Page 1

Lees verder

Stad van de Toekomst

+ Guerrilla gardening + Heilige huisjes bij sanering bedrijventerrein + Doodsstrijd stadsregio’s

6 juni 2009

22842-5_ROM_0609.indd C1

www.romagazine.nl

16-06-2009 08:55:36


/NDERNEMEND 'EBIEDSONTWIKKELINGBEGINTNIETALTIJD METEENOPDRACHT(ETBEGINTSOMSMET SIMPELWEGKANSENZIENENINITIATIEF NEMEN:OALSNZEOPRICHTER*ACOB 7IERSEMAINALDEED(IERDOORGEDRE VENBRENGT"OUWFONDS/NTWIKKELING STEEDSVAKERINEENVROEGSTADIUMDIVERSE PARTIJENBIJELKAAR$IEGEBUNDELDEKENNIS KUNDEENERVARINGZORGTVOOREENBETERE

22842-5_ROM_0609.indd C2

GEtNTEGREERDEAANPAKVANPROJECTENEN REALISEERTBETROKKENHEIDENDRAAGVLAK %ENONDERNEMENDEAANPAKDIEONSNIET VREEMDIS)NDELOOPDERJARENSTONDEN WEIMMERSAANDEVOETVANVELENIEUWE ONTWIKKELINGEN%NDATZULLENWEBLIJVEN DOEN "OUWFONDS/NTWIKKELINGISONDERDEELVAN2ABO6ASTGOEDGROEP

16-06-2009 08:55:39


Wij staan achter de kennisbank. U ook? Kennisbanken voor de overheid Er is eindelijk een informatiebron waarin alle informatie staat om uw vak goed uit te oefenen. In de kennisbanken vindt u actuele wet- en regelgeving, checklists, praktijkcases, modellen en veel praktische uitleg voor de niet-jurist. De juiste informatie voor de oplossing van uw lastige case vindt u snel via de handige zoekmachine. U kunt er 24 uur per dag online op terecht, op basis van een jaarabonnement. Ook voor uw vakgebied is er een kennisbank. Kijk op www.kennisbanken.info voor het complete overzicht.

22842-5_ROM_0609.indd C3

16-06-2009 08:55:40


Redactioneel

Varens en zandhagedissen Bij Defensie hebben ze nieuwe vijanden: zeldzame varens en zandhagedissen! Defensieterreinen en natuur gaan vaak samen, in de meeste gevallen heel harmonieus zelfs. Daarom zijn vrijkomende vliegvelden, oefenterreinen, kazernecomplexen bijzonder interessante gebieden. Gouden eieren, die de schatkist aardig wat pecunia kunnen opleveren of als wisselgeld kunnen dienen voor kwaliteitsvolle gebiedsontwikkeling. We schreven er in ROm al over in januari-februari 2004. Soms echter botsen de belangen. Flagrante voorbeelden daarvan werden onlangs aan de kaak gesteld door CDA-kamerleden Vietsch, Jager en Bilder. Ze stelden de ministers van VROM en Defensie vragen over het mogelijk niet doorgaan van de verkoop van een aantal legertrucks en – nog erger – van de Landmachtdagen op de Amersfoortse Bernhardkazerne. De reden: de aanwezigheid van zeldzame varens op het terrein bij de kazerne aan het Zeisterspoor in Soesterberg en van zandhagedissen op het oefenterrein De Vlasakkers bij de Amersfoortse Bernhardkazerne. De Kamerleden vroegen de ministers wat de consequenties en vooral natuurlijk wat de kosten zijn voor Defensie, als de 155 voertuigen – roestig en lekkend – vanwege de bijzondere varens op de betreffende plekken moeten blijven staan. En wat de gevolgen zijn voor militaire activiteiten elders in het land. Dat valt mee, antwoordt staatssecretaris Jack de Vries. Niet de hele populatie hoeft volgens de Flora- en Faunawet in stand te worden gehouden. Als de sporen van de planten zich maar kunnen verspreiden. Defensie kan zijn taken gewoon blijven uitvoeren. LNV en Defensie overleggen intussen over de verplaatsing van de geparkeerde voertuigen en daarmee het gebruik van het terrein te Soesterberg. En nog beter; dankzij een ontheffing van het ministerie van LNV konden de Landmachtdagen gewoon doorgaan. Gaat het hier nou om een serieuze dreiging of om loos alarm? Laten we het houden op grappig bedoelde speldenprikken van CDA'ers, die het vanwege hun agrarische achterban nooit zo op hebben gehad met de rigide regels voor de natuur.

Inhoud 4

ROm2 - Nieuws uit Brussel - Rommers reageren - Recreëren op ons eigen vuil - Column

10 Stadsregio’s onder het vergrootglas Functionele samenwerking als kern van het ruimtelijk beleid op stadsregionaal niveau.

12 Monumentenzorg zoekt onderdak bij ruimtelijke ordening Minister Plasterk wil de monumentenzorg gebieds- en ontwikkelingsgerichter te maken.

15 Willem van der Made: Werken aan de stadse stad

18 Doorstart voor stadsvolkstuinen Door slow food, groengevoel en rijksmiljoenen lijken volkstuinen ineens verlost van hun stofjasimago.

21 Een waterrijke stad vol ‘high-tech’groen Groen en water krijgen meer aandacht van bestuurders en beleidsmakers. Toch moet er meer gebeuren om steden aantrekkelijk te houden.

30 New Green Urbanism Een waardegestuurde aanpak, met oog voor de menselijke maat, de verwevenheid van urgente opgaven en met slim gebruik van natuurlijke processen.

32 Gebiedsontwikkeling: ja, maar dan ook ontkoppelen Directe koppeling van milieuwetgeving met de Wro is een belemmering voor duurzame gebiedsontwikkeling.

34 Interactieve planvorming met burgers als klankbord De positieve en negatieve effecten van het betrekken van omwonenden, ondernemers en overige betrokkenen bij ruimtelijke planvorming.

Ï Marcel Bayer, hoofdredacteur

37 Eko Atlantic City 45 100% inspiratie 46

RO-snippers

Agenda, recensies juni 2009 2

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:2

16-06-2009 08:55:41


pag.

21

pag.

15

pag.

40

Trend

Interview

Essay

“Er is in Nederland veel meer mogelijk dan wordt gedacht.”

‘Werken aan de stadse stad’

Provincies zullen geen heelmeesters zijn

Openbaar groen is decennialang een sluitpost geweest bij de aanleg van nieuwe wijken. Ook in de recente Vinex-nieuwbouw werd meestal eerst gekeken hoeveel woningen, kantoren en wegen er nodig waren. Daarna werd het aantal parkeerplaatsen, scholen en winkels berekend. Alles wat overbleef, kreeg het stempel ‘plantsoen’ of ‘wijkpark’ opgeplakt en gevuld met een paar struiken, ‘wipkippen’ en heel veel gras. Er worden nog steeds buurten op deze manier ontworpen. Maar bestuurders en stedenbouwkundigen zijn sinds een jaar of vijf toch anders tegen groen en water aan gaan kijken. “Van een geïsoleerde behoefte van bewoners is groen steeds meer een oplossing geworden voor allerlei problemen. Je kunt er bijvoorbeeld fijnstof mee uit de lucht halen, verkoeling brengen, regenwater langer vasthouden of de sociale cohesie in buurten mee verbeteren. Beleidsmakers zien ook in, dat parken en plantsoenen wijken een bepaalde identiteit kunnen geven. Groen is een vestigingsfactor geworden waarmee je bewoners en bedrijven bindt aan je stad.”

Den Bosch realiseerde meer dan de helft van de geplande nieuwbouw en 71 procent van alle werkplekken in de periode 1996-2005 in de stad. Het is de enige regio, die woningen en werkplekken meer kan concentreren bij haltes van openbaar vervoer in plaats van bij afslagen van snelwegen. Mede hierdoor scoort de stad goed op luchtkwaliteit. Het aantal mensen dat last heeft van slechte luchtkwaliteit is fors afgenomen. Resultaten die het gevolg zijn van een duidelijke visie en standvastig verdichtingsbeleid. Voor ons is dat geen verrassing, zegt Willem van der Made. ‘Ik geloof in stedelijke steden, met een relatief hoge dichtheid en functiemenging.’

Bedrijventerreinen zitten in het verdomhoekje. Ze verouderen te snel, ze zijn lelijk, ze worden extensief gebruikt, ze zijn relatief goedkoop en er zijn er op eerste oog teveel van. Mede door het VROM-raad advies ‘Werklandschappen’ uit 2006 en het advies van de Taskforce Noordanus uit 2008 is het besef gegroeid dat er wat moet gebeuren. Maar, door de heilige huisjes rond bedrijventerreinen blijven structurele problemen intact. De problemen bevinden zich op lokaal niveau.

juni 2009 3

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:3

16-06-2009 08:55:41


RO

Foto: Architecten Latz + Partner

Vo or malig fabr iek s te r rein word t park i n D u i s b u r g.

Recreëren op ons eigen vuil Rommers reageren

‘Mooi Nederland’ kan in de prullenbak Het kabinet heeft vandaag voorgesteld om het aantal bouwwerken waarvoor geen vergunning nodig is, drastisch uit te breiden. Het aantal bouwvergunningen neemt af met liefst 57 procent. Maar de gevolgen voor de kwaliteit van de leefomgeving zijn desastreus. `De plannen voor Mooi Nederland kunnen nu wel in de prullenbak,’ zegt Flip ten Cate, directeur van de Federatie Welstand. Het kabinet wil aanbouwen en bijgebouwen zonder meer toestaan in achtertuinen, op boerenerven, achter bedrijven, op industrieterreinen, bij supermarkten enzovoorts. Zelfs waar het bestemmingsplan het bouwen

verbiedt, mogen bedrijven en burgers op het achtererf straffeloos op eigen houtje bijgebouwen oprichten van maximaal 100 vierkante meter groot met een nok van maximaal 4,5 meter hoog. Geen gemeente die daar nog een stokje voor kan steken. Zulke gebouwen worden niet meer getoetst aan het bestemmingsplan, het Bouwbesluit of de welstandsnota en evenmin aan milieuzonering: bouwen binnen stank- of geluid- of fijnstofcontouren is nu toegestaan; slechts in gebieden met een groot explosiegevaar, bij `bezoekersgebouwen’ zoals cafés, stadions en concertzalen en bij monumenten en beschermde stadsgezichten is het vergunningvrije bouwen niet toegestaan. Het wordt gemeenten voortaan verboden

om bij het ontwerp van zulke bouwwerken zorgvuldigheid te eisen. Het voorstel heeft niet alleen effect op de kwaliteit, het zal ook leiden tot burenruzies en tot diverse milieuproblemen. Op veel plaatsen gaat het verbod op zorgvuldigheid nog verder. Indien het bestemmingsplan het toelaat – en in veel agrarische gebieden laat het bestemmingsplan erg veel toe – dan mag een eigenaar in principe ongelimiteerd op zijn achtererf door blijven bouwen, zonder dat hij er vergunning voor hoeft aan te vragen. De enige eis is dat het gebouw niet hoger wordt dan 5 meter en dat de functie van het gebouw niet verandert: dus geen woningen achter een boerderij of op een bedrijventerrein. Het zijn juist

juni 2009 4

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:4

16-06-2009 08:55:47


RO

Parken worden vaak aangelegd op plekken waar geen andere bebouwing mogelijk is. Bijvoorbeeld omdat ze zwaar vervuild zijn. De vraag of dat terecht is, en welke mogelijkheden deze parken bieden, stond centraal op de Clusiuslezingen in Leiden. ‘Het is jammer dat we parken plannen op de restjes in ons landschap, op plaatsen waar vanwege milieu-eisen niets anders mogelijk is. We zouden parken moeten aanleggen op plaatsen waar ze het meest betekenen voor de lokale gemeenschap,’ zei landschapsarchitect en professor aan de TU Delft Eric Luiten op de Clusiuslezingen die op 15 april in Leiden werden gehouden. Hij noemde een aantal voorbeelden, zoals het Westergasterrein in Amsterdam en het Griftpark in Utrecht. Beide liggen op vervuilde grond. Een ander voorbeeld van een groot park op een voormalige vuilnisbelt is Spaarnwoude. Dat is volgens Luiten zo groot geworden omdat de aanvliegroutes van Schiphol over het park gaan. Andere bebouwing was daar niet wenselijk.

Parken mogen dan aangelegd worden op stukken die ‘over’ zijn, de meeste worden wel intensief gebruikt. Dat moet ook Luiten erkennen. Wel vraagt hij zich af of het park dat gepland staat op de Diemerzeedijk, een stuk zwaar vervuilde grond naast IJburg, een succes gaat worden. ‘Het was beter geweest als een park meer in IJburg was ingepast.’ De Duitse landschapsarchitecten Latz + Partner legden in Duisburg een park aan op een voormalig industrieterrein. Ze lieten met opzet delen van de oude fabriek staan, zodat bezoekers van het park in contact komen met de industriële geschiedenis. Tilman Latz vertelde in zijn lezing over het nieuwe park rondom en op een vuilstortplaats bij Tel Aviv dat de firma ontwerpt.

Ook hier wordt het verleden niet verdoezeld, maar wordt de afgeplatte vuilnisheuvel in een dramatisch park ingepast. ‘Veel landschapsarchitecten overschrijven een plek, zodat je niet meer ziet wat het was. Maar daarmee verliezen we de potentie van een bijzonder landschap,’ aldus Latz. In Nederland zijn landschap en techniek nauw met elkaar verweven. Volgens de Duitse architect is recreëren langs een spoorlijn bijvoorbeeld heel gewoon. ‘In veel andere landen is de tegenstelling tussen stad en natuur veel groter en moet men erg wennen aan parken met industriële elementen.’ Luiten vroeg hem of hij het moreel juist vindt als mensen op hun eigen vuilnis moeten recreëren. ‘We kunnen het ons in een urbane omgeving niet permitteren om het vuilnis ergens te leggen en die ruimte verder niet te gebruiken. We moeten ermee leren leven,’ concludeerde Latz. En dat kan dan maar beter in een mooi park. Ï Marieke Vos

deze gebieden die burgers het gevoel geven dat Nederland aan het ‘verrommelen’ is. De Federatie Welstand, de landelijke vereniging van onafhankelijke welstandscommissies, maakt zich grote zorgen over deze aantasting van de ruimtelijke kwaliteit. ‘Misschien dat de voorstellen in zestig procent van de gevallen goed verdedigbaar zijn. Maar in de overige gevallen zijn ze desastreus. Het is onbegrijpelijk dat de gemeenten aan de ene kant verantwoordelijk worden gesteld voor goede kwaliteit van wijken en buurten – zij maken bestemmingsplannen en welstandsnota’s – maar dat het onmogelijk wordt dat zij, in het belang van de kwaliteit in het buitengebied, achter supermarkten, scholen, op binnenterreinen en achtererven, eisen stellen aan een zorgvuldig ontwerp.’ Reageren: info@fw.nl

juni 2009 5

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:5

16-06-2009 08:55:49


RO

Breda heeft digitaal bestemmingsplan De gemeente Breda heeft als eerste gemeente een complex bestemmingsplan digitaal opgesteld en gepubliceerd, volgens de nieuwe wettelijke eisen. Vooral organisatorisch was dat een uitdaging, zegt Paul Piket, hoofd van de afdeling Juridische Plannen.

Het ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Zuid werd begin april gepubliceerd op de landelijke toegangspoort voor ruimtelijke plannen, www.ruimtelijkeplannen.nl. Breda is al vanaf de jaren negentig actief in het digitaal publiceren en het organiseren van inspraak via digitale weg. Toch bleken er nog veel, vooral organisatorische obstakels, te overwinnen. Piket: ‘Digitalisering zet de organisatie op zijn kop.’ Zo begint het opstellen van papieren plannen bij de stedenbouwkundige, die de grote lijnen uitzet. Daarna kijkt onder meer een jurist welke voorschriften van toepassing zijn. De nieuwe normen eisen dat men begint bij de gemeentelijke voorschriften. De digitalisering vereist daarnaast meer samenwerking, zo merkt men in Breda. De afdelingen communicatie en geo-informatie zijn betrokken bij het digitaal ontsluiten van de plannen en voor de publicatie op de gemeentelijke website is de hulp van de webmaster nodig. Het maken van werkafspraken over alle aspecten van deze nieuwe manier van werken heeft ‘jaren geduurd’, stelt Piket: ‘We hebben nu een werkbare set afspraken welke afdeling wat doet.’ De gemeente heeft een DURP-coördinator, die alles weet van de organisatorische kant van de digitalisering en de nieuwe Wro. ‘Hij is de olie in de machine hier, als het spaak loopt helpt hij het proces verder.’ Breda was er vroeg bij, kant-en-klare software die IMRO 2008 ondersteunde bestond nog niet. Uiteindelijk ontwikkelde de gekozen leverancier, Crotec, de software terwijl de gemeente deze gebruikte. ‘We hebben nu software voor het opstellen van de voorschriften, software om de plannen te tekenen en een viewer, om te publiceren.’ De gemeentelijke website verwijst naar het landelijke portaal, omdat die viewer voorlopig ‘klantvriendelijker is dan die op onze eigen website’. Burgers en bedrijven die het bestemmingsplan op het gemeente-

huis willen inzien, mogen nu nog meekijken op de computer van een baliemedewerker. Piket zegt dat er binnenkort een aparte monitor voor bezoekers komt. Qua techniek heeft Breda nog wel wat wensen, bijvoorbeeld de mogelijkheid om topografische kaarten onder de plankaarten te leggen. Qua regelgeving heeft Breda zorgen: ‘De digitaliseringsplicht is opnieuw een half jaar uitgesteld. Maar wij doen nu alles digitaal, we kunnen niet zomaar terug naar papier.

Rectificatie

We hopen dus op een overgangsregeling.’ Ook dreigen er problemen nu het ministerie een nieuwe versie van de IMRO-codering gaat invoeren. ‘Wij doen alles volgens IMRO 2008, aanpassing zou heel lastig zijn. Werken met techniek in ontwikkeling is complex, het zou goed zijn als er enige ruimte komt in de toepassing van deze codes.’ Ï Marieke Vos

in het aprilnummer van ROM staat bij de foto op pagina 26 dat dit in Leidsche Rijn (dus Utrecht) zou zijn. Het is echter het appartementencomplex Het Domein in Houten-Zuid.

Uitstel ‘digiplicht’ verrast niet De deadline van de digitaliseringsplicht voor ruimtelijke plannen is een half jaar verschoven naar 1 januari 2010. Uitstel was onvermijdelijk. Gemeenten hebben meer tijd nodig voor het op orde krijgen van hun werkprocessen. Volgens de laatste voortgangsmonitor zou hooguit zestig procent van de gemeenten op 1 juli klaar zijn geweest. En daarmee achtten de drie trekkers – VROM, IPO en VNG – de risico’s (bestuurlijk, maatschappelijk en juridisch) te groot, wanneer er fouten

in de digitale processen zouden optreden. De oorzaak: het merendeel van de gemeenten begon pas laat met het bestellen van de software, namelijk in de loop van november vorig jaar. Volgens secretaris Erica Verkerk van de Adviesgroep digitale Wro, werkzaam bij Geonovum dat de RO Standaarden

juni 2009 6

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:6

16-06-2009 08:55:51


RO

Rommers reageren

Ondergrondse pers stimuleert afvalscheiding en hergebruik kunststof Papier in de papierbak, glas in de glasbak en kunststof in de plasticbak. Dat laatste zal, als het aan de overheid ligt, net zo gebruikelijk worden in Nederland als de papier- en glasbak. De totale huishoudelijke afvalberg in Nederland van meer dan negen miljoen ton bestaat voor maar liefst twintig procent uit kunststof. De aparte inzameling hiervan moet leiden tot meer en beter hergebruik van afvalstoffen. Door de hoge grondstoffenprijs neemt de noodzaak hiervoor steeds meer toe. Om meer rendement te halen uit het aparte inzamelingssysteem zijn ondergrondse persen veel effectiever en goedkoper. Winkelcentrum Presikhaaf in de gemeente Arnhem heeft de primeur.

