__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

ARTONAUTEN Kunst voorbij de mens Ruben Jacobs


ARTONAUTEN. Kunst voorbij de mens door Ruben Jacobs verschijnt in het kader van de eerste Datafestatie in Felix Meritis in Amsterdam op 20 December 2016. Deze publicatie is een initiatief van Mieke Gerritzen en Hans Maarten van den Brink. Het is een uitgave van The Image Society (imagesociety.nl) en het Institute for Network Cultures (networkcultures.org) en is gedrukt in een oplage van 500 exemplaren. ISBN 9789492302144 www.imagesociety.network

Hoe zou het zijn om als dier door het leven te gaan? De Britse kunstenaar Thomas Thwaites vroeg het zich af. Daarom deed hij een poging om tijdelijk, met behulp van protheses en een helm, als geit te leven. Wat als het menselijk lichaam steeds meer op een machine gaat lijken waarvan je kapotte onderdelen kan vervangen? In zijn project The Modular Body onderzoekt de Nederlandse kunstenaar Floris Kaayk in hoeverre je een lichaam kunt kweken en in elkaar kunt zetten. Hoe kan architectuur bijdragen aan ons ecologisch besef? Experimenteel architectenbureau R&Sie bedacht Dusty Relief, een elektrostatisch gebouw in Bangkok dat luchtvuil aan zijn muren verzamelt in plaats van het wegstopt. Langzaam vormt zich rondom het gebouw een vacht van stof. Wat hebben al deze projecten met elkaar gemeen? Dat ze provocerend en grensoverschrijdend zijn? Dat ze aan onze moraal, onze menselijkheid morrelen? Wat ze in ieder geval kenmerkt is dat ze illustratief zijn voor een beweging binnen de kunsten die ik zou willen typeren als ‘post-humanistisch:’ ze getuigen van een wereldbeeld waarin mens, object en natuur


4 gelijkwaardig zijn aan elkaar. Waarin de mens niet centraal staat, maar slechts ĂŠĂŠn van de levensvormen is in een almaar bewegend en veranderd netwerk van materie, leven en bewustzijn. Artefacten, genomen, planten, champignons, dieren, synthetische organismen, hybride half-organische, half-technische levensvormen, you name it en deze kunstvoorhoede houdt er zich mee bezig. Het resultaat: een vergaande hybridisering van kunst, wetenschap en technologie. De mensen die zich hiermee bezighouden zijn niet de klassieke kunstenaarstypen van weleer, het is een nieuwe soort, gemuteerd uit de samenkomst van kunst en speculatief onderzoek. Denkers en makers die de menselijke verbeelding zo ver oprekken dat hun werk niet meer goed valt te beschrijven met de gevestigde concepten en terminologieĂŤn. Nieuwe hokjes bedenken kan daarom bevrijdend en stimulerend werken. Laat ik een poging wagen. Ik geef ze om te beginnen een naam. Bij deze noem ik ze artonauten.

Artonauten proberen niet alleen te denken en te voelen als mens, maar vooral als soort, als planeet, als technotoop.


6 Met dezelfde roekeloze ontdekkingsdrang als die van een ruimtevaarder verkennen deze artonauten de grenzen van ons menselijk voorstellingsvermogen. Een wereld die we (nog) niet kunnen beleven en kennen, en misschien ook niet willen kennen; de wereld buiten de mens zelf. Artonauten proberen niet alleen te denken en te voelen als mens, maar vooral als soort, als planeet, als technotoop. Dit doen ze meestal niet alleen. In samenwerking met experimentele wetenschappers, filosofen en activisten, vormen ze een bondgenootschap om de post-humanistische verbeelding op gang te brengen. Dit leidt tot interessante en spannende nieuwe hybride velden, zoals bijv. Dark Ecology (ecologie ontmoet kunst), Design fiction (design ontmoet science fiction), Bio-art (microbiologie ontmoet esthetica). Artonauten fungeren daarin vaak als zintuigelijke pioniers; door middel van intuïtie, experiment en verbeeldingskracht tasten zij de grenzen van het zelf af, richting de duisternis van het niet-menselijke. Een niet te onderschatten rol in een cultuur die lijkt te zijn vastgelopen in haar eigen voorstellingsvermogen. In zijn boek Art beyond itself (2014) ontvouwt de Argentijnse antropoloog Néstor García Canclini een interessante ge-

7 dachte over de functie van kunst in deze hybride wereld. Hij schrijft: ‘Art is the place of imminence – the place where we catch sight of things that are just at the point of occurring. Art gains its attraction in part from the fact that it proclaims something that could happen, promising meaning or modifying meaning through insulation. It makes no unbreakable commitment to hard facts. It leaves what it says hanging’ Wat Canclini hier impliceert is dat in een wereld zonder verhaallijn hedendaagse kunst op z’n best is als ze de bestaande werkelijkheid overstijgt, als ze iets insinueert wat nog niet kan worden gezegd, als er een zone wordt gecreëerd voor onzekerheid, voor onbepaaldheid. De etymologische betekenis van het woord ‘imminent’ is letterlijk ‘boven het hoofd hangend’ of ‘nakend, op handen zijnd’. Dat is niet per definitie een fraaie utopische verbeelding, er gaat ook iets dreigends van uit. Wat er in de lucht hangt is hetgeen waar we nog geen woord of beeld voor hebben, en dat is nu eenmaal per definitie niet meteen hoopgevend. Het kan ook duister en bedreigend zijn. Canclini komt tot deze conclusie omdat hij zich realiseert


8 dat kunst zich steeds meer in een post-autonome conditie begeeft; het kunstveld is geen op zichzelf staande wereld meer, met eigen regels en een eigen esthetiek, maar raakt zozeer vervlochten met, bijvoorbeeld, stedelijke ontwikkeling, toerisme, globalisatie en digitale netwerken, dat je het niet meer kan definiëren als iets dat autonoom is, op zichzelf staat, een positie die bevochten is sinds de romantiek. Juist doordat de kunstwereld in de laatste decennia weer allerlei verbindingen is aangegaan met de wereld van politiek, van wetenschap, van gemeenschapswerk, van economie, is het praten over ‘autonomie’ problematisch geworden. Kunst is altijd onderdeel van iets anders, en dat ‘anders’ is in toenemende mate ‘kunstzinnig’. Dat is alleen al te zien aan het taalgebruik, aan de termen die worden gehanteerd. Sociologen en schrijvers worden curatoren, prosumers creëren hun eigen vlogs en Instagram-portfolio’s en wie bij Subway werkt is geen gewone medewerker maar een ‘Sandwich artist.’ Esthetiek is overal. In deze situatie is volgens Canclini hedendaagse kunst geen ‘veld’ meer maar een hybride ‘ruimte’ voor de participatie en productie van imminentie. Hij ziet daarbij globale netwerken ontstaan aan de randen van bestaande instituties, velden of kunstwerelden, waarin het onderscheid tussen kunstenaars,

9 wetenschappers en ander professionele soorten er niet zoveel meer toe doet. Uiteindelijk draait de esthetiek van imminentie om de vraag: wat doet de samenleving met waar ze in haar cultuur, politiek of technologie geen antwoord op kan vinden? In het debat over de rol en de functie van kunst en de kunstenaar in onze samenleving is dit inzicht van belang. Het impliceert immers dat de artonauten een cruciale rol (kunnen) spelen in onze toekomst, en dat die rol niet kan worden gereduceerd tot kortstondige ‘problem solving’ of marktgeoriënteerde ‘innovatie’, maar iets fundamenteler behelst: de verbeelding van onze toekomst op deze planeet (ook al lijkt Elon Musk, met zijn plannen om Mars te koloniseren, die al te hebben opgegeven). Dit is geen overbodige luxe. Met de oprukkende kracht van kunstmatige intelligentie, de spectaculaire ontwikkelingen binnen de bio- en neurotechnologie, de onomkeerbare opwarming van de biosfeer en het groeiende besef dat onze antropocentrische omgang met dieren niet langer houdbaar is, wordt ons aanpassingsvermogen als soort sterk op de proef gesteld. ‘Adapt or die’, zou Darwin zeggen. Kunst fungeert hierbij als ‘ruimtestation’, een plek waar nog ruimte is voor discussie én verbeelding van het on-mense-


10 lijke onbekende; een wereld waarin de mens hoogstwaarschijnlijk niet meer op de eerste plaats zal staan. ‘Luchtvertaler’ noemde de Duitse kunstenaarsfilosoof Peter Sloterdijk zich zelf ooit in een interview. Hij vertaalde ‘simpelweg’ wat er in de lucht van de cultuur hing, zei hij met een sympathiek lachje tegen zijn interviewer. Ik vind dat wel een mooie beeldende beschrijving die past bij wat een artonaut doet, ook al poogt die artonaut ook nog de lucht, ons bewustzijn, te verruimen. Meestal niet met behulp van woorden, maar vaker nog met beelden, affectieve ervaringen. Artonauten zijn zintuiglijke ontdekkingsreizigers. Deze post-humanistische wending heeft nogal wat consequenties voor ons kunstbegrip. Kunst staat immers nooit volledig op zichzelf, en is altijd een reflectie of weerslag van fundamentelere ideeën over wat de mens is. En als deze ideeën op het punt staan te veranderen, dan is de artonaut de bode, de voorbode daarvan. Kunnen we in de toekomst nog wel wat met het woord ‘kunst’? Is ons huidige kunstbegrip niet te veel vervlochten geraakt met een eeuwenlange humanistische traditie? Wat betekent het woord tegenwoordig eigenlijk nog? Als de kunst, zoals

11 de Italiaanse filosoof Paolo Virno verkondigt, in de samenleving opgaat als een bruistablet in een glas water, wordt het concept ‘kunst’ dan niet een overbodige of onmogelijke categorie? Niet veel meer dan een vaardigheid of ambacht, zoals veel hedendaagse boektitels lijken te suggereren? Denk aan ‘de kunst van het koken’, ‘de kunst van het kijken’ of ‘de kunst van creativiteit.’ Met andere woorden: houdt het woord ‘kunst’ ons niet gegijzeld in een mentaal universum waarin we veroordeeld zijn tot een eeuwige herhaling van modernistische discussies en disputen omtrent de rol en betekenis van kunst? ‘Art is a hybrid’, las ik laatst ergens. Is dat niet gewoon de toekomst? Kunst als resultaat van een kruising tussen biogenetische processen en technologische cultuur? Als een plek waar micro-organismen, digitale netwerken en nanocapsules samenkomen, waar apps, amoeben en algoritmes samensmelten, kortom: waar kunstmatige creativiteit de norm is? Dan stevenen we af op wat de Nederlandse schrijver Arjen Mulder in navolging van de Zwitserse denker Adrien Turel, onbekend bij het grote publiek, ooit de genetocratie noemde: ‘Een beheer van de wereld dat niet gericht is op het vervangen van het levende door de dode gedachten en apparaten (arti-


12 ficiële intelligentie en robots), maar op het laten samenwerken van het technische en levende om zo de mensheid en daarmee de aardse ecosfeer geschikt te maken voor een volgende, geneto-dynamische versterkte ronde in het evolutieproces.’ De kunst van de toekomst is dan niet meer wat de dichter en romanticus Willem Kloos ooit omschreef als ‘de aller-individueelste expressie van de aller-individueelste emotie’, maar een emotionele en zintuiglijke verbeelding van de biotische mens (‘biotisch’ betekent: behorende tot de levende natuur). Kunst is dan letterlijk kunstmatig: geen authentieke maar een artificiële daad in tijd en ruimte. De uitspraak ‘art is a hybrid’ is overigens van de Belgische kunstenaar Koen Vanmechelen, die met zijn Cosmopolitan Chicken Project via de kruising van nationale kippenrassen op zoek gaat naar een hybride of kosmopolitische kip. Deze kip moet de genen van alle kippenrassen ter wereld met zich meedragen. Volgens Wikipedia onderzoekt en eert Vanmechelen daarmee ‘de diversiteit en hybriditeit van het leven’. Bioculturele diversiteit en de daaruit volgende interactie tussen kunst en wetenschap vormen het hoofdthema van zijn oeuvre. ‘Elk organisme heeft een ander organisme nodig om te overleven’, aldus de kunstenaar. (Correctie: de artonaut.)

13 ‘The universe is not a machine after all’, schreef de Engelse literator D.H. Lawrence ooit: ‘It’s alive and kicking’. In het tijdperk van het Antropoceen, het moment in de aardse geschiedenis dat de mens een geologische kracht werd, lijkt deze uitspraak pas echt tot ons door te dringen. Onze planeet, met al haar natuurlijke en kunstmatige levensvormen, is een genetocratisch superorganisme, een kloppend hart. En dat hart communiceert met ons. Verstaan wij het wel? Zijn wij in staat om al zijn talen te ontcijferen, te decoderen? Kunnen we onze blik een beetje ‘ontmenselijken’, zonder daarbij onze medemenselijkheid op te geven? Lukt het ons om stenen, oceanen en robots een stem te geven, slagen we erin om onze existentiële angst te vernietigen en om te zetten in een planetair bewustzijn? Of is dat gekkenwerk? En zijn we voor eeuwig veroordeeld om over onszelf te praten? Wie niet probeert, zal het nooit weten. Er zit maar één ding op: afdalen in de donkere spelonken van het on-menselijke onbekende. Dit begint bij verbeelding, fundamentele verbeelding. Zo fundamenteel dat het de grenzen van ons menselijk bewustzijn


14 oprekt, zo radicaal dat het fundament, de metafysische grond waarop we staan, begint te beven. Ik denk aan algoritmes die nieuwe conceptuele kunstvormen creëren, ik denk aan half-menselijke cyborgs die kleuren omzetten in hoorbare frequenties, ik denk aan biobots die transgenetische esthetiek uitspuwen, ik denk aan alle Big Data die wij genereren, en de poëtische flows die dat oplevert. Ik denk aan infrarood, radiatie, sonar, aan alle mogelijke zintuigelijke vormen die in onze technologische biosfeer rondzwerven, en waar we de helft nog maar van begrijpen. Ik denk aan al die grensbrekers die ik nog niet ken. Ik denk aan artonauten.

Ruben Jacobs (1984) is socioloog en publicist. Als docent en onderzoeker is hij verbonden aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Daarnaast schrijft hij op regelmatige basis voor de Volkskrant over technologische cultuur. In 2014 kwam zijn eerste boek ‘Iedereen een kunstenaar’ (V2, Rotterdam) uit, over de positie van de kunstenaar in het tijdperk van de creatieve industrie.


IMAGE SOCIETY

Profile for Ruben Jacobs

Artonauten. Kunst voorbij de mens  

Een pamflet over de post-humanistische verbeelding

Artonauten. Kunst voorbij de mens  

Een pamflet over de post-humanistische verbeelding

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded