsluitend Vovinamleerlingen die per district of dorp bij elkaar zitten – zorgen ervoor dat de spanning stijgt in de gymzaal. Zij roepen, joelen, fluiten en klappen continu. En ze hebben allemaal hun mobiele telefoon in de aanslag om filmpjes en foto’s te maken van de spectaculaire bewegingen. Eén van de meest indrukwekkende is de schaartechniek. Hiermee kan iemand tot drie tegenstanders in één keer omver gooien. Meerdere demonstratieteams voeren dit kunstje uit, maar één van de vrouwelijke deelnemers blinkt er in uit. Eén soepele sprong en een fractie van een seconde lijkt ze te zweven, terwijl haar benen zich als een schaar om de nekken van haar drie mannelijke tegenstanders sluiten. Ze vallen om. Ondertussen rolt zij soepel over hen heen en staat met een grote glimlach op, waarna ze buigt naar de jury. Aan het einde van de dag staat ze op het krakkemikkige podium met een bos bloemen. Het is goed mogelijk dat zij volgend jaar op een ander podium staat. In een ander Aziatisch land. In een Indonesische zaal waar de vers aangebrachte verf op de muren glanst. Het oude gymnasium van Ha Dong in Hanoi zal dan heel ver weg lijken. •••••

Supporter 10 Jaar

37


X 5 // 2 X 5 // 2 X 5 // 2 XA5N /S / 2 X 5// K R O O V N E P O L DOE

‘FOCUS OP JONGEREN!' Samen bliezen zij in 2008 nieuw leven in het Nederlandse staatsbeleid voor sport & ontwikkelingssamenwerking. Bert Koenders (PvdA) en Jet Bussemaker (PvdA) – toen respectievelijk minister voor Ontwikkelingssamenwerking en staatssecretaris voor Sport – vrezen dat het nieuwe kabinet-Rutte hun plannen zal smoren. Vijf vragen aan elk.

Tekst: Jens Middel. Foto: ANP

38

Supporter 10 Jaar

Bert Koenders 1 Vanwaar de nieuwe impuls voor sport & ontwikkelings­samenwerking? ‘Vanuit een analyse van ontwikkelingslanden. Die kennen drie nieuwe uitdagingen. Een toename van conflicten, met als gevolg trauma's, honger en migratie. Een snelle urbanisatie, die spanningen in steden veroorzaakt. En een gebrekkige aandacht voor jongeren, waardoor zij en hun gemeenschappen weinig toekomstperspectief hebben. Onder professionele begeleiding kunnen sportwedstrijden de spanning tussen groepen kanaliseren. En sport trekt jongeren, die rond of zelfs tijdens die fysieke activiteiten aan hun persoonlijke ontwikkeling kunnen werken. Toen ik voorafgaand aan mijn ministerschap voor een vredesorganisatie in Mozambique werkte, zag ik met eigen ogen hoe via sportactiviteiten crimineel gedrag werd ontmoedigd. En hoe jongeren werden begeleid in het vinden van werk.’ Lees verder op pagina 40 >>>


/ 2 X 5 // 2 X 5 // 2 X 5 // SUPPORTER 40

‘VERDEDIG ONZE INZET!' Jet Bussemaker 1 Weet u nog wanneer u voor het eerst de link tussen sport

en maatschappelijke vooruitgang legde? ‘Ik herinner me niet een bepaald moment. Maar ik hoef maar naar de turnclub van mijn dochter te kijken, of ik zie hoe sport mensen uit allerlei bevolkingslagen samenbrengt. Kerken hebben die rol minder en minder, en scholen worden door ouders steeds meer geselecteerd op gelijkgezindheid. Sportclubs vormen een belangrijk bindmiddel van de samenleving. Uiteraard bezocht ik als staats­ secretaris voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport ook regelmatig de slechtere wijken van Nederland. Daar merkte ik dat sportinitiatieven soms de rol overnemen van falende welzijnsinstellingen. Zo zag ik ooit de ramen van zo'n welzijnsinstelling dichtgespijkerd, terwijl er iets verder, op een sportveld aangelegd in de binnentuinen van woningen, volop activiteit was. Kinderen en jongeren betaalden 20 cent om daarvan gebruik te mogen maken, hadden er plezier en hingen niet meer op straat rond. Hun moeders volgden er bovendien gymnastieklessen en soms zelfs taalcursussen.’

2 Wanneer dacht u: ‘Die sociale kracht van sport kan ook zinvol zijn voor ontwikkelingssamenwerking’? ‘Toen ik mensen uit ontwikkelingslanden hoorde vertellen hoe belangrijk sport voor hen was. Ik sprak daar enthousiast over met mijn collega Koenders. We constateerden dat het beleid van Erica Terpstra en Jan Pronk in de jaren 90 op het gebied van sport & ontwikkelingssamenwerking [zie pagina 20, red.] ter ziele was gegaan. Ik wist dat er op mijn ministerie nog een klein budget was om te investeren in bilaterale sportcontacten, in het bijzonder met Suriname en Zuid-Afrika. En ik ontdekte dat er bij Ontwikkelingssamenwerking ook nog een potje was. De beperkte financiële middelen van beide ministeries in één kader samenvoegen, zou meer effect sorteren dan ze afzonderlijk van elkaar inzetten. Dat kader werd onze beleidsbrief Kans voor open doel: een doorstart van de lijn Pronk-Terpstra.’ Lees verder op pagina 40 >>> Supporter 10 Jaar

39


X 5 // 2 X 5 // 2 X 5 // 2 X 5 // 2 X 5// Bert Koenders 2 Uw beleidsdocument Kans voor open doel is zeer lovend over het effect van sport. Toch pleit het voor een bescheiden inzet. Waarom? ‘Omdat je wel realistisch moet blijven. De kracht van sport is de afgelopen jaren onderschat, maar laten we die kracht ook niet óverschatten. Het meeste geld en de meeste aandacht moeten naar duurzame oplossingen voor ontwikkelingsproblemen. Sport is zelf niet zo'n oplossing, maar een katalysator. Een taal die iedereen spreekt, mensen een moment lang met elkaar verbindt en daardoor ontwikkelingswerk versnelt.’ 3 Ruim tien jaar geleden was Nederland pionier op het

gebied van sport & ontwikkelingssamenwerking. Wilde u die status terug? ‘Pionierschap is nu niet meer aan de orde. Er wordt vanuit heel veel landen op dit vlak gewerkt. Dus gaat het om de voorlopersrol. En volgens mij zijn we die nooit kwijtgeraakt. Het kan wellicht gestroomlijnder en met iets meer samenwerking, maar door de jaren heen hebben tal van organisaties en ambassades de sociale inzet van sport gestimuleerd.’

4 U pleit in Kans voor open doel voor samenwerking tussen organisaties. NCDO speelde met het programma Sport een belangrijke rol in het coördineren van die samenwerking. Mede door uw bezuinigingen kan NCDO deze rol niet meer vervullen. Wie moet dat nu doen? ‘Dat weet ik niet. In principe zouden de organisaties inmiddels klaar moeten zijn om eigenhandig tot die samenwerking te komen – en deze in stand te houden. De vraag is vooral of hun interesse in sport als ontwikkelingsmiddel groot genoeg is. De bal ligt in elk geval bij hen. Misschien dat de regering nog op de één of andere manier steun verleent aan sport voor ontwikkeling. Maar dat is allerminst zeker.’ 5 Wat is uw boodschap aan het huidige kabinet? ‘Ik ben geen voorstander van de dreigende bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking. De armsten ter wereld moeten niet de klappen krijgen van een crisis die zij niet hebben veroorzaakt. Specifiek met betrekking tot sport & ontwikkelingssamenwerking, raad ik aan het huidige beleid voort te zetten. Het is relatief erg weinig geld, de 16 miljoen euro die per vier jaar nodig is. Hierop bezuinigen zet geen zoden aan de dijk. Maar het bedrag is wel nodig om dit nuttige deelgebied van ontwikkelingssamenwerking in leven te houden. Het is de financiële ondergrens voor een sector die met weinig investeringen belangrijke ontwikkelingsproblemen kan helpen oplossen.’ •••••••••••••••••• Bert Koenders (1958) was onder andere politiek adviseur van de VN te Mozambique, Zuid-Afrika en Mexico (1993-1994), PvdAparlementslid (1997-2007) en minister voor Ontwikkelingssamenwerking (2007-2010).

40

Supporter 10 Jaar

Jet Bussemaker 3 Kans voor open doel richtte zich onder andere op Zuid-Afrika. Was u daar zelf rond het WK Voetbal? ‘Met name bij de voorbereiding. Ik was er in juni 2010 om projecten te bezoeken, onder andere ‘train de trainers’-programma’s. Ik ben bijvoorbeeld ook samen met Frank Rijkaard de townships ingegaan, waar hij clinics gaf aan een groep meiden. Sommigen hadden op hun versleten schoenen vele kilometers gelopen om met hem te kunnen voetballen. Rijkaard is er, net als Ruud Gullit, nog altijd een grote held.’ 4 De resultaten van sport & ontwikkelingsprojecten blijken moeilijk te meten. Hoe valt uw beleid toch te beoordelen? ‘Veel resultaten zijn moeilijk in cijfers te vatten. Van een betere gezondheid tot toegenomen toekomstperspectief. Je merkt pas wat sport & ontwikkelingssamenwerking oplevert als het er niet meer is. Toch kun je wel íets meten. Hoeveel samenwerkingen zijn van de grond gekomen? Hoeveel bijeenkomsten georganiseerd? Hoeveel jongeren bereikt? En: worden er goede plannen gemaakt, is er regie, komt het geld waar het voor bedoeld is, bijvoorbeeld bij jongerensport? In Suriname was dat vorig jaar nog niet het geval. Daar moest ik toen streng optreden.’ 5 Wat is uw boodschap aan het huidige kabinet? ‘Aan de minister voor Sport: zet de traditie van uw partijgenoot Erica Terpstra voort. Zorg dat de huidige inzet voor sport & ontwikkelingsprojecten beklijft. En besef dat onze kandidatuur voor grote sportevenementen als het WK Voetbal mede zo sterk is omdat ons land zich sportief en maatschappelijk verbindt met andere landen. Die band is door de jaren heen ontwikkeld. Nu komt het erop aan hem te verdedigen.’ ••••• Jet Bussemaker (1961) voltooide de studie Politicologie cum laude (1986) en was vervolgens jarenlang wetenschappelijk onderzoeker (tot 1997). Daarna kwam ze voor de PvdA in de Tweede Kamer (1998-2007) en werd ze staatssecretaris voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (2007-2010).


