Page 1

10

Sint Barbara in Herselt staat in de top 3 van de Bewonersmonitor Ouderenzorg

‘We willen geen rusthuisgevoel creëren’

In de recente ‘Bewonersmonitor Ouderenzorg’, die werd gehouden bij 120 woon– en zorgcentra, haalde Sint Barbara op het gebied van zorg een topscore. Zowel bewoners als families zijn dan ook erg tevreden over het verzorgingshuis. Algemeen directeur Fritz van Clemen en hoofd zorg Renilde Verhoeven vertellen over het zorgaanbod binnen Sint Barbara.

# Interview Waarom denken jullie dat Sint Barbara in de top 3 van de Bewonersmonitor Ouderenzorg staat? Renilde Verhoeven: We stellen de bewoner en de zorg centraal en proberen de eigenheid van ouderen te behouden. We willen hier niet het gevoel van een rusthuis creëren. We investeren constant in zorg en kwaliteit, en dat loont. Onze lange wachtlijst is daar het beste bewijs van. Fritz van Clemen: We werken met ongeveer 25% extra bovennormpersoneel. Afhankelijk van hoe zwaar de zorg in een instelling is, wordt bepaald hoeveel zorgpersoneel er aan het werk mag. Daarbovenop nemen we nog een kwart extra mensen in dienst. Dit is onze eigen keuze. We worden daarvoor niet vergoed.

Best Practice / manual medewerkersmonitor

Daarnaast beschikken we over meer dan honderd vrijwilligers, meestal buurtbewoners of familieleden, die extra tijd in het persoonlijk contact met de bewoners kunnen steken. Het zorgpersoneel kan daardoor energie en tijd investeren in bijvoorbeeld het volgen van opleidingen. We vieren ook elk jaar de jubilea van personeelsleden die bijvoorbeeld twintig, dertig of 35 jaar in ons woonzorgcentrum werken. Dit wordt gewaardeerd en zorgt voor continuïteit in het zorgaanbod. Mensen willen ook graag bij ons blijven werken. We hebben nu zelfs een werfreserve voor langetermijncontracten. Een echte luxe-situatie. Hoe ziet jullie zorgbeleid eruit? Fritz van Clemen: Sint Barbara werkt met


zogenaamde ‘referentiepersonen’. Zij hebben geen hiërarchische functie, maar zijn verantwoordelijk voor een onderwerp, zoals hygiëne of palliatieve zorg. Zij kunnen als deskundige worden benaderd. We schenken ook veel aandacht aan verpleegkundige zorg. Hiervoor was Renilde ruim 25 jaar hoofdverpleegkundige. Hierdoor is ze bekend met onze manier van werken en krijgt ze veel gedaan bij vroegere en huidige collega’s en het zorgpersoneel. Renilde Verhoeven: De huisvisie moet algemeen bekend zijn. Daarom hebben we een evaluatie-instrument voor nieuw personeel ontwikkeld. Hierin staat beschreven wat er van hen wordt verwacht op het gebied van verpleging, zorg en de omgang met bewoners, en dit vanaf dag 1 tot 12 maanden verder. Op afgesproken tijdstippen wordt dit in de teams besproken. Fritz van Clemen: We besteden veel budget aan onder andere bijscholing, zowel intern als extern. We huren ook sprekers in, en er is een groot aanbod aan een- of meerdaagse cursussen. Deelname is niet vrijblijvend. Na de opleiding is er een gesprek met het diensthoofd, waarbij wordt gekeken wat de opleiding kan betekenen voor het huis en voor de collega’s.

Hebben jullie specifieke programma’s ter bevordering van klant- of bewonersgerichtheid? Fritz van Clemen: Procedures zijn bedoeld om mee te werken en naar terug te grijpen. Maar jezelf het werk eigen maken, de sfeer in het huis en op een afdeling aanvoelen, de omgang met de bewoners, dat is allemaal een kwestie van gevoel, dat kun je niet vastleggen in procedures en regels. Ik verwacht niet alleen dat medewerkers hun werk goed doen, maar dat ze ook iets extra’s toevoegen. Zo tillen we het huis naar een hoger niveau. De kloosterzusters hebben het respect voor de mens altijd centraal gezet. Zij lopen nog altijd rond in het gebouw en zitten in het bestuur. Op die manier wordt deze kerngedachte in stand gehouden. Zo klopt het personeel altijd voor ze een kamer betreden en is er aandacht voor kleine dingen. Medewerkers maken bewoners bijvoorbeeld attent op vlekken in hun kleren. En een bewoner die scheef zit in de stoel, wordt meteen recht gezet. Renilde Verhoeven: Personeelsleden zijn over het algemeen heel alert, ook op de gesloten afdeling. Als de kleding van een bewoner scheef zit of zelfs uitgetrokken is, lichten we de familieleden in. Bij inspecties wordt deze alertheid als positief punt meegenomen.

Is er onderlinge controle? Wijzen collega’s elkaar bijvoorbeeld op zaken die niet stroken met de aanpak van het huis? Fritz van Clemen: Het ligt niet in onze aard als Vlamingen om elkaar feedback te geven, positief noch negatief. Maar wij willen in Sint Barbara wel een standaard hoog houden. Daarom stellen we kwaliteitseisen. Als iemand bijvoorbeeld niet komt opdagen, wordt de persoon in kwestie op zijn of haar gedrag aangesproken.

We gaan respectvol om met de medemens.

Biedt Sint Barbara, naast bijscholing, ook opleidingsmogelijkheden voor studenten en scholieren? Fritz van Clemen: Wij hebben afspraken gemaakt met diverse middelbare en hogescholen. Scholieren en studenten mogen een aantal weken stage bij ons komen lopen. De goede begeleiden we verder. Zij mogen in de weekends of vakanties bij ons werken en worden in het team opgenomen. Zo investeren we in stagiaires en proberen we de juweeltjes eruit te halen. Als ze afstuderen, willen ze meestal graag bij ons in dienst komen.

“De geest van de zusters waart hier verder” Doen jullie ook aan kruisbestuiving met andere woon- en zorgcentra die gelijkenissen vertonen qua zorgbeleid? Fritz van Clemen: Ik zit samen met andere directeuren van zorgcentra in een intervisiegroep. We bespreken allerlei onderwerpen en wisselen ideeën met elkaar uit. Hierdoor kunnen we van elkaar leren en inzien dat een probleem meerdere rusthuizen kan bezighouden. Ik ben een groot voorstander van uitwisseling. Zo kunnen we leren van anderen, en zien dat wij het nog niet zo slecht doen. De hoofdverpleegkundigen en administratieve krachten bezoeken daarom ook regelmatig intervisiegroepen. We zien andere verzorgingshuizen op die gebieden niet als concurrenten.

Best Practice / manual medewerkersmonitor

11


12

Sint Barbara reageert goed op beloproepen. Dit thema is vaak zwakker bij andere voorzieningen. Zijn hier speciale procedures voor? Renilde Verhoeven: Aan het personeel vragen we altijd zo snel mogelijk op een oproep te reageren. Als de bewoner belt, komt dit binnen op de desk van de verpleegkundige. Die informeert wat er aan de hand is. Als het om een kleinigheid gaat, zoals een flesje water, en de verpleegkundige is nog ergens anders mee bezig, kan ze melden dat ze de fles over een paar minuten komt brengen. Fritz van Clemen: De inspectie controleert hoe wij reageren op beloproepen. Met dit oproepsysteem kunnen wij nagaan hoelang een oproep duurt. Elke oproep wordt ook op tape opgenomen. Bij een klacht van een bewoner of een familielid kunnen we de oproep opnieuw beluisteren. Is de klacht gegrond, dan stappen wij naar de afdeling om te informeren waarom er zo gehandeld is. In welke mate wordt er rekening gehouden met de zelfstandigheid van bewoners? Renilde Verhoeven: Die proberen we zo lang mogelijk te behouden. Bij elke opname informeren we uitgebreid naar iemands toestand. In overleg met onder andere het zorgpersoneel, de kinesist en het animatieteam kijken we wat de bewoner nog zelf kan. We proberen zelfstandigheid zoveel mogelijk te stimuleren. Op een aantal afdelingen is regelmatig multidisciplinair overleg. Per discipline kijken we dan wat we het beste kunnen verbeteren om iemands zelfstandigheid zo lang mogelijk te behouden. Fritz van Clemen: Bij een intake willen we ook alles weten over iemands hobby’s en gewoonten, zodat we die hier zoveel mogelijk kunnen voortzetten. Vooral bij dementerenden is dit belangrijk. Op die manier herkennen ze misschien bepaalde dingen of krijgen ze een goed gevoel. We willen voorkomen dat dementerenden worden gezien als personen die niet meer reageren. Zij hebben een heel leven achter zich met gebeurtenissen die indruk hebben gemaakt. Daar willen we respect voor tonen. Merken jullie dat bewoners veeleisender worden? Fritz van Clemen: Ze worden mondiger, niet veeleisender. Senioren zijn snel tevreden en zullen niet snel zelf een klacht indienen.

Best Practice / manual medewerkersmonitor

Fritz van Clemen: De familie is veel kritischer dan de bewoners. Bij de maaltijden geven de bewoners bijvoorbeeld aan zeer tevreden te zijn, terwijl familieleden vaak nog wat op- of aanmerkingen hebben. Worden de schoonmaakafspraken in overleg met de bewoner bepaald? Renilde Verhoeven: De bewoner heeft inspraak. Stel dat hij of zij thuis altijd op maandagvoormiddag schoonmaakte, dan houden we daar in de planning rekening mee. Fritz van Clemen: Het is voor ons heel belangrijk dat de kamers en ruimtes schoon zijn, maar de bewoners mogen hier weinig last van hebben. Daarom wordt er schoongemaakt als de bewoner bijvoorbeeld in de animatieruimte is. De ruimtes hebben verder geen kenmerkende rusthuisgeur omdat ons onderhoudspersoneel speciaal materiaal gebruikt om dat te voorkomen. Verder maakt de ochtendzorg de vuilniszakken dicht en neemt ze deze – ongeacht of ze vol zijn – mee naar ons containerpark. Ze gaan dus nooit ruiken. Fritz van Clemen: Vroeger werkten we met een externe firma, maar vanwege negatieve ervaringen hebben we de schoonmaak in het weekend weer in eigen beheer. Jullie scoren ook goed op omgeving, zowel in als rond de gebouwen. Hoe komt dat? Fritz van Clemen: Sint Barbara heeft redelijk wat grond en groen, en ook wandelpaden die rolstoeltoegankelijk zijn. Daarnaast liggen we heel dicht bij het centrum en zijn we goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Bovendien zijn onze gebouwen relatief nieuw en gaan we de oudere gebouwen binnenkort renoveren. Daar komt nog bij dat senioren liever bij de hoofdingang zitten. Zo kunnen ze zien wie het gebouw binnen- en buitengaat. Steeds meer rusthuizen zetten de deuren open voor mensen van buiten. Is dat ook bij jullie het geval? Fritz van Clemen: In maart zijn we gestart met een nieuwe serviceflat, en in samenwerking met het OCMW en, een andere partner, komt er een ontmoetingscentrum voor ouderen, waar warme maaltijden worden aangeboden. Renilde Verhoeven: Familie kan samen met de bewoner zelf op pad gaan om even iets te halen in bijvoorbeeld een cafetaria of buurtwinkel. Op donderdagmiddag komen mensen in het cafetaria pokeren. Onze bewoners kunnen bij hen aansluiten en iets drinken. Er komen


ook wel eens mensen vergaderen in Sint Barbara, en scholen en kindercrèches komen bij ons langs voor een bezoek. Zijn er plannen om het zorgbeleid in de toekomst verder te professionaliseren? Renilde Verhoeven: Vroeger zette onze verpleegkundige zelf alle medicatie klaar nadat deze door de apotheek was gebracht. Nu sorteert de buurtapotheek de medicijnen dagelijks op naam van de bewoner. De verpleegkundigen hoeven ze dus alleen maar klaar te zetten, te controleren en toe te dienen. Dit zorgt ervoor dat er nu minder fouten worden gemaakt. Daarnaast zijn we in een specifieke pilotafdeling bezig om het ligcomfort verder te verbeteren. Afhankelijk van de score gaan we de matrassen en ligkussens aanpassen. Fritz van Clemen: Voor onze uitbreidingsplannen zijn we in gesprek met een interne werkgroep die onderzoekt hoe de zorgafdeling er de komende dertig jaar moet uitzien. Deze werkgroep bestaat niet alleen uit zorgpersoneel, maar ook uit medewerkers van de

administratie en de technische dienst. Hun input zal de standaard voor de komende jaren zijn. De afdeling voor dementerenden bestaat in 2013 twintig jaar en zal ook worden gerenoveerd. Het ontwerp wordt aangevuld met nieuwe ideeën over hoe er in de toekomst met dementie moet worden omgegaan. Tot slot vliegen we uit. In het nieuwe woonzorgen wordt gehamerd op de zogeheten ‘transmurale zorg’, waarbij een rusthuis buiten haar veilige muren treedt om samenwerkingsverbanden aan te gaan met ziekenhuizen en thuisverpleegkundige diensten. Hierdoor ontstaat een betere overgang van de ene naar de andere dienst. Sint Barbara heeft een dagcentrum en een kortverblijf, waarbij we de thuiszorg ondersteunen. Dit gaan we nog meer uitdragen. Verder zal een aantal van onze diensten, zoals de palliatieve, wond-, en diabeteszorg zich niet alleen ten dienste stellen van onze eigen bewoners, maar ook vragen van externen beantwoorden. n

Geschiedenis Sint Barbara Ruim honderd jaar geleden kregen de kloosterzusters van Geel de vraag of ze zorg konden verlenen aan de familie van Herselt. In ruil voor deze zorg erfden zij de gronden van de familie. Voorwaarde was wel dat dit verzorgingstehuis altijd beschikbaar zou zijn voor de zieke en behoeftige inwoners van Herselt. Daarom krijgen zij ook nu nog steeds voorrang om in Sint Barbara te komen wonen. Op die manier is het huis een ‘commune’ geworden van inwoners uit Herselt die elkaar vaak nog van vroeger kennen. Oude vriendschapsbanden worden er weer aangehaald, en dit zorgt voor een bijzondere sfeer.

Best Practice / manual medewerkersmonitor

13

Best Practice manual st barbara