Page 1

Bart Lodewijks Calcutta Drawings 3

Roma

9 oktober 16 oktober 2018

Nederlands



Bart Lodewijks Calcutta Drawings 3 9 oktober - 16 oktober 2018



Kwality Wall’s Ik begin steeds beter te begrijpen hoe de zaken hier in elkaar steken. Drie weken zijn er voorbijgegaan eer ik de lichtbox opmerk boven de ingang van Afsar Khans kruidenierszaak. Op de rode plexiglasplaat staat voor iedereen leesbaar de naam van de winkel: Kwality Wall’s. Na jarenlang op zoek te zijn geweest naar muren had ik deze bijna over het hoofd gezien. Vrolijk open ik de deur, mijn binnenkomst wordt nog meer luister bijgezet door het luide geklingel van de winkelbel. Afsar Khan, die in kraakwitte islamitische kleding achter de toonbank zit, kijkt afwezig op. Nu ik de naam van de winkel weet, ga ik die misschien gebruiken als titel voor mijn werk, vertel ik. Het lijkt alsof hij net wakker is en niet tot hem doordringt wat ik zeg. ‘Je weet wel’, zeg ik, ‘de muurtekeningen.’ Ik zou hem kameraadschappelijk op de schouder willen slaan en feliciteren met wat ons vanaf nu verbindt, want dat is wat Kwality Wall’s doen. Droogjes vertelt hij dat de winkel zo heet sinds de oprichting in 2011. Dat jaar tekende ik op muren in Rio de Janeiro, wil ik zeggen,


maar slik het in om zijn verre reis niet op te rakelen, want in de outback van Australië werd hij bijna van het leven beroofd. Hij wil ook een keer naar Amsterdam en Groningen, want daar schijnt het goed te zijn. Heimelijk denk ik terug aan mijn geliefde Brazilië, waar ik maandenlang in een favela tekende. Aan het einde van de werkperiode ontmoette ik een blinde Braziliaan, Armando genaamd, die omschreef hoe de krijttekeningen er volgens hem uitzagen.* Afsar glimlacht even afwezig als dat hij net opkeek, terwijl hij wat vuil tussen de toetsen van een rekenmachine uit peutert. ‘Ik heb je muurtekeningen gezien’, zegt hij en laat het daarbij. Ik loop naar de winkelschappen, die gevuld zijn met een gigantisch assortiment aan smaakversterkers, en pak gewoontegetrouw een fles water uit de koeling. Ik waan me in een gimmick waarin een muurtekenaar ‒ natuurlijk! ‒ zijn levensmiddelen haalt bij een winkel die ‘kwaliteitsmuur’ heet. Ik begin steeds beter te begrijpen hoe de zaken hier in elkaar steken. Achter de toonbank is een muurtje tegen de wand geplaatst. Het doet de naam van de winkel eer aan. Het kwaliteitsmuurtje is betegeld met grijze natuurstenen en heeft een oppervlak van ongeveer één bij anderhalve meter. Dat is precies genoeg voor een tekening. Afsar


ziet mij ernaar staren en ik vraag of dit de Kwality Wall is waaraan de winkel zijn naam dankt. Knikkend en schuddend met zijn hoofd bromt hij iets van ‘decoration wall’ en kijkt me aan alsof ik niet goed snik ben. Misschien vindt hij mij maar een rare snuiter en wordt het tijd dat ik een beetje inbind. Ik durf niet te vragen of ik achter de toonbank mag tekenen, uit piëteit en uit vrees mezelf buitenspel te zetten of te diskwalificeren. Het ingehouden lachje van zojuist zegt me genoeg. Opnieuw denk ik aan de reis naar Australië die hem bijna fataal werd; daar moet hij toch iets aan overgehouden hebben. In zijn afwezige blik bespeur ik een zekere waakzaamheid, of op zijn minst alertheid. Timide reken ik mijn waterfles af en met dezelfde hand als hij in de begindagen gebruikte om joviaal zijn duim op te steken, gebaart hij nu dat ik moet opstappen. Een rechtgeaarde Hollander zou dit verstaan als: en nu opzouten. Mijn blijdschap van daarstraks slaat om in onzekerheid: wat bedoelt hij nou echt? Er gaapt een kloof tussen de opgewektheid waarmee ik binnenkwam en de onzekerheid die zich nu van mij meester maakt. Ik waande me op mijn gemak, maar ben kennelijk nog lang niet aangeland. ‘Hé’, roept hij me na, ‘Kwality Wall’s is de merknaam van de grootste ijsproducent in India, alle


