Page 1


Kluger Hans nr. 3 – driemaandelijks – herfst 2009

02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64

Inhoud inleiding

bart de block – termieten versus de witte olifant Wat is innovatieve poëzie in het Westen van de eenentwintigste eeuw?

ivan de beul – plymouth Wat blijft er over na een reis? Een neerslag voor voice-recorder en andere media

a.rawlings – brede slaap voor lepidopteristen Wat is het slaappatroon van vlinders?

boris de jong – mijn land I, II een capuchon, een tred, een afwezige blik Wat is het land dat zwemmen kan?

m.e. craig – 4 gedichten Wat zou Klaus Kinski doen?

antoine boute - psychopathetische polar Wat is er eigenlijk gebeurd met het meisje dat haar maag is kwijtgeraakt in hoofdstuk één?

magnus william-olsson – 4 gedichten Wat heeft de navel van Penelope, is wijder dan de zee en leest als een anagram van je diepste, onbereikbaarste wens?

ivan de beul – parijs Wat blijft er over na een reis? Slotdeel van een neerslag voor voice-recorder en andere media

achterflap Werk van Anne Wenzel


De redactie

Inleiding Een literair tijdschrift is een plaats van mogelijkheden en cultivering. Nu de tijd

Hoewel de hedendaagse literatuur van grote vitaliteit en diversiteit getuigt,

van grote oeuvres en poëticale aardverschuivingen achter ons ligt, zijn zijn open

stellen we bezorgd vast dat het nieuwe literaire tijdschrift nY, ontstaan uit

houding en hybride concept van literatuur meer dan ooit belangrijk. Een literair

de fusie van Yang en freespace Nieuwzuid, zich net op de grotere lijnen van de

tijdschrift (in het Europa en Noord-Amerika van begin eenentwintigste eeuw) is

culturele productie lijkt te profileren. Misschien wel vanuit een onderhuidse

de plek waar kleine veranderingen en vernieuwingen, voortschrijvingen, uitdif-

concurrentiedrang met de witte olifant DWB vernauwt het zijn perspectief tot

ferentiëringen en reconstructies plaatsvinden. Het doel ligt daarbij halfweg: in

één enkele richting. Daarmee gooit het de speelsheid en meerstemmigheid dat

een koortsachtige wisselwerking tussen genres, vormen en ideeën nog voor ze

vooral freespace Nieuwzuid karakteriseerde, overboord.

in een boek terechtkomen.

Kluger Hans probeert een omgekeerde beweging te maken en zoomt in op jonge oeuvres, die een intelligente vorm van innovatieve frictie laten zien. Kluger

Die weg van zenuwachtige, soms hilarische veranderlijkheden bewandelt Kluger

Hans heeft aandacht voor de termieten in de literatuur. Wat we daarmee be-

Hans 3 met actuele poëzie uit binnen- en buitenland: open, onbevooroordeeld

doelen ontdekt u in het korte essay van onze redacteur Bart De Block, waarmee

en zonder angst voor een botsing tussen theorieën en stijlen, smaken en vormen,

dit nummer opent.

wriemelend en overdadig. De sensuele poëzie van de Canadese a.rawlings haalt bijvoorbeeld haar eclectische taal uit de zeilwereld, de lepidopterie en de slaap. Michael Earl Craig rekt met zijn absurde, tot een knotsgek geheel geshakete en relativerende taalspel de grens tussen droom en werkelijkheid op. Een psychedelische, grungy vorm van poëzie, ritmisch sterk en vol kleine oneffenheden, biedt Boris de Jong in zijn eerste papieren publicatie. In de rubriek ‘Richting EU’ bouwt de Zweedse dichter Magnus William-Olsson verder op een tegelijk klassieke en romantische traditie van lyrische poëzie. Hij deelt die romantische insteek met het beeldende werk van Anne Wenzel op onze achterflap. Twee bijdragen rekken de poëzie uit over andere genres. Ivan De Beul brengt twee reisverhalen vanuit een verhakkeld perspectief, dat de lezer uitnodigt om de brokken aan elkaar te lijmen. De ‘psychopathetische polar’ van Antoine Boute kan men dan weer, naar analogie met een term uit de filmwereld, B-poëzie noemen.

02

03


Bart De Block

poëzie die wereldwijd het meest gepubliceerd wordt door literaire tijdschriften en uitgeverijen. De andere brede stroming is taalgerichte poëzie. Dit is innovatieve, meer theoretisch geïnspireerde poëzie, die in de jaren ’60 tot stand kwam. Ze probeert de sociale conventie en de heersende ideologie te bekriti-

Termieten versus de witte olifant

seren op het niveau van de taal. Taalgerichte poëzie drukt het besef uit dat een literaire tekst zich verhoudt tot een grotere context van culturele productie. Ze wordt gekenmerkt door een afkeer van traditionele stijlmiddelen en door een nieuwe terminologie. De Amerikaanse L=A=N=G=U=A=G=E poëzie geldt als een

Termite-tapeworm-fungus-moss art goes always forward eating

belangrijk voorbeeld van deze stroming.

its own boundaries, and, like as not, leaves nothing in its path

Hoewel het onderscheid tussen stem- en taalpoëzie vandaag tot op zekere

other than the signs of eager, industrious, unkempt activity1.

hoogte nuttig blijft, miskent het een beweging in de actuele poëzie. De meer innovatieve oeuvres van vandaag laten zich niet meer in termen van deze dualiteit

In het begeleidende manifest van de onlangs verschenen bloemlezing Ik ben 2

omschrijven. Ze omvatten eerder een dynamiek, die de mechanismen van een

een bijl, Nieuwe dichters uit de jaren nul pleiten Erik Jan Harmens en Ilja Leonard

zuiver lyrische of een zuiver kritische poëzie op subtiele wijze perverteert. Zo

Pfeijffer voor een ‘riskante’ literatuur. Wat ze hiermee bedoelen, wordt niet ge-

bouwt actuele stempoëzie een kritiek in op de eigen ik-stem en zet ze lyrische

heel duidelijk gemaakt. Zo staat er: ‘Wij verachten slecht geschreven boeken.’

formuleringen in perspectief via andere accenten. Omgekeerd mikt actuele

‘Wij verwachten van literatuur dat zij de wereld verandert.’ De auteurs lijken

taalpoëzie op een subtielere vorm van kritiek door zich toe te leggen op con-

niet goed te kunnen kiezen, wanneer ze een mooi geschreven literatuur ver-

necties tussen tekst en lezer, tussen lezers onderling, en tussen de tekst en reële

langen die tegelijk geëngageerd en van zijn tijd is. Op de inclusieve formule-

aspecten van de culturele productie. Ze doet daarvoor inspiratie op bij lyrische

ring van het manifest, die het van binnenuit ondermijnt, is al uitvoerige kritiek

bronnen. Een voorbeeld van deze tendens is de poëzie van Juliana Spahr5. In

gekomen3. In dit korte essay kies ik voor een tegengesteld uitgangspunt, met

haar laatste bundel This Connection of Everyone with Lungs6 worden private en

name de radicale diversiteit van ‘actuele poëzie’. Meer specifiek zal ik aantonen

publieke werelden met elkaar verbonden in brede, expansieve gedichten die

dat de westerse, internationale poëzie van vandaag zowel een voortzetting als

ruimte laten voor een actieve verwerking door de lezer maar evengoed aan-

een differentiatie vormt van de poëzie van de tweede helft van de twintigste

sluiten bij orale tradities in de poëzie.

eeuw. De transformaties van poëzie uit de jaren ’60 en ’70 worden voortgezet in

De innovatieve poëzie van vandaag onderscheidt zich van haar voorgangers

de vorm van hernemingen, reconstructies en overschrijvingen.

4

door een koortsachtige vormelijke activiteit en een pervertering van poëtica’s.

