Issuu on Google+

N

ieuwsbrief

Samenwerkingverband Oost/Diemen

INHOUD Laatste studiemiddag Oost/ Diemen TOOA in de praktijk Stedelijk nieuws Ondertussen in de proeftuin Agenda

Let op: deze nieuwsbrief is voor het hele team. Graag uitprinten en in de lerarenkamer leggen of even digitaal naar uw collega’s sturen.Ideeën voor het magazine, commentaar op de nieuwsbrief of zelf kopij insturen? E-mail de redactie via b.homans@oog.nl.

21 april 2014

Laatste studiemiddag Oost/Diemen 22 jaar na de start van het samenwerkingsverband Oost/Diemen vond, op dinsdagmiddag 25 maart, de laatste studiemiddag voor directeuren en intern begeleiders plaats. Vanaf 1 augustus gaat het nieuwe samenwerkingsverband Amsterdam en Diemen van start. Na een bedankje voor al het werk van coördinator Bernard Homans trapte Rob Naarden van het nieuwe samenwerkingsverband af. Yolanda Hoogtanders gaf vervolgens een update over de transitie jeugdzorg. De rest van de middag waren er praktische workshops. Wij namen een kijkje bij de workshops ‘Positive Behavior Support (PBS)’ en ‘Pedagogisch klimaat: de groepsdynamiek’. Vanaf 1 augustus Interim directeur van het stedelijk samenwerkingsverband Rob Naarden: “Met twintig minuten spreektijd kan ik natuurlijk niet de hele uitwerking van passend onderwijs in Amsterdam en Diemen toelichten. Ik focus mij daarom op één boodschap; vertel leraren dat ze al jaren bezig zijn met gedifferentieerd onderwijs. Benadruk dat er voor hun eigen onderwijsstructuur niet heel veel verandert. De wijzigingen vinden vooral buiten de school plaats. Het gaat dan om de manier waarop wij extra ondersteuning regelen en het geld verdelen. Hier merkt vooral de intern begeleider wat van, die zal op een andere manier extra ondersteuning regelen. Binnen de school zijn leraren en schoolteams al goed bezig. We moeten wel blijven bouwen aan de professionele ruimte.”

“De professionele ruimte begint natuurlijk met vertrouwen, maar dan moet je het wel waar maken.” Professionele ruimte Rob legt uit dat de laatste tijd iedereen begint over de professionele ruimte. “Dat is hartstikke goed. Hier zit ook een uitdaging. Niet alleen voor schoolbesturen, maar ook voor directies. Iets in onze geest roept namelijk bij elke – nieuwe - situatie om duidelijke spelregels. We willen weten waar we aan toe zijn en ons verantwoorden. Als we naar onszelf zouden luisteren dan zouden we weer een trits aan regels invoeren, die juist de professionele ruimte van leraren, maar ook jullie ruimte als directie om te handelen zou beperken. En dat terwijl we juist meer willen vertrouwen op de scholen, zij vragen dat ook. Logisch, want we weten dat blauwdrukken en vaste spelregels kunnen knellen. Neem bijvoorbeeld een kind met ADHD, heeft dit kind wel of geen ondersteuning nodig. Vaak ligt dat aan de context: wat is de klassensituatie en wat is de expertise van de leraar? Als je echt moet doen wat nodig is, heb je daar vaak ruimte voor nodig; geen vaste regel die bepaalt wanneer extra ondersteuning wel of niet mag. De professionele ruimte begint natuurlijk met vertrouwen, maar dan moet je het wel waar maken. We regelen dus autonomie, maar checken we wel of dit goed gaat. We moeten immers wel zorgen dat er voor elk kind een passende plek is.” 1


“Het gaat er om dat we kinderen zo snel mogelijk een passende plek bieden.” Niet doorprutsen dus als blijkt dat het speciaal basisonderwijs nodig is.”

