Issuu on Google+

Masterproef 2013 Sara Adriaensen Van globalisering naar lokalisering

Provinciale Hogeschool Limburg Departement Architectuur en Beeldende Kunst

1


2


‘De verandering in de behoeften van de consument’

Promotor: Katelijn Quartier Begeleider: Philippe Swartenbroux & Victor Simoni Sara Adriaensen Master Interieurarchitectuur – Retail 2012 - 2013 PHL – Dpt. Architectuur en Beeldende Kunsten

3


4


Dankwoord Een thesis schrijf je niet alleen. Er zijn tal van mensen die mij met raad en daad hebben bijgestaan. Ik wil dan ook graag iedereen bedanken die mij gedurende deze periode gesteund hebben. Dank jullie wel. Mijn speciale dank gaat uit naar mijn promotor, mevrouw Katelijn Quartier, voor de goede raad en het kritisch nalezen van alle teksten. Ze heeft mij gedurende het hele onderzoeksproces zeven dagen op zeven bijgestaan. Mevrouw Ann Petermans, die mij gedurende de eerste semester met raad en daad heeft bijgestaan en mij tot dit onderzoek heeft gebracht. De heren Philippe Swartenbroux en Victor Simoni, die met hun grote gedrevenheid en passie voor het vak het ontwerpproces in goede banen hebben geleid. Ze hebben mij veelvuldig voorzien van goede en leerzame feedback.

DANKWOORD

5


6


Inhoudstabel

DANKWOORD 1.

Samenvatting

2.

Inleiding

3.

Context Onderzoeksvraag Methodologie

17 19 19

Onderzoek

21

3.1

Globalisering

23

3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4

24 26 28 29

3.2

3.3

3.4

3.5

Begripsomschrijving Globalisering & retail Reacties op globalisering Conclusie

Glocalisering

31

3.2.1 3.2.2 3.2.3

32 34 35

Begripsomschrijving Glocalisering & retail Conclusie

Lokalisering

37

3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4

38 39 40 43

Begripsomschrijving Lokalisering & retail Local Food Conclusie

Case studies

45

3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4

47 51 57 61

De Kas Villa Augustus Moes Marqt

Algemene conclusie

65

INHOUDSTABEL

7


8


4.

Concept

67

4.1 4.2

Merksplas - Kolonie, een rijke geschiedenis De grote hoeve, de kern van Merksplas-kolonie

70 76

4.2.1

76

4.3 4.4 4.5

5.

De individuele gebouwen

Beschermd erfgoed Locatie Concept

79 79 81

Ontwerp

83

5.1 5.2

85 92

Masterplan Uitwerking gebouwen 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4

Brasserie Bezoekerscentrum Overdekte Markt Gastronomisch labo

94 100 106 108

6.

Discussie

110

7.

Referentielijst

117

8.

Bijlage

125

8.1 8.2

127 131

Abstract Niels Dujourie Harvestmap Moes

INHOUDSTABEL

9


10


SAMENVATTING 11


12


1 Samenvatting De behoeften van de consument veranderen, daar waar de consument voorheen globale producten wenste, heeft hij nu vooral behoefte naar lokale producten. Met dit onderzoek tracht ik de gewijzigde behoeften van de consument als reactie op de globalisering in kaart te brengen en te achterhalen op welke manier men als retailer hierop kan inspelen. Het uiteindelijke doel van dit onderzoek is de bevindingen in het literatuuronderzoek te vertalen naar een project waarbij ingespeeld wordt op deze veranderde behoeften van de consument. In eerste instantie gaat dit onderzoek dieper in op het begrip globalisering. Globalisering kan worden omschreven als het proces waarin mensen uit verschillende werelddelen met elkaar in contact komen en elkaar proberen te be誰nvloeden. Landgrenzen vervaagden en handel doen in verschillende gebieden werd steeds makkelijker. Binnen de retail uit globalisering zich in gestandaardiseerde producten die in massa geproduceerd worden en vervolgens verdeeld over de ganse wereld. De houding van de consument ten opzichte van globalisering is de laatste jaren dan ook sterk veranderd. We zien een verschuiving van globale behoeften naar lokale behoeften. Waar men tien jaar geleden de ongelimiteerde kansen die globalisering te bieden had nog toejuichte, ontstaan er nu steeds meer reacties op de manier waarop globalisering zich profileert. Bij consumenten onderscheiden we twee soorten reacties op globalisering, namelijk glocalisering en lokalisering. Beiden streven naar lokaliteit. Zowel glocalisering als lokalisering worden binnen deze thesis toegelicht en verder bestudeerd. Ter ondersteuning van mijn literatuuronderzoek onderzocht ik vier cases. Het gaat om restaurants, winkels of een combinatie ervan, die inspelen op de lokale behoeften van de consument. We vinden de toepassing van lokaliteit terug in al deze cases, maar zien toch verschillen in de manier waarop men dit toepast. Uit deze cases kan ik concluderen dat het lokaal telen van producten een ware belevenis vormt voor de consument waarmee men grotendeels reeds inspeelt op de opkomende behoeften naar lokaliteit. Zo weet de consument niet alleen waar de producten vandaan komen, maar kan het ook zien. Tot slot wordt de opkomende behoefte naar lokaliteit vertaalt in een concept en ontwerp voor de grote hoeve binnen de landloperskolonie van Merksplas. Een site met een rijke geschiedenis waar landlopers destijds werden ondergebracht en tewerk gesteld. Reeds in het verleden stond het telen van eigen producten hier centraal. Dit project vormt een samenwerking tussen Niels Dujourie en mezelf. Door de bevindingen van onze beide literatuuronderzoeken te koppelen aan de rijke geschiedenis van de site hebben we gezamenlijk een concept en masterplan opgesteld waarbinnen landbouw, onderzoek en retail centraal staan. Producten zullen lokaal geteelt, verwerkt, verkocht en verbruikt worden, met als uiteindelijk doel in te spelen op de opkomende behoeften naar lokaliteit.

SAMENVATTING

13


14


INLEIDING 15


16


2 Inleiding Context Globalisering zorgt ervoor dat ons winkelassortiment is samengesteld uit producten afkomstig uit diverse werelddelen. Een hemd uit India, schoenen uit Pakistan, wijn uit Chili, tomaten uit Mexico‌ Steeds minder zien we onder invloed van globalisering producten van eigen bodem of van eigen makelij. We leven dan ook in een geglobaliseerde wereld die grenzen doet vervagen waardoor het eenvoudig is producten wereldwijd te exporteren. De wereld wordt daardoor steeds meer gezien als ÊÊn grote markt. Vroeger zagen we buurtwinkels die lokale producten verkochten, en waar men niet enkel terecht kon voor het kopen van producten, maar ook om te praten met mensen uit de buurt. Deze buurtwinkels maakten plaats voor grote winkelketens waar het persoonlijke contact volledig verdwenen is. Gelukkig zien we momenteel een verschuiving ontstaan naar waar het ooit begon, de lokale buurtwinkel. Globalisering maakt plaats voor glocalisering en lokalisering. Beide reacties trachten een alternatief te vormen voor onze geglobaliseerde wereld, door in te spelen op de lokale behoeften van de consument. Waar glocalisering nog deels berust op de principes van globalisering, veegt lokalisering deze principes volledig van tafel. De behoefte naar lokaliteit is de laatste jaren fel toegenomen en vormt ook binnen de retail een opkomende trend. Als retailer is het belangrijk in te spelen op deze veranderende behoeften. Dit onderzoek vormt voor mij, als retail studente, dan ook een interessant onderzoek om te kunnen achterhalen wat de opkomende behoeften binnen de retail zijn alsook wat deze inhouden. Na een bezoek aan de landloperskolonie in Merksplas was ik er helemaal van overtuigd om voor dit onderzoek te gaan. Met deze site, en de geschiedenis ervan, kan ik een perfecte overgang maken van mijn onderzoek naar mijn masterproject.

17 INLEIDING


18


Onderzoeksvraag In deze thesis tracht ik een antwoord te vinden op de vraag: ‘Welke invloed heeft globalisering op de behoeften van de consument?’ Om deze verandering in behoeften te kunnen vertalen in een masterproject stel ik volgende bijvraag: ‘op welke manier kan men inspelen op deze veranderde behoeften van de consument?’ Het doel van dit onderzoek is achterhalen op welke manieren globalisering zich vertaalt binnen onze maatschappij en welke concrete invloeden dit heeft op de behoeften van de consument. Met de bevindingen uit het onderzoek zou ik dan samen met Niels Dujourie tot een ontwerpoplossing moeten komen voor de landoperskolonie in Merksplas waarbij rekening wordt gehouden met de rijke geschiedenis die de site met zich meedraagt.

Methodologie Om een antwoord te kunnen formuleren op de onderzoeksvragen, behandel ik binnen deze thesis een aantal thema’s. Als eerste behandel ik het begrip globalisering, als tweede glocalisering en als derde lokalisering. Binnen mijn onderzoek heb ik mij vooral gebaseerd op literatuurstudies. Elk hoofdstuk omvat een concrete definiëring van ieder begrip en de toepassing binnen de retail, hiervoor zijn hoofdzakelijk boeken en wetenschappelijke journals geraadpleegd. Het laatste hoofdstuk omtrent lokalisering vormt een recente trend en hiervan is nog geen concrete informatie te vinden in boeken of wetenschappelijke journals. Hiervoor heb ik bijkomend online bronnen geraadpleegd. Finaal deed ik een aantal case studies om na te gaan op welke manieren men kan inspelen op de veranderde behoeften van de consument. Hierbij heb ik vier Nederlandse projecten onderzocht. Namelijk een winkel, de Marqt en drie restaurants; de Kas, Moes en Villa Augustus. Elke case wordt besproken aan de hand van drie grote pijlers, namelijk geschiedenis, locatie en concept, dewelke ook binnen mijn masterproject belangrijk zijn. Aan de hand van deze case studies kan ik afleiden op welke manier er kan ingespeeld worden op de behoeften van de consument.

19 INLEIDING


20


ONDERZOEK 21


22


3 Onderzoek 3.1 Globalisering Wanneer er vroeger een belangrijke gebeurtenis plaatsvond duurde het soms maanden voor het nieuws zijn uiteindelijke bestemming bereikte. Na de ontdekking van Amerika in 1492 door Columbus, duurde het vijf maanden voor het nieuws zijn opdrachtgever Koningin Isabelle bereikt had (Nieuwenhuis, 2006). Wanneer er nu een belangrijke gebeurtenis plaatsvindt is in een mum van tijd de hele wereldbevolking ge誰nformeerd. Denk bijvoorbeeld aan de tragische gebeurtenis op elf september 2001. Binnen het uur was de hele wereld op de hoogte van de aanslagen op het World Trade Center in New York. Een meer recentere gebeurtenis is de Pausverkiezing in Rome. Eenmaal bekend dat de nieuwe Paus verkozen was, werd dit via live televisie bekendgemaakt over de hele wereld. De nieuwe Paus begroette niet enkel de mensen aanwezig op het Sint-Pietersplein, maar ook meteen de ganse wereld. Niet enkel via televisie, maar ook via internet werd het nieuws onmiddellijk wereldwijd verspreid. Er zijn tegenwoordig tal van mogelijkheden en middelen om in contact te komen met de rest van de wereld. Een eenvoudige glasvezelkabel kan bijvoorbeeld mensen van verschillende werelddelen auditief in contact brengen met elkaar. Nooit eerder was het zo makkelijk in contact te komen met de rest van de wereld.

23 ONDERZOEK


3.1.1 Begripsomschrijving Definiëring Het begrip globalisering kan omschreven worden als het proces waarin mensen uit verschillende werelddelen met elkaar in contact komen om op die manier elkaar te beïnvloeden. Dit proces is echter niet nieuw, reeds vijftig jaar voor Christus was er al een verbinding tussen de Middellandse Zee en China. Handelaars brachten via deze weg schatten over van west naar oost. Toch is dit proces de laatste twee decennia drastisch versneld en veranderd door de vele technologische ontwikkelingen. Door de opkomst van internet en satellieten werd het steeds eenvoudiger om in contact te komen met de rest van de wereld. Meer dan ooit zijn mensen wereldwijd met elkaar verbonden (Nieuwenhuis, 2006). Het zojuist omschreven begrip globalisering vormt geen eenzijdig proces, het bestaat uit een verzameling van processen. Men onderscheid economische globalisering, culturele globalisering en politieke globalisering. Economische globalisering verwijst naar de nationale economie die steeds meer verandert in een wereldeconomie. Handel voeren in verschillende gebieden wordt steeds makkelijker doordat globalisering grenzen doet vervagen (Nieuwenhuis, 2006). Culturele globalisering verwijst naar de wisselwerking tussen verschillende culturen. Elk land heeft zijn eigen cultuur, maar door globalisering komen deze culturen meer dan ooit met elkaar in contact. Politieke globalisering verwijst naar nationale politiek die uitgroeit tot internationale politiek. Steeds meer politieke beslissingen worden op internationaal niveau genomen, denk aan de Europese Unie die beslissingen neemt die betrekking hebben op gans Europa (Naert & Coppieters, 2000). Binnen deze processen kunnen paradoxen schuilen. Culturele globalisering staat bijvoorbeeld zowel voor homogeniteit als voor diversiteit. Enerzijds kleden mensen zich over de hele wereld steeds meer hetzelfde, dus homogeniteit. Anderzijds kan men binnen één stad gerechten van over de hele wereld proeven, dus diversiteit. Globalisering zelf bevat ook een zekere paradox. Enerzijds maakt globalisering onze wereld kleiner, grenzen vervagen en men kan veel sneller andere werelddelen bereiken. Anderzijds maakt globalisering onze wereld groter, onze leefwereld bestaat niet meer alleen uit onze eigen straat, stad of land, maar ook uit gebeurtenissen over de hele wereld. We zijn constant op de hoogte wat er gebeurt aan de andere kant van de wereld (Nieuwenhuis, 2006). Concreet kunnen we stellen dat door globalisering goederen, diensten, mensen, politieke ideeën, kapitaal en informatie veel makkelijker hun weg vinden over de hele wereld.

‘‘ 24

Het werd steeds eenvoudiger in contact te

komen met de rest van de wereld. Meer dan ooit zijn mensen wereldwijd met elkaar verbonden

‘‘


Afb. 1 Met ĂŠĂŠn enkele klik is men verbonden met eender waar in onze wereld.

Wereldwijde communicatie & transport Globalisering creĂŤerde een mondiaal web dat steeds groter wordt. Deze vergroting kwam vooral vanwege de technologische ontwikkelingen. Wereldwijde communicatie is steeds makkelijker. Door de technologische vooruitgang werden mobiele telefoons en computers steeds kleiner, goedkoper en gebruiksvriendelijker. Waar twintig jaar geleden amper mensen beschikten over een mobiele telefoon en computer, beschikt nu het merendeel van de bevolking hierover. Maar ook televisie vormde een belangrijke motor voor de globalisering. Televisie verspreidt nieuws van over de hele wereld, in een mum van tijd kan men dan ook te weten komen wat er zich aan de andere kant van de wereld afspeelt (Nieuwenhuis, 2006). Naast de evolutie in de wereldwijde communicatie zorgden de technologische ontwikkelingen ook voor een evolutie op vlak van transport. Door de uitvinding van de stoommachine in 1705 (Faber, 2012) kon men op grotere schaal en vaak ook goedkoper produceren. Later, in 1955, (Nieuwenhuis, 2006) werd de container uitgevonden, hier hanteerde men standaardafmetingen zodat de containers overal ter wereld perfect op alle vrachtwagens en vrachtschepen zouden passen. Hierdoor kon men sneller en goedkoper vervoeren naar de rest van de wereld (Went, 1996).

25 ONDERZOEK


3.1.2 Globalisering & retail Binnen de retail zorgde globalisering voor een sterke evolutie. Globalisering heeft de retail enorm veranderd en versneld. Waar men destijds in steden kleine zelfstandige winkels zag, ziet men nu grote winkelketens en merken. Elke stad had vroeger zijn eigen buurtwinkels, waar lokale producten verkocht werden die voldeden aan de noden van de consument. Wanneer we nu winkelen in de befaamde Oxford Street in Londen of op de Meir in Antwerpen, we zien vaak dezelfde winkels terugkomen. Denk hierbij aan ketens zoals Body Shop, H&M en Zara. Vroeger bestond de wereld uit verschillende kleine markten, momenteel is er één grote markt die wereldwijd gestandaardiseerde producten verkoopt en die weinig rekening houdt met culturele en lokale verschillen (Cbw-Mitex, 2010). Zo verkoopt de Spaanse kledingketen Zara hun kledij wereldwijd, terwijl deze volledig is afgestemd op de Spaanse consument.

Van kleine zelfstandige tot grote multinational Vroeger waren vervoerskosten hoog en werden producten lokaal geproduceerd. Maar zoals reeds aangehaald zorgden technologische ontwikkelingen voor een daling van de vervoerskosten waardoor productieprocessen werden verplaatst naar landen zoals China, Mexico en India. Hier worden producten in grote hoeveelheden geproduceerd in zogenaamde ‘sweatshops’, waar gewerkt wordt in slechte omstandigheden en tegen absurd lage lonen. De producten worden tegen lage kosten geproduceerd en wereldwijd verspreid en daarna tegen hoge prijzen verkocht aan de eindgebruiker. Hierdoor maken bedrijven grote winsten (Klein, 2011). Een groot deel van deze winsten worden op hun beurt dan weer uitgegeven aan reclame, imago en branding. Branding is belangrijk in een mondiale wereld, het maakt merken wereldwijd herkenbaar (Van Tongeren, 2013). Op die manier groeiden tal van kleine merken uit tot ware multinationals. Zo bestede de grote multinational Nike in 1997 ruim 500 miljoen dollar aan reclame. Nike is echter niet de enige kledingfabrikant die op deze manier uitgroeide tot een multinational. Onder andere ook Adidas, Gap en Calvin Klein verplaatsten productieprocessen om meer te kunnen produceren tegen lagere kosten en hogere winsten (Klein, 2011). Terwijl deze merken steeds groter werden konden de kleine zelfstandigen hier niet tegen opboksen, en overleefden de meesten dit niet, steeds meer kleine zelfstandigen werden weggeconcurreerd en verdwenen dan ook uit het straatbeeld (Cbw-Mitex, 2010).

26


De merken die uitgroeiden tot multinationals hebben vaak maar één doel voor ogen, namelijk nog groter worden en nog meer winst maken. Ze proberen dan ook op tal van manieren het koopgedrag van de consument te beïnvloeden. We worden constant geconfronteerd met reclame die ons moet overtuigen hun producten te kopen. En hier gaat het al lang niet meer om het product zelf, maar om imago en bekendheid. Zo is de multinational Nike niet meer bezig met het verkopen van sportschoenen, ze verkopen een levensstijl. Ook de opkomst van het logo is gelinkt aan de globalisering, zoals Nike het bekende logo ‘Swoosh’ lanceerde. Waar men voorheen geen belang hechte aan merknamen, zien we nu op elk product een logo staan. Dat het logo en de bijhorende levensstijl belangrijker wordt dan het product zelf omschrijft Naomi Klein in haar boek ‘No Logo’ (2001, p.50).

