Page 1

ArchitectuurActueel

Special over het CarrĂŠ in Delfgauw

Teodor Sumarokov - Fanbian van Aerschot - Ruben Smits - JĂśrgen van den Broek - Piet Hein Hoeksma - Alpha Gamma Module 2008/2009 1300563 1312006 1320106 1328484 1279645 Docent: Laura Stevens


3 Interview, Met Meike en Ruud 4 Zoektermen 5 Betrokken Actoren 6 Overlappende Belangen, Doelen en Middelen 7 Onderzoeksvraag 8 Onderzoeksafbakening 8 Interview, Met mevrouw de Vries 9 Belangen, Doelen en Middelen 11 Duurzaamheidbelangen 13 Interview, Met Peter de Lange 13 Interview, Met Lenny Putman 15 Actorenweb 16 Debat

2

17 Centraal Concept 18 Varianten en Alternatieven 21 Beoordelingscriteria 23 Geschiedenis 25 Effecten op de ruimte 27 Effecten op de tijd 28 Stellingen 33 Essays

Archtitectuur Actueel, Sept. 2008


Betere materiaalkeuze, dus niet zoveel beton, want beton ademt niet. Hout was wat dat betreft beter geweest. Niet alleen warm wateropwekking door de zon, maar ook stroomopwekking door de zon zou goed zijn!

opdracht 2.5

Interview met Meike en Ruud (bewoners van het Carré)

- Zijn er nog gedragsregels opgelegd door vereniging Ecodorp/rondom wonen? Dat was alleen bij de selectieprocedure. Nu doet iedereen lekker zelf waar hij/zij zin in heeft. Alleen verbouwen van het huis mag niet doordat het huurwoningen zijn. Tenzij je het weer in dezelfde staat terugbrengt als je eruit gaat. - Wie financiert het gemeenschapshuis? Wij zelf. Maar we weten nog niet 100% zeker of hij er nu komt, want je hebt hier 49 meningen, en de een wil wel meebetalen en de ander niet. Splinter ontwerpt het niet.

- Hoe lang wonen jullie hier al? Wij wonen hier al 5,5 jaar. Vanaf het begin. - Hoe ging de selectieprocedure? Dat was bij de vereniging Ecodorp. Zij kozen bewoners uit voor het Carré. Wij waren geen lid van de vereniging Ecodorp, maar wij kwamen via via met hun in contact over dit woningbouwproject. Wij waren niet gelijk heel enthousiast hierover, maar dat kwam omdat het toen we moesten beslissen nog een bouwput was. Heel de wijk was toen nog een bouwput. - Hoe woonden jullie hiervoor? Ruud woonde hiervoor in een woongemeenschap. Woongemeenschap ecolonie in de Vogezen in Frankrijk. Dit is een bijna zelfvoorzienende woon- & werkgemeenschap. Meike woonde anderhalf jaar met Ruud in die woongemeenschap in Frankrijk, daar hebben zij elkaar ontmoet met vrijwilligerswerk. Daarvoor woonde zij nog bij haar ouders.

- Willen jullie hier nog lang blijven? Nee, wij zijn op zoek naar iets anders, wij willen namelijk liever een koophuis, waar wij zelf dingen kunnen veranderen. Ruud wil bijvoorbeeld het toilet laten spoelen met regenwater, maar dit mag niet van de woningbouwcorporatie omdat het een huurhuis is. En wij gaan graag nog terug naar Frankrijk. - Hoe is het contact met Emerald? Eigenlijk hebben wij daar weinig tot geen contact mee, grotendeels ook omdat wij geen kinderen hebben. De enige keer wanneer we contact hadden met ze, was tijdens het protest tegen het bedrijventerrein dat er tussen emerald en de A13 komt te liggen.

(bron: http://ecolonie.org/eco/en/community/index.php, +/-)

- Ventilatiesysteem? Energietechnisch gezien werkt het ventilatiesysteem heel goed, want het scheelt een hoop in energieverbruik, maar hij maakt te veel herrie, waardoor je hem ‘s nachts lager zet, waardoor je eigenlijk te weinig verse lucht krijgt. Wij klagen hier dan ook 1 keer in de 2 maanden over bij de bijeenkomst met rondom wonen. -Wat doet u allemaal om duurzaam te leven? Wij hebben geen droger, geen afwasmachine, groene stroom, ledlampen ipv gloeilampen, biologisch eten, bio-kleding, bio-schoonmaakmiddelen, groene bankrekening, wel een auto (op benzine). We zijn vegetarisch en gebruiken net als de anderen in het Carré geen gas. In de zomer werkt de vloer als koeling, in de winter als vloerverwarming, ideaal. - Wat had er volgens u nog beter (duurzamer) gekund in het Carré? In een groen gebied, niet langs de A13 dus.

Carre-Special

3


opdracht 1.1

Zoektermen

Vereniging ecodorp

Het Carré

uitvoerder vestia ceres woningbouw

gemeenschap

rondom wonen

emerald

architect jan splinter

Sociale huurwoning

gemeenschapszin

vrienden van carré

delfgauw

Stedebouwkundige Plein 11

Duurzaam Bouwen

Zelfwerkzaamheid

Bewoners

Pijnacker-Nootdorp

Ministerie van VROM

Toekomstige Bewoners Sociale Duurzaamheid

vereniging het carré

Duinkolonie

Peter Barendse

interculturele wijkopbouw

aannemer bouwcombinatie delfgauw

ecologie

woongroep

4

Archtitectuur CarreActueel, - Special Sept. 2008


opdracht 1.2 , 2.1

Betrokken actoren Bij de totstandkoming en uitvoering van een bouwproject zijn verschillende actoren betrokken. Deze actoren hebben allemaal verschillende taken, doelstellingen en belangen. Deze actoren zijn in te delen in verschillende categorieën: A, Producent B, Gebruiker C, regelgever D, Adviseur De actoren die bij dit onderzoek meespelen zijn: A, Producenten: Aannemer, Bouwconstructie Delfgauw. B, Gebruikers: Bewoners van Carré, Bewoners van de wijk Emerald, vrienden van Carré. C, Regelgevers: Stichting Rondom Wonen, Gemeente Pijnacker-Nootdorp, Vestia-Ceres D, Adviseurs: Architecten Bureau Splinter, Vereniging Ecodorp Aannemer, Bouwcombinatie Delfgauw De uitvoering van het gehele Emerald gebied is en handen van de bouwcombinatie Delfgauw. Deze bestaat uit Dura Vermeer, BAM, Wilma Bouw, HBG Woningbouw en Boele & van Eesteren. De uitvoering van het bouwblok Carré is door BAM woningbouw uitgevoerd. Aannemer, Bouwcombinatie Delfgauw De uitvoering van het gehele Emerald gebied is en handen van de bouwcombinatie Delfgauw. Deze bestaat uit Dura Vermeer, BAM, Wilma Bouw, HBG Woningbouw en Boele & van Eesteren. De uitvoering van het bouwblok Carré is door BAM woningbouw uitgevoerd. Vrienden van Carré Er is een kring ‘Vrienden van Carré’, bestaande uit belangstellenden die worden betrokken bij de activiteiten in het Carré. Zij werken niet met een wachtlijst, als er een huis vrij komt wordt er binnen de groep ‘Vrienden van Carré’ gekeken naar eventuele kandidaten. (bron: http://www.Carré.Ecodorp.nl/vrienden.htm, +/-)

Bewoners van Carré De bewoners van het Carré zijn stuk voor stuk lid van Vereniging Ecodorp. De Vereniging Ecodorp is op zoek naar een plek om te wonen die past bij hun ideologie, een groot Ecodorp in Nederland. De huidige bewoners van het Carré zagen in dit project de mogelijkheid om te wonen binnen hun ideologie en zo is het Carré het eerst gerealiseerde Ecodorp geworden. Het bouwblok Carré is in 2003 opgeleverd. Er wonen nu 40 volwassenen en 70 kinderen in het blok. Contactpersoon van het Carré bouwblok is Salima Boers. (bron: http://www.omslag.nl/wonen/Ecodorpen.html#Carré, +/-, http://www.haagsmilieucentrum.nl/branding/uitgaven/april-mei2004.htm#hetc, +/-)

Bewoners wijk Emerald De bewoners van de wijk Emerald, waar het Carré deel van uitmaakt, wonen in een groen gebied in de Randstad. De wijk met haar bewoners is erop gericht een groene wijk te zijn, waar net als bij het Carré met het groen samen wordt geleefd. Het voornaamste verschil met het Carré is dat Emerald gebaseerd is op reeds bestaande VINEX-wijken, waardoor het leven in en met een groep niet echt aan de orde is. Er is een enkele keer frictie met het Carré, bijvoorbeeld wanneer mensen uit Emerald het Carré willen bezoeken. Het is openbaar terrein, maar de mensen van het Carré vinden dat de binnenplaats hún binnenplaats is.

Gemeente Pijnacker-Nootdorp De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft een inwonersaantal van 45.000 inwoners en is gelegen in de provincie Zuid-Holland. Bij de bouw van het Carré heeft de gemeente nadruk gelegd op het belang van duurzaamheid in nieuwbouw. De gemeente heeft al eerder het belang van duurzaam bouwen benadrukt in een ander project. Dit project, genaamd ‘Tolhek’ ging over de bouw van 1250 woningen. Dit geeft hun intentie voor duurzaam bouwen aan. De Partij van de Arbeid in Pijnacker-Nootdorp heeft in hun partijprogramma ook extra aandacht besteed aan duurzame uitbreidingswijken. De gemeente heeft dus een stimulerende functie gehad in het bouwen van het Carré. (bron: http://www.pijnacker-nootdorp.nl/pitweb/Index.htm, ++ http://www.pvda-pijnacker-nootdorp.nl/programma. php4?programid=38&hoofdstuk=11, +/-)

Vestia-Ceres Vestia biedt woonservice aan de bewoners van circa 72.000 woningen in Haaglanden, Rotterdam en in diverse plaatsen in het midden van het land. De woningen zijn verdeeld over de lokale corporaties, die werken in hun eigen wijken en buurten. Het Carré is ontwikkeld door woningbouwcorporatie Vestia-Ceres en later overgedragen aan Stichting

Carre-Special

5


Rondom Wonen (de lokale ‘corporatie’ van Pijnacker Nootdorp). Ceres projecten is de ontwikkelaar van Vestia (woningbouwcorporatie) in de regio Haaglanden. Ceres projecten Rijswijk geeft initiatief, is projectmanager en ontwikkeling. De heer Barendse is de projectleider van Ceres.

(bron: http://Carré.Ecodorp.nl/15-5-2007_de_uitspraak_april-2007-Carré.pdf, ++, http://www.vestia.nl/index_site.asp?doc_id=11415, +)

Rondom Wonen ‘Rondom Wonen’ te Pijnacker-Nootdorp is een woningcorporatie, die extra goedkope huurwoningen heeft gerealiseerd op het complex ‘het Carré’, in de Vinexlocatie Emerald in Delfgauw. Woningbouwcorporatie Rondom Wonen is samen met woningbouwcorporatie Vestia-Ceres met deze woningen aan de slag gegaan. Rondom Wonen heeft de Vereniging Ecodorp benaderd om kandidaten voor te dragen binnen de eisen en spelregels van de regionale woonruimteverdeling. Alleen leden van de Vereniging Ecodorp zijn voor een woning in aanmerking gekomen. Peter de Lange is de adjunct directeur van Rondom Wonen. Rondom Wonen is opdrachtgever van de woningen, zij hebben nu ook nog steeds de woningen in beheer.

(bron: http://www.rondomwonen.nl/site/loader/loader.aspx?DOCUMENTID=5fb665e71a05-4ed8-a93e-1c731d3dd51e, +/-)

Vereniging Ecodorp Het hoofddoel van de Vereniging Ecodorp is het realiseren van een woon- leef- en werkgemeenschap van ongeveer 100 inwoners. In dit Ecodorp staan gemeenschapszin, ecologie en spiritualiteit centraal. Hierbij hanteert de vereniging een aantal uitgangspunten waarin harmonie met de natuurlijke omgeving, inspiratie en bewustwording belangrijke punten zijn. Vereniging Ecodorp is benaderd door de woningcoöperatie ‘Rondom Wonen’ met de vraag of leden van de vereniging interesse hadden om te gaan wonen in het bouwblok Carré. Het wonen in dit blok past bij de ideologie van de vereniging. Tot nu toe heeft de vereniging een rol gespeeld in 3 projecten, waaronder het Carré. (bron: http://www.Ecodorp.nl/welkom/index.php?hoofd_id=6, +)

Architectenbureau Splinter Het architectenbureau Splinter is de architect van het Carré. Het bureau is opgericht in 1983 en heeft sindsdien een groot aantal projecten gerealiseerd waaronder het Carré. Mede door het milieubewuste ontwerp van dit bureau is het woningenblok Carré nu een duurzaam geheel. Het bureau noemt dit project zelf ook een voorbeeldproject. Dit bureau heeft in ons onderzoek een belangrijke plek omdat de architect de vorm van het Carré heeft bepaald en, daarmee, ook het naar binnen gekeerde karakter ervan. (bron: http://www.splinterarchitecten.nl/index2.html, +/-)

opdracht 1.2

overlappende belangen doelen en middelen Toen er begonnen werd met het idee van een ecologisch dorp, wat uiteindelijk het Carré is geworden, kwamen voor- en tegenstanders vrijwel direct met elkaar in conclaaf. Een aannemer wil zo goedkoop en zo snel mogelijk een complex neer kunnen zetten zonder dat hij te maken krijgt met al te grote vernieuwingen die heel veel tijd en (vooral) geld kosten. De architect daarentegen wilde dit project duurzaam en daarbij ook nauwkeurig uitvoeren. Hij heeft natuurlijk andere belangen bij het gebouw dan dat de aannemer. Ook de woningbouwcorporatie ‘Rondom Wonen’ had deze belangen, zij willen woningen kunnen aanbieden aan lagere inkomens. Bij dit project

6

in het bijzonder hebben zij het belangrijk gevonden om een duurzame woningbouw te realiseren. Het is niet voor niets dat zij ‘Vereniging Ecodorp’ benaderden om samen met hen een groep bewoners te zoeken die zouden gaan leven volgens bepaalde ‘spelregels’. Dit om het idee van energiezuinig leven zo goed mogelijk uit te dragen. Doordat dit project voor veel mensen een voorbeeld is geweest, is het vaak in het nieuws gekomen. Dit is ook van positieve invloed geweest voor de aannemer zelf. Aangezien duurzaamheid en de ontwikkelingen in het milieu tegenwoordig ook steeds hoger op de agenda staan, zijn alle positieve uitdragers van dit gevecht tegen vervuiling en de,

Carre - Special


op langere termijn wellicht ondergang van onze planeet, positief te ontvangen. De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft eveneens een positief belang bij de bouw van dit project. Wanneer een gemeente positief in het nieuws komt, zal zich dit uiteindelijk terugbetalen in de vorm van meer positieve media-aandacht. Hiermee samenhangend is het dan ook aannemelijk dat er nieuwe projecten gestart zullen worden (zeer waarschijnlijk ook binnen de gemeente). Aan de andere kant moet de gemeente deze sociale huurwoningen ook gaan financieren, want de kosten voor de bouw van deze woningen zijn heel groot, terwijl de inkomsten een stuk lager uit zullen vallen dan normaliter het geval zou zijn bij dit soort woningen. De bewoners van het bouwblok (Carré) hebben als belang dat ze fijn kunnen leven in deze woningen. Aangezien zij speciaal geselecteerd zijn door Vereniging Ecodorp weten ze welke consequenties verbonden zullen zijn aan het wonen in het Carré. De duurzame wetten zullen zij dan waarschijnlijk ook toejuichen en zij

zullen weinig hinder ondervinden om met deze regels om te gaan. De bewoners van de gehele wijk Emerald hebben ook het belang om fijn te leven in deze wijk, maar hoeven dit niet per sé groen en duurzaam te doen. Daarom heb-ben deze twee actoren wel eens een conflict. Bijvoorbeeld wanneer mensen uit Emerald het Carré willen bezoeken. Het is openbaar terrein, maar de mensen van het Carré vinden dat de binnenplaats hún binnenplaats is. De bewoners van Carré zorgen zelf voor onder-houd, en beschouwen het binnenterrein dan ook veelal als hun private woongebied, terwijl dit in feite niet het geval is. Het belang van Ecodorp, ten slotte, is om buitenstaande mensen ervan bewust te maken dat duurzaam wonen belangrijk is voor Nederland en de wereld. Wanneer het Carré aantoont dat het inderdaad mogelijk is om (met een groep) energiezuiniger te leven, zal er meer geld vrijkomen voor nieuwe initiatieven. Dit zal zorgen voor meer bekendheid, en daarmee hopelijk voor een beter milieu.

opdracht 1.4

Onderzoeksvraag

Is de duurzaamheid van het bouwblok Carré in de wijk Emerald afhankelijk van het type mensen dat er woont, en in hoeverre is de Nederlander bereid te investeren in duurzame woningbouw?

ArchtitectuurActueel,Sept.2008

7


opdracht 1.5

Onderzoeks afbakening De nieuwe realiteit van de 21ste eeuw stelt vele globale vragen waarop de mensheid antwoorden zal moeten zoeken. Eén van de meest treffende vragen is: “Wat is een vreedzaam evenwicht tussen de mensen en haar belangen, en de biosfeer van de aarde?” Om een antwoord op deze vraag te geven is een van de daarop volgende problemen het efficiëntere energiegebruik. Op een globale schaal betekent dit probleem klimaatverandering en in de meeste Westerse landen komt er nog een probleem van enorme energietekorten en energieafhankelijkheid (stijgende prijzen!) bij. In Europa worden talloze pogingen gedaan om oplossingen te vinden. Eén van zulke experimenten in deze rij is het hier beschreven project ‘Carré’ in de wijk Emerald. Het is een “ecologisch en milieuvriendelijk bouwblok” dat op een zorgvuldige manier opgebouwd is in de gemeente Pijnacker-Nootdorp en door de enthousiaste “eco-bewuste” mensen wordt bewoond. ‘Het Carré’ bestaat uit 49 sociale huurwoningen -in Carrévorm- met een eigen binnenterrein. Het is een voorbeeldproject wat betreft milieuvriendelijke energietechnologie (zonnewarmte wordt ‘s zomers opgeslagen in de bodem, en ‘s winters gebruikt voor verwarming). De bijzondere gebouwen verdienen bijzondere bewoners, zo redeneerde de eigenaar (de lokale corporatie Rondom Wonen). Woningen worden uitsluitend ter beschikking gesteld op voordracht van de Vereniging. Op dit moment bevindt het project zich in een fase waarin men kan zeggen dat het is geslaagd. Het bouwblok is voltooid, het heeft een milieuvriendelijke structuur en het wordt succesvol bewoond door mensen die passen bij de vooraf gekozen ideeën. Maar de weg van een geslaagd experiment naar een revolutionaire ontdekking is lang, dus niet elke succesvolle precedent kan een wet worden. In dit onderzoek zal het bestaan van deze weg worden onderzocht. Er zal worden geanalyseerd tot op welk niveau dit experiment werkelijk doorgevoerd kan gaan worden. Er zijn twee duidelijke verschillen tussen het Carré-project en een normaal woningbouwproject in Nederland. Deze verschillen vinden plaats op sleutelfases van het project: “het ontstaan” en “het bestaan”. Wat betreft ‘ontstaan’: er is een fundamentele vraag gesteld of dit soort woningbouw rendabel is voor haar beleggers/financierders. Is het mogelijk om dit soort woningbouw voor hen te gaan exploiteren?

8

Maar het realiseren slechts de helft van dit bouwproject. De andere helft betreft het gebruik van het gebouw na de bouw. Is er vraag op grotere schaal om meer van dit soort bouwblokken (of woonwijken) te realiseren, waarbij bewoners niet noodzakelijk speciaal geselecteerd hoeven te worden? Met andere woorden: hoe groot is de afhankelijkheid van het succes van dit project van het type mensen dat daar woont? Het bestudeerde bouwblok wordt door een enthousiaste groep “groene” activisten bewoond maar het percentage van zulke type mensen in de hele bevolking van Nederland (en Europa) is waarschijnlijk vrij laag. Het is goed mogelijk dat de ecologische bewustheid van de Nederlanders zal stijgen door maatschappelijke maatregelen, in hoeverre dit het geval is, is nu niet geheel duidelijk. Met andere woorden, de problematiek ligt in de oppervlakte van de people-technology: in hoeverre draagt de Nederlander bij aan het slagen van het Carré, en is het mogelijk om dit moment minder milieubewuste mensen te leren? Hieruit volgt dat onderzocht zal worden wat de belangen zijn van de actoren met betrekking tot twee bovengenoemde fases. Het eerste deel van het onderzoek zal de invloed van de huidige bewoner van het Carré onderzocht worden. Daarna zal gekeken worden naar de haalbaarheid van dit project voor andere mensen en opdrachtgevers. (bron: www.innovatienetwerk.org/sitemanager/downloadattachment. php?id=1OnjIUDmY_aj2C_sXhG3Uh, ++)

opdracht 2.5

Interview met mevrouw De Vries (bewoner van het Carré)

- Hoe werkt de selectieprocedure bij de Vereniging Ecodorp? Toen was het inderdaad de Vereniging Ecodorp die de bewoners kozen, maar nu is dat Vereniging Carré geworden, dat zijn eigenlijk alle bewoners van het Carré, maar de een is actiever dan de ander als het gaat om een nieuwe bewoner. De Vereniging Ecodorp koos ons uit drie speerpunten uit: Spiritualiteit, gemeenschapszin en ecologie. Dat doen wij met Vereniging Ecodorp ook als er een huis vrij komt. - Hoe zit het met de gemeenschappelijke binnenruimte? Is dat openbaar of privé? Het was de bedoeling van de architect dat het openbaar zou worden, maar we zijn er nu mee bezig om er een echt privaat stuk van te maken alleen voor de bewoners van Carré. En dat is eigenlijk al gelukt. Eerst was het idee om er een kinderspeelplaats van te maken voor

Archtitectuur.Actueel,Sept.2008


kinderen van 0 tot 6 jaar. Maar nu is het idee om een gemeenschapshuis middenin te zetten, zodat we ook in de winter met zijn allen daar bij elkaar kunnen komen. Rondom Wonen financiert dit. - Hoe woonde u eerst? Ik woonde zelf eerst in een gewone eengezinswoning, maar de meeste mensen die hier nu wonen die woonden eerst in een commune, zoals de Osho commune of de Baghwan commune.

voor. Ik heb overigens wel twee auto’s. Een camper, een Renault-busje omgebouwd, en de andere auto ga ik weg doen. In het Carré gebeurt het vaak om samen een auto te kopen, het zogenaamde carpoolen.

- Hoe goed is uw band met het blok? Goed, wij houden vaak bijeenkomsten. Wij hebben iedere zondag een zondag-middag-thee-uurtje, zodat we iedereen wekelijks kunnen zien/ spreken. Wij organiseren workshops met elkaar, wij organiseren feesten met elkaar (daar worden de vrienden van Carré ook voor uitgenodigd) en een maandelijkse maandceremonie voor alleen vrouwen. Maar de band met het blok bestaat vooral uit de spontane ontmoetingen in onze gemeenschappelijke tuin. - Hoe goed is de relatie met de rest van Emerald? Op zich weinig problemen mee, maar ook weinig affectie mee. Af en toe komen er kinderen uit de buurt in onze tuin spelen. Dat vinden wij niet erg, maar dan horen we later dat die ouders hun kinderen niet durven ophalen, omdat zij denken dat iedereen naakt loopt in onze gemeenschappelijke tuin. Ze noemen ons ook wel het Hippie-dorp. Het wij-zij gevoel hebben we wel degelijk, maar er zijn nog nooit echte problemen geweest. - Wat is jullie relatie met de vrienden van Carré? De vrienden van Carré worden eigenlijk alleen met grote gelegenheden uitgenodigd, maar eigenlijk zijn zij vooral belangstellenden in de huizen, dus als er een woning vrij komt hebben we pas veel contact met deze vrienden van Carré. - Wat vindt u het minst comfortabel aan uw woning? Het ventilatiesysteem werkt niet goed. Dat is bij heel het blok zo, dat is het enige vervelende aan het huis. Er zijn nog wel een paar andere dingetjes die niet plezierig zijn; Weinig bergruimte, dat komt omdat die duurzame installaties zo ongelooflijk veel ruimte innemen. De A13 moet weg, en het bedrijventerrein dat tussen de A13 en het Carré inkomt mag er ook niet komen van ons. Maar ik mag niet zeuren, want het is voor een sociale huurwoning echt meer dan ik ooit verwacht had. En bovendien is het een heel comfortabele woning, we hebben zelfs vloerverwarming. - Wat doet u allemaal om duurzaam te leven? Ik ben van het type hergebruik, ik koop alleen maar recyclebare producten en 2e hands spulletjes. Het energieverbruik is ook daadwerkelijk een stuk minder dan in mijn vorige huis. Bij alles denk ik aan het milieu, ik heb bijvoorbeeld wel een afwasmachine. Die heb ik omdat afwassen met afwasmiddel slechter is voor het milieu dan een afwasmachine rendabel gebruiken. Ik heb geen droger, maar wel een wasmachine, maar daar gebruik ik wel verantwoorde wasmiddelen

opdracht 2.2

Belangen, Doelen en Middelen Aannemer, bouwcombinatie Delfgauw, categorie A Het doel van de samenwerkende aannemers was om zo goedkoop mogelijk een gebouw neer te zetten wat tegelijkertijd wel de bekendheid zou krijgen als zijnde een ‘ander’ soort bouwen, volledig gefocust op de duurzaamheid. Bouwcombinatie Delfgauw kon bepaalde ideeën niet door laten gaan vanwege de te hoge kosten, terwijl ze aan de andere kant wel wist dat het van belang was dat dit project op een goede manier uitgevoerd zou worden, om zo goed in de publiciteit te komen (en te blijven). Er worden dus financiële middelen gebruikt om het uiteindelijke doel, goede publiciteit te kunnen bereiken. Vrienden van Carré, categorie B Een kring ‘Vrienden van Carré’, bestaande uit belangstellenden die worden betrokken bij de activiteiten in het Carré, heeft een belang bij een succesvolle functionering van het bouwblok. Wanneer het project

Carre - Special

9


goed zal lopen, kunnen ze zelf altijd interesse tonden en, eventueel, zelf in het Carré gaan wonen. Als er een vrije plek komt, kunnen ze uit eigen kring iemand kiezen wie die vrije plek in gaat nemen. Zolang dit niet gebeurd, zullen zij dus afwachten en van een afstand kijken of alles goed verloopt. Bewoners van Carré, categorie B Het doel van de bewoners van het Carré is hetzelfde als die van Vereniging Ecodorp: Het realiseren van meerdere grote Ecodorpen in Nederland. Zij zijn allemaal lid van de vereniging. De belangen die zij hierbij hebben is om een woonplek te realiseren waarin zij hun denkbeelden kunnen uitdragen. Verder hebben de bewoners van Carré er belang bij dat er een aanwas van bewoners blijft met dezelfde denkbeelden als zij zodat de leefomgeving en de manier van leven die zij nu hebben gecreëerd gehandhaafd blijft. (bron: http://Carré.Ecodorp.nl/bolwerk.htm, +/-)

Bewoners Emerald, categorie B Bewoners van Emerald, die buiten het Carré wonen hebben niet heel veel te maken met de Carré-bewoners. Tot voorkort was het binnenterrein openbaar, en kon iedereen gebruik maken van de faciliteiten die aangeboden werden op de binnenplaats. Sinds september 2008 is het binnenterrein privaat, en kan het beschouwd worden als eigendom van de bewoners. Bewoners van de wijk Emerald mogen pas met toestemming van het terrein gebruikmaken, ze hebben geen middelen meer om dit te bereiken. Verder zullen de bewoners van de rest van de wijk voornamelijk geen overlast willen hebben van het bouwblok, wat andersom eveneens geldt. Gemeente Pijnacker-Nootdord, categorie C De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft in de kwestie duurzame ontwikkeling een belangrijk aandeel. De gemeente heeft een beleidskader opgesteld ten aanzien van duurzame ontwikkeling. Het beleid kent een aantal belangrijke speerpunten: Duurzaam bouwen, alle projecten dienen op een duurzame manier te worden uitgevoerd. Een energiebewust Pijnacker-Nootdorp, de gemeente eist 2% terugloop in energieverbruik per bewoner per jaar en een CO2 vrije opwekking van verwarming en koeling van huizen in 2020. Een groene en natuurlijke gemeente, in 2020 moet er minimaal net zoveel flora en fauna zijn als nu. Betere luchtkwaliteit, mobiliteit (natuurvriendelijk) en duurzaam inkopen, de gemeente werkt toe naar 100% duurzaam inkopen in 2015. Het belang van de gemeente is om hiermee de ernst van het milieuprobleem te benadrukken. De overheid kan naleving van deze beleidscriteria naleven door formele middelen. Vestia-Ceres, categorie C Projectontwikkelaar Ceres Projecten, onderdeel van woningbouwcorporatie Vestia, is de projectontwikkelaar van het Carré. Hun doel was om deze woningen zo goedkoop en zo efficiënt mogelijk te realiseren, zonder dat dit de kwaliteit van deze zogenaamde duurzame woning teniet doet. De middelen die Ceres gebruikt om dit bouwblok te rea-

10

liseren is de bouwcombinatie Delfgauw (de aannemer), in het bijzonder BAM. (bron: http://www.ceres-projecten.nl/, +/-)

Stichting Rondom Wonen, categorie C Binnen de woningcorporatie zijn drie belangen te onderscheiden: het volkshuisvestelijk belang, het bewonersbelang en het bedrijfsbelang. Rondom Wonen is een stichting, die als doelstelling heeft het huisvesten van mensen en het behartigen van de belangen van huurders van de afzonderlijke verhuurder en die voldoet aan het gestelde van de Wet op het overleg huurders – verhuurders. Rondom Wonen vindt het van belang dat de leefbaarheid in de buurt goed blijft. Woningcorporaties beschikken momenteel over omvangrijke middelen, die onrendabel kunnen worden ingezet, aangezien er geen rendementsdoelstelling is; het behouden van de financiële continuïteit volstaat. Op deze manier kan Rondom Wonen hun sociale doelstelling behalen. Vereniging Ecodorp, categorie D De Vereniging Ecodorp heeft als doel het realiseren van drie Ecodorpen in Nederland met minimaal 100 inwoners. De bewoners van dit dorp wordt verzocht de drie speerpunten van het Ecodorp na te leven. Deze drie punten zijn spiritualiteit, gemeenschapszin en ecologie. Het belang van de Vereniging Ecodorp is het verkrijgen van duurzame woningen. Hiermee kan de vereniging zijn ideologieën uitdragen. De vereniging wil hiermee andere mensen laten inzien dat het leven in een gemeenschap veel voordelen heeft voor de kwaliteit van leven, ze willen wonen werken en recreëren integreren in een vorm van wonen. De middelen van deze actor zijn relaties. Ze fungeren als overkoepelend orgaan en zijn een aanspreekpunt voor de gemeente en andere overheidsinstanties. De middelen die zij gebruiken om dit te bereiken is onder andere de vereniging vrienden van Carré. Dit zijn mensen die geïnteresseerd zijn om te gaan wonen in het Carré, en dezelfde denkbeelden hebben. Architectenbureau Splinter, categorie D Mede door het milieubewuste ontwerp van dit bureau is het woningenblok Carré nu een duurzaam geheel. “Een sprekend resultaat bereiken met eenvoudige middelen.” Kernachtig samengevat is dit waar de tactiek van het Architectenbureau Splinter ligt. Dat doen ze door goed te communiceren met de opdrachtgever en zijn wensen te vertalen in een helder plan en een krachtig ontwerp. Met als resultaat een gebouw met een tijdloos en oorspronkelijk karakter, een gebouw waar graag in gewoond en gewerkt wordt. Dit resultaat bereiken ze met een hecht team van architecten en bureaumedewerkers, waarbinnen creativiteit en degelijk vakwerk elkaar goed aanvullen. Op deze stevige basis rust de veelzijdigheid: woningen utiliteitsbouw, stedenbouw, interieur, meubels en kunstwerken.

(bron: http://sites.nps.nl/jerome/index.cfm/site/Kunststof/pageid/C45CB071-10A4EDF3-4C576E33CBAC5801/objectid/110B9985-D601-40DB-61D165983A7EE015/index.cf m?c=KunstStofArchief2005&year=2005, ++)

Archtitectuur Actueel, Sept. 2008


manier waarbij rekening wordt gehouden met milieu, natuur en in samenwerking met elkaar.

opdracht 2.3

(bron: http://www.ecodorp.nl/welkom/index.php?hoofd_id=6, +)

Duurzaamheid belangen Aannemer, bouwcombinatie Delfgauw Aangezien een aannemer als voornaamste doel zal hebben geld te verdienen, is prosperity de belangrijkste factor voor hen. Dit project kan ervoor zorgen dat ze de welvaart van groepen mensen kunnen verbeteren, wat ervoor zorgt dat de aarde ook minder vervuild zal raken. Financiën en kennis kan dus aangesproken worden om uiteindelijk wat te kunnen doen voor een duurzaam leefklimaat voor een selecte groep mensen en de plek waar zij leven. Vrienden van het Carré Doordat het project Carré een soort experimentele wijk met revolutionaire ambities is, zijn de vrienden van het Carré op een speciale wijze geselecteerd. De ideeën die zij hadden op het gebied van duurzaamheid hebben hier een rol in gespeeld. De vrienden van het Carré hebben belang bij goed verloop binnen het Carré, betreffende gezondheid, sociale samenhang en veiligheid. De bewoners hebben zelf belang bij een laag verbruik van goederen, energie en water, waardoor ook de vrienden hier op een verstandige en verantwoordelijke manier aan deel proberen te nemen. Door deel te nemen aan activiteiten kan er een controle uitgevoerd worden op de bewoners van het Carré, zodat de oorspronkelijke uitgangspunten ook later nog nageleefd kunnen worden. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer iemand weggaat, en een ander uit de vriendengroep deze plek onder de bewoners inneemt. Bewoners van Carré De duurzaamheids belangen van de bewoners van het woonblok Carré komen voort uit de uitgangspunten van de Vereniging Ecodorp: • samenleven met anderen in vrijheid, verbondenheid, zorg en respect voor elkaar • leven in harmonie met de natuur en het natuurlijke milieu • geïnspireerd leven met aandacht voor bewustwording, groei en heling op alle niveaus • integratie van wonen, werken en recreëren • een mens- en milieuvriendelijke architectuur en omgeving helpen creëren • opgedane inspiratie, kennis en ervaringen doorgeven. De bewoners van Carré streven er dus naar om te leven in op een

Bewoners Emerald Bij de ontwikkeling voor het Carré hebben de bewoners van de rest van de wijk weinig invloed. Zij kunnen zelf energiebewuster leven om zo het milieu al te ontzien, bovendien zijn de net opgeleverde woningen al behoorlijk energiezuinig. Verder staan de bewoners behoorlijk buiten deze casus en interesseren ze zich een stuk minder voor duurzame ontwikkeling. Dit is dus voornamelijk op het gebied van planet en prosperity. Eigenbelang zal waarschijnlijk hoger op de lijst staan dan duurzaamheid, zeker in vergelijking met bijvoorbeeld de bewoners van het Carré. Gemeente Pijnacker-Nootdorp Wanneer men kijkt naar de duurzaamheiddriehoek dan kan worden geconcludeerd dat de gemeente Pijnacker-Nootdorp de laatste jaren veel gedaan heeft om een actieve houding in te nemen met betrekking tot duurzame ontwikkeling. Het aspect prosperity speelt bij de gemeente de grootste rol. Het is voor de gemeente van levensbelang dat de duurzame ontwikkelingen wel winstgevend zijn voor de aannemers en ontwikkelaars. Ook is het van belang dat de gemeente aan de burgers uitstraalt dat duurzame ontwikkeling een serieuze en nodig is om onze welvaart te waarborgen. De gemeente heeft ook in grote mate temaken met de sociale kwaliteit in hun gemeente en dus ook met het aspect people. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om de gezondheid te garanderen. Hiervoor zijn in Pijnacker-Nootdorp normen voor nodig in verband met de A13 en A12 die allebei door de gemeente lopen. Het aspect planet is voor de gemeente een punt wanneer het gaat om het aanschaffen van nieuwe spullen. Vestia-Ceres De duurzaamheidbelangen van de zogenaamde ‘sociale’ projectontwikkelaar Ceres zijn er wel degelijk; duurzame woningbouw wordt door de gemeente en de overheid gesteund, er is vraag naar én het is goed voor de publiciteit. De belangen liggen bij het Carré vooral bij het kopje ‘Planet’. Zij zijn verantwoordelijk voor het duurzame karakter van dit bouwblok. Zij bedenken de materialisering (of keuren deze goed), de installaties, de uitvoering enzovoort. En daarmee staat of valt de werking van het duurzame van dit woonblok. De ‘Prosperity’ is in het geval van Vestia-Ceres ook van belang, want het gaat bij projectontwikkelaars om het geld dat ze binnenkrijgen, maar zij mogen geen geloofwaardigheid verliezen, dus helderheid in hun project is ook van belang. Zij zijn op het moment bezig met andere duurzaamheidprojecten voor woningbouw. Rondom Wonen De duurzaamheidbelangen van de woningcorporatie Rondom Wonen zijn groot, duurzame woningbouw wordt door de gemeente en de overheid gesteund, er is vraag naar én het is goed voor de publiciteit. De belangen liggen vooral bij het kopje‘People’. Zij stelt het welzijn en de

Carre-Special

11


sociale samenhang zeer belangrijk.‘Prosperity’ is ook belangrijk, want de sociale woningbouw moet allemaal wel te financieren zijn, hoewel het natuurlijk een non-profit organisatie blijft. In het project het Carré staat het kopje ‘Planet’ erg hoog in het vaandel, maar voor Rondom Wonen is dat voor verder weinig belang. Zij zijn blij dat ze tevreden mensen het Carré kunnen laten bewonen. Vereniging Ecodorp De Vereniging Ecodorp heeft grote duurzaamheidbelangen. De vereniging is gefundeerd op het begrip duurzaamheid. Het is immers een van de drie belangrijkste speerpunten van de vereniging. We beoordelen de verschillende actoren aan de hand van de duurzaamheiddriehoek. Het aspect people is voor de vereniging een belangrijk aspect, welzijn gezondheid en sociale samenhang zijn erg belangrijk. Met prosperity dient ook rekening gehouden te worden aangezien de vereniging in het stimuleren van mensen ook rekening moet houden met de betaalbaarheid van hun ideeën. Het aspect planet is voor de vereniging het belangrijkste aspect. De dorpen die Ecodorp in gedachten heeft, gaan zuinig om met energie en water. Ook worden er allerlei tips verspreid door de vereniging waarin bewoners worden gestimuleerd om zelfvoorzienend te zijn en materialen her te gebruiken. Architectenbureau Splinter Vanaf het allereerste begin van het ontwerp van de wijk Emerald werd het Carré een “speciaal project” genoemd door zowel de opdrachtgever als de ontwikkelaar/architectuurbureau. Doordat architectuurwereld in algemeen streeft naar de verbetering van de kwaliteit van het wonen en gebruiken – krijgt elke verstandige innovatie een prioriteit. In dit geval krijgt het idee van een duurzame en milieuvriendelijke woonwijk veel aandacht en belangstelling van architectuurbureau Splinter. De sociale kwaliteiten van het wonen worden hier beschouwd samen met het duurzaam wonen. Het besparen van energie, water en materiaal (in het proces van de bouw, maar ook in de gebruiksfase) hebben prioriteit gekregen. Architecten hebben grote aandacht gegeven aan de gezondheid van de bewoners, sociale samenhang en veiligheid. Iedere actor heeft verschillende duurzaamheidbelangen, maar waar overlappen deze belangen en waar conflicteren ze? Deze worden in het volgende stuk uiteengezet; De duurzaamheidbelangen van een aantal actoren zijn (veel) groter dan de andere, De Vereniging Ecodorp en de bewoners van het Carré (samen met de vrienden van Carré) vooraan. Deze actoren hebben eigenlijk compleet dezelfde duurzaamheidbelangen, want de bewoners van het Carré, en daarbij ook de (meeste) vrienden van Carré, staan helemaal achter het idee van de Vereniging Ecodorp, daar zijn de bewoners ten slotte ook voor uitgekozen. Deze actoren hebben oprecht heel veel affectie met het milieu, zij leven als het ware om duurzaam te leven. Terwijl een aantal andere actoren duurzaamheidbelangen hebben om een andere reden. De gemeente Pijnacker-Nootdorp bijvoorbeeld moet uitstralen dat duurzame ontwikkeling belangrijk is in de wereld, en daar helpen de publieke actor woningbouwcorporatie Rondom Wonen en de publieke actor projectontwikkelaar Vestia-Ceres mee. Zij hebben