Sinds de jaren ’60 zijn er in het internationale poëzielandschap twee brede

Stem- en taalpoëzie gedroegen zich als een uitgesproken poëticale ‘witte-

stromingen herkenbaar, met name eerder stemgerichte en eerder taalgerichte

olifant­poëzie’, doordat ze zich richtten op een transcendente veronderstelling:

poëzie. Stempoëzie veronderstelt een sprekend ‘ik’ van het gedicht. Ze vormt

van een stem die betekenis overbrengt, dan wel van een tekst die ingrijpt in de

een uitloper van neorealistische of ‘confessionele’ poëzie, waarbij het gedicht

culturele productie. Actuele poëzie gedraagt zich daarentegen als een imma-

een betekenis uitdrukt, die het als het ware aan de lezer toevertrouwt. Deze

nente ‘termietenpoëzie’7 doordat ze opereert via een erosie van binnenuit. Net

poëzie gaat dus uit van de opvatting dat taal in staat is om de realiteit voor te

als de ‘termite art’ van filmcriticus Manny Farber koppelt ze een continuerend

stellen. Een voorbeeld van stempoëzie is volkspoëzie of etnische poëzie, die via

karakter aan een hernieuwde omgang met poëtisch materiaal. Termietenpoëzie

traditionele stijlmiddelen een identiteit probeert uit te drukken. Maar onder

heeft niets met uitpuring, retoriek of een buitentekstuele betekenis te maken.

deze noemer horen ook: parlandopoëzie, neolyrische poëzie en de mainstream-

Ze kenmerkt zich integendeel door een obsessie voor het oppervlak van het

04

05


Bart De Block – Termieten versus de witte olifant

gedicht en door het gebruik van open eindes, puzzelstukjes en dissonantie. Hoewel deze stijlfiguren grotendeels voortkomen uit de taalgerichte poëzie, ligt de toon, de poëticale geladenheid van termietengedichten anders. Ze demonstreren een schijnbaar zinloos, oppervlakkig taalverlangen, zonder een ander poëticaal besef dan dat de wereld vreemd en gevariëerd is, en dat een gedicht kan worden gemaakt met om het even welke subset van zijn onderdelen8. In ons taalgebied is de verschuiving van witte-olifantpoëzie naar termieten­ poëzie merkbaar in het werk van Tonnus Oosterhoff. Zijn meest recente bundel Ware grootte9 kan innovatief en politiek genoemd worden, zonder dat de auteur ergens rechtstreeks naar de culturele productie verwijst. Oosterhoffs gedichten bevatten nooit maatschappijkritiek. Hun politieke karakter schuilt in de vorm, in het ver doorgedreven taalspel met woorden en klanken. Zo ontwikkelt de auteur een eigen idioom dat poëtische intensiteit koppelt aan een vorm van oppervlakkigheid. Een gelijkaardige dynamiek vinden we terug bij Bart Meuleman. Zijn laatste bundel Omdat ik ziek werd10 laat een sterk gevoel voor ritme zien, maar vertoont terzelfdertijd ook dissonantie, openheid en zelfkritiek. De auteur koppelt een actuele context en een kritiek van het bewustzijn aan een uitgesproken melancholische toon. Zo projecteert hij een nieuwe politiek op het betekenende oppervlak van het gedicht, de sporen achterlatend van een veelzijdige, koortsachtige literaire activiteit. Voetnoten 1

FARBER, Manny, ‘White Elephant Art vs. Termite Art’ (1962), in: FARBER, Manny, Negative Space: Manny Farber on the movies (Da Capo: New York, 1998)

2 HARMENS, Erik Jan, Ik ben een bijl. Nieuwe dichters uit de jaren nul (Nijgh & Van Ditmar: Amsterdam, 2009) 3 De kritiek op de bloemlezing werd verzameld op poëzieweblog De Contrabas (cf: www.decontrabas.com/de_contrabas/2009/05/een-overzicht.html) 4 BRAUN, Michael, THILL, Hans, Das verlorene Alphabet, Deutschsprachige Lyrik der neunziger Jahre (Das Wunderhorn: Heidelberg, 1998) 5 Zie ook Kluger Hans 1 voor poëzie van Spahr. 6 SPAHR, Juliana, This Connection of Everyone with Lungs (University of California Press, Berkeley, CA, 2005) 7 FARBER, Manny, ‘White Elephant Art vs. Termite Art’ (1962), in: FARBER, Manny, Negative Space: Manny Farber on the movies (Da Capo: New York, 1998) 8 RANKINE, Claudia, SEWELL, Lisa, American Poets in the 21st Century (Wesleyan University Press: Middletown, CT, 2007) 9 OOSTERHOFF, Tonnus, Ware grootte (De Bezige Bij: Amsterdam, 2008) 10 MEULEMAN, Bart, Omdat ik ziek werd (Querido: Amsterdam, 2008)

06

07


Debuut

III

Ivan De Beul

Cilinder (car broke, kapot, help me. please?)

To James Freitag, THANK YOU. VERY MUCH! p/a: 708 Route 100 – A

Plymouth

Plymouth, VT – 050567 Bermgras

+

garage:

golfplaatstrak,

neonreclame (fuchsia, 12x/minuut, fossielt: BUY een

0

121 km2 golfplaatpauze en varens (Vermont,

FREITAG Lana

lens).

HIJ:

CARS.

ZIJ:

Turner-blik een

pruilliplettert

(vaseline

cartoon

op

tatoeagerood

de +

USA).

haar. Van halskraag tot enkel. 1 Sigaret.

I

‘You and the pretty girl, you clean the garage.

Rubber met asfaltgrijs, als een snoek:

Barracuda.

Yes? Clean.’ Als de handdruk: kort, gewichtig: 128 kilo bierblik – HIJ, beeldt 1 cilinder + dieselpomp

II [Of: FAST FORWARD – voice recorder

(gratis),

Pocket Memo.]

Van de butaanfles tot roestpukkels lang.

met

caravan:

8x

aluminiumhoog.

Dan taal ik beeld in een dressoirschuif cassettes.

∑ REWIND

Vuilplastic gehoest. Naar beeldvolume geschikt.

taartnecnoc-tnomreV]

Geen kat die het merkt.

JOU [een cactusblik – dashboardvuil] en 62 ∑ REWIND

km pretzelstilte na VERMONT-origami in de

.traakthcisna nee po uoJ]

Barracuda (PL). Benzineletters en chips. Of het nog ver is? Het motel. Dat ONZE relatie als de reis is: voorspelbaar – asfaltgrijs en hamburgerkrap.

08

09


Ivan De Beul – Plymouth

GEOMETRIE: een scherpe polshoek (JOU) op MIJN

Debuut

IV

RITME

jeansdij – hertaalt: dat het JOU spijt. Wat dan ook. (piepschuimzin) De reis. Of de kus. Limonade-

04:12 AM.

PRIKT in mijn hals. Stuurfout. 1 kolibriegil

Het ahornstroop_gazon, net gerugd, als van

(JOU) + de auto: sloot, in een accordeonstuip.

een zwerfhond (cornflakesvals) dekent de ochtend (na 3 x 20 sit-ups) af: golfplaatstrak, JOU, een matras primulakatoen: gespannen.

Motel Clementine]

05:27 AM. HIJ [houthakkersgeruit, afgemeten: z’n jeans] guerilla-nota: BATTERIES AND IRON IN THE BACKGARDEN. YOU UNDERSTAND? 1 spreeuw

05:54:23 AM – de dag kiert tafelstrak gedekt voor

(in charterbloei) drukt op de heuvelrug [L]: LEEG.

2. JOU (sigaret, parkingvaal), lipsticklettert – een BROWNIE-ritme: vuil gehoest (spaanderfluim).

11:23 AM.

Geen slaap. Matrashard. IK. Blik: zwaluwzwart

Muntthee,

tapestreept

Lolita-pose

viltlucht

van

bergkamgrijs.

+

ZIJ

LIKE Ik,

veranda_geplint. [jurkfuchsia,

(lolly_blik): FUCKING

de

Citroën:

‘REALLY, GATSBY.

JOU: biscuit-nep]

HE

LOOKS

ADORABLE.’

showroom_geometrie.

∑∑ FAST FORWARD 14:56 PM. FOCUS. [Op mijn kopercoat windt de heuvelgraat: tot enkel, ik.] En gymp_ritme: 1, 2 – stap, hiel, JOU: letterslikt de BARRACUDA-rit (nylonlijzig,

4 – teen, 6. Lettertelt mijn lijf (atoomdetail)

1 kiloVolt) in katoenplooi (gladioolprat op 38°

over

kiezelflank,

gespannen:

ALLEEN.

hoek) om het dashboard: HAAR hand, als een snapshot – origamikramp, karmozijn-haast: als

17:34 PM.

een knie_morse op asfalt. Dat ik hulp ga halen.

MIJN blik is het geweer, gelaten – dressoirstrak, in de hoek: [JOU: of het nodig is kil te zijn? James Freitag is een prent.] 1 heuvel, dwars met hert [als aquarel, tussen JOU en IK.]

10

11


Ivan De Beul – Plymouth

Debuut

00:21 AM.

15/02; IK [in croissantplooi – een bankstel_pauze,

Askegel_licht op: MIJN vinger_nerveus (met

te kort: de nacht + sandwichstilte]: LUISTER!

cafeïneaccent) in tuinstoeldonker, vonkt dan

Dan: dat het me spijt. Echt waar. DAT JE HET NIET

(in sprinkhaanletters) een blauwdruk [filter]

BEGRIJPT. Of wil – ik HAAR (niet cappuccinosterk)

op mijn lippen: DAT IK WEG VAN JE WIL.

naar

V

MEXICO

(espadrilledijken):

∑ PLAY (tape 9: letter V, schuif 3)

beelden.