‘‘

We waren pas acht jaar oud, maar de terreur van het logo was al begonnen. Ongeveer negen jaar later vouwde ik truien op in een modezaak van Esprit in Montreal. Moeders met dochtertjes van zes kwamen binnen en vroegen me alleen de T-shirts te laten zien waarop `Esprit’ was gedrukt in de grote blokletters van het bedrijf. `Ze trekt niets aan waar geen naam op staat,` bekenden de moeders verontschuldigend als we een praatje maakten bij de paskamers. Het is geen geheim dat de merken tegenwoordig nog veel meer alomtegenwoordiger en opdringeriger aanwezig zijn. Etiketten als Baby Gap en Gap Newborn dringen peuters al merkbewustzijn op en maken van baby`s minireclameborden.

‘‘

In feite gaat dit nog veel verder. Tegenwoordig zien we naast merkafhankelijkheid ook winkelafhankelijkheid optreden. Denk bijvoorbeeld aan bepaalde winkels als Abercrombie & Fitch of La Bottega in Hasselt, mensen zijn trots om daar hun kleren en schoenen te kunnen kopen. Links: Afb. 2 Oxford Street, Londen Midden: Afb. 3 Zara store - Branding Rechts: Afb. 4 Abercrombie & Fitch

Links : Afb. 2 Oxford street in Londen Rechts : Afb. 3 de Meir in Antwerpen

27 ONDERZOEK


De wereld op één bord Globalisering zagen we binnen retail niet enkel in de kledingindustrie verschijnen, ook in de voedingsindustrie heeft globalisering zijn opmars gemaakt. Door de opkomst van koeltransport kon ook voedsel wereldwijd verspreid worden. We zien in de supermarkten steeds meer producten afkomstig uit alle windstreken. Zo vinden we appels uit Zuid Afrika, rijst uit China, wijn uit Chili…. Steeds meer producten op ons bord zijn afkomstig van over de hele wereld. Daarnaast vindt men ook het hele jaar door dezelfde producten, het vorige seizoen stopt nooit. Zelfs in de winter kunnen we seizoensgebonden producten als aardbeien en druiven kopen. Maar toch heeft elk product zijn beste periode om geteeld en gegeten te worden, echter dit is al lang niet meer van belang bij de supermarktgiganten. Het voedsel heeft dan ook vaak al een hele weg afgelegd voor het op ons bord terecht komt. Er worden dan ook tal van additieven, zoals onder andere bewaarmiddelen, toegevoegd. Dit alles zorgt voor een vermindering van smaak en kwaliteit. Maar winst gaat voor op de kwaliteit en de smaak van voedsel (De Jong & Brugmans, 2008). Naast de wereldwijde verdeling van producten zien we ook steeds meer diversiteit in de horecasector. Zo heeft elke stad wel een Italiaans of Chinees restaurant. We moeten niet meer naar andere landen reizen om streekgebonden producten en specialiteiten te proeven (Nieuwenhuis, 2006). We zien onder invloed van globalisering zelfs restaurants of voedselketens uitgroeien tot ware multinationals. Zo heeft de fastfoodketen McDonald’s vestigingen over de hele wereld. Van Amerika tot Azië en Afrika, overal vindt men McDonald’s. Hun logo, de befaamde gele ‘M’, is dan ook gekend door bijna de ganse wereldbevolking.

3.1.3 Reacties op globalisering De houding tegenover globalisering is echter sterk aan het veranderen. Waar men tien jaar geleden de ongelimiteerde kansen die globalisering te bieden had nog toejuichte, ziet men globalisering nu steeds meer als een bedreiging. Door de verplaatsing van productieprocessen moeten Westerse werknemers opboksen tegen werknemers in lageloonlanden. Hierdoor sluiten steeds meer Westerse fabrieken, zowel in de kleding- als de voedingsindustrie. Door deze verschuiving van arbeid naar lageloonlanden bereikt het werkloosheidscijfer in de Westerse landen een absoluut hoogtepunt (Nieuwenhuis, 2006). Dit natuurlijk tot ongenoegen van de bevolking, waardoor steeds meer bewegingen ontstaan tegen globalisering. Deze bewegingen zijn een groepering van mensen die het niet langer accepteren dat de grote multinationals nog meer macht krijgen (Nieuwenhuis, 2006). Men kan hen groeperen onder de naam ‘andersglobalisten’. Naomi Klein (2001) omschrijft in haar boek no logo dat ‘zeggenschap over de eigen omgeving en gemeenschap, de essentie vormt van wat andersglobalisten willen. Beslissingen moeten ter plaatse genomen worden door de mensen om wie het gaat, niet aan de andere kant van de wereld‘. Daarnaast ontstaat er ook steeds meer protest van de werknemers in de lageloonlanden die tot besef komen dat de producten die zij maken tegen een laag loon, verkocht worden aan zeer hoge prijzen in de Westerse landen (Klein, 2001).

28


Echter ook bij de consument is de mening ten opzichte van globalisering sterk aan het veranderen. Men ziet overal gestandaardiseerde producten verschijnen, waarbij er geen rekening wordt gehouden met lokale en culturele verschillen. Maar toch zien we de behoefte naar producten afgestemd op de consument steeds meer toenemen. Globale behoeften veranderen meer en meer naar lokale behoeften, waar gestandaardiseerde producten ingeruild worden voor producten afgestemd op de lokale consument.

3.1.4 Conclusie Het is moeilijk te besluiten of globalisering goed of slecht is, wel kan gezegd worden dat globalisering zowel goede als slechte gevolgen heeft. Enerzijds zorgde globalisering voor meer kansen. De technologische vooruitgang zorgde ervoor dat de wereld continu en overal in contact staat met elkaar en dat grenzen vervaagden. Het werd makkelijker om handel te doen in verschillende gebieden en zelfs wereldwijd. Een keerzijde van de globalisering is dat grote multinationals nog groter en machtiger werden en steeds minder belang hechten aan het product dat ze aanbieden, maar steeds meer aan winst en bekendheid. Grote multinationals overschaduwden de kleine zelfstandigen, die uiteindelijk verdwenen. De retailwereld vormde steeds meer een grijze massa, waarbij gestandaardiseerde en anonieme producten verkocht worden over de ganse wereld. Sinds het begrip globalisering werd gebruikt kende het reeds tegenreacties. In de volgende twee hoofdstukken worden de twee voornaamste reacties bij consumenten besproken, namelijk glocalisering en lokalisering. De verschuiving van globalisering naar glocalisering en lokalisering, zoals besproken in deze literatuurstudie, is echter geen opeenvolgend gebeuren. Ze staan los van elkaar. Het feit dat lokalisering als laatste wordt aangehaald binnen dit literatuuronderzoek, is dan ook niet omwille van het chronologisch ontstaan ervan, maar wel om een duidelijke overgang te maken naar mijn masterproject.

29 ONDERZOEK


30


3 Onderzoek 3.2 Glocalisering Er zijn altijd al sociale en culturele verschillen geweest, en dit zal ook altijd zo blijven. Elk land heeft zijn culturele eigenheden en gewoontes. Er zijn een aantal opvallende verschillen zoals kledij en taal. Maar elke cultuur heeft ook zijn kenmerkende en eigen tradities, waarden, normen en gewoontes (Hofstede & Minkov, 2005). Neem nu België en Nederland, twee buurlanden die toch elk een eigen cultuur hebben. We spreken dezelfde taal, maar verschillen in uitspraak en grammatica. Landen die verder uit elkaar liggen zoals België en China verschillen nog meer van elkaar. We verschillen niet alleen in taal. We zien er ook anders uit, hebben andere tradities, waarden, normen en gewoontes. Hoe verder landen uit elkaar liggen hoe groter de culturele verschillen. In voorgaand hoofdstuk werd het reeds duidelijk dat globalisering heeft gezorgd voor één grote wereldwijde markt. Bedrijven gaan er van uit dat er een homogene markt is ontstaan waarbinnen de noden en wensen van alle consumenten steeds meer op elkaar zijn gaan lijken. Dit is echter niet het geval. Producten en reclame werden gestandaardiseerd en verspreid over de hele wereld, maar er is één ding dat we niet uit het oog mogen verliezen en dat is cultuur. Hoe sterk we ook verbonden zijn met elkaar door de opkomst van technologische vooruitgangen, er zal altijd een diversiteit van culturen zijn (Billiet, 2003).

31 ONDERZOEK


3.2.1 Begripsomschrijving Ontstaan De term glocalisering werd voor het eerste gebruikt in Japanse bedrijfspraktijken. Het woord glocalisering is afkomstig van het Japanse woord ‘Dochakuka’ wat betekent globale lokalisatie (Khondker, 2004). Oorspronkelijk vormde het Japanse woord een verwijzing naar een manier om landbouwtechnieken aan te passen aan lokale omstandigheden. Omstreeks 1980 evolueerde het Japanse woord tot een marketing strategie bij Japanse zakenmannen, een globale houding aangepast aan lokale condities (Khondker, 2004). Het was de Britse socioloog Roland Robertson die de term begin jaren negentig introduceerde in Engeland. Later werd het gebruik van de term glocalisatie nog versterkt door de Canadese sociologen Keith Hampton en Barry Wellman met de Poolse socioloog Zygmunt Bauman eind jaren negentig (Robertson, 1995).

Definiëring Concreet kunnen we stellen dat het woord glocalisering een hypogram vormt van de woorden globalisering en lokalisering, dat verwijst naar de wisselwerking tussen het globale en het lokale (Matusitz, 2010). Bij glocalisering hanteert men mondiale strategieën met ruimte voor lokale aanpassingen. Men is zich bewust van lokale en culturele verschillen en met glocalisering speelt men hierop in. Door het wereldwijd verspreiden van gestandaardiseerde reclame en identieke producten bestaat de kans dat de boodschap niet overal goed en positief overkomt omdat er wereldwijd culturele verschillen zijn. Er zijn reeds tal van blunders begaan door geen rekening te houden met culturele verschillen. Zo beging Coca Cola een blunder van formaat toen ze hun merk voor het eerst op de Chinese markt brachten. Coca Cola werd fonetisch vertaald in ‘Ke-kou-kela’ wat in het Chinees ‘paard volgepropt met boenwas’ betekent. Niet meteen de connotatie die Coca Cola in gedachten had. Niet enkel taal kan op die manier voor misverstanden zorgen, ook waarden en normen. Zo ontwikkelde een fabrikant van brilmonturen een affiche waarop dieren stonden afgebeeld met een bril. Waar deze fabrikant echter niet had bij stilgestaan is dat men bijvoorbeeld in Thailand dieren ziet als de laagste vorm van leven. Een Thai wil in geen enkel geval de vergelijking met een dier aangaan (Billiet, 2003). Glocalisering vormt in principe een alternatief voor globalisering waarbij men, in tegenstelling tot globalisering, wel inspeelt op de lokale behoefte van de consument (Matusitz, 2010). Bij glocalisering past men het globale product aan, in functie van de lokale markt. Het product voldoet dan aan de lokale eisen van een specifieke bevolking. Men geniet op deze manier nog steeds van alle voordelen die globalisering te bieden heeft. Zo kan men nog steeds producten wereldwijd verkopen, maar gestandaardiseerde producten worden vervangen of aangevuld door producten die aangepast zijn aan een specifiek gebied.

32


at eg i str ale

g sin as en

ob

np

aa

gl

ale

Globalisering

k lo

eĂŤ n

Glocalisering

Lokalisering

Afb. 5 Illustratieve verduidelijking begrip glocalisering

Disneyland & glocalisering Het is duidelijk dat elk land zijn eigen cultuur heeft met eigen gewoontes, normen, en waarden. Het is dan ook niet gemakkelijk om iets dat gebaseerd is op een andere cultuur op te nemen binnen een bestaande cultuur (Hofstede & Minkov, 2005). Dat dit niet zonder gevolgen gebeurd, ondervond het themapark Disneyland (Matusitz, 2010). Het themapark is van Amerikaanse origine en opende in Amerika zijn eerste park naar Amerikaanse tradities en normen. Bij hun nieuwe vestiging in Parijs werden deze normen en tradities niet aangepast aan de Franse cultuur. Zo zijn Amerikanen van mening dat alcohol en een familie uitstap niet samengaan. Alcohol was dus algemeen verboden in het themapark, zo ook in Parijs. Dit natuurlijk tot groot ongenoegen van de Franse bezoekers, die naar Franse traditie graag een glas wijn consumeren bij de maaltijd. Niet veel later werd dan toch maar alcohol toegelaten in het Franse park. Ook over voeding denken Amerikanen en Fransen anders, zo zien we in het Amerikaanse park enkel fastfood ketens. Daar waar de Franse parkbezoeker graag lang tafelt in een restaurant, met uiteraard een glas wijn. Het was snel duidelijk voor het themapark dat er culturele verschillen zijn en dat het niet mogelijk is om iets zonder enige aanpassing te introduceren in een ander land, met een andere cultuur en andere gewoontes, waarden en normen.

33 ONDERZOEK


3.2.2 Glocalisering & retail Binnen de retail zien we tal van merken en grote multinationals die sinds kort hun gestandaardiseerd assortiment aanpassen aan specifieke landen en gebieden. Steeds meer bedrijven en merken zijn zich bewust geworden van culturele en lokale verschillen. Gestandaardiseerde producten worden vervangen of aangevuld met producten afgestemd op verschillende gebieden. Binnen de retail zien we deze verschuiving van globalisering naar glocalisering in de kledingindustrie maar ook in de voedingsindustrie tot stand komen.

Mag het een maatje meer? Elke cultuur kent zijn eigen kledingdracht, toch zien we steeds meer mensen van verschillende landen dezelfde kleding dragen. Maar er blijven lokale verschillen waar men als retailer moet op inspelen. Zo weten we dat de mensen in Aziatische landen kleiner zijn dan mensen in Westerse landen. Maar ook dat de meeste Amerikanen een maatje meer hebben dan de gemiddelde wereldburger. We zien dan ook steeds vaker dat ketens in Amerika kledinglijnen lanceren voor grote maten, terwijl we deze kledinglijnen in Europa minder frequent tegenkomen. Maar ook kledingkeuze kan verschillen van gebied tot gebied. Zo kan het zijn dat men in een bepaald gebied minder morele problemen heeft om bont te kopen terwijl bont dragen in andere gebieden ’not done’ is (Cbw-Mitex, 2010). Het Nederlandse warenhuis Hema tracht hun winkelassortiment aan te passen naar lokale behoeften. Wanneer Hema een nieuw filiaal opent in een omgeving waar veel kinderen en jonge moeders wonen zal de kinderafdeling daar uitgebreider zijn (Cbw-Mitex, 2010). Niet enkel het winkelassortiment zien we veranderen ten gevolge van glocalisering, ook de winkelinrichting wordt aangepast naar een specifiek gebied. Zo heeft het schoenenmerk Camper ervoor gekozen elke winkel een ander interieur te geven. Zo trachten zij hun omzet te verhogen door in te spelen op de culturele verschillen in diverse gebieden (Camper, 2013).

Links boven: Afb. 6 Camper store Berlijn Links onder: Afb. 7 Camper store Parijs Rechts boven: Afb. 8 Starbucks Amsterdam Rechts onder: Afb. 9 Starbucks Japan

34


Going local Binnen de voedingsindustrie zien we steeds vaker supermarkten die samenwerken met lokale boeren of ondernemers om lokaliteit te promoten. Zo promoot de Nederlandse supermarkt Jumbo onder de naam ‘Lokaal samen sterk’ de samenwerking met lokale boeren en ondernemers om zo hun assortiment te versterken (Cbw-Mitex, 2010). Grote multinationals zijn zich ook bewust geworden van culturele verschillen en lokale behoeften. Een goed voorbeeld hiervan vormt de fastfoodketen McDonald’s. Hun filosofie en hun bekende logo, de gele ‘M’, behouden ze wereldwijd. Maar aanvullend op hun gestandaardiseerde producten bieden ze nu ook cultuurgebonden producten aan. Zo verkopen ze in Frankrijk de McBaguette en in Nederland de McKroket. Frankrijk staat bekend om de ‘baguettes’ en Nederland voor de ‘kroket uit de muur’. Beide producten behoren tot deze landen hun cultuur (Cbw-Mitex, 2010). Maar ook het ontwerp van de gebouwen van de fastfoodketen wordt als gevolg van de glocalisering aangepast aan de specifieke locaties. Zo ziet een McDonald’s in een stadscentrum er anders uit dan in een zakendistrict. De bekende koffieketen Starbucks speelt ook in op de trend van glocalisering. De keten ontwikkelde lokale formules waarmee ze rekening houden met lokale verschillen. In de ene vestiging wordt de koffie sterker gemaakt, in de andere vestiging net wat minder sterk. Maar ook hun interieurs worden aangepast aan elk specifiek gebied, zo ziet een Nederlandse Starbucks er anders uit dan een Japanse Starbucks. De nieuwe interieurs worden niet meer ontworpen vanuit Amerika, maar ter plaatse zelf (Contemporist, 2012).

3.2.3 Conclusie Er zullen altijd culturele en lokale verschillen zijn, het is daarom ook noodzakelijk hier als retailer op in te spelen. Terwijl globalisering geen rekening houdt met lokale en culturele verschillen door wereldwijd gestandaardiseerde producten te verkopen, speelt glocalisering hier wel op in. Gestandaardiseerde producten maken plaats of worden aangevuld met producten die voldoen aan de behoeften van de consument in een specifiek gebied. Glocalisering vormt dan ook geen tegenreactie op globalisering, wel een reactie. Glocalisering vormt een alternatief voor globalisering waar nog steeds globale strategieën gehanteerd worden. Er wordt nog steeds gebruik gemaakt van de voordelen die globalisering te bieden heeft, maar men ondervind ook voordelen door in te spelen op de opkomende behoeften naar lokaliteit. Grote merken die globale strategieën hanteren kunnen door glocalisering inspelen op deze opkomende lokale behoeften, maar mits een aantal aanpassingen toch nog steeds hun producten wereldwijd verkopen. Toch zien we een sterkere reactie op globalisering, namelijk lokalisering. Men gaat hier nog een stap verder en veegt de principes van globalisering volledig van tafel.

ONDERZOEK

35


36


3 Onderzoek 3.3 Lokalisering Het dorp van vroeger is steeds meer gaan lijken op een mondiaal dorp waarvan de burger, zonder het zelf te beseffen, een mondiale burger is geworden. Tijd en ruimte werden steeds onbelangrijker (De Greef, 2007). Maar na jaren van globalisering waar grenzen vervaagden wil de Belg, Europeaan en wereldburger terug naar waar het ooit begon, de lokale gemeenschap. Deze terugkeer naar waar het ooit begon is echter niet zo onlogisch. Niet alleen landsgrenzen verdwenen vanwege globalisering, maar ook zekerheid en overzicht. De burger wil zich weer meer op zichzelf en de lokale gemeenschap focussen, burgers zoeken elkaar opnieuw op in hun leefgemeenschap. Er ontstaan dan ook steeds meer lokale initiatieven die ervoor zorgen dat mensen minder afhankelijk worden van grote internationale bedrijven. Mensen uit de buurt, uit de stad en uit de provincie gaan zich groeperen en streven naar een sterkere lokale economie (Schutten, 2012). In voorgaand hoofdstuk werd besproken dat glocalisering reeds inzag dat er lokale en culturele verschillen zijn, maar lokalisering gaat nog een flinke stap verder. De principes van globalisering worden volledig van tafel geveegd en globalisering slaat om naar lokalisering. EĂŠn grote markt gaat terug naar verschillende kleine markten, waar men lokale strategieĂŤn hanteert en volledig inspeelt op de behoeften van de lokale consument (Cbw-Mitx, 2010). Lokalisering zorgt opnieuw voor culturele differentiatie, welke door globalisering nagenoeg verdwenen was, elke gemeenschap krijgt opnieuw een eigen identiteit (Schutten, 2012).

