Page 1

2017, nr. 1

Magazine over stedelijke en regionale ontwikkeling

Omgevingswet Grenzen verleggen in Oosterwold

Energie Regionale energie­ strategie in Fryslân

Regio’s De belofte van de Regiodeal

Dossier  De kracht van de middelgrote stad Hoe steden als Venlo, Oss en Emmen werken aan hun toekomst

kennis voor de nieuwe ruimtelijke praktijk


Aan dit nummer werkten mee:

Oedzge Atzema

Gerben van Dijk

Christine van Eerd

Arjan Harbers

Joks Janssen

Universiteit Utrecht

Herbestemmingsteam

Zelfstandig tekstschrijver

pbl

BrabantKennis

Hans Jungerius

Jaap Modder

Tom de Laat

Cees-Jan Pen

Geert Teisman

Stichting Verborgen Landschap

brainville

Gemeente Oss

Fontys Hogescholen

Erasmus Universiteit

en team ruimtevolk:

DesirĂŠe Uitzetter

Jeroen van de Ven

Josse de Voogd

bpd

Gemeente Venlo

Zelfstandig onderzoeker

Caroline BĂŠgin

Brechtje van Boxmeer

Daphne Koenders

Robbin Knuivers

Judith Lekkerkerker

Marleen van der Meer

Jeroen Niemans

Kris Oosting

Janneke Rutgers

Anne Seghers

Sjors de Vries


Slimmer worden

Slimmer worden. Dat is de grootste uitdaging voor Nederlandse steden en regio’s. Enorme opgaven als de energietransitie, klimaatadaptatie en demografische transitie vragen om intelligentie. Het kenmerk van slimme steden en regio’s is dat ze de opgaven kennen en integraal durven op te pakken, en daarbij gebruik maken van de ideeën van de mensen die er wonen, werken en ondernemen. De invoering van de Omgevingswet is een stok achter de deur en dwingt iedereen tot een brede en integrale blik op de toekomst. Een gemene deler van al deze maatschappelijke opgaven is dat ze zich ruimtelijk manifesteren en hun weerslag hebben op het functioneren van steden, dorpen, wijken en straten. Steden en regio’s zullen hiervoor nieuwe ruimtelijke strategieën moeten ontwikkelen en bereid zijn voorbij de eigen grenzen te denken. Middelgrote steden hebben een goede uitgangspositie om uit te groeien tot laboratoria voor de toekomst van Nederland. Hier ligt de mogelijkheid om grote opgaven op kleine schaal aan te pakken en nieuw beleid uit te testen. Door het hele land werkt ruimtevolk samen met slimme steden en regio’s aan dit soort vernieuwende praktijken. We zijn er trots op dat we ons in de tien jaar sinds onze oprichting in 2007 hebben ontwikkeld naar een kennisorganisatie én platform met een unieke en onafhankelijke positie in het ruimtelijk domein. Met ons netwerk, onze partners en onze opdrachtgevers werken we op innovatieve wijze aan de nieuwe opgaven en daarmee aan een nieuwe slimheid die de snel veranderende wereld van ons vraagt. Sinds dit jaar doen we dat vanuit onze nieuwe werkplek, de Jaarbeurs Innovation Mile, pal naast Utrecht Centraal Station. Ons jubileumjaar gebruiken we om de kennis uit onze projecten en programma’s breder te delen en om koplopers en pioniers extra in de schijnwerpers te zetten. Met ons nieuwe magazine NL onderstrepen we deze ambitie. Het is een magazine vol innovatieve praktijken in stedelijke en regionale ontwikkeling, samengesteld en uitgegeven door ruimtevolk. Want onze missie van tien jaar geleden staat nog fier overeind: het delen van inspirerende praktijken is belangrijke brandstof voor verandering en een impuls voor de rijke Nederlandse ontwerp- en planningscultuur. Wij wensen u veel leesplezier!

Sjors de Vries Directeur ruimtevolk


4

ruimtevolk  nl

Inhoud

10 E  en nieuw arrangement

tussen Rijk en regio’s: de Regiodeal

22 Steek je energie in een netwerk met naburige gemeenten

28 Open je ogen voor het

onopvallende en het alledaagse

6 ruimtevolk tipt 10  De belofte van de Regiodeal Waarom Rijk en regio’s hun agenda’s moeten koppelen 16 Dood en leven in de middelgrote stad Laboratorium voor toekomstbestendigheid 22  Interview met Oedzge Atzema Leentjebuur spelen in een regionale economie

24 Binnenstadstalent in middelgrote steden Cees-Jan Pen over vitale binnensteden 28  Foto-essay De alledaagse dynamiek van het middenland 34  De ontluikende kracht van middelgroot Rondetafelgesprek met Joks Janssen, Desirée Uitzetter, Tom de Laat en Jeroen Niemans 38  Positioneer met de omgevingsvisie De toegevoegde waarde van de stad voor de regio


5

ruimtevolk  nl

50 In Oosterwold ontwikkelen 34 Waar staat de

bewoners zelf een nieuw stuk stad

middelgrote stad nu?

62 Zeggenschap over 42 Demografische transitie in Noord-Limburg

40  Interview met Geert Teisman Zoek naar samenhang in ketens en netwerken 42 G  rip krijgen op de toekomst Hoe Noord-Limburg scenario’s inzet om te anticiperen op de toekomst 50 Grenzen verleggen in Oosterwold Een systeembreuk met de Nederlandse praktijk van gebiedsontwikkeling

de impact van de energietransitie op de leefomgeving

56 D  oor het midden! Afscheid van de vermeende tegenstellingen tussen top-down en bottom-up 60 T  egelijk opspringen om vooruit te komen Fryslân op weg naar een regionale energiestrategie 64 ruimtevolk publicaties


6

ruimtevolk  nl

ruimtevolk tipt

D

e vraag hoe binnensteden de omslag kunnen maken van ‘place to buy’ naar ‘place to be’ staat hoog op de agenda. De vitaliteit en aantrekkelijkheid van veel binnensteden en dorpskernen staat immers onder druk, met wegtrekkende voorzieningen en leegstand in winkel- en aanloopstraten als gevolg. Een toekomstbestendige binnenstad vraagt om een verbreding van het perspectief: de focus op de binnenstad als monofunctioneel winkelgebied moet plaatsmaken voor de ambitie om een divers stadshart te creëren, waar gewoond, gewerkt én gewinkeld kan worden. Onder de noemer Kennisnetwerk Binnensteden Gelderland hebben Gelderse binnensteden het initiatief genomen om te leren van elkaar en van andere praktijkvoorbeelden. Zo worden in Winterswijk via stedelijke herverkaveling overbodige vierkante meters aan de markt onttrokken. In Nijmegen en Arnhem werken gemeente, ondernemers en pandeigenaren succesvol samen om leegstand aan te pakken en transformatie van leegstaande panden in nieuwe functies te stimuleren. En in Groenlo geven ondernemers en inwoners op eigen wijze actief uitvoering aan Programma Stad.

Het Kennisnetwerk Binnensteden Gelderland is een netwerk en een community of practice voor professionals die werken aan een aantrekkelijk stadshart of attractieve dorpskern. Het kennisnetwerk is een initiatief van een aantal Gelderse binnensteden en de provincie Gelderland en wordt begeleid door ruimtevolk. Momenteel wordt een verbreding van het netwerk met binnensteden in andere provincies onderzocht. www.kennisnetwerkbinnensteden.nl

De stad en het geheim van aangenaam samenleven

stadsessays trancityxvaliz

Gelderse partijen delen kennis over toekomstbestendige binnensteden

Binding Binding Binding Binding

Van winkelhart naar stadshart

Annemarie Kok

BinDing genoeg

Leestip

Binding genoeg De stad en het geheim van aangenaam samenleven In dit essay schrijft filosoof en journalist Annemarie Kok een fictieve brief aan Jane Jacobs. Ze bestrijdt daarin het idee dat onze samenleving lijdt onder individualisering en bekritiseert het gevoel dat ‘de gewone man’ ernaar snakt om actief mee te werken aan onze samenleving. Kok is van mening dat er in Nederland helemaal geen sprake is van een algemeen probleem rond sociale cohesie. ‘Integendeel. Niet ondanks, maar juist mede door de individualisering hebben wij tal van subtiele en expliciete, kortstondige en langdurige relaties die onze samenleving hecht maken.’ Zolang we binnen de contouren van onze democratie blijven, zal er sociale binding genoeg zijn, zo bepleit Kok. Ook is ze kritisch over allerhande participatietrajecten, waaronder die de ruimtelijke inrichting van onze leefomgeving betreffen. De doe-democratie is het huidige credo: de burger initieert en de overheid faciliteert. Kok laat echter zien hoe deze politiek de politici buitenspel zet en de burgers tegen hun zin verbindt. Dit versterkt de samenleving niet, maar tast haar aan. Ze haalt voorbeelden aan als de burgertop G1000 in Groningen, het experiment met burgerparticipatie in het Groningse dorp Ulrum en de Stripheldenbuurt in Almere waar bewoners verantwoordelijk zijn voor de openbare ruimte. Telkens weer blijkt dat een regisserende overheid niet gemist kan worden. Dit essay is het eerste in een serie Stadsessays, een initiatief van Trancity-Valiz. Het essay is gratis als epub te lezen op www.trancity.nl


7

ruimtevolk  nl

ruimtevolk tipt

Expositie

Ontmoeten in de openbare ruimte van morgen 17 | 06 | 17 – 09 | 07 | 17 pulchri, lange voorhout 15, den haag

F

ysiek ontmoeten is belangrijk in een tijd van internet en 5G. Het ideaal van sociaal inclusieve steden is in de huidige informatiesamenleving alleen bereikbaar door moeite te doen om mensen van buiten onze bubbel te ontmoeten. De komende jaren gaat Nederland op de schop. Er wordt gebouwd aan circulaire steden, aan 100% duurzame energie en aan voldoende ruimte om water tijdelijk op te slaan. Deze verbouwing van Nederland biedt kansen om de kwaliteit van de openbare ruimte te verhogen en de mogelijkheid op ontmoeting, met bekenden en onbekenden, te vergroten. In de tentoonstelling ontmoeten schetsen kunstenaars, ruimtelijke professionals en middelbare scholieren hun visie op het ontmoeten in de openbare ruimte van morgen. Ze reageren op de onderzoeksvraag: Als de Nederlandse ruimte toch een verbouwing ondergaat, hoe kan de openbare ruimte van morgen dan meer een plek van ontmoeting worden? Welke interventies zijn mogelijk om het samenleven in stad en land te ondersteunen? De expositie bevat bijdragen van o.a. Pepijn Verpaalen (Urbanos), Dirk van Peijpe (de Urbanisten), Tjerk Wobbes (Plein06) en Peter van Assche WijkenvandenHaag.qxp_Ontmoeten 13-04-17 11:02 Pagina 4 (bureau SLA). Lees meer op www.pulchri.nl/tentoonstellingen/ontmoeten

Den Haag weet van (geen) wijken. Kaartbeeld: Cees van Rutten

Leestip

The New Urban Crisis – Richard Florida Met zijn nieuwste boek maakt Richard Florida een opmerkelijke stap: hij komt terug op zijn eigen lofzang op de creatieve klasse (The Rise of the Creative Class, 2002). In The New Urban Crisis gaat hij in op de onbedoelde neveneffecten van de succesvolle opkomst van de creatieve klasse, zoals een groeiende ongelijkheid, gentrificatie en segregatie. Hij introduceert een nieuw type stedelijke ontwikkeling: Winner-Take-All-Urbanism. Hij onderkent dat de overgang naar een creatieve economie een grote ongelijkheid met zich meebrengt. Deze steden missen betaalbare huisvesting en er ontstaat een kloof tussen mensen die meedoen in deze economie en zij die erbuiten vallen. Hoewel hij vooral Amerikaanse steden beschrijft, is de trend ook herkenbaar in Nederland. Op het eind van zijn boek oppert Florida een aantal voorstellen om het tij te keren, die in zekere mate ook in Nederland toepasbaar zijn. Zoals het bouwen van betaalbare woningen voor de nieuwe middenklasse, investeren in openbaar vervoer om arme en rijke stadsdelen beter te verbinden, het inzetten op het clusteren van economische functies en ruimtelijke verdichting in buitenwijken en het invoeren van een basisinkomen.


8

ruimtevolk  nl

ruimtevolk tipt

Metamorfosenroute Arnhem

Solar Energy in Public Space. Beeld: Tom van Heeswijk en Sabrina Lindemann

Prijsvraag

Post-Fossil City Contest

H

oe wonen, werken en verplaatsen we ons in een stad die niet langer verslaafd is aan olie, gas en kolen? Deze vraag staat centraal in de Post-Fossil City prijsvraag die de Urban Futures Studio van de Universiteit Utrecht eerder dit jaar lanceerde. Kunstenaars, architecten, urbanisten, fotografen en filmmakers werden opgeroepen om de stad in het post-­fossiele tijdperk te verbeelden. Uit de 250 inzendingen zijn tien finalisten gekozen die ieder € 1.000 ontvingen om hun idee verder uit te werken, met ondersteuning van het team van de Urban Futures Studio. De winnende inzendingen variëren van een geluidskunstwerk dat de stilte van groene, elektrische toekomst laat horen, tot een ontwerpscenario voor een stad waarin alle openbare ruimtes zonne-energie opwekken.

In Arnhem verloopt de strijd tegen leegstand voorspoedig. De afgelopen vier jaar hebben veel leegstaande gebouwen een nieuwe bestemming gekregen. In totaal is 100.000 m2 getransformeerd. In 2013 is er door de gemeente een Transformatieteam opgezet. Dit team, met kennis van (plan)economie, stedenbouw, vastgoed, tijdelijke initiatieven en wetgeving, heeft een integraal beeld van de leegstand in de stad en versnelt en versoepelt het proces om lege gebouwen om te vormen naar andere functies. Met deze aanpak verschiet de stad langzaam van kleur en met name wonen keert terug in de binnenstad. Enkele opvallende resultaten zijn samengebracht in een heuse Metamorfosenroute langs twaalf herbestemmingsprojecten in en rondom de binnenstad. Zo biedt de oude bibliotheek onder de noemer Building026 nu ruimte aan horeca, winkels en kantoren en is het voormalige UWV-kantoor veranderd in 96 zelfstandige wooneenheden. Arnhem zet transformatie in de etalage en biedt de mogelijkheid eens wat langer stil te staan bij een proces dat zich in heel Nederland tamelijk geruisloos voltrekt. De plattegrond van de Metamorfosenroute is te down­ loaden op de site van de gemeente Arnhem.

1 2 11 10 12

9 8

3

4

De tien finalisten exposeren hun werk vanaf 15 juni in de Post-Fossil City Exhibition in het Stadskantoor in Utrecht. Op 22 juni maakt de jury de winnaar bekend, die een geldprijs van € 10.000 ontvangt om het idee verder uit te werken. Meer informatie over de wedstrijd, finalisten en de expositie: www.postfossil.city

7 5

6

1. Utrechtsestraat 46 / 2. Utrechtsestraat 38 / 3. Kortestraat 1 / 4. Weverstraat 16 / 5. Broerenstraat 39 6. Eusebiusplein 1 / 7. Koningstraat 27 / 8. Mariënburgstraat 12/13 / 9. Jansplein 56 / 10. Janspoort 2 11. Gele Rijders Plein 15 / 12. Velperbuitensingel 9


9

ruimtevolk  nl

ruimtevolk tipt

Mind the Gap

ruimtevolk verhuist naar de Jaarbeurs Innovation Mile

Nieuwe ­werkplaats ruimtevolk Dit voorjaar is ruimtevolk verhuisd naar de Jaarbeurs Innovation Mile (jim), pal naast Utrecht Centraal Station. De verhuizing is een volgende stap in de ontwikkeling van ruimtevolk als kennisorganisatie en platform. jim is een co-creatieve werkplaats, kennishub en leeromgeving. Deze plek geeft ruimtevolk de ruimte om ontmoeting en verbinding met het eigen netwerk te faciliteren, bijvoorbeeld rond cross-sectorale opgaven als gezonde verstedelijking, energietransitie en regionale samenwerking. Daarnaast is er de mogelijkheid om kennisbijeenkomsten te organiseren. jaarbeurs innovation mile | jaarbeursplein 6 | utrecht Ga voor een routebeschrijving naar ruimtevolk.nl

BrabantKennis bespeurt en onderzoekt trends en ontwikkelingen die Brabant gaan veranderen. De verkenning Mind the Gap staat stil bij de toenemende verschillen in de samenleving. Het inkomen, opleidingsniveau, de plekken waar mensen wonen, de waarden die ze belangrijk vinden, de partij waarop ze stemmen en de mate van zelfredzaamheid: de verschillen nemen toe. Hoe zit dat in Brabant? Welke scheidslijnen zijn op te merken en welke nieuwe verbindingen? Mind the Gap besteedt aandacht aan deze vragen en schetst perspectieven voor de toekomst. Naast lezingen, essays en bijeenkomsten bestaat de verkenning ook uit een serie fietsexpedities. Op een tandem, met steeds een andere gast voorop, fietste social designer Isis Boot vijf routes door de provincie, op zoek naar de verhalen en beelden van de maatschappelijke scheidslijnen. De resultaten van deze fietsexpedities zijn gebundeld in een reisgids. Deze reisgids toont steeds een ander perspectief op Brabant en benoemt scheidslijnen, plaatsen van overbrugging en sleutelplekken. Lees meer op brabantkennis.nl/trend/mind-the-gap


10

ruimtevolk  nl

Regio's

Het denken en handelen op regionale schaal krijgt steeds meer vorm. Of het nu gaat om stedelijke regio’s of plattelandsregio’s: gestaag dringt het besef door dat de grote maatschappelijke opgaven vragen om een regionale oriëntatie en aanpak. In veel Nederlandse regio’s worden deze opgaven en nieuwe perspectieven actief onderzocht en vormgegeven. Om kansen daadwerkelijk te kunnen benutten en de uitvoering kracht bij te zetten, moeten nationale en regionale agenda’s beter op elkaar worden afgestemd. Een nieuw arrangement tussen regio’s en Rijk biedt kansen: de Regiodeal.

door Sjors de Vries en Janneke Rutgers fotografie Pim Geerts

De belofte van de Regiodeal Waarom Rijk en regio’s hun agenda’s moeten koppelen

Delfzijl


11

ruimtevolk  nl

De belofte van de regiodeal

Het Rijk zal zich moeten inzetten om de nationale agenda inniger te verbinden met de regionale agenda’s

G

emeentegrenzen bestaan vooral nog bij de gratie van de systeemwereld. De leefwereld waarin de dagelijkse activiteiten van mensen, organisaties en netwerken plaatsvinden - het zogenoemde ‘daily urban system’ - kent vloeibare grenzen en is in sterke mate (boven)regionaal. Ontwikkelingen in de patronen van dagelijkse verplaatsingen en verhuisbewegingen in Nederland laten in toenemende mate het bestaan zien van grootstedelijke en regionale netwerken.

