Page 1

architectuur | architecture

Bart Lens

© lens°ass-kantoor, lang massief werkblad, foto: Ph. van gelooven

‘In alles streef ik naar esthetische eenvoud…’ Aan het lange massieve werkblad van het LENS°ASS-kantoor zit Bart Lens te schetsen. Het is zaterdagmiddag, Hasselt baadt in de zon en dat geeft die stad altijd een zuiders trekje. Ook Bart Lens heeft daar de hand in. Sinds hij er in 1995 met een eigen bureau startte, rijgt hij de projecten aaneen die, ondanks de verscheidenheid ervan, een zoektocht naar intense eenvoud gemeen hebben. Gebouw, ruimte en invulling weet Lens immers op meesterlijke wijze met elkaar in balans te brengen. Een talent dat opborrelt in schetsen overstijgt al lang de architectuur. Als ik de imposante glazen toegangsdeur van het LENS°ASS-hoekpand openzwaai, zie ik bezieler en heer des huizes schetsjes maken. Architecten, moet u weten, heb ik altijd benijd. Niet in het minst omdat ze –en dat hebben ze met Sinterklaas gemeen– datgene wat op papier staat ook weten te materialiseren. Dat mijn professie me nu

‘‘Je recherche en tout la simplicité esthétique…’ Assis à la longue table de travail massive du bureau LENSS°ASS, Bart Lens dessine des esquisses. Nous sommes samedi midi, Hasselt baigne dans le soleil et cela confère toujours à cette ville un accent méridional. Bart Lens y est pour quelque chose. Depuis la création de son propre bureau en 1995, les projets n’ont en effet cessé d’affluer. Malgré leur diversité, ils ont en commun cette recherche permanente et intense de la simplicité. Bâtiment, espace, aménagement… Lens sait les conjuguer d’une main de maître pour obtenir un parfait équilibre. Ce talent bouillonnant dont témoignent les innombrables esquisses transcende l’architecture. ISEL 20 | 67


isel 20 | Bart Lens TEKST | TEXTE: christophe de schauvre FOTO | PHOTO: erwin maes

tot het omgekeerde beweegt, dwingt me dan ook tot nieuwe inzichten. Architecten, zo lees ik naderhand in Marc Dubois’ boek over LENS°ASS, beheersen de vaardigheid om een veelheid aan zeer uiteenlopende factoren bij elkaar te brengen tot een eindresultaat dat meer is dan het afleveren van vierkante meters bruikbare oppervlakte. Terwijl Bart Lens me een kopje koffie voorzet, pols ik hem naar zijn grote China-avontuur dat me al ter ore gekomen was. Hij ontsteekt in enthousiasme en, hoewel het me op mijn kosmopolitische tekortkomingen wijst, nip ik geboeid van mijn koffie alsof ik China kan proeven. ‘We zijn er 17 dagen geweest en hebben goed 12 keer het vliegtuig genomen. Om je maar een idee te geven van de grootte van dat land. Dat is moeilijk te vatten. Een groot hotel in België betekent 150 kamers, zoiets. In China spreek je pas over groot vanaf 1 500 kamers. Gigantisch! Zelf hebben we zoveel mogelijk getracht om kleinschalig(er) of toch authentieker te overnachten, al moet je daarvoor de connecties hebben of minstens iemand die de taal spreekt om dat allemaal geregeld te krijgen.’ LENS°STAD De vierde keer was het dat hij China bezocht. Goed twee jaar geleden werd hij nog door het West-Vlaamse Buro 2 geëngageerd om er in de Zuid-Chinese stad Guangzhou het interieur te gaan bepalen voor het gigantische ‘Baiyun International Conference Centre’. Een congrescentrum met –jawel– 1 200 hotelkamers in opdracht van het provinciebestuur Guangdong. ‘Dat land heeft echt een bocht gemaakt. Er heerst een grote gedrevenheid om erop vooruit te gaan. Het urbanisatieproces dat zich daar voltrekt, is naar Westerse maatstaven ongekend. Steden verrijzen er uit het niets en dat maakt de Chinezen erg hongerig naar architectuur. Er is blijkbaar ook genoeg geld voorhanden.’ (denkt na) ‘Hier in het Westen heeft architectuur nog een soort eeuwigheidswaarde waarbij gebouwen toch twee tot drie generaties overeind blijven. In China is het geen uitzondering dat men gebouwen van 15 jaar jong sloopt om weer ruimte te maken.’ Reizen, zo verwoordde dichter Herman de Coninck het passend, is een manier om vragen te stellen die je thuis niet stelt. Welk gevoel hou je eraan over? ‘China heeft me doen nadenken over architectuur, invulling en context. De bouwwoede die er vandaag heerst, moet je kaderen in die rijke Chinese traditie en cultuur van duizenden jaren met daarbovenop de invloed van 50 jaar communisme, de invloed van het westers kapitalisme en de Aziatische invulling daarvan. Dat stemt tot nadenken, zozeer dat ik een drang voel om nog gefundeerder te gaan ontwerpen.’ In het land van de Muur ? ‘Dat hebben ze me al eens gevraagd. Maar om in China te gaan werken, dat is niet eenvoudig, en bovendien beslis ik daar niet alleen over. Ik heb ook een gezin en, hoewel mijn twee zonen stilaan de leeftijd bereiken om hun eigen vleugels uit te slaan, denk ik niet dat ik het zou doen. Ik zie hier nog voldoende werk.’ Hier in Lens°stad? (lacht) ‘Hasselt is best mooi geworden... We zijn er trots op dat we daaraan konden meewerken. Als ik hier in de stad rondloop,