∑∑ FAST FORWARD totale sombrero-allergie]

|

V

A

L

E

N

T

I

J

N

| JOU [badstof; nagellakrood] is een letterrits – LP-hapert om MIJN keel: bikinizweet en tequilabuiken, MEXICO – is het dat? Geschenk:

10:09 PM

fase

1:

glazen-stolp-pose

(ik,

randpion).

JOU [geföhnd, afgemeten: HAAR fond de teint

diepvriesdiner_koel

LENS [FOCUS, 18mm]: een nokkengraat duif

+ een bankstelpose: in kniehoek – 38° en

+ antennerag – beeld; in HAAR cocon_stilte

vinger_origami],

mascara_morse:

[1 peuk, 12° balustrade_plooi]: ik = uit_zicht,

HOE IK VALENTIJN KON VERGETEN? Dat

terrasdonker – leeg, ook het cocktailglas.

ik

weinig

als

lasagne:

attent

dan ben.

EEN

KLOOTZAK. Dat

het

een

roadtrip

wordt.

VERMONT:

Enkel IK: [als een kite: jeansvest_beknopt,

Douglassparren

gespannen: om MIJN borstkast – traliehek:

SCHAAFWONDCompromis [JOU, 1 schaakmat_

etalages en tl-licht] GESLOTEN: het winkelsnoer,

zin in C mineur, dan koffie_pauze]. En ik knik.

taal ik in een horizon, WEG met cactus-bermen op een ansichtkaart, titelt: dat ik weg van JOU ben.

12

13

en

MOTELromance

=

een


Ivan De Beul – Plymouth

VI

Debuut

LAAT

∑∑ FAST FORWARD

Rutland Southern Vermont Regional Airport]

Nurse Annie B. – formalinepose, uniformbleek – littekent in pastel; ziekenhuisgang: JOU, met HAAR gipsbeen_harde blik dikt de afstand (in vogelvlucht) tot MIJ aan, de Chevrolet: James

[Het

vertrek:

laat,

tegeltango_herrie,

toe:

Incheck_metrum: call:

koffergeometrie

In

gate

een

(last

hard_cover_

pose, als VLUCHT, ik leg toch mijn hand [knokkelklam,

even]

Freitag: Hey, we still have a lot of work to do.

ZAKDOEKZINNEN.]

tickets/

roltrapdwang).

in

in

die

van

VII

ECHO

haar.

een Vlieghal (rutland, southern vermont) = ∑ play (tape 8: letter f, schuif 4)

betonpijlers met kralen balieplastic, geruit zonder tape_streept taxi’s [maïskolf-haaks]. Om HAAR koffer_vouwt, kauwgumzucht – JOU: wat was ik nu graag in Mexico. Het is fucking 18°.

1 hond knauwt [tralie_echo], verder dan tuinstoeldonker; geen beeld (celluloidklaar): grint_gymp_ritme

toont

bergen

(ver_

PLYMOUTH BARRACUDA is lederglans en sparfris

schilt fel van JOU in sparcurve: IK) en

– in karton uitgeknipt; licht (10W, crème-brûlée-

de

zacht) dekt het asfalt TOE. Ik ben moe. Echt.

blik even op: ‘liever DAN WIJ SAMEN.’

asfaltbocht

Laat ons stoppen. Bij dat motel. JOU [met blik: haarlakstrak, afgemat] elastiekknelt om MIJN lijf. Motel CLEMENTINE – als het behang, in vetringen zijn jaren berekend: de gerant, is een hawaïhemd – aircolettert: One night only. No breakfast or use of swimming pool. OK? In lakenplooien taal ik me ver – verder van Jou weg.

14

15

lost

MIJN

kogelschot-


a.rawlings

Brede slaap voor lepidopteristen Ingeleid en vertaald uit het Engels door Xavier Roelens

a.rawlings (1978) is een Canadese dichteres. Zo was co-organisator van The Scream Literary Festival en werkte bij The Mercury Press, waar ze in 2005 Shift & Switch: New Canadian Poetry mee samenstelde, een bloemlezing van 40 nieuwe Canadese dichters. Ze debuteerde in 2006 met Wide slumber for lepidopterists (Coach House Books). De bundel werd genomineerd voor de Gerald Lampert Award voor het beste debuut en won de Alcuin Award voor beste boekontwerp in de categorie poëzie. In haar debuut gaat speelsheid van taal hand in hand met een sensuele aantrekkingskracht. Omdat het nooit helemaal duidelijk is of de hoofdpersonages mensen

a hoosh a ha

a hoosh a ha a hoosh a ha a hoosh a ha a hoosh a ha

a hoosh a ha a hoosh a ha

of nachtvlinders zijn, krijgt het geheel een sterke meerlagigheid. De speelse omgang met taal wijst op invloed van de hedendaagse Canadese dichter Christian Bök, maar het woordspel blijft bij a.rawlings ondergeschikt aan de extra betekenis die het opwekt. De gedichten op p. 20-23 behoeven wel extra uitleg. De gedichten bovenaan het blad vormen een aparte cyclus, net als de gedichten onderaan. Deze zijn de droompendant van de cyclus bovenaan. De intrinsieke band tussen beide cycli wordt versterkt door het feit dat ze, gedicht per gedicht, anagrammen van elkaar vormen. In samenspraak met de dichteres is hier gekozen voor een (in Myshkins terminologie) ‘proceduele’ vertaling, een vertaling die het anagramprocédé behoudt.

16

a hoosh a ha

17


a.rawlings – brede slaap voor lepidopteristen

a hoosh a ha a hoosh a ha

a hoosh a ha

a hoosh a ha

a hoosh a ha

a hoosh a ha

a hoosh a ha

a hoosh a ha

a hoosh a ha a hoosh a ha a hoosh a ha a hoosh a ha a hoosh a ha a hoosh a ha a hoosh a ha a hoosh a ha a hoosh a ha

a hoosh a ha a hoosh a ha

a hoosh a ha a hoosh a ha a hoosh a ha a hoosh a ha a hoosh a ha a hoosh a ha

a hoosh a ha

a hoosh a ha a hoosh a ha a hoosh a ha a hoosh a ha a hoosh a ha

a hoosh a ha

a hoosh a ha

a hoosh a ha a hoosh a ha

a hoosh a ha

a hoosh a ha

a hoosh a ha a hoosh a ha

a hoosh a ha

a hoosh a ha a hoosh a ha

a hoosh a ha a hoosh a ha a hoosh a ha a hoosh a ha a hoosh a ha

a hoosh a ha

a hoosh a ha a hoosh a ha

a hoosh a ha

a hoosh a ha a hoosh a ha

a hoosh a ha

a hoosh a ha

a hoosh a ha

rem nrem

a hoosh a ha

a hoosh a ha

a hoosh a ha

a hoosh a ha

a hoosh a ha

a hoosh a ha

a hoosh a ha

a hoosh a ha a hoosh a ha a hoosh a ha a hoosh a ha a hoosh a ha

a hoosh a ha

a hoosh a ha a hoosh a ha

a hoosh a ha

al roest ach ja

stadia ditrysia slaapapneu slaapstoornis

a hoosh a ha a a hoosh a ha hm hoosh hm ha hm hoosh a ha

a hoosh a ha

a whoooooooooosh a ha

circadiaan aritmie a hoosh a ha

a hoosh a ha

insomnie cataplexie

a hoosh a ha euh hoest euh ha oh hoosh oh ha

a hoosh a ha

a hoosh a ha

a hoest a ha

a hoosh a ha

a hoosh a ha a hoosh a ha a hoosh a ha a hoosh a ha a hoosh a ha a hoosh a ha a hoosh a ha a hoosh a ha

a hoosh a ha ah hoosh aa

hypnagoge schok slaappieken diepe slaap herstel a sh a ha

a hoosh a ha

en sh en a en sh en ah

a mmsh soma a hoosh soma mmsh a ha

ovipositor oscillatie dorsaal nectar orgaan ectothermie myrmecofilie

a hoosh a ha a hoosh a ha a hoosh a ha

a hoosh a ha

18

19

elektro-encefalograaf


a.rawlings – brede slaap voor lepidopteristen

We zakken af naar een weide aan het meer. a hoosh De lupine, slaap, de nevel. a

Trage, lichte aanraking van hand op vleugel, schubben vegen af als vlinderkussen,

ha Vuurvliegen, stille nachtvlinders. We bergen onze benen in zand op. Geluid

wimperdauw en nevel, van adem en vacht onze intrede en we strelen de dofnatte

uit zand is inactief. We verlangen dat slaap intreedt, maagdelijk zuiver.

doorgang, de trilling van zacht, zo’n rustig geluid of zand, wanneer de larve zijn eierschaal eet en pop wordt a hoosh

We strekken onze voelsprieten naar het warme lichaam. a a Plantenpollen toeten mistdamp, traag, maken luchtgevulde holtes, adem in cocon, zacht en vaag de

we likken onze schaal, onze schelp, we ruiken in de nachtlucht het

vacht, zwaar zelfs hemels. hoosh Zacht als rust. ha

nachtorchiszweet. Rijzen. a hoosh Welriekend duwt een buik tegen achterlijf, tong diep begraven in een orgie van nacht en bloeddrupjes ontwaken en

Zacht zo we rillen.

zwermen, stoten of trillen, spastische praktijk, massieve stoot uit de tel. Dit is niet wat het is nee, we bedoelden, we dachten slaap die niet kwam we komen. ha a a ha Rupsen met horens epilepseren, woudnimfen tollen en hangen ruwe coconnen op we houden onze trage hoge vlucht aan

Ei – slapeloosheid

figuur 1

op een meer aan een weide. hoosh a maakt de sluimervleugel water, wauwelt de

seconden vormen geduld en tong wekt zware hitte, wulpse vracht en vrille,

wind een plensbui. klappert en flappert achterdeks, koortswind.

we komen of anders veranderen, kauwen rauwe nacht, we rennen te leken en meppen wiprupsen stoten likken ha orgie a a zuigen hoosh neuken het houten

ha a zacht ligt zalig. huizen we zoele holen af, verdans cancan dan verzeem een

laken, stuw gezicht, penis, zachte cocon voert over golven en banken, zwengelt

vel verzuig een ei, lij, bliksemschicht.

het stranden aan, venster gunt pand daverend zwamp, wringt diep in deze nimfblauwbarre dode hand een open schaal zonder struif vuig en vrij waden

waait vraatzaam, deinen,

aasvliegen naar de wel, vacht op geruwde epilepsievacht ankeren.

als zachtlallende loten

licht het anker a a licht mahonie zeilschepen. hoosh rijglijn houdt fok met kloten tegen mast. zwieren liefjes om een hals. daal halflallend als een rots ha in de

nachtvangen zaling loefde overstagt allemansend. laveert

oceaan asfiksie altrunaniem combineren, uitsnijden van een hals. tien

in het schuim, mast op zaat. zich wat is wat we hebben, onze seconden dode lucht. tien

tanden en hoosh a puurst raven.

trage hoge strijd seconden dood

ha a zog

figuur 4

larve, pop – REM 20

21


a.rawlings – brede slaap voor lepidopteristen

we zijn gespannen terwijl we tegen de binnenmuur leunen. Slaap is

tot doorlopende uitpuilende ogen van een honderd hongerige monden, geen

geblutst of gilt of geen komt al verlangen we, we voelen het volle hete

motten, wachten tot dit zal sussen. In slaap nog niet zal sussen. Beweging bij

vlees van onze vleugel tegen gras meppen, zand schrapen, we duwen

dag een hemels lichaam zacht het staalwol. Paniek bij dag of anders komen we en

ons buiten onszelf, in ons geluid onze hand onze zoete klamme hete ons

het doelbelustvolle de elektriciteit in onze geschaalde gehelen, onze gestaalde

pad, berouwen, besnuffelen, beheersen of beheren. Fluister hiiiiiier met

wollen, het schokt ons, bliksem in onze pijp, helemaal door het zand, we rollen

de opwinding van het verhaal, twintig ogen ontknipperen wanneer de

weg van onszelf, ademloos. a hoosh a ha We hebben vijf seconden bliksem en

zon wakker wordt, zelfs wanneer ‘t niet het verstand spreekt, gilt, zwelt

liefde als

na hand over hand verhalen tuigen we waren we want over want het tuig op,

naar huis mot, vlieg op, bolwentel om gladde seconden flapperval gevoelens

weven bruine stroken en strelen reeksen zinnen waren we we lonken alsof

bij nacht in een haven hijgen onze gehoosde ogen in witte plukken gekte bij

joekels, bh’s, overdadig adem in übergalmende angst brandt in mompel

nacht wol of haar onze ademloze hostess danst. dadels onze lichamen peotl

gesponnen lust. nattig of vurig. zie twintig ogen zwellen, zie, zied geen zetel,

we hebben lichamen lief als gestotter, beminnen blikken en ontstolen bliksem,

zwetend peil, tussen twee ruimzittende vervellingen, beheers een uur in het

nestelen gladheid in deels lege schalen capulla de seda, O de gusano egel grolt.

nachtelijke slaaploze brein een gespleten of gezwollen pff het is pfffh nu ons

we naaien de vodden. en zo zelden stompen we weerzin of a hoosh a ha zoog het

heetwoelend naspel komt broeien.

huis, mottradities. wij.

22

23


a.rawlings – brede slaap voor lepidopteristen

537neon. adem verantwoorden: traag, traag, slippertje traag en traag zachte mond met scherpe stekels. Strek spier; speld been. Kauw afval of rust. Deel en deelgenoot lippen. Duw labiale trilling tegen blad, tegen membraan. Spuug dauw. Tol leest met hand en in en draai#HOOGTE#draai hartslag. Trek lichaam uit lichaam. Bevochtig ach#DEVLUCHT#ca gitove maa tiu ahi ker .. alstra iar#GOO#iad ne ni ne nah em tsee ot .. arbem nege alb nege gnil laibal ud .. ser fo lafa wuk .. sleke epre em nom haz gart ne gart len gart roo narev meda .noen###

Narcolepsie

24

25


Debuut

Boris de Jong

Mijn land II - Zwemmen

Mijn land I en II - Een capuchon, een tred, een afwezige blik

Dus dáár was het land. mijn zwemmend land. ik herken al wat daken. en dat wat daar roeit, is mijn vriend. hij vecht! mooi is dat, wat? mijn vechtende vriend in mijn zwemmende land. toch eens iemand op aanspreken. Blij

Mijn land I - Botnek

dat mijn land zo zwemmen kan, eigenlijk geeft het geen pas. zo’n watertrappend land, ik was het trouwens al kwijt, al weken, ook dat nog,

Mijn land is wat grond. Graatmager. 

en veel van wat water is was er al.

Al de botnek erop klaagt: niet over mij, ik rook nog, het scheelt niet veel. 

Dus ikke zoeken, “landjeland?

Botnek vetbot, botnek potbot.

lá-háánd! wat daken, een grensidee!

De botnek rammelt graag aan anderen.

woont u, bent u, heeft u het gezien?

het mag echt geen naam hebben! het is niet veel!”  

Kilo’s mensvet torst zo mijn land.  

Blakermoerslijmvet, witrugvet, ongekuist kanisvet

Echt niet, vroegen ze me. nee Ik zei

biest mijn graatmager land.  

    nee.

Botnek, spontaan opsproten, overrompelt.

het mag geen naam.

toen ik reisde wilde ik thuis zijn,

Koprond dompelt botnek voort, zijn

nu ik thuis ben, wil ik gaan. Red het maar, red het

zwaar verbiedt elke andere vorm zoals

schaatsen. ‘t Is kop over heupen, kop onder bil.

het zwemt niet lang meer, droog vriend en daken, maar nee, geen naam.

Rol voort, botnek, zie niet waarheen. Blijf klagen.   Kabobs kapend rolt de botnek voort.    hop paard houop  paardje in houop

26

27


Boris de Jong – Mijn land I,II – Een capuchon, een tred, een afwezige blik

Een capuchon, een tred, een afwezige blik

Michael Earl Craig

Ook hier zal een samenzwering uit ontstaan. Alle tekenen zijn er: zijn capuchon, mijn tred,

4 gedichten

haar afwezige blik.

Vertaald en ingeleid door Bart De Block

Het is voorspeld. Het is voorspeld het is voorspeld en is het niet voorspeld dan hebben we de tekenen

Michael Earl Craig is auteur van twee poëziebundels: Can You Relax In My House

simpelweg verkeerd gelezen wat betekent dat de gehele profeet!

(Fence Books, 2002) en Yes, Master (Fence Books, 2006). Een nieuwe bundel ver-

Loog!

schijnt in de herfst van 2010 bij Wave Books. Hij leeft in de buurt van Livingston, Montana, waar hij hoefsmid is.

