Page 1

Opnieuw ext aandachra t voor: het

N 18 februari 2014

stedelijk samenwe rkings足 verband

ieuwsbrief Samenwerkingverband Zuid


INHOUD Het Leslokaal Van de Geert Groote School Stedelijk nieuws Schoolbesturen akkoord met hoofdlijnen ondersteuningsplan De voorzitter vertelt Schaken op verschillende borden Op pad Naar de OPR School in beeld Dit keer de Sint Antoniusschool Agenda Alle activiteiten van 18 februari t/m 24 april

Het samenwerkingsverband maakt de nieuwsbrief om iedereen op de hoogte te houden van de activiteiten. Daarnaast wil het samenwerkingsverband via de nieuwsbrief alle scholen nog meer bij de ontwikkelingen betrekken. IdeeĂŤn voor het magazine, commentaar op de nieuwsbrief of zelf kopij insturen? E-mail de redactie via e.lugthart@oog.nl.

COLOFON CoĂśrdinator Emmy Lugthart Redactie Lise-Lotte Kerkhof Ontwerp Roquefort Ontwerpers

2


Het leslokaal Onze lens is op zoek naar de praktijk van Passend onderwijs. Heeft u een geschikte rekenmethode voor kinderen met rekenproblemen, een handige klassenopstelling voor gedifferentieerd lesgeven of een ander voorbeeld van Passend onderwijs in of rondom uw leslokaal? E-mail dan de redactie en wie weet staat uw klas de volgende keer in ‘Het leslokaal’.

Geert Groote: leren en bewegen gaan hier hand in hand Dagelijks jongleert deze groep 7. Ze beginnen de dag met touwtje springen. Op de vrije school Geert Groote hechten ze namelijk een groot belang aan bewegen. Ze voorkomen dat kinderen de hele dag achter hun tafeltjes zitten. Door een goed evenwicht tussen leren en bewegen ziet de school de resultaten van leerlingen ook verbeteren. Hinkelen als ‘tafeltraining’, waarom niet? Bij de allerkleinsten, de kleuters, geeft deze school veel ruimte aan bewegen en vrij spel. In het spelen ontwikkelen ze hun lichaam en hun creativiteit, volgens de school de ideale voorwaarden om te kunnen leren.

3


In de rubriek stedelijke ontwikkelingen houden wij u op de hoogte van de samenwerking tussen de verschillende samenwerkingsverbanden. Voor deze nieuwsbrief die in het teken staat van het nieuwe stedelijk samenwerkingsverband Amsterdam en Diemen gingen we naar de algemene ledenvergadering van de schoolbesturen. Op de agenda? Het onder­steuningsplan.

stedelijk nieuws

Ondersteuningsplan vertrouwt op de professionaliteit van scholen Op woensdag 24 januari jl. stemden de schoolbesturen op een algemene ledenvergadering (ALV) in met de hoofdlijnen van het ondersteuningsplan. Hoewel het plan nog niet helemaal af is, en het stedelijk samenwerkingsverband nog in gesprek is met onder meer de OPR (red. ondersteuningsplanraad) gingen de aanwezige besturen akkoord. Niet heel verwonderlijk; ze krijgen meer ruimte en zeggenschap, bijvoorbeeld over hoe zij de ondersteuning willen regelen en het geld en de inzet van extra personeel hiervoor inzetten. Durven vertrouwen De verantwoordelijkheid ligt maximaal decentraal, de scholen zijn echt aan zet. Zij moeten verwachtingen richting ouders en leerlingen managen en de juiste ondersteuning bieden. Volgens het samenwerkingsverband is de 4

