Issuu on Google+

Energierotonde NL

Lees verder

+ Schaalsprong Almere + Nieuwe verdienmodellen gebiedsontwikkeling + Gebiedsconcessie: ontwikkelingen op stoom

3 maart 2011

www.romagazine.nl


&YDQ(LMN0$ M 'UV-%RV 'UV-%R 'U((QQHQ

EXGJHW YDQ HHQ SURMHFW EHVFKLNEDDU PRHW ]LMQ YRRU GH NHQQLVJHEUXLNHUV ]RGDW KHW DUFKHRORJLVFK HUIJRHG HHQ SODDWV NDQ NULM JHQ LQ KHW VWHGHQERXZNXQGLJ RQWZHUS HQ GH UXLPWH 'H ├АQDQFLsOH PLGGHOHQ GLH EH VFKLNEDDU ]LMQ YRRU KHW RQGHU]RHN PRHWHQ GXV RYHU GH VSHOHUV YHUGHHOG ZRUGHQ 2S GHODQJHWHUPLMQOHLGWGH]HDDQSDNWRWHHQ EUHGHUHPDDWVFKDSSHOLMNHEHWURNNHQKHLGHQ HHQQDWXXUOLMNWRWHHQLQVSLUHUHQGHUXLPWH $UFKHRORJLHLVWHQVORWWHYDQRQVDOOHPDDO 0DUNW 2QWZLNNHODDU GRHO LQVSLUHUHQGH UXLPWH

3XEOLHNHWDDN 2YHUKHLGGRHO EHKHHUEHKRXG RQWZLNNHOLQJ UHJLVVHUHQ

$UFKHRORJLH

WKH5H&ROOHFWLYH

Probeer

:DDURPUHYHUVHDUFKDHRORJ\" 7KH0LVVLQJ/LQNLVYDQPHQLQJGDWDUFKHROR JLVFK RQGHU]RHN LQ GH UXLPWHOLMNH RUGHQLQJ PHHU LV GDQ ORXWHU RQGHU]RHN YDQ NHQQLV EHKHHUGHUV RI SURGXFHQWHQ WHQ EHKRHYH YDQ GH DUFKHRORJLVFKH ZHWHQVFKDS 2RN GH NHQQLVJHEUXLNHUV ]RDOV GH RQWZLNNHODDU HQ FRQVXPHQWHQKHEEHQUHFKWRS]HJJHQVFKDS RYHUGH]HDUFKHRORJLVFKHNHQQLV'HRQWZLN NHODDU LV LPPHUV YHUDQWZRRUGHOLMN YRRU GH NRVWHQYDQKHWRQGHU]RHNHQGHFRQVXPHQW ZLOKHWHUIJRHGJUDDJ┬╢EHOHYHQ┬╖DOVHLQGJH EUXLNHU,QKHWDIJHORSHQMDDUKHHIW7KH0LV VLQJ/LQNHHQZHUNZLM]HRQWZLNNHOG5HYHUVH $UFKDHRORJ\ZDDUPHHVQHOOHUEUHHGJHGUD JHQNHX]HVNXQQHQZRUGHQJHPDDNWELQQHQ KHWYDNJHELHGDUFKHRORJLVFKHUIJRHG 'HRQGHUKDQGHOLQJVWDIHO 'H EHWURNNHQ VSHOHUV QHPHQ GDDUELM SODDWV URQGRP GH RQGHUKDQGHOLQJVWDIHO$DQ GH]H WDIHO ZRUGHQ GH DUFKHRORJLVFKH DPELWLHV YDQ DOOH SDUWLMHQ LQ KHW RQWZLNNHOSURFHV EHSDDOG'LWEHWHNHQWGDWHHQGHHOYDQKHW

(LQGJHEUXLNHU GRHOZRQHQ ZHUNHQUHFUHsUHQ

8QLYHUVLWHLW GRHONHQQLV

Belasting Magazine

20% korting

voor een halfjaar met

 Bruikbare artikelen over de effecten van ямБscale wetgeving  Haagse actualiteiten en internationaal nieuws  Het belangrijkste ямБscale nieuws  Handige tips  Pensioenpraktijk  BTW actualiteiten  DGA Journaal  BM Column

u ontvangt ook gratis de digitale nieuwsbrief

 Estate - en Financial planning. Meer informatie en direct bestellen gaat u naar:

www.elsevierfiscaal.nl/winkel


tijdschr ift voor werk, inkome n en zorg nummer 9, september 2008, jaargang 70

so ci aa lb e st e k

Sociaal Bestek is hét vakblad op het snijvlak van sociale zekerheid, arbeidsvoorziening en lokaal sociaal beleid. Met gerichte informatie over ontwikkelingen en achtergronden, met interviews, jurisprudentie, boekbesprekingen en uitleg van regelgeving. Kortom, met een abonnement op Sociaal Bestek heeft u maandelijks uitgebreide vakinformatie en prikkelende opinies op uw bureau. Sociaal Bestek is al ruim 65 jaar het toonaangevende vaktijdschrift binnen de sector sociale zekerheid, arbeidsvoorziening en lokaal sociaal beleid.

Introductieabonnement 6 nummers voor g 36

Thema buurtgericht werken Andere kijk op wijken Ruimte voor ondernemerschap Slachthuisbuurt vat koe bij de horens De opmars van maatschappelijke activeringscentra Sociale cohesie via internet Klantmanagement nieuwe stijl

JA

Ik wil een introductieabonnement op Sociaal Bestek en profiteer van de aantrekkelijke korting. 6 Nummers voor maar i 36!

Vul uw gegevens in en ontvang Sociaal Bestek Naam Voorletters Functie

Doelgroep t .BOBHFSTFONFEFXFSLFSTCJK gemeentelijke sociale diensten t .BOBHFSTFONFEFXFSLFSTCJK de gemeentelijke afdelingen Welzijn en Sociale Zaken t #FMFJETNFEFXFSLFSTFEVDBUJF en vorming bij arbeidsbureaus t #FMFJETNFEFXFSLFSTCJKTPDJBMF verzekeringsorganen t 4UBGGVODUJPOBSJTTFOCJK cliëntenorganisaties, de gesubsidieerde sector en samenwerkingsorganen in het kader van de SWI-operatie

U kunt het formulier sturen naar: NM NV

Tussenvoegsel

Reed Business bv t.a.v. Klantadministratie Postbus 808 7000 AV Doetinchem (een postzegel is niet nodig)

Bedrijf Adres Postcode Plaats Land Telefoon E-mail

Introductieabonnement 6 stuks [RBI2] U ontvangt een introductieabonnement van Sociaal Bestek: 6 nummers voor g 38,16 (incl. 6% BTW). Dit introductieabonnement wordt omgezet in een regulier abonnement tenzij minimaal 2 weken voor het verlopen van het introductieabonnement schriftelijk is opgezegd aan: Reed Business bv, T.a.v. Klantenadminstratie, Postbus 808, 7000 AV Doetinchem. Bij niet tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch verlengd met één jaar. Prijzen van het reguliere abonnement zijn: g 165,84 voor 11 nummers per jaar. Alle prijzen zijn incl. 6% BTW en verzendkosten. Prijswijzigingen voorbehouden.


Redactioneel

Fusie Er voltrekt zich een stille revolutie in bestuurlijk Nederland. De provinciebesturen van Noord-Holland, Utrecht en Flevoland onderzoeken de mogelijkheid om binnen niet al te lange tijd samen te

Inhoud 4

10

ROm2 - ‘Wie waterwoont, moet meedeinen’ - Natuurdatabank - Binnenstedelijk bouwen - Prijs Kleur Buiten - Provincies zoeken geld voor landelijk gebied - Nieuws uit Brussel Column: Het Hiernogmaals Ruimtelijke bekeken

Schaalsprong Almere aan een zijden draadje gaan in ‘één nieuwe provincie’. De Utrechtse Commissaris van de koningin Roel Robbertsen noemt in de Volkskrant van 7 februari zelfs de termijn van ‘een half jaartje’, dat ze nodig hebben om tot een besluit te komen. Mocht het werkelijk zo snel gaan dan is dat, gegeven de historie van de vele initiatieven en plannen over bestuurlijke hervormingen in dit land, een revolutionaire ontwikkeling.

13 Gebiedsconcessie moet

Vanwaar die plotselinge doorbraak in de Noordvleugel, waar Amsterdam toch altijd meewarig neerkeek op Utrecht en de ogen liever liet vallen op het snel groeiende en met de Amsterdamse regio sterk verbonden Almere en achterland? De urgentie is hoog. Het economische tij vraagt om een krachtig bestuur met een samenhangende visie op ruimtelijke ontwikkelingen. Dat geldt zeker voor de Noordvleugel van de Randstad, die in alle opzichten geldt als de motor van de nationale economie. In de Amsterdamse regio zien ze de vorming van één Randstadprovincie, samen met de zuidvleugel, als een doemscenario. Nu het kabinet-Rutte aangeeft eindelijk een doorbraak te willen in die slepende discussie om de bestuurlijke drukte in de Randstad te verminderen, kiezen ze eieren voor hun geld.

21

ontwikkelingen op stoom houden

16 WaboWijs 18

Traditie en tijdgeest in de ruimtelijke ordening

Interview Maarten Hajer Trend

Energierotonde NL

30

Forum

Tijdig ov op Vinex-locaties

33 Waterlinie 36

Praktijk

Nieuwe verdienmodellen gebiedsontwikkeling

42

ROm Snippers

Agenda, recensies Ruimtelijk en economisch beschouwd een volstrekt logische zaak. Om te zien hoezeer de Amsterdamse en Utrechtse regio met elkaar verbonden zijn, hoef je alleen maar tijdens de spits op Amsterdam Centraal en Utrecht Centraal te gaan kijken. Bovendien werkt de gloednieuwe 10-baans A2 als een ‘zwarte loper’ voor verdere verstrengeling. En Almere krijgt zo een veel betere ruimtelijke inbedding als voorstad van Amsterdam én Utrecht, mits de ontsluiting aan de westkant verbetert. Dat laatste zou wel eens de beloning van het kabinet kunnen zijn voor de fusie en het temperen van de schaalsprong in Almere. é Marcel Bayer

hoofdredacteur

maart 2011 2


pag.

26

Trend

Energierotonde NL

Nederland ‘power hub’, Noord-Nederland ‘Energy Valley’ en ‘gasrotonde van Europa’. Energievisioenen te over bij het kabinet. Maar wat is werkelijk haalbaar? En wat schieten onze ruimte, milieu en welvaart ermee op? Steenkool, gas en atoomstroom staan met hun neus vooraan. Zijn ‘duurzame’ plaatjes en Europese CO2-doelstellingen feitelijk verlaten? Worden wij de beroete energie-koelies van de grootmachten in ons achterland? ROMagazine schetst de energetische toekomstkaart van Nederland.

pag.

18

Traditie en tijdgeest in de ruimtelijke ordening

Interview Maarten Hajer Een discours over de traditie en de tijdgeest in de ruimtelijke ordening in tien afleveringen. Tien interviews met toonaangevende personen over het einde van de rijkssturing, de nieuwe regierol van provincies en gemeenten, de ruimte voor de markt en de samenleving. Infrastructuur moet de basis vormen voor de visie op de ruimtelijke toekomst, daar is Hajer van overtuigd. Een belangrijke opdracht voor de rijksoverheid is te bekijken hoe er meer rendement is te halen uit de ligging van bestaande infrastructuur. ‘Veel geld om nieuwe aan te leggen is er de komende tijd namelijk niet.’

pag.

36

Praktijk

Nieuwe verdienmodellen gebiedsontwikkeling ‘Het decennia lang ingesleten systeem van departementale miljardensubsidies in woningbouw, waterbouw, infrastructuur, natuur, et cetera werkt niet meer als gevolg van publieke tekorten en het inzicht dat we als subsidieverslaafden kansen onvoldoende benutten.’ Voorpublicatie naar aanleiding van het eind maart te verschijnen cahier over nieuwe verdienmodellen gebiedsontwikkeling bij NederLandBovenWater.

maart 2011 3


RO

Gebiedsontwikkeling in nieuwe fase: ‘Het roer moet om’ Overheid, markt en maatschappelijke organisaties peinzen zich suf over manieren om ruimtelijke projecten van de grond te krijgen en meer vaart te geven. De uitdagingen zijn scherp in het vizier, de belemmeringen tot in detail benoemd, alleen over de aanpak verschillende de meningen. Groei is niet langer vanzelfsprekend, krimp is ook interessant. Kwaliteit wordt belangrijker dan kwantiteit. Zowel de overheid als de marktpartijen moeten beseffen dat de rol van de eindgebruikers centraal komt te staan. ‘De tijd van one size fits all is voorbij’. De bewindsvrouw schetste in een paar zinnen de veranderingen en de uitdagingen. Om daar meteen aan toe te voegen, dat de rijksoverheid een terughoudende en vooral kaderstellende rol zal spelen. Er is behoefte aan gebiedsgericht beleid, en dat is vooral een zaak van de gemeenten en provincies. Waar mogelijk zal het kabinet zoeken naar ‘behendige combinaties’ in het rijksbeleid, geeft Schultz van Haegen aan. Zij noemt het MIRT en Ruimte voor de rivier als een project waar ‘verschillende belangen samenkomen en elkaar versterken.’ Ze gaat zich vooral richten op het vereenvoudigen en versnellen van de procedures, en doet daarbij een opmerkelijke uitspraak: ‘We moeten voorkomen dat het voldoen aan de regels uitgangspunt van een project is. Dat hoeft helemaal niet altijd.’ Op het ministerie van Infrastructuur en Milieu werken ze aan een Raamwet voor het omgevingsrecht, met minder verplichtingen en bundelen van onderzoeksmomenten, en

verder aan minder planfiguren en globalere bestemmingsplannen. Schultz van Hagen gaat er op letten dat de aanbevelingen uit de commissie-Elverding en de ervaringen daarmee bij de aanleg van infrastructuur leidend gaan worden bij gebiedsontwikkeling. Dat betekent naast het in elkaar schuiven van de onderzoeksverplichting in het kader van de m.e.r.-procedure vooral dat alle partijen in een vroegtijdig stadium bij de ontwikkeling worden betrokken, ‘óók de niet-standaard partners’, benadrukt de minister. Gemeenten en ontwikkelaars zullen vooral aan dat laatste moeten wennen, maar de realiteit dwingt ze ertoe, weet ook Friso de Zeeuw. ‘Het repertoire van samenwerkingsvormen wordt breder, we zullen kleinschaliger moeten gaan werken en de gebruikers er veel meer bij moeten betrekken’, stelt de praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling TU Delft en directeur Nieuwe Markten bij Bouwfonds Ontwikkeling. Tijdens het congres overhandigde hij de minister de publicatie ‘Gebiedsontwikkeling in een andere realiteit; wat nu te doen?’. Er staan concrete acties in om gebiedsontwikkeling vlot te trekken. Daar is zelfs geen wijziging in de wet- en regelgeving voor nodig, constateert Bert van Delden, plaatsvervangend directeur-generaal WWI. In een tweegesprek met De Zeeuw ging hij in op een aantal mogelijkheden, die de afgelopen jaren onder zijn leiding door de Stuurgroep Onorthodoxe maatregelen zijn bedacht en uitgewerkt. ‘Neem het doorbreken van het dogma dat dertig procent van de nieuwbouw in de sociale sector moet

‘Wie waterwoont, moet meedeinen’ Er is maar weinig nodig om ontwerpers enthousiast aan het schetsen te krijgen, bleek 26 januari maar weer eens tijdens het Wateratelier. Geef ze een kaart van een plangebied en een stift, en ze gaan al snel aan de gang. Doel

maart 2011 4

van het wateratelier was ontwerpers en waterexperts samen actief te laten ervaren dat een betere onderlinge samenwerking leidt tot een beter ontwerp met water. Misschien is het een open deur intrappen, maar de belangrijkste

plaatsvinden. Dat staat nergens in de Grondwet of zo.’ Tijdelijk ruimtegebruik is een andere mogelijkheid, en om dat mogelijk te maken zal de wetgeving wel moeten worden aangepast, geeft Van Delden aan. Het geld bij de overheid is op en de banken zijn uiterst terughoudend met het verstrekken van kredieten. Peter Keur, directievoorzitter van de FGH Bank en bestuurder bij de Rabo Vastgoedgroep, geeft aan dat de banken projecten de komende tijd vooral zullen toetsen op het realistische gehalte, het risicomanagement en de flexibiliteit in de programmering. Slimme financieringscoalities met ‘nieuwe waardemakers’ als de zorg, het onderwijs, duurzame energievoorziening bieden perspectief om projecten zowel in het landelijke gebied als binnenstedelijk van de grond te krijgen. ‘Goed omgaan met schaarste wordt daarbij leidend; dus niet meer hoeveel kunnen we bouwen, maar wat is er nodig, voor wie en waar?’, schetst Keur het perspectief. Schaarstebeleid is voor gemeenten een halszaak. En dus ontkomen ze er niet aan om de ambities scherp tegen het licht te houden, signaleren alle sprekers op het congres. Alleen nog doen wat écht moet en kan, de rest schrappen of in de ijskast. ‘Dat vergt politieke moed’, weet de Gelderse gedeputeerde Co Verdaas. ‘Wij hebben de gemeenten laten inventariseren wat er nog voor bouwplannen liggen. Dan schrik je echt. Ik vind het de gewoonste zaak van de wereld dat je ze dwingt realistischer te zijn. Ik zit nu op de lijn: geen goed afstemming van de plannen, dan geen geld voor herstructurering.’ é Marcel Bayer

conclusie van de aanwezigen was dat door de vroegtijdige verbinding van ruimtelijk ontwerp en techniek uiteindelijke betere ontwerpen worden gemaakt. Tijdens het Wateratelier werd in vier deelsessies gewerkt aan praktijkcases in Nederland. Tijdens het atelier bleek dat lastige consequenties van een ontwerpkeuze door


RO

woning aantrekkelijk is, is de waterexpert alweer een stap verder en vraagt zich af hoe die boot dan op het open water kan komen en wat de aanleg van de benodigde sluis kost, die daarvoor nodig is. Aan de ene kant werd de ontwerper soms door de waterexpert bruut uit zijn droom gehaald, aan de andere kant werd de waterexpert door de creativiteit van de ontwerper geïnspireerd om buiten de gebaande paden te denken. Door te profiteren van elkaars kennis en inzichten leidden alle vier de ateliers tot verrassende oplossingen.

de ontwerpers vaak worden vooruitgeschoven of bij voorbaat geaccepteerd. Hoe beheer en onderhoud goed mogelijk is, moet later maar worden uitgezocht. En wat de bewoner ervan vindt? Die moet er maar mee leven. Bij een van de sessies verscheen het statement: ‘wie waterwoont, moet meedeinen’ op een groot papier aan de wand. Overlast, bijvoorbeeld dat je bij

hoogwater je auto niet bij je huis kan parkeren, of minpunten van een drijvende woning zoals een gebrek aan een tuin zijn voor sommigen bij voorbaat acceptabel omdat het hoort bij het ontwerp. Op deze momenten had de vaak technische kijk van de aanwezige waterexperts soms een ontnuchterende uitwerking. Wanneer een ontwerper inbrengt dat een boot bij je

Het Wateratelier is een samenwerkingsverband van DHV, ministerie van I&M en Nirov om de ontmoeting te stimuleren tussen alle betrokken partijen die belang hebben bij een goed ontwerp met water. Voor vragen over het Wateratelier kun u contact opnemen met Jeroen Niemans (Nirov): 070 302 8470 of niemans@nirov.nl é Steven de Boer

Natuurdatabank doorslaand succes Friesland is sinds begin februari als zevende provincie aangesloten op de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Samen met het wetterskip Fryslân kunnen beleidsmakers van de provincie nu twee jaar gebruikmaken van het grootste landelijke netwerk van betrouwbare natuurgegevens ter wereld. ‘De provincie en het Wetterskip zijn klaar om aan de slag te gaan met de Nationale Databank’, aldus gedeputeerde Hans Konst. Met de aansluiting van de provincie Friesland heeft deze natuurdatabank nu ruim de helft van de provincies als klant. Op dit moment zijn meer dan 40 miljoen flora- en faunawaarnemingen in de NDFF

opgeslagen. Maandelijks komen er ongeveer anderhalf miljoen waarnemingen bij, via onder andere Waarneming.nl en Telmee.nl. Alle gegevens worden door de GaN gevalideerd voordat ze in de databank komen. De kwaliteit van de gegevens die provincie en wetterskip Fryslân gebruiken is daarmee geborgd. En beide partijen hebben dagelijks toegang tot deze actuele en betrouwbare gegevens. Bij ruimtelijke planvorming of aanleg van infrastructuur kunnen provincie en wetterskip Fryslân vanaf nu in een vroeg stadium rekening houden met beschermde soorten. Ook kan er vooraf gericht, voor er planschade ontstaat, opdracht gegeven worden om te zoeken naar flora en fauna. De deskundige combineert daarvoor zijn lokale expertise met kennis uit de NDFF. Daardoor wordt de kans op missers en problemen achteraf een stuk kleiner.