Wel richtingwijzers Rob legt vervolgens uit dat deze houding niet betekent dat er geen richtingwijzers zijn. “We verwachten dat scholen handelsgericht werken en dat ze vanaf het eerste moment ouderbetrokkenheid organiseren. Meer kinderen in het regulier onderwijs houden; is geen op zichzelf staande ambitie. We zitten qua verwijzing naar het speciaal onderwijs al onder het landelijk gemiddelde en qua rugzakken hebben we evenveel als het landelijk gemiddelde. We hebben geen aandrang om dit kleiner te maken. Het gaat er om dat we kinderen zo snel mogelijk een passende plek bieden.” Niet doorprutsen dus als blijkt dat het speciaal basisonderwijs nodig is. Deze huiswerkopdracht staat wel: hoe organiseren scholen straks de extra ondersteuning en hoe wordt deze toegewezen? Rob vervolgt: “Denk ook eens creatief, gebruik de rugzakjes niet één op één als de kind en de groep er baat bij hebben. Het voortgezet onderwijs is hierin al effectief.” Transitie Jeugdzorg Yolanda Hoogtanders projectleider Proeftuinen: “Vorig jaar was ik er ook, vlak voor de start van de proeftuinen. De hoofdboodschap is nog steeds: we moeten zorgen dat hulp sneller, flexibeler en effectiever in en om het gezin wordt georganiseerd. Specialistisch alleen waar echt noodzakelijk. Heel concreet gaat het in Amsterdam bij de transitie jeugdzorg om de ombuiging naar vier zorgvormen. Ten eerste het opzetten van een digitaal platform (onder andere een digitale zorgkaart met klantwaardering, lotgenotengroep, online diagnostiek en screening), het installeren van ouder- en kindteams in de wijk en buurtteams Samen Doen, flexibel aanbod in de wijk (bijvoorbeeld via ouder- en kindteam) en gespecialiseerde stedelijke of regionale voorzieningen (zoals het meldpunt huiselijk geweld). Drempels wegnemen De meeste vragen kwamen ook dit keer bij de uitleg van de tweede zorgvorm: het installeren van ouder- en kindteams en het werken met ouder- en kindadviseurs. Vragen als: kan de school een opdracht krijgen van de ouder- en kindadviseur, wie is dit precies en wat gebeurt er dan eigenlijk met de privacy van ouders? Mogen we onderling zomaar informatie uitwisselen en wat nou als ouders het niet prettig vinden dat ze op school hun problemen thuis bespreken? Yolanda: “Er komen verdeeld over wijken in de stad in elke wijk tussen 22 ouder- en kindadviseurs, 5 á 10 2

jeugdartsen, jeugdpsychologen en enkele ondersteunende functies. Het gaat er niet om dat de school zorgtaken overneemt, in tegendeel. We willen er juist voor zorgen dat problemen thuis, het schoolwerk straks niet meer belemmeren. Een voorwaarde om te leren is immers dat het goed gaat met het kind en het gezin. De ouder- en kindadviseurs ontzorgen dus de school. We schrijven ook niet voor dat die ondersteuning altijd op school plaats moet vinden. Scholen kunnen hier zelf voor kiezen.” Eigen initiatief Yolanda vervolg: “Laat ik ook duidelijk zijn; het gaat om een vrijwillige vraag van ouders. Ouders schakelen zelf ondersteuning in. Als de drempel voor ouders te hoog is om met de ouder- en kindadviseur op school te praten, kan dit ook anders georganiseerd worden. Juist die samenwerking in de wijk biedt hiervoor mogelijkheden. Het is geen uitrol van een plan, maar een inrol: scholen zijn zelf aan zet. En nee dit zorgt er niet voor dat scholen allerlei extra opvoed- en opgroeivragen krijgen. Er worden niet twee werelden ineen geschoven, er is een samenwerking waarbij beide partners naast elkaar staan en elkaar juist proberen te ontlasten. Scholen komen hierdoor juist meer toe aan hun core business, vanuit de jeugdzorg stimuleren we juist dat ouders veel meer vanuit hun eigen kracht hun zorgen bespreken en werkbaar maken. Ook de ouder- en kindadviseurs gaan handelingsgericht werken.” Diemen Hoewel de scholen samenwerken in Amsterdam en Diemen geldt dat de gemeente Diemen voor de jeugdzorg zelf de organisatie inricht. “We zijn lang samen opgetrokken en de invulling is echt vergelijkbaar, maar er zijn inderdaad wel wat andere namen voor vergelijkbare functies”, verklaart Yolanda in reactie op een directeur uit Diemen die opmerkt dat er geen ouder- en kindadviseurs zijn in Diemen, maar schoolcoaches. Lessen uit de proeftuin: Tot slot legt Yolanda uit dat er al heel wat lessen zijn voortgekomen uit de proeftuinen die inmiddels bijna over de hele stad draaien. Yolanda: “Naar aanleiding van de lessen die we nu verzamelen, gaan we in augustus met directeuren in gesprek. We nemen de lessen mee, zien deze transitie als een lerend proces en een joint venture. We gaan dan ook samenwerken met zorgpartijen. We verlenen nog geen opdracht aan één of meerdere specifieke organisatie(s). Enkele lessen? Een matching van de ouder- en kindadviseur aan de hand van het profiel en de wensen van een school is cruciaal en ondersteuning vanuit het samenwerkingsverband voor de intern begeleiders en ouder- en kindadviseurs is nodig.”


