Issuu on Google+

Met extr a aandach t voor: schoolon der足 steuning sprofiele n

N 29 november 2012

ieuwsbrief Samenwerkingverband Zuid


INHOUD Het leslokaal de ‘kleine klas’ van de 14e Montessorischool Stedelijk nieuws over het nieuwe samenwerkingsverband Tip enkele tips van landelijke oudervereniging Balans Landelijk nieuws akkoord op de wet Passend onderwijs De voorzitter vertelt over het ‘SOP’ Op pad naar directeuren in het Museumkwartier School in beeld de Bockesprong Agenda alle activiteiten voor de komende tijd

Met aand extra acht voor: school onder steuni ngspro ­ fielen

N ieuwsbrief

27 november

2012

Samenwerking

verband Zuid

Het samenwerkingsverband maakt de nieuwsbrief om iedereen op de hoogte te houden van de activiteiten. Daarnaast wil het samenwerkingsverband via de nieuwsbrief alle scholen nog meer bij de ontwikkelingen betrekken. Ideeën voor het magazine, commentaar op de nieuwsbrief of zelf kopij insturen? E-mail de redactie via e.lugthart@oog.nl.

COLOFON Coördinator Emmy Lugthart Redactie Lise-Lotte Kerkhof Ontwerp Roquefort Ontwerpers

2


Het leslokaal Onze lens is op zoek naar de praktijk van Passend onderwijs. Heeft u een geschikte rekenmethode voor kinderen met rekenproblemen, een handige klassenopstelling voor gedifferentieerd lesgeven of een ander voorbeeld van Passend onderwijs in of rondom uw leslokaal? E-mail dan de redactie en wie weet staat uw klas de volgende keer in ‘Het leslokaal’. Dit keer de kleine klas van de 14e Montessorischool.

“Voor sommige kinderen is de gewone klassenomgeving niet genoeg om zich voldoende te ontwikkelen. Vanuit deze visie is de kleine klas op de 14e Montessorischool ontstaan. In de kleine klas begeleiden we twee groepen van 4 kinderen met een speciale onderwijsvraag drie tot vijf ochtenden. De begeleiding stemmen we zoveel mogelijk af op de individuele onderwijsbehoeften. We sluiten ook zoveel mogelijk aan bij wat er in de eigen groep gebeurt. In de middag gaat de leerkracht van de kleine klas de groepen in om de kinderen en/of leraren in hun eigen klas te begeleiden. Kinderen met een leerlinggebonden financiering (LGF) of andere kinderen met een specifieke onderwijsvraag komen voor een langere tijd of een bepaalde periode in de kleine klas.”

3


De voorzitter van het samenwerkings­ verband (swv) is Peter Bovelander. Peter is al een aantal jaren de voorzitter van ons swv. Onlangs is hij gekozen als voorzitter van het nieuwe samen­ werkingsverband. Daarnaast is hij plaatsvervangend algemeen directeur van Openbaar Onderwijs aan de Amstel.

DE VOORZITTER VERTELT

het SOP Het nieuwe Amsterdamse samenwerkingsverband is op 1 november formeel opgericht. Het eerste bestuur daarvan gaat vanaf nu het ‘stedelijk ondersteunings­ plan’ voorbereiden, dat vanaf augustus 2014 de basis gaat vormen voor het aanbod aan passend onderwijs in Amsterdam en Diemen. Tegen die tijd moet ook elke school beschikken over een adequaat ‘schoolondersteuningsprofiel’. In de wandelgangen het ‘SOP’ genoemd. In dit plan beschrijft de school een aantal zaken die essentieel zijn voor het ondersteuningsaanbod van de school. In het SOP moet een duidelijke beschrijving van de eigen leerlingenpopulatie en de ondersteuningsvragen staan die deze populatie met zich meebrengt. Vervol­ gens koppelt de school daaraan een beschrijving van het eigen aanbod en werkwijze. Belangrijk is dat er in staat hoe de school de ‘basisondersteuning’ heeft inge­ richt. Onder basisondersteuning verstaan we datgene wat elke school moet kunnen aanbieden aan leerlingen met veelvoorkomende ondersteuningsbehoeften. Ten­ slotte zal het SOP een indicatie moeten geven van de mogelijke extra ondersteuning die de school kan bieden en de eventuele aanvullende externe ondersteuning die daarbij noodzakelijk is. Bij dit laatste gaat het om arrangementen die in de plaats gaan komen van de huidige rugzakken. Natuurlijk zal het eerste SOP van de school niet ‘af’ zijn. Dat betekent dat in het SOP ook een ontwikkelingsparagraaf zal staan, waarin de school aangeeft op welke wijze men zich verder wil gaan professionaliseren en welk nieuw aanbod mogelijk ontwikkeld gaat worden.