ONDERZOEK

37


3.3.1 Begripsomschrijving Definiëring We kunnen lokalisering omschrijven als het proces waarbij de principes van globalisering verworpen worden ten gunste van het lokale. Door lokalisering worden regionale en lokale economieën wereldwijd hersteld en beschermd (Hines, 2000). Michael Shuman (2001, p. 28) omschrijft in zijn boek ‘Going Local’ het proces van lokalisering en geeft zo een duidelijk beeld van het begrip.

‘‘

The process of localization does not mean walling off the outside world. It means nurturing locally owned businesses, which use local resources sustainably, employ local workers at decent wages and serve primarily local consumers. It means becoming more selfsufficient, and less dependent on imports. Control moves from the boardrooms of distant corporations and back to the community where it belongs.

Doelstelling

‘‘

Het Provinciaal Instituut voor milieueducatie in Antwerpen berekende dat een eenvoudig blikje ‘tomatensoep met balletjes’ in totaal 32.000 kilometer aflegt vooraleer het in ons bord belandt. Dit blik tomatensoep met balletjes bevat twaalf ingrediënten die uit alle windstreken afkomstig zijn. Wanneer we de transportkilometers van alle ingrediënten samentellen en de afstand die het blikje aflegt alvorens het in ons bord belandt komen we op een 32.000 kilometer (Staes, 2007). Dit is natuurlijk niet aanvaardbaar als we weten dat de zomer het perfecte seizoen is om hier in België tomaten te telen. Lokalisering pleit dan ook voor het reduceren van de wereldwijde handel en transport van goederen. Men wil een systeem van economische subsidiariteit, grote instanties moeten zich onthouden van activiteiten die kleinere gemeenschappen of individuele burgers zelf kunnen verrichten, zoals onder andere het telen van eigen groenten en fruit. Elk goed moet zo lokaal mogelijk geproduceerd worden. En pas wanneer lokale productie geen optie is, kan gekozen worden voor import, en dan nog moet men trachten de afstanden te beperken. Internationale handel is enkel acceptabel voor goederen die echt noodzakelijk zijn en niet dichterbij te produceren zijn, en met minimale impact op het milieu. Zoals bijvoorbeeld het telen van tomaten in de winter niet mogelijk is in België zonder verwarmde serres, of producten als cacao of thee die lokaal onmogelijk geteeld kunnen worden. Lokalisering pleit er voor om de consumptie van goederen die niet lokaal te produceren zijn af te bouwen. Bij lokalisering gaat het erom een betere balans te vinden tussen lokale, regionale, nationale en internationale markten waarbij men niet zomaar alles wereldwijd gaat aankopen. Maar wel zoveel mogelijk dichterbij tracht te bekomen om zo het milieu niet extra te belasten (Kenis, 2009). We kunnen stellen dat lokalisering zich voor een groot deel afzet tegen globalisering, men gaat terug naar vroeger toen elk gebied zijn eigen producten produceerde, en dit met respect voor de natuur.

38


Afb. 10

11 Albert Reichmuth, Zwitserland

3.3.2 Lokalisering & retail, een opkomende trend Elk product een eigen identiteit Door de opkomende trend van lokalisering binnen de retail keren we terug naar waar het ooit begon, lokale buurtwinkels en kleine zelfstandigen die lokale en streekgebonden producten verkopen afgestemd op de behoeften van de lokale consument. Onder invloed van globalisering zijn producten alsmaar vaker anoniem, en vertonen geen herkenbaar gelaat waardoor de consument verder van het product komt te staan. Dit zorgt echter voor het tegenovergestelde effect bij de consument, en zo wordt de lokale identiteit en het herkenbare terug aantrekkelijk. Men wil winkelen waar men zich vertrouwd voelt, niet alleen met de winkel maar ook met het product. (Voedselteam, 2009). De consument is ook steeds meer ge誰nteresseerd in de herkomst van producten, men wil niet alleen weten maar ook zien waar de producten vandaan komen (Cbw-Mitex, 2010). Steeds vaker zien we dan ook retailers die inspelen op deze behoeften en weer lokaal geproduceerde en streekgebonden producten gaan verkopen.

Retail design Niet enkel het winkelassortiment wordt samengesteld op basis van lokale producten, ook winkelinterieurs worden ingericht met lokaal bekomen en herbruikbare materialen. Zo opende in Zwitserland een Albert Reichmuth wijnwinkel waarvan het interieur is opgebouwd uit 1500 oude wijnkisten (OOS, 2010). Een sobere, maar wel zeer herkenbare vormgeving voor elke wijnliefhebber. Het interieur is een ontwerp van het Zwitserse architectenbureau OOS. Door zowel het winkelassortiment, alsook het winkelinterieur samen te stellen op basis van zaken die van lokale herkomst zijn kan men een totaalconcept bekomen, en zo inspelen op de lokaliteitsbehoeften van de consument. Deze lokaliteitsbehoeften zien we vooral tot uiting komen binnen de voedingsindustrie. De behoefte naar lokaal geteelde, streekgebonden en seizoensgebonden producten neemt steeds meer toe (Sint, 2011). Maar ook vaker zien we dat de consument zelf aan de slag gaat met het telen van eigen groenten en fruit.

ONDERZOEK

39


3.3.3 Local food Definiëring De voorbije jaren is de interesse naar lokaal bekomen voedsel pijlsnel omhoog gegaan, als reactie op gestandaardiseerde producten en massaproductie. Local food kan gedefinieerd worden als voedsel dat afkomstig is uit een specifiek gebied, meestal tussen maximaal dertig en vijftig kilometer van waar het voedsel verkocht wordt. In Amerika krijgen winkels die local food verkopen de naam Farmers’ markets. Producten worden bijna recht vanuit het veld verkocht aan de consumenten. Echter door de sterke industrialisatie was het aantal Farmers’ markets sterk gedaald. Ze moesten opboksen tegen de grote bedrijven binnen de voedingsindustrie waar producten in massa’s worden geproduceerd en tegen een lagere prijs verkocht worden. Maar recent zijn de Farmers’ markets aan een sterke inhaalbeweging begonnen, ze zijn terug van weggeweest (McEachern et al., 2010).

Lokaal & seizoensgebondenheid Het is nog niet zo lang geleden dat er uitsluitend seizoensgebonden en lokale producten op ons bord terecht kwamen. Maar de technologische vooruitgang op vlak van onder andere transport bracht daar verandering in. Het werd steeds makkelijk voedsel te produceren, verwerken, verpakken en wereldwijd te transporteren. Vandaag de dag vinden we dan ook het hele jaar door voedsel afkomstig uit alle windstreken. Vroeger vonden we aardbeien en druiven enkel in de zomer en witloof en spruiten enkel in de winter, nu voeren we deze buiten het seizoen in vanuit andere landen. Wanneer we lokaal produceren én eten is de voedselketen kort. Voedsel wordt dichtbij aangekocht, met minder transport. Zo komen we automatisch terecht bij onze eigen lokale landbouwers. Het voedsel is verser, gezonder, meer streekeigen en seizoensgebonden. Zo eten we dan ook het hele jaar door gevarieerd, steeds andere producten (EcoEdges, 2013). De principes van lokalisering binnen de voedingsindustrie zijn te vergelijken met de principes van de slow Food beweging. Om deze vergelijking te verduidelijken is het noodzakelijk om dieper in te gaan op de slow Food beweging. Afb. 12 Farmrs’ Market

40


Slow food beweging Slow food vormt een Italiaans antwoord op globalisering. Het ontstaan van de beweging wordt vaak gelinkt aan de vestiging van een McDonald’s filiaal aan de Spaanse trappen op het Piazza di Spagna in Rome in 1986. Een fastfoodketen op een historische plaats was volgens de Romeinen onbegrijpelijk. Echter in werkelijkheid kent het ontstaan van de Slow Food beweging een veel rijkere geschiedenis, die begint bij Carlo Petrini, de Italiaanse oprichter (Honoré, 2004). Bra, het geboortedorp van Petrini en de hoofdvestiging van de Slow Food beweging, staat bekend voor zijn kaas, rode wijn en truffels (Slow Food, 2005). Alvorens de industrialisatie toesloeg, was een groot deel van de bevolking actief als boer. Maar door de industrialisatie kregen de boeren het economisch moeilijk en waren ze genoodzaakt in de industrie te gaan werken, waardoor ook steeds minder streekproducten geproduceerd werden. Carlo Petrini was actief binnen een nationale politieke partij, maar wilde de cultuur in zijn eigen streek redden van de industrialisatie die ervoor zorgde dat alles wat eigen was aan de streek en zijn cultuur verdween (Petrini, 2004). Hij wilde hiermee de boeren in deze moeilijke periode steunen door ze te helpen hun producten aan de man te brengen. Hij wou de Italiaanse bevolking opnieuw leren genieten van de lokale Italiaanse gastronomie. De beweging werd steeds groter en Petrini ging zich meer en meer inzetten voor het behoud van lokale en traditionele keukens en het behoud van gewassen, zaden, dieren en landbouwgebruiken van elk specifiek gebied. Ondertussen is de Slow Food beweging uitgegroeid tot een internationale non-profit organisatie, die ondertussen actief is in vijftig landen (Slow Food, 2005). De filosofie van Slow food kan omschreven worden als het opnieuw leren genieten van ambachtelijk eten. Men streeft naar het behoud van lokale gastronomie waarmee men reageert op de industrialisatie die zorgt voor de homogenisering van de voedingsindustrie. Ze streven naar het behoud van diversiteit en naar lekker en puur eten dat op een eerlijke en respectvolle manier wordt geproduceerd. Daarnaast vormt de beweging ook een reactie op de fastfoodketens (Slow Food, 2005). De Slow Food beweging bezit een aantal subgroeperingen waaronder ‘De ark van de smaak’, die trachten vergeten streekproducten van de vergetelheid te redden door deze producten en de productieprocessen te inventariseren. Ondertussen werden er wereldwijd reeds 750 producten geïnventariseerd (Slow Food, 2005). Het is duidelijk dat de principes van slow food sterk overeen komen met de principes van lokalisering. Opnieuw appreciatie krijgen voor lokale en streekgebonden producten die bekomen zijn met respect voor de natuur. We zien dan ook steeds vaker consumenten die zelf aan de slag gaan met het telen van eigen groenten en fruit.

Afb. 13 De slak, het logo van de Slow food beweging

41 ONDERZOEK


Eigen kweek eerst, de heropleving van de moestuin Lokaal geteelde producten genieten steeds meer de voorkeur van de consument. Alles moet zo vers mogelijk zijn, dus zo dicht mogelijk bij huis gehaald kunnen worden. Restaurants leggen massaal een eigen moestuin aan met producten die ze dan verwerken in hun gerechten. Maar ook de consument zelf gaat aan de slag, consumenten die verse producten willen en bekommert zijn om het milieu gaan zelf weer telen. Moestuinen duiken overal op. Op het platteland, in de stad, zelfs op het balkon van een appartement in het midden van een stadskern. Het telen van eigen producten is opnieuw een trend. Er zijn ondertussen tal van uitvindingen die het mogelijk maken om op een kleine oppervlakte producten te telen. Van kleine moestuintafels tot flessen waar kruiden in groeien. We zien steeds meer groen opduiken. Grote steden richtten gemeenschapstuinen op, zodat wonen in de stad geen beperking meer vormt om zelf te tuinieren en groenten en fruit te telen. Braakliggende terreinen worden gebruikt om stadstuinen op te richten en zo de stad een groener uitzicht te geven. Zo richtte men in Antwerpen aan linkeroever Biodroom op. Biodroom vormt een gemeenschappelijke moestuin waar men kan komen tuinieren en workshops volgen. De gemeenschapstuin vormt ook nog eens een plaats waar Antwerpenaren elkaar ontmoeten. Biodroom is een initiatief van de Antwerpse cultuurcentra in samenwerking met Ecohuis en de stedelijke dienst Samen Leven om de Antwerpse stadbewoners te inspireren zelf te gaan tuinieren. Er wordt getuinierd in zogenaamde big bags die men voor een beperkte prijs kan aanschaffen (Stad Antwerpen, 2013).

Local food als mediatrend Ook de media speelt in op de behoefte naar lokale en seizoensgebonden producten. Zo ontwikkelde leefmilieu Brussel de app. ‘Recepten4seizoenen’, een app. voor de smartphone waarmee men in een mum van tijd te weten komt welk seizoen welke groenten en fruit biedt. Maandelijks geeft deze app. nieuwe recepten uit op basis van producten die men gedurende die maand vers kan telen of kopen. Daarnaast is er ook een kalender die, per maand, een overzicht geeft van de producten die men vers kan verkrijgen (Leefmilieu Brussel, 2013). De opkomende trend van het telen van eigen groenten en fruit zien we ook in de televisiewereld. Zo ontwikkelde de televisiezender VIER het programma ‘De moestuin volgens Wim’. Dit programma laat zien hoe men zelf groenten en fruit kan telen in een moestuin. Stap voor stap wordt aan de kijker uitgelegd hoe men eigen producten moet telen en geeft men de kijker informatie over seizoensgebonden producten.

42

Afb. 14 ‘Recepten4seizoenen’ app.


3.3.4 Conclusie We mogen besluiten dat het streefdoel van lokalisering het tegenovergestelde vormt van het streefdoel van globalisering. Waar globalisering streeft naar ĂŠĂŠn grote wereldwijde markt, streeft lokalisering naar verschillende kleine markten waarbij men inspeelt op de behoeften van de lokale consument. Waar globalisering gekenmerkt is door gestandaardiseerde producten, massaproductie en wereldwijde transport is lokalisering gekenmerkt door streekgebonden en lokale producten. Men tracht alles zo dicht mogelijk bij huis te halen om het milieu zo min mogelijk te belasten. Elk gebied produceert opnieuw zijn eigen producten die lokaal verkocht worden. Producten worden niet meer wereldwijd verspreid, maar blijven bij de bron en worden aan de lokale consument verkocht. Lokalisering zien we vooral binnen de voedingsindustrie tot uiting komen. Producten worden opnieuw lokaal geteeld om zo de afstand tussen grond en mond zo klein mogelijk te houden. Momenteel is er een opkomst van retailers en restaurants die trachten in te spelen op de opkomende behoefte naar lokaliteit. In het volgend hoofdstuk bespreek ik dan ook vier cases binnen de voedingsindustrie waar men tracht in te spelen op deze opkomende behoefte. Bij elk van deze cases staat lokaliteit en streekgebondenheid centraal. De cases die ik heb uitgevoerd zijn allemaal in Nederland gelegen omdat ze daar gewoon veel verder staan in het inspelen op deze trend en de behoefte naar lokale producten.

ONDERZOEK

43


44


3 Onderzoek 3.4 Case studies Binnen dit hoofdstuk behandel ik als eerste de Kas, een restaurant en kwekerij. Als tweede Villa Augustus, een hotel-restaurant en een markt-café. Als derde Moes, een eet- en drinklokaal gelegen beneden een kunstgalerij. En als laatste de Marqt, een relatief nieuw concept van supermarkt. Elke case is verschillend maar ze hebben toch één gemeenschappelijk iets, zo lokaal mogelijk werken. Producten worden zo dicht mogelijk bij de bron gehaald om de afstand tussen grond en mond zo klein mogelijk te houden. Bij elke case bespreek ik drie grote pijlers die ook binnen mijn project belangrijk zijn, namelijk geschiedenis, locatie en concept. Ten eerste behandel ik de geschiedenis. Enerzijds wordt de geschiedenis van elk pand besproken, anderzijds het ontstaan van het project. Deze twee kunnen gekoppeld zijn of los staan van elkaar. Als tweede behandel ik de locatie. De site die ik gekozen heb voor mijn masterproject is vrij afgelegen, dus tracht ik na te gaan of dit een invloed kan hebben op het aantal potentiële bezoekers. Als laatste behandel ik het algemene concept, waarbij ik uitzoek wat elk project precies inhoudt, wat men precies doet en hoe men dit vertaalt naar een interieurontwerp. Uiteindelijk zal ik bij elk project een conclusie vormen waarin ik mijn mening geef omtrent het project. Finaal schrijf ik dan een algemene conclusie van de uitgevoerde case studies.

ONDERZOEK

45


Boven: Afb. 15 Archiefbeeld, 1928 Onder: Afb. 16 De herbouwde kweekkas

46


3.4.1 De Kas De Kas is een oude kweekkas die herbestemd werd tot restaurant, gelegen in een rustig park net buiten het Amsterdamse stadscentrum. Bij de Kas gebruiken ze dagverse producten die geteeld worden in hun eigen kweekkas. Ze trachten op die manier de afstand tussen grond en mond zo klein mogelijk te houden.

3.4.1.1 Geschiedenis Stadskwekerij De plaats waar restaurant de Kas gelegen is, was oorspronkelijk een meer, het Watergraafsmeer. In 1692 werd dit meer volledig drooggelegd waardoor een open vlakte ontstond. Tal van Amsterdammers kwamen naar het nieuwe land en bouwden er buitenverblijven, die echter later weer werden afgebroken, met uitzondering van ĂŠĂŠn gebouw. Dit gebouw werd opgekocht door een zekere Izaak Balde die de woning de naam Frankendael gaf. In 1835 werd het gebied opengesteld voor de burgerij en werd het park een ware pleziertuin waar men onder andere kon wandelen en ontspannen. In 1866 werd woning Frankendael alsook het park gekocht door de koninklijke Nederlandse tuinbouwmaatschappij Linnaeus. Die transformeerde het park in een boomkwekerij. Later, in 1882, werd de woning en het park opnieuw verkocht, ditmaal aan de gemeente Amsterdam die er de Amsterdamse stadskwekerij in onderbracht. In 1926 werd de kweekkas gebouwd die dienst deed binnen de stadskwekerij. In 1998 werd de stadskwekerij opgeheven en kwam de kweekkas zonder functie. Na jarenlange leegstand zou de kweekkas gesloopt worden (Iamsterdam, 2013). Kok Gert Jan Hageman zag deze sloop niet zitten en had andere plannen met de oude kweekkas. In 2001 diende hij een aanvraag in om dit unieke stuk geschiedenis om te bouwen tot restaurant en kwekerij. De stad Amsterdam zag deze herbestemming oorspronkelijk niet zitten, maar na lang overleg werd de aanvraag dan toch goedgekeurd. Samen met de Nederlandse ontwerper Piet Boon herbestemde Gert Jan Hageman de oude kweekkas tot restaurant en kwekerij (De kas, 2013). De Kas Gedurende de herbestemming heeft men ervoor gekozen het volledige gebouw in oorspronkelijke staat te herbouwen. Dit resulteerde in een groot, modern glazen gebouw. De herbouwde nieuwe kweekkas biedt dan ook tal van mogelijkheden. Zo is er naast het restaurant ook een kweekkas waar verse producten worden geteeld. De plaats van deze kweekkas werd strategisch gekozen, elke restaurantbezoeker passeert namelijk eerste langs deze kweekkas en wordt dusdanig ook meteen gewezen op het gebruik van verse producten. Daarna komt men in het restaurant, gevestigd in het acht meter hoge glazen gebouw met daarin een halfopen keuken. Naast het publieke restaurant is er ook de mogelijkheid een gesloten diner of receptie te organiseren in een apart gedeelte. Daarnaast is er ook nog een vergaderruimte die gehuurd kan worden. De Kas is dus veel meer dan enkel een restaurant (Smits, T. persoonlijke communicatie, 7 februari 2013). Twaalf jaar later, in 2013, is de Kas een druk bezocht restaurant waar jaarlijks meer dan vijftigduizend gasten over de vloer komen.