buurtwinkels en kraampjes die cornetto’s verkopen heten zo.’ Bedremmeld loop ik naar de uitgang en schrik me rot van het geklingel van de winkelbel. Mijn hand is inmiddels klam geworden van het condens van de waterfles, of is het zweet? Er zijn opeens ontelbare Kwality Wall’s bij gekomen. ‘Kijk uit voor de gladheid als het regent’, hoor ik hem zeggen. Hij gebaarde helemaal niet dat ik moest opstappen! Hij wees naar de lucht, om me te waarschuwen dat de wegen glibberig worden als het regent, dat ik moet oppassen, de goeierd. In het asfalt zijn kleine keien verwerkt die grip geven als het nat is. Ze steken een paar millimeter boven het wegdek uit, gelijkmatig geplaatst met telkens zo’n tien centimeter ertussen. De uitstekende keitjes voel ik onder mijn schoenzolen als ik me richting mijn werk begeef. Aan de zijkant van de weg is een met geglazuurde tegels afgewerkt bassin uitgespaard waarin de bewoners van de zandstraat zich wassen en waaruit ze hun drinkwater halen. Op een koperen buis die boven de vloertegels uitsteekt, sluiten ze heel inventief een mobile handpomp aan: als ze de zwengel heen en weer bewegen, gaat het water stromen. Er zijn ook waterdragers, die twee emmers tot de rand vullen en die dan ophangen aan de beide uiteinden van het juk dat ze


op hun schouders dragen. Maar waterdragers doen hun werk niet gratis, vandaar dat de meeste bewoners de volle emmers, jerrycans en plastic vaten eigenhandig naar hun woningen sjouwen. Ik drentel heen en weer in de zandstraat, waar ik al vier woningen betekend heb en me thuis begin te voelen. Omdat het tekenen langzaamaan ingebed raakt in de buurt, zwermen de kinderen niet meer om mij heen als een stel ongeleide projectielen. De kleine Sajid komt bij mij staan. Omdat ik in zijn ogen niets aan het doen ben, piept hij verrukt: ‘Art project finished?’ ‘Het project gaat altijd door’, zeg ik. ‘Not finished?’ vraagt hij minstens zo verrukt. Op de rug van zijn hand staat mijn telefoonnummer, zie ik. Hij zegt dat hij het gekregen heeft van Sahil, die ik gisteren geheel onnadenkend een tweet stuurde. Sahil is een sympathieke gozer met een beginnend snorretje, de grootste vragensteller uit de buurt, die mij inmiddels al tientallen appjes gestuurd heeft. Hij vroeg me: ‘Wat ga je doen met Durga Puja?’ Over vier dagen barst het jaarlijkse Hindoestaanse offerfeest los, dan houdt de vijfarmige godin Durga Puja alles en iedereen in haar greep. Eerlijk gezegd zie ik op tegen de festiviteiten, de stad staat dan tien dagen op zijn kop en je schijnt nergens meer te kunnen komen. Ik


vraag me af of ik kan doorgaan met tekenen en overweeg om een lange, contemplatieve treinreis naar het noorden van India te maken, dwars door KwalityWall-land naar Uttarakhand, waar de Ganges ontspringt. Naar het beginpunt van de langste lijn die door dit land loopt. Misschien is dat overmoedig, maar dat is hier blijven ook.

* In 2016 verscheen Rio de Janeiro Drawings, over het dagelijks leven in de buurten tussen Rua Santa Cristina en Rua Benjamin Constant (ROMA Publication # 271).


‘It is an Art project’, hoor ik opeens een krakende stem naast me. Een oude man met een ingevallen gezicht en kraalogen staat kennelijk al een poos naast mij zonder dat ik hem opmerkte. In zijn ogen moet ik een spookverschijning zijn, want ik zit van top tot teen onder het krijtpoeder. ‘Every day drawing,’ glimlacht hij goedmoedig en zijn wangen bollen op alsof er toverballen in zitten. ‘Hobby, hobby?’ vraagt hij, naar bevestiging zoekend. Omdat op mijn visum staat dat ik toerist ben, antwoord ik dat tekenen mijn vakantiebesteding is. Waarom eigenlijk ook niet, ik


