Page 1

R.K.v.v. STEVO

75 jaar

Al 75 jaar een begeesterd clubje Inclusief jubileum-DVD


Van de voorzitter Beste lezer, Met trots presenteer ik u ter ere van ons 75-jarig jubileum dit boekwerk en videodocument, dat een prachtig overzicht geeft van de geschiedenis van onze club STEVO.

voetballers, een krachtig bestuur en een trouwe fanatieke aanhang resulteerde in 1994 in het absolute hoogtepunt uit de clubhistorie: het landskampioenschap bij de zondagamateurs. Een feit dat STEVO-mensen tot in lengte van dagen terecht met trots zal vervullen.

Het is de redactie gelukt een indrukwekkend beeld te schetsen van de afgelopen 75 jaar. Van hoe we ooit op 13 oktober 1933 werden opgericht onder de naam RKVV Geesteren tot aan de huidige situatie anno 2008, waarin het bestuur vanuit een nieuwe beleidslijn bouwt aan de toekomst van STEVO. Het boek en zeker ook de video roepen mooie

Maar ook in de sport geldt dat resultaten uit het verleden geen garantie bieden voor de toekomst. Anno 2008 staat STEVO weer met beide benen op de grond. Ook sportief succes kent een golfbeweging. STEVO heeft inmiddels sportief gezien een stapje terug moeten doen. Dat is jammer, maar onvermijdelijk voor een dorpsclub die zich ten doel stelt met eigen (jeugd)leden op een zo hoog mogelijk niveau te spelen.

herinneringen op. Dat is ook de bedoeling van er allemaal is gerealiseerd. Mijmeren over tijden waarin voor het gevoel alles beter was. Zonder historie geen toekomst. Dat geldt zeker voor een voetbalvereniging en in het bijzonder voor STEVO. Want sportief gezien heeft STEVO een

Colofon

indrukwekkende historie en status.

Dit jubileummagazine is uitgegeven in het kader van het 75-jarig jubileum van R.K.v.v. STEVO te Geesteren (Ov.); 13 oktober 2008.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat STEVO de eerste vijfenveertig jaar van haar bestaan vrij anoniem acteerde in de onderafdeling met af en toe een kampioenschap van de 2e klasse naar de 1e klasse TVB om vervolgens weer te degraderen naar de 2e klasse. De sportieve successen kwamen in de jaren ‘80. STEVO wist, als gevolg van een unieke lichting talenten, in tien jaar tijd te promoveren van de onderafdeling naar de hoofdklasse. STEVO werd een begrip in de amateurvoetbalwereld, mede door de grote schare trouwe fans die de ploeg overal volgde. De combinatie van goede

Redactie: Aniek Nijhuis, Mark Haverkort, Richard Mensen, Peter Haverkort, Gerard Lenferink, Frank Wesselink, Herman Huis in ‘t Veld, Rik Silderhuis, Bertus Klein Haarhuis, Paul Sand, Wendy Kroeze, John Nijhuis, Rob Maathuis en Marcel Oude Wesselink. Foto’s: Herman Huis in ‘t Veld Beeld materiaal: Alfons Leus, RTV Oost en de NOS. Commentaar bij de beelden is ingesproken door Paul Schabbink.

Vormgeving en opmaak magazine: BLANQO Niels Westerhof, Ilja Nienhaus www.blanqo.nl Eindredactie: Gerrit Alberink, Rob Maathuis, Marcel Oude Wesselink Coördinatoren jubileumcommissie: Frank Wesselink en John Nijhuis Tot slot willen de jubileumcommissie en het bestuur van R.K.v.v. STEVO iedereen bedanken die, op welke wijze dan ook, een bijdrage heeft geleverd aan de totstandkoming van dit magazine en de bijbehorende DVD.

Wat echter onverminderd blijft is ambitie, trots en de unieke samenhang binnen onze vereniging. Dat blijkt ook in ons huidige jubileumjaar waarin door de jubileumcommissie tal van activiteiten georganiseerd zijn die allemaal zeer geslaagd waren. Het is het bewijs dat STEVO leeft bij haar leden en in Geesteren. Dat is in de afgelopen 75 jaar zo geweest en ik ben er van overtuigd, dat het ook in de toekomst zo zal zijn. Namens het bestuur dank ik van ganser harte de jubileumcommissie en een ieder die heeft bijgedragen aan dit prachtige jubileum­do­cu­ ment. Ik wens u bijzonder veel lees- en kijkplezier. Met vriendelijke groet,

Alex Oude Wesselink Voorzitter R.K.v.v. STEVO

3

Voorwoord

jubilea: terugkijken en met trots vaststellen wat


Een jaar later maakt de ploeg zelf aanspraak op de hoofdprijs. De competitie in het seizoen 1993-1994 kent voor STEVO een grillig verloop. Topwedstrijden volgen op flinke zeperds, zoals de 0-7 bij Achilles ’94 in Assen. Opmerkelijk is de wedstrijd uit bij Quick’20 op zondag 24 oktober 1993. Deze derby gaat met 2-0 verloren. Trainer Drost wijt de nederlaag in de

De Top We schrijven donderdag 16 juni 1994. Vanuit Geesteren vertrekken vijf bussen supporters richting Voorburg om het eerste elftal bij te staan in de wedstrijd tegen Tonegido. De inzet: het landelijk kampioen-

in de hoogste amateurklasse te mogen coachen. Paauwe laat het team voor het eerst drie keer in de week trainen en weet zich keurig te handhaven in de hoofdklasse, maar moet het seizoen er op toch plaatsmaken voor Epi Drost.

schap van de zondagamateurs. Het vertrouwen is groot. STEVO heeft de voorafgaande weken immers al de nodige veerkracht getoond. Begonnen met een 1-2 uitzege bij SV Meersen, werd thuis tegen Tonegido een 0-3 achterstand omgebogen tot een gelijkspel waarna, opnieuw thuis, een 0-2 achterstand tegen SV Meersen in notabene de blessuretijd op miraculeuze wijze werd omgezet in opnieuw een gelijkspel. De sfeer onder de supporters zit er al snel goed in. Zo registreren de camera’s van RTV Oost hoe supporter Louis Hutten onder veel hilariteit, demonstratief de afmetingen van het zestienmetergebied controleert. De eerste helft verloopt nog wat moeizaam, maar het koningskoppel Kruiper-Elferink maakt na de rust het verschil. Met een 1-2 winst gaat de titel naar Geesteren. Voorburg wordt nog even feestelijk op de kop gezet om vervolgens tegen middernacht thuis te komen. Daar blijkt bijkans het hele dorp te zijn uitgelopen om de kampioenen te onthalen. Het wordt laat die nacht…

Een sportief hoogtepunt na 5 jaar hoofdklasse Onder leiding van Bas Paauwe zet STEVO in 1989 de eerste schreden in de hoofdklasse. Hij volgt Wim Adolfsen op, die de club naar het hoogste niveau heeft gebracht, maar “de papieren” niet heeft om ook

4

Met de komst van “mister FC Twente” breekt een nieuw hoofdstuk aan.Hij weet met STEVO achtereenvolgens twee keer een zesde en een vierde plaats te behalen. Niet zonder slag of stoot overigens. Zo incasseren de broers Bennie, Theo en Clemens Wigger in een thuisduel tegen HSC’21 alle drie een rode kaart in de laatste vijf minuten. Journalist Han Pape rept de volgende dag over “de gebroeders Dalton”. Centrumspits Alex Oude Wesselink krijgt van de latere profscheidsrechter Temmink een rode kaart voor spugen. De Drentse spelers ontketenen een klopjacht op de dader, die zich van geen kwaad bewust lijkt te zijn.“Scheids, mijn tegenstander schold me uit voor “domme boer”. Ik riep toen wat terug en toen zal er wel “iets mee zijn gekomen”. Geleidelijk aan neemt een jongere lichting rond Marcel Beernink, Theo en Clemens Wigger, Robert Masselink, Bart Hamer en Alphons Kruiper de sleutelposities over van de generatie die STEVO daarvóór zoveel successen heeft bezorgd. Het eigen materiaal wordt aangevuld met Koen Reinerink (Mariaparochie) en Tonnie Elferink (Denekamp) terwijl Epi Drost de oud-profvoetballers Evert Bleuming (“Kammetje”), Ronald Corte (“Bart BOOS”) en Patrick Bosch weet aan te trekken. Een gouden greep. Langzamerhand ontwikkelt zich een ijzersterk team, dat tegenstanders ook voetbaltechnisch zijn wil op kan leggen. Gerenommeerde amateurclubs zoals De Treffers worden op de Peuverweide met grote cijfers verslagen. In het seizoen 1992-1993 weet STEVO bij Quick’20 met 35 te winnen, waardoor de club uit Oldenzaal haar kampioensfeest nog een week moet uitstellen. De krantenartikelen voorafgaand aan het duel, waarin het voetballend sterke Quick wordt bejubeld als

Nederlaag door drank­ festijn in het kader van het 60-jarig jubileum Twentsche Courant Tubantia aan “een drankfestijn in het kader van het 60-jarig jubileum”… Op eigen veld wordt revanche genomen. De sleutelwedstrijd voor het kampioenschap wordt met 2-1 gewonnen, mede door een tactische vondst van Epi Drost, die laatste man Theo Wigger tot verrassing van Quick op het middenveld posteert. Voor 4.000 toeschouwers beslist Alphons Kruiper het duel. Een andere streekgenoot, HSC’21 uit Haaksbergen, kan vervolgens een cruciale rol spelen in de eindfase, met wedstrij-

den tegen STEVO en Quick’20 voor de boeg. STEVO wint in Haaksbergen op de zaterdag vóór Pinksteren met 4-2, waardoor één puntje in de slotwedstrijd volstaat. Op pinkstermaandag 23 mei 1994 is de titel in de hoofdklasse B eindelijk een feit, na een zenuwslopende thuiswedstrijd tegen SC Enschede. Sportclub zint op wraak na een 2-5 nederlaag op eigen veld eerder dat seizoen. De wedstrijd eindigt in een 1-1 gelijkspel, waarmee het absolute hoogtepunt in de clubhistorie is bereikt. De ontlading bij het eindsignaal vormt voor de meeste spelers nog altijd een onvergetelijk moment. Het seizoen erop eindigt STEVO op een zesde plek in de competitie, maar ook dan wordt een prijs binnengesleept. In Bathmen weten de roodgelen tegen een agressief spelend WSV uit Apeldoorn via strafschoppen beslag te leggen op de Amstelcup voor zondagamateurs in het District Oost. Helaas ziet STEVO geen kans zich te plaatsen voor de grote finale in de Rotterdamse Kuip. Het is tevens het laatste wapenfeit van Epi Drost als trainer van STEVO. Drost zou het eerste elftal ook nog een zesde seizoen van oefenstof gaan voorzien, maar zover komt het helaas niet. Op 27 mei 1995 overlijdt hij op slechts 49-jarige leeftijd in Rotterdam ten gevolge van een hartstilstand, tijdens een wedstrijd met de oud-internationals. Vlak vóór zijn dood scoorde hij nog met een voor hem zo kenmerkend afstandschot.

Het elftal dat in 1994 Nederlands Kampioen werd bij de zondagamateurs achterste rij v.l.n.r.: fysiotherapeut Joost Uyterschout, Jan Tyink, Robert Paus, Raymond Oude Voshaar, Jeroen ten Broeke, Alphons Kruiper, Leon ter Huerne, Paul Wigger, Tom Hilberink, clubarts dr. Henk Martens middelste rij: verzorger Eddy Droste, elftalleider Theo Haarhuis, Theo Wigger, Robert Masselink, Bart Hamer, Patrick Bosch, Tonnie Elferink, Evert Bleuming, keeperstrainer Harrie Steggink voorste rij: Jeroen Velthuis, Ed Kroezen, Ronald Corte, George ter Horst, Marcel Beernink, Koen Reinerink, Clemens Wigger, hoofdtrainer Epi Drost

De top

‘het Ajax van het Oosten’, maken het beste in STEVO los. De ontmoeting staat te boek als een van de beste wedstrijden die een STEVO-team ooit heeft gespeeld.


Het mysterie STEVO

Epi Waar Gerard Mensen en Wim Adolfsen de trainers zijn die aan de basis hebben gestaan van STEVO’s opmars naar de top van het amateurvoetbal, zette Epi Drost de kroon op het werk. Rechtlijnig,

Wat vooraf ging

maling aan reputaties en met groot gezag. Zo stuurt hij op de training de twee kemphanen Theo Wigger en Alphons Kruiper eens tegelijkertijd naar de kleedkamer. Gevarieerd is zijn trainingsstof niet, “want in een partijtje zit alles in.” Een ander credo van Drost is: “Het maakt mij niet uit wat je doordeweeks op de training doet, ook al ga je een half uur op de kop staan, als je d’r zondags maar staat.” Epi Drost houdt het graag simpel en waardeert de eenvoudige dingen in het leven. Zo bezoekt hij graag zijn stamkroeg “De Kater” aan de Oude Markt in Enschede, of gaat hij op stap met zijn boezemvriend Kick van der Vall. In Geesteren voelt hij zich tot aan zijn dood op zijn gemak. Bij garagebedrijf “De Boon” van voorzitter Henk Droste geniet hij in die jaren met volle teugen van de gastvrijheid van de familie Teikotte. Jarno Teikotte herinnert zich nog: “Epi was een hele beste kerel, heel gewoon ondanks zijn bekendheid. Hij

kwam wel zo’n vier à vijf keer in de week bij ons over de vloer en dan at hij altijd mee. Ook dingen die hij eigenlijk vanwege zijn gezondheid blijkbaar helemaal niet hebben mocht, zoals zoute vis of bakleverworst. Zo was Epi. Ik heb van hem nog een trainingsjasje van FC Twente en een lichtblauwe Adidas-jas gekregen. Mooie herinneringen aan een bijzonder persoon.”

De Voorzitters Bernard Imming Bernard is de man die als eerste de kar trekt bij de R.K.V.V. (rooms katholieke voetbalvereniging). Vreemd is dat niet, want hij is in die tijd nogal betrokken bij het ongeorganiseerde voetbal. De in 1888 in Emmen geboren en getogen Drent, komt vanwege zijn werk als kommies (douanier) eerst naar Vriezenveen om daarna als kruidenier aan de kost te komen in Geesteren. Hij begint aan de Almeloseweg maar verkoopt zijn woning na enkele jaren aan Ten Velde (Loo Jens) en verhuist zelf naar café De Halve Maan. Imming huurt het cafe annex kruidenierswinkel voor 4 gulden per week van zijn buurman H. Geerdink (Kroeswevers Herman).

6

De voorzitter heeft het voetbalveld dan achter zijn huis liggen. Maar niet voor lang, want Geerdink verkoopt ook die grond en de club moet omzien naar een ander terrein. Imming probeert aan de overkant van de straat nog een perceel te huren van veehouder Wesselink maar die gaat daar niet op in. Onder zijn voorzitterschap krijgt de vereniging rond 1937 een juniorenelftal, dat wordt geleid door Gerard Stamsnijder. Een familienaam die vaker zal opduiken in de STEVO-geschiedenis.

De Voorzitters Louis Vincken Louis Vincken, in 1892 geboren in het Limburgse Weert, komt in 1923 als hoofd van de openbare lagere school naar West-Geesteren. Vincken staat, zoals dat van een hoofd der school wordt verwacht, midden in de samenleving en vervult de nodige openbare functies. Zo leidt hij het zangkoor, de fanfare en is hij bestuurslid van het ziekenfonds. In de winter van 1944/45 verblijft hij met zo’n vijftig mannen uit Geesteren in het kader van de werkverschaffing in de Noordoostpolder om daar landarbeid bij de boeren te verrichten. Bernard Droste (Goes’n meester) is daar ook bij. Hij schrijft in de Rood Gele Koerier van 20 september 1987 daarover: “In de Noordoostpolder waren meester Vincken en ik samen bij een groep jongens uit Geesteren in kamp Ens I, van 15 december 1944 tot eind maart 1945. Dat samenzijn en die samenwerking heeft ertoe geleid, dat wij na de oorlog het totaal aan de grond gekomen STEVO trachtten nieuw leven in te blazen.” Dat gaat lukken. Een van de wapenfeiten is de bouw van een nieuwe kleedgelegenheid. Daar gaat een “ witwasoperatie” aan vooraf. Er wordt een collecte gehouden die maar liefst 3000 gulden opbrengt. De overheid wil direct na de oorlog af van het geld dat in het “ zwarte circuit ” is verdiend en blokkeert banktegoeden. De collectanten storten het opgehaalde geld daarom op eigen naam bij de Boerenleenbank van meester Ankoné. Zodra minster Lieftinck het geld weer vrij geeft, kan eenieder zijn bedrag met een maximum van 250 gulden “ gewit” weer ophalen en dat aan de vereniging geven. Hein Weerink levert betonnen palen en platen tegen kostprijs en diverse vrijwilligers bouwen vervolgens de kleedkamer. Louis Vincken overlijdt in februari 1948 aan een hartaanval.

In 1938 besluit de vereniging een andere naam te kiezen. STEVO! De naam zal tot aan vandaag de dag voor verwarring zorgen. Want waar staat die afkorting STEVO voor? De tegenstanders zijn er doorgaans snel uit: STomste Ezels Van Overijssel. Ach, laten we het maar op afgunst houden Maar ook in Geesteren zelf komen ze er lange tijd niet uit. “Steeds Vooruit“ wordt gezegd of “Strijdt Tot Eenheid Voor Overwin­ning” . Het is oud-kapelaan Van Rens­woude die zich in 2003 herinnert te hebben gehoord, dat het “Steeds Vooruit” moet zijn. De oplossing komt uiteindelijk van oud bestuurs- en erelid Jan Krone. In een onlangs opgedoken brief uit 1988 schrijft hij, dat het kapelaan Chapin is die tijdens de vergadering in cafe Steggink in 1938 de nieuwe naam bekend maakte: “Samen Trekken Elf Voor Overwinning”.

Van Halve Maan naar de Peuver Uitbater H. Geerdink verkoopt zijn Halve Maan in 1937 aan voetbalvoorzitter G. Imming. Mooi geregeld, zou je denken. Dat is aanvankelijk ook zo, het perceel grond achter het café mag in gebruik blijven als voetbalveld, maar na enige tijd eist Geerdink zijn grond toch op. Goede raad is duur. Na een speurtocht komt het bestuur terecht bij de familie Kottink. Maar waar geestelijk adviseur Kok er in 1933 geen moeite mee had, dat er bij een café werd gevoetbald, heeft pastoor Hamer dat in 1938 wel. De nieuwe kapelaan Chapin brengt uitkomst. Hij weet de familie Peuver te bewegen aan de voetbalvereniging een stuk grond te verhuren. Huursom: 70 gulden per jaar. Daarbij inbegrepen het gebruik van kapberg of kuikenhok als kleedruimte. Miet en Truus Peuver schenken in de rust de thee. Bij een putring waar Peuver het vee laat drinken, bouwt Bets Ophof even later de eerste houten kleedkamer. Dat het scheidingswandje tussen de twee ruimtes maar halfhoog is en een wasvoorziening ontbreekt, wordt voor lief genomen. Je kunt voor een bedrag van 360 gulden niet alles wensen. En wassen, dat kan immers ook in de putring.

7


Wat vooraf ging Voetbal is in de jaren twintig al populair. Het zijn

Voetbalschoenen? Zijn er niet! Tenues? Vergeet

de jaren van Puck van Heel en Bep Bakhuis. Niet

het maar! Een permanent voetbalveld? Geen

dat de ouderen er mee weg lopen, maar de

denken aan. Maar een leren bal komt er. Het is G.

jeugd heeft het te pakken. In West Geesteren zijn

Everloo die er een naar Geesteren haalt. Gekocht

mannen als B. en G. Oude Wesselink, G. Everloo,

bij Molmans in Almelo. Kosten: twintig cent per lid

H. en G. Leus en J. Kemna actief onder de naam

van de WAV.

“West Altijd Vlug”. Op een terrein bij de WestGeesterse school komen ze uit tegen ploegen uit Vriezenveen en De Pollen. Maar ook bij “ De Stegboer” in de Veldhoek, bij “Effers Graads” op de Vermolen, rond “Het Steenbergke” richting Harbrinkhoek en op “De Hamberg” rolt de bal. Is het “Steenbergke” het domein van de broers Keizer, Oude Voshaar en H. Voshaar, op “ de Hamberg” schoppen de jongens uit het dorp tegen de bal. H. Kottink bijvoorbeeld, en J. Kamphuis (smid), H. Hemmer (schilder), G.Hemmer (Bosschnieder), G. Maathuis (Mensman) en H. Sekhuis.

Spijkers met koppen Er schijnt een waterig zonnetje, die dertiende oktober 1933. In het parochiehuis van Geesteren verzamelt zich een vastberaden groep mannen. Geesteren moet maar eens een voetbalclub krijgen, zo is de mening. Het zou tijd worden ook. MVV’29, TVC‘28, De Tukkers: de omliggende kerkdorpen hebben het immers al voor mekaar. Er worden die dag dan ook spijkers met koppen geslagen. G. Imming krijgt als voorzitter de opdracht de vereniging vorm te geven. Hij laat er samen met zijn secretaris H. Hemmer, penningmeester G. Lohuis en bestuursleden J. Voshaar en G. Stamsnieder geen gras over groeien. Nog geen maand later meldt de Rooms Katholieke Utrechtse Voetbalbond, dat de RKVV Geesteren met twee elftallen gaat deelnemen aan de competitie.

