{' '} {' '}
Limited time offer
SAVE % on your upgrade.

Page 1

Catharina Teijema & Sare Bakkers


En ik wist; nog heel even en dan begint het. Maar nu nog niet.


Lieve vriend. Ik schrijf je op een dag waarop kleine vogels langs waaien. Voor mij ligt de tekening die jij maakte in Nethen. Wij staan op die tekening en jij zei; “Ik wissel de haarkleur om.” je schreef: “ Voor mijn lieve vriend, die ik tijdens mijn reis het meest van iedereen zal missen.” Ik vroeg: “Echt.” En ik wist het antwoord al, dat maakte dat ik mijn hoofd boog om de vreugde in mijn hart te beschermen en ik liet mijn ogen bedekt, zodat je het smelten van het hart niet hoefde te zien en ik maakte nog net geen grapje. Toen jij weg was en ik nog in de trein zat, toen werd ik mij bewust van mijn benen en de lijnen in mijn gezicht, van dat wat de dagen in mij hadden achtergelaten. Van mijn geur en het ontbijt. Toen jij die gedeelde werkelijkheid verliet, om naar huis te gaan, met je tas en je boeken, toen moest ik mij herschikken, mijn handen rusten niet vanzelf in mijn schoot, mijn ogen verkenden de ruimte, mijn oren zochten muziek. Ik schrijf je op een dag met regenwolken die boven mijn was waaien, dikke onverstoorbare hommels in de lavendel.


Ik verzamel gestorven dieren die in mijn handpalm passen Een bij vouwt haar pootjes in, zoals ik eerder een man had zien doen. Die ik niet durf aan te raken omdat ik dan zal trillen, mogelijk zal brullen als het dier dat ik gekooid houd in dit lijf breekt ze langzaam mijn dijen en rug, mijn staart groeit met de dag. En in mijn hand dat kleine wezen, dat ik pas aan kan raken nu zijn ziel vertrokken is voel ik hoe zacht zijn vacht en vleugels zijn. Ik stop ze in doosjes al mijn dode dieren en gebroken eierschalen als gezelschap voor mijn hart die in de val naar beneden breekt op de rug van de man die ik niet durf te bewegen waardoor hij een rots geworden is, waarop ik uit elkaar scheur zodat God alsnog tevoorschijn komt; een ree in een aardappelveld die opspringt en tussen de hoge aardappelplanten verdwijnt en weer opduikt twee zachte oren, trillend.


Ik ben Rusland (een gedicht over BelgiĂŤ) Zoals het nieuwe onthuld wordt, zoals iedereen aan komt rijden hooggehakt en geurend om erbij te zijn nu het nog glanst en de hakken putjes in de steigers slaan, boven het water waar achteloos weggegooide plastic champagneglazen en bierblikken naar de kant spoelen en weer terug het water in. De bomen zijn getuige van een dansend stel dat zich vasthoudt in een dronken omhelzing. Ik ben Rusland. De eerste planken zitten los, de draaimolen mist een karretje en evengoed een lachend kind dat naar zijn moeder zwaait. Ze trekt aan een peuk, ze zwaait terug. De wind waait, de mensen drinken in wolken hondenshampoo en dure lippenstift lippen die zwijgen, moe van het tuiten en lonken rusten zij uit in een gezicht dat zichzelf vertelt. Naast de man die eet en speelt met een I-Phone 6, ben ik Rusland met onvaste benen die jong willen zijn, zoekend in het vierkant van zichzelf naar vaste grond onder eeuwen en dan toch opnieuw beginnen alsmaar opnieuw.


2 augustus Meestal is de zomer overrijp als het augustus is, en windstil. Wellustig. Maar niet nu. In eerste instantie, is er vocht in de lucht, iets dat rot voor zij kan barsten. In mijn dromen zijn er volle monden, sterke armen, de wind waait door de populieren naast de kerk met de begraafplaats waar wij mensenbotten zagen; een holle ellepijp die jij aanraakte met je arm maar je buik bleef binnenboord. Iets in mij zocht tederheid maar mijn hart verstopte zich, het was makkelijker om een jongentje te zijn, om ’s nachts te veranderen in de zomer. Die keer dat ik danste met de man met de kromme benen, in zijn armen die een huis bouwden waardoor ik deinde als het graanveld waar de wind van twee kanten doorheen bewoog.


“Ik vind dat het mooiste wat er is,� zei ik tegen mijn vriend even daarvoor was er een hert die haar tandafdruk in een suikerbiet had achtergelaten. Tientallen bieten vonden we, als verdwaalde handgranaten tussen het hoge gras. Er was dood; een mol, vijf muizen, torren en een vogel. En dan dat deinen. Die nacht had de muziek hard genoeg gestaan. Buiten was het oorlog.


