Issuu on Google+

Wat met het ei in de wei ? Weidevogels voelen zich op en top thuis in onze streek. Soorten als kievit, grutto en scholekster vinden in de graslanden langs Schelde en Durme hun uitverkoren broedhabitat. Broeden in graslanden is gevaarlijk. Weidevogelnesten worden op veel plaatsen ongewild vernield door maaiwerken of vertrappeld door vee. Om weidevogels een handje te helpen, heeft het Regionaal Landschap Schelde-Durme een project rond vrijwillig weidevogelbeheer op poten gezet. Landbouwers en vrijwilligers samen op de bres voor weidevogels!

Als boer kan je weidevogelkuikens helpen opgroeien! • Observeer de vogels. Plots opvliegende vogels komen vaak direct van het nest af. Regelmatig opvliegende oudervogels geven aan waar de jongen zijn. • Maai van binnen naar buiten. • Begin met maaien waar geen vogels zitten en zo ver mogelijk bij de vogels met jongen vandaan. • Maai ruim om de nesten heen, dit vergroot de kans op succesvol uitkomen van de legsels. • Maak ‘vluchtheuvels’ door stukken gras niet te maaien. Dat biedt een uitwijkplaats voor kuikens. • Let op de maximumsnelheid van 6 km/u. Langzaam maaien, schudden en ophalen van het gras voorkomt slachtoffers onder de kuikens. • Vraag de loonwerker om weidevogels te ontzien en vertel hem waar hij nesten en jongen kan verwachten.

Een vrijwilliger kan je helpen nesten en kuikens van weidevogels te beschermen!

NESTBESCHERMER

NESTMARKEERDER

NESTEN VERPLAATSEN

KUIKENS WEGJAGEN

Bij beweiding het nest beschermen tegen vertrappeling met behulp van een nestbeschermer.

Voor het maaien wordt er aan elk nest een stok geplaatst. Tijdens het maaien laat je een strook van 3 op 4 m rond het nest vrij.

Tijdens de landbewerking kunnen de nesten tijdelijk worden verplaatst of vooraf definitief naar een veiliger oord worden gebracht

De kuikens worden 24 uur voor het maaiwerk begint verjaagd door het plaatsen van stokken met plastic zakken.


Weidevogels ontdekken en herkennen Weidevogels horen bij de landbouw. Grasland en akkers zijn van groot belang voor deze vogels. Het merendeel broedt op ‘gangbaar’ boerenland. Vanop je trekker kun je trouwens vaak en makkelijk de nesten van weidevogels ontdekken. Als landbouwer ben je gastheer van de weidevogels. Je kunt bovendien een belangrijke rol spelen in de bescherming van deze vogels. Samen met een vrijwilliger kan je immers met wat extra aandacht en enkele eenvoudige maatregelen van jouw land een thuis voor weidevogels maken. Succes!

KIEVIT Kieviten broeden voornamelijk in kort gras of op bouwland. Een broedende kievit loopt vaak eerst een stukje van zijn nest weg en vliegt dan laag over de grond in een rechte lijn weg. Het nest bestaat meestal uit 4 eieren.

De grutto roept opgewonden en luidkeels “utto utto utto”. Als de grutto vliegt, vallen de witte strepen boven en onder de vleugels onmiddellijk op. Doorgaans is het nest terug te vinden in lang gras. Typerend is dat ze het gras rond het nest ombuigen.

Kieviten broeden tussen half maart en half juni. Vanaf half juli kunnen alle kuikens vliegen. Bij verlies beginnen kieviten heel vaak aan een nieuw legsel.

Grutto broedt 24 à 25 dagen tussen eind maart en eind mei. Vanaf midden juni kunnen de kuikens vliegen.

ZOMERTALING

SLOBEEND

SCHOLEKSTER Begin april scharrelen scholeksters al vaak rond in de buurt van de plek waar later het nest komt. Het nest ligt vaak - pas in mei - op een kale plek op gras- of bouwland. Scholeksters broeden meestal 25 à 27 dagen in de periode tussen half april en juli. De kuikens kunnen vliegen vanaf half september.

GRUTTO

De zomertaling is een kleine eend en maakt zijn nest goed verborgen in de oeverzone of op het grasland. Bij gevaar maakt het rondvliegende mannetje een ratelend geluid om het vrouwtje te alarmeren.

Als het mannetje van de slobeend aan de slootkant op wacht zit, dan zit het vrouwtje daar in de buurt op het nest. Het nest is bekleed met gras en bruine veertjes en ligt goed verstopt in hoog gras.

Het nest is bekleed met dons en wordt tussen eind april en juni gedurende 22-24 dagen bebroed.

De slobeend broedt gedurende 23-26 dagen tussen april en einde mei. De kuikens kunnen vliegen na einde juli.

WILDE EEND

PATRIJS

Wilde eenden maken hun nest vaker in de slootkant, maar soms ook midden op het grasland. Tijdens het maaien lopen broedende eenden veel risico omdat ze hardnekkig op het nest blijven zitten.

Het mannetje houdt meestal de wacht in de buurt van het nest. Bij gevaar drukken de vogels zich tegen de grond of vliegen laag over de grond weg, luid roepend en met duidelijk hoorbare vleugelslagen.

Wilde eenden zijn vroege broeders. Soms tref je ze al in februari of maart met jongen.

Patrijzen maken hun nest goed verborgen in de vegetatie vaak in ruigte, maar ook op bouwland.

WATERSNIP Het nest van de watersnip ligt vaak diep in een pol gras en is daardoor lastig te vinden. Opvallend is het tikkende geluid dat de watersnip in de buurt van het nest maakt. De watersnip is een zeer zeldzame broedvogel die laat begint te broeden. Het nest is doorgaans te vinden in natte hooilanden of open rietvelden.

Kijk op www.rlsd.be/weidevogels Redactie: Regionaal Landschap Schelde-Durme Opmaak: Koloriet • Foto’s: Yves Adams (YA), Herman De Block (HB) Landschapsbeheer Nederland (LN), , Marc Van De Bril (MV) Druk: ??? Uitgave: Regionaal Landschap Schelde-Durme, tweede druk, februari 2010 © Regionaal Landschap Schelde-Durme, overname van tekst en illustraties uitsluitend met bronvermelding.

R e gi ona a l L a n d s c h a p S c h e l de- Du r me I Hemel straat 133A , 9200 D ender monde I Tel 052 33 89 14


Weidevogelkaart