Page 1

ruimtevolk Jaarboek 2013

Nieuw Kapitaal

2013


Braakliggende grond Overhoeks Amsterdam 2011 (foto: Donica Buisman)


COLOFON

Copyright

Samenstelling Judith Lekkerkerker Sjors de Vries

Het auteursrecht van artikelen in deze publicatie berust bij ­ uimtevolk ­en de auteurs. Hierbij r geldt het Creative Commonsprincipe: naamsvermelding, niet ­commercieel en gelijk delen. Het (her)gebruiken van artikelen, teksten en foto’s uit deze publicatie is toegestaan onder de volgende voorwaarden.

Tekstredactie Christine van Eerd Elly van der Klauw Hanneke Luitwieler Simone Pekelsma Grafisch ontwerp Accu grafisch ontwerpers, Linda Swaap Druk Lecturis, Eindhoven Oplage 1500 exemplaren

Postbus 196 6800 AD Arnhem info@ruimtevolk.nl www.ruimtevolk.nl ISBN 978-90-819612-1-9 November 2013

De tekst mag niet zonder toestemming worden gewijzigd of ingekort. Citeren of kopiëren van delen van de tekst is toegestaan, maar alleen als duidelijk wordt gemaakt dat het om een citaat uit een groter geheel gaat en onder naam- en bronvermelding. De tekst mag gepubliceerd worden onder voorwaarde van duidelijke vermelding van de volledige naam van de auteur en bron (ruimtevolk Jaarboek 2013).

door betaling toegankelijk zijn (abonnementen op tijdschriften, betaalde toegang op websites, etc.) worden in principe beschouwd als commercieel en behoeven dus altijd toestemming vooraf. Het auteursrecht van de afbeeldingen in dit Jaarboek berust bij de personen die in deze uitgave vermeld zijn. Deze rechten zijn niet vrijgegeven onder voorwaarden zoals voor de teksten geldt. Toestemming voor gebruik moet steeds gevraagd worden aan de rechthebbende of aan de ruimtevolk-redactie.

De tekst mag niet commercieel worden gebruikt, aan derden worden doorverkocht of in licentie worden gegeven zonder toestemming van ruimtevolk en de auteur. Publicaties die alleen

Het ruimtevolk Jaarboek 2013 is mede mogelijk gemaakt met steun van ruimtevolk-partners:

Gemeente Arnhem www.arnhem.nl

Stadsregio Arnhem Nijmegen www.destadsregio.nl

Hogeschool van Arnhem en Nijmegen www.han.nl

Companen: onderzoek, advies en proces­begeleiding in de wereld van het wonen www.companen.nl

Início: adviesbureau voor ruimtelijke en sociale ontwikkeling en beheer www.inicio.nl

Weusthuis en Partners: advies en management van complexe ruimtelijke ontwikkelingen www.weusthuis.nl


ruimtevolk Jaarboek 2013

Nieuw Kapitaal


Inhoud 8 Voorwoord  |  Sjors de Vries en Judith Lekkerkerker 10

Ruimtebevolkers aller landen!  |  Govert Derix

13  Benut sociaal kapitaal, genees van de indeleritis  Frans Soeterbroek 18  Zelforganisatie: je kan jezelf ook té serieus nemen  Sander van Lent 23 Het netwerk is het nieuwe kapitaal  |  Veroniek Bezemer 26 Zijn we nu echt de weg kwijt?  |  Caroline Vrauwdeunt 30 Op Expeditie 35  Professionals formerly known as architects or designers  Carolien Ligtenberg en Rutger Oolbekkink 39 De fascinaties van Cartesiusweg  |  Huub Kloosterman 43 De waarde van toevallige ontmoetingen  |  Paul de Bruijn 48  We creëren nieuwe handelingsperspectieven en bouwen aan eigenaarschap Interview met Tabo Goudswaard en Sabrina Lindemann door Judith Lekkerkerker 54 De kracht van het hier en nu  |  Donica Buisman 60 Stad vol speelruimte  |  Martijn Mulder 63 Over grenzen  |  Sjors de Vries 73 Minder sociale woningen is niet asociaal  |  Roland Oude Ophuis 76 Mengen uit de mode?  |  Errik Buursink 79 Stedelijke vernieuwing zonder gentrification  |  Geert de Pauw 82 Sociale stijging door particulier initiatief  |  Hanneke Schreuders 88 Wijkbedrijf Bilgaard  |  Marcel Tankink 91 De stille kracht van de lokale ruileenheid  |  Martien Kromwijk 94 De ontdekking van het wijkkapitaal  |  Sjors de Vries 100

