Page 1

N

ieuwsbrief

Samenwerkingverband Oost/Diemen 3 november 2013

TOOA: terugblikken en vooruitkijken Het project TOOA (toekenning onderwijsondersteuningsarrangementen) verkeert nu in fase 2. Eigenlijk zijn scholen nog maar net aan deze fase gewend, terwijl fase 3 alweer in voorbereiding is. Het is bedoeling dat deze volgende fase start per 1 januari aanstaande. Dit tempo is nodig, omdat de invoering van passend onderwijs (1-8-2014) met rasse schreden nadert. Aan het begin van volgend schooljaar gaat het nieuwe samenwerkingsverband Amsterdam en Diemen dan ook van start. Fasen Hoe zit dat met die fasen? De eerste fase betekende dat scholen arrangementen konden aanvragen tot een hoogte van €3.000,- met een uitvoeringsperiode van maximaal een half jaar. Dat was klein beginnen en uitproberen. Maar wel ging het vanaf het begin om het aanvragen van financiering voor de uitvoering van een plan. In de aanvraag: de aanpak, de doelen, het beoogde leereffect en de manier van evalueren.

Let op: deze nieuwsbrief is voor het hele team. Graag uitprinten en in de lerarenkamer leggen of even digitaal naar uw collega’s sturen.

INHOUD TOOA: terugblikken en vooruitkijken Ondertussen in de proeftuin TOOA in de praktijk de Willibrordschool Agenda

Nu zitten we in fase 2. Dat betekent: 1. Een arrangement heeft de omvang die nodig is, de begrenzing van maximaal een half jaar en maximaal €3.000 wordt losgelaten. Als het gaat om een arrangement van de omvang en opzet als de rugzak, dan wordt nog wel een rugzak aangevraagd. 2. Een rugzak en verwijzing naar het speciaal onderwijs of een verwijzing naar het speciaal basisonderwijs vindt nog plaats volgens de huidige regelgeving. 3. In elke wijk is een schooladviseur beschikbaar; alle aanvragen voor extra ondersteuning en verwijzing lopen via de schooladviseur. Ook voor de noodprocedure moet je bij de schooladviseur zijn. 4. De handelingsgerichte werkwijze en de onderdelen van de aanvraag blijven overeind. 5. Per wijk vindt er over de arrangementen vier keer per jaar overleg plaats. De IB-ers informeren elkaar over welke arrangementen goed worden beoordeeld en het juiste effect hebben. Fase 3 Binnen het samenwerkingsverband zijn we fase 3 aan het voorbereiden. Wat we voor ogen hebben is een werkwijze waarbij alle vormen van extra ondersteuning op de TOOA manier kunnen worden aangevraagd. Dat betekent dat dus een aanvraag voor rugzak of een verwijzing naar het speciaal (basis)onderwijs. Het is dan geen aparte procedure meer. De aanvragen en verwijzingen zijn sowieso niet langer geldig meer dan tot 1 augustus 2014. 1


Maar het levert de school tot die datum nog wel ruim €5.500,- per maand op voor begeleiding. Zowel voor de school, als ambulante begeleiding voor de leerling. Er is nog overleg nodig met de REC’s, om er voor te zorgen dat zij voor ons project hun procedures aanpassen, vooruitlopend op 1 augustus 2014. Dit is alvast de bedoeling voor fase 3: 1. Een arrangement heeft de omvang die nodig is. 2. Indien de omvang en de structuur van de rugzak nodig is (schooldeel + ambulante begeleiding), dan behandelt de Commissie voor Indicatiestelling (CvI) de TOOA aanvraag alsof het een indicatieaanvraag is. Voor de aanvraag geldt net als voor de TOOA: maak een uitvoeringsplan met een begroting. Er is dus geen aparte procedure voor de rugzak of indicatie meer. 3. Verder blijven de elementen van fase 1 en 2 hetzelfde zoals de rol van de schooladviseur en handelingsgericht arrangeren.

Evaluatie Wat wij in ons samenwerkingsverband in het TOOA-project uitdokteren, levert voor nieuwe samenwerkingsverband belangrijke informatie op. Omdat de indicatiesystematiek na 1 augustus 2014 niet meer geldt, moet er een werkbaar alternatief zijn. En dat alternatief zijn we in ons samenwerkingsverband aan het uitproberen. Onderwijsadviseur Marit van Luijn gaat na hoe de huidige TOOA bevalt. Een spannend moment, want het nieuwe samenwerkingsverband Passend Onderwijs Amsterdam en Diemen is benieuwd of onze werkwijze iets zou kunnen zijn voor de hele stad. Vragen die in de evaluatie aan de orde komen: hoeveel aanvragen zijn er toegekend, neemt het aantal verwijzingen naar speciaal (basis) onderwijs af, ervaren de scholen minder bureaucratie, kunnen ze nog beter passende oplossing voor de kinderen realiseren, et cetera. De scholen worden de komende weken benaderd voor de evaluatie. Naast agendering op de IB-overleggen zal een online enquête aan alle scholen worden verstuurd. Zowel de nieuwe manier van aanvragen als de rol van de schooladviseur komen in de evaluatie aan bod.

Vanaf nu berichten we in elke nieuwsbrief over de proeftuinen. Hier ontwikkelen de intern begeleiders samen met de nieuwe schooladviseurs en ouder- en kindadviseurs werkwijzen voor passend onderwijs en het nieuwe stelsel jeugdzorg. Alle scholen in Oud-Oost draaien mee in de proeftuin. Deze keer spraken we met Nelleke van Donkelaar die vijf dagen per week werkt als intern begeleider op de openbare basisschool Aldoende in Oost-Watergraafsmeer.

ondertussen in de proeftuin Foto: Nelleke intern begeleider Aldoende

Nelleke, hoe kijk jij aan tegen deelname aan de proeftuin? “Hoewel de deelname wat onverwachts kwam, ben ik positief. Ik zie kansen. Met de komst van de ouder- en kindadviseur kunnen ouders en kinderen direct met hun vraag op school terecht. Mies die hier sinds kort aangesteld is als ouder- en kindadviseur kan niet alleen horen wat er speelt, maar voor ouders ook meteen opvoedondersteuning regelen of in gesprek met ouders tot oplossingen komen. Mies heeft verstand van allerlei vormen van jeugdzorg of lichte gezinsondersteuning. Als school heb je die kennis doorgaans niet, 2

terwijl problemen van thuis soms ook doorwerken in de klas. Met Eduard onze schooladviseur zijn we ook heel blij; hij kent onze school al en heeft specialistische kennis. Ook kan hij mij ondersteunen. Eduard kan bijvoorbeeld inschatten of we een kind wel of niet verder moeten laten onderzoeken of adviseren bij een TOOA-aanvraag.” Welke kansen zie jij dan precies? “Ik zie heel veel kansen op het gebied van preventie. Als een kind nu in het zorgbreedteoverleg (ZBO) komt, dan is er vaak al zoveel geprobeerd. De preventiefase is dan wel voorbij. Als we problemen kunnen voorkomen of kleine

vragen meteen goed kunnen oppakken, is dat natuurlijk ideaal voor het kind, voor de ouders en natuurlijk ook voor de leerkracht en de andere kinderen in de klas. We hebben al met elkaar overlegd hoe we met elkaar preventiever kunnen gaan werken. We gaan het komend jaar voor het overleg van het ZBO met zijn drieën, de schooladviseur, ouder- en kindadviseur en ikzelf, kijken wat er op het gebied van preventie en lichte ondersteuning geregeld moet worden. Elk van ons kan een leerling en/of gespreksonderwerp inbrengen. De overleggen zijn net gepland. Mogelijk moeten we de school­­begeleidingsdienst ook laten aanschuiven.


