__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

Beuk - Fagus sylvatica

BESCHRIJVING: De Beuk is een grote boom (tot 40m hoogte) met een brede, ronde kroon. Hij heeft een middelmatige groeikracht en is erg schaduwgevend. STANDPLAATS: De Beuk is een typische schaduwboomsoort en climaxboomsoort. Het dichte bladerdek laat weinig licht doordringen tot op de bodem, zodat vaak nagenoeg geen ondergroei aanwezig is. Hij verlangt naar een eerder vruchtbare bodem, die voldoende vochtig is. De Beuk heeft snel last van een te hoge grondwaterstand, maar ook een lang aanhoudende droogte kan fataal zijn. Hij verdraagt schaduw en wind. De beuk wordt beter enkel gesnoeid wanneer dit noodzakelijk is, omdat de schors gevoelig is aan zonnebrand.

VOORKOMEN: solitair - haag - dreef - bos - opgaande bomenrij - (houtkant) Binnen het project landschapszorg wordt geen beukenhaag aangeplant omdat beuk pas na Âą 1930 in hagen werd gebruikt. Beukenhagen worden niet als cultuurhistorisch beschouwd. GIFTIGHEID: Veel beukennootjes kunnen koliek en verlamming van het centraal zenuwstelsel veroorzaken. Vooral voor paarden en geiten zijn ze giftig. De ene dwerggeit is al gevoeliger dan de andere. TOEPASSING: Beukenhout is hard en splintert niet, zodat het zeer geschikt is voor meubels en binnenschrijnwerk. Voor buitenschrijnwerk is het minder ideaal omdat beukenhout snel wordt aangetast door schimmels. De Beuk levert tevens uitstekend brandhout.

RLVA de Biesestraat 5 - 9600 Ronse 055/20.72.65 - info@rlva.be


Boswilg - Salix caprea

BESCHRIJVING: De boswilg is een hoge struik of kleine boom; tot 10 meter hoog met een vrij smalle kroon. STANDPLAATS: Boswilg verkiest vrij droge tot matig vochtige standplaatsen op lichte en doorlatende zandleem- en leembodems. Hij vraagt een relatief hoge voedselrijkdom. Het is een echte pioniersoort die bruikbaar is om hellingen (taluds) vast te leggen. Zowel licht als halfschaduw VOORKOMEN: De boswilg groeit onder meer op kapvlakten, aan bosranden en in ruigten, aan slootkanten en op vochtige heidepercelen. GIFTIGHEID: niet TOEPASSING: het hout van de boswilg werd speciaal benut voor stelen en allerlei werktuigen (hamer, pik, ‌), voor wandelen drijfstokken, en voor bezemstelen


Bosroos - Rosa arvensis

BESCHRIJVING: De Bosroos is een kleinere struik, te herkennen aan de lange, smalle en felgroene, soms blauwachtige groene twijgen die laag blijven en kleine naaldvormige stekels dragen.

STANDPLAATS: De Bosroos is vrij zeldzaam. Hij komt vooral voor op vochtige, voedselrijke en meestal kalkhoudende grond. In tegenstelling tot de meeste rozen kan hij goed schaduw verdragen, maar midden in het bos komt hij niet tot bloei en vrucht.

VOORKOMEN: bosranden - (houtkant) - (weerhaag)

RLVA de Biesestraat 5 - 9600 Ronse 055/20.72.65 - info@rlva.be


Eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna

BESCHRIJVING: De Meidoorn is een struik of kleine boom met een lage, ronde kroon. Hij vertakt bij de grond, en wordt ongeveer 5 m hoog (uitzonderlijk tot 10 m). Vaak zijn er kruisende takken. STANDPLAATS: De Meidoorn verkiest over het algemeen voedselrijke, vochthoudende gronden. Ze verdragen kalk en zijn resistent aan herhaalde snoei. Doorgaans verdragen ze goed schaduw, hoewel voor een optimale groei en bloei voldoende licht nodig is. Ze zijn gevoelig voor luchtverontreiniging en wegenzout. Boomvormige soorten zijn bovendien ook windgevoelig.

VOORKOMEN: weerhaag - houtkant - bosrand - bos - solitair - (sierhaag)

GIFTIGHEID: De vruchten zijn matig giftig.

TOEPASSING: Het zware hout van de Meidoorn wordt gebruikt voor handvatten van gereedschappen en voor kleine voorwerpen.

RLVA de Biesestraat 5 - 9600 Ronse 055/20.72.65 - info@rlva.be


Gelderse roos - Viburnum opulus

BESCHRIJVING: De Gelderse roos is een dichte, opgaande struik (tot 4 m). Hij bloeit in de maanden mei-juni in vrij grote, eindstandige, witte bloemtuilen. De plant draagt rode, ronde sappige steenvruchten die vaak tot diep in de winter blijven hangen (vogels mijden bittere smaak), wat een kleurrijk aspect geeft. STANDPLAATS: De Gelderse roos verkiest vruchtbare en vochtige tot vrij natte standplaatsen, en houdt bij voorkeur van enige schaduw. VOORKOMEN: bosrand - bos - (weerhaag) - (houtkant) GIFTIGHEID: De bladeren, schors en vooral de bessen zijn giftig. TOEPASSING: Een aftreksel van de Gelderse Roos kan tijdens de zwangerschap helpen tegen onder andere vroegtijdige of valse weeĂŤn, miskramen en beenkrampen.

RLVA de Biesestraat 5 - 9600 Ronse 055/20.72.65 - info@rlva.be


Gewone esdoorn Acer pseudoplatanus

BESCHRIJVING: De Gewone esdoorn is een vrij grote boom (tot 40 m) met een brede, ronde kroon die dicht en donker is. De betakking is afstaand tot opgaand. Het is een snelle groeier. STANDPLAATS: De Gewone esdoorn is gevoelig voor voorjaarsvorst, maar goed windbestendig. Hij is vrijwel ongevoelig voor luchtverontreiniging. Hij stelt wel hoge eisen aan de luchtvochtigheid en aan de bodemrijkdom. Zo verdraagt hij geen stagnerend water. Het liefst heeft hij een kalkrijke, voedselrijke, diepe en leemhoudende grond die voldoende vochtig is. Hij groeit niet op verzuurde gronden. De strooiselvertering is goed. De Gewone esdoorn is een overgangssoort die zowel licht als schaduw gemakkelijk verdraagt.

VOORKOMEN: solitair - houtkant - bos - bosrand - (knotboom) - (sierhaag) - (weerhaag)

ZIEKTE: De Gewone esdoorn is gevoelig voor bladluizen en meeldauw. TOEPASSING: Het hout van de Gewone esdoorn is fijn van vezel, elastisch, buigzaam, hard en zeer recht splijtbaar. Het wordt gebruikt voor meubels en binnenschrijnwerk. Als brandhout is het ook zeer goed. Het is geen duurzaam hout en dus ongeschikt voor buitentoepassingen.

RLVA de Biesestraat 5 - 9600 Ronse 055/20.72.65 - info@rlva.be


Gladde iep - Ulmus minor

BESCHRIJVING: De Gladde iep is een relatief grote boom (tot 30 m) met een zeer variabele vorm. Hij heeft een dichte kroon met golvende omtrek, rechte stam, en bochtige en zware takken. Er is veel wortelopslag, ook een eind weg van de stam van de moederboom. STANDPLAATS: De eisen die de Gladde iep aan de grond stelt zijn tamelijk hoog. Hij komt meestal voor op eerder vochtige tot vrij droge, voedselrijke, leem- of kleihoudende bodems. Hij verdraagt schaduw, vooral in de jeugd, maar voor de verdere groei en ontwikkeling heeft hij wel licht nodig. Zijn jeugdgroei is snel, een eigenschap die weinig voorkomt bij meer schaduwverdragende soorten met een betere houtkwaliteit. Hij levert een goed afbreekbaar strooisel dat de bodemkwaliteit ten goede komt. VOORKOMEN: solitair - houtkant - weerhaag - sierhaag - (knotboom) ZIEKTE: Door de Iepenziekte (schimmel die wordt overgedragen door de Iepenspintkever) is deze boomsoort als grote boom haast uit ons landschap verdwenen. Aan de wortel ontspringen wel steeds nieuwe scheuten, waardoor de Iep vandaag overleeft als struikvorm. TOEPASSING: Iepenhout lijkt wat op eik en moet daar kwalitatief niet zo sterk voor onderdoen. Het is sterk, vrij duurzaam en vertoont fijne lijntjes die het bijzonder decoratief maken. Het wordt gebruikt voor meubels, fineer, binnenschrijnwerk en kleine huishoudartikelen. Helaas is het hout zeldzaam geworden.

RLVA de Biesestraat 5 - 9600 Ronse 055/20.72.65 - info@rlva.be


Grauwe abeel - Populus x canescens

BESCHRIJVING: De Grauwe abeel is een stabiele hybride met als vader de Ratelpopulier en als moeder de Witte abeel. Hij is een relatief grote boom (tot 30 m) met brede, onregelmatige, dichte kroon en met overhangende takken. De stam is vaak krom. STANDPLAATS: De Grauwe abeel is een goed groeiende, weinig eisen stellende en goed windresistente soort. Hij verdraagt ook makkelijk kalk. Het is een uitgesproken lichtminnende soort, die zeer geschikt is voor vochtige, leemhoudende open gronden. VOORKOMEN: solitair - opgaande bomenrij - (houtkant) - (knotboom) TOEPASSING: Het hout van populieren wordt sinds eeuwen als bouwhout gebruikt voor gebinten van boerderijen, binnendeuren of kozijnen, als vloerhout, voor de binnenbetimmering van spoorwegwagons. Populierenhout ontvlamt niet gauw. Het wordt nog steeds gebruikt in de klompenindustrie. Bijzondere eigenschappen zijn: een lichte kleur, goed te schillen, te drogen en te lijmen. Tegenwoordig gaan grote hoeveelheden populieren naar de paletten - kistenproductie en de papierfabricage. Verder worden van populierenhout meubels, lucifers, houten keukengerei en speelgoed gemaakt. Vroeger werd populierenblad gebruikt om er groene en gele kleurstof van te maken. Gedroogd kan het blad als wintervoer voor geiten dienen. De knoppen bevatten hars en proptosis, waarvan geneesmiddelen, zalf en tinctuur gemaakt kan worden. De Kelten gebruikten het zachte, maar taaie, witte hout van de populier voor het vervaardigen van schilden.

RLVA de Biesestraat 5 - 9600 Ronse 055/20.72.65 - info@rlva.be


Haagbeuk - Carpinus betulus

BESCHRIJVING: De Haagbeuk is een eerder kleine boom (tot 20 m) met een brede, onregelmatige eivormige, dicht vertakte kroon. De stam is meestal vrij kort, niet recht, en vaak met draaigroei. STANDPLAATS: De Haagbeuk houdt van vruchtbare, vochtige, maar niet te natte grond. Hij verdraagt goed schaduw en is matig gevoelig voor zonnebrand door zijn dunne bast. Hij is bovendien niet goed bestand tegen te strenge koude. Hij bezit goed verterend strooisel en heeft een goed uitstoelings- en herstellingsvermogen. Hij groeit eerder traag en is zeer goed bestand tegen snoei. VOORKOMEN: solitair - knotboom - weerhaag - sierhaag - kaphaag - bos - bosrand - houtkant - (dreef) Om diverse redenen komt hij vandaag voor in struikvorm. De Haagbeuk leent zich uitstekend voor aanplanting in hagen. ZIEKTE: Hij heeft weinig last van insectenaantastingen en ziektes. TOEPASSING: Haagbeukhout is zwaar en hard, maar niet duurzaam. Het weerstaat zeer goed aan verplettering, wrijving en slijtage en wordt daarom voor speciale gebruiken voorbehouden: houten hamers, wiggen, rollen, schaven, kapblokken. Het is zeer goed brandhout en werd daarom vroeger vaak als hakhout aangeplant.

RLVA de Biesestraat 5 - 9600 Ronse 055/20.72.65 - info@rlva.be


Hazelaar - Corylus avelana

BESCHRIJVING: De Hazelaar is een 3 tot 6 meter hoge struik met vele rechte stammen en uitlopers STANDPLAATS: De Hazelaar gedijt het best op rijke, vruchtbare, goed vochthoudende gronden en kan veel schaduw verdragen. Voor de productie van noten moet hij in groepsverband worden aangeplant, en liefst op plaatsen waar veel lichtinval aanwezig is. VOORKOMEN: houtkant - solitair - bos - bosrand - (haag) - (knotboom)

TOEPASSING: Hazelnoten zijn goed voor zenuwachtige magen en verder zijn ze gunstig voor zwakken en suikerzieken en heilzaam bij nierontsteking en afdrijven van gruis en tegen bloedarmoede. 30 gr katjes op 1 l water helpt vermageren, 10 gr op 0,5 l is een goed middel tegen griep, 25 g op 1 l water geeft een thee die reinigend is bij huidziekten.


Hondsroos - Rosa canina

BESCHRIJVING: De Hondsroos is een vrij kleine struik (tot 3 m), met min of meer overhangende, gedoornde takken. Ze is veruit de algemeenste inheemse roos. STANDPLAATS: Hondsroos verkiest vochtige tot droge, voedselrijke ondergrond en houdt van licht. Ze groeit niet goed op voedselarme, zure zand- en veenbodems. VOORKOMEN: haag - houtkant - bosrand - struwelen - (bos) TOEPASSING: Van de rozenbottels wordt onder andere jam bereid. Deze is rijk aan vitamine C. Verder bevat een rozenbottel ook vitamine A, vitamine B1 en vitamine B2.

RLVA de Biesestraat 5 - 9600 Ronse 055/20.72.65 - info@rlva.be


Hulst - Ilex aquifolium

BESCHRIJVING: Hulst is een altijdgroene struik of kleine boom (tot 10 m) met een kegelvormige of eivormige kroon. De takken hangen door tot op de grond en vormen natuurlijke afleggers. Zo kunnen zich dichte struwelen vormen. De Hulst is de enige inheemse wintergroene loofboom. Het strooisel breekt uiterst slecht af. Onder de Hulst kan bijna niets groeien. STANDPLAATS: Hulst is een zeer lang levende soort die van vochtige lucht en van een vochthoudende ondergrond houdt. Hij verdraagt een zure grond en vrij veel schaduw, maar geen kalk. Als de ondergrond voldoende vochtig is, kan hij ook tegen volle zon. VOORKOMEN: weerhaag - sierhaag - bosrand - ondergroei in bossen - (solitair) - (houtkant) GIFTIGHEID: Blad en bes zijn zeer giftig voor mens, en dodelijk voor dieren. Slecht 20 bessen kunnen voor kinderen dodelijk zijn. TOEPASSING: Hulst werd vroeger graag gebruikt voor het vervaardigen van wandelstokken.

RLVA de Biesestraat 5 - 9600 Ronse 055/20.72.65 - info@rlva.be


Winterlinde - Tilia cordata

BESCHRIJVING: De Winterlinde (of Kleinbladige linde) is een relatief grote boom (tot 35 m) met een mooi afgeronde, brede kroon en met opgaande, schermvormige vertakking. STANDPLAATS: De standplaatseisen van de Winterlinde zijn niet zo hoog. Hij verkiest lemige en kalkhoudende bodems, maar ook op armere bodems groeit hij nog behoorlijk. Verzuurde, zeer voedselarme bodems worden niet goed verdragen. Hij is ongevoelig voor winterkoude en heeft ook geen last van voorjaarsvorsten. Hij is goed bestand tegen rook, stof en luchtverontreiniging. Ook ophoging en de aanleg van een wegdek verdraagt hij beter dan andere soorten. Hij is ook goed bestand tegen wind. Het is een halfschaduw- tot schaduwboomsoort die weinig wordt aangetast door schimmels en insecten, wel is er vaak wildvraat. Hij verdraagt goed snoei. VOORKOMEN: solitair - (houtkant) - (toegangs)dreef

- bos

TOEPASSING: Het hout van de Winterlinde is licht, zacht en niet duurzaam. Het wordt gebruikt voor houtsnijwerk wegens zijn zachtheid en zijn homogeniteit, verder ook voor speelgoed, tekengerei, meubels en kisten.

RLVA de Biesestraat 5 - 9600 Ronse 055/20.72.65 - info@rlva.be


Okkernoot - Juglans regia

BESCHRIJVING : De notenboom is ingevoerd vanuit het Oosten. Het is een traaggroeiende boom met rechte stam en bolvormige kruin. De boom kan tot 20 m groot en 10 m breed uitgroeien. Hij kan tot 200 jaar oud worden. De boom is gevoelig voor nachtvorst. Hij bloeit in april/mei. Rond september/ oktober zijn de walnoten volgroeid. STANDPLAATS: De okkernoot houdt van een goed ontwaterde, water doorlatende en vruchtbare bodem. De grond mag absoluut niet zuur zijn en moet veel kalk, magnesium, sporenelementen en fosfaat bevatten. Licht en ruimte zijn de tweede belangrijke eis. VOORKOMEN: Voornamelijk op erven en in boomgaarden aangeplant, soms ook langs wegen en kanalen. TOEPASSING: Eetbare vruchten. Extracten uit de bladeren worden gebruikt in de geneeskunde. De bolster bevat oliĂŤn en kleurstoffen. Het hout is hard en goed bewerkbaar. In de meubelindustrie diende wortelnotenhout voor het fineren van meubelen en werden kleine voorwerpen, zoals dienbladen, ervan gemaakt. Ook voor het vervaardigen van machineonderdelen en geweerkolven wordt dit hout veel gebruikt. Voor de bereiding van notenlikeur worden noten gebruikt.

RLVA de Biesestraat 5 - 9600 Ronse 055/20.72.65 - info@rlva.be


Ratelpopulieer - Populus tremula

BESCHRIJVING: De Ratelpopulier (of Esp) is een relatief grote boom (tot 30 m) met een variabele, smalle of ronde kroon, vaak met overhangende takken op latere leeftijd. Vanuit worteluitlopers worden vele jonge planten gevormd, ook op een zekere afstand van de moederplant. Hij dankt zijn naam aan het ratelend geluid dat hij voorbrengt wanneer de bladeren in de wind trillen. De beste groei vertoont hij op vochtige, goed ontwaterde, leemhoudende gronden, hoewel hij ook op droge gronden en in moerassen voorkomt. Hij heeft een grote resistentie aan vorst en droogte. Hij is eveneens vrij resistent aan zure bodems. VOORKOMEN: solitair - (houtkant) TOEPASSING: De Ratelpopulier werd vroeger wel eens geplant naast de “bruidssuite� van hotels. Het rustgevende geluid van de bladeren zou het jonge paar goed doen. De hout van de Ratelpopulier wordt gebruikt in de papierindustrie. Omdat het hout traag brandt en niet knettert is het tevens de ideale boom om lucifers van te maken.

RLVA de Biesestraat 5 - 9600 Ronse 055/20.72.65 - info@rlva.be


Rode kornoelje - Cornus sanguinea

BESCHRIJVING: De Rode kornoelje is een opgaande, hoge struik (tot 5 m). Ze vormt veel wortelopslag. De Rode kornoelje stelt doorgaans weinig eisen. Ze gedijt zowel op droge als op vochtige, liefst kalkrijke gronden. Bovendien verdraagt zij goed schaduw. Het is een makkelijk te onderhouden plant, die goed snoei verdraagt. Ze leent zich uitstekend voor beschaduwde plaatsen in de tuin. VOORKOMEN: houtkant - bosrand - (bos (meestal in ondergroei)) - (weerhaag) - (sierhaag) GIFTIGHEID: De vruchten zijn matig giftig, vooral voor de dwerggeit. TOEPASSING: Het taaie, witte hout van de Rode kornoelje heeft diverse toepassingen, waaronder als steel van smeedhamers en slaginstrumenten. Stelen van kornoeljehout worden als de beste beschouwd.

RLVA de Biesestraat 5 - 9600 Ronse 055/20.72.65 - info@rlva.be


Ruwe berk - Betula pendula

BESCHRIJVING: De Ruwe berk is een eerder kleine boom (tot 30 m) met een langwerpige, open kroon, en met vele dunne en afhangende takken. Ruwe berk is een snelle groeier, maar wordt doorgaans niet ouder dan 50 Ă 60 jaar en bereikt meestal geen 150 cm omtrek op borsthoogte. STANDPLAATS: De Ruwe berk stelt weinig of geen eisen wat betreft voedselrijkdom of waterhuishouding. Hij is zeer gevoelig voor wind, sneeuw en ijzel. Het is een echte pioniersoort, die het vooral op drogere, voedselarme gronden uitstekend doet. De soort is zeer lichtminnend en een snelle groeier. De Ruwe berk mag niet gesnoeid worden in het voorjaar. VOORKOMEN: vooral solitair - bos - houtkant - (sierhaag) - (weerhaag) TOEPASSING: Het hout van de Ruwe berk is elastisch, zacht en van geringe duurzaamheid. Het wordt gebruikt om kleine gebruiksvoorwerpen, meubels en speelgoed van te maken. In feite liggen de technische kwaliteiten van berkenhout niet zover beneden die van Beuk, maar natuurlijk zijn de stammen van een kleiner kaliber.

RLVA de Biesestraat 5 - 9600 Ronse 055/20.72.65 - info@rlva.be


Sleedoorn - Prunus spinosa

BESCHRIJVING: De Sleedoorn is meestal een zeer dichte, sterk vertakte, brede, doornige struik (zelden hoger dan 4 m). Zijn vermogen om dichte stuwelen te vormen maakt hem geschikt om ondoordringbare schermen te vormen. Heel wat zangvogels maken er hun nesten in. De Sleedoorn is eveneens een belangrijke voedselboom voor vogels en bijen. STANDPLAATS: De Sleedoorn verlangt naar voedselrijke grond, vochtig tot droog en bij voorkeur kalkhoudend. VOORKOMEN: bosrand - houtkant - (sierhaag) - (weerhaag) - (onderetage van bossen) GIFTIGHEID: De Sleedoorn is giftig voor paarden. ZIEKTE: In mei spint de spinselmot zich in en zet eitjes af. In deze nesten ontwikkelen zich vele jonge rupsen, die de planten praktisch kaal kunnen vreten. De sleedoornpage heeft de Sleedoorn als waardplant. Deze vlinder legt de eitjes in de oksels van takken, waar de eitjes overwinteren. In het voorjaar komen de eitjes uit. De rupsjes beginnen te vreten van het blad. TOEPASSING: Sleedoornpruimen worden gebruikt om jam en siroop te maken. Het helpt tegen constipatie. Het wordt ook gebruikt als ingrediĂŤnt in wijn en likeur.

RLVA de Biesestraat 5 - 9600 Ronse 055/20.72.65 - info@rlva.be


Spaanse aak - Acer campestre

BESCHRIJVING: De Spaanse aak (of Veldesdoorn) is een struik of kleine boom (tot 15-20 m) met een variabele, meestal ronde kroon. Hij groeit eerder traag. STANDPLAATS: De Spaanse aak is geschikt voor alle bodemsoorten, met uitzondering van zeer arme, droge zandgrond en natte bodems. Hij verkiest vrij rijke en voldoende vochtige gronden die kalkhoudend zijn. Hij is windbestendig, geschikt voor zonnige en schaduwrijke plaatsen en is bestand tegen luchtverontreiniging en strooizout. Het is een echte pioniersplant. VOORKOMEN: (sierhaag) - (weerhaag) - (houtkant ) - (solitair) - (knotboom) - (bosrand) - (bos) TOEPASSING: Het hout van jonge exemplaren wordt gebruikt voor zweepstokken en voor de houten gedeelten van constructies.

RLVA de Biesestraat 5 - 9600 Ronse 055/20.72.65 - info@rlva.be


Gewone vogelkers - Prunus padus

BESCHRIJVING: De Gewone vogelkers is een eerder kleine boom (tot 15 m) met een smalle, dichte kroon en slappe, tot op de grond hangende takken. Veelal is het ook een grote struik. Het is een mooie tuinboom door zijn eerder trage groei, ondiepe worteling en heel mooie, maar korte bloei. De vrucht wordt door vogels gegeerd. De Gewone vogelkers stelt weinig eisen aan de bodem, maar verkiest toch eerder vochtige, rijke, diep open gronden. Hij verdraagt goed schaduw en is bijgevolg te gebruiken voor onderbeplanting. VOORKOMEN: onderbeplanting in bossen - bosranden - (houtkant) GIFTIGHEID: De Gewone vogelkers is vooral giftig voor paarden. Voor dwerggeiten is de Gewone Vogelkers in veel mindere mate giftig. TOEPASSING: Van de rijpe bessen van de Gewone vogelkers kan men compote, sap en likeur maken.

RLVA de Biesestraat 5 - 9600 Ronse 055/20.72.65 - info@rlva.be


Sporkehout - Rhamnus frangula

BESCHRIJVING: Sporkehout (of Vuilboom) is een relatief kleine, weinig vertakte struik (tot ongeveer 3 m), met omhooggerichte, verspreide, doornloze takken. STANDPLAATS: Het Sporkehout stelt zeer weinig eisen aan de bodem. Deze mag voedselarm, droog tot uiterst nat en zuur tot kalkrijk zijn. Het Sporkehout is schaduwverdragend. Hij is een snelle groeier en is winterhard. De plant wordt veel door bijen bezocht. VOORKOMEN: ondergroei van bossen - bosrand - (houtkant) GIFTIGHEID: De bessen en twijgen, en in mindere mate de bladeren, zijn giftig voor mens en dier. Vooral paarden zijn gevoelig, enkele blaadjes zijn voldoende om een paard aan een vreselijke dood te doen sterven. TOEPASSING: De gedroogde bast heeft een licht laxerende werking, en een licht stimulerende werking op de galsecretie. De verse bast is braakwekkend. De vruchten hebben een gelijke werking. Het voordeel van Sporkehout is dat het darmen niet irriteert, vooral geschikt voor de reiniging van de dikke darm. Ook miltziekten worden genoemd. Verder helpt het ook tegen hartkloppingen en oorsuizingen. Daarnaast is het ook een verfplant, waarmee textiel en wol een bruine kleur kunnen verkrijgen. De houtskool van het Sporkehout werd gebruikt bij de fabricage van buskruit. Takken van het Sporkehout kan men in deur en ramen hangen voor het verdrijven van vervloekingen en tovenarijen, volgens Dioscorides.

RLVA de Biesestraat 5 - 9600 Ronse 055/20.72.65 - info@rlva.be


Wilde kardinaalsmuts Euonymus europaeus

BESCHRIJVING: De Wilde kardinaalsmuts is een opgaande struik of kleine boom (tot 7 m). Ze heeft een sterk opslagvermogen uit de stoof en uit ondergrondse delen. Ze is eerder een trage groeier. STANDPLAATS: De Wilde kardinaalsmuts groeit op min of meer voedselrijke, enigszins lemige en meestal vochtige en kalkrijke bodems. In zandgebieden komt de soort vrijwel niet voor. Ze kan lang in de schaduw overleven om explosief te groeien bij een hernieuwd lichtaanbod. Ze verdraagt gemakkelijk snoei. Deze soort komt niet vaak voor in de Vlaamse Ardennen. VOORKOMEN: houtkant GIFTIGHEID: Zaden, bladeren en bast zijn gevaarlijk (giftig) voor schapen en paarden. Vruchten, twijgen en bladeren zijn giftig voor de mens. Soms worden houtbewerkers ziek na contact met het zaagsel. TOEPASSING: Het harde hout werd wel eens gebruikt voor het maken van onder andere breinaalden, weefspoelen en potloden.

RLVA de Biesestraat 5 - 9600 Ronse 055/20.72.65 - info@rlva.be


Zachte berk - Betula pubescens

BESCHRIJVING: De Zachte berk is een eerder kleine-middelgrote boom (tot 20 m) met een langwerpige, open kroon, maar met duidelijk minder afhangende takuiteinden dan de Ruwe berk. STANDPLAATS: De Zachte berk stelt ook weinig eisen wat betreft voedselrijkdom en waterhuishouding. Hij heeft echter wel een voorkeur voor meer vochtige, veenachtige tot moerasachtige plaatsen. Droogte wordt echter niet verdragen. Bovendien houdt hij ook van veel licht. De Zachte berk verdraagt wel iets meer schaduw dan de Ruwe berk, zodat hij in bosverband algemener blijkt te zijn. Hij is vrij gevoelig voor wind en vooral voor sneeuw en ijzel (breuk). VOORKOMEN: Vooral solitair - bos - (houtkant) TOEPASSING: Onder andere goede bezems worden van Berkentakken gemaakt.

