Issuu on Google+

Met extr aandach a t voor:

N 12 december 2013

het stede lijk samenwe rkings足 verband

ieuwsbrief Samenwerkingverband Zuid


INHOUD het leSlokaal entresol als spelhoek De VoorZitter Vertelt over de ontwikkeling van het stedelijk samenwerkingsverband Vanuit ZuiD alternatieve inzet leerlinggebondenfinanciering lanDelijk nieuWS laatste advies van ecpo SteDelijk nieuWS interview met interim­directielid Marianne Veenhof op paD Welke kansen en knelpunten zien directeuren? School in beelD Dit keer de jozefschool agenDa alle activiteiten van 12 december t/m 14 februari

Het samenwerkingsverband maakt de nieuwsbrief om iedereen op de hoogte te houden van de activiteiten. Daarnaast wil het samenwerkingsverband via de nieuwsbrief alle scholen nog meer bij de ontwikkelingen betrekken. Ideeën voor het magazine, commentaar op de nieuwsbrief of zelf kopij insturen? E-mail de redactie via e.lugthart@oog.nl.

COLOFON coördinator emmy lugthart redactie lise­lotte kerkhof ontwerp roquefort ontwerpers

2


HET LEsLOkAAL Onze lens is op zoek naar de praktijk van Passend onderwijs. Heeft u een geschikte rekenmethode voor kinderen met rekenproblemen, een handige klassenopstelling voor gedifferentieerd lesgeven of een ander voorbeeld van Passend onderwijs in of rondom uw leslokaal? E-mail dan de redactie en wie weet staat uw klas de volgende keer in ‘Het leslokaal’.

Entresol als spelhoek Openbare basisschool De Kleine Reus krijgt begin 2014 voor de groepen 5 t/m 8 een prachtig nieuw schoolgebouw. De school, die aan ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO) doet, weet echter nu ook al slim gebruik te maken van de ruimte in de klaslokalen. Zo is er aan de Nieuwe Looiersstraat 9 voor alle groepen 1 t/m 4 een entresol. De entresol is een spelhoek, deze wordt steeds aangepast aan het OGO-thema. Op dit moment wordt er gewerkt vanuit het thema gezonde voeding. Op de entresol vinden de leerlingen een sap- en groentekraam.

3


De voorzitter van het samenwerkings­ verband (swv) is Peter Bovelander. Peter is al een aantal jaren de voorzitter van ons swv, daarnaast is hij voorzitter van het stedelijk samenwerkingsverband.

DE VOORZITTER VERTELT

Zijn we er klaar voor? “In de media verschenen recent berichten dat de schoolbesturen nog niet erg zijn opgeschoten met de voorbereidingen van passend onderwijs. Met name de scholen zouden daardoor niet weten waar ze per augustus volgend jaar aan toe zijn. Volgens een landelijke commissie zou de invoering van passend onderwijs daarmee in gevaar komen. Het lijkt me goed om bij deze berichten stil te staan en te vertellen hoe ver we in Amsterdam en Diemen zijn. Daarbij heb ik me overigens opnieuw verbaasd over de suggestie in deze berichten dat er per augustus drommen nieuwe leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften aan de poort van de reguliere basisschool zullen verschijnen. Dit mede als gevolg van het verdwijnen van plaatsen in het speciaal onderwijs. Dit zal echt nergens in het land het geval zijn en zeker al niet in Amsterdam en Diemen. De invoering van passend onderwijs is weliswaar een fundamentele wijziging van het stelsel, maar zal stapsgewijs worden ingevoerd. Overgangsbudgetten zorgen ervoor dat de verschuivingen van leerlingen op verantwoorde wijze kunnen plaats vinden. De essentie van de verandering: minder verwijzingen naar het speciaal onderwijs, daar waar het verwijzingspercentage hoger is dan de landelijke streefcijfers. Anderzijds is het doel de kwaliteit van de ondersteuning van leerlingen binnen de basisscholen te verhogen, waarbij de beschikbare gelden beter besteed moeten worden in en om de reguliere basisscholen. Om dit te bereiken worden de samenwerkingsverbanden vergroot. Daarnaast wordt de financiering voor de ondersteuning en voor het speciaal onderwijs in de vorm van een lump sum uitgekeerd aan het samenwerkingsverband. Tot slot wordt de verplichte indicering afgeschaft en worden de individuele rugzakken omgezet in een schoolbudget voor ondersteuningsarrangementen. Hoe ver is het samenwerkingsverband AmsterdamDiemen nu met betrekking tot bovenstaande doelstellingen en ingrepen? We kunnen vast stellen dat in ons nieuwe samenwerkingsverband de

