Issuu on Google+

Jaaroverzicht 2010

de Volksbond


Voorwoord Met trots presenteer ik het jaaroverzicht 2010 van de Stichting Volksbond Amsterdam. De Volksbond kijkt terug op een geslaagd jaar. Allereerst omdat de organisatie bedrijfseconomisch gezond is. Bovendien is onze stichting vernieuwend in de manier waarop de zorg tot stand komt in samenwerking met onze cliënten. Dit jaaroverzicht belicht enkele onderwerpen die voor de Volksbond belangrijk zijn. Aan de hand van die thema’s laten we zien hoe wij werken aan de verdere ontwikkeling van de stichting. Ook in 2010 was de Volksbond een belangrijke speler in de keten van zorg binnen de gemeente Amsterdam. We exploiteerden drie zogenoemde RIBW’s plus, waar mensen met een zware AWBZ-indicatie worden opgevangen. Daarnaast beheerde de Volksbond vier woonvoorzieningen, waarvan drie ten behoeve van dak- en thuisloze jongeren. Bovendien waren er twee dagbesteding- en inlooplocaties. Tenslotte boden we ook ambulante begeleiding aan zelfstandig wonende cliënten. Medewerkers en cliënten hebben in 2010 een grote inzet getoond. Niet alleen om de doelstellingen van de organisatie maar ook die van de individuele cliënten te realiseren. In nauwe samenwerking zijn vele stappen gezet richting een steeds grotere zelfstandigheid van cliënten. Aandacht voor cliëntenparticipatie en empowerment leidden in 2010 tot een grotere inbreng van cliënten. Daardoor raakten ze steeds meer betrokken bij het reilen en zeilen van de Volksbond. Ze hadden vertegenwoordigers in kerngroepen, het aantal leden van de Cliëntenraad groeide en er was sprake van structurele deelname aan alle beleidsvoorbereidende werkgroepen. Cliëntenparticipatie reikt verder dan inbreng binnen de instellingen – het doel is ook het realiseren van een volwaardige rol in de samenleving. Daarom heeft de Volksbond het zorgconcept ‘Burgers voor Burgers’ ontwikkeld. Uitwerking en toepassing van deze visie is voor ons de logische volgende stap in het vergroten van actieve betrokkenheid van de cliënten. In Burgers voor Burgers draait het om het verbinden van burgers onderling, waarbij onze cliënten vanzelfsprekend burgers zijn. Doel is het vormen van netwerken waarin de deelnemers op vele manieren iets voor elkaar kunnen betekenen. We geloven dat blijvende zelfstandigheid en zelfredzaamheid alleen mogelijk is wanneer cliënten een plek en een rol hebben in (sociale)netwerken. Het gaat erom dat zij in samenwerking met de buurt en met burgers een eigen en volwaardige plek in de samenleving kunnen krijgen en behouden. Wij willen daar een rol in spelen. Dat doen we met onze specifieke werkwijze, onze manier van begeleiden en vanuit de visie zoals verwoord in Burgers voor Burgers. In 2011 richten we ons op verdere ontwikkeling van deze participatie en bereiden wij ons voor op de bezuinigingen die ons zullen worden opgelegd. Het zal al met al een uitdaging zijn om het niveau van de zorg hoog te houden en in de begeleiding dezelfde kwaliteit te kunnen bieden als in voorgaande jaren. Medewerkers, cliënten, de Cliëntenraad, kerngroepen, ondernemingsraad, ketenpartners en andere betrokkenen hebben in 2010 een belangrijke bijdrage geleverd aan het werk van de Volksbond. Ik bedank hen allen namens de Raad van Bestuur voor hun bijzondere inzet en inspanningen. Carmen Salvador Directeur/bestuurder Stichting Volksbond Amsterdam

3


PARTICIPATIEPLAATS SECRETARIAAT ‘Het was elke dag weer iets anders’