De overheid heeft samen met het bedrijfsleven afgesproken recycling van kunststof verpakkingen binnen vier jaar te verhogen naar 42 procent. Sinds 2006 zijn niet de gemeenten, maar bedrijven die verpakkingen produceren verantwoordelijk voor het inzamelingssysteem. Kosten worden doorberekend aan de consument. Deze extra vergoeding komt in een fonds en wordt aan afvalinzamelaars en recyclingbedrijven uitgekeerd. De komende jaren zal in alle gemeenten een systeem voor inzameling van plastic afval worden opgezet. Inwoners moeten in staat worden gesteld hun plastic afval apart te kunnen aanbieden. Daarom zijn verschillende gemeenten al gestart met een proef om kunststoffen

beheert, is dat echter niet de enige reden voor het uitstel. ‘Er kwam meer kijken bij het op orde krijgen van de werkprocessen. Nu, net voor de finish, ontdekken zelfs de koplopers dat ze zoveel zaken beter, meer secuur kunnen regelen nu ze nog even een paar maanden hebben. Nu hebben ze de kans om meer aandacht te geven aan de kwaliteit in plaats van aan alleen maar minimumeisen.’ Verkerks ervaring is dat er vaak enthousiaste mensen binnen gemeenten zijn die veel voor elkaar kunnen krijgen, maar die net niet genoeg steun, mandaat of middelen krijgen van de hogere echelons om effectief

gescheiden in te zamelen. Afhankelijk van de omstandigheden kan het afval op verschillende manieren worden ingezameld. De meest gebruikte zijn het huis aan huis ophalen en de ‘plasticbak’ of een combinatie van beide. Welke methode een gemeente kiest, hangt onder andere af van de hoeveelheid kunststof die daadwerkelijk wordt opgehaald. Maar ook de kosten voor het inzamelen, het straatbeeld en de wensen van burgers spelen een belangrijke rol. Steeds meer – voornamelijk stedelijke – gebieden lijken goede ervaringen te hebben met de plasticbak en willen hiermee doorgaan. Het gewicht van kunststof is echter niet hoog en de omvang van de verpakkingen is meestal groot. Hierdoor kan er relatief weinig ingezameld worden per

aan de slag te kunnen gaan. Verkerk: ‘Ik zie het uitstel als een prima mogelijkheid voor die gemeenten die nog niet zo ver zijn, om de laatste implementatieslag te maken. Hierbij hebben ze het voordeel dat anderen het wiel op hoofdlijnen voor hen uitgevonden hebben. Ze moeten het wel op maat maken, maar dat is gemakkelijker dan zelf alles moeten ontdekken.’ GIS-specialist Gijs Koedam van koploper Arnhem, binnen de RO-afdeling verantwoordelijk voor de digitale aspecten, is blij met het half jaar respijt. ‘Dat voorkomt in elk geval dat gemeenten ontspannen achterover gaan leunen tot het volgende uitstel.’ Volgens

container. De oplossing is meer legen of uitbreiding van het aantal inzamelpunten. Ook raken containers op onverwachte momenten vlug vol, waardoor de aanbieders van plastic een volle container aantreffen. Het vuil wordt dan vaak ernaast gelegd, wat voor zwerfvuil zorgt. Een nieuwe oplossing is een ondergrondse pers die drinkflessen, boterkuipjes, shampooflessen en andere verpakkingen samenperst onder de grond. Het grote voordeel is dat alle overbodige lucht in bijvoorbeeld flessen meteen verwijderd wordt en daarmee ruimte creëert voor meer afval. Dit kan oplopen tot maar liefst zeven keer zoveel afval in een container zonder ondergrondse pers. Deze grote capaciteit vermindert de frequentie van het legen van de containers met 85 procent en dus ook de transportkosten. Kans op zwerfvuil neemt af doordat de pieken in het aanbod worden opgevangen en het stedelijk aanzicht wordt er niet door geschaad. Ï Reinier Siderius en Boris Gubbels,

beiden werkzaam bij Sidcon Milieutechniek

Koedam kunnen de planningen gehandhaafd blijven en is er nu extra tijd om te oefenen en fouten te maken – nu nog zonder gevolgen. ‘Deze was er niet in de oorspronkelijke opzet.’ Koedam verwacht dat een beduidend hoger percentage gemeenten het nu gaat halen. ‘Toch zal er ook nu nog een grote groep zijn die het weer niet gaat redden. Dat moeten we dan maar voor lief nemen en niet opnieuw gaan uitstellen. Want in dat geval zal niemand de digitalisering van de Wro nog serieus nemen.’ Ï Pieter van den Brand

juni 2009 7

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:7

16-06-2009 08:55:52


Nieuws uit Brussel

Vanaf 2019 nieuwbouw in EU energieneutraal Alle nieuwe gebouwen in de Europese Unie mogen na december 2018 nog slechts maximaal evenveel energie gebruiken als ze produceren. Voor nieuwe openbare gebouwen geldt de regel al vanaf 2016. Dat staat in een wijziging van een Europese richtlijn over het energiegebruik voor gebouwen waar het Europees parlement mee heeft ingestemd. De voorstellen moeten nog worden goedgekeurd door de Europese energieministers. De maatregel geldt voor alle nieuwe kantoorgebouwen, woningen en fabrieken. Bestaande uitzonderingen voor vakantie-

woningen worden opgeheven. Ook komen er minimum energievoorschriften voor ingrijpende innovaties waarvan de kosten hoger zijn dan een vijfde van de waarde van het gebouw of renovaties die betrekking hebben op meer dan een kwart van het totale vloeroppervlak. Deze minimumeisen moeten worden vastgesteld door de afzonderlijke EU-lidstaten. Alleen woningen met een vloeroppervlak van minder dan vijftig vierkante meter, religieuze gebedsruimtes, sommige gebouwen voor gebruik in de landbouw en beschermde historische gebouwen worden

niet aan de nieuwe regels onderworpen. Om de plannen mogelijk te maken heeft het Europees Parlement onder meer ingestemd met een voorstel van de Europese Commissie om geld uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) voor alle lidstaten beschikbaar te stellen voor investeringen in energie-efficiëntie en hernieuwbare energie in de woningsector. Gebouwen zijn goed voor veertig procent van alle gebruikte energie in de EU en verantwoordelijk voor zo’n zesendertig procent van de totale uitstoot van schadelijke CO2-gassen.

Europees Parlement wil vervoer goederen over spoor stimuleren

Parlement presenteert eigen plan voor stedelijke mobiliteit

Het Europees Parlement heeft ingestemd met een voorstel om goederenvervoer over het spoor te stimuleren. De plannen moeten het Europese goederentransport duurzamer maken. De lidstaten zullen volgens het voorstel internationale spoorcorridors voor dergelijk vervoer ontwikkelen, naar het model van onder meer Rotterdam-Genua. Op deze corridors moet beter worden samengewerkt door de beheerders. Zo moeten er onder meer afspraken worden gemaakt over de toewijzing van capaciteit. Ook moeten investeringen beter worden gecoördineerd tussen lidstaten. ‘Goederentreinen tuffen met een gemiddelde snelheid van achttien kilometer per uur door de EU. In 2007 kwam slechts zestig procent van alle goederentreinen op de geplande tijd op hun doel aan. Zo kan het internationale goederenverkeer per trein nooit concurreren met het wegvervoer. Dit voorstel moet hier verandering in brengen,’ aldus PvdA-europarlementariër Lily Jacobs. Dankzij het voorstel moet het spoornetwerk in de toekomst een stuk competitiever worden waarbij de capaciteit sterk wordt verbeterd. ‘Bovendien wordt een situatie zoals de Betuwelijn, die bij de Duitse grens plotseling ophoudt, voortaan onmogelijk,’ aldus Jacobs. Het overgrote deel van het goederenvervoer vindt plaats over de weg. Stimuleren van het vervoer over het spoor kan helpen de CO2-uitstoot in het goederenvervoer terug te dringen.

Het Europees Parlement heeft de Europese Commissie opgeroepen om haast te maken met het opstellen van een actieplan voor stedelijke mobiliteit. De commissie lanceerde in september 2007 een groenboek over dit onderwerp, maar sinds de presentatie van dit discussiestuk is er weinig voortgang meer gemaakt. Doel van het actieplan is het gebruiken van EU-fondsen voor verbetering van het openbaar vervoer. Verder moet het gebruik van de fiets en wandelen worden bevorderd door het verbeteren van de infrastructuur en verkeersveiligheid. Door middel van intelligente transportsystemen en het met elkaar verbinden van verschillende vervoersvormen moeten verkeersopstoppingen worden verminderd. Omdat de Europese Commissie zo lang op zich laat wachten, heeft het Europees Parlement alvast een eigen Europees actieplan voor stedelijke mobiliteit uitgewerkt. In dat rapport wordt de noodzaak bepleit van fietsers- en voetgangersrechten, vergelijkbaar met de rechten van luchtvaartpassagiers. Ook wordt benadrukt dat er behoefte is aan EU-certificatie van openbaarvervoersystemen om hoge veiligheidsen milieustandaarden te kunnen garanderen evenals de toegankelijkheid voor gehandicapten. De schrijver van het rapport, de Franse socialist Gilles Savary, vindt dat de EU meer zeggenschap en macht nodig heeft op het

gebied van stedelijk vervoerbeleid om haar doelen ten aanzien van het milieu en klimaatverandering te bereiken. In het rapport wordt gesuggereerd een Europees financieel instrument op te zetten voor stedelijk vervoer. Het geld daarvoor zou kunnen komen uit het Europese economische herstelplan. Europese financiering en cofinanciering zouden volgens het plan alleen nog toegekend moeten worden als er een geïntegreerd stedelijk vervoersplan aanwezig is.

Hervormingsvoorstellen voor cohesiebeleid EU Europees Commissaris Danuta Hübner (Regionaal Beleid) en Fabrizio Barca, directeur-generaal bij het Italiaanse ministerie van Financiën en Economie, hebben gezamenlijk een rapport gepresenteerd met aanbevelingen voor een ingrijpende hervorming van het Europese cohesiebeleid. Het rapport is op verzoek van Hübner opgesteld door Barca. ‘Het rapport-Barca bevestigt dat het cohesiebeleid een centrale pijler is van het Europese integratieproces. In het rapport worden gedurfde nieuwe wegen geschetst

juni 2009 8

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:8

16-06-2009 08:55:52


De verwondering

die onze blik op de hervorming van het beleid zullen verruimen,’ aldus Danuta Hübner (foto). De aanbevelingen in het rapport berusten op tien pijlers. Barca vindt dat men zich moet concentreren op hoofdprioriteiten. Volgens hem moet de EU zo’n vijfenzestig procent van haar financiering inzetten voor drie of vier hoofdprioriteiten. Verder moet de dialoog tussen de Commissie en de lidstaten of regio’s worden verbeterd. De dialoog moet berusten op een Europees kader voor strategische ontwikkeling met vastomlijnde beginselen, indicatoren en doelstellingen voor de beoordeling van de prestaties. Verder zouden de Commissie en de lidstaten een nieuw soort contract moeten ontwikkelen, gebaseerd op prestaties en controleerbare toezeggingen. Ook zouden de Commissie en de lidstaten experimenten moeten aanmoedigen en meer prikkels moeten bieden voor lokale betrokkenheid bij het beleid. De rol van de Europese Commissie als expertisecentrum moet volgens het rapport worden versterkt. Door het oprichten van een formele raad voor het cohesiebeleid kan volgens Barca het systeem van machtsevenwicht tussen de Commissie, het Europees Parlement en de Raad worden versterkt. Het volledige rapport is te vinden op: http://ec.europa.eu/regional_policy/policy/ future/barca_en.htm.

‘Maak cohesiebeleid prioriteit op elk beleidsterrein’ Voorzitter Luc Van den Brande van het Comité van de Regio’s heeft de Europese ministers opgeroepen cohesiebeleid een prioriteit te maken op elk beleidsterrein. Dit om Europa door de zware economische tijden heen te helpen. De Belg Van den Brande deed zijn oproep in april op een informele bijeenkomst van Europese ministers voor Regionaal Beleid in het Tsjechische Mariánské Lázně.

Markt en overheid: grond voorsamenwerking De afzet van woningen stagneert. Er wordt nog gebouwd, maar starters kunnen nauwelijks de markt betreden omdat de banken terughoudend zijn geworden. De doorstroming ligt vrijwel stil omdat iedereen eerst de eigen woning wil verkopen. Vorig jaar is de bouwproductie met meer dan tien procent gezakt, dit jaar en volgend jaar ligt hij twintig procent lager. Voor projectontwikkelaars met een grote voorraad grond ontstaat zo een acuut probleem. In de grond zit een vermogen van enkele miljarden euro’s. De rentelasten drukken zwaar, krediet is niet langer vanzelfsprekend, de balans wordt ongezond door waardedaling van de grond. Als banken leningen opeisen escaleert de situatie dramatisch. Bij enkele bedrijven is de situatie kritiek; ze benaderen overheden om gronden over te nemen. Wat moeten overheden doen? Als de overheid de ontwikkelaars eerst vrijwel dwingt om te investeren in grond, moet ze dan nu niet helpen? Dit morele argument is misschien niet zo sterk, maar het economisch argument dat we er als samenleving niet beter van worden als de grote ontwikkelaars failliet gaan is dat wel. Er zijn verschillende manieren om de bouwstroom te stimuleren zoals afnameen hypotheekgaranties. De meest effectieve is dat de overheid de grond, al dan niet tijdelijk, overneemt. Daarmee wordt de balans van de bedrijven ontlast en de liquiditeitspositie verbeterd. Er kan weer worden gebouwd. Is dit een zuivere rol voor de overheid? Mag de overheid actief zijn op een markt waar ze zelf ook marktmeester speelt: waar laat ze dan winst of verlies van een bestemmingswijziging vallen? Deze vraag speelt

al tientallen jaren. Laten we deze principiële discussie in deze dramatische omstandigheden maar even stallen en pragmatisch opereren. Wat moet de overheid betalen voor de grond? Dat kan alleen de huidige marktwaarde zijn. Die is op dit moment moeilijk te bepalen omdat de markt matig functioneert, maar daar komen we uit. Een overname voor huidige waarde kan bij bedrijven die de grond voor hoge waarden in de boeken hebben staan pijn doen, maar het zal hen ook van chronische pijn verlossen. Eventueel kan een afspraak worden gemaakt over de verdeling van winst bij prijsstijging in de toekomst. Wie moet overnemen? De provincies zitten goed in de slappe was en hun kerntaak is mede sturing te geven aan stedelijke ontwikkeling. De gemeenten zijn ook gerede partij. Ze hebben direct belang bij bouwen, al is het maar in toename van de OZB. Het Rijk ontvangt de komende drie jaar minstens 5 miljard minder inkomsten uit BTW en overdrachtsbelasting als de productie inzakt. Als provincies en gemeenten onvoldoende investeren zou het Rijk daarom een grondbank op moeten richten. Zelfs met rentebijschrijving zal de waardestijging van de grond op termijn naar verwachting meer dan voldoende zijn om de kosten te dekken. Als het Rijk voor zo’n operatie enige miljarden vrijmaakt is dat maatschappelijk en financieel verantwoord. Deze samenwerking tussen markt en overheid zal nauwelijks beslag doen op publieke middelen en waarschijnlijk winst opleveren. Aan de slag.

Ï Bram van de Klundert

bramvandeklundert@mac.com

Ï Boris Peters

juni 2009 9

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:9

16-06-2009 08:55:53


Ruimtelijk bekeken

Functionele samenwerking als kern van het ruimtelijk beleid op stadsregionaal niveau

Stadsregio’s onder het vergrootglas Stoppen met de discussie over competenties en sturen op functionele samenwerking; flexibel en programmagestuurd. Dat was en wordt weer de kern van het ruimtelijk beleid op stadsregionaal niveau. De Metropoolregio Amsterdam is het levende voorbeeld van een flexibele coalitie. In de stadsregio Arnhem-Nijmegen werken ze al jaren zo.

H

Modder : ‘He t i s e e n g ro o t misverstand d at str uctuurplannen de r uimte maken’.

et kraakt en piept al jaren in het Huis van Thorbecke. Soms lijkt het tot een echte renovatie te komen, maar dan blijkt het achteraf toch weer om provisorisch onderhoud te gaan. Exemplarisch is de positie van de acht Wgr+-gebieden, ofwel de stadsregio’s. Nog maar drie jaar geleden werden ze ingesteld omdat iedereen het er over eens was dat de belangrijke opgaven op het gebied van wonen, economie en verkeer zich afspelen op regionaal niveau. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat in de nieuwe Wro de regisserende rol van de stadsregio’s verder zou worden versterkt. Het liep echter anders. Op wens van de Tweede Kamer en de provincies werd ruimtelijke ordening geschrapt uit het takenpakket van de stadsregio’s. De vrees was dat ze zich te veel zouden ontwikkelen tot een extra bestuurslaag, één die bovendien onvoldoende democratisch gelegitimeerd zou zijn omdat de regio voor veel bewoners en gemeenteraadsleden een ver-van-mijn-bedshow blijft. Nu in de nieuwe Wro gemeenten een grotere zelfstandigheid hebben en provincies nadrukkelijk de regierol krijgen, is het de vraag hoeveel speelruimte nog resteert voor de stadsregio’s. Maar ook hun andere taken worden tegen het licht gehouden. Medio 2010 beslist het kabinet over hoe het verder gaat met de stadsregio’s. ‘We merken weinig van de wettelijke veranderingen, de wereld draait gewoon door,’ is de nuchtere reactie van Jaap Modder, voorzitter van de stadsregio Arnhem-Nijmegen.

Modder is de enige niet-bestuurder die aan het hoofd staat van een stadsregio en geldt al jaren als warm pleitbezorger van samenwerking op regionaal niveau. ‘Natuurlijk is het jammer. De provincies hebben zich niet aan hun belofte gehouden om de Wgr+-regio’s te steunen en de Kamer is daarin meegegaan. Maar in de praktijk maakt het niet veel uit. Ook zonder bindend regionaal structuurplan kunnen de stadsregio’s hun taken verrichten. Het belangrijkste instrument is de uitvoeringsafspraak. De kans dat een gemeente zich daar niet aan houdt, is heel klein. Als het toch gebeurt, verlies je inderdaad een stok achter de deur. Maar dan is er nog het provinciale structuurplan.’

Flexibele coalities De VROM-raad neemt het in het recente advies Wisselende Coalities op voor de stadsregio’s. Ze zijn ten onrechte besmet met negatieve associaties. De aanbeveling is om te stoppen met de discussie over competenties en te sturen op ‘flexibele, programmagestuurde gebiedsverbanden’. De veelgehoorde klacht over bestuurlijke drukte moet worden gerelativeerd. Overleg tussen bestuurslagen is onvermijdelijk in een samenleving waarin stedelijke netwerken dicht bij elkaar liggen, en bovendien wordt veel bureaucratie veroorzaakt door een verkokering van rijksgelden. Regelingen als het MIRT, waarin de investeringen per gebiedsopgave zijn gebundeld, zouden daarom meer de ruimte moeten krijgen, aldus de VROM-raad. De Metropoolregio Amsterdam, voorheen de Noordvleugel, heeft gehoor gegeven aan de roep om flexibele coalities. Tot spijt van onder meer de Zuid-Hollandse CdK Jan Franssen zijn bestuurders in het gebied ‘voor zichzelf’ begonnen in een samenwerkingsverband dat aanzienlijk groter is dan de bestaande stadsregio Amsterdam en ook Almere, Lelystad, Haarlem en Het Gooi omvat.

juni 2009 10

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:10

16-06-2009 08:55:53


Kust en duinen

Inpassing ontwikkelingen Schiphol

Inpassing ontwikkelingen Havens

Metropolitaan OV-net

Visie veenweiden

Verrommeling/ goed beheer

Toekomst Markermeer/ IJmeer

Bron: Dienst Landelijk Gebied.

Opgaven

Schaalsprong Almere

M e t ro p o o l re g i o A m s te rd a m O p g av e n k a a r t .

Jaap Modder: ‘Ik vind het uitstekend dat ze in die regio de samenwerking organiseren op de schaal die ertoe doet. Dat is dus niet de Randstad. Als de stadsregio Amsterdam verstandig is, gaan ze op in de Metropoolregio.’

Bestuurlijke spaghetti In de aanloop naar de evaluatie van de stadsregio’s in de Tweede Kamer maakt een door de VNG ingestelde commissie onder leiding van Ed Nijpels een analyse per regio. De uitgangspunten verschillen nogal. In Twente bijvoorbeeld hebben de landelijke gemeenten nooit helemaal con amore hun bevoegdheden met de steden gedeeld. Nu er niet langer sprake is van groei kunnen de woningbouwprognoses omlaag. De noodzaak van bundeling wordt kleiner, juist één van de bestaansredenen van de stadsregio. In de Stadsregio Eindhoven (SRE) kan de discussie over herindeling weer actueel worden als de stadsregio verder aan slagkracht zou inboeten. In de regio Rotterdam is de bijdrage aan de sociale

woningbouw van de randgemeenten een voortdurend discussiepunt. Maatwerk is vereist. Maar de vraag is waar flexibiliteit overgaat in bestuurlijke spaghetti en een voortdurende competentiestrijd tussen bestuurslagen. ‘We moeten nog wennen aan de overgang van government naar governance,’ aldus Jaap Modder. ‘Het is een groot misverstand dat structuurplannen de ruimte maken. De ruimte wordt gemaakt op het moment dat je met de minister verstedelijkingsafspraken maakt. Of wanneer je samen met marktpartijen een vastgoedmonitor opstelt. Dat gebeurt allemaal op regionaal niveau. We hoeven ons niet te schamen voor onze prestaties. In de regio ArnhemNijmegen organiseren we het openbaar vervoer voor 700.000 inwoners met 5 fte. De provincie doet het voor de overige 1,2 miljoen Gelderlanders met 30 fte. Het werkt, daar gaat het om.’ Ï Martin de Jong

juni 2009 11

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:11

16-06-2009 08:55:55


Ruimtelijk bekeken

Plasterk: ‘Het Nederlandse monumentenbeleid moet op de schop’

Monumentenzorg zoekt onderdak bij ruimtelijke ordening

Foto’s: BOEi Nationale Maatschappij tot Behoud, Ontwikkeling en Exploitatie van Industrieel Erfgoed

Minister Plasterk wil het landelijke monumentenbeleid moderniseren. In mei stuurde hij de Tweede Kamer een voorstel om de zorg voor cultuurhistorie in gemeentelijke bestemmingsplannen te verankeren. Er komt ook meer geld en er komen minder regels om waardevolle gebouwen te behouden en een nieuwe bestemming te geven. Lokale bestuurders en ontwikkelaars zijn redelijk tevreden, maar waarschuwen voor te veel optimisme. ‘Veel details zijn nog niet ingevuld.’

H

et monumentenbeleid in Nederland moet op de schop, vindt minister Plasterk (OCW). Op dit moment zijn waardevolle gebouwen nog te vaak een hindernis bij het ontwikkelen en verfraaien van verrommelde gebieden. Er is niet genoeg geld om het groeiend aantal monumenten te onderhouden en het subsidiesysteem is te ingewikkeld en te bureaucratisch, waardoor instellingen op hoge kosten worden gejaagd. Dat moet en kan anders. Onlangs stuurde de minister de Tweede Kamer een beleidsbrief waarin hij voorstelt om de monumentenzorg gebieds- en ontwikkelingsgerichter te maken. Dat is volgens hem mogelijk door veel sectorale wetgeving af te schaffen en de zorg voor cultureel erfgoed te verankeren in gemeentelijke bestemmingsplannen. Cultuurhistorie wordt dan één van de afwegingsfactoren in het ruimtelijke-ordeningsproces. Plasterk kondigde in zijn brief ook aan dat instellingen en gemeenten in de toekomst minder tijd kwijt zullen zijn met het verlenen van bouwvergunningen. Het aanvragen van subsidies wordt eenvoudiger en er komt extra geld voor het in stand houden van bestaande monumenten. Om de groei van het aantal gebouwen op de monumentenlijst te beperken, zullen burgers en belangengroepen voortaan ook geen aanwijzingsprocedure meer kunnen opstarten. De discussie over het behoud van een bouwwerk wordt in het nieuwe stelsel verplaatst naar het moment dat voor het gebied een nieuw bestemmingsplan wordt gemaakt.