47 ONDERZOEK


3.4.1.2 Locatie De kas is gelegen ten zuiden van het Amsterdamse stadscentrum, in park Frankendael. Een park met bijzondere ecologische en cultuurhistorische elementen. Iedere laatste zondag van de maand vindt in het park ‘de pure markt’ plaats, waar men, zoals de naam reeds verraad, pure producten kan kopen. Naast dit culinaire aspect zijn er ook tal van tuinen aanwezig in het park, waaronder de romantische siertuin van Huise Frankendael, een volkstuin en een schoolwerktuin. (Lems & Meijer 2012). Doordat het park omringd is door een sloot is dit enkel te betreden via een aantal voetgangersbruggen. Het park is autovrij, (Iamsterdam, 2013) echter rondom het park zijn er voldoende parkeermogelijkheden voor auto’s. Eenmaal in het park komt men terecht in een oase van rust, waar de natuur centraal staat. Park Frankendael vormt een prachtige locatie, maar in feite wel vrij afgelegen. Toch is de Kas een zeer gekend en druk bezocht restaurant.

3.4.1.3 Concept Algemeen concept Het concept van de Kas kan omschreven worden als het werken met super-verse producten die geteeld worden met respect voor de natuur. Dit is enkel mogelijk door het werken met seizoensgebonden producten. Een deel van deze producten wordt ter plaatse geteeld in de kweekkassen of in de kruidentuin. De producten die men hierin terugvindt zijn dus vanzelfsprekend seizoensgebonden. In de winter vindt men hier onder andere witloof en rabarber en in de zomer onder andere tomaten en sla. Naast de eigen kweekkas bezit de Kas nog een stuk akker in het Beemster, een drooggelegd poldergebied in Noord-Holland, waar ook verse producten geteeld worden. Dit stuk akker is een tiental kilometer buiten Amsterdam gelegen (Smits, T. persoonlijke communicatie, 7 februari 2013). Oprichter en eigenaar Gert Jan Hageman was zelf jarenlang kok in de Kas maar besloot in 2008 om de dagelijkse leiding over het stuk Beemsterakker op zich te nemen. Zowel op het Beemster als in de kweekkas in de Kas zelf zijn dagelijks mensen in de weer om ervoor te zorgen dat men in het restaurant met dagverse producten kan werken. Omdat het niet mogelijk is alle producten zelf te telen, koopt de Kas dagelijks aanvullend op hun eigen oogst verse producten bij milieubewuste boeren uit de omgeving van Amsterdam (De kas, 2013). Doordat men met dagverse producten werkt wordt er dagelijks slechts één menu geserveerd, zowel op de middag als in de avond. Desondanks de beperkte keuze van producten vanwege de seizoensgebondenheid is men toch enorm creatief met gerechten. Aanvullend op hun zelf geteelde producten wordt vis of vlees geserveerd bij het menu (Smits, T. persoonlijke communicatie, 7 februari 2013). De koks ziet men in de open keuken koken met verse producten die letterlijk regelmatig gehaald worden uit de kweekkassen of in de kruidentuin. De afstand tussen grond en mond is bijzonder klein wat zorgt voor een uitstekende kwaliteit van de gerechten.

48


Vertaling concept De architectuur en de sfeer in het restaurant zijn bijna even indrukwekkend als het concept en het eten dat men er serveert. Doordat men zich in een glazen volume bevindt lijkt het alsof men buiten in Park Frankendael zit. Ondanks het feit dat het concept van lokaliteit niet meteen terug te vinden is in het interieur, er zijn bijvoorbeeld geen materialen gebruikt vanuit de naaste omgeving en er werden ook geen materialen hergebruikt, is de lokaliteit toch aanwezig vanwege het contact met de naaste omgeving. Het glazen volume zorgt niet alleen voor contact met de naaste omgeving, overdag zorgt het voor veel lichtinval in het restaurant, en ‘s avonds zorgen grote verlichtingselementen voor een gezellige sfeer in het restaurant (Smits, T. persoonlijke communicatie, 7 februari 2013). Als laatste wordt het concept van lokaliteit versterkt door de producten ter plaatse te telen. Men heeft er ook voor gekozen om dit op een, voor de bezoekers, zichtbare plaats te doen. Elke bezoeker zal op die manier de herkomst van de producten achterhalen en zo ook meteen het concept.

3.4.1.4 Conclusie De kas vormt naar mijn mening een sterk concept waarmee men inspeelt op de stijgende behoefte naar lokale producten. Toch vormt het geen totaalconcept waarbij lokaliteit terug te vinden is in elk detail. We zien wel een duidelijke samenhang in het restaurant. Alles straalt een zekere klasse uit en is perfect tot in detail afgewerkt. Van bediening, tot het interieur en de presentatie van de gerechten. Het is deze lijn van klasse die overal terug te vinden is en zo zorgt dat de Kas toch een totaalconcept vormt. Hoewel de Kas een vrij afgelegen restaurant is, vormt dit duidelijk geen obstakel voor bezoekers en vinden steeds meer mensen hun weg naar het restaurant. Ik kan stellen dat de Kas een stijlvol restaurant is waarbij lokaliteit zich vertaalt in de geserveerde gerechten waarbij men werkt met zelf geteelde en verse producten. Het telen van producten ter plaatse vormt dan ook een belangrijk deel van het restaurant.

Boven: Afb. 17 De kweekkas Onder: Afb. 18 De grote eetzaal ontworpen door Piet Boon

ONDERZOEK

49


Boven: Afb. 19 Archiefbeeld, 1930 Onder: Afb. 20 Het herbestemde complex

50


3.4.2 Villa Augustus Villa Augustus is een oud waterzuiveringsbedrijf dat herbestemd werd tot restaurant, cafĂŠ, winkel en hotel waarbinnen het telen van eigen producten centraal staat. Het lokale concept is er volledig doorgetrokken. Zowel de gerechten, het interieur alsook het exterieur staan volledig in teken van lokaliteit.

3.4.2.1 Geschiedenis Dortse watertoren Eeuwenlang dronken de mensen onzuiver water uit sloten, grachten en rivieren met ziekten tot gevolg. Ter verbetering van de volksgezondheid besloot men het water te gaan zuiveren. Eind 19e eeuw verschenen er dan ook in heel Nederland watertorens die deel uitmaakten van een waterzuiveringssysteem. De imposante watertoren van Dordrecht werd gebouwd in 1882, langs de rivier het Wantij. Het waterzuiveringsproces ging als volgt: het water uit de rivier werd gebufferd in grote waterbekkens rondom de watertoren. In deze bekkens werd het water gefilterd door middel van zandfilters. Daarna werd het zuivere water naar reinwaterkelders onder de watertoren gepompt, vervolgens werd het water omhoog gepompt en opgeslagen in het waterreservoir die zich helemaal bovenaan de watertoren bevond. Van daaruit stroomde het water omlaag en kwam deze door middel van gravitaire druk terecht in de waterleidingen die Dordrecht en omgeving voorzagen van zuiver water (Prak, 2011). Gedurende de tweede helft van de 20ste eeuw werd het drinkwatervoorzieningssysteem dat berust op gravitaire druk, zoals net aangehaald, vervangen door een pompsysteem. Rivieren raakten steeds meer vervuild door de industrialisatie (eind 19e eeuw) waardoor het water moeilijk te zuiveren was. Het zuiveren van rivierwater werd vervangen door het zuiveren van grondwater. Dit zorgde voor een heel nieuw zuiveringssysteem. Voor dit nieuwe zuiveringssysteem werd een pompgebouw en filtergebouw gebouwd. Het pompgebouw werd gebouwd in 1942 en vormde het centrale hart van het waterbedrijf (Prak, 2011). Omstreeks 1980 werden nieuwe zuiveringstechnieken ontwikkelt waardoor watertorens overbodig werden. De meeste watertorens werden afgebroken, de Dortse watertoren bleef echter staan, maar verkommerde jaar na jaar. Het water rondom het complex kwam droog te staan, bakstenen vielen uit de muren en het bedrijf Eneco bouwde een magazijn tegen de watertoren. Het was dus allerminst aantrekkelijk om deze site te herbestemmen (Prak, 2011). Villa Augustus Het verhaal van Villa Augustus begint bij drie personen, namelijk Daan van der Have, Hans Loos en Dorine de Vos. Samen hadden zij het voormalige hoofdkantoor van de Holland-Amerikalijn in Rotterdam herbestemd tot hotel-restaurant New York (Villa Augustus, 2013). Gedurende een lezing die van der Have in 2003 gaf in Dordrecht naar aanleiding van hun succesvolle Rotterdamse project werd hij gewezen op de leegstand van het Dordtse waterzuiveringsbedrijf. Echter aantrekkelijk was deze site hoegenaamd niet, een verwaarloosd gebied met de imposante watertoren met daartegen het Eneco-magazijn en daarrond hopen bouwafval. Van der Have toonde geen interesse in deze site tot hij samen met Loos een archieffoto uit 1930 onder ogen kreeg.

ONDERZOEK

51


Het gebouw lag als een kasteel op een schiereiland in het Wantij. Ze waren meteen overtuigt dat de site om te toveren was in een bloeiende horecazaak. Ook Dorine de Vos was meteen enthousiast bij het zien van de archieffoto. Al snel ontstonden de eerste plannen voor een nieuwe herbestemming. In september 2005 werd de overeenkomst getekend tussen de drie nieuwe eigenaars en de gemeente Dordrecht. Het pompgebouw en de watertoren werden eigendom van de drie nieuwe eigenaars terwijl de grond in eigendom bleef van de gemeente Dordrecht. De nieuwe eigenaars stelden een aantal eisen aan de gemeente Dordrecht. Zo moest men het water rondom het complex opnieuw aanleggen en de onvruchtbare grond waar de voormalige waterbekkens lagen moest vervangen worden door vruchtbare grond voor het telen van groenten en fruit (De Vos, D. persoonlijke communicatie, 30 maart 2013). In 2006 gingen de werken van start. Het gigantische Eneco-magazijn werd gesloopt en al het puin werd geruimd. Daarna kon men met de restauratie en de inrichting van de watertoren en het pompgebouw starten (Prak, 2011). Gedurende de hele restauratie en herinrichting was het belangrijk om de oude identiteit te behouden, de oorspronkelijke functie moest duidelijk zichtbaar blijven. En dit is zeker en vast gelukt, naast alle vernieuwingen is de oorspronkelijke functie nog steeds zichtbaar. In het oude pompgebouw dat vooraan gelegen is, bevindt zich momenteel een restaurant en een winkel. Achteraan in de oude watertoren bevindt zich een hotel. Tussen beide gebouwen is er een moestuin, die gezien wordt als het kloppend hart van Villa Augustus. Wie Villa Augustus via de voordeur betreedt, zou wel eens kunnen denken dat hij de verkeerde deur heeft genomen. Van een hotel of restaurant is hier nog helemaal niets te merken. Men komt meteen terecht in de markt, een kleine winkel die diverse spullen verkoopt. Zo vindt men hier groenten, zaden maar ook souvenirs en boeken (Villa Augustus, 2013). Verder is er een bakkerij die zorgt voor de geur van verse gebakken brood en koekjes. Het brood wordt verkocht maar ook gebruikt in het restaurant. Een smalle doorgang verbindt de markt met het restaurant. Het restaurant vormt een grote open ruimte met centraal in het midden een open keuken. Vanuit het restaurant heeft men zicht op de moestuin waar men de producten teelt die geserveerd worden in het restaurant. Achter de moestuin is de watertoren gelegen die verbouwd werd tot hotel. Deze is zes etages hoog met in totaal 32 kamers. De oorspronkelijke functie en industriële stijl is nog steeds duidelijk zichtbaar.

‘‘

Augustus laat het voorjaar komen en in de zomer overgaan maar ook in ’t najaar en de winter zal Augustus als een toren bij vlij en wantij blijven staan Jan Eijkelboom, 2007

52

‘‘


3.4.2.2 Locatie Villa Augustus is gelegen in Dordrecht, in het hartje van Nederland, te midden van een rivierenlandschap. Op het kruispunt waar de rivieren de Merwede, de Noord en de Oude Maas samenkomen. Het complex is dan ook voor een groot deel omsloten door water. Achteraan het complex liggen taxiboten die bezoekers van en naar Villa Augustus vervoeren (Villa Augustus, 2013). Villa Augustus bevindt zich tussen de rivier het Wantij en een drukke baan, op een vijftien minuten wandelafstand van het historisch centrum van Dordrecht. Er komen dus dagelijks tal van passanten langs het complex. Langs de site is een nieuwe woonwijk gevestigd, de stad Dordrecht hoopt dat de herbestemming van het waterbedrijf een gebiedsontwikkeling tot gevolg zou hebben (De Vos, D. persoonlijke communicatie, 30 maart 2013).

Afb. 21 De oude Dortse watertoren herbestemd tot hotel

53 ONDERZOEK


3.4.2.3 Concept Algemeen concept Villa Augustus vormt een nieuw horecagebeuren waarbinnen het telen van groenten en fruit centraal staan. Dit nieuwe project kreeg de naam Villa Augustus, verwijzend naar een oud Romeinse Villa met lusttuinen en naar de oogstmaand augustus (Prak, 2011). De tuin vormt het kloppend hart van Villa Augustus, deze is dan ook centraal gelegen tussen de watertoren en het pompgebouw. Het complex vormt een ommuurde, besloten wereld waarin men te midden van het groen kan slapen en eten. Centraal in deze besloten wereld bevindt er zich een tuin die voor iedereen toegankelijk is, zo kunnen mensen kennis maken met het telen en eten van verse groenten en fruit. De moestuin van Villa Augustus brengt alles voort van de vier verschillende seizoenen. Wat gedurende het seizoen rijp is, is bepalend voor wat er op de menukaart staat. De gerechten vormen dan ook een evenbeeld van wat er in de tuin dat seizoen geoogst wordt. De menukaart verandert hierdoor dan ook bijna wekelijks. Zo vindt men op het menu onder andere in het najaar pompoenpuree, in de zomer kersenijs, in de lente raapstelen en in de winter boerenkoolsoep. Ieder seizoen levert zijn ingrediĂŤnten waar de koks van Villa augustus mee aan het werk gaan. Katrien Prak (2011, p. 39) omschrijft in haar boek dat streegebondenheid zeer belangrijk is in Villa Augustus. ‘Alles kent zijn beste moment om te oogsten en te eten, en als dan de tijd tussen oogst en eten ook nog eens kort is en de afstand tussen tuin en tafel klein, geniet men van de allerbeste producten’. Hoewel de tuin van Villa Augustus ongeveer 2000 vierkante meter telt, komen toch niet alle geserveerde producten van eigen bodem. Aanvullend gebruikt men producten uit de naaste omgeving en zelfs uit gans Europa, maar enkel en alleen als deze producten biologisch en op een verantwoorde manier zijn geproduceerd (De Vos, D. persoonlijke communicatie, 30 maart 2013).

54


Vertaling concept Het concept van lokaliteit vindt men niet enkel terug in de manier van voedsel telen en verwerken. Villa Augustus vormt een totaalconcept waarbinnen alle aspecten berusten op het concept lokaliteit. Zowel het interieur als het exterieur berusten op het principe ‘benutten van datgene dat reeds aanwezig is. Bewust omgaan met toeval waarmee je een eigen logica creëert’ (Prak, 2011). Zoals reeds aangehaald is de site volledig ommuurd, hiervoor heeft men gebruik gemaakt van materialen die reeds aanwezig waren. Grote brokken puin die afkomstig waren van de sloop van een aantal waterbekkens vormen de basis voor deze nieuwe muur. Ditzelfde gebeurde ook met stoeptegels en klinkers, ook deze werden opnieuw gebruikt in de tuin. Hergebruik zien we ook terug binnen het interieur van het restaurant, de markt en het hotel. Gedurende de restauratie heeft men zoveel mogelijk trachten te behouden en te hergebruiken. Zo kregen oude cirkelvormige tankbakken die oorspronkelijk dienst deden in het pompgebouw een nieuwe functie als afscheiding tussen de open keuken en het restaurant. Ook stoelen en tafels zijn tweedehands en kregen een nieuw leven in het restaurant. Zelfs oude keukenhanddoeken worden hergebruikt als servetten. Tot in het kleinste detail is het principe van hergebruik doorgetrokken (De Vos, D. persoonlijke communicatie, 30 maart 2013).

3.4.2.4 Conclusie Link: Afb. 22 Restaurant in het oude pompgebouw Rechts: Afb. 23 Restaurant, de herbruikte tankbakken

Naar mijn mening vormt Villa Augustus een zeer mooie herbestemming. Men heeft gedurende de herbestemming met respect omgegaan met het bestaande om zo tot iets nieuws te komen. Bestaande elementen werden bewaard en indien nodig gerestaureerd en ‘nieuwe’ elementen, die reeds een leven hebben gehad, werden toegevoegd. De moestuin die gelegen is tussen de watertoren en het pompgebouw zorgt ervoor dat de site één geheel vormt. Niet enkel letterlijk verbindt het de twee gebouwen, ook figuurlijk zorgt deze moestuin voor een verbinding tussen de twee gebouwen. Het telen van eigen producten in het midden van domein Villa Augustus vormt dan ook de basis voor het hele concept. Dit concept wordt nog versterkt door onder andere de sfeer die in en rond de gebouwen hangt, het materiaalgebruik, de bediening, enzovoort. Villa Augustus hanteert een duidelijk totaalconcept. Hoewel de site vanuit de straatkant niet meteen uitnodigend is, het is nogal vrij besloten, is Villa Augustus een gekend horecagelegenheid dat tal van bezoekers aantrekt. Niet alleen door de herbestemming, maar ook door het interieur, de sfeer en het werken met verse producten vinden mensen hun weg naar villa Augustus.

55 ONDERZOEK


Boven: Afb. 24 Appel + Moes, straatbeeld Onder: Afb. 25 Ingang Moes in het souterrain

56


3.4.3 Moes Moes is een eet- drinklokaal gelegen aan het havenfront in Amsterdam onder kunstcentrum de Appel. Moes staat helemaal in teken van lokaliteit. Van de gerechten die zijn samengesteld op basis van lokale producten, al dan niet afkomstig uit hun eigen kleine moestuin, tot het interieur dat is samengesteld op basis van lokaal bekomen en hergebruikte materialen.