4


Stap voor stap vooruit Eggie Duijst woont bij de Volksbond sinds 17 mei 2005. Eerst in het Fokke Simonsz Huis en vanaf maart 2011 in de nieuwe locatie RIBW/MO Jan Rebelstraat. Eggie werkte van januari 2010 tot maart 2011 op de participatieplaats van het secretariaat op het Centraal Bureau. De Volksbond wil meer cliënten de mogelijkheid bieden ervaring op te doen binnen een werksetting. Via dagbesteding en vrijwilligerswerk kan de stap worden gemaakt naar betaald werk. Van receptie naar secretariaat Eggie is begonnen met invallen bij de receptie op het Fokke Simonsz Huis als er iemand ziek was. Begeleider Cecile vroeg een keer of ze wilde helpen en dat gebeurde vervolgens steeds vaker. Eggie wilde graag verder in het vak en is drie ochtenden per week gaan helpen op het secretariaat. Samen met secretaresses Carry en Simone maakten ze een lijst met alle vaste taken, zoals de post verzamelen en het antwoordapparaat afluisteren. En als dat lijstje af was, waren er nog genoeg andere klussen te doen. ‘Bezoekers ontvangen en koffie geven, naar het postkantoor, voorraad bijhouden, koffie en thee klaarzetten voor vergaderingen. Het was elke dag weer iets anders.’

Carry en Simone. Ook als ze nu het Centraal Bureau bezoekt, zijn haar oud-collega’s blij haar te zien. ‘Hey Eggie!, roept iedereen dan. Ik heb ook nog steeds contact met collega’s per mail. Dat is leuk.’ Het mooiste vond Eggie de verantwoordelijkheid op het secretariaat, want zij had haar eigen taken en moest ervoor zorgen dat ze die uitvoerde. Ze was op tijd of meldde zich netjes af als ze ziek was. En het vertrouwen dat de collega’s in haar hadden, vindt Eggie bijzonder. ‘Ik mocht dan postzegels halen op het postkantoor en kreeg geld mee. Dat vertrouwen in mij was zo fijn.’ Toekomstperspectief Eggie vertelt dat haar perspectief voor de toekomst is verbeterd. Na het zware leven dat ze achter de rug heeft, kreeg ze de kans om een serieuze functie te vervullen. Dat was goed voor haar zelfvertrouwen en ze heeft veel geleerd. De participatieplaats op het secretariaat was een voorbereiding op haar nieuwe functie. Ze werkt nu namelijk 2 dagen per week als Assistent Host bij de receptie op de RIBW/MO Jan Rebelstraat. ‘Het secretariaat was de basis en nu ga ik steeds verder zoeken, steeds meer zelf doen en zelf vragen. Stap voor stap gaat mijn leven steeds beter.’

Steun van collega’s Ze heeft haar functie en taken stap voor stap opgebouwd, samen met Carry en Simone. Het contact met haar directe collega’s vond ze bijzonder. ‘Ik vond het hartstikke leuk, vooral met mijn collega’s op de afdeling. Ze hadden veel geduld met me. Maar ze waren ook tevreden met mij, met wat ik deed.’ Vooral met Carry was er een klik, ook omdat zij haar vanaf het begin begeleidde. Simone kwam pas later bij de Volksbond werken. Eggie heeft veel geleerd op het secretariaat, ook al ging het soms wel even wat moeilijker. Maar ook dan had ze het gevoel dat de collega’s haar niet controleerden, maar haar steun gaven als ze die nodig had. Ze deden voor hoe ze een klus moest aanpakken en vervolgens ging Eggie ermee verder. Ze kon altijd alles vragen aan

5


CLIËNTEN BESLISSEN MEE ‘De essentie van cliëntenparticipatie is luisteren naar cliënten op alle gebieden, dus niet alleen als het over hun eigen zorgplan en eigen doelen gaat. Ook als het de locatie en de organisatie betreft.’

6


Zelfstandigheid en regie Bart van Velde is adjunct directeur van de Volksbond. Zijn werk richt zich onder andere op de zorg die bij de Volksbond wordt geboden en hij stuurt de teamleiders aan. Hij ontwikkelde na veel gesprekken met cliënten en medewerkers het zorgconcept ‘Cliëntenparticipatie’. Dit is in 2010 is opgenomen in het beleid voor de nieuwe locaties RIBW/MO Jan Rebelstraat en de RIBW/MO Fokke Simonszstraat. Deze vestigingen openden hun deuren in 2011. Bart van Velde: ‘We moeten op zoek gaan naar de noodzaak om te veranderen. Wat drijft mensen om die extra stap te zetten? Ik blijf altijd zoeken naar manieren om cliënten zelfstandiger te laten worden. Wij geven niemand op.’