RLVA de Biesestraat 5 - 9600 Ronse 055/20.72.65 - info@rlva.be


Zoete kers - Prunus avium

BESCHRIJVING: De Zoete kers (of Boskers) is een vrij hoge boom (15-25m) met een brede ei- of kegelvormige, regelmatige kroon. De betakking is kransstandig. De Zoete kers is de wilde vorm van de gekweekte kersen. Hij heeft een rijke bloei en trekt vogels en bijen aan. STANDPLAATS: De Zoete kers is een uitgesproken lichtminnende plant, die enkel tijdens de eerste jaren vrij goed schaduw kan verdragen. Bovendien prefereert hij vochtige tot droge, voedselrijke, leemhoudende en bij voorkeur kalkhoudende grond. Compacte kleigronden of zure, droge en arme zandgronden verdraagt hij niet. Natte gronden met stagnerend water worden gemeden. Hij vertoont een zeer snelle jeugdgroei, die na 25 jaar afneemt. VOORKOMEN: solitair - houtkant - bosrand - (sierhaag) – (weerhaag) GIFTIGHEID: De Zoete kers is giftig voor paarden, in mindere mate ook voor dwerggeiten. TOEPASSING: Het hout is gemakkelijk te bewerken. Het wordt onder andere gebruikt in de meubelindustrie, voor beeldhouwwerk en voor muziekinstrumenten.

RLVA de Biesestraat 5 - 9600 Ronse 055/20.72.65 - info@rlva.be


Zomereik - Quercus robur

BESCHRIJVING: De Zomereik is een relatief grote boom die in vrije stand tot 25 m hoog wordt en een brede, open kroon ontwikkelt. In opstandverband kan hij een hoogte tot ongeveer 40 m bereiken en is de kroon ronder en smaller. Hij bloeit om de 2 tot 5 jaar en draagt pas vruchten vanaf gemiddeld 40 jaar. Zomereiken groeien traag en kunnen een hoge leeftijd bereiken (meer dan 400 jaar). STANDPLAATS: Hoewel de Zomereik op zeer verschillende bodems voorkomt, stelt hij voor een goede groei hoge eisen aan de voedselrijkdom en de vochtvoorziening van de bodem. Hij verkiest zure tot neutrale bodems die in de zomer goed ontwaterd zijn (zandige tot zwaardere leemhoudende, vochtige gronden of zware klei). Hij is gevoelig voor vorst en zeer gevoelig voor nachtvorst in het voorjaar. De Zomereik verdraagt vrij weinig schaduw, ook in de jeugd. Voor een goede ontwikkeling heeft hij bovendien een relatief grote groeiruimte nodig. VOORKOMEN: solitair - houtkant - (knotboom) - dreef - bos - (sierhaag) - (weerhaag) GIFTIGHEID: Jonge eikels en jonge bladeren zijn giftig voor paarden. De eikels (zeker de onrijpe) zijn eveneens giftig voor (dwerg)geiten.

ZIEKTE: Meeldauw - Diverse soorten rupsen vreten bladmoes - Gal

TOEPASSING: Het hout is bijzonder waardevol en duurzaam, zowel binnen, buiten, als onder water (scheepsbouw). De houtkwaliteit is beter dan om het even welke inheemse boomsoort.

RLVA de Biesestraat 5 - 9600 Ronse 055/20.72.65 - info@rlva.be


Zwarte els - Alnus glutinosa

BESCHRIJVING : De Zwarte els is een struik of kleine boom (15-25 m) met een breed-kegelvormige tot ovale kroon, een rechte stam, en afstaande betakking. STANDPLAATS: De Zwarte els houdt van natte gronden en veel licht. Een optimale groei wordt verzekerd in een goed gedraineerde grond met een bereikbare grondwaterstand, gecombineerd met een vrij hoge bodemvruchtbaarheid (vooral fosfaten). In zijn natuurlijk milieu, moerassen en natte weilanden, vormt hij samen met enkele wilgensoorten de natuurlijke opslag. Hij vormt stronkopslag, maar geen wortelopslag. Vooral in de jeugd (tot ongeveer 7 jaar) heeft hij een hoog groeiritme, maar over het algemeen wordt hij niet zeer oud (80 tot 100 jaar). Zijn wortels zijn bijzonder resistent aan hoge waterstanden (geschikt als natuurlijke oeverversteviging). De Zwarte els leent zich goed voor aanplanting in windsingels en als oeververstevigende beekbegeleider (elzenkanten). Verder is hij ook zeer geschikt als verzorgende nevenboomsoort. VOORKOMEN: solitair - houtkant - (knotboom)

TOEPASSING: Elzenhout is van nature niet duurzaam en kent niet zoveel toepassingen. Het is mogelijk er meubels van te maken en ook als industriehout is het in feite minstens even goed als populier. Het wordt ook verwerkt tot kleine gebruiksartikelen en is het ook vrij goed brandhout.

RLVA de Biesestraat 5 - 9600 Ronse 055/20.72.65 - info@rlva.be


Taxus - Taxus baccata

BESCHRIJVING: De Gewone taxus (of Venijnboom) is een relatief kleine boom (tot 20 m) of struik, met horizontaal afstaande takken. Hij is een trage groeier. De stam is kort en de kroon onregelmatig. De bladeren bestaan uit platte naalden. STANDPLAATS: De Gewone taxus groeit vooral op lichte, vochthoudende, lemige en kalkhoudende bodems. De boom houdt van schaduw en vochtige, humeuze ondergrond. Het is een zeer langzame groeier, maar kan tot 1000 jaar oud worden. De taxus is weinig gevoelig voor snoei. VOORKOMEN: sierhaag - (weerhaag) - solitair GIFTIGHEID: Takken, naalden en zaden zijn zeer giftig voor paarden, koeien en schapen, in mindere mate ook voor schapen. 100g kan bij dieren na enkele uren hartverlamming veroorzaken. Ook voor de mens is de Taxus giftig. Enkele bessen is voor een kind levensgevaarlijk. ZIEKTE: Slecht groeiende Taxus in natte grond worden makkelijk aangetast door wortelrot, veroorzaakt door de Phytopthora-schimmel. De Taxuskever vreet aan de bladranden van de taxus. De larve vreet niet alleen aan de wortels van de Taxus, maar ook aan die van vaste planten. TOEPASSING: Het hout van de Taxus is sterk en buigzaam. Bij de Slag bij Azincourt (1415) gebruikten de Engelsen bogen van taxushout. Daardoor hadden hun pijlen een veel groter bereik en konden ze de slag tegen de Fransen winnen. Uit de Taxus wordt een medicijn getrokken dat dienstig is tegen kanker.

RLVA de Biesestraat 5 - 9600 Ronse 055/20.72.65 - info@rlva.be


Wilde liguster - ligustrum Vulgare

BESCHRIJVING: De Wilde liguster is een relatief korte struik (tot 3 m) met eerder slappe takken. Vegetatieve uitbreiding door middel van afleggers komt vaak voor. STANDPLAATS: De Wilde liguster verkiest vochtige tot droge, kalkrijke gronden. Hij verdraagt zeer goed schaduw en is bijgevolg uitermate geschikt voor onderbeplanting. Hij staat bovendien bekend als een diep- en breedwortelende struik die zeer goed de ondergrond vasthoudt en daardoor geschikt is voor aanplanting op taluds en bermen, een gebruik dat zelden voorkomt in de Vlaamse Ardennen. Hij verdraagt ook goed wind en laat zich makkelijk snoeien, waardoor hij zich ook leent voor aanplanting in hagen. VOORKOMEN: sierhaag - weerhaag - (onderbeplanting bos) GIFTIGHEID: De bessen, bladeren en bast zijn giftig voor paarden, runderen en schapen. De Wilde liguster is eveneens giftig voor de mens. Aanraking van het sap kan onder andere aanleiding geven tot huidirritaties. TOEPASSING: De bessen van de Wilde liguster werden vroeger als kleurstof gebruikt.

RLVA de Biesestraat 5 - 9600 Ronse 055/20.72.65 - info@rlva.be


Bergbosrank – Clematis montana

STANDPLAATS:

zandleem, leem, klei - matig vochtig tot vochtig – zon of halfschaduw verdraagt geen volle zon op voet

KLIMVORM:

rankend met bladstelen

KLIMHULP:

ja – stevig

HOOGTE:

5-8 m

BLOEI:

wit

BLOEIPERIODE:

mei – juni

ECOLOGISCH:

pluisjes van zaden zijn interessant nestmateriaal voor vogels.


Blauwe regen – Wisteria sinensis

STANDPLAATS:

zandleem, leem - droog tot matig vochtig ; zon

KLIMVORM:

windend

KLIMHULP:

ja – stevige kabels of raamwerk

HOOGTE:

6-15 m

BLOEI:

lichtpaars

BLOEIPERIODE:

april - augustus

WEETJES:

krachtige groeiers geurende bloemen giftige, zwarte zaden


Bosrank – Clematis vitalba

BESCHRIJVING: Bosrank is een klimplant die zich met haar bladstelen rond zijn drager omhoog kronkelt. (vgl. Wilde kamperfoelie). Zij bloeit ivan juli tot oktober met roomwitte bloemen in eindelingse pluimen. De bloemen worden gevolgd door zilverige zaadpluizen die de hele winter grijzig dons aan de plant blijven. STANDPLAATS: vochtige, voedselrijke (stikstof), kalkhoudende grond. Doorgaans verkiest zij de struiklaag aan de bosrand, hoewel zij zich ook in vrijstaande bomen omhoogslingert (tot 30 m). Bosrank verdraagt goed schaduw. Aanplanting in de tuin is pas aan te raden, als de plant vrij kan verwilderen. VOORKOMEN: bosranden, langs rivieren, houtkanten GIFTIGHEID: sap is giftig


Bruidssluier – Fallopia aubertii

STANDPLAATS:

vochtige, goed doorlatende grond zon, schaduw

KLIMVORM:

slingerend

KLIMHULP:

ja – stevig

HOOGTE:

tot 15 m

BLOEI:

(groen- )wit

BLOEIPERIODE:

juni - september

WEETJES:

Krachtige groeier; verwilderd gemakkelijk Groeit met de wind mee Stekt gemakkelijk Bloemen en bessen zijn giftig


Klimop - Hedera helix

BESCHRIJVING:Klimop is veruit de meest voorkomende klimplant in onze streken. Merkwaardig is de bloei van de plant: hij behoort tot de late bloeiers (september-december) en draagt groenachtig gele bloemen in schermen. De bladeren aan de bloemen dragende takken zijn duidelijk anders van vorm dan de bladeren aan de andere takken. De bladeren zijn glanzend tot leerachtig donkergroen. De eerste bloei komt trouwens pas na zowat 10 jaar. STANDPLAATS: vochtige, voedselrijke grond, lichtminnende plant die echter ook gemakkelijk schaduw verdraagt. VOORKOMEN:loofbossen , houtwallen , langs muren GIFTIGHEID: De zwarte, besachtige steenvruchten zijn giftig, zoals ook andere delen van de plant.


Vijfdelige wingerd –

Parthenocissus quinquefolia

STANDPLAATS:

zand, zandleem, leem -vochtig - zon, halfschaduw, schaduw

KLIMVORM:

zelfhechtend

KLIMHULP:

ja

HOOGTE:

8 - 15 m

BLOEI:

geelbruin

BLOEIPERIODE:

juni - augustus

WEETJES:

Zwarte bessen (lijkend op druifjes) voor vogels Prachtige dieprode tot vuurrode herfstverkleuring.


Wilde hop – Humulus lupulus

STANDPLAATS:

zandleem, leem, klei - matig vochtig tot vochtig zon, halfschaduw, schaduw

KLIMVORM:

windend

KLIMHULP:

ja - stevig

HOOGTE:

6 - 8m

BLOEI:

groen - vrouwelijke plant draagt hopbellen

BLOEIPERIODE:

juli - september

WEETJES:

Ruw blad kan voor huidirritaties zorgen, Sterft ieder jaar bovengronds af om daarna opnieuw uit te schieten, Speciale geur van de hopbellen, Jonge scheuten zijn eetbaar en lekker.


Wilde kamperfoelie –

Lonicera periclymenum

BESCHRIJVING: Wilde kamperfoelie is een klimplant met rechtswindende of kruipende stengels die wel meters lang kunnen worden. De plant 'wurgt' als het ware zijn drager en niet zelden gaat de drager daaraan ten onder. Zij bloeit in juni-juli in roomkleurige bloemen in eindstandige trossen; de bloemen vertonen vaak roodachtige aanloopkleuren. Naarmate de bloei vordert, wordt de bloemkleur geler. Zij draagt rode besvruchten. De bladeren zijn ovaal met een korte, toegespitste top en een gave bladrand. De bladkleur is bovenaan matgroen, terwijl de onderzijde blauwgroenig is.

STANDPLAATS: matig beschaduwde, liefst zonnige standplaatsen op een humeuze, meestal matig voedselarme bodem. Zij heeft bovendien een uitgesproken voorkeur voor vochtige, maar kalkarme ondergronden. VOORKOMEN:loofbossen , bosranden , houtkanten GIFTIGHEID: rode bessen zijn giftig


Winterjasmijn – Jasminum nudiflorum

STANDPLAATS:

Het liefst staat hij op kalkarme grond, in de zon is de bloei het rijkst, maar ook in de schaduw kan deze struik het goed vinden.

KLIMVORM:

/

KLIMHULP:

ja – op te binden, want klimt niet vanzelf

HOOGTE:

tot 3m

BLOEI:

geel

BLOEIPERIODE:

december - april

WEETJES:

Snoeien na bloei in april Bloeit op tweejarig hout Losse takken wortelen gemakkelijk


PRESIDENT VAN DIEVOET

MALUS DOMESTICA

PRESIDENT VAN DIEVOET

Herkomst Vereisten Kenmerken

RGF Poperinge Bijzonder geschikt voor biologische teelt op sterkere onderstammen Bloei Middentijds

Oogst Eind oktober – begin november

Bewaartijd Consumptie januari Bewaart tot mei - juni

Beschrijving

Grote tot zeer grote, afgeplatte appels met soms een lichte roze blos . De appels zijn lekker vanaf december. Het vruchtvlees is wit met een fijne vaste structuur, knappend, lichtzuur en sappig

Gebruik

Synoniem Gevoeligheid voor ziektes

Geschikt voor verse consumptie, keukengebruik en voor verwerking tot sap, cider of appelmoes. Zeer sterke boom met dichte vertakking, groeit middelmatig sterk Productief (vanaf 5de jaar) en heeft later last van beurtjaren Kruisbestuiving noodzakelijk. Cellini,Colapuis,Keuleman,Radoux,Reinette Evagil In Frankrijk bekend onder de naam Cabarette Tamelijk goed bestand tegen de voornaamste schimmelziektes:schurft, witziekte en echte meeldauw. Weinig vatbaar voor vruchtboomkanker.