handelingsgerichte aanpak, naast goed pedagogisch partnerschap met ouders, de sleutel voor succes. Het stedelijk samenwerkingsverband, en dan vooral de toekomstig directeur, ziet toe of er voor elk kind binnen de regio een passende plek is. Zo nodig zorgt zijn of haar doorzettingsmacht ervoor dat thuiszitten een uitstervend fenomeen wordt. Ad interim directeur Rob Naarden: “De stad is te groot, de scholen te divers en de problematiek te verschillend om zaken als leerlingof leerkrachtondersteuning uniform in te richten. In plaats van dit te zien als knelpunt, zien we dit als een kans. We durven te vertrouwen op de professionaliteit van scholen, ze krijgen de ruimte om passend onderwijs in Amsterdam waar te maken.” Wel vooraf inzicht geven Schoolbesturen zijn wel gevraagd om de komende tijd aan te geven

hoe zij straks extra ondersteuning leveren. Daarnaast biedt het ondersteuningsplan een duidelijk kader. Rob: “We schetsten wat we verstaan onder de extra en basisondersteuning. En we geven aan dat scholen, zowel op wijk- als op regioniveau, moeten samenwerken. We denken dat ook

“De stad is te groot, de scholen te divers en de problematiek te verschillend om zaken als leerling- of leerkrachtondersteuning uniform in te richten.”


“Het is voor iedereen dit schoolbesturen helpt. Scholen worden uitgedaagd om niet te snel op te schalen naar hun bestuur, ze moeten hun basisondersteuning voor leerlingen zelf op orde hebben. Als de school ‘handelingsverlegen’ is en de leerling niet kan helpen, is er extra ondersteuning mogelijk. Zoals meer handen in de klas, extra materialen of handelingsgerichte instructie die de leraar in staat stelt om het kind beter onderwijs te geven. Daarnaast worden scholen zelf verantwoordelijk om met elkaar in de wijk te zorgen voor oplossingen. Wij maken geen kaart voor deze samenwerkingsvormen, scholen weten zelf heel goed met wie ze het beste kunnen afstemmen.” Rob legt namens het bestuur en de directie van het samenwerkingsverband uit dat de sociale kaart van de gemeente hiervoor niet volstaat. Deze kaart is gebaseerd op het aantal sociale problemen in een gebied, niet hoeveel scholen er staan. Een wijk zoals het centrum heeft zoveel scholen, daar moet je misschien wel twee wijkoverleggen inrichten. Scholen hebben vaak nu al duidelijke overlegstructuren, dat moeten wij niet opnieuw willen inrichten.” De onderwijsadviseur die bovenschools gaat werken, kan hier volgens het samenwerkingsverband ook bij helpen. Die signaleert ook knelpunten en speelt zaken die hij of zij niet kan oplossen door naar het samenwerkingsverband. Die rol moet niet te zwaar worden gemaakt, vindt Rob. “De scholen en besturen zijn zelf aan zet, er is geen sprake van sturing door derden. Het gaat er meer om dat als er een knelpunt is, er bemiddeld kan worden. Dit gebeurt nu ook al, bijvoorbeeld bij het plaatsen van thuiszitters. De coördinatoren van de regionale samenwerkingsverbanden of de adviseurs van VIA hebben nu die rol.” Praktische uitwerking Tijdens de ALV blijkt dat sommige zaken nog praktisch uitgewerkt moeten worden, ook is duidelijk dat er tijdens de invoering nog vraagstukken zullen komen bovendrijven. Het stedelijk samenwerkingsverband moet op dat moment zorgen voor

