Issuu on Google+

Hoe leren we lezen met mol en beer ?


Twee à drie woorden per week Als mama en papa weet u graag wat uw kind zoal op een schooldag leert. Uw zoon / dochter zal vertellen dat ze een woordje geleerd hebben. Het is dus niet zo verwonderlijk dat u zich op een gegeven moment afvraagt hoe de leerkracht daar nu een hele dag mee bezig kan zijn. Toch is dit minder vreemd als u denkt. Uw kind was als kleuter al met letters en woorden bezig. Hij kon waarschijnlijk zijn eigen naam herkennen en zag ook dat er in andere woorden soms ook letters van zijn naam voorkwamen. Deze vaardigheden worden ook gebruikt als uw kind leert lezen. De kindjes van het eerste leerjaar krijgen regelmatig een nieuw woord aangeboden, dat noemen we een steunwoord. De eerste steunwoorden zijn ik, mol, beer. Leren lezen gebeurt bij Mol en Beer met de “directe systeemmethode”: dit betekent dat we werken met een “beperkt aantal steunwoorden” (mol, beer, ik, an, tom, jas, pen, mus, vis, poes, haan, boom, weg, muur, deur, ijs, touw, vier, school, duif, zon, haai, kooi, roei, kei, pauw, carnaval, citroen, wang, bank, leeuw, nieuw, lach en lucht) waaruit we onmiddellijk “zoveel mogelijk letters” afzonderen. Met deze letters worden dan weer nieuwe woordjes gemaakt op een letterbeest die een “mol” voorstelt met een kop, een buik en een staart. De steunwoorden worden zoveel mogelijk, eerst “auditief en visueel” globaal verkend, herkend en daarna geanalyseerd. Uit de steunwoorden halen we dan alle letters die nog niet eerder zijn aangebracht (klinker/medeklinkers door elkaar). We verkennen en herkennen die ook auditief en visueel. Steunwoorden en letters worden veelvuldig geoefend in de klas en ook elke dag thuis en aldus geautomatiseerd.




Woorden hakken en plakken Voor u als ouder is het belangrijk om er steeds aan te denken dat uw kind een letter of klank uitspreekt, zoals hij die binnen een woord hoort. Van alle woorden die we leren is er een structureerstrook. Hier kunnen we het kopje-buikje-staartje gemakkelijk afzonderen.

De leerkracht kan de structureerstrook gemakkelijk vouwen en het woord zo in klanken uit elkaar halen. Met de handen hakken we het woord. De afzonderlijke klanken worden aan de kindjes getoond. p oe s (dit is een hele belangrijke handeling die veelvuldig wordt ingeoefend)


Tijd voor herhaling Over het algemeen duurt het zo’n vier maanden voordat de kindjes alle letters en klanken kennen. Daarna worden ze nog een tijd herhaald. Herhaling is belangrijk ! Sommige klanken lijken zo op elkaar dat de kindjes ze bij het lezen en schrijven verwisselen. Daarnaast is het ook belangrijk om het leestempo op te voeren. Er wordt niet alleen herhaald, maar ook verder uitgebreid. We leren moeilijkere en langere woorden lezen, maken kennis met de hoofdletters en de leestekens.

Leren schrijven is moeilijker dan leren lezen. De volgorde waarin de schrijfletters worden aangebracht loopt parallel met die van de leesletter. U moet zich echter wel realiseren dat het leren schrijven veel langzamer gaat. Als een kind een woord moet lezen, dan kan hij de klanken koppelen aan de woordkaarten bij de steunwoorden en de letters precies hetzelfde afgebeeld terugvinden in de letterdoos. Maar bij het schrijven moet hij de gedrukte letter zelf vertalen naar een geschreven letter. In de klas worden de aangebrachte letters en woorden in lees- en schrijfletter uitgehangen. Bij het schrijven hebben we ook speciale aandacht voor de zit- en schrijfhouding en voor de pengreep.


Hoe help ik mijn kind met lezen ? - Dagelijks lezen in het leesboekje In de 6 leesboeken staan de leestekstjes, passend en kleurrijk geïllustreerd. Kies voor het lezen in de leesboekjes een vast moment uit. Zoek in ieder geval een rustige plek uit zodat u en uw kind niet worden gestoord. Lezen betekent zeker niet dat uw kind uren achter een boek moet zitten. Enkele minuten per dag samen lezen is al voldoende. Lees dan wel allebei hardop en pas uw tempo aan dat van uw kind aan. - Lezen met de letter- en woordkaartjes Telkens er in de klas een nieuw steunwoord aangebracht wordt, krijgen de kindjes nieuwe letter- en woordkaartjes. Om thuis aan de letterkennis te oefenen kan u volgend systeem gebruiken: de letter- en woordkaartjes worden in 3 doosjes bewaard. (bv. rood, blauw en groen doosje) De letters en woorden vertrekken in de rode doos. Wanneer kinderen die, bv. Een week aan een stuk correct en snel kunnen lezen, verhuizen ze naar de blauwe doos. Daar blijven ze een poosje ‘rusten’. Wanneer de kinderen na een poosje die blauwe woorden en letters nog steeds correct lezen, mogen ze naar de groen doos. Bij problemen verhuizen ze opnieuw naar de rode doos. - Klikklakboekjes In het klikklakboekje hangen de kinderen de letters van een structureerwoord op de juiste positie. Er komen steeds nieuwe letters op nieuwe posities, zodat de kinderen al snel ontdekken dat ze telkens nieuwe woorden kunnen maken.


- Eigen woordenboek maken: Door het aanmaken van een eigen woordenboek zijn de kindjes op een speelse manier bezig met de letters en de woordjes. Bv. Het woord ‘mol’ 1. zoek in krant / tijdschrift de letters ‘m’, ‘o’ en ‘l’ 2. kleef de letters op een blad papier 3. maak boven het woord een tekening van een mol

Een eigen woordenboek is een mooi naslagwerk voor de kindjes en ze zijn leerzaam bezig !

m o l

b ee r

- voorlezen: Als ouder moet u niet bang zijn om een boek dat eigenlijk bedoeld is om zelf te lezen, voor te lezen. De kans is groot dat uw kind, als hij het verhaal leuk vindt, het boek later zelf pakt en opnieuw leest. Ook bij beginnende lezertjes blijft voorlezen héél belangrijk !

Veel leesplezier !


infoboekje 'hoe leren we lezen'