4

deelnamepercentages van het SBO en SO nu al onder de landelijke streefcijfers liggen. Voor het nieuwe stedelijke samenwerkingsverband zal het zeker geen doelstelling zijn om deze verwijzingspercentages verder om laag te brengen. Wij zetten met name in op een kwaliteitsverbetering van de feitelijke ondersteuning. Dat wordt echter een kwestie van stapsgewijs voortbouwen op dat wat er al in de scholen ontwikkeld is. We zullen daar de komende jaren vooral mee bezig zijn. Om dit te realiseren moeten we wel de structuren, procedures en budgetteringsvormen binnen ons samenwerkingsverband versimpelen en decentraliseren. Daar zit voor ons nu net ook de ingewikkeldheid. Het Samenwerkingsverband Amsterdam-Diemen is zo groot, dat alleen een goed evenwicht tussen centrale en decentrale verantwoordelijkheden kan voorkomen dat we in een nieuwe bureaucratie terecht komen. Het nieuwe bestuur is daarom - achter de schermen - bezig om een nieuwe bestuurlijke, financiële en organisatorische infrastructuur te scheppen, waarbinnen nieuwe vormen van ondersteuning in en rondom de scholen verder op kunnen bloeien. Centraal staan vragen als: wat doen de schoolbesturen en scholen samen en wat zelfstandig? En wat leggen we in procedures vast omwille van de rechtszekerheid en de objectiviteit en wat laten we vrij op basis van vertrouwen? En wat is een efficiënte en rechtvaardige inzet van middelen? De komende maanden legt het bestuur de voorstellen hiervoor neer bij alle schoolbesturen. Qua vormgeving van het nieuwe beleid kan de landelijke commissie terecht constateren dat de besturen zeker nog niet klaar zijn en de scholen dus nog onvoldoende weten wat er per augustus 2014 precies gaat veranderen. Ik ga er echter vanuit dat we per augustus 2014 de kaders hebben neergezet, waarbinnen de verdere uitbouw van passend onderwijs in Amsterdam en Diemen kan plaats vinden. In dit bulletin meer daarover.” Peter Bovenlander


VANUIT ZUID

Alternatieve inzet leerling­ gebonden financiering (lgf) In overleg met de Ambulante Begeleidingsdienst (AB-dienst) cluster 3 & 4 is afgesproken om voor een aantal lgf-leerlingen te kijken naar een alternatieve inzet van de middelen. Dit betekent dat deze kinderen geen of minder begeleiding vanuit de AB-dienst krijgen. De school geeft in samenspraak met het eigen schoolbestuur en het samenwerkingsverband aan op welke manier de begeleiding zal gaan verlopen en hoeveel geld hiervoor nodig is. In het totale samenwerkingsverband gaat het om 20 leerlingen. Dit betekent 10 leerlingen vanuit Openbaar Onderwijs aan de Amstel (OOadA)-scholen en 10 leerlingen vanuit de overige scholen binnen het samenwerkingsverband. Per leerling gaat het om het bedrag van 4200,- euro (het personele deel vanuit de AB-dienst), daarnaast is het wenselijk om het schooldeel van 6000,- euro ook in de nieuwe opzet te betrekken. Op die manier kan een goed arrangement worden opgezet. Natuurlijk moet in alle gevallen goed overleg met de ouders zijn; zij moeten uiteindelijk toestemming geven. Het rugzakje is tenslotte van het kind en de betrokken ouders. Deelnemende scholen Een aantal scholen hebben deze alternatieve inzet aangevraagd en zijn aan de slag gegaan. Vanuit OOadA gaat het om De Boekman, de Oscar Carré en Stern, vanuit de overige scholen doen de Nautilus, de Eilanden en de ASVO mee. De gekozen inzet is divers.

Een aantal scholen werkt sindsdien met meer handen in de klas. Bijvoorbeeld door een zorgstudent of onderwijsassistent in te schakelen die een aantal uren in de klas ondersteuning geeft. In de meeste gevallen is dit gekoppeld aan het bieden van cognitieve ondersteuning, maar ondersteuning in vrije situaties (red. bijvoorbeeld buiten spelen) komt ook voor. In een specifiek geval gaat het vooral om gedragstraining in het kader van autisme. Verwachtingen en uitkomsten De onderwijsadviseurs die al op de scholen werken, monitoren de arrangementen vanuit het samenwerkingsverband. Op deze manier kunnen we ons vast een beetje voorbereiden op de situatie na 1 augustus 2014 als scholen zelf moeten arrangeren. Het is dan ook interessant om te kijken of de scholen en dan meer specifiek: de leerlingen, ouders, maar zeker ook de leerkrachten tevreden zijn over de gekozen inzet. Levert het op wat we ervan verwacht hadden? Wordt vervolgd.

Landelijk nieuws

Laatste advies ECPO Op 25 november heeft de voorzitter van de evaluatie en adviescommissie passend onderwijs ECPO, Jan Gispen, het laatste advies van de commissie aangeboden aan staatssecretaris Sander Dekker. Het advies de ‘Routeplanner Passend onderwijs’ bevat verschillende onderdelen: • het advies, te weten de constateringen en opvattingen op basis van de ervaringen van de ECPO van de afgelopen zes jaar; • een evaluatieplan passend onderwijs voor de jaren 2014-2020; • de nulmeting passend onderwijs met conclusies. Meer informatie via www.ecpo.nl. 5


In de rubriek stedelijke ontwikkelingen houden wij u op de hoogte van de samenwerking tussen de verschillende samenwerkingsverbanden. Voor deze nieuwsbrief die in het teken staat van het nieuwe stedelijk samenwerkingsverband Amsterdam en Diemen interviewden wij Marianne Veenhof, zij vormt samen met Rob Naarden in de huidige overgangsperiode de interim-directie. Zij ondersteunen de schoolbesturen die het dagelijks en algemeen bestuur van het nieuwe samenwerkingsverband vormen.

stedelijk nieuws Waarom is er een interim-directie, de schoolbesturen gaan toch over passend onderwijs? “De schoolbesturen pakken op dit moment de voorbereidingen voor passend onderwijs op. Alle schoolbesturen met een basisschool, of school voor het speciaal basisonderwijs of speciaal onderwijs in Amsterdam en Diemen zijn lid van het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs Amsterdam-Diemen. Gezamenlijk beslissen zij over het beleid dat dit samenwerkingsverband voert. Zij nemen beslissingen in de Algemene Ledenvergadering (ALV). Het samenwerkingsverband heeft een dagelijks en een algemeen bestuur. Zij zijn verantwoordelijk voor het dagelijkse reilen en zeilen en hebben formeel de bevoegdheid om het samenwerkingsverband te leiden. Zij moeten zich bijvoorbeeld aan de Inspectie van het Onder­wijs verantwoorden over de implemen­ tatie van passend onderwijs in onze regio.

“Het implementeren van de veranderingen die passend onderwijs met zich meebrengt, gaat natuurlijk niet in heel korte tijd.” 6

“Stedelijk samenwerkingsverband is druk bezig met de voorstellen voor het ondersteuningsplan” De implementatie van passend onderwijs in zo’n groot gebied als Amsterdam en Diemen is een flinke operatie, het gaat alleen al om zo’n 230 scholen en ruim 40 schoolbesturen. Het bestuur van het samenwerkingsverband laat zich daarom in deze overgangssituatie ondersteunen door een interimdirectie.” Wat staat er nu op de agenda? “Wij zijn nu vooral druk bezig met het uitwerken van het ondersteuningsplan, waarin het samenwerkingsverband handen en voeten geeft aan haar beleid. Dit plan geeft weer hoe het samenwerkingsverband per 1 augustus 2014, als de nieuwe wetgeving van kracht wordt, de belangrijkste zaken geregeld heeft. In het plan staan ook de toekomstige ambities vermeld. Het implementeren van de veranderingen die passend onderwijs met zich meebrengt, gaat natuurlijk niet in heel korte tijd. Het is realistisch om daar een aantal jaren voor uit te trekken zodat het bestuur en alle leden stapsgewijs kunnen werken aan het realiseren van hun ambities.” Kun je al iets zeggen over het ondersteuningsplan? “De inhoud is nog volop in ontwikkeling. Zo kijken we nu naar de concrete ambities van de schoolbesturen. En naar de praktijkervaringen die zijn opgedaan binnen de (voormalige WSNS-)regio’s, de huidige samenwerkingsverbanden,

de wijken en de individuele scholen. Onderwerpen die belangrijk zijn en in ieder geval in het ondersteuningsplan aan de orde zullen komen zijn: • de inrichting en de kwaliteit van de basisondersteuning • de wijze waarop we per 1 augustus 2014 omgaan met het inzetten van vormen van extra ondersteuning door de basisschool en het verwijzen naar het SBO en SO (waarvoor de indiceringen straks vervallen) • het profiel van de SBO- en SO-scholen binnen ons samenwerkingsverband en het flexibiliseren van het speciaal (basis)onderwijs • het maken van personele afspraken. Dan gaat het om de mensen die nu werkzaam zijn als ambulant begeleider of bijvoorbeeld bij de VIA werken. • de verdeling en inzet van de financiële middelen binnen het samenwerkingsverband.” Wanneer horen we meer? “Op 3 december is er een ALV (red. het interview was voor de ALV afgenomen). Ik hoop dat we dan met de leden in ieder geval beslissingen nemen over de kwaliteitseisen die we gezamenlijk willen hanteren voor de basisondersteuning en bepalen hoe we binnen het samenwerkingsverband straks gaan arrangeren en verwijzen. Ook is het de bedoeling om een aantal concrete afspraken te maken over de invulling van de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het


“Uiterlijk 1 mei moeten we het ondersteuningsplan echt definitief hebben vastgesteld, zodat we het op tijd kunnen indienen bij de Inspectie voor het Onderwijs. personeel en over de financiën. De overige onderdelen van het ondersteuningsplan werken we vervolgens begin 2014 nader uit.” Hoe gaan jullie de komende tijd te werk? “De planning van de schoolbesturen is dat het volledige ondersteuningsplan in concept uiterlijk 1 februari aan de Ondersteuningsplanraad (OPR) voorgelegd wordt. Deze OPR is een vorm van medezeggenschap op het niveau van het samenwerkingsverband. De raad bestaat uit ouders van leerlingen die binnen het samenwerkingsverband naar school gaan en uit personeelsleden, denk aan leraren en intern begeleiders. Zij hebben instemmingsrecht op het ondersteuningsplan. De procedure voor de oprichting van een ondersteuningsplanraad (OPR) voeren we op dit moment opnieuw uit. In de eerdere procedure is het op een aantal plaatsen niet goed gegaan in de communicatie en is er niet overal gestemd op kandidaten die zich hadden gemeld. Dit vertraagt het proces niet, maar maakt de tijd die er is om samen met het OPR over de onderdelen van het ondersteuningsplan te spreken wel wat krapper. Een aantal ouders en personeelsleden heeft zich gelukkig opnieuw kandidaat gesteld. Met hen hebben we wel een aantal keer kunnen spreken. We wachten nu de stemming van de medezeggenschapsraden af (red. liep tot 28 november), dan is de samenstelling van de legitieme OPR bekend. Met hen gaan we nog in december om tafel om de periode tot 1 februari maximaal te kunnen benutten.

Wanneer moeten de voorbereidingen af zijn? “Uiterlijk 1 mei moeten we het ondersteuningsplan echt definitief hebben vastgesteld, zodat we het op tijd kunnen indienen bij de Inspectie voor het Onderwijs. Het is trouwens ook zo dat elk samenwerkingsverband wettelijk verplicht is om met gemeenten op overeenstemming gericht overleg (OOGO) te voeren. Passend onderwijs en de transitie van de jeugdzorg raken elkaar immers nauw. En omdat de gemeenten onder andere verantwoordelijk zijn voor de leerplicht, het leerlingenvervoer, onderwijshuisvesting en achterstandenbeleid. De uitkomsten van het OOGO neemt het samenwerkingsverband mee in de uitwerking van het ondersteuningsplan.” Veel scholen zouden - volgens verschillende bronnen - nog niet klaar zijn voor passend onderwijs, hoe kijkt het samenwerkingsverband daar tegenaan? “Invoering van passend onderwijs staat en valt met goed onderwijs, een goede ondersteuningsstructuur van scholen en een professionele omgang met ouders. Zowel in Amsterdam als in Diemen is er al jaren doelgericht gewerkt aan het versterken hiervan. In Amsterdam onder andere door de Kwaliteitsaanpak Basisonderwijs Amsterdam (KBA). Het aantal zwakke basisscholen is de laatste jaren flink afgenomen. Ook is het verwijzingspercentage in onze regio van leerlingen naar het SBO en SO niet hoog. Dit ligt net onder het landelijk gemiddelde. De leden van het samenwerkingsverband hebben er dan ook voor gekozen de omvang van het SBO en SO in Amsterdam en Diemen niet terug te brengen en deze vormen van primair onderwijs vanuit het samenwerkingsverband gezamenlijk te financieren. Dit biedt natuurlijk geen garantie dat elke school in Amsterdam en Diemen al helemaal klaar is voor de invoering van passend onderwijs, maar het zorgt wel voor een belangrijke basis.”

Welke uitdagingen zijn er volgens jullie nog? “Een belangrijke strategische vraag voor de leden van het samenwerkingsverband is wat schoolbesturen ieder voor zich willen regelen en op welke onderdelen ze juist willen afstemmen of samenwerken. Denk aan het samenwerken met collegaschoolbesturen in de regio of de wijk. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om: • de invulling van de ondersteuningsplicht • de inzet en uitvoering van arrangementen • samenwerking in de wijk, zowel tussen scholen onderling als met de jeugdzorg • het zorgvuldig terugplaatsen van leerlingen uit het SBO en SO naar de basisschool • professionalisering van leerkrachten en intern begeleiders, bijvoorbeeld handelingsgericht werken en het vormgeven van de ouderbetrokkenheid.” Is er ook overleg met betrokkenen uit het voortgezet onderwijs? “Ja, samen met het Samenwerkingsverband VO maken we waar nodig afspraken. Bijvoorbeeld over hoe we de ondersteuning van leerlingen goed kunnen laten doorlopen. Denk aan leerlingen die nu in het laatste jaar van het primair onderwijs een rugzakje hebben. Die ondersteuning moet bij hun overstap naar het middelbaar onderwijs bij voorkeur gewoon door kunnen lopen. Ook wordt er goed gekeken naar hoe de informatieoverdracht tussen het primair onderwijs (en met name vanuit het SBO en SO) naar het voortgezet onderwijs aangepast kan worden op de nieuwe situatie wanneer er geen indiceringen meer bestaan voor het SBO, SO en VSO.”

7


De redactie neemt u mee naar plekken waar driftig wordt gewerkt aan nog beter onderwijs. Voor deze nieuwsbrief gingen we op pad naar de directeuren die deelnemen in onze kerngroep. In de kerngroep denken de directeuren mee met de ontwikkelingen binnen ons samenwerkingsverband. Wij waren nieuwsgierig wat zij verwachten van het nieuwe stedelijk samenwerkingsverband.

OP PAD

Foto: enkele directeuren van de kerngroep van ons samenwerkingsverband Zuid.

“Stedelijk samenwerkingsverband, geef scholen de ruimte en ga voor de lange termijn” Het stedelijk samenwerkingsverband is druk bezig met het opstellen van het ondersteuningsplan. In dit plan moet duidelijk worden hoe passend onderwijs in Amsterdam en Diemen vorm wordt gegeven. Hier hoort natuurlijk ook de verdeling van het geld bij. De kerngroepleden van ons samenwerkingsverband gaven op ons verzoek aan welke kansen en knelpunten zij op dit moment voor passend onderwijs zien. Directeur van De Kleine Reus Miriam Heijster: “Er is nog veel onduidelijk. Hoe zit het straks met de kinderen die eigenlijk een rugzakje nodig hebben? Hoe gaan we deze kinderen ondersteunen en hoe komen we aan de financiële middelen? Ik wil als schooldirecteur graag zelf verantwoordelijk zijn voor het budget. Natuurlijk wil ik dat geld dan ook goed verantwoorden. Overigens voel ik me binnen mijn bestuur Openbaar Onderwijs a/d Amstel gesteund in wat wij als school nu al doen aan passend onderwijs. Wij hebben op De Kleine Reus een opmaatgroep. Hier krijgen kinderen die het nodig hebben extra onderwijsondersteuning, in een dagdeel of meerdere dagdelen vanuit hun eigen ontwikkelingsperspectief gaan de leerlingen onder 8

deskundige leiding aan het werk. Hiermee realiseren we voor een behoorlijk aantal kinderen al passend onderwijs. Ik kan me wel indenken dat kleinere schoolbesturen of éénpitters zich zorgen maken over hoe zij hun kinderen straks goed kunnen ondersteunen.” Inhoud vs. financiën Hans Labots van KOLOM-SBO-Zuid (locatie St. Paulusschool): “Ik herken veel in wat Miriam zegt. Het is niet duidelijk wat je straks nog kunt bieden, terwijl dit richting ouders en leerlingen zo belangrijk is.” Frank Bronkhorst van de Tobiasschool: “De financiën domineren bij de bestuurlijke invulling van passend onderwijs. Dat is ook logisch, want los van wat je


inhoudelijk vindt van passend onderwijs de invoering is ook gewoon een ambtelijke bezuinigingsmaatregel. Het nieuwe stedelijk samenwerkingsverband is op de kaart gezet vanuit Den Haag. Het is niet zo dat al die verschillende losse schoolbesturen voor de invoering van passend onderwijs gezamenlijk één invulling voor ogen hebben. We kiezen niet met zijn allen, bijvoorbeeld voor inclusief onderwijs.” Uitdagingen Het feit dat het passend onderwijs met minder geld nog beter dichtbij huis georganiseerd moet worden, is volgens de directeuren een uitdaging die zichzelf ook wel in de weg zit. Frank: “Neem nu het SBO en SO. Het leerlingaantal loopt terug, sommige SO- en SBO-scholen zullen hierdoor moeten fuseren. Als dit gebeurt zullen er juist in de wijken plekken verdwijnen, met als gevolg dat de leerling meer afstand moet afleggen om een passende plek te vinden. Dat is zonde, want we zien dat scholen voor een aantal leerlingen behoefte blijven houden aan kleinschalige ondersteuning dichtbij de reguliere school. Voor de andere SBO- of SO-school geldt juist dat ze door een door de jaren opgebouwd specialisme juist een stedelijk bereik hebben.” Directeur Emma Lieske van de Hildebrand-van Loonschool: “Een individuele school die een miniem aantal leerlingen heeft met heel specifieke onderwijsondersteuning kan dit niet zo makkelijk zelf organiseren. Er is geen budget voor een aparte opmaatgroep, simpelweg doordat de instroom van leerlingen te klein is. En voor sommige leerlingen is het in klassen van soms dertig leerlingen niet altijd haalbaar om goed les te krijgen.” Frank: “De economisch vitaliteit van één school moet niet de inhoudelijke opdracht ‘dichtbij huis passend onderwijs’ in de weg staan. Hiermee bedoel ik dat je ook minder rendabele onderwijssegmenten moet blijven financieren als dit voor het kind en de buurt nodig is. De lange termijn en de inhoudelijke opdracht moet voorop staan.” Ook directeur van St. Aloysiusschool Marion Mulder beaamt dat we moeten uitkijken dat we niet voortijdig afscheid nemen van deskundigen. Behoud expertise Hans: “We moeten datgene waar we nu al een aantal jaar op inzetten; behouden. Neem nu de JRK-groepen (red. Jonge Risico Kinderen) in het SBO. Binnen het SBO zetten we vol in op het jonge kind tot 7 jaar. We willen snel zorgen dat het kind de ondersteuningsbehoeften krijgt die het nodig heeft, zodat de leerling waar mogelijk weer terug kan naar de eigen reguliere basisschool. We hebben met zijn allen in deze groepen geïnvesteerd, we hebben nu specialisme hierin. Zonde om dat te laten verdwijnen.” Ook de andere directeuren kunnen voorbeelden geven van werkwijzen en expertise die volgens hen niet mogen verdwijnen.

kinderen met ondersteuningsbehoeften. Wij gaan echt voor goed onderwijs, het gaat niet om goede opvang.” Frank: “Er zijn volop kansen, als we kiezen voor een gezamenlijke insteek, niet opereren op individueel, maar op wijk- en stadsniveau en expertise niet vernietigen.” Miriam: “Ik twijfel of de gezamenlijke insteek haalbaar is en werkt. We moeten mijns inziens vooral de ruimte geven aan scholen. Maar goed als ik de baas zou zijn zou ik wel streven naar inclusief onderwijs, zodat alle kinderen in principe in de buurt naar school kunnen.” Emma: “Als het kan in school, anders in de wijk. In het wijkgericht samenwerken zou een SBO-school heel goed de rol van expertisecentrum kunnen vervullen voor de omliggende basisscholen.” Dat beaamt ook Hans: “Samen waar mogelijk, apart waar nodig.” Frank: “Ik twijfel over inclusief onderwijs, het zorgsysteem sluit hier helemaal niet op aan. En ja inderdaad de belangen van schoolbesturen lopen door grootte en verschil in leerling-problematiek uiteen.” Miriam: “Het inclusief onderwijs vind ik een stip op de horizon. De praktijk is natuurlijk weerbarstiger.” De transitie jeugdzorg staat volgens de directeuren ook nog in de kinderschoenen.

“Er is geen budget voor een aparte opmaatgroep, simpelweg doordat de instroom van leerlingen te klein is.” Volgens Marion liggen er ook kansen voor bijscholing van scholenteams.“Het gaat ook om leergierigheid, willen werken aan wat het kind nodig heeft. Niet stoppen bij het benoemen wat niet lukt, maar jezelf uitdagen. Wat kan ik als leerkracht anders doen?” Frank: “Hier liggen ook kansen voor de opleidingen, die kunnen de leerkrachten nog veel meer kennis en reflectie op dit onderwerp bijbrengen.” Emma: “We kunnen al veel meer als vroeger. Passend onderwijs is ook nooit klaar, je bouwt ook expertise op tijdens het ondersteunen van dat individuele kind.” Hans geeft op de vraag ‘moeten directeuren niet zelf ook anders werken?’ eerlijk toe: “Het gaat inderdaad ook om de betrokkenheid van directeuren. Die onderwijskundige betrokkenheid is echt toegenomen, dat zie je aan de directeuren hier aan tafel. Ik kijk ook kritischer naar mezelf. Ik heb nu een coach. Fantastisch erg leerzaam, dat had ik veel eerder kunnen doen.” De directeuren blijven vanuit die betrokkenheid de ontwikkelingen de komende maanden kritisch volgen.

Kansen? Miriam: “Ik zie zeker wel kansen voor kinderen als we het hebben over passend onderwijs. Nu, en straks wellicht nog meer, kun je ondersteuning sneller en makkelijker zelf organiseren. Heel fijn, want soms heb je echt andere behoeften dan dat er qua aanbod beschikbaar is. Doordat we zoveel geleerd hebben, werken we nu wel veel beter aan goed onderwijs voor 9


SCHOOL IN BEELD De scholen in het samenwerkingsverband zien er erg verschillend uit. Logisch, want de ene school ligt middenin de stad aan de gracht, terwijl de andere school nabij een weiland ligt. Om een beeld te krijgen van onze prachtige scholen laten we elke keer een andere school zien. Dit keer de Sint Jozefschool.

De St. Jozefschool De school bevindt zich aan de eeuwenoude Kalfjeslaan op steenworp afstand van het Amsterdamse bos, het uiterste randje van ons samenwerkingsverband. De school hoort dus officieel tot ons samenwerkingsverband en participeert dus in het wijkoverleg van Buitenveldert, maar de leerlingen komen vooral uit Amstelveen. Dat begint namelijk aan de overkant van de school. Dit betekent dat de school zeker ook contacten moeten onderhouden met de scholen in Amstelveen. Een interessante, maar ook ingewikkelde situatie in het kader van passend onderwijs.

AGENDA Voor de komende periode staan de volgende overleggen op de agenda: Wijkgericht werken

Dinsdag Donderdag Dinsdag Donderdag

17 december 12 december 11 februari 13 februari

Pijp / Rivierenbuurt Centrum oost en west Hoofddorpplein Apollobuurt/ Museumkwartier

09.00 – 11.00 uur 09.00 – 12.00 uur 09.00 – 11.00 uur 09.00 – 12.00 uur

Academie van Bouwkunst GGS 2 AMS

13.00 – 15.00 uur

OOG Onderwijs en Jeugd

10.00 – 11.30 uur

OOG Onderwijs en Jeugd

09.00 – 11.00 uur

OOG Onderwijs en Jeugd

Kerngroep

Maandag

3 februari

Dagelijks bestuur

Dinsdag

21 januari

Besturenoverleg

Donderdag

10

6 februari


Nieuwsbrief zuid - 12 december 2013