Issuu on Google+

EINDOPDRACHT WETENSCHAPSFILOSOFIE (WeFi)

B&O, Ba2, 2010-2011

Mirko Noordegraaf, Bas de Wit, Jeroen Veldman

Achtergrond

In het vak Wetenschapsfilosofie hebben we vooral stil gestaan bij verschillende manieren om naar de wereld kijken en om onderzoek te doen. Dat heeft allerlei algemene kanten (wetenschapsfilosofische debatten, wetenschapsfilosofische posities) maar ook specifieke kanten (bijvoorbeeld toepassing op thema’s en cases). In de paperopdracht is het de bedoeling dat je laat zien dat je de basisposities die zijn besproken overziet, dat je de bijbehorende zienswijzen beheerst, ook in relatie tot B&O, dat je ideeën hebt over hoe de posities zich tot elkaar verhouden, en dat je dat met B&O onderwerpen en onderzoeksvragen in verband kunt brengen. Doel van de eindopdracht is dat je een eigen perspectief ontwikkelt op het B&O-domein en B&O-onderzoek, en dat je een eigen opvatting hebt over hoe je in concrete gevallen te werk zou gaan. Daar kun je dan de komende tijd, bijvoorbeeld in Ba 3, in het bijzonder tijdens de Ba3 Leerking, je voordeel mee doen.

Opdracht

Schrijf een paper van maximaal 4000 woorden (lettertype TimesRoman 12, regelafstand 1,5) (exclusief titelblad, inhoudsopgave en bijlagen) waarin je een eigen wetenschapsfilosofische kijk op de Bestuurs- en Organisatiewetenschap ontwikkelt en toepast. Volg daarbij de lijn van de hoorcolleges, en bespreek na een inleiding de hieronder genoemde aspecten 1 tot en met 5.

Bij de aspecten 4 en 5, over de toepassing van wetenschapsfilosofische posities, hoort een case, namelijk ‘Excellente leraren’ en de plannen van het kabinet om die extra te belonen, mede op basis van een recent rapport, van de Onderwijsraad. Aan het einde van deze opdracht vind je een case beschrijving,

1


via een stuk uit NRC Handelsblad. Lees die tekst en zoek eventueel aanvullende informatie, zoals het rapport van de Onderwijsraad.

1. Posities: Welke posities zijn op grond van wetenschapsfilosofische tradities relevant voor B&O-onderzoek? Hoe zijn die samen te vatten en te illustreren? (M.a.w.: waar gaat de wetenschapsfilosofische reflectie over?)

2. B&O kennis: Wat betekenen die posities voor B&O kennis – voor de typen onderzoek die je kunt verrichten, de soorten onderzoeksobjecten en subjecten die je tegenkomt, en de B&O onderzoeker zelf? (M.a.w.: wat levert de wetenschapsfilosofische reflectie op voor ons beeld van B&O?)

3. Kiezen: Hoe moet je met verschillende posities omgaan? Moet je kiezen, en zo ja, op welke gronden? (M.a.w.: hoe gaan we binnen B&O om met uiteenlopende posities?)

4. Opdrachtonderzoek: Het ministerie van OC&W heeft een opdracht uitgegeven om een onderzoek in te stellen naar het beleidsontwerp voor het dossier 'excellente leraren en beloning'. Je bent als onderzoeker gevraagd om dit onderzoek uit te voeren. Hoe geef je dit onderzoek vorm? Welke vragen stel je? Hoe rapporteer je terug? Wat zijn je (wetenschapsfilosofische) overwegingen om deze stappen te zetten?' Beantwoord deze vragen zoveel mogelijk vanuit een praktische rol als onderzoeker. (M.a.w.: hoe ga je als B&O opdrachtonderzoeker te werk?)

5. Eigen onderzoek: Stel dat je volgend jaar voor je Bachelor 3 zelf onderzoek gaat doen naar Excellente leraren en beloning, hoe zou je te werk gaan? Wat voor soort onderzoek, o.g.v. welke positie? (M.a.w.: hoe ga je als B&O onderzoeker te werk?)

Heel praktisch levert dat een paper met 7 paragrafen op: een Inleiding, 5 paragrafen die op de vragen ingaan, en een Conclusieparagraaf. Voeg een literatuurlijst bij, en desgewenst bijlagen.

2


Toelichting

De paperopdracht sluit vanzelfsprekend aan op de colleges en literatuur, maar is er vooral op gericht om duidelijk te maken of je de stof overziet en op eigen wijze kunt presenteren en toepassen. Gebruik dus vooral de literatuur, maar breng dat via je eigen argumentatie. Verwijs naar andere literatuur, behandelde auteurs, en gebruik voorbeelden, maar wel ten dienste van je eigen verhaallijn. Bij de toepassing op de case ‘Excellente leraren’ geldt opnieuw dat jouw wijze van kijken telt, vooral goed onderbouwd, maar ook dat je die zienswijze met die van anderen, zoals het ministerie van OC&W, verbindt. Anders gezegd – zou het onderzoek dat je zelf verricht anders zijn dan het onderzoek verricht in opdracht van OC&W?

Lever het paper zowel digitaal via Ephorus in, als op papier in een doos bij de Front Office. Zet duidelijk op het titelblad wie je werkgroepbegeleider is. Uiterste inleverdatum: 18 april 2011, 9.00u.

Inlevercode Ephorus: 2010-USG2030

3


NRC Handelsblad

Een extra beloning voor de modelleraar Bart Funnekotter artikel | Dinsdag 08-03-2011 | Sectie: Binnenland | Pagina: 08 | Bart Funnekotter

Een kopgroep van excellente leraren, als voorbeeld voor het peloton. Dat mag wat extra's kosten, vindt staatssecretaris Zijlstra. De bonden zijn verdeeld. Targets halen voor de klas, docenten afrekenen op 'leerwinst' - als het aan het kabinet ligt, doet de prestatiemaatschappij haar intrede in de docentenkamer. In het regeerakkoord is afgesproken dat goed presterende leraren beloond moeten worden met extra salaris. Jaarlijks is daarvoor 250 miljoen euro beschikbaar. Door betere docenten beter te betalen, hoopt het kabinet het niveau van het onderwijs omhoog te brengen. Maar hoe vergelijk je de prestaties van iemand die tekenen onderwijst op het vmbo met die van een docent klassieke talen op het gymnasium? In zijn gisteren gepubliceerde advies Excellente leraren als inspirerend voorbeeld komt de Onderwijsraad tot de conclusie dat het eigenlijk ondoenlijk is een goed systeem te ontwerpen voor de beoordeling van lesprestaties van docenten. Daarom stelt de raad voor op elke school de 5 procent beste leraren aan te wijzen, aan de hand van een aantal criteria, waaronder vakinhoudelijke en vakdidactische competentie. Deze docenten moeten vier jaar lang fungeren als rolmodel. Ze moeten met een budget van 10.000 euro projecten opzetten die het algehele niveau van het onderwijs op hun school ten goede zal komen. Ze moeten hun collega's aansteken, schrijft de raad. En voor die moeite worden ze beloond met een salaristoeslag die kan oplopen tot 2.500 euro per jaar. (Ter vergelijking: het gemiddeld brutomaandsalaris in het basisonderwijs is 2.900 euro, in het voortgezet onderwijs 3.250 euro.) Staatssecretaris Zijlstra (Onderwijs, VVD) nam het advies gisteren in ontvangst. Hij toonde zich geĂŻnteresseerd in de aanbevelingen van de Onderwijsraad. Het concept van een kopgroep excellente leraren die het peloton kan meetrekken, spreekt mij sterk aan: als staatssecretaris van Onderwijs ĂŠn als fervent wielrenner. Zijlstra wil in het najaar beginnen met een aantal proefprojecten rondom prestatiebeloning. De opzet zoals de Onderwijsraad die heeft voorgesteld, zal er een van zijn. Het voorstel van de raad klinkt als een concreet systeem, dat goed kan worden toegepast in de praktijk. Individuele beloning is het uitgangspunt, maar het hele team kan ervan profiteren: dat vind ik een sterk punt.

4


De Algemene Onderwijsbond (AOb) is minder gecharmeerd van het plan van de Onderwijsraad. Voorzitter Walter Dresscher: Het werkt vriendjespolitiek in de hand en zal desastreus zijn voor de sfeer in de personeelskamer. Volgens Dresscher is er een karrevracht aan buitenlands bewijs dat prestatiebeloning niet werkt. Ik ben blij dat de Onderwijsraad inziet dat loondifferentiatie op basis van leerprestaties geen zin heeft. Maar het advies 5 procent van de docenten als voorhoede aan te wijzen op basis van onduidelijke normen, is nog slechter. Vakbond CNV Onderwijs is aanmerkelijk positiever over het plan van de Onderwijsraad. Dat excellent presterende leraren als rolmodel fungeren en tijd en budget krijgen voor onderwijsontwikkeling juichen wij toe, zegt voorzitter Michel Rog. Een vorm van prestatiebeloning is op dit moment niet nodig, omdat de huidige functiemix voldoende mogelijkheden biedt om te variëren in de beloning van leraren. Vier leraren over excellente leraren 'Ik zou een kleinere klas willen hebben' Muriël Dekker (37) Doceert sinds 2004 geschiedenis op College Leeuwenhorst in Noordwijkerhout. Wat maakt u een goede docent? Ik kan goed uitleggen, in begrijpelijke taal. Ik heb humor en ik kan me inleven in een leerling. Omdat ik les geef aan allerlei soorten kinderen - van de onderbouw van het vmbo tot de bovenbouw van de havo - moet ik er elke les opnieuw voor zorgen dat ik de klas op de juiste manier aanspreek. De aandachtsboog van leerlingen is kort tegenwoordig. Ze zappen zo weg. Ik hou erg van vertellen, ben graag aan het woord, misschien iets te graag. Dat is wel een aandachtspunt voor mezelf. Hoe kunt u beter worden? Als er een prestatiebeloning voor docenten wordt ingevoerd, zal ik daar niet harder van gaan werken. Ik werk me nu al het schompes. En ik zit in het onderwijs omdat ik mijn vak leuk vind, niet om er rijk van te worden. Ik zou wel een betere leraar kunnen zijn als de klassen worden verkleind. Dan kan ik meer persoonlijke aandacht aan leerlingen geven. Ook bijscholing is nuttig, zodat ik nieuwe ideeën kan opdoen voor mijn lessen. 'Ik zou wat meer tijd willen hebben'. Michael Liefkes (52) Doceert sinds 1987 scheikunde en natuurkunde (afgewisseld met bedrijfsleven), sinds twee jaar op College Leeuwenhorst. Wat maakt u een goede docent? Alle leerlingen meekrijgen, ieder op z'n eigen niveau - dat is waar ik goed in ben. Vooral in de onderbouw, waar ze je vak verplicht volgen, is dat een uitdaging. Gelukkig kan ik aanschouwelijk onderwijs geven met behulp van proefjes om zo de aandacht van de leerlingen vast te houden. Ik probeer ook zo veel mogelijk de buitenwereld in mijn les te betrekken. Dan begrijpen ze waarom schei- en natuurkunde belangrijk zijn. Hoe kunt u beter worden? Ik sta niet principieel afwijzend tegenover prestatiebeloning. Dat komt misschien omdat ik in het bedrijfsleven heb gewerkt, waar je wordt afgerekend op gestelde doelen. Het zal alleen niet meevallen om een goed meetsysteem voor docentprestaties in het onderwijs te ontwikkelen. Voor mij hoeft prestatiebeloning overigens niet zo nodig. Ik zou een betere docent worden als ik wat meer tijd had. Dus niet zes lesuren op een dag, maar vijf. Dan heb je de avond ervoor net wat meer tijd per les om aan de voorbereiding te besteden. 'Ik wil mijn les zelf kunnen inrichten'. Roland Booi (31) Doceert sinds 2002 handvaardigheid, tekenen en culturele en kunstzinnige vorming op College Leeuwenhorst. Wat maakt u een goede docent? Ik ben goed in mijn vak omdat ik passie heb voor wat ik onderwijs; ik schilder en

5


beeldhouw zelf en dat verrijkt me. Dat gevoel wil ik ook aan mijn leerlingen overbrengen: met niets beginnen, jezelf ergens inleggen en dan trots zijn op het resultaat. Ik zorg ervoor dat ook de leerlingen die het goed doen aandacht krijgen. Je hebt als docent snel de neiging alle aandacht te richten op de probleemgevallen, maar ook de kinderen die geen begeleiding nodig lijken te hebben, verdienen complimentjes. Hoe kunt u beter worden? Voor een prestatiebeloning ben ik niet gevoelig, maar ik heb ook een principieel bezwaar. Het onderwijs is geen bedrijf. Een school is niet gebaat bij concurrentie, maar juist bij saamhorigheid en eensgezindheid. Prestatiebeloning heeft daar een negatief effect op. Bijscholing is wel belangrijk voor docenten: we zijn de hele dag bezig met leren, waarom zouden we zelf niet leren? Ook hecht ik veel belang aan vrijheid om mijn lessen zo in te richten als ik zelf wil. 'Ik wil meer modern lesmateriaal'. Susan Nieuwenhuizen (53) Doceert sinds 2001 Spaans op College Leeuwenhorst. Wat maakt u een goede docent? Ik ben goed omdat ik probeer per les, per klas, per kind de les zo te maken dat iedere leerling er wat aan heeft. Ook ben ik goed in het gebruiken van alle hulpmiddelen die een moderne docent ter beschikking staan. Ik gebruik graag een leuk filmpje op YouTube, maar laat de leerlingen dat wel op school bekijken. Ik maak me geen illusies: als je zoiets opgeeft als huiswerk, zullen de meesten het niet doen. Hoe kunt u beter worden? Doe mij maar een kleinere klas. En ik zou graag nog meer modern lesmateriaal hebben: een smartboard in elk lokaal, meer pc's. Ik denk niet dat ik van een prestatiebeloning harder zal werken, maar ik ben er ook niet principieel op tegen. Misschien is het een goede manier om jonge mensen te interesseren voor het onderwijs. Die komen nu op school en verdienen veel minder dan de oudere collega's, die soms niet veel meer doen dan hun lesje afdraaien en dan weer naar huis gaan. Als een prestatiebeloning beginnende leraren de kans geeft in het begin wat grote salarissprongen te maken, is dat een goed idee.

6


orginele opdracht voor wetenschapsfilosofie