Page 7

BODEMKWALITEIT

Het eindproduct na 30 jaar rijping voldoet deels aan de eisen van het Besluit bodemkwaliteit. De discussie gaat dan ook over dit deel.   De tekst in de toelichting van het LAP 2 (augustus 2010) luidde: «Hoewel de minimumstandaard voor een deel van het zuiveringsslib verbranden als vorm van verwijderen mogelijk maakt, is het beleid gericht op nuttige toepassing. Naast inzet als brandstof en verwerken in/tot meststof kan het hier ook gaan om inzet in bouwstoffen» Gezien deze tekst werd er contact gezocht met het bevoegd gezag om het veraarde zuiveringsslib te mogen toepassen in een geluidswal. Ook is toen al aangegeven indien dit niet mocht het wel als steunlaag hydrostab mag verwerk worden. Deze reageert na een tijdje als volgt: "Onlangs is aan het bevoegd gezag de vraag voorgelegd of het mogelijk is om veraard zuiveringsslib toe te passen als bouwstof onder het regime van het Bsb c.q. Bbk. Het bevoegd gezag hecht er aan haar standpunt aan u kenbaar te maken. Na raadpleging van: –– Wet- en regelgeving  (o.a. Wm, LAP2 en BSSA); –– Agentschap.nl\bodem+( zowel per e-mail als de FAQ nr. 18); –– Overleg met marktpartijen; stelt het bevoegd gezag zich op het standpunt dat het verwijderen van het veraarde zuiveringsslib op basis van de haar bekende gegevens niet kan worden beschouwd als een bouwstof." Zuiveringsslib is een afvalstof. Artikel 10.2 van de Wet Milieubeheer verbiedt derhalve het op of in de bodem brengen hiervan indien daarvoor geen vrijstelling is verleend op grond van het Besluit vrijstellingen stortverbod buiten inrichtingen. Artikel 2, eerste lid onder b, van het Besluit vrijstellingen stortverbod buiten inrichtingen omvat de algemene vrijstelling voor het toepassen van bouwstoffen, grond of baggerspecie als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit. Deze vrijstelling wordt echter beperkt door het vijfde lid. In het vijfde lid is aangegeven dat de vrijstelling niet geldt indien afvalstoffen worden gebruikt welke behoren tot een categorie vermeld in artikel 1 van het Besluit stortverbod afvalstoffen, en waarvoor derhalve een

stortverbod geldt. Bij de categorieën van genoemde afvalstoffen in artikel 1 van het Besluit stortverbod afvalstoffen staat alleen: “slib, afkomstig van inrichtingen van biologische zuivering van afvalwater” (categorie 23) genoemd. Ander soort slib mag dus wel als bouwstof worden toegepast. Er geldt immers geen stortverbod. D.w.z. dat indien het zuiveringsslib voldoet aan het begrip bouwstof (10% Ca, Si en Al) het toch niet als bouwstof mag worden toegepast. Het BSSA gaat voor (derogeert) het Bsb\Bbk.

De DCMR constateert dat er geen beleid geformuleerd is op basis waarvan hergebruik van bedoeld zuiveringsslib onder de regels van het Bbk/Bsb mogelijk wordt gemaakt.  Ook vraagt het bevoegd gezag aandacht voor de volgende tekst uit Vlaams document: Naast zware metalen kan RWZI-slib ook diverse anorganische en organische micropolluenten (o.a. PAK’s, dioxines) en allerlei pathogene organismen bevatten

NUMMER

4•2011

(bacteriën, virussen, protozoa en andere ziektekiemen). De kans op een verhoogde aanwezigheid van anorganische en organische micropolluenten is het hoogst voor slib van RWZI’s waarop veel industrieel afvalwater wordt geloosd. De behandeling van septisch materiaal in een RWZI resulteert mogelijk in een slechtere microbiologische kwaliteit van het slib. Een specifieke verontreiniging die soms in vrij hoge concentraties (tot > 450 mg/ kg droge stof) in het afgevoerde RWZIslib wordt aangetroffen, is tolueen. Uit onderzoek blijkt dat dit tolueen niet afkomstig is van tolueenverontreinigingen in het behandelde afvalwater, maar tijdens de slibopslag gevormd wordt door anaerobe microbiologische processen (K. Devoldere, 1999).

Blijkbaar is er contact geweest tussen het bevoegd gezag en het ministerie. Op 10 december 2010 wordt namelijk de toelichting bij het LAP 2 aangepast. De vraag aan het bevoegd gezag is eerder gesteld. De toelichting maakt geen onderdeel uit van het LAP. Bevoegde gezagen zullen zich er echter wel door laten leiden.

De tekst is als volgt gewijzigd (t.o.v. augustus 2010 «Hoewel ....bouwstoffen»): Hoewel de minimumstandaard voor een deel van het zuiveringsslib verbranden als vorm van verwijderen mogelijk maakt, is het beleid gericht op nuttige toepassing. Het gaat hierbij met name om inzet als brandstof en verwerken in/tot meststof. In beginsel kan ook worden gedacht aan inzet in bouwstoffen. Het is echter van belang dat gebruik van zuiveringsslib in/als bouwstof aan wettelijke beperkingen onderhevig is. Dit volgt uit het volgende: 1. Zuiveringsslib is een afvalstof en artikel 10.2 van de Wet Milieubeheer verbiedt het op of in de bodem brengen van afvalstoffen buiten een inrichting. In beginsel is het op of in de bodem brengen van afvalstoffen buiten inrichtingen dus verboden. 2. Artikel 2 van het Besluit vrijstelling stortverbod buiten inrichtingen bevat in het eerste lid een algemene vrijstelling van dit verbod van artikel 10.2 van de Wet milieubeheer voor zover het gaat om bouwstoffen als bedoeld in Besluit bodemkwaliteit. Voor zover het gaat om het toepassen als bouwstof conform het Besluit bodemkwaliteit is op de bodem brengen van afvalstoffen buiten inrichtingen dus in beginsel weer wel toegestaan. 3. Het vijfde lid van artikel 2 van het Besluit vrijstellingen stortverbod buiten inrichtingen stelt echter beperkingen aan deze vrijstelling. Zo geldt deze vrijstelling niet indien afvalstoffen worden gebruikt die behoren tot een categorie vermeld in artikel 1 van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen. Relevant is nu dat zuiveringsslib wordt genoemd onder categorie 23 van dat besluit. Het buiten inrichtingen op of in de bodem brengen van zuiveringsslib is hierdoor dus alsnog verboden. De hiervoor beschreven wettelijke beperkingen hebben artikel 10.2 van de wet milieubeheer als basis en gelden dus alleen “buiten inrichtingen”. Het is dus niet toegestaan om zuiveringsslib te verwerken in bouwstoffen en bijvoorbeeld in te zetten in een geluidwal of een ander werk. Voor inzet in de vorm van hydrostab op stortplaatsen - of binnen andere inrichtingen gelden deze wettelijke beperkingen niet.” 7

Vakblad Bodemkwaliteit 2011-4  

December 2011 editie van het Vakblad Bodemkwaliteit, uitgebracht door Schreurs Uitgeverij BV

Advertisement