Page 1

voor verbetering vatbaar


Voor

piet schreuders

verbetering

de buitenkant

vatbaar

2002


Š 2002 Piet Schreuders, Amsterdam Uitgeverij De Buitenkant Schippersstraat 11 1011 az Amsterdam Eerste druk – mei 2002 isbn 90 76452 24 5


‘Slechte dingen voorgoed slecht laten, mag men alleen op zijn sterfbed.’ —franz kafka, 1912


W

ie dagelijks met de verzorging

van grafisch werk bezig is, ontwikkelt vroeg of laat de neiging om alle gedrukte uitingen (van wie dan ook) aan kritisch onderzoek te onderwerpen. Of het nu de avondkrant, de folder van de pizza­ koerier of het logo van het energiebedrijf is: het kan altijd beter, en een correctie in de marge is snel geplaatst. Lastiger wordt het als het gaat om typografie op moeilijk bereikbare plaatsen – niet op papier, maar bijvoorbeeld op een winkelpui.

‘Ach, konden we die gevel maar in

zijn geheel in de computer binnenhalen en eventjes bijwerken…’ verzuchtte ik een tijdje geleden naar aanleiding van het zoveelste geval van mislukte typo­grafie in de openbare ruimte. Een hele gevel in de computer laden lukt voorlopig niet, maar je kunt na­tuurlijk wel een foto maken en die op je gemak bewerken, en daarmee spelenderwijlaten zien hoe alles met betrekkelijk kleine ingrepen anders c.q. beter kan.

7


2 Februari, 2 februari! gonsde het door de stad. Er zou iemand in het huwelijk treden met Máxima en dus verspreidde de Dienst Binnenstad Amsterdam nieuwsbrieven onder de bewoners om hen te informeren over de te nemen maatregelen tijdens dit ‘eve­ nement’. De uitgave, gedrukt in een oplage van 75.000 exempla­ ren, maakt een wat amateuristische indruk. Er is gebruik gemaakt van een toepasselijke steunkleur (oranje, hier als bruin weergege­ ven), maar typografisch rammelt het. Waarom staat die kroon op die plek? Hij is gecentreerd op de pagina, maar daardoor juist niet in de oranje balk. Hij steekt op een ongelukkige manier boven het vlak uit en doorsnijdt de woorden ‘Koninklijk Huwelijk’ op een ongelukkige manier.

12


Laten we de elementen eens anders arrangeren.

13


In mei 2000 verzuchtte ik in het vakblad Compres: ‘De letters “beurs van berlage” zijn in koper uitgevoerd... Niemand heeft de moeite genomen om een bij het gebouw passend lettertype uit te zoeken, om aandacht te besteden aan de woordspaties of het optisch gelijkstellen van de kapitalen, en het ergst van al: het op de juiste plaats op de gevel aanbrengen. Alles aan die gevel vraagt om een gecentreerde belettering, maar de uitvoerder bleek zelfs niet in staat om die drie woorden symmetrisch tussen de ramen te plaatsen.’ Anderhalf jaar later wordt in het gebouw een prinselijk huwelijk gesloten, maar de gevel staat er nog even droevig bij. Alles straalt een poenig soort onverschilligheid uit: het materiaal, de letter – de eerste de beste Times Roman uit de Windows-pc van de directiesecretaresse – en de asymmetrische bevestiging. Worden in de Beurs mijn artikeltjes misschien niet gelezen? Of is men aan de nodige correcties nog niet toegekomen? 16


Hierbij een voorstel tot correctie, gebruikmakend van het bestaan足 de materiaal. Een ander lettertype zou misschien beter zijn, maar ik weet zo gauw niet welk. Er is wat te zeggen voor het retroletter足 tje dat in het overige Beurs-drukwerk wordt toegepast, maar op de gevel ziet dat er toch wat kitscherig uit.

17


Aan de voet van de Nieuwe Kerk, een 17de-eeuws gebouw in hartje Amsterdam, bevindt zich een café met de ludieke naam ‘’t Nieuwe Kafé’. De manier waarop deze naam op de gevel is aangebracht doet door die verkeerde apostrof wel erg ondoordacht aan, alsof de monumentale kerkmuur niets meer is dan een laserprintje met een voorlopige ‘uitdraai’. Eigenlijk is dit erger dan graffiti. Een graffitist mag dan lak hebben aan ons cultureel erfgoed door het te bekladden, hij gelooft tenminste in wat hij zelf doet. Een typo­ graaf die een levensgrote foute apostrof op een gevel laat plaatsen, haalt niet alleen zijn neus op voor de historische context, maar heeft zelfs geen enkele belangstelling voor, laat staan plezier in zijn eigen werk. Hier spreekt totale desinteresse.

20


21


De Nieuwe Jonkerstraat, een smalle straat in de buurt van de Amsterdamse Nieuwmarkt, herbergt een marionettentheater met een opschrift op buitenproportioneel grote schaal. Het is bijna niet mogelijk het opschrift in zijn geheel te bekijken omdat de straat het belet om voldoende afstand te nemen. Het opschrift bestaat uit los aan de gevel bevestigde koperkleurige letters (Times). Waar het maar enigszins mogelijk was heeft de uitvoerder de letters ofwel gespiegeld, ofwel ondersteboven aan de muur bevestigd. Het is consequent gedaan, dat wel.