Zal nog iets zeggen. Hier zal een samenzwering uit. Wij gaan nu uiteen en begrijpen voortaan met een half woord: elkaar, elkaars familie maar van

Achter zijn heldere, bijna bucolische beelden schuilt een tegelijk intelligente en

elkaars familie alleen de relevanten.

speelse poëzie, gekarakteriseerd door een subtiele zelfreflexiviteit en absurde trekjes die zijn gedichten onvoorspelbaar maken. Gevraagd naar een omschrijving

Herpak jezelf kleintje. De gebeurtenissen groeien je nog boven het hoofd,

van zijn werk, schrijft hij aan onze redactie: ‘Zoals de meeste schrijvers vind ik het

elkaar, elkaars geliefden en van elkaars geliefden alleen de ingewijden.

enorm moeilijk om mijn werk te omschrijven of in te leiden. Het is niet zozeer dat ik

Hier zal een samenzwering uit

het een te complexe zaak vind, maar meer dat ik er te dicht op zit om te kunnen uit-

opspringen die afrekent met meNeen

Toch niet met mij, toch niet, met mij toch niet? Ik had juist aan een half gebaar genoeg! Ik was van elkaar, elkaars familie en van elkaars familie alleen mijn vader.

leggen waar het vandaan komt. Denk aan de man die op een parkeerkplaats gevallen is, gezicht naar beneden, zijn oog geduwd tegen een erg dunne scheur in het asfalt. Hij kijkt recht in de scheur. Auto’s rijden voorzichtig om hem heen.’

Hier zal een samenzwering uit ontstaan die niet vals omziet, die het gebed niet schuwt en ook niet haar knielen. Die een centenbakje. Die verdriet. Die potten bakt. Die het licht uitdoet als het dondert. Die een zweem van legt op een toets. Die optelt. Diep eet. Hier zal een samenzwering uit die aangaat. Wij gaan uiteen en hebben aan een doodshoofd strategisch geplaatst in Abcoude genoeg. Linkerwilg, aan de voet. Een beetje versteckt, dat wel. Het hoeft overigens geen doodshoofd te zijn. In elk doodshoofdvormig voorwerp aan de voet van de linkerwilg bij Abcoude Hier zal een samenzwering! Begrijp dan toch, het is voorbij, het grote zoeken, papa, begrijp me, we hebben aan een half woord elkaar en van elkaar alleen elkaar. Hier zal een samenzwering uit. Ook hier. Asjblief

28

29


Michael Earl Craig – 4 gedichten

In the januaried mountains

In de gejanuariede bergen

My little horse must think it queer. But who cares what he thinks? Listening to an animal might get me killed Look what happened to Walter.

Mijn paardje zal het wel vreemd vinden.

And so I go on. Not just with life in general But with this particular day. And I allow things to happen, like the snow to come down, like Tom Waits’ Alice to create a tiny stainless drain somewhere in my core this morning.

En dus doe ik verder.

And I dig out and put on a very old pair of tennis shorts that looks like a dinner napkin.

En ik graaf een erg oude tennisbroek op

And I step out into the yard and kneel, and pet the studded radial, like running a hand across an open field of steel baby teeth.

En ik ga de tuin in

And I think about flogging him. The horse! And I think about Klaus Kinski. What would Klaus Kinski do? I think about how in theory the hammer is never to hit the anvil. I think about how a butterfly, if permitted, will crawl neurotically all over a soldier’s face for half an hour.

En ik denk eraan hem af te ranselen.

Maar wie kan het wat schelen wat hij denkt? Luisteren naar een dier zou mijn dood kunnen worden Zie wat er gebeurde met Walter.

Niet gewoon met leven in het algemeen Maar met deze eigenste dag. En ik sta toe dat dingen gebeuren, bijvoorbeeld dat de sneeuw valt, dat Tom Waits’ Alice een kleine vlekkeloze sloot maakt ergens in mijn binnenste vanmorgen.

die lijkt op een servet en trek hem aan.

30

en kniel, en vertroetel de spijkerband, zoals een hand glijdt over een open veld van stalen babytanden.

Het paard! En ik denk aan Klaus Kinski. Wat zou Klaus Kinski doen? Ik denk aan hoe in theorie de hamer nooit het aambeeld mag raken. Ik denk aan hoe een vlinder, als hij mocht, een halfuur neurotisch over het gezicht van een soldaat zou kruipen.

31


Michael Earl Craig – 4 gedichten

The snow sifts down like so many blankets. As I move out across the pasture I think about this. I can’t say I’m surprised to find my little horse breathing a dent for himself in the snow. Nor that the dent looks strangely

De sneeuw filtert naar beneden als zoveel dekens.

like a baby Jesus. A baby Jesus on his back, sinking into the snow.

lijkt op een kindje Jezus. Een kindje Jezus op zijn rug,

32

Terwijl ik wegtrek door de weide denk ik hieraan. Ik kan niet zeggen dat ik verbaasd ben dat mijn paardje zich een holte ademt in de sneeuw. Noch dat deze holte vreemd genoeg

zinkend in de sneeuw.

33


Michael Earl Craig – 4 gedichten

Surgery of the soul

Operatie van de ziel

I have done something to myself. I have “put something into my glass” so to speak, while everyone was watching. I have begun crossing my own name off the list – tonight’s list – and the path of the pencil is slowed way down and takes seven minutes.

Ik heb mezelf iets aangedaan.

I have done something to myself, “dropped something into my drink” as they say. Everyone is watching. As my name comes off the list it sounds like a recording of a constipated walrus played back slowly, very slowly.

Ik heb mezelf iets aangedaan

I have done something to myself. It’s as if the doctor has leaned over me. It’s as if the nurse has adjusted my cheeks with cotton balls, has turned in her chair to shop at Nordstrom’s, and my open eyes begin to ice over like bird baths.

Ik heb mezelf iets aangedaan.

I have done something to myself. I imagine my drink with a stain in it. I think it’s a blood clot. The walrus floats belly up to the surface of its tank. I jiggle my glass … needing something to rhyme with surface of its tank, like, one who robs a bank, or, sailors dancing on the plank.

Ik heb mezelf iets aangedaan.

Ik heb “iets in mijn glas gedaan” zoals dat heet, terwijl iedereen toekeek. Ik ben mijn eigen naam beginnen wegstrepen op de lijst – de lijst voor vanavond – en de gang van het potlood wordt sterk vertraagd en doet er zeven minuten over.

“liet iets in mijn drankje vallen” zoals men zegt. Iedereen kijkt toe. Het verwijderen van mijn naam op de lijst klinkt als een geluidsopname van een geconstipeerde walrus die traag, heel traag wordt afgespeeld.

34

Het is alsof de dokter zich over mij heen boog. Het is alsof de verpleegster mijn kaken bijstelde met watten, haar stoel inruilde om te gaan winkelen in Nordstrom, en mijn open ogen beginnen te bevriezen als vogelbaden.

Ik stel me mijn drankje voor met een vlek in. Het is een bloedklonter, denk ik. De walrus drijft met de buik omhoog tot bovenaan zijn tank. Ik schud mijn glas… zoek iets dat rijmt op bovenkant van zijn tank, zoals, overvalt een bank, of, matrozen dansen op de plank.

35


Michael Earl Craig – 4 gedichten

Glass of wodka

Wodkaglas

Allen was at a barbecue. He was checking out Gary’s wife through the bottom of a glass of vodka from which he was drinking. He thought: What is the word for when a nun rolls a boulder away from the mouth of a cave or tomb?

Allen was op een barbecue.

36

Hij keurde Gary’s vrouw door de bodem van een wodkaglas waaruit hij dronk. Hij dacht: Wat is het woord voor als een non een rotsblok wegrolt van de ingang van een grot of tombe?

37


Michael Earl Craig – 4 gedichten

Wonderful hatchet

Wonderlijke hakbijl

The other night while chopping wood I stopped and looked out at the Absarokas. It made me think about the opening of Aguirre, the Wrath of God – the Machu Picchu footage – and how Kinski wanted Herzog to change this to a very close and prolonged shot of his unblinking brow. Then I thought about Chinese emperors (the fog in the mountains) and then Chinese hermits, then hermits of all nationalities. And I knelt down and kissed my hatchet’s face.

Toen ik op een avond hout hakte

I began travelling back. I touched on all the hermits, then those of China, the fog and then the emperors. I passed Kinski. I passed Machu Picchu. I arrived back at the Absarokas. I saw myself dutifully chopping wood. I was oblivious. I sensed this as my soul peeled off and left quietly like some kind of beautiful sticker.

