Page 8

Na het behalen van het kampioenschap viert het STEVO-kamp uiteraard feest. Hier worden de spelers toegesproken door een bestuurslid, waarschijnlijk „meester” Droste. Links op de foto met hoed, meester Ankoné.

B-team rond 1938

Frans Wermelink

Anton Voorhuis Antoon Voorhuis wordt lid als hij 14 jaar is. Het is dan 1942, midden in de oorlog. Hij heeft dan al heel wat tegen een bal getrapt. Op de diverse kleine veldjes in de buurt en vooral op de Ham-

De kampioenen van 1950

berg. En die oefeningen baarden kunst. Als we Toon mogen geloven durfden de jongens uit het dorp het niet tegen hem en zijn vrienden op te nemen. “En de Vermöl met Schoppertsjan, Moshenk

Frans Wermelink. Links voor op de foto. Twintig is ie, als hij deel uitmaakt van de kampioensploeg uit 1950. Voetbal staat bij hem centraal en daarvoor moet alles wijken. Als dus de jonge Wermelink op retraite moet en het meespelen in gevaar komt, wordt er iets geregeld. De katholieke kerk schrijft in die jaren voor, dat jonge kerels op retraite gaan, vóór ze hun dienstplicht vervullen. Om te waarschuwen tegen de verleidingen van de grote wereld. Frans reist daarom op vrijdagavond samen met ploeggenoot Hein Waaijer af naar de paters in Zenderen. Het

en Mosbeernd heeft nooit van ons gewonnen”. Als lid van STEVO komt hij uit in zowel het eerste, als het tweede en het derde. Zijn mooiste voetbalmoment is het kampioenschap van 1949-1950. Er komen beslissingswedstrijden aan te pas tegen onder andere PW. STEVO wint al die wedstrijden. In Toons herinnering mede door de goede vorm van Marinus Oude Wesselink. Hij ziet “het mooiste doelpunt” nog zó voor zich. “Marinus scoorde vanaf de eigen helft met een schitterende trap over de keeper. Daar is de hele avond nog over gepraat”. Toon is in latere jaren nog een tijdje bestuurslid en beheert jarenlang de kantine, maar is ook actief als scheidsrechter. En daarom wordt hij als getuige gehoord in een tuchtzaak. STEVO zou in een degradatieduel tegen Rijssen Vooruit een geschorste speler hebben opgesteld. Antoon weet de tuchtcommissie er van te overtuigen dat alles volgens het boekje is gegaan. Een scheidsrechter geloof je immers op zijn woord… Aan traktaties uiteraard geen gebrek bij terugkeer in Geesteren. Toon is een man van anekdotes. Zoals die van een vrouw die, wonende in de buurt van het voetbalveld, niet zoveel op heeft met STEVO. Deze vrouw besluit de goal om te hakken. Omstanders genoeg maar niemand die wat durft te ondernemen. Ook

14

Achter v.l.n.r.: H.Imming, G. Kamphuis (leider), J. Steggink, G. Imming, H. Oude Wesselink, G. Steggink, Midden v.l.n.r.: M. Leus, G. Krikhaar, G. Schothuis Voor v.l.n.r.: L. Kamphuis, B.Hoek, J. Vlierman

Klachten met zijn gezondheid dwingen hem met voetbal te stoppen. Maar in de zestiger jaren maakt hij zich opnieuw verdienstelijk voor de club. Dit keer als bestuurslid. Hij herinnert zich nog, dat ook die tijd zijn problemen kende.“De TVB wilde de boekhouding niet goedkeuren. De terreinknecht kreeg namelijk een kleine vergoeding en verder hadden we enkele mensen een fruitmand gegeven. Dat was tegen de regels. Iedereen die lid was moest contributie betalen en niemand mocht iets extra’s krijgen. Het zou namelijk zo maar kunnen zijn, dat die extra’s werden gegeven om iemand te verleiden bij de club te komen spelen.”

Marinus Leus, een sportfenomeen Oorkondes, plaquettes, beel­djes en een koninklijke onderscheiding. Krantenknipsels getuigen van diverse huldigingen: sportman van het jaar, lid van het sportteam van het jaar, diverse jubilea. Blijken van waardering, van sportieve prestatie. Trofeeën uit de lange carrière van Marinus Leus (1925).

STEVO1 kampioen 1949-1950 kampioen tweede klasse TVB Achter v.l.n.r.: J. Kreuwel (leider) , H. Kreuwel,G. Imming, Th. Haverkort, H. Waayer, G. Steggink, M. Leus, M. Oude Wesselink, B. Weghorst, V. Teesink (trainer). Voor v.l.n.r.: F. Warmelink, A. Voorhuis, G. Bosch, H. Steggink, G. Boswerger

einde, het lof op zondagmiddag, halen ze echter niet. Een betrokken bestuurslid van STEVO haalt ze stiekem op en terwijl anderen in gebed zijn, staan Frans en Hein in het veld. Het heeft in Geesteren menig katholieke wenkbrauw doen fronsen. Onnodig, zo blijkt, want de boodschap van de paters is blijven hangen. “De eerste twee dagen werd je duidelijk gemaakt, dat je niet deugde en welhaast zeker in de hel terecht zou komen. Maar zo tegen zondag gloorde er dan toch hoop, dat de hemel nog bereikbaar was”.

Die carrière begint in 1938 als de dertienjarige Marinus (Peul­ marinus) zich bij STEVO aanmeldt. Een fenomeen, zo zal blijken. Het zijn er niet veel die tot hun zeventigste voetbal blijven spelen. Maar Marinus is zo’n uitzondering op de regel. Voetbal, wandelsport, gymnastiek: sport loopt als een rode draad door zijn leven.

de jaarvergadering wordt duidelijk, dat Marinus hem vervangt in het eerste. Van voetbal komt er de latere oorlogsjaren niet veel en in 1945 moet hij in dienst. “Je had eens in de twee weken vrij vervoer van de kazerne terug naar Geesteren. Ik betaalde de andere week zelf, om toch maar elke week te kunnen voetballen.” Eind 1946 wordt hij uitgezonden naar Nederlands Indië. Voor maar liefst drie jaar en drie maanden. Ook daar laat hij de bal niet liggen. “ Ik speelde in een bataljonselftal tegen Chinese en Indische teams”. Op 15 januari 1950 komt Marinus terug in Nederland. Net op tijd, zo blijkt. Hij gaat dat jaar zijn grootste sportieve succes als voetballer behalen. STEVO wordt dat jaar kampioen van de tweede klasse TVB. Marinus zal nog tot 1959 in het eerste elftal blijven spelen. Vic Teesink en zijn opvolger Peter Volkering zijn de trainers die hij zich nog scherp voor de geest kan halen. Vooral Volkering: “Een oud-speler van Heracles. Hij leut oe doodloap’n, ie kreegn de but good los.” Een man ook met psychologische kwaliteiten“. Jullie hoeven niet meer zo hard te trainen”, krijgen oudgedienden Leus en Harrie Steggink van hem te horen. “Er zijn wel jonge spelers die het van jullie overnemen”. Beiden worden zó geprikkeld, dat ze zich nog jaren in het eerste handhaven. Daarnaast zet Marinus zich vanaf de jaren vijftig in als trainer. Hij neemt bij terugkomst uit Indië de A- en de B-junioren onder zijn hoede. Het begin van een carrière als trainer die, met tussenpozen, zal voortduren tot in de jaren negentig.

Marinus is 17 jaar als hij in het eerste elftal komt. Het is 1942, linksbuiten Jan Keizer gaat terug naar het tweede en op

15

De kampioenen van 1950

bestuurslid Bernard Droste (Goes’nmeester) niet. “Ik goa der nich hen. Ik loat mie nich met de biel veur de kop houwn”. Door niemand een strobreed in de weg gelegd, hakt de vrouw de goal om en de wedstrijd wordt afgelast.

Jubileumboek STEVO  

75 jaar STEVO