Page 1

Binnenstedelijk bouwen is nodig om onze steden vitaal te houden, het landschap te sparen en tegelijkertijd helpt het om onze ambities van duurzaamheid te verwezenlijken. De mooie afwisseling tussen natuur en bebouwing die Nederland zo kenmerkt dreigt met toenemende bebouwing van de buitengebieden te verdwijnen. Tegelijkertijd kent ons land ook een traditie wat betreft bouwen in het bestaand gebied. Het is nu tijd om de focus van de ruimtelijke ordening opnieuw te richten, kennis te actualiseren en deze traditie van een nieuw elan te voorzien. Het gemiddelde percentage binnenstedelijke bouw kan omhoog. Compact bouwen biedt bovendien kansen om de bestaande kwaliteiten van de stad verder uit te bouwen. Daar, in de stad, kunnen we volop profiteren van bestaande voorzieningen en infrastructuur. In opdracht van het College van Rijksadviseurs (CRA) toont de werkgroep Binnenstedelijk Bouwen in deze publicatie niet alleen de urgentie, maar ook de kansen, mogelijkheden en voordelen van compact bouwen. Dit team van experts laat tal van goede voorbeelden zien, reikt verschillende inspirerende ontwerprecepten aan en doet aanbevelingen op het gebied van kennisuitwisseling, benadering en regelgeving. Gemeenten, provincies en Rijk worden opgeroepen om meer prioriteit te geven aan binnenstedelijk bouwen. Compact gebouwde, ruimtelijk rijke steden zorgen voor sprankelende verschillen tussen stad en land.

329 HET VERHAAL SAMENGEVAT

In woord en beeld


330 Samenvatting Prachtig Compact NL Het rapport Prachtig compact NL is in opdracht van het CRA opgesteld door de werkgroep Binnenstedelijk Bouwen, bestaande uit deskundigen op dit gebied, waaronder prof. ir. Rudy Uytenhaak (praktijkhoogleraar Woningbouw TU Delft Faculteit Bouwkunde/Rudy Uytenhaak Architectenbureau), ir. Charlotte ten Dijke en ir. Bart Mispelblom Beyer Tangram Architectuur en Stedelijk Landschap), drs. Remco Daalder (stadsecoloog Amsterdam), met medewerking van onder meer ir. Saskia Oranje (Rudy Uytenhaak Architectenbureau), Nina Rickert (Tangram Architectuur en Stedelijk Landschap), drs. Allard Jolles (Atelier Rijksbouwmeester) en drs. Else Wissink (Else.com). Deze studie is verricht naar aanleiding van de vraag van de minister van VROM aan het College van Rijksadviseurs (CRA): op welke wijze kunnen nieuwe woningtypologieën en het stedenbouwkundig ontwerp voor binnenstedelijk bouwen bijdragen aan zowel de fysieke bouwopgave als de versterking van ruimtelijke kwaliteit in de stad? Het rapport bestaat uit drie delen en wordt ingeleid met een voorwoord van de werkgroep, gevolgd door het advies van het CRA. De studie van de werkgroep begint met een leeswijzer en bestaat uit zes hoofdstukken, waarin de aanleiding, de urgentie, de kansen, de aanpak, ontwerprecepten en aanbevelingen aan bod komen. Aansluitend is het verslag van één van de rondetafelgesprekken, gehouden naar aanleiding van het verschijnen van Prachtig Compact NL. Deel 1: visie in januari 2010, opgenomen. Bij deze studie hoort een onderbouwing, die terug te vinden is in een ‘kenniskatern’ (deel 2) en een aanzet voor de projectmatrix: een staalkaart van goede voorbeelden, met de analyse van 45 voorbeeldprojecten in deel 3.

HET VERHAAL SAMENGEVAT

De studie van de werkgroep Binnenstedelijk bouwen Prachtig compact NL is een pleidooi voor het op een succesvolle manier meer bouwen in bestaand gebouwd gebied. Dit is een studie die gaat over kansen en mogelijkheden. De urgentie is duidelijk: om de schoonheid van Nederland te bewaken is het van het grootste belang dat het landschap niet verder wordt volgebouwd. Niet meer bouwen is geen optie; het bevolkingsaantal in ons land groeit voorlopig nog wel even door. Het is dus nodig om te bouwen in bestaand gebied. Verdichten is dringend. Daarbij kan in sommige gebieden zeker meer dan de beoogde 40% behaald worden. Niet overal, want het is en blijft maatwerk. Maar als het kan, hoe moet dat dan? En waar? Nederland lijkt al zo vol! Dat lijkt, want er is nog genoeg ruimte te vinden om te verdichten; overal zijn wel oude bedrijventerreinen, leegstaande panden, restruimten langs infrastructuur of extensief gebruikte terreinen opnieuw te bestemmen. Niet alleen in de stad, maar juist ook in stadse dorpen en dorpse steden. De angst dat verdichten leidt tot onleefbare massa’s steen is ongegrond; verdichten staat niet synoniem aan het klakkeloos neerplanten van hoogbouw, maar kan op een mooie en doordachte wijze gebeuren. Sterker nog, de voordelen van binnenstedelijk bouwen zijn legio. Een grotere nadruk op de binnenstedelijke opgave helpt niet alleen om bestaand groen en bestaand onbebouwd gebied te vrijwaren en daarmee de groene en landschappelijke kwaliteiten rond de steden te versterken en recreatieve mogelijkheden te vergroten, maar houdt ook de leefbaarheid van onze steden op peil. Bewoners kunnen optimaal profiteren van de nabijheid van reeds bestaande kwaliteiten en voorzieningen. Het autoverkeer wordt daarmee teruggedrongen en de fietsmobiliteit en het OV gebruik worden bevorderd. Daarbij is verdichten een uitgelezen kans om historische structuren te herstellen en kan het de economie versterken. In deze studie wordt verdichten op een intelligente manier benaderd. Uitgangspunt is dat ruimtelijke kwaliteit, stedelijk cultuur en structuur onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, waardoor kwaliteiten kunnen worden toegevoegd. Deze lagenbenadering is essentieel voor succesvol verdichten.Talrijke voorbeelden laten daarbij zien

HET VERHAAL SAMENGEVAT

dat verdichten niets nieuws is, maar al een lang bestaande (Nederlandse) traditie. Bij zorgvuldig verdichten spelen niet alleen zaken als de kwaliteit van de openbare ruimte en het doordacht mengen van functies maar ook de aandacht voor het groen een grote rol. Het is een misverstand dat verdichten leidt tot het opofferen van het laatste buurtparkje. Succesvol verdichten betekent juist ruimte voor groen. De thematiek van binnenstedelijk bouwen gaat verder dan alleen het ruimtelijk niveau. Er moeten grotere verbanden worden gelegd, in de studie wordt dan ook bewust de uitstap gemaakt naar bestuur en grondbeleid. Om verdichten mogelijk te maken is een beleid dat daadwerkelijk organiseert en realiseert en leidt tot aantrekkelijke resultaten op alle schaalniveaus essentieel. Over hoe dat beleid vormgegeven zou kunnen worden, wordt een handreiking gedaan in de vorm van een model plan van aanpak, wordt een projectmatrix als staalkaart van goede voorbeelden geïntroduceerd en zijn aanbevelingen voor centrale overheid, provincies en gemeenten op het gebied van kennisuitwisseling, visie, benadering, regelgeving en ruimtestrategie opgesteld. Zo kan de Rijksoverheid een belangrijke stimulerende en ondersteunende rol in de thematiek vervullen, door bijvoorbeeld het oprichten van een kenniscentrum en het maken van een totaalplan waaraan gemeentelijke plannen kunnen worden getoetst. Volgens de visie van de werkgroep krijgt een cultuur van ontwerpen kracht door een gemeenschappelijke taal die het mogelijk maakt kennis, ervaring en motieven uit te wisselen. Gemeentes moeten daarbij over de gemeentegrenzen heenkijken en het planproces vereenvoudigen. Bouwen in de wei is immers nog steeds te makkelijk en goedkoop. Het instellen van passende regelgeving en een integrale benadering zijn dus van groot belang. Om zorgvuldig te kunnen verdichten is vakmanschap onontbeerlijk.Tijdens het samenstellen van deze studie viel een element direct op: aan de ontwerpende disciplines lijkt het aan niets te ontbreken om bouwen in bestaand gebied tot een succes te maken. Diverse bureaus hebben al veel ontwerpexpertise in huis met betrekking tot het intensiveren van de stad en er zijn reeds talrijke goede gebouwde voorbeelden voorhanden.

331

Met extra aandacht voor en kennis van onderwerpen als daglicht, oriëntatie, ontsluiting, privacy, uitzicht, comfort en allure, kan een goed ontwerp de dichtheid van het stedelijke weefsel compenseren. Eventuele negatieve ruimtelijke effecten van verdichtingsprojecten zijn altijd oplosbaar. Daarbij: niet alles hoeft opnieuw uitgevonden te worden, want veel van deze kennis is al aanwezig in onze huidige leefomgeving en bijvoorbeeld te zien in de variatie en de subtiele overgangen van buiten naar binnen in onze historische binnensteden. Er zijn 36 ontwerprecepten op een rij gezet die principes aanreiken die van belang zijn bij een intensivering van het gebouwde weefsel. Deze tips hebben ook betrekking op de verschillende facetten van het ontwerp: op de strategieën om het ontwerp tot stand te brengen en op de concepten die het ruimtelijk ontwerp zijn vorm geeft. Aparte aandacht is er voor de relatie van bebouwing en natuur in deze context de onmisbare interactie van de stedeling met de natuur. Naar aanleiding van het verschijnen van het eerste deel (de visie) in januari 2010 is een aantal rondetafelgesprekken georganiseerd, met naast de Rijksbouwmeester, medewerkers van het ministerie van VROM en leden van de werkgroep enkele belangrijke spelers uit de wereld van plannen en bouwen, economie en politiek. Om de beoogde breedte van het onderwerp te agenderen, is het verslag van één van deze bijeenkomsten opgenomen achter het eerste deel. Deel 2 en deel 3 vormen het fundament onder de redeneerlijnen en de urgentie. Deel 2,‘Opmaat naar een kenniscentrum’, is bedoeld als groeidocument waarin, gegroepeerd in acht thema’s, cijfers en feiten, essays en suggesties voor vervolgonderzoek zijn ondergebracht. Deel 3 omvat voorbeeldprojecten en een aanzet voor een projectmatrix als staalkaart van goede voorbeelden. In dit deel zijn 45 werken geanalyseerd langs een vaste lijst van criteria en vervolgens in de matrix gerangschikt naar mate van stedelijkheid op de ene as, en naar thema op de andere as. Op ieder kruispunt in de matrix is plaats voor meerdere projecten. Zo kunnen we samen op weg naar een Prachtig Compact Nederland.


332

HET VERHAAL SAMENGEVAT

Afwisseling maakt Nederland zo mooi Advies van het CRA Het CRA vraagt aandacht voor de volgende punten uit het rapport: • Binnenstedelijk bouwen verdient een duidelijke regie. • Binnenstedelijk bouwen vraagt om een inspanningsverplichting van alle partijen in de bouwkolom. • Binnenstedelijk bouwen is een opgave voor infrastructuur, herbestemming en groen in de stad. • Een belangrijk aandachtspunt is dat we de stad aantrekkelijk maken voor diverse bevolkingsgroepen. • De verdichtingsopgave vraagt om maatwerk. • Binnenstedelijk bouwen mag nooit een doel op zich worden; het moet, met goed ontwerpend onderzoek vooraf naar potentiĂŤle locaties en ruimtelijke kwaliteit, het bestaande ten goede komen. • Het rijk moet gebruik maken van haar instrumentarium om met diverse overheden concrete werkafspraken te maken over de verdichtingopgave. • Naast een actieve regierol van de overheid is aandacht voor de ďŹ nancieringsmethodiek van projectontwikkeling van belang. • Binnenstedelijk bouwen vraagt om maatwerk.

En nu? Prachtig Compact NL laat zien dat met nieuwe typologieÍn een intelligente vertaling van de verdichtingsopgave mogelijk is. Daarnaast constateert het CRA, op basis van verschillende al gerealiseerde praktijkvoorbeelden, dat het ontwerp zeer wel in staat is deze opgave goed vorm te geven. Afhankelijk van de (ruimtelijke) context en de bestaande kwaliteiten zal op de ene plek meer mogelijk zijn dan op de andere, maar het CRA is er van overtuigd dat over het geheel een aanzienlijke verhoging van het huidige percentage van 40% absoluut tot de mogelijkheden behoort. Om de opgave en de mogelijkheden zo scherp mogelijk te krijgen is aanvullend onderzoek naar woonwensen, bevolkingssamenstelling en verhuisbewegingen noodzakelijk. Dergelijke inzichten zijn essentieel om binnenstedelijk bouwen goed te kunnen accommoderen. Het CRA zal daarom het initiatief nemen tot het uitvoeren van een goed kwalitatief onderzoek naar bovenstaande kaders. Het is tijd voor een bredere vertaling en het wegnemen van de obstakels – in middelen en regels – die een intelligente verdichting van het bestaand bebouwd gebied in de weg staan. Rijksoverheid, geef verder vorm aan de ambitie, werk verder aan een andere manier van denken en kom samen met gemeenten en provincies tot een inspanningsverplichting waarmee we de kansen die binnenstedelijk bouwen biedt ook daadwerkelijk kunnen realiseren.

1

*(0((17(;

*(0((17(<

*(0((17(=

De mooie afwisseling van bebouwing en natuur, dat is de schoonheid van Nederland. Het percentage bebouwd gebied is de afgelopen eeuw explosief gestegen, van 1% naar 15%.

Opgave: + 500.000 woningen tot 2040 2

Het regeringsbeleid voorziet nog een stevige woningbouwopgave tot 2040: 500.000 woningen in de Randstad. De schoonheid van Nederland staat daarmee onder druk.

"

0Ă°

Pas op: het landschap niet verder volbouwen 3

Om de smakelijke verschillen te behouden is verdichten het devies! Compact wonen is geen synoniem voor hoogbouw, er is een rijk scala aan andere oplossingen.

Kans: nu kunnen we het verschil maken!

4

In het bestaand bebouwd gebied zijn nog legio mogelijkheden om te bouwen. Niet alleen in grote steden, juist ook in kleinere steden en dorpen. Die kansen moeten we nu gaan benutten!

Rijk: maak de opgave speciďŹ ek per regio en gemeente 5













Het Rijk moet ervoor zorgen dat elke gemeente een ruimte-strategie kan opstellen. Niet alleen de afstemming, toetsing en het faciliteren is een centrale taak, maar ook de inspiratie!

Gemeenten: regisseer op karakter om ďŹ jn te wonen! 6

$

%

&

'

Door de hoeveelheid te bouwen woningen te koppelen aan de verschillende leefkwaliteiten, regisseer je mooie contrasten. Zodat iedereen een eigen plek kan vinden om ďŹ jn te wonen!

http://www.uytenhaak.nl/05_communicatie/01_publicaties/Samenvatting%20PCNL  

http://www.uytenhaak.nl/05_communicatie/01_publicaties/Samenvatting%20PCNL.pdf

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you