duidelijke afspraken tussen de besturen. Afspraken die natuurlijk voor ouders en scholen goed en openbaar te volgen zijn. Rob: “Ik was bij de ondersteuningsplanraad, waar ouders en onderwijspersoneelsleden in zitten die formeel met het plan moeten instemmen, en daar werd gevraagd hoe het voor leerlingen met ondersteuning werkt als ze verhuizen binnen Amsterdam. Volgt de ondersteuning dan de leerling ook al wisselen ze van schoolbestuur? Over dit soort vragen, moeten we met elkaar nog afspraken maken. Uitgangspunt is dat de leerling er op vooruit moet gaan. Het is voor iedereen een nieuwe manier van werken, daarom hebben we ook voorgesteld om het plan na twee jaar te actualiseren. De praktijk kan voor bijstelling zorgen.” Vragen van de schoolbesturen Tijdens de ALV gingen de meeste vragen over de verdeling van de financiën, de relatie tussen passend onderwijs en de nieuwe Amsterdamse kwaliteitsaanpak en het in dienst nemen van personeel die zich nu bezighouden met begeleiding van leerlingen en rugzakaanvragen. “We moeten leren van het verleden. Bij de invoering van ‘Weer Samen Naar School’ ging het ook niet goed met het in dienst nemen van personeel. Dit zat hem vooral in de aansturing, hoe is dat bij ons geregeld? Ik vind dat nog niet zo duidelijk in het plan.” Peter: “We zijn sowieso verplicht om het personeel in te schakelen als we functies hebben waarvoor ze in aanmerking komen, dat is het gevolg van de tripartiete overeenkomst. Vanuit dat gegeven vinden we het logischer om zelf de regie te voeren, je betaalt er immers ook voor. ” Ook op dit punt wil het samenwerkingsverband zoveel mogelijk zeggenschap bij de scholen en de besturen leggen. Je weet als school zelf wanneer en op welk punt je advies kunt gebruiken en je weet ook welke expert daarbij het meest geschikt is. De uitdaging zit hem in de verdeling. Rob: “In het ondersteuningsplan stellen we voor om twee jaar de tijd te nemen om te bepalen wie in welke functie verder

een nieuwe manier van werken, daarom hebben we ook voorgesteld om het plan na twee jaar te actualiseren. De praktijk kan voor bijstelling zorgen.”

gaat. Als er straks geen functie is, dan kun je in 2016 afscheid nemen. Het uitgangspunt is wel dat er geen kennis en kunde verloren gaat. Ook mag je dus niet iets outsourcen als blijkt dat je voor de taak zelf geschikte ondersteuning in huis hebt. Detachering vanuit de personeelspool van het samenwerkingsverband biedt volgens ons uitkomst. De regie ligt bij het samenwerkingsverband, de uitvoering ligt bij de schoolbesturen, waarbij ook kleine schoolbesturen of eenpitters advies en ondersteuning kunnen krijgen.” Er wordt nog opgemerkt dat het belangrijk is om de opbrengsten in de gaten te houden, levert extra advies en ondersteuning op deze wijze straks afdoende op? “Dit zal het samenwerkingsverband meenemen, dit past bij haar regierol.” Kwaliteitsaanpak? “Hoe verhoudt de kwaliteitszorg vanuit passend onderwijs zich met de gemeentelijke kwaliteitsaanpak? Dat is toch nog volop in ontwikkeling? Nu geeft het plan aan dat we aansluiten bij de (toets)standaarden van het nieuwe kwaliteitsbureau. We stemmen dus met iets in wat nog niet vastligt.” Het bestuur en de directie van het samenwerkingsverband geven aan dat de schoolbesturen hier ook aan zet zijn, maar dan in de geleding van het Breed Bestuurlijk Overleg (BBO). Peter Bovenlander: “schoolbesturen zorgen linksom via het BBO of rechtsom via het stedelijk samenwerkingsverband voor de kwaliteitsafspraken, wij vinden voor dit onderwerp het BBO het juiste gremium.” 5


Enkele bestuurders schetsen wel dat de kwaliteitsstandaarden doorwerken in de ondersteuning. Wat verwacht je bijvoorbeeld van het schoolondersteuningsprofiel (SOP) waarin scholen hun ambities en grenzen van passend onderwijs aangeven? De directie en het bestuur van het samenwerkingsverband: “We willen nog aangeven wat we minimaal verwachten van het SOP.”

