Page 1

Samenvattende les (21,23,25) a. Ionisatie van water. Naar analogie met hfst 19, Ionisatie van polaire moleculeverbindingen, kan dus ook de polaire molecule water ioniseren in een H+ en een OH- ion. Ionisatievergelijking van water:

Vereenvoudigd: HOH  H+ + OH!! De Ionisatie van water gebeurt slechts in zeer geringe mate.

b. Elektrolyse van een zout in oplossing. Geheugensteun: KNAP: Kathode Negatief Anode Positief

MĂŠlotte Jos

1

4ASO Wi


c. Migratie en kristalisatie van gehydrateerde ionen. Gehydrateerde ionen behouden hun lading en migreren eveneens naar de tegenovergestelde elektrische pool. Aangezien vele gehydrateerde ionen gekleurd zijn, is deze migratie soms zichtbaar. Bij trage verdamping van een oplossing van gehydrateerde ionen ontstaan er opnieuw zoutkristallen. De gehydrateerde ionen rangschikken zich in het ionrooster waardoor watermoleculen ingeloten worden. Dit noemen we kristalwater. Het aantal moleculen kristalwater is de som van het aantal moleculen water in de gehydrateerde + en – ionen. Vb.

CuSO4 . 5 H2O (is een blauw kristal omwille van het kristalwater, zonder water is dit wit) Kopersulfaat-pentahydraat. De gehydrateerde ionen zijn: [ Cu (H2O)4 ]2+ en

MĂŠlotte Jos

[ SO4 H2O ]2-

2

4ASO Wi

Samenvattende les (4wi 21,23,25)