Page 1

e aan! 12,4 ???

33


tgjirk ej taw si teiz ej taw

wat je ziet is wat je krijgt is een uitgave van Teslanian Publishers, Utrecht

Š Bert Bruijne en Stan Roncken


wat je ziet is wat je krijgt

TESLANIAN 2005

wat je ziet is wat je krijgt


‘t IJzig weertje staat. Wijk te gek. Zijstraatje wit. Wij zwart. Statige wijk eet. Jij zeikt je straatweg wit. Jij ijzig straatje kwijt. Weet je wat jij zei? Tik, start, weg!

Kaartje gewit. Jij zit west. Kaart wist je weg. Jij zit te ijzig. Wijk twee, ‘t straatje gewit. Jij zette wijs kaartgaatje; zette Rijswijk wit. Zij weegt. Jij wistte kaart.


Je wijze witte krijgstaat trekt. Jij weegt, zaait wijs kers. Jij zwaait wettig. Jet strijkt, zaait. Jij weet weg. Jij wíst weg. Je ziet ‘t, raakt wijze strategie kwijt. Tja.

Wij ‘t straatkeitje. Zeg, wij wijkstrategie zat, Jet. Wij wij wij ... Gek ziet ‘t straatje. Je ietwat grijze tak wijst: taartwijkgewest. Jij ziet trieste wijk. Jij zaagt wet.


Gitzwarte kat eet. Jij wijs; jij wastte wit. Ter zake: gij ‘t witte katje. Witgrijze jas zweterig. Jij wijs. Kat at te eiwitrijk. Je zegt: ja, ‘t was geittaart. Jij wekt ze wijs.

Tijgertje ietwat zwak. IJstijger wat witjes. Ja, ziek. ‘t jagertje wist ‘t. Zak! Wij ietwat ijzigjes. Je kat witter wij jagertje zat. Wie stikt zeikt ‘t wit jagerjasje wit.


Geitje te zwaar. ‘k Wist ‘t. jij geitjestaart kwijt. Wijze jager witte jas kwijt. Ziet eiwitkwastje. Jij zegt: rat staartje kwijt. Wijze geit wist ‘t, jij wazige katertje.

Jij zeikt wat. Tijger waste geitje wit. Tja, zwart sjiek. Je witwastijgerkatje zit triest gezwikt. Ja ja witje, wastte zijig katertje. Wij zwarte geitjes. Jij wit kat.


Erwtjes kwijt. Gij zaait te witte rijst, Kaatje. Zeg, wij ietwat rijst. Jij zakte weg zeker? Jij te gast. Ja, wit wit is ‘t. Jij zet je gewraakt witte rijst weg. Kwijt. Je zaait.

Je zaait gerst. Je wit kwijt. Jij zwaait, trekt. Weeg ‘t ijs, weeg ‘t ijstaartje. Zij wikt, weegt wat. Jij zakt iets. Rij taartjes kwijt. IJzige wet: ‘t twijgje wit; je zaait kers.

Zij weekt witte rijst. Jaag ietwat. Zeg ‘t rijtje: ijs, wak, water. Geit ijs kwijt. Je zat wat. Jij gewerkt. Zij at iets. Karwij. Jij zweette statig; rijstziekte? Wat gij, watje!


Jij weegt zak rijst. Ietwat zwaar. Jij weegt ‘t ijs. Tikte tekst. Gaar ze jij. Wij witte rijst kwijt. Wijze gaat. Eet eiwitrijk. Ja, zeg ‘t: watje! Ja, ijs zweet. Krijgt ietwat...


Je sigaar kwijt. Zij wette ‘t ijzer. Iets kwijt. Gatje wat teer. Jij wat ziek. Stijg wat; eiergas. Tja, wij ’t kwijt. Zet zij ’t trekgas? Wij ’t eitje. Jij zweette ‘t. Sigaar kwijt.

Wijze stikt ’t graatje. Wij wat ziekjes, getart. Jij wit, krijtwit. Jij gaat west. Zeeziek. Ja, je wijst ’t water tig zweergaatjes. Jij wit. Tikt stikt. Je wit wijze graatje


Twistziek ratje. Jij wat gezweet. Taai twijgstrijkje strijkt je eiwit weg. Ja, zat kattige wratjes. Jij wit ze weer. Wit ’t katje. Ja, zij gist

wat. Ratje zwikte. Jij giste. Jij wat sterziek, witgatje. Triest ja. Jij te wazig. Wek ‘t wijze witte gat, jij staker. Jij krijtwitte wees. Zaag ‘t ijsgat. Wij ’t karweitje. Zet


Je zaag wit. Witte krijtjes. Jij stak trage witte wijze; gaatjesijzer kwijt. Witte ijzers kwijt. Je gaat. Witte, ja wijze witte gat krijste. Jij eerst witte zaag kwijt. Je

trekt wit weg. Tja, zij is aartistiek. W...weg je jat. Zij ‘t zat. Ik w... witte tijgerjasje kwijt. Jager ziet wit. Twietjas gitzwart. Jij kwast je ei te... te wit, j... jij artiest. Wa’k zeg.


Jij zette ietwat grijs wak eerst wit weg. Ja, zij kit – tja – (klein soort blackbox) wit zwartkistje . Ja, je geit Witje wit Tijgertjes zaak krijtwit. Je jat weitas. Zeg,

waar zette je (gij) ‘t. Is kwijt! Ja, gij test zwart kiwietje eerst. Witte kat zag jij. Wij grijs... ziektewet. Wat at jij? Zwart kiwietje. Ja, je gist ‘t... Is erg. Tja, jij te zwak, witte...


Je sigaar kwijt. Zij wette ‘t ijzer. Iets kwijt. Gatje wat teer. Jij wat ziek. Stijg wat; eiergas. Tja, wij ’t kwijt. Zet zij ’t trekgas? Wij ’t eitje. Jij zweette ‘t. Sigaar kwijt.

Wijze stikt ’t graatje. Wij wat ziekjes, getart. Jij wit, krijtwit. Jij gaat west. Zeeziek. Ja, je wijst ’t water tig zweergaatjes. Jij wit. Tikt stikt. Je wit wijze graatje


Twistziek ratje. Jij wat gezweet. Taai twijgstrijkje strijkt je eiwit weg. Ja, zat kattige wratjes. Jij wit ze weer. Wit ’t katje. Ja, zij gist

wat. Ratje zwikte. Jij giste. Jij wat sterziek, witgatje. Triest ja. Jij te wazig. Wek ‘t wijze witte gat, jij staker. Jij krijtwitte wees. Zaag ‘t ijsgat. Wij ’t karweitje. Zet


colofon wat je ziet is wat je krijgt concept en vormgeving Bert Bruijne en Stan Roncken deze uitgave kwam mede tot stand door met dank aan gedrukt op gedrukt bij oplage 250 genummerde exemplaren dit is nummer

isbn 90-806320-3-? / nugi 2004 bert bruijne en stan roncken www.roncken.nl/teslanian


WatJeZietIsWatJeKrijgt  

Wat Je Ziet Is Wat Je Krijgt Bert Bruijne en Stan Roncken Teslanian