Het eerste succes Na wat vriendschappelijke potjes treden de elf van “Geesterens eerste” op 12 november aan voor de eerste competitiewedstrijd. J. Keizer, B. Oude Wesselink, G. Oude Wesselink, J. Leus, J. Kemna, H. Voshaar, B. Ophof, W. Boerrigter, B. Alberink, G. Steggink, G. Everloo en G. Neuteboom gaan in de regen strijdend ten onder tegen het Almelose EVC 2, maar de uitslag (0-2) geeft hoop. Ook de tweede wedstrijd, uit tegen Rood Zwart Delden gaat verloren (2-1) maar dan is het raak: Haarlesche Boys wordt op eigen terrein vernederd met 2-6. W. Boerrigter (Pet’n Wilmke) is het gesprek van de dag. Na een eerste helft in de vrieskou buiten, wordt hem in de rust de warmte van de boerendeel te veel en hij valt flauw. De ploegen beginnen zonder hem aan de tweede helft, maar even later komt hij dan toch weer in het veld. Om prompt de hele Haarlesche verdediging te omspelen en te scoren.

De RKVV Geesteren zoekt voor het tweede seizoen versterking. Uit eigen dorp komen H. Brussche, H. Boerman en M. Brokelman bij het eerste en vanuit Vriezenveen komen Hams, Pikartz, Kamphuis, Hemmer en Ter Halle. En dan is daar nog de eerste trainer: H. Brakink, hij komt van PH uit Almelo. Een man van de Engelse stijl, met veel hoge ballen voor de pot. Het blijkt de aanzet tot succes. Op het team dat een seizoen later aantreedt, staat geen maat. Acht van de tien wedstrijden worden gewonnen en met maar liefst 40 gescoorde doelpunten grijpt het in 1936 voor het eerst de titel. Een van de smaakmakers van het team is de Duitser P. Broeren. Hij is als knecht van Maathuis naar Geesteren gekomen en blijkt een man te zijn met de nodige grappen en grollen. Op de kampioensfoto staat hij vol bravoure de wereld in te kijken. Onwetend van het onheil dat hem boven het hoofd hangt. Broeren zal in de Tweede Wereldoorlog aan het oostfront sneuvelen.

Cafehouder H.Geerdink (Kroes-Wevers Herman) van “De Halve Maan” aan de Almelosche weg (waar nu het dubbele woonhuis van Kraaijvanger/Kamphuis staat) biedt uitkomst. Het weiland achter zijn café mag worden gebruikt. En nadat er een beek is ingedamd en de grootste hobbels en kuilen zijn weggewerkt, is het dan zover. Pastoor Hamers wijdt het veld nog even in en vervolgens treedt de plaatselijke RKVV aan voor de eerste wedstrijd: vriendschappelijk en tegen de buurvereniging MVV’29.

Foto 1933 Dit is vermoedelijk de oudste foto van STEVO gemaakt in 1933 bij de opening van het terrein bij café de Halve Maan.Café de Halve Maan stond op de plek waar thans de families Kamphuis en Kraaijvanger wonen, resp. Haarbrinksweg 22 en 24.

8

De volgende personen zijn herkend: Achterste rij v.ln.r.: B. Ophof, J. Keizer, ?, ?, ? Midden: G. Kreuwel (?), G. Boswerger, J. Krone Voor v.l.n.r.: ?, J. Rolefes, P. Broeren (Duitse knecht van Maathuis)

Wat vooraf ging

Maar waar ?

Het eerste kampioensteam van de R.K.V.V. Geesteren in 1936. Achter, v.l.n.r.: scheidsrechter Grob, J. Voshaar (leider),H. Masselink, H. Grondhuis, P. Broeren, J. Keizer en H. Boerman, Midden, v.l.n.r.. B. Ophof, H. Brusche en G. Steggink, Voor v.l.n.r.: M. Brokelman, H. Voshaar en B. Alberink.

9


De herinnering aan Westerhaar is van een andere orde: vrouwenbenen!. “Het was op een bloedhete zaterdagmiddag en we gingen er op de fiets naartoe. Het oog viel al snel op de “korte boksen” die de vrouwen daar aan hadden. Dat waren we in Geesteren niet gewend. De wisselspelers hebben maar weinig van de wedstrijd gezien en ook de aandacht van de veldspelers was er niet de volle negentig minuten”.

Rond de oorlog Een moment in de eeuwigheid. Twaalf jonge mannen, het zelfvertrouwen spat er af. En waarom ook niet? De oorlog is achter de rug, ze hebben

En dan is daar nog het voorval tegen BWO. Het begrip “indrinken” blijkt van alle tijden. Na de vroege mis vertrekt het gezelschap voor de laatste wedstrijd van het seizoen naar Hengelo. In Zenderen wordt de fiets even geparkeerd bij café “de Wolf”. En daar loopt het uit de hand. “We zagen de bal zo ongeveer dubbel en Graatsjan (Jan Klein Haarhuis) belandde als keeper zelfs in de spits.” Op de weg terug begeeft de antilek (band van massief rubber die bij gebrek aan luchtbanden op de velg werd geklonken) van enkele fietsen het, zodat er op de kale velg naar huis gefietst wordt. Stoppen is er niet meer bij. “Dat wilde de kapelaan niet. Er was volgens hem die dag al genoeg aangelegd”.

het rood en geel om de schouders en het leven vóór zich. Bekende namen en hier en daar herlink (Mullers Herm), middelste rij, eerste van links.

Elftal van STEVO van vlak na de oorlog.

Herman (van 1925) is er vóór de oorlog al bij als er achter “De Halve Maan” wordt gevoetbald. Als toeschouwer welteverstaan. Thuis vinden ze het dan nog maar niks dat hij wil gaan voetballen. Een been is snel gebroken en op de boerderij is zijn hulp gewoon nodig. En dan zijn er natuurlijk nog de kosten. Het zijn immers de crisisjaren. Maar nadat kapelaan Miedema is wezen praten, gaan zijn ouders overstag en, 12 jaar oud, meldt Herman zich in 1937 bij STEVO. De jonge Masselink ontwikkelt zich als verdediger. “Een harde”, weet hij. “Ik kreeg in de tweede helft nogal eens een andere tegenstander tegenover me.” Herman speelt na de oorlog in het eerste tot een blessure aan de achillespees verder voetballen onmogelijk maakt.

Achter v.l.n.r.:J. Vlierman, H.Boerman, G.Krikhaar, J.Kreuwel, J.Warmelink, G.Steggink Midden v.l.n.r.: H. Masselink, J.Oude Booyink, J. Boswerger Voor v.l.n.r.: G. Steggink, G. Bosch, G. Boswerger

“ Ach, het stelde allemaal niet zoveel voor”, meent hij. “Als je hard kon lopen, en een goed schot had, was je al een goeie. En wanneer je er in slaagde iemand te passeren, kreeg je applaus en werd er over nagepraat hoe je dat voor mekaar had gekregen”. De verfijnde technici zijn in die jaren dus dun gezaaid. Maar wat wil je ook? De velden zijn vlak vóór begin van de wedstrijd vaak nog als weiland in gebruik. De meeste koeienstront wordt nog even weggehaald en staat er teveel water

dan worden er simpelweg wat gaten gegraven die daarna met plaggen worden gedicht. “Mer ’t gung aait duur”, herinnert Herman zich. Het risico van afgelasting is in die tijd toch al niet zo groot. Er wordt van voor- tot najaar gespeeld en in de winter ligt alles stil. Ook de training. Die begint op zijn vroegst een week voor de competitie. In het parochiehuis en in de danszaal van café Warmelink, want buitenverlichting is er niet. De jongens worden niet gespaard en krijgen vooral gymnastiekoefeningen. Bewegingen die je normaal niet maakt. Herman: “Je kon de andere dag maar met moeite de hooizolder op”.

“Je kon de andere dag maar met moeite de hooizolder op”

10

Een foto van een elftal van de JBTB van net na de oorlog. De heren droegen wel een STEVO-shirt, want anders leek het helemaal niks.

Albergen, Westerhaar, Hengelo, het zijn plaatsen die hem spontaan te binnen schieten. Albergen, omdat hij er een hekel aan had bij Morshuis te moeten voetballen. “Je moest je daar omkleden in het “verkenskot”, vervolgens een heel eind lopen naar het veld aan de Zenderenseweg en na afloop kon je nauwelijks de benen schoon krijgen, omdat de waterstraal zo zwak was. “

Op de foto achterste rij: v.l.n.r. Henk Boswerger, kapelaan Chapin, Jan Dierink, Herman Masselink, Jan Masselink, Jan Kreuwel, Gerrit Leus, Jens Leus. Voorste rij: Gerard Krikhaar, Jan Mos, Hein Kuipers, Boswerger, Jan Bussche

De verleiding In de jaren veertig, vijftig en ook zestig is het goed gebruik om bij uitwedstrijden bepaalde cafés aan te doen. Zowel op de heen- als de terugweg. Om even op adem te komen van de tocht die, zeker direct na de oorlog, nog vaak per fiets wordt gemaakt. Het levert,zoals te verwachten de nodige anekdotes op. Zoals die van het A-team dat in de jaren zestig uitspeelt in Reutum. Een onweersbui doet ze besluiten even te schuilen bij Brokelman in Tubber-

gen. Een prettig onderkomen zo blijkt. Want op de terugweg besluiten twee jongens als enigen van het team voor een tweede keer aan te leggen. En dat het ze bevalt, blijkt ‘s avonds. Om zeven uur komt een van de vaders bij Marinus Leus informeren waar zijn zoon uithangt. Die had allang thuis moeten zijn. Marinus was zelf die dag niet mee geweest, maar kwam wel achter de waarheid. Beide spelers werden vervolgens voor een paar wedstrijden geschorst! Thuis volgden nog een paar flinke reprimandes.

11

Rond de oorlog

Wat vooraf ging

kenbare gezichten. Zoals dat van Herman Masse-


Goes’nmeester

De Voorzitters

Bernhard Droste of , in de volksmond, “ Goes’n-

Gerard Altena

meester” is een naam die sterk verbonden is met STEVO. Hij is de man van direct na de oorlog. Samen met meester Vincken. Vincken als voorzitter en hij als administrateur. Een sterk duo, dat in de laatste oorlogswinter wordt gesmeed. Vincken is dan met een groep Geesterense mannen, onder wie Bernhard, aan het werk in de Noordoostpol-

Droste krijgt op 20 augustus 1946 een aanstelling op de St. Aloysiusschool en neemt de zesde klas onder zijn hoede. Hij maakt zich meteen sterk voor schoolvoetbal. Met name de maandagen na een verloren wedstrijd blijkt hij niet te genieten.

der. Op bevel van de Duitsers. Zo direct na de oorlog is er van alles niets of te weinig. Ballen, netten en goals zijn kapot of verdwenen. Om in aanmerking te komen voor voetbalschoenen en ballen, zijn speciale bonnen nodig. En dus klopt Droste samen met Gerard (Broer) Steggink aan bij de KNVB in Den Haag. Met succes! Droste schrijft daar later over: “Toen wij als twee Boertjes van Buut’n ons zegje hadden gedaan en de noodtoestand in zijn meest grillige vorm hadden afgeschilderd, werd onze pelgrimstocht ruimschoots beloond, want met een toewijzing van 26 paar schoenen en 4 ballen keerden wij huiswaarts..”

In de jaren ’48-’50 beschrijft hij het wel en wee van STEVO in “Bie’j oôns in Geester’n”, een periodiek dat wordt verstuurd naar de Geesterense jongens die in Indonesië dienen. Op 22 februari 1949 meldt hij: “Vandaag zal er weer rood-geel nieuws naar de tropen gezonden worden …… …er was een deining in STEVO, een terugslag, zoals iedere vereniging dat wel eens heeft. Zo’n inzinking bij de sport is echter steeds direct merkbaar, daar de resultaten, de uitslagen zulks duidelijk tonen. Gelukkig is deze ziekte maar van korte duur geweest. Nu is er beterschap in zicht. Het eerste elftal is weer helemaal genezen en zelfs gezonder dan voorheen…..” Bernhard Droste vertrekt in 1956 naar Nieuw-Heeten om daar hoofd van de lagere school te worden. Hij is dan elf jaar STEVO’s administrateur geweest.

Altena wordt als twintigjarige in 1934 benoemd als onderwijzer aan de lagere school in Geesteren. Hij woont dan nog bij zijn ouders thuis in Almelo en fietst dagelijks op en neer naar Geesteren. Altena maakt zich verdienstelijk voor het verenigingsleven in Geesteren. Zo is hij in 1939 betrokken bij de oprichting van de jeugdbeweging “De Jonge Wacht”, die haar onderkomen krijgt in de schaapskooi van Dierink aan de Wulferinksweg. Hij volgt in 1948 meester Vincken op als hoofd van de Openbare Lagere School

in West-Geesteren en als voorzitter van STEVO. Gerard Altena ver­trekt in 1952 naar Olst waar hij een baan als hoofd van de lagere school aanvaardt.

“Wat kost dat dan? “ is een vraag die in de crisisjaren vóór in de mond ligt. Zeker als het gaat om zoiets onbelangrijks als voetbal. “Schennenstoterije”, daar geef je in moeilijke tijden het zuur verdiende geld niet aan uit. Ook niet als zelfs

Sponsoring avant la lettre de kapelaan komt pleiten om de zoon te laten voetballen. Maar het wordt natuurlijk anders als de schoenen niet gekocht hoeven te worden. Schoenmaker Elferink biedt in die beginjaren van de RKVV nogal eens uitkomst. Hij heeft nog wel eens wat tweedehandsjes “liggen” die de jongens mogen gebruiken. Betalen hoeft pas als ze gaan verdienen.

Sponsoring avant la lettre

Zijnet incident De uitwedstrijd tegen Leones uit het seizoen 19861987 gaat de boeken in door het zogenaamde ‘zijnet incident’. In Beneden Leeuwen slaat de vlam in de pan wanneer Leones scoort, vrijwel vanaf de achterlijn.“Via een gat in het zijnet”, meent STEVO. Dat gat zit er inderdaad, maar STEVO-grensrechter Gerrit Kreuwel, heeft niet gezien dat de bal via het gat het doel in ging. Scheidsrechter Willemsen wijst daarop gedecideerd naar het midden. Een woedende trainer Adolfsen wordt achter de afrastering gestuurd en STEVO weigert af te trappen.

12

Om na een afkoelingsperiode de controle over het duel volledig te verliezen. Er volgen nog een omstreden strafschop en een rode kaart voor Alphons Kruiper, die een sarrende grensrechter van Leones op “een elleboogje” trakteert. Voor STEVO eindigt het hete middagje in de Betuwe met een 3-1 nederlaag.

Jan Elferink staat dan ook te boek als een fanatiek supporter.“Doar koj nich neust stoan”, vertelt Marie Krone-Kreuwel op 85-jarige leeftijd.“Hij kon nich stilstoan”. Elferink is op meerdere terreinen zijn tijd vooruit. Zo trakteert hij spelers na de eerste helft op een stuk sinaasappel. Dat levert immers vitamines die direct werken… Maar waar hij andere jongens helpt om te kunnen voetballen, verbiedt hij dat zijn oudste zoon Johan. Even daarvóór heeft zijn werknemer Johan Ter Haar een been gebroken en daardoor kwam het werk niet af. Elferink legt zijn jongere zoon Leo later niets in de weg als deze wil voetballen. Maar die werkt dan ook bij een andere baas.

13


Na het behalen van het kampioenschap viert het STEVO-kamp uiteraard feest. Hier worden de spelers toegesproken door een bestuurslid, waarschijnlijk „meester” Droste. Links op de foto met hoed, meester Ankoné.

B-team rond 1938

Frans Wermelink

Anton Voorhuis Antoon Voorhuis wordt lid als hij 14 jaar is. Het is dan 1942, midden in de oorlog. Hij heeft dan al heel wat tegen een bal getrapt. Op de diverse kleine veldjes in de buurt en vooral op de Ham-

De kampioenen van 1950

berg. En die oefeningen baarden kunst. Als we Toon mogen geloven durfden de jongens uit het dorp het niet tegen hem en zijn vrienden op te nemen. “En de Vermöl met Schoppertsjan, Moshenk

Frans Wermelink. Links voor op de foto. Twintig is ie, als hij deel uitmaakt van de kampioensploeg uit 1950. Voetbal staat bij hem centraal en daarvoor moet alles wijken. Als dus de jonge Wermelink op retraite moet en het meespelen in gevaar komt, wordt er iets geregeld. De katholieke kerk schrijft in die jaren voor, dat jonge kerels op retraite gaan, vóór ze hun dienstplicht vervullen. Om te waarschuwen tegen de verleidingen van de grote wereld. Frans reist daarom op vrijdagavond samen met ploeggenoot Hein Waaijer af naar de paters in Zenderen. Het

en Mosbeernd heeft nooit van ons gewonnen”. Als lid van STEVO komt hij uit in zowel het eerste, als het tweede en het derde. Zijn mooiste voetbalmoment is het kampioenschap van 1949-1950. Er komen beslissingswedstrijden aan te pas tegen onder andere PW. STEVO wint al die wedstrijden. In Toons herinnering mede door de goede vorm van Marinus Oude Wesselink. Hij ziet “het mooiste doelpunt” nog zó voor zich. “Marinus scoorde vanaf de eigen helft met een schitterende trap over de keeper. Daar is de hele avond nog over gepraat”. Toon is in latere jaren nog een tijdje bestuurslid en beheert jarenlang de kantine, maar is ook actief als scheidsrechter. En daarom wordt hij als getuige gehoord in een tuchtzaak. STEVO zou in een degradatieduel tegen Rijssen Vooruit een geschorste speler hebben opgesteld. Antoon weet de tuchtcommissie er van te overtuigen dat alles volgens het boekje is gegaan. Een scheidsrechter geloof je immers op zijn woord… Aan traktaties uiteraard geen gebrek bij terugkeer in Geesteren. Toon is een man van anekdotes. Zoals die van een vrouw die, wonende in de buurt van het voetbalveld, niet zoveel op heeft met STEVO. Deze vrouw besluit de goal om te hakken. Omstanders genoeg maar niemand die wat durft te ondernemen. Ook

14

Achter v.l.n.r.: H.Imming, G. Kamphuis (leider), J. Steggink, G. Imming, H. Oude Wesselink, G. Steggink, Midden v.l.n.r.: M. Leus, G. Krikhaar, G. Schothuis Voor v.l.n.r.: L. Kamphuis, B.Hoek, J. Vlierman

Klachten met zijn gezondheid dwingen hem met voetbal te stoppen. Maar in de zestiger jaren maakt hij zich opnieuw verdienstelijk voor de club. Dit keer als bestuurslid. Hij herinnert zich nog, dat ook die tijd zijn problemen kende.“De TVB wilde de boekhouding niet goedkeuren. De terreinknecht kreeg namelijk een kleine vergoeding en verder hadden we enkele mensen een fruitmand gegeven. Dat was tegen de regels. Iedereen die lid was moest contributie betalen en niemand mocht iets extra’s krijgen. Het zou namelijk zo maar kunnen zijn, dat die extra’s werden gegeven om iemand te verleiden bij de club te komen spelen.”

Marinus Leus, een sportfenomeen Oorkondes, plaquettes, beel­djes en een koninklijke onderscheiding. Krantenknipsels getuigen van diverse huldigingen: sportman van het jaar, lid van het sportteam van het jaar, diverse jubilea. Blijken van waardering, van sportieve prestatie. Trofeeën uit de lange carrière van Marinus Leus (1925).

STEVO1 kampioen 1949-1950 kampioen tweede klasse TVB Achter v.l.n.r.: J. Kreuwel (leider) , H. Kreuwel,G. Imming, Th. Haverkort, H. Waayer, G. Steggink, M. Leus, M. Oude Wesselink, B. Weghorst, V. Teesink (trainer). Voor v.l.n.r.: F. Warmelink, A. Voorhuis, G. Bosch, H. Steggink, G. Boswerger

einde, het lof op zondagmiddag, halen ze echter niet. Een betrokken bestuurslid van STEVO haalt ze stiekem op en terwijl anderen in gebed zijn, staan Frans en Hein in het veld. Het heeft in Geesteren menig katholieke wenkbrauw doen fronsen. Onnodig, zo blijkt, want de boodschap van de paters is blijven hangen. “De eerste twee dagen werd je duidelijk gemaakt, dat je niet deugde en welhaast zeker in de hel terecht zou komen. Maar zo tegen zondag gloorde er dan toch hoop, dat de hemel nog bereikbaar was”.

