Page 1


Waar zijn wij

Plaatsen en routes

Trento

Bellaria Igea Marina

Milano

Torino

Helsinki

Oslo Dublino

Santarcangelo di Romagna

Verucchio Riccione

Talamello Novafeltria Sant’Agata Feltria

Casteldelci

San Leo Maiolo

Pennabilli AR

Coriano

Repubblica di San Marino

Misano Adriatico

Montescudo Cattolica Montecolombo San Clemente fiume Conca San Giovanni Gemmano Morciano in Marignano di Romagna Montefiore Conca Mondaino

Varsavia Amsterdam Bruxelles Berlino Praga Vienna Parigi Monaco Budapest Milano Bucarest Rimini Madrid Roma Londra

Rimini

Poggio Berni Torriana Montebello

Stoccolma

Algeri

Saludecio

Tunisi

Mosca

Firenze Perugia

Kijev

Rimini Ancona

Roma Bari

Napoli

Cagliari

Catanzaro

Ankara Palermo

Atene

Ferrara

Parma

Poggio Berni Park van de groeve en fossielenvindplaats van de Marecchia Museum Mulino Sapignoli San Clemente Faunareservaat van de Conca Saludecio Cerreto San Leo Zee van San Francesco Trappenbrug San Giovanni in Marignano Faunareservaat Conca Golfbaan Sant’Agata Feltria Monte Benedetto / Monte Ercole / Monte San Silvestro Museum van de boerenkunst Santarcangelo di Romagna Tufgrotten MET Streekmuseum van Romagna Talamello Monte Pincio Kanalen van het oude centrum Torriana/Montebello Faunareservaat van Torriana e Montebello Natuurobservatorium Valmarecchia Verucchio Natuurreservaat van Ca' Brigida Golfbaan

Ravenna

Piacenza

Montegridolfo

fiume Marecchia

Casteldelci Monte La Faggiola / Monte Loggio / Le Macchiette Coriano Faunareservaat van de Conca Beschermd landschap van de Conca Marano-park Gemmano Grotten en Natuurreservaat van Onferno Maiolo Over meerdere locaties verspreid broodmuseum Misano Adriatico Vogelobservatorium van het Faunareservaat van de Conca Mondaino Centrum voor milieueducatie Bomentuin Paleontologische afdeling van de Musea van Mondaino Montefiore Conca Monte Faggeto / Monte Maggiore / Monte Auro Montescudo Marano-park Etnografisch museum van Valliano Bos van Albereto Morciano di Romagna Natuur- en stadspark van de Conca Faunareservaat van de Conca Novafeltria Historisch mijnbouwmuseum Sulphur van Perticara Kastanjejungle van Uffogliano Pennabilli Natuurpark Sasso Simone e Simoncello De plaatsen der ziel van Tonino Guerra

Genova

Venezia

Bologna

Reggio Emilia

Modena Bologna Ravenna

Forlì Cesena Rimini San Marino

Afstanden Amsterdam 1.405 km

München 680 km

Bologna 121 km

Berlijn 1.535 km

Parijs 1.226 km

Florence 165 km

Brussel 1.262 km

Praag 1.089 km

Milaan 330 km

Boedapest 1.065 km

Stockholm 2.303 km

Napels 586 km

Kopenhagen 1.770 km

Warschau 1.533 km

Rome 325 km

Frankfurt 1.043 km

Wenen 887 km

Turijn 447 km

Londen 1.684 km

Zürich 645 km

Venetië 270 km


Riviera di Rimini Travel Notes

Provincia di Rimini Assessorato al Turismo

Natuurlijk Natuur en landschappen van Rimini en omstreken


Riviera di Rimini Travel Notes verzameling toeristische publicaties uitgegeven door de Provincia di Rimini Assessorato al Turismo Departementshoofd Symon Buda

Teksten Rita Giannini Redactie Marino Campana Voorlichtingsbureau Cora Balestrieri Foto’s afkomstig uit het fotoarchief van de Provincie Rimini Met dank aan de volgende fotografen R. Ballarini, T. Bugli, T. Chiaiuzzi, D. Gasperoni, R. Giannini, S. Guidi, L. Liuzzi, F. Mattei Gentili, T. Mosconi, P. Novaga, Archivio Parco Naturale del Sasso Simone e Simoncello, PH Paritani, E. Partisani, R. Pescia, V. Raggi, G. Renzi, G. Romagnoli, D. Ronchi, E. Salvatori, C. Urbinati, Archivio WWF

Wij danken Maestro Tonino Guerra van harte dat wij de tekeningen van de halve appel en de gestileerde vis hebben mogen gebruiken, die als inspiratie hebben gediend voor de merken van de Rivièra van Rimini en Malatesta & Montefeltro, die op alle gecoördineerde communicatiemateriaal van het Departement van Toerisme van de Provincie Rimini staan Alle rechten zijn voorbehouden aan de Provincie Rimini, Departement van Toerisme

Grafiek Relè - Tassinari/Vetta (Leonardo Sonnoli) coördinatie Michela Fabbri Omslagfoto De landelijke omgeving rond het oude Kasteel van Verucchio PH Paritani Lay-out Litoincisa87, Rimini (Licia Romani) Vertaling Francine Monster Link-Up, Rimini Drukwerk Pazzini Stampatore Editore, Villa Verucchio RN Eerste editie 2012 Natuurlijk is een toeristisch-culturele publicatie die gratis wordt verstrekt Met de bijdrage van


Natuurlijk Natuur en landschappen van Rimini en omstreken 5

Inleiding

7

Hoofdstuk I Natuurlandschappen 1. De valleien 2. De rivieren 3. De bergen

37

Hoofdstuk II Landschappen van de ziel 1. De Plaatsen der ziel 2. Het gefragmenteerde museum 3. Het onzichtbare landschap 4. Magische plaatsen 5. De natuur en de mens 6. De natuurlijke grotten en de mysterieuze ondergrondse ruimten

89

Hoofdstuk III De Parken 1. Het natuurpark van de Sasso Simone e Simoncello 2. Het natuurreservaat van Onferno 3. Het faunareservaat van Torriana en Montebello 4. Het natuurreservaat van Ca’ Brigida in Verucchio 5. Het beschermde landschap van de Conca 6. Het faunareservaat van de Conca 7. Het rivierpark van de Marano 8. Het centrum voor milieueducatie van de Bomentuin in Mondaino 9. Het park van de groeve

119

Hoofdstuk IV Suggestieve routes Een aantal excursies

156

Bibliografie Kijk voordat u op bezoek komt eens op onze website www.riviera.rimini.it


INLEIDING


De provincie Rimini heeft bijzonder veel te bieden: ga op ontdekkingstocht en u zult niet worden teleurgesteld. Rimini staat in bekend om het strand en de zee, maar niet iedereen weet dat het zeker de moeite waard is om het gebied achter de rivièra te ontdekken, ook los van de geschiedenis, de monumenten en de kunst. We hebben het over de Natuur. Ontdek dit gebied te voet, te paard, met de fiets, en u zult versteld staan van de schoonheid van het landschap, de oneindige horizonten, de rijke bloemenpracht, de grote verscheidenheid aan bomen- en dierensoorten, de vele vogelsoorten voor liefhebbers van birdwatching. Dit gebied heeft twee grote valleien, maar daarnaast zijn er nog een aantal kleinere valleien die zeker niet minder fascinerend zijn. Een van deze twee grote valleien is die van de rivier de Marecchia. Deze magnifieke vallei heeft veel te bieden: beboste bergkammen en steile klimwanden, de rivier met brede zand- en kiezelstranden en overhangende struiken langs de oevers, een paradijs voor kanovaarders, waarboven de bergen uittorenen die vele mogelijkheden bieden tot free climbing en deltavliegen, waar de zachte eik, de moseik, de kastanje en de kurkeik volop aanwezig zijn. De eerste duizend jaar van onze jaartelling was dit gebied minder bebost en dooraderd met tal van beekjes die uitkwamen in de Marecchia, die een zeer brede bedding had met vele eilandjes, en daarom door de Romeinen Maricula, ofwel “kleine zee” werd genoemd. U kunt zich hier een beeld van vormen aan de hand van de achtergronden van schilderijen van grote meesters die door deze streek trokken op weg naar de hoven van hun opdrachtgevers, zoals Piero della Francesca en Leonardo da Vinci. De andere grote vallei is die van de Conca, een prachtige brede rivier met zacht glooiende hellingen vol geometrische wijngaarden, met vertakkingen die zich aan de blik onttrekken en de reiziger naar hoger gelegen weiden en bossen voeren. Hier liggen ook oude kastanjeboomgaarden verborgen die tot ver in de herfst hun smakelijke vruchten schenken. De kleine vallei van de Ventena biedt bijzonder mooie plekjes, terwijl de Marano-vallei weelderig groen is, met oude bossen vol kreupelhout die een belangrijk biotoop vormen, en waterplassen waar ook kan worden gevist. Als u wilt kunt u in de vallei op zoek gaan naar monumentale eeuwenoude bomen; ook vindt u er een weelderige natuurlijke flora met even zeldzame als schitterende bloemen. Orchideeën, brem, rozenbottels en oneindig veel andere plantensoorten vormen een schitterende en geurige omlijsting van uw wandeling. Onze heuvels en bergen weten de - ook luie en roekeloze -bezoeker te fascineren, als hij maar enige interesse heeft om ze te ontdekken. En dat is wat deze gids wil bevorderen.

5


HOOFDSTUK I NATUURLANDSCHAPPEN


De natuur van de provincie Rimini is voor menigeen een verrassing, omdat de meeste mensen er niet mee bekend zijn, maar wie op ontdekkingstocht gaat, wordt erdoor verleid en gefascineerd. Een streek die grotendeels is gevormd door de mens, die hem reeds eeuwen bewoont en er druiven, olijven, graan, veevoer heeft geteeld, maar er zijn ook vele gebieden met authentieke bossen en spontane vegetatie, en grote verrassingen wat de fauna betreft. Een zee van groen, vanuit de heuvels en bergen bezien. In dit hoofdstuk zullen wij de geheimen en schoonheden van deze streek ontdekken aan de hand van de belangrijkste waterwegen die deze indrukwekkende valleien structureren. Verder gaan wij in op de kenmerken van deze rivieren en van de bergen waarin zijn ontspringen of die hen omringen. 1. De valleien De belangrijkste twee valleien zijn die van de Marecchia, in het noordelijke deel, en die van de Conca, in het zuidelijke deel van de streek. Wij wijzen er alvast op dat langs beide rivieren fietsroutes lopen: de eerste begint in Rimini en voert langs Novafeltria, de tweede begint in San Giovanni in Marignano en loop tot Montefiore Conca. Het is zeker de moeite waard om langs deze routes de meest verborgen plekjes te ontdekken die vanaf de weg niet te zien zijn. In het Conca-gebied ligt de kleine vallei van de Marano, die in de gemeente Coriano de structuur vormt van een mooi rivierpark. Tot slot is er de prachtige vallei van de Ventena, tussen de gemeenten Gemmano en Montefiore Conca, met veel natuurschoon. Marecchia-vallei De vallei wordt tot halverwege de loop van de rivier gekenmerkt door zacht glooiende heuvels van kleigronden, maar dan opeens rijzen er zandsteenbergen aan beide zijden. Dit zijn geen autochtone bergen, zij zijn hier namelijk gekomen door een fenomeen dat de “gravitationele stroom van de Marecchia” wordt genoemd, waarmee deze rotsen vanaf de Thyrreense zee, ter hoogte van Toscane en een deel van het huidige Ligurië, naar het oosten zijn gedreven tot zij tot stilstand zijn gekomen tegen de kleigronden die oorspronkelijk aan zee lagen. De meest bekende namen van dergelijke zandsteenbergen zijn de Monte Titano, de bergen waarop San Leo, Torriana, Montebello, Verucchio liggen, maar er zijn er nog veel meer. De gravitationele stroom van de Marecchia In het gebied rondom Montefeltro spreken geleerden van de “gravitationele stroom van de Marecchia-vallei”. Dit houdt in

7


boven De Marecchia in de omstreken van Novafeltria

onder Uitzicht op de Simoncello

dat de grondlagen die de zogeheten “stroom” vormen zijn ontstaan in het huidige Ligurië, en van daaruit langzaam naar het oosten zijn geschoven over de oorspronkelijke, “autochtone” grondlagen van het huidige Umbrië, Marche en Romagna. De “stroom” heeft het hoge deel van de rivier de Marecchia bereikt tussen het tortonien en het vroege plioceen, een intense en veelbewogen tektonische periode die de ontwikkeling van dit deel van de Apennijnen sterk heeft beïnvloed, door een groot bekken te creëren waarin de “stroom” terecht is gekomen. Het gebied van de “stroom” bestaat voornamelijk uit plastische, sterk vervormbare klei- en mergellagen waarin harde compacte, hoofdzakelijk uit kalk bestaande massa’s van verschillende afmetingen zijn opgenomen: rotsblokken van een paar meter doorsnede tot hele bergen zoals de Monte Carpegna, de berg van San Leo, de Monte Titano waarop San Marino ligt, die als blokken op een enorme transportband langzaam naar de Adriatische kust zijn geschoven. In de “stroom” kunnen twee opeenvolgende delen worden herkend: het ligurische complex en de neogene successie. Eerstgenoemde bestaat uit een gemengd geheel van kleischilfers en klei van de serie Pietraforte - Albarese, waar de Pietraforte, de Sillanoformatie en de Monte Morello-formatie, en de zandsteenformaties van de Monte Senario en groene mergel bovenuit steken. Het tweede complex, dat is afgezet toen de stroom naar het oosten schoof, bestaat onder andere uit de San Marino-formatie, de Monte Fumaiolo-formatie, de kleigronden van Montebello, de Acquaviva-formatie, en de kleigronden van Gessi. In geologisch opzicht bestaat het hele gebied van het Interregionale natuurpark van de Sasso Simone e Simoncello uit een uitgestrekte laag chaotische heterogene gronden die het resultaat zijn van de “stroom van de Marecchia-vallei”. Water, wind en sneeuw hebben selectief op deze laag ingewerkt en de zachtere klei- en mergelgronden veel sneller weggeslepen, waardoor de hardere rotsen er bovenuit kwamen te steken. Zo zijn de “Sassi” ontstaan, de twee karakteristieke tafelbergen, ook wel die “mesa’s” genoemd: de Sasso di Simone (1204 m), en de Simoncello (1221 m), bestaande uit kalk van organogene oorsprong, hetgeen duidt op een primitieve ondiepe zee in het mioceen. De twee mesa’s staan ongeveer 300 m uit elkaar, maar ooit waren ze waarschijnlijk een geheel, zoals blijkt uit het vele puin dat ertussen ligt.

9


boven De Marecchia in de buurt van Gattara

linksonder De heuvels van Gemmano

rechtsonder Muur van het Kasteel van Montefiore Conca

Het gebied kent talloze in geologisch en milieuopzicht interessante punten: de waterwegen en de paden die van de bovenloop tot halverwege de vallei lopen. De hoge vallei wordt gekenmerkt door het groen van de ongerepte bergen in de gemeente Casteldelci, waar de Monte della Faggiola, de Monte Loggio, de rivier de Senatello, en de afgrond van Le Macchiette vlakbij de Balze te vinden zij, en hier ligt ook het interregionale Natuurpark Sasso Simone e Simoncello: 4847 hectare verspreid over de provincies Rimini en Pesaro-Urbino. Het park heeft een Natuurmuseum in het stadje Pennabilli, dat tevens als bezoekerscentrum fungeert. Op de Sasso Simone hadden de Medici, de heersers van Florence, de Città del Sole gesticht: nooit eerder was een vesting op zo grote hoogte gebouwd. Het enige wat er nog van resteert, zijn de toegangswegen en de tekeningen die een goed beeld geven van hoe het er uitzag. Reizen door deze streek staat in het teken van schoonheid en harmonie, de ware ziel van dit gebied, waar ook recentelijk bijzondere en unieke vondsten zijn gedaan, zoals het fossiel van een waterdier, een groot roofdier, een vleesetend gewerveld dier, een prehistorisch zeereptiel, dat tussen de 70 en 90 miljoen jaar geleden heeft geleefd. Halverwege de vallei vindt u de fascinerende gipsaders bij Torriana, niet ver van het Faunareservaat van Torriana en Montebello, waar zich het Natuurobservatorium van de Marecchia-vallei bevindt, met daar tegenover het Reservaat van Ca’ Brigida te Verucchio, met zijn Centrum voor milieueducatie dat door het WNF wordt beheerd. Conca-vallei Dit is een brede vallei waarvan de rivier, de Conca, die ontspringt op de Carpegna, de hoogste berg van Apennijnen bij Rimini, soms uit het blikveld verdwijnt tussen de weelderig groene heuvels met hun torens en burchten. Het zijn de heuvels van de Apennijnen die het dichtst bij de zee liggen, terwijl ze miljoenen jaren geleden recht aan zee lagen. Ze worden getekend door akkers voor graan en veevoer, wijnranken en olijfboomgaarden die beroemd zijn om hun vruchten. Stroomopwaarts komt u ook hier ruige natuur tegen, voor heerlijke wandelingen door de kastanjeboomgaarden in de bossen van Montefiore Conca en Gemmano, terwijl langs de beekjes brede stroken liggen met spontaan opgeschoten vegetatie met oneindig veel bloemen- en plantensoorten, waaronder de els en vele orchideeënsoorten. Verder biedt dit gebied, in de gemeente Gemmano, een

10


boven Ingang van de Grotten van Onferno

onder Fossielen van de Paleontologische afdeling, Musea van Mondaino

zeldzaam juweeltje met een grandioos natuurspektakel dat ook qua geologie en fauna interessant is: de Grotten van Onferno in het Natuurreservaat van 123 hectare, die worden beschermd vanwege hun onmiskenbare natuurwaarde. Deze karstgrotten vormen een complex van ruim 750 meter; zij zijn ontstaan doordat een riviertje de gipsrotsen heeft uitgehold, en hier huist een van de grootste en meest gevarieerde vleermuiskolonies van Italië. In Mondaino zijn juweeltjes te vinden als de Mala-vallei en de Bomentuin: een botanische tuin van negen hectare met zesduizend boomsoorten die het Centrum voor milieueducatie vormt. Vlak daarbij ligt de suggestieve Ventena-vallei, tussen Gemmano en Montefiore Conca. Ventena-vallei Deze vallei is ontstaan door de rivier de Ventena. Het is een kleine vallei waarvan het eerste, dunbevolkte deel in de gemeente Pesaro ligt, met piepkleine dorpjes zoals Valle Fuini di Ripamassana, waar bijna niemand meer woont. Dorpjes die deel ooit onder de inmiddels opgeheven gemeente Castelnuovo vielen, waarvan het oude centrum niet meer wordt bewoond en de huizen en kerken in verval zijn. Het tweede deel van de Ventena-vallei ligt in de provincie Rimini en vormt de scheidingslijn tussen de gemeenten Gemmano en Montefiore Conca. Het is een nauwe, schaduwrijke vallei, de rivier meandert tussen de bosrijke heuvelachtige hellingen, en wordt gekenmerkt door bossen en akkers. Het beekje loopt door een brede bedding van spontaan opgeschoten vegetatie, waaronder de els en vele orchideeënsoorten, omgeven door bijzonder suggestieve heuvels en kloven. Dit zijn kleine gebieden die in oorspronkelijke toestand zijn gebleven, al hebben zij zich aan het gewijzigde klimaat aangepast en hebben er exogene plantensoorten hun intrede gedaan. De hele natuurlijke context is bijzonder goed behouden gebleven en kan als een belangrijk voorbeeld worden gezien van integratie van landelijke en natuurlijke aspecten. Het is een eenzaam en ongerept gebied, en in zijn rotslagen, die tot 10 miljoen jaar terug gaan, zitten vele fossielen, waarvan een grote collectie te vinden is in het Museum van Mondaino. Langs de rivier groeit een dichte waterminnende vegetatie met vele witte populieren, olijfbomen, ratelpopulieren, wilgen en elzen. De steile en afgebrokkelde hellingen die aan de zon zijn blootgesteld, waar ook delen met erosiegeulen te vinden zijn, groeien voornamelijk eiken, en het kreupelhout staat vol bloemen, niet alleen orchideeën, maar ook cyclamen, maagdenpalmen, primula’s en herfsttijlozen. Hier leven ook vele - ook zeldzame en interessante - dierensoorten.

13


De Marano in de buurt van Coriano

Marano-vallei De derde rivier van de provincie loopt door een kleine vallei, die in natuurlijk opzicht evenwel een aantal bijzonderheden vertoont. De bossen in deze vallei behoren namelijk tot de belangrijkste biotopen van de provincie Rimini, overblijfselen van een oud en uniek bos dat de hele streek bedekte, slechts onderbroken door steile rotswanden en de bedding van de rivieren. Een schitterend bos met zomereiken, witte populieren en meerdere wilgensoorten, vooral in de zone vlakbij het beekje Fiumicello, op de grens van de Republiek San Marino. Het begin van de vallei is steil, aangezien de rivier door gips-, kalk- en zandlagen uit verschillende tijdperken stroomt. Veel van deze hellingen tonen erosie- en karstverschijnselen, met grotten, dolinen, putten, spleten en inhammen die steeds verder worden uitgeslepen. En dat is met name het geval langs de weg naar Montegiardino. Her en der verspreid rijzen rotsmassa’s van kalk- en zandsteen, overblijfselen van gigantische stromen uit verre geologische tijden. Halverwege de vallei krijgt het landschap een zekere levendigheid en verandert het steeds, ook als gevolg van overstromingen. Verder naar de vlakte wordt de bedding steeds breder met afgezet materiaal dat verder stroomafwaarts terrassen vormt, in contrast met de bossen die de bovenloop van de rivier kenmerken, om langzaam aan landbouwgrond te worden dankzij de vruchtbaarheid van de grond. Dit gebied vormt het prachtige Rivierpark van de Marano; dat de gemeente Coriano met grote voorzienigheid heeft opgericht, aangezien dat het belangrijkste centrum van de vallei is. Het park bestrijkt een gebied dat van Ospedaletto tot de grens met San Marino reikt, en wordt gebruikt voor allerlei activiteiten, zoals wandelingen en fiets- of paardrijtochtjes. Aan de rechterkant van de vallei moet worden gewezen op het Bos van Albereto in de gemeente Montescudo, een uniek oerbos - volgens botanici het laatste stuk van een gebied dat door een bepaalde vegetatie wordt gekenmerkt, met eiken, witte populieren en essen - dat zich vroeger veel verder uitstrekte dan nu het geval is. Het is een van de belangrijkste biotopen van de provincie Rimini. Dit bos bestrijkt een gebied van 25 hectare en biedt een grote rijkdom, met meerdere soorten eiken, terwijl in het kreupelhout bramen, paddenstoelen, truffels, asperges, witte osyris en de vreemde rubia welig tieren. In het gelijknamige dorp staat het prachtige kasteel Castrum Albareti, dat uitzicht biedt over de hele rivièra van Romagna, van Milano Marittima tot aan het voorgebergte van Gabicce. Het

14


boven Kasteel van Albereto in de gemeente Montescudo, op de achtergrond de Monte Titano

onder De landelijke omgeving van Mondaino

is ook te fiets, te voet en te paard bereikbaar via paden die aan de ene kant langs de Conca tot aan Cattolica de rotsburcht Rocca Malatestiana in Montescudo en de kastelen in de omringende gemeenten met elkaar verbinden, en aan de andere kant aansluiten op het pad langs de Marano, dat door de gemeente Coriano tot aan Riccione loopt. Op enkele meters van de grens met de Republiek San Marino ligt het Faetano-meer waar viswedstrijden worden gehouden en waar u een heerlijke dag midden in de natuur kunt doorbrengen. Mala-vallei Deze suggestieve vallei in de gemeente Mondaino is een van de kleinere valleien in de provincie Rimini. Zij is het vermelden waard omdat hier de door de mens gemaakte elementen harmonisch samengaan met de meer spontane en natuurlijke delen van het gebied. Het is een buitengewoon mooie vallei, met interessante boerendorpjes en de suggestieve zogeheten “molenroute”. Grote gebieden zijn begroeid met rijk gevarieerde, voor heuvelachtige gebieden kenmerkende bossen en struikengewassen. Er staan ook grote bomen, los op velden of in bossen. Wilde natuur en akkers wisselen elkaar af en vormen zo een bijzonder aangenaam bucolisch landschap. De altijd bewegwijzerde wagen- en voetpaden bieden rechtstreeks contact met een natuur die het verdient om te worden ontdekt. Uso-vallei

De bovenloop van de rivier de Uso voert door een nauwe, magnifieke vallei met een rijk verleden en vele tradities. De benedenloop stroomt rustig naar de zee. Decennia lang was dit de natuurlijke weg waarlangs zwavel uit de mijnen van Perticara via Montetiffi naar de vlakte werd vervoerd. Nu is het een ideale fiets- en wandelroute. Deze bergstroom heeft nauwelijks een bron, hij vangt voornamelijk het regenwater op dat van de vrijwel kale hellingen van deze nauwe vallei stroomt. De bron ligt in het hart van de Monte di Perticara. Het hieruit stromende water heeft een weg door de rotsen geslepen en kabbelt verder tussen de enorme rotsblokken die het heeft geslepen en gevormd. Dit deel van de bedding ligt onder en achter het dorpje Montetiffi, waar nog steeds de schalen worden gemaakt waarop de “piadina” wordt gebakken, die Giovanni Pascoli, een dichter en schrijver uit Romagna, in zijn werken heeft vermeld. Over de rivier ligt een schitterende