Een vriend in een cafĂŠ, als het regent

Met haar ogen verkent zij het gezicht, om met haar hand de plooien en rimpels te maken. Nauwgezet, de mond een bijna glimlach, witty? Is dat het woord dat erbij hoort? Het woordenboek zegt; characterized by clever humour or wit. Intelligent or sensible. Ze wordt langer als ze tekent, ze vouwt zich uit zodat ze de voor haar bedoelde lengte wordt.


Soms zag ik dat ze zich oprolde, haar rug heel lichtjes boog, dan wilde ik mijn hand op haar rug leggen, zo heel precies achter het hart. Vaker zei ik dan ‘kom’ of ‘kijk’ omdat de plek achter het hart zich liever laat fluisteren en misschien was het genoeg dat ik haar allang had gezien zoals vandaag, in haar volle lengte met een hand die gumt en sluipt en lacht. En wist zij dat ik dat zag onder het opvouwen en inschikken, het versnellen en verstoppen. Zodat ik mezelf kan zien als ik ren en verdwijn, om de afgrond heen loop en mijn tenen strek. Net als de mensen buiten in groene regenjassen met klamme gezichten, steeds meer geschiedenis waardoor het naakter wordt. Omdat het lijf te klein is voor de tijd waardoor we schokkerig samen vallen of uitdijen. Of uit elkaar vallen. Maar nu is alles goed, zoals vroeger als ik in bed lag op zondagochtend mijn vader hoorde zingen in de keuken, terwijl de zon door de gordijnen viel. En ik wist; nog heel even en dan begint het. Maar nu nog niet. Nu is er bed en kamer en zon en een zingende vader die brood smeert.


Oorspronkelijk had zij een dikke vrouw moeten zijn met een iets groezelige bloemenjurk en knellende vleeskleurige steunkousen, een bouvier en een frituur, liefst een slecht gebit en plastic planten, vettige vitrage, een oude Mercedes met een los zittende wieldop. Ze dronk teveel pintjes en ’s ochtends kregen we wittebrood van de Lidl met een plastic kuipje jam en ham. Ze zette koffie die ze in een kan op tafel zette naast het apparaat waarmee ze sigaretten draaide., klik klak, de hele dag klik, klak en een zucht. Aan de muur een kalender van vier jaar geleden van Good Year banden. Wij wisten niet wat ze met Good Year had, wij vermoedden een overleden vriend die op de camion reed.


We zouden over haar schrijven en van haar gruwelen en ook een beetje van haar gaan houden en daarna zouden we naar huis gaan en yoga doen en lezen en wandelen in de natuur. Piano spelen, boeketten maken van wilde bloemen, mediteren, taart bakken en zwemmen in de zee. We zouden zuchten en een liedje neuriĂŤn en ik zou wat akkoorden aanslaan op de gitaar. Natuurlijk kregen we zwarte krullen, accordeon en Bach, nee zelfs Handel. Zelf gemaakte muesli en sojamelk. Koffie met opgeklopte melk, drie soorten kaas met een klein elegant mesje ernaast, oud houtwerk, een wilde tuin en een vers gelegd ei van een kip die Antoinette heet.


Op een ochtend vlak voor wakker worden Hele ledematen heb ik levenloos mee gesleept, armen waar ik niet in woonde, een zwevende woordloze rechtervoet, een eenzame knie. Hele en halfslachtige pogingen om het geordende leven te lijden stranden in rommelige aanrechten, op stoffige ramen in verzamelingen boomschors die ik onmogelijk kon laten liggen; geribbelde afgeworpen huiden die ik te drogen legde en bekeek als het licht erop viel in de lente. Hele jaren leefde mijn hoofd alleen en leefden mijn handen erop los. Tot ze wakker werden gekust door alles wat ik lief had en vergeten was omdat ik steeds dacht dat het leven later kwam en daarna dat ze daarvoor was geweest tot ik ontdooide en de arm ontwaakte, de handen zich uitrekten, de lever kramp had en de middenvoetsbeentjes vol tederheid de grond raakten en alles zich bewoog op de breekbare brug terug naar huis, het verlangen is een koord waarop het haast onmogelijk dansen is met mijn voorzichtige voeten met tenen als slakkige voelsprieten. Met dronken vrienden beneden en ik dans evengoed.


september 2016

Profile for Sare Bakkers

De weg naar hamme mille 216x154  

Een boekje over een Belgische vakantie is poëzie en beeld.

De weg naar hamme mille 216x154  

Een boekje over een Belgische vakantie is poëzie en beeld.

Advertisement