Die carrière begint in 1938 als de dertienjarige Marinus (Peul­ marinus) zich bij STEVO aanmeldt. Een fenomeen, zo zal blijken. Het zijn er niet veel die tot hun zeventigste voetbal blijven spelen. Maar Marinus is zo’n uitzondering op de regel. Voetbal, wandelsport, gymnastiek: sport loopt als een rode draad door zijn leven.

de jaarvergadering wordt duidelijk, dat Marinus hem vervangt in het eerste. Van voetbal komt er de latere oorlogsjaren niet veel en in 1945 moet hij in dienst. “Je had eens in de twee weken vrij vervoer van de kazerne terug naar Geesteren. Ik betaalde de andere week zelf, om toch maar elke week te kunnen voetballen.” Eind 1946 wordt hij uitgezonden naar Nederlands Indië. Voor maar liefst drie jaar en drie maanden. Ook daar laat hij de bal niet liggen. “ Ik speelde in een bataljonselftal tegen Chinese en Indische teams”. Op 15 januari 1950 komt Marinus terug in Nederland. Net op tijd, zo blijkt. Hij gaat dat jaar zijn grootste sportieve succes als voetballer behalen. STEVO wordt dat jaar kampioen van de tweede klasse TVB. Marinus zal nog tot 1959 in het eerste elftal blijven spelen. Vic Teesink en zijn opvolger Peter Volkering zijn de trainers die hij zich nog scherp voor de geest kan halen. Vooral Volkering: “Een oud-speler van Heracles. Hij leut oe doodloap’n, ie kreegn de but good los.” Een man ook met psychologische kwaliteiten“. Jullie hoeven niet meer zo hard te trainen”, krijgen oudgedienden Leus en Harrie Steggink van hem te horen. “Er zijn wel jonge spelers die het van jullie overnemen”. Beiden worden zó geprikkeld, dat ze zich nog jaren in het eerste handhaven. Daarnaast zet Marinus zich vanaf de jaren vijftig in als trainer. Hij neemt bij terugkomst uit Indië de A- en de B-junioren onder zijn hoede. Het begin van een carrière als trainer die, met tussenpozen, zal voortduren tot in de jaren negentig.

Marinus is 17 jaar als hij in het eerste elftal komt. Het is 1942, linksbuiten Jan Keizer gaat terug naar het tweede en op

15

De kampioenen van 1950

bestuurslid Bernard Droste (Goes’nmeester) niet. “Ik goa der nich hen. Ik loat mie nich met de biel veur de kop houwn”. Door niemand een strobreed in de weg gelegd, hakt de vrouw de goal om en de wedstrijd wordt afgelast.


In de laatste wedstrijd van het seizoen 1960-1961 lukt het het eerste elftal om door te stoten naar de vierde klasse K.N.V.B.

Kampioensteam STEVO 1 1960-1961

De eenzame kampioen van 1958

Staand, v.l.n.r.: J. ter Haar, A. Westerhof, J. Kreuwel, B. Smienk (trainer), H. Warmelink, N. Haverkort, G. Sekhuis, H. Warmelink, H. Droste, J. Westerhof, G. ter Halle, F. Timmerhuis, H. Kottink, B. Hutten, B. Paus en J. Weghorst Knielend, v.l.n.r.: F. Stamsnieder, J. Hamer, G. Mensen, J. Vrielink, H. Kottink, J. Nobbenhuis en kapelaan Van Vliet

Eind jaren ‘50 is er een opgaande lijn in de prestaties van STEVO te zien. De bekroning volgt in het seizoen ’57-’58. STEVO, K.O.S.C en Saasveldia gaan de gehele competitie min of meer gelijk op. De beslissing valt thuis tegen K.O.S.C.

Gerrit Hagedoorn is vaste kracht in het eerste, maar speelt niet elke zondag mee. Hij zit in militaire dienst en krijgt niet elke zondag vrij. Zo ook deze. De stopper heeft weekenddienst en krijgt van zijn superieuren geen vrij om de kampioenswedstrijd te spelen. Gerrit laat het er niet bij zitten en blijft maar vragen om verlof. Hij is zo overtuigd van zijn zaak, dat hij de zaterdagavond voorafgaand aan de wedstrijd bij het uitgaan geen bier maar fris drinkt. Het is niet voor niets, zo blijkt als de andere morgen om 10.00 uur het verlossende woord komt. Verlof van 12.00 uur tot 17.00 uur. Maar ja, dan sta je nog in Schaarsbergen op de Oranje-kazerne. Hendrik Masselink toont zich bereid Gerrit op te halen en vertrekt naar Schaarsbergen. Hij staat eerst nog bij de verkeerde kazerne en dus wordt het gaspedaal op de terugweg diep ingetrapt om op tijd te komen.

“Maar goed dat er nog geen flitspalen bestonden”, aldus Gerrit. Ze komen niettemin te laat. Gerrit heeft zich in de auto al omgekleed en kan zo de reservebank op. Hij komt na de rust in het veld. STEVO wint met 3-0 en het kampioenschap is binnen. Het feest kan beginnen. Maar niet voor Gerrit. Hij moet zich om 17.00 uur weer melden op de kazerne. Als troost koopt hij zich nog wel een half liter bier. En die komt hard aan op de lege maag. “Ik heb er de rest van de dag plezier van gehad”, herinnert Gerrit zich. Kampioen zijn betekent in die jaren nog niet, dat je ook promoveert. Heel Geesteren loopt uit voor de beslissingswedstrijden tegen Omhoog uit Wierden. Beiden winnen hun thuiswedstrijd met 10 en dus volgt er een derde wedstrijd. In Almelo wint STEVO afgetekend met 3-1 en de promotie naar de eerste klasse van de T.V.B. is een feit.

sum getuige van deze wedstrijd, de politie komt manschappen tekort om iedereen op tijd op het sportpark te krijgen. Complete voetbalgekte rondom het veld. Er is zelfs een supporter uit Geesteren met een geelrode paraplu met de tekst ‘STEVO United über alles!!’.“De wedstrijd zelf is meer spannend dan goed”, aldus Vrielink. “Dit kwam mede door de straffe wind, waardoor het moeilijk voetballen was. Toch kwamen we in de eerste helft voor door een doelpunt van Ben Hutten. RSC moest dus komen. Door goed verdedigend optreden en door onnauwkeurigheid bij de voorwaartsen van RSC bleven we op de been. Tien minuten voor tijd besliste Harry Kottink het duel (2-0) waardoor het kampioenschap een feit was.” Ook STEVO 2 en STEVO 3 eindigen dat jaar op de eerste plaats. Het tweede moet die toppositie delen en komt in de beslissingswedstrijden te kort.

De kampioenen van 1961

Overleven in de KNVB

Het seizoen ‘60-‘61 is een topjaar waarin het eer-

Het seizoen daarna kopt de krant na de eerste uit-

ste kampioen wordt. STEVO 1 promoveert voor het

wedstrijd tegen De Tukkers “Geesteren rooit het wel

eerst in haar bestaan naar de KNVB. In het eerste

in de vierde klasse”. Deze voorspelling komt uit, al

speelt dan ene Henk Droste als stopperspil. Het

weet STEVO zich in het eerste jaar in de KNVB ter-

zal zijn enige succes blijven als speler van het eer-

nauwernood te handhaven. Ook in de daaropvol-

ste. Als voorzitter zal hij later grossieren in prijzen.

gende jaren wordt het klassenbehoud nipt veilig gesteld.

STEVO 1 1957-1958 kampioen tweede klasse TVB Achter v.l.n.r.: P. Volkerink (trainer), H. Kottink, M Leus, H. Droste,J. Vrielink, J. Kreuwel (leider), J. Masselink, G. Hemmer (bestuur), G. Hagedoorn, A. Westerhof (voorzitter) Voor v.l.n.r.: H. Kottink, H. Warmelink, N. Haverkort, B. Hutten,

Keeper Jan Vrielink herinnert zich: “Dat seizoen begonnen we zeer sterk. We bleven zelfs tot begin maart ongeslagen (negen wedstrijden, zes keer winst, drie keer gelijkspel), waardoor we een grote voorsprong hadden op onze concurrent RSC uit Rossum. Hierna lieten we her en der steekjes vallen, waardoor we voor de laatste wedstrijd (uit tegen concurrent RSC) nog maar één punt voorsprong hadden. Wat een slot van de competitie!”

F. Timmerhuis

De dag van de allesbeslissende wedstrijd maakt het nodige los. Ruim 3000 toeschouwers zijn in Ros-

16

In het seizoen ‘65-‘66 lijkt het dan alsnog fout te gaan. Speler uit die tijd Nico Haverkort kan het zich nog maar al te goed herinneren. “We stonden zes wedstrijden voor het eind van de competitie negen punten achter BWO. Uit die zes wedstrijden haalden we echter elf punten en BWO maar twee, waardoor we beiden op veertien punten eindigden. Er moest dus een beslissingswedstrijd gespeeld worden.” Ondanks de grote belangen zijn er tijdens de laatste training maar drie spelers aanwezig. Met veel

gevoel voor drama weet toenmalig trainer Henk Westenberg de spelers toch te motiveren voor de wedstrijd. Termen als “samen één” en “groepsgevoel” smeden een gretig team dat voor elkaar voor het vuur gaat. De beslissingswedstrijd wordt gespeeld op het veld van Luctor et Emergo te Almelo. Op een snikhete dag, aldus Haverkort. “Het was broeierig heet, in de verte kon je de donder al horen. Tijdens de wedstrijd kwam dit steeds dichterbij. We hadden al een paar keer aan de scheidsrechter gevraagd of hij het nog wel verantwoord vond om door te spelen. Hij wilde echter van geen stoppen weten. Tot het moment van een enorme knal. Hij had geen tijd om af te fluiten, zo snel was hij binnen.” De wedstrijd moet in z’n geheel overgespeeld worden. De tweede wedstrijd, ook bij Luctor et Emergo, begint onder ideale omstandigheden. BWO is iets sterker, maar het is STEVO dat 10 minuten voor de rust op een 1-0 voorsprong komt door Hans Leferink. Na rust pakken donkere wolken zich samen boven het veld en binnen korte tijd staat het hele veld blank. “Voetballen was niet meer mogelijk, de cornervlaggen dreven zelfs weg. Maar wij stonden met 1-0 voor, dus wij wilden wel doorvoetballen.” De scheidsrechter laat de wedstrijd gewoon uitspelen, zodat STEVO door dit huzarenstukje ook dit seizoen behouden blijft voor de 4e klasse KNVB. Na zeven magere jaren, moet het seizoen ‘68-‘69 het eerste van zeven vette jaren worden. Maar uitgerekend dat seizoen moet STEVO, na acht jaar ploeteren in de KNVB, een stapje terugdoen. Het seizoen ‘68-‘69 is sportief gezien een rampjaar. Want ook het tweede degradeert. De jaren hierna kan STEVO niet imponeren. Of toch… het schijnt dat de pupillen het heel goed doen! Is er dan toch nog hoop?

17


Een begeesterd voorzitter terdam de Coolsingel en Geesteren heeft het STEVO-St.Pancratiusplein”. Gevleugelde woorden die op zondag 16 april

een tijdje als waarnemer te hebben gefungeerd, krijgt Henk in 1968 de voorzittershamer in handen. Om hem voorlopig niet meer af te geven. De club moet vooruit en dat kan alleen als er wat extra geld in het laatje komt.

1989 de toegestroomde menigte luid applaus ontlokt. STEVO is kampioen, promoveert naar de hoofdklasse en dat leidt tot euforie. Voorzitter

Wat vooraf ging

Henk Droste weet de juiste snaar te raken. In zijn enthousiasme zinspeelt hij op het aanvragen van een licentie voor betaald voetbal. “Een begeesterd dorpje”, kopt een landelijk dagblad de an-

Coen Moulijn Alwie Klein Haarhuis speelt met het reserveteam van Heracles begin jaren zeventig in De Kuip. Via Feyenoord-verzorger Gerard Meijer weet hij een origineel shirt te bemachtigen van zijn idool Coen Moulijn. “Het shirt is nu veertig jaar oud. Het bestaat uit aan elkaar genaaid materiaal. Met rugnummer 11 natuurlijk.” Als Alwie in het seizoen 1995-1996 trainer wordt van STEVO 2, verschijnt hij de eerste training met het shirt op het veld, hetgeen bij de spelers op de lachspieren werkt. En ontzag inboezemt…

Examen Paasmaandag 1994 wordt STEVO kampioen van de Hoofdklasse B. Een dag later staat de traditionele fietsdag op het programma. Assistent-trainer Evert Bleuming moet verstek laten gaan. Hij moet die avond immers examen afleggen voor de trainerscursus. Maar daarvoor heeft hij wel spelers nodig! Een deel van de al benevelde selectie wordt in allerijl van de fiets gehaald en naar het TVB-centrum in Enschede vervoerd… Gelukkig hoeven de spelers geen blaastest af te leggen en slaagt Evert met vlag en wimpel. Het feest wordt daarna voortgezet bij ‘De Kater’ in Enschede. Epi Drost ziet het met lede ogen aan: ‘Jongens, jullie breken mijn hele stamkroeg af!’

18

dere dag. Secretaris Gloudemans van SC Heracles laat desgevraagd weten: “Ik ken voorzitter Droste als een serieuze man, maar ik denk dat de kampioensroes iets te ver is doorgeslagen”. Een roes is het zeker. Met reden. Droste heeft zijn doel bereikt: uitkomen in de hoofdklasse. Een kroon, maar naar later zal blijken, nog niet de kroon op zijn werk. Dat werk begint al in 1965, als hij als 27-jarige de functie van administrateur op zich neemt. Die functie bestaat weliswaar niet, maar als spelend lid mag je geen secretaris zijn (heten). Vandaar! Henk heeft de gave van het woord en dat merkt ook voorzitter Antoon Westerhof. Hij beperkt zichzelf voortaan tot het openingswoord en laat hem vanaf 1966 de jaarvergaderingen leiden. Na nog

Het zijn dus de jaren van loterijen, van jaarlijkse fancy fairs, van wedstrijden tegen gerenommeerde clubs. Enig risico wordt daarbij niet geschuwd. FC Twente komt pas voor een oefenwedstrijd als er 3000 guldens worden neergeteld. En ene Piet Schrijvers is best bereid in de rust wat penalty’s van jeugdspelers te stoppen, maar vraagt daar na afloop ineens 150 gulden voor…… Het is ook de tijd van de jaarlijkse feestavonden met landelijke coryfeeën die de sportman, sportvrouw en het sportteam huldigen. Theo Koomen, Hans van Breukelen, Frank Kramer, Jan Peters, de gebroeders Van de Kerkhof, Barry Hughes, Anton Geesink, de broers Koeman, ze komen allemaal naar Geesteren. Wie er komt weet alleen de voorzitter en dat blijft tot het laatste moment geheim.

sponsoren “zolang Droste voorzitter blijft”. Een speler met een vervelende blessure? KNVB arts Kessler wordt erbij gehaald. Of Pierre van den Akker, verzorger van het Nederlands elftal. Zijn vergoeding bestaat deels uit kippen, die meegaan in de kofferbak… Bezoekje aan de Bundesliga? Bestuurskamers, de dugout van Bayern München, een plek op de eretribune naast Franz Beckenbauer, Henk krijgt het voor mekaar. Flesje champagne, een doos goede sigaren en natuurlijk zijn overtuigende vlotte babbel, openen vele deuren. De successen rijgen zich aaneen. STEVO promoveert in nog geen tien jaar tijd (1980-1989) van de eerste klasse TVB naar de hoofdklasse. Er gaan heel wat gehaktballen doorheen die jaren. De voorzitter heeft zich immers de gewoonte eigen gemaakt, na elke overwinning even een paar keer met de hak van zijn schoen op de bestuurstafel te tikken en vervolgens een bal gehakt te eten.

“Een tik met de hak op tafel en een bal gehakt na”

In 1975 legt Droste de basis voor sportief succes, waarvan ook hijzelf alleen maar gedroomd kan hebben. Hij haalt Herman Veldhof naar Geesteren als trainer van de A-jeugd en geeft hem opdracht een jeugdplan te schrijven. Dat Veldhof en passant een behoorlijke versterking is voor het eerste elftal is mooi meegenomen. Veldhof heeft oog voor talent, komt op het goede moment en loodst een stroom van jonge spelers naar het eerste. Henk Droste is de bindende factor in dat alles. Een charismatisch leider die enthousiasmeert en anderen weet mee te krijgen. Zoals paardenhandelaar Jan Maathuis, die toezegt de club te zullen

Hij zal er de volgende jaren nog diverse smakelijk kunnen weghappen. In 1990 komt “mister FC Twente”, Epi Drost, STEVO trainen. En dat loont. In 1994 wordt STEVO eerst kampioen van de hoofdklasse en vervolgens algeheel Nederlands kampioen van de zondagamateurs. Henk treedt in 2001 om gezondheidsredenen terug als voorzitter. Hij heeft er dan ruim 35 jaar opzitten in diverse bestuursfuncties. Voor zijn STEVO, maar ook voor de voetbalraad, de sportraad, het gemeentelijke zwembad, de plaatselijke sporthal en het kerkbestuur. De leden eren hem door in 2002 het gerenoveerde clubgebouw aan hem op te dragen.

19

Een begeesterd voorzitter

“In Amsterdam hebben ze het Leidseplein, in Rot-


Het ging er gemoedelijk aan toe. Ook op de sportdagen. Hier de winnaars van 1964. v.l.n.r. G. Nobbenhuis, J. Nobbenhuis, H. Hoek  

In de zestiger jaren is het verenigingsleven in Geesteren anders georganiseerd dan nu. Er zijn

S =Gerard, T= Henny, A=Theo, M=Frans, S=Alphons, N=Jan, I=Alwie, E=Tonny, D=Andre, E= Bart, R = Leo, allen natuurlijk Stamsnieder

maar enkele verenigingen van enige omvang. Voor sportbeoefening is STEVO feitelijk de enige maat. Aanvankelijk komen de roodgelen uit met drie seniorenteams, de afdeling handbal buiten

Gemoedelijkheid troef

beschouwing gelaten. In de 2e helft van het decennium dijt dit aantal geleidelijk uit tot zes elftallen in 1969. “Vroeger was het gebruikelijk dat mannen na hun trouwen zondags vooral thuis waren. Achter de bal aan lopen was er niet meer bij. Daarom haakten veel leden rond hun 25ste af”, aldus Jan Vrielink. Pas eind zestiger jaren verandert dit beeld. Onder meer hierdoor groeit het ledental explosief. De verschillen op en rond het veld zijn, in vergelijking met nu, erg groot. Er zijn verenigingen die ook dan al over een redelijke accommodatie beschikken, maar vaak fungeert een oude loods of kippenhok als kleedkamer. “In veel dorpen trof je een eenvoudig schuurtje aan en dan meestal met een varkenstrog om je voeten in te wassen, tenminste als de pomp het deed. En bij STEVO was dat niet veel anders”, weet Nico Haverkort zich te herinneren. Er zijn ook clubs waarbij een stuk van een boerderij als kleedruimte dient. Zo ook in Manderveen. Jan Kokhuis, de stopperspil van STEVO 2, vertelt hierover: ”We hadden de altijd lastige uitwedstrijd tegen Manderveen 2 zojuist gewonnen en kwamen terug in de kleedkamer. Nou ja, kleedkamer, het was de koeienstal van Gorkus Albert (boer Godeke). Wel lekker warm, zo op de deel tussen die dampende beesten”. Zijn goedlachsheid kan hij niet verbergen als hij verder gaat: “Bij één speler was de overwinningsroes snel voorbij. Ik meen me te herinneren dat het Van

20

Net dat beetje meer

Kuyk (Gerrit Alberink) was. De roodbonte Klara 10 had zijn geopende tas naar zich toegetrokken en stond te kauwen op zijn onderbroek. Van Kuyk moest nu met z’n blote reet in de koude, wijde manchesterbroek ”. Naast de sportieve is er de sociale functie. In die zin is de vereniging van grote waarde voor de gemeenschap. Sport verbroedert, zo blijkt als er behoefte ontstaat aan een passende accommodatie. Niet alleen aan voldoende goede kleedkamers, maar ook aan een ruimte waar je gewoon met elkaar kunt praten. De schouders gaan eronder en door veel zelfwerkzaamheid komt er in 1968 een schitterend clubhuis. In 1968 bestaat STEVO 35 jaar. Reden voor speciale activiteiten. Bij één daarvan staat het gezin Stamsnieder centraal. Hein en Betta hebben vijftien kinderen op de wereld gezet en het geval wil dat daar twaalf jongens bij zijn. Negen daarvan verdedigen het rood en geel en vijf van hen zullen uiteindelijk het eerste elftal bereiken. Talent genoeg dus en daarom organiseert STEVO een familie-duel. Elf Stamsnieders, in de leeftijd tussen de 11 (Leo) en 30 jaar (Gerard), nemen het op tegen de familie Duwel uit Hillegom. Dit gezin heeft achttien kinderen, waarvan 12 zonen. Voor naar schatting 4.000 bezoekers winnen de Geesternaren met 8 – 5. Na dit duel wordt het bij STEVO allemaal wat lichter. Niet dat op sportief gebied de zon doorbreekt, maar omdat mede met de recette van de wedstrijd de gewenste trainingsverlichting wordt aangeschaft.

Aftrap Stamsnieder-Duwel v.l.n.r. Moeder Stamsnieder, Abe Lenstra, Frans Stams­nieder, Moeder Deusel en Herman Masselink.

Gezelligheid in stamcafé Steggink v.l.n.r.: Jan Stamsnieder, Alfons Hemmer, Gerard Steggink (Broer), Gerrit Alberink, Theo Hutten, Bennie Nijhuis, ? , ?, Frans Haarhuis, ?