Ontwikkeling zorgconcept

Al jaren houdt de adjunct directeur zich bezig met het onderwerp cliëntenparticipatie. Cruciale vragen daarbij zijn hoe het participatieprincipe in de praktijk kan worden gebracht en hoe de organisatie daarvoor moet worden ingericht. Om het zorgconcept vorm te geven is een ‘genootschap’ van cliënten en medewerkers in het leven geroepen. Dit genootschap sprak over de stappen die genomen moeten worden om ‘cliënten echt achter het stuur te krijgen’. Bart: ‘Uit de gesprekken en brainstormsessies bleek dat medewerkers -met alle goede bedoelingen- de neiging hebben de verantwoordelijkheid van de cliënt over te nemen. Dit staat de zelfstandigheid van de cliënt in de weg. Het versterken van de zelfredzaamheid is een ingewikkeld, maar heel inspirerend proces. Stap voor stap wordt de cliëntenparticipatie binnen de Volksbond verder ontwikkeld en ingevoerd.’ ‘Het zorgconcept heeft twee essentiële uitgangspunten. Ten eerste: de cliënt neemt meer de regie over zijn eigen leven. Ten tweede: activering is zeer belangrijk. Dat betekent in de praktijk dat de cliënt zelf de koers van zijn leven bepaalt en een vaste coach tot zijn beschikking heeft. Deze individuele begeleider helpt de cliënt te beslissen welke richting hij op wil. Vervolgens helpen wij onze cliënten om verder te komen. Het perspectief waar we naar toe werken is grotere zelfstandigheid. En dat doen we door mensen aan te zetten tot activiteit.’

Vroeger en nu

ondersteuning. Natuurlijk hebben onze cliënten hulp nodig, anders deden ze geen beroep op de Volksbond. Maar wij hebben in het verleden de verantwoordelijkheid te veel overgenomen. Dat moet je alleen doen als het gaat om het kleine stukje verantwoordelijkheid dat iemand niet zelf aan kan. Nu ligt de regie weer bij de cliënt. En hoe meer de zeggenschap bij de cliënt ligt, hoe beter die kan aangeven wat zijn zorgbehoefte is.’

Meebeslissen over omgeving

Meer zeggenschap over je eigen leven, betekent ook meer zeggenschap over de eigen omgeving. Cliënten moeten dus ook invloed hebben op zaken die betrekking hebben op de locatie waar ze gebruik van maken en de hele organisatie van de Volksbond. Er is een verandering gaande in de besluitvorming. In kerngroepen praten cliënten mee over onderwerpen die te maken hebben met locatie en organisatie. We gaan nu naar een beslismodel waarbij cliënten, medewerkers en vertegenwoordigers van de organisatie de beslissingen samen nemen. Ook buurtvertegenwoordiging kan aanschuiven. Dit model biedt de mogelijkheid voor echte bottom-up beslissingen. Iedereen heeft macht; de cliënten, de medewerkers en de organisatie en indien nodig ook de buurtbewoners.’

Participatie groeit

Cliëntenparticipatie is inmiddels geïmplementeerd op de RIBW/MO Jan Rebelstraat en de RIBW/MO Fokke Simonszstraat. Binnenkort gaan ook andere locaties over op deze benadering. ‘Het overschakelen op deze aanpak is een leerproces voor de hele organisatie. Iedereen van ons moet eraan wennen, maar we zijn zeker goed op weg.’ Als logische vervolgstap op het beleid van cliëntenparticipatie is in 2010 ook gewerkt aan het ontwikkelen van het zorgconcept ‘Burgers voor Burgers’. Uitgangspunt is dat cliënten een volwaardige plek in de samenleving krijgen en behouden door samenwerking met de buurt en andere burgers. De uitgangspunten van ‘Burgers voor Burgers’ zijn als eerste opgenomen in het beleid van de nieuwe locatie RIBW/MO Jan Rebelstraat. Naast een begeleidingscommissie waarin wordt gesproken over het bestrijden van overlast, komt regelmatig een adviescommissie samen. Daarin onderzoeken cliënten, de organisatie en buurtbewoners wat ze

voor elkaar kunnen betekenen.

