Issuu on Google+

pulse

magazine voor SCHoolonTwikkeling en kwaliTeiTSzorg

NUMMER 6 • 2010 • JAARGANG 2

voor en meer reaCTieS inForma www.Pul Tie: SePrima ironDer wiJ

S.nl

Opbrengstgericht werken volgens Rikus Renting CeeS boS:

‘Maakt u uw visie waar?’ SoCial meDia in HeT baSiSonDerwiJS link e b e i S Jan agie tussen m ov e r d e h t e n l e e r l i n g leer kr ac

TeaCHerS CHannel

Samen wijzer op weg PeTer TeiTler over orDe oP SCHool van zwakke naar STerke SCHool

In 11 stappen

www.pulseprimaironderwijs.nl/???????

Pulse_PO_nr6_2010.indd 1

30-11-10 16:41


Ik wizwijs voor een hogere Cito-score Mark, leerkracht groep 8

DĂŠ rekenmethode! Voor meer informatie kijk op de site:

B06096764

www.wizwijs.nl

Pulse_PO_nr6_2010.indd 2

Breng leren tot leven

30-11-10 16:41


vooRWooRD

Spieken mag, spieken moet als docent riep ik vaak: ‘Jongens, er moet meer gespiekt worden.’ algehele verontwaardiging was meestal mijn deel. toch was er altijd wel een bijdehante jongen die riep: ‘nou, dan heb ik het al die tijd nog niet zo slecht gedaan, meneer! eigenlijk moet ik er nog een punt bijkrijgen.’ De deceptie was meestal groot als ik zei: ‘Het geldt voor alle situaties, behalve voor de toetsen. Je mag zoveel als je wilt spieken tijdens de voorbereiding, in de klas, als je samenwerkt met anderen, als je thuis aan het werk bent, noem maar op.’ voor alle vakken propageerde ik het rechtmatig of slinks verkrijgen van informatie. Het maakte me niet zoveel uit hoe ze aan de informatie kwamen. als ze er maar wijzer van werden. Deze houding heb ik ook na mij actieve schoolcarrière volgehouden. overal gris ik informatie vandaan. Legaal en soms ook illegaal. er wordt immers zoveel geschreven en gepubliceerd. Bijna elke dag lees ik wel een artikel of onderzoeksrapport waarvan ik denk: ‘goh, daar zit toch wel iets aardigs in’. Soms zijn ze zelfs voorzien van tips en tools die meteen toe te passen zijn. er zijn prachtige studies gedaan naar lees- en rekenvaardigheid, naar motiveren, naar orde houden in de klas, naar het effect van social media in het onderwijs, naar rekenen met het digibord, naar de zin van het vak engels in het basisonderwijs, naar opbrengstgericht leren, naar goed leiderschap, naar adequaat financieel management, naar ouderbetrokkenheid. noem maar op. gebundelde kennis waar u van kunt en eigenlijk ook moet profiteren. op basis daarvan kunt u uw eigen plan trekken en het onderwijsproces verder vormgeven. Uiteraard proberen we u met Pulse Primair onderwijs te voorzien van goede en praktische informatie, maar waar ik u ook op wil attenderen is, de nationale onderwijs tentoonstelling die begin volgend jaar van 25 tot en met 29 januari gehouden wordt. ik ben op de perspresentatie geweest en was onder de indruk van de betrokkenheid en inventiviteit van de organisatoren. er is zelfs een heuse notacademie ingericht met prima sprekers, stuk voor stuk mensen die het onderwijs een warm hart toedragen. naast natuurlijk de vijfhonderd standhouders die allemaal hun best doen om u van hun ‘fantastische’ product te overtuigen. nee, ga er niet alleen heen, neem als het even kan het hele team mee. voor één persoon is de beurs veel te groot om in een dag te doen. Bereid u bovendien goed voor en selecteer van tevoren de partijen die u wilt bezoeken. Laat u bijpraten, doe nieuwe ideeën op, verlekker u aan die prachtige nieuwe producten. om het aan te schaffen, maar als u even krap bij kas zit, te huren, te kopiëren, of heel goed in u op te nemen en er zelf een draai aan te geven. Spieken dus. Want wie niet spiekt, moet alles zelf verzinnen en dat lijkt mij niet de meest efficiënte leerstrategie. ik ontmoet u graag in Utrecht.

Frank Stienissen, hoofdredacteur

www.pulseprimaironderwijs.nl/mijnschool Pulse 3

Pulse_PO_nr6_2010.indd 3

30-11-10 16:41


In deze uitgave managemenT & moTivaTie 8 Jan Siebelink: ‘er moeT magie ziJn TuSSen leraar

14

en leerling’ Romanschrijver Jan Siebelink was werkzaam als leraar, totdat hij het schrijversvak ontdekte. In de zeven jaar dat de romancier lesgaf, profileerde hij zich als een gepassioneerd en eigenzinnig onderwijzer.

iCT 23

ninTenDogame zeT kinDeren aan ToT lezen

24

SoCial meDia in HeT baSiSonDerwiJS

Spelend leren binnen handbereik. Hoe Twitter en Hyves de klas insluipen.

19

kwaliTeiTSzorg 26 CeeS boS: ‘maakT u uw viSie waar?’ Welke indicatoren zijn van belang bij kwaliteitszorg?

FinanCieel managemenT 16 Hoe arm iS miJn SCHoolbeSTuur? Aan welke voorwaarden moet worden voldaan om op een zinvolle manier van gedachten te wisselen over de financiële mogelijkheden van een school?

onDerwiJSmarkeTing 32 maak van een oPen Dag een SuCCeSvolle Dag Welke instrumenten kan een school inzetten om leerlingen te werven?

onDerwiJSonTwikkeling 29 onDerwiJS oP maaT in De bovenbouw

41

46

Over ontwikkelingsgericht onderwijs. Hoe kan een leerkracht een interessant thema opbouwen waarin óók de onderwijsdoelen en inhouden ruimschoots aan bod komen?

23

26

rikuS renTing (PCou): ‘De belangriJkSTe FaCTor in HeT onDerwiJS iS De leraar.’ “Hard werken alleen is niet genoeg, je moet weten waarom en waaráán je zo hard werkt.”

onDerwiJS moeT DoelgeriCHTer werken Verslag van een kennis- en ontmoetingsdag met als doel: werken aan een gemeenschappelijk denk- en werkkader om de onderwijskwaliteit en opbrengsten te verbeteren.

4 Pulse

Pulse_PO_nr6_2010.indd 4

30-11-10 16:41


inHoUD

CommuniCaTie 20 De vriJHeiD van De wolven iS De DooD van De SCHaPen

32

22

Docent, schrijver en psychotherapeut Peter Teitler over orde houden in de klas ĂŠn op school.

De verleiDing van HeT Puberbrein Yvonne van Sark over infobesitas en informatie-educatie.

34

en verDer 6 nieuwS 13 Column marTin van rooiJ 14 TeaCHerS CHannel: Samen wiJzer oP weg 19 leraar van HeT Jaar: maTHiJS Ter bork 34 SCHool in beweging: baSiSSCHool De kameleon in weerT

38

38

41

52 53 54 58

52

Schooldirecteur Esther Nabben vertelt over het kritische rapport van de Onderwijsinspectie en het predicaat zwak dat de school van de inspectie kreeg. Hoe probeert zij het tij te keren?

De ruimTe alS vierDe PeDagoog Een mooi schoolgebouw ontwerpen, dat kunnen veel architecten. Maar zelden spreken de architecten met scholen over de pedagogische elementen.

ProDuCTen en DienSTen Training en aDvieS leveranCierSgiDS Column wim menke

58 Pulse 5

Pulse_PO_nr6_2010.indd 5

30-11-10 16:41


Verlies conciërges ten koste van lesgeven apeldoorn raakt dertig conciërges met gesubsidieerde iD-banen kwijt. van hen werken er 26 op basisscholen, de overige vier zijn werkzaam bij andere instanties. De gemeentelijke subsidie aan de overkoepelende scholenorganisaties PCBo (protestants-christelijk onderwijs) en Leerplein 055 (openbaar) loopt eind 2011 af. niettemin hebben de onderwijsbesturen alvast besloten de dienstverbanden van de conciërges per 1 augustus volgend jaar te ontbinden. eén van de scholen die zijn conciërge verliest, is De marke aan het Holtrichtersveld in De maten. Waarnemend directeur gerda Hogenberg tegenover De Stentor: “De vele klussen die de conciërge nu nog doet, zoals toezicht houden op het schoolplein en op het schoonhouden van de toiletten en kleine reparaties, moeten de 25 onderwijskrachten straks zelf verrichten. Dat gaat zonder meer ten koste van het lesgeven.”

‘Leraar praat te vaak over hoofd leerling heen’

Klassen groter door bezuinigingen

Leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs begrijpen de uitleg van de leerstof door hun leraar vaak niet. Dit komt vooral doordat de leerlingen niet vertrouwd zijn met de ‘schooltaal’ van hun leraar, die teveel afwijkt van het alledaagse taalgebruik van de leerlingen. Hierdoor blijven de prestaties van de leerlingen achter, waardoor hun slagingskans kleiner wordt. Dat zeggen taalwetenschappers Peter Broeder en mia Stokman, verbonden aan het Departement Cultuurstudies van de Universiteit van tilburg. Het probleem met luisteren, begrijpen en doorgronden doet zich volgens de onderzoekers vooral voor in meertalige klassen waarvan meer dan de helft van de leerlingen het nederlands niet als moedertaal heeft.

in een onderzoek van de SP stelt 58 procent van de ondervraagde directeuren van basisscholen dat de klassen groter zijn geworden door de miljoenenbezuinigingen in het basisonderwijs. 92 procent van de schoolleiders denkt dat door die bezuinigingen de kwaliteit van het onderwijs zal worden aangetast. Dit zijn de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek dat SP-Kamerlid manja Smits deed onder 151 schoolleiders van basisscholen. vorig jaar beloofde de regering dat de bezuinigingen terecht zouden komen bij management en bestuur. Die belofte lijkt niet te worden waargemaakt. in 2010 is een eerste bezuiniging van 38 miljoen euro doorgevoerd. voor 2011 staat een bezuiniging van 90 miljoen euro ingeboekt.

Pesterij of discriminatie? op bijna alle basisscholen in amsterdam komt discriminatie voor. tenminste, zo ervaren leerlingen en ouders dat. Leraren en directeuren van de scholen doen incidenten daarentegen vaak af als pesten, blijkt uit een rapport van onderzoeksbureau eduquality in opdracht van de gemeente amsterdam. De onderzoekers keken naar de ervaringen van 22 scholen, met tien procent van het totaal een dwarsdoorsnede van het amsterdamse basisonderwijs. Het onderzoeksrapport ‘Discrimineren is pesten met wie je echt bent!’ beveelt aan meer aandacht aan diversiteit te besteden én om antidiscriminatie een plek te geven in het schoolplan. Het rapport is inmiddels besproken met de schoolbesturen. De scholen hebben toegezegd met de bevindingen aan de slag te gaan. Het rapport is te downloaden op www. eduquality.com

Heeft u nieuws of wilt u uw mening geven? Ga dan naar www.pulseprimaironderwijs.nl/ nl/contact

6 Pulse

Pulse_PO_nr6_2010.indd 6

30-11-10 16:41


nieUWS

P R OEF M ET F LEX I B ELE L E ST IJ D E N een aantal basisscholen krijgt volgend jaar de kans om als proef de lesuren flexibeler over het schooljaar te verdelen, en zo bijvoorbeeld ook tijdens de zomerperiode les te gaan geven. minister marja van Bijsterveldt maakte dat begin november bekend in de tweede Kamer, tijdens de bespreking van de onderwijsbegroting voor volgend jaar. De minister wil naar modern basisonderwijs, dat past bij de wensen van moderne gezinnen.

Straattaal bedreiging voor goed onderwijs Bijna 75 procent van de nederlanders vindt dat het gebruik van straattaal in de schoolklas verboden moet worden. Ruim de helft ziet straattaal als een bedreiging voor goed onderwijs. Dat blijkt uit een onderzoek van de nederlandse taalunie, onder duizend nederlandssprekenden in nederland, vlaanderen en Suriname. Hoe denkt u hierover? Laat het ons weten via info@pulseprimaironderwijs.nl

Niveau Friese les onder de maat Het onderwijs in het vak Fries op basisscholen en in het voortgezet onderwijs is nog altijd onder de maat. Scholen besteden er meer aandacht aan dan vijf jaar geleden, maar in het niveau van de lessen is nog altijd weinig verbetering te zien. Dat constateert de inspectie voor het onderwijs eind november in haar rapport. Scholen nemen onderwijs in het Fries amper serieus. er zijn weinig bevoegde leerkrachten, een flink deel van de Friese scholen geeft alleen Fries omdat het moet. De motivatie van leerlingen en ouders is laag, zeggen directeuren. geen enkele schooldirecteur denkt dat ouders meer verwachten van de school.

in de leer bij de kinderarts Leerkrachten in het basisonderwijs gaan steeds vaker in de leer bij kinderartsen en andere medisch specialisten. Zij krijgen bijscholing over de zorg voor leerlingen met lichamelijke of psychische problemen. Dat meldde het medische opleidingsinstituut mark two, dat de lessen aanbiedt. De cursussen moeten docenten beter voorbereiden op de taken die zij erbij krijgen als in 2012 het passend onderwijs wordt ingevoerd. Zij moeten dan zorgen voor extra begeleiding van leerlingen die door fysieke of psychische ongemakken moeilijk meekomen, maar vinden zichzelf daarvoor vaak onvoldoende deskundig. tijdens de lessen wordt aandacht besteed aan gedragsproblemen die voortkomen uit aDHD (hyperactiviteit) en autisme, maar ook aan symptomen van angst en depressie. een oogarts geeft uitleg over leerproblemen als gevolg van slechte ogen. ook is er aandacht voor vage klachten die leiden tot veel schoolverzuim. Het is de bedoeling dat leerkrachten problemen beter en sneller leren herkennen. Daardoor kunnen zorgleerlingen eerder de hulp krijgen die zij nodig hebben.

NIEU WE M ET H OD E EN G EL S M OT IVE E RT E N B E SPA A RT T IJ D om de belangrijkste basisvaardigheden engels te leren heeft Holmwood’s een nieuwe lesmethode ontwikkeld voor het basisonderwijs. Het resultaat: een unieke combinatie van materiaal voor interactie in de les en oefenmateriaal voor thuis. in de les kan gebruik worden gemaakt van het gReat StUFF! magazine, dat vier keer per jaar verschijnt. De artikelen zijn geschreven voor leerlingen in de bovenbouw van de basisschool en zijn uitstekend geschikt voor interactie in de les. Bij elk artikel is een ‘woordenlijst’ opgenomen om de woordenschat te vergroten. met behulp van de online module kunnen deze woorden worden getoetst. Bovendien zijn aan ieder artikel oefeningen toegevoegd die online door de leerlingen kunnen worden gemaakt. Dat betekent vrijwel geen correctiewerk voor de leerkracht. De methode bevat een groot aantal korte video’s met vragen die de leerling zowel op school als thuis kan maken. na het afronden van de kijk- en luisteroefening krijgt de leerling direct zijn cijfer te zien. met de ‘Resultsmanager’ kan de leerkracht heel eenvoudig de vorderingen per leerling in beeld krijgen. De methode zal worden gepresenteerd tijdens de not 2011. Voor meer informatie, www.holmwoods.eu.

Pulse 7

Pulse_PO_nr6_2010.indd 7

30-11-10 16:41


Jan Siebelink:

‘er moeT magie ziJn TuSSen leraar en leerling’ Romanschrijver Jan Siebelink was werkzaam als leraar, totdat hij het schrijversvak ontdekte. in de zeven jaar dat de romancier lesgaf, profileerde hij zich als een gepassioneerd en eigenzinnig onderwijzer. Foto: Keke Keukelaar 8 Pulse

Pulse_PO_nr6_2010.indd 8

30-11-10 16:41


management & motivatie

‘Er is altijd iemand nodig die doceert, die aanwijst en aanleert. Als je niet weet waarin je moet zoeken, zoek je er niet naar. Zo is het met lezen, maar ook met het onderwijs’ Waarom koos u ervoor onderwijzer te worden? Het was de beste keuze. Toen ik op school zat, keek ik enorm tegen de leraar op: als je leraar was, dan was je echt iets. Maar een jongen uit mijn milieu hoorde het niet te worden. Toen ik op school zat, had je een ander systeem. De kinderen van artsen en mensen die veel geld verdienden zaten vooraan. Die gingen naar Arnhem, naar de middelbare en hogere school. Dat stond gewoon vast. De rij in het midden – waar ik zat – was bestemd voor de ulo. In de rij tegen de kastwand zaten de armere kinderen. Die kregen de laagste vorm. Dat systeem is snel erna opgeheven. Het was grievend. Uw vader was bloemist, was het de bedoeling dat u zijn vak zou voortzetten? Het was in ieder geval niet de bedoeling dat ik hoog werd opgeleid. Ik was een timide en bescheiden jongetje maar wilde wel verder leren, was ambitieus. Ik ging stapelen. Na de ulo kon ik door naar de pabo, ik haalde mijn akte Frans en MO-A en MO-B, zodat ik kon lesgeven. Daarna ben ik nog naar Leiden gegaan voor een doctoraalstudie en ben ik bijna gepromoveerd. Maar toen kwam het schrijven. Dat was belangrijker dan studeren? Ja, omdat ik voelde dat wat ik mee had meegemaakt verteld moest worden. Omdat ik mijn jeugd op deze manier zelf kon vormgeven, bood het troost.

groep terwijl de andere groep zelfstandig werkte. Het was een klassikaal verbond. Werkt dat, zoveel verschil in één groep? Ja. Ik ben voor differentiatie. Later kreeg je ook de ongedeelde brugklas, met alle niveaus bij elkaar. Prima, het samengaan van verschillen maakt dat je samen leert. Maar natuurlijk heb je daar wel een goede onderwijzer voor nodig, één die met passie en hartstocht de klas kan leiden en onderwijzen. De docent is diegene die moet vertellen, die moet aanleren, die zich volledig moet inzetten voor de leerlingen. Ikzelf had dat. Dat brengt wel emoties mee. Ik verdroeg het niet als iemand lastig werd. Hoe reageerde u dan op lastige leerlingen? Ik kon ontzettend kwaad worden als iemand het bijvoorbeeld in zijn hoofd haalden om in zijn tas te rommelen terwijl ik aan het praten was, of een tentamen verziekte. Geen ongewoon gedrag voor kinderen Maar ik accepteerde dat niet. Ik gaf aan die jongens – het waren vaak jongens – ook les buiten school om. Ik kon er echt niet tegen als ik dan bij het tentamen merkte dat ze helemaal niets gelezen of gedaan hadden. Ik werd dan woest, zei dan meteen: donder maar op, jij hebt een één. Ik had een goede band met mijn leerlingen en voelde het denk ik als een soort bedrog. Dat ik me had ingezet en zij niets deden... nee.

Vond u het leuk, lesgeven? Jazeker. Ik was rond de twintig toen ik mijn eerste baan kreeg, op een schooltje in Laag Soeren. Ik viel in voor een juffrouw die ziek was en kreeg meteen de leiding over de klassen één, twee en drie. We zaten in één kleine ruimte, met van die hoge ramen. De school had maar twee lokalen, in het andere zat het hoofd met klas vier tot zes. Al met al duurde dat maar een paar maanden, maar het was heel bijzonder.

Een van uw leefregels is dat er magie moet zijn En dat geldt zeker voor het onderwijs. Er moet magie ontstaan tussen leraar en leerling, vergelijkbaar met de magie tussen schrijver en lezer. Er moet iets ontstaan waardoor een lezer geïnteresseerd raakt in die vrouw of man die ik beschrijf. Dat geldt voor een klas ook, je moet als leraar een soort tovenaar zijn die zorgt dat de leerlingen geboeid en betoverd raken.

Waarom? Het was de volmaakte vorm van gedifferentieerd onderwijs. Al die niveauverschillen, ik leerde kinderen uit groep één de beginselen van taal en rekenen en schakelde vervolgens over naar de vaardigheden voor de hogere groepen. Het feit alleen al dat de leerlingen leerden zelfstandig bezig te zijn. Ik vertelde aan de ene

Hoe doe je dat, leerlingen betoveren? Alle kinderen zijn in wezen leergierig en voelen aan hoe een docent is. Je moet als docent kijken waarop ze reageren. Klassikaal lesgeven en vertellen over de wereld. Ga eens met ze naar de bibliotheek. Leer ze wat ze moeten lezen. Wij hadden een flinke boekenlijst. Ik kom leerlingen van toen nog vaak tegen. Zij zijn nu

Pulse 9

Pulse_PO_nr6_2010.indd 9

30-11-10 16:41


scan Doe de rein.nl elb op Spe in een en w eeldag n sp sport- e Jochem met lder! van Ge

Je brein groeit op het speelplein!

Het Speelbrein van kinderen is de verzamelnaam voor vijf belangrijke competenties die kinderen spelenderwijs ontwikkelen: fysiek, sociaal, cognitief, emotioneel en creatief. Het Speelbrein is ook een nieuwe visie op de inrichting van speelpleinen. Op www.speelbrein.nl vindt u alles over dit concept, de competenties ĂŠn de manier waarop u ze op uw eigen plein kunt verwerken. Maak van uw plein een Speelbrein-plein, wij denken graag met u mee! KOMPAN / KOMPAN Play Institute | Schimminck 13, 5301 KR Zaltbommel | Tel. 0418 - 681468 | Fax 0418 - 681499 | E-mail speelbrein@kompan.nl

Voor deskundig advies op het gebied van arbeidsomstandigheden

ArboAdviesCentrum PO Arbo AdviesCentrum Primair Onderwijs Bel 045 - 579 81 81

7095/ARC

of mail naar aacpo@vfpf.nl

Pulse_PO_nr6_2010.indd 10

30-11-10 16:41


management & motivatie

vaak getrouwd, hebben een baan, maar hebben het dan nog over die literatuurlijst en de lessen van toen. Waarom zijn die zo memorabel? Ik zei bijvoorbeeld tegen een meisje: lees jij nou eens Madame de Bovary, dat is echt iets voor jou. En dan was dat ook zo. Kijk, er zullen altijd lieden zijn die lezen, maar er is altijd iemand nodig die doceert, die aanwijst en aanleert. Als je niet weet waarin je moet zoeken, zoek je er niet naar. Zo is het met lezen, maar ook met het onderwijs. Hoe bedoelt u dat? Ik bedoel dat een docent de aanwijzer is. Ik ben echt tegen dat minimalistische. Geen leerling die nu nog van Voltaire heeft gehoord, terwijl het een prachtig verhaal is dat nog weinig aan kracht verloren heeft. In essentie verandert er namelijk niets. Ook nu is het zinvol om te praten over haat en jaloezie tussen leerlingen. Ik deed dat en las het klassikaal, besprak het. En ik eiste van mijn leerlingen dat ze me vertelden over hun eigen bevindingen. In hoeverre lijkt u op Marc Cordesius, die in uw boek Suezkade een natuurtalent in lesgeven bleek? Nou, Cordesius gaat dood dus erg autobiografisch is het niet. Maar in het boek komen wel elementen terug. Cordesius heeft net zoals ik een eigen lokaal dat hij zelf inricht. Ik deed dat als docent Frans ook, zat op het terrein in een eigen lokaal. Mijn zoon heeft er zelfs nog muurschilderingen gemaakt. Gezellig Heel gezellig. Ik was wel de enige leraar die weigerde te wisselen, ik had alles wat ik nodig had daar. Ook de boeken. De leerlingen kwamen naar mij toe. Eigenlijk had ik een soort status aparte, ik was het Bonaire van het onderwijs. U had een eigen eiland? Maar daar was niet iedereen het mee eens hoor. Ik kwam op een gegeven moment ook niet meer in de lerarenkamer. Ruzie? Laten we het erop houden dat er een conflict was tussen mij en de school. De rector was het niet eens met mijn manieren, maar moest het toelaten. Er was geen reden mij te ontslaan. Mijn scores op de eindtesten waren heel goed. Hoe komt u toch van dat timide jongetje naar die recalcitrante docent? Ik ging mijn stekels opzetten. Naarmate ik verder kwam in mijn opleiding en het onderwijs zag ik teveel dingen waar ik het niet mee

eens was. Die vergadercultuur bijvoorbeeld. Totale onzinnigheid. Waren we drie weken bezig, moesten we weer twee dagen tot vijf uur vergaderen. Hoe moet het dan wel? Terug naar het oude systeem. Dat zie je langzaam al gebeuren. Van mijn part gooien ze die hele managementlaag eruit. Onderwijsmanagers in mooie pakken zijn echt volslagen onzin. Op school horen docenten en een conrector. Die moet zelf ook lesgeven, minimaal twee uur in de week. Dan is die band met de leerlingen er tenminste. Een rector die alleen om economische redenen rector is, is ridicuul. Scholen mogen kleiner, zodat leerlingen zich weer thuis voelen. En de macht moet terug naar de docent. Als hij lesgeeft gaat de deur dicht. Bam. Komt niemand meer in. Het lokaal is heilig, daar moet niet zomaar iedereen naar binnen lopen. Dat is nogal wat Ja hè? Ik snap ook niet dat ze mij niet hebben gepolst om minister van Onderwijs te worden. Maar goed, misschien ben ik maar een oude man die terugkijkt.

Jan Siebelink in het kort Wie: Jan Geurt Siebelink, geboren op 13 februari 1938 in Velp en getrouwd met onderwijzeres en vertaalster Gerda van der Haas. Hij is vader van drie kinderen en opa van zes kleinkinderen. Was: leraar van groepen één tot en met drie op een kleine basisschool in Dieren en docent Frans op het Marnixcollege te Ede. Eind jaren tachtig kiest hij voor het schrijversvak. Leeft: volgens vijf leefregels die neerkomen op: wees redelijk, leven is verleidingskunst, er moet magie zijn, beweeg en memento mori (overdenk en besef). Schreef: meer dan dertig essays en romans, waaronder drie boeken over het onderwijs (Suezkade, De laatste schooldag, Een lust voor het oog). De roman ‘De herfst zal schitterend zijn’ betekent zijn doorbraak. In 2005 wint Siebelink de AKO literatuurprijs met de roman ‘Knielen op een bed vol violen’, over de rol van het protestantse genootschap waartoe zijn vader behoorde. Ook schreef Siebelink verschillende essays over Franse schrijvers die hij ontmoette. Deze verschijnen gebundeld in februari 2011, ter ere van de Boekenweek en het thema: het geschreven portret.

www.pulseprimaironderwijs.nl/mijnschool Pulse 11

Pulse_PO_nr6_2010.indd 11

30-11-10 16:41


Ovaal speelconcepten

Spelend leren, ontwikkelen & ontmoeten

Ontwerp en inrichting van speelomgevingen

Buitenruimten gerealiseerd door Ovaal speelconcepten stellen de belevingswereld van het kind centraal. Onze visie is dat een speelplek vĂŠĂŠl meer is dan alleen een verzameling klim- en klautertoestellen. Het is een plek om avonturen te beleven, te observeren en vriendjes te ontmoeten. Ontdek onze unieke productlijnen en vraag onze brochure aan via: www.ovaalspeelconcepten.nl

Ondernemersweg 2A - 7451 PK Holten - tel 0548 - 363067 - fax 0548 - 363068 info@ovaalspeelconcepten.nl - www.ovaalspeelconcepten.nl

Pulse_PO_nr6_2010.indd 12

30-11-10 16:41


CoLUmn

Zomertijd Tweemaal per jaar is het prijs: op de laatste zondag van maart en de laatste zondag van oktober. En naarmate ik ouder word, lijk ik er meer last van te hebben. Waarvan? Van het verzetten van de klok. Overdag kan ik mijn draai niet vinden en voel ik me moe. Lig ik eenmaal in bed, kan ik niet slapen. Al met al ben ik al gauw een dag of zeven van de leg, in tegenstelling trouwens tot onze kippen. Die hebben nergens last van en passen zich moeiteloos aan. Gaat de zon al om half zes op, dan gaan ze om half zes uit de veren. Gaat de zon pas om kwart voor negen op, dan slapen ze uit. In de winter zijn hun dagen kort, in de zomer lang. mijn dochters zijn nog net iets te jong om te kunnen spreken van typische pubers met bijbehorend onbegrijpelijk gedrag, zoals ’s ochtends naar bed gaan en ’s middags opstaan. gedrag waarvoor trouwens een plausibele verklaring blijkt te zijn. Het heeft namelijk niks te maken met vermeende luiheid of algehele desinteresse, maar met de ontwikkeling van hun biologische klok. Die tikt niet alleen onverbiddelijk voor vrouwen die de dertig gepasseerd zijn en geen vaste partner hebben, maar voor ons allen. adolescenten worden vaak nachtuilen, ook als ze het daarvoor nooit waren, aldus martha merrow, hoogleraar aan de Rijksuniversiteit groningen. Ze vindt dat scholen hier wel wat meer rekening mee zouden kunnen houden, bijvoorbeeld door de schooldag later te laten beginnen. Ze pleit ervoor te studeren op de tijden dat we daar het ontvankelijkst voor zijn. Je zou dit kunnen doortrekken naar het basisonderwijs. is. Leren, onthouden en presteren gaat ons het beste af tussen 10.00 en 12.00 uur en tussen 14.30 en 16.30 uur. Dat zijn kennelijk de beste momenten om te werken aan cognitieve vakken. op de andere tijden kun je beter gymmen of tekenen. Pubers hebben het makkelijk. als de klok wordt verzet en ze voelen zich moe, zien ze er geen been in een keer een college over te slaan. voor kinderen in de basisschoolleeftijd ligt dat anders. moe of niet, ze moeten naar school. ik kan me nog een hartstochtelijk pleidooi van een ouder herinneren om de zomertijd af te schaffen. ‘mijn jonge kinderen zijn een week lang niet te genieten!’, schreef hij in de krant. ik snapte hem wel. Jonge kinderen leven niet op de klok, maar op het licht. Zijn ze nog volop aan het spelen, moeten ze al naar bed. mondje dicht en slapen. ik zou het ook niet snappen. De klok is amper teruggezet en ik verlang al weer naar de zomertijd. een van mijn favoriete bezigheden is ’s avonds laat met een glaasje wijn op het terras kijken naar het kippenhok. als de duisternis invalt, vinden de dames het een voor een prima geweest en zoeken ze het nachthok op. De laatste die op stok gaat, ben ik zelf.

Martin van Rooij

www.pulseprimaironderwijs.nl/mijnschool Pulse 13

Pulse_PO_nr6_2010.indd 13

30-11-10 16:41


Unieke samenwerking biedt betrouwbaar overzicht van informatie- en adviesmogelijkheden

Teachers Channel:

samen wijzer op weg Ruim twee jaar geleden nam een groot aantal onderwijsadviesdiensten, waaronder EDventure, HCO, RPCZ-Bazalt en Giralis, de Hogeschool Utrecht, KlasseTV, APS, uitgever ThiemeMeulenhoff en automatiseerder Cross Avenue een bijzonder initiatief: Teachers TV. Het voornemen tot een gezamenlijke webbased database met relevante video’s voor onderwijsprofessionals was geboren. Nadat de uitgeverijen Koninklijke van Gorcum, Cantal en Estede zich anderhalf jaar geleden aansloten met een uitgebreide bibliotheek met webbased e-learning en een digitaal bekwaamheidsdossier, breidde dit initiatief zich uit tot een waar platform voor het onderwijs: Teachers Channel. Logisch dat de samenwerking gezocht werd met uitstekende initiatieven als Leraar24 (SBL, Kennisnet, NTR (Teleac) en Ruud de Moor centrum) en Edurep (Kennisnet). Deze samenwerking in Teachers Channel tussen gerenommeerde bedrijven en overheidsinstellingen mag uniek genoemd worden.

Kloof verkleinen Nadat de markt voor schoolbegeleiding in 2006 is vrijgegeven, bestaat er geen gedwongen winkelnering meer voor de scholen/leerkrachten. Er ontstond een grote behoefte aan ‘evidence based’ informatie. Daarnaast werd de wet BIO (Beroepen In Ontwikkeling) van kracht, waarbij iedere leerkracht verplicht is te werken aan zijn/ haar POP (Persoonlijk Ontwikkel Plan) en verplicht is een eigen dossier bij te houden. Reden genoeg om de handen ineen te slaan om de kloof tussen de kennisvragen en -behoeften van het onderwijs en de kennisproductie door uitgevers, adviesdiensten, onderzoekers en kennisinstituten te verkleinen. Het aanbod van informatie is enorm versnipperd. In een kleine honderd

verschillende databases moet de onderwijsprofessional (student, leraar, schoolleiding, (bovenschools) management en adviseurs) zoeken om de relevante informatie te vinden. En soms is de informatie zelfs niet eens digitaal beschikbaar. Voor de onderwijsprofessional is hierdoor een doolhof aan informatie(bronnen) ontstaan. Een ondoenlijke klus door het tijdrovende karakter. Daarnaast neemt de complexiteit van het werken in het onderwijs toe. Het wetenschappelijk taalgebruik in onderwijsdossiers is vaak te moeilijk om in de praktijk toe te passen, internet en technologie

14 Pulse

Pulse_PO_nr6_2010.indd 14

30-11-10 16:41


spelen een steeds belangrijkere rol in het onderwijs en er is grote behoefte om de status van de beroepen in het onderwijs te verhogen, alsook de professionele kwaliteit van onderwijsgevenden. Toegankelijkheid en bekwaamheid vergroten Met de introductie van Teachers Channel lijkt een goede stap in de richting te worden gedaan om deze informatie op een eenvoudige, concrete en betrouwbare manier te ontsluiten. Het gaat daarbij in eerste instantie vooral om ontsluiting van relevante informatie voor de onderwijsprofessional in het primair onderwijs. Tijdens de NOT van 25-29 januari in het Jaarbeurscomplex, wordt het startschot gegeven. En dit is nog maar het begin van een uitgebreid programma. Teachers Channel maakt gebruik van de nieuwste technologie. Hierdoor kunnen de databases van alle partners worden samengevoegd en ontstaat een van de meest uitgebreide databases in het primair onderwijs. Niet alleen gratis beschikbare informa-

dit dossier met uitgebreide assessment- en feedbackmogelijkheden (180° en 360°). Een bijzondere functionaliteit is de mogelijkheid van het opslaan van alle persoonlijk geraadpleegde data (video’s, artikelen, e-boeken, online trainingen etc.). Dit vormt direct een basis voor de presentatie van de professionele ontwikkeling van de onderwijsprofessional. Ambities kenbaar maken De ambities van Teachers Channel reiken nog verder. Ook het vo-, mbo- en hboonderwijs behoren tot het wensenlijstje van Teachers Channel. De pabo wordt in de eerste helft van 2011 direct al bediend met de integratie van de webbased bibliotheek en leeromgeving van Koninklijke van Gorcum, Sherpa-pro. Het idee is een doorgaande lijn voor bekwaamheidsdossiervorming van student tot professional in het onderwijs. Door een heldere navigatiestructuur is de informatie in Teachers Channel eenvoudig

Specialisten raadplegen Het platform Teachers Channel biedt daarnaast vakinhoudelijke scholing en informatie door specialisten, waaronder gerenommeerde onderwijsadviesdiensten, waardoor het organiseren van begeleiding en follow-up door de partnerorganisaties mogelijk is. Actuele onderwijsontwikkelingen kunnen gevolgd worden, waaronder een nationale katalysator voor alle professionele scholingsactiviteiten. Het platform geeft direct en eenvoudig aandacht aan bewezen (evidence based) innovatie in lesgeven en de lespraktijk. Leraren, schoolleiders en besturen kunnen hun ‘best practice’ delen en kunnen zich identificeren met de dagelijkse onderwijspraktijk. Het biedt ook de mogelijkheid tot individuele docentendossiers om de persoonlijke beroepskwalificaties te registreren. Het geeft toegang tot specifieke beroepsscholing thuis en/of bij de onderwijsinstelling. Kortom: Teachers Channel biedt betrouwbare informatie, die makkelijk toegankelijk en continu beschikbaar is voor professionals in het onderwijs.

tie wordt getoond, maar er bestaat

Missie van Teachers Channel

ook een mogelijkheid tot een abonnement voor toegang tot een enorme hoeveelheid professionaliseringsinformatie, die normaalgesproken niet zomaar toegankelijk is. Ook kan de onderwijsprofessional beschikken over een gratis basisbekwaamheidsdossier (met o.a. een POP) en biedt Teachers Channel de mogelijkheid tot uitbreiding van

te vinden. Een persoonlijke profielpagina per gebruiker maakt het bijblijven op specifieke interesses erg gemakkelijk. En de mogelijkheid tot het aangeven van schoolthema’s, geeft directies de mogelijkheid deze direct onder de aandacht van alle betrokkenen te plaatsen.

Teachers Channel is het leidende interactieve (content)platform voor/van het onderwijs dat een groot aantal technologieën gebruikt om: • de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren; • de professionele kwaliteit van onderwijsgevenden te verhogen; • de status van de beroepen in het onderwijs te verhogen.

Pulse 15

Pulse_PO_nr6_2010.indd 15

30-11-10 16:41


Hoe arm is mijn schoolbestuur? ‘Hebben we daar geld voor?’ Een vraag waar iedereen binnen een school vroeg of laat mee te maken krijgt. Om op een zinvolle manier met het schoolbestuur of de algemeen directeur van gedachten te kunnen wisselen over financiële mogelijkheden moet aan een paar voorwaarden worden voldaan. Ze komen in dit artikel aan de orde. Onze rekenmethode voldoet niet en we willen hem daarom eerder vervangen dan we dachten. In ons Schoolplan hebben we opgenomen dat we de brede school nu echt gaan vormgeven. We zullen daar dit schooljaar dus veel extra tijd en geld in steken. We krijgen een nieuw schoolgebouw, maar juist die ene ruimte die voor ons zo belangrijk is, wordt niet door

de gemeente betaald. Zomaar een aantal voorbeelden waarbij iedere schooldirecteur en zijn team te maken krijgt met de vraag ‘Hebben wij daar geld voor?’. Vaak leeft er bij schooldirecteuren, leerkrachten en ook ouders het idee dat het schoolbestuur zwemt in het geld, maar krijgt de directeur nul op het rekest. Hoe krijg je inzicht in de financiële situatie van een school?

Weten hoe het werkt In de eerste plaats gaat het om kennis op hoofdlijnen van financiële principes en werkwijzen. Hoe zitten de begroting van het schoolbestuur en mijn school in elkaar? Hoe worden in onze organisatie de beschikbare middelen verdeeld? Wanneer komen uitgaven die ik doe in mijn jaarlijkse exploitatie terecht? Wanneer is er sprake van investeringen die tot jaarlijkse afschrijvingslasten leiden? In principe zal elke onderwijsorganisatie streven naar een sluitende begroting, winst maken is niet nodig. Als de reserves te laag zijn, moet er minder uitgegeven worden dan er binnenkomt om de reserves weer op een aanvaardbaar minimumniveau te brengen. Als er vrij besteedbare reserves zijn, kan een organisatie zich één of enkele jaren permitteren verlies te lijden. Financieel management op orde Ten tweede mag de schooldirecteur verwachten dat het financieel management in zijn organisatie op orde is en dat hij of zij het in de eigen school ook op orde heeft. Goed financieel management begint met een goede begroting. Niet alleen voor het komende jaar maar ook meerjarig. Ook voor de schooldirecteuren zelf ligt hier een belangrijke taak. Op iedere school wordt tegenwoordig wel een begroting opgesteld, maar een link naar bijvoorbeeld

Tekst: Frank Mullaart en Rick de Wit 16 Pulse

Pulse_PO_nr6_2010.indd 16

30-11-10 16:41


financieel management

het Schoolplan wordt nog maar weinig gelegd. Hierbij gaat het om de vraag hoe de beleidsvoornemens de bestedingen de komende jaren gaan beïnvloeden. Vervolgens moet lopende het kalenderjaar de uitputting (welk deel van mijn begroting heb ik al besteed?) gevolgd worden. Hierbij doen zich in de praktijk een aantal problemen voor. Soms krijgt de schooldirecteur financiële overzichten die alleen door financieel deskundigen doorgrond kunnen worden. Dan mag de directeur vragen om begrijpelijke informatie. Soms neemt de directeur niet de moeite om de (al dan niet via internet) beschikbare informatie op te zoeken en te beoordelen. Dan moet de directeur zichzelf vermanend toespreken. Hoe beter de kwaliteit van het financieel management, hoe ‘rijker’ de organisatie. Beoordeling van de hoogte van het vermogen In de derde plaats is inzicht in de financiële positie van het schoolbestuur van belang. Als er vrij besteedbare reserves zijn, is er sprake van een heel andere situatie dan wanneer de reserve eigenlijk al te laag is om normale bedrijfsrisico’s op te vangen. De vermogenspositie van een schoolbestuur goed beoordelen is echter knap ingewikkeld. De website ‘Hoe rijk is mijn schoolbestuur?’ van enkele jaren geleden toonde aan dat al snel heel ongenuanceerde beeldvorming kan ontstaan. Dat blijkt ook uit een voorbeeld uit de privésfeer. Veel mensen hebben een eigen huis. Boekhoudkundig gezien is de waarde van je huis vermogen. Hierdoor zullen dus veel mensen een groot vermogen hebben. Is men daardoor rijk? Een groot deel van dat vermogen zit in bakstenen en kan dus niet gebruikt worden om een nieuwe auto aan te schaffen. Om te beoordelen of een schoolbestuur (te) rijk is, wordt tot dusver gebruik gemaakt van allerlei kengetallen. Een kengetal is meestal een verhoudingsgetal

dat een snelle indruk geeft van een (in dit geval) boekhoudkundige waarde. Zo zijn er kengetallen die wat zeggen over de hoogte van het vermogen: bijvoorbeeld het weerstandsvermogen, de solvabiliteit en de kapitalisatiefactor. Het laatste begrip is in 2009 geïntroduceerd door de Commissie Don die onderzoek deed naar de vermogenspositie van schoolbesturen. De kapitalisatiefactor wordt sindsdien door bijvoorbeeld de onderwijsinspectie gebruikt. Een te hoge kapitalisatiefactor kan duiden op het onvoldoende inzetten van gelden die bestemd zijn voor het onderwijs. Inmiddels is de inspectie met honderden schoolbesturen met een hoge kapitalisatiefactor in gesprek. Daaruit blijkt overigens dat in een aanzienlijk aantal gevallen de kapitalisatiefactor wel hoog is, maar dat van het oppotten van middelen helemaal geen sprake is. Soms is de risicoreserve zelfs te laag. Kengetallen zeggen dus ook lang niet alles. Arm of rijk? Hoe kan men dan wel een indruk krijgen hoe ‘rijk’ het schoolbestuur is? Om dit te beoordelen moet gekeken worden naar de hoogte van het vermogen en de zaken die er mee gedekt moeten worden. Je hebt in de eerste plaats vermogen nodig om onverwachte tegenvallers op te vangen. Een onderwijsorganisatie loopt, net als iedere andere organisatie, bepaalde risico’s. Voorbeelden hiervan zijn onverwachte dalingen in leerlingenaantal, arbeidsconflicten, het moeten inhuren van interim personeel of het plotseling wegvallen van subsidies. Voor een deel kunnen deze risico’s afgedekt worden door organisatorische maatregelen te nemen of een verzekering af te sluiten. Voor een deel zullen deze risico’s echter alleen afgedekt kunnen worden door er een spaarpotje voor aan te houden. De ene organisatie loopt trouwens veel meer risico’s dan de andere en zal dus ook hogere reserves aan moeten houden. Hoe

beter het financieel management en het personeelsbeleid in de organisatie zijn, des te minder middelen er aangehouden hoeven te worden voor financiële lijken in de kast of voor het financieel afhandelen van arbeidsconflicten. Ten tweede bestaat het vermogen voor een deel uit bezittingen die op de scholen staan, bijvoorbeeld meubilair, ICT-apparatuur en leermethoden. Een school die dat allemaal gloednieuw heeft is heel rijk, maar het vermogen zit vrijwel helemaal in die bezittingen (materiële vaste activa). Er zijn weinig vuistregels, maar wel een aantal modellen en onderzoeken beschikbaar die leren hoe je organisatiespecifiek het benodigde vermogen kunt bepalen. Afhankelijk van de behoefte kan er op die manier globaal of heel nauwkeurig in kaart worden gebracht hoeveel vermogen er nodig is en hoe dit zich verhoudt met het thans aanwezige vermogen. Als we zo’n berekening maken voor een schoolbestuur ontstaat er veel meer begrip. De vraag hoe rijk de school of het schoolbestuur is, kan dus niet zomaar beantwoord worden. Maar de schooldirecteur mag wel verwachten dat in een toelichting bij de begroting en de jaarrekening dergelijke analyses in begrijpelijke vorm gemaakt worden. Het kan dus best voorkomen dat de vraag ‘Hebben we geld?’ met nee beantwoord wordt. ‘Weten we niet’ is geen acceptabel antwoord! Frank Mullaart en Rick de Wit zijn werkzaam bij Infinite Financieel. Frank Mullaart houdt op vrijdag 28 januari om 14.00 uur op de NOT de lezing ‘Hoe arm is mijn schoolbestuur? Waarom grip op de financiën niet moeilijk, maar wel zeldzaam is’. Infinite Financieel helpt onderwijsorganisaties hun financieel management en de bedrijfsvoering verder te verbeteren.

www.pulseprimaironderwijs.nl/financieelmanagement Pulse 17

Pulse_PO_nr6_2010.indd 17

30-11-10 16:41


De kunst en wetenschap van het lesgeven Wilt u het onderwijs op uw school zelf vormgeven? Wilt u uw lessen afstemmen op de verschillen tussen leerlingen? Zoekt u een praktisch en concreet hulpmiddel? U vindt het in deze nieuwe uitgave in de reeks Wat werkt op school. “Het is goed te beseffen dat geen enkel onderzoek oplossingen biedt voor alle leerlingen in elke situatie en dat dezelfde gedragingen door twee verschillende leraren in een andere volgorde en op een andere manier toegepast kunnen worden, met even goede resultaten.” R.J. Marzano

SpelenderwijS naar een oploSSing Scholopoly Met het spel Scholopoly krijgt het schoolteam inzicht in de bouwstenen van het omgaan met onderwijsbehoeften van leerlingen.

Robert J. Marzano is internationaal dé expert als het gaat om de toepassing Voor alle leraren en docenten van feiten uit de onderwijsresearch die werken met kinderen tussen 4 en 18 jaar! met de onderwijspraktijk van iedere dag. In zijn nieuwste boek De kunst en wetenschap van het lesgeven richt hij zich rechtstreeks tot de leraar. Het is de kunst en het ambachtelijke vakmanschap van elke school en elke leraar om uit door de wetenschap aangedragen kansrijke aanpakken de juiste keuze te maken. Wat past bij deze school, deze groep leerlingen, deze leraar, en hoe bepaal je dat? De kunst en wetenschap van het lesgeven biedt hiervoor een raamwerk, speciaal voor de leraar die aan een nieuwe les gaat beginnen, die een nieuw thema of project gaat opstarten. Dat gaat aan de hand van 10 vragen met veel tips en oplossingen erbij.

Scholopoly geeft aan waar het echt om gaat: het werk in het primaire proces. Wil je meewerken aan de vormgeving van je eigen werksituatie?

Meer weten over de kunst en wetenschap van het lesgeven? • Kijk op www.watwerktopschool.nl • Bezoek de Bazalt-HCO stand tijdens de NOT 2011(E040 in hal 8) • Meld u aan voor de gratis workshop tijdens de NOT 2011, vrijdag 28 januari, 11.30-12.15 uur

Wat werkt op school is een gezamenlijk project van:

Bazalt HCO OnderwijsAdvies Fontys Fydes Licentiepartners: Timpaan Onderwijs Advies en Consultancy IJsselgroep ABC Onderwijsadviseurs

Pulse_PO_nr6_2010.indd 18

www.seminarium.hu.nl  schoolontwikkelingstrajecten  Scholopoly

HU_FC_90x280_seminarium.indd 1

21-10-10 14:53 30-11-10 16:41


Interview

Leraar van het jaar

Mathijs ter Bork: trots en ambitieus Hij wil graag het gesprek aan gaan met ministers en mensen die daadwerkelijk besluiten nemen over het onderwijs. Hij heeft namelijk nog wel wat ideeën over hoe het onderwijs nog beter zou kunnen en is niet bang daarover te discussiëren. Dat zegt Mathijs ter Bork (28), leraar op jenaplanschool ’t Broekhoes in Balinge, die in oktober gekozen werd tot leraar van het jaar 2010, in de categorie basisonderwijs.

“Eigenlijk wist ik pas van de nominatie toen ik al naar de volgende ronde was”, zegt de kersverse leraar van het jaar. De directrice van ’t Broekhoes had hem stilletjes genomineerd, samen met zijn zes collega’s. Zij mobiliseerden – buiten Ter Bork om – ook alle ouders en kinderen en vroegen hen op Ter Bork te stemmen. Pas toen heel zeker was dat Ter Bork bij de finalisten zat, verklapte de directrice de actie. “Ik moest gaan zitten en kreeg een cadeau. Ik had echt zoiets van: wat is dit nou? Heb ik een jubileum gemist?” Dat bleek niet het geval

en krap een paar weken later won Ter Bork de titel Leraar van het jaar. Die past hem, ondanks de verbazing, prima. “Ik denk dat het verschil is dat ik mijn stem laat horen. Ik denk na over het nut en het voordeel voor de kinderen.” Één van de eerste vragen die Ter Bork stelde was: leuk, die titel, maar wat kun je daar dan mee? Precies wat hij wilde, zo bleek. Het komende jaar mag Ter Bork zijn stem laten horen op verschillende onderwijsbijeenkomsten, debatten en symposia. Het eerste kamerdebat heeft de jonge docent er al opzitten. “Dan moet je toch vooral reageren op stellingen, terwijl ik graag ook mijn mening wil geven. Maar dat is niet erg, want tussendoor kun je toch redelijk je punt maken.” Ter Bork wil zich vooral hard maken voor de pedagogische kant van het onderwijs. Creatieve vakken worden nogal onderbelicht, vindt de docent. “En er is in het onderwijs nu zoveel

aandacht voor wat de leerlingen allemaal niet kunnen. Loopt een zogeheten zwakke leerling achter in een vak waar hij of zij toevallig niet goed in is, dan moet er meteen een behandelingsplan komen en moet het vak vier of vijf keer per dag geoefend worden. Ze worden doodgegooid met wat ze niet kunnen. Natuurlijk moet je er extra aandacht aan besteden, maar soms gaat het echt te ver.” Ter Bork twijfelt ook aan de werkzaamheid van al dat trainen. “Leerlingen die goed zijn in techniek, muziek of tekenen moet je de kans geven zichzelf daarin te ontwikkelen. Je kunt ook in één vak excelleren.” Ter Bork heeft zin in het jaar, maar heeft voor de toekomst nog geen vastomlijnd plan. “Ik vind het contact met de leerlingen en ouders veel te leuk. Word je directeur dan vermindert dat contact en dat zou ik erg jammer vinden. Nee, voorlopig blijf ik lekker even leraar.”

Pulse 19

Pulse_PO_nr6_2010.indd 19

30-11-10 16:41


Peter Teitler over het succes van zijn boek ‘Lessen in orde’

‘De vrijheid van de wolven is de dood van de schapen’

Het oplossen van probleemgedrag in het onderwijs is volgens Peter Teitler, auteur van het boek ‘Lessen in orde’ eigenlijk heel simpel. “Het is belangrijk dat docenten op één lijn zitten.” Teitler schreef zijn boek naar aanleiding van zijn ervaringen als docent in het voorgezet onderwijs én als psychotherapeut voor kinderen in de puberleeftijd. Dat het boek in een belangrijke behoefte voorziet, blijkt wel uit de gedrukte oplage (ca. 14.000 exemplaren). En het eind van het succes lijkt nog niet in zicht. Ook voor leerkrachten in het basisonderwijs bevat het boek tal van handige tips en tools om de neuzen van de leerlingen en de leerkrachten dezelfde kant op te laten wijzen. Op de NOT is Peter Teitler een van de keynote-sprekers op de NOT-Academie.

20 Pulse

Pulse_PO_nr6_2010.indd 20

30-11-10 16:41


CommUniCatie

“als docent zie je nog wel eens wat”, antwoordt teitler op de vraag waar hij de inspiratie voor het schrijven van het boek vandaan haalt. “net als andere docenten kwam ik ook in aanraking met probleemgedrag van leerlingen. ik ging op zoek naar literatuur over het onderwerp, maar wat ik daarbij vooral tegenkwam was dat de aandacht lag op het gedrag van de leerlingen. niet zozeer op wat een docent of een docententeam moet doen om probleemgedrag te voorkomen. ook zeiden collega-docenten tegen mij: pak ze maar eens flink aan, die ordeverstoorders. Deze tips waren in mijn ogen veel te algemeen en werkten dus niet. naast docent ben ik ook psychotherapeut voor pubers en het was mij al eens opgevallen dat bij probleemgedrag van jongeren de ouders vaak niet op een lijn zitten. om een voorbeeld te geven: als moeder zegt dat het kind om half acht thuis moet zijn en vader zegt dat half negen ook goed is, dan is de kans groot dat het kind pas om half tien thuis komt.” Eeuwenoud volgens teitler wordt er in de opleiding van leerkrachten veel te weinig aandacht aan dit nijpende onderwerp besteed. “terwijl de problemen sinds Plato en Socrates al bestaan. in de jaren zeventig was orde houden een vies woord. nog steeds hoor ik docenten zeggen dat ze geen dictators willen zijn. maar daar gaat het helemaal niet om. orde houden in de klas betekent alleen maar dat je als docent de regie hebt. orde houden is een noodzakelijk voorwaarde om goed les te kunnen geven. in mijn presentaties houd ik de leerkrachten altijd voor dat de vrijheid van de wolven, de dood van de schapen betekent. als docent moet je ervoor zorgen dat het gedrag van de kinderen die zich soms niet zo sociaal gedragen, niet ten koste gaat van de lieve, aardige kinderen in de klas. met andere woorden: de docent is degene die ervoor moet zorgen dat de wolven wolven kunnen zijn, die hebben per slot van rekening ook eten nodig, maar hij bepaalt zelf wanneer hij ze voert en wat hij ze geeft. Daarmee voorkomt hij dat ze de schapen te

grazen nemen. Zo zorgt hij voor een veilig klimaat in de klas en een veilig klimaat is een belangrijke voorwaarde voor iedereen om goed te kunnen leren.” Hoewel teitler zich vooral gefocust heeft op het voorgezet onderwijs, zijn de uitgangspunten van het boek universeel en kunnen ze evengoed voor het basisonderwijs gelden. “Hoe eerder leerlingen daarmee in aanraking komen, hoe beter het natuurlijk is. Laat ik een voorbeeld geven. als docent a zegt dat eten en drinken wel is toegestaan in de klas en docent B zegt dat het niet mag, dan krijgt docent B te maken met een boze leerling. ik noem het de ‘perverse triade’ als een docent een coalitie aangaat met één of meer leerlingen. Dat leidt onherroepelijk tot problemen. De oplossing is ervoor te zorgen dat docenten op één lijn zitten. anders gezegd: dat ze voorspelbaar gedrag vertonen naar de jongeren toe. in het voortgezet onderwijs hebben leerlingen natuurlijk te maken met heel veel leraren en structuren. in het basisonderwijs minder, maar ook hier moet je over de jaren heen, op het schoolplein, in de aula en zeker als je met meer leerkrachten voor de groep staat dezelfde regels hanteren. De meeste leerlingen kunnen uitstekend met uiteenlopende regels omgaan, maar een stuk of drie niet. voordat je het weet bepalen zij de sfeer in de klas.” Pedagogisch klimaat teitler weet uit ervaring dat veel docenten van zichzelf vinden dat ze het goed doen. “aanvankelijk reageren ze allemaal enthousiast op mijn verhaal, maar als ik dan vertel dat ze hun ‘goede’ gedrag soms aan moeten passen ten behoeve van hun collega’s, dan zie je wel eens wegtrekken. Dan staan we soms lijnrecht tegenover elkaar. meestal krijg ik ze uiteindelijk wel mee en zien ze de voordelen er ook wel van in. met mijn aardrijkskundige achtergrond praat ik graag over het pedagogische klimaat in de klas. terwijl docenten het hebben over het ‘pedagogische weer in hun klas’. Het pedagogische klimaat strekt zich uit over een groter gebied en over een aantal jaren. als een leraar zegt: ‘Ja maar,

bij mij in de klas’, dan heeft hij het weer over het weer bij hem in de klas. Waar ik naar streef op een school is dat het klimaat verbetert. natuurlijk is het fijn dat bij jou in de klas de zon schijnt, maar het is nog veel fijner als het klimaat op school verbetert. Dat gaat niet van de ene op de andere dag. Doorgaans heb ik drie jaar nodig om zo’n klimaatsverandering te realiseren. Het is toch een hele cultuurschok, soms. en als ik een school verlaat dan hoor ik vaak: ‘Wat er is gebeurd, weten we niet, maar we zijn veel meer een eenheid, een team en we stemmen ons handelen veel beter op elkaar af dan voor die tijd’.” een prettige bijkomstigheid is volgens teitler ook dat de leerresultaten er bij gebaat zijn. De scholen die hij begeleidt stijgen vaak van zeer zwak, naar zwak, naar voldoende en goed. ‘Lessen in orde’ biedt leerkrachten een methode voor het creëren van een stimulerend werkklimaat. De methodiek is op vier niveaus uitgewerkt: op het niveau van de klas, van de school, van de individuele leraar en van de individuele leerling. De leerkracht krijgt tal van concrete instrumenten aangereikt om orde te houden en adequaat in te grijpen bij ordeverstoringen. Speciale aandacht besteedt het boek aan de groep ‘zorgleerlingen’. in de komende edities van Pulse zal teitler een aantal concrete voorbeelden geven van hoe het niet en hoe het wel moet.

Voor meer informatie: ‘Lessen in Orde’, uitgeverij Coutinho, www.coutinho.nl.

Pulse 21

Pulse_PO_nr6_2010.indd 21

30-11-10 16:41


communicatie

De verleiding van het puberbrein Met de komst van nieuwe media krijgen jong en oud een stortvloed aan informatie te verwerken. Het aanbod van nieuws, filmpjes, online spelletjes, sociale netwerken en andere informatietoepassingen voor de computer én de mobiele telefoon is eindeloos. Onze jongeren, onze digital natives, zien vaak door de bomen het bos niet meer. Het is tijd voor informatie-educatie. Yvonne van Sark is mede-eigenaar van YoungWorks, Bureau voor Jongerencommunicatie en schreef samen met Huub Nelis het boek ‘Puberbrein binnenstebuiten’. Tijdens de NOT verzorgt ze een seminar over infobesitas. “Het puberbrein is erg gevoelig voor verleidingen. Jongeren zijn continu op zoek naar de laatste nieuwtjes en de nieuwste filmpjes. Ze weten precies waar de leuke dingen plaatsvinden en waar en met wie hun vrienden op

elk moment zijn. Maar aan het ‘up-to-date’ zijn, zit een keerzijde. Sociale netwerksites nemen zoveel tijd in beslag, dat het huiswerk opzij wordt geschoven. In de klas wordt niet meer geconcentreerd gewerkt omdat de smsjes en tweets blijven binnenstromen. En dan hebben we het nog niet eens over de leerproblemen die hierdoor kunnen optreden.” De groep jongeren die werkelijk last heeft van infobesitas, die zichtbaar lijdt aan concentratieverlies of slaapstoornissen, is erg klein. Maar we staan pas aan het begin van de digitale revolutie. “De informatiestroom die onze jongeren overspoelt zal alleen maar groter worden. Het is aan ons om jongeren daarin te begeleiden. Vergelijk het maar met een grote pot met snoep. De verleiding om te blijven snoepen met zo’n pot voor je neus is groot. Maar je weet dat je misselijk zal worden als je blijft eten en dat snoepen voor het eten of voor het slapengaan niet verstandig is. Hoe we dat weten? Het wordt ons meegegeven in onze opvoeding, er wordt over gepraat. Zo zou het ook met de oneindige informatiestroom moeten gaan. Jongeren moet geleerd worden informatie te selecteren: wat is voor mij belangrijk? En misschien nog wel belangrijker: wanneer is het genoeg?” Van Sarks boodschap tijdens de NOT is dan ook dat leraren zich niet pessimistisch moeten opstellen. “Neem geen negatieve houding aan tegen de internetrevolutie, maar verdiep je in de informatiestroom en de belevingswereld van de jeugd. Vraag je leerlingen wat de informatietsunami met hen doet en ga samen op zoek naar oplossingen. Leer hen hoe ze informatie moeten filteren. Leg uit dat ze prioriteiten moeten stellen en ondersteun hen bij het maken van een goede dagindeling.” De seminar over infobesitas staat gepland voor 27 januari om 11.00 uur. Voor meer informatie, www.youngworks.nl.

22 Pulse

Pulse_PO_nr6_2010.indd 22

30-11-10 16:41


ict

Nintendogame zet kinderen aan tot lezen Serious gaming in plaats van serious games. Volgens Ineke Verheul van adviesbureau Game On passen commerciële games als The Sims heel goed binnen het lesprogramma. Belangrijk daarbij is wel dat de game aansluit op het vooraf geformuleerde leerdoel. Verheul presenteert haar visie donderdag 27 januari tijdens de NOT-Academie in de Jaarbeurs in Utrecht.

Verheuls aanpak lijkt voor de hand te liggen: “Maak gebruik van boeiende spellen die al voorhanden zijn. Dat is effectiever en vooral een stuk goedkoper.” De effectiviteit zit ‘m volgens de onderzoekster in de aantrekkelijkheid van commerciële games. “Die spellen motiveren een gamer om op het puntje van zijn stoel te blijven zitten. Dat is wat je als leerkracht wilt; lesstof die aantrekkelijk genoeg is om leerlingen in de ban te houden. Serious gaming heeft die kracht. Serious games zijn vaak saai en motiveren niet, onder andere omdat de ontwerpers zich focussen op de inhoud. Bovendien zijn ze niet realistisch genoeg.” Voor basisschoolleerlingen bijvoorbeeld is The Sims een leerzaam computerspel voor verschillende leerdoelen. “In The Sims draait het om karakters. Je kunt die personen heel gelukkig maken door dure spullen voor hen te kopen. Het spel kan leerlingen iets bijbrengen over kapitalisme of duurzaamheid. Je kunt kinderen de opdracht geven om zo min mogelijk aan te schaffen, zodat de figuren bijvoorbeeld de afwas met de hand moeten doen. Zodoende sparen ze geld voor andere doeleinden.” De leerlingen zullen deze leermethode ongetwijfeld toejuichen. Gamen onder schooltijd. Wie wil dat nou niet? Verheul wijst er op dat voor de leerkracht een grote rol is weggelegd. “De onderwijzer organiseert de bespreking eromheen. Leerlingen krij-

gen de ruimte om op te gaan in het spel, maar de leraar moet zorgen dat ze ook pas op de plaats maken om te leren. Het is aan de leerkracht om een goede middenweg te vinden en om momenten van reflectie in te lassen.” In Groot-Brittanië is meer ervaring met het spelen van commerciële games binnen de muren van het klaslokaal. In Nederland staat dit concept nog in de kinderschoenen. “Schoolorganisaties zien de kosten vaak als een obstakel, maar ik probeer hen uit te leggen dat dat helemaal niet hoeft. Voor driehonderd euro kun je twintig

computers voorzien van een aansprekende game.” Verheul haalt een voorbeeld aan van een school in Schotland waar leesonderwijs gestimuleerd werd met een Nintendogame. De kinderen moesten hierbij puppy’s trainen en speelden onderlinge wedstrijden. “Om de wedstrijden te winnen, was het belangrijk dat zij veel over honden lazen. Die boeken waren in het klaslokaal aanwezig en werden stukgelezen.” Verheul noemt zich game-makelaar en helpt leerkrachten in hun zoektocht naar de juiste game. Zie www.game-ondd.nl.

Pulse 23

Pulse_PO_nr6_2010.indd 23

30-11-10 16:41


Social media

in het basisonderwijs De mogelijkheden van social media zijn eindeloos. Steeds meer leraren zien de voordelen van communiceren en het uitwisselen van lesmateriaal, tips en tools. Juf Anita Juf Anita Bracke (@anitabracke) is leerkracht van groep 3. Anita gebruikt Twitter om in contact te komen met andere leerkrachten. Elke ochtend wenst ze haar collega’s in de teamkamer een goede morgen. Hetzelfde doet ze met haar 146 volgers op Twitter. Basisschool Theo Thijssen in Waddinxveen wijst via Twitter ouders op het bestaan van oude schoolfoto’s en hoe ze multimedia in de groepen toepassen. Adil Akmouni, leerling van groep 8 houdt voor de school een weblog bij. Daarop plaatst hij discussies over onder andere de Cito-eindtoets. Deze blog koppelt hij aan Twitter waar hij de discussie aangaat met leerkrachten en adviseurs. Zomaar drie voorbeelden van personen of scholen die social media gebruiken om in contact te komen met collega’s of andere geïnteresseerden.

Social media Social media is de Engelse benaming voor online platforms waar de gebruikers, met geen of weinig tussenkomst van een professionele redactie, de inhoud verzorgen. Er is sprake van interactie en dialoog tussen de gebruikers onderling. Hierbij kun je denken aan het uitwisselen van lesvoorbeelden, geschikte links of bruikbare beeldmaterialen. Maar ook aan het laagdrempelig communiceren met ouders. Social media staat dus voor ‘media die je in staat stelt je onderwijs aantrekkelijker te maken door het gemakkelijk en snel uitwisselen van informatie en kennis met een grote groep mensen’. Voordeel? Net zoals juf Anita, de Theo Thijssenschool en Adil zijn er steeds meer leerkrachten, schoolleiders, onderwijsexperts en scholen die sociale media gebruiken om kennis uit te wisselen. Wat beweegt ze om te kiezen voor deze manier? Een aantal voordelen van social media op een rijtje: social media is voor iedereen en overal toegankelijk. Wie zich aanmeldt mag meedoen. Het

Tekst: Menno van Hasselt en Dieter Möckelmann 24 Pulse

Pulse_PO_nr6_2010.indd 24

30-11-10 16:41


ict

maakt niet uit van welke soort onderwijs je komt, hoeveel werkervaring hebt of welke functie je bekleedt. Iedereen communiceert met elkaar en dat zorgt voor verrassende verbindingen zoals een groep 8 leerling die een onderwijsadviseur adviseert. Wanneer veel mensen samen communiceren, is ook de aanwezige kennis en ervaring groot. Een goed voorbeeld is de community’s van De Digischool. Daar wisselen ruim 170.000 leden van groep 1 t/m groep 8 lessen, verwerkingsmateriaal en onderwijskundige tips met elkaar uit. Omdat steeds meer informatie online beschikbaar is, wordt de noodzaak tot het vindbaar maken van informatie steeds groter. Social media stelt een leerkracht in staat om kennis te vinden, slim op te slaan en te gebruiken zonder ingewikkelde softwareprogramma’s te hoeven gebruiken. Tegenover deze voordelen staan natuurlijk ook nadelen. Er is een overdaad aan kennis beschikbaar, vaak meer dan je nodig hebt. Je bent afhankelijk van een internetverbinding en het is niet altijd controleerbaar of de kennis juist is. Om er maar een paar te noemen.

Status Het gebruik van social media kost tijd. Wat je er voor terug krijgt is een hoop informatie. Kennis wanneer dat jou uitkomt. Maar mensen die social media actief gebruiken krijgen nog wat anders, en dat is status. Binnen de social media wordt bereidwilligheid om te delen beloond met complimentjes en aanbevelingen. Wie veel kennis deelt, krijgt er dus waardering voor terug en dat is vaak een betere motivator dan

een beloning in geld. Een voorbeeld hiervan is Marcel Kesselring (@Marathonkeje). Marcel is directeur van basisschool Aloysius is Maasland. Marcel deelt de kennis die hij verzamelt op zijn website Schoolplein Winkwaves via Twitter. Zo verbindt hij zijn eigen sociale netwerk met een ander sociaal platform.

LinkedIn (www.linkedin.com) Je eigen CV online met daaraan gekoppeld de mogelijkheid om deel te nemen aan een groep met betrekking tot jouw interesse om daar kennis te delen. Een populaire groep is de groep ‘Onderwijs 2.0’.