24


Het lijkt erop alsof de stad in handen aan het vallen is van een uit­ gekookte lettermaffia die grote, poenige letters verkoopt aan naïe­ ve neringdoenden. Kijk naar de Beurs van Berlage en dit Mario­net­ tentheater, kijk naar de Kas-Associatie (blz. 92) en het voormalige Tele­graaf­­gebouw: het is de Times of de Helvetica, het glimt en het is groot, maar van enige typografische finesse is geen sprake.

25


Waarom is in het opschrift ‘reminiscence’ de m gespiegeld en staan beide c’s op hun kop? Het gaat hier toch werkelijk niet om een dumpzaak in een volksbuurt, maar om een modewinkel in de Amsterdamse P.C. Hooftstraat, waar internationale grootheden als Armani, Versace, Hugo Boss, Benet­ton en Gucci om aandacht wedijveren. Geld speelt daarbij geen rol. Logo’s en letters worden desgewenst in gepolijst marmer uitgehakt, in koper gesmeed of in twee verdiepingen hoge spiegelruiten geëtst. Hoe merkwaardig dat in dergelijke budgetten geen plaats is voor enige aandacht voor het typografische detail.

28


Genoemde fouten zijn hier verbeterd, wat nog niet wil zeggen dat het nu een mooi opschrift is geworden. Integendeel – het spiegel­ vlak, de expres zo krap mogelijk naast elkaar gezette hoofdletters, de weinig stijlvolle letterkeuze: het blijft een armoedig geheel.

29


We hebben het meestal over ‘de Heinekenbrouwerij’, dus één woord. Op de gevel aan de Stadhouderskade staat het als twee woorden. Soit. Maar zo’n enorme woordspatie tussen ‘heineken’ en ‘brouwerij’, dat kan toch nooit de bedoeling geweest zijn? 

32


Klopt: dat is nooit de bedoeling geweest. Uit een bouwtekening uit 1934 blijkt dat het opschrift oorspronkelijk was: ‘heineken’s brouwerij’. De apostrof en de s moeten later zijn verwijderd, een gapend gat achterlatend. Dat zou onderhand wel eens gedicht mogen worden.

33


Goed, dit succesvolle Italiaanse kledingmerk bevat de gevreesde lettercombinatie ‘la’, maar dat is toch geen reden om maar bij de pakken neer te gaan zitten? Allereerst was even onduidelijk of de Times wel de oorspronkelijke replay-letter is. De voorbeelden in de stad zijn daar niet eendui­ dig over. Meestal is het de Times, maar op kledingmerkjes en als opschrift van het Replay Café komen ook andere lettertypen voor. Afgezien daarvan moeten we vaststellen dat de zo vrolijk in bran­ dende lichtjes uitgevoerde lettercontouren wel erg krap in het vlak staan. Ofwel maak het vlak iets groter, ofwel de letter iets kleiner!

36


Onze voornaamste zorg betreft echter de gelijkmatige verdeling van de ruimte tussen de letters. Een kleine wijziging van de afstan­ den hier en daar (waarbij ‘la’ spelenderwijs tot ligatuur wordt) maakt een wandeling door de Leidsestaat al meteen wat minder onaangenaam.

37


Zelfs het sympathieke Amsterdamse museumpje Het Katten­ kabinet lijdt helaas aan een arrogant soort onverschilligheid waar het zijn typografische uitingen betreft. Kort na de oprichting in 1991 werd boven de ingang op Herengracht 497, Amsterdam een emaillen bord geplaatst met het beeldmerk van het museum (ont­ leend aan een tekening van Rudyard Kipling uit 1902), omlijst door de naam van Het Kattenkabinet in vier talen.

44


Het bord bevat een aantal fouten, waarvan ik de hoofdconservator, de heer B. Meijer, onmiddellijk op de hoogte bracht. Deze heeft echter tien jaar lang geen termen aanwezig geacht om het bord te laten overmaken. Geleerden twisten overigens nog over de vraag of het ‘cabinet de chats’ is (zoals op het bord staat) of ‘cabinet des chats’ (zoals ik het heb verbeterd).

45


In het jaar 2000 maakte de wijd en zijd bejubelde ontwerpster Brigitte Slangen voor uitgeverij L.J. Veen dit omslagontwerp. Haar typografie is op zichzelf in orde, maar de plaatsing van de woorden in en boven het gereproduceerde schilderij is enigszins ongelukkig. Auteursnaam en titel staan niet prettig in het kleur­ vlak erboven, dat het oortje bovendien wat ongelukkig afsnijdt. De ondertitel ‘Ongehoorde ontboezemingen’ valt net iets te groot uit, waardoor de laatste letter van ‘Ongehoorde’ tegen de rug van de kat aan staat en de n van ‘ontboezemingen’ zijn wang net raakt. Evenzo is rechts­onder het uitgeversvignet akelig dicht bij een poezenpoot terechtgekomen. 48


Wij verkleinden de ondertitel met 15%, waardoor het poezenkopje nu vrij staat. In het titelvlak zijn auteur en titel iets dichter bij el­kaar gezet. Het oortje steekt nu iets over het vlak heen. ‘l.j. veen’ is een millimetertje gezakt. Dat is eigenlijk alles. Overigens moest het schilderij Popov en Puck (gesigneerd: ‘Dorinde van Oort ’96’) worden gespiegeld om in Brigitte’s ontwerp te kun­ nen worden ingepast.