4

Dit SOP dient een aantal doelen. Het geeft de medewer­ kers en ouders van de school een duidelijk beeld van waar je in de school op kunt rekenen op het vlak van passende ondersteuning. Het verschaft tevens nieuwe ouders of externe partners inzicht in de mogelijk­ heden, maar ook in de beperkingen van de school. Bij een verwijzing naar een andere school of schoolsys­ teem zal het SOP een belangrijk instrument zijn voor het beoordelen van de wenselijkheid en/of noodzaak voor een externe plaatsing. Tenslotte is het SOP ook de basis waarop de school bij het samenwerkingsverband een mogelijke aanvraag voor extra middelen voor aan­ vullende ondersteuningsarrangementen kan indienen. Met dit laatste zijn we weer bij het stedelijk ondersteu­ ningsplan, want daarin bouwt het samenwerkings­ verband door op datgene wat de diverse scholen wel en niet kunnen bieden. Als we dat goed doen, dan ontstaat er op die manier een ‘dekkend’ onderwijs- en ondersteuningsaanbod in Amsterdam en Diemen. Het zal duidelijk zijn dat dit nog de nodige stappen zal vergen. Maar we beginnen zeker niet bij nul. Er is op de diverse scholen en bij de verschillende ondersteunings­ organisaties al veel ontwikkeld. Het zal de kunst zijn om dit op een inzichtelijke wijze op elkaar af te stem­ men en daar waar ‘gaten’ blijken te zitten die te vullen met nieuwe initiatieven. De komende tijd zullen we hieraan samen, zowel op stedelijk als op schoolniveau, moeten gaan bouwen. Deze nieuwsbrief biedt daarvoor weer de nodige informatie.


STEDELIJK NIEUWS

Het nieuwe samen­werkingsverband Op 1 november 2012 is het bestuur van het nieuwe samenwerkingsver­ band aangetreden. Dit bestuur zal de verdere voorbereidingen op passend onderwijs in het primair onderwijs in Amsterdam en Diemen aansturen. Op 1 augustus 2014 treedt de wet op het passend onderwijs in werking en dan moet ook het samenwerkings­ verband klaar voor de start zijn. Het nieuwe bestuur heeft hierover op 2 november een brief aan de schoolbestu­ ren in Amsterdam en Diemen gestuurd. Hierin staat dat alle 47 schoolbesturen een intentieverklaring hebben onder­ tekend, waarin zij aangeven zich aan te sluiten bij het nieuwe samenwerkings­ verband. Het samenwerkingsverband wordt opgezet als een vereniging. De eerste algemene ledenvergadering (ALV) zal begin december plaatsvinden. Het bestuur functioneert als vereni­ gingsbestuur en de ALV is het intern toezichthoudend orgaan. Bestuursleden worden benoemd voor een periode van 4 jaar. De voorzitter van ons huidige samenwerkingsverband Peter Bovenlan­ der is voorgedragen als voorzitter van het nieuwe samenwerkingsverband. In de besluitvorming van de ALV is sprake van stemverhoudingen op grond van de

