Issuu on Google+

Opzegversje Sjloesj sjlisj sjlasj sjlosj sjleven – het is al kwart voor zeven. Sjnoeter sjnotter sjnuter sjnater – nu is het vijf minuten later. Swoesj swaasj swijsj swuusj sjwoor – nu is het al vijf minuten voor. Troer traar treur truur – en nu is het precies zeven uur. Knoeste knuste – welterusten.

Bin bon boon buin – nog één zoen op je kruin. Smotste smoetste smeetste smaatste – maar dit is dan ook echt de aller aller laatste. Sujong sujing sujing sujing – dag lieve lieve lieveling!

Toon Tellegen Verzamelde gedichten. Querido, 2001

16


Duimelot moest naar bedje toe Likkepot ging haar haren wassen Lange Jan was nog niet moe Ringeling ging nog even plassen En het kleine ding? Doet die niet mee? Nee, die hangt voor de tv.

Micha Wertheim Duimelot. Podium, 2002

17


Sikje sakje sokje Sikje sakje sokje, Hondje in een hokje, Schoentje met een hakje, Huisje met een dakje. Sikje sakje sokje, Kamer met een klokje, Tafel met een taartje, Muisje met een staartje. Sikje sakje sokje, Aapje op een stokje, Blaadje aan een takje, Eén-twee-drie… ik pak je!

Henk Kooyman De dingen maken muziek. De Arbeiderspers, 1966

18


1966

Kukeleku kraaide de geit Ià balkte de kip Miauw mauwde het biggetje; allemaal gekkigheid. Mè mè mè mekkerde de hond Oehoehoe zei de ezel Kwak kwak kwak kwaakte het schaap dat het ook onzin vond. Boe boe loeide toen de kalkoen de kat begon te kakelen tòk tòk tòk tòk! Daar kunnen wij niets aan doen. De eend begon te blaffen omdat de uil met de haan uit zwemmen wilde gaan.

Judith Herzberg Dichter bij de dieren. Gottmer, 1991

19


Meneer Juttepeer en mevrouw Zoetekauw - Dag meneer Juttepeer! - Dag mevrouw Zoetekauw! - Komt u even naast me zitten? - Wel, mevrouw, zou ik het doen? Ik moet nog naar juffrouw Koen. Och, vooruit, het is nog vroeg. Ik heb nog wel tijd genoeg! - Kijkt u toch eens naar die mussen. - Ja, ze hippen overal tussen. - Weet u wat, ik

neem een taartje! - Wel, dan rook ik een sigaartje! - Nu moet ik er heus vandoor! - Nu, mevrouw, het beste hoor! - Dag meneer Juttepeer! - Dag mevrouw Zoetekauw!

Han G. Hoekstra Rijmpjes en vrsjes uit de nieuwe doos. Meulenhoff, 1980

93


Mijntje Maartens heeft een kat Mijntje Maartens heeft een kat. (En wat deed die kat?) Die ging Zaterdags in ’t bad. (En wat deed die kat in ’t bad?) Hij waste z’n pootjes zeven keer. (En wat deed die kat nog meer?) Hij waste z’n staart en z’n kopje. (En wat deed die kat met het sopje?) Hij goot het in de warmwaterkruik. (En wat deed hij met de warmwaterkruik?) Omkeren over z’n kattebuik!

Han G. Hoekstra Rijmpjes en versjes uit de nieuwe doos. Meulenhoff, 1980

94


Een Franse broodjesbruiloft Jetje Kadetje, geurig en rond, zat met een vingertje stijf in haar mond.

Wil je me trouwen? Ik vind je zo lief, word toch mijn vrouwtje, hè toe, alsjeblief!’

Jante Croissantje dacht: kijk, Je-Van-Het! Zo’n schattig meisje past me nu net!

Onder het dansen zei Jetje toen: ‘Ja.’ Trouwen, dat deden ze daad’lijk erna.

Beiden nog vers en precies even groot, beiden gebakken en beiden van brood.

Want bij de broodjes wordt héél snel getrouwd: vóórdat ze hard zijn, beschimmeld of oud.

‘Jetje Kadetje! Ik vraag je ten dans, Jan is mijn naam, mijn familie is Frans.

Diet Huber Dáár moet je nou een beest voor zijn. Leopold, 1989

95


Voorbeeld Wie knipt de tenen van de reus