En poussant l’imposante porte d’entrée en verre du bâtiment du coin où LENS°ASS est établi, j’aperçois presque immédiatement le maître de maison et inspirateur du lieu absorbé par son travail d’esquisse. Il faut savoir que j’ai toujours envié les architectes. Principalement, parce qu’ils ont la possibilité –un peu comme Saint Nicolas– de matérialiser ce qui a été mis sur papier. Que ma profession m’oblige aujourd’hui à faire le contraire m’impose de nouvelles perspectives. Dans l’introduction du livre consacré à LENS°ASS, Marc Dubois dit: Les architectes maîtrisent l’art de réunir une multitude de facteurs très divergents pour arriver à un résultat final qui représente bien plus que la seule fourniture d’une surface utilisable de quelques mètres carrés. Tandis que Bart Lens me sert une tasse de café, j’aborde le sujet de sa grande aventure chinoise dont certaines bribes m’étaient parvenues. Il démarre au quart de tour et si ses explications enthousiastes mettent à jour mes lacunes cosmopolites, c’est entièrement subjugué que je sirote mon café comme s’il avait le goût de l’Empire du Milieu. ‘Nous y avons séjourné 17 jours et nous avons pris 12 fois l’avion. Pour vous donner une petite idée de l’immensité de ce pays... On a difficile à se l’imaginer. En Belgique, un grand hôtel est un établissement d’environ 150 chambres. Alors qu’en Chine, l’adjectif ‘grand’ s’applique à un hôtel de 1500 chambres minimum. C’est vraiment énorme! Nous avons autant que possible essayé de trouver des endroits plus intimes et plus authentiques, mais pour régler tout cela, il faudrait avoir des contacts sur place ou être au moins accompagné d’une personne qui maîtrise la langue.’ LENS°VILLE C’était la quatrième fois qu’il se rendait en Chine. Il y a deux ans, il avait encore été engagé par le bureau d’architectes établi en Flandre occidentale Buro 2 pour concevoir l’intérieur du gigantesque ‘Baiyun International Conference Centre’ de la ville de Guangzhou dans le sud de la Chine. Il s’agit d’un centre de congrès comptant 1 200 chambres d’hôtel mandaté par l’administration provinciale de Guangdong. ‘Ce pays a pris un véritable virage. Il y règne aujourd’hui une grande effervescence. Les gens sont extrêmement motivés pour aller de l’avant. Le processus d’urbanisation qui se déroule là-bas est, au regard des normes occidentales, sans précédent. Les villes semblent surgir du néant et cela rend les Chinois avides d’architecture. L’argent ne pose pas non plus de problème.’ (réfléchit) ‘Ici, en Occident, l’architecture est dotée d’une sorte de valeur d’éternité, étant donné que les bâtiments ont une durée de vie de deux à trois générations. En Chine, il n’est pas exceptionnel de démolir des bâtiments d’à peine 15 ans pour recréer de l’espace.’ Voyager, disait de façon très appropriée le poète Herman de Coninck, est une manière de poser des questions que l’on ne se pose pas à la maison. Quel sentiment cela vous laisse-t-il? ‘La Chine m’a fait réfléchir à l’architecture, à sa réalisation et à son contexte. L’actuelle frénésie de construire s’inscrit dans le cadre de la très riche tradition et de la culture millénaire de la Chine, avec en plus l’impact de 50 ans de communisme, l’influence du capitalisme occidental et son interprétation asiatique. Cela pousse à la réflexion. D’une telle manière, que je ressens le besoin urgent de réaliser des conceptions encore plus fondées.’ ISEL 20 | 69