in wat je aan wilt leren (gezamenlijke basiswaarden formuleren) en dit ook actief aanleren en positief bekrachtigen, waarbij 2) preventie het uitgangspunt is. En 3) de hele school meedoet en 4) samenwerkt met ouders en tot slot 5) besluiten neemt op basis van data-analyse. Het idee is dat je noteert wanneer er een incident is. Je noteert het gedrag, maar ook wie het was, hoe laat en waar het incident plaatsvond. Als je dit systematisch doet, ontdek je patronen. Op zo’n moment kun je nagaan welke interventie toegepast kan worden.”

Foto: OOK-adviseurs leggen uit hoe de groepsdynamiek beïnvloed kan worden.

Groepsdynamiek beïnvloeden Na deze stevige aftrap gingen we op weg naar Agaath van Tienhoven en Mariska Slik van OOK Pedagogische Expertise Groep. Zij werken dagelijks met hele klassen, leraren en directies, waarbij ze de groepsdynamiek beïnvloeden. Een goede groepsdynamiek is natuurlijk nodig voor de samenwerking binnen de klas, de (klassikale) aansturing van de leraar, maar is ook juist nodig voor het individuele kind. Maar wat nou als een individuele leerling de groepsdynamiek verstoort? Wij leerden dat leraren, maar ook directies geneigd zijn op het individu te reageren. Mariska: “We willen voor dat ene kind een oplossing zoeken, maar het antwoord ligt vaak in de groep. De groep accepteert het gedrag van de groepsleden of wijst het af. Ieder kind wil erkend worden, als ik gek doe en mensen lachen; geeft dat binnen de groep een stukje waardering. Hier schuilt de oplossing. Kinderen moeten het stoer vinden en positief vinden dat iedereen zich aan de omgangsregels houdt. Hier moet een leerkracht mee aan de slag, positieve beloning bij het inslijpen van de regels werkt.” Positive Behavior Support (PBS) De impact van de positieve inslag werd ook duidelijk bij de workshop van Margreet Schermers van de Bascule en Pien Koppers van het kenniscentrum SWPBS Nederland, gevestigd bij PI Research. Margreet: “Er wordt veel onderzoek gedaan naar gedragsinterventies. We weten al best veel over wat wel en niet werkt. Uit onderzoek blijkt dat de focus leggen op wat kinderen goed doen; werkt. Het zorgt voor gewenst gedrag en dat is natuurlijk erg prettig. Veel leerkrachten raken instructietijd kwijt aan het corrigeren van gedrag. Hoe minder tijd je hiervoor nodig hebt, hoe meer onderwijstijd erover blijft.” Voorkomen is beter dan genezen Pien vult aan: “PBS werkt voor alle leerlingen en dit systeem is vooral preventief. Het is niet een kwestie van één keer vertellen, maar continu aanbieden, herhalen en bekrachtigen. Het is ook niet een nieuwe oplossing, het is een soort paraplu. De kanjertraining past bijvoorbeeld goed hieronder. Het gaat erom dat je in de basis alle leerlingen gewenst gedrag kunt aanleren, maar dat je hiervoor wel vijf zaken nodig hebt, zoals 1) helder zijn