Behalve toegang tot natuurgegevens hebben de provincies ook de mogelijkheid om hun eigen natuurgegevens op te slaan, te laten valideren en beheren. Zo worden uitwisselingsproblemen voorkomen en krijgen medewerkers steeds meer de beschikking over betrouwbare natuurgegevens in hun eigen werkgebied. Gedeputeerde Hans Konst: ‘Waarom we hier enthousiast over zijn, heeft vooral te maken met de manier waarop onze gegevens nu toegankelijk worden. We doen er veel aan om de natuur, in de brede zin van het woord, te laten bloeien. De terreinbeheerders, natuurorganisaties, boeren en liefhebbers houden dat ook goed in de gaten. De waarnemingen die zij doen worden vanaf vandaag dan ook zo opgeslagen dat die informatie herbruikbaar is. Op Friese en op landelijke schaal. Zo ontstaat een beter inzicht van wat er groeit en bloeit.’

maart 2011 5


RO

Hoge ambities voor binnenstedelijk bouwen onhaalbaar De wens van de Tweede Kamer om zestig procent van alle nieuwbouw in bestaande steden en dorpen te realiseren lijkt onhaalbaar. Uit recent onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat tussen 1996 en 2008 hooguit veertig procent van alle nieuwe woningen in bestaand bebouwd gebied is neergezet. Na de millenniumwisseling is vooral in de stadsrandzone het aantal nieuwe huizen en inwoners sterk gegroeid. De verdichting in de stad nam juist af. Het waren geen vrolijke onderzoeksresultaten die PBL-directeur Maarten Hajer (zie

interview elders in dit nummer) meenam naar de afsluitende conferentie van het project Prachtig Compact NL in januari jl. In de afgelopen jaren blijkt de verdichting van de stad in het slop geraakt. Het bebouwd gebied dijt steeds verder uit. Voor rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol vormde het dichtslibben van de open ruimte juist de reden om het afgelopen jaar in publicaties en excursies te hameren op het belang van binnenstedelijke verdichting. In haar ogen leven er bij marktpartijen en overheden nog te veel misverstanden over het bouwen in bestaand stedelijk gebied. ‘In vergelijking met Toronto of Vancouver doen we het

hartstikke slecht’, merkte ze tijdens het symposium op. Eén van de hardnekkige vooroordelen over binnenstedelijke verdichting is volgens Van der Pol de hogere bouwkosten. Om een einde te maken aan die discussie vroeg ze het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) de feiten nog eens op een rij te zetten. Helaas leek de analyse van 150 woningbouwprojecten uit de periode 2004-2007 het ‘misverstand’ over bouwkosten eerder te bevestigen dan te ontkrachten. Zo had een binnenstedelijke nieuwbouwwoning in de gemeentelijke grondexploitatie

Kleur Buiten-prijs 2011: Le Medi

D e S t i c h t i n g K le u r B ui te n ( S K B ) w i l h e t b e w u s t g e b r u i k v a n k le u r i n d e g e b o u w d e o m g e v i n g b e vo rd e re n .

Een impressie uit het jurycommentaar op het winnende ontwerp: ‘De jury is onder de indruk van de veelzijdigheid van het kleurgebruik in dit

maart 2011 6

Rotterdamse woningbouwproject. Alleen al het gebruik van vele varianten wit is, volgens een van de juryleden, een briljante oplossing om de eenheid in het complex te bewaren zonder

restricties te hoeven opleggen, alsook om de leesbaarheid van het ensemble te vergroten. Bron: Juryrapport Kleur Buiten 2010


RO

gemiddeld een verlies van € 10.000 opgeleverd. Bij herontwikkeling van ‘brownfields’ was dit in sommige gevallen zelfs opgelopen tot € 40.000 per woning. Nieuwe huizen op een uitleglocatie zorgden gemiddeld juist voor een batig saldo van € 8.000 per stuk.

B i n n e n s te d e l i j k b o u w e n i n R o t te rd am

Foto: Roel Dijkstra

Van Hoek stelde ook dat het lastig was om in het algemeen iets te zeggen over de maatschappelijke baten van binnenstedelijke verdichting. De infrastructuurkosten en het welvaartsverlies door files lijken met woningbouw in bestaand bebouwd gebied wel iets kleiner dan bij nieuwbouw in het weiland. Maar de verschillen zijn niet groot en kunnen bij hoge kwaliteitsambities snel omslaan in extra maatschappelijke kosten. Van Hoek pleitte dan ook voor het opstellen van een Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA) voor ieder project.

Toch bood het EIB-onderzoek ook lichtpuntjes voor binnenstedelijk bouwen. Uit de eerdergenoemde grondexploitaties bleek namelijk dat het wél mogelijk is om ‘greenfields’ binnen de stad met een sluitende begroting te verstedelijken. Omdat bewoners erg aan stadsgroen hechten, moet het eventueel verlies aan groen wel ruimhartig worden gecompenseerd. Verder is het volgens Van Hoek mogelijk om vijf tot tien procent op de woningbouwkosten te besparen met een minder strikte interpretatie van bouw- en veiligheidsnormen, vaker parkeren op eigen kavel en het schrappen van sociale woningbouw. De opbrengsten kunnen bovendien verder omhoog met goede buitenruimten en ruimere beukmaten in een huis. é Jaco Boer

Provincies op zoek naar geld voor landelijk gebied Aan enthousiasme had Walter Kooy die laatste maandag van januari geen gebrek. Op een door de provincie georganiseerde werkconferentie hield de directeur van het Nationaal Groenfonds zijn gehoor op vurige wijze voor dat ondanks de fikse overheidsbezuinigingen er nog genoeg manieren zijn om projecten in het landelijk gebied voor elkaar te krijgen. Hij sprak van ‘nieuwe arrangementen’ en deed meteen een aantal voorstellen. ‘Sta natuurbegraven toe. Mensen zijn best bereid een plekje te kopen voor een prachtig gelegen laatste rustplaats. Laat bewoners betalen voor een weids uitzicht, en gebruik het geld voor groenprojecten. Richt verenigingen van eigenaren op en regel daarmee het beheer van een landschap of park.’ De zaal knikte: echt nieuw waren de ideeën van Kooy niet, maar in deze tijd de moeite van het onderzoeken waard. Het werd daarna niet helemaal duidelijk hoe de suggesties van de Groenfonds-directeur een relevante bijdrage leveren aan de provinciale doelstelling om drieduizend

hectare te benoemen tot ‘groene contour’. Dit zijn gebieden die op vrijwillige basis verworven worden, waar geen beperkingen voor de landbouw gelden en die na herinrichting tot de ecologische hoofdstructuur (EHS) behoren. Op zichzelf is deze ambitie lovenswaardig – het kabinet heeft de afronding van de EHS immers laten varen. Maar wanneer dit gefinancierd moet worden via verenigingen van eigenaren en natuurbegraafplaatsen lijkt de kans op succes miniem. Niet dat er op die manieren geen interessante groengebiedjes ontstaan, maar of dergelijke snippers een robuust ecologisch netwerk vormen – zoals de EHS ooit bedoeld was – is de vraag. In de daaropvolgende discussie werd dan ook teruggegrepen naar oude alternatieven. Als de provincie zelf geen geld heeft moeten partijen worden gevonden die op grote schaal willen investeren. De ‘usual suspects’ kwamen op tafel: recreatieondernemers die betalen voor de kwaliteit van hun omgeving, zorginstellingen die investeren in groen en ontwikkelaars die opbrengsten uit

de woningbouw gebruiken voor de aanleg van natuur en landschap. Die laatste constructie werd overigens met hoon ontvangen. De zogenoemde verevening is vooral een aflaat voor de bouwer en leidt volgens de aanwezigen zelden tot de gewenste groene kwaliteit. Tot slot viel op dat tijdens de conferentie geen onvertogen woord viel over de aangekondigde rijksbezuinigingen op natuur, milieu en landschap. Terwijl de provincies meer dan ooit verantwoordelijk zijn voor de groene ruimte is hun investeringsbudget landelijk gebied (ILG) flink verkleind. Walter Kooy verbaast zich er dan ook over dat natuur- en landschapsorganisaties niet en masse naar het Malieveld tijgen. Toch biedt de opstelling van de provincie Utrecht hoop, aldus Kooy. ‘Die zegt tenminste: als de verantwoordelijkheid bij ons ligt, bepalen we zelf wel of we de EHS aanleggen of niet.’ é Mark Hendriks

maart 2011 7


Nieuws uit Brussel

Europese energie-infrastructuur krijgt langzaam vorm Uiterlijk in 2014 moet er in de EU sprake zijn van één Europese markt voor gas en elektriciteit. Dat staat in de slotverklaring waarover premier Mark Rutte en de 26 overige EU-regeringsleiders het begin februari op een Europese top in Brussel eens werden. Daarvoor is een Europees netwerk van gas- en elektriciteitsleidingen essentieel. Om de realisering hiervan te bespoedigen moeten de vergunningsregels voor de aanleg ervan volgens de regeringsleiders gestroomlijnd en verbeterd worden. Europarlementariër Lambert Van Nistelrooij (CDA), woordvoerder energie voor de EVP-fractie in het Europees Parlement, vindt dat de EU hierbij het Nederlands model zou moeten overnemen. De rijkscoördinatieregeling zorgt in Nederland namelijk voor een aanzienlijk kortere procedure dan in andere Europese landen, aldus Van Nistelrooij. Eerder al, in november vorig jaar, maakte de Europese Commissie haar prioriteiten voor de energie-infrastructuur voor de komende twintig jaar bekend. Ze heeft transportcorridors voor elektriciteit en gas aangeduid die het Europese netwerk klaar moeten maken voor de eenentwintigste eeuw. Deze met voorrang te ontwikkelen verbindingen moeten ervoor zorgen dat de Europese Unie ook in de toekomst over voldoende energie kan beschikken. Voor de elektriciteitssector gaat het om vier prioriteitscorridors: - Een offshore netwerk in de noordelijke zeeën en verbinding naar Noord-en Centraal-Europa voor het vervoeren van door offshore windparken geproduceerde elektriciteit naar consumenten in grote steden en voor het opslaan van elektriciteit in waterkrachtcentrales in de Alpen en de Noord-Europese landen. - Koppelingen in Zuidwest-Europa voor het vervoeren van elektriciteit uit wind, zonne-energie en waterkracht naar de rest van het continent. - Verbindingen in Centraal Oost- en Zuidoost-Europa ter versterking van het regionale netwerk.

maart 2011 8

- Integratie van de Baltische energiemarkt in de Europese markt. In de gassector gaat om drie corridors: - Een zuidelijke corridor voor het rechtstreeks leveren van gas van de Kaspische Zee naar Europa. - Integratie van de Baltische energiemarkt en verbinding met Centraal- en ZuidoostEuropa. - Een noord-zuidcorridor in West-Europa die interne bottlenecks moet opheffen. Volgens TenneT, de netbeheerder van het Nederlandse elektriciteitsnetwerk, is Nederland goed voorbereid op de toekomst. Plannen voor uitbreiding van de elektriciteits-infrastructuur zijn vastgelegd in een langetermijnvisie voor 2030 en sluiten volgens TenneT goed aan bij het EU-beleid. Het hoogspanningsnet is al verbonden met de landelijke netwerken van Duitsland, België en Noorwegen. In april wordt een nieuwe verbinding met Engeland in gebruik

E n e r g i e - i n f ra s t r u c t u u r.

genomen. Daarnaast liggen plannen klaar voor een tweede kabel naar Noorwegen, een naar Denemarken en een extra verbinding met Duitsland. ‘Hiermee ligt Nederland niet langer aan de rand van Europa, maar ontwikkelt het zich meer tot powerhub’, aldus een TenneT-woordvoerder. Verder investeert TenneT in drie nieuwe binnenlandse ‘elektriciteitssnelwegen’, ‘die een belangrijke schakel vormen in het netwerk van de toekomst’. Een daarvan is een verbinding van Diemen naar Eemshaven, waar veel nieuwe productiecapaciteit komt en de nieuwe verbinding met Scandinavië is gepland. Een andere geplande verbinding loopt van Beverwijk naar de Maasvlakte. Ook daar wordt nieuwe productiecapaciteit gepland. Bovendien arriveert de nieuwe verbinding naar Engeland er. Tot slot komt er een verbinding van Tilburg naar Borssele, waar ook nieuwe productiecapaciteit is gepland. In zowel Borssele, de Maasvlakte als in Eemshaven komen mogelijk connecties met offshore windparken.


Het Hiernogmaals Voorbij

Zebravinken

De globale ruimtelijke reserveringen voor de nieuwe infrastructuur zijn vastgelegd in het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEV III). Deze ruimtereserveringen zijn slechts globaal, zodat bij het vaststellen van de precieze tracés rekening kan worden gehouden met plaatselijke omstandigheden. Een proces waarbij naast netbeheerders en elektriciteitsproducenten ook provincies, gemeenten en waterschappen zijn betrokken.

Gas Ondanks de slinkende voorraad wil gasleverancier Nederland een belangrijke speler blijven op de Europese aardgasmarkt en de ‘gasrotonde’ van Noordwest-Europa worden. Daarom wordt er gewerkt aan uitbreiding van het gasleidingennetwerk van nu al ruim 15.000 kilometer pijpleiding in Nederland en Noord-Duitsland en aan aansluiting op grensoverschrijdende netwerken, een strategie die goed aansluit bij het EU-beleid van een vrije handel in energie. Een belangrijke uitbereiding, waaraan sinds 2008 gewerkt wordt, is de Noord-Zuid Route. é Boris Peters

Aanwijzingen dat grotere bedrijven het dal van de crisis achter de rug hebben zijn steeds overtuigender. Ondernemers hebben weer vertrouwen in de toekomst. Grote uitzondering is de bouwsector. Alles wat daaraan raakt, verkeert nog in mineur. Omdat woningbouw en commercieel vastgoed de afgelopen decennia zwaar dominant zijn geweest in gebiedsontwikkeling, dreigt ook dit concept van geïntegreerd werken te worden meegezogen in een neerwaartse spiraal. Het KN-virus (Kan Niet) sluipt in organisaties van overheden, ontwikkelaars en bouwers. Dit terwijl gebiedsontwikkeling vanuit een breder perspectief juist een rijke belofte is voor de nabije toekomst. Omdenken binnen sectoren en kruisbestuiving tussen sectoren kan op termijn tientallen miljarden vrijspelen voor effectieve investeringen in ruimte en omgevingskwaliteit. Onze subsidieverslaving en het nog onbenut laten van verdienmogelijkheden wordt op recepties onmiddellijk verklaard vanuit het korset van regels en wetten. Natuurlijk, we hebben onszelf lam geregeld. Zeker in deze tijd wordt elk incident opgeblazen door naar nieuws hunkerende journalisten en per direct nog groter gemaakt door om publiciteit smekende politici. Geen grotere erectie (m/v) dan door electie. Deze waan van de dag genereert generieke regels als uitingen van daadkracht, om vervolgens weer daadkracht te tonen in het snoeien van wildgroei. Dit mechanisme blijft op volle toeren draaien zolang we als zebravinken iedere seconde bevestiging van ons bestaan zoeken en vinden in nieuwe berichten. De oprukkende populariteit van social-media doet vermoeden dat we nog lang niet toe zijn aan ontnuchtering. Klaarblijkelijk moeten we eerst ervaren dat we elkaar compleet gek maken met niets. De neiging door te gaan met het verspillen van tientallen miljarden komt in mijn beleving vooral door sectoraal protectionisme. Binnen een sector is het geheel van geschreven en ongeschreven regels overzichtelijk. Iedereen die een paar jaar meedraait, is een bekende op bijeen-

komsten. De treden van de ladder naar de top zijn zichtbaar. Optimaliseren binnen sectoren loopt tegen grenzen aan. Echt beter en met dezelfde middelen veel meer bereiken, is alleen intersectoraal mogelijk. En dan wordt het plotseling stil. Want dat impliceert een compleet andere orde. Sectorale toppers zijn niet langer de smaakmakers. Daarom blijft de zorg de zorg. Een koekoeksjong in het nest van de nationale begroting. De huidige 60 miljard is voor 2025 geprognosticeerd op 140 miljard. Voor curatieve zorg welteverstaan. Terwijl wetenschappelijk vaststaat dat meer groen in de directe leefomgeving tot 10% kan besparen. In 2025 gaat dat om een bedrag tot 14 miljard. Zeker 5% valt te besparen als we voor ouderen levensloopbestendig bouwen. Het verhuizen van ouderen vergroot de kans op dementie. Verzorging van demente bejaarden in tehuizen is zeer kostbaar. De grootste winst zit in betere voedselkwaliteit en voedingsgewoonten. Liefst twee derde van chronische ziekten zijn direct gerelateerd aan slecht voedsel. Waar we aan de ene kant boeren en fabrikanten dwingen tot perverse besparingen, smijten we aan de andere kant miljarden over de balk. Omdat we denken en werken vanuit gescheiden kokers. Dit is niet volhoudbaar. Terug naar gebiedsontwikkeling. Nu de allesoverheersende rol van vastgoed achter ons ligt, is het tijd voorslimme kruisbestuivingen tussen sectoren. Gebiedsontwikkeling staat voor mij voor een onorthodoxe werkwijze om ‘verslimming’ in de praktijk te brengen. De bouw speelt daarin een rol, maar wel naast water, groen, mobiliteit en stadslandbouw. é Peter van Rooy,

petervanrooy@accanto.nl

maart 2011 9


Ruimtelijk bekeken

Schaalsprong in de gevarenzone Almere wil uitgroeien tot een stad aan het water, met woonwijken voor alle soorten huizenzoekers. Maar het heeft de wind tegen. De markt twijfelt, het geld voor de infrastructuur komt er voorlopig niet en de uitbreidingsrichting staat ter discussie.

W

elke kant gaat het op met Almere? De stad houdt vast aan de ambitie om uit te breiden met 60.000 woningen en wordt daarin nog altijd gesteund door het Rijk en de Metropoolregio Amsterdam. Maar de vaste term die bij die plannen hoorde, de ‘schaalsprong’, is onlangs vervangen door het wat bescheidener klinkende Almere 2.0. De betekenis die schuilt achter deze naamsverandering is dat Almere de groeiopgave in de komende jaren in kleinere stappen zal maken: minder blauwdrukplanning en meer ruimte voor particuliere opdrachtgevers en marktpartijen die niet tot de traditionele bouwkolom behoren. Zo wordt het Europakwartier in Almere Poort ontwikkeld vanuit een in de wijk gelegen ‘Bouwfabriek’, waar aspirant-ontwikkelaars van groot tot klein terechtkunnen met plannen voor kleine aantallen woningen. De gemeente probeert met deze koersverlegging de gang erin te houden. Particuliere opdrachtgevers hoeven niet te wachten tot zeventig procent van de woningen in een project zijn verkocht en kennen een lager risicoprofiel dan institutionele partijen.

Ontspannen Eind vorig jaar trad woningcorporatie Stadgenoot terug als belangrijkste ontwikkelaar van het Olympiakwartier in Almere Poort, nadat andere partijen al eerder waren afgehaakt. Juist dit deel van de stad is een van de uitbreidingen waarmee Almere de transformatie wil maken van een slaapstad naar een ‘echte’ stad, met woonmilieus in hoge

Grootstedelijke ambitie staat nog steeds kaarsrecht overeind dichtheden en een mooie mix van wonen en werken. De stad had juist gekozen voor een Amsterdamse woningcorporatie als partner om zo het Olympiakwartier een grootstedelijke allure te geven. Ondanks deze tegenvaller staat de ambitie van een grootstedelijker Almere nog steeds kaarsrecht overeind, zegt Herman Schartman, directeur van Almere 2.0: ‘We zijn op dit moment op zoek naar andere manieren om de

maart 2011 10


plannen voor het Olympiakwartier te realiseren. Maar andere plannen gaan gewoon door. In de kustzone van Almere-Poort gaat Amvest het plan Almere-Duin uitvoeren, wat ook zal bijdragen aan meer voorzieningen en een gevarieerder bevolkingsopbouw. Voor Almere-Hout hebben we net een contract getekend met corporatie Ymere voor een duurzame woonwijk. In beide gevallen ging het om competities waarvoor veel belangstelling was van marktpartijen.’ Hoeveel behoefte is er aan grootstedelijk wonen in Almere? Die discussie bestaat al sinds de plannen voor de schaalsprong werden gepresenteerd. De stad heeft er voor gekozen om meer dan de helft van de opgave van 60.000 woningen aan de westkant te plannen om zo aantrekkelijke wijken aan, en deels in, het water te kunnen bouwen. Het kiest daarmee wel voor de moeilijkste weg. Bouwen langs het water vereist niet alleen de aanleg van een vaste verbinding door het IJmeer, maar veronderstelt ook dat grote aantallen huizenkopers naar Almere zouden willen verkassen om ándere motieven dan een huis met tuin in een groene omgeving. Vooralsnog groeit de stad harder aan de oostkant, in Almere-Hout, waar de nadruk ligt op ontspannen woonmilieus.

Scepsis Het is de vraag hoeveel geduld de markt heeft met Almere. Directeur Jan Fokkema van de NEPROM, de koepel van projectontwikkelaars, stelt de woningprognoses in de regio niet ter discussie, maar hij ziet wel groeiende twijfel in de sector over de haalbaarheid

van de plannen: ‘De vraag is hoe reëel het nog is om zo zwaar op Almere in te zetten. De eerste signalen daarover zijn niet gunstig, en in de komende jaren zal de consument nog minder te sturen zijn. De keuze die Almere nu heeft gemaakt voor kleinere uitbreidingen met niet-institutionele partners

Het is de vraag hoeveel geduld de markt heeft met Almere is een goede manier om de crisis te omzeilen, maar het biedt geen alternatief voor de grootschalige plannen aan de westkant van de stad. Ik verwacht dat andere locaties voor woningbouw in de Noordvleugel weer nadrukkelijker op de kaart zullen komen.’ Herman Schartman erkent dat de plannen voor AlmerePampus en Almere-IJland op dit moment nog ver weg lijken, O l y m p i a k wa r t i e r maar hij is overtuigd van de noodzaak ervan. ‘Je moet Beeld: MVRDV. vooruit durven denken. Ik merk èè dat Almere nog vaak wordt bekeken met de blik van het verleden. Almere wil groeien naar een meer

maart 2011 11


Ruimtelijk bekeken

A lm e re : s tr u c t uur v isie.

diverse bevolking, een economie die meer in evenwicht is en naar een bij zijn omvang passend voorzieningenniveau. Daar hoort een diversiteit aan woonmilieus bij. Het beeld van Almere als forensenstad is nu al achterhaald. Na Hilversum heeft de stad het hoogste aandeel zzp’ers.’

lijke woningbouw op verouderde bedrijventerreinen van de grond te krijgen? Amsterdam heeft in haar eigen structuurvisie immers ook grote plannen voor woningbouw in het Westelijk Havengebied en langs het IJ.

Complementair Horizon Het lijkt tegenstrijdig dat een stad die grote uitbreidingen wil realiseren voor een aanpak kiest van kleinschalige, organische groei. Schartman: ‘De crisis zit ons uiteraard in de weg, maar het heeft ook de herordening van de woningmarkt versneld. Het was al langer duidelijk dat vraag en aanbod beter op elkaar aangesloten moeten worden en dat eindgebruikers meer te zeggen moesten krijgen. Ondanks de soms sceptische geluiden over zelfbouw wérkt het gewoon. In 2010 zijn er in Almere ruim zestienhonderd woningen

‘Ondanks de soms sceptische geluiden over zelfbouw wérkt het gewoon’ gebouwd, waarvan een groot deel in particulier opdrachtgeverschap. Intussen werken we door aan de plannen voor Almere-Pampus en Almere-IJland en Almere Centrum-Weerwater, die een veel langere horizon kennen. De bedoeling is dat er medio 2012 een principebesluit komt over een IJmeerlijn. Dan zal het nog tot 2028 duren voor die in gebruik is. Je praat dus over sterk verschillende snelheden.’ Dat langetermijnperspectief voor Almere staat de laatste tijd ter discussie, niet alleen bij ontwikkelaars maar ook in kringen van architecten en stedenbouwkundigen. Tijdens een bijeenkomst in januari in De Rode Hoed in Amsterdam stond de vraag centraal of de keuze voor een dubbelstad aan het IJmeer wel de juiste is. Zijn de plannen voor de westkant van Almere niet te ‘Dubai-achtig’? Zou de regio niet beter kunnen kiezen voor de ontwikkelingsas langs het IJ en de Zaan, die beter is te ontsluiten met infrastructuur en waar nog vele onbenutte kansen liggen voor woningbouw? Halen ze de druk van de ketel die noodzakelijk is om binnenstede-

maart 2011 12

‘Ik begrijp dat het aantrekkelijk kan zijn om keuzes tegenover elkaar te zetten, maar als regio win je er niets mee,’ zegt Eric van der Kooij, verantwoordelijk voor de Metropoolregio bij de Dienst Ruimtelijke Ordening in Amsterdam. ‘Het is geen of-verhaal maar een en-verhaal. Het wordt nog weleens vergeten dat Almere gevraagd is om uit te breiden. De Noordvleugel heeft als opdracht om 150.000 netto woningen te bouwen tot 2040, aan dat aantal is volgens de laatste berekeningen niets gewijzigd. Amsterdam neemt daarvan 50.000 tot 70.000 voor haar rekening in bestaand stedelijk gebied, wat al een enorme opgave zal zijn. De tegenstelling is dus niet of je kiest voor Almere of Amsterdam-Noord en Zaanstad, maar voor bouwen in Almere of voor bouwen in het weiland, met een verdere aantasting van het landschap als gevolg. Dan is de keuze voor Almere vanuit maatschappelijk oogpunt de verstandigste, ook als je daarvoor de extra investering van een IJmeerlijn nodig hebt.’ Vooralsnog staat de Tweede Kamer niet te trappelen om minimaal vier miljard te spenderen aan een vaste verbinding door het IJmeer. In Almere zelf wordt al hardop gespeculeerd over alternatieve eisen, mocht het tot een negatief besluit komen. Het zou een gemiste kans zijn, zegt Van der Kooij: ‘De Noordvleugel van de Randstad is de economische motor. Het patroon is dat studenten en kenniswerkers naar Amsterdam trekken en vervolgens in de regio willen blijven. Daarom kun je in deze regio het grootste rendement halen uit woningbouw, als er tenminste genoeg aantrekkelijke woonmilieus zijn. Almere is daarbij onmisbaar. Dat grote verhaal moet nog beter worden uitgelegd. Het is belangrijk dat bestuurders vasthouden aan dat eindbeeld, dat biedt zekerheid aan bewoners en marktpartijen.’ é Martin de Jong


Ruimtelijk bekeken

Gebiedsconcessie moet ontwikkelingen op stoom houden Het zijn onzekere tijden voor gemeentelijke grond- en ontwikkelingsbedrijven. Ook in Rotterdam stapelen de tekorten zich op. Er is nauwelijks grond meer voorradig en het geld om grootschalig te investeren ontbreekt. Om ontwikkelingen aan de gang te houden en de regie niet geheel te verliezen, experimenteert het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam met verschillende werkvormen. Een daarvan is de gebiedsconcessie. Koen Westhoff, directeur Gebiedsontwikkeling van het OBR, vertelt. ‘We zijn niet meer de melkkoe van de gemeente.’

T

raditioneel is de Nederlandse overheid risicodragend betrokken bij een gebiedsontwikkeling. Bij een gebiedsconcessie is dat anders. Hierbij sluiten publieke partijen een overeenkomst met een private partij of een consortium van (private) partijen voor het (her)ontwikkelen, bouwen en onderhouden van een gebied. Verantwoordelijkheden zijn duidelijk gescheiden. Publieke partijen zijn verantwoordelijk voor het proces tot en met de structuurvisie, het concessiekader en de aanbesteding. Private partijen nemen daarna het stokje over en zijn voor eigen rekening en risico verantwoordelijk voor kwaliteit, aanleg en onderhoud van het gebied. In andere EU-lidstaten blijken gebiedsconcessies te leiden tot snellere realisatie, meer innovaties, meer flexibiliteit om in te spelen op dynamiek, hogere ruimtelijke kwaliteit en besparingen op de totale kosten van zeventien procent (Aedes-Magazine, 2008).

Aantrekkelijk instrument Juist in de huidige economische crisis lijkt een gebiedsconcessie dan ook een aantrekkelijk instrument voor onze grond- en ontwikkelingsbedrijven. Gebiedsontwikkelingen stagneren en de tekorten stapelen zich op, zoals in Rotterdam. Koen Westhoff, directeur Gebiedsontwikkeling van het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam (OBR): ‘We hebben onlangs een extra voorziening getroffen van 50 miljoen euro en sluiten niet uit dat we meer maatregelen moeten treffen. We stellen onze programma’s nu bij, snijden in de projecten en zullen die geprognosticeerde inkomsten voorlopig moeten afboeken. Onze structurele afdracht van zo’n 30 miljoen euro per jaar gaat met ongewijzigd beleid naar 0 euro. De

opbrengsten die we nu nog hebben danken we aan de laatste erfpachtscontracten.’ De resultaten zijn volgens Westhoff zo mager omdat er vrijwel geen grond meer beschikbaar is. En het OBR wordt weliswaar als trekker van projecten ingeschakeld vanwege de kennis van de stad, maar krijgt daar tot op heden geen vergoeding voor. ‘Bovendien is de grond die we verkopen door onze residuele benadering weinig lucratief. Kosten voor het bouwrijp maken en de bouwkosten zelf, zijn zo hoog dat dat geen zoden aan de dijk zet.’

Nieuw Crooswijk Om gebiedsontwikkelingen mogelijk te blijven maken experimenteert het OBR met een gebiedsconcessie in Nieuw Crooswijk. Hier worden 1800 van de 2100 woningen

‘Een gebiedsconcessie in Nieuw Crooswijk heeft meerdere voordelen’ gesloopt. Na voltooiing van de reconstructie, gepland in 2016, zal 70 procent van de woningen een middeldure of dure huur- of koopwoning zijn. Momenteel is 95 procent van de woningen een huurwoning met voor het overgrote deel een lagere huur. In Nieuw Crooswijk nemen woningcorporatie Woonstad en de Ontwikkelcombinatie Nieuw Crooswijk (bestaande uit Proper-Stok en Era Contour) de totale vernieuwing en inrichting voor eigen risico en rekening ter hand. Na realisatie dragen ze het beheer over aan de gemeente. èè

maart 2011 13


Ruimtelijk bekeken

Westhoff: ‘Dat gebeurt binnen vooraf vastgestelde kaders op ruimtelijk en financieel gebied.’ Westhoff ziet in het werken met een gebiedsconcessie in Nieuw Crooswijk meerdere voordelen: ‘De gemeente loopt minder risico, maar stelt wel de democratisch gelegitimeerde kaders. Private partijen kunnen optimaal hun kennis en kunde inbrengen. In Nieuw Crooswijk leidt dat tot een ijzersterk, integraal concept.’

In de praktijk betekent de gebiedsconcessie wel dat de publieke opdrachtgever anders moet omgaan met de ‘uitvraag’ richting marktpartijen. Enerzijds moet deze uitvraag de publieke doelstellingen borgen en anderzijds ruimte bieden voor creativiteit aan de zijde van de markt. Westhoff: ‘Dat blijkt nog best lastig. Onze voorschriften voor de inrichting van de openbare ruimte zijn erg gedetailleerd, tot aan het voorschrijven van het gewenste type klinker.’

Belang van vertrouwen Een gebiedsconcessie dwingt om taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden helder te definiëren. Overheden moeten vervolgens de kunst van het loslaten leren verstaan. Westhoff: ‘In Nieuw Crooswijk verloopt dat relatief soepel. Het feit dat Woonstad Rotterdam, Proper-Stok en Era

maart 2011 14


Contour goed bekend zijn met Rotterdam en Crooswijk speelt daarin een belangrijke rol.’ Toch zag de gemeente zich, vanwege de economische crisis en de langere duur van het ontwikkelproces, vorig jaar gedwongen om financieel bij te springen om de herontwikkeling van Crooswijk overeind te houden. Westhoff: ‘Het gaat om circa 10 miljoen euro. In die zin is het experiment met de gebiedsconcessie mislukt omdat dat niet de afspraak was. Wel zorgde het ervoor dat de ontwikkeling doorging. De gemeente krijgt dit geld echter weer terug van de marktpartijen als de markt weer aantrekt en we weer op het oorspronkelijke businessplan uitkomen.’ Inmiddels is de gebiedsontwikkeling verder geprioriteerd en geherprogrammeerd om zo veel mogelijk op de huidige vraag aan te sluiten.

Navolging Westhoff ziet Nieuw Crooswijk als een voorbeeld dat navolging verdient. Werken met een gebiedsconcessie past volgens hem binnen de transformatie die het OBR doormaakt. ‘De grond is vrijwel op en het geld ook. Maar dat betekent niet dat we onze werkzaamheden gaan

staken. De crisis duurt niet eeuwig. De stadsontwikkeling gaat door en onze kennis is daarbij hard nodig. Met gebiedsconcessies houden we regie op deontwikkeling.’ Experimenten met andere werkvormen zijn volgens Westhoff ook denkbaar en worden momenteel uitgeprobeerd in Rotterdam. ‘We kunnen als overheid bijvoorbeeld de

‘Duidelijk is dat we niet meer de geldkoe van de gemeente zijn’ maatschappelijke voorzieningen ontwikkelen of daarvoor borg staan, die dan als vliegwiel voor een gebiedsontwikkeling werken. Private partijen moeten dan de vervolginvesteringen plegen.’ Westhoff concludeert: ‘Duidelijk is dat we niet meer de geldkoe van de gemeente zijn en dat onze meerwaarde zit in onze kennis van en ervaring met gebiedsontwikkeling.’ é Karl Bijsterveld

N i e u w C ro o s w i j k : e e n g e b i e d s co n ce s s i e d w i n g t o m t ak e n , verantwoordeli jk heden e n b e vo e g d h e d e n helder te de finiëren.

Artist impression: Proper Stok

maart 2011 15


Ruimtelijk bekeken

WaboWijs

Sneller en goedkoper dankzij de Wabo? De belofte van de Wabo was duidelijk: de omgevingsvergunning zou de administratieve lasten van burgers en bedrijven verminderen. Aanvragen zouden gemakkelijker ingediend en sneller behandeld worden. Is dat gelukt? En wat hebben gemeenten moeten doen om hun organisatie zo in te richten dat zij deze belofte kunnen waarmaken?

‘H

et is wel gemakkelijker geworden voor de aanvrager, want die kan alles nu in één keer bij ons indienen. Voor de gemeente betekent de Wabo echter meer werk, we moeten veel meer afstemmen’, zegt Frank Verweij, Waboprojectleider bij de gemeente Wijchen. ‘In feite zijn de administratieve lasten van burgers en bedrijven verplaatst naar de gemeente’, zegt Saskia Bosch, manager van het bureau

Informatie-uitwisseling en behandeling sneller Omgevingsvergunning in de gemeente Rotterdam. Wijchen en Rotterdam kozen een verschillende aanpak voor de implementatie van de Wabo: Wijchen maakte één afdeling Vergunningverlening & Handhaving, Rotterdam begon een bureau dat de termijnen en afhandeling van de vergunningaanvragen gemeentebreed regisseert.

Net zo snel Wijchen vormde de afdeling Vergunningverlening & Handhaving in 2009. ‘Ik ben zo blij dat we dat toen al hebben gedaan. Alleen het OLO was nu nieuw voor ons, de manier van werken hadden we ons al eigen gemaakt’, zegt Verweij. De gemeente werkt met een ‘Wabo intakeloket’, een wekelijkse vergadering van alle afgevaardigden uit specialisaties zoals milieu, bouwen, APV en bodem. ‘In dat overleg worden alle ingekomen aanvragen bekeken en verdeeld.’ Er zijn casemanagers voor onder meer bouwen, milieu en APV, die de afhandeling en de termijnen volgen. Om dit geautomatiseerd te ondersteunen, paste de gemeente haar registratiesysteem aan, samen met leverancier Centric. Echte knelpunten kent de gemeente nu niet meer, vertelt Verweij. ‘We hebben alle termijnen tot nu toe gehaald, van de 117 aanvragen die we tot eind december binnenkregen.’ Is de klant onder de Wabo sneller geholpen? De termijnen zijn korter geworden, maar ‘onder het oude systeem werd er ook snel vergund als de klant een complete aanvraag indiende’,

maart 2011 16

zegt Verweij. ‘Een sloopvergunning, bijvoorbeeld, verleenden we dan in een tot twee weken. Dat is nu niet anders.’

Opstartproblemen Rotterdam heeft een bureau Omgevingsvergunning, waar alle in- en uitgaande Wabogerelateerde post doorheen gaat, de aanvraag naar de juiste dienst wordt doorgezet en de termijnen worden bewaakt. Tot eind december ontving de gemeente ruim duizend aanvragen, vooral enkelvoudige. Alle stukken worden gedigitaliseerd, alle betrokken diensten hebben toegang tot deze digitale dossiers. Rotterdam bouwde hiervoor een nieuw midofficesysteem. ‘Men hoeft nu niet meer op papieren pakketjes te wachten, maar kan direct aan de slag’, zegt Bosch. De informatie-uitwisseling binnen de gemeente is sneller, zodat de behandeling sneller kan verlopen. En aanvragers kunnen nu ook, dankzij het OLO, in het weekend en ’s avonds hun aanvraag indienen. ‘Dat is natuurlijk een voordeel voor de klant.’ De start van de Wabo verliep echter niet geheel vlekkeloos in Rotterdam, vertelt Bosch. Zo werkt het toevoegen van ingescande aanvragen in het OLO niet goed en konden gemeentelijke partijen niet via het OLO indienen. De gemeente heeft inmiddels haar eigen invoermogelijkheid voor gescande aanvragen gebouwd. De opstartproblemen leidden ertoe dat vaker dan gebruikelijk de termijnen moesten worden verlengd. Inmiddels begint alles steeds beter te werken, zegt Bosch.

Keurslijf Jan van den Broek, senior adviseur Omgevingsrecht bij VNO-NCW, zegt dat de werkgeversvereniging nog weinig

Inmiddels is gebleken dat zestig tot tachtig procent van de gemeenten nog niet klaar is voor digitale verwerking van omgevingsaanvragen. VNO-NCW opent als reactie een e-mailadres (wabo@vno-ncw.nl) waarop ondernemers hun klachten over de Wabo procedure kunnen melden (bron: VNO-NCW 9 februari 2011).


klac kklachten kl laccht hten ten nh heeft eeeeft eeft ft ggekregen ekkre reggeen over over ov er o overheden verh verh ve rhed eden eden en d di die ie zzich ie ich hn ni niet iett aaan an d an dee houden. ‘Het echter termijnen h oud den. ‘H Hett iiss echt hter te vroeg om daarover ht d ttee oordelen, oord rdelen len, want nt de d vergunningverlening veerg rgun unni ning ngve verl rlen enin ingg vo voor or ccomplexe ompl om plex exee aanvragen duurt zes maanden. De eerste aanvragen vanaf 1 oktober zijn dus nog in behandeling.’ Klachten over termijnverlenging van eenvoudiger aanvragen kreeg VNO-NCW tot nu toe niet. Wel is er kritiek op de gebruiksvriendelijkheid van het Omgevingsloket Online. Zo moeten bedrijven inmiddels eHerkenning gebruiken om in te loggen, maar daar bestaan veel vragen over. ‘Bijvoorbeeld over het gewenste betrouwbaarheidsniveau en de bijbehorende kosten. Het blijkt voor aanvragers erg lastig om daar de juiste informatie over te vinden.’ Dat het OLO een keurslijf oplegt, wat in de vorige aflevering in deze serie al werd beschreven, ondervinden ook de bedrijven waar Van den Broek contact mee heeft. Zo kunnen IPPC-bedrijven niet meer dan twee BREF-documenten invoeren, terwijl grote bedrijven zich soms aan wel vier of vijf van deze documenten moeten houden.

Het wordt afgesloten dee ge Het loket He loket wo lok lo ord rdt au aautomatisch aut uto toma toma mati tisc isc sch ch afge aaf fggeesl slot oten oten en aals ls d ls ggebruiker eb brrui uikkeer ti ttien ien en minuten niets heeft getypt, veel minute t n ni iets t h eefft gety t pt, t ‘terwijl ‘terwiijll jjee tu ‘t ttussentijds ssenti tijd jd ds ve ell moet opzoeken’, eenmaal opzo op zoek eken en’, een n ee eenm nmaa aall ingevoerde inge in gevo voer erde de lijsten lij lijst sten en kunnen kkun unne n n niet niet altijd alt ltij ijd d worden gewijzigd. Het OLO kan dus een stuk gebruiksvriendelijker, stelt Van den Broek. ‘Bedrijven zijn nu bang dat het OLO ertoe leidt dat de overheid denkt dat zij gegevens niet goed hebben ingevuld en daaraan juridische consequenties zal

Het OLO kan een stuk gebruiksvriendelijker verbinden.’ De tijd moet nu leren of de Wabo het voor bedrijven sneller heeft gemaakt. ‘Dat kunnen we pas over een paar maanden beoordelen.’ VNO-NCW wil dan haar leden gaan vragen naar hun eerste ervaringen met de Wabo. é Marieke Vos

maart 2011 17

Geen k l achten over e e nvo u d i g e a a nv ra g e n , zoals een k a p v e r g u n n i n g.

Foto: MV


Traditie en tijdgeest in de ruimtelijke ordening

Interview Maarten Hajer

‘Een historische kans om infrastructuur aan ruimte te koppelen’ Traditie en tijdgeest in het ruimtelijk beleid In hetzelfde jaar dat de Canon van de ruimtelijke ordening tot stand komt, zet het kabinetRutte de bijl in de ruimtelijke ordeningstraditie. Geen Nationaal Historisch Museum, geen grootse en meeslepende visies meer op de nationale ruimte. Dat kan geen toeval zijn. In de ambitie om eindelijk aan te pakken, gooit het kabinet de rijkssturing grotendeels overboord en lijkt er een eind te komen aan een tijdperk waarin visionaire ordenaars de inrichting van ons land bepaalden. Ruimte is als hoofdaandachtsveld van rijksbeleid door het kabinet-Rutte geschrapt. De provincies moeten het ruimtelijke beleid gaan uitzetten en coördineren. Maar kan de ruimtelijke ordening in Nederland wel zonder rijkssturing. Klemmende vragen die we in dit debat voorleggen aan een panel van beleidsmakers, ontwerpers en wetenschappers. ROm start een discours over de traditie en de tijdgeest, over de consequenties voor het Nederland van de toekomst.

maart 2011 18


N

u infrastructuur, ruimte en milieu bij de rijksoverheid beleidsmatig zijn verenigd, ligt er een historische kans om ruimte te koppelen aan infrastructuur, denkt Maarten Hajer, directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). ‘Dit ministerie kan die strategische keuze veel gemakkelijker maken dan in het verleden. In hetzelfde huis hebben ze nu een heel goed voorbereid waterinfrastructuurproject, het Deltaprogramma, en het MIRT, waarin de investeringen in de harde infrastructuur voor de komende tijd zijn vastgelegd. Ik zou zeggen: let’s go!’ ‘Om niet het spoorwegnet als basis voor de verstedelijking te nemen, is echt een kostbare vergissing geweest’, stelt Maarten Hajer, terugkijkend op een halve eeuw ruimtelijke ordening. ‘Er was in ro-land een antipathie tegen spoorwegplanologie. De gedachte was dat je ruimtelijk bepaalde wat de optimale locaties waren. De ingenieurs van Rijkswaterstaat moesten daarna maar komen met hun rails en bielzen. In de Tweede Nota over de ruimtelijke ordening ging het al niet goed. De vervoerskaart is toen als het ware in de nota geplakt, omdat deze van een ander ministerie kwam. Daarna was vooral de volkshuisvesting leidend voor de ruimtelijke ordening, met een overheid die vrij precies aangaf waar wel en waar niet kon worden gebouwd. Opvallend is vervolgens dat iedere keer als er in de ruimtelijke planning sprake is van niet ingeloste beloften, het te maken heeft met het niet goed afstemmen van nieuwbouw en de infrastructuur. De Vinex is het laatste voorbeeld.’

Agenda’s koppelen Infrastructuur moet de basis vormen voor de visie op de ruimtelijke toekomst, daar is Hajer van overtuigd. Een belangrijke opdracht voor de rijksoverheid is te bekijken hoe er meer rendement is te halen uit de ligging van bestaande infrastructuur. ‘Veel geld om nieuwe aan te leggen is er de komende tijd namelijk niet. Bovendien is het een puur economisch belang; om infrastructuur beter renderend te krijgen, zul je de ruimtelijke programma’s er veel beter op moeten laten aansluiten. Als de dichtheid hoger wordt, kun je ook de voorzieningen sterker maken. Je maakt het mogelijk om een tram vaker te laten rijden, om meer winkels en restaurantjes in de lucht te houden. De Stedenbaan tussen Rotterdam en Den Haag is een mooi voorbeeld, maar zo hebben we er niet veel. De strijd om de tram van Alphen door Leiden naar Katwijk illustreert hoe moeilijk het is. Zo’n lijn door het centrum en niet erlangs is gewoon heel verstandig, ook voor de middenstand.’

Kaarten stapelen Het ruimtelijk verbinden van de cruciale agenda’s is in de ogen van Maarten Hajer de belangrijkste uitdaging voor het nieuwe departement. ‘Bovensectoraal meerwaarde creëren, dat is wat de nieuwe planningsdoctrine zou moeten zijn. We ontkomen er niet aan om een aantal kaarten van sectorale belangen over elkaar heen te leggen, en daar beslissingen op te nemen. Dat

levert nieuwe gezichtspunten en mogelijkheden op. De kunst is om die sectorale visies in één ruimtelijke visie te verknopen. Dat zul je altijd in samenspel moeten doen. Zo’n perspectief bevrijdt. Het zal blijken dat dit heel veel lucht geeft.’ Hij noemt naast de infrastructuur nadrukkelijk de wateragenda. ‘Met het Deltaprogramma kun je een heel lange lijn neerzetten, en de vraag beantwoorden wat het meer oplevert dan alleen maar droge voeten. Water heet niet voor niets ‘het blauwe goud’. Toch gaan we er niet als zodanig mee om, althans nog lang niet goed genoeg.’ Natuurdoelen zijn in deze tijd van grote bezuinigingen alleen te realiseren door out of the box denken en kansen zoeken, stelt Hajer. ‘Er komt een moment dat je moet bedenken dat natuur er niet alleen is voor de ecologie maar ook om beleefd te worden en om geld mee te verdienen en te besparen. Neem de Noodvleugel, onze grote economische motor. De karakteristieke natuurlandschappen, waaronder internationale topnatuur als de Oostvaardersplassen, maken daar onlosmakelijk deel van uit en bepalen mede de waarde van dat hele gebied. Laten we er dan mee omgaan als een Serengeti in de

‘ He t i s d e k u n s t o m o p l a n g e re te r m i j n te k i j k e n . S te d e n b o u w e n p l a n o l o g ie z o u d e n h e t m o g e l i j k m o e te n maken d at dez elfde gebieden die nu worden aangepak t over vijftig jaar met nieuwe gebr uiken weer f u n c t i o n e e l z i j n .’

Foto: Theo Bos

Ruimtelijk verbinden van cruciale agenda’s polder. Maak het toegankelijker en aantrekkelijker, niet voor massatoerisme, maar mondjesmaat en met wachtlijsten waar iedereen op wil staan. Verbind ook daar natuur met economie. We maken momenteel sommen om te berekenen wat natuur betekent in termen van diensten voor de samenleving.’

Energielandschappen Opmerkelijk is dat de directeur van het PBL milieu niet noemt als een meegekoppeld belang in het ruimtelijk beleid. ‘Ik veronderstel dat als een vanzelfsprekendheid’, zegt hij desgevraagd, en legt uit. ‘Hoe Nederland zich op een duurzame manier presenteert als innovatieve regio is bepalend voor de toekomst. We weten wat het belang is van sterke stedelijke regio’s. Daarbij speelt hoge omgevingskwaliteit een cruciale rol. Je trekt vandaag de dag geen mensen en bedrijven meer aan als de leefkwaliteit ondermaats is. Dus economie en ruimte lopen samen op. Je kunt niet over de toekomst nadenken zonder duurzaamheid daarbij te betrekken. De energie zal duurder worden en het kwaliteitsbesef van de burger zal alleen maar toenemen.’ We zullen moeten gaan denken in energielandschappen, antwoordt Hajer op de vraag wat dit voor het rijksbeleid betekent. ‘Dat zou mooi aansluiten bij onze traditie van vrij functionalistisch omgaan met het landschap. De manier waarop we de agrarische activiteiten hebben vormgegeven, de waterwerken hebben gebouwd en aangelegd; dat bepaalt heel sterk de eigen identiteit van de streek waar we zijn en waar we van zijn gaan houden. Als het nou echt puntje bij paaltje komt, gaan we dan toch nog werk maken van windproductie op het land? Dat is in ieder èè

maart 2011 19


Traditie en tijdgeest in de ruimtelijke ordening

nen aanleggen, is een fatale vergissing gebleken. Je moet je wel afvragen wat je in een krimpgebied kunt doen met energieopwekking, nieuwe zorgarrangementen, nieuwe natuur, die zo beleefbaar is dat hij aantrekkelijk wordt als bestemming.’ Ingewikkeld daarbij is de vraag wat je als overheid nog wilt en kunt regelen en op welk niveau dat dan het best kan, aldus Maarten Hajer. Hij wijst erop dat die vraag niet van vandaag of gisteren is. ‘De ruimtelijke ordening is van oudsher primair decentraal van opzet. Dat wordt vaak vergeten. Neem bijvoorbeeld het het bestemmingsplan. Steeds heeft de discussie over subsidiariteit gespeeld. Wat we wel en niet op rijksniveau moeten doen, hebben we nog niet goed gedefinieerd.’

Organisch

geval veel goedkoper dan op zee. Hoeveel verder kunnen we gaan met landbouwtoepassingen in de energieproductie? Hoe zorgen we ervoor dat de CO2, die in de bodem zit opgesloten zoals in het veenweidegebied, niet vrijkomt? We kunnen hier niet in die mate bos aanplanten zoals ze dat elders in Europa doen om aan de CO2-doelstelling te voldoen, maar wat doen we dan wel? Dan blijkt ineens dat peilverhoging, behalve voor natuurontwikkeling ook vanwege klimaatbeleid verstandig is. Maar dat heeft grote consequenties voor de ruimtelijke plannen in die gebieden. Met andere woorden: de vraag wat onze ruimtelijke energieagenda is, wordt nog nauwelijks gesteld, laat staan beantwoord.’

Planningsconcepten Ruimtelijke planning is een scheppingsdaad, memoreert Maarten Hajer. ‘Doe dat dan op een manier zodanig dat het rendeert en tegelijkertijd zijn waarde houdt in de tijd’, roept hij bijna uit. ‘Soms is het voor de planologie belangrijker om vast te houden aan bepaalde ruimtelijke reserveringen.’ Hij

‘Verdichten moet, maar niet alleen binnenstedelijk’ wijst op een aantal succesvolle planningsconcepten als de groene lobben van Amsterdam en het Groene Hart. ‘Het mal-contramal-principe, dat tegenover verdichting en openheid moet staan, is zeer sterk gebleken.’ ‘Het is de kunst om op langere termijn te kijken. Stedenbouw en planologie zouden het mogelijk moeten maken dat dezelfde gebieden die nu worden aangepakt over vijftig jaar met nieuwe gebruiken weer functioneel zijn.’ Ruimtelijke rechtvaardigheid is daarbij een belangrijk issue, en zeker ook een rijksverantwoordelijkheid, meent Hajer. ‘Hoe ga je om met onvermijdelijke krimp? We gaan daar niet meer op tegensturen, zoals in de jaren zeventig en tachtig is geprobeerd. Overal bedrijventerrei-

maart 2011 20

‘We zouden veel meer moeten proberen de ruimte te lezen en aan te sluiten op wat zijn waarde heeft bewezen, zegt Hajer stellig. Hij kan niets met het begrip maakbaarheid en laat zich niet verleiden tot wat hij noemt modernisten-bashen. ‘Een stedenbouwer of planoloog zit toch allang niet meer in de positie dat hij wel even bepaalt hoe de moderne stad eruitziet. We blijven de kritiek op Le Corbusier toch niet tot in lengte van dagen herhalen?’ Wel is hij blij dat er paal en perk is gesteld aan ‘de arrogantie van veel architecten, die meenden met hun creaties de ruimte helemaal naar hun hand te kunnen zetten’. Stedenbouw, architectuur en planning moeten getoetst worden aan de mate waarin ze dienstbaar zijn aan een samenleving en de kwaliteit van het leven vergroten, meent Maarten Hajer. ‘Het is terug, niet zozeer naar de menselijke maat maar naar wat de essentie van de stad is. Goede stedenbouwers en planologen kijken heel goed naar hoe die stad in elkaar zit, waar de dynamiek zit, welke sfeer die uitstraalt. Ze kijken en luisteren naar de mensen die er leven, en doen daar dan iets mee wat waarde toevoegt. Zo’n Marikenstraat in Nijmegen, hoe daar met gevoel en kennis van zaken een uitgewoonde plek in een geweldig goed functionerend stuk stad is omgevormd. Prachtig! Zulke plekken appelleren heel sterk aan het gevoel van de mensen.’ Verdichting moet, is de stellige overtuiging van Hajer. Maar dat kan niet uitsluitend binnenstedelijk, voegt hij er meteen aan toe. ‘Kijk naar de kwaliteiten van het Oosterdok en het Westerdok in Amsterdam. Fantastisch wat daar gebeurt. Maar we moeten ons wel realiseren dat het maar een deel van de agenda is. De behoefte aan nieuwe stedelijke constructie is veel groter dan wat je rond de binnenstad kwijt kunt. De voorstadlocaties horen er bij. Daar zijn ook knopen van ov en automobiliteit waar nog veel meer mogelijk is. De uitdaging is ook om nu in de Vinex meer gecombineerde woon-werkmilieus te maken. Dat kan natuurlijk gemakkelijk. Er zijn tegenwoordig zat zzp’ers met bedrijfjes aan huis. De nieuwe stad is de stad van de Coffee Company, van de ontmoetingsplekken.’ é Marcel Bayer


Trend

Nederland: handelshuis of wingewest? Foto: PL

Energietransitie nieuwe stijl vraagt om ruimtelijke visie Nederland wil een ‘power hub’ zijn. Maar de transitie naar ‘duurzaam’ is uitgesteld. Verdienpotentieel en voorzieningzekerheid staan voorop, met grootschalige steenkoolcentrales, biomassa, veel (CO2-arm) gas en misschien kernenergie. Over de implicaties voor de ruimtelijke inrichting en het milieu wordt nog nauwelijks nagedacht. ‘De druk op gemeenten zal toenemen.’

D

emonstraties tegen ‘smerige’ kolencentrales in de Eemshaven en op de Maasvlakte zijn mislukt. Maar ondergrondse CO2-opslag in Barendrecht is afgeblazen wegens lokale volkswoede. Het zijn turbulente tijden voor de energiesector in Nederland. Ambities te over. Power hub, gasrotonde: het gaat gepaard met overheidssteun voor gevestigde energieopwekking en -voorziening. Fiscale vrijstellingen, gratis emissierechten, omstreden vergunningen voor kolencentrales, miljardeninvesteringen in leidingwerken en (verbale) support voor kernenergie.

Tegelijkertijd zijn onder Balkenende IV en Rutte I veel overheidsprikkels voor ‘hernieuwbare bronnen’ terugge-

Ons energielandschap wordt omgeploegd, de belangen zijn groot schroefd, opgeschort of – fiscale groenregeling – afgeschaft. De horizon van de beoogde energietransitie verschuift naar 2050 of verder. ‘Langetermijnkwestie’, beklemtonen kabinet èè

maart 2011 21


Trend

Noordelijke provincies willen meer zeggenschap over ondergrond Gasopslag in een zoutkoepel onder Pieterburen, CO2 de grond in onder het Groningse Westerkwartier. Het zijn plannen die grote commotie in het noorden teweegbrengen. In navolging van Drenthe gaat ook Groningen een structuurvisie diepe ondergrond maken.

I

n augustus werd Pieterburen en omgeving verrast door het plan van het Franse energiebedrijf EDF om een gasopslag te maken in de ondergrond. Dat leidde al snel tot een soort volksopstand. Pieterburen leeft vooral van recreatie: van zeehonden, wandelaars en wadlopers. Een gasopslag zou bovengronds een industrieel ogende installatie nodig hebben. Ook gemeente De Marne en de Provincie Groningen keerden zich tegen het plan. Maar tot nu toe tevergeefs. Ondanks de protesten met stokbroden, gaf het ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) een vergunning voor een proefboring. Dit gebrek aan macht, ook aan de orde bij de aanwijzing van locaties voor ondergrondse CO2-opslag, leidde in Groningen tot de aankondiging van een provinciale

‘Kennis geeft gezag en invloed, ook zonder formele bevoegdheid’ structuurvisie diepe ondergrond die antwoord moet geven op de vragen: ‘Wat kan waar?’ en: ‘Wat willen we waar?’ Groningen volgt daarmee het voorbeeld van Drenthe dat vorig jaar een structuurvisie maakte.

Relatie boven- en ondergrond Het noorden heeft een bijzondere bodem waarin de drukte toeneemt: gaswinning, oliewinning, de winning van zout, grondwaterbeheer, maar ook ondergrondse opslag van allerlei stoffen: gas, stikstof, zuurstof, CO2, en de mogelijkheden van warmtekoudeopslag en geothermie. De Drentse gedeputeerde Tanja Klip-Martin: ‘Er kan veel met onze ondergrond, maar bij veel gebruiksmogelijkheden moet je wel kiezen, je kunt er maar een keer iets mee doen. Voor het maken van de structuurvisie hebben we enorm veel onderzoek gedaan: wat is er allemaal, wat zijn de mogelijkheden en wat willen we ermee? Het gaat erom beredeneerd keuzes te maken, anders krijg je wild west in de ondergrond’.

maart 2011 22

De relatie met de bovengrond was een andere belangrijke aanleiding. De in de jaren ‘negentig gebouwde gasopslag in Langelo, is volgens Klip-Martin een schoolvoorbeeld van ‘hoe het niet moet’. De installatie voor de gasopslag staat in een beekdal. ‘De beekdalen hebben we nu hard nodig voor waterberging, om het water langer vast te houden. Als er nu een dergelijk plan voorbij zou komen, dan zouden we zeggen: maak die installatie een paar kilometer verderop, op het bedrijventerrein. Alles in de ondergrond heeft uitwerking op ontwikkelingen bovengronds, en andersom.’

Wingewest De natuur- en milieufederaties in Groningen en Drenthe pleiten al langer voor een structuurvisie ondergrond. Reinder Hoekstra van de Drentse Natuur en Milieufederatie: ‘Tot nu toe ging het te veel om de belangen van de winning van delfstoffen. Bij het Rijk is Economische Zaken steeds het leidende ministerie geweest. Een integrale afweging, inclusief bovengrondse belangen, wordt daar niet gemaakt.’ Hoekstra noemt de Drentse structuurvisie daarom ‘echt een doorbraak’. Al vindt hij wel dat in de nu vastgelegde visie ‘de nadruk te veel op gebruik ligt en te weinig op bescherming’. Zijn collega van de Groningse Natuur- en Milieufederatie, Siegbert van der Velde vindt de koppeling tussen de noordelijke ambities op energiegebied en bodembeleid in het huidige beleid ‘niet helder’. ‘Gaswinning wringt bijvoorbeeld met gasopslag. Waarom zou je gas gaan opslaan? Dan produceer je toch gewoon wat minder. Dan hebben mensen niet de overlast van zo’n opslag met een bromtoon. Hoe kun je uitleggen aan de bevolking wat het nut is van gasbuffering? Dat doe je dan alleen maar om economische redenen, om gas te verkopen in de winterperiode zodat je er een betere prijs voor krijgt.’ Van der Velde wijst op een sentiment dat sterk leeft in het noorden. ‘Veel mensen hebben het idee dat Groningen als wingewest wordt gebruikt. Holland pikt onze kostbare delfstoffen en daar krijgen we nu rotzooi voor terug, zoals de CO2-opslag.’


Verantwoordelijkheid Een structuurvisie verandert echter niet de bevoegdheden. Nog steeds geeft het ministerie van EL&I op basis van de mijnbouwwet vergunningen uit. Klip-Martin, die namens het IPO met het ministerie overlegt, heeft de indruk dat de positie van de provincies sterker wordt: ‘Natuurlijk zijn er nationaal-economische belangen gemoeid met iets als de winning van aardgas, natuurlijk is dat een bevoegdheid van het Rijk, maar het omgevingsbelang ligt bij de provincie. Ook in het huidige regeerakkoord is duidelijk de provincie aangewezen als verantwoordelijke overheidslaag voor ruimtelijke ontwikkelingen. En ontwikkelingen in de diepe ondergrond hebben nu eenmaal ook een omgevingsbelang. Ik heb de indruk dat het Rijk dit steeds meer erkent en dat men aan het opschuiven is richting de regio’s.’

Maar ook zonder formeel gezag versterkt een structuurvisie de positie van een provincie. Klip-Martin: ‘Kennis geeft gezag en invloed, ook zonder formele bevoegdheid. Gewapend met kennis kunnen wij zeggen: dat weten wij allemaal van de Noord-Nederlandse bodem en wij vinden dat dit een goede keuze is.’ Ook het Groningse PvdA-statenlid Sjak Rijploeg denkt dat een structuurvisie helpt: ‘Het Rijk kan natuurlijk dwars tegen de provincie in gaan zoals bij Urk met de windmolens. Een structuurvisie maakt wel duidelijk waar een provincie staat. Dan is het voor het Rijk toch moeilijker om er tegenin te gaan.’ é Karin Broer

S tr uc t u u r v i s i e .

èè

maart 2011 23


Trend

maart 2011 24


en energieproducenten tegenwoordig. De Europese doelstelling – 20 procent ‘duurzaam’ in 2020 – lijkt passé.

niet op biomassa. Windmolenparken op land leveren zeker 600 megawatt, offshore turbines-in-aanbouw 875 MW.

Duits, Zweeds, Frans

Bouwvakkerskazernes

Marktpartijen klagen over ‘zwalkend overheidsbeleid’. De voornaamste verklaring ligt echter niet in Den Haag, maar over de grens: bij de verwarrende machtsverschuivingen op weg naar een Noordwest-Europese en wereldomspannende energiemarkt. Globaliserende marktpartijen, waar voorlopig fossiel en kernenergie domineren, bepalen de speelruimte. Linksom wil Nederland die machtiger handelspartners bedienen. Rechtsom zoekt de overheid naar gunstige herpositionering: voornamelijk via onze vertrouwde gasinfrastructuur. Daarachter gaan zorgen schuil over voorzieningszekerheid, bijvoorbeeld voor onze energie-intensieve industrie. Neem de elektriciteitsopwekking. De voormalige provinciale stroomproducenten Nuon en Essent zijn overgenomen door het Zweedse Vattenfall (met Duitse belangen), respectievelijk het Duitse crypto-overheidsbedrijf RWE. Beide bouwen mega-kolen/biomassacentrales in de Eemshaven. E.On (eveneens Duits) bouwt op de Maasvlakte. En dan de Fransen. Atoomstroomgrossier EDF (82 kerncentrales) wil samen met het Zeeuwse Delta (mede-eigenaar van de Borssele-centrale) een tweede kerncentrale bouwen in Borssele. Wij ook, roept ERH (de voormalige aandeelhouders van Essent), in alliantie met… RWE. België nijdig. Electrabel, dochter van het eveneens Franse GDF/Suez, projecteert zijn kersverse kerncentralevisioen daarom liever op de Eemshaven, waar het al een gasgestookte centrale bezit. Eén ding is zeker: zonder krachtige partner als EDF of RWE geen nieuwe kerncentrales. Dáár zitten de kennis en het geld. Weinig anderen durven de financieringsrisico’s aan, ons kabinet evenmin. Ondertussen verrijzen her en der warmtekrachtcentrales, veelal gasgestookt. Een greep: minister Maxime Verhagen (ELI) opende onlangs in Lelystad Electrabels Maxima-centrale, Eneco bouwt in de Europoort, Nuon bij Diemen, Heveskes in Delfzijl. Ook afvalbedrijven, waaronder Sita in Roosendaal, gaan in warmtekracht, al of

Is al die stroom nodig? In Nederland niet. Wijzelf hebben ongeveer genoeg aan onze huidige opwekcapaciteit van 25 gigawatt. Daar komt nu 30 gigawatt bij, een ruime verdubbeling. Gedienstig werkt netbeheerder TenneT (naast

‘Er moeten absoluut integrale ruimtelijke ondergrondvisies komen’ binnenlandse netversterkingen) aan extra verbindingen met Duitsland, Denemarken, Engeland, Noorwegen en de Noordzee. Straks gaat per saldo 40 procent van de hier opgewekte elektriciteit de grens over. En de recettes? Worden wij een wingewest? Hoho, nuance, waarschuwen insiders. Immers, Noord-Nederland hoopt als ‘Energy Valley’ duizenden hightech arbeidsplaatsen te trekken. En ook de bouwplannen van Nuon en Essent hebben provincies geen windeieren gelegd, vermoedt prof. Ernst Worrell, die in Utrecht ‘energie, materialen en milieu’ doceert. De vergunningaanvragen dateren van vóór de verkoop van beide energiebedrijven. Worrell: ‘Met zo’n bruidsschat op zak, konden de provincies allicht méér vragen.’ Voor gewone Groningers valt de werkgelegenheid vooralsnog tegen. Vakbonden mopperen dat de bouw van de centrales vrijwel uitsluitend gebeurt door duizenden gastbouwvakkers, uit Portugal, Polen en, Roemenië. De huisvesting van dat vreemdelingenlegioen vormt een ruimtelijke en sociale kwestie apart. In verschillende dorpjes nabij de Eemshaven zijn uitgestrekte tijdelijke bouwvakkerskazernes ingericht (zie kader), terwijl ook de broodnodige hotelcapaciteit in deze krimpregio voor vijf jaar goeddeels is dichtgeslibt.

Afgeketst Onze kuststreek plukt wrange vruchten. De bouwhausse bij de Eems- en Rijnmond heeft alles te maken met de èè

Tijdelijke ‘projecthotels’ Voor de bouw van de nieuwe Eemshaven-centrales worden circa 5000 Zuid- en Oost-Europese bouwvakkers ingevlogen, ‘bij gebrek aan gekwalificeerd Nederlands personeel’. Het merendeel wordt gehuisvest in tijdelijke prefab woonkazernes in Oost-Groningen. De omheinde ‘projecthotel’-complexen zijn voorzien van alle comforts om overlast te beperken. Energy Village in Uithuizen ligt op braakliggende landbouwgrond. Archeologische resten zijn middels

ringmuren afgeschermd. In Wagenborgen is voor ‘Envilla’ het voormalige ggz-terrein en landschapspark Groot Bronswijk gekozen. Tweehonderd bomen zijn gekapt. De vervallen parkstructuur is verder opengebroken. Door de bouwvakkers verdubbelt bijna de dorpsbevolking. Van de 1800 inwoners in Wagenborgen hebben er 550 bezwaar aangetekend. Beide projecthotels worden over vijf jaar afgebroken. Krimpgemeente Delfzijl heeft geen vervolgplan voor Groot Bronswijk, ooit Wagenborgens trots.

maart 2011 25


Trend

De kolencentrale ( o p s c h r i f t E P Z ) re c h t s de re actorbol van de ker ncentrale en op de vo org rond de ko e l wate r u i t l a at . S lo e g e b i e d , g e m e e n te B orssele.

De ‘run’ op Borssele

Aanvraag voor twee nieuwe kerncentrales in het Sloegebied

Foto: PL

De in onmin levende ‘provinciale’ energiebedrijven Delta en ERH willen allebei een eigen nieuwe kerncentrale bouwen naast de bestaande centrale in Borssele. Economische Zaken trekt de kar met een rijkscoördinatieregeling. De provincie Zeeland rest een ondergeschikte rol en is bovendien in meerderheid voor. De vraag is of er plaats is voor twee nieuwe kerncentrales.

V

oor het eerst in decennia staat het sein in Den Haag op groen voor kernenergie. Minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie ziet ruimte voor twee nieuwe kerncentrales. Het Zeeuwse energiebedrijf Delta, in handen van de provincie Zeeland en een aantal Zeeuwse gemeenten, heeft medio 2009 een startnotitie ingediend als eerste stap in een vergunningaanvraag. In 2013 denkt Delta met een definitieve vergunning te kunnen gaan bouwen naast de bestaande

maart 2011 26

kerncentrale in het Sloegebied in Borssele. Eind 2018 moet de kerncentrale operationeel zijn. Energy Resource Holding (ERH), de erven van het aan de Duitse energiereus RWE verkochte Essent, heeft in september 2010 ‘een mededeling gedaan van het voornemen tot de bouw’ (startnotitie volgens de nieuwe Wet RO) van een nieuwe kerncentrale op dezelfde locatie. ERH denkt in 2019 de eerste kernen te kunnen splitsen.


Fatsoenlijk Voorwaarde voor een vergunning is een sluitende businesscase. Delta en ERH kunnen dat niet alleen. Delta start een joint development company met het Franse EDF (grotendeels in handen van de Franse staat en exploitant van 82 kerncentrales) en RWE staat op de achtergrond klaar om in te stappen als ERH aan de slag gaat. Het Zeeuwse provinciebestuur en de Provinciale Staten zijn verdeeld maar in meerderheid voor nieuwe kerncentrale. Logisch wellicht omdat de provincie met 50 procent van de Delta-aandelen er dividend van gaat plukken. De Zeeuwse gedeputeerde Harry van Waveren nuanceert dat beeld. ‘Wij hebben in principe geen bezwaar, maar voor de beoordeling is een businessplan nodig waaruit een fatsoenlijk rendement blijkt. Het is spannend of dat gaat lukken. Uit een recent OESO-rapport blijkt dat vrijwel alle kerncentrales met overheidssteun draaien.’

het rijksinpassingsplan. We kunnen eventueel beroep aantekenen, maar als deze projecten onder de Crisis- en herstelwet worden gebracht, vervalt ook de beroepsmogelijkheid.’ Vanwege de enorme hoeveelheid elektriciteit (5000 MW) die de geplande kerncentrales samen opwekken, is het nodig dat er een nieuwe hoogspanningsverbinding van 380 kilovolt van Borssele naar West-Brabant komt. TenneT is daar al druk mee bezig. Vorig jaar zijn de milieueffecten van zes mogelijke tracés voor ‘elektriciteitssnelweg Zuid- West 380kV’ onderzocht en binnenkort wordt het definitieve tracé bekendgemaakt. Ook voor ZuidWest 380kV geldt de Rijkscoördinatieregeling. De provincie heeft geen zeggenschap over het tracé, maar Van Waveren weet wel dat de optie dwars door het Nationaal Park de Oosterschelde van tafel is.

Winnaar Aanvaardbaar Het Sloegebied in Borssele is een van de drie in het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening aangewezen ‘waarborglocaties’ voor kernenergie. Borssele heeft op de andere locaties, de Eemshaven en de Maasvlakte, voor dat er al een kerncentrale staat en dat de Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval (COVRA) er gevestigd is. Bovendien is er ‘maatschappelijk draagvlak’. Volgens een NIPO-enquête in opdracht van Delta vindt 59 procent van de Zeeuwen uitbreiding ‘aanvaardbaar’. De Rijkscoördinatieregeling moet de besluitvorming stroomlijnen en versnellen. Daartoe worden alle benodigde vergunningen en procedures getrokken door Economische Zaken. Zij moeten een inpassingspan opstellen met een afzonderlijke milieueffectrapportage. Ingenieursbureau Arcadis heeft onderzoek gedaan naar de inpasbaarheid. Half maart wordt hierover verslag uitgebracht.

Impact Een grote rol speelt de beschikbaarheid van voldoende koelwater. De bestaande kerncentrale, maar ook de naastgelegen kolencentrale en de recent opgeleverde gascentrale, maken voor doorspoelkoeling gebruik van Westerscheldewater. Of ook het koelwater van twee nieuwe centrales in de Westerschelde geloosd kan worden, zonder dat het Natura 2000-gebied daar onder lijdt, is de vraag. Het alternatief zijn koeltorens van pakweg 170 meter hoog. Een dergelijke ingrijpende horizonvervuiling is volgens het provinciale omgevingsplan in toeristisch Zeeland niet toegestaan. Maar de provincie heeft daar niets meer over te zeggen. Van Waveren: ‘Het Rijk heeft het laatste woord met

Als het gaat om de beschikbare ruimte in het Sloegebied lijkt echter ook de Rijkscoördinatie tegen fysieke grenzen op te lopen. ‘Er is ruimte voor één nieuwe centrale’, zegt Van Waveren. ‘Maar twee wordt moeilijk. Het Sloegebied is in beheer bij Zeeland Seaports en de kernfunctie is

Rijk heeft het laatste woord met het rijksinpassingsplan havengebied. Een deel van de ruimte wordt gereserveerd voor de geplande containerterminal. Het beschikbare gebied is misschien wel groot genoeg voor twee nieuwe centrales maar gedurende de bouwperiode is een aanzienlijk groter oppervlakte nodig. Dat betekent dat volgtijdigheid een belangrijk aandachtspunt is.’ Met andere woorden: de twee centrales kunnen waarschijnlijk niet tegelijkertijd worden gebouwd. Het is niet aannemelijk dat een van de twee partijen zijn plannen vrijwillig in de ijskast zet voor de vijf jaar die de bouw duurt. Dus kan er maar één winnaar zijn. ‘Ik ben dan ook zeer nieuwsgierig hoe het selectieproces zal verlopen’, zegt Van Waveren. Eerder heeft Economische Zaken al laten weten dat vergunningen niet worden uitgegeven volgens het principe ‘wie het eerst komt...’. De plannen zijn vrijwel identiek. Als de businesscases aan elkaar gewaagd zijn, wordt het een kwestie van lobbyen. ERH lijkt dan met zwaargewichten Brabant en Limburg kansrijker bij het ministerie van EL&I, dat tegenwoordig met zachte ‘g’ geleid wordt. é Peter Lievense

èè

maart 2011 27


Trend

Beven in Bergen In de Bergemeerbodem heeft gasbedrijf Taqa jarenlang aardgas gewonnen. In het lege veld wil Taqa voortaan gas van elders opslaan, al ligt de meest milieuvriendelijke optie even verderop, op een voormalig militair MOB-terrein. Het kabinet hanteert de Rijkscoördinatieregeling: gas is nationaal belang. Provincie Noord-Holland en omliggende gemeenten hebben wijselijk hun bezwaren ingetrokken. Resteren Natuurmonumenten en gemeente Bergen, waar veel inwoners benauwd zijn voor nog ernstiger aardschokken, dan ze al eerder meemaakten door de gasbedrijvigheid.

aanwezigheid van koelwater en maritieme aanvoerroutes voor kolen en biomassa. Er zijn milieuprotesten tegen CO2 en ongezonde uitstoot van fijnstof- en metaaldeeltjes. Maar kansrijker zijn acties voor de Waddenzee, aangewezen als VN-werelderfgoed en EHS/Natura 2000-gebied. Dollard en

‘We moesten 900 vergunningen afkaarten met zeventig gemeenten en tien provincies’ Eemsmond zijn reeds vervuild door havenactiviteiten. Dat wordt nu erger, betoogt directeur Siegbert van der Velde van de Natuur- en Milieufederatie Groningen. Vaarroutes worden uitgebaggerd voor diepliggende kolenvrachtschepen. ‘Resultaat: nog meer vertroebeling, slecht nieuws voor zeeorganismen en wadvogels. Verder zullen talloze vissen omkomen in de koelwateraanzuigingen. En we krijgen een slachting onder overvliegende trekvogels, doordat bij de Nuoncentrale synthetisch gas afgefakkeld wordt.’ Het voorgenomen E-Pact tussen de provincie, milieugroeperingen, Groningen SeaPorts (gecertificeerd als EcoPort) en de stroomproducenten is afgeketst. Desondanks wordt verder gepraat over natuurcompensatie en win-winconstructies rond luchtkwaliteit. De betrokken bedrijven zijn niet gerust op enkele Europese beroepszaken, onder meer wegens overschrijding van Europese emissieplafonds.

Ondergrond Het echte ‘milieuzorgenkindje’ wordt onze CO2-balans, becijfert prof. Catrinus Jepma, hoogleraar Energie en Duurzaamheid in Groningen. Direct ruimtelijk gevolg: ‘Ondergrondse CO2-opslag wordt pure noodzaak. Anders verdwijnen onze Europese CO2-reductieverplichtingen domweg uit beeld.’ Helaas, zowel economisch als technisch is carbon capture and storage (CCS) in deze omvang omgeven met vragen. Nog afgezien van publieke

maart 2011 28

Natuurmonumenten gebruikt zijn beroepsmogelijkheden als onderhandelhefboom voor permanente natuurcompensatie. Maar Bergen kan als overheid niet in beroep

Bergen kan als overheid niet in beroep onder de RCR. ‘Best frustrerend’ onder de RCR. ‘Best frustrerend’, meesmuilt ro-wethouder Alwin Hietbrink: ‘Juist wij staan voor een stuk algemeen burgerbelang.’

angst voor verstikkende CO2-wolken. Er moeten absoluut integrale ruimtelijke ondergrondvisies komen, aldus Jepma. ‘Overigens, mocht CCS doorgaan, dan komt ongetwijfeld de dwingende Rijkscoördinatieregeling eraan te pas.’ Drenthe, Groningen en Friesland doen niet moeilijk. CCS kan nog eventueel, maar géén kernenergie, stellen zij. De bevolking? Die kijkt ‘noordelijk’ de kat uit de boom, zuchten actiegroepen als Vereniging Zuivere Energie en CO2ntramine. Meer gerommel klinkt bij gemeenten. Dwars door gemeente Grootegast komt waarschijnlijk een CO2-transportleiding te liggen. Ook voor opslag zelf is Grootegast in beeld. Maar in akkers prijken: ‘CO2 Nee!’-borden. Vanwege angst voor CO2-lekken, maar ook omdat boeren bijklussen met groene energieproductie. Door bazige kolenreuzen het net af geduwd worden, daar passen ze voor. Zelfs de CDA-raadsfractie, normaliter wars van ‘klimaatsprookjes’, is faliekant tegen. ‘Misschien dat we door een rijksinpassingsbesluit straks moeten meewerken’, erkent gemeentelijk voorlichter Dirk Jan Westerhof. ‘Maar zelf alvast actief de bestemmingsplannen erbij pakken? Totáál-niet-mee-bezig! Ons standpunt is glashelder. Nu rustig afwachten. Toch?’

Gasknooppunt Ons energielandschap wordt omgeploegd, de belangen zijn groot. Leidingen, installaties, centrales: de druk op gemeenten om mee te werken, zal toenemen, verwacht hoogleraar Jepma. Urk moet knarsetandend een 450 MW windpark dulden, Bergen Noord-Holland (kader) een ondergrondse gasopslag. Beide via de Rijkscoördinatieregeling RCR. Energie, zo redeneert het kabinet, is een nationaal belang. Voor gas – als schoonste fossielvariant – geldt dat laatste al helemaal. Onze lucratieve aardgasbellen raken op, maar staatsgasdistributiebedrijf Gasunie bezit een formidabele infrastructuur. Dan maar handelscentrum worden in de Noordwest-Europese ‘gasrotonde’, bedacht Den Haag.


Eindhoven: energieproducent De bio-WKK-centrale voor Meerhoven draait op gemeentelijk snoeiafval en houtsnippers. De centrale n 1580 woningen en 20.000 m2 levert warmte aan bedrijfsoppervlak, k, via 44 kilometer warmtenet. Eindhoven is eigenaar. enaar. Investering: ruim 17,4 miljoen euro. Opgewekte elektriciteit, voldoende voor

Gasgestookte centrales, boerenbiogasproductie: prachtig! Boven- en ondergrondse gasopslag moeten handelsvoorraad vormen. Staatsgashandelaar GasTerra runt een succesvolle virtuele gashandelsbeurs (TTF). De Gasunie legt 500 kilometer extra buisleiding aan, de ‘Noord-Zuidroute’. Planologisch geven gewone gasbuisleidingen zelden blijvend problemen, aldus Gasunie-omgevingsmanager Age Yska: ‘Ze liggen onzichtbaar, veilig diep en bij voorkeur gebundeld en/ of door rustig gebied. Bij lastige punten, zoals natuurterreinen, zoeken we met betrokkenen naar ruimtelijke oplossingen. Grondeigenaren krijgen een nette, vaste compensatie.’ Desondanks was het Noord-Zuidroute vergunningencircus pittig. ‘Het merendeel speelde vóór de Rijkscoördinatieregeling. We moesten 900 vergunningen afkaarten met zeventig gemeenten en tien provincies. We zijn nu halverwege de aanleg. Eén ander traject, tussen Beverwijk en Wijngaarden, komt onder de RCR. Ook ELI overlegt dan mee.’ Het miljardenproject gasrotonde loopt voorspoedig. Maar de concurrentie is groot, waarschuwt het Britse zogeheten ‘Brattle-rapport’. Een voorgenomen tweede LNG-terminal in de Eemshaven (de eerste ligt op de Maasvlakte) is bijvoorbeeld afgeblazen: ‘niet rendabel’.

Tweerichtingsverkeer Terwijl de zwaargewichten worstelen op de Europese mat, gaat de lokale transitie naar decentrale opwekking stilletjes door. Opvallend is hoeveel gemeenten en bewonersgroepen eigen energiebedrijven oprichten, eventueel samen met woningcorporaties. In zekere zin zijn we terug bij af: bij de ouderwetse lokale energiemaatschappijtjes. Soms gaat het om het gezamenlijk inkopen van bijvoorbeeld PV zonnepanelen. Meestal betreft het ‘warmtenetten’, gevoed met restwarmte van bestaande bronnen. Warmte-efficiëntie tikt aan bij

1920 huishoudens, wordt aan het net teruggeleverd. Totale CO2-emissiereductie: 5900 ton.

energiebesparing, want warmte maakt twee derde van ons energiegebruik uit. Eindhoven (kader) gaat verder, met een potige eigen biomassa-warmtekrachtunit voor de nieuwbouwwijk Meerhoven. Warmte-overschotten én opgewekte elektra zijn voor ‘hogere’ netten. Ook de technologie schrijdt voort. Nieuwe leidingtypen, op maat gesneden compressorstations en ICT-innovaties: langzaam wordt het leidingennet geprepareerd voor tweerichtings-gasverkeer, uiteenlopende bronnen/gaskwaliteiten en variabele drukniveaus.

Smart Uiteindelijk volgt de overgang naar echte ‘smart grids’, voorspelt onder anderen Han Damsté, voorzitter taakgroep Duurzaam en Innovatie bij Netbeheer Nederland. Gas-/ warmtelevering en het elektriciteitsnet raken onderling vervlochten. Elektrische warmtepompen voor wijkverwarming zijn er een voorproefje van. (Nieuwbouw)wijken en bedrijven moeten straks snel kunnen schakelen tussen warmte of stroom, tussen consumptie en productie. Overschotten moeten ze betaald kunnen wegsluizen via het net. Spekkoper zijn diegenen (ook gemeenten, wijken of woningcorporaties) die marktprijsschommelingen computergestuurd realtime monitoren en vervolgens flexibel aanpikken op elektrische of gasverwarming. Kortom, volop nieuwe uitdagingen voor leiding- en netbeheerders, aldus Han Damsté: ‘Maar ook voor gemeenten en ontwikkelaars. Men moet eerder en anders samenwerken bij bouwprojecten. De deskundigheid van de net- en leidingbeheerders moet integraal meedraaien bij de projectontwikkeling en het planontwerp.’ é Michel Robles

maart 2011 29


Forum

Hoogwaardig ov in Vinex-wijken

Kwaliteit belangrijker dan tijdigheid Vroegtijdig aanleggen van hoogwaardig openbaar vervoer heeft slechts een tijdelijk effect op het ov-gebruik in Vinex-wijken, zo blijkt uit een onderzoek in drie grote Haagse nieuwbouwwijken. Het gebruik van de tram is wel hoger in wijken waar deze vroegtijdig is aangelegd, maar dat verschil in tramgebruik verdwijnt na een aantal jaren. De kwaliteit van de verbinding is voor reizigers veel meer een doorslaggevend argument om al dan niet het ov te nemen.

‘A

ls je een nieuwe wijk bouwt, moet je ook zorgen dat er vanaf het begin goed openbaar vervoer is, anders kiezen de mensen voor de auto en krijg je ze later niet meer de auto uit en het ov in’, is een vaak gehoorde opvatting. In een dichtbevolkt land als Nederland is onderlinge afstemming tussen de verstedelijking en het

Figuur 1: De onderzoekswijken.

maart 2011 30

verkeer- en vervoerssysteem noodzakelijk. Als algemeen uitgangspunt hanteert de Nota Ruimte dat nieuwe grote woon- en werklocaties tijdig en adequaat worden ontsloten. Wat daarmee precies bedoeld wordt, is niet nader ingevuld. In Vinex-convenanten (1995-2005) hebben Rijk en regio afspraken gemaakt over de ontsluiting van de


F i g u u r 2 : M i g ra t i e m o b i l i te i t i n a a n t a l ve r t rek k e n d e p e r s o n e n o p d e h e l e b e vol k i n g ( W i jk m o n i to r D e n Ha a g ) .

grote bouwlocaties per openbaar vervoer. De planning was erop gericht om hoogwaardig openbaar vervoer (treinstation, nieuwe tramverbinding of vrije busbanen) in gebruik

Ruimtelijke inrichting en mobiliteitsgedrag Er is in Nederland veel onderzoek verricht naar de vraag in hoeverre het verplaatsingsgedrag van mensen samenhangt met de ruimtelijke kenmerken van de omgeving. Die samenhang lijkt beperkt. Zo zien we bij hogere bebouwingsdichtheden wel kortere verplaatsingen, maar ook meer verplaatsingen. Daardoor verandert het totaal aantal afgelegde kilometers per persoon per dag nauwelijks. Wel worden er in een dichte stedelijke structuur minder kilometers per auto en meer op de fiets en met het openbaar vervoer afgelegd (Maat, 2009). Alleen in de meest stedelijke gebieden kan het relatief lage autobezit deels worden toegeschreven aan ruimtelijke factoren (Van de Coevering et al., 2008). In het buitenland worden soms grotere effecten gevonden. Dat kan verklaard worden door de grotere variëteit in ruimtelijke structuur die daar vaak te vinden is. Nieuwbouwbewoners reizen meer dan anderen. Dit komt vooral door hun (hogere) opleiding, hoge arbeidsparticipatie en levensfase en veel minder door de inrichting van deze wijken (Snellen et al., 2005). Zo zijn Vinex-wijken grotendeels bevolkt door jonge, vaak tweeverdienende ouders, wat de relatief hoge mobiliteit in die wijken (gedeeltelijk) verklaart.

te nemen als twee derde van de woningbouw op een locatie zou zijn gerealiseerd. Deze vuistregel zou resulteren in een kostendekkingsgraad van minimaal vijftig

Onderlinge afstemming tussen verstedelijking en het verkeeren vervoerssysteem is noodzakelijk in Nederland procent, wat als ondergrens voor rijksfinanciering wordt gehanteerd. Eerder aanleggen zou betekenen dat het Rijk meer zou moeten bijdragen aan de exploitatie van het ov. Later aanleggen heeft het risico dat nieuwbouwbewoners voor de komst van het hoogwaardig ov een keuze voor de auto maken en daar later ook niet meer van afwijken. Dit zou dus tot minder gebruik van het ov leiden.

Haagse wijken In drie Haagse Vinex-wijken; Wateringse Veld, Ypenburg en Leidschenveen is onderzocht wat het effect is van de aanleg van een hoogwaardige openbaarvervoerverbinding. De bouw van de drie wijken is begonnen in 1996/1997. Ze zijn vergelijkbaar in bevolkingssamenstelling, liggen ongeveer even ver van het centrum van Den Haag (zie figuur 1) en hebben alle drie een tramverbinding gekregen. In Wateringse Veld is de tram vrijwel bij het begin van de bouw van de wijk aangelegd, in Ypenburg vijf jaar later en in Leidschenveen tien jaar later. Een argument dat nogal eens gebruikt wordt tegen vroegtijdige aanleg van ov is het feit dat mensen in Vinex-wijken vaker dan gemiddeld zouden verhuizen. Als dat zo is, hoef je èè

maart 2011 31


Forum

F i g u u r 3 : M o d a l s p l i t o p e n b a a r ve r vo e r i n 2 0 0 6 ( M O N D e n Ha a g ) .

je als overheid eigenlijk niet te richten op het vroegtijdig aanleggen van hoogwaardige openbaarvervoerverbindingen. Immers, over een paar jaar, als de wijk grotendeels is afgebouwd, zijn de oorspronkelijke bewoners grotendeels verhuisd. De nieuwe wijkbewoners kunnen dan hun mobiliteitsgedrag aanpassen aan de nieuwe realiteit, namelijk een nieuwbouwwijk ontsloten door hoogwaardig openbaar vervoer. Uit beschikbare verhuisgegevens (Wijkmonitor Den Haag, 1995-2008, WoON) bleek echter dat mensen in de drie Haagse Vinex-wijken juist minder dan gemiddeld uit de wijk wegtrokken (zie figuur 2). Het verhuisgedrag van de bewoners in deze nieuwbouwwijken is dus geen reden om de aanleg van de lightrailverbinding zo lang mogelijk uit te stellen.

Tramgebruik Als het waar is dat vroegtijdige aanleg van ov leidt tot hoger gebruik in latere jaren, zou je dus verwachten dat het ov-gebruik in Wateringse Veld het hoogst is. Daar ligt de tram er immers al vrijwel vanaf het begin van de wijk. MON-cijfers uit 2006 laten zien dat in Wateringse Veld het lightrailgebruik inderdaad beduidend hoger is dan in Ypenburg (zie figuur 3). Met behulp van regressiemodellen, waarin allerlei factoren die de mobiliteit kunnen beïnvloeden zijn meegenomen, is het verschil tussen het tramgebruik in Wateringse Veld en Ypenburg in 2006 en in 2010 nader onderzocht. Daaruit bleek dat er in 2006 in Wateringse Veld significant meer van de tram gebruikgemaakt werd dan in Ypenburg, ook na correctie voor factoren als leeftijd, opleiding, werk, gezinssamenstelling en, autobezit. Opvallend is dat het verschil in tramgebruik in de loop van de tijd is verwaterd, zodat er in 2010 geen significant verschil meer is in tramgebruik tussen beide wijken. De enquêtes uit 2010 laten zien dat juist in Leidschenveen het tramgebruik het hoogst is, terwijl daar de tramlijn nog maar een paar jaar ligt. Er spelen dus andere factoren een

maart 2011 32

rol dan alleen het moment van aanleggen van ov. Ook de kwaliteit van de tramlijn lijkt belangrijk te zijn. Leidschenveen is ontsloten door Randstadrail, een sneller systeem dan de stadstrams naar Wateringse Veld en Ypenburg. Analyses van het aantal werkplekken, winkels en woonadressen dat binnen een redelijke tijd (vijftien minuten tot een halfuur) per fiets, auto en ov bereikbaar is, laat zien dat voor de mensen uit Wateringse Veld en Ypenburg het aantal mogelijke bestemmingen ongeveer gelijk is. Bovendien blijkt dat je vanuit Leidscheveen binnen een halfuur meer bestemmingen kunt bereiken per auto of met het ov dan vanuit de beide andere wijken. De meest gewilde bestemmingen zijn vanuit Leidschenveen bovendien relatief snel met het ov bereikbaar. Fietsers kunnen daarentegen juist vanuit Wateringse Veld in vijftien à dertig minuten meer bestemmingen bereiken dan fietsers uit de beide andere wijken. Dit onderzoek was beperkt van omvang. Het is te vroeg om uit onderzoek naar drie woningbouwlocaties een algemene uitspraak te kunnen doen over de rol van tijdigheid en de kwaliteit van hoogwaardige openbaarvervoerverbindingen op het ov-gebruik. Meer onderzoek is daarom nodig om de resultaten van dit onderzoek te kunnen veralgemeniseren. é Elske Olthof (4 infra)

Karst Geurs, Bas Tutert (Universiteit Twente) Hans Nijland (Planbureau voor de Leefomgeving)


Forum

Gezamenlijk blijven investeren in het waterlinielandschap De afgelopen jaren is met veel elan gewerkt aan het herstellen en weer toegankelijk maken van de voormalige waterlinies in Nederland. Nu Rijk en provincies fors bezuinigen en zich terugtrekken op hun kerntaken dreigt de uitvoering van veel plannen echter te stagneren. Maarten van Arkel en Wilfried Romp pleiten ervoor om de ambities nu niet los te laten maar juist een nieuwe impuls te geven. In dit artikel schetsen zij een nieuw ontwikkelingsperspectief voor dit waardevolle erfgoed en doen zij aanbevelingen voor een nieuwe koers.

H

et stelsel van voormalige waterlinies, bestaande uit onder andere de Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie, de Stelling van Amsterdam en de Grebbelinie behoort tot ons nationale en regionale cultuurhistorisch erfgoed (UNESCO Werelderfgoed, rijksmonument en gemeentelijk monument en nationaal landschap). Dit was in de afgelopen tien à vijftien jaar voor veel bestuurders een belangrijke reden om die linies te gaan herstellen, en weer toegankelijk en beleefbaar te maken. Dat geldt nog steeds, maar in een tijd van een terugtredende overheid, forse bezuinigingen en economie als topprioriteit garandeert deze aanpak niet langer de duurzame instandhouding van de waterlinies. De ambities moeten een nieuwe impuls krijgen in de vorm van een (ver)nieuw(d) toekomstperspectief.

Uitgangspunten 1. Ontwikkel het ‘waterlinielandschap’ tot een aantrekkelijke en (economisch) duurzame leefomgeving. De ambities voor de waterlinies worden vaak sectoraal ingevuld. De plannen beperken zich tot de waterlinie zelf. Het is gewenst om de ambitie te verbreden tot een kwaliteitsimpuls voor het gehele gebied van waterlinie. Het wenkend perspectief is een gevarieerd, historisch rijk en economisch vitaal gebied en daarmee een aantrekkelijke en duurzame leefomgeving. 2. Realiseer opgave waterlinies binnen integrale gebiedsontwikkelingen. De effectiviteit van maatregelen neemt toe door de specifieke linieopgaven te combineren met andere èè

maart 2011 33

Grebbelinie, Werk bi j K rach t w i j k .


Forum

G re b b e l i n i e , for t a a n d e B u u r s te e g.

ruimtelijke opgaven in het waterlinielandschap zoals de verbetering van de waterhuishouding, ontwikkelingen in landbouw en natuur(beheer), en eventueel woningbouw, en de aanleg van infrastructuur. De waterlinie vormt de rijgdraad van de integrale gebiedsontwikkeling. De provincie, als regisseur van ruimtelijke ontwikkelingen staat hier aan het roer. Zij zorgt voor voldoende ruimte voor ontwikkelingen die per saldo tot een kwaliteitsverbetering van het waterlinielandschap leiden. Daarnaast moet de provincie haar planologische instrumenten zoals de structuurvisie en verordening inzetten voor de borging van kwetsbare cultuurhistorische waarden. 3. Ontwikkel innovatieve exploitaties en organiseer deze in vruchtbare allianties. De verschillende waterlinieprogramma’s zijn nog sterk gericht op restauratie. Exploitatie en beheer krijgen hierin te weinig prioriteit. Dit vormt een risico voor de duurzame instandhouding van de waterlinies. Verder blijven hierdoor potentiÍle economische kansen onbenut. Innovatieve exploitaties vragen om scherpe, meer uitgesproken keuzes op het vlak van cultuur, recreatie/ toerisme/attractie en natuur. Daarvoor is het nodig de grenzen van het mogelijke op te zoeken in plaats van te blijven steken in zouteloze compromissen. Innovatieve exploitaties kunnen alleen in allianties van private en publieke partijen vorm krijgen. De private sector kan hierbij sterker dan tot nog toe betrokken worden. Daarvoor moet dan wel de commerciÍle ruimte

maart 2011 34


worden geboden, binnen de kaders die we als samenleving met elkaar hebben afgesproken. 4. Benut het unieke defensiesysteem voor stads-, gebieds- en regiopromotie. Landsverdediging met behulp van een stelsel van waterlinies is uniek in de wereld. Dit verleden kan meer dan tot nog toe in samenhang worden verteld, waarbij de fysieke relicten en de geschreven en vertelde geschiedenis (‘oral history’) elkaar kunnen versterken. Dit samenhangende verhaal vormt een bron voor stads-, gebieds- en regiopromotie, en daarmee voor de bevordering van recreatie en toerisme. Dit draagt vervolgens weer bij aan de dynamiek en de leefbaarheid in het waterliniegebied. 5. Deel kennis en ervaringen en behartig gemeenschappelijke belangen. In de afgelopen jaren is binnen de verschillende waterlinieprogramma’s kennis opgebouwd en ervaring met de uitvoering opgedaan. Het is belangrijk deze kennis te delen en zo van elkaar te leren. Voorbeelden daarvan zijn: hoe worden private partijen bij de uitvoering betrokken, hoe functioneert een ondernemersplatform, hoe kan het

ro-instrumentarium worden ingezet?. Hoe zorgen we voor meer draagvlak en het betrekken van kennis uit de regio?.

Geen duurzame instandhouding van waterlinies in een tijd van terugtredende overheid, forse bezuinigingen en economie als topprioriteit De gemeenschappelijke belangen worden zo ook zichtbaar, net als de manier waarop die gezamenlijk behartigd kunnen worden. Een dergelijke ‘community of practice’ tussen de waterliniegebieden en organisaties maakt gebruik van nieuwe communicatieprincipes, social media en e-participatie. é Wilfried Romp (Wilfried Romp Advies, Zuilichem) en

Maarten van Arkel (Van Arkel Advies, Amersfoort) zijn zelfstandig adviseurs. Zij zijn betrokken bij de ontwikkeling van respectievelijk de Hollandse Waterlinie en de Grebbelinie. Gre b b e l i n i e , s l u i s je in Lunterse B e ek bi j Da at s e l a a r.

maart 2011 35


Praktijk

Essay

Nieuwe verdienmogelijkheden bij gebiedsontwikkeling Belast de winst bij bestemmingswijziging. Doorbreek de strakke functiescheiding in ruimtelijke plannen en stimuleer tijdelijk gebruik. De combinatie van zorgtaken en natuurontwikkeling biedt aanzienlijke kostenbesparing en onverwachte mogelijkheden. Uitgifte van gebiedsaandelen en gebiedsobligaties. Het zijn slechts enkele van de nieuwe verdienmogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken nu de klassieke publiek-private motor hapert. Ze worden behandeld in de publicatie van – en op basis van onderzoek en ervaringen in – het Innovatieprogramma NederLandBovenWater. Hier een samenvatting.