“Hoe vraag je straks als school extra handen in de klas aan? Dat moet natuurlijk veel sneller en minder bureaucratisch als een rugzakje, maar hoe kan dat het beste?” Ijkpunt vs. stip op de horizon Rob: “Het is belangrijk om vast te houden dat we de start in augustus echt als ijkpunt zien, het is een proces.” Peter geeft nog aan: “De Inspectie van het Onderwijs en de in ontwikkeling zijnde gemeentelijke kwaliteitskaders bieden ons een basis, maar zijn ook niet volledig. Dat geeft dus ook niet, we willen niet alles dichtregelen. Er moet ruimte zijn voor de professional die kan afwegen of het kind, de ouders en de leraar in die specifieke situatie gebaat zijn bij extra ondersteuning. Een schoolbestuurder geeft aan: “In het plan spreken jullie wel van uniform arrangeren. Dat staat er dan ongelukkig.” Rob: “Eens, het gaat om de kaders, het ontwikkelingsperspectief van een leerling helpt bijvoorbeeld ook bij het bepalen of en welke ondersteuning uitkomst biedt. We passen dat aan.” Er wordt nog meegegeven dat het wel handig is om een format te ontwikkelen voor schoolbesturen om te bepalen hoe zij de ondersteuning kunnen organiseren en verantwoorden. 6

Hoe vraag je straks als school extra handen in de klas aan? Dat moet natuurlijk veel sneller en minder bureaucratisch als een rugzakje, maar hoe kan dat het beste? Is er al een best practice? Rob: “Hier zullen we voor zorgen, we komen erop terug. Binnenkort volgt een brief, waarin de overgangsmaatregel ten aanzien van de rugzakjes staat beschreven. Ook geven we aan hoe er wordt omgegaan met (her)indicaties tot 1 augustus.” Aansluiting voortgezet onderwijs Er zijn ook nog wel andere zorgen, bijvoorbeeld over de aansluiting tussen het primair en voortgezet onderwijs. Een schoolbestuurder: “Hier kan ik echt wakker van liggen. Wij proberen in het basisonderwijs een aanpak te ontwikkelen, waarbij we zoveel mogelijk recht doen aan het individuele ontwikkelvraagstuk van kinderen, maar dan gaan onze leerlingen naar het voortgezet onderwijs. Daar is het schoolniveau leidend, je moet voldoen aan de eisen van het vmbo, de havo of het vwo.” Het bestuur geeft aan dat het samenwerkingsverband voor het voortgezet onderwijs net zoals wij druk bezig zijn om te zorgen dat maatwerk overheerst. De intensivering is er, ze beseffen dat hun drop-out systeem stringenter is. Interim directielid van het samenwerkingsverband Marianne: “Wij zitten vaak om tafel en dat blijven we ook doen, de ondersteuning van leerlingen moet ook goed doorlopen gedurende de schoolloopbaan, net als bij verhuizingen. Het is belangrijk om te monitoren, zoals wat er gebeurt met het aantal thuiszitters. Het monitoren is onlangs door de VIA (red. bureau voor verwijzing, indicatie en advies) geïntensiveerd, dat moeten we in de toekomst zeker voorzetten.” Rob geeft nog aan: “Het voordeel is dat de nieuwe directeur doorzettingsmacht krijgt om een (dreigende) thuiszitter op een school te plaatsen. De directeur krijgt veel verantwoordelijkheid om te zorgen dat de operatie passend onderwijs goed verloopt.”

Hoe gaat het nu verder? Nu de schoolbesturen akkoord zijn met de hoofdlijnen, praat het bestuur en de directie nog verder met de gemeente en de OPR. De gemeente geeft in een speciaal (OOGO) overleg aan wat ze van het plan vindt. De OPR heeft net als de schoolbesturen instemmingsrecht. Tot de instemming van het plan uiterlijk medio april loopt de OPR het plan hoofdstuk voor hoofdstuk na. Voor 1 mei 2014 moet het ondersteuningsplan bij de Inspectie van het Onderwijs liggen. Duidelijk is dat ook de OPR de spanning voelt van het durven vertrouwen op de praktijk. Je voelt je immers verantwoordelijk en wilt wel zien dat passend onderwijs werkt voor leerlingen, ouders en het personeel. Meer hierover in het artikel over de OPR.

Het Samenwerkingsverband Amsterdam-Diemen ontwikkelt op dit moment een eigen website. Kijk tot die tijd op www.viaamsterdam.nl.


De voorzitter van het samenwerkings­ verband (swv) is Peter Bovelander. Peter is al een aantal jaren de voor­ zitter van ons swv, daarnaast is hij voorzitter van het stedelijk samen­ werkingsverband.

DE VOORZITTER VERTELT

Schaken op verschillende borden “In dit nieuwsbulletin een impressie vanuit de algemene ledenvergadering en vanuit de ondersteuningsplanraad van het nieuwe samenwerkingsverband. Daar werd de afgelopen weken uitvoerig gesproken over het in ontwikkeling zijnde eerste ondersteuningsplan. Een plan, waarin het samenwerkingsverband vastlegt binnen welke kaders passend onderwijs in Amsterdam en Diemen verder ingevuld en uitgebouwd worden. Als u deze verslagen leest, dan zult u merken dat een hele reeks inhoudelijke zaken aan de orde komt die vooraf geregeld moeten worden. De hamvraag is daarbij: wat regelen we vooraf, wat laten we open en op welk niveau zal straks de invulling en uitvoering plaatsvinden? Daarbij spelen twee uitgangspunten een cruciale rol. We willen enerzijds zoveel als mogelijk de ondersteuning decentraliseren en daarmee ook ontbureaucratiseren. Tegelijkertijd willen we de kwaliteit, professionaliteit en rechtvaardigheid van het gehele systeem zo goed mogelijk verankeren in werkbare afspraken en kaders. Tussen deze twee uitgangspunten treedt een zekere spanning op. Die spanning toont zich op drie niveaus binnen het samenwerkingsverband. Op het centrale niveau willen we maar met een beperkte set van regels en afspraken werken, ondersteund door een klein centraal apparaat. Maar op dat niveau is er wel verantwoording naar de buitenwereld nodig over de resultaten van het samenwerkingsverband als geheel. Dit vereist dus een grote mate van onderling vertrouwen tussen de betrokken partners.

In de verschillende regio’s van het samenwerkings­ verband willen we de besturen binnen deze kaders de vrijheid geven om eigen keuzes te maken met betrekking tot de organisatie en financiering van de ondersteuning in en rondom de scholen. Tegelijkertijd verwachten we van besturen dat ze in de regio wel onderling hun beleid afstemmen op die terreinen waar men elkaar nodig heeft of waar men elkaar in de wielen kan rijden. Op het tweede niveau, het uitvoeringsniveau, willen we tenslotte de eigen professionaliteit en de creativiteit van de school centraal stellen. Dat betekent dat elke school die ondersteuning moet kunnen ontwikkelen en/of inroepen die aansluit bij de populatie van de school. Maar die populatie delen scholen veelal met de scholen in de buurt of wijk. Op dat derde niveau, het wijkniveau, zullen scholen op productieve wijze moeten samenwerken, kennis delen en overleggen met de externe ondersteunende instanties, zoals jeugdzorg. Op al deze niveaus moeten we dus aan de slag. Dat betekent schaken op meerdere borden, waarbij de spelers soms ook nog van rol wisselen en de spelregels zelf nog in ontwikkeling zijn. Bovenstaande complexiteit valt zeker terug te lezen in de diverse verslagen in dit bulletin. Ik hoop dat deze informatie er toe bijdraagt dat de lezer meer zicht krijgt op het proces waar we zo hard mee bezig zijn. Ik ga er daarbij vanuit dat we de komende tijd stap voor stap zullen toegroeien naar een passende nieuwe vorm voor de gewenste ondersteuning binnen Amsterdam en Diemen. Een vorm die én voldoende zekerheid biedt én de gewenste ruimte geeft.” Peter Bovenlander

7


De redactie neemt u mee naar plekken waar driftig wordt gewerkt aan nog beter onderwijs. Voor deze nieuwsbrief gingen we langs bij de Ondersteuningsplanraad. In de raad buigen onder meer leerkrachten, intern begeleiders en ouders zich over de invoering van passend onderwijs. Zij hebben instemmingsrecht op het ondersteuningsplan waarin wordt bepaald hoe passend onderwijs in Amsterdam en Diemen eruit komt te zien.

Foto: vergadering van de OPR.

op pad

Invoering passend onderwijs; balans vinden tussen loslaten en controleren Tijdens de vergadering van de ondersteuningsplanraad (OPR) lag hoofdstuk vier over de ondersteunings­ toewijzing van het plan voor, maar al gauw bleken er meer vragen en zorgen, bijvoorbeeld over de overname van het personeel. Ad interim directieleden Rob Naarden en Marianne Veenhof en voorzitter van het stedelijk samenwerkingsverband Peter Bovenlander waren aanwezig om vragen te beantwoorden. Zij schetsten ook het verdere proces. De communicatie met de eigen OPR-achterban, zoals leerkrachten, intern begeleiders, directies en ouders hield de leden ook bezig. Een nieuwsbrief, en misschien ook een informatieavond, moet ervoor zorgen dat de (gemeenschappelijke)medezeggenschapsraden goed op de hoogte raken van wat er vanaf 1 augustus 2014 met de invoering van passend onderwijs in Amsterdam en Diemen verandert. Vragen… Er leven nog veel vragen bij de leden van de OPR: “Wat is nu precies de relatie tussen de ouder- en kindadviseur en de intern begeleider en hoe verhouden die zich tot de school- en onderwijsadviseur? Moet je altijd langs de schooladviseur of zijn er situaties waarin je meteen aanklopt bij de onderwijsadviseur? En hoe weten we nu zeker of leerlingen die nu een indicatie of rugzakje hebben straks ook nog wel passende ondersteuning krijgen?” Peter, Marianne en Rob gaan afwisselend in op alle vragen en zorgen, tegelijkertijd schetsen ze welke omslag ze met passend onderwijs in Amsterdam en Diemen willen bereiken. … en antwoorden “De ambitie is om voor meer kinderen sneller en effectiever ondersteuning te regelen. Uitgangspunt is dat wat de leerling nodig heeft en dat wat de leerkracht zelf kan oppakken. Als blijkt dat het de school niet lukt, kan de school zorgen voor extra ondersteuning of extern advies. Bij het ene schoolbestuur kan dit betekenen dat er een aanvraag ingediend moet worden bij het bestuur(skantoor), bij een ander bestuur kan 8

het zijn dat de ondersteuning bij een gezamenlijke organisatie van besturen aangevraagd kan worden. We laten dit aan het bestuur over om te bepalen hoe en op welke manier zij het geld verdelen onder de scholen. We vragen wel of ze ons van tevoren inzicht geven, zodat we weten of de ondersteuning goed is geregeld. Nu de indicatiesystematiek vervalt kun je ondersteuningsvragen breder opvatten, daarom hebben we in het ondersteuningsplan wel aangegeven hoe we extra en basisondersteuning definiëren. De rol van de schooladviseur is in dit proces trouwens het geven van steun en advies. De onderwijsadviseur komt kijken als de school, ook met extra ondersteuning, er niet (meer) in slaagt een passende onderwijsplek te bieden. De onderwijsadviseur helpt dan mee met het vinden van een andere plek. Het speciaal onderwijs kan, net als een

“De ambitie is om voor kinderen sneller en effectiever ondersteuning te regelen.”