Verankering in ro-twistpunt De Federatie van Grote Monumentensteden (FGM) is op hoofdlijnen tevreden over de weg die het ministerie inslaat met de modernisering van het monumentenbeleid. Wel vraagt voorzitter Marleen Slooff zich af hoe de zorg voor

juni 2009 12

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:12

16-06-2009 08:55:56


waardevolle gebouwen dadelijk precies verankerd wordt in gemeentelijke bestemmingsplannen. ‘Sommige dingen zijn daarin lastig te regelen, zoals het behoud van waardevolle interieurs. Ik ben dan ook benieuwd hoe de minister deze knelpunten denkt op te kunnen lossen.’ Ook verbaast het Slooff dat, ondanks alle nadruk op integraal denken, het beloofde extra geld niet zal worden verdeeld via integrale investeringsprogramma’s als het ISV of het ILG. Directeur Jan Fokkema van de vereniging van projectontwikkelaars NEPROM kan zich ook vinden in de omslag naar een ontwikkelingsgerichte monumentenzorg. ‘Die trend is al enige tijd aan de gang en deze ondersteunen we van harte.’ Hij maakt zich wel grote zorgen over het voornemen om cultureel erfgoed in het bestemmingsplan te verankeren. ‘Zo maak je het voor bestuurders bijna onmogelijk om zelfstandig belangen tegen elkaar af te wegen. Bovendien wordt het voor burgers nog gemakkelijker om herontwikkelingsprojecten tegen te houden. Zet het proces niet van tevoren op slot, als je wilt dat ontwikkelaars mee blijven doen’, aldus Fokkema.

Herontwikkeling hoger op agenda In zijn brief aan de Tweede Kamer breekt Plasterk ook een lans voor het herbestemmen en herontwikkelen van monumenten. Een lichtend voorbeeld is daarbij de DRU IJzergieterij in Ulft die wordt omgebouwd tot een bijzonder complex met woningen, ateliers, kantoren en culturele voorzieningen. Mede-initiatiefnemer Arno Boon hoopt dat herontwikkeling ook werkelijk hoger op de politieke agenda komt te staan. ‘Het is alleen erg onduidelijk hoe de minister zijn plannen denkt te kunnen uitvoeren. Veel details zijn nog niet ingevuld.’ D e DRU I J z e r g ie te r i j i n U lf t d i e w o rd t o m g e b o u w d to t e e n b i j z o n d e r complex me t woningen, ateliers , k a ntoren en culturele vo or zieningen.

‘Financiering moet anders’ Als directeur van de non-profit ontwikkelingsmaatschappij BOEi merkt Boon regelmatig hoe moeizaam herbestemmingsprojecten kunnen lopen. ‘Meestal schort het aan geld en onderling vertrouwen tussen de betrokken partijen. Het aanvragen van subsidies is erg omslachtig en de strenge uitleg van regels leidt regelmatig tot onwerkbare situaties.’ Om monumenten werkelijk een rol als aanjager van gebiedsontwikkeling te laten spelen, zou het beter zijn om investeringen fiscaal te stimuleren. Ook zouden erkende restaurerende instellingen een mandaat moeten krijgen bij het aanvragen van aanvullende financiering. ‘Nu moeten we voor elke subsidieaanvraag omvangrijke plannen schrijven om na twee jaar te horen of we het geld ook werkelijk krijgen. Dat kost erg veel tijd, die we liever besteden aan het geven van een nieuwe toekomst aan een monument’, vindt Boon.

De Oude Kaart van Nederland In Nederland staan zeker negenhonderd monumentale gebouwen leeg. Dat maakte de voormalige Rijksadviseur Cultureel Erfgoed Fons Asselbergs vorig jaar bekend naar aanleiding van het verschijnen van de Oude Kaart van Nederland. Het maken van deze digitale inventarisatie naar leegstaande gebouwen bleek een lastige klus. Asselbergs klaagde dat op geen enkel overheidsniveau overzichten bestaan van structurele leegstand. Toch zorgen ongebruikte gebouwen voor verrommeling van de ruimte, terwijl de kans wordt gemist om er nieuwe economische functies in onder te brengen. Gemeenten zouden volgens Asselbergs beter op dreigende leegstand moeten anticiperen door regelmatig de sociaaleconomische en ruimtelijke ontwikkelingen in kaart te brengen. Ook kunnen vastgelopen herontwikkelingsprojecten vlot worden getrokken door als overheid onafhankelijke haalbaarheidsstudies te betalen. Meer informatie: www.oudekaartnederland.nl.

Ï Jaco Boer

juni 2009 13

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:13

16-06-2009 08:55:59


Bestemmingsplannen maken en delen met AutoCAD Map 3D en partnerapplicaties Nederland is gestart met het inplannen en intekenen van bestemmingsplannen, structuurvisies en rijksplannen op het terrein van de ruimtelijke ordening en dit volgens bepaalde normen en standaarden. Wat is nu juist het doel hiervan? Wel, doordat overheden hun plannen uitwisselen langs digitale weg en elkaars ‘bestemmingstaal’ spreken, kunnen de gemeentelijke plannen veel sneller nagekeken worden door provincie en rijk waardoor burgers sneller weten waar ze aan toe zijn. Precies daarom investeert Autodesk samen met lokale partners in deze belangrijke evolutie. Dit doen Autodesk partners, NedGraphics en GISkit, door bovenop de Autodesk oplossing AutoCAD Map 3D, de nodige applicaties te ontwikkelen voor de aanlevering van gemeentelijke plannen volgens IMRO, Informatiemodel Ruimtelijke Ordening 2008. GISkit b.v. uit Houten biedt oplossingen voor het vervaardigen van kaarten, het registreren van geo informatie en het uitwisselen van gegevens. GISkit PLAN is hierbij dé applicatie voor het eenvoudig en snel tekenen van bestemmingsplankaarten. Er is vooral veel aandacht besteed aan het efficiënt tekenen en arceren van de bestemmingsplanvlakken. Dit geeft ten opzichte van het traditionele tekenwerk een besparing van maar liefst 50%! Met NedPlan biedt NedGraphics uit Vianen dé applicatie voor gemeenten en stedenbouwkundige bureaus om de bestemmingsplankaarten te vervaardigen, beheren, controleren en muteren. In samenwerking met gebruikers, die in de afgelopen jaren met digitale bestemmingsplannen hebben gewerkt, werd NedPlan ontwikkeld. NedPlan richt zich op een centrale project- en beheeromgeving. Bovenvermelde applicaties draaien op AutoCAD Map®3D, de Autodeskoplossing voor geo informatie. Het is een volledig op AutoCAD gebaseerd pakket dat bol staat van functionaliteit voor iedereen die instaat voor ontwerp, zorgt voor het beheer en onderhoud, Bestemmingsplannen aanmaakt of een analyse en planning maakt op basis van de data of de data wil kunnen uitwisselen met andere bestandsformaten. Kijk voor meer informatie over AutoCAD map 3D op www.autodeskseminars.com/map

P r a k t i j k ,

t h e o r i e

e n

r e c h t s p r a a k

Actuele feiten en achtergronden over Europese aanbestedingen De Tender Nieuwsbrief wordt samengesteld door een deskundige redactie: • mr. I.A.H. Dolmans-Budé, AT Osborne bv • mr. R .D. Luteijn, Lexecon bv • prof. mr. G.W.A. van de Meent, Loyens & Loeff advocaten • mr. L.J.W. Sueters, Bar tels Sueters Fischer Aanbestedingsadvocaten • prof. mr. W.G.Ph.E. Wedekind, Emeritus hoogleraar aanbestedingsrecht (Universiteit van Amsterdam) • mr. A.W. van Wijngaarden, International Tender Services BV

Blijf op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op het gebied van Europese aanbestedingen De Tender Nieuwsbrief verschijnt 8 maal per jaar. Een jaarabonnement kost € 129,- en kunt u aanvragen bij de klantenadministratie; e-mail: klantenservice@reedbusiness.nl, telefoonnummer 0314 - 358 358.

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:14

16-06-2009 08:56:02


Interview

Werken aan de stadse stad

Willem van der Made ‘s-Hertogenbosch is kampioen binnenstedelijke ontwikkeling. Nergens anders in Nederland zijn in de bestaande stad zoveel woningen en is zoveel kantooroppervlak gerealiseerd, en ook nog eens bij knooppunten van openbaar vervoer. Schoolvoorbeeld van een duurzame stad, de stad van de toekomst, aldus de Stichting Natuur en Milieu, die het onderzoek verrichtte. Willem van der Made, twintig jaar directeur Stadsontwikkeling in de Brabantse hoofdstad, noemt het ‘werken aan de stadse stad’.

M

aar liefst 57 procent van alle nieuwbouwwoningen en zelfs 71 procent van alle werkplekken heeft ‘s-Hertogenbosch in de periode 1996-2005 in de stad gerealiseerd. Het is de enige regio die het lukt woningen en werkplekken meer te concentreren bij haltes van openbaar vervoer in

plaats van bij afslagen van snelwegen. Mede daardoor scoort ‘s-Hertogenbosch positief op luchtkwaliteit en is het aantal mensen dat last heeft van slechte luchtkwaliteit fors afgenomen. Mooie cijfers, klinkende resultaten, die het gevolg zijn van een duidelijke visie en standvastig verdichtingsbeleid. ÎÎ

juni 2009 15

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:15

16-06-2009 08:56:05


Interview

Verrassend? ‘Misschien voor de mensen die de stad niet kennen.Voor ons niet,’ zegt Willem van der Made. ‘Ik geloof in stedelijke steden, met een relatief hoge dichtheid en functiemenging. Er ontstaat een druktebeeld, dat hoort bij stedelijkheid.’

Doortastend Dat druktebeeld is goed zichtbaar rond het centraal station. Aan de centrumkant hangen scholieren en studenten rond, en vullen de terrasjes zich met bezoekers en zakenmensen met een afspraak. Pal achter het station rijzen de statige gebouwen van het Paleiskwartier op; een levendig woon- en werkgebied, met gewilde appartementen, een tot campus omgebouwde kazerne, waar 20.000 studenten beroepsonderwijs volgen en waar het Paleis van Justitie is gevestigd. Aan beide kanten van het station is nu stedelijkheid te vinden. Het station is geen scheiding meer, maar een draaischijf en magneet midden in de stad. ‘Aan de stadskant druipt de kwaliteit er vanaf, aan de andere kant lag écht de “andere kant” met laagwaardige bedrijvigheid, sociaal zwakkere buurten, kazernes die sloten en sportvelden die niet meer voldeden,’ memoreert directeur Stadsontwikkeling Van der Made. ‘De uitdaging was om de rijkdom van de binnenstad aan te wenden om ook de andere kant te ontwikkelen, en er één geheel van te smeden. Verdichting biedt stedelijkheid en was tegelijkertijd pure noodzaak om de plannen financieel haalbaar te maken. En ja, dan heb je geluk en doortastendheid nodig. Geluk dat overheidsinstellingen en ondernemingen mee wilden doen en zich in het gebied wilden vestigen. Doortastendheid om op het juiste moment de juiste stappen te zetten. Het besluit voor de nieuwbouw van het Paleis van Justitie was heel cruciaal, én de beslissing om er alle mbo- en hbo-instellingen te vestigen.

Verdichting was pure noodzaak om de plannen financieel haalbaar te maken Daardoor kwam er drukte in het gebied, het begin van stedelijkheid. Dat trekt weer andere functies aan. Ik denk dat we verder handig zijn ingesprongen op de plannen die de NS voor het station had.’

Schaarste Het knappe van ‘s-Hertogenbosch is dat deze regio een sterke groei van woningen en arbeidsplaatsen kent en er desondanks in slaagt de leefbaarheid in de stad goed te houden, zeggen de onderzoekers van Natuur en Milieu. Als één van de succesfactoren noemen ze het gebrek aan uitbreidingslocaties. ‘Verdichting is in deze stad een

historisch gegeven,’ bevestigt Van der Made. ‘De binnenstad ligt op een zandheuvel midden in een moerassig beeklandschap en de uiterwaarden van de Maas. Vanwege de vestingstatus was het niet mogelijk buiten de muren te bouwen. Ontwikkeling was altijd naar binnen gericht. Dat is nog steeds zo. Aan de zuidkant zitten we direct in Het Bossche Broek, een uniek natuurgebied. Aan de noordkant zit je vrijwel meteen op de komklei. Om daar te bouwen moet je dus ophogen met zand, waardoor er relatief dichte wijken ontstaan met daartussen groene longen die tot ver in de stad reiken.’ Die omstandigheden leiden tot verrassende ontwikkelingen als het eigentijdse landgoederen- en kastelenlandschap Haverleij in het noordwesten en De Groote Wielen, een waterrijke Vinex-locatie aan de oostkant van de A2. ‘We werken bewust met de schaarste,’ erkent Van der Made. ‘Schaarste die ons overkomt omdat we plannen niet rond kunnen krijgen en omdat er gewoon te weinig locaties beschikbaar zijn. Maar ook schaarste die we bewust creëren, bijvoorbeeld op de kantorenmarkt. We willen maar één grootschalige kantoorlocatie: de Spoorzone, waar het Paleiskwartier de eerste fase van was.’

Consequent Vasthouden aan je visie en dan het goede moment kiezen, is voor de Bossche directeur Stadsontwikkeling de leidraad in het beleid. Soms is dat best moeilijk, moet hij toegeven, zeker in deze tijd dat elke arbeidsplaats telt en wethouders onder druk staan. ‘Zij worden aangesproken door ondernemers die alles uit de kast halen om toestemming te krijgen om zich op heel andere plekken te vestigen. Ik heb altijd gezegd: vasthouden, vasthouden… Dat heeft bijvoorbeeld bij het Paleiskwartier aardig wat discussie opgeleverd. Nu zien we dat bedrijven die zich eerst vestigden in plaatsen als Zaltbommel, de stad toch weer opzoeken.’ Ongeveer de helft van de Spoorzone is nu gerealiseerd. De laatste grote uitbreiding is Willemspoort, de toekomstige entree aan de zuidwestkant van de stad. Het Koning Willem I College, de nieuwbouw van het Jeroen Bosch Ziekenhuis met daartussen een zorgpark, zo’n 700 woningen en campusachtige voorzieningen zijn de ankers van de gebiedsontwikkeling. ‘Door de randweg deels te overkappen moet het een aangesloten gebied worden. We beginnen binnenkort met de bouw van een ondergronds transferium met een capaciteit van duizend parkeerplaatsen. Dat moet over twee jaar klaar zijn, want dan start de bouw van het ziekenhuis. Zo spelen we op maaiveldniveau ruimte vrij voor ontwikkeling.’

Transferia Verdichting en bereikbaarheid gaan hand in hand, stelt Van der Made. ‘Zonder goed bereikbare parkeerplaatsen kun je niet verdichten. Voor het Paleiskwartier geldt als regel dat elk huishouden zijn auto moet kunnen parkeren en dat er

juni 2009 16

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:16

16-06-2009 08:56:10


Foto’s: Ingrid Bertens

tale gebouwen zoeken we een functie die recht doet aan het karakter van het gebied. Ik denk aan creatieve broedplaatsen.’ Het oude KPN-gebouw zal, als het leeg komt, hoogstwaarschijnlijk worden gesloopt. ‘We willen daar graag een garage hebben voor de zuidkant van de binnenstad. Er bovenop willen we een woonwijkje met opvallende architectuur. Juist de contrasten tussen monumentaal, historisch en verantwoord modern vinden we spannend. Dat soort verrassende tegenstellingen horen bij de stad.’

Momentum

Va n der M ade: ‘Mooie pla nne n be de nke n ka n ie de re e n e n d at g e b e u r t a l g e n o e g ’

voldoende parkeerplekken zijn voor de bedrijven en instellingen. Dergelijke wijken hebben gewoon een goede uitsluiting nodig. Wel proberen we een goede balans te vinden tussen de parkeervoorzieningen aan de rand en in het centrum. Mensen die komen shoppen, wat komen eten of naar het theater gaan, moeten parkeren in de transferia. We hebben er drie en in Willemspoort komt er dus nog één bij. We zitten jaarlijks momenteel op zo’n 300.000 geparkeerde auto’s. Iedereen in Brabant weet dat je in ‘s-Hertogenbosch bijna gratis kunt parkeren: 2,50 euro voor een hele dag, inclusief een kaartje voor de bus.’ In de oude historische binnenstad zelf zijn er twee wat verouderde gebieden, waar nu samen met ondernemers, bewoners en geïnteresseerde marktpartijen visies voor worden ontwikkeld. Op het huidige terrein van het Groot Ziekengasthuis, aan de noordkant van het winkelgebied, verrijzen op termijn de stadsbibliotheek en het stadsarchief. Een aantal gebouwen van het ziekenhuis heeft grote cultuurhistorische waarde en deze zullen vermoedelijk publieke functies krijgen. Ook komen er hoogwaardige winkels bij. Aan de Zuidwal ligt een interessant gebied van bijna tien hectare, met onder meer de inmiddels lege gevangenis, het vroegere Paleis van Justitie en het KPN-complex. ‘Dit wordt het museumkwartier,’ laat Willem van der Made weten. ‘Het Noordbrabants Museum krijgt gezelschap van het nieuwe stedelijk museum. Voor de beschikbaar gekomen monumen-

Ambitieus zijn, maar wel realistisch, is voor Willem van der Made een leidend principe in zijn werk. Hij heeft alles wat met ruimtelijke ontwikkeling te maken heeft bij elkaar in één dienst. Tot volle tevredenheid. ‘Ik wil graag dat mijn planeconomen denken in kwaliteit en mijn stedenbouwers in haalbaarheid. Die combinatie is ijzersterk, geeft een rustige, stabiele werkomgeving, al bijna vijfentwintig jaar lang. Mooie plannen bedenken kan iedereen en dat gebeurt al genoeg. Waar het om gaat, is plannen maken die écht bij deze stad horen en die realiseerbaar zijn. Een goed product, dat betaalbaar is en de stad beter maakt. Altijd vraag je je af wat de stad aankan. De locatie aan de A2, de nationale vervoersas, biedt heel veel kansen. Plaatselijke bedrijven hebben door die perfecte ontsluiting de mogelijkheid om sneller te groeien dan elders. Daardoor kunnen we de ambities wel wat hoger stellen, en ons richten op bovenregionale markt. Maar een grootschalig bedrijvenpark voor logistieke activiteiten hoort niet bij ‘s Hertogenbosch. Wel kunnen we de stad als vestigingsplaats voor dienstverlening en bestuur, als ontmoetingsplaats verder uitbouwen.’ Van der Made noemt het voorbeeld van de Avenue2, de visie voor een woon-werkzone op en langs de A2 tussen ‘s-Hertogenbosch en Waalwijk. ‘Een prachtige groene buffer uit de tijd dat de twee gemeenten met de rug naar elkaar stonden. De bereikbaarheid is met de A2 en een mogelijk nieuw station optimaal. Er kunnen zomaar 300.000-400.000 m2 kantoren komen en tweeduizend woningen. We gaan daar, net als bij Paleiskwartier en Haverleij, heel rustig mee om. We laten ons niet gek maken en opjagen. Je moet gevoel hebben voor wat er gebeurt in de stad, je gedegen voorbereiden en dan het juiste moment kiezen. Er is altijd maar één moment, één kans die je krijgt om iets te realiseren wat iets meer is dan wat je als stad hebt. Dat momentum is zo ontzettend belangrijk. Als je te vroeg bent, zijn partijen niet rijp om de plannen te realiseren. Als je te laat bent, is de kans verkeken.’ Hoe kies je dat moment? ‘Dat bepaal je nooit helemaal zelf. Het hangt in de lucht. Je moet van tevoren de juiste condities scheppen, met de juiste mensen en partijen, om de ambities tot uitvoering te kunnen brengen als het moment daar is. Dan ga je ervoor.’ Ï Marcel Bayer

juni 2009 17

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:17

16-06-2009 08:56:10


Ruimtelijk bekeken G u e r r i l l a g a rde n i n g.

Stiekem bloemen planten ‘s Nachts op pad met zaden, plantjes, schep en aarde om een braakliggend stukje grond om te toveren tot tuin: dat is wat guerrilla gardeners doen. Het fenomeen is overgewaaid uit Engeland en de Verenigde Staten, waar al langer kale wegbermen, vervallen parkeerterreinen en vergeten randjes ‘illegaal’ worden beplant. Dat planten gebeurt door buurtbewoners en andere geïnteresseerden, die doorgaans op webfora afspreken om een bepaald stuk grond onder handen te nemen. ‘Het vuil bestrijden met planten’, noemt Richard Reynolds dat, een actieve guerrilla gardener in Engeland. Dit ‘wildzaaien’ gebeurt inmiddels ook in Nederland. Zo werd op 10 april een tuin aangelegd op een braakliggend stuk grond in Leiden. Het terrein werd opgeruimd, er werd goede grond aangebracht, bloemen en bollen werden geplant en gras werd gezaaid. Een paar buurtbewoners gaan de tuin onderhouden, zo beloofden ze de groene actievoerders. In Rotterdam werden in een kale straat grote hortensia’s rondom bomen gezet en in werden Utrecht viooltjes geplant in leegstaande bloembakken. Hetzelfde gebeurt in onder meerLeeuwarden, Zwolle en Nijmegen. De acties zijn een protest tegen verwaarlozing van de openbare ruimte en een pleidooi voor meer groen in de stad. GroenLinks organiseert een aantal van deze acties als onderdeel van haar campagne ‘Dit land kan zoveel groener’. De meeste guerrilla gardeners zijn bewoners die hun wijk willen verfraaien met bloemen en planten. Op hun virtuele pleisterplaatsen, zoals www.guerrillagardeners.nl, staan veel foto- en videoverslagen van de spontane plantacties. Ï Marieke Vos

juni 2009 18

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:18

16-06-2009 08:56:14


Stadsvolkstuinen verlost van stofjasimago?

Aangejaagd door slowfood, groengevoel en rijksmiljoenen S Stadsvolkstuinen beleven een ware doorstart. Jonge stadslieden willen eten uit hun eigen wijk maar ook maatschappelijke problemen werken de heropleving in de hand. Ineens lijken volkstuinen verlost oo van hun stofjasimago. Achtertuinen en balkons geuren naar tomatenplantjes en munt. Verrast stelt va ook de overheid weer ruimte en geld beschikbaar. oo

O

eps, viel dat even tegen in de Amsterdamse rivierenbuurt. Wijkbewoner Auke Bakker wilde op een vergeten groenstrook een buurtmoestuin opzetten, ‘De Trompenburg’. gr Iedereen vond het een mooi plan, maar onlangs bleek de Ie bodem vervuild. Dan maar een buurtkruidentuin, met minder bo diepe wortels? Of teelt in potten? Ze zijn er nog niet uit. di Nee, N dan Rotterdam. Daar zijn in achterstandswijken ‘tijdelijke groengebieden’ opgeschoten. Zoals ‘Proefpark’ ‘ti De D Punt, waar te zijner tijd het permanente pluk-dakpark Delfshaven komt. In Hoogvliet geeft corporatie Woonbron D de bewoners tuiniersruimte om maniokka en andere tropische gewassen te telen. tr Een Ee doorslaand succes is de Afrikaandertuin, een met eenjarigen ingezaaide bloemenweelde op een toekomstige ee bouwlocatie. Het idee komt van het particuliere wijkverbebo terbedrijf Creatief Beheer, maar woningcorporatie Vestia te heeft he het instrument ‘flexibel groen’ opgenomen in haar wijkrevitalisatiebeleid. w

Voedselbank V D Door middels van beheerovereenkomsten met de gemeente en grondeigenaren werpen burgers zich steeds vaker op als medebeheerders van stadsgroen. Ouderteams onderhouden m speeltuintjes en bewonersgroepen (bijvoorbeeld Terra Bella sp in Culemborg) hebben perken in beheer. De gemeente Utrecht wil burgergroenbeheer uitdrukkelijk stimuleren. U Tegelijkertijd groeit de vraag naar lekker ‘zelf kweken’. Te Tuincentra krijgen de tomatenzaadjes en balkonkassen niet Tu aangesleept. Scholen en milieu-educatie herontdekken de aa schoolmoestuin, volkstuinverengingen hebben wachtlijsten sc

en maken ineens hun gedroomde verjonging door. In tal van gemeenten leveren moestuinders groenten en fruit aan Boerenmarkt-kooplui of aan winkeltjes met biologische streekproducten. Ook Voedselbanken (van Woensel tot Zaandam en Ooststellingwerf) krijgen hun deel. Voedselbanken beginnen zelf eveneens eigen moestuinen, bijvoorbeeld in Huizen, Enkhuizen en Venlo.

‘En zet er vooral geen hekken omheen!’ In zekere zin keert de volkstuin terug naar zijn wortels als armeluisvoorziening in de depressiejaren. Met dit verschil dat de tuinders niet meer behoeftig zijn (volkstuinlidmaatschap kan prijzig zijn), maar veeleer mantelzorgers bij de nieuwe armoede in Nederland.

Bindmiddel In de stadsgroentrend komen uiteenlopende factoren samen. Onmiskenbaar bij de groeiende behoefte aan zelf-doe-groen zijn slogans als gezond bewegen, slowfood, streekproducten, EKO en ‘weet wat je eet’. Bij de overheid zijn volkstuinen in beeld gekomen als fleurige stedelijke natuurenclaves. Het klakkeloos wegsaneren van volkstuinen voor bouwprojecten, dat sinds 1993 minstens 750 hectare aan volkstuinoppervlak heeft gekost, lijkt verleden tijd volgens het Algemeen Verbond van Volkstuinders in Nederland (AVVN). Voor het publiek toegankelijk maken van volkstuincomplexen is zelfs een stimuleringsfonds van 4 miljoen euro losgepeuterd bij het Rijk.

ÎÎ

juni 2009 19

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:19

16-06-2009 08:56:17


Ruimtelijk bekeken

In achterstandswijken wordt groendoen ingezet als sociaal bindmiddel. De Rotterdamse successen krijgen volgens Creatief Beheer oprichter Rini Biemans navolging in andere steden, waaronder Dordrecht en Amsterdam. Creatief Beheer werkt samen met gemeente en grondeigenaren. Elders nemen avontuurlijke stedelingen het heft in hand, met het uit Engeland overgewaaide ‘guerrilla gardening’ [zie kader]

Foto: Max Rozenboom

Het klakkeloos wegsaneren van volkstuinen voor bouwprojecten lijkt verleden tijd

Moestuin be woners Po ptahof, Delft .

Van gemeentewege spelen soms bezuinigingen mee. Maar, zeggen kenners, ook de begeleiding van burger-groenbeheerders heeft zijn prijs. Veel energie gaat zitten in het zekerstellen van de continuïteit bij vrijwilligerswerk. De directe invloed van de kredietcrisis of demografische krimpscenario’s lijkt beperkt. Van aanwas onder arme of allochtone bevolkingsgroepen is weinig te merken. Ook het stilvallen van bouwprojecten leidt niet aanwijsbaar tot massale groenaanleg op vrijkomende terreinen. Wel gaan her en der grondeigenaren over tot het uitlenen of verhuren van mogelijke en toekomstige bouwlocaties aan burgerinitiatieven. In Zutphen kon biologische tuinder Jan van Arragon dit voorjaar binnen enkele weken een 6000 m2 groot braakliggend stadsterrein huren, gelegen in een waterwingebied.

N i e u w R o t s o o rd, Ho o g raven, U t re cht .

In die kersverse ‘pluktuin’, kunnen Zutphenaren goedkoop groenten telen voor zichzelf of de Voedselbank. ‘Wij wisten niet wat we met dat terrein aanmoesten,’ vertelt gemeentelijk woordvoerder J. Rutten van afdeling Grondzaken. ‘Maar de locatie was schoon en vergunningen waren niet nodig. Dan doen wij niet moeilijk.’ In Rotterdam beschouwen Woningcorporatie Vestia en Creatief Beheer wijktuinieren als een niet-polariserende manier van sociale en fysieke buurtverbetering in stenige achterstandswijken. Rini Biemans: ‘Maar geef het tijd! Het gaat stapje voor stapje. Kinderen komen meedoen, en dan komt dat oudere broertje. En zet er vooral geen hekken omheen! Wordt er iets kapot gemaakt, dan repareer je het gewoon terloops. Na drie keer vernielen ‘hoort het bij de wijk’ en ‘blijft het staan…’ Gemeenten en vastgoedbezitters moeten anders naar groenonderhoud gaan kijken, meent Biemans: ‘Niet als kostenpost na de aanleg, maar als echte investeringskans in waardecreatie. Levendig groen, maar ook de betere sfeer vertaalt zich in hogere vastgoedwaarden, zeker in dit type wijken. Die investering moet dan wel resultaat opleveren. Blijf niet als aflaat telkens weer geld steken in problemen die je niet krijgt opgelost. Wij werken per project met heldere, bij succes scherper wordende ambities. Op elk project zitten betaalde beheerders. We sluiten convenanten af met jaarlijkse totaalbedragen, afkomstig van betrokken vastgoedpartijen. Wij besteden dat geld vrij en optimaal, uitgesmeerd over de hele projectperiode van drie tot vijf jaar.’ Meer informatie: www.bel-lanxmeer.nl; www.bioakker.nl; www.creatiefbeheer.nl

juni 2009 20

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:20

Foto: Philoméne Dewaide

Ï Michel Robles

16-06-2009 08:56:17


Trend

Stad van de Toekomst Op de drempel van een nieuw decennium denken bestuurders en beleidsmakers na over de toekomst van hun stad. In nieuwe structuurplannen worden ruimtelijke opgaven benoemd en strategische projecten bedacht. Verdichting en

verduurzaming zijn de grote ambities. ROmagazine kijkt mee over de schouders van ro-professionals. Welke uitdagingen staan hen te wachten en hoe wordt daar in binnen- en buitenland al op ingespeeld? Deze aflevering: de groen-blauwe stad.

waterrijke stad vol ‘hightech’ groen Een

‘Postzegelparken’, groene daken en waterpartijen moeten steden klimaatbestendiger en leefbaarder maken. Bedrijven en bewoners investeren in lunchplantsoenen en moes- of natuur tuinen. Toch kan en moet er nog meer gebeuren om steden aantrekkelijk te houden. Daar hoort ook een beter toegankelijk ommeland bij.

O

penbaar groen is decennialang een sluitpost geweest bij de aanleg van nieuwe wijken. Ook in de recente Vinex-nieuwbouw werd meestal eerst gekeken hoeveel woningen, kantoren en wegen er nodig waren. Daarna werd het aantal parkeerplaatsen, scholen en winkels berekend. Alles wat overbleef, kreeg het stempel ‘plantsoen’ of ‘wijkpark’ en gevuld met een paar struiken, ‘wipkippen’ en heel veel gras. Er worden nog steeds buurten op deze manier ontworpen. Maar bestuurders en stedenbouwkundigen zijn volgens Alterra-onderzoeker en docent Wim Timmermans sinds een jaar of vijf toch anders tegen groen en water aan gaan kijken. ‘Van een geïsoleerde behoefte van bewoners is groen steeds meer een oplossing geworden voor allerlei problemen. Je kunt er bijvoorbeeld fijnstof mee uit de lucht halen,

verkoeling brengen, regenwater langer vasthouden of er de sociale cohesie in buurten mee verbeteren. Beleidsmakers zien ook in dat parken en plantsoenen wijken een bepaalde identiteit kunnen geven. Groen is een vestigingsfactor geworden waarmee je bewoners en bedrijven bindt aan je stad.’

Omslag door fijnstofdossier Peter Dordregter, voorzitter van het Groenforum, heeft de afgelopen jaren het denken over groen onder bestuurders ook zien veranderen. De stimuleringsprogramma’s van het ministerie van LNV en VROM hebben daar zeker aan mee geholpen. Maar de grote omslag was toch het fijnstof-dossier. ‘Sindsdien kunnen politici niet meer om het belang van blauw en groen heen.’ Als pleitbezorger van groene investeringen vindt hij wel dat er nog te snel wordt bezuinigd op ÎÎ

AC A dreven, O ve r ve cht U t re cht .

Foto: Paul van Eerd

Foto: Max Rozenboom

‘Er is in Nederland veel meer mogelijk dan wordt gedacht’

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:21

juni 2009 21

16-06-2009 08:56:23


Trend

Wonen in blauw Dordrecht gaat een nieuwe wijk ontwikkelen, Stadswerven, vlak naast het oude centrum. Het gebied, een voormalig industrieterrein, ligt buitendijks en daarom wordt er in het ontwerp op verschillende manieren rekening gehouden met (hoog)water.

S

tadswerven wordt een wijk van 30 hectare groot, met plek voor 1450 woningen, horeca en (kleine) bedrijven. De ligging is gunstig, want letterlijk op een steenworp afstand van het oude centrum, als straks de geplande bruggen beide gebieden met elkaar verbinden. De ligging is ook erg ‘blauw’, want Stadswerven wordt omzoomd door het Wantij en de Beneden Merwede. Dordrecht maakte eerder plannen om het gebied te ontwikkelen, maar die liepen spaak omdat de financiering niet rond kwam. Het nieuwe masterplan is half mei goedgekeurd door de gemeenteraad, met als aantekening dat de ‘punt’ van de wijk, waar een brug naar het centrum komt, aantrekkelijke voorzieningen krijgt. Er is al een consortium dat de wijk wil gaan bouwen: de Ontwikkelingscombinatie de Werven (OCW).

Foto: Gemeente Dordrecht

In het huidige masterplan Stadswerven wordt het water niet buitengesloten, maar benut. Door bestaande, forse verschillen in maaiveldhoogte is er plek voor zowel hooggelegen als laaggelegen gebieden. In de laaggelegen gedeeltes zijn parkjes gepland, waar de natuur kan profiteren van het zoete rivierwater. Er zijn een paar drijvende woningen gepland en op plekken die af en toe kunnen overstromen, wordt gedacht aan drijvende bebouwing, woningen op palen, gebouwen met

een verhoogde vloer of een waterdichte voet. Bij extreem hoogwater zullen sommige straten en pleinen blank komen te staan. Andere, hoger gelegen wegen, dienen dan als verkeersader. Veel van de ideëen in het ontwerp komen van het project Urban Flood Management (UFM), dat vorig jaar werd afgesloten. Dit project, een samenwerking van publieke en private partijen voor innovatie in stedelijke ontwikkeling in waterrijk gebied, gebruikte Stadswerven als studiegebied. Voordeel was dat partijen zoals Rijkswaterstaat aan tafel zaten met de ontwerpers van de gemeente en de projectontwikkelaar, zodat men samen ándere oplossingen kon bedenken dan de geijkte vier meter ophoging van het hele gebied. ‘We wilden laten zien dat je juist dankzij de aanwezigheid van water een bijzondere wijk kunt bouwen. We deden onder meer onderzoek naar overstromingsrisico’s, welke bouwoplossingen er zijn en met welke juridische aspecten je rekening moet houden’, zegt Sebastiaan van Herk, projectleider van UFM. Inmiddels is de (Europese) subsidie toegekend aan een nieuw project, MARE, dat strakssamen met de ontwikkelaars van Stadswerven aan de tekentafel zal plaatsnemen om een waterbestendige wijk te bouwen.

S tadswer ven Dord re cht , ar tist impression.

juni 2009 22

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:22

16-06-2009 08:56:24


‘Gepimpte’ binnentuinen in Overvecht

Foto: Max Rozenboom

De Utrechtse wijk Overvecht is een typische hoogbouwwijk uit de jaren zestig van de vorige eeuw. Tussen galerijflats van soms tien etages hoog liggen slecht onderhouden plantsoenen. De overwegend Turkse en Marokkaanse gezinnen maken er weinig gebruik van. Dat moet anders, dacht Jeroen Schenkels van de Dienst Stadsontwikkeling. ‘Veel bewoners in deze buurt zitten in een sociaal isolement. Daar willen we ze uit halen door onder meer de weinige buitenruimte die ze hebben op te knappen.’ Eerst zette hij alle betrokken diensten en organisaties bij elkaar om de tafel. Daarna huurde hij twee ontwerpers in die gepokt en gemazeld waren in het begeleiden en uitvoeren van groenprojecten met bewoners. Ondanks hun ervaring bleek het niet gemakkelijk om de allochtone gezinnen over de nieuwe plantsoenen mee te laten denken. Uiteindelijk kregen de ontwerpers het via een Turkse medewerker van het Utrechtse Milieupunt voor elkaar om Turkse moeders en kinderen naar een inloopmiddag te lokken. De Marokkaanse gemeenschap werd bereikt door met een grote maquette in de tuin te gaan zitten en met hen over hun wensen en behoeften te praten. ‘Op die manier werden de tuinen van henzelf en wilden ze meehelpen met het aanleggen van de nieuwe plantsoenen.’ Inmiddels zijn er elke drie weken enkele tientallen kinderen in de weer met het onderhoud van de tuin.

Moestuin vo or be woners Poptahof, Delft .

beheer en onderhoud van parken en plantsoenen. ‘Perkjes wieden kost geld, maar je moet ook naar de baten kijken. Al is het natuurlijk vervelend dat die meestal niet terechtkomen bij de partij die in het groen heeft geïnvesteerd.’ Er is nog een ander probleem. De stad als woonplek is de afgelopen jaren ongekend populair geworden. De druk op de schaarse ruimte is enorm. Voetbalvelden en volkstuinen lopen voortdurend het gevaar opgeofferd te worden aan de honger naar bouwkavels. Hebben steden nog wel voldoende ruimte om groener te worden als er tegelijkertijd meer woningen worden gebouwd? ‘Ja,’ antwoordt stadsbioloog Remco Daalder van de gemeente Amsterdam volmondig. ‘Er is in Nederland veel meer mogelijk dan wordt gedacht.’

ÎÎ

C leopatradre e f, O ver vecht U tre cht .

Foto: Paul van Eerd

Zo heeft de gemeente de afgelopen jaren volop geëxperimenteerd met allerlei vormen van ‘hightech’ groen die niet veel ruimte kosten maar grote impact op buurten kunnen hebben. In de vaart naast het Rijksmuseum kwamen drijvende riettuinen, die het water zuiveren, maar ook de dichtbevolkte Pijp opfleuren en watervogels een broedplaats bieden. Ook worden er steeds meer ‘postzegelparkjes’ aangelegd: kleine oases in dichtbevolkte wijken met een fontein, speelplek of bijzonder bloemenperk. Onlangs heeft het stadsbestuur nog eens 3,5 miljoen euro extra uitgetrokken om vijf van dit soort miniparkjes aan te leggen in dichtbebouwde wijken als het Westerpark en de Jordaan. En met ingang van 2010 begint Amsterdam, in navolging van Rotterdam, met een subsidieregeling voor de aanleg van daktuinen. De gemeente geeft zelf het goede voorbeeld met het realiseren van een daktuin op het stadhuis.

De eerste twee binnentuinen zijn inmiddels opgeleverd. Er wordt door de omwonenden volop in gespeeld en gepicknickt. Door een slimme inrichting van het terrein is er ook veel minder overlast van schreeuwende kinderen dan sommige bewoners van tevoren hadden verwacht. Met klusdagen en tuinfeesten wordt geprobeerd om het onderlinge contact verder te versterken en de betrokkenheid bij het beheer hoog te houden. Vanwege zijn voorbeeldfunctie won het project in 2007 een prijs van het Nicis als ‘Parel van Integratie’. De komende jaren zullen volgens Schenkels ook de andere binnentuinen in Overvecht met hulp van bewoners worden opgeknapt.

juni 2009 23

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:23

16-06-2009 08:56:25


Trend

Foto: Marcel Bayer

Handige weblinks www.minlnv.nl - zoek op ‘groen en de stad’ www.kei-centrum.nl - zoek op ‘groen’ www.nicis.nl - zoek op ‘groen’ www.alterra.nl - zoek op ‘werkveld landschap’ www.groenforumnederland.nl - zoek op ‘publicaties’ en ‘praktijkvoorbeelden’

Innovatief groen in Parijs In Parijs weten ze als geen ander hoe dichtbevolkte steden met ruimte moeten woekeren. Om de stad groen te houden, zijn in de afgelopen jaren verschillende bijzondere groenprojecten van de grond gekomen. Zo werd in het 12e arrondissement een oud spoorviaduct omgetoverd tot een twee kilometer lange stadstuin met bankjes, bloementuinen en kunstwerken: de Promenade Plantée. In de bogen onder het viaduct kwamen winkels, galerieën en kunstnijverheidsateliers. Even spectaculair is het openbaar bos dat midden in de Nationale Bibliotheek is aangeplant. Het ligt verzonken in de binnentuin van het kolossale gebouw, maar is voor iedereen te bezoeken. Een mooi voorbeeld van dubbel grondgebruik is ten slotte de Jardin Atlantique op het dak van het Gare Montparnasse. Omdat hier de hogesnelheidstreinen naar Normandië en Bordeaux vertrekken, staan in de tuin erboven veel planten en struiken uit het westen van Frankrijk. Vanuit het station kun je de bomen en vijvers zien, terwijl in het park de omroepberichten van de treinen zijn te horen. Een aangenamere plek om op je verbinding te wachten is er niet.

De druk op de schaarse ruimte in steden is enorm

Promenade P l a nté e , Par i j s .

Mobiele palmen en dakpark met waterval Ook in Nijmegen wordt geprobeerd om met kleine initiatieven de stenige binnenstad een groene oppepper te geven. Op het dak van het stadhuis komen, net als in Amsterdam, duizenden sedumplantjes om hemelwater langer vast te houden. Blinde gevels worden met klimop bekleed en op plaatsen waar het planten van extra bomen onmogelijk is, staan verrijdbare bakken met palmen en zuilen die met groen zijn aangekleed. In Rotterdam pakken ze het nog iets grootschaliger aan. Daar heeft het stadsbestuur onlangs besloten dat alle platte daken die vervangen moeten worden een vegetatielaag moeten krijgen. Om het goede voorbeeld te geven is de gemeente begonnen met het aanpakken van het eigen bezit (zie ROmagazine maart 2008). Er worden zelfs nieuwe singels en pleinen aangelegd, die tijdelijk overtollig hemelwater kunnen bergen. Maar het meest spectaculair is toch wel het dakpark van een kilometer lang, dat binnenkort wordt aangelegd boven op een nieuw te bouwen bedrijfsverzamelgebouw. Brede opgangen waarover watervalletjes naar beneden klateren, voeren de buurtbewoners naar een aantal thematuinen en speelvoorzieningen waar al jaren op werd gewacht.

Buitenland is al verder Daalder juicht het toe dat steden steeds creatiever worden in het vergroenen van buurten en wijken. Toch sneuvelen er

naar zijn idee nog te veel leuke en originele ideeën, omdat aan allerlei milieu- en veiligheidseisen moet worden voldaan. ‘In Duitse of Franse steden is veel meer mogelijk zonder dat dit tot rampen leidt.’ In de omringende landen doen ze volgens Daalder sowieso meer met groen en blauw in de stad. Een mooi voorbeeld is het Mediapark in het hart van Keulen. Rond een natuurlijk ogend meer van anderhalve hectare zijn allerlei kantoren, studio’s en cafés gebouwd, waarvan de medewerkers tussen de middag aan de oever graag gaan lunchen of er even uitrusten. Groen wordt er ook vaker vooraf als integraal onderdeel in bouwprojecten meegenomen, waardoor de kosten aanzienlijk kunnen dalen. ‘Een gevel die je later met groen beplant, hoeft minder netjes te worden afgewerkt dan een zichtbare muur.’

PPS-parken Ook voor de financiering van parken en vijvers kunnen Nederlandse bestuurders veel van hun buitenlandse collega’s leren. Zo zijn het in New York vaak bedrijven die postzegelparkjes en binnentuinen aanleggen voor hun medewerkers. Andere bezoekers zijn er overdag en soms zelfs ‘s avonds ook welkom. De kwaliteit van deze parkjes is meestal erg hoog. Zowel in het Paley Park als het Greenacre Park op Manhattan overstemt bijvoorbeeld een brede waterval het hinderlijke verkeerslawaai. Bedrijven kunnen ook meebetalen aan groenvoorzieningen uit hun opbrengsten op de verkoop of verhuur van woningen of parkeerplaatsen. Zo kreeg Boston op het dak van een particuliere parkeergarage er een prachtig groen plein bij. Zelfs het onderhoud wordt deels betaald uit de winst op het parkeren. In Nederland is vooralsnog alleen het Tilburgse Tivolipark een bekend voorbeeld van publiek-private samenwerking bij de aanleg van stadsgroen. Interpolis legde er tien jaar geleden in ruil voor een bouwkavel voor haar hoofdkantoor een park in de binnenstad aan dat ook door omwonenden kan worden gebruikt. In zekere zin kan misschien ook nog het nieuwe recreatiemeer in de Groningse nieuwbouwwijk

juni 2009 24

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:24

16-06-2009 08:56:29


Meerstad als PPS-groen worden beschouwd. Het graven van de waterplas, die ook een belangrijke rol speelt in de waterberging van de regio, wordt namelijk rechtstreeks betaald uit de verkoop van omliggende bouwgrond.

Bewoners beheren groen Het inschakelen van bewoners kan een andere manier zijn om steden groener te maken. Volgens Jeroen Schenkels van de Dienst Stadsontwikkeling in Utrecht is het niet alleen goedkoper, maar wordt er door hun grote betrokkenheid ook veel beter voor de binnentuinen en plantsoenen gezorgd. ‘Het wordt iets van henzelf wat hen bindt met de buurt.’ Zijn stad loopt voorop in het uitbesteden van groenbeheer aan bewoners. Er zijn al driehonderd plekken waar omwonenden het plantsoen of bloemenperk zelf beheren. Een bekend voorbeeld is De Bikkershof in de dichtbebouwde Wittevrouwenbuurt. Bewoners onderhouden er al twintig jaar een idyllische binnentuin met een moes- en kruidentuin, heemplanten, een paar knuffeldieren en een speeltuin voor het kinderdagverblijf. Bij het verderop gelegen Griftpark helpen ongeveer honderd vrijwilligers mee aan het onderhoud van de bloementuin en de paddenpoel. Bijzonder aan dit park van acht hectare is dat het op een voormalige

Het park als vestigingsfactor Amsterdammers zijn trouwe parkgebruikers. Maar dat er in vergelijking met twaalf jaar geleden tweemaal zoveel bewoners van de hoofdstad van het stadsgroen gebruikmaken, was voor onderzoeker Jos Gadet van de Dienst Ruimtelijke Ordening een grote verrassing. Toen hij naar de oorzaken daarvan op zoek ging, bleken vooral de hogeropgeleiden veel vaker naar het park te gaan dan vroeger. ‘Zij gebruiken de voorziening steeds meer als werkplek en locatie om te vergaderen. Eén op de tien gebruikers van het Vondelpark en het Westerpark komt er inmiddels om zakelijke redenen.’ Van de ondervraagde hbo’ers en academici met een eigen bedrijf gaf maar liefst 46 procent aan dat de keuze voor de vestigingslocatie van hun onderneming sterk werd bepaald door de aanwezigheid van groen in de omgeving. De helft van deze groep liet ook de plek van hun woning in sterke mate afhangen van de aanwezigheid van een park. ‘Dat gegeven gaan we gebruiken bij het opstellen van onze nieuwe structuurvisie en hoofdgroenstructuur’, aldus Gadet.

vuilstortplaats is aangelegd. Ook in Amsterdam is met het Diemerpark van een vervuilde en vergeten restruimte net buiten de stad een aantrekkelijk stadspark voor de nieuwbouwwijk IJburg gemaakt.

Toegankelijkheid ommeland verbeteren

De economische waarde van groen Groen in de buurt zorgt voor hogere huizenprijzen. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw vonden onderzoekers in de Verenigde Staten al dat kavels met bomen tussen de 5 en 7 procent meer opleverden dan andere bouwgrond. Grofweg dezelfde percentages vond het onderzoekersbureau Alterra in 1997 bij een onderzoek naar waardeverhoging van parken en plantsoenen in een aantal Nederlandse steden. Huizen waarvan de tuin grenst aan water dat in verbinding staat met een plas, bleken bij verkoop gemiddeld zelfs 28 procent meer op te leveren dan vergelijkbare woningen zonder die kwaliteit. Het onderzoek is in 2004 herhaald voor een aantal middelgrote steden en voormalige groeikernen als Zoetermeer en Purmerend. De resultaten bleken daarbij ongevoelig voor veranderingen in de conjunctuur en regionale verschillen. Water aan de achterkant van een woning leverde 15 procent extra op. Vrij uitzicht op open landschap was goed voor een waardevermeerdering van 12 procent. Met een meerwaarde van ‘slechts’ 6 procent levert water aan de voorzijde of een park aan de voor- of achterkant van de woning nog het minste voordeel op.

Steden kunnen zich dus op veel meer manieren vergroenen dan wordt gedacht. Toch mogen naast alle inspanningen in buurten en wijken de verbindingen met het groene ommeland niet worden vergeten. Voor veel stadsbewoners is het platteland om de hoek een onmisbare tegenhanger van de stedelijke drukte. Toch zijn nog te veel gebieden slecht ontsloten voor fietsers en wandelaars. De ANWB heeft enkele jaren geleden dicht bij de steden wel een aantal korte routes uitgezet. Maar veel voet- en schouwpaden langs dijken en akkers waar wandelaars prachtige tochten zouden kunnen maken, zijn officieel verboden terrein. Als het aan PvdA-Kamerlid Lutz Jacobi ligt, gaat dat binnenkort veranderen. Vorig jaar december nam de Tweede Kamer op haar initiatief een motie aan om alle schouwpaden van waterschappen open te stellen. Ook riep het parlement minister Verburg op manieren te vinden om onwillige grondeigenaren aan te pakken, die weigeren mensen over hun akker te laten lopen. In Engeland is enkele jaren geleden een wettelijk recht van overpad ingevoerd. Wandelaars kunnen daar naar hartenlust over landerijen struinen zonder van het land gejaagd te worden. Jacobi ziet het daar in Nederland voorlopig niet van komen. ‘Op het platteland heerst hier het volle eigendomsrecht. Dat is lastig te omzeilen. Ik hou het daarom liever bij praktische oplossingen zoals het opleggen van toegankelijkheidseisen bij het ontvangen van subsidies. Dat heeft uiteindelijk hetzelfde resultaat.’ Ï Jaco Boer

juni 2009 25

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:25

16-06-2009 08:56:31


Trend

Een

Central Park voor Zuidoost

Van saai kijkgroen naar spannend gebruiksgroen. Het ontwerp van Francine Houben voor het nieuwe Bijlmerpark is een scherpe breuk met het verleden.

juni 2009 26

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:26

16-06-2009 08:56:32


‘A

anvankelijk had ik eigenlijk niet eens een idee dat er zoiets bestond als een Bijlmerpark. Ik kende het Kwakoe-park, van het Kwakoe Festival elke zomer; zompige paden rondom een drassig voetbalveld als het weer niet meezat,’ aldus voormalig journaalpresentatrice Noraly Beyer in de promotiebrochure voor het nieuwe Bijlmerpark. Dit citaat maakt precies het kenmerk duidelijk van het stedelijk groen in de naoorlogse stedenbouw: bomen en grasvelden in overvloed, maar van herkenbare en bruikbare parken is vaak geen sprake. Volgens het modernistische ideaal is de wijk zélf het park en voegt de bebouwing zich naar het groen. De Bijlmer was het letterlijke hoogtepunt van die stroming, een stad waarin de stedelijke elementen zorgvuldig uit het zicht waren gehouden, zodat de bewoners direct in contact stonden met de natuur. Het Bijlmerpark in de wijk onderscheidde zich weinig van het andere groen in de omgeving. Daarin komt nu verandering.

Voortuin Op een zandvlakte in het midden van de wijk, ingeklemd tussen drie drukke doorgangswegen, verrijst tussen nu en 2012 een nieuw Bijlmerpark. Dit stadspark moet moeiteloos de concurrentie aankunnen met het even grote Vondelpark. In opdracht van het stadsdeel Amsterdam-Zuidoost maakte Francine Houben met haar bureau Mecanoo het winnende ontwerp voor het plan, waarin ook de bouw van zevenhonderd woningen is opgenomen. Houben liet zich inspireren door Central Park in New York. ‘Er was veel ongebruikt groen in het oude Bijlmerpark, niemand hield er eigenlijk van. We hebben er bewust voor gekozen om de woningen niet te verstoppen tussen de bomen, maar juist een scherpe rand aan te brengen tussen de huizen en het park. Zo wordt het één grote voortuin, wat hopelijk een gunstig effect heeft op de manier waarop de gebruikers ermee om zullen gaan.’ Natuur, educatie, recreatie: in het ontwerp moesten veel verschillende wensen worden gestopt. Zo komen er horecapaviljoens, een atletiekbaan, drie kunstgrasvelden en een heuvel van zeven meter die als tribune kan dienen tijdens het Kwakoe Festival en andere evenementen. In het rustige deel van het park wordt een eilandje zo ingericht dat de ijsvogel er kan broeden.

Richtlijn Kijkgroen verandert in gebruiksgroen, het is een trend die in meer steden zichtbaar is. Plechtige beschouwingen over ‘licht, lucht en ruimte’ voor de geplaagde stedeling ÎÎ

‘Een discussie over aantallen bomen is te technocratisch’

juni 2009 27

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:27

16-06-2009 08:56:33


Bron: Bureau Mecanoo

Trend

mogen misschien ouderwets aandoen, toch lijkt de invloed van de tuinstadgedachte nog steeds groot. Het woord zegt het al: ‘groen’ is een abstractie, een percentage. In de Nota Ruimte uit 2004 wordt als minimum 75 m2 openbaar groen per woning binnen vijfhonderd meter genoemd. Het getal is in iets minder dan de helft van de grote gemeenten als meestal losjes gehanteerde richtlijn opgenomen in het beleid. Groen is goed, wordt ook bevestigd door onderzoek waaruit blijkt dat alleen al het kijken naar natuur stress kan verminderen. Maar is groener ook altijd beter? Daar valt iets op af te dingen, als je bedenkt F ra n c i n e Ho u b e n : We h e b b e n e r dat de zeer groene naoorlogse wijken het in be wust vo or gekoz en om de woningen populariteit meestal moeten afleggen tegen n i e t te v e r s top p e n t u s s e n d e b o m e n . versteende wijken in het centrum van de stad. Van de G30 is krimpstad Heerlen de groenste, terwijl booming Haarlem onderaan bungelt. Daar zijn natuurlijk allerlei verklaringen voor, maar het bewijst dat ‘meer groen’ niet per definitie beter is.

Kwaliteit

Ï Martin de Jong

Bron: gemeente Amsterdam

Desondanks klinkt er steeds vaker en luider protest tegen het verdwijnen van groen bij vernieuwingsplannen. Nog even en elke bedreigde boom heeft zijn eigen actiegroep. Onder meer de luchtkwaliteit wordt in stelling gebracht;

bomen vangen fijnstof af en volgroeide exemplaren doen dit beter dan nieuwe. Ook in de Bijlmer was er verzet van bewoners, geholpen door het radioprogramma Vroege Vogels, tegen het feit dat er achtduizend bomen verdwijnen terwijl er ongeveer duizend voor terugkomen. Francine Houben: ‘Een discussie over aantallen bomen is te technocratisch, zeker op deze plek. Het gaat om de kwaliteit. Natuurlijk moesten er fraaie exemplaren verdwijnen, maar er stonden ook veel snelgroeiers die hun beste tijd hadden gehad. We hebben bedacht om een deel van de gekapte bomen op stalen pootjes te zetten en ze als hek rondom het park te plaatsen. Daar kunnen kinderen dan naar hartenlust hun naam in kerven, zoals je dat ook in het bos doet.’ Het multiculturele karakter van de Bijlmer wordt benadrukt in het initiatief voor een bomentuin met de nationale bomen van zo veel mogelijk landen. Maar over dat plan is commotie ontstaan, helemaal in de traditie van Amsterdam en zeker in die van Zuidoost. De stichting die moest zorgen voor het multicultibos ligt overhoop met het stadsdeel. Houben moet het in de krant lezen, want na de uitverkiezing van haar ontwerp heeft de veelgevraagde architecte geen contact meer gehad met de opdrachtgevers: ‘Het is echt uitzonderlijk en ook wel jammer dat je niets meer hoort. Al is het maar voor één procent, een plan gaat er altijd op vooruit als de ontwerpers bij de uitvoering worden betrokken.’

B i jlmer park .

juni 2009 28

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:28

16-06-2009 08:56:34


De Vereniging van Milieuprofessionals (VVM) is hét platform voor milieuprofessionals. De vereniging zet zich in voor alle milieuprofessionals, ervaren krachten en nieuw talent. Niet de genoten opleiding geldt als criterium om lid te worden, maar het werkveld. De achtergrond van de leden is daarom heel divers. Juist die variatie van werkgevers en disciplines maakt de VVM al ruim twintig jaar lang tot een wervend en inspirerend platform voor haar leden. Door de open cultuur komen intercollegiale contacten tot stand en is het mogelijk om discussie te voeren en opinies te vormen over alle mogelijke milieuonderwerpen.

Milieu, verkeer en ruimte Milieu, verkeer en ruimte worden vaak in één adem genoemd, bijvoorbeeld in het kader van effectbeoordelingen van infrastructuurprojecten. Maar wat zijn nu de relaties tussen deze drie begrippen? Op de eerste plaats is het van belang te beseffen dat ruimte en verkeer samenhangen. Omdat ergens bijvoorbeeld een nieuwbouwwijk is gebouwd, moet er een ontsluitingsweg, op- en afrit of station komen. En omgekeerd: omdat er ergens een station is gebouwd, komen er kantoren of woningen in de omgeving ervan. De ruimtelijke inrichting beïnvloedt de hoeveelheid verkeer en vervoer, maar ook de verdeling over de vervoerswijzen. Centraal bij die invloed staan drie factoren, al zijn er meer. Ten eerste: de afstand van verstedelijking tot infrastructuur (bijvoorbeeld stations of een op- en afrit van de snelweg) beïnvloedt de hoeveelheid verkeer, en vooral de keuze van de vervoerwijze. Ten tweede: dichtheden. Hoe hoger de dichtheid (bijvoorbeeld: woningen, winkels etc. per hectare), hoe minder

VVM Agenda Kringloopsluiting, de toekomst van de auto-industrie woensdag 10 juni (13.30-17.30) Hogeschool Rotterdam Nationale Milieudag 2009: “Makkelijk Milieu” vrijdag 12 juni (9.00-17.00) Provinciehuis Zuid-Holland, Den Haag Gezondheid, Milieu en Leefomgeving: Waar investeren we in? vrijdag 19 juni (13.00-17.00) Aristo, Utrecht

kilometers mensen hoeven te maken en hoe aantrekkelijker het is om de fiets te pakken of te lopen. En ten derde: functiemenging. Het mengen van woningen, winkels, voorzieningen en scholen leidt tot kortere verplaatsingen en meer fietsgebruik en lopen. De invloed van ruimtelijke inrichting op verkeer wordt vaak overschat door ‘weglekeffecten’ als gevolg van menselijk gedrag. Neem bijvoorbeeld de theoretische winst van dichtheden: omdat alles beter bereikbaar is, kiezen mensen weer verder weg gelegen bestemmingen. Bijvoorbeeld: niet de dichtstbijzijnde supermarkt, maar een verderop die goedkoper is. Of: omdat de winkels toch dichtbij zijn, doen mensen bijvoorbeeld vaker boodschappen in plaats van eens per week. Naast dergelijke volume-effecten heeft de afstand tussen de bron (verkeer/ infrastructuur) van overlast en de ontvanger (bijvoorbeeld: woningen) invloed op milieueffecten zoals geluidhinder en luchtverontreiniging. De ruimtelijke inrichting beïnvloedt

dus de milieueffecten van een gegeven hoeveelheid verkeer. Verder beïnvloedt de relatie tussen ruimte en verkeer het energiegebruik, de emissies naar lucht en de geluidemissie per kilometer. Deze effecten zijn sterk afhankelijk van de wijze waarop voertuigen worden gebruikt (rijgedrag). In een regio met lage bebouwingsdichtheden en veel wegen is het snelhedenpatroon anders dan in het centrum van Amsterdam. Tenslotte zijn er nog vele indirecte effecten. Zo beïnvloedt de ruimtelijk-infrastructurele constellatie hoogst waarschijnlijk de autotypekeuze: een SUV is minder handig in het centrum van Rome dan in Los Angeles. Op dergelijke effecten ga ik niet nader in. Ook het goederenvervoer blijft buiten beschouwing, evenals de verdeling van activiteiten over de tijd, die samenhangt ruimte, verkeer, openingstijden etc. Ï Bert van Wee,

VVM Sectie Verkeer en Vervoer

Bezoek voor meer informatie en aanmelden onze site: www.vvm.info Fifth International Symposium on Non-CO2 Greenhouse Gases (NCGG-5)Science, Reduction Policy and Implementation 30 juni t/m 3 juli Wageningen, Zie www.ncgg5.org Cradle to cradle in bedrijf maandag 7 septgember (15.00-17.00) Amstelveen Nationaal Energiedebat donderdag 17 september Antropia, Driebergen

Biodiversiteit: uitleggen, versimpelen of meeliften? donderdag 1 oktober (13.30-17.00) Driebergen VVM Adresgegevens Josquin des Prézstraat 1, Postbus 2195, 5202 CD Den Bosch, Tel. 073-621 59 85, Fax 073-621 69 85, E-mail bureau@vvm.info, Website www.vvm.info

juni 2009 29

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:29

16-06-2009 08:56:39


Advertorial

New Green

Urbanism

Onze steden krijgen niet alleen te maken met extremere weerscondities (stortbuien, stromen, langdurige droogteperiodes en hittestress), maar vroeg of laat ook met de eco-sociale en economische gevolgen van de klimaatverandering. Onze huidige stedelijke structuren en inrichting hebben onvoldoende veerkracht om de directe en indirecte effecten op te vangen. De hoofdvraag is: hoe maken we het stedelijke weefsel, de stedelijke economie en het leven in de stad klimaatbestendig en duurzaam?

‘W

e spelen Russisch roulette met het Klimaat’ kopte TROUW naar aanleiding van het verschijnen van ‘De Staat van het Klimaat 2008’. ‘De wereld wordt platter, voller en warmer’, aldus Thomas Friedman, en verkeerd in complete crisis. Keer op keer blijkt dat we de ernst en impact van de klimaatverandering schromelijk onderschatten en ons laten leiden door de waan van de dag.

Aanpak Steden als Vancouver, Portland, Freiburg, Malmö en Oslo zijn broedplaatsen van ‘New Green Urbanism’. Een waardegestuurde aanpak, met oog voor de menselijke maat, de verwevenheid van urgente opgaven en met slim gebruik van natuurlijke processen. Het verbindende doel is het in samenhang en samenspel versterken van de identiteit, leefbaarheid, omgevingskwaliteit en vitaliteit van buurten, wijken, steden en stedelijke netwerken. De verwezenlijking is een collectieve cultuurdaad. Het vraagt om experimenteerruimte, nieuwe samenwerkingsallianties (publiek + privaat + particulier), faciliteren van bottum-up initiatieven en nieuwe slimme typologieën en financieringsarrangementen. Een kwestie van vooruitzien, durf en cocreatie.

ARCADIS heeft in dialoog met andere partijen en burgers leidende principes geformuleerd voor het op alle niveaus klimaatvriendelijk (mitigatie + adaptatie) en in brede zin duurzaam maken van steden. De principes zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en versterken elkaar, als ze met een integrale toekomstgerichte scoop worden toegepast. Het begint met het onderkennen dat het sociaal en ruimtelijk adaptatievermogen nauw verweven zijn. Het ‘welzijn’ van de steden wordt bepaald door de wisselwerking tussen de maatschappelijke, economische en ruimtelijke dynamiek. De stad van de toekomst is letterlijk en figuurlijk veel groener en wat betreft water en energie vergaand zelfvoorzienend. Basisregels zijn: spaarzaam met materialen en ruimte omgaan, stimuleren van hergebruik en kleine kringlopen en het ontwikkelen van slimme (decentrale) systemen. Een korte toelichting op twee van de overige principes voor ‘New Green Urbanism’: Ontwerpen en bouwen met de natuur en watersensitieve stedelijke ontwikkeling.

Dragers Klimaatadaptatie en het perspectief van duurzaamheid maken dat we juist ook in stedelijk gebied meer ruimte moeten maken voor en betekenis geven aan water en groen. Het zijn dragers van de identiteit en ruimtelijke kwaliteit van het publieke domein, maar ook de bioregulatoren voor een gezond en vitaal stadsklimaat. Het vergroenen van daken en blinde

juni 2009 30

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:30

16-06-2009 08:56:39


R i ver zone with urban wate r front .

muren van gebouwen is een mooi voorbeeld van een eenvoudige kosteneffectieve win-winoplossing. Het groen houdt regenwater vast, isoleert het gebouw, draagt bij aan het in stand houden en vergroten van de biodiversiteit, ziet er voor omwonenden mooier uit en verbetert de luchtkwaliteit en het microklimaat. Het biedt ook nog eens mogelijkheden voor het kweken van groenten en fruit. De urbane agrocultuur in Havana en diverse Engelse steden zijn een bron van inspiratie (Google: CPULS, Eetbaar Rotterdam, FoodPrint, Guerrilla gardening, Transition towns). Watersensitiviteit gaat over anders leven met water en het vergroten van de veerkracht. Het heeft betrekking op het watersysteem (oppervlakte en grondwater), het regenwaterbeheer en de waterketen (van drinkwaterproductie tot afvalwaterzuivering). De huidige lineaire benadering moet worden omgebogen naar een systeem- en kringloopbenadering. Het betekent ook zoals de Engelse zo mooi zeggen ‘lightening of the water’, het meer boven de grond brengen, goed ruimtelijk inpassen en vormgeven van het regenwaterbeheer. Kunst kan de gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde van het stedelijk weefsel en watersysteem versterken en ons omgaan met water positief beïnvloeden (de symbool- / spirituele waarde van water).

Haarlemmerolie De kernelementen van watersensitieve stedelijke ontwikkeling zijn: - Een robuuste blauwgroene dooradering van de stad, meer water in de openbare ruimte en minder bodemafdichting door toepassen van open verharding; - Multifunctioneel gebruik van het watersysteem (waterwonen, recreatie, natuur, natuurlijke zuivering, rietteelt) geënt op de lokale condities en met beheer en onderhoud op maat, zodanig dat het water en de ruimtelijke inrichting elkaar versterken; - Toepassen van milieuvriendelijke materialen (die niet uitlogen) en waterbesparende maatregelen op gebouw en woningniveau; - Regenwaterafvoer afkoppelen en naar het open water laten stromen of infiltreren in de bodem; - Afvalwater lokaal zuiveren en deels hergebruiken; - Toepassen van duurzame sanitatiesystemen bij nieuwbouw en stedelijke herstructurering; - Rioolzuiveringen opwaarderen zodat het producenten worden van volledig schoon zoetwater en energie (slibvergisting). Algemeen geldt dat zichtbare en tastbare ruimtelijke maatregelen/elementen, die direct bijdragen aan het verlagen van de woonlasten en/of het vergroten van de attractiviteit van de eigen leefomgeving, de Haarlemmerolie zijn voor het mens- en klimaatvriendelijk doorontwikkelen van steden. Ï Dennis Moet senior adviseur Water,

Klimaat & Duurzaamheid / ARCADIS

juni 2009 31

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:31

16-06-2009 08:56:41


Bron: Eko Atlantic Urban Design 41.

Advertorial

Eko Atlantic City rijst op uit Atlantische oceaan

Manhattan in Nigeria E

en kunstmatig eiland in de zee voor de kust van de Nigeriaanse miljoenenstad Lagos. Op dat eiland een groen werk– en woongebied van maar liefst 850 hectare, bereikbaar via vier toegangswegen van elk minimaal vier en maximaal zes rijbanen. Een gloednieuw financieel-economisch centrum, bestemd voor 200.000 ‘incoming workers’, met woon- en werkruimte voor nog eens zo’n 400.000 inwoners. Een beveiligd gebied met torenhoge kantoorkolossen, fraaie appartementen, brede schaduwrijke boulevards, ontelbare horeca- en uitgaansgelegenheden en met een – zeker voor Nigeriaanse begrippen – ultramodern ov-systeem. De naam van deze droomstad die over een jaar of zes, in 2015 dus, als Atlantis uit de zee oprijst? Eko Atlantic City. Ingenieurs- en adviesbureau Royal Haskoning kreeg van lokale private investeerders de prestigieuze opdracht een ontwerp te maken voor het ‘Manhattan van West-Afrika’.

S h a d o w e d s ho pping st reet s wit h par k ing , e a sily a cce sible f rom the public roa d .

Projectleider Hans van der Spek over de ins en outs van deze gigantische klus, waar in totaal tussen vijf en acht miljard euro mee gemoeid is. Vanwaar dit megaproject? Wat is de achterliggende gedachte van de investeerders? “Het voornaamste motief is economisch. Lagos is de grootste stad van West-Afrika en al jarenlang het financieel-economische centrum van de regio. Maar omdat de infrastructuur niet meegegroeid is met het razendsnel toegenomen inwoneraantal, is Lagos letterlijk dichtgeslibd. Een voorbeeld: de afstand van het centrum naar het vliegveld is een kilometer of acht. Maar je doet er gemiddeld vier uur over. Mensen die in Lagos werken, kunnen maar één afspraak per dag inplannen. Meer is niet haalbaar. En dat is natuurlijk funest voor economische groei en de leefbaarheid. Daarnaast spelen er nog andere factoren. Veiligheid is natuurlijk een belangrijk aspect in een land met zulke grote verschillen tussen arm en rijk. De toegang tot Eko Atlantic City is gecontroleerd. Het eiland moet een oase van rust bieden aan werknemers en bewoners. Ten slotte is het eiland ook een antwoord op de intensieve kusterosie in Lagos. Waar nu gebouwd wordt, lag vroeger de kust. We herstellen dus de oude kustlijn.” Hoe pak je zo’n project aan en wat is de rol van Royal Haskoning? “In 2008 is een Chinees bedrijf begonnen met het opspuiten. Aan het eind van dit jaar moet het kunstmatige eiland van 850 hectare er liggen. De afmetingen? Ongeveer vier mijl bij één mijl. Royal Haskoning controleert de baggerwerkzaam-

juni 2009 32

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:32

16-06-2009 08:56:42


Bron: Eko Atlantic Urban Design 41.

heden, ook al omdat we daar in Nigeria veel ervaring mee hebben. Volgende stap is het ontwerp van de nieuwe stad. In de zomer van 2008 is ons Masterplan goedgekeurd. In dat plan geven wij onze visie op de inrichting, de ruimtelijke ontwikkeling van Eko Atlantic City. Kern is de onderverdeling in vijf gebieden met elk een andere invulling: een highwayzone, het financial district, het mixed district – met ruimte voor wonen, werken en recreatie – de riverzone en de atlantic zone, beide met fraaie promenades langs het water. Maar we geven in het Masterplan ook oplossingen aan voor infrastructuur, transport, de milieuproblematiek en het water- en energievraagstuk. Een en ander hebben we gedetailleerd uitgewerkt in het Urban Design & Transport plan dat in februari is afgerond. Begin 2010 moet de bouw echt gaan starten. Dan worden ook de eerste wegen aangelegd. De opdrachtgever pakt dit megaproject dus geleidelijk, stap voor stap, aan. En wij assisteren bij iedere stap.” Wat zijn de grootste uitdagingen? “Dat is toch wel de infrastructuur. Wij kunnen het ons als Europeanen niet voorstellen, maar een stad als Lagos, met bijna 20 miljoen inwoners, heeft nauwelijks een openbaar vervoer systeem. Iedereen rijdt er voornamelijk met aftandse auto’s door de stad. En wie geen auto heeft, springt in een van de 70.000 (!) gele taxibusjes waar gemiddeld twintig

mensen in zitten. Of: maakt gebruik van taximotoren. We moeten voorkomen dat deze verkeerschaos ‘meeverhuist’ naar Eko Atlantic City. Maar: er moeten wel iedere dag 200.000 ‘incoming workers’ het eiland op. Ofwel: 60.000 per uur. Dat lukt niet over de geplande vier toegangswegen. Ons huidige plan bevat niet alleen in totaal 26-banen aan toegangswegen, maar ook een gloednieuw ov-systeem. Met ferry’s, light rail, en op het eiland zelf trams. Er komen twee stations en een veerbootterminal. Die ferry’s zijn een prima en snel vervoersmiddel, omdat Lagos veel (potentiële) waterwegen kent. Bovendien hebben we de voorbije jaren veel waterwegen uitgegraven. Op termijn moet 40 procent van het vervoer op het eiland en 70 procent van het vervoer naar het eiland toe met het openbaar vervoer plaatsvinden. Andere toekomstige uitdagingen zijn de drinkwatervoorziening op het eiland en – vooral – het energievraagstuk. Nu valt in Lagos iedere dag acht keer de stroom uit. Daar moeten we iets op bedenken.” Wordt Lagos hiermee het Dubai van Afrika? “Nee, nee, zeker niet. Daarmee willen ze zich niet vergelijken. De opdrachtgever, rijk geworden als aannemer, stelt heel nadrukkelijk dat hij Lagos en zijn inwoners iets wil teruggeven. Eko Atlantic City dient een doel: het moet Lagos en Nigeria op de lange termijn verder brengen.”

)JHIXBZ;POF

Financial District Mixed District

Atlantic Zone River Zone

.JYFEVTBHFBOE[POJOHPGGVODUJPOT t.JYFEVTBHFHVBSBOUFFTEBZBOEOJHIUBDUJWJUZ t'JOBODJBMBOECVTJOFTTDFOUSFNBJOMZPóDFTBOEDPNNFSDJBMGVODUJPOT t2VJFUBOEHSFFOSFTJEFOUJBMBSFBTBMPOHPDFBOBOEIBSCPVS t%JWFSTJUZJOXBUFSGSPOUTXJUITUSJLJOHWJFXT t%ZOBNJDNJYFEBSFBTJOUIFDFOUSFPGUIFJTMBOE t4FQBSBUFTFSWJDFBSFBJOUIFFBTUFSOQBSU Eko Atlantic Urban Design 14

juni 2009 33

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:33

16-06-2009 08:56:48


Forum

Gebiedsontwikkeling: maar dan ook

ja,

ontkoppelen

Duurzame gebiedsontwikkeling vraagt van milieu om een mee-ontwerpende rol. Hiervoor zijn rekentools nodig en een structurele aandacht voor modellen- en databeheer. De directe koppeling van de Wro en milieuwetgeving kan dan plaatsmaken voor het toetsen van het bestemmingsplan aan het gemeentelijke en provinciale omgevingsplan.

D

e huidige koppeling tussen Wro en milieuwetgeving impliceert een milieuonderzoeksplicht voor het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan kan alleen worden vastgesteld en uitgevoerd als dit voldoet aan de wettelijke (en beleidsmatig vastgestelde) milieukwaliteitseisen. De directe koppeling levert steeds meer complicaties op voor gebiedsontwikkeling. Afbeelding 1 toont de huidige systematiek van ruimtelijke ordening en milieu. Bij gebiedsontwikkeling gaat het doorgaans om (grootschalige) projecten met een lange looptijd (gemiddeld tien tot vijftien jaar). De schaal en planningshorizon maken een masterplan voor de toekomstige ruimtelijke structuur noodzakelijk. De programmatische invulling van de diverse deelgebieden is flexibel. Vervolgens vinden er diverse milieuonderzoeken plaats om inzicht te krijgen in de milieuknelpunten en de mogelijke oplossingen. Het masterplan wordt dan doorgerekend op (financiële) haalbaarheid. Per deelgebied komt er een definitief stedenbouwkundig plan en daarna pas kan het bestemmingsplan worden vastgesteld.

Structuurvisie

PlanMER, Waterplan Verkeers en vervoerplan Milieibeleidsplan

Masterplan/Ontwikkelingsplan

Watertoets

Rekenen en tekenen

Milieuonderzoeken

Gefaseerd ontwikkelen deelgebieden Bestemmingsplan per deelgebied Grondexploitatieplan

MER/Milieuparagraaf Bodembeheerplan en bodemkwaliteitskaart Beleidsvisie externe veiligheid

A f b e e lding 1. Huidige sy ste m a tie k r uimte li jke o rd eni ng en mi l i eu.

Tenminste, als er wordt voldaan aan de gewenste milieukwaliteitseisen (al dan niet met de benodigde ontheffingen).

Rekentools Zo op het eerste oog lijkt deze werkwijze logisch en is er niets mis mee. De praktijk is echter weerbarstiger. Fundamentele keuzes worden gemaakt bij het opstellen van het masterplan. Met GIS en andere rekentools kan het ontwerpen van duurzame gebieden worden versneld, maar dat gebeurt te weinig. Het uitvoeren van milieuonderzoeken voor het masterplan vindt plaats naar inzicht en behoefte van de betrokken partijen en de mogelijkheden. Twee voorbeelden. Bij gebiedsontwikkeling vinden veelal aanpassingen plaats van de verkeersinfrastructuur. Verschillende varianten worden geanalyseerd op hun voor- en nadelen. Daarbij wordt gebruikgemaakt van de beschikbare verkeersgegevens. Een up-to-date verkeersmodel is niet altijd aanwezig. Het berekenen van de gevolgen voor geluid (en luchtkwaliteit) wordt dan doorgeschoven naar het bestemmingsplan. Bij de concrete uitwerking van de deelgebieden zijn verkeerskundige en stedenbouwkundige optimalisaties vaak niet meer mogelijk of te kostbaar. Voor geluid moet dan worden gebruikgemaakt van een ontheffing van hogere grenswaarden, maar vanuit duurzaamheid is dit een suboptimale oplossing. Voor duurzame gebiedsontwikkeling is de beschikbaarheid van een actuele en dynamische verkeersmilieukaart daarom een voorwaarde. Voor het masterplan kunnen dan verschillende oplossingen en maatregelen op kosten en effecten worden beoordeeld. Zo zijn er nog mogelijkheden om het ruimtelijk ontwerp in de gewenste richting aan te passen. De gemeente Apeldoorn heeft voor het project Kanaalzone een rekentool laten ontwikkelen om te komen tot een kosteneffectieve aanpak van de bodemsanering en het grondverzet. De rekentool bestaat uit een GIS die verschillende basiskaarten combineert tot één basiskaart grondbalans. Een van de basiskaarten is de bodemkwaliteitskaart. Met deze rekentool kunnen de kosten van verschillende varianten voor de bodemsanering en het grondverzet worden doorgerekend. Als er een surplus is aan grond kunnen delen van het plangebied worden opgehoogd. Door kruipruimtevrij te bouwen hoeft wellicht minder grond te worden afgevoerd. Door te schuiven met functies binnen het

juni 2009 34

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:34

16-06-2009 08:56:49


plangebied kan worden bespaard op de aanvoer van schone grond, omdat een minder dikke leeflaag nodig is op plekken met immobiele bodemverontreiniging.

Masterplan/Ontwikkelingsplan Rekentools RO/Milieu

Rekenen en tekenen

Modellen en databeheer

Gefaseerd ontwikkelen deelgebieden Bestemmingsplan per deelgebied Grondexploitatieplan A f b eel d i ng 2. Ge w ens te s y s tema ti ek r ui mtel i j k e o rd eni ng en mi l i eu.

plan. In een gemeentelijk omgevingsplan kunnen (milieu) doelstellingen en (milieu)kwaliteitseisen worden opgenomen die differentiëren per gebied. In dat geval is er één integraal toetsingskader voor bestemmingsplannen en vergunningen. Of anders geformuleerd: het bestemmingsplan geeft uitvoering aan de doelstellingen van het omgevingsplan net als actieplannen geluid en luchtkwaliteit dat ook doen. In procedurele zin biedt een omgevingsplan ook voordelen: één plan, procedure en besluit. Bovendien zijn er betere mogelijkheden voor monitoring. Ï Peter van de Laak, Senior adviseur omgevingsbeleid

Witteveen+Bos Kanaalzone Zuid 2008 Grondbalans; totale hoeveelheden grond

en Mez

weg

Lep e

laa rwe g

rweg Aalscholve Zuid Kanaal

Het maken van integrale afwegingen bij gebiedsontwikkeling is complex. Dit heeft verschillende oorzaken. Gemeenten hebben de laatste jaren meer mogelijkheden gekregen om af te wijken van landelijk vastgestelde milieukwaliteitseisen. In sectorale beleidsplannen (en verordeningen) voor bodem, geluid en geur kunnen gemeenten vastleggen hoe ruimtelijke ontwikkelingen worden beoordeeld op de gevolgen voor het milieu. Door de gewenste milieukwaliteiten te differentiëren naar type gebied is er meer flexibiliteit en maatwerk mogelijk bij de ontwikkeling van ruimtelijke plannen. Dit is op zichzelf een positieve ontwikkeling, maar door de diversiteit aan sectorale plannen en milieuregelgeving is het niet eenvoudig de goede afwegingen te maken. Bovendien kunnen zich, als gevolg van het plan, milieueffecten voordoen buiten het bestemmingsplangebied waarvoor redelijkerwijs een oplossing moet worden gevonden. Omgekeerd komt ook voor: het bestemmingsplan voldoet niet aan de wettelijke milieukwaliteitseisen en dit kan alleen worden opgelost door maatregelen buiten het bestemmingsplangebied. In deze gevallen moeten de extra maatregelen buiten het bestemmingsplan worden geregeld en geborgd. Weer twee voorbeelden. Door de verkeersaantrekkende werking van het plan kan de geluidsbelasting op wegen buiten het bestemmingsplangebied toenemen. Momenteel voorziet de Wet geluidhinder er niet in dat dan passende maatregelen worden genomen. Maar er is wetgeving in voorbereiding om daar verandering in te brengen. Ook kan zich de situatie voordoen dat het plan leidt tot externe werking voor een nabijgelegen Natura 2000-gebied. Dan moet het oorspronkelijke plan worden herzien of het verlies aan natuurwaarden worden gecompenseerd. Compensatie zal doorgaans buiten het bestemmingsplangebied moeten worden gevonden.

Omgevingsplan

Bron: Gemeente Apeldoorn en bureau MWH.

Waarom ontkoppelen?

Structuurvisie

exploitatiegrens grondverzet

buitenbeschouwing

Integratie in omgevingsplan

yer Ka

0,1 meter aanvulling

k sdij

0,3 meter aanvulling 0,4 meter aanvulling 0,1 meter afgraven 0,2 meter afgraven 0,3 meter afgraven 0,4 meter afgraven 0,8 meter afgraven 0,9 meter afgraven

ldoorn

1,2 meter afgraven

Zuid Kanaal

eg Ape Spoorw

perceel

Grondverzet / bodemverontreiniging

n - Diere

4.000 4819,13 m3 aanvulling

670,28 m3 afgraven geen verontreiniging

2.000 0

m3

De voorbeelden laten het belang zien van het doorrekenen en beoordelen van de (milieu)effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op een hoger schaalniveau. Voor duurzame gebiedsontwikkeling heeft het daarom voordelen de directe koppeling los te laten en het bestemmingsplan te toetsen aan het gemeentelijk (en provinciaal) omgevingsplan. Afbeelding 2 laat zien dat met rekentools en structureel modellen- en databeheer de gewenste informatie kan worden geleverd voor het opstellen van het omgevingsplan, de masterplannen en bestemmingsplannen. De huidige sectorale milieuplannen (bodembeleidsplan, geluidbeleidsplan, beleidsvisie externe veiligheid), het waterplan en verkeers- en vervoersplan kunnen worden geïntegreerd in het gemeentelijk omgevings-

neutraal

-2.000

367,83 m3 afgraven onbekend bodemkwaliteit 2521,25 m3 afgraven sterk verontreiniging

-4.000 7731,58 m3 afgraven licht verontreiniging

-6.000 0

1

Copyright Gemeente Apeldoorn Copyright Gemeente Apeldoorn Uitgifte: Juni 2008 Uitgifte: Oktober 2008 Art.Nr. RI-WO7868 Art.Nr. RI-WO8312 UWUW

2

3

4

0 0 10 1020 2030 3040 40 Schaal in meters Schaal in meters

K a ar t Grondbalans.

juni 2009 35

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:35

16-06-2009 08:56:49


Forum

Interactieve planvorming met burgers als Door goed gebruik te maken van klankbordgroepen en inspraakavonden is veel narigheid bij verdere planvorming te voorkomen. Interactieve planvorming is dus een serieuze zaak die vraagt om een professionele aanpak. Deskundige begeleiding is hierbij onontbeerlijk. En mocht je alsnog bij de Raad van State uitkomen, verzeker je er dan van dat het plan van zodanige kwaliteit is dat eventuele individuele bezwaren gepareerd kunnen worden in het licht van de gemeenschappelijke visie die je met het plan uitdraagt. Dan leidt interactieve planvorming tot meerwaardecreatie bij gebiedsontwikkeling.

D

e praktijk leert dat het goed laten functioneren van klankbordgroepen met sleutelfiguren uit een lokale gemeenschap bezwaren in het bestemmingsplantraject beperkt. Het constructief gebruikmaken van lokale kennis is dan ook de grote winst van het ‘klankborden’. Wel is van belang dat rollen, taken en verantwoordelijkheden voor aanvang van het traject goed zijn gecommuniceerd. De meningen van belanghebbenden zijn immers relevant, maar de betrokkenen zijn uiteindelijk niet beslissingsbevoegd.

Portefeuillehouder moet aftrap en slotwoord van discussieavonden verzorgen

Schetsen Vooral bij het opstellen van structuurvisies, toekomstvisies of (deel)gebiedsvisies is interactieve planvorming een goed instrument. Bij gebiedsontwikkeling is het verstandig om een portefeuillehouder de aftrap en het slotwoord van discussieavonden te laten verzorgen: burgers willen de verantwoordelijke bestuurder graag horen uitleggen hoe het spel gespeeld wordt. Wat goed werkt, is het door de aanwezigen laten schetsen van hun ideale toekomstbeeld van het te ontwikkelen gebied. Dit gebeurt vaak nadat een aantal uitgangspunten en randvoorwaarden voor de toekomstige gebiedsontwikkeling zijn meegegeven in het geval het gaat om te herontwikkelen of te transformeren gebied. Op basis van de verkregen schetsen is de volgende stap om te komen tot ontwikkelingsmodellen die in een navolgende bijeenkomst bediscussieerd worden. Op de slotavond peilen projectleider en wethouder of er draagvlak is voor de variant die op basis van alle inzichten het meest voor de hand ligt.

