Issuu on Google+

K WA R T A A L v i s i e

Kwartaalvisie april 2014 Zowel Europese als Amerikaanse aandelenbeurzen maakten in januari een dip door. In februari was er een sterk herstel, maar begin maart wierp de geopolitieke onrust rond de Krim een schaduw over de financiële markten. Wim Zwanenburg Beleggingsstrateeg Stroeve & Lemberger Vermogensbeheer

Winter in America is cold

De afgelopen maanden werd het beeld van de Amerikaanse economie sterk vertekend door het extreem slechte weer in de VS. Zo bleven miljoenen Amerikanen thuiswerken vanwege de sneeuw en de extreme koude. Er zijn ook duidelijk effecten te zien op de auto- en huizenverkopen. Maar als de sneeuw gesmolten is, zien we hoe de weg naar verder herstel erbij ligt. De nieuwe voorzitter van de Federal Reserve, Janet Yellen, gaat voortaan kijken naar een ’brede reeks’ van factoren bij het rentebeleid en zal deze niet alleen baseren op de officiële werkloosheid, al dan niet boven of onder de 6,5%. Naast bredere arbeidsmarktcijfers zal zij ook huizenprijzen en cijfers over het consumentenvertrouwen in de overwegingen meenemen. Daarmee zal het beleid van de Fed aan voorspelbaarheid verliezen, een extra onzekere factor. De Fed gaat door met de geleidelijke afbouw van het monetaire stimuleringsprogramma (‘tapering’), door iedere maand 10 miljard dollar minder kapitaalmarktpapier aan te kopen. De discussie verschuift langzamerhand naar de vraag wanneer de Fed de geldmarktrente gaat verhogen. Een renteverhoging kan echter als een sterk bewijs van economisch herstel worden gezien. De onevenwichtigheden in de VS zijn geleidelijk aan verminderd. Gezinnen en bedrijven tonen zich nog steeds steeds terughoudend om extra krediet aan te vragen en extra te investeren, maar het tekort van de Federale overheid loopt zienderogen terug. Dit komt zowel door de onenigheid over het te voeren beleid in het Amerikaanse Congres, waardoor er gewoon geen extra uitgaven kunnen worden gedaan, als door het feit dat overheidsfinanciën autonoom verder verbeteren door de geleidelijk aantrekkende economie en hogere belastinginkomsten.

Deflatie in Europa? In Europa maken beleggers zich steeds meer zorgen over deflatie. Het meest recente inflatiecijfer duidde met 0,7% ten opzichte van het vorige jaar nog steeds op een verder dalende inflatie en volgens veel economen is de ECB veel te afwachtend

met het monetaire beleid. De geldmarktrente wordt onvoldoende verlaagd, er worden geen staatsleningen aangekocht en zo wordt de Europese economie onvoldoende monetair gestimuleerd. ECB-President Draghi heeft deze kritiek steeds van de hand gewezen: de groeivooruitzichten voor de eurozone verbeteren. Ondertussen hebben de landen in de periferie van de eurozone wel een substantiële aanpassing doorgemaakt. Ierland verliet in december 2013 het noodprogramma van de Europese Unie en het Internationaal Monetair Fonds. Het is daarmee het eerste probleemland dat weer op eigen benen komt te staan. Portugal is tegen de zomer mogelijk het tweede land dat zonder hulp van het steunprogramma kan. Partijman Renzi stootte premier Letta van de troon, nog geen jaar na de vorige verkiezingen. De nieuwe premier kreeg het vertrouwen van het parlement en ook de zegen van de financiële markten. De rente op Italiaans staatspapier daalde het afgelopen kwartaal zelfs onder de 3,5%! Over het geheel genomen zijn er in de eurozone nauwelijks meer landen met een tekort op de lopende rekening. Hiertegenover staat dat Duitsland en Nederland hun besparingsoverschotten niet of nauwelijks hebben laten afnemen. Voor de eurozone als geheel is er dan ook sprake van een stijging van het overschot op de lopende rekening. Het aanpassingsproces is reeds in een ver gevorderd stadium, wat zich vertaalt in een beperkte aantrekkende economische groei.

Europa en Rusland De uiteindelijke gevolgen van de internationale crisis tussen Rusland en Oekraïne blijven waarschijnlijk beperkt, ook al zulTabel Economische Groei en Inflatie (%) Euroland GDP

CPI (Inflatie)

USA

Japan

LatijnsAm.

OostEuropa

Azië Pacific

2011

1,4

1,8

-0,6

4,2

4,3

4,5

2012

-0,5

2,2

2,0

2,9

2,8

4,8

2013

-0,4

1,7

1,9

2,6

2,0

4,6

2014

1,0

2,9

1,6

2,8

2,6

4,7

2015

1,4

3,0

1,3

3,1

3,2

4,7

2011

2,7

3,2

-0,3

6,8

6,4

3,6

2012

2,5

2,1

0,0

6,4

5,3

2,6

2013

1,4

1,5

0,2

8,0

5,0

2,6

2014

1,0

1,6

2,4

9,0

4,7

3,3

2015

1,4

1,9

1,7

7,9

4,8

3,1

Bron: Bloomberg, IMF, EC, Consensus Economics, maart 2014

4

NIEUWSBRIEF STROEVE APRIL 2014.indd 4

26-03-14 22:36


Stroeve april 2014 4