Ik keerde op mijn stappen terug.

stopte ik en keek naar het Absarokagebergte. Het deed me denken aan het begin van Aguirre, the Wrath of God – het beeldmateriaal van Machu Picchu – en hoe Kinski wilde dat Herzog dit veranderde in een volgehouden extreme close-up van zijn onbeweeglijke wenkbrauw. Toen dacht ik aan Chinese keizers (de mist in de bergen) en toen Chinese kluizenaars, toen kluizenaars van alle nationaliteiten. En ik knielde neer en kuste mijn hakbijl op het gezicht.

Ik kwam bij alle kluizenaars, toen bij die van China, de mist en toen de keizers. Ik kwam langs Kinski. Ik kwam langs Machu Picchu. Ik kwam terug bij het Absarokagebergte. Ik zag mijzelf plichtsbewust hout hakken. Ik was vergeetachtig. Dat voelde ik terwijl mijn ziel afbladderde en rustig loskwam als één of andere prachtige sticker.

38

39


Antoine Boute

in het tweede hoofdstuk met de titel ‘Even nadenken!’ dan hebben we plots door

Psychopathische polar1 Vertaald uit het Frans door Xavier Roelens

dat die gast de held van ons verhaal wel, dat hij eigenlijk strontzat is! (zonder dat dat zo direct gezegd wordt in het verhaal) we zien hem voor tientallen pagina’s wandelen door de stad zo

Wel, ge moet weten dat op dit ogenblik

helemaal in zijn bloten

op dit ogenblik ben ik een nieuwe polar aan het schrijven

en hij neemt een voorbijganger

iets wreed beestigs echt fucking trash punk beestig

zo een type bureaucraat

want we zien een gast die echt zomaar een meisje vermoordt op straat

met zich mee aan de leiband

echt zomaar paf

en dan

volledig uit het niets

in dat tweede hoofdstuk

brrr

zien we ze rondwandelen zo

en het is echt megatrash beestig want

een toertje maken door het verhaal

voor meer dan honderd pagina’s

de blote gast die een stuk van de maag van het vermoorde meisje opat

zien we hoe dat hij haar vermoordt

en de bureaucraat op vier poten aan de leiband naast hem

en die scène duurt voor stukken van mensen

brrr

zeker omdat dat meisje moeite heeft om dood te gaan

en dan

en hop die gast die eet een stuk van haar maag op

dan gebeurt er iets voor toch wel tamelijk lang

en hij zet de rest van haar maag op zijn hoofd als een muts

zo’n tachtigtal pagina’s ongeveer

en dan voor de volgende twintig pagina’s

gaan ze heel beleefd met elkaar in gesprek

dan zien we hem helemaal in zijn bloten door de stad lopen wreed rap

ze dialogeren heel gedistingeerd en beleefd

met zijn muts op

op een bepaald moment zegt die bloten gast:

(mijn boek is eigenlijk als je het zo bekijkt een grote stadsroman)

‘Ik wil een vrouw zijn en om van dat verlangen af te geraken vermoord ik ze.’

(en een liefdesroman)

Vervolgens filosoferen ze daar een ogenblik over

goed, ja

tja, toch tamelijk lang want ja, het duurt toch in totaal weer tachtig pagina’s

dat is dus het eerste hoofdstuk

en na tachtig doorwrochte filosofische pagina’s vraagt de bureaucraat:

de titel ervan is

‘Zou ik mogen rechtstaan, alstublieft?’

‘de mond van vol’

En de ander antwoordt:

brrr

‘Neen! Maar u mag uw kleren uittrekken en ze aan mij geven.’

maar ge moet weten dat op een bepaald ogenblik

brrr!

40

41


Antoine Boute – psychopathetische polar

de held van het verhaal trekt de kleren van de bureaucraat aan

en die gast begint beleefd, respectvol met haar te praten

en voor tientallen pagina’s

ze praten over bureauwerk terwijl ze naar de metrohalte wandelen

het duurt allemaal tamelijk lang

en ze wandelen en praten en wandelen

zien we hem zijn pelgrimstocht door de stad verderzetten.

en juist wanneer de metro binnenrijdt bam!

En dan daar, op dat ogenblik

de gast pakt de vrouw in zijn armen

bam!

en gooit zich samen met haar onder de metro.

hoofdstuk drie begint daar plots zonder aankondiging

Dus ja in het vierde hoofdstuk

zien we die gast van het verhaal

dat dan wreed toepasselijk ‘love’ heet

goedhartig

in het vierde hoofdstuk wordt het interessant

er is niks aan de hand

want ze zijn wel zwaargewond maar

gekleed als een bureaucraat

niemand had dat verwacht

en hij komt aan bij de ingang van een metrostation

ze zijn niet helemaal dood

en dan in het boek ik moet eerlijk zeggen die scène

ze liggen daar

die scène waar de gast aankomt bij de ingang van het station

op de metrosporen

awel, dat is echt een sleutelscène in het verhaal

volledig in stukken vaneen

ik heb ook serieus op die scène gewerkt om die goed te krijgen

voor toch wel zeker twintig pagina’s

ze duurt niet zo lang in het boek

ligt die gast op de bureaucrate

maximum acht pagina’s

en hij kijkt haar aan

maar ze is echt ongelooflijk goed beschreven

hij kijkt haar in de ogen en hij zegt:

want ge ziet

‘Ik wil je een kind maken’

(het speelt zich af in de winter)

paf! einde van het hoofdstuk!

ge ziet de zon opkomen op hetzelfde ogenblik dat die gast

dus ja, ge kunt het al raden, in het vijfde hoofdstuk

neerdaalt

paf boem

in de ingang van de metro

we zijn negen maanden later

brrr!

en ze zijn nog altijd in het ziekenhuis

en dan

ze hebben het overleefd

wanneer hij beneden aan de trap van het metrostation komt

en we maken mee hoe dat de vrouw bevalt

ziet hij een bureaucrate

het dringt door

een ongelooflijk schone vrouw

dat de gast erin gelukt is

ze zou zo uit een reclamespot kunnen komen

om zijn zaadcel in de eicel van de vrouw te planten

En dan volgt er een beschrijving van haar

in die tijd dat ze daar met zijn tweeën op de metrosporen lagen!

van ongeveer vijftien pagina’s

maar de vrouw is volledig in kipkap

42

43


Antoine Boute – psychopathetische polar

haar kaak is lelijk geplet

dat 1 spermatozoïde = 1 kind.

ze kan niet meer praten

Brrr!

haar armen hangen in stukken vaneen

Dus, op dat ogenblik begint hoofdstuk acht

haar benen ook

getiteld: ‘de fictie van het reële’

ze is helemaal verminkt

nu wordt in het verhaal een vuil spel gespeeld eigenlijk

dus we kunnen ons wel inbeelden

die gast krijgt het in zijn bol

dat ze niet veel goesting heeft om voor haar kleine te zorgen

om zijn kinderen te doen geloven

dus dat kind is daar in het ziekenhuis

dat hun leven

en ge ziet dat aankomen

dat ze heel hun leven

de held van het verhaal

romanpersonages zijn

krijgt de kleine mee.

hij doet hen geloven

brrr!

dat het huis waar ze wonen eigenlijk de roman is

in hoofdstuk zes

die de gast met zijn zaad bouwt

neemt hij hop het kind

en hij zegt dan ook aan zijn kinderen dingen als:

hij neemt het mee naar huis

‘Jullie zijn mijn romanpersonages’

hij richt een kinderkamer in en hij draag zorg voor het kind

en dat voor meer dan tien pagina’s

voor wel minstens zestig pagina’s

en dan, zo acht-negen pagina’s lang,

tot later in het boek

zegt hij dingen als:

later zien we hoe hij terugkeert naar het ziekenhuis

‘mijn roman is een lugubere polar van het trash destroy en fuck soort’

om nog wat zaadcellen in de eicel van de vrouw te planten

en dat horen die kinderen dan

die dan weer wat later in het verhaal

in zijn huis dat een roman is

bevalt

en ze wonen in dat huis

en zo verder

ze gaan nooit het huis uit

zo gaat het verder

en dat voor pagina’s en pagina’s en pagina’s

voor tientallen en tientallen pagina’s

en nog eens pagina’s

en wat er gebeurt is dat er dan

kruipt de een op de ene

in hoofdstuk zeven

en de een en de ene op de andere

getiteld ‘de goede huisvader’

en de held van het verhaal kijkt toe

wel dat die gast een heel pak kinderen rond hem heeft

en aan het eind van het hoofdstuk zegt hij tegen zichzelf

hij is echt neurotisch erop gericht om kinderen te maken

‘mijn roman is beestig geniaal, hij beweegt vanzelf.’

op dat ogenblik zien we in dat hij in zijn hoofd

In hoofdstuk negen

wel, zo’n soort ideaal heeft

is de gast nog altijd in zijn huis

een soort totaalvisioen dat eruit bestaat

met zijn nog altijd aangroeiende massa

44

45


Antoine Boute – psychopathetische polar

romanpersonages

dat is echt wel megaluguber en trash

hij valt in slaap tussen zijn romanpersonages

want het begint eigenlijk toch wel wreed te stinken

die trouwens ook voor hem zorgen

en er is beestig veel geluid

(hij heeft nog altijd last van het metro-ongeluk)

er is echt zot veel geluid

en hij zegt tegen zichzelf

door al die bevallingen de hele tijd

vanuit een mentale mist die ik echt met zorg beschrijf

en door de slachtingen natuurlijk

op een verrassend hyperrealistische manier

er gaat ook veel zaad rond

hij zegt juist voor hij in slaap valt tegen zichzelf:

en eicellen die zich openen

‘verdomme het is hier goed’

de romanpersonages komen de hele tijd klaar

en het is op dat ogenblik dat alles omslaat

van zodra ze een minuutje tijd hebben vrijen ze en maken ze kinderen

want hij neemt een dochter

voor heel de duur

en hij stoot zijn zaad in haar

van het tiende hoofdstuk

en voor een groot deel van het boek

en het duurt echt ongelooflijk lang.

dat om eerlijk te zijn het meest authentiek seksuele deel van het boek is

Het einde van het boek is experimenteel

zien we hoe hij zijn zaad stoot en stoot en stoot

want die gast zegt tegen zijn romanpersonages:

in vele andere romanpersonages

‘voor het einde van de roman

hij bevrucht zijn romanpersonages

stel ik een scène voor

hij bevrucht er en bevrucht er nog

waarin ik onthoofd zou worden

en vervolgens beginnen de andere mannelijke personages ook de vrouwelijke

maar zo dat mijn hoofd

personages te bevruchten

onmiddellijk de lucht invliegt

en dat voor een beestig lange tijd

aan hoge snelheid

het is echt erg erg seksueel.

want het is geweten dat de hoofden van onthoofden

En dan komen we aan hoofdstuk tien

nog een tijd dingen blijven zien en denken

er beginnen al zoveel lichamen

na het afsnijden’

in het romanhuis van de gast te liggen

en hij legt hen uit:

dat ze verplicht zijn om over elkaar heen te stappen

‘ik zou de plek van mijn dood willen zien

en wanneer ze honger hebben

maar vanuit de lucht

eten ze kind

en ik zou mijn bloot lijf willen zien

het is de uiterste autarkie

dat nog enkele seconden loopt en dan neerstort

men eet niets anders meer

alles vanuit de lucht’

men drinkt niets anders meer

hij legt hen dat uit

men doet niets anders meer

de hele opstelling

dan op verpletterde kinderen stappen

en tijdens het hele einde van hoofdstuk elf

en dat

zien we hoe de romanpersonages

46

47


Antoine Boute – psychopathetische polar

Magnus William-Olsson

zich kleden met de pels van overleden personages en de stad ingaan op zoek naar een team van wetenschappers die instemmen om een opstelling technisch uit te werken

4 gedichten

die in staat is om het hoofd van die gast van het verhaal eraf te hakken

Vertaling: Lisette Keustermans – Inleiding: David Troch

terwijl hij in zijn bloten rondloopt waardoor zijn hoofd de lucht invliegt en dan terug

Magnus William-Olsson (°1960, Bromma, Zweden) is dichter, literair recensent

enkele minuten later

en vertaler. Hij publiceerde zeven dichtbundels, drie essaybundels over poëzie en

uit de lucht

twee boeken met autobiografische kortverhalen. Hij vertaalde poëzie van oude

midden in het publiek van romanpersonages landt.

en moderne Griekse (Sappho en Kavafis), Spaanse (Antonio Gamoneda, Concho García, Alejanra Pizarnik, Gloria Gervitz), en Deense (Pia Tafdrup) auteurs naar het Zweeds. De gedichten die we hier publiceren, zijn vertaald uit zijn verzameld werk Ögonblicket är för Pindaros ett litet rum i tiden (The moment for Pindar is a small space in time, Wahlström & Widstrand, 2006). Zijn gedichten zijn vertaald in verschillende talen. Hij engageert zich op dit ogenblik erg voor Arabische dichters van wie hij werk vertaalt en met wie hij verschillende poëziesamenwerkingen aangaat. Hierover leest u meer in een interview op www.klugerhans.net.

Voetnoot 1

‘polar’ is in het Frans een populaire afkorting voor politieroman. Omdat er geen Nederlands equivalent voor bestaat en omdat Antoine Boute het overdrachtelijk als een genreaanduiding voor zijn poëzie gebruikt (hij zegt regelmatig dat hij ‘des faux-polars’ schrijft, nep-polars), is ervoor gekozen de term te behouden.

48

49


Magnus William-Olsson – 4 gedichten

Richting EU

Jag kupar handen och fyller den med hav. Känslan av väta mot den täta huden stavas ä n d l i g h e t.

Ik maak een kom van mijn hand

Ordet lägger sig mellan hornhinnorna och horisonten liksom månen ibland skymmer solskivan för klotet. Kvar blir bara detta enda, livräddande O

Het woord nestelt zich tussen

en vul ze met zee. Het gevoel van vocht tegen ondoordringbaar vel spelt men: e i n d i g h e i d.

hoornvlies en horizont zoals de maan soms de zon verduistert voor de aardbol. Rest enkel deze ene, de leven reddende

50

O

51


Magnus William-Olsson – 4 gedichten

(Liksom Penelope)

Richting EU

Bara tiden är större än havet. Till och med döden förblir en vinddriven flaskpost invid dess ofantlighet ( men den finner dig alltid till sist. Kanske driver den redan viljelöst i dina mörkblå vener). Du – som inte är stort större än din egen navel – står på den vackert stenlagda stranden. Vad tänker du på? Vad kan man tänka på inför en sådan outgrundlig tanklöshet? Ja, äntligen, äntligen, äntligen, är du ensam… Det finns en ingång där, som i varje ensamhet – lik ett anagram för din innersta, oåtkomliga, önskan. Du stiger in i spegelsalen. Det som har varit möter dig på den omvända sidan av glasen. Du hör hur havet tilltar, hur den älskade tiger… Var inte ledsen, var stilla bara, stilla. Och lik en uppenbarelse av tiden kommer Hon som du har väntat på och lösgör dig från sorgen.

52

(zoals Penelope)

Alleen de tijd is wijder dan de zee. Zelfs de dood is windgedreven flessenpost bij die onmetelijkheid (al vindt hij je ten slotte toch. Misschien drijft hij al willoos in je donkerblauwe aderen). Jij – die niet veel groter bent dan je eigen navel – staat op een strand mooi met stenen belegd. Waar denk je aan? Waar kan men aan denken bij zo’n onbevattelijke gedachteloosheid? Ja, eindelijk, eindelijk, eindelijk, ben je alleen ... Er is een ingang, zoals in elke eenzaamheid – als een anagram van je diepste, onbereikbare wens. Je gaat de spiegelzaal binnen. Hetgeen is geweest, komt je tegemoet vanaf de omgekeerde kant van het glas. Je hoort hoe de zee aanzwelt, hoe de geliefde zwijgt ... Wees niet verdrietig, wees stil, stil maar. En als een openbaring van de tijd komt Zij op wie je hebt gewacht, en verlost je van je verdriet.

53


Magnus William-Olsson – 4 gedichten

Så stark var strängen vilken band oss vid den rena tanke som vår aning delat att våra kroppar, då den brast, befann sig hjälplösa invid varandra. Och ljusen under målningen från resan till Venedig - som tycktes tidlöst ung i sin affisch - fick i draget från ett otätt fönster plötsligt våra liv att verka utsträckta i evighet: Ögonen som möttes genom tålamodet, läpparna som teg tills deras tystnad antänt natten ... Som lågor sammanföll vi med förvandlingen. Och tingen brann likt tankar, genomskinligt klara.

Richting EU

Zo sterk was de streng die ons bond aan de reine gedachte die we vaag samen aanvoelden, dat onze lichamen, toen hij brak, plots hulpeloos bij elkaar waren. De kaarsjes onder het schilderij van de reis naar Venetië – dat tijdloos jong scheen op de poster – wekten in de tocht van het slecht sluitend raam plotseling de indruk dat ons leven tot de eeuwigheid reikte: Ogen die elkaar ontmoetten door geduld heen, lippen die zwegen totdat hun stilte de nacht ontstak ... Zoals vlammen vielen we samen met de verandering. De dingen brandden als gedachten, doorschijnend helder.

54

55


Magnus William-Olsson – 4 gedichten

Alltid någon annanstans, Marie. Och alltid med en annans ansikte för ögonen. Så av leda mättat det är att kroppen tvunget färdas med sin ålder. Jag var en trasig blomma, kön för ett vilt arkaiskt Nej. Du som såg mitt flammande sår är dess rödaste låga. Försvinnandet? Vem sörjer rosens färg då vallmon ändå lyser hetare? Så svårt det är att leva i sin låga. Så lätt att leva den. Och åter svårt att lågan lever oss förutan. Antänds djupen dock på nytt då såret kysser såret, lågan lågan – utom oss!

Richting EU

Altijd ergens anders, Marie. En altijd met het aangezicht van een ander voor ogen. Zo verzadigd van wanhoop omdat het lichaam meereizen moet met zijn leeftijd. Ik was een gescheurde bloem, mannelijk, met een wild archaïsch Nee. Jij, die mijn brandende wonde zag, bent de roodste vlam. Het verdwijnen? Wie betreurt de kleur van een roos als een papaver toch warmer straalt? Zo moeilijk is het te leven in zijn vlam. Zo simpel te leven als een vlam. Maar ook moeilijk dat de vlam leeft zonder ons. Ontbranden afgronden toch weer wanneer de wonde de wonde kust, de vlam de vlam – buiten ons om!

56

57


Ivan De Beul

Parijs

[MADELEINE, een epiloog] 0 METROHALTE (Ligne 12; slipsteek – chlorofylgroen) I

MEMORY-BISCUIT; citroenschil, rum, 50g

poedersu II [Of: IN PAUZE – voice recorder POCKET MEMO 9350]

Dan taal ik toeristen in een dressoirschuif cassettes. (Vuilplastic gehoest.) En naar beeldvolume geschikt. Geen hond die ervan opkijkt.

∑ REWIND .kueb ni ellagiP ecalP]

58

59


Ivan De Beul – Parijs

III

BLINDE-VINK-PAS (oui, un café, s’il vous plaît)

Debuut

V

ECHO

Hôtel PENELOPE 812a, Rue Caulaincourt

∑ play (tape 8: letter f, schuif 4)

75018 Paris (18de Arr.) IK; een thermosfles [geribd – kalk, met barst]. In BEELD – ben ik TL-LICHT: CODE 940, T-shirt_

Café Trésor – 269a, Boulevard de la Madeleine

strak, met gympen – en JEANS-BLAUW-BLUF.

en JOU [DETAILSHOT] – een hand [= vinger-

[MIJN] binnenkant; SCHILFER-MEMORY, is een

tango, nagelbleek]; is zwaan (MASCARAKALM,

lettervlak [2 op 2, in 15W], als BEDSPREI-DONKER

flessenhals) vlekt de letterbodem van het tafelvlak, is bestekecho: ‘SAMEN LIEVER DAN WIJ.’

en nachtkast_krap: MIJN hotelkamer (nr. 18). In STRIPPOSE. Een evacuatieplan (GYPROC en punaise_morse). Of de lijst parelhoen en jonagoldvaal, in de hoek: een vochtplek, kromt [slow-motion-CURVE; tl-klank-traag] mijn geluk. Als

een

BOEING

STEARMAN

75:

beeld,

ik – een balkonhoek, 18°, brul: DAT HET ZWEVEN,

MAAR

NIET

DOOR

DE

DEUR-

LIJST KAN, MIJN GELUK. En TEGEL-GYMPRITME VER_TAALT een vlucht. Dan ben ik ATLAS: bergkamhard. Of als een kleistut, ORIGAMI-GRENZEN: in een zenuwbaan (= tegelnaad_ellips) om het formicagroen (= haag Turkse tortel): het metronet, bindt mijn roltrap_coat [in kauwgumconditie] met JOU (een pocketpose, winterjas_blos): MIJN MADELEINE. STOP.

E I N D E 60

61


Medewerkers Kluger Hans 3

www.klugerhans.net

Ivan De Beul (Sint-Niklaas, 1983) heeft de opleiding aan de SchrijversAcademie

Het tijdschrift heeft met www.klugerhans.net ook een sterk uitgewerkte

in Antwerpen gevolgd. Een eerder deel van de hier afgedrukte cyclus ‘JOU’ ver-

digitale poot. De volgende maanden vindt u er onder meer ter aanvulling op dit

scheen in Met andere zinnen.

nummer: • Een interview met Magnus William-Olsson over de hedendaagse Zweedse

Bart De Block (1978) is auteur en redacteur van Kluger Hans. Hij schreef kriti-

poëzie;

sche teksten over onder meer de kunstenaars Raphaël Van Lerberghe en Manor

• Meer van en over a.rawlings en Michael Earl Craig op het net;

Grunewald. Zijn gedichten verschenen in diverse literaire tijdschriften.

• Video en audio van Antoine Boute;

Antoine Boute is een Belgisch-franstalige schrijver, performer en filosoof. Hij

Daarnaast plaatsen we de literatuur uit Zweden volop in de aandacht. U ondekt

verkent de inslagen tussen lichaam, taal en stem via romans, poëtische teksten,

er waarom 1994 een sleuteljaar geweest is voor de introductie van Zweedse li-

essays, klank- en internetperformances in Frans en Nederlands, grafische poëzie,

teratuur in het Nederlandse taalgebied en de Zweedse verwerking van interna-

films, collectieve geschriften met zijn kinderen, een festival in het bos,... Publi-

tionale tendenzen, met extra aandacht voor het maatschappelijke engagement.

caties: o.a; Cavales (2005), Retirez la sonde (2007), Brrr! (2008), Du toucher. Essai sur Pierre Guyotat (2008), Blanche Rouge (2009) en Polars expérimentaux (2010).

Verder blijven onze vaste rubrieken terugkomen. Lees het nieuwste van het nieuwste van Norbert De Beule, Maurice Buehler, Peter Dehullu, of luister naar

Boris de Jong (1977) studeerde politicologie aan de Universiteit van Amsterdam

pareltjes uit het uitgebreide krikri-archief.

en woont nog altijd in de hoofdstad. In december 2009 neemt hij deel aan de finale van het NK Poetry Slam. Behalve poëzie schrijft hij teksten voor zijn theaterformatie Winterjong, waarvan in 2010 een theatertour op stapel staat. Boris werkt aan zijn debuutbundel Woekerham. Lisette Keustermans is oud-docent vakgroep Scandinavisch aan de Universiteit van Amsterdam. Ze vertaalt Zweedse en Noorse poëzie. Xavier Roelens (Rekkem, 1976) debuteerde in 2007 met er is een spookrijder gesignaleerd (Uitgeverij Contact). Hij stelde de bloemlezing Op het oog, 21 dichters voor de 21ste eeuw (Uitgeverij P) samen. Hij is hoofdredacteur van Kluger Hans.

62

63


ISSN 2032-0426

Colofon REDACTIE Bart De Block Marie Meeusen Olaf Risee – hoofdredactie website Xavier Roelens – hoofdredactie tijdschrift David Troch Reinout Verbeke – eindredactie in samenwerking met DESDA VORMGEVING Grafisch Ontwerpburo ttwwoo www.ttwwoo.nl

DRUK Parys Printing, Evergem

CONTACT Adres: Kluger Hans p/a Aaigemstraat 94 B-9000 Gent

Telefoon: 0486 39 65 58 Email: info@klugerhans.net Website: www.klugerhans.net

LOS NUMMER 7 euro + verzendingskosten ABONNEMENTEN België

25 euro

Overschrijvingen: FORTIS, 001-5750704-38

Nederland

29 euro

Overschrijvingen: FORTIS, BE24 001575070438

Buitenland 35 euro

Overschrijvingen: FORTIS, BE24 001575070438

(IBAN), GEBABEBB (BIC+Swift) (IBAN), GEBABEBB (BIC+Swift)

Vermeld adres en mailadres bij uw overschrijving!

BIJDRAGEN EN SPONTANE INZENDINGEN Liefst per mail of cd. Inzendingen op papier in zesvoud. Van lange inzendingen worden enkel de eerste tien pagina’s aan de redactie voorgelegd. Het copyright blijft eigendom van de auteurs, gelieve contact op te nemen met de redactie bij problemen of vragen. MET STEUN VAN Vlaams Fonds voor de Letteren Kluger Hans denkt aan het milieu en kiest daarom voor papier met een FSC-label. 64


Kluger Hans #03  

- een essay van Bart De Block: Termieten versus de witte olifant - Ivan De Beul bezoekt Plymouth en Parijs in 'voice-recorder'-gedichten - v...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you