3.4.3.1 Geschiedenis Zeeman’s Hoop Het historisch pand waar Moes is ondergebracht heeft een rijke geschiedenis vol tabak, zeemannen, drugs, meditatie en muziek, en was gekend onder de naam Zeeman’s hoop. De verklaring van deze benaming is terug te vinden in de geschiedenis van het pand. Het pand is gelegen aan het Waalseiland in Amsterdam, meer bepaald aan de Ij-zijde waar woonhuizen en bedrijfsgebouwen gevestigd zijn. Destijds vormde deze buurt het centrum van de internationale handel. Jan Agges Scholten was tabaksfabrikant en had een fabriek op het Waalseiland. Begin 18de eeuw kocht hij in de Prins Hendrikkade het gebouw langs zijn woonhuis die hij dan samen met zijn eigen woonst liet verbouwen tot herenhuis Scholtenburg. Na de dood van Scholten had het huis verschillende bewoners. Zo kwam het pand in 1828 in handen van het Koninklijk college Zeemanshoop, vanwaar de naam, een soort van vakbond die een ontmoetingsplaats vormde voor zeelieden. Er werden een aantal aanpassingen gedaan aan de woning, zo werd er een zaal bijgebouwd vanwaar kapiteins uitzicht hadden over het havenfront. In 1864 verhuisde het Koninklijk college Zeemanshoop en kreeg het pand een nieuwe functie als school. De grote zaal die gedurende het verblijf van het Koninklijk college Zeemanshoop werd bijgebouwd, werd onderverdeeld in vier klaslokalen. Nadat ook de school verdween vormde het pand in 1931 de thuisbasis voor een jeugdafdeling van de sociaal - democratische arbeidspartij. Een aantal jaar na hun intrek in het pand werd het gebouw gedeeltelijk gemoderniseerd. Nadat ook weer de sociaal- democratische arbeidspartij het pand verliet kwam het in handen van de stichting Ankerclubhuiswerk in 1968. Zij stelden de kelder ter beschikking voor de poppodia Fantasio. De kelder werd een belangrijke plaats voor de jongerencultuur waar bekende groepen als Pink Floyd en Led Zeppelin hebben opgetreden. Een jaar later transformeerde het poppodia zich tot een meditatiecentrum. In 1984 besloot de gemeente Amsterdam het meditatiecentrum niet langer te subsidiëren, waarna het pand opnieuw leeg kwam te staan. De volgende eigenaar was het Nationaal Pop instituut, die hier verbleef tot 2008 (De Wildt, z.j.). Na een aantal jaren leegstand kent het pand recent een nieuwe eigenaar en functie, namelijk Appel & Moes. Appel & Moes Kunstcentrum de Appel is momenteel eigenaar van het historische pand in de Prins Hendrikkade. Zij verhuisden van hun oorspronkelijke vestiging op de Brouwersgracht in Amsterdam naar Zeeman’s hoop (Jansen, M. persoonlijke communicatie, 30 maart 2013). Het kunstcentrum neemt het grootste gedeelte van het pand in gebruik. Zo zien we op de gelijkvloers en op de eerste verdieping expositieruimtes. Op de tweede verdieping is er een bibliotheek gevestigd. Op de derde verdieping bevindt zich een archief die de diverse tentoonstellingen die reeds hebben plaatsgevonden in de Appel weergeeft. De vierde verdieping biedt plaats voor kantoren.

57 ONDERZOEK


Het kunstcentrum had in deze nieuwe vestiging nog één verdieping in leegstand, namelijk de souterrain. Deze verdieping ligt gedeeltelijk onder het maaiveld. Het kunstcentrum besloot deze verdieping te gebruiken om een horecagelegenheid in te vestigen. Deze nieuwe horecagelegenheid kreeg de naam Moes. Op die manier heeft Moes zijn ontstaan te danken aan Appel. Zonder Appel, geen Moes (Jansen, M. persoonlijke communicatie, 30 maart 2013). Zowel het kunstcentrum als Moes hebben aparte ingangen, toch zijn beide binnenshuis met elkaar verbonden. Moes vormt een langgerekte ruimte met vooraan een bar waar men een beperkt aanbod van verse en huisgemaakte producten verkoopt. Naast de bar is de keuken gelegen, die gedeeltelijk open is. Achter de bar en de keuken is zitgelegenheid voorzien en een trap die leidt naar het kunstcentrum. Moes bezit ook een kleine tuin waar men in beperkte hoeveelheid zelf producten teelt. Het pand werd volledig gerenoveerd door architectenbureau’s ‘ADP’ en ‘denieuwegeneratie’. Het interieur van Moes werd ontworpen door ‘2012 architecten’. De officiële opening van Appel & Moes vond plaats op 24 mei 2012 (Moes, 2013).

3.4.3.2 Locatie Zoals reeds aangehaald is Moes gelegen in de Prins Hendrikkade aan het Waalseiland in Amsterdam en grenst aan het open havenfront (De Wildt, z.j.). Moes is gelegen op een tiental minuten stappen van het centraal station van Amsterdam. Mensen die van het station meteen naar het stadscentrum wandelen zullen hier waarschijnlijk niet passeren. Met een groot Moes uithangbord en een lunch- en diner suggestiebord trekt Moes de aandacht van eventuele passanten. De combinatie van een uithangbord in de vorm van een appel met daarnaast de letters Moes, vormt een grappige doordenker die reeds een deel van het concept vertelt.

3.4.3.3 Concept Algemeen concept ‘Wat je van dichtbij haalt, is goed’ (Moes, 2013). Hiermee wordt het hele concept van Moes omschreven in één enkele zin. Moes is een café en eetgelegenheid met een seizoensgebonden en regionale keuken. Eigenaar Mark Jansen omschrijft zijn keuken als lokalistisch waarbij hij vertrekt van producten die dichtbij te verkrijgen zijn (Keulen, 2012). Hiermee tracht hij de afstand tussen grond en mond zo klein mogelijk te houden. Zo beschikt Moes over een eigen beperkte moestuin waarvan de producten terug te vinden zijn in hun gerechten. Het is natuurlijk niet mogelijk om met deze beperkte moestuin een heel restaurant te voeden, daarom halen ze aanvullend producten bij boeren en leveranciers uit de naaste omgeving. Hierbij is het belangrijk dat deze producten geteeld zijn met respect voor de natuur. De stempel biologisch is voor Moes geen voorwaarde, wel lokaal voedsel bekomen met respect voor milieu, dier en mens. Het keurmerk biologisch is vaak duur en moeilijk te verkrijgen, dus ook boeren en leveranciers zonder het label kunnen producten aanleveren, zolang die maar zorgvuldig geteeld zijn (Plantinga, 2012). Naast het ter plaatse consumeren van gerechten op basis van lokale en verse producten, worden deze seizoensgebonden producten ook verkocht bij Moes (Moes, 2013).

58


Vertaling concept Niet enkel de keuken staat in teken van lokaliteit, ook binnen het interieur heeft men het concept lokaliteit volledig doorgetrokken. 2012 Architecten trok de filosofie van Moes (2013) ‘Wat je van dichtbij haalt, is goed’ door naar het interieur. Men ontwikkelde een ‘harvestmap’ (bijlage 8.2) waarin men materialen ging opsporen binnen een beperkt aantal kilometer van Moes. Zo gebruikte men kabelhaspel hout, die men heeft gevonden op een afstand van vijf kilometer van Moes, om zo een lange zitbank met daarboven een grote boog te construeren. Op een afstand van twee kilometer vond men versleten tractorbanden die hergebruikt werden om de stoelen te bekleden. Sfeerverlichting creëerden ze door middel van afgedankte lichtbakken afkomstig uit de luchthaven van Schiphol (Plantinga, 2012). Het is duidelijk dat niet enkel de producten die men in de keuken gebruikt van lokale afkomst zijn, ook hergebruikte materialen heeft men op een zo korte mogelijke afstand trachten te vinden.

3.4.3.4 Conclusie Moes is zich duidelijk bewust van de opkomende behoeften naar lokaliteit bij de consument. Ze trachten deze lokaliteit dan ook volledig door te trekken. Alles staat in teken van lokaliteit. De gerechten zijn op basis van producten van eigen kweek, of uit de naaste omgeving. Maar ook het interieur werd samengesteld op basis van hergebruikte materialen, die zo dicht mogelijk bij Moes zelf gehaald zijn. Het architectenbureau stelde zelfs een kaart op, waar men kan nagaan waar elk materiaal gebruikt in het interieur vandaan komt. Alles binnen Moes straalt dan ook lokaliteit uit, van de gerechten en de (her)gebruikte materialen tot de sfeer en de bediening. Moes vormt dan ook een duidelijk totaalconcept dat volledig is doorgetrokken tot in het kleinste detail.

Boven: Afb. 26 Zitbank met boog + lichtbakken uit Schiphol Onder: Afb. 27 Zitbank met boog samengesteld uit kaspelhout

59 ONDERZOEK


Boven: Afb. 28 Straatbeeld Marqt Overtoom Midden: Afb. 29 Productaanbod Onder: Afb. 30 De kaastoog

60


3.4.4 Marqt De Marqt is een relatief nieuw concept van supermarkt waar ‘echt eten’ verkocht wordt. Met ‘echt eten’ bedoelen ze eten dat dicht bij zijn oorsprong blijft en met respect voor mens en natuur wordt bekomen. Producten zijn afkomstig uit de naaste omgeving of komen voort van een eerlijke handel.

3.4.4.1 Geschiedenis Overtoom De Marqt die besproken wordt in deze case was de allereerste Marqt die werd geopend en is gelegen in Overtoom in Amsterdam. In tegenstelling tot de andere cases heeft het pand waar deze Marqt zich heeft gevestigd geen rijke geschiedenis. Desondanks vormt het toch een interessante case waarbij een winkelassortiment wordt samengesteld op basis van lokaal bekomen en eerlijke producten. Dit in tegestelling tot de hedendaagse supermarkt dat samengesteld is met gestandaardiseerde producten. Marqt kiest zijn panden op basis van een aantal eisen. Allereerst moet het een karakteristiek pand zijn. Ten tweede moet het gelegen zijn nabij andere winkels en goed bereikbaar zijn voor zowel fietsers als voor automobilisten (Marqt, 2013). Het pand waarin de bezochte Marqt is gevestigd voldoet aan al deze eisen. Aan de structuur van het pand zou ik kunnen afleiden dat het ooit fungeerde als pakhuis. Dit leid ik af uit de grote open ruimte die achteraan gelegen is. Maar ook de ramen zijn hoog geplaatst zodat er hier geen direct contact naar buiten toe mogelijk is. Ook de betonnen structuur doet mij vermoeden dat het pand ooit fungeerde als pakhuis.

Marqt Oprichters Quirijn Bollen en Meike Beeren werkten samen voor Ahold, een detailhandelsconcern. Bollen leerde bij Ahold dat kwaliteit er niet meer toe doet bij supermarktgiganten en dat alles om de prijs draait. Na een aantal jaar gewerkt te hebben voor Ahold bedacht hij een eigen concept. Dit deed hij in samenwerking met Meike Beeren. Samen zijn ze de oprichters en eigenaars van Marqt. Ze wilden echt eten verkopen, producten van het seizoen, uit de buurt, en die geen toevoegingen bevatten (Koelewijn, 2013). In 2008 kreeg het concept eindelijk vorm en werd de eerste Marqt winkel geopend in Amsterdam. Ondertussen zijn er in totaal acht Marqt vestigingen in Nederland. Vier winkels in Amsterdam, één in den Haag, één in Rotterdam en één in Haarlem. De laatste winkel werd geopend in oktober 2012 in Rotterdam (Marqt, 2013). De Marqt winkel in Overtoom is duidelijk aanwezig in het straatbeeld. Ramen, fietsen en tapijten zijn bedrukt met het logo en vallen in het oog voor elke voorbijganger. Er bevinden zich twee deuren in de gevel, de inkomdeur die rechts gelegen is en de uitgangsdeur die links gelegen is. Wanneer men binnenloopt komt men in een brede gang waar groenten en fruit gepresenteerd staan met informatieborden die duidelijk maken dat men hier werkt met verse en eerlijke producten.

ONDERZOEK

61


De winkel lijkt op het eerste gezicht klein, maar wanneer men verder de winkel ingaat komt men via een trap terecht in een lager gelegen ruimte die toch vrij groot is. Daar bevindt zich een visafdeling, vleesafdeling, kaasafdeling en een bakker. Daartussen staan de producten in rekken verspreid over de ruimte. Wat men hier precies terugvindt is afhankelijk van het seizoen, gedurende de zomer zal de winkel groener gekleurd zijn dan gedurende de wintermaanden. Nadat men via de trappen de lager gelegen ruimte verlaat, komt men opnieuw terecht op straatniveau waar de kassa’s gevestigd zijn.

3.4.4.2 Locatie De Marqt, hier besproken, is gelegen in Overtoom in Amsterdam. Deze straat is gelegen in West-Amsterdam. Vanuit de winkel bereikt men in een paar minuten het Leidseplein en de winkelstraten van Amsterdam. Het feit dat men deze bestemming gekozen heeft is voor de hand liggend, goede bereikbaarheid met fiets en auto en dichtbij het centrum gelegen.

3.4.4.3 Concept Algemeen concept De Marqt profileert zich als een marktplaats in een nieuw jasje waar men dagdagelijkse inkopen kan doen. Een nieuw concept van winkelketen waarbij men samenwerkt met een netwerk van lokale boeren. Hiermee onderscheidt men zich van de hedendaagse supermarkt waarbij men terugvalt op massaproductie (Gerards, 2008). Men vindt bij Marqt bijvoorbeeld geen tientallen verschillende merken confituur, wel confituur afkomstig van één boer uit de naaste omgeving. Marqt biedt aan waar de consument recht op heeft, namelijk echt eten, producten die uit de buurt komen en die met respect voor mens, dier en natuur geteeld zijn. Enerzijds vindt men hier regionale en biologische producten die recht van de producent of de boer komen. Anderzijds worden er producten verkocht die voortkomen van een eerlijke handel zoals Fair Trade en Max Havelaar. Aardappelen die recht van het veld door de boer geleverd worden en vis vers van de vismijn. Naast het aanleveren van verse producten wordt ook de ambacht van verse producten geïntroduceerd binnen de Marqt. Zo bevindt er zich een bakker die brood en andere lekkernijen bakt en verkoopt. De geur van vers gebakken brood ruik je in de hele winkel. Daarnaast bevindt er zich vooraan in de winkel een sapcentrifuge waar klanten zelf vers sap kunnen persen. Marqt varieert mee met de seizoenen. Sommige producten zijn op hun best gedurende een bepaalde periode. Marqt opteert er dan voor deze producten enkel tijdens die periode te verkopen. Net zoals op de markt kan men hier alle verse producten onder één dak vinden. Doordat producten rechtstreeks van de boer komen, zonder tussenhandelaars, zijn de producten dagvers. Het is daarom ook niet noodzakelijk om bewaarmiddelen toe te voegen, die het product in kwaliteit doen dalen (Koelewijn, 2013). Alle producten die men verkoopt zijn afkomstig van ambachtslieden die met respect en met passie omgaan met hun producten en de omgeving. Marqt kent de leveranciers persoonlijk en weet perfect waar de producten vandaan komen en hoe deze geteeld zijn (Marqt, 2013). Deze informatie deelt Marqt graag met zijn klanten, doorheen de winkel staan verschillen informatieborden die informatie verstrekken over de producten en de herkomst ervan.

62


Producten worden niet zomaar verkocht bij Marqt (2013). Elk nieuw product wordt getoetst aan vijf principes alvorens men deze verkoopt aan de consument. [...] ‘écht eten is oorspronkelijk, het is gemaakt met respect voor de omgeving, is echt vers, is met bezieling gemaakt en het is echt lekker.’ Nadat een product voldoet aan deze vijf principes komt het in aanmerking om verkocht te worden (Marqt, 2013). Met dit winkelconcept tracht men terug respect te krijgen voor verse en correct geteelde producten, omdat steeds meer producten in supermarkten terecht komen die bekomen zijn door massaproductie waarbij kwaliteit en smaak geen belang meer hebben. Dit terwijl de consument wel belang hecht aan smaak en kwaliteit van producten. Men betaalt natuurlijk wel een prijs voor deze producten, maar daar tegenover staan echte producten, verse producten en bekomen met respect voor mens, dier en natuur (Marqt, 2013). Vertaling concept De Marqt onderscheidt zich duidelijk van de hedendaagse supermarkt, niet alleen door hun productassortiment, maar ook de sfeer die in de winkel hangt is verschillend. De winkel is ingericht naar een industriële stijl, een verouderde betonnen vloer, stalen raamprofielen en een industriële verlichting. Maar daarbinnen vormt de Marqt een gezellige en aangename winkelruimte, waar ambacht en lokaliteit duidelijk zichtbaar zijn. Producten worden op een eenvoudige manier gepresenteerd, kazen worden op een ambachtelijke manier gestapeld en het brood wordt meteen vanuit de oven verkocht. De ruimte wordt op een aangename manier verlicht, daglicht en industriële lichtarmaturen zetten de producten in hun eenvoud in de kijker. Overal in de winkel wordt informatie gegeven over de producten die men verkoopt, maar ook het personeel geeft uitleg over de producten. Men kan hier niet alleen de producten kopen maar ook proeven, dagelijks staan er producten gepresenteerd die de consument kan proeven. Dit vormt uiteraard een meerwaarde voor het concept.

3.4.4.4 Conclusie De Marqt vormt een duidelijk concept dat afwijkt van de hedendaagse supermarkt. Geen producten bekomen via massaproductie en geen anonieme producten, maar producten recht van de boer of afkomstig van een eerlijke handel met een duidelijke identiteit. Constant wordt men tijdens een bezoek herinnert aan het feit dat er gewerkt wordt met eerlijke en verse producten. Ook de sfeer die er hangt en de geur die verspreidt wordt door de bakker roept ambacht op. De Marqt vormt een sterk concept, dat inspeelt op de opkomende behoeften naar lokale producten. Door daarnaast ook nog producten toe te voegen die niet lokaal zijn, maar wel op een eerlijke manier bekomen zijn trekt Marqt een nog breder publiek aan. Niet enkel mensen die op zoek zijn naar verse producten kunnen hier terecht, ook mensen die voorstander zijn van een eerlijke handel waar mensen een aanvaardbaar loon krijgen voor hun werk. Afb. 31 Interieur de Marqt, Overtoom

ONDERZOEK

63


64


3.4.5 Algemene Conclusie Uit deze vier case studies kunnen enkele conclusies getrokken worden. Plaatselijk telen van producten vormt een belevenis, mensen worden er als het ware bij betrokken. Zo komt men tijdens een bezoek aan de Kas eerst langs de kweekkas, onmiddellijk wordt dus elke bezoeker gewezen op het feit dat er met lokale en verse producten gewerkt wordt. Doordat er regelmatig koks vanuit de keuken naar de kweekkas gaan, weten de bezoekers dat de producten vers uit de grond op hun bord komen. Dit ziet men ook bij Villa Augustus. Terwijl men in het restaurant eet, ziet men bij wijze van spreken de ingrediënten groeien in de moestuin. Ook Moes bezit een eigen, weliswaar beperkte, moestuin. De bezoeker wordt dus niet alleen verteld waar de producten vandaan komen, maar ze zien het ook. Dit vormt een grote meerwaarde waarmee men duidelijk inspeelt op de lokale behoeften. Naast het consumeren van lokale producten kan men bij Villa Augustus en Moes deze producten ook aankopen. Dit vormt natuurlijk een toegevoegde waarde, de consument kan niet enkel de zelf geteelde en verse producten ter plaatse consumeren, maar kan ze ook kopen om thuis te gebruiken. Het plaatselijk telen van eigen producten is uiteraard niet mogelijk bij de Marqt. De Marqt is dan ook een totaal ander project dan de drie andere onderzochte cases. Men kan hier niet zien waar de producten vandaan komen, maar Marqt zorgt ervoor dat toch elke bezoeker weet waar ze vandaan komen. Informatieborden vertellen het concept, het verhaal en de herkomst van de producten die men koopt. Het concept lokaliteit zien we bij een aantal cases niet alleen terug komen in de gerechten die geserveerd worden, maar ook in het interieur en/of exterieur. Moes en Villa Augustus trekken dit lokale concept volledig door, hun interieur is samengesteld op basis van lokaal bekomen materialen. Villa Augustus gaat hier zelfs nog een stap verder en ook voor het exterieur is dit concept doorgetrokken. Hiermee speelt men volledig in op de lokale behoeften. De Kas heeft gekozen om lokaliteit niet door te trekken naar het interieur, toch weet elke bezoeker van de Kas dat lokaliteit centraal staat en dat er gewerkt wordt met zelf geteelde producten. Naar mijn mening vormen al deze cases mooie projecten. Ze hanteren allemaal een duidelijk concept en brengen hun verhaal, elk op hun eigen manier, over aan de bezoeker. Al de onderzochte cases vormen dan ook een groot succes. Ik durf dan ook te stellen dat een afgelegen locatie niet meteen een obstakel dient te zijn. De Kas is bijzonder afgelegen en niet direct te bereiken met de auto, toch is dit restaurant een groot succes en vinden mensen vlot hun weg er naartoe. Ook Villa Augustus en Moes zijn niet meteen in het centrum gelegen, maar ook deze vormen een groot succes. Wanneer men een verhaal vertelt, het concept duidelijk etaleert en een belevenis creëert zullen mensen geïntrigeerd zijn en uiteindelijk de weg vinden naar het project. Als retailer is het noodzakelijk in te spelen op de opkomende behoeften van de consument. Ik tracht met mijn masterproject de bevindingen die ik in het literatuuronderzoek vaststelde te vertalen naar een concept en ontwerp waarbij lokaliteit centraal staat. Ik zal lokale strategieën hanteren waarbij ingespeeld wordt op de lokale behoeften van de consument. Binnen het project ligt de focus op voeding, waar we momenteel de lokaliteitsbehoeften voornamelijk tot uiting zien komen. Producten zullen vers en lokaal geteeld en verkocht worden.

65 ONDERZOEK


66


CONCEPT 67


68


4 Concept In dit hoofdstuk wordt het voorafgaande onderzoek vertaald naar een concept waar lokalisering centraal staat, en waarvoor Niels Dujourie en mezelf hebben samengewerkt. Ons concept vormt een driehoeksverhouding tussen landbouw, retail en onderzoek. Deze drie worden aangevuld met nevenfuncties die het geheel versterken. Het ontstaan van mijn onderzoek en het vinden van een site zijn simultaan ontstaan. Zo heeft de site een invloed gehad op mijn onderzoek en mijn onderzoek een invloed op het concept en de invulling van de site. Niels Dujourie, die in zijn onderzoek dieper in gaat op het contextueel denken (bijlage 8.1), en mezelf hebben gekozen voor een site met een zeer rijke geschiedenis, namelijk Merksplas-kolonie, beter gekend onder de naam landloperskolonie. Zowel voor Niels als voor mezelf vormt deze kolonie het uitgangspunt van onze individuele onderzoeken. Binnen deze site hebben we ons toegespitst op één specifiek gebouwenpatrimoniun, namelijk de grote hoeve. Deze hoeve vormde de kern van ons ontwerpproject. Gezamenlijk hebben we een masterplan uitgewerkt, een concept en een invulling. We hebben elk onze eigen accenten gelegd, maar kwamen telkens terecht bij één ontwerpoplossing. Bij het argumenteren van conceptbeslissingen en ontwerpbeslissingen zal ik daarom telkens de ‘wijvorm’ hanteren. Om de link met mijn onderzoek omtrent de opkomende behoefte naar lokaliteit te kunnen koppelen aan Merksplas-kolonie is het noodzakelijk dieper in te gaan op de rijke geschiedenis die de kolonie met zich meedraagt. Bij het schrijven van de korte geschiedenis heb ik mij gebaseerd op twee bronnen. Namelijk de geschreven bundel ‘Straffeloos slenteren in Merksplas-kolonie en in Wortel-kolonie’ (Govaerts, 2010). En het Provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan opgesteld naar aanleiding van de restauratie van de kolonie (Sneyers, 2009).

69 CONCEPT


4.1 Merksplas - Kolonie, een rijke geschiedenis Er zijn altijd bedelaars en landlopers geweest. In de vroege Middeleeuwen aanvaardde men deze mensen en men aanvaardde dat er armoede was binnen de maatschappij. Ze werden geholpen door de rijken en ondergebracht in onder andere kloosters. Dit veranderde tijdens de Middeleeuwen. Men kende een sterke bevolkingsgroei waardoor de voedselproductie niet meer kon volgen, bijkomend vertraagde de economie door de aftakeling van de textielnijverheid. Dit alles had een stijging van de werkloosheid als gevolg. Steeds meer mensen kwamen in armoede terecht en het aantal landlopers en bedelaars steeg. De straatroof nam steeds meer toe waardoor ook de angst voor diefstal bij de bevolking toenam. Bedelen werd gezien als een misdaad die bestraft moest worden. Het was burggraaf Vilain XIII die een idee bedacht om het probleem omtrent armoede aan te pakken. Hij richtte in 1772 een tuchthuis op waar landlopers en bedelaars verplicht tewerk werden gesteld zonder enige vorm van voorafgaand proces. Deze aanpak werd gezien als een voorbeeld maar verwaterde enkele jaren later volledig door het gebrek aan regime. Gedurende de Franse revolutie (1789-1799) steeg het aantal landlopers en bedelaars opnieuw. Kloosters die vroeger onderdak boden aan landlopers en bedelaars werden gesloten waardoor deze mensen terug op straat terecht kwamen. Er werd in heel Europa naar oplossingen gezocht voor het armoedeprobleem. Johannes Lawaetz bedacht het idee van een landbouwproject waar landlopers en bedelaars tewerk werden gesteld. Dit idee werd voor het eerst in praktijk gebracht door de Nederlander Joannes Vanden Bosch in Drenthe. De Nederlander stichtte in 1818 de ‘maatschappij voor weldadigheid voor de noord provinciën van Nederland’. Dit resulteerde in een kolonie voor hulpverlening door collectieve werkverschaffing.

Afb. 32 Grote hoeve, panorama

70


De landlopers werden verplicht geplaatst in de koloniën en opgeleid tot landbouwers. Deze ‘maatschappij voor weldadigheid voor de noord provinciën van Nederland’ was een groot succes en er werden tussen 1818 en 1826 nog een zestal weldadigheidskoloniën opgericht in Vledder, Veenhuizen, Ommerschans, Willemsoord, Frederiksoord/Wilhelminaoord en Friesland. Door het grote succes van deze zes koloniën werd er op 3 januari 1822 een nieuw project gestart, namelijk ‘Maatschappij voor Weldadigheid van de Zuidelijke Nederlanden’. Dit project was gevestigd in Wortel en Merksplas dat toen nog deel uitmaakte van Nederland. Er werd zowel in Wortel als in Merskplas een kolonie gebouwd voor de opvang van landlopers en bedelaars die arbeid konden verrichten op het land. Hiermee wou men niet alleen de onvruchtbare gronden van Merksplas en Wortel bewerken waardoor deze in waarde zou stijgen, ook zouden de landlopers en bedelaars een arbeidsregime ontwikkelen. Binnen Merksplas-kolonie verbleven de landlopers en bedelaars in het zogenaamde bedelaarshuis ontworpen door architect J. Heerlinck in 1823. Door het gebrek aan kennis van de boerenstiel mislukte het Nederlandse project in Wortel en Merksplas. Na de onafhankelijkheid van België in 1830 liepen zowel Merksplas-kolonie als Wortel-kolonie volledig leeg. De jaren erna bleven de kolonies zonder functie en werden gesloten, waardoor de landlopers en bedelaars opnieuw op straat terecht kwamen.

CONCEPT

71


Ruim dertig jaar na de leegloop van de weldadigheidskoloniën, nam het jonge België nieuwe maatregelen omtrent landloperij en bedelarij. In 1866 ging de wet op de beteugeling van de landloperij en bedelarij van kracht. Volgens deze wet kon men worden opgepakt als landloper wanneer men geen identiteitspapieren op zak had en onvoldoende geld om één brood te kopen. Het Belgische ministerie van justitie kocht in 1870 de domeinen van Wortel en Merkplas op om deze om te vormen tot rijksweldadigheidskoloniën waar landlopers en bedelaars terecht kwamen nadat ze werden opgepakt. In 1871 werd het voormalige bedelaarshuis volledig opgeknapt zodat men dit in gebruik kon nemen als strafinstelling. Één jaar later, in 1872, namen de eerste landlopers en gedetineerden hun intrek in de nieuwe strafinstelling van Merksplas-kolonie. Tot 1910 werd er in Merksplas-kolonie veel bijgebouwd. Zo ontstond er rondom de strafinstelling, een heel justitiedorp, ontworpen door architect Victor Besme. Dit Justitiedorp bestond uit 120 cipierswoningen, een grote hoeve, een school en een landloperskapel. Besme heeft binnen de kolonie een rastervormig drevenpatroon ontwikkelt waarbinnen hij de gebouwen strategisch plaatste. Deze dreven verbonden de verschillende gebouwen met elkaar. Het verblijf in Merksplas-kolonie werd door de meeste gedetineerden aanzien als een gewenste straf. Ze kregen er warm eten, een warm bad en een warm bed. Toch waren er ook regelmatig ontsnappingspogingen, en besloot men in 1893 een ringgracht te graven die het hele gebied zou afbakenen. Deze werd manueel gegraven door de geplaatste landlopers en gedetineerden, echter deze ringgracht is nooit afgewerkt en omsluit nog steeds maar een gedeelte van het domein. Net voor de eerste oorlog (1914-1918) verbleven er ongeveer 6000 landlopers in Merksplas-kolonie. Na de Eerste Wereldoorlog daalde het aantal tot 1200 landlopers in 1920, en later liep de kolonie zo goed als leeg. De oorlog had veel verwoest waardoor de vraag naar arbeiders steeg. Tijdens het interbellum ontstond er een reorganisatie van de Belgische gevangenissen. Men ging de delinquenten classificeren en onderscheid maken binnen de Belgische gevangenissen. Uiteindelijk werd Merksplas-kolonie steeds meer gezien als een halfopen gevangenis. Men werd er gedurende de nacht bewaakt in de gevangenis maar overdag werd men tewerkgesteld in open lucht of in de verschillende werkplaatsen. De kolonie opende daarnaast ook een landbouwschool waar de gedetineerden de boerenstiel konden leren.

72


Op 12 januari 1993 werd de wet op de beteugeling van de landloperij opgeheven. Landloperij en bedelarij werden niet langer gezien als strafbare feiten. De rijksweldadigheidskoloniĂŤn hielden dan ook op met bestaan. De overgebleven landlopers moesten uit de gevangenis vertrekken. Velen kwamen terecht in opvangtehuizen, andere kwamen terug op straat. Een heel aantal gebouwen in de kolonie staat tot op de dag van vandaag leeg wegens een gebrek aan alternatieven. Sinds kort is men actief met de restauratie van de grote hoeve en de landloperskapel. Momenteel is men op zoek naar een nieuwe herbestemming waarmee men het waardevolle patrimonium in ere tracht te herstellen.

Afb. 33 Schaapherder

CONCEPT

73


Boven: Afb. 34 Grote hoeve archieffoto Onder: Afb. 35 Grote hoeve archieffoto

74


Boven: Afb. 36 Grote hoeve, wachthuisje Onder: Afb. 37 Grote hoeve, zicht vanaf de kerk

75 CONCEPT


4.2 De grote hoeve, de kern van Merksplas-kolonie De grote hoeve is het gedeelte binnen Merksplas-kolonie waarvoor Niels en mezelf een gezamenlijk concept hebben bedacht en een masterplan ontworpen. De grote hoeve is gelegen in de Kapelstraat, ongeveer 150 meter voorbij de landloperskapel. De hoeve maakt deel uit van het justitiepark dat volledig werd ontworpen door architect Victor Besme in 1880. Destijds runde men in deze hoeve een gemengd landbouwbedrijf. De landlopers die werden geplaatst in Merksplas-kolonie werden in deze hoeve tewerkgesteld om de boerenstiel aan te leren en zo arbeidsregime te ontwikkelen. Deze boerenstiel werd de landlopers aangeleerd onder toezicht van landbouwkundige ingenieurs. Sedert 1993 is de grote hoeve niet meer in gebruik door de afschaffing van de wet op de beteugeling van de landloperij en bedelarij. Hierdoor staat de hoeve tot op de dag van vandaag leeg.

4.2.1 De individuele gebouwen De grote hoeve telt in totaal twaalf gebouwen. Van deze twaalf gebouwen zijn er zeven gebouwd rondom een rechthoekig binnenplein met grote vijver. Op elke hoek van het binnenplein staat een wachthuisje dat destijds gebruikt werd door soldaten. Tegen de straatkant bevinden zich de Melkkoeienstal (1) en de Paardenstal (2). Men herkent nog steeds de letters C, A en M in de vroegere muurankers die verwijzen naar ‘Colonie Agricol de Merxplas’. Tussen deze twee stallen was oorspronkelijk een gebouw gevestigd, dat in 1985 werd afgebroken. Dit gebouw deed dienst als woning voor een landbouwingenieur. Zijn functie bestond erin om toezicht te houden over de landlopers.

11 8

10 9

7 5 4

76

6


De twee hoofdgebouwen van de grote hoeve bevinden zich ten noorden en ten zuiden van het binnenplein. Ten noorden ligt de Schaapsstal (3), ten zuiden de Varkensstal (4). De kop van beide woningen werd omstreeks 1905 verbouwd tot woning voor twee bewakers en hun gezin. Aan de achterzijde van het binnenplein bevinden zich de Ossenstal (5) en de Kalverenstal (6). Tussen deze twee gebouwen bevindt zich een imposant gebouw, de hooischuur (7). Dit gebouw staat parallel met de oorspronkelijke woning van de landbouwingenieur dat later werd afgebroken. Links van de hooischuur staat een open loods, gebouwd in het begin van de 19de eeuw. Deze open loods werd gebruikt om rijdende landbouwwerktuigen in op te bergen. Naast de zeven gebouwen rondom het binnenplein zijn er nog vijf gebouwen die deel uitmaken van de grote hoeve. Ten westen van de grote hoeve bevinden zich de aardappelkelders (8) met bijhorende bergplaatsen, hier werden aardappels opgeslagen. Tussen deze aardappelkelders en bijhorende bergplaatsen ontstond een binnenplein waar dagelijks duizenden aardappelen geschild werden. Deze taak werd uitgevoerd door mindervalide gevangenen, die niet meer konden werken op het land. Langs de aardappelkelders en in het verlengde van de grote hoeve liggen drie open schuren (9-11) achter elkaar. Deze werden gebruikt voor de opslag van hooi of stro. Tot slot is er de quarantainestal die nog net binnen de ringgracht is gelegen. Deze bevindt zich op een 400 meter afstand van de andere gebouwen. Aangekocht vee werd hier gedurende enkele weken in afzondering gezet om de overdracht van mogelijke besmettelijke ziekten te voorkomen.

3 1 2

r

8: Ove

Afb. 3

eeld zichtsb

grote

hoeve

77 CONCEPT


Boven: Afb. 39 Beschermd erfgoed Onder: Afb. 40 Inplanting Kolonie

78


4.3 Beschermd erfgoed Op 28 januari 1999 werden de vijf belangrijkste gebouwen van Merksplaskolonie definitief beschermd, namelijk het hoofdgebouw van de strafinrichting, het complex van de slaapzalen, de grote hoeve, de kapel en het schooltje. Later dat jaar werd ook het volledige domein binnen de ringgracht geklasseerd als beschermd landschap. In 2007 werden er bijkomend nog een aantal gebouwen beschermd, ondertussen is een groot deel van het gebouwenpatrimonium van Merksplas-Kolonie geklasseerd als beschermd erfgoed. Op 5 juli 2012 werd er een samenwerkingscharter ondertekend tussen zes weldadigsheidkoloniĂŤn waaronder Merksplas, Wortel, Veenhuizen, Ommerschans, Willemsoord en Frederiksoord/ Wilhelminaoord om de definitieve status van UNESCO werelderfgoed te bekomen in 2018. Deze status brengt natuurlijk ook beperkingen met zich mee, het is niet mogelijk zomaar zaken bij te voegen of weg te halen. Het is van groot belang om de bestaande structuur zo min mogelijk, of zelfs niet, aan te tasten. We zijn dan ook vertrokken met het idee ons volledige concept en ontwerp af te stemmen op de gebouwen, in plaats van de gebouwen aan te passen aan ons concept en ontwerp. Toch is het voor een aantal gebouwen noodzakelijk dat er een aantal aanpassingen gedaan worden. Zo zullen er technische voorzieningen en dakopeningen voorzien moeten worden in een aantal gebouwen.

4.4 Locatie Merksplas-kolonie is gelegen in hartje Kempen. De dorpskern van Merksplas is ten oosten van de kolonie gelegen. Ten zuiden grenst de kolonie met Beerse waar de steenweg op Rijkevorsel is gelegen die zorgt voor een goede verbinding van Merksplas naar Rijkevorsel, deze weg loopt door de kolonie. Ten noorden van de kolonie bevinden zich Wortel en Hoogstraten, waartussen ook een verbindingsweg gelegen is. Hoewel de landloperskolonie vrij afgelegen is vormt dit geen probleem. Door de verbindingswegen is de site eenvoudig te bereiken met de auto, met het openbaar vervoer en zelfs te voet of met de fiets. Er zijn ook tal van fietsroutes rondom en binnen Merksplas-kolonie.

CONCEPT

79


uw

ek

rzo

On de

bo

nd

80

La

Retail


4.5 Concept Door rekening te houden met de rijke geschiedenis, de typologie van de grote hoeve en de locatie is er een concept ontstaan waarbij de grote hoeve opnieuw het kloppend hart van de kolonie wordt met als projectnaam M’kolonie. Het concept vormt een driehoeksverhouding tussen landbouw, retail en onderzoek te midden van het groen. Het landbouwproject van weleer dat aangestuurd werd door landbouwkundige ingenieurs wordt overgenomen door wetenschappers, landbouwers en chef-koks. Producten worden lokaal en op een correcte manier geteeld, ter plaatse verwerkt en verkocht. Wetenschappers doen lokaal onderzoek naar het ecologisch telen en kweken van producten. Chef-koks werken in het restaurant met lokale en seizoensgebonden producten recht van het veld, waardoor de afstand tussen grond en mond behoorlijk klein is. Zij werken samen met de landbouwers en hebben op die manier inspraak op het kweek-en teelprogramma waardoor ze mee bepalen welke producten er uiteindelijk op het bord belanden. De driehoeksverhouding tussen landbouw, retail en onderzoek trachten we te versterken door een aantal nevenfuncties toe te voegen. Zo kan men tijdens een bezoek aan de landloperskolonie terecht in het bezoekerscentrum waar informatie verstrekt wordt over de omgeving, de geschiedenis en producten uit de streek. Wie geïnteresseerd is in de volledige geschiedenis van de landloperkolonies van de Noorderkempen en de geschiedenis van het gevangeniswezen kan terecht in het museum. Gedurende een bezoek kan men voor een hapje en een drankje terecht in de brasserie of in het gastronomisch restaurant, waar gerechten worden samengesteld op basis van lokale producten, vers van het land. Na een bezoek aan M’kolonie is het mogelijk te overnachten in de bed & breakfast, gelegen te midden van de groene velden die de ganse kolonie omringen. Als laatste voegen we een sociaal aspect toe om het project te vervolledigen. Mensen met een beperking kunnen hier verblijven voor een bepaalde periode en deelnemen aan tal van activiteiten, zoals een dag meedraaien met de boeren of het verzorgen van dieren. Bijkomend zullen we het lokale concept ook doortrekken in het gebruik van materialen. We maken gebruik van materialen die dichtbij en lokaal bekomen zijn. Uiteraard is het niet mogelijk alle materialen lokaal te bekomen. Aanvullend gebruiken we duurzame materialen die op een correcte manier bekomen zijn en zo min mogelijk kilometers hebben afgelegd alvoren deze worden gebruikt binnen de kolonie. Zo zullen we gebruik maken van lokale houtsoorten zoals eik, in plaats van tropische houtstoorten. Met dit concept trachten we de banden met de rijke geschiedenis weer aan te halen en in te spelen op de opkomende behoeften naar lokaliteit. We geven de kolonie een nieuwe functie waarbij we rekening houden met het gebruik van weleer.