H

Jac h t h ave n Wa n s s u m .

et decennialang ingesleten systeem van departementale miljardensubsidies in woningbouw, waterbouw, infrastructuur, natuur et cetera werkt niet meer als gevolg van publieke tekorten en het inzicht dat we als subsidieverslaafden kansen onvoldoende benutten. Op gemeentelijk niveau hapert de grondexploitatie. Deze belangrijke bron van inkomsten is omgeslagen in een dossier van financiële zorgen. Ook provincies, waterschappen en woningcorporaties maken in financiële zin een pas op de plaats. Tegenover deze publieke tekorten staat een particulier bezit van honderden miljarden en behoren onze pensioenfondsen tot de rijkste der aarde. Per saldo zijn we (nog) een rijk land, maar haperen geldstromen zodanig dat ruimtelijke investeringen steeds verder achter de noden

maart 2011 36

aanlopen. Anders dan bij de vorige crises is sprake van demografische stabiliteit, uiterst mondige particulieren en kenniswerkers die moeiteloos meebewegen met winnaars van een snoeiharde mondiale concurrentie om kapitaal, kennis en kwaliteit. In grote delen van de samenleving bestaat overtuigende behoefte aan individuele en collectieve zelfredzaamheid. Investeren in infrastructuur kan ditmaal niet meer dan een aspect van de oplossing zijn. Veel meer muziek kan klinken uit het ontkokeren van sectoren en beleidsvelden. Binnen kokers wordt geoptimaliseerd en geïntegreerd, terwijl de ware winst ligt op de raakvlakken. Vrees voor verlies van belangen en homogene netwerken houden de kokers nog gesloten, sommige als oesters. Sectorale subsidies hebben deze ingetogenheid


Ooijen Wanssum Ooijen Wanssum ligt in Noord-Limburg. Tot de overstromingen van de Maas in 1995 had de Oude Maasarm tussen Ooijen en Wanssum een cruciale functie in de afvoer van waterpieken op de Maas. Door ‘tijdelijke’ afsluiting van de tien kilometer lange Maasarm met kades, is sinds 1996 sprake van een flessenhals. Omdat de Oude Maasarm vroeg of laat weer zal moeten meestromen, is 1700 hectare ruimtelijk voor onbepaalde tijd gereserveerd voor water. Het vergunningenregime is er zeer streng en zet het op zichzelf al krimpgevoelige gebied planologisch op slot. Bewoners en mkb-ondernemers voelen zich dubbel gepakt. Zij kunnen zelf geen kant meer op voor de veiligheid van andere gebieden, tot vijftig kilometer stroomopwaarts. Als het Rijk de klassieke middelen voor dijken en kades

ruimtelijk inzet, legt de regio er vijftig miljoen bij. Het planologische slot kan dan weer van het gebied en bewoners en ondernemers krijgen eindelijk duidelijkheid, ook zelf waterveiligheid en weer toekomstperspectief. Het panorama van ‘Toscane om de hoek’ ligt dan binnen bereik. Voor vermogende particulieren is dit panorama zo attractief dat zij bij de gemeenten al hebben aangeklopt voor de waterneutrale bouw van moderne kastelen met woon-werkfuncties. Ook recreatieondernemers staan klaar om in het gebied te investeren. En dat in een krimpregio, waar scholen en banken aan het wegtrekken zijn. Investeringen in waterveiligheid zijn zo een kans voor ruimtelijke economie en recreatie, terwijl de waterveiligheid er zeker op lange termijn alleen maar op vooruit gaat.

C a m p i n g ' t Ve e r h u i s b i j Je t a a n d e M a a s i n B li t te r s w i j c k .

jarenlang ondersteund en daarmee innovaties in de kiem gesmoord.

vormen voor het vastgoed in de project- en gebiedsontwikkelingen tot 2008. Vastgoed was in die tijd dé grote aanjager. De dominantie was zelfs zo groot dat de aanvankelijke breed-

Kruisbestuiving Vanuit het innovatieprogramma NederLandBovenWater is aan de hand van talloze sectorale en intersectorale gesprekken en werksessies onderzocht waar nieuwe verdienmogelijkheden liggen. Per verdienmogelijkheid zijn kansen, dilemma’s, beleidsimplicaties en waar mogelijk goede voorbeelden gegeven. Aanvankelijk is geprobeerd om de verdienmogelijkheden in categorieën in te delen: als vliegwiel potentieel van zeer groot belang, groot belang of van belang. Tijdens deze exercitie bleek spoedig dat geen van de onderzochte verdienmogelijkheden een alternatief kan

Binnen kokers wordt geoptimaliseerd en geïntegreerd, terwijl de ware winst ligt op de raakvlakken te van gebiedsontwikkeling vooral door ontwikkelaars is versmald tot Vinext, opvolger van Vinex met 650.000 nieuwe woningen. Vele anderen zijn meegegaan in deze vernauwing van gebiedsontwikkeling. De immense

maart 2011 37

èè


Praktijk

verdiencapaciteit leek oneindig, waardoor de risico’s als nihil werden gepercipieerd. Van deze zeepbel met financiële hefboomwerkingen (‘leverages’) ervaren we de pijnlijke consequenties. Partijen die hebben ingezet op Vinext, komen nu van een koude kermis thuis. Anno 2011 gaat er mogelijk meer geld om in kinderopvang dan in nieuwbouw. De nieuwe verdiencapaciteit schuilt niet zozeer in één of enkele alternatieven voor vastgoed als wel in

Anno 2011 gaat er mogelijk meer geld om in kinderopvang dan in nieuwbouw de kruisbestuiving tussen sectoren. Nieuwe verdienmogelijkheden liggen vooral daar. In innovaties op het niveau van concepten, systemen en producten. De perspectieven en de maatschappelijke betekenis van combinaties treden in bestaande praktijken soms voorzichtig aan het daglicht. Overtuigende voorbeelden van omdenken over ruimte zijn in Nederland echter nog zeer beperkt. Toch zijn die nodig om de sectorale spelers uit hun kokers te krijgen. Als dat immers meer loont dan verdere optimalisaties binnen de eigen koker, is blijven zitten waar je zit geen optie meer. Intersectorale samenwerkingsverbanden en integrale gebiedsexploitaties worden dan de norm.

Vliegende brigade Histor isch pand 'De Gunhof '.

Voor het beproeven van nieuwe verdienmogelijkheden zijn gesprekken gevoerd met houders van illustratieve praktijken

maart 2011 38

over de volle breedte van gebiedsontwikkeling. Variërend van binnen- en buitenstedelijke woningbouw tot infrastructuur, water, landbouw en landschap. Zij staan klaar om hun gebied hiervoor open te stellen. Voor het welslagen van toepassingen, waar in korte tijd veel moet gebeuren, verdient het aanbeveling per gebied één (onafhankelijke) gebiedscommissaris aan te stellen. Hij of zij heeft de bevoegdheid eventueel niet regionaal overbrugbare obstakels, naar verwachting vooral in de sfeer van regelgeving door het Rijk, onmiddellijk voor te leggen aan de top van betrokken ministeries. Verder is een vliegende brigade voor kennis en kunde aanbevelenswaardig, wetende dat de voor de beoogde verandering noodzakelijke praktijkdeskundigheid dun is gezaaid. De vliegende brigade is het oliemannetje voor de thans mankerende motor. Tegelijkertijd kan de vliegende brigade al doende reflecteren en vanuit de toepassingen anticiperen op contemporaine wet- en regelgeving, zoals een fundamenteel ander omgevingsrecht. Met slimme toepassingen van verdienmogelijkheden kunnen we in de praktijk tonen waar ons ondernemerschap en onze inventiviteit ook in de eenentwintigste eeuw toe in staat zijn. Met dezelfde middelen kunnen we zoveel meer bereiken. Waar ook andere landen nog zoekend zijn, kunnen we in Nederland tonen dat we ook voor ruimtelijk economische innovaties een wereldlaboratorium zijn. In lijn met bewezen kwaliteiten op het vlak van waterbouw, landbouw, logistiek, architectuur, design en life sciences. Met waar nodig vrijstelling voor regelgeving uit een definitief achter ons liggend tijdperk, zijn de praktijken versnellingskamers waar we kunnen uitvinden hoe het anders kan. Passend binnen de dynamiek en de expansie van de eenentwintigste eeuw, die meer vragen dan gepalaver over visioenen. We kunnen nu tonen hoe het ook kan, in plaats van blijven zeggen hoe het zou moeten. Succesvolle voorbeelden zijn


Watergraafsmeer Watergraafsmeer is een karakteristiek deel van Amsterdam met 25.000 bewoners. De diepgelegen droogmakerij ligt op vijf meter beneden de zeespiegel. Dit verklaart het relatief fors aantal klachten over grondwater in en om woningen en bij bewoners langs de dijk zorgen over hun waterveiligheid. De wijk kent een grote diversiteit aan bedrijvigheid. Meest bijzonder is het één van de belangrijkste internetknooppunten van West-Europa. Het beheer van de openbare ruimte is in handen van Stadsdeel Oost en Waternet. Jaarlijks is met ruimtelijk beheer van Watergraafsmeer een bedrag gemoeid van tien miljoen euro. Het gebied staat voor een kwaliteitstransformatie: verdichting met woningen met behoud van het open groene karakter van de wijk en meer ruimte voor water-

berging. En dat met zeer beperkte publieke investeringsmiddelen. Toepassing van innovaties en het smeden van nieuwe allianties maken op de beheerkosten een besparing mogelijk van tien procent. In dat geval komt er jaarlijks een miljoen vrij voor de gebiedstransformatie van deze wijk. Weliswaar een bescheiden bedrag, maar door het enthousiasme van bewoners, ondernemers en kennisinstellingen ligt er wellicht meer winst in het verschiet. Vooral het mkb loopt warm voor de nieuwe benadering. Tientallen ondernemers denken actief mee en komen gezamenlijk met verrassende oplossingen voor meervoudig ruimtegebruik, zonder dat het overheden meer gaat kosten. Hierbij zou eenduidiger en eenvoudiger regelgeving voor bijvoorbeeld waterwonen enorm helpen.

Ve rde e l s t a t i o n i n d e vor m v a n e e n Au s t ra l i s c h e ro t s . Vo o r d e b e d r i j v e n e n b e w o n e r s u i t h e t s t ad s d e e l i s h e t v e rd e e l s t a t i o n v a n g rote waarde. De bo u w v an h et 150 k ilovolt sta tion ste lt de e ne rg ie voor z ie ning op Scie nce Pa r k vei l i g. B ovend i en k r i j g en d e b ed r i j ven o p h et p a r k e e n s n e l l e re a a n s l u i t i n g. Da a r n a a s t o n t v a n g e n 5 0 . 0 0 0 h u i s h o u d e n s v i a d i t s t a t i o n e l e k t r i c i te i t .

goed voor de betreffende gebieden, voor Nederland en voor Europa. Voor het manifesteren van ons innovatief vermogen en ruimtelijk ondernemerschap wordt bij voorkeur jaarlijks een internationaal congres georganiseerd in één van de gebieden. Op zo’n ‘testimonial day’ tonen we de wereld wat we hebben bereikt en wat op stapel staat te gebeuren. Het ruimtelijk dossier is bij uitstek geschikt om onze nieuwe dynamiek tastbaar te maken en verdere impulsen te geven aan een ondernemende mentaliteit.

Verdienmogelijkheden In het cahier Verdienmogelijkheden worden een kleine dertig verdienmogelijkheden besproken, die de gebiedsontwikkeling vlot kunnen trekken op een betaalbare en duurzame manier. Een paar krenten uit de pap. Bestemmingsheffing Kans: door winst bij bestemmingswijziging van grond te belasten, krijgt de ‘cashflow’ bij gemeenten een impuls en

maart 2011 39

èè


Praktijk

worden prijsopdrijvende grondspeculaties getemperd. Wetende dat de grondwaarde voor ruim veertig procent wordt bepaald door de nabijheid van voorzieningen, parken en cultuur (Centraal Planbureau, Stad en land, 2010), is een bestemmingsheffing voor gemeenten een extra stimulans om kwaliteiten toe te voegen. Dilemma: grondpolitiek is in Nederland licht ontvlambaar. Alleen al in de twintigste eeuw zijn er drie kabinetten over gevallen. Beleidsimplicatie: betrekken van deze verdienmogelijkheid in een totaaloplossing voor stagnatie in de woningmarkt en het commercieel vastgoed. Uitwerking van bestemmingsheffing vereist alertheid op onbedoelde perversiteiten, zoals gemeenten die om reden van inkomsten meer (doen) bouwen dan waar vraag naar is. Voorbeeld: in Groot-Brittannië bestaat ‘creaming off betterment’ en in Spanje vloeit een vast deel van de bestemmingswinst in de kas van de regio. Functieflexibiliteit Kans: een strakke functiescheiding is goeddeels gedateerd door het nieuwe wonen, werken, winkelen en recreëren. Meer flexibiliteit in bestemmingen maakt meegroeien in de tijd mogelijk, verlaagt de kosten van criminaliteitspreventie en kan de mobiliteitsgroei temperen. Dilemma: bestemmingsplannen die tot in detail regelen wat waar en wanneer is toegestaan. Beleidsimplicatie: in overeenstemming met het advies van de Commissie-Dekker uitwerken van een niveau van bestemmingsplannen tussen overdreven rechtsbescherming en volledige functievrijheid. Verder stimuleren van sociale redzaamheid en het nemen van verantwoordelijkheid op gebiedsniveau, met betrokkenheid van bewoners en ondernemers. Voorbeeld: plattelandswoningen als voormalige agrarische bedrijfswoningen (boerderijen), waarvoor ruimere milieuregels gelden die voorafgaande aan notariële overdracht bekend zijn. Toegespitst op commercieel vastgoed heeft Nieuwegein voor kantorenpark Merwestein het bestemmingsplan aangepast in strijd tegen leegstand. Het park ligt vlak bij het centrum en trekt maatschappelijke gebruiksfuncties. Amsterdam wil langer dan een jaar leegstaande kantoren een nieuwe bestemming geven, die bijvoorbeeld jongeren- of studentenhuisvesting mogelijk maakt. Gebiedsaandelen Kans: aandelen zijn een Nederlandse uitvinding voor het aantrekken van middelen en het genereren van mentaal eigenaarschap. Thans zijn particulieren en pensioensfondsen met vele miljarden op zoek naar continuïteit in een redelijk rendement. Gebieden zijn nog onderbelicht. Wellicht zijn er fiscale mogelijkheden te creëren in de sfeer van commanditaire vennootschappen, analoog aan cv’s voor scheepsbouw. Dilemma: nog geen ervaringen met gebiedsaandelen of

maart 2011 40

gebiedsobligaties in Nederland, waardoor koudwatervrees. Beleidsimplicatie: stimuleren en ondersteunen van het proces gericht op een eerste spraakmakende toepassing in Nederland. Hierbij aandacht voor verhandelbaarheid van de aandelen, risico’s en reële rendementsprognoses. Voorbeeld: Amerikaanse snelwegen met tol inclusief aanliggende bedrijven, hotels, restaurants en benzinestations. In Nederland komen mogelijk delen van de A27 of A15 (voornemens tot publiekprivate samenwerking) of een bedrijvencampus in Brainport Eindhoven in aanmerking. Streekrekening Kans: overheden, bedrijven en particuliere organisaties kunnen een gemeenschappelijke streekrekening openen. Een bank als de Rabobank geeft op de inleg een marktconforme rente en doneert vijf procent over het totaal van de rentevergoedingen. Op verzoek van deelnemers kan ook een deel van de marktconforme rente worden geschonken aan het betreffende streekfonds. Dilemma: de mogelijkheden zijn nog weinig bekend. Beleidsimplicatie: stimuleren van toepassingen. Voorbeeld: op de streekrekening voor Het Groene Woud is al vijftig miljoen euro ingelegd. In combinatie met renteschenkingen genereert dit jaarlijks een kwart miljoen voor investeringen in het gebied. Zorg Kans: de sterk oplopende kosten van curatieve (140 miljard in 2025) zijn fors te reduceren door preventief meer groen in de leefomgeving (besparing tussen vijf en tien procent), levensloopbestendig bouwen waardoor ouderen minder kans lopen op dementie door verhuizing op late leeftijd (eveneens minimaal vijf procent) en gezondere voeding. Liefst twee derde van alle chronische ziekten is direct gerelateerd aan slechte voeding en/of voedingsgewoonten. Het preventief investeren van thans curatieve middelen komt zowel de zorg als de natuur en biologische (stads) landbouw ten goede. Dilemma: zorg, groen, voeding en bouw zijn volledig gescheiden werelden. Beleidsimplicatie: stimuleren van ontkokering en meer concreet levensloopbestendig bouwen, groen in en om de stad, agro-coöperaties en voedselbewustzijn. Voorbeelden: De Sint Maartenskliniek in Nijmegen, waar bewoners bewust gebruikmaken van gekende streekproducten met positieve effecten op gezondheid en geluk. In Ommen worden op een voormalig militair oefenterrein zorg en coöperatieve landbouw gecombineerd. Patiënten verdienen er een eigen inkomen. Op en nabij het voormalige vliegveld Soesterberg worden wonen, zorg, groen en agro-productie gecombineerd. De directie van een ziekenhuis overweegt nieuwbouw in een daarbij aan te leggen park, wetende dat directe nabijheid van groen het gemiddelde aantal opnamedagen tot een kwart kan bekorten.


Aanbevelingen Marktpartijen Neem de roep om transparantie serieus. Transparantie over kosten en baten is een voorwaarde voor herstel van vertrouwen. En vertrouwen is een voorwaarde om onder meer de woningmarkt weer aan de gang te krijgen. Kijk hiervoor niet in eerste instantie naar de overheid maar neem hierin een eigen verantwoordelijkheid. Verbreed de kijk op ontwikkelen. Vooral voor ontwikkelaars geldt dat zij tot voor kort sterk waren gefocust op nieuwe ontwikkelingen, bij voorkeur grote uitleglocaties. Nu we weten dat de samenleving in dit nieuwe tijdperk vooral behoefte heeft aan kwalitatief hoogwaardige transformaties, kleinschalig maatwerk in nieuwbouw en (collectief) particulier opdrachtgeverschap, is het zaak de kijk op ontwikkelen te verbreden. Zet de gewaardeerde professie in daar waarer vraag naar is. Gemeenten Stimuleer ondernemerschap en innovaties. Nog te veel gemeenten timmeren de toekomst dicht met gedetailleerde bestemmingsplannen en structuurvisies. Het verleden is daarin vaak leidend. Onze toekomst vraagt juist om gemeenten die kansen zien, flexibiliteit bieden en verbindingen leggen met het oog op vitale coalities. Van toelaten via ontwikkelen naar uitdagen. Dit vereist actief opereren in brede netwerken, een hoog competentieprofiel van ambtenaren en een luisterende attitude van bestuur en politiek. Erken de nieuwe realiteit. Waardeer, in navolging van voorlopers onder marktpartijen, grondposities af tot reële waarden en tref voorzieningen voor verliezen in lopende grondposities. Stort toekomstige grondopbrengsten in een specifiek fonds, zodat een buffer ontstaat voor het opvangen van conjunctuurschommelingen. Provincies Neem als middenbestuur je verantwoordelijkheid. Na de Nota Ruimte (2006) is het regeerakkoord (2010) duidelijk over de rol van provincies bij gebiedsontwikkeling. Het is de kernactiviteit, er van uitgaande dat gebiedsontwikkeling gaat over ruimte inclusief natuur en raakt aan economie. De onderlinge verschillen tussen provincies qua voortvarendheid waarmee zij de cultuuromslag maken van hindermacht naar ontwikkelkracht zijn groot. Willen we op regionale schaal niet langer worden geconfronteerd met overaanbod van bedrijventerreinen, commercieel vastgoed en in krimpen watergevoelige regio’s ook woningen is een actieve rol vereist. Gezaghebbend in verbinden, regisseren en initiëren. Zorg voor personen met het gewenste profiel. De cultuuromslag van niet mogelijk maken naar wel mogelijk maken is al enige tijd gaande. Door de bank genomen is sprake van progressie maar duidelijk is dat het tijd vergt en dat het continue investering in talent vereist. En bovenal ambtelijke, bestuurlijke en politieke overtuiging dat regionale regie op

volhoudbare infrastructuur, bedrijvigheid, woningbouw, waterveiligheid en natuur er toe doet. Inherent aan eigen twijfel is interne ineffectiviteit en externe oproep tot structuurdiscussies. Rijk Zet in op de sterkste regio’s. In de context van een exponentieel toenemende mondiale concurrentie tussen regio’s, is het verstandig schaarse rijksmiddelen vooral in te zetten op de economisch sterkste regio’s. Elke geïnvesteerde euro rendeert daar het meest. Als het daar blijft ‘regenen’, ‘druppelt’ het in de andere regio’s. Als onze (bescheiden) metropolen qua kennis, kapitaal en kwaliteit worden ‘drooggelegd’ door Parijs, Londen of Chinese metropolen, wordt het overal ‘mistig’. Politiek zal dit een lastige boodschap zijn, want vanuit het principe van de verdelende rechtvaardigheid zijn we geneigd juist de zwakkere regio’s te helpen. Toch is het noodzakelijk voor de concurrentiepositie van Nederland. Creëer condities voor innovatief ondernemerschap. Zeker waar rijksmiddelen in het geding zijn, heeft het Rijk de neiging te sturen op productniveau. In afrekenbare termen van vierkante meters asfalt, kubieke meters zand of waterberging, hectares natuur of specifieke productinnovaties. Hierdoor neemt de flexibiliteit voor andere overheden, marktpartijen en particulieren af en worden zij in een dociele rol gedrukt, terwijl juist innovatief ondernemerschap is vereist. Juist hiervoor de condities creëren is bij uitstek een taak van het Rijk. Het gaat om concept- en systeeminnovaties en sturing op panorama- of hooguit programmaniveau. Vereenvoudig het omgevingsrecht. Het bestaande omgevingsrecht begon met de Woningwet uit 1901 en is na 110 jaar uitgewoond. Elke wijziging is als een lapje op nog steeds dezelfde fietsband. We zijn toe aan een fundamenteel nieuw stelsel waarin niet langer plannen maar personen centraal staan. Om te zorgen dat de verdienmogelijkheden, zonder nieuwe complicerende experimentenwet, toch snel en slim kunnen worden toegepast, is het van belang als Rijk adequaat te reageren op signalen van gebiedscommissarissen als zij aanlopen tegen frustrerende rijksregels uit de vorige eeuw. Pas MIRT toe als integraal rijksbudget. Het binnen de EU extreem centrale belastingregime van Nederland legitimeert de vraag aan het Rijk integraal te investeren in infrastructuur en ruimte in de brede zin van het woord, inclusief binnenstedelijke ontwikkelingen. Qua kaders kan worden vastgehouden aan de Nota Ruimte, de Nota Mobiliteit en het Nationaal Waterplan. Voeg daar een beknopte integrale actualiseringsnotitie aan toe over krimp, prioritaire projecten en nieuwe publieke financiering. é Peter van Rooy

Voor meer informatie en het downloaden van dit cahier: www.nlbw.net.

maart 2011 41


RO snippers

Aanbevolen lectuur Onder redactie van Robbert Coops (rcoops@schuttelaar.nl)

Wildernis

Het prachtig vormgegeven boek ‘Verborgen

en complementariteit binnen de regio. Een

wildernis’ bevat verslagen van zijn ervaringen

stedelijke regio is immers als een mozaïek met

in combinatie met kaarten uit de Atlas der

veelkleurige vlakken. Een mozaïek waar niet

Neederlanden, die bijeengebracht en uiteengezet

zozeer sprake is van uitbreiding, maar waar

worden door conservator kaarten en atlassen

herschikking en herstructurering aan de orde

van de bijzondere collecties van de Universiteit

van de dag zijn’.

van Amsterdam, Jan Werner.

