Issuu on Google+

CD - Track 5 & 6 ‘Keukenmuziek’

Activiteitentips

ziek u m n e k u Ke

De kinderen maken een drumstel van keukenmaterialen (kookpot, lepel, garde, pan, plastic kom...). Om hen te inspireren toon je enkele afbeeldingen van drumstellen en/of een fragment van een dvd van de percussiegroep Stomp, die muziek maakt met alledaagse voorwerpen, o.a. keukenattributen. Als het drumstel klaar is, worden er partituurkaarten bijgevoegd (zie p. 86), zodat de kinderen gerichter op het drumstel spelen, bv. een strook met grote en kleine cirkels willekeurig door elkaar. Een grote cirkel betekent luid spelen, een kleine cirkel betekent zacht spelen. Gradatie: bij de cirkels staat een cijfer van één tot vijf. De kinderen spelen het aangegeven aantal luid of zacht op hun drumstel. Ze kiezen op welk deel van het drumstel ze spelen (pan, hangend deksel, plastic kom...) Je maakt foto’s van de onderdelen van het drumstel en plakt die in een vakje. Nu spelen ze bv. driemaal op de pan, viermaal op de plastic kom...

18

Als het drumstel klaar is, zoeken de kinderen zelf een begeleiding bij het lied Keukenmuziek. De vorm van het lied is ABA. Ze zoeken een vaste begeleiding voor het A-deel (dat herhaald wordt aan het einde) en een andere begeleiding voor het B-deel.

De kinderen luisteren naar de soundmixversie van het lied en proberen de keukenvoorwerpen en het ritme te herkennen. De eierdopjes spelen de achtste noten, de garde de halve noot en de lepel de vierde noot. De voorwerpen worden verdeeld onder de kinderen, ze spelen met de opname mee in het juiste ritme.


Keukenmuziek

Tekst en muziek: Niekol Molemans tekst en muziek: niekol molemans

F          



Ik

trek.

wan - del door de C

    Ik

wil

      C

 

  

mu - ziek

     C

drum - stel

de

 

van je

F

kom. G

rom

 

maar

gaan

 

F Fine

  

le - pel en

keu - ken,

 

bord en het bes - tek! C

  

F



F

  

nee,

ik heb geen

ma - ken

met

mijn

   

F

C

F

De

gar - de en de

ke - tel

  Ik

bom

bom

    

C

maak

bom

 

de

mijn ei - gen

C7 Da capo al fine

bom!


Activiteitentips

ij !!! z p o , j i z Op

CD - Track 7 ‘Opzij, opzij!!!’

Je bespeelt één van de instrumenten achter een scherm. De kinderen trachten het geluid te herkennen. Bespeel twee van de drie gebruikte instrumenten; ze zeggen welk instrument ze NIET gehoord hebben.

De kinderen vormen een fanfare en stappen al zingend over de speelplaats. Plan dit tijdens pauze, zodat de andere kinderen echt opzij moeten gaan als de fanfare voorbijkomt.

Partituurspel (zie p. 88): wijs met een dirigeerstokje een vakje aan; de kinderen spelen met het overeenkomstige instrument zo lang jij naar dit vakje wijst. Gradatie 1: als jij naar een wit vakje wijst, speelt niemand. Als je naar een zwart vakje wijst, speelt iedereen. Gradatie 2: er zijn grote en kleine afbeeldingen van de instrumentjes. Als jij naar een grote afbeelding wijst, spelen de kinderen luid en sterk. Wijs je naar een kleine afbeelding, dan spelen de kinderen met dat instrument zacht.

20


Opzij, opzij!!!    

F

Op



zij,

  

   

C     

op - zij

Bes

en

C

lui - ster

  

F

   

 

   

naar

mij.

 

zij Bes

  

op - zij C

   

  

  en

  

trom - mels Als de Als de bel - len - kran - sen stok - jes Als de Als de in - stru - men - ten

Ritme uitvoeren op het instrumentje:

 

   

 

   

luis - ter F

spe - len spe - len spe - len spe - len

 

 

  

naar

word ik

  

  

  

 

Ik

  

ben een mu - zi - kant - je van het kleu - ter - or - kest. F C

  

-

Tekst en muziek: Niekol Molemans tekst en muziek: niekol molemans

mij.

zo

blij!

Op -


Activiteitentips

er m m e n e Ge

50

CD - Track 31 & 32 ‘Geen emmer’

Je hebt een doos meegenomen waarin de dingenzoeker allerlei voorwerpen verzameld heeft: een stok, een emmer, een doek. Zet de doos midden in de kring en haal de stok eruit, bekijk hem even langs alle kanten en voer er een handeling mee uit, bv. roeien, vissen, toveren... De kinderen imiteren de handeling telkens met een denkbeeldige stok. Vervolgens bedenken ze zelf handelingen met de stok. Hetzelfde gebeurt met de emmer (die bv. een vaas, een stoel, een trommel wordt), met de doek (die bv. een cape, een vliegend tapijt, een baby wordt) en ten slotte met de lege doos (die bv. een schoen, een hoed, een slakkenhuis wordt).

De kinderen worden in drie groepen verdeeld. Iedere groep krijgt een voorwerp (emmer, doos, doek). Je zingt het volledige lied; ze beelden op het juiste moment met hun voorwerp de liedtekst uit. Als het lied goed bekend is, staat één kind in de kring en kiest één van de drie voorwerpen. Daarmee beeldt het één liedfragment uit, bv. spook spelen. De andere kinderen zingen nu de bijbehorende strofe. Gradatie: uitbeelden zonder voorwerpen.

Het prentenboek Dit is geen doos van Antoinette De Jong (2008, Lannoo) kan inspirerend zijn. In dit boek laat een konijntje zien dat een doos veel meer kan zijn dan gewoon een doos, als je maar genoeg fantasie hebt.

Het boek Klein applaus van Koen Crul, Joris Nevejans en Peter Spaepen (2003, Abimo) bevat uitgewerkte drama-activiteiten met emmers en dozen.


Geen emmer

Tekst en muziek: MarleenMesotten Mesotten tekst en muziek: Marleen

        C

Een

  

em - mer om te

F

    

em - mer wordt een

poet - sen mijn

C

   

em - mer is een G

       

lucht - bal - lon, ik

   

F

C

stuur. C

ga op a - von - tuur!

Strofe 2: Een doos om in te kijken, mijn doos wordt een tv. Mijn doos wordt een piratenschip, ik vaar ermee op zee. Strofe 3: Een doek om af te drogen, mijn doekje wordt een slang. Mijn doek wordt een gevaarlijk spook, ik maak mijn mama bang! Brrrr....

Mijn


Activiteitentips

L

d e i l r e t t e

CD - Track 44 & 45 ‘Letterlied’

Je legt de voorwerpen uit het lied in het midden. Een kind steekt een voorwerp omhoog; het lied wordt gezongen met dit voorwerp.

Klap het woord zonder het te zingen en zing het vervolg van het lied. De kinderen raden om welk voorwerp het gaat.

Toon kaartjes met de woorden BOOM, DOOS, MUIS, KOEK, VIS. Herkennen de kinderen de beginletters? Begint hun eigen naam met één van deze letters? Het lied wordt gezongen met hun namen. Jij kunt de kaartjes lezen, maar hoe kunnen de kinderen onthouden welk woord erop staat? Ze tekenen het voorwerp op het kaartje, zodat ze het kunnen ‘lezen’.

Maak een lettermuur. Voor iedere letter is er een vakje waarin de kinderen kaartjes kunnen steken. Ze zoeken andere (naam)woorden met de letters B, D, M, K, V. Schrijf de woorden op kaartjes; zij tekenen het voorwerp erbij. Variatie 1: ze zoeken woorden met één of meerdere lettergrepen. Variatie 2: ze maken woordkaarten van hun eigen naam en tekenen zichzelf erbij. Ook deze woordkaarten worden in de lettermuur gestopt. Ze stellen hun eigen lied samen door vijf kaartjes uit de lettermuur te halen en die in de leesrichting op een (prik)bord te hangen. Het lied wordt gezongen met die woorden.

66


Letterlied   

 

F



BOOM DOOS MUIS KOEK VIS

    

be be be be be

bi di mi ki vi -

ba da ma ka va

F

BOOM DOOS MUIS KOEK VIS

 

gint gint gint gint gint

met met met met met

de de de de de

      

be be be be be

-

gint gint gint gint gint

-

ba da ma ka va

-

met met met met met

bi di mi ki vi

let let let let let

-

ter ter ter ter ter

  

F

- bi - bee, - di - dee, - mi - mee, - ki - kee, - vi - vee,

C

bi di mi ki vi

 

Bes



  

Bes

-

 

C



en muziek: Niekolmolemans Molemans tekstTekst en muziek: niekol

-

de de de de de

let - ter let - ter let - ter let - ter let - ter

ba da ma ka va

zing zing zing zing zing

nu nu nu nu nu

  

F

-

bee! dee! mee! kee! vee!

  

B D M K V

 

maar maar maar maar maar F

B D M K V

F

mee! mee! mee! mee! mee!

 

van van van van van

je je je je je

bi di mi ki vi

 -

ba da ma ka va

-


Wie zoekt die zingt