CONCEPT

81


82


ONTWERP 83


84


5 Ontwerp 5.1 Masterplan M’kolonie leeft mee met de vier seizoenen die de basis vormen voor het programma van de grote hoeve. Een eenvoudig maar veelomvattend concept dat tal van activiteiten en functies faciliteert het hele jaar door. Een gezellige wandeling, een fietsroute, lekker tafelen of een voormiddag naar de overdekte markt. Centraal staan producten die lokaal geteeld worden en verder verwerkt, gebruikt en verkocht worden binnen de kolonie.

ONTWERP

85


Masterplan

86


ONTWERP

87


Programma De paardenstal aan de straatkant gelegen biedt plaats aan een horecagelegenheid, meer bepaald een brasserie. Men kan hier terecht voor een hapje en een drankje binnenshuis of op het terras op het grote binnenplein. Ook is er plaats voor feesten, recepties en andere partijen. Langs de paardenstal is de Melkkoeienstal gelegen, dit gebouw herbergt het bezoekerscentrum. Men vindt hier informatie over de omgeving, de geschiedenis en producten uit de streek. Op de bovenverdieping bevindt er zich een expositieruimte, het biedt kunstenaars, verenigingen en organisaties de kans om werken van allerhande soort tentoon te stellen. Wanneer men geĂŻnteresseerd is in het verhaal en de geschiedenis van de landloperkoloniĂŤn van de Noorderkempen en het gevangeniswezen in het algemeen, kan men terecht in het gevangenismuseum dat gelegen is in de Varkensstal. In datzelfde gebouw is er plaats voor educatie en business. Er kunnen onder andere lezingen en congressen georganiseerd worden. In de Koestal, gelegen tegenover de varkensstal, is een bed & breakfast gevestigd. Gedurende een bezoek aan de kolonie kan men overnachten te midden in het groen.

LANDBOUW

De Kalverenstal, achteraan het plein gelegen, krijgt een sociale invulling. Mensen met een beperking zoals autisme kunnen hier terecht gedurende een specifieke periode. Zij kunnen hier overdag en ’s nachts verblijven in een aangepaste ruimte. Gedurende de dag worden er verschillende activiteiten ondernomen, denk maar aan het verzorgen van dieren of een dag meedraaien met een landbouwer.

Masterplan

88


De Ossenstal langs de kalverenstal, krijgt een functie als bakkerij en kaasmakerij waar lokaal bekomen producten verwerkt worden. De verwerkte producten worden gebruikt binnen de kolonie in het restaurant en de bed & breakfast, maar worden hier ook verkocht. Tussen de kalverenstal en de ossenstal ligt de Hooischuur die een retailfunctie krijgt, meer bepaald een markt concept. Producten worden recht van het veld hier verkocht. Deze markt is dan ook afhankelijk van de lokale gewassen en de seizoenen. Gedurende de zomermaanden zal de overdekte markt dan ook meer geopend zijn dan gedurende de wintermaanden. Ten westen van de grote hoeve bevinden zich de aardappelkelders met bijhorende bergplaatsen. Deze zullen een nieuwe functie krijgen binnen de landbouw. Hier kunnen bijvoorbeeld kleine dieren gehouden worden.

BED & BREAKFAST

INFO

SOCIAAL

Als laatste zijn er de drie open aardappelschuren. De twee achterste schuren behouden hun oorspronkelijke functie als opslagplaats. De voorste, en ook meteen de grootste, krijgt een volledig nieuwe functie. De open schuur wordt omgetoverd tot een gastronomisch labo en restaurant te midden in het groen waar men kan experimenteren met lokale en zelf geteelde producten.

LANDBOUW

EDUCATIEF

INFORMATIEF

BRASSERIE

GASTRONOMISCH LABO

RETAIL

LANDBOUW

OVERDEKTE MARKT

LANDBOUW

25 M

ONTWERP

89


Routing Wanneer men een gehele site ontwerpt waarin verschillende functies een plaats krijgen is een routing uiterst belangrijk. Buiten de functionele aspecten zoals oriĂŤntatie en toegankelijkheid bepaald het ook mee de sfeer en de beleving van een bezoek. Allereerste hebben we gekeken naar de plaats waar we parking voorzien voor de bezoekers. We hebben geopteerd dit ten zuiden van de grote hoeve te positioneren. In de huidige situatie staan hier gebouwen die dateren van een later periode en geen toevoegende waarde hebben.

LANDBOUW

LANDBOUW

OVE

GASTRONOMISCH LABO

LANDBOUW

Masterplan - Routing

90

L


BED & BREAKFAST

INFO

SOCIAAL

Deze worden tijdens de restauratie dan ook gesloopt. Na het bepalen van de parking, moeten we bepalen op welke manier men de grote hoeve kan bereiken. We opteren voor vier ingangen, ĂŠĂŠn centrale toegang en drie kleine zijdelingse ingangen. De hoofdingang is vooraan gelegen tussen de paardenstal en de melkkoeienstal. De drie kleine ingangen verbinden de parking rechtstreeks met de grote hoeve en zijn verspreid over de volledige breedte van de parking. Zo kan de bezoeker aan de hand van het deel dat men bezoekt bepalen waar men de auto parkeert. Wanneer men enkel een bezoek plant aan de overdekte markt kan men de auto achteraan parkeren, op die manier moet men niet eindeloos sleuren met de gekochte producten.

EDUCATIEF

INFORMATIEF

BRASSERIE

LANDBOUW

RETAIL

ERDEKTE MARKT

25 M ONTWERP

91


5.2 Uitwerking gebouwen Na het opstellen van het masterplan hebben Niels en mezelf een aantal gebouwen uitgekozen die voor ons het interessantste zijn om verder uit te werken. Hierbij kozen we voor de brasserie en het bezoekerscentrum vooraan gelegen, de overdekte markt in de hooischuur en als laatste de open aardappelschuur die herbestemd wordt tot gastronomisch restaurant. Elk van deze gebouwen worden aan de hand van plannen toegelicht.

OVER MAR

GASTRONOMISCH LABO

Uitwerking gebouwen

92


BRASSERIE

RDEKTE RKT

25 M

ONTWERP

93

BEZOEKERSCENTRUM


5.2.1 Brasserie Benedenverdieping De brasserie is toegankelijk via 2 ingangen. De hoofdingang is gesitueerd aan de noordzijde, dat wil zeggen langs de hoofdinkom van de grote hoeve. Gedurende de zomermaanden zal de tweede ingang bijkomend geopend zijn en toegang bieden tot het terras op het grote binnenplein. Wie de brasserie betreedt via de hoofdingang komt eerst terecht in een sas. Die wordt gecreëerd door twee volumes. Deze bieden plaats aan opslag en sanitair. Op die manier zijn de toiletten ook visueel afgescheiden van de verbruiksruimte. De lift bevindt zich centraal in de ruimte aan het uiteinde van dit sas, wat dan weer voor een barrière tussen het binnen komen en de verbruiksruimte zorgt. Deze werd hier geplaatst aangezien we rekening moesten houden met de profielen en kolommen op de benedenverdieping enerzijds en de gebinten op de bovenverdieping anderzijds. We hebben gekozen voor een open keuken die de bezoeker haast betrekt bij het bereiden van gerechten. Een langgerekt meubel scheidt de open keuken van de verbruiksruimte. In dit meubel is ook meteen de bar verwerkt. Tenslotte hebben we één volume voorzien in de keuken, namelijk een koele cel. In dit volume is een goederenlift voorzien, waardoor gerechten eenvoudig de eerste verdieping kunnen bereiken. Achter het volume is een afwasgedeelte gevestigd, hierdoor heeft geen enkele bezoeker visueel contact met dit gebeuren.

Organigram

94


Plan benedenverdieping

ONTWERP

95


96


Boven: Zicht benedenverdieping op de open keuken Onder: Zicht benedenverdieping op trap en bar

ONTWERP

97


Bovenverdieping Men bereikt de bovenverdieping door middel van de lift of de trap. Doordat de lift zich in het midden van de ruimte bevindt ontstaan meteen twee ruimtes. Dit hebben we trachten op te lossen door het ene gedeelte een lounge-functie te geven. Zo kan men hier rustig genieten van een drankje. Naast de lift hebben we twee bergingsruimten voorzien voor tafels en stoelen. De bovenverdieping kan zowel gebruikt worden als verbruiksruimte van de brasserie, maar kan daarnaast ook gehuurd worden voor feesten. De opstelling op het plan, is een mogelijke opstelling voor een feest. Net zoals op de benedenverdieping is de bar achteraan geplaatst, omdat hier de goederenlift is voorzien. Rondom deze goederenlift hebben we een tablet geplaatst dat dienst kan doen als buffettafel gedurende een festiviteit. Wanneer de ruimte niet verhuurd is, worden de tafels op een andere manier geschikt en herneemt de bovenverdieping, net als de benedenverdieping, zijn functie als verbruikersruimte.

Organigram

98


Plan bovenverdieping

ONTWERP

99


5.2.2 Bezoekerscentrum Benedenverdieping De bezoekersruimte is toegankelijk via de inkom gelegen aan de hoofdtoegang van de grote hoeve. Vooraan in de ruimte wordt informatie verstrekt aan de bezoekers, achteraan situeert zich het onthaal dat voorzien is van een sanitaire blok. De ruimte kent een eenvoudige opstelling. Presentatiemeubels die telkens informatie verstrekken aan de bezoeker zijn verspreid over de ganse ruimte. De ruimte vertelt in feite drie verhalen. Vooraan wordt er informatie verstrekt omtrent de omgeving van Merksplas. Men vindt hier brochures omtrent Merksplas en omgeving, evenementen, maar ook fiets- en wandelroutes kunnen hier worden uitgestippeld. Te midden van de ruimte wordt het verhaal van de Kolonie zelf verteld. Met enerzijds de beknopte geschiedenis, anderzijds de werking van de huidige kolonie aan de hand van beelden en objecten. Tenslotte en als derde item worden er producten verkocht die betrekking hebben op de Kolonie en de omgeving. Zo worden er in beperkte hoeveelheid verpakte streekproducten verkocht, maar ook boeken met betrekking tot Merksplas en de Kolonie.

Organigram

100


Plan benedenverdieping

ONTWERP

101


102


Boven: Zicht benedenverdieping op de onthaalbalie Onder: Zicht benedenverdieping achter de onthaalbalie

ONTWERP

103


Bovenverdieping De bovenverdieping biedt plaats voor tijdelijke tentoonstellingen. Hier is geen vaste opstelling voorzien en de opstelling zal voor elk evenement dan ook verschillend zijn. Zo kunnen Niels en ikzelf hier bijvoorbeeld ons project voorstellen of kan een kunstenaar uit de buurt zijn werken hier presenteren. De opstelling die we in ons ontwerp hebben voorzien bestaat uit panelen die zijn opgehangen en sokkels waar objecten op kunnen worden gepresenteerd.

Organigram

104


Plan bovenverdieping

ONTWERP

105


5.2.3 Overdekte markt

De overdekte markt is achteraan gelegen, grenzend aan de grote open velden. Producten -recht van het veld- worden hier verkocht aan de bezoeker. De grote poorten worden opengezet en de bezoeker kan zijn gang gaan tussen de vele verse producten. Deze markt is vanzelfsprekend afhankelijk van de lokale gewassen en de seizoenen. Gedurende de wintermaanden zijn er minder gewassen en producten, dus zal deze overdekte markt maar wekelijks of tweewekelijks geopend zijn. Gedurende de zomermaanden zijn er veel meer verkoopbare producten en zal de markt dagelijks geopend zijn Naast de verkoop van eigen producten biedt deze overdekte markt bijkomend plaats aan landbouwers uit de omgeving om ook hier een plaats te huren en hun verse streekproducten te verkopen.

106


Conceptbeeld: Lokale producten recht van het veld

ONTWERP

107


5.2.4 Gastronomisch labo De open schuur staat centraal in één van de sleutelfuncties van de Kolonie: een plaats voor gastronomie, creativiteit & wetenschap. Een oord waar experiment en samenwerking centraal staan, een plaats om te inspireren en geïnspireerd te worden. Door de perfecte ligging, midden tussen de velden, is in deze schuur het gastronomisch laboratorium ondergebracht. Hier kunnen topchefs en (culinaire) wetenschappers experimenteren met lokale, zelf geoogste producten. Enkele dagen per week is dit exclusief labo ook geopend voor gastronomen en fijnproevers. Zij krijgen op die manier de (buiten)kans om te midden dit idyllische decor te genieten van al wat lekker is. Binnen de open schuur wordt een nieuw transparant volume geplaatst. Hierin bevinden zich alle ‘actieve functies’, waaronder de experimentele kookstudio en de verbruiksruimte. Onder het nieuwe volume wordt een kelderruimte voorzien. Hier is het sanitair, berg- en opslaggedeelte voorzien en natuurlijk een uitgebreide wijnkelder.

108


Conceptbeeld: Grote tafels worden geplaatst in nissen die zorgen voor een uitzicht over de open velden

ONTWERP

109


110


DISCUSSIE 111


112


6 Discussie Na een lange weg afgelegd te hebben kan ik eindelijk terugkijken op het verloop van het onderzoek. Ter afsluiting tracht ik een kritische reflectie te werpen over het onderzoek en het hele proces. Mijn onderzoek en masterproject kenden een simultaan ontstaan. Oorspronkelijk voerde ik een ander onderzoek, namelijk de relatie tussen kunst en retail. Aangezien hier weinig concrete literatuur over te vinden is, ben ik hiervan afgestapt en op zoek gegaan naar een nieuw onderzoek. Het was Mevrouw Ann Petermans die mij op het idee bracht iets te doen met de termen globalisering en glocalisering. Na wat verder onderzoek voegde ik de term lokalisering hier nog aan toe. Ongeveer gelijktijdig kreeg ik de vraag van Niels Dujourie om samen een masterproject te ontwerpen. Alvorens in te stemmen hebben we eerst samen een bezoek gebracht aan de site in Merksplas. Helemaal onder de indruk van de omgeving vertelde Niels mij over de rijke geschiedenis van de kolonie. De link naar mijn toen nog vage onderzoek was meteen gelegd. Dit moest en zou mijn onderzoek worden en de site waarnaar ik het onderzoek zou vertalen. De samenwerking met Niels Dujourie omtrent het masterproject verliep uitstekend. Onze ideeën over de nieuwe invulling vertoonden sterke gelijkenissen en we kwamen dan ook zeer snel tot een concreet concept. Het was zeer boeiend hoe twee verschillende onderzoeken gelinkt kunnen worden in één gezamenlijk project. Beiden hebben we onze eigenheid gelegd in het project, maar met als doel één groot project te bekomen met een duidelijke samenhang. Gedurende het onderzoek ondervond ik dat het niet eenvoudig zou zijn om alle literatuur die ik bijeen had gezocht over globalisering, glocalisering en lokalisering samen te voegen en zo een duidelijk beeld te geven aan elke lezer. In deze thesis is het belangrijk dat men begrijpt wat elk van de besproken begrippen inhoudt zodat het duidelijk is voor de lezer wat de opkomende behoeften zijn van de consument. Ik denk dat er een duidelijk verhaal ligt in mijn onderzoek en dat ik dit verhaal heb kunnen overbrengen, ik ben dan ook tevreden met het resultaat. De case studies vormden een persoonlijke selectie, projecten die voor mijn onderzoek verrijkend waren. Projecten die inspelen op de lokale behoeften van de consument. Dat deze allemaal in Nederland gelegen zijn is puur toeval, dit was zeker niet op voorhand gepland. Gedurende mijn zoektocht naar projecten merkte ik meteen op dat Nederland veel verder staat wat betreft het inspelen op lokale behoeften. In België zijn er een aantal projecten die hierop inspelen zoals Hertog Jan in Brugge en ’t Vlierhof in Bilzen, maar binnen dit beperkt aantal projecten is er weinig variëteit. In België gaat deze lokaliteit gepaard met een hoog prijskaartje.

113 DISCUSSIE


114


Ik trachtte dan ook projecten te vinden die lokaliteit hoog in het vaandel dragen, maar die dit op verschillende manieren vertaalden en met verschillende prijskaartjes. Zo zien we bij bepaalde projecten dat het concept lokaliteit veel verder gaat dan het werken met lokale producten; lokale materialen en hergebruikte materialen spelen ook in op de lokale behoeften van de consument. Dit laatste zien we momenteel in de Belgische projecten nog niet terugkomen, wij Belgen kunnen op dat vlak nog wat leren van onze noorderburen. De case studies gaven mij een beeld van de verschillende manieren waarop men kan inspelen op deze behoeften naar lokaliteit. Naast deze lokale invulling die de projecten kregen heb ik ook gekeken naar de locatie van de projecten. Aangezien mijn masterproject, Merksplas-kolonie vrij afgelegen is, trachtte ik in de case studies na te gaan of dit al dan niet een probleem vormde. En inderdaad, een afgelegen locatie vormde helemaal geen obstakel. Gezien de reactie op globalisering binnen de retail vrij nieuw en jong is, was het zeer boeiend om hier onderzoek naar te doen. Doordat ik zeer erg ge誰nteresseerd ben in deze opkomende trend heeft het mij gedurende de gehele onderzoeksfase kunnen blijven boeien. Ik heb dan ook veel bijgeleerd tijdens het onderzoek en het schrijven van mijn thesis. Ik hoop met dit onderzoek elke lezer een duidelijk beeld te geven van de veranderde behoeften van de consument ten gevolge van en als reactie op globalisering. Dit onderzoek zou een ondersteuning kunnen bieden voor retailers en interieurarchitecten die trachten in te spelen op deze lokale behoeften. Er worden dan ook voorbeelden aangehaald gaande van grote winkelketens tot kleine zelfstandigen die trachten in te spelen op deze opkomende behoeften. Binnen het onderzoek ben ik niet verder ingegaan op de manier waarop de lokale behoeften zich in de toekomst verder zullen ontwikkelen. Vormt deze behoefte naar lokaliteit maar een korte trend, of zien we dit nog verder evolueren in de toekomst? Dat is een vraag waar ik op dit moment geen antwoord op kan geven. Dit onderzoek zou dan een basis kunnen vormen voor een verder onderzoek naar deze lokale behoeften. Aan het einde van deze thesis kan ik besluiten dat dit voor mij een zeer boeiend en leerrijk onderzoek is geweest. Ik heb een parcours afgelegd zoals ik voorafgaand in gedachten had, uiteraard ging dit parcours niet altijd rechtdoor en waren er een aantal hindernissen en obstakels. Toch heb ik er het hele jaar door met veel enthousiasme aan gewerkt. Ik heb mijn kennis over retail verbreed, waardoor ik beter op de hoogte ben van de veranderende behoeften van de consument. Het onderzoekproces vormde dan ook een goede basis waarmee Niels en ikzelf vrij snel een concept en masterplan hebben kunnen bepalen. Momenteel is de stad Merksplas op zoek naar een nieuwe invulling en herbestemming voor de grote hoeve binnen Merksplas-Kolonie. Niels en ik hopen uiteraard dat we met onze onderzoeken en het uiteindelijke project iets kunnen betekenen bij deze nieuwe herbestemming. Dat zou een mooie afsluiter vormen voor het gehele onderzoek- en ontwerpproces.