In het prettig gestructureerde en leesbare ‘De

Natuurbouw en natuurherstel blijken geen optie.

staat van de ruimte 2010’ komen in acht ‘verdie-

Dat is – volgens Freriks – allemaal te gekunsteld.

pingen’ alle verschillende stedelijke milieus aan

Zo heeft het Zuidhollandse eiland Tiengemeenten

bod. Die analyse laat zien dat plekken weliswaar

Op 10 juni 1871 werd de laatste boom geveld

weinig met de echte wildernis te maken en is de

uniek zijn, maar dat er toch algemene uitspra-

van het laatste oerbos in ons land. De kap van dit

ontwikkeling van de Oostvaardersplassen – dat

ken kunnen gelden. Op basis daarvan ontstaan

legendarische Beekbergerwoud – dat lag tussen

eigenlijk na de inpoldering van Flevoland bij

mogelijkheden voor een adaptieve planning

Apeldoorn en Klarenbeek – werd met instem-

toeval ontstond omdat de geplande industrialisa-

en voor visievorming. Het gaat er darbij om te

ming begroet. De ondergang ‘kwam voort uit

tie daar stagneerde – met allerlei beheerprogram-

sturen op de identiteit van een locatie.

de overtuiging dat de strijd tegen de wildernis

ma’s en de introductie van edelherten, konikpaar-

de eerste plicht is van een beschaafd volk’. Dat

den en heckrunderen op de verkeerde weg.

DE S TA AT VA N DE R U I M T E 2 0 1 0 ; DE H E R S C H I K K I N G

beschaafde volk heeft inmiddels ingezien dat het

Vermoedelijk is de romanticus en natuurliefheb-

VA N S T E DE L I J K N E DE R L A N D , PL A NBUR E AU VO OR

slopen van een achtduizend jaar lang ongeschon-

ber Freriks ook niet te spreken over het recente

DE L E E F O M G E V I N G , DE N H A AG / B I LT HOV E N , 2 0 1 0 ,

den woud een doodzonde is. In 1993 besloot de

afschieten van een wildzwijn dat daar – volgens de

I S BN 9 7 8  9 0  7 8 6 4 5  3 6  8 , 1 9 2 BL Z .

Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten

faunabeheerders – niet thuis hoorde. ‘De natuur

hier een natuurlijk en wild gebied tot ontwikke-

vindt in al haar vitaliteit een bestaansrecht dat de

ling te brengen. Het nieuwe Beekbergerwoud zal

mens buitensluit, overbodig maakt’. (RC)

Decentraal wat kan Op 1 juli 2008 trad de vernieuwde Wet ruimte-

driehonderd hectare beslaan en staat daarmee symbool voor het behoud en bescherming van

K E S T E R F R E R I K S E N JA N W E R N E R  2 0 1 0  : V E R B OR 

lijke ordening in werking. Op verzoek van de

bestaande, bedreigde landschapen en het creëren

G E N WILDE R NI S; RUIG E NAT UUR & K A A RT E N IN

Eerste Kamer heeft het Planbureau voor de

van nieuwe ruigtes en nieuwe, onontgonnen

N E DE R L A N D, 36 7 BL Z ., AT HE N AE UM / P OL AK & VA N

Leefomgeving samen met het Instituut voor

streken. Instellingen zoals Natuurmonumenten,

G E N N E P, A MS T E R DA M , 3 6 7 B L Z . , 2 9 , 9 5 E U R O

Bouwrecht gekeken hoe deze wet in de nieuwe planologische en bestuurlijke praktijk werkt. En

Staatsbosbeheer en de provinciale landschappen

hoewel de onderzochte periode slechts anderhalf

zijn daartoe de grote initiators. De ecologische hoofdstructuur en het behoud van biodiversiteit

Denkstad

jaar bedraagt blijkt dat het bestemmingsplan

zijn de leidende principes.

weliswaar het belangrijkste normstellende en

Kester Freriks bewijst dat anno 2010 gelukkig

conserverende instrument is geworden, maar

nog steeds sprake is van ruige stukken, min

dat het nog te weinig anticipeert of sturend is op

of meer ongerepte natuur in Nederland. De

nieuwe ontwikkelingen.

veerkracht van de natuur blijkt ongelooflijk,

Een ander doel van de wetswijziging was een

alhoewel mensenhanden voortdurend trachten

snellere planologische besluitvorming, vooral

daarop controle uit te oefenen. Freriks, die zijn

waar het gaat om bestemmingsplannen. Dat lijkt gelukt te zijn – ook voor projectbesluit-

sporen als auteur van romans en reisverhalen heeft verdiend, is in twaalf maanden op zoek

Een sterke stedelijke regio bestaat niet (meer)

procedures – hoewel het voortraject inmiddels

gegaan. Het resultaat is een lyrische beschrijving

uit een centrum en periferie, maar uit ee grote

wel is verlengd door een veelheid van verplicht

van 25 ‘verborgen’ streken en plaatsen. Daar

dynamische diversiteit aan milieus: historische

onderzoek op het gebied van bodemgesteldheid,

zitten ook opmerkelijk genoeg de stedelijke

binnensteden, stationsomgevingen, werklo-

waterhuishouding, luchtkwaliteit, flora en fauna

jungle van Amsterdam en de industriële wildernis

caties, stedelijke woonwijken, grootschalige

en archeologie. Opvallend is dat de versnelling

van de Maasvlakte – waar het ooit het vogelrijke

winkelgebieden en de bebouwde en groene

van de procedures niet (gedeeltelijk) teniet is

eilandje De Beer was gesitueerd bij. ‘Rondom

gebieden daar omheen. Door creatief en

gedaan door meer en langdurige beroepspro-

mij, van horizon tot horizon tekent zich het

proactief kansen en ontwikkelingen te stimule-

cedures. Immers, Gedeputeerde Staten en de

summum van het westerse beschavingsoffensief

ren zullen ruimtelijke planners anders moeten

VROM-inspectie zouden met het wegvallen

af, een onafzienbare muur van aluminium, beton,

denken, aldus Maarten Hajer van het Planbureau

van de goedkeuringsprocedure daartoe hun

golfplaat, rook, buizen en schoorstenen die als

voor de Leefomgeving. ‘Kern van deze benade-

toevlucht kunnen nemen. Dat blijkt niet het

een vloedgolf op me afkomt’.

ring is het denken in termen van contrasten

geval. In 2008 en 2009 heeft de Raad van State

maart 2011 42


RO snippers

Agenda

Cursus/Congres

Rommers Hulsbos en Dijker: voorzitters jongNLingenieurs en Jong SKB Per 1 januari 2011 zijn twee jonge Witteveen+Bos’ers voorzitter geworden van landelijke organisaties. Ir. J. (Joost) Hulsbos van jongNLingenieurs en ir. R. (Rob) Dijcker van Jong SKB. JongNLingenieurs is een netwerk voor young professionals, werkzaam bij lidbureaus van NLingenieurs. Dit netwerk is bedoeld om branchebrede ontwikkelingen te bespreken en kennis uit te wisselen. Daarnaast wil JongNLingenieurs een brug slaan naar opdrachtgevers, universiteiten en hogescholen. Jong SKB zijn young professionals op gebied van duurzame ontwikkeling van de ondergrond, die zich hebben verenigd. Dit netwerk verbindt overheden en marktpartijen in hun zoektocht naar vernieuwing, verbetering en verbreding van het gebruik van de ondergrond. Vork: ruimteontwikkelaar Boheemen Per 1 februari is Michiel Vork (1977)

begonnen als ruimte-ontwikkelaar. Hij zal zich primair gaan richten op de ontwikkeling van woninglocaties. Vork heeft zijn opleiding als commercieel bouwkundige gevolgd aan de Haagse Hogeschool, aangevuld met enkele opleidingen zoals project- en procesmanagement en strategische projectontwikkeling. Zijn afstudeerproject bij TNO Bouw in Delft was ‘consumentgericht bouwen’. Als projectontwikkelaar heeft de heer Vork achtereenvolgens gewerkt bij Arcadis/PRC, Panagro en Thunnissen Ontwikkeling. Asselbergs: nieuwe Atelierleider Fons Asselbergs, voorheen onder meer Rijksadviseur Cultureel Erfgoed en wethouder van de gemeente Amersfoort, leidt vanaf 15 februari 2011 de werkplaats voor ruimtelijke kwaliteit, AtelierOverijssel. Met de komst van de heer Asselbergs, een zwaargewicht op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, zet het Atelier dit jaar in op de rol van Overijsselse gemeenten.

Cursus Klimaatverandering: risico-inventarisatie en –communicatie Risico’s, strategieën, communicatie en onzekerheden rond klimaatveranderingen. Plaats: Wageningen Datum: dinsdag 31 mei en woensdag 1 juni 2011 Info: info.wbs@wur.nl Landelijke bijeenkomst Crisis- en herstelwet De opbrengst van de wet voor de praktijk Datum: 31 maart Plaats: Jaarbeurs, Utrecht Info: www.rostra.nl Ruimteconferentie 2011 Over infrastructuur en stedelijke ontwikkeling Datum: 19 april Plaats: Cruise Terminal, Rotterdam Info: www.pbl.nl

perspectief konden worden geplaatst. En dat is hard nodig, want zolang de precieze kennis bij bestuurders en beleidsbepalers ontbreekt dreigen voor de kwaliteit van het erfgoed noodlottige maatregelen genomen te worden. Niettemin – zo waarschuwt directeur Cees van ’t Veen van de Rijksdienst voor het Culturele Erfgoed – is het geen beleidsevaluatie. De balans levert wel de gegevens voor politieke en maatschappelijke discussies (zie ook: ROM, juni 2010). De balans is uiterst zorgvuldig en thematisch opgebouwd. Het levert daardoor een overvloed aan gegevens maar vooral ook aan overwegingen om geen onverhoedse inbreuken te plegen op het erfgoed. Want dat is onomkeerbaar.

slechts 35 uitspraken gedaan over bestemmings-

over al onze monumenten, archeologische

Per provincie zijn kaarten toegevoegd waarin

plannen en daarbij was de provincie noch VROM

vindplaatsen en het historische landschap,

niet alleen is aangegeven waar rijksmonumen-

appellant. (RC)

oftewel het culturele erfgoed. Dat is op een

ten, wederopbouwmonumenten of archeologische gebieden zijn te vinden, maar waarin ook

E X  D U R A N T E E VA LUAT I E W E T R U I M T E L I J K E

overzichten zijn opgenomen over (voorgeno-

OR DE N I N G ; E E R S T E R E S U LTAT E N, PL A NBUR E AU

men) gemeentelijke en provinciale plannen op

VO OR DE L E E F O M G E V I N G , DE N H A AG / B I LT HOV E N ,

het gebied van monumentenzorg, archeologie of

2 0 1 0 , I S B N 9789078645351, 133 B LZ .

landschapsontwikkeling. (RC) R I J K S DI E N S T VO OR H E T C U LT U R E E L E R F G O E D :

Uitgebalanceerd!

E R FGOE DB A L A N S 2009: A R C HEOLO GIE ,

Een indrukwekkend aantal deskundigen uit

d b systematische, op gegevens onderbouwde wijze

MONUME N T E N E N CULT UURL A NDS C HA P IN

verschillende organisaties heeft een al even

gebeurd waardoor het erfgoed, het erfgoedbe-

N E DE R L A N D, I S BN 97 8  9 0  7 6 0 4  6 6 2  4 , 3 0 0 B L Z . ,

indrukwekkend overzicht tot stand gebracht

leid en de ontwikkelingen daarvan in concreet

A ME R S F O ORT 2 0 0 9 .

maart 2011 43


In april Ruimtelijk bekeken

Utrechtse plaklocaties Her en der in het landelijke gebied van de Provincie Utrecht staan duizenden woningen met per locatie onvoldoende draagvlak voor goed openbaar vervoer en andere voorzieningen en meer verkeersdruk op lokale wegen. Over het gebrek aan coördinatie in Neerlandse kleinste, meest centrale en ruimtelijk meest kwetsbare provincie.

Traditie en tijdgeest in de ruimtelijke ordening

Willem Salet ‘Dit kabinet legt een radicalere en robuustere visie op de ruimtelijke vraagstukken neer dan we de laatste vijftig jaar hebben gezien’, stelt hoogleraar planologie aan de UvA Willem Salet. Hij noemt het een ‘paradoxale situatie’ dat dit economisch ingestoken ruimtelijk beleid samen gaat met decentralisatie van de ruimtelijke bevoegdheden. ‘Dan komt het dus nooit van de grond’. Salet ziet in het beleid nog weinig aansluiting op hetgeen zich in de praktijk allang voltrekt: de netwerkstad.

Trend

Actualisering bestemmingsplannen Samen met Eiffel maakt ROmagazine de tussenstand op van de actualiseringsslag met bestemmingsplannen bij gemeenten. Eiffel doet daar onderzoek naar en analyseert waar de grootste voortgang en vertraging plaatsvindt, en wat de voornaamste belemmeringen momenteel bij gemeenten zijn om hun bestemmingsplannen actueel en digitaal raadpleegbaar te maken.

Colofon Jaargang 29 nr. 3 maart 2011 ROmagazine is het maandelijkse vakblad voor de ro’er bij gemeente en provincie, de rijksoverheid, marktpartijen en maatschappelijke organisaties. ROmagazine biedt actuele informatie over ontwikkelingen in het beleid, beschrijft best cases in de uitvoering van dat beleid en biedt een platform voor opinies over de ruimtelijke ontwikkeling. Aan deze uitgave is de grootst mogelijke zorg besteed: voor onvolledige/onjuiste informatie aanvaarden auteur(s), redactie en uitgever geen aansprakelijkheid. Voor verbetering van onjuistheden houden zij zich aanbevolen. Redactieadres Reed Business bv Postbus 152 1000 AD Amsterdam telefoon: 020-515 91 89 of 06-485 200 20 e-mail: ROmagazine@reedbusiness.nl Redactie Marcel Bayer (hoofdredacteur), Karl Bijsterveld, Max Rozenboom (eindredactie), Jaco Boer, Martin de Jong, Michel Robles, Marieke Vos Medewerkers Karin Broer, Mark Hendriks, Bas Husslage, Loek Kusiak, Sanne van der Most, Harry Perrée, Ton van Rietbergen, Lucas Rozenboom (cover) Uitgever Heleen Kooistra Website www.romagazine.nl Advertenties Acquire Media Faradaystraat 4A 8013 PH Zwolle telefoon: 038-460 63 84 e-mail: info@acquiremedia.nl

maart 2011 44

Abonnementen/klantenservice Reed klantenservice Postbus 808 7000 AV Doetinchem telefoon: 0314-358 358, fax: 0314-358 161 e-mail: klantenservice@reedbusiness.nl ROmagazine is gratis voor ambtenaren milieu en ro rijksoverheid, provincie, waterschappen, regiobesturen en gemeenten. Aanmelden kan via website www.romagazine.nl. Jaarabonnement: • standaard € 169,95 incl. btw • studenten en VVM- en NIROV-leden € 89,95 incl. btw • meeleestarief (v.a. 2e abonnement op hetzelfde adres) € 78,75 incl. btw • losse nummers € 23,75 incl. btw excl. porti Abonnementen kunnen ieder moment ingaan, doch slechts worden beëindigd indien schriftelijk, telefonisch of per e-mail vóór 1 november van de lopende jaargang is opgezegd. Bij niet-tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch met een jaar verlengd. Het volgende nummer van ROmagazine verschijnt in april. Uw opgegeven gegevens kunnen door Reed Business bv en geselecteerde bedrijven worden gebruikt voor het toezenden van informatie en/of speciale aanbiedingen. Indien u hiertegen bezwaar heeft, kunt u zich schriftelijk richten tot: Reed Business bv t.a.v. Adresregistratie Postbus 808 7000 AV Doetinchem ISSN 1571-0122


Weet u de weg in het fiscale doolhof?

Altijd op de hoogte van de belangrijkste fiscale ontwikkelingen Met Fiscaal Advies mist u niets! Het magazine sluit aan bij de Elsevier Almanakken en geeft u zes keer per jaar to the point informatie over fiscale wetgeving. Voor alerte particulieren én adviseurs. Bevat korte bijdragen van fiscaal nieuws, zoals (aanpassing) wetgeving, fiscale tips, uitspraken van de fiscale rechter, achtergronden vanuit de fiscale wereld en lezersvragen. Nu 6 nummers van € 63,20 voor € 50,56 incl. btw!

NU JAARABONNEMENT MET 20% KORTING Bestel direct! Kijk op www.elsevierbelasting.nl of bel 0314-358358

Voorzie uw klanten van concreet en actueel advies met Belasting_Magazine! Belasting_Magazine bevat direct toepasbare informatie voor de adviespraktijk. Over de effecten van fiscale wetgeving in de praktijk, belastingnieuws en –tips. Met rubrieken als: Praktijktips, Haagse actualiteiten, Internationaal nieuws, Pensioenpraktijk, Estate planning, Financial planning, BTW actualiteiten, DGA Journaal en BM Column. Verschijnt 8 keer per jaar. Nu 4 nummers van € 115,61 voor € 92,49 excl. btw!

NU HALFJAARABONNEMENT MET 20% KORTING Bestel direct! Kijk op www.elsevierfiscaal.nl of bel 0314-358358


Betrokkenheid Bouwfonds Ontwikkeling staat sinds jaar en dag met beide benen midden in de maatschappij. Onze betrokkenheid is ontstaan vanuit vijfenvijftig jaar aandeelhouderschap van ruim vijfhonderd Nederlandse gemeenten en wordt gevoed door het ďŹ jnmazige netwerk van onze regiokantoren. Wie zo betrokken is, kijkt vanzelfsprekend verder dan alleen naar de fysieke gebiedsontwikkeling.

We houden nu al rekening met de betekenis van onze projecten voor toekomstige generaties. Denken vanuit die toekomstwaarde betekent kiezen voor kwaliteit boven kwantiteit, voor duurzaamheid boven snelle winst, voor slimme, integrale oplossingen en voor verantwoord rendement voor investeerders, eindgebruikers en de samenleving. Bouwfonds Ontwikkeling is onderdeel van Rabo Vastgoedgroep


ROm 3 2011