leerlingaantallen van de besturen. Het bestuur heeft de huidige kwar­ tiermaker, Johan van Triest (BMC), gevraagd om in samenspraak met het bestuur een concretisering aan te brengen in het beleid en de organisatie van het samenwerkingsverband in de periode tot 1 april 2013. Het gaat om het aanscherpen van het concept ondersteuningsplan op basis van de feedback van de schoolbesturen en de gesprekken, analyses en onderzoeken die nog gaande zijn. Passend onderwijs grijpt in op alle niveaus van de school, het is dan ook onderwerp van gesprek in de klas, de lerarenkamer en aan de bestuurstafels. Het bestuur voert ook overleg met de gemeente Amsterdam en Diemen over de te nemen stappen in het proces en de decentralisatie van de jeugdzorg. Deze transities vertonen veel parallellen. De ALV stelt het ondersteuningsplan uiteindelijk vast. Bij het tot stand komen van het ondersteuningsplan heeft de ondersteuningsplanraad (OPR) een belangrijke en wettelijke taak. Een on­ dersteuningsplanraad is een belangrijke aandeelhouder in dit proces. De OPR moet instemmen met het ondersteu­ ningsplan en treedt regelmatig in over­

leg met het bestuur. Het bestuur gaat de medezeggenschapsraden van scholen informeren en betrekken bij het onder­ steuningsplan. De medezeggenschaps­ raden van de scholen dragen leden voor de OPR voor. Op basis van deze voordracht worden de leden geïnstal­ leerd. Het samenwerkingsverband zal de procedure voor het werven van leden opstellen. De OPR van ons samenwer­ kingsverband zal bestaan uit 10 leden. Het betreft 5 leden in de leerkrachtgele­ ding en 5 leden in de oudergeleding. Om een werkbaar proces te doorlopen is gekozen voor een aanpak waarin bestuurders een achterban vertegen­ woordigen. Het betreft het ABPO, het speciaal onderwijs, de éénpitters/klei­ nere schoolbesturen, de besturen uit Amsterdam en Diemen en de federatie openbaar onderwijs Amsterdam. Uit deze groepen worden de leden van de medezeggenschapsraden gekozen en voorgedragen. Op deze wijze ontstaat er een OPR op basis van een evenwichtige afspiegeling. Met een afzonderlijke brief, met als bijlagen het reglement en wet­ telijke kader, zullen de schoolbesturen daarover geïnformeerd worden.

5


TIP De leukste boeken, de nieuwste magazines en beste websites? Houd elkaar op de hoogte en geef uw tip door aan de redactie. Dit keer rondom het school­ondersteuningsprofiel enkele tips van Jessica Westerweel beleids­medewerker van Balans, de landelijke vereniging voor ouders van kinderen met ontwikkelings­stoornissen bij leren en/of gedrag.

LANDELIJK NIEUWS

Het schoolonder­ steuningsprofiel door Jessica Westerweel, beleidsmedewerker Balans

1. Betrek ouders bij het ondersteuningsprofiel Ouders van kinderen met een extra ondersteuningsbehoefte be­ schikken over veel ervaringsdeskundigheid. Maak daar als school gebruik van en vraag ouders mee te denken over het ondersteu­ ningsprofiel. Zo wordt het een breed gedragen document. 2. Maak het profiel toegankelijk voor ouders Zorg ervoor dat het ondersteuningsprofiel voor ouders gemakkelijk te vinden is, bijvoorbeeld op de website van de school. Zorg er vooral ook voor dat het toegankelijk, helder en concreet is. Op die manier wordt het ondersteuningsprofiel méér dan alleen een be­ leidsdocument en kunnen ouders het gebruiken als informatiebron. 3. Maak gebruik van Balans Bij het ontwikkelen van het ondersteuningsprofiel raden wij scholen aan gebruik te maken van onze expertise. Balans behartigt al 25 jaar de belangen van ouders van kinderen met een ontwikkelings­ stoornis bij leren en/of gedrag zoals dyslexie, ADHD of PDD-NOS en heeft hierover een schat aan kennis opgebouwd. Op www. balansdigitaal.nl is bij de meeste stoornissen uitgebreide informatie te vinden over hoe de school deze kinderen kan begeleiden. Dit kan scholen helpen te bepalen in hoeverre de kwaliteit van de basisondersteuning voor leerlingen met bijvoorbeeld dyslexie en dyscalculie in orde is. Als een school extra ondersteuning wil bieden aan kinderen met een specifieke stoornis kun je met behulp van de informatie op onze website ook nagaan wat deze kinderen nodig hebben en hoe je dat als school kunt realiseren. Balans ontwikkelt momenteel een checklist van en voor ouders waarmee zij kunnen nagaan of een school passend is voor hun kind. Een school uitkie­ zen is voor deze ouders doorgaans niet zo eenvoudig. Voor scholen bevat de checklist waardevolle informatie die kan helpen bij het vaststellen welke basisondersteuning zij al in huis hebben en welke (extra) kennis, vaardigheden en voorzieningen verder ontwikkeld kunnen worden. De checklist zal in het voorjaar van 2013 op de website staan. 4. Steunpunt Passend Onderwijs Juist ouders van kinderen met een ontwikkelingsstoornis, chroni­ sche ziekte of handicap krijgen te maken met alle veranderingen die passend onderwijs met zich meebrengt. In samenwerking met de CG-Raad en Platform VG heeft Balans het Steunpunt Passend On­ derwijs opgezet. Hier kunnen ouders terecht met al hun vragen over passend onderwijs. Ook scholen kunnen bij het steunpunt vragen stellen of informatie vinden: www.steunpuntpassendonderwijs.nl. 6