dan besluipt me wel eens het gevoel dat ons werk erop zit. We hebben onze job goed gedaan.’ Vandaar je nieuwe kantoor in Brussel, als recente uitdaging of op zijn minst een verruiming van de actieradius? ‘Ach, het is vooral ingegeven door praktische overwegingen. We hebben al bijzonder veel projecten in Brussel –ook ver daarbuiten hoor, zelfs tot diep in West-Vlaanderen– maar het maakt het voor mijn medewerkers een stuk gemakkelijker. Een bijkomende uitvalsbasis in Brussel verkort de afstanden bij werfbezoeken of tussen twee vergaderingen in. De afspraak is trouwens dat er minstens één dag is waarop we met alle medewerkers samen op kantoor zijn. Ik vind dat belangrijk. Op die manier kunnen we van gedachten wisselen en ontstaat er een kruisbestuiving.’ Een krot als katalysator In de annalen van LENS°ASS –dat komt er dan van met zo een welluidende naam– speelt het pand in de Dr. Willemsstraat, recht tegenover het huidige kantoor, een cruciale rol. Een krot was het, kadastraal inkomen: 49 Belgische Frank. Bart Lens, die aan het begin van zijn zelfstandige praktijk stond, kocht het pand en wist het in zijn oude glorie te herstellen. Nou ja, herstellen. Wie het oude postkantoor in Hasselt –dat designzaak Donum huisvest– al eens bezocht heeft, weet dat Lens zo zijn eigen symbiose maakt van oud en nieuw. Het huis aan de overkant draagt hij nog steeds een warm hart toe. ‘En het is quasi onveranderd gebleven’, zegt hij. ‘De nieuwe bewoners hebben de lijn die ik er had uitgezet bewaard, met bijna dezelfde meubels.’ De impact van dat ene huis op de uitbouw van LENS°ASS was dan ook groot. ‘Plotsklaps was ook ik een Limburger. Ik kom dan wel van de Kempen, maar blijkbaar moet je hier een pand onder handen genomen hebben om echt aanvaard te worden.’ Zijn kunde raakte al snel bekend en hij rolde van de ene opdracht in de andere. Ook buurman en provinciegouverneur Steve Stevaert liet zich charmeren door Lens’ visie. De opdracht met de grootste weerklank blijft evenwel het oude postkantoor. ‘Donum heeft nationaal en internationaal heel wat aandacht gekregen en dat heeft zeker deuren geopend. Sindsdien heb ik nog heel wat winkelprojecten kunnen doen en dat zijn altijd interessante cases vooral omdat ze zich snel in een totaalconcept vertalen. Kinderschoenenwinkel Jumbolino in de Alderstraat bijvoorbeeld. Dat verplicht je om een achterliggende filosofie te ontrafelen waarin gebruiksgemak voor zowel kind, ouders, als verkopers cruciaal zijn. Vandaar dat we ook meubelen begonnen te creëren. Kasten, stoelen...’ Met als resultaat dat je nu steevast architect-designer wordt genoemd? (snel) ‘Zonder dat ik dat bewust ben gaan nastreven. Als ik een stoel, lamp of tafel ontwerp, heeft dat meer te maken met een conceptuele totaalvisie dan met mijn ego dat ik wil vormgeven in een gebruiksobject. Het is een zoeken naar... Het creëren van een totaalsfeer tot je een esthetische eenvoud bereikt. Het creëren van eigen objecten zijn de middelen om dat doel te bereiken.’ De creatie van een zetel sluit nauw aan bij het vorm-geven aan een ruimte. Bij een badjas zoals je Bain Noir of een porseleinmotief is dat toch minder? (riposterend) ‘Niet dat ik me plots op mode wilde storten. De creatie van de Bain Noir is een typerend voorbeeld van hoe een idee plots kan ontkiemen zodra de condities gunstig zijn mits een gelukkige samenloop van omstandigheden. Een badjas moet voor mij voldoen aan enkele criteria: gemakkelijk zitten, niet openvallen en vooral de centuur moet eraan vasthangen... Alleen vond ik dat nergens. Toen men me om mijn medewerking vroeg voor de Sfeer-beurs die in teken van water zou staan, 70 | ISEL 20