We moeten onderling nog wel de taken goed verdelen. De samenwerking moet tijd opleveren, niet kosten. Ook moeten we door de komst van de school- en ouder- en kindadviseur weer nadenken over de rol van de ouders, wanneer haken we die aan? En hoe houden we elkaar goed op de hoogte? We moeten dit nog uitdenken.” Vertrouwen we straks meer op de professionals? “Ik hoop dat als wij het heel goed regelen, de bureaucratie afneemt. Stel dat de professionals uit het ZBO het eens zijn over welke vorm van ondersteuning effectief zou zijn, dan zouden we toch heel makkelijk een TOOA moeten kunnen aanvragen. We moeten voorkomen dat we dan weer heel veel formulieren moeten invullen, zodat we dubbelop werk doen. We hebben het namelijk al uitgezocht en mondeling alles onderling besproken, we moeten voorkomen dat we het hele proces weer volledig moeten

De van oorsprong katholieke Willibrordschool op het Grote Rieteiland op IJburg is één van de scholen die het afgelopen jaar een aanvraag deed voor een TOOA. De aanvraag was voor de achtjarige Adam. Volgens moeder Naziha en intern begeleider Karin heeft de TOOA de juiste impact gehad. Wij zochten uit hoe dit kwam en vroegen uiteraard hoe het nu verder gaat.

uitschrijven. Dat kost twee keer zoveel tijd. We moeten toch op één A4 uit kunnen leggen waarom de ondersteuning nodig is en wat we er van leren. Ik hoop dat we onderling afspreken dat als het ZBO goed functioneert; het advies - denk aan een bepaalde TOOA-ondersteuning - snel opgevolgd kan worden. Het proces dat professionals teveel door vergelijkbare professionals opnieuw gecontroleerd worden. Daarvan zeggen we allemaal dat willen we niet meer.” Hoe lever je als school input op het traject van de proeftuin? “Ik merk dat we als school soms een stukje autonomie moeten opgeven en er is niet altijd overleg of inspraak voordat er iets verandert. Hoewel ik begrijp dat tijd kostbaar is en niet iedereen altijd mee kan denken, mis ik soms wel enige uitleg. Een voorbeeld is de wijkverpleegkundige uit mijn ZBO. In plaats van de verpleegkundige neemt de schoolarts dit jaar deel.

Ik heb (nog) niet gehoord waarom dit zo is, terwijl het wel belangrijk is om dit even van elkaar te horen. Het laat zien welk beeld je hebt van de concrete inrichting van het nieuwe stelsel. Zo wil ik met de ouder- en kindadviseur en schooladviseur veel meer doen aan de preventie en dan kan naar mijn idee een wijkverpleegkundige juist heel handig zijn om erbij te hebben. Ik kaart dit ook wel aan hoor en ik ga er vanuit dat de lessen die we nu leren invloed hebben op de latere inrichting. Dat we veranderingen kunnen aanbrengen als we in de proeftuin merken dat sommige onderdelen niet goed blijken te functioneren. We moeten ook nog horen hoe de evaluatie eruit ziet en of we bijvoorbeeld aanbevelingen formuleren. Ik begreep dat hiervoor een procesbegeleider met ons aan de slag gaat. Eerst maar eens verder met het opstarten van de tot nu toe zeer plezierige onderlinge samenwerking.”

TOOA in de praktijk Foto: de Willibrordschool, IJburg

“Omslag in het gedrag kwam door betere afstemming” Karin Scholten intern begeleider: “Adam zat vorig jaar voor de tweede keer in groep 3. Hij zat niet lekker in zijn vel, gedroeg zich heel extrovert. Hij ging onder tafel zitten of maakte - als hij echt even gefrustreerd was - soms dingen in de klas stuk. Adam heeft een sterk rechtvaardigheidsgevoel, is betrokken, maar soms ook best wel onzeker. Als hij iets niet snapte of het gevoel had dat de leerkracht niet zag

dat hij zijn vinger omhoog had, dan kon het misgaan. Zeker met lezen, daar blijft zijn ontwikkeling achter. Ondanks de dijk van een leerkracht en mijn ondersteuning als intern begeleider en het feit dat hij een jaartje langer in groep 3 bleef, lukte het ons niet om zijn gedrag volledig om te buigen. We hadden al verschillende dingen geprobeerd, maar de extra ondersteuning was erg welkom.” 3


Foto: Karin, intern begeleider de Willibrordschool.

Dit bevestigt ook moeder Naziha: “Het ging niet vanzelf met Adam, hij heeft een gebruiksaanwijzing. De school heeft me laten weten dat ze ondersteuning nodig hadden om beter met Adam om te kunnen gaan.” Eerst zelf proberen De school had al verschillende zaken geprobeerd, voordat ze starten met de aanvraag van de TOOA. Karin: “De leerkracht bevestigde en beloonde positief gedrag en negeerde onwenselijk gedrag, ook nam ze ’s ochtends de dag door met Adam, sprak steeds duidelijk de verwachtingen uit en gaf ook aan waar Adam op kon rekenen. We hadden de regels in de klas met hem doorgenomen en aangegeven welke vaardigheden hij nog moest leren zoals even wachten totdat de juf komt en niet te snel opgeven als je het even niet weet. Hij kreeg ook een totemfiguur; een poppetje voor op zijn bureau om hem aan de afspraken te helpen herinneren. We hadden ook al verschillende gesprekken gevoerd met elkaar en zijn ouders en handelingsplannen gemaakt, waarna we oplossingen uitprobeerden. Het had wel impact, maar niet genoeg. Ik wist toen dat we expertise van buiten nodig hadden.” Bredere zorgvraag Karin gaf aan dat de school sowieso eigenlijk al een TOOAaanvraag wilde doen, omdat er in de groepen 1 tot en met wel meer leerlingen met dit soort gedragsproblemen zijn. Maar bij Adam was persoonlijke begeleiding het meest prangend. Karin: “De TOOA creëert financiële ruimte. Hierdoor kon ik een expert binnen halen die met de frisse blik ons nieuwe handelingsgerichte tips kon geven. Hier op IJburg zit psychologiepraktijk Spurt, zij hebben veel ervaring op dit terrein. Ik dacht als we die nou binnenhalen, dan lukt het ons om Adam echt goed vooruit te helpen.” Wat bracht de TOOA? Spurt heeft de leerkracht en Adam in de klas geobserveerd. De hamvraag was: hoe kan de leerkracht de communicatie op de leerling afstemmen zodat het beter met hem gaat?

4

De deskundige van Spurt ontdekte een aantal zaken, zoals de impact van het stemgebruik van de leerkracht. Als zij ook maar iets haar stem verhief, reageerde Adam hier heftig op. Iets anders was dat Adam niet doorhad dat de leerkracht zijn opgestoken vinger wel registreerde. Naar zijn idee kreeg hij geen bevestiging hiervan, met het gevolg dat hij op een negatieve manier de aandacht trok. Door de observaties wist de leerkracht beter af te stemmen, heel verfijnd. Karin: “De TOOA gaf ons ook ruimte om extra te oefenen met lezen. Dat deden we gewoon op school. Hierdoor maakte Adam sprongen in zijn ontwikkeling.” In het nagesprek met de ouders kon school het positieve nieuws vertellen. Moeder en Karin vertelden ook dat de TOOA nu juist een succes geworden is, vanwege een intensieve samenwerking tussen hen. Adam voelde dat school goed op de hoogte was van wat er thuis speelde en hij begreep ook dat zijn ouders precies wisten wat er op school gebeurde. De drie-eenheid (red. ouders, school, kind) is volgens Karin een cruciale factor in dit succes geweest. En nu Karin: “Adam zit nu in groep 4 en tot nu toe gaat het prima. Hij ligt goed in de groep, en heeft nog geen enkele boze bui gehad. Zijn leesontwikkeling blijft wel een aandachtspunt.” Moeder Naziha: “Ik was heel tevreden over de ondersteuning, ze hebben echt hulp gekregen om beter om te gaan met Adam. De communicatie hierover met school is ook heel prettig. De ondersteuning was wel kort. Ik hoop dat het ook zonder hulp goed blijft gaan.” Karin legt nog uit dat Spurt nog een keer een training komt geven, waarin het hele team meer te weten komt over het omgaan met gedragsproblemen. Niet met het geld van de TOOA, maar van school zelf. Aanvragen en verantwoording Karin: “Ik vond het aanvragen van de TOOA niet lastig of teveel werk. Het duurt alleen toch wel even voordat je het geld binnen hebt. Er moeten immers offertes worden opgevraagd en dat gaat nog wel een paar keer heen en weer voordat het echt goed is. Ook moet de aanvraag eerst bedacht, besproken en bekeken worden. Dit komt door de verantwoording van het geld. Erg logisch, maar ook wel weer een beetje bureaucratisch. Gelukkig keek Jan Hagen vanuit het samenwerkingsverband mee en kregen we de TOOA, want niets is zo vervelend dat als de nood aan de man is er geen extra expertise komt. Straks gaat de aanvraag hopelijk nog sneller en effectiever als onze schooladviseur Margot er is. Zij kan namelijk niet alleen de handelingsplannen lezen en meedenken, maar heeft ook tijd en ruimte om in de klas te observeren en mee te schrijven. Margot zit nu al in het zorgbreedteoverleg (ZBO), maar is nog niet op onze school geweest. We rekenen erop dat we straks korte lijntjes hebben, dat helpt.”


AGENDA Voor de komende periode staan de volgende overleggen op de agenda:

DAG

Datum

TIJD

WIJK

Wat

Donderdag

3 oktober

10.00 – 13.00 uur

Wijk Diemen

LEA

Maandag

7 oktober

13.00 – 14.30 uur

Wijk Oost

ib-ers

Maandag

14 oktober

13.00 – 14.30 uur

Wijk Oost

directies

Maandag

14 oktober

15.30 – 17.00 uur

Wijk Watergraafsmeer

ib-ers/ directies

Donderdag

31 oktober

9.30 – 11.00 uur

Wijk Diemen

DOBO

Maandag

4 november

13.00 – 14.30 uur

Wijk Indische Buurt

ib-ers

Maandag

11 november

13.00 – 14.30 uur

Wijk IJburg

ib-ers

Maandag

11 november

13.00 – 14.30 uur

Wijk Indische Buurt

directies

Donderdag

14 november

13.00 – 14.30 uur

Wijk Oostelijk Havengebied

ib-ers

Maandag

18 november

13.00 – 14.30 uur

Wijk Oost

ib-ers

Maandag

18 november

13.00 – 14.30 uur

Wijk IJburg

directies

Dinsdag

19 november

13.00 – 14.30 uur

Wijk Oostelijk Havengebied

directies

Ideeën voor het magazine, commentaar op de nieuwsbrief of zelf kopij insturen? Wij ontvangen deze graag. E-mail de redactie via b.homans@oog.nl.

Samenwerkingsverband Oost postadres Postbus 9853, 1006 AN Amsterdam bezoekadres Postjesweg 175 T (020) 640 09 82 F (020) 453 52 65 www.viaamsterdam.nl

COLOFON Coördinator Bernard Homans Redacteur Lise-Lotte Kerkhof Ontwerp Roquefort Ontwerpers 5

Nieuwsbrief Oost - 3 oktober 2013  

Nieuwsbrief Oost - 3 oktober 2013

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you