Actuele discussies en ontwikkelingen uit het onderwijsveld en de politiek.

Eerste Kamer akkoord met Passend onderwijs De Eerste Kamer heeft op 9 oktober jl. het wetsvoorstel Passend onderwijs aangenomen. Daarmee is deze ingrijpende herziening van het onderwijs voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben nu echt een feit. Om de wijzigingen zorgvuldig door te voeren, wordt de wet gefaseerd ingevoerd. Vanaf 1 augustus 2014 gaat de zorgplicht voor de scholen formeel in. Op enkele kritiekpunten van de wet waren wijzigings­ voorstellen ingediend. Drie voorstellen haalden een meerderheid. Dit is onder meer de motie van D66 om een arbitrageregeling in te richten. De regeling is bedoeld om geschillen tussen een samenwerkings­ verband en een school op te lossen. In de motie van GroenLinks wordt de regering verzocht om voor leer­ lingen met gedragsproblemen voorzieningen te tref­ fen zodat schorsing zoveel mogelijk voorkomen kan worden. In de motie van de PvdA wordt de regering verzocht een onafhankelijke instantie onderzoek te laten doen naar de vraag of de structurele bekostiging van het primair onderwijs afdoende is om Passend onderwijs op een verantwoorde wijze te kunnen in­ voeren. De uitkomsten van dit onderzoek wil de Eerste Kamer nog vóór het zomerreces 2013 bespreken met beide Kamers. PVV, VVD, PvdA, CDA, ChristenUnie, SGP en GroenLinks stemden uiteindelijk voor de wet.


De redactie neemt u mee naar plekken waar driftig wordt overlegd en gewerkt aan nog beter onderwijs. Dit keer gingen wij in gesprek met enkele directeuren van de scholen in de Museumbuurt.