ontspan er toch door? Maar ik hang niet de toerist uit, daarvoor trek ik er te weinig op uit. Het is zelfs de vraag of ik de stad echt een bezoek breng, het is veeleer hard werken en overleven. Daarom zeg ik behoorlijk resoluut: ‘Dit is mijn werk.’ Hij staart mij aan alsof ik niet lijk op iemand die om den brode krijttekeningen maakt. Het blijft een mirakel, dat geld verdienen, denk ik bij mezelf. ‘Het is ook een beetje mijn hobby’, zeg ik om hem niet helemaal in het ongelijk te stellen. Het is alsof hij naar adem hapt. ‘Would you like to teach me?’ vraagt hij en zijn koolzwarte kraalogen beginnen te gloeien. ‘Je kunt het vak alleen al doende leren’, vertrouw ik hem toe, waarop hij instemmend knikt.



De tekeningen behouden hun eigen identiteit; of ze nou in Rio de Janeiro, Calcutta of Gent zijn gemaakt, doet niet ter zake. Wat mij betreft is het geen vereiste dat de tekeningen zich aanpassen of zich ontwikkelen, soms mogen ze zelfs terugvallen in de tijd, als ze maar doorlopen. Toch zijn ze aan verandering onderhevig. Variaties ontstaan al doende, tijdens het tekenen, zonder vooropgezet plan. Op een muur in de zandstraat suggereer ik een lichte bolling tussen de rechte krijtlijnen. Het is een knipoog naar de scheve muren waar de straat vol mee staat.


Aan het oog onttrokken, achter een zwarte stalen poort, ligt een lasbedrijf. Daar houdt de zandstraat op. Zwaarbeladen riksja’s met oplegger, een soort brede bakfietsen, manoeuvreren hun ladingen staal en ijzer door de nauwe straat. Kleine vrachtauto’s moeten hun buitenspiegels inklappen om bij het bedrijf te komen, en dan nog is het knap dat ze de woningen en de tekeningen niet raken.


In de woningen wordt op houtvuur gekookt, wat gepaard gaat met een verstikkende rookontwikkeling. Bovendien is het benauwd, windstil en heet en dreigt het te gaan regenen. Als ik voortijdig wegga, is de kans groot dat kinderen of wasvrouwen de tekening beschadigen voordat hij af is.



De tekening heeft de voorspelde nachtelijke regenbui overleefd en geen van de bewoners haalde het in zijn hoofd om met zijn handen over het krijt te wrijven. Ook niet het zevenjarige, zwaar autistische zoontje van de riksjabestuurder, de man die mij vorige week probeerde te beroven. Als ik hem zie fietsen, dan vouwen we allebei nog steeds onze handen samen en bezweren daarmee het slechte in de mens.


De tekening in de zandstraat en de tekening die ik op het groene gebouw maakte, bevinden zich dicht bij elkaar.


Naast mij op de grond spat een brokstuk ter grootte van een lijvig boekwerk uiteen. Ik schrik enorm zonder thuis te kunnen brengen wat er precies gebeurt. Het zou een inslag van een meteoriet kunnen zijn, in Calcutta kan namelijk alles. Maar het is een brok asfalt, dat het zoontje van de riksjabestuurder vanuit de bovenste verdieping van een tegenovergelegen gebouw naar beneden heeft laten vallen. Een anderhalf jaar oud hummeltje dat naast mij aan het spelen was met kartonnen zeepdozen, werd op een haar na geraakt. De bewoners vissen het zoontje onmiddellijk van het dak.


Hij krijgt er stevig van langs, maar hij vindt alle aandacht prima en grijnst geschift naar de boze mensen om hem heen.


De schermutseling met Praneet is bijgelegd. In plaats van hem een e-mail te sturen maak ik een tekening rondom zijn brievenbus.





Colofon Bart Lodewijks - Calcutta Drawings Tekeningen, tekst en foto’s: Bart Lodewijks Redactie: Danielle van Zuijlen Eindredactie: Lucy Klaassen Beeldbewerking: Huig Bartels Ontwerp: Roger Willems en Dongyoung Lee Uitgever: Roma Publications, Amsterdam Dit project is mede mogelijk gemaakt met steun van CARF, Calcutta; Mondriaan Fonds, Amsterdam Speciale dank aan Praneet Soi © Bart Lodewijks, 2018




Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.