De accommodatie van STEVO begint er tegen het eind van de jaren zestig op te lijken. De bouw van een kantine met kleedkamers in 1965 is wat dat betreft een mijlpaal. Maar er blijft behoefte aan verbetering, aan net dat beetje meer. Vloerbedekking bijvoorbeeld, voor in de kantine. Of, belangrijker nog, goede verlichting voor het trainingsveld. Maar waar haal je geld vandaan? Het bestuur klopt aan bij enkele actieve en inventieve leden. Zoals Frans Stamsnieder, Henk Haverkort, Jan Hamer en Hein Kottink (Melhein). Deze accommodatiecommissie start met ludieke acties. Zo wordt er een varken rond gereden waarvan het gewicht geraden kan worden. Dat brengt wat extra centen in het laatje. Gesterkt door het succes beraadt de commissie zich op nieuwe acties die liefst nog wat meer opleveren. En die acties komen er. Zo is er een actie met loten van één cent tot één gulden. En het biljart- en dobbeltoernooi waarbij in diverse cafés in het dorp kan worden gespeeld. Via een gerichte stoot worden daarbij dobbelstenen aan het rollen gebracht. Toch wel het meest succesvol zijn in die tijd de fancy-fairs, die jaarlijks om en om bij Warmelink en Kottink worden gehouden. De attracties zijn simpel, maar het rad van fortuin, het doel schieten, het ringen werpen, en het bussen gooien trekken veel belangstelling en leveren een mooie duit op voor de verenigingskas. Al met al brengt de accommodatiecommissie in die jaren een bedrag van een kleine ton aan guldens bij elkaar.

Kraamschudden Eddy Droste 1967 v.l.n.r. Nico Haverkort, H. Hoek,  H. Droste en E. Droste, H. Levering, F. Stamsnieder, M. Droste, A. Stamsnieder, H. Westenberg, T. Hofstede, H. van Duist, J. Hamer, A. Stamsnieder, J. Nobbenhuis

21

Net dat beetje meer

grote club. Het ledental groeit jaarlijks mondjes-


Vrijwillig Uitvoeren van Taken (VUT)

Zo ook de VUT-ploeg. Wekelijks is deze groep vutters en gepensioneerden fanatiek bezig op het complex. Het zijn Jan Kreuwel en Gait Booyink die in 1975 aan de basis staan. ‘Boer’nleu’, die overdag zo nu en dan nog wel even van huis kunnen om wat werkzaamheden te verrichten op het voetbalveld. Door de jaren heen groeit de groep

Wat vooraf ging

tot de vijftien man van nu. Mensen met een hart voor STEVO. Elke vrijdagmorgen steken ze de handen uit de mouwen. Zo maar een greep uit de werkzaamheden: reclameborden worden ophangen of vernieuwd, kleedkamers en gebouwen worden onderhouden, er wordt geveegd en de beregeningsinstallatie wordt geplaatst of verzet. En hier wil de ploeg nog wel even een ergernis kwijt. Steeds vaker lopen ze tegen vernielingen aan en moeten er na het weekend deuren en plafonds worden gerepareerd. Er is, ook zonder dat, elke week weer genoeg te doen. Om 9 uur ’s ochtends worden de werk­

zaamheden verdeeld, gaan verschillende groepjes aan de slag en dán, is er tijd voor de koffie. Steevast komt elke vrijdag de opstelling van het 1e elftal aan bod, worden de prestaties van spelers en trainers onder de loep genomen en worden de kansen voor het komende weekend gewogen. Rond 12 uur zit de ochtend er vervolgens op. Een enkeling, zo vertellen de heren, vertrekt al vóór 12 uur. Dit omdat “thuis om 12 uur de worst in de bocht door midden wordt gedaan”! Jan Kokhuis gaat al even mee en kan putten uit de nodige mooie voorvallen. Zo raakt tijdens het egaliseren van het trainingsveld met de trekker van “De Kellerboer”, de diesel op. Snel even naar huis om dieselolie te halen. Als er zo snel geen jerrycan wordt gevonden, valt de keus op een bloemengieter. En wat doe je dan om te voorkomen dat er diesel uitschulpt? Juist, dan doe je er een plastic tas omheen. Maar dan kun je beter wel een tas pakken die niet lek is… De gehele bekleding van de auto moest naderhand worden vervangen om van de stank af te komen. Kost een paar cent, maar dan heb je wel een glad en strak trainingsveld! Een ander incident doet zich voor tijdens het schoonmaken van de reclameborden. Het ijzerhoudende sproeiwater heeft een roestkleur op de borden achter gelaten. En om dat er af te krijgen, is sterk spul nodig. Maar dan kun je beter wel zorgen dat je de dop van de rugspuit goed sluit… De man met de spuit voelt na enige tijd een bran-

De Voorzitters Gerard Bekhuis De in 1913 geboren Gerard Bekhuis, van de Bek­ wever aan de Schollinksweg is korte tijd voorzitter. Gerard woont in die tijd aan de Langeveense weg tegenover Ten Cate en heeft daar een kuikenbroederij en teelt er fruit (appels en peren). Hij is technisch aangelegd en daarvan profiteert ook STEVO. Bekhuis ontwerpt het systeem voor de douches in de betonnen kleedkamer aan de Vinckenweg. Als er voortaan gedoucht moet worden, pompt terreinknecht Jans Lensen met een perspomp water uit duikers, die rond de kleedkamer zijn ingegraven,

naar een grote tank op de zolder van het gebouw. Als vervolgens de kraan wordt open gezet, perst het water zich door kleine gaatjes uit een metalen buis aan de muur. Een hele vooruitgang in vergelijking met de drenkput als wasplaats. Gerard doet zelf niet aan sport, maar is geïnteresseerd en goed op de hoogte van allerlei maatschappelijke ontwikkelingen.

dend gevoel op zijn rug, maar laat zich niet kennen. Hij gaat stug door. En als het dan echt niet meer gaat, blijkt wat er aan de hand is: gebleekte kleding en een flinke huiduitslag. Maar zoals het echte kerels betaamt, vooral thuis niets zeggen…. Nieuwelingen zijn van harte welkom, maar moeten wel in de groep passen. Een roodgeel hart en een mentaliteit van aanpakken, zijn vereist. Het gerucht gaat dat Harrie Steggink en Henk Martens zich al hebben aangemeld voor de toekomst. Prima kandidaten, maar Louis Hutten laat weten, dat Henk Martens eerst een vrijdagmorgen zal moeten meelopen, om te laten zien wat hij allemaal in zijn mars heeft!

Samen sterk

Achter v.l.n.r.: H. Meijer, H. Hutten, J. Kokhuis, J. Roelofs, H. Reinerink, B. Paus Voor v.l.n.r.: N. Haverkort, H. Blokhuis, H. Kok, J. Kuiphuis, L. Hutten, G. Leus  Op de foto ontbreken: J. Geuzendam, B. Kottink, G. Nobbenhuis

In januari 2007 valt er bij STEVO een belastingaanslag op de mat. Het betreft een naheffing loonbelasting en omzetbelasting over voorgaande jaren voor een bedrag van € 110.000. Dat pluk je niet zomaar even uit de reserves. Het bestuur schrijft een extra ledenvergadering uit en presenteert daar een plan. Leden en sponsoren worden gevraagd om een vrije gift of een rentevrije lening. De ledenvergadering gaat unaniem akkoord. Het blijft niet bij woorden. In no time heeft de club, dankzij sponsoren, leden en anderen die de club een warm hart toedragen een bedrag binnen van € 120.000. Een staaltje van wat je noemt, “samen sterk”.

23

Vrijwillig uitvoeren van taken

Zonder vrijwilligers gedijt geen vereniging. Zo ook STEVO niet. Of het nu de bestuursleden zijn, leiders van elftallen, mensen die zich bezig houden met reclame, bouw en onderhoud van de gebouwen, donateurwerving, onderhoud van de velden, het organiseren van activiteiten, allemaal leveren ze een onmisbare bijdrage.


Wat vooraf ging

STEVO 1 1974-1975 Kampioen 2e klasse TB Achter v.l.n.r.: H. Gehring, A. Leus (verzorger), J. Steggink, A.ten Velde, G. Kock, J. Oude Boojink, B. Stamsnieder, H. Veldhof, H. Meijer (trainer), H.Levering (leider), J. Kreuwel (leider) Voor v.l.n.r.: H.Van Bentheim, F. Kokhuis, A. Stamsnieder, T. Leus, H. Kuipers, H. Steggink, P. Saris, A. Klein Haarhuis.

Een opvallende feestganger

De kelder van het amateurvoetbal

De kampioenen van 1975

Na de degradatie naar de 1e klasse TVB, in ‘68‘69, blijven de resultaten achter bij de verwachtingen. STEVO blijkt niet in staat om het verloren terrein terug te winnen. Sterker nog, in het seizoen ‘70-‘71 volgt degradatie naar de kelder van het amateurvoetbal, de 2e klasse TVB. Toenmalig speler Frans Kokhuis: “Twee wedstrijden voor het eind van de competitie stonden we 4 punten voor op ZV en 2 op RSC. Twee wedstrijden later stonden we alle drie in punten gelijk, waardoor een halve competitie moest beslissen over degradatie. Om te redden wat er te redden viel, werd trainer Jan Hoogenlucht ontslagen en Harry Steggink sr. als interim trainer aangesteld. Het mocht niet baten. Zowel tegen ZV als tegen RSC verloren we kansloos met 3-0, waardoor degradatie een feit was. Sommige spelers hadden tranen in de ogen”. De gifbeker blijkt nog niet leeg. Zelfs in de 2e klasse TVB speelt STEVO in eerste instantie geen rol van betekenis. Het seizoen ‘72-‘73 gaat zelfs de boeken in als het jaar waarin STEVO de laagste eindklassering ooit bereikt: de 9e plaats in de 2e klasse TVB.

Onder leiding van trainer Henk Meijer (Glas Henkie) probeert STEVO in het seizoen 1974-1975 een rol van betekenis te spelen in de 2e klasse TVB. Middenvelder Alwie Stamsnieder over de trainer: “Meijer was een echte persoonlijkheid. Met z’n lange regenjas en strak in het pak een echte gentleman. Een goede trainer, die het in zich had om mensen te motiveren. De spelers zijn dat seizoen een stuk fanatieker dan voorgaande seizoenen. “Uit bij Dinkelland waren we al zo’n 20 minuten bezig met de warming-up, voordat de tegenstander het veld betrad. Desondanks verloren we de wedstrijd met 2-1”. Het seizoen begint niet echt overtuigend, maar na een wedstrijd of zeven begint het te draaien en gaan nog maar drie punten verloren. Het eerste kampioenschap in 15 jaar. De kampioenswedstrijd is thuis tegen Rijssen Vooruit.“Zo’n wedstrijd waarin het niet verkeerd kan gaan”, herinnert Stamsnieder zich.“Er stonden ongeveer 1000 toeschouwers langs de lijn. We waren oppermachtig, na een 5-1 ruststand wonnen we met 8-1”. Ook Frans Kokhuis is destijds speler van het 1e elftal. “Schitterend, om na een sportief gezien mindere periode op zo´n manier kampioen te worden.”

Sportverkiezing v.l.n.r.: Els Leus, Hans van Breukelen, Henk Droste en Gerrit Waaijer

24

Het kampioensfeest wordt eerst gevierd in de kantine, waarna een receptie en instuif bij Zaal Warmelink volgen. Tijdens deze receptie spreekt een ontroerde voorzitter Henk Droste: “Ik heb vanmiddag vreugdetranen gezien, spelers gezien die elkaar als kinderen omhelsden en een overgelukkige trainer gezien die op de schouders ging. Het was een happening die je nooit meer vergeet en die je diep ontroert.” De eerste jaren daarna in de 1e klasse TVB kenmerken zich als tussenjaren, jaren met vier keer achter elkaar een 4e plaats. In het seizoen 19761977 gebeurt dit onder trainer Jan Hofman. Als de selectie tijdens de winterstop wordt gevraagd of de trainer moet blijven, is aanvoerder Herman

In het seizoen 1984-1985 wordt STEVO voor de derde keer in vier jaar tijd kampioen. Nu in de tweede klasse. De titel wordt massaal gevierd in café Warmelink, met Mustafa Bachir als opvallende feestganger. De onberispelijk fluitende Marokkaanse scheidsrechter uit Deventer valt na de kampioenswedstrijd in en tegen Hengelo zoveel gastvrijheid ten deel, dat hij de feestvreugde niet kan weerstaan. Hij toert met de selectie op de platte wagen door Geesteren. In STEVO-shirt nog wel. In de euforie zingt hij menig STEVO-lied uit volle borst mee, om daarna in slaap te vallen in een Tubbergs etablissement. Bachir fluit het volgende seizoen een toontje (klasse) lager omdat de KNVB minder gecharmeerd is van deze roodgele feestneus.

Veldhof duidelijk.“Als je gezelligheid wilt, dan moet ie blijven. Maar als je hogerop wilt, dan moet ie weg.” Voor trainer Jan Hofman blijft het bij één seizoen STEVO.

Frans en Alwie bewaren warme herinneringen aan de 70-er jaren. Kenmerkend voor deze periode zijn de altijd zeer goed bezochte uitreikingen van de fairplay-cup. Bekende personen die Geesteren aandoen voor de uitreiking van deze fairplay-cup zijn o.a. Piet Schrijvers, Willy van de Kerkhof, Frans Thijssen, Ruud Geels, Anton Geesink, Arnold Mühren, Theo Koomen, Barry Hughes en Frank Kramer.

Het doel heiligt de middelen De winnaarsmentaliteit van STEVO is sinds jaar en dag een geducht wapen. Mentale weerbaarheid, gekoppeld aan fysieke kracht en, zonodig de trukendoos. Dringt de tegenstander teveel aan en dreigt puntenverlies, dan haal je de vaart er uit. Zoals bij Arnhemse Boys uit. De rechtsbuiten van STEVO is ineens zijn richtinggevoel kwijt en schopt de bal keer op keer in een naastliggend ravijn. Hij gaat na afloop overigens niet onder de douche maar verstopt zich in de bus tot zijn medespelers klaar zijn. De aanwezigheid van diverse spelers met dezelfde achternaam wil ook wel eens van pas komen. Welke scheidsrechter raakt het overzicht immers niet kwijt met al die Oude Wesselinks en Wiggers? Wel handig dat een Gregor Oude Wesselink, die amper voetbalt, dan lid is en de schorsingen op zich kan nemen.

Trainer Henk Meijer op de schouders na het behalen van het kampioenschap in 1975

25


Het jaar van STEVO In januari 1980 roept voorzitter Droste tijdens de ledenvergadering dat jaar uit als “het jaar van STEVO”. Hij krijgt gelijk: STEVO 1,2,3 en 7 worden kampioen en daarnaast nog eens vijf juniorenteams. Maar er is meer... Het seizoen ‘79-‘80 zal de opstap blijken naar de top van het Nederlands

Wat vooraf ging

amateurvoetbal. “Wel logisch, dat fanatieke publiek” schetst Alwie Stamsnieder, “STEVO is altijd al de club van Geesteren geweest. En als dan het bepaald niet verwende dorp haar zonen ineens fris en fruitig ziet spelen, er ontiegelijk veel wordt gescoord en de jongens zo’n beetje alles winnen wat er te winnen valt, ja, dan past rood en geel ons allemaal”. De tuinders Hennie Finkers en Gerard Evers zien er wel brood in. Het aan de man brengen van de opvallende sticker ‘STEVO, the best team in the world‘ wordt een daverend succes… totdat het STEVO-bestuur ingrijpt. Beide supporters schakelen daarna terug naar de verkoop van groen in plaats van rood en geel.

Hoe kan het gebeuren dat STEVO van het ene op het andere seizoen schier onoverwinnelijk lijkt te zijn? Dit heeft volgens Alwie vooral te maken met het zich aandienen van talentvolle spelers en de wijze waarop je daarmee om gaat. “Nog lang niet afgeschreven spelers, waaronder ikzelf, moesten plaats maken voor jonge jongens. Achteraf een logische keuze”. Trainer Gerard Mensen legt, samen met jeugdtrainer en laatste man Herman Veldhof, STEVO 1 op de tekentafel. Het resultaat is een volledig vernieuwd team met zeven jeugdspelers. Het is meteen een frame waarop nog jaren kan worden verder gebouwd. “Herman had het al voorspeld”, weet Martin Steggink zich te herinneren. Herman Veldhof heeft immers, met steun van het jeugdbestuur, vier jaar daarvóór het eerste jeugdplan neergelegd. Opvallend element hierin is de keuze voor het individu. Spelvreugde en creativiteit zijn belangrijker dan winnen. Het gevolg is, dat in tegenstelling tot de periode ervóór, praktisch alle spelers aanvallend zijn ingesteld.

STEVO 1 kampioen 1979-1980 Achter v.l.n.r.: A. Weerink, H. Kuipers, B. Wigger, A. Leus, B. Stamsnieder, Th. Wigger, R. Boswerger, H. Levering (leider), G. Mensen (trainer) Voor v.l.n.r.: B.Everlo (leider), A. Oude Wesselink, L. Oude Wesselink, E. Oude Wesselink, A.Klein Haarhuis, H. Veldhof, R. Leus, M. Steggink

Een dodelijk schot Zonder daarbij man en paard te noemen gaat Martin in op de kenmerken van het nieuwe team: “Het lukte om techniek en voetballend vermogen te koppelen aan snelheid, kracht, en atletisch en scorend vermogen. Bovendien bevatte het team inzicht, ervaring en de nodige sluwheid. Dan waren er nog backs met paardenlongen, ook handig bij een op de aanval spelend elftal. En als extra beschikten we over het “dodelijke schot” van “de pan”. De gemiddelde leeftijd van het team bedraagt 21,1 jaar, de twee “oudjes”, Veldhof (34) en keeper Anton Leus (37), niet meegerekend. In de voorbereiding is het nog even wennen, maar in de competitie gaat het meer dan goed. Na drie wedstrijden in klasse 1B zijn de clubs klaar wakker, alleen al bij het horen van de naam STEVO. En na vijf wedstrijden vinden de tegenstanders het een prestatie als ze het in het eerste kwartier droog weten te houden. De eerste tien wedstrijden worden alle gewonnen. “Allemaal thuiswedstrijden zo leek het wel, want ons thuispubliek was op zondag heel mobiel”, aldus Martin Steggink. “Met een steeds langere stoet verkende Geesteren op zondagmiddag Twente, op zoek naar wéér een overwinning. En van de verliezende partij ging alleen de penningmeester met een goed gevoel naar huis”, vult Stamsnieder aan.

wel haar beste wedstrijd in jaren. Temidden van een kleine twee duizend supporters ontspint zich een mannelijk voetbalgevecht met, bij vlagen, zeer goed voetbal . Ondanks de lage temperatuur heeft niemand het koud. Geheel volgens haar tactiek opent STEVO met een furieus offensief. Binnen 5 minuten staat het dan ook 0-1. Maar de roodgele brigade vergeet het af te maken, waardoor MVV nog voor rust terug kan komen. Wat er in de Haarbigse thee heeft gezeten is nooit bekend geworden: MVV opent de tweede helft met enkele prachtige kansen en komt zowaar op voorsprong. Een achterstand is nieuw voor dit STEVO. Het vecht echter doortastend terug en scoort vervolgens maar liefst drie keer om uiteindelijk met 2-4 te winnen. Na de wedstrijd spreekt MVV-voorzitter Brussche, geïnspireerd door het schitterende STEVO-spel, de legendarische woorden: “Wat kan voetbal toch mooi zijn”. Later wordt STEVO in het clubblad van MVV bedankt voor de prachtige wedstrijd.

De eerste kampioen Het scheelt niet veel of tweede penningmeester Johan ter Haar wint de weddenschap dat STEVO al vóór Kerst kampioen is. Kort na de winterstop, op 9 maart 1980, is het wel zover. De voorgaande 15 wedstrijden zijn, op één gelijkspel na (tegen Enter), allemaal gewonnen. Het eerste kampioenschap in Nederland voor standaardelftallen is een feit na een 2-0 winst tegen VSV uit Enschede. Ook wordt STEVO algeheel Twents kampioen door LSV uit Lonneker twee keer te verslaan (0-2 en 4-0). Vervolgens wint STEVO op 1 juni in Sappemeer de strijd tussen de afdelingskampioenen Noord en Oost. Ook hier weer honderden meegereisde fans die het toernooi veranderen in vier thuiswedstrijden. Een week later strijdt STEVO, nee half Geesteren, zo lijkt het, in Zeist om het nationaal kampioenschap voor afdelingskampioenen. STEVO begint, als altijd, vol op de aanval. Het wint de eerste drie wedstrijden en heeft in de laatste wedstrijd aan een gelijkspel voldoende. Maar dan gaat het mis. Na een jaar lang geen wedstrijd meer verloren te hebben, lukt het tegen Spirit uit Hoogkarspel (NH) niet meer. De teleurstelling wordt ‘s avonds deels weggepoetst door een haag van supporters die het team in Geesteren onthaalt. Het zal niet de laatste keer zijn…

“Wat kan voetbal toch mooi zijn’

Een bijzondere wedstrijd vormt de derby uit tegen MVV ‘29. Op een natte en winderige novemberdag trekt roodgeel Geesteren naar Harbrinkhoek voor de wedstrijd van het jaar. Subtopper MVV is tot op het bot gemotiveerd en speelt misschien

27

Wat jaar Het vooraf vanging STEVO

Martin vervolgt: “Niet langer STEevast VOorkomen, maar STEeds VOoruit. Die filosofie leidde tot een gerichte aanpak”.“STEVO zag ruwe diamantjes bij de jeugd en investeerde er in”, vult Frans Kokhuis aan. “En het bleef niet alleen bij een mooi plan: goede, gediplomeerde jeugdtrainers en opgeleid kader, het was er allemaal. Nou, alle respect voor het jeugdbestuur. De club deed veel voor de jongens en wist ze daarmee aan zich te binden. Niet voor niets had STEVO toen de meeste jeugdleden (1979: 176 jeugdleden, red.) van alle Tubbergse voetbalclubs”.


acuut stoppen vanwege een nekhernia. Hij wordt adequaat vervangen door Robert Maathuis. Van Robert wordt gezegd, dat hij ook zeer getalenteerd is en bij andere clubs zeker op een plek in de hoofdmacht kan rekenen. Maar omdat Marcel Beernink slechts een paar jaar ouder is, moet Robert zich tevreden stellen met een plaats in het tweede elftal. Een zegen voor STEVO 2, dat daarmee ook jaren een topkeeper onder de lat heeft en veel successen

Het zijn meestal de veldspelers die de aandacht naar zich toe trekken. Maar zonder solide sluitpost komt een team niet ver. STEVO kent een traditie van goede goalies. Zoals horlogemaker Jan Klein Haarhuis die in de beginjaren onder de lat staat. En wat te zeggen van good old Jan Vrielink die

Brian van Loo, van STEVO naar een profcarriére

het doel van STEVO van 1946 tot 1949 en van 1951

Wat vooraf ging

en 1969 verdedigt. En dan is daar nog Jan Oude Booyink die in de jaren zestig een contract krijgt bij SC Heracles en daarmee in de boeken staat als eerste STEVO-lid dat profspeler wordt. Het is Harrie Steggink die aan het begin van de jaren zeventig constateert, dat keepers te weinig aandacht krijgen ten opzichte van de veldspelers. Harrie gaat aan de slag en brengt inmiddels al weer 35 jaar lang talentvolle en minder talentvolle keepers éénmaal per week de fijne kneepjes van het keepersvak bij. Dat gebeurt met de hem zo eigen zijnde passie en bevlogenheid. En deskundigheid, opgedaan tijdens diverse cursussen van onder anderen Frans Hoek van Ajax. Een bevestiging van zijn vakmanschap is wel dat de profs van Heracles enige tijd een beroep op hem doen. Harrie heeft in die periode mannen als Richard Vennema en Jacco Beerthuizen onder zijn hoede.

Good old Jan Vrielink in actie

Na het behalen van de titel in de tweede klasse en een verblijf van vier jaar in de eerste klasse, acteert Marcel ongeveer tien jaar lang op hoofdklasseniveau. Ook de scouts van SC Heracles hebben de betrouwbare sluitpost op de korrel. Marcel ontvangt een aanbieding om betaald voetbal te gaan spelen, maar kiest uiteindelijk voor maatschappelijke zekerheid en een langer verblijf bij STEVO. Het absolute hoogtepunt uit zijn loopbaan vormt het succesjaar 1994, waarin STEVO landskampioen wordt bij de zondagamateurs. In het seizoen 1998-1999 moet Marcel noodgedwongen

28

Blessuretijd

Anton Leus is de eerste keeper bij STEVO die door Harrie wordt voorzien van trainingsstof. Anton is een keeper die na afloop van de wedstrijd zijn witte sweater zo weer in de kast kan leggen. Hij bezit een bijzondere gave. Doordat hij altijd op de goede plek lijkt te staan, kan hij zijn keepershirt én zijn doel vaak schoon houden. Na Anton Leus verdedigt Rudy Leus een tijd lang succesvol het doel, totdat een verhuizing in verband met zijn werk hem noopt te stoppen met voetballen. Na Rudy dient zich het grootste keepertalent aan, dat STEVO ooit heeft voortgebracht. Na een tweestrijd met Peter Bramer weet Marcel Beernink op 17-jarige leeftijd zijn plaats onder de lat bij STEVO 1 te veroveren. Bij zijn debuut in de vriendschappelijke wedstrijd tegen TVC’28 uit Tubbergen krijgt hij er weliswaar nog zeven “om de oren”, maar Beernink ontwikkelt zich snel tot een van de beste keepers uit het amateurvoetbal en zal zijn positie ongeveer vijftien jaar niet meer afstaan.

Na het tijdperk Marcel Beernink verdedigen diverse keepers het doel. Deze keepers zijn afkomstig van andere clubs en zien in STEVO een mooie uitdaging. Achtereenvolgens Brian van Loo (huidig keeper van FC Groningen), Erwin Waanders en Michiel Achterhoek pakken de nodige punten voor STEVO. Ook melden zich een aantal keepers van buitenaf aan, die aangetrokken worden door de bijzondere sfeer binnen de vereniging. George ter Horst bijvoorbeeld vindt het keepen bij STEVO zo leuk, dat hij er zelfs voor naar Geesteren wenst te verhuizen…Op dit moment kan STEVO opnieuw beschikken over een prima keepertalent. Roy Kreuwel komt uit de eigen kweek en is momenteel de onbetwiste nummer één.

Marcel Beernink redt, Hans Bossink kijkt toe

De blessuretijd is aangebroken. STEVO leidt bij Achilles’12 in Hengelo met 1-2. De gedreven keeper van Achilles heeft haast en wil naast zijn doel de bal snel oppakken voor een laatste aanval. STEVO-supporter Jan Droste (Dros’n Jan, red.) probeert tijd te rekken door de bal vóór zijn neus weg te tikken. De doelman reageert en tikt Jan zijn petje af. Die bedenkt zich niets en tikt de Hengeloër met zijn paraplu op het hoofd. De rapen zijn gaar, maar de tijd tikt door en STEVO wint de derby…

In de Bundesliga In de jaren tachtig maken Henk Droste, Theo Haarhuis, Alwie Klein Haarhuis en Theo Wigger er een gewoonte van jaarlijks een wedstrijd in de Bundesliga te bezoeken. Borussia Dortmund, Bayer Leverkusen, 1. FC Köln, overal duikt het gezelschap op. Alwie: “Het scheelde dat wij met een grote Mercedes kwamen aanrijden. Als we ons netjes gedroegen kwamen we met de KNVB-pas van Henk ver. We werden zelfs rondgeleid als officials van de KNVB.”

De mannen zijn erbij als Dortmund tegen Bayern München speelt. In de dugout! Alwie: “Ze hadden daar van die diepe dugouts met vier rijen. Wij zaten gewoon op de laatste rij tussen de wisselspelers! Pas in de rust werden we opgemerkt en zijn we op de tribune gaan zitten.” Bij FC Köln maken ze zich bekend als vrienden van Rinus Michels, die daar dan traint. “Na de wedstrijd zaten we in de perskamer, met hapjes en drankjes. De journalisten maar schrijven, wij eten en drinken.”

29

Net datde Onder beetje lat meer

Onder de lat

boekt. Niet lang na Beernink hangt ook Maathuis de (hand)schoenen aan de wilgen.


Een vriendenclub nimiteit naar de schijnwerpers van het amateurvoetbal leidt, is sinds 1979 bij elkaar. Een hecht team is het, veelal vrienden van elkaar. De oudspelers Harrie Kuipers, Alphons Weerink en Alwie

Wat vooraf ging

Klein Haarhuis geven aan hoe zij deze glorietijd ervaren hebben. Harrie (rechtsback), Alphons (rechtshalf) en Alwie (rechtsbuiten) vormen seizoenen lang de rechterkant van STEVO. Unaniem noemen ze de eenheid binnen het team als één van de pijlers van de successen. Het feit dat het team voor 100% uit eigen jeugd bestaat, maakt het nog méér bijzonder. Er wordt ook hard gewerkt. Op de training vliegen de vonken er vaak vanaf en de onderlinge concurrentie is groot. Zo houdt iedereen elkaar scherp. Deze sterke mentaliteit in combinatie met voetbalkwaliteiten schept een voedingsbodem voor een bloeiperiode. Daarnaast is er voldoende tijd voor een biertje en een lolletje. In het seizoen 1982-1983 is er zelfs een tijd dat het hele team in de WW zit. Bijna alle spelers werken in de bouw en met die branche is het in die jaren slecht gesteld. Misschien is het daarom ook niet helemaal verwonderlijk, dat STEVO aan het eind van dat seizoen over de langste adem beschikt. Een titel die natuurlijk gevierd wordt. Volgens goed gebruik gaat de selectie de maandag na een kampioenschap fietsen, waarbij de bloemetjes flink worden buiten gezet. “Geweldig wat een feest was dat altijd”, aldus Alwie. Maar ook de feestjes in de Geesterense cafés liegen er niet om. Zo herinneren de heren zich nog die keer dat ze bij café Halfweg in polonaise door het café lopen. Ook de keuken, waar Dinie Nobbenhuis net begonnen is met het bakken van karbonades, wordt hierbij aangedaan. In optocht lopen de spelers

32

langs het aanrecht, waar door een ondeugende speler gauw een karbonade van de schaal wordt gepakt. Een ritueel dat zich meerdere keren herhaalt, tot vrijwel alle karbonades van de schaal verdwenen zijn. Uitbater Bennie Nobbenhuis, een op en top STEVO-man, kan er echter hartelijk om lachen. Ook het dak van zijn café moet er aan geloven. Uit baldadigheid klimmen enkele spelers op het dak en in no-time worden er duizend dakpannen van het dak gehaald, om een dag later netjes teruggehangen te worden. .

In de jaren tachtig zet STEVO een trend. Het spelen tegen profclubs uit binnen- en buitenland ontpopt zich tot een nieuw fenomeen in de voorbereiding op het seizoen. Topclubs op zoek naar een sparringpartner worden in Geesteren met open armen ontvangen. De wedstrijden tegen Ajax, PSV, Sporting Gijon en Nottingham Forest zijn met recht legendarisch te noemen. Theo Wigger maakt alle duels als speler mee. De serie start in 1983 met een wedstrijd tegen Ajax, in het kader van het 50-jarig jubileum. Ajax beschikt in die tijd over een elftal dat bol staat van toptalenten, zoals Marco van Basten, Gerald Vanenburg, Frank Rijkaard en Ronald Koeman. Onder enorme publieke belangstelling stokt de Amsterdamse teller op negen (0-9). Een jaar later komt PSV op bezoek. Vanwege werkzaamheden aan het hoofdveld moet de wedstrijd noodgedwongen op het tweede veld worden afgewerkt. De Eindhovense ploeg, met onder anderen Huub Stevens, Halvar Thoresen en Hans van Breukelen, komt tot een score van 0-7. Met Real Sporting Gijon komt in 1985 een Spaanse subtopper op bezoek. De club uit Asturië staat bekend om haar goede jeugdopleiding, die spelers afleverde van het kaliber Luis Enrique, Quini, Abelardo en EK-ster David Villa. De wedstrijd waarin STEVO het voor het eerst moet stellen zonder de naar Heracles vertrokken Alex Oude Wesselink en Ben Wigger gaat met 2-4 verloren. Voor STEVO weten Leon Oude Wesselink en Marcel Oude Wesselink het net te vinden. In 1986 is Nottingham Forest de tweede buitenlandse profclub die in Geesteren aantreedt. De verrassende Europacupwinnaar van 1979 en 1980 treedt op ‘de Peuverweide’ aan met onder ande-

ren John Metgod, Stuart Pierce en Viv Anderson. De Engelsen, onder leiding van legende Brian Clough en gesteund door een groep luidruchtige supporters, verslaan STEVO met 2-4. Ben Wigger en Piet Hein Oude Wesselink tekenen voor de treffers van STEVO. In 2006 wordt de traditie voortgezet met een wedstrijd tegen FC Porto. De tweevoudig winnaar van de Europacup 1 komt net als Ajax in 1983 uit op 09. Grote spelers zijn Anderson (nu Manchester United, red.), Pepe (nu Real Madrid, red.), Bosingwa (nu Chelsea, red.), topscorer Lisandro Lopes en keeper Vitor Baia.

Topclubs op visite

Het elftal dat STEVO vanuit de betrekkelijke ano-

Topclubs op visite

Paardenkracht Midden jaren tachtig is een sporthal nog niet aan Geesteren besteed. In de wintermaanden wordt daarom diverse keren uitgeweken naar een bijzondere locatie, de binnenmanege van sponsor Stal Maathuis. Ploeteren in het mulle zand en vervolgens een biertje drinken in de foyer, nog niet zo’n slecht idee. Ook wordt in de manege carnaval gevierd, samen met rijvereniging Sint Joris en iedereen die op zoek is naar gezelligheid en wat sensatie.

33


Het legioen op de been blad toendertijd, red.) meldt: “Je kunt het gerust een fenomeen noemen: voetbalclub STEVO uit het 3.500 inwoners tellende dorp Geesteren, haalt gemiddeld bij zijn thuiswedstrijden zo’n 2.000 toeschouwers binnen de poort”. Theo Nieuwmeijer en Theo Haarhuis kijken vol

Wat vooraf ging

nostalgie terug op de tijd dat bij wedstrijden van STEVO incidenteel zelfs het onwaarschijnlijke aantal van 6.000 toeschouwers aan de lijn staat. Er zijn clubs in de eerste divisie van het betaalde voetbal, die dat gemiddelde niet halen. “Elke wedstrijd van STEVO was een belevenis op zich.

Uit of thuis, STEVO krijgt een massale aanhang op de been. Het zal jarenlang een vertrouwd beeld vormen, auto’s vol met STEVO-supporters die in konvooi naar uitwedstrijden rijden. Aan het eind van het seizoen 1979-1980 komt het tot een kleine volksverhuizing als STEVO in Zeist speelt om het algehele landskampioenschap van de onderafdeling. “Een enorme ervaring”, aldus Theo Nieuwmeijer. “Heel Zeist zag zwart van de Geesternaren en het “Noaberlied” schalde door de bossen. Met auto’s en bussen gingen we met STEVO mee voor dit kampioenschap”. In de Zeister bossen gaat zelfs het gerucht dat alle bussen van de firma Ter Beek die dag door Geesternaren zijn gecharterd. STEVO grijpt overigens met een tweede plaats net naast de afdelingstitel.

Je moest wel op tijd komen, want als je een paar minuten te laat kwam had je vaak al een goal gemist”, aldus Theo Nieuwmeijer. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig krijgt de opmars van STEVO gestalte. Een zeer getalenteerde lichting zorgt ervoor dat er een sterk elftal op de been komt, dat steevast meedingt om het kampioenschap. STEVO wordt een begrip in het regionale amateurvoetbal.

Veel alternatieven voor het actief en passief beleven van sport zijn er in die jaren niet. Dat, in combinatie met de sportieve successen, brengt vrijwel heel Geesteren op de been voor het voetbal. Met name de derby’s tussen de naburige dorpen, waartussen een gezonde rivaliteit heerst, vormen hoogtepunten. Zo is er in het seizoen 1980-1981 de roemruchte wedstrijd in en tegen Vasse, dat in die tijd ook over

Seizoen 1980-1981: Vasse – STEVO, 3.500 toeschouwers Seizoen 1981-1982: De Tukkers – STEVO, 5.000 toeschouwers Seizoen 1982-1983: MVV’29 – STEVO, 6.000 toeschouwers

34

een getalenteerd elftal beschikt. Zo’n 3.500 toeschouwers zijn getuige van de derby. De grote toestroom van supporters uit Geesteren leidt tot een heuse file van restaurant “De Knoefbakker” tot aan Vasse. Als de spelers op het sportterrein in Vasse arriveren, staan de toeschouwers al rijen dik langs de lijn. Klapstoeltjes, keukentrapjes, workmates zijn meegebracht om toch vooral maar een goed zicht te hebben op het veld. Van platte wagens en pallets zijn provisorische tribunes gebouwd. Albert Kamp, de toenmalige trainer van Vasse, heeft een verrassing in petto. STEVO beschikt over een paar kopsterke spitsen en Kamp wil koste wat kost voorkomen dat deze in stelling worden gebracht. Hij bedenkt een list. Kamp legt de wedstrijdbal de hele week in het water, tot vlak voor de wedstrijd. De bal blijkt zo zwaar te zijn geworden dat voetballen en koppen haast onmogelijk is... Ook voor de uitwedstrijd tegen de Tukkers in 1982 is de toeloop enorm. In de voorverkoop gaan in Geesteren als zo’n 1.000 kaarten van de hand, en in Albergen binnen 3 uur 3.000. Om de jeugd kans te geven de wedstrijd te zien, mag ze bij wijze van uitzondering, plaatsnemen vóór de reclameborden. Hoogtepunt van de streekderby’s uit die jaren is wel de uitwedstrijd bij MVV’29, in het najaar van 1982. Liefst 6.000 bezoekers passeren de poorten van het sportcomplex in Harbrinkhoek. Kijkers mogen tevens op het dak van het clubcafé plaatsnemen om de wedstrijd te kunnen volgen.

Al deze toeschouwers zorgen voor een fantastische ambiance. Geesteren is trots op zijn team en dat mag iedereen weten. Het clublied “Rood en geel zijn onze kleuren“ klinkt herhaaldelijk. Het FCTwentelied “Heja De keu” wordt voor de gelegenheid omgevormd tot “Heja de Pan, Heja de Pan”, wanneer specialist Alphons Weerink (Pann’nfons) weer eens aanstalten maakt een vrije trap te nemen. Enkele supporters leggen al hun creativiteit aan de dag om de ploeg te ondersteunen. Zo loopt Gerrit Kroeze (Bigstra) met een alarmpistool in de aanslag, om bij elk STEVO-doelpunt een schot te lossen. Knal en sier. De scheidsrechters zijn hier echter minder van gecharmeerd. Ook Herman en Rosa Meijer zijn nadrukkelijk aanwezig. Met een spandoek met de tekst “The best team” en een karakteristieke rood-gele punthoed moedigt het duo STEVO op originele wijze aan.

35

Het legioen op de been

Begin jaren tachtig: “Voetbaltotaal” (het KNVB-


De Voorzitters

Een ongelukkige finale “Niet de gedoodverfde favoriet STEVO, maar het Bornse NEO heeft gisteren voor 6.300 toeschouwers beslag gelegd op het kampioenschap in de tweede klasse van de KNVB.” Zo openen de regionale dagbladen maandag 28 mei 1984 met het sportnieuws uit de regio. Het einde van een

Wat vooraf ging

veelbesproken seizoen en week. STEVO heeft een goed seizoen gespeeld. Bijna de hele competitie voert het elftal de ranglijst aan, gevolgd door NEO. De reguliere wedstrijden tegen NEO leveren een 2-0 overwinning op (thuis) en een 1-2 nederlaag (uit). De twee elftallen blijken redelijk aan elkaar gewaagd. Aan het eind van dat seizoen verspeelt STEVO een aantal punten, waardoor NEO op de valreep langszij komt. De wedstrijd leeft sterk in het voortraject, getuige de krantenberichten die verschijnen en verhalen die de ronde doen. Zo wordt onder meer beweerd dat STEVO bij het behalen van het kampioenschap met de voltallige selectie naar Mallorca afreist, op kosten van de hoofdsponsor. Bestuur en spelers zijn hier echter allerminst mee bezig. Door omstandigheden is het elftal na een bewogen jaar in onrustig vaarwater beland. In de winterstop krijgen de spelers te horen, dat trainer Bergmeester ongeneeslijk ziek is. Jeugdtrainer Jan Lanjouw wordt in maart doorgeschoven als hoofdcoach. De nieuwe hoofdtrainer meldt zich dinsdagavond vóór de beslissingswedstrijd met griep af voor de training. Een dag later overlijdt de schoonmoeder van speler Alwie Klein Haarhuis. Donderdagavond wordt er wel getraind, maar Lanjouw is nog steeds ziek. Een en ander leidt tot chaotische taferelen aan de vooravond van het allesbeslissende duel. Van een gerichte voorbereiding is dan ook nauwelijks sprake. Er heerst onduidelijkheid over de eindverantwoordelijkheid, want

36

Antoon Westerhof Als Antoon Westerhof (“Mös Toon”) in 1951 voorzitter wordt, is hij al jaren actief binnen de vereniging. Samen met Gerard Nieuwmeijer (Lop’n Gait) vormt hij dan al de elftalcommissie van het 1ste , 2de en 3de elftal. Het duo is als zodanig verantwoordelijk voor de samenstelling van de teams. Antoon, bakker bij Wermelink (Bakkers Gait) is eerder een man van daden dan van woorden. Hij trekt lijnen als het moet en maait het gras met de zeis, maar het leiden van een vergadering laat hij graag over aan een van zijn medebestuursleden. Jan Kottink, toentertijd een aantal jaren administrateur en penningmeester, herinnert zich dat Antoon zich na het openen van de vergadering tot hem richtte met

de mededeling: “Too Jan, vertel het ze mear”. Antoon blijft 17 jaar lang voorzitter en onder zijn leiding promoveert de club in 1961 naar de 4de klasse KNVB. Een treffende uitspraak van de duivenliefhebber Westerhof: “As ze zoo good voetbalt, as miene doev’n vleegt, dan wödt ze elk joar kampioen”. Een ander wapenfeit is de bouw van een nieuw kleedgebouw met kantine in het jubileumjaar 1968 (STEVO bestaat dan 35 jaar). Antoon wordt voor zijn verdiensten voor de vereniging en zijn 40-jarig lidmaatschap onderscheiden met de Zilveren Schoen.

Ontzetting van het kleedgebouw wie moet nu de opstelling maken? Jan Lanjouw is zondag nog steeds ziek, met als gevolg dat voorzitter Henk Droste ook de technische leiding maar op zich neemt. In de achterzaal bij café Steggink maakt Droste de opstelling bekend. STEVO reist af naar Park Vondersweijde in Oldenzaal en treft daar een zeer gemotiveerd NEO. ‘We waren enorm onder de indruk van de ambiance rondom de wedstrijd. Toen we arriveerden bij het complex van Quick ’20 stonden er al duizenden mensen langs de lijn, dat vergeet ik nooit meer. Toen ik het veld op liep kreeg ik spontaan kippenvel’, aldus Harry Kuipers. Henk Droste en bestuurslid Herman Huis in ’t Veld nemen plaats op de bank in een bomvol Quickstadion. STEVO komt in de wedstrijd nog wel op voorsprong, door een vrije trap van Clemens Wigger. Daarna gaat het mis en komt NEO sterk terug. Het wordt zelfs 1-3 voor de club uit Borne. Enkele minuten vóór tijd brengt Alphons Weerink de stand nog op 2-3, maar het mag niet meer baten. Wat een hoogtepunt had moeten worden, mondt uit in een anticlimax.

Direct na de oorlog wonen er landlopers in het oude kleedgebouw van STEVO. Dit tegen de zin van de dorpsjeugd die “honger heeft naar de bal”. Nu wil het geval dat er langs de wegen nogal wat munitie ligt opgeslagen van het Amerikaanse en Canadese leger. Een groep jongens experimenteert daar graag mee. Achter in de tuin van de familie Haverkort veroorzaken ze zelfs zo’n forse explosie, dat pastoor Mulder het nodig vindt ze vanaf de preekstoel vermanend toe te spreken.

Dat weerhoudt ze er niet van de opgedane ervaring te gebruiken voor het ontruimen van het clubgebouw. ‘s Middags plaatst de rebellenclub op en rond het kleedgebouw explosieve ladingen, die zijn verbonden met een tijdmechanisme. Het knalt de hele nacht door, met als gevolg dat de ongewenste bewoners hun heil ergens anders zoeken.

Ludiek De elftallen vieren hun successen vaak op ludieke wijze. Neem bijvoorbeeld het zevende elftal van jaren geleden. Vóór de kampioenswedstrijd in het binnen luttele kilometers gelegen Langeveen wordt een heuse spelersbus geregeld. Bijna op het eindpunt, bij café Nobbenhuis, wordt de bus stopgezet. Want, ja, waar liggen toch alweer die velden van Langeveen? Gerrit Kroeze (Bigstra) stapt uit om in café Nobbenhuis, hem niet geheel onbekend, de weg te vragen. Om enkele momenten later het café uit te stormen, op zijn hielen gezeten door een “getergde” Nobbenhuis…


Kroegverhalen Enkele uitspraken van Epi Drost: -“ Ronald en Evert, direct mee naar huis! Er staan wel 100 flessen bier op tafel, je ziet die gasten helemaal niet meer zitten, zo hoog is die stapel met kratten.” - “Moet je nou eens wat zien! Je ziet de kleine Corte niet eens meer achter dat grote glas bier!” - “Jongens, jullie breken mijn hele stamkroeg af!” Een geëmotioneerde Alwie Klein Haarhuis neemt in 2003 afscheid als trainer/leider

Arnold Bruggink is de laatste, de bekendste, maar zeker niet de enige prof die STEVO heeft opgeleverd. De eerste die de stap waagt, is keeper Jan Oude Booyink. In 1969 tekent hij op 17-jarige leeftijd een zogeheten C-contract (soort van jeugd-contract) bij Heracles. Van echte betaling is dan nog geen sprake, het is meer een aanmoediging weet zijn

Wat vooraf ging

broer Gerrit nog. “Jan trainde 4 avonden per week. Voor de eerste twee avonden ontving hij 5 gulden per avond, voor de derde avond 10 gulden en voor de vierde avond 15 gulden. Naast dat trainen, speelde hij ’s zaterdags in het tweede, ’s zondags in de betaalde jeugd en zat dan ’s middags bij het eerste op de bank.” In zijn periode bij Heracles komt Jan tot twee jeugdinterlands, één tegen Luxemburg en één tegen Italië. Na drie jaar is het over. Hij komt niet in aanmerking voor een A-contract, kiest voor een maatschappelijke carrière en houdt het keepen voor gezien.

Alex Oude Wesselink in Heraces tenue.

38

Voor het seizoen ‘74-‘75 laat hij zich bewegen tot een rentree bij STEVO. Een ongelukkige blessure maakt al snel een einde aan zijn comeback. Jan Oude Booyink overlijdt in 1994 plotseling op 42-jarige leeftijd.

Tot vaste basisspelers schoppen Alex en Ben het niet. Door blessures en de sterke concurrentie, besluiten ze om het na één seizoen voor gezien te houden en terug te keren naar hun oude liefde STEVO.

Vóór aanvang van het seizoen ‘76-‘77 tekent Alwie Klein Haarhuis, 21 jaar op dat moment, een contract bij SC Heracles ’74. Alwie maakt drie jaar deel uit van de eerste selectie. Basisspeler is hij niet, maar hij weet wel 1x te scoren in de belangrijke uitwedstrijd tegen Heerenveen op 25 mei 1979. De vos heeft dan al streken! Hij viert zijn doelpunt door de koffer van een persfotograaf te pakken en deze voor de dug-out van Heerenveen weer neer te zetten. Dat haalt uiteraard de krant. Na het avontuur bij Heracles keert Alwie aan het einde van het seizoen ’78-’79 terug bij STEVO. Manager Stehouwer van Heracles is in 1985 op zoek naar een agressief spelende en scorende spits en een fysiek sterke en technische middenvelder die naar voren voetbalt. Deze twee voetballers vindt hij bij STEVO in Alex Oude Wesselink (27 jaar) en Ben Wigger (27 jaar). Als Heracles dat seizoen promoveert naar de eredivisie zijn ze er snel uit. Want wat is er nu mooier dan spelen in een volle Rotterdamse Kuip? Op 24 juni 1985 tekent Ben bij SC Heracles ’74 en vier dagen later maakt ook Alex de overgang. Beiden krijgen een contract voor één seizoen. STEVO vreest voor een leegloop. Er staan bij STEVO immers wekelijks meer toeschouwers langs de lijn dan bij Heracles. Het verhaal wil, dat Heracles spelers uit Geesteren haalt, om vervolgens ook het publiek naar Almelo te lokken. Zover komt het niet, maar Alex voorspelt nog wel, dat door hun vertrek de omzet van de kantine sterk zal dalen.

Het jonge talent, Jan Tijink, meldt zich op een donderdagavond voor de training bij de hoofdtrainer. “Trainer, ik ben een speler voor STEVO 1”. Paauwe antwoordt: “Tijink, jij? Hoe kan ik jou nou bij de selectie nemen? Je breekt iedere zaterdagavond elke discotheek in Twente af!” Op een rijkelijk besprenkelde zaterdagavond bij café Steggink bedenken de spelers Leus en Tijink van STEVO 2 een grap. Met een pennenstreek op de formulieren met de opstellingen, lasten ze alle wedstrijden voor de komende dag af. De verwarring is groot de andere ochtend. Er zit voor de daders niet anders op dan kleur te bekennen en alle betrokken leiders snel in te lichten over hun kwajongensdaad.

Vanaf het seizoen 2008-2009 maakt Larissa Wigger, dochter van oud eerste elftalspeler Theo Wigger, deel uit van het dameselftal van FC Twente. Hoewel ze al deel uit maakte van FC Twente onder de 17 jaar, tekent ze op 16-jarige leeftijd een contract, dat haar aan de profs van FC Twente verbindt. Vanaf haar zesde voetbalt Larissa al bij STEVO. In de jeugd veelal met de jongens, maar het laatste jaar maakte ze op zondag ook steeds vaker deel uit van het 1e damesteam van STEVO. Naast bovengenoemde spelers hebben de jeugdtalenten Bertram Haarhuis en Remco Haarhuis bij FC Twente gevoetbald. In het seizoen 2008-2009 zet ook Ramon Kruiper deze stap. Larissa Wigger, onder contract bij FC Twente

39

De profs

De profs


Een topper FC Twente, PSV, Real Mallorca, SC Heerenveen, Hannover ’96. Het zijn klinkende namen! Mooi dat daar de naam STEVO vóór geplaatst kan worden. Als Arnold Bruggink in 1983 als zesjarige in clubverband tegen een bal gaat trappen, kan niemand vermoeden dat dit knaapje uiteindelijk twee keer het Nederlands elftal zal halen. Ook het toenmalig jeugdbestuur niet. Bruggink wordt in-

Een topper

gedeeld bij F4! Martin Steggink, Johan Minkjan, Hans Bossink en Robert Paus zijn de trainers van wie Arnold in de beginjaren het nodige leert. Hij bereikt via F3, E3, E1, D1 en C1, uiteindelijk B1. Hij is dan nog maar dertien jaar en al zo goed, dat A1 in de kampioenswedstrijd tegen Twenthe Goor een beroep op hem doet. En niet tevergeefs, want hij scoort. Het talent is dan al ontdekt en als 13-jarige maakt Arnold als dispensatiespeler de overstap naar FC Twente A1. Bij FC Twente maakt hij op 16-jarige leeftijd zijn debuut in het eerste, op 27 februari 1994 in de thuiswedstrijd tegen Go Ahead Eagles. Arnold bewaart warme herinneringen aan STEVO. “STEVO was alles voor me. Samen met vrienden op de fiets naar het voetbalveld om te trainen, te voetballen en wedstrijden te bekijken. Het hele weekend waren we bij STEVO. Zaterdags zelf voetballen (vaak twee wedstrijden), zondags ’s morgens naar de lagere elftallen kijken en ’s middags naar het 1e. Bij uitwedstrijden gingen we altijd mee met de spelersbus.” Dat schept een band en die beklijft. “Via teletekst en de website volg ik de verrichtingen van de club. Ik kom ook nog geregeld in Geesteren omdat mijn ouders er wonen.” Arnold ziet zijn debuut voor FC Twente tegen Go Ahead Eagles, zijn eerste keer in het Nederlands elftal en de kampioenschappen van PSV als hoogtepunten in zijn carrière. En natuurlijk de suc-

40

Maar er zijn ook minder succesvolle momenten die hij zich herinnert. “Het zal me altijd bij blijven. We hadden met de jeugd van STEVO een internationaal toernooi in Parijs. We voetbalden op gravel, de bal kwam van rechts voor. Er stond geen keeper meer in de goal, ik had ‘m voor het intikken. Op onverklaarbare wijze lukte het me om niet te scoren, maar de lat te raken.” En dan is er nog die weddenschap met trainer Hans Bossink in C1. “Hans zei tegen me dat het me niet zou lukken om 50 keer te scoren. De teller stond op 49, met nog één wedstrijd te gaan. Toen ik de opstelling hoorde kon ik m’n oren niet geloven, de trainer had me als laatste man geposteerd! Hij wilde zien of ik ook op deze positie uit de voeten kon. Maar ik dacht natuurlijk aan

“50 goals in één seizoen” die ene goal. Ik heb nog nooit zoveel gelopen als toen in die wedstrijd. Ik was zowel vóór als achter. Het is me wel gelukt om in die wedstrijd die ene goal mee te pikken, waardoor ik dat seizoen 50 doelpunten maakte.” De vraag of hij na zijn betaalde carrière nog weer bij STEVO komt spelen, blijft onbeantwoord. Hij hoopt hij nog een paar jaar op het hoogste niveau te blijven spelen. Arnold heeft zijn bijdrage aan het 75-jarig jubileum inmiddels geleverd. Door belangeloos en enthousiast mee te werken aan twee clinics voor de D-, E- en F-jeugd. Voetballen met de jongens, samen met ze op de foto en voor de winnaars had hij door hemzelf gedragen shirts van Hannover ’96 bij zich. Hij heeft er van genoten. Zoals hij geniet van zijn 2,5 jaar oude zoontje. En dan is er nog een kind onderweg. Als het dan niet de vader is, speelt misschien de zoon te zijner tijd in het roodgeel…

Hulp van buiten In de loop van de jaren krijgt STEVO hulp van buiten. Werk, familieband of romances liggen daar meestal aan ten grondslag. Zoals in de jaren zestig met Raaltenaar Theo Hofstede of in latere jaren Jos Sonder uit Tubbergen. Van Langeveen komt keeper Anton Leus en van Manderveen komt Herman Veldhof als speler/jeugdtrainer. Een constructie die vaker toegepast zal worden, zoals bij Hans Bossink, die van SC Heracles komt. Als de successen beginnen te komen, staat STEVO in de kijker van jongens van buiten, die graag zo hoog mogelijk willen spelen: Harry Ekkel (DETO), Marcel Bosch (RSC), Koen Reinerink (SC Heracles), Leon ter Huerne (SC Enschede), Hans Bossink (SC Heracles), Walter Geelen (De Tukkers) en Michel Jansen (DETO). Michel Jansen begint zijn trainerscarrière bij STEVO en ontwikkelt zich via Dos’19, Excelsior ‘31 en HHC tot een toptrainer. Met HHC uit Hardenberg wordt hij tot twee maal toe kampioen in de zaterdaghoofdklasse. Het levert hem in 2007 de titel “Amateurtrainer van het Jaar” op. Sinds kort is hij actief als hoofd opleidingen bij de voetbalacademie van FC Twente en Heracles Almelo. Het trainingscentrum bij het FBK-stadion in Hengelo heeft deze morgen (5 augustus 2008) veel weg van een STEVO-reünie. Toevallig is Tonnie Elferink aandachtig toeschouwer bij een training van de A-jeugd, terwijl Alphons Kruiper opduikt voor de eerste selectietraining van zoon Remon. Het befaamde aanvalstandem uit de jaren negentig is herenigd. Als dan ook nog Larissa Wigger aanwezig blijkt, is het STEVO-gehalte evident. Michel kijkt met genoegen terug op zijn periode bij STEVO. “Ik kwam bij STEVO terecht als stagiair van Wim Adolfsen. Het eerste jaar speelde ik nog bij DETO. Maar ik ging al snel meetrainen en zo kwam ik bij STEVO in een heel mooi elftal terecht. Bovendien heb ik familie in Geesteren. Ben Bekhuis (voormalig elftalleider ‘Bam’ Bekhuis, red.) was mijn oom en Marco en Rini Bekhuis zijn mijn neven. “

Hij treft in Wim Adolfsen een uitstekende mentor en zeer goede trainer. “Ik heb veel dingen van hem opgestoken. Hij kon goed omgaan met alle sterke persoonlijkheden in de selectie. Als je tegen de broers Wigger, de broers Oude Wesselink en Alphons Kruiper opgewassen wou zijn, nou dan moest je als trainer wel wat kunnen. Op de training vlogen de vonken er vaak vanaf. Theo Wigger en Fons Kruiper bijvoorbeeld vlogen elkaar tijdens de training geregeld in de haren en waren de volgende dag weer collega’s bij het bedrijf Bejah. Adolfsen voelde dat erg goed aan en speelde het spel slim mee.” In zijn eerste belangrijke duel voor STEVO wordt Jansen direct geconfronteerd met het enthousiasme van voorzitter Henk Droste. “Ik scoorde de 1-0 in een uitwedstrijd bij Quik’20. Voor ik het wist lag de voorzitter op het veld bovenop me! Het was sowieso een prachtige entree. Het eerste jaar werden we direct kampioen van de eerste klasse.” Hij schroomt als trainer van de A- en B-jeugd niet zijn teams naar eigen inzicht volledig om te zetten. “Ik weet nog, dat ik Paul Hamer van laatste man omturnde tot spits en Raymond Hemmer van rechtsbuiten tot laatste man. Dat pakte toen heel goed uit. We werden kampioen met A1 in een team met verder jongens zoals Charèl Nijhuis, Gerben Busscher en Edwin Paus. Het is leuk om dan te zien, dat zo’n Paul Hamer zich later ontwikkelt tot een gevaarlijke spits, die in STEVO 1 en 2 heel goed heeft gepresteerd.” Het seizoen vóór het kampioenschap in de hoofdklasse is Michels laatste bij STEVO.“We speelden bij vlagen fantastisch voetbal. We vergooiden het bij FVC, toen een aantal spelers in paniek ineens uit de organisatie ging lopen. Michel Jansen speelt na STEVO opnieuw voor DETO en voor Excelsior, voordat hij definitief voor een trainersloopbaan kiest. Een loopbaan waarin hij het nu geschopt heeft tot hoofd opleidingen van de Twentse voetbalacademie.

41

Hulp van buiten

cessen bij STEVO. “De kampioenschappen, waarna er bij Café Steggink op cola en patat werd getrakteerd. En het kampioenschap van A1, waarna we met de vrachtwagen van Nijkamp door het dorp reden. Ook ben ik nog sportman van het jaar geweest, op zo’n jonge leeftijd een geweldige ervaring.”


STEVO 2 in 1981 Achter v.l.n.r.: Harrie ten Velde (leider), Herman Blokhuis (leider), Theo Lohuis, Frido Oude Hinken, Marcel Oude Wesselink, Ton Damhuis, Gerard Reinerink, Hennie Helleman, Gerard Maathuis, Arie Keizer, Gerard Mensen (trainer) Voor: Jos Nieuwmeier, Hennie Mensen, Rudie Boswerger, Rene Spit, Frans Leferink, Laurens Kreuwel, Alwie Stamsnieder

Dat de club STEVO over een breed draagvlak beschikt in de gemeenschap, blijkt uit het grote aantal leden. Uiteraard gaat de aandacht vaak uit naar het eerste elftal, maar daarachter zit meer. Een grote groep trouwe leden –spelers, leiders en trainers- vormen de achterhoede. Wat drijft deze mensen om elke zondag, weer of geen weer, naar de Peuverweide te komen om daar hun balletje te trappen of te vertrekken vanaf café Steggink voor een bezoek aan een tegenstander uit de regio? Harrie ten Velde en Herman Blokhuis hebben als leiders van diverse lagere elftallen de club jarenlang gediend. “We hebben een prachtige tijd gehad, vooral het werken met de jongere garde hebben we als fantastisch ervaren”, aldus het kleurrijke duo. Na jarenlang te hebben gevoetbald nopen blessures Harrie en Herman ertoe te stoppen. Beiden willen echter graag in een andere functie iets voor de club blijven betekenen. Harrie en Herman beginnen als leider van STEVO 2. Wanneer STEVO 1 midden jaren tachtig zijn gloriejaren beleeft, is Harrie leider van een evenzo succesvol tweede elftal. De successen leiden ertoe, dat er een aantal markante sponsors opstaat dat wekelijks, bij een overwinning, een geldbedrag schenkt. Zo is er Jan Weerink (de Oliesjeik), die zelfs 200 gulden per overwinning betaalt. Bij terugkomst van een uitwedstrijd ligt de envelop klaar bij café Steggink. Johan Minkjan doneert tien gulden per gemaakt

42

doelpunt in de spelerspot. Tijdens een goed seizoen, waarin het elftal 57 keer scoort, kost dit de coach en ondernemer Minkjan een behoorlijk bedrag. Parallel met de successen van het eerste elftal presteren de lagere elftallen ook steeds beter. Zo belanden de voetballers van STEVO over de gehele linie op een steeds hoger niveau. STEVO 2 wordt op een gegeven moment zelfs drie keer achter elkaar kampioen. ‘De samenwerking met STEVO 1 verliep erg goed’, vertelt Blokhuis.‘Destijds was het nog zo dat de trainer van het eerste elftal ook het tweede elftal onder zijn hoede had. In de praktijk kwam dit er op neer, dat hij op trainingsavonden zelfs vier uur achtereen op het veld stond. Maar hierdoor had hij een goed overzicht van het beschikbare spelersmateriaal.’ Harrie ten Velde zorgt ervoor dat alle randvoorwaarden tiptop ingevuld worden. Aangezien hij op de grens van Harbrinkhoek en Geesteren woont, hebben de wedstrijden tegen MVV’29 voor Harrie altijd iets extra’s. Zo regelt hij dat er na uitwedstrijden bij MVV’29 bij hem thuis voor het hele elftal soep op tafel komt, met liefde bereid door zijn vrouw Betsy. Daarnaast is er elke zondagochtend het vaste ritueel, waarbij hij met zijn reukzintuig de fitheid van de spelers test. Spelers die zaterdagavond hebben doorgezakt, kunnen dat voor Harrie moeilijk verbergen. “Ik stond meestal bij de ingang van de kleedkamer om een praatje te maken met spelers die de kleedkamer binnen

kwamen. Zo had ik direct in de gaten wie er te diep in het glaasje had gekeken. Deze informatie werd natuurlijk voorzichtig doorgespeeld aan de trainer”, aldus Ten Velde, die er nu smakelijk om kan lachen. “En tijdens het paasweekend, als de Pet-Boon-Avenband had gespeeld, moesten we wel extra goed opletten”, vult Herman Blokhuis hem aan. “Ik denk zelfs dat dit feest ons een kampioenschap heeft gekost. De ochtend na het feest moesten we met STEVO 3 een keer voetballen tegen PH. Wij stonden bovenaan en PH stond onderaan, maar toch verloren we”. Herman heeft destijds vaak geroepen, dat hij de feesttent wel in brand wilde steken. Winnaarsmentaliteit en fanatisme zijn Ten Velde en Blokhuis niet vreemd. Het doel heiligt hierbij de middelen. Als de wedstrijd bijna ten einde is, mag de bal bij een voorsprong gerust hoog weg worden geschoten. “’t Is de tied van ’t joar, scheet de teug en de ekkel m’r oet de beum’n”, luidt dikwijls het devies in de slotfase. Andere gevleugelde uitspraken van Harrie zijn “’t Maakt niks oet daj meu bint, wij loat oe nig ligg’n. Wij nemt oa wa wier met noar Geester!”; “Kom es op is hè”; ‘Woar ik vroager spull’n, doar groein gen gröss mer”, of “De amulance mot of en an”.

een wedstrijd. Petje af voor al die mensen. Een goede ontvangst met een kopje koffie en een praatje is dan ook zeker op zijn plaats. Want zeg nu zelf, als je de scheidsrechter te vriend hebt, heb je al gauw een punt te pakken. Ik heb er vroeger wel eens één opgehaald uit Oldenzaal. Zulke dingen waarderen ze over het algemeen echt. Menig puntje hebben we hierdoor kunnen pakken’.

STEVO 2 bij de Knoefbakker na alweer een kampioenschap

Thans komen de heren nog steeds bij STEVO. Meestal om een wedstrijd te kijken, of om zomaar even bij te kletsen. Harrie praat nog graag even met de diverse (club)scheidsrechters. ‘Dat heb ik altijd gedaan en vind ik nog steeds leuk om te doen. De scheidsrechter is toch erg belangrijk bij

43

Gezellig presteren

Gezellig presteren


Als een huiskamer als het kloppende hart van de vereniging. Zo ook bij STEVO. De STEVO-kantine is één grote gezellige huiskamer, waar net als bij iedere andere huiskamer de laatste nieuwtjes worden doorgenomen, een kop koffie wordt gedronken, een glas fris of een biertje genuttigd, een balletje gehakt gege-

Wat vooraf ging

ten, naar voetbal wordt gekeken en bovenal veel over voetbal wordt gepraat. Mede door het fanatieke kantinepersoneel en deze gemoedelijke sfeer voel je je op de doordeweekse avonden én in het weekend als speler, leider, trainer, verzorger, vrijwilliger, supporter of overige bezoeker al snel welkom in dit rood-gele honk. Het eerste clubgebouw van STEVO is van 1968. Het geld voor het clubgebouw wordt in het jaar dat de club 35 jaar bestaat, bijeengebracht met een speciale actie. Dat gebouw ondergaat in de loop van de jaren door de inzet van vele vrijwilligers diverse verbouwingen, uitbreidingen en, in 2001, een gehele renovatie.

Diverse kantinebeheerders en kantinemedewerkers hebben er de lakens uitgedeeld. Antoon Voorhuis is een van de eersten. “Het was wel wat behelpen”, aldus Antoon. “Een oud schap, een oude oliekachel en een koffiekan voor zo ongeveer 5 kopjes. “En dan wouden er 10 man tegelijk koffie en de andere helft bier. Dat gaf een mooi geschreeuw in de kantine.” De inwendige mens wordt ook in die jaren niet vergeten. Op de oliekachel wordt water heet gemaakt om rookworsten te verwarmen. Later zijn er ook frikandellen die Toon heet maakt in de braadpan, die hij vanuit huis meeneemt. Zeventien jaar lang bestiert hij de kantine, houdt hij de kleedkamers schoon, kalkt hij de lijnen, maait hij het gras en zorgt hij ervoor dat er netten achter de goals komen. Vrijwel in zijn eentje.“Soms was het gras zo hoog dat Hemmersjan een kar vol gras kon ophalen, de enige manier om het eraf te krijgen. Later nam Soweco het onderhoud over en dat scheelde veel”. Na Antoon kwamen en gingen Gerard en Annie Hoek, Gerrit Mensen, Gerrit en Annie ten Broeke en Jan en Truus Kleijssen. Tegenwoordig zwaaien Huub en Ceciel Kreuwel er de scepter. Bovengenoemde personen werden en worden natuurlijk nog steeds bijgestaan door tal van kantinehulpen die met name op zaterdag en zondag hun steentje bijdragen achter de bar en in de keuken. In de woonkamer van de familie Ten Broeke aan de Beekstraat komen al gauw de mooiste herinneringen en oude verhalen naar boven. Annie, inmiddels 68, en Gerrit, inmiddels 71, zien terug op de 18 jaar die ze actief waren in de STEVO-kantine. Vast op donderdagavond en vrijdagavond en 1x per 2 weken op zondag. Annie, ooit zelf jarenlang verdienstelijk handbalkeepster bij STEVO 1, verwelkomt de spelers in die jaren nog wel eens met een guts water uit de spoelbak. Dit onder het mom van: “ie wann nog nich good kloar”. Gerrit zorgt dat de kantinetafels

44

er spik en span uitzien, zodat de spelers zo kunnen aanschuiven voor het eerste drankje vlak na de wedstrijd. Een vertrouwd beeld dat jarenlang de kantine van STEVO beheerst. Beiden kijken ze dan ook tevreden terug op die mooie jaren in de kantine. Vooral de donderdagavond roept bij hen veel mooie momenten op. Dat is voor alle elftallen de trainingsavond, met als gevolg dat de kantine dan bomvol zit.“Druk, maar altijd erg gezellig”, zegt Annie. Op één avond na! Als STEVO op enig moment bekend maakt, dat de

Op de vraag wat voor hen het ultieme STEVOmoment is, antwoorden beiden eenduidig: “De wedstrijden en het kampioenschap van STEVO 2.” Mooie herinneringen, mede omdat hun beide zoons, Stefan en Jeroen, destijds in het tweede elftal speelden. Annie bezocht ook trouw alle uitwedstrijden van het tweede. Met name het kampioenschap van STEVO 2, seizoen ‘94/’95, was voor haar en Gerrit een hoogtepunt.

“Druk, maar altijd gezellig” prijs van een kratje bier omhoog gaat, zoeken alle elftallen hun vertier elders in het dorp, met als gevolg dat de verhoging van de bierprijs snel weer wordt teruggedraaid. Daarna zit de kantine weer als vanouds elke donderdagavond vol. Op vrijdagavond wordt er altijd getraind door STEVO 1 en 2. Hierover vertelt Gerrit nog een leuke anekdote. “De toenmalige trainer van STEVO 2, Alwie Klein Haarhuis, maakte het steeds later. Zo was de training aan het begin van het seizoen afgelopen om 20.00 uur, maar verschoof deze tijd gedurende het seizoen naar 20.30 uur en uiteindelijk soms zelfs naar 20.45 uur. Dit werd me toch wat te gek met als gevolg dat ik eens een keer de lampen van het trainingsveld uitdeed terwijl er nog getraind werd”. Als Alwie naar de kantine rent om door te geven dat de lampen uit zijn, krijgt hij van Gerrit te horen dat de stoppen er door zijn. Omdat de lampen een kwartier nodig hebben om weer op te warmen, houdt Alwie het voor gezien. “Zodoende stopten ze toch een keer op tijd”, aldus een lachende Ten Broeke.

De laatste jaren is er veel veranderd in de kantine. Zo houdt een kantinecommissie zich bezig met het reilen en zeilen van “de huiskamer” van de club. De kantinebeheerder wordt bij het uitvoeren van de werkzaamheden ondersteund door de leden. Zij bieden ondersteuning door het draaien van kantinediensten. Ook wordt de kantine tegenwoordig gebruikt voor buitenschoolse opvang door “Kinderopvang De Boerderij”. Zowel in de kantine als buiten op het terrein zijn daarvoor de nodige aanpassingen gedaan. Eén ding is wel altijd hetzelfde gebleven: de gezelligheid vóór, tijdens en na de wedstrijden. De kantine: nog steeds het kloppende hart van de vereniging.

45

Als een huiskamer

Bij iedere voetbalclub geldt de kantine toch wel


36 Jaar jong niet uit de lucht komen vallen. De club blijkt in het midden van de zeventiger jaren van de vorige eeuw ineens over een lichting uitzonderlijke ta-

Kellerfons is in die jaren ook de man achter “het raden van het reservegetal Lotto”. Hij bedenkt het, regelt de inschrijving en de uitbetaling. Allemaal om wat extra geld in het laatje te krijgen voor “zijn jeugd”.

lenten te beschikken. Toeval? Allerminst, het is de oogst van een beleid dat in 1972 vorm kreeg.

Wat vooraf ging

Voorzitter Henk Droste onderkent het belang van een gedegen jeugdbeleid en besluit dat er een jeugdbestuur moet komen. Hij benadert Bert Telgenkamp voor het voorzitterschap en die gaat in 1972 aan de slag, samen met Jan Busscher, Gerrit Hagedoorn en Marinus Schuurman. De club gaat voortvarend aan de slag en al snel treedt Herman Velthof aan als jeugdtrainer. Herman brengt samen met het bestuur structuur in de opleiding en begeleiding van jeugdspelers en -teams. Het succes laat niet lang op zich wachten. Jeugdteams worden jaar op jaar kampioen. Bert Telgenkamp geeft de voorzittershamer in 1974 over aan Alfons Nobbenhuis.‘Kellerfons’ zoals velen hem kennen, blijft maar liefst 22 jaar voorzitter van het jeugdbestuur. De donderdagavonden zijn voor hem, die beginjaren typerend. Het is de avond dat trainers en leiders zich in de kantine verzamelen. Om de opstellingen voor het komend weekeinde te bepalen. En waar de stemmen staken, hakt het jeugdbestuur de knopen door. Nog dezelfde avond hangen de opstellingen bij clubcafé Steggink aan het raam. Voetballende jongens gaan sindsdien na schooltijd even bij Steggink langs.

Fons zet er in 1996 een streep onder en krijgt als opvolger Rini Bekhuis, die dan al enkele jaren in het jeugdbestuur zit. Rini geeft het in 2004 over aan Johan Brughuis en die vindt op zijn beurt in 2008 een opvolger in Clemens Wigger. Het jeugdbestuur heeft zijn eigen mogelijkheden, maar moet, zeker in de beginjaren, verantwoording afleggen aan het hoofdbestuur. En er is niet altijd overeenstemming. Zo is er de ‘strijd’ over spelen op het eerste veld. Waar jeugdspelers hun kunsten natuurlijk het liefst op het hoofdveld vertonen, moet het hoofdbestuur er op toezien dat het veld niet teveel wordt belast. De oplossing? Het schaapjeseffect: senioren spelen in de lengterichting van het veld, de jeugd in de breedte. Oneffenheden die de senioren in de lengte veroorzaken, loopt de jeugd over de breedte weer vlak.. De oud-voorzitters zijn van mening, dat er in het besturen van een jeugdafdeling in de loop van de jaren niet veel veranderd is. De echte verandering zit hem in de jeugd zelf.

De Voorzitters Henk Droste Henk Droste is al twee jaar secretaris, als hij in 1968 de voorzittershamer overneemt van Antoon Westerhof. Hij zal de tot dusver langstzittende voorzitter van STEVO worden. Mondigheid, overtuigingskracht en vasthoudendheid kenmerken hem. Het brengt de vereniging veel succes in organisatorisch en sportief opzicht. Hij zal op 15 juni 2002 terug treden, na nog eerst het geheel gerenoveerde clubgebouw te heb

Johan Brughuis daarover: “De jeugd is mondiger geworden, net als de ouders. Spelers en ouders willen meepraten. Ze willen voetballen met hun vriendjes en sommigen zijn zelfs zo overtuigd van hun eigen kwaliteiten, dat ze wel weten in welk elftal ze horen te spelen.” Eigenlijk zou je bijna een pedagogische opleiding moeten hebben om te leren hoe je het beste met de jeugd kunt omgaan. “Er gebeuren dingen die veel vragen van bestuursleden en zelfs van invloed kunnen zijn op je sociale leven. Er wordt wel eens vergeten, dat het hier om vrijwilligers gaat.” Het jeugdbestuur werkt op dit moment weer hard aan een nieuw technisch beleidsplan. Om de jeugd speelplezier te geven en om aanvoer van sterke jonge spelers naar de senioren te garanderen. Maar natuurlijk is er ook aandacht voor het organiseren van de nodige activiteiten. Voor de gezelligheid en om de onderlinge band te versterken. Hoe belangrijk dat is, weet Johan Brughuis als geen ander. Hij heeft als jongen in 1973 meer aandacht voor de bal dan voor goede schoolresultaten en moet van zijn vader op de jaarvergadering van 1973 zijn lidmaatschap opzeggen. Maar wat wil het geval? Johan wordt op uitgerekend die vergadering uitgeroepen tot “sportman van het jaar”!. Opzeggen is er dan natuurlijk niet meer bij. Pa beloont de uitverkiezing zelfs met tien gulden en over stoppen met voetballen wordt nooit meer gesproken.

46

ben heropend. Zonder zijn gezondheidsproblemen zou hij waarschijnlijk tot op de dag van vandaag de vereniging hebben geleid. Een begeesterd voorzitter die op een andere plek in dit magazine de aandacht krijgt die hij verdient.

Mooiweervoetballer Sommige spelers bij STEVO hechten zeer aan een verzorgd uiterlijk. Evert Bleuming ontleent er zelfs zijn bijnaam aan, ‘Kammetje’. Maar ook andere spelers kunnen er wat van. Zo strijkt linksback Clemens Wigger zijn benen bij zonnig weer in met zonnebrandolie. In de topjaren wordt de verdediging van STEVO niet altijd op de proef gesteld. “Als ik straks weinig te doen heb, word ik in ieder geval lekker bruin”, meent Clemens.

47

36 Jaar jong

De successen van STEVO in de jaren ‘80 en ‘90 zijn


Een (jongens)droom komt uit Jan Tijink heeft de lachers op zijn hand bij de viering van het landskampioenschap zondagamateurs in 1994.

STEVO A1 speelt sterk in het seizoen 2003-2004.

Hij groeide nogal eens uit zijn broek in zijn jonge jaren.

Heel sterk! Er kan maar één tegenstander in het spoor blijven: MVV’29 A1. Er is nog geen vuiltje aan de lucht als er op de laatse dag wordt afgetrapt. STEVO moet thuis gewoon winnen tegen Omhoog. Maar de ploeg uit Wierden gooit roet in

Een groter broekje lang hebben ze gevoetbald op het trapveldje aan de Zurinkstraat. Thuis niet te houden. De spruiten en aardappels nauwelijks door de keel of ze

Wat vooraf ging

waren al weer weg. En nu staat dan eindelijk het voetbalseizoen weer te beginnen. Opgewonden zijn ze, als een stel jonge veulens dat voor het eerst de wei in mag. Bart Hamer en Jan Tijink zullen dat jaar uitkomen in de C1. Maar eerst nog even naar Hamer voor een nieuw voetbalbroekje, want na al die chips en cola in de vakantie hebben ze een maatje meer… “We hadden alleen maar goede verhalen gehoord over Martin Steggink, de trainer van STEVO C1. Wij waren dus ook erg nieuwsgierig naar zijn trainingsmethoden. Die bevielen ons erg goed. Alles was dat jaar perfect geregeld.” Henk Horst is zaterdags hun leider én vlagger. Het klikt! “Wat een geweldige man was dat. Zo verzamelde hij bij elke wedstrijd onze portemonnees en zei dan standaard: “Nou jongens, veel succes vandaag, ik ga naar café Steggink met al dat geld”. “Tot zo”, zeiden we dan in koor.” En dan is er die wedstrijd uit tegen Quick ‘20 C1. Niet zozeer de wedstrijd, maar het avontuur erna, maakt indruk. “Bart Maathuis zat ook bij ons in het elftal en zijn vader reed die dag. We mochten na de wedstrijd met een paar jongens, waaronder wij, mee naar een kennis van Jan Maathuis. Het was prachtig weer en die kennis had een zwembad bij zijn huis en daar mochten wij die middag

48

En omdat MVV wint, is er een beslissingswedstrijd gebruik van maken. Maar die man had ook twee bloedmooie dochters van een jaar of 20, heerlijk luchtig gekleed, en die waren daar ook rond het zwembad te vinden. Je kunt het al wel raden. Wij, twee gezonde Geesterense jongens, konden pas uit het zwembad komen toen het donker werd. We wilden die meiden ook niet in verlegenheid brengen.” Casanova’s! Toen al. Er staat dat jaar een hecht C1 en als er wat georganiseerd wordt dan zijn ze er. Zo ook bij de winterdropping. Onderweg stond iemand die verkleed was en wij moesten dan raden wie dat was. Toen we dichterbij kwamen, was het lachen geblazen. Het bleek onze eigen trainer te zijn, die zich zo goed had voorbereid, dat hij maar 50 meter van zijn huis stond en zijn eigen auto bij zich had. En laat er nu in heel Europa maar één iemand een oude, roestige rode Opel Kadett met een zwarte motorkap hebben. Echt, we kwamen niet meer bij die avond.” C1 doet dat jaar mee om het kampioenschap maar moet het afleggen tegen Excelsior ‘31 uit Rijssen. Het weerhoudt ze er niet van het seizoen met zijn allen af te sluiten bij café Steggink om zich daar vol te proppen met patat en frikandellen. Niet zo gek dat het zo tegen augustus weer “een maatje meer” werd en Hamer opnieuw een groter broekje kon leveren.

nodig. Plaats van actie: De Kottenbrei Reutum, woensdagavond 5 mei 2004. Achter: v.l.n.r: Mike Kroeze, Rick Huis in ’t Veld,

Zo’n 1500 toeschouwers zien STEVO vanaf de aftrap vol in de aanval gaan. Met succes, want na 14 minuten scoort Martijn Weerink de 1-0. Maar MVV’29 komt nog vóór rust langszij, trekt na de rust het initiatief naar zich toe en komt op 1-2. Maar STEVO toont veerkracht en dankzij een doelpunt van Rik Kokhuis wordt het verlengen.

Bart Hamer (leider), Walter Lohuis, Erwin Tijhuis (materiaalman), Marcel Krikhaar (leider), Erik Sonder, Roy Geerdink, Rik Kokhuis, Mark Rouwenhorst, Tom Kleizen, Tom Klein Haarhuis, Jan Telgenhof Oude Koehorst, Frank Oude Lansink Voor: v.l.n.r: Joost Kock, Ruud Wesselink (trainer), Niels Kuipers, Rik Silderhuis, Martijn Weerink, Niek van Bentheim, Stefan Asveld, Patrick Hegeman, Bram

Dezelfde Rik Kokhuis en even later Mike Kroeze schieten de verwachtingen van MVV aan diggelen en laten de droom van STEVO uitkomen: 4-2. De promotie naar de hoofdklasse is binnen en dat leidt tot een ware euforie met alles wat daarbij hoort: champagne, een enthousiast speechende voorzitter en de traditionele rondgang door het dorp op de platte wagen.

Braakhuis

Een jongensdroom komt uit

Gelukkig, bijna augustus. Een schoolvakantie

het eten door in de laatste minuut gelijk te maken.


Een vrouwelijke aanpak

van de ledenaantallen van andere verenigingen. Louis Pieterson leidt de dames door drie redelijk succesvolle jaren, maar moet dan toch de handdoek werpen; er zijn nog maar acht meiden, te weinig om aan een nieuw seizoen te beginnen. .

Check de website van de KNVB en zoek op STEVO. Het resultaat (op 5/7/2008): 58 bestanden en in 34 daarvan is de naam STEVO gekoppeld aan Larissa het Nederlands damesteam onder de zeventien. Het succes van Larissa symboliseert de opkomst In het kielzog van het eerste stoomt ook het tweede elftal van STEVO vanaf 1978 op naar de top van het amateurvoetbal. Het zijn Gerard Mensen, Wim Adolfsen, Alwie Klein Haarhuis en Evert Bleuming, die met het tweede diverse kampioenschappen in de wacht slepen. Daaronder enkele keren het kampioenschap in de reserve hoofdklasse zon-

De naburige vereniging Dos’19 uit Denekamp toont op de instuif/kampioensreceptie creativiteit. STEVO 2 krijgt een prachtige spiegel aangeboden met daarin gegraveerd: “De laatste kampioen van de eeuw”. Kampioen worden op 2e Pinksterdag 1999. Er is geen speld tussen te krijgen, dan mag je je met recht ‘de laatste kampioen van de eeuw’ noemen.

Wat vooraf ging

dagamateurs. Van de vele wedstrijden op (weg naar) het hoogste niveau, is er met name één, die in de herinnering blijft. Zeker bij diegenen die erbij waren. Zoals teamleider Robert Paus. “Het seizoen ’98-’99 was fantastisch en eindigde met een ware thriller: twee beslissingsduels tegen aartsrivaal Ouick ’20. Trainer Alwie Klein Haarhuis besloot zijn wedstrijdbespreking met te zeggen: Geniet er van, want zo vaak maak je dit niet mee”. Het ziet er in de winterstop nog niet naar uit, dat STEVO een rol van belang gaat spelen, maar als dan de geblesseerden Rob Maathuis en Paul Hamer in het elftal terugkeren gaat het lopen. De competitie eindigt dat seizoen met 46 punten uit 22 wedstrijden voor zowel Quick’20 als STEVO. De beslissing moet vallen op 20 mei 1999 op het complex van PH in Almelo, maar er wordt niet gescoord en dus is er op 2e Pinksterdag een tweede beslissingswedstrijd. Het zit Quick ’20 die dag aanvankelijk niet mee. Op weg naar Almelo komen ze in Albergen in de drukte terecht, omdat daar een recordpoging krat stapelen aan de gang is. Het zorgt voor de nodige stress bij de Oldenzalers, die maar net op tijd in Almelo arriveren. STEVO gaat voluit en komt op een 2-0 voorsprong. Maar Quick ’20 vecht zich terug naar een 2-2. Het is Eddie Kottink die kort voor tijd de winst zeker stelt.

50

Zittend v.l.n.r.: Bert de Vries (Verzorger) Eddy Kottink, Raymond Gehring, Tom Hilberink, Bertram Haarhuis, Chiel Oude Hergelink, Rob Maathuis en Huub Kreuwel (leider, grensrechter) Staand v.l.n.r.: Alwie Klein Haarhuis (trainer), John Nijhuis, Paul Hamer, Jan Tijink, Ruud Stamsnieder, Bart Hamer, Stefan ten Broeke en Robert Paus (leider). Achter v.l.n.r.: Remco Haarhuis, Bert Stamsnieder, Frank Wesselink, Jeroen Veldhuis, Ruben Kreuwel, Gerben Busscher.

van het damesvoetbal. En, hoewel zij zelf altijd bij de jongens heeft gespeeld, toch óók voor het damesvoetbal bij STEVO. Drie keer (b)lijkt ook hier scheepsrecht. Het is 1 juni 1971 als aan de keukentafel van de familie Klein Haarhuis (horlogerie) de plannen worden gesmeed voor het oprichten van een damesteam. Dochter Truus en vriendin Elly Nieuwmeijer maken pamfletten met de tekst ‘Geesteren wil nu de cup met een damesvoetbalclub’ en hangen deze op in het dorp. Animo is er wel, maar de dames die willen voetballen zitten ook op handbal en het één mag het ander niet schaden. Er worden afspraken gemaakt en op 8 oktober 1972 is het dan zover. Het eerste damesteam uit de geschiedenis van de club trapt af tegen de dames van VVDL uit De Lutte. Met Marinus Hemmink als eerste trainer. Hij zal overigens al snel worden opgevolgd door Hein Kottink.

Achterste rij, v.l.n.r.: Karin Zandstra, Tessa Kokhuis, Karin

De overgang van handbal naar voetbal is niet zo groot. De dames handballen in die tijd immers ook met elf tegen elf, op een groot veld en met grote doelen. Het verschil zit hem in de regels. En dat is nog even wennen, zo weet Truus (inmiddels Silderhuis) zich te herinneren. “Bij handbal blijven de aanvallers buiten de zeven meter cirkel, terwijl ze bij voetbal toch vlak voor je neus komen te staan”. Truus blijkt over talent te beschikken. Zij wordt samen met Agnes Maathuis geselecteerd voor het team van de afdeling Twente. Agnes Maathuis zal later nog landelijk spelen. In 1975 houdt het damesteam op te bestaan. De vrouwen kunnen werk, gezin en voetbal niet langer combineren. Maar vier jaar later is er dan toch een herstart. De jaarvergadering geeft toestemming opnieuw met een damesteam te starten, onder de voorwaarde dat het niet ten koste gaat

Veldhuis, Kristel Mensink, Wendy Kroeze, Lotte Silderhuis, Fieneke Paus, Jorieke Blokhuis, Martin Döbber Middelste rij, v.l.n.r.: Leontien Verveer, Carien Masselink, Miranda Geerdink, Ingrid Huzink, Christel Löwik, Marlin Oude Wesselink, Wendy Timmer Onderste rij, v.l.n.r.: Bianca Geerdink, Marijke Klein Haarhuis, Anja Hegeman

Het is voor de mannenwereld nog even wennen, zo geeft Miranda (sportvrouw van het jaar 20012002) aan. “Het heeft nog een paar jaar geduurd voor er een prullenbak in het toilet van onze kleedkamer kwam”. Het is niet het enige waar de dames achteraan zitten. Er worden sponsors gevonden en inmiddels lopen de dames er prachtig bij. Trainingspakken, tassen, inloopshirtjes, etc., ze hebben het allemaal goed voor elkaar. En af en toe, als het nodig is, kunnen ze een beroep doen op Larissa en loopt er zelfs een “Oranjeklant” tussen.

51

Een vrouwelijke aanpak

De laatste kampioen van de eeuw

Wigger. Zestien jaar, uitkomend voor FC Twente en

Geleidelijk aan verschijnen er in de jaren negentig meer meisjes op de voetbalvelden. Zij spelen gewoon mee met de jongens. Tot aan de A-jeugd. En als je dan toch graag blijft voetballen? Nou dan richt je een damesafdeling op! Miranda Geerdink en Marlin Oude Wesselink trekken de kar dit keer. Er wordt gepolst wie er interesse heeft en in 2002 is het dan opnieuw zover. STEVO heeft weer een damesteam. Het eerste jaar wordt er alleen nog maar ge­ oefend. In shirts van een jeugdelftal. Maar in het seizoen 2003-2004 zijn de dames klaar voor de competitie.


In “De Ransuil” Ransuil’ in november 1987 wordt de zaalvoetbal­ afdeling van STEVO opgericht. Een aantal teams vertegenwoordigt de roodgelen sindsdien in de verschillende zaalcompetities. Daarnaast maakt een groep recreanten gebruik van de schaarse zaaluren, die STEVO tot haar beschikking heeft.

Wat vooraf ging

In de zaal gelden andere wetten en regels dan op het veld. Ook het spel vergt een andere aanpak, met de nadruk op technische vaardig­heden, kort samenspel en een goede omschakeling bij balbezit en balverlies. De keepers moeten constant op hun hoede zijn, voor een verraderlijk schot of een razendsnelle combinatie. Een van de mannen van de eerste uren is doelman René Maathuis. “Ik ben erbij vanaf 1990 en heb sindsdien in zowat alle teams gespeeld. We hebben periodes één, twee, drie en vier teams gehad. In verband met de beperkte beschikbaarheid van de sporthal hebben we vaak moeten uitwijken om te trainen. Zo hebben we jaren gebruik gemaakt van de hal in Manderveen om te trainen. Daarna was het altijd gezellig in de kantine daar. We kaartten, dronken een biertje en aten droge worst. Aan die tijd denk ik met veel plezier terug. Ook hebben we eens een uur wekelijks getraind in een hal aan de Sluiskade in Almelo.”

Staand v.l.n.r. Mark Pieterson, Alphons Kruiper, Thijs

Ook een bezoekje aan de blaashal op de Schelfhorst in Almelo bezorgt hem prettige herinneringen. “Toen we aankwamen voor een wedstrijd tegen PH, zagen we dat er een paar leuke dames achter het schap stonden. Onze teamgenoot Walter Wienk bleek ze nog te kennen ook. Na de wedstrijd hebben we tot twee uur ’s nachts daar aan de bar doorgebracht, met volop eten en drinken. Met een taxi hebben we ons terug laten brengen naar Geesteren.”

“We kaartten, dronken een biertje en aten droge worst” In de kantine van ‘De Ransuil’ of bij eerste teamsponsor Kottink is het regelmatig een zoete inval. Sportief gezien presteert STEVO met wisselend succes. “In het begin was het niveau van het zaalvoetbal en de indeling nog niet zover als nu. Veel meer (oud-)veldspelers zijn in de zaal actief geworden. Bij STEVO hadden we vaak spelers uit andere dorpen, die zich bij ons aanmeldden.”

Herman Huis in ’t Veld Direct na de opening van de jaarvergadering op maandag 26 maart 2001 in zaal Steggink draagt Henk Droste de voorzittershamer over aan waarnemend voorzitter Herman Huis in ’t Veld. Formeel krijgt Huis in ’t Veld op 15 juni 2002 de leiding over de club. Hij is daarmee na Vincken en Altena, de derde “schoolmeester” in die positie. Herman heeft er dan al de nodige jaren opzitten binnen het kader van STEVO. Als elftalleider, als lid van de jubileumcommissie voor het 50-jarig bestaan en sinds 1982, als algemeen bestuurlid. Herman ontpopt zich in de loop van de jaren min of meer als de rechterhand van

Het seizoen 2007-2008 gaat de boeken in als het beste uit de clubgeschiedenis. Het eerste team weet de dubbel te pakken. De ploeg van aanvoerder Leon Roelofs en coach Mark Pieterson promoveert naar de eerste klasse en wint de beker. Vooral de bekerwinst tegen ’t Hoekje mag speciaal genoemd worden. STEVO verslaat de Oldenzalers, met onder anderen de oud-profs Boudewijn Pahlplatz en Rob Reekers en de broers Bob en Marc Kemna.

Henk Droste. Als hij in 2002 aantreedt, staat hij voor de zware taak een vrijwel nieuw bestuur in te werken. Het zijn bovendien moeilijke jaren, waarin de club zich maar moeizaam op het hoogste platform van het amateurvoetbal weet te handhaven. Hij heeft het er dan ook maar wat moeilijk mee, als het eerste elftal in 2003 alsnog degradeert . Herman houdt het in 2006, na 24 jaar besturen, voor gezien, maar blijft op diverse terreinen actief voor de vereniging.

Het recreantenteam onder leiding van Johan Hegeman kent sinds jaren een bijzondere speler. Het is niemand minder dan pastoor Koos Smits, alias PKS. Na zijn vertrek naar Hengelo bleef de pastoor zijn voetbalmaten trouw. Anno 2008 is hij op 67-jarige leeftijd nog steeds van de partij. Onbevestigde bronnen melden nog steeds, dat pastoor Smits als geestelijke adviseur een flinke bijdrage heeft geleverd aan STEVO’s bloeiperiode….

Leon: ‘Ik denk dat de combinatie van ervaren spelers uit de veldcompetitie en voetballers die al jaren zaalvoetballen, een goede mix is. Ikzelf speel bijvoorbeeld al tien jaar in de zaal. Twee jaar geleden zijn enkele spelers gestopt. Dat was ook de reden, dat we bang waren het niveau in de tweede klasse niet aan te kunnen. De komst van oud A-selectie-spelers van STEVO zoals Clemens Wigger, Alphons Kruiper, Niek Leus en Rob Maathuis plus de versterking met keeper Francis Kleinheerenbrink heeft het tij doen keren’.

In “De Ransuil”

Dik een jaar na de opening van sporthal ‘De

De Voorzitters

Masselink, Niek Leus, Leon Roelofs Zittend v.l.n.r. Chiel Oude Hergelink, Clemens Wigger, Francis Klein Heerenbrink, Marco Huiskes

52

53


Comment ça va? In 1989 krijgt de C-jeugd van STEVO een buiten-

In het beroemde Parc des Princes speelt Matra, met

Het jeugdbestuur van STEVO stampt, gestimuleerd door

kansje: deelname aan een internationaal jeugd-

Sonny Silooy in de gelederen, die avond tegen Cannes.

het enthousiasme, ook in Geesteren een jeugdtoernooi

Ook bij Cannes speelt een Nederlander, in de persoon

van kaliber uit de grond. Onder leiding van jeugdvoor-

van Jan Poortvliet. In de warming up merkt Silooy zijn

zitter Alphons Nobbenhuis (Keller Fons, red.) wordt een

jeugdige fans uit Nederland op en zwaait hij naar het

A-toernooi opgezet met goede ploegen, zoals Quick’20,

vak met STEVO-jeugd.

TOP Oss, Leones, FVC en Achilles ’29.

toernooi in Parijs. Het is toenmalig jeugdtrainer Michel Jansen, die samen met onder anderen Robert Paus, de club leidt.

Het toernooi is een enorme belevenis voor de jonge

Enkele sponsors trekken de knip en dus vertrek-

spelers, maar niet minder voor de leiders. Robert Paus:

ken de spelers van C1, C2 en C3 op Goede Vrij-

“Het was een hele verantwoordelijkheid al die jongens

dag richting Parijs. De verleiding buiten het zicht

in zo’n grote stad bij elkaar te houden. We waren zelf

van paps en mams stiekem wat snoepwerk naar

C-jeugd in Parijs in 1989

binnen te werken blijkt moeilijk te weerstaan…

v.l.n.r.: Patrick Maathuis, Alfons Nobbenhuis

Bovendien worden er tijdens de lange busreis spelletjes gespeeld. Het handjeklappen tussen

immers ook nog jong.”

(achtergrond), Ajoup Bouchta, Peter Wesselink, Remco Haarhuis, Bert Kreuwel, Bert Wesselink, Marcel Nobbenhuis, Ronnie Willighuis, Raymond Saris,

de uit de kluiten gewassen Sander Peulken en de Michel Jansen: “Ik herinner me nog de leuke busreis en

het puntje van zijn stoel. Overnacht wordt in een

de wedstrijden die we daar naast gras op gravel speel-

school in Neuilly Plaisance, een van de vele voor-

den. Dat bleek daar in Frankrijk vrij gebruikelijk te zijn. Met

steden van Parijs. Conciërge Bobby, een donkere

de C1 wonnen we van een sterk regioteam uit Stuttgart.

Fransman met een gulle lach, wordt al snel een vriend.

We hadden toen Erwin Westerhof in het team, geen heel grootse voetballer, maar wel een razendsnelle speler die in de counter telkens gevaarlijk was.” In de wereldstad Parijs kijken de jongens hun ogen uit. Mensen die uit armoede eten uit vuilnisbakken. Clochards die bedelen bij de metrostations? Daar hebben de meesten nog nooit van gehoord. Enige hilariteit om die rare snuiters is dan ook niet van de lucht. Een weekendje Parijs is natuurlijk niet compleet zonder een tochtje langs de grote toeristische attracties. Een rondvaart op de Seine wordt vervolgd met een bezichtiging van de Eiffeltoren, de Notre Dame, de Place de la Concorde, de Champs Elysée, het Louvre en het Centre Pompidou. Ook wordt een bezoek gebracht aan een wedstrijd van Matra Racing Club de Paris.

54

Promogroep Als Henk Droste begint te sukkelen met zijn gezondheid, besluiten de STEVO-fans Henk Martens, Gerard Maathuis en Eddy Droste (zoon van) hem te ondersteunen. Het drietal belooft Henk alles in het werk te stellen zijn levenswerk op niveau te houden. Later treedt ook Eric Hutten toe. Gerard Maathuis trekt de kar en haalt voor STEVO veel geld binnen. De Promogroep stelt zich ten doel het bestuur te ondersteunen in zijn streven STEVO te behouden voor de top van het amateurvoetbal. De opzet is goede spelers van buiten de eigen vereniging voor STEVO te interesseren en tegelijkertijd talentvolle eigen jeugdspelers in te passen. Hierdoor

kunnen het tweede en derde elftal ook op niveau blijven, luidt de visie. Het proces gaat met horten en stoten. Hoogtepunt is de hernieuwde promotie naar de hoofdklasse. Ook dienen zich enkele talenten uit de STEVO-jeugd aan, zoals Robert Hegeman en Niels Keppelink. Binnen de vereniging openbaart zich na verloop van tijd een verschil van visie over het te voeren beleid. Er gaan stemmen op om te voetballen met “eigen kweek”, ook al gaat dat gepaard met spelen op een lager niveau. Het bestuur wijzigt daarop de koers. De Promogroep respecteert die keus, maar ziet geen kans meer haar doelen langer te realiseren en legt haar taken neer.

55

Comment ça va?

tengere Ajoub Bouchta krijgt hierbij iedereen op


De Voorzitters Alex Oude Wesselink

Heen en weer… Aan de top komen is moeilijk, maar moeilijker nog, is het om er te blijven. STEVO kan er over meepraten. Na de successen van 1994 en 1995 is de vaart er uit. Het zijn achtereenvolgens de trainers Guus Hoevenberg, Evert Bleuming en André

Wat vooraf ging

Paus die de uitdaging aannemen zich te handhaven in de hoofdklasse. Op eigen kracht gaat dat niet meer. Enkele steunpilaren verdwijnen en dus wordt er buitenshuis gezocht naar versterking. Naast de deur, bij de buren: Bob Kemna en Frank Meenderink komen van Quick ’20 en Brian van Loo van PH. Maar ook verder: Gary MacNab heeft een Zuidafrikaans paspoort en Scott Calderwood is “from Scotland”. Tot nieuwe successen leidt het vooralsnog niet. Afgezien van twee zesde plaatsen, is STEVO terug te vinden in het rechter rijtje. In 2003 gaat het mis en volgt degradatie. Voor het eerst in 32 jaar. Het is even wennen.

De teruggekeerde Wim Adolfsen houdt het enthousiasme er in met een derde plaats in de eerste klasse en dan is het Paul Krabbe die STEVO een jaar later terug moet brengen naar de hoofdklasse. Krabbe, recht voor zijn raap, slaagt er met assistentie van de altijd bloedfanatieke Harrie Steggink in, via de nacompetitie een beslissingswedstrijd af te dwingen. Erica is de tegenstander en de wedstrijd wordt gespeeld op het veld van SVBO in Barger-Oosterveld. Je zou kunnen denken, dat de Drenten licht voordeel hebben van het spelen in eigen provincie. Maar daar denkt het legioen anders over. Oude tijden herleven en de vele meegereisde supporters zorgen voor een vrijwel compleet roodgele entourage. Krabbe slaagt in zijn missie, maar het nieuwe verblijf in de hoofdklasse blijkt van korte duur. Er is onvoldoende basis voor een structureel verblijf op het hoogste niveau. In 2006 volgt opnieuw degradatie en in 2008 nóg een keer.

Met Alex Oude Wesselink en een opnieuw behoorlijk vernieuwd bestuur, slaat STEVO in 2006 een nieuwe weg in. Waar in de voorgaande jaren veel spelers van buitenaf STEVO gezicht gaven, stelt het nieuwe bestuur zich tot taak de “eigen talenten” weer een kans te geven. De voorzitter realiseert zich terdege, dat daar wellicht sportieve offers voor gebracht moeten worden. “…Maar afglijden naar een derde of vierde klasse, daar pas ik voor. De sportieve status die we in al die afgelopen jaren hebben opgebouwd, laat ik nu niet in een paar jaar verkwanselen.

De eigen jeugd krijgt voorrang, maar daar waar we kwaliteit te kort komen kijken we buiten de club…”, zo laat hij weten. Begrijpelijk dat hij de sportieve status koestert. Hij maakt immers van 1978 tot 1993 deel uit van het team dat promotie op promotie stapelt en daarmee clubgeschie­ denis schrijft. Hij maakte er tussen 1978 en 1993 ongeveer 300 als spits. Een voorzitter dus met scorend vermogen.

Het nieuwe STEVO Talentvolle jeugd dient zich aan. Het doet denken aan vroegere tijden

Heen en weer…

Paul Krabbe brengt STEVO in 2005 terug in de hoofdklasse

Hoewel het sportief gezien even wat minder gaat, blijft “Geesteren”achter de club staan. Dat blijkt eens te meer wanneer door een belastingaanslag financiële problemen dreigen. Giften en leningen stromen binnen, en zorgen ervoor dat de club weer vooruit kan. Op eigen kracht! Ook op het veld. De legionairs zijn vertrokken en de eigen, talentvolle jeugd dient zich aan. Het doet denken aan vroegere tijden…

Wim Adolfsen vierde in de jaren tachtig successen met STEVO. Hij keert in 2003 terug en houdt de moed er in

56

57


‘Zin in een feestje?’ Een jaar lang prijkt deze slogan prominent op de homepage van STEVO. Om aandacht te trekken voor het feit dat R.K.v.v. STEVO op 13 oktober 2008 haar 75e verjaardag viert. En ja, STEVO heeft zin in een feestje, zo blijkt. Het is de jubileumcommissie die de kar trekt. In 2006 wordt de basis gelegd tijdens een ingelaste ledenvergadering. Na een oproep van de toenmalige voorzitter melden zich leden voor de jubileumcommissie onder leiding van Gerben Busscher. Een klus die, naar later zou blijken, meer tijd en energie kost dan men zich op dat moment realiseert. Het doel: Het STEVO-gevoel versterken door middel van verschillende activiteiten en feesten voor jong en oud. Het jubileumjaar gaat op 13 oktober 2007 in een afgeladen kantine van start met een playbackshow. Het begin van een jaar met elke maand een activiteit. Zoals de midwinterpuzzeltocht, de dartavond en de Grolsch voetbalquiz. Of zoals het NK-eiergooien dat op eerste Paasdag wordt georganiseerd, samen met de Activiteiten Vereniging Geesteren. Voor de jongste voetballers is er een voetbalclinic door Arnold Bruggink en in de zomermaanden is er de EK-toto, de wedstrijd STEVO-FC Twente, de familiedag met de actie “Waar schijt de koe?”. En voor sponsoren is er in september het sportcafé. Het jubilieum­weekend sluit de festiviteiten af met op vrijdag de receptie en uitreiking van dit jubileummagazine. Op zaterdag de jubileumkerkdienst onder leiding van Pastoor Theo Munsterhuis en Pastoor Koos Smits, gevolgd door de surpriseavond bij zaal Kottink met als klapper een optreden van de Pet Boon Aven Band.

Zonder uitzondering geslaagde activiteiten met een opkomst waarvan de commissie vooraf niet durfde te dromen. Zonder namen te noemen wil ze iedereen bedanken die op welke wijze dan ook, zijn of haar bijdrage heeft geleverd aan dit jubileumjaar, hetzij door te organiseren, uit te voeren, mee te denken of te ondersteunen. En natuurlijk niet te vergeten iedereen die heeft deelgenomen aan de activiteiten. De jubileumcommissie kijkt voldaan terug. Met het “wij-gevoel”, dat Geesteren het afgelopen jaar weer heeft laten zien, zal STEVO ook de komende 75 jaar een onmisbare schakel binnen de Geesterse gemeenschap zijn.

Jubileumcommissie Op de foto staan: Voor v.l.n.r.: Charèl Nijhuis, Leon Oosterik, Gerben Busscher en John Nijhuis Achter v.l.n.r.: Aniek Nijhuis, Frank Wesselink, Marijke Klein Haarhuis, Edwin Paus en Wendy Kroeze

58


Copyright 2008 BLANQO en R.K.v.v. STEVO

Uitgave ter gelegenheid van het 75-jarig jubileum van R.K.v.v. STEVO

Jubileumboek STEVO  

75 jaar STEVO

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you