Dans le pays de la Muraille? ‘On m’a en effet déjà posé cette question. Mais ce n’est pas si simple que cela de partir travailler en Chine et je ne suis en plus pas le seul à en décider. J’ai aussi une famille et bien que mes deux fils atteignent peu à peu l’âge de voler de leurs propres ailes, je ne pense pas que je le ferais. Il y a encore suffisamment de travail pour moi ici.’ Ici, à Lens°ville? (rit) ‘Hasselt a aujourd’hui vraiment beaucoup de charme… Nous ne sommes pas peu fiers d’y avoir contribué. Lorsque je me promène en ville, j’ai parfois le sentiment que le cercle est clos. Nous avons accompli du bon travail.’ Votre récente implantation à Bruxelles représente-t-elle un nouveau défi ou du moins l’expansion de votre rayon d’action? ‘Elle a surtout été dictée par des considérations d’ordre pratique. Nous avons déjà beaucoup de projets à Bruxelles –et même au-delà, jusque dans la Flandre occidentale profonde– cela facilite donc grandement la vie de mes collaborateurs. Une base supplémentaire à Bruxelles réduit les distances lors des visites de chantier ou entre deux réunions. Nous avons du reste un accord comme quoi tous les collaborateurs doivent être au moins un jour par semaine ensemble au bureau. C’est très important pour moi. L’échange d’idées est favorable au développement et à la synergie croisée.’ Un taudis comme catalyseur Dans les annales de LENS°ASS –voilà ce qui arrive avec un nom si prestigieux– la maison de la Dr. Willemsstraat située juste en face du bureau actuel joue un rôle crucial. C’était un véritable taudis, dont le revenu cadastral s’élevait à 49 francs belges. Bart Lens, qui venait d’entamer sa carrière professionnelle indépendante, acheta l’immeuble pour le restaurer dans son ancienne gloire. Enfin, quand on dit restaurer… Qui a vu l’ancien bureau de poste de Hasselt –qui héberge actuellement le magasin de design et de décoration d’intérieur Donum– sait que Lens fait sa propre symbiose entre l’ancien et le nouveau. Il aime toujours la maison d’en face. ‘Elle n’a pour ainsi dire pas changé’, dit-il. ‘Les nouveaux propriétaires ont gardé le style que j’y avais créé, avec presque le même mobilier.’ Il n’est donc pas étonnant que cette maison unique ait exercé une grande influence sur le développement de LENS°ASS. ‘J’étais soudainement devenu un Limbourgeois. Bien qu’originaire de la Campine, le fait d’avoir restauré une maison m’a valu d’être accepté à part entière.’ Son savoir-faire lui procure rapidement une réputation qui lui permet de multiplier les projets. Son voisin, le gouverneur de province Steve Stevaert, s’est également déclaré conquis par la vision de Lens. La rénovation de l’ancien bureau de poste demeure toutefois le projet qui a eu le plus de retentissement. ‘Donum a bénéficié de beaucoup d’attention aussi bien nationale qu’internationale et cela a certainement ouvert de nombreuses portes. Depuis lors, j’ai réalisé bien d’autres projets de magasin. Ce sont toujours des cas intéressants, car ils se transforment rapidement en concept global. Le magasin de chaussures pour enfants Jumbolino dans l’Alderstraat par exemple. Cela vous oblige à éplucher la philosophie sous-jacente prônant la convivialité de l’espace, tant pour les enfants, que pour les parents et les vendeurs. C’est ainsi que nous nous sommes lancés dans la création de meubles. Des armoires, des chaises, etc.’ Ce qui fait qu’on vous appelle maintenant l’architecte-designer? (rapidement) ‘Sans l’avoir recherché consciemment. La création d’une chaise, d’une lampe ou d’une table est plus liée à ma vision conceptuelle globale qu’à la flatterie de mon ego. C’est une recherche de… La création d’une ambiance globale permettant d’atteindre une simplicité esthétique. La création de ses propres objets constitue le moyen de réaliser cet objectif.’ La création d’un fauteuil adhère étroitement à la conception d’un


Š lens°ass, designzaak Donum, hasselt, zicht uit steeg foto: Ph. van gelooven


lens째ass-kantoor hasselt


kwam het idee voor die badjas opnieuw in mijn gedachten. Ik begon prototypes te maken, alleen was de stof veel te zwaar waardoor ik ervan uit ging dat het bij een eenmalige presentatie –de Sfeerobers zouden gehuld in kamerjas serveren– zou blijven. Tot textielproducent Santens, die net een innovatieve, superzachte matglanzende stof ontworpen had op basis van bamboetextiel, me contacteerde en de puzzelstukjes op zijn plaats vielen.’ Welk nostalgisch toeval heeft je dan bij dat Belgischblauwe porseleinmotief gebracht? ‘Dat vloeide voort uit een keukenontwerp voor Obumex in samenwerking met Royal Boch. Ik zat bij mijn moeder en mijn oog viel op die koffiekopjes. (veert recht en haalt een porseleinen suikerkop) Dit blauwe motief roept zoveel gedachten op. Degelijkheid, het herinnert aan een generatie die altijd goed voor ons gezorgd heeft, het staat zelfs voor hygiëne... Door dit motief te digitaliseren en abstraheren, kregen we een modern-klassiek Belgisch motief. Ik voel steeds meer voor dit soort interpretaties of denkprocessen waarbij je afstapt van de dwingende, maar naïeve vernieuwingsgedachte. Warm water hoef je niet elke keer opnieuw uit te vinden, een stoel evenmin... Je kan ook verder schrijven aan de geschiedenis.’ Sindsdien ben je in de ban van het verband tussen blauw en de geschiedenis van ons land? Mijn blauwe hemd dat ik voor de gelegenheid heb aangetrokken, mag je ook als teken van gedegen research beschouwen... (lacht) ‘Dat Belgische blauw achtervolgt me, ja. Sinds ik in een kranteninterview mijn fascinatie voor Belgisch blauw heb geuit, laat het me niet meer los. Men spreekt me er ook voortdurend op aan om me op nieuwe verbanden te wijzen... Ik blijf het opmerkelijk vinden dat er zoveel verbanden zijn, neem nu keukenhanddoeken: blauwgeruit motief! Kristal van Val Saint-Lambert: blauw...’

espace. Celle d’un peignoir de bain comme votre Bain Noir ou d’un motif de porcelaine l’est un peu moins, non? (riposte) ‘Ce n’est absolument pas que j’ai subitement voulu me lancer dans la mode. La création de Bain Noir est un exemple typique de la manière dont une idée peut prendre corps par un heureux concours de circonstances, dès que les conditions sont favorables. Un peignoir de bain doit à mon avis répondre aux critères suivants: être agréable à porter, être parfaitement enveloppant et être muni d’une ceinture attachée… Cela semble simple, mais je ne le trouvais nulle part. Lorsqu’on m’a demandé de collaborer au salon Sfeer, dont le thème serait l’eau, l’idée de ce peignoir de bain m’est revenue. J’ai fait des prototypes, mais le tissu utilisé étant trop lourd, j’ai pensé que l’aventure s’arrêterait à une seule présentation –les serveurs de Sfeer en seraient vêtus. Jusqu’à ce que le fabricant de textile Santens, qui venait de créer un tissu-éponge satiné hyper doux à base de fibres de bambou, me contacte et m’apporte les dernières pièces manquantes du puzzle.’ Quelle coïncidence nostalgique vous a alors mené à ce motif de porcelaine belge bleue? ‘C’est la conséquence d’un concept de cuisine réalisé pour Obumex en collaboration avec Royal Boch. J’étais chez ma mère et mon regard s’est posé sur ces tasses à café. (Se lève pour chercher un sucrier en porcelaine). Ce motif bleu évoque tant de pensées: la bonne qualité, ce motif nous renvoie à une génération qui a toujours veillé à notre bien-être. Il réfère même à l’hygiène… En le numérisant et en l’abstrayant, nous avons obtenu un motif belge classico-moderne. Je suis de plus en plus tenté par ce genre d’interprétation ou de processus de pensée, qui permet d’abandonner l’idée obsessionnelle, mais naïve, de l’innovation. L’eau chaude ne doit pas être chaque fois réinventée, eh bien, une chaise non plus… On peut aussi poursuivre l’écriture de l’histoire.’ Vous semblez depuis lors fasciné par le lien entre le bleu et l’histoire de notre pays? La chemise bleue que j’ai enfilée pour l’occasion témoigne de mon travail de recherche approfondie… (rit) ‘On peut dire que ce fameux bleu belge me poursuit. Depuis que j’ai exprimé, lors d’une interview pour un journal, ma fascination pour le bleu belge, ce dernier ne me lâche plus. On m’accoste aussi souvent pour attirer mon attention sur de nouveaux liens existants… C’est extraordinaire combien il y en a…

© lens°ass, °Bain noir ism Bamboo Santens, foto: Ph. van gelooven

© lens°ass, °pi de mère (obumex – Royal Boch), foto: obumEX ISEL 20 | 73


Ook in dit kantoor bepaalt blauw de sfeer. Zelfs het imposante kunstwerk bevat een subtiele blauwe toets. Sta me toe te zeggen dat ik in deze professionele context niet meteen blote vrouwenborsten mét blauwgekleurde tepels verwachtte. ‘Ah, maar dat zijn onze Blauwhelmen! Een kunstwerk van Mo Ramakers. En geef toe, het past hier perfect.’ Absoluut. Ik ken een paar collega’s die meteen voor dit soort machismotolerantie zouden willen tekenen? Toffe baas! ‘Ook de vrouwen reageerden heel positief. Misschien is het compensatie, want LENS°ASS heeft de naam een mannenbastion te zijn. Onterecht trouwens. In mijn medewerkers zoek ik een combinatie van talent en teamgeest, alleen heeft het lang geduurd voor het vrouwelijk aandeel in het kantoor toenam. De Blauwhelmen moeten dat compenseren.’ (lacht) Vredesmissie van de Blauwhelmen Het met zorg uitgekozen kunstwerk van Mo Ramaekers doet me denken aan The Belly of an Architect, een film van Peter Greenaway waarin architect-tentoonstellingsmaker Stourley Kracklite niet alleen ontroerd raakt door de schoonheid van (Italiaanse) architectuur; de stress van zijn werk lijkt zijn buik weg te teren en hij verglijdt al snel in een obsessie voor buiken. In dezen geen buiken maar borsten, geen stress maar wel eenzelfde passie. Van mannen is immers bekend dat ze zich al snel monomaan op werk storten, terwijl vrouwen multi-organisatorisch in het leven staan. Of dat het onevenwicht tussen mannen en vrouwen in zijn associatie kan verklaren, betwijfelt Lens echter. ‘De vrouwen die hier werken, leveren fantastisch werk af, bovendien merk ik dat zij vaak steviger in hun schoenen moeten staan dan mannen, vooral op de werven. Als ik de situatie op school bekijk, dan wordt architectuur stilaan een vrouwenberoep. In mijn tijd was het anders, ik was al blij dat ik er mijn vrouw het hof heb kunnen maken met al die concurrentie.’ (lacht) Ook je vrouw is architect, toch werken jullie niet samen. Bewust? ‘Dat is zo gegroeid. Op jezelf beginnen, is starten van nul. Als je op je 36ste –tussen de 30 en 35 ervaar je een soort nu-of-nooitgevoel in dit vak– je carrière opblaast, moet je niet alle zekerheden opzeggen, vandaar dat mijn vrouw is blijven doorwerken.’ Het feit dat jullie beiden architect zijn, vergemakkelijkt dat een relatie? ‘Absoluut. Mocht dat niet zo zijn, dan acht ik de kans groot dat we intussen uit elkaar waren. Ik zie dat ook bij collega’s en mijn medewerkers. Deze job legt bijzonder veel druk. Hoeveel keuzes worden er gemaakt in een bouwproject? 3 000? Grote onderscheiding halen op school mag een succes heten in schooltermen; in dit beroep wil het zeggen dat je slecht 80% haalt, dat is bijna ontoelaatbaar.’ Als ik Bart Lens ten slotte vraag of het gemakkelijk ouder worden is in dit vak verwijst hij naar paleizenbouwer Michel Jaspers, destijds één van zijn eerste broodheren. Een periode die hem naar eigen zeggen matuur heeft gemaakt in het vak. ‘Naar verluidt word je als architect pas echt goed na je 50ste’, oppert Lens. Al zal dit ongetwijfeld inherent zijn aan het bestaan; worden we niet allemaal gedreven door een drang om de wereld te tonen wat we allemaal kunnen, terwijl –naarmate de wereld zich meer aan ons openbaart– vooral het inzicht zich opdringt dat er méér is dat we niet kunnen? Geldt dat niet in elk vakgebied, in elk leven? De maturiteit of bescheidenheid waarmee je dán in het leven staat, belet je evenwel niet te dromen. In het leven maken we allemaal schetsen in de hoop ze ooit te verwezenlijken… 74 | ISEL 20

Prenons les essuie-mains de cuisine par exemple: un motif à carreaux bleus! Le cristal de Val Saint-Lambert: bleu…’ C’est encore le bleu qui détermine l’ambiance dans ce bureau. Même cette imposante œuvre d’art contient une touche de bleu. Permettez-moi de vous dire que je ne m’attendais pas du tout à voir des seins nus auréolés de bleu dans ce contexte professionnel. ‘Ah, mais ce sont nos Casques bleus! Une œuvre de Mo Ramakers. Et avouez qu’elle est parfaitement à sa place ici.’ Absolument. Je connais quelques collègues qui applaudiraient ce genre de tolérance de machisme… Quel patron! ‘Les femmes ont également réagi d’une manière très positive. Peut-être est-ce une compensation, car LENS°ASS a la réputation d’être un bastion masculin. À tort du reste. Chez mes collaborateurs, je recherche surtout une combinaison de talent et d’esprit d’équipe. Il est toutefois vrai que l’augmentation de la contribution féminine s’est longtemps fait attendre. Les Casques bleus doivent compenser cette lacune.’ (rit) Mission de paix des Casques bleus Le soin apporté au choix de l’œuvre d’art de Mo Ramakers me fait penser à The Belly of an Architect, un film de Peter Greenaway où l’architecteorganisateur d’expositions Stourley Kracklite n’est pas seulement ému par la beauté de l’architecture (italienne); le stress de son travail lui procure des maux d’estomac qui le font rapidement verser dans une obsession pour les ventres. Ici, pas de ventres, mais des seins, pas de stress, mais bien une même passion. On sait en effet que les hommes ont très vite tendance à se jeter sur leur travail d’une façon maniaque, alors que les femmes sont plutôt multiorganisationnelles. Lens met cependant en doute que cet aspect pourrait expliquer le déséquilibre entre hommes et femmes dans son association. ‘Les femmes qui travaillent ici fournissent un boulot fantastique. Je remarque de surcroît qu’elles sont souvent plus sûres d’elles que les hommes, surtout sur les chantiers. Et quand je regarde la situation à l’école, l’architecture devient petit à petit un métier de femmes. À mon époque, c’était tout le contraire. J’étais déjà bien content d’avoir pu faire la cour à ma femme avec toute cette concurrence.’ (rit) Bien que votre femme soit également architecte, vous ne travaillez pas ensemble. Consciemment? ‘Cela s’est fait ainsi. S’installer à son propre compte, c’est vraiment commencer à zéro. Quand on prend ce risque à 36 ans – entre 30 et 35 ans, on a dans ce métier un sentiment de c’est maintenant ou jamais – on ne doit pas renoncer à toutes les certitudes. C’est pourquoi mon épouse a continué de travailler.’ Est-ce que le fait que vous soyez tous les deux architectes facilite votre relation? ‘Très certainement. Si cela n’avait pas été le cas, je pense que nous nous serions déjà séparés entre-temps. Je remarque cela chez mes collègues et mes collaborateurs. Ce travail est particulièrement stressant. Combien de choix implique un projet de construction? 3000? Obtenir une grande distinction à l’école est considéré à juste titre comme un succès. Dans notre profession, n’avoir que 80 % est pour ainsi dire inacceptable.’ Lorsque pour finir, je demande à Bart Lens s’il est facile de vieillir dans ce métier, il réfère au constructeur de palais Michel Jaspers, l’un de ses premiers employeurs. Selon ses propres dires, c’est cette période qui l’a mûri d’un point de vue professionnel. ‘Il paraît qu’un architecte est à son apogée, une fois passé la cinquantaine’, dit Lens. Bien que cela soit incontestablement inhérent à l’existence; ne sommes-nous pas motivés par une envie profonde de montrer au monde tout ce que nous savons faire, tandis que –au fur et à mesure que le monde se dévoile à nous– nous nous rendons compte qu’il y a plus de choses que nous ne savons pas faire? N’est-ce du reste pas le cas dans chaque domaine professionnel, dans chaque vie? La maturité ou l’humilité dont on fait preuve dans la vie n’empêche toutefois pas de rêver. Dans la vie, nous faisons tous des esquisses dans l’espoir de les réaliser un jour…


Optiekzaak Tackoen en bovenliggend woongedeelte, hasselt


Bart Lens °1959 1978-1982 Provinciaal Hoger Architectuur Instituut, Hasselt 1982-1984 Stage bij Jo Spaas, St.-Huybrechts-Lille 1986-1989 Architect bij M. Jaspers & partners architects (realisaties onder meer SAS Hotel, Brussel, CERA-HK in Leuven, Limepart in Genk, Dockside in Hasselt) 1989-1994 Architect HK Kredietbank afdeling Immobiliën, centrale bouwafdeling 1995 Start LENS°ASS architecten 1996-nu Lid van verscheidene jury’s en workshops (Sint-Lucas Brussel, Sint-Lucas Gent, Katholieke Hogeschool Mechelen, Van de Velde Instituut Antwerpen, Departement Architectuur Hasselt) 1998 Prijs van Decors 2000 Architectuurprijs Noël Bijnens van de Stad Genk 2001 Publieksprijs Bouwinnovatie Limburg 2002 Eerste Prijs Stad Genk Vernieuwbouw 2004 Laureaat van het wedstrijdproject ‘Herbestemming, restauratie, de verbouwing van het Kasteel van Groenendaal’ Winnaar open ideeënwedstrijd Stationsomgeving i.s.m. J. Mayer H. en A2O architecten, Hasselt Winnaar Architectuurprijs Hasselt Project ’t Leerske 2004-nu Docent Interieur, Product-vormgeving Sint-Lucas Gent en Brussel 2005 Laureaat wedstrijdproject ‘Renovatie en uitbreiding van het gemeentehuis Maldegem’ Laureaat van het wedstrijdproject nieuwbouw Basisschool, Sint-Gillis 2006 Product Design Award 2006 – China International Home Textiles Design Competition Het boek ‘LENS°ASS architecten’ van Marc Dubois is uitgegeven bij Lannoo www.lensass.be www.objetbart.be www.edendesign.be

KOMENDE TENTOONSTELLING White Not 14 december 2007 - 10 februari 2008 Kunstgalerij De Mijlpaal Heusen-Zolder www.demijlpaal.com

‘Bamboo hall’ render van interieur (ontworpen door Bart Lens) voor project ‘Baiyun International Conference Center’ (Buro II)

76 | ISEL 20


Designzaak Donum en bovenliggend woongedeelte, hasselt

Bart Lens  

Interview met de Limburgse toparchitect Bart Lens.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you