115 DISCUSSIE


116


REFERENTIELIJST 117


118


7 Referentielijst 7.1 Literatuur

Billiet, L. (2003). United colors of Benetton. Een onderzoek naar culturele verschillen in de perceptie van de Benettoncampagnes. Niet-gepubliceerde scriptie. Leuven: Katholieke Universiteit Leuven.

C

amper. (2013). Camper stores. Geraadpleegd 7 april 2013, via http://www. camper.com/en_US/shops/stores Cbw-Mitex. (2010). Retail 2020 re’structure. Geraadpleegd 25 februari 2013, via http://www.cbwmitex.nl/websites/cbwmitex/files/Retail2020/Rapport%20 Retail2020.pdf Contemporist. (2012). Starbucks ‘The Bank’ Concept Store in Amsterdam. Geraadpleegd op 7 april 2013, via http://www.contemporist.com/2012/03/06/ starbucks-the-bank-concept-store-in-amsterdam/

De Greef, A. (2007). Globe-wall-ization, Een toch langs de scheidingsmuren. Niet-gepubliceerde scriptie. Antwerpen: Lessius Hogeschool.

De Jong, E., & Brugmans, E. (2008). Voedsel en Globalisering. Nijmegen: Valkhof Pers. De kas. (2013). Geschiedenis. Geraadpleegd 13 maart 2013, via http://www. restaurantdekas.nl/ De Vos, D. (2013). [ Rondleiding in Villa Augustus ] (persoonlijke communicatie, 30 maart 2013). De Wildts, A. (z.j.). De vele levens van Prins Hendrikkade 142. Geraadpleegd 27 maart 2013, via http://www.deappel.nl/dox/infopage_docs/29/de_vele_ levens_van_prins_hendrikkade_142.pdf

EcoEdges.

(2013). Voor meer energie: eet lokaal & seizoensgebonden. Geraadpleegd 8 april 2013, via http://www.ecoedges.com/people/biologischevoeding/voor-meer-energie-eet-lokaal-seizoensgebonden/

Faber,

W. (2012). De geschiedenis en werking van de stoommachine. Geraadpleegd 23 maart 2013, via http://www.modelstoom.nl/

Gerards, M. (2008). Lekker is de norm bij Marqt. Geraadpleegd 27 maart

2013, via http://static1.marqt.com//uploads/files/press/diemer_courant,_ mrt_2008_110.pdf Govaerts, K. (2010). Straffeloos slenteren in Merksplas-kolonie en in Wortelkolonie. Merksplas: Red Merksplas-kolonie vzw.

119 REFERENTIELIJST


Hines,

C. (2000). Localization: A Global Manifesto. London: Earthscan Publishing Ltd. Hofstede, G,. & Minkov, M. (2005). Allemaal andersdenkenden: omgaan met cultuurverschillen. Amsterdam: Contact. HonorĂŠ, C. (2004). Slow. Een wereldwijde revolutie. Rotterdam: Leminscaat.

Iamsterdam.

(2013). Park Frankendael. Geraadpleegd 13 maart 2013, via http://m.iamsterdam.com/explore_locations/view/199

Jansen, M (2013). [ Rondleiding in Moes ]

( persoonlijke communicatie, 30 maart 2013).

Kenis,

A. (2009). Tussen individualisering en globalisering: lokale gemeenschapsinitiatieven als tegenmacht? Geraadpleegd 7 april 2013, via https://lirias.kuleuven.be/bitstream/123456789/262315/2/Tussen+individualiser ing+en+globalisering+-+lokale+gemeenschapsinitiatieven+als+tegenmacht.pdf Keulen, W. (2012). Met de Appel kwam de Moes. Parool, p. 9. Khondker H. H. (2004). Glocalization as Globalization: Evolution of a Sociological Concept. Bangladesh e-Journal of Sociology, 1(2). 12-21. Klein, N. (2001). No logo. Rotterdam: Leminscaat. Koelewijn, J. (2013). Ik wilde mensen geen rotzooi meer door de strot duwen. Geraadpleegd 27 maart 2013, via http://static3.marqt.com//uploads/files/ press/130223_NRC_1328.pdf

Leefmilieu

Brussel. (2013). Recepten 4 seizoenen, een app om lokaal en volgens het seizoen te eten. Geraadpleegd 9 april 2013, via http://www. leefmilieubrussel.be/Templates/news.aspx?id=30092&langtype=2067&site=pa Lems, E., & Meijer, S. (2012). Park Frankendael. Geraadpleegd 25 maart 2013, via www.oost.amsterdam.nl/publish/pages/436031/frankendael_boekje_5-10 2012.pdf+park+frankendael+eva+lems&cd=4&hl=nl&ct=clnk&gl=be&client=sa fari

Marqt. (2012). Echt eten. Geraadpleegd 25 maart 2013, via http://www. marqt.nl/

Matusitz, J. (2010). Disneyland Paris: a case analysis demonstrating how glocalization works. Journal of Strategic Marketing, 18(3), 223-237. McEachern, M. G., & Warnaby, G., & Carrigan, M., & Szimigin, I. (2010). Thinking locally, acting locally? Consciious consumers and farmers’ markets. Journal of Marketing Management, 26(5-6), 395-412. Moes. (2013). Over moes. Geraadpleegd 24 maart 2013, via http://www. totmoes.nl/

Naert,

P., &

Coppieters, B. (2000). Globalisering: Zegen en vloek. Tielt:

Lannoo. Nieuwenhuis, E. (2006). De grote globaliseringsgids. Amsterdam: Van Gennep.

120


OOS. (2010). Showroom Albert Reichmuth. Geraadpleegd 9 april 2013, via http://www.oos.com/en/projekte/#/643

Petrini, C. (2004). Slow Food, the case for taste. Columbia University Press: New York.

Plantinga, P. (2012). Moes. Venuez, 30, 16-17. Prak, K. (2011). De tuin van Augustus. Dordrecht: Villa Augustus.

Retail

News. (2012). Starbucks leidt Europees herstel vanuit Amsterdam. Geraadpleegd 7 april 2013, via http://www.retailnews.nl/rubrieken/formule/ formule/33398/starbucks-leidt-europees-herstel-vanuit-amsterdam.html Robertson, R. (1995). Glocalization time-space and homogeneityheterogeneity. In M. Featherstone, S. Lash, R. Robertson (Red.), Global modernities. (pp. 25-44). Londen: SAGE Publications Ltd.

Schuman, M. (2001). Going Local: Creating Self Reliant Communities in a Global Age. London: Routledge.

Schutten, J. (2012). Lokaal is hip. Geraadpleegd 7 april 2013, via http://www. johanschutten.nl/lokaal-is-hip/ Sint, W. (2011). Vers uit de regio. Geraadpleegd 8 april 2013, via http://www.kvk.nl/download/Vers_uit_de_regio_tcm14-268679.pdf Slow Food. (2005). De Slow Food gids. Geraadpleegd 7 april 2013, via http:// www.slowfood.com/about_us/img_sito/pdf/Companion_DUT.pdf Smits, T. (2013). [ Rondleiding in de Kas ] (persoonlijke communicatie, 7 februari 2013). Sneyers, S. (2009). Provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan. Geraadpleegd 16 februari 2013, via http://www.provant.be/binaries/Merksplas_kolonie_MVT_ tcm7-93580.pdf Stad Antwerpen. (2013). Biodroom Praktisch. Geraadpleegd 9 april 2013, via http://www.dna.be/biodroom/praktisch Staes, B. (2007). Ecologisch voedselplan: stappen naar een minder industriĂŤle landbouw. Geraadpleegd 16 april 2013, via http://www.bartstaes.be/articles. php?id=1620

Van Tongeren, M. (2013). 1:1 The essence of retail branding and design. Londen: British Interplanetary Society.

Villa Augustus. (2013). Villa Augustus, hotel-restaurant en markt-cafĂŠ in een tuin. Geraadpleegd 25 maart 2013, via http://www.villa-augustus.nl/new/info. html Voedselteam. (2009). Voedselteams groeit, lokaal voedsel als alternatief. Geraadpleegd 8 april 2013, via http://www.voedselteams.be/blog/ voedselteams-groeit-lokaal-voedsel-als-alternatief

Went, R. (1996). Grenzen aan de globalisering. Amsterdam: Het Spinhuis.

REFERENTIELIJST

121


7.2 Afbeeldingen Cover voor-en achter zijde: Fotograaf: Johanna Laskey (online). Beschikbaar via http://www.johannalaskey.com/SUMMERPLANTING-IKEA-LIVET-HEMMA

Afbeelding 10: Albert Reichmuth, Zwitserland. Fotograaf: Christine Müller. (online). Beschikbaar via http://www.dezeen. com/2011/04/13/albert-reichmuth-winestore-by-oos/

Afbeelding 1: Wereldwijde verbonden-heid. Fotograaf: Jasper James (online). Beschikbaar via http://www.gettyimages.be/detail/foto/ double-exposure-of-mobile-phone-andhands-stockfotos/147448371

Afbeelding 11: Albert Reichmuth, Zwitserland. Fotograaf: Christine Müller. (online). Beschikbaar via http://www.dezeen. com/2011/04/13/albert-reichmuth-winestore-by-oos/

Afbeelding 2: Oxford Street Londen. (online). Beschikbaar via http://vondir.net/five-places-to-shop-inlondon/ Afbeelding 3: Zara store. (online). Beschikbaar via http://www.tumblr.com/tagged/zara%20 clothing?language=fr_FR Afbeelding 4: Abercrombie & Fitch. (online). Beschikbaar via http://patriciadellagiovampaolaenglish. blogspot.be/2009/11/abercrombie-fitch-inmilan.html Afbeelding 5: Illustratieve verduidelijking begrip glocalisering, 2013, eigen beeldarchief. Afbeelding 6: Camper store Berlijn. (online). Beschikbaar via http://www.camper.com/en_BE/shops/stores Afbeelding 7: Camper store Parijs. (online). Beschikbaar via http://www.camper.com/en_BE/shops/stores Afbeelding 8: Starbucks Amsterdam. Fotograaf: Rien Meulman (online). Beschikbaar via http://www.dezeen.com/2012/03/06/thebank-by-liz-muller-for-starbucks/ Afbeelding 9: Starbucks Japan. Fotograaf: Masao Nishikawa. (online). Beschikbaar via h t t p : / / w w w. d e z e e n . c o m / 2 0 1 2 / 0 2 / 2 3 / starbucks-coffee-at-dazaifu-tenman-gu-bykengo-kuma-and-associates/

122

Afbeelding 12: Farmers’ market. Fotograaf: David Daniels. (online). Beschikbaar via http:// www.daviddanielsphotography.com/saltlake-farmers-market-photographed-on-film/ Afbeelding 13: De slak, het logo van de Slow food beweging. (online). Beschikbaar via http://www.slowfood.nl/ Afbeelding 14: ‘Recepten4seizoenen’ applicatie, 2013, eigen beeldarchief. Afbeelding 15: Archieffoto, 1928 (online). Beschikbaar via http://www.restaurantdekas. nl/ Afbeelding 16: De herbouwde kweekkas. (online). Beschikbaar via http://www. restaurantdekas.nl/ Afbeelding 17: De kweekkas. (online). Beschikbaar via http://retaildesignblog. net/2012/02/20/de-kas-restaurantamsterdam/ Afbeelding 18: De grote eetzaal, ontworpen door Piet boon. (online). Beschikbaar via http://food.glammedia.fr/2012/07/22/oumanger-extraordinaire-dans-le-monde/ Afbeelding 19: Archiefbeeld 1930. (online). Beschikbaar via http://www.villa-augustus.nl Afbeelding 20: Het herbestemde complex. (online). Beschikbaar via http://www.villaaugustus.nl Afbeelding 21: De oude Dortse watertoren herbestemd tot hotel, 2013, eigen beeldarchief.


Afbeelding 22: Het restaurant in het oude pomgebouw. (online). Beschikbaar via http:// www.villa-augustus.nl Afbeelding 23: Restaurant, de herbruikte tankbakken. (online). Beschikbaar via http:// www.villa-augustus.nl Afbeelding 24: Appel + Moes straatbeeld. Fotograaf: Eeftick Schattenkerk. (online). Beschikbaar via http://www.deappel.nl/ info/24/

Afbeelding 37: Grote hoeve, zicht vanaf de kerk. 2013, eigen beeldarchief. Afbeelding 38: Overzichtsbeeld grote hoeve. 2013, eigen beeldarchief. Afbeelding 39: Beschermd landschap. 2013, eigen beeldarchief.

het

Afbeelding 40: Inplanting Kolonie. 2013, eigen beeldarchief.

Zitbank met boog + Schiphol, 2013, eigen

Afbeelding 41: Harvestmap Moes. (online). Beschikbaar via http://superuse-studios.com/ index.php/2012/05/moes/

Afbeelding 25: Ingang Moes, in souterrain. 2013, eigen beeldarchief. Afbeelding 26: lichtbakken uit beeldarchief.

Afbeelding 36: Grote hoeve, wachthuisje. 2013, eigen beeldarchief.

Afbeelding 27: Zitbank met boog samengesteld uit kaspelhout. (online). Beschikbaar via http://www.facebook.com/ totmoes Afbeelding 28: Straatbeeld Marqt Overtoom. 2013, eigen beeldarchief. Afbeelding 29: Productaanbod. (online). Beschikbaar via http://www.flickriver.com/ photos/comicbase/2284205432/ Afbeelding 30: De kaastoog. 2013, eigen beeldarchief. Afbeelding 31: Interieur de marqt, Overtoom. (online). Beschikbaar via http://www.marqt. com/ Afbeelding 32: Grote hoeve panorama. 2013, eigen beeldarchief. Afbeelding 33: Schaapherder. 2013, eigen beeldarchief. Afbeelding 34: Grote hoeve. archieffoto. Fotograaf: J. Evrard Melis. Afbeelding 35: Grote hoeve. archieffoto. Fotograaf: J. Evrard Melis.

123 REFERENTIELIJST


124


BIJLAGE 125


126


8 BIJLAGE 8.1 Abstract Niels Dujourie Vanaf het begin van de moderniteit zijn ontwerpers, kunstenaar en architecten meer en meer het contact met “plaats” “omgeving” “situatie” “geschiedenis”,… “de context” zeg maar, gaan verbreken. Vandaag zien we dit meer en meer veranderen. Welke invloed kan dit “contextueel denken” hebben op herbestemming en hoe kan dit concreet worden toegepast in het herbestemmingsproject ‘De Landloperskolonie” in Merksplas? Deze onderzoeksvraag vorm de basis van de “artistieke zoektocht” naar het belang van het begrip “contextueel denken”. Sinds de opkomst van het revolutionaire modernisme van de 20ste eeuw, hebben er zich grote aardverschuiving voorgedaan in de architecturaal landschap. De manier waarop we als ontwerper nadenken over kunst, architectuur en esthetiek is hierdoor compleet verandert. De rationalisatie en internationalisering van de architectuur hebben er jammer genoeg ook toe bijgedragen dat er een vervlakking en standaardisatie is opgetreden bij nogal wat navolgers van deze “eerste revolutionairen”. Dit heeft op vele terreinen geleid tot identiteitsloze ontwerpen die noch tekenen van plaatsaanduiding noch historisch besef vertonen. Sinds de tweede helft van de 20ste eeuw leidde dit tot reacties van architecten en ontwerpers die het begrip “contextueel denken” introduceren. Visies die tot op vandaag de dag het architecturale landschap bepalen. In de thesis wordt deze probleemstelling onderzocht aan de hand van een “fuik-vormige” onderzoek, startend vanuit een breed kader en eindigend met het specifiek project. Het onderzoek start bij het modernisme, waarbij er op zoek gegaan wordt naar het klimaat waarin het eerste contextueel denken tot stand is gekomen. Een zoektocht die leidt naar verschillende toonaangevende architecten, kunstenaars en ontwerpers die “contextualiteit” een geheel eigen invulling gaven/geven. Om uiteindelijk te eindigen bij het herbestemmingsproject “De Landloperskolonie”. De Landloperskolonie in Merksplas is tot op vandaag de getuige van een bijzonder verleden. Jarenlang was het een plaats waar mensen uit de minder vrolijke geledingen van de maatschappij een nieuw(e) (t)huis konden vinden. Landlopers, bedelaars of kleine criminelen, allen werden ze -al dan niet vrijwillig- naar Merksplas gebracht waar voor hen een heel nieuw bestaan was voorbehouden. Vandaag is dit verleden nog altijd zeer tastbaar.

127 BIJLAGE


128


De landbouwpercelen waarop de landlopers vroeger eigen producten kweekten en teelden liggen er grotendeels nog bij zoals ze vele jaren geleden tot stand kwamen op de tekentafel. De verblijven waar de landlopers de nachten doorbrachten zijn intussen omgevormd tot een penitentiaire instelling. Maar niet alles is vandaag zoals het was, een groot deel van het patrimonium ligt er vandaag de dag verlaten bij. De grote kapel wordt enkel nog sporadisch gebruikt en de grote schuren van de hoeve ondergaan de tand des tijds. Wachtend op –hopelijk- een nieuwe invulling en een nieuw leven. Deze hoeve vormt de kern van het ontwerpproject waarbij ik op zoek ga naar een masterplan voor deze gebouwen. Hierbij werk ik samen met Sara Adriaensen. Samen gaan we op zoek naar oplossingen voor de leegstand in de Landloperskolonie, met de grote hoeve als kernpunt. Als slot van dit onderzoek blik ik terug met een persoonlijk besluit en tracht ik een kritische kijk te geven op het onderzoek en mezelf.

129 BIJLAGE


130


tabletop finish

wood

flange

kabel haspel, flens

rubber rolls

cable reels

light boxes

60

km

,a

r, a 5

rvee

me Wor

km

Schiphol, a 25 km

n De

bench/ceiling

tables

metal parts

wine rack

lighting

!"#$%&#'(#)%*+,)-."-//.

acoustic tiles

Rotterdam, a 65 km

posters

inner tubes

chair legs

Harvestmap Moes

chairs

8.2 Harvestmap - Moes

ag Ha

Afb. 41 Harvestmap Moes

BIJLAGE

131

Amsterdam, a 2 km


132


Thesis sara adriaensen