Productiviteit

Dit ras is ook bijzonder geschikt voor hoogstam.

Opmerking

Winterfruit , echte winterappel die pas goed wordt vanaf Kerstmis Van zodra de schil geel wordt is de appel consumeerbaar, daarvoor is hij hard en zuur

Boom Goede bestuivers


COURT-PENDU ROUGE

MALUS DOMESTICA

COURT-PENDU ROUGE

Algemene beschrijving

Herkomst : onzeker Middelmatige kleine vrucht Gladde, soms beroeste schil, gele tot oranje kleur renetvormig, uitgesproken plat Geelachtig vruchtvlees met fijne structuur en zuurzoete smaak, zeer fijn aroma Dessertappel van extra kwaliteit met uitstekende bewaring

Rijpheid en verbruik

Pluk: laat in oktober Bewaren: kan tot in april verbruikt worden

Cultuur eigenschappen

Traag groeiende boom Hoge bolvorm Late bloeier, weinig kans op vorstschade, hierdoor zeer regelmatige opbrengst, zelden topoogsten Bevruchting: James Grieve

Gevoeligheden

Gevoelig voor schurft en kanker (dus best aanplanten in zeer goede gronden) Gevoelig voor wollige bloedluis en rode spin

Synoniemen

Courte Queue, Court-Pendu Reinette, Court-Pendu MusquĂŠ, Reinette Court-Pendu Rouge, Reinette de Capendu, Court-Pendu Rouge Royal, Court-Pendu Plat, Court-Pendu Rose, Court-Pendu Rosat, Wallaton Pippin, Court-Pendu Vermeil.


COX ORANGE PIPPIN

MAULUS DOMESTICA

COX ORANGE PIPPIN

Herkomst Vereisten

Groot-Brittanië +/- 1830 Goede vruchtbare bodem – warme en beschutte plaats – natte en koele zomers zijn gunstig voor de productie. Stelt hoge eisen aan de standplaats.

Kenmerken

Beschrijving Gebruik Boom

Bloei

Oogst

Bewaartijd

maart – midden september – eind december april(midden-vroeg)- begin oktober langdurig Oranje gele vruchten met typische rode blos – middelgroot tot klein Handappel – één van de fijnste consumptie appels. Vruchtvlees is vast,geel,saprijk, knappend,zacht zuur, uitgesproken aroma. De boom groeit matig, in de jeugd betrekkelijk steil. Vormt op latere leeftijd een meer bolvormige kroon. Bereikt slechts matige grootte. Geschikt voor struikvorm en vormboom en als stamboom op beschutte plaatsen.

Goede bestuivers Alkmene, Ananas Reinette, Benoni, Boiken, Bramleys Seedling, Breuhahn, Carola, Clivia, Cox’s Pomona, Delcorf, Discovery, Early Victoria, Elan, Elektra, Ellison's Orange, Elstar, Erwin Baur, Fiesta, Freiherr von Berlepsch, Gala, Gascoyne's Scarlet, Glockenapfel, Gloster, Golden Delicious, Golden Noble, Golden Winter Pearmain, Gravenstein, Idared, Ingrid Marie, Jacques Lebel, James Grieve, Jonathan, Kaiser Wilhelm, Keswick Codlin, Landsberger Reinette, Lane’s Prince Albert, Laxton's Superb, Lombarts Calville, Macoun, McIntosh, Melba, Melrose, Oldenburg, Ontario, Princesse Noble, Reinette von Blenheim, Rode Dijkmanszoet, Signe Tillisch, Spartan, Starking, Summerred, Sweet Caroline, Transparente Blanche, Transparente de Croncels, Vista Bella, Worchester Pearmain.. Stambasisrot, schurft,kanker,bloedluis,monilia,junival. De vatbaarheid van Gevoeligheid deze boom voor stambasisrot vraagt extra aandacht voor ziektes Productiviteit

Weinig last van beurtjaren

Opmerking

Vermoedelijk zaailing van Ribston Pippin


E S S C H I N G . MALUS DOMESTICA

ESSCHING

Herkomst

Zeer oude plaatselijke variëteit – Oorsprong waarschijnlijk in de 15e-16e eeuw. Lokaal Zuid-Westvlaams ras, oorsprong niet achterhaald.

Kenmerken Beschrijving

Bloei

Oogst

Bewaartijd

Middel tot laat - mei

Begin oktober

April-mei

Gebruik

De appel is bonkig en rustiek van uitzicht, conisch aan de kelkkant en plat aan de steel zijde. Basis kleur groen, bij rijpheid geelgroen en rood aan de zonzijde. Bedekt met bruinroestige vlekken. Vruchtvlees witgroen,hard,sappig Eetappel en keukenappel

Boom

Sterk groeiende, gezonde boom

Goede bestuivers

Bloemee,Court-Pendu,Jonathan,Laxtons,Superb,Lombarts Calville,Reinette Etoilee,Speeckaert,Pladei, Rode Keiing

Gevoeligheid voor Weinig gevoelig aan ziektes ziektes Zeer hoge productie - beurtjaren Productiviteit BEDREIGD RAS Opmerking


JACQUES LEBEL

MALUS DOMESTICA Algemene beschrijving

JACQUES LEBEL Afkomstig uit Frankrijk : Amiens Middelmatig grote tot grote vrucht Gladde schil, bij bewaring erg vettig, groengele kleur Breedbolvormig, steel en kelkzijde afgeplat, korte steel Wit, zacht vruchtvlees, zurige, verfrissende smaak Appel met fijne structuur, zeer geschikt als keuken- en Moesappel

Rijpheid en verbruik

Pluk: eind augustus tot eind september Korte steel: hierdoor windgevoelig, vruchten duwen elkaar af dus tijdig oogsten Bewaren: tot Nieuwjaar goed bewaarbaar op een koele, droge plaats

Cultuur eigenschappen

Sterke groei in de jeugdjaren, volwassen vorm: schermvormig Bloei: matig laat, gevoelig voor lentevorst vooral na jaar met Grote opbrengst, hierdoor typische beurtjaarsoort Bevruchting: Oogstappel, James Grieve

Gevoeligheden

Gevoelig aan schurft, wollige bloedluis en fruitmotjes Minder gevoelig aan kanker

Synoniemen

Jakob Lebel, Double des Voges


J A M E S G R I E V E MALUS DOMESTICA

JAMES GRIEVE

Algemene beschrijving

Oorsprong : Frankrijk Middelgrote tot grote vrucht Effen schil, rode tot groenrode kleur, rode streepjes aan de zonnekant Hoogronde vorm Wit tot geelwit vruchtvlees, middelmatig vast en sappig fijne structuur, was hierdoor jarenlang de onbetwiste leider bij de zomerappel

Rijpheid en verbruik

Pluk: 2de helft van augustus, de appel moet rijpen aan de boom Bewaren: gedurende een 3-tal weken

Cultuur eigenschappen

Traag maar gelijkmatig groeiende boom Vruchthoutdunning toepassen bij volwassen bomen om groei te behouden Zeer vruchtbare boom, hoge opbrengst met beurtjaren Bloei: zeer overdadig en lang, hierdoor zeer goede bestuiver Bevruchting: Oogstappel en Reine des Reinettes

Gevoeligheden

Op koude, natte gronden zeer vatbaar voor schurft en kanker gevoelig voor bacterievuur

Synoniemen

Wintergoldpearmain, King of the Pippins, Princess Pippin


JOSEPH MUSH

MALUS DOMESTICA

JOSEPH MUSH

Algemene beschrijving

Oorsprong : België – RGF (Ressources Génétiques Fruitières) Grote, brede appel Ruw aanvoelende schil, geel met donkerrode blos rond, iets breder aan de steelzijde, kortgesteeld Vast en heerlijk sappig vruchtvlees, aangenaam zuurzoete smaak met licht aroma Goede tafelappel, kan ook als stoofappel gebruikt worden

Rijpheid en verbruik

Pluk: oktober Bewaring: vrij goed tot in februari

Cultuur eigenschappen

Vrij zwakke groeier Robuuste kruin, de boom wordt niet hoog Matige productiviteit Bloei: vroeg, hierdoor vorstgevoelig Bevruchting: Président Roulin en Grenadier

Gevoeligheden

Weinig gevoelig voor witziekte, matig vatbaar voor kanker en schurft

Synoniemen

Gascogne’s Scarlet Seedling


M E L R O S E . MALUS DOMESTICA Herkomst Vereisten Kenmerken Beschrijving

Gebruik Boom

Goede bestuivers

MELROSE Melrose is gewonnen in 1937 in Ohio door Fr. S. Howlett en werd voor het eerst in de handel gebracht in 1944. Doet het zeer goed op een zandgrond Bloei Oogst Bewaartijd Late bloei Oktober November tot maart De vruchten zijn mooi donkerrood op een groengele achtergrond en zijn groter dan bij Jonathan, iets kantig en minder geribd dan bij Delicious. De smaak is goed en minder zuur dan van Jonathan appelen, zwak aromatisch. Aan jongere bomen vaak wat bonkig. De vruchten zijn het mooist donkerrood na een tijd van bewaring. Het vruchtvlees is wit, zacht en sappig. Ook na langere bewaring blijft de smaak goed behouden. Dessert appel De groei is sterk, mede bepaald en afhankelijk van het type van onderstam, maakt een tamelijk steile tot matige brede kroon. De kruin is vrij dicht bebladerd. Het hout is vrij stevig. Door zijn sterke groei maken vooral jonge bomen lange, grotendeels kale takken. Het is daarom dat Melrose minder geschikt is voor de spilvorm,veel buigen is gewenst. Cox’s Orange Pippin, Elstar,Gloster,Golden Delicious, James Grieve,Lombarts Calville

Gevoeligheid voor ziektes

Gevoeligheid voor ziekten: matig gevoelig voor schurft, meeldauw, bladluis. Zwak gevoelig voor spint.

Productiviteit

Vroege, regelmatige en goede productiviteit

Opmerking

SUPER LEKKER- O P G E L E T !! NIET SUBSIDIEERBAAR BIJ NBS


OOGSTAPPEL OF TRANSPARENTE BLANCHE

MALUS DOMESTICA

OOGSTAPPEL

Algemene beschrijving

Herkomst : niet gekend Middelgrote vrucht Effen schil, geelgroene kleur Conische vorm, smaller naar de kelk toe met brede ribbels over gans de vrucht naar de kelk toe Wit vruchtvlees, zacht en vrij los Dessertappel, de verse appel is vrij sappig en fris zurig, door zijn vroegrijpheid heeft hij nauwelijks concurrentie

Rijpheid en verbruik

Pluk: vanaf de 2de helft van juli Bewaren: de appel bewaart niet, kwaliteitsverlies reeds na enkele dagen

Cultuur eigenschappen

Snelle groei in de jeugd, vroege vruchtproductie, hierdoor verzwakt de groei of valt hij stil Steilopgaand in de jeugd, ronde kroon in volwassen vorm Risico op takbreuk door de zware opbrengsten Bloei: redelijk vroeg, goede bestuiver voor andere rassen Bevruchting: James Grieve

Gevoeligheden

Gevoelig voor kanker en witziekte, minder voor schurft Gevoelig voor wollige bloedluis en bladluis

Synoniemen

Transparante Jaune, Jaune Transparante, Yellow Transparant, Weisser Klarapfel, Klarapfel


OSSEKOP

MALUS DOMESTICA

OSSEKOP

Algemene beschrijving

Herkomst : onbekend Zeer grote, platronde, licht conische appel Gladde schil, half blinkend, groengeel en aan de zonnekant karmijnrood of gestreept, soms met grijze vlekjes Wit vruchtvlees met een groene doorschijn, vast, mild zure smaak, matig sappig tot droog, weinig aroma Vrij goede dessertappel, goede keukenappel

Rijpheid en verbruik

Pluk: september voor gebruik als stoofappel; oktober voor gebruik als dessertappel Bewaren: tot in februari

Cultuur eigenschappen

Sterke groeier met grote, opengespreide kruin Geeft ook in minder goede omstandigheden goede resultaten De productie komt traag op gang, onderhevig aan beurtjaren Bloei: betrekkelijk laat Bevruchting: Reine des Reinettes

Gevoeligheden

Bevredigende weerstand tegen ziekten en insecten Matig gevoelig voor kanker en meeldauw

Synoniemen

Belle Fleur Ă Large Mouche, RabaĂŤlle, Baleau, Lancashire,Dubbele Bellefleur


PRESIDENT ROULIN

MALUS DOMESTICA Algemene beschrijving

PRESIDENT ROULIN Herkomst : Waals Brabant Een grote appel, geel met rose strepen Typische renetvorm: regelmatig, iets breder dan hoog, grootste diameter in het midden Wit roomkleurig tot bleekgeel vruchtvlees, zacht beetje zuur en zeer geschikt voor appelmoes Fijne zoete smaak,

Rijpheid en verbruik

Pluk: vanaf oktober Bewaring: tot december

Cultuur eigenschappen

Zwakke tot sterke groeier met een open gestel. Vroege tot middentijdse bloeitijd. Zeer vruchtbaar met een goede opbrengst Bestuivers: Harmonie, Tentation, Reine des Reinettes, Jubilé, James Grieve, Grenadier, Golden Delicious., Radoux

Gevoeligheden

Alle boomvormen, weinig gevoelig voor schurft, witziekte en kanker.

Synoniemen

King of the Pippins, Princess Pippin, Prince’s Pippin, Winter Goldparmäne


REINE DES REINETTES

MALUS DOMESTICA

REINE DES REINETTES

Algemene beschrijving

Herkomst : waarschijnlijk Frankrijk De vrucht is tamelijk klein, regelmatig gevormd, geel met fraaie effen rode blos. Effen schil, geelrood, zalmkleurig tot gestreept Typische renetvorm: regelmatig, iets breder dan hoog, grootste diameter in het midden Wit roomkleurig tot bleekgeel vruchtvlees, vast en matig sappig fijne zoete smaak, vruchten die weinig zon kregen zijn smaakloos

Rijpheid en verbruik

Pluk: vanaf midden september, de goede smaak komt pas laat vrij Bewaring: matig tot goed – november - december

Cultuur eigenschappen

Middelmatig sterke groeier met steil opgerichte takken. Zeer vruchtbaar, neiging tot beurtjaren. Middelmatig van grootte, orange gele achtergrondkleur rood gestreept aan de zonkant. Dessertappel met fijne smaak en nootachtig aroma. Bestuiver: Alkmene, Cox's Orange Pippin, Discovery, Elstar, Golden Delicious, James Grieve, Lombarts Calville, Melrose, Winston, Reine des Reinettes. Gevoelig voor kanker, schurft, witziekte en bloedluis. Gevoelig voor bladluizen

Gevoeligheden

Synoniemen

Niet gekend


SCHONE VAN BOSKOOP

MALUS DOMESTICA

SCHONE VAN BOSCOOP

Algemene beschrijving

Gevoeligheden

Herkomst : Nederland Grote vrucht Dikke ruwe schil, grauwgroene tot geelgroene kleur, sommige mutanten zijn grauwrood Bolvormig rond, hoger dan breed, enigszins onregelmatig Geelachtig, vast vruchtvlees, sappig met fijne structuur, de smaak evolueert van zuur en wrang naar de typisch zoetige renetsmaak naar het einde van de winter toe. Matige dessertappel, uitstekend voor appelmoes en taarten Hoog vitamine C gehalte Pluk: vanaf eind september maar bij voorkeur laat in oktober Bewaring: tot in de lente Sterk tot zeer sterk groeiende boom Takken: horizontale tot hangende stand De volwaardige productie komt pas laat op gang Bloei: zeer vroeg, hierdoor vorstgevoelig Bevruchting: James Grieve, Jacques Lebel, Oogstappel, Reine des Reinettes, eventueel Winterbanana Enkel in zijn jeugd gevoelig voor schurft

Synoniemen

Belle de Boskoop, Reinette van Monfort, Goudrenet

Rijpheid en verbruik Cultuur eigenschappen


R A M B O U R D’ H I V E R MALUS DOMESTICA

RAMBOUR D’HIVER

Herkomst

Onzeker maar waarschijnlijk Frankrijk of België

Kenmerken

Beschrijving

Gebruik Boom

Goede bestuivers

Bloei

Oogst

Bewaartijd

Begin tot midden oktober Tot eind januari mei Grote vruchten, calvillevormig volrond, licht conisch, iets hoger dan breed, afgeplat aan steel en kelkkant. Bleekgele grondkleur, groene doorschijn,strogeel bij rijpheid, donkerrood gestreept aan zonnekant. Sappig, geelwit,krakend,vast, zoet tot lichtzuur Hand- en dessertappel. Ook uitstekende kookappel. Rustieke boomgaardvariëteit voor hoogstam en halfstam. In de meeste boomgaarden van Vlaanderen voorkomend onder de naam “Winterstreeping” Boiken, Golden Winter Pearmain, Ontario, Reinette de Champagne, Transparente de Croncels,Schone van Boscoop (Goud Reinet),James Grieve.

Synoniemen

Winterstreeping, Hollandse Bellefleur, Rambour Deux ,Lotringer Rambour,Rheinischer,Salemer Klosterapfel,Thuringer Winterrambour

Gevoeligheid voor ziektes Productiviteit

Goede weerstand tegen ziekten en insecten Matig gevoelig voor kanker en meeldauw en schurft Zeer vruchtbaar , maar weinig kwaliteit - gevoelig aan beurtjaren – de dracht is bevredigend

Opmerking

Belangrijkste vertegenwoordiger van de Rambour-typen


W I N T E R B A N A N A

MALUS DOMESTICA

WINTERBANANA

Algemene beschrijving

Herkomst : Verenigde Staten Vrij grote vrucht Effen dikke schil, volgele kleur met rode blos, verspreid een aantal grijsbruine plekjes Bolronde regelmatige vorm, eerder plat, soms licht conisch Wit-geel vruchtvlees, vrij vast, sappig, weinig uitgesproken, eerder zoete smaak Zeer goede dessertappel, leent zich ook voor andere toepassingen Hoog vitamine C gehalte

Rijpheid en verbruik

Pluk: oktober Bewaring: goede bewaring tot diep in de winter, de appel verschrompelt maar behoud zijn kwaliteit

Cultuur eigenschappen

Sterk, breed uitgroeiende boom Bolvorm De productie komt traag op gang, draagt daarna zeer regelmatig Bloei: eerder laat Bevruchting: zelfbevruchting, James Grieve

Gevoeligheden

Matig gevoelig voor schurft en stip Matig gevoelig voor zaagwesp


GRENADIER

MALUS DOMESTICA

GRENADIER

Algemene beschrijving

Oorsprong : Groot Brittanië Matig grote vrucht Gladde schil, bleekgroene tot geelachtige kleur, soms rode blos Typische appelvorm, afgeplat rond, ietwat onregelmatig Wit en zeer zacht vruchtvlees, sappige, friszure smaak Perfecte moesappel

Rijpheid en verbruik

Rijpt van juli tot september Korte bewaartijd (tot eind september)

Cultuur eigenschappen

Gezonde, vruchtbare variëteit Open structuur, piramidevormige kruin Hoge opbrengst, vruchtdunning noodzakelijk Vroege bloeier, vorstschade mogelijk Bevruchting: Président Roulin, gedeeltelijke zelfbevruchting

Gevoeligheden

Zeer resistent tegen kanker en schurft Middelmatig gevoelig voor witziekte en kurkstip

Synoniemen

Geen gevonden


RABAU

MALUS DOMESTICA

RABAU

Herkomst

Dit is een zeer oud ras dat teruggaat tot in de 12e eeuw.

Algemene beschrijving

Rijpheid en verbruik Cultuur eigenschappen

De appel is middelmatig groot en bolvormig en heeft stevig vruchtvlees. De schil is geelgroenachtig, roestig, droog, ruw met kurkbarstjes en knobbels. Het steeltje is kort, het vlees is zacht-zuur. Bloeit eind april, wordt begin oktober geplukt en kan verbruikt worden tot eind december Sterk groeiende, stevige, rustieke boom, vormt hoge, grote, breedbolvormige kruin met stevig gestel. De bomen worden zeer oud. Ze leveren zeer goede opbrengsten. De Rabau is vanouds de appel van de gewone bevolking en werd vroeger gebruikt tegen darmkwalen. Zeer geschikt voor bakken .

Gevoeligheden

Algemeen een zeer goede groeier, wel enigszins gevoelig voor kanker en witziekte

Synoniemen

Oude Grijskens,Rabaen,Rabouw,Graue Rabau, Winterrabau, Bloemzuur, Weissersummerrabau, Rabau Blanche


R E I N E T T E

D E S C A R D R E

MALUS DOMESTICA

REINETTE DESCARDRE

Herkomst

Frankrijk – verkregen door de heer Descardre

Vereisten

Dit ras is zeer kieskeurig wat de bodem betreft, die moet warm en goed water doorlatend zijn, met klei of leeminslag en liefst veel humus.

Kenmerken

Geen speciale kenmerken Bloei

Beschrijving

Oogst

Consumptie

Vroeg tot 4de week september- oktober – januari middentijdse begin oktober bloeitijd, triploïd ras Middelmatige dikke geelbruine, geelgrijse appel met wat rood aan de zonzijde. Extra goed van smaak, zeer lichtgele kleur, zoet en sappig.

Gebruik

Eerste kwaliteit dessert appel.

Boom

Matig groeiende, vruchtbare boom en sterke boom

Goede bestuivers Gevoeligheid voor ziektes Productiviteit

James Grieve, Court Pendu, Eisdens Klumpke, Sterapppel.

Opmerking

Behoort tot de oude appelrassen

In koude en vochtige gronden onderhevig aan kanker en schurft. Goede en regelmatige productiviteit.


BEURRE ALEXANDRE LUCAS

PYRUS COMMUNIS

BEURRE ALEXANDRE LUCAS

Algemene beschrijving

Herkomst Frankrijk Groot, dik en tonvormig Gladde schil, bij rijpheid citroengeel, grof bruin gestippelde en gevlekte schil, soms roze-oranje aan de zonnekant Geelachtig wit vruchtvlees, eerder fijn, smeltend en zeer sappig, aangenaam zoete smaak Goede dessertpeer en geschikt voor keukenbereidingen Pluk: vanaf eind september tot midden oktober Bewaring: tot eind december

Rijpheid en verbruik Cultuur eigenschappen

Gevoeligheden

Sterke groeier, brede kroon met neerhangende takken Stelt weinig eisen qua standplaats Bloei: vroeg tot matig vroeg, goed en regelmatig productief Bevruchting: Beurré Hardy, Conférence, Doyenné du Comice, Clapp’s Favourite, slechte bestuiver Sterke boom met hoog weerstandsvermogen

Synoniemen

Niet bekend


BEURRE HARDY

PYRUS COMMUNIS

BEURRE HARDY

Algemene beschrijving

Herkomst : Frankrijk Dikbuikige, bolvormige, hobbelige peer, steeds dikker aan één kant Dikke ruwe schil, groengrijs tot donkergeel, rijp lichtbruin gespikkeld Wit vruchtvlees, zeer fijn, sappig en smeltend Zeer goede dessertpeer

Rijpheid en verbruik

Pluk: vanaf half september Bewaren: ongeveer een maand

Kopgroeier, hoge smalle boom Cultuur eigenschappen Zeer sterke groeier, produceert hierdoor laat, moet door snoei in toom gehouden worden Bloei: vrij laat Bevruchting: Conférence, Doyenné du Comice, Clapp’s Favourite, Williams Bon Crétien, goede bestuiver Gevoeligheden Matig gevoelig voor loodglans Zeer gevoelig voor schurft Zeer sterk bestand tegen bacterievuur Poire Hardy, Beurré Gellerts, Gellerts Butterbirne Synoniemen


CALEBASSE BOSC

PYRUS COMMUNIS

Calebasse Bosc

Herkomst

Deze variëteit is uit Frankrijk afkomstig; werd gevonden in 1835 te Apremont. In Duitsland is zij vrij algemeen verspreid, in ons land komt zij echter nog lang niet algemeen voor, wellicht, omdat vele andere peren beter zijn dan deze. Op enkele plaatsen vindt men enige bomen van deze soort. Vroeger veel aangeplant in West-Vlaanderen Bewaar ras - Winterpeer Bloei Oogst Bewaartijd Midden tot laat Half oktober November De boom is groeikrachtig, vooral geschikt voor hoogstam en heeft graag een beschutte standplaats. De peer heeft een mooie flesvorm, van onderen vrij dik en buikig, met een lange punt naar de steel uitlopend. De vrucht is van middelmatige grootte, echter eerder groot dan klein. Eigenaardig kaneelbruin, met aan de zonzijde soms een nauwelijks merkbare, meer donkere plek; glad en effen, tegen het rijpen geelbruin, soms ook geel, afhankelijk van de plaats waar de vrucht gegroeid is. Het vruchtvlees is geelachtig wit, sappig en zacht, zoet met weinig aroma, soms een weinig korrelig onder het klokhuis. Een goede lekkere tafelpeer. Zij moet tijdig geplukt worden en verkiest een warme standplaats . De vrucht is steeds gaaf, hoogst zelden misvormd. Een beste marktpeer, die om kleur en grootte ,graag gekocht wordt. Maakt dun eenjarig hout, is daarom in de jeugd wat slap, doch later wordt dat beter, leent zich daarom voor alle vormen. Bon Chrétien Williams, Clapp's Favourite, Colorée de Juillet, Conference, Doyenné d'Hiver, Doyenné du Comice, Dubbel Flip, Légipont, Louise Bonne d’Avranches, Triomphe de Vienne.

Kenmerken

Beschrijving

Gebruik

Boom Goede bestuivers Gevoeligheid voor ziektes

De boom heeft weinig last van ziekte, behalve schurft en witvlekkenziekte. Ook gevoelig voor middelen die koper en zwavel bevatten

Productiviteit

Deze soort is bij uitstek vruchtbaar en draagt beslist jaarlijks, vandaar, in hoofdzaak, dat wij deze variëteit in ons sortiment opnemen. Synoniem : Beurré d’Apremont

Opmerking


C A T I L L A C PYRUS COMMUNIS

Catillac

Herkomst

Zeer oud, oorspronkelijk Frans ras, vermoedelijk wijst de naam “Pondspeer” naar de grote vrucht die gemakkelijk een pond kan wegen.

Kenmerken

Gezonde sterke boom, vraagt beschutte plaats om het afvallen van de zware vruchten te voorkomen. Bloei

Oogst

Bewaartijd

Midden tot laat

3e week oktober

Tot maart-april

Beschrijving

De vrucht is groot, vrij buikig en lijkt op Saint Rémy. De schil is groen en glad soms met een mooie blos en enkele roestvlekjes. Het vlees is wit, sappig,vrij grof,eerder zurig van smaak. De steel is iets ingezonken en vrij lang.

Gebruik

Een goede harde stoofpeer – kookt mooi rood.

Boom

De boom kent een sterke groei, heeft flink uitstaande takken en een krachtige, mooie piramidale vorm. Hij is pas laat vruchtbaar, maar is dan vrij regelmatig; hij heeft geen last van beurtjaren. Een degelijke vormsnoei is noodzakelijk. Clapp's Favourite, Conference, Louise Bonne d'Avranches .

Goede bestuivers Gevoeligheid voor ziektes

Over het algemeen is het een gezonde boom die weinig gevoelig is voor ziektes. De vruchten kunnen evenwel last hebben van rotte neuzen.

Productiviteit

De opbrengst is niet zo overvloedig (zoals bv bij Saint Rémy) maar is toch redelijk. (Ook vanwege het hoge vruchtgewicht)

Opmerking

Synoniem : Pondspeer,Kadulak,Pompeer,Bon Chrétien d’Amiens,Chartreuse,Grand Monarque,Gros Gillot,Belle Pear,Pount Pear,Monstueuse des Landes.


CLAPP’S FAVOURITE

PYRUS COMMUNIS

CLAPP’S FAVOURITE

Algemene beschrijving

Middelmatig dikke, eivormige peer Effen schil, dun, groengeel, aan de zonnekant karmijnrood met rosrode stippen Wit, fijn en sappig vruchtvlees met aangenaam zoete smaak Vrij goede dessertpeer

Rijpheid en verbruik

Pluk: half augustus, niet later! Bewaring: zeer kort (1 week)

Vrij trage groeier Cultuur eigenschappen Geen mooie piramidale vorm Veel bloemknoppen, late maar dan zeer regelmatige productie Gevoelig voor wind: de vruchten vallen gemakkelijk af Bloei: laat Bevruchting: door vrijwel alle variëteiten Gevoeligheden Weert moeiteloos alle ziekten en insecten Licht gevoelig voor schurft en perenvuur Favorite de Clapp, Clapp’s Liebling Synoniemen


COMTESSE DE PARIS

PYRUS COMMUNIS

COMTESSE DE PARIS

Algemene beschrijving

Herkomst : Frankrijk Dikke, langwerpige peer Licht ruwe schil, groen tot geel met bruine spikkels Groenig wit vruchtvlees, eerder fijn en sappig, aangenaam zoete smaak zonder speciaal aroma Goede dessertpeer

Rijpheid en verbruik

Pluk : ten vroegste vanaf half oktober, heeft anders een slechte smaak Bewaring: tot diep in de winter

Eerder zwakke groeier, draagt toch vrij snel veel vruchten, bij voorkeur Cultuur eigenschappen vruchtdunning toepassen Stelt weinig eisen aan bodem en standplaats Bloei: vrij vroeg Bevruchting: Beurré Hardy, Clapp’s Favourite Gevoeligheden Sterke soort met hoge weerstand tegen ziekten en plagen synoniemen

Gräfin von Paris


CONFERENCE

PYRUS COMMUNIS

CONFERENCE

Algemene beschrijving

Herkomst : Engeland Middelmatig dikke, langwerpige vrucht, typische peervorm Dunne effen schil, geelgroene kleur, bij rijpheid geelbruin met ruwe roeste vlekken Wit tot zalmkleurig vruchtvlees, zacht, sappig en smeltend met zeer fijne structuur Zeer goede dessertpeer Pluk: vanaf midden september Bewaring: kort, de peer wordt snel beurs

Rijpheid en verbruik

Middelmatige groeier Cultuur eigenschappen Piramidale vorm Produceert goed, vrij snel en regelmatig, best vruchtdunning toepassen om voldoende grote vruchten te verkrijgen Bloei: laat Bevruchting: gedeeltelijk zelfbestuivend, Doyennné du Comice, Clapp’s Favourite, Beurré Hardy Neiging tot parthenocarpie (zaadloze, langwerpige vruchten) Gevoeligheden Enkel gevoelig voor kanker Bij voorkeur geen droge gronden Fondante de Charneux Synoniemen


DOYENNE DU COMICE

PYRUS COMMUNIS

DOYENNE DU COMICE

Algemene beschrijving

Herkomst : Frankrijk Vrij dikke vrucht maar wisselvallige vorm Tamelijk dikke, effen schil, groen, strogeel met grijze stippeltjes en een rode-roze blos bij rijping Wit, fijn, zeer smeltend en sappig vruchtvlees Wordt beschouwd als de KONINGINNEPEER door haar uitmuntende, sterk zoete smaak met een zeer fijn aroma, uitmuntende dessertpeer

Rijpheid en verbruik

Pluk: 2de helft van september Bewaring: goed, behoud heel goed haar kwaliteit

Uitgesproken kopgroeier met sterke groeikracht, hierdoor late productie Cultuur eigenschappen eerste jaren onregelmatige opbrengst, later gelijkmatiger Bloei: laat Bevruchting: Williams Bon Chrétien, Conférence, Clapp’s Favourite, Beurré Hardy, Comtesse de Paris en Jeanne d’Arc Gevoeligheden Tijdens de jeugdjaren gevoelig voor bacterievuur en schurft Eens volgroeid is dit een zeer gezonde boom Vereins Dechantsbirne Synoniemen


DUBBEL FLIP

PYRUS COMMUNIS

DUBBEL FLIP

Algemene beschrijving

Herkomst : België Dikke, ei- of tonvormige, licht hobbelige peer Dunne schil, grasgroen, bij rijpheid botergeel met kleine bruine stippeltjes, aan de zonnekant soms rode blos Wit, nogal grof vruchtvlees, zeer sappig en aangenaam zoet Ideaal als keukenpeer, goede dessertpeer Pluk: midden september Bewaring: ongeveer 1 maand

Rijpheid en verbruik

Sterke groeikracht, tamelijk kopgroeiend, grillige vorm van de takken Cultuur eigenschappen Vruchtbaarheid treedt laat in, enkel de afhangende takken zijn vruchtbaar, afbuigen is dus noodzakelijk Bloei: vrij vroeg Bevruchting: Beurré Hardy of Conférence, is zelf een slechte bestuiver Gevoeligheden Tamelijk gevoelig voor schurft Verder een gezonde boom Synoniemen

Beurré de Mérode, Doyenné de Mérode, Philippe Double, Doyenné Boussoch, Doppelte Phillip(sbirne), Filip


J E A N N E D’ A R C

PYRUS COMMUNIS

JEANNE D’ARC

Algemene beschrijving

Herkomst : Frankrijk Middelmatig dikke, stompe, licht hobbelige peer Effen schil, enigszins ruw, groen, citroengeel met grijze stippels bij rijpheid,wit, fijn, licht korrelig vruchtvlees, smeltend en zeer sappig, aangenaam zoete smaak, licht geparfumeerd Zeer goede dessertpeer

Rijpheid en verbruik

Pluk: 2de helft van oktober (de vruchten vallen wel gemakkelijk) Bewaring: matig (gevoelig voor buikrot)

Piramidale vorm, middelmatige groei, kopgroei iets meer uitgesproken Cultuur eigenschappen Bloei: middenseizoen, zeer vruchtbaar Bevruchting: Doyenné du Comice, is zelf een slechte bestuiver Gevoeligheden Gevoelig voor schurft Verder een gezond ras synoniemen

Geen gekend


JEFKESPEER

PYRUS COMMUNIS

JEFKESPEER

Algemene beschrijving

Herkomst : Oost-Vlaanderen Kleine, dikke, tolvormige, enigszins verlengde peer Licht ruwe, bruinrode tot bruine schil Wit, fijn, zeer sappig vruchtvlees, aangenaam zoete, licht gearomatiseerde smaak Goede dessertpeer

Rijpheid en verbruik

Pluk: vanaf half september Bewaring: slechts enkele weken. (Wordt snel buikrot)

Cultuur eigenschappen

Sterke groeier, piramidale vorm Sterke windresistentie Goede vruchtbaarheid, draagt regelmatig Bloei: middenseizoen, Bevruchting: Clapp’s Favourite, Beurré Hardy, Doyenné du Comice

Gevoeligheden Sterke boom met hoog weerstandsvermogen Synoniemen

Beurré Chaboceau,Poire de Joseph


TRIOMPHE DE VIENNE

PYRUS COMMUNIS Herkomst Vereisten Kenmerken Beschrijving

Gebruik Boom

TRIOMPHE DE VIENNE Frankrijk. Toevalszaailing van Jean Collaud uit Montagnon (F). In de handel gebracht door boomkweker Blanchet uit Vienne. ( 1874) Heeft tijdens de bloei gunstig weer nodig voor goede bestuiving. Bloei Oogst Bewaartijd Middelvroeg tot laat september November De peer is mooi bronsgroen met veel roestvlekken. Het vlees is bruin roze, sappig en zoet, maar wel grofkorrelig. De smaak kan sterk uiteenlopen. Zomerpeer die slechts beperkt bewaard kan worden, 2 à 3 weken. Het is een goede zomerpeer voor vers gebruik, kan ook gebruikt worden als stoofpeer. De boom vormt een hoge piramidale kruin en heeft een sterke gezondheid.

Goede bestuivers

Bergamotte Esperen, Beurré Hardy, Bon Chrétien Williams, Clapp's Favourite, Comtesse de Paris, Conference, Doyenné du Comice, Durondeau, Legipont, Louise Bonne d'Avranches, Précoçe de Trévoux.

Gevoeligheid voor ziektes Productiviteit

Weinig gevoelig voor ziektes maar wel voor perenvuur.

Opmerking

Kan zeer grote oogsten geven, doch is erg ongedurig en moeilijk ten aanzien van de vruchtzetting. De opbrengst is laat en onregelmatig. Behoort tot de indertijd zeer veel aangeplante variëteiten, doch is de laatste jaren minder geplant als gevolg van de onregelmatige vruchtbaarheid. Heeft steeds goede marktwaarde


WIJNPEER

PYRUS COMMUNIS

WIJNPEER

Algemene beschrijving

Herkomst : België - Doornik Kleine tot middelmatige calebassevormige vrucht Geelbruine kleur met grijze stipjes Wit, halfzacht en zeer sappig vruchtvlees, heel zoete smaak Heel goede keukenpeer, kort ook als dessertpeer Pluk: in september Bewaring: zeer kort, de peer wordt snel beurs

Rijpheid en verbruik Cultuur eigenschappen

Zeer sterke groeier Vruchtbaar ras, draagt snel en veel Bloei: laat Bevruchting: William’s Bon Chrétien, Clapp’s Favourite Gevoeligheden Matig gevoelig aan schurft Vlug buikziek Verder goede algemene weerstand Synoniemen

Calabasse à la Reine


WILLIAMS BON CHRETIEN

PYRUS COMMUNIS

WILLIAMS BON CHRETIEN

Algemene beschrijving

Herkomst : Engeland Middelmatig dikke, ei- tot bolvormige peer, dikwijls met bulten, effen schil, donkergroen, goudgeel met rosse stippels en geelbruine strepen bij rijpheid Wit, fijn smeltend vruchtvlees, matig sappig, zoete, sterk gearomatiseerde smaak Zeer goede dessertpeer, hoog vitamine C gehalte Vooral gewaardeerd voor het inblikken en verduurzamen in bokalen Pluk: eind augustus Bewaring: kort, de peer wordt snel beursziek

Rijpheid en verbruik Cultuur eigenschappen

Regelmatige en gemakkelijke groeier, piramidale vorm Goede vruchtbaarheid, draagt zeer regelmatig Bloei: laat Bevruchting: Beurré Hardy, Comtesse de Paris, Conférence, Doyenné du Comice, Clapp’s Favourite zelf een uitstekende bestuiver voor alle variëteiten

Gevoeligheden Gezonde boom met goed weerstandsvermogen Synoniemen

Barlett, Barlett de Boston, William’s, Bon Chrétien William, William’s Christbirne, Stair’s Pear


WINTERKEIZERIN

PYRUS COMMUNIS

WINTERKEIZERIN

Algemene beschrijving

De vorm is middelmatig dik tot dik en verlengd peervormig tot calebassevormig. Verdikt aan de basis en puntig naar de steel toe. De schil is effen en glad, halfblinkend, groengeel tot geelbruin, rood gekleurd en gestreept aan de zonzijde. De vrucht is over het gehele oppervlak met fijne bruin zwarte stippen bezet. De steel is kort of middelmatig lang, vormt meestal de verlenging van de vrucht en is schuin ingeplant. Het vlees is wit, fijn, sappig, zoet en gewoon van smaak. Bloei : eind april Pluk : eind september, houdbaar tot eind oktober

Rijpheid en verbruik Cultuur eigenschappen

De peer wordt veel geteeld in Oost-Vlaanderen, meer bepaald rond Gent in de streek Landegem-Sleidinge. De boom kent een middelmatige tot sterke groei, hij vormt grote bomen met een hoog-piramidale kruin Heet is een gezonde, zeer vruchtbare boom met goede en regelmatige vruchtbaarheid. Gevoeligheden Gevoelig voor schurft en bladvlekziekte. Synoniemen

Impératrice d’Hiver, Kaizerine d’Hiver.


ANNA SPÄTH

PRUNUS DOMESTICA

ANNA SPÄTH

Algemene beschrijving

Grote, ronde tot ovale pruim Dun vel, blauwrood tot violet Groengeel vruchtvlees, vast en sappig Losse steen Goede dessertpruim, ook geschikt voor jam

Rijpheid en verbruik

Pluk : september Bewaring 1 week

Cultuur eigenschappen

Sterke, opgerichte groeier, later breed openvallend Hoge regelmatige vruchtbaarheid Bloei : half vroeg tot midden vroeg, goed stuifmeel voor vele rassen Bevruchting : zelfbestuiver, Bleue de Belgique, Reine Claude d’Althann, Queen Victoria

Gevoeligheden

Bloesem gevoelig voor vorst Geen verdere specifieke gevoeligheden Wel risico op barsten bij veel regen

Synoniemen

Niet bekend


BLEUE DE BELGIQUE

PRUNUS DOMESTICA

Bleue de Belgique

Algemene beschrijving

Mooie ronde, dikke pruim Eerder lang met een diepe groef Helblauw vel Geelgroen vruchtvlees zeer smakelijk Goede dessertpruim tevens geschikt voor bereidingen

Rijpheid en verbruik

Pluk : 2e helft augustus Bewaring : tot 5 dagen

Cultuur eigenschappen

Sterk groeiende boom, gaat zeer hoog, steil opgaande takken met afhangend vruchthout Snel productief met goede vruchtbaarheid Bloei : half vroeg tot midden vroeg tot midden vroeg Bevruchting : Anna Späth, Reine Claude d’Althann, Queen Victoria

Gevoeligheden

Bloesem gevoelig voor vorst Gevoelig voor pruimenrot en Monilia

Synoniemen

Bleue de Perque


MIRABELLE DE NANCY

PRUNUS DOMESTICA

Mirabelle de Nancy

Algemene beschrijving

Klein rond pruimpje, dun vel, gele kleur met rode stippels of vlekken aan de zonnekant Geelachtig vruchtvlees, fijn, zacht, met speciaal aroma Eerder losse steen Goede dessert pruim, uitstekend voor keukengebruik en nijverheidsdoeleinden (confijten, steriliseren)

Rijpheid en verbruik

Pluk : eind augustus Bewaring : matig

Cultuur eigenschappen

Sterke groeier, maakt veel hout aan Gesloten kruin Bloei : redelijk laat, heeft goed stuifmeel, zeer goede vruchtbaarheid, draagt regelmatig Bevruchting : zelfbestuiver, Belle de Louvain

Gevoeligheden

Bloesem gevoelig voor vorst Gevoelig voor rode spin

Synoniemen

Mirabelle de Metz, Metzer Mirabelle, Gelbe Mirabelle, Mirabelle Grosse, Mirabelle AbricotĂŠe


MONSIEUR HATIF

PRUNUS DOMESTICA

MONSIEUR HATIF

Algemene beschrijving

Is een zeer lekkere, zoete, middentijdse, blauwrode pruim die tamelijk groot is en langwerpig van vorm. Het vruchtvlees is geel, vast met een goede smaak en een loszittende steen. De bomen groeien sterk met een brede, platte kroon en zijn snel vruchtbaar.

Rijpheid en verbruik

Bloei : april - mei Rijp: half augustus - eind augustus

Cultuur eigenschappen

Pruimen houden van een kalkrijke standplaats in de volle zon. De bekende fruitproductiegebieden zijn meestal op zwaardere kleigronden gelegen, maar ook op zandgrond zijn pruimen te kweken. Door eens per jaar kalk toe te dienen en meerdere malen per jaar koemestkorrels of compost te geven houdt u de bomen gezond. Mr. Hatif stelt vrij hoge eisen qua bestuiving. Goede bestui-vers zijn Opal, Queen Victoria, Czar, Stanley, R.Cl. d´Oulin, Jefferson

Gevoeligheden

Sterke pruim weinig gevoelig voor ziektes

Synoniemen

Blauwe Wijnpruim, Early OrlĂŠans,Prune Monsieur


PRUNE DE PRINCE

PRUNUS DOMESTICA

PRUNE DE PRINCE

Algemene beschrijving

Kleine pruim, rond, donkerblauw, type mirabel. Geel vruchtvlees, droog, zeer zoet, zeer goed als dessertfruit, ook goed voor compote, confituur en drogen. Weinig gevoelig voor monilia en barsten.

Rijpheid en verbruik

Bloei : april - mei Pluk en consumptie: 2de helft september (rijping gespreid over 15 dagen).

Cultuur eigenschappen

Zwakke tot matige groeier, met open kroon. Zeer vruchtbaar met een middelmatige productie. Zeer vroege bloeitijd, goed stuifmeel. Wordt bevrucht door: zelfbevruchtend, Belle de Thuin.

Gevoeligheden

Weinig gevoelig voor monilia en barsten.

Synoniemen

Geen gekend


QUEEN VICTORIA

PRUNUS DOMESTICA

Queen Victoria

Algemene beschrijving

Middelgrote, eivormige pruim met middelmatig diepe groef Dun vel, roze tot bleekrode kleur met grijze stippels Geel vruchtvlees met groenachtige doorschijn, middelmatig vast en zoet Losse steen Eerder gewone kwaliteit als dessertpruim, uitstekend als keukenpruim en voor inmaak

Rijpheid en verbruik

Pluk :midden augustus Bewaring : slecht , verliest snel zijn waarde

Cultuur eigenschappen

Middelmatige groeier Bloei : vrij vroeg en lang Door de hoge productie op jonge leeftijd gevoelig voor takbreuk, vruchtdunning toepassen en takken steunen is noodzakelijk Bevruchting : zelfbestuiver, Anna Späth, Bleue de Belgique, Reine Claude d’Althann, Reine Claude d’ Ouillins Heeft zeer goed stuifmeel en bevrucht zowat alle variëteiten

Gevoeligheden

Bloesem gevoelig voor vorst Na zware vruchtdracht het jaar nadien gevoelig voor Monilia

Synoniemen

Reine Victoria, Victoriablomme, Dronning Victoria, Alderton, Dauphine


REINE CLAUDE D’ALTHANN

PRUNUS DOMESTICA

REINE CLAUDE D’ALTHAN

Algemene beschrijving

Middelgrote, ronde pruim Effen, enigszins hard vel, geelroze tot paarsrode kleur, goed afgetekende groef Geelachtig vruchtvlees, sappig en zeer verfrissend Gedeeltelijk vastzittende steen Behoort tot de beste dessertpruimen, heeft een hoge handelswaarde Pluk: 2de helft van augustus Bewaring: matig

Rijpheid en verbruik Cultuur eigenschappen

Matige groeier, sterk opgaand, lange dunne takken Bloei: eerder laat, heeft zeer goed stuifmeel, draagt matig maar zeer constant Dragende takken verkalen snel, ouder hout draagt zelden groeiknoppen Bevruchting: Bleue de Belgique, Queen Victoria, Reine Claude d’Oullins, Anna Späth

Gevoeligheden

bloesem gevoelig voor vorst ziekteresistent

Synoniemen

Claude Comte d’Althann, Comte Althann’s Gage, Graf Althann Reneclode, Reine Claude Conducta, Conducta


PRESIDENT

PRUNUS DOMESTICA

PRESIDENT

Algemene beschrijving

Dikke eivormige pruim met duidelijke, ondiepe groef Effen vel, uitgesproken blauwe kleur Geelachtig vruchtvlees, zoet en vast Losse steen Zeer goede dessertpruim

Rijpheid en verbruik

Pluk : midden september Bewaring : beste bewaarpruim – in koele ruimte ongeveer 1 week – in koelvakken ongeveer 1 maand

Cultuur eigenschappen

Steil opgaande boom, geen sterke groeier Bloei : laat, goede vruchtbaarheid Produceert vrij goed en overvloedig Bevruchting : Queen Victoria

Gevoeligheden

Weinig gevoelig voor nachtvorst Niet ziektegevoelig Ideale variëteit voor de particulier

Synoniemen

Niet bekend


REINE CLAUDE D’OULLINS

PRUNUS DOMESTICA

REINE CLAUDE D’OULLINS

Algemene beschrijving

Vrij dikke, ronde pruim Donzig, dun, effen vel, gele kleur, duidelijk afgetekend diepe groef aan 1 zijde Geelgroen vruchtvlees, zacht, middelmatig vast en sappig De steen zit vast aan 1 kant Zeer goede dessertpruim met aangenaam aroma

Rijpheid en verbruik

Pluk: voor eigen gebruik: midden augustus Voor de handel: begin augustus De pruimen rijpen nooit gelijktijdig Bewaring: indien onrijp geplukt (zie hierboven) goed bewaarbaar

Cultuur eigenschappen

Zeer sterke groeier, breed uitgroeiend Deze boom kan zeer oud worden Bloei: eerder vroeg, heeft goed stuifmeel, goede vruchtbaarheid, draagt regelmatig, bij overvloedige productie de draagtakken stutten Bevruchting: zelfbestuiver, Bleue de Belgique, Reine Claude d’Althann, Queen Victoria

Gevoeligheden

Bloesem gevoelig voor vorst Vrij resistent als de boom op droge grond staat en op voldoende afstand van andere bomen

Synoniemen

Massot, Oullins Golden Gage, Reine Claude Précoce


BIGARREAU BLANC ET ROSE

PRUNUS AVIUM

BIGARREAU BLANC ET ROSE

Herkomst

Onzeker, werd verspreid door majoor Esperen voor 1850

Algemene beschrijving

Grote , hartvormige vruchten die lichtroos met geel gekleurd zijn. Ze smaken zeer zoet. Het vlees is vast en krakend, abrikoos roomkleurig . De steen kleeft weinig aan het vruchtvlees .

Rijpheidstijdstip en verbruik

Pluk : begin juli Bewaring : zonder koeling ongeveer 1 week

Cultuureigenschappen

De boom vormt een grote bolvormige kruin,kent een middelmatige tot sterke groei. Gedijt goed op een middelzware klei-zandgrond. De kersen verlangen een zonnige standplaats op een voedselrijke bodem. Natte standplaatsen worden slecht verdragen. Geschikt voor een solitaire positie. Snelle dracht en een goede regelmatige vruchtbaarheid De bomen kunnen zeer oud worden, 25 tot 30 jaar maar op latere leeftijd worden ze meestal door ziekten aangetast Bevruchting Hedelfinger, Scheiders,Bigareau Bordon, Riesenkirsche Gevoelig voor barsten en tamelijk onderhevig aan de gomziekte en aan Moniliarot

Gevoeligheden

Synoniemen

Witbuiken, Capucienen,Bigarreau Esperen,Bigarreau des Vignes,


BIGARREAU NAPOLEON

PRUNUS AVIUM

BIGARREAU NAPOLEON

Algemene beschrijving

Hartvormige tot ronde, middelgrote kers, rugzijde lichtjes afgeplat Blinkende roze tot dieprode kleur Vast, krakend, sappig, roomkleurig rose vruchtvlees Zoet sap niet kleurend, aangenaam aroma Eerder brede steen, kleeft niet aan vruchtvlees Vruchten met mooi uitzicht en goede kwaliteit

Rijpheid stijdstip en verbruik

Pluk : vanaf half juli Bewaring : zonder koeling maximum 7 dagen

Cultuureigenschappen

Zeer sterker groeier, kan zeer breed en hoog gaan, krijgt een grote bolvorm met middelmatig gevulde kruin Bloei : eerder vroeg, is snel vruchtbaar Bevruchting : Lindekers

Gevoeligheden

zeer gevoelige variĂŤteit, onderhevig aan bacteriekanker en gomziekte vraagt goed gronden barstgevoelige vruchten

Synoniemen

Lauermann, Bigarreau Lauermann, Grosse Cerise Lauermann, Grosse Prinzessinkirche, Bigarreau Napoleon Premier, Kaiserkirsche


LINDEKERS

PRUNUS AVIUM

LINDEKERS

Algemene beschrijving

breedronde, lichtjes conische dikke kers blinkend, mooi rode tot bloedrode kleur middelmatig vast, bleekrood tot bloedrood vruchtvlees aangenaam zoete, verfrissende smaak, kleurend sap losse steen bij volledige rijpheid zeer gekende en ruim verspreide soort met hoge handelswaarde pluk: vanaf half juni

Rijpheidstijdstip en verbruik Cultuureigenschappen

Gevoeligheden

sterke groeier met enkele zware hoofdvertakkingen en matig veel zijvertakkingen, doorgaans opengespreide groeiwijze bloei: vrij vroeg vruchtbaarheid komt langzaam op gang, daarna regelmatig dragend bevruchting: grotendeels zelfbestuivend, Bigarreau Napoleon goed weerstandsvermogen

Synoniemen

PrĂŠcoce Rivers, Franse Vroege, Duitse Vroege,Early Rivers


REGINA

PRUNUS AVIUM

REGINA

Herkomst

Dit ras ontstond aan het Obstbauversuchsanhalt in Jork (Dtsl). Het is een kruising van Schneiders Späte Knorpelkirsche met Rube. De kers werd geïntroduceerd in 1981. Verkiest losse, warme en goed doorlatende bodem. Natte gronden geven minder goed resultaat. Verkiest basische grond. Graag een solitaire, zonnige locatie. Bloei Oogst Bewaartijd e Mei Eind juli (8 Onmiddellijk gebruik kersenweek) Zeer grote, diep donkerrode glanzende en stevige kers met een goede smaak. Lange vruchtsteel. Soms zeer grote vrucht tot 3 cm. Geen gekend

Vereisten

Kenmerken

Beschrijving Andere benamingen Boom

Goede bestuivers Gevoeligheid voor ziektes Productiviteit Opmerking

Vrij sterke groei met horizontaal hangende takken en veel zijhout. Vroege, regelmatige en sterke productie. Wordt laat geplukt. Stelt hoge eisen aan een goede bestuiving Bigarreau, Burlat, Frühe Rote meckenheimer, Karina, Lapins,Sylvia, Merton Premier, Inspecteur Löhnis. Weinig barstgevoelig, weinig vatbaar voor monilia-rot en vruchtrot. Vroege, regelmatige en goede productiviteit. Bloei is laat met goed stuifmeel Wordt gezien als één van de beste rassen van dit moment


SCHNEIDERS SPATE KNORPELKIRSCHE

PRUNUS AVIUM

SCHNEIDERS SPATE KNORPELKIRSCHE

Herkomst Algemene beschrijving

Rijpheidstijdst ip en verbruik

Tonvormige dikke kers Half blinkende rode tot roodbruine kleur Vast, krakend, sappig en rood gekleurd vruchtvlees Zoet smakend, kleurend sap, zeer aangename smaak Weinig klevende steen In droge zomers één van de beste kersenvariëteiten met hoge handelswaarde Uitstekende dessertkers Pluk: 2de helft van juli Bewaring: vrij goed houdbaar

Cultuureigenschappe n

Sterke groeier met sterke opgerichte vertakkingen Eerder piramidaal Bloei: eerder laat Bevruchting: gedeeltelijk zelfbestuiver, aanvullende bestuiver: Noordkriek

Gevoelighede n

Doorgaans gezonde boom vooral bij gunstige weersomstandigheden Gevoelig voor barsten

Synoniemen

Geen gekend


NOORDKRIEK

PRUNUS AVIUM

NOORDKRIEK

Algemene beschrijving

Mooie ronde, matig dikke vrucht Blinkend, rode tot zwarte kleur Vast vruchtvlees, zuur tot zacht zuur Losse steen bij volle rijpheid Minder geschikt voor consumptie, ideaal voor verwerkingen

Rijpheid en verbruik

Pluk : 2e helft van juni

Cultuur eigenschappen

Tamelijk sterke groeier, openvallend Draagt enkel op eenjarig hout, krijgt hierdoor lange, kale, dunne takken Bloei : laat Bevruchting : zelfbestuiver

Gevoeligheden

Gevoelig voor Monilia in de bloem Gevoelig voor nachtvorst

synoniemen

Morel (Rheinische Schattenmorelle), CĂŠrise du Nord, Black Morello, Griote Noire Tardive, Griotte du Nord


BRUGSE KORSTEEL

PRUNUS AVIUM

BRUGSE KORTSTEEL

Herkomst Vereisten

Oude variëteit uit het dal van Montmorency (Fr.) Dit ras verdraagt geen lage en vochtige standplaatsen.

Kenmerken

Bloei Oogst Bewaartijd e e 4 -5 kersenweek Eind juni Onmiddellijk gebruik De vorm van de vrucht is breed rond, enigszins afgeplat met een dikke rechte, bleke olijfgroene steel. De kleur is levendig rood en blinkend. Het vruchtvlees is zacht, sappig, geelwit met lichtrose tint. Het sap is aangenaam en zuurzoet van smaak. De steen is klein en rond, kleeft half aan het vruchtvlees en half aan de steel. Brugse kriek, Damkriek, Cérise d’Angleterre, Gros Gobet,The Flemish

Beschrijving

Andere benamingen Gebruik

Boom Goede bestuivers

Gevoeligheid voor ziektes Productiviteit Opmerking

Zure kersen behoren tot de groep steenfruit en zijn nauw verwant aan zoete kersen. Donkerrode, zachte kersen met een zure smaak. Bijzonder geschikt voor verwerking tot confituur, jam en op gebak. Middelmatige tot sterke groeikracht. De boom vormt een ronde kruin. Bij het planten van fruitbomen (zure kersen, kriekenbomen) moet met de bestuiving rekening gehouden worden. De meeste krieken (=zure kersen zijn zelfbestuivend. Moniliarotengevoelig verder weinig vatbaar voor ziektes. De vruchtbaarheid is wisselvallig en de productiviteit meestal laag Is één van de beste Amareltypen


A M S D E N

PRUNUS PERSICA

AMSDEN

Algemene beschrijving

Middelmatig dikke, bijna ronde perzik duidelijk afgetekende groef Matig donzige, dunne huid, paarsrood aan de zonzijde, groengeel aan de schaduwzijde Gelig wit vruchtvlees, fijn, sappig, aangenaam zoet Gemakkelijk loslatende steen bij rijpheid Uitstekende dessertperzik “Koningin van de vroege perziken”

Rijpheid en verbruik

Pluk: vanaf de 1e helft van juli bij buitenteelt, vanaf half juni bij teelt onder glas Bewaring : zeer gering

Cultuur eigenschappen

Middelmatige sterke groeier, ontwikkelt zich tot platte struik Afgedragen takken moeten verwijderd worden Goede vruchtbaarheid die vroeg intreedt Bloei : april Bevruchting : zelfbestuiver

Gevoeligheden

Goed weerstandsvermogen

synoniemen

Amsden June, Pêche de Juin


B R O E C H E M S E

PRUNUS PERSICA

BROECHEMSE

Algemene beschrijving

Middelmatig dikke, mooie ronde perzik, duidelik afgetekende groef Dunne, matig donzige huid, rozerood aan de zonzijde, geel aan de schaduwzijde Geelwit vruchtvlees, fijn, matig sappig, buitengewoon goede smaak Gedeeltelijk klevende steen Vrij goede dessertperzik Pluk : 1e helft augustus Bewaring : gering

Rijpheid en verbruik Cultuur eigenschappen

Middelgrote sterke groeier, vrij brede struikvorm Verwijderen van dood hout is noodzakelijk Goede tot zeer goede productiviteit Bevruchting : zelfbestuiver, heeft goed stuifmeel

Gevoeligheden

Goed weerstandsvermogen Minder gevoelig aan krulziekte

synoniemen

Niet bekend


R E I N E DES V E R G E R S PRUNUS PERSICA

REINE DES VERGERS

Algemene beschrijving

Dikke tot zeer dikke, ovaalronde perzik, onderaan lichtjes ingedrukt, tamelijk diepe groef Zeer donzige, middelmatig dikke huid, paarsachtig donkerrood aan de zonzijde, geelgroen aan de schaduwzijde Groenwit vruchtvlees,vast, niet fijn, sappig, zure tot zoetzure smaak Losse steen dessertperzik Pluk : vanaf begin september Bewaring : indien tijdig geplukt ongeveer 1 week

Rijpheid en verbruik Cultuur eigenschappen

Sterke tot zeer sterke groeikracht, breed uitgroeiend Afgedragen vruchthout moet verwijderd worden Goede en regelmatige vruchtbaarheid Bevruchting : zelfbestuiver

Gevoeligheden

Sterke boom met goede weerstand

synoniemen

Monstruese de Doué, Orchard Queen, Köningin der Obstgärten


VAES OOGST

PRUNUS PERSICA

VAES OOGST

Algemene beschrijving

Dikke, ronde vrucht, duidelijk afgetekende overlangse groef Matig donzige en dikke huid, rood aan de zonzijde, Geelgroen aan de schaduwzijde Wit, vrij fijn vruchtvlees, matig sappig, eerder zoet Gedeeltelijk klevende steen Uitstekende dessertperzik

Rijpheid en verbruik

Pluk: vanaf midden augustus Bewaring : op een koele plaats tot 2 weken

Cultuur eigenschappen

Eerder sterke groeikracht, ontwikkelt zich in de breedte Verwijderen van droog hout is noodzakelijk Eerder geringe productiviteit Bevruchting : zelfbestuiver, heeft goed stuifmeel

Gevoeligheden

Sterke boom Onderhevig aan krulziekte

synoniemen

Geen gekend


K W E E P E E R CYDONIA OBLONGA

KWEEPEER

Algemene beschrijving

De gewone kwee of kweepeer (Cydonia oblonga) komt voor als struik en als boom, wordt tot ca 6 m hoog en wordt tamelijk breed. Er zijn ook lei- en stamvormen te koop. Fruitsoorten zoals kwee en mispel zijn al eeuwenlang in cultuur. Ze horen van oorsprong thuis in het Middellandse Zeegebied en in Klein- AziĂŤ. De Grieken en Romeinen brachten ze naar West Europa. Sindsdien komen ze plaatselijk ook verwilderd voor.

Rijpheid en verbruik

Bloei : mei - juni Pluk : september

Cultuur eigenschappen

De kwee houdt van luwte en zon, lichte tot kleiige grond en wortelt oppervlakkig. Hij heeft graag licht vochtige grond. In april-mei sieren grote witte bloemen de kweeboom/struik. De vruchten zijn donzig behaard, groenig of geel en peer- of appelvormig. Ze geuren sterk en zijn keihard. Door te wassen verdwijnt de beharing en na koken kan het witte vruchtvlees soms roze of rood verkleuren, afhankelijk van de cv. en van de kooktijd. De kweevruchten lenen zicht bijzonder goed voor gelei, jam of compote. De vruchten zijn tamelijk rijk aan provitamine A, rijk aan organische zuren en mineralen.

Gevoeligheden

Te veel stikstofmeststoffen kunnen bepaalde schimmelziekten bevorderen. (Meeldauw, ...)De kweepeer is niet speciaal onderhevig aan bepaalde ziekten; soms heeft hij wel eens last van rupsen, moniliaziekten, meeldauw, bladvalziekte en bacterievuur. De vatbaarheid voor deze ziekten is erg afhankelijk van het ras en de standplaats. Gescheurde kweevruchten (kort voor de pluk) zijn erg vatbaar voor schimmelaantasting.

Synoniemen

Kweepeer, Kweeappel, Kweeonderstam, Kwee, ((appel van Cydon/


MOERBEI

MORUS NIGRA

MOERBEI

Algemene beschrijving

De moerbei kan je sterk knotten zodat ze in struikvorm kunnen gecultiveerd worden. Als je de plant de vrije loop laat dan groeien ze uit tot middelgrote bomen, deze kunnen honderden jaren oud worden. Een moerbei groeit het beste op een vruchtbare, lichte zandgrond. De moerbei is kalkminnend. Een regelmatige bemesting met stalmest voldoet het beste om de kalk- en organische voorraad aan te vullen en op peil te houden. Een moerbei plant je in het najaar op een plaats die veel zon krijgt De moerbei heeft een korte stam welke 12 meter hoog kan worden en is winterhard tot -20°C De kroon is laag en koepelvormige met ruwe, gedraaide takken. De twijgen zijn stevig en donzig. Ze kleuren van bleekgroen tot bruin. Er zitten flinke, ei- tot kegelvormige knoppen aan met een glanzende donkerbruine kleur.. De bladstelen zijn harig en ongeveer 2 cm lang. De bladeren zijn hartvormig en duidelijk getand soms gelobd.

Rijpheid en verbruik

Bloei : mei - juni Pluk : september

Cultuur eigenschappen

De op braambessen lijkende vruchten zijn bij rijpheid zwartachtig donkerrood tot paars en maken vlekken bij aanraking. De vruchtjes hebben een sterk aroma en zijn zeer genietbaar, de natuurlijke bewaarbaarheid is echter zeer gering, ze moeten onmiddellijk verbruikt of verwerkt worden. Invriezen is een mogelijkheid De moerbeien bloeien in onopvallende katjes en zijn doorgaans zelfbestuivend.

Gevoeligheden

De bomen zijn niet onderhevig aan bepaalde plagen of ziektes. Ze worden wel geplunderd door de vogels.

Synoniemen

Moerbesie


MISPEL

Mespilus Germanica

MISPEL

Algemene beschrijving

Drieduizend jaar geleden werd de mispel al in de omgeving van de Kaspische Zee (Noord-Iran) aangeplant en kwam 700 v.Chr. naar Griekenland en 200 v.Chr. naar Rome. De mispel is door de Romeinen verder verspreid. De mispel werd in de Middeleeuwen vooral in Frankrijk en Duitsland aangeplant en in Nederland in kloostertuinen. De mispel (Mespilus germanica) is een plant uit de rozenfamilie (Rosaceae). De vrucht is veel minder algemeen dan vroeger, maar wint momenteel weer iets aan populariteit. De mispel zit vol vitamine C, is familie van de appel en peer en was een zeer belangrijke vrucht tijdens het Romeinse Keizerrijk en Middeleeuwen nog voor de introductie van andere fruitsoorten in West-Europa. De mispel is goed voor de maag en de spijsvertering.

Rijpheid en verbruik

Bloei : mei - juni Pluk : november De mispel bloeit in West-Eruopa in mei en juni met circa 4 cm grote, crèmewitte bloemen Er worden droge kleine harde goudbruine vruchten gevormd, die in oktober rijp, maar dan nog ongenietbaar, melig en wrang, zijn. Na de eerste nachtvorsten worden ze zacht en bruin, en dan kunnen ze na een poosje wel gegeten worden. Aanbevolen wordt ze in oktober of november na een nachtvorst te plukken en ze met de bovenkant naar onderen twee tot drie weken te bewaren op een koele plaats. De vrucht wordt 'beurs' waarbij de kleur via een fermentatieproces, het bletten, verandert van groen/wit naar donker bruin en de smaak zoet weeïg proeft. Ook is het mogelijk de vruchten enkele dagen in de diepvriezer te leggen, waarna ze gegeten kunnen worden. De mispel (Mespilus germanica) is net als de kwee (Cydonia oblonga) meestal niet onderhevig aan bepaalde schimmelziekten. Uitzonderlijk is er toch enige schade mogelijk van rupsen, monilia, meeldauw, bladvalziekte en bacterievuur. Op sommige gronden is de mispelaar soms gevoelig voor chlorose t.g.v. kaligebrek, de zgn. randjesziekte. Vooral op lichte gronden zal men tijdig bijmesten met kaliummeststoffen (Potasmeststoffen). Geen gekend

Cultuur eigenschappen

Gevoeligheden

Synoniemen


Framboos – Rubus idaeus Tulameen

Oogsttijdstip:

juli, belangrijkste pluk tijdens 2e & 3e week

Plantafstand:

25 tot 33 cm (3 Ă 4planten per l.m.)

Vochtigheid en lichtbehoefte:

licht vochtige, goed doorlaatbare grond; voldoende licht

Gevoeligheden: Spintmijten (spint), Frambozenkever, wind- & regenschade, zonnebrand


Framboos – Rubus idaeus Golden Bliss

Oogsttijdstip:

tweede week augustus tot vorst

Plantafstand:

25 tot 33 cm (3 Ă 4planten per l.m.)

Vochtigheid en lichtbehoefte:

goede vochtvoorziening; voldoende licht Gevoeligheden: spint, Frambozenkever, vruchtrot, wind- & regenschade


Framboos – Rubus idaeus Autumn Bliss

Oogsttijdstip:

begin augustus tot vorst

Plantafstand:

25 tot 33 cm (3 Ă 4planten per l.m.)

Vochtigheid en lichtbehoefte:

goede vochtvoorziening; voldoende licht Gevoeligheden: spintmijt


Trosbessen – Ribes rubrum / nigrum Jonkheer van Tets (rood)

Oogsttijdstip:

eind juni

Plantafstand:

een plant met drie gesteltakken per meter een plant (struik) per twee meter

Vochtigheid en lichtbehoefte: goede vochtvoorziening; voldoende licht Gevoeligheden: vruchtrui, bladval, regen, taksterfte, lentenachtvorst


Trosbessen – Ribes rubrum / nigrum Blanka (wit)

Oogsttijdstip:

juli

Plantafstand:

een plant met drie gesteltakken per meter een plant (struik) per twee meter

Vochtigheid en lichtbehoefte: goede vochtvoorziening; voldoende licht Gevoeligheden: matig gevoelig voor bladval regen- en barstgevoelig


Trosbessen – Ribes rubrum / nigrum Black Reward (zwart)

Oogsttijdstip:

midden – eind juli

Plantafstand:

1 plant per meter

Vochtigheid en lichtbehoefte: goede vochtvoorziening; voldoende licht Gevoeligheden: witziekte (Amerikaanse kruisbessenmeeldauw), Bladgalmug, Rondknopmijt


Braambessen – Rubus fructicosus Loch Ness

Oogsttijdstip:

augustus - september

Plantafstand:

1 plant per meter

Vochtigheid en lichtbehoefte: goede vochtvoorziening; zon tot half schaduw Gevoeligheden: Bramengalmijt, meeldauw


BOSCOOPS GLORIE

VITIS VINIFERA

BOSCOOPS GLORIE

Algemene beschrijving

Blauwe druif, geschikt voor openluchtteelt en teelt onder glas Middelgrote ronde bes, middelgrote tros Goede tafeldruif, minder geschikt voor wijn

Rijpheid en verbruik

Pluk: begin tot half oktober, onder glas vanaf half augustus

Cultuur eigenschappen

Houdt van een warme, zonnige standplaats Vorstbestendig Late bloei Kan een grote opbrengst geven Gedijt best op leem- en zandleemgrond Vraagt diep bewortelbare, kalkrijke grond De druivelaar is een klimplant, laat hem langs een latwerk of pergola klimmen

Gevoeligheden

Hoge weerstand tegen schimmelziekten Rijpt minder goed af in koude zomers


VROEGE VAN DER LAAN

VITIS VINIFERA

VROEGE VAN DER LAAN

Algemene beschrijving

Geelgroene druif, bijzonder geschikt voor openluchtteelt Middelgrote ronde bes, middelgrote tros Goede tafeldruif Veel gebruikt voor sappen en witte wijn

Rijpheid en verbruik

Pluk: eind september, begin oktober

Cultuur eigenschappen

Houdt van een warme, zonnige standplaats Redelijk vorstbestendig Late bloei Gedijt best op leem- en zandleemgrond Vraagt diep bewortelbare, kalkrijke grond De druivelaar is een klimplant, laat hem langs een latwerk of pergola klimmen

Gevoeligheden

Bloemen gevoelig voor wind en kou Vrij goed bestand tegen schimmelziekten Onder glas geteeld wel gevoelig voor ziekten

Profile for RLVA

Plantenfiches RLVA boomplantactie  

info over de meerderheid van de bomen en struiken die bij de boomplantactie van het Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen aangeboden worden

Plantenfiches RLVA boomplantactie  

info over de meerderheid van de bomen en struiken die bij de boomplantactie van het Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen aangeboden worden

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded