Page 1


Lezen 4 Voorwoord 10 Mono Stereo Multi Malique Mohamud buigt zich over diversiteit in een kritisch gesprek met Aruna Vermeulen, Ellen Walraven en Kenneth Asporaat 22 Doro Siepel, een echte cultuurvernieuwer 40 Toegift over n’COR 44 Woordkunst Waarom Rotterdam het Nederlandse spoken word-vlaggenschip is

74 Kleur bekennen Een onderzoek naar hoe de gesubsidieerde cultuursector zich tot haar veelkleurige bevolking verhoudt 106 Springplank Het Boijmans Van Beuningen biedt beginnende kunstenaars een podium. Wat hebben ze daar aan? 164 Derek Otte columneert 166 Love me tinder Welke romances bloeiden op tijdens de cultuurtinderavonden? 132 Hoge nood/t Gloort er licht aan het einde van de poppodiumtunnel?


inhoud Kijken

Interviews

Handig

28 Beter gezegd

24 Ashley Nijland

62 Het overal

36 Navin Thakoer

9, 21, 61, 115, 120, 179, 192 Gouden tips

88 Stille stad

56 Thijs Barendse

102 Niet lullen maar poetsen

70 Rasheida Adrianus

122 Grondleggers 146 Stacii’s societies 184 Nieuw licht

98 Mahasin Tanyaui 116 Immanuel Spoor 128 Tjeerd Hendriks 142 Stacii Samidin 160 Sophie Bargmann 174 Leal van Herwaarden 180 Sanne Donders 188 Kenneth Asporaat

3

193 In KROOST Kom in contact met alle cultuurvernieuwers 198 Programmaselectie Een greep uit de programmering 201 Colofon


voorwoord

KROOST Who’s next in kraamkamer Rotterdam?

5


De culturele manifestatie Rotterdam viert de stad! zet de mensen centraal. Als een rode draad door de programmering lopen de verhalen van Rotterdammers over hun leven en werk in deze stad. Zij die de stad hebben opgebouwd, zij die de stad vandaag maken, zij die dromen hebben voor de toekomst van Rotterdam: zij, die samen de cultuur van de stad maken.


voorwoord

En die stadscultuur is levendig! De stad bruist van de ideeën en initiatieven, die getuigen van een tomeloze energie, vernieuwingsdrang en ondernemerschap. Culturele pioniers hebben zin in de toekomst en maken de weg vrij voor een volgende generatie culturele denkers en doeners. Ook nu, 75 jaar na de start van de wederopbouw van Rotterdam. Nieuwe kunstenaars en nieuw publiek eisen hun plek op. De gevestigde cultuursector zoekt naar nieuwe wegen, opent zich naar de veranderende stad en gaat nieuwe samenwerkingsvormen aan. Technologische en sociaal-maatschappelijke veranderingen volgen elkaar in rap tempo op. Dat doet een enorm beroep op de flexibiliteit van de Rotterdammers van alle leeftijden. De cultuurconsument van tegenwoordig stelt andere eisen aan het aanbod van kunst en cultuur. Die veranderende vraag heeft consequenties voor het cultuuraanbod. Het publiek van nu is op zoek naar een intense totaalbeleving op het moment dat hij of zij dat wenst. Hij maakt in vergelijking met vroeger minder verschil tussen hogere en lagere cultuur. Kunst en cultuur is lifestyle en wordt gebruikt om de eigen identiteit te vormen en uit te dragen. Dé centrale vraag is: hoe kan aanbod en vraag van kunst en cultuur in de veranderende stad nog beter op elkaar worden afgestemd? Hoe bereiken we het nog niet bereikte publiek? En welke makers hebben we daar voor nodig? Jonge makers willen graag gezien worden. In de programmering van Rotterdam viert de stad! pakken zij in al hun gretig-

7

heid het podium. Wie zijn zij? Wat maken ze? Wat is voor hen belangrijk en wat willen zij laten zien? Wat heeft de stad van morgen nodig? In de programmalijn talent en vernieuwing van Rotterdam viert de stad! zijn er spoken word-voorstellingen, talkshows, Facebookevents, mediaprojecten, talentenpodia en natuurlijk pop-upstores. Museum Boijmans Van Beuningen toont de artistieke power van de stad met meer dan 35 jonge kunstenaars. Er zijn cultuurtinders: offline speeddates tussen nieuwe makers en de meer gevestigde culturele orde. Mocht de liefde vlam vatten, dan komt daar hopelijk weer kunst en cultuur uit voort: nieuwe KROOST. Dit magazine KROOST toont de jonge kracht van kunst en cultuur in de stad. Met KROOST doen we een strik om het vernieuwersprogramma van Rotterdam viert de stad! Het is een podium voor taal en beeldend talent en het draagt bij aan het publieke gesprek over hoe het allemaal verder moet in de kraamkamer Rotterdam. Het programma én dit magazine is een selectie uit het rijke aanbod in de stad; er zijn natuurlijk nog veel meer talenten en vernieuwers actief. Sommigen al jarenlang. Op een stad waar de Rotterdammers én de makers zich met het kunst en cultuuraanbod vertegenwoordigd weten. KROOST!

Reinier Weers Programmaleiding


gouden tip

“Blijf dicht bij jezelf en geef nooit op. De aanhouder wint.” Ntjam Rosie

9


Malique Mohamud werpt in gesprek met Aruna Vermeulen (HipHopHuis), Kenneth Asporaat (Ken Theater) en Ellen Walraven (de Rotterdamse Schouwburg) een kritische blik op de overgang naar een volgende generatie makers en bezoekers.


diversiteit Tekst Malique Mohamud Beeld Fred Ernst

Mono Stereo Multi 11


13


Malique Mohamud

“Deze sleutelgeneratie is bezig met het fundament onder de instituten van morgen� 14


diversiteit Jermaine recht zijn harnas. Het miezert al sinds hij en zijn band aan het lopen zijn. De uitgedoste meiden dansen bepakt met dubbele panty’s voorop. ’t Is fris in maart. Nog 32 maten en ze zijn op de kade. “Waar is dit ook al weer voor?”, vraagt hij rechts van hem. “Iets voor de gemeente volgens mij.” Eén van de boys achteraan roept met een grijns op zijn gezicht: “Zolang ze maar goed betalen ruman.” Iedereen lacht. Drummende Caribische jongens: diversiteitssecondelijm voor bedrijven en instellingen in Rotterdam. Relatief goedkoop en met een belletje of twee te regelen. Ideaal voor witte organisaties die wat diversiteit aan een dagprogramma willen toevoegen. Het tragische is dat dit geen cynische grap of lukrake metafoor is om een punt te maken. In de meest etnisch diverse stad van Nederland komt het wat diversiteit in de culturele sector vaak niet verder dan cosmetische samen werkingen, incidentele bijdrages en Zomercarnaval, uiteraard met veel brassbandjes. Kenneth Asporaats broertje speelt in de brassband Talent for Music. Kenneth: “Het is vaak hetzelfde liedje. Grote instellingen en bedrijven boeken een brassband omdat ze ‘iets anders’ willen. Bij de gemeente is het al helemaal standaard. Het lijkt wel alsof er voor elk wissewasje een brassband wordt ingezet.” Kenneth en zijn team zijn een de vele voorbeelden van bottom-up cultuurmakers uit de stad. Zijn Ken Theater produceert onder andere Late Night Poetry in Theater Zuidplein. Zijn pogingen om aan de andere kant van de Maas met theaters in zee te gaan, stranden echter steeds aan de vergadertafel. “De gesprekken zijn tot nu toe altijd oppervlakkig geweest. Een samenwerking houdt vaak in dat je wordt ingehuurd om de zaal te vullen.

Veel verder dan dat komt het niet. Met de Rotterdamse Schouwburg zijn we al best lang in gesprek, maar tot echte samenwerking heeft dat nog niet geleid. Het voelt op een gegeven moment zelfs alsof je aan het bedelen bent. Als reden krijg ik vaak dat de producties niet voldoen aan kwaliteitseisen. En dat is het nou juist. Wie bepaalt wat wel of niet goed genoeg is? We hebben inmiddels wel bewezen dat we bereik hebben. Maar om te groeien, hebben we meer ruimte nodig.”

Hapklare diversiteit Dit is exemplarisch voor de manier waarop gevestigde instellingen doorgaans samenwerkingen met kleine of nieuwe organisaties en collectieven aangaan. Hoofdzakelijk voor de marketing. Dit kortetermijndenken om kleur in de zaal te hebben, heeft wat weg van praatprogramma’s die graag een moslima met hoofddoek goed zichtbaar in het publiek op de eerste rij willen hebben. Top-down, vooral verder met de orde van de dag. In mijn ervaring, onder andere met het Luxor en uit verhalen van collega’s, blijkt dat het er vaak zo aan toe gaat. Ongetwijfeld vanuit goede bedoelingen, maar allesbehalve doortastend. De vraag is of organisaties, waar diversiteit geen onderdeel van het DNA uitmaakt, die diversiteit op een geloofwaardige manier kunnen uitdragen. Het is dan ook niet gek dat gegrepen wordt naar hapklare diversiteit zoals: brassbands, b-boys en zoals de Raad voor Cultuur het noemt, niet-westerse ambassadeurs. Wat mij het meest is bijgebleven van mijn gesprek met Ellen Walraven, directeur van de Rotterdamse Schouwburg, is haar uitspraak dat “een monocultuur de dood van een samenleving is.” Dat is nog eens een


binnenkomer. Ik sprak met haar over waar zij uitdagingen ziet om de organisatie van de Rotterdamse Schouwburg een afspiegeling van de stad te laten zijn. “Je kunt als instelling in ieder geval niet meer zeggen dat je ‘ze’ niet kunt vinden. Waar en hoe zoek je? Dat is de vraag. De sector vernieuwen kost tijd, geld en ruimte. De meest recente bezuinigingen van 7 ton per jaar maken het in ieder geval niet makkelijker om risico’s te nemen, terwijl het juist nu voortdurend experimenteren is.”

Brownwashing Naast het feit dat instellingen sinds de bezuinigingen steeds meer zelf de broek op moeten houden, zijn monoculturele, geprivilegieerde netwerken een extra drempel in de richting van een inclusieve sector. Nu is de aanpak van de ene organisatie om het diversiteitsgat te dichten niet te vergelijken met de andere, maar er is beweging. “Biculturele makers zijn er zat, die vinden we wel, maar een Marokkaanse op kantoor is een ander verhaal”, vindt Ellen. “Op onze vacatures reageren hoofdzakelijk mensen, die al lijken op wat er hier rondloopt. Een vraag in mijn netwerk uitzetten, levert veel meer op. We leven nog steeds in gescheiden werelden en hebben blinde vlekken. Daar moet een hoop aan veranderen, wil de Rotterdamse Schouwburg een weerspiegeling van de stad worden.” Het doorbreken van routines en het ter discussie stellen van vanzelfsprekendheden is een belangrijke stap de goede kant op. Op de weg naar een inclusieve sector is het niet vreemd dat vooruitgang initieel top-down wordt ingezet. Daar is de Cultuurtinder, waar ik bij betrokken was, een voorbeeld van. Een netwerkborrel om de gevestigde orde in contact te brengen met vaak biculturele smaak-

makers van nu. Verder dan speeddaten en oriënterende gesprekken is het echter niet gekomen. Het blijft nog teveel aan de oppervlakte. De foto’s doen het misschien wel leuk in jaarverslagen, maar we moeten waken voor dit soort ‘brownwashing’. Want het houdt werkelijke vooruitgang tegen. Voor gevestigde instellingen is het dilemma: hoe verwachtingen te managen? “Mijn vraag is dan: hoe organiseer ik een vrijblijvende dialoog zonder het aanwezige cynisme te bevestigen?”, reageert Ellen. “Want er zijn niet ineens extra banen volgende week. Schouwburgen gaan steeds vaker verticaal de stad in. De tijd van alleen zakendoen vóór de stad is voorbij. We willen het mét de stad doen. Onze focus ligt komende tijd op de stad en op internationale producties, die goed aansluiten bij de stad.” Dat een landschap met nagenoeg alleen monoculturele organisaties niet in staat is om de hele stad te bedienen, is logisch. Ik durf zelfs een stap verder gaan. Teveel monoculturele organisaties houden innovatie in kunst en cultuur tegen, want het is onmogelijk om de helft van het personeelsbestand te schrappen om ruimte te maken voor meer diversiteit. En als er met druk op het budget een eigen doelgroep bediend moet worden, kun je in mijn beleving maar zoveel verwachten van traditionele organisaties.

Humuslaag Aruna Vermeulen loopt al een tijd mee in cultureel Rotterdam. Zo kreeg ze in 2012 de Laurenspenning voor haar werk als directeur van het HipHopHuis en pleit ze als hiphop-lobbyist voor vernieuwing in de cultuursector. “Scheefgroei in de sector zit ’m in het verschil in hoe cultuur gewaardeerd wordt”, begint ze. “Aan de ene kant heb je de traditionele kunsten zoals theater en klassieke


diversiteit

Ellen Walraven “De bezuinigingen maken het niet makkelijker om risico’s te nemen, terwijl het juist nu voortdurend experimenteren is”

Kenneth Asporaat “We hebben inmiddels bewezen dat we bereik hebben. Maar om te groeien, hebben we meer ruimte nodig”

17

muziek, daartegenover staat de populaire cultuur. Beide hebben bestaansrecht, alleen wordt eerstgenoemde als basis gezien. Hoezo behoort popcultuur, zoals hiphop, in een stad als Rotterdam niet tot de basis? De basisinfrastructuur is ingericht op een traditionele beleving van kunst en cultuur. Dat is waar de schoen wringt.” De verhalen die de culturele instellingen over de stad en de wereld vertellen, laten zien hoe inclusief de stad is. Cultuur waar prioriteit aan wordt gegeven of die gezien wordt als basis, zal in roerige tijden logischerwijs overeind gehouden worden. Waar blijkt het volgens Aruna uit dat andere belevingen van cultuur lagere prioriteit krijgen? “Wat er was, is wegbezuinigd. Daar blijkt het uit”, zegt ze stellig. “Denk aan het Black Soil filmfestival, Crime Jazz of het International Breakdance Event, waardoor Rotterdam internationaal sterk zichtbaar was. Of het wegvallen van Nighttown en Waterfront. Het probleem is dat er geen continuïteit in zit. Ik mis een plek in de stad waar de humuslaag de ruimte krijgt en gevoed wordt. We hebben een podium nodig, dat niet door de markt gedreven wordt, en waar echt ruimte is om cultuur te cultiveren. Een plek waar nieuwe initiatieven de ruimte krijgen om te gedijen.” Dat is volgens Aruna ook een van de grootste uitdagingen om de sector in evenwicht te brengen: “Er moet ruimte komen voor nieuwe energie. Alleen maakt de manier waarop het systeem is ingericht, het lastig voor kleinere organisaties. Om aanspraak te maken op serieuzere bedragen moet ik bijvoorbeeld nu al weten hoeveel bezoekers we over vier jaar zullen trekken. Het systeem sluit niet aan op wat de sector nodig heeft. Kleinere organisaties die hetzelfde werk effectiever kunnen, en


Aruna Vermeulen

“De basisinfrastructuur is ingericht op een traditionele beleving van kunst en cultuur. Dat is waar de schoen wringt� 18


diversiteit vaak voor minder geld, komen zo niet tot hun recht. We moeten echt na gaan denken over hoe de basisinfrastructuur is ingericht.”

Groots durven denken Wendbare kleine en middelgrote organisaties met doelgroepspecifieke knowhow zoals het HipHopHuis zijn vaak doeltreffender dan grote, logge instellingen. Laten het nou net die kleine, vernieuwende organisaties zijn waar het beleid niet op is ingericht. Dit is echter een deel van het antwoord op de vraag waarom non-witte culturele ondernemers de weg naar financiering en daarmee ruimte in het bestel onvoldoende vinden. Ik denk dat diezelfde ondernemers – waar ik overigens zelf deel van uit maak – zich moeten afvragen hoe het komt dat zij hun plek in het bestel niet voldoende (kunnen) claimen. Persoonlijk denk ik dat, naast te complexe subsidieprocedures, het internaliseren van de gevolgen van uitsluiting en onderschatting, groots durven denken – lees visie – in de weg staat. Niet geheel onbegrijpelijk overigens. Want de multiculturele stad begint pas het afgelopen decennium tot wasdom te komen. Zoals onder meer Ellen Walraven aangaf: het kost tijd. Het besef dat we hier te maken hebben met een sleutelgeneratie, die bewust of onbewust bezig is met het leggen van het fundament onder de instituten van morgen, kan de afstand tussen traditionele instellingen en de nieuwe stedelijke samenstelling overbruggen. Ik denk dat we hier in de dialoog over diversiteit meer bij stil kunnen staan. Los van dit soort, misschien voor sommigen ongemakkelijke onderwerpen, mag de dialoog wat mij betreft zelfs nog breder getrokken worden. Want in een tijd waarin veranderingen elkaar in rap tempo opvolgen,

waarin kleine start-ups door hun flexibiliteit en frisse blik een nieuwe wereld kunnen dromen en daarmee de samenleving verrijken, krijgen instituten als gevolg hiervan het steeds lastiger. Dit is het moment om na te denken over een cultureel landschap dat ruimte biedt voor instituten, kleinere organisaties en hybriden daartussen. In elke tweede zin hoor ik mensen in Rotterdam vol trots zeggen hoe etnisch divers onze stad wel niet is. Maar in hoeverre geven we de stad genoeg ruimte om haar kosmopolitische belofte echt waar te maken? En onder welke voorwaarden wordt er ruimte gegeven? Willen we met elkaar een evenwichtige, kosmopolitische stad bouwen, dan hebben we een cultureel landschap nodig dat de hele stad uitdaagt, en niet alleen mensen voor wie toegang tot cultuur vanzelfsprekend is. Willen we een evenwichtiger stad, dan zullen we de ruimte tussen het ritme van heipalen en dat van brassbands moeten opzoeken. Moeten we de afstand tussen lagen van de samenleving overbruggen door soms pijnlijke vragen te stellen. Zodat Jermaine en zijn boys het ritme van de stad nog verder naar hun hand zullen zetten. P.S: Inmiddels hebben Kenneth en de Rotterdamse Schouwburg een goed gesprek gevoerd, wat waarschijnlijk gaat leiden tot iets interessants deze zomer. ■


gouden tip

“Blijf bij de inhoud! Jouw eigen inhoud, laat je niet afleiden. Wees onderscheidend. En ga ervoor, all the way. Focus je volledig.� Harry Hamelink 21


Doro Siepel Doro Siepel, van 2006 tot 2016 directeur van Theater Zuidplein, had al rap door dat diversiteit in de kern vooral een werkwoord is. Je openstellen voor alle bezoekers en makers om je heen, is vooral een kwestie van doen. Doro is op het moment van het maken van KROOST ernstig ziek. We vroegen haar of en zo ja, welke lessen zij wil nalaten aan Rotterdam. Ze antwoordde: “Natuurlijk wil ik iets melden over diversiteit en vernieuwing in de cultuursector, want die is hard nodig.” Helaas is haar niet meer de tijd gegeven om zelf haar boodschap te verwoorden. Daarom doen wij een poging. In de geest van Doro Siepel, een Rotterdamse cultuurvernieuwer.

een Richt je op de mensen om je heen, sta écht open voor de ander, ga in gesprek en pas je beleid aan Theater Zuidplein richt zich op de grootste doelgroepen in Rotterdam. Eigenlijk niets vreemds. Ware het niet dat die in Rotterdam en al helemaal op Zuid niet per se uit doorgewinterde theaterbezoekers bestaan. Zij konden nergens een goede voorstelling bekijken, behalve in Theater Zuidplein. Het leverde het theater een stijgend aantal bezoekers op. Het publiek vertelde dat het vaker naar het theater zou willen, maar dat het zich in het professionele aanbod in Nederland bar slecht herkende. Veel gehoord: “Ik zie en hoor op het podium Hollandse Nederlanders die op mijn baas lijken. Het gaat

22

niet over mij, mijn leven, mijn struggles.” De jongere garde voegde daar nog aan toe dat de traditionele programmering uit hun thuisland ook niet meer bij hen paste. Dat vonden ze meer iets voor hun grootouders.

twee Neem je publiek serieus Theater Zuidplein paste het bedrijfsbeleid aan, maakte de keuze voor maatschappelijk geëngageerd aanbod en begon een forse lobby. Want het wilde voorstellingen die pasten bij het dagelijks leven van de mensen die het theater omringden; veelal nieuwe Rotterdammers. Van het begin af is één van Doro’s belangrijkste principes altijd geweest: ook voor deze Nederlanders willen wij een theater zijn en willen wij theater maken.


Gewoon doen! Theatermakers en producenten reageerden veelal: ‘Het professionele aanbod in Nederland is van zeer hoog niveau. De ervaring dergelijke producties te begrijpen of op waarde te kunnen schatten, ontbreekt bij dat publiek. Educatietrajecten zijn daarbij nodig.’

drie Maak kwalitatief aanbod dat aanspreekt Dat is zeker niet wat Doro en haar collega’s zagen. Dagelijks trokken amateurmakers en (semi-) professionele theatermakers in Theater Zuidplein wél dat publiek. Er was alleen nog ontzettend weinig aanbod voor deze groepen. Een jaar of drie geleden is Theater Zuidplein toen zelf gestart met het maken van theater voor het nieuwe publiek, met de woorden “We gaan het gewoon doen.” Doro en de haren hadden namelijk iets te bewijzen: dat het gebrek aan passend, professioneel aanbod dé reden is voor dat nieuwe publiek om weg te blijven. De eerste professionele theaterproductie, de Hijabi Monologen, bewees haar gelijk: door het hele land was de gemiddelde zaalbezetting 95 procent. Volle zalen!

vier Goed theater maak je samen Een andere belangrijke les die Theater Zuidplein leerde door te doen: co-creatie werkt. Voorstellingen, die het theater in samenwerking met nieuw publiek maakt, trekken ook echt publiek uit die doelgroepen. Mits de voorstelling door een professionele kunstenaar met passie en oprechte belangstelling voor de doelgroep wordt gemaakt.

vijf Durf te vragen: wat is kwaliteit? Over begrippen als ‘diversiteit’, ‘participatie’ en ‘nieuw publiek’ wordt al bijna twintig jaar gepraat, en er zijn allerlei projecten en initiatieven opgezet ter bevordering van. Maar het resultaat is onvoldoende. Wil dat nieuwe publiek écht plaatsnemen op het pluche, zo meent Theater Zuidplein, dan zal de impasse rondom het begrip ‘kwaliteit’ binnen de hele sector doorbroken moeten worden.

zes Samen met de hele bedrijfskolom Willen we in Nederland succesvol zijn in het aantrekken van dat nieuwe publiek, dan moet de gehele theatersector nieuw publiek omarmen. Dit vraagt volgens Theater Zuidplein om een gezamenlijke aanpak van het kunstvakonderwijs, de fondsen, de theatergezelschappen en -producenten, en de theaters. Alleen zo kunnen we artistiek kwalitatief aanbod voor dat nieuwe publiek realiseren dat écht aanspreekt.


interview Tekst Margot Smolenaars Beelden Fleur Beerthuis

Ashley Nijland “Ik verzet me tegen het idee dat Zuid een slechte plek is”

25


‘Dat is toch geen kunst’ – de keren dat Ashley Nijland dat zinnetje gehoord heeft, kan ze niet meer op de vingers van twee handen tellen. Waar voor velen dat ene zinnetje reden is tot enige introspectie, wist Ashley: ze hebben het mis. “Ik verzet me tegen het idee dat Zuid een slechte plek is om te zijn, vooral omdat ik dat vroeger zelf dacht. Toen ik werd aangenomen op de Theaterschool, was ik nog heel jong, net 16 jaar. Zeven dagen per week zat ik in Rotterdam. Ik woonde nog in Maassluis, maar mijn hele leven speelde zich hier af. Dus ging ik anti-kraak op kamers. Tegen de verhuurder zei ik: je mag me overal neerzetten, behalve op Zuid. Nu woon ik er inmiddels drie jaar in een klushuis. En ja, ik voel me hier hartstikke veilig. Dit is mijn buurt. De meeste gasten die op straat hangen, ken ik inmiddels. Ik weet zeker dat ze me zouden helpen als ik me niet relaxed zou voelen op straat. Dat komt: ik práát met ze, dat is het verschil. Als je door die attitude van tof doen heen weet te prikken, kom je snel op een punt waar je elkaar wel snapt. Alles wat ik nu doe, weerspiegelt de vooroordelen van Rotterdammers tegen dit stadsdeel. We organiseren tours in de wijk, geven kunstenaars en artiesten een podium, laten koks en personeel van hier het eten maken. Samen met de Creative Factory gaat RAAF mensen naar Zuid halen, we gaan zorgen dat ze hier hun geld uitgeven, zodat de mensen die hier wonen er beter van worden. Dat doen we nu al, maar dat kan veel beter.

Tegen de verhuizing naar de Maassilo, zeven verdiepingen groot, hebben mijn zakenpartner Elke Donders en ik lang aan zitten hikken. De to do-lijst was gewoon heel erg lang, en hoe we dat allemaal in godsnaam gingen regelen, bleef lang onduidelijk. Zodra we aan de uitvoering begonnen, bleek dat ik alles goed in mijn hoofd had zitten, en dat vooral dat begin een drempel was waar ik overheen moest. Nu we drie maanden op onze nieuwe locatie zitten, kan ik zeggen dat we geland zijn. Alles loopt, mensen weten ons steeds beter te vinden, de reserveringen blijven binnen komen.

“Alles wat ik nu doe, weerspiegelt de vooroordelen van Rotterdammers tegen dit stadsdeel” Het begon allemaal als afstudeerproject. Verderop in mijn straat kregen we een voormalige kapsalon onder onze hoede, heel klein. Daar deden we alles wat we nu in het groot doen. We gaven de ruimte aan lokale kunstenaars voor een exposi-


tie, bijvoorbeeld. Daar kwamen de tofste dingen uit. Zoals één kunstenaar, die de ruimte in tweeën verdeelde. De ene kant was superluxe. Versgeperste sapjes, goede stoelen, lekker eten. In de scheidingswand had hij vier ruitjes gemaakt. En aan die kant was er niks, kale ruimte, niet eens een stoel om op te zitten. Hij liet de pijnlijke verdeling van rijk en arm zien. Ik zag het een beetje als Zuid: een stadsdeel waar mensen op weg van werk naar huis doorheen razen en waarmee verder niets te maken willen hebben.

27

De kunstacademie vond dat we met de Kapsalon alleen maar aan het organiseren waren. ‘Dat is toch geen kúnst’, kregen we te horen toen we hierop af wilden studeren. ‘Dit is wél kunst’, stond boven ons afstudeerwerk. Eigenwijs, ja, maar wat heb je aan dat hokjesdenken? Wat wij doen, is waar het allemaal om draait. Het leven van mensen mooier maken. Mensen aan het denken zetten. En ondertussen een toffe tijd hebben.” ■


slogans

Beter gezegd Is ‘Make it happen’ wel de perfecte slogan voor Rotterdam? Auteur Elfie Tromp is daar niet van overtuigd. Als onderdeel van de tentoonstelling Utopian Dreams van TENT Rotterdam schrijft Elfie in de tentoonstelllingsruimte niet alleen aan haar nieuwe roman, maar maakt ze ook slogans met genodigden, van kroegbaas tot grote denker.

28


Het is pas klaar als Het nog niet af is


DETROIT

AAN DE MAAS 31


33


35


interview Tekst Caterine Baeten Beeld Fleur Beerthuis

Navin Thakoer “Je hebt meer dan één identiteit, en je hoeft niet te kiezen”

37


Beeldend kunstenaar Navin Thakoer is de man achter de expositie NaferLovesYou Supermarket. In de ‘supermarkt’ aan de Coolsingel 79 staat het concept ‘identiteit’ centraal, waarbij stereotyperingen overboord worden gegooid. Daarnaast wordt de geschiedenis van Rotterdamse subgroepen onderzocht doormiddel van video en fotografie en beeldende kunst. “Ik ben geboren in Suriname en opgegroeid in Rotterdam-Noord. Hoewel ik trots ben op mijn Hindoestaans-Surinaamse achtergrond, voel ik mij ook verbonden met de witte arbeidersklasse. En juist dáár gaat deze expositie over: je hebt meer dan één identiteit, en je hoeft niet te kiezen. Mijn meervoudige culturele achtergrond gebruik ik als een manier om tot vernieuwend werk te komen. De naam Nafer kreeg ik van een vriend, Howard Komproe, als artiestennaam. Vervolgens zag ik in een magazine beelden van een basketballer in een woestijn. Op de achtergrond stonden grote billboards met de tekst Jesus loves you. Dat maakte zoveel indruk dat ik kaartjes ging uitdelen met daarop het pseudoniem NaferLovesYou gedrukt. Die liefdesboodschap werkte erg goed. In de jaren ’90 vormde ik met een aantal kunstenaars, onder andere Philip Powel van BIRD, een kunstcollectief. We waren op zoek naar een culturele identiteit en gebruikten onze Nederlandse en Surinaamse roots, P-funk, graffiti en hiphop als basis. Wij lieten ons niet tegenhouden door vooraf bepaalde kaders en mengden ook met andere sub-

groepen. We zochten nieuwe manieren om te experimenteren met verschillende kunstvormen en street art. Hierdoor maakten wij nieuwe dingen. Dat was écht avant garde. De tijden zijn veranderd. Jongeren van nu willen meteen shinen en zoveel mogelijk ‘volgers’ hebben. Maar om écht vernieuwende dingen te creëren, moet je het geluk hebben om de juiste mensen te ontmoeten, die je uitdagen.

“Wij mengden ook met andere subgroepen en experimenteerden met verschillende kunstvormen. Dat was écht avant garde” Op de Willem de Kooning Academie ben ik getraind om naar beelden te kijken en hun betekenis te analyseren. Als ik nu een beeld zie, denk ik meteen na over het effect dat het heeft op mensen. Beelden worden nu constant gereproduceerd. Dat is niet erg, zolang de werkelijkheid wordt weergege-


ven, maar dat is vaak niet het geval. Dat houdt stereotyperingen in stand. Bovendien betekent avant garde dat je de tijd vooruit bent. ‘Hip’ zijn de mensen die zelf iets creëren. Wat nu vaak als ‘hip’ wordt aangeduid vind ik onterecht. Daarnaast gaat het mij ook om de kwaliteit. Er moet worden nagedacht over hoe artisticiteit in kunst kan worden bevorderd. Om de kwaliteitsnormen te bepalen, moeten wij meer met elkaar in discussie gaan. Mijn werk heeft altijd gedraaid om interacties en street art. De Lijnbaan is daarom een belangrijke plek. Hier vonden vroeger dé interacties plaats. Samen met andere graffiti-jongeren kwam ik op verzamelplekken bijeen om kunst te maken. Op dit moment worden heel veel dingen street genoemd. Maar echte street, bestaat niet meer. Het is tijd voor nieuwe kunstvormen. Ik zie nu te vaak dat kunst wordt gekopieerd, zonder enige kennis van de geschiedenis. Dit project gaat over het cultiveren van de geschiedenis, die niet goed of valselijk is vastgelegd, en is opgebouwd uit twee verschillende exposities. De eerste expositie Adventures in the Microcosmos is gericht op popcultuur en belicht de ontstaans-

39

geschiedenis van subculturen in Rotterdam. Bijvoorbeeld, bubbling en gabber hebben in culturele en economische zin gigantisch veel impact gehad op de Nederlandse dancescene. Daarnaast is het mijn doel om groepen die onzichtbaar zijn, weer zichtbaar te maken. Denk bijvoorbeeld aan al die etnische groepen die hier al veertig jaar hun eigen danszalen, sound en infrastructuur hebben. Ik vind het onterecht om deze groepen af te serveren als inhoudelijk niet interessant. Dit is allemaal Rotterdamse geschiedenis en dát laten wij hier zien. De tweede expositie, Sarnami, gaat over de Nederlandse postkoloniale geschiedenis. Samen met de beeldende kunstenaar Jeroen Jongeleen heb ik een interactie gemaakt over Anil Ramdas. Hij was de belangrijkste donkere journalist die er tot nu toe is geweest. Deze man heeft veel voor de gemeenschap betekend, werd op handen gedragen maar besloot toch om een einde aan zijn leven te maken. Ik vind het interessant dat je dingen uit je geschiedenis meedraagt, waar je niet aan kunt ontsnappen. Ramdas wordt in dit geval gebruikt als metafoor. Zijn verhaal is het verhaal van Nederland op dit moment.” ■


Tekst Margot Smolenaars Beeld Studio ARI

Toegift De forte van n’COR in een notendop: breng jonge, ondernemende vernieuwers bij elkaar, stop er een hoop kennis in en laat ze dan los met een vrije opdracht. Met als resultaat vernieuwing, inspiratie, bijzondere ideeën en plannen.

41

Het lijkt op een vernissage, in De Garage, maar dat is het niet, als op 12 oktober 2015 een select gezelschap zich verzamelt in de kleine galerie aan de Goudsewagenstraat. Ashley Nijland, Mahasin Tanyaui, Thijs Barendse en Tjeerd Hendriks ogen ontspannen. Opgelucht zelfs, bekent Mahasin later, want: het zit er op, die brainstorm van een jaar. Terwijl ze met Leal van Herwaarden, die op een groot beeldscherm vanuit New York via Skype aanwezig is, vertellen wat de plannen zijn, loopt de voorbereiding van hun n’COR-project ten einde. Dat project is Rotterdam Canvas, en er ging bijna een jaar aan brainstormen, plannen en denken aan vooraf. Rotterdam Canvas is een kunstwedstrijd voor jonge Rotterdammers, tot 35 jaar, die zo de mogelijkheid krijgen hun werk in de publieke ruimte te exposeren. Dat is, zo lichten de vier toe, alleen weggelegd voor de Groten en Ouderen der Aarde in de kunstwereld. Terwijl er ook zoveel jong talent rondloopt.


BlingBling, het winnende ontwerp van Atelier ARI


n’COR Zonder stichting De Verre Bergen en diens programma n’COR hadden deze vijf jonge, culturele ondernemers elkaar waarschijnlijk ook wel ontmoet, ooit. En zonder n’COR hadden de beste jonge kunstenaars uiteindelijk ook wel een plek gekregen in de kunstwereld. Maar later, als ze allemaal hun eigen wiel hadden uitgevonden. Omdat n’COR deze ontmoeting op een cruciaal moment in hun ontwikkeling orkestreerde, konden ze die ontdekkingstocht samen ondernemen.

X-men De kickstart van die ontmoeting is ver van Rotterdam: in een heus Schloss in Salzburg. Vijf jonge mensen met een bijzonder, uniek talent worden meegenomen naar een prachtig, afgelegen kasteel waar ze omringd door nog meer jongeren met een bijzonder uniek talent, een week lang volgepompt worden met kennis en vaardigheden, door de beste professionals in hun vakgebied. Inderdaad, het lijkt wel de premisse van X-Men, minus de mutantenfactor. Stichting De Verre Bergen stuurt nu al twee jaar op rij vijf jonge culturele ondernemers naar Salzburg, als onderdeel van hun programma n’COR. ‘Salzburg’ is Salzburg Global Seminars, een organisatie die toekomstige leiders prikkelt om met innovatieve oplossingen voor wereldproblemen te komen. Dat idee werd vlak na de Tweede Wereldoorlog geboren, uit de behoefte om Europa niet alleen fysiek te herbouwen, maar ook mentaal. Een ‘Marshallplan of the mind’. Vanuit een soortgelijke wederopbouwgedachte heeft de Rotterdamse weldoenersstichting n’COR ontwikkeld. Zo hoopt De Verre Bergen een sterk Rotterdams netwerk te creëren van jonge ondernemers, die de

43

belofte in zich dragen de culturele sector blijvend naar een nieuw niveau te tillen.

Stevig netwerk smeden De eerste jaargang is bijna klaar. Zomer 2016 verrijst aan de wand van de Maassilo een gigantisch kunstwerk: BlingBling, van Studio ARI. Een enorme diamant, die hangend aan het ruwe industriële gebouw blikkert in het zonlicht en zo Rotterdam vanaf Zuid weerkaatst. BlingBling is het resultaat van Rotterdam Canvas, een kunstwedstrijd die de eerste vijf n’COR-deelnemers bedachten om kunstenaars onder de 35 jaar. 26 inzendingen kwamen daarop binnen. Voor de tweede jaargang zocht De Verre Bergen de samenwerking met Rotterdam viert de stad! De vijf deelnemers zijn niet per se aan elkaar gebonden, en mogen los van elkaar een evenement organiseren dat binnen de programmering van Rotterdam viert de stad! een plek krijgt. Daar zijn Rasheida Adrianus, Kenneth Asporaat, Sophie Bargmann, Sanne Donders en Immanuel Spoor op het moment van schrijven druk doende mee. Het resultaat van hun inspanningen is deze zomer overal in de stad te zien. Of het stichting De Verre Bergen zo lukt een stevig cultureel netwerk te smeden, is eigenlijk nog niet te zeggen: daar is het te vroeg voor. En sowieso, waar een wederopbouw in stenen makkelijk te volgen is, valt de renovatie van een culturele sector minder direct te meten. Maar de poëtischer verstaander ziet natuurlijk meteen een dwarsverband met het BlingBling-resultaat van de eerste lichting. Ruwe diamanten, dat zijn het. ■


Tekst Jelena Barisic Beelden Stacii Samidin

Woord kunst De wereld van spoken word is immens groot, zeker in de meest internationale stad van Nederland, want Rotterdam is het landelijke vlaggenschip. Hoe komt dat, en wat moet de Rotterdamse scene doen om spoken word-hoofdstad te blijven?

45


“Als iedereen zijn eten in real life zou delen, in plaats van in het digitale leven, dan had iedereen te vreten.” Een ogenblik is het stil in Kantine Walhalla, maar dan klinkt er instemmend geklap en gejoel uit de volle zaal. M., de jongen op het podium, wacht even tot het stil is en vervolgt dan zijn voordracht. Eerst ingetogen, dan weer fel, maar met precies de juiste dynamiek en cadans om zijn sterkste zinnen als een bom in te laten slaan. Zelfs iemand die er weinig verstand van heeft, moet het hebben opgemerkt: spoken word in Rotterdam is booming. Van de bibliotheek tot de Rotterdamse Schouwburg: elke week zijn er meerdere spoken word-evenementen in de stad te bezoeken. Het van oorsprong Dordtse Woorden Worden Zinnen is zes jaar na de eerste editie een van de bekendste. Maar ook kleinere evenementen als Spoken World winnen terrein. Voor een buitenstaander lijkt het misschien één pot nat, maar wie er wat dieper in duikt, ontdekt in Rotterdam een stuk of tien evenementen met elk een eigen identiteit, publiek en vibe. Zo is er het laagdrempelige open podium SpraakuhlooS, maar ook FLOW, een heus spoken word-gala. Paginagroots biedt vooral een podium aan nieuw talent, terwijl Late Night Poetry Jam van Ken Theater internationale namen binnenhengelt, op de bucket list van veel Nederlandse artiesten staat en inmiddels de grote zaal van Theater Zuidplein weet te vullen.

Vlieguren maken House of Poets is het tweede spoken word-concept van Ken Theater. Al dat

talent kon namelijk wel wat gezonde concurrentie gebruiken, vond Kenneth Asporaat, directeur van het productiehuis. “Juist omdat elk evenement een eigen aard heeft, zijn er allerlei clubjes in Rotterdam ontstaan. Dat is mooi, maar zorgt er tegelijkertijd voor dat sommige groepen elkaar maar weinig tegenkomen. House of Poets is echt een slam. Er is een geldprijs, maar dat is bijzaak. Het draait meer om de strijd om de beste te worden, vlieguren maken en positieve inspiratie opdoen.” Dat blijkt ook tijdens de finale van House of Poets. Over de prijs wordt nauwelijks gerept; niet alleen de jury, maar ook de presentator leggen voortdurend de nadruk op het talent en de woordkunst van de zes finalisten. Het publiek is opvallend jong, divers én enthousiast: er wordt gelachen om punchlines en goedkeurend met de vingers geknipt bij treffende woordspelingen. Als de eerste deelnemer, de uit Haarlem afkomstige Dutch Poetry, zijn tekst vergeet, krijgt hij na afloop toch een warm applaus.

Warm bad Dat tafereel is voor Mariana Hirschfeld herkenbaar. Hoewel ze nauwelijks anderhalf jaar geleden voor het eerst op het podium stond, heeft ze inmiddels vrijwel elk spoken word-evenement in Rotterdam al van haar verlanglijstje gestreept. “Ik ben in een warm bad terechtgekomen”, zegt ze. “De scene lijkt van buitenaf misschien wat ontoegankelijk, maar iedereen met een passie voor woordkunst wordt met open armen verwelkomd.” Al snel gold de 19-jarige als een van de nieuwe spoken word-beloftes in Rotterdam. “Dat heeft ook nadelen, want je kan binnen maanden


spoken word het gevoel krijgen dat je op de top van je kunnen bent. Een jaar geleden kon ik me niet voorstellen om op de line-up van Late Night Poetry Jam te staan, maar toen het eenmaal gebeurde, wende ik ook heel snel aan het idee. Natuurlijk is er nog zoveel meer mogelijk, maar ik moest wel even nieuwe doelen stellen.”

Boodschap Dat er nog genoeg kansen en uitdagingen binnen spoken word zijn, weet Y.M.P. Ook hij liep afgelopen drie jaar tientallen podia af, maar was naar eigen zeggen ook de eerste die het land door tourde met een volledige one man show, Veni Vidi Vici. Daarnaast is hij de bedenker van spoken word-gala FLOW en artistiek leider van Hindaalijk, een ‘familie’ van spoken word-artiesten, comedians en acteurs. “Spoken word is echt een uitlaatklep voor me geworden. Ik ben twee jaar gedetineerd geweest. Vlak nadat ik vrij kwam, kreeg ik te horen dat ik vader zou worden. Mijn zoon is nu mijn grootste motivatie om hier echt wat van te maken. Ik geloof dat mensen kunnen veranderen. Dat iedereen een tweede, derde of vierde kans van de maatschappij verdient. Dat draag ik uit in mijn woordkunst.”

“Iedereen verdient een tweede, derde of vierde kans van de maatschappij. Dat draag ik uit in mijn woordkunst” Y.M.P. is niet de enige in de scene met een boodschap. Sterker nog: probeer een

47

spoken word-artiest te vinden die het publiek níet aan het denken wil zetten, en je zult faliekant falen. Zo levert het thema ‘2016’ tijdens de finale van House of Poets zes totaal verschillende interpretaties op. Terwijl L-Deep een licht schijnt op zijn liefdesperikelen, bekritiseert Ivan Words de subjectiviteit van het journaal. Op één avond komen onderwerpen als vluchtelingen, respect, social media en onzekerheid voorbij. De enige vrouwelijke en Engelstalige finalist, Yakari Gabriel, maakt duidelijk hoe het onrecht in de wereld een kloppende pijn in haar borst veroorzaakt. “It is a pain that beats and pounds and beats and pounds - the pain has me full.” Het is spoken word op z’n indrukwekkendst: grote thema’s voelbaar en persoonlijk maken en persoonlijke onderwerpen universeel vertalen.

Open cultuur De belangstelling voor spoken word groeit ook landelijk. In de jaren negentig waren er al wat evenementen in de hoofdstad, maar inmiddels heeft de kunstvorm ook ver daarbuiten voet aan de grond gekregen. Misschien wel belangrijker: rappers als Typhoon, Fresku en Akwasi brengen spoken word regelmatig onder de aandacht in De Wereld Draait Door. “Als Matthijs van Nieuwkerk zegt er gecharmeerd door te zijn, blijft dat wel hangen bij het grote publiek”, zegt Kenneth. Toch lijkt er in Rotterdam net wat meer te spelen dan in de rest van het land. Niet voor niets vond de eerste editie van de breed uitgemeten SPOKEN Awards afgelopen najaar plaats in het Luxor Theater. “Het is in Rotterdam niet zo moeilijk om iets nieuws te starten”, verklaart Renee


Trijselaar, die niet alleen directeur van het platform SPOKEN is, maar als freelancer ook verschillende spoken word-artiesten en -organisatoren begeleidt. “Er is hier een hele open cultuur, je kunt als nieuwkomer vrij makkelijk een theater bellen voor een samenwerking. Ik kan me voorstellen dat dat in Amsterdam niet zo snel gaat.” “Rotterdam is de meest internationale stad van Nederland, en spoken word spreekt een heel divers publiek aan”, vult Kevin de Randamie aan. Hij richtte SPOKEN in 2008 op, waarin onder meer Joost Zwagerman, Howard Komproe én Jules Deelder hun woordkunsten vertoonden. Na tien jaar in Amsterdam verhuisde hij twee jaar geleden naar Rotterdam. “In Amsterdam is het belangrijk dat het establishment een concept goedkeurt. Daar draait het meer om de persoon achter een idee, hier is het idee zelf belangrijker.”

Grassroots Dat wil volgens Kevin niet zeggen dat er in Rotterdam geen steun van de gevestigde orde nodig is. “Voor elke editie van SPOKEN heb ik gebloed. Had ik steun gehad van een organisatie of fonds, dan was het makkelijker geweest. Alle grassroots-initiatieven die we nu in Rotterdam hebben zijn mooi, maar ik ben bang dat ze zonder steun van de gemeente en grotere instellingen niet duurzaam zijn. Maar steun zou dus wel betekenen dat de gevestigde orde - tegen een groot deel van haar eigen achterban in - van spoken word een prioriteit moet maken.” In dat licht is de formulering van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur opmerkelijk te noemen. In haar cultuur-

planadvies voor 2017-2020 schrijft ze: “Dat niet veel meer instellingen de weg naar een Cultuurplanaanvraag zoeken, betreurt de Raad, vooral omdat er voldoende nieuwe, interessante initiatieven zijn in de stad, zoals op het gebied van spoken word in de letterensector. Zij zien het huidige Cultuurplansysteem kennelijk niet als het juiste ondersteuningsinstrument. De Raad vreest dat sommige interessante initiatieven daarmee niet de stap kunnen zetten naar verdere professionalisering.”

“Voor elke editie van SPOKEN heb ik gebloed. Had ik steun gehad van een organisatie of fonds, dan was het makkelijker geweest” Eigen schuld, dikke bult? Hadden de spoken word-organisaties maar een aanvraag moeten doen? Zo simpel ligt het niet, vindt Renee: “Op dit moment is de spoken word-scene heel versnipperd, het zijn allemaal piepkleine organisaties. Los van elkaar een aanvraag indienen, is bij voorbaat kansloos. Wat de Raad het liefste ziet, is dat er een groot plan voor vier jaar wordt ingediend, dat de hele keten bedient, van de onder- tot de bovenkant. Maar dat past helemaal niet bij het punt waarop de scene nu zit.” Wat de Raad in ieder geval goed ziet, vindt Renee, is dat spoken word steun verdient. “Dat is positief. Maar na de constatering ‘jammer dat ze niet aanhaken’ zou de vraag moeten volgen: waarom krijgen we geen subsidieaanvragen uit die hoek? Is


spoken word onze structuur wel de juiste voor deze hoek van de sector?”

Nieuwe generatie gangmakers Als de gevestigde orde aanhaakt, hebben de grote culturele organisaties daar volgens Renee ook baat bij. “Ik hoop dat de grote instellingen inzien dat de nieuwe generatie culturele gangmakers goed bezig zijn. Als ze daar niks mee doen, passeren we ze. En dat zou zonde zijn, want juist zij kunnen onze jonge doelgroep goed gebruiken.” Daar kan Kenneth zich ook in vinden, maar merkt op: “Je ziet dat grote theaters steeds meer inzien dat ze diversiteit nodig hebben. Helaas leidt dat er vaak toe dat zij kleine clubs binnenhalen die niet perse voor kwaliteit staan, maar enkel een ander publiek trekken.” Renee: “Dat maakt elke kleinere organisatie die iets met jongerencultuur of urban doet mee. Dan maakt een groot theatergezelschap een voorstelling en krijgt het HipHopHuis bijvoorbeeld achteraf de vraag: dit is misschien ook wel wat voor jullie publiek, zouden jullie het kunnen promoten via jullie eigen kanalen? Dat werkt niet, jongeren zijn niet gek.”

“Theater Zuidplein laat talenten vanaf het begin zelf meebeslissen als expert, niet pas achteraf als klant” Hoe moet het dan wel? Renee: “Theater Zuidplein doet het goed, die haalt talenten binnen en geeft hen de vrijheid om vanaf het begin zelf mee te beslissen als expert, niet pas achteraf als ‘klant’. Dát is echte

51

samenwerking.” Dat beaamt ook Kenneth: “Theater Zuidplein, maar ook Walhalla hebben vanaf het begin oprechte interesse getoond in onze evenementen. Zij vertrouwden ons en durfden te investeren. Dat betaalt zich nu uit: ons publiek groeit en onze evenementen verkopen vaak uit.”

Rotterdams cliché Vooralsnog zijn er maar weinig Rotterdamse artiesten die hun brood verdienen met spoken word. Mariana: “Ik verdien weleens wat aan een optreden, maar ik sta ook veel vrijwillig op het podium. Uiteindelijk doe je het toch uit liefde.” Met het platform SPOKEN (spoken.fm) hopen Renee en Kevin komend jaar niet alleen de zichtbaarheid van artiesten te vergroten, maar ook commerciële kansen te scheppen. Kevin: “Op de website moet je in één oogopslag kunnen zien wie een spoken word-artiest is en uit welk nest hij of zij komt. Op den duur willen we een internationaal platform uitrollen, een wereldwijde verbinder worden.” Ondertussen zegt Y.M.P. al anderhalf jaar te kunnen leven van het vak. “Ik heb niet zoveel nodig om rond te komen. En zelfs dan is het een kwestie van mouwen opstropen en keihard werken.” Een cliché misschien, maar wel een van het Rotterdamse soort. En bovendien ook het enige juiste antwoord, volgens Kenneth. “Commerciële kansen liggen niet voor het oprapen, je moet ze zelf creëren. Kijk naar artiesten als Derek Otte en Justin Samgar, die nu regelmatig voor grote bedrijven werken. Met wat doorzettingskracht is het echt wel mogelijk.”


spoken word En wat kan Rotterdam doen om al dat talent te behouden en de spoken word-hoofdstad van het land te blijven? Y.M.P.: “Meer samenwerking tussen de verschillende spoken word-families zou nieuwe deuren openen. Nu zijn er te veel eilandjes en zitten onze ego’s ons nog in de weg. Als we één groot Rotterdams vlaggenschip kunnen vormen, is dat goed voor spoken word én de stad.” Kenneth vult aan: “Ik denk dat het mensen zal verbazen hoe groot spoken word nog zal worden als we eenmaal erkend worden door fondsen en grote instellingen. En als wij dan over tien of twintig jaar zelf de gevestigde orde zijn, hoop ik dat wij het stokje door durven te geven aan een nieuwe generatie.” ■

“Commerciële kansen liggen niet voor het oprapen, je moet ze zelf creëren”

Van Def Poetry Jam naar Beyoncé Aan de andere kant van de oceaan is spoken word stukken bekender bij het grote publiek. Dat is met name te danken aan hiphopbobo Russell Simmons, maker van Def Poetry Jam, dat tussen 2002 en 2007 op HBO te zien was. Naast bekende spoken word-artiesten als Beau Sia en Staceyann, droegen ook muzikanten als Lauren Hill, George Clinton en Kanye West eigen werk voor in het tv-programma. Ook in de VS was er afgelopen jaren echter nog terrein te winnen. Zo wisten spoken word-artiesten een groter publiek aan zich te binden via social media. De dichtkunst van de Londense Warsan Shire bereikte bovendien een miljoenenpubliek, toen Beyoncé fragmenten ervan gebruikte in de film bij haar nieuwe plaat Lemonade.

52


spoken word

Spoken wat? Is het een poëzievoordracht? Of toch rappen zonder beat? Spoken wordt regelmatig onder zowel poëzie als hiphop geschaard. Niet helemaal terecht, volgens degenen die er middenin staan. SPOKEN-oprichter Kevin de Randamie: “Terwijl poetry slams voortkomen uit de Angelsaksische traditie, heeft spoken word AfroAmerikaanse wortels. Het verschil? Meer ritme, meer dynamiek, meer soul. In spoken word zit heel veel emotie en expressie, terwijl het zowel heel persoonlijk als maatschappelijk kan zijn.” Volgens Y.M.P. is het ook heel anders dan rappen. “In spoken word is het vooral belangrijk dat je het publiek vervoert, je ongezouten mening laat horen of juist een emotie overbrengt. Woordspelingen, rijm, punchlines: dat is van minder belang.” Daar weet Mariana Hirschfeld alles van: “De eerste paar keren dat ik op het podium stond, kwam iemand me achteraf vertellen welke rijmschema’s ik had gebruikt. Ik had geen idee!”

55


interview Tekst Margot Smolenaars Beelden Fleur Beerthuis

Thijs Barendse “Het is mijn taak om het ventiel open te houden�

57


Programmamaker Thijs Barendse vindt dat Rotterdam best iets meer ‘dubbel D’ kan gebruiken: denkvermogen en dwarsheid. “Een plek waar op hoog niveau gedebatteerd wordt, hoort ook bij een volwassen stad.” “In deze tijd is de behoefte aan duiding groter dan ooit, en die overstijgt generaties en disciplines. Met De Dépendance in de Hofpoort proberen we aan die behoefte tegemoet te komen, door te laten zien dat de dingen die hier gebeuren, niet in een vacuüm plaatsvinden. Segregatie, tweedeling, dat zijn thema’s waar niet alleen Rotterdam mee te maken krijgt. Dat is de reden dat we in De Dépendance internationale sprekers boeken. En ja, die avonden hebben soms een hoog abstractieniveau. Ze zijn theoretisch en conceptueel. We bekijken grote vraagstukken van een grote afstand. Ook dat hoort bij een volwassen stad: een plek waar op hoog niveau, letterlijk en figuurlijk, nagedacht en gedebatteerd wordt, verlost van casuïstiek. Dat we daar zoveel succes mee hebben, is geweldig. Iedere avond is tot nu toe uitverkocht.

van de bevolking aan. En of het nou een Werner Herzog-marathon in WORM is, een debat over de toekomst van het Schieblock in BAR of een 24-uurs festival in de Hofpoort: Rotterdam draait voor mij om het creëren van dat soort momenten. Momenten die vragen oproepen, ontregelen en provoceren, maar ook richting geven en inspireren. Die je verder laten kijken dan de waan van de dag en aanzetten om door te denken en dwars te zijn. Van een beetje beter nadenken en uit de comfort zone komen, is nog nooit iemand slechter geworden. Dat is belangrijker voor de stad dan nog een cappuccinobar.

Deze stad heeft cultureel programma nodig. Een Rotterdamse Schouwburg met een fantastische theaterprogrammering zorgt ervoor dat meer mensen naar buiten komen, dat het levendiger wordt op straat. Een spraakmakende expo in Witte de With of het Boijmans trekt bezoekers van over de hele wereld. Een groot festival als Rotterdam Unlimited spreekt alle lagen

“Vaak gaat het in Rotterdam in de stenen zitten, maar ik ben eigenlijk wel klaar met alle propaganda. Ja, Rotterdam heeft mooie hoge gebouwen en brede wegen. Ja, Rotterdam is dynamisch en biedt veel mogelijkheden, maar vergeet ook de keerzijde niet. In sommige wijken heeft 40 procent van de Rotterdammers geen werk. Die mensen zijn arm, en zien of krijgen de

“Wat er in Rotterdam gebeurt, bevindt zich niet in een vacuüm”


kansen niet. Ook hen moet je erbij houden, door ze perspectieven te bieden en ze niet per definitie als problematisch te beschouwen. Tijdens de debatten in de bibliotheek komen juist die mensen opdraven. Ze komen binnen met de boodschappentas in hun hand en lopen vervolgens helemaal leeg tegen de verantwoordelijke wethouder of ambtenaar. Dat is best heftig af en toe, dat persoonlijk leed doet zeker wat met me. Het laat me inzien dat beleid soms ook kansen ontneemt, zodat het eigenlijk het tegenovergestelde doet van wat het beoogt. Neem de werklozen, die in bussen naar de kassen in het Westland worden gereden om daar werk te vinden. Dat gaat niet goed, tuinder teleurgesteld, waardoor de mensen die in de bijstand zitten en wél daar seizoenswerk

59

willen doen, geen kans meer krijgen. Vind je het gek dat ze zich vervolgens afkeren van wat er allemaal gebeurt op het stadhuis en in de stad? Ze interesseren zich er niet meer voor. Tegelijkertijd snappen ze dondersgoed hoe en waarom ze van het kastje naar de muur worden gestuurd. Tijdens zo’n debat sta ik vooral goed te luisteren om te zorgen dat het ventiel open blijft staan. Je zíet ze echt opgelucht raken. Ze gaan er anders weg dan ze binnen kwamen. Rotterdam kan meer plekken gebruiken waar verschillende bloedgroepen van de stad elkaar ontmoeten. Waar ze de kwesties en dilemma’s die grootstedelijk leven met zich meebrengt bespreken. Waar betrokkenheid ontstaat, kritiek de ruimte krijgt en netwerken gekoppeld worden aan ideeën.” ■


gouden tip

“Denk groot! Niet in hokjes. Daar is nog ruimte voor in Rotterdam.” Sabrina Starke

61


fotoreportage

Het overal In een tijd waarin iedereen een camera binnen handbereik heeft en alle memorabele momenten meteen in een beeld bevroren worden, vragen fotograaf Darryll Atema en architect Robbert Guis zich af wat het nog waard is om vastgelegd te worden. Hun antwoord daarop is de fotoserie op smartphoneformaat Het Overal, een zoektocht naar de ongekende schoonheid die ons omringt. Soms tijdelijk, vaak permanent. Want schoonheid is een kwestie van kijken.

62


65


67


interview Tekst Margot Smolenaars Beelden Fleur Beerthuis

Rasheida Adrianus “Succes komt omdat je na het vallen opstaat�

71


Dankzij haar talkshow Girls ’n Cocktails wordt ze inmiddels de Rotterdamse Oprah genoemd. Als het aan Rasheida Adrianus ligt, gaat ze dat helemaal waarmaken. “Als ik iets wil, ga ik het doen.”

“De aflevering over seks vind ik het leukst. Dat de presentatrices na de introductie meteen maar het hete hangijzer benoemen: ‘Dus, hoe zit het met jouw orgasmes?’ Dat vind ik mooi. Het hoort normaal te zijn om over seks te praten, maar in de Caribische cultuur is het nog taboe. Dat geldt ook voor religie. Ieder zijn ding hoor, maar ik ben er niet zo van. Geloof kan een rem op je ontwikkeling zijn. Alsof God alles goed maakt. Daar moet je niet op vertrouwen, vind ik, dat iemand anders het allemaal wel regelt. Het heeft me vier jaar gekost om Girls ’n Cocktails te maken. Het eerste jaar was ik niet tevreden met de opnames: het zag er goed uit, maar het ging nergens over. Mijn verantwoordelijkheid. Omdat ik alles uit eigen zak betaal, moest ik eerst zo’n 8.000 euro sparen voor een volgende serie. Van die opnames bleek het geluid niet goed. Echt een domme fout, ook mijn verantwoordelijkheid. Het jaar erop had de cameraman per ongeluk driekwart van de opnames gedeleted. Gelukkig kon een andere cameraman uit het restmateriaal genoeg redden om een pitch te kunnen doen bij Tempo Networks in de Verenigde Staten.

Fouten triggeren mij. Ik word er innovatief van, en ga in oplossingen denken. Ik geloof ook echt dat succes komt omdat je na het vallen opstaat en je teleurstellingen verwerkt. Goede tv is niet kleurgebonden. Zwart is niet erg, of eng. In het argument dat Hilversum altijd gebruikt – ‘zwart verkoopt niet’ – geloof ik niet. Want dat zou betekenen dat vrouwen als ik structureel geen plek hebben op de Nederlandse tv. Bovendien: in deze tijd zijn we niet meer afhankelijk van de traditionele weg, van de omroepen die alleen maar denken in bereik, kijkcijfers en doelgroepen. Er zijn nu zoveel méér mogelijkheden. Girls ’n Cocktails is nu in 25 landen op tv te zien, waaronder de Verenigde Staten en het Caribisch gebied. Daar ben ik trots op. Er zijn nog zoveel verhalen te vertellen. Als het over zwarte vrouwen gaat, ben ik beter in staat hun verhaal over te brengen dan een witte vrouw die op basis van onderzoek een programma maakt. Als ik iets wil, ga ik het doen. Aan de slag. Dat ik zo snel in actie kom, is mijn kracht en mijn


zwakte. Maar ik kan het niet helpen. Ik krijg een idee, en daar moet ik iets mee. Ik kan het ook niet loslaten tot het gerealiseerd is.

“Kleur was vroeger niet zo’n groot thema als het nu is” Ik ben opgegroeid in een hecht gezin. We woonden met zijn vijven in Feijenoord. Mijn ouders werkten allebei. We brachten de weekenden vaak door in het museum en de vakanties in een tent in Zuid-Frankrijk. In mijn klas, ik zat op het Maarten Luther, zat een meisje dat altijd hoge cijfers haalde. Thuis maakte ik daar achteloos een opmerking over: ‘Nederlandse meisjes zijn slimmer dan Surinaamse.’ Dat

73

leverde me een hele lange preek op van mijn moeder. Gelukkig kon ik dat uitspreken thuis, anders had ik die gedachte misschien heel lang bij me gehouden en had die vast aan invloed gewonnen. Toch denk ik dat kleur vroeger niet zo’n groot thema was als het nu is. Mijn zoon van 12 jaar gaat naar het Wolfert, een tweetalige opleiding. Toen we samen gingen kijken tijdens de open dag, zei hij: ‘Mama, er zitten alleen maar blanke kinderen.’ Dat vond hij best spannend. Deze school vraagt net iets méér van zijn leerlingen. Dat kinderen al jong leren boven zichzelf uit te stijgen, vind ik belangrijk. Om een parallel naar Rotterdam te trekken: deze stad doet dat ook. Er zijn mogelijkheden, maar die moet je zelf grijpen.” ■


Tekst Eeva Liukku en Pauwke Berkers Beelden Rotterdam Festivals

Kleur bekennen De Raad voor Cultuur oordeelde recent snoeihard over de gebrekkige aandacht voor culturele diversiteit bij de betreffende gesubsidieerde instellingen. En ook de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur was niet mals door te stellen dat de sector niet echt verantwoordelijkheid neemt bij het bedienen van zoveel mogelijk Rotterdammers, en niet alleen de witte. Toch staat publieksbereik in Rotterdam hoog op de agenda. Hoe verhoudt de gesubsidieerde cultuursector zich eigenlijk tot haar veelkleurige bevolking? En wordt het niet eens tijd voor een dwingende code?

75


De bekendste cultuurstraat van Rotterdam, de Witte de Withstraat, kreeg in een onderzoek naar de stadsbeleving van Rotterdammers ter gelegenheid van 75 jaar wederopbouw geheel volgens traditie een bijtende bijnaam: de Witter dan Witstraat. Deze uitspraak kwam niet uit de lucht vallen; meer deelnemers uit het onderzoek zeggen te ervaren dat Rotterdammers niet alleen geografisch, maar ook sociaal en cultureel gezien steeds meer in gescheiden werelden leven. En dat in een stad waar inmiddels 50 procent van de bevolking in de statistische categorie ‘allochtoon’ valt. Zou cultuur niet bij uitstek de plek voor ontmoeting moeten zijn tussen bevolkingsgroepen? Ieder mens doet immers aan cultuur. Hoe divers is de Rotterdamse cultuursector nu echt in vergelijking met de bevolkingssamenstelling? En wat bedoelen we precies met diversiteit in kunst en cultuur? Als we de recent gepubliceerde Sectoranalyse 2015 van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) erop naslaan, lezen we dat diversiteit zowel betrekking kan hebben op het bereiken van “een zo divers mogelijk deel van de Rotterdamse bevolking” als “een zo divers mogelijk aanbod” aan kunst en cultuur, zo meldt het rapport in een geheel aan diversiteit gewijde sectie. Tijd om dat eens goed uit te diepen.

Witheid regeert Ten eerste kan diversiteit slaan op de gevarieerdheid van het publiek: de verschillen in culturele en sociaal-economische achtergronden, leeftijden, smaken, gewoontes en interesses. Deze, niet eens volledige opsomming uit de Sectoranalyse 2015 laat meteen zien dat diversiteit een grote vergaarbak aan verschillen behelst,

die ook nog eens moeilijk uit elkaar te trekken zijn. Om onze vraag te beantwoorden richten we ons echter op etnische diversiteit waarbij we het – toegegeven, simplistische – onderscheid maken tussen Rotterdammers met een westerse en een niet-westerse achtergrond, die ook door de gemeente gehanteerd wordt. Als we de cultuurparticipatie van Rotterdammers onder de loep nemen, kunnen we onomwonden stellen dat deze weinig divers is, afhankelijk van de vormen van kunst en cultuur die je onder de loep legt. Rotterdammers van westerse komaf bezoeken vaker ‘culturele voorstellingen’ (klassieke concerten, popconcerten, theater), vaker festivals (met uitzondering – tadáá – van Dunya en het Zomercarnaval) en veel, veel vaker ‘erfgoed’ (musea, galeries, bezienswaardige gebouwen). Onderzoek van Rotterdam Festivals bevestigt dit beeld: de stad heeft aanbod voor alle Rotterdammers, maar sommige groepen worden veel beter bediend dan andere. Rotterdam Festivals maakt gebruikt van een doelgroepenmodel op basis van verschillende factoren zoals leefstijl, leeftijd, opleidingsniveau, economische positie en cultuurconsumptie. De groep ‘kleurrijke knokkers’ bestaat voornamelijk uit relatief jonge mensen met een andere culturele achtergrond. Maar ook de ‘digitale kijkers’ en ‘stadse alleseters’ zijn cultureel en etnisch gemengde doelgroepen. Uit het onderzoek blijkt dat er een overaanbod is voor ‘stadse alleseters’ en ‘elitaire cultuurminnaars’ (grotendeels wit), terwijl de grootste groepen in de stad, ‘kleurrijke knokkers’ en ‘modale cultuurmijders’ onderbediend worden. Ook de ‘digitale kijkers’ komen weinig aan hun


onderzoek

“De stad heeft aanbod voor alle Rotterdammers, maar sommige groepen worden veel beter bediend dan andere. We kunnen concluderen dat van een superdivers publiek in een stad met big minorities waarin geen enkele groep de overhand heeft, geen sprake is� 77


Buitenring:

Verschil totale publieksbereik cultuur t.o.v. aanwezig in Rotterdam

Aanwezig in Rotterdam

Stadse Alleseters

18%

Binnenring:

Elitaire Cultuurminaars

06%

Totale publieksbereik cultuur

Klassieke Kunstliefhebbers

00%

Actieve Families

-01%

Randstedelijke Gemakzoekers

-01%

Digitale Kijkers

-03%

Kleurrijke Knokkers

-06%

Modale Cultuurmijders

-12%


onderzoek trekken. Al met al is er minder deelname aan cultuur door Rotterdammers met een andere etnische achtergrond. Terecht merkt de RRKC op dat deze participatiecijfers schuren met de etnisch diverse samenstelling van de Rotterdamse bevolking, met name omdat naar musea verhoudingsgewijs het meeste subsidiegeld gaat. Daarbij verschilt Rotterdam nauwelijks van het gemiddelde beeld in Nederland, zoals dat naar voren komt uit landelijke rapporten, die overigens geschreven worden door keurige witte mannen als Jos, Andries en Paul. Ook blijven de verschillen tussen westerse en nietwesterse Rotterdammers opvallend constant gedurende de laatste tien jaar. De enige categorie – naast het bibliotheekbezoek – waar niet-westerse Rotterdammers (‘kleurrijke knokkers’) beter vertegenwoordigd zijn is het bezoek aan locale cultuurcentra (LCCs), die in het Rotterdamse Cultuurplan 2013-2016 geen enkele keer genoemd worden. Daarnaast hebben festivals over het algemeen een wat betere spreiding over alle doelgroepen dan musea en podia. We kunnen concluderen dat van een superdivers publiek in een stad met big minorities waarin geen enkele groep de overhand heeft, geen sprake is. Witheid regeert veelal in kunst en cultuur.

Kunstenaarspopulatie Participatie en publieksbereik hangen nauw samen met de diversiteit in het aanbod, het soort evenement en bijzondere locaties dus, of verschillende artistieke genres. Over etnische diversiteit of culturele oriëntatie in aanbod wordt in de sectoranalyse nauwelijks gerept. Hoewel

79

verwijzingen naar buurtinitiatieven en -projecten soms eufemismen lijken te zijn voor etnische diversiteit. De vraag hoe divers het aanbod in de Rotterdamse kunst en cultuur is, is moeilijk te beantwoorden, aangezien er weinig systematische gegevens over zijn verzameld. Landelijk behoort 6 procent van de totale kunstenaarspopulatie tot de niet-westerse allochtonen, wat lager is dan bij beroepsgroepen die een vergelijkbaar opleidingsniveau ‘vereisen’.

“Het is tijd om te erkennen dat een overgroot deel van het Rotterdamse culturele anbod op de westerse culturele traditie gebaseerd is, en dat deze cultuur niet voor iedereen interessant is” Binnen de beeldende en ontwerpende beroepen ligt het percentage iets lager, terwijl het wat hoger ligt in de categorie schrijvers, vertalers en overige kunstenaarsberoepen. Opvallend is dat westerse allochtonen juist oververtegenwoordigd zijn – in vergelijking met hun aandeel in de bevolking – onder kunstenaars. Wel zien we een landelijke toename in het percentage niet-westerse allochtonen dat een creatieve hbo-opleiding afrond, van 3 procent in 1993 naar 9 procent in 2006; dit laatste percentage ligt iets hoger op het mbo. In Rotterdam zijn er weinig cijfers over kunstenaars aanwezig. Het CBK houdt geen statistieken bij over de etnische


onderzoek achtergrond en vermeldt de geboorteplaats van de beeldend kunstenaars niet in hun databank. Anton Hoeksema (CBK, Art Office): “Het is een keer voorgekomen dat in een persbericht de culturele achtergrond van een kunstenaar werd gebruikt. Die heeft zich vervolgens bij ons uitgeschreven. Voorzichtigheid met dit onderwerp is gepast.”

Herijken De vraag is ook of diversiteit in aanbod wel enkel te vangen is door alleen naar de achtergrond van individuele kunstenaars te kijken. Marianne van de Velde, directeur van Music Matters, vindt bijvoorbeeld dat er scherper naar het aanbod moet worden gekeken. Ze schreef juni vorig jaar in een opinie op Vers Beton: “Een ander publiek bereiken is niet simpelweg een kwestie van betere marketing: het is een kwestie van aanbod, van smaak. Het is tijd om te erkennen dat een overgroot deel van het Rotterdamse culturele aanbod gebaseerd is op de westerse culturele traditie, zowel de meer traditionele kunst als de populaire vormen, en dat deze cultuur niet voor iedereen interessant is.”

“Het is tijd om keuzes te maken. Dat begint bij het herijken van de vraag wat kunst is en wat cultuur” Dat is tot op zekere hoogte niet erg, mits het beleid en dus ook de geldstromen meeveranderen met een verkleurende samenleving. Maar dat gebeurt niet, zegt Guus Dutrieux, organisator van Rotterdam Unlimited. “Omdat de grote gevestigde,

81

westers georiënteerde instellingen evenveel geld blijven krijgen, gaat er dus per saldo steeds meer subsidiegeld naar westerse Rotterdammers. Het is tijd om keuzes te maken. Dat begint bij het herijken van de vraag wat kunst is en wat cultuur.” Daarbij vindt Dutrieux het belangrijk dat de grenzen vervagen. “Dus niet alleen Marokkaanse of Kaapverdiaanse avonden organiseren, maar crossovers maken, die breder georiënteerd zijn.” Staatssecretaris Van der Ploeg zei in 1999 al dat: “het (…) niemand kan ontgaan dat de gesubsidieerde cultuur, ondanks veel goede bedoelingen, nog steeds – en steeds meer – de trekken vertoont van een monocultuur.” Hoewel dit anno 2016 nog steeds actueel lijkt te zijn, heeft de jeugd de toekomst. En voor hen is diversiteit vanzelfsprekend. Marianne van de Velde ziet jonge, nieuwe initiatieven in de stad opkomen: “Mij fascineert vooral de nieuwe generatie makers en organisatoren in Rotterdam zoals Ken Theater, On Track Agency en de talloze spoken word-initiatieven die een sterke connectie hebben met hun generatie kunstenaars en hun achterban. Zoveel moeite als gevestigde instellingen vaak moeten doen om een jong en divers publiek binnen te krijgen en nieuwe makers een plek te geven in hun programmering, zo vanzelfsprekend is het voor deze jonge clubs.”

De machine erachter Als je het beleidsrapporten analyseert, is diversiteit zeker voor beleidsmakers belangrijk. Het is daarom ironisch dat zelfs de cultuurplanadviescommissies, die het cultuurbeleid mede vormgeven, weinig divers zijn. Een quick and dirty analyse laat zien dat in 2009-2012 9 procent van de


commissieleden van niet-westerse komaf was; in 2013-2016 was dit 10 procent. Ter vergelijking nogmaals: niet-westerse Rotterdammers vormen ongeveer 35 procent van de Rotterdamse bevolking. Een andere belangrijke groep die in deze discussie een rol speelt, zijn de medewerkers van de culturele instellingen. En dan met name de ‘gatekeepers’: curatoren en programmeurs die het aanbod samenstellen. Rotterdam kent enkele goede voorbeelden. Cynthia Dekker: “Je ziet dat Zuidplein Theater maatwerk levert voor moeilijk te bereiken publieksgroepen, door nauw samen te werken met en voor wie ze programmeren.” Ook is de Raad voor Cultuur positief over Theater Maas: “De raad vindt het zeer positief dat bij Maas culturele diversiteit in de zaal én op het podium een vanzelfsprekendheid is. Het gezelschap stelt in dit opzicht een voorbeeld.”

Dat is nog niet overal het geval. Rajae El Mouhandiz is creatief producent en maker en komt veel over de vloer bij culturele instellingen: “Ik merk dat ze diversiteit vaak niet als hoogwaardige cultuur zien. Codarts bijvoorbeeld heeft niet eens een afdeling Mahgreb! Wil je divers publiek binnenhalen, dan zul je de deuren open moeten doen en ze serieus nemen.” Volgens Renée Trijselaar, interim artistiek leider van Lab-Z bij Theater Zuidplein, zijn de medewerkers de allerbelangrijkste laag: “Diversiteitsbeleid houdt te vaak op bij stagiairs en barpersoneel. Maar het gaat om de directeuren, makers, docenten, programmeurs, de hele machine erachter, die het aanbod maakt. Ik zie in Rotterdam op dat vlak heel veel goede bedoelingen, maar bijna niemand die écht bereid is een stap opzij te zetten om plek te maken voor nieuw talent dat het diverse publiek kan binnenhalen.”

Een wereld te winnen In september 2015 verscheen het onderzoek Wat wil het publiek? Deze publicatie van Rotterdam Festivals maakt inzichtelijk welke publieksgroepen bovenmatig, gemiddeld of ondergemiddeld door ruim veertig culturele instellingen bereikt worden. Het publiek wordt ingedeeld in drie hoofdgroepen; heavy, medium en light users. Voor de eerste groep is cultuur vanzelfsprekend, voor de tweede optioneel is en voor de derde groep ongebruikelijk. Uit het onderzoek blijkt dat het grootste deel van de Rotterdamse bevolking valt onder de categorie light users. Het publiek dat al bekend is met kunst en cultuur, de heavy users, worden vanzelfsprekend al voldoende bediend door de culturele instellingen. Voor de Rotterdamse culturele sector, zo redeneert de Raad, is het de grootste opgave om juist die groepen te bereiken voor wie cultureel aanbod in mindere mate vanzelfsprekend is; daar valt een wereld te winnen. Rotterdam Festivals onderscheidt in de categorie light users verschillende publiekssegmenten en noemt deze kleurrijke knokkers, digitale kijkers en modale cultuurmijders.


83


Wat het publiek wil Intense totaalbeleving Het publiek van nu is op zoek naar een intense totaalbeleving. Culturele instellingen proberen te voldoen aan die wens: locatievoorstellingen, storytelling, randprogramma’s, food en een drankje‌ de festivaliseringstrend zet door.

Interactie Daarnaast vergemakkelijkt internet de interactie met het publiek en wordt door de rol van de consument ook groter door de digitale technologie. Slechts 4 procent van jongeren in de leeftijd tussen 13 en 19 jaar heeft geen smartphone. De huidige generatie denkt visueel en gebruikt beelden als belangrijkste bron van informatie. Iedereen kan zijn beelden delen met de wereld. De beschikbaarheid van culturele content is voor de cultuurconsument van nu belangrijker dan het bezit ervan: Spotify en Netflix brengen gemak en dat leidt ertoe dat de consument bereid is afscheid te nemen van de cd, dvd en usbsticks.

Omnivoor Het cultuurpubliek kiest een divers aanbod dat bij hen past. De ouderen van nu groeiden op in een periode waar de gecanoniseerde kunst en cultuur werd gezien als iets wat beschaafd was. De populaire cultuur stond daar tegenover. Bij de generatie van nu zijn de grenzen tussen hoge en lage cultuur vervaagd. Veel mensen behoren tot het type van de culturele omnivoor. Individuele keuzevrijheid tussen hoge en lage cultuur op het moment waarop jij dat wenst. Kunst en cultuur wordt gebruikt om je eigen identiteit te vormen en uit te dragen.

Veelvraten Veel mensen in de leeftijd tussen 2 en 50 jaar vertonen een dergelijk vluchtig vrijetijdspatroon. Zij willen zich steeds minder vastleggen en kiezen voor flexibiliteit. Voor hen staat de culturele diversiteit niet per se centraal, maar vooral de veelheid aan ondernomen activiteiten. Deze groep culturele omnivoren heeft zich ontwikkeld tot de veelvretende cultuurconsument. Het kan lastig zijn om door de veelheid van aanbod en informatie je weg te vinden. Overaanbod zorgt voor keuzestress. Daarom vertrouwen steeds mee mensen op peer reviewers in de sociale omgeving of online.

85


onderzoek Echter, van de politiek hoeven we voorlopig weinig te verwachten, aldus de Sectoranalyse 2015 waarin het Rotterdamse cultuurbeleid als weinig visionair bestempeld wordt. Ten eerste zou de cultuursector wat reflexiever mogen zijn op hun eigen aandeel in het gebrek aan etnische diversiteit. Een betere wereld begint bij jezelf, heette dat vroeger. Het valt echter te betwijfelen of dergelijke vrijblijvendheid zoden aan de Hollandse dijk zet. De sector heeft zelf geformuleerd dat ze een collectieve verantwoordelijkheid heeft om zich op diversiteit te richten. Op enkele positieve uitzonderingen na is dat echter nog steeds niet van de grond gekomen. Ook de RRKC concludeert op basis van de aanvragen voor de cultuurplanperiode 2017-2020 dat de sector niet echt verantwoordelijkheid neemt het bedienen van zo breed mogelijke doelgroepen binnen de Rotterdamse bevolking. Wellicht moet het spook van voormalig staatssecretaris van cultuur Van der Ploeg maar weer eens door de cultuursector gaan waren. Hij wilde ruim baan maken voor etnische diversiteit door culturele instellingen (verplicht) een sectie over diversiteit in hun subsidie-aanvragen te laten opnemen en door prestatie-afspraken te maken. Onderzoek naar zijn Actieplan Cultuurbereik suggereert dat dergelijke – meer dwingende – maatregelen kunnen leiden tot meer etnische diversiteit. Hierbij dient wel rekening te worden gehouden met de kapitaalkracht van de betreffende instelling.

Bindende afspraken Een middel hiervoor zou de Code Culturele Diversiteit kunnen zijn, die onlangs vanuit de sector nieuw leven is ingeblazen. Ook

87

de RRKC stuurt hierop aan in het cultuurplanadvies: “De Code biedt handreikingen om culturele diversiteit structureel in organisaties en programma te verankeren. De Raad vindt dat culturele instellingen die structureel door de gemeente Rotterdam worden gefinancierd, zich daartoe verplicht moeten voelen.” Rajae El Mouhandiz is niet voor het opleggen van verplichte quota of bindende afspraken: “Je moet diversiteit niet als een probleem benaderen. Ik wil ook niet gezien worden als welzijnswerk. Gedragsverandering zal komen als de cultuursector inziet dat vandaag investeren in divers talent van eigen bodem op de lange termijn simpelweg geld op levert. Het heeft economische potentie!” Dutrieux denkt daar anders over. Hij vindt het goed dat het probleem wel gesignaleerd wordt met de Code en ziet de mogelijkheid om het als keurmerk te gebruiken. Toch hoeft dan niet élke instelling daaraan te voldoen: “We hebben gezegd dat de verantwoordelijkheid sectorbreed is. Het gaat erom dat de sector als geheel iedereen bedient. Ik geloof dan ook veel meer in een honoreringssysteem dat je beloont als je goed presteert.” Toch is Rajae wel hoopvol gestemd over Rotterdam: “Ik heb wel meer hoop voor Rotterdam dan andere steden. Als je nu landelijk kijkt naar alle succesvolle diverse culturele producties, zoals Oumi, Mijn vader de expat maar ook Jandino en Jürgen Rayman, dan komen ze allemaal uit Rotterdam. De innovatie komt hiervandaan!” ■


fotoreportage

Stille stad Al een aantal jaar zwerft Hans Zijffers met zijn kleinbeeldcamera op zak door Rotterdam. Waar de meeste fotografen de rauwheid van de stad opzoeken, probeert Hans in zijn serie Citylife juist de romantiek te vangen. Dat levert foto’s op die doen denken aan straatfotografie uit het New York of Parijs van de jaren veertig, vijftig. “De stilte in de straat, het rokerige als het een beetje mistig is, dat vind ik mooi”, zegt Hans. “Soms loop ik uren rond om dat ene moment te vangen. Soms lukt het ook niet. Van de Fenixloodsen heb ik bijvoorbeeld geen fatsoenlijke foto kunnen maken, omdat de omstandigheden telkens niet goed waren.” Ook al ogen de foto’s soms alsof ze decennia terug genomen zijn, toch legt Hans vast wat hij ziet. Ook nieuwbouw, dus. “Ik romantiseer de werkelijkheid”, stelt hij, “maar ik verander de stad niet. Wat je ziet op de foto’s, zo trof ik het aan. Op een zondagmorgen, in alle vroegte, als het nog stil is op straat, dat wel. Want stiller is vaak wel mooier.”

88


89


91


93

93


95


97

97


interview Tekst Margot Smolenaars Beelden Fleur Beerthuis

Mahasin Tanyaui “Ik ben niet gelukkig als ik stationair draai�

99


Het eerste evenement dat ze als zelfstandige organiseerde, trok twaalfduizend bezoekers. Mahasin Tanyaui is een vrouw die niet zeikt, maar doet. En wat ze doet, is succesvol. “Die druk voel ik wel.” “Het is allemaal begonnen met een mislukking. Mijn moeder belde, dat ze zo graag eens wilde zwemmen, zonder mannen, met haar hoofddoek op. En dan daarna de sauna in of een massage, of een schoonheidsbehandeling. Of ik niet even wilde googelen om uit te zoeken waar in Nederland zoiets mogelijk was. Die mogelijkheid bestond dus niet. Maar ik zag het ondertussen wél helemaal voor me. Een zwembad met wellnessfaciliteiten voor islamitische vrouwen die nergens anders terecht kunnen. Een plek waar ze naartoe kunnen als ze eens écht vertroeteld willen worden. Een gat in de markt, als je het mij vraagt. Voor mij was het precies de juiste kluif om me in vast te bijten. The Enterprize kwam voorbij, een ondernemerswedstrijd. Ik deed mee, moest een businessplan schrijven, pitchen voor een behoorlijk imponerende jury, op een podium, spots op je hoofd, Prezi, Powerpoint, alles. Het was zó ver buiten mijn comfort zone. Uiteindelijk heb ik niet gewonnen, maar het idee bleef in mijn hoofd zitten. Na twee jaar praten met investeerders en sauna’s zonder enig resultaat kwam ik op een keerpunt. Wilde ik dit eigenlijk wel écht? Was ik niet alleen verliefd op het neerzetten zelf? Zag ik mezelf tien jaar na de opening nog de bedrijfsleider uithangen, handdoekjes recht hangen, shampoo bijvullen?

Nee, was het antwoord. Mij kun je vergelijken met een startmotor, ik geef véél energie om een project te lanceren. Maar als het eenmaal loopt, ben ik niet gelukkig als ik stationair draai. Dat besef is heel belangrijk voor mij geweest. Inmiddels heb ik de reputatie van powervrouw in de Marokkaanse gemeenschap. Als Mahasin iets begint, is het succesvol. Die druk voel ik wel. Dat is ook de reden dat mannen mij niet altijd helemaal leuk vinden.

“Mijn boodschap is: geloof in je kunnen en handel daarnaar” Mijn enige boodschap is: geloof in je kunnen en handel daarnaar. Laat je niet beperken door je gemeenschap, door je werk, door de omstandigheden in het leven. Knok voor wat je wilt. Mijn moeder heeft me nog het beste laten zien hoe dat moet. Toen ik nog klein was, is ze gescheiden van mijn vader. Met niks heeft ze voor haar drie kinderen een nieuw bestaan opgebouwd. Ze verdiende de kost met schoonmaakwerk. Dat is een hard leven, hard werken. Bewust koos ze voor ons, ze gaf ons wat we nodig hadden, zonder aan zichzelf te denken. Aan haar


denk ik als ik tijdens het organiseren van één van mijn evenementen weer eens denk dat het allemaal niet gaat lukken. “Voor Rotterdam viert de stad! werk ik nu aan World Women Week, waarmee we het licht zetten op al die vrouwen die Rotterdam opnieuw opgebouwd hebben, en op alle vrouwen die dat nog gaan doen. In die week willen we alle vrouwenorganisaties samenbrengen, met de bedoeling elkaar te inspireren en empoweren. Er komt een mars door de stad, er is een bijeenkomst met een netwerkkleed van Daphne van Maurik, dat netwerken makkelijker maakt voor vrouwen die daar moeite mee hebben. Dat is echt heel leuk: je neemt plaats aan een gedekte tafel, maar in plaats van eten schep je over jezelf op.

101

Het besef dat ik voor mezelf moet kiezen, voor mijn business en dat ik moet professionaliseren, is voor mij een belangrijke les geweest. Ja, ik heb twaalfduizend bezoekers naar Djemaa el Fna, het Rotterdams-Marokkaanse eetplein, gekregen. En ja, het was ook voor mij een test. Kan ik dit, wil ik dit? In de culturele sector is het moeilijk geld verdienen. Daarom is het zo belangrijk om goed voor ogen te hebben wat het doel is en met welk verdienmodel je gaat werken. Daarin wil ik transparant en eerlijk blijven, en mijn mislukkingen niet als zodanig zien. In dat licht is dat zwembad de opmaat voor wat ik allemaal nog ga bereiken.” ■


103


105


Tekst Elsbeth Grievink Beelden Museum Boijmans Van Beuningen

Springplank Met Project Rotterdam wil Museum Boijmans Van Beuningen een springplank creĂŤren voor jonge, lokale kunstenaars en ontwerpers. Eerdere edities vonden plaats in 1978 en 2004. Wat bracht het de deelnemers toen en nu? 107


Project Rotterdam praat je in één klap bij over de nieuwste generatie kunstenaars en ontwerpers in Rotterdam. Wandelend door de zalen van Museum Boijmans Van Beuningen leer je de stad en zijn artistieke vibe beter kennen. De neiging om een gemeenschappelijke deler te vinden moet je onderdrukken, want daar gaat het hier niet om. De kleurrijke maskers van productontwerper Bert Jan Pot, de mannenbroeken van modeontwerper Daisy Kroon, de neon sculpturen van Sabine Marcelis, de tekeningen van beeldend kunstenaar Koen Taselaar en alle andere presentaties spreken voor zichzelf en voor niemand anders. Het zijn 34 mini-tentoonstellingen binnen een grotere tentoonstelling, waarin de makers alle ruimte hebben gekregen om hun eigen visies te verbeelden.

“Als je als kunstenaar uit Rotterdam komt moet je nóg harder je best doen” Het is niet de eerste keer dat Museum Boijmans jonge Rotterdamse makers in de spotlights zet. De eerste editie was in 1978, kort na het aantreden van Wim Beeren als kersverse directeur van het museum, die graag wilde weten wat er in de stad Rotterdam speelde op dat moment. Toen Sjarel Ex in 2004 als directeur werd aangesteld, gaf hij navolging aan dat initiatief. Onder de naam Project Rotterdam bracht hij de nieuwe beloftes van dát moment voor het voetlicht. Aan het doel – laten zien wat er speelt en nieuw talent een internationaal podium geven – is in 2016 niet getornd. Wél was er nu budget om de deelnemers een

nieuw project te laten indienen. “Het mocht een project zijn waar ze al aan werkten of iets wat ze speciaal voor de tentoonstelling ontwikkelden”, vertelt Noor Mertens, die de tentoonstelling samen met Annemartine van Kesteren cureerde. “We hebben per project gekeken hoeveel geld er nodig was om het te realiseren en of we dat budget konden toekennen. Daarnaast kreeg elke deelnemer een symbolisch honorarium van 500 euro.” De deelnemers hoefden geen enkele rekening te houden met elkaar. Hen werd gevraagd zich puur tot het museum te verhouden. “Op die manier kan het publiek de visie van elke kunstenaar veel beter ervaren”, legt Mertens uit. “Daarmee willen we de kunstenaars een zetje geven.” Dat zetje, hoe hard hebben de Rotterdamse kunstenaars en ontwerpers dat eigenlijk nodig? En wat brengt het ze? Met andere woorden: wat levert het een jonge, Rotterdamse kunstenaar op om zijn of haar werk in een instituut als Museum Boijmans Van Beuningen te mogen presenteren?

Spannende stad “Rotterdam staat te boek als een spannende stad waar je relatief makkelijk betaalbare woon- en werkruimte vindt. Dat is een belangrijke reden waarom net afgestudeerde ontwerpers en kunstenaars uit binnen-, maar ook buitenland zich hier vestigen”, vertelt Noor Mertens. Die betaalbare werkruimte was ook wat de jonge kunstenaars Sabine Marcelis en Johannes Langkamp, beide deelnemer aan Project Rotterdam 2016, aantrok in Rotterdam. Langkamp kwam vanuit Duitsland naar Nederland om aan het AKI in Enschede te studeren en koos


expositie

ervoor om direct daarna te gaan wonen en werken in Rotterdam. Marcelis verhuisde als kind van Krimpen aan de IJssel naar Nieuw-Zeeland, om op haar 23ste naar Nederland terug te keren om aan Design Academy Eindhoven te studeren. Direct daarna verruilde ze Eindhoven voor Rotterdam. “Naast die betaalbare werkplek vond ik dat in Rotterdam zoveel ruimte leek te zijn voor nieuwe dingen”, zegt ze.

“Boijmans bood dé kans om zo’n grootschalig werk te kunnen maken en op een goede manier te kunnen presenteren” Maar dan zít je er en dan héb je die goedkope studio, dat ruime atelier, en dan? Hoe zorg je dat je voet aan de grond krijgt in de kunstwereld, dat je wordt opgemerkt? Volgens Boijmans’ Noor Mertens is het niet makkelijk. “Het is als Nederlandse kunstenaar al lastig om jezelf internationaal in de kijker te spelen. En als je uit Rotterdam komt, moet je nóg harder je best doen. Laten we eerlijk zijn: in Amsterdam zitten veel meer galeries en je hebt er de Rijksakademie en De Ateliers.”

Geld moeten lenen Videokunstenaar Johannes Langkamp, die voor Project Rotterdam een installatie maakte, weet er alles van: “Bijna alle opdrachten die ik krijg, komen van buiten Rotterdam. Er is wel interesse vanuit de culturele sector, maar ik krijg niet vaak iets terug voor de exposities waar ik tijd en energie in stop.

109

Daarom ben ik voorzichtiger geworden. Tegen Boijmans heb ik ja gezegd, omdat zij mij konden helpen een project te realiseren waar ik al heel lang over nadenk. Zij boden aan de materiaal- en productiekosten te betalen, ik zou mijn tijd investeren. Ik heb weliswaar geld moeten lenen om in mijn eigen onderhoud te voorzien, maar dat had ik er voor over. Het was dé kans om zo’n grootschalig werk te kunnen maken en op een goede manier te kunnen presenteren.” Langkamps presentatie bestaat uit fotografisch werk en een grote, opvallende installatie waarin een fotocamera voortdurend van perspectief verandert, om te laten zien hoe een uitsnede de werkelijkheid manipuleert. Zodra de camera zijn standpunt verlaat, wordt het oorspronkelijke beeld gemuteerd. Er gingen veel gesprekken aan vooraf met curator Noor Mertens. “Zij was heel geduldig”, vertelt Langkamp. “Soms zat ik twee uur lang te lullen over het perspectief dat een hapje uit de ruimte moest gaan nemen, en dan bleef zij luisteren en goede vragen stellen.” Mertens: “We willen met Project Rotterdam niet alleen maar tonen, maar ook stimuleren. Bijvoorbeeld door veel samen te komen, gesprekken te voeren, samen te kijken hoe het werk het best tot zijn recht komt. Je hoopt dat ze daar wat van meenemen.”

Brood op de plank Museum Boijmans Van Beuningen kocht tot nog toe twee werken uit Project Rotterdam, een fotoserie van Antje Peters en een videowerk van Emma van der Put, aan voor de stadscollectie, die bedoeld is om lokale kunst onder te brengen in de collectie. Wat


hebben die andere twintig kunstenaars, wier werk niet werd aangekocht, aan Project Rotterdam? Zijn zij een stap verder gekomen in hun loopbaan? De bedoeling is van wel. Directeur Sjarel Ex zegt het nog duidelijker: “Kunstenaars leven van heel weinig geld. Ze krijgen er veel vrijheid voor terug, maar het is geen makkelijk bestaan. Met Project Rotterdam willen wij hen onder de aandacht brengen van een groot publiek en van galeriehouders. Misschien komen er vervolgexposities uit, of aankopen vanuit andere musea. Met als uiteindelijk doel: brood op de plank.”

“Ik kan nu zeggen dat mijn werk in Boijmans heeft gestaan. Dat geeft het wel een bepaald gewicht, wat goed is voor mijn carrière. Denk ik” Sinds Project Rotterdam open is, kwamen er meer dan 73.000 bezoekers naar het museum. Drie daarvan namen contact op met Sabine Marcelis, omdat ze een custom made Dawn Light van haar wilden kopen. Marcelis noemt zichzelf ‘super lucky’ dat ze geselecteerd werd voor Project Rotterdam. “In tegenstelling tot de meeste beurzen, waar je een paar vierkante meter krijgt om je visie te laten zien, heb je ineens een grote ruimte tot je beschikking, die justice doet aan je werk. Op de opening voelde ik me echt trots. Het is de eerste keer dat mijn werk in een museum te zien is. Ik kan nu zeggen dat mijn werk in Boijmans heeft gestaan,

dat geeft het wel een bepaald gewicht, wat goed is voor mijn carrière, denk ik.” Van brood op de plank kan Langkamp nog niet spreken. Voorlopig heeft hij nog een lening af te betalen. “Ik heb vooral veel geleerd van de samenwerking met Boijmans”, zegt hij. “Dat je gewoon om hulp kunt vragen, als dat nodig is. Dat minder vaak meer is. Dat soort dingen. Het vertrouwen dat in mij werd gesteld, heeft me ook goed gedaan. Brood verdienen is tot op heden nog lastig, videokunst is niet zo makkelijk verkoopbaar. Maar ik heb geduld.”

Vrijer denken Hoe is het de kunstenaars vergaan die in 2004 deelnamen aan Project Rotterdam en inmiddels ruim tien jaar verder zijn? Hans Wilschut, fotograaf van stedelijke landschappen, was een van hen. Project Rotterdam markeerde de eerste keer dat zijn werk in een groot museum te zien was. Wat heeft het hem gebracht? “Of het direct het gevolg was van de tentoonstelling in Boijmans, is natuurlijk moeilijk te zeggen, maar daarna volgden er meer tentoonstellingen. In binnen- én buitenland. Een paar jaar later kreeg ik een solo-tentoonstelling in Boijmans. De allerbelangrijkste opbrengst is dat ik door beide museale ervaringen nóg vrijer ben gaan denken. Ik durfde me af te vragen: wat wil ík laten zien? Ik liet me niet meer inperken. Het heeft mijn inhoudelijke keuzes sterk beïnvloed en me als kunstenaar enorm doen groeien.” Financiëel ging het vanaf dat moment gestaag beter. “Voor het eerst in tien jaar kon ik van mijn werk leven, het geld dat via subsidies, lezingen en docentschappen binnenkwam ook meegeteld.”

>


expositie

Dit zijn alle kunstenaars die tijdens Project Rotterdam in het Boijmans te zien zijn Antje Peters, Bertjan Pot, Chris Kabel, Christien Meindertsma, Coolhaven, Daisy Kroon, David Derksen, Emma van der Put, Esmé Valk, Isaac Monté, Jay Tan, Jeroen Dijkstra, Johannes Langkamp, Kevin Gallagher, Koehorst in ’t Veld (Jannetje in ‘t Veld en Toon Koehorst), Koen Taselaar, Letterproeftuin (Jaron Korvinus en Timon van der Hijden, Yorit Kluitman), Lorelinde Verhees, Maarten Bel, Masha Krasnova, Melle Smets, Minale Maeda (Mario Minale en Kuniko Maeda), Nada van Dalen, Nightshop (Adriaan van der Ploeg en Wart Gemert), Pink Pony Express (Annemarie van den Berg, Cecilia Hendrikx, Tara Karpinski), Reinaart Vanhoe, Reinier de Jong, RoosWiesBlauw, Rory Pilgrim, Sabine Marcelis, Simon Davies, Studio Phil Procter (Phil Procter), Studio WM (Maarten Collignon en Wendy Legro), Suzanne Dikker, Woodstone Kugelblitz, Timmy van Zoelen, Tonio de Roover, Weronika Zielinska, Wouter Venema.

111


113


expositie Zijn generatiegenoot Jason Coburn heeft gemengde gevoelens over zijn deelname aan Project Rotterdam, omdat hij niet tevreden was over de uitvoering van het werk dat hij er liet zien. “Het was een zogenaamd site specific work, waarmee ik het publiek wilde uitnodigen om de polka te dansen. In verband met allerlei veiligheidseisen en bescherming van het museum, moest ik compromissen maken waar ik achteraf spijt van had.” Van de deelname zelf heeft hij geen spijt: “Zo’n ervaring heb je ook nodig. Ik heb ervan geleerd dat ik liever met kleine galeries werk dan met grote musea, wat toch een soort logge machines zijn. Waarschijnlijk heb ik om dezelfde reden voor Rotterdam gekozen om mij te vestigen, en niet voor Londen.” Heeft zijn prestatie in Boijmans invloed gehad op zijn verdere succes als kunstenaar? “Als je succes afmeet aan het aantal publicaties in tijdschriften, exposities in grote instellingen of aan mijn omzet, dan ben ik misschien niet erg succesvol”, zegt Coburn. “Maar, om maar eens met Winston Churchill te spreken: Success consists of going from failure to failure without loss of enthusiasm.” ■

“Project Rotterdam 2004 heeft mijn inhoudelijke keuzes sterk beïnvloed en me als kunstenaar enorm doen groeien. En voor het eerst in tien jaar kon ik van mijn werk leven”

114


gouden tip “Zoek de verbinding. Mijn ervaring, na 10 jaar in Amsterdam gevestigd te zijn geweest, is dat er in Rotterdam een groot gevoel heerst van ‘we doen het sámen’. Heel bijzonder, en effectief. Spreek je buren-ondernemers aan, spar met elkaar, bedenk een gezamenlijk project of creëer samen een platform om je netwerk of doelgroep te onderzoeken of te vergroten. Ook nog eens veel leuker dan in je eentje het wiel opnieuw proberen uit te vinden.” Joline Jolink

115


interview Tekst Margot Smolenaars Beelden Fleur Beerthuis

Immanuel Spoor “Nergens voor buigen, daar begint het mee� 117


Alleen als het echt is, is iets de moeite waard, heeft platenbaas, manager en festivalorganisator Immanuel Spoor ervaren. Hoe maak je van authenticiteit je bestaanswaarde? “Alleen toffe shit doen werkt niet. Je moet jezelf ook laten zien.” “Toen ik zes jaar geleden met On Track Agency begon, was er een landschap van niks in Rotterdam. Zoveel toffe bandjes en artiesten, en nergens konden ze optreden. ‘Daar is geen markt voor’, kreeg ik te horen. Als mensen nergens mee geconfronteerd worden, is het logisch dat die markt ontbreekt. Zo is onder andere het Eendracht Festival ontstaan. Het idee is simpel: iedere scene krijgt zijn eigen podium en de vrije hand in wie wat wanneer speelt en hoe het eruit ziet. De enige regel is dat iedereen even lang speelt. We selecteren wel heel goed in wie we die vrije hand geven. Zo iemand moet die scene zijn.

om het creëren van een vraag, in plaats van een antwoord geven. In dat laatste geval ben je bezig een wens of behoefte te vervullen. In het eerste komt die behoefte van binnenuit. Dat vind ik echter.

“Als ik de buitenkant nodig heb om andere mensen te overtuigen dat het vet is wat ik doe, dan laat maar”

Sinds drieënhalf jaar organiseer ik steeds meer met een kleine club, allemaal vanuit mijn eenmanszaakje. In 2014 heb ik een stichting opgericht: De Nieuwe Lichting. De bedoeling was dat ik in een soort directeursrol zou groeien en het productiewerk ging uitbesteden. Dan kon ik gaan lobbyen, merken koppelen en verankeren wat we aan het doen zijn. Want alleen toffe shit doen werkt niet. Je moet jezelf en wat je allemaal doet, ook laten zien, want ambtenaren komen niet naar die festivals. Naar meetings gaan, evaluatieplannen schrijven, subsidie aanvragen, fondsen werven, dat is belangrijk voor het voortbestaan.

Onze taak binnen dat Eendracht Festival is zorgen dat het niet allemaal losse feestjes zijn, maar één festival. Zo proberen we de hele stad bij elkaar te vegen, en dat lukt iedere editie beter. Ben je Rotterdammer, doe je iets vets en heeft dat intrinsieke waarde, dan verdien je een plek op het podium. Wat dan intrinsiek is? Nergens voor buigen, daar begint het mee. Voor mij draait dat

Het afgelopen seizoen heb ik te maken gehad met best wel wat leegloop. We werken heel hard, er zijn hier flink wat mensen opgeleid, maar hoe lang vinden mensen het leuk om op projectbasis te werken en zo uitbetaald te krijgen? Veel van hen willen op den duur toch een hypotheek, een salaris, vastigheid. Snap ik helemaal. Gevolg van die leegloop is dat ik afgelopen


festivalseizoen weer met speakers stond te zeulen en op mijn skateboard van podium tot podium racete om te zien of alles wel goed ging. De visie voor de lange termijn zit in mijn hoofd, ik heb het allemaal goed uitgedacht. Maar ik krijg het er niet uit, want ik heb gewoon te weinig tijd. Onze projecten hebben waarde. Niet alleen voor de makers, maar ook voor de stad. Het is voortaan een hele lijst: naast het Eendracht Festival organiseren we vanuit mijn stichting De Nieuwe Lichting ook nog A Festival Downtown, De Nieuwe Lichting Pop-up, De Nieuwe Lichting Jamsessies, het Wijkpark, HOMEGROWN @BIRD, KITS. Dat de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur ons voor de komende periode subsidie toekent, is niet alleen een erkenning van wat De Nieuwe Lichting tot nu toe heeft gedaan, maar geeft me ook de mogelijkheid om te doen wat moet gebeuren: professionaliseren.

119

Mijn werkend leven begon ik als vermogensbeheerder. Strak in het driedelig, das om, tussen allemaal oude mannen die econometrie hadden gestudeerd. Die pakken hangen allemaal nog in de kast, maar ik trek ze niet aan als ik aanschuif bij ambtenaren of zakenmannen. Waarom zou ik? Als ik de buitenkant nodig heb om andere mensen te overtuigen dat het vet is wat ik doe, dan laat maar. Dat betekent niet dat ik niet zakelijk ingesteld ben. Juist wel. Toen ik vijf jaar was, zat ik op mondharmonicales. Na twee lessen ging ik naar het winkelcentrum om met de paar liedjes die ik kon spelen geld te verdienen. Daar kocht ik skateboards en platen van. Geld is voor mij secundair. Nu weet ik soms niet waar ik de komende maanden van ga leven. Op de een of andere manier lukt dat toch altijd. Als ik maar mijn oog op de bal houd.â€? â–


“Zorg ervoor dat jouw idee door geadopteerd wo collectief gedra heeft meer kans dan een individ Guus Dutrieux


gouden tip

t jouw visie, velen ordt, want een agen initiatief s van slagen dueel belang.� 121


122


Tekst Margot Smolenaars Beelden Sanne Donders

Grond leggers De menselijke kant van de wederopbouw, die wilde fotograaf Sanne Donders vastleggen, in woord en beeld. Op deze pagina’s is te zien hoe Ans spoken word-artiest Dichter ontmoet, die haar unieke wederopbouwverhaal gaat verwoorden.

123


grondleggers Iedere Rotterdammer kan het riedeltje opdreunen. 14 mei 1940. Bombardement. Rotterdam lag plat. In de 75 jaar die volgden, werd de stad van de grond af opnieuw opgebouwd. Bij die bijzondere geschiedenis had fotograaf Sanne Donders zo haar eigen gedachten: “Aan oudere mensen wordt vaak gevraagd om te vertellen hoe het was om de oorlog mee te maken. Over hoe zij hun eigen leven opnieuw vormgaven, hoor je ze eigenlijk nooit. Alsof men alleen geïnteresseerd is in hun oorlogsverhalen, en niet in henzelf. Terwijl ik dat juist heel graag wil weten.”

“Terwijl om haar heen de stad werd opgebouwd, deed Ans hetzelfde op persoonlijk vlak, en daarbij volgde ze haar eigen weg” Vanuit die verwondering zocht en vond Sanne vijf Rotterdamse ouderen, ieder met een unieke persoonlijke geschiedenis. “Hen heb ik uitgebreid gevolgd in hun dagelijks leven”, vertelt ze, “en daarnaast zocht ik contact met spoken word-artiesten. De tekst die zij van ‘hun’ oudere maken, is een ode aan het leven dat zij geleid hebben.” Dat contact mondt uit in een beeldverhaal, waarin de foto’s van Sanne op het ritme van de tekst in stop-motion gemon-

125

teerd zijn. De vijf verhalen zijn tot eind juli te zien in de voormalige Kunstuitleen op de Nieuwe Binnenweg, en op Facebook. De bedoeling is dat Rotterdammers de filmpjes als een uitnodiging opvatten om het bijzondere aan hun opa, oma, tantes en ooms vast te leggen. Sanne bracht jong en oud op intuïtie met elkaar in contact, in de hoop op een klik. In het geval van Ferewe van Vugt, beter bekend als Dichter, lukte dat buitengewoon goed, want hij vatte meteen sympathie op voor Grondleggers. “Grondleggers is namelijk ook een term uit de hiphop”, zegt de rapper en spoken word-artiest. “Daarmee bedoelen we de pioniers en de vernieuwers, die hun nek uitstaken en iets neerzetten waar ze in geloofden. Dat dat begrip ook op een generatie Rotterdammers van toepassing is, vind ik heel mooi.”

Boksende 88-jarige Dichter ging langs bij Ans, 88 jaar, geboren op Zuid, opgegroeid in armoede en ooggetuige van de oorlog. “Ze vertelde heel open over wat ze heeft meegemaakt”, zegt Dichter. “Dat ze met haar vader in de oorlog eten ging stelen voor de hele straat, bijvoorbeeld. Ze was toen nog maar 12. Daardoor is ze heel close met haar vader geworden. En omdat haar vader bokste, deed zij dat nu ook. Nog steeds, ook al is ze 88. Daarnaast mediteert ze. Nou, ik ken niet veel 88-jarigen die boksen en mediteren.” Veel indruk maakte Ans’ relaas over hoe zij er op latere leeftijd achter kwam dat ze op vrouwen viel. Ans was in de veertig, en het waren de jaren ’60. Niet de makkelijkste tijd om ervoor uit te komen dat je lesbisch bent. “Daardoor heeft ze letterlijk haar


grondleggers hele leven opnieuw moeten vormgeven”, zegt Dichter. “Terwijl om haar heen de stad werd opgebouwd, deed zij op persoonlijk vlak hetzelfde, en daarbij volgde ze haar eigen weg. Daar heb ik veel respect voor.” Dichter vindt Ans een echte avonturier. “Zo zou ze zichzelf niet noemen, want daar staat ze niet bij stil. Als ik aan haar denk, denk ik aan lef, durf. Ze staat op haar strepen en maakt geen onderscheid tussen mensen, want voor haar is iedereen gelijk. Als dat ideaal in het gedrang komt, is ze bereid daarvoor te vechten.”

recht doet, dus neem ik er de tijd voor.” Grondleggers komt voor hem op een logisch moment, alsof het zo had moeten zijn. “Gaandeweg ben ik steeds meer gaan schrijven over grotere onderwerpen. Hoe de betekenis van liefde verandert naarmate je ouder wordt, bijvoorbeeld, over politiek, over wie mij nu eigenlijk vertegenwoordigt. Een ander groot thema is jezelf zijn, en de vrijheid durven nemen om jezelf te worden. Wat dat betreft kunnen we nog een voorbeeld nemen aan Ans.” ■

Dichter werkt op het moment van schrijven nog aan zijn Grondleggers-tekst. Of liever gezegd: hij laat Ans’ verhaal wentelen in zijn onderbewuste. “Zo werk ik, heel intuïtief”, zegt hij. “En ik wil dat mijn tekst haar

“Over hoe ouderen hun eigen leven opnieuw vormgaven, hoor je ze eigenlijk nooit. Alsof men alleen geïnteresseerd is in hun oorlogsverhalen, en niet in henzelf”


127


interview Tekst Margot Smolenaars Beelden Fleur Beerthuis

Tjeerd Hendriks “De Bijenkorf was wel een bucketlistdingetje�

129


interview Tjeerd Hendriks

Tjeerd Hendriks is van top tot teen een ondernemer. Zelf vindt hij dat hij maar wat doet. Maar ondertussen weet hij precies waar het naartoe gaat. “Hier in Rotterdam zitten hele goeie koffiebranders. Toch bestaat in Rotterdam geen horeca waar je ze allemaal tegelijk kunt bestellen. Als we met GROOS naar een volgende locatie gaan, wil ik dat stuk horeca erbij, waarbij we wel alle Rotterdamse koffiebranders op de molen hebben. En dan een Rotterdams broodje met Rotterdamse paté of kaas erbij kunnen bestellen. Ik hou van mooie dingen en ik hou van Rotterdam. Dat is waarom ik samen met Joost Prins GROOS ben begonnen. Dat, en het feit dat ik zwaar chauvinistisch ben. We zitten hier in de beste, mooiste stad van de wereld. In potentie. Dat vind ik echt. Je kunt het hier rigoreus aanpakken. Neem nou de Koopgoot. Zo’n heftige ingreep in het centrum kan alleen maar hier. Dat kan verder nergens in Nederland. In Rotterdam mag je fouten maken. In dat opzicht is deze stad best on-Nederlands. Hoewel ik op het persoonlijk vlak meer dan genoeg zware fouten gemaakt heb, gaat het op zakelijk gebied tot nu toe best aardig. Samen met Joost vorm ik een goed team. We kunnen elkaar goed ondervragen, bediscussiëren alles en dat gaat snel en direct. Dus als we samen een beslissing nemen, dan is dat de goeie. Buiten dat vullen we elkaar goed aan. Hij is het fundament, ik geef het vorm. Zo hebben we, ook in deze roerige tijden voor de retail, nog genoeg successen. Zo-

als de mini-shop in het Luchtcafé op het dak van het Groothandelsgebouw, waar we van een aantal Rotterdamse makers spullen verkochten. Het Schieblock is niet onze droomlocatie. Ik droom groots, dus dan heb je het over het formaat van de Bijenkorf. Als het GROOS zou lukken om een dergelijke ruimte te vullen met Rotterdamse producten, dan wil dat zeggen dat de creatieve industrie hier zo groot is dat dat rendabel is. Dat is pas écht succes, als je dat kunt zeggen.

“Via je Instagramaccount kun je de hele wereld over” Toen we met GROOS een shop-in-shop kregen in de Bijenkorf kwam een deel van die droom uit. We kregen een etalage en drie weken lang een plek op de vloer. Dat was wel echt een bucketlistdingetje. Het zou mooi zijn als we een definitief plekje in de Bijenkorf kunnen bemachtigen. Dat gezegd hebbend: nu ik de backend van de Bijenkorf gezien heb, realiseer ik me dat we nog wel wat stappen moeten maken, willen we met GROOS zelf zo groot worden. Dat is natuurlijk niet het uitgangspunt. Het gaat er uiteindelijk om dat Rotterdamse makers een goede plek hebben waar ze met elkaar vertegenwoordigd worden.


Buiten GROOS werk ik aan een concept, programmering en identiteit voor Het Industriegebouw. Wat komt waar, in 23.000 vierkante meter kantoor. Kan DAK niet ook een WinterDAK maken? Welke horeca zet je neer, en naast welke retail? Hoe breng je zo’n gebouw weer in verbinding met de stad? Met GROOS zagen we mogelijkheden en kansen die anderen lieten liggen. Na de kunstacademie ben ik in de horeca gaan werken, was barman bij de Consul, Bar op de Kruiskade, BAR3. Daar kwam ik zoveel mensen uit de creatieve hoek tegen, die een representatieve omgeving misten waar ze hun spullen konden presenteren, en waar je makkelijk naar binnen stapt. Omdat we dat Rotterdamse wilden supporten, zijn Joost en ik GROOS begonnen. We gingen vier jaar geleden open met vijftig leveranciers, nu zijn dat er tweehonderd.

131

Onze criteria om iets in ons warenhuis te leggen, zijn dat een product binnen deze stadsgrenzen gemaakt moet zijn en kwalitatief goed moet zijn. Dat laatste is natuurlijk subjectief. Bij een beginnend ontwerper met potentie zijn we misschien iets minder kritisch. En ik support liever iemand die er vol voor gaat dan iemand die het er een beetje bij doet. Binnen de retail vallen nu traditionele patronen weg. Het kleine, lokale kan zich nu beter laten gelden dan ooit tevoren. Via je Instagramaccount kun je de hele wereld over. Dat klinkt tegenstrijdig, maar mensen willen weer ambacht, producten die met kennis en liefde gemaakt zijn door een paar gekken die alleen maar dat willen doen. Voor dat type schaalverkleining staat GROOS.” ■


Tekst Tara Lewis Beelden Bas Czerwinski, Ruben Hamelink, Gregory Joha, Marco de Swart, Thijs de Lange

Hoge nood/t Sinds de komst van Annabel lijkt de aanhoudende kritiek op het ontbreken van een poppodium te verstommen. CreĂŤert een commercieel podium een klimaat waarin beginnende muzikanten gedijen? Hoe kijkt de nieuwe generatie zelf naar de mogelijkheden in de stad? Welke rol spelen de onderwijsinstellingen?

133


De voorheen bruisende pop- en uitgaanscultuur in Rotterdam brokkelde met de sluiting van Nighttown, Waterfront, Watt, Heidegger, Exit, Plan C en Off Corso langzaam maar gestaag af. In 2012 was er behalve Rotown, de Baroeg en een incidenteel concert in de Maassilo niets meer over. Ronald Molendijk vatte het destijds treffend samen: “Voor muziekliefhebbers blijft er weinig anders over dan een rijbewijs of een OV-jaarkaart te bemachtigen.” De beschikbare subsidie werd verdeeld over Motel Mozaïque en Rotown, die sindsdien samen ongeveer twintig tot dertig concerten op locatie programmeren. Vijf jaar na het sluiten van Watt opende ondernemer Aziz Yagoub eind 2015 ‘zijn’ Annabel, zonder subsidie. Is een commercieel podium uitgerust voor dezelfde functie als een gesubsidieerde zaal?

“De scene is jarenlang verwaarloosd. Je kunt een akker niet omploegen, zaaien en als het geld op is voor water, verbaasd zijn dat er geen plantjes komen” Immanuel Spoor is organisator van het Eendracht Festival (waar vorig jaar 136 Rotterdamse acts optraden), heeft zijn eigen agency en is de manager van De Likt. Hij heeft zo zijn twijfels bij de zaligmakende functie van Annabel. “Niets dan mad respect voor Aziz, laat dat duidelijk zijn. Maar het is naïef om te denken dat jong talent hier dezelfde kansen krijgt als bij een gesubsidieerd podium.” Hij begon met het

Eendracht Festival vanuit frustratie over het gebrek aan levendigheid in het centrum. “Vroeger liep je van de Nieuwe Binnenweg richting de Witte de Withstraat en kwam je zoveel mensen op straat tegen dat je ter plekke een feestje kon bouwen.” In 2012 vertegenwoordigde hij met zijn On Track Agency vijf Rotterdamse acts. “Ik kon ze overal kwijt, behalve in Rotterdam. Wat dat betreft neemt Stephan Maaskant als huidige programmeur van Rotown zijn verantwoordelijkheid beter richting de lokale scene.” Die scene begon zich wat Immanuel betreft vanaf 2013 te herstellen, mede dankzij de rol van Stephan. “Maar ook met de komst van BAR en BIRD, je merkt dat het langzaamaan beter gaat. Maar het is typisch Rotterdams om nu achterover te leunen en te denken dat we er zijn. De scene is jarenlang verwaarloosd. Je kunt een akker niet omploegen, zaaien en als het geld op is voor water, verbaasd zijn dat er geen plantjes komen.”

Onconventioneel groeien Stephan Maaskant werd voordat hij het als programmeur van Joey Ruchtie overnam speciaal bij Rotown aangenomen om lokale bands te programmeren. “Ik ben er met mazzel tussengekomen. Je ziet dat in Rotterdam ook de mensen achter de schermen de ruimte krijgen om te groeien, zowel vanuit de gemeente als locaties. Dat is ook een vorm van talentontwikkeling. Wat betreft de ontwikkeling van bands zou er meer mogen gebeuren, maar het Eendracht Festival en de Popunie zijn goede voorbeelden waarbij dat wel gebeurt. Op een onconventionele manier zijn er in Rotterdam best veel mogelijkheden om te groeien.”


popmuziek

900 optredens 80 locaties 135


popmuziek Als het gaat om het faciliteren van de Rotterdamse popscene speelt de Popunie een belangrijke rol. Job den Dulk is als projectleider onder andere verantwoordelijk voor de Popweek, Popunie Live en Meet the Pro, workshops voor beginnende artiesten. Wat hem betreft gaat het in Rotterdam uitstekend. “We hebben weliswaar geen poppodium, maar wel stadsprogrammeurs die een locatie bij de band zoeken in plaats van andersom. Dat is veel goedkoper dan een poppodium exploiteren.”

“Het voordeel van 25 jaar in het vak zitten, is dat je meer zicht krijgt op grote lijnen en ontwikkelingen” Harry Hamelink is één van die stadsprogrammeurs. De samenwerking die Motel Mozaïque (waarvan hij directeur is) met podia en culturele instellingen in de stad aangaat, is uniek en wordt volgens hem buiten de stad met belangstelling gevolgd. “Dit is programmeren 2.0. Het voordeel van 25 jaar in het vak zitten, is dat je meer zicht krijgt op grote lijnen en ontwikkelingen. Vergeleken met andere steden en perioden doet Rotterdam het nu inderdaad goed. De ‘humuslaag’ is in orde. Dat houdt in: de opleidingen en de aanwas van nieuwe bandjes, maar ook de signatuur en het succes van kleinere podia.” De Popunie mag per jaar een ton verdelen om lokale live muziek in kleine etablissementen te faciliteren. Job den Dulk: “In 2015 werden met behulp van dit project negenhonderd optredens van Rotterdam-

137

se acts op tachtig locaties gerealiseerd. In Rotterdam zijn honderd locaties om te spelen, van het café hier op de hoek tot Ahoy én er zijn 65 binnen- en buitenfestivals.” De Popunie heeft tevens een archieffunctie met releases en demo’s waardoor ze festivals en podia kunnen faciliteren als deze op zoek zijn naar een Rotterdamse band. Dat het goed gaat met de stad bewijst ook de ‘output’ van Rotterdam, aldus Job. “In juni stond Ronnie Flex in zijn eentje in Ahoy, De Likt gaat een topzomer tegemoet, die staan overal, evenals Broederliefde, Rats on Rafts hebben net door Engeland en Duitsland getourd. Sevdaliza doet een internationale tour en is als enige Rotterdamse act op uitnodiging naar de South by Southwest showcase in Austin geweest. Dat Rotterdamse muziek zo breed succesvol is heb ik nog nooit meegemaakt.” Immanuel Spoor plaatst toch een kanttekening. “In Rotterdam zijn nauwelijks artiesten die van hun muziek kunnen leven, met als uitzondering de door Job genoemde namen.” Dat mag geen criterium zijn, vindt muzikant en booker Xander van Dijck. “Ik vind, en dat zeg ik ook tegen de muzikanten die ik vertegenwoordig, dat ze het voor de liefde voor muziek moeten doen. Als ze doekoe willen maken, kunnen ze beter iets anders gaan doen.”

Punkmentaliteit Xander begon zijn carrière op de Popacademie van het Zadkine (mbo) waar onder andere De Likt en Ronnie Flex het licht zagen. De opleiding is vorig jaar wegbezuinigd. “Ik ben begonnen als booker omdat ik doorhad dat ik alleen met mijn bandje er moeilijk tussen zou komen. Ik heb wat dat betreft een punkmentaliteit: ik verwacht van niemand dat ze het


popmuziek

139


popmuziek voor mij gaan doen, ik doe het zelf wel.” Rotterdam is goed bezig, maar hij mist de connectie met het conservatorium, Codarts. “Ik heb werkelijk geen idee wat zij aan het doen zijn, terwijl ik toch best wel op de hoogte ben. Het zou mooi zijn als ze vaker een showcase zouden organiseren.” Het onderscheid tussen de twee opleidingen erkent ook Job den Dulk. “De Likt had nooit kunnen ontstaan op het Codarts, de Popacademie was net iets meer ‘straat’. Maar bij Codarts loopt zoveel talent rond, ze zitten wat dat betreft op een goudmijn. Wij zouden graag meer samen willen werken, maar ze zijn erg slecht bereikbaar.”

“Dat Rotterdamse muziek zo breed succesvol is heb ik nog nooit meegemaakt” Het hoofd van de popafdeling van Codarts, Wessel Coppes, herkent zich niet in de kritiek. “Onze studenten spelen al op heel veel verschillende plekken, van Ahoy tot de Tiki’s. Samenwerking hebben we met bijna alle Rotterdamse podia, van de Doelen tot aan BIRD. Op dat laatste podium hebben vorig jaar onze jazz-studenten nog examens gespeeld. In Rotown hebben we onze bandprojecten van de popafdeling. Bij deze zijn Spoor en Den Dulk van harte uitgenodigd om te komen praten, dan kan ik ze laten zien wat we als popopleiding doen binnen de stad en praten over eventuele samenwerking. Daar sta ik altijd voor open.” Of Rotterdam genoeg podia heeft vindt hij lastig te zeggen. “Dat

141

is per muziekstijl verschillend. Voor sommigen is de stad heel bruikbaar. Je hebt in de stad een rijke popcultuur, maar er is duidelijk genoeg ruimte voor nieuwe initiatieven.”

Grote namen Wat Rotterdam op dit moment het meest mist? Immanuel Spoor en Xander van Dijck zijn er eenstemmig over: “Een Waterfront. Een podium van een dergelijk formaat, waar jong talent zich kan ontwikkelen én een plek waar muzikanten elkaar ontmoeten.” Harry Hamelink mist een middelgrote zaal. “Je hebt geen plek meer zoals Nighttown waar beginnende artiesten gekoppeld kunnen worden aan grote namen. Op een podium staan waar je twee weken later je helden ziet optreden, dat is van onschatbare waarde. Maar in de stad ontbreekt ook een plek waar bands kunnen staan die te groot zijn voor Annabel. Als stad en programmeur moet je mee kunnen groeien met een artiest, anders ben je ze kwijt.” Het kan zijn dat er licht aan het einde van de poppodiumtunnel gloort, nu de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur in haar recentste Cultuurplanadvies niet alleen aan stichting De Nieuwe Lichting van Immanuel Spoor flink wat subsidie toekent, maar ook Belle Hélène (Annabel) een aardig bedrag bedeelt. Want, in de woorden van de RRKC: “De behoefte aan een middelgroot poppodium in Rotterdam is evident. Daarom verdient Belle Hélène het voordeel van de twijfel en krijgt het de komende twee jaar de gelegenheid zich een logische plek te verwerven.” ■


interview Tekst Margot Smolenaars Beelden Fleur Beerthuis

Stacii Samidin “Mijn levenswerk verdient een plek in het museum�

143


Naar de jongen achter het masker is fotograaf Stacii Samidin al zijn hele leven op zoek. Eerst zocht hij hem in zijn zelfverkozen, gewelddadige familie. Nu probeert hij hem voor de eeuwigheid te vangen door de lens van zijn camera.

“Eén met het beeld zijn, voelen zonder taal, dat is wat fotografie voor mij is. Het beeld dat ik schiet, is mijn taal. Het moment dat ik probeer te vast te leggen, is mijn gevoel. Als ik daarmee bezig ben en het komt samen, is het magisch. Op zulke momenten kan ik midden op een drukke weg staan, met aan alle kanten vrachtwagens om me heen: ik merk het niet.

“Ik fotografeer in drie hoofdstukken: het ik, het ik in een groep en het ik in relatie tot de buitenwereld” Wat andere mensen van mij vinden, kan mij niet schelen. Alles wat ik doe, doe ik voor mezelf. Alles wat ik maak bén ik zelf. Ik fotografeer in drie hoofdstukken: het ik, het ik in een groep en het ik in relatie tot de buitenwereld, de massa. Daarbij zoek ik werelden binnen werelden op, societies noem ik ze, en daar ga ik ver in. Ik leef zoals zij leven, voel wat zij voelen. Alleen zo win ik hun vertrouwen. Of dat nou een week of een half jaar duurt, dat maakt mij niet uit. Zo kom ik in werelden die voor anderen gesloten blijven.

Ik ben net terug uit Afrika, waar ik in Nairobi twee weken intensief in een sloppenwijk heb geleefd. Daar heb ik mijn beste werk tot nu toe geschoten. Hun wereld kan zo mooi zijn. Hoe de mensen zijn, hoe zij zich tot elkaar verhouden, hoe eerlijk en warm, hoe groot de kloof tussen alles en niets is. Ik vond het heel bijzonder. Pas na acht jaar fotograferen was ik klaar voor deze wereld. Ik moest echt naar dat continent toe groeien, om sterk genoeg te zijn voor de confrontatie met Afrika zoals het werkelijk is, en niet zoals ik dénk dat het is. De werelden die ik opzoek, zijn vaak gewelddadig. Dat duistere is mij vertrouwd. Ik herken het, omdat ik zelf in zo’n zelfverkozen, afgesloten wereld ben opgegroeid, die zich niet door buitenaf liet beïnvloeden. Ik kom uit Oost, waar ik tot mijn 18de met vrienden een eigen familie vormde. Een gang, stam, zo je wilt, eentje met veel geweld, van de kleinste dingen tot het uiterste. Daarna had ik de keuze: in de leer gaan bij een documentairefotograaf of doorgaan met dat leven. Ik koos het eerste, en kwam op de Willem de Kooning Academie terecht. Dat voelde als een warm bad. Ik kom niet bepaald uit een wereld waar


we met zijn allen bewegen, zeg maar. Het is altijd wij tegen de rest geweest. Op de academie kreeg ik voor het eerst waardering voor mijn fotografie en werd er naar me geluisterd. Met als gevolg dat ik daar praktisch woonde. Ik was er van opening tot sluit en werkte op leven en dood. Mijn werk ís voor mij ook echt op leven en dood, ook nu nog. Ik ben begonnen met mijn eigen society vast te leggen. Daarna breidde ik uit naar andere omgevingen. Naar Compton ben ik ook geweest. Dat is toch de bron van mijn oude manier van leven. Compton zien, heeft heel veel met me gedaan. Die realiteit was indrukwekkend en angstaanjagend tegelijk. Daar kreeg ik het volle besef hoe misselijk deze wereld kan zijn. En toch is daar ook schoonheid. Fotografie is een ambacht, vind ik. Ik doe daarom alles zelf, van filmpjes in de camera stoppen tot ontwikkelen en afdruk-

145

ken. Ik fotografeer niet digitaal en post mijn foto’s niet op Facebook of Instagram. Waarom zou ik? Dan geef ik het gratis weg. Ik presenteer het ook niet in een of ander krakers-pand, alleen in musea of galeries. Al valt dat niet altijd mee, met museumagenda’s die tot ver in het jaar al helemaal volgeboekt zitten. Maar ik vind: mijn onderwerp verdient niets minder dan een museum. Wij zijn een tussengeneratie. We maakten de opkomst van internet en social media mee, maar weten ook nog hoe het is om zonder die instant erkenning en zonder online persona te leven. Die geschiedenis van mijn generatie, van mijn society, wil ik vastleggen. De tijd kun je niet stopzetten, maar ik probeer dat wel. Met die ene seconde waarin de geschiedenis stolt en alles samenvalt, ben ik altijd bezig. Eén seconde, waarin de jongen dat masker afgooit en laat zien wie hij is. Ik heb hem nog niet helemaal ontmoet.” ■


fotoreportage

Stacii’s societies De werkwijze van Stacii Samidin is onorthodox. Hij dompelt zich helemaal onder in de subcultuur of microsamenleving, die hij wil vastleggen. Zo fotografeert hij parallelle universums van mensen die hun gelederen over het algemeen stevig gesloten houden. Het merendeel van deze foto’s, die in KROOST voor het eerst gepubliceerd worden, is geschoten in Rotterdam. Een paar in Paramaribo en Nairobi, en de rest in Compton, Los Angeles. Daar ging Stacii op zoek naar de bron van de society waarin hij opgroeide: het terrein van gangs als de Bloods en de Crips.

146

Rotterdam, 2016 gemaakt voor De Kracht van Rotterdam


Links en volgende pagina Rotterdam, 2012

149

149


151


Links: Parimaribo, 2014 volgende pagina: Nairobi, 2016

153

153


155


Los Angeles, 2014

156


157


Los Angeles, 2014

159

159


interview Tekst Margot Smolenaars Beelden Fleur Beerthuis

Sophie Bargmann “Wat geweest is, werkt niet meer�

161


Met Gem Creative Agency verknoopt Sophie Bargmann (25) kunstenaars met het bedrijfsleven. Daarvoor was ze de jongste galerista van Rotterdam. Dagelijks is ze bezig met hoe je via kunst een identiteit creëert. “Zij denken mee, wij staan aan het roer. Dat is hoe het werkt.” “Rotterdammers staan open voor vulling van de leegte. Er zijn zoveel lege oppervlakten hier, aan de rand van de stad, de Tweede Maasvlakte. En er wordt ook heel veel gemaakt in allerlei creatieve hubs die kennis en technieken uitwisselen. Rotterdam is in kunstopzicht absoluut geen dorp. Wat Rotterdam níet heeft, is een groot cultureel publiek, een culturele elite, zoals Amsterdam. Dat is gek, als je kijkt naar de culturele en economische opleidingen en hoeveel studenten ze trekken uit mijn generatie. Natuurlijk kan zo’n elite hier groeien. Waarom niet?

“Rotterdam heeft geen culturele elite, zoals Amsterdam wel heeft. Dat is gek” House of Ababa heette de galerie die ik runde. 24 was ik toen Jeroen Everaert van Mothership mij vroeg als galerista, zo noemde hij dat. Maar ik heb totaal geen ervaring als galeriehouder, was mijn eerste reactie, en ook geen netwerk in kunstkopers. Dat was juist zijn bedoeling. Ababa was een éénjarig experiment in het

zoeken naar nieuwe markten, een jonger publiek en nieuwe methoden om kunst te verkopen. Vanuit de galerie ging ik de samenwerking opzoeken met hotels en de Bijenkorf, op collectieniveau en dat van branding. Voor mij was dat heel natuurlijk. Met Gem, dat ik samen met mijn zakenpartner Maylita Meijer run, bouwen we identiteiten rondom bedrijven. We zoeken makers bij de merken. Zij denken mee, wij staan aan het roer, dat is hoe het werkt. Het liefst werk ik met makers die affiniteit hebben met onze klant en kunnen meedenken, dat werkt makkelijker dan wanneer een kunstenaar volledig autonoom is. Dan nog blijven het mensen met een eigen ritme, schema en wil. Dat zie ik als een pluspunt, want saai is het zo nooit. Nu we met Gem steeds grotere campagnes doen, produceer of regisseer ik soms ook een filmpje. Of dat kunst is? Nee! Ik zou nóóit claimen een kunstenaar te zijn zonder een opleiding daarvoor te volgen. Terwijl ik wél van autodidacten houd. Ik merk dat mijn visie groeit, en mijn smaak ook, naarmate ik me meer met kunst omring. Ik kom uit een gezin waar kunst centraal staat. Mijn vader verzamelt


het en mijn moeder maakt het. Vroeger mocht ze niet naar de kunstacademie, dus heeft ze het zichzelf geleerd. Ze maakt sculpturen in brons, heel klassiek werk. Mijn moeder vindt het heel moeilijk om geld te vragen voor haar beelden, vaak vraagt ze niet meer dan de materiaalprijs of ze geeft haar beelden weg. Jongere kunstenaars hebben daar ook moeite mee, ik zie dat het toch ongemakkelijk blijft om geld te vragen voor het werk dat ze doen. In mijn tijd bij Ababa nam ik dat ongemakkelijke voor mijn rekening. Mijn formule was heel simpel, want ik vroeg eerst aan de kunstenaar zelf: wat wil je ervoor ontvangen? Daar bouwde ik de prijs omheen.

163

Galeries hebben allang niet meer de functie die ze vroeger hadden. Ze introduceren kunstenaars weliswaar in een wereldwijd netwerk van kopers, maar hun verdienmodellen zijn niet meer van deze tijd. Kunstenaars promoten zichzelf nu online en bouwen hun eigen webshops. Je hoeft het nummer op hun site maar te bellen en je hebt je kunstwerk. Wat geweest is, werkt niet meer. Naar wat ervoor in de plaats komt, wil ik onderzoek doen, misschien via een PhD, want ik wil niet zomaar iets doen. Pas als ik die nieuwe manier gevonden heb, ga ik weer kunst verkopen.â€? â–


column

Derek Otte


cultuurtinder

Het nu is voor u, de toekomst zijn wij. Ik nodig u uit nu, kom er gezellig bij. Zangeressen, rappers, organisatoren. Spoken word-artiesten, schrijvers: u zou ze moeten horen! Programmeurs en ondernemers, kunstenaars, acteurs. Het is bizar hoeveel er hier in Rotterdam gebeurt. Wij geven levens kleur, doorbreken de dagelijkse sleur met een keur aan kleine en grote evenementen. Los van wat gevestigd is, los van het bekende. Brengen de praat van de straat naar het grote publiek, een eigen achterban: jullie bereiken ze niet. En als niemand het zegt, zeg ik het maar: da’s een hele prestatie. Maar genoeg geklaag nu, ’t is niet enkel frustratie. Onze generatie trakteert op de toekomst, heeft u vanavond kunnen merken. En er is niets dat we liever willen dan constructief samenwerken, elkaar versterken, buiten de gebaande paden maar binnen de perken. Niet afbreken, maar doorbouwen, opgestroopte mouwen,

165

ervaring delen en kansen krijgen, met een beetje vertrouwen uwerzijds, eigentijds, langs obstakels en horden. Met af en toe hulp van ‘de gevestigde orde’. Het nu is voor u, de toekomst zijn wij. Ik nodig u uit nu, kom er gezellig bij. Erkenning, leer ons kennen en begin te gunnen. Los van leeftijd, kleur en netwerk maar op basis van ons kunnen. Vraag het buiten maar eens na, mijn generatiegenoten zijn best wel cool: ieder heeft zijn of haar eigen route maar er is één gemeenschappelijk doel. Paden laten kruisen, Rotterdam laten bruisen, van Noord tot West en van Oost naar Zuid. Met ‘hoge’ cultuur plus ‘lage’ cultuur komen we op de gulden middenweg uit. Wij bereiken jongeren, wij willen werk verzetten. U heeft de organisatiestructuur, ervaring en ehm... budgetten. Elke dag komen er creatieve kindjes bij, ik voorspel u: de meesten hier zijn hoogzwanger. En zonder uw kraamhulp komen ze ook wel ter wereld, alleen duurt het onnodig langer.

Het is de hoogste tijd nu om te kijken, naar buiten. Naar ons, hoe wij ons manifesteren en uiten. Ieder z’n tempo, ieder z’n plek. We leren door te doen, aan motivatie geen gebrek. Echt... Het nu is voor u, de toekomst zijn wij. Ik nodig u uit nu, kom er gezellig bij. Het leven is geven en ondernemen, tegen, de artiesten hier wil ik afsluitend iets zeggen: Al zet je soms één stap vooruit en daarna twee naar achter, is het soms 5 voor 12 en zijn je gedachten verre van verzachtend omdat niet altijd alles zo vloeiend gaat als je verwachtte, lijk je soms niet bij machte om twijfels te ontkrachten en raak je achteloosheid weleens haast niet kwijt: doe goed, zet door en... Geef het een beetje tijd. Ontwikkel, ontplooi, ontvouw en ontspan. Blijf bouwen, blijf bezig met fris elan. Haak aan en niet af, zet je zorgen opzij. Het nu is niet voor jullie maar de toekomst... zijn wij. Deze tekst sprak Derek Otte uit voorafgaand aan de eerste Cultuurtinder.


L♼ve me tinder


Tekst Rachid Benhammou Beelden Stacii Samidin

Jong blaadje zoekt rijpe minnaar, om zich te laven aan diens wijsheid. Nee, dit is geen ordinaire contactadvertentie, maar Cultuurtinderen. Avonden waar de jonge garde serieus kan flirten met de ervaren krachten in het cultuurveld. Welke romances bloeiden op? In een periode waarin instellingen hun plannen voor de komende jaren boetseren, zouden ze eigenlijk moeten weten waarmee de nieuwe garde allemaal bezig is. Liefst niet tijdens een uitputtende congresdag, maar via speeddates, waar directeuren en beleidsmakers kunnen snuffelen aan Rotterdamse cultuurtalenten en hun plannen kunnen aanhoren. Het verknopen van de ervaren generatie met de vernieuwende – niet dat die twee elkaar uitsluiten, maar toch – is immers een belangrijke doelstelling van Rotterdam viert de stad! Op 26 oktober kwamen daartoe honderd directeuren en beleidsmakers naar de Rotterdamse Schouwburg, om met een veelheid aan jonge cultuurmakers kennis te maken. Dat werd een avond vol ontmoetingen. Welke beklijfden?

167


Neil Wallace

♥ Y.M.P. Neil Wallace bepaalt al jarenlang de programmering van de op één na grootste concertzaal van Nederland: de Doelen. De programmeur van Schotse origine was meteen gecharmeerd van de op Zuid opgegroeide 27-jarige Y.M.P. “Rotterdam stikt van de creative disturbers; mensen die de rand opzoeken en hun eigen ding doen. En mijn nieuwsgierigheid wordt altijd geprikkeld als ik dit soort mensen ontmoet.” Y.M.P. is spoken word-artiest en podiumproducent voor professionele voorstellingen. Y.M.P is onder andere producent van onder andere FLOW, een spoken word-

gala met een live band, waarbij traditionele voordrachten achterwege worden gelaten. “Als ik met Neil praat, heb ik niet het idee dat ik met een 63-jarige praat. We zitten op hetzelfde level. Je zou bijna zeggen: Neil is van de straat!” Wat gaan jullie samen doen? Y.M.P: “Ik wil heel graag spoken word mixen met een groot orkest. Niet klein beginnen, maar het meteen groots aanpakken. Ik hou erg van klassieke muziek. Dat heb ik niet van huis uit mee gekregen, maar ik heb het zelf in de loop der jaren ontdekt. Met Neil denk ik dat mijn plan


cultuurtinder gaat lukken. Als ik roep dat spoken word de toekomst is, vraagt hij hoe we dat kunnen inpassen in de programmering van de Doelen.” Neil: “Y.M.P. droomt ervan om met een groot orkest samen te werken en wij zien daar wel heil in. Probleem is alleen dat je dan een hele dure voorstelling in huis haalt, en misschien moet ik hem een beetje afremmen. Een idee is om eerst met een kleine versie te beginnen, met een bescheiden ensemble.” Wat was de meerwaarde van Cultuurtinder? Y.M.P: “Traditionele regels bestaan niet meer in de kunst en cultuur. En helemaal niet als er een nieuwe generatie cultuurmakers zich aandient. Hiphopartiesten combineren met een klassieke pianist? Why not? En daarom is deze flirt met de Doelen zo leuk. Dankzij Cultuurtinder heb ik mensen leren kennen die ik anders nooit zou ontmoeten. Ik probeer al jaren aan te kloppen bij de gevestigde instellingen. Ook bij de Doelen. En geloof me: je komt als nieuwkomer niet verder dan de receptioniste.” Neil: “Wij staan altijd open voor ideeën van mensen die iets in of met de Doelen willen doen. En ik was dan ook erg blij dat ik middels Cultuurtinder deze geweldenaar heb mogen leren kennen. Ik ben ervan overtuigd dat er altijd wel een manier is om de energie van jong talent een plek te geven. Ook in onze programmering. Je zou stom zijn als je dit soort vernieuwende energie de rug keert.” Waarom is dit niet eerder al gebeurd? Wallace: “Dit gebeurt bij de Doelen al langer hoor, maar is niet altijd zichtbaar

169

geweest. Wij zijn een soort moederschip. Dat betekent dat je juist open moet staan voor nieuwe makers. Ik weet dat veel jonge mensen een bepaald beeld hebben van de Doelen. Je weet wel: stoffig en met naoorlogse visies op cultuur. Maar we zijn heel druk bezig om dat imago weg te poetsen.” Y.M.P: “Ik denk dat het van twee kanten komt. De instellingen zijn jarenlang een bepaalde werkwijze gewend en de jonge talenten weten de weg niet te vinden naar die instellingen. Ik ben pas drie jaar bezig en wat ik nu ga zeggen, klinkt misschien wel hard, maar het is de realiteit: het traditionele publiek verdwijnt langzamerhand. In plaats daarvan dienen zich andere doelgroepen aan. Het is belangrijk om hen ook te bedienen. En daar heb je ons voor nodig. De flirt met de Doelen moet straks uitmonden in een langdurige relatie. Met kinderen!”


171


Carolien Ruigrok

♥ Rajae El Mouhandiz Carolien Ruigrok is als cultuurscout voor Cultuur Concreet voortdurend op zoek naar nieuwe wegen en manieren om Rotterdam, voor en met Rotterdammers, creatiever en socialer te maken. Dit door middel van het stimuleren van kunst en cultuur in de wijken. Ze houdt zich bezig met diverse vragen en projecten en stimuleert bewoners en kunstenaars om grote en kleine ideeën op het gebied van cultuur of kunst in de buurt waar te maken. Ook is Carolien

programmeur van Laaktheater in Den Haag. “We hadden meteen een klik!” Rajae El Mouhandiz is zangeres, platenproducent, kortefilmmaker en pionier. Ze werkt, neemt op en treedt op in binnen- en buitenland. Rajae combineert pop, soul en een vleugje jazz met haar Maghrebijnse roots. Ze werkte met artiesten als Raymzter en Richard Bona en stond in het voorprogramma van Khaled. “Ik kende Carolien


cultuurtinder niet, ik had meerdere speeddates ingeboekt en bij haar voelde het meteen goed. Het was een fijn gesprek en ik merkte dat ze eerlijk was en een echte doener. What you see is what you get.” Wat gaan jullie samen doen? Rajae: “Ik ben momenteel bezig met Maghreb Talent Kitchen, een project dat de weg naar talentontwikkeling en professionalisering stimuleert en ondersteunt. Vanwege de migratiegeschiedenis is er nu pas de behoefte ontstaan om kunst(vak) onderwijs en professionalisering van Nederlands-Noord-Afrikaanse talenten duurzaam te bevorderen. Carolien heeft mij doorverwezen naar haar collegacultuurscouts en daardoor is mijn project in een sneltrein terecht gekomen. Daarnaast heeft zij als programmeur van Laaktheater mijn voorstelling Thuis, ontheemd geadopteerd. Dat is nu een coproductie geworden.” Carolien: “De thema’s waar Rajae mee bezig is, ontheemd zijn en culturele identiteit, zijn voor mij als cultuurscout én als programmeur in twee grote steden waar de effecten hiervan te zien en merken zijn, zeer interessant. Voor de toekomst sluit ik niks uit, ik zou graag nog vaker willen samenwerken. Ze zit nu in mijn hoofd én in mijn digitaal bestand als ‘boeiend persoon’ en groot talent.” Wat was de meerwaarde van Cultuurtinder? Rajae: “Dat ik iemand heb leren kennen die hart voor cultuur heeft en oog voor talent. Ze is oprecht nieuwsgierig en een verademing voor de sector, waarin professionals voornamelijk alleen snuffelen aan talent. Door haar vond ik de juiste mensen

173

gevonden om Maghreb Talent Kitchen te concretiseren. Het wordt straks zelfs landelijk uitgevoerd. She puts her money where her mouth is.” Carolien: “Dat ik Rajae heb leren kennen! We hebben, los van de speeddate, nog uren met elkaar gekletst over wat ons drijft en ook wel stiekem op z’n Rotterdams afgegeven op van alles en nog wat.” Waarom vonden jullie elkaar niet eerder? Rajae: “Omdat de culturele elite graag alleen praat met de culturele elite. De meeste traditionele cultuurmakers hadden vaak alleen oog voor wat zij zelf leuk vinden. Terwijl kunst en cultuur iets moet zijn waarin het publiek zichzelf herkent. Als je met de nieuwe generatie praat, kan dat in twee dingen resulteren: óf je wordt aangenaam verrast omdat iets vernieuwend is, óf je voelt je bedreigd.” Carolien: “Ik ben vanuit Cultuur Concreet momenteel bezig met lokale culturele programmering in verschillende gebieden van Rotterdam en woon nu vooral bijeenkomsten bij die daarover gaan. De cultuurscouts organiseren al langer dit soort bijeenkomsten op wijkniveau, om mensen van divers pluimage met elkaar te verbinden. Cultuur Concreet is daarom een serieuze gesprekspartner van de gemeente. De cultuurscouts zitten echt in die gebieden waar je dit soort talenten kunt vinden.” ■


interview Tekst Margot Smolenaars Beelden Fleur Beerthuis

Leal van Herwaarden “Ik kan me in iedere wereld uiten�

175


De jongen die opgroeide in twee totaal verschillende werelden, overleefde die split met glans. Niet alleen zijn lijf werd lenig van hiphop, ook mentaal is Leal van Herwaarden niet in één hokje te duwen. “Peace, unity, love and having fun. Dat is de essentie van hiphop. In hiphop is het heel normaal om je eigen ding te doen met wat je tof vindt, de spotlights te nemen en te laten zien wat je kunt. Je bent onderdeel van een geheel en aan dat geheel voeg je iets unieks toe: jezelf. Daarbij zijn er twee rollen te spelen: die van de leraar, of die van de leerling. Geven en nemen, dat is hiphop.

“Ik wil een betaalde danscompetitie opzetten, vergelijkbaar met de eredivisie voetbal” De eerste keer dat ik daardoor gegrepen werd, is acht jaar geleden, toen ik de dansfilm You Got Served zag. Het had gevoel, maar was ook stoer, flashy en het zag er goed uit. Ik vond het ongelooflijk om te zien wat die dansers konden, fysiek. Ik wilde dat ook, wilde erbij horen. Toen ik eenmaal de drempel van het HipHopHuis over was voor mijn eerste dansles, ging het snel. Lloyd Marengo was mijn leraar, en hij werd in de loop van de tijd ook een soort vaderfiguur voor mij. Van hem heb ik veel overgenomen. Als Lloyd ergens binnen komt, dan neemt hij door zijn persoonlijkheid ook echt ruimte in.

Hij heeft presence, is op een prettige manier aanwezig. Zelf had ik als beginnend danser wel een bepaalde verlegenheid te overwinnen. Door de dans heb ik veel afgepeld, tot overbleef wie ik werkelijk ben. Aan dans heb ik veel, zo niet alles, te danken. Nu wil ik iets terugdoen. Vanuit mijn bedrijf Circle of Codes wil ik een betaalde danscompetitie opzetten, vergelijkbaar met de eredivisie voetbal. Gebattled wordt er al, maar ik wil dat naar een dusdanig hoog niveau tillen dat het mogelijk is om met dansen een basisinkomen bij elkaar te verdienen. Want nu kunnen zelfs de beste dansers met supervette skills niet rondkomen van dansen alleen. Om de huur te kunnen betalen, moeten ze er toch dingen naast doen die ze eigenlijk niet willen, zoals lesgeven. Als ik de parallel maak met voetballen, dan kun je je niet voorstellen dat iemand als Cristiano Ronaldo bij moet klussen om in zijn onderhoud te voorzien. Terwijl dat een jaar of veertig terug eigenlijk nog heel gewoon was. Los van de artistieke waarde creëer ik zo ook een economische, en niet alleen voor Rotterdam. Naar die impact streef ik echt. Bij het HipHopHuis, waar ik werk als onderwijs- en evenementenmanager, voed ik de scene van onderuit. Met mijn eredivisie-idee voed ik de scene van bovenaf.


Dat het mogelijk is om geld te verdienen zonder aan artistieke zeggingskracht of geloofwaardigheid in te boeten, heb ik ontdekt door de Pop’arazzi Crew, mijn dansgroep. We gingen geld verdienen met wie we waren, met onze identiteit en de kwaliteit waarvoor we stonden. De crew was een bedrijf en een vriendengroep tegelijk. Alle leden kregen de kans hun sterke punten uit te bouwen zodat ze daar hun brood mee konden verdienen. De een kon goed verkopen, die deed de sales. De ander had een kop voor geld, die deed de financiën, weer iemand anders kon goed conceptueel denken, die zetten we aan de marketing.

177

De bruggenbouwer was ik. Ik voel me overal thuis. Niet gek, als je in Spangen opgroeit, naar een zwarte basisschool gaat, in een zwarte buurt woont en op je 12de naar een witte kakkerschool verhuist omdat je daar het intellect voor hebt. ‘Mijn vaderrr werkt bij de bank’, tussen van die jongetjes zat ik in de klas. Mijn vader zette vloeren in de was en werkte zijn hele leven hard voor weinig. Nu pluk ik daar de vruchten van. Zet mij in een boardroom en ik praat op niveau mee. Zet mij op een straathoek in een achterstandsbuurt en ik heb ook zo contact. In beide werelden, en alles ertussenin, kan ik me uiten.” ■


“Volg je intuïtie te a sterktes en zwaktes ook als speler in he Ben je bijvoorbeeld in creatief onderne boekhouden? Onde neem stappen om e of dienstverlener te zwaktes aanvult.” Sevdaliza


gouden tip

allen tijde. Ken je s, als persoon, maar et ondernemersveld. d ontzettend goed emen, maar niet in ermijn dat niet en een goede partner e vinden die jouw 179


interview Tekst Margot Smolenaars Beelden Fleur Beerthuis

Sanne Donders “Foto’s krijgen meer zeggingskracht als je weet wat je schiet”

181


Al tien jaar toert Sanne Donders met haar Canon door de straten van Rotterdam, op zoek naar de ziel van de stad. Ze noemt zichzelf een ouderwetse ondernemer. “Foto’s krijgen meer zeggingskracht als je weet wat je schiet.” “We waren op vakantie in Israël, want mijn vader wilde dat land graag nog een keer terugzien. Ik was 16 jaar. We zijn ook in Palestina geweest. Ik werd zó boos van het onrecht en alle gebrek dat ik zag. En het stond hier zo klein in de krant! Daar heb ik me voor het eerst gerealiseerd dat beelden een verhaal kunnen vertellen. Ik kan dat onrecht laten zien, dacht ik. Later kwam ik erachter dat heel veel mensen dat idee allang hadden uitgevoerd.

“Van een jaar lang fulltime kinderen fotograferen bij de V&D heb ik heel veel geleerd” Met schools leren heb ik niks, ik ben er belabberd in. Ik was 15 toen ik van school moest. Via een SKVR-achtige toestand ging ik een dokacursus doen, toen moest je nog rolletjes ontwikkelen. Iedere zaterdag stond ik in de donkere kamer. Mijn begeleider van toen zie ik nog steeds, hij is mijn mentor geworden. Hij zei al vrij snel tegen me: ‘Jij gaat ooit helemaal vergroeid raken met je camera.’ Terwijl ik toen niet eens mensen durfde aan te spreken. Daarna ben ik zelf gaan fotograferen en ging ik terug naar school,

een mbo-opleiding fotografie en later ook twee jaar Kunstacademie. Mijn schroom raakte ik snel kwijt toen ik bij de V&D een jaar lang fulltime kinderen ging portretteren. Daar heb ik ontzettend veel van geleerd. Hoe je snel contact maakt, vertrouwen wekt, hoe je moet zwaaien met een teddybeer om een kind aan het lachen te krijgen, en ook nog een vervolgafspraak inplannen. Alles in hooguit twintig minuten. Als ik ze hun foto’s overhandigde en zij wegliepen, vroeg ik me altijd af: waar gaan die mensen heen? Wat is hun verhaal? Voor het Algemeen Dagblad kom ik overal, random, door de hele stad. Het ene moment sta ik op het stadhuis, het andere sta ik tussen de vluchtelingen om even later een mevrouw te fotograferen die een eendje heeft gered. Ik vind dat een fantastisch bestaan. De regionale journalistiek van het AD/Rotterdams Dagblad past goed bij mijn manier van werken. Ze vertalen cijfers naar de mensen waarover het gaat, en leggen de kleine verhalen vast die het grote nieuws vertegenwoordigen. Foto’s krijgen meer zeggingskracht als je weet wat je schiet. Hoe langer je werkt in een stad, hoe eerder je het bijzondere her-


kent. Ik woon nu veertien jaar in Rotterdam, waarvan ik er tien fotografeer. En hoewel ik zelfs na al die jaren niet kan zeggen dat ik Rotterdam écht snap, hoop ik wel dat aan mijn beelden te zien is dat ik leef tussen de onderwerpen die ik op de foto zet. Toen ik mijn eigen serie Sanne Schiet kreeg, dacht iedereen om me heen: Sanne gaat daarin verzuipen, want ik bouw een band op met de mensen die ik fotografeer. Die gaat verder dan een dag meeleven, foto’s publiceren en weer door naar de volgende. Als het niet goed gaat met ze, kan ik me dat erg aantrekken.

183

Iemand heeft ooit over mijn werk gezegd: je hebt deelnemers en toeschouwers, en Sanne is een deelnemer. Tegen een journalist kun je zeggen: weet waarover je het hebt. Voor beeld geldt dat net zo. Naar een diepere laag zoek ik niet, want ik ben geen kunstenaar, eerder dienstbaar aan het onderwerp. Iemand staat mij toe heel dichtbij te komen, vervolgens vindt hij het ook nog goed dat het naar buiten gaat. Terwijl het soms gaat om hun kwetsbaarste momenten.” ■


beeldreportage Tekst Edith Gruson Beelden Pro Arts Design

Nieuw licht In Head Lights / Talent Nights verrijst op tien donderdagen kunst in laserlicht, met een kindergezicht op de gevel van Het Nieuwe Instituut als canvas. Zo werpt dit project letterlijk en figuurlijk licht op jonge kunstenaars. Deelnemende kunstenaars: Dean Bowen / Martijn van Strien / Mentaxis / Joseph Hughes / Chantal van Heeswijk / Momu & No Es / Tin Men & The Telephone / Club Gewalt / Sevdaliza

Pro Arts Design heeft voor verschillende wederopbouwpanden lichtsculpturen ontworpen waarop na zonsondergang via lasertechniek verhalende animaties over Rotterdammers worden verteld. De markeringen met lieve, muzikale, slimme of boze kindergezichten vormen samen een route door de stad. EĂŠn van deze Head Lights hangt aan Het Nieuwe Instituut, hĂŠt podium voor inno-

184

vatie, ontwerp, e-cultuur en architectuur. Op tien donderdagavonden is deze Head Light het podium voor jonge, getalenteerde kunstenaars. Zij zijn voorgedragen door verschillende Rotterdamse culturele instellingen: van de Willem de Kooning Academie tot Poetry International en van Operadagen en North Sea Round Town tot TENT, galerie Opperclaes en Gem Creative Agency.


Dean Bowen

Joseph Hughes

Martijn van Strien


Mentaxis

Sevdaliza


Staal erodeert blaauw voorbij etalageruiten schiet wortel in het beton dat haarzelf van de kades wegdraait. Herrijzen is zo, een onbeduidend werken Rituele wanorde overschaduwt de vileine karaktermoord van sukkelaars overstemd. ambtsbewijs voor losse lippen die van het schreeuwen niet moe. een thuiskomen teveel dat zich oormerkt in: -de holle frasen. -de tradities van ons weerzien. -de bouw-af verguist. .deanbowen

187


interview Tekst Margot Smolenaars Beelden Fleur Beerthuis

Kenneth Asporaat “De tijd van ‘omdat het zo hoort’, is voorbij”

189


Volle zalen trekt hij met de producties die hij met Ken Theater bedenkt en produceert. Kenneth Asporaat vult de theaters van Rotterdam met a-typisch theaterpubliek. “Het is tijd voor een nieuwe generatie.” “Met theater kwam ik voor het eerst in aanraking toen ik als facilitair medewerker op een school in Nesselande werkte. De school bood workshops theater aan, waar ik weleens ging kijken. Heel tof vond ik dat. Toen op een dag de docent ziek was, en de leiding naarstig op zoek was naar een vervanger, zei ik met mijn grote mond: ik doe dat wel. Zo is het begonnen. Het creatieve in mij heb ik zelf moeten ontdekken. Mijn moeder is heel ondernemend. Ze verliet haar eigen toko in Curaçao om ons een betere toekomst te gunnen, en ze had eenmaal in Rotterdam drie banen om ons dat ook echt te geven. Ze stuurt niet aan op succes, maar stimuleert mijn broer, zus en mij te doen wat ons blij maakt. Daarbij is het wel de bedoeling dat we het beste uit onszelf halen. Dat probeer ik iedere dag. Hoewel ze voorheen bijna nooit in het theater kwam, is mijn moeder ondertussen een gevestigde theaterbezoeker. Ze is er vrijwel altijd bij, zit negen van de tien voorstellingen in de zaal, ook bij mijn broer en zus trouwens. Ze heeft het er maar druk mee. Ik heb er twee studies op zitten die niet helemaal mijn ding waren. Eerst hotelmanagement, waar ik besefte dat ik niet wil werken volgens andermans visie en

dat ik het in de creatieve hoek moest gaan zoeken. Daarna Facilitair Leidinggevende, waar ik heel veel nuttige dingen geleerd heb, maar ook twee jaar tegen mijn zin in de schoolbanken zat. En tot slot Cultureel Maatschappelijke Vorming, waarmee ik nog steeds niet helemaal klaar ben. Met Ken Theater begon ik tijdens die studie, en het ontplofte zo, dat ik niet meer toe kwam aan het schrijven van mijn scriptie. Dat moet ik nog doen dus, en dat gaat ook gebeuren: ik moet en zal dit afmaken.

“Hoewel ze voorheen bijna nooit in het theater kwam, is mijn moeder ondertussen een gevestigde theaterbezoeker” Wij trekken een publiek dat niet per se op traditioneel theater af komt. Het gaat lekker in Rotterdam. Dat komt omdat wij blijven vernieuwen, in beweging blijven. Als de oude garde vast blijft houden aan hoe het altijd gegaan is, zal het gat alleen maar groter worden. Zij hebben nu moeite hun zalen vol te krijgen, terwijl wij daar niet zo’n last van hebben. Toch hebben we elkaar hard nodig, al was het alleen maar


om van elkaar te kunnen leren. Maar de tijd van ‘omdat het zo hoort’ is voorbij. Dat een voorstelling uitverkoopt, vind ik heel belangrijk. Ik zie dat als een bevestiging dat de onderwerpen die we op het podium aansnijden, meer mensen dan alleen mijzelf bezig houden. Mijn eerste voorstelling in 2011, Littekens van Zuid, hadden we from scratch opgezet, en die draaide om jongeren met een verhaal een podium bieden, of ze nu theaterervaring hadden of niet. Toen zaten er tachtig man

191

in de zaal, tegenwoordig zijn we bezig in zalen met een capaciteit van vijfhonderd. Waar ik mezelf zie in een paar jaar tijd? Ahoy! Nee, die is nu nog een paar maten te groot. We zitten nu op het punt dat we belangrijk zijn in Rotterdam, qua programmering en talentontwikkeling. Nu gaat het erom uit te bouwen wat we kunnen, en andere, nieuwe organisaties de helpende hand te bieden.” ■


gouden tip “Besef als eerste wie je bent, realiseer je marktwaarde, werk er hard aan om die te vergroten. Wat jou uniek maakt, is dat jij bent wie je bent, dat jij je product aanbiedt. Werk harder dan iedereen om je heen en werk dan nog wat harder. In combinatie met jouw unieke talent en jouw unieke product is the sky the limit. Omring jezelf met mensen die heel hard werken, geen ja-knikkers, maar mensen die alles eruit willen halen en die vooral bezig zijn met hun eigen unieke talent. Het heeft geen nut om iemand anders na te doen, want je grootste goud zit in jezelf.� Jandino Asporaat 192


in KROOST Rasheida Adrianus p70 Oprichter en eigenaar Girls ’n Cocktails Productions rasheida.adrianus@gmail.com

Karida van Bochove p102 Illustrator, striptekenaar karidaillustratie@gmail.com

Jandino Asporaat p86, p192 Theater- en tv-maker info@hethuisvanasporaat.nl

Hugo Bongers p102 Lector culturele diversiteit Hogeschool Rotterdam hugobongers@live.nl

Kenneth Asporaat p10, p40, p44, p188 Eigenaar Ken Theater kentheater@gmail.com

Dean Bowen p184 Poëet, performer, psychonaut contact@deanbowen.nl

Darryll Atema p62 Fotograaf info@darryllatema.nl

Club Gewalt p184 Muziektheatergezelschap info@clubgewalt.nl

Caterine Baeten p36 Freelance journalist mwbaeten@gmail.com

Jason Coburn p106 Kunstenaar @jason_coburn

Thijs Barendse p40, p56 Eigenaar De Dépendance thijsbarendse@gmail.com

Wessel Coppes p132 Hoofd popafdeling Codarts codarts@codarts.nl

Jelena Barisic p44 Freelance journalist en adjunct-hoofdredacteur Vers Beton jelenabari@gmail.com

Bas Czerwinski p20, p80, p83, p138 Fotograaf info@basczerwinski.com

Sophie Bargmann p40, p160 Curator, creatief, journalist, oprichter Gem Creative Agency sophie@gemcreativeagency.com Kim van Beek Projectcoördinator KROOST You Name It Events & Organisatie kim@younameitevents.nl Fleur Beerthuis p24, p36, p56, p70, p98, p116, p128, p142, p160, p174, p180, p188 Fotograaf fleurbeerthuis@gmail.com Rachid Benhammou p166 Programmeur en communicatiemedewerker Theater Zuidplein Organisatiebureau Ext-Ra info@ext-ra.nl Pauwke Berkers p74 Assistent-professor Sociologie Kunst en Cultuur Erasmus Universiteit berkers@eshcc.eur.nl

193

Nada van Dalen p106 Modeontwerper info@nadavandalen.com Simon Davies p106 Grafisch ontwerper mail@simondavies.nl Cynthia Dekker p74 Onderzoeker Rotterdam Festivals cynthia@rotterdamfestivals.nl David Derksen p106 Industrieel ontwerper info@davidderksen.nl Suzanne Dikker p106 Modeontwerper info@suzannedikker.com Xander van Dijck p132 Muzikant, booker info@cloudheadbookings.com Dichter p122 Rapper, spoken word-artiest info@dichterbijdichter.nl Guus Dutrieux p74, p120 Directeur Rotterdam Unlimited guus@ducos.com


Job den Dulk p132 Projectleider de Popunie job@popunie.nl

Joseph Hughes p184 Ontwerper mail@hughesjoseph.net

Sanne Donders p40, p122, p180 Fotograaf fotografie@sannedonders.nl

Gregory Joha p138 Fotograaf gregoryjoha@gmail.com

Fred Ernst p12 Fotograaf info@fredernst.nl

Joline Jolink p115 Modeontwerper info@jolinejolink.com

Sjarel Ex p106 Directeur Museum Boijmans Van Beuningen info@boijmans.nl

Reinier de Jong p106 Architect, industrieel vormgever info@reinierdejong.com

Kevin Gallagher p106 Installatie- en performancekunstenaar kevin.t.gallagher@gmail.com

Chris Kabel p106 Ontwerper studio@chriskabel.com

Elsbeth Grievink p106 Freelance journalist mail@elsbethgrievink.nl

Annemartine van Kesteren p106 Curator Boijmans Van Beuningen kesteren@boijmans.nl

Edith Gruson p184 Pro Arts Design edith.gruson@proartsdesign.nl

Josephine van Kranendonk p28 TENT josephine@tentrotterdam.nl

Robbert Guis p62 Architect r@guisadres.nl

Koehorst In het Veld p106 Editorial design practice post@koehorstintveld.nl

Harry Hamelink p21, p132 Directeur Motel MozaĂŻque harry@motelmozaique.nl

Masha Krasnova p106 Illustrator mashuka@gmail.com

Ruben Hamelink p132, p136, p138 Fotograaf info@rubenhamelink.com

Daisy Kroon p106 Modeontwerper info@daisykroon.nl

Tjeerd Hendriks p40, p128 Eigenaar GROOS tjeerd@groos.nl

Thijs de Lange p132 Fotograaf mail@thijsdelange.com

Leal van Herwaarden p40, p174 Eigenaar Circle of Codes, onderwijsmanager HipHopHuis leal@hiphophuis.nl

Johannes Langkamp p106 Videokunstenaar mail@JohannesLangkamp.com

Chantal van Heeswijk p184 Schrijver post@ikbenchantalvanheeswijk.nl Mariana Hirschfeld p44 Spoken word-artiest Facebook.com/mariana.hirschfeld.3 Aad Hoogendoorn p8, p112, p113, p114 Fotograaf info@aadhoogendoorn.nl

Maarten Laupman p60 Fotograaf maarten@laupman.nl Letterproeftuin p106 Open source ontwerpstudio info@letterproeftuin.com Tara Lewis p132 Freelance journalist post@taralewis.nl


in KROOST Eeva Liukku p74 Programmamanager Rotterdam viert de Stad Hoofdredacteur Vers Beton eeva@versbeton.nl Stephan Maaskant p132 Programmeur Rotown @rotownrotterdam Minale Maeda p106 Ontwerpers office@minale-maeda.com Sabine Marcelis p106 Product- en interieurontwerper info@sabinemarcelis.com Maylita Meijer p184 Eigenaar Gem Creative Agency maylita@gemcreativeagency.com Mentaxis (Loes Claessens & Kirsten Spruit)p184 Grafisch ontwerpers info@mentaxis.com Noor Mertens p106 Curator Museum Boijmans Van Beuningen mertens@boijmans.nl Momu & No Es p184 Kunstenaars hello@momuandnoes.com Isaac MontĂŠ p106 Productontwerper info@ateliermonte.com Malique Mohamud p10 Podiumkunstenaar malique@studionarrative.nl Rajae El Mouhandiz p74, p166 Zangeres, producer en kortefilmmaker info@rajae.net Nightshop p106 Ontwerpers everybody@intothenightshop.nl Ashley Nijland p24, p40 Eigenaar RAAFsilo ashley@raafrotterdam.nl Derek Otte p44, p164 Schrijvenaar, sprekenaar info@derekotte.nl Ferry Passchier p4 Fotograaf info@ferrypasschier.nl

195

Antje Peters p106 Fotograaf info@antjepeters.com Pink Pony Express p106 Ontwerpcollectief post@pinkponyexpress.nl Bertjan Pot p106 Productontwerper them@bertjanpot.nl Studio Phil Procter p106 Meubel- en productontwerper info@philprocter.com Emma van der Put p106 Fotograaf emmavanderput.nl Kevin Blaxtar de Randamie p44 Spoken word-artiest en ondernemer info@braenworks.com Tonio de Roover p106 Kunstenaar tonioderoover@gmail.com Njtam Rosie p9 Zangeres @NtjamRosie Carolien Ruigrok p166 Cultuurscout Cultuur Concreet carolien@cultuurscouts.com Stacii Samidin p44, p142, p146, p166 Fotograaf photoloco@stacii.nl Sevdaliza p132, p178, p184 Zangeres sevdaliza@gmail.com Melle Smets p106 Cultureel projectontwikkelaar info@mellesmets.nl Margot Smolenaars Eindredacteur, journalist margotsmolenaars@gmail.com Immanuel Spoor p116, p132 Directeur De Nieuwe Lichting, eigenaar On Track Agency immanuel@ontrackagency.com Sabrina Starke p61 Singer-songwriter info@ndrew.nl


in Kroost Martijn van Strien p184 Modeontwerper contact@martijnvanstrien.com

Lorelinde Verhees p106 Beeldend kunstenaar lorelindeverhees@gmail.com

Marco de Swart p98, p138 Fotograaf marcodeswart.com

Neil Wallace p166 Hoofd programmering De Doelen n.wallace@dedoelen.nl

Koen Taselaar p106 Beeldend kunstenaar koen.taselaar@gmail.com

Ellen Walraven p10 Directeur Rotterdamse Schouwburg ellen@rotterdamseschouwburg.nl

Mahasin Tanyaui, p40, p98 Eigenaar Dreamers Inc. info@dreamers-inc.nl

Reinier Weers Programmaleider Rotterdam viert de stad! reinier@rotterdamfestivals.nl

Navin Thakoer p36 Kunstenaar Love@naferlovesyou.com Renee Trijselaar p44, p74 Freelance projectleider, adviseur en coach renee@well-played.nl Elfie Tromp p28 Schrijver info@elfietromp.nl EsmĂŠ Valk p106 Sociaal choreograaf info@esmevalk.com Marianne van de Velde p74 Directeur Music Matters info@musicmatters.nu Aruna Vermeulen p10 Oprichter HipHopHuis aruna@hiphophuis.nl Wouter Venema p106 Beeldend kunstenaar w.venema@gmail.com

Hans Wilschut p106 Fotograaf mail@hanswilschut.com Studio WM p106 Ontwerpstudio info@studiowm.com Y.M.P. p44, p166 Spoken word-artiest, producent, entrepreneur info@ikbenymp.com Weronika Zielinska p106 Kunstenaar info@upominki.nl Hans Zijffers p88 Fotograaf info@craftwerkphotography.nl Timmy van Zoelen p106 Videokunstenaar vimeo.com/timmyvanzoelen

Meer informatie kijk op Rotterdamviertdestad.nl


programmaselectie Een greep talenten en vernieuwers van Rotterdam viert de stad! Project Rotterdam, Museum Boijmans Van Beuningen Met Project Rotterdam creëert Museum Boijmans Van Beuningen een springplank voor meer dan 35 jonge, in Rotterdam werkende kunstenaars en ontwerpers. Bijna een half jaar lang prominent in het museum te bewonderen. Talk the Talk, HipHopHuis In samenwerking met de Rotterdamse Schouwburg brengt het HipHopHuis een gesprekkenserie over hiphop in de hal van de Rotterdamse Schouwburg. Interactie met en tussen het publiek staat centraal. Na afloop van de het gesprek kan het publiek een voorstelling in het theater bezoeken. Twee werelden ontmoeten elkaar. Codarts Festival Eindexamenvoorstellingen en voorstellingen op diverse locaties in de stad en net daarbuiten. Met meer dan 150 muziek-, dans- en circuskunstenaars van morgen. Conny Janssen Danst Rondom de locatievoorstelling COURAGE in de Ferroloods geeft Conny Janssen Danst podium aan jong talent met verschillende muziekoptredens en talks. SpraakuhlooS SpraakuhlooS geeft als bewegend podium jonge kunstenmakers de kans om zich aan het publiek in de stad te laten zien. Tijdens Rotterdam viert de stad! doen zij dat bij het reuzenrad naast de Markthal, op het Schouwburgplein en met een rondvaart op de Spido. NaferLovesYou Supermarket (NLYS) Drie maanden lang cureert kunstenaar Navin Thakoer in een winkelpand op de Coolsingel zijn supermarkt met exposities, talks, workshops en een saladebar. NLYS brengt verschillende identiteiten samen en haalt stereotypen onderuit. Verschillende scenes komen voorbij: van hiphop, house en bubbling, tot gabber en hindoestaanse rastafari’s. Rottvaart app URBMATH – bureau voor nieuwe urbane cultuur – ontwikkelde naar aanleiding van het ontwerp van MVRDV ‘De Trap’ een ontwerp voor een glijbaan vanaf deze trap: de Rottvaart. Deze kon niet fysiek gerealiseerd worden, maar wel in augmented reality.

197

Cultuurtinder Toekomstige culturele talenten van Rotterdam maken kennis met directeuren en makers uit de sector tijdens verschillende bijeenkomsten van Cultuurtinder. Renee Trijselaar, Malique Mohamud en Mahasin Tanyaui tekenen voor de organisatie én de juiste speeddates. Rewriters Rotterdam: Hiphop in je smoel Rotterdamse graffiti en street art onder de aandacht met de lancering van een speciale Rotterdam-Street-Art-Route-app én een aantal nieuwe pieces in de Hoornbrekerstraat. GROOS viert de stad! – Tjeerd Hendriks (n’COR) Rotterdams Warenhuis GROOS van onder andere Tjeerd Hendriks toont en verkoopt artikelen van Rotterdamse makers. In de Bijenkorf is aanstormend en gevestigd talent bijna een maand lang te koop in de shop-in-shop van GROOS. Voor De Trap bij het Groot Handelsgebouw laat GROOS speciale artikelen ontwerpen als merchandise. Onder andere een zeefdruk door Saskia Haex; een afbeelding van De Trap in beperkte oplage. Head Lights / Talent Nights Tien kunstenaars vertonen hun werk op één van de Head Lights, grote schermen in de vorm van baby-hoofden, waarop met laser geprojecteerd wordt. Enkele namen: Sevdaliza, Joseph Hughes, Chantal van Heeswijk en Club Gewalt. In samenwerking met Het Nieuwe Instituut, Pro Arts Design en Gem Creative Agency. Girls ’n Cocktails, Rasheida Adrianus (n’COR) Talkshow gericht op de kosmopolitische vrouw. Drie presentatrices bespreken met gasten uit Rotterdam en daarbuiten maatschappelijke onderwerpen onder het genot van een cocktail. Ook het publiek kan deelnemen aan de gesprekken. Vier afleveringen van de talkshow zijn te zien via internettelevisie en één live-talkshow vindt plaats tijdens Rotterdam Unlimited. Futurosity Met schrijver/kunstenaar Douglas Coupland als artist in focus presenteert Kunstblock een heel seizoen lang een samenwerkingsprogramma in de kunstinstellingen rondom de Witte de Withstraat. Zo presenteert Showroom MAMA met designers, dj’s en fashion artists de transhistorische anime-serie CULTURESPORT. Elfie Tromp schrijft tijdens de tentoonstelling Utopian Dreams in TENT aan nieuwe slogans en teksten voor Rotterdam, samen met uitgenodigde gasten. In WORM vindt de eerste editie van het intergalactische sciencefictionfestival UBIK plaats.


programmaselectie Rotterdam CANVAS (n’COR) De eerste lichting van n’COR (Nieuwe Culturele Ondernemers Rotterdam) Ashley Nijland, Mahasin Tanyaui, Thijs Barendse, Tjeerd Hendriks en Leal van Herwaarden hebben een pitch uitgezet onder jonge kunstenaars voor een blijvend kunstwerk in de openbare ruimte. Het winnende plan is de diamant van Atelier ARI geworden, die hangend aan de Maassilo schittert in het zonlicht en zo Rotterdam weerkaatst. Talkshow Remember Nighttown? Tien jaar na sluiting van het fameuze Nighttown spreekt Sjoerd van Oortmerssen de makers van toen en van nu. Wat bood Nighttown toen en missen we nu? Talkshow tijdens Motel Mozaïque met Aruna Vermeulen, Harry Hamelink, Aziz Yagoub, Fons Burger en Michel de Hey. Grenzeloze Rotterdammers: Stichting Rotterdam State of mind Hoe hebben Rotterdamse nieuwkomers in de afgelopen 75 jaar hier hun thuis gemaakt en wat betekent het voor hen om Rotterdammer te zijn? Met een televisieserie, foto-expositie, opiniërende artikelen en een afsluitend publiek gesprek probeert de jonge stichting State of mind antwoorden te vinden. Uitzendingen via Open Rotterdam, RTV Rijnmond. Publiek gesprek tijdens Rotterdam Unlimited. World Women Week, Mahasin Tanyaui (n’COR) Vanuit haar bedrijf Dreamers Inc. wil Mahasin Tanyaui de Rotterdamse vrouwen-eilandjes verbinden. Door samen te werken met vooroplopende en ambitieuze vrouwenorganisaties, die staan voor de ontwikkeling en ondersteuning van Rotterdamse vrouwen op het gebied van kunst en cultuur, innovatie en business. World Women Week is een driedaags evenement waarmee een ode aan de Rotterdamse vrouw gebracht wordt. Eindstation Rotterdam, Abdelkarim el Fassi Rotterdam bekeken door de ogen van een aankomend Syrisch gezin. Abdelkarim el Fassi’s film Eindstation Rotterdam verbeeldt het bij de poort van de stad: op het breedbeeldscherm van Rotterdam CS. Een visueel poëtisch verhaal over de charme van Rotterdam. Over de noodzaak om een open samenleving te blijven. Grondleggers, Sanne Donders (n’COR) Fotograaf Sanne Donders maakt portretten van vijf inspirerende Rotterdamse ouderen uit de wederopbouwperiode. Filmpjes bestaand uit zwart-wit

198

foto’s met spoken word door onder andere Dichter, Melanin Kris en Jordy Dijkshoorn. Ontmoetingen tussen verschillende generaties Rotterdammers en een oproep aan het publiek om via social media ook een ode te brengen aan de grondleggers van Rotterdam. Roets in Rotterdam, Maria Visser (Neon Media) De bekende Rotterdamse televisieregisseur Jop Pannekoek maakte in 1989 en 2001 een reeks documentaires over Rotterdam en haar bewoners: Roets. De jonge filmmaker Maria Visser presenteert voor Rotterdam viert de stad! een 13-delige remake van deze serie. Met verhalen van Rotterdammers over onder andere het nachtleven, mode, culinair Rotterdam, voetbal, hiphop en architectuur. RTV Rijnmond zendt de gehele serie uit. Spoken Arts, Kenneth Asporaat (n’COR) Kenneth Asporaat biedt met Spoken Arts een voorstelling aan waarin een kruisbestuiving van verschillende disciplines ontstaat, in de Rotterdamse Schouwburg. Met onder andere Ken Theater, Paginagroots, Sinfonia Rotterdam, Woorden worden zinnen, Derek Otte en Scapino Ballet. KITS en Club Gem, Sophie Bargmann en Immanuel Spoor (n’COR) Club Gem is een maand lang een zomerse art- and event space in de tijdelijk leegstaande ruimte van de Kunstuitleen aan de Nieuwe Binnenweg. Een plek voor de nieuwe generatie toptalent uit de beeldende kunst. Het openingsfestival KITS is een samenwerking tussen stichting De Nieuwe Lichting van Immanuel Spoor en Gem Creative Agency van Sophie Bargmann en Maylita Meijer. Vier dagen nieuwe muziek, kunst, film en technologie. Opening skatepark Westblaak II, Marco Jongeneel en Ricardo Paterno Skaters ervaren, gebruiken en onderzoeken de stad op hun eigen manier. Tijdens het openingsweekend van het nieuwe Skatepark zijn er presentaties, clinics en wedstrijden, en ook een filmprogramma in Cinerama met de première van Polejam Rotterdam Skate City, een film van onder andere Rob Vollaard, Sami El Hassani en Martijn van Hemmen.

Meer informatie kijk op Rotterdamviertdestad.nl


colofon KROOST is een eenmalige uitgave in het kader van de culturele manifestatie Rotterdam viert de stad!. KROOST wordt breed verspreid in de Rotterdamse culturele sector. Uitgever: Rotterdam viert de stad! vanuit Stichting Rotterdam Festivals, 2016 Opdrachtgever: Reinier Weers, programmaleiding Eindredactie en bladcoรถrdinatie: Margot Smolenaars Productie: Kim van Beek Redactie: Caterine Baeten, Jelena Barisic, Rachid Benhammou, Pauwke Berkers, Elsbeth Grievink, Edith Gruson, Tara Lewis, Eeva Liukku, Malique Mohamud, Derek Otte, Margot Smolenaars Redactieadvies: Lidwien Hupkens, Jeanette Kooter, Eeva Liukku en Renee Schouwenburg Fotografie: Darryll Atema, Fleur Beerthuis, Bas Czerwinski, Sanne Donders, Fred Ernst, Robbert Guis, Ruben Hamelink, Aad Hoogendoorn, Gregory Joha, Thijs de Lange, Maarten Laupman, Ferry Passchier, Stacii Samidin, Marco de Swart, Hans Zijffers Ontwerp en vormgeving: stof rotterdam Druk: Tuijtel Oplage: 1.000 exemplaren Team Rotterdam viert de stad!: Ingrid Adriaanse, Kim van Beek, Anouk Estourgie, Barbara Goldman, Lidwien Hupkens, Jeanette Kooter, Johan Moerman, Davine Lambert, Eeva Liukku, Ellis Prinse, Sandra Ringeling, Marjolein van Rosmalen, Cynthia Soeters en Reinier Weers Adviesraad Rotterdam viert de stad!: Sayida Goedhoop, Kim Heinen, Patrick van der Klooster, Bas Kwakman, Marianne van de Velde, Aruna Vermeulen en Ellen Walraven Speciale dank aan: Sayida Goedhoop, Marte van Oort en Mirjam Geerse van Stichting De Verre Bergen Wijzigingen en typefouten voorbehouden Copyright Rotterdam Festivals / Rotterdam viert de stad! 2016 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

199

Rotterdam Festivals Postbus 21362, 3001AJ Rotterdam 010 433 25 11 Rotterdamfestivals.nl info@rotterdamfestivals.nl Facebook: rotterdamfestivals Twitter en Instagram: rdamfestivals Rotterdam viert de stad! Met 75 jaar wederopbouw als inspiratiebron brengt Rotterdam viert de stad! een ode an de stad met een uitgebreid programma van films, tentoonstellingen, theater, dans, stadsexpo, routes en meer. Tot en met 31 juli 2016. Deze manifestatie wordt gecoรถrdineerd door Rotterdam Festivals. Kijk voor het volledige programma op rotterdamviertdestad.nl.


KROOST magazine  
KROOST magazine  
Advertisement