Schoolpleinregels helder? Vervolgens ga je er weer mee aan de slag. Denk maar aan het gedrag van leerlingen op het schoolplein. Heb ik eigenlijk wel van tevoren duidelijk gemaakt wat we wenselijk vinden? Als het antwoord nee is, maak dit dan voor alle leerlingen op dezelfde wijze duidelijk. Het liefste visueel en mondeling. Oefen met positieve spelregels als ‘ballen geven we terug aan degene die er meespeelt’ en ‘na het spelen ruimen we op’. Herhaal dit regelmatig, bijvoorbeeld na elke vakantie. Het inslijpen hiervan kost vaak maar een paar minuten. Dit is niets vergeleken met de tijd die leraren achteraf kwijt zijn aan brandjes blussen. Kinderen willen volgens Pien en Margreet het altijd goed doen, die gaan voor erkenning. Zorg dat dit te maken heeft met het gewenste gedrag, en zorg dan voor een complimentje of een token (kaartje, muntje of armbandje). Met die tokens kunnen kinderen beloningen verdienen. Een achtstegroeper maak je bijvoorbeeld blij met assisteren bij de kleuters. Tijdens het inoefenen van de regels deel je tokens uit als de leerling het gewenste gedrag laat zien. De beloningen kunnen individueel zijn of voor de groep. Kan iedereen dit wel? In hoeverre leidt concurrentie van kaartjes tot een vervelend gevoel bij sommige leerlingen? Niet iedereen kan zich even makkelijk houden aan groepsregels. Pien: “Je past het beloningsysteem aan naar wat de leerling kan zodat de leerling een succes behaald. Voor een leerling die moeite heeft om stil te zijn, kun je al voor een korte stilte een compliment maken en een token geven. Als de regels duidelijk zijn, deel je minder tokens uit. Een beloning is immers niet vanzelfsprekend en dat moet het goede gedrag na het inoefenen wel zijn.” Afsluiting studiemiddag Na de inspirerende workshops was het alweer tijd om af te sluiten. Bernard neemt de tijd om nog even wat bloemetjes uit te reiken, zoals aan de schooladviseurs en Frans en Marieke die beiden een wijkoverleg met verve hebben voorgezeten. Helaas was directeur Cees van ’t Gouden Ei niet aanwezig, hij kreeg een bloemetje voor het tussentijds opnemen van een leerling voor wie hij en zijn team heel veel hebben gedaan (red. zie het TOOA-artikel in deze nieuwsbrief).

3


Om te kijken of de TOOA in de praktijk uitpakt zoals bedoeld, gaan we regelmatig op bezoek bij een school die een onderwijs­ ondersteuning­sarrangement heeft toegekend.

TOOA in de praktijk Foto: directeur Cees Reuvecamp

Meer uitdaging op reguliere buurtschool? De kleurrijke openbare basisschool ‘t Gouden Ei staat midden in het hart van het Oostelijk Havengebied. Volgens de directeur Cees Reuvecamp maakt de leraar hier echt verschil. “We hebben door de grootte van de school, veel samengestelde groepen. Hierin zitten best wel wat leerlingen met een taal- of rekenachterstand, soms worstelen ze ook met hun gedrag. Leraren zorgen ervoor dat ook deze kinderen de kansen krijgen die ze verdienen. Extra ondersteuning, zoals een TOOA vanuit het samenwerkingsverband, is soms nodig. Soms zelfs onmisbaar als we kijken naar Pedro die pas rond zijn 7de naar Nederland kwam.” Gewend aan zekere vrijheid Directeur Cees vertelt dat Pedro tot zijn zevende veel vrijheid genoot, hij groeide op in het buitenland bij zijn oma en tante. “Een heel andere sfeer dan de doorsnee Nederlandse opvoeding van rust, regeltjes en regelmaat”, aldus Cees. Moeder werkte in Nederland en toen Pedro overkwam, woonde zij inmiddels ook samen. Pedro kwam in een druk gezin, met drie zussen. Pedro was hier niet aan gewend, moest wennen aan regels en sprak natuurlijk ook niet zomaar ineens Nederlands. Hij startte daarom op de Batavia, een school voor nieuwkomers. Na een jaar hard werken, waarbij hij veel persoonlijke aandacht kreeg en veel kinderen ontmoette die ook moesten wennen aan een andere taal en cultuur ging Pedro naar de Kleine Kapitein. Een hele omschakeling; Pedro kon niet wennen. Zijn gedrag zorgde ook voor veel onrust in de klas. Het leren lukte niet meer, terwijl hij nog zoveel moest inhalen. “Daar zit ook zijn frustratie. Pedro wil eigenlijk heel graag leren en meedoen, hij vindt het alleen lastig als hij iets anders moet doen dan de andere kinderen,” verklaart Cees. 4

Belletje Cees legt uit dat hij ruim een jaar geleden een belletje kreeg van een beleidsmedewerker van Staij, waar zowel de Batavia als ’t Gouden Ei onder vallen. Zij schetste de situatie van Pedro en vroeg of wij een plekje hadden. Cees: “Ik twijfelde, deze leerling heeft heel veel nodig. Ik dacht dat zijn hulpvraag te groot was voor de groep waarin hij zou komen en voor de school. We konden hem niet bieden wat hij nodig had. Dit komt vooral doordat onze combinatiegroepen met redelijk wat zorgleerlingen al veel vraagt van mijn team en Pedro echt veel ondersteuning nodig had. Er moest iemand elke dag individueel met hem werken, aan de inhoudelijke vakken en aan zijn gedrag. Ik gaf aan dat een andere school in het Oostelijk Havengebied wellicht meer kon betekenen voor Pedro.” Wijkoverleg bood geen uitkomst Inmiddels was het samenwerkingsverband betrokken, Bernard als coördinator en de VIA voor advies. In overleg met Bernard spraken de scholen met elkaar. Dit overleg bood alleen geen uitkomst. Een lastige kwestie, want één school moet uiteindelijk wel uitkomst bieden. Cees: “Bernard vroeg me toen wat ik nodig had om Pedro goed onderwijs te geven. Het was echt een ruim aanbod. Ik gaf, gezien zijn voorgeschiedenis, aan dat ik bijna alle schooldagen extra handen in de klas nodig had. Na overleg kwam het rond. We kregen vier ochtenden een zorgstudent.” Meedoen met de rest Hoewel deze oplossing ervoor zorgde dat Pedro op ’t Gouden Ei een nieuwe start kon maken, bleek deze extra inspanning niet voldoende. Cees: “Pedro accepteerde bijna niet dat hij apart moest werken. Hij wilde meedoen met de


rest en zag deze aanpak bijna als een straf. Hij vond het ook lastig om de autoriteit van de zorgstudent te accepteren. Hij ging in de weerstand, waardoor we veel bezig waren met zijn gedrag en er te weinig vooruitgang werd geboekt om de reken- en taalachterstanden in te halen. We bleven het een tijd proberen, we wilden zijn gedrag positief beïnvloeden en dachten -gezien onze expertise met andere leerlingen- dat het zou lukken. Achteraf hadden we misschien nog sneller moeten ingrijpen toen bleek dat het moeizaam ging, maar ja je geeft niet zo snel op. Niemand wist ook precies wat zou werken, de handleiding ontbrak juist.” TOOA Toen bleek dat de zorgstudent niet voldoende oplossing bood voor Pedro, en een bijna afgestuurde psycholoog beter op zijn plek leek, kwam de directeur weer bij het samenwerkingsverband terug. Een psycholoog is nu eenmaal duurder dan een student, de bekostiging moest wel geregeld worden. Het samenwerkingsverband moet natuurlijk hun budget verantwoorden. Inmiddels werkten het samenwerkingsverband met de TOOA. Cees: “Een prima methode, maar het invullen en het hele aanvraagproces kon er gewoon echt niet meer bij. Al onze inspanningen waren erop gericht om Pedro erbij te houden en resultaten te laten boeken en voldoende tijd en oog te houden voor al die andere kinderen. Gelukkig begreep het samenwerkingsverband dit ook, we kregen hulp vanuit de VIA.” Leren en juist reageren Nu is er een psycholoog die drie ochtenden met hem werkt, dit gaat volgens school goed. “Nu wisten we van tevoren waar we op moesten sturen en degene die we hebben ingeschakeld is competent op dit terrein. Soms is hij nog wel eens dwars, maar het gaat beter, daardoor loopt hij nu ook wat in. Hij is er alleen nog niet, zijn frustraties zitten soms nog in de weg bij het leren. Als hij wordt uitgedaagd bijvoorbeeld in de vrijere situaties, dan kan het soms echt ineens misgaan. Het gaat dan ook flink mis. Als hij wordt gepest en over zijn toeren raakt, vindt hij het heel oneerlijk dat hij wordt aangesproken en dat zijn gedrag gevolg heeft. Ik benoem dit ook, blijf met hem in gesprek en laat hem bij mij op de kamer rustig worden. We zijn steeds bezig om hem te leren juist te reageren”, legt Cees geduldig uit. Vader Peter beaamt dit: “Ik heb veel bewondering en respect voor de aanpak van de school. Het gedrag van Pedro is thuis namelijk niet anders. Pedro is echt een schat van een jongen, maar het is soms moeilijk om de juiste aanpak te vinden. Hij vindt het echt lastig als hij niet zijn zin krijgt, kan dan echt boos worden. Topografie leren kan al een hele uitdaging zijn. Tegelijkertijd kan hij het wel. Dat bewijst de tien voor zijn topo-toets waar hij laatst mee thuis kwam. Op zo’n moment zijn we zo trots, dat peperen we hem dan behoorlijk in. Via school horen we terug dat dit de juiste impact heeft. Ik vind het ook zo knap dat de juf, maar ook de directeur zoveel extra’s voor ons doet. De juf

stuurt bijvoorbeeld bijna elke dag wel een verslagje, en als ik ergens aan twijfel dan stuur ik een e-mail en krijg ik heel snel reactie. We trekken samen op, en geven niet op. De school zet heel veel extra stappen, is niet teleurgesteld als hij toch weer eens vervalt in storend gedrag. Thuis worden we weleens moedeloos, je wilt gewoon graag dat hij leert van zijn fouten.”

“Het blijft natuurlijk altijd de vraag of de sociale Pedro het niet prettiger had gevonden op het sbo, omdat hij daar wel mee had kunnen doen met de rest.” Waarom niet naar het sbo? Waarom biedt het regulier onderwijs hier eigenlijk uitkomst? Was het sbo niet beter, als je zo’n zware ondersteuning nodig hebt? Cees: “Dit zijn heel lastige vragen, een verwijzing naar het sbo is natuurlijk niet iets wat je zomaar doet. Toen ik voor het eerst gepolst werd of Pedro hier terecht kon, heb ik het wel meteen gevraagd: waarom vasthouden aan het regulier onderwijs? Voldoende bagage was het antwoord en het feit dat hij mogelijk meer uitgedaagd kon worden in een klas met leerlingen die net een stapje op hem voor zijn. Het blijft natuurlijk altijd de vraag of de sociale Pedro het niet prettiger had gevonden op het sbo, omdat hij daar wel mee had kunnen doen met de rest. En op het sbo worden leerlingen natuurlijk, net als zorgleerlingen in het reguliere onderwijs, ook steeds meer uitgedaagd.” Toekomst Vader Peter: “School had niets anders of beter kunnen doen, het was ook een kwestie van uitvinden. Het is helaas nog steeds moeilijk om Pedro uit de klas te halen om extra of ander werk te doen. Na twee jaar in zijn leerachterstand al wel wat ingelopen, maar zijn gedrag is nog niet veel verder. Ik vind het moeilijk om te bepalen wat qua school het beste is, ik ben natuurlijk geen specialist. Een overstap naar het speciaal onderwijs lijkt me nu niet meer wenselijk. Hij is nu gewend op ‘t Gouden Ei. Samen met school hebben we wel een afspraak gemaakt bij het academisch opvoedcentrum de Bascule. We willen dat zij meedenken en kijken, en onze zorgen voor de toekomst delen en natuurlijk hier mee aan de slag gaan.” De namen van vader en zoon zijn om privacyredenen gefingeerd.

5


In de vorige nieuwsbrief gaven we een impressie van het concept Ondersteuningsplan. Dit deden we door de reacties van direct betrokken schoolbesturen, ouders en leerkrachten op te tekenen. Waar we nog niet bij stil stonden? Wat verandert er straks precies voor de scholen in Oost/Diemen. We vroegen het aan onze coördinator Bernard Homans.

Stedelijk nieuws

Hebben we straks nog de TOOA? Veel scholen maken nu gebruik van een onderwijs­ondersteuning vanuit ons samenwerkingsverband, is er straks een stedelijke TOOA? “Nee, de schoolbesturen gaan de extra ondersteuning in de basisschool binnen hun eigen organisatie zelf regelen. Daar krijgen ze het budget voor. Natuurlijk kunnen besturen met hun scholen ervoor kiezen om voor de toekenning en verantwoording de ontwikkelde werkwijze vanuit de TOOA te gebruiken, of aspecten daarvan.” Scholen in Oost/Diemen hebben nu een schooladviseur, die komt niet voor in het Onder­ steuningsplan. Waarom niet? “De schooladviseur wordt nu gefinancierd vanuit ons samenwerkingsverband. De deelnemers van het nieuwe samenwerkingsverband hebben er niet voor gekozen dit voor de hele stad te regelen. Besturen moeten in de eigen organisatie samen met hun scholen de bovenschoolse expertise organiseren. In een wijk, of in een regio zoals Oost/Diemen, kunnen scholen als zij dat willen, er voor kiezen samen te werken en samen schooladviseurs aan te stellen. Besturen moeten hiervoor dus niet naar het samenwerkingsverband kijken, maar zelf afspraken gaan maken.” 6

Scholen moeten straks wijkover­ leggen zelf organiseren, -hoe werkt dat? “Nu is het zo dat ons samenwerkingsverband voor een planning zorgt en deze overleggen ondersteunt. Hoewel: alle overleggen hebben al een eigen voorzitter geregeld. Niets staat de wijknetwerken in de weg om hier zelf mee door te gaan. De voorzitter kan voor de planning zorgen. Ik hoop heel erg dat dit gebeurt, voor overleg met elkaar, met het stadsdeel en met het samenwerkingsverband. Het meest kwetsbaar vind ik de wijknetwerken van de intern begeleiders. Heel belangrijk dat ib-ers informatie uit blijven wisselen, bijvoorbeeld over hoe je de juiste ondersteuning organiseert.” Er komen wel onderwijsadviseurs, wat is hun rol na 1 augustus? “De zes onderwijsadviseurs gaan alleen over de verwijzing naar het speciaal (basis)onderwijs en de noodprocedure. In elke regio komt er één, dus ook in Oost/Diemen. De onderwijsadviseurs geven formeel alleen een ‘deskundigenadvies’, het samenwerkingsverband volgt dit advies en geeft een Toelaatbaarheid Verklaring (TLV) af. Het samenwerkingsverband start dus niet nog weer een procedure. Wat