Bart van Velde schetst het verschil tussen de aanpak van het verleden en de nieuwe methode. ‘Vroeger werkten wij met meer traditionele vormen van woonbegeleiding, waarbij de cliënt minder de regie had. De aanpak was meer gericht op het ongevraagd aanbieden van zorg en hulp. Binnen het nieuwe zorgconcept gebeurt alles in nauw overleg met de cliënt. Die beslist en geeft aan wat zijn behoefte aan hulp is. De medewerker biedt daarin

7


‘Uitgangspunt is dat mensen gelukkiger worden, als ze hun eigen leven meer kunnen bepalen.’ Bart van Velde, adjunct directeur, over cliëntenparticipatie

‘Het was goed voor mijn zelfvertrouwen, ik heb nu zoiets van.. ik ga het zelf uitvogelen.’ Eggie Duijst over haar werk op de participatieplaats van het secretariaat op het Centraal Bureau

8


‘Ik heb altijd al cliënten betrokken bij het bouwproces, dat deed ik jaren geleden al. Voor mij is dat dus niet veranderd.’ Jan Billekens, projectleider Facilitaire Dienst, over de invloed van cliëntenparticipatie op de uitvoering van zijn functie ‘De cursus medezeggenschap die we hebben gevolgd, was heel nuttig - ook om elkaar beter te leren kennen. En om kennis op te doen natuurlijk.’ Aleida Eling, secretaris van de Ondernemingsraad

9


Van links naar rechts:

Daan Strik, Chris van Balen, Valeska Allee, Jan Willem Vreeken, Marian van de Putte, Marius Jurgens en Aleida Eling

ONDERNEMINGSRAAD (OR) ‘Een goede Ondernemingsraad is noodzakelijk voor de Volksbond. Ik wil daar graag een bijdrage aan leveren.’

10


Ondernemingsraad: onmisbare vertegenwoordiger In juli 2010 kozen de werknemers van de Volksbond een nieuwe Ondernemingsraad (OR). Toen de zittingstermijn van de vorige OR ten einde liep, was de animo om zitting te nemen in de nieuwe OR van meet af aan groot. Omdat er meer kandidaten waren dan zetels, was het nodig verkiezingen te houden. De gekozen vertegenwoordiging steunt op een brede achterban. Van hoog tot laag, van Oost tot Nieuw-West: alle personeelsgeledingen zijn vertegenwoordigd. Noodzaak van OR Jan Willem Vreken, voorzitter van de Ondernemingsraad vertelt: ‘Ik vind het belangrijk dat het personeel een goede vertegenwoordiging heeft.’ Aleida Eling, secretaris van de OR vult aan: ‘Een goede Ondernemingsraad is noodzaak. Ik wil daar graag een bijdrage aan leveren.’ De Ondernemingsraad heeft tot taak het personeel van de organisatie te vertegenwoordigen. Jan Willem: ‘Het gaat daarbij om de collectieve belangen van de werknemers. Individuele klachten behoren niet tot het werkterrein van de OR. Die worden bijvoorbeeld door de vertrouwenspersoon in behandeling genomen.’ Bevoegdheden Zoals is vastgelegd in de CAO heeft de OR veel rechten op het gebied van regelingen die het personeel betreffen. Over elk onderwerp waar het woord ‘regeling’ op van toepassing is, heeft de OR iets te zeggen. Dat kan gaan over reiskostenvergoedingen, een collectieve verzekering, arbeidstijden of inkrimping en uitbreiding. Stemt de OR niet in met een regeling, dan kan deze niet op de voorgestelde wijze worden uitgevoerd. Verder staat in de Wet op de Ondernemingsraden dat de OR in een aantal gevallen adviesrecht heeft, bijvoorbeeld als het gaat om reorganisaties. Zo’n advies mag de directie niet zomaar naast zich neerleggen.