17


boven De Monte Perticara en het gelijknamige dorpje

onder Resten van de Romeinse brug bij San Vito

Romaanse brug, met daarnaast de resten van een oude molen, een tafereel dat zeker een bezoek waard is, vooral vanwege het architectonische geheel dat in de loop der millennia is ontstaan: de rond de 11e eeuw n. Chr. gebouwde brug van blokken gehouwen steen met één boog, de door het water geslepen rotsen en de ongerepte natuur. Daarboven rijst Montetiffi, dat op een hoogte van 400 m de laatste wachtpost lijkt te zijn van een glorieus verleden dat belangrijke en interessante sporen heeft achtergelaten. Langs de provinciale weg stroomafwaarts volgen de graan- en luzernevelden elkaar op, maar er zijn ook hele stukken wilde natuur en erosiegeulen afgewisseld met bossen en rotsformaties. Hier en daar is de natuur nog ongerept. De smalle kronkelige weg voert door heuvels met een schaarse, lage vegetatie, de bedding is vrijwel steeds verborgen. In een kloof wordt hij ingeklemd tussen de rotswanden, en meteen na de brug ligt Pietra dell’Uso, waar op een uitstekende rots de middeleeuwse Mariakerk uittorent, als uitkijkpost van de vallei. Hier stroomt de Uso rustiger en krijgt de vallei de klassieke vorm met de heuvels langs de oevers tot aan Santarcangelo; ook daarna biedt de rivier nog een paar stukjes ongerepte schoonheid tot aan de Romeinse brug van San Vito, op de grens met Rimini, waarvan de resten slechts een van de vijf primitieve bogen is blijven staan - de wachtpost vormen van een glorieus verleden. Over deze brug liepen de Vecchia Emilia en Antica Emilia, de wegen die de oorspronkelijk Romeinse consulaire weg, de Via Emilia, volgen. Tegenwoordig wordt hij “e’ puntàz”, d.w.z. “ouwe brug” genoemd. De vallei eindigt in Bellaria Igea Marina, waar de Uso in zee stroomt. 2. De rivieren Marecchia Deze rivier ontstaat, in de woorden van de dichter (1), uit vele waterdruppels op een veld op de Monte della Zucca (1263 m) in de Alpe della Luna in Toscane, niet ver van de bron van de Tiber, op de grens tussen de regio Emilia Romagna en de regio Toscane. Dit wordt vermeld op een stèle in de buurt van het dorpje Pratieghi, in de gemeente Badia Tedalda in de provincie Arezzo. Hier kunt u een heerlijke wandeltocht maken en ontdekken hoe uit de groene helling van een berg zuiver, levensbrengend water opwelt. Eigenlijk heeft de rivier drie bronnen, die op een hoogte van 918 meter in

18


19


boven De Marecchia vlakbij Ponte S.Maria Maddalena

onder De Marecchia met uitzicht op de rots van Saiano

het plaatsje Forconaia op de berg Castagnolo liggen, op de bergkam van de Monte Zucca. Het is moeilijk om precies aan te geven waar zij liggen, iemand heeft de bronnen van de Marecchia zelfs als een “mysterieuzer dan de bronnen van de Nijl” genoemd. De eerste bron komt van boven, de tweede komt van links en de derde een aantal meter lager van rechts. De rivier is ongeveer 90 km lang, en ligt vrijwel geheel in de historische regio Romagna, in de vallei die naar deze rivier is vernoemd: de Marecchia-vallei. Deze bergstroom, die de Romeinen eerst Ariminus en later Maricula (kleine zee) noemden, stroomt krachtig richting zee, en eens in de zoveel decennia met zoveel kracht dat zij buiten haar oevers treedt. In haar duizenden jaren lange verleden heeft zij haar loop meerdere malen verlegd; tegenwoordig is zij misschien op haar kleinst, en gedeeltelijk ook het minst natuurlijk vanwege de kanalen die zijn gegraven in een tijd waarin men weinig oog had voor het behoud en de waarde van de rivier. Dat geldt vooral voor het deel dat door het dorpje Villa Verucchio loopt, waar het water kloven in de kleilaag heeft uitgesleten die op een canyon lijken. In hydrologisch opzicht is de Marecchia een rivier waarvan het waterpeil per seizoen enorm verschilt: hoog water in de herfst en in de zomer staat hij vrijwel droog. Deze rivier heeft evenwel een geologisch kenmerk dat er ook onder het substraat van de bedding een grote hoeveelheid water stroomt. Een aantal van deze ondergrondse stromen komt ver van de kust aan de oppervlakte en vormt zoetwaterbekkens, die de stad Rimini voor zijn watervoorziening gebruikt, ook wanneer de rivier droog staat. Zij wordt dankzij haar alluviale kegel dan ook niet voor niets een ware “zoetwaterfabriek” genoemd. Maar om op de loop van de rivier terug te komen, het is de moeite waarde om deze te volgen, vooral wanneer de rivier een prachtige brede bedding begint te krijgen. Bijvoorbeeld bij Molino di Bascio in de gemeente Pennabilli: hier heeft de rivier de klassieke vorm van een beekje met een kiezelbedding met hier en daar een grote rots en watervalletjes. De waterkwaliteit is uitstekend, gekwalificeerd als water van de eerste categorie, hetgeen samen met de ongerepte omgeving bevordert dat hier een grote verscheidenheid aan insecten en vissen, met name karpers, voorkomt. In de rivier komen ook forel, grondel en paling voor. Verder stroomafwaarts loopt de rivier langs Montefeltro Romagnolo en door het grondgebied van alle gemeenten in de vallei; er komen vele riviertjes op uit die vroeger veel

21


boven De Marecchia bij Villa Verucchio en op de achtergrond Torriana

onder De Conca bij Morciano di Romagna

water aanvoerden. Een aantal van deze zijrivieren zijn de Presale met een prachtige waterval, de Senatello, een schitterend riviertje met een vrij grote wateraanvoer, de Storena, waar hier en daar grote rotsblokken in liggen alsof het een zen-tuin was (2), de Mavone, het beekje de Mazzocco, de Rio San Marino en de Ausa, die ontspringt op de hellingen van de Monte Titano, waar zij de Fosso della Flocca wordt genoemd; laatstgenoemde is 17,2 km lang, en aan het einde hydraulisch zo gewijzigd dat zij in de Marecchia uitkomt. De rivier heeft een brede bedding met wilde vegetatie langs de oevers, schitterende strandjes in de koelte langs het heldere, kabbelende water. Hier vindt u “de kindertijd van de wereld” (3) en grote kiezelvlakten: “de modder zit vol stenen”, zoals een andere, uit Amerika afkomstige dichter schreef (4). Dan krijgt de rivier een heel ander aanzicht in het dorpje Villa Verucchio, waar graafmachines haar ziel hebben gestolen, om bij Poggio Berni haar normale loop te hervatten en schitterende fossielen uit het plioceen te schenken. Tot slot loopt de rivier door Rimini, die haar monding heeft verlegd om te voorkomen dat het water de haven aantast, om daar via een estuarium in de Adriatische Zee te stromen. Conca

Deze rivier ontstaat op de Monte Carpegna, een ruim 1200 m hoge berg waarvan top ‘s winters vrijwel altijd met sneeuw bedekt is en dan ook skiliften heeft. De bovenloop van de Conca ligt tussen de toppen van de Carpegna en het dorpje Monte Cerignone, en in dit deel vertoont zij de grootste hoogteverschillen. In het dorpje Caprara, vlakbij de provinciale weg die naar Villagrande bij Montecopiolo voert, enkele honderden meters bergopwaarts ten opzichte van de berijdbare weg, ligt zich een bijzonder mooi plekje, namelijk de waterval van de Conca. Het water klettert over de rand van een afgrond en stroomt vervolgens verder door een bedding die schuil gaat onder een dichte vegetatie van voornamelijk bittere wilgen, grijze wilgen en de zwarte elzen. De rivier loopt langs een aantal dorpjes in de gemeente Pesaro, namelijk Monteboaggine, Monte Cerignone, en Monte Grimano Terme tot aan de vlakte van Mercatino Conca, waar de bedding breder wordt en de stroomsnelheid afneemt alvorens de provincie Rimini binnen te stromen. Hier loopt de rivier langs het dorpje Taverna in de gemeente Monte Colombo, en vervolgens langs Morciano di Romagna, San Clemente, en San Giovanni in Marignano. Uiteindelijk stroomt zij bij het elegante Portoverde in de gemeente Misano in zee. Door deze laatst-

22


23


boven Riviera Golf te San Giovanni in Marignano

onder De Marano bij Coriano

genoemde gemeente stromen ook twee zijrivieren: de Fossa del Molino en de Ruscello. De Conca is 47 km lang, en mondt uit in een estuarium. In 1878 is er een dijk langs gebouwd om een kunstmeer te creĂŤren, het Conca-bekken. Dit meer ligt in de provincie Rimini tussen de gemeenten Misano Adriatico, en wel bij het dorpje Santa Monica waar het autodroom Misano World Circuit ligt, en San Giovanni in Marignano. Vlak daarlangs loopt de tolweg A14, van waaraf het meer goed zichtbaar is, Tegenwoordig wordt dit bekken voornamelijk voor landbouwdoeleinden gebruikt, en het is opgenomen in het Beschermde landschap van de Conca. Belangrijkste vissoorten die in dit bekken voorkomen zijn de karper, de voorn, de barbeel en de alver. In de monding zijn daarnaast tevens brakwatervissen te vinden zoals de paling en de harder. Marano

Na de Marecchia en de Conca is dit qua de derde belangrijkste rivier. Zij ontspringt in de gemeenten Monte Grimano Terme en Sassofeltrio, op de grens tussen de provincie Pesaro en de Republiek San Marino, en wel op de Monte Ghelfa (581 m). Van daaruit loopt zij richting de Adriatische Zee, waar zij 30 km verderop bij Spontricciolo, op de grens tussen de gemeenten Rimini en Riccione, in zee stroomt. Daartussen meandert zij door de gemeenten Coriano en Montescudo, door bossen en struiken begroeide valleien, langs zacht glooiende heuvels en ronde bergtoppen. Aangezien deze rivier door de regen wordt gevoed verschilt de waterhoogte per seizoen: in de zomer ligt zij bijna droog terwijl het waterpeil in de winter stijgt. De bovenloop stroomt tussen rotspartijen door die hoofdzakelijk van gips, kalk en zandsteen zijn. In het middengedeelte kronkelt de rivier enigszins met een bescheiden verval terwijl de benedenloop sterker kronkelt en brede inhammen vertoont, waarna zij in zee stroomt. Rio Ventena Dit riviertje stroomt tussen de gemeenten Montefiore en Gemmano. Zij ontspringt op de Monte di San Giovanni in het dorpje Monte Altavelio, een dorpje in de gemeente Mercatino Conca, en komt vlak voor Morciano di Romagna in de Conca uit. Door het primitieve karakter is de gelijknamige vallei zeer suggestief, een natuurlijk juweeltje. De spontaan opgeschoten vegetatie draagt ook bij aan de schoonheid van het landschap. De bovenloop ligt in de regio Marche (provincie Pesaro-Urbino), waar de

25


boven De Ventena-vallei onder De Monte Titano

vallei dunbevolkt is, met piepkleine dorpjes als het tegenwoordig onbewoonde Valle Fuini di Ripamassana. Het tweede deel van de rivier ligt in de provincie Rimini, en vormt een goed voorbeeld van hoe landbouw en wilde natuur uitstekend kunnen samengaan. Verwar dit riviertje niet met het gelijknamige riviertje de Ventena en de bijbehorende vallei. Deze stroom ontspringt in de provincie Pesaro-Urbino op de heuvel Tavoleto, en hij komt uit in de Adriatische Zee, ten noordoosten van de gemeente Cattolica, in de provincie Rimini. Dit is de kleinste rivier in de provincie Rimini, en zij loopt door het zuidelijke deel van de provincie, parallel aan de Conca, de Tavollo en de Foglia. Meer dan 50% van zijn stroomgebied ligt in de eerste zone, met name in de gemeenten San Giovanni in Marignano en Saludecio. Tavollo

De Tavollo ontspringt in Mondaino, en heeft een aantal bronnen. 21 kilometer verderop stroomt zij in de Adriatische Zee, vlakbij de haven van Cattolica. Zij stroomt door elf gemeenten, waarvan er vier in de regio Marche liggen. Deze rivier vormt de natuurlijke grens tussen de regio’s Emilia Romagna en Marche. Ausa

Dit riviertje ontspringt in de Republiek San Marino op een hoogte van 465 meter; hier komen een aantal stroompjes samen, waarvan de voornaamste de Fosso della Flocca is. De bovenloop voert door een ruig landschap met vele erosiegeulen. Daarna loopt de rivier door vlakkere gebieden met wilde natuur, weiden en akkers. De monding, in Rimini, is omgeleid. Uso

De Uso is een grote, 49 km lange rivier, die ontstaat aan de voet van de Monte della Perticara in de Apennijnen, met twee armen: de Fosso di Camara die ontspringt op de Perticara (883 m), en de Uso di Tornano die ontspringt in Savignano di Rigo (581 m). Deze twee armen komen samen bij het dorpje Pietra dell’Uso, waar de rivier naar is vernoemd. Eerst loopt zij door de provincie Forlì-Cesena, en op de vlakte aangekomen stroomt zij de provincie Rimini binnen, waar zij in de Adriatische zee uitkomt in de gemeente Bellaria. Zij voert voornamelijk door berg- en heuvelachtig

26


27


Landelijke omgeving van Novafeltria

gebied, en haar bedding loopt door klei- en zandgronden die uit zandsteen zijn voortgekomen. De laatste 30% loopt zij door het gebied aan de voet van de heuvels en de vlakte. Het waterpeil is onregelmatig en sterk afhankelijk van seizoensregen. In bepaalde periodes van het jaar staat zij droog. De volgende gemeenten in de provincie Rimini liggen in haar stroomgebied: Bellaria Igea Marina, Poggio Berni, Rimini, Santarcangelo di Romagna, Torriana, Novafeltria. Van zijn negen zijrivieren is de belangrijkste de Rio Salto, bekend om de “fluisterende populieren” die Giovanni Pascoli heeft bezongen in zijn gedicht “La cavalla storna”, over een paard dat de vermoorde vader naar huis terugbrengt. Een kleine rivier met grote faam. In de oudheid vormde deze rivier de grens tussen de Italische volken van het centrum en de Gallische volken van de Po-vlakte. In 49 n. Chr. stak Julius Caesar met zijn troepen deze rivier over en nam hij met de woorden “alea iacta est” (de teerling is geworpen) de beslissing tegen Rome op te trekken. Sommigen beweren dat die rivier de Rubicone was, maar dat is niet zeker. In de oudheid was dit een moerassig gebied, en de rivieren die er doorheen stroomden verlegden vaak hun loop. Pas toen de Romeinen er een legerbasis stichtten werd het gebied drooggelegd. In de loop der eeuwen werd het gebied vaak overstroomd en in hydrologisch opzicht ontwricht, waardoor de rivieren vaak hun loop verlegden. Vele historici identificeren de Uso met de oude Rubicone, maar ook andere rivieren eisen deze gewilde titel op, waaronder de huidige Rubicone en het riviertje de Pisciatello. 3. De bergen Carpegna De Monte Carpegna is het belangrijkste bergmassief van de provincie Rimini. Hij ligt in de zuidelijke Apennijnen, in noordwestzuidoostelijke richting op de grens tussen de Marche, Toscane en Emilia Romagna, in de buurt van Montefeltro, en grotendeels binnen de provincie Rimini. Het bergmassief omvat tevens de bergtoppen van San Leo, San Marino, Villagrande, de Monte Canale, de Sasso Simone en Simoncello en andere kleinere bergen. De hoogste bergtop is die van de gelijknamige berg, met zijn hoogte van 1415 m de meest imposante van de Apennijnen bij Rimini. Op de zuidhelling ligt het dorpje Carpegna (748 m), terwijl aan de oostkant, tussen een van de uitlopers, het dorpje Villagrande ligt (zetel van de gemeente Montecopiolo). Aan de noordkant ligt het plaatsje Maiolo (550 m) en aan de noordwestkant ligt Pennabilli. De Monte Carpegna maakt deel

29


boven De Monte Carpegna en het gelijknamige dorpje

onder De Monte Aquilone en de Monte Perticara

uit van het Natuurpark Sasso Simone e Simoncello. Hij bestaat voornamelijk uit kalk, hetgeen te zien aan de witte rotsen die aan de zijkanten van de berg blootliggen. De kalk- en mergellagen maken van veraf zichtbare strepen, die de berg dan ook vanuit de verte kenmerken. Het spierwitte motief van de steile Ripa dei Salti is vanaf de Adriatische kust te zien, vooral bij helder weer. Rondom de top liggen voornamelijk weiden, waar vee in alle vrijheid graast, indrukwekkende beukenbossen, waaronder het oude bos van Pianacquadio, en delen met wilde vegetatie. Monte di Perticara De Monte della Perticara (883 m), ook wel Monte Pincio genoemd, maakt deel uit van de Apennijnen bij Cesena en bij Rimini, midden tussen de valleien van de Uso, ten noorden, en de Marecchia, ten zuiden. De berg is vernoemd naar het gelijknamige dorp in de gemeente Novafeltria (provincie Rimini), dat iets verder naar het oosten ligt. Dit is niet de berg die boven het dorp uittorent: dat is namelijk de Monte Aquilone (833 m) die, ondanks dat hij lager is dan de Perticara, vanuit het dorp het zicht daarop verhindert. Vermeldenswaard zijn een bos van tamme kastanjes in het beboste gedeelte aan de zeezijde, en de rotswanden die een ware uitdaging vormen voor free climbers, die eenmaal boven aangekomen kunnen genieten van het uitzicht over de vallei tot aan zee. Aan de zuidkant van de Monte della Perticara, in de provincie Forlì-Cesena, ontspringt de Uso. Monte Aquilone Dit is een van de meerdere massa’s van mergelkalk die door de “gravitationele stroom” zijn meegevoerd, en hij is tegen het massief van de Monte Pincio - Monte Perticara tot stilstand gekomen. De top, 883 meter boven zeeniveau, kan worden beklommen. In het kastanjebos zijn prehistorische handgemaakte voorwerpen en archeologisch materiaal gevonden: vuurstenen, stukjes aardewerk, spelden en Romeinse munten. Deze berg is bekend bij free climbers dankzij de mooie steile rotswand aan de zuidoostkant, die dan ook vaak wordt beklommen. Ook voor liefhebbers van vliegen, parapenten en deltavliegen is deze berg een geliefde bestemming. Monte Pian di Rote De Monte Pian di Rote is een plateau in het hogere deel van de Apennijnen bij Rimini in de gemeente Sant’Agata Feltria, niet ver van

30


boven Bergen bij Casteldelci en Sant’Agata Feltria

onder Uitzicht op de Monte Simoncello vanuit Pennabilli

de grens met de provincie Forlì-Cesena. De berg is 961 meter hoog, en daarmee de hoogste bergtop van de gemeente. Hier ontspringen meerdere rivieren, waaronder de Rio Maggio, een zijrivier van de Savio die door Cesena loopt, en andere zijrivieren van de Marecchia. Poggio dei Tre Vescovi De Poggio dei Tre Vescovi ligt in de Apennijnen bij Rimini, in het hoger gelegen deel van de Marecchia-vallei. Hij dankt zijn naam aan het feit dat hier maar liefst drie bisdommen samenkomen: San MarinoMontefeltro, Forlì-Bertinoro en Arezzo-Cortona-Sansepolcro. Hij rijst op de bergkam die de scheiding vormt tussen de valleien van de Marecchia en de Tiber, en ligt halverwege tussen de Monte della Zucca (1263 m), meer naar het zuiden, en de Monte Loggio (1179 m), meer naar het noordoosten. Hier ontspringen meerdere riviertjes, die via nauwe, diep uitgeslepen valleien water naar de Marecchia voeren. De Poggio ligt op de grens tussen de provincie Rimini en de provincie Arezzo; de bergtop (1127 m) ligt in de gemeente Casteldelci in de provincie Rimini. Simone en Simoncello De Simoncello is na de Monte Carpegna de hoogste berg van de Apennijnen bij Rimini en van de provincie Rimini. Hij ligt op de grens tussen de regio Emilia Romagna, gemeente Pennabilli, en de regio Toscane, gemeente Sestino in de provincie van Arezzo, en hij valt volledig binnen natuurpark Parco Naturale del Sasso Simone e Simoncello. Hoewel “Simoncello” een verkleinwoord is van de ernaast gelegen Sasso Simone, is deze berg in werkelijkheid hoger: hij is namelijk 1221 meter hoog, tegen de 1204 van de Sasso Simone. Het is een schakel van de bergketen die de scheiding vormt tussen de vallei van de Marecchia (ten noordwesten) en die van de Foglia (ten zuidoosten); deze bergketen loopt in zuidelijke richting verder met de Sasso Simone, terwijl in noordelijke richting ook de Monte Carpegna (1415 m) er deel van uitmaakt. Op zijn hellingen ontspringen vele zijrivieren van de Marecchia en van de Foglia. De andere tafelberg die de geografische regio van Montefeltro domineert is de Sasso Simone, 1204 meter hoog. Ook deze berg bestaat uit zeesediment uit het tertiair, en maakt deel uit van een rotslaag die, na uit zee te zijn gerezen en van west naar oost te zijn geschoven, langzamerhand in stukken is gebroken en nu over de hele bergketen van de Apennijnen aan de oppervlakte

33


boven Uitzicht op Natuurpark Sasso Simone e Simoncello

onder Spontaan bloeiende krokussen in het Park

ligt. Volgens een verslaggever uit de achttiende eeuw kon je vanaf de top de Adriatische kust van Venetië tot aan Ancona zien. De berg schijnt te zijn vernoemd naar aan uit het Oosten afkomstige heremiet met de naam Simone. Uit vondsten op het plateau blijkt dat de Sasso sinds de bronstijd werd bezocht. Later koos Cosimo I de’ Medici in 1565 deze berg om er de vesting met de naam “Città del Sole” (stad van de zon) te bouwen, analoog aan de naam van “Terra del Sole” (land van de zon), een andere stad die de Medici in Romagna hebben laten bouwen. De Simone vormde namelijk een strategisch punt van het Groothertogdom Toscane, en de stad werd bijna een eeuw lang voor zowel militaire als civiele doeleinden gebruikt. Aan het einde van de 17e eeuw werd hij vanwege slechte natuurlijke en politieke omstandigheden verlaten.

Noten (1) (2) (3) Deze dichter is Tonino Guerra, tevens scenarioschrijver, schrijver, schilder en veelzijdig artiest, die tot aan zijn dood in de vallei heeft gewoond. Omdat hij deze regio heeft bezongen en verrijkt met zijn werken, wordt hij de Dichter van de Marecchia-vallei genoemd. (4) De Amerikaanse dichter is Ezra Pound, die lange tijd door het gebied rond Montefeltro en Rimini is getrokken en daar veel over heeft geschreven.

34


HOOFDSTUK II LANDSCHAPPEN VAN DE ZIEL

36


In dit hoofdstuk wordt het landschap beschreven zoals het wordt beleefd, als een geheel van fascinerende en suggestieve plaatsen. We hebben het hier dus over de emoties die het landschap opwekt, de beelden die zij oproept en die ons raken. Ook het sociale en culturele verleden wordt niet vergeten, dat sterk door de natuur en de schoonheid van de omgeving is beïnvloed. In een aantal gevallen dient als uitgangspunt de poëtische visie van degenen die dankzij dit speciale talent deze schoonheid weten te zien. In iedere paragraaf wordt een van deze fascinerende aspecten behandeld, en worden de facetten en eigenaardigheden ervan beschreven. Poëtische plaatsen Van zichzelf reeds schitterende landschappen zijn in de loop der tijd verrijkt dankzij de productieve creativiteit van artiesten die kun sporen hebben willen achterlaten. Dat is het geval met de denkruimten die maestro Tonino Guerra heeft ontworpen, de dichter, schrijver, scenarioschrijver, schilder, veelzijdig artiest die in de Marecchia-vallei is geboren, waar hij lange tijd heeft gewoond en heeft besloten te overlijden. Zijn motto was dat wat reeds mooi was nog mooier moest worden gemaakt. En als een moderne Tolstoj heeft hij zich niet alleen ingezet voor het behoud van plaatsen, maar ook nieuwe impulsen willen geven om deze plaatsen onder de aandacht te brengen. Deze poëtische creaties vormen een over de vallei verspreid museum met de titel “De Plaatsen der ziel” (I Luoghi dell’anima). In een aantal gevallen heeft Guerra niets aan bepaalde plaatsen willen toevoegen, en heeft hij ze alleen bezongen en bekendheid gegeven in zijn verzen. Hij heeft ze in een hypothetisch museum geplaatst dat hij een “Gefragmenteerd museum” (Museo Frantumato) heeft genoemd. Vervolgens heeft hij er zinspelende, evocatieve, betoverende namen en titels aan gegeven. 1. De Plaatsen der ziel Dit zijn ruimten die elk met eigen kenmerken en thema’s zijn ingericht, maar alle tezamen tot doel hebben de ziel te stimuleren en de fantasie te prikkelen, zoals De versteende tuin in Torre di Bascio, en De tuin der vergeten vruchten, De weg der meridianen, en Het heiligdom der gedachten in het centrum van Pennabilli. Het zijn er al met al vrij veel, en vanaf het begin van de vallei begeleiden zij de bezoeker langs de as van de rivier de Marecchia. De tuin van Liseo (L’Orto di Liseo) Het eerste dorp is Ranco, in de hoge vallei, waar de dichtkunst van Guerra, verzameld in het boek De tuin van Liseo, vorm heeft gekregen en nadrukkelijk aanwezig is in het dorp waar het personage van zijn gedicht, Liseo, woont. In dit boek staat onder meer de zin dat “de eenzaamheid je

37


boven De Versteende Tuin in Torre di Bascio

onder De Tuin der Vergeten Vruchten in Pennabilli

gezelschap houdt”, en hier heeft hij het ook over God: “Zeggen dat God bestaat kan een leugen zijn, zeggen dat hij niet bestaat kan een nog grotere leugen zijn”. Op de plaats waar de boer woonde, bad en zijn tuin onderhield staan twee gedenkstenen met zinnen van Guerra. De versteende tuin (Il Giardino pietrificato) Aan de voet van de duizend jaar oude toren van Bascio Alta, op een grasveld als een uitgestrekt terras dat uitzicht biedt op een wereld van heuvels, bergen, valleien, liggen zeven keramieken tapijten van de hand van Giò Urbinati. Het lijkt alsof de door struiken en gras razende wind ze heeft neergelegd om vervolgens weg te springen naar adembenemende panorama’s. Deze door Guerra bedachte tuin is gewijd aan zeven historische figuren die in deze vallei zijn geboren of erdoor hebben gereisd, waaronder Dante Alighieri, Giotto, Ezra Pound, en Uguccione della Faggiola, “om ze niet te vergeten”. De Madonna van de rechthoek van sneeuw (La Madonna del rettangolo di neve) Dit is een kapel, of liever gezegd, een miniatuurkerk midden in het groen, half bos half weide, die volgens de overlevering is gebouwd op een plaats die door een goddelijk teken is aangewezen. De kerk was deels ingestort, en de dichter heeft hem opnieuw willen opbouwen en verfraaien met keramieken kunstwerken en verwijzingen naar de oorsprong ervan. “In de 18e eeuw wilde men een tempel bouwen, en jaren lang kon men geen terrein vinden dat voldoende veiligheid en stabiliteit kon garanderen. Op een dag in augustus in 1754 viel er sneeuw in de vorm van een rechthoek. Daarmee werd duidelijk dat de Madonna had aangegeven waar het kerkje moest rijzen”. De tuin der vergeten vruchten (L’Orto dei Frutti dimenticati) Dit is het eerste bijzondere museum dat de Maestro heeft ontworpen, en het eerste in Italië dat aan oude vruchten is gewijd. “Een smakenmuseum”, zo verklaarde hij, waar verdwenen fruitbomen en fruitstruiken uit Romagna, maar ook vele kunstwerken van artiesten uit deze streek die met hem hebben samengewerkt zijn verzameld. De ruimte is in twintig jaar tijd uitgegroeid tot een plaats die zeker een bezoek waard is vanwege de verscheidenheid en de bijzonderheid van de vruchten, zoals de moerbeiboom die de Dalai Lama heeft geplant, en werken als De kapel van Tarkoskyji, gemaakt van stenen van verlaten kerken uit de vallei, en het fontein met de titel De stem van het blad.

38


boven Het Heiligdom der Gedachten in Pennabilli

onder De Trappenbrug in Pietracuta, San Leo

Het toevluchtsoord voor verlaten Madonna’s (Il Rifugio delle Madonne abbandonate) In de tuin is een verzameling heiligenbeelden te vinden die op uitnodiging van Maestro Guerra door uiteenlopende artiesten zijn geschilderd. Het idee van de dichter was de - inmiddels verloren gegane - heiligenbeelden te herdenken die in bidhuisjes bij kruisingen van plattelandswegen stonden. De weg der meridianen (La Strada delle Meridiane) Dit is een route langs zeven enorme meridianen die beroemde schilderijen voorstellen, die Guerra heeft gewild “om niet te vergeten dat de tijd met licht wordt gemeten”. Zij hangen alle aan de wand, behalve een die op de vloer ligt, boven de oude wasplaats in De tuin der vergeten vruchten, die de tijd aangeeft met de schaduw van de bezoeker, die als zonnewijzer fungeert. Het heiligdom der gedachten (Il Santuario dei pensieri) Dit is een tuin waar een oude vijgenboom in de loop der jaren een deel van de muren heeft gevolgd rond het kasteel van de Malatesta’s, de heersers van Pennabilli, voorheen van Rimini. De door Guerra ontworpen sculpturen zijn zo in het groen geplaatst dat zij een ruimte vormen voor meditatie en interne dialoog, “voor goede en slechte gedachten”. Een hoekje vol spiritualiteit met een Oosters vleugje en verwijzingen naar de zen-filosofie. Het slakkenhuisfontein (La Fontana della Chiocciola) In Sant’Agata Feltria “vertelt het slakkenhuis met woorden van water” hoe belangrijk het is de langzame weg te kiezen. Een dichterlijke boodschap die verder gaat dan het door Guerra bedachte handwerk, dat zich op een prachtige locatie bevindt naast de grote trap in het oude stadscentrum, en is gemaakt door de vaardige handen van de beeldhouwer en mozaïekmaker uit Ravenna, Marco Bravura. De trappenbrug (Il Ponte delle Scale) In Pietracuta, waar de Marecchia zo breed wordt dat het wel een zee lijkt, met fijnzand- en kiezelstranden (met op de andere oever de berg van Saiano met zijn bedevaartsoord, de bestemming van vele pelgrimstochten), wordt in de zomer de Trappenbrug neergezet, die zo wordt genoemd omdat hij doet denken aan de trap die vroeger werd uitgeworpen om de rivier te kunnen oversteken. Om deze gebaren te herdenken heeft

41


boven De Verzonken Weide in Santarcangelo di Romagna

onder De Waterboom in Torriana

de dichter van de vallei gevraagd een loopbrug te plaatsen, waar ieder jaar duizenden bezoekers over lopen die van deze schitterende plaats willen genieten maar ook in alle rust in de zon willen zitten. De boom van water (L’Albero dell’Acqua) Dit is het “portret van onze rivier die ’s zomers zijn takken tussen de stenen beweegt, en daarmee een boom van water wordt”, zo luidt het gedicht dat Guerra aan dit door hem ontworpen fontein heeft gewijd. De “boom” staat in Torriana, in het oude centrum, het is een bronzen beeld met straaltjes water als takken. Het gedenkfontein (La Fontana della memoria) Dit fontein ligt in Poggio Berni en doet denken aan de vele fossielen die in deze gemeente langs de Marecchia zijn gevonden. “Dit fossiel begeleidt degene die zin heeft om erbij stil te blijven staan en in gedachte door het verleden te reizen”, aldus Guerra. De verzonken weide (Il Prato sommerso) Dit is een waterweide waarvan het gras wordt verbeeld door kleine waterstraaltjes, terwijl de Malatesta-rotsburcht en het middeleeuwse dorp van Santarcangelo in het grote bekken worden weerspiegeld. Een plaats om bij stil te blijven staan, te mediteren, en kennis te maken met de poëzie van een man die hier geboren is en is begonnen te schrijven. 2. Het gefragmenteerde museum (Il Museo Frantumato) Put In Sant’Antimo in de gemeente Sant’Agata Feltria ligt tussen de vegetatie een grote middeleeuwse regenput verborgen, die vanuit een venster te zien is. “Hij is rond als een toren, een meter hoog en een groenbladige struik erboven fungeert als hoed”, zo valt te lezen in een gedicht van Guerra. Het is zo’n grote verrassing dat het de reis waard is. Het park van de honderd meter (Il Parco dei cento metri) Eigenlijk is dit geen park, dat heeft de dichter ervan gemaakt: wat deze fascinerende plek bijzonder maakt is de wilde natuur, wild als “in de kindertijd van de wereld” toen “de rotsen op het water zijn gerold” om een zen-tuin te vormen. Vallende rotsen zijn tot stilstand gekomen in

42


boven Uitzicht op de Monte Carpegna vanuit Pietrarubbia

onder Het Andreuccio-meer bij het dorpje Soanne

dit beekje, de Storena, een zijrivier van de Marecchia. Hij loopt door het plaatsje Ca’ Romano en komt bij Ca’ Raffaello in de Marecchia uit. De Canaiolo In de gemeente Pennabilli, in het Park Sasso Simone e Simoncello, ontspringen op de Monte Carpegna en de vlakten van de Cantoniera twee beekjes, de Canaiolo en de Paolaccio, die samen de Messa vormen. Ze zijn ontoegankelijk en vrijwel onbekend, doch bijzonder suggestief en emotionerend vanwege hun wilde schoonheid, met name de Canaiolo. Hier vindt u een flora, een fauna - dit is het rijk van wolven en wilde katten - en een bijzonder interessante morfologie, die u zullen fascineren en in het geheugen zullen worden geprent. De geleerde Guerrieri geeft in het boek La Carpegna abbellita ed il Montefeltro illustrato de volgende omschrijving: “De rivier de Dimessa, in de volksmond ook wel Messa genoemd, ontstaat als een grote fontein die vanaf een hoge steile rotswand van de Monte Carpegna naar beneden stort om een snelstromend riviertje te worden, en van een opwellende bron overgaat in de gevaarlijke rivier de Canaiolo (…) over het steile deel dat de slak wordt genoemd”. Waar de twee waterstromen bij elkaar komen vormen zij een Y, en biedt de harde, ruige natuur een betoverend spektakel. Hier heeft een groep Tibetaanse boeddhistische monniken het stof uitgestrooid van de Mandala die in Pennabilli was gecreëerd ter gelegenheid van het bezoek van de 14e Dalai Lama en de misviering van pater Orazio Olivieri, de uit Pennabilli afkomstige kapucijner monnik die in 1700 ruim 30 jaar lang als missionaris in Tibet actief was. Soanne, zijn molens en het Andreuccio-meer In het gebied van Soanne, in de gemeente Pennabilli, liggen de resten van oude molens. Zij zijn met de grond en de rotsen verankerd, en het heldere en krachtige water stroomt er nog tussendoor. De resten van de Molino Soanne, half verborgen tussen het kreupelhout, met maar liefst twee watervalletjes, en die van de Molino di Borgonovo, een kilometer boven Soanne, langs een bergstroom en vlakbij een waterval, gaan harmonieus op in de omliggende natuur. Magische plaatsen met een rijk verleden, die een bezoek waard zijn omdat, zoals de verzen van Guerra luiden, “het mirakel van het frisse kabbelende water maakt dat je datgene waarnaar je staat te kijken binnenin je voelt”. Een ander water is het Andreuccio-meer, midden in een intens groen gebied, omgeven door bossen die in ieder seizoen betoverend mooie landschappen schenken.

45


boven De Marecchia in de buurt van Ponte S.Maria Maddalena

onder De Mulino Sandaccio aan de Marecchia vlakbij San Leo

De Zee van San Francesco Vlakbij Ponte Santa Maria Maddalena, waar nog twee oude molens staan, waaronder de Mulino di Sandaci of Sandaccio, wordt schitterend uitzicht op de Marecchia geboden. De brug vormt de scheidslijn tussen de gemeenten San Leo, voor de brug, en Novafeltria, achter de brug. Dit gebied is makkelijk met de auto te bereiken via de weg naar de Molino Vecchio, waarin tegenwoordig een restaurant zit met de naam Spiga d’Oro. In dit deel ziet de rivier er opeens heel anders uit: er liggen enorme rotsblokken in, waaronder het water diep is en zich voortdurend draaikolken vormen. Het is net een zwembad, u kunt er een koele, verkwikkende duik nemen. De rond geslepen stenen lijken door een cycloop in de rondte te zijn gegooid, als wachtposten van de rivier. De dichter Guerra was ervan overtuigd dat ook San Francesco d’Assisi, die door dit gebied is getrokken en er heeft gewoond, hier heeft uitgerust. Er zijn meerdere vaststaande en gedocumenteerde getuigenissen dat hij met name in de zone van San Leo is geweest. Wanneer het waterpeil stijgt, komen de rotsen nauwelijks boven de waterspiegel uit en stroomt het hoge water angstwekkend snel. 3. Het onzichtbare landschap Montefeltro Vedute Rinascimentali (Montefeltro, uitzichten uit de renaissance) is een interregionaal project om het toerisme in dit gebied op internationaal niveau te bevorderen; het stoelt niet op fantasieën of legenden, maar komt voort uit wetenschappelijk onderzoek waarbij zowel de omgeving als Italiaanse renaissancekunststukken zijn onderzocht. Een onderzoek naar het landschap en het milieu, de geschiedenis en de sociale elementen, de artistieke en monumentale aspecten, aan de hand waarvan een onzichtbare doch reële wereld is ontdekt. Gebleken is namelijk dat het Montefeltro van Piero della Francesca, Leonardo Da Vinci, Vasari en vele andere artiesten uit de vijftiende en zestiende eeuw in de landschappen van nu terug te vinden is. Al vijf eeuwen lang vraagt met zich af waar de landschappen die Piero della Francesca en andere artiesten als inspiratiebron gebruikten voor de achtergronden van hun meesterwerken zich in werkelijkheid bevinden. Als u onze valleien bezoekt is heel goed mogelijk dat u zegt: kijk, dit is een achtergrond voor Piero, of, kijk, de coulissen van zijn heuvels, het vele profielen, zacht en delicaat, tussen de nevel en de kleuren van de ochtend. Na de schilderijen te hebben bestudeerd en geanalyseerd, is men er evenwel

46


boven Achtergronden van Piero della Francesca in schilderijen en landschappen

onder Luchtfoto van San Leo

in geslaagd de werkelijke locatie te achterhalen. De landschappen van Piero zijn eindelijk teruggevonden. Twee geleerden, een videomaker annex landschapsfotograaf en een docent geomorfologie, twee “landschapjagersâ€?, hebben ze gevonden in de heuvels van Montefeltro, tussen Romagna en Marche. De achtergronden van Piero della Francesca Het begon allemaal met de eerste teruggevonden landschappen, namelijk die van Piero della Francesca in het schilderij Tweeluik van de Hertogen van Urbino uit 1475, dat in de Galleria Nazionale degli Uffizi hangt: achter de portretten van Federico da Montefeltro en zijn vrouw Battista Sforza, en achter De triomfen. Het zijn de bergen, de rotspartijen, de rivieren die de artiest in het grondgebied van het hertogdom van Federico da Montefeltro zag wanneer hij vanuit San Sepolcro door de Marecchia-vallei over de Ariminensis (de weg van Arezzo naar Rimini, langs de rivier de Marecchia, ooit Ariminus genoemd) naar Urbino of Rimini reisde, naar Sigismondo Pandolfo Malatesta, de heer van Rimini, of een andere grote opdrachtgever. Alle landschappen die nu herkenbaar zijn gemaakt. Bergprofielen, heuvellijnen, vlakke horizonten, rivieren en vooral burchten en kastelen, waaronder die van San Leo, Maioletto, Talamello en Pennabilli, zijn een voor een teruggevonden, en er zijn vele panoramische punten die nu precies hetzelfde uitzicht bieden als destijds. De emotie wordt tastbaar, door het uitzonderlijke uitzicht vergeet u tijd en ruimte en keert u terug in de tijd naar het frenetische en glorieuze verleden van de renaissance. De landschappen van Vasari Door werken van Giorgio Vasari (schilder, architect en historicus van de Italiaanse kunst uit de 16e eeuw) - die regelmatig via de Iter Ariminensis tussen Arezzo, Rimini en Ravenna reisde - te vergelijken met werkelijke landschappen hebben de twee bovengenoemde geleerden analogieĂŤn en overeenkomsten gevonden die belangrijke aanwijzingen vormen voor reizen en observaties. De horizonten van Leonardo da Vinci Vergelijkbare studies zijn uitgevoerd op de werken van Leonardo Da Vinci, waaronder de Madonna Litta, die in het Hermitagemuseum in Sint Petersburg hangt. Ook zijn achtergronden bieden aanknopingspunten

49


boven Rotsformaties bij Pietramaura

onder Gipslaag bij Torriana

met landschappen van Montefeltro, en ook hier geldt dat hij door deze gebieden naar werkplekken, onder andere in Rimini en Cesenatico, is gereisd. Zo kunt u met eigen ogen zien wat hij heeft gezien en op zijn beroemde doeken heeft weergegeven. 4. Magische plaatsen In deze paragraaf vertellen wij over suggestieve locaties: kristallen heuvels, kleiwoestijnen, bossen met oude bomen die vertellen over het verleden van plaatsen en mensen; rotsformaties waarvan de oorsprong en het gebruik een mysterie zijn, en nog veel meer. Wij vertellen u erover om u uit te nodigen deze mysterieuze plaatsen zelf te ontdekken. De gipslagen Door de valleien in de provincie Rimini, in de oostelijke Apennijnen van Romagna, loopt de “gipslaag van Romagna”. Ware “kristallen heuvels” die vanwege hun uitzonderlijke schoonheid zeker een bezoek waard zijn. In de streek rond Rimini bieden ze weliswaar niet zo’n groots spektakel als in de Apennijnen bij Imola, doch met hun lichtspel en hun bijzondere landschap zijn deze geologische zones evenwel van grote waarde. In geologische termen is dit een bergrug van calciumsulfaat dat op verschillende wijzen is uitgekristalliseerd en enorme lagen heeft gevormd die dwars door de gemeenten Torriana en, meer naar het zuiden, de gemeenten Montescudo en Gemmano aan de oppervlakte komen. De gips-zwavelformaties hebben vanwege hun samenstelling, de uitzonderlijke morfologische gevarieerdheid en de daarvoor kenmerkende flora en fauna het landschap getekend, en het verleden van deze gebieden en het leven van de inwoners sterk beïnvloed. “Gips dat, na te zijn gekookt en geperst, dient om huizen van te bouwen”, aldus een kroniek uit 1504. Het is geen toeval dat er sinds mensenheugenis en nu nog steeds gipsgroeven bestaan. Het is een verrassende en fascinerende natuurlijke rijkdom, en wat vooral verbazing wekt is hoe het gips is uitgekristalliseerd. Ongeveer zes miljoen jaar geleden, in het plioceen, lag dit gebied tot aan de heuvels onder zeeniveau; toen het zeewater begon te verdampen sloeg het calciumsulfaat neer in de vorm van gipskristallen met de kenmerkende speerpunt- of zwaluwstaartvorm. Aangezien dit een zeer oplosbaar materiaal is, hebben zich in deze laag, die van Modena tot Pesaro loopt, karstverschijnselen voorgedaan waardoor het landschap is uitgesleten en met gipssediment gemodelleerd. Verder is het geen toeval dat tussen de

51


boven Rotswand van Verucchio

onder Erosiegeulen van Maioletto

klei- en mergellagen vele fossielen zijn gevonden, zoals bij Poggio Berni in de Marecchia-vallei en bij Mondiano in de Conca-vallei. Plaatsnamen vormen een indicatie voor waar het gips (“gesso”) aan de oppervlakte komt. Bijvoorbeeld in Gessi, langs de weg die van Torriana naar Montebello voert, de Monte del Gesso, waar tussen Montescudo en Sassofeltrio het dorpje Gesso ligt. En in Mondaino in de Mala-vallei, het Bos van Albereto, de bedding van de Rio Ventena en de Grotten van Onferno in Gemmano. Al deze plaatsen vertonen in geologisch opzicht unieke kenmerken, alsook een landschappelijke, vegetatieve en zoologische rijkdom. Hier komen namelijk plantensoorten voor die er reeds millennia lang groeien, ware botanische relicten, waaronder varens en vetplanten van de sedum-soort. En onder de dieren die dit gebied bevolken zijn ook zeldzame roofvogels als de boomvalk en de kiekendief te vinden. De erosiegeulen Fascinerend maar toch ook wat eng, vooral doordat ze het landschap iets hards geven en een onstabiele indruk maken. Heuvels met erosiegeulen zien er namelijk verbrokkeld, uitgesleten, geërodeerd en onstabiel uit. Vaak hebben zich lange en dunne stroken grond gevormd, als naakte witte gotische torenspitsen, eventueel met goudkleurige, karmijnrode en ocragele strepen als gevolg van mineralisering. Aan de rand liggen bossen of akkers. Ook op erosiegeulen is volop vegetatie aanwezig, al is zij nauwelijks te zien: heldhaftige plantjes die zich aan moeilijke omstandigheden hebben aangepast. Ze hebben vlezige stengels en bladen, transpirerende oppervlakken, vaak zijn het halofyten, dat wil zeggen zouthoudende planten die dankzij het zout erin slagen water diep uit de grond te trekken. De Artemisia caerulescens (een soort averuit) is de meest voorkomende, vernoemd naar de koningin Artemisia die als eerste de therapeutische eigenschappen ervan ontdekte. Een aantal dieren heeft zich aan het harde klimaat van de geërodeerde heuvels aangepast, waaronder een schaaldier, de Armadillidium zangherii (een soort pissebed), en een insect, een knalblauwe kever die alleen ’s nachts uit zijn holletje komt. De erosiegeulen zijn ontstaan doordat de regen de kleilagen heeft weggespoeld. Omdat het water niet in de grond doordringt, spoelt het over de hellingen die daardoor worden geërodeerd. Het gaat hier om “kleischilfers” of “chaotische klei” die zich tussen de 140 en 5 miljoen jaar geleden heeft gevormd, in het krijt en het mioceen. Dergelijke erosiegeulen zijn vrijwel overal in de Italiaanse Apen-

52


boven Rots met het kasteel van Maioletto

onder Natuurreservaat van Onferno

nijnen te vinden, en dus ook in de provincie van Rimini. Het is een bijzonder suggestieve ervaring om erover te lopen, net alsof je in de prehistorie terecht bent gekomen, of in een bijzondere plaats als Cappadocia in Anatolië, of Colorado in de Verenigde Staten. Indien meerdere van erosiegeulen bij elkaar komen in het zogenoemde compluvium van een vallei (Latijns voor de plaats waar alle water samenstroomt), worden zij “amfitheaters van erosiegeulen” genoemd, in de streek rond Rimini zijn er daar meerdere van de vinden. In de Conca-vallei liggen er twee: het “Amfitheater van Onferno” in de gemeente Gemmano, en het “Amfitheater van de Rio Salso” bij het dorpje Montespino in de gemeente Mondaino. In de vallei van de Rio Ventena liggen de erosiegeulen van Tavoleto, buiten de provincie Rimini en in de regio Pesaro en Urbino. In de Marecchia-vallei biedt het amfitheater rondom Maioletto, in de gemeente Maiolo, een suggestief aanzicht. Het is een mooie maar zware wandeling, ’s winters omdat de klei modder wordt en ’s zomers omdat de klei verpulvert. Maar een wandeling met onvaste pas over de erosiegeulen wordt beloond met een fabelachtig panorama dat rechtstreeks uit het vagevuur en de hel van Dante lijken te komen. Kale, ontoegankelijke, steile stukken grond als vormloze zandtongen met sporen van een ver verleden, waarover het water snel wegvloeit en die voortdurend in beweging zijn. En voor wie van grote hoogten, verticale en overhangende rotswanden houdt is er de klimwand, die net als alle andere geregistreerde klimwanden in de Marecchia-vallei van klimuitrustingen is voorzien; bovenaan de wand liggen de resten van het kasteel van Maioletto. In de vallei vormen de rotswanden van de Monte Aquilone, de Perticara, samen met de eerder vermelde rotswanden van Pennabilli, Verucchio en die van San Leo, Pietramaura, San Marino, Balze, Monte Fumaiolo een geweldige locatie voor liefhebbers van free climbing. Rotsmonumenten Dit hoofdstuk gaat over ravijnen, grotten, schuilplaatsen, bergmassa’s en rotsen, holten en bekkens die in de loop der eeuwen heilige plaatsen, miraculeuze zetels, kluizenaarshollen, maar ook “duivelsstenen” zijn geworden. Het mysterie dat hen omhult maakt hen bijzonder. Door de Marecchia-vallei loopt van de bovenloop tot halverwege de vallei een route die langs vrij veel van dergelijke plaatsen voert. In Saiano, in de buurt van Torriana, heeft het brokkelige gesteende van de steile rots waarop de aan de Madonna van de rozenkrans gewijde bedevaartskerk staat bijzondere vormen aangeno-

55


boven Rots en Bedevaartskerk van Saiano

onder Offeraltaar van Torricella

men: een daarvan lijkt op een zetel, en volgens de overlevering zouden barende vrouwen worden geholpen als zij zittend op de rots tot de miraculeuze Madonna baden. De gemeente San Leo heeft twee bezienswaardigheden. De ene is de Monte Fotogno, waar een massieve rots uit het mioceen ligt die bekend staat als de Sasso del tino (kuipsteen). In de kalkmassa zijn bekkens uitgehold, een aantal in het verticale deel en andere in de bovenkant. Twee daarvan staan via een gat van ongeveer 10 cm met elkaar in verbinding. De andere bezienswaardigheid bevindt zich in het centrum van San Leo, tussen de Dom en de Toren, waar een grote uitgeholde steen ligt waarin regenwater werd opgevangen. Het is dan ook geen toeval dat er rondom meerdere groeven in zijn gemaakt die naar de bak voeren. In de bak zit een gat maar het is niet duidelijk waar het water tegenwoordig wegvloeit. In de gemeente Maiolo, midden tussen de bossen, ligt op de rechteroever van de Fosso Rasino, een zijrivier van de Marecchia, een rotsblok van 2 meter hoog en 5 meter bij 5 dat het “Bed van San Paolo” wordt genoemd. Mogelijk was het een tombe in een hypothetische prehistorische of Romeinse necropolis, of een bekken waarin water werd opgevangen, gezien de vele groeven in de randen. In Torricella, in de gemeente Novafeltria, staat nog een groot rotsblok, dit keer van zandsteen. Hij staat geïsoleerd en is 7 meter lang, 3 meter breed en 2 meter hoog. Ook hier zit er in het hoogste deel een grote kuip, van waaruit een groef het water over een rand naar een lagere, kleinere kuip voerde. Volgens aantal geleerden werd hij in de prehistorie mogelijk als offeraltaar gebruikt. De Sasso del diavolo (Duivelssteen) is de naam van een van de stenen die de Monte Aquilone te Perticara, in de gemeente Novafeltria, kenmerken. Hij was van de rotsbasis waar hij millennia lang op lag gestort, maar enige tijd later is hij daar weer teruggeplaatst. Volgens de legende die rondom deze enorme steen is gecreëerd was dit de laatste steen voor de brug van Tiberius die in Rimini werd gebouwd, maar is deze wegens een gril van de duivel hier gebleven. De route langs de mysterieuze rotsen wordt vervolgd naar Pennabilli waar een kilometer buiten de bebouwde kom twee grote ronde stenen met een doorsnede van 3 meter en 2 meter hoog liggen. Hierin zijn twee rechthoekige bekkens uitgehold die via een gat met elkaar in verbinding staan. En in Sant’Agata Feltria staat op de Monte Benedetto het “Bed van San Silvestro”. In werkelijkheid liggen er in deze buurt vele grote blokken zandsteen, zij zijn afkomstig van de rotsformatie Mont’Ercole die langzaam aan het verbrokkelen is. In een daarvan is een groot bekken uitgehold, volgens de legende was dit een plaats waar pater Silvestro, die

56


58


Klooster en cipres van San Francesco in Villa Verucchio

later heilig is verklaard, als kluizenaar leefde en boete deed. In de buurt van het oude kasteel van Miratoio, in de gemeente Pennabilli, zijn daarentegen een aantal goed bekende en sinds mensenheugenis druk bezochte grotten te vinden. De heuvel van Miratoio bestaat hoofdzakelijk uit zandsteen, een broos gesteende dat sterk aan afbrokkeling onderhevig is, waardoor deze grotten zijn ontstaan. Elke grot heeft een naam, bijvoorbeeld “Tana di Barlaccio” (hol van Barlaccio) en “Antro Morroni” (hal Morroni), hierin hadden zich aan het einde van de Tweede Wereldoorlog Sloveense soldaten die uit het gevangenkamp in Anghiari (Toscane) waren gevlucht verschanst. Dan is er de grot met de naam “Beato Rigo”, de meest bekende omdat volgens de overlevering de augustijner kluizenaar Beato Rigo (in sommige bronnen ook wel Arrigo of Enrico genoemd) zich hier in de 14e eeuw had teruggetrokken om boete te doen. Binnenin heeft de grot een verhoging die op een bidstoel lijkt. En verder is de grot “Tana buia” (donker hol) met twee slecht toegankelijke toegangen, waarin zich tijdens de oorlog families uit de omstreken hadden verschanst. Er zijn nog kleinere, moeilijk te verkennen grotten, zoals de “Spacco del diavolo” (de duivelskloof) en de “Grotta dei pipistrelli” (de vleermuisgrot), een 40 meter lange grot op 865 meter boven zeeniveau, maar de ingang daarvan wordt tegenwoordig geblokkeerd door een gevallen rotsblok. In de Conca-vallei zijn alleen in de hoge vallei enkele mysterieuze locaties te vinden, voornamelijk rotsblokken die als bekkens voor regenwater of voor het maken van wijn werden gebruikt, en zij liggen alle buiten de provincie en de regio. Bovendien worden zij niet tot de plaatselijke volkscultuur gerekend, zoals elders wel het geval is. Oude bomen Dit zijn oude monumentale, vaak immense bomen die reeds eeuwen lang de streek bewaken en over het verleden ervan vertellen. Door ze te herkennen en beschermen kunnen natuurlijke plaatsen beter worden ontdekt en kan de biodiversiteit ervan worden behouden. Zij zijn net zo belangrijk als historische kastelen en dorpjes, en in het mysterie dat hen omhult kunnen onze wortels worden teruggevonden. Daarom worden ze geïnventariseerd en geregistreerd om vervolgens te worden beschermd. Sommige bomen waren reeds lange tijd geleden geregistreerd omdat ze verband hielden met speciale gebeurtenissen, personages, gebruiken, tradities, bijvoorbeeld de cipres die San Francesco bij het franciscanenklooster in Verucchio heeft geplant. Een eeuwenoude boom heeft ook een symbolische betekenis,

59


Olijfbomen, op de achtergrond Verucchio

denk maar aan de “genealogische boom” of de “kosmische boom”. Oude bomen moeten ook als natuurlijke micro-ecosystemen worden beschouwd, omdat er vele dieren- en plantensoorten in leven. Ook daarom kan je veel leren van een boom, die inzicht biedt in de streek en een referentiepunt is voor de bestudering van het milieu, in de eerste plaats de kwaliteit van lucht en water. Bomen zijn namelijk biologische registratie-instrumenten. Door met speciale apparatuur de ringen in de stam te analyseren kan immers niet alleen hun leeftijd worden achterhaald, maar kunnen ook klimaatveranderingen, luchtverontreiniging en bijzondere gebeurtenissen als brand, overstromingen, orkanen en nog veel meer in kaart worden gebracht. En men kan net zo ver in de tijd terug als hun leeftijd: twee-, drie-, vierhonderd jaar en meer. Ze zijn te vinden in oude tuinen, bij boerderijen, en vaak in slecht toegankelijke gebieden, een omstandigheid die eraan heeft bijgedragen dat ze, ver van de verstedelijking, ontbossing enz., behouden zijn gebleven. In wilde gebieden en bossen komt de eik het meest voor. Bij boerenwoningen staan wijnranken en moerbeibomen, getuigen van een activiteit, namelijk de zijdeproductie, die in het verleden van groot belang was voor het bedrijfsinkomen. En vlak naast landhuizen staan vaak granaatappel-, jujube- en vijgenbomen. Op akkers staan honderden jaren oude olijfbomen met gebeeldhouwde, vaak verdraaide vormen, die nog steeds veel vruchten voortbrengen. Olijfbomen komen het meest voor in de gemeenten Montegridolfo, Saludecio en Coriano, waar ook venijnbomen, platanen en kastanjebomen te vinden zijn, alsook ceders en pijnbomen uit verre landen die afhankelijk van de modes en smaken van ieder tijdperk de parken en tuinen van historische villa’s versieren. Als u geïnteresseerd bent in de oudste exemplaren, vindt u hier een korte lijst. Bovenaan staat, met een leeftijd die wordt geschat op 800 jaar, de cipres van San Francesco in Verucchio, in het franciscanenklooster waar hij volgens de overlevering door de heilige zelf is geplant. De venijnboom “van de apotheek” in het stadscentrum van Cattolica is naar schatting ruim 500 jaar oud, en buiten het centrum van dit stadje staan twee zwarte moerbeibomen die ruim 300 jaar oud zijn. In het plaatsje San Carlino bij Montegridolfo staat een 700 jaar oude olijfboom, en in Castello staan monumentale olijfbomen die ruim 400 jaar oud zijn; in Mondaino staan meerdere eeuwenoude tamarisken en eiken. In het kastanjebos van Monte Faggeto in Montefiore Conca staan vele bomen die 300 jaar oud of zelfs ouder zijn, en dat geldt ook voor het kastanjebos in Uffogliano in de Marecchia-vallei. In deze vallei staat verder in het plaatsje Ca’ Fagnano in de gemeente Torriana een ruim 380 jaar oude cipres; de eik van

60


boven Eeuwenoude eik bij Trarivi, Montescudo

linksonder Eeuwenoude cipres bij Montebello

rechtsonder Eeuwenoude olijfboom bij Valliano

Saiano, niet ver van het dorpje Palazzo, is bijna 250 jaar oud, en verder omhoog naar San Leo staat op het centrale plein een meerdere eeuwen oude iep. In de gemeente Montecopiolo ligt het honderd jaar oude beukenbos van Pianacquadio, het enige in Italië met exemplaren van werkelijk indrukwekkende afmetingen. Ook in Rimini zijn eeuwen oude bomen te vinden: bijvoorbeeld de linde van San Fortunato, op de heuvel van Covignano, met een geschatte leeftijd van 400 jaar. In de provincie staan vele oude bomen, het is onmogelijk ze allemaal op te sommen maar ze zijn overal in de valleien en heuvels te vinden. 5. De natuur en de mens Sinds mensenheugenis probeert de mens de natuur te vormen en te benutten om te overleven en het voortbestaan van volgende generaties te garanderen. Zo heeft hij het water, de ondergrond, en het bos geëxploiteerd, en mineralen uit de grond gehaald. In deze paragraaf maken we een reis door de voormalige zwavelmijn van Perticara, door de bergen waar nog steeds kolenbranders bestaan, door de beboste heuvels met truffel- en paddenstoelenzoekers, en door de oude kastanjebossen met een oneindige echo waar smokkelaars zich verschansten. De zwavelmijn De mijn van Perticara, in de gemeente Novafeltria, was een van de belangrijkste van Italië, met 100 km aan mijnschachten op 89 niveaus. Deze mijn werd van 1741 tot 1964 geëxploiteerd, al zijn er aanwijzingen dat er al veel eerder zwavel werd gewonnen. Tegenwoordig is de mijn dicht. Zij is evenwel niet verlaten, integendeel: dankzij een belangrijk museum over haar lange en ingewikkelde geschiedenis is zij levend gehouden. Perticara is van nature een mijnstreek, aangezien zich hier vijf miljoen jaar geleden tussen de kleimergel lagen gips en zwavelkalk hebben afgezet. Toen met delven werd begonnen bloeide de plaatselijke economie dan ook onvermijdelijk op. Hele wijken rezen er om de duizenden mijnwerkers en andere arbeiders onderdak te bieden. Winkels, een kerk, een theater, recreatieruimte, en een sportveld waar een voetbalteam dat tot eenieders verbazing de Italiaanse tweede divisie wist te behalen meerdere zeges op zijn naam schreef. De mijnstreek is bijzonder fascinerend en zeker een bezoek waard, met zijn torens, putten, ovens, kabelbaanzuilen, rails en treinen. De mijn zelf is beter toegankelijk gemaakt en verrijkt met een museumruimte: het Historisch Mijnbouwmuseum Sulphur, dat in de indrukwekkende ruimten

63


boven Museum en mijn van Perticara

onder Buskruitmolen bij Novafeltria

van de mijn is ondergebracht en getrouw alle stappen van het mijnwerk volgt. Het is indrukwekkend en aangrijpend vanwege de beelden die het oproept, omdat de bezoeker in rechtstreeks contact met de mijnwereld komt: een van de eerste voorbeelden van industriële archeologie in Italië. Dit museum is ontstaan om een verleden dat alle Europese volken gemeen hebben in het voetlicht te zetten, en opgezet volgens een themaroute die de verschillende fasen weergeeft, van het delven tot aan het smelten van de zwavel. Het hoogtepunt is De mijn (La miniera), een zeer getrouwe en realistische reconstructie van een ondergrondse route. Dat mag u niet missen. De buskruitmolens Deze buskruitmolens waren verbonden aan de zwavelwinning. In de hoge Marecchia-vallei bestonden in 1700 22 van deze molens, 14 aan de hoofdrivier de Marecchia en 8 aan de zijrivieren. In 1900 waren er nog slechts drie in werking: de buskruitmolens hadden hun werkzaamheden stopgezet omdat bij de zwavelwinning explosieven als dynamiet en afgeleide producten werden gebruikt, die handiger in het gebruik waren. Enkele fabrieken bestaan nog steeds en kunnen worden bezocht, dezelfde fabrieken die eens een intensief - deels ook illegaal - economisch leven in de vallei garandeerden; daarnaast waren er ook vele smokkelaars, die zich in de kastanjebossen van Uffogliano, Monte Benedetto en Monte Ercole, en in de bossen van Massamanente en Montetiffi verschansten. In 1490 werd in de molens van Talamello met de productie van buskruit begonnen, die zou worden voortgezet tot aan de tweede helft van de 20e eeuw, ongeveer 500 jaar lang. In San Leo staat de Molinaccio, ofwel “rotmolen”, een verwijzing naar deze gevaarlijke activiteit. Een ware zeldzaamheid is de Molino della Pieve voor de kruitproductie in Novafeltria, die recentelijk is gerestaureerd. De perfect bewaard gebleven voormalige kruitfabriek Bonifazi is tegenwoordig eigendom van de gemeente; hij bestaat uit twee kleine ruimten waar houten vijzels, verticale hydraulische wielen, cilindrische houders voor het mengen, en het aandrijfmechanisme te zien zijn. Hij ligt aan de weg die naar Maiolo voert in het plaatsje Pieve, Via Pieve 15, vanuit Novafeltria vòòr de brug. De molenroutes Langs de Marecchia en de Conca, en de daaraan parallel lopende kanalen, liggen vele oude molens die getuigen van de vroegere molenactiviteiten. Een klein aantal daarvan is nog in werking, voor het ma-

64


65


66


Binnen- en buitenaanzicht van de Molino Moroni in Poggio Berni

len van granen of voor de productie van elektriciteit. Zij zijn na nauwgezet onderzoek geïnventariseerd en in beide valleien kan van het begin tot het einde van de vallei de molenroute worden gevolgd. Deze route is zeker de moeite waard vanwege het mooie tafereel dat de molens bieden, ook al zijn zij verlaten, maar vooral omdat zij inzicht geven in het molenaarsleven, terwijl tevens duidelijk wordt hoe belangrijk zij waren voor de economie in het gebied. Verder waren molens omgeven met symboliek en fenomenen die ook als verontrustend werden beschouwd. Men geloofde namelijk dat de molenaar zich met magie en verleidingskunsten bezig hield. Hij werkte dag en nacht en stopte alleen in geval van droogte. Molenaars hadden het eerste recht op het water, omdat de overleving van een groot deel van de bevolking van hen afhankelijk was. Om deze redenen mochten de boeren in tijden van droogte hun tuinen alleen bewateren wanneer de molens stil stonden, dat wil zeggen, zaterdagsmiddags en zondags. De molenaar woonde boven in de molen, en de woning stond rechtstreeks in verbinding met de werkruimte. Er deden zich wel eens scabreuze voorvallen in de molen voor, omdat soms de striktere samenlevingsregels, vooral de morele regels - waarvan men zei dat molenaars die niet echt eerbiedigden - buiten de deur werden gelaten. Een Italiaans gezegde luidt dan ook: “Wie naar de molen gaat komt onder de meel”. Er stonden meer dan tweehonderd molens in de Marecchiavallei. Alleen al in het einde van de vallei stonden er maar liefst 35 langs de Canale of Fossa Viserba, die van Ponte Verucchio naar Viserba bij Rimini liep; 19 stonden er langs de Fossa Patara of Patarina, die eveneens bij Ponte Verucchio begon en bij Rimini in zee uitkwam, en de Fossa comunale dei Mulini, waarnaar de plaats S. Martino dei Mulini is vernoemd. Dit laatstgenoemde kanaal kruiste de Fossa Viserba en liep naar Santarcangelo, waar hij water naar de 5 stedelijke molens voerde, en diende voor andere activiteiten zoals die van ververijen, weverijen, vishandels, wasserijen, en slachters. De hoge vallei telde 82 molens: 16 in San Leo, 23 in Novafeltria, 6 in Maiolo, 7 in Sant’Agata Feltria, 16 in Pennabilli, 12 in Casteldelci, en 2 in Montecopiolo. De overige stonden in Toscane, in de provincie Arezzo, en in de Republiek San Marino. Tegenwoordig zijn er 165 geïnventariseerd, maar slechts enkele zijn in goede staat bewaard gebleven en open voor bezoek. Dat zijn onder andere de Mulino Moroni en de Mulino Sapignoli, tegenwoordig Museum van de molenkunst in Poggio Berni, de Mulino Ronci in Ponte Messa bij Pennabilli, waar de zagerij nog werkt en de watermolen met een molensteen graan

67


boven Molino del Raso bij het plaatsje San Donato aan de Senatello, aan de provinciale weg Casteldelci-Balze

linksonder Binnenaanzicht Museum Mulino Sapignoli in Poggio Berni

rechtsonder Onderdeel van de buskruitmolen te Novafeltria

maalt. Andere molens worden gerestaureerd en verbouwd, maar niet langer als molen gebruikt. Toch doen zij recht aan wat zij ooit waren. Een van deze molens is de Molino di Piega in het gelijknamige plaatsje, in de gemeente San Leo, die nu een uitgaansgelegenheid is met de naam Locanda di San Leone. Eveneens in de gemeente San Leo, in het plaatsje Monte Fotogno, recht aan de rivier de Marecchia, vlakbij Ponte Santa Maria Maddalena, ligt goed zichtbaar vanaf de provinciale weg langs de Marecchia de Mulino di Sandaci of Sandaccio. Aan de andere kant van de brug, in de gemeente Novafeltria, ligt een andere zeer oude molen waarin nu een restaurant zit met de naam Spiga d’Oro. Ook in de Conca-vallei liepen naast de rivier vele kanalen voor molens, zoals de historicus Adimari in 1616 schreef. Aan de oevers stonden destijds zesenzeventig molens, “mollini” zoals een ander geleerde, Guerrieri, schreef, die door het water van de rivier werden aangedreven. Hier was volop water en hoefden geen kanalen te worden gegraven, maar er moest wel voortdurend onderhoud op de wateraansluitingen en de kanalen worden gepleegd omdat de rivier vaak overstroomde. Tegenwoordig zijn er nog sporen van maar liefst 63 werkplaatsen die alle zijn geïnventariseerd, al kunnen ze geen molens meer worden genoemd. Er stonden maar liefst 43 molens op de linkeroever, van Misano Adriatico langs San Clemente, Monte Colombo, Montescudo, tot aan Montecopiolo, en 20 op de rechteroever, van San Giovanni in Marignano, Morciano di Romagna, Montefiore Conca, Gemmano tot aan de Montecopiolo. Een aantal molens in de gemeente van Morciano, zoals de Balzi en de Leardini di Sotto, zijn bewaard gebleven, ondanks de restauraties. Veel molens hebben eind 18e eeuw een aanbouw gekregen om extra maalstenen toe te voegen, voor het malen van eikels, waarvan het meel als diervoeder werd gebruikt, voor zwavel die werd gebruikt om buskruit te produceren, en ook voor wede. Door de productie te diversifiëren namen de inkomsten toe. De wedemolens Langs de bovenloop van de Marecchia-vallei en de Conca-vallei kunt u een reis door de tijd maken op zoek naar wat tot begin 18e eeuw een van de belangrijkste plaatselijke productieactiviteiten was: het verbouwen van wede: Wede is een plant die in veel delen van Europa werd geteeld. Gedurende ongeveer vier eeuwen (14e - 17e eeuw) werd in veel gebieden in de Apennijnen hoofdzakelijk dit gewas verbouwd, dat de basis vormde

68


69


70


boven Landelijke omgeving van Coriano

onder Landelijke omgeving van Santarcangelo di Romagna

van de plaatselijke economie. Deze plant werd gebruikt om stoffen blauw te verven, het blauw van Piero della Francesca, en de kleur werd gemaakt door een complexe bewerking die een bloeiende economische activiteit met zich bracht. Dat wil zeggen, tot het wedeblauw werd vervangen door het uit India afkomstige indigo. De aan wede verbonden economie blijkt uit de vele maalstenen die in de hele provincie van Rimini zijn gevonden, die in de velden en langs de wegen zijn achtergelaten of op de meest uiteenlopende wijzen zijn hergebruikt, door bijvoorbeeld als onderstel voor kruizen, om tuinen te verfraaien, of ze zijn ingegraven om als drinkbak te dienen. Ze zijn makkelijk te herkennen: de steen die als onderstel diende had radiale groeven om de pasta en het vocht eruit te kunnen laten lopen. De plaatsen der herinnering De musea in de provincie hebben veel aandacht geschonken aan het verband tussen antropologie en technologie. Meerdere musea zijn aan de eigen streek gewijd: de volkscultuur, tradities, gebruiken, het dagelijkse leven, het werk, de technologische ontwikkeling. Al deze thema’s zijn op strikt wetenschappelijke wijze behandeld maar tegelijkertijd ook aantrekkelijk gebracht. Zo zijn er vier musea over de boerenwereld: het METEtnografisch museum te Santarcangelo di Romagna, het eerste museum op dit gebied dat een referentiepunt werd voor de andere; het Etnografisch museum te Valliano, in de gemeente Montescudo; het Museum over de boerenkunst (arte rurale) in Sant’Agata Feltria; het over meerdere locaties verspreide het Broodmuseum in Maiolo. En verder is er, zoals hierboven reeds vermeld, het Museum van de molenkunst in de Mulino Sapignoli, in Poggio Berni. Deze tentoonstellingsruimten bieden toegang tot een vaak onbekend universum, al stamt dat uit een niet eens zo ver verleden. Door de vondsten en de ware of gereconstrueerde omgevingen van dichtbij te kunnen bewonderen, kan de bezoeker zich op fascinerende wijze een beeld vormen van de band met de streek, de gebaren en de dagelijkse lasten, de geloven en de gewoontes die tot 40-50 jaar geleden nog deel uitmaakten van het dagelijkse leven van onze grootouders, en die in het moderne leven zijn verdwenen. Een wereld die in de streek rondom Rimini, vooral aan de kust, in korte tijd helemaal op zijn kop is gezet door de veranderingen die de snelle ontwikkeling van de strandindustrie voor de economie en de mentaliteit met zich heeft gebracht.

71


boven Uitzicht op Talamello onder Uitzicht op Sant’Agata Feltria

Hout en kolen Hoog in de bergen, in de ondoordringbare bossen van Sant’Agata Feltria, Casteldelci, Pennabilli, de meest bergachtige gebieden van de provincie, tussen loodrechte ravijnen, kloven, bossen met een dicht onderhout en hakbossen worden sinds mensenheugenis dezelfde cyclische riten uitgevoerd die de seizoenen begeleiden. We hebben het over de cyclus van hout en vuur, zoals het vuur dat wordt aangewakkerd door de houtbranders die u, als u geluk heeft, hier nog op de wandel- en paardrijpaden kunt tegenkomen. En wanneer u de fascinerende, op vulkanen lijkende stapels hout van houtbranders tegenkomt, ziet u hoe bijzonder dit is. Dit zijn uitzonderlijke constructies omdat het hout, waarvan houtskool wordt gemaakt, op bijzonder fascinerende wijze door deskundige handen wordt gestapeld. Houtskool kan op twee wijzen worden gemaakt: het hout wordt in een gat geplaatst waarop een plaat wordt gelegd die op gezette tijden iets wordt opgelicht om het hout in het gat langzaam te laten verbranden. Daarmee wordt houtskool voor de grill en barbecue bereid. Om grotere stukken houtskool te krijgen wordt edel hout gebruikt: de stukken hout worden rechtop naast elkaar gezet tot ze bijna een half ei vormen dat wel drie meter hoog kan zijn. Dit vereist nauwgezette handelingen die elkaar opvolgen met gebaren en volgens tijden die duizenden jaren lang van generatie tot generatie zijn overgeleverd. Het deskundig gestapelde hout wordt vervolgens bedekt met graszoden, een laag bladeren en tot slot grond. Bovenop de stapel zit een opening die de vuurmond van de oven vormt, de luchttoevoer voor de verbranding. Wanneer het vuur zijn stem laat horen begint te houtbrander tot leven te komen. Uit de openingen komt dichte rook - het lijken wel rookkanalen op de hellingen van een vulkaan - en de stapel kan wel twaalf dagen lang branden. Wanneer het vuur niet meer ademt, wacht de houtbrander tot de kolen zijn afgekoeld, wordt de deklaag verwijderd en gecontroleerd of de houtskool klaar is. Dit is ook het gebied waar houthakkers hout voor haarden en kachels hakken en verzamelen. Ook het beroep van houthakker vereist overgeleverde kennis en kan niet worden geïmproviseerd. En net als bij houtbranders weet je waar ze vandaan komen, maar weer je nooit waar ze heen gaan. Zij vormen teams die zich met verschillende vervoersmiddelen verplaatsen en vervolgens overnachten op de plaats waar wordt gewerkt in provisorische hutten. Ook al is de ezel tegenwoordig vervangen door een jeep en is alles gemechaniseerd, toch is het hard werken dat het hele jaar doorgaat, aangezien ook in de stad vaak haarden en kachels worden gebruikt.

72


73


74


boven Kastanjebos bij Montefiore Conca

onder Truffels en paddestoelen

Paddenstoelen en truffels tussen het kreupelhout Al wandelend over de paden door de heuvels rond Rimini kom je vooral in de zomer en herfst zoekende mensen tegen, al dan niet met een hond, in groepen maar ook alleen. Het is duidelijk dat degenen met een hond truffelzoekers zijn. Met name de zwarte truffel komt hier veel voor, maar ook de kwalitatief betere witte truffel is hier te vinden (in tijden van schaarste is laatstgenoemde bijna te vergelijken met goud), die weer terug te vinden zijn op de kraampjes van de aan dit product gewijde dorpsfeesten, zoals het welbekende dorpsfeest, de Fiera Nazionale del Tartufo Bianco pregiato, in Sant’Agata Feltria, dat iedere zondag in oktober wordt gehouden. Ook in Mondaino wordt in de herfst een feest gehouden waarin deze knol - maar niet alleen - centraal staat, met de naam Fossa, tartufo e cerere (grotkaas, truffels en graan). Meestal is de derde zondag van november aan deze waardevolle knol, de Tuber Magnatum, gewijd. Ook voor paddenstoelenzoekers is dit gebied een waar paradijs, omdat alle soorten paddenstoelen hier te vinden zijn, zoals het algemeen voorkomende eekhoorntjesbrood, de keizeramaniet, de echte honingzwam, de grote parasolzwam, de gele koraalzwam, maar ook meer zeldzame paddenstoelen, zoals voorjaarspaddenstoelen, bijvoorbeeld de voorjaarspronkridder die reeds dertig jaar lang centraal staat in het dorpsfeest dat eind mei in Miratoio bij Pennabilli wordt gehouden. En naast paddenstoelen en truffels groeien hier ook wilde asperges, blaassilene, repelsteeltjes, komkommerkruid, kaasjeskruid, klaprozen en vele gezonde veldkruiden. De heilzame kastanjebossen Bepaalde bossen, die als “eilanden” over de provincie verspreid liggen, bestaan uit kastanjebomen die in oktober een schitterende aanblik bieden: een uitstekende gelegenheid voor een schitterende wandeling, maar ook om het kastanjes te rapen, wat op de vaak steile hellingen en bij lage temperaturen niet eenvoudig is. Groot en klein kunnen er aan meedoen en je kunt kastanjes rapen in het hogere deel van de Marecchiavallei bij Talamello, Uffogliano, Perticara, San Leo en Casteldelci, en in het hogere deel van de Conca-vallei bij Montefiore Conca en Gemmano. Daarnaast worden er in oktober in beide valleien dorpsfeesten gehouden waar de kastanje centraal staat, en worden er begeleide wandelingen en tochten voor kastanjerapen georganiseerd, met name in Talamello en Montefiore Conca. De plaatsen waar kan worden geraapt zijn eenvoudig te vinden, en bij een

75


boven Casteldelci en de Monte della Faggiola

onder Weiden en kastanjebossen van Talamello

aantal daarvan kunnen goede afspraken worden gemaakt met de eigenaren van de grond over de opbrengst van een dag. In Montefiore op de Monte Faggeto ligt een van de belangrijkste bossen van de provincie, zowel omdat er zeer oude bomen staan als vanwege de bijzonder zeldzame flora. Kortom, een landschap dat een bijzonder waardevol erfgoed vormt. Andere grote kastanjebossen die deel uitmaken van het grote complex van Montefiore zijn die van Case Suore, Monte Maggiore en Monte Auro. In Uffogliano bij Novafeltria ligt daarentegen het bekendste kastanjebos van de Marecchia-vallei, de Giungla dei castagni, ofwel “kastanjejungleâ€?; hier rijst op een rotspunt het oude kasteel dat castellaccio wordt genoemd. De hele bergkam is met een dicht bos bedekt, en ook de resten van het kasteel zijn op meerdere plaatsen door de vegetatie overgroeid. Andere, ook grotere bossen zijn te vinden op de Monte Pincio bij Talamello, de Monte Ercole, de Monte Benedetto waar kruitsmokkelaars zich destijds verschansten op de vlucht voor eerst de pauselijke en later de nationale rijkswacht. Last but not least vermelden wij de kastanjebossen van Casteldelci, die het bergleven kenmerken en bron van levensonderhoud vormen. De eersten die kastanjes teelden waren waarschijnlijk een aantal monniken die zich tijdens de middeleeuwen in de valleien hadden gevestigd, maar mogelijk hielden de Romeinen zich er al mee bezig. Kastanjes werden niet alleen geteeld voor het levensonderhoud van de plaatselijke bevolking; er werden ook kastanjebomen geplant met het oog op andere belangrijke activiteiten, waaronder, in de vallei van de Marecchia, zwavelwinning. Om de soms honderden meters diepe schachten te stutten werden namelijk palen en dwarsbalken van kastanjehout gebruikt, een van de meest duurzame houtsoorten in Europa. Met het begin van de industriĂŤle tijd heeft de kastanje veel aan belang ingeboet. De vruchtbomen, die onder andere door ernstige ziekten werden aangetast, werden aan hun lot overgelaten, en in de decennia na de Tweede Wereldoorlog is door het toenemende welzijn de eeuwenlange band tussen de mens en de kastanje steeds zwakker geworden. De kastanjeteelt is nu tot een steeds kleiner oppervlak beperkt, en slechts een klein aantal liefhebbers houdt zich er nog mee bezig. De niet meer vergeten vruchten De dichter Tonino Guerra heeft er een museum aan gewijd, dat hij het Smakenmuseum noemde. We hebben het over de Tuin der vergeten

76


77


78


Natuurpark en Grotten van Onferno

vruchten (Orto dei Frutti dimenticati), die gedurende ruim twintig jaar vanuit Pennabilli een niet louter poëtische boodschap heeft uitgedragen. De vruchten die samen met de boerenhuizen, de hagen en de boerentuinen zijn verlaten zijn namelijk gered, in ere hersteld en hier opnieuw tot leven gebracht om de smaken, geuren, en kleuren van vroeger te behouden. De bewustmaking die dit ene museum bewerkstelligt heeft ervoor gezorgd dat steeds meer mensen deze fruitbomen zoeken en, waar mogelijk, redden. Op de heuvels kom je vaak oudere fruitplanten tegen, zoals de meerdere oude appel- en peersoorten, de azarooldoorn, de gele kornoelje, de peerlijsterbes, de mispel, de kerspruim, de hondsroos, de meidoorn, de sleedoorn, de jeneverbes: vruchtensoorten die ooit de ruggengraat van het boerenbedrijf waren en nu opnieuw worden ontdekt. Wie geen zin heeft om ze in het land op te zoeken, kan ze op zijn gemak bekijken en kopen tijdens het Feest van de vergeten vruchten (Festa dei Frutti dimenticati) dat in oktober in Pennabilli wordt gehouden, of hij kan eind april naar Saludecio afreizen waar sinds ruim twintig jaar het aan natuurlijke producten gewijde feest met de naam Saluserbe wordt gehouden. Er worden tentoonstellingen, congressen en bijeenkomsten gehouden, alsook een Voorjaarsmarkt voor de liefhebbers van naturopathie, alternatieve geneeskunde en kookkunst. 6. De natuurlijke grotten en mysterieuze ondergrondse ruimten In de streek rond Rimini zijn natuurlijke grotten te vinden die zeker een bezoek waard zijn. Reeds in de oudheid waren ze beroemd, en ze werden zo mysterieus geacht dat zij vanwege hun duisternis de bijnaam Inferno (hel) kregen. Tegenwoordig worden ze de Grotten van Onferno genoemd, en ze liggen in de gemeente Gemmano. In Santarcangelo di Romagna bevinden zich andere grotten die u ook niet mag missen: het zijn geen natuurlijke grotten, maar ondergrondse ruimten die de mens in de loop der eeuwen heeft uitgegraven. De oorsprong van deze zogenoemde hypogea is niet met zekerheid vastgesteld, en dat maakt ze alleen nog maar mysterieuzer en fascinerender. Verder liggen door de hele provincie kanalen, graankamers, holen en andere holten die in de loop der tijd uiteenlopende doeleinden hebben gehad en prettige verrassingen in petto hebben. De grotten van Onferno De locatie heet Onferno, de naam die in 1810 het vroegere Infernum of Inferno verving, dat bisschop Gualfardo van Rimini te “duivels”

79


Natuurpark en Grotten van Onferno

achtte. De oorspronkelijke naam duidde evenwel aan wat deze locatie zo bijzonder maakt: onder de rotspunt waarop het dorpje ligt (dat in 1231 voor het eerst in de kronieken werd vermeld) bevindt zich namelijk een grottencomplex dat tot ruim 850 meter doordringt in de gipslaag die in de Conca-vallei aan het oppervlak ligt. Volgens een aantal geleerden gebruikte de dichter Dante Alighieri deze grotten als inspiratiebron om in zijn Goddelijke Komedie de hel te beschrijven, en er zouden minstens tachtig analogieĂŤn zijn tussen de beschreven plaatsen en de grotten, te beginnen bij een van de toegangen. Er zijn namelijk vele aanwijzingen dat Dante zijn ballingschap in deze streek heeft doorgebracht. Volgens de historicus Ugolini is de dichter hier in 1305 aangekomen, het jaar waarin Dante door Romagna reisde. Het blijft in ieder geval een feit dat mensen gefascineerd, maar ook bang waren voor de grote ondergrondse ruimten, die vroeger grotendeels ontoegankelijk waren. Tegenwoordig heeft dit - weliswaar ruige - gebied niets hels meer, maar het blijft fascinerend of is zelfs fascinerender, ook vanwege een andere bijzonderheid van de grotten: zij worden namelijk bevolkt door een kolonie van ruim zesduizend vleermuizen van minstens 6 verschillende - goedaardige - soorten van grote wetenschappelijke waarde, die alle worden beschermd aangezien zij met uitsterven worden bedreigd. Deze schitterende grotten liggen in een gebied met een minstens zo interessante natuur, die wordt beschermd sinds 1991, het waar waarin het Natuurreservaat van Onferno werd opgericht; langs de verscheidene paden die erdoor lopen kunnen de bijzondere aspecten en de landschappen ervan worden ontdekt. De grotten zelf zijn deels toegankelijk voor het publiek onder begeleiding van een gids. De bezoeker moet eerst een pad door het bos volgen dat van een hoogte van ongeveer 300 meter afdaalt naar 196 meter, waar zich de toegang tot een ware ondergrondse canyon bevindt, waarlangs bijzonder suggestieve ruimten te bewonderen zijn. Langs het door het water uitgesleten hoofdkanaal kunnen onder andere schitterende gipskristallen, door het eeuwenlange stromen van het water uitgeslepen en gevormde wanden en plafonds, en vele kalkafzettingen worden bewonderd. De route voert door grote ruimten en smalle gangen, en aangezien de ondergrondse ruimten meerdere ingangen hebben, zijn ze uitstekend geventileerd. De ruimten worden verlicht door de lampen op de beschermingshelmen die de bezoekers bij de ingang zijn verstrekt, zodat de schoonheid van de grotten in een zo natuurlijk mogelijke staat kan worden bewonderd en vooral het risico dat dieren worden gestoord tot een

80


81


82


Tufgrotten van Santarcangelo di Romagna

minimum wordt beperkt; dat geldt met name voor de waardevolle vleermuiskolonie die in de Sala Quarina (de grootste ruimte van het grottencomplex) ieder jaar ruim 1700 kleintjes ter wereld brengt. Deze beschermde, aan vleermuizen gewijd ruimte is niet toegankelijk voor het publiek, doch een bezoek aan de grotten biedt evenwel een goede gelegenheid om deze bijzondere zoogdieren van dichtbij te bekijken. De rondleiding duurt ongeveer anderhalf uur, onder begeleiding van een professionele gids, en betreft slechts kleine groepen, om de fauna te beschermen, het is dus raadzaam om te reserveren. Het wordt aanbevolen dichte schoenen met een stevige zool te dragen, omdat de paden vanwege de vochtigheid in de grotten glad zijn, en een sweater of windjack mee te nemen, ook in de zomer: de temperatuur ligt namelijk altijd tussen de 10 en 12°C. Aan het einde van de rondleiding, wanneer de bezoeker weer omhoog het bos ingaat, zijn de effecten van de temperatuurverschillen tussen de grotten en zone rond de ingang te zien: zij hebben een specifiek microklimaat gecreëerd waar voor dit gebied zeldzame plantensoorten groeien. De mysterieuze ondergrondse ruimten In Romagna komen putten en ondergrondse gangen, een van de meest spectaculaire fenomenen in deze regio, vrij algemeen voor. Een uitgebreid en complex systeem als dat van Santarcangelo di Romagna is evenwel uniek. Het hele oude centrum ligt bovenop een immens netwerk van mysterieuze “hypogea”, door de mens uitgegraven ondergrondse ruimten, grote ronde zalen, gangen, nissen en loopgraven, die vaak onderling verbonden zijn. Ze zijn er in soorten en maten, verschillend georganiseerd en ingedeeld, maar alle bijzonder interessant en van grote architectonische waarde. Door de hele heuvel, de Monte Giove, of Mons Iovis, zoals de Romeinen hem noemden, liggen meer dan vijfhonderd grotten, tufgrotten genoemd, waarvan er ruim tweehonderd zijn geïnventariseerd. Men sluit niet uit dat hier in de Romeinse tijd de vader der goden werden geëerd. Ondanks de onderzoeken en studies is nog steeds niet duidelijk wie ze heeft gegraven en wanneer, en wat hun belangrijkste functie was, al bestaan er vele hypothesen over. Wat wel zeker is, is dat zij een fascinerende ondergrondse stad vormen met een netwerk van ruimten, ook met meerdere verdiepingen. Ondanks een aantal architectonische varianten, hebben zij alle gemeenschappelijke kenmerken, waarvan de belangrijkste zijn dat zij altijd in de zelfde richting liggen en dat zij geen verband vertonen met de bovenliggende wegen. Verder kunnen zij in drie categorieën worden ingedeeld: de eerste betreft zalen in de vorm

83


Kuilen voor het rijpen van kaas in Talamello

van een parallellepidum of een kubus, die dienden als voedselopslagruimte. Een tweede categorie betreft gangen met een meer complexe vorm, die niet kunnen onder een noemer kunnen worden gevangen: zij hebben een vrij specifieke vorm en waren niet geschikt voor utilitaire doeleinden. Tot slot zijn er vele ruimten die onder de derde categorie vallen: ruimten met een “kam”structuur, d.w.z. met een hellende centrale gang waarop - ook grote aantallen - nissen en armen uitkomen, die in de meeste gevallen eindigen met een grote ronde ruimte waaraan in spaakvorm ook halfronde of rechthoekige holten of nissen lagen. Dit zijn in de meeste gevallen apsissen, de zalen zelf hebben apsissen, en daarnaast zijn er zeer hoge luchtgaten. Een van de vele ruimten is de Grotta Felici, die na de grote toegangsweg een grote rechthoekige ruimte heeft met twee rijen zuilen, zodat zij drie schepen als van een basiliek vormen; in dezelfde richting als de toegangsweg ligt er nog een atrium met twee apsissen waaraan een ronde zaal ligt. Aangezien er in Frankrijk en andere plaatsen in Klein-Azië vergelijkbare grotten te vinden zijn, is een aantal geleerden van mening dat zij een religieus doel hadden, en werden gebruikt voor heidense cultussen of door vroegchristelijke kluizenaars. Zij verwijzen daarbij met name naar de in de rotsen uitgehouwen basilieken van de Basiliaanse monniken, voorbeelden van het Oosterse kloosterwezen in het westen. In de kronieken wordt sinds 1400 melding gemaakt van deze ondergrondse ruimten, en daaruit kan worden afgeleid dat zij reeds sinds mensenheugenis bestaan. In 1700 werd er meer over geschreven: ze werden vaak vermeld omdat ze als opslagplaats werden gebruikt voor voedingsmiddelen, wapens en wijn. Ondanks dat hun oorsprong en doel niet bekend is, is een wandeling door de gangen een fascinerende en suggestieve ervaring vol verrassingen. Een bezoek aan dit complex is zo bijzonder dat het zeker de moeite waard maakt om er speciaal voor heen te reizen. Zij zijn alle dagen open voor bezoek en vaak ook ’s avonds, maar een bezoek moet wel worden besproken. Ze liggen in ieder geval ook onder huizen en andere gebouwen, en misschien is een bewoner wel bereid om ze te tonen. Een eerste contact kan makkelijk worden gelegd door gewoon naar een restaurant of wijnlokaal te gaan. Putten en graankamers Om in een tijd waarin er geen koelkasten bestonden voedingsmiddelen te bewaren werden er ijskelders gebruikt, waarvan er vele uit de tijd van de Malatesta’s bewaard zijn gebleven, zoals in Coriano, in Santarcangelo di Romagna, die kunnen worden bezocht en bekeken. Daarnaast zijn

84


85


86


Kuilen voor het rijpen van kaas in Mondaino

er graankamers voor de opslag van granen, die gewoon het centrum van San Giovanni in Marignano en Santarcangelo di Romagna te vinden zijn. Verder zijn er putten die soms in tufsteen, maar vooral in zandsteen zijn uitgehakt, waarin kaas vrij goed kan worden bewaard of zelfs kan rijpen. Dergelijke kaas wordt “grotkaas” genoemd, en gourmets en kenners beschouwen het als een delicatesse. Deze traditie bestaat al heel lang, en is in de jaren 7080 van de vorige eeuw met een strikt wetenschappelijke benadering nieuw leven ingeblazen. In de putten krijgt de kaast een aroma van hout, truffel of mos, naar gelang van de ruimte waarin zij liggen. De smaak loopt uiteen van zacht tot scherp tot bitter, afhankelijk van het soort melk dat is gebruikt en de put zelf. Na drie maanden in de put, van augustus tot september, komen ze er anders weer uit, met een sterkere geur, maar ze blijven eetbaar. Deze geur heeft tegenwoordig aroma. Om de kazen te proeven en de putten te bezoeken moet u in Talamello in de Marecchia-vallei wezen, waar in november een speciaal dorpsfeest wordt gehouden, de Fiera dell’Ambra di Talamello; dat was de naam die de dichter Tonino Guerra aan deze kaas gaf die drie maanden lang in de putten wordt bewaard (daar zijn er een stuk of vijftien van). Ook in Sant’Agata Feltria en in Perticara worden holten gebruikt om de kazen te laten rijpen, al spreken experts van verfijning en niet van rijping. In de Conca-vallei is een traditie nieuw leven ingeblazen, met name in Mondaino, waar de derde zondag van november net uit de kuilen gehaalde kaas kan worden geproefd. En dan komt er uit de keuken een bijzonder intensief aroma dat zich door de dorpjes waar het feest wordt gehouden verspreid tot je er dronken van wordt.

87


HOOFDSTUK III DE PARKEN

88


De “groene zee” van de provincie Rimini, een fascinerend gebied met allerlei routes en adembenemende landschappen, komt het best tot zijn recht in de natuurparken. In de eerste plaats het Interregionale natuurpark Sasso Simone e Simoncello: 4847 hectare, verdeeld over de provincie Rimini, en wel de gemeente van Pennabilli, en de provincie Pesaro/ Urbino, met het natuurmuseum in Pennabilli dat ook als bezoekerscentrum fungeert. Het natuurpark omvat een van de grootste moseikbossen van Italië en twee tafelbergen die doen denken aan canyons als die van Colorado en Arizona. In de Marecchia-vallei, een van de twee grootste valleien van de provincie, ligt tevens het faunareservaat van Torriana met het natuurobservatorium Valmarecchia, waar de gipslagen van Torriana centraal staan. Niet ver daarvan, er recht tegenover, ligt het Reservaat van Ca’ Brigida in de gemeente Verucchio, met het bijbehorende milieucentrum Centro Ambientale van het WNF. En in Poggio Berni ligt het Park van de steengroeve, dat gewijd is aan belangrijke afzettingslaag in de oever van de rivier de Marecchia waarin veel fossielen worden gevonden. Door de Marecchiavallei lopen meerdere paardrijpaden, en de rivier kan ook uitstekend met een kano of kajak worden bevaren. In de Conca-vallei liggen maar liefst twee parken. In 1878 werd een dam in de rivier gebouwd die het meer met de naam Bacino del Conca heeft gevormd, dat is opgenomen in het rivierpark dat het Beschermde landschap van de Conca wordt genoemd. Het andere park is dat van de Marano, met bezoek- en verblijfsfaciliteiten, dat grenst aan de Republiek San Marino. En in Mondaino staat het Milieueducatiecentrum van de bomentuin, ook wel Arboreto-park genoemd, een negen hectare grote botanische tuin, voorheen een experimentele bomentuin van de mediterrane flora, gespecialiseerd in bomen en struiken, waar meer dan 6000 bomensoorten staan, met twee bossen, kleine wouden, een meertje en bewegwijzerde paden. In Gemmano bevindt zich het bekende Natuurreservaat dat de Grotten van Onferno omvat: 274 hectare beschermd land met een onmiskenbare naturalistische waarde. 1. Het natuurpark van de Sasso Simone e Simoncello Dit is een van de mooiste natuurgebieden van het Italiaanse schiereiland. Het omvat een van de belangrijkste moseikbossen van Italië en twee mesa‘s, ofwel tafelbergen, die doen denken aan Amerikaanse canyons. Het park, op de grens met het gelijknamige Toscaanse natuurpark in de gemeente Sestino, in de provincie Arezzo, ligt in het vroegere territorium van Montefeltro, verspreid over de regio’s Emilia Romagna en Marche, en 40 km van de kust van Romagna. Het heuvel- en berglandschap is interessant vanwege de bergen Sasso Simone en Simoncello, de Monte Canale en de Monte Palazzolo, die tussen de 670 en 1415 meter hoog zijn, en de Monte Carpegna, de hoogste bergtop van het park, die de scheiding tus-

89


Natuurpark Sasso Simone e Simoncello

sen de vallei van de Foglia en die van de Marecchia vormt. Het park ligt verspreid over zes gemeenten: Carpegna, Frontino, Montecopiolo, Piandimeleto, Pietrarubbia in de provincie Pesaro en Urbino, en Pennabilli in de provincie Rimini. Het parkbeheerorgaan is opgericht bij regionale wet nr. 15 van 28/04/1994, en heeft er vanaf dat moment voor gezorgd dat dit in historisch, naturalistisch en milieuopzicht waardevolle gebied goed tot zijn recht komt. Momenteel loopt de goedkeuringsprocedure voor de oprichting van het interregionale park. In morfologisch opzicht wordt dit gebied voornamelijk gekenmerkt door een scherp onderscheid tussen de kalklagen die boven het oppervlak uitsteken en de belangrijkste bergen vormen, en de kleigronden van het zacht glooiende en harmonieuze heuvellandschap. Geologie. Vanuit geologisch oogpunt bestaat het hele gebied van het regionale natuurpark Sasso Simone e Simoncello uit een uitgestrekte laag chaotische heterogene gronden die het resultaat zijn van de “stroom van de Marecchia-vallei”. Door de eroderende werking van water, wind en sneeuw zijn de zachtere klei- en mergelgronden veel sneller weggeslepen, zodat de hardere rotsen er bovenuit steken. Zo zijn de “Sassi” ontstaan. De twee grootste zijn de karakteristieke tafelbergen die “mesa’s” worden genoemd: de Sasso Simone (1204 m) en Simoncello (1221 m), bestaande uit organogeen kalk, hetgeen duidt op een primitieve ondiepe zee in het Mioceen. De twee mesa’s staan ongeveer 300 m uit elkaar, maar ooit waren ze waarschijnlijk een geheel, zoals blijkt uit het vele puin dat ertussen ligt. Zij zijn als gevolg van tektonische vervorming sterk aan verbrokkeling onderhevig, zoals goed te zien is aan de zuidelijke randen. Vegetatie. Vanaf de paden die door het park lopen is te zien dat de vegetatie zeer gevarieerd is. Rondom de twee Sassi staat een bos met overwegend moseiken dat zich over een gebied van meer dan 800 hectare uitstrekt. Daarnaast staan er boomsoorten als de beuk, de haagbeuk, de hopbeuk, de esdoorn en de es, alsook de meelbes en de lijsterbes. Op de Monte Carpegna en op de Sasso Simone ten oosten daarvan staan hazelaaren esdoornbossen die de bergtoppen in de herfst in warme kleuren hullen. De hogere delen van de Monte Carpegna, waar beuken en sparren groeiden die inmiddels zijn gekapt, zijn nu bedekt met weiden waar in het late voorjaar vele orchideeënsoorten te vinden zijn. De vegetatie onder de 800 meter wordt gekenmerkt door gemengde bossen met vele boomsoorten: de zachte

90


91


92


Natuurpark Sasso Simone e Simoncello

eik, de moseik, de meelbes, de pluimes, de veldesdoorn en de Bosnische esdoorn zijn volop aanwezig, evenals struiken als de rode kornoelje, de gele kornoelje, en de hazelaar. De moseik overheerst samen met de haagbeuk het uitgestrekte mediterrane bergwoud, dat zich vanaf de Passo della Cantoniera over ruim 800 hectare uitstrekt tot aan de Sassi Simone en Simoncello en de Valpiano. In dit bos staan schitterende hulststruiken, meerdere soorten esdoorns, essen en beuken. In het kreupelhout groeien meerdere voor bossen kenmerkende plantensoorten zoals de mansoor en de Turkse lelie, terwijl aan de rand van het bos de bergkorenbloem welig tiert, een zeldzame bloemsoort die hier evenwel veel voorkomt. Op de door de zon beschenen hellingen van de Monte Canale, de Monte Cassinelle en de Monte Carpegna, die voornamelijk als graasgrond worden gebruikt, staan op de weiden her en der struiken verspreid, zoals de jeneverbes, die hier algemeen voorkomt, en de hondsroos. In deze omgeving zijn ook de meidoorn, de voorjaarspronkridder en de braam volop aanwezig. In de bossen boven de 1000 meter, waar het klimaat frisser is, overheersen de beuk en de bergesdoorn, met hier en daar een taxus, een Noorse esdoorn, een alpengoudenregen en een hulststruik, terwijl varens boven het dikke bladerentapijt uitsteken. Aan de oostelijke zijde van de Monte Carpegna is in de eerste helft van de 20e eeuw een nieuw bos van voornamelijk van zwarte dennen aangeplant. Hoewel dit een aangeplant bos is, heeft het een esthetische en milieuwaarde, ook vanwege de verschillende soorten bomen en struiken die in de niet zo dichte delen spontaan zijn opgeschoten. De weiden van de Monte Carpegna, op een hoogte van 1200-1400 m, zijn ontstaan nadat in het verre verleden beuken en waarschijnlijk ook sparren zijn gekapt. Wanneer de lente begint kleurt het groen van deze weide blauw door de krokussen, daarna verschijnen kleurrijke orchideeën en tegen het einde van de zomer de herfststijlloos. Zonnestad. In het hart van het park ligt de Città del Sasso verborgen, ook wel Heliopolis of Zonnestad genoemd, die in 1560 in opdracht van Cosimo I de’ Medici werd gesticht. Deze stad moest het symbool worden van de macht van dit Huis in een afgelegen deel van hun rijk dat destijds moeilijk te regeren was. Deze vestingstad bovenop de Sasso Simone, waarvan bijna niets is overgebleven, was gebouwd volgens de stedenbouwkundige criteria die in de late renaissance opgeld deden. De stad had ongeveer 50 woningen van gelijke afmetingen, waaronder de residentie van de kapitein. Daarnaast waren er een rechtbank, een gevangenis en een

93


Natuurpark Sasso Simone e Simoncello

kapel, naast de oude, de aan aartsengel San Michele gewijde kerk. Verder waren er bunkers, wapenopslagplaatsen, een bakkerij, een smederij, een smelterij, een zuilengang waar de wekelijkse markt werd gehouden en twee toegangspoorten. Via meerdere wegen was de Sasso met nabijliggende kastelen verbonden, en een geplaveide hoofdweg voerde naar Florence. Het strategisch-militaire idee om een vestingstad op de Sasso te stichten - een gewaagd en ook enigszins dwaas idee - werd evenwel onhoudbaar toen een klimaatverslechtering het leven op een zo grote hoogte vrijwel onmogelijk maakte. In 1627 telde de vesting 46 bewoners, en vijftig jaar later, toen de vesting eenmaal verlaten was, verloor zij haar functie van militair-strategisch punt. Vervolgens deed de tijd de rest. Tegenwoordig is het een bijzondere beleving om over de - nog steeds stevige - geplaveide oude hoofdweg die naar de vesting voerde te wandelen, en voel je je beloond dat je de moed hebt gehad om de natuur zo vastberaden het hoofd te bieden. Een groot regenwaterbassin voor civiele doeleinden en twee bassins voor militair gebruik, een deel van de verdedigingsmuren, en door de vegetatie overgroeide sporen van de weg die door de wijken liep zijn nog goed te zien. Daarnaast zijn er nog andere sporen van menselijke aanwezigheid op het plateau van de Simone. Er staat een kruis, een overblijfsel van de religieuze nederzetting, en er zijn een aantal vondsten gedaan die getuigen van menselijke aanwezigheid in de bronstijd, rond 1000 v.Chr., en tijdens de barbaarse invasies, die in het museum van Sarsina worden bewaard. De belangrijkste grondleggers van nederzettingen, eerst de benedictijnse monniken (12e eeuw), vervolgens de Malatesta’s in de 15e eeuw en de Medici in de 16e eeuw, werden vooral aangetrokken door de strategische positie van deze plaats. Eerstgenoemden hebben de aan Sant’Angelo gewijde abdij gebouwd, waarschijnlijk op de plaats waar een kapel uit de longobardische tijd stond (Sant’Angelo was de beschermheilige van de Longobarden), die op zijn beurt op een eerdere cultusplaats was gebouwd. Het motto van de benedictijnen, “ora et labora” kwam op de Sasso en de omliggende gebieden uitstekend tot zijn recht met de rijkdom aan weiden en bossen, en hele gebieden die konden worden gecultiveerd, activiteiten die de bouw van het benedictijnse gebouw rechtvaardigden. Toen de winters zeer streng begonnen te worden en nieuwe en beter toegankelijke pelgrimswegen werden aangelegd, raakte deze plek in verval, om definitief ten onder te gaan met de pest in 1348. De gemeenschap werd opgeheven door paus Pius II, die haar in 1462 samenvoegde met het klooster van Piandimeleto. Er resteerde slechts een kleine aan San Michele

94


95


96


boven Italiaanse wolf in het Natuurmuseum van Pennabilli

onder Stekelvarken in Natuurpark Sasso Simone e Simoncello

Arcangelo gewijde kerk, die op zomerse feestdagen werd bezocht tot Cosimo I de’ Medici in 1566 een laatste poging deed een nederzetting te stichten, met hetzelfde politieke en strategische doel als Malatesta Novello, de heer van Cesena en Sestino. De hertog de’ Medici had reeds rond 1520 over het grootste deel van Montefeltro geheerst, en in de optiek van een reorganisatie van het gebied was een vestingstad een goed bolwerk om de Adriatische kust te bereiken. Een schitterende zon, het symbool van de nieuwe “ideale stad”, was namelijk kenmerkend voor de cultuur en de militaire strategie van dat moment. De bedoelingen van de Medici werden evenwel gedwarsboomd door een klimaatomslag en problemen bij het vinden van bouwmateriaal, alsook vele obstakels om de vesting te bewapenen. In 1673 werd de militaire vesting verlaten, toen er eenmaal geen politieke redenen meer waren omdat Francesco Maria II Della Rovere was overleden en het hertogdom van Urbino aan de Paus was overgedragen. Fauna. Tegenwoordig wordt het gebied van de Sassi bevolkt door een fauna voor die kenmerkend is voor de centrale Apennijnen, en is de Italiaanse wolf, die vroeger fanatiek werd bejaagd, weer helemaal terug. Dit is de habitat van vele wilde dieren: de vos is de meest voorkomende carnivoor, maar hier vind je ook de wilde kat, de das, die in de bossen zijn kenmerkende holen graaft, de kleine behendige wezel, de steenmarter en het stinkdier, marterachtigen met nachtelijke gewoonten. Het kleinste en meest voorkomende hoefdier is de ree; tot dertig jaar geleden kwam hij sporadisch voor, maar nu is hij overal in de Apennijnen te vinden. ’s Avonds als het donker wordt of vroeg in de morgen komt hij vaak uit het dichte kreupelhout komt om in de open plekken of op de braakliggende grond te grazen. Het damhert, dat minder vaak te vinden is, onderscheidt zich van de ree doordat hij groter is en een groot gewei heeft. Het everzwijn is vrijwel overal in de Apennijnen te vinden, doordat tientallen jaren geleden exemplaren uit centraal Europa zijn uitgezet voor de jacht. Van de kleinere zoogdieren zijn eekhoorns en de wilde muis de meest voorkomende, die zich in het nieuw aangeplante bos van de Monte Carpegna voeden met dennenappelzaadjes; verder zijn hier ook de bosspitsmuis, de woelrat, de hazelmuis, de relmuis, de mol en de egel te vinden. Ook het stekelvarken, het grootste knaagdier van de Italiaanse fauna, leeft in het park, net als de haas, die vooral in de randbiotopen voorkomt. Verder zijn er verschillende soorten vleermuizen, met name de hoefijzerneus en de bruine vleermuis. Qua amfibieën kunt u

97


boven Pennabilli onder de sneeuw

onder Kasteel van Pietrarubbia

in de meertjes en de drinkbakken bij de weiden de kamsalamander en de kleine watersalamander, de bruine en de groene kikker, de boomkikker en de pad tegenkomen, terwijl de Italiaanse grottensalamander de voorkeur heeft voor vochtige koele hoekjes. Buiten het park, maar toch vlakbij de Sasso Simoncello, is ook melding gemaakt van een vuursalamander. De aspisadder is de enige giftige slangensoort in het gebied. Andere reptielen die er te vinden zijn, zijn de geelgroene toornslang, de esculaapslang, de ringslang, de muurhagedis en de ruïnehagedis, de smaragdhagedis, de hazelskink en de hazelworm. Faunapark. Dit park bestrijkt een gebied van 5,5 hectare, en de route door het park bestaat uit drie etappes. De eerste betreft de kennis van erfdieren zoals geiten, schapen, ezels, dieren die de boerenfamilies in dit gebied vroeger voorzagen van melk, vlees en werkkracht. De tweede etappe biedt de mogelijkheid om door het hele park dieren in het wild van dichtbij te bekijken, zoals de reeën die op de weiden en in het kreupelhout grazen. Verder zijn er de kikkers, padden, en salamanders die de meertjes bevolken. De route wordt afgesloten in een observatiepunt in de open lucht waar everzwijnen kunnen worden geobserveerd terwijl zij in volle vrijheid de grond omwoelen op zoek naar knollen, wortelgewassen en eikels, of een modderbad nemen. In het park is birdwatching mogelijk: er zijn een aantal observatiepunten met bankjes en vele vogelhuisjes voor de musachtigen die in de struiken op zoek zijn naar bessen. Bezoek. De beschermde gebieden en de gebieden die onder de gemeenten van het park vallen bieden ieder wat wils: degenen die op zoek zijn naar mooie landschappen of een suggestieve excursie door de natuur willen maken, maar ook degenen die van lekker eten houden of op zoek zijn naar sporen van het verleden van dit gebied. Het park kan onder begeleiding van een gids worden bezocht, voornamelijk in de zomer, maar groepen en scholen kunnen het hele jaar begeleide excursies maken. Voor scholen zijn er vele milieueducatieprogramma’s. De routes door het park zijn recentelijk online gezet en kunnen worden opgezocht en gedownload met multimediatelefoons. Te voet, te paard of te fiets, u kunt het park ontdekken zoals u dat wilt. Daarnaast is er free climbing mogelijk, bijvoorbeeld in Pennabilli, op de rotswand die “de natuurlijke sportschool van Penna” wordt genoemd, vlak onder de grote rotspunt waarop de resten van het Malatesta-kasteel staan.

98


99


100


Natuurreservaat van Onferno

Bezoekerscentra en het Museum van Pennabilli. Er zijn twee bezoekerscentra: in het plaatsje Pontecappuccini bij Pietrarubbia (PU), en in Pennabilli, waar het gelijknamige natuurmuseum (Museo naturalistico) staat. Dit zeer interessante museum, dat het parkbeheer in samenwerking met de gemeente in 2004 heeft ingewijd, illustreert de kenmerken van het park aan de hand van een scenografische tentoonstelling van diorama’s die de belangrijkste dierensoorten in hun natuurgetrouw nagebouwde natuurlijke omgeving tonen. Hier zijn onder andere opgezette nacht- en dagroofvogels tentoongesteld, zoals de steenuil, de kerkuil, de ransuil, de bosuil en vele andere. Heel bijzonder zijn de zeldzame Europese wilde kat, die in 2002 in het park werd gevonden, en de vitrine met de Italiaanse wolf. Het museum, dat hoofdzakelijk didactische doeleinden heeft, beschikt over een multifunctionele zaal met multimediavoorzieningen die kan worden gebruikt voor didactische workshops, filmvoorstellingen, congressen en conferenties, onderzoek en verdiepingen. Het is dus een levende ruimte die is opgezet volgens de vereisten voor workshops (zoals de oude pers met natuurlijke kleuren, het kunstzinnig gerecyclede papier, het ouderwetse broodbakken, de observatie en analyse van vondsten met stereomicroscopen), begeleide historisch-culturele, sportieve en natuurexcursies. Er is natuurlijk ook plaats voor avontuur: nachtelijke excursies, vossenjachten, orienteering. 2. Het natuurreservaat van Onferno Dit reservaat ligt in de gemeente Gemmano, in de Conca-vallei. Het Natuurreservaat van Onferno bestrijkt een schitterend gebied van 274 hectare, waarin ruim 850 meter lange natuurlijke grotten te vinden zijn. Dit gebied wordt beschermd vanwege de onbetwistbare natuurlijke waarde, met zijn dichte, rijk gevarieerde vegetatie, een wilde fauna die ook zeldzame dieren omvat, en een bijzondere geologie die nauw samenhangt met de aan gipslaag die hier aan het oppervlak ligt en de erosiegeulen. Een gebied dat prachtige excursies en natuurobservaties biedt langs de meerdere bewegwijzerde paden die te voet, te fiets en ook te paard kunnen worden gevolgd. Meer avontuurlijke bezoekers kunnen onder begeleiding van een gids van het Natuurreservaat een ondergrondse reis maken door de gipsgrotten. De grotten van Onferno. Een bezoek aan de grotten, onder begeleiding van een professionele gids, voert eerst door de bossen, over een

101


Binnenaanzicht van de grotten van Onferno

pad dat van ongeveer 300 meter afdaalt naar 196 meter, waar zich de toegang tot een ware ondergrondse canyon bevindt, waarlangs bijzonder suggestieve ruimten te bewonderen zijn. Langs het door het water uitgesleten hoofdkanaal kunnen onder andere schitterende gipskristallen, door het eeuwenlange stromen van het water uitgeslepen en gevormde wanden en plafonds, en vele kalkafzettingen worden bewonderd. De route voert door grote ruimten en smalle gangen, en aangezien de ondergrondse ruimten meerdere ingangen hebben, zijn ze uitstekend geventileerd. Een spectaculaire zaal is de Sala Quarina (momenteel niet toegankelijk), ook wel Sala dei Mammelloni genoemd vanwege de grote kegelvormige uitsteeksels die aan het plafond hangen, die tot de grootste van Europa horen. De ware bewoners zijn de ruim zesduizend vleermuizen van minstens 6 verschillende soorten die de ondergrondse ruimten bevolken. Het Natuurmuseum van het Natuurreservaat van Onferno. Aan dit gebied en zijn conformatie is een natuurmuseum gewijd, datde gemeente Gemmano in 1995 heeft opgericht in de oude parochiekerk Pieve di Santa Colomba. Dit gebouw stamt uit 1136 en is na in de Tweede Wereldoorlog beschadigd te zijn geraakt zorgvuldig gerestaureerd. Hier zijn vele natuurlijke vondsten, modellen en (ook interactieve) informatieborden te vinden, om de geologie en de fauna van het gebied beter te begrijpen: van rotsmonsters tot een schaalmodel van de grotten, van het leven van vleermuizen tot diorama’s gewijd aan reeën en andere zoogdieren, vogels, en amfibieën, in een denkbeeldige ontdekkingstocht op zoek naar het natuurreservaat en zijn inwoners. Niet alleen grotten. Het personeel van het Reservaat biedt het hele jaar door vele activiteiten, initiatieven en workshops voor gezinnen, schoolklassen en alle andere bezoekers met het doel inzicht te geven in deze locaties, hun bijzonderheden en de wijze waarop ze kunnen worden beschermd en behouden. Vleermuizen en de fauna in het algemeen, botanica, geologie, duurzaamheid, en geschiedenis zijn maar een paar van de thema’s die hier kunnen worden uitgediept of ontdekt tijdens een van de vele evenementen die tot leven komen in het natuurmuseum, in de zaal van het multimediale museum, in de herberg of langs de paden van het Reservaat. Voor het laatste nieuws over alle evenementen die tijdens de bezoekperiode van Onferno op het programma staan, zie de officiële website van het beschermde gebied of neem contact op met het personeel.

102


103


104


boven Uitzicht op Montebello onder Klooster van Sant’Igne in San Leo

3. Het faunareservaat van Torriana en Montebello In het zacht glooiende landschap bieden de rotsmassa’s waarop Torriana, Montebello en Saiano liggen een unieke rijkdom. Dat is de reden waarom reeds lang geleden met een vooruitziende blik een faunareservaat is gecreëerd. Het strekt zich uit over een gebied van 1200 hectare, en is opgezet met het doel een qua geologie, vegetatie en fauna interessant gebied te beschermen, dat wordt gedomineerd door enorme rotsblokken, die als drijvende bergen 35 miljoen jaar vanaf de Thyrreense zee naar deze streek zijn geschoven om hier op dikke kleilagen vast te lopen. Dat verklaart ook het grote contrast tussen deze grillige, uitstekende bergen en de omringende zacht glooiende heuvels. Verschillende soorten gesteenten en grondsoorten kunnen onderling gaan “werken” en schuiven, landverschuivingen en afkalvingen veroorzaken die ook met het blote oog zichtbaar zijn. Dit gebied heeft dankzij het klimaat een vrij rijke flora, die kenmerkend is voor het overgangsgebied tussen de Povlakte en de Adriatische zee met zijn temperende werking. Aan de noordkant, die vochtiger is, overheersen bossen, terwijl het zuiden meer weiden heeft met een aantal kale hellingen. Ook op deze hellingen groeit evenwel vegetatie, namelijk hardnekkige en weerbarstige plantensoorten als de sedum en de sempervivum, die water vasthouden met hun grote vlezige bladen, behaard zijn om transpiratie te beperken, lichte kleuren hebben om de zonnestralen te weerkaarsen en sterk vertakte wortels hebben om zich beter in de bodem te verankeren. In de weiden staan grassen en de geurige kerrieplant, de absintalsem en de wijnruit, terwijl in de zones langs de rivier voornamelijk struiken groeien, zoals de brem, de jeneverbes, de terebint en de struikvormige steeneik. Doordat dit ecosysteem in optimale vorm is gehouden is het gebied weer door dieren bevolkt. De vele amfibieën en reptielen zijn een goede graadmeter van natuurlijkheid, en dat geldt ook voor het feit dat er maar liefst 135 vogelsoorten voorkomen. Op de geërodeerde heuvelruggen en in de met struiken begroeide zones vind je roofvogels zoals de torenvalk, de buizerd en de kiekendief, alsook algemeen voorkomende trekvogels. Qua zoogdieren zijn er stekelvarkens en reeën te vinden die naar de rivier komen om te drinken, waar ze zijn makkelijk in hun natuurlijke habitat te observeren zijn. Natuurobservatorium Marecchia-vallei. Dit observatorium ligt in het Faunareservaat van Montebello. Het is een ideale plaats om ter plaatse fantastische kenmerken van de vallei te ontdekken. Het observato-

105


boven Afgrond van Verucchio linksonder Free climbing

rechtsonder Excursie door het Reservaat van Ca’ Brigida

rium is gestructureerd in twee delen die elk een specifiek aspect van het gebied belichten. In de ruime zaal op de eerste verdieping zijn verschillende natuurlijke milieus weergegeven die in de Marecchia-vallei te vinden zijn: het grote aquaterrarium toont de planten- en dierensoorten die in en rond de rivier leven. Op de verdieping daarboven wordt aandacht besteed aan de geologisch-geomorfologische aspecten van het gebied, en aan de betrekking tussen de mens en het gebied. Het observatorium heeft ook een rijke collectie fossielen uit het plioceen, en gesteenten en mineralen die kenmerkend zijn voor deze vallei. Buiten de structuur is een botanisch pad aangelegd dat rondom het dorpje Montebello loopt, waarlangs een aantal plantensoorten te ontdekken zijn. 4. Het natuurreservaat van Ca’ Brigida in Verucchio Dit reservaat ligt in de Marecchia-vallei, in het plaatsje “Il Doccio” in de gemeente Verucchio. Het strekt zich uit over 17 hectare op de hellingen en de dalbodem van de Rio Felsina, de rivier die door het reservaat loopt. Er liggen bossen, akkers en een boerenhuis met een bijbehorend park. Verder liggen er resten van nederzettingen uit de oude villanova-cultuur van Verucchio. De meest voorkomende dieren zijn reeën, stekelvarkens, dassen, dag- en nachtroofvogels, en verschillende soorten amfibieën en reptielen. De faciliteiten van het park omvatten een structuur met een expositieruimte waar getuigenissen van de natuurlijke geschiedenis van de vallei zijn tentoongesteld, een documentatiecentrum, en de bibliotheek van het WNF. Daarnaast zijn er een gastenverblijf, een kwekerij, een opvangcentrum voor wilde dieren, een vlindertuin, een tuin met oude planten, en kweekvelden. Dit park werd aan de gemeente geschonken door Gustavo Voltolini, lid van het WNF, overeenkomstig zijn testament. En daarmee is dit een van de ruim 100 reservaten die het WNF beheert. Het is het hele jaar door open, voor groepen en scholen moet worden gereserveerd. Een bezoek duurt ongeveer een uur. Verucchio, en meer in het bijzonder de steile rotswand onder het oude augustijnenklooster, waarin tegenwoordig het archeologische museum van de villanova-cultuur is ondergebracht, is ook een van de mooiste plekken in de Marecchia-vallei voor free climbing. In dezelfde gemeente, maar dan in het dorpje Villa Verucchio, vlakbij de rivier de Marecchia ligt een 18-holes golfbaan.

106


107


108


boven Golfbaan te Villa Verucchio

onder Golfbaan te San Giovanni in Marignano

5. Het beschermde landschap van de Conca Het Beschermde landschap van de rivier de Conca, dat de Provincie Rimini recentelijk heeft gesticht, bevordert de milieuverbetering van het riviergebied door renaturisatie, herstel van natte gronden, en het aanleggen van een ge誰ntegreerd netwerk van paden, parkeerterreinen, didactische en informatiepunten. Meer in het bijzonder vormt het netwerk van voet- en fietspaden tussen de kuststrook en het binnenland een systeem om de stad via het riviermilieu nauwer in contact te brengen met de natuur. Momenteel zij er in dit gebied als park ingerichte delen. Een daarvan is het Natuur- en stadspark van de Conca in Morciano, waar activiteiten worden georganiseerd met ecologische, recreatieve, stadsculturele en productieve doeleinden, om te garanderen dat het park wordt benut en helemaal opgaat in het historische stedelijke systeem. Dit park is goed toegankelijk met parkeerplaatsen en bewegwijzerde paden. In het Beschermde landschap van de Conca ligt het kunstmatige waterbekken dat het hart van het beschermde landschap vormt vanwege de waterflora- en fauna, die vanaf de dijk en vanuit het WNF-observatorium op de linkeroever kunnen worden geobserveerd. In het deel waar het waterbekken ligt, vlakbij het autodroom Misano World Circuit Santa Monica in Misano Adriatico, is een Natuurreservaat voor de bescherming van de wilde fauna gesticht, ook wel het Natuurreservaat van de Conca (Oasi del Conca) genoemd. Dat geeft aan dat dit gebied een strategische positie heeft voor trekvogels, die in deze omstreken weinig geschikte ruimte vinden om tijdens de voorjaars- en najaarstrek uit te rusten en aan te sterken. Bij het kunstmatige meer kunnen watervogels overwinteren, terwijl aan de in hun natuurlijke toestand gebleven oevers veel kleine vogels voorkomen die graag in de dichte rietvelden en struikgewassen nestelen. Verder maken wij u attent op de Rio Agina: als u deze volgt, onder de snelweg door, waarna zij op een gegeven moment door een overdekt kanaal loopt, komt u bij het park Mare Nord van Misano Adriatico aan de kust. De rivier biedt op vele punten een schitterend panorama, en het is de moeite waard om de fietspaden langs de rivier te nemen, zoals het fietspad van ongeveer 11 kilometer dat van Morciano di Romagna via San Giovanni in Marignano in de gemeente Cattolica naar de zee voert. Of het pad dat van Morciano de rivier omhoog volgt tot aan Montefiore Conca en Gemmano.

109


Uitzicht vanuit het Kasteel van Montescudo op de Adriatische rivièra

Verder is er in San Giovanni een nieuwe 18-holes golfbaan met een Academy voor beginners geopend. 6. Het faunareservaat van de Conca Dit reservaat heeft de Provincie Rimini in 1991 in het leven geroepen. Het bestrijkt de Conca tussen Morciano di Romagna en de monding, en strekt zich uit over 702 hectare; het omvat de bedding en uiterwaarden in de gemeenten Cattolica, San Giovanni in Marignano en Morciano op de rechteroever, en Misano Adriatico en San Clemente op de linkeroever. Wij raden aan het gebied te ontdekken via de fiets- en voetpaden die langs de beide oevers lopen. Het vogelobservatorium ligt bij de dijk aan de linkerkant van het kunstmatige meer, vlakbij Via Sant’Ilario, en is aangegeven langs de hoofdwegen. Het bestaat uit een houten huisje en een extern scherm met spleten. Het gebouw heeft openingen voor birdwatching en is didactisch ingericht. Het kunstmatige meer en het reservaat worden bevolkt door de kleine en grote zilverreiger, de blauwe reiger, de grote zilverreiger, de kwak, het woudaapje, de steltkluut en andere steltloperachtigen, meeuwen, kraaiachtigen en musachtigen. Er zijn ook zeldzame vogelsoorten te zien, zoals de zwarte ooievaar, de lepelaar en de pelikaan. In het meer verschijnen bij hoog water eenden, ganzen, aalscholvers en futen. De fuut en een aantal waadvogels en eendensoorten nestelen rondom het bekken. 7. Het rivierpark van de Marano Dit park ligt niet ver van de rivier en verrast vanwege de weelderige natuur en de zeer gevarieerde fauna, met vele zoogdieren en vogels als de kleine zilverreiger, de hop, de koekoek, en de ijsvogel. Het omvat het stroomgebied van de gelijknamige rivier, en er zijn twee van faciliteiten voorziene zones met parkeerplaatsen. Het is ideaal voor wandelingen langs de vele paden die hier en daar de rivier volgen. Het middelste deel van de rivier loopt door de gemeenten Coriano en Montescudo, door zacht glooiende heuvels, brede valleien en langs ronde, met bomen en struiken bedekte bergtoppen. Er liggen ook schitterende bossen met eiken, witte abelen, en verschillende soorten wilgen in de zone van Fiumicello op de grens met San Marino. Het gebied van dit schitterende park, dat de gemeente Coriano met grote voorzienigheid heeft opgericht, reikt van Ospedaletto tot aan de grens met San Marino, en wordt gebruikt voor oneindig veel activiteiten. In het deel met faciliteiten liggen een meer, dat ook toegankelijk is voor sportvis-

110


111


112


Heuvels van Mondaino

sers, en meerdere maneges. In de omstreken is er van alles te zien. Bijvoorbeeld het bijzondere bos van Albereto, in de gemeente Montescudo, met een oppervlak van 25 hectare, waar onder andere bramen, paddenstoelen, truffels en wilde asperges te vinden zijn. In het gelijknamige dorpje staat het middeleeuwse kasteel Castrum Albareti, een van de vroegere verblijven van de Malatesta-familie, dat een schitterend uitzicht biedt over de rivièra van Romagna, van Milano Marittima tot aan het voorgebergte van Gabicce. Het is ook te voet, te fiets en te paard bereikbaar. De historische wandeling rond de Marano in de gemeente Coriano voert langs de resten van maar liefst zeven middeleeuwse kastelen: de belangrijkste is die van de hoofdplaats, de andere liggen in Cerasolo, Passano, Mulazzano, Besanigo, Monte Tauro en Vecciano. Verder omhoog richting het oude plaatsje Montescudo vindt u een plaats waar op traditionele wijze wordt pottengebakken, een activiteit die sinds de oudheid met dit gebied verbonden is. 8. Het centrum voor milieueducatie van de Bomentuin in Mondaino Op enkele kilometers van het elegante dorpje Mondaino ligt in het plaatsje Bordoni het park van de Bomentuin (Parco Arboreto): voorheen een experimentele bomentuin voor mediterrane flora van negen hectare, gespecialiseerd in bomen en struiken, waar meer dan 6000 bomensoorten zijn verzameld, met twee bossen, kleine wouden, een meertje en bewegwijzerde paden. Het is een centrum voor milieueducatie dat open staat voor bezoek en waar studies en onderzoeken worden uitgevoerd. Dit park is opgezet met de bijdrage van de provincie Rimini, het maakt deel uit van het provinciale netwerk INFEA - Informatie Scholing Milieueducatie - en streeft dezelfde doelstellingen na. Deze plek biedt allerlei didactische en recreatieve activiteiten voor scholen, gezinnen en volwassenen. Aan de hand van rondleidingen en workshops wordt bedoeld een wisselwerking te creëren tussen creativiteit, kunst, spel en natuur. De Bomentuin is namelijk ook een instrument om duurzaamheid en waardering van het plaatselijk erfgoed te stimuleren. De bijzonder suggestieve natuurlijke context bevordert een interdisciplinaire en “sensoriële” benadering en werkmethode. Een kleine groep milieuwerkers heeft de grondslagen daarvoor gelegd; een vereiste voor een gerichte actie tot natuurbehoud en -herstel. De belangrijkste hier aanwezige bomensoorten zijn geïnventariseerd en gecatalogeerd in 70 vitrines die in de didactische multimediale zaal van het centrum zijn tentoongesteld en kunnen worden geraadpleegd. In dezelfde zaal bevindt zich ook een bibliotheek

113


boven Uitzicht vanuit Mondaino

onder Fossiel in de Paleontologische afdeling van de Musea van Mondaino

met ongeveer 300 titels over het milieu maar ook over andere onderwerpen. Onder het project valt ook de organisatie van bijscholingscursussen, congressen, conferenties, thematentoonstellingen en andere activiteiten, die van uitgever van studies en onderzoeken. Aan het park is recentelijk, als onderdeel van het landschap, een theater met gastenverblijven toegevoegd dat is ontworpen en uitgevoerd in de vorm van een groot blad op een grasveld, met een bij de plaats passende architectuur die in harmonie de omgeving is. Om de PerCorsi (“routesâ€?) tussen kunst, communicatie en natuur uit te stippelen worden voortdurend bijeenkomsten georganiseerd over de beeldende en toneelkunst, over de landschappen en de cultuur, over hedendaags taalgebruik en natuurlijke therapieĂŤn. Net ver daarvan ligt de Mala-vallei, zoals gezegd een in naturalistisch en cultureel opzicht zeer interessante vallei. In het oude centrum van Mondaino hebben de gemeentelijke musea een belangrijke afdeling aan de geologische oorsprong van het gebied gewijd. De paleontologische afdeling van de musea van Mondaino. Het paleontologisch museum is gewijd aan de formatie en conformatie van dit gebied, en vertelt over uitzonderlijke gebeurtenissen die miljoenen jaren geleden hebben plaatsgevonden, toen dit gebied een groot, tussen de honderd en tweehonderd meter diep zoutmeer was, waarin het tegenwoordige Mondaino, Montefiore Conca en Saludecio lagen. In de loop der duizenden jaren is het meer verdampt, waardoor de dieren en planten die erin leefden werden gefossiliseerd. Dat is de reden waarom in deze zones veel fossielen worden gevonden. Daar werd in Mondaino in de negentiende eeuw reeds melding van gemaakt, maar onderzoek werd met name na 1983 gedaan, toen naar aanleiding van een aardverschuiving met opgravingen werd begonnen. In het museum zijn fossielen verzameld, met name van versteende vissen die hier zijn gevonden. Het heeft een didactische opzet en om deze reden wordt ook over het verre verleden van de aarde verteld, met name een lange periode die geleerden tussen het mioceen en het pleistoceen plaatsen, namelijk het messinien, ongeveer zes miljoen jaar geleden. Hier zijn vele fossielen tentoongesteld, die bij de genoemde opgravingen of bij andere gelegenheden en op andere plaatsen zijn gevonden: vele versteende vissen, waaronder een aantal zeer zeldzame, alsook mosselen, stekelhuidigen en landplanten. Een fossiel dat nergens anders is gevonden, is dat van een lantaarnvis met de naam Ceratoscopoles miocenicus. In de

114


115


116


Park van de Groeve in Poggio Berni

vitrines zijn naast kleine en middelgrote vissen ook tanden van een haai tentoongesteld, en aanwijzing dat er ook grote vissen in het meer leefden, zoals de Procacharodon megalodo, een gigantische haai die wel dertig meter lang kon worden en die in het mioceen vrij algemeen voorkwam. Het museum bevindt zich op de begane grond van het veertiende-eeuwse Malatesta-kasteel, dat aan een schitterend halfrond plein met zuilengangen ligt. 9. Het park van de groeve Dit park is gewijd aan de belangrijke vindplaats van fossielen in de Marecchia-vallei. Het ligt in de gemeente Poggio Berni, recht aan de rivier. Deze positie is om twee redenen belangrijk; enerzijds omdat zo de natuur kan herstellen van de graafactiviteiten die daar hebben plaatsgevonden, en anderzijds om dicht bij de locaties te zijn waar fossielen worden gevonden. Uit studies uit de jaren zeventig bleek reeds dat er fossielen in de rivier de Marecchia te vinden waren, en al snel werd vastgesteld dat daar een grote vindplaats van fossielen lag. In 1981 werden de eerste wetenschappelijke opgravingen uitgevoerd onder leiding van de directeur van het Stedelijk Natuurhistorische Museum van Verona, waar een groot deel van de bij deze fortuinlijke opgravingen gevonden fossielen is tentoongesteld. Andere opgravingen werden georganiseerd in 1982, 1983 en 1984, waarbij meer dan 2000 fossielen aan het licht kwamen. De meeste fossielen zijn van vissen, aangezien het gebied in het plioceen in een zee lag. De verzameling bevat een aantal bijzonder interessante exemplaren, vele soorten waren namelijk nooit eerder in het Mediterrane bekken gevonden, waaronder fossielen van vissen die tegenwoordig in de tropische en subtropische wateren van de Indische en de Grote Oceaan leven. Het park is op 20 mei 2000 ingewijd, en opgezet met de bijdrage van de regio Emilia Romagna en de provincie Rimini. De toegang is gratis en bezoeken moeten worden gereserveerd. Een bezoek bestaat uit twee delen, in het eerste deel wordt een diavoorstelling gegeven en didactisch materiaal over fossielen getoond, in het tweede deel wordt het park bezocht.

117


HOOFDSTUK IV SUGGESTIEVE ROUTES

118


De wandelroutes 1 tot 7 zijn overgenomen uit: Sentieri. Percorsi riminesi tra natura e storia Excursiegids van de provincie Rimini Gesponsord door: Provincie Rimini, Departement voor Milieu Betrokken organisaties: WWF Rimini en CAI Rimini Uitgever: provincie Rimini Auteurs: Lino Casini, Technische coördinatie en redactie Loris Bagli, Beschrijvingen van de omgeving Giovanni Fabbro, Overzichten topografische beschrijving Jaar: 2009 Niet op papier verkrijgbaar. Kan worden gedownload vanaf de toeristische site van de Provincie Rimini op de volgende pagina (alleen in het Italiaans): http://www.riviera.rimini.it/publication/sentieri.html De routes van Montefeltro 8 tot 10 zijn gekozen door Lino Casini, en overgenomen uit: Itinerari escursionistici del Montefeltro Circuito escursionistico dell’Alta Val Marecchia, comunità Montata Alta Val Marecchia, schaal 1:25.000 Onze hartelijke dank aan de Vereniging voor ecologische cultuur “D’là dé foss” uit Pennabilli voor de uitstekende en deskundige medewerking Legenda SS = snelweg SP = provinciale weg De nummers en de wegwijzers langs de routes zijn beschikbaar gesteld door de CAI - Club Alpino Italiano.

119


Excursiepaden

Marecchia-vallei Route 1 - Van Rimini naar Ponte Verucchio, fiets-/wandelpad rechteroever van de Marecchia Route 2 - Ponte Verucchio, Montebello, Torriana Route 3 - Van Montebello naar Monte Matto Conca-vallei Route 4 - Van het meer van Faetano naar Montefiore Conca Route 5 - Van Mondaino naar Cerreto Castello Route 6 - Van de monding van de Conca naar Molino del Cerro, fiets-/wandelpad linkeroever Marano-vallei Route 7 - Park van Marano, Cerasolo, Mulazzano, Vecciano Marecchia-vallei (routes die niet in de gids van de Provincie “Sentieri” staan) Route 8 - Van Villa Maindi (Pennabilli) naar Badia Mont’Ercole (Sant’Agata Feltria) Route 9 - Rechterhelling van de Marecchia-vallei: van Scavolino naar Miratoio Route 10 - Linkerhelling van de Marecchia-vallei, dan Villa di Fragheto naar Monte Loggio Route 1 Van Rimini naar Ponte Verucchio, fiets-/wandelpad rechteroever van de Marecchia gemeenten Rimini, Santarcangelo, Verucchio CAI-nummer: 017 Afstand: 20,6 km Hoogteverschil: -1 +117 meter Moeilijkheidsgraad: Gemiddeld Duur: 6h 40’ Rimini, Tiberius-brug Neem de westelijke ringweg richting zee, en enkele meters na de Tiberius-brug te zijn opgegaan loopt links een weggetje met een hek

120


121


122


Golfbaan en fietspad bij Villa Verucchio

dat links aanhoudend naar het Marecchia-park voert (XXV Aprile). Marecchia-park (XXV Aprile) Steek het park over tot aan de dijk van de Ausa, steek dit riviertje over door het pad naar beneden te volgen tot aan de betonnen bedding, en op de rechterdijk van de Marecchia weer omhoog te gaan (gebruik bij hoog water de nabijgelegen voetgangersbrug). Dijk van de Marecchia Het onverharde weggetje voert ons naar de tunnel onder de SS16 door en volg dan de rivier over de rechteroever tot voorbij de tolweg A14 tot u bij de kleiduivenschietbaan met bijbehorend restaurant komt. Als u de baan linksom volgt passeert u de zijwegen naar de SP258 Marecchiese en iets verder de zijweg naar de SP49 richting Santarcangelo voeren. Kleiduivenschietbaan U gaat verder tot aan de baan voor modelvliegtuigjes en komt dan in het gebied waar een aardverschuiving heeft plaatsgevonden; hier volgt u een alternatieve weg naar links. Na ongeveer 300 m keert u naar het oorspronkelijke pad terug tot u bij de ruïne van een oude brug over de Marecchia komt. U vervolgt uw weg door de tunnel onder de SP49 en verder tot aan het Santarini-meer met de bijbehorende groeve. Santarini-meer Van hieruit bereikt u, na een zijweg links te hebben gepasseerd, vlakbij een scherpe bocht een panoramisch punt in het plaatsje Molino di Terrarossa. Golfbaan De weg volgend komt u langs het dorpje Corpolò links en bereikt u de golfbaan waarvan de weg een heel stuk de omtrek volgt in zuidwestelijke richting, om vervolgens uit te komen bij een punt met uitzicht over de door de Marecchia uitgesleten kloven. Kloven van de Marecchia U gaat verder, passeert de zijweg naar de SP258 links en het dorpje Villa Verucchio, en zo komt u bij het Marecchia-park. Marecchia-park Volg de rand van het park, ga verder rechtdoor, u passeert een aantal zijwegen links (waaronder een CAI-pijl richting Pieve),

123


boven Fietstoerisme in Maiolo

onder Uitzicht op de kust vanuit Verucchio

ga verder rechtdoor tot u linksaf gaat, een stukje omhoog, waarna u de oude Via Marecchiese van Ponte Verucchio bereikt. Hier eindigt de fiets-/wandelroute. Route 2 Ponte Verucchio, Montebello, Torriana gemeente Torriana CAI-nummer: 03 / 03A Afstand: 16,1 km Hoogteverschil: +393 -393 meter Moeilijkheidsgraad: Gemiddeld Duur: 4h 45’ Ponte Verucchio Parkeerplaats afslag Ponte Verucchio links, volg de CIA-pijl over de geasfalteerde weg tot aan de T-splitsing, waar u linksaf gaat, na de slagboom, over het fietspad tot aan de T-splitsing naar Case Palazzo. T-splitsing Case Palazzo Ga rechtdoor tot aan de T-splitsing naar Madonna di Saiano, volg de onverharde weg naar rechts richting Montebello tot aan Fontebuona, waar een bron met waterkraan ligt, en ga verder omhoog tot aan het ijzeren kruis, waar u rechtsaf gaat richting het bidhuisje. Bidhuisje Ga 30 meter naar rechts en neem dan links een pad; na een kort maar steil stuk omhoog daalt u naar links af richting Passo del Lupo, het pad eindigt in een ruime bocht van de SP120 vlakbij een bushalte. Bushalte Volg de SP120 richting Torriana, langs een zijweg rechts naar Saiano en het plaatsje Gessi, en zo bereikt u de T-splitsing Castello, waar u 500 m richting Torriana afdaalt; links naast de parkeerplaats begint het pad van de Scalette. Scalette Volg dit pad een stukje en ga vervolgens linksaf over een steil en deels open, onbeschermd pad tot aan de Belvedere voor het Kasteel, waar u het pad naar links volgt tot aan de T-splitsing naar de Toren, daar gaat u rechtsaf naar beneden en zo komt u bij het restaurant uit.

124


125


126


boven Kasteel en pad in Torriana

Restaurant Meteen naar links gaat u omhoog naar de top van de Monte Borgelino, bij de tweede T-splitsing gaat u linksaf. Top van de Monte Borgelino U daalt af langs de stenen wegwijzermannetjes tot aan het prieel; hier volgt u de geasfalteerde weg een stukje richting Torriana, u gaat rechtsaf de Via Poggiolo in tot aan het dorpje Palazzo. Palazzo Een oud dorpje dat wordt gerenoveerd; van hieruit keert u terug richting Saiano en gaat u linksaf richting Ponte Verucchio. Ponte Verucchio Bij de parkeerplaats eindigt de route. Route 3 Van Montebello naar Monte Matto gemeente Torriana CAI-nummer: 03A / 05 Lengte: 5,9 km Hoogteverschil: -203 +203 meter Moeilijkheidsgraad: Gemiddeld Duur: 1h 30’ Begin Neem met de auto de provinciale weg SP120 Torriana-Montebello en ga vlak voor de haarspeldbochten die naar Montebello voeren rechtsaf, de Via Sabioni in, houd bij de T-splitsing met de Via Scanzano links aan en parkeer de auto op de parkeerplaats “La Fontanaccia”. La Fontanaccia Blijf de weg volgen en na een zijweg links naar Montebello, waar een bidhuisje staat, te hebben gepasseerd komt u bij een ijzeren kruis links van de plaats waar de Via Sabioni en de Via Rontagnano samenkomen. IJzeren kruis Volg de weg naar beneden over de Via Rontagnano, ga bij het vrijstaande huis rechtsaf tot u bij de ruïne van Pian di Porta

127


boven Rots en Bedevaartskerk van Saiano

onder Kasteel van Montefiore Conca

komt; ga verder over het grindpad tot aan de T-splitsing van Case Rontagnano. T-splitsing Case Rontagnano U passeert een bidhuisje links en verlaat het grindpad en volgt rechtsaf een landweggetje tot u bij een andere T-splitsing komt; ga hier naar links richting Monte Matto tot u bij de volgende T-splitsing komt. T-splitsing Het pad splitst zich: rechtsaf voert het pad rond de Monte Matto, en linksaf voert het pad naar de top van de berg. Top Monte Matto Vanaf de top gaat u rechtdoor over het pad dat in zuidwestelijke richting omlaag voert, om vervolgens kort weer omhoog te gaan over een hier en daar onbeschermd, open pad, en weer naar beneden te gaan tot de volgende T-splitsing. T-splitsing U neemt rechts een breed (vaak modderig) pad dat rond de Monte Matto voert - negeer het pad naar rechts dat de berg op gaat - en ga verder om weer uit te komen bij de kruising van waaruit u, door rechtsaf te slaan, de top van de Monte Matto heeft bereikt. T-splitsing Ga verder naar links tot aan een volgende T-splitsing, waar u rechts aanhoudt en een landweggetje op gaat dat naar de kruising van Case Rontagnano voert. Kruising Case Rontagnano Volg het grindpad richting Montebello om terug te keren naar de ruïne van Pian di Porta, dan weer langs het ijzeren kruis en naar de parkeerplaats La Fontanaccia van waaruit u bent vertrokken. Route 4 Van het Faetano-meer naar Montefiore Conca gemeenten Montescudo, Monte Colombo, Gemmano, Montefiore CAI-nummer: 019 Afstand: tot Chitarrara 8,2 km, van Chitarrara tot Montefiore 10 km Hoogteverschil: 1e deel +411 -375 meter; 2e deel -233 +471 meter Moeilijkheidsgraad: Gemiddeld Duur: 7h 20’

128


129


130


Landelijke omgeving van Coriano en beelden van de Conca-vallei

Om het vertrekpunt te bereiken moet u vanuit Ospedaletto di Coriano de Via Montescudo een stuk te volgen tot aan de kruising met de Via Parco del Marano, daar gaat u rechtsaf en volgt u de weg tot aan het Faetano-meer, waar u parkeert. Meer van Faetano De route begint 200 m van de grens met de Republiek San Marino; na de geasfalteerde weg te hebben verlaten neemt u links een pad om de rivier de Marano te bereiken, waad door de rivier naar de overkant en ga verder tot aan de T-splitsing, waar u linksaf gaat om, na twee T-splitsingen te hebben gepasseerd, de top van de heuvel te bereiken. Top heuvel Blijf het pad volgen tot aan het plaatsje Montirolo, hier volgt u de geasfalteerde weg waarop in het pad richting het plaatsje Albereto uitkomt. Albereto Volg de geasfalteerde weg tot aan de kruising met de SP131 richting Montescudo. SP 131 Ga linksaf en volg de geasfalteerde weg omhoog tot u bij de T-splitsing van Casa Falconi komt, waar u rechtsaf gaat tot aan de T-splitsing naar Monte S. Felice D’Albereto. T-splitsing Monte S. Felice Ga bij een huis aan de linkerkant van de weg linksaf, een onverharde weg op die naar de top van de Monte S. Felice voert, naar de resten van een kerk; blijf het pad volgen tot het uitkomt op een geasfalteerde weg, ga rechtsaf en volg de weg omhoog naar de top van de Montescudo. Top van de Montescudo De weg voert naar beneden tot aan de T-splitsing van de Via Monte en de Via Comanduccio, ga linksaf en volg de weg tot aan de rotonde, volg de SP131 een stuk richting Montescudo tot aan de T-splitsing met de Via della Rocca. T-splitsing Via della Rocca Ga hier naar links richting het centrum van Montescudo, volg de weg Largo Borgo Malatesta een stuk om vervolgens rechtsaf te gaan, de Via Torgnano in, en volg deze weg tot aan de T-splitsing naar Torgnano.

131


Wasplaats en heuvels van Monte Colombo

Kruising Torgnano Volg deze weg rechts aanhoudend, dan komt u bij een andere T-splitsing met een aan de Madonna gewijd huisje, en neem de onverharde weg links tot u bij de ruïne van een boerenhuis komt. Ruïne boerenhuis Ga linksom langs de ruïne, dan komt u bij een scherpe bocht naar links naar de sloot, ga omhoog over het grasveld richting Monte Colombo tot aan een olijfboom die bovenaan rechts van het pad staat, en volg daar een pad dat tussen de bomen door loopt, links van de sloot, u komt over een bult om vervolgens een pad te kruisen dat naar de wasplaats van Monte Colombo voert. Kruising pad Wasplaats U gaat verder omhoog tot het pad uitkomt op de geasfalteerde weg van de Via Ca’ Mini, waar u linksaf gaat richting het centrum van Monte Colombo; vlakbij de kerk gaat u rechtsaf de Via Borgo in en u volgt deze, rechts aanhoudend, verder naar beneden naar de Via Colombara tot deze overgaat in de Via Lazzaretto. Via Lazzaretto U volgt deze weg 350 m tot hij uitkomt op de geasfalteerde weg in het dorpje Salgareto, hier slaat u rechtsaf, u passeert de kruising van de Via Piggiole met de Via Salgareto en gaat rechtdoor tot aan de kruising met de SP18, die steekt u over en zo komt u bij Chitarrara. Chitarrara Na de SP18 te hebben overgestoken volgt u een onverhard weggetje tot aan een kruising, daar gaat u rechtsaf richting de rivier de Conca die u doorwaadt (let op bij hoog water) om op de rechteroever te komen. Rechterover van de Conca U volgt rechtdoor een pad tussen de bomen tot hij uitkomt op een geasfalteerde weg, houd links aan, de weg gaat omhoog en omlaag en na een ruime bocht bereikt u na een kort stukje weg de bedevaartkerk van S. Maria di Carbognano. S. Maria di Carbognano Hier volgt u een lange weg omhoog, waarbij u een aantal zijwegen passeert tot u op de SP132 richting Gemmano uitkomt in het plaatsje Villa.

132


133


134


Landschappen van Saludecio

SP132 U gaat linksaf en volgt de SP132 een stukje naar beneden tot aan de T-splitsing, u gaat naar rechts de Via delle Fonti in en u volgt deze tot aan een driewegskruising; houd rechts aan op de Via delle Fonti, ga bij de volgende T-splitsing linksaf een onverhard pad op dat op de Via Farneto uitkomt. Via Farneto Steek de geasfalteerde weg over om links de Via Borghetto te nemen, die steil naar beneden loopt, en u volgt deze tot hij weer op de Via Farneto uitkomt, ga verder naar beneden tot u bij een T-splitsing met een pad komt; neem het pad naar rechts en volg het tot aan de Casa Casino. Casa Casino Blijf het pad volgen tot u in de dalbodem van de Rio Ventena bij Gemmano uitkomt. Rio Ventena Ga linksaf een onverharde weg op die een heel stuk de linkeroever van het riviertje volgt en vervolgens overgaat naar de rechteroever, blijf rechtdoor gaan tot u bij de T-splitsing met CAI-pijlen komt: hier neemt u pad n. 19 rechts, dat u volgt tot aan de parkeerplaats van de bedevaartskerk van de Madonna di Bonora. Parkeerplaats heiligdom Ga rechtsaf en u komt op het plein voor de kerk uit, hier neemt u de geasfalteerde weg richting Montefiore en na 300 m neem u links een pad dat naar Borgo Pedrosa voert; volg de Via Borgo Pedrosa omhoog dat naar het dorpje Montefiore voert. Route 5 Van Mondaino naar Cerreto Castello gemeenten Mondaino en Saludecio CAI-nummer: 019 / 09 Afstand: 14,6 km Hoogteverschil: -638 +638 meter Moeilijkheidsgraad: gemiddeld Duur: 4h 45’

135


Uitzicht op Mondaino

Mondaino Vanaf de parkeerplaats onderaan de muur van het stadhuis gaat u naar het park Le Fratte, dat u oversteekt, aan het einde gaat u naar rechts een geasfalteerde weg op tot aan de kruising met de Via Fonte Leali, hier gaat u linksaf richting het sportcentrum en meteen na de bocht, aan de rand van een open plek links, begint de route; u neemt de trappen naar beneden tot u op een onverharde weg komt, u gaat rechtsaf tot u bij een hek komt, dat passeert u en u blijft het pad volgen tot u links een pad neemt dat langs een olijfboomgaard loopt; na ongeveer 200 m gaat u rechtsaf steil omhoog tot het pad op de geasfalteerde weg uitkomt die naar Ca’ Antonioli voert. Strada Antonioli U gaat naar links 300 m naar beneden en aan de rand van een ruime bocht neemt u een pad naar rechts dat naar beneden voert tot aan de sloot; u gaat rechtdoor omhoog, voorbij een aantal zijwegen tot aan een oranje huis, u blijft het pad volgen tot het uitkomt op een kiezelpad; van hieruit gaat u naar links omhoog over een wagenpad, u gaat om een ruïne heen en verder naar links om vervolgens vlak voor de drievoudige kruising van S. Teodoro naar rechts af te slaan. Drievoudige kruising S. Teodoro Ga 1,4 km verder richting S. Teodoro tot aan Ca’ Fariani; hier gaat u linksaf een landweg in die steil omlaag loopt om op een kiezelpad uit te komen, u gaat nogmaals linksaf tot aan de brug over de Rio Ventena, u gaat verder naar links tot aan de case Palazzi op een onverharde weg die langs het riviertje loopt. Case Palazzi U gaat linksaf en steekt de Ventena weer over, en volgt de weg naar de case Pontia tot u vlak daarna bij Cerreto Castello, een enclave van de gemeente Saludecio, komt. Cerreto Castello Van hieruit gaat u linksaf en volgt u ongeveer 200 m de geasfalteerde weg, waarna u linksaf gaat, het pad op dat naar Calbianco voert. Calbianco Ga verder en houd links aan, ga bij het bidhuisje linksaf richting de berg Baicano, na 900 m bereikt u een panoramisch punt waar

136


137


138


boven Kasteel van Cerreto onder Piazza Maggiore in Mondaino

u links een pad op gaat, bij de T-splitsing nogmaals naar links, en dan rechtdoor tot aan de ruïne van Ca’ Mainardi. Ca’ Mainardi Als u rechtsaf gaat komt u bij het dorpje S. Teodoro, en van hieruit keert u terug naar de drievoudige kruising van S. Teodoro. Drievoudige kruising S. Teodoro U neemt het pad dat naar Mondaino voert en gaat na ongeveer 250 m linksaf, u gaat om het oranje huis heen en het weggetje voert naar de sloot. Sloot U gaat weer omhoog tot u op de geasfalteerde weg komt die naar Ca’ Antonioli voert. Strada Antonioli U volgt deze weg 300 omhoog waarna u weer een pad rechts waarnaast een telegraafpaal staat. Telegraafpaal Het pad loopt steil omlaag tot het een ander pad kruist, hier gaat u linksaf en na een stukje komt u op een weggetje dat naar het hek voert. Hek Vlak voorbij het hek neemt u links een pad met treden; aan het eind van dit pad neemt u de geasfalteerde weg, u passeert een zijweg links en gaat rechtdoor, links aanhoudend, aan het einde van het stijgende stuk gaat u linksaf om weer het park Le Fratte over te steken en Mondaino te bereiken. Mondaino Bij de parkeerplaats onderaan het stadhuis eindigt de route. Route 6 Van de monding van de Conca tot aan de Molino del Cerro, fiets-/wandelpad linkeroever gemeenten Misano Adriatico en San Clemente CAI-nummer: 037 Afstand: 7,8 km Hoogteverschil: +37 meter Moeilijkheidsgraad: Makkelijk Duur: 2h 20’

139


boven Landelijke omgeving van Coriano en de Monte Titano

onder Portoverde in de gemeente Misano Adriatico

Monding van de Conca, linkeroever Vlakbij het dok van Portoverde vertrekt u vanaf het strand en volgt u het pad over de linkerdijk van de Conca, u gaat onder de Via Litoranea Sud en het spoor door, dan maakt de weg een haarspeldbocht en komt u bij de oever van de rivier, waar het pad begint. Begin pad U komt onder de Via Nazionale Adriatica Interna en meteen daarna de SS16 door, dan komt het pad uit op een weg in het plaatsje Molino Calce, waar het weer een pad wordt. Pad U volgt de rivier stroomopwaarts, u komt onder de tolweg A14 door om vervolgens naar rechts te gaan over een grindpad dat naar de brede bedding van de Conca voert, en komt zo bij een T-splitsing. T-splitsing Ca’ Signori U passeert een zijweg rechts en gaat rechtdoor langs de bedding tot aan een weg, vlakbij een slagboom aan het begin van een pad dat toegang biedt tot het beschermde gebied van het vogelobservatorium Osservatorio Ornitologico en het bezoekerscentrum. Bezoekerscentrum Observatorium U volgt de bedding, waar u vanuit de observatiehutten vogels kunt bewonderen; wanneer u het observatorium verlaat blijft u het pad volgen langs een arm van de rivier, tot vlak langs een weg met huizen het pad naar de bedding afdaalt om vervolgens weer te stijgen en over een dam te voeren; verderop buigt het pad naar rechts af, weg van de rivier, om op een weg uit te komen die naar Ghetto Fondi voert. Ghetto Fondi U volgt de weg in zuidelijke richting, u komt langs een restaurant en bereikt een T-splitsing waar u als u linksaf gaat weer op het pad komt dat de Conca volgt; u gaat verder tot het pad uitkomt op een grindpad, dat iets naar links loopt en na 350 m een kruising bereikt, vlakbij een brug, in het plaatsje Molino del Cerro. Molino del Cerro Hier eindigt de route omdat het pad verderop niet meer begaanbaar is. Om terug te keren kunt u de heenweg in omgekeerde richting

140


141


142


boven Marano-park onder De Marano

volgen, of u kunt de brug oversteken en linksaf het pad nemen dat langs de rechteroever van de Conca loopt. Route 7 Marano-park, Cerasolo, Mulazzano, Vecciano gemeente Coriano CAI-nummer: 033 / 031 Afstand: 10,5 km Hoogteverschil: -362 +362 meter Moeilijkheidsgraad: Makkelijk Duur: 2h 45’ Marano-park Volg vanaf de parkeerplaats de provinciale weg 400 m richting het westen tot aan de T-splitsing met de Via Vecciano; ga rechtsaf de Via Vecciano in en volg deze, na de kruising met de Via Loreto te zijn gepasseerd, tot aan de T-splitsing met de Via del Fagiano. T-splitsing Via del Fagiano Ga linksaf de Via del Fagiano in, dat een kort stuk geasfalteerd is en dan een onverharde weg wordt, tot aan de T-splitsing met de Via Palombara; ga linksaf de geasfalteerde Via Palombara in tot aan de T-splitsing met de Via Monte. T-splitsing Via Monte Ga rechtsaf de geasfalteerde Via Monte in en neem na 400 meter omlaag links de geasfalteerde Via La Roncona; ga aan het einde van het geasfalteerde deel linksaf het grindpad op tot aan Villa Irene. Villa Irene Hier eindigt het grindpad, ga rechtdoor over een graspad tot aan de overgroeide rivier de Mortella. Waadplaats rivier Mortella Het pad komt bergopwaarts ten opzichte van de plaats waar de twee riviertjes samenvloeien uit: om maar één rivier te hoeven doorwaden gaat u naar 50 m naar rechts langs de rechteroever en een akker en steekt u de rivier over; het pad voert vervolgens eerst door dicht struikgewas en buigt dan naar rechts naar een landweggetje in de noordelijke richting, steil omhoog tot aan het plaatsje Case Fantini.

143


Uitzicht op zee vanuit San Giovanni in Marignano

Case Fantini Ga linksaf de Via Ciavatti in en volg deze omhoog tot hij samenkomt met de Via 1° Maggio, ga linksaf en volg de weg naar Cerasolo. Cerasolo Ga vlakbij de kerk van Cerasolo linksaf de Via Il Pedrone in en volg deze weg tot aan de T-splitsing met de Via Olmo, ga beneden aangekomen linksaf de Via dell’Olmo in tot aan het bruggetje over de Mortella, vervolgens loopt de weg omhoog en komt u na 700 m bij de T-splitsing met de Via Levata. T-splitsing Via Levata Ga rechtsaf de Via Levata in en volg deze tot aan de T-splitsing met de Via Europa, en ga linksaf de Via Europa in: deze weg voert naar het centrum van Mulazzano. Mulazzano Op het plein Mula D’Oro neemt u links de Via Agello en u volgt deze tot aan de T-splitsing met de Via Ripa Bianca, ga hier linksaf en volg de Via Ripa Bianca een heel stuk naar beneden; vlakbij Vecciano verandert de naam in Via Loreta en komt u bij de T-splitsing met de Via Vecciano. T-splitsing Via Vecciano Ga rechtsaf de Via Vecciano in die uitkomt op de provinciale weg Marano, ga hier linksaf richting Ospedaletto om weer bij het Marano-park uit te komen. Marano-park Bij de parkeerplaats eindigt de route. Route 8 Van Villa Maindi (Pennabilli) naar Badia Mont’Ercole (Sant’Agata Feltria) gemeenten Pennabilli en Sant’Agata Feltria CAI-nummer: 99 Afstand: 12 km Moeilijkheidsgraad: Makkelijk/Gemiddeld Duur: 5h 15’

144


145


146


Petrella Guidi vlakbij Sant’Agata Feltria

Villa Maindi In het dorpje Villa Maindi (643 m), 2 km ten zuiden van Pennabilli, begint de route die zich van CAI-route n. 95 met de naam “Rechteroever van de Marecchia-vallei” afsplitst, bij de vierwegssplitsing vlakbij het dorpje, en zij voert omlaag naar Ca’ Morlano, vlakbij het café, en verder naar Ca’ Franchi na een kort stuk over een berijdbare weg. Ca’ Franchi - Ca’ Bicci Vanuit Ca’ Franchi neemt u het wagenpad links en na tweehonderd meter gaat u rechts naar beneden waarbij u eerst naar het riviertje Messa toe gaat en u zich er vervolgens weer van verwijderd, en zo komt u bij de berijdbare weg in de buurt van Ca’ Bicci, een mooi boerenhuis uit eind achttiende eeuw (zoals de steen op de muur aangeeft) met een typische haag ervoor. Over de berijdbare weg gaat u omlaag en na ongeveer 800 meter komt u bij de provinciale weg Marecchia, 100 m van de bekende Romaanse parochiekerk van San Pietro in Messa. Provinciale weg Marecchia Volg de provinciale weg 1200 meter richting Rimini en ga dan vlakbij het zwembad van Pennabilli linksaf, over de brug, waarna de weg omhoog voert richting Sant’Agata Feltria. Brug over de Marecchia Meteen na de brug over de Marecchia (333 m) verlaat u de berijdbare weg en gaat u langs de kwekerij van Staatsbosbeheer, dan gaat u links omhoog richting het plaatsje Casalecchio. U volgt de geasfalteerde weg een stuk tot aan Ca’ d’Orazio en gaat vervolgens omhoog over het wagenpad rechts dat naar Petrella Guidi voert. Petrella Guidi Petrella Guidi (530 m) wordt - terecht - als een van de meest intact gebleven en suggestieve middeleeuwse dorpjes beschouwd, dat in de loop der eeuwen verschillende heersers heeft gekend. Monte Benedetto Vanuit Petrella Guidi gaat u in zuidwestelijke richting omlaag en bereikt u de kerk vlakbij Ca’ Bardaia, waarna u rechts over een ezelpad weer omhoog gaat richting Ca’ Galoppo en Cannero,

147


boven Rotswand van Vigiolo in de buurt van Perticara

onder Uitzicht op Pennabilli vanaf de rots van Billi

waarna u de weg Petrella-Sant’Agata bereikt, bovenop de Monte Benedetto (731 m). Monte San Silvestro Van hieruit gaat u na enkele tientallen meters rechts opeens omhoog over een zeer steil pad, en via het dorpje Villa komt u zo bij u noordoostelijke bergkam van de Monte San Silvestro (810 m, de top 844 m), waarop radio- en televisieantennes staan. Op de pas verlaat u de berijdbare weg en aan de andere kant gaat u midden door het kastanjebos dalwaarts. U gaat verder naar beneden en aan het einde van het kastanjebos, dat overgaat in een gemengd bos, komt u vlakbij een brug van grote metalen buizen. Nog iets verder komt u bij een groot boerenhuis in het plaatsje Badia Mont’Ercole en bereikt u de geasfalteerde weg vlakbij het kerkje van de Madonna del Soccorso; vlak daarna komt u bij de kruising met CAI-route n. 96, met de naam “Linkeroever van de Marecchia-vallei”. Route 9 Rechteroever van de Marecchia-vallei: van Scavolino naar Miratoio gemeente Pennabilli CAI-nummer: 95 Afstand: 11,3 km Moeilijkheidsgraad: Makkelijk/Gemiddeld Duur: 6h 30’ Deze route betreft het hooggelegen deel van CAI-route n. 95 “Rechteroever van de Marecchia-vallei” van Pietracuta naar Miratoio, met een duur van in totaal 16 uur. Scavolino Deze route begint op het plein van Scavolino, op een hoogte van ongeveer 740 meter, met een geplaveide weg die iets omhoog gaat in zuidelijke richting. Na de laatste huizen gaat deze route verder in dezelfde richting over een wagenpad. Rio Cavo Na ongeveer 1 km doorwaadt u de Rio Cavo vlakbij de molen van Scavolino, die verder stroomafwaarts staat. Na de waadplaats voert het

148


149


150


boven Rotswanden van Maioletto en San Leo

onder Weiden vlakbij de Monte Fumaiolo

wagenpad ongeveer 600 m door het bos en vervolgens door de velden om zonder grote hoogteverschillen uit te komen op geasfalteerde weg naar Cantoniera, bij het plaatsje San Lorenzo (740 m). San Lorenzo Op de heuvel ligt rechts gedeeltelijk verborgen het kerkje van Santa Maria in Cella, dat op de fundamenten van de eerdere bestaande kerk van San Lorenzo is gebouwd, die op zijn beurt weer bovenop een Etruskusch-Romeinse tempel was gebouwd. U steekt ter hoogte van het dorpje de straat over en gaat omlaag over een niet erg duidelijk pad langs een akker. Vervolgens neemt u een wagenpad dat na het riviertje de Messa te hebben overgestoken omhoog voert tot aan het kruispunt met CAI-route n. 99, vlakbij Villa Maindi. Monte Canale Van hieruit neemt u, om Serra Valpiano te bereiken, links het wagenpad omhoog dat in een ezelpad overgaat. U gaat verder omhoog in zuidoostelijke richting waarna het ezelpad een mooi pad wordt dat tussen de jonge beuken en haagbeuken door loopt. Het pad maakt een aantal bochten in de schaduw waar hier en daar links in de diepte het beekje de Paolaccio te zien is (dat in de Messa uitkomt), met een aantal mooie watervallen. Na de laatste bocht (995 m) voert het pad in zuidzuidwestelijk richting en loopt het bijna vlak. De vegetatie wordt schaarser en de struikgewassen lijken te bestaan uit jeneverbessen en een enkele zomereik. U gaat in westelijke richting naar het hoogste punt van de Monte Canale (1052 m), langs een omheining die de bovenrand van het bos volgt. Van hieruit heeft u een schitterend uitzicht: ten oosten de Monte Carpegna, ten zuiden de Sasso Simone, ten zuidwesten de Alpe della Luna, de Fumaiolo, de Monte Ercole, de Monte Perticara en Maioletto, een schitterend uitzicht over de hele Marecchia-vallei. La Petra Van hieruit gaat u omlaag over de weide aan de binnenkant van een haarspeldbocht en bereikt u het wagenpad vanuit Villa Maindi, ongeveer 50 meter voor de geasfalteerde weg. U steekt de weg ter hoogte van het kruisje over en gaat omlaag richting het plaatsje Il Casone (waar mineraalwater wordt gewonnen) en langs de rand van

151


boven Panorama vanuit het dorpje Senatello

onder Rotswanden bij Balze di Verghereto

een aantal zaaivelden komt u bij een huizengroep met de naam La Petra, vlakbij de weg naar Miratoio. Miratoio U steekt opnieuw de weg over en gaat het bos in om de Poggio di Miratoio heen, vlak boven het kerkhof, en zo komt u in het centrum van het dorp waar een bron te vinden is. Bij deze bron begint CAI-route n. 17 die naar San Gianni een andere routes in de regio Toscane voert. Route 10 Linkeroever van de Marecchia-vallei: van Villa di Fragheto naar Monte Loggio gemeente Casteldelci CAI-nummers: 96 en 23 Lengte: 10 km Moeilijkheidsgraad: Gemiddeld Duur: 5h 30’ Deze route betreft het hoger gelegen deel van CAI-route n. 96 “Linkeroever van de Marecchia-vallei”, van Pietracuta naar Monte Loggio, met een duur van in totaal 23 uur en 45 minuten. Villa di Fragheto Villa di Fragheto (620 m) is met de auto te bereiken door vanaf de T-splitsing van Casteldelci omhoog naar Molino del Rio te rijden. Vanuit Villa di Fragheto gaat u over het ezelpad in zuidwestelijke richting omlaag en bereikt u de berijdbare weg vlakbij Molino del Rio. U komt over het bruggetje vlakbij de oude molen en gaat over het pad omhoog naar Poggio del Tesoro en Poggio Calanco (waar een verlaten dorpje ligt). Casteldelci U gaat vervolgens in zuidelijke richting omlaag over een ezelpad en vervolgens over het wagenpad dat een paar honderd meter verder Casteldelci (565 m) bereikt. Na een verplicht bezoek aan het typisch middeleeuwse dorpje gaat u omlaag over het oude, steile pad dat naar de middeleeuwse brug over de Senatello voert, vlakbij de oude molen. U kunt ook de geasfalteerde weg nemen die een aantal

152


153


154


Ponte Vecchio in Casteldelci

haarspeldbochten maakt en een schitterend uitzicht over Casteldelci en omstreken biedt. U komt over een brug waar de berggemeenschap rondom een meertje een pleisterplaats heeft gecreĂŤerd. Giardiniera Verderop komt u bij de T-splitsing van Giardiniera (544 m) vlakbij een restaurant en een tankstation, u steekt de weg over en neemt de steile berijdbare weg die naast het sportveld begint. Na de eerste bocht neemt u het pad rechts dat midden tussen de dichte vegetatie omhoog voert en na een paar honderd meter een recent gebouwd vrijstaand huis bereikt. Hier neemt u het ezelpad dat naast het bidhuisje van de Madonna, dat zich in de haag bevindt, begint. Poggio della Veduta U gaat verder over het ezelpad dat naar de bergkam richting Poggio della Veduta voert (946 m). Vanaf het genoemde vrijstaande huis kunt u de nabij gelegen weg bereiken die naar Monte di Sopra voert. Van hieruit kunt u de berijdbare weg naar Campo en Gattara nemen. Monte Loggio Als u daarentegen naar Monte Loggio (1178 m) verder gaat, voert het pad ruim drie kilometer geleidelijk omhoog, met een schitterend uitzicht over het omliggende landschap, tot het een haarspeldbocht bereikt die na een kilometer naar de top van de berg voert. Op een bepaald punt, nog voor de haarspeldbocht, komt op CAIroute n. 96 links, in oostelijke richting, CAI-route n. 100 uit die omlaag naar Gattara voert, en rechts, in zuidzuidwestelijk richting, CAI-route n. 23 die geleidelijk omhoog gaat langs de grens met de regio Toscane, tot u de eindbestemming bereikt.

155


Bibliografie

Antonio Bartolini, Perticara nel Montefeltro, Grafiche Gattei, Rimini, 1974. AA.VV., I carbonai, Pazzini Editore, Verucchio, 1990.

AA.VV., Storia di Santarcangelo di Romagna, Il Ponte Vecchio, Cesena, 1999. Giovanni Renzi, Arrampicare in Valmarecchia, La Pieve, Verucchio, 2000.

AA.VV., Montefeltro Misterioso, Editoriale Olimpia, Firenze, 1991.

AA.VV., Guida ai Patriarchi Arborei della provincia di Rimini, Provincia di Rimini, 2001.

Giampiero Semeraro, Dal mare ai monti, Circondario di Rimini, Rimini, 1994.

Loris Bagli, Natura e paesaggio nella Valle del Conca, Silvana Editoriale, Milano, 2002.

AA.VV., Atlante del mare di Terra, Guide Delfi per Circondario di Rimini, 1995.

AA.VV., La vite e il vino nel Riminese, Provincia di Rimini, 2004.

Rita Giannini, I sentieri magici della Valmarecchia, Touring Club Italiano, Milano, 1995.

Pier Giorgio Pasini, Passeggiate incoerenti tra Romagna e Marche, Minerva Edizioni, Bologna, 2006.

AA.VV., I Mulini ad acqua della valle del Conca, Luisè Editore, Rimini, 1996.

AA.VV., Le meraviglie della Flora spontanea, Lithos, Verucchio, 2006.

Giampiero Semeraro, L’Ontano dal Mare, Provincia di Rimini, 1996 (?)

AA.VV., Una lunga storia e un delicato contesto, Edizioni Società di Studi Storici per il Montefeltro, 2007.

AA.VV., Le buone erbe della campagna riminese, Provincia di Rimini, 1996. AA.VV., I Mulini della Valmarecchia, MET-Museo Etnografico, Santarcangelo di Romagna, 1999.

AA.VV., I Patriarchi da frutto dell’Emilia Romagna, Regione Emilia Romagna. Associazione Patriarchi della Natura in Italia, 2007.

156


Corrado Fanti, Pietre e Terre malatestiane, Minerva Edizioni, Bologna, 2007.

Rita Giannini, Musei nel Riminese, tra arte, storia e cultura, Provincia di Rimini, 2011.

Francesco V.Lombardi, Lo sguardo storico sugli aspetti naturalistici, Edizioni SocietĂ di Studi Storici per il Montefeltro, 2007.

Giovanni Renzi, Maiolo bloc & wall, Graph, San Leo, 2011.

AA.VV., Archeologia del Paesaggio nel territorio di Casteldelci, Montefeltro, Archeomed, Stafoggia Editore, Pesaro, 2007. Lino Casini e Stefano Gellini (a cura di), Atlante dei Vertebrati tetrapodi della provincia di Rimini, Provincia di Rimini, 2008. AA.VV., I Fiori dei pigri, Provincia di Rimini, Rimini, 2008. Giovanni Renzi, Verucchio guida all’arrampicata, Bema, Bellaria, 2008. AA.VV., Amare la Valmarecchia, Associazione Insieme per la Valmarecchia, Rimini, 2009. Loris Bagli, Giovanni Fabbro e Lino Casini, Sentieri. Percorsi riminesi tra natura e storia, Provincia di Rimini, 2009. Rita Giannini, Malatesta & Montefeltro: in viaggio nelle Colline Riminesi, Provincia di Rimini, 2011. 157


158


159


160


Waar zijn wij

Plaatsen en routes

Trento

Bellaria Igea Marina

Milano

Torino

Helsinki

Oslo Dublino

Santarcangelo di Romagna

Verucchio Riccione

Talamello Novafeltria Sant’Agata Feltria

Casteldelci

San Leo Maiolo

Pennabilli AR

Coriano

Repubblica di San Marino

Misano Adriatico

Montescudo Cattolica Montecolombo San Clemente fiume Conca San Giovanni Gemmano Morciano in Marignano di Romagna Montefiore Conca Mondaino

Varsavia Amsterdam Bruxelles Berlino Praga Vienna Parigi Monaco Budapest Milano Bucarest Rimini Madrid Roma Londra

Rimini

Poggio Berni Torriana Montebello

Stoccolma

Algeri

Saludecio

Tunisi

Mosca

Firenze Perugia

Kijev

Rimini Ancona

Roma Bari

Napoli

Cagliari

Catanzaro

Ankara Palermo

Atene

Ferrara

Parma

Poggio Berni Park van de groeve en fossielenvindplaats van de Marecchia Museum Mulino Sapignoli San Clemente Faunareservaat van de Conca Saludecio Cerreto San Leo Zee van San Francesco Trappenbrug San Giovanni in Marignano Faunareservaat Conca Golfbaan Sant’Agata Feltria Monte Benedetto / Monte Ercole / Monte San Silvestro Museum van de boerenkunst Santarcangelo di Romagna Tufgrotten MET Streekmuseum van Romagna Talamello Monte Pincio Kanalen van het oude centrum Torriana/Montebello Faunareservaat van Torriana e Montebello Natuurobservatorium Valmarecchia Verucchio Natuurreservaat van Ca' Brigida Golfbaan

Ravenna

Piacenza

Montegridolfo

fiume Marecchia

Casteldelci Monte La Faggiola / Monte Loggio / Le Macchiette Coriano Faunareservaat van de Conca Beschermd landschap van de Conca Marano-park Gemmano Grotten en Natuurreservaat van Onferno Maiolo Over meerdere locaties verspreid broodmuseum Misano Adriatico Vogelobservatorium van het Faunareservaat van de Conca Mondaino Centrum voor milieueducatie Bomentuin Paleontologische afdeling van de Musea van Mondaino Montefiore Conca Monte Faggeto / Monte Maggiore / Monte Auro Montescudo Marano-park Etnografisch museum van Valliano Bos van Albereto Morciano di Romagna Natuur- en stadspark van de Conca Faunareservaat van de Conca Novafeltria Historisch mijnbouwmuseum Sulphur van Perticara Kastanjejungle van Uffogliano Pennabilli Natuurpark Sasso Simone e Simoncello De plaatsen der ziel van Tonino Guerra

Genova

Venezia

Bologna

Reggio Emilia

Modena Bologna Ravenna

Forlì Cesena Rimini San Marino

Afstanden Amsterdam 1.405 km

München 680 km

Bologna 121 km

Berlijn 1.535 km

Parijs 1.226 km

Florence 165 km

Brussel 1.262 km

Praag 1.089 km

Milaan 330 km

Boedapest 1.065 km

Stockholm 2.303 km

Napels 586 km

Kopenhagen 1.770 km

Warschau 1.533 km

Rome 325 km

Frankfurt 1.043 km

Wenen 887 km

Turijn 447 km

Londen 1.684 km

Zürich 645 km

Venetië 270 km


Profile for Provincia di Rimini - Assessorato al Turismo

Natuurlijk  

Natuurlijk