“Goed aan het plan is dat er zo min mogelijk geld gaat naar overhead en andere reguliere school, een optie zijn. Als het meteen duidelijk is dat extra ondersteuning op school niet afdoende effect zal hebben, kan de onderwijsadviseur meteen ingeschakeld worden. Die kijkt dan naar zaken als: is er een ontwikkelingsperspectief en hebben ouders hiermee ingestemd en wat is er allemaal ondernomen? En welke weg is nu het meest logisch? De onderwijsadviseur raadpleegt bij het opstellen van zijn bevindingen altijd twee anderen. Dit kunnen andere onderwijsadviseurs zijn of afhankelijk van de casuïstiek, bijvoorbeeld een jeugdpsychiater of schoolmaatschappelijk werker.” Zorgen De zorgen liggen met name op het vlak van het aantal thuiszitters, de toekomst van ambulante begeleiding, de leerling-dossiers en de privacy daarvan, de handelingsgerichte aanpak van leraren en het nakomen van afspraken; heeft het samenwerkingsverband genoeg slagkracht om toe te zien op de praktijk en lukt het wel om alle ambities ook echt waar te maken?” Ingrid Heemskerk, ouder en lid OPR: “Het plan gaat uit van de goede dingen en zet vooral de gewenste situatie neer. Hoe zorgen we straks voor de daadwerkelijke uitvoering hiervan? Hoe realistisch is het OP? Dit is niet alleen een organisatorische reorganisatie, de visie uit het ondersteuningsplan behelst ook een cultuurverandering bij alle betrokkenen. Hoe weten we dat het passend onderwijs overal wordt gerealiseerd voor elk kind? Er zijn alleen al in Amsterdam meer dan 190 reguliere scholen.” Oordeel Ouder en lid van de OPR Gwen: “Goed aan het plan is dat er zo min mogelijk geld gaat naar overhead en nieuwe instanties. Het meeste geld komt direct naar de scholen en het ziet ernaar uit dat reguliere scholen er niet op achteruit gaan. Ook de speciaal onderwijs scholen blijven gewoon bestaan. De school blijft autonoom en is dus de baas over hoe het geld in zijn school wordt inzet. Het geeft duidelijkheid bij wie de ouder terecht kan. De school is zelf verantwoordelijk, lastige procedures of bureaucratische loketten verdwijnen. Hartstikke fijn, maar daarmee zijn niet ineens alle problemen opgelost. Als school en ouders niet op één lijn zitten, is er geen eenvoudige, snelle oplossingsrichting. De samenwerking tussen school en ouders kan nog beter in de praktijk. De ambitie is er, ook om het hele onderwijs in Amsterdam naar een hoger niveau te brengen maar ik zie in de plannen nog wel een groot gat tussen theorie en werkelijkheid. Maar ja, je moet ergens beginnen.” De voorzitter van de OPR Tijl Koenderink: “Het is een enorme zoektocht om de juiste balans te vinden tussen enerzijds het geven van vertrouwen aan de scholen en schoolbesturen en anderzijds het controleren of er ook goed wordt omgesprongen met dat vertrouwen.” Informeren van de achterban Enkele leden van de OPR waren naar een avond geweest van de Amsterdamse Onderwijs Consumenten Organisatie (OCO). De thema-avond ging over passend onderwijs. Er waren zo’n 90 ouders die veel herkenbare