Charleroi, de lelijkste stad van de wereld | Judith Lekkerkerker

110 Crowdfunding kansrijk bij wijkontwikkellingen  Barry Hol en Maarten van der Velde


113 Ons institutionele landschap is nog niet toe aan de logica van duurzaamheid Interview met Jan Jonker door Judith Lekkerkerker 119 Kernvermogen kans voor krimpaanpak  Danielle Damoiseaux, Roy van Dalm en Martha van Biene 126 Boekje te buiten gaan op de Oost-Groningse woningmarkt  Theo Adema 128

De winst van het niet-bouwen  |  Oswald Devisch

134 Verlies nemen is winst pakken  |  Roeland Kreeft 137

Participatie omdat het geld oplevert  |  Dries Drogendijk

140

In de systeemfout zit de oplossing  |  Wouter Vanstiphout

147 Gemeenschap aan de onderhandelingstafel  Marten Bolt en Anton Rensink 150 Steeds meer juridische ruimte voor transformatie vastgoed  Paula Kemp 154

Tijd voor nieuwe stedelijke parkeernormen  |  Martin van der Maas

157 Digitale media beïnvloeden de manier waarop mensen de stad gebruiken Interview met Martijn de Waal door Judith Lekkerkerker 163

De hackable wereldstad  |  Matthijs Bouw en Michiel de Lange

168

De Printing City  |  Carol Hol

171 Open data: nieuw kapitaal voor de woningmarkt  Jan Provoost en Rik ten Broek 175

Met Cradle to Cradle kunnen we geld verdienen en de wereld een beetje beter maken Interview met Coert Zachariasse door Judith Lekkerkerker

184 Energie als vliegwiel voor wijkverbetering  Remko Cremers en Lisa de Visser 188 Maatschappelijke oogst: verbinding tussen boer en burger Andries Middag 191 Het wordt (weer) spannend in de binnensteden  Sjors de Vries en Judith Lekkerkerker


Ruimtevolk Jaarboek 2013

‘Het gaat erom dat je je kunt over­geven. Dat je gebruikmaakt van wat er is en wat er zich aandient’ Erik Wong is grafisch ontwerper en heeft een aantal jaar geleden zijn eigen ‘3D-tijdschrift’ ontwikkeld. ‘Wongema’ heet het. En het ligt niet ­in zijn woonplaats Amsterdam, maar in Hornhuizen, diep op het Groningse platteland. Wong heeft het voormalig dorpscafé gered van de slopershamer en verbouwd tot werkplek en productiehuis. Maar ook het dorp de woonkamer teruggegeven die het kwijt was. Wong is geen ontwikkelaar, heeft geen groot vermogen en werkt niet bij een woningcorporatie. Wong realiseert plannen door gebruik te maken van ander kapitaal: zijn talent, zijn netwerk en de plek en haar gemeenschap. Wong verbindt en organiseert. Wong werkt samen. Met het dorp en de gemeente. En met de plek en het gebouw. Wongema is gemaakt met Nieuw Kapitaal. Met het ruimtevolk Jaarboek en innovatiefestival Expeditie willen we elk jaar de tijdgeest vangen die rondwaart in en rondom de wereld van ruimtelijke ontwikkeling. Was zodoende vorig jaar het overkoepelende thema het nieuwe eigenaarschap, dit jaar is dat Nieuw Kapitaal. Een knipoog naar Karl Marx, die met zijn Het Kapitaal het kapitalistische waardesysteem stevig op de hak nam. Maar het is vooral een benoeming­van de grote zoektocht naar de ingrediënten en middelen die een gewenste ontwikkeling mogelijk maken, die zich van de praktijk van ruimtelijke ontwikkelingen meester heeft gemaakt. In die zoektocht wordt volop geëxperimenteerd en onderzocht wat die experimenten kunnen betekenen voor de praktijk. Wongema in Hornhuizen is zo'n experiment, Singelpark in Leiden, de Zuiderling in Rotterdam, Cartesiusweg in Utrecht, Wijkbedrijf Bilgaard in Leeuwarden, Park 20 | 20 in Hoofddorp, et cetera, et cetera. Een greep uit de voorbeelden die langskomen in dit Jaarboek. We spraken met een bedrijfskundige, een econoom, een accountant, een digitale media-expert en social designers over wat volgens hen het nieuwe kapitaal is. En in het Jaarboek staan natuurlijk veel blogs. Diverse bloggers beschouwen de

8


Voorwoord

praktijk en zien aanknopingspunten voor nieuw kapitaal: in het smeden van nieuwe, vloeibare coalities, in het uitwisselen van diensten, het zien en inzetten van talenten, het gebruik van technologie, de inzet op energie of het aanhaken op de agrarische industrie, de intrinsieke waarden van de stad, ruimtelijke kwaliteit en in het slimmer organiseren van geld. Een snelle bloemlezing van wat u van het Jaarboek kunt verwachten. Nieuw kapitaal staat volgens ons met name voor een breder waarde­begrip, voor ‘het goed om je heen kijken’, waarde herkennen en creatief zijn om die waarde vervolgens te benutten. Meer dan ooit wordt duidelijk dat ruimtelijke ontwikkeling niet gaat over het stapelen van stenen, maar over het organiseren van programma en het verbinden van mensen, organisaties en (tijdelijke) coalities aan de locatie. Dit jaar hebben we voor het eerst een call for blogs rondom het jaarthema uitgezet. We kregen vele tientallen inzendingen, een selectie ervan is opgenomen in het Jaarboek. Uit de inzendingen kunnen we opmaken dat het thema breed herkend wordt. Iedereen heeft er zijn eigen visie op en geeft er zijn eigen invulling aan. Tegelijkertijd viel ons bij het beoordelen op dat mensen veel bezig zijn met ideeën en concepten voor nieuw kapitaal maar dat de echte cultuur- en handelingsomslag nog gemaakt moet worden. Dat wordt de uitdaging van de komende tijd. We hopen dat u in het Jaarboek inspiratie vindt om hiermee aan de slag te gaan. Want zoals de voormalig leider van het Spaanse, autonome, uit coöperatieven opgebouwde dorp Mondragón, Jose María Larramendi, onlangs tijdens de Amsterdam Urban Innovation Week in Pakhuis de Zwijger zei: ‘Great ideas without action are like m ­ orphine.’ Sjors de Vries Judith Lekkerkerker

9


#intrinsieke waarde | #nieuwe professional | #tijdelijkheid | #sturing

Er voltrekt zich een microrevolutie op duizend platforms en in de ruimte om ons heen.

Ruimtebevolkers aller landen! Govert Derix

Anno 2013 een manifestatie organiseren onder de titel Nieuw Kapitaal, getuigt van moed. Er dan ook nog een rood beeldmerk bij maken plús de contouren van een rijzende zon, is vrágen om communistische associaties. Toch heeft Nieuw Kapitaal denk ik niet zozeer te maken met ideologische vergezichten, als wel met een revolutie op duizend (micro)platforms die zich sinds enkele jaren in de planologische ruimte voltrekt. Het traditionele beeld van een revolutie is een omwenteling op basis van een ideologisch programma. Sinds de communistische en fascistische debacles is de gemiddelde mens voorzichtig met zulke vergezichten. Tegelijk beseft een groeiende groep burgers dat het zogenaamde neoliberalisme ook geen garantie is voor een duurzamere wereld. In die pseudo-ideologie wordt alles­onderhevig aan monetarisering en consumentisme: je bent wat je hebt en wie niets heeft is niets. Het neoliberalisme neigt tot een uitholling van een doorleefde humaniteit en tot een ondermijning van de relatie met de leefomgeving.

Relationele planologie Dat is in grove lijnen één kant van de wereld waarin we verzeild zijn geraakt. Maar een andere kant is in opmars. Een kant waarin steeds meer ruimte ont­­staat voor nieuwe manieren om met de ruimte om te gaan. Tijdens Expeditie 2012 was er volop aandacht voor tijdelijk anders bestemmen en tijdelijk eigenaarschap. Zelf had ik het voorrecht samen met InnovatieNetwerk betrok­ken te zijn bij de opkomst van het tijdelijkheidsdenken in Nederland. Zie bijvoorbeeld de publicatie Tijdelijkheid als Toekomst, dat de contouren schetst van­een relationele planologie. Als filosoof vond ik het een ontdekking dat de N ­ ederlandse planologie (en de bijkomende regelgeving) nog goeddeels vertrekt vanuit een eeuwigheidsparadigma: wat je bouwt of ontwikkelt doe je voor de eeuwigheid. In plaats daarvan bepleitten we tijdelijkheid als vertrekpunt.

10


Ruimtebevolkers aller landen!

Tijdelijkheid en tijdelijk eigenaarschap vormen een koningsweg naar duurzaamheid.

Met als consequentie dat je je dús rekenschap moet geven van toekomstige bestemmingen die je nu nog niet kent. En als moraal dat juist tijdelijkheid en tijdelijk eigenaarschap een koningsweg vormen naar duurzaamheid.

Intrinsieke waarde Dat prompt een jaar later Nieuw Kapitaal op de agenda van ruimtevolk staat, wekt geen verbazing. Ook filosofisch gezien is het een logisch vervolg op de aandacht voor tijdelijkheid. De vele voorbeelden van tijdelijk gebruik (van guerilla gardening tot tijdelijke natuur tot tijdelijke woonvormen tot tijdelijk­wilderniswonen ...) maken duidelijk dat de waarde hiervan amper is te vangen in traditionele termen. Als je weet dat je een gebied na een bepaalde termijn moet teruggeven, dan verandert ook de relatie met die ruimte. De monetaire (bezits)relatie wordt opengebroken, andere vormen van waardering treden op de voorgrond. Het gevolg is dat we in Nederland de laatste jaren getuige zijn van vele voorbeelden waar mensen zich niet primair tot een ruimte (een park, een perceel natuur, een stuk vastgoed) verhouden vanuit bezitsoverwegingen of winstmaximalisatie, maar vanwege de intrinsieke waarde van het gebruik. Een stille revolutie is in volle gang. Een microrevolutie of een bottom-up-revolutie die zich voltrekt op duizend platforms. Een langzame ommekeer die net op tijd komt om de vastgoedbubble in goede banen te leiden. Die bubble zit ’m in onder andere de leegstand van kantoorpanden die zich uitstekend lenen voor alternatieve vormen van tijdelijk gebruik. Maar hij sluimert ook op het platteland waar grondposities en een steeds minder reële grondwaarde een tijdbom vormen. Vanuit een neoliberale bril zijn alternatieve vormen van tijdelijk gebruik moeilijk voorstelbaar. Maar ze worden voorstelbaar als de intrinsieke waarden te vertalen zijn in pecunia, zoals bezuinigingen in bijvoorbeeld zorg of subsidie. Eén van de uitdagingen is dan ook om de talrijke micro-ontwikkelingen de ruimte te geven die nodig is om een macrodebacle op het terrein van de vastgoedwaardering af te wenden.

Juiste vragen stellen Hoe dat kan gebeuren? Allereerst door de juiste vragen te stellen. Zoals: wat is de beste manier om de relatie tussen mens en ruimte te duiden? Kan het zijn dat de mens niet alleen de ruimte produceert, maar de ruimte ook de mens? Wat betekent het om de relatie mens-ruimte te bepalen als een proces van wederzijdse transformatie? Is zo’n model van wederzijdse transformatie ook toe te passen op wat het betekent om iets te waarderen? Ofwel: hoe m ­ oeten we deze transformatie

11


Ruimtevolk Jaarboek 2013

zelf waarderen en hoe kunnen we die stimuleren door op voorhand een bredere praktijk van waardering in stelling te brengen? Voorlopige conclusie: bij de microrevolutie van de Nederlandse ruimte moeten we voorzichtig zijn met nieuwe ideologieën. Dat wil echter niet zeggen dat we niet gebaat zijn bij een nieuwe taal. Deze taal moet zich rekenschap geven van het ‘in elkaar’ van mens en ruimte. En moet laten zien hoe dit ‘in elkaar’ ook van toepassing is op de sferen van het geld, het bezit en in beginsel alle vormen van waardering. Daarbij zou het niet verbazen als blijkt dat zich daadwerkelijk een Nieuw Kapitaal aftekent: het kapitaal dat zichtbaar en kapitaliseerbaar wordt als we het avontuur aandurven om te begrijpen wat het betekent dat mens en ruimte elkaar transformeren en welke verantwoordelijkheidsrelatie hierbij kan horen.

Relationele economie Precies op dit punt is een relationele planologie (een planologie gebouwd op het ‘in elkaar geworpen zijn’ ofwel de throwntogetherness van mens en ruimte) uit te breiden tot een relationele economie. Daarin bepaalt de mens niet alleen hoe en wat de ruimte waard is, maar geldt dit ook andersom: de kwaliteit van de leefomgeving als indicatie voor de ‘waarde’ van de gebruikers. Nederland kan hierin laten zien wat het waard is: voor onszelf, voor onze leefomgeving en voor de rest van de wereld. Boeiend pionierswerk tekent zich af. Ruimtebevolkers aller landen, aan de slag! Govert Derix is filosoof, adviseur en schrijver. Voor InnovatieNetwerk schreef hij Tijdelijkheid als Toekomst: naar een filosofie van tijdelijke bestemmingen & de contouren van een relationele planologie. De ecologische implicaties hiervan zijn uitgewerkt in Testament van Terra, dat eind vorig jaar verscheen. Zijn laatste boek, de thrillerroman Sterrenmoord, gaat over de relatie van de mens met de sterrenhemel en werd door De Wereld Draait Door getipt als zomerboek. · govert@govertderix.com · www.govertderix.com · @GovertDerix

12


#sociaal kapitaal | #nieuwe professional | #nieuwe verbindingen | #sturing | #placemaking

Ruimtelijke professionals zullen meer gevoel moeten krijgen voor de impact van een krachtig sociaal netwerk voor de ontwikkeling van de stad.

Benut sociaal kapitaal, genees van de indeleritis Frans Soeterbroek

Twintig jaar geleden publiceerde Robert Putnam zijn baanbrekende werk Making democracy work over sterke regio’s. Hij kwam tot de conclusie dat de kracht van het sociaal kapitaal bepalend is voor goed bestuur en kracht van regio’s. Met sociaal kapitaal doelde hij op een sterk verenigingsleven, onderling vertrouwen tussen burgers en vertrouwen van burgers in de overheid en andere instituties. In een interview durfde hij zelfs te stellen: ‘Zeg me hoeveel zangkoren er in uw regio zijn en ik weet hoe goed uw bestuur is.’ De vraag die mij vooral bezighoudt, is hoe die relatie tussen sociaal kapitaal en kwaliteit van bestuur werkt en welke impact dit heeft op het maken van de stad. De basis voor het denken over sociaal kapitaal is de vraag hoe actief mensen zijn in het leggen van meer dan incidentele verbindingen met anderen. Het sociale weefsel van de samenleving maken mensen zelf uit de basismaterialen: ontmoeting, nabijheid, zorg voor elkaar, gedeelde ervaring en verhalen, dialoog en gezamenlijke actie. Het meeste daarvan komt spontaan tot stand waar mensen samenleven.

Nieuw sociaal kapitaal Onderzoekers als Putnam en Richard Sennett zien het sociaal kapitaal verdampen door de zich doorzettende individualisering en vooral doordat mensen zich terugtrekken voor de televisie en achter de computer. Dit pessimistische beeld wordt door onderzoekers met meer oog voor de kracht van de netwerksamen­ leving sterk genuanceerd. Zij zien het sociaal kapitaal transformeren van vaste sociale verbanden naar wat socioloog Jan Willem Duijvendak ‘lichte gemeenschappen’ noemt. Dat zou je kunnen betitelen als het nieuwe sociaal kapitaal. Mensen verbinden zich pragmatisch, voor specifieke doeleinden en vaak maar tijdelijk, met elkaar. Dat zien we onder meer terug in actiegroepen, issuenetwerken, buurtcomités, vrijwilligerswerk, opknappen van buurten, twitternetwerken,

13


Ruimtevolk Jaarboek 2013

maatjesprojecten en gezamenlijke inkoopacties. Zo ontstaat wat networked individualism of multiple inclusie wordt genoemd. Mensen zitten in vele soorten netwerken en geven daardoor sneller kennis, contacten, waarden, normen, verhalen en enthousiasme door. Sociaal kapitaal neemt de vorm aan van energienetwerken en minder van een sociaal hechte groep. Daarmee is de verbondenheid in straat, stad en land niet meer afhankelijk van hechte zuilen en buurten of een rijk verenigingsleven.

Sociale veerkracht Gemeenten staken tot voor kort vooral energie in de klassieke benadering van sociaal kapitaal door het bevorderen van sociale cohesie, het realiseren van (multifunctionele) buurtcentra, buurtfeesten, vrijwilligerswerk, sport en cultuur. Tegenwoordig wordt daarnaast steeds vaker geëxperimenteerd met de nieuwe benadering van het bouwen van lichte gemeenschappen en dwarsverbanden tussen groepen via sociale menging in buurten, het uitlokken van ontmoeting in de openbare ruimte, wijkondernemingen en zelfbeheer. Dit vanuit het besef dat zelfbewust burgerschap vanuit nieuwe verbanden de buurt en de stad (veer)kracht geeft. Hierbij wordt vanuit de overheid een subtiel improviserend spel gespeeld van sturen en loslaten. Zo zie je dat de overheid probeert het instrument bewoners­­ bedrijven in veel buurten van de grond te krijgen door geld te parkeren bij inter­­ mediairs – zoals het landelijk samenwerkingsverband bewonersinitiatieven en lokale sociale ondernemers – die vanuit een niet-overheidsgebonden rol de bewonersbedrijven helpen opzetten, beoordelen en begeleiden. De overheid stuurt hier met lichte hand en leert steeds beter de valkuilen van paternalisme, afstandelijke regelbureaucratie en het annexeren van initiatieven van burgers te vermijden. In de zogeheten aandachtswijken wordt bewust gewerkt met de inzet van ondernemende verbinders (best persons in het jargon van de wijkaanpak). Deze groep intermediairs bestaat uit actieve buurtbewoners, welzijnsprofessionals, culturele ondernemers en ambtenaren. Wat hen kenmerkt is de combinatie van een verbindende en ondernemende houding, een lichtvoetige omgang met regels en blokkades, maatschappelijke betrokkenheid en een bemiddelende rol tussen leefen systeemwereld.

Van gebiedsontwikkeling naar placemaking Voor het ruimtelijk domein heeft dit twee consequenties. De lokale overheid zal steeds vaker de regie op ruimtelijke ontwikkeling op buurt- en wijkniveau in handen (moeten) geven van buurtondernemingen en andere lichte gemeen­ schappen. En grootschalige gebiedsontwikkeling zal structureel plaats gaan maken voor kleinschaliger vormen van placemaking. Placemaking onder regie van bewoners is zowel de uitdrukking van lokaal sociaal kapitaal – ‘we maken ons sterk voor onze leefomgeving’ – als een krachtig middel om sociaal kapitaal te creëren: processen en plekken die uitnodigen tot ontmoeting, gedeelde ervaring en verantwoordelijkheid.

14


Benut sociaal kapitaal, genees van de indeleritis

De lokale overheid zal steeds vaker de ­regie op ruimtelijke ontwikkeling op buurten wijkniveau in handen (moeten) geven van buurtondernemingen en andere lichte gemeenschappen. Grootschalige gebieds­ ontwikkeling zal plaats gaan maken voor kleinschaliger vormen van placemaking.

Stedenbouwers, planologen, ontwerpers en gebiedsregisseurs die denken beter dan deze ‘leken’ in staat te zijn om geweldige plekken en ‘het stedelijk weefsel’ te ontwerpen, gaan de boot missen als ze dat niet in wisselwerking met georganiseerde bewoners doen. Gewoon de tekentafel op straat zetten dus en een waarachtige dialoog voeren over verschillende manieren van kijken naar het leven in de stad. Zo transformeren zij hun cultureel kapitaal in sociaal kapitaal en bouwen ze mee aan die sociale veerkracht.

Van verzet naar coproductie In de actuele discussies over lokale initiatieven wordt wel eens vergeten dat deze zijn voortgekomen uit een lange traditie van verzet van wijkbewoners tegen bouw- en sloopplannen, verkeersplannen, onveiligheid op straat en ongezonde leefomstandigheden. Opbouwwerkers weten maar al te goed hoe het altijd schipperen was tussen de rol van verlengstuk van de gemeente en de rol van bondgenoot van activistische bewoners. Niets werkt zo verbindend in een buurt of een stad als het gezamenlijke verzet tegen plannen van het stadsbestuur. Kenmerkend voor een moderne lokale beweging is dat ze zichzelf opwerpt als producent of coproducent van de stad. Kijk naar de opkomst van stadslabs, netwerken voor een duurzame stad, initiatieven voor tijdelijk gebruik en zelfbenoemde gebiedsregisseurs. Politiek en stadsbestuur kunnen zich daarbij aansluiten maar het initiatief niet monopoliseren. Het stadsinitiatief Singelpark Leiden (achttien kilometer aaneengesloten park realiseren) is daarvan een goed voorbeeld. Begonnen als de droom van een individu – de betrokken stadsbewoner en communicatieadviseur Jeroen M ­ aters – met een goed netwerk in de stad. Burgemeester Henri Lenferink heeft het idee gelijk zonder reserves omarmd. Stap voor stap is het uitgegroeid tot een stadsinitiatief waar de gemeenteraad zich ten volle achter stelt. In samenspraak tussen stadsbestuur en initiatiefnemers werd een ontwerpwedstrijd onder zes bureaus uitgeschreven en de bevolking werd gemobiliseerd om die plannen te beoordelen. De gemeente huurde vervolgens de twee winnende bureaus in. Toen de

15


Ruimtevolk Jaarboek 2013

financiering rond moest worden gemaakt, nam het stads­bestuur wat gas terug vanwege de kosten van het beheer. De initiatiefnemers rekenden fijntjes voor dat de gemeente 375.000 euro per jaar bespaart op de­inzet van ambtenaren door hun vrijwilligerswerk en crowdfunding. De gemeenteraad kregen ze mee.

Wisselwerking Dit proces van haasje-over spelen tussen overheid en lokaal initiatief en de dans rond de financiering zal de komende jaren ongetwijfeld tot wrijvingen en teleurstellingen leiden, maar daar wordt iedereen alleen maar wijzer van omdat er al iets stevigs is opgebouwd. Het is vooral de kwaliteit van de wisselwerking tussen lokale initiatieven en stadsbestuur die het ‘m doet. Die kwaliteit bestaat uit drie bouwstenen: intensiteit van de relaties (men zoekt elkaar op en denkt met elkaar mee, er ontstaat vertrouwdheid met elkaar, er wordt continu haasjeover gespeeld), wederkerigheid (men gunt de ander ruimte, men heeft elkaar wat te bieden) en waarachtigheid (er worden geen spelletjes gespeeld en de confrontatie wordt niet geschuwd).

Genezen van indeleritis Wat ik hierboven heb betoogd, is dat het nieuwe sociaal kapitaal in meerdere betekenissen grensoverschrijdend is. Het komt tot stand waar mensen zich bewegen tussen meerdere netwerken of lichte gemeenschappen, zowel op­ buurt- als stadsniveau. En er is sprake van continue wisselwerking en coproductie tussen lokale initiatieven, ontwerpers en instituties. Het nieuwe sociaal ­kapitaal ontstaat waar werelden zich vermengen, nieuwe verbindingen ontstaan en initiatieven niet meer keurig zijn in te delen naar domeinen als overheid, markt en burger. Daar past een improviserende overheid bij, die e ­ xperimenteert met lichte vormen van regie: soepel heen en weer bewegen tussen ruimte geven en grenzen trekken, meedoen en op de achtergrond ­blijven, duwtjes in de rug geven en haasje-over spelen. Dat is een lastige boodschap voor de vele professionals, onderzoekers en opiniemakers die lijden aan de ziekte ‘indeleritis’. Daarmee doel ik op de dwangmatige behoefte om alle initiatieven terug te brengen tot statische tweedelingen en of-of-redeneringen: is hier de samenleving echt aan zet of zit de overheid er toch achter, is dit burgerinitiatief wel van gewone burgers of van een elite, is dit de bureaucratische overheid of de faciliterende overheid, is dit wijkniveau of stedelijk niveau, bepalen bewoners hier de kwaliteit of de ontwerper? Deze neiging om de wereld helder af te bakenen, is het zand in de machine van sociaal kapitaal. Het miskent de mooie dynamiek die al bestaat in het publieke domein en blijft hangen in theoretische noties over burgerinitiatief en overheidsrollen.

Schakelen en vervlechten Voor ruimtelijke professionals die deel willen en kunnen uitmaken van het nieuwe sociaal kapitaal, die kunnen schakelen tussen placemaking en stadsontwikkeling en die om kunnen gaan met de vervlechting tussen burgerinitiatief en overheidsoptreden in het publieke domein ligt er een mooie toekomst. Ruim-

16


Benut sociaal kapitaal, genees van de indeleritis

telijke professionals zullen meer gevoel moeten krijgen voor de impact van een krachtig sociaal netwerk voor de ontwikkeling van de stad. Laten we in ieder geval afspreken om het begrip ‘stedelijk weefsel’ vooral te gebruiken in de betekenis van het sociaal kapitaal en de sociale veerkracht van de stad. Dat doet recht aan het niet te onderschatten belang van dit oude en nieuwe kapitaal. Frans Soeterbroek is socioloog en bestuurlijk adviseur. Met zijn bureau De Ruimtemaker bouwt hij mee aan coalities in de wereld van ruimte en infrastructuur en ondersteunt hij overheden bij het ontwikkelen van een bestuursstijl die hij 'sturen met lichtheid' noemt. Via zijn blog publiceert hij regelmatig over sturingsvraagstukken in het ruimtelijk domein. · frans@deruimtemaker.nl · www.deruimtemaker.nl · @ruimtemaker

17


Ruimtevolk Jaarboek 2013

Andries Middag Anton Rensink Barry Hol Carol Hol Carolien Ligtenberg Caroline Vrauwdeunt Coert Zachariasse Danielle Damoiseaux Donica Buisman Dries Drogendijk Errik Buursink Frans Soeterbroek Geert de Pauw Govert Derix Hanneke Schreuders Huub Kloosterman

Jan Jonker Jan Provoost Judith Lekkerkerker Lisa de Visser Maarten van der Velde Marcel Tankink Marten Bolt Martha van Biene Martien Kromwijk Martijn de Waal Martijn Mulder Martin van der Maas Matthijs Bouw Michiel de Lange Olga Dospekhova Oswald Devisch

Paul de Bruijn Paula Kemp Remko Cremers Rik ten Broek Roeland Kreeft Roland Oude Ophuis Roy van Dalm Rutger Oolbekkink Sabrina Lindemann Sander van Lent Sjors de Vries Tabo Goudswaard Theo Adema Veroniek Bezemer Victor Yuliev Wouter Vanstiphout

Nieuw kapitaal | RUIMTEVOLK Jaarboek 2013  
Nieuw kapitaal | RUIMTEVOLK Jaarboek 2013  

Nieuw Kapitaal RUIMTEVOLK Jaarboek 2013 Paperback, 200 pagina's, 17 x 24 cm, Nederlands ISBN 978-90-819612-1-9 Met bijdragen van: Andries M...

Advertisement