OP PAD

Het schoolondersteuningsprofiel: ‘vooral een motor voor interne teamontwikkeling’ Het schoolondersteuningsprofiel is volgens de directeuren uit de Museum­ buurt die wij spraken vooral een ‘motor van interne teamontwikkeling’. Onder de kap kijken, bepalen of én waar er gesleuteld moet worden en met collega’s de route uitstippelen om ambities waar te maken. Maar hoe doe je dit, waar blijven de ouders en bestuurders in dit verhaal en hoe kun je in de buurt optimaal van elkaar gebruik maken? “Voor het maken van het school­ ondersteuningsprofiel heb ik onderwijs­ adviesbureau KPC Groep ingeschakeld. Via lesbezoeken en gesprekken komen zij tot een nulmeting van ons onderwijs. Waar staan we nu, wat kunnen we als basiszorg leveren, wat willen we ontwikkelen en hoe staat de school erover tien jaar bij? Vragen waar we antwoord op willen”, vertelt Arie Buur, directeur van de Cornelis Vrijschool. Inmiddels is hij al een eind op weg. Arie: “We hebben net de uitslag van KPC binnen. Ik denk dat we hiermee voor 90% in kaart gebracht hebben hoe ver we staan. Vanuit dit overzicht hebben we een aantal beleidsvragen geformuleerd. Hier ga ik met het team aan werken, tijdens studiedagen en in de dagelijkse praktijk. Zo staat het schoolondersteuningsprofiel volgende week op de vergadering.” Verwachtingen managen Arie ziet het profiel niet alleen als motor voor de interne ontwikkeling, maar vindt het ook een handig instrument om verwachtingen van ouders en bestuurders te managen en grenzen aan te geven. Arie: “Dat beeld naar buiten, van wat we wel en niet kunnen, dat kan nog veel scherper worden neergezet. Hiervoor moeten we het eerst intern eens zijn.” Directeur Emma Lieske van de Hildebrand- van Loonschool: “Ik herken me voor een groot deel in wat Arie zegt. Ik zie het opstellen van het profiel echter vooral als een interne momentopname. Hoe hebben we ons onderwijs nu ingericht en wat missen we? De blinde vlekken wil ik boven tafel krijgen, vandaar ook dat een externe partij dit voor ons uitvoert.” Emma ziet het schoolondersteuningsprofiel als een natuurlijk onderdeel van de schoolontwikkeling. Emma: “Vanuit het schoolplan kijk ik naar zaken als: wat zijn onze ontwikkelpunten en welke

prioriteiten geven we hieraan? Dat moet ook gelden voor de ondersteuning van leerlingen. Het is een dynamische ontwikkeling, waarbij het lastig is om een blauwdruk richting ouders af te geven. Kan dat profiel echt laten zien voor welke kinderen we wel en welke niet zorg kunnen bieden? Ik twijfel hieraan, volgens mij is dit iets wat we bij elk kind moeten afwegen. Elk kind is zo uniek.” Ei van Columbus Volgens Emma presenteert de overheid met de wet Passend onderwijs onterecht nieuwe verwachtingen. De minister schetst het beeld van een nieuw ei van Columbus, terwijl scholen niet ineens andere dingen kunnen. Arie in reactie: “Ook ik heb last van de suggesties die de minster wekt: ‘de school gaat het allemaal oplossen’ en ‘je bent het waard, je krijgt het op maat’. Er zijn geen extra middelen en we kunnen niet alles meteen oplossen. Die illusie wil ik doorbreken. Dat betekent niet dat ik niet zo snel mogelijk wil ontdekken wat een kind (extra) nodig heeft om zoveel mogelijk maatwerk te leveren, maar een profiel kent ook een grens. De inzet bij het ontwikkelen van een profiel is daarom voor mij ook verwachtingen reëel krijgen. Een intakegesprek is daarom iets wat ik hier op school graag wil invoeren.” Het bespreken van het profiel met het management, het bestuur en de medezeggenschapsraad helpt volgens de directeuren ook om de verwachtingen straks helder te communiceren. Arie gaat een stap verder: hij heeft elke leraar gevraagd om van zijn klas een zorgkaart te maken en deze te delen met collega’s en ouders. Op de kaart? De precieze ondersteuningsbehoeften van leerlingen. Arie: “Ze weten dan precies wat we allemaal organiseren.” Emma: “Ik pak dit anders aan. Ik vertel ouders als zij meer verwachten, wat er allemaal al

aan extra ondersteuning in de klas is. Ik geef op dat moment ook de grenzen aan. Terecht geven ouders dan wel eens terug ‘en mijn kind dan? Die verdient toch ook extra aandacht’.” Een reden voor Emma om ook extra ondersteuning te bieden aan leerlingen die hoger dan gemiddeld scoren. Jeroen Oomen directeur van de Peetersschool: “Het werkt bij mij ook andersom: ouders reageren begripvol als je vertelt wat er allemaal speelt. Ze denken met ons mee.” Grenzen en instrumenten Jeroen: “Ik zie zelf geen harde grens voor ons schoolondersteuningsprofiel. Het doel van het profiel is voor mij het inkaderen van ondersteuningsbehoeften. Wat hebben onze leerlingen nodig, wat kunnen we aan? Maar ook welke competenties missen we en welke grenzen gaan we verleggen?” Jeroen geeft aan dat hij veel meer zorg en ondersteuning in de klas wilt organiseren. Hij ziet vooral klassenmanagement als instrument om dit voor elkaar te krijgen. Arie: “Leerkrachten hier zijn erg goed in de cognitieve kant van ons vak, remedial teaching of zorg wordt gezien als een specialisme. Het idee dat jezelf in de klas meer ondersteuning kunt bieden, is niet voor iedereen vanzelfsprekend.” Emma: “Ik heb veel vakleerkrachten, die we uit eigen middelen betalen. Ik wil ervoor waken dat we vakleerkrachten moeten opgeven om heel specialistische hulp te kunnen bieden. De overheidssubsidie voor Passend onderwijs moet hiervoor toereikend zijn.” Meerwaarde van samenwerking Jeroen: “Het mooie vind ik dat we in de buurt straks met elkaar gaan kijken welke kennis we bij elkaar kunnen halen of welke ontwikkeling we met elkaar kunnen organiseren. Misschien hebben we allemaal wel een training nodig op het gebied van dyslexie.” Emma: “We overleggen regelmatig met elkaar. Praten over de zorg en ondersteuning hoort daar ook bij. Als elke school in de buurt zijn basiszorg zo stevig mogelijk maakt en onderscheidend is in zijn extra zorg, dan versterken we elkaar en heeft onze samenwerking echt meerwaarde.” 7


SCHOOL IN BEELD

De scholen in het samenwerkingsverband zien er erg verschillend uit. Logisch, want de ene school ligt middenin de stad aan de gracht, terwijl de andere school nabij een weiland ligt. Om een beeld te krijgen van onze prachtige scholen laten we elke keer een andere school zien. Dit keer de Brede school de Bockesprong.

De Bockesprong is een multifunctioneel gebouw waarin onderwijs, jeugdzorg, sport en welzijn samen komen. Het onderwijs wordt vertegenwoordigd door twee scholen te weten de Nautilus (AMOS) en de Notenkraker (OOadA). Een kinderopvang, een OKCvestiging en een prachtige sportzaal zijn ook in het gebouw te vinden. In een centraal gelegen ruimte kunnen alle medewerkers van de verschillende disciplines elkaar ontmoeten.

AGENDA Voor de komende periode staan de volgende overleggen op de agenda: Wijkgericht werken

Maandag 3 december Rivierenbuurt 13.00 – 15.00 uur Anne Frank Dinsdag 4 december Hoofddorpplein 09.00 – 11.00 uur Elout Donderdag 6 december Buitenveldert 09.00 – 11.00 uur BM Donderdag 13 december Apollobuurt 13.00 – 15.00 uur 1e Openluchtschool Donderdag 13 december Museumbuurt 09.30 – 11.30 uur Instituut Schreuder Dinsdag 18 december Pijp 09.00 – 11.00 uur Scholekster Dinsdag 8 januari Binnenstad 09.00 – 11.00 uur De Pool Dinsdag 8 januari Centrum-west 13.00 – 17.00 uur OKC: trainingsbijeenkomst veiligheidscheck Dinsdag 29 januari De Pijp (leerkrachtendag HGW) 09.00 – 16.00 uur Locatie volgt nog Kerngroep

Maandag

26 november

15.00 – 17.00 uur

OOG Onderwijs en Jeugd

12 december

Centrum west

16.00 – 18.00 uur

OKC: startbijeenkomst

16 januari

15.00 – 16.30 uur

OOadA

09.00 – 11.00 uur

OOG Onderwijs en Jeugd

Proeftuin

Woensdag

Dagelijks bestuur

Woensdag

Algemeen Besturenoverleg

Donderdag 8

24 januari


Nieuwsbrief Zuid - 29 november 2012