ook verandert, is dat de beoordeling (om tot een advies te komen) niet van achter een bureau plaatsvindt, maar direct in gesprek op school. Aan het gesprek nemen, naast de onderwijsadviseur, ook de leerkracht, de intern begeleider en de ouders deel. Aanwezig is ook een voorzitter, meestal een onderwijsadviseur van een andere regio. Voor dit gesprek plaatsvindt, is wel een dossier nodig. Het dossier moet al veel antwoord bieden op de hoofdvraag van de onderwijsadviseur aan school en ouders: wat is de beste leeromgeving voor de leerling? Daar onder liggen de volgende vier vragen: 1. Wat is de ondersteuningsbehoefte van de leerling (sterke en zwakke kanten)? 2. Wat zijn de mogelijkheden van de school en hoe zijn die ingezet, inclusief extra ondersteuning? 3. Wat is het perspectief van de ouders (en de leerling), nemen zij ook verantwoordelijkheid? 4. Wat we kunnen vaststellen over de ernst van de situatie? Over de werkwijze van onderwijsadviseur zal het samenwerkingsverband nog uitgebreid communiceren.”


In elke nieuwsbrief berichten we over de proeftuinen. Hier ontwikkelen de intern begeleiders samen met de nieuwe schooladviseurs en ouder- en kindadviseurs werkwijzen voor passend onderwijs en het nieuwe stelsel jeugdzorg. Alle scholen in Oud- Oost draaien mee in de proeftuin. Deze keer gingen we langs bij de directie van de Barbaraschool in de Oosterparkbuurt.

Ondertussen in de proeftuin Foto: links Cilia en Gees

Samenwerking sleutel tot succes passend onderwijs Passend onderwijs komt neer op de vraag hoe je voor elk kind het beste lesaanbod kunt realiseren en samenwerking binnen de wijk is hiervoor onmisbaar. Partijen zijn het over beide uitgangspunten doorgaans wel eens. Dat blijkt ook uit het stedelijke ondersteuningsplan: scholen moeten straks blijven samenwerken. Maar hoe doe je dit precies en wie betaalt straks wat? Directeur Cilia van Oostveen en intern begeleider Gees van der Schoor van de Barabaraschool legden uit wat de samenwerking in de Oosterparkbuurt succesvol maakt en waarom de wijkgerichte aanpak zeker door schoolbesturen gefinancierd moet blijven als zij na 1 augustus zelf het geld krijgen voor passend onderwijs. In het gesprek stonden we eerst stil bij de opbrengsten van de proeftuin. Wat merken jullie van de Proeftuin? Directeur Cilia: “Heel concreet hebben we door de proeftuin de samenwerking opgestart met de ouder- en kindadviseur en later ook met de schooladviseur. We namen hierdoor afscheid van onze schoolmaatschappelijk werker. We werkten overigens pas een half jaar samen.” Cilia en intern begeleider Gees vertelden dat zowel de schoolmaatschappelijk werker als zij zelf nieuw waren op de Barbaraschool. Gees: “Er was nog geen lange samenwerkingstraditie, daarom namen we in de proeftuin eerst de tijd om elkaar te leren kennen en samen de koers te bepalen. Je moet eerst hetzelfde beeld hebben over hoe de samenwerking moet verlopen. Het fijne aan de proeftuin is dat de ouder- en kindadviseur veel meer