eenmaal per maand regulier overleg met de directie. En de OR heeft zelf een tweewekelijks overleg.’ Behandelde thema’s De OR is in augustus met haar werkzaamheden gestart en kon onmiddellijk flink aan de slag met alle ontwikkelingen rond de opstart van de RIBW/ MO Jan Rebelstraat. De nieuwe werkwijze die daar door de directie werd voorgesteld, was een adviesplichtig onderwerp. Dat betekent dat deze manier van werken alleen kon worden ingevoerd met de instemming van de OR. Met name ten aanzien van de personele veranderingen heeft de OR zich kritisch opgesteld. Verder is er -in samenwerking met de vakbond- een begin gemaakt met de ontwikkeling van een sociaal plan voor de Volksbond. Omdat cliëntenparticipatie binnen de Volksbond steeds belangrijker wordt, is daar beleid op ontwikkeld. De OR had moeite met de formulering van het ‘Beleidsvoorstel Cliëntenparticipatie’, omdat naar haar mening de positie van het personeel daarin onvoldoende werd gewaardeerd. De opmerkingen daarover zijn door de directie, zonder dat men daartoe verplicht was, volledig overgenomen in de nota. Jan Willem: ‘Het kenmerkt de relatie tussen OR en directie. Van beide kanten is er heel duidelijk de intentie om prettig samen te werken, maar dat neemt niet weg dat we de ontwikkelingen kritisch volgen.’ Stevige positie Een jaar geleden ging de nieuwgekozen OR van start, met de ambitie om de belangen van personeel én organisatie zo goed mogelijk te behartigen. Sindsdien heeft de raad zich ontwikkeld tot een niet meer weg te denken onderdeel van de Volksbond. Jan Willem: ‘De OR zal zich blijven ontwikkelen – door cursussen te volgen en praktijkervaring op te doen - zodat we onze taak steeds beter kunnen uitvoeren.’

Optimaal functioneren De OR werkt hard om te zorgen dat ze goed georganiseerd is en haar taken optimaal kan uitvoeren. Doordat er een voltallige OR is gekozen, kunnen de leden de taken onderling verdelen. Aleida: ‘Dat scheelt een hoop. De een doet de notulen, de ander het archief.’ De directie van de Volksbond moet er zorg voor dragen dat de OR alle informatie over de organisatie krijgt. In de halfjaarlijkse artikel-24 bijeenkomsten moet de OR worden ingelicht over de resultaten van de afgelopen periode en de verwachtingen voor de komende periode. Dit laatste zorgt dat de OR van te voren op de hoogte is van zaken waarover advies zal moeten worden uitgebracht. Jan Willem Vreken: ‘De OR van de Volksbond heeft

11 9 5


CTO Cliënttevredenheidheidsonderzoek

PROJECTONTWIKKELING BIJ DE VOLKSBOND

Elke twee jaar houdt SVA een cliënttevredenheidsonderzoek, conform de eisen die HKZ hieraan stelt. In 2007 voerden externen dit onderzoek uit. In 2009 besloot de Clientenraad (CR) van de Volksbond dit onderzoek grotendeels zelf uit te voeren. Ze ondervroegen cliënten van de Volksbond naar hun mening over het wonen bij de Volksbond.

‘We zijn al bezig met eenvannieuwe locatie ter Ed en Paul, voorzitter en secretaris de CR, vertellen over de aanpak van de CR. vervanging van de huidige RIBW Fokke Simonszstraat in 2015. Nee, we zitten zeker niet stil.’

12


Projectontwikkeling vergt lange adem Ook in 2010 werd bij de Volksbond achter de schermen hard gewerkt aan verbouwingen en voorbereidingen op de opening van nieuwe locaties. Bert Thomassen en Jan Billekens de spelen hierin een grote rol. Jan Billekens, projectleider Facilitaire Dienst, organiseert en coördineert het bouwkundige deel en de inrichtingen van locaties. ’Ik ben nauw betrokken bij elke verbouwing bij de Volksbond. Vanaf de eerste stap waarbij er een pakket van eisen wordt samengesteld tot aan de oplevering’, vertelt Jan. ‘Soms gaat het puur om een verbouwing. In andere gevallen verandert ook de zorgmethodiek op de locatie en dan wordt het ingewikkelder. Dat heeft namelijk ook gevolgen voor personeel, financiering, enzovoort. In dat geval zijn er veel meer partijen bij het project betrokken en wordt er een projectgroep ingesteld.’ Bij die complexere projecten speelt de projectleider Uitbreidingen een belangrijke rol. Deze functie werd in 2010 nog vervuld door Ger de Visser. Sinds 2011 is Bert Thomassen zijn opvolger. Hij heeft een overkoepelende taak, waarbij de nadruk ligt op de organisatie van het totale project. ‘Als projectleider draag ik verantwoordelijkheid over het gehele project en ik werk daarbij samen met diverse functionarissen. Zo werk ik met Jan samen voor de uitvoering van de bouw of verbouwing. Ik coördineer, stuur en rapporteer aan de stuurgroep: het Management Team.’ Werk in uitvoering Naast alle voorbereidingen voor de opening van de RIBW/MO Jan Rebelstraat en de heropening van de RIBW/MO Fokke Simonszstraat in 2011, hebben er in 2010 twee flinke verbouwingen plaatsgevonden. In juni 2010 is het Fokke Simonsz Huis verbouwd, waarbij de capaciteit van de opvang is teruggebracht van 60 naar 48 cliënten. Belangrijkste reden daarvoor was het vergroten van de privacy omdat er meerdere cliënten op 1 kamer woonden. Na de verbouwing kregen de meeste bewoners een eigen kamer. De nieuwe situatie geeft veel meer rust. Verder is eind 2010 de verbouwing van de RIBW de Brecht gestart. Bij deze verbouwing zijn de centrale voorzieningen verbeterd, zoals de keuken, eetzaal en kantoren. De Brecht is in 2009 en 2010 gegroeid van 25 naar 35 cliënten, maar de capaciteit van gemeenschappelijke ruimtes was daar niet op aangepast. ‘Daarom hebben we bijvoorbeeld de eetzaal verbouwd, zodat er nu genoeg ruimte

is voor 35 cliënten.’ De teamleider van de Brecht heeft de verschillende stappen van de verbouwing in nauwe samenwerking met alle cliënten voorbereid en doorlopen. Jan heeft de eisen van de teamleider en bewoners vertaald naar een pakket van eisen en de verbouwing logistiek georganiseerd. Invloed bewoners Voor Jan’s werk heeft de invoering van cliëntenparticipatie geen grote gevolgen. Hij heeft altijd al bewoners betrokken bij het bouwproces. Hij werkte bijvoorbeeld met een kleurencommissie waarin cliënten deelnemen, praten en beslissen over de gebruikte kleuren en inrichting in het gebouw. ‘Wel is de inbreng van de bewoners nu veel officiëler geregeld’. Voor de projectleider Uitbreidingen is wel een nieuwe situatie ontstaan. In de projectgroep zit voortaan altijd een lid van de Cliëntenraad. Over onder andere de inhoudelijke zorgconcepten van een locatie heeft de Cliëntenraad adviesrecht. Ook in alle werkgroepen praten en beslissen cliënten nu mee. ‘Dat is een goede zaak, ook al moesten we wennen aan de nieuwe situatie. Cliënten zijn er nu echt bij betrokken en praten vanuit hun eigen ervaring’, legt Bert uit. Toekomstvisie Bert en Jan zijn voortdurend bezig met vooruit kijken, want zoals Jan uitlegt: ‘Projectontwikkeling vergt veel voorbereidingen en een lange adem’. In 2010 is de start voorbereid van de nieuwe RIBW/ MO Jan Rebelstraat voor 75 cliënten, die in maart 2011 zijn deuren opende. Een ander project dat mogelijk is gemaakt door voorbereidende werkzaamheden in 2010, is de opvang van 25 cliënten in de RIBW/MO Fokke Simonszstraat, sinds mei 2011. En de verbouwing in de Brecht is inmiddels afgerond. In het voorjaar 2012 verhuizen 37 cliënten van het Bertolt Brecht Huis en Sarphatistraat 102. De Volksbond ontwikkelt in samenwerking met woningbouwvereniging Stadgenoot in Oostpoort een wooncentrum voor 31 jongeren en 6 plaatsen voor begeleid wonen. Bert: ‘En er wordt een nieuw Centraal Bureau gebouwd als gezamenlijke huisvesting voor de Volksbond, HVO Querido en de Blijf Groep. Aangezien ons huurcontract voor de huidige locatie al per 1 juli 2012 afloopt, zullen we tijdelijk onderdak moeten vinden op een andere plek. Naar verwachting verhuizen we dan in het voorjaar 2013 permanent naar het nieuwe Centraal Bureau. Ook zijn we al bezig met een nieuwe locatie ter vervanging van de huidige RIBW/MO Fokke Simonszstraat die in alle waarschijnlijkheid in 2012 zal plaatsvinden. Nee, we zitten zeker niet stil.’

