Page 1

Taaltraining 1A - Spaans Capítulo 2 1. Plural - het meervoud Alle zelfstandige naamwoorden die in het enkelvoud op een klinker eindigen, krijgen in het meervoud een S. la carta

de brief

el producto

het produkt

las cartas

de brieven

los productos

de produkten

Als een zelfst. naamwoord op een medeklinker eindigt, krijgt dit in het meervoud ES erachter. el animal

het dier

los animales

de dieren

Als een zelfst. naamwoord in het enkelvoud eindigt op een Z verandert dit in het meervoud in een C. la luz

het licht

las luces

de lichten

Als een zelfst. naamwoord in het enkelvoud een accent heeft op de laatste lettergreep, dan vervalt deze in het meervoud. el avión

het vliegtuig

los aviones

de vliegtuigen

Zoals u reeds in de voorbeelden heeft gezien: el wordt los in het meervoud la wordt las in het meervoud

Iber Lengua versie 01-06 © by Iber Lengua 1991 – Auteursrechten voorbehouden

1


Taaltraining 1A - Spaans Capítulo 2 2. Ejercicios - Ponga en plural y traduzca - zet in het meervoud en vertaal El hombre

La empresa

La habitación

El gerente

El director

El género

El secretario

La azafata

La calefacción

El taxista

3. Geslacht der woorden In de vorige les hebben we geleerd dat woorden die eindigen op O mannelijk zijn en als ze eindigen op A vrouwelijk zijn. Deze les voegen we er aan toe: Alle woorden zijn vrouwelijk als deze: eindigen op : a, d of ión of typisch vrouwelijk zijn. (tenzij het een uitzondering is) la habitación

de kamer

la ciudad

de stad

Alle woorden zijn mannelijk als deze: eindigen op : o of typisch mannelijk zijn. el banco

de bank

el hombre

de man

4. Verbos con ER - uitgang van het werkwoord o

----> ik

emos

----> wij

es

----> Jij

éis

----> jullie

e

----> hij,zij,u

en

----> zij, u (meervoud)

Iber Lengua versie 01-06 © by Iber Lengua 1991 – Auteursrechten voorbehouden

2


Taaltraining 1A - Spaans Capítulo 2 5. Ejercicios - conjugue en presente (ER) y traduzca a.

vender

b.

crees

creemos

creo

comen

venden

creen

respondéis

como

bebéis

poseen

bebes

comemos

c.

poseer

aprender

responder

crees la mentira

creemos en la verdad

comen la naranja

venden los géneros

respondéis a la mujer

como la comida

poseen una casa

bebes el vino

creo en el abogado

bebéis la cerveza

comemos los bocadillos

creen en el director nuevo

6. verbos con IR - uitgang van het werkwoord o

----> ik

imos

----> wij

es

----> jij

ís

----> jullie

e

----> hij, zij, u

en

----> zij, u (meervoud)

Iber Lengua versie 01-06 © by Iber Lengua 1991 – Auteursrechten voorbehouden

3


Taaltraining 1A - Spaans Capítulo 2 7. Ejercicios - conjugue en presente (IR) y traduzca a.

recibir

escribir

abrir

vivir

b.

viven

abres

escribo

recibo

vivís

vivo

escriben

recibimos

abrís

vivís

abro

escribís

c.

permites mucho

abres la puerta

viven en una casa

vivo en la ciudad

abrís la oficina

vivís en España

escribo la carta

abro la empresa

vivimos en la capital

recibo la carta

escribís una carta

aprendes español

8. Vocabulario comer

eten

escribir

schrijven

responder

antwoorden

recibir

ontvangen

vender

verkopen

abrir

openen

creer

geloven, menen

vivir

leven, wonen

aprender

leren (te)

permitir

toestaan

beber

drinken

poseer

bezitten

Iber Lengua versie 01-06 © by Iber Lengua 1991 – Auteursrechten voorbehouden

4


Taaltraining 1A - Spaans Capítulo 2 9. Contar - tellen 1

uno

11

once

2

dos

12

doce

3

tres

13

trece

4

cuatro

14

catorce

5

cinco

15

quince

6

seis

16

dieciséis

7

siete

17

diecisiete

8

ocho

18

dieciocho

9

nueve

19

diecinueve

10

diez

20

veinte

Iber Lengua versie 01-06 © by Iber Lengua 1991 – Auteursrechten voorbehouden

5


Taaltraining 1A - Spaans Capítulo 2 10. Conversación ¿Cómo está usted?

Hoe is het met u?

Muy bien, gracias

Heel goed, dank u/je

¿Cómo estás?

Hoe is het met je?

Bien, ¿y tú?

Goed, en met jou?

¿Qué tal?

Hoe gaat 't?

Bien, ¿y tú?

Goed, en met jou?

¿Cómo se llama usted?

Hoe heet u?

Me llamo señor Pérez

Ik heet meneer Perez

¿Cómo te llamas?

Hoe heet je?

Me llamo Carlos

Ik heet Carlos

Te presento a ...

Ik stel je ... voor

Le presento a ...

Ik stel u ... voor

Encantado (encantada) (de

Aangenaam, prettig kennis met u te maken

conocerle) Mucho gusto

Aangenaam, prettig kennis met u te maken

11. Ejercicios - conversación 1.

*

¿Cómo está usted?

-

Muy bien, gracias

*

¿Cómo se llama usted?

-

Me llamo ...

Iber Lengua versie 01-06 © by Iber Lengua 1991 – Auteursrechten voorbehouden

6


Taaltraining 1A - Spaans Capítulo 2

2.

3.

4.

5.

6.

*

Hola, ¿cómo estás?

-

Bien, ¿y tú?

*

Muy bien, gracias

*

Hola, te presento a ...

-

Encantado (a)

*

Hoe gaat het met je?

-

Heel goed, dank je

*

Hoe heet je?

-

Ik heet …

*

Goedemorgen, hoe is het met u?

-

Heel goed, dank u

*

Hoe heet u?

-

Ik heet …

* Goedenavond, ik stel u ... voor - Aangenaam

Iber Lengua versie 01-06 © by Iber Lengua 1991 – Auteursrechten voorbehouden

7


Taaltraining 1A - Spaans Capítulo 2 12. Omgangsvormen - tutoyeren Tutoyeren is in Spanje nog steeds minder gewoon dan in Nederland. Weliswaar neemt het gebruik van tú ook in Spanje toe, maar in winkels, hotels en andere service-instellingen gebruikt men nog steeds usted. Ook bij begroetingen als ¡Hola! (Hallo!) en ¿Qué tal? komt het voor dat men usted zegt. Daarentegen is tutoyeren in Latijns-Amerikaanse landen nog steeds uit den boze. Men gebruikt consequent usted of ustedes. Dit geldt ook bij meerdere personen waartegen men afzonderlijk tú zegt. In sommige Latijns amerikaanse landen gebruikt men ook vos! als men in de túvorm spreekt. (b.v. in Argentinië) Neem zeker niet het initiatief tot tutoyeren, maar wacht af tot de persoon in kwestie aangeeft dat tutoyeren mogelijk is.

Iber Lengua versie 01-06 © by Iber Lengua 1991 – Auteursrechten voorbehouden

8


T.T. 1 A - Spaans - hfdst 02 - theorie blz 2 tm 9  

la luz het licht el avión het vliegtuig el animal het dier los aviones de vliegtuigen las luces de lichten los animales de dieren Taaltraini...

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you