uren heeft dan de schoolmaatschappelijk werker. De ouder- en kindadviseur nam ook weer andere kwaliteiten mee. Ze kan veel zelf, zoals gedragstraining of sociale vaardigheidstraining.” Cilia vult nog aan: “Ze kent ook echt de weg binnen de jeugdzorg en heeft goede contacten. Als ze zelf iets niet weet of kan, organiseert ze in korte tijd de juiste ondersteuning. Vraag van school centraal Cilia en Gees legden verder uit dat de ouder- en kindadviseur vooral werkt vanuit de vraag van de school. “Er is op dit moment geen spreekuur voor de ouder- en kindadviseur. Misschien komt dat nog, maar nu is het eigenlijk niet nodig. Ouders benaderen de ouder- en kindadviseur ook niet zelf; ze komen bij ons. Soms merken we zelf iets op en gaan dan in gesprek met ouders. Als het nodig is, stellen we voor om te overleggen met de ouder- en kindadviseur. De concrete aanpak of ondersteuning wordt samen besproken en uitgevoerd. Het is erg fijn dat er geen langdurig verwijzingstraject nodig is. We merken echt dat we voor individuele kinderen nu meer kunnen doen.” Tijd tekort Wel is de doorlooptijd van de proeftuin voor de Barbaraschool wat te kort geweest volgens de directie. “We hebben nog geen tijd gehad voor verdieping. De basis is nu op orde, waardoor we komend jaar extra stappen kunnen zetten. Bijvoorbeeld door het betrekken van ouders bij het zorgbreedteoverleg (ZBO). In dit schooljaar werden de ouders nog niet structureel betrokken bij het ZBO. Dat was een bewuste keuze, we wilden eerst 7


kinderen zijn die tegen vergelijkbare problemen aanlopen, wil je samen de juiste ondersteuning organiseren.

een goede basis leggen met de “vaste partners”. In het volgende schooljaar nodigen we ook graag de ouders uit. Ook hebben we nog niet gebruik hoeven maken van de schooladviseur.

Belangen Ook directeur Cilia is het hier volledig mee eens. “We hebben uitgesproken naar elkaar dat ieder bij zijn schoolbestuur aandacht vraagt voor de financiering van de wijkgerichte aanpak. Dit is in het belang van de kinderen in de wijk. Er spelen echter meerdere belangen mee, elk schoolbestuur heeft zijn eigen beleid. Grote schoolbesturen hebben bijvoorbeeld eigen orthopedagogen en soms voldoende dezelfde scholen in dezelfde buurt om dit samen te organiseren. Er liggen dus kansen, maar ook bedreigingen op de loer die voortkomen uit de keuzes van schoolbestuurders. Het is allemaal nog onzeker welke kant het opgaat. Ik weet dat ons bestuur er ook mee bezig is en ons wil betrekken. Ik zie de uitnodiging graag tegemoet.”

Wijkgerichte aanpak Gees vervolgt: “Wij als intern begeleiders willen komend jaar graag verder met onze wijkgerichte aanpak. We hebben elkaar goed leren kennen, vertrouwen elkaar en weten wat je aan elkaar kunt vragen. Dat is nodig om informatie en tips uit te wisselen en echt verschil te kunnen maken voor de leerlingen die net even wat extra’s nodig hebben. Dankzij de wijkoverleggen heb ik ook gehoord hoe andere ouder- en kindadviseurs werken. In de wijk is ook al samen e.e.a. opgezet, zoals de gezamenlijke klas ‘meerkunners’. Ik hoop echt dat we dit soort initiatieven kunnen voortzetten en dat we daarvoor financiering vinden. Als je ontdekt dat er in de wijk

AGENDA Voor de komende periode staan de volgende overleggen op de agenda:

DAG

Datum TIJD WIJK WIE WAAR

Donderdag

22 mei

9.00 – 10.30

Diemen

DOBO

Maandag

19 mei

12.00 –13.30

IJburg

Directie

Maandag

26 mei

13.00 – 14.30

Indische buurt

Directie

Waaier

Maandag

3 juni

13.00 – 14.30

Oostelijk Havengebied

Directie

De Kleine Kapitein

Maandag

16 juni

13.00 – 14.30

Oud-Oost

Directie

Maandag

30 juni

13.00 – 14.30

Watergraafsmeer

De ark

Bestuursoverleggen: WAT WAAR

Donderdag

22 mei

1330 – 15.00 uur

DB

Donderdag

05 juni

13.30 – 15.30 uur

AB

Donderdag

19 juni

1330 – 15.00 uur

DB

Ideeën voor het magazine, commentaar op de nieuwsbrief of zelf kopij insturen? Wij ontvangen deze graag. E-mail de redactie via b.homans@oog.nl.

Samenwerkingsverband Oost postadres Postbus 9853, 1006 AN Amsterdam bezoekadres Postjesweg 175 T (020) 640 09 82 F (020) 453 52 65 www.viaamsterdam.nl 8

COLOFON Coördinator Bernard Homans Redacteur Lise-Lotte Kerkhof Ontwerp Roquefort Ontwerpers


E-mailnieuwsbrief Oost - 21 april 2014