Geven en nemen Het feit dat het fenomeen social media zo populair is, betekent nog niet dat je er gebruik van moet maken. Dat is de charme van social media: je beslist zelf of je wilt deelnemen of niet, of je iemand volgt of niet of dat je iemand als online vriend ontvolgt. Social media is zo in trek omdat zo veel mensen bereid zijn informatie te geven. Zijn er daarvan voldoende, dan komen ook de mensen die willen halen aan hun trekken. Vind je zinvolle informatie, dan kom je vaker. Vind je weinig, dan kom je niet. En dat bepaal je zelf. Maar dat betekent niet dat je als profes-

Yurls (www.yurls.nl) Een verzameling van links rond een bepaald thema. Er zijn Yurls met betrek-

sionele leerkracht kunt denken dat social media een hype is die wel weer over zal gaan. Het gebruik van sociale platforms zal alleen maar toenemen en meer en meer mensen aan elkaar verbinden. Scholen onderling, waar ook ter wereld. Maar ook leerkrachten aan leerlingen zoals Adil. Voorbeelden Een aantal sociale platforms die in het onderwijs worden gebruikt op een rijtje: Twitter (www.twitter.com) Uitwisselen van korte boodschappen van 140 tekens aan de mensen die jouw volgen of het ontvangen van berichten van mensen die jij volgt.

king tot taal, rekenen, feesten, didactiek, schoolleiding, et cetera. Iedereen kan een yurl aanmaken en deze delen met collega’s. handig voor leerkrachten die een digibord hebben. Kijk eens op http://overzicht.yurls.net. Wordpress (www.wordpress.org) Een tool waarmee je je eigen teksten kunt maken, publiceren en delen met bijvoorbeeld, leerlingen, ouders of collega’s. Bijvoorbeeld: http://onderwijs21.wordpress.com. Tot slot ICT is een middel. Social media ook. Alleen door zelf te proberen, geef je jezelf de kans om te ervaren waarvan het een middel kan zijn. Wij kunnen niet voorspellen wat er over een paar jaar zal worden ontwikkeld. Maar wel weten we dat we aan de vooravond staan van een totaal ander manier van het delen van informatie en kennis. Zo is dit artikel tot stand gekomen, met behulp van tips die via Twitter en LinkedIn zijn verzameld. Wij hopen jullie op één van de sociale netwerken te ontmoeten!

www.pulseprimaironderwijs.nl/ict Pulse 25

Pulse_PO_nr6_2010.indd 25

30-11-10 16:41


Kwaliteitszorg en de visie op het onderwijsproces

maakT u uw viSie waar? Het toezichtkader primair onderwijs (2009) van de inspectie van het onderwijs beschrijft het waarderingskader waarin de kwaliteitsaspecten zijn opgenomen die de inspectie beoordeelt bij het toezicht op de scholen. ieder aspect is uitgewerkt in indicatoren. een belangrijk kwaliteitsaspect is kwaliteitszorg. Scholen moeten ervoor zorgen, dat hun kwaliteitszorg voldoet aan een zevental indicatoren (zie afbeelding 1). een school kan daarnaast beoordeeld worden op de volgende aanvullende indicatoren: 1 De schoolleiding stuurt de kwaliteitszorg aan. 2 De kwaliteitszorg is verbonden met de visie op het onderwijsleerproces. 3 De schoolleiding zorgt voor een professionele cultuur. 4 Bij de zorg voor kwaliteit zijn personeel, directie, leerlingen, ouders en bestuur betrokken. in dit artikel ga ik in op de tweede aanvullende indicator: hoe zorg je ervoor, dat de kwaliteitszorg verbonden is met de visie op het onderwijsleerproces?

1 to plan 2 to do 3 to check 4 to act Het is opvallend, dat de fase ‘to plan’ onder meer inhoudt het ontwikkelen van een missie en een visie. Het formuleren van een visie is daarmee sowieso een onderdeel geworden van de kwaliteitszorg. Kwaliteitszorg (Juran) een andere grootheid op het gebied van kwaliteitszorg is de in nederland wat minder bekende Joseph m. Juran. Hij onderscheidt – in tegenstelling tot Deming – drie fasen voor kwaliteitszorg. Samen worden

ze de Juran-trilogie genoemd: 1 Kwaliteitsplanning 2 Kwaliteitsbeheersing 3 Kwaliteitsverbetering De drie fasen lijken zeer sterk op de Deming-stappen: to plan, to check en to act. Kwaliteitsplanning omvat een aantal universele uitgangspunten, namelijk: • Stel vast wie de klant is. • Stel de behoeften van de klant vast. • Ontwikkel een product dat inspeelt op de klantbehoeften. • Ontwikkel processen die leiden tot het gewenste product. • Laat de productieafdeling het product produceren.

Kwaliteitszorg (Deming) om de indicator beter te kunnen begrijpen is het nodig om te weten wat er bedoeld wordt met (a) kwaliteitszorg en (b) onderwijsleerproces. Dat lijkt eenvoudiger dan het is. eerst ‘kwaliteitszorg’. vrijwel iedereen denkt dan direct aan William edwards Deming. Hij liet de wereld kennismaken met de zogenaamde Shewhart-cyclus, een model van denken dat uitgaat van de volgende stappen: je begint met een ontwerp, maakt vervolgens een product, verkoopt het en test het op de serviceafdeling. De testresultaten worden gebruikt om verbeteringen aan te brengen. in kernwoorden: ontwerpen – produceren – verkopen – testen – aanpassen. of – meer bekend – in termen van Deming (zie afbeelding 2):

Tekst: Cees ??? Bos 26 Pulse

Pulse_PO_nr6_2010.indd 26

30-11-10 16:41


KWaLiteitSZoRg

Het is niet al te ingewikkeld om ook hier de conclusie te trekken, dat het ontwikkelen van een visie (wat wil de klant?) een onderdeel is van de kwaliteitszorg. Kwaliteitszorg (vertaald) in nederland hebben velen nagedacht over de vertaling van de Deming- en Juranfasen. meestal gaat het dan om varianten op de volgende vragen en uitspraken: 1 Wat beloof je? 2 Doen wat je belooft 3 Doe je (goed) wat je belooft? 4 Wat kan er beter? 5 verbeteringen uitvoeren op basis van deze shortliners zou je tot een nieuw soort Deming-cirkel kunnen komen (zie afbeelding 3) beschrijf je kwaliteit (define), meet regelmatig of je de gewenste kwaliteit in voldoende mate realiseert (measure), analyseer en waardeer de uitkomsten (analyze), stel verbeteringen vast en voer ze uit (improve) en evalueer of het gelukt is om de verbeteringen te implementeren (control). Onderwijsleerproces ik herhaal nog even de indicator die hier centraal staat: de kwaliteitszorg is verbonden met de visie op het onderwijsleerproces. nu helder is wat kwaliteitszorg inhoudt, is het goed om het woord ‘onderwijsleerproces’ nader te beschouwen. een eerste gedachte is dat het hier zal gaan om lesgeven, maar dat is niet helemaal correct. Het toezichtkader maakt duidelijk wat we moeten verstaan onder ‘onderwijsleerpro-

afbeelding 2

Act

Plan Do

check

afbeelding 1, indicatoren kwaliteitszorg (Toezichtkader, 2009) De school zorgt systematisch voor behoud of verbetering van de kwaliteit van haar onderwijs. 1

De school heeft inzicht in de onderwijsbehoeften van haar leerlingenpopulatie

2

De school evalueert jaarlijks de resultaten van de leerlingen

3

De school evalueert regelmatig het onderwijsleerproces

4

De school werkt planmatig aan verbeteractiviteiten

5

De school borgt de kwaliteit van het onderwijsleerproces

6

De school verantwoordt zich aan belanghebbenden over de gerealiseerde onderwijskwaliteit

7

De school draagt zorg voor de kwaliteit van het onderwijs gericht op de bevordering van actief burgerschap en sociale integratie, met inbegrip van het overdragen van kennis over en kennismaking met de diversiteit van de samenleving

ces’. Het gaat daarbij om de aspecten: (1) aanbod, (2) tijd, (3) schoolklimaat, (4) didactisch handelen en (5) afstemming. op deze vijf aspecten moet een school dus een visie vaststellen (to plan) en daarna overgaan op doen (to do), beoordelen (to check) en verbeteren (to act). of in termen van Juran: eerst een visie definiëren, daarna bepalen of je die visie in voldoende mate waarmaakt en tenslotte verbeteren. Dat lijkt allemaal eenvoudig, maar in de praktijk is dat lastig. Hoe beoordeel je precies of je je visie waarmaakt? Visie Kwaliteitszorg Scholen kunnen gemakkelijker voldoen aan de inspectie-eis als ze een tussenstapje maken. Ze stellen eerst hun visie op bijvoorbeeld didactisch handelen vast (en die komt dan in het schoolplan te staan), maar ze vertalen direct daarna hun visie in concrete en meetbare (of merkbare) indicatoren. met andere woorden: ze ontwerpen op basis van hun visie (op didactisch handelen) een competentielijstje (of kwaliteitskaart)‘Didactisch Handelen’. Het is daarna veel eenvoudiger om de indicatoren te beoordelen dan de meer prozaïsche schoolplanteksten (visie). Kortom: je kunt pas de visie van de school koppelen aan je kwaliteitszorg als je er eerst voor zorgt dat je je visie omzet in indicatoren. Het schoolplan zou daarom niet alleen de visie(s) op diverse aspecten moeten bevatten, maar ook (en vooral) de afgeleide indicatoren. Die kunnen immers veel beter systematisch

afbeelding 3 Define Measure Control

Analyse Improve

en regelmatig beoordeeld worden door bijvoorbeeld het team en de directie. Ten slotte gelet op het toezichtkader is het nodig om de Deming-cirkel uit te breiden. De fase to plan houdt in het vaststellen van een missie en een visie en deze te vertalen in indicatoren. De fase to check omvat het regelmatig beoordelen van de indicatoren en het analyseren en waarderen van de uitkomsten. op grond van de beoordeling worden de noodzakelijke verbeteringen vastgesteld en uitgevoerd (to act). Wat ik mis, is de fase die je kunt koppelen aan ‘het afleggen van verantwoording’ (zie afbeelding 1, de zesde indicator). met wat fantasie kom je al snel op: to plan, to do, to check, to act en to respond. Juist in een tijd waarin het begrip verantwoording vaak centraal staat, mag deze fase niet ontbreken in een kwaliteitszorgcirkel. Drs. C.H. (Cees) Bos, chbos@introweb.nl

www.pulseprimaironderwijs.nl/kwaliteitszorg Pulse 27

Pulse_PO_nr6_2010.indd 27

30-11-10 16:41


Adv-Pulse_11-10_DEF:Adv-vo-docentenagenda-03_09 25-11-10 16:42 Pagina 1

Blijf groeien! professionaliseer jezelf, het team, de school Opbrengstgericht aan de slag met: • taal/lezen • sociale competentie en gedrag • rekenen

www.cedgroep.nl/not

bezoek ons op de NOT Hal 7 C26

Lessen in orde

Handboek voor de onderwijspraktijk door Peter Teitler Lessen in orde biedt leraren een methode voor het creëren van een stimulerend werkklimaat. Leerlingen leren immers het best in een veilige, plezierige omgeving. Lessen in orde met: - Concrete instrumenten om orde te houden; - Praktische tips over hoe in te grijpen bij ordeverstoringen; - Handvatten voor een gezamenlijke aanpak binnen de school; - Aandacht voor zorgleerlingen en het sturen van groepsprocessen. Tegen inlevering van deze advertentie bij de boekhandel betaalt u slechts € 25,00 in plaats van € 28,50 voor het boek Lessen in orde. De actie is geldig vanaf 14 december 2010 tot en met 5 februari 2011.

www.coutinho.nl

Pulse_PO_nr6_2010.indd 28

u i t g e v e r ij c o u t i n h o

C

ISBN 978 90 469 0123 6 Actienummer: 901-83713

30-11-10 16:41


ontwikkelingsgericht onderwijs

onderwijs op maat in de bovenbouw In Ontwikkelingsgericht Onderwijs worden leerdoelen en leerlijnen, in de context van betekenisvolle activiteiten, in de klas opgebouwd. In die activiteiten komen persoonlijke zingeving en ‘de agenda’ van de leerkracht samen. Dat is voor de leerkracht de context waarin hij mee kan doen en resultaatgericht kan werken. Daar is meesterschap voor nodig! Lorien de Koning, nascholer en onderwijsontwikkelaar bij De Activiteit (landelijk centrum voor Ontwikkelingsgericht Onderwijs) onderzoekt samen met meester Bas van groep 8 hoe hij een voor de leerlingen interessant thema kan opbouwen waarin óók de onderwijsdoelen en inhouden van groep 8 ruimschoots aan bod komen. ‘De wereld’ Meester Bas kiest voor het thema ‘De wereld’. Dit thema lijkt hem interessant voor zijn groep en hij kan veel doelen en inhouden kwijt. Na de opstartweek van zijn thema blijken de leerlingen echter nog helemaal niet enthousiast. Ze stellen geen onderzoeksvragen, maken geen plannen en brengen ook geen boeken of spullen mee. Wat nu? Samen gaan we onderzoeken hoe we het thema bij kunnen sturen zodat de leerlingen wel betrokken raken en met meester Bas gaan werken aan het behalen van de onderwijsdoelen en inhouden. Themakeuze en betekenisverlening Wat waren Bas zijn overwegingen geweest om voor het thema ‘De wereld’ te kiezen? Bas geeft aan dat hij dit wel een mooi breed onderwerp vond. Alle

kinderen kunnen wel iets bedenken binnen deze context wat ze interessant vinden. Daarnaast kan hij heel veel doelen en inhouden van groep 8 kwijt in dit thema: de landen en continenten, topografie en kaartvaardigheden, het onderdeel gebergten, klimaten, bedrijvigheid, culturen, vegetaties, bodemstoffen en flora en fauna. Toch lukt het niet om de leerlingen warm te krijgen. Het onderwerp moet namelijk nog actueel worden voor de leerlingen. Dan kunnen ze ‘aanhaken’. Samen met Bas speur ik de krant en de internetnieuwspagina’s af naar actuele kwesties die nu spelen in de wereld. We komen onder andere de kabinetsformatie tegen, de mijnwerkers in Chili, het afval in Napels, de drugsoorlog in Mexico en de uitreiking van de Nobelprijs voor de vrede aan de Chinese dissident Liu Xiaobo. Stuk voor stuk interessante kwesties die de

leerlingen van Bas wellicht zullen aanspreken. Bas kiest ervoor om te gaan werken vanuit de spannende kwestie rondom de mijnwerkers die al dagen opgesloten zitten onder de grond in de Chileense mijn. Dit omdat Bas al leerlingen uit zijn groep over dit onderwerp onderling heeft horen praten en omdat het al enkele dagen in de media wordt gevolgd. Het ziet er naar uit dat dit onderwerp dus nog wel even actueel blijft. Ook ziet Bas nog steeds volop kansen om zijn onderwijsdoelen en inhouden aan dit onderwerp te verbinden. De startactiviteiten Om ervoor te zorgen dat Bas en zijn leerlingen zich volop op het thema kunnen oriënteren, ontwerpen we een aantal start-activiteiten. Het is de bedoeling dat de startactiviteiten bepaalde denkprocessen op gang gaan brengen; ze creëren

Tekst: Lorien de Koning Pulse 29

Pulse_PO_nr6_2010.indd 29

30-11-10 16:41


De mijn: • Wat is een nu eigenlijk precies een mijn? • Hoe maak je een mijn? • Wat doen ze in de mijn? • Wat halen ze uit de mijn? • Welke soorten mijnen zijn er? • Wanneer moeten mijnen dicht? • Wie wordt er rijk van de mijnen? • Waar zijn er in de wereld nog meer mijnen?

nieuwsuitzending over de mijnwerkers

Chili: • Waar ligt Chili? • Waarom zijn er mijnen in Chili? • Zijn er meer mijnen in Chili? Welke? • Kan Chili het probleem zelf oplossen?

een gezamenlijke basis. De leerlingen leren over de inhoud, maar ook leren ze specifieke sociale en cognitieve vaardigheden en strategieën te hanteren en te ontwikkelen (Pompert, 2004). om deze processen op gang te brengen moeten, de startactiviteiten aan een aantal voorwaarden voldoen: • Ze zijn uitdagend. • Ze roepen nieuwe vragen op. • Ze maken zichtbaar over welke kennis & vaardigheden de groep al beschikt. • Onderling hebben ze een bepaalde dynamiek & samenhang. • Ze belichten nieuwe perspectieven op de gekozen inhouden. • Ze zijn vakoverstijgend. • Kinderen gaan zich actief oriënteren op de nieuwe inhouden. • Kinderen oriënteren in wisselende samenstellingen. De groep gaat door middel van deze startactiviteiten de aanwezige kennis en ervaringen rondom het nieuwe onderwerp ordenen in woordvelden en teksten. ook gaat men zich richten op nieuwe bronnen en worden de nieuwe elementen hierin

Leven onder de grond: • Hoe lang kan een mens onder de grond leven? • Waarom is het daar zo warm? • Waarvan kun je ziek worden onder de grond? • Wat krijgen ze onder de grond te eten en te drinken? • Welke dieren leven zo ver onder de grond? Hoe overleven zij?

Het ongeluk: • Wat is er precies gebeurd? • Hoe kan een mijn instorten? • Waarom zaten al die mannen onder de grond? • Hoe kan het dat de mijnwerkers nog leven? • Is zo´n ongeluk ergens anders wel eens eerder gebeurd?

geaccentueerd. nu wordt helder wat de groep graag beter zou willen weten, kunnen en leren om de actuele kwestie beter te snappen. Leerlingen maken dit helder door gerichte onderzoeksvragen te stellen en hier een onderzoeksplan aan te verbinden. Eigen ervaringen aanboren meester Bas besluit om met de startactiviteiten dicht bij de leerlingen te starten. Hij laat een foto van het magazijn zien en vertelt dat hij hierin onlangs nog even in opgesloten zat. Hij wilde even snel wat papier pakken, had het licht niet aangedaan en voordat hij het wist had iemand de deur dicht gedaan. meester Bas was er van geschrokken en had meteen hard geroepen. De deur was al snel weer open gegaan. toen herinnerde hij zich ook dat hij dit vroeger ook al eens had meegemaakt maar dat was minder fijn afgelopen. Hij moest in het zwembad naar de wc. Had de deur op slot gedraaid en kreeg hem daarna niet meer open. Pas na twintig minuten hadden zijn vader en moeder het in de gaten. De badmeester

moest er aan te pas komen. en uiteindelijk werd hij met behulp van een schroevendraaier bevrijd. Deze ervaringen maken veel los bij de leerlingen, zij hebben ook wel eens zoiets meegemaakt. iedereen krijgt de kans om zijn ervaringen eerst even helemaal te ordenen en op te schrijven in een tekstje. Daarna vertellen de leerlingen in tweetallen aan elkaar wat ze wel eens hebben meegemaakt. vervolgens worden de spannendste ervaringen met de hele groep gedeeld. Komen tot vragen én iets produceren De volgende dag komt meester Bas weer met een foto de groep in. Dit keer van de Chileense mijnwerkers. Zij zitten ook opgesloten. Deze foto maakt veel reacties los. Bijna iedereen heeft er wel iets over gehoord. eerst brengen ze met de groep middels woordvelden in beeld wat ze er al van weten. Dit roept natuurlijk ook veel meningsverschillen en vragen op. gelukkig heeft meester Bas gezorgd voor verschillende krantenartikeltjes over het mijnon-

30 Pulse

Pulse_PO_nr6_2010.indd 30

30-11-10 16:41


ontwikkelingsgericht onderwijs

groepen 5 – 6 en 7 die meer willen weten over het mijnwerkersongeluk. Onderzoek doen t.b.v. de nieuwsuitzending Meester Bas en zijn leerlingen gaan alle vragen uit de startfase over de mijnwerkers ordenen: ‘Welke vragen moeten we eerst onderzoeken om er een goede nieuwsuitzending van te kunnen maken?’ Ze brengen dit overzichtelijk bij elkaar in een woordveld: (zie schema links)

geluk. In kleine groepjes gaan de leerlingen aan de slag om de verschillende artikelen te lezen. Ze vullen de woordvelden aan, beantwoorden sommige vragen en noteren weer nieuwe vragen. Met deze nieuwe vragen kijkt de groep ´s middags naar een uitzending van het Jeugdjournaal. Ze hopen hierdoor weer meer vragen beantwoord te krijgen. Tijdens het bespreken van de uitzending geven veel leerlingen aan dat het ze interessant lijkt om het mijnwerkersongeluk nu eens echt goed uit te diepen en te onderzoeken. Ze willen hier graag meer tijd voor. Hier heeft meester Bas wel oren naar, maar hij wil nog wel van de groep weten wat het gezamenlijke doel van dit onderzoek gaat worden. Meester Bas wil namelijk dat het onderzoek van de leerlingen binnen de kaders van de sociaal-culturele praktijk (van Oers, 2009) van de groep blijft. Zo zorgt hij ervoor dat er samenhang ontstaat in het activiteitenaanbod in de groep en kan hij de onderzoeksactiviteiten goed inhoudelijk verdiepen. De groep besluit dat zij een speciale nieuwsuitzending gaan maken voor de kinderen van de

Nu de opzet helder is, verdelen de leerlingen zich over de verschillende onderzoeksgroepen. Er ontstaan dus vier onderzoeksgroepen: de mijn, Chili, het ongeluk en leven onder de grond. In de kleine onderzoeksgroepen gaan de leerlingen aan de slag om de subvragen te beantwoorden. Hiervoor doen ze: • bronnenonderzoek: door gebruik te maken van internet en informatieve boeken; • praktijkonderzoek: een telefonisch interview met een medewerker van het mijnmuseum en • experimenten: door de situatie met de mijn na te bouwen in een glazen bak. Meester Bas voegt steeds onderwijsdoelen en inhouden toe aan de onderzoeken van de leerlingen. Hij weet immers wat de belangrijke doelen en inhouden zijn van groep 8. De groep is gezamenlijke verantwoordelijk voor de nieuwsuitzending. Samen maken ze een opzet van informatie die zeker in de nieuwsuitzending moet komen. Nu wordt het voor de leerlingen ook belangrijk om te weten wat de andere onderzoeksgroepjes te weten zijn gekomen. Ook denken ze erover na, hoe ze de informatie in beeld gaan brengen. Als alleen iemand in de nieuwsuitzending alle informatie voorleest kan de kijker dit onmogelijk allemaal onthouden. Tijdens de gesprekken over de nieuwsuitzending is meester Bas erop gefocust of hij zijn geplande onderwijsdoelen en inhouden terug hoort: de landen en continenten,

topografie en kaartvaardigheden, het onderdeel gebergten, klimaten, bedrijvigheid, culturen, vegetaties, bodemstoffen en flora en fauna. Meester Bas noteert en registreert de opbrengsten. Voor de onderwerpen die nog onvoldoende gebruikt worden door de leerlingen ontwerpt meester Bas mini-lessen (Pompert, 2004) voor de hele groep. Van deze onderwerpen geeft hij aan dat ze beter verbonden moeten worden aan de nieuwsuitzending. Hij wil ze daarin terug zien. Uiteindelijk zet de groep een prachtige nieuwsuitzending in elkaar. Waar meester Bas met veel plezier naar terug kijkt. Hij heeft veel specifieke kennis en vaardigheden terug gezien. Hier maakt hij notities van. Ook enkele doelen vindt hij minder goed uit de verf gekomen, hier maakt hij notities van voor vervolg. Naast al deze specifieke kennis en vaardigheden die dit thema de leerlingen heeft opgeleverd valt het meester Bas ook op dat de leerlingen zo goed met elkaar hebben samengewerkt en dat iedereen durfde te presenteren in de nieuwsuitzending. Mooi om te horen en te zien hoe als deze leerlingen hardop zijn gaan redeneren met feitelijke argumenten over een actuele kwestie. En dat zijn toch wel waardevolle opbrengsten van Ontwikkelingsgericht Onderwijs in de bovenbouw van het basisonderwijs. ‘Kerndoelen plus’ dus! Lorien de Koning is als onderwijsontwikkelaar en nascholer werkzaam bij De Activiteit, het landelijk centrum voor Ontwikkelingsgericht Onderwijs. Daarnaast is zij leerkracht van groep 5-6 van basisschool De Groote Wielen in Rosmalen. Bronnen: - Koning, L. de & Poland, M. (2009). Het Activiteitenboek. Horeb 2. Handelingsgericht observeren, registreren en evalueren in de bovenbouw. Alkmaar: De Activiteit. - Oers, B. van (2009). Ontwikkelingsgericht werken in de bovenbouw van de basisschool. Een theoretische verkenning met het oog op de praktijk. Academie voor Ontwikkelingsgericht Onderwijs. - Pompert, B. (2004). Thema’s en Taal. Assen: Van Gorcum.

www.pulseprimaironderwijs.nl/ontwikkelingsgerichtonderwijs Pulse 31

Pulse_PO_nr6_2010.indd 31

30-11-10 16:41


Een succesvolle open dag OBS Elshof is een kleine buurtschool, vernoemd naar het buurtschap waarin de school opereert. De school heeft drie groepen, een onderbouwgroep, een middenbouwgroep en een bovenbouwgroep. Hoewel de school van oudsher een sterke buurtfunctie heeft, maakt de huidige generatie jonge ouders zich zorgen of er in de kleine groepen voor hun kinderen wel vriendjes van dezelfde leeftijd zullen zijn. Omdat er maar zo’n veertien gezinnen met jonge kinderen in het buurtschap zijn, is het voor de school van groot belang dat zij hun weg naar de school weten te vinden. Reden voor directeur Sieny Littink om alle middelen te benutten om deze ouders kennis te laten maken met OBS Elshof. Ze besluit een open dag te houden. Stop deze bon in de verhalenton E-mail adres

Telefoon nummer

Adres & woonplaats

Naam (kind)

Leeftijd (kind)

Naam (ouder)

bereikbaar is (parkeermogelijkheden voor auto en fiets). Promotie/werving: hanteer het 7x7-principe: de doelgroep dient 7x geconfronteerd te worden met het evenement (in tijd en plaats) en liefst ook nog op 7 verschillende manieren (middelenmix met bijvoorbeeld: brief, folder, poster, advertentie, krantenartikel, website, aanbeveling door anderen). Ouders als ambassadeur: de eigen ouders

Tijdens het programma kunnen de kinderen die dat willen, knutselen in het kleuterlokaal onder leiding van juf Leny.

Hoe organiseer je een succesvol schoolevenement? Doel bepalen: bepaal hoeveel mensen je binnen wilt krijgen, bijvoorbeeld tien (ouders van) 3-jarigen die nog geen relatie met de school hebben. Programma vaststellen: maak een com-

pact, aantrekkelijk programma dat circa anderhalf tot twee uur duurt en waarin programma-onderdelen voor kinderen en ouders zijn opgenomen. Tijd en Locatie: zorg voor een passend tijdstip op een geschikte datum. En zorg vervolgens dat de school er goed en uitnodigend uitziet. Zorg ook dat de school goed te vinden is (plattegrond op uitnodiging en wegwijzers in de buurt) en goed

Maak kans op een voorleesverhaal met uw kind in de hoofdrol!

Een open dag is een goede manier om direct met de doelgroep in gesprek te komen. Probleem is echter dat er vaak niemand op komt dagen. Dat is zonde van alle tijd en energie die erin is gestoken. Oorzaak kan zijn dat de open dag niet goed is aangekondigd of onduidelijkheid over het programma (het programma is soms niet meer dan dat de school de hele dag open is). Geen wonder dat het dan niet werkt. Als een gezin de school wil bekijken hoeven zij alleen maar een afspraak te maken en ze krijgen een uitgebreide rondleiding en alle aandacht van de directeur. Om de kans van slagen te vergroten besloten team en directie om, in samenwerking met Scholen met Succes, een aantrekkelijk programma met een uitgewerkt draaiboek te maken aan de hand van onderstaande tips:

250 jaar OBS Elshof 250 verhalen

24 NOVEMBER OPEN DAG Van 10.15 tot 12.00 uur Kom en hoor ons verhaal! OBS Elshof

Wechterholt 5, 8131 RB Wijhe | Telefoon 0570 - 521830 | E-mail: obselshof@de-mare-scholen.nl

32 Pulse

Pulse_PO_nr6_2010.indd 32

30-11-10 16:41


onderwijsmarketing

Benodigde promotiematerialen OBS Elshof: 1. Posters (door de leerlingen zelf laten maken) op A3 formaat met vaste tekst op opvallende plek. Ook adres en contactgegevens noemen! 2. Persbericht, eventueel in de vorm van een verhaal. 3. Nieuwsbrief (extra) over de open dag met uitnodiging (zoals in brief aan eigen ouders) om mensen uit de straat/buurt mee te nemen om de school in bedrijf te zien. 4. Advertentie (indien budget) formaten doorgeven aan Scholen met Succes, zij verzorgen een advertentie in lijn met de uitnodiging. 5. Websitepagina: aankondiging op de website (homepage) van de open dag met een link naar de PDF van de uitnodiging. 6. Brief aan eigen ouders met uitleg over open dag, uitnodiging om ook te komen en een gezin(slid) met jonge kinderen uit hun straat/buurt mee te nemen. Uitnodiging bijvoegen, zodat ze die kunnen uitdelen. Vraag of ze (per mail of mondeling) willen laten weten of ze komen, zodat jullie een inschatting kunnen maken hoeveel mensen er komen. 7. Flyer/brief/uitnodiging voor kinderdagverblijf/peuterspeelzaal. 8. Bericht voor buurtlink (en andere regionale nieuwssites en forums).

van de school spelen een cruciale rol bij het slagen van de open dag. Wanneer de school tien tot vijftien ouders weet te motiveren om elk een gezin met een 3-jarige (doelgroep) mee te nemen, dan is het doel al bereikt. De overige media uit de middelenmix zijn nuttig en nodig ter ondersteuning. Als het programma aantrekkelijk is, het doel duidelijk en een groep betrokken ouders (OR, MR, commissies) door directie en team gericht worden benaderd en aangesproken, is de kans op succes groot. Registratie: zorg ervoor dat op de dag van het evenement alle bezoekers worden geregistreerd zodat zij nadien nog eens benaderd kunnen worden. Inschrijven is mogelijk wat al te voortvarend, maar naam en adres laten invullen moet kunnen. Dat kan ook op aardige manier, bijvoorbeeld via gastenboek of via kleurplaatwedstrijd of andere activiteit waarbij kinderen een prijsje kunnen winnen. Maak veel foto’s (ook registratie), liefst van elk kind en plaats die op de website. Follow up: het is goed om circa twee weken (niet later) na het evenement nog iets te laten horen. Dat kan een bedank-

kaartje zijn, of een foto van het evenement (liefst met het betreffende kind erop) of een verwijzing naar de website. Indien het evenement tot inschrijvingen heeft geleid vergeet dan niet om juist deze mensen goed te blijven informeren over de school (nieuwsbrief, schoolkrant, uitnodigingen en wellicht een informatieboekje met voorbereidingen voor de eerste schooldag en wat ouder en kind allemaal kunnen verwachten). Deze mensen zijn bij uitstek uw ambassadeur en hebben, meer dan anderen, behoefte aan goede informatie en goede indrukken waarmee men de eigen keuze kan bekrachtigen (naar zichzelf en naar de omgeving).

Invulling van de open dag op OBS Elshof Omdat verhalen een grote rol spelen in het buurtschap en op school, wordt als centrale thema gekozen: 250 jaar OBS Elshof, 250 verhalen. In de invulling van de open dag komen diverse verhalen over de school aan bod, het verhaal van de directie, een leerkracht, van ouders en ook van leerlingen. Ouders werden uitgenodigd om deze verhalen van de school te komen beluisteren. In het programma was aandacht voor de informatiebehoefte van de ouders, maar ook aan de kinderen werd gedacht. Zij konden knutselen onder leiding van de kleuterjuf en werden voorgelezen door de voorleeskampioen van de school. Voor de ouders waren er verhalen van de directeur en een leerkracht, maar ook ouders van de Elshof vertelden over hun ervaringen. De rondleiding door de school werd verzorgd door leerlingen van de leerlingenraad. Aan de hand van het draaiboek werd met het team en leerlingen toegewerkt naar de open dag, met een klein budget maar heel veel inzet. En met succes! Directeur Littink: “We zijn erg tevreden. De helft van alle ouders in het buurtschap is gekomen en het programma liep gesmeerd. Ouders hebben kennis kunnen maken met elkaar en de school. Ze hebben gezien dat er meer kleine kinderen zijn en dus potentiële vriendjes en vriendinnetjes. Ik hoop dit groepje straks in te kunnen schrijven, daar ga ik in ieder geval alles aan doen!” Voor meer informatie, Scholen met Succes, www.scholenmetsucces.nl of 023-5341158

Nodig in de school op de open dag: • • • • • • •

Tentoonstelling: verhalen van OBS Elshof Kleurplaat en ballonnen (attentie voor kinderen bij vertrek) Hoekje voor voorlezen aan kinderen Verschillende opstellingen/plekken voor de vertellers van die dag Informatiemapje voor ouders Koffie/thee/limonadekannen en schalen voor koekjes/rozijntje Een opgeruimde school!

www.pulseprimaironderwijs.nl/onderwijsmarketing Pulse 33

Pulse_PO_nr6_2010.indd 33

30-11-10 16:41


school in beweging

Esther Nabben, De Kameleon, over opbrengstgericht werken

Met heldere doelen

Beter scoren

Eind 2009 bezocht de onderwijsinspectie basisschool De Kameleon in Weert (L). De inspectie kwam tot de conclusie dat de kwaliteit van de school belangrijke tekortkomingen vertoonde en deelde het predicaat zwak uit. “Daar waren we goed ziek van”, zegt Esther Nabben, directeur van basisschool De Kameleon. Hoewel ze toen pas kort op de school werkzaam was, voelde ze de verslagenheid in het team.

“Er werd elke dag hartstikke hard gewerkt, de betrokkenheid was top, toch vielen de eindresultaten tegen. Hoe kon dit gebeuren?” Nabben nam samen met enkele externe onderwijsadviseurs en het schoolteam  de uitdaging aan om in no time van een zwakke school weer een sterke school  te maken. Het resultaat mag er zijn. Na het bezoek van de inspectie zijn in korte tijd diverse acties in gang gezet. De schoolplanning en de invulling van de studiedagen zijn aangepast en, wellicht belangrijker, de leertijden voor taal en rekenen zijn fors uitgebreid. Ook is de rekeninstructie afgestemd op de verschillende leerstijlen en behoeften van de leerlingen. “Dat was zeker nodig”,  zegt Nabben, “Met name op het gebied van rekenen, wiskunde en begrijpend lezen vond er onvoldoende afstemming en evaluatie plaats. Ook de leertijd die we daaraan besteedden was onvoldoende. De opbrengsten per leerjaar werden niet goed in kaart gebracht. Er werd te weinig of geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende niveaus van de kinderen.” Nabben benadrukt dat de wil om hard te werken en het goed te doen zeker aanwezig waren, maar dat enorm veel energie verloren ging omdat er geen ‘structureel

en professioneel onderwijsmodel’ aan ten grondslag lag. Uit de analyse die volgde bleek ook dat de leerlingen over de grote linie taalzwak waren. Nabben: “Nu geven we tien uur taalles en vijf uur rekenen. Ook hebben we de leerkrachten ervan bewust gemaakt dat je taal altijd gebruikt. Ook in de lessen aardrijkskunde en geschiedenis. Dat heeft ook enorm geholpen.” Het was aan Nabben om het tij te keren.  Samen met enkele externe onderwijsadviseurs stelde ze in korte tijd een plan van aanpak op. Het plan bestaat uit een SMART omschreven meerjaren schoolverbeterplan, een inspectieproof-kwaliteitsinstrument en een praktische jaarplanner. “Het vakmanschap van de leerkrachten met al zijn didactische en pedagogische vaardigheden hebben we daarin prioriteit gegeven. Het is immers bewezen dat het vakmanschap van de leerkracht twee keer meer invloed op het leren van de kinderen heeft dan de kwaliteit van de school.” In het plan van aanpak kwam verder de nadruk te liggen op een haalbaar en gedegen onderwijsprogramma en op een goede analyse- en evaluatie-instrumenten om de opbrengsten te meten en te volgen. Marzano In het grootscheepse verandertraject

werd een speciale plaats ingeruimd voor het gedachtegoed van de Amerikaanse onderwijswetenschapper Robert Marzano. Al heel lang probeert Marzano een vinger aan de pols te krijgen als het gaat om onderwijsverbetering. Hij onderzocht de onderwijsveranderingen van de afgelopen 35 jaar die daadwerkelijk invloed hebben gehad op de leerprestaties van leerlingen. Marzano vond elf factoren die van invloed zijn op de leerprestaties van leerlingen. Een van de elf is bijvoorbeeld de didactische aanpak van de leraar. Als die beter wordt, stijgen de leerprestaties aantoonbaar. Door kinderen bijvoorbeeld op de juiste wijze zelfstandig te laten werken (individueel, in koppels of in tafelgroepen) krijgt de leerkracht de mogelijkheid om extra instructie of begeleiding te geven aan kinderen die dat nodig hebben. Heldere doelen stelen en de juiste feedback geven is volgens Marzano een absolute voorwaarde om goed te scoren. In ‘Wat-als’gesprekken en ‘oorzaak-gevolg’- redeneringen wordt de denkkracht van kinderen gestimuleerd en volgens hem is het ook van groot belang dat de leerkracht de leerlingen het besef bijbrengt dat inspanning loont. “Enkele jaren geleden ben ik met zijn onderwijsfilosofie in aanraking gekomen.

34 Pulse

Pulse_PO_nr6_2010.indd 34

30-11-10 16:41


Door Marzano kwam de focus te liggen op de prestaties en ontwikkeling van de leerlingen. “Hoe ziet een haalbaar en gedegen programma eruit? Welke doelen wil je bereiken?�

Pulse 35

Pulse_PO_nr6_2010.indd 35

30-11-10 16:41


Ju

i-stein E f • • • • • •

GEMIDDELD RAPPORTCIJFER

UÊ TE

7,9

NQ

EE

T EVALUA TI

EE

BEOORD

D

ME

Lespakket over kippen

L

Me t

Wizzkip, van kippenweetjes tot kipfiletjes dvd spel (levend ‘Kippenbord’) leerlingenboekje docentenhandleiding poster bewaarkoffer

BEZOEK & BESTEL

Bezoek onze stand 10.E007 op de NOT en bestel het gratis lespakket voor groep 7 en 8 van het basisonderwijs. De eerste 50 bezoekers die het lespakket bestellen, krijgen een leuke attentie! Bestellen kan ook via www.kipkiplekker.nl/lespakket

780005 adv Pulse 210x297.indd 1 Pulse_PO_nr6_2010.indd 36

30-11-2010 12:34:39 30-11-10 16:41


SCHooL in BeWeging

werden toch weer beoordeeld. maar al snel zagen ze ook wel in dat het onderwijsproces er sterk bij gebaat is en dat ze zelf ook nog heel veel konden leren. Zonder heldere doelen en het geven van goede feedback is je opbrengst heel diffuus, dan heb je daar veel minder grip op. maar ook bewezen effectieve werkvormen bijvoorbeeld passeerden de revue. ik heb in de individuele gesprekken heel veel aandacht besteed aan dat bewustwordingsproces.”

Marzano onderscheidt elf factoren om tot een succesvolle onderwijsaanpak te komen.

ik was daar meteen erg enthousiast over, maar was niet in de gelegenheid die in te voeren. nu deed die gelegenheid zich wel voor”, vertelt nabben. “eigenlijk wilde ik eerst het onderwerp meervoudige intelligentie introduceren bij ons op school. maar de prioriteiten lagen ineens heel anders. Door marzano kwam de focus te liggen op de prestaties en ontwikkeling van de leerlingen. Hoe ziet een haalbaar en gedegen programma eruit? Welke doelen wil je bereiken? vorig jaar hebben we ons gericht op taal en spelling, dit jaar staat rekenen centraal, we hebben een nieuwe methode ingevoerd. Die methode stelt ons in staat om het rekenonderwijs meer gedifferentieerd aan te bieden. We hebben verschillende instructieniveaus gemaakt. er zijn kinderen die meteen kunnen beginnen, een tweede, zeg maar de reguliere groep heeft wat meer instructie nodig en een derde groep krijgt extra begeleiding. Daarbij maakt de leraar het verschil. Je kunt nog zo’n goede methode hebben, maar als de leraar daar verkeerd mee omgaat, laat

het resultaat te wensen over.” vooral het expliciet en vooraf stellen van de leerdoelen, hebben veel aandacht gekregen in de les. nabben: “Die doelen werden voorheen natuurlijk ook wel geformuleerd, maar waren alleen voor de leerkracht bekend. De leerlingen werden er niet of nauwelijks van op de hoogte gesteld. nu krijgen alle leerlingen van tevoren te horen wat ze die les gaan leren. Dat schept helderheid en structuur.” Lesbezoeken in speciale studiedagen en bijeenkomsten heeft nabben daar met het hele team uitgebreid bij stilgestaan. Daarna kregen leerkrachten enkele weken de tijd om het geleerde in praktijk te brengen. in de lesbezoeken die daarop volgden werd de nieuwe aanpak kritisch geëvalueerd en werden verbeterpunten geformuleerd. Zo werkte iedere leerkracht heel doelgericht aan zijn persoonlijke ontwikkeling. nabben: “aanvankelijk vonden ze zo’n bezoek best wel spannend. Die druk voelden ze wel. Ze

ook de leerlingen hebben gemerkt dat het onderwijs op school veranderd is. met de nieuwe didactische aanpak worden ze zich veel meer bewust van hun eigen ontwikkeling. Door ze een eigen verantwoordelijkheid te geven kunnen ze veel meer dan voorheen invloed uitoefenen op hun eigen leerproces. De rol van de ouders is daarbij heel belangrijk, vindt nabben: “We hebben ouders erop gewezen dat ze niet meer aan hun kinderen moeten vragen wat ze op school gedaan hebben die dag, maar wat ze geleerd hebben. ook hun betrokkenheid moet veel meer gefocust zijn op de opbrengsten. Wat moeten hun kinderen kunnen en kennen.” Die focus op opbrengstgericht leren is ook bij de leerkrachten aangeslagen. vooral in de bouwvergaderingen worden gegevens uitgewisseld over instructiemethoden en handelingsplannen. “Je kunt zoveel van elkaar leren. iedere leerkracht heeft z’n eigen specifieke talenten. Daar kunnen de anderen weer van profiteren. Hoe breid je de woordenschat van leerlingen uit? Hoe ga je om met een gecombineerde klas? Hoe ga je om met coöperatief leren? Bewezen succesvolle aanpak is niet voor iedereen meteen toe te passen. Daar heb je soms hulp bij nodig. als je daarvoor openstaat, kun je in korte tijd grote sprongen maken. nog dit jaar wil ik een groot aantal ideeën van marzano (zie kader) verder invoeren, ze werken uitstekend, iedereen is enthousiast, de resultaten zijn er. Het is nu een kwestie van doorpakken.”

www.pulseprimaironderwijs.nl/mijnschool Pulse 37

12:34:39

Pulse_PO_nr6_2010.indd 37

30-11-10 16:41


De ruimte

alS 4 PeDagoog e

een mooi schoolgebouw ontwerpen, dat kunnen veel architecten. maar zelden spreken de architecten met scholen over de pedagogische elementen. Dat kan beter, vinden adamasgroep & Uticon, een groep van huisvestingsadviseurs en projectmanagers. Roelie Buter-Procopiou is senior huisvestingsadviseur bij het bedrijf. Zij vertelt hoe zij pedagogisch inzicht en kennis verweven in ontwerpen van schoolgebouwen. Waarom combineert u pedagogiek met bouw? Het ontwerp van een gebouw is bepalend voor de functionaliteit. Zo werkt het ook met onderwijsgebouwen: een goed schoolgebouw moet dienen als katalysator, moet zorgen voor een omgeving die in overeenstemming is met de ontwikkelingsfases van een kind. iedere fase brengt een kind nieuwe uitdagingen. Het aangaan van deze uitdagingen is een leerproces en dat leidt tot het groeien van bepaalde eigenschappen als vertrouwen of wantrouwen, autonomie of twijfel. Het is een spontaan verloop dat gestimuleerd en ondersteund kan worden door de omgeving. Hoe vertaalt zich dat in de ontwerpen? Het ontwerp van het onderwijsgebouw moet de ontwikkelingsfasen volgen. Jonge kinderen hebben behoefte aan stimulering van hun creativiteit. Dus moet er in de ruimte iets te ontdekken zijn. Remedial teaching voor oudere groepen gebeurt nu vaak in een apart lokaal. Je zou je kunnen afvragen hoe verstandig dat is, om een kind hiervoor weg te halen uit zijn vertrouwde ruimte. in onze visie fungeert de latente omgeving als zogeheten vierde pedagoog: het aanwezige comfort, de veiligheid, welbehagen welbevinden etc. is

medeverantwoordelijk voor de opvoeding en didactische waarde en heeft invloed, net zoals de eerste pedagoog (andere kinderen), de tweede pedagoog (de volwassenen) en de derde pedagoog (de ruimte).

we doelstellingen en een missie. Dit resultaat wordt verder ontwikkeld tot activiteiten en ruimtelijke bouwstenen. Dit wordt vastgelegd, vertaald in een ontwerpstudio en leidt uiteindelijk tot het gebouw.

Maar hoe vertaal je pedagogische concepten naar bouwkundige concepten? Het gaat juist niet alleen om dat bouwkundige concept. De omgeving heeft invloed op hoe mensen zich voelen. Het gebouw moet meer zijn dan een verzameling van ruimten. Het moet functioneren als sfeervol leerklimaat waar de kinderen zich veilig kunnen ontwikkelen. vanuit die gedachte gaan we samenwerken met de deskundigen: de kinderen, de pedagogen, de psychologen, maar ook de vormgevers, de beheerders en de technici. al deze onderwijskundige en technische disciplines staan het hele proces onder begeleiding van de omgevingspsycholoog.

Welke rol speelt de omgevingspsychologie hierin? omgevingspsychologie houdt zich onder meer bezig met de wederzijdse invloed van de gebouwde en natuurlijke omgeving en het gedrag van de mens daarin. Het bekijkt en onderzoekt de gebouwde en natuurlijke omgeving en het gedrag van de mens daarin. De term healing environments (omgevingen die helend of rustgevend werken, red.) komt ervandaan. Die term is inmiddels ingeburgerd in nederland. We willen learning environments ook zo vanzelfsprekend maken.

Wat doet zo’n team? Het proces dat zij doorlopen heet designing down en gaat van de concretisering van ideeën tot het uiteindelijke gebouw. We beginnen met de eerste, grootste stap, proberen de context en ontwikkelingen van de omgeving vast te leggen. Daarna kijken we naar visies en ambities en formuleren

Dat sluit aan op één van jullie motto’s, de Latijnse spreuk anima sana in corpore sano, een gezonde geest in een gezond lichaam De balans tussen die twee is belangrijk. er wordt nu nog veel aandacht gegeven aan lichamelijke gezondheid in scholen, zoals in het concept Frisse School (bevordering minder energieverbruik en frisse lucht, red.). maar de omgeving moet ook inspireren.

38 Pulse

Pulse_PO_nr6_2010.indd 38

30-11-10 16:41


FaCiLitaiR

Wanneer is een school goed gebouwd? Dat is een lastige vraag! allereerst moet je de school beschouwen als een verzameling van sferen, gebaseerd op het kind en de ontwikkelingsfasen in plaats van op pure bouweisen. De klimatologische eisen van een gebouw zijn bijvoorbeeld gebaseerd op de gemiddelde lengte voor een volwassene. maar jonge kinderen zijn kleiner, sommige kruipen nog over de grond. Wat is dan wel een ideale situatie? Dat verschilt per school. maar in een algemene ideale situatie is de school een veilige plaats, waar elke groepsruimte is afgestemd op het ontwikkelingsniveau, elk lokaal er anders uitziet en een eigen sfeer heeft. Kinderen hebben dat nodig, ze leggen andere links dan volwassenen. als het schoolgebouw een onveilig gevoel oproept bij de kinderen, bijvoorbeeld door gebrek aan licht of omdat het gebouw kraakt, lekt of ruikt, zullen de kinderen daar niet lang willen verblijven en gaan ze niet op ontdekkingstocht. terwijl kinderen van nature juist willen ontdekken, binnen en buiten. De buitenruimte wordt nu meestal helemaal niet meegenomen in het ontwerp van een school. op dit gebied is veel onderzoek naar gedaan door experts, maar er wordt praktisch niets met deze kennis gedaan. een gemiste kans. Hoe creëer je die omgeving? Door het uitgangspunt en de focus te verleggen naar het kind. ons onderwijssysteem is klassiek en gebaseerd op controle. Het dateert uit de tijd van napoleon. Dat zou anders moeten. Laten we beginnen met de pedagogische benadering en een krachtig kindbeeld: kinderen zijn competent, nieuwsgierig en leergierig. Het aanknopingspunt voor leerprocessen zou moeten worden:

datgene wat de kinderen bezighoudt en interesseert vanuit hun omgeving. Jullie bouwen die omgeving volgens pedagogische principes, maar ook volgens de vijf P’s? Klopt. Succesvol duurzaam bouwen start met drie P’s van people, planet en profit: zorg voor mensen binnen en buiten de school, zorg voor de gevolgen voor het leer- en leefmilieu, zorg voor financiële haalbaarheid. Daar voegen wij twee P’s aan toe. De eerste is van perceptie: zorg voor de beleving van gebruikers. De tweede is van proces: zorg voor verifieerbare, continue kwaliteit. Zijn die vijf in overeenstemming dan komt perceptie dicht bij perfectie, dan werkt de omgeving als die vierde pedagoog. Loopt het nu eigenlijk al fout bij het huidige aanbestedingsproces? Het huidige aanbestedingsproces is teveel versnipperd en kan nooit komen tot samenhang . Wanneer zit een pedagoog bij een bouwteam? Wanneer zit een omgevingspsycholoog bij het ontwikkelen van een onderwijskundige visie? Het proces is reactief en zou interactief moeten zijn een reactief proces verhelpt een symptoom. een interactief proces verhelpt het probleem: er wordt draagvlak gecreëerd en onderwijshuisvesting is deel van een breder beleid. verschillen in behoeften van scholen kunnen op maat, duurzaam en integraal worden opgelost. Die oplossing vormt een uitdagende en inspirerende leeromgeving gebaseerd op ambities en niet sober en doelmatig gestuurd door geld. Het is maatwerk en dat verbetert de leerprestaties en faciliteiten van een school, ook in tijden van beperkte finan-

ciering. Waar eerder het budget bestemd was voor noodzakelijke investeringen en uit het gemeentefonds kwam, komt het bij dit proces uit gewenste investeringen vanuit duurzame, maatschappelijke investeerders. Kan dat wel anders? met het aanbesteden van maatschappelijk vastgoed ben je verbonden aan strenge regels. De aanbestedende instantie is vaak de gemeente en niet de school. Beide hebben andere belangen. als de opdrachten integraal benaderd worden, worden ze groot, wat men snel als synoniem van veel risico’s ziet. om dit te voorkomen probeert men de opdrachten juist klein te houden, waardoor ze versnipperd worden. Kinderen, ouders en docenten zijn de dupe. onze visie is een gezamenlijke visie. een team van deskundigen is verantwoordelijk om deze visie te ontwikkelen en realiseren. Dus geen verzameling partijen die tegenover elkaar worden gezet, maar juist met elkaar bouwen en beslissen, in een afhankelijke positie. Hoe ziet het schoolgebouw van de toekomst eruit? in onderwijsland wordt het kind gelukkig steeds meer ontdekt. er zijn ook diverse bewegingen die proberen het kind een centrale plek te geven in hun processen. en hoe ziet het schoolgebouw van de toekomst eruit? Het zal in ieder geval niet eruit zien als een kenniscentrum want kennis is inmiddels overal te vinden via internet en tv. ik zie het schoolgebouw van de toekomst meer als een ontmoetingspunt. Daar gebeurt meer dan alleen de kennis overdragen. Pedagogiek en opvoeding houdt meer in. Meer info: www.adamasgroep.nl, 026-4461222 of www.uticon.nl, 040-2974600

Pulse 39

Pulse_PO_nr6_2010.indd 39

30-11-10 16:41


Pulse_PO_nr6_2010.indd 40

30-11-10 16:41


onDeRWiJSontWiKKeLing

‘De belangriJkSTe FaCTor in HeT onDerwiJS iS

de leraar’

op de kennis- en ontmoetingsdag van de stichting Protestants Christelijke onderwijs Utrecht kijkt Rikus Renting, directeur opleidingen en Kennisontwikkeling, met een glimlach rond. Hij ziet honderden enthousiaste leraren en schooldirectieleden die op hun vakkennis worden aangesproken en die leren hoe zij opbrengstgerichter kunnen werken. Die aanblik doet hem goed. “Hard werken alleen is niet genoeg, je moet weten waarom en waaráán je zo hard werkt.”

Pulse 41

Pulse_PO_nr6_2010.indd 41

30-11-10 16:41


Deze dag staat in het teken van het opbrengstbericht werken. Wat houdt dat precies in? Laat ik voorop stellen dat opbrengstgericht werken niet in de plaats komt van een pedagogische, veilige omgeving. Die omgeving is en blijft een absolute voorwaarde. Daaraan schort het in verreweg de meeste klassen ook niet. Het gaat om de manier om een kind in een veilige omgeving zichzelf te laten ontwikkelen, maar daarbij ook doelen te stellen en te meten of je als docent en school bereikt wat je hebt gepland. Hard werken is niet genoeg, je moet weten waaraan je zo hard werkt. Dat is een bewustwording. Hoe helpt een kennisdag daarbij? Met de directie hebben we in overleg de afgelopen twee jaar de nieuwe koers uitgestippeld. In april van dit jaar is in een studietweedaagse voor de schoolleiding gewerkt aan kennis en vaardigheden om dit nieuwe beleid handen en voeten te geven. Maar, het is de leraar die de uitgestippelde koers moet gaan varen, hij is de belangrijkste factor in het onderwijs. Hij moet leren kijken naar de effecten, de opbrengsten van zijn onderwijs, zijn taal- en rekenlessen en de resultaten van de kinderen in de klas. Je moet hen uitdagen en verleiden tot die professionele, operationele houding waarin ze kritisch kijken naar eigen werk. Leerkrachten zijn vakmensen, gedreven professionals die voor dit vak gekozen hebben. Alleen werken ze vaak niet doelmatig, onderwijs moet vooral ‘leuk’ zijn. Maar dat is niet de essentie van het onderwijs. Opbrengstgericht werken is vooral: professionalisering. Maar leraren werken toch heel erg hard om resultaat te behalen? Ik denk niet dat leraren niet hard genoeg werken. Een deel van de leraren werkt aan de verkeerde dingen. Hoe kan dat? Met hun pedagogische competenties zit

het wel snor, maar met betrekking tot de didactische vaardigheid om lesdoelen te stellen en te realiseren, daar hebben we een manco. Het gekke is dat het jonge kind heel gretig is om te leren lezen, maar dat een aantal van hen aan het einde van groep vier de pest heeft aan lezen.

Als ik als directeur bij jou zie dat jij maar niet verder komt met die leerlingen en ze onder de maat blijven presteren en als alle scholing- en coachingstrajecten uiteindelijk geen verbeteringen opleveren, dan kan er een moment komen dat je aan de docent moet vragen: zit je wel op de juiste plek?

Hoe gaat dat opbrengstgericht werken dat mankement verhelpen? Het leert docenten hoe ze planmatiger kunnen werken, doelen kunnen stellen en alternatieve leerstrategieën kunnen toepassen. Daarnaast houden we zicht op de vorderingen van de groepen. We hebben stichtingsbreed een leerlingvolgsysteem ingevoerd. Alle scholen en alle leerkrachten hebben nu een verplicht toetsmoment met geijkte toetsen. De resultaten daarvan worden webbased ingevoerd in Parnassus. Dat programma berekent de groepsresultaten, die wij naast een normatief kader leggen. Elke groep wordt zo stelselmatig vergeleken met een standaard. En als je daar als docent van afwijkt, dan zeggen we niet: je bent een slechte docent, maar we gaan wel met je in gesprek om te kijken waar het aan kan liggen.

Dat is heel zakelijk: halen je kinderen stelselmatig lage cijfers, dan mag je vertrekken. Dat is ook zo. In Parnassus kunnen we aan de statistieken zien wat de effecten zijn. Jaar na jaar. Het verschil is dat we die nu beter gaan analyseren. Dan zie je dat er in één klas onder de maat wordt gepresteerd. In plaats van die cijfers voor lief te nemen gaan we op zoek naar de oorzaak. Veel docenten zijn bijvoorbeeld niet op de hoogte van de doorgaande leerlijn en het curriculum. Het kan betekenen dat wij zeggen: ‘Je hebt te weinig didactische vaardigheden’. Dan gaan we daar scholing op zetten. En natuurlijk moeten we hierin niet doorslaan. Het risico dat we niet willen lopen, is dat er te veel nadruk komt te liggen op de toetsscores. En dat ongewenste werkwijzen worden gevolgd ten einde de scores er fraai te laten uitzien.

Het ligt dus niet aan de leerlingen dat de maat afwijkt, maar aan de docent. Als een leerling niet presteert naar wat hij zou moeten kunnen, dan moet de leraar kijken naar wat hij heeft gedaan en hoe hij een leerling beter zou kunnen begeleiden. Meten is niet: kijken of de leerling knap of dom is. Het meten van leerresultaten is primair kijken naar hoe goed je onderwijs is, in samenhang met de ontwikkeling van het kind. Dat vraagt nogal wat van een docent, een kritische blik op zichzelf en zijn manier van lesgeven. En daar is een kennis- en ontmoetingsdag dus goed voor. Ik durf te wedden dat een goede leraar bereid is naar zichzelf te kijken. Maar er zit ook een tricky kant aan.

Stel, er zijn meerdere groepen die niet functioneren? Dan zijn de effecten een stuk pijnlijker. Ik ken een school waar zich dit voordeed. Een groot deel van de problemen kwam voort uit te weinig centrale coördinatie, iedereen werkte volgens zijn of haar eigen principes. Het gekke is, en dat wil ik nogmaals benadrukken, zij werkten hard, maar niet gecoördineerd en niet altijd aan de goede dingen. En als leraren geen tijd hebben voor (bij)scholing, zijn daar dan oplossingen voor? Elke leraar heeft in elk geval tien procent van zijn werktijd beschikbaar voor professionalisering. Ze moeten concrete doelen

Tekst: ??? 42 Pulse

Pulse_PO_nr6_2010.indd 42

30-11-10 16:41


onDeRWiJSontWiKKeLing

stellen. en misschien wat flexibeler worden. Zo staat vast dat er twaalf vakantieweken zijn. Dat betekent twaalf weken zonder onderwijs. Waarom zeggen we niet gewoon: geen twaalf, maar acht of negen weken vakantie voor leraren. Fulltimers moeten 1689 uur proppen in veertig weken. tien procent van die tijd mogen leraren besteden aan professionalisering. Heel veel leraren krijgen die tien procent nu ‘niet vol’, omdat ze helemaal gefocust zijn op hun primaire proces. Het gaat om 160 uur, waarom vullen we die niet in in de vakantieweken? Waarom zeggen we niet gewoon: leraren zijn verplicht tot ‘zomercolleges’ van bijvoorbeeld anderhalve week. De leraar naar de zomerschool? Ja, bijvoorbeeld. De meeste leraren zitten toch al een week van de vakantie op school. Het gaat om de concentratie. misschien moeten we wel tegen leraren zeggen: jij krijgt acht weken vakantie en mag er vier helemaal vrij invullen. De andere vier worden verplicht, op basis van organisatie. Dan krijg je ook geen gedoe in de lesweken. Denkt het onderwijs niet teveel in kaders? onderwijs is een apart fenomeen, het is in principe conservatief. Conserverend. onderwijs is gericht op het behoud van het systeem en de kennis die er is. een kind, selecteert, valideert en past de kennis toe die hem aangeboden wordt. Leraren moeten kijken naar de validiteit van hun kennis en de maatschappelijke handvatten die ze bieden. Hoe bereid en vaardig zijn ze om voortdurend onderzoek te doen naar de kwaliteit van het eigen werk en de manier waarop ze het aanbieden? Dat vraagt nogal wat van ze. Ja. Dat vraagt veel. Dat moet je niet onderschatten. maar je kunt niet zeggen: ze hebben het zo druk, we nemen met minder

genoegen. Dat doen we niet. maar, als je het over prestatiegericht leren hebt, moet je het plaatsen in de context van de situatie. We kijken per school: wat kunnen we nou elimineren aan obstakels die we kunnen vinden om wel tot de beste resultaten te komen? ik vind – en ik denk dat dit niet alleen geldt voor Utrecht, maar ook voor andere gebieden – als je een kind naar één van onze scholen stuurt, dan krijg je in de gegeven omstandigheden het beste onderwijs. Dus je moet de lat hoog leggen. onderwijswetenschapper michael Fulham zegt altijd: leg de lat hoog, dan verklein je de achterstand. Zit je onder de lat, dan zit je nog boven het niveau wat je had Ja, en ik zeg dan als pedagoog: je kunt hem ook zo hoog leggen dat je hem niet eens meer ziet. Dat moeten we niet doen. maar – en daar begonnen we mee – hoe krijg je leraren zo ver? De praktijk wijst uit dat leraren best gretig zijn om het verschil in onderwijs te maken. maar je moet ze wel uitdagen en om te beginnen waarderen. onlangs gaf ik ook een workshop. ik zei: neem de beste leraar die je hebt in

gedachten en schrijf op waarom je dat zo’n goede leraar vindt. vervolgens heb ik de indicatielijst van de inspectie ernaast gelegd en ze gevraagd om van die leraar de scores op alle indicatoren in te vullen. ik had 35 man in de zaal waarvan 25 zeiden: wat hier gevraagd wordt, dat weet ik niet van die leraar. Zo blijkt dat de opvatting van goed onderwijs gebaseerd is op hele intuïtieve, vage begrippen. Zoals? Sympathie. Dat betekent dat je aardig bent. maar het zegt niet veel over je bekwaamheid als docent, je vermogen om kinderen goed te leren lezen en rekenen. om een goede balans tussen pedagogiek en didactiek te verkrijgen, moeten we ook kijken naar de opbrengsten van het onderwijs. misschien moeten we juist kijken naar de opbrengsten om daarmee ook het maatschappelijk aanzien van de leraar weer te verbeteren. Het resultaat van deze aanpak is dat de leerling, als het allemaal klopt, een leuke en effectieve schooltijd heeft. en aan het eind van zijn schoolloopbaan zijn talenten maximaal heeft kunnen ontwikkelen. Dan heb je als docent je werk gedaan.

www.pulseprimaironderwijs.nl/onderwijsontwikkeling Pulse 43

Pulse_PO_nr6_2010.indd 43

30-11-10 16:41


Teachers Channel komt mede tot stand door:

Bijblijven in het onderwijs is belangrijker dan ooit. En was nog nooit zo makkelijk. Want op Teachers Channel heeft u alle informatie over het onderwijs binnen handbereik:  best practice video's  assessments  achtergrondartikelen  cursussen  overzicht van lesmateriaal  trainingen  bekwaamheidsdossier

T

M h t H C

N

Bijblijven in het onderwijs wa Teachers-Channel.indd 2-3 Pulse_PO_nr6_2010.indd 44

30-11-10 16:41


Toegang tot alle informatie via één website

Maak gratis kennis met Teachers Channel! van 25-29 januari op de NOT 2011

Met uw gratis persoonlijke profiel krijgt u een homepage waarop onderwerpen staan die u interesseren of die voor uw school belangrijk zijn. Helder, betrouwbaar en actueel, dat is Teachers Channel.

Kom naar de EDventure stand (hal 8, stand A040) en maak een maand lang gratis gebruik van Teachers Channel.

Neem alvast een kijkje op www.teacherschannel.nl

was nog nooit zo eenvoudig! Pulse_PO_nr6_2010.indd 45

24-11-2010 12:08:06 30-11-10 16:41


Stichting PCOU organiseert kennis- en ontmoetingsdag Opbrengstgericht werken voor eigen scholen

‘Onderwijs moet doelgerichter werken’ Bijna allemaal zijn ze er, de zevenhonderd docenten, ib’ers en directieleden van de 28 scholen van stichting Protestants Christelijk Onderwijs Utrecht (PCOU). Op maandag 25 oktober stond de kennis- en ontmoetingsdag op het programma. In 32 verschillende workshops en lezingen werd de groep bijgeschoold en getraind. Het doel: werken aan een gemeenschappelijk denk- en werkkader om de onderwijskwaliteit en opbrengsten te verbeteren.

Beter onderwijs met betere resultaten. Een doel waar menig schoolbestuur naar streeft, maar tevens een doel waar ook al heel lang aan wordt gewerkt, tot nu toe met onvoldoende resultaat. Ondanks de introductie van nieuwe methoden en ondanks de implementatie van nieuwe inzichten laten de Nederlandse prestatiecijfers geen schokkende verbeterresultaten zien. Maar deze keer zou dat wel eens anders kunnen lopen, denkt PCOU, dat sinds 2008 steeds nadrukkelijker het opbrengstgericht werken ingevoerd heeft. In die werkwijze staat het aanleren van rekenen en taal centraal, worden toetsen en resultaten frequent geanalyseerd en geëvalueerd en wordt van de docent en het bestuur een kritische houding verwacht. Bestuurslid An-

dre de Jong: “We weten dat die manier van onderwijs geven werkt. Het is te vroeg om grote cijfers te noemen, maar op scholen die er al mee werken zien we significante verbetering. Dat moet ook. De opdracht die wij van de overheid hebben meegekregen is dat we kinderen moeten leren lezen en rekenen, zodat zij de vaardigheden hebben om de wereld in te gaan. Het is bijna schandalig te noemen als onderwijs daarin niet verder schijnt te komen.” In de studiedag van vandaag staan verschillende workshops gepland met titels als: ‘Een goede ib’er maakt zichzelf overbodig’, ‘Effectieve instructie’ en uiteraard: ‘Opbrengstgericht werken’. Er worden harde vragen gesteld aan zowel directie

als docent over effectiviteit, ruggengraat, passie en vakkennis. Het doel is bewustwording. Volgens de werkwijze van het opbrengstgericht werken moet de aandacht van de docenten namelijk vooral terug naar de essentie: opbrengsten van het onderwijs, in de brede zin van het woord, maar ook nadrukkelijk met betrekking tot taal en rekenen. Docenten moeten de progressie van kinderen frequenter meten en in die resultaten vooral kritisch willen kijken naar hun eigen aandeel daarin. Dat begint met een analyse van toetsresultaten, meent Hans van Dael, partner en senior adviseur bij BMC. Hij ondersteunt scholen die meer willen halen uit hun leraren en is een van de twee keynote sprekers. Iedere bezoeker is verplicht

Tekst: ??? 46 Pulse

Pulse_PO_nr6_2010.indd 46

30-11-10 16:41


onderwijsontwikkeling

zijn workshop (‘de leraar in de hoofdrol’, met een inleiding op het meetsysteem) vandaag bij te wonen. “Ik hoop dus maar dat ze het goed kunnen volgen en er een beetje van kunnen genieten”, glimlacht Van Dael. De informatie komt wel over. Van Dael introduceert stapsgewijs een meetinstrument waarmee hij het pedagogisch-didactisch handelen van docenten op verschillende momenten en niveaus meet. Vooral de schoolleiding zit op het puntje van de stoel wanneer Van Dael een resultatenschema van taaltoetsen van een klas laat zien. Hij vraagt de docenten: “Is hier nu voortgang geboekt?” De docenten gaan in beraad. Meerdere leerlingen lezen op hoog niveau, sommige zijn gestegen in taalniveau, concluderen zij. Zelfs één van C

len waar hun doelen en knelpunten liggen.” Heb je dat goed geanalyseerd, dan ontwikkel je die bewustheid en komt en verbetering en inzicht vanzelf, denkt De Jong. Binnen het opbrengstgericht werken geldt: meten is weten. Niet alleen de resultaten van de leerlingen moeten goed worden doorgesproken en geanalyseerd worden, ook worden die resultaten gekoppeld aan de werkwijze van docenten en wordt de samenwerking in het team uit vergroot. Gaat het in groep drie goed en beginnen diezelfde leerlingen later in groep vier met een achterstand, dan gaat er in de vierde iets mis en moet de docent daarop worden aangesproken. Een vrij harde, zakelijke benadering. De Jong: “Natuurlijk is het niet zo dat een gesprek meteen heel heftig is. Ik ga ervan uit dat het belang van

naar A! Ja, dus. Van Dael knikt en zegt dan: “Het is inderdaad heel knap dat een leerling

elke docent bij de kinderen ligt, dus gaan we vanuit daar kijken waar die tegenvallende resultaten dan vandaan komen.”

in een jaar zo stijgt, maar dat is één leerling. Hebben jullie gezien hoeveel leerlingen er op hetzelfde niveau blijven en dat er ook iemand daalt? Ben je iets opgeschoten of heb je het niveau alleen gehandhaafd? Ga je akkoord met een lichte stijging en heb je erover nagedacht wat jij zou doen met een leerling die aan het begin van het jaar al niveau A heeft? Hoe zou je zijn vaardigheden nog kunnen stimuleren?” Ieder kind wil leren, weet De Jong. Maar hoe het leert is aan de school. “Het doel van opbrengstgericht onderwijs is dat scholen zich bewust worden van hun methoden en de effectiviteit ervan. Dat scholen letterlijk vaststel-

Enthousiaste taalpleiter “Leren jullie een kind niet lezen, dan is het later maatschappelijk gehandicapt.” Het is even over twaalf uur en Kees Vernooij, lector effectief taal- en leesonderwijs, stuitert van enthousiasme en energie bijna het podium af. De zaal zit vol, iedereen let op, luistert, maakt aantekeningen. Vernooij spreekt over het technisch lezen, waar 25 procent van de kinderen moeite mee heeft. Een percentage dat groter is dan noodzakelijk, zegt Vernooij: “Een aantal heeft problemen met lezen omdat het in ze zit. Dyslexie, laat leren praten, te

Wat is opbrengstgericht onderwijs? Volgens Rikus Renting, directeur Opleidingen en Kennisontwikkeling is het eigenlijk niet meer dan het doelmatig en effectief werken aan de taal- en rekenvaardigheden van leerlingen. “Het is het stellen en monitoren van doelen, het analyseren en toetsen van resultaten van leerlingen en docenten. Heel eenvoudig, maar dat wil zeker niet zeggen dat het vanzelfsprekend is. Docenten moeten bijleren, anders gaan werken, met elkaar overleggen. De nadruk ligt op didactiek en in mindere mate op pedagogiek.”

vroeg geboren kinderen. Maar dat is niet die 25 procent. Bij veel van hen gaat het om leesproblemen. En die kan jij, als hun leraar, oplossen.” Veel van de problemen met lezen worden veroorzaakt door wat Vernooij omschrijft als opbrengstbelemmerende factoren: geen doelstelling, geen onderhoud aan methode, geen extra tijd voor zwakke lezers en geen integrale aanpak van technisch lezen. Daar moet wat aan worden gedaan, betoogt Vernooij. Maar nog belangrijker is de insteek waarmee de docenten dat moeten doen, het opbrengstgericht leren. Met de klemtoon op de ‘e’ zegt Vernooij: “Ieder kind is nieuwsgierig en wil leren. Het is dus belangrijk dat jij als docent je ervan bewust bent of dat wel gebeurt! Dat jullie als docent niet denken: wat

Pulse 47

Pulse_PO_nr6_2010.indd 47

30-11-10 16:41


is er verkeerd aan die leerling of aan zijn achtergrond, maar dat je je gaat afvragen: waarom léért hij nou niet goed. Dat je bij het analyseren eerst denkt: wat ontbreekt er aan de methode of instructie waardoor hij niet léért.” De docenten schrijven ijverig mee en maken notities over het vroegtijdig signaleren van leerachterstand bij peuters en kleuters. Over de drie groepen lezers in een klas waarop ze zicht moeten hebben (onafhankelijke groep, instructiegevoelige groep, afhankelijke groep)en de kenmerken voor een effectieve leerkracht (onder meer kort terugblikken op de vorige les en een lesdoel stellen). Maar: erg nieuw is het niet. In de zaal fluistert een docente: “Hoe moet ik daar nu toch tijd voor vinden?” Een goede vraag: het opbrengstgericht werken vraagt van docenten niet alleen aandacht voor het eigen functioneren en de resultaten ervan, ze moeten ook bijgeschoold worden en leren hoe die resultaten gelezen, verwerkt en in hun klaslokaal geïntegreerd kunnen worden. Sommigen werken op scholen voor langzaam lerende kinderen, anderen hebben kinderen in de klas met een stoornis. Het kost kortom tijd, geld en aandacht om bij

hen het niveau te verbeteren. Is dat er wel? “Ja”, zegt De Jong. “Het is grappig dat je die school aanhaalt voor moeilijker lerende kinderen. Toevallig is één van die scholen bij ons aan het werk volgens het opbrengstgericht werken. Daar zag je aan de resultaten dat het zijn vruchten afwerpt. En, inderdaad zullen sommige docenten of scholen het moeilijk krijgen wanneer je ze vraagt aan een soort algemeen niveau te voldoen.”

Doel en didactiek Het is geen nieuw idee, het opbrengstgericht leren. Al tientallen jaren willen docenten hun leerlingen het beste meegeven voor later, voor als ze – zoals De Jong zegt – de grote wereld ingaan. Sommige docenten en directeuren zitten al jaren in het vak en kennen het klappen van de zweep. Voor die groep en voor de groep jonge leerkrachten die net van de pabo komt kan deze doelgerichte, meten is weten werkwijze wel eens lastig worden. De Jong: “Ik kom uit het bedrijfsleven. In die wereld zijn analyses en meetmomenten heel gewoon. Het is standaard. Daar moeten we met het onderwijs ook naartoe. Dat docenten bewuste vakmensen worden of blijven en dat we aan de leerling het maximale kunnen bieden. Ik heb in andere sectoren ervaren dat mensen altijd bereid zijn om hun eigen functioneren onder de loep te nemen. En je hoeft het ook niet allemaal in je eentje te doen, het kan ook met elkaar.” Dat samen leren is vandaag: samen workshops volgen. Voor bestuurders, schooldirecteuren en ib’ers zijn er bijeenkomsten over leidinggeven, zoals de workshop van Meta Kruger, lecor leiderschap in het onderwijs aan de Academie voor School-

management Penta Nova. Volgens Kruger zijn er in elke school veel data voorhanden, maar wordt er nauwelijks gebruik van gemaakt. Er zijn teveel managers en te weinig leiders. Kruger geeft de aanwezigen de opdracht eens te kijken naar de onderzoekscultuur in eigen organisatie via vijftien vragen als ‘Is het analyseren of bespreken van cijfers normale routine op uw school?’ Niemand van de aanwezigen scoort excellent, twee scoren er goed,

Feiten Wat: Kennis- en ontmoetingsdag van het Protestants Christelijk Onderwijs Utrecht (PCOU). Waarom? De stichting wil alle leden, van bestuur tot (vak)docent bewust maken van opbrengstgericht onderwijs. Dat doen ze door een kennisbrede dag te organiseren: workshops en lezingen voor docenten, ib’ers en vakleerkrachten. Zij moeten zelf kiezen welke workshops ze volgen. Wie waren er? Bijna al het onderwijspersoneel, ruim negenhonderd man waaronder vakleerkrachten, remedial teachers, docenten, directie. Ook aanwezig: een twintigtal sprekers en coaches, directeur Opleidingen en Kennisontwikkeling Rikus Renting en het bestuur van PCOU, bestaande uit Andre de Jong en Marja Blom. En: de leerlingen van het Amadeus Lyceum Vleuten, die soms door de docenten hun nieuwe lokaal zochten.

de meesten scoren redelijk. In kleine groepjes wordt vervolgens gesproken over de eigen scorelijst. “Heel leerzaam”, vindt Kees Mandersloot, directeur de Baanbreker. “De onderzoekende cultuur is op onze school hoog, maar de implementatie van de resultaten daarvan niet zo.” Een tweede directielid: “Ik dacht dat ik als schooldirecteur genoeg gegevens en faciliteiten bood, maar vraag me nu af of de docenten dat ook zo zien.”

48 Pulse

Pulse_PO_nr6_2010.indd 48

30-11-10 16:41


onderwijsontwikkeling

Docenten in de leer Ook docenten leren samen. De groep die Bart van Eerd aan het eind van de middag ontvangt gaat leren over hun eigen leerstijl en de manier waarop zij informatie opnemen, verwerken en aanbieden. Van Eerd: “Er bestaan vier leerstijlen: de denker, doener, toetser en kijker. Vandaag gaan we kijken welke van deze het best bij jullie past en hoe dat effect heeft op hoe jij lesgeeft.” De groep blijkt grotendeels te bestaan uit kijkers, één van de zachtste typeringen. Wanneer Van Eerd hen vraagt om bepaalde eigenschappen van hun les op een post-it te zetten, hangt het bord vol met kreten als: ruimte en tijd geven, rust bieden, relaties aangaan met de leerlingen. Maar ook: luisteren en reflecteren. Een deelneemster merkt op: “Dat is dus best wel lastig. Ik ben volgens Van Eerd een doener, ik leer door te oefenen en fouten te maken. Zo geef ik ook mijn les. Maar voor leerlingen met een andere leerstrategie, die liever eerst nadenken en dan pas handelen, is dat niet de ideale manier. Ik stel aan iedere leerling vaak een vraag – ook heel moeilijke vragen, en denk: maak maar een fout. Terwijl: zij leren door eerst te denken. Dan komt de lesstof misschien niet zo goed over.” Met die wetenschap begint het volgens De Jong. “Dat je jezelf als docent realiseert dat je naar de les en de manier van lesgeven moet kijken.” Dat doen we graag, zegt de laatste groep van Van Eerd, vlak voordat ze naar huis gaan na een lange dag. “We hebben echt veel over onszelf geleerd.” Is het doel van opbrengstgericht werken een beetje duidelijk? “Jazeker,” zegt docente Monika. “Maar het belangrijkst is volgens mij dat je jezelf realiseert dat je bij moet leren. De kinderen zijn toch het belangrijkste. Dat wordt nog lastig. Van Rutte krijgen we dit jaar natuurlijk ook minder geld. Dus moet je creatief zijn in je lessen, investeren in hun kennis zonder dat je daarbij veel middelen van buitenaf nodig hebt. Dat is wel een uitdaging. Ik denk dat elk kind op een eigen manier leert en dat je daar ook aandacht voor moet hebben. Een hele klus, eigenlijk wel.”

Renee, lerares groep drie en vier, basisschool De Krullevaar. Wat vind je van zo een dag? Ik vind het heel leuk om wat meer te leren over opbrengstgericht werken. Ik luister in de workshops heel veel, probeer aantekeningen te maken. Vooral Kees Vernooy vond ik interessant, zijn ideeën over leesonderwijs spraken me aan. Ik ben het niet altijd eens met wat sprekers of collega’s zeggen, maar dat is niet erg, het leert me ook hoe ik in dit vak sta. Het is sowieso goed om mijn kennisniveau op peil te houden. Welk kennisniveau zit je nu volgens jezelf? Ik schat mezelf op een zeven en een half, maar ik ben nog volop in ontwikkeling. Dat is het fijne van deze dag, ik geloof in het opbrengstgericht werken en denk dat we als docenten meer de begeleidende dan de sturende rol krijgen. Wat vind je daarvan? Het is vooruitgang. In ons vak moet je kijken naar het belang van de leerling, ik denk dat we dat we met deze manier van denken al op de goede weg zijn.

Tessa, lerares groep 5, basisschool De Baanbreker.

Was het leerzaam, de workshop van Bart van Eerd? Ik vond van wel, ik heb geleerd over mijn leerstijl en wat dat voor uitwerking heeft op mijn vak. Hoe bedoel je dat? Van Eerd zegt dat er vier leerstijlen zijn die met elkaar kunnen samenwerken en conflicteren. Ik ben een kijker, neem eerst waar voordat ik handel. Kinderen die in de categorie doener vallen kunnen daar best eens last van hebben, zij ontdekken door dingen zelf uit te vinden. Wat vind je van opbrengstgericht leren? Ik denk dat het goed is, je wilt als docent toch vooral het beste voor je leerlingen. Als dat betekent dat we daarvoor bij moeten leren, dan doe ik dat.

Monika, lerares groep 8, De Baanbreker

Wat vind je van vandaag? Het is voor mij een erg leerzame dag. Ik vind het prettig dat we workshops krijgen in een kleinere setting, daar leer ik van en je kunt met elkaar in discussie. Zo hoor je ook van anderen hoe zij lesgeven en waar zij tegenaan lopen. De lezing van Hans van Dael vond ik iets minder interessant. Waarom? Ik kon het niet direct plaatsen. Naar welke workshops ben je nog meer geweest? Tja, die van Kees Vernooij natuurlijk. En een over opbrengstgericht werken en deze, over leerstijlen. Heel interessant allemaal, ik dacht toch bij elke workshop aan hoe het bij ons op school gaat. En het is ook wel eens leuk om van een collega van een andere school te horen hoe zij dat dan ervaren.

www.pulseprimaironderwijs.nl/onderwijsontwikkeling Pulse 49

Pulse_PO_nr6_2010.indd 49

30-11-10 16:41


CTIVITEI

Werken aan Ontwikkelingsgericht Onderwijs •••

•••

PROFESSIONEEL ADVIES OVER: • de implementatie van arbo- en verzuimbeleid op uw school • re-integratie(trajecten) van zieke medewerkers • leeftijdsbewust personeelsbeleid • inrichting arbodienstverlening • RI&E Van de regioadviseur en re-integratiedeskundige onderwijs krijgt u over deze en aanverwante thema’s professioneel en kosteloos advies. Kijk voor de adviseur in uw regio op www.vfpf.nl of bel het Arbo Adviescentrum PO:

www.de-activiteit.nl

E

Wij zijN er voor U !

Wij ondersteunen: • Professionals in de voorschoolse educatie • Leerkrachten, directies en schoolteams uit het primair onderwijs • Schoolbesturen Betekenisvol en actueel onderwijs realiseren voor elk kind, daar gaat het ons uiteindelijk om.

045 - 579 81 81 7092ARC

Zie voor een gedetailleerd overzicht onze website www.de-activiteit.nl

TELEFOON FAX E-MAIL INTERNET

Molenbuurt 24 1811 KD Alkmaar 072 512 37 61 072 512 48 85 info@de-activiteit.nl www.de-activiteit.nl

Molenstraat 27b 5211 DR ’s-Hertogenbosch 073 689 49 47

LANDELIJK CENTRUM VOOR ONTWIKKELINGSGERICHT ONDERWIJS

Pulse_PO_nr6_2010.indd 50

1000-20-8000-8961 AVS 2010-2011 1000-20-8000-7369 AVS 2009-2010 1_4_stC5_sk_A.indd 1 1000-20-7000-7818 AVS 2008/2009

Kleur: warm red 28-01-2010 09:23:49

30-11-10 16:41


WmK aDveRtoRiaL

THEMA’S IN WMK TOEVOEGEN WmK is een open systeem. Wat betekent dat? op vrijwel alle niveaus kunnen de gebruikers data toevoegen, data wijzigen of data verwijderen. Welke kansen biedt dat? een schoolleider die het belangrijk vindt dat zijn team een kwaliteitsvolle directe instructie geeft, kan het thema Directe instructie aan WmK toevoegen. Daarna kan dit thema gevuld worden met indicatoren. Bijvoorbeeld: Beleidsterrein: Directe Instructie 1 De leraren zorgen voor een goede (expliciete) voorbereiding. 2 De leraren zorgen voor een terugblik. 3 De leraren zorgen voor een heldere en begrijpelijke instructie. 4 De leraren laten de leerlingen de essenties inoefenen. 5 De leraren zorgen voor een gedifferentieerde verwerking. 6 De leerlingen geven feedback op product en proces. 7 De leraren evalueren de les met de leerlingen. Het is zeer eenvoudig om het beleidsterrein en de bijbehorende indicatoren in WmK te zetten. Klaar? De schoolleider kan daarna een beoordelingssessie aanmaken en de leraren zichzelf laten scoren. De leraren beoordelen zichzelf op een schaal van 1 t/m 4 (onvoldoende tot goed). Zodra de leraar klaar is met scoren is het mogelijk om 1 De eigen persoonlijke scores uit te printen. 2 een persoonlijk actieplan uit te printen. 3 een totaalrapport te printen (voor de schoolleiding) [getotaliseerde scores].

De leraar kan haar scores bespreken met een collega (een maatje) en samen met haar duo-partner een actieplan opstellen. De eigen scores en het actieplan worden opgenomen in het bekwaamheidsdossier. Bij de klassenbezoeken wordt geobserveerd of de scores die de leraar zichzelf heeft gegeven, herkend worden door de schoolleider of de iB-er. tevens kan gekeken worden of de leraar werk heeft gemaakt c.q. werk maakt van het actieplan. tijdens het functioneringsgesprek bespreekt de schoolleiding met de leraar de scores en de actieplannen. Wat gaat goed? Wat niet? Waar is hulp en ondersteuning nodig? op deze manier wordt de kwaliteitszorg van de school gekoppeld aan het integraal personeelsbeleid. De mogelijkheid om zelf thema’s toe te voegen in WmK biedt talloze kansen. U kunt bijvoorbeeld themata uitwerken zoals: 1 De onderwijskundige identiteit van de school (zie het artikel in dit blad) [omzetten van de visie in een kaart met daarop meetbare en merkbare indicatoren]. 2 Hoogbegaafde leerlingen. 3 Passend onderwijs. 4 Huisvesting. 5 Sociaal-emotionele ontwikkeling. 6 ons schoolconcept. 7 (…). Het voordeel van het uitwerken van een thema is, dat u direct de mogelijkheid heeft om e.e.a. te beoordelen. Dat leidt in ieder geval tot een (school)rapport waarin uw sterke en zwakke kanten staan vermeld. U kunt dan desgewenst verbeteractiviteiten vaststellen. Kortom: wilt u een thema dat belangrijk is voor uw school koppelen aan de kwaliteitszorg, neem dat dan op in (uw) WmK. na de fase to plan (beschrijven) kunt u overgaan op to do (doen), to check (beoordelen) en to act (verbeteren).

Pulse 51

Pulse_PO_nr6_2010.indd 51

30-11-10 16:41


PRoDUCten & DienSten

van Zijl introduceert de Floortrigger De Floortrigger, een (semi) permanente kleurenafdruk op een ijzersterke kunststofondergrond, is door zijn duurzaamheid en antislip toplaag uniek te noemen. De Floortrigger is te gebruiken voor diverse doeleinden; reclameboodschappen, campagnes en evenementen, is uitermate geschikt voor buitengebruik, maar kan ook binnen prima worden toegepast. De achterzijde van het materiaal is voorzien van een lijmlaag die zorgt voor hechting aan vrijwel elke ondergrond. Door gebruik te maken van een primerlaag onder de afbeelding, is een lange levensduur gegarandeerd. De Floortrigger is eenvoudig aan te brengen op ruwe en gladde oppervlakten. Zonder ingewikkeld materiaal te verwijderen en zonder lijmresten achter te laten. Het materiaal wordt beschouwd als bouwafval en kan hierdoor makkelijk worden afgevoerd via de milieustraat. Voor meer informatie, www.vanzijl.biz.

Bokabox maakt verkeersles didactischer tijdens de not presenteert creatief ontwikkelaar van lesmaterialen en oud-onderwijzeres annet Kooijman de Bokabox verkeer, een leerzame leskist met verkeersborden, losse pictogrammen en betekeniskaarten die de zintuigen van kinderen prikkelen en die de verkeerslessen veraangenamen. Het lesmateriaal is geschikt voor het basisonderwijs, van eind groep 3 t/m groep 7. De box is tijdens de not te bezichtigen in hal 10, stand 10.e59.

(On)deugden om deugden in gedrag van kinderen te leren herkennen, presenteert Uitgeverij aCt on virtues de kaartenset ‘Deugden voor kinderen’. De set met 52 vrolijke kaartjes besteedt aandacht aan eerlijkheid, geduld, respect en nog veel meer deugden: de goede eigenschappen die ieder kind in zich heeft. een kaartenset ter inspiratie voor bewust ouderschap. op de kaarten vind je aan de voorkant foto’s van kinderen in de leeftijd van 0-7 jaar in actie: tim laat behulpzaamheid zien als hij helpt met pruimen plukken en jam maken; Lianne toont geduld als ze worteltjes en radijs heeft gezaaid in haar tuintje; anouk’s gezichtje zit onder de chocolade. Ze biecht het eerlijk op, dat ze van de koekjes heeft gesnoept. op de achterkant staan eenvoudige beschrijvingen van de eigenschappen, en suggesties hoe je die in de dagelijkse praktijk kunt inzetten. ‘Deugden voor kinderen’, door annelies Wiersma, prijs € 19.95. Kijk voor meer informatie op www.opvoedenmetdeugden.nl

in beweging met Kompan

gymles voor iedereen met een lichamelijke handicap toch meedoen aan de gymles? Dat kan! De boekenserie ‘Krukken geen bezwaar’ maakt het mogelijk om alle kinderen deel te laten nemen. na het succes van het basisboek is onlangs het spelboek verschenen. Meer informatie hierover is te vinden op www.luktut.nl

Kinderen verbranden tweederde van de benodigde dagelijkse 150 calorieën als zij dertig minuten spelen op de speelplekken van KomPan iCon. De aanbeveling van de Wereld gezondheids organisatie (WHo) voor kinderen en jongeren is minimaal zestig minuten matige lichaamsbeweging per dag. met iCon, draagt KomPan bij aan de oplossing om kinderen en tieners meer aan lichaamsbeweging te laten doen – op vrijwillige basis, speels en bij voorkeur samen met vrienden. een recent onderzoek uitgevoerd door wetenschappers van de University of Southern Denmark, in opdracht van het KomPan Play institute, toont aan dat kinderen gemiddeld 188 Kcal verbranden gedurende dertig minuten spelen op speelplekken met KomPan iCon. Kinderen van twee scholen hebben deelgenomen aan dit onderzoek. Zij hebben 30 minuten vrij gespeeld op de speeltoestellen. De verbruikte calorieën zijn gemeten door de Bio trainer ii Calorieteller en de resultaten zijn berekend op basis van het lichaamsgewicht van elk kind. iCon combineert de positieve aspecten van gamen, concentratie, strategie, vaardigheden en competitie, met de voordelen van vrij buitenspelen. De verschillende iCon toestellen stimuleren zowel de lichamelijke inspanning als het strategisch denken van de gebruikers die, alleen of in teams spelen. icon is vrij toegankelijk en kan zonder toezicht of hulpmiddelen gespeeld worden. voor meer informatie kijk op www.kompan.nl of vraag het onderzoeksrapport aan via kompan.nl@kompan.com.

52 Pulse

Pulse_PO_nr6_2010.indd 52

30-11-10 16:41


training & advies

Technisch lezen in de middenbouw Vlot technisch kunnen lezen verhoogt de resultaten van het begrijpend leesonderwijs. Maar hoe bereikt u (hoge) streefdoelen met uw leerlingen? Op welke wijze realiseert u boeiend, uitdagend en effectief technisch leesonderwijs in uw school? Tijdens de

studiedag ‘Verbeteren van het technisch lezen in de middenbouw’ krijgt u snel inzicht in de meest recente praktisch relevante kennis en vaardigheden rond dit thema. Voor meer informatie, www.cpsacademie.nl

Talenten en het brein Op 16 maart 2011 organiseert Onderwijs Maak Je Samen haar jaarlijkse conferentie, dit jaar met het thema ‘Talenten en het brein’. Tijdens de conferentie staan zowel nieuwe inzichten over de werking van de hersenen als het bieden van ruimte voor talenten centraal. De conferentie is bedoeld voor leerkrachten, directeuren en ib’ers in het basisonderwijs. Het programma van deze middag start met een powerseminar door Yorick Saeijs en Martijn Smoors. Daarnaast is er een breed workshopaanbod, variërend van onderwerpen als coöperatief leren en verschillen tussen jongens en meisjes tot dyslexie, hoogbegaafdheid en rekenonderwijs. Voor meer informatie, www.onderwijsmaakjesamen.nl

De AVS, de belangenvereniging voor (aanstaande) schoolleiders De Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) is de belangenvereniging en vakbond voor alle leidinggevenden in het funderend onderwijs: van adjunct-directeur en middenmanager tot (bovenschools) directeur. De AVS komt op voor de belangen van de beroepsgroep. (Aspirant-) leden kunnen bij de AVS Helpdesk terecht als zij vragen hebben over de uitoefening van hun vak, ontvangen het onderwijsvakblad Kader Primair en de nieuwsbrief Kadernieuws, kunnen trainingen, advies of coaching aanvragen, gebruik maken van AVS-voordeel en deelnemen aan AVS-bijeenkomsten. Meer informatie: www.avs. nl/lidworden Op 18 maart 2011 organiseert de AVS haar 16de congres. Lees hierover alles in de bijsluiter bij deze Pulse. Het centrale thema is ‘verbindend leiderschap’. Het congres biedt een gevarieerd programma van workshops lezingen en sessies over diverse onderwerpen. Meer informatie: www.avs.nl/congres2011

Agenda Datum

Naam

Doelgroep

Prijs

Plaats

Informatie

31 jan

Training Effectieve didactiek van de rekenles

Leerkrachten, intern begeleiders en directeuren

€ 390,-

Amersfoort

www.cpsacademie.nl

14 febr Studiedag Technisch lezen in de middenbouw

Leerkrachten van groep 4, 5 en € 390,6, taalcoördinatoren, interne begeleiders en remedial teachers

Amersfoort

www.cpsacademie.nl

15, 22 en 29 mrt

Driedaagse cursus Effectief Leiderschap in de Brede School

Directeuren en coördinatoren binnen de brede school

€ 2.999,-

Utrecht

www.sbo.nl

16 mrt

Conferentie Talenten en het brein

leerkrachten, directeuren en ib’ers

€ 75,-

Deurne

www.onderwijsmaakjesamen.nl

18 mrt

Conferentie Talenten en het brein

leerkrachten, directeuren en ib’ers

€ 75,-

Deurne

www.onderwijsmaakjesamen.nl

18 mrt

AVS-congres

Schoolleiders en bovenschoolse managers

leden: € 230,niet-leden: € 465,-

Nieuwegein

www.avs.nl/congres2011

20 apr

‘De Verleiding’: samen leren op de basisschool

o.a. leerkrachten, directeuren en schoolbestuurders

---

Utrecht

www.lectoraat.nl

Pulse 53

Pulse_PO_nr6_2010.indd 53

30-11-10 16:41


Auerhaan B.V. Postbus 22 200 AA Lelystad T: 0320-286181 F: 0320-286180 klimaattechniek@auerhaan.nl www.auerhaan-klimaattechniek.nl Auerhaan is al meer dan twintig jaar totaalleverancier op het gebied van klimaattechniek. Ventileren, verwarmen en koelen is de specialiteit van Auerhaan. Met name op het gebied van vraaggestuurde ventilatiesystemen voor scholen is Auerhaan actief. De HR WTW-systemen van Auerhaan voldoen aan de normen van ISSO publicatie 89 binnenklimaat scholen. Veel klaslokalen in Nederland zijn dan ook voorzien van de fluisterstille ventilatie-unit van Auerhaan.

BREEDVELD mobiele wandsystemen Postbus 60 6650 AB DRUTEN Bezoekadres: Rijdt 5A 6631 AN HORSSEN T: 0487-542888 • F: 0487-542076 info@breedveld.com • www.breedveld.com BREEDVELD mobiele wandsystemen heeft alle disciplines ten aanzien van ontwerp, productie en montage onder één dak. Dat maakt ons flexibel, onafhankelijk en daadkrachtig. En bovendien veelzijdig. Daarin zit onze kracht. We creëren omgevingen die wat te vertellen hebben. Onze creativiteit voeden we dan ook graag. Dat maakt wie we zijn. Een ambitieuze, volwassen en creatieve speler in de markt van mobiele belevingswerelden.

CED-Groep Postbus 8639 3009 AP Rotterdam T: 010-4071599 www.cedgroep.nl De CED-Groep is een landelijk actieve educatieve dienstverlener, met de missie om een wezenlijke en aantoonbare bijdrage te leveren aan de ontwikkeling en schoolprestaties van kinderen en jongvolwassenen. Als not-for-profit organisatie investeren we eventuele winst in innovaties, bijvoorbeeld in de ontwikkeling van nieuwe producten. Met producten als Nieuwsbegrip en de 1-zorgroute proberen we onze markt zo goed mogelijk te bedienen. En met succes!

Uitgeverij Coutinho Sterk in pabo-boeken info@coutinho.nl www.coutinho.nl/pabo Het pabo-onderwijs staat volop in de schijnwerpers. Uitgeverij Coutinho biedt voor de pabo een breed scala aan studieboeken op het gebied van taal, natuuronderwijs, didactiek, pedagogiek en onderwijskunde. Wij zorgen voor betaalbare uitgaven, zonder daarvoor concessies te doen aan de kwaliteit van inhoud, didactiek, vormgeving en uitvoering. Of het nu gaat om boeken, cd’s of digitale leermiddelen.

COSMO is een product van SIKON Contactpersoon: mw Zoë Geerling T: 06-10606127 support@sikon.nl www.sikon.nl

De Zuid Vallei remediering www.remediering.nl T: 0318-619049

COSMO staat voor Competenties – Ontwikkeling – Scholing – Mobiliteit – Opleiding en is een bekwaamheidsdossier voor iedereen die werkt in het onderwijs. COSMO helpt om de bekwaamheid van uw medewerkers vast te stellen en te ontwikkelen, ondersteunt bij het uitvoeren van de gesprekkencyclus en stelt u in staat op resultaat te managen. Wij komen graag bij u langs voor een demonstratie van COSMO of een gesprek over personeelsbeleid.

- spelling, - technisch lezen, - begrijpend lezen, - rekenen. De Zuid Vallei heeft ze voor u! Onze materialen zijn praktisch, overzichte-

De beste Remediërende Materialen op het gebied van:

lijk en methode-onafhankelijk. Alle programma’s bevatten duidelijke instructies en veel kopieerbaar oefenmateriaal. We hebben ook online programma’s voor: spelling (digi-spelling) en automatiseren van woordstructuren (interflits). De Zuid Vallei remediering is een onderdeel van Giralis Groep.

54 Pulse

Pulse_PO_nr6_2010.indd 54

30-11-10 16:41


Leveranciersgids

Graviant educatieve uitgaven Innovatieweg 3-06 7007 CD Doetinchem T: 0314-345400 educatief@graviant.nl www.graviant.nl Wij lopen al dertig jaar voorop in het ontwikkelen en uitgeven van leermiddelen voor o.a. Adhd, Autisme, Dyslexie, Dyscalculie en Sociale vaardigheden. Dit alles vanuit de gedachte van het kind. Tijdens de NOT 2011 zijn wij te vinden in hal 10 standnummer 10 E053.

KOMPAN B.V. Schimminck 13 Postbus 2059 5300 CB ZALTBOMMEL T: 0418-681468 F: 0418-681499 www.KOMPAN.nl KOMPAN is ’s werelds grootste specialist in unieke speeloplossingen. Het is van groot belang om een speelruimte te creëren die aantrekkelijk en duurzaam is. KOMPAN kan uw speelruimte ontwerpen, plannen, installeren en onderhouden. Maar ook de aanleg van veiligheidsondergronden, groen en infra kan KOMPAN voor u verzorgen. Het resultaat is de best mogelijke speelplek die overeenkomt met uw budget, voldoet aan uw wensen en is afgestemd op de behoeften van kinderen.

Ovaal speelconcepten Ondernemersweg 2a 7451 PK Holten T: 0548-363067 F: 0548-363068 Ontmoet op de NOT 2011 Ovaal Speelconcepten, een jonge onderneming gestart door mensen met jarenlange ervaring in de speeltoestellenbranche. Wij kijken bij de inrichting van uw buitenruimte verder dan het traditionele klim- en klauterwerk en bieden onderscheidende productlijnen voor (natuurlijk) spelen, leren, ontmoeten en observeren. Wees welkom op onze stand en ontdek onze gerealiseerde ontwerpen binnen het onderwijs, onze speeltoestellen, speelaanleidingen en creatieve zitoplossingen.

Scholen met Succes Bezoekadres: Voorhelmstraat 25 201 2012 ZM Haarlem Postadres: Postbus 3386 2001 DJ Haarlem T: 023-5341158 info@scholenmetsucces.nl www.scholenmetsucces.nl www.twitter.com/scholenmetsuc6 Scholen met Succes is een gespecialiseerd onderzoek- en communicatiebureau voor het onderwijs. We helpen scholen met het verkrijgen van inzicht in hun huidige situatie en werken samen aan het creëren van een sterke markpositie. Dit doen we door marktonderzoek, tevredenheidpeilingen, ontwikkelen van schoolprofielen, ontwikkelen en uitvoeren van communicatiecampagnes en het verzorgen van workshops en trainingen.

Seminarium voor Orthopedagogiek Directie en Staf: Postbus 14007 3508 SB Utrecht T: 030-2547378 F: 030-2540349 info-seminarium@hu.nl Het Seminarium voor Orthopedagiek van Hogeschool Utrecht is een landelijk opererend kennis- en opleidingscentrum voor leraren en professionele opvoeders, coaches en hulp- en dienstverleners. Die werken met jongeren en volwassenen waarvan de leef- en opvoedingssituatie specialistische ondersteuning en begeleiding vraagt. De focus is gericht op het veld van Speciaal Onderwijzen. Kijk voor het meer informatie op: www.seminarium.hu.nl

Bestuursbureau Vervangingsfonds/ Participatiefonds Blaak 22 3011 TA Rotterdam T: 010-2177640 F: 010-2141358 secretariaat@vfpf.org www.vfpf.nl Het Vervangingsfonds betaalt de kosten voor vervangers die scholen moeten inzetten bij ziekte of afwezigheid van personeel. Zo blijft de continuïteit op school gewaarborgd. Daarnaast levert het Vervangingsfonds een belangrijke bijdrage aan het terugdringen van het ziekteverzuim en de arbeidsongeschiktheid van onderwijspersoneel. Zij helpt scholen de kwaliteit van hun arbeidsomstandigheden en personeelsbeleid te verbeteren. Bijvoorbeeld met subsidies, scholing of advies op maat (regioadviseurs). Voor meer informatie, www.vfpf.nl

Pulse 55

Pulse_PO_nr6_2010.indd 55

30-11-10 16:41


LeveRanCieRSgiDS

WinSys B.V. Kromhoutstraat 54a 1976BM IJmuiden T: 0255-540333 info@winsys.nl www.winsys.nl Serverloos werken is één van de zakelijke oplossingen van WinSys, al beschikbaar vanaf 98 euro per maand. WinSys heeft jarenlange ervaring met terminalserver oplossingen voor het (basis)onderwijs, specifiek gericht op het doel: efficiënt hulpmiddel bij onderwijs aan kinderen. WinSys werkt samen met Ziggo KPn en UPC en regelt als partner niet alleen de oplevering van de verbinding, maar ook bieden wij unieke datadiensten, zoals cloud oplossingen en serverhosting. Zoekt u betrouwbare hardware, dan levert WinSys niet alleen snel, maar ook de hardware die gespecificeerd is op uw wensen.

WVS Onderwijs Meridiaan 26 2801 DA Gouda T: 0182-682330 M: 06-10423289 info@wvs-onderwijs.nl www.wvs-onderwijs.nl

Uitgeverij Zwijsen Hart van Brabantlaan 18 5038 JL Tilburg T: 013-5838800 F: 013-5838880 klantenservice@zwijsen.nl www.zwijsen.nl

WVS Onderwijs: Gewoon zorgen dat het beter werkt! Wij zijn uw professionele partner op het gebied van management en advies binnen het Po en vo. als interim-directeur zorgen we voor een grondige analyse en zetten met alle betrokkenen een duidelijke koers neer. onze adviesdiensten zijn: coaching, kwaliteitsmanagement, cultuur- en leiderschapsonderzoek en advisering bij complexe huisvestingszaken (o.a. krimpscenario’s). Wij leveren maatwerk en zijn resultaatgericht met gevoel voor de menselijke maat.

Zwijsen voor school én thuis al meer dan 160 jaar maakt Uitgeverij Zwijsen lesmethoden voor het basisonderwijs. We brengen leren tot leven met een rijke keuze aan materialen. van werkboekjes en praktische handleidingen tot digibordsoftware, spelletjes en websites. Zwijsen heeft voor ieder kind leerstof op maat. oók voor thuis met leerzame spellen en de beste kinderboeken.

ParTnerS TeaCHerS CHannel Uitgeverij Cantal Postbus 85, 5240 AB Rosmalen T: 073-5236280 info@cantal.nl, www.cantal.nl CED Groep Postbus 8639 3009 AP Rotterdam T: 010-4071599 info@cedgroep.nl www.cedgroep.nl

EDventure Vereniging van onderwijsadviesbureaus Bezuidenhoutseweg 161 2594 AG Den Haag T: 070-3154100 info@edventure.nu, www.edventure.nu

Uitgeverij Esstede Lariestraat 18a, 5473 VL Heeswijk-Dinther T: 0413-293257 esstede@home.nl, www.esstede.nl

Giralis Groep Postbus 3430 5203 DK Den Bosch T: 073-6405000 www.giralisgroep.nl info@giralisgroep.nl

HCO - uw educatieve partner Zandvoortselaan 146, 2554 EM Den Haag T: 070-4482828 info@hco.nl, www.hco.nl

Hogeschool Utrecht Oudenoord 340, 3513 EX Utrecht T: 030-2739111 info@hu.nl, www.hu.nl

KlasseTV Julianaweg 23, 3603 AP Maarssen T: 0346-219219 info@klassetv.nl, www.klassetv.nl

Koninklijke Van Gorcum BV Postbus 43, 9400 AA Assen T: 0592-379555 www.vangorcum.nl, info@vangorcum.nl

Leraar 24 www.leraar24.nl

RPCZ Postbus 351 4380 AJ VLISSINGEN T: 0118-480800 webredactie@rpcz.nl, www.rpcz.nl

Thieme Meulenhoff Postbus 400, 3800 AK Amersfoort T: 033-4483000 info@thiememeulenhoff.nl www.thiememeulenhoff.nl

56 Pulse

Pulse_PO_nr6_2010.indd 56

30-11-10 16:41


2011

De Zuid Vallei komt met nieuwe materialen op de NOT en gaat samenwerken met uitgeverij Van Gorcum!

Voor en door het onderwijs

De Zuid Vallei blijft actief als het gaat om het ontwikkelen van nieuwe remediërende materialen. Met Van Gorcum Uitgeverijen gaat de Zuid Vallei een intensieve samenwerking aan om u de mogelijkheid te bieden nog beter gebruik te kunnen maken van onze expertise.

SPELLING 1-3 komt in een totaal vernieuwd jasje op de NOT. Met nieuwe hedendaagse illustraties, en het woordgebruik is aangepast aan deze tijd.

PRIMAIR ONDERWIJS

DIGI-SPELLING is een nieuw digitaal spellings-trainprogramma voor de zwakke spellers. De eerste modules worden tijdens de NOT gepresenteerd. Het programma werkt met duidelijke spellingscategorieën en is methode-onafhankelijk te gebruiken.

De nieuwste leer- en presentatiemiddelen voor het primair onderwijs

LEESINTERVENTIEPROGRAMMA heeft een restyling gekregen, aangepast aan de nieuwe AVI niveaus. INTERFLITS wordt met veel succes door veel dyslexiebehandelaars gebruikt! Halverwege 2011 is ook INTERFLITS aan de nieuwe AVI niveaus aangepast. Het VMBO heeft zijn weg gevonden naar de Zuid Vallei! Het programma BEGRIJPEND LEZEN biedt veel steun aan leeszwakke starters in het VMBO.

r nu Registree atis voor Gr et toegang m 6

0077 code: 100

Ook op rekengebied bundelen wij onze kennis in remediërende materialen. Er zijn veel gebruikers van de DOBBELSTENEN en het programma AUTOMATISEREN. Wij bundelen de dagelijkse ervaringen van onze onderwijsadviseurs met de wetenschappelijke kennis van onze ontwikkelaars. Daarom zijn de producten van de Zuid Vallei in de praktijk zo succesvol. Zuid Vallei is een onderdeel van de Giralis Groep.

25-29 januari 2011

Jaarbeurs Utrecht www.not-online.nl

www.remediering.nl info@giralisgroep.nl

advNOT-10000776-90x280mm.indd 1

Pulse_PO_nr6_2010.indd 57

18-11-10 12:05

30-11-10 16:41


column

De leerkracht doet er toe Een open deur uit dezelfde collectie als ‘Roken is slecht voor uw gezondheid’. Toch verdienen veel onderwijskundigen, orthopedagogen, lectoren en andere doorgestudeerde schoolmeesters en -juffen bakken geld met het verkondigen van deze simpele, maar ware boodschap. Op druk bezochte congressen en studiedagen knikken schoolleiders zich spontaan een whiplash: ja, de leerkracht doet er toe. Die boodschap wordt net zo vaak herhaald tot iedereen het weet. Behalve de leerkracht… In het afgelopen jaar bezocht ik veel scholen. Ik was geïnteresseerd in onderwijsconcepten, inrichting van de klaslokalen en indeling van de schoolgebouwen. Met de kennis en ervaringen van andere scholen wilde ik mijn voordeel doen bij het opzetten van een nieuwe school. Tijdens die bezoeken viel mij op, dat gedurende de lestijden veel personeelsleden actief waren buiten het klaslokaal. In sommige scholen struikelde ik over de los rond lopende teamleden. Allemaal reuze aardige mensen, die onbeperkt koffie voor me regelden en zich aanboden als begeleider tijdens mijn bezoek. Zelfs wanneer ik benadrukte dat ik een afspraak had met de directeur, werd mij op het hart gedrukt, dat ‘het écht geen moeite was. De klas was zelfstandig aan het werk…’. En dus kon de reisleidster wel even een kwartiertje met me door de school lopen. Na enkele schoolbezoeken herkende ik de tendens. Nee, het waren geen IB-ers, managementleden, conciërges of hulpmoeders, die ik tijdens de lesuren buiten de klaslokalen aantrof. Het waren leerkrachten, die zich in rijen verdrongen bij het kopieerapparaat. Het waren leerkrachten die de laatste lesattributen nog even uit het magazijn moesten halen. Het waren leerkrachten, die even met de schooltelefoon naar de oppas moesten bellen om het boodschappenlijstje door te nemen. Soms ook werd er gewoon een gezellig praatje in de gang gemaakt, een soort weekendkring voor twee personen. In een enkel geval werden er pogingen gedaan om met de directie te overleggen over de agenda van de teamvergadering, het taakbeleid of het budget voor het Sinterklaasfeest. In de meeste gevallen slaagden die pogingen, hoewel het overleg soms wreed werd verstoord door jengelende kleuters, op zoek naar hun juf.

Colofon Pulse Primair Onderwijs Magazine voor schoolontwikkeling en kwaliteitszorg verschijnt zes maal per jaar en wordt in een oplage van 8.500 exemplaren gratis verspreid onder basisschooldirecteuren en bovenschoolse managers in Nederland. Uitgever Koninklijke Van Gorcum Postbus 43, 9400 AA Assen T. 0592 - 379 571 F. 0592 - 379 552 E. pulse@vangorcum.nl W. www.vangorcum.nl Redactie Frank Stienissen (hoofdredactie), Lieke van Zuilekom, Martin van Rooij, Ingrid Tukkers Stienissen Media Postbus 32 5550 AA Valkenswaard T. 040 - 207 11 66 F. 040 - 207 11 60 E. info@stienissenmedia.nl Aan dit nummer werkten mee: Joyce van der Bent, Frank Mullaart, Rick de Wit, Menno van Hasselt, Dieter Möckelmann, Cees Bos, Lorien de Koning en Wim Menke Art director/vormgever Sacha Vercoelen Dana van Veen Fotografie Stienissen Media Advertentie-exploitatie Acquire Media, Zwolle T. 038 - 460 63 84 F. 038 - 460 63 18 info@acquiremedia.nl

De leerkracht doet er toe! Helaas weten veel leerkrachten dat zelf nog niet. Anders zouden ze hun lessen beter voorbereiden. Zouden ze in de klas zijn om les te geven. Zouden ze zorgvuldig omgaan met lestijd en instructie. Het zou ze meer voldoening geven in hun werk. Hun werk in de klas, met kinderen. Hun mooie, belangrijke werk.

Druk Koninklijke Van Gorcum

Wim Menke

column

www.pulseprimaironderwijs.nl/mijnschool

©2010, Koninklijke van Gorcum, Assen Alle auteursrechten ten aanzien van de inhoud van deze uitgave worden uitdrukkelijk voorbehouden.

58 Pulse

Pulse_PO_nr6_2010.indd 58

30-11-10 16:41

B042165


Taal in beeld laat ’t zien!

Taal in beeld is een succes. Zwijsens nieuwste taalmethode is nog maar net compleet en honderden scholen zijn al overgestapt. Waarom? Taal in beeld is fris, flexibel en overzichtelijk. Compact, toegankelijk en makkelijk in gebruik. De mogelijkheden voor zelfstandig leren zijn maximaal. Het voordeel voor u? Veel tijd om leerlingen op maat te begeleiden! Taal in beeld is helemaal van deze tijd. Met begrijpelijke taal en vooral veel beeld. Computer, digibord en iPod: Taal in beeld gebruikt ze allemaal. Maar alleen als u dit wilt, want alle opdrachten zijn er ook op papier. Zo brengt Taal in beeld taal tot leven. Meer weten? Ga snel naar www.taalinbeeld.nl.

Breng leren tot leven

Pulse_PO_nr6_2010.indd 59 B04216505_advertentie_taalinbeeld_pulse.indd 1

30-11-10 16:41 12-10-2010 9:07:51


MAAK RUIMTE

FUNCTIONEEL CREËER, IMPONEER, INSPIREER, VA R I E E R EN CO M B I N EER !

DOELGERICHT INDELEN Met de mobiele wandsystemen van BREEDVELD bieden we u een prachtig pallet aan speelmogelijkheden met licht, ruimtelijke effecten en efficiency. De vouw-, paneel en glaswanden hebben alles in zich om elke gewenste ruimte-indeling tot een succes te maken. Onderwijsinstituten, overheid en bedrijfsleven plukken de vruchten van efficiënt ruimtegebruik en optimale flexibiliteit.

PANEELWANDEN / VOUW WANDEN / GL ASWANDEN / SCHUIFWANDEN / SPECIALS

T: +31 (0)487 542 888 of E: info@breedveld.com

Pulse_PO_nr6_2010.indd 60

www.breedveld.com

30-11-10 16:41


Pulse nr 6 2010