/ 2 X 5 // 2 X 5 // 2 X 5 // SUPPORTER 40

Binnenhof; Bert Koenders trapte zijn ministerschap in 2007 af op het oaches samen met oud-international Stanley Menzo en twee sportc van de Keniaanse sport & ontwikkelingsorganisatie MYSA.

taal een ’ is preekt ‘Sport aans die iedereen Supporter 10 Jaar

41


POWER TO THE SOUTH

42

Supporter 10 Jaar


// ACHTERGROND Sport & ontwikkeling 2.0 Wereldwijd hebben steeds meer mensen toegang tot internet. Datzelfde geldt voor mobiele telefonie. De snelle opkomst van die nieuwe communicatiemiddelen ontsluit tal van mogelijkheden voor maatschappelijke (sport) projecten in ontwikkelingslanden. Tekst: Wester van Gaal. Foto: iStockphoto

Kenia in 2007. Etnische spanningen na de verkiezingen leidden tot een gigantische geweldsuitbarsting. In een paar weken tijd vielen er vele doden. Toen de storm eindelijk ging liggen, verkeerde het land in totale shock. 'Op dat moment zette de organisatie Mercy Corp het Leap-sportprogramma op. Doel was om mensen uit verschillende etnische groepen te leren om weer zonder geweld met elkaar om te gaan. Samen sporten bleek een effectief middel.' Aan het woord is Chris Lunch. Hij is medeoprichter van Insight Share, een platform dat zich richt op Participatory Video (PV). ONLINE VIDEOFILMPJES ‘Het door ons bedachte PV is in ontwikkelingslanden een steeds vaker gehanteerde manier van communiceren', vertelt Lunch. 'De oprichters en deelnemers van het Leap-sportprogramma maakten er – via ons – ook gebruik van. PV komt erop neer dat inwoners van een gemeenschap de krachten bundelen om een online video over die gemeenschap te maken. In plaats van westerse filmers op bezoek te krijgen, bepalen deze mensen via Participatory Video zelf wat ze vertellen over hun problemen, hun aanpak hiervan en de steun die ze daarvoor nodig hebben. Het filmen, acteren, editen en online zetten ligt bij hen.’ Insight Share levert het materiaal en geeft advies. Waar moet je op letten bij online video’s? Hoe lang moet zo'n filmpje zijn? Hoe zorg je ervoor dat het boeiend blijft voor iemand die er op zijn scherm naar kijkt? ‘Meer dan adviseren en faciliteren doen we niet’, zegt Lunch. ‘Ons doel is dat mensen uiteindelijk volledig zelfstandig video's kunnen maken. En daarmee online en direct nieuws kunnen verspreiden, reflectie kunnen stimuleren of - zonder tussenkomst van westerse organisaties fondsen - kunnen werven. Bij instanties, bedrijven en personen overal ter wereld.’ INTERNETPLATFORMS De steun van Insight Share aan het Leap-sportprogramma is een voorbeeld van wat Anna Chojnacka 'Ontwikkelingssamenwerking 2.0' noemt. Chojnacka is in Nederland één van de

experts op dat gebied en legt de term als volgt uit: 'Het is het slim inzetten van internet en mobiele telefonie, ter ondersteuning van ontwikkelingsprojecten. Dankzij de nieuwe media kan de lokale bevolking ongefilterd van zich laten horen en zelf vertellen wat ze nodig heeft. Ze kan nu zelf steun werven en samenwerkingsverbanden zoeken. In het Westen kunnen mensen en bedrijven dankzij internet bovendien direct in contact komen met lokale projecten en zonder tusseninstanties doneren. Hun giften gaan onmiddellijk naar ontwikkelingsprojecten.' Chojnacka verwijst ter illustratie naar de 1% CLUB, een initiatief dat zij mede heeft opgezet. 'Wij hebben een website vol kleinschalige projecten, die elk slechts een paar duizend euro nodig hebben. Onze bezoekers kunnen kiezen welk project ze willen steunen en hun donatie direct aan dat project overmaken. Dit wordt ook wel “crowdfunding” genoemd.' De 1% CLUB is wel iets meer dan een platform waarop direct gedoneerd kan worden, benadrukt Chojnacka. Zo is het initiatief ook zelf betrokken bij de projecten op de website. Dat wil zeggen: speciale 1% CLUB-coaches geven die projecten organisatieadvies en tips om nieuwe media in te zetten. Net als bij Insight Share, is het doel daarbij dat mensen in ontwikkelingslanden zélf expertise opbouwen. Zodat ze er zelfstandig mee verder kunnen en hun kennis zelf weer met andere lokale (partner)organisaties delen. MOBIELE TELEFONIE Kennis delen is door de nieuwe media eenvoudiger dan ooit, en staat dan ook centraal in Ontwikkelingssamenwerking 2.0. Anna Chojnacka: ‘Internet is meer dan een massamedium als tv of radio. Niet langer is er een tweedeling tussen enerzijds de kleine groep mensen die informatie de wereld inzendt en anderzijds de miljoenen die deze informatie ontvangen. Iedereen kan nu met iedereen ter wereld ideeën uitwisselen. Personen die elkaar nog nooit gezien hebben, schrijven encyclopedieën met elkaar, tekenen gezamenlijk Japanse strips en bouwen met z'n allen software. Of ze delen tips over de beste aanpak van een sport & ontwikkelingsproject. Hoe dan ook heerst het besef dat velen meer kunnen dan één. Als iedereen meedenkt over een oplossing, is die oplossing sneller bedacht.’ Het grote knelpunt van Ontwikkelingssamenwerking 2.0 is dat in veel landen nog geen goede internetverbinding is. Dat geldt zeker voor Afrika. Mobiele telefonie is daar nu de belangrijkste manier van communiceren. ‘Mensen laten soms een maaltijd schieten om beltegoed te kunnen kopen’, zegt Chojnacka. Chris Lunch van Insight Share: ‘Met een telefoon kan men in contact blijven met de buitenwereld en snel nieuws verspreiden. Bijvoorbeeld tijdens de rellen na de Keniaanse verkiezingen. Mensen meldden via de telefoon waar gevochten werd en of er slachtoffers waren gevallen.’ Zodra er meer en betere internetverbindingen zijn, is het voor ontwikkelingsprojecten handig om telefonische berichtgeving te koppelen aan internetplatforms, aldus Lunch. ‘Dat versterkt de zichtbaarheid van die projecten. En daar gaat het uiteindelijk om: dat inwoners van lokale gemeenschappen hun eigen werk laten zien en hun wensen zelf laten horen.’ •••••••••••••••••••••••

Supporter 10 Jaar

43


GESCHOTEN!

GESCHREVEN!

! N E N N O GEW

Stuur een zelfgemaakte foto in. Of een zelfgeschreven tekst. Onderwerp: een ervaring die jij als lezer gehad hebt met de kracht van sport in ontwikkelingslanden - ergens in de afgelopen 10 jaar. Dat was de uitdaging van Supporter. Veel inzendingen streden om de hoofdprijs. Maar er konden maar één foto en één tekst op de eerste plaats komen.

LOPEN MET OPEN OGEN Tekst: Christel Medema In augustus 2000 was ik aan het werk voor War Child. Mijn doel was om aan te tonen dat sport een manier is om trauma's te verwerken. Ik heb dit vanuit mijn afstudeeronderzoek gedaan en ben hiervoor naar Kosovo

1

gegaan. Daar heb ik in een project van 6 maanden samengewerkt met muziektherapeuten, dramatherapeuten en creatieve therapeuten (daar werkten ze bij War Child tot die tijd alleen maar mee).

Ik woonde en werkte in de hoofdstad Pristina en we gaven workshops in Servische enclaves, bij de Roma's in hun gebieden maar ook aan de onderdrukte Albanezen. In het begin vaak in schuilkelders maar later ook op kleine sportveldjes die ‘mijnvrij’ verklaard waren. Op een dag had ik een groepje Albaneze kinderen in een oude vervallen gymzaal bij elkaar. We begonnen altijd in een cirkel; zo kun je goed contact maken met iedereen. En daarna, je kent het wel: balspelletjes, tikspelletjes etc, waarbij je moet denken dat de doelstelling is om te leren samenwerken, vertrouwen, maar ook omgaan met winnen en verliezen (heel belangrijk voor deze doelgroep). Er stond ook een jongetje in de cirkel die zijn ogen dicht had. Ik dacht eerst dat hij blind was en dus niet goed kon meedoen met de balspelletjes. War Child werkt veel met lokale mensen, zodat het project ook

44

Supporter 10 Jaar

duurzaam is als wij workshopleiders weer vertrekken uit de gebieden, dus ik vroeg mijn lokale workshopleider om de les over te nemen. Ik nam het jongetje apart en ging – samen met een vertaler – een stukje met hem wandelen. Eerst liepen we gewoon elke week een rondje. Maar langzamerhand ging hij vertellen. Hij had zijn ogen dicht omdat hij het gevoel had dat er bloed over zijn hoofd stroomde, zei hij. Een paar weken later vertelde hij me meer details. Serven waren zijn huis binnengekomen en hadden zijn familie uitgeroeid. Hij had zich verstopt onder het bed, maar later is hij onder zijn dode moeder gaan liggen. Daar heeft hij lang gelegen. Hij weet zelf niet precies hoe lang, maar sindsdien voelde hij altijd het bloed van zijn moeder nog over zijn gezicht stromen. Tijdens het wandelen praatten we veel en uiteindelijk vertelde hij me nog veel meer.


// JUBILEUMWEDSTRIJD

JAAR PRIJZEN Alle prijswinnaars kregen hun verhaal of beeld gepubliceerd. De beste tekst en foto niet alleen in Supporter en www.sportdevelopment.org, maar ook op www.oneworld.nl. Zij kregen van Supporter eveneens een paar Nike+-hardloopschoenen en een Nike+ iPod Sport Kit. De op-één-na-beste inzendingen ontvingen een Nova Backpack-rugzak van Assist Promotions (met zonnepaneel om mobiele apparatuur mee op te laden). De nummers 3 kregen het fotoboek Unifying Africa.

Op een gegeven moment regelde ik sportschoenen voor hem. We gingen elke week een stukje hardlopen. We konden niet ver, want het was nog lang niet overal veilig. Maar een rondje om de vervallen school heen en achter het parkje ging prima. Tijdens het hardlopen zei ik steeds tegen hem: ‘Voel de wind. Voel de wind.’ Na een paar weken zei hij zelf: ‘Als ik hardloop heb ik het gevoel niet meer dat er bloed over mijn gezicht loopt.’ Zijn ogen zaten steeds minder dicht en uiteindelijk kon hij gewoon in de groep met de spelletjes meedoen. Met de ogen open.

JURYCOMMENTAAR Het is niet zozeer de schrijfstijl van Christel Medema die me beroerde, het is puur de inhoud van haar verhaal, van de Albanese jongen in Kosovo die bang is voor de oorlog. Bang van de oorlog, bang van de bommen. […] Imponerend verhaal. Voor mij de winnaar. – Willem Vissers, de Volkskrant-sportjournalist en jurylid van de Jubileumwedstrijd. Lees het volledige schrijfjuryrapport, ook voor nummer 2 en 3, op www.sportdevelopment.org.

Na mijn project heeft War Child sport als medium geaccepteerd. Ze werken er nu mee in post-war zones over de hele wereld. ••••••••••••••••••••••••••••

Supporter 10 Jaar

45


// JUBILEUMWEDSTRIJD

Tekst: Peter Jeneson

2 DE GENIALE DAMMER Ik zit prinsheerlijk op een terrasje in Den Haag. Mijn onvermijdelijke zakdambordje ligt op tafel. Bier, sigaren, zon. Hemels.

Een jongensstem vraagt me of ik een vuurtje heb. Ik kijk omhoog in een wereldwijs zwart gelaat. De bezitter van de stem draagt een spijkerbroek waarvan het kruis contact met de grond schijnt te willen maken, een Nike-petje, Nike-sneakers en in zijn mondhoek bungelt brutaal een sigaret. Hij spreekt Nederlands met een Afrikaans accent. Ik voel in mijn binnenzak of mijn portefeuille er nog zit en vervloek mezelf dat ik net driehonderd euro heb gepind. Straks zullen zijn maatjes er wel bij komen en dan ben ik de klos, flitst het door mijn hoofd. Maar de jongen, ik schat hem zestien, zegt allervriendelijkst dat hij goed kan dammen en om dit kracht bij te zetten verschuift hij een schijf van de witte kleur. Ik ben allang blij dat ik geen slachtoffer lijk te worden van een jeugdbende en offreer hem een vlammetje, steek tergend langzaam een cigarillo op, blaas de rook loodrecht omhoog, glimlach superieur, sla de zwarte stukken van het bord en zeg dat dit niet zo'n beste zet is daar ik dan twee volle schijfjes voor sta. De arrogantie waarmee ik ‘schijfjes’ zei doet me thans nog blozen. Nog voordat ik de zetten terug kan nemen volgt er een bliksemsnelle handbeweging en een zo mogelijk nog waanzinniger zet. Ik leg de jongen uit dat ik wederom twee 'houtjes' kan slaan. Hij kijkt me stralend aan – zalig zijn de onwetenden – en met een elegante beweging van zijn hoofd wijst hij mij er op dat zwart nu aan slag is en het is de bedoeling dat ik die taak op me neem. Voor tegenstander spelend sla ik zuchtend de schijven, denk: ‘Meewerken, afserveren en aan de pils’, en sla mijn armen over elkaar. Het is nog maar een jongen, zult u denken, maar de bravoure waarmee hij de zetten uitvoert begint me nu toch enigszins te irriteren. Je kan ze maar beter jong ontmoedigen, vind ik en hoofdschuddend sla ik het trieste tafereeltje gade. Ik verwacht dat de blaag zich zal excuseren en rappend van het toneel zal verdwijnen maar hij heeft er nu pas echt plezier in en geeft nog een paar

schijven weg. Ik weiger nog zetten uit te voeren, parodieer zijn hoofdbeweging van zo-even, maak een snuivend geluid en wacht met diabolisch genoegen op het moment dat hij geen enkele schijf meer heeft en ik deze jonge dwaas op zijn nummer kan zetten. Zomaar even een nietsvermoedende dammeester lastig vallen met flauwekul. Ik twijfel nog of ik dan een ‘pff’- of een ‘tss’-geluid zal maken, onderwijl de oorspronkelijke stand opzettend en… Maar wat is dat? De hand offert, slaat, offert en nu zie ik het pas. Een geheel nieuw combinatiepatroon ontvouwt zich voor mijn ogen en de zwarte magiër slaat naar dam over acht witte stukken. Mijn stukken. Onthutst bestudeer ik minutenlang de resterende stand. Een ruïne. Zwart staat – ik sta – totaal verloren. Met een rood hoofd kijk ik opzij om de jongen naar zijn naam te vragen en mijn excuus aan te bieden voor mijn gedrag - hoe leg ik uit dat ik dacht dat hij me wou beroven? Maar de schijvengoochelaar is nergens meer te bekennen. Mijn ego heeft een enorme opdonder gekregen. Niet omdat ik de combinatie niet zag. Die was geniaal, nee, omdat ik, die pretendeer een goed mens te zijn, met die smerige grijpgrage beweging naar mijn portefeuille heb bewezen racistische denkbeelden te hebben. Ik vraag me af hoe ik mezelf ooit nog in de spiegel kan aankijken.

‘Ik vraag me af hoe ik mezelf ooit nog in de spiegel kan aankijken’

46

Supporter 10 Jaar

Twee jaar later zie ik hem weer. Ik ben op vakantie in Senegal waar dammen een nationale sport is. Op elke straathoek damt men met volle overgave. Hij is inmiddels een speler van wereldklasse en doet mee aan het kampioenschap van Afrika. In de toernooizaal stap ik op hem af en fluister: ‘Herken je me nog?’ Hij glimlacht, niet superieur – hij niet – en grijpt naar zijn imaginaire binnenzak en zijn mondhoeken raken zijn oren. ‘Ja, jij dacht toen dat je beroofd zou worden door mij, toch?’ Ik loop paars aan, kijk naar de grond en stamel: ‘Ik… Ja, dat dacht ik. Excuus. Het enige waar je me toen van hebt beroofd is de illusie dat ik een goed mens was. Waarom liep je toen weg?’ Het antwoord is van een wijs man. ‘Ik besloot om je een lesje zelfreflectie te leren. Excuus aanvaard, see you around, white man.’ Hij slaat me op mijn schouder, loopt kaarsrecht naar zijn bord en geeft weer een van zijn geniale zetten af. ••••••••••••••••••••••••••••••••••••


Tekst: Haico Kuut

3 NEVER GIVE UP! Twaalf paar Zuid-Afrikaanse oogjes keken me gretig aan. ‘Die grote blanke meneer in dat gele SCORE-T-shirt gaat ons Olympisch kampioen maken’, was op zijn minst de verwachting.

Ik op mijn beurt was lichtelijk teleurgesteld: twee klassen van 36 kinderen hadden beloofd te zullen komen naar de atletiektraining die ik georganiseerd had. Onder hen minstens veertig meisjes. Maar, geen reden om dat die twaalf jongens die wél gekomen waren, kwalijk te nemen. Vrolijk aan de slag dus, met deze natuurtalenten. Springen vonden ze het allerleukste en de jongens moedigden elkaar aan tot (letterlijk) grote hoogten. Plots viel mijn oog op een meisje onder de toeschouwers. Het enige meisje! Ik zag dat ze duidelijk pret beleefde aan het schouwspel en in een onbewaakt moment zag ik haar zelfs de technieken die ik de jongens aanleerde stiekem oefenen. Tijdens het opruimen van de materialen sprak ik haar aan. Nombile heette ze en ik vroeg haar: ‘Do you want to join next time?’ Aarzelend keek ze me aan. ‘I am not sure...’, zei ze en ze keek een beetje angstig naar haar broer die in mijn groepje van twaalf zat. Hij vond het goed en de volgende dag was ze van de partij. Ze bleef altijd het enige meisje en het aantal jongens nam in aanloop naar De Grote Schoolkampioenschappen elke dag toe. Ik was bang dat ze af zou haken onder de druk, maar de vastberaden blik in haar ogen bewees elke training weer mijn ongelijk.

Nombile haalde tóch de 1 met

er 40 bij het hoogspringen.

het probleem? Vlak voor de hoogspring wedstrijden zag ik haar opeens aan komen strompelen. Strompelen was het goede woord, want ze had sportschoenen aan van minstens maat 45. Onder gewone omstandigheden had ik er hartelijk om gelachen, maar ze keek zó ernstig. ‘I must have shoes for this tournament’, zei ze zachtjes tegen mij, waarschijnlijk angstig om niet serieus genomen te worden. Het was gelijk al haar beurt om te springen en voor ik iets kon zeggen ging ze klaar staan voor de eerste hindernis: 1.20 meter. Geconcentreerd stond ze klaar voor haar aanloop. Ze staarde naar haar doel en begon te rennen. Vlak voor het afspringpunt gebeurde het: ze struikelde over haar maat 45 en dook voorover het zand in, tot groot hoongelach van de aanwezige jongens… Met een mengsel van zand en tranen in haar gezicht liep ze weg van de plek des onheils. Ik kon haar nog net te pakken krijgen voor ze richting huis ging. Ik keek haar indringend aan: ‘Try again!’, zei ik. Ze herkende deze woorden; ze waren zó vaak tegen haar gezegd door mij tijdens de trainingen en het leek wel alsof ik een kleine schittering van durf in haar ogen zag terugkomen. Ik nam haar mee naar het aanlooppunt en hield mijn arm om haar schouders. Ze mocht het nog een keer proberen van de jury. Ik keek naar de enorme schoenen die nog steeds aan had en keek haar veelbetekenend aan. Ze begreep de hint en trok haar schoenen uit. Op haar blote voeten spurtte ze naar de stok die inmiddels al op 1.40 was geplaatst en jawel! In één keer eroverheen! De glimlach die ze daarna tevoorschijn toverde was met geen pen te beschrijven. De jongens, waarvan de helft al bij 1.30 was afgehaakt, zetten een sportief applaus in en ik zag een bijzonder trotse blik bij haar broer. Ze redde het nog tot 1.55 m en toen moest ze na 3 pogingen afhaken. Twee jongens (onder wie haar broer) haalden nog 1.60, maar toen was het onderdeel afgelopen. Nog nooit heb ik iemand zo blij gezien met een bronzen medaille! Dit moment zal ze nooit meer vergeten en ik hoop dat ze, bij alle tegenslagen die ze in haar leven nog zal moeten trotseren, moed zal putten uit de woorden ‘Try again!’ •••••••••••••••••••••••••••••••••••••

‘Stiekem oefende zij de technieken die ik de jongens aanleerde’

Op de dag van de kampioenschappen had ik mijn groep om 8 uur ’s ochtends laten komen voor een ‘warming-up , wetende dat iedereen toch te laat zou komen voor het aanvangstijdstip van 9.00 uur, maar zelfs om 9.30… geen Nombile! Haar broer zei iets over sportschoenen dat ik niet begreep. Ik begon lichtelijk ongerust te worden. Nombile had altijd op blote voeten getraind, dus wat was

Supporter 10 Jaar

47


48

1 Supporter 10 Jaar


// JUBILEUMWEDSTRIJD >>>

JURYCOMMENTAAR ‘De eerste prijs gaat naar deze foto van Peter Paul van Kempen. In de burgeroorlog van Sierra Leone verminkte ‘Amputee Soccer Team’-spelers staan in 2007 hun president toe te juichen. De foto straalt enthousiasme, energie, weerbaarheid en vooral kracht uit. Hij is ook fotografisch interessant, door de camerapositie en de grafische vormen van de krukken die in een mooi patroon het hele beeld vullen.’ – Ronald de Hommel, fotograaf en jurylid van de Jubileumwedstrijd. Lees het volledige fotojuryrapport, ook voor de tweede en derde plek, op www.sportdevelopment.org.

Michel van Keulen fotografeerde in maart 2009 vier weeskinderen, tijdens een veldbezoek met sport & ontwikkelingsorganisatie Right To Play in Ghana en Benin. >>>

Theo Buiting fotografeerde in 2000 Malinese en Nederlandse wielrenners (én hun supporters) tijdens de Ronde van Burkina Faso. >>>

2

3 Supporter 10 Jaar

49


// QUOTES ... uit 10 jaar Supporter ‘In Kameroen ging ik op bezoek bij de ouders van Eyong Enoh, die nu voor Ajax speelt. In het dorp ontmoette ik zijn jeugdvrienden. Die jongens dromen er nog steeds van ontdekt te worden. Ze zouden iets moeten doen om die droom, die in duigen valt, te vervangen. Maar dat lukt ze niet.’– Paul Rosenmöller, oud-politicus en journalist (Supporter 38, 2010) ‘Sport kan niet bijdragen aan ontwikkeling in Afrika. Dat is een verloren continent waar geen hond echt in is geïnteresseerd. De toekomst van Afrika is niets, nul komma nul. […] Ik herhaal: het wordt nooit iets met Afrikaanse sport. Niemand zal daar ooit écht in investeren. Er valt namelijk niks aan te verdienen.’ – Mart Smeets, auteur en sportpresentator (Supporter 19, 2005) ‘Veel meisjes in Iran zouden graag eens een voetbalwedstrijd zien. Zo gaat dat

met verboden. Als je iets niet mag zien, wil je weten wat er zo belangrijk is.’ – Jafar Panahi, regisseur van de Iraanse film Offside (Supporter 26, 2007) ‘Ze hadden nog nooit van hun leven tennis

gezien, en vonden het geweldig. Toen we trucjes deden met een tennisbal galmde de bulderende lach van die kinderen na over de heuvels achter de school. Ik werd daar stil van.’ – Jacco Eltingh, oud-toptennisser, over een bezoek aan Afrika (Supporter 37, 2010) ‘Plaats de FIFA onder toezicht van de VN. Laat dáár de beslissing vallen welk land het WK verdient. En waarom moet die wereldvoetbalbond eigenlijk zoveel macht en geld hebben?’ – Freek de Jonge, cabaretier (Supporter 36, 2009) ‘Ik zal nooit accepteren dat er twee werelden zijn: een arme en

een rijke. Maar ik doe er wel te weinig aan om dat te veranderen.’ – Hugo Borst, sportjournalist (Supporter 24, 2007) ‘In Manchester en Londen heb je ook no-go areas. Je krijgt soms het

idee dat die Engelsen nog denken dat wij in bomen hangen. Dat we leeuwen en olifanten moeten verslaan op weg naar ons werk. Ik zou zeggen: kom kijken, praat met mensen.’ – Thomas Kwenaite, Zuid-Afrikaans sportjournalist over de Britse kritiek op de FIFA-toezegging van het WK Voetbal 2010 aan zijn land (Supporter 35, 2009) ‘Soms zou ik willen dat Idi Amin nog regeerde. Die investeerde veel in

sport’ – Helene Buteme, Oegandees rugby-international (Supporter 34, 2009) ‘Mochten de Kenianen ooit nog eens de Nederlanders overvleugelen in de schaatssport, dan wil ik daar best de schuld van krijgen.’ – Bart Veldkamp, oud-topschaatser, over zijn programma Kluners uit Kenia (Supporter 25, 2007) ‘Ontwikkelingswerk is van jongs af aan mijn missie geweest. Nu ik een bekende sporter ben gebruik ik mijn beroemdheid graag om deuren te openen. Ik blijf daarbij liever op de achtergrond. Daden zijn belangrijk, aan grote woorden en valse beloftes heb je niks.’ – Clarence Seedorf, oud-topvoetballer en oprichter van de Champions for Children Foundation (Supporter 32, 2009)

50

Supporter 10 Jaar


// DE LIBERO

Serieus Mart Smeets heeft me jarenlang van mijn stuk gebracht. Hij heeft het meest memorabele interview in 10 jaar Supporter op zijn naam staan, vol verwarrende uitspraken over sport in Afrika. Die grepen me bij de keel, ook al zei mijn vrouw dat ik volwassen mannen in gebreide truien niet serieus moest nemen.

Frank van Eekeren

werkt als senior adviseur en onderzoeker aan de Universiteit van Utrecht. Hij adviseert (sport)organisaties en onderzoekt de maatschappelijke betekenis van sport, met speciale aandacht voor sport & ontwikkelingssamenwerking.

Normaal gesproken spreekt de flamboyante sportpresentator vanuit verwarmde ijsstadions en zonnige Franse wielerkoersen heel enthousiast over sport. Maar in 2005 sloeg hij ineens een ijskoude toon aan: ‘Het wordt nooit iets met de sport in Afrika’. Sterker nog, zei Smeets: ‘Afrika is een verloren continent waar geen hond in is geïnteresseerd. De toekomst van Afrika is niets. Nul komma nul.’ En sport gaat daar, aldus de commentator, helemaal niks aan veranderen: ‘Hoezo inzetten op sport? Dat is een luxe keuze. Alsof er wat te kiezen valt. Dat zoiets daar ooit gekozen kan worden is een utopie.’ Ik was stomverbaasd. Ten eerste omdat ik niet wist dat Mart zo’n Afrikakenner was. Blijkbaar kwam hij tijdens de dweilpauzes in Thialf wel eens een verdwaalde Afrikaan tegen. Of bezocht hij de Ronde van Burkina Faso, ter voorbereiding op de Tour de France. Waar haalde hij zijn wijsheid anders vandaan? Ik was echter vooral verrast over de pessimistische inhoud van zijn analyse. Ik leefde nog in de naïeve veronderstelling dat er langzaam winst geboekt werd op het verloren continent. En dat sport daaraan bijdraagt door plezier en persoonlijke ontwikkeling te bieden. Smeets ging niet veel later nog een stapje verder: ‘Armoede?’, zei hij op tv. ‘We doen er niks aan,

we zullen er niks aan doen en we willen er niks aan doen. Tenzij we er iets aan kunnen verdienen’. Ik viel van mijn stoel. Tegenwoordig draaien publieke figuren en politici hun hand niet om voor dit soort opmerkingen. Maar destijds had ik nog nooit gehoord van ‘linkse hobby’s’. En bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking waren vijf jaar geleden taboe. Mijn vrouw probeerde mijn verbijstering over de woorden van Smeets te verzachten door wederom op zijn kleding te wijzen. Maar ik zag dat Dione de Graaf en Ria Visser hem wél geloofden. Wat nu? Begin november besloot ik de proef op de som te nemen. Ik ging terug naar het township Alexandra in Johannesburg, waar ik eind jaren 90 verdwaasd langs de krakkemikkige krotten liep en de talloze kogelgaten in de muren telde. Wat bleek? Van de beklemmende sfeer van toen is niets meer over. Veel bewoners beschikken nu over een stenen huis en de kinderen spelen zorgeloos op straat. Alexandra krijgt eindelijk aandacht van de lokale overheid, politie en buitenlandse organisaties. FIFA heeft, in het kader van het WK Voetbal, zelfs een Football for Hope Centre gebouwd. En ‘hope’ is precies wat de wijk nu uitstraalt. Of, zoals een bewoner het uitdrukte: ‘Wij durven te hopen. Daarom is de toekomst voor Afrika’. Met die gedachte landde ik onlangs in Nederland, waar het schaatsseizoen inmiddels is begonnen. Mart Smeets heeft zijn vertrouwde plek langs de ijsbaan ingenomen en is stellig als altijd in zijn analyses. Wie anders is, ben ik. ‘Mijn vrouw had gelijk’, denk ik nu, terwijl ik naar zijn nieuwe gebreide truien en bontgekleurde jasjes kijk. ‘Jou neem ik niet meer serieus.’

Supporter 10 Jaar

51


AAN ALLE LEZERS VAN

// SOORT chapeau

BEDANKT VOOR 10 JAAR SUPPORT!

ZIELENBALSEM Sport en ontwikkelingssamenwerking is best een moeilijke combinatie. Hoe vaak ik niet mensen heb ontmoet die stelden dat arme landen, eventueel gesteund door ons, eerst maar eens scholen en ziekenhuizen moeten bouwen, of nieuwe regerings足 gebouwen. Dat ze eerst moeten zorgen voor democratie, dat ze corruptie moeten uitbannen. Ze moeten heel veel en daarbij willen wij ze best helpen. Sport, dat is bijzaak. Als alles is geregeld, als honger, armoede en geweld zijn verdwenen, dan mogen mensen zich heel misschien, voorzichtig, druk maken om zoiets triviaals als sport. Tal van ervaringen, op veel plekken ter wereld, hebben me overtuigd dat de waarheid anders ligt, of beter gesteld: de werkelijkheid is anders. Natuurlijk is een dak boven het hoofd fijner dan een partijtje voetbal tegen een andere stam en is de hereniging met doodgewaande familieleden veel belangrijker dan een sprintduel, maar sport is soms balsem voor de ziel. Sport laat de glimlach doorbreken op soms zo getekende gezichten. Sport doet sores vergeten en is nog gezond ook, althans, soms.

Willem Vissers is senior-sportjournalist bij . de Volkskrant en auteur van onder andere De Wereld is een Bal. Hij jureerde de artikelen die lezers inzonden voor de jubileumwedstrijd (pagina 44).

Als verslaggever van de Volkskrant, als lezer en lid van de redactieraad van Supporter, heb ik door de jaren heen tientallen verhalen over dwarsverbanden tussen sport en ontwikkelingssamenwerking gelezen. Het is een moeilijk genre. Vaak ligt het gevaar op de loer van een wat klef, zweverig verhaal. Alsof sport alle problemen wegvaagt, alsof sport de sporter blijvend geluk brengt. Dat is natuurlijk niet zo. Dat hoeft trouwens ook niet en dat kan ook niet. Laat de sport gewoon zijn helende, zalvende, vertrouwenwekkende werk doen. Als de sport ook maar een paar tranen droogt, voor een greintje zelfvertrouwen of ontspanning zorgt, harten sneller laat kloppen of vervult van trots, als sport mensen van verschillende pluimage iets dichter bij elkaar brengt, dan heeft die sport zin gehad. Zo bezien is duidelijk dat ook sport ontwikkelingssamenwerking is. Natuurlijk: eten, vrede en scholing zijn belangrijker, maar laten we de sport niet vergeten voor zijn bijdrage aan een iets betere wereld. Willem Vissers


Supporter 2010 #4