Regionale opgaven Dit groeiende verkeer tussen steden en dorpen manifesteert zich zowel in het privéleven van stedelingen en dorpelingen als in het economisch verkeer, zowel op de woningmarkt als op de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd dienen zich nieuwe maatschappelijke opgaven aan zoals energietransitie, klimaatadaptatie en demografische transitie, maar ook vraagstukken rond mobiliteit, werklocaties en de woningmarkt. In de kern zijn dit allemaal regionale opgaven met dito oplossingen. In veel Nederlandse regio’s worden deze opgaven en nieuwe perspectieven daarom al actief onderzocht en vormgegeven: in de metropoolregio’s Brainport Eindhoven en Amsterdam, in regio’s die kampen met bevolkingsdaling zoals in de Achterhoek of Parkstad Limburg, maar ook in regio’s rondom de middelgrote steden zoals Food Valley in de regio Wageningen. Nu steeds meer regio’s hun huiswerk beter op orde hebben, breekt er een nieuwe fase aan waarin de regio’s keuzes moeten maken en hun investeringsagenda’s moeten afstemmen en scherpstellen.

Pleegkind Daarmee dringt zich een nieuw vraagstuk op, namelijk: in hoeverre kunnen deze regio’s, als ‘pleegkind’ binnen het Huis van Thorbecke, rekenen op (h)er-

Nieuwbouw in Ysselsteyn

kenning en steun vanuit de verschillende bestuurslagen? Zo zullen gemeentebesturen vroeg of laat de balans opmaken wat een strategische samenwerking onder aan de streep oplevert. Provincies zullen de regionale plannen beoordelen op de mate waarin de regio’s in staat zijn uitvoering te geven aan eigen ambities en beleid. En het Rijk zal nog heel wat boter bij de vis moeten doen om de decentralisaties wortel te laten schieten en regio’s uiteindelijk écht de bestuurlijke, financiële en juridische ruimte te geven die ze vragen. Dit vraagt een andere houding van het Rijk: zij zal zich moeten ontwikkelen tot samenwerkingspartner van de regio’s en zich actief inzetten om de nationale agenda inniger te verbinden met de regionale agenda’s.


12

ruimtevolk  nl

Regio's

Diervoederindustrie in Ysselsteyn

De nieuwe maatschappelijke opgaven zijn in de kern allemaal regionaal

Interessant is dat in een aantal provincies al volop wordt geëxperimenteerd met nieuwe arrangementen. In bijvoorbeeld Gelderland werken regio’s aan hun eigen perspectief en stelt de provincie zich op als beleids- en investeringspartner. En zoals dat hoort bij vernieuwing en experimenteren, gaat dit gepaard met vallen en opstaan. Zo is het nog een hele opgave om ook aangrenzende gemeenten en provincies aan te haken.

Gezamenlijk investeren Samenwerkingsarrangementen tussen Rijk, steden en regio’s zijn zeldzamer en blijven in de regel steken in de intentiesfeer. Denk bijvoorbeeld aan de Citydeals van de Agenda Stad, die mede door de landelijke opzet kampen met een gebrek aan regionale inbedding en regie. Dit terwijl stedelijke regio’s zoals Rotterdam en Amsterdam, maar ook perifere (krimp)regio’s al jarenlang aangeven graag afspraken met het Rijk te willen maken om hun ambities te verwezenlijken.


13

ruimtevolk  nl

De belofte van de regiodeal

Er zijn nieuwe programmatische arrangementen nodig dwars door de schalen heen

Hornhuizen

Recentelijk vroegen de Drechtsteden bijvoorbeeld het nieuwe kabinet mee te investeren in hun regionaal gedragen programma voor wonen, werken en onderwijs, om zo als regio een bijdrage te kunnen leveren aan de woningbouwopgave in de Zuidelijke Randstad. De SER Noord-Nederland roept op om (regio)deals te sluiten om binnen vijf tot tien jaar 150.000 mensen op mbo-niveau extra te scholen. En ook het position paper ‘Nederland in Balans’ van de K5-provincies is te interpreteren als een vraag aan het Rijk om werk te maken van nieuwe samenwerkingsarrangementen en gezamenlijke investeringsprogramma’s van Rijk en krimpregio’s.

Agenda's kracht bijzetten Bovenstaande initiatieven zijn koren op de molen van de decentraliserende Rijksoverheid, die van de gemeenten in de regio’s niet alleen samenwerking verlangt, maar ook daadwerkelijk keuzes en afstemming. Regiospecifieke samenwerkingsafspraken, investeringsagenda’s en (tijdelijke) wet- en regelgeving in de vorm van specifieke afspraken tussen Rijk en regio’s in de vorm van deals zijn daarom een logisch vervolg en een poging waard. Regionale samenwerking kan namelijk pas echt het verschil maken wanneer deze tegelijkertijd grensverleggend is in sectorale én bestuurlijke zin, en synchroon wordt uitgewerkt door gemeenten, provincies en Rijk. Zodat zowel de nationale als de regionale agenda’s kracht wordt bijgezet. Dit vraagt om nieuwe programmatische arrangementen dwars door de schalen heen: dit vraagt om een Regiodeal. s Leegstand in Steenwijk


14

ruimtevolk  nl

Jachthaven Zaandam. Foto: Pim Geerts


15

De kracht van de middelgrote stad ruimtevolk  nl

dossier

de stedelijke economie verandert snel onder invloed van technologische ontwikkelingen en globalisering. Dat raakt vooral middelgrote steden. Zij hebben te maken met het wegtrekken van de jonge, hoogopgeleide beroepsbevolking en bedrijvigheid naar de grotere centrumsteden. Middelgrote steden lijken te groot voor een servet en te klein voor een tafellaken. Tegelijkertijd nemen ze in Nederland een bijzondere positie in. Dit dossier duikt in de wereld en positie van de middelgrote steden in Nederland. Grofweg zijn dit steden met 40.000 tot 100.000 inwoners. Dat is echter geen wetmatigheid: soms zijn het kleinere steden die een belangrijke regionale functie hebben, soms zijn het ook iets grotere steden. Het gaat over Oss, Nieuwegein, Oosterhout, Roermond en Almelo, maar ook over Lelystad, Assen, Alphen aan de Rijn en Heerhugowaard. Steden die allemaal een eigen geschiedenis en toekomst hebben. Ze zijn tegelijkertijd zowel de stille kracht van ons land als de

22 

28 

potentiële probleemkinderen. Het zijn de werkpaarden. Ze krijgen maar weinig aandacht en waardering, ook vanuit Den Haag. Onterecht, want wanneer gesproken wordt over het versterken van het stedelijk netwerk, om bijvoorbeeld de internationale concurrentiepositie van Nederland te verstevigen, dan kan dat niet zonder de middelgrote steden te betrekken. Wat begon met een toekomstverkenning van middelgrote steden in Brabant, door BrabantKennis en ruimtevolk, eindigde in een brede verkenning en een praktijkprogramma over de opgaven en positie van middelgrote steden in Nederland: Midsize NL. Deze verkenningen hebben de middelgrote steden als belangrijke schakels in het stedelijk netwerk in de schijnwerpers gezet. Ze verdienen meer aandacht en een ontwikkelperspectief. Ze beslaan immers een niet te onderschatten deel van ons land. In de middelgrote steden van Nederland wonen bijna twee keer zoveel mensen en zijn ruim anderhalf keer zoveel banen als in de vier grote steden. Wanneer we de steden, het stedennetwerk en het platteland in Nederland willen versterken, zullen we de positie en potentie van de middelgrote stad beter moeten begrijpen. s

34 

42 

Oedzge Atzema

Foto-essay

Rondetafelgesprek

Noord-Limburg

Leentjebuur spelen in een regionale economie

Het middenland bezien door de lens van zes ruimtelijk professionals

Met Joks Janssen, Desirée Uitzetter, Tom de Laat en Jeroen Niemans

Werken met scenario's om te anticiperen op de toekomst


16

ruimtevolk  nl

Dossier De kracht van de middelgrote stad

Dood en leven in de middelgrote stad door Jeroen Niemans en Anne Seghers

G

roeikernen, krimpgemeenten en nepsteden kopte de Groene Amsterdammer boven een artikel over midsize Nederland. De Rabobank had het in een studie over Nederlandse steden over ‘oplichtende en uitdovende sterren’. Het moge dan ook duidelijk zijn: dé middelgrote stad bestaat niet. Midsize Nederland beslaat een bont palet aan steden met uiteenlopende posities binnen het netwerk. Zo bevinden sommige middelgrote steden zich in de agglomeratieschaduw van een grotere centrumstad en zijn ze afhankelijk van de economie en arbeidsmarkt daar, terwijl andere steden zich meer als centrum van de eigen regio kunnen profileren en economisch meer op zichzelf staan - of juist een wat zwakker profiel hebben. Voor alle middelgrote steden geldt echter dat ze te maken hebben met een aantal grotere, autonome trends, waarvan op veel plekken de invloed al zichtbaar is. Denk aan de groeiende aantrekkingskracht van de vier grote steden, de arbeidsmarkt die steeds

flexibeler wordt, een globaliserende economie, een veranderende bevolkingssamenstelling en technologische innovaties die deze veranderingen nog eens versnellen. Het samenspel van deze ontwikkelingen zorgt voor een dynamiek die om een nieuw handelingsperspectief vraagt. Wederkerigheidsrelatie met de regio

Door samen te werken onder de vlag Food Valley ontwikkelen Ede en Barneveld zich samen tot hét agro-foodcentrum van Europa, de internationale topregio voor kennis en innovaties op het gebied van gezonde en duurzame voeding. Los van elkaar hadden ze dit niet kunnen bereiken. De toekomst van de middelgrote stad ligt grotendeels in de regio, maar het functioneren van de regio is ook afhankelijk van hoe het met de stad gaat. Er is sprake van een wederkerige afhankelijkheidsrelatie. Om deze wederkerigheid optimaal te benutten voor een veerkrachtige stad en regio, is het nodig om over


17

ruimtevolk  nl

Dood en leven in de middelgrote stad

Venlo Als middelgrote stad in de regio Noord-Limburg Maaskade Venlo. Fotografie: Hugo Thomassen

toont Venlo in haar beleid en aanpak een nieuw realisme, gestoeld op een sterk bewustzijn van

eigen grenzen heen te stappen. In de zoektocht naar een gezamenlijke identiteit en regionale complementariteit is het nodig dat middelgrote steden elkaar dingen gunnen. Of zoals een Brabantse wethouder het begin dit jaar formuleerde: ‘Moeten we nog wel investeren in een theater, als er 10 kilometer verderop al een theater van topkwaliteit ligt? Ik zou het nu niet meer doen.’ Ook in Jutland, in het noorden van Denemarken, is te zien hoe dit spel van egoïsme en altruïsme vorm kan krijgen. Hier beconcurreren regiogemeenten elkaar niet, maar betalen ze mee aan voorzieningen waarvan ze zelf mee profiteren, zoals de culturele faciliteiten in de grotere stad Aalborg. Maat en schaal

In de raadszaal van Oss hangt het kunstwerk ‘De kneep van Oss’. Kunstenares Tineke Schuurmans liet bijna duizend inwoners van Oss in een blokje klei knijpen. Alle knepen samen vormen de kralen aan een ketting die zich als een slinger van meer ­dan 70 meter door de raadszaal beweegt. Het kunstwerk staat symbool voor de kracht van de middelgrote stad: een sterk en veerkrachtig netwerk van personen die elkaar

de werking van het regionale netwerk en haar positie daarbinnen. Zo omvat de Woonvisie een tweesporenbeleid. In en rond het centrum zet Venlo in op het versterken van het stedelijke profiel, door een accent te leggen op verdichting. In de wijken wat verder van het centrum wordt geanticipeerd op de verwachte terugloop in woningbehoefte. Hier zet de stad in op een transformatie die bestaat uit gerichte verdunning, om leegstand en eventuele verloedering tegen te gaan.


18

Ro os en da al

Ro os en da al

ic str aa M

Zwolle

e Leid

n

os tp ol d

Amsterdam

erda Rott

m

m g aa

aa

g

nH

nH

De

50% 50%

Veenendaal

Nieu Veenendaal

weg

Nieu

is Ze

t eis ein weg Z

t

ein

S

en

Veld hov

t

es

So

t

oe s

n

ove

Veld h

Etten-Leur

s aa M as en a el nen M Pe e Ve en ond eel en P De R Ven nde e Ro Etten-Leur D

rm te

rt

ht

re c

Ut

t

tre ch

'

ch

os

nb

e og

Zo e

Zo e

te

ee

r

rm

ee

r

De

n

Vels e

n

Vels e

ijk

erda Rott

Amsterdam

or do

No

ht

ic str aa M er

NAlmelo oo rd oo stp ol d

en Alph

n or Ho

Almelo n Rijn de aan

ht

n n Rij de aan en Alph

n or Ho

er

lo

a

ud

Go

ud a

Go

int

n

W

d

elee

rd-G

25% 25%

e sH

rto He 's eer erm mm

U

rle

en

hov

Eind

hov en

Eind

Tilburg

Zaanstad

Tilburg Arn

hem

Alm

ere

Alm

ere

Am

er

m rle

a Ha

e hed lem Ensc ar

on Gr

on Gr

ing

ing

en

en

verkleind. Bron: PBL/CBS regionale bevolkingsprognose 2013-2040 en PBL (kaartbeeld)

or t

Ha

grootste steden is 50% verkleind ten opzichte van de andere gemeenten, de G ­ 4-steden zijn tot 25%

ede chApeldoorn

NB: Gemeentelijke herindelingen sinds 2013 zijn niet in deze cijfers opgenomen. De weergave van de

Ens

Ontwikkeling bevolking middelgrote en grote gemeenten 2015 - 2030

Nijm ege Apeldoorn n

ege n

2012 – 2027

sfo

Arn

Am

hem

er

sfo

or t

eer

erm

mm

rle Haa

Zaanstad

Br e Nijdm a

Meer dan 15 %

h

sc

bo

n ge

Haa

Br ed a

GROEI 0 –KRIMP 5% GROEI 5 – 10 % 0–5% 10 – 15 % 5 – 10 % Meer dan 15 %10 – 15 % 2012 – 2027

KRIMP

len

on

Sitta

er

d

sw

er

lm

on

k rwij arde HW int er Kerkrade sw ijk

He

He

lm

n Co evo rden Go es

n te ol -H en jss Ri t amb Old en t ol -H en Nijkerk jss Ri De Bt ambilt OTld iel Nijkerk

ilt

De B

Tie l

es

Lochem

orde

len

He

n

Coe v

Go

n elee rd-G Sitta Alkmaar

d ar wa rd ns e aa lk sw Va chtken e r d l en Va Pap ht drec pen Lochem Pa

Lee Alkmaar uwa rde

er

nt

De Lvee enuwa te rden r

ve

dd

er

De

rd

Ri

He lo

p

aa

ijk erw Hard k r ke er Kerkrade

or

n Ve

td

n Ve

oo

Oss

t Delf

p

ow

d

t Delf

or

ug

Ri

Emmen

td

ke r-N

Hengelo Oss

ac

m

ieda

Sch

Hengelo

Emmen

oo

m

ieda

Ede

en

Pij n

h er He

tin ch em k

Ede

Kam p

ac

d aer veld Bawran go hu er He Hoogeveen ld eve Barn Den Held er DHoogeveen oe tin c he Den m Held er

Do e

r ke

D

en

d

sta

ly Le Sch

ijk

Weert

Kam p

r de

ht

rd re c

uv

He

lw Waa

Weert

ke r-N

Do

c

re ijk Ut

lw Waa

Pij n

se ht

ht

s

g

u elr

d

sta

ly Le

or dr ec

u

e eH

ht

c re

Ut

ug

lr ve

en Leid Zwolle

Dossier De kracht van de middelgrote stad

ruimtevolk  nl


19

ruimtevolk  nl

Dood en leven in de middelgrote stad

Oosterhout Het Brabantse Oosterhout werkt aan een integrale langetermijnvisie op de ontwikkeling van de gemeente. Daarbij gaat expliciete aandacht uit naar de trends die op de middelgrote stad afkomen en naar de positie van Oosterhout in de regio. De eerste stap is een analyse van het DNA van Oosterhout en het functioneren van de stad en de regio, waarbij aandacht uitgaat naar thema’s als economie, samenleving, ruimtelijke structuur en het functioneren van de vastgoedmarkt en lokaal bestuur. Met deze kennis in de hand wil Oosterhout de vele belanghebbenden uit stad en regio betrekken bij het werken aan de toekomst van de stad.

Sint-Jansbasiliek en markt in Oosterhout. Fotografie: Ralph Popken [Flickr CC BY-ND 2.0]

vasthouden en makkelijk benaderbaar zijn. De omvang van de middelgrote stad is haar troef: deze maat en schaal maken lokale én regionale betrokkenheid mogelijk. Of in het Engels: big enough for global ambitions but small enough to get things done. Deze troef biedt kansen in een netwerksamenleving waar het inspelen op maatschappelijke vraagstukken vraagt om slimme samenwerkingen en een nieuwe manier van besturen. Juist in de middelgrote stad doet bestuur er toe, waar dankzij korte lijnen snel gehandeld kan worden. In Oost-Brabant was krachtig bestuur de aanjager achter de triple helix, die hier uitgegroeid is tot succesformule. En in Nieuwegein dankt de geslaagde transformatie van het Nieuwegeinse kantorengebied Merwestein naar een gemengde stadswijk haar succes mede aan de mogelijkheid om snel meters te maken. Laboratorium voor toekomstbestendigheid

De bescheidenheid die veel middelgrote steden kenmerkt, siert ze. Maar er is reden om zich meer

te laten zien. Er zijn middelgrote pareltjes te vinden waarvan heel Nederland kan leren. Zo opereren innovatieve bedrijven als Thales en slem vanuit de steden Hengelo en Waalwijk, en ontstaan clusters van slimme bedrijven rond de automotive campus in Helmond en de wur in Wageningen. De middelgrote stad heeft hier een eigen plek verworven in het economische ecosysteem en biedt een aanvullend woonmilieu in het stedelijk netwerk. De middelgrote stad heeft daarnaast een goede uitgangspositie om uit te groeien tot het laboratorium voor de toekomst van Nederland. Hier is de mogelijkheid om grote opgaven op kleine schaal aan te pakken. Daarmee wordt de middelgrote stad een vindplaats van oplossingen voor complexe thema’s als klimaatadaptatie en de energietransitie. Maar ook nieuw beleid kan hier worden uitgetest. Waar heel Nederland praat over stedelijke kavelruil, brengen Steenwijk en Winterswijk dit al gewoon in de praktijk. Wie goed kijkt, ontdekt genoeg aanknopingspunten voor een triomf van de middelgrote stad. Ze liggen desondanks niet overal voor het oprapen en het is hard werken. De publicatie MidsizeNL bevatte een agenda voor de toekomst van de middelgrote stad. Inmiddels hebben diverse gemeenten deze


20

ruimtevolk  nl

Dossier De kracht van de middelgrote stad

Zeist

agenda opgepakt en ontdekt dat hierin het begin van een nieuw handelingsperspectief ligt besloten. Daarnaast creëert de aanstaande Omgevingswet momentum om vorm te geven aan dit handelingsperspectief. Veel middelgrote steden werken nu al aan een omgevingsvisie die uitdaagt om na te denken over hun toekomst en het maken van keuzes. Tegelijkertijd is gebleken dat het besturen van een middelgrote stad een uitdagende opdracht is. Waar in sommige grote steden de krachten uit de markt en samenleving zich weinig aantrekken van de agenda van bestuurders, ligt dit in de middelgrote stad anders. Meer dan ooit vergt besturen vakmanschap. De wijze waarop een middelgrote stad bestuurd wordt, maakt het verschil. Niet alleen voor de eigen stad, maar ook voor de regio als geheel. s

De stad Zeist zet in op het stimuleren van

Onder de noemer Midsize NL werkt ruimtevolk aan een kennisprogramma

burgerkracht en sociale veerkracht. Zeist heeft

over middelgrote steden in Nederland. Binnen dit programma is een

sterke wortels als stad waar het bestuur dichtbij

trendverkenning en onderzoek verricht naar het toekomstperspectief voor de

de burgers staat. Met innovatieve en interactieve

middelgrote stad en verscheen de publicatie Midsize NL, in samenwerking

trajecten worden bewoners bij beleidsvorming

met Platform31.

betrokken, zoals de Bezuinigingsdialoog die

De publicatie Midsize NL is te downloaden via ruimtevolk.nl/publicaties

is uitgegroeid tot een toonbeeld van sociale innovatie. Hierbij werken groepen burgerexperts - mensen met een combinatie van deskundigheid, ervaring en belang - aan thema’s als Ruimtelijke Ontwikkeling, Sport en Burger en Buitenruimte, waarbij elke groep een financiële taakstelling krijgt. Dit resulteerde niet alleen in een sluitende begroting, waarbij zelfs meer werd bezuinigd dan de gemeente zelf had gedacht, maar ook in een breed gedragen aanpak en een betrokken netwerk.

De wijk Kerckebosch in Zeist. Stedenbouwkundig plan en ontwerp buitenruimte: Wurck. Fotografie: Jan de Vries


21

ruimtevolk  nl

Dood en leven in de middelgrote stad

Kansen voor de middelgrote stad

snelheid van herstel sneller

Het handelingsperspectief voor het werken aan economische en sociale

2x

1,5x

veerkracht is voor elke middelgrote stad anders. Duidelijk is wel dat geijkte oplossingen niet langer houdbaar zijn. Het aanleggen van nieuwe bedrijventerreinen en woonwijken biedt geen sluitend antwoord op de

gemiddeld

1

opgaven. De huidige en toekomstige realiteit vraagt om regionaal maatwerk 1,5x

en strategische samenwerkingen. De volgende agendapunten vormen een basis voor het nieuwe handelingsperspectief voor de middelgrote stad:

langzamer

2x

1. Denk regionaal Stad en regio verkeren meer dan ooit in een wederzijdse afhankelijkheids­ relatie. Dit vraagt niet om competitie maar om coöperatie. De vraag die je jezelf als stad moet stellen is: hoe ben ik van toegevoegde waarde op de regionale schaal en wat heeft de regio mij te bieden? 2. Ken je DNA (en dat van de regio) Om de eerste vraag te kunnen beantwoorden, is inzicht in je eigen DNA en dat van de regio onmisbaar. Wat is de lokale economische structuur? Hoe functioneren de regionale arbeidsmarkt en woningmarkt? Wat is de opbouw van de samenleving? Hoe is het gesteld met bereikbaarheid? Dit soort vragen helpt een scherp beeld te krijgen van de positie van de middelgrote stad in het omringend (stedelijk) netwerk. 3. Ga in gesprek Ga, met de kennis van het DNA in gedachten, het gesprek aan met

Veerkracht van regionale arbeidsmarkten bij een economische schok, alle sectoren

belangrijke actoren in de regio. Denk als gesprekspartners aan omringende gemeenten, het maatschappelijk middenveld, woningcorporaties, het regionale bedrijfsleven en actieve bewoners. 4. Kies slim positie met een sterk verhaal Een stedelijk netwerk waar 'buren van elkaar kunnen lenen' gaat uit van specialisatie. De vraag hoe de middelgrote stad waarde kan toevoegen, beantwoord je niet met lokale profilering maar met regionale positionering met een sterk verhaal. 5. Bouw coalities De middelgrote stad, met haar overzichtelijke maat en ‘ons kent ons’netwerken, kan dienen als experimenteerterrein voor nieuwe coalities tussen overheid, bedrijfsleven, onderwijs en samenleving. Coalities bouwen betekent ook openstaan voor de betrokkenheid en inbreng van samenwerkingspartners in het formuleren van het verhaal van de stad. 6. Organiseer netwerkkracht Het samenspel van gedifferentieerde woonmilieus, het aanbod van voorzieningen en het regionale economische ecosysteem bepaalt hoe een stedelijke regio functioneert. Elke stad in de regio brengt hiervoor eigen kwaliteiten in. Door afstemming en samenwerking kunnen deze kwaliteiten goed benut worden en ontstaat netwerkkracht. Alle partijen hebben een eigen rol en verantwoordelijkheid, ieder vanuit zijn eigen kracht en kunnen.

Bron: CBS SSB, 2012; Significance, 2009; LISA, 2012; bewerking PBL


22

ruimtevolk  nl

Dossier De kracht van de middelgrote stad

Steek je­ energie in een ­netwerk met ­naburige gemeenten Oedzge Atzema Hoogleraar Economische Geografie Universiteit Utrecht

door Christine van Eerd fotografie Rogier Boogaard

Economische geografie richt zich op twee hoofdvragen: waarom zit een bedrijf op een bepaalde plek en waarom ontwikkelt de economie zich in de ene regio anders dan in de andere. Hierover bestaan vele theorieën, die echter niet allemaal meer actueel zijn. ‘De theorie van Christaller bijvoorbeeld, die aan de basis ligt van de naoorlogse winkelstructuur, gaat steeds minder op’, zegt hoogleraar Oedzge Atzema. Ook bij de ideeën van de hedendaagse denker Richard Florida over de aantrekkingskracht van grote steden, zet hij vraagtekens. ‘De economie bestaat niet alleen uit creatieve mensen.’ Verzorgingsstaat

‘De verzorgingsstructuur van na de Tweede Wereldoorlog is beïnvloed door het gedachtegoed van de Duitse geograaf Walter Christaller. Hij bedacht het principe van de hiërarchie van centrale functies, waarbij elke voorziening een maximale reikwijdte heeft voor de klanten en een minimale drempelwaarde om te renderen. Hierdoor ontstaat een verband tussen de bevolkingsomvang en de aanwezigheid van bepaalde voorzieningen. In Nederland heeft dat geleid tot een fijnmazige verzorgingsstructuur die lange tijd goed heeft gefunctioneerd.’ Draagvlak

‘Intussen zijn er echter twee dingen gebeurd. Mensen zijn mobieler geworden en ze zoeken meer belevingswaarde bij het winkelen. Afstand is minder belangrijk, als er maar iets te beleven valt. Mensen doen al lang geen boodschappen meer, ze gaan ‘shoppen’. Bovendien is er internet. Door dit alles vervaagt het verband tussen bevolkingsomvang en de aanwezige voorzieningen. De plaatsgebondenheid van het consumeren staat onder druk. In veel middelgrote steden is het een dubbeltje op z’n kant of de bij hun omvang passende voorzieningen nog blijven. Kijk maar naar de warenhuizen van V&D.’ Agglomeratieschaduw

‘Middelgrote steden merken dat er lokaal onvoldoende draagvlak is voor een breed aanbod. Niet alleen de winkelketens, maar ook het ziekenhuis of de rechtbank dreigen te verdwijnen. Vooral middelgrote steden in de buurt van grote steden hebben daar last van. Zij liggen in de zogeheten agglomeratieschaduw waar minder tot ontwikkeling komt. Toch zijn er kansen in die schaduw omdat je over en weer gebruik kunt maken van voorzieningen in naburige gemeenten. Daarnaast komen juist in middelgrote steden nieuwe gespecialiseerde voorzieningen tot


23

Oedzge Atzema

ruimtevolk  nl

ontwikkeling. De trend naar digitalisering werkt flexibele specialisatie en nichemarkten in de hand. Middelgrote steden zijn met hun lagere huren en beperktere regelgeving interessante vestigingsplaatsen voor deze ondernemingen die internetverkoop combineren met een fysiek verkoopkanaal.’ Bijvoorbeeld Brabant

‘Samen met Han Olden heb ik onderzoek gedaan naar economische ontwikkelingen in Brabant. Daar is de bevolkingsgroei het sterkst in de vier grote steden, vooral doordat jongeren naar de stad trekken, maar de werkgelegenheid groeit in de middelgrote steden meer dan in de grote steden. Middelgrote steden zijn een belangrijke motor van de Brabantse economie. Kennelijk zien Brabantse bedrijven voordelen in een locatie bij een middelgrote stad. Als die goed bereikbaarheid is en de huurprijzen zijn lager, waarom zou je dan in de drukte van de stad gaan zitten? Volgens Richard Florida is de grote stad een trekker voor mensen uit de creatieve klasse en hun aanwezigheid is een belangrijke reden voor bedrijven om zich in de stad te vestigen. Volgens die theorie zou je de werkgelegenheidsgroei vooral in de grote steden moeten zien. Dat gaat ook wel op voor de Brabantse grote steden, maar de economie bestaat niet alleen uit creatieve mensen. Die ‘overige’ economie gedijt prima in de Brabantse middelgrote steden. Zij moeten zich dus geen problemen laten aanpraten. Hun economische uitgangspositie is nog steeds gunstig.’ Leentjebuur spelen

‘Toch kunnen middelgrote gemeenten er niet meer op rekenen dat ze hun deel in de verzorgingsstructuur automatisch krijgen op basis van hun omvang. Wethouders moeten hun energie niet steken in het vasthouden van zoveel mogelijk voorzieningen of het vergroten van het lokale draagvlak door woningbouw. Dat werkt allemaal niet meer. Ze kunnen veel beter investeren in een netwerk met naburige plaatsen. Als middelgrote steden in een regionaal

Complementariteit in een regionaal netwerk is veel belangrijker dan de ­hiërarchie van steden

Het succes van regionale netwer­ ken is afhankelijk van de initiatieven van bewoners en ondernemers om bepaalde dingen te organiseren

netwerk samenwerken, creëren ze ‘borrowed size’. Zo kunnen ze leentjebuur spelen en samen een regionale economie vormen. Ze hebben elkaar wat te bieden en hoeven zich niet op eigen kracht te weren tegen de schaalvergroting. Het is geen recept dat altijd werkt, maar complementariteit in een regionaal netwerk is tegenwoordig veel belangrijker dan de hiërarchie van steden.’ Betrouwbare partner

‘Het succes van regionale netwerken is afhankelijk van de initiatieven van bewoners en ondernemers om bepaalde dingen te organiseren. De overheid moet een betrouwbare partner zijn in dit proces, want er zijn faciliteiten en regels nodig. Dat vraagt van wethouders en van ambtenaren dat ze over de lokale grenzen heen kijken. Ook als dat lijkt te botsen met de natuurlijke neiging te kiezen voor je eigen gemeente. Ik begrijp best dat wethouders hierdoor soms in een spagaat zitten, maar ga in ieder geval eens met de buren praten. Loop elkaar niet voor de voeten door te concurreren met de prijs van de vierkante meters op een industrieterrein of in een winkelstraat. Kijk hoe je complementariteit van de regionale netwerken voor elkaar kunt krijgen en maak daarover afspraken.’ s


24

ruimtevolk  nl

Dossier De kracht van de middelgrote stad

Binnenstads­ talent in middelgrote steden door Cees-Jan Pen Lector De Ondernemende Regio, Fontys Hogescholen

J

e durft het gelet op al het retailleed haast niet te zeggen, maar het gaat relatief goed met de meeste binnensteden. Deze hoopgevende conclusie trekt ook het Planbureau voor de Leefomgeving in het rapport De veerkrachtige binnenstad (2015) op basis van een onderzoek in de 54 grootste Nederlandse binnensteden. Het Planbureau onderscheidt vijf profielen van binnensteden: bruisend in een sterke regio, solide en regionaal voorzienend, bekneld in een sterke regio, kwetsbaar en lokaal voorzienend en zwak en perifeer. De Champions League van binnensteden wordt gevormd door een groep van 20 tot 25 steden met bekende spelers als Maastricht, Eindhoven, Den Bosch, Haarlem, Zwolle, Enschede en Groningen. Onterecht krijgt de groep bestaande uit 10 ‘zwakke en perifere binnensteden’ – Heerlen, Weert, Oosterhout, Oss, Veenendaal, Doetinchem, Almelo,

Emmen, Assen en Drachten – minder aandacht. Dit terwijl blijkt dat er in deze middelgrote centra veel gebeurt. Naar een kloppend stadshart

Juist deze groep ‘zwakkere’ middelgrote steden laat zien dat de binnenstad meer is en kan zijn dan een winkelcentrum. Zij werken momenteel allemaal vanuit een breder perspectief aan het compact en kloppend maken van hun stadshart. Hier is men in staat verder te kijken dan de in menig regio toch krimpende en overbevolkte retailmarkt. De middelgrote stad is dan ook dé plek waar volop wordt gewerkt aan een binnenstad die functioneert als centrale plek voor voorzieningen, als ontmoetingsplaats, (culturele) trekpleister, grote werkgever, bruisende woonwijk en natuurlijk ook als winkelhart. Mooier gezegd, hier is de binnenstad in ontwikkeling van place to


25

ruimtevolk  nl

Binnenstadstalent in middelgrote steden

Oss Compact centrum, complementair in plaats van compleet De Heuvel in Oss. Fotografie: Maurice Vinken

De centrumvisie uit 2010 zette nog in op groei, de huidige visie, met bijbehorende taskforce, is realistischer en koerst op een

buy naar place to be en place to meet. De lokale en provinciale Retaildeals, als onderdeel van de landelijke Retailagenda, stimuleren dit. Om te overleven hebben deze steden een scherp profiel nodig en moeten ze complementair zijn binnen een regio, in plaats van zelf compleet te zijn. Middelgrote steden weten dit. Lange tijd boden ze een compleet aanbod en vervulden ze een regionale centrumfunctie. Deze functie is echter onder zware druk komen te staan, mede door de forse aantrekkingskracht van de binnensteden uit de ‘Champions League’. Dat geeft deze middelgrote steden een grote urgentie om aan de slag te gaan. Hier worden dan ook pijnlijke keuzes gemaakt, op basis van een scherpe profilering en voorbij de eenzijdige focus op retail. Aanloopstraten en winkelstraten worden geschrapt, ondernemers worden gestimuleerd te concentreren en kansloze panden worden daadwerkelijk gesloopt. Binnen de groep sterkere steden doen alleen Zaandam en Tilburg dit op grotere schaal.

compact centrum. De binnenstad houdt een kernachtig centrum, waarin detailhandel en horeca centraal staan. Daaromheen is ruimte voor een ‘flexibele schil’, een gebied met gemengde functies, waaronder wonen, werken en cultuur. Oss is zeer terughoudend met perifere ontwikkelingen en durft nee te zeggen ondanks de grondopbrengsten op korte termijn. Oss richt zich op haar eigen DNA en MKB en zet in op een complementaire in plaats van een complete binnenstad. In de plannen wordt de leegstaande V&D mogelijk gesloopt en verhuizen de bibliotheek, het stadsarchief en de Volksuniversiteit naar het stadshart.


26

ruimtevolk  nl

Dossier De kracht van de middelgrote stad

Succesfactoren voor binnensteden

Emmen Oud en nieuw dierenpark, cultuur en grootse openbare ruimte Emmen beseft dat ingrijpende keuzes met lef nodig zijn om de langzaam wegkwijnende (binnen)stad te reanimeren. De voormalige dierentuin transformeert in een cultureel stadspark, de Hondsrugweg wordt ondertunneld, het Marktplein is heringericht en het hoogwaardige Raadhuisplein is een ontmoetingsplek geworden voor zowel bewoners als bezoekers. De nieuwe dierentuin Wildlands en het ATLAS Theater aan de westkant van de stad geven deze industriestad

Uit het raak-onderzoek De ondernemende binnenstad, dat loopt tot april 2018, komen drie cruciale succesfactoren naar voren voor de binnensteden van middelgrote steden: allereerst moet de betreffende stad werken aan centrummanagement, daarnaast moet ze duidelijk kiezen (“wie niet kiest, verliest”) en ten derde moet er afscheid genomen worden van de dominerende eenzijdige focus op retail en het toevoegen van nieuwe vierkante meters voor retail. Wanneer je deze succesfactoren projecteert op de groep ‘zwakke en perifere binnensteden’ blijken alle centra, met uitzondering van Drachten, relatief goed bezig te zijn. Zij werken hard aan hun brede profilering, zetten in op wonen, cultuur en kwaliteit en beleving in de openbare ruimte, en werken aan de verdere professionalisering van het centrummanagement. Te lang is centrummanagement gegaan over de aanbesteding van de kerstverlichting en de intocht van Sinterklaas. Goed centrummanagement is de basis voor het slagen van veel binnenstadsprojecten en moet gaan over het ontwikkelen en cultiveren van het eigen dna. Dit vraagt een sterke binnenstadsorganisatie met voldoende budget, een activiteitenplan met een duidelijke focus en het lef om afwijkende keuzes te maken. Consumenten gaan immers niet voor eenheidsworst, maar voor authenticiteit en eigenzinnigheid.

hernieuwd vertrouwen. Dit alles gebeurt in combinatie met de erkenning dat de binnenstad te groot is en compacter moet.

Raadhuisplein in Emmen. Fotografie: Maren Süphke / Gemeente Emmen


27

ruimtevolk  nl

Binnenstadstalent in middelgrote steden

Doetinchem Co-creatie en aansluiten op eigen DNA Binnenstad Doetinchem. Fotografie: Gemeente Doetinchem

Doetinchem werkt vanuit een brede co-creatie, met bewoners, ondernemers, toeristen, politiek

Van alle steden hebben de zogenaamde ‘zwakkere en perifere’ middelgrote steden het hardst de urgentie gevoeld om met hun binnenstad aan de slag te gaan. Hiermee zijn ze verworden tot koplopers in het werken aan vitale binnensteden. De Champions League-steden trekken dan wel het meeste publiek, maar in de middelgrote centra is het echte binnenstadstalent aan het werk. s

en omliggende gemeenten, aan een compacter kloppend hart. Dit resulteerde in een unaniem aangenomen visie en aanvalsplan voor de binnenstad. Een gastvrije binnenstad, in een decor van groen en water, is de ontwikkelrichting. Het beleefbaar maken van de Achterhoek, het betrekken van de Oude IJssel en het bevorderen van ondernemerschap zijn de drie hoofdlijnen waarlangs private, publieke partijen, burgers en ondernemers samenwerken aan dit unaniem gedragen plan. Dit resulteerde in tientallen acties,

In het raak-project De ondernemende binnenstad staat de

waarbij eigenheid en een scherpe profilering het

vraag centraal welke meerwaarde een meer ondernemende, op

uitgangspunt zijn. Het Doetinchemse centrum

samenwerking van publieke en private stakeholders gerichte

is compacter, er is een menselijke maat en het

organisatie van de binnenstad oplevert. Dit project wordt

vervult een realistische regiofunctie.

gecoördineerd door Fontys Hogescholen en uitgevoerd door verschillende partners, waaronder ruimtevolk.


28

ruimtevolk  nl

Dossier De kracht van de middelgrote stad

De alledaagse dynamiek

Jaap Modder Zelfstandig adviseur, brainville instagram.com/jaapmodder

’Ik kijk met mijn iPhone naar buiten en fotografeer terwijl ik op weg of op reis ben. Ik fotografeer het moderne leven en onze cultuur (high and low). Met het Middenland heb ik niet iets speciaals. Maar ‘medium size’ heeft naar mijn mening vaak net zoveel als ‘big size’. Vandaar.‘

van het middenland, door de ogen van zes ruimtelijk professionals


29

ruimtevolk  nl

De alledaagse dynamiek van het middenland

Arjan Harbers Onderzoeker Planbureau voor de Leefomgeving instagram.com/arjanharbers

’De meerderheid van de Europeanen woont in een middelgrote of kleine stad. Wat mij fascineert is hoe deze 1.100 steden gradueel verschillen en wat ze uniek maakt.‘


30

ruimtevolk  nl

Dossier De kracht van de middelgrote stad

Hans Jungerius Ontdekkingsreiziger instagram.com/hansjungerius

‘Ik onderzoek graag onopmerkelijke plekken in binnen- en buitenland. Voor deze landschappen en stedelijke omgevingen is zelden aandacht, maar ze vertellen veel over de tijd waarin we leven. Sterker nog, ze vertellen vaak meer over onszelf en onze omgang met onze omgeving dan ons lief is.’


31

ruimtevolk  nl

De alledaagse dynamiek van het middenland

Josse de Voogd Onderzoeker en publicist

’Waar de stedelijke koffiebar met vintage meubilair overal ter wereld kan zijn, is het Middenland onmiskenbaar Nederlands. Van Winschoten tot Roosendaal dezelfde stoeptegels en prullenbakken, maar zet één stap over de grens en alles is anders.‘


32

ruimtevolk  nl

Dossier De kracht van de middelgrote stad

Gerben van Dijk Voorzitter van het Herbestemmingsteam instagram.com/herbestemming

’In een cultuur die doorspekt is van beelden lijken we het kijken verleerd. Als het even lukt pak ik een trein eerder of zorg ik dat een kwartiertje eerder op een afspraak ben. Even een ommetje lopen of net niet de hoofdroute pakken. Dan zie je de achterkant, het midden, het alledaagse. De schoonheid en de gewoonheid van die wereld deel ik graag met anderen.‘


33

ruimtevolk  nl

De alledaagse dynamiek van het middenland

Sjors de Vries Directeur ruimtevolk instagram.com/sjrsdvrs

’De alledaagse interactie van de mens met de fysieke leefomgeving. Het lijken betekenisloze scènes in een wereld die we bezien met onze eigen interpretatie van de werkelijkheid. Maar om steden en dorpen te begrijpen, moet je juist je ogen openen voor het onopvallende, het midden, het ’gewone‘ op straat.‘


34

ruimtevolk  nl

Rondetafelgesprek over de stand van de middelgrote stad

De ontluikende kracht van middelgroot

Op de plek waar Organon in 1923 een traditie in medicijnontwikkeling startte, is nu het Pivot Park verrezen. Dit life science park voegt een nieuw hoofdstuk toe aan het profiel van Oss, voortbouwend op een lokale geschiedenis en passend bij het regionale profiel. Het inzetten op deze innovatiecampus vroeg scherpe keuzes. Wat voor stad wil Oss zijn? De verkenningen Midsize Brabant en Midsize NL hebben het denken hierover verder op gang gebracht. Oss is niet de enige middelgrote stad die dit gedachtegoed actief oppakt. Tijdens een rondetafelgesprek wordt afgetast hoe deze ‘midsize-agenda’ resoneert in de Nederlandse praktijk. Waar staat de middelgrote stad nu?

door Anne Seghers fotografie Maurice Vinken

Deelnemers rondetafelgesprek: Joks Janssen Directeur BrabantKennis Desirée Uitzetter Directeur Gebieds­ ontwikkeling bij bpd Tom de Laat Directeur Stadsbeleid bij de gemeente Oss Jeroen Niemans Programmamanager en projectleider bij ­ruimtevolk

Het vizier op het midden

Met de kennisprogramma’s Midsize kwam er ineens aandacht voor de middelgrote steden. In Brabant is deze kennis goed opgepakt. Oss en Waalwijk zijn zelfs uitgegroeid tot kartrekkers van de agenda voor de middelgrote stad. Dit is niet zo vreemd; hier lag al een goede bodem. Beide steden waren de afgelopen jaren immers al bezig om zichzelf opnieuw uit te vinden. ’Waalwijk heeft met slem een innovatiecentrum in de leer- en schoenenindustrie opgetuigd en Oss heeft zich eigenaar gemaakt van een niche in de farmaceutische industrie,‘ vertelt Joks Janssen. Dat dit lukt, komt mede door het ons-kent-ons gevoel dat veelal

heerst in middelgrote steden. Daarnaast is er het geluk van een schaalniveau dat praktisch werkbaar is. Dit beaamt Tom de Laat: ’De Osse gemeenschap is relatief klein en kent een hoge mate van betrokkenheid bij de Osse zaak. Er zijn korte lijnen tussen het gemeentebestuur, het bedrijfsleven en instellingen als woningcorporaties. Deze lokale samenwerking en betrokkenheid maakt projecten mogelijk die anders niet van de grond zouden komen.‘ Op landsniveau werd het verhaal van de middelgrote steden minder vanzelfsprekend opgepakt. ’De Brabantse condities zijn bijzonder,‘ licht Joks Janssen toe. ’De Brabantse steden delen iets van een


35

ruimtevolk  nl

De ontluikende kracht van middelgroot

Jeroen Niemans: Hoe hou je de middelgrote stad inclusief? Dat is de nieuwe opgave voor de ­middelgrote stad.

problematiek en identiteit met elkaar. In andere regio’s zijn die omstandigheden anders, bijvoorbeeld in Overijssel of Gelderland, waar meer subregio’s zijn. Daar heeft de provincie minder een samen­bindende rol en is de afstand tussen Rijk en regio veel groter.‘ Werkpaarden

Desondanks hebben de middelgrote steden weldegelijk een gemene deler: ze zijn de werkpaarden van Nederland. ’Ze doen vaak mee aan experimenten en pilots en willen graag dingen uitvinden. Ze hebben een schaal waarop dat ook kan. Er is een hoge betrokkenheid en een bestuurscultuur van ’laten we het maar

doen‘. Bij grotere steden gaat dit moeizamer; hier zijn vaak gestolde belangen en drooggekookte woningmarkten,‘ vertelt Jeroen Niemans. Ook een marktpartij als BPD herkent dit, zo illustreert Desirée Uitzetter. ’De middelgrote steden zoeken concrete oplossingen voor de opgaven waar ze tegenaan lopen. Ze hebben een doe-mentaliteit en kloppen niet meteen aan in Den Haag.‘ Joks Janssen haakt hierop aan: ’Ik zie in middelgrote steden een nieuw soort realisme optreden, zoals bij Roosendaal, Waalwijk en Oss. De binnenstadsproblematiek illustreert dit goed. De kern van deze binnensteden werkt goed, maar de aanloopstraten eromheen kampen met teveel vierkante

meters voor het beschikbare programma. Middelgrote steden gaan vervolgens aan de slag en maken de omslag naar een compacter stadshart en een ander type binnenstad. Dat realisme proef ik minder in de grotere centrumsteden in Brabant.‘ Belemmeringen voor de kracht van middelgroot

Dat middelgrote steden een eigen kracht hebben, en dat ze die zelf ook hebben ontdekt, staat vast. Tegelijkertijd zijn er zorgen. Nu de crisis voorbij is en de markt weer aantrekt, kunnen overheden het tempo nauwelijks bijbenen. ’Het verder kijken naar de opgaven van overmorgen vraagt teveel van de middelgrote steden.


36

ruimtevolk  nl

Dossier De kracht van de middelgrote stad

Desirée Uitzetter: Vol inzetten op de stad en binnenstedelijk bouwen, werkt niet o ­ veral. Middelgrote ste­ den moeten erg zorgvuldig zijn in wat en waar ze ontwikkelen.

In de crisis is veel kennis en kunde over gebiedsontwikkeling afgekalfd, zowel bij overheden als bij marktpartijen,‘ licht Desirée Uitzetter toe. ’Dat belemmert de ontluikende kracht van middelgroot. De ruimtelijk-maatschappelijke opgaven zijn enorm en gaan verder dan de woningmarkt. Veel partijen zien wel wat er moet gebeuren, maar hoe blijft onduidelijk. Daarvoor ontbreekt het aan kennis, aan investeringsvermogen en - op verschillende fronten - aan visie.‘ Dat herkent ook Jeroen Niemans. ’Sowieso ontbreekt een Rijksvisie. Alles wordt gedecentraliseerd en de nieuwe Omgevingswet zal

deze decentralisatie nog versterken. Als gemeente moet je heel veel zelf gaan bepalen.‘ Desirée Uitzetter vult aan. ’Dat nieuwe realisme waaraan Joks refereert, herken ik niet altijd. Vol inzetten op de stad en binnenstedelijk bouwen, lijkt het generieke adagium. Maar dat werkt nu eenmaal niet overal. In de grote steden is de druk op de markt hoog; daar verkoopt alles. Maar middelgrote steden moeten erg zorgvuldig zijn in wat en waar ze ontwikkelen.‘ ’Tegelijkertijd schuilt daarin het onderscheidend vermogen van de middelgrote

Joks Janssen: In de middelgrote stad is het investeringsvermogen kleiner, daardoor kan niet alles. Maar wat je doet, heeft wel meteen impact.

stad,‘ nuanceert Joks Janssen. ’Daar moet je bewust zoeken naar andere verbindingen. Dingen komen niet vanzelf tot stand en verkopen zich al helemaal niet vanzelf.‘ In Oss hebben ze dit begrepen, zo illustreert Tom de Laat. ’Hier starten we stadsontwikkeling vanuit de maatschappelijke opgave, zoals nieuwe werkgelegenheid, aantrekkelijk onderwijs, of een vitale binnenstad. Daaraan koppelen we vervolgens onze gebiedsontwikkelings­ agenda en niet andersom, door te starten vanuit beschikbare locaties. Deze aanpak werkt. Je hebt uiteindelijk investeringsvolume nodig en dus is het evident om


37

ruimtevolk  nl

De ontluikende kracht van middelgroot

Tom de Laat: Zoek naar een ­gemene deler die van nature al aanwezig is in de regio. Goed ­kijken naar je dna is hiervoor van levensbelang.

de lokale politiek en gemeenteraad aan boord te krijgen. De verbinding met de maatschappelijke opgave maakt dit mogelijk, die maakt immers ook de politieke urgentie van zo’n ontwikkeling zichtbaar.‘ Globalisering in werksteden

Anders dan de grote stad laveert de middelgrote stad sterk tussen twee schaalniveaus. De ruimtelijk-economische kansen liggen vooral op het regionale schaalniveau, terwijl opgaven rond sociale veerkracht juist spelen op het schaalniveau van de stad en de wijken. In Oss komen beide samen in het agro-foodprofiel, dat samen met logistiek, life sciences en de maakindustrie behoort tot de speerpuntsectoren van de regio, zo vertelt Tom de Laat. ’De agro-foodagenda is gebaseerd op een gemene deler die van nature al aanwezig was in de regio. Goed kijken naar je DNA is hiervoor van levensbelang. In dit gebied is een complete keten aanwezig op het gebied van agrofood, van primaire landbouw tot eindconsument. De regionale partijen vinden elkaar doordat ze een complementair belang hebben of een toegevoegde waarde kunnen inbrengen in de keten. Het agro-foodprofiel levert meerwaarde voor Ossenaren. Zij zien dat investeringen zoals in het Pivot Park leiden tot nieuwe banen waarvan zij mee profiteren. En het werken aan aantrekkelijk onderwijs,

met doorlopende leerlijnen naar HBO en WO buiten de regio, als onderdeel van de regionaal-economische agenda, dat is heel goed te vatten door een gemiddelde inwoner.‘ Maar misschien is Oss daarin wel een uitzondering. In Eindhoven staat er enige spanning op het Brainportprofiel. ’De regionale agenda is hier heel succesvol, maar wat is het verhaal voor de inwoners? Het is maar voor een deel van hen interessant,‘ vertelt Joks Janssen. ’In deze snel ontwikkelende regio wordt het tempo niet door iedereen bijgebeend. Daar zit een spanning die zich weerspiegelt in de recente verkiezingsuitslag. Het centrum van Eindhoven herkent zich in het Brainportverhaal en stemt overwegend D66 en GroenLinks, maar in gemeenten als Helmond, Veldhoven en Valkenswaard eindigt de PVV vlak achter de VVD. Niet iedereen gaat blijkbaar mee in het verhaal van vooruitgang, internationalisering en high-tech innovatie. Het onbehagen groeit. Ik herken hierin een nieuwe opgave.‘ De nieuwe opgave

Bestuurders zijn lang meegegaan in het verhaal dat globalisering werkgelegenheid oplevert. Maar deze werkgelegenheid wordt vaak door anderen ingevuld, niet door de inwoners zelf. Die pijn wordt nu in de middelgrote steden hard

gevoeld. ’De middelgrote steden zijn van oudsher de werksteden, daar heb je als bestuurder een ander verhaal te vertellen dan in de grote steden waar de kennisindustrie floreert,‘ herkent ook Desirée Uitzetter. ’Door automatisering en robotisering gaat het werk in de toekomst nog meer veranderen. Dat vergroot de kloof tussen mensen die hiervan profiteren en mensen die hiervan de nadelen ondervinden. De middelgrote steden zullen eerder dan de grote steden te maken krijgen met deze spanning,‘ benoemt Jeroen Niemans. ’Qua visie moet je hierop anticiperen. Hoe hou je de middelgrote stad inclusief? Dat is de nieuwe opgave voor de middelgrote stad.‘ De middelgrote steden hebben op veel vlakken een gunstige uitgangspositie, maar voor het vraagstuk rond de tweedeling in de maatschappij en inclusiviteit is het gevaar hier groter dan in de grote steden. Joks Janssen sluit af: ’De middelgrote steden zijn belangrijke vindplaatsen voor oplossingen voor deze nieuwe opgave, waarbij de sleutel ligt in het samenbrengen van de ruimtelijk-economische agenda met de ­sociaal-culturele.‘ s


38

ruimtevolk  nl

Dossier De kracht van de middelgrote stad

De toegevoegde waarde van de stad voor de regio

Positioneer met de omgevings­ visie

Groentehandel Kropsla in Alkmaar

door Brechtje van Boxmeer fotografie Pim Geerts

BCTN Containterterminal in Wanssum

M

et de Omgevingswet in aantocht werken veel middelgrote steden aan een omgevingsvisie. Dit momentum biedt kansen om na te denken over de toekomst en de positie van de middelgrote stad in het omringende stedelijke netwerk. Momenteel wordt echter een belangrijke kans gemist. Voor een middelgrote stad is het van levensbelang om duidelijk te maken wat haar toegevoegde waarde is voor de regio. Vooral de positie binnen de regionale economische structuur speelt te weinig een rol in de omgevingsvisies van middelgrote steden.

Verbondenheid met de regio

Meer dan ooit is de toekomst van de middelgrote stad verbonden met de regio. Steeds meer middelgrote steden maken daarom een omgevingsvisie samen met de regio. Zo heeft Leiden recent met de gemeenten in de regio Hart van Holland een omgevingsvisie opgesteld. Hierbij is verstedelijking benoemd als belangrijkste opgave. Aangezien Leiden geen grond heeft om uit te breiden, heeft ze hiervoor de regio nodig. Afgesproken is om het wonen, werken, voorzieningen en infrastructuur te concentreren

langs de Oude Rijn en in de overige kernen in Hart van Holland. Waardevolle landschappen kunnen zo beschermd en versterkt worden en een belangrijke recreatieve functie blijven vervullen voor het stedelijke gebied. Ook voor ruimtelijke opgaven die het schaalniveau van de stad overstijgen, zoals bodemdaling en de energietransitie, kijkt Leiden naar de regio. Voor deze thema’s wordt momenteel gewerkt aan een ruimtelijk afwegingskader op regionale schaal. Ook voor niet-ruimtelijke thema’s zoeken gemeenten oplossingen in


39

ruimtevolk  nl

Positioneer met de omgevingsvisie

ECI Cultuurfabriek in Roermond

regionale samenwerkingen. Alphen aan den Rijn zoekt bijvoorbeeld expliciet de samenwerking op rond het thema Gezonde duurzame samenleving. Alphen vindt gezondheid een belangrijke waarde en is zich ervan bewust dat ze hierbij andere organisaties in de regio nodig heeft, zoals de GGD en de veiligheidsregio en buurgemeenten. Toegevoegde waarde in de regio

De wederzijdse afhankelijkheid van stad en regio staat bij regionale partijen scherp op het netvlies. Zeker voor opgaven als de energietransitie en klimaatadaptatie wordt steeds vaker op regionale schaal samengewerkt. Deze thema’s staan dan ook op de agenda om integraal op te nemen in de omgevingsvisie. Opvallend is echter dat de thema’s economie, arbeidsmarkt en detailhandel veel minder vaak vanuit een regionale schaal worden benaderd. Hoewel deze thema’s worden bestudeerd bij het benoemen van het DNA van de stad, lijken ze minder vaak onderdeel te zijn bij het bepalen van een regionale positie. Sterker nog, op deze thema’s lijken steden vaker te kiezen om de competitie met de regio aan te gaan. Regionale

Meer dan ooit is de toekomst van de middel­ grote stad ver­ bonden met de regio

samenwerking vraagt om coöperatie in plaats van competitie, om complementariteit in plaats van compleetheid. Elkaar iets gunnen op regionale schaal is van groot belang voor het functioneren van middelgrote steden. Uiteraard moet elke stad iets voor zichzelf binnen halen, maar als je de ander niets gunt en je bent niet in staat tot netwerken en het bouwen aan een gezamenlijke agenda, snijden steden zich op de lange termijn in de vingers. Een belangrijke noot hierbij is dat dé regio niet bestaat. De regionale werking van de arbeidsmarkt is anders dan die van de economie en weer anders dan die van de woningmarkt. Het zijn verschillende systemen, met elk hun eigen netwerk. Het gaat erom om per thema steeds het passende netwerk te vinden. Daar biedt de omgevingsvisie, en het traject ernaartoe, een uitgelezen kans voor. s

In kader van het programma Aan de slag met de Omgevingswet begeleidt ruimtevolk in 2017 en 2018 in totaal 12 pilots bij het opstellen van hun omgevingsvisie: Alphen aan den Rijn, Barneveld, Den Helder, Gelderland, Hoekse Waard, Leiden, Oude IJsselstreek, Parkstad Limburg, Staphorst, Zuid-Holland, Zwolle en Zwartewaterland.


40

ruimtevolk  nl

Dossier De kracht van de middelgrote stad

Je kunt niet meer overleven op eigen kracht

Hoogleraar bestuurskunde Geert Teisman is gespecialiseerd in complexe systemen. De vraagstukken waar middelgrote steden voor staan, zijn daar zeker onder te scharen. En de oplossing vraagt een nieuwe vorm van bestuurskracht. ‘De hedendaagse vraagstukken vergen bestuurskracht die alleen te realiseren is in ketens en netwerken.’ Op dat gebied kunnen gemeenten veel leren van het bedrijfsleven. Bestuurskracht

‘Het klassieke beeld van bestuurskracht gaat uit van de organisatie: wie heeft het voor het zeggen, wie hakt de knopen door? Nu moet je bestuurskracht zoeken in ketens en netwerken van verschillende partijen. Een mooi voorbeeld is de decentralisatie van de zorg. Gemeenten zijn daarbij in belangrijke mate afhankelijk van professionele zorginstanties die op een bovenlokaal niveau werken. De gemeente probeert dan een organisatie aan te sturen die op een hoger schaalniveau zit. En dat werkt niet. Gemeenten merken dat ze aan kracht winnen als ze het aanbesteden van de sociale zorg gezamenlijk met andere gemeenten doen.’ Vraagstuk centraal

Geert Teisman Hoogleraar Bestuurskunde Erasmus Universiteit Rotterdam

door Christine van Eerd fotografie Jorrit 't Hoen

‘De toekomst voor middelgrote steden ligt vooral in hun vermogen om zich slim en effectief te positioneren. Dat kan door het vraagstuk centraal te stellen en vervolgens partijen te zoeken waarmee je dat specifieke vraagstuk verder kunt brengen. In de bedrijfskunde heet dat meerwaardecreatie. Het internationale bedrijfsleven weet al lang dat je niet meer kunt overleven op eigen kracht. Alleen in een keten kun je een product van hoge kwaliteit leveren en de R&D-investeringen verdelen over de partijen. Voor de overheid geldt hetzelfde en dat vraagt om regie. Niet de Clint Eastwood-manier, waarbij je zelf ook hoofdrolspeler bent. Een goede regisseur blijft op de achtergrond en laat de hoofdrolspelers beter spelen.’ Sturen op cross-overs

‘Vroeger kon de overheid simpele vraagstukken oplossen via taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Op die manier zijn autowegen aangelegd, het watersysteem op orde gebracht, de AOW ingevoerd. De vraagstukken van deze eeuw zijn meervoudig en veranderen snel doordat de samenleving veel dynamischer is. Er is een aanpak nodig die meegroeit met het vraagstuk. Geen enkele organisatie kan dat op eigen kracht, zeker middelgrote gemeenten niet. Ze kunnen beter zoeken naar samenhang in ketens en netwerken. Dat is het


41

ruimtevolk  nl

Geert Teisman

organiserend principe van de 21e eeuw. Het gaat daarbij om een combinatie van de individuele excellentie van overheden, bedrijven en kennisinstellingen. Om dat te realiseren is een bestuursvorm nodig die stuurt op cross-overs in een groter gebied dan de gemeente. Dat is de cruciale kanteling die we nu aan het maken zijn.’ Backoffice

‘Voor middelgrote steden geldt meer dan voor grote steden dat ze onvoldoende expertise in huis hebben. Naast ketensamenwerking biedt samenvoegen van de backoffice in een gemeenschappelijke serviceorganisatie mogelijkheden. In een groot team kun je veel meer differentiëren en specialiseren. De competentie die daarmee wordt gegenereerd, is oneindig veel groter dan in kleine gemeentelijke afdelingen. Zo blijft het vraagstuk lokaal terwijl je de oplossing op een hoger schaalniveau organiseert. Een vroeg voorzichtig voorbeeld was de BEL Combinatie van Blaricum, Eemnes en Laren. Later volgden de Drechtsteden met verdergaande samenwerking.’

De toekomst voor middel­ grote steden ligt vooral in hun vermogen om zich slim en effectief te positioneren Schakelen

Bij bestuurskracht nieuwe stijl gaat het om snel schakelen tussen bestuursniveaus. Er is geen optimaal schaalniveau. Als je vastloopt met een vraagstuk ga je een schaal lager of hoger; de oplossing ligt vaak op een andere plek. Het is een natuurlijke neiging om het probleem en de oplossing eerst kleiner te maken. Als dat ook leidt tot teleurstelling kun je ervoor kiezen om op te schalen en het vraagstuk complexer te maken door er meer partijen bij te betrekken. De eerste stap voor succesvolle samenwerking is accepteren dat je het niet zelf kunt. Zonder dat is elke samenwerking gedoemd te mislukken. Daarna heb je mensen nodig die kunnen luisteren, openstaan voor de andere partijen. Medewerkers uit verschillende domeinen hebben ongeveer een jaar nodig om elkaar te kunnen begrijpen. Het duurt in complexere netwerken wat langer om tot een plan te komen, maar die tijd win je weer terug in de uitvoering.’

Verantwoording

‘Bestuurskracht nieuwe stijl betekent ook een andere manier van verantwoording afleggen. Nu moet elke organisatie afzonderlijk verslag doen bij de lokale rekenkamer of de gemeenteraad. Het zou een enorme stap vooruit zijn als ketens van partijen gezamenlijk verantwoording kunnen afleggen over wat ze hebben gepresteerd.’ Steeds in ontwikkeling

‘Door samenwerking op verschillende schaalniveaus is de bestuursvorm steeds in ontwikkeling, afhankelijk van het vraagstuk. Dat lijkt mij een stuk gezonder dan de gemeentelijke reorganisaties die nu worden doorgevoerd, want daarmee hol je steeds achter de feiten aan. Telkens als de organisatie een beetje in verhouding is gebracht tot de vraagstukken, veranderen die vraagstukken alweer. Dus stop met reorganiseren en bouw slimme ­ketens en netwerken.’ s


42

ruimtevolk  nl

Dossier De kracht van de middelgrote stad

Grip krijgen op de toekomst

Hoe Noord-Limburg scenario’s inzet om te ­anticiperen op de ­toekomst


43

ruimtevolk  nl

door Judith Lekkerkerker fotografie Pim Geerts

V

erschillende gemeenten hebben of krijgen ermee te maken: vergrijzing en bevolkingskrimp. Dit geldt niet alleen voor gemeenten in grensregio's, maar ook voor gemeenten als Zoetermeer, Noordoostpolder, Lelystad, Aalsmeer, Alphen aan de Rijn, Gouda en Oss. De regio Noord-Limburg onderzocht middels een trendverkenning wat deze demografische transitie betekent voor de dagelijkse praktijk. Hoe zorg je dat het toekomstbeeld niet wordt gedomineerd door opgaven, maar door kansen?

Tijden vol onzekerheid

Vergrijzing en bevolkingskrimp staan niet op zichzelf, maar worden beïnvloed door diverse op elkaar inwerkende trends. Trends zijn ontwikkelingen die nu al zijn ingezet. Denk aan de groeiende aantrekkingskracht van steden, vergrijzing, globalisering, digitalisering en verduurzaming. Hoe deze trends zich in de toekomst zullen ontwikkelen, is onzeker. Dit hangt af van variabelen als de economische dynamiek, machtsverhoudingen tussen overheid en burger en de dominante waarden in de samenleving. Het zijn dit soort trends en afwegingen die de regio Noord-Limburg verkende met de trendverkenning Demografische transitie Noord-Limburg die in februari 2017 verscheen. Het nut van scenario's

Om temidden van alle onzekerheid toch een blik in de toekomst te kunnen werpen, maakt de verkenning gebruik van scenario’s. Scenario’s helpen om los te komen van dagelijkse denkpatronen, om onzekerheden op te zoeken en kansen te ontdekken. Hierdoor kun je als stad of regio op verschillende toekomsten anticiperen. De trendverkenning schetst drie scenario's voor Noord-Limburg. Hierbij staat technologische innovatie centraal: digitalisering van de economie (maximaal digitaal), innovatie in mobiliteit (hypermobiel) en de transitie naar een duurzame, circulaire, economie (superregionaal). Deze scenario’s zijn geen voorspellingen, het zijn voorstellingen van de toekomst. Ze bieden een andere blik op de werkelijkheid, schetsen contrasterende toekomstbeelden, leggen kansen bloot en waarschuwen voor negatieve gevolgen. Daarnaast biedt ieder scenario aandachtspunten voor het handelingsperspectief van de overheid. Perspectieven

Omgeving Mook

Ook al is de mate waarin trends doorzetten onzeker en zijn de ontwikkelingsrichtingen van de scenario’s contrasterend, ze geven toch inzicht in kansrijke perspectieven die een opmaat kunnen vormen naar een


44

ruimtevolk  nl

Dossier De kracht van de middelgrote stad

strategische agenda voor de regio. Zo is het voor Noord-Limburg belangrijk om Venlo als grotere stad in de regio te versterken. Een aantrekkelijke woonregio kan immers niet zonder de nabijheid van een grotere stad, met grootstedelijke voorzieningen, die goed verbonden is met andere grotere steden. Daarnaast kent de regio veel arbeidsmigranten, die onmisbaar zijn geworden voor de regionale economie. Kan arbeidsmigratie ook een rol van betekenis kan spelen bij het oppakken van andere opgaven, zoals de toenemende zorgvraag? Verder kenmerkt de regio zich door ondernemerschap onder de bevolking, een ons-kentons-gevoel met korte lijnen en veel (voedsel)productiebedrijven. Dit is een goede voedingsbodem voor een transitie naar meer circulaire regionale bedrijvigheid. Deze verduurzaming van hun bedrijfsprocessen bestendigt tevens het toekomstperspectief van de bedrijven en de regionale werkgelegenheid. Gemeenten in Noord-Limburg kunnen deze opgaven niet alleen oppakken. Er is regionale samenwerking nodig ĂŠn samenwerking met partijen buiten de overheid. Een eigen narratief

Met de trendverkenning en de scenario's blijven trends geen abstracte verhalen, maar landen ze lokaal. Het is toegepast toekomstonderzoek, dat de consequenties van vergrijzing en bevolkingskrimp concreet maakt en kansrijke perspectieven formuleert die geĂŤnt zijn op de lokale situatie. De trendbeschrijvingen en scenario's bieden handvatten om partijen aan tafel uit te nodigen en prikkelen de creativiteit om samen een eigen narratief te bouwen.

Nieuwbouw aan de Maas


45

Grip krijgen op de toekomst

ruimtevolk  nl

Voor Noord-Limburg zijn drie scenario’s opgesteld: een scenario dat ervan uitgaat dat trends zich doorzetten op de wijze zoals ze nu al ingezet zijn, een scenario waarin trends sterk intensiveren en een scenario waarin een kentering plaatsvindt in deze trends. Elk scenario biedt aandachtspunten voor het handelingsperspectief van de overheid. 1. Hypermobiel

Noord-Limburg is met het gegroeide nationalisme weer meer een grensgebied geworden. Door de toegenomen mobiliteit is de regio nog steeds aantrekkelijk en is er minder sprake van wegtrekkende bewoners. De afname van immigratie zorgt echter wel voor vergrijzing en krimp. Strategisch gelegen werklocaties en aantrekkelijke Rivierfront Venlo

woongebieden in de regio doen het goed. Binnen de regio zijn de verschillen tussen aantrekkelijke en minder aantrekkelijke plekken wat gegroeid. Daar is meer

Groei

leegstand.

Prognose

2. Maximaal digitaal

+10%

In een verder geglobaliseerde wereld ligt Noord-Limburg in de luwte. Bedrijven in de regio zijn gemoderniseerd en de digitaliseringsgolf heeft geleid tot een verlies aan werkgelegenheid. De trek naar de grote steden buiten de regio is geïntensiveerd en in Noord-Limburg

ijkjaar 2000

is sterk sprake van vergrijzing en krimp. Binnen de regio concentreert de bevolking zich in Venlo. Daarbuiten zijn aantrekkelijke plaatsen verworden tot enclaves van Venray

-10%

Horst a.d. Maas Venlo Peel en Maas

-20%

of zorg. Op andere plekken dreigt een concentratie van sociaal-economische problematiek en verloedering.

3. Superregionaal

De omslag naar een duurzamere, circulaire economie

Noord-Limburg

heeft in Noord-Limburg geleid tot nieuwe bedrijvigheid

Gennep

en werkgelegenheid. De trek naar de grote stad is

Beesel Mook en Middelaar Bergen

-30%

vermogende mensen of bestemmingen voor recreatie

gekenterd. De invloed van vergrijzing is minder sterk dan gedacht en van bevolkingsdaling is nauwelijks sprake. Binnen de regio bieden de kleinere plaatsen een aantrekkelijke woonomgeving. De steden hebben een minder gunstige uitgangspositie, al zijn zij nog steeds belangrijke ontmoetings­plekken.

2000

2016

2040


46

ruimtevolk  nl

Dossier De kracht van de middelgrote stad

Het gaat niet meer over crises, maar over demografie Interview met Jeroen van de Ven, planoloog bij de gemeente Venlo, over de trendverkenning demografische transitie Noord-Limburg

N

oord-Limburg is een zogeheten ‘anticipeerregio’. De regio heeft een sterk vergrijzende bevolking en krijgt op korte termijn te maken met bevolkingskrimp. In enkele gemeenten is dit nu al het geval. Hoewel het soms nog ver weg voelt, klopt de toekomst dus al aan. We moeten de basis op orde hebben,’ zegt Jeroen van de Ven, planoloog bij de gemeente Venlo. De demografische transitie serieus nemen is geen keuze, maar een voorwaarde om goed te kunnen anticiperen. Uitgedaagd door de Provincie Limburg nam Venlo samen met de andere gemeenten in de regio het initiatief voor de Trendverkenning demografische transitie Noord-Limburg. Daarin werd onderzoek gedaan naar de betekenis van vergrijzing en bevolkingskrimp voor de regio. Demografische ontwikkelingen werden gekoppeld aan relevante trends in de samenleving en economie, waardoor inzicht ontstond in de gevolgen van vergrijzing en bevolkingskrimp voor de woningmarkt, de arbeidsmarkt en het sociaal domein. Juist het kijken naar dit soort ontwikkelingen op regionale schaal is van belang, legt Van de Ven uit. ‘De opgaven waar we voor staan, houden zich niet aan gemeentegrenzen, net zo min als mensen en bedrijven dat doen. Als je alleen naar je eigen gemeente kijkt, heb je vaak niet

het juiste daily urban system te pakken. Het kijken naar opgaven in regionaal verband geeft ruimte om voorbij de eigen gemeentegrenzen te denken.’ Voor steden is het denken voorbij de stadsgrenzen misschien vanzelfsprekend, kleinere gemeenten kunnen dit al snel als bedreigend ervaren. De gedeelde opgave en gevoelde urgentie van de demografische transitie zorgden er echter voor dat de discussie werd weggetrokken van de dagelijkse realiteit. Daarbij hielp ook het denken in scenario’s. Wat zou er gebeuren als de huidige trends in de samenleving zich op dezelfde wijze doorzetten, of wat ze als juist kenteren of versterken? Aan de hand van drie scenario’s werden voorstellingen van de toekomst gemaakt. Dergelijke scenario’s kunnen op het oog misschien abstract lijken, ze kregen een concrete doorvertaling. Van de Ven: ‘Het denken in scenario’s zorgde er niet alleen voor dat we het goede gesprek konden voeren over de grote opgaven van de toekomst, maar maakte juist ook inzichtelijk welke stappen we nu al moeten ondernemen.’ Dat bleek ook fijn voor bestuurders die zich graag voor de toekomst van een regio inzetten, maar tegelijkertijd veelal moeten handelen op vandaag en morgen. ‘Vanuit de scenario’s kon iedereen voor zichzelf terugredeneren: wat moet ik nu doen?’

Dat voedde ook het verdere gesprek over andere regionale opgaven, die met de trendverkenning duidelijker in beeld zijn gekomen. ‘Neem bijvoorbeeld het energievraagstuk,’ zegt Van de Ven. ‘Door het verkennen vanuit toekomstscenario's verschoof het gesprek van wel of geen windmolens al snel naar waar moeten ze komen.’ Opgaven waar al in regioverband aan werd gewerkt, worden met de bevindingen uit de trendverkenning deels opnieuw geformuleerd en scherper gesteld. Bij de aanpak daarvan hoeft niet krampachtig te worden vastgehouden aan de regio waarmee de verkenning werd uitgevoerd. ‘Er kwam juist naar voren dat elke opgave zijn eigen reikwijdte kent‘, aldus Van de Ven. Soms betekent dit dat gemeenten zich regiobreed zullen organiseren, soms met slechts een paar buurgemeenten of soms zelfs over de provinciegrenzen heen. ‘De vraag is dan ook niet zozeer hoe wij als NoordLimburg elk vraagstuk moeten oppakken, maar welk schaalniveau elk vraagstuk ons dicteert. Daar zullen we de organisatie per opgave op moeten aanpassen.’ Er is met het uitvoeren van de trendverkenning een breed gedeeld gevoel van urgentie ontstaan over de demografische transitie, bleek nogmaals toen de uitkomsten recent werden gepresenteerd aan beleidsstrategen uit de regio. Toch bespeurt Van de Ven ook nog wel een gevaar, namelijk de reflex om terug te keren naar oude patronen. ‘Nu de woningmarkt in de regio aantrekt, is het al snel verleidelijk om te denken dat we de woningbouw moeten opvoeren.’ Dat is volgens Van de Ven een denkfout. Hij besluit: ‘Het gaat niet meer over crises, maar over demografie.’ s

Voor de regio Noord-Limburg heeft ruimtevolk een trendverkenning gedaan naar de demografische transitie in deze regio. Aan de hand van negen trends en drie scenario’s is de betekenis van deze demografische verandering scherpgesteld en zijn de opgaven en perspectieven voor de regio blootgelegd. Bekijk de hele trendverkenning op ruimtevolk.nl/ publicaties


47

ruimtevolk  nl

Grip krijgen op de toekomst

Markt Venlo Mook en Middelaar Gennep

Bergen

Venray

Noord-Limburg omvat acht gemeenten: Mook en Middelaar, Gennep, Bergen, Venlo, Beesel, Peel en Maas, Horst aan de Maas en Venray. De stad Venlo is binnen de regio de grote stad, met ruim 86.000 inwoners. De volgende wat grotere plaats

Horst a.d. Maas

is Venray. De regio kenmerkt zich verder als landelijk gebied met vele kleine plaatsen en dorpen. De Maas loopt als een Venlo

Peel en Maas

rode draad door de regio en verbindt de gemeenten. Aan de oostzijde van de Maas is de regio rijk aan natuurgebieden, aan de westzijde wordt het landschap gekenmerkt door landbouw afgewisseld met recreatiegebieden en bossen. Momenteel heeft de regio ruim 280.000 inwoners.

Beesel


48

ruimtevolk  nl

Dossier De kracht van de middelgrote stad

Nederland: een bont palet van middelgrote steden

Steden in gemeenten aangesloten bij Platform Middelgrote Gemeenten (PMG)

Steden G4-gemeenten

Steden in G32-gemeenten met minder dan 100.000 inwoners

Overige agglomeraties

Steden in G32-gemeenten met 100.000 – 150.000 inwoners

Groeikernen en groeisteden

Steden in G32-gemeenten met meer dan 150.000 inwoners

Industriesteden

Steden in gemeenten met meer dan 50.000 inwoners, niet aangesloten bij G32 of PMG

Economisch kerngebied (het ‘rompertje’ 2015)


49

ruimtevolk  nl


50

ruimtevolk  nl

Omgevingswet

Grenzen verleggen in Oosterwold

H

et gebied Oosterwold, gelegen in het grensgebied tussen Almere en Zeewolde, is een experiment in de ruimtelijke ordening. Hier vindt een systeembreuk plaats met de Nederlandse praktijk van gebiedsontwikkeling. Het gebied van ruim vierduizend hectare zal zich de komende decennia organisch ontwikkelen tot een groen woon- en werklandschap. Initiatiefnemers hebben er verregaande vrijheid. Ze kunnen zelf de plek, de omvang en de vorm van een kavel kiezen. Zelfvoorzienendheid en duurzaamheid zijn belangrijke

ambities bij deze gebiedsontwikkeling. Om daar inhoud aan te geven zijn enkele spelregels opgesteld. Zo moeten initiatief­ nemers een deel van de kavel inrichten met stadslandbouw en groen, zijn er grenzen aan de dichtheid van de bebouwing en moet deze geconcentreerd op de kavel worden gerealiseerd. Initiatiefnemers zijn daarnaast zelf verantwoordelijk voor de infrastructuur en nutsvoorzieningen, waarmee ook zaken als riolering, bereikbaarheid en milieu op het bord van de ­Oosterwolders liggen.


51

ruimtevolk  nl

Grenzen verleggen in Oosterwold

Het slaan van de eerste paal van de nieuwe wijk Oosterwold had heel wat voeten in de aarde. Letterlijk, want de vrachtwagen die de paal vervoerde kwam vast te zitten in de modder. Het tekent Oosterwold, een nu nog onontgonnen polder bij Almere. Bewoners ontwikkelen hier zelf een nieuw stuk stad, inclusief riolering en infrastructuur. door Judith Lekkerkerker

De polder waarop Oosterwold de komende jaren verrijst. Fotografie: Mathijs Cremers / Ruimtepakt

Bijzonder is dat in Oosterwold op een fundamenteel andere manier wordt omgegaan met grondbeleid. Anders dan het gangbare actieve grondbeleid dat veel gemeenten voeren, is hier passief grondbeleid het uitgangspunt. Dit betekent dat grootschalige investeringen door de overheid pas volgen als er inkomsten zijn gegenereerd. In Oosterwold heeft de overheid enkel voorinvesteringen gedaan voor plan- en proceskosten. Investeringen zoals voor het bouwrijp maken van de grond worden verlegd naar de initiatiefnemers.

Oosterwold is een proeftuin voor een vorm van gebiedsontwikkeling die de nieuwe Omgevingswet zal faciliteren. Het is uitnodigingsplanologie in optima forma. Principes waarop de Omgevingswet stoelt, komen volop terug in Oosterwold: een integrale in plaats van een sectorale benadering, een overheid die planologische ruimte geeft aan de samenleving, en vertrouwen stelt in burgers. Ook het mogelijk maken van faciliterend, ofwel passief, grondbeleid is een van de doelen van de ­Omgevingswet.


52

ruimtevolk  nl

Omgevingswet

CPO-project Bosveld in Oosterwold. Ontwerp: Ruimtepakt. Fotografie: Filip Dujardin

Drie jaar na het vaststellen van de structuurvisie voor Oosterwold zijn er 320 actieve initiatieven en zijn de eerste projecten gerealiseerd. De contouren van de toekomst van het gebied worden zichtbaar. Een evaluatie van de eerste ontwikkelingen in Oosterwold valt samen te vatten in zeven lessen voor organische gebiedsontwikkeling. Nu is Oosterwold een uitbreidingslocatie waarbij de overheid veel grond in eigendom heeft, terwijl de uitgangssituatie in binnenstedelijke gebieden een veel meer versnipperde eigendomsstructuur kent. Toch zijn deze lessen breed van waarde. In Oosterwold is immers, met de mogelijkheden die de Crisis- en herstelwet biedt, al in de geest van de Omgevingswet gewerkt. Daarmee zijn de lessen ook relevant voor de verdere voorbereiding van de invoering van de Omgevingswet.

Les 1: Gebiedsontwikkeling als aanjager van organisatieverandering Oosterwold leert niet alleen direct betrokkenen op een andere manier te werken, het is tevens een aanjager van verandering binnen een gemeentelijke organisatie. Afdelingen en organisaties die eerder nooit contact hadden, werken nu samen. Ook versterkt Oosterwold het ‘ketendenken’ van betrokkenen bij de gebiedsontwikkeling, waarmee ze meer inzicht krijgen in de betekenis van bepaalde beslissingen. Een praktijkexperiment als Oosterwold brengt het gesprek op gang om op een andere manier naar het eigen handelen te kijken. Dit zijn onmisbare ingrediënten bij het doorvoeren van verandering in een organisatie - een verandering die de nieuwe Omgevingswet van overheden verlangt.

Les 2: Uitnodigingsplanologie vraagt niet om minder maar om andere overheid Oosterwold toont aan dat de gedachte dat uitnodigingsplanologie minder inspanning van de overheid vraagt, onjuist is. Het is waar dat bepaalde werkzaamheden, zoals het bouw- en woonrijp maken, niet door de overheid voorbereid en uitgevoerd hoeven te worden. Maar verder gaat het niet om mínder handelen, maar om ánders handelen. De planvorming en het proces vergen minstens zoveel tijd. In een periode dat alles nog nieuw is, vraagt het zelfs meer tijd van betrokkenen. Er moeten immers nog zaken worden uitgevonden en de uiteindelijk verantwoordelijke partijen willen de ontwikkelingen op de voet volgen. Denk bijvoorbeeld alleen al aan het feit dat initiatiefnemers zelf verantwoordelijk zijn voor de wegen. Bij aanvang had niemand bedacht dat dit via zogenaamde ‘kavelwegverenigingen’ zou worden georganiseerd.

Les 3: Herijking van verantwoordelijkheden bewoners, markt en overheid Een overheid die het stadmaken overlaat aan de samenleving legt daar ook veel verantwoordelijkheden neer. Deze andere rol van de overheid vraagt om een herijking van taken en plichten. Maar een nieuwe cultuur moet groeien. De vraag waar welke verantwoordelijkheid ligt, en tot waar de overheid


53

ruimtevolk  nl

Grenzen verleggen in Oosterwold

Wat de praktijk in Oosterwold duidelijk maakt, is dat passief grondbeleid werkt

controle wil uitoefenen, keert in Oosterwold continu terug. Door per aspect en per stap in het hele proces van ruimtelijke ontwikkeling en ook later, bij het beheer van het gebied, expliciet duidelijk te maken wie verantwoordelijk is, ontstaat houvast bij deze cultuuromslag. Ook zorgt het dat burgers de juiste verwachtingen hebben van de overheid.

Les 4: Leren omgaan met onzekerheden Waar veel vrijheid is voor initiatieven en organische groei leidend is, zijn veel onzekerheden. Uitnodigingsplanologie vergt het leren omgaan met deze onzekerheden. Wat zal op termijn de invloed van individuele waterzuiveringen zijn op de waterkwaliteit in het gebied? Zal de verkeersafwikkeling goed blijven? Welk programma wordt uiteindelijk gerealiseerd en hoe verhoudt zich dat tot andere gebieden in de omgeving en stedelijk beleid? Om grip te krijgen op dit soort onzekerheden en om risico’s te beteugelen, is in Oosterwold nu een monitoring opgetuigd en wordt een scenariostudie uitgevoerd.

Les 5: Organische gebiedsontwikkeling beïnvloedt alle werkprocessen en de hele keten Organische gebiedsontwikkeling vraagt een andere rol van de overheid, van initiatiefnemers en van ontwerpers. Deze laatste groep moet zich bijvoorbeeld bekwamen in het vertalen van collectieve belangen naar ontwikkelregels. Het stedenbouwkundig plan wordt een ontwikkelfilosofie en -strategie. Het ‘ontwerpen met regels’ vraagt kennis van het omgevingsrecht en samenwerking met planjuristen. Ook in de realisatiefase zorgt uitnodigingsplanologie voor een andere praktijk. Zo vraagt het voor nutsbedrijven een omslag in denken en werken. En daaraan zit ook een financiële kant. Een verandering van wijze van ontwikkelen beïnvloedt het werken van alle partijen die betrokken zijn bij gebiedsontwikkeling.

Les 6: Passief grondbeleid werkt én contrasteert

Heien in Oosterwold. Fotografie: Mathijs Cremers / Ruimtepakt

Wat de praktijk in Oosterwold duidelijk maakt, is dat passief grondbeleid werkt. Met een zogenaamde exploitatiebijdrage – een bijdrage voor plan- en proceskosten, ontwikkeling hoofdgroenstructuren en primaire infrastructuur – worden kosten verhaald op initiatiefnemers. Na drie jaar is er sprake van fondsvorming en kunnen van daaruit investeringen worden gedaan. Daarnaast blijkt dat passief grondbeleid sterk contrasteert met gebieden waar actief grondbeleid wordt gehanteerd – het voorheen gangbare model. Omdat grote voorinvesteringen uitblijven, kan de verkoopprijs van de grond laag blijven. Uiteraard


54

ruimtevolk  nl

Omgevingswet

In Oosterwold is het ­stedenbouwkundig plan een ontwikkelfilosofie en -strategie

Stedenbouwkundig plan voor Oosterwold, door MVRDV. Kaartbeeld: MVRDV

zullen bepaalde investeringen later alsnog gemaakt moeten worden, maar een groot verschil is dat passief grondbeleid geen rentelasten op de voorinvesteringen kent, terwijl deze bij actief grondbeleid een belangrijk onderdeel uitmaken van de prijsopbouw van grond. In sommige gevallen is dat, mede door de crisis, opgelopen tot wel bijna de helft van de ­grondprijs. Het uiteindelijke prijskaartje van een ruimtelijke ontwikkeling zal in theorie bij passief grondbeleid dus lager zijn, wat kan bijdragen aan de betaalbaarheid en de kwaliteit van ruimtelijke ontwikkeling. Of dit daadwerkelijk zo is, zal de tijd moeten uitwijzen. Voor de overheid zijn de financiële risico’s in ieder geval drastisch verkleind.

Les 7: Uitnodigingsplanologie stimuleert collectieve zelforganisatie en gemeenschapsvorming De ervaringen in Oosterwold leren dat mensen heel veel zelf en samen kunnen en dat ze verantwoordelijkheden voor kavels en infrastructuur kunnen dragen. Initiatiefnemers in Oosterwold zijn inventief in het vinden van oplossingen. Naast hun eigen kennis benutten ze daarvoor hun eigen netwerk of huren ze expertise in.


55

ruimtevolk  nl

Grenzen verleggen in Oosterwold

CPO-project Bosveld in Oosterwold. Ontwerp: Ruimtepakt. Fotografie: Filip Dujardin

Oosterwold is een praktijkexperiment in de ruimtelijke ordening en een proeftuin voor de Omgevingswet Daarnaast blijkt uitnodigingsplanologie gemeenschapsvorming te stimuleren. Initiatiefnemers zoeken elkaar op; nabuurschap ontstaat hier al aan de voorkant. Zeker voor gezamenlijke verantwoordelijkheden, zoals de aanleg van de infrastructuur, zoeken initiatiefnemers samen naar oplossingen en maken ze daar ook juridische en financiĂŤle afspraken over. Onder initiatiefnemers worden ervaringen gedeeld en is er sprake van lerend vermogen. Deze ervaringen en oplossingen van het eerste uur helpen latere initiatiefnemers bij de realisatie van hun initiatief. Vanuit de contacten en onderlinge samenwerking in Oosterwold groeien regelmatig weer nieuwe initiatieven, waarbij soms ook meer zeggenschap wordt verlangd. In Oosterwold bepalen mensen zodoende sinds kort zelf hun straatnaam.

Een voortdurende zoektocht Een vraag die vanuit deze collectieve zelforganisatie en communityvorming naar boven komt, is hoe ver de verantwoorde-

lijkheid en daarmee de zeggenschap van initiatiefnemers in de ontwikkeling van het gebied reikt. Terugkijkend naar de eerste drie jaar Oosterwold maakt in ieder geval duidelijk dat in het gebied grenzen worden opgezocht en verlegd. Elke dag weer. Zodoende zal Oosterwold een bron blijven van kennis en ervaringen en van lessen die helpen met de voorbereiding op de invoering van de nieuwe ­Omgevingswet. s

In opdracht van de gemeente Almere evalueerde ruimtevolk de eerste drie jaar van de gebiedsontwikkeling Oosterwold. Deze evaluatie gaat in op de ontwikkelfilosofie, ontwikkelstrategie, grondpolitiek, organisatie en samenwerking.


56

ruimtevolk  nl

Dorpen en platteland

Door het midden!

door Sjors de Vries en Daphne Koenders fotografie Ruben van Vliet

A

ls er een plek is waar bewoners, overheid en instituties experimenteren met nieuwe vormen van samenwerken, dan is het wel het Nederlandse dorp. Waren dorpen al de inspirerende koplopers op het gebied van bottom-up initiatieven, nu vormen ze de bakermat van samenwerkingen ‘door het midden’. Coalities van bewoners, ondernemers, overheden en maatschappelijke organisaties werken samen aan nieuwe manieren om voorzieningen overeind te houden of nieuwe bestemmingen te vinden voor beeldbepalende gebouwen. Steeds meer dorpen ruilen de vermeende tegenstelling tussen de bottom-up- en top-downaanpak met succes in voor een nieuwe en meer perspectiefrijke weg door het midden.

Ondernemerschap en pragmatische samenwerking Een oude, vervallen monumentale boerderij aan de rand van het Friese Garyp was veel bewoners een doorn in het oog. Het pand stond symbool voor

het dreigend verval in het dorp en een gebrek aan ideeën, initiatief en middelen. Dat terwijl de boerderij ooit de trots van het dorp was. ‘Het was niet meer om aan te zien. Mensen hoopten op sloop, zodat de entree van het dorp weer wat aantrekkelijker zou worden’, vertelt Johan Timmermans. Hij is aannemer in Garyp en zag kansen in de vervallen boerderij. Inmiddels is de boerderij in oude luister hersteld. Aan de buitenkant dan. Vanbinnen zijn er zeven nieuwe woningen gerealiseerd. Koopwoningen voor een bedrag van nog geen 100.000 euro per woning. Ze zijn bijna allemaal in korte tijd verkocht. Timmermans’ plan loste in één klap het probleem van de pandeigenaar, de gemeente, enkele jonge huishoudens en het dorp op. Het inspireerde partijen, bracht ze samen. Het project is illustratief voor een nieuwe generatie initiatieven in krimpregio’s. Namelijk projecten die van onderop worden opgestart, maar vanuit een realiteitsbesef ‘door het midden’ met overheid en partijen als ondernemers en maatschappelijke organisaties worden uitgevoerd.


57

ruimtevolk  nl

Door het midden!

Tijdens het Dorpenlab komen professionals en initiatiefnemers

Door het midden Initiatieven van bewoners en dorpsgemeenschappen worden steeds professioneler aangevlogen. Het taboe op een zakelijke benadering van initiatieven uit de samenleving maakt langzaamaan plaats voor een meer realistische en pragmatische aanpak. Steeds vaker zoeken bewoners, ondernemers en gemeenten aan de voorkant naar gedeelde belangen om op die manier sneller een brug te slaan tussen de behoeften van bewoners enerzijds en het beleid en begrotingen van de overheid en instituties anderzijds. Succesvolle projecten onderscheiden zich door te vertrekken vanuit wederzijds begrip en waardering voor elkaars rol en positie. In het verlengde hiervan beschouwen initiatiefnemers zich niet zozeer als alternatief, maar eerder als partner voor overheid en instituties. De uitdaging van samenwerkingen door het midden is dat initiatiefnemers en overheden beseffen dat je elkaar wat moet gunnen en flexibel moet zijn. Men moet bereid zijn niet alleen de agenda’s te delen, maar er ook een gemeenschappelijke naast te leggen.

uit diverse regio’s met elkaar in contact

Men moet niet alleen bereid zijn om agenda’s te delen, maar er ook een gemeenschappelijke naast te leggen


58

ruimtevolk  nl

Dorpen en platteland

Dorpenacademie De Dorpenacademie is een programma om professionals en initiatiefnemers in krimp- en anticipeerregio’s te ondersteunen, te inspireren en bovenal een stap verder te brengen. Dit gebeurt door middel van kennisuitwisseling, het leggen van verbindingen tussen partijen van binnen en buiten de regio en door het bieden van een podium aan succesvolle en inspirerende initiatieven. Onderdeel van de Dorpenacademie vormen de Prakijkschool en Dorpenlabs. www.dorpenacademie.nl

Dorpenlab Noord-Nederland Initiatiefnemers op zoek naar verdieping en verdien­ modellen voor hun plannen Tijdens het Dorpenlab Noord-Nederland brachten drie initiatieven hun vragen in. Hotel Holwerd had behoefte aan kennis voor hun plan om verschillende leegstaande woningen in Holwerd te transformeren tot een groot hotel met kamers verspreid over het dorp. Houd Onderdendam Overeind (HOO!) is een initiatief uit het Groningse dorp Onderdendam, naar aanleiding van de aardbevingsschade. In plaats van enkel herstel, willen de

Wandeling door Holwerd tijdens Dorpenlab Noord-Nederland

bewoners de situatie benutten om tegelijkertijd te investeren in de toekomstbestendigheid van het dorp, door onder andere door energieneutraal te worden, maar ook door nieuwe functies voor leegstaande panden te zoeken. Coöperatie Markebeheer is een initiatief uit het Oost-Groningse buitengebied Onstwedde, waar de bewoners zelf de natuur beheren en de ambitie hebben om het hout dat ze daarmee winnen op een duurzame manier te gebruiken.

Dorpenlab Hoeksche Waard Op zoek naar kansrijke nieuwe functies voor boerenerven In de regio’s Hoeksche Waard en West-Brabant experimenteren initiatiefnemers met nieuwe invullingen voor agrarische erven. Zo willen de eigenaren van de Mariahoeve in Strijen de agrarische loods die er staat, slopen om er veertig zorgwoningen voor ouderen te bouwen. De initiatiefnemers van de Campus in Almkerk willen op hun erf een proeftuin voor nieuwe landbouwtechnieken en innovatie beginnen. Op Buitenplaats Land van Es worden kunstzinnige en spirituele activiteiten aangeboden. De Peerdegaerdt in Strijen, waar het Dorpenlab werd gehouden, combineert verschillende functies: er vindt dagbesteding plaats en het is een experimenteerzone voor de blauwe economie.

Bezoek leegstaand pand in Holwerd, tijdens Dorpenlab Noord-Nederland


59

ruimtevolk  nl

Door het midden!

Initiatieven beschouwen zich niet zozeer als alternatief, maar als partner van overheid en instituties Dorpenlab Noord-Nederland

Kansen verzilveren Termen als ‘bevolkingskrimp’ en ‘participatiesamenleving’ vallen niet snel meer in gesprekken met initiatiefnemers en professionals. Het op praktische wijze invulling geven aan nieuwe kansen en samenwerkingen die de dorpen perspectief bieden, staat voorop. De zorg om leegstand of het verdwijnen van voorzieningen gaat steeds vaker gepaard met de overtuiging dat de veranderende economie en de unieke kwaliteit van dorpen ook daadwerkelijk kansen bieden. Om deze mogelijkheden te verzilveren, moeten initiatiefnemers zich goed realiseren dat de slaagkans van hun project staat of valt met de steun en medewerking van de overheid en de omgeving. Soms betekent dit dat je open moet staan voor concessies aan je plan of het eigenaarschap ervan. Maar ook dat jouw verhaal moet aansluiten op een gemeenschappelijk verhaal. Een groot draagvlak, gedeeld eigenaarschap en heldere communicatie helpen ook de overheden en instituties in de afweging om te gaan samenwerken en investeren.

Overheden, instituties en initiatiefnemers helpen elkaar. Overheden, woningcorporaties, zorgpartijen en energiebedrijven kunnen initiatiefnemers ondersteunen door een actieve opstelling, in plaats van de passieve opstelling die de praktijk helaas nog kent. Dat vergroot de kans op het verbinden van belangen en (financiële) middelen en helpt om de

benodigde snelheid in processen te krijgen. Overheden en financiers kunnen obstakels wegnemen voor nieuwe, slimme combinaties van commerciële en maatschappelijke functies en verdienmodellen. De energiewereld kan de maatschappelijke baten en het lokale eigenaarschap van de energietransitie beter organiseren. En veel woningcorporaties kunnen nog een slag maken van zelfstandig opererende huisvester naar partner van ondernemers, investeerders en bewoners. Een goed voorbeeld hiervan is te vinden in Friesland waar de bewoners een complex van de sloop redden en onder de noemer Doarpskorporaasje Jirnsum taken van woningcorporaties overnemen. Om dit voor elkaar te krijgen zetten zij een samenwerking op touw tussen de provincie Fryslân, de gemeente Leeuwarden, woningcorporatie Elkien, de Rabobank en enkele financiers uit het dorp. Dit soort initiatieven reiken verder dan leefbaarheidsbevordering, deze partijen zijn bezig met sociale innovatie. s

Met kennis en netwerk ondersteunt r­ uimtevolk initiatieven en partijen die hun dorp beter willen maken. De uitwisseling van ervaring en expertise van initiatiefnemers en professionals staat daarbij centraal. De publicatie Door het Midden! toont portretten van initiatieven op het platteland, destilleert lessen uit de dorpen en schetst hoe op het platteland de begrippen bottom-up en top-down op inspirerende wijze worden vervangen door samenwerkingen door het midden.


60

ruimtevolk  nl

Energie

Fryslân op weg naar een regionale energiestrategie

Tegelijk opspringen om vooruit te komen

Het strandje in de Eemshaven


61

ruimtevolk  nl

Tegelijk opspringen om vooruit te komen

door Christine van Eerd fotografie Kees van de Veen

Een populair spel op Friese dorpsfeesten: een groep mensen staat op een zeil dat aan touwen wordt voortgetrokken. Dat lukt alleen als iedereen tegelijk opspringt. Volgens Johannes Lankester, coördinator van het Netwerk Duurzame Dorpen, is zulke gezamenlijkheid ook de oplossing voor de energietransitie in Fryslân. Als in de regionale energiestrategie goed wordt vastgelegd wie wat wanneer gaat doen, moet het lukken om tegelijk te springen en vooruit te komen. ‘In Fryslân staan 130 dorpen klaar om de schouders eronder te zetten.’ Lankester heeft alle vertrouwen in de kracht van onderop om de doelstellingen van de Friese energiestrategie te behalen. Die strategie moet volgens hem naast een technische kaart van alle mogelijkheden, vooral ook een sociale kaart bevatten. ‘Waar zitten de gemeenschappen, de dorpen die dit zelf willen oppakken, waar zitten enthousiaste bedrijven, waar zit het sociale kapitaal en hoe kun je dat koppelen aan het technische en het financiële kapitaal? Als je dat over elkaar legt, dan ga je echt stappen maken.’

Mienskipsenergie Fryslân heeft een lange traditie van dorpsmolens, gerund door de lokale gemeenschap. In bijvoorbeeld Ternaard, Reduzum en Dearsum is het dorp eigenaar van de opwekinstallatie. Nu windenergie op land voorlopig uit den boze is – de provincie kiest voor nieuwe windmolens in het IJsselmeer – betekent dit niet het einde van de lokale coöperaties.


62

ruimtevolk  nl

Energie

Het gaat erom dat bewoners zeggenschap hebben over de impact van energietransitie op hun leefomgeving

Het Zonnepark op Ameland is het grootste van Nederland

Integendeel: zij richten zich nu op zonne-energie en op financiering van woningisolatie, want wat je bespaart, hoef je niet op te wekken. Lankester: ‘Een windmolen of een zonneweide is technisch niet zo ingewikkeld. Belangrijker is het sociale proces waarop je die nieuwe energietechnieken kunt bouwen. Dat noemen wij Mienskipsenergie. Volgens die filosofie neemt het dorp, de mienskip, gezamenlijk beslissingen over de leefomgeving, dus hoe het in de energie wil voorzien.’ Soms gebeurt dat al. Súdwest-Fryslân verleent een vergunning voor een zonnepark pas als aan de eisen van Mienskipsenergie is voldaan: betrokkenheid, rendement, zeggenschap en profijt in de buurt.

Omgevingswet biedt kansen Werk je volgens de uitgangspunten van Mienskipsenergie, dan is er veel mogelijk. Daarvan is Lankester overtuigd. Het gaat niet om kruimelwerk. De momenteel grootste zonneparken van Nederland – op Ameland en bij Garyp – zijn vanuit Friese lokale initiatieven ontstaan. Veel stroever gaat het bij plannen voor een zonnepark bij Wirdum, waar het initiatief vanuit een Duitse investeerder kwam en het dorp met succes de hakken in het zand zette. Erg jammer die verkeerde volgorde, vindt Lankester: ‘Het wekt heel veel weerstand op en dat is een gevaar voor de energietransitie. Dorpen verliezen het vertrouwen in de overheid als we daar niet verstandig mee omgaan. Het sociale proces wordt vergeten. Het zou zonde zijn als we daar geen oog

voor hebben, dat helpt niet in de snelheid van de transitie.’ Lankester is blij met de nieuwe Omgevingswet, want daarin staat dat omwonenden alternatieve mogen aandragen voor bepaalde opgaven. Maar die wet is er nog niet, die komt pas in 2019. En de subsidievoorwaarden van het Rijk voor Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+) sluiten er ook nog niet bij aan. Omdat veel projecten stranden door lokale weerstand, worden de miljarden die gereserveerd zijn voor de projecten maar voor een klein deel daadwerkelijk besteed. Lankester pleit ervoor de middelen die overblijven te gebruiken voor experimenten die vooruitlopen op de eisen in de Omgevingswet. ‘Lokale overheden zouden daarop aanspraak moeten maken om het proces met de mienskip goed te regelen. Het gaat erom dat bewoners zeggenschap hebben over de impact van energietransitie op hun leefomgeving. Dat je alle belangen vooraf goed neerzet door met zijn allen een visie te maken en op basis daarvan samen met alle omwonenden een besluit neemt.’

Alleen voor de eigen regio? Als je volgens die mienskip-aanpak te werk gaat, kun je volgens Lankester flinke stappen zetten om Fryslân energieneutraal te maken. Aangevuld met projecten voor geothermie en andere innovaties in het bedrijfsleven en de agrarische sector kan de regio aan de eisen uit het klimaatakkoord voldoen. En misschien zelfs meer dan dat. Een interessan-


63

ruimtevolk  nl

Tegelijk opspringen om vooruit te komen

te discussie is immers of deze regio met relatief weinig vraag en veel kansen voor het opwekken van energie, zich moet beperken tot de doelstelling om zelf energieneutraal te worden. Of is solidariteit met andere regio’s gewenst of zelfs noodzakelijk? Verplichting van bovenaf gaat niet werken, stelt Lankester. Maar hij sluit geheel niet uit dat Fryslân meer hernieuwbare energie gaat produceren dan voor eigen gebruik nodig is. ‘Dan kom je weer bij Mienskipsenergie. Als de lusten en de lasten in balans zijn, kun je als dorp ook zorgen voor energievoorziening voor stad of industrie. Landelijk gebied heeft immers veel ruimte. Maar dan moet je eerst zeggenschap en rendement goed organiseren. Als het profijt teruggaat naar de omgeving die er last van heeft, kan een dorp ook beslissen om meer energie te gaan opwekken en leveren. Dat versterkt de economische structuur en is dus een ideale kans voor werkgelegenheid. Daar liggen echt hele grote kansen.’

Regionale strategie kan impasse doorbreken Momenteel zit Fryslân volgens Lankester in een impasse. ‘De organisaties die het geld hebben, missen het draagvlak. En omwonenden die lokaal aan de

slag willen, hebben niet het geld. Als je instrumenten voor financiering en vergunningen niet op de juiste manier inzet, kun je geen stappen maken.’ De regionale energiestrategie kan die impasse doorbreken: ‘In de Friese strategie moet komen te staan wie waarover zeggenschap heeft. Provincie, gemeenten, bedrijven en omwonenden besluiten met zijn allen over de opgave. Het kader leg je vast op provinciale schaal, maar je kunt lokaal alternatieven aandragen voor een bepaalde opgave. Of het nou een windmolen of een zonnepark wordt, dat kunnen dorpen prima zelf besluiten.’ Hij komt aan het eind van het gesprek terug op het spel dat op veel dorpsfeesten wordt gespeeld. ‘Alleen als de groep mensen tegelijk opspringt is het mogelijk het zeil vooruit te trekken. Voor die gezamenlijkheid heb je onderling vertrouwen nodig. Hetzelfde geldt voor de regionale energiestrategie. Nu springt iedereen om de beurt: overheid, markt en maatschappij zijn om en om aan zet. Als iedereen op het juiste moment klaar staat, dan ga je pas vooruit. Dat kan alleen als iedereen zijn rol weet en ook bij die rol blijft. En daarvoor is die regiostrategie van belang.’ s

Regionale energiestrategieën Regio Fryslân is een van de pilotregio’s uit de deal Regionale Energiestrategieën. Augustus 2016 zette Isabelle Diks – toen nog wethouder in Leeuwarden, inmiddels Tweede Kamerlid – haar handtekening onder de regio-overeenkomst voor de regionale energiestrategie Fryslân. Doel is om een strategie uit te werken waarmee deze regio in 2050 energieneutraal kan zijn en de CO2-uitstoot met minstens 80 procent

vermindert. Partners in pilotregio Fryslân zijn 24 gemeenten, de provincie en Wetterskip Fryslân. De deal Regionale Energiestrategieën is een samenwerking van het ministerie van Economische Zaken, het ministerie van Infrastructuur en Milieu, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Vereniging Nederlandse Gemeenten, de Unie van Waterschappen en het Interprovinciaal Overleg. www.regionale-energiestrategie.nl

Windmolen in het Friese Reduzum


64

ruimtevolk  nl

ruimtevolk publicaties ruimtevolk.nl/publicaties VERKENNING VAN DE TOEKOMST VOOR BRABANTSE MIDDELGROTE STEDEN

Kernelementen van succesvolle innovatiemilieus

Midsize Brabant

Kernelementen van succesvolle innovatiemilieus

In wat voor soort omgeving gedijt innovatie? Nu het belang van innovatie voor economische groei in heel Nederland toeneemt, is deze vraag steeds relevanter. Zeker nu decennia aan onderzoek aantoont dat innovatie plekgebonden is. Wat maakt dat een omgeving innovatie stimuleert? Wat zijn de kern­ elementen van succesvolle innovatiemilieus en hoe kun je daar aan werken? Deze vragen waren het startpunt van een zoektocht naar de succesfactoren van verschillende innovatieve plekken in Nederland. De publicatie bevat longreads over de vijf kernelementen die gezamenlijk een voedingsbodem vormen waarop innovatiemilieus kunnen groeien: local buzz and global pipelines, entrepreneurial dynamism, urbanity, branding en governance. auteurs Judith Lekkerkerker (ruimtevolk) en Otto Raspe (Planbureau voor de Leefomgeving) uitgever ruimtevolk en het Planbureau voor de ­Leefomgeving

Het vertrek van bedrijven als Organon uit Oss en Philip Morris uit Bergen op Zoom had enorme impact op de werkgelegenheid in deze steden. Onder invloed van technologische ontwikkelingen en globalisering verandert de stedelijke economie in hoog tempo. Juist middelgrote steden moeten op zoek naar hun plaats in deze veranderende economische realiteit. Zij kennen immers wel de problematiek van de grote stad, maar hebben niet de economische dynamiek om deze uitdagingen aan te pakken. Midsize Brabant is een verkenning van het toekomstperspectief van Brabantse steden met een inwonertal tussen de 50.000 en 100.000: Bergen op Zoom, Roosendaal, Waalwijk, Oosterhout, Oss, ­Veghel en Uden. De verkenning omvat een zoektocht naar een nieuw ‘narratief’ dat aansluit bij de eigen ontwikkelingsgeschiedenis, de eigen kracht en identiteit van deze middelgrote Brabantse ­steden. De publicatie bevat trendpanorama’s, toekomst­ scenario’s, foto’s, infographics, interviews en een toekomstagenda. De resultaten zijn ook relevant voor middelgrote steden elders in Nederland, die net als de Brabantse steden te maken hebben met veranderingen in hun stedelijke economie en jongeren en hoger opgeleiden die wegtrekken naar de grote steden. auteurs BrabantKennis en ruimtevolk uitgever BrabantKennis


65

ruimtevolk  nl

ruimtevolk publicaties

Pieter Hoexum Lieke knijnenburg martijn de WaaL désanne van brederode govert derix

HET PERSPECTIEF VAN DE CIRCULAIRE STAD

FilosoFen agenderen de stad

FilosoFen agenderen

de stad

10

AGENDAPUNTEN VOOR DE STAD VAN MORGEN

naomi jacobs gerard de vries WiLLem scHinkeL daan roovers jan-Hendrik bakker

met een voorwoord van eberhard van der Laan en inleiding van Hans Peter benschop

Filosofen agenderen de stad

Over de stad – nu, vroeger en morgen – wordt veel gezegd en geschreven. Om het spervuur van feiten en meningen over de stad te kunnen verwerken, moeten we soms even afstand nemen en ontwikkelingen vanuit een andere hoek bekijken. Niet bang zijn om vragen te stellen, in plaats van antwoorden te geven. De filosofie leent zich hier bij uitstek voor. Laat tien filosofen nadenken over de stad en de eerste oogst bestaat uit nieuwe woorden en metaforen. Zij denken niet in beleidsmatige begrippen als concurrentiekracht, innovatie, smart, duurzaam of sociale cohesie. Integendeel, ze stellen vragen over verschillende aspecten van de toekomstige ontwikkeling van onze steden. Welk effect heeft de filter bubble op ons stedelijk gedrag? Hoe gaan we om met mixofobie? Is de stad een natuurfenomeen? Wat vonden Socrates, Descartes en Nietzsche van de stad? In deze bundel staan geen ‘quick wins’ om onze steden leefbaar en internationaal concurrerend te maken. Wel biedt de publicatie perspectieven over steden als samenlevingen, politieke gemeenschappen, mentale, technologische en economische ruimten. auteurs Pieter Hoexum, Lieke Knijnenburg, Martijn de Waal, Désanne van Brederode, Govert Derix, Naomi Jacobs, Gerard de Vries, Willem Schinkel, Daan Roovers, Jan-Hendrik Bakker, Hans Peter Benschop uitgever Filosofie Magazine, Gemeente Amsterdam, Gemeente Apeldoorn, Ministerie van Binnenlandse Zaken, Platform31, Trendbureau Overijssel en ruimtevolk

Het perspectief van de circulaire stad

Voor het behoud van de goede economische en sociale positie van onze steden is een nieuwe, duurzame strategie nodig waarin de stad de oplossing is in plaats van het probleem. Het perspectief van de circulaire stad biedt kansen om steden niet alleen duurzamer, maar ook onafhankelijker en veerkrachtiger te maken. Het geeft richting aan de zoektocht naar een nieuwe economie voor de stad én daarmee voor Nederland. De circulaire stad is een metafoor voor een nieuwe manier van kijken naar en het organiseren van de stad. De benadering kenmerkt zich door een brede en lokale waardeoriëntatie en is grofweg gebaseerd op twee pijlers: circulatie van kennis en vaardigheden en circulatie van stromen. In het kader van Agenda Stad is een pamflet opgesteld met daarin voorbeelden en tien agendapunten om voor te sorteren op het perspectief van de circulaire stad. auteurs Innovatiekring De Circulaire Stad en ruimtevolk (tekstredactie) uitgever Agenda Stad en ruimtevolk


66

ruimtevolk  nl

Colofon

Dit magazine is een uitgave van ruimtevolk:

Copyright

kennisorganisatie en platform voor stedelijke en

Het auteursrecht van dit magazine berust bij

regionale ontwikkeling.

ruimtevolk. Hierbij geldt het creative commonsprincipe: naamsvermelding, niet-commercieel en

Juni 2017

gelijk delen.

Redactie

Het (her)gebruiken van teksten uit deze publicatie

Kris Oosting en Anne Seghers

is toegestaan onder voorwaarde van duidelijke vermelding van de volledige naam van de

Ontwerp en vormgeving

organisaties, auteurs en bron. De tekst mag

Linda Swaap | Accu grafisch ontwerp

niet commercieel gebruikt worden, aan derden worden doorverkocht of in licentie worden

Fotografie

gegeven zonder toestemming van ruimtevolk.

- Coverbeeld | Maasboulevard Venlo | Beeld

Publicaties die alleen door betaling toegankelijk

beschikbaar gesteld door 3W real estate |

zijn (abonnementen op tijdschriften, betaalde

Fotografie: Hugo Thomassen

toegang op websites, etc.) worden beschouwd als

- Pagina 2 en pagina 32 | Portret Gerben van Dijk | Fotografie: Arenda Oomen - Pagina 60, 62 en 63 | Fotografie: Hollandse Hoogte

commercieel en behoeven dus altijd toestemming vooraf. Het auteursrecht van de afbeeldingen berust bij de personen of organisaties die bij de afbeeldingen zijn vermeld. Deze rechten zijn niet vrijgegeven onder dezelfde voorwaarden

Grafieken en infographics

als de teksten. Toestemming voor gebruik van

Pagina 45 en 47 | Studio Lakmoes

afbeeldingen moet derhalve steeds gevraagd worden aan de rechthebbende.

Illustraties Achterkant omslag | ruimtevolk

Aan de inhoud van dit magazine kunnen geen rechten worden ontleend. Ondanks de zorg

Drukker

en aandacht die besteed is aan de inhoud en

Wilco Art Books

samenstelling, is het mogelijk dat informatie in dit blad onvolledig of onjuist is. ruimtevolk

Oplage

aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid

3.000 stuks

of aansprakelijkheid voor eventuele schade, materieel noch immaterieel, die ontstaan is

Dit magazine is gedrukt op uncoated ongestreken

als gevolg van: het gebruik van informatie uit

houtvrij offset papier en valt onder het FSC

de artikelen en de meningen, zienswijzen en

keurmerk.

standpunten die daarin worden gepresenteerd.

Contact ruimtevolk Bezoekadres: Jaarbeurs Innovation Mile | Jaarbeursplein 6 | Utrecht Postadres: Postbus 196 | 6800 AD | Arnhem www.ruimtevolk.nl info@ruimtevolk.nl


10 jaar ruimtevolk Wat in 2007 begon als een initiatief van gedreven jonge ruimtelijke professionals is in 2017 uitgegroeid tot een kennisorganisatie en platform voor de nieuwe ruimtelijke praktijk. ruimtevolk ondersteunt steden en regio’s bij het genereren van inzicht, kennis en integrale strategieën voor de maatschappelijke opgaven van de 21e eeuw. Dit gebeurt via toegepast onderzoek en strategieontwikkeling én via kennisdeling in praktijkprogramma’s, publicaties en het kennisplatform. Misschien nog wel meer dan bij de oprichting gelooft ruimtevolk daarbij in de verbindende rol en verbeeldende kracht van een nieuwe ruimtelijke ordening en stedenbouw.

Praktijkprogramma’s Vanaf de start van de kennisorganisatie in 2012 past ruimtevolk haar kennis toe in uiteenlopende projecten en landelijke praktijkprogramma’s voor professionals en bestuurders, zoals de programma’s Van Onderop!, Midsize NL, Energie en Ruimte en recentelijk de landelijke pilots omgevingsvisie.

ruimtevolk ruimtevolk is in 2007 opgericht door een nieuwe generatie ruimtelijke professionals. De missie was om als innovatienetwerk en platform een bijdrage te leveren aan de vernieuwing van ruimtelijke ordening en stedenbouw, bezien tegen de achtergrond van de nieuwe maatschappelijke en ruimtelijke opgaven die zich aandienden. Vanwege de sterk groeiende kennisbehoefte is ruimtevolk vanaf 2012 uitgegroeid tot een professionele kennisorganisatie.

Online magazine Bij de oprichting van ruimtevolk werd een online magazine gelanceerd. Hier zijn sindsdien wekelijks inspirerende blogs verschenen. In 2011 werd de 500e blog gepubliceerd. Het webmagazine groeide uit tot een van de best gelezen online magazines over stedelijke en regionale ontwikkeling. In 2013 werd een mijlpaal bereikt met 250.000 gelezen artikelen per jaar. ruimtevolk.nl/blogs

ruimtevolk.nl/over-ruimtevolk

Publicaties De toegankelijke ruimtevolk-publicaties brengen nieuwe kennis en innovatieve praktijken onder de aandacht van een breed publiek. De eerste gedrukte publicaties waren de ruimtevolk-jaarboeken in 2012 en 2013. Later volgden meer thematische en regionale publicaties. ruimtevolk.nl/publicaties

ruimtevolk.nl/projecten

Community en activiteiten Het delen van kennis en netwerk heeft altijd centraal gestaan bij de activiteiten en projecten van ruimtevolk, zowel in het webmagazine, als bij kennisactiviteiten als de expedities, expertmeetings en (buitenlandse) excursies. In 2008 telde het ruimtevolk-netwerk al 1.000 professionals, anno 2017 staat de teller op meer dan 7.000. Daarnaast volgen ruim 10.000 geïnteresseerden uit Nederland en België de ruimtevolk-activiteiten via de nieuwsbrief en sociale media. ruimtevolk.nl/nieuwsbrief

Verkenningen en strategie ruimtevolk is gespecialiseerd in het duiden van de lokale en ruimtelijke impact van trends en ontwikkelingen. Samen met opdrachtgevers en (kennis)partners wordt de opgave verkend en vertaald in concrete (handelings)perspectieven. Voorbeelden zijn Midsize NL, Toekomstverkenning Binnensteden Overijssel en Kernelementen van succesvolle innovatiemilieus. Ook begeleidt ruimtevolk steden en regio’s bij het opstellen van hun toekomstagenda en het vormgeven van nieuwe samenwerkingen. ruimtevolk.nl/projecten

Open werkplaats Om de verbinding van kennis in de projecten en programma’s extra kracht bij te zetten, is de ruimtevolk-werkplaats begin 2017 verhuisd van Arnhem naar de Jaarbeurs Innovation Mile, pal naast Utrecht Centraal. Hier ontwikkelt ruimtevolk momenteel stapsgewijs een centrale kennishub voor stedelijke en regionale ontwikkeling. ruimtevolk.nl/over-ruimtevolk

Magazine nl Om nieuwe inzichten en innovatieve praktijken over stedelijke en regionale ontwikkeling te laten leven en landen, brengt ruimtevolk vanaf 2017 een eigen magazine uit: ruimtevolk nl. De oplage van de eerste uitgave bedraagt 3.000 exemplaren. ruimtevolk.nl/nl-magazine


Innovatieve praktijken in deze nl Holwerd

Fryslân

Emmen

Almere

Utrecht Zeist Arnhem Doetinchem Hoeksche Waard

Oss

Oosterhout

Venlo

nl magazine #1 Magazine over stedelijke en regionale ontwikkeling  

In juni 2017 verscheen de eerste editie van NL: een magazine vol innovatieve praktijken in stedelijke en regionale ontwikkeling, samengestel...

Advertisement