Issuu on Google+

Avontuurtoerisme: Toeristische reis in ruwe gebieden of avontuurlijke sporten, zoals alpinisme en wandelen. Bedevaartstoerisme: Bedevaarten aan oude heilige plaatsen (Rome, Santiago de Compostella, Mekka ...) of andere heiligdommen of tempels. Bermtoerisme: Bermtoerisme of bermrecreatie was een fenomeen dat begin jaren zestig ontstond. Mensen parkeerden hun auto langs de snelweg en gingen dan gezellig picknicken met het hele gezin. Cultuurtoerisme: omvat ook stedelijk toerisme; bezoek brengen aan historische of interessante steden, zoals Amsterdam, Berlijn, Brugge, Londen, Parijs, Praag, New York en het ervaren van hun cultureel erfgoed. Dit type van toerisme kan gespecialiseerde culturele ervaringen, zoals het bezoeken van kunstmusea of operatoerisme. Cruisetoerisme: reizen waarbij verschillende havens worden aangedaan door grote schepen speciaal uitgerust voor een langer verblijf. Dagrecreatie: Toerisme voor een dag. Duurzaam toerisme: Als het maximaal aantal bezoekers dat een bestemming kan gebruiken zonder onacceptabele veranderingen te veroorzaken in het fysieke milieu en zonder een onacceptabele afname te veroorzaken in de kwaliteit van de beleving van de bezoeker. Erfgoedtoerisme: Het bezoeken van historische (Rome, Athene, Krakau ...) of industriële plaatsen, zoals oude kanalen, spoorwegen, slagvelden, enz. Grenstoerisme: een reis naar een ander land met als doel een goed of dienst te consumeren of te kopen dat in het eigen land moeilijker verkrijgbaar, duur of illegaal is. Voorbeelden zijn tanken in Luxemburg en het consumeren van in eigen land verboden alcoholische door Saoedi's in liberalere buurlanden. Gezondheidstoerisme: Gewoonlijk aan de haast en drukte van steden of spanning ontsnappen, soms door te zonnebaden, maar vaker door de zogenaamde "Spa's", of "Health Spas" Goktoerisme: Atlantic City, Las Vegas, Palm Springs, Macau, Monte Carlo bezoeken voor de casino's en het gokken. Hobbytoerisme: Toerisme alleen of met groepen om aan hobby's deel te nemen, anderen met gelijklopende interesses te ontmoeten, of iets toepasselijk rond de hobby te ervaren. Kusttoerisme: Toeristen die op vakantie gaan richting kustgebieden. Massatoerisme: Het reizen naar zeer populaire plaatsen, vaak logerend in ene hotel met veel voorzieningen en groepsactiviteiten. Natuurtoerisme: Vooral mooie natuurgebieden en Nationale Parken staan centraal. Oorlogstoerisme: Meestal om oorlogsgebieden met musea, begraafplaatsen, monumenten,... uit de geschiedenis te bezoeken (een bekend voorbeeld is Normandië bekend van de landingen op D-Day aldaar). Ramptoerisme: Niet hoofdzakelijk reizen naar een rampenscène om het helpen, maar omdat het interessant om te zien. Het kan een probleem zijn als het redding, hulp en reparatie belemmert. Skitoerisme: toerisme waarbij vormen van wintersporten zoals skiën, snowboarden of langlaufen centraal staan. Sporttoerisme: Skiën, golfen en duiken zijn populaire sporten op vakantie. Ook naar sportevenementen en wedstrijden gaan kijken hoort hier bij. Zakelijk toerisme: Ook reizen met een zakelijk doel worden gezien als toerisme, hoewel men in het dagelijks taalgebruik eerder verwijst naar reizen met een recreatief doel.


Natuurlijke aantrekkingsfactoren: factoren die de toerist aantrekken van natuurlijke oorsprong (bv. bergen, watervallen, valleien, …) Menselijke aantrekkingsfactoren: factoren die de toerist aantrekken van menselijke oorsprong (bv. wegwijzers, horeca, …)

VRAGEN BIJ FILMFRAGMENT: Welke vormen van toerisme komen aan bod in het filmfragment? .................................................................................................................................................................. .................................................................................................................................................................. Welke natuurlijke aantrekkingsfactoren zag je in het filmfragment? .................................................................................................................................................................. .................................................................................................................................................................. Welke menselijke aantrekkingsfactoren zag je in het filmfragment? .................................................................................................................................................................. .................................................................................................................................................................. In welke 2 steden houdt de cruise halt? (1 ervan is het einde van de cruisetocht) .................................................................................................................................................................. Situeer deze 2 steden met hun eerste letter op onderstaande kaart van Italië en de buurlanden.


Verschillende soorten toerisme (vakdidactiek H7 opdr 8)