13


Kerncijfers structureel aanbod 2009 - 2010 Voorzieningen Maatschappelijke opvang (MO)

Aantal plaatsen

Aantal verblijfsdagen

Samenstelling cliĂŤnten man

vrouw

man

2009

vrouw

2009

2010

2009

2010

2010

Bertolt Brecht Huis

30

30

10192

10564

62%

38%

74%

26%

Fokke Simonsz Huis (RIBW en MO)

60

48 (per 1-7-2010) 10 RIBW en 38 MO

20637

18232

90%

10%

92%

8%

25 (per 1-10-2009)

25

1685

9025

81%

19%

92%

8%

27 (per 1-9-2009)

35

10606

12416

82%

18%

82%

18%

23

23

8355

8334

74%

26%

76%

24%

9 (tot 1-11-2010)

-

2498

1964

16

16

5693

5693

Regionale Instelling Beschermd Wonen (RIBW) De Aak De Brecht Het Westhuis Begeleid wonen Kazerne (gesloten in 2009) 1e Helmerstraat en Sarphatistraat 102

Voorzieningen

Aantal bezoeken

Aantal ingeschreven cliĂŤnten

100% 79%

21%

Aantal plaatsen Inloop/trajecten

Dagbesteding

2009

2010

2009

2010

2009

2010

Dagbestedingsproject

34621

34621

855

1003

51

51

Centrum PS

16932

18061

379

465

90

90

2009

2010

2009

2010

1300

3380

40

57

Ambulante begeleiding

14

100% 88%

12%


Financiën 2009 - 2010 BATEN

2009

2010

subsidies

 Euro

Euro

gemeente amsterdam

    3.418.490

3.203.935

zorgkantoor-AWBZ

    4.585.488

6.405.000

overige subsidies

        112.563

114.738

TOTAAL SUBSIDIES

    8.116.541

    9.723.673

eigen bijdragen cliënten

      495.364

415.046

overige inkomsten

      259.246

269.282

financiële baten en lasten

        13.772

65.203

TOTAAL OVERIGE INKOMSTEN

      768.382

      749.531

   8.884.923

   10.473.204

personeelskosten

    5.452.528

6.110.260

verzorgingskosten

      520.877

1.086.708

huur en leasing

      701.696

900.761

onderhoud en energiekosten

      549.343

829.912

algemene kosten

      455.998

550.144

afschrijvingskosten

      226.730

241.444

TOTALE LASTEN

   7.907.172

   9.719.229

SALDO BATEN EN LASTEN

      977.751

      753.975

overige inkomsten

TOTALE BATEN

LASTEN

15


Colofon Uitgave van

Stichting Volksbond Amsterdam Sarphatistraat 104-B 1018 GV Amsterdam

Telefoon

020 421 24 24

Fax

020 421 24 25

E-mail

info@volksbond.nl

Redactie

Carmen Salvador Marisah Mohamat

Vormgeving

Elise Bakker Grafisch Ontwerp www.ebgrafisch.nl


Voksbond Jaaroverzicht 2010