Lokale kennis Het is de kunst om alle betrokkenen de gelegenheid te bieden hun zegje te doen en dankbaar gebruik te maken van hun gebiedsspecifieke kennis. Daarmee voelt een lid van een klankbordgroep zich ook nuttig en is hij of zij niet alleen maar ‘vulling’ voor het proces. Wanneer een adviesbureau is ingeschakeld, moet de onafhankelijk deskundige in staat zijn om de beste ideeën om te vormen tot één of meerdere realistische gebiedsfoto’s van de toekomst. Juist deze gebiedsfoto’s zijn belangrijk: betrokkenen kunnen met behulp van visualisaties inbeelden hoe een gebied er in de toekomst uit komt te zien. Een nadeel van het instellen van een klankbordgroep is de tijd en de energie die ermee gemoeid zijn. Je bent er vaak niet

juni 2009 36

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:36

16-06-2009 08:56:51


Foto’s: Floris Marcus, RBO

klankbord

I Rotterdam , 2009

met één avond: het zijn vaak trajecten van drie of vier keer bijeenkomen, afhankelijk van de complexiteit van de opgave. Echter juist bij politiek beladen gebiedsontwikkelingen, bijvoorbeeld bij herstructureringen en inbreidingen, is de mening van omwonenden cruciaal. Zij zijn namelijk degenen die straks tegen toekomstige bouwwerken aan moeten kijken.

Regie De competenties van de spreekstalmeester tijdens klankbordgroepbesprekingen of interactieve sessies met omwonenden moeten goed ontwikkeld zijn. Deze persoon voert de regie zodanig dat betrokkenen voldoende gehoord zijn en het gevoel hebben dat hun ideeën werkelijk bijdragen aan de totstandkoming van het gebied. Het mag geen theatershow worden. Realiteitszin is absolute voorwaarde, maar ook het loslaten van het ‘met alle winden meewaaien’-principe. Een no-nonsenseinstelling, maar wel duidelijkheid bieden werkt het best. De kosten van de organisatie van interactieve avonden met betrokkenen zijn relatief beperkt. Uiteraard zal de externe deskundige een factuur sturen voor zijn gemaakte uren, maar verder zijn enige kosten de consumpties en de zaalhuur van een dorpshuis, een wijkcentrum of een vergaderlocatie. Het werkt goed om zo’n avond te organiseren in het gebied zelf. Afhankelijk van het type ruimtelijke opgave zijn er, zoals beschreven, meerdere avonden nodig. De baten zijn echter groter dan deze kosten, wetende dat het draagvlak voor een toekomstige beoogde gebiedsontwikkeling fors is vergroot door de toepassing van de interactieve planvorming.

Spiegel Het zakelijk en deskundig toelichten van de gemaakte keuze voor een van de geschetste ontwikkelingsvarianten is weliswaar niet zonder risico, maar bedenk altijd dat het uiteindelijk zal gaan om het gemeenschappelijke belang. Hou deze spiegel ook tijdens de plansessies voor, zodat de individuele neiging om de ‘achtertuin’ gevrijwaard te houden van toekomstige bebouwing zo veel mogelijk beperkt blijft. Wat als klankbordgroepleden of bewoners waar je intensief mee hebt geparticipeerd in het interactieve planvormingstraject alsnog bezwaar maken?

Sessie/dis

c u s s i e av on

d met bur ge rs in ge m ee nt e

M oe rd i jk .

Vergeet niet dat bezwaar maken een recht is en verweven zit in onze plansystematiek van bestemmingsplannen en m.e.r.-procedures. Wellicht dat een goed voorbereid ambtelijk gesprek alsnog leidt tot het wegnemen van de bezwaren, maar reken er niet te veel op. Zorg dat de plannen zo veel mogelijk draagvlak hebben en dermate volledig en vakkundig zijn dat, mocht het komen tot bezwaar en beroep, de individuele bezwaren kunnen worden weggenomen tijdens zittingen. Het gaat tenslotte om een businesscase, waarbij de baten voor de gemeenschap te allen tijde groter moeten zijn dan het aantal beperkte negatieve effecten voor enkele betrokkenen. Reken dus op de deskundigheid van de ingezette projectteamleden die samen met projectleider en bestuurders het plan hebben opgesteld. Anticipeer op de risico’s die zich voor kunnen doen door in een zeer vroegtijdig stadium een uitgebreide risicoanalyse te maken en verzin tegenmaatregelen om eventuele bezwaren vroegtijdig weg te nemen. Ï Drs. Michel Simons, projectleider

gebiedsontwikkeling bij Eiffel

juni 2009 37

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:37

16-06-2009 08:56:53


Gebiedsontwikkeling in de veranderende wettelijke context Integrale gebiedsontwikkeling wacht een mooie toekomst. Een toekomst waarin waardecreatie en kwaliteit zich kunnen ontwikkelen tot centrale begrippen. Maar daar moeten we wel iets voor doen! De Wet ruimtelijke ordening, met daarin opgenomen de grondexploitatiewet, kan gebiedsontwikkeling een nieuwe impuls geven en biedt uitzicht op nieuwe mogelijkheden en uitdagingen. Gebiedsontwikkeling vergt een interdisciplinaire aanpak waarin zowel publieke, als private partijen hun plek vinden. Om tot optimaal resultaat te komen, is een belangrijke opdracht aan alle betrokken partijen vanuit de veranderende wetgeving de focus blijvend te richten op kennisdeling.

Palet aan dienstverlening De dienstverlening van Eiffel richt zich op (integrale) financiële, juridische en procesmatige oplossingen binnen gebiedsontwikkeling, zoals: • • • • • • •

handhaving RO Wabo (omgevingsvergunning) digitalisering/actualisering bestemmingsplannen invoering Wro grondexploitaties inclusief exploitatieplannen uitbouw planeconomie en grondzaken project- en procesmanagement

In samenwerking met gemeenten, waterschappen, provincies en woningcorporaties, ontwikkelde Eiffel een visie op gebiedsontwikkeling. Gebiedsontwikkeling groeide uit tot een vakgebied waarin inhoud en proces, belangen en maatschappelijke afwegingen steeds meer verbonden zijn. De rol van gemeente en woningcorporatie moet én zakelijk zijn én de publieke zaak dienen. De opdrachten die Eiffel uitvoert, worden gekenmerkt door een resultaatgerichte en transparante (project)aanpak door beproefde methoden en technieken. Daarbij bieden we niet alleen de oplossing, maar nemen ook de implementatie en de uitvoering van projecten voor onze rekening. Dit heeft geleid tot slimme financiële constructies, slagvaardige besluitvorming en efficiënte lange termijn oplossingen voor een breed scala aan publieke en private opdrachtgevers.

Kennisdeling Eiffel hecht veel belang aan goed kennismanagement. Niet alleen in haar projectuitvoering, maar ook door continue kennisdeling met de doelgroep. Via Eiffel@ducation verzorgen wij voor gemeenten, provincies, woningcorporaties en adviesbureaus vakinhoudelijke opleidingen zoals de opleidingen Gebiedsontwikkeling, Ruimtelijke Ontwikkeling, de Wro in de praktijk en Bestemmingsplannen. Daarnaast organiseren we regelmatig themabijeenkomsten voor klanten en professionals waarin de uitwisseling van theoretische en praktische ervaring centraal staat. Naast artikelen die we publiceren, verscheen dit jaar binnen de Eiffelreeks het boek Gebiedsontwikkeling. Krachten gebundeld’.

Vind de x Eiffel biedt haar klanten ‘grip op de zaak’. ‘In control’ zijn is een voorwaarde om vooruitgang te boeken. Is er grip op de zaak, dan kunnen onze klanten erop rekenen dat we samen met hen de x vinden, de kritische succesfactor die uiteindelijk tot die vooruitgang leidt. Voor onze projectleiding in gebiedsontwikkeling is de x bijvoorbeeld een helikopterview. Vanuit deze scope reiken wij de doorslaggevende oplossingen aan. Daarbij weet de opdrachtgever ook dat we niet alleen een advies geven, maar de oplossing duurzaam in zijn organisatie verankeren. Om hiertoe in staat te zijn, investeren we ook nu in de ontwikkeling van onze medewerkers en in het verdiepen van de klantrelatie. Want alleen dan kunnen we de kwaliteit leveren waar onze opdrachtgevers recht op hebben. We nemen geen genoegen met minder dan de top!

Contact Wilt u meer weten over de dienstverlening van Eiffel? Neem dan contact op met Michel te Riele, manager Gebiedsontwikkeling. Telefoon 06 26 56 44 59

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:38

Zoekt u een inhoudelijke sparringpartner over Gebiedsontwikkeling? Neem dan contact op met Michel Simons, themacoördinator en projectleider Gebiedsontwikkeling. Telefoon 06 26 56 44 27 Of kijk op www.eiffel.nl/gebiedsontwikkeling.

16-06-2009 08:56:57


DE EIFFEL REEKS

GEBIEDSONTWIKKELING KRACHTEN GEBUNDELD

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:39

16-06-2009 08:56:59


Essay

Provincies zullen geen heelmeesters zijn Verouderde bedrijventerreinen moeten sneller op de schop. De commissie-Noordanus heeft een forse stap gezet. Nu moet er doorgepakt worden met het advies van de commissie.Helaas is de praktijk veel weerbarstiger. Heilige huisjes zouden gesloopt moeten worden, maar het huidige debat dreigt te gaan over de invulling van de rol van de provincies bij regionale samenwerking en meer marktwerking op bedrijventerreinen. Dit terwijl de knelpunten in de uitvoeringspraktijk liggen.

juni 2009 40

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:40

16-06-2009 08:56:59


edrijventerreinen zitten in het verdomhoekje. Ze verouderen te snel, ze zijn lelijk, ze worden extensief gebruikt, ze zijn relatief goedkoop en er zijn er op eerste oog teveel van. De herstructureringsopgave neemt alleen maar toe. Sinds het adviesbureau Heidemij (nu Arcadis) in 1996 de landelijke herstructureringsopgave in beeld heeft gebracht, wordt geworsteld met de vraag wat we toch moeten met deze oude bedrijventerreinen. Door de voortdurende aanleg van (te) veel nieuwe terreinen en de zeer geringe voortgang van de herstructurering is de opgave alleen maar groter geworden. Mede door het VROM-raad advies ‘Werklandschappen’ uit 2006 en het advies van de Taskforce Noordanus uit 2008 is het besef gegroeid dat er wat moet gebeuren.

-

-

Heilige huisjes en dogma’s De structurele problemen op de bedrijventerreinenmarkt – terreinen verouderen te snel en er worden te veel nieuwe terreinen ontwikkeld tegen een te lage prijs – blijven intact omdat de heilige huisjes ongemoeid blijven. De problemen bevinden zich op lokaal niveau. Acht heilige huisjes c.q. dogma’s staan een voortvarende aanpak in de weg: - Er zijn nog steeds wethouders die denken dat een bedrijventerrein een banenmachine is en een cash cow. Dit, terwijl de helft van de banen vaak verplaatste banen zijn en de opbrengsten van een nieuw terrein erg laag zijn, omdat kavels zelfs onder de

-

-

kostprijs worden verkocht. Maar ja de buurgemeente doet het ook. Het beeld heerst dat bedrijven altijd op een bedrijventerrein willen zitten, terwijl bedrijven geen keus hebben. Bedrijventerreinen zijn de enige locaties die worden aangeboden. Vergeten wordt dat de meest dynamische en innovatieve bedrijven zich bevinden in het MKB. Dit soort bedrijven zitten in de wijken en binnensteden. Het huisvesten en faciliteren is echter zeer divers en vereist maatwerk, terwijl we al tientallen jaren gewend zijn bedrijventerreinen aan te leggen. Helaas is weinig bekend over de beheer- en onderhoudsopgave, die gemeenten hebben veroorzaakt. Gemeenten zijn in de vorige eeuw de grootste ‘free rider’ geweest op bedrijventerreinen. Beheer en onderhoud waren te lang sluitposten op de gemeentelijke begroting. Naast Rijk en provincies moeten dus zeker deze ‘free rider’ gemeenten ook de beurs trekken. Het gevaar dreigt anders dat slecht gedrag nog wordt beloond ook. Er is weinig bekend wat ondernemers oude terreinen vinden en waarom zij dit vinden? Het is nu vooral de overheid die denkt te weten welke terreinen verouderd zijn. Onderzoek toont aan dat er grote verschillen zijn tussen de mening van overheden en ondernemers. Wordt het niets eens tijd de gebruiker te ondervragen? Het gevaar dreigt dat het debat over bedrijventerrein verengt tot een discussie over snelwegpanorama’s, mooie en lelijke bedrijventerreinen en stedenbouwkundige kwaliteit. Bedrijventerreinen zijn bedacht om er te ondernemen en florerende bedrijven te faciliteren die groei van omzet, toegevoegde waarde, personeelsleden etc. kennen. Het economisch functioneren en de vraag van ondernemers ÎÎ

Foto: Roel Dijkstra.

B

juni 2009 41

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:41

16-06-2009 08:57:01


Essay

pakken. Zij stellen voor de periode 2010–2020, in goed overleg met de betrokken gemeenten, herstructureringsprogramma’s op ‘met een concrete uitwerking van een niet-vrijblijvende regionale aanpak’. Partijen (gemeente, private vastgoedbedrijven, ondernemersverenigingen, werkgeversorganisatie etc.) moeten regionaal en gezamenlijk de herstructurering oppakken. Ook de methode om dit af te dwingen lijkt duidelijk: wie niet samenwerkt, die krijgt geen geld. De vraag is hoeveel verder men bovenop de huidige regionale samenwerking en herstructureringsprogramma’s wil gaan. Onderzoek van het blad Bedrijventerrein (februari 2009) toont aan dat de meeste vormen van regionale samenwerking zich laten vergelijken met een ‘gedwongen huwelijk gearrangeerd door een boze oom die provincie heet’. Ook de cijfers liegen er niet om. Meer dan de helft van de respondenten (N = 242) is het oneens met de stelling dat herstructurering alleen via regionale samenwerking kan worden opgelost. En, hoewel de waardering voor de visies die samenwerkingsverbanden hebben een 7,3 scoort, komt de ‘daadkracht’ niet verder dan een 5,8. De praktijk is nog niet klaar voor een intensieve samenwerking. Het venijn zit hem in de staart: een daadkrachtige uitvoering. De nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt mogelijkheden. Op gemeentelijk en provinciaal niveau kan beleid zichtbaar gemaakt worden door het opstellen van structuurvisies. Van het instrument structuurvisie wordt veel verwacht met betrekking tot integraal bedrijventerreinenbeleid. De nieuwe mogelijkheden van het provinciale doorzettingsinstrumentarium ogen indrukwekkend: de provinciale ruimtelijke verordening, het inpassingsplan en de proactieve en reactieve aanwijzing aan gemeenten. Dit biedt garanties voor een strakkere bedrijventerreinenplanning. Nu er ook extra middelen, de ‘bruidsschat’ van het Rijk, à € 400 miljoen vrijkomen, moet de provincie voldoende toegerust zijn. Dit vereist een enorme Foto: Roel Dijkstra.

moet voorop staan in de discussie over mooie functionerende terreinen. - Het economisch functioneren laat zich niet uitdrukken in een ‘hectare’. De term hectare is een eigen leven gaan leiden. Voor beleid geldt dat een ‘geherstructureerde hectare’ de maatstaf voor succes is. Deze indicator verbergt de achterliggende doelstellingen van herstructurering. De uitdaging is de begrippen ondernemersklimaat, vestigingsklimaat en veroudering te operationaliseren. - Er wordt al lang gesproken over meer en beter regionaal samenwerken en verevenen. Dit is hard nodig, maar vergeten wordt dat dit een revolutie betekent voor veel overheden en dus een proces zal zijn van jaren. - Gemeentelijke herstructureringen richten zich vooral op het (revitaliseren van het) openbare gebied. De opvatting is dat de op terreinen gevestigde bedrijven c.q. vastgoedeigenaren verantwoordelijk zijn voor het herontwikkelen van verouderd vastgoed. Star vasthouden aan deze stelling helpt herstructurering niet vooruit.

Door deze heilige huisjes lukt het niet tot een doorbraak te komen. De heilige huisjes bepalen in belangrijke mate toekomstige trajecten. Een rigoureuze systeemwijziging á la Noordanus is dan misschien slechts haalbaar op papier.

Nieuw bedrijventerreinenbeleid De commissie Noordanus heeft belangrijke verbetervoorstellen gedaan. Kern is dat op regionaal niveau moet worden samengewerkt en provincies haar regierol moeten

juni 2009 42

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:42

16-06-2009 08:57:02


Uitvoering bedrijventerreinenbeleid/geborgd in provinciale Wro-verordening? (stand van zaken 1 april 2009)

Ja

Nee

Vooralsnog niet/ in uitvoering

Provinciaal belang (zoals verwoord in structuurvisie of ander beleidsdocument)

50% (6)

17% (2)

33% (4)

Regionale samenwerking

33% (4)

42% (5)

25% (3)

Uitvoeringsorganisatie/verevening

8% (1)

75% (9)

17% (2)

Beheer, onderhoud en parkmanagement

8% (1)

75% (9)

17% (2)

Bron: eigen bewerking.

Doorzettingsmacht provincie

Ta bel 1. Huidig gebr uik van de provinci ale verordening vo o r d e u i t vo e r i n g v a n b e d r i j v e n ter re i n e n b e l e i d

gedragsverandering van provincies die lange tijd met uitzondering van subsidieregelingen weinig dwingend waren wat betreft het versnellen van de herstructureringsopgave.

Provinciale regierol De vraag is of een nieuwe bestuurlijke positie en een opgewaardeerd bestuurlijk-juridisch en financieel vermogen voldoende is daadkrachtig de uitdaging van de verouderde terreinen aan te gaan. Had de provincie de uitdaging niet eerder kunnen oppakken? Welke dieper liggende processen gaan schuil achter het blijkbaar niet regionaal willen samenwerken en verevenen tussen winst en verliesgevende locaties? Waarom is het eigenlijk zo interessant voor overheden te blijven gaan voor nieuwe terreinen? In de Nota Ruimte hebben de provincies onder het motto ‘decentraal wat kan; centraal wat moet’ een regierol gekregen in het ruimtelijk economisch beleid. Wat betreft de regie over de aanleg van nieuwe terreinen is de provincie hierin geslaagd, maar hun regisseerde rol bij herstructurering is zeer beperkt gebleven. Onder de oude WRO bestonden er voor provincies mogelijkheden meer regie te pakken rond de planning van terreinen. Zo konden in streekplannen concrete beleidsbeslissingen worden opgenomen. Deze beslissingen moesten in acht worden genomen bij de vaststelling van regionale en gemeentelijke ruimtelijke plannen (art. 4a lid 1 WRO). De inzet van het doorzettingsinstrument van de provinciale verordening is nadrukkelijk als vangnet bedoeld. Uit tabel 1 blijkt dat dit nieuwe vangnet nog niet door alle provincies in werking is gesteld. Vooral als het gaat om de uitvoeringsorganisatie en het beheer en onderhoud van de terreinen, lijken de provincies er nog niet klaar voor, of zijn ze nog niet bereid tot, het inzetten van het nieuwe doorzettingsinstrumentarium. Hierbij dient te worden opgemerkt dat provincies momenteel samen met Rijk en VNG bezig zijn de uitvoering van het bedrijventerreinbeleid anders in te vullen.

De eerste aanwijzingen zijn hoopvol. De provincies willen sturen en zien in dat het systeem op de schop moet. Voor beleidsafstemming wordt gegrepen naar het buitenwettelijke instrument van overleggen en bestuursovereenkomsten. In deze overeenkomsten kan de provincie afspraken over gewenste ruimtelijke ontwikkeling of bescherming van provinciale belangen vastleggen. De provincie kon dus ingrijpen, maar heeft dit grotendeels nagelaten. Niet dat de provincies stil hebben gezeten, want er is veel gedaan aan het ondersteunen van planvorming en er zijn serieuze financiële impulsen gegeven. Maar tot een echte regiefunctie bij herstructureringen is het nog niet gekomen. Positief is dat meerdere provincies – geïnspireerd door de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM) – een herstructureringsfonds hebben ingevoerd c.q. gaan invoeren. Vooralsnog is zo’n fonds ingevoerd in Limburg (LIOF), Overijssel en Gelderland (NV Oost). Onze vrees is dat we door een institutionele verandering denken dat alles beter en sneller gaat. Het debat welke overheidlaag en welk schaalniveau de herstructurering moet organiseren, gaat voorbij aan de heilige huisjes en knelpunten in de uitvoeringspraktijk. Deze structurele problemen zijn omvangrijker dan Noordanus’ positieve toon dat ‘in een aantal provincies nog een bestuurlijke cultuuromslag nodig zal zijn om de systeemverantwoordelijkheid waar te maken’. Wanneer structurele problemen genegeerd worden, dan zal de ‘niet-vrijblijvende regionale aanpak’ geen duurzame oplossing opleveren. Onorthodoxe en pijnlijke maatregelen en keuzes zijn nodig. Een succesvolle implementatie van Noordanus zoals provincies beogen te doen, is een stap in de goede richting, maar is nog steeds onvoldoende. De heilige huisjes zorgen er voor dat de uitvoeringspraktijk weerbarstiger is dan vaak wordt aangenomen. Dat herstructureren moeizaam verloopt, blijkt uit de evaluatie van het rijkssubsidie-instrument Topper (Voor het integrale rapport verwijzen we naar www.nicis.nl). ÎÎ

juni 2009 43

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:43

16-06-2009 08:57:03


Essay

Oprechte betrokkenheid valt tegen Een achteroverleunende provincie: ervaringen uit de evaluaties van de regeling Herstructurering en Innovatief Ruimtegebruik Bedrijventerreinen (HIRB) van de provincie Noord-Holland. Hoewel de algemene toon van zowel de tussenevaluatie (Stec Group, 2005) als de eindevaluatie van de tender 2004-2007 (Noord-Holland, 2007) positief is, blijkt wel dat de oprechte betrokkenheid te wensen over laat. Gesteld wordt dat de provincie slechts betrokkenheid toont in de periode van subsidieaanvraag. Daarna wordt het stil. Uit de Noord-Hollandse rapportage: “een minpunt is dat er buiten de contacten rondom de voortgangsrapportage weinig belangstelling bestaat vanuit de provincie, zowel ambtelijk als bestuurlijk.” Stec concludeerde in 2005 “in de huidige HIRB-regeling, maar ook in het provinciale beleid is geen aandacht voor het monitoren van de projecten die een HIRB-subsidie ontvangen hebben.” Uit de evaluatie blijkt dat er in provincie nog weinig informatie is over de kosten en opbrengsten van de herstructureringen. De provincie heeft wel zicht op de omvang van het aantal hectaren te herstructureren terrein, maar niet op de kosten hiervan. Stec beveelt bescheiden aan: “[…] het is belangrijk dat u grofweg inzicht krijgt in het ambitieniveau van herstructurering. Is overal een zware herstructurering nodig of volstaat een lichte? En geldt dit voor het hele terrein, of alleen voor een deel? Deze informatie is nodig om meer gevoel te krijgen voor de omvang van de herstructureringsopgave waar Noord-Holland de komende jaren voor staat en op basis daarvan: welke rol u als provincie hierin wilt spelen.”

Lessen voor de toekomst en voor de praktijk Onze vrees is dat het effect van Noordanus in de praktijk vooral is dat we door een institutionele verandering en decentralisatie denken dat alles beter en sneller gaat. Echter, regionale regie, samenwerking én een zak geld is slechts één spoor. Het tweede spoor zal het afrekenen met de heilige huisjes moeten zijn en méér aandacht voor de weerbarstige uitvoeringspraktijk. De actief regisserende rol van de provincies vraagt om een nieuw beleidsmatig evenwicht. De provincies en de VNG moeten de convenanten rond het herstructureren van bedrijventerreinen vrijwaren van heilige huisjes. Reken af op het economisch functioneren van terreinen, stel de ondernemer centraal, steek de schop in de private grond en vastgoed, eis modern beheer en onderhoud en praat over versnelling van de uitvoering in plaats van over nut en noodzaak van regionaal samenwerken. Uit de evaluatie van het Topperbeleid blijkt dat de moeizame uitvoering het gevolg is van bureaucratie, wantrouwen, interne beleidsprocessen en een veelheid aan praatcircuits. Het beschikken over een bredere visie en het uitvoeren van een goede analyse is een eerste stap. Belangrijker is dat er

niet alleen aandacht is voor het financieren van de fysieke uitvoering, maar er (financiële) ruimte herstructurering beter te organiseren. Er is substantieel procesgeld nodig en een probleemeigenaar met mandaat. Helaas zie je de afgelopen jaren dat veel gemeentelijke afdelingen EZ veel te dun bemenst zijn en nauwelijks beschikken over middelen en mandaat. Dit, terwijl juist deze afdelingen moeten weten wat ondernemers beweegt en de regie moeten hebben wanneer gebieden worden opgepakt waar ondernemers zitten. Gemeenten en provincies zouden bij het opstellen van plannen gezamenlijk moeten focussen op de uitvoering en de haalbaarheid daarvan in plaats van zaken opschrijven die de subsidiegever graag wil horen.

De provincie kon dus ingrijpen, maar heeft dit grotendeels nagelaten Het diepgaander inventariseren van de knelpunten in de uitvoering van lokale projecten én het grondig doordenken van oplossingen, verdient dan ook nadrukkelijk de aanbeveling. Bij de implementatie van Noordanus dient te worden beoordeeld of en in hoeverre de knelpunten in de lokale praktijk worden opgelost door regionale/provinciale planning en programmering. Verschillende bestuurslagen moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Als men er regionaal niet uitkomt of te lokaal gericht is moet gestuurd worden op programmatische plannen, waarin ruimte voor bedrijvigheid centraal staat. Stel een vorm van parkmanagement/modern beheer van een terrein gewoon verplicht anders komt zo´n terrein niet in aanmerking voor subsidies. Geld stoppen in een herstructureringsfonds zorgt ervoor dat de vaart in het herstructureringsproces blijft. De andere provincies zijn aan zet. Ï Dr. Cees-Jan Pen & mr.drs. Coen Geerdes

Cees-Jan Pen is als programmaleider onderzoek verbonden aan Nicis Institute. Coen Geerdes werkt bij Nicis Institute als onderzoeker. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven. Wij willen drs. Marianne van den Anker, projectleider van de evaluatie Topper bedanken voor haar commentaar en vasthoudendheid om het maximale uit de evaluatie van het Topperbeleid te halen. Ook gaat dank uit naar Ruud Dorenbos voor zijn nuttige commentaren.

juni 2009 44

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:44

16-06-2009 08:57:03


100% inspiratie

In 100% inspiratie doen lezers in woord en beeld verslag van plekken, gebieden, ontwikkelingen die hen inspireren bij hun werk op het gebied van de ro.

Speeldernis: de natuur als speeltuin M

idden in Rotterdam, tussen Diergaarde Blijdorp en de Mevlana Moskee, ligt de Speeldernis, een natuurspeeltuin voor kinderen van alle leeftijden. Een oppervlakte van ongeveer een hectare biedt ruimte aan een kinderdagverblijf, een speelruimte voor de allerkleinsten (met ondiep water) en een avontuurlijker gedeelte voor de oudere kinderen (met dieper water). Geïnspireerd door de prachtige website en enthousiaste verhalen toog ik op Goede Vrijdag met een auto vol kinderen en een tas vol lekkers richting Rotterdam. We waren nog maar net binnen of de jongens van acht waren al een dammetje aan het bouwen in de beek. Gewapend met stokken om hun evenwicht te bewaren, liepen ze over de boomstam over het moeras. De meiden van elf deden het als beginnende pubers wat rustiger aan, maar lieten al snel hun schroom varen en groot was de pret toen ze ‘per ongeluk’ een nat pak haalden. Het geheim van de Speeldernis is even simpel als sterk: water en zand/modder om mee te kliederen en je van top tot teen mee in te smeren, planken en boomstammen om over de beekjes en het moeras te lopen, takken om een hut te bouwen en een afwisseling van open ruimten en besloten verstopplekken zoals riet, een uitkijkpost, een hut en ondergrondse tunnels. Ook aan de ouders is gedacht: er zijn picknicktafels in de zon, in schaduwplekken onder de bomen en onder de tunnels van wilgentenen. Aan het einde van de dag ben ik er als moeder van overtuigd dat de natuur kan wedijveren met (spel)computers en attractieparken en meer bijdraagt aan de motorische en sociale ontwikkeling van het kind. Als professional en pleitbezorger van binnenstedelijke verdichting ben ik ervan overtuigd dat verdichting heel goed kan samengaan met natuurbeleving in de stad. Mijn pleidooi is om meer avontuurlijke speelplekken in de stad te creëren waar kinderen hun fantasie de vrije loop kunnen laten en in contact kunnen komen met de natuur. Er zijn genoeg plekken die nu alleen fungeren als kijkgroen of ‘opvulgroen’ en die met een beetje fantasie en weinig middelen omgetoverd kunnen worden tot natuurspeelterreinen. Beleidsmakers moeten dan wel aan het concept van speeltuin met voorgeprogrammeerde speelmogelijkheden een nieuwe dimensie toevoegen: die van speeldernis. Ï Rianne Zandee, Beleidsmedewerker ruimte en

mobiliteit bij Stichting Natuur en Milieu, r.zandee@natuurenmilieu.nl

juni 2009 45

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:45

16-06-2009 08:57:03


Agenda

Cursus/studiedag Verdiepingsdag Nieuwe Waterwet Welke consequenties heeft de Nieuwe Waterwet voor uw organisatie en uw werkzaamheden? Datum: 24 juni 2009 Plaats: Hilton Royal Parc, Soestduinen Informatie: www.sbo.nl/waterwet of klantenservice: 040 - 297 49 80

M o d e l l e n : S m a l l V i s u a l s / V I A D r u p s te e n .

RO snippers

Actualiteiten Woningmarkt: van crisis naar kansen De dilemma’s en de oplossingsrichtingen. Datum: 24 juni 2009 Plaats: Hilton Royal Parc, Soestduinen Informatie: www.vastgoed-instituut.nl/ crisiswoningmarkt Technologie Symposium 2009 Bij dit symposium, met als thema Bouwputten in stedelijk gebied, worden zowel de techniek als de risico- en proceskant belicht. Datum: 25 juni 2009 Plaats: Fort Voordorp, Groenekan Informatie: www.cob.nl/technologiesymposium2009 Spiegeldag 090909 Habiforum organiseert samen met NederLandBovenWater een eindmanifestatie in Rotterdam. De focus ligt op gebiedsontwikkeling als nieuwe manier van werken om duurzame kwaliteit van de ruimtelijke inrichting te realiseren. Datum: 9 september Plaats: Cruiseterminal, Rotterdam Informatie: HYPERLINK "http://www.habiforum.nl" www.habiforum.nl

Schaalmodellen realistischer, sneller, en goedkoper Na twee pilotprojecten hebben Small Visuals en VIA Drupsteen besloten hun samenwerking op het gebied van maquettebouw voort te zetten. Door hun krachten te bundelen verwachten de twee bedrijven realistischer, sneller en goedkoper schaalmodellen te kunnen produceren. De twee ondernemingen maakten eerder samen maquettes voor de projecten Blauwestad in Groningen en Port Feijenoord in Rotterdam. Naar eigen zeggen hebben deze modellen een hogere kwaliteit, een kortere levertijd en een 40 tot 50% lagere prijs dan traditionele maquettes. Small Visuals integreert in haar hoogwaardige maquettes de gebouwen die VIA Drupsteen vervaardigt met een moderne 3D-printer. Met deze

printer is het mogelijk om van elk gewenst gebouw zeer eenvoudig een schaalmodel te maken, gedetailleerder en levensechter dan tot voor kort technisch mogelijk was. Op basis van ontwerptekeningen, visualisaties en eventueel locatiefoto’s maakt Small Visuals maquettes die kunnen worden gebruikt om de communicatiedoelen van de opdrachtgever te verwezenlijken. VIA Drupsteen richt men zich vooral op innovaties in procesmanagement in RO projecten. Hun moderne visualisatietechnieken worden vaak ingezet als hulpmiddel bij de ondersteuning van besluitvorming. Meer info: www.viadrupsteen.nl

juni 2009 46

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:46

16-06-2009 08:57:11


RO snippers

Aanbevolen lectuur Redactie: Robbert Coops (robbert.coops@hvrgroup.nl)

V Vinex in/uit b beeld

kanttekeningen over het eenzijdige woningaan-

in hoeverre geleerd kan worden van succesvolle

bod. ‘Er bleek weliswaar veel mogelijk, maar veel

en mislukte projecten. Daarover gaat het boekje

Vijf jaar lang bezochten V

mogelijkheden zijn ook onbenut gebleven. En

‘Gebiedsontwikkeling; krachten gebundeld’ van

JJette Boeijnga en Jeroen

ook al werd er gehoopt op bruisende, levendige

adviesbureau Eiffel:

Mensink alle meer dan

stadsdelen, de meeste wijken bleven toch vooral

Het begrip ‘gebiedsontwikkeling’ kent – volgens

h honderd Vinex-locaties.

monotone woongebieden’. Uit de verschillende

Bert Wolting van Akro Consult – vijf belang-

Die rondgang, die startte

voorbeelden die in de atlas worden gepresen-

rijke eigenschappen: gezamenlijke visie en

vvanuit ‘nieuwsgierigheid

teerd blijkt gelukkig dat dit zeker niet voor alle

integrale aanpak, publiek-private samenwerking,

naar de kwaliteit van deze nieuwe woonomge-

Vinexwijken geldt. Een mooi overzicht, echt een

complementariteit, value capturing (meerwaarde

vingen’, aangevuld met kaarten, data, karakteris-

aanrader.

blijft in het gebied) en een business case. Op

tieken en (lucht)foto’s is uitgemond in een lijvig,

JET TE BOEIJENGA EN JEROEN MENSINK 2008,

die instrumentele en procesmatige wijze wordt

tweetalig (Engels en Nederlands) naslagwerk.

V I N E X ATL A S , U I T G E V E R I J 0 1 0 P U B L I S H E R S , 3 0 4

getracht de kloof tussen de publieke wens en de

De Vinex Atlas bevat verschillende indexen op

B L Z . R O T T E R DA M

private investeringsrealiteit te overbruggen.

naam, bruto dichtheid, (dichtheid in woningen

Maar dat gaat niet altijd van een leien dakje. Niet

per hectare, stapeling in percentage appartementen en percentage privé gebied) en namen van verantwoordelijke projectontwikkelaars en ontwerpers. De oorspronkelijke verstedelijkingsdoelstel-

alleen de overheid, maar ook adviseurs weten

Adviseurs als kleilaag tussen overheid en markt

het proces behoorlijk te frustreren. Marc Calon, oud-gedeputeerde en nu de nieuwe en omstreden topman van Aedes, heeft het vooral gemunt op de ‘autistische’ rijksoverheid, terwijl zijn

lingen zijn voor een belangrijk deel in de

Gebiedsontwikkeling is er

partijgenoot Friso de Zeeuw, directeur Nieuwe

Vinexwijken gerealiseerd. Ondanks de kritiek

om complexe ruimtelijke

Markten bij Bouwfonds en praktijkhoogleraar

over eenvormigheid, gebrek aan infrastructuur,

opgaven integraal en met

gebiedsontwikkeling in Delft, flink tekeer gaat

voorzieningen en omgevingskwaliteit, constate-

elkaar aan te pakken.

tegen externe adviseurs. ‘Het is een pest. Iedere

ren de auteurs van deze atlas dat de omvangrijke

Daarover bestaat tussen

keer heb je met lui van zo’n bureau te maken.

woningbouwopgave in of direct in de buurt van

relevante publieke en private partijen geen

Dat is niet goed’.

bestaand stedelijk gebied ‘best geslaagd’ is. Toch

misverstand. Maar de wijze waarop verschilt. Het

G E B I E D S ON T W I K K E L I N G ; K R AC H T E N G E B U N DE L D,

plaatsen zij generiek ook de nodige kritische

is de vraag of dat erg is. Maar het is ook de vraag

EIFFEL , ARNHEM 2009, 61 BLZ.

Koelé: partner Boulevard Management en Advies Met ingang van 1 mei 2009 is Ed Koelé (47) toegetreden als managing partner en mede-eigenaar van Boulevard Management en Advies te Arnhem. Huidige eigenaar en oprichter van Boulevard Management en Advies - Ilta van der Mast – verkoopt de helft van de aandelen aan Ed Koelé waarmee deze volwaardig partner wordt. Koelé heeft zo’’n twintig jaar ervaring in gebieds- en vastgoedontwikkeling. Hij is gespecialiseerd in het (financieel) haalbaar maken van (her-)ontwikkeling van zowel locaties, woningbouw als maatschappelijk vastgoed.

Christine Oude Veldhuis nieuwe directeur Nirov Op 1 september 2009 zal drs. M.C. (Christine) Oude Veldhuis MRE aantreden als directeur van het Nirov, netwerkorganisatie voor professionals in bouwen, wonen en ruimtelijke ontwikkeling. Op dit moment werkt Oude Veldhuis bij ECORYS als business unit manager Bouwen en Wonen van de divisie Vastgoed. Daarvoor was zij onder andere directeur van de NEPROM en werkzaam bij Heijmans en Amstelland Vastgoed.

Rommers Ter Haar: directeur-generaal Milieu bij VROM De ministerraad heeft besloten dr. B. (Bernard) ter Haar voor te dragen voor benoeming tot directeur-generaal Milieu bij het ministerie van VROM. De benoeming gaat in op 1 juli 2009. Ter Haar (53) begon in 1988 op de afdeling Internationale Monetaire Zaken van het ministerie van Financiën. In 2000 werd hij op hetzelfde departement directeur van de directie Algemene Financiële en Economische Politiek. In 2003 verruilde hij deze directie voor die van de directie Financiële Markten, waarbij hij tevens plaatsvervangend thesaurier-generaal werd. Ter Haar is zowel econoom als gepromoveerd natuurkundige

juni 2009 47

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:47

16-06-2009 08:57:16


In juli/augustus!

Colofon

Ruimtelijk bekeken

Jaargang 27 nr. 6 juni 2009

Haalbaarheid en betaalbaarheid van het Ontwerp-Nationaal Waterplan Hoewel overzichtelijk en toegankelijk brengt het Waterplan de dilemma’s en uitvoeringsopgaven voor het realiseren van de integrale wateropgave op de korte en lange termijn onvoldoende in beeld.

Interview

Marcel Houtzager/ Jan van Groenendael In het Stadsgewest Haaglanden draaide een van de pilots van de Nationale Databank Flora en Fauna. Marcel Houtzager, regiobestuurder groen, recreatie en toerisme van Stadsgewest Haaglanden, en Jan van Groenendael, Gegevensautoriteit Natuur vertellen over de grootste verzameling gevalideerde waarnemingen van flora en fauna die ooit bijeen is gebracht.

Trend

Ruimte in beheer Beheer van de openbare ruimte is met de nWro en de Grondexploitatiewet niet meer vanzelfsprekend een zaak van de overheid. De markt krijgt nadrukkelijk een taak en ziet het belang van een kwaliteitsvolle openbare ruimte. Ondernemers en bewoners voelen zich vanouds sterk betrokken bij de woon- en werkomgeving. Genoeg kansen en uitdagingen om door gezamenlijk beheer van de openbare ruimte de sociale en economische cohesie in steden en dorpen te versterken.

ROmagazine is het maandelijkse vakblad voor de ro’er bij gemeente en provincie, de rijksoverheid, marktpartijen en maatschappelijke organisaties. ROmagazine biedt actuele informatie over ontwikkelingen in het beleid, beschrijft best cases in de uitvoering van dat beleid en biedt een platform voor opinies over de ruimtelijke ontwikkeling. Aan deze uitgave is de grootst mogelijke zorg besteed: voor onvolledige/onjuiste informatie aanvaarden auteur(s), redactie en uitgever geen aansprakelijkheid. Voor verbetering van onjuistheden houden zij zich aanbevolen. Redactieadres Reed Business bv Postbus 152 1000 AD Amsterdam telefoon: 020-515 91 89 of 06-485 200 20 e-mail: ROmagazine@reedbusiness.nl Redactie Marcel Bayer (hoofdredacteur), Max Rozenboom (eindredactie), Pieter van den Brand, Martin de Jong, Michel Robles, Marieke Vos Medewerkers Pieter van den Brand, Tryntsje Dykstra, Addo van der Eijk, Mark Hendriks, Martin de Jong , Bas Husslage, Loek Kusiak, Olivier Lingbeek, Sanne van der Most, Harry Perrée, Michel Robles, Ton van Rietbergen

Abonnementen/klantenservice Reed klantenservice Postbus 808 7000 AV Doetinchem telefoon: 0314-358 358, fax: 0314-358 161 e-mail: klantenservice@reedbusiness.nl ROmagazine is gratis voor ambtenaren milieu en ro rijksoverheid, provincie, waterschappen, regiobesturen en gemeenten. Aanmelden kan via website www.romagazine.nl. Jaarabonnement: • standaard € 161,39 • studenten en VVM- en NIROV-leden € 85,86 • meeleestarief (v.a. 2e abonnement op hetzelfde adres) € 73,67 incl. btw en porti • losse nummers € 22,21 incl. btw excl. porti Abonnementen kunnen ieder moment ingaan, doch slechts worden beëindigd indien schriftelijk, telefonisch of per e-mail vóór 1 november van de lopende jaargang is opgezegd. Bij niet-tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch met een jaar verlengd. Het volgende nummer van ROmagazine verschijnt in juli. Uw opgegeven gegevens kunnen door Reed Business bv en geselecteerde bedrijven worden gebruikt voor het toezenden van informatie en/of speciale aanbiedingen. Indien u hiertegen bezwaar heeft, kunt u zich schriftelijk richten tot:

Uitgever Ruben Wedekind

Reed Business bv t.a.v. Adresregistratie Postbus 808 7000 AV Doetinchem

Vormgeving VerheulCommunicatie.com Alphen aan den Rijn

ISSN 1571-0122

Website www.romagazine.nl

juni 2009 48

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:48

Advertenties Acquire Media Faradaystraat 4A 8013 PH Zwolle telefoon: 038-460 63 84 e-mail: info@acquiremedia.nl

16-06-2009 08:57:19

ROM


d w u e ! i a n r m e V am r g o pr

terd s i u l n ge en! e b b he ens Wij r uw w naa

5E ROM JAARCONGRES

Reserveer in uw agenda!

Slim ontwikkelen

regelgeving, innovatie, leren

7 oktober 2009 | Rotterdam

ROM Adv Slim ontwikkelen.indd 1 22842-5_ROM_0609.indd Sec1:49

12-06-2009 08:57:20 15:24:25 16-06-2009


Een gratis abonnement op ROmagazine‌‌ iets voor u? Bent u werkzaam bij de rijksoverheid, provincies, gemeenten, waterschappen of organisaties op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling, dan kunt u ROmagazine vanaf februari 2009 Stuur het formulier naar:

gratis ontvangen.

Reed Business bv

Vakblad ROmagazine biedt actuele informatie over ontwikkelingen

t.a.v. Marketing Overheid Antwoordnummer 11725

in het beleid, beschrijft best cases in de uitvoering van dat beleid en

1000 RA Amsterdam

biedt een platform voor opinies over de ruimtelijke ontwikkeling.

(Postzegel niet nodig)

# q M qV

Naam Voorletters

Tussenvoegsel

Functie Bedrijf Adres Postcode

Nr Plaats

Telefoonnummer E-mail Relatienummer* Datum *

Handtekening

Heeft u al een betaald abonnement, vul uw relatienummer in, dan wordt uw abonnement automatisch omgezet.

22842-5_ROM_0609.indd Sec1:50

www.romagazine.nl 16-06-2009 08:57:20

ROm 6 2009  

ROm, ruimtelijke ontwikkeling, infrastructuur en milieu

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you