12

duurzaamheidbelangen omdat het gesteund wordt door diezelfde gemeente en omdat er dan werk is voor ze. Een win-win situatie, maar daarom is het nog geen primair doel van deze actoren om duurzaam te bouwen. Voor de gemeente Pijnacker-Nootdorp is het van levensbelang dat de duurzame ontwikkelingen winstgevend zijn voor de aannemers en ontwikkelaars, dus zij worden daar ook beter op. De aannemer, bouwcombinatie Delfgauw, heeft het project gerealiseerd, maar heeft verder weinig ander duurzaamheidbelang. Deze aannemer gaat vooral om het geld binnen te halen, ongeacht hoe. En dat kan conflicteren met de duurzaamheidbelangen van de gemeente Pijnacker-Nootdorp, maar vooral met de Vereniging Ecodorp en daarbij ook de bewoners van Carré en de vrienden van Carré. Tussen de architect en de aannemer kan het ook conflicteren in duurzaamheidbelangen, aangezien de architect dit hele blok heeft ontworpen uit duurzaamheidoogpunt en daar zal de aannemer het misschien niet altijd mee eens zijn. De bewoners van Emerald hebben in principe geen duurzaamheidbelangen, afgezien van de bewoners van het Carré, want dat ligt natuurlijk ook in Emerald. De duurzaamheidbelangen in die wijk zouden ook kunnen conflicteren, omdat er midden in die ‘gewone’ wijk een blok mensen wonen waarbij hun eerste doel is om zo duurzaam mogelijk te leven. De verschillen en overeenkomsten van de verschillende actoren in duurzaamheidbelangen zijn nu uiteengezet en nu is het mogelijk om te onderzoeken of deze conflicterende actoren ook werkelijk een conflict hebben of hebben gehad. (bron: http://www.dhv-bouw.nl/projecten/7/0/149/navigeren_in_projecten. aspx?page=2, +/-)

Duurzaamheiddriehoek, opdracht 2.4

Archtitectuur Actueel, Sept. 2008


sociale sector al een smalle beurs hebben, heeft Ceres uiteindelijk besloten om het Carré een duurzaam bouwblok te maken.

opdracht 2.5

Interview interview met dhr. Peter de Lange, adjunct-directeur van Rondom Wonen

- Introductie Peter de Lange heeft chemie en natuurkunde gestudeerd aan de universiteit Leiden. Hij was zelfstandig onderzoeker en heeft onder andere gewerkt aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Toen Peter de Lange kwam werken bij woningcorporatie Rondom Wonen (RW) hadden zij 1800 woningen, inmiddels zijn dit er 2400. Peter de Lange heeft aanleiding gegeven om van het Carré een project te maken waarin ‘duurzame mensen’ komen te wonen. Oorspronkelijk waren dit namelijk stadsvernieuwingskandidaten, voor mensen uit saneringswijken. - Waarom hebben jullie specifiek Vereniging Ecodorp benaderd voor het selecteren van bewoners? Ceres bedacht het project Carré, RW werd de opdrachtgever hiervan. RW moest bewoners vinden voor deze woningen. Toen Peter de Lange dit project voor zich kreeg vond hij direct dat er duurzame types moesten wonen in dit bouwblok. Na gekeken te hebben bij onder andere de Zuid-Hollandse milieufederatie kwam hij via kennissen van Milieukunde (Erasmus Universiteit) bij de vereniging Ecodorp terecht. Bij de selectieprocedure hadden uiteindelijk 200 mensen interesse in dit project. Zij werden door de vereniging Ecodorp niet alleen geselecteerd op ecologie, maar ook op spiritualiteit en gemeenschapszin.

- Zijn er noemenswaardige conflicten opgetreden tijdens de realisatie, zo ja welke? Het proces is goed verlopen, hoewel Ceres projecten problemen had met het uitruilen van het Carré door Vestia aan RW. Hiervan werd Peter Barendse uiteindelijk de dupe. Doordat RW een bureau voor communicatie in heeft geschakeld, ging deze communicatie ook beter. - Is het Carré een experiment geweest of volgen er nog meer van dit soort duurzame woningbouw? De ontwikkelingen binnen de private sector op het gebied van duurzaamheid waren niet nieuw en het was ook niet het eerste compleet duurzame woningbouwproject. Binnen de sociale huur was dit echter wel het geval. Wat wel volledig nieuw is, is dat mensen speciaal geselecteerd zijn door de vereniging Ecodorp. - In hoeverre is de Nederlander volgens u bereid te investeren in duurzame woningbouw? In principe is bij de gemiddelde Nederlander de portemonnee het belangrijkst. Men is wel bewust over het milieu, maar om daar werkelijk zélf iets voor te laten, is een tweede. Op energie komt steeds meer belasting te staan, dus het gaat maandelijks veel geld kosten als je niet duurzaam leeft. Naar duurzame koopwoningen is volgens de aannemers sowieso geen vraag, maar bij de huurder zijn de kosten van de duurzame installaties toch voor de woningcorporatie, dus zijn huurders er wel in geinteresseerd in lagere energiekosten. - Ziet u de laatste jaren meer aandacht en belangstelling van het publiek voor milieuvriendelijke en duurzame bouw dan de jaren voor? Nee. Het gaat de bewoners om de plek en het huis waar ze wonen. Projectontwikkelaars zien het g

- Waarom heeft de woningbouwcorporatie Rondom Wonen besloten om een duurzaam bouwblok te realiseren? Dit was niet RW, maar Ceres. 30% van de wijk Emerald bestaat uit sociale huurwoningen. De helft hiervan werd uitbesteed aan VestiaCeres, de andere helft aan RW. In Ypenburg was een ander project waarin Vestia-Ceres en RW beiden een aandeel hadden, maar beiden hadden er belang bij dat RW dit aandeel in Ypenburg in zou wisselen voor Emerald. Hierdoor werden zij projectontwikkelaar van het Carré. Doordat de energieprijzen steeds hoger worden, en mensen in de

Carre-Special

13


eld er ook niet in. Er is dus niet méér belangstelling voor. Mensen vinden het fijn dat een woonkamer op het zuiden ligt, dat hierdoor de energierekening omlaag gaat heeft minder invloed. - Wat verwacht u dat in de toekomst zal gebeuren met duurzaam bouwen? Doordat de overheid de EPC (Energie prestatie coëfficiënt) verlaagt, zal zij het duurzaam bouwen afdwingen door middel van regels en wetten. De groene financiering, die al tijden bestaat, is daar één van. - Wat is het grootste verschil tussen duurzame woningbouw en normale woningbouw tijdens het realisatieproces? Het is niet anders, behalve dat er minder ervaring in het bouwen is, bijvoorbeeld voor de bouwvakkers. - Beschikt u over de nadere informatie over hoe het momenteel gaat met het Carré? Ik heb persoonlijk contact met de bewoners van het Carré. Het

Carré is écht een ‘kind van mij’. - Hoe zit het met de financiering van het gemeenschapshuis? Het wordt nu een theehuis maar RW financiert dit niet, wij bieden wel een helpende hand met het bouwen van het gemeenschapshuis door bijvoorbeeld mee te helpen met het regelen van de vergunning. Bewoners betalen dit project echter met zijn allen. - Hebt u ideeën over hoe het project anders had gekund? Het zou ideaal zijn geweest als de groep van bewoners er al was vóór het ontwerpen van het Carré, dan kunnen de woningen op maat gemaakt worden, en hoeft er niet, zoals nu, een nieuw gemeenschapshuis of iets dergelijks te komen. Er zijn veel 1-pitters die belangstelling hadden. Als het opnieuw had gekund, hadden we meer 3-kamerwoning gerealiseerd, dan hadden meer mensen erin gekund. kunnen de woningen op maat gemaakt worden, en hoeft er niet, zoals nu, een nieuw gemeenschapshuis of iets dergelijks te komen.

Interview met mvr. Lenny Putman. Ir. en PhD researcher Environmental Policy Group Aan de universiteit van Wageningen. -Op welk gebied bent u met duurzaam bouwen? Ik ben vooral met een adviserende taken bezig als het gaat om duurzaam bouwen. Bijvoorbeeld naar makelaars toe hoe zij duurzame systemen toe kunnen passen bij renovaties en dergelijke, en hoe duurzaamheid terug komt in de woningbouw. Zoals tegenwoordig met

14

het energie label. Ik ga nu beginnen met een project waarbij ik ga helpen met keuken renovaties. -Zijn mensen geïnteresseerd in duurzaam wonen? op zich zijn mensen wel in geïnteresseerd in duurzaam wonen, het is natuurlijk wel een bepaalde groep die zich voor interesseren. Het is eigenlijk ook nooit het hoofddoel bij het kopen van een woning, het is vaak mooi als er duurzame systemen in een woning aanwezig zijn maar dat is dan een extraatje. Het probleem is vaak ook dat mensen soms nog een beetje onzeker zijn over hele nieuwe systemen. Mensen zijn vooral een beetje huiverig als het gaat om onderhoud. Er is nog geen algemene kennis onder woningzoekenden zoals bijvoorbeeld bij geisers. Zo vragen de meeste mensen vaak meteen als zij geïnteresseerd zijn in een woning hoe lang de geiser er al in zit zodat zij kunnen inschatten wanneer deze ongeveer vervangen moet worden en wat dit dan zou gaan kosten. Deze kennis is nog niet algemeen voorhanden bij de nieuwe innovaties die betrekking hebben tot duurzaamheid. Dit kan een reden zijn om niet voor een woning te kiezen met dit soort voorzieningen. Zo is er in Doetinchem een wijk met duurzame woningen die in prijs zijn gedaald om deze reden. Eigenlijk zou er iemand moeten zijn die meer informatie kan verlenen aan te toekomstige bewoners van dit soort woningen. -voor wie is deze rol volgens u weggelegd? Dit zou bijvoorbeeld door makelaars kunnen gebeuren, deze staan direct en persoonlijk in contact met woningzoekenden. Het is wel belangrijk dat dit niet gebeurt met een te technisch verhaal over EPC waarden en dergelijke , dit kan de kopers juist afschikken. Ook zou je bijvoorbeeld bij nieuwbouw projecten mensen eerder in het bouwproces kunnen betrekken zodat je beter rekening kunt houden met de specifieke wensen van de toekomstige bewoners, en ook rekening kunt houden met praktische dingen waar je als projectontwikkelaar of architect misschien wel helemaal niet aan hebt gedacht. -moeten mensen investeren duurzame systemen of wordt dit allemaal gesubsidieerd? Het is een beetje moeilijk om alle duurzame systemen over 1 kam te scheren. Sommigen systemen worden gesubsidieerd andere niet. Het is ook niet dat het alleen maar om het financiële plaatje gaat. Sommige systemen hebben bijvoorbeeld ook best wel veel onderhoud nodig, zoals bij de nieuwe ventilatie systemen. Deze dingen moeten best vaak worden schoongemaakt, als dit niet gebeurt kunnen er stof nesten in de pijpen ontstaan waardoor het stof in de woningen wordt geblazen. Een oplossing hiervoor zou kunnen zijn dat er een onderhoud orgaan wordt georganiseerd. Dit zou bijvoorbeeld door de leveranciers kunnen gebeuren. Hierdoor wordt de twijfel om te kiezen voor duurzame systemen misschien ook voor een deel weggenomen.

Archtitectuur Actueel, Sept. 2008


opdracht 2.6

Actorenweb Aannemer, Bouwcombinatie Delfgauw. om een bedrijf te kunnen runnen moet is het nodig om winst te maken. De aannemer staat en het web dus aan de profit kant. In pricipe kan een aannemer als privaat worden gezien. Hierbij gaat het echter om een samenwerkingsverband dus staat hij dicht bij de horizontale as.

Gemeente Pijnacker-Nootdorp De gemeente is een non-profit instelling, zij is een overheids instelling dus publiek gericht.

Bewoners van Emerald De bewoners van de rest van de emerald wijk hebben geen financiële belangen bij dit project. De bewoners van emerald staan bij het publieke deel omdat zij in onze casus mede de ”gewone” Nederlander vertegenwoordigen met hun visie op het carré project. Rondom Wonen Rondom wonen is een wooncorporatie die voornamelijk publieke doelen nastreeft. Zij beheren geldt met een maatschappelijke bestemming en zijn non profit ingesteld. Vestia-Ceres Net als rondom wonen is Vestia-Ceres een wooncorporatie die publieke doelen nastreefd. Vestia is een bedrijf zonder winstoogmerk en staat dus aan de non-profit kant. Architectenbureau Splnter Het bureau is privaat/profit ingesteld. Zij maken geen deel uit van overheidsinstellingen. Het bureau heeft een winstoogmerk, anders zou het niet kunnen blijven bestaan. Bewoners van Carré De bewoners van het Carré staan privaat/non-profit in het actoren web. Bij het gebruik van het woonblok hebben zij geen financiële belangen. En zij maken geen deel uit van een overheidsinstelling. ­­­ Vereniging Ecodorp. De Vereniging Ecodorp is een private vereniging zonder winstoogmerk. Zij maken geen deel uit van een overheidsinstelling. Het is zoals gezegd een vereniging en mag dus bij wet geen winst maken. Bovendien zijn hun doelstellingen hier niet naar.

Carre-Special

15


opdracht 2.7

Debat Op het gebied van duurzaamheid zijn er geen echte conflicten geweest. De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft een duidelijke duurzame doelstellingen die in dit project terug komen, bijvoorbeeld het terug dringen van het energie gebruik, de energiekosten van de woningen van het Carré zijn ongeveer 50 euro per maand. Ook voor Rondom Wonen is dit belangrijk geweest. Architect Jan Splinter heeft niet zo zeer een doelstelling op het gebied van duurzaam bouwen zoals de gemeente en stichting Rondom Wonen. Zij zien duurzaam bouwen meer in de lange levensduur en goede van een gebouw en de mogelijkheid om het op een flexibele manier te gebruiken. Toch zijn op dit vlak niet veel problemen geweest omdat het direct al duidelijk is geweest dat er rekening moest worden gehouden op het gebied van duurzame systemen. Wel heeft de architect het aantal woningen van het beoogde aantal 51 teruggebracht naar 49. Bij het gebruik van het bouwblok spelen de actoren bewoners van carre, bewoners van woonwijk emerald en stichting rondom wonen een rol. De bewoners van carre zijn in conflict met de andere actoren gekomen over het gebruik van het binnenterrein. In het bestemmingsplan staat dat het binnenterrein opbenbaar is en daarmee toegangkelijk voor iedereen. De bewoners vinden echter dat het terrein privaat is en zij willen beslissen wat er mee gebeurt. Tegenwoordig is het terrein in de handen van de bewoners. Het is nog wel mogelijk voor de kinderen uit de buurt om te komen spelen op het binnenterrein. Nu is er nog discussie over de invulling van het binnenterein. De bewoners willen een gemeensschapshuis bouwen maar het is nog niet helemaal duidelijk wie dit moet financieren waarschijnlijk is rondom wonen hier de geschikte instelling voor. Architect Jan Splinter wil graag dit huis ontwerpen,”ik zou het heel jammer vinden als daar een hele armoedige keet zou komen, dat zou zonde zijn”, aldus Splinter. Het is nog niet precies duidelijk hoe het binnenterrein ingevuld gaat worden en wie dit zal gaan realiseren. Bron: Interview met Jan Splinter, Donderdag 1 september 2005, Kunststof, NPS

16

Archtitectuur.Actueel,Sept.2008


opdracht 3.1

Centraal concept Het centrale concept in het project Carré is een

opdracht 3.2

duurzame leefgemeenschap door middel van duurzame woningen en ecologische bewoners

. De techniek die hierbij hoort zijn de duurzame woningen en de ecologische bewoners. Het doel dat nagestreefd wordt is een duurzame leefgemeenschap. Bij het opstarten van dit project was het dan ook vooral de gemeente die dit doel vanaf het begin nastreefde, gevolgd door Vestia-Ceres, Rondom Wonen en de architect. De duurzame leefgemeenschap wordt mede bereikt door de duurzame installaties die in deze woning staan, maar zeker ook door de ecologische bewoners. Maar kan dit doel alleen bereikt worden als er een bepaald type mens komt wonen? Of is dit met andere bewoners ook mogelijk, hoewel zij andere leefwijzen hebben? Rondom Wonen heeft er in 2002 voor gekozen om de vereniging Ecodorp in te schakelen, zij zijn door hen uitgekozen op spiritualiteit, gemeenschapszin en ecologie. Dat laatste is op dit project het meest van belang, hoewel niet vergeten mag worden dat Ecodorp ook op de eerste twee criteria heeft geselecteerd.

Kosten en Baten Baten In de loop van de uitvoering van het Carré zijn er veel milieuvriendelijke installaties geplaatst. De energiebesparing van dit duurzame programma is groot: - Het gebruikte systeem verwarmt, koelt, ventileert en bereid warm tapwater. Hiermee wordt een lage energie prestatie coëfficiënt bereikt van ongeveer 0.53. Hier wordt dus duidelijk bespaard, in de portemonnee, en voor het milieu. (energie = geld+milieu); -Het gebruik van de 6m² zonnecollector per woning levert winst op: de zonne-energie wordt geaccumuleerd, opgespaard en later gebruikt. Het is zonder twijfel een grote baat voor de gebruiker en het milieu. (bron: http://www.energieportal.nl/Nieuws/Zonne-energie/Siliciumtekort-schaadtzonne-energie-1217.html, +)

Kosten Men moet natuurlijk met alle kosten rekening houden: -De zonnecollectoren zijn zelf duur in aanschaf (minimaal E2000,-), subsidie voor zonnecollectoren is al ingevoerd door het ministerie van VROM, deze subsidies worden tegenwoordig nog gefinancierd met het belastinggeld van anderen.

Carre-Special

17


opdracht 3.3 -Opslaan van de zonne-energie brengt kosten met zich mee: de gebruikskosten van de accu-installaties zijn ook duur ook wanneer het gaat om servicekosten. -Kosten op een maatschappelijke schaal van een ander aspect: het Carré kan in deze vorm alleen maar slagen als er milieubewuste mensen wonen. De selectieprocedure is gratis, deze mensen hebben meestal al kennis van het duurzaam leven, wanneer wij echter gewone Nederlandse burgers in duurzame wijken willen laten leven is er extra educatie en inlichting nodig. Want er zijn aantal factoren die een obstakel creëren voor consumenten om verdere energiebesparende acties te ondernemen. De belangrijkste oorzaak daarvan is dat meer dan tweederde van de energieverbruikers denkt dat ze al genoeg doen om energieverbruik te verminderen of duurzamer te leven. (bron: http://www.vrom.nl/pagina.html?id=7543, ++)

Varianten en Alternatieven Alternatieven -Een gebouw herbestemmen Als een gebouw wordt afgeschreven of leeg komt te staan, kan het geheel of gedeeltelijk worden herbestemd. Ook voor dit concept is dit mogelijk. Op zichzelf is dit hergebruik al een manier van duurzaam bouwen. Meestal voldoen oude gebouwen niet aan de laatste normen op het gebied van energieverbruik en dergelijke. Om het gebouw in het gebruik duurzaam te krijgen is het dus wel nodig om extra voorzieningen te treffen. Nadeel van dit alternatief is dat het in zekere mate afhankelijk van het gebruikte gebouw hoe het gebruikt kan worden. Dit kan het leven in een gemeenschap bijvoorbeeld negatief beïnvloeden. Een groot voordeel zit in de relatief lage bouwkosten. (bron: http://www2.nen.nl/nen/servletdispatcherDispatcher?id=195702, +)

(bron: http://www.logicacmg.com/pSecured/admin/countries/_app/assets/ whitepaper_energie_lowres_by-7102006.pdf, +)

Dit houdt dus in dat er veel toelichtings- en promotiewerk gedaan zal moeten worden, wanneer meer projecten als het Carré uitgevoerd zullen gaan worden. Deze educatie kost geld op een maatschappelijk niveau. Wanneer bekeken wordt hoeveel momenteel gesubsidieerd wordt aan milieuprogramma’s, kan gekeken worden hoeveel geld er nog nodig is om meer mensen in te laten zien dat er meer gedaan moet worden om meer mensen bewust te maken van hun huidige duurzame leven. Momenteel is dit percentage 75%, dit komt echter niet helemaal overeen met de realiteit. (bron: http://www2.drenthe.nl/loket/reglement/hoofdstuk3/3.3.1%20=%2001-2006. htm, +/-)

18

-Beperking van de hoeveelheid installaties, zogenaamde Rotswoningen. Bij het Carré wordt duurzaam wonen bereikt door milieubewuste bewoners en duurzame installaties. Een alternatief hierop zijn woningen die zonder die installaties toch een heel duurzame woning kunnen creëren. De woningen worden zo gepositioneerd (bijvoorbeeld ‘in’ een rots), dat in de zomer zonnestraling tegengehouden wordt en in de winter de zon juist wel in de woning kan schijnen.

Archtitectuur Actueel, Sept. 2008


Ken Yean is tot andere voorbeelden van natuurlijke architectonische oplossingen gekomen, met zijn concept van “Designing with the Nature” and “Bioclimatic Skysrapers.” Ook zijn er traditionele methodes waarbij op natuurlijke wijze rekening gehouden wordt met climate controle, dit gebeurt bijvoorbeeld bij luchttorens in huizenbouw van het Midden-Oosten.

-Afname van de gemeenschapszin Momenteel wordt het Carré door een bepaald type mensen bewoond. Doordat het huurhuizen betreft, is het echter niet zeker dat dit soort mensen daar blijft wonen. De mensen die hier nu wonen hebben leven in een gemeenschap hoog in het vaandel staan. Een alternatief is om het Carré te laten bewonen door een ander type mens waardoor de gemeenschapszin af zal nemen.

(bron: http://www.rsm.nl/portal/page/portal/RSM2/Faculty/Centres_of_Expertise/ Woningmarkt%20Expertise%20Centrum/Organisatie/Onderzoeksprojecten/ Voorjaar%202006%20Starters%20op%20de%20Woningmark/NL-Samenvatting.pdf, ++)

Varianten -Wonen en werken combineren Wanneer wonen en werken gecombineerd zal worden, hoeft er niet gereisd te worden, bovendien kun je woon- en werkruimte combineren, wat scheelt in de ruimte. Het kan op zeer verschillende manieren met zeer verschillende typen mensen. Wanneer meer kleinschalig bedrijfsleven wordt opgestart in de wijken, gecombineerd met de woningen van de ondernemers, wordt de wijk meteen milieuvriendelijker en, tegelijkertijd, sociaal bewoonbaarder. Zulke soorten van woonvormen worden al jaren met succes in Nederland en Europa gerealiseerd.

(bron: http://eng.archinform.net/arch/8619.htm, +) ( http://victorian.fortunecity.com/dali/428/uaearch/uaearch6.htm )

-Duurzame hoogbouw Het is mogelijk om duurzame woningen als het Carré in een andere (woon)vorm te gieten. De bewoners kunnen ook in duurzame hoogbouwwoningen gaan wonen. Dit komt de gemeenschapszin wellicht niet ten goede, omdat zij niet die gemeenschappelijke binnentuin hebben die nu gemakkelijk bereikbaar is. Het is wel mogelijk om binnen dat gebouw een gemeenschappelijke ruimte te creëren. Als er naast woongelegenheid ook nog werk- en recreatiegelegenheid komt wordt het gebouw een soort phalanstere: een commune waarin arbeiders gezamenlijk leven, werken en recreëren.

(bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Commune, -)

(voorbeelden hiervan zijn te vinden op: http://www.omslag.nl/wonen/woonwerk. html#vormidabel, +/-)

-Woonvormen aanpassen Het is mogelijk om duurzaam te leven en een gemeenschapszin te ontwikkelen in woonblokken of gebouwen die anders zijn opgebouwd dan het Carré. Er zijn verschillende manieren om het centrale concept van het Carré te realiseren. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan de bij de alternatieven genoemde duurzame hoogbouw woningen en rots-woningen. Het veranderen van de woonvorm kan ook belangrijk zijn in het op grotere schaal toepassen van duurzaam wonen. Wanneer de woonvorm wordt aangepast is het mogelijk om ook mensen in duurzame woningen te laten wonen die in een stedelijk milieu wonen. -Type bewoner, senioren De gemiddelde leeftijd van de bewoner van het Carré is op dit moment vrij jong (interview). Het is dus interessant om te onderzoeken wat er zou gebeuren wanneer er in dit duurzame blok (of in een andere vorm van wonen) senioren zouden komen te wonen. Is het nodig om voor de senioren de woningen uit te rusten met meer installaties, of kunnen senioren ook op dezelfde manier wonen als de huidige bewoners. Naast installaties is het ook nodig om aanpassingen te treffen op het gebied van mobiliteit. Men kan onderzoeken of er wellicht ook een toekomst is voor duurzame woonblokken met een hoge gemeenschapszin te ontwikkelen is voor senioren. Dit zou kunnen resulteren in een hoogwaardige manier van samenwonen voor ouderen in Nederland en Europa, en wellicht in nieuwe vormen van bejaardentehuizen en appartementcomplexen voor senioren.

Carre - Special

19


-Integratie van functies Het is wellicht mogelijk om het duurzame woonblok nog meer zelfvoorzienend te maken en, daarmee duurzamer. Niet alleen zal het woonblok zelfvoorzienend toegepast worden, er kan ook gedacht worden aan integratie van verschillende functies, zoals winkels en werkgelegenheid. Het zou dan wel gaan om een groter project dan het Carré, anders zou het niet rendabel zijn. Door functies te integreren zullen er veel problemen aangepakt kunnen worden. Men zal minder ver gaan reizen waardoor het fileprobleem af kan nemen, en de CO2 uitstoot ook omlaag zal gaan. Volgens de stichting Anders Wonen is de integratie van wonen en werken een van de oplossingen voor een aantal duurzaamheidsgerelateerde problemen in Nederland. (bron: http://www.marcelvroom.nl/Autarkie/autarkieautonomie.html, +/-)

-Zelfvoorzienende woningen Autarkie, of zelfvoorzienend leven is niet nieuw. In minder ontwikkelde situaties is het de enige kans tot overleven. Dit betekent dat zij zelf hun energie opwekken door middel van bepaalde installaties. Dit is al het geval in het Carré, maar als we zelfvoorzienend wonen uit zouden breiden is het ook mogelijk om je eigen voedsel in de tuin te hebben. Een moestuintje en dergelijke zijn dan een noodzakelijk goed. Dit is meer het idee van op een boerderij wonen. Het gemeenschappelijk wonen is nog steeds mogelijk, misschien zelfs in samenwerkingsverband, maar dat is wel op een andere manier dan bij het Carré, aangezien je meer ruimte nodig hebt om zelfvoorzienend te wonen dan momenteel bij het Carré het geval is. (bron: http://www.archined.nl/archined/5859.html, +)

20

Archtitectuur Actueel, Sept. 2008


opdracht 3.4

Beoordelings criteria Duurzaamheidcriteria -Plaatsing Hoe heeft de plaatsing van het bouwblok invloed op een duurzaam gebruik? Is het blok gemakkelijk te bereiken met de fiets, openbaar vervoer en dergelijke? Is het nodig om een auto te hebben om naar het werk te gaan, of zijn er genoeg voorzieningen in de buurt zodat de bewoners kleine (loop-/fietsbare) afstanden hoeven af te leggen?

-Bruikbaarheid/Comfort Hebben de (duurzame) voorzieningen die zijn getroffen invloed op het leefcomfort en de bruikbaarheid van de woning? Is de plaatsing van de bebouwing van invloed op de bruikbaarheid van de woning of is de bebouwing misschien misplaatst op deze manier op deze plek? Moeten mensen inleveren door duurzaam te wonen, of kan er misschien beter geleefd worden, op een duurzamere manier? -Gezondheid Op wat voor manier heeft de variant invloed op de gezondheid van de gebruiker? Heeft de omgeving, de getroffen voorzieningen of de leefgemeenschap invloed op de gezondheid? -Toekomst Is het haalbaar de variant of het alternatief voor een langere tijd op dezelfde manier vol te houden? Is het mogelijk om de variant te veranderen zodat de variant op verschillende manieren kan worden ingevuld? Zijn de woningen alleen voor deze doelgroep bruikbaar, of kunnen ze zonder aanpassingen ook door andere doelgroepen worden bewoond?

-Duurzame leefgemeenschap Wordt er een duurzame leefgemeenschap bereikt? Dit kan gebeuren door duurzame installaties in de woningen aan te brengen. Ook heeft het te maken met de manier van leven. Wordt er in deze vorm door de bebouwing gestimuleerd om samen met de rest van de bewoners duurzaam te leven? Wordt het gestimuleerd om samen te leven en (milieu verontreinigende) dingen te delen? -Haalbaarheid Is het alternatief of de variant haalbaar, in de vorm van techniek of financi谷le middelen? Is het voor de producent aantrekkelijk om dit alternatief te realiseren? Is er genoeg kennis om het betreffende project te realiseren, en is er genoeg animo binnen de doelgroep om het project te gaan bewonen?足足足

Algemene criteria -Kosten voor de gebruiker vooraf Wat voor prijskaartje hangt er aan dit alternatief voor de gebruiker? Zijn de voorzieningen van invloed op de kosten die vooraf gemaakt moeten worden? Kunnen de aanschafkosten worden gedekt door de overheid (bijvoorbeeld in de vorm van subsidie) of moet de gebruiker geheel voor deze kosten opdraaien. -Gebruikskosten voor de gebruiker Wat zijn de kosten voor de gebruiker wanneer het gebouw in gebruik is? Is de gemaakte investering het waard om uit te geven, doordat de kosten flink lager zijn? Is er tijdens het gebruik nog sprake van vormen van subsidie door de overheid?

Beoordelings tabel

Carre-Special

21


Opdracht 3.5

Beoordelings criteria Verschillende varianten worden natuurlijk verschillend beoordeeld op de door ons gekozen varianten. Wanneer er gekeken wordt naar de plaatsing is opvallend dat er weinig verschil zit tussen het concept en de varianten. Op het moment dat een andere variant of alternatief gecreëerd zou worden, zou het niet veel uitmaken waar deze variant geplaatst zou worden. Met betrekking tot openbaar vervoer of bereikbaarheid met de auto zal het weinig uitmaken of je ouderen in het bouwblok hebt wonen, of dat er integratie van wonen en werken plaatsvindt. In het geval van een herbestemming kan dit natuurlijk wel van invloed zijn, in zo’n geval kan een locatie echt iets toevoegen aan het nieuwe concept. Wanneer gekeken wordt naar gemeenschapszin is het verschil groter. Wanneer functies worden gecombineerd (of men gaat meer thuis werken), zal de gemeenschapszin vergroot worden, aangezien je meer op elkaar aangewezen zult zijn. Bij een afname van de gemeenschapszin, als mensen puur geplaatst worden naar aanleiding van hun positie op de arbeidsmarkt, zal dit natuurlijk negatief zijn voor de arbeidsmarkt. Hetzelfde geldt overigens wanneer de gemeenschappelijke ruimte, zoals het binnenhof die nu heeft, zou komen te vervallen. Qua haalbaarheid zijn vrijwel alle varianten en alternatieven haalbaar. Wellicht is het in Nederland (met een gebrek aan bergen) niet mogelijk om rotswoningen te realiseren. Binnen het Carré is het ook lastig om verschillende functies met elkaar te combineren, aangezien de ruimte om dit te doen mist. Wanneer er geschoven zou worden met ruimte (en bijvoorbeeld woningen opgeofferd zouden worden ten bate van winkels of iets dergelijks, is dit al beter mogelijk). Wanneer er op de kostenaspecten wordt gelet zal opvallen dat het duur zal zijn voor senioren om in dezelfde woningen te kunnen gaan wonen. Het is dan goed mogelijk dat zij minder valide zullen zijn (of worden in de toekomst), waardoor extra voorzieningen (traplift, zitdouche, enzovoort) geregeld zullen moeten worden om de ouderen te laten wonen in het Carré. Ook voor de andere varianten zullen extra maatregelen getroffen moeten worden, omdat het Carré momenteel niet berekend is op dat soort aspecten (van wonen aan huis, meer zelfvoorziening). In Nederland is hoogbouw natuurlijk een goede optie, dit zal ook in de kosten schelen. Rotswoningen, tenslotte, hebben een natuurlijke klimaatregeling, waardoor voor deze woningen niet of nauwelijks installaties aangeschaft hoeven te worden. Dit zal schelen

22

in de aanschafprijs. In het gebruik is het eigenlijk hetzelfde verhaal. Rotswoningen hoeven minder onderhoud, woningen voor ouderen juist meer. Zij zullen dan ook goedkoper, respectievelijk duurder zijn om mee te leven. Comfort en gezondheid verschilt heel weinig met de huidige situatie. Het Carré heeft al een goed comfort, en is ook niet schadelijk voor de gezondheid. Varianten en alternatieven zijn allemaal gebaseerd op duurzame ontwikkelingen en duurzaam wonen, waardoor het nog steeds comfortabel en gezond wonen zal zijn bij andere alternatieven. In de toekomst is het herbestemmen van bestaande bouw natuurlijk zeer interessant, en dit biedt goede vooruitzichten om via cradle2cradle duurzaam te bouwen. Aangezien ouderen veel meer extra’s nodig zullen hebben om in dit huidige Carré te wonen, zal dit ook op langere termijn minder positief zijn. Een ander nadeel is dat aanpassingen aan woningen voor ouderen in de toekomst moeilijker weg te werken zullen zijn dan aanpassingen van andere varianten of alternatieven. Hierdoor is de vrijheid kleiner, terwijl het plan libre zeer belangrijk is tegenwoordig, met de veranderende huishoudens.

Archtitectuur.Actueel,Sept.2008


Opdracht 4.1 en 4.2

Geschiedenis De geschiedenis van het Carré is het best te vertalen aan de hand van de actoren. Wanneer zijn zij betrokken geraakt bij het project. Waarom, en met welke doelen, en middelen? Aan de hand hiervan kan het volgende geconcludeerd worden over het project: De gemeente is belangrijk geweest bij dit project door aan te geven wat zij verwacht van nieuwe projecten op het gebied van duurzaamheid. Bij het Carré zijn deze ideeën uitgedragen, en heeft de gemeente dus stimulerend gewerkt. Het centrale concept van duurzame woningen is door Vestia-Ceres bedacht. Architect Splinter heeft bijgedragen aan het innovatieve ontwerp van het Carré. Rondom Wonen heeft het succesvolle idee van Vestia-Ceres overgenomen en in een eigen vorm gegoten, door de ecologische bewoners, in samenwerking met de Vereniging Ecodorp. De bewoners, ten slotte, zijn momenteel verantwoordelijk voor het gebruik van de installaties en (al dan niet gedeeltelijk) voor het onderhoud hiervan. Bovendien zorgen zij voor de gemeenschapzin, die nog steeds uitgedragen wordt binnen het Carré.

De geschiedenis van het model valt in verschillende groepen in te delen. De geschiedenis van het model de ecologische bewoner en de geschiedenis van het model duurzame bouwblokken. Het is wellicht relevant om de geschiedenis van deze verschillende modellen afzonderlijk te onderzoeken. Hier volgt eerst de geschiedenis van de ecologische bewoner. In den beginne leefden alle bewoners op de aarde ecologisch en in harmonie met de natuur. Op het moment dat onze beschaving zich ontwikkelde kwam er steeds meer belang in welvaart en groeide de populatie. In de wereld leefden in de Romeinse tijd naar schatting 54 miljoen mensen (op de grafiek hieronder is de explosieve groei van de wereldbevolking te zien). Een belangrijk begrip bij het model duurzame bewoner is de biologische footprint. De mens heeft al sinds jaar en dag een stuk grond nodig om zichzelf te voorzien in zijn behoeften omdat de wereldbevolking zo snel is gegroeid in de laatste 200 jaar is de wereld niet meer in staat om al deze mensen op een eerlijke manier te voorzien. Door de technologische ontwikkeling wordt de biologische footprint van elk individu zo hoog dat de aarde uitgeput raakt. Mede door films al “An inconvenient truth” van Al Gore en het boek cradle to cradle van Braungart en McDonnah is er in de wereld een bewustzijn gecreëerd dat deze footprint verkleind moet worden om de aarde te behouden. Men ziet in Nederland dan ook de laatste jaren enorm veel initiatieven om een duurzame bewoner te creeren. Instanties als “de omslag”(1994) en Vereniging Ecodorp (1999) zijn in Nederland pioniers in het bewustzijn verspreiden onder de Nederlandse bevolking. In Europees verband is het GEN-Europe opgericht in 1996. Global Ecovillige Network is een instantie die lijkt op Vereniging Ecodorp maar zich minder bezig houd met gemeenschapszin dan Ecodorp maar dan op een europees niveau De komende jaren zal er veel meer nadruk worden gelegd op de ecologische bewoner. Er zullen nog meer instanties verschijnen en het duurzame wonen zal waarschijnlijk ook een impuls krijgen vanuit de overheid door middel van het subsidiëren van laag energieverbruik en het subsidiëren van eerlijke producten zoals Max Havelaar.

(bron: http://nl.encarta.msn.com/encnet/refpages/RefArticle.aspx?refid=100003179)

Carre-Special

23


Opdracht 4.1 en 4.2

Geschiedenis Achter het stimuleren van duurzame woningen zit ook een hele geschiedenis; In de afgelopen jaren is het milieu steeds belangrijker geworden door het gat in de ozon-laag. Het eerste rapport over duurzaamheid verscheen in 1987 en noemde “Our common future” van de World Commission on Environment and Development van de Verenigde Naties, waarin duurzame ontwikkeling centraal stond. Een ander interesant moment was de conferentie van Rio in 1992 die over het milieu en de ontwikkeling ging. De internationale gemeenschap heeft er zich toen toe verbonden een nieuw beleid te ontwikkelen. Het nieuwe ontwikkelingspatroon dat voor alle landen werd vastgesteld, heette “Duurzame ontwikkeling”.

24

In 2002 vond de Wereldtop voor duurzame ontwikkeling plaats in Johannesburg. Dit was de grootste VN-conferentie tot dan toe. Verschillende instanties bevorderen dan ook het initiatief van duurzame woningbouw. In 2007 is het Dutch Green Building Council opgericht als onafhankelijke organisatie om een duurzaamheidlabel te ontwikkelen voor Nederlandse gebouwen en gebieden. De oprichting van de stichting komt voort uit een toenemende vraag naar toetsing van duurzame ontwikkeling in de gebouwde omgeving. Ook dit helpt het motiveren om duurzame woningen te bouwen. Een belemmerende factor daarentegen is dat de overheid besloten heeft met ingang van eind 2003 haar actieve beleid ter bevordering van duurzaam bouwen te beëindigen. Dit werkt vanzelfsprekend in het nadeel van duurzaam bouwen, aangezien het vooruitzicht op een financiële tegemoetkoming in de vorm van subsidies of de verwachting van toekomstige overheidseisen (duurzaam bouwen in het Bouwbesluit) tot het broodnodige enthousiasme leidt. Duurzaam bouwen drijft dan wel op enthousiasme, maar in de praktijk blijkt dit steeds moeilijker op te wekken. In de toekomst zal door de overheid meer gesubsidieerd moeten worden om het duurzame wonen rendabel te maken. Maar deze zullen ook meer regels aan het bouwen stellen wat betreft het energieprestatiecoëfficient. (bronnen: sd-design.org/gaetanfiles/School/Werkbundels/Duurzaam%20Bouwen%20 pdf.pdf, www.nido.nu/image/publicatie/bestand/1112352867.pdf, http://janjuffermans.nl/inhoud/Boek%20voetafdruk.pdf, , http://gen.ecovillage.org/, http://www. omslag.nl/10jaaromslag.html)

Archtitectuur.Actueel,Sept.2008


Op schaal van de stad heeft hoogbouw wel effect. Er zal in de directe omgeving meer ruimte overblijven voor andere gebouwen (of groen, accommodaties of iets dergelijks), wat positief kan werken voor de stad of de wijk. Op de schaal van het woonblok zal de gemeenschapszin waarschijnlijk afnemen aangezien je minder direct met elkaar in contact zult komen. Dit heeft dus niet zozeer effect op de ruimte zelf, maar meer op de beleving binnen het bouwblok. Ook zal een binnentuin zoals die nu in het Carré is niet meer mogelijk zijn, dit heeft dus ook effect op de ruimte binnen het bouwblok, die volledig anders ingedeeld zal moeten worden.

Opdracht 5.1

Effecten op ruimte

Afname van de gemeenschapszin

Alternatieven Een gebouw herbestemmen Wanneer een gebouw herbestemd wordt, heeft dit op grote schaal vrijwel geen invloed. Op kleinere schaal heeft dit echter wel degelijk effect. Wanneer een gebouw herbestemd wordt, zal dit gebouw meer ‘aanzien’ krijgen in de omgeving. Mensen zullen daar (als het goed is) sneller willen wonen of werken, waardoor de hele buurt kan meeprofiteren van dit nieuwe gebouw (prijzen zullen stijgen, meer bezoekers voor winkels). Renovatie voor een gebouw heeft op grotere schaal natuurlijk wel invloed als je ervan uitgaat dat nieuwe grondstoffen aangeboord moeten worden. Deze zullen dan automatisch niet meer gebruikt kunnen worden voor andere projecten. Als laatste heeft het herbestemmen wellicht ook op een andere manier invloed op grotere schaal. Wanneer de herbestemming wel (of juist niet) aanslaat, zullen andere gemeentes/landen deze herbestemming ook (of juist niet) toe kunnen passen.

Wanneer ander soort mensen in een leefgemeenschap als het Carré zal gaan worden (mensen die niet specifiek zijn geselecteerd op hun leefgewoontes), zal het Carré ook op een andere manier functioneren. Wellicht zullen tuinen vergroot worden, ten koste van de binnentuin. Hierdoor zal een van de belangrijkste kenmerken van het Carré wegvallen. Hoewel het evenveel ruimte inneemt, is er dus wel degelijk een verschil in het gebruik van diezelfde ruimte. Op grotere schaal heeft een afname van de gemeenschapszin weinig verandering. De woningen blijven verder gelijk, extra grondstoffen zijn dus ook niet nodig. Het is wellicht wel een verandering dat dit nu meer als een voorbeeldproject kan gaan dienen. Hierdoor zijn mensen wellicht eerder geïnteresseerd om in een dergelijk project te gaan wonen, wat natuurlijk wel gevolgen heeft voor het ontwerpen van woningen op grotere schaal.

Beperking van de installaties Wanneer er minder installaties worden gebruikt om een gebouw toch duurzamer te maken, heeft dit een positief effect op het gebruik van grondstoffen. Een vergelijkbaar effect wordt immers behaald zonder dat er grondstoffen zijn verbruikt. Op kleinere schaal heeft een beperking van de installaties echter grotere gevolgen. Dit soort woningen zullen namelijk niet overal gebouwd kunnen worden, vaak is er hulp van de natuur bij nodig. Wanneer er bijvoorbeeld gebouwd zal worden in een berg (de rotswoning), zal deze berg aangepast moeten worden om het gebouw te kunnen plaatsen. Dit heeft duidelijk een negatief effect op de directere omgeving.` Duurzame hoogbouw Duurzame hoogbouw heeft voornamelijk op de kleinere schalen effect op de ruimte. Ervan uitgaande dat een gebouw ongeveer even groot blijft, zullen er evenveel grondstoffen gebruikt worden om het gebouw uiteindelijk te realiseren. Hierdoor verandert er weinig op grotere schaal.

Carre-Special


Varianten

Integratie van functies:

Wonen en werken combineren:

Wanneer binnen het Carré functies geïntegreerd zouden worden zou dit een zeer grote invloed hebben op de ruimte. Al eerder is aangegeven dat deze integratie pas rendabel is wanneer dit op grotere schaal toegepast zal worden. Het Carré zal dus groter moeten worden om dit plan tot uitvoer te kunnen brengen. Per woning zal er dan weinig veranderen (op wellicht een enkele verandering op een woning na), maar het bouwblok zal moeten veranderen. Wanneer het bouwblok meer zelfvoorzienend wordt, zullen de bewoners van het Carré op een heel andere manier kunnen gaan leven. De auto is nog minder noodzakelijk geworden, wat op grote schaal minder CO2-uitstoot zou kunnen veroorzaken. Doordat heel veel zaken geregeld kunnen worden binnen het bouwblok zou de groepsband ook nog eens versterkt kunnen worden, wat weer een verandering is op kleinere schaal.

Wanneer wonen en werken meer zouden worden, zal dit voor de ruimte gevolgen hebben. Op grote schaal zal dit inhouden dat de bewoner van het Carré minder hoeft te reizen, waardoor bijvoorbeeld het gebruik van de auto (met de daarbij horende CO2-uitstoot) omlaag zal gaan. Op iets kleinere schaal zal het inhouden dat de functie van het Carré binnen de stad (of de wijk) zal veranderen. Mensen zullen sneller het Carré gaan bezoeken om bijvoorbeeld producten te kopen. Dit zal bijvoorbeeld aanpassingen vergen met betrekking tot parkeren en het openbaar vervoer (voor zover het Carré tenminste nu nog niet goed bereikbaar is). Op de schaal van het bouwblok verandert er natuurlijk nog meer. Het Carré zal (gedeeltelijk) een andere functie krijgen, waardoor het aanzien van bepaalde woningen binnen het bouwblok zal veranderen. De binnentuin moet wellicht anders ingedeeld worden, woningen anders ingericht, en de functie van bepaalde bewoners zal ook veranderen. Deze aanpassingen hebben allen invloed op de (verandering van) ruimte. Woonvorm aanpassen: Duurzame woningbouw anders gerealiseerd dan bij het Carré zal voornamelijk verandering teweegbrengen op de (redelijk) directe omgeving van het betreffende nieuwe woongebouw (/woongebouwen). Hier zal het bouwblok invloed hebben op de directe omgeving doordat er gebouwd wordt, maar ook omdat het een bouwblok zal worden wat tot dan toe waarschijnlijk nog niet op die specifieke locatie gebouwd zal zijn. Hierdoor zal er meer gekeken kunnen worden naar duurzaam bouwen (meer projecten betekent immers ook meer bekendheid), wat uiteindelijk meer duurzame woningbouw op écht grote schaal tot gevolg kan hebben.

Zelfvoorzienende woningen: Wanneer het Carré zou veranderen in een autarkie, zal het (vrijwel) zelfvoorzienend zijn. Dit is in eerste instantie alleen mogelijk als het Carré een schaalvergroting zou ondergaan in de zin van meer grond. Zelfvoorzienend leven kan alleen als groente en fruit verbouwd kan worden, op dit moment is de locatie daar niet geschikt voor. Een autarkie zou in theorie toegepast kunnen worden op de huidige plek, maar logischer zou het zijn als het Carré ergens anders tot uitvoering gebracht wordt, in dat geval heeft het autarkische leven ook nog een kans van slagen. Op grote schaal heeft minder gebruik van de auto natuurlijk weer minder schadelijke uitstoot van gassen tot gevolg. Ook hoeft er minder voedsel vervoerd te worden, wat allemaal minder schadelijke gassen in de atmosfeer zal brengen. Een autarkie heeft dus behoorlijk grote, positieve, gevolgen op het duurzame leven.

Type bewoner, senioren: Wanneer senioren in het Carré zouden gaan wonen, zal dit van invloed zijn op de invulling van het Carré zelf. Senioren hebben wat meer specifieke voorzieningen nodig om zelfstandig te kunnen blijven wonen. Deze voorzieningen zullen sowieso ruimte innemen (in de meest simpele vorm zijn de specifieke voorzieningen zelfs alleen maar extra ruimte, in bijvoorbeeld het toilet). Hierdoor zullen de woningen anders ingedeeld moeten worden (6-kamer woningen zijn bovendien ook niet handig voor maximaal 2 personen per huishouden), en zal ook de functie van het binnenterrein veranderen. Senioren willen dingen samen doen, maar dit zullen veel meer dingen zijn die binnen worden gedaan. Een gemeenschapshuis is hierbij onontbeerlijk. Op grotere schaal veroorzaken de seniorenwoningen weinig extra verandering. Wellicht zullen bejaardentehuizen of andere verzorgingstehuizen ergens anders geplaatst worden, maar dit zal het enige zijn. Op écht grote schaal zal men weinig merken van een ander type bewoner in het Carré.

Archtitectuur.Actueel,Sept.2008


Opdracht 5.2

Effecten op tijd Alternatieven Een gebouw herbestemmen: Door een gebouw te herbestemmen maak je optimaal gebruik van het aantal bestaande gebouwen. Het gevolg hiervan is, is dat het bouwproces minder lang hoeft te duren en het gebouw sneller in gebruik kan worden genomen dan wanneer er en heel nieuw gebouw moet worden geproduceerd. Ook is er veel minder materiaal nodig om het gebouw te realiseren waardoor er meer grondstoffen overblijven die gebruikt kunnen worden om een ander project te maken. Beperking van de Installaties: Door zo min mogelijk klimatologische installaties in het bouwblok in te bouwen en zal het energie verbruik en daarmee de CO2 uitstoot drastisch dalen. Dit heeft invloed op de leefbaarheid van de planeet in de toekomst. Omdat er zo min mogelijk installaties zijn toegepast kan er hierin ook geen slijtage optreden. Wat later minder onderhoudskosten zal gaan betekenen voor de gebruiker. Op deze manier zal er één keer moeten worden geïnvesteerd in de productie van het blok en daarna zijn we geen onderhoudskosten meer. Duurzame Hoogbouw: Door duurzame hoogbouw toe te passen met een woonfunctie, worden er in één keer veel duurzame woningen gerealiseerd. Het voordeel hiervan is dat voor een groot aantal mensen het energieverbruik en de CO2 uitstoot zal dalen. Hierdoor zal het milieu gespaard worden. Als het een succes blijkt om duurzame woningbouw op grote schaal toe te passen kan dit project als voorbeeld gelden. Zo kan dit project leiden tot meer vergelijkbare projecten in de toekomst waardoor het milieu nog meer gespaard wordt. Afname Gemeenschapszin: Door een ander ‘type’ mens in het Carré te laten wonen is de bewoningscontinuïteit niet meer afhankelijk van de vrienden van Carré. Hierdoor zullen er meer typen mensen in aanraking komen met het duurzaam wonen. Als dit bijvoorbeeld starters zijn, wat een grote kan

is door het type woning, kunnen deze bewoners hun duurzame ervaringen meenemen naar nieuwe woningen. Hoe meer doorstroom binnen het Carré is hoe meer mensen in aanraking komen met duurzaam wonen en hier de voordelen van in kunnen zien die zij later kunnen toepassen. Varianten Wonen en werken combineren: Door de werkfunctie in het Carré te betrekken zal het blok door een grotere groep mensen gebruikt worden (bijvoorbeeld klanten). Zo zullen meer mensen in aanraking komen met duurzame bouw. Als de bewoners van Carré gaan werken binnen het blok betekent dit dat zijn minder tijd in de auto zullen doorbrengen en dus het milieu minder belasten. Woonvorm aanpassen: Het aanpassen van de woonvorm kan allerlei gevolgen hebben in de toekomst. Voorbeelden hiervan zijn al genoemd bij de alternatieven duurzame hoogbouw en het herbestemmen van een gebouw. Type bewoner, senioren: Als het Carré bewoond gaat worden door senioren zou dit betekenen dat er aanpassingen nodig zijn om de woning leefbaar te maken. De aanpassingen die specifiek worden aangebracht voor de senioren, bijvoorbeeld trapliften en andere voorzieningen die de mobiliteit bevorderen, maken de woning minder aantrekkelijk. Hierdoor zal het moeilijk worden het blok door een ander type mens te laten bewonen. Het Carré zal dus minder flexibel worden. Dit kan betekenen dat het Carré een minder lang leven zal hebben. Integratie van functies: Door meerdere functies in het bouwblok toe te passen kan het blok toegankelijker worden voor de “gewone” mens. Door bijvoorbeeld winkels in het blok op te nemen kan het fungeren als een centrum van de wijk. Hierdoor zullen er meer mensen in aanraking komen met duurzame bouw waardoor zij bewuster worden van de mogelijkheden op dit gebied en hier ook iets mee kunnen doen. Om dit te kunnen realiseren moet het wel merkbaar zijn welke voordelen van deze vorm van bouwen met zich meebrengt. Door zo veel mogelijk kennis op deze manier over te dragen zal het draagvlak op het gebied van duurzaamheid ook groter worden. Zelfvoorzienende woningen: Als de woningen van het Carre geheel zelfvoorziend zijn betekent dit dat het energieverbruik van de woningen nihil zal zijn. Hierdoor wordt het milieu in vele opzichten gespaard (energieverbruik, grondstof gebruik e.d.). Het leven in een dergelijke woning zal wel gevolgen hebben op de manier van wonen. Dit zal niet voor iedereen zijn weggelegd en daarom zal het moeilijk zijn om voor een continue bewoning van het blok te zorgen.

Carre-Special


Opdracht 6.1 en 6.2

Stelling Piet-Hein Rondom Wonen had niet de vereniging Ecodorp moeten benaderen om bewoners voor het Carré te zoeken. Hierdoor is het Carré een ontoegankelijke commune geworden en is niet het optimale resultaat uit het project gekomen. Preargumenten -educatie Het Carré heeft nu uitsluitend een woonfunctie. Als het bewoond zou worden door “gewone mensen” krijgt het ook een sterkere educatie functie. De mensen die hier nu wonen hebben altijd al interesse gehad in duurzaam wonen (daar zijn zij op geselecteerd) door juist andere mensen het te laten bewonen komen meer mensen in contact met duurzaam wonen en de voordelen hiervan. -toegankelijkheid Toegankelijkheid kan letterlijk en figuurlijk worden opgevat. De binnenplaats van het Carré had een openbare speelplaats als bestemming. De bewoners waren het hier niet mee eens en nu is het zo ver gekomen dat de binnenplaats een private ruimte is geworden voor de bewoners. Door deze geslotenheid is er ook een figuurlijke geslotenheid ontstaan waardoor de andere bewoners van Emerald afstand nemen van het Carré. -doorstroming

mogelijk mensen kennis te laten maken met duurzaam wonen, zeker als de bewoners na het carré een koopwoning nemen kunnen zij hun in het Carré opgedane kennis gebruiken bij het kiezen van een nieuwe woning. -experiment Doordat het Carré niet door de doorsnee Nederlander wordt bewoon kan niet worden opgevat als een legitiem experiment. Als dit wel het geval was geweest konden bevindingen beter worden opgevat als algemene conclusies waar rekening mee kan worden gehouden bij nieuwe projecten. Tegenargumenten -duurzaam gebruik Doordat de leden van de vereniging ecodorp al veel bezig zijn met duurzaamheid en dit ook belangrijk vinden, is het voor deze mensen makkelijker om duurzaam te leven. Naast het gebruik van het Carré zullen zij ook meer op andere vlakken aan duurzaamheid en het milieu denken. Zo wordt het Carré uit duurzaamheids oogpunt optimaal gebruikt.

-gemeenschapszin Door de vorm van het Carré wordt het leven in een gemeenschap bevorderd. De leden van ecodorp hebben zijn op zoek geweest naar een woonplek waar dit mogelijk is en zullen dit dan ook gaan gebruiken. Als er mensen in het Carré gaan wonen die hier minder interesse in hebben zal de gemeenschappelijke binnenplaats ook minder gaan gebruiken en zich minder betrokken voelen met het blok. Door minder mate van betrokkenheid zal de binnenplaats verwaarloosd worden.

-interesse/motivatie De leden van vereniging ecodorp zijn op zoek geweest naar een plek waar zij volgens hun doelstellingen kunnen leven (duurzaamheid, gemeenschapszin en spiritualiteit). Het carré bied een plek waar zij deze denkbeelden kunnen uitdragen. De leden van ecodorp zullen daarom veel interesse hebben om hier te wonen en ook zeer gemotiveerd zijn om het Carré op een goede manier te gebruiken en ook te onderhouden. Deze interesse zal bij andere mensen meer moeten groeien en zal in mindere maten van te voren aanwezig zijn.

Een uniek kenmerk van het Carré is dat het bestaat uit duurzame huurwoningen. De bewoners van huurwoningen wisselen relatief snel (bijvoorbeeld starters). Dit kenmerk kan worden gebruikt om zo veel Archtitectuur.Actueel,Sept.2008


Contra-argumenten

Opdracht 6.1 en 6.2

-Bewoners zullen toch geselecteerd moeten worden om een project daadwerkelijk duurzaam te laten zijn en, zo, te kunnen laten slagen. Educatie en voorlichting is hier heel belangrijk in, en kost geld en tijd. Dit soort bewoners heeft minder educatie nodig, en leeft sowieso al duurzaam.

Stelling Jörgen

-Door andere manieren van duurzame energie toe te passen, kunnen ook de huidige huishoudens profiteren van duurzamere energie. De gemeente Pijnacker-Nootdorp zal dan op een gemakkelijkere manier grotere resultaten kunnen boeken.

De gemeente Pijnacker-Nootdorp moet meer duurzame woningbouw als het Carré in uitvoer brengen binnen de gemeentegrenzen zonder de bewoners vooraf te selecteren, om zo de gestelde doelen van het beleid duurzaamheid in 2020 te kunnen bereiken.

-Bewoners die niet vooraf geselecteerd zijn, zullen voornamelijk geïnteresseerd zijn in een lagere energierekening. Een gezamenlijke binnentuin zal niet rendabel zijn, waardoor één van de peilers onder het Carré volledig ‘vergeten’ zal moeten worden.

Pro-argumenten -De gestelde doelen kunnen alleen behaald worden door uitvoering van meer van dit soort projecten -Bewoners zoals deze momenteel in het Carré wonen, zijn niet heel rijk vertegenwoordigd, door niet specifiek bewoners te kiezen (ook duurdere koopwoningen bijvoorbeeld), komt een grotere groep in aanmerking om duurzaam te wonen. -Hoe meer van dit soort projecten in uitvoering zullen komen, hoe meer aandacht er voor de projecten (en daarmee de gemeente) zal komen. Hier zal de gemeente dus veel profijt van kunnen ondervinden, waardoor investeringen terugverdiend kunnen worden en de leidende rol van Pijnacker-Nootdorp op het gebied van duurzame ontwikkeling bevestigd en erkend kan worden.

Carre-Special


- Dan waren de woningen in het geheel geschikt gemaakt voor het type bewoner. De woning (nog) bruikbaarder te maken voor op de wijze waarop de bewoners leven. Bespaart ruimte en moeite, maar is ook nog eens duurzaam, omdat je (persoonlijk) kunt ingaan op de levensgewoonten van de bewoners.

Opdracht 6.1 en 6.2

Stelling Ruben

Contra-argumenten: - Dan had het proces van ontwerpen en selecteren langer geduurd, aangezien het Carré dan op maat gemaakt zou moeten worden voor de bewoners.

Beginnend projectontwikkelaar Ceres had bij sociaal woningbouwproject ‘het Carré’ eerst zijn bewonersdoelgroep specifiek moeten bepalen alvorens het geheel te ontwerpen en te laten bouwen om zo de belangen van de bewoners te behartigen.

- Het is niet handig als huurwoningen op maat gemaakt wonen, want er wordt veel geschoven in huurwoningen, en hij moet 50-100 jaar te verhuren zijn. - Het was waarschijnlijk niet het strakke architectonische bouwblok geworden wat architect Jan Splinter nu heeft neergezet.

Pro-argumenten: -

Dan was er geen probleem of onenigheid geweest over het gebruik v/d binnentuin;

Privé / openbaar? • Sinds kort Privé geworden • Met uitzondering van kinderen uit de buurt van 0-6 Gemeenschapshuis / theehuis? • Nog niet gebouwd. • Niet iedereen wil meebetalen - Dan waren er geen problemen geweest voor 1-pitters. In deze wijk wonen veel alleenwonenden, en je mag als sociale huurder niet in je eentje 4 kamers bezitten. Dit heeft geleid tot het opgeven van een ‘woon’partner die niet bestaat.

Archtitectuur.Actueel,Sept.2008


Opdracht 6.1 en 6.2

Stelling Fabian Opdrachtgever rondom wonen had met architectenbureau Splinter in de ontwerpfase beter moeten nadenken hoe de bewoners van het Carre zouden gaan leven en in het speciaal op het binnenterrein. Op deze manier hadden de bewoners minder tijd te hoeven investeren om hun duurzaame levensstijl uit te oefenen.

Argumenten tegen: - Door het bouwblok aan te passen aan de type bewoner zal het voor de architect denkwerk bezorgen om het gebouw herbestembaar te maken. - De mensen zullen niet meer vrij zijn om niet duurzaam te leven. Dit beperkt te vrijheid maar is zeer goed om de Co2 uitstoot voor 2015 terug te dringen met 21%. - Het zal meer tijd kosten om de eisen van de bewoner te verwerken in het ontwerpproces, dit zal daardoor meer geld kosten. De kosten van het bouwblok zullen omhoog gaan. Waarschijnlijk zal dit niet veel zijn.

Argumenten voor: - Wanneer het gebouw beter aangepast was geweest aan de bewoner zou onder andere de zelfvoorzienendheid van het blok veel beter van de grond komen. - Wanneer dit soort duurzame gebouwblokken beter worden aangepast aan zijn bewoner zal het waarschijnlijk voor de bewoner ook minder moeilijk worden om een duurzame levensstijl aan te nemen. - De bewoner zou meer zelf betrokken worden bij het realiseren van het duurzame karakter van het bouwblok, op deze manier zal het voor andere projecten ook vanzelfsprekender worden om mee te doen en op die manier de duurzaamheid van het bouwblok te verhogen. Wanneer dit bij toekomstige projecten wordt gerealiseerd kan ook de doorsnee Nederlandse bewoner betrokken worden bij het duurzaam leven.

Carre-Special


Opdracht 6.1 en 6.2

Stelling Teodor Persoonlijke Theodor Sumarokov:

Tijdens het vorming van het basisconcept van Het Carre moest er niet te strakke wederzijds afhankelijkheid “Peple-Technology” ingesteld worden maar meer een flexibile verhouding tussen de subjecten en objecten binnen de kader van het project.

Financieel - Het zou veel duurder zijn in de uitvoeringsfase voor de belegger (kosten van materiaalonderzoek, materialen zelf, oetvoering) Tijd - Het zou veel meer tijd zou duren tijdens het onwerpsfase: op zoek naar een duurzame type woningen die milieufriendelijk zijn niet door de dure of afwijkende installaties maar door de energiebesparende architectonische model – het kost veel meer tijd en energie dan “gewone” bouw Sfeer - Waarschijnlijk het zou minder gemeenschappelijk sfeer hebben van een gesloten kring met bijzondere spirituele standpunten wat heeft Het Carre nu.

Proargumenten: Grotere schaal toepassing - Het maatschappelijke waarde van het experiment en zijn betekenis voor het duurzaamheidsbeleid zou veel hoger zijn door de maximale nabijgelegenheid aan de maatschappelijke situatie. Maatschappelijke betekenis - Er zou geen speciale selectieve soort bewoners nodig - dan het zou mogelijk bewoond worden door de “gemiddelde” Nederlander. Het zou dan grotere gevolgen van de verandering van milieuwtoestand hebben en het project zal dan niet figuurlijk maar wel letterlijk “revolutioneer” genoemd worden. Installaties - Er zou geen behoefte te zijn in de aparte soorten kostbare installaties die kunnen niet massal worden ingevoerd Tegenargumenten:

Archtitectuur.Actueel,Sept.2008


opdracht 7

Essay Piet Hein

leerd over het gebruik van dit type woning, en de gebruikte technische middelen. Deze conclusies en bevindingen kunnen worden gebruikt bij de bouw van nieuwe woningbouwprojecten. Het gevoel dat de huidige bewoners niet als een representatieve bewonersgroep kan worden gezien, wordt versterk doordat de bewoners zich hebben afgesloten van de rest van de wijk. Met als fysiek voorbeeld: het toe-eigenen van de, vermeende, openbare binnentuin. Mede hierdoor is er binnen de wijk een sfeer ontstaan waar binnen de andere wijk bewoners zich niet kunnen identificeren met de bewoners van het Carré. Met het gevolg dat er een zekere afstand tussen de groepen is gevormd.

Het woonblok Carré is een bijzonder blok binnen de Pijnackerse woonwijk Emerald. Het blok is zeer innovatief op het gebied van duurzaamheid. Door de technische verbeteringen betreffende de isolatie, ventilatie en verwarming is de energieprijs van deze sociale huurwoningen tot 50% gereduceerd. Dit is zeer aantrekkelijk voor de bewoners. Het zijn precies deze bewoners waar woningcorporatie Rondom Wonen mee in de fout is gegaan. De corporatie heeft er voor gekozen om gericht bewoners te zoeken die al eerder veel interesse hebben getoond in duurzaam wonen. Hierdoor kwam de corporatie uit bij de stichting Ecodorp. Deze stichting heeft als doel: “Ecodorpen te stichten waar geleefd kan worden in harmonie met de natuur, met hoge gemeenschapszin en in spiritualiteit.” De ideale bewoners voor het woonblok Carré. Door de duurzame technieken en de grote openbare binnentuin worden nu juist deze aspecten gestimuleerd, aldus Rondom Wonen. Maar door juist een groep te kiezen die een groot deel van de Nederlandse bevolking representeert, zouden er veel meer resultaten uit dit project gehaald kunnen worden. Rondom Wonen had niet de vereniging Ecodorp moeten benaderen om bewoners voor het Carré te zoeken. Door dit besluit is het Carré een ontoegankelijke commune geworden en is niet het optimale resultaat uit het project gekomen.

In de originele plannen voor het woonblok Carré was de binnentuin bestemd voor een openbare speeltuin voor de hele wijk Emerald. Tijdens het gebruik van het blok is echter gebleken dat de binnentuin vooral wordt gebruikt door de bewoners van het Carré. Dit is natuurlijk niet onlogisch. Maar het is wel zo ver gegaan dat de bewoners de binnentuin zich hebben toegeëigend, en het nu als semiprivaat gebied functioneert. ¬ Wat gebruik betreft, is dit zeker geen negatieve ontwikkeling. Doordat er een duidelijke gebruiker is van de tuin, zal deze ook meer zorg dragen voor het onderhoud hiervan. Het negatieve effect is echter dat de bewonersgroep zich heeft afgesloten voor de rest van de wijk, zowel fysiek als sociaal. Door deze afsluiting komen mensen uit de wijk minder in aanraking met het Carré en daarmee ook met de duurzame ontwikkelingen binnen het blok. Als dit niet het geval was geweest en de binnentuin zou dus wel een toegankelijke speelplaats zijn geworden, dan waren er meer mensen in aanraking gekomen met het duurzame leven binnen het Carré. Dit kan worden gezien als een vorm van educatie die hard nodig is op het gebied van duurzaamheid. Het gevaar dreigt wel dat als er een groep mensen in het blok gaat wonen die verder geen gemeenschappelijke band met elkaar hebben, zich ook minder verbonden voelen met de rest van de bewoners. Dit kan lijden tot conflicten tussen de bewoners over het gebruik van de binnentuin met gevolg dat er niets mee gebeurt en het langzaam zal verloederen. Hier staat tegenover dat als de binnentuin niet meer privaat is, de gemeente zorg zal gaan dragen voor het binnenterrein. De gemeente kan er voor zorgen dat de binnentuin weer openbaar terrein wordt voor de hele wijk. Bovendien kan zij de tuin ook aantrekkelijk voor de hele wijk maken, zodat de integratie tussen de bewoners van het Carré en de andere bewoners van Emerald bevorderd zal worden.

Deze resultaten moeten worden gezien in het feit dat er meer met dit project had gekund (en nog steeds kan). Door de bewonersselectieprocedure op de conventionele manier te laten verlopen (wachtlijsten), kunnen veel meer mensen in aanmerking komen voor dergelijke woningen en kunnen er dus ook meer mensen in aanraking komen met deze duurzame woningbouw. Doordat er een grotere verscheidenheid aan mensen in aanraking zal komen met deze manier van wonen, kunnen er na verloop van tijd ook algemene conclusies worden geformu-

Zoals gezegd is het Carré een innovatief project geweest op het gebied van duurzaamheid. Naast alle technische vernieuwingen is het ook uniek dat het bij het Carré om sociale huurwoningen gaat. Een kenmerk van huurwoningen is dat zij snel wisselen van bewoner (na vier jaar wil gemiddeld 40% van de huurders verhuizen) . Dit feit kan gebruikt worden om zoveel mogelijk mensen in aanraking te laten komen met duurzame huurwoningen. Ook dit is een vorm van educatie over duurzaamheid. Het is een hele positieve bijkomstigheid, omdat de

“Carré, wat het voorbeeld van Duurzaam wonen had kunnen zijn”

Carre-Special

33


gebruikers zo meteen de voordelen van de duurzame systemen zien: de lage energieprijs. Als de huurders gaan verhuizen (misschien naar een koopwoning) nemen zij deze ervaring mee en laten dit meetellen in de keuze van een nieuwe woning. Hoe meer mensen bewust worden van de voordelen van duurzame systemen, hoe meer mensen dit later ook zullen toepassen. Het doorstromingssysteem van het huidige Carré belemmert deze brede doorstroming van huurders. Het huidige systeem werkt met een externe groep geïnteresseerden die lid zijn van de vereniging Ecodorp. Uit deze groep, de Vrienden van Carré geheten, worden, als er een woning vrij komt, de nieuwe bewoners gekozen door de bewoners van Carré. Er wordt dus uit een hele beperkte groep mensen gekozen die allemaal dezelfde denkbeelden hebben (zij zijn immers allemaal lid van Ecodorp). Deze mensen zijn allemaal al geïnteresseerd in duurzaam wonen1 en zullen er al veel van weten. Hierdoor kan het Carré niet meer gebruikt worden voor educatieve doeleinden. Tegenwoordig is het niet meer zo dat de vrienden van Carré lid moeten zijn van Ecodorp. Zo kan er voor de nieuwe bewoners uit een wat bredere groep worden geput. Het blijft wel zo dat de huidige bewoners de nieuwe bewoners zelf kiezen, waardoor de groep met mogelijke bewoners zeer beperkt blijft.

creatieve en, een voor de doorsnee Nederlander toegankelijke manier omgaat met duurzaamheid. Tegen de tijd dat dit is gerealiseerd zal het ‘nieuwe’ van het Carré zal er dan wel af zijn. Hierdoor zullen weinig projectontwikkelaars en woningcorporaties nog kijken naar de nieuwe ontwikkelingen binnen het Carré. Het Carré wat het voorbeeld van duurzaam wonen had kunnen zijn. www.ecodorp.nl, geraadpleegd op: 04-11-2008 Interview met mevrouw de vries, Architectuur Actueel,Delft,nov. 2008 Interview met lenny putman, Architectuur Actueel,Delft, nov. 2008 Bevolkingstrends, Statisch kwartaalblad over de demografie van Nederland, Jaargang 55, 3e kwartaal 2007, Heerlen/Voorburg 2007 Huurcommissie, De uitspraak, Den Haag, jrg. 3 nummer 1 2007

De reden dat Rondom Wonen heeft gekozen voor duurzame bewoners en daarmee voor de vereniging Ecodorp, is omdat het zinvol leek om het Carré te laten bewonen door mensen die duurzaamheid al hoog in aanzien hebben . Maar is dit wel zinvol? Is het voor het duurzaam functioneren van het blok nodig om het door mensen te laten bewonen die duurzaam leven? De systemen hebben geen speciale handelingen nodig die veel extra participatie vereisen van de bewoner om te functioneren. En ook al was dit zo, is dit dan niet de uitgelezen mogelijkheid om te proberen of de doorsnee Nederlander dit ziet zitten? De duurzame systemen van het Carré werken goed (er is een energiedaling van ongeveer 50% gehaald). Maar het is niet geheel duidelijk of dit komt door de bewoners of de technische toepassingen. Misschien haalt een andere bewoner niet zo’n lage energierekening en is het daarom niet rendabel om te investeren in deze dure systemen. Het is nu niet duidelijk of deze manier van wonen en deze systemen ook werken met andere bewoners. Het Carré kan dus op deze manier niet worden gezien als een experiment waar algemene conclusies uit gehaald kunnen worden. En het Carré kan dus ook niet kan worden gezien als voorbeeld voor nieuwe duurzame projecten. Het blijkt dat voor de huidige bewoners het Carré nog niet de ideale woonplaats is. Veel mensen hebben klachten over het geluids en stankoverlast van de nabijgelegen snelweg. De wijk emerald ligt in een dichtbebouwd gebied terwijl de bewoners, wat blijkt uit de standpunten van Ecodorp, het liefst in contact met de natuur leven. Het gevolg hiervan is dat er gemiddeld 1 á 2 gezinnen per jaar weg gaan uit het Carré. Tegenwoordig is het niet meer voor de bewoners verplicht om lid te zijn van de vereniging Ecodorp. Hopelijk zal dit leiden tot een meer representatieve bewonersgroep. Een groep die zich meer betrokken voelt met de hele wijk emerald, zodat het Carré niet meer word gezien als een ontoegankelijke commune. Maar een blok wat op een

34

Archtitectuur Actueel, Sept. 2008


opdracht 7

Essay Teodor Het Carré: revolutionaire ambitie met een verkeerd vertrekpunt “Het herenhuis staat op een hoge heuvel, alle wind waait er doorheen, die er wil waaien (…) In het huis zelf wordt door de bedienden gestolen. Er wordt stom en zinloos gekookt in de keuken. (…) Het is leeg in de opslagruimte, de bedienden zijn onrein en zuipschuiten. Maar inmiddels er is een mooi paviljoen gemaakt met een platte groene koepel, houten blauwe kolommen en een naam : “Een tempel van het eenzame nadenken”. (…) “Soms… zei Manilow, zou het leuk zijn als er vanuit het huis een ondergrondse weg gemaakt kon worden of een grote stenen brug over de vijver worden gebouwd met verschillende winkels aan beide kanten met allerlei soorten nuttige goederen voor de boeren. Bij dit gesprek werden zijn ogen heel zoet en zijn gezicht kreeg een heel tevreden impressie.” Nikolaj Gogol, “De dode zielen”, 1842 Het is niet nodig nog een keer uit te leggen hoe belangrijk de toestand van het mileu geworden is en hoeveel er gedaan moet worden om een mogelijke globale ellende te voorkomen. Daarover wordt tegenwoordig dagelijks gepraat in alle media en openbare instellingen. Het belangrijkste in alle zaken is, om naar het vertrekpunt te kijken en van daaruit de hele loop van de zaak te analyseren. Als het huis geheel krom staat – dan moet er eerst naar het fundament worden gekeken – wat is er fout geweest tijdens het aanleggen? In de zaak van de relatie “mens-milieu” te verbeteren moeten wij vanaf het begin duiken in de fundamentele problemen. Want het probleem van milieubewust gedrag is in eerste instantie een ethisch probleem – hoe kunnen wij eigen fouten erkennen en hoe vrij zijn wij innerlijk om geen nieuwe religie, trend of ideologie van een praktische probleem - “het milieu”- te creeren. Hoe realistischer, bewuster en praktischer wij met dit probleem omgaan, hoe groter de kans wordt dat het oplosbaar is. Het onderwerp van dit essay is een fundamentele vraag aangaande welke plaats een geslaagde milieuwbeleid in een duurzaamheidsgedrag van de mensen zal hebben en de enorme betekenis van deze vraag. Hier moet gezegd worden dat de oplossing van een fundamenteel dilemma een vertek-

punt is voor elk geslaagd milieuwontwerp. Voor een lezer, die waarschijnlijk de vraag zal stellen: waar liggen eigenlijk zulke fundamentele dilemma’s? – kan ik een voorbeeld geven op het gebied van economie-landbouw-milieu. De subsidiering van de landbouw in de EU bedraagt 50 miljard Euro; dat is 40% (!) van het hele budget2. Het bewijst eigenlijk dat de landbouw in de moderne Europese contekst niet alleen economisch ongeschikt maar ook milieuonvriendelijk geworden is. Talloze kassen (denk aan extra energie, bouwmaterialen, extra werkkracht), enorme toestellen, brede aanpassing van chemische stoffen. Plus de enorme grootte van het percentage van de subsidiering van het hele buget (geld dat eigenlijk energie is, wordt gewoon weggegooid). En als wij het niet als een belangrijk vertrekpunt zouden nemen voor verschillende milieuwrevormen – zullen duurzaamheidsprojecten slechts een verplaatsing van geld zijn en blijven. Zo zien wij aan de hand van dit voorbeeld, dat er een fundamenteel probleem is waarmee rekening moet worden gehouden als het wenselijk is om de veranderingen op de glodale schaal teweeg te brengen, en hoe belangrijk het is voor elk millieuwontwerp om een juist vertrekpunt te nemen, dat gecoordineerd moet worden met de fundamentele problemen. Dus wij kunnen ons enorm druk maken over “biologische landbouw”, “biologische consumering”, ‘biologische leven”, maar zolang er geen fundamentele tektonische verschuivingen van paraplatformen zullen komen – blijft ons “biologisch gepraat” alleen maar een nieuwe trend met vaak kleinschalige of zelfs twijfelachtige resultaten. In ons geval – een mooi idee van duurzame bouwen en duurzaam wonen op het voorbeeld project “Het Carré” in Emerald. Het huidige gebruik en het verloop van het experiment nu, lijkt mij een interessante maar een secundaire zaak. In eerste instantie moeten wij het volgende be- kijken: of er wel een echt revolutionair fundament in het basisconcept zit. Het basisconcept van Het Carré in Emerald was eerst uitgewerk door de Vestia-Ceres en daarna door de Stichting Rondom Wonen3 en 4. De bedoeling is dat in een ecologisch bouwblok “Het Carré” milieubewuste mensen komen wonen. Het moest een duurzaam karakter krijgen om zo een experimentele wijk te versterken. Maar laten ons kijken: als het geen kinderspel is maar een serieus experiment op milieugebied dan moet er, in mijn begrip, een “revolutionele” ambitie zijn. En die is inderdaad aanwezig. Het wordt vaak in de media “een revolutionair project” genoemd. Maar ook hier lijkt een tegenstrijdigheid in te zitten: “revolutionair” kan het alleen zijn als de bestaande situatie op brede schaal fundamenteel is veranderd; dus voor iedereen. Als de bestemming van het basisconcept van het Carré voor een speciale, milieubevuste groep mensen is, betekent het dan dat het op “brede schaal van toepassing” is? Laten we kijken hoeveel mensen, bijvoorbeeld, in Nederland, bereid zijn meer te doen op het gebied van duurzaamheid? Volgens recent Europees onderzoek “Consumentengedrag en energieverbruik”, is dat slechts 30% (bron 5). Dus het aantal mensen dat zou kunnen passen bij dit soort experiment is niet groot. Dus is er geen sprake van “brede toepassing”; en dus van een “revolutionair” experiment. Tijdens de vorming van het basisconcept van Het Carré moest er niet een te strakke wederzijdse afhankelijkheid -“People-Technology”- ingesteld worden, maar een meer flexibile verhouding tussen de subjecten en objecten binnen de kaders van het project. Natuurlijk, kunnen wij over de “gezellige en bijzondere sfeer van een gesloten ecogemeenschap”, die nu in het Carré is, praten. Maar eigenlijk kan het probleem van “sfeer” niet concurrerend zijn met het probleem “massale toepassing duurzaamheid”. Nog verder: “de sfeer” kan gebruikt worden als een hulpmiddel van een toepassing van duurzaamheid op een brede toepass-

Carre-Special

35


ing. De weg naar mogelijke oplossingen voor duurzaam bouwen op grote schaal is niet makkelijk: het zou veel meer tijd kosten tijdens de ontwerpsfase: op zoek naar een duurzaam type woning die milieuvriendelijk is – niet door de dure of afwijkende installaties, maar door het energiebesparende architectonische model – kost het veel meer tijd en energie dan bij “gewone” bouw. Het begrip tijd heeft altijd twee kanten: hoe langer het duurt – hoe duurder het wordt6 en de toekomst, overziend, brengt veranderingen, die soms kunnen leiden tot nieuwe situaties. Maar het is de moeite waard: er staat zoveel op het spel dat ook extra tijd en kosten in de toekomst kunnen flinke verbeteringen brengen op het gebied van massale duurzame bouw. Er moet ook over de experimentele installaties gezegd worden dat er geen behoefte zal zijn aan aparte kostbare soort; deze kunnen niet massaal worden ingevoerd. De kosten van de nieuwe soorten duurzame installaties zijn nog niet duidelijk. Want de consumertijd van deze installaties is nog niet af, ze zijn nieuw, nog niet heel bekend en ze kunnen sneller stuk gaan en nog meer kosten met zich mee brengen. Het zal veel duurder zijn in de uitvoeringsfase voor de belegger (kosten van materiaalonderzoek, materialen zelf, uitvoering). Maar dit soort prijsverhoging op korte termijn zal goede winst brengen op de lange termijn door een flinke verbetering op het gebied van duurzaamheid en energiebesparing. Maar toch een menselijke factor speelt hier een belangrijke rol bij dit project: er is behoefte dat mensen goed moeten opletten of deze installaties extra behandeling moeten hebben en er moet wel wat geregeld worden om die uit te zetten. Dus een belangrijke deel van succes van een project ligt aan de bewoners, er is een behoefte aan eco-bewuste mensen. Maar, volgens het bovengenoemde onderzoek5, is er in Nederland slechts 30% van de mensen bereid meer te doen op het gebied van energiebesparing. Dus in ons geval, als wij het experiment Het Carré projecteren op de bredere, nationale schaal, krijgen wij een tegenstrijdigheid tussen behoefte aan het grote percentage milieubewuste mensen en het lage aantal van zulke mensen in de werkelijkheid. Er is een mogelijke oplossing - net als al boven genoemd is - er moet minder afhankelijkheid zijn tussen een menselijke factor en het bouwontwerp zelf, dus met andere woorden – er moet een ander vertrekpunt gekozen worden voor dergelijke soort projecten met “revolutionaire” ambities.

Bronnen 1) N.Gogol – “De dode zielen”, 1842, uitgeverij Moskwa, 1985, p.20, vertaling fragment: Theodor Sumarokov 2) http://www.kurdyumov.ru/se/news/index.php?action=show&nid=3683 3) website van Rondom Wonen 4) Pdf over het carré (interview Peter de Lange en Peter Barendse) 5)http://www.logicacmg.com/pSecured/admin/countries/_app/assets/whitepaper_enrgie_lowres_by-7102006.pdf 6) Dictaat ‘Inleiding Bouwmanagement’ Wamelink, prof. dr. ir. J.W.F. (ed.), Delft, 2007 7) http://www.vrom.nl/pagina.html?id=9402 8) http://www.vrom.nl/pagina.html?id=7543,

Ten slotte: er zijn al positieve verschijnselen op het gebied van milieuvriendelijke huisvestiging: VROM probeert een duurzaamheidbouw door middel van “groene financiering” te stimuleren, gemeentes te consulteren om de extra milieueisen te stellen aan het bouwproces,8 maar mij lijkt het belangrijk om in het algemeen een duurzame beweging niet als een extase, religie of een modieuze trend te zien, maar praktisch te gebruiken en realistisch te denken. Niet alleen op een schaal van een wijk of een gemeente maar op een complexe schaal van toepassing die niet eenzijdig is maar van alle kanten mogelijk nieuwe zaken in gang zet. Als wij echt een revolutionaire verschuiving op mileugebied willen (en in ons geval – op een gebied van duurzame woningbouw), dan moet er zeker een brede, universele schaal van toepassing zijn. Met andere woorden: het basisconcept moet standpunten bevatten die voor iedereen toepasbaar zijn, anders lopen wij de illusorische weg die Nikolaj Gogol al twee eeuwen geleden op een ironische wijze heeft opgeschreven en die in de literatuurwereld onder de naam “manilowism” bekend is geworden.

36

Archtitectuur Actueel, Sept. 2008


van nul tot zes jaar). 2 Als de specifieke doelgroep bewoners van het Carré op tijd (vóór de ontwerpfase van het Carré) bekend of geselecteerd waren, had de ontwerper van het blok er rekening mee kunnen houden dat de bewoners van het Carré deze binnentuin gebruiken om hun gemeenschapszin uit te kunnen oefenen bijvoorbeeld door middel van het gemeenschapshuis. 3

opdracht 7

Essay Ruben Het Carré van Rondom Wonen Het sociaal woningbouwproject het Carré is ontworpen door architect Jan Splinter in opdracht van ‘Vestia-Ceres’ als een voorbeeldproject voor duurzaam bouwen. 1 Terwijl het project in aanbouw was, kwam woningcorporatie ‘Rondom Wonen’ er aan te pas. ‘Vestia-Ceres’ heeft het Carré doorgegeven aan ‘Rondom wonen’. Zij waren beide bezig met sociale woningbouw in Ypenburg en omdat het interessanter was om het beheer in één hand te hebben, heeft Rondom Wonen zijn deel in Ypenburg afgestaan aan Vestia. Daarvoor kreeg ‘Rondom Wonen’ Het Carré voor zichzelf. Het Carré ligt immers in het werkgebied van ‘Rondom wonen’.2 ‘Rondom wonen’ heeft ‘Vereniging Ecodorp’ benaderd om bewoners voor deze 49 woningen te zoeken. De leden van vereniging Ecodorp, die geselecteerd zijn voor het Carré, hebben drie levensspeerpunten; ecologie, spiritualiteit en gemeenschapsvorming. 2 De woningen van het Carré zijn echter alléén ontworpen op Ecologie, en niét op de andere twee idealen van de bewoners; Spiritualiteit en gemeenschapsvorming. Wat is hiervan nu het probleem? De architect heeft niet na kunnen denken over hoe deze bewoners leven en dat mee kunnen nemen in zijn ontwerp, en hij heeft het gebouw ook niet kunnen verbeteren op deze twee (extra) speerpunten, omdat de specifieke bewoners eigenlijk te laat geselecteerd zijn. Dit heeft tot een aantal problemen en onenigheden geleid; het gebruik van de binnentuin en de grote hoeveelheid alleenwonenden. Deze thema’s komen later in het essay terug. Bovendien waren de ruimtes en gebruik van de ruimtes een stuk effectiever geweest, als de architect hier rekening mee had kunnen houden. Binnentuin De gemeenschappelijke binnentuin van het Carré was eerst openbaar terrein voor de hele wijk, maar daar waren de bewoners van het Carré het niet mee eens, want zij beschouwden deze gemeenschappelijke binnentuin als hun eigendom. Na een langdurig proces is de gemeenschappelijke binnentuin tot een privédomein geworden voor de bewoners (met uitzondering van kinderen

Dit gemeenschapshuis zelf heeft ook 5 jaar lange onenigheid tussen de bewoners gegeven. Dit is vervelend voor deze bewoners, want dit had voorkomen kunnen worden. Zij hebben nu een te klein tuinhuisje als gemeenschapshuis waar ze regelmatig bijeenkomen. 3 Maar dit kunnen ze in de winter niet gebruiken omdat het gebouwtje helemaal open is. Al vijf jaar zijn ze met elkaar in discussie over de vragen: Wat voor gemeenschapshuis moet dit zijn? Hoe moet het er komen? Met welk geld? enzovoorts. Iedereen heeft een andere mening en de één wil er meer voor betalen dan de ander. Uiteindelijk hebben ze nu een beslissing kunnen maken. Het gemeenschapshuis gaat na 5 jaar discussiëren gebouwd worden. Dit gedoe had voorkomen kunnen worden door het ontwerpen van dit gemeenschapshuis tegelijk te laten plaatsvinden met het ontwerpen van de woningen. Als de architect had geweten dat dit type bewoners hier kwam wonen, had hij hier rekening mee kunnen houden, en hadden de bewoners van het Carré al vanaf het begin gebruik kunnen maken van een geschikt gemeenschapshuis. Omzeilen van de wet Er wonen in het Carré veel alleenwonenden en er zijn in het Carré veel 4-kamerwoningen. Alleenwonenden mogen volgens de wet in de sociale huur officieel niet in een 4-kamerwoning wonen.4 Dit leidt bij de bewoners tot het omzeilen van die regels, bijvoorbeeld door het opgeven van een ‘woonpartner’ die niet bestaat. Als de specifieke doelgroep van bewoners was bepaald vóór de ontwerpfase, had de architect hier rekening mee gehouden in het Programma van Eisen en er hadden dan veel 4-kamerwoningen veranderd kunnen worden in 3-kamerwoningen. Dan was het omzeilen van die regel helemaal niet nodig geweest.5 Anders wonen De bewoners van het Carré zijn geselecteerd door de vereniging Ecodorp. Zij hebben andere gewoontes dan de doorsnee Nederlander: “groep enthousiaste mensen die ‘anders’ willen leven”met nadruk op spiritualiteit, gemeenschapszin en ecologie.2 Dit heeft als gevolg dat hun gebruik van de ruimte anders is dan het gebruik van de doorsnee Nederlander. Helaas zijn de woningen in de praktijk ontworpen op doorsnee sociale huurders, en komen de ambities van deze bewoners niet uit de verf.1 Dit heeft als nadeel dat de woningen in gebruik, functie en filosofieën niet optimaal ontworpen zijn op het type bewoners met levensspeerpunten als ecologie, spiritualiteit en gemeenschapszin. De ruimtes hadden efficiënter gebruikt kunnen worden, het merendeel van de bewoners heeft bijvoorbeeld geen overbodige electronische apparatuur als afwasmachines, drogers e.d. De ruimte die deze apparatuur normaal gesproken inneemt, had efficiënter kunnen worden gebruikt als de ontwerper meer van de bewonersdoelgroep had afgeweten of zich meer had kunnen inleven in deze groep. Ook het uitoefenen van hun spiritualiteit kost de nodige ruimte (Zie het altaar van een van de bewoners in de afbeelding op de volgende pagina) hier had ook rekening mee gehouden moeten worden.

Carre-Special

37


Het begrip duurzame ontwikkeling houdt in: “Duurzame ontwikkeling werd gedefinieerd als een ontwikkeling die de behoeften van de huidige generatie vervult zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties te blokkeren. Duurzame ontwikkeling is een combinatie van sociale kwaliteit, ecologische kwaliteit en economische kwaliteit, of korter gezegd people, planet, profit.”6

Proces langer! Nu kan er natuurlijk gedacht worden; het kost wel heel wat extra moeite en tijd om van te voren de doelgroep bij elkaar te krijgen en met hen om de tafel te gaan zitten over hoe deze bewoners hun woning en hun buitenruimte het liefste willen gebruiken? Dat klopt, het proces van een goed PvE opstellen en het ontwerpen van het woonblok zelf kost veel tijd, maar die tijd had men nu al ruimschoots terug kunnen winnen aan tijd en moeite die de bewoners later in het gemeenschapshuis hebben gestoken en aan het proces van privatisering van de gemeenschappelijke binnentuin. Bovendien is op een verhuurperiode van 50 – 100 jaar.4 Een ontwerpfase van een paar maanden extra, dat uiteindelijk resulteert in een passender ontwerp voor deze doelgroep, natuurlijk verwaarloosbaar klein. Sociale huurwoning op maat? Er zijn veel verhuizingen in de huurwoningmarkt, ook bij sociaal woningbouwproject het Carré; tot nu toe gemiddeld twee verhuizingen per jaar op de 49 woningen.3 Dan zou je zeggen dat het niet handig is om deze woningen ‘op maat’ (naar de wensen van de bewoner) te maken, omdat er daarna weer andere mensen in komen te wonen. Maar dat is juist geen bezwaar, omdat in ieder geval de komende 50 jaar hetzelfde type mensen de woningen in komen. Vereniging het Carré heeft namelijk een 50-jarig contract met Vereniging Ecodorp gesloten waarin staat dat zij bewoners blijven selecteren op de drie bekende speerpunten ‘ecologie, spiritualiteit en gemeenschapszin’.2 Op deze manier veranderen de wensen en belangen van de verschillende bewoners niet of nauwelijks en is het mogelijk om dit type sociale huurwoning op maat te ontwerpen, waarbij de woningen toch de nodige flexibiliteit moeten bevatten, rekening houdend met de veranderingen in de tijdgeest. Geen strakke architectuur? Als de architect vooraf alle wensen en belangen van de toekomstige bewoners had willen vervullen, was het uiteindelijke ontwerp nooit zo strak en eenduidig geworden als dat het nu is. Dat hoeft natuurlijk niet zo te zijn. Dat de architect de wensen en belangen van de toekomstige bewoners vervult, wil nog niet zeggen dat hij voor iedere woning iets anders bedenkt. De vrees voor een ratjetoe van aaneengeschakelde losstaande woningen is ongegrond. Hij kan de strakke gevel behouden. Waarschijnlijk had het Carré er anders uitgezien, maar ik denk dat het geen negatieve gevolgen hoeft te hebben voor de uitstraling van het woonblok.

Wat was er nu in duurzaamheidsopzicht beter geweest als het ontwerp beter aansloot op de bewonersdoelgroep? In het people-opzicht is het dat de bewoners niet belemmerd moeten zijn in hun woongedrag. In het prosperity-opzicht is het dat met vantevoren genomen besluiten een hoop geld had bespaard. In het planet-opzicht zijn de woningen goed ontworpen, maar toch scheelt het in energiegebruik met het herbestemmen van de binnentuin, het opnieuw bouwen van een gemeenschapshuis etc. Hierbij is de Schumachers’ leus ‘Think Global, Act Local’ een passende zin, om iets mondiaals terug te koppelen naar een kleine ingreep. 6 Een goede voorbereiding is het halve werk Over het algemeen zijn de bewoners van het Carré redelijk tevreden over hun woning en de gemeenschappelijke binnentuin van het Carré. Er zijn echter een paar problemen en onenigheden (geweest), die er niet zouden zijn geweest als de ontwerper van het Carré met het ontwerpen rekening had kunnen houden met de drie speerpunten in het leven van de bewoners; ecologie, gemeenschapszin en spiritualiteit. Het goed leefbaar maken en behouden van de woningen en de buitenruimte heeft de bewoners veel tijd en moeite gekost, terwijl het nu nog steeds niet optimaal is (het omzeilen van de wetten en het gebruik van de ruimtes in de woningen). Projectontwikkelaar Ceres had bij sociaal woningbouwproject het Carré eerst zijn bewonersdoelgroep specifiek moeten bepalen alvorens het geheel te ontwerpen en te laten bouwen om zo de belangen van de bewoners optimaal te behartigen. Het Carré is een ambitieus project, en de slagingskans van dit project is mede afhankelijk van de goede voorbereiding. Laat dit een les zijn voor de toekomst, dat opdrachtgevers en ontwikkelaars van wat voor project dan ook, de doelgroepen voor het ontwerpen specifiek benoemen. Een goede voorbereiding is het halve werk! 1 (http://janus4.ultraline.nl/splinterarchitecten/projectpdfs/98164_Delfgauw. pdf) 2 (http://www.ecodorp.nl/) 3 (Interviews bewoners) 4 (Interview Peter De Lange) 5 (http://www.sev.nl/) 6 (http://www.osiris.tudelft.nl/main/documents/artikel%20Duijvestein%20 NDD02%20Kyoto.doc)

Duurzaamheid

38

Archtitectuur Actueel, Sept. 2008


opdracht 7

Essay Jörgen Duurzame woningbouw, om de sneeuwbal te late groeien Recent maakte de overheid bekend dat de Energieprestatiecoëfficient (EPC-norm) voor woningen verlaagd is naar 0.6. Dit voor onbekenden nietszeggende getal geeft aan dat ook de woningbouw steeds duurzamer moet. Dubbel glas en een goede ketel is niet genoeg, aan alles moet gewerkt worden om de wereld niet ten onder te laten gaan. In dat licht bezien is duurzame woningbouwproject het Carré, in de gemeente Pijnacker-Nootdorp een interessant project. Wanneer gekeken wordt naar de doelen van de gemeente met betrekking tot duurzaamheid1, zullen er meer woningbouwprojecten als het Carré in uitvoering moet komen, zonder de bewoners vooraf te selecteren. Dit komt doordat andere geïnteresseerden niet de mogelijkheid hebben om in een vergelijkbaar woningbouwproject te participeren, terwijl deze kans wel geboden zou moeten worden. Bovendien is het beleid duurzaamheid van Pijnacker-Nootdorp bijzonder ambitieus, waardoor de duurzame woningbouw zeer belangrijk is in het slagen van dit project. Meer woningbouwprojecten, gericht op duurzaamheid, zijn dus essentieel. In het beleidsplan van de gemeente, het Project Integrale Toekomstvisie, spreekt Pijnacker-Nootdorp over zeer ambitieuze doelen met betrekking tot duurzaamheid. Wanneer ze deze doelen allemaal willen verwezenlijken zullen echter alle middelen uit de kast gehaald moeten worden. Wanneer Pijnacker-Nootdorp echter zou gaan werken met meer woningbouwprojecten vergelijkbaar met het Carré, komt de reductie al een stuk meer in de buurt. Het is niet uitzonderlijk dat een huishouden in het Carré tot 70% minder energie verbruikt dan een gemiddeld huishouden. Hierbij moet natuurlijk aangetekend worden dat de gemiddelde bewoner van het Carré zeer energiebewust leeft. Wanneer mensen echter bewust worden gemaakt hoe ze duurzaam kunnen leven, zal het energieverbruik ook bij de niet totaal ecologische bewoners van de gemeente Pijnacker-Nootdorp dalen. In combinatie met duurzame woningbouwprojecten zal de gemeente

Pijnacker-Nootdorp ook haar pijlen moeten richten op het verkrijgen van duurzame energie. Hierdoor zal de gehele gemeente beter om kunnen gaan met energieverbruik. De toegevoegde waarde echter van het Carré is echter dat de gemeente de inwoners zelf kan laten meewerken om een groen gebouw te laten renderen en functioneren. Als het goed is voelen de mensen dit bovendien (op positieve manier) in hun portemonnee. Woningbouwprojecten vergelijkbaar met het Carré zal dus niet het enige zijn wat de gemeente moet gaan doen om uiteindelijk de doelen te bereiken, maar het is wel een extra mogelijkheid om dit beleid goed tot uitvoer te laten komen. De bewoners in het Carré zijn in samenwerking met de Vereniging Ecodorp en Rondom Wonen geselecteerd. Hoewel (veel) mensen geïnteresseerd zijn om daadwerkelijk zo duurzaam te leven zoals het geval is in het Carré, is de bereidheid om het groepsgevoel te vergroten bij de meesten minder sterk aanwezig. Door bewoners niet specifiek tot deze bepaalde doelgroep te laten behoren, zal het voor meer mensen mogelijk zijn duurzaam te leven. Bovendien zal het dan ook mogelijk zijn om duurzame woningbouw toe te passen voor (duurdere) koopwoningen. Dit kostenaspect is zeker ook van belang als je bedenkt dat een dergelijk duur project niet altijd opgebracht zal kunnen worden door de projectontwikkelaar. Door mensen niet vooraf te selecteren vergroot je dus de mogelijke doelgroep en, daarmee, de uitvoerbaarheid van een dergelijk woningbouwproject op grotere schaal. Natuurlijk zijn er ook negatieve kanten aan het niet (of nauwelijks) selecteren van de bewoners. Velen van hen zullen namelijk voornamelijk een lagere energierekening willen, dit scheelt in de kosten. Zeker wanneer gedacht wordt aan de huidige kredietcrisis zal dit voor veel mensen van belang zijn. Er zal dus veel voorlichting moeten komen om de huizen zoals ze bedoeld zijn te functioneren, daadwerkelijk te laten renderen. Deze vorm van voorlichting kost geld, en zal in de gehele breedte van de woningmarkt gebruikt moeten worden, wat weer extra geld zal kosten, geld wat je liever ergens anders aan wilt besteden. Niet alleen bewoners, ook bijvoorbeeld makelaars moeten bewust gemaakt worden van de werking van installaties, mogelijke consequenties in het gebruik, en de positieve en negatieve aspecten hieraan. Zo kunnen ook latere bewoners het huis goed laten functioneren. Deze bewustwording zal tijd en geld kosten, maar hoeft niet per definitie slecht te zijn. Wanneer juist gebruik wordt gemaakt van de kredietcrisis (waardoor mensen willen bezuinigen), zal het economische argument (de lagere energierekening) voor steeds meer mensen wel degelijk van invloed zijn om uiteindelijk écht energiezuiniger te gaan leven. Als ze van tevoren op de hoogte zijn van de mogelijke consequenties en gevolgen, zullen toekomstige bewoners sneller accepteren waarom maatregelen zijn genomen, en kan een grotere groep mensen leven zoals ze dat bij het Carré ook doen. Hierbij zal een binnentuin waarschijnlijk komen te vervallen, maar dit is ook niet noodzakelijk om het woonblok als duurzaam geheel te laten functioneren. Eén van de peilers onder het Carré zal in dit geval dus komen te vervallen. De gemeente Pijnacker-Nootdorp zal echter genoodzaakt zijn deze peiler te laten vervallen, aangezien zij de peiler duurzaamheid belangrijker zal vinden dan de peiler gemeenschapszin. Mensen die niet speciaal geselecteerd zijn, zullen een grotere tuin nu eenmaal belangrijker vinden dan een gemeenschappelijke binnentuin, dat is een concessie die in dit geval gedaan moet worden. In het beleidsplan van de gemeente Pijnacker-Nootdorp is vermeld dat de gemeente een leidende positie wil op het gebied van duurzame ontwikkeling. Dit gebeurt onder andere door ambitieuzere doelen te stellen dan bijvoorbeeld de Nederlandse overheid heeft gedaan, hoewel ook zij al hard van stapel loopt. Door meer duurzame woningbouwprojecten uit te laten voeren zullen meer mensen iets te weten komen van Pijnacker-Nootdorp als

Carre-Special

39


zijnde een duurzaam. Wanneer een gemeente positief in het nieuws komt, zal een grotere groep geïnteresseerden ook daadwerkelijk iets te weten komen over Pijnacker-Nootdorp als duurzame ontwikkelaar. Dit zal inhouden dat er meer vraag komt en, daardoor, ook meer aanbod. Projectontwikkelaars zullen sneller geneigd zijn om met de gemeente te gaan praten over duurzame woningbouwprojecten. In het meest positieve geval kan het een soort sneeuwbaleffect worden, wat alleen maar positief is voor de gemeente. Dit zal het behalen van de gestelde doelen in 2020 veel reëler maken. Om het gestelde doel te bereiken zal de gemeente Pijnacker-Nootdorp dus flink moeten investeren in haar eerder gemaakte basis. Deze basis is goed, en kan uiteindelijk resulteren in veel meer woningbouwprojecten die gericht zijn op duurzaamheid. Dit zal de gemeente moeten doen door zowel nieuwbouwprojecten als het aanpassen van bestaande woningbouw (wat inderdaad ook wel degelijk kan resulteren in energiereductie). Bovendien zal het aanboren van nieuwe vormen van duurzame energiewinning het gebruik van aardgas en andere grondstoffen flink kunnen laten dalen. Natuurlijk zijn er aanpassingen die moeten worden gedaan. Een project zoals het in het Carré is uitgevoerd zal niet heel vaak meer voor kunnen komen, aangezien het ‘soort mensen’ simpelweg niet eindeloos is. Wanneer de gemeente dit onder ogen ziet, en accepteert dat andere mensen ook prima in een dergelijke woning kunnen wonen, al dan niet met wat aanpassingen en educatie vooraf, zullen de gestelde doelen zeer goed uitgevoerd kunnen worden, en kan Pijnacker-Nootdorp daadwerkelijk uitgroeien tot de duurzame gemeente die ze graag wil zijn. Om dit doel te kunnen bewerkstellen, zal de gemeente dus voornamelijk moeten investeren in de educatie. Je moet een dergelijk woningbouwproject opbouwen vanaf de basis, en niet halverwege inspringen. Door bij een nieuwbouwproject de nadruk te leggen op een duurzame woning (al dan niet door het mogelijke economische gewin voor de toekomstige bewoner te noemen), zullen veel problemen op voorhand al verholpen zijn. Wanneer mensen weten dat er een klein beetje extra aandacht is vereist om daadwerkelijk resultaat te boeken, zal een ieder van ons dit ook willen doen, zeker als van tevoren is uitgelegd welke maatregelen dit betreft. Met de focus op de consequenties, mogelijke maatregelen maar vooral de winst die behaald kan worden door de toekomstige gebruiker, zullen zowel projectontwikkelaars, makelaars, bewoners en andere betrokkenen goed weten waar ze aan toe zijn. Hierdoor zullen mogelijke nieuwe projecten door de gemeente Pijnacker-Nootdorp gemakkelijker van de grond komen en zal het eindresultaat hopelijk een duurzame sneeuwbal zijn, die dit keer niet meer smelt door de opwarming van de aarde. 1bron: Project Integrale Toekomstvisie, http://www.2mbweb.nl/pitweb/ geraadpleegd 1 november 2007 2bronnen: gehouden interviews, Peter de Lange, Lenny Putman, Mevr. de Vries (zie magazine) 3bron: Interview de Achtergrond, Peter de Lange en Peter Barendse, http:// www.ecodorp.nl/docs/15-5-2007_de_uitspraak_april-2007-carre.pdf (geraadpleegd 1 november)

40

Archtitectuur Actueel, Sept. 2008


opdracht 7

Essay Fabian A battle of lifestyles Het groene aspect in het bouwen wordt heden ten dagen steeds belangrijker. Na een bezoek aan de architectuur biënnale in Venetië wordt duidelijk dat er in bijna alle landen wordt gezocht naar oplossingen voor het verduurzamen van de bouwwereld. Sommige landen zijn al veel verder dan anderen maar in elk land worden er de laatste jaren een enorm aantal experimenten en pioniersprojecten opgestart. In Nederland is zo’n pioniersproject de wijk Emerald in de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Het onderzoek dat is uitgevoerd verhaald over het Carré, een duurzaam bouwblok in de wijk Emerald. In dit onderzoek is duidelijk geworden dat het bouwblok het Carré bestaat uit bewoners die op een zeer duurzame manier leven en hier zelf ook veel tijd in steken (bron, afgenomen interviews). Aan de hand van de bevindingen in dit onderzoek is geconcludeerd dat de bewoners van het Carré een grote rol spelen in de duurzaamheid van het bouwblok. De bewoners gebruiken duurzame schoonmaakmiddelen, eten ecologisch voedsel, dragen duurzame kleding en hechten veel waarden aan gemeenschapszin. Dit kost de bewoners veel inspanning. Uit het onderzoek is gebleken dat de bewoners van het Carré bereid zijn om deze inspanning te leveren. Naar alle waarschijnlijkheid zullen de meeste inwoners van Nederland en Europa deze inspanning niet zomaar willen leveren. Het project was een beter pioniersproject geweest wanneer het project beter had samengewerkt met de bewoners. En in het speciaal Opdrachtgever rondom wonen had met architectenbureau Splinter in de ontwerpfase beter moeten nadenken hoe de bewoners van het Carré zouden gaan leven. Op deze manier hadden de bewoners minder tijd te hoeven investeren om hun duurzame levensstijl uit te oefenen. Wanneer dit was gedaan was het mogelijk geweest het Carré meer als voorbeeldproject te kunnen gebruiken voor toekomstige projecten. Deze stelling is gevormd door verschillende elementen. De belangrijkste invloeden tot het vormen van deze stelling zijn de interviews met de bewoners geweest. Verschillende bewoners hebben te kennen gegeven dat ze zeer tevreden zijn met de situatie waar zij nu wonen en dat ze blij zijn hun duurzame levensstijl te kunnen uitvoeren. Het probleem is echter wel dat de bewoners zelf moeten kiezen om afval te scheiden, zelf moeten kiezen om de deur dicht te laten, kortom zelf heel veel bijdragen aan hun duurzame leefstijl. De architect heeft bij het maken van het ontwerp veel technische installaties geïnstalleerd in de woningen maar heeft geen levensstijl ontworpen voor de bewoner. Na het afnemen van deze interviews werd duidelijk dat bijna alle

bewoners al volledig “verlicht” waren wanneer het gaat over duurzaam leven. Met “verlicht” wordt bedoeld dat de bewoners leven op een manier die zo min mogelijk negatieve invloed heeft op het milieu. Hoewel 75% van Nederland vind dat ze al voldoende doen om duurzaam te leven is dit in werkelijkheid niet het geval. Verschillende statistieken tonen aan dat er in het jaar 2006-2007 een toename van de co2 uitstoot is geweest De woning zal een doorsnee Nederlandse burger waarschijnlijk niet duurzaam laten leven. Het belang van het ontwerpbureau is mijns inziens zeer belangrijk wanneer het gaat om het automatiseren van een duurzame levensstijl bij gewone burgers. Dit is bij het Carré niet genoeg gebeurd. Bij het ontwerpen van deze levensstijl is een belangrijk punt dat het duurzaam leven zijn veilige en intellectuele karakter moet verliezen. Duurzaamheid moet een beter image krijgen dat voor de gewone burger makkelijk aan te nemen is. Dit zal niet vanzelf gaan, het zal veel moeite kosten om dit voor elkaar te krijgen. Zoals de beroemde Franse architect Francoise-Helene Jourda: elke revolutie doet pijn. Het is belangrijk voor een ontwerpbureau om in discussie met de bewoner tot een oplossing te komen wanneer het gaat om het op maat maken van de woning. Wanneer het gebouw beter aangepast was geweest aan de bewoner zou onder andere de zelfvoorzienend-heid van het blok veel makkelijker tot uitvoering kunnen worden gebracht. Uit de interviews is gebleken dat de bewoners van het Carré graag zelfvoorzienend zouden willen zijn. Hiermee wordt bedoeld dat verschillende gezinnen die in het Carré wonen graag zelf hun eten willen verbouwen, zelf kleding willen maken en daardoor dus duurzamer zullen leven. De bewoners steken hier veel van hun vrije tijd in. Op dit moment wordt de binnentuin van het Carré gebruikt om een paar soorten groente te verbouwen. Wanneer architectenbureau Splinter tijdens de ontwerpfase had vernomen van de bewoners dat zij graag zelf groente en fruit willen verbouwen was het logisch geweest om de binnentuin zo te ontwerpen dat er bijvoorbeeld kassen zouden hebben gestaan. Op deze manier was het de bewoner van het Carré makkelijker gemaakt om zijn duurzame levensstijl uit te voeren. Ook het afval van de bewoners wordt nu behandeld als gewoon afval. Wanneer er door het architectenbureau meer uitdagend was gewerkt door middel van een geïntegreerd systeem was het voor de bewoners makkelijker geweest om hun duurzame levensstijl te realiseren. Wanneer het gaat over de doorsnee Nederlandse burgen zou dit een verschil kunnen zijn tussen totaal geen waarde hechten aan afvalverwerking of het voorzichtig omgaan met afval. Nederlandse architecten bureaus zoeken naar mijn mening te veel de oplossing van het probleem van het verspillen in de bouwtechnische tak. De techniek bied volgens veel bureaus de uitkomst. Het VROM stelt allerlei regels en in het bouwbesluit is er een EPC-norm opgenomen. Het is echter zeek lonend om ook te kijken naar de bewoner. Wanneer de bewoner wordt uitgedaagd en overtuigd van het feit dat duurzaam leven belangrijk is voor het behoud van de aarde zal dit, in combinatie met de bouwtechniek, zorgen voor een verdere terugdringing van de vervuiling. De mens is een speciaal wezen. De mens wil graag worden uitgedaagd. Het Carré dankt zijn duurzame karakter op dit moment aan zijn bewoners. Zonder deze bewoners zou het Carré een gewoon doorsnee bouwblok zijn dat voldoet aan de moderne eisen. Wanneer de mens actief wordt betrokken bij het duurzame leven door middel van een actieve integratie van duurzaamheid in het huis zou dit wellicht kunnen leiden tot de o zo belangrijke kentering die nodig is om de Nederlandse burger het belang van duurzaamheid te leren. Een voorbeeld hiervan is het Heliotrop Haus in Freiburg in Duitsland. Het heliotrop haus wekt 5 keer meer energie op dan het gebruikt.

Carre-Special

41


Deze woning is weliswaar geen woningbouw maar zou weldegelijk kunnen worden omgebouwd tot een bouwblok. Duurzaamheid moet hip en aansprekend worden en wel op zo’n manier dat mensen zonder al te veel moeite toch een duurzame levensstijl kunnen aannemen en wanneer als er dan toch een actie ondernomen moet worden dan kan het huis deze actie stimuleren. Wanneer duurzame gebouwblokken als het Carré beter worden aangepast aan zijn bewoner en een inspirerender omgeving zou zijn zal het waarschijnlijk voor de bewoner ook minder moeilijk worden om een duurzame levensstijl aan te nemen. Het voorbeeld dat hierboven is te zien betrekt de bewoner veel meer bij de wijze waarop hij/zij leeft. De vanzelfsprekendheid van het duurzaam leven in deze woning spreekt voor zich. Wanneer dit bij toekomstige projecten wordt gerealiseerd kan ook de doorsnee Nederlandse bewoner betrokken worden bij het duurzaam leven. In dit geval is dit een particuliere woning maar het kan ook gaan om woningbouw. De manier waarop de bewoner omgaat met zijn afval en waar de bewoner zijn eten haalt wordt door middel van het ontweren de insteek van het ontwerp gestuurd naar een bewust duurzame keuze. Een bewoner van een dergelijk huis zal waarschijnlijk niet zomaar zijn afval voor de deur zetten maar zal denken wat hij er mee moet doen. In hetzelfde boek is ook een project opgenomen waar het wel gaat om housing. Dit project is gemaakt voor urban people in Berlin. Ook voor dat blok geld hetzelfde als voor het Heliotrop haus, het is een woningbouwblok die doorsnee burgers aanspoort om hun levensstijl op positieve wijze aan te passen. In het een toekomstig bouwblok zou er bijvoorbeeld gedacht kunnen worden aan een aantal geïntegreerde watercirculatie, afvalverwerking en energiekringloop. De kas die in de tuin van het Carré gerealiseerd had kunnen worden had bijvoorbeeld ook kunnen dienen als warmtebuffer van de woning. Op deze manier wordt de levensstijl en de techniek geïntegreerd. Aan de hand van wat we in het Carré hebben kunnen onderzoeken zijn er een aantal dingen duidelijk geworden. Het architecten bureau had met de bewoners beter moeten overleggen en moeten luisteren naar hun leefstijl. Het blok zou op deze manier meer zelfvoorzienend kunnen worden en dus duurzamer. Wanneer het blok bovendien beter wordt aangepast en meer een geïntegreerde duurzaamheidsbeleving krijgt zal dergelijke woningbouw in de toekomst misschien ook wel bruikbaar zijn voor veel andere locaties in Nederland. Net als in de voorbeelden zou de bewoner meer zelf betrokken moeten worden bij het realiseren van het duurzame karakter van het bouwblok, op deze manier zal het voor andere projecten ook vanzelfsprekender worden om mee te doen en op die manier de duurzaamheid van het bouwblok te verhogen. Aan de hand van deze zaken denk ik dat het duidelijk is dat duurzaamheid in Nederland zeker ook voor de gewone burger bereikbaar is. De burger zal echter niet vanzelf duurzaam gaan leven, het is dan ook de taak van grote bedrijven en ontwerpers om de mensen een duurzame levensstijl aan te leren.

Het voorbeeld hierboven is bedoeld om te laten zien hoe een ontworpen oplossing effectiever kan zijn dan een door bewoners zelf geinitierde oplossing4.

(bron: http://www.logicacmg.com/pSecured/admin/countries/_app/assets/whitepaper_energie_lowres_by-7102006.pdf, +) 2 http://www.algemene-energieraad.nl/newsitem.asp?pageid=3473 3 dvd Last call for planet earth, Jacques Allard 2008 http://www.ecodorp.nl/images/art/157_kaswoning.jpg 4 bron: Updating Germany 100 projects for a better future, Friedrich von Borries en Matthias Bottger, Raumtaktik 2008, bijdrage 11th arhitecture Biennale Venice 1

42

Archtitectuur Actueel, Sept. 2008

Alpha Gamma Sustainability Report  

This is a sustainability report about a building block in Delft.

Advertisement