49


Mark Lewisohn schreef een grondige biografie van de komiek Benny Hill (1924–1992), uitgegeven door Sidgwick & Jackson en te koop voor £16.99. De omslagontwerpers hebben een opvallende foto van Hill met vier showmeisjes genomen en daar titel (in goud), ondertitel (rood) en auteursnaam (goud met zwarte scha­ duw) zo’n beetje om- en overheen gefrommeld. Het lettertype Trajan, populair bij ontwerpers op zoek naar een ‘sjieke’ uitstra­ ling (meestal met averechts resultaat), kent uitsluitend hoofdlet­ ters. Voor de onder­titel moest daarom uitgeweken worden naar de Garamond cursief. De auteursnaam, die waarschijnlijk onleesbaar 52


werd tegen zo’n drukke achtergrond, is toen maar gezet uit de vette Garamond. ’t Is allemaal dweilen met de kraan open. Maak de foto een tikkeltje kleiner en zet de regels ‘funny,’ en ‘peculiar’ iets dichter op elkaar, dan past de auteursnaam er gemakkelijk boven en staat de ondertitel niet zo krap tegen die berenmutsen aan.

53


Het uitdraaibureau Zetterij Niek van Dijk nodigde enkele jaren geleden de gevierde ontwerpster Mieke Gerritzen uit om een nieuwe huisstijl te ontwikkelen. Zij koos als letter voor logo en briefpapier de schreefloze Bell Gothic, in 1938 ontworpen in opdracht van de Bell Telephone Company die deze sterk ruimte­ besparende letter toepaste in telefoonboeken. Inmiddels hebben enkele vaste klanten van de zetterij hun on­vrede geuit over het woordmerk, waarvan zij de i met schreefjes (een eigenaardigheid­ je van de Bell) vinden detoneren, met name in combinatie met de schreefloze j. De i en de j vormen in het Neder­lands immers samen één klank, iets dat bij de Bell Telephone Com­pany in 1938 niet de hoogste prioriteit kan hebben gehad.

56


Bij een poging het ontwerp te verbeteren ben ik het probleem uit de weg gegaan door de ‘ij’ te vervangen door een ‘ij’ uit een radi­ caal ander lettertype en wel zodanig dat deze tweeklank tevens de afsluiting vormt van het woord ‘zetterij’. (Men zou ook kunnen overwegen om een geheel nieuwe huisstijl te baseren op de Van Dijck, een letter genoemd naar de 17de-eeuwse Nederlandse lettergieter Christoffel van Dijck en door Heere Heeresma steevast ‘de heldere Van Dijck-voorleesletter’ genoemd.)

57


Staat de Nederlandse Opera in de Stadsschouwburg, dan kunnen we er donder op zeggen dat het balkon zal worden opgesierd door een reclamebanier van ontwerper Lex Reitsma, de man die zoveel schreefloze letters in zijn opera-affiches stopt. De onderhavige opera heet Giulio Cesare en de onderhavige schreefloze luistert naar de naam Akzidenz Grotesk (in casu een zeer nauw gespatieerde Akzidenz Grotesk Bold). Van deze twee woorden werden de ‘achterste’ gedeelten diapositief gemaakt:

Nu treedt een optisch effect in werking waarmee de gelauwerde ontwerper onvoldoende rekening heeft gehouden. Witte letters op een donkere achtergrond lijken immers groter, vetter en dichter opeen te staan dan zwarte op een lichte ondergrond. Was de spatiëring in de zwarte variant krap maar aanvaardbaar, nu is zij 60


te krap en dus onaanvaardbaar. Bovendien lijken de initialen g en c nu magerder en kleiner dan de rest van de woorden: voor ons gevoel staat er nu ‘giulio cesare’, terwijl het eerder omgekeerd zou moeten zijn.

Oplossing: gebruik voor de diapositieve tekst geen vette, maar een normale Akzidenz en spatieer hem iets minder af.

61


De boekomslagen van Gerrit Noordzij oogsten terecht veel lof, maar bij zijn omslagontwerp voor J.J. Voskuils Het Bureau zijn wat kanttekeningen te plaatsen. Prominent in het ontwerp is een afbeelding van het gebouw waar de eerste delen zich afspelen: Kloveniersburgwal 29. Dit pand werd tussen 1660 en 1664 door Justus Ving­boons gebouwd voor de broers Louys en Hen­drick Trip, die in Zweden ijzer- en kopermijnen, smeltovens, smederijen en geschutgiete­rijen bezaten. Zowel in de vorm van de schoorste­ nen als met de voorstelling in het fronton (twee mortieren) wordt verwezen naar de nering van de twee Trippen. Een andere bijzonderheid van het ‘Trip­pen­huis’ is dat het oor­ spronkelijk twee woonhuizen onder één kap waren – voor iedere familie Trip één – met een dikke scheidsmuur achter de middelste rij ramen. Er zijn dan ook twee voordeuren. 64


In de illustratie van Noordzij, die uiteraard niet zonder enige sim­ pli­fi­catie kan, zitten niettemin een paar storende onjuistheden. Aan de karakteristieke vorm van de schoorstenen wordt met de twee rechthoekjes geen recht gedaan. De beide dakramen ontbre­ ken. De mortieren in het fronton worden met een ovaaltje echt niet goed weergegeven. De twee grote ramen boven de voordeuren worden als enige bekroond door een timpaan, maar Noordzij plaatst domweg boven alle ramen zo’n driehoekje. De acht zuil­ schachten tussen de ramen eindigen bij Noord­zij in bosjes drie­ hoekige bladeren die in het niets uitlopen, terwijl deze Korin­tische kapitelen in werkelijkheid architraaf en fries ondersteunen. De beide voordeuren beginnen inderdaad iets boven de grond, maar de ramen naast de stoepen horen bij het souterrain en hadden op de tekening dus tot de basislijn moeten doorlopen.

65


Bovenstaande passage is te vinden op pagina 241 van Afgang, het voorlaatste deel van J.J. Voskuils zevendelige roman Het Bureau. In opdracht van Uitgeverij G.A. van Oorschot werd dit werk gezet uit de Bembo door PlantijnCasparie bv te Heerhugowaard, zo lezen we in het colofon. ‘Ik ben toch bang dat ik mij daarmee niet helemaal kan verenigen,’ zei de Spatiepolitie droog. Namen van instellingen met hoofdletters, zoals vara, nos en wvc, worden gezet uit kleinkapitalen, zoals het hoort, en deze kleine kapitaaltjes worden dan ook nog eens extra aangespatieerd, zoals iedere zetter dat van jongs af heeft geleerd. Bravo. Hoe doen genoemde zetters in Heerhugowaard dit? Zij selecteren het woord: nos geven aan: extra spatie: nos en gaan over tot de orde van de dag.

68


Maar helaas! Het zo zorgvuldig typografisch verzorgde woordje heeft nu aan de rechterkant meer spatie meegekregen dan links. Dat komt doordat het opmaakprogramma QuarkXPress extra wit­ ruimte toevoegt rechts van ieder geselecteerd letterteken, dus ook van het meest rechtse. Dankzij de goedbedoelde actie in Heer­ hugowaard zit er in de derde regel van onderen tussen ‘de’ en ‘nos’ nu 1,1 mm en tussen ‘nos’ en ‘al’ 1,8 mm. Geloof het of niet, maar dit kleine verschil­valt al lezende op; het voelt aan als een dubbele woord­spatie. Het is dus beter om bij het aanspatiëren van een woord de laatste letter ongemoeid te laten: nos

69


Het kantorencomplex annex winkelcentrum Amsterdamse Poort in Amster­dam-Zuidoost wordt bekroond door het Nieuw Amster­ dam Gebouw, Hoekenrode 2 (zichtbaar vanuit de trein als die op station Bijlmer stilstaat). Op het dak zien we schreefloze letters die eerst versmald zijn en daarna nog eens te dicht op elkaar geperst.

72


Waarom toch? Er is op die gevel ruimte genoeg om de kapitalen de ruimte te geven die ze verdienen.

73


Het versmallen of verbreden van letters kan handig zijn als een woord net niet goed in een bepaalde ruimte blijkt te passen. Horizontale aanpassing naar zo’n 95% kan meestal straffeloos (afhankelijk van het lettertype). Maar ‘fresh popcorn’ is gezet uit de normale Helvetica kapitaal en loopt dus toch al vrij breed, om vervolgens te worden versmald tot meer dan de helft. De van huis uit al niet zo fraaie letters overleven dit niet.

76


Neem dan liever een letter die toch al smal van zichzelf is. Maar waarom moet daar eigenlijk met alle geweld ‘fresh popcorn’ staan? Je kan met een goede smalle letter (bijvoorbeeld de Trade Gothic Condensed) met gemak twee regels in die ruimte kwijt en met een normaal geproportioneerde letter misschien wel drie: ‘vers fruit / frisdranken / verse popcorn’.

77


Lollig hoor, een oversized stuk vlakgum, speciaal bestemd voor grote fouten. Deze grap wordt niet alleen uitgedrukt in de maat van dit novelty-artikel (te koop bij v&d), maar ook met typogra­ fische middelen. Door middel van het populaire lettertype Helve­ tica (1957) wordt de exorbitante grootte van de nog te corrigeren fouten nog eens geaccentueerd door het woord ‘big’ extra groot te zetten. In dit stadium heeft de typograaf zich echter al enkele pro­ blemen op de hals gehaald door de gehele tekst in hoofdletters te zetten. Al doende heeft hij gemerkt dat de drie woorden, uit een redelijk leesbaar corps gezet, daardoor niet meer op de toch aanzien­lijke breedte van het gummi passen. Zijn remedie: een ver­ smalling van de letter tot de helft. Nu past het wel, maar de letter is er niet fraaier op geworden. En dan het woord ‘big’ nog. Dit wordt in een tweemaal zo groot corps gezet, maar tegelijk nog­ maals in breedte gehalveerd, resulterend in een kwart van de oorspronke­lijke letterbreedte. De letter is nu onherkenbaar gewor­ den – en vrijwel onleesbaar.

80


Oplossing: gebruik een letter die van zichzelf al smal is.

81


Het probleem is hier in de eerste plaats dat de makers van deze ongewenste elektronische post, ook wel ‘spam’ genoemd, teksten de wereld insturen die hun vorm pas aannemen in de computer van de ontvanger. Bij mij werd door het bladerprogramma het let­ tertype Verdana geactiveerd, maar dat zou bij iemand anders wel eens de Arial of de Times New Roman kunnen zijn. Hoe dan ook, er zitten wat onlogische elementen in de opmaak. Het woord uncensored is driedubbel geaccentueerd door de hoofdletters, de lettergrootte en de kleur – maar intussen wel fout gespeld. Ook lijkt het mij toe dat de woorden ‘enter here’ veel minder belang­ rijk zijn dan ‘18–20 yr. old skinny white teens’, maar in de typo­grafische hiërarchie vinden we dat niet terug. 84


Maar ach, zelfs als de annonce er zo uit zou zien, zouden we het ding waarschijnlijk ook ongelezen de prullenmand in klikken.

85


88


In Hilversum bevindt zich in het ‘Mediapark’ een complex gebou­ wen waar de publieke omroepen zijn gehuisvest. Op een glazen deur tussen de Net3-balie en een loopsleuf die naar de vpro-villa leidt, zijn deze bordjes te bezichtigen. Het verhaal erachter laat zich raden. De oorspronkelijke bordjes werden te klein bevonden; sommige werknemers zagen ze over het hoofd en begonnen te duwen waar juist getrokken moest worden. Spoedig ging de opdracht uit: neem grotere bordjes. Grotere bord­ jes werden metterdaad aangeschaft, maar nu bleek dat de kleine met geen mogelijkheid meer van het glas te verwijderen waren. Wat nu? Er overheen plakken ging ook niet. Dan maar erboven. Misschien is het zo gegaan, misschien ook niet. Wat overblijft is deze raadselachtige, dubbele boodschap in twee verschillende let­ tertypen. Eerst wordt de bezoeker gemaand te duwen in Helve­tica, en vervolgens nog eens te duwen in Futura. Het is of je in een soort Belgisch niemandsland terecht bent gekomen, waar alle bordjes tweetalig zijn (tirer / trekken). Deze deur markeert immers de overgang tussen algemeen (Net 3, Helvetica) en bijzonder (vpro, Futura). Goed om even bij stil te staan.

89


De ‘gespecialiseerde bank’ Kas-Associatie bv heeft omstreeks 2000 de gevel van zijn vestiging aan de Spuistraat 172, Amsterdam (ge­bouwd in 1932 door C.B. Posthumus Meyjes en J.J. van der Linden) laten ontsieren door een belettering van een ongeëvenaar­ de stupiditeit. Alles is mis: het koperachtige materiaal, de schaal, de kapitalen, de spatiëring, kortom, het verhaal van de Beurs van Berlage all over again. [De letters ‘kas-associatie’ zijn begin 2002 ver­wijderd en een verdieping lager vervangen door iets ongeveer even ergs. Het verschil is dat er dit keer wel een ontwerper aan te pas lijkt te zijn gekomen; maar van letters spa­ tiëren had deze net zo weinig kaas gegeten als zijn voorgan­ ger.] 92


En dan te bedenken dat links om de hoek, boven de zij-ingang van dit pand, de oorspronkelijke Amsterdamse-Schoolletters nog zijn te bewonderen. Zouden die dan niet beter geschikt zijn? (Antwoord: Nee, want anders hadden Posthumus Meyjes en Van der Linden dat zelf wel gedaan. Die gevel had leeg moeten blijven.)

93


Sinds jaar en dag maakt het reisbureau Holland International voor zijn logo gebruik van het lettertype Avant Garde Gothic, ontwor­ pen in 1970 door Herb Lubalin. Het bijzondere van dit letter­type was indertijd dat er van sommige letters twee of drie verschillende versies bestonden, hetgeen de reclametypograaf een zekere flexibiliteit verschafte in het zo krap mogelijk spatiëren van kop­ pen, zoals de mode toen voorschreef. Zo kon je kiezen uit een kapi­ tale v die recht stond of naar links dan wel rechts overhelde, al naar gelang de letter waar hij toevallig naast stond. Het vreemde is nu dat Holland International van deze opties geen gebruik heeft gemaakt. De beruchte lettercombinatie ‘la’ in ‘holland’ wordt niet elegant opgelost door een naar links overhellende a te gebrui­ ken – het gat wordt alleen maar groter door toepassing van de naar rechts leunende versie.

96


In het gecorrigeerde model komen wel drie verschillende a’s voor. Maar ik weet eigenlijk niet of dit het ontwerp verbetert. In het linker model zit een bepaalde vaart, een kijkrichting, iets van opstijgende vliegtuigen. Het logo rechts is rommelig. Zo laten dan maar?

97


Een strooibiljet, op straat gevonden, met een aankondiging van een muziekfestival in De Melkweg. Leuke kleurtjes, maar er deugt iets niet. Het cijfer 5 is raar: het is uit een andere letter gezet en lijkt ook minder scheef te staan dan de rest.

100


De verklaring is snel gevonden: het blijkt te gaan om een amateu­ ristische ingreep in een oorspronkelijk ontwerp uit België, waar het muziekfestival niet vijf, maar tien dagen duurde. Een kantoor­ medewerker zal er daarom een 5 overheen geplakt hebben uit de Helvetica. Dat had dus de Trade Gothic Condensed moeten zijn.

101


To: Susan Abbink-Rempt Young Executive Recruit­ment, London I was intrigued to see your advertisement headlined ‘yer London is open!’ in the Dutch national newspapers. As a visual reference to the London Underground sign­age system the image is instantly recognizable even to foreigners. I’d like to draw your attention to a detail which bothers me as a typographer. The London Underground is famous for its unique ‘sans serif ’ alphabet designed by Edward Johnston exclu­sively for London Under­ ground Railways in 1918. It is renowned for being the first of the twentieth century sans serifs and as such was a direct precursor of Eric Gill’s well-known Gill Sans (1928). The typeface is called Johnston’s Railway Type or simply Under­ground and was recently rereleased in digital format under the alias itc Johnston Sans. 108


The Underground alphabet has single-handedly played the role of logotype, house style and corporate identity for the London Underground for over eighty years. It spells ‘Under­ground’ even to the typographic layman. yer’s ad, however, does not use Johnston’s type but an American typeface called News Gothic, which doesn’t even remotely look like Johnston’s. One is left with an impression of sloppiness and indifference, an effect probably not intended by Young Executive Recruitment. Yours sincerely, (etc.) Geen reactie ontvangen.

109


Er kan typografische archeologie worden bedreven aan de hand van de verschillende letters, gebruikt door Athenæum Boekhandel en Nieuwscentrum in Amsterdam, Spui 14–16. Op de linkerpagina zien we achtereenvolgens de Windsor Elongated (met handge­ maakte initialen), een soort Bodoni en een Clarendon; rechts een armzalige Baskerville, terwijl op de bekende witte plastic tasjes de Garamond wordt toegepast. Op de website van de boekhandel, www.athenaeum.nl, wordt zelfs een radicaal afwijkende schreef­ loze gebruikt: de Kabel Light. Zijn al deze uitingen ooit afgeleid van één oer-ontwerp en zo ja, welke letter mag dat dan wel zijn geweest? 112


Hoe dat ook zij, ik denk dat we hier de neiging moeten onderdruk­ ken om van deze diversiteit een typografische eenheid te maken. Zeker, op iedere belettering op ieder Athenæumbord, -tas of -site is wel het nodige aan te merken, maar dit allemaal aanpassen, ver­ beteren en gelijktrekken volgens de in dit boek gepropageerde normen en waarden zou afdoen aan de charme van de verschei­ den­heid, de superieure onafhankelijkheid die deze boekhandel aankleeft. Deze letters vertellen alle hun eigen verhaal, net zoals ieder boek in de winkel. Alleen de typografie van de site zou ik toch wel aanpassen met het oog op de universele herkenbaarheid – die a en die b moeten rood zijn, dat weet iedereen. 113


Op de website fbi.gov brengt het Federal Bureau of Investigation (een onderdeel van het Amerikaanse Department of Justice) lieden als Usama Bin Laden, Ayman Al-Zawahiri en Abdelkarim Hussein Mohamed Al-Nasser onder onze aandacht. Wij willen best aanne­ men dat ‘het terrorisme’ in de wereld serieus moet worden geno­ men, en die mannen zullen best het een en ander op hun kerfstok hebben, maar de typografie van deze pagina doet alles om de zaak in het belachelijke te trekken. ‘Most Wanted’ zetten uit de Bodoni Poster Com­pressed, goed, dat kan je misschien nog associëren met 19de-eeuwse ‘Wanted’-posters uit het Wilde Westen – al vraag je je af waarom er zo nodig een compressed, dus versmalde, letter nodig was als hij vervolgens toch weer verbreed wordt tot zo’n 145%. Maar dan het woord ‘Ter­rorists’: dit is gezet uit een letter genaamd Serpentine Medium, vooral in zwang op posters en flyers uit het dance-circuit. Op deze modieuze letters is dan ook 116


nog een modieus 3d-filtertje losgelaten, met als resultaat dat deze doodernstige regerings­publicatie eruit ziet als de hoes van een goedkope verzamel-cd. Goedkoop ja, omdat de combinatie van de wapperende Ameri­kaanse vlag, de wapenschildjes, de kleuren en het lichtzinnige lettergebruik wars is van ieder stijlgevoel. Men heeft een kantoor­ hobbyist zijn gang laten gaan, die nauwelijks beseft kan hebben dat zijn grafisch werk over de hele wereld met argusogen wordt bekeken. Een beetje pijnlijk voor een staatsbureau dat pleit voor internationale waakzaamheid. Hoe dit nu te verbeteren? De enige oplossing is het maken van een geheel nieuw ontwerp, maar dat valt buiten het bestek van dit boekje. Beperken we ons hier dan tot het publiekelijk presenteren van de ergste typografische terroristen ter wereld. Want wat is een terrorist? Een subjectieve omschrijving van iemand van wie je last meent te hebben. Omstreeks 1975 werd ik ‘layoutterrorist’ genoemd. Deze fakkel moet nodig worden doorgegeven. 117


De Nederlandse Film- en Televisieacademie betrok niet lang gele­ den een nieuwbouwpand op het Mr. Visserplein (officieel adres: Markenplein 1, 1011 mv Amsterdam). De architecten hebben voor de naam van het pand een flinke ruimte op de gevel gereserveerd. Nu eens geen neonletters of computerlogo’s, maar een dubbele rij ramen waarop grote schreefloze letters de naam van het gebouw spellen, en wel in een kleur die bij het gebouw past. Het is daarom jammer dat het toch zo’n typografisch soepzooitje is geworden. De letters staan te dicht op elkaar, terwijl de woorden juist te ver uit elkaar staan. Verder ontbreekt een divisie na het woord film.

120


Merk op hoe het elimineren van deze foutjes, op zich een ingreep van niks, meteen al een enorme verbetering oplevert.

121


Een bibliothèque is Frans voor boekenkast, en dus biedt het Leidse meubelbedrijf Meubels & Meer (071-513 8034) per advertentie een boekenkast aan waarop dit woord in koeien, nee olifanten van letters over de volle breedte van de kast is aangebracht. Meubels & Meer kan, aldus de advertentie, deze ‘uitgave met zes lagen met planken’ leveren voor ‘de ongekend lage prijs’ van € 1040,–. Helaas bevat het zo pontificaal gepresenteerde woord ‘bibliothèque’ enkele kapitale ­fouten, die deels veroorzaakt lijken door een onvol­ doende inschatting van de beschikbare ruimte. De q met staart past daar niet in en is dus te hoog geplaatst. Bovendien is het accent op de e verkeerd.

124


De fouten zijn verbeterd.

125


Onvoldoende inschatting van de beschikbare ruimte – zomaar beginnen met letters schroeven – werd ook deze apotheek aan de Stadionweg te Amsterdam fataal. De hoogte van de steen opme­ ten, letters bestellen die ‘even hoog’ zijn als de steen, om er na tien letters pas achter te komen dat er ook nog staartletters bestaan. Goede raad is duur.

128


Wij adviseren: koop kleinere letters. De ‘p’ kan nu mooi in de lijn blijven staan en het geheel kan eventueel wat naar links opschui­ ven, want asymmetrische typografie past beter bij deze letter dan een gecentreerde aanpak. Je loopt dan ook minder risico om aan het eind verkeerd uit te komen.

129


Met de nodige tamtam werd in de zomer van 2001 een nieuwe tekstletter in de kolommen van NRC Handelsblad geïntroduceerd, te weten de Lexicon, een schepping van Bram de Does en Peter Matthias Noordzij (© 1992 The Enschedé Font Foundry). Voor de koppen ontwierpen De Does en Noordzij speciaal voor de NRC een ‘smalvette’ variant in deze letterfamilie. Deze is prachtig van vorm, maar de toepassing ervan wordt ontsierd door er conse­ quent een te groot regeltransport (ook wel ‘interlinie’ of ‘leading’ genoemd) aan mee te geven. Hierdoor lijken de koppen ‘naar bene­ den te hangen’ – er is teveel wit boven en te weinig onder de kop. Ook tussen de regels van meerregelige koppen zit teveel ruimte, wat des te meer opvalt doordat de Lexicon korte stokken en staar­ ten heeft.

136


Een eenvou足dige ingreep in de geautomatiseerde opmaakinstructie zou dit kunnen verhelpen, maar vreemd genoeg is een dergelijke ingreep tot nu toe steeds achterwege gebleven.

137


Het verstand staat stil bij het beschouwen van dit in alle opzichten onbevredigende logo van een eerbiedwaardig literair tijdschrift (losse nummersindien verkrijgbaar, kosten € 5,95). Alle tekst van het blaadje is gezet uit de Garamond en ook voor het woordmerk is de keus op deze letter gevallen. Het woord ‘hollands’ wordt in kapitalen gezet, ‘Maandblad’ niet. Deze stap is al heel moeilijk te volgen. ‘hollands’ is bovendien gezet uit een kleiner corps en ‘Maandblad’ is door middel van spaties breder gemaakt. O, kon­den wij de beweegredenen daarvan maar door­ gronden! Beide woorden, boven elkaar gezet, vormen nu in geen enkel opzicht een eenheid – ze zijn niet even breed (maar verschil­ len ook weer niet genoeg in breedte om dat verschil visueel inte­ ressant te maken) en de letters hebben een hinderlijk verschil in dikte. Zou men het overdreven spatiëren van dat ‘Maandblad’ achter­ wege hebben gelaten, dan waren in ieder geval beide woorden even breed, wat al een rustiger beeld geeft:

140


Veel beter zou het zijn om ‘hollands’ te zetten uit hetzelfde corps als ‘Maandblad’, maar dan in kleinkapitaal. Alle bezwaren, hiernaast beschreven, worden met deze actie in één klap opgelost.

141


In de Nieuwe Hoogstraat te Amsterdam bevindt zich een stoffenen fourniturenwinkel. Boven de etalage hangt een groot houten bord met daarop de naam van de nering. Na de ‘film en televisie academie’ nu ook de ‘stoffen en fourniturenwinkel’: het blijkt niet altijd mee te vallen zich aan de voorschriften van de Nederlandse taal te houden. Afgezien daarvan – het bord is aan­ doenlijk en sympathiek, vooral dankzij de illustraties, maar de belettering is wel een beetje onhandig.

144


Veel mensen denken dat woorden in kapitalen meer opvallen dan woorden in onderkast. Een misverstand, omdat kapitalen – zeker als je ze niet spatieert – minder goed leesbaar zijn. Vervangen we de ‘hoofdletters’ door ‘kleine letters’ dan kunnen we, zoals het voorbeeld laat zien, niet alleen een groter corps gebruiken, maar ook de verschillende elementen beter over het vlak verdelen.

145


Terwijl op straat of op de televisie menigeen moeiteloos met twee­ maal twee vingers het ‘quote unquote’-gebaar blijkt te kunnen maken, stuit de praktische toepassing van het aanhalingsteken op papier kennelijk steeds meer op problemen. Het begint er al mee dat het aanhalingsteken op een toetsenbord lastig te vinden is. Op de traditionele schrijfmachine was de ‘apostrof ’ geen echte apostrof, want niet kommavormig, maar binnen de conventies van de schrijfmachinetaal gaf dat niets. De meeste van deze con­ venties zijn tegelijk met de schrijfmachine in de vergetelheid geraakt, alleen de schrijfmachine-apostrof heeft het digitale tijd­ perk overleefd. Op een Mac-toetsenbord zit zo’n teken twee plaat­ sen rechts van de l. Druk je hem in, dan verschijnt het '-teken in beeld. Een vreemd teken eigenlijk, dat helemaal niet bestaat: een uitroepteken zonder punt. De Engelsen gebruiken het ter aandui­ ding van een eenheid van lengte (foot) of tijd (minuut), maar dan staat het niet rechtop maar een beetje scheef. 148


Echte apostrofs (en omgekeerde apostrofs) zijn op een toetsenbord ook wel te vinden, maar dat kost enige moeite. De gemiddelde typist gebruikt liever de '-toets. Voor deze laatste groep ontwikkel­ den slimme softwareschrijvers het begrip ‘smart quotes’. Deze optie zorgt ervoor – indien aangezet – dat ieder '-teken vóór een woord automatisch verandert in een ‘-teken (aanhaling) en achter een woord in een apostrof, ofwel afhaling. Daarmee zijn voor de gemiddelde Angelsaksische tekstproducent de meeste moeilijk­ heden elegant opgelost. De Nederlandse typist zal echter tot zijn ongenoegen bemerken dat ook de apostrofs die als weglatingsteken dienst doen (zie: ’s-Gravenhage, ’s ochtends, ’t wil nog maar niet zomeren) abusievelijk in aanhalingstekens zijn omgezet. Telefoonaanbieder Tele2 vraagt in paginagrote advertenties of de lezer het spoor bijster is, maar is zelf duidelijk de weg kwijt door tot twee maal toe de apostrof op zijn kop te zetten.


Dit lijkt een bordje van dertien in een dozijn, tot je je realiseert dat in dit simpele opschrift – waargenomen in de Elandsstraat in Am­ster­dam – vrijwel alle in dit boekje behandelde populaire fou­ ten zijn samengebald: 1. Het opschrift staat tussen aanhalingstekens, wat helemaal niet nodig is: een opschrift is een opschrift, geen ‘opschrift’. Nu lijkt het of men wilde zeggen: ‘Ons genoegen – maar niet heus!’ 2. Het aanhalingsteken links staat ondersteboven: het is dus een afhaling, geen aanhaling. 3. De titel is vet en bovendien cursief, althans ‘scheef ’. Waarom? 4. Als je met alle geweld cursief wilt, gebruik dan een echte cursief. Dit opschrift is ‘verschuind’ door de letters te vervormen (‘skew’). 5. De tekst is versmald (86%); onnodig, want het bord is in de breedte ruim genoeg. Het opschrift zou zelfs groter kunnen. 6. De woordspatie is te ruim in verhouding tot de zeer krappe afstanden tussen de letters. 152


Wij beperken ons hier tot het ongedaan maken van de boven足 gemelde fouten.

153


Op de luifel van het Amsterdamse Centraal Station (P.J.H. Cuy­ pers, 1889) rust het op­schrift ‘Centraal Station’. Waarom eigenlijk? Zou de nietsvermoedende toerist op het Stationsplein anders mis­ schien een museum, zwembad of abattoir verwachten? Het op­schrift doet niet alleen overbodig aan, maar ook gedateerd; het stamt uit een tijd dat een ‘huisstijl’ koste wat kost op een gebouw moest worden aan­gebracht met het oog op de herkenbaarheid, corporate identity of hoe het ook mag heten, zonder acht te slaan op de visuele context of de historie van een gebouw.

156


Die tijd ligt achter ons, evenals de bijbehorende denkbeelden. We gaan de gevel van het Stadhuis op de Dam (Jacob van Campen, 1655) toch ook niet opleuken met de letters ‘stadhuis op de dam’? Het gebouw van Cuypers staat trots overeind, reizigers lopen er in en uit, maar dat opschrift kan net zo goed weg.

157


Nawoord

158


E

n zo zouden we nog wel even

door kunnen gaan. De vraag is of dat zin heeft: je vervalt al snel in herhaling. Intussen tekenen de hete hangijzers zich af: er is in het veld te weinig aandacht voor een goede spatiëring van letters (naar mijn idee juist het belangrijkste); de verhouding tussen letteren woordspatie is vaak zoek; letters worden zonder aanwijsbare reden versmald of juist verbreed; er wordt te weinig naar regel­ afstanden gekeken en voor leestekens is al helemaal geen aandacht. Daarentegen gaat onevenredig veel energie zitten in de letterkeuze. Die is weliswaar niet onbelangrijk, maar met lelijke letters valt altijd nog heel redelijke typografie te bedrijven, terwijl mooie letters slechte typografie allerminst uitsluiten.

Tja, waar bemoei ik me eigenlijk mee?

Heb ik met mijn eigen werk niet mijn handen vol? Waarom sta ik klaar met kritiek – is mijn werk dan soms van alle smetten vrij? Natuurlijk niet, maar ik trek me de fouten in andermans werk aan alsof het mijn eigen werk was; ik eigen me die fouten toe en daarna verbeter ik ze. Ik heb door te kijken naar wat er om mij heen gebeurt, altijd veel geleerd – van de dingen die goed zijn, maar meer nog van de dingen die fout zijn. Daarom hoop ik hiermee een leerzaam boekje af te leveren.

159

Piet Schreuders

mei 2002


colofon Sommige stukjes uit Voor verbetering vatbaar werden eerder af­ge­ drukt in Compres nr. 24 (5 december 2001) en 4 (13 februari 2002). Bovendien verscheen rond nieuwjaar 2002 een kleine selectie als geschenk voor relaties van uitgever en auteur. Veel dank aan Kees Aarts, Sonja van Hamel, Melle Hammer, Bas Jacobs, Albert Mensinga, Jan Middendorp, Ileen Montijn, Guido Nielsen, Sanne Pleiter en Roel Siebrand voor hun hulp en suggesties. Fotografie, beeldbewerking en opmaak · Piet Schreuders Letter · Dolly (© 2001 Underware, Den Haag) Papier · 115 grs en 240 grs ‘Bioset’ van Grafisch Papier, Andelst Druk · Offsetdrukkerij Jan de Jong, Amsterdam Bindwerk · Meeuwis, Amsterdam

Voor verbetering vatbaar  

A book of suggestions how to improve the typography of found printed matter