nieuwe instanties. Het meeste geld komt direct naar de scholen en het ziet ernaar uit dat reguliere scholen er niet op achteruit gaan.” vragen hadden. Ingrid: “Dit riep bij ons de vraag op, moeten we niet ook een informatieavond organiseren voor de (gemeenschappelijke)medezeggenschapsraden?” De leden van de OPR discussieerden met elkaar over hoe zo’n avond eruit moet zien en met wie je dit kunt organiseren: alleen, met het bestuur van het samenwerkingsverband of zelfs met OCO? De meesten zijn het erover eens dat als er een avond komt dit dan ook door de OPR zelf georganiseerd moet worden, waarbij het gevaar dreigt dat het kan lijken op een raadpleging van de achterban. Enkele leden van de OPR: “Kunnen we dit waarmaken? Het tijdpad tot het moment van instemming is krap en wij zijn toch juist vanuit de verschillende achterbannen voorgedragen om advies te geven en in te stemmen?” Een lid van de OPR: “Ik voel wel voor een informatieavond, ik vertegenwoordig een hele grote achterban. Je kunt op zo’n avond de grote lijnen aangeven en ook aangeven wat de rol en verantwoordelijkheid is van de (g)mr-en zelf. Als er dan een heel prangend vraagstuk boven komt drijven die we nog moeten tackelen in het ondersteuningsplan, is dat toch winst?” De leden spraken af dat er een opzet wordt gemaakt voor een informatieavond, het onderwerp staat de volgende vergadering op de agenda. Betekenis passend onderwijs schetsten Ingrid: “Belangrijk is dat we ouders goed uitleggen wat passend onderwijs betekent. Dat lijkt me nog een apart punt van aandacht. Het ondersteuningsplan staat namelijk vol met jargon, het is ook zeer inhoudelijke materie. Het doorgronden vraagt tijd en aandacht, geen dagelijkse kost. Ik pleit er daarom voor dat er een aparte ‘ouderversie’ van het plan komt. Ik denk dan aan een overzichtskaart van het proces; wat kun en mag je als ouder verwachten van school en wat mag school van jou als ouder verwachten?” Gwen gaf ook nog aan: “Binnen de driehoek: ouder, leerkracht en intern begeleider moet overigens dezelfde kennis en kunde aanwezig zijn. Ook denk ik dat een open houding een belangrijke voorwaarde is, net als het creëren van de juiste verwachtingen en het maken en nakomen van afspraken.”

Het bestuur en de directie zeiden in de vergadering alvast toe dat het ondersteuningsplan nog samengevat wordt in een publieksvriendelijke versie en dat deze samen met het ondersteuningsplan na instemming van de besturen online komt op de nieuwe website. Ook worden de e-mailadressen van de medezeggenschapsraden voor de OPR opgezocht via de schoolbesturen, zodat de eerste informatie van de raad terecht komt bij de achterban. Wordt vervolgd. 9


SCHOOL IN BEELD De scholen in het samenwerkingsverband zien er erg verschillend uit. Logisch, want de ene school ligt middenin de stad aan de gracht, terwijl de andere school nabij een weiland ligt. Om een beeld te krijgen van onze prachtige scholen laten we elke keer een andere school zien. Dit keer de Sint Antoniusschool.

De Sint Antoniusschool De school staat midden in het bruisende hart van de stad, namelijk in de Nieuwmarktbuurt. Het onderwijs op de Antonius wordt gekenmerkt door zes p’s die staan voor: plezier in het werk, positieve verwachtingen, persoonlijke aandacht, pragmatisch denken en een procesgerichte aanpak leidt tot de beste prestaties.

AGENDA Voor de komende periode staan de volgende overleggen op de agenda: Wijkgericht werken

Dinsdag Donderdag Donderdag Donderdag

4 maart 6 maart 20 maart 17 april

Pijp/Rivierenbuurt Buitenveldert Centrum oost en west Museumkwartier/Apollobuurt

9.00 – 11.00 uur 9.00 – 11.00 uur 9.00 – 12.00 uur 9.00 – 12.00 uur

Anne Frank De Ark

13.00 – 17.00 uur

Olympisch Stadion

10.00 – 11.30 uur

OOG Onderwijs en Jeugd

09.00 – 11.00 uur

OOG Onderwijs en Jeugd

Studiemiddag

Dinsdag

18 maart

Dagelijks bestuur

Dinsdag

8 april

Besturenoverleg

Donderdag

10

24 april

E mailnieuwsbrief zuid - 18 februari 2014  

E mailnieuwsbrief zuid - 18 februari 2014

Advertisement